← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001

Kort samengevat

Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt een gedeeltelijke wijziging goed van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) van 3 mei 2001, specifiek voor de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, met het oog op de renovatie en herbestemming van de site.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
16 FEBRUARI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de gecoördineerde grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, I, 1° ; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen; Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (hierna het `BWRO' genoemd), inzonderheid op artikelen 27 en 25 en bijlage D; Gelet op het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling (hierna het `GPDO' genoemd), goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juli 2018, en meer bepaald op Strategie 1 van pijler 1 en Strategie 1 van pijler 2; Gelet op het gewestelijk bestemmingsplan (hierna het `GBP' genoemd), goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001031193 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming van het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe"; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/07/2019 numac 2019030659 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019013194 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 2 juli 2015 houdende benoeming van de leden van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 05/08/2019 numac 2019013757 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen voor wat betreft sommige bepalingen inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur sluiten ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 19/09/2002 pub. 10/06/2008 numac 2008031227 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud sluiten houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud, dat drie beschermingszones voor waterwinning afbakent; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 20/05/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020015046 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde sluiten tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde; Gelet op het gunstig advies van het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling van 2 september 2021; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2021Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2021 pub. 16/02/2022 numac 2022030491 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de vaststelling van een perimeter van voorkoop "Alhambra" op het grondgebied van de Stad Brussel sluiten tot goedkeuring van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en het bijbehorende milieueffectenrapport; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 04/07/2019 pub. 12/07/2019 numac 2019041346 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de besturen en instanties die verzocht worden hun advies uit te brengen in het kader van de door titels II en III van het BWRO bepaalde procedures met betrekking tot de plannen en de stedenbouwkundige verordeningen sluiten tot aanduiding van de besturen en instanties die verzocht worden hun advies uit te brengen in het kader van de door titels II en III van het BWRO bepaalde procedures met betrekking tot de plannen en de stedenbouwkundige verordeningen; Gelet op het advies van de gemeenteraden van de betrokken gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: - Gemeenteraad van de gemeente Ukkel van 19 mei 2022; - Gemeenteraad van de Stad Brussel op 25 mei 2022; Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van 25 april 2022; Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 2 mei 2022; Gelet op het advies van de raad voor het leefmilieu van 17 mei 2022 ; Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 mai 2022; Gezien de verzoeken om advies die op 23 maart 2022 aan de gemeenteraden van de gemeenten Watermaal-Bosvoorde en Elsene, aan de Economische en Sociale Raad (Brupartners), aan de Adviesraad voor huisvesting, aan de Milieuraad, aan Leefmilieu Brussel, aan het bestuur bevoegd voor Territoriale Planning (Perspective.brussels) zijn gericht, zonder dat deze instanties binnen de gestelde termijn advies hebben uitgebracht; Gelet op de klachten en opmerkingen die zijn geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan, dat van 28 maart tot en met 27 mei 2022 heeft plaatsgevonden in de gemeenten waarop deze wijziging betrekking heeft, zijnde de gemeenten Elsene, Ukkel, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde, overeenkomstig artikels 25 en 27 van het BWRO; Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 23 juni 2022, integraal opgenomen als bijlage *** van dit besluit; Gelet op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State van 27 januari 2023. 1. Gewestelijk belang van de site van de hippodroom Overwegende dat de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde vanaf 1875 werd aangelegd in het verlengde van het Ter Kamerenbos waarmee hij in 1891 werd verbonden door de Renbaanlaan;dat deze aanleg voortvloeide uit de toenmalige politieke wil om de hoofdstad, naar het voorbeeld van Parijs en Londen, van een renbaan te voorzien; Overwegende dat er op de site later verschillende inrichtingen en bouwwerken bijgekomen zijn: de paddocks waarschijnlijk in de jaren 30, de tuinen achter de Grote Tribune en het Gokdorp naar een ontwerp van Paul Breydel na de Tweede Wereldoorlog, en de golfbaan in 1987; Overwegende dat de organisatie van paardenrennen in de jaren 80 is gestopt, waardoor de gebouwen buiten de piste leeg kwamen te staan; dat de 4 meest emblematische gebouwen tot 2016 zijn gerenoveerd (ruwbouw wind- en regendicht) en dat een 2e fase van de restauratiewerkzaamheden in 2022 is afgerond; dat een derde fase van de werkzaamheden in 2023 zal worden uitgevoerd; Overwegende dat de site van de hippodroom momenteel geografisch in 2 grote gehelen kan worden opgedeeld: - de paardenrenbaan met daarbinnen de installaties van de golfbaan; - de gebouwen en installaties tussen de renbaan en de Terhulpsesteenweg (Grote en Kleine Tribune, Weeglokaal, Gokdorp) met een aantal nevenparkings die ongeveer 70 parkeerplaatsen bieden; Overwegende dat er nog andere met de site gerelateerde zones zijn: - de zogenaamde hoofdparking waarop de herziening van het plan betrekking heeft; - het beboste gebied tussen de 2 renbanen ten westen van de site; - de andere beboste gebieden van het Zoniënwoud, hoewel ze geen deel uitmaken van de oorspronkelijke hippodroom; Overwegende dat de site eigendom is van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat een recht van erfpacht heeft verleend aan de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) die op haar beurt een concessierecht heeft verleend aan de nv Drohme exploitation; Overwegende dat het project is ontstaan vanuit de wens van de Brusselse Regering om deze site via een publiek-privaat partnerschap te herwaarderen en te doen uitgroeien tot een onthaal- en activiteitencentrum aan de rand van het Zoniënwoud; Overwegende dat de Regering dit voornemen tot herbestemming heeft bevestigd in het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) van 12 juli 2018; Dat het project daarin als volgt is omschreven: "Recreatie- en documentatiecentrum in de hippodroom van Bosvoorde De hippodroom van Bosvoorde is uitzonderlijk goed gelegen en bereikbaar in het Zoniënwoud. De gebouwen hebben een bijzondere patrimoniale kwaliteit en zijn gedeeltelijk gerenoveerd. Het geheel wordt een gewestelijk recreatie- en documentatiecentrum in het thema van de natuur, onderwijs en ontspanning. Het Drohme-project, dat de concessie kreeg van de MSI na een oproep tot mededinging, zal derhalve worden voortgezet." Gelet op het feit dat het besluit houdende vaststelling van het GPDO in zijn preambule stelt: "Dat, zoals is gepreciseerd in artikel 21 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het plan in al zijn bepalingen indicatief is; dat, hoewel de richtinggevende waarde van het plan geen absolute verplichting tot resultaten creëert voor de overheid die het vaststelt, zij voor deze overheid niettemin een verbintenis vormt wat de beoogde doelstellingen en de gekozen wegen om die te bereiken betreft (Doc. Br. H. R., A-108/1 - 90/91, p. 4)"; Overwegende bovendien dat het Gewest dit voornemen tot herbestemming ook heeft verankerd in de structuurvisie voor het Zoniënwoud die in overleg met de twee andere gewesten werd uitgewerkt; Dat dit document veel weg heeft van een richtschema waarin onder meer de toegangspoorten tot het Zoniënwoud worden aangeduid en waarvan de hippodroom, samen met het Rood Klooster, een van de twee belangrijkste vormt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; dat meer bepaald op pagina 81 het volgende te lezen staat: "De selectie als toegangspoort vereist echter een afstemming van het inrichtingsniveau in functie van de toekomstige rol in het woud. Ruimte voor voldoende en kwalitatief parkeren, horeca enz. dient aanwezig te zijn" (p. 81); Dat de structuurvisie voor het Zoniënwoud op de site van de hippodroom een bestaande dynamiek voor culturele, sportieve en recreatieve evenementen en horeca identificeert; dat het voorziet in een ontwikkeling van de site van de hippodroom rond het thema "natuur- en stadseducatie, inspelend op de scherpe rand tussen Brussel en het Zoniënwoud" en mogelijke invulling zoals "jeugdherberg, speel- en kampeerweide, educatief en avontuurlijk natuurpark, groene parking, ontvangstplein, ecoresto met eigen ecologische tuin en kwekerij, tribune als lesaula met zicht over het natuurpark enz." (p. 81); dat het de aanwezigheid van een parkeerterrein bevorderlijk acht voor de toegankelijkheid van het woud voor wandelaars; Overwegende dat het beheerplan voor het Brusselse Zoniënwoud, goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/07/2019 numac 2019030659 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019013194 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 2 juli 2015 houdende benoeming van de leden van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 05/08/2019 numac 2019013757 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen voor wat betreft sommige bepalingen inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur sluiten de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde eveneens als één van de twee toegangspoorten identificeert, gekenmerkt door de aanwezigheid van een parking (Boek II, p. 168); Overwegende dat de site zich volgens het GBP in gebied bevindt voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de openlucht (GSVOL), in gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten (GV), in bosgebied (BG), in gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing (GCHEWS), in gebied van erfdienstbaarheden langsheen de randen van bossen en wouden; dat een zeer klein deel zich in een gebied met wegennet en structurerende ruimten bevindt; 2. Historiek van het project voor de herontwikkeling van de site van de hippodroom - aanvragen voor stedenbouwkundige en milieuvergunningen Overwegende dat de nv Drohme Exploitation op 21 oktober 2015 tegelijkertijd een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning (voor het beschermde erfgoed) en een milieuvergunning van klasse 1A heeft ingediend met het oog op de aanleg van een actief vrijetijdspark op de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde teneinde er culturele, educatieve, sport- en ontspanningsactiviteiten te ontwikkelen, evenals activiteiten in verband met de natuur en evenementen, gezien het gemengde karakter van het project;dat een milieueffectenstudie aangaande het project werd uitgevoerd; Overwegende dat de milieuvergunning op 27 oktober 2017 door Leefmilieu Brussel werd afgeleverd; dat er verscheidene beroepen tegen deze beslissing werden ingesteld bij het Milieucollege dat in zijn beslissing van 26 februari 2018 de toekenning van de vergunning bevestigde, indien een aantal voorwaarden werden gewijzigd; dat er tegen deze beslissing verscheidene beroepen bij de Regering werden ingediend waarvan het laatste op 15 mei 2018 werd ontvangen; dat zij na het versturen van een herinneringsbrief geen uitspraak heeft gedaan binnen de vastgestelde termijnen zodat de milieuvergunning werd bevestigd conform artikel 82 van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen; dat deze vergunning het voorwerp uitmaakt van beroepen tot nietigverklaring bij de Raad van State die nog steeds hangende zijn; Dat Leefmilieu Brussel op 2 augustus 2019 de milieuvergunning op eigen initiatief heeft gewijzigd door de voorwaarden van artikel 4, Punt C. 4 § 3 "Monitoring van occasionele en tijdelijke evenementen" te vervangen; dat deze vergunning zoals ze werd gewijzigd 372 parkeerplaatsen toelaat, waarvan 302 voor de hoofdparking waarop dit wijzigingsplan van het GBP betrekking heeft; Overwegende daarnaast dat voordien, op 6 december 2018, een eerste stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar; Dat bepaalde handelingen en werkzaamheden die deze vergunning toestaat, gepland waren in bosgebied, en meer bepaald de herinrichting en uitbreiding van de bestaande parkings van 310 plaatsen, waarvan 240 voor de hoofdparking waarop dit ontwerp betrekking heeft, met het oog op een uitbreiding ervan tot 429 plaatsen; Dat de hoofdparking dus zowel in gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten als in bosgebied gelegen is; Overwegende dat de Raad van State deze stedenbouwkundige vergunning in zijn arrest nr. 243.466 van 23 januari 2019 opschortte; dat volgens de Raad van State de aanleg van een autoparking die voor langere periodes bedoeld is of zelfs hoofdzakelijk bestemd is voor de bezoekers van het "vrijetijdspark" op het eerste gezicht niet verenigbaar is met de bestemming als bosgebied volgens het gewestelijk bestemmingsplan; Overwegende dat deze vergunning vervolgens door de Raad van State in zijn arrest nr. 245.641 van 4 oktober 2019 werd vernietigd omdat de inrichting en het gebruik van de door deze vergunning toegestane hoofdparking in strijd is met artikels 15 en 0.7 van het GBP, aangezien deze parking niet verenigbaar is met een bosgebied en ook niet kan worden gekwalificeerd als een gebruikelijke aanvulling van en een toebehoren bij een bosgebied; Overwegende dat op 18 oktober 2019 een tweede stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar op basis van de gewijzigde plannen die voorzien in 372 plaatsen, waarvan 302 voor de hoofdparking waarop dit ontwerp betrekking heeft (in plaats van de 240 bestaande parkeerplaatsen); Dat in de toelichting bij deze vergunning wordt vastgesteld dat de feitelijke toestand van de parking niet ter discussie kan worden gesteld en dus van rechtswege verworven is voor wat betreft zijn perimeter en gebruik vóór de inwerkingtreding van de organieke wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw van 1962; Dat in de motivering voor deze vergunning wordt vermeld dat, aangezien aangetoond is dat het terrein sinds 1922 tot nu doorgaans als parking ingericht was en gebruikt werd, de voortzetting van deze activiteit niet aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen is, onder voorbehoud van de grindverharding die na 1962 werd uitgevoerd; dat deze grindverharding door de vergunning geregulariseerd wordt; Dat de vergunning is afgegeven op basis van gewijzigde plannen die de aanvrager op 18 oktober 2019 heeft ingediend naar aanleiding van de voorwaarden die de gemachtigde ambtenaar op grond van artikel 191 van het BWRO heeft geformuleerd, waaronder de voorwaarde dat "de geplande toestand van de hoofdparking wat de perimeter betreft, wordt aangepast aan de rechtstoestand (feitelijke toestand vóór de inwerkingtreding van de organieke wet op de ruimtelijke ordening van 1962), zoals aangegeven op de kaart in de bijlage bij dit besluit en ontworpen door architect Paul Breydel rond 1940"; Dat de vergunningsplannen 372 plaatsen toestaan, waarvan 302 voor de hoofdparking waarvan sprake in dit ontwerp (terwijl de originele vergunningsaanvraag voorzag in 499 plaatsen, waarvan 429 voor de hoofdparking); Dat deze vergunning nietig werd verklaard door arrest nr. 253.484, uitgesproken door de Raad van State op 8 april 2022, met hetzelfde motief als dit vernietigingsarrest. Dat de parking sindsdien beperkt is tot de plaatsen langs de Renbaanlaan, zoals het Milieucollege heeft toegegeven in een beslissing van 29 september 2022. 3. Rechtvaardiging van de gedeeltelijke wijziging van het GBP Overwegende dat uit de bovenstaande ontwikkelingen blijkt dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals ook in het GPDO en in de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud wordt bevestigd, de hippodroom van Bosvoorde ten volle zijn rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud wil laten vervullen;dat deze ambitie, gelet op de bestaande mobiliteitsoplossingen, de aanwezigheid van een voldoende grote parking impliceert; Dat uit de opeenvolgende inventarissen van de parkings gelegen in het Brussels deel van het Zoniënwoud, opgesteld in 2000, 2007 en 2017, in het kader van de structuurvisie en het beheerplan van het Zoniënwoud, dat het aantal parkings respectievelijk van 28 naar 18 en vervolgens naar 14 is gedaald (ongeacht of het gaat om parkings met enkele parkeerplaatsen of parkings met tientallen plaatsen); Dat de geleidelijke sluiting van deze parkings zich heeft voortgezet in 2017 met de sluiting van drie parkings (Hendrickxdreef, Bundersdreef en Sint-Hubertusdreef); dat deze geleidelijke sluiting van parkings tot doel heeft de parkeergelegenheid te concentreren aan de twee "toegangspoorten" gelegen in het Brussels deel van het Zoniënwoud: de hippodroom van Bosvoorde en het Rood Klooster, gelegen aan de rand van het massief; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ongeacht het project dat mettertijd op de site zal worden ontwikkeld, zodat deze haar rol van pool voor het onthaal van het publiek maar ook van recreatieve en didactische pool aan de rand van het Zoniënwoud kan opnemen, meent dat de bestaande parking niet alleen behouden moet blijven, maar ook moet worden uitgebreid om toegankelijk te zijn voor zowel de gebruikers van het Zoniënwoud als die van de site van de hippodroom, en dit voor alle activiteiten (natuur, sport, ontspanning, cultuur, horeca enz.), opdat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud zou kunnen vervullen; dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meermaals de wens heeft geuit om een polyvalent gebruik van de parking mogelijk te maken: zowel toegang verlenen tot het Zoniënwoud als tot de site van de hippodroom, en voor deze laatste zelfs in de hoedanigheid van hoofdparking en voor langere periodes; Dat anders de toegang tot de site dermate beperkt zou worden dat de gewenste ontwikkeling ervan op het vlak van toegang tot het woud en het aanbod aan recreatieve en didactische activiteiten zou worden belemmerd en zou resulteren in een reeks ongewenste gevolgen (verschuiving naar het parkeren op de openbare weg en voor langere periode, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale zones van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het woud, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het bos en het winningsgebied, problematiek rond de opwaardering van het patrimonium van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten enz.); dat de aanzienlijke investeringen en de sociale en economische voordelen onherroepelijk verloren zouden kunnen gaan; Overwegende dat uit de twee arresten van de Raad van State, respectievelijk nr. 245.641 van 4 oktober 2019 en nr. 253.484 van 8 april 2022, waarbij de op december 2018 en oktober 2019 afgegeven stedenbouwkundige vergunningen worden vernietigd, blijkt dat een gedeeltelijke wijziging van het GBP nodig is om de herinrichting en uitbreiding van de bestaande parking mogelijk te maken; dat het wenselijk is het plan te wijzigen om te voorzien in een gebruik dat in overeenstemming is met de voornoemde gewestelijke doelstellingen teneinde deze infrastructuur te bestendigen en te voorzien van een aangepaste inrichting, die aanpasbaar is aan veranderende omstandigheden; Overwegende dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP aldus de wijziging beoogt van de bestemming van een deel van het bosgebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, in een gebied voor voorzieningen, gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat na lid 8.4 van bijzonder voorschrift 8 van het GBP wordt toegevoegd als nieuw lid 8.5, en dat als volgt luidt: "8.5. Het deel van het gebied voor voorzieningen dat zich ten westen van de Renbaanlaan in Ukkel bevindt en aan de Hippodroom van Ukkel-Bosvoorde grenst, is bestemd voor het gebruik als openluchtparking voor de gebruikers van dit gebied en voor de gebruikers van het aanpalende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied, in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden"; Overwegende dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP eveneens de wijziging beoogt van het deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de openlucht, dat zich in een bosgebied tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde bevindt, om het te bestemmen als bosgebied; 3.1. Verantwoording van de wijziging van het bosgebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gekoppeld aan een gedifferentieerd voorschrift Overwegende dat de wijziging van een deel van het bosgebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, die gekoppeld is aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift, gerechtvaardigd is om de herinrichting van de bestaande parking mogelijk te maken; Dat het inderdaad van openbaar nut is dat de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde een parking met voldoende capaciteit krijgt en dat deze kan worden aangelegd, zodat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat er eigenaar van is, de site voor een zo ruim mogelijk publiek kan openstellen en ervoor kan zorgen dat ze haar als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen; dat het namelijk de bedoeling is om de recreatieve activiteiten rond een van deze toegangspoorten te concentreren, zodat de kernen van grote biologische waarde in het hart van het bos intact blijven; Overwegende dat de hoofdparking van de site toegankelijk zal zijn voor het publiek, met name voor het publiek dat toegang wenst tot het Zoniënwoud en voor andere activiteiten in het nabijgelegen gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; Dat de parking aldus de toegang tot het Zoniënwoud en de activiteiten van zijn nieuwe onthaalruimte zal vereenvoudigen; Overwegende dat de zone waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, werd aangelegd en doorgaans wordt gebruikt als openluchtparking; dat dit gebruik (minstens) teruggaat naar 1922; Overwegende dat dit gebied bij de inwerkingtreding van het GBP in 2001 als bosgebied werd ingekleurd, hoewel het grotendeels onbebost was en al decennialang werd gebruikt als openluchtparking; Dat de bijzondere voorschriften van het bosgebied enkel handelingen en werkzaamheden toestaan die noodzakelijk zijn voor de bestemming van dit gebied of een rechtstreekse aanvulling vormen voor zijn ecologische, economische en sociale functie; Dat deze voorschriften, onder voorbehoud van de toepassing van de algemene voorschriften 0.9 en 0.11 van het GBP, een daadwerkelijke herinrichting van de parking, aangepast aan de hierboven aangehaalde ecologische noden en uitdagingen, verhindert; Overwegende dat de wijziging van het bedoelde gebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat de bestemming van de zone nadrukkelijk toestaat "als openluchtparking voor gebruikers van het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied" het mogelijk maakt om de inrichting ervan te herzien om de verschillende uitdagingen die zich voordoen als gevolg van de bestaande situatie, aan te pakken en om, ter gelegenheid van de herinrichting, een parking met landschappelijke herinrichting optimaal in te passen in de omgeving en aldus een daadwerkelijk actief beheer van de parking en van het water op de parking of ervan afkomstig te garanderen, teneinde de waterwinningsgebieden te vrijwaren en hierbij, aan de rand van de parking, een hoogwaardige bosrand te creëren; Dat dit gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift eveneens de mogelijkheid uitsluit om andere voorzieningen te bouwen die doorgaans worden toegestaan op grond van specifieke voorschriften die van toepassing zijn in gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten; Dat deze algemene uitsluiting het in de praktijk onmogelijk maakt om te bouwen in dit gebied dat beperkt is tot het exclusieve gebruik als openluchtparking en waardoor het aangrenzende bosgebied aldus in de kijker kan worden gezet; Dat deze wijziging het mogelijk maakt om de parking op te nemen in de uitbreiding van het reeds bestaande gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gelegen ten oosten van de Renbaanlaan, waarin de voornaamste installaties van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zijn opgenomen; Bosvoorde 3.2. Verantwoording van de wijziging van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen in bosgebied Overwegende dat de wijziging van een deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, dat zich tussen de twee ringen bevindt ten westen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, in een bosgebied de ambitie als bos kan versterken en het non-aedificandigebied in het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht kan uitbreiden; Dat dit beboste gebied tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en de onmiddellijke omgeving ervan daardoor beter beschermd zullen zijn door de voorschriften die van toepassing zijn op het bosgebied en op de gebieden langs de rand van bossen en wouden, door het gebied onder meer te vrijwaren van alle voornemens om het gebied in te richten zoals toegelaten was volgens de voorschriften van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten die tot dan van toepassing waren; Dat deze toevoeging aan het bosgebied in zekere mate de bestemmingswijziging van de parkeerzone die zich momenteel in het bosgebied bevindt, zal compenseren; Dat op deze manier ook de rechtstoestand en de feitelijke toestand van deze gebieden op elkaar worden afgestemd; 4. Milieueffectenrapport en passende effecten-beoordeling: onderzoek van de alternatieven en motivering van de keuze van het ontwerp Overwegende dat over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP een milieueffectenrapport (MER) overeenkomstig bijlage D van het BWRO en een passende beoordeling overeenkomstig artikel 57, § 1, tweede lid, van de Ordonnantie van 1 maart 2012 inzake natuurbehoud is opgesteld; Dat uit het MER blijkt dat een parking op deze locatie tegemoet komt aan een dwingende noodzaak; dat deze parking eerst en vooral een rol speelt als toegangspoort tot het bos (door de wandelaars door dit stuk bos te loodsen en zo alvast de drukte in de dieper gelegen bosgebieden te verminderen, maak ook het risico in te perken op wildparkeren, waartegen de overheid onafgebroken en met verschillende middelen moet optreden om het woud intact te houden) en vervolgens ook toelaat het bestaande gebied voor voorzieningen en het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten voldoende bereikbaar te maken, met dien verstande dat de omliggende wegen een dergelijke hoeveelheid geparkeerde wagens niet aankunnen; Dat het MER evenwel aantoont dat het behoud van de parking in de huidige staat niet wenselijk is; Dat de parking in zijn huidige vorm geen echt beleid inzake parkeerbeheer mogelijk maakt dat aangepast is aan evenementen en waarbij de parking kan worden gebruikt overeenkomstig zijn bestemming; Dat zijn capaciteit van ongeveer 240 plaatsen (naast de bijkomende 70 plaatsen die zich op het aangrenzende gebied bevinden) als onvoldoende worden beoordeeld om tegemoet te komen aan de functie van toegangspoort tot het Zoniënwoud en de nieuwe onthaalruimte met de bijhorende negatieve effecten (toename van het parkeren op de openbare weg en voor een langere periode, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale gebieden van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het bos, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het woud en het winningsgebied, problematiek rond de opwaardering van het patrimonium van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten enz.); Dat uit het MER en de passende beoordeling blijkt dat het aanvankelijke project tot uitbreiding van de parkeeroppervlakte om het aantal plaatsen op de hoofdparking op te trekken van 428 naar 535 in het beboste massief zou toelaten tegemoet te komen aan de vraag naar parkeerplaatsen tijdens periodes van gemiddelde drukte in het Zoniënwoud en tijdens grote drukte bij normale bedrijvigheid in de voormalige hippodroom. De site zou zo de rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud en haar functie van toegangsruimte zoals de structuurvisie van het Zoniënwoud vooropstelt, kunnen vervullen; Dat deze oppervlakte-uitbreiding op zich geen afbreuk doet aan de historische, esthetische en wetenschappelijke waarde van de site, gelet op de beperkte waarde van het gebied en rekening houdend met het bestaan van de voormalige parking en de doelstelling om wandelaars op afstand te houden van het hart van het bos; Dat de impact van het kappen van bomen waartoe deze uitbreiding zou leiden in het bebost gebied ten westen van de bestaande parking, die van geringe omvang is op schaal van het bos, evenwel de oppervlakte van het bosmassief verkleint (met ongeveer 3.800 m2 ten opzichte van de 4.400 ha van het massief), terwijl het bebost gebied in kwestie, ook al is het van beperkte waarde, ten goede kan worden ingericht als een hoogwaardige rand die een betere overgang naar de parking mogelijk maakt; Overwegende dat het onderzochte alternatief (alternatief 1) om de grondinname van de bestaande hoofdparking aan de rand aan te passen, meer bepaald ter hoogte van de ingang van de parking en aan het andere uiteinde, de herinrichting van de parking zou mogelijk maken met een theoretische capaciteit van 280 tot 350 parkeerplaatsen; Dat het voordeel van dit alternatief is dat het minder gevolgen heeft voor het landschap, omdat er geen extra bomen dienen te worden geveld; Dat dit alternatief kan worden gerealiseerd met aanplantingen die beter opgaan in het geheel van de beschermde site en de heropbouw van een echte bosrand met de verwachte voordelen op het vlak van fauna en flora bewerkstelligt; Dat deze variant meer parkeerplaatsen zou opleveren dan de bestaande situatie (240 plaatsen); dat deze variant weliswaar minder parkeerruimte biedt dan het aanvankelijk beoogde aantal (428 tot 535 plaatsen), maar met de 70 extra plaatsen op buurtparkings op afdoende manier kan voldoen aan de parkeerbehoefte die voortvloeit uit de bestemming van de site als toegangspoort en onthaalruimte van het Zoniënwoud; Dat deze variant uiteindelijk een sterkere modal shift naar andere alternatieve transportmiddelen zal bevorderen dan het oorspronkelijke project, wat dan weer strookt met de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan; Dat het risico op een toename van geparkeerde auto's op de openbare weg moet worden afgewogen in het licht van de mobiliteitsdoelstellingen die het gebruik van de auto op korte en/of lange termijn systematisch willen inperken, wat ook via een beperking van het parkeeraanbod verloopt; Overwegende dat de Regering voornemens is de aanbevelingen van de effectenbeoordeling om de hierboven uiteengezette redenen op te volgen door te kiezen voor het onderzochte alternatief 1; dat deze wijziging de herontwikkeling, met enkele aanpassingen, mogelijk maakt van de bestaande feitelijke situatie, die vóór de inwerkingtreding van de richtlijn is verworven en waarvan de handhaving en herontwikkeling gerechtvaardigd zijn gelet op de nieuwe behoeften van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en van de goede inrichting van deze toegangspoort tot het Zoniënwoud; dat met bepaalde aanpassingen aan de grondinname, zonder noemenswaardige bijkomende gevolgen voor de bosrand, het plan in overeenstemming wordt gebracht met de hierboven ontwikkelde doelstellingen van algemeen belang; 5. Beperkingen die van toepassing zijn op de gewijzigde bestemmingszones Overwegende dat de nieuwe gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten en het bosgebied onderworpen zijn aan verscheidene beperkingen op het vlak van bescherming waarmee rekening werd gehouden in de gedeeltelijke wijziging van het GBP; 5.1. Beschermingsbesluit van het gebied Overwegende dat de nieuwe gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten en het bosgebied zich binnen de perimeter bevinden van het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming van het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos; Dat deze gebieden onderworpen zijn aan de algemene verbodsbepalingen van artikel 232 van het BWRO aangaande de gevolgen van de bescherming; dat de verbodsbepalingen die vasthangen aan de bescherming op grond van artikel 232 van het BWRO ook van toepassing zijn op een besluit tot wijziging van het GBP, zoals de Raad van State in zijn arrest nr. 188.117 van 20 november 2008 vermeldt; Dat dient te worden opgemerkt dat het bestaan van een beschermingsbesluit voor een site op zichzelf niet van dien aard is dat het binnen het beschermde gebied verbiedt handelingen te verrichten en werken uit te voeren waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is; dat artikel 232 van het BWRO handelingen en werken verbiedt die tot gevolg hebben dat de site de waarde verliest die de bescherming ervan rechtvaardigde of die geen rekening houden met zijn bijzondere behoudsvoorwaarden; Dat op basis van de analyse van artikel 6 van de wet van 7 augustus 1931 en de omzetting ervan in het Brussels recht, voormelde beperkingen in het beschermingsbesluit geen bijzondere behoudsvoorwaarden vormen in de zin van de artikelen 211, § 2, 214 en 232, 3° van het BWRO, maar een opsomming van de handelingen en werken die enkel toegestaan zijn met de vergunning waarnaar diezelfde bepaling verwijst, d.w.z. een stedenbouwkundige vergunning volgens de huidige wetgeving; Dat hieruit volgt dat het beschermingsbesluit niet leidt tot een principieel verbod op het optrekken van nieuwe bouwwerken of de wijziging van bestaande bouwwerken en installaties, zoals de aanleg van de bestaande parking; Overwegende dat het gedifferentieerde stedenbouwkundige voorschrift en de wijzigingen in gebiedsindeling die voortvloeien uit het ontwerp tot wijziging van het GBP in dit geval niet onverenigbaar zijn met artikel 232 van het BWRO, aangezien zij in het geval van het beschermde landschap van het Zoniënwoud geen afbreuk doen aan een van de belangen die de bescherming van dit landschap rechtvaardigen; Dat het koninklijk besluit van 2 december 1959 het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos beschermt als landschap om zijn wetenschappelijke, esthetische en historische waarde, maar niet nader bepaalt welke belangen qua erfgoed de bescherming van het gebied rechtvaardigen; Dat het voorstel tot bescherming dat uitgaat van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 25 maart 1955 vermeldt dat de bescherming bedoeld is om "het Zoniënwoud als nationaal opmerkelijk natuurgebied te beschermen tegen alle ingrepen die zijn uitzicht, fraaie indeling of omvang zouden kunnen aantasten"; Dat het gebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, reeds - volledig of gedeeltelijk - als dusdanig wordt gebruikt sinds 1922 en in 1959 werd beschermd; Dat dit gebied ongetwijfeld uiteenlopende veranderingen heeft ondergaan in de loop van de jaren, zoals onder meer het verdwijnen van bepaalde bomen en de bijhorende uitbreiding van de parkeermogelijkheden; Dat het ontwerpplan ook bepaalde grenzen van de bestaande parking aanpast om onder meer een klein gedeelte aan zijkant van de hippodroom niet in aanmerking te nemen en om aan de overzijde, ter hoogte van de ingang, de parking uit te breiden in een gebied van geringe waarde (invasieve soort - Japanse duizendknoop); Dat deze ontwikkelingen die in de gedeeltelijke wijziging van het plan worden bekrachtigd, door hun beperkte omvang op schaal van het Zoniënwoud en hun inplanting langs historische infrastructuren die zich binnen de beschermde perimeter (hippodroom) bevinden, als dusdanig geen afbreuk doen aan het wetenschappelijk, esthetisch en historisch belang van het beschermde landschap van het Zoniënwoud; Dat de voorgestelde wijziging bovendien geen gevolgen heeft voor het behoud van de aanwezige, opmerkelijke bomen en dus de aanbevelingen van het MER volgt; Dat een heringerichte parking binnen de perimeter van de bestaande parking, met aanpassingen aan de rand ervan, ook voordelen heeft voor het in stand houden van de belangen die gevrijwaard zijn door de bescherming; Dat de wandelaars over een hoogwaardige parking kunnen beschikken aan de toegangspoort van het beschermde gebied zal er tevens toe bijdragen dat de wandelaars vlotter door dit stuk bos kunnen worden geloodst, dat de drukte in de dieper gelegen bosgebieden wordt verlicht en dat het risico op wildparkeren, waartegen de overheid onafgebroken en met verschillende middelen moet optreden om het bosmassief intact te houden, wordt ingeperkt; dat dit een volwaardige landschappelijke inplanting van de parking zal mogelijk maken door de aanplanting van bomen die voor een betere inpassing van de parking in het beschermde landschap zorgen, en dat het MER en de passende beoordeling aanbevelen om bij de herinrichting daadwerkelijk een aangepaste bosrand uit te werken, die momenteel ontbreekt; dat deze eveneens zal toelaten de verplichtingen met betrekking tot beschermingsgebied III voor waterwinning na te leven; Dat het toekomstige gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat nadrukkelijk de bestemming toestaat van het gebied "voor gebruik als openluchtparking", het behoud van de parking garandeert en tegelijk de kwaliteitsvolle herinrichting ervan mogelijk maakt ten gunste van de rest van het beschermde landschap, rekening houdend met de aanbevelingen in het milieueffectenrapport waarmee bij de uitvoering van het plan rekening zal moeten worden gehouden; Dat de zone tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde beter zal beschermd worden door middel van voorschriften die gelden voor het toekomstige bosgebied; Dat de belangen die de bescherming van het landschap rechtvaardigen aldus worden gevrijwaard en in bepaalde opzichten zelfs worden versterkt; 5.2. Aangepast gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden Overwegende dat het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten verder aan de rest van het bosgebied blijft grenzen; dat het gebied bijgevolg onderworpen is aan het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden, dat wordt vastgelegd in het bijzonder voorschrift 16 van het GBP dat voorziet in een non- aedificandigebied - grondverharding inbegrepen - tot 60 m vanaf de rand van het bos of het woud, wat onder bepaalde voorwaarden eventueel tot 30 m kan worden beperkt; dat dit voorschrift, onder voorbehoud van de toepassing van de behoudsclausule, de plaatsing van een aangepaste verharding en de nodige aanpassingen voor de aanleg van een openluchtparking die toegankelijk is voor het publiek, verhindert; Dat het gedifferentieerde stedenbouwkundige voorschrift van het gebied dat geen andere inrichting toestaat dan een openluchtparking "in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden" de vergunning mogelijk maakt van alle handelingen en werken die nodig zijn voor de aanleg van de enige "openluchtparking voor de gebruikers van het nabijgelegen gebied voor voorzieningen, het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied " die toegestaan is in het gebied, en dit tot 60 m vanaf de rand van het aangrenzende bosgebied dat in stand wordt gehouden; Dat alle overige handelingen en werken verboden blijven in deze perimeter met toepassing van het voornoemde gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden; 5.3. Nabijheid van het Natura 2000-gebied Overwegende dat het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten zich aan de rand bevindt van station IA1 van de speciale beschermingszone I die werd aangewezen door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe"; Dat dit station een beschermingszone bevat voor habitattype 9160 (Sub-Atlantische en Midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukenbossen behorend tot het Carpinion betuli); Dat uit de passende beoordeling waarnaar wordt verwezen, blijkt dat het plan de doelstellingen voor het behoud van het (dichtbijgelegen) Natura 2000-gebied niet afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of ontwerpen in gevaar dreigt te brengen; Dat de passende beoordeling schadebeperkende maatregelen aanbeveelt waarmee rekening zal moeten worden gehouden tijdens de uitvoeringsfase van de gedeeltelijke wijziging van het plan; Dat de perimeter van het gebied voor voorzieningen, dat hoofdzakelijk het bestaande parkeerterrein inneemt, trouwens werd aangepast langs de rand, zonder dat dit ten koste gaat van de hoogwaardige gebieden; Overwegende dat het nieuwe bosgebied zich in de perimeter van het station IA1 van de voornoemde speciale zone voor natuurbehoud bevindt; dat dit deel van het Natura 2000-gebied geen enkele beschermde habitat omvat; Dat uit de passende beoordeling waarnaar wordt verwezen, blijkt dat het plan de doelstellingen voor het behoud van het (dichtbijgelegen) Natura 2000-gebied niet afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of ontwerpen in gevaar dreigt te brengen; Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat de gedeeltelijke wijziging van het plan wellicht geen doorslaggevende gevolgen zal hebben voor het betrokken gebied. 5.4. Beschermd waterwingebied van niveau III Overwegende dat de zone opgenomen is in een beschermd waterwingebied van niveau III; Dat er geen principieel verbod is op de aanleg van een openluchtparking; dat het MER opmerkt dat de parking in zijn huidige vorm onvoldoende bescherming biedt: tijdens hevige regenbuien stroomt het meeste regenwater af naar de (sterk aangedrukte) parking en wordt het hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks afgevoerd via de Terhulpsesteenweg waar de afvoer het regenwater in het woud en in het beschermd waterwingebied loost; dat het MER, teneinde de grondwaterwinning te beschermen, aanbeveelt om alle lozingen van het regenwater van de parking naar de beschermingszone van de grondwaterwinning te voorkomen; de opvang van regenwater te voorzien via een verharding of een waterdichte laag; het regenwater van de parking te bufferen en te zuiveren voor het insijpelt of afvloeit naar het rioleringsnetwerk langs de Terhulpsesteenweg; dat deze maatregelen moeten worden bestudeerd in het kader van de vergunningsaanvragen, na voorafgaand advies van ViVAQUA; 6. Samenvatting van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen die zijn geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek en van de manier waarop de Regering er rekening mee heeft gehouden Overwegende dat het ontwerp tot gedeeltelijke wijziging van het GBP en zijn MER onderworpen werd aan een openbaar onderzoek op het grondgebied van de gemeentes waarop deze wijziging betrekking heeft, zijnde de gemeentes Elsene, Ukkel, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde; Dat de perimeter van deze wijziging zich op het grondgebied van de gemeente Ukkel en in de onmiddellijke nabijheid van het grondgebied van de gemeente Elsene, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde bevindt; 6.1 Noodzaak van een gedeeltelijke wijziging van het GBP Overwegende dat sommige eisers voorstander zijn van de gedeeltelijke wijziging van het GBP; Dat andere eisers bezwaar maken tegen de inhoud van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP, die ertoe strekt wat een bosgebied zou moeten zijn, om te vormen tot een parking, deels gelegen in een non-aedificandigebied, aan de rand van en zelfs in een Natura 2000-gebied, in een gebied met een zeer hoge biologische waarde, in een beschermd landschap met erfgoedwaarden, in een waterwingebied, naast een gewestweg waarvan de maximale capaciteit reeds is overschreden; Overwegende dat de Regering aangeeft dat het deel van het bosgebied dat in het kader van de onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP wordt gewijzigd in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, in feite al tientallen jaren wordt gebruikt als parking met een onmiskenbaar nut; dat deze wijziging tot doel heeft de herinrichting van de bestaande parking binnen de huidige grondinname mogelijk te maken, zonder dat het bosareaal wordt verkleind, zodat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen, overeenkomstig de doelstellingen van het GBP, de structuurvisie en het beheersplan van Zoniënwoud; dat de terugtrekking van de grens van het bosgebied een terugtrekking van het non-aedificandigebied impliceert; dat voor het nieuwe gebied voor voorzieningen een nieuw gedifferentieerd voorschrift geldt dat voorziet in een afwijking voor de herinrichting van de parking in het non-aedificandigebied; dat voor de onderhavige wijziging een milieueffectrapport is opgesteld en een passende beoordeling van de milieueffecten ervan op het aangrenzende Natura 2000-gebied is verricht; dat in dit verband de gevolgen van de wijziging op het gebied van biodiversiteit, fauna en flora, gebouwde omgeving, materiële activa en cultureel erfgoed, met inbegrip van architectonisch en archeologisch erfgoed, landschap, water en bodem, mobiliteit en parkeren, enz. werden bestudeerd; dat in dit verband is rekening gehouden met de aanwezigheid van het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelstellingen daarvan, met het besluit tot bescherming van het Zoniënwoud, meer bepaald met de beschermingszone van het waterwingebied; dat aan het eind van zijn analyse het MER verscheidene aanbevelingen heeft gedaan die in de onderhavige wijziging van het plan zijn opgenomen; Zo is de grondinname van de nieuwe zone voor voorzieningen bepaald op basis van de door het MER in aanmerking genomen variant 1; dat voorts in het stadium van de vergunningsaanvragen en de uitvoering daarvan rekening zal moeten worden gehouden met andere aanbevelingen die niet onder het toepassingsgebied van het GBP vallen; dat voor het overige wordt verwezen naar de hieronder en hierboven ontwikkelde overwegingen; Overwegende dat sommige eisers zich verzetten tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan op grond van het feit dat dit een nieuwe fase vormt in het op maat ontrafelen van het GBP om het aan te passen aan een specifiek project zonder globale visie; dat zij eisen dat het GBP wordt geëerbiedigd en dat de huidige voorschriften ervan gehandhaafd blijven; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP tot doel heeft de grafische en letterlijke voorschriften van het GBP binnen een afgebakende perimeter te wijzigen, teneinde een ontwikkeling van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde mogelijk te maken in overeenstemming met de gewestelijke doelstellingen die zijn opgenomen in het GPDO, in de structuurvisie van het Zoniënwoud en in het beheerplan ervan, om deze infrastructuur te bestendigen en een inrichting mogelijk te maken die is aangepast aan de veranderende omstandigheden; Dat de werkingssfeer van deze wijziging beperkt blijft tot de perimeter in kwestie en niet tot gevolg heeft dat het GBP, waarvan de overige voorschriften van toepassing blijven in het gehele Brusselse Gewest, met inbegrip van de site van de hippodroom, wordt "ontrafeld"; Overwegende dat sommige eisers de dringende noodzaak van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP, net nu een ontwerp van globale herziening van het plan wordt bestudeerd, in twijfel trekken; dat zij van mening zijn dat privébelangen een dergelijke dringende noodzaak niet kunnen rechtvaardigen; dat zij verzoeken dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP wordt opgenomen in de globale hervorming waarmee onder deze legislatuur een begin is gemaakt; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de herontwikkeling van de site van de hippodroom en de ontwikkeling ervan als toegangspoort tot het Zoniënwoud al meer dan 4 jaar is gepland, met name door het GBP; Dat er geen reden is om deze eenmalige wijziging, die trouwens al lang overwogen wordt (2019), te integreren in de op 23 december 2021 gestarte procedure tot wijziging van het GBP, die een globale herziening van dit plan beoogt, wat meerdere jaren in beslag zal nemen; Dat het ontbreken van enig vooruitzicht op de herinrichting van een aan de behoeften van het gebied aangepaste parking op korte termijn de bovengenoemde gewestelijke doelstellingen in gevaar zou kunnen brengen, met het risico dat de bouwwerken door leegstand nog meer schade oplopen met als gevolg dat zowel de aanzienlijke overheidsinvesteringen als de sociale en economische voordelen onherroepelijk verloren zouden gaan; Overwegende dat sommige eisers bezwaar maken tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan omdat deze de geloofwaardigheid van andere regelgevende plannen van ruimtelijke ordening aantast; Dat volgens sommige eisers het ontwerp in strijd is met de verplichting tot vergroening van het binnenterrein van huizenblokken en de doelstelling voor de ontwikkeling van groene ruimten en van het groene netwerk van het GPDO; Dat sommige eisers de overeenstemming van het ontwerp met het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove in twijfel trekken; dat anderen van mening zijn dat het ontwerp in strijd is met de beginselen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove; Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van mening is dat de uitbreiding van de parking niet strookt met een aantal doelstellingen van het GPDO ("Het gebruik van het openbaar vervoer bevorderen") en het GMP Good Move ("De verschuiving van de auto naar andere vervoerswijzen aanmoedigen"), gelet op de goede bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP in overeenstemming is met de doelstellingen van het GPDO, met name wat betreft de herontwikkeling van de site van de hippodroom; en dit zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen voor de ontwikkeling van groene ruimtes en van het groene netwerk van het GPDO, aangezien de wijziging het behoud en de herinrichting van de parking op de site van de hippodroom mogelijk maakt, bijdraagt tot de ontwikkeling van deze site als toegangspoort tot het Zoniënwoud en een reeks negatieve gevolgen voor het Zoniënwoud helpt voorkomen (onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale gebieden van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het bos, geen beheer van het regenwater op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het bos); Dat de verplichting tot instandhouding en verbetering van de vegetale, dan wel minerale, esthetische en landschappelijke kwaliteiten van de binnenterreinen van huizenblokken, als bedoeld in voorschrift 0.6 van het GBP, niet geldt voor de betrokken perimeter, die geen enkel binnenterrein van een huizenblok omvat; Dat het MER eraan herinnert dat, volgens gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove, tegen 2030 een vermindering van het aantal verplaatsingen met de auto met ongeveer 25 % wordt verwacht en bijgevolg een vermindering van de geraamde parkeerbehoefte, met dien verstande dat deze vermindering evenwel geleidelijk zal verlopen en gepaard zal gaan met inrichtingen ten gunste van het openbaar vervoer en van voetgangers en fietsers; dat het MER aangeeft dat de overeenstemming van de gedeeltelijke wijziging van het GBP met het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove dus afhangt van de toegestane capaciteit van de parking en de toegepaste beheersmethode, rekening houdend met de evolutie van de bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer en de voorzieningen voor voetgangers en fietsers in het Brusselse gewest; dat het vaststelt dat het theoretisch mogelijk is tot 535 parkeerplaatsen in de perimeter in te richten, en dat de gekozen variant 1 de inrichting van maximaal 360 plaatsen mogelijk maakt, waardoor een grotere modal shift naar alternatieve vervoerswijzen voor de auto aangemoedigd wordt, en deze variant aldus voldoet aan de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove; Overwegende dat sommige eisers van mening zijn dat het ontwerp het recht van de burgers op een gezond milieu schendt; Overwegende dat de Regering aangeeft dat voor de gedeeltelijke wijziging een milieueffectenbeoordeling is uitgevoerd; dat in het MER met name de gevolgen van de wijziging voor fauna, flora, microklimaat, luchtkwaliteit, enz. zijn onderzocht, zonder dat daarbij significante gevolgen voor het milieu zijn vastgesteld; dat de gevolgen moeten worden gerelativeerd in het licht van de nagestreefde doelstellingen van gewestelijk belang; dat in het MER aanbevelingen zijn gedaan om deze gevolgen te verminderen; dat de aanbevelingen van het MER die binnen het detailniveau van het GBP vallen, erin zijn opgenomen; dat voor het overige met de overige aanbevelingen rekening zal moeten worden gehouden in het stadium van de vergunningsaanvragen; 6.2. De wijziging van het GBP beantwoordt aan een dwingende noodzaak Overwegende dat sommige eisers van mening zijn dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP een zeer schadelijk precedent vormt dat de geloofwaardigheid van het Regeringswerk onderuit zal halen; Dat sommige eisers zich verzetten tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan omdat deze tot doel heeft een onwettige toestand te bestendigen en de gerechtelijke beslissingen van de Raad van State en de inspanningen van burgers en milieuverenigingen omzeilt; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de wettigheid van de bestaande parking erkend is door een op 18 oktober 2018 afgegeven bouwvergunning, op basis van een feitelijke toestand die minstens sinds 1940 bestaat, dat wil zeggen vóór de in …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.