← België

Decreet over het centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften ter bevordering van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoef

Kort samengevat

Dit decreet richt een Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften op in de Duitstalige Gemeenschap om het onderwijs voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften te bevorderen, zowel in gewone scholen als in scholen voor specifieke behoeften. Het doel is deze leerlingen te ondersteunen bij hun ontwikkeling en integratie.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
11 MEI 2009. - Decreet over het centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften ter bevordering van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone scholen en de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften evenals ter ondersteuning van de bevordering van de ontwikkeling van leerlingen met een beperking, aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone scholen en de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen wat volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Toepassingsgebied Voorliggend decreet is van toepassing op de het gewone onderwijs en het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften dat door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt. Art. 2.Hoedanigheden De hoedanigheden in voorliggend decreet gelden voor beide geslachten. Art. 3.Meerderjarigheid Vanaf de dag waarop een leerling meerderjarig wordt, gelden de in dit decreet vastgelegde rechten en plichten van de personen belast met de opvoeding ten aanzien van de leerling. Elke minderjarige leerling heeft het recht overeenkomstig zijn beoordelingsvermogen zijn mening in de betrokken aangelegenheid te uiten. Art. 4.Definities Voor de toepassing van dit decreet verstaat men onder : 1. Gewone school : Onderwijs- en opvoedingsinrichting van het gewoon onderwijs die onder de leiding van een inrichtingshoofd staat en waarin de leerlingen onderwezen worden volgens een studieprogramma dat door de Regering werd vastgelegd of goedgekeurd, waarbij de onderwijsdoelstellingen voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften behoeften kunnen worden aangepast;2. School voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Onderwijs- en opvoedingsinrichting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften die onder de leiding van een inrichtingshoofd staat en waarin de leerlingen geheel of gedeeltelijk worden onderwezen volgens een studieprogramma dat door de Regering werd vastgelegd of goedgekeurd;3. Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften : Fusie van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften tot een organisatorische en pedagogische eenheid die tot de verantwoordelijkheid van het gemeenschapsonderwijs behoort;4. Plaats van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Gewone school of school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften waar de leerling onderwijs voor leerlingen met speciale behoeften krijgt;5. Inrichtende macht : Natuurlijke of rechtspersoon die voor de inrichting, de organisatie en het beheer van een of meer scholen verantwoordelijk is en die voor het onderhoud van de school eigen prestaties levert;6. Personen belast met de opvoeding : Personen die krachtens de wet of een gerechtelijke beslissing het ouderlijke gezag over het kind of de jongere uitoefenen;7. Integratieproject : Scolarisatie van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften in de gewone school met gebruik van individueel vastgelegde personeels-, materiële en voor speciale onderwijsbehoeften bestemde didactische middelen;8. Betrekkingenpakket : Aantal betrekkingen waarover een school beschikt;9. Maatregelen op het vlak van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften : Differentiërende en individualiserende onderwijs- en opvoedingsmaatregelen die aan de respectieve speciale onderwijsbehoefte van een leerling beantwoorden;10. Bevordering van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften : Stimulering van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften volgens een individueel speciaal onderwijsplan in scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften of in gewone scholen.Zij heeft tot doel leerlingen met een beperking, met aanpassings- of leermoeilijkheden bij het leren van schoolse, sociale en maatschappelijke vaardigheden te helpen en te stimuleren. Zij biedt de leerlingen hulp en oriëntering bij de overname van waarden, instellingen en houdingen. TITEL II. - Het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften HOOFDSTUK I. - Inrichting en opdrachten Art. 5.Inrichting Onder de naam "Zentrum für Förderpädagogik" ("Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften") wordt een dienst met een afzonderlijke directie opgericht. Daartoe fuseren in het gemeenschapsonderwijs de Basisschool voor Gedifferentieerd Onderwijs van Elsenborn - Sankt Vith en het Instituut voor Buitengewoon Onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap in Eupen. Het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften bestaat uit een afdeling basisonderwijs, een afdeling secundair onderwijs en een internaat. Art. 6.Opdrachten Het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften staat samen met de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften van het onderwijs dat door Duitstalige Gemeenschap wordt georganiseerd en gesubsidieerd in voor de organisatie van het basisonderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de Duitstalige Gemeenschap. Het neemt in het bijzonder de volgende opdrachten waar : 1. Verstrekken van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften op basis- en secundair niveau van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;2. Coördinatie van de stimuleringsmaatregelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de integratieprojecten;3. Bijstand en advisering bij de opstelling van individuele plannen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;4. Beschikbaarstelling van vakpersoneel voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone scholen;5. Advisering en begeleiding van de gewone scholen en van de Centra voor de Opleiding en de Voortgezette Opleiding in de Middenstand en de kmo's op het vlak van aangelegenheden inzake het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;6. Bijstand bij de uitbreiding van de methodisch-didactische, pedagogische en psychologische competenties van de gewone scholen en van de Centra voor de Opleiding en de Voortgezette Opleiding in de Middenstand en de kmo's op het vlak van de bevordering van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;7. Bijstand bij de integratie in het arbeidsproces van leerlingen en organisatie van geïntegreerde stages in de ondernemingen. Voor het vervullen van die opdrachten werkt het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften samen met alle partners die op het vlak van de bevordering van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften actief zijn, inzonderheid met de Dienst voor Personen met een Handicap. HOOFDSTUK II. - Adviescomité Art. 7.Oprichting van het adviescomité § 1. Er wordt een adviescomité opgericht dat als volgt samengesteld is : 1. een vertegenwoordiger van het gemeenschapsonderwijs;2. een vertegenwoordiger van het gesubsidieerd vrij onderwijs;3. een vertegenwoordiger van het gesubsidieerd officieel onderwijs;4. een vertegenwoordiger van het Bestuur voor Onderwijs respectievelijk van de voor sociale zaken bevoegde afdeling van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;5. een vertegenwoordiger van een erkende inrichting die op het vlak van het onderzoek inzake onderwijs aan en de voortgezette opleiding van leerlingen met speciale behoeften actief is;6. een vertegenwoordiger van het psycho-medisch-sociaal centrum van het gemeenschapsonderwijs respectievelijk van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd officieel onderwijs;7. een vertegenwoordiger van de Dienst voor Personen met een Handicap;8. een vertegenwoordiger van een instelling van openbaar nut die in de sector onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de Duitstalige Gemeenschap actief is en die de belangen van de personen belast met de opvoeding behartigt;9. een vertegenwoordiger van de werkgeversorganisaties in de Duitstalige Gemeenschap;10. een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties in de Duitstalige Gemeenschap;11. een vertegenwoordiger van de Autonome Hogeschool van de Duitstalige Gemeenschap;12. een vertegenwoordiger van het Instituut voor Opleiding en Voortgezette Opleiding in de Middenstand en de kmo's;13. een vertegenwoordiger van het technisch en beroepsonderwijs;14. een vertegenwoordiger van het Arbeitsamt (Dienst voor Arbeidsbemiddeling) van de Duitstalige Gemeenschap. De directeur van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften is voorzitter van het adviescomité. De departementshoofden van het Centrum voor Onderwijs aan Leerlingen met Speciale Behoeften nemen met adviserende stem aan de vergaderingen deel. § 2. Voor elk in § 1, eerste lid, vermelde werkende lid wordt een vervangend lid aangesteld. De leden en vervangende leden van het adviescomité worden door de Regering voor een termijn van vijf jaar aangewezen. § 3. Het adviescomité kan andere personen met adviserende stem voor zijn vergaderingen uitnodigen. Art. 8.Opdrachten van het adviescomité Het adviescomité neemt de volgende opdrachten waar : 1. Advisering van de Regering en de directie van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften inzake alle algemene vraagstukken van de bevordering van het onderwijs en in het bijzonder van de bevordering van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de Duitstalige Gemeenschap.2. Opstellen van adviezen over vraagstukken van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften op verzoek van de Regering of op eigen initiatief;3. Initiëren van een breed opgevatte maatschappelijke dialoog over alle aspecten van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de Duitstalige Gemeenschap. Art. 9.Werkwijze van het adviescomité § 1. De directeur van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften belegt de vergaderingen op eigen initiatief of op schriftelijk verzoek van een lid van het adviescomité. Hij stelt de agenda op. § 2. Het adviescomité werkt zijn eigen huishoudelijk reglement uit en legt dit ter goedkeuring aan de Regering voor. § 3. De bij toepassing van artikel 8, punt 2, opgestelde adviezen van het Adviescomité worden bij gewone meerderheid van stemmen gegeven. Alle leden van het Adviescomité - met uitzondering van de directeur en het departementshoofd van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften - zijn stemgerechtigd. Met onthoudingen bij de stemming wordt geen rekening gehouden. Indien de minderheid daarom verzoekt, wordt haar standpunt als bijlage bij het advies gevoegd. § 4. Het Adviescomité komt minstens twee keer per schooljaar samen. § 5. Bij toepassing van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap ontvangen de werkende leden en de plaatsvervangende leden van het Adviescomité presentiegeld en reiskostenvergoedingen ten laste van de begroting van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. HOOFDSTUK III. - Pedagogische Raad Art. 10.Samenwerking met het Adviescomité Onverminderd artikel 51 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon en het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften houdt de Pedagogische Raad van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in het kader van zijn activiteiten rekening met de adviezen en aanbevelingen van het Adviescomité van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en informeert het dit laatste over de actuele ontwikkelingen. Art. 11.Deelname van de departementshoofden aan de vergaderingen van de Pedagogische Raad Onverminderd artikel 49, eerste lid, van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon en het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn de departementshoofden lid van de Pedagogische Raad, die bij het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften wordt ingesteld. HOOFDSTUK IV. - Urenpakket Art. 12.Berekening Onverminderd artikel 5quater, 44.1, 53ter en 53quater van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden bepaald, komt het urenpakket voor onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel evenals van het psychosociaal personeel van het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vanaf de inwerkingtreding van het decreet voor een termijn van vijf jaar overeen met de som van het urenpakket dat het Instituut van de Duitstalige Gemeenschap voor Buitengewoon Onderwijs en de basisschool voor gedifferentieerd onderwijs in het schooljaar 2008-2009 bij toepassing van artikel 5ter, 34 en 53quater van hetzelfde decreet van 27 juni 1990 toekent. Voor verstrijken van de in het eerste lid vermelde tijdsspanne analyseert de Regering de behoefte aan een opstelling van een nieuw systeem voor de berekening van het urenpakket. Art. 13.Schoolleiding De artikelen 9 en 10 van hetzelfde decreet van 27 juni 1990 zijn niet van toepassing op het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Art. 14.Departementshoofd De in artikel 24 van hetzelfde decreet van 27 juni 1990 voorziene derde betrekking van departementshoofd wordt in het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vanaf 1 september 2010 georganiseerd. Art. 15.Correspondent-boekhouder Onverminderd de artikelen 30 en 31 van hetzelfde decreet van 27 juni 1990 worden bij het Centrum voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften voor het ambt van correspondent-boekhouder 15 bijkomende uren ingesteld. Zodra uren voor hetzelfde ambt in de betrokken school open worden verklaard, worden de krachtens onderhavig artikel bijkomend ingestelde uren verminderd met het aantal open verklaarde uren. TITEL III. - Verbetering van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone scholen en de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Art. 16.Onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone school en de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften In het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/08/1998 pub. 24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone scholen en de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften wordt een hoofdstuk VIIIbis ingevoegd dat de artikelen 93.1 tot en met 93.32 bevat en dat als volgt luidt : "Hoofdstuk VIIIbis - Onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone school en de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Afdeling 1. - Principe van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Artikel 93.1 Doelstelling en organisatie Het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften heeft tot taak de leerlingen met een beperking, met aanpassings- of leermoeilijkheden in staat te stellen op een zelfstandige en gemeenschappelijke manier te leven, te leren en te handelen, rekening houdend met hun individuele mogelijkheden. Ze ondersteunt en stimuleert deze leerlingen bij het leren van schoolse, sociale en maatschappelijke vaardigheden en biedt hen hulp en oriëntatie bij de overname van waarden, instellingen en houdingen. Tot de in het eerste lid vermelde waarden behoren : 1. Gelijkwaardigheid-evenwaardigheid ondanks de verscheidenheid;2. Solidariteit;3. Vinden van een eigen identiteit. Het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften omvat de bevordering van leerlingen met een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften volgens een individueel onderwijsplan in scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften of in gewone scholen. De omvang en de inhoud van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden vastgelegd op basis van de individuele speciale onderwijsbehoeften evenals de personeels-, materiële en organisatorische kadervoorwaarden. Deze kadervoorwaarden zijn samen met de individuele behoeften van de leerling bepalend voor het vastleggen van de plaats van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Het gaat hierbij dan om de plaats waar het snelst en het best aan de behoeften van het kind kan worden voldaan en waar het zijn vakgerichte en vakoverstijgende competenties en ontwikkelingsdoeleinden het beste kan ontwikkelen. Afdeling 2. - Procedure voor de vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften Onderafdeling 1. - Algemeen Artikel 93.2. Definitie Er is sprake van een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften, wanneer met de middelen van de algemene pedagogische maatregelen niet aan deze behoefte kan worden voldaan. Dit is het geval, wanneer de beperking van het kind of de jongere van dien aard is, dat intensieve maatregelen voor de bevordering van de ontwikkeling en het onderwijs opleiding noodzakelijk zijn en wanneer de aard van de beperking speciale maatregelen vereist waarvoor leraren, therapeuten en verzorgingsvakpersoneel met een navenante vakopleiding vereist zijn. Artikel 93.3 Advisering van de personen belast met de opvoeding § 1. De personen belast met de opvoeding hebben recht op een objectieve, professionele en uitvoerige advisering en begeleiding, in het bijzonder gedurende de periode voorafgaand aan de indiening van het verzoek en tijdens de vastleggingsprocedure. § 2. Het adviseren gebeurt in eerste instantie door de schoolleiding van de school die het kind bezoekt of door de schoolleiding van de school waar de personen belast met de opvoeding het kind of de jongeren willen inschrijven. De personen belast met de opvoeding kunnen zich voor de advisering wenden tot een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd psycho-medisch-sociaal centrum respectievelijk elke andere gekwalificeerde instelling. § 3. Het adviseren en informeren van de personen belast met de opvoeding door de in § 2 opgesomde instellingen over de bij het kind of de jongeren vastgestelde problemen, de maatregelen tot nu toe inzake onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften evenals de resultaten van de eventuele tests inzake onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en de verschillende mogelijkheden van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften moeten uitvoerig en objectief worden georganiseerd. § 4. De aanvraag tot bepaling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften bevat de inlichtingen over het totale proces die voor de personen belast met de opvoeding noodzakelijk zijn. De regering bepaalt de vorm en de inhoud van die inlichtingen. Onderafdeling 2 - Instelling van de procedure tot vaststelling van een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften Artikel 93.4. Indienen van de aanvraag § 1. Indien bij een kind of een jongere een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften wordt vermoed, moet de vaststelling daarvan uiterlijk op 1 februari bij een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd psycho-medische-sociaal centrum worden aangevraagd, wanneer in het daaropvolgende schooljaar onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften moet plaatsvinden. Bij ziekte, ongeval of verhuizing kan de procedure tot vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften ook buiten de in het eerste lid vermelde termijn worden ingesteld. De indiener van de aanvraag moet motiveren waarom hij de termijn niet naleeft. § 2. De aanvraag tot vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften wordt door de personen belast met de opvoeding of door het inrichtingshoofd van de gewone school waar het kind of de jongeren moet worden ingeschreven of ingeschreven is, schriftelijk bij een psycho-medisch-sociaal centrum ingediend. In het tweede geval is de instemming van de personen belast met de opvoeding vereist. § 3. De indiening van een aanvraag vormt geen juridische aanspraak op onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Artikel 93.5. Vorm van de aanvraag De aanvraag voor vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften wordt met redenen omkleed. Hiertoe kunnen medische, psychologische of andere attesten van deskundigen worden voorgelegd. Indien de aanvraag door de gewone school wordt ingediend, dient zij van de schriftelijke toestemming van de personen belast met de opvoeding vergezeld te zijn. Indien het kind of de jongere reeds naar een basis- of secundaire school gaat, moeten in de aanvraag de tot dan toe getroffen maatregelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden vermeld. Artikel 93.6. Indienen van de aanvraag door de gewone school § 1. Als het inrichtingshoofd van de gewone school de aanvraag tot vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften wil indienen, informeert hij de personen belast met de opvoeding per aangetekend schrijven over dit voornemen, voert hiervoor de redenen aan en duidt het psycho-medisch-sociaal centrum aan waarbij de aanvraag moet worden ingediend. § 2. Indien de personen belast met de opvoeding het met dat voornemen eens zijn, verlenen zijn binnen een termijn van acht kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven schriftelijk hun toestemming. § 3. Indien de personen belast met de opvoeding niet met het aangeduide centrum akkoord gaan, stellen zij het inrichtingshoofd van de gewone school daarover binnen een termijn van acht kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven in kennis. Tegelijk duiden zij een ander door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd psycho-medisch-sociaal centrum aan dat de procedure voor de vaststelling dient uit te voeren. § 4. Indien de personen belast met de opvoeding niet binnen een termijn van acht kalenderdag na ontvangst van het aangetekend schrijven schriftelijk hun toestemming voor het starten van een procedure tot vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften verlenen, mag het inrichtingshoofd van de gewone school een beroep doen op het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Hij stelt de personen belast met opvoeding hiervan in kennis. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding en het inrichtingshoofd van de gewone school binnen een termijn van twintig werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop het het beroep ontvangen heeft, per aangetekend schrijven zijn gemotiveerde beslissing mee. Indien de personen belast met de opvoeding het niet met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften eens zijn, delen zij dit schriftelijk aan de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften mee binnen een termijn van veertien kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. Deze verwijst de zaak dan naar de bevoegde jeugdrechter. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verwijst de zaak eveneens naar de bevoegde jeugdrechter, wanneer de personen belast met de opvoeding geen gevolg geven aan de beslissing genomen door het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Onderafdeling 3. - Vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften Artikel 93.7. Opstellen van een advies Na ontvangst van de overeenkomstig onderafdeling 2 ingediende aanvraag stelt het psycho-medisch-sociaal centrum op basis van een multidisciplinair onderzoek een gemotiveerd advies op waarin op bindende wijze de volgende zaken worden vastgelegd : 1. Of bij de leerling een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften bestaat;2. wat de aard van de beperking is;3. op welke domeinen onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften moet worden verstrekt;4. van welke aard het noodzakelijke onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften respectievelijk de therapeutische en verzorgingsmaatregelen zijn. Indien een medisch onderzoek tot vaststelling van de lichamelijke ontwikkeling en de gezondheidstoestand werd uitgevoerd en indien het medisch verslag gegevens bevat die voor het gekwalificeerde onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en voor de gekwalificeerde therapeutische begeleiding van betekenis zijn, moeten die gegevens bij het advies inzake onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden gevoegd. Artikel 93.8. Overmaken van het advies Het psycho-medisch-sociaal centrum maakt het opgestelde advies uiterlijk op 1 april van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de maatregelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, over aan de volgende personen : 1. De personen belast met de opvoeding;2. Het inrichtingshoofd van de gewone school waar het kind respectievelijk de jongeren naar school gaat of volgens de wens van de ouders naar school zou willen gaan;3. Het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften waarmee de gewone school waar het kind respectievelijk de jongere naar school gaat of volgens de wens van de ouders naar school zou willen gaan, tot dan toe samengewerkt heeft. In afwijking van het eerste lid maakt het psycho-medisch-sociaal centrum het advies niet over aan het in punt 3 vermelde inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, wanneer in het advies gesteld wordt dat geen behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften aanwezig is. Artikel 93.9. Gevolgen van het advies Wordt in het advies gesteld dat een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften aanwezig is, dan heeft men in het kader van de ter beschikking staande middelen voor speciale behoeften recht op onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Daardoor kan men echter geen aanspraak maken op een bepaald aantal uren onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften respectievelijk op de terbeschikkingstelling van middelen voor speciale behoeften op een bepaalde plaats. Indien een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften werd vastgesteld, verzoeken de personen belast met de opvoeding op grond van het advies een inschrijving van hun kind in een school voor onderwijs aan leerlingen met speciale behoeften of in een gewone school. Artikel 93.10. Controle van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften Onverminderd de artikelen 93.4, 93.5 en 93.6 kan worden verzocht om de noodzaak van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften te laten nagaan door een psycho-medisch-sociaal centrum dat door de Duitstalige Gemeenschap wordt georganiseerd of gesubsidieerd. Onverminderd de artikelen 93.4, 93.5 en 93.6 moet bij leerlingen die de basisschool afgesloten hebben de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften worden nagegaan, alvorens het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in een gewone school of een school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kan plaatsvinden. Afdeling 3. - Inschrijving in een gewone school Artikel 93.11. Belegging van een Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Indien de personen belast met de opvoeding wensen dat het kind respectievelijk de jongere bij wie een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften werd vastgesteld, in een gewone school wordt ingeschreven, belegt het inrichtingshoofd van de gewone school waar de personen belast met de opvoeding hun kind wensen in te schrijven of waar hun kind naar school gaat na ontvangst van het door het psycho-medisch-sociaal centrum opgestelde advies een Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Artikel 93.12. Samenstelling van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften § 1. Zijn lid van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften : 1. De personen belast met de opvoeding;2. Het inrichtingshoofd van de gewone school;3. De leraar secundair onderwijs, de leraar lager onderwijs of de kleuteronderwijzer die aan het hoofd van de respectieve klas van de gewone school staat;4. Het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften waarmee de gewone school samenwerkt of diens gevolmachtigde vertegenwoordiger;5. Een lid van het onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel respectievelijk van het psychosociaal personeel van diezelfde school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Het inrichtingshoofd van de gewone school is voorzitter van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. § 2. Op verzoek van het inrichtingshoofd van de gewone school kunnen maximaal twee vertegenwoordigers van het Bestuur voor Onderwijs met adviserende stem aan de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelnemen. De personen belast met de opvoeding hebben het recht zich tijdens de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften door een adviseur van eigen keuze te laten begeleiden. § 3. Een vertegenwoordiger die daartoe de opdracht heeft gekregen van het psycho-medisch-sociaal centrum dat de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften heeft vastgesteld, is adviserend lid van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en wordt door de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften gehoord om het opgestelde advies toe te lichten. Artikel 93.13. Beslissingen van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften § 1. De in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften leggen uiterlijk op 30 april unaniem voor het volgende schooljaar vast : 1. of het kind respectievelijk de jongere geheel of gedeeltelijk volgens de richtlijnen van de kaderplannen respectievelijk uitsluitend volgens een individueel plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften wordt onderwezen;2. de doelstellingen van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;3. de te nemen pedagogische, therapeutische en/of verzorgingsmaatregelen van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;4. de plaats van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften waar de speciale middelen kunnen worden ingezet;5. de onderwijsvorm, indien het om een leerling gaat die de secundaire school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften bezoekt of dient te bezoeken. Bovendien geven zij een aanbeveling met betrekking tot de in het volgende schooljaar in te zetten personeelsmiddelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. § 2. De inrichtingshoofden van de in de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften controleren de in § 1, tweede lid, vermelde aanbeveling en nemen een definitieve beslissing over de in te zetten personeelsmiddelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Zij doen dit rekening houdend met de bepalingen van artikel 53ter, § 3, § 4 en § 5, van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor buitengewoon onderwijs worden bepaald en in nauw overleg met de betrokken gewone scholen. De inrichtingshoofden van de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften delen de inrichtingshoofden van de betrokken gewone scholen uiterlijk op 15 mei per aangetekend schrijven hun gemotiveerde beslissing mee. Het inrichtingshoofd van de gewone schoolt deelt de personen belast met de opvoeding uiterlijk op 20 mei per aangetekend schrijven de gemotiveerde beslissing over de in te zetten personeelsmiddelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften mee. § 3. Bij de vaststelling van de plaats voor het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften moet in principe een school worden aangeduid overeenkomstig de Conventie betreffende de rechten van personen met een handicap, opgemaakt tijdens de plenaire vergadering in New York op 13 december 2006. Indien uitgaande van de individuele behoefte van de leerling aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften tot de vaststelling zou komen dat de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften de geschikte plaats voor de leerling is, kan zijn als plaats voor het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften eveneens een school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften aanduiden. Alle beslissingen van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden uitvoerig gemotiveerd. § 4. Indien de procedure tot vaststelling van de behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften overeenkomstig artikel 93.4, § 1, tweede lid, in geval van ziekte, ongeval of verhuizing van een leerling buiten de vastgestelde termijnen wordt gestart en bij de betrokken leerling wordt een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften vastgesteld, kan de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften buiten de in § 1 vermelde termijnen bijeenkomen. § 5. Indien het verzoek wordt ingewilligd tot verandering van school voor een leerling bij wie een behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften werd vastgesteld en voor wie als plaats voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften een gewone school werd aangeduid, dan belegt het inrichtingshoofd van de gewone school die de leerling opneemt onmiddellijk een nieuwe Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Daarbij gelden de modaliteiten vastgelegd in § 1 tot en met 6 3 en artikel 93.14. Artikel 93.14. Convocatie van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Indien de leden tijdens de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften geen unanimiteit betreffende de in artikel 93.13, § 1, eerste lid, nummers 1 tot en met 5, opgesomde aspecten bereiken, verwijst het inrichtingshoofd van de gewone school binnen een termijn van acht kalenderdagen na afsluiting van het overleg tijdens de vergadering inzake onderwijs aan leerling met speciale behoeften het dossier per aangetekende brief door aan het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding, het inrichtingshoofd van de gewone school en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften per aangetekende brief zijn beslissing inzake de in artikel 93.13, § 1, eerste lid, nummers 1 tot en met 5, vermelde aspecten evenals zijn aanbeveling met betrekking tot de in het volgende schooljaar in te zetten personeelsmiddelen voor het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften binnen een termijn van twintig werkdagen na verzending van de in het vorige lid vermelde aangetekende schrijven mee. Indien de personen belast met de opvoeding het niet met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften eens zijn, delen zij dit schriftelijk aan de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften mee binnen een termijn van veertien kalenderdagen na verzending van het aangetekend schrijven waarin de beslissing staat. Deze verwijst de zaak dan naar de bevoegde jeugdrechter. Afdeling 4. - Individueel plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en portfolio van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Artikel 93.15. Individueel plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Onder de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd van de door de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften als plaats voor dit onderwijs aangeduide school en met medewerking van de personen belast met de opvoeding evenals van de met de uitvoering van de speciale onderwijsmaatregelen belaste leden van het bestuurs-, onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel wordt bij het begin van het schooljaar voor elke leerling met behoefte aan onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften een individueel plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften opgemaakt. Dit plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften omvat : 1. Een precieze beschrijving van de doelstellingen van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften die in samenwerking met de personen belast met de opvoeding moeten worden gehaald;2. De beschrijving van de maatregelen inzake onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en de namen van de leden van het bestuurs-, onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel die met de uitvoering ervan belast zijn. Voor de opstelling van het plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kunnen ook externe vakmensen voor advies worden geraadpleegd. Artikel 93.16. Portfolio van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften De in artikel 93.15, eerste lid, nummer 2, vermelde personen documenten hun visie op de leerontwikkeling en de omzetting van het plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in een portfolio van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. De verantwoordelijkheid voor het bijhouden van het portfolio van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften ligt bij het inrichtingshoofd van de plaats van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Artikel 93.17. Evaluatie De in artikel 93.15, eerste lid, nummer 2, vermelde personen evalueren op basis van het individuele plan van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en het portfolio van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften minstens een keer per schooljaar samen met de personen belast met de opvoeding in hoeverre de in het individuele plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vastgelegde onderwijsdoelstellingen werden gehaald. Desgevallend corrigeren zij de doelstellingen en de bijhorende maatregelen. Afdeling 5. - Voortzetting of stopzetting van de lopende integratieprojecten Artikel 93.18. Evaluatie van een integratieproject door de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Op basis van de in artikel 93.17 vermelde evaluatie beslissen de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften ten laatste op 30 april van het lopend schooljaar unaniem over de voortzetting of stopzetting van een lopend integratieproject voor het volgende schooljaar. Artikel 93.19. Voortzetting van een integratieproject § 1. Indien de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zich voor een voortzetting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone school uitspreken, leggen zij ten laatste op 30 april van het lopend schooljaar unaniem voor het volgende schooljaar vast : 1. of het kind respectievelijk de jongere geheel of gedeeltelijk volgens de richtlijnen van de kaderplannen respectievelijk uitsluitend volgens een individueel plan voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften wordt onderwezen;2. de doelstellingen van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;3. de te nemen pedagogische, therapeutische en/of verzorgingsmaatregelen van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. De Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verstrekt bovendien een aanbeveling over de tijdens het volgende schooljaar in te zetten personeelsmiddelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. § 2. De inrichtingshoofden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften controleren de in § 1, tweede lid, vermelde aanbeveling en nemen een definitieve beslissing over de in te zetten personeelsmiddelen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Zij doen dit rekening houdend met de bepalingen van artikel 53ter, § 3, § 4 en § 5, van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor buitengewoon onderwijs worden bepaald en in nauw overleg met de betrokken gewone scholen. De inrichtingshoofden van de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften delen de inrichtingshoofden van de betrokken gewone scholen uiterlijk op 15 mei per aangetekend schrijven hun gemotiveerde beslissing mee. Het inrichtingshoofd van de gewone school deelt de personen belast met de opvoeding de gemotiveerde beslissing inzake de voortzetting en de voor het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in te zetten personeelsmiddelen uiterlijk op 20 mei per aangetekend schrijven mee. Artikel 93.20. Stopzetting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in een gewone school na verstrijken vaan een schooljaar § 1. Indien de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zich tegen een voortzetting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in een gewone school uitspreken, stellen zij ten laatste op 30 april van het lopend schooljaar unaniem vast of de verdere scolarisatie in de gewone school zonder hulp van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften of in een school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften dient plaats te vinden. De beslissing over de stopzetting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de gewone school kan slechts gebeuren, indien voorafgaandelijk : 1. een advies van het begeleidend psycho-medisch-sociaal centrum werd ingewonnen en dit in de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften toegelicht werd;2. het standpunt van de personen belast met de opvoeding werd nagevraagd. § 2. Het inrichtingshoofd van de gewone school zendt de personen belast met de opvoeding uiterlijk op 30 april van het lopend schooljaar per aangetekend schrijven de gemotiveerde beslissing over de stopzetting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de betrokken gewone school en over de toekomstige plaats van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Artikel 93.21. Convocatie van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Indien tijdens de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften tussen de leden geen overeenstemming over de in de artikelen 93.18, 93.19, § 1, eerste lid, nummers 1 tot en met 3, en 93.20, § 1, eerste lid, vermelde aspecten wordt bereikt, verwijst het inrichtingshoofd van de gewone school het dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van het overleg in de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften door naar het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt binnen een termijn van twintig werkdagen na het verzenden van het in het vorige lid vermelde aangetekend schrijven aan de personen belast met de opvoeding, het inrichtingshoofd van de gewone school en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften per aangetekend schrijven zijn gemotiveerde beslissing over de in de artikelen 93.18, 93.19, § 1, eerste lid, nummers 1 tot en met 3, en 93.20, § 1, eerste lid, vermelde aspecten evenals zijn aanbeveling met betrekking tot de in het volgende schooljaar voor het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in te zetten personeelsmiddelen mee. Indien de personen belast met de opvoeding het niet met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften eens zijn, delen zij dit schriftelijk aan de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften mee binnen een termijn van veertien kalenderdagen na verzending van het aangetekend schrijven waarin de beslissing staat. Deze verwijst de zaak dan naar de bevoegde jeugdrechter. Artikel 93.22. Afbreken van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in een gewone school in de loop van een schooljaar § 1. Het afbreken van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in een gewone school in de loop van een schooljaar gebeurt op basis van een unanieme beslissing van de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Zij kunnen deze beslissing slechts nemen, mits voorafgaandelijk : 1. een advies van het begeleidend psycho-medisch-sociaal centrum werd ingewonnen;2. het standpunt van de personen belast met de opvoeding werd nagevraagd. § 2. Het inrichtingshoofd stuurt de personen belast met de opvoeding per aangetekend schrijven de gemotiveerde beslissing over de stopzetting van het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in de betrokken gewone school en over de toekomstige plaats voor het onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Bovendien stelt hij het Bestuur voor Onderwijs over de stopzetting in kennis. Indien tijdens de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften tussen de leden geen overeenstemming wordt bereikt, verwijst het inrichtingshoofd van de gewone school het dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van het overleg in de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften door naar het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding, het inrichtingshoofd van de gewone school en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften binnen een termijn van twintig werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven van de aantekening van het beroep zijn gemotiveerde beslissing mee. Indien de personen belast met de opvoeding het niet met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften eens zijn, delen zij dit schriftelijk aan de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften mee binnen een termijn van veertien kalenderdagen na verzending van het aangetekend schrijven waarin de beslissing staat. Deze verwijst de zaak dan naar de bevoegde jeugdrechter. Artikel 93.23. Advies van het psycho-medisch-sociaal centrum Indien de personen belast met de opvoeding er principieel niet akkoord mee gaan dat het in artikel 93.20, § 1, tweede lid, nummer 1, of 93.22, § 1, eerste lid, nummer 1, vermeld advies bij een psycho-medisch-sociaal centrum wordt ingewonnen, kan het inrichtingshoofd van de gewone school het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften convoceren. Hij stelt de personen belast met de opvoeding ervan in kennis dat hij het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften bijeenroept. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding en het inrichtingshoofd van de gewone school binnen een termijn van twintig werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop het het beroep ontvangen heeft, per aangetekend schrijven zijn beslissing mee. Indien de personen met de opvoeding het niet met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften eens zijn, delen zij dit schriftelijk aan de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften mee binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. Deze verwijst de zaak dan naar de bevoegde jeugdrechter. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verwijst de zaak eveneens naar de bevoegde jeugdrechter, wanneer de personen belast met de opvoeding geen gevolg geven aan de beslissing genomen door het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Afdeling 6. - Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Artikel 93.24. Oprichting § 1. De Regering richt een Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften op, bestaande uit : 1. een voorzitter;2. een vertegenwoordiger van de Dienst voor Personen met een Handicap;3. een persoon met bijzonder ervaring of kwalificatie op het vlak van onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften;4. een persoon, voorgesteld door de inrichtende macht van de gewone school waar de leerling naar school gaat of volgens de wens van de ouders naar school dient te gaan en die geen deel uitmaakt van het personeel van de betrokken gewone school;5. een secretaris. In afwijking van lid 1, nummer 4, is tijdens de vergaderingen waarin het Comité voor Onderwijs aan Leerlingen met Speciale Behoeften beraadslaagt over de toekenning van de in artikel 4, tweede lid, van de wet van 6 juli 1970Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs voorziene afwijkingsmogelijkheid, een persoon aanwezig, voorgesteld door de inrichtende macht van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, waar de leerling naar school gaat en die niet tot het personeel van de betrokken school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften behoort. § 2. Voor elk in § 1 vermeld gewoon lid duidt de Regering een plaatsvervangend lid aan. In geval van ontslag of verlies van het ambt krachtens hetwelk het lid in het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften werd opgenomen, neemt het plaatsvervangend lid het mandaat tot het eind op en wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangeduid. Indien een gewoon lid verhinderd is, neemt het plaatsvervangend lid aan de vergadering deel. De voorzitter en zijn plaatsvervanger evenals de secretaris en zijn plaatsvervanger worden gekozen onder de leden van het Bestuur voor Onderwijs die in actieve dienst zijn. § 3. De in § 1 vermelde leden en de in § 2 vermelde plaatsvervangende leden worden voor een termijn van vier jaar door de Regering aangeduid. Artikel 93.25. Opdrachten Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kwijt zich van de in de artikelen 93.6, § 4, 93.14, 93.20, 93.22, 93.23, § 3, en 93.24 vermelde taken. Bovendien staat het in voor de toekenning van de in artikel 4, tweede lid, van de wet van 6 juli 1970Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs voorziene afwijkingsmogelijkheid. Artikel 93.26. Huishoudelijk reglement Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften werkt zijn eigen huishoudelijk reglement uit en legt dit ter goedkeuring aan de Regering voor. Artikel 93.27. Vrijstelling van leden Een lid kan vrijstelling vragen, indien het denkt een moreel belang bij de zaak te hebben of wanneer het denkt dat men zijn onpartijdigheid in twijfel zou kunnen trekken. De voorzitter beslist of aan dat verzoek gevolg wordt gegeven. Hij kan ook op eigen initiatief een lid om dezelfde redenen vrijstellen. De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de gewone leden en de plaatsvervangende leden mogen niet over een zaak vergaderen die hun kind respectievelijk het kind van een familielid tot de vierde graad aanbelangt. Artikel 93.28. Werking van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in geval van convocatie krachtens de artikelen 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, en 93.23 De in het tweede lid vermelde partijen worden door de voorzitter binnen tien werkdagen na ontvangst van het dossier geconvoceerd. Tussen het uitnodigen en het horen van de partijen liggen minstens drie werkdagen, waarbij de datumstempels van de post als bewijs gelden. De personen belast met de opvoeding, het inrichtingshoofd van de gewone school in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Vergadering voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden door het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften gehoord. De personen belast met de opvoeding, het inrichtingshoofd van de gewone school en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kunnen zich laten bijstaan door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun respectieve belangen behartigt. De personen belast met de opvoeding hebben bovendien het recht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun belangen behartigt. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kan een bijkomend onderzoek gelasten. Het kan bovendien deskundigen ter consultatie ontbieden. Het feit dat de personen belast met de opvoeding respectievelijk hun vertegenwoordiger, het inrichtingshoofd van de gewone school respectievelijk zijn vertegenwoordiger of het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften respectievelijk zijn vertegenwoordiger niet ter vergadering verschijnen, verhindert niet dat het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften een beslissing over de zaak neemt. Artikel 93.29. Werking van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften bij convocatie met het oog op de toekenning van een afwijkingsmogelijkheid voor het bezoek aan de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften De in het tweede lid vermelde partijen worden door de voorzitter geconvoceerd binnen tien werkdagen na ontvangst van het positieve advies, door de raad van leraren van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verstrekt inzake het bezoek van de leerling tot na zijn eenentwintigste jaar aan de secundaire school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Tussen het uitnodigen en het horen van de partijen liggen minstens drie werkdagen, waarbij de datumstempels van de post als bewijs gelden. De personen belast met de opvoeding en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften worden door het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften gehoord. De personen belast met de opvoeding en het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kunnen zich laten bijstaan door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun respectieve belangen behartigt. De personen belast met de opvoeding hebben bovendien het recht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun belangen behartigt. Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kan een bijkomend onderzoek gelasten. Het kan bovendien deskundigen ter consultatie ontbieden. Het feit dat de personen belast met de opvoeding respectievelijk hun vertegenwoordiger, het inrichtingshoofd van de school voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften respectievelijk zijn vertegenwoordiger niet ter vergadering verschijnen, verhindert niet dat het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften een beslissing over de zaak neemt. Artikel 93.30. Quorum voor de aanwezigheden en de stemming Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kan slechts rechtsgeldig beraadslagen, als alle gewone leden respectievelijk bij hun afwezigheid hun plaatsvervangers aanwezig zijn. Is dat niet het geval, dan convoceert de voorzitter binnen vijf werkdagen een nieuwe vergadering. Die vergadering kan dan ongeacht het aantal aanwezig leden rechtsgeldig beraadslagen. Alle in artikel 93.24, § 1, nummers 1, 2, 3 en 4 vermelde gewone leden respectievelijk bij hun afwezigheid hun plaatsvervangers zijn stemgerechtigd. De gemotiveerde beslissing wordt na stemming bij gewone meerderheid van stemmen goedgekeurd. Stemonthoudingen zijn niet toegelaten. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. Artikel 93.31. Mededeling van de beslissing De gemotiveerde beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften wordt de partijen binnen vijf werkdagen na de vergadering waarin zij werd genomen per aangetekend schrijven meegedeeld. Artikel 93.32. Werkingskosten en vergoedingen De werkingskosten van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vallen ten laste van de Duitstalige Gemeenschap. Bij toepassing van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap ontvangen de leden respectievelijk de plaatsvervangende leden van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften presentiegeld en reiskostenvergoedingen ten laste van de begroting van de Duitstalige Gemeenschap. TITEL IV. - Ondersteuning van het speciale onderwijs voor leerlingen met leermoeilijkheden in de gewone scholen en de scholen voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften Art. 17.Ondersteuning van het speciale onderwijs voor leerlingen met leermoeilijkheden in de gewone scholen In hoofdstuk VI van het decreet van 26 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/1999 pub. 06/10/1999 numac 1999033086 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende het gewoon basisonderwijs type decreet prom. 26/04/1999 pub. 23/12/1999 numac 1999029355 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van de sport in de Franse Gemeenschap sluiten betreffende het gewoon basisonderwijs wordt een afdeling 2bis, dat de artikelen 52.1 tot en met 52.5 bevat, ingevoegd, luidend als volgt : "Afdeling 2bis - Bijzondere ondersteuning van leerli …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.