📄 Wettekst
15 JULI 2005. - Gemeentedecreet (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Gemeentedecreet.
TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. Art. 2.De gemeenten beogen om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet zijn ze bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang voor de verwezenlijking waarvan ze alle initiatieven kunnen nemen.
Overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, tweede lid, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen en artikel 46 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en met toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, oefenen de gemeenten ook de bevoegdheden uit die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
Enkel als dat bij decreet uitdrukkelijk is bepaald, kunnen de provincies de medewerking van de gemeenten regelen. Art. 3.De gemeenten verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van de gemeentelijke bevoegdheden.
Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid en zorgen voor openheid van bestuur. Art. 4.Dit decreet is van toepassing op alle gemeenten van het Vlaamse Gewest onder voorbehoud van de toepassing van de regelingen, bepaald in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, eerste streepje, en 4°, eerste lid, a, en artikel 7, § 1, eerste en derde lid, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen.
TITEL II. - Het gemeentebestuur HOOFDSTUK I. - De gemeenteraad Afdeling I. - De organisatie van de gemeenteraad
Art. 5.§ 1. De gemeenteraad vertegenwoordigt de hele bevolking van de gemeente. Hij bestaat uit : 1° 7 leden in de gemeenten met minder dan 1000 inwoners;2° 9 leden in de gemeenten met 1000 tot 1999 inwoners;3° 11 leden in de gemeenten met 2000 tot 2999 inwoners;4° 13 leden in de gemeenten met 3000 tot 3999 inwoners;5° 15 leden in de gemeenten met 4000 tot 4999 inwoners;6° 17 leden in de gemeenten met 5000 tot 6999 inwoners;7° 19 leden in de gemeenten met 7000 tot 8999 inwoners; 8° 21 leden in de gemeenten met 9000 tot 11.999 inwoners; 9° 23 leden in de gemeenten met 12.000 tot 14.999 inwoners; 10° 25 leden in de gemeenten met 15.000 tot 19.999 inwoners; 11° 27 leden in de gemeenten met 20.000 tot 24.999 inwoners; 12° 29 leden in de gemeenten met 25.000 tot 29.999 inwoners; 13° 31 leden in de gemeenten met 30.000 tot 34.999 inwoners; 14° 33 leden in de gemeenten met 35.000 tot 39.999 inwoners; 15° 35 leden in de gemeenten met 40.000 tot 49.999 inwoners; 16° 37 leden in de gemeenten met 50.000 tot 59.999 inwoners; 17° 39 leden in de gemeenten met 60.000 tot 69.999 inwoners; 18° 41 leden in de gemeenten met 70.000 tot 79.999 inwoners; 19° 43 leden in de gemeenten met 80.000 tot 89.999 inwoners; 20° 45 leden in de gemeenten met 90.000 tot 99.999 inwoners; 21° 47 leden in de gemeenten met 100.000 tot 149.999 inwoners; 22° 49 leden in de gemeenten met 150.000 tot 199.999 inwoners; 23° 51 leden in de gemeenten met 200.000 tot 249.999 inwoners; 24° 53 leden in de gemeenten met 250.000 tot 299.999 inwoners; 25° 55 leden in de gemeenten met 300.000 of meer inwoners. § 2. De schepenen en de burgemeester maken deel uit van de gemeenteraad, behalve indien zij niet als gemeenteraadslid werden verkozen. § 3. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten die, overeenkomstig artikel 5, laatste lid, van de Nieuwe Gemeentewet door de minister van Binnenlandse Zaken in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt en wordt opdracht gegeven tot bekendmaking van de lijst in het Belgisch Staatsblad. Het in aanmerking te nemen inwonertal is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente hadden. Art. 6.§ 1. De gemeenteraad wordt om de zes jaar volledig vernieuwd.
De leden worden rechtstreeks verkozen door de gemeenteraadskiezers.
Zij zijn herverkiesbaar. § 2. Na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad blijven de uittredende gemeenteraadsleden in functie tot de geloofsbrieven van de nieuw verkozen gemeenteraadsleden onderzocht zijn en hun installatie heeft plaatsgehad. Art. 7.§ 1. De verkozen gemeenteraadsleden worden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering, die van rechtswege in het gemeentehuis plaatsvindt op de eerste werkdag van de maand januari om 20 uur.
Ingeval bezwaar werd ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig werd verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is. Als de nieuw verkozen raadsleden niet binnen tien dagen zijn bijeengeroepen door de uittredende voorzitter, gebeurt de bijeenroeping door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van rang. § 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Indien de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang. § 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven werden goedgekeurd, leggen, vóór ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering : « Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen. » De voorzitter van de installatievergadering legt, indien hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Indien de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid.
De Vlaamse Regering wordt binnen de twintig dagen van de eedaflegging op de hoogte gebracht. § 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. § 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daartoe uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. Art. 8.§ 1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit een voorzitter. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen.
De Vlaamse Regering wordt binnen twintig dagen na de verkiezing van de voorzitter hiervan op de hoogte gebracht.
De akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden, alsook de naam van diegene die hem zal opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Indien de persoon die als opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig § 4.
De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de gemeentesecretaris overhandigd. § 2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, overhandigt de gemeentesecretaris de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering.
De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, bepaald in § 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden hiertoe in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd.In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. § 3. Als geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt overhandigd, gaat de gemeenteraad binnen veertien dagen over tot verkiezing van een voorzitter.
De gemeenteraadsleden kunnen hiertoe uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de gemeentesecretaris.
Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen. Onverminderd § 1, kan elk gemeenteraadslid slechts één akte van voordracht ondertekenen.
De verkiezing gebeurt bij geheime stemming.
De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als meerdere kandidaten werden voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. § 4. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst is, ontslag genomen heeft of overleden is, wordt tot een nieuwe verkiezing van voorzitter overgegaan op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig § 1 tot en met § 3. Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het tweede lid.
Als de voorzitter om een andere reden tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is, neemt het gemeenteraadslid met de meeste anciënniteit het voorzitterschap waar.
Bij gelijke anciënniteit geniet het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de voorkeur. Als het gemeenteraadslid met de meeste anciënniteit de voorzitter in die gevallen niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van anciënniteit. Bij gelijke anciënniteit wordt het mandaat waargenomen door het gemeenteraadslid dat bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald.
De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt alleen vervangen zolang hij verhinderd, geschorst, of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. Art. 9.Een verkozen gemeenteraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, brengt de gemeentesecretaris daarvan schriftelijk op de hoogte. De afstand wordt definitief zodra de gemeenteraad hiervan kennis heeft genomen. Art. 10.§ 1. Het mandaat van een gemeenteraadslid dat niet meer voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden, wordt door de gemeenteraad voor vervallen verklaard nadat het betrokken gemeenteraadslid is gehoord.
De voorzitter van de gemeenteraad brengt het rechtscollege, bedoeld in artikel 13, evenals de betrokkene tegen ontvangstbewijs onmiddellijk op de hoogte van feiten die het verval van mandaat met zich kunnen meebrengen. Als de gemeenteraad niet optreedt binnen twee maanden nadat hij kennis heeft van de feiten die verval met zich kunnen meebrengen, treedt het rechtscollege, bedoeld in artikel 13, in zijn plaats op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een gemeenteraadslid of van het openbaar ministerie. De gemeenteraad wordt geacht kennis te hebben van de feiten die verval met zich kunnen meebrengen, hetzij vanaf de ontvangst van een bezwaar van een ander gemeenteraadslid of van het openbaar ministerie, hetzij vanaf de verzending van de kennisgeving door het college van burgemeester en schepenen aan het rechtscollege, bedoeld in artikel 13. § 2. De vervallenverklaring heeft pas gevolg vanaf de kennisgeving van de uitspraak van het verval door de gemeenteraad of het rechtscollege, bedoeld in artikel 13. Ze tast de geldigheid van de eerdere beslissingen van de gemeenteraad niet aan. § 3. Als de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, zijn mandaat blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen, bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. Art. 11.De volgende personen kunnen geen deel uitmaken van een gemeenteraad : 1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voorzover de gemeente in kwestie deel uitmaakt van hun ambtsgebied;2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Arbitragehof;3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de gemeente toe behoort;4° de personeelsleden van de gemeente in kwestie of van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente, met uitzondering van de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulancediensten;5° de leden van een districtsraad;6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester;7° de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten in de gemeenteraad van een zelfde gemeente. Worden bloed- of aanverwanten in een van die graden of twee echtgenoten gekozen bij een zelfde verkiezing, dan wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de door die kandidaten verkregen zetels aan hun lijst zijn toegekend.
Worden twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten gekozen, de een tot raadslid, de ander tot opvolger, dan geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen vóór de verkiezing van zijn bloedverwant of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald naar tijdsorde van de vacatures.
Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten met echtgenoten gelijkgesteld.
Aanverwantschap die later tot stand komt tussen raadsleden, brengt geen verval van hun mandaat mee. Dat geldt niet bij een huwelijk tussen raadsleden en in het geval van wettelijke samenwoning.
De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door het ophouden van het wettelijk samenlevingscontract.
Overeenkomstig artikel 71 en 72 van de Nieuwe Gemeentewet zijn de bepalingen van het eerste lid, 1° en 2° eveneens van toepassing op de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven voor de uitoefening in een andere lidstaat van de Europese Unie van ambten die gelijkwaardig zijn aan die bedoeld in deze bepalingen. Art. 12.§ 1. Het verkozen gemeenteraadslid dat zich op het ogenblik van de installatievergadering in een situatie bevindt die ingevolge artikel 11 onverenigbaar is met het lidmaatschap van de gemeenteraad, kan de eed niet afleggen en wordt bijgevolg geacht afstand te doen van het hem toegekende mandaat. § 2. Een gemeenteraadslid dat tijdens zijn mandaat in een met zijn mandaat onverenigbare situatie terechtkomt en dat binnen vijftien dagen na het tot hem gerichte verzoek van de voorzitter van de gemeenteraad geen einde maakt aan die situatie, wordt door de gemeenteraad vervallen verklaard van zijn mandaat, overeenkomstig artikel 10. § 3. Als de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, zijn mandaat blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen, bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. Art. 13.Het administratief rechtscollege bedoeld in de Gemeentekieswet, doet uitspraak over geschillen die rijzen in verband met de afstand of het verval van mandaat van gemeenteraadslid en van voorzitter van de gemeenteraad en in verband met het goedkeuren van hun geloofsbrieven, hun eedaflegging en de kennis van de bestuurstaal bepaald in artikel 44, § 6. Art. 14.De gemeenteraad neemt akte van de verhindering van de volgende personen : 1° het gemeenteraadslid dat om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland gedurende een minimale termijn van twaalf weken niet aanwezig kan zijn op de vergaderingen van de gemeenteraad en vervangen wil worden.Hij richt daartoe een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de gemeenteraad. Bij het verzoek tot verhindering wegens medische redenen wordt een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat tevens de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft. Als het gemeenteraadslid dat om medische redenen afwezig blijft, niet in staat is om dat verzoek tot de voorzitter te richten, wordt hij van rechtswege als verhinderd beschouwd vanaf de derde opeenvolgende vergadering waarop hij afwezig is en zolang hij afwezig blijft. Bij het verzoek tot verhindering om studieredenen of verblijf in het buitenland wordt een attest gevoegd van de onderwijsinstelling of opdrachtgever; 2° het gemeenteraadslid dat ouderschapsverlof wil nemen voor de geboorte of adoptie van een kind.Dat gemeenteraadslid wordt op zijn schriftelijk verzoek, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad, vervangen, ten vroegste vanaf de zevende week voor de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie, tot het einde van de achtste week na de adoptie of geboorte. Op schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de achtste week verlengd met een duur die gelijk is aan die gedurende welke het raadslid zijn mandaat heeft uitgeoefend tijdens de periode van zeven weken die aan de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaan; 3° de voorzitter van de gemeenteraad die lid is van de federale of Vlaamse Regering of van de Europese Commissie;4° de voorzitter van de gemeenteraad die het mandaat uitoefent van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Art. 15.Het gemeenteraadslid kan schriftelijk ontslag indienen bij de gemeentesecretaris. Het ontslag wordt definitief zodra de gemeenteraad hiervan kennis heeft genomen. Art. 16.Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig de Gemeentekieswet.
De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 7, § 3. De eedaflegging gebeurt in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering.
De Vlaamse regering wordt binnen twintig dagen van de eedaflegging of van de beëindiging van de periode van verhindering op de hoogte gebracht. Art. 17.§ 1. De gemeenteraadsleden ontvangen ten laste van de gemeente presentiegeld voor hun aanwezigheid op vergaderingen van de gemeenteraad. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatsverplichtingen van de gemeenteraadsleden waarvoor de gemeenteraad bij reglement kan bepalen dat presentiegeld wordt verleend. § 2. De gemeenteraad bepaalt het bedrag van de presentiegelden binnen de grenzen die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering. Daarbij kan rekening gehouden worden met het inwonersaantal van de gemeente.
De gemeenteraad kan op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt, de presentiegelden van het gemeenteraadslid dat andere wettelijke of reglementaire bezoldigingen, pensioenen, vergoedingen of toelagen ontvangt, aanvullen met een bedrag ter compensatie van het inkomensverlies dat de betrokkene lijdt, op voorwaarde dat de mandataris daar zelf om verzoekt.
De som van de presentiegelden, aangevuld met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies, kan nooit hoger zijn dan de wedde van een schepen van een gemeente met 50.000 inwoners. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de grenzen waarbinnen de gemeenteraad kan bepalen welke specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad en fractie- of commissievoorzitter, voor terugbetaling in aanmerking komen. Art. 18.§ 1. Het gemeenteraadslid dat wegens een handicap niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, kan zich voor de uitoefening van dat mandaat laten bijstaan door een vertrouwenspersoon, gekozen uit de gemeenteraadskiezers, op voorwaarde dat hij aan de verkiesbaarheidsvereisten voldoet en zich niet bevindt in een situatie als bedoeld in artikel 11 en 14. § 2. Voor de toepassing van § 1 bepaalt de Vlaamse Regering de criteria tot vaststelling van de hoedanigheid van een gemeenteraadslid met een handicap. § 3. Bij het verlenen van de bijstand krijgt de vertrouwenspersoon dezelfde middelen ter beschikking en heeft hij dezelfde verplichtingen als het gemeenteraadslid, maar hij is niet gehouden tot de eedaflegging. Hij heeft eveneens recht op presentiegeld onder dezelfde voorwaarden als het gemeenteraadslid. Afdeling II. - De werking van de gemeenteraad
Art. 19.De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en ten minste tienmaal per jaar. Art. 20.De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.
Op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen is de voorzitter verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Art. 21.Behalve in spoedeisende gevallen en behalve in geval van toepassing van artikel 7, § 1, wordt de oproeping ten minste acht dagen vóór de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd.
De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toelichtende nota bij elk agendapunt, alsook de voorstellen van beslissing. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de gemeenteraadsleden gesteld vanaf de verzending van de agenda.
Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de oproeping van de gemeenteraadsleden wordt verzonden en de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld.
De gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaren verstrekken aan de gemeenteraadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen over stukken die in het dossier voorkomen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. Art. 22.Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun voorstel van beslissing, vergezeld van een toelichtende nota, aan de gemeentesecretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Van deze mogelijkheid kan geen gebruik gemaakt worden door een lid van het college van burgemeester en schepenen.
De gemeentesecretaris deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad, samen met de bijbehorende voorstellen en de toelichtende nota's onverwijld mee aan de gemeenteraadsleden. Art. 23.§ 1. Plaats, dag, tijdstip en agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad worden uiterlijk acht dagen voor de vergadering openbaar gemaakt op het gemeentehuis, zodat het publiek er te allen tijde kennis van kan nemen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regels over de wijze van openbaarmaking.
Als agendapunten aan de agenda worden toegevoegd overeenkomstig artikel 22, wordt de aangepaste agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, op het gemeentehuis openbaar gemaakt overeenkomstig het eerste lid. § 2. De gemeente is verplicht aan ieder natuurlijk persoon en iedere rechtspersoon of groepering ervan die erom verzoekt, de agenda van de gemeenteraad en de stukken die erop betrekking hebben, openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig het
decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/03/2004
pub.
01/07/2004
numac
2004036026
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur
sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur. Art. 24.De voorzitter zit de vergaderingen van de gemeenteraad voor, en opent en sluit de vergaderingen. Art. 25.De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.
De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot een geldboete van één tot vijftien euro of tot een gevangenisstraf van één dag tot drie dagen, behoudens andere vervolgingen, als het feit daartoe grond oplevert. Art. 26.De gemeenteraad kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende gemeenteraadsleden aanwezig is.
De raad kan echter, als hij tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een derde oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen.
De termijnen, bedoeld in artikel 21 en 23, worden voor deze tweede en derde oproeping teruggebracht tot twee dagen. In deze oproepingen wordt vermeld dat het om een tweede of derde oproeping gaat. In de derde oproeping worden de bepalingen van dit artikel overgenomen. Art. 27.§ 1. Het is voor een gemeenteraadslid verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming : 1° over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld; 2° over de vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening van een instantie waaraan hij rekenschap verschuldigd is of waarvan hij tot het uitvoerend orgaan behoort. Deze bepaling is niet van toepassing op het gemeenteraadslid dat zich in bovenvermelde omstandigheden bevindt louter op grond van het feit dat hij als vertegenwoordiger van de gemeente is aangewezen in andere rechtspersonen. § 2. Het is voor een gemeenteraadslid verboden : 1° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling te werken in geschillen ten behoeve van de gemeente.Dat verbod geldt ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het gemeenteraadslid werken; 2° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris te werken in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van de gemeente of ten behoeve van een personeelslid van de gemeente aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen de gemeente.Dit verbod geldt ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het gemeenteraadslid werken; 3° rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, levering of diensten, verkoop of aankoop voor de gemeente of de gemeentelijk extern verzelfstandigde agentschappen;4° op te treden als afgevaardigde of deskundige van een vakorganisatie in een onderhandelings- of overlegcomité van de gemeente. § 3. Dit artikel is eveneens van toepassing op de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 18. Art. 28.§ 1. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn openbaar, behalve als : 1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering; 2° de gemeenteraad met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid. De vergaderingen over het organogram, de personeelsformatie, de rechtspositieregeling, het meerjarenplan en de aanpassingen ervan, het budget, een budgetwijziging of de jaarrekening zijn in elk geval openbaar. § 2. De besloten vergadering kan enkel plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken. Als tijdens de openbare vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering, enkel met dit doel, worden onderbroken. Art. 29.Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen als het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren.
Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld. Art. 30.§ 1. De gemeenteraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van de gemeente betreffen. De gemeenteraadsleden kunnen een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten. De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs. § 2. De gemeenteraadsleden mogen alle inrichtingen en diensten bezoeken die de gemeente opricht en beheert. § 3. De gemeenteraad bepaalt bij huishoudelijk reglement de voorwaarden voor het inzagerecht en het recht van afschrift, en de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de gemeentelijke inrichtingen en diensten. § 4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van de gemeenteraadsleden wegens schending van het beroepsgeheim, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. Art. 31.De burgemeester of de schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad. Hij beschikt in de gemeenteraad enkel over een raadgevende stem. Art. 32.De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Art. 33.De notulen van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris opgesteld overeenkomstig artikelen 180 en 181.
Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.
Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de gemeenteraad en de gemeentesecretaris ondertekend. Art. 34.De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan, meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Art. 35.§ 1. De stemmingen in de gemeenteraad zijn openbaar. § 2. Over de volgende aangelegenheden wordt geheim gestemd : 1° de vervallenverklaring van het mandaat van gemeenteraadslid en van schepen;2° het aanwijzen van de leden van de gemeentelijke bestuursorganen en van de vertegenwoordigers van de gemeente in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen;3° individuele personeelszaken. § 3. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in § 2 stemmen de leden van de gemeenteraad mondeling. Het huishoudelijk reglement kan een regeling invoeren die gelijkwaardig is met een mondelinge stemming. Als dusdanig worden de mechanisch uitgebrachte naamstemming en de stemming bij zitten en opstaan of bij handopsteking beschouwd. Ongeacht de bepalingen van het huishoudelijk reglement wordt er mondeling gestemd telkens als een derde van de aanwezige leden hierom verzoekt. § 4. De voorzitter stemt het laatst, behalve bij geheime stemming. Art. 36.Als bij de benoeming of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.
De voorzitter stelt daartoe een lijst op met tweemaal zoveel namen als er benoemingen of voordrachten moeten gebeuren. Hebben bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. De stemmen kunnen alleen worden uitgebracht op de kandidaten die op de lijst voorkomen. De benoeming of de voordracht gebeurt bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur. Art. 37.De gemeente is verplicht aan ieder natuurlijk persoon en iedere rechtspersoon of groepering ervan die erom verzoekt, de besluiten van de gemeenteraad en andere bestuursdocumenten openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig het
decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/03/2004
pub.
01/07/2004
numac
2004036026
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur
sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur. Art. 38.§ 1. Het gemeenteraadslid of de gemeenteraadsleden die op eenzelfde lijst verkozen zijn of op lijsten die zich onderling hebben verenigd, vormen één fractie. In de mate dat zulks is voorzien door de Gemeentekieswet, kan de verkiezing op eenzelfde lijst aanleiding geven tot de vorming van meer dan één fractie. De onderlinge vereniging om één fractie te vormen of de vorming van meer dan één fractie, geldt tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. § 2. Het huishoudelijk reglement legt de nadere regels vast voor de samenstelling en de werking van de fracties, evenals, binnen de grenzen die door de Vlaamse Regering worden bepaald, voor de financiering ervan. Art. 39.§ 1. De gemeenteraad kan commissies oprichten die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden. De commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen. § 2. Artikelen 28 en 35 zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen en de stemmingen in de commissies. § 3. De mandaten in iedere commissie worden door de gemeenteraad evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld op basis van de voordrachten die worden ingediend door de fracties.
Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien een fractie tijdens de zittingsperiode splitst of sommige leden zich als onafhankelijk raadslid opstellen of overgaan naar een andere fractie, dan behoudt de fractie zijn oorspronkelijk aantal leden in de commissies.
Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan een akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging overeenkomstig het eerste lid een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt. § 4. De burgemeester of schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een gemeenteraadscommissie. § 5. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regelen inzake de samenstelling en de werkwijze van de commissie, alsook inzake de toekenning van presentiegelden. Art. 40.De gemeenteraad stelt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement vast waarin aanvullende maatregelen worden opgenomen in verband met de werking van de raad en waarin minstens bepalingen worden opgenomen over : 1° de vergaderingen waarvoor presentiegeld wordt verleend, het bedrag van het presentiegeld en de nadere regels in verband met de eventuele terugbetaling van specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van gemeenteraadslid of lid van het college van burgemeester en schepenen;2° de wijze van verzending van de oproeping en het ter beschikking stellen van het dossier aan de gemeenteraadsleden, alsook de wijze waarop de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaren, aan de raadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen verstrekken over die stukken;3° de wijze waarop de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar worden gemaakt;4° de voorwaarden voor het inzagerecht en het recht van afschrift voor gemeenteraadsleden en de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de gemeentelijke diensten;5° de voorwaarden waaronder de gemeenteraadsleden hun recht uitoefenen om aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen;6° de wijze van notulering en de wijze waarop de notulen van de vorige vergadering ter beschikking worden gesteld van de gemeenteraadsleden;7° de nadere regels voor de samenstelling en de werking van de commissies en de fracties. De gemeenteraad kan het huishoudelijk reglement te allen tijde wijzigen. Art. 41.De gemeenteraad neemt een deontologische code aan. Afdeling III. - De bevoegdheden van de gemeenteraad
Art. 42.§ 1. Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, bepaald in artikel 2. § 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daartoe algemene regels vaststellen. § 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast.
Onverminderd de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van politieverordeningen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank. Art. 43.§ 1. Behoudens bij uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid in de zin van artikel 2, tweede lid, aan de gemeenteraad, kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen. § 2. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd : 1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden in titel II, hoofdstuk I, afdeling I en II;2° het vaststellen van gemeentelijke reglementen en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen;3° het vaststellen van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan, het budget en de budgetwijzigingen en de jaarrekeningen;4° het vaststellen van het organogram, de personeelsformatie en de rechtspositieregeling;5° het oprichten van extern verzelfstandigde agentschappen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen;6° het goedkeuren van beheersovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten bedoeld in de artikelen 235, 247 en 271;7° het aanstellen en ontslaan van de gemeentesecretaris, de adjunct-gemeentesecretaris en de financieel beheerder, alsook de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van deze personeelsleden;8° het goedkeuren van het interne controlesysteem zoals bepaald in artikel 100;9° het vaststellen van wat onder het begrip dagelijks bestuur in de zin van artikel 159 moet worden verstaan;10° het vaststellen van welke opdrachten voor werken, leveringen en diensten kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur;11° het vaststellen van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen, en het vaststellen van de voorwaarden ervan, behalve indien de opdracht nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen en onverminderd de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen inzake opdrachten van dagelijks bestuur;12° het stellen van daden van beschikking met betrekking tot roerende en onroerende goederen voorzover de verrichting niet behoort tot de aangelegenheden van dagelijks bestuur en niet nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen;13° het definitief aanvaarden van schenkingen en het aanvaarden van legaten;14° het inrichten van adviesraden en overlegstructuren;15° het vaststellen van de gemeentebelastingen en retributies;16° het vaststellen van een systeem van klachtenbehandeling. HOOFDSTUK II. - Het college van burgemeester en schepenen Afdeling I. - De inrichting van het college van burgemeester en
schepenen Art. 44.§ 1. Het college van burgemeester en schepenen bestaat uit de burgemeester, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, bedoeld in artikel 25 van de organieke
wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/07/1976
pub.
18/04/2016
numac
2016000231
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied
sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en uit ten hoogste : 1° 2 schepenen in de gemeenten met minder dan 1000 inwoners;2° 3 schepenen in de gemeenten met 1000 tot 4999 inwoners;3° 4 schepenen in de gemeenten met 5000 tot 9999 inwoners; 4° 5 schepenen in de gemeenten met 10.000 tot 19.999 inwoners; 5° 6 schepenen in de gemeenten met 20.000 tot 29.999 inwoners; 6° 7 schepenen in de gemeenten met 30.000 tot 49.999 inwoners; 7° 8 schepenen in de gemeenten met 50.000 tot 99.999 inwoners; 8° 9 schepenen in de gemeenten met 100.000 tot 199.999 inwoners; 7° 10 schepenen in de gemeenten met 200.000 of meer inwoners.
Het college van burgemeester en schepenen dient, benevens de burgemeester en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn minstens twee schepenen te bevatten. § 2. Overeenkomstig artikel 5, § 3, stelt de Vlaamse regering een lijst op van het maximale aantal per gemeente te verkiezen schepenen overeenkomstig artikel 44, § 1, evenals van het aantal per gemeente te verkiezen schepenen in de gemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken en de gemeente Voeren overeenkomstig artikel 16 van de Nieuwe Gemeentewet. § 3. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn is van rechtswege schepen vanaf zijn verkiezing overeenkomstig artikel 25 van de organieke
wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/07/1976
pub.
18/04/2016
numac
2016000231
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied
sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad blijft hij in functie als schepen tot de installatie van de schepenen heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 45.
Bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten kunnen geen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen.
Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten met echtgenoten gelijkgesteld. § 4. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 15, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet, bestaat het college van burgemeester en schepenen uit personen van verschillend geslacht.
Indien het college van burgemeester en schepenen na de verkiezing van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt de laatste overeenkomstig artikel 45, § 3 of 50, § 1 verkozen schepen in rang, van rechtswege vervangen door het op dezelfde lijst verkozen gemeenteraadslid van het andere geslacht met de meeste naamstemmen. Als er geen verkozen gemeenteraadsleden van het andere geslacht op die lijst voorkomen, wordt de schepen van rechtswege vervangen door het niet-verkozen gemeenteraadslid van het andere geslacht met de meeste naamstemmen op diezelfde lijst. § 5. Een schepen die overeenkomstig § 3 of § 4 buiten de gemeenteraad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen. § 6. Onverminderd artikel 72bis van de Nieuwe Gemeentewet moet ieder die het mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van de raad uitoefent of waarneemt, beschikken over de kennis van de bestuurstaal die vereist is voor de uitoefening van het mandaat.
Door hun verkiezing of benoeming bestaat het vermoeden dat de in het vorige lid bedoelde mandatarissen de vereiste taalkennis bezitten. Dat vermoeden kan worden weerlegd op verzoek van een gemeenteraadslid op basis van ernstige aanwijzingen, de bekentenis van de mandataris of de wijze waarop de betrokkene het mandaat uitoefent.
Het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt ingediend bij het rechtscollege, bedoeld in artikel 13. Als het rechtscollege beslist dat het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is de verkiezing of de benoeming vernietigd vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing van het rechtscollege, onverminderd de mogelijkheid van beroep bij de Raad van State. Dit beroep schort de uitspraak van het rechtscollege niet op. Tot de algehele vernieuwing van de raad kan de betrokkene niet opnieuw benoemd of verkozen worden tot burgemeester, schepen of voorzitter van de raad, noch een dergelijk mandaat waarnemen.
De miskenning van de bepalingen van dit artikel door diegene van wie het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is een grove nalatigheid in de zin van artikel 71. Art. 45.§ 1. Behalve de schepenen benoemd overeenkomstig artikel 44, § 3 en § 4, tweede lid, worden de schepenen door de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden verkozen op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-schepenen tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen als de voorgedragen kandidaten. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen.
De gezamenlijke akte van voordracht is slechts ontvankelijk indien de voordracht betrekking heeft op personen van verschillend geslacht.
De gezamenlijke akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden, alsook de naam van diegene die hem zal opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Indien de persoon die als opvolger is vermeld het mandaat niet kan opnemen, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 50.
Die akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de gemeentesecretaris overhandigd. De gemeentesecretaris bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester. § 2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, overhandigt de gemeentesecretaris de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, bepaald in § 1. Enkel de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden hiertoe in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. § 3. Als geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt overhandigd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen hiertoe kandidaat-schepenen voordragen.
De akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden, alsook de naam van diegene die hem zal opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld.
Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Indien de persoon die als opvolger is vermeld het mandaat niet kan opnemen, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 50.
Per schepenmandaat wordt uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht aan de gemeentesecretaris bezorgd.
Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-schepen voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Onverminderd § 1 kan elk gemeenteraadslid slechts één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaturen niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen.
De verkiezing gebeurt bij geheime stemming, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn.
De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als meerdere kandidaten werden voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen.
Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. § 4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van § 1, derde lid, § 3, tweede lid of op grond van artikel 44, § 4, tweede lid een schepen opvolgen, nemen de rang in in volgorde van hun verkiezing of benoeming. De schepen van rechtswege overeenkomstig artikel 44, § 3, is steeds de laatste schepen in rang. Art. 46.§ 1. Voor ze hun mandaat aanvaarden, leggen de schepenen in openbare vergadering van de gemeenteraad de volgende eed af in handen van de burgemeester : "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen. » De Vlaamse Regering wordt binnen de twintig dagen van de eedaflegging op de hoogte gebracht. § 2. De schepen die de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt geacht zijn schepenmandaat niet te aanvaarden. Art. 47.De schepenen worden, behoudens de toepassing van artikelen 45, § 1, derde lid, § 3, tweede lid, 49 en 50, verkozen voor een periode van zes jaar. Onder voorbehoud van toepassing van artikel 44, § 3, blijven de uittredende schepenen na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad in functie tot de installatie van het nieuwe college heeft plaatsgevonden.
De personen, vermeld in artikel 11, kunnen evenmin deel uitmaken van een college van burgemeester en schepenen, respectievelijk van het college van burgemeester en schepenen in een welbepaalde gemeente.
Artikelen 10, 12, § 2, 13 en 30, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen. Art. 48.De gemeenteraad neemt akte van de verhindering van de volgende personen : 1° de schepen die lid is van de federale of Vlaamse Regering of van de Europese Commissie;2° de schepen die lid is van de bestendige deputatie van de provincieraad of van het college, ingesteld bij artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;3° de schepen die het mandaat uitoefent van federaal, Vlaams of Europees parlementslid, voorzover de schepen hiertoe uitdrukkelijk verzoekt.In voorkomend geval geldt de verhindering zolang de schepen het mandaat van federaal, Vlaams of Europees parlementslid uitoefent; 4° de schepen die om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland vervangen wil worden gedurende een minimale termijn van twaalf weken.Hij richt daartoe een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de gemeenteraad. Bij het verzoek wordt een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat tevens de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft. Als de schepen die om medische redenen afwezig blijft, niet in staat is om dat verzoek tot de voorzitter te richten, wordt hij van rechtswege als verhinderd beschouwd vanaf de derde opeenvolgende vergadering waarop hij afwezig is en zolang hij afwezig blijft. Bij het verzoek tot verhindering om studieredenen of verblijf in het buitenland wordt een attest gevoegd van de onderwijsinstelling of opdrachtgever; 5° de schepen die ouderschapsverlof wil nemen wegens de geboorte of de adoptie van een kind.Die schepen wordt op zijn schriftelijk verzoek, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad, vervangen, ten vroegste vanaf de zevende week voor de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie, tot het einde van de achtste week na de adoptie of geboorte. Op schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de achtste week verlengd met een duur die gelijk is aan die gedurende welke de schepen het mandaat heeft uitgeoefend tijdens de periode van zeven weken die aan de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaan. Art. 49.De schepen kan schriftelijk zijn ontslag indienen bij de gemeentesecretaris. Het ontslag wordt definitief zodra de gemeenteraad hiervan kennis heeft genomen.
De sch …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.