← België

Wet houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II

Kort samengevat

Deze wet regelt de digitalisering van justitie en bevat diverse bepalingen, met een focus op de elektronische betekening van gerechtelijke akten en de verwerking van persoonsgegevens in het kader van verkiezingen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
15 MEI 2024. - Wet houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL 2. - Bepalingen inzake digitalisering van justitie HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 2.In artikel 32quater/1 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen als volgt: "De betekening op elektronische wijze gebeurt op het gerechtelijk elektronisch adres op voorwaarde dat de geadresseerde kennis heeft genomen van die bepaalde betekening en dit via opening van het bericht tot betekening zoals vermeld in paragraaf 2."; 2° in hetzelfde lid worden de woorden "Bij gebreke aan een gerechtelijk elektronisch adres" vervangen door de woorden "Bij gebreke aan een gerechtelijk elektronisch adres of indien betekening op elektronische wijze aan dit adres onmogelijk is, met name om technische redenen of indien de geadresseerde gebruik heeft gemaakt van een hem bij wet geboden mogelijkheid om niet in te stemmen met de uitwisseling van berichten via het gerechtelijk elektronisch adres";3° in dezelfde paragraaf worden de woorden "na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer," telkens opgeheven;4° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt: " § 2.Bij de opening van het bericht tot betekening op elektronische wijze of het verlenen van toestemming tot betekening op elektronische wijze door de geadresseerde binnen de vierentwintig uur volgend op de verzending van het voornoemde bericht tot betekening of het verzoek tot toestemming tot betekening op elektronische wijze aan de geadresseerde, laat het in artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, bedoelde Centraal register een bericht van bevestiging van betekening toekomen aan de gerechtsdeurwaarder die de akte heeft betekend. De betekening wordt in dat geval geacht te zijn gedaan op de datum van de verzending van het voormelde bericht tot betekening of verzoek tot toestemming."; 5° in dezelfde paragraaf, tweede lid, worden de woorden "artikel 32quater/3, § 3" vervangen door de woorden "artikel 32quater/3, § 3, eerste lid". Art. 3.In artikel 32quater/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "overeenkomstig artikel 32quater/1" ingevoegd tussen de woorden "op elektronische wijze" en de woorden "of aan de persoon";2° in dezelfde paragraaf worden de woorden "overeenkomstig artikel 33" ingevoegd tussen de woorden "of aan de persoon" en de woorden ", naar keuze van";3° in paragraaf 2 wordt het woord "geschiedt" vervangen door het woord "gebeurt";4° in dezelfde paragraaf worden de woorden "overeenkomstig artikel 32quater/1" ingevoegd tussen de woorden "op elektronische wijze" en de woorden "of aan de persoon";5° in dezelfde paragraaf worden de woorden "overeenkomstig artikel 33" ingevoegd tussen de woorden "of aan de persoon" en de woorden ", naar keuze van";6° in paragraaf 3 wordt het woord "geschiedt" vervangen door het woord "gebeurt";7° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel 33";8° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met een tweede lid, luidende: "Indien bij de betekening geen aanbieding ter ondertekening van de akte mogelijk is middels een elektronisch hulpmiddel dat het visualiseren en ondertekenen ervan toelaat, omwille van technische redenen of overmacht, kan zij vervangen worden door het aanbieden ter ondertekening van een papieren eensluidend verklaard afschrift van de akte.De gerechtsdeurwaarder laadt dit binnen de drie dagen op in het Centraal register bedoeld in artikel 32quater/2, § 1, eerste lid." Art. 4.Artikel 33, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden "en de akte ter ondertekening aangeboden wordt middels een elektronisch hulpmiddel dat het visualiseren en ondertekenen ervan toelaat.". Art. 5.In artikel 34 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en de akte middels een elektronisch hulpmiddel dat het visualiseren en ondertekenen ervan toelaat ter ondertekening aangeboden wordt" ingevoegd tussen de woorden "ter hand gesteld" en de woorden "aan het orgaan". Art. 6.In artikel 35, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en de akte middels een elektronisch hulpmiddel dat het visualiseren en ondertekenen ervan toelaat ter ondertekening aangeboden" ingevoegd tussen de woorden "ter hand gesteld" en de woorden "aan een bloedverwante". Art. 7.In artikel 39, derde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en de akte middels een elektronisch hulpmiddel dat het visualiseren en ondertekenen ervan toelaat ter ondertekening aangeboden" ingevoegd tussen de woorden "ter hand gesteld" en de woorden "aan de lasthebber persoonlijk". Art. 8.In artikel 182 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999015181 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende het internationale wegvervoer en het transitvervoer van personen en goederen, en Protocol, ondertekend te Brussel op 29 maart 1994 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 20/10/1999 numac 1999015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking 25 MAART 1999 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Tunesische Republiek betreffende rechtshulp in burgerlijke zaken en handelszaken, ondertekend te Tunis op 27 april 1989 type wet prom. 25/03/1999 pub. 21/12/2000 numac 2000015177 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de beheersing van emissies van stikstofoxiden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen, en de Technische Bijlage, gedaan te Sofia op 31 oktober 1988 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/05/1999 numac 1999009407 bron ministerie van justitie Wet betreffende de hervorming van de gerechtelijke kantons type wet prom. 25/03/1999 pub. 11/12/1999 numac 1999015233 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart bij het op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, gedaan te Montrael op 24 februari 1988 type wet prom. 25/03/1999 pub. 10/11/1999 numac 1999015238 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet betreffende de toepassing op de Belgen van zekere bepalingen van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 en van het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961 type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/04/1999 numac 1999000279 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 140-1 tot 140-6 van de provinciewet betreffende de provinciale volksraadpleging sluiten7, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende: " § 3/1. De persoonsgegevens van de kiezers en van de kandidaten die door het College worden ingewonnen in de loop van de verkiezingsprocedure van de leden, worden door het College bewaard voor de duur van het mandaat. Het College staat in voor de inrichting en het beheer van de werking van de lijst van kiezers en kandidaten. Hij staat in voor de controle op de werking en het gebruik van deze lijst. Het College wordt met betrekking tot de lijst beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). De Koning bepaalt de gegevens die in de lijst zijn opgenomen. De lijst en de daarin opgenomen gegevens kunnen, onder toezicht van de beheerder en voor zover noodzakelijk voor het vervullen van hun respectievelijke wettelijke opdrachten, uitsluitend worden geraadpleegd door het College en de steundienst bij het College." Art. 9.In artikel 184 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999015181 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende het internationale wegvervoer en het transitvervoer van personen en goederen, en Protocol, ondertekend te Brussel op 29 maart 1994 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 20/10/1999 numac 1999015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking 25 MAART 1999 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Tunesische Republiek betreffende rechtshulp in burgerlijke zaken en handelszaken, ondertekend te Tunis op 27 april 1989 type wet prom. 25/03/1999 pub. 21/12/2000 numac 2000015177 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de beheersing van emissies van stikstofoxiden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen, en de Technische Bijlage, gedaan te Sofia op 31 oktober 1988 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/05/1999 numac 1999009407 bron ministerie van justitie Wet betreffende de hervorming van de gerechtelijke kantons type wet prom. 25/03/1999 pub. 11/12/1999 numac 1999015233 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart bij het op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, gedaan te Montrael op 24 februari 1988 type wet prom. 25/03/1999 pub. 10/11/1999 numac 1999015238 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet betreffende de toepassing op de Belgen van zekere bepalingen van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 en van het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961 type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/04/1999 numac 1999000279 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 140-1 tot 140-6 van de provinciewet betreffende de provinciale volksraadpleging sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "De persoonsgegevens van de kiezers en van de kandidaten die door het College worden ingewonnen in de loop van de verkiezingsprocedure van de leden worden door het College bewaard voor de duur van het mandaat."; 2° paragraaf 2, achtste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "De persoonsgegevens van de opvolgers worden door het College bewaard voor een termijn van drie jaar."; 3° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende: " § 3.Het College staat in voor de inrichting en het beheer van de werking van de lijst van kiezers en kandidaten. Hij staat in voor de controle op de werking en het gebruik van deze lijst. Het College wordt met betrekking tot de lijst beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). De Koning bepaalt de gegevens die in de lijst zijn opgenomen. De lijst en de daarin opgenomen gegevens kunnen, onder toezicht van de beheerder en voor zover noodzakelijk voor het vervullen van hun respectievelijke wettelijke opdrachten, uitsluitend worden geraadpleegd door het College en de steundienst bij het College." Art. 10.In artikel 446quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bestaande tekst van paragraaf 5, eerste lid, zal paragraaf 7 vormen;2° paragraaf 5 wordt aangevuld met vier leden, luidende: "De Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone analyseren, op automatische geïnformatiseerde wijze, de transacties op de derdenrekeningen en rubriekrekeningen bedoeld in paragraaf 2, met uitzondering van de rekeningen die beheerd worden in het kader van een gerechtelijk mandaat, teneinde verdachte en onrechtmatige transacties op te sporen en te documenteren, de processen ter opsporing van dergelijke transacties te optimaliseren, en, in voorkomend geval, alle gegevens ter identificatie van verdachte en onrechtmatige transacties door te geven aan de stafhouder van de Orde waarbij de houder van de rekening is ingeschreven. Daartoe ontvangen de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, van de vergunde instellingen bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, voor de in het eerste lid bedoelde rekeningen de gegevens met betrekking tot de transacties die in het bezit zijn van de financiële instelling, zoals het type transactie, het bedrag, de munteenheid, de uitvoeringsdatum van de transactie, alsook de naam en het adres van de rekeninghouder, van de opdrachtgever en van de begunstigde, het rekeningnummer van de opdrachtgever en van de begunstigde en de vrije of gestructureerde mededeling. De identificatiegegevens van de houder van de rekening, van de opdrachtgever en van de begunstigde van de transactie worden bewaard gedurende tien jaar te rekenen vanaf de datum van de transactie. In geval van een gerechtelijk onderzoek of gerechtelijke procedure dan wel een tuchtonderzoek of tuchtprocedure worden deze gegevens bewaard tot op het moment dat alle rechtsmiddelen tegen de beslissingen die hieruit voortkomen, zijn uitgeput. Eenieder die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het derde lid bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, nemen het vertrouwelijk karakter ervan in acht en houden ze geheim. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing." Art. 11.In artikel 509, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999015181 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende het internationale wegvervoer en het transitvervoer van personen en goederen, en Protocol, ondertekend te Brussel op 29 maart 1994 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 20/10/1999 numac 1999015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking 25 MAART 1999 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Tunesische Republiek betreffende rechtshulp in burgerlijke zaken en handelszaken, ondertekend te Tunis op 27 april 1989 type wet prom. 25/03/1999 pub. 21/12/2000 numac 2000015177 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de beheersing van emissies van stikstofoxiden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen, en de Technische Bijlage, gedaan te Sofia op 31 oktober 1988 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/05/1999 numac 1999009407 bron ministerie van justitie Wet betreffende de hervorming van de gerechtelijke kantons type wet prom. 25/03/1999 pub. 11/12/1999 numac 1999015233 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart bij het op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, gedaan te Montrael op 24 februari 1988 type wet prom. 25/03/1999 pub. 10/11/1999 numac 1999015238 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet betreffende de toepassing op de Belgen van zekere bepalingen van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 en van het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961 type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/04/1999 numac 1999000279 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 140-1 tot 140-6 van de provinciewet betreffende de provinciale volksraadpleging sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Elke akte wordt in gedematerialiseerde vorm opgemaakt en ondertekend overeenkomstig artikel 8.15, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. De Koning kan de nadere regels daarvan bepalen."; 2° tussen het tweede en derde lid worden drie leden ingevoegd, luidende: "Indien het om technische redenen of omwille van overmacht onmogelijk is de akte overeenkomstig het tweede lid in gedematerialiseerde vorm op te maken, kan zij worden opgemaakt in niet-gedematerialiseerde vorm. De akte bedoeld in het tweede lid, tweede zin, wordt opgenomen in het Centraal register bedoeld in artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, van zodra zij is ondertekend. Van zodra de onmogelijkheid bedoeld in het derde lid ophoudt te bestaan, wordt de akte bedoeld in hetzelfde lid gedematerialiseerd overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels en vervolgens opgenomen in hetzelfde Centraal register. In geval het aanbieden of ontvangen van een akte in gedematerialiseerde vorm om technische redenen of omwille van overmacht onmogelijk is, kan een door de gerechtsdeurwaarder eensluidend verklaard afschrift van de akte aangeboden of ontvangen worden." Art. 12.In artikel 515, § 5, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999015181 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende het internationale wegvervoer en het transitvervoer van personen en goederen, en Protocol, ondertekend te Brussel op 29 maart 1994 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 20/10/1999 numac 1999015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking 25 MAART 1999 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Tunesische Republiek betreffende rechtshulp in burgerlijke zaken en handelszaken, ondertekend te Tunis op 27 april 1989 type wet prom. 25/03/1999 pub. 21/12/2000 numac 2000015177 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de beheersing van emissies van stikstofoxiden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen, en de Technische Bijlage, gedaan te Sofia op 31 oktober 1988 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/05/1999 numac 1999009407 bron ministerie van justitie Wet betreffende de hervorming van de gerechtelijke kantons type wet prom. 25/03/1999 pub. 11/12/1999 numac 1999015233 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart bij het op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, gedaan te Montrael op 24 februari 1988 type wet prom. 25/03/1999 pub. 10/11/1999 numac 1999015238 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet betreffende de toepassing op de Belgen van zekere bepalingen van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 en van het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961 type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/04/1999 numac 1999000279 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 140-1 tot 140-6 van de provinciewet betreffende de provinciale volksraadpleging sluiten7, worden de woorden "artikel 509, § 1, derde lid" vervangen door de woorden "artikel 509, § 1, zesde lid". Art. 13.In artikel 555 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2023, worden de woorden "509, § 1, derde lid" telkens vervangen door de woorden "509, § 1, zesde lid". Art. 14.In artikel 555/1, § 1, eerste lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II, worden de woorden "artikel 509, § 1, derde lid "vervangen door de woorden "artikel 509, § 1, zesde lid". Art. 15.In artikel 721 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het derde lid worden de woorden "Bij het dossier wordt een inventaris van de stukken gevoegd" vervangen door de woorden "Voor elk dossier wordt een inventaris van de stukken opgemaakt";2° het artikel, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 tot 6, luidende: " § 2.Een procedurestuk kan opgemaakt worden in gedematerialiseerde en in materiële vorm. § 3. Onder voorbehoud van artikel 782 wordt een procedurestuk dat in gedematerialiseerde vorm wordt opgemaakt en waarvan de wet de ondertekening vereist, ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. Voor een procedurestuk dat in gedematerialiseerde vorm wordt opgemaakt en waarvan de wet de ondertekening niet vereist, volstaat een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.11 van de Verordening bedoeld in het eerste lid, of een geavanceerd elektronisch zegel in de zin van artikel 3.26 van die Verordening. De elektronische ondertekening van een procedurestuk door een lid van de rechterlijke orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, verzekert de hoedanigheid waarin de ondertekenaar ondertekent. § 4. Het digitaal dossier van de rechtspleging kan zowel bestaan uit stukken opgemaakt in gedematerialiseerde vorm, als uit stukken opgemaakt in materiële vorm die worden gedematerialiseerd. Voor de door de rechterlijke orde in materiële vorm opgemaakte stukken die gedematerialiseerd worden of voor de in materiële vorm opgemaakte stukken van externe bronnen die na neerlegging gedematerialiseerd worden en toegevoegd worden aan het digitaal dossier, verklaren de griffier of de parketsecretaris het gedematerialiseerde stuk eensluidend aan het materiële stuk via een elektronisch zegel als bedoeld in paragraaf 3, tweede lid, of een elektronische handtekening als bedoeld in paragraaf 3, eerste lid. § 5. De Koning bepaalt de veiligheidsmaatregelen en de minimale technische normen waaraan de informaticasystemen die tot doel hebben de in paragraaf 3 bedoelde handelingen en verwerkingen te verrichten, moeten voldoen. De Koning kan de wijze bepalen waarop de gekwalificeerde elektronische handtekening wordt gevisualiseerd. § 6. Het deel van het dossier van de rechtspleging in materiële vorm dat overeenkomstig paragraaf 4, tweede lid, is gedematerialiseerd en is opgenomen in het digitaal dossier in het Centraal register bedoeld in artikel 725bis/1, § 1, verliest zijn authentiek karakter. De griffier vermeldt in de inventaris van het dossier voor elk stuk van dit deel waar het wordt bewaard in het Centraal register. Stukken uit het deel bedoeld in het eerste lid kunnen uit het dossier van de rechtspleging in materiële vorm worden verwijderd door de griffier. Hij maakt hiervan melding in de inventaris van het dossier." Art. 16.Artikel 722 van het hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten9, wordt vervangen als volgt: "Art. 722.Ingeval het dossier of een deel ervan aan een andere rechter moet worden voorgelegd, wordt het dossier of het deel ervan door de griffier meegedeeld of wordt het beheer ervan door hem overgedragen aan de griffier van de rechter voor wie de zaak aanhangig wordt gemaakt. Ingeval het dossier is opgenomen in een dossier als bedoeld in artikel 725bis, wordt het samen met dit laatste dossier meegedeeld, of wordt het beheer van beide dossiers samen overgedragen. Is er een beslissing gewezen, dan wordt een afschrift daarvan gevoegd bij het dossier dat moet worden meegedeeld of waarvan het beheer moet worden overgedragen." Art. 17.In artikel 723 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 mei 1990 en gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.Indien tegen de gewezen beslissing een rechtsmiddel bij een hogere rechtsmacht wordt ingesteld, verzoekt de griffier van deze rechtsmacht, binnen vijf dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de griffier die het dossier van de rechtspleging beheert, hem dit binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek mee te delen of hem het beheer ervan over te dragen. De Koning bepaalt op welke wijze het dossier wordt meegedeeld of het beheer ervan wordt overgedragen."; 2° in de Franse tekst van paragraaf 2 wordt het woord "dénoncé" vervangen door het woord "notifié";3° in de Franse tekst van dezelfde paragraaf wordt het woord "dénonciation" vervangen door het woord "notification";4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.Van het bij verzoekschrift ingestelde rechtsmiddel bij een hogere rechtsmacht wordt samen met het in paragraaf 1 bedoelde verzoek tot mededeling of overdracht een afschrift meegedeeld aan de griffier die het dossier van de rechtspleging in eerste aanleg beheerde. De griffier maakt op de kant van de beslissing melding van het ingestelde rechtsmiddel." Art. 18.In artikel 724, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "teruggezonden" vervangen door de woorden "terug meegedeeld of wordt het beheer ervan terug overgedragen". Art. 19.In artikel 725, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "onder zich heeft" vervangen door het woord "beheert". Art. 20.In artikel 725bis, § 2, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten9, worden de woorden "meegedeeld of wordt het beheer ervan onverwijld" ingevoegd tussen de woorden "familiedossier onverwijld" en het woord "overgedragen". Art. 21.In het vierde deel, boek II, eerste titel, van hetzelfde Wetboek wordt tussen hoofdstuk IV en hoofdstuk IVbis een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, met als opschrift "Centraal register van dossiers van de rechtspleging". Art. 22.In hoofdstuk IV/1 van deel IV, boek II, eerste titel, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 21, wordt een artikel 725bis/1 ingevoegd, luidende: "Art. 725bis/1. § 1. Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een "Centraal register van dossiers van de rechtspleging" opgericht, hierna "Centraal register" genoemd. Het Centraal register is een geïnformatiseerde gegevensbank met als doelen: 1° het gecentraliseerd opnemen en bewaren in gedematerialiseerde vorm van de dossiers van de rechtspleging teneinde de uitoefening van de wettelijke opdrachten van de rechterlijke orde te vergemakkelijken;2° te fungeren als authentieke bron, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten3 houdende oprichting en organisatie van een federale dienstenintegrator, van de dossiers van de rechtspleging die er geheel in zijn opgenomen, en van de dossiers van de rechtspleging die er gedeeltelijk in zijn opgenomen, voor dat gedeelte;3° de raadpleging via elektronische weg van de in het Centraal register opgenomen gegevens toe te laten door de personen en actoren die deze met toepassing van paragraaf 5, eerste lid, mogen raadplegen;4° de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor het verbeteren van de kwaliteit van die gegevens;5° de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor het optimaliseren van de organisatie van de rechterlijke orde, om een efficiënter beheer, een betere beleidsondersteuning, een betere impactanalyse van wetswijzigingen en een betere toewijzing van de menselijke en logistieke middelen binnen de rechterlijke orde mogelijk te maken;6° de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor de ontwikkeling van informaticasystemen voor de ondersteuning van de leden van de rechterlijke orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, bij de uitoefening van hun wettelijke opdrachten;7° de verwerking van een geheel van of van individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor historische of wetenschappelijke doeleinden;8° de verwerking van gespecifieerde individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor journalistieke doeleinden;9° de verwerking voor statistische doeleinden, binnen de grenzen bepaald bij titel 4 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) sluiten9 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, van de in het Centraal register opgenomen gegevens. § 2. In het Centraal register worden de volgende gegevens opgenomen: 1° het overeenkomstig artikel 721 in gedematerialiseerde vorm aangelegde dossier van de rechtspleging;2° het overeenkomstig de wet gedematerialiseerde dossier van de rechtspleging dat aanvankelijk in materiële vorm werd aangelegd;3° de metagegevens noodzakelijk voor het bereiken van de doelen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, te weten: a) de gegevens van het gerecht dat en de personen die het dossier van de rechtspleging beheren;b) de gegevens betreffende het dossier van de rechtspleging;c) de noodzakelijke identificatiegegevens van de in het dossier van de rechtspleging vermelde personen;d) het unieke identificatienummer van het dossier van de rechtspleging;e) de algemene beschrijving van het geschil.4° de gegevens noodzakelijk voor de veiligheid van het Centraal register. De Koning bepaalt, na advies van de in paragraaf 3 bedoelde beheerder, de exacte gegevens bedoeld in het eerste lid, 3°, opgenomen in het Centraal register. De Koning bepaalt de technische voorwaarden waaraan het dossier van de rechtspleging moet voldoen met het oog op zijn opname in het Centraal register. § 3. Het Centraal register wordt beheerd door de beheerder bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie. De beheerder staat in voor de inrichting en het beheer van de werking van het Centraal register. Hij heeft in het bijzonder als opdracht: 1° het bewaken van het respecteren van de doelen van het Centraal register en van de maximale afwezigheid van ongemachtigd downloaden van gegevens;2° het toezien op de werking van het Centraal register, met inbegrip van het toezicht op het toegangsbeleid en het uitoefenen van de controle hierop;3° het schriftelijk en onder voorwaarden machtigen van de derden bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 5° en 7°, voor de verwerkingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6° of 9° ;4° het toezien op de technische infrastructuur van het Centraal register;5° het regelmatig verslag uitbrengen over de werking van het Centraal register en over de uitoefening van de opdrachten bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 4°. Het verslag bedoeld in het tweede lid, 5°, wordt jaarlijks neergelegd bij de minister van Justitie en bij de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°, d). § 4. De verwerkingsverantwoordelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 42, derde lid, van de wet van 18 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie. § 5. Hebben toegang tot het Centraal register: 1° voor het neerleggen, aanvullen en verbeteren van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens, de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoeld elektronische lijst, van het gerecht waarbij de zaak waarop het dossier betrekking heeft, aanhangig is, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;2° voor het raadplegen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens: a) de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoeld elektronische lijst, van het gerecht waarbij de zaak waarop het dossier betrekking heeft, aanhangig is, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;b) de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoeld elektronische lijst, van het openbaar ministerie, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;c) de personen die overeenkomstig de wet inzagerecht hebben in een welbepaald dossier, waarbij de raadpleging beperkt blijft tot dat dossier en het inzagerecht uitsluitend wordt uitgeoefend binnen de grenzen en conform de nadere regels van het Gerechtelijk Wetboek en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan;d) de functionaris voor gegevensbescherming aangesteld door de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, binnen de grenzen van zijn wettelijke opdrachten;3° bij wege van uitzondering, wanneer de vereisten van hun opdracht deze toegang onontbeerlijk maken, de door de beheerder aangestelde personen belast met het technisch en operationeel beheer van het Centraal register, handelend binnen het kader van hun functie;4° voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 5° : a) de gerechtelijke overheden belast met het beheer en de organisatie van de hoven en rechtbanken;b) de diensten belast met statistische analyse bij de in de beheerder vertegenwoordigde entiteiten;5° voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde derden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden;6° voor de gegevensverwerkingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 7° of 8°, de door het gerecht waarbij de zaak waarop het dossier betrekking heeft, aanhangig is, schriftelijk gemachtigde derden;7° Voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 9°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde publieke overheden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden. Onverminderd de bepalingen onder 1° en 3° kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, andere overheden, organen of diensten aanwijzen voor het neerleggen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens. De verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor andere doelen dan diegene bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, is verboden. De overtreding van dit verbod wordt bestraft met de straf bedoeld in artikel 222 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) sluiten9 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. De Koning bepaalt, na advies van de beheerder, de nadere regels en procedures betreffende de toegang tot het Centraal register. Hij die in welke hoedanigheid dan ook deelneemt aan het verzamelen of aan de registratie van gegevens in het Centraal register of aan de verwerking of de mededeling van de erin geregistreerde gegevens en daardoor kennis heeft van die gegevens, moet, in voorkomend geval, het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Bij een inbreuk zijn de straffen van artikel 458 van het Strafwetboek op hem van toepassing. Wanneer de beheerder vaststelt dat ongerechtvaardigd gebruik wordt gemaakt van de toegang tot het Centraal register, brengt hij dit ter kennis van de overheid die krachtens de wet bevoegd is om een tuchtprocedure in te stellen ten aanzien van de betrokken gebruiker. § 6. Het dossier van de rechtspleging wordt bewaard gedurende een termijn van tien jaar vanaf de beëindiging van het geding waarop het dossier betrekking heeft. Deze bewaartermijn wordt zo nodig verlengd tot uitputting van alle gewone rechtsmiddelen en, in voorkomend geval, de voorziening in Cassatie in de zaak waarop het dossier betrekking heeft. In elk geval mag de bewaartermijn niet korter zijn dan deze voorzien in de selectielijst voor de archieven van de rechterlijke macht, opgemaakt in uitvoering van de archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten1 en vastgelegd in een omzendbrief die wordt bekendgemaakt op de website van het Rijksarchief. Na afloop van de in het eerste lid bedoelde bewaartermijn wordt een selectie van de dossiers van de rechtspleging, behoudens regelmatige vrijstelling, in goede, geordende en toegankelijke staat naar het Rijksarchief overgebracht. Indien deze overbrenging onmogelijk blijkt, wordt het dossier bewaard in het Centraal register tot wanneer zijn overbrenging overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten1, plaats vindt. § 7. De Koning bepaalt, na advies van de beheerder, de nadere technische en materiële regels voor de inrichting en werking van het Centraal register, die echter geen invloed kunnen hebben op de inhoud of de begrijpelijkheid van de in het Centraal register opgenomen dossiers van de rechtspleging." Art. 23.In artikel 782 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999015181 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende het internationale wegvervoer en het transitvervoer van personen en goederen, en Protocol, ondertekend te Brussel op 29 maart 1994 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 20/10/1999 numac 1999015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking 25 MAART 1999 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Tunesische Republiek betreffende rechtshulp in burgerlijke zaken en handelszaken, ondertekend te Tunis op 27 april 1989 type wet prom. 25/03/1999 pub. 21/12/2000 numac 2000015177 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de beheersing van emissies van stikstofoxiden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen, en de Technische Bijlage, gedaan te Sofia op 31 oktober 1988 (2) type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/05/1999 numac 1999009407 bron ministerie van justitie Wet betreffende de hervorming van de gerechtelijke kantons type wet prom. 25/03/1999 pub. 11/12/1999 numac 1999015233 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart bij het op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, gedaan te Montrael op 24 februari 1988 type wet prom. 25/03/1999 pub. 10/11/1999 numac 1999015238 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet betreffende de toepassing op de Belgen van zekere bepalingen van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 en van het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961 type wet prom. 25/03/1999 pub. 22/04/1999 numac 1999000279 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 140-1 tot 140-6 van de provinciewet betreffende de provinciale volksraadpleging sluiten6 en gewijzigd bij de wetten van 16 oktober 2022 en 19 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 4, tweede lid, 5°, worden de woorden ", bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 4°, " ingevoegd tussen de woorden "opgenomen gegevens" en de woorden "voor het optimaliseren";2° in paragraaf 8, eerste lid, 4°, b), worden de woorden ", met inbegrip van het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding" vervangen door de woorden "bedoeld in § 6, tweede lid, 1° tot 4° en 8° ". Art. 24.In artikel 792, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 mei 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) sluiten4, worden de volgende wijzingen aangebracht: 1° de woorden "van een niet ondertekend afschrift van de beslissing" worden opgeheven en de eerste zin wordt aangevuld met de worden "dat de beslissing raadpleegbaar is via de portaalwebsite van Justitie";2° het woord "laatst" wordt vervangen door het woord "laatste"; 3° het lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De partij die de kennisgeving bij gewone brief heeft ontvangen kan aan de griffier vragen om een kosteloos niet-ondertekend afschrift van de beslissing te ontvangen, bij gewone brief of op elektronische wijze op een elektronisch adres van zijn keuze." Art. 25.In artikel 1391, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "van de zetel en van het openbaar ministerie" ingevoegd tussen het woord "magistraten" en de woorden ", griffiers". Art. 26.In artikel 1434 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "afgifte" telkens vervangen door het woord "aanbieding";2° in het tweede lid worden de woorden "op de originele exploten die haar worden gelaten de dag en het uur waarop zij haar worden overhandigd" vervangen door de woorden "door middel van een digitale bijvoeging bij de exploten of in het geval bedoeld in artikel 509, § 1, vijfde lid, op het eensluidend verklaard afschrift dat haar wordt gelaten, de dag en het uur waarop zij haar werden aangeboden". Art. 27.In art …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.