← België

Decreet betreffende het Onderwijs XXIII

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt de regels voor basisonderwijs, met een focus op huisonderwijs en de taalvaardigheid van leerlingen. Het introduceert verplichte taaltesten en de mogelijkheid van taalbaden voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 JULI 2013. - Decreet betreffende het Onderwijs XXIII (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het Onderwijs XXIII. HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel I. 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Art. II. 1. In artikel 3 van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 24° wordt vervangen door wat volgt : « 24° huisonderwijs : - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school; - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan; »; 2° in punt 27° bis wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. II.2. Aan hoofdstuk III van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 7 juli 2006 en 8 mei 2009, wordt een afdeling 3bis toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling 3bis. - Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad ». Art. II.3. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 3bis een artikel 11ter toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 11ter.§ 1. Voor elke leerling die voor het eerst in het gewoon lager onderwijs instroomt, voert de school een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden en gebeurt met een valide en betrouwbaar screeningsinstrument. Indien de resultaten van deze screening daar aanleiding toe geven, voorziet de school een taaltraject dat aansluit bij de beginsituatie en de specifieke noden van de betrokken leerling inzake de onderwijstaal. § 2. Voor leerlingen die bij de eerste instroom in het gewoon lager onderwijs de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, kunnen scholen een taalbad organiseren. Met taalbad wordt bedoeld voltijdse en intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Schoolbesturen kunnen dit taalbad individueel of gezamenlijk organiseren. De duur van het taalbad voor de leerling is maximaal eenjaar. § 3. In het geval scholen het taalbad gezamenlijk organiseren, is er wederzijdse samenwerking tussen de school van inschrijving en de school die het taalbad aan de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalbad wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalbad wordt georganiseerd, het opvolgen van de leerling die het taalbad volgt door de school waar de leerling is ingeschreven. § 4. De leerkracht die het onderwijs in het taalbad verstrekt, wordt betrokken bij de beslissing over de duur van het taalbad. § 5. Na het taalbad integreert de leerling zich in de school van inschrijving waar hij de reguliere onderwijsactiviteiten volgt. § 6. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalbad niet beschouwd als een herstructurering. § 7. De leerlingen die een taalbad volgen, tellen alleen mee voor financiering of subsidiering in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag. » . Art. II.4. In artikel 13 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten9 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 1, 2°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Indien de taalproef niet afgenomen is tegen de eerste schooldag van september, dan wordt de taalproef afgenomen uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de eerste dag aanwezigheid in het gewoon lager onderwijs;»; 2° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "onderwijs heeft genoten in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse Taalunie" vervangen door de woorden "Nederlandstalig onderwijs heeft genoten in een onderwijsinstelling buiten België". Art. II.5. Aan artikel 18, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 3° beschikken over een bewijs dat hij het voorafgaande schooljaar Nederlandstalig onderwijs heeft genoten in een onderwijsinstelling buiten België. » . Art. II.6. In artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, wordt in paragraaf 1 de zinsnede "- behoudens, in uitzonderlijke omstandigheden, afwijking door de Vlaamse Regering -", opgeheven. Art. II.7. In artikel 20 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten1 en gewijzigd bij de decreten van 10 juli 2003 en 7 juli 2006, wordt aan punt 2° van paragraaf 2, een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deelnemen aan het taalbad wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit die voor hem of zijn leerlingengroep wordt georganiseerd. » . Art. II.8. In artikel 21 van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/10/2000 pub. 16/12/2000 numac 2000036221 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XII-Ensor sluiten, worden de woorden "de eerste schooldag nadat" vervangen door de woorden "vanaf de dag waarop". Art. II.9. In hetzelfde decreet wordt een artikel 26bis/l ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 26bis/l. § 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs, indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De informatie over het huisonderwijs moet minstens de volgende elementen bevatten : 1° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;2° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;3° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;4° de periode wanneer het huisonderwijs zal plaatsvinden;5° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;6° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;7° en, de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een document ter beschikking stellen. In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie in te dienen : 1° Europese scholen;2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;4° scholen gelegen in het buitenland. § 2. In afwijking van de termijn, vermeld in paragraaf 1, kunnen de ouders van volgende leerplichtigen steeds een verklaring van huisonderwijs en bijhorende informatie over het huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap : 1° leerplichtigen die zich in de loop van een schooljaar domiciliëren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;2° leerplichtigen die in de loop van een schooljaar naar het buitenland gaan, maar gedomicilieerd blijven in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;3° leerplichtigen die begeleid worden door een centrum voor leerlingenbegeleiding en indien dat centrum voor leerlingenbegeleiding na de nodige informatie door de ouders, geen gemotiveerd bezwaar indient tegen het starten met huisonderwijs, binnen de tien werkdagen nadat het betrokken centrum voor leerlingenbegeleiding op de hoogte werd gesteld van de verklaring.» . Art. II.10. In hetzelfde decreet wordt een artikel 26bis/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 26bis/2. § 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs zijn verplicht de leerplichtige in te schrijven bij de examencommissie met het oog op het verkrijgen van een getuigschrift Basisonderwijs als vermeld in artikel 56, uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige elf jaar is geworden voor 1 januari. Als de leerplichtige zich niet tijdig aandient bij de examencommissie of na maximaal twee pogingen en uiterlijk in het schooljaar waarin hij of zij dertien jaar is geworden voor 1 januari het getuigschrift Basisonderwijs niet verkrijgt, moeten de ouders de leerplichtige inschrijven, hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen : 1° Europese scholen;2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;4° scholen gelegen in het buitenland. § 2. In afwijking van paragraaf 1 moeten ouders van de volgende leerplichtigen, de leerplichtige niet inschrijven bij de examencommissie : 1° leerplichtigen aan wie een centrum voor leerlingenbegeleiding uitdrukkelijk een vrijstelling geeft voor het examen, vermeld in paragraaf 1;2° indien de leerplichtige in het bezit is van een individuele gelijkwaardigheidsbeslissing met minstens het niveau van het basisonderwijs;3° leerplichtigen die ingeschreven zijn in één van volgende scholen : a) Europese scholen;b) internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;c) internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;d) scholen gelegen in het buitenland.» . Art. II.11. In artikel 26ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten1 en gewijzigd bij de decreten van 22 juni 2007 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 1 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « De regering legt de criteria vast op basis waarvan deze controle gebeurt.» ; 2° in paragraaf 3 worden de woorden "in een school die hetzij erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, hetzij erkend door een andere overheid van het land waarin de school gelegen is, hetzij onderwijs organiseert dat door de Vlaamse Gemeenschap als gelijkgesteld met of gelijkwaardig aan door haar erkend onderwijs wordt beschouwd" vervangen door de woorden "hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen : 1° Europese scholen;2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;4° scholen gelegen in het buitenland.» . Art. II.12. In hetzelfde decreet wordt een artikel 26quater/l ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 26quater/1. De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan. » . Art. II.13. Aan artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 8 mei 2009 en 1 juli 2011, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. De regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van lestijden tijdelijk onderwijs aan huis, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan. De betrekkingen die worden ingericht op basis van de lestijden, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.14. In artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 2 april 2004, 20 maart 2009, 8 mei 2009, 1 juli 2011, 25 november 2011 en 21 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, 3°, tweede lid, worden aan de eerste zin de woorden "en dat de ouders positief staan ten aanzien van extra initiatieven en maatregelen die de school neemt om de taalachterstand van hun leerlingen weg te werken" toegevoegd;2° in paragraaf 3, 9°, tweede lid, worden aan de eerste zin de woorden "en dat de ouders positief staan ten aanzien van extra initiatieven en maatregelen die de school neemt om de taalachterstand van hun leerlingen weg te werken" toegevoegd. Art. II.15. In artikel 37quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. II.16. In artikel 37sexies, § 3, vijfde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. II.17. Aan artikel 37novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het vierde lid is een schoolbestuur niet verplicht om voor zijn scholen voor type 5 de capaciteit te bepalen.» ; 2° in paragraaf 5 wordt punt 6° vervangen als volgt : « 6° voor de toelating van leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, vermeld in paragraaf 1, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit, vermeld in paragraaf 1.» . Art. II.18. In artikel 37vicies bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° eerst de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit;". Art. II.19. In artikel 37vicies ter, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° eerst de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit;»; 2° in paragraaf 2 wordt in het eerste en in het tweede lid telkens de laatste zin vervangen door een nieuwe zin, die luidt als volgt : « In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 37sexies, § 3, niet binnen de groep aangemelde leerlingen van dezelfde leefeenheid als vermeld in artikel 37quater of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 37quinquies.» ; 3° in paragraaf 2 worden in het eerste en in het tweede lid telkens de woorden "leerlingen van eenzelfde leefeenheid als vermeld in artikel 37ter" vervangen door de woorden "leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 37quater.» . Art. II.20. In artikel 37vicies quater, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid wordt tussen de woorden "combinatie van ordeningscriteria" en de woorden "eerstvolgend gerangschikte leerling", de volgende zinsnede ingevoegd : « , en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met inachtname van artikel 37sexies, § 4, »;2° in het achtste lid wordt tussen de woorden "combinatie van ordeningscriteria" en de woorden "eerstvolgend gerangschikte leerlingen" de volgende zinsnede ingevoegd : « , en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met inachtname van artikel 37sexies, § 4, ». Art. II.21. In artikel 37vicies quinquies, § 2, 5°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de woorden "kinderen uit één leefeenheid" vervangen door de woorden "leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit". Art. II.22. In artikel 43 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten4 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Het leergebied Frans is verplicht in het vijfde en zesde jaar gewoon lager onderwijs. Het leergebied Frans kan aangeboden worden vanaf het eerste jaar gewoon lager onderwijs in de scholen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en, op voorwaarde dat de leerlingen de onderwijstaal voldoende beheersen, vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs in de scholen buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. » ; 2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Taalinitiaties in het Frans, Engels en Duits behoren facultatief tot het onderwijsaanbod van het gewoon basisonderwijs. Als een taalinitiatie als vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, wordt eerst taalinitiatie in het Frans aangeboden. » . Art. II.23. In artikel 45 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. De leerplannen voor godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de bekrachtigde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. » . Art. II.24. In artikel 46 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en van 14 februari 2003, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In het handelingsplan opgenomen ontwikkelingsdoelen met betrekking tot godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing zijn gebaseerd op de overeenkomstige leerplannen en zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder. » . Art. II.25. In artikel 57ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten1, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs bedraagt 90 euro per aanvraag en per studiebewijs. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2013. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal. De Vlaamse Regering kan het bedrag verminderen voor specifieke doelgroepen. Voor asielzoekers, vluchtelingen en subsidiair-beschermden is de behandeling van de erkenningsaanvraag gratis. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor een versnelde procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen. De Vlaamse Regering kan het bedrag dan vermeerderen tot maximaal 500 euro indien de houder van het buitenlands studiebewijs opteert voor deze versnelde procedure. » . Art. II.26. In artikel 64 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 8 mei 2009, worden de woorden "van een school of een vestigingsplaats" vervangen door de zinsnede "van een school, een vestigingsplaats, een onderwijsniveau of een type in een vestigingsplaats". Art. II.27. Artikel 91 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten8, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 91.§ 1. Regelmatige leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die gewoon gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs volgen, kunnen speciale onderwijsleermiddelen ter beschikking krijgen. § 2. Indien deze speciale onderwijsleermiddelen, vermeld in paragraaf 1, de vorm aannemen van tolken Vlaamse Gebarentaal of schrijftolken, dan moet de leerling beantwoorden aan een van de onderstaande criteria : a) via een tonaal audiometrische test een verlies aantonen van 70 dB of meer aan beide oren, voor de zuivere toonstimuli van 500, 1000 of 2000 Hz (gemiddelde waarde Fletcher-index) en/of een verlies van 70 dB of meer aan het beste oor voor de zuivere toonstimuli van 1000, 2000 en 4000 Hz (gemiddelde waarde);b) bij een gemiddeld verlies van minder dan 70 dB, via een vocaal audiometrische test minder dan 30 % herkende woorden scoren bij optimale versterking (categorie 4 in de BIAP-classificatie). Het audiometrisch bewijs of audiogram dient te worden verstrekt door een erkend revalidatiecentrum of -dienst of door een erkende universitaire dienst voor audiometrisch onderzoek. Indien de vraag voor een speciaal onderwijsleermiddel een vraag voor ondersteuning door een tolk Vlaamse Gebarentaal of een schrijftolk is, wordt bij de aanvraag aangetoond dat de betrokken leerling voldoende de Vlaamse Gebarentaal beheerst of over voldoende leesvaardigheden beschikt om op een zinvolle manier van de ondersteuning door een tolk gebruik te maken. § 3. Indien deze speciale onderwijsleermiddelen, vermeld in paragraaf 1, de vorm aannemen van tolken Vlaamse Gebarentaal of schrijftolken, dan bepaalt de Vlaamse Regering : 1° het per schooljaar en academiejaar totaal beschikbaar urenpakket voor tolken Vlaamse Gebarentaal en voor schrijftolken;2° de procedure voor de aanvraag en toekenning van de schrijftolken en tolken Vlaamse Gebarentaal bij het Agodi;het Agodi zal hiertoe eveneens een intern beroep voorzien; 3° de diplomavoorwaarden voor de tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken;4° de te indexeren loonkost voor de tolken Vlaamse Gebarentaal en de loonkost voor de schrijftolken. § 4. Indien deze speciale onderwijsleermiddelen, vermeld in paragraaf 1, de vorm aannemen van tolken Vlaamse Gebarentaal, dan verleent de Vlaamse Regering voor de realisatie van de tolkuren voor tolken Vlaamse Gebarentaal een subsidie aan een door de Vlaamse Regering te bepalen centraal tolkenbureau, op voorwaarde dat dat laatste zich engageert om : 1° als bemiddelaar op te treden tussen de aanvrager en de tolken Vlaamse Gebarentaal, met inbegrip van het verlenen van bijstand bij het opmaken van het aanvraagdossier, het toewijzen van een tolk, rekening houdend met de specifieke noden en wensen van de aanvrager en het aanbod, het opmaken en bijhouden van tolkenlijsten en van prestatiebladen van de erkende tolken voor doven en slechthorenden, het uitbetalen van de tolken op basis van hun prestaties, het uitbetalen van de verplaatsingsvergoedingen van de tolken en het jaarlijks rapporteren omtrent de activiteiten;2° als klachtenbemiddelaar op te treden omtrent de tolkendienstverlening in het algemeen en misbruiken aan de klachtencommissie te signaleren, overeenkomstig artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 houdende vaststelling van de regels volgens dewelke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de kosten van bijstand door tolken voor doven en slechthorenden ten laste neemt;3° voldoende uitgerust te zijn om : - te kunnen voorzien in optimale bereikbaarheid ten behoeve van gebruikers en hiervoor over een aangepast oproepsysteem te beschikken; - te kunnen voorzien in een optimale dienstverlening ten behoeve van gebruikers en hiervoor een online overzicht voor opvolging van de beschikbare tolkuren ter beschikking te stellen; - te kunnen voorzien in inspraak in de aanwending van de tolkuren door de ouders. De subsidie van de Vlaamse Regering, vermeld in het eerste lid, bestaat uit een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal werkingsmiddelen voor de overheadkost voor het door de Vlaamse Regering te bepalen centraal tolkenbureau, aangevuld met de lonen en verplaatsingskosten, bestemd voor de tolken Vlaamse Gebarentaal. § 5. De procedure voor de aanvraag en toekenning en het intern beroep en de werking van het door de Vlaamse Regering te bepalen centraal tolkenbureau worden om de drie jaar geëvalueerd. De eerste evaluatie vindt plaats gedurende het schooljaar 2015-2016. Tijdens deze evaluatie wordt de betrokkenheid van de doelgroep verzekerd. § 6. Indien deze speciale onderwijsleermiddelen een andere vorm aannemen dan hetgeen vermeld is onder paragraaf 2 tot en met 5, dan bepaalt de Vlaamse Regering de procedure voor de aanvraag en de criteria voor toekenning van deze middelen. » . Art. II.28. In artikel 103, § lbis, van hetzelfde decreet worden tussen het woord "er" en het woord "nog" de woorden "binnen de provincie" ingevoegd. Art. II.29. Aan artikel 125duodecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten2, vervangen bij het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006 en van 8 mei 2009, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5. De betrekkingen die worden ingericht op basis van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.30. Aan artikel 125duodecies1, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten1, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten4 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 17 juni 2011, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van de overeenkomstig deze paragraaf aangewende punten komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.31. Aan artikel 137quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten8, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als de regering bepaalt dat lestijden volgens de schalen kunnen worden omgezet in uren kinderverzorging, dan komen de betrekkingen die worden ingericht op basis van deze omgezette lestijden niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.32. Aan artikel 138, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 juni 2002, 7 juli 2006, 4 juli 2008 en 6 juli 2012, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van de lestijden voor het permanent onderwijs aan huis in het buitengewoon onderwijs komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.33. Aan artikel 141, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten8, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van herberekende lestijden komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.34. In artikel 144 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten9, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van overgedragen of herverdeelde lestijden komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.35. In artikel 146 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten1, wordt aan paragraaf 2 een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van deze bijkomende lestijden komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.36. Aan artikel 153sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten2 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 22 juni 2007, 4 juli 2008, 8 mei 2009 en 21 december 2012, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6. De betrekkingen die worden ingericht op basis van de overeenkomstig de paragrafen 4 en 5 aangewende punten komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.37. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IX, afdeling 3bis, het opschrift "Onderafdeling B. - Zorgbeleid" vervangen door "Onderafdeling B. - Zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid". Art. II.38. Artikel 153septies van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 153septies.Elke school in het gewoon basisonderwijs voert een zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid met het oog op de optimale leer- en ontwikkelingskansen van alle leerlingen. Binnen de haar toegekende omkadering zorgt de school voor : 1° de coördinatie van alle zorg- en gelijke onderwijskanseninitiatieven op het niveau van de school en in voorkomend geval afstemming met het beleid ter zake van de scholengemeenschap;2° het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel;3° het begeleiden van leerlingen;4° de bevordering van de kleuterparticipatie.» . Art. II.39. Aan artikel 153undecies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten7, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van de vervangingseenheden komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.40. In artikel 155 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 7 juli 2006, 4 juli 2008, 8 mei 2009, 1 juli 2011 en 29 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van de bijkomende lestijden of bijkomende uren komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.» ; 2° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van de bijkomende lestijden of bijkomende uren komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.» . Art. II.41. Artikel 172bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten2 en gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten4, wordt opgeheven. Art. II.42. In artikel 173quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten0, wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 worden er, voor het schooljaar (X, X+1), ook voor de scholen voor gewoon basisonderwijs die op basis van artikel 132, § 1, tellen, bijkomende lestijden volgens de schalen toegekend op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar op voorwaarde dat de scholen liggen in een gemeente die op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar X niet meer voldeed aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 1, maar op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar X-1 wél voldeed aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 1. » . Art. II.43. In artikel 173quinquies/l van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten8, wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 worden er, voor het schooljaar (X, X+1), ook aan de scholen voor kleuteronderwijs die op basis van artikel 132, § 1, tellen, en die deel uitmaken van een schoolbestuur, of voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft van een scholengroep zoals bepaald in het bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998, dat een stijging van 12 kleuters kent op de eerste schooldag van oktober van het kalenderjaar X in vergelijking met de eerste schooldag van oktober van het kalenderjaar X-1, bijkomende lestijden volgens de schalen voor het kleuteronderwijs toegekend op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar op voorwaarde dat de scholen liggen in een gemeente die op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar X niet meer voldeed aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 1, maar op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar X-1 wél voldeed aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 1. » . Art. II.44. Aan artikel 194octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten8, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrekkingen die worden ingericht op basis van deze sociale maatregel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. » . Art. II.45. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013. Artikel II.4, II.5, II.19, 2° en II.20 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012. Artikel II.2, II.3, II.7, II.14 en II.22 treden in werking op 1 september 2014. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs Art. III.1. In artikel 2, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011 en 25 november 2011, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De artikelen 110/1 tot en met 110/27 gelden niet voor het hoger beroepsonderwijs. » . Art. III.2. In artikel 3 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011, 25 november 2011 en 21 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 15° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 15° /1 huisonderwijs : - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of centrum; - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van één van volgende regelingen : 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan;2° het koninklijk besluit van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd; 3° het koninklijk besluit van 12 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2009 pub. 18/11/2009 numac 2009009782 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;"; 2° in punt 17° /1 wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit";3° er wordt een punt 17° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 17° /2 leerlingenstage : een vorm van opleiding : a) buiten een vestigingsplaats van de school;b) in een reële arbeidsomgeving bij een werkgever;c) onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers van die werkgever;d) waarbij effectieve arbeid wordt verricht; e) met de bedoeling beroepservaring op te doen;"; 4° punt 22° wordt opgeheven;5° in punt 33° wordt de volgende zinsnede toegevoegd : « , in het kader van de ordening van een rationeel onderwijsaanbod, eventueel onderbouwd door een lokaal structuurplan.» ; 6° in punt 35° worden de woorden "numerieke toename" vervangen door het woord "wijziging";7° aan punt 35°, b), wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « De heroprichting van een structuuronderdeel na onderbreking ten gevolge van een tijdelijk project als bedoeld in het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/03/2002 pub. 01/03/2002 numac 2002009205 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd sluiten6 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs, wordt evenwel niet als programmatie beschouwd;»; 8° in punt 42° wordt de zinsnede ", een studiegebied en een vestigingsplaats" vervangen door de zinsnede "en een studiegebied". Art. III.3. In artikel 21 van dezelfde codex wordt aan paragraaf 2 de volgende zinsnede toegevoegd : « of indien de leden van het onderwijzend personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledig schooljaar. » . Art. III.4. In artikel 25 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden de voorlaatste en de laatste zin opgeheven;2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de voorlaatste en de laatste zin opgeheven. Art. III.5. In artikel 26, paragraaf 2, tweede lid, van dezelfde codex worden de voorlaatste en de laatste zin opgeheven. Art. III.6. In artikel 28, paragraaf 2, tweede lid, van dezelfde codex worden de voorlaatste en de laatste zin opgeheven. Art. III.7. Artikel 102 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : « Art. 102.Elke ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiëring wordt teruggevorderd van het schoolbestuur. Een ten onrechte uitbetaald salarisgedeelte wordt evenwel teruggevorderd van het betrokken personeelslid indien het schoolbestuur niet verantwoordelijk is voor de onterechte uitbetaling. De terugvordering van ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiëring aan of voor rekening van het schoolbestuur kan ook gebeuren door inhouding op het nog uit te betalen werkingsbudget. » . Art. III.8. Artikel 104 van dezelfde codex wordt opgeheven. Art. III.9. In artikel 110/3 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. III.10. In artikel 110/5, § 3, vijfde lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. III.11. In artikel 110/9 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het derde lid is een schoolbestuur niet verplicht om voor zijn scholen voor type 5 de capaciteit te bepalen.» ; 2° in paragraaf 5 wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° voor de toelating in een school in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs van leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, vermeld in paragraaf 1, en slechts een van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit, vermeld in paragraaf 1.» . Art. III.12. In artikel 110/15, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2001 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt tussen de zinsnede "artikel 110/10" en de zinsnede "of 110/11" de zinsnede ", § 2," ingevoegd. Art. III.13. In artikel 110/22, § 1, 1°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. III.14. In artikel 110/23 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt in punt 1° het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit";2° in paragraaf 2 wordt in het eerste en in het tweede lid telkens de laatste zin vervangen door wat volgt : « In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 110/5, § 3, niet binnen de groep aangemelde leerlingen van dezelfde leefeenheid als vermeld in artikel 110/3 of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school als vermeld in artikel 110/4.» ; 3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit";4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. III.15. In artikel 110/24, paragraaf 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden aan de laatste zin na de woorden "combinatie van ordeningscriteria" de volgende woorden ingevoegd : « , en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met inachtname van artikel 110/5, § 4, »;2° in het achtste lid worden aan de eerste zin na de woorden "combinatie van ordeningscriteria" de volgende woorden ingevoegd : « , en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met inachtname van artikel 110/5, § 4, ». Art. III.16. In artikel 110/25, § 2, 5°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten4 en vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, wordt het woord "leefeenheid" vervangen door het woord "leefentiteit". Art. III.17. In deel III, titel 2, van dezelfde codex wordt een hoofdstuk 1/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK 1/ 3. - Huisonderwijs". Art. III.18. In dezelfde codex wordt in hoofdstuk 1/3 een artikel 110/28 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art 110/28. Aan de leerplicht kan eveneens worden voldaan door het verstrekken van huisonderwijs. Ouders die opteren voor huisonderwijs, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan de volgende minimumeisen : 1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen.» . Art. III.19. In dezelfde codex wordt in hoofdstuk 1/3 een artikel 110/29 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 110/29.§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs, indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Die informatie over het huisonderwijs moet minstens de volgende elementen bevatten : 1° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;2° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;3° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;4° de periode wanneer het huisonderwijs zal plaatsvinden;5° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;6° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;7° de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een document ter beschikking stellen. In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van huisonderwijs met bijhorende informat …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.