Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs
Kort samengevat
Dit decreet regelt de status van directeurs in het onderwijs dat georganiseerd of gesubsidieerd wordt door de Franse Gemeenschap, met een focus op hun taken en de opleiding die zij moeten volgen. Het definieert de rol van de directeur en de verschillende onderwijstypes waarop dit decreet van toepassing is.
Wat het regelt
- De algemene en specifieke opdrachten van directeurs in diverse onderwijsniveaus.
- De eerste opleiding die directeurs moeten volgen om hun taken te kunnen uitoefenen.
- De inhoud van deze opleiding, onderverdeeld in relationele, administratieve/materiële/financiële en pedagogische/educatieve zaken.
- De organisatie van de opleiding, die een gemeenschappelijk deel en een netspecifiek deel omvat.
Wie het aanbelangt
- Directeurs van kleuter-, lager, basis-, secundair, gewoon, gespecialiseerd, alternerend, en kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan, alsook onderwijs voor sociale promotie, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
- Personeelsleden die deel uitmaken van het opvoedingsteam in deze onderwijsinstellingen.
Kernpunten
- Een "directeur" is een personeelslid dat titularis is van een bevorderingsambt als directeur in de genoemde onderwijstypes.
- De directeur voert het pedagogisch project van de inrichtende macht uit binnen het onderwijsbeleid van de Franse Gemeenschap.
- De directeur heeft de algemene bevoegdheid voor de organisatie van de inrichting en beheert het opvoedingsteam, de relaties met leerlingen, ouders en derden, en de administratieve, materiële en financiële zaken.
- De eerste opleiding voor directeurs omvat 60 uren en bestaat uit drie modules gericht op relationele, administratieve/materiële/financiële en pedagogische/educatieve bevoegdheden.
Wettekst
2 FEBRUARI 2007. - Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemen
bedoeld in hoofdstuk III van deze titel. In het gesubsidieerd onderwijs, oefent de directeur zijn algemene opdracht en zijn specifieke opdrachten uit volgens het mandaat dat hem door de inrichtende macht wordt toegekend. Dit wordt bepaald in het
bedoeld in hoofdstuk III van deze titel. § 2. De directeur moet alles in het werk stellen om de in dit hoofdstuk bedoelde opdrachten zo goed mogelijk uit te oefenen met inachtneming van het hem toegewezen
en binnen de perken van de middelen die hem ter beschikking worden gesteld. Afdeling II. - Algemene opdracht Art. 4.De directeur voert binnen de inrichting het pedagogisch project van zijn inrichtende macht uit binnen het kader van het onderwijsbeleid van de Franse Gemeenschap. In het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, is de directeur de geschikte contactpersoon en medewerker van de diensten van de Regering en van de algemene inspectiedienst. In het gesubsidieerd onderwijs is de directeur de vertegenwoordiger van de inrichtende macht bij de diensten van de Regering en de algemene inspectiedienst. Art. 5.De directeur heeft de algemene bevoegdheid voor de organisatie van de inrichting. Hij onderzoekt regelmatig de toestand van de inrichting en zorgt voor de nodige aanpassingen. Art. 6.In het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, oefent de directeur van een verbonden kleuter-, lagere of basisschool, zijn opdrachten uit onverminderd de opdrachten die toegewezen zijn aan de directeur van de inrichting waarmee zijn school verbonden is. Afdeling III. - Specifieke opdrachten Onderafdeling I. - Relationele zaken Art. 7.De directeur neemt het beheer en de coördinatie van het opvoedingsteam waar. In dit kader organiseert hij inzonderheid de diensten van het geheel van het personeel, coördineert zijn werk en wijst hem doelstellingen toe op grond van zijn bevoegdheid en van de teksten die zijn opdrachten regelen. Daartoe wekt hij ploeggeest op, zorgt hij voor de ontwikkeling van communicatie en dialoog met het geheel van de actoren van de schoolinrichting en beheert hij de conflicten. Hij zorgt eveneens voor het onthaal en de integratie van de nieuwe personeelsleden, alsook voor de begeleiding van de personeelsleden die moeilijkheden ondervinden. Hij moedigt de deelneming van de personeelsleden aan de verplichte of vrijwillige opleiding gedurende de loopbaan aan en beheert die. Art. 8.De directeur is verantwoordelijk voor de betrekkingen van de schoolinrichting met de leerlingen, de ouders en derden. In dit opzicht zorgt de directeur er inzonderheid voor het onthaal en de dialoog ten aanzien van de leerlingen, de ouders en derden te ontwikkelen. Hij beoogt de integratie van alle leerlingen, werkt hun goede oriëntatie in de hand en moedigt de ontwikkeling van hun uiting als burger aan. Hij doet het huishoudelijk reglement van de schoolinrichting naleven, en treft, in voorkomend geval, de nodige maatregelen. Art. 9.De directeur vertegenwoordigt zijn inrichting in het kader van haar externe betrekkingen. Daartoe probeert hij, binnen de perken van zijn mogelijkheden, die betrekkingen te onderhouden en aan te moedigen, en neemt hij de public relations van zijn school waar. Hij zorgt voor de coördinatie van de acties die te voeren zijn met inzonderheid de psycho-medische-sociale centra en kan partnerschapsverbanden ontwikkelen. Hij kan ook contacten met de plaatselijke economische en sociaal-culturele wereld aanknopen, eveneens met instellingen voor jeugdbescherming, hulpverlening aan het kind en de jeugd. In het onderwijs voor sociale promotie kan hij verzocht worden om samen te werken met het geïntegreerde stelsel voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces, om overeenkomsten te sluiten met partners en deel te nemen aan de werkzaamheden van de instanties bedoeld bij het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie. Onderafdeling II. - Administratieve, materiële en financiële zaken Art. 10.De directeur legt de dienstregelingen en de bevoegdheden van de personeelsleden vast in het kader van de bestaande wetgeving. Hij beheert de dossiers van de leerlingen en van de personeelsleden. Hij zorgt, in voorkomend geval, voor de goede werking van de overlegorganen en de klassenraden bepaald bij de wetten, decreten en verordeningen. De directeur beheert de materiële en financiële middelen van de inrichting. In het gesubsidieerd onderwijs doet hij dit naar gelang van de omvang van het mandaat dat hem door de inrichtende macht wordt toevertrouwd. Hij staat bovendien in voor de toepassing van de veiligheids- en hygiënemaatregelen binnen de inrichting. Onderafdeling III. - De pedagogische en educatieve zaken Art. 11.De directeur beheert de schoolinrichting op pedagogisch en educatief vlak. Daartoe voert hij het pedagogisch en educatief beleid van de inrichting en kijkt hij na of de leden van het opvoedingsteam de gepaste gedragingen, methoden en middelen aanwenden. Hij past het inrichtingsproject toe, stuurt en werkt het bij. De directeur vergewist zich van de overeenstemming tussen de leervakken, het referentiesysteem voor de basisvaardigheden, de eindvaardigheden, de opleidingsprofielen en de pedagogische programma's of dossiers. Hij zorgt voor de goede organisatie van de evaluaties die met een getuigschrift worden bekrachtigd en van de externe evaluaties binnen de school. Met eerbiediging van de vrijheid inzake pedagogische methoden, werkt de directeur met de algemene inspectiedienst en de andere pedagogische diensten mee. HOOFDSTUK II. - Eerste opleiding van directeurs Afdeling I. - Doel van de eerste opleiding van de directeurs Art. 12.De eerste opleiding van de directeur heeft tot doel hem de mogelijkheid te verschaffen om de bevoegdheden te verwerven die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de in hoofdstuk I bepaalde opdrachten. Art. 13.Voor de uitoefening van de relatieopdrachten, heeft de opleiding van de directeur tot doel bij hem relatievaardigheden te ontwikkelen, inzonderheid het Human Resources Management. Art. 14.Voor de uitoefening van de opdrachten in verband met de administratieve, materiële en financiële zaken, heeft de opleiding van de directeur tot doel hem de mogelijkheid te verschaffen om de bekwaamheid tot het beheersen van de wetgevings- en verordeningszaken en tot het administratief, logistiek en financieel beheer van de school of de inrichting te ontwikkelen. Art. 15.Voor de uitoefening van de opdrachten in verband met de pedagogische en educatieve zaken, heeft de opleiding van de directeur die zijn opdrachten in het leerplichtonderwijs uitoefent, tot doel, hem de mogelijkheid te bieden om de pedagogische vaardigheden te ontwikkelen, en heeft inzonderheid betrekking op de algemene doelstellingen van het onderwijs, de uitvoering ervan, het referentiesysteem voor de basisvaardigheden, de eindvaardigheden, de opleidingsprofielen, de transversale bevoegdheden, de gedifferentieerde pedagogie, de opleidingsevaluatie en de evaluatie die met een getuigschrift wordt bekrachtigd, de bekrachtiging van de studies, alsook op de huidige stromingen inzake pedagogie, het gespecialiseerd onderwijs en het onderwijs met beperkt leerplan, de positieve discriminatie, het voorkomen van geweld, de problematiek van meerderjarige leerlingen, de evaluatie van een pedagogische actie en van de efficiëntie van de personeelsleden. De inhoud en de thema's van de opleiding worden aangepast, volgens het onderwijsniveau van het betrokken ambt van directeur. Voor de uitoefening van de opdrachten in verband met de pedagogische en educatieve zaken, heet de opleiding van de directeur die zijn ambt in het onderwijs voor sociale promotie uitoefent, tot doel hem de mogelijkheid te bieden om pedagogische vaardigheden te verwerven, en heeft inzonderheid betrekking op de algemene doelstellingen van het onderwijs voor sociale promotie, de uitvoering ervan, het referentiesysteem voor de basisvaardigheden, de transversale bevoegdheden, de aan de volwassenen aangepaste pedagogie (andragogie), de kennis van de psychologie van de jonge volwassene en van de volwassene, de positieve discriminatie, het voorkomen van geweld, de evaluatie van een pedagogische actie en de kennis van het arbeidsproces en van de beroepen. Voor de uitoefening van de opdrachten in verband met de pedagogische en educatieve zaken, heeft de opleiding van de directeur die zijn ambt in het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan uitoefent, tot doel hem de mogelijkheid te bieden om pedagogische vaardigheden te verwerven, en heeft inzonderheid betrekking op de doelstellingen van het kunstonderwijs, de uitvoering ervan, het referentiesysteem voor de basisvaardigheden, de transversale bevoegdheden, de evaluaties, de huidige stromingen van de pedagogie en van de kunstcreatie, multidisciplinariteit, transdisciplinariteit, kunstgeschiedenis, kunstfilosofie, ethiek, de kennis van de psychologie van het kind, de adolescent en de volwassene, de positieve discriminatie, het voorkomen van geweld en de evaluatie van een pedagogische actie en het al dan niet doeltreffend zijn van de personeelsleden. Afdeling II. - Organisatie van de opleiding van de directeurs en uitreiking van de getuigschriften ter bekrachtiging ervan Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 16.De eerste opleiding van de directeurs omvat twee luiken : 1° een luik dat alle netten gemeen is;2° een luik dat eigen is aan elk net of aan elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten. Art. 17.§ 1. De opleiding die betrekking heeft op het luik dat alle netten gemeen is, telt 60 uren. Ze bestaat uit drie modulen voor de verwerving van :
- a)de bevoegdheden in verband met de relationele zaken, zoals bedoeld in artikel 13;
- b)de bevoegdheden in verband met de administratieve, materiële en financiële zaken die alle netten gemeen zijn, bedoeld in artikel 14;
- c)de bevoegdheden in verband met de pedagogische en educatieve zaken die alle netten gemeen zijn, dit zijn, voor het leerplichtonderwijs, inzonderheid het beheer van de rubrieken bepaald in de artikelen 6 tot 11, en in de artikelen 12 tot 16, 21 tot 24, 30, 34, 40 tot 42, 53, 54, 59 en 67 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, voor het onderwijs voor sociale promotie, inzonderheid de beheersing van de opdrachten die eigen zijn aan het onderwijs voor sociale promotie, zoals bepaald bij het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, en, voor het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan, inzonderheid de beheersing van de opdrachten en doelstellingen die behoren tot dat onderwijs, zoals bepaald in artikel 3 en in de §§ 2 en 3 van artikel 4 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. De module bedoeld bij het eerste lid, punt
- c)omvat tussen 30 en 40 uren. § 2. Op grond van een voorstel gedaan door het « Institut de la formation en cours de carrière » (Instituut voor de opleiding gedurende de loopbaan), bepaalt de Regering een opleidingsplan voor het luik dat alle netten gemeen is, houdende inzonderheid de volgende punten :
- a)de inhoud en de doelstellingen van de opleiding en de te verwerven bevoegdheden;
- b)de verdeling over de drie modules van het aantal opleidingsuren. Art. 18.§ 1. De opleiding in verband met het luik dat eigen is aan elk net of elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, omvat 60 uren. Ze bestaat uit twee modules voor de verwerving van :
- a)de bevoegdheden in verband met de administratieve, materiële en financiële zaken die specifiek zijn voor elk net of elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, bedoeld in artikel 14;
- b)de bevoegdheden in verband met de pedagogische en educatieve zaken bedoeld in artikel 15, als aanvulling van deze die bedoeld zijn in artikel 17, § 1, c), inzonderheid bevoegdheden die verband houden met de uitvoering van de educatieve en pedagogische projecten van de inrichtende macht of van het net waaronder ze ressorteert. De module bedoeld in het eerste lid, punt
- b)omvat tussen 30 en 40 uren. § 2. De vaste commissie bedoeld in artikel 22 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, en elk vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten of elke niet aangesloten inrichtende macht bepalen elk een opleidingsplan betreffende het luik bedoeld in § 1, dat de volgende punten vastlegt :
- a)de inhoud en de doelstellingen van de opleiding en de te verwerven bevoegdheden;
- b)de verdeling over de twee modules van het aantal opleidingsuren;
- c)de basiscriteria voor het uitreiken van de attesten ter bekrachtiging van de opleiding overeenkomstig artikel 21, § 1. Elk in deze paragraaf bedoelde opleidingsplan wordt, volgens door de Regering nader te bepalen regels, haar ter goedkeuring voorgelegd. Art. 19.De eerste opleiding van de directeur is kosteloos. Behalve als dit door haar inhoud vereist is, wordt ze buiten de normale werkingsuren van de schoolinrichtingen georganiseerd. De personeelsleden die een opleiding volgen, worden geacht als in dienstactiviteit zijnde. Art. 20.§ 1. Elke opleidingsmodule bedoeld in de artikelen 17 en 18 wordt afgesloten met een proef die door een slaagattest wordt bekrachtigd. § 2. Niemand mag zich voor één van de opleidingsmodules inschrijven indien hij op de datum van indiening van zijn aanvraag om deelneming niet of niet meer voldoet aan alle voorwaarden die vermeld zijn :
- a)naar gelang van het geval, in artikel 8, eerste lid, met uitsluiting van punt 6° van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, of in artikel 97, eerste lid, met uitzondering van punt 8° van het voormelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, voor de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap.De vereiste dienstanciënniteit, bedoeld in artikel 8, eerste lid, 2° van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, of in artikel 97, eerste lid, 3° van het voormelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, voor de inschrijving voor één van de opleidingsmodules, wordt echter vastgesteld op respectievelijk zes jaar of 1200 dagen;
- b)in artikel 57, 1° tot 3° van dit decreet, voor de personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs.De vereiste dienstanciënniteit, bedoeld in artikel 57, 1°, voor de inschrijving voor één van de opleidingsmodules, wordt echter vastgesteld op 5 jaar.
- c)in artikel 80, 1° tot 3° van dit decreet, voor de personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs.De vereiste dienstanciënniteit, bedoeld in artikel 80, 1°, voor de inschrijving voor één van de opleidingsmodules, wordt echter vastgesteld op vijf jaar. § 3. Alle kandidaten die een opleidingsmodule hebben gevolgd, krijgen een attest van deelname aan de lessen. Alleen de kandidaten die een attest voorleggen dat bewijst dat ze ten minste 75 % van de duur van de module hebben gevolgd, worden toegelaten tot de proef die deze bekrachtigt. § 4. De opleidingsmodule in verband met de relationele zaken en de proef ter bekrachtiging ervan worden gezamenlijk georganiseerd voor het geheel van de ambten van directeur bedoeld in artikel 2. De opleidingsmodules in verband met de administratieve, materiële en financiële zaken en met de pedagogische zaken en de proeven ter bekrachtiging ervan worden gezamenlijk georganiseerd voor de ambten van : 1° studieprefect, directeur en directeur in het secundair onderwijs van de lagere graad;2° directeur van een kleuterschool, directeur van een lagere school en directeur van een basisschool;3° directeur van een inrichting voor onderwijs voor sociale promotie.4° directeur in het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan. Art. 21.§ 1. Voor wat het luik betreft dat eigen is aan elk net of elke inrichtende macht, als deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, worden de opleidingsmodules bedoeld in artikel 18 § 1 respectievelijk bekrachtigd door de volgende proeven :
- a)een gesprek met betrekking tot de verwerving van de bevoegdheden in verband met de pedagogische en educatieve zaken bedoeld in artikel 15 als aanvulling van deze die bedoeld zijn bij artikel 17, § 1, c), en een mondelinge kritiek op een les.Voor de ambten van studieprefect, directeur, directeur in het secundair onderwijs van de lagere graad, directeur van een inrichting voor onderwijs voor sociale promotie en directeur van het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan, heeft de mondelinge kritiek op een les betrekking op een vak buiten de specialiteit van de kandidaat.
- b)een schriftelijke proef met een open boek voor de oplossing van concrete gevallen, met betrekking op de verwerving van bevoegdheden die specifiek zijn voor elk net of elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, voor de administratieve, materiële en financiële zaken bedoeld in artikel 14. § 2. Voor elke proef worden de kandidaten ofwel toegelaten, ofwel afgewezen. Er wordt geen rangschikking opgemaakt. § 3. De attesten tot bekrachtiging van het slagen voor de proeven bedoeld in artikel 20, § 1, hebben een geldigheidsduur van tien jaar. Onderafdeling II. - Organisatie en uitreiking van getuigschriften Art. 22.§ 1. De opleiding die alle netten gemeen is, wordt georganiseerd en met een getuigschrift bekrachtigd, op grond van het opleidingsplan dat door de Regering wordt opgemaakt op de voordracht van het « Institut de la formation en cours de carrière » (Instituut voor de opleiding gedurende de loopbaan van de Franse Gemeenschap) bedoeld in artikel 17, § 2, door de : 1° universiteiten;2° hogescholen;3° inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie. § 2. De opleiding die specifiek is voor elk net of elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, en de proeven tot bekrachtiging van de opleidingsmodules worden, op grond van het opleidingsplan dat door de Regering in artikel 18 § 2 wordt goedgekeurd, georganiseerd :
- a)door de Diensten van de Regering, op de voordracht van de vaste commissie bedoeld in artikel 22 van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, voor de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs;
- b)door de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten of door elke inrichtende macht die niet aangesloten is bij één van die organen, voor de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd onderwijs. Elk vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten kan zijn bevoegdheid voor de organisatie en de bekrachtiging met een getuigschrift van de bij deze paragraaf bedoelde opleiding delegeren aan één of meer bij dat orgaan aangesloten inrichtende macht(en). In dat geval neemt(nemen) de betrokken inrichtende macht(
- en)de in de volgende artikelen beschreven verplichtingen over van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten. Art. 23.§ 1. Voor de organisatie van de opleiding die eigen is aan elk net of aan elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, kan de Regering de volgende opleidingsoperatoren erkennen : 1. het Algemeen Bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek;2. het Algemeen Bestuur Onderwijspersoneel;3. de universiteiten;4. de hogescholen;5. de pedagogische scholen en hogere instituten;6. de inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie;7. de opleidingscentra van de netten; § 2. De Regering stelt de voorwaarden vast waaraan de opleidingsoperatoren bedoeld in § 1, 7. bovendien moeten voldoen, om hun bekwaamheid tot het verstrekken van opleidingen na te kijken. Die voorwaarden hebben inzonderheid betrekking op de ervaring van de operator, de opleidingen die het reeds heeft verstrekt, de professionele en financiële waarborgen die het biedt. § 3. Een personeelslid dat zijn ambt uitoefent bij een hogeschool of bij een inrichting voor onderwijs voor sociale promotie kan geen opleidingsluik volgen binnen die. Art. 24.De proeven die aanleiding geven tot het uitreiken van getuigschriften ter bekrachtiging van de opleidingsmodules worden ten minste één keer om de twee jaar georganiseerd. Art. 25.§ 1. Voor wat het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs betreft :
- a)voor de opleidingen georganiseerd door de opleidingsoperatoren bedoeld in artikel 23, § 1, punten 1.en 2., worden de attesten tot bekrachtiging van de proeven bedoeld in artikel 21, § 1 uitgereikt door examencommissies waarvan de samenstelling en de werking door de Regering worden vastgesteld.
- b)de opleidingen georganiseerd door de opleidingsoperatoren bedoeld in artikel 23, § 1, punten 3.tot 6. worden bekrachtigd door middel van getuigschriften uitgereikt door die opleidingsoperatoren.
- c)de personeelsleden die de slaagattesten behalen in verband met de vijf proeven van de modules bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1, zijn houder van het brevet in verband met het ambt zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, 6° van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten. § 2. Voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft,
- a)de opleidingen die eigen zijn aan elk net of elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten georganiseerd door de opleidingsoperatoren bedoeld in artikel 23, § 1, punten 3.tot 6., worden bekrachtigd door getuigschriften uitgereikt door die opleidingsoperatoren.
- b)voor de opleidingen die eigen zijn aan elk net of aan elke inrichtende macht, indien deze niet toetreedt tot een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten georganiseerd door de opleidingsoperatoren bedoeld in artikel 23, § 1, 7., stelt de Regering de voorwaarden vast en bepaalt de nadere regels volgens welke die opleidingsoperatoren de slaagattesten uitreiken.
- c)de personeelsleden die de slaagattesten behalen in verband met de vijf proeven van de modules bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1, zijn houder van het brevet in verband met het ambt, bestaande uit 5 slaagattesten die vereist zijn overeenkomstig de bepalingen van Titel III en van Titel VI, Hoofdstuk III van dit decreet. Art. 26.§ 1. Om rekening te houden met het geheel van de bevoegdheden die de kandidaten hebben, kunnen de organen die getuigschriften uitreiken bedoeld in artikel 22, § 1, ze vrijstellen van het volgen van één of meer module(
- s)van het gemeenschappelijke luik en de proeven in verband daarmee : 1° ofwel als zij houder zijn van een ander brevet betreffende een selectieambt of en bevorderingsambt;2° ofwel als zij het bewijs leveren dat zij gelijkwaardige opleidingen hebben gevolgd en, in voorkomend geval, ervoor zijn geslaagd. De personeelsleden die benoemd zijn in het ambt van provisor of onderdirecteur, directeur van het lager secundair onderwijs, onderdirecteur van het lager secundair onderwijs, werkplaatsleider of bestuurder, of die dat ambt tijdelijk hebben uitgeoefend gedurende 600 dagen, verdeeld over ten minste drie schooljaren, die houder zijn van het brevet dat georganiseerd wordt overeenkomstig het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten in verband met dat ambt, en die kandidaat zijn voor het ambt van studieprefect of directeur, worden geacht geslaagd te zijn voor het gemeenschappelijke luik van de opleiding, zoals bedoeld in artikel 17, § 1, a). § 2. De in artikel 23, § 1 bedoelde opleidingsoperatoren, alsook de Regering op de voordracht van de vaste commissie bedoeld in artikel 22 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, kunnen, volgens de in § 1 bedoelde voorwaarden, de kandidaten vrijstellen van het volgen van één of meer modules van het luik dat eigen is aan elk net en van de proeven in verband daarmee. Art. 27.De algemene inspectiedienst en de verificatiediensten worden, elk afzonderlijk, belast met de controle, volgens door de Regering nader te bepalen regels, op de uitwerking en toepassing, met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk, van de in de artikelen 17 en 18 bedoelde opleidingsplannen. Art. 28.Het « Institut de la formation en cours de carrière » (Instituut voor de opleiding gedurende de loopbaan van de Franse Gemeenschap), de vaste commissie bedoeld in artikel 22 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, de in artikel 22, § 1 bedoelde organen die met het uitreiken van getuigschriften belast worden, elk vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten en elke inrichtende macht die niet aangesloten is bij één van die organen, ieder afzonderlijk, brengen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, adviezen uit over de toepassing van de artikelen houdende organisatie van de opleidingen en proeven ter bekrachtiging ervan overeenkomstig dit hoofdstuk. Art. 29.Elk jaar zenden het « Institut de la formation en cours de carrière » (Instituut voor de opleiding gedurende de loopbaan van de Franse Gemeenschap), de vaste commissie bedoeld in artikel 22 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, elk vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten en elke inrichtende macht die niet aangesloten is bij één van die organen, elk afzonderlijk, aan de sturingscommissie opgericht bij het decreet van 27 maart 2002 betreffende de sturing van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap een evaluatieverslag over het organiseren van de eerste opleiding van de directeurs en het uitreiken van getuigschriften ter bekrachtiging ervan overeenkomstig dit hoofdstuk. De sturingscommissie kan, in haar jaarverslag, een advies uitbrengen of voorstellen doen aan de Regering betreffende de coherentie bij het organiseren van de eerste opleiding van de directeurs en het uitreiken van getuigschriften ter bekrachtiging ervan overeenkomstig dit hoofdstuk. HOOFDSTUK III. -
Art. 30.§ 1.
Zodra de directeur in dienst is getreden, wijst de Regering of de inrichtende macht hem een
toe. De Regering, op de voordracht van de commissie voor de evaluatie van de directeurs bedoeld in artikel 37, of de inrichtende macht, bepaalt er de opdrachten van de directeur en de prioriteiten die hem worden toegewezen, op grond van de behoeften van de inrichting waarin de directeur aangewezen is. Voordat het
wordt opgesteld, raadpleegt de evaluatiecommissie, door toedoen van één van zijn leden dat daartoe wordt aangesteld, het basisoverlegcomité in het net van de Franse Gemeenschap, raadpleegt de inrichtende macht de plaatselijke paritaire commissie in het gesubsidieerd officieel onderwijs, de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke overleginstantie of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging in het gesubsidieerd vrij onderwijs. Het ontwerp van
dat na die raadplegingen wordt opgesteld, wordt iedere kandidaat-directeur voorgesteld of, bij ontstentenis daarvan, aan het voorafgaande advies van de directeur onderworpen. § 2. In het gesubsidieerd onderwijs omvat het
een luik dat specifiek is voor de afvaardigingen van de inrichtende macht. Art. 31.§ 1. De duur van het
bedraagt 6 jaar. § 2. De inhoud van het
kan inzonderheid worden gewijzigd, op grond van de evolutie van de werking of van de behoeften van de inrichting vóór het einde van de geldigheidsduur ervan, ten vroegste na twee jaar, door de Regering of de inrichtende macht, ofwel op eigen initiatief, ofwel op aanvraag van de directeur. In afwijking van het eerste lid, kan de inhoud van het
van de stagedoende directeurs ten vroegste na 6 maanden worden gewijzigd. In afwijking van hetzelfde lid, kan de inhoud van het
vóór het einde van zijn geldigheidsduur worden gewijzigd, in onderlinge overeenstemming tussen de directeur en de Regering of de inrichtende macht. § 3. Voor elk nieuw
of elke wijziging ervan, moet de overlegprocedure bedoeld in artikel 30, § 1, derde lid, worden nageleefd. Art. 32.§ 1. In afwijking van artikel 30, § 1, eerste lid, kan de Regering of de inrichtende macht, als dit nodig is, een
toewijzen aan het personeelslid dat in het ambt van directeur tijdelijk wordt aangesteld. De Regering of de inrichtende macht wijst van ambtswege een
toe aan het personeelslid dat tijdelijk in het ambt van directeur wordt aangesteld voor een duur die gelijk is aan of hoger is dan één jaar, of waanneer de duur van de aanstelling ten minste één jaar bedraagt. § 2. Het in dit artikel bedoelde
kan tot doel hebben het
van de directeur die wordt vervangen te bevestigen of een nieuw document op te stellen. Als de Regering of de inrichtende macht meent dat het niet noodzakelijk is een nieuw
toe te wijzen aan het personeelslid dat tijdelijk in het ambt van directeur wordt aangesteld voor een duur die korter is dan één jaar, wordt het aan de directeur toegewezen
als bevestigd geacht. § 3. De in artikel 30, § 1, derde en vierde leden bedoelde procedure moet worden nageleefd als er een nieuw
wordt opgesteld overeenkomstig dit artikel. Artikel 31 is van overeenkomstig toepassing op dit laatste. HOOFDSTUK IV. - Verloop van de stage van de directeurs Art. 33.§
- Onverminderd § 3, duurt de stage van een directeur twee jaar. De toelating tot de stage voor het ambt van directeur kan enkel plaatsvinden als de betrekking van het toe te kennen ambt vacant is. Gedurende de periode van de stage, blijft het personeelslid titularis van de betrekking waarin het in vast verband benoemd of aangeworven is, in voorkomend geval, bij zijn oorspronkelijke inrichtende macht. Tenzij anders is bepaald, wordt het tot de stage toegelaten personeelslid gelijkgesteld met een personeelslid dat in vast verband in het ambt van directeur benoemd of aangeworven is. Gedurende de periode van zijn stage is de opleidingsverplichting die aan het personeelslid opgelegd wordt krachtens ofwel het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs, ofwel het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan, ofwel het decreet van 30 juni 1998 met betrekking tot de bijscholing van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie, ofwel het decreet van 15 maart 1999 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, specifiek gericht op zijn hoedanigheid van stagedoende directeur. §
- Op het einde van het eerste stagejaar evalueert de evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37, of de inrichtende macht, de stagedoende directeur. Voor de toepassing van het eerste lid, kan de inrichtende macht zich door deskundigen laten begeleiden. De evaluatie steunt op de uitvoering van het in hoofdstuk III bedoelde
en op de toepassing in de praktijk van de bevoegdheden verworven in het kader van de artikelen 13, 14 en 15. Voor de evaluatie wordt rekening gehouden met de globale context waarin de stagedoende directeur moet werken en met de middelen die hem ter beschikking worden gesteld. De Regering bepaalt de nadere regels volgens welke de evaluatie verloopt en stelt het model van het evaluatieverslag vast. De evaluatie leidt tot de toekenning van één van de volgende vermeldingen : 1° « gunstig »;2° « met voorbehoud »;3° « ongunstig ». Wanneer de evaluatie leidt tot de toekenning van de vermelding « met voorbehoud », is de vermelding die naar aanleiding van de volgende evaluatie wordt toegekend, ofwel « gunstig » ofwel « ongunstig ». De aan de stagedoende directeur toegekende vermelding wordt ter kennis van deze gebracht ofwel bij een aangetekend schrijven ofwel door de overhandiging van een schrijven met ontvangstbewijs. § 3.
- a)De stagedoende directeur die de vermelding « gunstig » heeft gekregen op het einde van het eerste stagejaar, wordt opnieuw geëvalueerd op het einde van het tweede stagejaar, volgens dezelfde nadere regels als in § 2. De directeur wordt in vast verband benoemd als het de vermelding « gunstig » krijgt op het einde van die tweede evaluatie. Op aanvraag van de directeur kan de stage in dat geval met één jaar worden verlengd door de Regering of de inrichtende macht. Er wordt van ambtswege een einde gemaakt aan de stage indien de directeur de vermelding « ongunstig » krijgt op het einde van die tweede evaluatie. De stage van de directeur wordt met zes maanden verlengd indien de directeur de vermelding « met voorbehoud » krijgt op het einde van de tweede evaluatie. In dat geval heeft een tweede evaluatie plaats op het einde van die periode De directeur wordt in vast verband benoemd of aangeworven indien het de vermelding « gunstig » krijgt op het einde van die laatste evaluatie. In dat geval kan de stage, op aanvraag van de directeur, echter met één jaar verlengd worden door de Regering of de inrichtende macht. Er wordt van ambtswege een einde aan de stage gemaakt indien de directeur de vermelding « ongunstig » krijgt op het einde van die laatste evaluatie.
- b)De stagedoende directeur die de vermelding « met voorbehoud » heeft gekregen op het einde van het eerste stagejaar, wordt opnieuw geëvalueerd op het einde van het tweede stagejaar, volgens dezelfde nadere regels als in § 2. De directeur wordt in vast verband benoemd of aangeworven indien hij de vermelding « gunstig » krijgt op het einde van die tweede evaluatie. In dat geval kan de stage echter, op aanvraag van de directeur, met één jaar verlengd worden door de Regering of de inrichtende macht. Er wordt van ambtswege een einde gemaakt aan de stage indien de directeur de vermelding « ongunstig » krijgt op het einde van die tweede evaluatie.
- c)Er wordt van ambtswege een einde gemaakt aan de stage van de stagedoende directeur die de vermelding « ongunstig » heeft gekregen op het einde van het eerste stagejaar. § 4. De toekenning van een vermelding « met voorbehoud » gedurende de stage kan de Regering of de inrichtende macht ertoe leiden het
aan te passen en de directeur opnieuw te wijzen op haar verwachtingen. § 5. De stagedoende directeur die een vermelding « ongunstig » toegekend krijgt, kan bij een aangetekend schrijven een bezwaarschrift indienen tegen die vermelding binnen de tien dagen na de kennisgeving ervan, naar gelang van het geval bij de raad van beroep die respectievelijk werd opgericht door :
- a)hoofdstuk IX, afdeling 2, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen;naar gelang van het geval wordt de stagedoende directeur gehoord door het 5e, 7e, 9e of 14e comité bedoeld in artikel 136 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;
- b)hoofdstuk X van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs;
- c)hoofdstuk IX, afdeling 3 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs. In het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs dient het personeelslid zijn beroep langs de hiërarchische weg in. In het gesubsidieerd onderwijs, geeft het de inrichtende macht onmiddellijk kennis van zijn beroep. De procedure- en werkingsregels bedoeld bij die bepalingen zijn van toepassing op het beroep georganiseerd krachtens deze paragraaf. Een lid van de raad van beroep mag niet deelnemen aan de werkzaamheden van deze laatste voor het onderzoek van een beroep ingesteld door de stagedoende directeur belast met de directie van de inrichting waarvoor het bestemd is. In dat geval wordt het, voor het onderzoek van dat beroep, vervangen door zijn plaatsvervanger. De in het eerste lid, a), b), of
- c)bedoelde raad van beroep brengt zijn advies respectief aan de Regering of aan de inrichtende macht uit binnen een maximumtermijn van één maand vanaf de datum van ontvangst van het beroep. De Regering of de inrichtende macht neemt haar beslissing en kent de evaluatievermelding aan de stagedoende directeur toe binnen een maximumtermijn van één maand te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het advies. § 6. In het gesubsidieerd vrij onderwijs, geeft de inrichtende macht de redenen voor het toekennen van een vermelding « ongunstig » aan de stagedoende directeur in de zin van artikel 3, § 11 van het voormelde decreet van 1 februari 1993. § 7. Onverminderd dit artikel, wordt het personeelslid niet als directeur in vast verband benoemd of aangeworven indien het uiterlijk op het einde van zijn stage geen titularis is van de vijf attesten voor het slagen voor de proeven bedoeld in artikel 20, § 1. In dat geval neemt het personeelslid zijn oorspronkelijke ambt en zijn oorspronkelijke affectatie definitief opnieuw waar. In de inrichtingen die minder dan 51 leerlingen tellen, indien het personeelslid op het einde van zijn stage niet houder is van de vijf attesten voor het slagen voor de proeven bedoeld in artikel 20, § 1, wordt de stage met hoogstens één jaar verlengd. Onverminderd de andere voorwaarden voor de benoeming of aanwerving in vast verband, kan het personeelslid als directeur in vast verband worden benoemd of aangeworven zodra het houder is van de vijf slaagattesten. Art. 34.§ 1. In het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, kan ieder personeelslid dat tot de stage wordt toegelaten of tijdelijk wordt aangeworven in een ambt van directeur, overeenkomstig artikel 35 te allen tijde van zijn aanwijzing afzien. In dat geval neemt het personeelslid zijn oorspronkelijke ambt en zijn oorspronkelijke affectatie definitief opnieuw waar en, behalve in behoorlijk met redenen omklede uitzonderlijke omstandigheden, pas voor een nieuwe affectatie worden aangesteld nadat het geantwoord heeft op een nieuwe oproep gedaan overeenkomstig artikel 35, § 1. In het gesubsidieerd onderwijs, kan te allen tijde een einde worden gemaakt aan de stage van de directeur op zijn aanvraag. In dat geval neemt het personeelslid zijn oorspronkelijke ambt en zijn oorspronkelijke affectatie definitief opnieuw waar. Indien de Regering of de inrichtende macht binnen de 30 kalenderdagen vanaf de datum van de aanvraag van het personeelslid niet gereageerd heeft, wordt die aanvraag als aanvaard geacht. § 2. De Regering of de inrichtende macht kan, met het oog op de continuïteit van het leidend ambt of om de stabiliteit van de pedagogische teams niet in het gedrang te brengen, het herstellen van het personeelslid in zijn oorspronkelijke ambt en oorspronkelijke affectatie uitstellen met hoogstens 6 maanden vanaf de datum van de aanvraag van het personeelslid of de beëindiging van ambtswege van de stage. Gedurende die termijn blijft de stagedoende directeur zijn ambt als directeur uitoefenen. § 3. In het gesubsidieerd vrij onderwijs, is dit hoofdstuk van toepassing onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VIII van het voormelde decreet van 1 februari 1993. TITEL III. - Bepalingen die specifiek zijn voor elk net HOOFDSTUK I. - Door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs Afdeling I. - Algemene voorwaarden voor de toegang tot en de toekenning van de betrekkingen van directeur Art. 35.Ten minste om de twee jaar verzoekt de Regering de personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 8, eerste lid, 1° tot 4°, van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, en, naar gelang van het betrokken ambt, aan de voorwaarden van artikel 9, 13 of 15 van hetzelfde decreet, om hun kandidatuur in te dienen, met vermelding van de inrichtingen waarvoor zij wensen geaffecteerd te worden. De bij het eerste lid bedoelde personeelsleden moeten houder zijn van ten minste 3 attesten voor het slagen voor de opleidingsmodules bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1. Het verzoekt eveneens, voor het onderwijs voor sociale promotie, de personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 97 van het voormelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, om hun kandidatuur in te dienen met vermelding van de inrichtingen waarvoor zij wensen te worden geaffecteerd. Voor elke gekozen inrichting, worden die kandidaten gerangschikt volgens het aantal slaagattesten waarvan zij houder zijn, dan volgens hun dienstanciënniteit. Ze worden, in de volgorde van die rangschikking, eerst in de vacante betrekkingen, en, bij ontstentenis daarvan, in andere beschikbare betrekkingen aangesteld. De kandidaten mogen geen prioriteiten aangeven onder de inrichtingen waarvoor ze wensen te worden geaffecteerd. Worden eveneens verzocht om te antwoorden op die oproep tot kandidaten, de personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 8, eerste lid, 1° tot 4°, van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten en niet aan de voorwaarden van het tweede lid van dit artikel en, naar gelang van het betrokken ambt, aan de voorwaarden van artikel 9, 13 of 15 van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten of, voor het onderwijs voor sociale promotie, aan de voorwaarden van artikel 97 van het voormelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, met uitzondering van het eerste lid, 8°. De personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van het 5de lid dienen hun kandidatuur in met vermelding van de inrichtingen waarvoor ze moeten worden geaffecteerd. Ze mogen geen prioriteiten aangeven onder de inrichtingen waarvoor ze wensen te worden geaffecteerd. § 2. Wanneer geen personeelslid dat voldoet aan de voorwaarden van § 1, eerste en tweede leden, of, voor het onderwijs voor sociale promotie, aan artikel 97, eerste lid, 8° van het voormelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, zich kandidaat heeft gesteld voor een betrekking van het betrokken ambt in een inrichting, wijst de Regering een personeelslid aan onder de kandidaten bedoeld in § 1, vijfde lid. Die kandidaten worden, voor elke gekozen inrichting, gerangschikt volgens hun dienstanciënniteit. Ze worden, volgens de volgorde van die rangschikking, eerst in de vacante betrekkingen, en, bij ontstentenis daarvan, in andere beschikbare betrekkingen aangesteld. Bij gebrek aan kandidaten die voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in § 1, vijfde lid, wijst de Regering een personeelslid van een inrichting van de Franse Gemeenschap aan dat voldoet aan de andere voorwaarden bedoeld in artikel 8, eerste lid, 1° tot 4° van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten of, voor het onderwijs voor sociale promotie, aan de andere voorwaarden van artikel 97 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. Het overeenkomstig deze paragraaf aangewezen personeelslid krijgt de voorrang boven iedere andere kandidaat voor het ambt van directeur voor de betrokken inrichting wanneer het houder van het brevet wordt en voor zover de betrekking niet intussen toegekend werd door middel van reaffectatie, wederoproeping in actieve dienst, verandering van affectatie of aanstelling van een kandidaat die houder is van het brevet in verband met het ambt. Het personeelslid bedoeld in § 3, eerste lid, heeft voorrang boven het personeelslid bedoeld bij deze paragraaf. § 3. Wanneer de betrekking die bekleed wordt door een personeelslid dat houder is van het brevet toegekend wordt door middel van reaffectatie, wederoproeping in actieve dienst of verandering van affectatie, of wanneer de titularis van de betrekking zijn ambt opnieuw uitoefent, wordt het betrokken personeelslid opnieuw geaffecteerd voor een betrekking waarvoor het zich kandidaat had gesteld, met voorrang boven iedere andere kandidaat. Als verscheidene houders van het brevet die een onderbreking van hun affectatie hebben ondergaan overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, zich kandidaat stellen voor eenzelfde betrekking, worden ze in de volgorde van hun dienstanciënniteit aangewezen. Art. 36.§ 1. Het bij artikel 35 bedoelde personeelslid dat houder is van ten minste 3 attesten voor het slagen voor de opleidingsmodules bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 18, § 1, wordt op 1 januari tot de stage toegelaten in de betrekking die het bekleedt als deze vacant is, onder voorbehoud dat het beschikbaar was voor een reaffectatie of een verandering van affectatie in vast verband in het kader van de procedure die in de vorige maand oktober werd ingesteld. Het bij artikel 35 bedoelde personeelslid dat houder is van ten minste 3 attesten voor het slagen voor de opleidingsmodules bedoeld bij de artikelen 17, § 1, en 18, § 1 en dat niet tot de stage kan worden toegelaten in de betrekking die het bekleedt, kan zijn toelating tot de stage aanvragen in een andere vacante betrekking dan die waarvoor het geaffecteerd is, voor zover die betrekking niet is toegekend door middel van reaffectatie of verandering van affectatie of niet reeds is toegekend aan een andere titularis van het brevet. § 2. In afwijking van § 1, wordt het personeelslid dat in de zin van artikel 35, § 2, derde lid, prioritair is op de datum van 1 januari, op die datum benoemd in de betrekking die het bekleedt, als deze vacant is, onder voorbehoudt dat het beschikbaar is geweest voor een reaffectatie of een verandering van affectatie in vast verband in het kader van de procedure die in de vorige maand oktober werd ingesteld, op voorwaarde dat : 1° het tijdelijk sedert ten minste 2 jaar ononderbroken aangesteld is op de datum van 1 januari in het betrokken ambt;2° het ten minste twee evaluaties heeft gekregen, waarvan de laatste tot de toekenning van de vermelding « gunstig » heeft geleid.Daartoe, en onverminderd artikel 40, wordt het personeelslid dat prioritair is in de zin van artikel 35, § 2, derde lid, van ambtswege een eerste keer geëvalueerd op het einde van één jaar vanaf de datum van zijn aanstelling, en een tweede keer vóór de bij het eerste lid bedoelde datum van 1 januari, met toepassing van de regels die bepaald zijn in artikel 33, § 2 tot § 5; 3° het houder is van de 5 attesten voor het slagen voor de opleidingsmodules bedoeld in de artikelen 17, § 1, en 18, § 1. Het personeelslid dat voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in het eerste lid dat niet kan worden benoemd in de betrekking die het bekleedt, kan zijn benoeming aanvragen in een andere vacante betrekking dan de betrekking waarvoor het geaffecteerd is, voor zover die betrekking niet toegekend is door middel van reaffectatie of verandering van affectatie of reeds toegekend is aan een andere houder van het brevet. Het bij deze paragraaf bedoelde personeelslid kan echter, op zijn aanvraag, worden toegelaten tot de stage in de vacante betrekking bedoeld in het eerste lid of het tweede lid. In dat geval duurt de stage één jaar. Het bij deze paragraaf bedoelde personeelslid wordt echter van ambtswege tot de stage toegelaten in de vacante betrekking bedoeld bij het eerste lid of bij het tweede lid indien het vóór zijn laatste evaluatie één keer de vermelding « met voorbehoud » heeft gekregen. In dat geval duurt de stage één jaar. Daarna heeft een laatste evaluatie plaats. Het personeelslid wordt benoemd in de vacante betrekking bedoeld in het eerste lid of in het tweede lid indien het de vermelding « gunstig » heeft gekregen bij die laatste evaluatie. § 3. In afwijking van § 1, wordt het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een niet vacante betrekking voor een periode van meer dan 15 weken met inachtneming van artikel 35, benoemd in de betrekking die het bekleedt, indien deze betrekking vacant wordt, onder voorbehoud dat het beschikbaar is geweest voor een verandering van affectatie in vast verband in het kader van de procedure die in de vorige maand oktober werd ingesteld, op voorwaarde dat : 1° het tijdelijk ononderbroken is aangesteld sedert ten minste twee jaar op de datum van 1 januari in de betrokken betrekking : 2° het ten minste twee evaluaties heeft gekregen, waarvan de laatste tot de toekenning van de vermelding « gunstig » heeft geleid.Daartoe, en onverminderd artikel 40, wordt het personeelslid van ambtswege een eerste keer geëvalueerd op het einde van één jaar vanaf de datum van zijn aanstelling, en een tweede keer vóór de bij het eerste lid bedoelde datum van 1 januari één jaar na die eerste evaluatie, met toepassing van de regels die bepaald zijn in artikel 33, § 2 tot § 5; 3° het houder is van het brevet. Het bij deze paragraaf bedoelde personeelslid kan echter, op zijn aanvraag, tot de stage worden toegelaten in de bij het eerste lid bedoelde betrekking. In dat geval duurt de stage één jaar. Het bij deze paragraaf bedoelde personeelslid wordt echter van ambtswege tot de stage toegelaten in de vacante betrekking bedoeld bij het eerste lid indien het vóór zijn laatste evaluatie één keer de vermelding « met voorbehoud » heeft gekregen. In dat geval duurt de stage één jaar. Daarna heeft een laatste evaluatie plaats. Het personeelslid wordt benoemd in de vacante betrekking bedoeld in het eerste lid of in het tweede lid indien het de vermelding « gunstig » heeft gekregen bij die laatste evaluatie. Afdeling II. - Commissie voor de evaluatie van de directeurs Art. 37.§ 1. Er wordt een commissie voor de evaluatie van de directeurs opgericht, hierna « de commissie » genoemd. De commissie is samengesteld als volgt : 1° 4 ambtenaren-generaal of hun afgevaardigden;2° een inspecteur-generaal of zijn afgevaardigde;3°
- a)3 opdrachthouders, belast met het coördineren van de zone, onder wie die van de betrokken zone, aangesteld door de Regering, wanneer de Commissie haar opdrachten uitoefent in verband met een personeelslid van het secundair onderwijs;
- b)3 voorzitters van zones van het basisonderwijs onder wie die van de betrokken zone, aangesteld door de Regering, wanneer de Commissie haar opdrachten uitoefent in verband met een personeelslid van het basisonderwijs. Wanneer de commissie haar opdrachten uitoefent in verband met de voorzitter van een zone, stelt de Regering een andere zonevoorzitter tot lid van de commissie aan. De afgevaardigden van de ambtenaren-generaal bedoeld in punt 1° van het tweede lid zijn ambtenaren van ten minste rang 12. De afgevaardigde van de inspecteur-generaal bedoeld in punt 2° is een inspecteur die een ambt van directeur heeft uitgeoefend, behalve bij verhindering.
- c)3 zonevoorzitters van het onderwijs voor sociale promotie, onder wie die van de betrokken zone, aangesteld door de Regering, wanneer de commissie haar opdrachten in verband met een personeelslid van het onderwijs voor sociale promotie uitoefent. § 2. De Regering stelt de leden van de Commissie bedoeld in de punten 2° en 3° aan op de voordracht van de ambtenaar-generaal die ze aanwijst. § 3. De Commissie wordt voorgezeten door een ambtenaar-generaal die door de Regering wordt aangesteld. Bij afwezigheid wijst de voorzitter één van de andere ambtenaren-generaal bedoeld in § 1, 1° aan, om hem te vervangen. § 4. De Commissie wordt door een secretariaat bijgestaan, dat wordt waargenomen door één of verschillende personeelsleden van de Diensten van de Regering. § 5. De Commissie neemt haar beslissingen bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen, is die van de voorzitter beslissend. § 6. Op de voordracht van de commissie, stelt de Regering de andere nadere regels voor haar werking alsook haar huishoudelijk reglement vast. § 7. Wanneer de commissie zich uitspreekt over het dossier van een directeur die zijn ambt in het onderwijs voor sociale promotie uitoefent, is één van de ambtenaren-generaal bedoeld in § 1, 1° een vertegenwoordiger van het onderwijs voor sociale promotie, terwijl de coördinerende inspecteur de inspecteur-generaal of diens afgevaardigde bedoeld in § 1, 5° vervangt. Art. 38.De Commissie is bevoegd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs :
- a)om een voorstel van
op te stellen en aan de Regering over te zenden, overeenkomstig artikel 30;
- b)om de stagedoende directeurs te evalueren, overeenkomstig artikel 33;
- c)om de evaluatie uit te voeren van de benoemde directeurs en van de personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn in een ambt van directeur voor een periode die gelijk is aan of langer is dan één jaar, of waarvan de aanstellingsduur ten minste één jaar heeft bereikt, overeenkomstig afdeling 3 van dit hoofdstuk;
- d)voor de voorafgaande goedkeuring van het
dat, overeenkomstig artikel 28 ter van het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten, toegewezen wordt aan de personeelsleden bedoeld in artikel 28bis van hetzelfde decreet. Afdeling III. - Evaluatie van de opleiding van de directeurs Art. 39.Die afdeling is van toepassing op de in vast verband benoemde directeurs. Ze is eveneens van toepassing op het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in het ambt van directeur voor een periode die gelijk is aan of langer is dan één jaar, of voor een aanstelling waarvan de duur ten minste één jaar bereikt. De benaming « directeur » bedoeld bij deze afdeling geldt ook voor dat personeelslid. Art. 40.Om de vijf jaar, vanaf de datum van zijn benoeming in vast verband of van zijn aanstelling in tijdelijk verband, wordt iedere directeur geëvalueerd door de commissie voor de evaluatie van de directeurs bedoeld in artikel 37. Als de Regering dit nuttig acht, kan zij de commissie opdracht geven de directeur vroeger te evalueren. De directeur mag echter niet meer dan twee keer per periode van tien jaar worden geëvalueerd. Art. 41.De evaluatie steunt op de uitvoering van het
bedoeld in hoofdstuk III van titel I en, in voorkomend geval, op de praktische toepassing van de bevoegdheden verworven in het kader van de artikelen 13, 14 en 15. Ze houdt rekening met de globale context waarin de directeur moet werken en met de middelen die hem ter beschikking worden gesteld. De evaluatiecommissie houdt inzonderheid rekening met de bepalingen van het voormelde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten voor het leerplichtonderwijs en van het voormelde decreet van 16 april 1991 voor het onderwijs voor sociale promotie, met het opvoedingsproject, het pedagogisch project en het inrichtingsproject. Art. 42.Op grond van die evaluatie, beslist de Regering in onderlinge overeenstemming met de directeur, op de voordracht van de commissie voor de evaluatie van de directeurs na het evaluatiegesprek, over de aan te brengen verbeteringen. Art. 43.Met een opzeggingstermijn van veertien dagen kan de Regering een einde maken aan de aanstelling van een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een ambt van directeur. Voordat de Regering een beslissing neemt, moet het personeelslid uitgenodigd zijn om zich te laten horen door de administrateur-generaal van het bestuur onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of diens afgevaardigde. Van de oproeping voor de hoorzitting alsook van de redenen waarom de Regering van plan is om een einde te maken aan de aanstelling van het personeelslid, wordt hem ten minste vijf werkdagen vóór de hoorzitting kennis gegeven ofwel bij een ter post aangetekend schrijven ofwel door de overhandiging van een schrijven met ontvangstbewijs. Bij de hoorzitting, kan het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen uit de personeelsleden die in actieve dienst of in ruste gesteld zijn in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of door een vertegenwoordiger van een vakorganisatie die de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigt en aangesloten is bij organisaties die in de Nationale Arbeidsraad zitting hebben. Van de hoorzitting wordt een proces-verbaal opgemaakt. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het behoorlijk opgeroepen personeelslid zich niet bij de hoorzitting aanmeldt of er niet vertegenwoordigd wordt. De Regering neemt haar beslissing binnen de tien dagen na de overzending van het proces-verbaal dat opgemaakt is door de administrateur-generaal van het bestuur onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of diens afgevaardigde. Afdeling IV. - Overgang tussen bevorderingsambten, selectieambten en wervingsambten Art. 44.In artikel 14ter, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001029172 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen type decreet prom. 29/03/2001 pub. 15/05/2001 numac 2001029181 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 5 augustus 1995 houdende diverse maatregelen inzake hoger onderwijs type decreet prom. 29/03/2001 pub. 25/04/2001 numac 2001029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd in zijn bepalingen omtrent de Arrondissementsraden voor hulpverlening aan de jeugd type decreet prom. 29/03/2001 pub. 28/04/2001 numac 2001029184 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie sluiten, wordt een punt 7° toegevoegd, luidend als volgt : « 9° inzake nieuwe affectatie, overeenkomstig artikel 50, § 2, b), § 3 en § 4. ». Art. 45.In artikel 14quater, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001029172 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen type decreet prom. 29/03/2001 pub. 15/05/2001 numac 2001029181 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 5 augustus 1995 houdende diverse maatregelen inzake hoger onderwijs type decreet prom. 29/03/2001 pub. 25/04/2001 numac 2001029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd in zijn bepalingen omtrent de Arrondissementsraden voor hulpverlening aan de jeugd type decreet prom. 29/03/2001 pub. 28/04/2001 numac 2001029184 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie sluiten, wordt een punt 6° toegevoegd, luidend als volgt : « 6° inzake nieuwe affectatie, overeenkomstig artikel 50, § 2, a), § 4 en § 5, a). ». Art. 46.In artikel 46, § 3 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 1993, wordt het volgende lid toegevoegd : « Er mag geen nieuwe affectatie in een wervingsambt overeenkomstig artikel 50 worden toegekend in een betrekking die door een prioritaire tijdelijke wordt bekleed. ». Art. 47.Artikel 49 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 1993 en weder ingevoerd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 4 juli 1994, wordt aangevuld met de volgende woorden : « en op het personeelslid bedoeld in artikel 50, § 5,
- a)». Art. 48.Art. 50 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 1993, wordt weder ingevoerd en ingevoegd in een nieuwe afdeling 3 bis, luidend als volgt : « Afdeling 3bis. - Overgang tussen wervingsambten, selectieambten en bevorderingsambten Art. 50.§ 1. Een personeelslid dat in vast verband benoemd is in een selectieambt of een bevorderingsambt kan, op zijn aanvraag, een nieuwe affectatie krijgen in een vacante betrekking van een wervingsambt, een selectieambt of een bevorderingsambt dat toegang verleent tot zijn huidige ambt. Het personeelslid dat dit stelsel geniet, kan zich niet meer kandidaat stellen voor de uitoefening van het ambt dat het heeft verlaten, behoudens afwijking verantwoord door uitzonderlijke omstandigheden en toegekend door de Regering, gedurende een termijn van 10 jaar te rekenen vanaf de dag waarop zijn in § 2 bepaalde aanvraag wordt ingediend. § 2.
- a)Het personeelslid dat een nieuwe affectatie overeenkomstig § 1 wenst te bekomen in een wervingsambt of een selectieambt, in een inrichting van de zone waarin het geaffecteerd is, dient, bij aangetekend schrijven, een met uitzonderlijke redenen omklede aanvraag in bij de Regering in de loop van de maand januari. Het zendt er een afschrift van aan de voorzitter van de bevoegde zonale affectatiecommissie over. De Regering kent de nieuwe affectatie toe indien het personeelslid alle voorwaarden voor de toegang tot het betrokken ambt vervult en na het gunstig advies van voornoemde commissie te hebben ingewonnen. Die nieuwe affectatie is geldig vanaf 1 juli eerstkomende.
- b)Het personeelslid dat een nieuwe affectatie overeenkomstig § 1 wenst te bekomen in een wervingsambt of een selectieambt, in een inrichting van een andere zone, dient, bij aangetekend schrijven, een met uitzonderlijke redenen omklede aanvraag in bij de Regering in de loop van de maand januari.Het zendt er een afschrift van aan de voorzitter van de bevoegde interzonale affectatiecommissie over. De Regering kent de nieuwe affectatie toe indien het personeelslid alle voorwaarden voor de toegang tot het betrokken ambt vervult en na het gunstig advies van voornoemde commissie te hebben ingewonnen. Die nieuwe affectatie is geldig vanaf 1 juli eerstkomende.
- c)Het bij deze paragraaf bedoelde personeelslid aan wie de Regering een nieuwe affectatie in een wervingsambt overeenkomstig § 1 toekent, wordt in dienst geroepen, alvorens als prioritaire tijdelijke te worden aangesteld, zoals bepaald in artikel 37. § 3. Het personeelslid dat overeenkomstig paragraaf 1 een nieuwe affectatie wenst te bekomen in een ander bevorderingsambt dan dat waarin het in vast verband benoemd is in een inrichting van dezelfde zone of van een andere zone, dient, bij aangetekend schrijven, een met uitzonderlijke redenen omklede aanvraag in bij de Regering in de loop van de maand oktober. Het zendt er een afschrift van aan de voorzitter van de bevoegde interzonale affectatiecommissie. De Regering kent de nieuwe affectatie toe indien het personeelslid alle voorwaarden voor de toegang tot het betrokken ambt vervult en na het gunstig advies van voornoemde commissie te hebben gekregen. Die nieuwe affectatie is geldig vanaf 1 januari eerstkomende. Deze paragraaf is niet van toepassing op het personeel van de inspectiedienst. § 4. Een nieuwe affectatie overeenkomstig § 1 kan voorlopig worden uitgevoerd in een niet vacante betrekking, indien die betrekking wordt vrijgemaakt voor ten minste één schooljaar. De nieuwe affectatie in een niet vacante betrekking wordt uitgevoerd volgens de regels die respectievelijk in § 2 en in § 3 nader bepaald zijn. § 5. Het personeelslid dat de toepassing van § 4 heeft genoten, wordt binnen de inrichting definitief geaffecteerd in een vacante betrekking van het ambt :
- a)op 1 september die volgt op de kennisgeving bedoeld in artikel 17bis, voor zover de zonale affectatiecommissie en de interzonale affectatiecommissie vergaderd zijn tussen de datum van voormelde kennisgeving en 1 september, indien de nieuwe affectatie in een wervingsambt plaatsvindt;
- b)op de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving bedoeld in artikel 17bis, indien de nieuwe affectatie in een selectieambt of een bevorderingsambt plaatsvindt. § 6. De betrekking waarvan een overeenkomstig § 4 geaffecteerd personeelslid titularis was, is vacant, indien dat lid die betrekking niet na twee opeenvolgende schooljaren opnieuw bekleedt. Van de vacantverklaring wordt overeenkomstig artikel 17 bis opnieuw kennis gegeven. Artikel 50.Het personeelslid bedoeld in artikel 50 krijgt de weddeschaal toegekend van het ambt waarin het overeenkomstig die bepaling geaffecteerd is. Het personeelslid bedoeld in artikel 50, dat gedurende ten minste 10 jaar het selectieambt of het bevorderingsambt dat het verlaat, heeft uitgeoefend, geniet echter een degressief weddeschaalstelsel, om, vanaf het derde jaar, de weddeschaal te genieten van het ambt waarin het overeenkomstig artikel 50 geaffecteerd is, die vastgesteld is als volgt :
- a)in de loop van het eerste jaar volgend op zijn nieuwe affectatie, geniet het personeelslid de weddeschaal van het ambt waarin het geaffecteerd is, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan 66 % van het verschil tussen, enerzijds, de weddeschaal die het in het ambt dat het heeft verlaten, genoot, en, anderzijds, de weddeschaal van het ambt waarin het geaffecteerd is;
- b)in de loop van het tweede jaar volgend op zijn nieuwe affectatie, geniet het personeelslid de weddeschaal van het ambt waarin het geaffecteerd is, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan 33 % van het verschil tussen, enerzijds, de weddeschaal die het in het ambt dat het heeft verlaten, genoot, en, anderzijds, de weddeschaal van het ambt waarin het geaffecteerd is.» Art. 49.Artikel 78, derde lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende woorden : « of met toepassing van artikel 50. ». Art. 50.Artikel 92, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgend woorden : « of bij toepassing van artikel 50. » Afdeling V. - Wijzigingsbepalingen Art. 51.In het voormelde koninklijk besluit van 22 maart 1969 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- a)artikel 78, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 februari 1983, bij het besluit van de Executieve van 24 augustus 1992 en bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 1993, wordt aangevuld met de volgende leden : « Mits een opzeggingstermijn van veertien dagen, kan de Regering, ofwel op voorstel van de directeur, ofwel op eigen initiatief, een einde maken aan de tijdelijke aanstelling van een personeelslid dat een selectieambt uitoefent. Vóór elke beslissing van de Regering, moet het personeelslid uitgenodigd worden zich te laten horen door de ambtenaar-generaal die door de Regering of zijn afgevaardigde wordt aangewezen, wanneer de beslissing op eigen initiatief wordt genomen, door de directeur, wanneer deze het initiatief voor dat voorstel heeft genomen. Van de oproeping voor de hoorzitting, alsook van de redenen waarom de Regering van plan is een einde te maken aan de aanstelling van het personeelslid of waarom de directeur daar een voorstel van aan de Regering wenst te richten, wordt hem ten minste vijf werkdagen vóór de hoorzitting kennis gegeven ofwel bij een ter post aangetekend schrijven, ofwel bij overhandiging van een brief met ontvangstbewijs. Bij de hoorzitting kan het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen uit de personeelsleden die in actieve dienst zijn of in ruste gesteld zijn in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of door een vertegenwoordiger van een vakvereniging die de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigt en aangesloten is bij organisaties die zitting hebben in de Nationale Arbeidsraad. Van de hoorzitting wordt een proces-verbaal opgemaakt. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het behoorlijk opgeroepen personeelslid zich niet bij de hoorzitting aanmeldt of er niet vertegenwoordigd wordt. Wanneer het voorstel door de directeur wordt gedaan, wordt het gelijktijdig aan het personeelslid voorgelegd. Het voorstel wordt door dat personeelslid geviseerd en gedateerd. Het bezorgt het op dezelfde dag terug. Als het meent dat het voorstel niet gegrond is, viseert het dat voorstel dienovereenkomstig, dateert het en bezorgt het binnen dezelfde termijn terug. De directeur zendt het voorstel op dezelfde dag aan de Regering over. De Regering neemt haar beslissing binnen de 10 dagen na die overzending of na de overzending van het proces-verbaal dat opgemaakt wordt door de administrateur-generaal van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek of diens afgevaardigde. »
- b)Het eerste lid van artikel 83, zoals gewijzigd bij het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 19/04/2004 numac 2004029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende dringende maatregelen inzake niet verplicht onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 06/04/2004 numac 2004029097 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde inrichtingen die hun ambt in het onderwijs voor sociale promotie uitoefenen type decreet prom. 03/03/2004 pub. 02/04/2004 numac 2004029094 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie sluiten, wordt gewijzigd als volgt : 1.in 3°bis, worden de woorden « 3 000 dagen » vervangen door de woorden « 1 800 dagen »; 2. in 4°, worden de woorden « 1 800 dagen » vervangen door de woorden « 600 dagen ».
- c)De artikelen 78 tot 91 van hoofdstuk VII, zoals gewijzigd bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, maken een afdeling uit waarvan het opschrift « Afdeling 1 - Algemene bepalingen » luidt.
- d)Tussen artikel 91 en artikel 92 wordt een afdeling 2, met als opschrift « Afdeling 2.-
en evaluatie van sommige selectieambten van het onderwijs voor sociale promotie » ingevoegd, luidend als volgt : « Afdeling 2. -
en evaluatie van sommige selectieambten van het onderwijs voor sociale promotie. Artikel 91bis.§
- Deze afdeling is van toepassing op de personeelsleden die titularis zijn van een selectieambt zoals bedoeld in artikel 6 ter, 6°, b, van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der inrichtingen voor voorschools, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunstonderwijs en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen in het onderwijs met volledig leerplan. §
- Voor de toepassing van deze afdeling, dient onder « directeur » te worden verstaan, het personeelslid dat, in welke hoedanigheid ook, titularis is van het bevorderingsambt van directeur van een inrichting voor sociale promotie zoals bepaald in artikel 6 ter, 6°, a van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der inrichtingen voor voorschools, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunstonderwijs en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen in het onderwijs met volledig leerplan. Onderafdeling I. -
Artikel 91t
er.Zodra het personeelslid bedoeld in artikel 91 bis van dit besluit in dienst is getreden, wijst de directeur hem een
toe, dat door de evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs vooraf wordt goedgekeurd. De directeur bepaalt er de opdrachten van het personeelslid bedoeld in artikel 91bis en de prioriteiten die hem worden toegewezen, op grond van de behoeften van de inrichting waarin het wordt geaffecteerd en op grond van de doelstellingen die vervat zijn in het
dat deze laatste zelf heeft gekregen, overeenkomstig hoofdstuk III van titel II van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs. Artikel 91 quater. § 1. Het
heeft een geldigheidsduur van zes jaar. § 2. De inhoud van het
kan vóór het einde van die termijn, ten vroegste na twee jaar, worden gewijzigd door de directeur, op grond van de evolutie van de behoeften en de werking van de inrichting. In afwijking van artikel 1, kan de inhoud van het
vóór het einde van zijn geldigheidsduur worden gewijzigd, in onderlinge overeenstemming tussen de directeur en het personeelslid bedoeld in artikel 91bis. Artikel 91quinquies.§ 1. In afwijking van artikel 91ter, eerste lid, kan de directeur, in voorkomend geval, een
toewijzen aan het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor de uitoefening van een ambt bedoeld in artikel 91bis van dit decreet. De directeur wijst van ambtswege een
toe aan het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor de uitoefening van een ambt bedoeld in artikel 91bis voor een periode die langer is dan of gelijk is aan één jaar, of waarvan de aanstellingsduur ten minste één jaar heeft bedragen. § 2. Het in dit artikel bedoelde
kan tot doel hebben het
te bevestigen van het in artikel 91bis bedoelde personeelslid dat wordt vervangen of een nieuw document op te stellen. Onderafdeling II. - Opleidingsevaluatie Artikel 91sexies.Deze afdeling is van toepassing op het in vast verband benoemde personeelslid. Ze is eveneens van toepassing op het personeelslid dat tijdelijk wordt aangesteld bij de uitoefening van een ambt bedoeld in artikel 91bis voor een periode die gelijk is aan of langer is dan één jaar, of waarvan de aanstellingsduur ten minste één jaar heeft bedragen. De benaming « personeelslid » bedoeld in deze afdeling geldt ook voor dat personeelslid. Artikel 91septies.Om de vijf jaar vanaf zijn benoeming in vast verband of zijn aanstelling in tijdelijk verband, wordt ieder personeelslid gezamenlijk geëvalueerd door de directeur en de evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs. Als deze dit nuttig acht, kan hij het personeelslid vroeger evalueren. Onverminderd artikel 91octies, kan het personeelslid echter niet meer dan twee keer per periode van tien jaar worden geëvalueerd. Artikel 91octies.De evaluatie berust op de uitvoering van het
bedoeld in afdeling I van dit hoofdstuk en, in voorkomend geval, op de praktische toepassing van de bevoegdheden verworven in het kader van de bij dit besluit bedoelde opleidingen. Bij die evaluatie wordt rekening gehouden met de globale context waarin het personeelslid moet werken en met de middelen die ter beschikking worden gesteld. Artikel 91novies.Op grond van die evaluatie beslist de directeur in onderlinge overeenstemming met het personeelslid over de aan te brengen verbeteringen. »
- a)Artikel 92, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 februari 1983, bij het besluit van de Executieve van 24 augustus 1992 en bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 1993 wordt aangevuld als volgt : « Mits een opzeggingstermijn van 14 dagen, kan de Regering een einde maken aan de aanstelling van een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een bevorderingsambt uitoefent. Voordat de Regering een beslissing neemt, moet het personeelslid worden uitgenodigd zich te laten horen door de ambtenaar-generaal die door de Regering of diens afgevaardigde wordt aangesteld. Van de oproeping voor de hoorzitting, alsook van de redenen waarom de directeur van plan is een einde te maken aan de aanstelling van het personeelslid, wordt hem ten minste vijf werkdagen vóór de hoorzitting kennis gegeven ofwel bij een ter post aangetekend schrijven, ofwel bij overhandiging van een brief met ontvangstbewijs. Bij de hoorzitting kan het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen uit de personeelsleden die in actieve dienst zijn of in ruste gesteld zijn in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of door een vertegenwoordiger van een vakvereniging die de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigt en aangesloten is bij organisaties die zitting hebben in de Nationale Arbeidsraad. Van de hoorzitting wordt een proces-verbaal opgemaakt. De procedure wordt geldig voortgezet wanneer het behoorlijk opgeroepen personeelslid zich niet bij de hoorzitting aanmeldt of er niet vertegenwoordigd wordt. De Regering neemt haar beslissing binnen de tien dagen na de overzending van het proces-verbaal dat werd opgesteld door de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, of diens afgevaardigde. »
- b)In artikel 94, § 1, zoals gewijzigd bij het decreet van 1 januari 2005, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « In afwijking van het vorige lid, kan het personeelslid dat titularis is van een bevorderingsambt een verandering van affectatie pas aanvragen nadat het zijn ambt in de betrekking die het bekleedt, gedurende een periode van drie jaar heeft uitgeoefend.»
- c)Artikel 97, zoals gewijzigd bij het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 19/04/2004 numac 2004029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende dringende maatregelen inzake niet verplicht onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 06/04/2004 numac 2004029097 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde inrichtingen die hun ambt in het onderwijs voor sociale promotie uitoefenen type decreet prom. 03/03/2004 pub. 02/04/2004 numac 2004029094 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie sluiten, wordt gewijzigd als volgt : - in het eerste lid, 3°, worden de woorden « 3 000 dagen » vervangen door de woorden « 2 400 dagen »; - in het eerste lid, 8°, worden de woorden « of wat betreft de personeelsleden die in vast dienstverband benoemd werden in het onderwijs met volledig leerplan bedoeld in het derde lid, van het brevet van prefectstudie en van directeur » geschrapt; - het derde lid wordt geschrapt. Art. 52.In het voormelde decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- a)artikel 7 wordt opgeheven;
- b)in het eerste lid van artikel 8, worden de woorden « houder van het bekwaamheidsbewijs vereist voor het ambt waarvoor het benoemd is » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een ambt dat toegang verschaft tot het betrokken bevorderingsambt of selectieambt.»;
- c)artikel 8, eerste lid, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 1° een ambt uitoefenen waarin ten minste de helft van het minimum aantal uren zijn begrepen vereist om een ambt met volledige dagtaak te vormen »
- d)artikel 8, eerste lid, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° de volgende dienstanciënniteit en ambtsanciënniteit tellen : - voor de toegang tot een selectieambt, respectievelijk zes jaar en twee jaar; - voor de toegang tot een bevorderingsambt, respectievelijk acht jaar en zes jaar. »
- e)In artikel 10, eerste lid, 2°, worden de woorden « houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vereist voor dit wervingsambt » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een wervingsambt bedoeld in 1° »;
- f)In artikel 11, 2°, worden de woorden « houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vereist voor dit wervingsambt » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een wervingsambt bedoeld in 1° »;
- g)In artikel 12, 2°, worden de woorden « houder van het bekwaamheidsbewijs vereist voor het in 1° bedoelde ambt » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van een ambt bedoeld in 1° »;
- h)In artikel 12 bis, 2°, worden de woorden « houder van het bekwaamheidsbewijs vereist voor het in 1° bedoelde ambt » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een ambt bedoeld in 1° »;
- i)In artikel 13, eerste lid, 2°, worden de woorden « houder van het bekwaamheidsbewijs vereist voor het in 1° bedoelde ambt » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een ambt bedoeld in 1° »;
- j)In artikel 13, tweede lid, worden de woorden « van het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs of van een bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau van de tweede graad » vervangen door de woorden « van een bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau »;
- k)In artikel 14, 2°, worden de woorden « houder van het bekwaamheidsbewijs vereist voor het in 1° bedoelde ambt vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs vereist voor de uitoefening van een ambt bedoeld in 1° »;
- l)In artikel 15, 2°, worden de woorden « houder van het bekwaamheidsbewijs vereist voor het in 1° bedoelde ambt » vervangen door de woorden « houder van een bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van een ambt bedoeld in 1° »;
- m)In artikel 15, 3°, worden de woorden « van de tweede graad of van het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs » geschrapt;
- n)artikel 18 wordt aangevuld met het volgende lid : « Dit artikel is niet van toepassing op de ambten van directeur zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 1° van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs.».
- o)In artikel 19, eerste lid, worden de woorden « van directeur van een kleuterschool, directeur van een lagere school, directeur van een basisschool », « van studieprefect of directeur » en « van directeur in het lager secundair onderwijs » geschrapt.
- p)In artikel 22, wordt een § 5 toegevoegd, luidend als volgt : « § 5.De vaste commissie vervult eveneens de functies die haar worden toegewezen overeenkomstig hoofdstuk II van Titel II van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs ».
- q)In artikel 23, wordt het vierde lid vervangen door de volgende bepaling : « Ieder personeelslid wordt toegelaten tot de opleiding waarvoor het wenst zich in te schrijven, behalve als de betrokkene, op de datum van de indiening van zijn aanvraag om deelneming, niet of niet meer voldoet aan alle voorwaarden opgesomd in artikel 8, eerste lid, met uitzondering van punt 6°, of in het tweede lid, 1° en 2° van hetzelfde artikel.De in artikel 8, eerste lid, 2° bedoelde dienstanciënniteit vereist voor de toelating tot de opleiding is vier jaar voor de opleidingen die toegang verschaffen tot een selectieambt en 6 jaar voor de opleidingen die toegang verschaffen tot een bevorderingsambt. »
- r)In artikel 24, zesde lid, worden de woorden « van niveau 1 » vervangen door de woorden « van ten minste niveau 2 »;
- s)In artikel 25, worden de eerste en tweede leden geschrapt;
- t)Artikel 26 wordt vervangen door de volgende bepaling : « De personeelsleden die voor de drie proeven slagen, zijn houder van het brevet in verband met het ambt ».
- u)In artikel 28, § 1, worden de woorden « bij artikel 27 » vervangen door de woorden « bij de artikelen 9, 13, 15 en 27 ».
- v)Artikel 28, § 1, zesde lid wordt aangevuld als volgt : « De Regering kan, om de continuïteit in het selectieambt of het bevorderingsambt te verzekeren of om de stabiliteit van de pedagogische teams niet in het gedrang te brengen, de reïntegratie van het personeelslid in zijn oorspronkelijke ambt met hoogstens 6 maanden uitstellen vanaf de datum van de indiening van de aanvraag van het personeelslid.»
- w)Er wordt een hoofdstuk IV bis ingevoegd, luidend als volgt : « Hoofdstuk IVbis.-
en evaluatie van sommige bevorderingsambten en selectieambten Artikel 28bis.§
- Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden die titularis zijn van een bevorderingsambt of een selectieambt zoals bedoeld in artikel 4, 3° en in artikel 5, 1° en 2° van dit decreet alsook in artikel 5, 1° en 2° van dit decreet alsook in artikel 7, c, 12° van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der inrichtingen voor voorschools, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunstonderwijs en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen in het onderwijs met volledig leerplan. §
- Voor de toepassing van dit hoofdstuk dient onder « directeur » te worden verstaan, het personeelslid dat, in welke hoedanigheid dan ook, titularis is van het bevorderingsambt van directeur van een kleuterschool, directeur van een lagere school, directeur van een basisschool, directeur van het lager secundair onderwijs, of studieprefect, of directeur, zoals opgesomd in de artikelen 3 en 4, 1° en 2° van dit decreet. §
- Voor de toepassing van dit hoofdstuk op de bestuurders, dient onder « commissie » te worden verstaan, de evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs, met uitzondering van artikel 28ter, waarin er, onder directeur, moet worden verstaan, de Regering van de Franse Gemeenschap, op voorstel van de evaluatiecommissie Afdeling I. -
Artikel 28t
er.Zodra het personeelslid bedoeld in artikel 28bis van dit decreet in dienst treedt, wijst de directeur hem een
toe, vooraf goedgekeurd door de evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs. De directeur bepaalt er de opdrachten van het personeelslid bedoeld in artikel 28bis en de prioriteiten die hem worden toegewezen, rekening houdend met de opleidingsprofielen vermeld in het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 04/07/2002 pub. 06/08/2002 numac 2002029386 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van de bevoegdheden en ambtsprofielen van de titularissen van een bevorderings- en selectieambt bij toepassing van artikel 18 van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten tot bepaling van de bevoegdheden en ambtsprofielen van de titularissen van een bevorderings- en selectieambt bij toepassing van artikel 18 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten volgens de behoeften van de inrichting waarin het aangesteld is en de doelstellingen die vervat zijn in het
dat het gekregen heeft, overeenkomstig hoofdstuk III van titel II van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs. Artikel 28quater.§ 1. Het
heeft een geldigheidsduur van zes jaar. § 2. De inhoud van het
kan vóór het einde van zijn geldigheidsduur, ten vroegste na twee jaar, worden gewijzigd door de directeur op grond van de evolutie van de behoeften en van de werking van de inrichting. In afwijking van het eerste lid, kan de inhoud van het
vóór het einde van zijn geldigheidsduur, in onderlinge overeenstemming tussen de directeur en het personeelslid bedoeld in artikel 28bis, worden gewijzigd. Artikel 28quinquies.§ 1. In afwijking van artikel 28ter, eerste lid, kan de directeur, in voorkomend geval, een
toewijzen aan het personeelslid dat tijdelijk wordt aangesteld voor de uitoefening van een ambt bedoeld in artikel 28bis van dit decreet. De directeur wijst van ambtswege een
toe aan het personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor de uitoefening van een ambt bedoeld in artikel 28bis voor een periode die gelijk is aan of langer is dan één jaar, of wiens aanstellingsduur ten minste één jaar heeft bereikt. § 2. Het
bedoeld bij dit artikel kan tot doel hebben het
van het vervangen personeelslid bedoeld in artikel 28bis te bevestigen of een nieuw document op te stellen. Afdeling II. - Opleidingsevaluatie Artikel 28sexies.Deze afdeling is van toepassing op het in vast verband benoemde personeelslid. Ze is eveneens van toepassing op het personeelslid dat in tijdelijk verband wordt aangesteld voor de uitoefening van een ambt bedoeld in artikel 28bis voor een periode die gelijk is aan of langer is dan één jaar, of wiens aanstellingsduur ten minste één jaar heeft bereikt. De benaming « personeelslid » bedoeld in deze afdeling geldt eveneens voor dat personeelslid. Artikel 28septies.Om de vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van zijn benoeming in vast verband of van zijn tijdelijke aanstelling, wordt ieder personeelslid gezamenlijk geëvalueerd door de directeur en de evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 van het decreet van 2 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de directeurs. Als deze dit nuttig acht, kan hij het personeelslid vroeger evalueren. Onverminderd artikel 28 octies kan het personeelslid echter niet meer dan twee keer per periode van tien jaar worden geëvalueerd. Artikel 28 octies De evaluatie steunt op de uitvoering van het
bedoeld in afdeling I van dit hoofdstuk en, in voorkomend geval, op de praktische toepassing van de bevoegdheden verworven in het kader van de opleidingen bedoeld bij dit decreet. Bij die evaluatie wordt rekening gehouden met de globale context waarin het personeelslid moet werken en met de middelen die ter beschikking worden gesteld. Artikel 28novies oe Op grond van die evaluatie, beslist de directeur in onderlinge overeenstemming met het personeelslid over de aan te brengen verbeteringen. »
- x)Artikel 43 wordt aangevuld als volgt : « De personeelsleden die in tijdelijk verband aangesteld of aangeworven zijn op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, in het secundair onderwijs van de lagere graad of in het secundair onderwijs van de hogere graad, in het ambt van werkmeester of in het ambt van werkplaatsleider, worden, op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, geacht tijdelijk aangesteld of aangeworven te zijn in het ambt van werkmeester of werkplaatsleider.» Art. 53.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 22/04/1999 pub. 27/04/1999 numac 1999029218 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap, genomen ter uitvoering van artikel 8 van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten, genomen ter uitvoering van artikel 8 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten, wordt opgeheven. Art. 54.In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 04/07/2002 pub. 06/08/2002 numac 2002029386 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van de bevoegdheden en ambtsprofielen van de titularissen van een bevorderings- en selectieambt bij toepassing van artikel 18 van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten sluiten tot bepaling van de bevoegdheden en ambtsprofielen van de titularissen van een bevorderings- en selectieambt bij toepassing van artikel 18 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten, worden de artikelen 1 en 2 alsook de bijlagen 1 en 2 opgeheven. Art. 55.In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 18/07/2002 pub. 28/08/2002 numac 2002029420 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende organisatie van de vormingen van de verscheidene sessies betreffende de in de artikelen 19, 20 en 21 bedoelde bevorderings- en selectieambten, tot toekenning van vrijstellingen en tot organisatie van de proeven die de vormingen bekrachtigen, bij toepassing van de artikelen 23, 24 en 25 van het decreet van 4 januari 1999 betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten en tot oprichting van de verschillende examencommissies belast met het uitreiken van de betrokken brevetten sluiten houdende organisatie van de vormingen van de verscheidene sessies betreffende de in de artikelen 19, 20 en 21 bedoelde bevorderings- en selectieambten, tot toekenning van vrijstellingen en tot organisatie van de proeven die de vormingen bekrachtigen, bij toepassing van de artikelen 23, 24 en 25 van het decreet van 4 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 25/02/1999 numac 1999029087 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten type decreet prom. 04/01/1999 pub. 11/02/1999 numac 1999029055 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 sluiten betreffende de bevorderingsambten en de selectieambten en tot oprichting van de verschillende examencommissies belast met het uitreiken van de betrokken brevetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- a)in artikel 1, § 3, eerste lid, worden de woorden « van studieprefect of directeur of directeur in het lager secundair onderwijs » en de woorden « directeur in het kleuter-, lager of basisonderwijs » geschrapt;
- b)in artikel 1, § 3, tweede lid, worden de woorden « van studieprefect of directeur of directeur in het lager secundair onderwijs » en « van directeur in het kleuter-, lager of basisonderwijs » geschrapt :
- c)in artikel 4, § 1, wordt het eerste streepje geschrapt;
- d)in artikel 6, worden de § 3 en § 4, 1° en 2° geschrapt;
- e)in artikel 9, 2°, worden de punten
- a)en
- b)geschrapt;
- f)in artikel 10, § 2, worden de punten 1° en 2° geschrapt;
- g)in artikel 13, worden de punten 1 en 5 geschrapt. HOOFDSTUK II. - Het gesubsidieerd officieel onderwijs Afdeling I. - Algemene voorwaarden voor de toegang tot de stage en de toekenning van de betrekkingen van directeur Art. 56.§ 1. De inrichtende macht die tot de stage in het bevorderingsambt van directeur moet toelaten : 1° raadpleegt de plaatselijke paritaire commissie over het profiel van het toe te kennen ambt van directeur;2° wint van de personeelsleden elke informatie in die volgens deze haar nuttig moeten worden meegedeeld met het oog op de toelating tot de stage. § 2. De inrichtende macht, na toepassing van § 1 : 1° stelt het profiel vast van het toe te kennen ambt van directeur.In dat kader, kan de inrichtende macht aanvullende criteria toevoegen aan de voorwaarden voor de toegang tot de stage bedoeld in artikel 57 van dit decreet; 2° doet een oproep tot kandidaten volgens door de Regering nader te bepalen regels, op de voordracht van de centrale paritaire commissie. Art. 57.Niemand kan tot de stage worden toegelaten in het bevorderingsambt van directeur, als hij, op het ogenblik van de toelating tot de stage, niet voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° een dienstanciënniteit van zeven jaar binnen de inrichtende macht hebben verworven in één van de wervings-, selectie- of bevorderingsambten van de betrokken categorie, berekend volgens de nadere regels bepaald in artikel 34 van het voormelde decreet van 6 juni 1994;2° in vast verband titularis zijn van een ambt dat ten minste de helft van het minimumaantal uren telt dat vereist is om een ambt met volledig leerplan uit te maken in het door de betrokken inrichtende macht georganiseerde onderwijs;3° in vast verband één of meer ambten uitoefenen die toegang geven tot het toe te kennen ambt van directeur en houder zijn van een bekwaamheidsbewijs overeenkomstig artikel 102 van dit decreet;4° hebben geantwoord op de oproep tot kandidaten bedoeld in artikel 56, § 2, 2°;5° vooraf de attesten van slagen vóór ten minste drie modules hebben gekregen bedoeld in de artikelen 17, § 1, en 18, § 1, van dit decreet. In het basisonderwijs, moet de in het eerste lid, 1° bedoelde anciënniteit verworven zijn op basisniveau. In afwijking van het eerste lid, 2°, in het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan, wordt de voorwaarde inzake de uitoefening van een ambt dat ten minste een halve opdracht omvat, vervuld, als dit gepresteerd wordt in het onderwijs georganiseerd binnen één of meer inrichtende machten. Art. 58.§ 1. Iedere inrichtende macht die bewijst dat het onmogelijk is om een personeelslid tot de stage toe te laten overeenkomstig artikel 57, kan de volgende personeelsleden tot de stage toelaten :
- a)ofwel een in vast verband benoemd lid van zijn personeel dat de voorwaarden bedoeld in artikel 57, 1° tot 3° vervult. Dat personeelslid wordt bij voorrang toegelaten tot de verschillende opleidingsmodules.
- b)ofwel een in vast verband benoemd personeelslid dat onder een andere gesubsidieerde officiële inrichtende macht ressorteert en dat binnen deze, aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 57, 1° tot 3° en 5° voldoet. § 2. Elke inrichtende macht die bewijst dat zij enkel één kandidaat voor de toelating tot de stage heeft die aan de voorwaarden van artikel 57 voldoet, kan zijn kandidatuur laten concurreren met die van personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van § 1 van dit artikel. In dat geval doet het een oproep tot kandidaten bij de personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van § 1 van dit artikel, behalve als die personeelsleden reeds bij de oorspronkelijke oproep tot kandidaten bedoeld waren. Art. 59.§ 1. Elke inrichtende macht die bewijst dat het onmogelijk is om een personeelslid tot de stage toe te laten overeenkomstig artikel 57 of artikel 58, kan een in vast verband benoemd lid van zijn personeel tot de stage toelaten dat voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° titularis zijn, in vast verband, van een ambt dat ten minste de helft van het minimumaantal uren telt dat vereist is om een ambt met volledig leerplan uit te maken in het door de betrokken inrichtende macht georganiseerde onderwijs;2° in vast verband één of meer ambten uitoefenen die toegang geven tot het toe te kennen ambt van directeur en houder zijn van een bekwaamheidsbewijs overeenkomstig artikel 102 van dit decreet. Elke inrichtende macht die bewijst dat zij geen personeelslid tot de stage kan toelaten overeenkomstig artikel 57 et dat zij enkel één kandidaat voor de toelating tot de stage heeft die aan de voorwaarden van artikel 58 voldoet, kan zijn kandidatuur laten concurreren met die van personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van het eerste lid. In dat geval doet het een nieuwe oproep tot kandidaten bij de personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van het eerste lid, behalve als die personeelsleden reeds bij de oorspronkelijke oproep tot kandidaten bedoeld waren. § 2. Elke inrichtende macht die bewijst dat het onmogelijk is om een personeelslid tot de stage toe te laten overeenkomstig artikel 57 of artikel 58 of § 1 van dit artikel, kan de volgende personeelsleden tot de stage toelaten :
- a)ofwel een prioritair tijdelijk lid van zijn personeel dat voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° in tijdelijk verband titularis zijn van een ambt dat ten minste de helft van het minimumaantal uren telt dat vereist is om een ambt met volledig leerplan in het door de betrokken inrichtende macht georganiseerde onderwijs uit te maken;2° in tijdelijk verband één of meer ambten uitoefenen die toegang geven tot het toe te kennen ambt van directeur en houder zijn van een bekwaamheidsbewijs overeenkomstig artikel 102 van dit decreet. De stage van het in het eerste lid bedoelde personeelslid dat, op het einde van zijn stage, niet voldoet aan de in artikel 57, eerste lid vereiste voorwaarde, wordt verlengd totdat het aan die voorwaarde voldoet. Het in het eerste lid bedoelde personeelslid wordt geacht in zijn oorspronkelijke wervingsambt, selectieambt of bevorderingsambt benoemd te worden, zodra het in zijn ambt van directeur benoemd wordt.
- b)ofwel een in vast verband benoemd personeelslid dat onder een andere gesubsidieerde officiële inrichtende macht ressorteert en dat voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° binnen die andere inrichtende macht een ambt uitoefenen dat ten minste de helft van het minimumaantal uren telt dat vereist is