← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams regleme

In het kort

Dit besluit wijzigt bestaande Vlaamse reglementen over milieuvergunningen en milieuhygiëne. Het doel is om eerdere fouten te corrigeren en Europese milieuregels beter in de Vlaamse wetgeving op te nemen, met een focus op waterbeleid en afvalstoffen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
12 MEI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne ter doorvoering van correcties van errata en verdere omzetting van EG-regelgeving Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING inzake het ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne ter doorvoering van correcties van errata en verdere omzetting van EG-regelgeving Algemene toelichting Het ontwerpbesluit beoogt een aanpassing van de titels I en II van het VLAREM met het oog op : -de verdere of verbeterde omzetting van de EG-regelgeving; - het corrigeren van errata die in vorige wijzigingen zijn geslopen; met errata worden hier niet alleen foutieve overnamen van goedgekeurde teksten in het Belgisch Staatsblad bedoeld, maar ook en vooral (materiële) fouten die zijn geslopen in de door de Vlaamse Regering goedgekeurde teksten. Deze concrete aanpassingen worden verder artikelsgewijze toegelicht. Bepaalde van deze aanpassingen zijn echter vrij substantieel en betreffen ook meerdere artikelen, reden waarom deze ook hierna op algemene wijze worden toegelicht. Het gaat hier inzonderheid om : - de verdere omzetting van de EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, gewijzigd bij beschikking van het Europees Parlement en de Raad nr. 2455/2001/EG van 20 november 2001; - de verbeterde omzetting van de EG-richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen en de implementatie van de Europese beschikking 2003/33/EG van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II bij de EG-richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen; - de verbeterde omzetting van de EG-richtlijn 96/82/EG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. * EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. De EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid werd in Vlaams recht omgezet door het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Libanon inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 6 september 1999 type decreet prom. 18/07/2003 pub. 25/08/2003 numac 2003035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 3 februari 2000, 2° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, ondertekend in Brussel op 28 september 2000, 3° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Jeddah op 22 april 2001 (1) type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations, gesloten in Brussel op 13 december 2002 sluiten (Belgisch Staatsblad 14 november 2003). Om op het terrein uitvoering te geven aan het decreet en de EG-richtlijn zijn er nog enige beslissingen te treffen vooral op het vlak van de aanwijzing van de bevoegde diensten en de vaststelling van procedures. Met het oog op een betere afstemming, noopt de EG-richtlijn aldus ook tot enige aanpassingen van VLAREM. Meer bepaald op het vlak van lozingen van verontreinigende stoffen in het aquatisch milieu. Zoals uit de toelichting hierna zal blijken, is de EG-regelgeving zoals die nu van toepassing is geworden met de EG-richtlijn 2000/60/EG allesbehalve een toonbeeld van eenvoud en duidelijkheid. Om deze reden wordt hierna zeer uitvoerig ingegaan op deze problematiek. De verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatische milieu worden geloosd, is op EU-niveau vooral geregeld door : - de EG-richtlijn 76/464/EEG van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd; - artikel 3 van deze richtlijn schrijft voor dat de lozing van « lijst I »-stoffen aan een voorafgaande vergunning moet worden onderworpen; - artikel 7 van deze richtlijn schrijft voor dat voor iedere lozing die een « lijst II »-stof kan bevatten aan een voorafgaande vergunning moet worden onderworpen; - de EG-richtlijn 80/68/EEG van 17 december 1979 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen; - artikel 4 van deze richtlijn bepaalt dat de directe lozing van « lijst I »-stoffen moet worden verboden en dat de indirecte lozing van « lijst I »-stoffen aan een vergunning moet worden onderworpen; - artikel 5 van deze richtlijn schrijft voor dat de lozing van « lijst II »-stoffen aan een vergunning moet worden onderworpen; - de EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, gewijzigd bij beschikking van het Europees Parlement en de Raad nr. 2455/2001/EG van 20 november 2001; - deze richtlijn legt voor elk stroomgebiedsdistrict (of het deel ervan gelegen op het grondgebied) o.m. de verplichting op : ** een analyse- en karakterisering met beoordeling van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlakte- en grondwater uit te voeren, volgens de technische specificaties van de bijlagen II en III bij de EG-richtlijn (art. 5); dit moet een eerste maal gedaan zijn tegen uiterlijk 22 december 2004; deze karakterisering viseert inzonderheid alle relevante grondwaterwinningen met een debiet van minstens gemiddeld 10 m3/dag (punt 2.3 van bijlage II); voor deze vanaf een debiet van gemiddeld 100 m3/dag moet er zelfs een monitoring gebeuren (art. 7, 1); ** een maatregelenprogramma op te stellen (art. 11); dit maatregelenprogramma moet minstens de in lid 3 vermelde « basismaatregelen » omvatten; de punten e) tot en met l) van dit lid 3 hebben een directe relatie met de milieu- of meldingsplicht, waaronder : * e) viseert inzonderheid grondwaterwinningen en opstuwing oppervlaktewater; * f) viseert inzonderheid kunstmatig aanvullen van grondwater); * g) schrijft voor dat de verplichte basismaatregelen voor de lozingen door puntbronnen die verontreiniging kunnen veroorzaken moeten bevatten, ofwel het verbod tot lozing van verontreinigende stoffen, ofwel een voorafgaande toestemming of registratie waarin emissiebeheersingsmaatregelen worden voorgeschreven voor de betrokken verontreinigende stoffen; in Vlaamse reglementaire benadering betekent dit dus expliciet een milieuvergunning- of meldingsplicht voor lozing van « verontreinigende stoffen » (lijst van bijlage VIII); * k) schrijft voor dat de verplichte basismaatregelen van het maatregelenprogramma - in overeenstemming met de uit hoofde van artikel 16 door de EU-Commissie te ondernemen actie - ook maatregelen moeten bevatten ter bestrijding van de verontreiniging door lozing van prioritaire stoffen; in Vlaamse reglementaire benadering betekent dit dus expliciet een milieuvergunning- of meldingsplicht voor lozing van « prioritaire stoffen » (lijst van bijlage X); volgens artikel 11, lid 7 van de richtlijn moeten de maatregelenprogramma's uiterlijk op 22 december 2009 zijn vastgesteld en moeten alle maatregelen uiterlijk op 22 december 2012 operationeel zijn; volgens artikel 66 van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Libanon inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 6 september 1999 type decreet prom. 18/07/2003 pub. 25/08/2003 numac 2003035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 3 februari 2000, 2° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, ondertekend in Brussel op 28 september 2000, 3° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Jeddah op 22 april 2001 (1) type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations, gesloten in Brussel op 13 december 2002 sluiten betreffende het integraal waterbeleid moeten de maatregelenprogramma's voor Vlaanderen uiterlijk op 22 december 2009 voor het eerst zijn vastgesteld en vervolgens om de 6 jaar getoetst en zo nodig herzien; - artikel 10 van deze richtlijn legt voorschriften op o.m. met betrekking tot de lozingen via puntbronnen; zonder dat dit expliciet is geëist, vergt dit in het licht van de Vlaamse reglementaire benadering het onderwerpen van de geviseerde lozingen aan een vergunnings- of meldingsplicht; - artikel 22, 2) van deze richtlijn trekt o.m. de volgende EG-richtlijnen in met ingang van 22 december 2013 : ** EG-richtlijn 76/464/EEG met uitzondering van artikel 6 ervan dat reeds sedert 22 december 2000 is ingetrokken; ** EG-richtlijn 80/68/EEG. - volgens artikel 22, 3) van deze richtlijn gelden voor de nog tot 21 december 2013 van toepassing blijvende EG-richtlijn 76/464/EEG de volgende overgangsbepalingen : ** de lijst van prioritaire stoffen (bijlage X) vervangt de lijst van de stoffen in de mededeling van de Commissie aan de Raad van 22 juni 1982 betreffende gevaarlijke stoffen die dienen te worden opgenomen in lijst I van EG-richtlijn 76/464/EEG; m.a.w. wordt hier de toepassing van artikel 3 bedoeld; ** voor de toepassing van artikel 7 kunnen de beginselen van de EG-richtlijn 2000/60/EG worden toegepast voor de aanwijzing van de verontreinigende stoffen. Samengevat kan dus het volgende worden gesteld. ** EG-richtlijn 76/464/EEG : - de EG-richtlijn 76/464/EEG hanteerde 2 lijsten van stoffen : - op basis van artikel 6 werd de lijst I vastgesteld met de zogenaamde zwarte lijststoffen waarvoor emissie- of immissiegrenswaarden moeten worden opgesteld; - op basis van artikel 7 werd de lijst II vastgesteld met de zogenaamde grijze lijststoffen waarvoor reductieprogramma's moeten worden opgesteld; - in de mededeling van de Commissie aan de Raad van 22 juni 1982 is een lijst met 132 stoffen opgenomen die in aanmerking komen voor plaatsing op lijst I, de zogenaamde « kandidaat lijst I stoffen »; - voor 18 (17 + lindaan als indicatorstof) van deze 132 stoffen werden EG-dochterrichtlijnen met emissiegrenswaarden of waterkwaliteitsdoelstellingen uitgevaardigd; het betreft de EG-richtlijnen 82/176/EEG en 84/156/EEG (kwik), 83/513/EEG (cadmium), 84/491/EEG (hexachloorcyclohexaan), 86/280/EEG (DDT, tetrachloorkoolstof (HCH) en pentachloorfenol (PCP)), 88/347/EEG (aldrin, dieldrin, endrin, isodrin (« drins »), hexachloorbenzeen (HCB), hexachloorbutadieen (HCBD) en chloroform (CHCl3)) en 90/415/EEG (1,2-dichloorethaan (EDC), trichloorerhyleen (TRI), perchloorethyleen (PER) en trichloorbenzeen (TCB)); - 10 van de voormelde 18 stoffen (9 + lindaan als indicator) staan expliciet op de lijst van prioritaire stoffen (bijlage X van de EG-richtlijn 2000/60/EG) en zullen in de toekomst als zodanig behandeld worden; mogelijks herziet de EU-Commissie de beheersingsmaatregelen voor deze stoffen; voor de overige 8 van deze 18 stoffen verandert in principe niets, tenzij de EU-Commisssie hier met een voorstel komt voor aanpassing of intrekking van beheersmaatregelen voor deze stoffen; - inmiddels blijven de voormelde dochterrichtlijnen van kracht tot wanneer ze op voorstel van de EU-Commissie door de Raad worden ingetrokken; - vermits artikel 6 van de richtlijn is opgeheven, kunnen de resterende 114 stoffen niet meer het voorwerp uitmaken van een EG-regelgeving als zwarte lijststof op basis van EG-richtlijn 76/464/EEG; - in uitvoering van artikel 7 van de richtlijn 76/464/EEG, werd in opdracht van de VMM het reductieprogramma van 16 januari 2001 opgesteld; een nominatieve lijst van de in rekening gebrachte 121 stoffen is als bijlage 5 opgenomen in dit reductieprogramma; volgens artikel 2.3.6.1, § 3 van titel II van het VLAREM worden de reductieprogramma's uiterlijk één jaar na de goedkeuring van het MINA-plan voor een bepaalde periode bevestigd of bijgestuurd; een geactualiseerd reductieplan voor de komende 4 jaar is op dit ogenblik in voorbereiding; ** EG-richtlijn 2000/60/EG : - de EG-richtlijn 2000/60/EG hanteert de nieuwe begrippen prioritaire stoffen en verontreinigende stoffen; - onder bijlage VIII bij de richtlijn is de lijst van de verontreinigende stoffen opgenomen; de EU-Commissie kan voor deze stoffen, die (nog) niet op de lijst van prioritaire stoffen staan, in de toekomst strategieën uitwerken; - onder bijlage X bij de richtlijn is de lijst van de prioritaire (met inbegrip van de prioritaire gevaarlijke) stoffen opgenomen; voor deze stoffen moet de EU-Commissie voorstellen voor beheersingsmaatregelen indienen (artikel 16 van de richtlijn); - de lijst van prioritaire stoffen (bijlage X bij de richtlijn) vervangt de met toepassing van de EG-richtlijn 76/464/EEG vastgestelde lijst van zogenaamde kandidaat zwarte lijst stoffen. In het licht van het gegeven dat tot 22 december 2013 de twee EG-richtlijnen van toepassing zijn (exclusief artikel 6 van de EG-richtlijn 76/464/EEG dat reeds is opgeheven) is er op het terrein van de lozing van « gevaarlijke stoffen » versus « verontreinigende stoffen » en « prioritaire stoffen » enigszins enig « dubbel gebruik « . Milieuvergunningsgewijze kan dit nog vrij eenduidig worden opgevangen door de lozing van « verontreinigende stoffen » en van « prioritaire stoffen » volgens de terminologie van de EG-richtlijn 2000/60/EG in de titels I en II van het VLAREM in te schrijven. Met de huidige VLAREM-benadering worden vergunningsgewijze immers reeds de uitgangspunten van de EG-richtlijn 2000/60/EG (met inbegrip van de immissiegerichte benadering) gehanteerd. Misschien ligt het ietwat moeilijker op het vlak van het reductieprogramma voorgeschreven door artikel 7 van de EG-richtlijn 76/464/EEG (van kracht tot ingang van 22 december 2013) enerzijds en het maatregelenprogramma voorgeschreven door artikel 11 van de EG-richtlijn 2000/60/EG (in uitvoering sedert 22 december 2003) anderzijds. Om de VLAREM-reglementering in overeenstemming te brengen met de EG-richtlijn EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, gewijzigd bij beschikking van het Europees Parlement en de Raad nr. 2455/2001/EG van 20 november 2001, zijn in bijgaand ontwerpbesluit inzonderheid de volgende VLAREM-aanpassingen opgenomen : ** in titel I van het VLAREM worden de volgende nieuwe definities conform de EG-richtlijn en ter uitvoering van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Libanon inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 6 september 1999 type decreet prom. 18/07/2003 pub. 25/08/2003 numac 2003035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 3 februari 2000, 2° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, ondertekend in Brussel op 28 september 2000, 3° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Jeddah op 22 april 2001 (1) type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations, gesloten in Brussel op 13 december 2002 sluiten betreffende het integraal waterbeleid (in artikel 3, § 2, 18°, 19° en 20° van dit decreet is als definitie nu enkel vermeld : « iedere overeenkomstig de Vlaamse milieuwetgeving door de Vlaamse Regering aangewezen ... ») ingevoerd : - « verontreinigende stoffen in afvalwater », waarvan in bijlage VIII bij de richtlijn een indicatieve lijst wordt gegeven; lijst die wordt opgenomen in de gewijzigde bijlage 2A van titel I van het VLAREM; - « prioritaire stoffen in afvalwater », waarvoor wordt verwezen naar de lijst in bijlage X bij de richtlijn; lijst die wordt opgenomen in de gewijzigde bijlage 2C, lijst III, van titel I van het VLAREM; deze lijst omvat ook de « prioritaire gevaarlijke stoffen in afvalwater », met name de aldus gemarkeerde stoffen van de voormelde lijst; ** in titel II van het VLAREM worden de milieuvoorwaarden voor lozing van bedoelde stoffen overeenkomstig aangepast. Voor alle duidelijkheid kan hier worden benadrukt dat met bijgaand ontwerpbesluit enkel de directe milieuvergunningsaspecten verder worden omgezet. * EG-richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen en de Europese beschikking 2003/33/EG tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen De EG-richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen werd bij besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 (B.S. van 19 september 2001) in VLAREM omgezet. Bij deze omzetting is de fout gemaakt dat de drie in VLAREM voorziene categorieën van afvalstortplaatsen niet overeenkomstig de EG-richtlijn zijn omschreven. De in de EG-richtlijn vastgestelde categorie van stortplaatsen voor de meest gevaarlijke afvalstoffen is in VLAREM zelfs niet meer ingedeeld en aldus sedert 29 september 2001 niet meer onderworpen aan de milieuvergunningsplicht, noch aan de milieuvoorwaarden van afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM. Daarenboven is de indeling in 3 categorieën in de VLAREM-indelingsrubriek 2.3.6 dan nog afwijkend van de indeling omschreven in artikel 5.2.4.0.1 van titel II van het VLAREM. Ook werd met het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 verkeerdelijk de door de EG-richtlijn 96/61/EEG van 24 september 1996 (GPBV-richtlijn) opgelegde VLAREM-subrubriek 2.3.10 geschrapt. M.a.w. ingevolge de hoger vermelde fout, gemaakt met het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, is de EG-richtlijn 96/61/EEG van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging sedert 29 september 2001 onvolledig omgezet. Daarbij komt tenslotte dat innmiddels de Europese beschikking 2003/33/EG van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II bij de EG-richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen is vastgesteld. Deze beschikking is sinds 16 juli 2004 van kracht en de criteria van deel 2 van de bij deze Beschikking gevoegde bijlage moeten door de lidstaten uiterlijk op 16 juli 2005 worden toegepast. Met het ontwerpbesluit wordt beoogd de categorieën van stortplaatsen in de VLAREM-indelingslijst in te delen conform de EG-richtlijn enerzijds en anderzijds ook de milieuvoorwaarden voor elk van deze stortcategorieën vast te stellen conform deze EG-richtlijn en met omzetting van de Europese beschikking 2003/33/EG van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen. Ook wordt de EG-richtlijn 96/61/EEG van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging opnieuw volledig omgezet (heropname VLAREM-subrubriek 2.3.10). Hierna volgt een meer gedetailleerde toelichting hieromtrent. ** Stortplaatscategorieën Met het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 (Belgische Staatsblad 31 juli 1995) werd de indeling van afvalstortplaatsen met ingang van 1 augustus 2005 (nieuwe rubriek 2.3.6) herschikt als volgt : a) categorie 3 : inerte afvalstoffen;b) categorie 2 : niet gevaarlijke afvalstoffen;c) categorie 1 : gevaarlijke afvalstoffen. Artikel 4 van de EG-richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen legt met ingang van 16 juli 2001 een quasi volledig gelijkluidende indeling op. Bij de omzetting van deze EG-richtlijn met het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, is de fout gemaakt dat de 3 categorieën van afvalstortplaatsen niet werden omschreven overeenkomstig bedoelde EG-richtlijn. Met name werden bij de wijziging van de VLAREM-indelingsrubriek 2.3.6 weliswaar 3 categorieën behouden, maar werd de EG-categorie « stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen « (die enigszins overeenstemde met de vroegere VLAREM-categorie 1) niet opgenomen. Daarentegen werd de EG-categorie « stortplaats voor ongevaarlijke afvalstoffen « (die tevens stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen omvat) opgesplitst in een categorie 1 en een categorie 2. Stortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, andere dan stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen, zijn bijgevolg sedert 29 september 2001 niet meer ingedeeld en... dus ook niet meer milieuvergunningsplichtig. Bij oppervlakkige benadering zou hier kunnen geponeerd worden dat het storten van gevaarlijke afval valt onder de verwijderingshandeling D1 die is begrepen in de algemene verwijderings-VLAREM-rubriek 2.3.8. Deze redenering blijkt evenwel niet gedeeld te worden door de EG-regelgever zoals blijkt uit de lijst van GPBV-categorieën opgenomen onder bijlage I bij de EG-richtlijn 96/61/EG. Deze lijst omvat immers zowel eenzelfde algemene GPBV-verwijderingsrubriek 5.1 en daarnaast ook nog de specifieke stortplaats-rubriek 5.4. Een tweede fout is geslopen bij de voormelde omzetting met het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0. Meer bepaald werd ten onrechte de rubriek 2.3.10 geschrapt. Deze rubriek werd ter omzetting van de « GPBV « -EG-richtlijn ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 23/02/1999 numac 1999035200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende het kiesreglement voor de verkiezing van de leden van de raad van bestuur van de Hogere Zeevaartschool en hun opvolgers en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 60, § 1 van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool sluiten en betreft een GPBV-installatie. Het ontwerpbesluit beoogt beide fouten te herstellen. De eerste fout wordt hersteld door herinvoering van de 3 categorieën volledig conform de EG-richtlijn (wat eigenlijk enigszins een terugkeer inhoudt naar de situatie zoals die bestond vóór de foutieve omzetting). De tweede fout door het herinvoegen van de vroegere rubriek 2.3.10. Naar de exploitanten van bestaande stortplaatsen toe, vormt deze rechtzetting geen enkel probleem omdat het hier allemaal 1ste klasse-inrichtingen betreft en in het ontwerpbesluit wordt voorzien dat de lopende vergunningen zonder meer geldig blijven (artikel 47, § 2). ** Milieuvoorwaarden waaronder aanvaardingscriteria Met artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 werd de hele afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM vervangen door nieuwe bepalingen. Het aldus vastgestelde nieuwe artikel 5.2.4.0.1, § 1 stelt op zijn beurt nogmaals de drie stortplaatscategorieën vast. Deze indeling stemt niet overeen noch met de EG-richtlijn 1999/31/EG van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen, noch met de met hetzelfde besluit geherformuleerde VLAREM-indelingsrubriek 2.3.6. Verder bepaalt hetzelfde nieuwe artikel 5.2.4.0.1, § 1, laatste lid, dat de stortplaatscategorie moet worden vermeld in de milieuvergunning. Deze bepaling, ingevoegd op die plaats en geformuleerd als milieuvoorwaarde, wekt verkeerdelijk de indruk dat een vergunningverlenende overheid op basis van deze VLAREM II-bepalingen in de milieuvergunning aan de stortplaats een categorie kan toewijzen die verschillend is van deze die door de exploitant werd aangevraagd. Deze bepaling is wellicht bedoeld als omzetting van punt a) van artikel 9 van de EG-richtlijn 1999/31/EG dat de minimale inhoud van de milieuvergunning voorschrijft.Dergelijke bepaling hoort evenwel niet thuis in titel II van het VLAREM maar wel in titel I van het VLAREM en meer bepaald in artikel 30, § 1 dat reeds de minimale inhoud van een vergunningsbeslissing vaststelt. De stortplaatscategorie (punt a) van artikel 9) vormt weliswaar duidelijk een onderdeel van het voorwerp van de vergunning, maar voor een correcte omzetting van de EG-richtlijn 1999/31/EG dringt zich ook de expliciete opname van punt b) van artikel 9 (dus ook de lijst van de afvalstoffen en de totale afvalhoeveelheid) in artikel 30, § 1 van titel I van het VLAREM op. Hoger vermelde bepalingen van artikel 5.2.4.0.1 van titel II van het VLAREM worden met het oog op de correcte omzetting van de EG-richtlijn opgeheven en de punten a) en b) van artikel 9 van de EG-richtlijn 1999/31/EG worden geïntegreerd in artikel 30, § 1 van titel I van het VLAREM (zie artikel 7 van het ontwerpbesluit). De EG-richtlijn 1999/31/EG stelt in bijlage I bij de richtlijn algemene voorschriften voor alle stortplaatscategorieën vast. Bijlage II bij de richtlijn stelt de criteria en procedures voor de aanvaarding van afvalstoffen vast. Deze bepalingen zijn geïntegreerd in de huidige afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM dat de sectorale milieuvoorwaarden voor stortplaatsen vaststelt. Artikel 16 van de EG-richtlijn 1999/31/EG voorziet dat de EU-Commisie de wijzigingen van de bijlagen bij de richtlijn kan vaststellen die nodig zijn voor de aanpassing aan de vooruitgang van de wetenschap en techniek. Met toepassing van dit artikel 16 werd de Europese Beschikking 2003/33/EG van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen vastgesteld. Overeenkomstig de beginselen opgenomen onder bijlage II bij de EG-richtlijn 1999/31/EG stelt deze Beschikking nu gedetailleerde criteria en procedures vast voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen. Ter omzetting van deze Europese Beschikking 2003/33/EG van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen, beoogt het ontwerpbesluit deze criteria en procedures te integreren in de afdeling 5.2.4 van titel II van het VLAREM door het vervangen van de subafdeling 5.2.4.1 (zie artikel 33 van het ontwerpbesluit). ** Hydrogeologische studies tweemaal voorgeschreven Artikel 7, d) van de EG-richtlijn 1999/31/EG schrijft voor dat de milieuvergunningsaanvraag voor een stortplaats o.m. een beschrijving van het terrein moet bevatten met inbegrip van de hydrogeologische en geologische kenmerken. Met het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 werd de vanuit de EG-richtlijn verplichte hydrogeologische studie evenwel tweemaal voorgeschreven : - eerst bij de indiening van een milieuvergunningsaanvraag volgens artikel 5, § 2, 14° van titel I van het VLAREM, dat werd vervangen door artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0; - vervolgens na het bekomen van de milieuvergunning maar vóór de inrichting van de stortplaats volgens artikel 5.2.4.3.2 van titel II van het VLAREM, ingevoegd bij hetzelfde besluit van 13 juli 2001. De voor beide studies voorgeschreven inhoud is weliswaar ongeveer identiek. Voor de « tweede « studie, bedoeld in artikel 5.2.4.3.2 van titel II van het VLAREM, wordt echter bijkomend geëist dat de OVAM : - wordt betrokken bij de uitvoering van de studie; - haar goedkeuring moet hechten aan deze studie. Deze dubbele verplichting betreft een onnodige en verwarrende overregulering en wordt als milieuvoorwaarde opgeheven in het licht van de conformering met de EG-richtlijn die voorschrijft dat bedoelde gegevens bij de milieuvergunningsaanvraag moeten zijn gevoegd (zie verder artikel 34). * EG-richtlijn 96/82/EG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken De problematiek van zware ongevallen was vroeger geregeld door de EG-richtlijn 82/501/EEG van 24 juni 1982 inzake de risico's van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten. De omzetting van deze EG-richtlijn in intern recht gebeurde in het VLAREM op basis van artikel 7 van het Milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985. Inzonderheid werd daartoe in titel I van het VLAREM een geëigend hoofdstuk IV met als oorspronkelijke titel « Het veiligheidsrapport » voorzien. Bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 23/02/1999 numac 1999035200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende het kiesreglement voor de verkiezing van de leden van de raad van bestuur van de Hogere Zeevaartschool en hun opvolgers en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 60, § 1 van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool sluiten werd de titel van dit hoofdstuk IV vervangen door « Preventie van zware ongevallen ». Conform de EG-richtlijn werden de geviseerde Sevesobedrijven milieuvergunningsplichtig gesteld door indeling onder rubriek 17.2 van de VLAREM-indelingslijst, met onderscheid tussen : - (subrubriek 17.2.1) de « Seveso-lage » drempelbedrijven die preventiemaatregelen moeten treffen, verwijzend naar de hoeveelheden gevaarlijke producten vermeld onder kolom 2 van delen 1 en 2 van bijlage 6 bij titel I van het VLAREM; - (subrubriek 17.2.2) de « Seveso-hoge » drempelbedrijven die een veiligheidsrapport moeten opstellen, verwijzend naar de hoeveelheden gevaarlijke producten vermeld onder kolom 3 van delen 1 en 2 van bijlage 6 bij titel I van het VLAREM. Voormelde EG-richtlijn 82/501/EEG is sedert 3 februari 1999 ingetrokken. In de plaats daarvan geldt sedert 3 februari 1997 de EG-richtlijn 96/82/EG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. De omzetting van deze EG-richtlijn in intern recht is gebeurd met : - het decreet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035796 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type decreet prom. 17/07/2000 pub. 17/08/2000 numac 2000035826 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 90bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom. 17/07/2000 pub. 11/08/2000 numac 2000035814 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten en van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van het administratief toezicht op de provincies in het Vlaamse Gewest type decreet prom. 17/07/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000035792 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Protocol inzake de beheersing van emissies van stikstofoxiden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand en de technische bijlage, ondertekend te Sofia op 31 oktober 1988, alsmede de vigerende technische bijlage zoals ingevoerd in toepassing van artikel 11 van het Protocol, en het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand met betrekking tot een verdere beperking van zwavelemissies en de bijlagen I, II, III, IV en V, ondertekend te Oslo op 14 juni 1994 sluiten (B.S. 11 augustus 2000) houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken; het samenwerkingsakkoord is pas op 16 juni 2001 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en is bijgevolg sedert 26 juni 2001 in werking getreden; - het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage (Belgisch Staatsblad 13 februari 2003); dit decreet is sedert 13 februari 2003 in werking getreden; - het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 22/05/2001 numac 2001035526 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, in het bijzonder de bepalingen op vlak van de veiligheidsrapportage type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 28/11/2000 numac 2000036148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden sluiten (Belgisch Staatsblad 22 mei 2001) waarmee in VLAREM de bepalingen inzake de eigenlijke preventie van zware ongevallen werden opgeheven(deze waren inmiddels ingeschreven in het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 (Belgisch Staatsblad 16 juni 2001) en onder hoofdstuk IV van titel I van het VLAREM nog enkel bepalingen aangaande het veiligheidsrapport werden opgenomen. Met bovenvermeld besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 22/05/2001 numac 2001035526 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, in het bijzonder de bepalingen op vlak van de veiligheidsrapportage type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 28/11/2000 numac 2000036148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden sluiten (dat in werking is getreden op 1 juni 2001, dus ruim voor de uitvaardiging van het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage) werd de fout gemaakt dat de kolom 2 uit de delen 1 en 2 van bijlage 6 bij titel I van het VLAREM werd geschrapt met ongewijzigde handhaving van de VLAREM-indelingsrubriek 17.2. Dit heeft tot gevolg : - dat subrubriek 17.2.1, verwijzend naar kolom 2 van delen 1 en 2 van bijlage 6 bij titel I van het VLAREM, nu de « Seveso-hoge » drempelbedrijven viseert i.p.v. de « lage-Seveso » bedrijven; - dat subrubriek 17.2.2, verwijzend naar de niet meer bestaande kolom 3 van delen 1 en 2 van bijlage 6 bij titel I van het VLAREM, nu inhoudloos is i.p.v. de « hoge-Seveso » bedrijven te viseren. M.a.w. sedert het inwerkingtreden van bovenvermeld besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 22/05/2001 numac 2001035526 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, in het bijzonder de bepalingen op vlak van de veiligheidsrapportage type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 28/11/2000 numac 2000036148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden sluiten (1 juni 2001) zijn de « lage-Seveso » bedrijven als dusdanig niet meer ingedeeld en dus ook niet meer milieuvergunningsplichtig. In de praktijk heeft deze fout wellicht niet zoveel gevolgen om reden dat er in principe kan van uitgegaan worden dat dit soort bedrijven nog altijd is ingedeeld op basis van een andere indelingsrubriek voor de opslag van gevaarlijke producten. Een echte garantie is dit evenwel niet gelet op het feit dat voor de Seveso-rubrieken 17.2.1 en 17.2.2 niet enkel de opgeslagen hoeveelheden worden geviseerd maar alle in de inrichting aanwezige producten (bvb. via tankwagens). Afgezien van de logica dat Seveso-bedrijven als dusdanig milieuvergunningsplichtig worden gesteld, moet hier verwezen worden naar de bepalingen van artikel 17 van de EG-richtlijn 96/82/EG die een milieuvergunningsplicht voor alle Seveso-bedrijven (zowel de lage als de hoge drempelbedrijven) impliceert. Met betrekking tot het herstellen van bovenvermelde fout, is het belangrijk op te merken dat met artikel 6 van het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage, artikel 7 van het Milieuvergunningendecreet werd opgeheven, en dit met ingang van 13 februari 2003. Dit artikel 7 vormde de decretale basis voor MER en VR. Met betrekking tot deze opheffing van artikel 7 bepaalt artikel 12 van hetzelfde decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten o.m. het volgende : « Art. 12.De bepalingen die voorkomen in de onderstaande besluiten en die werden genomen op grond van artikel 7 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of vallen onder het toepassingsgebied van artikel 200 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, blijven gelden tot ze worden opgeheven of gewijzigd : 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende organisatie van de milieueffectrapportage van bepaalde categorieën van hinderlijke inrichtingen, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 27 april 1994, 25 januari 1995, 24 mei 1995, 4 februari 1997 en 10 maart 1998; ....... 5° hoofdstuk IV 'preventie van zware ongevallen', van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en de bijlagen bij dit hoofdstuk (5, 6 en 7), voorzover dit nodig is voor de toepassing van de artikelen 7 en 8 van dit decreet;6° besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.» . Uit een eerste oppervlakkige lezing van voormelde decretale overgangsbepalingen zou kunnen verondersteld worden dat op dit ogenblik geen wijziging of opheffing van het hoofdstuk IV kan worden overwogen. Een wijziging (hoe klein ook) of opheffing lijkt immers inzonderheid tot gevolg te hebben dat de oude nog in voege zijnde procedures voor erkenning van MER- en VR-deskundigen komen te vervallen, terwijl bedoelde erkenningenproblematiek het voorwerp uitmaakt van een aparte en geëigende regelgeving die nog in voorbereiding is. Nader juridisch onderzoek leidt evenwel tot de conclusie : - dat de overgangsbepaling van bedoeld artikel 12 niet zo streng mag geïnterpreteerd worden dat een wijziging van hoofdstuk IV of de bijlagen bij dit hoofdstuk tot gevolg heeft dat deze bepalingen niet meer geldig zijn; - dat de Vlaamse Regering ingevolge bedoeld artikel 12 de bevoegdheid behoudt om hoofdstuk IV en de bijlagen bij dit hoofdstuk op te heffen of te wijzigen; wanneer er thans wordt voor geopteerd om slechts wijzigingen aan te brengen aan bijlage 6 van titel I van het VLAREM, impliceert dit dat deze bijlage, of hoofdstuk IV zelf, niet wordt opgeheven; - dat de gewijzigde bepalingen overeenkomstig artikel 12 blijven gelden; indien wordt gewenst dat genoemde bepalingen worden opgeheven, moet dit uitdrukkelijk worden gedaan, zodat de minste wijziging van die bepalingen niet meteen de opheffing ervan kan impliceren. Om de eerder geciteerde fout weg te werken, wordt bedoelde bijlage 6 dan ook gewoon vervangen door een nieuwe bijlage 6 die is vastgesteld overeenkomstig de bijlage I bij de EG-richtlijn 96/82/EG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, zoals deze is gewijzigd door de EG-richtlijn 2003/105/EG van 16 december 2003. Er wordt voor deze werkwijze geopteerd, en niet voor het opnemen van een loutere verwijzing naar de desbetreffende bijlage van het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Dit met het oog op het behoud van de betere leesbaarheid van VLAREM, maar ook om bij latere wijzigingen van het Samenwerkingsakkoord, ongewilde wijzigingen op het vlak van milieuvergunningenreglementering te vermijden. Artikelsgewijze toelichting Wijzigingen Titel I van het VLAREM Artikel 1 Met punten 1°, 2° en 3° worden de desbetreffende nieuwe definities van de EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, gewijzigd bij beschikking van het Europees Parlement en de Raad nr. 2455/2001/EG van 20 november 2001 ingevoegd. Bedoelde begrippen worden in artikel 3, § 2, 18°, 19° en 20° van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Libanon inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 6 september 1999 type decreet prom. 18/07/2003 pub. 25/08/2003 numac 2003035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 3 februari 2000, 2° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, ondertekend in Brussel op 28 september 2000, 3° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Jeddah op 22 april 2001 (1) type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations, gesloten in Brussel op 13 december 2002 sluiten betreffende het integraal waterbeleid gedefinieerd door verwijzing naar « iedere overeenkomstig de Vlaamse milieuwetgeving door de Vlaamse Regering aangewezen ... » zodat deze wijziging tevens een uitvoering is van bedoeld decreet. Met punt 4° wordt de definitie van het begrip « belangrijke wijziging van een inrichting » conform gemaakt met de EG-definitie. De definitie van punt 18° werd recent aangepast door het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten9 (Belgisch Staatsblad van 24 juni 2005) waarmee het Verdrag van Aarhus en de EG-inspraakrichtlijn 2003/35/EG van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma's betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen van de Raad 85/337/EEG en 96/61/EG werd omgezet. Artikel 4 van deze EG-inspraakrichtlijn wijzigt de EG-GPBV-richtlijn 96/61/EG en bepaalt inzonderheid wat onder belangrijke wijziging moet worden verstaan. Sommige GPBV-rubrieken bevatten evenwel geen drempelwaarden en daarom wordt met artikel 1, 4° de pas gewijzigde definitie nu volledig conform de EG-definitie geformuleerd. Met punt 5° wordt de definitie « watervoerende laag » van de EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid ingevoegd. Deze definitie is identiek aan deze opgenomen in artikel 3, § 2, 5° van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Libanon inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 6 september 1999 type decreet prom. 18/07/2003 pub. 25/08/2003 numac 2003035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 3 februari 2000, 2° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, ondertekend in Brussel op 28 september 2000, 3° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Jeddah op 22 april 2001 (1) type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations, gesloten in Brussel op 13 december 2002 sluiten betreffende het integraal waterbeleid. Zij wordt hier ingevoegd gelet op de directe en belangrijke relevantie ervan voor o.m. de milieuvergunningen voor grondwaterwinningen. Artikel 2 Punt 1° beoogt de rechtzetting van een inhoudelijke fout die is geslopen in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten2 dat bedoeld punt 15°bis heeft ingevoerd. In punt 15°bis, b) wordt met name verwezen naar een hydrogeologische studie alhoewel deze niet is vereist. Volgens punt 15°bis, a) moet daarentegen wel o.m. de grondwaterhuishouding van het terrein en van de omgeving worden gegeven. Het ligt voor de hand dat het voorstel van werkplan, bedoeld onder punt 15°bis, b), enkel maar kan steunen op dit voorgeschreven document. De punten 2° en 3° kaderen in de verdere omzetting van de EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Voor de uitvoering van deze richtlijn, in het bijzonder artikel 5 en bijlage II ervan (inventaris grondwaterwinningen met een debiet van minimum gemiddeld 10 m3/dag), artikel 7 (drinkwaterwinningen) en artikel 11 (maatregelenprogramma) ervan, is immers een eenduidige identificatie van de watervoerende lagen onmisbaar. De punten 4° en 5° beogen de correctie van materiële fouten die zijn geslopen in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten8 bij de omzetting van de EG-richtlijn 2003/87/EG van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad. Artikel 3 Dit artikel beoogt de correctie van een erratum geslopen in het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten5 waarmee de EG-richtlijn 98/81/EG van 26 oktober 1998 en de Beschikking 2001/204/EG van 8 maart 2001 tot wijziging van de EG-richtlijn 90/219/EEG van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (GGO's) werd omgezet. Artikelen 4, 5 en 6 Deze artikelen beogen de correctie van materiële fouten die zijn geslopen in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten8 bij de omzetting van de EG-richtlijn 2003/87/EG van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten. Artikel 7 Dit artikel beoogt de verbeterde omzetting van artikel 9 van de EG-richtlijn 1999/31/EG van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (zie onder de algemene toelichting). Artikel 8 Dit artikel beoogt de opname in artikel 30bis, § 2, van titel I van het VLAREM, van een verwijzing naar de doelstellingen van de EG-richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid zoals die in ruimere mate zijn vastgesteld door artikel 5 van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035922 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Libanon inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 6 september 1999 type decreet prom. 18/07/2003 pub. 25/08/2003 numac 2003035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met : 1° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Brussel op 3 februari 2000, 2° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, ondertekend in Brussel op 28 september 2000, 3° de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend in Jeddah op 22 april 2001 (1) type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/08/2003 numac 2003035920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations, gesloten in Brussel op 13 december 2002 sluiten betreffende het integraal waterbeleid. Artikel …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.