Decreet tot instelling van het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen
Kort samengevat
Dit decreet stelt het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen in, dat de regels vastlegt voor het beheer, de exploratie en de exploitatie van ondergrondse rijkdommen in het Waalse Gewest. Het doel is om deze rijkdommen te beheren als gemeenschappelijk erfgoed, met respect voor menselijke gezondheid, veiligheid en milieubescherming.
Wat het reguleert
- Het beheer van ondergrondse rijkdommen, inclusief activiteiten in het ondergrondse milieu.
- De exploratie en exploitatie van mijnen, koolwaterstof- en brandbare gasafzettingen, en locaties voor geologische opslag van energie, warmte of koude.
- De exploratie en exploitatie van diepe geothermische afzettingen, historische terrils en slakkenbergen, en door de mens gemaakte of natuurlijke ondergrondse holtes.
- De geologische opslag van kooldioxide in het Waals Gewest.
Wie het betreft
- Inwoners van het Waalse Gewest, aangezien de ondergrondse rijkdommen hun gemeenschappelijk erfgoed zijn.
- Partijen die betrokken zijn bij de exploratie of exploitatie van ondergrondse rijkdommen in het Waalse Gewest.
Kernpunten
- Ondergrondse rijkdommen zijn gemeenschappelijk erfgoed en moeten verstandig beheerd worden, met inachtneming van gezondheid, veiligheid en milieu.
- Activiteiten zoals ontginning van groeven, archeologie, speleologie, wetenschappelijke verkenningen, ondiepe geothermie onder 500 meter en grondwaterwinning vallen niet volledig onder dit Wetboek, maar sommige specifieke artikelen zijn wel van toepassing.
- Het Waalse Gewest beheert de exploiteerbare ondergrondse rijkdommen zoals mijnen, koolwaterstofafzettingen en geologische opslaglocaties.
- De Regering kan exclusieve exploratie- of exploitatierechten toekennen, maar hiervoor zijn altijd aanvullende vergunningen (zoals milieu- of stedenbouwkundige vergunningen) en naleving van milieu- en klimaatdoelstellingen vereist.
Wettekst
Wettekst
14 MAART 2014. - Decreet tot instelling van het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen
(1)Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1. - Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen Artikel 1 - De volgende bepalingen vormen het decreetgevend gedeelte van Boek 3 van het Milieuwetboek, dat het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen vormt. "Boek 3 - Beheer van de ondergrondse rijkdommen; Deel 1. - Principes, toepassingsgebied en definities TITEL 1. - Principes en toepassingsgebied Art. D.I.1. § 1. De ondergrondse rijkdommen van het Waalse Gewest zijn het gemeenschappelijk erfgoed van zijn inwoners. Ze worden geëxploiteerd volgens het principe van verstandig beheer, met inachtneming van de gezondheid en veiligheid van de mens en de bescherming van het milieu, in overeenstemming met de milieudoelstellingen, beschermingsmaatregelen en waterbeheermethoden bedoeld in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en de beschermingsregelingen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud § 2. Daartoe regelt dit Wetboek het beheer van de Waalse ondergrondse rijkdommen, met inbegrip van activiteiten in het ondergrondse milieu, en regelt, met inachtneming van duurzame ontwikkeling, het klimaat, het water en de biodiversiteit, de exploratie en exploitatie, met inbegrip van, in voorkomend geval, het na-beheer, in het bijzonder : 1° de mijnen;2° de koolwaterstof- en brandbare gasafzettingen;3° de locaties voor de geologische opslag van energie, warmte of koude;4° de diepe geothermische afzettingen voor energieproductie (warmte of elektriciteit);5° de historische terrils en slakkenbergen;6° de door de mens gemaakte of natuurlijke ondergrondse holten;7° locaties voor de geologische opslag van kooldioxide in het Waals Gewest. Massa's minerale of fossiele stoffen die niet als mijn worden geclassificeerd, worden niet beschouwd als Waalse ondergrondse rijkdommen in de zin van dit Wetboek. § 3. Dit Wetboek is van toepassing onverminderd de steengroevewetgeving, de waterwetgeving en andere wetgevingen met betrekking tot andere vergunningen. § 4. Dit Wetboek is niet van toepassing op de volgende activiteiten: 1° de ontginning van groeven;2° de archeologie;3° de speleologie;4° bezoeken en verkenningen voor wetenschappelijke doeleinden;5° ondiepe geothermische energie onder 500 meter;6° exploitatie van grondwater. In afwijking van lid 1is het volgende van toepassing op deze activiteiten : 1° de artikelen D.V.1 tot en met D.V.3 met betrekking tot aangiften van exploratie en exploitatie en ontdekkingen van holtes; 2° artikel D.IV.1 met betrekking tot de databank; 3° artikel D.III.1 met betrekking tot het strategisch plan, met uitzondering van de ontginning van de steengroeven; 4° de artikelen D.II.1 en D.II.2 met betrekking tot de "Conseil du sous-sol" (Raad voor de ondergrond); 5° artikel D.VI.7, uitsluitend voor ondiepe geothermie. Art. D.I.2. De ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot 4° en 7°, die exploiteerbaar zijn en zich bevinden op het grondgebied van het Waals Gewest worden beheerd door het Gewest. Het beheer en de exploitatie van de rijkdommen, vermeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1°, met uitzondering van steenkool, bruinkool en bitumineuze schisten, 3°, 4° en 7°, zijn van algemeen belang. De Regering kan exclusieve exploratie- of exploitatierechten voor de in artikel D.I.1., § 2, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 7° bedoelde ondergrondse rijkdommen toekennen, onverminderd de noodzaak om een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning te verkrijgen, voor de uitoefening van de overeenkomstige activiteiten en voor de exploitatie van de bijbehorende installaties en uitrusting en onverminderd de klimaatdoelstellingen, de milieudoelstellingen en de waterbeschermingsmaatregelen en beheersmethoden bedoeld in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en de beschermingsregelingen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud 2. Art. D.I.3. Behoudens andersluidende bepaling, gebeurt elke verzending bedoeld in dit decreet: 1° bij aangetekend schrijven met ontvangstbericht;2° of via elke soortgelijke formule waarmee vaste datum aan de verzending en aan de ontvangst van de akte gegeven kan worden, ongeacht de gebruikte distributiedienst;3° door afgifte van de akte tegen ontvangstbewijs. De Regering kan de lijst van procedures, met inbegrip van elektronische procedures, vaststellen die zij erkent als procedures die volgens haar een vaste datum aan de verzending en de ontvangst kunnen geven. Art. D.I.4. De toezending moet uiterlijk op de vervaldag van de termijn geschieden. De dag van ontvangst van de akte, die het beginpunt is, wordt niet meegerekend. De vervaldag wordt meegerekend in de termijn. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag. Sectie 2. - Definities Art. D.I.5. In de zin van dit Wetboek wordt verstaan onder: 1° activiteiten en installaties in ondergrondse omgevingen :
- a)sportieve, recreatieve, culturele en toeristische activiteiten, met uitzondering van verkennende speleologie en wetenschappelijk onderzoek;
- b)tuinbouwbedrijven en champignonkwekerijen;
- c)alle soorten afzettingen in natuurlijke of kunstmatige ondergrondse holtes, met inbegrip van mijnen waarvan de afzettingen niet langer worden geëxploiteerd;
- d)installaties die nodig zijn voor de uitoefening van deze activiteiten, met uitzondering van tunnels die verbonden zijn met communicatieroutes in bedrijf en in het militaire domein, en pijpleidingen voor vloeistoffen;2° administratie : de dienst(
- en)aangewezen door de Regering 3° Wetboek : Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling ;4° mijnconcessie : de akte die toestemming geeft voor de exploitatie van een mijn die valt onder het decreet van 7 juli 1988 op de mijnen, groeven en graverijen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 15 september 1919 of door elke voorgaande wet;5° afvalstof: afvalstof als gedefinieerd in artikel 5, § 1, 1°, van het decreet van 9 maart 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten6 betreffende de afvalstoffen, het circulair gebruik van de materialen en de openbare netheid ;6° exploitatie van de ondergrondse rijkdommen: de ontwikkeling van de ondergrondse rijkdommen binnen een omtrek of een volume, dat kan worden vastgesteld in een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning, hetzij door de gehele of gedeeltelijke ontginning van de bestaande geologische lagen en lichamen, met het oog op de commercialisering, met of zonder verwerking, van de ontgonnen rotsen, mineralen, stoffen en vloeistoffen, hetzij door de ontginning of opslag van warmte, gassen of vloeistoffen, met uitzondering van ondergrondse waterwinningswerken en -operaties, hetzij door de ontginning van bestaande holtes;7° exploratie van de rijkdommen van de ondergrond: elke bewerking of reeks van bewerkingen die wordt uitgevoerd binnen een afgebakend gebied met het doel de ondergrond en bepaalde rijkdommen daarvan te karakteriseren, teneinde het bestaan en de vindplaats ervan vast te stellen en hun exploitatie- of ontwikkelingspotentieel te beoordelen, ongeacht de middelen die ter plaatse worden aangewend;8° technisch ambtenaar : de ambtena(a)r(
- en)aangewezen door de Regering;9° ambtenaar voor de ondergrond: de ambtena(a)r(
- en)aangewezen door de Regering;10° geologische formatie: een lithostratigrafische onderverdeling waarbinnen duidelijk te onderscheiden gesteentelagen kunnen worden aangetroffen en in kaart kunnen worden gebracht of het voorwerp uitmaken van een wetenschappelijk onderzoek;11° fracking: een methode voorafgaand aan extractie, gebaseerd op het principe van het veranderen van de permeabiliteit van het materiaal;12° ondiepe geothermische energie: hernieuwbare energie waarbij alle gebruikte processen thermische energie terugwinnen.Dit is de energie die is opgeslagen in de vorm van warmte onder het oppervlak van de vaste aarde op een diepte van vijfhonderd meter of minder; 13° diepe geothermische energie: hernieuwbare energie waarbij alle processen betrokken zijn om geothermische energie te winnen en om te zetten in warmte of elektriciteit.Dit is de energie die is opgeslagen in de vorm van warmte onder het oppervlak van de vaste aarde op een diepte van meer dan vijfhonderd meter 14° geothermische afzetting: een afzetting in de aarde waaruit energie kan worden gewonnen in de vorm van warmte door middel van een vloeistof;15° mijnen: ofwel :
- a)Massa's minerale of fossiele stoffen in de ondergrond waarvan bekend is dat ze in aders, lagen of hopen goud, zilver, platina, kwik, lood, ijzer, koper, tin, zink bevatten, kalamine, bismut, kobalt, arseen, mangaan, antimoon, molybdeen, lood, gallium, germanium, hafnium, indium, niobium, scandium, tantaal, wolfraam, vanadium, uranium of andere metaalhoudende materialen, alsmede zouten en oxiden daarvan, barium, lithium, bariet, zwavel, grafiet, aard- en steenkool, fossiel hout, bitumen, aluin en zout, alsmede bitumineus gesteente dat vatbaar is voor industriële verwerking met het oog op de winning van koolwaterstoffen en fosfaatgesteente dat vatbaar is voor industriële verwerking met het oog op de productie van meststoffen;
- b)in situ of natuurlijk verweerde en verplaatste rotsafzettingen die industrieel terugwinbare zeldzame aardmetalen bevatten, zoals scandium, yttrium, lanthaan, cerium, praseodymium, neodymium, promethium, samarium, europium, gadolinium, terbium, dysprosium, holmium, erbium, thulium, ytterbium en lutetium;
- c)de stoffen die opgelost zijn in het grondwater dat van nature aanwezig is in de onder
- a)bedoelde massa's en de onder
- b)bedoelde afzettingen, wanneer dit water wordt onttrokken om een van de in dit artikel bedoelde stoffen af te zonderen die van nature in deze massa's of afzettingen aanwezig zijn;16° milieuvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 1, 1°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;17° mijnonderzoeksvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 5 van het decreet van 7 juli 1988 op de mijnen, of op de groeven en graverijen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 15 september 1919; 18° exclusief exploratievergunning: de beslissing waarbij de Regering aan een aangewezen houder exclusieve rechten verleent om de rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, op te sporen; 19° exclusief exploitatievergunning: de beslissing waarbij de Regering aan een aangewezen houder exclusieve rechten verleent om de rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, te exploiteren; 20° postbeheer: de onderhouds-, toezichts-, controle- en herstelverplichtingen die aan de houder van een exclusieve vergunning worden opgelegd na de volledige of gedeeltelijke stopzetting van de exploratie of exploitatie;21° sanering: de sanering bedoeld in artikel 1, 13°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;22° grond: de omtrek bestaande uit de kadastrale percelen waarnaar verwezen wordt in de milieuvergunning;23° geologische opslag van warmte of koude: het tijdelijk vasthouden van thermische energie in een volume ondergrond met het oog op later gebruik, ongeacht het gebruik; 24° historische terril: een faciliteit voor het beheer van afval van de kolenmijnbouw en -verwerkende industrie, met een volume van meer dan 50.000 kubieke meter, opgericht vóór de datum van inwerkingtreding van het Wetboek; 25° slakkenberg: historische terril met een volume van minder dan 50.000 kubieke meter. TITEL 3. - Nakoming van Europese verplichtingen Art. D.I.6. Bij dit Wetboek worden gedeeltelijk omgezet : 1° Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen;2° Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's ;3° Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad
(1); 4° Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen Deel 2.- Advies- en coördinatieorganen TITEL 1. - "Conseil du sous-sol" (Ondergrondraad) en wetenschappelijk comité Art. D.II.1. § 1er. Er wordt een Ondergrondraad opgericht. De raad bestaat uit twaalf leden die door de Regering aangewezen worden, met name : 1° een derde zijn ambtenaren van de Administratie;2° een derde uit vertegenwoordigers van operatoren en organisaties die werknemers vertegenwoordigen, bestaande uit ten minste vijf vertegenwoordigers van operatoren en ten minste drie vertegenwoordigers van organisaties die werknemers vertegenwoordigen;3° een derde uit vertegenwoordigers van diverse belangen, waaronder wetenschappelijke leden. § 2. Onverminderd het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/11/2008 pub. 18/12/2008 numac 2008204571 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie sluiten houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie wordt voor elk gewoon lid een plaatsvervangend lid benoemd. Als het lid krachtens de bepalingen die de werking en de organisatie van de instelling regelen aangewezen wordt wegens een specifieke functie die hij uitoefent of een titel die hij draagt, kan van deze regel worden afgeweken; Een plaatsvervangend lid heeft slechts zitting als het gewoon lid dat het vervangt afwezig is. 3° de plaatsvervangende leden beschikken over dezelfde documenten betreffende de vergaderingen van de instelling als de gewone leden. Deze documenten worden gelijktijdig aan de plaatsvervangende en aan de gewone leden overgemaakt; § 3. Ministers kunnen worden uitgenodigd om vergaderingen bij te wonen wanneer een kwestie die onder hun bevoegdheid valt voor advies wordt voorgelegd aan de "Conseil du sous-sol". § 4. De "Conseil du sous-sol" bestaat uit ten minste 24 permanente leden en ten minste één extra afdeling die gespecialiseerd is in diepe geothermische activiteiten. De Regering bepaalt de verdeling van de vertegenwoordigers van de Administratie binnen de "Conseil du sous-sol", volgens de procedures bepaald in artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. De Regering bepaalt het aantal leden van de "Conseil du sous-sol", de procedures voor hun benoeming en de werking van de "Conseil du sous-sol". De Regering wijst de voorzitter en de ondervoorzitter van de "Conseil du sous-sol" aan onder de leden bedoeld in paragraaf 1. § 5. De Regering kan bijkomende gespecialiseerde afdelingen oprichten binnen de "Conseil du sous-sol" en het aantal en het statuut van de bijkomende leden bepalen. De Regering wijst de administrateur-generaal aan volgens de modaliteiten die zij bepaalt. § 6. In het geval van een dossier betreffende de diepe geothermische energie heeft de "Conseil du sous-sol" een gespecialiseerde afdeling voor diepe geothermische energie. De Regering bepaalt het aantal extra leden en de wijze waarop zij worden voorgesteld. § 7. Er wordt een onafhankelijk wetenschappelijk comité opgericht, bestaande uit leden die door de Regering worden benoemd. De "Conseil du sous-sol" kan een beroep doen op dit wetenschappelijk comité wanneer hij dit nuttig acht. De Regering bepaalt het aantal leden van het wetenschappelijk comité, de wijze waarop zij worden voorgedragen en de werkwijze van het comité, met inbegrip van de regels inzake bezoldiging en belangenconflicten, op zodanige wijze dat de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk comité wordt gewaarborgd. De Regering bepaalt de verdeling van de vertegenwoordigers volgens de procedures bepaald in artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. Art. D.II.2. § 1er. § 3. De "Conseil du sous-sol" vervult de volgende opdrachten : 1° advies uitbrengen over het ontwerp van strategisch plan voor het beheer van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.III.1; 2° de Regering informeren over alle aspecten die verband houden met de exploratie en exploitatie van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in dit Wetboek;3° advies uitbrengen over infrastructuurwerken met betrekking tot de rationele exploitatie van de ondergrond of opslagplaatsen;4° een advies geven over concurrerend gebruik van dezelfde afzetting of ondergrondse zone;5° advies uitbrengen over aanvragen voor exclusieve exploratie- of exploitatievergunningen; 6° advies uitbrengen over de indeling van de historische terrils bedoeld in artikel D.VI.8; 7° advies uitbrengen over elke aanvraag voor een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning, die betrekking heeft op een historische terril; 8° advies uitbrengen over alle vragen met betrekking tot de ondergrond en zijn rijkdommen, met name bedoeld in artikel D.I.1, § 2, die haar door de Regering worden voorgelegd. § 2. De "Conseil du sous-sol" kan op eigen initiatief adviezen uitbrengen en het onafhankelijk wetenschappelijk comité om advies vragen. § 3. Het onafhankelijk wetenschappelijk comité heeft als opdracht : 1° advies uitbrengen over het ontwerp van strategisch plan voor het beheer van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.III.1; 2° advies uitbrengen over aanvragen voor exclusieve exploratie- of exploitatievergunningen;3° de "Conseil du sous-sol of de Regering adviseren over alle wetenschappelijke aspecten van de exploratie of exploitatie van de ondergrondse rijkdommen en de gevolgen ervan, door op verzoek of op eigen initiatief adviezen uit te brengen. TITEL 2 - - Structuur voor de coördinatie van de interventies van het Gewest op het gebied van grondbewegingen ten gevolge van ondergrondse exploratie- en exploitatiewerken of -structuren of van door de mens gecreëerde of natuurlijke holtes Art. D.II.3. De Regering kan een permanente coördinatiestructuur organiseren voor haar diensten op het gebied van bodembewegingen veroorzaakt door ondergrondse exploratie- of mijnbouwwerken of groeven of door door de mens gemaakte of natuurlijke holtes, tijdens en buiten een crisis, met name om : 1° een strategische evaluatie uit te voeren van het probleem van aardverschuivingen, zowel op het vlak van preventie als van crisisbeheer;2° de acties van de autoriteiten en de verschillende diensten in het Gewest in geval van aardverschuivingen te coördineren en in het bijzonder verzakkingen en instortingen;3° advies te verlenen op uitdrukkelijk verzoek van een overheid belast met crisisbeheer naar aanleiding van een bodembeweging, en in het bijzonder in geval van verzakking of instorting die een openbaar goed rechtstreeks of onrechtstreeks treft of kan treffen. De Regering kan de opdrachten van de in lid 1 bedoelde structuur nader omschrijven en kan haar opdracht uitbreiden tot andere soorten geologische of geomechanische bodembewegingen, met name verzakkingen, krimp en zwelling van klei, aardverschuivingen en val van rotsen. Deel 3. - Strategisch plan voor het beheer van ondergrondse rijkdommen Art. D.III.1. § 1er. De Regering stelt een strategisch plan op voor het beheer van de ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.I.1, § 2. Dit plan bevat een analyse van de situatie op het vlak van het beheer van de ondergrondse rijkdommen in Wallonië, alsook de doelstellingen en middelen van het Gewest om een spaarzaam beheer van deze rijkdommen te verzekeren om te voldoen aan de huidige behoeften en aan die van 20 en 50 jaar, en tegelijk het voortbestaan van deze rijkdommen op lange termijn te garanderen.Het beschrijft de acties die de Regering moet ondernemen om de doelstellingen te bereiken en biedt een kader voor huidige en toekomstige recycling in overeenstemming met de veranderende behoeften en technieken. Het plan is opgesteld met prioritaire inachtneming van de klimaatdoelstellingen die zijn vastgelegd in de wetgeving van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, milieudoelstellingen, maatregelen voor het beheer en de bescherming van waterbronnen die zijn opgenomen in het Waterwetboek, bodembescherming die is opgenomen in het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering en de bescherming van de biodiversiteit die is opgenomen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud. Het strategisch plan bevat minstens de volgende elementen : 1° een inventaris van de Waalse ondergrondse rijkdommen, met een onderscheid tussen de soorten en locaties van gekende of vermoede afzettingen van mijnen, koolwaterstoffen, brandbare gassen en geothermische afzettingen, een schatting van de volumes van de afzettingen en het potentieel voor geothermische afzettingen, hun toegankelijkheid en het gemak waarmee ze kunnen worden geëxploiteerd, rekening houdend met hun locatie en de huidige technieken;2° een evaluatie van behoeften en markten om rendabele sectoren te identificeren en ze te vergelijken met hulpbronnen in de Waalse ondergrond die aan deze behoeften zouden kunnen voldoen, met inbegrip van vervangende hulpbronnen uit de circulaire economie;3° een schatting van de huidige exploitatietechnieken en hun waarschijnlijke ontwikkeling;4° een schatting van het potentieel voor verschillend gebruik van hetzelfde gebied dat verschillende afzettingen bevat;5° indien mogelijk, een rangorde tussen de exploitatie van verschillende concurrerende ondergrondse rijkdommen;6° indien van toepassing, de ruimtelijke identificatie van ondergrondgebieden die niet beschikbaar zijn voor onderzoek en exploitatie, hetzij omwille van de hydrogeologische kenmerken van de ondergrond, hetzij omwille van de menselijke bewoning van deze of aangrenzende gebieden, hetzij omwille van milieurisico's, hetzij omwille van elke dwingende reden, met inbegrip van sociaaleconomische, wetenschappelijke of landschappelijke redenen; 7° de gegevens met betrekking tot de coördinatie met de doelstellingen en maatregelen van de strategie voor duurzame ontwikkeling bedoeld in het decreet van 27 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2013 pub. 09/07/2013 numac 2013203949 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende het Waals beleid inzake duurzame ontwikkeling en de overgangsthema's die eruit voortvloeien en van andere sectorale plannen die een impact hebben op andere milieus, in het bijzonder het stroomgebiedbeheerplan bedoeld in artikel D.24 van Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, het ruimtelijk ontwikkelingsplan bedoeld in artikel D.II.2... van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, het actieprogramma voor natuurbescherming bedoeld in artikel D.46., 4°, van Boek 1 van het Milieuwetboek, het "Plan Air-Climat-Energie (PACE)" (Waals Lucht-Klimaat-Energieplan) dat de bijdrage vormt van het Waals Gewest tot het Nationaal Energie Klimaat Plan (PNEC) bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) 2018/1999 van 18 december 2019, en door andere strategieën, in het bijzonder die van warmte- en koudenetten gevoed door warmtekrachtkoppeling, afvalenergie of hernieuwbare energiebronnen; 8° een evaluatie van het vorige strategisch plan. § 2. Het strategisch plan wordt opgesteld voor een periode van maximaal twintig jaar en wordt op dezelfde manier vernieuwd als het is opgesteld. De Regering kan voorzien in een kortere looptijd van het plan of een herziening die korter is dan de periode van twintig jaar. Er mag geen exclusieve vergunning worden verleend in een gebied van de ondergrond dat niet beschikbaar is voor exploratie en exploitatie in de zin van het eerste lid, derde lid, 6°, tenzij de Regering daartoe besluit om dwingende redenen van groot openbaar belang en er geen alternatief is. § 3. Een exclusieve exploratievergunning en een exclusieve exploitatievergunning mogen afwijken van het strategisch plan, mits gemotiveerd wordt dat het project de doelstellingen van het plan niet in gevaar brengt. Deel 4. - Ondergronddatabank Art. D.IV.1. § 1er. De Regering organiseert de verzameling, het behoud en het gebruik, met name in de vorm van een gegevensbank, en de verspreiding van gegevens en informatie met betrekking tot de Waalse ondergrond en in het bijzonder : 1° de geologische opbouw van Wallonië, met inbegrip van oppervlakteformaties en alteratiefenomenen;2° de afzettingen en rijkdommen van de Waalse ondergrond;3° de hydrogeologie van het grondgebied het Gewest ;4° het kadaster van mijnbouwconcessies, exclusieve vergunningen, bijbehorende milieuvergunningen en lopende activiteiten;5° de productie, het verbruik en de stromen van minerale en energetische rijkdommen gewonnen uit de ondergrond in Wallonië, zonder afbreuk te doen aan de vertrouwelijkheid van de industriële gegevens;6° ondergrondse exploitatiestructuren, actief of buiten gebruik gesteld, zoals putten, boorgaten, tunnels en oppervlaktegalerijen;7° natuurlijke en door de mens veroorzaakte gevaren van grondbewegingen en incidenten en ongevallen in verband met grondbewegingen. § 2. Het doel van het verspreiden en ontwikkelen van deze gegevens is het delen van kennis over de ondergrond, met name door middel van een geologische kaart en andere thematische kaarten, die dichter en nauwkeuriger zijn. Daartoe zorgt de Waalse Overheidsdienst voor de toegankelijkheid en de verspreiding van de gegevens en het werk dat wordt uitgevoerd om ze te exploiteren via het internet. De gegevens worden verzameld aan de hand van verschillende documenten, zoals vergunningen en toestemmingen, goedkeuringen, werkverklaringen voor het ontdekken van putten en holtes, impactstudies, waarnemingen door geologen, interventiedossiers in het geval van rampen, geologische en wetenschappelijke studies en onderzoeken, doctrinaire publicaties en statistieken van bevoegde instituten. Ze worden bewaard door de ambtenaar voor de ondergrond, op papier, in origineel of kopie, of in elektronisch formaat. § 3. Persoonlijke gegevens blijven in de databank zolang de documenten geregistreerd zijn. De Waalse Geologische Dienst binnen de Waalse Overheidsdienst is, in de zin van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens type wet prom. 30/07/2018 pub. 30/03/2021 numac 2021030655 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, verantwoordelijk voor de verwerking van de doorgegeven persoonsgegevens. § 4. De archieven van de Geologische Kaart van Wallonië, waarvan het beheer is toevertrouwd aan de Administratie, zijn toegankelijk voor het publiek, met uitzondering van de gegevens die het voorwerp uitmaakten van een verklaring van vertrouwelijkheid en met respect voor de persoonsgegevens. Deel 5. - Verplichting om ondergrondse exploratie aan te geven Art. D.V.1. § 1er. De aanvang van ondergrondse exploratiewerken in de zin van artikel D.I.5, 7°, is onderworpen aan een voorafgaande informatieve aangifte, gedaan onder de voorwaarden en met de vorm bepaald door de Regering: 1° het ondernemen, evenals het hervatten door uitbreiding of verdieping, van alle graafwerken, met inbegrip van galerijen, schachten, proefputten en boorgaten van welke aard ook, die, zelfs als ze voor louter wetenschappelijke doeleinden worden uitgevoerd, bestemd zijn om tien meter of meer onder het niveau van de natuurlijke ondergrond te zakken;2° elk geofysisch prospectieonderzoek, zelfs als het voor louter wetenschappelijke doeleinden wordt uitgevoerd, onverminderd de voorafgaande toelating op grond van artikel 120ter van het Strafwetboek;3° elke opsporing bedoeld om de circulatie van ondergronds water te bepalen. § 2. Voor elke ontdekking van natuurlijke of door de mens gemaakte holten, schachten of oude mijnschachten, die nog onbekend zijn of alleen bekend zijn van plannen of documenten, moet binnen 15 kalenderdagen a posteriori informatie worden verstrekt, volgens de voorwaarden en met behulp van het formulier dat door de Regering is vastgesteld. § 3. Van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatieaangifte zijn vrijgesteld 1° geotechnische testen zoals alle vormen van kegelpenetratietesten, drukmetingstesten en permeabiliteitstesten in situ;2° ontdekkingen van uitbreidingen van ondergrondse holtes als onderdeel van speleologische exploratieactiviteiten;3° de werkzaamheden, vermeld in de eerste paragraaf, waarvoor de datum van de aanvang van de werkzaamheden reeds uitdrukkelijk is meegedeeld aan de ambtenaar voor de ondergrond in toepassing van een andere bepaling van dit Wetboek of is meegedeeld aan de Administratie in toepassing van een andere reglementering. Art. D.V.2. Door de Regering aangewezen ambtenaren hebben te allen tijde toegang tot kantoren, werkplaatsen en opgravings- en prospectielocaties wanneer daar werkzaamheden worden uitgevoerd. Ze hebben op dezelfde manier ook toegang tot plaatsen waar een ontdekking als bedoeld in artikel D.V.1, § 2, is gedaan. Ze kunnen alle informatie en stalen verkrijgen die nuttig kunnen zijn voor het opstellen van de geologische kaart, de hydrogeologische kaart en de kaart van het geothermische potentieel van het Waalse Gewest. Met hetzelfde doel mogen ze alle holtes, schachten of uitgangen beschrijven die ontdekt zijn. Art. D.V.3. De resultaten van de verkenningen van de ondergrond in de zin van artikel D.I.5, 7°, evenals de beschrijvingen van de holtes en schachten en de ontdekte uitgangen worden opgenomen in de databank betreffende de ondergrond bedoeld in artikel D.IV.1. Indien de auteur van de onderzoeken of ontdekkingen, alsmede de eigenaar in geval van doordringbare holtes, in de verklaring bedoeld in artikel D.V.1 aangeeft dat deze als vertrouwelijk dienen te worden beschouwd, mag geen enkel document of monster dat daarop betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur van de onderzoeken of ontdekkingen, alsmede de eigenaar in geval van doordringbare holtes, worden meegedeeld, noch mag enig resultaat worden onthuld vóór het verstrijken van een door de auteur van de onderzoeken gestelde termijn. Deze periode mag de duur van de exclusieve vergunning niet overschrijden indien het onderzoek verband houdt met de uitvoering van deze laatste. De vertrouwelijkheid van de gegevens is niet langer van toepassing wanneer de exploitatie van het onder een vergunning vallende afzetting wordt gestaakt of wanneer de rechtspersoon die de gegevens heeft geproduceerd failliet gaat of wordt geliquideerd als dit gebeurt voordat de vergunning afloopt. Wanneer een holte of schacht wordt ontdekt of een uitgang die gevaar voor grondbewegingen kan opleveren, is de overheid gemachtigd om de locatie of de omtrek van het bedreigende object uit te zenden. Deel 6. - Exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Exploratie van ondergrondse rijkdommen met een exclusieve vergunning Art. D.VI.1. § 1er. Niemand mag zich het recht voorbehouden de in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, bedoelde rijkdommen van de ondergrond te exploreren, zelfs niet op grond die aan die persoon toebehoort, zonder houder te zijn van een exclusieve exploratievergunning die door de Regering is verleend overeenkomstig de in dit Deel omschreven procedures. § 2. Kunstmatig opgewekte fracking voor de exploratie van vloeibare koolwaterstoffen en brandbare gassen zijn verboden. In afwijking van lid 1 kan de Regering, op het tijdstip van verlening of door wijziging van de voorwaarden van de exclusieve exploratievergunning, voorzien in tijdelijke uitzonderingen voor methoden gericht op het herstel van het initiële porositeitsniveau rond boorputten voor de exploitatie van kolenlaaggas of rond boorputten voor de exploitatie van diepe geothermische energie. HOOFDSTUK 2. - Activiteiten voor de exploratie van de ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.2. Activiteiten en installaties die vereist zijn voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen mogen uitsluitend worden uitgevoerd krachtens een verklaring of een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkwaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vergunning die naast de exclusieve exploratievergunning vereist is. TITEL 2 - - Exploitatie van de ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Exploitatie van ondergrondse rijkdommen met een exclusieve vergunning Art. D.VI.3. § 1er. Niemand mag zich het recht voorbehouden de in artikel D.I.1, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, bedoelde rijkdommen van de ondergrond te exploiteren, zelfs niet op grond die hem toebehoort, zonder houder te zijn van een exclusieve exploitatievergunning die door de Regering is verleend overeenkomstig de in dit Deel omschreven procedures. § 2. Kunstmatig opgewekte fracking voor de exploitatie van vloeibare koolwaterstoffen en brandbare gassen zijn verboden. In afwijking van lid 1 kan de Regering, op het tijdstip van verlening of door wijziging van de voorwaarden van de exclusieve exploitatievergunning, voorzien in tijdelijke uitzonderingen voor methoden gericht op het herstel van het initiële porositeitsniveau rond boorputten voor de exploitatie van kolenlaaggas of rond boorputten voor de exploitatie van diepe geothermische energie. § 3. In afwijking van lid 1 is geen exclusieve vergunning vereist voor de winning van mijnbouwstoffen van minder dan 3 ton per jaar als nevenactiviteit bij ondergrondse bezoeken aan voormalige mijngangen voor toeristische en educatieve doeleinden. § 4. Geen aanvraag voor een exclusieve exploitatievergunning mag worden ingediend vóór de aanneming van het in artikel D.III.1 bedoelde strategische plan, met uitzondering van : 1° aanvragen voor exclusieve exploitatievergunningen voor gas gewonnen uit steenkoollagen of vroegere steenkoolontginning en voor diepe geothermie;2° aanvragen voor exclusieve vergunningen en waarvoor de ambtenaar voor de ondergrond beschikt over een eindverslag van een exploratie uitgevoerd in het kader van een exclusieve exploratievergunning, op voorwaarde dat de aanvraag niet indruist tegen de doelstellingen bepaald door de Waalse Regering. De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten van het in het eerste lid, 2°, bedoelde eindverslag van de exploratie. Art. D.VI.4. De exclusieve vergunning om ondergrondse rijkdommen te exploiteren omvat het exclusieve recht om te exploreren. Art. D.VI.5. Met uitzondering van gevallen waarin de vergunning wordt verleend aan het Waals Gewest, kan een exclusieve exploitatievergunning alleen worden verleend aan een bestaande of in opleiding zijnde rechtspersoon. In het laatste geval wordt de rechtspersoon gevormd binnen de door de Regering vastgestelde periode. HOOFDSTUK 2. - Activiteiten voor de exploratie van de ondergrondse rijkdommen Afdeling 1. - Installaties en activiteiten voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen met exclusieve vergunningen Art. D.VI.6. § 1er. Onverminderd de toepassing van artikel D.170 van Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, mogen de installaties en werkzaamheden die nodig of nuttig zijn voor de exploitatie van de ondergrondse rijkdommen voor het doel waarvoor de exclusieve exploitatievergunningen gelden, met inbegrip van installaties voor het beheer van winningsafval, putten, galerijen ondergrondse verbindingen en winningsputten, alleen worden geïnstalleerd en geëxploiteerd onder de voorwaarden, indien van toepassing, van een verklaring of een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een vergelijkbare vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vergunning die naast de exclusieve vergunningen vereist is. § 2. In afwijking van artikel 50 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning mag een milieuvergunning of een globale vergunning niet worden verleend voor een langere periode dan die van de exclusieve exploratie- of exploitatievergunning voor ondergrondse rijkdommen. § 3. De milieuvergunning bedoeld in paragraaf 1 gaat vergezeld van een zekerheid in de zin van artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. § 4. Geen enkele andere activiteit, installatie of handeling die onverenigbaar is met de betrokken handeling mag worden toegestaan tijdens de onderzoeksprocedure voor een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vereiste vergunning. De milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning kunnen niet afgegeven worden als de desbetreffende activiteiten onverenigbaar zijn met andere activiteiten of installaties vergund overeenkomstig een andere bestuursrechtelijk beleid. § 5. Wanneer de aanvraag voor een milieuvergunning, een stedenbouwkundige vergunning, een globale vergunning of een soortgelijke vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend door een particuliere exploitant en betrekking heeft op een project voor geothermie op grote geothermische diepte, moet deze aanvraag het volgende bevatten : 1° een verslag over de oproep tot belangverklaring voor deelname aan het project voor geothermie op grote diepte;2° een verslag over de oproep tot belangverklaring uitgegeven voor lokale overheden voor deelname aan het project voor geothermie op grote diepte;3° deelnameaanbiedingen aan lokale overheden en burgers, tot 24,99% voor elk van beide groepen. De oproep tot belangenverklaring bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt ten laatste tijdens de voorafgaande informatievergadering georganiseerd. Het verslag bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt tijdens de voorafgaande informatievergadering voorgesteld. De regering bepaalt de voorwaarden van de oproep tot belangenverklaring, de vorm en inhoud van het verslag met betrekking tot de oproep tot belangenverklaring en de voorwaarden van de aanbiedingen tot deelneming, met als doel ervoor te zorgen dat projecten worden opengesteld onder economische voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de marktvoorwaarden. Sectie 2. - Ondiepe geothermische afzettingen Art. D.VI.7. Onverminderd de toepassing van artikel D.170 van Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, mogen de installaties en werkzaamheden die nodig of nuttig zijn voor de exploitatie van de afzettingen van ondiepe geothermie, alleen worden geïnstalleerd en geëxploiteerd onder de voorwaarden, indien van toepassing, van een verklaring of een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een vergelijkbare vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of enige andere vergunning die vereist is. § 2. De milieuvergunning bedoeld in paragraaf 1 gaat vergezeld van een zekerheid in de zin van artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. Deel 3. - Historische terrils en slakkenbergen Art. D.VI.8. § 1er. De Regering stelt de criteria vast voor de klassering van historische terrils, eventueel cumulatief, naargelang ze bestemd zijn om het volgende te zijn of te worden : 1° een grond dat bescherming geniet op het gebied van milieu, natuurbehoud, erfgoed of ruimtelijke ordening (categorie I);2° een grond dat kan worden ontwikkeld omwille van zijn sociale, educatieve, culturele of toeristische belang (categorie II);3° een grond dat kan worden gebruikt voor andere economische doeleinden dan toerisme of de exploitatie van mineralen, of die een potentiële reserve aan minerale of energetische materialen vormt, of die geheel of gedeeltelijk moet worden heringericht, waarvan de topografie moet worden gewijzigd of waarvan materialen moeten worden verwijderd om de stabiliteit en de bescherming van naburige eigendommen en wegen te garanderen (categorie III). Deze klassering is gebaseerd op het belang of de grote belangen die elke historische terril afzonderlijk of als onderdeel van een samenhangend geheel vertegenwoordigt in termen van industriële, erfgoed-, landschaps-, milieu-, ruimtelijke ordenings-, sociale, recreatieve of toeristische, educatieve of culturele aspecten. Terrils die zijn ingedeeld als voormalige afvalvoorzieningen van winningsindustrieën die een risico vormen voor de volksgezondheid en het milieu krachtens artikel 20 van Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG, zijn ingedeeld als categorie III. Het risico voor de menselijke gezondheid en het milieu is naar behoren gemotiveerd. Het doel van een historische terril kan niet gedefinieerd worden als er ten minste één belangrijk criterium ontbreekt. § 2. De voorgestelde indeling, of de volledige of gedeeltelijke herziening van deze indeling, gaat voor elke historische terril vergezeld van de motivering voor de voorgestelde categorie. De Regering beslist over de klassering of de herziening ervan na een openbaar onderzoek overeenkomstig de procedures bepaald in Boek 1 van het Milieuwetboek en het advies van de "Conseil du sous-sol", het Waalse Agentschap voor Lucht en Klimaat, de Waalse Overheidsdienst voor Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu en, indien van toepassing, het Contract voor het Historische Mijnbekken, waarnaar verwezen wordt in paragraaf 6, in kwestie en de gemeenten op wiens grondgebied de historische terrils zich bevinden. De Regering kan andere adviesorganen aanwijzen die moeten worden geraadpleegd. De adviesorganen en gemeenten sturen hun advies naar de Regering binnen dertig dagen na ontvangst van het ontwerp. Bij gebreke daarvan wordt de procedure voortgezet. Een kennisgeving betreffende het ontwerp tot klassering en het houden van een openbaar onderzoek wordt gestuurd naar de houders van zakelijke rechten op de historische sloophopen. Onder hun volledige verantwoordelijkheid en zonder dat het wettelijk karakter van het onteigeningsbesluit betwist kan worden, richten de houders van de rechten die de informatie hebben ontvangen, zo spoedig mogelijk een afschrift aan de derden die een persoonlijk of zakelijk recht hebben op het onroerend goed. § 3. Er mag geen stedenbouwkundige of milieuvergunning worden verleend als deze in strijd is met het gebruik van de historische terril zoals bepaald in de krachtens lid 1 vastgestelde klassering. De gedeeltelijke of volledige nivellering en de gedeeltelijke of volledige wijziging van het reliëf van een historische terril is verboden, behalve voor terrils van categorie III wanneer die handelingen verenigbaar zijn met de bijzondere bestemming van de terril of noodzakelijk zijn om de openbare veiligheid of de bescherming van naburige percelen en wegen te verzekeren, onverminderd de beschermingsmaatregelen en waterbeheermethoden bedoeld in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt 2 en de beschermingsregelingen in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het Natuurbehoud § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan, in geval van dreigend gevaar, de gedeeltelijke of gehele nivellering of het gedeeltelijk of geheel wijzigen van het reliëf van een historische terril worden toegestaan als deze handelingen noodzakelijk zijn om de openbare veiligheid of de bescherming van naburige eigendommen en wegen te waarborgen. Het verzoek om een afwijking, vergezeld van een technisch dossier waarin de noodzaak van de afwijking wordt gerechtvaardigd, wordt naar de ambtenaar voor de ondergrond gestuurd. De ambtenaar voor de ondergrond vraagt het advies van de "Conseil du sous-sol", de betrokken burgemeesters en het beheerscontract voor de betrokken historische terrils op de eerste werkdag na ontvangst van de afwijkingssaanvraag. Als de aangezochte instanties niet binnen vijf werkdagen een advies uitbrengen, wordt het geacht gunstig te zijn. De ambtenaar voor de ondergrond stuurt de afwijkingssaanvraag, het technisch dossier, de adviezen van de geraadpleegde instanties en zijn eigen advies binnen acht dagen na ontvangst van het verzoek om afwijking naar de Minister voor Natuurlijke Rijkdommen. De Minister voor Natuurlijke Rijkdommen neemt een beslissing binnen drie dagen na ontvangst van de volledige aanvraag voor afwijking. De beslissing van de Minister van Natuurlijke Rijkdommen wordt meegedeeld aan de aanvrager, de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, de betrokken burgemeesters en het beheerscontract voor de betrokken historische terrils. Als er binnen de termijn geen kennisgeving is gedaan, wordt het advies van de ambtenaar voor de ondergrond geacht de beslissing te zijn. De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar vanaf de kennisgeving ervan of na het verstrijken van de kennisgevingstermijn. De kennisgeving van de beslissing wordt gedurende twintig dagen aangeplakt op de gebruikelijke aanplakplaatsen van de gemeente(
- n)op het grondgebied waarvan de terril waarop de afwijkingsaanvraag betrekking heeft, zich uitstrekt. De beslissing wordt ook goed zichtbaar opgehangen in de buurt van de desbetreffende terril. De beslissing die de gedeeltelijke of volledige nivellering of de gedeeltelijke of volledige wijziging van de topografie van de betrokken terril toelaat, vormt een stedenbouwkundige vergunning in de zin van artikel D.IV.4 van het Wetboek en een milieuvergunning in de zin van artikel 10 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. De Regering kan de afwijkingsprocedure bepalen. § 5. De regering kan de classificatie uitbreiden naar alle of een deel van de slakkenbergen. § 6. De Regering bepaalt de procedures voor het opstellen en uitvoeren van historische mijnbouwcontracten. Op initiatief van lokale overheden, exploitanten van afval van winningsindustrieën of verenigingen, houders van zakelijke rechten of bewoners van historische stortplaatsen en slakkenbergen kan een participatieve vereniging, "Contract voor een historisch mijnbekken" genaamd, worden opgericht binnen geografische gebieden die overeenkomen met voormalige mijnbekkens die door de Regering zijn vastgesteld. Deze vereniging heeft de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Bij wijze van afwijking, toegestaan overeenkomstig de door de Regering vastgestelde procedures, kunnen voor elk in lid 2 bedoeld geografisch gebied verscheidene "historische mijnbekkencontracten" worden gesloten. Het Contract voor een historisch mijnbekken bestaat uit de volgende drie groepen: - de houders van zakelijke rechten en bezetters van de betrokken historische terrils; - de leden voorgedragen door de plaatselijke actoren; - de leden voorgedragen door de betrokken administraties en adviesorganen. De plaatselijke actoren bedoeld in lid 4 zijn: - de verenigingen die op het gebied van het milieu actief zijn; - de actoren die betrokken zijn bij de verschillende activiteiten die een aanzienlijke impact hebben op het betreffende geografische gebied, zoals bedrijven en toerisme; - de actoren i.v.m. de culturele en educatieve activiteiten die in dezelfde afzetkring uitgeoefend worden. De beslissingsorganen worden georganiseerd zodat ze representatief zijn van de vennoten, waarbij geen enkele groep vennoten predominant is. § 7. In geval van verschillende Contracten voor een historisch mijnbekken binnen éénzelfde geografisch afzetgebied krachtens paragraaf 6, coördineren zij hun actie volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt. § 8. Het Contract voor een historisch mijnbekken beoogt een geïntegreerde, globale en overlegde informatie en sensibilisering m.b.t. de kenmerken, de hulpbronnen en het potentieel van de terrils en de organisatie van een dialoog tussen al zijn leden om een protocolakkoord op te maken. Dit protocolakkoord draagt bij tot het halen van de milieudoelstellingen voor de valorisatie van de historische terrils in overeenstemming met de milieuvereisten beschreven in artikel D.I door elke ondertekenaar ervan in het kader van zijn verantwoordelijkheden ertoe te verbinden welbepaalde doelstellingen te halen. De Regering kan technische opdrachten aan het Contract voor een historisch mijnbekken toewijzen. § 9. De Regering kan het riviercontract subsidies toekennen aan het Contract voor een historisch mijnbekken volgens de regels die zij bepaalt. Zij kan de toekenning van deze subsidies aan een activiteitsprogramma onderwerpen. Het Contract voor een historisch mijnbekken maakt een jaarlijks activiteitenverslag op. In geval van verschillende Contracten voor een historisch mijnbekken binnen éénzelfde geografisch afzetgebied die regering is vastgesteld, wordt een jaarlijks activiteitenverslag opgesteld dat per geografisch gebied wordt gecoördineerd. Het Contract voor een historisch mijnbekken wordt jaarlijks geëvalueerd door de administratie en meegedeeld aan de Minister die verantwoordelijk is voor natuurlijke rijkdommen. Art. D.VI.9. Historische terrils en hun bijgebouwen mogen alleen worden geëxploiteerd onder de voorwaarden, indien van toepassing, van een verklaring van een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning. De milieuvergunning gaat vergezeld van een zekerheid zoals bepaald in artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning; 1° activiteiten en installaties in ondergrondse omgevingen : Art.D.VI.10. Ondergrondse activiteiten en installaties zijn, indien van toepassing, onderworpen aan een verklaring of aan een milieuvergunning of een stedenbouwkundige vergunning of een globale vergunning, of een gelijkaardige vergunning in de Duitstalige Gemeenschap, of elke andere vereiste vergunning. Een zekerheid zoals bepaald in artikel 55 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning kan worden opgelegd. Afdeling 5. - Geologische opslag van CO2 met een geplande opslagcapaciteit van minder dan 100 kt voor onderzoeks- of ontwikkelingsdoeleinden of het beproeven van nieuwe producten en procedés. Art. D.VI.11. Geologische opslag van CO2 met een totale geplande opslagcapaciteit van minder dan honderd kiloton, met het oog op exploratie en ontwikkeling of het testen van nieuwe producten en procedés, is, indien van toepassing, onderworpen aan een milieuvergunning of -verklaring overeenkomstig de regels vastgelegd in het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning of enige andere vergunning vereist door andere wetgeving. TITEL 3. - Aanvragen voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Indiening van aanvragen voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.12. § 1er. Exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen worden door de Regering verleend na een procedure waarbij geïnteresseerde aanvragers een vergunningsaanvraag kunnen indienen. De procedure wordt geopend door middel van een aanvraag tot mededinging met het oog op de indiening van de aanvragen, die in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, hetzij op initiatief van de Regering, hetzij na inwilliging van een verzoek van een kandidaat dat per aangetekende brief of op een door de Regering te bepalen wijze wordt ingediend op het adres van de regering, en dat een vaste datum verleent. Vanaf de datum van deze bekendmaking hebben aanvragers honderdtwintig dagen de tijd om een aanvraagdossier in te dienen. De bekendmaking is aangevraagd door de Regering. In het bericht staat: 1° het soort vergunning;2° het geografische gebied of de geografische gebieden die geheel of gedeeltelijk het voorwerp uitmaken of kunnen uitmaken van een aanvraag;3° het voorwerp van de aanvraag; 4° de inachtneming van de objectieve en niet-discriminerende criteria op basis waarvan de aanvraag zal worden beoordeeld, namelijk :
- a)de technische en financiële capaciteiten van de aanvrager om de werkzaamheden te ondernemen en te leiden, alsook om te voldoen aan de verplichtingen die uit de toekenning van de exploratievergunning voortvloeien:
- b)de wijze waarop zij voornemens zijn de betrokken geografische zone te exploreren of te exploiteren, met inachtneming van de doelstellingen en maatregelen die zijn vastgesteld in het in artikel D.III.1 bedoelde strategische plan, vanaf de inwerkingtreding daarvan;
- c)de kwaliteit van de voorbereidende studies die zijn uitgevoerd om het werkprogramma te definiëren
- d)de maatregelen die de aanvrager na afloop van de exclusieve vergunning van plan is uit te voeren;
- e)de efficiëntie en competentie waarvan de aanvragers blijk hebben gegeven in het kader van andere vergunningen, met name op het gebied van milieubescherming;
- f)de naleving van de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn op het Waals Gewest krachtens het recht van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, de milieudoelstellingen en de beheers- en beschermingsmaatregelen die zijn vastgelegd in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, voor de betrokken waterlichamen en de beschermingsregelingen waarin de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud voorziet;
- g)het in rekening houden van de veiligheidsrisico's, de seismische risico's, de milieueffecten, waaronder klimaat en biodiversiteit, en de landschappelijke kwaliteit van de betrokken gebieden;
- h)de eventuele nabijheid van een gebied dat al door de aanvragers is verkend of geëxploiteerd;
- i)de verwachte positieve en negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het Waals Gewest en de technologische activiteiten op zijn grondgebied;
- j)de positieve en negatieve gevolgen voor de sociaaleconomische ontwikkeling. De referenties van de voorwaarden en minimumeisen met betrekking tot de uitoefening en stopzetting van de betrokken activiteiten die door de Regering zijn vastgesteld, zijn bij het bericht gevoegd. De Regering kan andere objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen voor de beoordeling van het verzoek. § 2. De Regering kan bij uitzondering besluiten de in de eerste paragraaf bedoelde procedure niet toe te passen, wanneer dwingende geologische of exploitatieoverwegingen rechtvaardigen dat een exclusieve vergunning voor een bepaald gebied wordt verleend aan de houder van de exclusieve exploratie- of exploitatievergunning voor een aangrenzend gebied die daarom verzoekt. Houders van geldige exclusieve exploratie- of exploitatievergunningen, mijnbouwconcessies of olie- en gasexploratie- en exploitatievergunningen voor enig ander aangrenzend gebied worden vervolgens door de Regering geïnformeerd, zodat zij binnen honderdtwintig dagen na ontvangst van deze informatie ook een aanvraag kunnen indienen. § 3. In afwijking van paragraaf 1 is er geen oproep tot mededinging wanneer een exclusieve exploitatievergunning wordt aangevraagd door de houder van de exclusieve exploratievergunning voor dezelfde rijkdommen, mits de aanvraag het voorwerp heeft uitgemaakt van een beslissing van de ambtenaar voor de ondergrond waarbij : 1° de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag in de zin van artikel D.VI.16 die is ingediend vóór het verstrijken van de exclusieve exploratievergunning; 2° het onvolledige karakter van de aanvraag in de zin van artikel D.VI.16 die is ingediend vóór het verstrijken van de exclusieve exploratievergunning, op voorwaarde dat de aanvrager de bijkomende informatie heeft verstrekt vóór het verstrijken van de termijn die is toegekend bij de beslissing van de ambtenaar voor de ondergrond. In dit geval wordt elke door een derde ingediende aanvraag voor een exclusieve exploitatievergunning niet-ontvankelijk verklaard en wordt de exclusieve exploratievergunning verlengd tot de Regering een beslissing heeft genomen over de aanvraag voor een exclusieve exploitatievergunning. § 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt er geen mededingingsprocedure wanneer een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning wordt aangevraagd ten gunste van het Waals Gewest. Art. D.VI.13. De vergunningsaanvraag wordt aan de ambtenaar voor de ondergrond gericht. De Regering bepaalt de vorm en de voorwaarden voor de indiening van de vergunningsaanvraag. HOOFDSTUK 2. - Inhoud van de aanvragen voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.14. § 1. De Regering bepaalt de vorm en inhoud van de aanvraag voor een exclusieve vergunning om ondergrondse rijkdommen te exploreren en te exploiteren, evenals het aantal exemplaren dat moet worden ingediend en de schaal en inhoud van de verschillende plannen die moeten worden bijgevoegd. De aanvraag maakt het met name mogelijk om het volgende te bepalen : 1° de precieze identiteit van de aanvrager, of hij deel uitmaakt van een economische groep en de banden van onderlinge afhankelijkheid tussen de aanvrager en de groep;2° de aangevraagde soort vergunning;3° het geografische gebied of de geografische gebieden die geheel of gedeeltelijk het voorwerp uitmaken of kunnen uitmaken van een aanvraag;4° het doel van de aanvraag, met inbegrip van de betrokken hulpbronnen en stoffen; 5° de inachtneming van de objectieve en niet-discriminerende criteria op basis waarvan de aanvraag zal worden beoordeeld, namelijk :
- a)de technische en financiële capaciteiten van de aanvrager om de werkzaamheden te ondernemen en te leiden, alsook om te voldoen aan de verplichtingen die uit de toekenning van de vergunning voortvloeien:
- b)de wijze waarop de aanvrager voornemens is de betrokken geografische zone te exploreren of te exploiteren, met inachtneming van de doelstellingen en maatregelen die zijn vastgesteld in het in artikel D.III.1 bedoelde strategische plan, als het inwerking getreden is;
- c)de kwaliteit van de voorbereidende studies die zijn uitgevoerd om het werkprogramma te definiëren
- d)de maatregelen die de aanvrager na afloop van de exclusieve vergunning van plan is uit te voeren;
- e)de efficiëntie en competentie waarvan de aanvrager blijk heeft gegeven in het kader van andere vergunningen, met name op het gebied van milieubescherming;
- f)de naleving van de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn op het Waals Gewest krachtens het recht van de Europese Unie en het decreet "klimaat" van 20 februari 2014, van de milieudoelstellingen en beheers- en beschermingsmaatregelen die zijn vastgelegd in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt voor de betrokken waterlichamen en van de beschermingsregelingen die zijn vastgelegd in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en van de doelstellingen van het "Plan Air-Climat-Energie (PACE)" (Lucht-Klimaat-Energieplan);
- g)het in rekening houden van de veiligheidsrisico's, de seismische risico's, de milieueffecten, waaronder klimaat en biodiversiteit, en de landschappelijke kwaliteit van de betrokken gebieden;
- h)de eventuele nabijheid van een gebied dat al door de aanvragers is verkend of geëxploiteerd;
- i)de verwachte positieve en negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het Waals Gewest en de technologische activiteiten op zijn grondgebied;
- j)de positieve en negatieve gevolgen voor de sociaaleconomische ontwikkeling. § 2. Wanneer de aanvraag voor een exclusieve vergunning wordt ingediend door het Waalse Gewest, is dit laatste vrijgesteld van het verstrekken van de informatie bedoeld in paragraaf 1, lid 2, 5°,
- a)en e). Art. D.VI.15. De aanvraag omvat een milieueffectenrapport overeenkomstig artikel D.56 van Boek 1 van het Milieuwetboek en, in voorkomend geval, een passende effectenstudie in de zin van artikel 29, § 2, van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en, in voorkomend geval, de vereiste documenten betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. In afwijking van artikel D.56, § 4, van boek 1 van het Milieuwetboek bepaalt de Regering, op advies van de Beleidsgroep "Leefmilieu", de gemeenten en elke andere instantie die ze nuttig acht om te raadplegen, bij wijze van regelgeving de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die het milieueffectrapport moet bevatten voor elk type exclusieve vergunningsaanvraag, bovenop de minimuminhoud bedoeld in artikel D.56, § 3, van Boek 1 van het Milieuwetboek HOOFDSTUK 3. - Inhoud van de aanvragen voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.16. § 1. De aanvraag is onvolledig als krachtens de artikelen D.VI.14 et D.VI.15, vereiste gegevens of documenten ontbreken. § 2. De aanvraag is onontvankelijk als: 1° ze in overtreding van artikel D.VI.13 is ingediend; 2° ze tweemaal onvolledig bevonden wordt; 3° de aanvrager de aanvullende informatie niet verstrekt binnen de termijn bedoeld in artikel D.VI.17, § 2. Art. D.VI.17. § 1. De ambtenaar voor de ondergrond of zijn afgevaardigde beslist over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag en stuurt zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum waarop hij de aanvraag in ontvangst neemt. Indien de aanvraag onvolledig is, zendt de ambtenaar voor de ondergrond de aanvrager de lijst van de ontbrekende stukken en wijst erop dat de procedure hervat wordt met ingang van de datum van ontvangst van het volledige dossier. § 2. De aanvrager moet de ambtenaar voor de ondergrond de gevraagde aanvullende informatie binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek om informatie sturen. Als de aanvrager de gevraagde aanvullende informatie niet binnen de voorgeschreven termijn verstuurt, verklaart de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag onontvankelijk. De aanvullende informatie wordt verstrekt in evenveel exemplaren als de aanvankelijke vergunningsaanvraag er telt. § 3. De ambtenaar voor de ondergrond stuurt de beslissing over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag aan de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de datum waarop hij de bijkomende informatie in ontvangst neemt. Als de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag een tweede keer onvolledig bevindt, verklaart hij ze onontvankelijk. § 4. Als de aanvraag onontvankelijk is, wordt de aanvrager daarvan op de hoogte gebracht door de ambtenaar voor de ondergrond, onder de voorwaarden en binnen de termijnen bedoeld in de paragrafen 1 en 3. Art. D.VI.18. In de beslissing waarmee de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag volledig en ontvankelijk verklaart, wijst hij de te raadplegen instanties en de gemeenten aan waarvan het grondgebied zich binnen de omtrek van de aanvraag bevindt. De regering kan organen aanwijzen waarvan de raadpleging verplicht is. Art. D.VI.19. Als de ambtenaar voor de ondergrond de beslissing bedoeld in artikel D.VI.17, § 1, of die bedoeld in artikel D.VI.17, § 3, niet aan de aanvrager gestuurd heeft, wordt de aanvraag ontvankelijk bevonden na afloop van de termijnen waarin die bepalingen voorzien. De procedure wordt voortgezet. Art. D.VI.20. Elke aanvraag voor een exclusieve vergunning voor de exploratie of exploitatie van ondergrondse rijkdommen is onderworpen aan een openbaar onderzoek overeenkomstig de bepalingen van Boek 1 van het Milieuwetboek. Art. D.VI.21. Bij de sluiting van het openbaar onderzoek beschikt de aanvrager over een termijn van dertig dagen om kennis te nemen van het openbaar onderzoek en om op de opmerkingen in te gaan. Na afloop van deze termijn stuurt de gemeente het dossier binnen acht dagen aan de ambtenaar voor de ondergrond. Art. D.VI.22. De dag waarop hij het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag bevestigt overeenkomstig artikel D.VI.17, § 1 of na afloop van de termijn bedoeld in artikel D.VI.17, § 3, stuurt de ambtenaar voor de ondergrond een afschrift van het aanvraagdossier alsook de eventuele bijkomende informatie voor advies aan de aangewezen instanties en betrokken gemeenten. Die instanties en gemeenten versturen hun advies binnen een termijn van honderdtwintig dagen, te rekenen van de datum van hun aanhangigmaking bij de ambtenaar voor de ondergrond. De adviesorganen kunnen hun termijn bij met redenen omkleed besluit eenmaal met maximaal dertig dagen verlengen. Als de adviezen niet binnen de voorgeschreven termijn worden doorgestuurd, wordt de procedure voortgezet. Art. D.VI.23. § 1. Op basis van de ontvangen adviezen of na het verstrijken van de in artikel D.VI.22 bedoelde termijn stelt de ambtenaar voor de ondergrond binnen honderdtwintig dagen een ontwerp van samenvattend verslag op met een voorstel voor een beslissing waarbij, in geval van meerdere aanvragen, de winnende aanvraag wordt aangewezen en eventueel bijzondere voorwaarden worden opgenomen. In het in artikel D.VI.22, lid 3, bedoelde geval wordt de termijn waarbinnen de ambtenaar voor de ondergrond zijn ontwerp van beknopt verslag moet toezenden, verlengd met dezelfde termijn als die welke is vastgesteld voor adviesorganen en gemeenten. Het ontwerp van het samenvattend verslag vermeldt en houdt rekening met : 1° de resultaten van het openbaar onderzoek en de tijdens de procedure ontvangen adviezen;2° de manier waarop de milieueffecten in de aanvraag zijn geïntegreerd en een beschrijving van de belangrijkste maatregelen die de exclusieve vergunninghouder kan nemen om eventuele significante effecten op te volgen; 3° het strategisch plan bedoeld in artikel D.III.1, indien van toepassing; 4° de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn krachtens het recht van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, de milieudoelstellingen en de beheers- en beschermingsmaatregelen in de zin van het Waterwetboek en de beschermingsregelingen waarin de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud voorziet; 5° alle elementen die nodig zijn voor de beoordeling van de objectieve en niet-discriminerende criteria op basis waarvan de aanvraag wordt beoordeeld, bedoeld in artikel D.VI.14, § 1, tweede lid, 5° ; 6° elk gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager blijk heeft gegeven in het kader van activiteiten die onder eerdere vergunningen zijn uitgevoerd. De beoordeling van de aanvragen, met name op basis van de objectieve en niet-discriminerende criteria bedoeld in artikel D.VI.12, § 1, vierde lid, 4°, wordt voorgesteld door de ambtenaar voor de ondergrond. Het samenvattend verslag over de aanvragen voor exclusieve exploitatievergunningen bevat een voorstel voor een forfaitaire bijdrage die aan de gemeenten verschuldigd is en waarvan de hoogte wordt berekend overeenkomstig artikel D.VI.35, § 3. § 2. Het dossier met het ontwerpsamenvattend rapport wordt ingediend bij de "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijk wetenschappelijk comité, die hun advies uitbrengen binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag van de ambtenaar voor de ondergrond. De "Conseil du sous-sol" of het onafhankelijk wetenschappelijk comité kan de termijn bij gemotiveerde beslissing eenmaal met maximaal twintig dagen verlengen. In het geval van een verlenging moeten ze de ambtenaar voor de ondergrond op de hoogte brengen. Als de adviezen niet binnen deze termijnen worden verzonden, wordt de procedure voortgezet. § 3. Binnen dertig dagen na ontvangst van het advies van de "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijk wetenschappelijk comité stuurt de ambtenaar voor de ondergrond zijn samenvattend rapport naar de Regering en de aanvragers. De in lid 1 bedoelde termijn kan bij beslissing van de ambtenaar voor de ondergrond worden verlengd. De duur van de verlenging mag hoogstens dertig dagen bedragen. Deze beslissing wordt aan de aanvragers gestuurd binnen de termijn bedoeld in het eerste lid. Art. D.VI.24. § 1. Als het syntheseverslag niet binnen de toegestane termijn is verstuurd, zet de Regering de procedure voort, rekening houdend met het gehele dossier en met alle andere informatie waarover ze beschikt. § 2. Indien de "Conseil du sous-sol" of het onafhankelijk wetenschappelijk comité niet overeenkomstig artikel D.VI.23 door de ambtenaar voor de ondergrond is geraadpleegd, vraagt de Regering hun advies binnen vijftien dagen. De "Conseil du sous-sol" of het onafhankelijk wetenschappelijk comité brengt binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek van de Regering advies uit. De "Conseil du sous-sol" of het onafhankelijk wetenschappelijk comité kan de termijn bij gemotiveerde beslissing eenmaal met maximaal twintig dagen verlengen. Bij gebrek aan advies binnen de voorgeschreven termijn wordt de procedure voortgezet. § 3. Als het project waarop de aanvraag voor een exclusieve vergunning betrekking heeft, het voorwerp uitmaakt van staatssteun, zal de Regering het dossier doorsturen naar de Europese Commissie. Art. D.VI.25. § 1. De Regering beraadslaagt collectief over aanvragen voor exclusieve vergunningen, zonder afbreuk te doen aan de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn krachtens het recht van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, aan de milieudoelstellingen en beheers- en beschermingsmaatregelen inzake waterbeheer die zijn vastgelegd in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en aan de beschermingsregelingen die zijn vastgelegd krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en aan de doelstellingen van het "Plan Air-Climat-Energie (PACE)" (Lucht-Klimaat-Energieplan). § 2. De Minister geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van: 1° de ontvangst van het advies van de Europese Commissie, of van de beslissing van de Commissie om geen advies uit te brengen, in het geval bedoeld in artikel D.VI.24, § 3; 2° de ontvangst van het samenvattend verslag; 3° het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel D.VI.23, § 2, indien het samenvattend verslag niet is verzonden binnen de termijn vastgesteld bij de raadpleging van de "Conseil du sous-sol" door de ambtenaar voor de ondergrond; 4° de ontvangst van het advies van de "Conseil du sous-sol" indien het samenvattend verslag niet binnen de gestelde termijn is opgestuurd en de Regering de "Conseil du sous-sol" raadpleegt;5° het verstrijken van de termijn gesteld aan de "Conseil du sous-sol" indien het samenvattend verslag niet binnen de gestelde termijn is toegezonden, de Regering de "Conseil du sous-sol" moet raadplegen en de "Conseil du sous-sol" zijn advies niet binnen de gestelde termijn heeft uitgebracht. § 3. De beslissing van de Regering wordt betekend aan de aanvrager en aan de gemeenten waarvan het grondgebied door de beslissing wordt getroffen, alsook, per gewone post, aan de ambtenaar voor de ondergrond, de technische ambtenaar, de gedelegeerde ambtenaar bedoeld in artikel D.I.3 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling of, in voorkomend geval, de ambtenaar bevoegd voor stedenbouw binnen de Duitstalige Gemeenschap en de ambtenaar bevoegd voor toezicht bedoeld in de artikelen D.146 tot D.154 van boek 1 van het Milieuwetboek, alsook aan elke geraadpleegde instantie. § 4. Indien de Regering nalaat een beslissing te nemen binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn, kan de aanvrager de Regering een herinnering sturen binnen een termijn van één jaar vanaf de datum van ontvangst van het samenvattend verslag of de termijn voor de indiening ervan. Indien binnen de in lid 1 genoemde termijn geen herinnering is ontvangen, wordt de aanvrager geacht zijn aanvraag te hebben ingetrokken. Als de Regering niet binnen 60 dagen na ontvangst van de herinneringsbrief een beslissing neemt, wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd. Art. D.VI.26. Indien een aanvraag voor een exclusieve vergunning het voorwerp is geweest van concurrerende aanvragen, wordt in het besluit waarbij de vergunning aan een van de aanvragers wordt verleend, tegelijkertijd verklaard dat de andere aanvragen zijn afgewezen met betrekking tot het gebied dat binnen de omtrek van de vergunning valt. Niet-geselecteerde aanvragers worden op de hoogte gesteld van de beslissing op het moment dat deze naar de begunstigde wordt gestuurd. De beslissing van de Regering om de vergunning niet te verlenen wordt tegelijkertijd aan alle aanvragers meegedeeld. Art. D.VI.27. Het regeringsbesluit over de aanvraag voor een exclusieve vergunning gaat vergezeld van een milieuverklaring die een samenvatting is van de manier waarop de milieuoverwegingen werden opgenomen in de beslissing en waarop het milieueffectenverslag en de adviezen in overweging werden genomen alsook de redenen van de keuze van het plan of van het programma zoals aangenomen rekening houdende met de andere geplande redelijke oplossingen. Het besluit van de Regering, bij uittreksel, en de milieuverklaring worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK 4. - Registers Art. D.VI.28. § 1er. De ambtenaar voor de ondergrond stelt een register op van verleende, overgedragen, ingetrokken of verlopen exclusieve exploratievergunningen en exclusieve exploitatievergunningen voor ondergrondse rijkdommen en houdt dit bij. Het doel van het register is om een duidelijk en samenhangend overzicht te geven van alle lopende, overgedragen, ingetrokken of verlopen exclusieve vergunningen. § 2. De persoonsgegevens die in de in paragraaf 1 bedoelde vergunningen zijn opgenomen, worden verzameld wanneer deze vergunningen worden afgegeven. Ze blijven in het register zolang de vergunningen geregistreerd zijn. § 3. De ambtenaar voor de ondergrond is, in de zin van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens type wet prom. 30/07/2018 pub. 30/03/2021 numac 2021030655 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens die via het register worden geregistreerd. HOOFDSTUK 4. - Inhoud, gevolgen en duur van de exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Inhoud, gevolgen en duur van de exclusieve vergunningen voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen Afdeling 1. - Inhoud van de exclusieve vergunningen voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.29. § 1er. De exclusieve exploratievergunning omvat ten minste : 1° de naam en het adres van de houder van de exclusieve vergunning;2° de rijkdom(men) die onder de exclusieve vergunning vallen;3° de duur van de vergunning en de datum van de afgifte ervan;4° de omtrek en, indien van toepassing, het volume waarop de exclusieve vergunning betrekking heeft;5° het algemene onderzoeksprogramma;6° de manier waarop de milieueffecten in de beslissing opgenomen werden.7° een beschrijving van de belangrijkste maatregelen die de houder van de exclusieve vergunning moet nemen om eventuele significante effecten op te volgen;8° de specifieke voorwaarden voor de uitvoering van de exclusieve vergunning;9° de informatie die periodiek aan de Regering moet worden verstrekt;10° de minimaal te verrichten uitgaven en de eventuele indexering; 11° het bedrag van de bijdrage van de houder van de exclusieve vergunning aan het Gemeenschappelijk waarborgfonds voor het herstel van de schade in verband met de exploitatie van ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.IX.4; 12° een postbeheerplan, overeenkomstig artikel D.VIII.5, en het bedrag van de bijbehorende zekerheid. Het bedrag is gelijk aan de kosten die de overheid zou maken als ze de verplichtingen na het beheer zou moeten uitvoeren. § 2. De Regering kan aanvullende informatie specificeren die in de exclusieve exploratievergunning moet worden opgenomen. Afdeling 2. - Gevolgen van de exclusieve vergunning voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.30. § 1er. Onverminderd de noodzaak om een milieuvergunning te verkrijgen voor aanverwante activiteiten en installaties, verleent een exclusieve exploratievergunning exclusieve rechten om binnen een specifieke perimeter of een specifiek volume naar de in de vergunning genoemde ondergrondse rijkdommen te zoeken. § 2. De exclusieve exploratievergunning is niet afdwingbaar totdat de ambtenaar voor de ondergrond heeft vastgesteld dat het zekerheidsrecht is gevestigd. De zekerheid bestaat, volgens de keuze van de aanvrager, in een deposito bij de Deposito- en Consignatiekas of een onafhankelijke bankgarantie of elke andere vorm van zekerheid dat de Regering bepaalt, ten belope van het bedrag bepaald in de vergunning. In het geval dat de zekerheid bestaat in een storting in speciën, dient de houder jaarlijks de zekerheid te verhogen ten belope van de interesten opgebracht tijdens het vorig jaar. Indien de zekerheid bestaat in een onafhankelijke bankgarantie, dan moet ze uitgegeven worden door een kredietinstelling die erkend is, hetzij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, hetzij door een overheid van een Lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is om controle uit te oefenen op de kredietinstellingen. § 3. Gedurende de geldigheidsduur van een exploratievergunning mogen noch op grond van dit Wetboek, noch op grond van enig ander bestuursrechtelijk beleid andere activiteiten of handelingen worden toegestaan die onverenigbaar zijn met het doel van de exploratievergunning. § 4. De exploratievergunning kunnen niet afgegeven worden als de desbetreffende activiteiten onverenigbaar zijn met andere activiteiten of installaties vergund overeenkomstig een ander bestuursrechtelijk beleid. Art. D.VI.31. Met inachtneming van de algemene verplichtingen van houders van exclusieve vergunningen en de specifieke voorwaarden van de vergunning heeft elke houder van een exclusieve exploratievergunning het recht over de exploratieproducten te beschikken, maar uitsluitend na vaststelling door de ambtenaar voor de ondergrond en mits de exploratieactiviteiten en -installaties zelf zijn toegestaan en uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de milieuvergunning of -verklaring. De vaststelling heeft betrekking op de oorsprong van de producten en de omstandigheden waaronder ze worden gewonnen. De ambtenaar voor de ondergrond stuurt de houder binnen dertig dagen na de aanvraag ervan een proces-verbaal van vaststelling. Afdeling 3. - Duur van de exclusieve vergunning voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.32. De exclusieve exploratievergunning wordt verleend voor een periode die niet langer is dan de tijd die nodig is om de exploratie uit te voeren, en voor maximaal tien jaar. De geldigheidsduur van de vergunning wordt berekend vanaf de dag nadat de aanvrager in kennis is gesteld. HOOFDSTUK 2. - Inhoud, gevolgen en duur van de exclusieve vergunningen voor de exploratie van ondergrondse rijkdommen Afdeling 1. - Inhoud van de exclusieve vergunning voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.33. § 1er. De exclusieve exploitatievergunning omvat ten minste : 1° de naam en het adres van de houder van de exclusieve vergunning;2° de rijkdom(men) die onder de exclusieve vergunning vallen;3° de duur van de vergunning en de datum van de afgifte ervan;4° de omtrek en, indien van toepassing, het volume waarop de exclusieve exploitatievergunning betrekking heeft;5° de verwachte positieve gevolgen voor de ontwikkeling van het Waals Gewest en de technologische activiteiten op zijn grondgebied;6° het algemene exploitatieprogramma;7° de manier waarop de milieueffecten in de beslissing opgenomen werden.8° een beschrijving van de belangrijkste maatregelen die de houder van de exclusieve vergunning moet nemen om eventuele significante effecten op te volgen;9° de specifieke voorwaarden voor de uitvoering van de exclusieve vergunning, met inbegrip van eventuele compenserende maatregelen;10° de informatie die periodiek aan de Regering moet worden verstrekt;11° de minimaal te verrichten uitgaven en de eventuele indexering;12° in voorkomend geval, de vergoeding die verschuldigd is aan de uitvinder voor de ontdekking van de afzetting; 13° het bedrag van de forfaitaire bijdrage verschuldigd aan de gemeenten, overeenkomstig artikel D.VI.35, § 3; 14° het bedrag van de bijdrage van de houder van de exclusieve vergunning aan het Gemeenschappelijk waarborgfonds voor het herstel van de schade in verband met de exploitatie van ondergrondse rijkdommen bedoeld in artikel D.IX.4; 15° een postbeheerplan, overeenkomstig artikel D.VIII.5, en het bedrag van de bijbehorende zekerheid. Het bedrag is gelijk aan de kosten die de overheid zou maken als ze de verplichtingen na het beheer zou moeten uitvoeren. In de exclusieve vergunning kan worden bepaald dat de zekerheid in tranches moet worden opgebouwd voor zover deze overeenkomen met de in de vergunning bepaalde exploitatiefasen. § 2. De Regering kan aanvullende informatie specificeren die in de exclusieve exploratievergunning van de ondergrondse rijkmoet worden opgenomen. Afdeling 2. - Gevolgen van een exclusieve vergunning voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.34. § 1er. Onverminderd de noodzaak om een milieuvergunning te verkrijgen voor aanverwante activiteiten en installaties, verleent een exclusieve exploratievergunning exclusieve rechten om binnen een specifieke perimeter of een specifiek volume naar de in de vergunning genoemde ondergrondse rijkdommen te zoeken. De verlening van een exclusieve exploitatievergunning maakt de exclusieve exploratievergunning, de mijnexploratievergunning en de exclusieve exploratievergunning voor olie en brandstofgas binnen de omtrek of het volume waarop de exclusieve exploitatievergunning betrekking heeft ongeldig voor de stoffen waarop de vergunning betrekking heeft. § 2. De exclusieve exploitatievergunning is niet afdwingbaar totdat de ambtenaar voor de ondergrond heeft vastgesteld dat het zekerheidsrecht is gevestigd. Als de zekerheid is gesplitst, is de milieuvergunning niet uitvoerbaar voor een deel van de activiteit totdat de ambtenaar voor de ondergrond heeft vastgesteld dat het overeenkomstige deel van de vereiste zekerheid is gesteld. De zekerheid bestaat, volgens de keuze van de aanvrager, in een deposito bij de Deposito- en Consignatiekas of een onafhankelijke bankgarantie of elke andere vorm van zekerheid dat de Regering bepaalt, ten belope van het bedrag bepaald in de vergunning. In het geval dat de zekerheid bestaat in een storting in speciën, dient de houder jaarlijks de zekerheid te verhogen ten belope van de interesten opgebracht tijdens het vorig jaar. Indien de zekerheid bestaat in een onafhankelijke bankgarantie, dan moet ze uitgegeven worden door een kredietinstelling die erkend is, hetzij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, hetzij door een overheid van een Lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is om controle uit te oefenen op de kredietinstellingen. § 3. De exclusieve exploitatievergunning kunnen niet afgegeven worden als de desbetreffende activiteiten onverenigbaar zijn met andere activiteiten of installaties vergund overeenkomstig een andere bestuursrechtelijk beleid. Art. D.VI.35. § 1. Behoudens de algemene verplichtingen van houders van exclusieve vergunningen en de specifieke voorwaarden van de vergunning, is elke houder van een exclusieve exploitatievergunning eigenaar van de exploitatieproducten die onder de vergunning vallen, op voorwaarde dat de exploitatieactiviteiten en -installaties zelf naar behoren zijn toegestaan. De houder van de exclusieve exploitatievergunning mag zich ontdoen van niet onder de exclusieve vergunning vallende stoffen waarvan de winning noodzakelijkerwijs voortvloeit uit de winning, alsmede van het opgepompte water, met uitzondering van de mijnbouwstoffen, vermeld in artikel D.I.5, 15°. § 2. De eigenaar van de oppervlakte kan de verwijdering eisen van de stoffen die niet zijn opgenomen in de exclusieve exploitatievergunning en die niet worden gebruikt voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen, tegen betaling van een vergoeding die overeenkomt met de normale winningskosten. § 3. De toekenning van een exclusieve vergunning voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen geeft aanleiding tot een jaarlijkse bijdrage die moet worden betaald aan de gemeenten die zich binnen de omtrek bevinden dat onder de exclusieve vergunning valt. De bijdrage wordt vastgesteld door de Regering op het moment dat de exclusieve vergunning wordt verleend, na overleg met de ambtenaar voor de ondergrond en de betrokken gemeenten. Het basisbedrag van de gemeentelijke bijdrage is 30 euro per hectare, geïndexeerd op 1 januari van elk jaar op basis van de gezondheidsindex van de voorgaande maand oktober. Ze worden gekoppeld aan de basisindex van de maand oktober 2023. Het bedrag van de bijdrage, vastgesteld door de Regering, wordt berekend in verhouding tot de oppervlakte, volgens het exploitatietype en de milieu-impact van het gebruikte exploitatiesysteem, en volgens de waarden van deze parameters, gespecificeerd door de Regering, volgens de volgende formule : C=30 x fxT xS waarbij : - C is de jaarlijkse bijdrage (in euro's); - T is de factor die betrekking heeft op het type exploitatie; - f is de omgevingsfactor van de exploitatie; - S is de oppervlakte van de exclusieve exploitatievergunning op het grondgebied van de begunstigde gemeente (in hectare). De T- en f-parameters worden vastgesteld en kunnen worden herzien door de Regering op advies van de ambtenaar voor de ondergrond, de "Conseil du sous-sol", het onafhankelijk wetenschappelijk comité en de « Union des Villes et Communes de Wallonie » (Unie van Waalse steden en gemeenten). De f-factor wordt vastgesteld op 0 voor de geothermische sector. Afdeling 3. - Duur van de exclusieve vergunning voor de exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.36. De exclusieve exploitatievergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste dertig jaar en vangt aan op de dag volgende op die van de kennisgeving aan de aanvrager. HOOFDSTUK 5. - Inhoud, gevolgen en duur van de exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Uitbreiding van exclusieve exploratie- en exploitatievergunningen tot andere stoffen in hetzelfde afzettingsgebied D.VI.37 Afhankelijk van de toestemming van de Regering en het advies van de "Conseil du sous-sol" en het Wetenschappelijk Comité, kunnen momenteel geldige exclusieve exploratie- en exploitatievergunningen worden uitgebreid naar andere stoffen in dezelfde afzetting en dezelfde omtrek. Art. D.VI.38. § 1. Een aanvraag voor exploratie of exploitatie van andere stoffen in hetzelfde afzettingsgebied binnen de omtrek die wordt door een exclusieve vergunning, zoals bedoeld in artikel D.VI.37, wordt ingediend bij de ambtenaar voor de ondergrond door de houder van de exclusieve vergunning. § 2. De uitbreidingsaanvraag bevat een milieueffectrapport zoals gedefinieerd in artikel D.VI.15, een beschrijving van de manier waarop de milieueffecten in de aanvraag zijn geïntegreerd en een beschrijving van de belangrijkste maatregelen voor de opvolging monitoren van significante effecten zoals gedefinieerd in artikel D.VI.15. De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de aanvraag, alsook het aantal verplicht in te dienen exemplaren, de schaal en de inhoud van de verschillende bijgevoegde plannen. § 3. De aanvraag is onvolledig als krachtens paragraaf 2 vereiste gegevens of stukken ontbreken. De aanvraag is onontvankelijk als: 1° ze in strijd met paragraaf 1 is ingediend;2° ze tweemaal onvolledig bevonden wordt;3° de aanvrager de aanvullende stukken niet indient binnen de termijn bedoeld in paragraaf 4. § 4. De ambtenaar voor de ondergrond of zijn afgevaardigde beslist over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag en stuurt zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum waarop hij de aanvraag in ontvangst neemt. Indien de aanvraag onvolledig is, zendt de ambtenaar voor de ondergrond de aanvrager de lijst van de ontbrekende stukken en wijst erop dat de procedure hervat wordt met ingang van de datum van ontvangst van het volledige dossier. De aanvrager moet de ambtenaar voor de ondergrond de gevraagde aanvullende informatie binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek om informatie sturen. Als de aanvrager de gevraagde aanvullende informatie niet binnen de voorgeschreven termijn verstuurt, verklaart de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag onontvankelijk. De aanvullende informatie wordt verstrekt in evenveel exemplaren als de aanvankelijke vergunningsaanvraag er telt. De ambtenaar voor de ondergrond stuurt de beslissing over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag aan de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de datum waarop hij de bijkomende informatie in ontvangst neemt. Als de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag een tweede keer onvolledig bevindt, verklaart hij ze onontvankelijk. Als de aanvraag onontvankelijk is, wordt de aanvrager daarvan op de hoogte gebracht door de ambtenaar voor de ondergrond, onder de voorwaarden en binnen de termijnen bedoeld in de leden 1 en 3. Als de ambtenaar voor de ondergrond de beslissing bedoeld in lid 1 of die bedoeld in lid 4, niet aan de aanvrager gestuurd heeft, wordt de aanvraag ontvankelijk bevonden na afloop van de termijnen waarin die bepalingen voorzien. De procedure wordt voortgezet. § 5. De uitbreidingsaanvraag is onderworpen aan een openbaar onderzoek overeenkomstig de bepalingen van Boek 1 van het Milieuwetboek. Binnen negentig dagen na de beslissing waarbij hij het dossier ontvankelijk en volledig verklaart, dan wel na afloop van de in paragraaf 4, zevende lid, gestelde termijn, zendt de ambtenaar van Ondergrond een verslag aan de "Conseil du sous-sol" en aan het onafhankelijke wetenschappelijke comité. De "Conseil du sous-sol" of het onafhankelijk wetenschappelijk comité brengt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanvraag advies uit. Bij gebrek aan advies binnen de voorgeschreven termijn wordt de procedure voortgezet. § 6. Binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van de "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijke wetenschappelijke comité of, bij gebreke daarvan, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de "Conseil du sous-sol" advies moest uitbrengen, zendt de ambtenaar voor de ondergrond zijn verslag, met inbegrip van een voorstel voor een beslissing, aan de Regering. De Regering zal een beslissing nemen binnen zestig dagen na ontvangst van het verslag van de bodemambtenaar, zonder afbreuk te doen aan de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn onder het recht van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 Koolstofneutraliteit, de milieudoelstellingen en beheersmaatregelen en de bescherming van water zoals bepaald in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en de beschermingsregelingen zoals bepaald in de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en de doelstellingen van het Lucht-Klimaat Energieplan (PACE). De Regering zal de specifieke vereisten van de nieuwe vergunning en de vervaldatum vaststellen. De beslissing van de Regering gaat vergezeld van een milieuverklaring die een samenvatting is van de manier waarop de milieuoverwegingen werden opgenomen in de beslissing en waarop het milieueffectenverslag en de adviezen in overweging werden genomen alsook de redenen van de keuze van het plan of programma zoals aangenomen rekening houdende met de andere geplande redelijke oplossingen. Het besluit van de Regering, bij uittreksel, en de milieuverklaring worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK 2. - Overdracht van exclusieve exploratie- en exploitatievergunningen Art. D.VI.39. § 1. Met toestemming van de Regering en na advies van de "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijk wetenschappelijk comité kunnen geldige exclusieve exploratie- en exploitatievergunningen geheel of gedeeltelijk worden overgedragen in welke vorm dan ook, met inbegrip van met name fusie, overname of verwerving van bedrijven, of overdracht van aandelen, maatschappelijke aandelen of activa. De verkrijger moet de toestemming voor de overdracht aanvragen bij de ambtenaar voor de ondergrond. § 2. De aanvraag bevat ten minste de informatie die wordt vereist door artikel D.VI.14, § 1, lid 2, 1°, en 5°, a),
- e)en f). De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de aanvraag, alsook het aantal verplicht in te dienen exemplaren, de schaal en de inhoud van de verschillende bijgevoegde plannen. § 3. De aanvraag is onvolledig als krachtens paragraaf 2 vereiste gegevens of stukken ontbreken. De aanvraag is onontvankelijk als: 1° ze in strijd met paragraaf 1 is ingediend;2° ze tweemaal onvolledig bevonden wordt;3° de aanvrager de aanvullende stukken niet indient binnen de termijn bedoeld in paragraaf 4. § 4. De ambtenaar voor de ondergrond of zijn afgevaardigde beslist over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag en stuurt zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum waarop hij de aanvraag in ontvangst neemt. Indien de aanvraag onvolledig is, zendt de ambtenaar voor de ondergrond de aanvrager de lijst van de ontbrekende stukken en wijst erop dat de procedure hervat wordt met ingang van de datum van ontvangst van het volledige dossier. De aanvrager moet de ambtenaar voor de ondergrond de gevraagde aanvullende informatie binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek om informatie sturen. Als de aanvrager de gevraagde aanvullende informatie niet binnen de voorgeschreven termijn verstuurt, verklaart de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag onontvankelijk. De aanvullende informatie wordt verstrekt in evenveel exemplaren als de aanvankelijke vergunningsaanvraag er telt. De ambtenaar voor de ondergrond stuurt de beslissing over het volledige en ontvankelijke karakter van de aanvraag aan de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de datum waarop hij de bijkomende informatie in ontvangst neemt. Als de ambtenaar voor de ondergrond de aanvraag een tweede keer onvolledig bevindt, verklaart hij ze onontvankelijk. Als de aanvraag onontvankelijk is, wordt de aanvrager daarvan op de hoogte gebracht door de ambtenaar voor de ondergrond, onder de voorwaarden en binnen de termijnen bedoeld in de leden 1 en 3. Als de ambtenaar voor de ondergrond de beslissing bedoeld in lid 1 of die bedoeld in lid 4, niet aan de aanvrager gestuurd heeft, wordt de aanvraag ontvankelijk bevonden na afloop van de termijnen waarin die bepalingen voorzien. De procedure wordt voortgezet. § 5. Binnen negentig dagen na de beslissing waarbij hij het dossier ontvankelijk en volledig verklaart, dan wel na afloop van de in paragraaf 4, zevende lid, gestelde termijn, zendt de ambtenaar van Ondergrond een verslag aan de "Conseil du sous-sol" en aan het onafhankelijke wetenschappelijke comité. De "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijk wetenschappelijk comité hebben dertig dagen na ontvangst van het verzoek om hun advies uit te brengen. Als de adviezen niet binnen de voorgeschreven termijn worden doorgestuurd, wordt de procedure voortgezet. De ambtenaar voor de ondergrond bezorgt zijn verslag, met inbegrip van een voorstel tot beslissing, aan de Regering binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van de "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijk wetenschappelijk comité of, bij gebreke daaraan, bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de "Conseil du sous-sol" en het onafhankelijk wetenschappelijk comité hun advies moeten uitbrengen. De Regering zal een beslissing nemen binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van de ambtenaar voor de ondergrond, zonder afbreuk te doen aan de klimaatdoelstellingen die van toepassing zijn onder het recht van de Europese Unie en het decreet van 16 november 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 betreffende koolstofneutraliteit, aan de milieudoelstellingen en beheers- en beschermingsmaatregelen inzake waterbeheer die zijn vastgelegd in Boek 2 van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en aan de beschermingsregelingen die zijn vastgelegd krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en aan de doelstellingen van het "Plan Air-Climat-Energie (PACE)" (Lucht-Klimaat-Energieplan). De beslissing wordt meegedeeld aan de aanvrager en bij uittreksels in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De beslissing waarmee de Regering de overdracht goedkeurt, wordt pas van kracht nadat de ambtenaar voor de ondergrond heeft erkend dat de vereiste zekerheid is gesteld. § 6. Wanneer het Waals Gewest de begunstigde is van een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning overeenkomstig de vereenvoudigde procedure bedoeld in artikel D.VI.12, § 4, mag het de vergunning niet overdragen zonder de mededingingsprocedure bedoeld in artikel D.VI.12, § 1 opnieuw te beginnen. HOOFDSTUK 3. - Uitbreiding en verlenging van exclusieve exploratie- en exploitatievergunningen Art. D.VI.40. Exclusieve exploratie- en exploitatievergunningen kunnen : 1° eenmalig verlengd worden, op verzoek van de houder, indien de duur onvoldoende is om het onderzoek of de taludvorming uit te voeren;2° tot aangrenzend grondgebied uitgebreid worden, mits het aangevraagde gebied niet groter is dan een derde van het gebied waarop de exclusieve exploitatievergunning betrekking heeft, met een maximum van driehonderd hectare.Deze optie is eenmalig en geldig tot het verstrijken van de initiële exclusieve vergunning. De oppervlakte die onder de nieuwe vergunning valt, kan worden verkleind tot afzettingen die al door de vergunninghouder zijn erkend. Art. D.VI.41. De bepalingen van de artikelen D.VI.12 tot en met D.VI.27 met betrekking tot de aanvraag voor een exclusieve exploratie- en exploitatievergunning zijn van toepassing op de aanvraag voor verlenging van de vergunning en op de aanvraag voor uitbreiding tot een aangrenzend gebied, met uitzondering van de mededingingsprocedure van artikel D.VI.12, § 1. De regering kan de inhoud van aanvraagdossiers en beslissingen met betrekking tot deze specifieke aanvragen specificeren. TITEL 6. - Intrekking of afstand van exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.42. § 1. De exclusieve vergunning van de houder van een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning kan ingetrokken worden in elk van de volgende gevallen: 1° het niet uitvoeren van het algemene werkprogramma binnen twee jaar na kennisgeving van de toekenning van de vergunning;2° het niet of onvoldoende uitvoeren van het jaarprogramma gedurende twee opeenvolgende jaren, in het bijzonder in geval van aanhoudende inactiviteit of activiteit die duidelijk geen verband houdt met de aangegane financiële verbintenis;3° het niet naleven van de algemene verplichtingen en bijzondere voorwaarden; 4° de niet-betaling of onvoldoende betaling van de bijdrage aan het Gemeenschappelijk Garantiefonds bedoeld in artikel D.IX.4; 5° de niet-betaling of onvoldoende betaling van de bijdrage verschuldigd aan de gemeenten bedoeld in artikel D.VI.35; § 2. De ambtenaar voor de ondergrond, op basis van het onderzoek van het algemene programma en het jaarprogramma als bedoeld in paragraaf 1, stuurt de houder van de exclusieve vergunning : 1° een voorstel tot beslissing.2° de mededeling dat de houder van de exclusieve vergunning de mogelijkheid heeft om binnen dertig dagen na ontvangst van de brief zijn opmerkingen kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord;3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman; De ambtenaar voor de ondergrond bepaalt, in voorkomend geval, de dag waarop de houder erom verzocht wordt zijn verweermiddelen mondeling voor te dragen. § 3. Na het verstrijken van de in paragraaf 2 bedoelde termijn of vóór het verstrijken van die termijn indien de houder de feiten erkent of, in voorkomend geval, na de houder of zijn raadsman te hebben gehoord die zijn verdediging mondeling heeft toegelicht, zendt de ambtenaar van de ondergrond zijn verslag met de in paragraaf 1 bedoelde documenten toe aan de Regering. § 4. Binnen zestig dagen na ontvangst van het verslag neemt de Regering een beslissing over het verslag van de ambtenaar voor de ondergrond. Het besluit tot intrekking van een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en ter kennis gebracht van de houder. Art. D.VI.43. De houder van een exclusieve vergunning kan hiervan afstand doen door de ambtenaar van de ondergrond hiervan op de hoogte te stellen. De afstand wordt van kracht binnen negentig dagen na kennisgeving ervan, waarbij de verplichtingen van deel VIII in werking treden. Art. D.VI.44. De intrekking of het afzien van de exclusieve exploratie- of exploitatievergunning heeft de ongeldigheid tot gevolg van de milieuvergunning en de omgevingsvergunning voor zover deze in de plaats komt van de milieuvergunning die is verleend voor de uitoefening van de activiteiten en installaties die nodig zijn voor de exploratie en exploitatie, of van de verklaring, met uitzondering van de activiteiten en installaties die nodig zijn voor de rehabilitatie en het postbeheer, alsmede de bijbehorende zekerheid. HOOFDSTUK 7. - Verplichtingen voor de houders van exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen HOOFDSTUK 1. - Algemene verplichtingen voor de houders van exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.45. De houder van een exclusieve exploratie- en exploitatievergunning moet voldoen aan de algemene verplichtingen en specifieke voorwaarden van de vergunning. Art. D.VI.46. De houder van een exclusieve exploratie- en exploitatievergunning : 1° kiest een administratieve hoofdverplijfplaats in het Waals Gewest en brengt de ambtenaar van de ondergrond daarvan op de hoogte ;2° wijst een persoon binnen het bedrijf aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de exploratie of exploitatie. Art. D.VI.47. § 1. De houder van de exclusieve exploratie- of exploitatievergunning verstrekt aan de ambtenaar voor de ondergrond : 1° binnen een maand na de afgifte van de vergunning, het werkprogramma voor de rest van het lopende jaar;2° vóór 31 december van elk jaar, het werkprogramma voor het volgende jaar, met een voorstel tot aanpassing van de nabeheersmaatregelen en de overeenkomstige zekerheid;3° in het eerste kwartaal een verslag over de werkzaamheden van het voorbije jaar. § 2. Naast de in paragraaf 1 bedoelde informatie dienen houders van een exclusieve vergunning voor de exploratie en exploitatie van een geothermische afzetting maandelijks een seismisch verslag in bij de functionaris voor de ondergrond. § 3. De ambtenaar van de ondergrond zal het voorstel om de nabeheersmaatregelen aan te passen binnen 60 dagen na ontvangst onderzoeken. Hij kan, afhankelijk van het geval : - het voorstel tot aanpassing van de nabeheersmaatregelen goedkeuren; - de houder van de exclusieve vergunning verzoeken bepaalde nabeheersmaatregelen te wijzigen of andere nabeheersmaatregelen voor stellen binnen de door hem vastgestelde termijn; - nabeheersmaatregelen opleggen of de voorgestelde maatregelen wijzigen; - beslissen dat het niet nodig is om nabeheersmaatregelen aan te passen. In het in lid 1 bedoelde besluit stelt de ambtenaar van de ondergrond indien nodig het passende bedrag van de zekerheid vast. De houder van de exclusieve vergunning voor de exploratie of exploitatie van ondergrondse rijkdommen stuurt de ambtenaar van de ondergrond het bewijs dat de zekerheid is aangepast uiterlijk een maand nadat het nabeheersplan is bijgewerkt. Tegen de overeenkomstig lid 1, tweede en derde streepje, genomen beslissing kan door de houder van de exclusieve vergunning beroep worden ingesteld bij de Regering. Op straffe van nietigheid wordt het beroep d.m.v. een verzoekschrift bij de Regering ingediend binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze beslissing. Dit beroep schorst de betwiste beslissing. De Regering zendt haar beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de eerste dag volgend op de datum van ontvangst van het beroep. Bij gebrek aan beslissing binnen de termijn voorgeschreven in het zesde lid wordt de beslissing die het voorwerp van het beroep heeft uitgemaakt, geacht bevestigd te zijn. De Regering kan de modaliteiten van het beroep bepalen. Art. D.VI.48. De toegang tot de werken en de bijgebouwen is verboden voor het publiek, tenzij uitdrukkelijk toegestaan en onder de verantwoordelijkheid van de exclusieve vergunningshouder. Het verbod wordt gemarkeerd door de exclusieve vergunningshouder, door middel van hekken of, als er geen hekken zijn, door precieze opschriften. Art. D.VI.49. Houders van exclusieve vergunningen verstrekken de ambtenaar van de ondergrond alle informatie die hij nuttig acht om te vragen over de activiteiten die ze van plan zijn uit te voeren, evenals de winningslocaties en oppervlakte-installaties die ze van plan zijn op te richten. Art. D.VI.50. Ongeacht de verleende vergunning en onverminderd de verplichtingen uit hoofde van andere bepalingen, moet de houder van een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning : 1° alle nodige voorzorgsmaatregelen treffen om gevaar, hinder of overlast voor de openbare veiligheid, de instandhouding van gebouwen en de gezondheid van werken en goederen als gevolg van de uitvoering van zijn exclusieve vergunning te voorkomen, te beperken of te verhelpen;2° alle nodige voorzorgsmaatregelen treffen om schade die aan het milieu wordt toegebracht of dreigt te worden toegebracht als gevolg van de uitvoering van zijn exclusieve vergunning, te voorkomen, te beperken of, in voorkomend geval, te compenseren;3° elk ongeval of incident dat de in 1° en 2° bedoelde belangen kan schaden, onmiddellijk melden aan de ambtenaar van de ondergrond, de technische ambtenaar en de burgemeester; 4° alle nodige bijstand verlenen om de bevoegde ambtenaren in staat te stellen de acties bedoeld in artikel D.162 van boek 1van het Milieuwetboek uit te voeren; 5° de ambtenaar van de ondergrond en de technisch ambtenaar ten minste tien dagen vóór de exploitatie op de hoogte brengen van elke belangrijke onderbreking van het werkprogramma bedoeld in artikel D.VI.47, behalve in geval van overmacht; 6° de bevoegde overheid, de technisch ambtenaar en de door de Regering aangewezen ambtenaren en personeelsleden kennis geven van de faillietverklaring binnen tien dagen na uitspraak ervan, behoudens geval van overmacht.7° de ondergrondse ambtenaar en de technische ambtenaar ten minste zes maanden op voorhand informeren over hun beslissing om hun activiteiten stop te zetten. HOOFDSTUK 2. - Bijhouden van de plannen Art. D.VI.51. Een houder van een exclusieve vergunning voor van ondergrondse rijkdommen dient nauwkeurige plannen en voortgangsverslagen bij te houden van alle werkzaamheden die binnen de omtrek van de exclusieve vergunning worden uitgevoerd. De Regering specificeert de verplichtingen met betrekking tot het bijhouden van plannen. Art. D.VI.52. De houder van een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning moet, overeenkomstig de instructies van de ambtenaar voor de ondergrond, merktekens plaatsen op plaatsen aan de oppervlakte binnen de door de exclusieve vergunning bestreken omtrek die door de laatstgenoemde moeten worden aangewezen, om de grenzen en bepaalde belangrijke punten aan te geven. Deze handeling vindt plaats op verzoek en in aanwezigheid van de ambtenaar van de ondergrond, die de notulen opstelt. Art. D.VI.53. De houder van een exclusieve exploratie- of exploitatievergunning dient een bijgewerkte perceelplan van het oppervlak in tweevoud bij te houden waarop de grenzen van de door de vergunning bestreken omtrek, de locatie van mijlpalen en oriëntatiepunten, hoofdwegen, openbare gebouwen en belangrijke kunstwerken, de positie van putten, gebouwen en andere constructies die relevant zijn voor de exploratie of exploitatie, en alle bestaande woningen en constructies aan de oppervlakte binnen de omtrek en binnen een straal van honderd meter rond de omtrek van de vergunning zijn aangegeven. Eén kopie wordt bewaard op het hoofdkantoor en de tweede kopie wordt naar de administratie gestuurd zodra deze is bijgewerkt. De houder van de exclusieve vergunning verstrekt op verzoek een afschrift van het in lid 1 bedoelde plan aan elke gemeente op het grondgebied waarvan de exclusieve vergunning zich uitstrekt. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de bijzondere voorwaarden voor exclusieve vergunningen voor de exploratie en exploitatie van ondergrondse rijkdommen Art. D.VI.54. § 1. Op eigen initiatief of op verzoek van de houder van de exclusieve vergunning of van één of meer gemeenten op wier grondgebied de omtrek van de exclusieve vergunning zich uitstrekt of wier grondgebied grenst aan de omtrek van een exclusieve vergunning, kan de Regering, op advies van de ambtenaar voor de ondergrond en de door de Regering aangeduide instanties de specifieke voorwaarden van de exclusieve exploratievergunning of de exclusieve exploitatievergunning voor ondergrondse rijkdommen aanvullen of wijzigen, indien zij van oordeel is dat deze voorwaarden niet langer geschikt zijn om gevaren, hinder of ongemakken voor het milieu, de veiligheid of de gezondheid te voorkomen, te verminderen of te verhelpen. De regering bepaalt de vorm en inhoud van het voorstel tot aanvulling of wijziging van de specifieke exploitatievoorwaarden en de aanvraag tot aanvulling of wijziging van de specifieke voorwaarden van de exclusieve vergunning voor de exploratie of exploitatie van ondergrondse rijkdommen, alsmede het aantal in te dienen exemplaren. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het verzoek tot aanvulling of wijziging van de in lid 1 bedoelde bijzondere voorwaarden aan de ambtenaar van de ondergrond toegezonden, vergezeld van hetzij een milieueffectrapport overeenkomstig artikel D.VI.15, hetzij van een met redenen omkleed verzoek om vrijstelling van milieueffectrapportage, indien hij van oordeel is dat de wijziging waarschijnlijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zal hebben. In het laatste geval moet hij zijn verzoek motiveren aan de hand van de criteria voor het bepalen van de waarschijnlijke omvang van de gevolgen, zoals bedoeld in artikel D.54 van Boek 1 van het Milieuwetboek . § 3. De ambtenaar van de ondergrond stuurt zijn voorstel tot aanvulling of wijziging van de in paragraaf 1 bedoelde bijzondere voorwaarden naar de exploitant. Het voorstel gaat vergezeld van een milieueffectrapport overeenkomstig artikel D.VI.15. Als de ambtenaar van de ondergrond van mening is dat het om een kleine wijziging van de exclusieve vergunning gaat, die waarschijnlijk geen significante milieueffecten zal hebben, kan hij bij de Regering een vrijstelling van de milieueffectbeoordeling aanvragen. In het laatste geval moet hij zijn verzoek motiveren aan de hand van de criteria voor het bepalen van de waarschijnlijke omvang van de gevolgen, zoals bedoeld in artikel D.54 van Boek 1 van het Milieuwetboek. § 4. In het geval van een verzoek om vrijstelling van een milieueffectbeoordeling zal de Regering de Beleidsgroep "Leefmilieu" en alle andere personen of instanties raadplegen die ze geschikt acht om te raadplegen. De adviezen worden binnen de dertig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Na afloop van deze termijn wordt de procedure voortgezet. Binnen de dertig dagen nadat de raadplegingen zijn afgerond, beslist de Regering over de aanvraag tot vrijstelling. De beslissing van de minister en de redenen waarom hij besloten heeft om het project vrij te stellen van een effectbeoordeling zullen in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. § 5. De ambtenaar voor de ondergrond zendt de aanvraag of de voorgenomen beslissing tot aanvulling of wijziging van de bijzondere voorwaarden, bedoeld in de eerste paragraaf, indien van toepassing, samen met het milieueffectrapport voor advies aan de "Conseil du sous-sol", de adviesorganen die hij geraadpleegd acht en de betrokken gemeenten. Die instanties en gemeenten versturen hun advies binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum van hun aanhangigmaking bij de ambtenaar van de ondergrond. Als de adviezen niet binnen de voorgeschreven termijn worden doorgestuurd, wordt de procedure voortgezet. § 6. Indien de aanvraag of het voorgenomen besluit tot aanvulling of wijziging van de bijzondere voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, het voorwerp uitmaakt van een milieue