← België

Decreet tot instelling van het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen

Kort samengevat

Dit decreet stelt het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen in, dat de regels vastlegt voor het beheer, de exploratie en de exploitatie van ondergrondse rijkdommen in het Waalse Gewest. Het doel is om deze rijkdommen te beheren als gemeenschappelijk erfgoed, met respect voor menselijke gezondheid, veiligheid en milieubescherming.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
14 MAART 2014. - Decreet tot instelling van het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen (1) Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1. - Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen Artikel 1 - De volgende bepalingen vormen het decreetgevend gedeelte van Boek 3 van het Milieuwetboek, dat het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen vormt. "Boek 3 - Beheer van de ondergrondse rijkdommen; Deel 1. - Principes, toepassingsgebied en definities TITEL 1. - Principes en toepassingsgebied Art. D.I.1. § 1. De ondergrondse rijkdommen van het Waalse Gewest zijn het gemeenschappelijk erfgoed van zijn inwoners. Ze worden geëxploiteerd volgens het principe van verstandig beheer, met inachtneming van de gezondheid en veiligheid van de mens en de bescherming van het milieu, in overeenstemming met de milieudoelstellingen, beschermingsmaatregelen en waterbeheermethoden bedoeld in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en de beschermingsregelingen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud § 2. Daartoe regelt dit Wetboek het beheer van de Waalse ondergrondse rijkdommen, met inbegrip van activiteiten in het ondergrondse milieu, en regelt, met inachtneming van duurzame ontwikkeling, het klimaat, het water en de biodiversiteit, de exploratie en exploitatie, met inbegrip van, in voorkomend geval, het na-beheer, in het bijzonder : 1° de mijnen;2° de koolwaterstof- en brandbare gasafzettingen;3° de locaties voor de geologische opslag van energie, warmte of koude;4° de diepe geothermische afzettingen voor energieproductie (warmte of elektriciteit);5° de historische terrils en slakkenbergen;6° de door de mens gemaakte of natuurlijke ondergrondse holten;7° locaties voor de geologische opslag van kooldioxide in het Waals Gewest. Massa's minerale of fossiele stoffen die niet als mijn worden geclassificeerd, worden niet beschouwd als Waalse ondergrondse rijkdommen in de zin van dit Wetboek. § 3. Dit Wetboek is van toepassing onverminderd de steengroevewetgeving, de waterwetgeving en andere wetgevingen met betrekking tot andere vergunningen. § 4. Dit Wetboek is niet van toepassing op de volgende activiteiten: 1° de ontginning van groeven;2° de archeologie;3° de speleologie;4° bezoeken en verkenningen voor wetenschappelijke doeleinden;5° ondiepe geothermische energie onder 500 meter;6° exploitatie van grondwater. In afwijking van lid 1is het volgende van toepassing op deze activiteiten : 1° de artikelen D.V.1 tot en met D.V.3 met betrekking tot aangiften van exploratie en exploitatie en ontdekkingen van holtes; 2° artikel D.IV.1 met betrekking tot de databank; 3° artikel D.III.1 met betrekking tot het strategisch plan, met uitzondering van de ontginning van de steengroeven; 4° de artikelen D.II.1 en D.II.2 met betrekking tot de "Conseil du sous-sol" (Raad voor de ondergrond); 5° artikel D.VI.7, uitsluitend voor ondiepe geothermie. Art. D.I.2. De ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot 4° en 7°, die exploiteerbaar zijn en zich bevinden op het grondgebied van het Waals Gewest worden beheerd door het Gewest. Het beheer en de exploitatie van de rijkdommen, vermeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1°, met uitzondering van steenkool, bruinkool en bitumineuze schisten, 3°, 4° en 7°, zijn van algemeen belang. De Regering kan exclusieve exploratie- of exploitatierechten voor de in artikel D.I.1., § 2, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 7° bedoelde ondergrondse rijkdommen toekennen, onverminderd de noodzaak om een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning te verkrijgen, voor de uitoefening van de overeenkomstige activiteiten en voor de exploitatie van de bijbehorende installaties en uitrusting en onverminderd de klimaatdoelstellingen, de milieudoelstellingen en de waterbeschermingsmaatregelen en beheersmethoden bedoeld in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en de beschermingsregelingen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud 2. Art. D.I.3. Behoudens andersluidende bepaling, gebeurt elke verzending bedoeld in dit decreet: 1° bij aangetekend schrijven met ontvangstbericht;2° of via elke soortgelijke formule waarmee vaste datum aan de verzending en aan de ontvangst van de akte gegeven kan worden, ongeacht de gebruikte distributiedienst;3° door afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs. De Regering kan de lijst van procedures, met inbegrip van elektronische procedures, vaststellen die zij erkent als procedures die volgens haar een vaste datum aan de verzending en de ontvangst kunnen geven. Art. D.I.4. De toezending moet uiterlijk op de vervaldag van de termijn geschieden. De dag van ontvangst van de akte, die het beginpunt is, wordt niet meegerekend. De vervaldag wordt meegerekend in de termijn. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag. Sectie 2. - Definities Art. D.I.5. In de zin van dit Wetboek wordt verstaan onder: 1° activiteiten en installaties in ondergrondse omgevingen : a) sportieve, recreatieve, culturele en toeristische activiteiten, met uitzondering van verkennende speleologie en wetenschappelijk onderzoek;b) tuinbouwbedrijven en champignonkwekerijen;c) alle soorten afzettingen in natuurlijke of kunstmatige ondergrondse holtes, met inbegrip van mijnen waarvan de afzettingen niet langer worden geëxploiteerd;d) installaties die nodig zijn voor de uitoefening van deze activiteiten, met uitzondering van tunnels die verbonden zijn met communicatieroutes in bedrijf en in het militaire domein, en pijpleidingen voor vloeistoffen;2° administratie : de dienst(en) aangewezen door de Regering 3° Wetboek : Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling ;4° mijnconcessie : de akte die toestemming geeft voor de exploitatie van een mijn die valt onder het decreet van 7 juli 1988 op de mijnen, groeven en graverijen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 15 september 1919 of door elke voorgaande wet;5° afvalstof: afvalstof als gedefinieerd in artikel 5, § 1, 1°, van het decreet van 9 maart 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten6 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid ;6° exploitatie van de ondergrondse rijkdommen: de ontwikkeling van de ondergrondse rijkdommen binnen een omtrek of een volume, dat kan worden vastgesteld in een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning, hetzij door de gehele of gedeeltelijke ontginning van de bestaande geologische lagen en lichamen, met het oog op de commercialisering, met of zonder verwerking, van de ontgonnen rotsen, mineralen, stoffen en vloeistoffen, hetzij door de ontginning of opslag van warmte, gassen of vloeistoffen, met uitzondering van ondergrondse waterwinningswerken en -operaties, hetzij door de ontginning van bestaande holtes;7° exploratie van de rijkdommen van de ondergrond: elke bewerking of reeks van bewerkingen die wordt uitgevoerd binnen een afgebakend gebied met het doel de ondergrond en bepaalde rijkdommen daarvan te karakteriseren, teneinde het bestaan en de vindplaats ervan vast te stellen en hun exploitatie- of ontwikkelingspotentieel te beoordelen, ongeacht de middelen die ter plaatse worden aangewend;8° technisch ambtenaar : de ambtena(a)r(en) aangewezen door de Regering;9° ambtenaar voor de ondergrond: de ambtena(a)r(en) aangewezen door de Regering;10° geologische formatie: een lithostratigrafische onderverdeling waarbinnen duidelijk te onderscheiden gesteentelagen kunnen worden aangetroffen en in kaart kunnen worden gebracht of het voorwerp uitmaken van een wetenschappelijk onderzoek;11° fracking: een methode voorafgaand aan extractie, gebaseerd op het principe van het veranderen van de permeabiliteit van het materiaal;12° ondiepe geothermische energie: hernieuwbare energie waarbij alle gebruikte processen thermische energie terugwinnen.Dit is de energie die is opgeslagen in de vorm van warmte onder het oppervlak van de vaste aarde op een diepte van vijfhonderd meter of minder; 13° diepe geothermische energie: hernieuwbare energie waarbij alle processen betrokken zijn om geothermische energie te winnen en om te zetten in warmte of elektriciteit.Dit is de energie die is opgeslagen in de vorm van warmte onder het oppervlak van de vaste aarde op een diepte van meer dan vijfhonderd meter 14° geothermische afzetting: een afzetting in de aarde waaruit energie kan worden gewonnen in de vorm van warmte door middel van een vloeistof;15° mijnen: ofwel : a) Massa's minerale of fossiele stoffen in de ondergrond waarvan bekend is dat ze in aders, lagen of hopen goud, zilver, platina, kwik, lood, ijzer, koper, tin, zink bevatten, kalamine, bismut, kobalt, arseen, mangaan, antimoon, molybdeen, lood, gallium, germanium, hafnium, indium, niobium, scandium, tantaal, wolfraam, vanadium, uranium of andere metaalhoudende materialen, alsmede zouten en oxiden daarvan, barium, lithium, bariet, zwavel, grafiet, aard- en steenkool, fossiel hout, bitumen, aluin en zout, alsmede bitumineus gesteente dat vatbaar is voor industriële verwerking met het oog op de winning van koolwaterstoffen en fosfaatgesteente dat vatbaar is voor industriële verwerking met het oog op de productie van meststoffen;b) in situ of natuurlijk verweerde en verplaatste rotsafzettingen die industrieel terugwinbare zeldzame aardmetalen bevatten, zoals scandium, yttrium, lanthaan, cerium, praseodymium, neodymium, promethium, samarium, europium, gadolinium, terbium, dysprosium, holmium, erbium, thulium, ytterbium en lutetium;c) de stoffen die opgelost zijn in het grondwater dat van nature aanwezig is in de onder a) bedoelde massa's en de onder b) bedoelde afzettingen, wanneer dit water wordt onttrokken om een van de in dit artikel bedoelde stoffen af te zonderen die van nature in deze massa's of afzettingen aanwezig zijn;16° milieuvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 1, 1°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;17° mijnonderzoeksvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 5 van het decreet van 7 juli 1988 op de mijnen, of op de groeven en graverijen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 15 september 1919; 18° exclusief exploratievergunning: de beslissing waarbij de Regering aan een aangewezen houder exclusieve rechten verleent om de rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, op te sporen; 19° exclusief exploitatievergunning: de beslissing waarbij de Regering aan een aangewezen houder exclusieve rechten verleent om de rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, te exploiteren; 20° postbeheer: de onderhouds-, toezichts-, controle- en herstelverplichtingen die aan de houder van een exclusieve vergunning worden opgelegd na de volledige of gedeeltelijke stopzetting van de exploratie of exploitatie;21° sanering: de sanering bedoeld in artikel 1, 13°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;22° grond: de omtrek bestaande uit de kadastrale percelen waarnaar verwezen wordt in de milieuvergunning;23° geologische opslag van warmte of koude: het tijdelijk vasthouden van thermische energie in een volume ondergrond met het oog op later gebruik, ongeacht het gebruik; 24° historische terril: een faciliteit voor het beheer van afval van de kolenmijnbouw en -verwerkende industrie, met een volume van meer dan 50.000 kubieke meter, opgericht vóór de datum van inwerkingtreding van het Wetboek; 25° slakkenberg: historische terril met een volume van minder dan 50.000 kubieke meter. TITEL 3. - Nakoming van Europese verplichtingen Art. D.I.6. Bij dit Wetboek worden gedeeltelijk omgezet : 1° Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen;2° Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's ;3° Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (1); 4° Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen Deel 2.- Advies- en coördinatieorganen TITEL 1. - "Conseil du sous-sol" (Ondergrondraad) en wetenschappelijk comité Art. D.II.1. § 1er. Er wordt een Ondergrondraad opgericht. De raad bestaat uit twaalf leden die door de Regering aangewezen worden, met name : 1° een derde zijn ambtenaren van de Administratie;2° een derde uit vertegenwoordigers van operatoren en organisaties die werknemers vertegenwoordigen, bestaande uit ten minste vijf vertegenwoordigers van operatoren en ten minste drie vertegenwoordigers van organisaties die werknemers vertegenwoordigen;3° een derde uit vertegenwoordigers van diverse belangen, waaronder wetenschappelijke leden. § 2. Onverminderd het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie sluiten houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie wordt voor elk gewoon lid een plaatsvervangend lid benoemd. Als het lid krachtens de bepalingen die de werking en de organisatie van de instelling regelen aangewezen wordt wegens een specifieke functie die hij uitoefent of een titel die hij draagt, kan van deze regel worden afgeweken; Een plaatsvervangend lid heeft slechts zitting als het gewoon lid dat het vervangt afwezig is. 3° de plaatsvervangende leden beschikken over dezelfde documenten betreffende de vergaderingen van de instelling als de gewone leden. Deze documenten worden gelijktijdig aan de plaatsvervangende en aan de gewone leden overgemaakt; § 3. Ministers kunnen worden uitgenodigd om vergaderingen bij te wonen wanneer een kwestie die onder hun bevoegdheid valt voor advies wordt voorgelegd aan de "Conseil du sous-sol". § 4. De "Conseil du sous-sol" bestaat uit ten minste 24 permanente leden en ten minste één extra afdeling die gespecialiseerd is in diepe geothermische activiteiten. De Regering bepaalt de verdeling van de vertegenwoordigers van de Administratie binnen de "Conseil du sous-sol", volgens de procedures bepaald in artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. De Regering bepaalt het aantal leden van de "Conseil du sous-sol", de procedures voor hun benoeming en de werking van de "Conseil du sous-sol". De Regering wijst de voorzitter en de ondervoorzitter van de "Conseil du sous-sol" aan onder de leden bedoeld in paragraaf 1. § 5. De Regering kan bijkomende gespecialiseerde afdelingen oprichten binnen de "Conseil du sous-sol" en het aantal en het statuut van de bijkomende leden bepalen. De Regering wijst de administrateur-generaal aan volgens de modaliteiten die zij bepaalt. § 6. In het geval van een dossier betreffende de diepe geothermische energie heeft de "Conseil du sous-sol" een gespecialiseerde afdeling voor diepe geothermische energie. De Regering bepaalt het aantal extra leden en de wijze waarop zij worden voorgesteld. § 7. Er wordt een onafhankelijk wetenschappelijk comité opgericht, bestaande uit leden die door de Regering worden benoemd. De "Conseil du sous-sol" kan een beroep doen op dit wetenschappelijk comité wanneer hij dit nuttig acht. De Regering bepaalt het aantal leden van het wetenschappelijk comité, de wijze waarop zij worden voorgedragen en de werkwijze van het comité, met inbegrip van de regels inzake bezoldiging en belangenconflicten, op zodanige wijze dat de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk comité wordt gewaarborgd. De Regering bepaalt de verdeling van de vertegenwoordigers volgens de procedures bepaald in artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. Art. D.II.2. § 1er. § 3. De "Conseil du sous-sol" vervult de volgende opdrachten : 1° advies uitbrengen over het ontwerp van strategisch plan voor het beheer van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.III.1; 2° de Regering informeren over alle aspecten die verband houden met de exploratie en exploitatie van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in dit Wetboek;3° advies uitbrengen over infrastructuurwerken met betrekking tot de rationele exploitatie van de ondergrond of opslagplaatsen;4° een advies geven over concurrerend gebruik van dezelfde afzetting of ondergrondse zone;5° advies uitbrengen over aanvragen voor exclusieve exploratie- of exploitatievergunningen; 6° advies uitbrengen over de indeling van de historische terrils bedoeld in artikel D.VI.8; 7° advies uitbrengen over elke aanvraag voor een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning, die betrekking heeft op een historische terril; 8° advies uitbrengen over alle vragen met betrekking tot de ondergrond en zijn rijkdommen, met name bedoeld in artikel D.I.1, § 2, die haar door de Regering worden voorgelegd. § 2. De "Conseil du sous-sol" kan op eigen initiatief adviezen uitbrengen en het onafhankelijk wetenschappelijk comité om advies vragen. § 3. Het onafhankelijk wetenschappelijk comité heeft als opdracht : 1° advies uitbrengen over het ontwerp van strategisch plan voor het beheer van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.III.1; 2° advies uitbrengen over aanvragen voor exclusieve exploratie- of exploitatievergunningen;3° de "Conseil du sous-sol of de Regering adviseren over alle wetenschappelijke aspecten van de exploratie of exploitatie van de ondergrondse rijkdommen en de gevolgen ervan, door op verzoek of op eigen initiatief adviezen uit te brengen. TITEL 2 - - Structuur voor de coördinatie van de interventies van het Gewest op het gebied van grondbewegingen ten gevolge van ondergrondse exploratie- en exploitatiewerken of -structuren of van door de mens gecreëerde of natuurlijke holtes Art. D.II.3. De Regering kan een permanente coördinatiestructuur organiseren voor haar diensten op het gebied van bodembewegingen veroorzaakt door ondergrondse exploratie- of mijnbouwwerken of groeven of door door de mens gemaakte of natuurlijke holtes, tijdens en buiten een crisis, met name om : 1° een strategische evaluatie uit te voeren van het probleem van aardverschuivingen, zowel op het vlak van preventie als van crisisbeheer;2° de acties van de autoriteiten en de verschillende diensten in het Gewest in geval van aardverschuivingen te coördineren en in het bijzonder verzakkingen en instortingen;3° advies te verlenen op uitdrukkelijk verzoek van een overheid belast met crisisbeheer naar aanleiding van een bodembeweging, en in het bijzonder in geval van verzakking of instorting die een openbaar goed rechtstreeks of onrechtstreeks treft of kan treffen. De Regering kan de opdrachten van de in lid 1 bedoelde structuur nader omschrijven en kan haar opdracht uitbreiden tot andere soorten geologische of geomechanische bodembewegingen, met name verzakkingen, krimp en zwelling van klei, aardverschuivingen en val van rotsen. Deel 3. - Strategisch plan voor het beheer van ondergrondse rijkdommen Art. D.III.1. § 1er. De Regering stelt een strategisch plan op voor het beheer van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2. Dit plan bevat een analyse van de situatie op het vlak van het beheer van de ondergrondse rijkdommen in Wallonië, alsook de doelstellingen en middelen van het Gewest om een spaarzaam beheer van deze rijkdommen te verzekeren om te voldoen aan de huidige behoeften en aan die van 20 en 50 jaar, en tegelijk het voortbestaan van deze rijkdommen op lange termijn te garanderen.Het beschrijft de acties die de Regering moet ondernemen om de doelstellingen te bereiken en biedt een kader voor huidige en toekomstige recycling in overeenstemming met de veranderende behoeften en technieken. Het plan is opgesteld met prioritaire inachtneming van de klimaatdoelstellingen die zijn vastgelegd in de wetgeving van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, milieudoelstellingen, maatregelen voor het beheer en de bescherming van waterbronnen die zijn opgenomen in het Waterwetboek, bodembescherming die is opgenomen in het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de bescherming van de biodiversiteit die is opgenomen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud. Het strategisch plan bevat minstens de volgende elementen : 1° een inventaris van de Waalse ondergrondse rijkdommen, met een onderscheid tussen de soorten en locaties van gekende of vermoede afzettingen van mijnen, koolwaterstoffen, brandbare gassen en geothermische afzettingen, een schatting van de volumes van de afzettingen en het potentieel voor geothermische afzettingen, hun toegankelijkheid en het gemak waarmee ze kunnen worden geëxploiteerd, rekening houdend met hun locatie en de huidige technieken;2° een evaluatie van behoeften en markten om rendabele sectoren te identificeren en ze te vergelijken met hulpbronnen in de Waalse ondergrond die aan deze behoeften zouden kunnen voldoen, met inbegrip van vervangende hulpbronnen uit de circulaire economie;3° een schatting van de huidige exploitatietechnieken en hun waarschijnlijke ontwikkeling;4° een schatting van het potentieel voor verschillend gebruik van hetzelfde gebied dat verschillende afzettingen bevat;5° indien mogelijk, een rangorde tussen de exploitatie van verschillende concurrerende ondergrondse rijkdommen;6° indien van toepassing, de ruimtelijke identificatie van ondergrondgebieden die niet beschikbaar zijn voor onderzoek en exploitatie, hetzij omwille van de hydrogeologische kenmerken van de ondergrond, hetzij omwille van de menselijke bewoning van deze of aangrenzende gebieden, hetzij omwille van milieurisico's, hetzij omwille van elke dwingende reden, met inbegrip van sociaaleconomische, wetenschappelijke of landschappelijke redenen; 7° de gegevens met betrekking tot de coördinatie met de doelstellingen en maatregelen van de strategie voor duurzame ontwikkeling bedoeld in het decreet van 27 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2013 pub. 09/07/2013 numac 2013203949 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende het Waals beleid inzake duurzame ontwikkeling en de overgangsthema's die eruit voortvloeien en van andere sectorale plannen die een impact hebben op andere milieus, in het bijzonder het stroomgebiedbeheerplan bedoeld in artikel D.24 van Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, het ruimtelijk ontwikkelingsplan bedoeld in artikel D.II.2... van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, het actieprogramma voor natuurbescherming bedoeld in artikel D.46., 4°, van Boek 1 van het Milieuwetboek, het "Plan Air-Climat-Energie (PACE)" (Waals Lucht-Klimaat-Energieplan) dat de bijdrage vormt van het Waals Gewest tot het Nationaal Energie Klimaat Plan (PNEC) bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) 2018/1999 van 18 december 2019, en door andere strategieën, in het bijzonder die van warmte- en koudenetten gevoed door warmtekrachtkoppeling, afvalenergie of hernieuwbare energiebronnen; 8° een evaluatie van het vorige strategisch plan. § 2. Het strategisch plan wordt opgesteld voor een periode van maximaal twintig jaar en wordt op dezelfde manier vernieuwd als het is opgesteld. De Regering kan voorzien in een kortere looptijd van het plan of een herziening die korter is dan de periode van twintig jaar. Er mag geen exclusieve vergunning worden verleend in een gebied van de ondergrond dat niet beschikbaar is voor exploratie en exploitatie in de zin van het eerste lid, derde lid, 6°, tenzij de Regering daartoe besluit om dwingende redenen van groot openbaar belang en er geen alternatief is. § 3. Een exclusieve exploratievergunning en een exclusieve exploitatievergunning mogen afwijken van het strategisch plan, mits gemotiveerd wordt dat het project de doelstellingen van het plan niet in gevaar brengt. Deel 4. - Ondergronddatabank Art. D.IV.1. § 1er. De Regering organiseert de verzameling, het behoud en het gebruik, met name in de vorm van een gegevensbank, en de verspreiding van gegevens en informatie met betrekking tot de Waalse ondergrond en in het bijzonder : 1° de geologische opbouw van Wallonië, met inbegrip van oppervlakteformaties en alteratiefenomenen;2° de afzettingen en rijkdommen van de Waalse ondergrond;3° de hydrogeologie van het grondgebied het Gewest ;4° het kadaster van mijnbouwconcessies, exclusieve vergunningen, bijbehorende milieuvergunningen en lopende activiteiten;5° de productie, het verbruik en de stromen van minerale en energetische rijkdommen gewonnen uit de ondergrond in Wallonië, zonder afbreuk te doen aan de vertrouwelijkheid van de industriële gegevens;6° ondergrondse exploitatiestructuren, actief of buiten gebruik gesteld, zoals putten, boorgaten, tunnels en oppervlaktegalerijen;7° natuurlijke en door de mens veroorzaakte gevaren van grondbewegingen en incidenten en ongevallen in verband met grondbewegingen. § 2. Het doel van het verspreiden en ontwikkelen van deze gegevens is het delen van kennis over de ondergrond, met name door middel van een geologische kaart en andere thematische kaarten, die dichter en nauwkeuriger zijn. Daartoe zorgt de Waalse Overheidsdienst voor de toegankelijkheid en de verspreiding van de gegevens en het werk dat wordt uitgevoerd om ze te exploiteren via het internet. De gegevens worden verzameld aan de hand van verschillende documenten, zoals vergunningen en toestemmingen, goedkeuringen, werkverklaringen voor het ontdekken van putten en holtes, impactstudies, waarnemingen door geologen, interventiedossiers in het geval van rampen, geologische en wetenschappelijke studies en onderzoeken, doctrinaire publicaties en statistieken van bevoegde instituten. Ze worden bewaard door de ambtenaar voor de ondergrond, op papier, in origineel of kopie, of in elektronisch formaat. § 3. Persoonlijke gegevens blijven in de databank zolang de documenten geregistreerd zijn. De Waalse Geologische Dienst binnen de Waalse Overheidsdienst is, in de zin van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens type wet prom. 30/07/2018 pub. 30/03/2021 numac 2021030655 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, verantwoordelijk voor de verwerking van de doorgegeven persoonsgegevens. § 4. De archieven van de Geologische Kaart van Wallonië, waarvan het beheer is toevertrouwd aan de Administratie, zijn toegankelijk voor het publiek, met uitzondering van de gegevens die het voorwerp uitmaakten van een verklaring van vertrouwelijkheid en met respect voor de persoonsgegevens. Deel 5. - Verplichting om ondergrondse exploratie aan te geven Art. D.V.1. § 1er. De aanvang van ondergrondse exploratiewerken in de zin van artikel D.I.5, 7°, is onderworpen aan een voorafgaande informatieve aangifte, gedaan onder de voorwaarden en met de vorm bepaald door de Regering: 1° het ondernemen, evenals het hervatten door uitbreiding of verdieping, van alle graafwerken, met inbegrip van galerijen, schachten, proefputten en boorgaten van welke aard ook, die, zelfs als ze voor louter wetenschappelijke doeleinden worden uitgevoerd, bestemd zijn om tien meter of meer onder het niveau van de natuurlijke ondergrond te zakken;2° elk geofysisch prospectieonderzoek, zelfs als het voor louter wetenschappelijke doeleinden wordt uitgevoerd, onverminderd de voorafgaande toelating op grond van artikel 120ter van het Strafwetboek;3° elke opsporing bedoeld om de circulatie van ondergronds water te bepalen. § 2. Voor elke ontdekking van natuurlijke of door de mens gemaakte holten, schachten of oude mijnschachten, die nog onbekend zijn of alleen bekend zijn van plannen of documenten, moet binnen 15 kalenderdagen a posteriori informatie worden verstrekt, volgens de voorwaarden en met behulp van het formulier dat door de Regering is vastgesteld. § 3. Van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatieaangifte zijn vrijgesteld 1° geotechnische testen zoals alle vormen van kegelpenetratietesten, drukmetingstesten en permeabiliteitstesten in situ;2° ontdekkingen van uitbreidingen van ondergrondse holtes als onderdeel van speleologische exploratieactiviteiten;3° de werkzaamheden, vermeld in de eerste paragraaf, waarvoor de datum van de aanvang van de werkzaamheden reeds uitdrukkelijk is meegedeeld aan de ambtenaar voor de ondergrond in toepassing van een andere bepaling van dit Wetboek of is meegedeeld aan de Administratie in toepassing van een andere reglementering. Art. D.V.2. Door de Regering aangewezen ambtenaren hebben te allen tijde toegang tot kantoren, werkplaatsen en opgravings- en prospectielocaties wanneer daar werkzaamheden worden uitgevoerd. Ze hebben op dezelfde manier ook toegang tot plaatsen waar een ontdekking als bedoeld in artikel D.V.1, § 2, is gedaan. Ze kunnen alle informatie en stalen verkrijgen die nuttig kunnen zijn voor het opstellen van de geologische kaart, de hydrogeologische kaart en de kaart van het geothermische potentieel van het Waalse Gewest. Met hetzelfde doel mogen ze alle holtes, schachten of uitgangen beschrijven die ontdekt zijn. Art. D.V.3. De resultaten van de verkenningen van de ondergrond in de zin van artikel D.I.5, 7°, evenals de beschrijvingen van de holtes en schachten en de ontdekte uitgangen worden opgenomen in de databank betreffende de ondergrond bedoeld in artikel D.IV.1. Indien de auteur van de onderzoeken of ontdekkingen, alsmede de eigenaar in geval van doordringbare holtes, in de verklaring bedoeld in artikel D.V.1 aangeeft dat deze als vertrouwelijk dienen te worden beschouwd, mag geen enkel document of monster dat daarop betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur van de onderzoeken of ontdekkingen, alsmede de eigenaar in geval van doordringbare holtes, worden meegedeeld, noch mag enig resultaat worden onthuld vóór het verstrijken van een door de auteur van de onderzoeken gestelde termijn. Deze periode mag de duur van de exclusieve vergunning niet overschrijden indien het onderzoek verband houdt met de uitvoering van deze laatste. De vertrouwelijkheid van de gegevens is niet langer van toepassing wanneer de exploitatie van het onder een vergunning vallende afzetting wordt gestaakt of wanneer de rechtspersoon die de gegevens heeft geproduceerd failliet gaat of wordt geliquideerd als dit gebeurt voordat de vergunning afloopt. Wanneer een holte of schacht wordt ontdekt of een uitgang die gevaar voor grondbewegingen kan opleveren, is de overheid gemachtigd om de locatie of de omtrek van het bedreigende object uit te zenden. Deel 6. - Exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Exploratie van ondergrondse rijkdommen met een exclusieve vergunning Art. D.VI.1. § 1er. Niemand mag zich het recht voorbehouden de in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, bedoelde rijkdommen van de ondergrond te exploreren, zelfs niet op grond die aan die persoon toebehoort, zonder houder te zijn van een exclusieve exploratievergunning die door de Regering is verleend overeenkomstig de in dit Deel omschreven procedures. § 2. Kunstmatig opgewekte fracking voor de exploratie van vloeibare koolwaterstoffen en brandbare gassen zijn verboden. In afwijking van lid 1 kan de Regering, op het tijdstip van verlening of door wijziging van de voorwaarden van de exclusieve exploratievergunning, voorzien in tijdelijke uitzonderingen voor methoden gericht op het herstel van het initiële porositeitsniveau rond boorputten voor de exploitatie van kolenlaaggas of rond boorputten voor de exploitatie van diepe geothermische energie. HOOFDSTUK 2. - Activiteiten voor de exploratie van de ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.2. Activiteiten en installaties die vereist zijn voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen mogen uitsluitend worden uitgevoerd krachtens een verklaring of een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkwaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vergunning die naast de exclusieve exploratievergunning vereist is. TITEL 2 - - Exploitatie van de ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Exploitatie van ondergrondse rijkdommen met een exclusieve vergunning Art. D.VI.3. § 1er. Niemand mag zich het recht voorbehouden de in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, bedoelde rijkdommen van de ondergrond te exploiteren, zelfs niet op grond die hem toebehoort, zonder houder te zijn van een exclusieve exploitatievergunning die door de Regering is verleend overeenkomstig de in dit Deel omschreven procedures. § 2. Kunstmatig opgewekte fracking voor de exploitatie van vloeibare koolwaterstoffen en brandbare gassen zijn verboden. In afwijking van lid 1 kan de Regering, op het tijdstip van verlening of door wijziging van de voorwaarden van de exclusieve exploitatievergunning, voorzien in tijdelijke uitzonderingen voor methoden gericht op het herstel van het initiële porositeitsniveau rond boorputten voor de exploitatie van kolenlaaggas of rond boorputten voor de exploitatie van diepe geothermische energie. § 3. In afwijking van lid 1 is geen exclusieve vergunning vereist voor de winning van mijnbouwstoffen van minder dan 3 ton per jaar als nevenactiviteit bij ondergrondse bezoeken aan voormalige mijngangen voor toeristische en educatieve doeleinden. § 4. Geen aanvraag voor een exclusieve exploitatievergunning mag worden ingediend vóór de aanneming van het in artikel D.III.1 bedoelde strategische plan, met uitzondering van : 1° aanvragen voor exclusieve exploitatievergunningen voor gas gewonnen uit steenkoollagen of vroegere steenkoolontginning en voor diepe geothermie;2° aanvragen voor exclusieve vergunningen en waarvoor de ambtenaar voor de ondergrond beschikt over een eindverslag van een exploratie uitgevoerd in het kader van een exclusieve exploratievergunning, op voorwaarde dat de aanvraag niet indruist tegen de doelstellingen bepaald door de Waalse Regering. De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten van het in het eerste lid, 2°, bedoelde eindverslag van de exploratie. Art. D.VI.4. De exclusieve vergunning om ondergrondse rijkdommen te exploiteren omvat het exclusieve recht om te exploreren. Art. D.VI.5. Met uitzondering van gevallen waarin de vergunning wordt verleend aan het Waals Gewest, kan een exclusieve exploitatievergunning alleen worden verleend aan een bestaande of in opleiding zijnde rechtspersoon. In het laatste geval wordt de rechtspersoon gevormd binnen de door de Regering vastgestelde periode. HOOFDSTUK 2. - Activiteiten voor de exploratie van de ondergrondse rijkdommen Afdeling 1. - Installaties en activiteiten voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen met exclusieve vergunningen Art. D.VI.6. § 1er. Onverminderd de toepassing van artikel D.170 van Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, mogen de installaties en werkzaamheden die nodig of nuttig zijn voor de exploitatie van de ondergrondse rijkdommen voor het doel waarvoor de exclusieve exploitatievergunningen gelden, met inbegrip van installaties voor het beheer van winningsafval, putten, galerijen ondergrondse verbindingen en winningsputten, alleen worden geïnstalleerd en geëxploiteerd onder de voorwaarden, indien van toepassing, van een verklaring of een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een vergelijkbare vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vergunning die naast de exclusieve vergunningen vereist is. § 2. In afwijking van artikel 50 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning mag een milieuvergunning of een globale vergunning niet worden verleend voor een langere periode dan die van de exclusieve exploratie- of exploitatievergunning voor ondergrondse rijkdommen. § 3. De milieuvergunning bedoeld in paragraaf 1 gaat vergezeld van een zekerheid in de zin van artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. § 4. Geen enkele andere activiteit, installatie of handeling die onverenigbaar is met de betrokken handeling mag worden toegestaan tijdens de onderzoeksprocedure voor een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vereiste vergunning. De milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning kunnen niet afgegeven worden als de desbetreffende activiteiten onverenigbaar zijn met andere activiteiten of installaties vergund overeenkomstig een andere bestuursrechtelijk beleid. § 5. Wanneer de aanvraag voor een milieuvergunning, een stedenbouwkundige vergunning, een globale vergunning of een soortgelijke vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend door een particuliere exploitant en betrekking heeft op een project voor geothermie op grote geothermische diepte, moet deze aanvraag het volgende bevatten : 1° een verslag over de oproep tot belangverklaring voor deelname aan het project voor geothermie op grote diepte;2° een verslag over de oproep tot belangverklaring uitgegeven voor lokale overheden voor deelname aan het project voor geothermie op grote diepte;3° deelnameaanbiedingen aan lokale overheden en burgers, tot 24,99% voor elk van beide groepen. De oproep tot belangenverklaring bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt ten laatste tijdens de voorafgaande informatievergadering georganiseerd. Het verslag bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt tijdens de voorafgaande informatievergadering voorgesteld. De regering bepaalt de voorwaarden van de oproep tot belangenverklaring, de vorm en inhoud van het verslag met betrekking tot de oproep tot belangenverklaring en de voorwaarden van de aanbiedingen tot deelneming, met als doel ervoor te zorgen dat projecten worden opengesteld onder economische voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de marktvoorwaarden. Sectie 2. - Ondiepe geothermische afzettingen Art. D.VI.7. Onverminderd de toepassing van artikel D.170 van Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, mogen de installaties en werkzaamheden die nodig of nuttig zijn voor de exploitatie van de afzettingen van ondiepe geothermie, alleen worden geïnstalleerd en geëxploiteerd onder de voorwaarden, indien van toepassing, van een verklaring of een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een vergelijkbare vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vergunning die vereist is. § 2. De milieuvergunning bedoeld in paragraaf 1 gaat vergezeld van een zekerheid in de zin van artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. Deel 3. - Historische terrils en slakkenbergen Art. D.VI.8. § 1er. De Regering stelt de criteria vast voor de klassering van historische terrils, eventueel cumulatief, naargelang ze bestemd zijn om het volgende te zijn of te worden : 1° een grond dat bescherming geniet op het gebied van milieu, natuurbehoud, erfgoed of ruimtelijke ordening (categorie I);2° een grond dat kan worden ontwikkeld omwille van zijn sociale, educatieve, culturele of toeristische belang (categorie II);3° een grond dat kan worden gebruikt voor andere economische doeleinden dan toerisme of de exploitatie van mineralen, of die een potentiële reserve aan minerale of energetische materialen vormt, of die geheel of gedeeltelijk moet worden heringericht, waarvan de topografie moet worden gewijzigd of waarvan materialen moeten worden verwijderd om de stabiliteit en de bescherming van naburige eigendommen en wegen te garanderen (categorie III). Deze klassering is gebaseerd op het belang of de grote belangen die elke historische terril afzonderlijk of als onderdeel van een samenhangend geheel vertegenwoordigt in termen van industriële, erfgoed-, landschaps-, milieu-, ruimtelijke ordenings-, sociale, recreatieve of toeristische, educatieve of culturele aspecten. Terrils die zijn ingedeeld als voormalige afvalvoorzieningen van winningsindustrieën die een risico vormen voor de volksgezondheid en het milieu krachtens artikel 20 van Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG, zijn ingedeeld als categorie III. Het risico voor de menselijke gezondheid en het milieu is naar behoren gemotiveerd. Het doel van een historische terril kan niet gedefinieerd worden als er ten minste één belangrijk criterium ontbreekt. § 2. De voorgestelde indeling, of de volledige of gedeeltelijke herziening van deze indeling, gaat voor elke historische terril vergezeld van de motivering voor de voorgestelde categorie. De Regering beslist over de klassering of de herziening ervan na een openbaar onderzoek overeenkomstig de procedures bepaald in Boek 1 van het Milieuwetboek en het advies van de "Conseil du sous-sol", het Waalse Agentschap voor Lucht en Klimaat, de Waalse Overheidsdienst voor Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu en, indien van toepassing, het Contract voor het Historische Mijnbekken, waarnaar verwezen wordt in paragraaf 6, in kwestie en de gemeenten op wiens grondgebied de historische terrils zich bevinden. De Regering kan andere adviesorganen aanwijzen die moeten worden geraadpleegd. De adviesorganen en gemeenten sturen hun advies naar de Regering binnen dertig dagen na ontvangst van het ontwerp. Bij gebreke daarvan wordt de procedure voortgezet. Een kennisgeving betreffende het ontwerp tot klassering en het houden van een openbaar onderzoek wordt gestuurd naar de houders van zakelijke rechten op de historische sloophopen. Onder hun volledige verantwoordelijkheid en zonder dat het wettelijk karakter van het onteigeningsbesluit betwist kan worden, richten de houders van de rechten die de informatie hebben ontvangen, zo spoedig mogelijk een afschrift aan de derden die een persoonlijk of zakelijk recht hebben op het onroerend goed. § 3. Er mag geen stedenbouwkundige of milieuvergunning worden verleend als deze in strijd is met het gebruik van de historische terril zoals bepaald in de krachtens lid 1 vastgestelde klassering. De gedeeltelijke of volledige nivellering en de gedeeltelijke of volledige wijziging van het reliëf van een historische terril is verboden, behalve voor terrils van categorie III wanneer die handelingen verenigbaar zijn met de bijzondere bestemming van de terril of noodzakelijk zijn om de openbare veiligheid of de bescherming van naburige percelen en wegen te verzekeren, onverminderd de beschermingsmaatregelen en waterbeheermethoden bedoeld in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt 2 en de beschermingsregelingen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan, in geval van dreigend gevaar, de gedeeltelijke of gehele nivellering of het gedeeltelijk of geheel wijzigen van het reliëf van een historische terril worden toegestaan als deze handelingen noodzakelijk zijn om de openbare veiligheid of de bescherming van naburige eigendommen en wegen te waarborgen. Het verzoek om een afwijking, vergezeld van een technisch dossier waarin de noodzaak van de afwijking wordt gerechtvaardigd, wordt naar de ambtenaar voor de ondergrond gestuurd. De ambtenaar voor de ondergrond vraagt het advies van de "Conseil du sous-sol", de betrokken burgemeesters en het beheerscontract voor de betrokken historische terrils op de eerste werkdag na ontvangst van de afwijkingssaanvraag. Als de aangezochte instanties niet binnen vijf werkdagen een advies uitbrengen, wordt het geacht gunstig te zijn. De ambtenaar voor de ondergrond stuurt de afwijkingssaanvraag, het technisch dossier, de adviezen van de geraadpleegde instanties en zijn eigen advies binnen acht dagen na ontvangst van het verzoek om afwijking naar de Minister voor Natuurlijke Rijkdommen. De Minister voor Natuurlijke Rijkdommen neemt een beslissing binnen drie dagen na ontvangst van de volledige aanvraag voor afwijking. De beslissing van de Minister van Natuurlijke Rijkdommen wordt meegedeeld aan de aanvrager, de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, de betrokken burgemeesters en het beheerscontract voor de betrokken historische terrils. Als er binnen de termijn geen kennisgeving is gedaan, wordt het advies van de ambtenaar voor de ondergrond geacht de beslissing te zijn. De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar vanaf de kennisgeving ervan of na het verstrijken van de kennisgevingstermijn. De kennisgeving van de beslissing wordt gedurende twintig dagen aangeplakt op de gebruikelijke aanplakplaatsen van de gemeente(n) op het grondgebied waarvan de terril waarop de afwijkingsaanvraag betrekking heeft, zich uitstrekt. De beslissing wordt ook goed zichtbaar opgehangen in de buurt van de desbetreffende terril. De beslissing die de gedeeltelijke of volledige nivellering of de gedeeltelijke of volledige wijziging van de topografie van de betrokken terril toelaat, vormt een stedenbouwkundige vergunning in de zin van artikel D.IV.4 van het Wetboek en een milieuvergunning in de zin van artikel 10 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. De Regering kan de afwijkingsprocedure bepalen. § 5. De regering kan de classificatie uitbreiden naar alle of een deel van de slakkenbergen. § 6. De Regering bepaalt de procedures voor het opstellen en uitvoeren van historische mijnbouwcontracten. Op initiatief van lokale overheden, exploitanten van afval van winningsindustrieën of verenigingen, houders van zakelijke rechten of bewoners van historische stortplaatsen en slakkenbergen kan een participatieve vereniging, "Contract voor een historisch mijnbekken" genaamd, worden opgericht binnen geografische gebieden die overeenkomen met voormalige mijnbekkens die door de Regering zijn vastgesteld. Deze vereniging heeft de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Bij wijze van afwijking, toegestaan overeenkomstig de door de Regering vastgestelde procedures, kunnen voor elk in lid 2 bedoeld geografisch gebied verscheidene "historische mijnbekkencontracten" worden gesloten. Het Contract voor een historisch mijnbekken bestaat uit de volgende drie groepen: - de houders van zakelijke rechten en bezetters van de betrokken historische terrils; - de leden voorgedragen door de plaatselijke actoren; - de leden voorgedragen door de betrokken administraties en adviesorganen. De plaatselijke actoren bedoeld in lid 4 zijn: - de verenigingen die op het gebied van het milieu actief zijn; - de actoren die betrokken zijn bij de verschillende activiteiten die een aanzienlijke impact hebben op het betreffende geografische gebied, zoals bedrijven en toerisme; - de actoren i.v.m. de culturele en educatieve activiteiten die in dezelfde afzetkring uitgeoefend worden. De beslissingsorganen worden georganiseerd zodat ze representatief zijn van de vennoten, waarbij geen enkele groep vennoten predominant is. § 7. In geval van verschillende Contracten voor een historisch mijnbekken binnen éénzelfde geografisch afzetgebied krachtens paragraaf 6, coördineren zij hun actie volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt. § 8. Het Contract voor een historisch mijnbekken beoogt een geïntegreerde, globale en overlegde informatie en sensibilisering m.b.t. de kenmerken, de hulpbronnen en het potentieel van de terrils en de organisatie van een dialoog tussen al zijn leden om een protocolakkoord op te maken. Dit protocolakkoord draagt bij tot het halen van de milieudoelstellingen voor de valorisatie van de historische terrils in overeenstemming met de milieuvereisten beschreven in artikel D.I door elke ondertekenaar ervan in het kader van zijn verantwoordelijkheden ertoe te verbinden welbepaalde doelstellingen te halen. De Regering kan technische opdrachten aan het Contract voor een historisch mijnbekken toewijzen. § 9. De Regering kan het riviercontract subsidies toekennen aan het Contract voor een historisch mijnbekken volgens de regels die zij bepaalt. Zij kan de toekenning van deze subsidies aan een activiteitsprogramma onderwerpen. Het Contract voor een historisch mijnbekken maakt een jaarlijks activiteitenverslag op. In geval van verschillende Contracten voor een historisch mijnbekken binnen éénzelfde geografisch afzetgebied die regering is vastgesteld, wordt een jaarlijks activiteitenverslag opgesteld dat per geografisch gebied wordt gecoördineerd. Het Contract voor een historisch mijnbekken wordt jaarlijks geëvalueerd door de administratie en meegedeeld aan de Minister die verantwoordelijk is voor natuurlijke rijkdommen. Art. D.VI.9. Historische terrils en hun bijgebouwen mogen alleen worden geëxploiteerd onder de voorwaarden, indien van toepassing, van een verklaring van een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning. De milieuvergunning gaat vergezeld van een zekerheid zoals bepaald in artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning; 1° activiteiten en installaties in ondergrondse omgevingen : Art.D.VI.10. Ondergrondse activiteiten en installaties zijn, indien van toepassing, onderworpen aan een verklaring of aan een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning. Een zekerheid zoals bepaald in artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning kan worden opgelegd. Afdeling 5. - Geologische opslag van CO2 met een geplande opslagcapaciteit van minder dan 100 kt voor onderzoeks- of ontwikkelingsdoeleinden of het beproeven van nieuwe producten en procedés. Art. D.VI.11. Geologische opslag van CO2 met een totale geplande opslagcapaciteit van minder dan honderd kiloton, met het oog op exploratie en ontwikkeling of het testen van nieuwe producten en procedés, is, indien van toepassing, onderworpen aan een milieuvergunning of -verklaring overeenkomstig de regels vastgelegd in het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning of enige andere vergunning vereist door andere wetgeving. TITEL 3. - Aanvragen voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Indiening van aanvragen voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.12. § 1er. Exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen worden door de Regering verleend na een procedure waarbij geïnteresseerde aanvragers een vergunningsaanvraag kunnen indienen. De procedure wordt geopend door middel van een aanvraag tot mededinging met het oog op de indiening van de aanvragen, die in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, hetzij op initiatief van de Regering, hetzij na inwilliging van een verzoek van een kandidaat dat per aangetekende brief of op een door de Regering te bepalen wijze wordt ingediend op het adres van de regering, en dat een vaste datum verleent. Vanaf de datum van deze bekendmaking hebben aanvragers honderdtwintig dagen de tijd om een aanvraagdossier in te dienen. De bekendmaking is aangevraagd door de Regering. In het bericht staat: 1° het soort vergunning;2° het geografische gebied of de geografische gebieden die geheel of gedeeltelijk het voorwerp uitmaken of kunnen uitmaken van een aanvraag;3° het voorwerp van de aanvraag; 4° de inachtneming van de objectieve en niet-discriminerende criteria op basis waarvan de aanvraag zal worden beoordeeld, namelijk : a) de technische en financiële capaciteiten van de aanvrager om de werkzaamheden te ondernemen en te leiden, alsook om te voldoen aan de verplichtingen die uit de toekenning van de exploratievergunning voortvloeien: b) de wijze waarop zij voornemens zijn de betrokken geografische zone te exploreren of te exploiteren, met inachtneming van de doelstellingen en maatregelen die zijn vastgesteld in het in artikel D.III.1 bedoelde strategische plan, vanaf de inwerkingtreding daarvan; c) de kwaliteit van de voorbereidende studies die zijn uitgevoerd om het werkprogramma te definiëren d) de maatregelen die de aanvrager na afloop van de exclusieve vergunning van plan is uit te voeren;e) de efficiëntie en competentie waarvan de aanvragers blijk hebben gegeven in het kader van andere vergunningen, met name op het gebied van milieubescherming;f) de naleving van de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn op het Waals Gewest krachtens het recht van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, de milieudoelstellingen en de beheers- en beschermingsmaatregelen die zijn vastgelegd in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, voor de betrokken waterlichamen en de beschermingsregelingen waarin de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud voorziet;g) het in rekening houden van de veiligheidsrisico's, de seismische risico's, de milieueffecten, waaronder klimaat en biodiversiteit, en de landschappelijke kwaliteit van de betrokken gebieden;h) de eventuele nabijheid van een gebied dat al door de aanvragers is verkend of geëxploiteerd;i) de verwachte positieve en negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het Waals Gewest en de technologische activiteiten op zijn grondgebied;j) de positieve en negatieve gevolgen voor de sociaaleconomische ontwikkeling. De referenties van de voorwaarden en minimumeisen met betrekking tot de uitoefening en stopzetting van de betrokken activiteiten die door de Regering zijn vastgesteld, zijn bij het bericht gevoegd. De Regering kan andere objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen voor de beoordeling van het verzoek. § 2. De Regering kan bij uitzondering besluiten de in de eerste paragraaf bedoelde procedure niet toe te passen, wanneer dwingende geologische of exploitatieoverwegingen rechtvaardigen dat een exclusieve vergunning voor een bepaald gebied wordt verleend aan de houder van de exclusieve exploratie- of exploitatievergunning voor een aangrenzend gebied die daarom verzoekt. Houders van geldige exclusieve exploratie- of exploitatievergunningen, mijnbouwconcessies of olie- en gasexploratie- en exploitatievergunningen voor enig ander aangrenzend gebied worden vervolgens door de Regering geïnformeerd, zodat zij binnen honderdtwintig dagen na ontvangst van deze informatie ook een aanvraag kunnen indienen. § 3. In afwijking van paragraaf 1 is er geen oproep tot mededinging wanneer een exclusieve exploitatievergunning wordt aangevraagd door de houder van de exclusieve exploratie …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.