Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001
Kort samengevat
Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt een gedeeltelijke wijziging goed van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) van 3 mei 2001, specifiek voor de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, met het oog op de renovatie en herbestemming van de site.
Wat het reguleert
- De gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) voor de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde.
- De herbestemming van de hippodroomsite tot een onthaal- en activiteitencentrum.
- De uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom.
- De aanpassing van de bestemming van de hoofdparking.
Wie het aanbelangt
- De Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI).
- De nv Drohme exploitation, als concessiehouder van de site.
- De gemeenten Ukkel, Stad Brussel, Elsene en Watermaal-Bosvoorde.
Kernpunten
- De hippodroom van Ukkel-Bosvoorde wordt herbestemd tot een gewestelijk recreatie- en documentatiecentrum met als thema natuur, onderwijs en ontspanning.
- Het project omvat de renovatie van de gebouwen, waarvan de eerste fase in 2022 is afgerond en een derde fase in 2023 zal worden uitgevoerd.
- De site wordt gezien als een belangrijke toegangspoort tot het Zoniënwoud, waarvoor voldoende en kwalitatieve parkeergelegenheid en horeca aanwezig moeten zijn.
- De structuurvisie voor het Zoniënwoud voorziet in een ontwikkeling van de hippodroomsite rond "natuur- en stadseducatie" met mogelijke invullingen zoals een jeugdherberg, speel- en kampeerweide, educatief en avontuurlijk natuurpark, groene parking en ecoresto.
Wettekst
Wettekst
16 FEBRUARI
- - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de gecoördineerde grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, I, 1° ; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen; Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (hierna het `BWRO' genoemd), inzonderheid op artikelen 27 en 25 en bijlage D; Gelet op het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling (hierna het `GPDO' genoemd), goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juli 2018, en meer bepaald op Strategie 1 van pijler 1 en Strategie 1 van pijler 2; Gelet op het gewestelijk bestemmingsplan (hierna het `GBP' genoemd), goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001031193 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming van het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe"; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/07/2019 numac 2019030659 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019013194 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 2 juli 2015 houdende benoeming van de leden van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 05/08/2019 numac 2019013757 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen voor wat betreft sommige bepalingen inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur sluiten ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 19/09/2002 pub. 10/06/2008 numac 2008031227 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud sluiten houdende afbakening van een beschermingszone rondom grondwaterwinningen in het Ter Kamerenbos en onder de Lotharingendreef in het Zoniënwoud, dat drie beschermingszones voor waterwinning afbakent; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 20/05/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020015046 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde sluiten tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde; Gelet op het gunstig advies van het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling van 2 september 2021; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2021Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2021 pub. 16/02/2022 numac 2022030491 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de vaststelling van een perimeter van voorkoop "Alhambra" op het grondgebied van de Stad Brussel sluiten tot goedkeuring van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en het bijbehorende milieueffectenrapport; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 04/07/2019 pub. 12/07/2019 numac 2019041346 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de besturen en instanties die verzocht worden hun advies uit te brengen in het kader van de door titels II en III van het BWRO bepaalde procedures met betrekking tot de plannen en de stedenbouwkundige verordeningen sluiten tot aanduiding van de besturen en instanties die verzocht worden hun advies uit te brengen in het kader van de door titels II en III van het BWRO bepaalde procedures met betrekking tot de plannen en de stedenbouwkundige verordeningen; Gelet op het advies van de gemeenteraden van de betrokken gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: - Gemeenteraad van de gemeente Ukkel van 19 mei 2022; - Gemeenteraad van de Stad Brussel op 25 mei 2022; Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van 25 april 2022; Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 2 mei 2022; Gelet op het advies van de raad voor het leefmilieu van 17 mei 2022 ; Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 mai 2022; Gezien de verzoeken om advies die op 23 maart 2022 aan de gemeenteraden van de gemeenten Watermaal-Bosvoorde en Elsene, aan de Economische en Sociale Raad (Brupartners), aan de Adviesraad voor huisvesting, aan de Milieuraad, aan Leefmilieu Brussel, aan het bestuur bevoegd voor Territoriale Planning (Perspective.brussels) zijn gericht, zonder dat deze instanties binnen de gestelde termijn advies hebben uitgebracht; Gelet op de klachten en opmerkingen die zijn geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan, dat van 28 maart tot en met 27 mei 2022 heeft plaatsgevonden in de gemeenten waarop deze wijziging betrekking heeft, zijnde de gemeenten Elsene, Ukkel, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde, overeenkomstig artikels 25 en 27 van het BWRO; Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 23 juni 2022, integraal opgenomen als bijlage *** van dit besluit; Gelet op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State van 27 januari
- Gewestelijk belang van de site van de hippodroom Overwegende dat de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde vanaf 1875 werd aangelegd in het verlengde van het Ter Kamerenbos waarmee hij in 1891 werd verbonden door de Renbaanlaan;dat deze aanleg voortvloeide uit de toenmalige politieke wil om de hoofdstad, naar het voorbeeld van Parijs en Londen, van een renbaan te voorzien; Overwegende dat er op de site later verschillende inrichtingen en bouwwerken bijgekomen zijn: de paddocks waarschijnlijk in de jaren 30, de tuinen achter de Grote Tribune en het Gokdorp naar een ontwerp van Paul Breydel na de Tweede Wereldoorlog, en de golfbaan in 1987; Overwegende dat de organisatie van paardenrennen in de jaren 80 is gestopt, waardoor de gebouwen buiten de piste leeg kwamen te staan; dat de 4 meest emblematische gebouwen tot 2016 zijn gerenoveerd (ruwbouw wind- en regendicht) en dat een 2e fase van de restauratiewerkzaamheden in 2022 is afgerond; dat een derde fase van de werkzaamheden in 2023 zal worden uitgevoerd; Overwegende dat de site van de hippodroom momenteel geografisch in 2 grote gehelen kan worden opgedeeld: - de paardenrenbaan met daarbinnen de installaties van de golfbaan; - de gebouwen en installaties tussen de renbaan en de Terhulpsesteenweg (Grote en Kleine Tribune, Weeglokaal, Gokdorp) met een aantal nevenparkings die ongeveer 70 parkeerplaatsen bieden; Overwegende dat er nog andere met de site gerelateerde zones zijn: - de zogenaamde hoofdparking waarop de herziening van het plan betrekking heeft; - het beboste gebied tussen de 2 renbanen ten westen van de site; - de andere beboste gebieden van het Zoniënwoud, hoewel ze geen deel uitmaken van de oorspronkelijke hippodroom; Overwegende dat de site eigendom is van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat een recht van erfpacht heeft verleend aan de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) die op haar beurt een concessierecht heeft verleend aan de nv Drohme exploitation; Overwegende dat het project is ontstaan vanuit de wens van de Brusselse Regering om deze site via een publiek-privaat partnerschap te herwaarderen en te doen uitgroeien tot een onthaal- en activiteitencentrum aan de rand van het Zoniënwoud; Overwegende dat de Regering dit voornemen tot herbestemming heeft bevestigd in het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) van 12 juli 2018; Dat het project daarin als volgt is omschreven: "Recreatie- en documentatiecentrum in de hippodroom van Bosvoorde De hippodroom van Bosvoorde is uitzonderlijk goed gelegen en bereikbaar in het Zoniënwoud. De gebouwen hebben een bijzondere patrimoniale kwaliteit en zijn gedeeltelijk gerenoveerd. Het geheel wordt een gewestelijk recreatie- en documentatiecentrum in het thema van de natuur, onderwijs en ontspanning. Het Drohme-project, dat de concessie kreeg van de MSI na een oproep tot mededinging, zal derhalve worden voortgezet." Gelet op het feit dat het besluit houdende vaststelling van het GPDO in zijn preambule stelt: "Dat, zoals is gepreciseerd in artikel 21 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het plan in al zijn bepalingen indicatief is; dat, hoewel de richtinggevende waarde van het plan geen absolute verplichting tot resultaten creëert voor de overheid die het vaststelt, zij voor deze overheid niettemin een verbintenis vormt wat de beoogde doelstellingen en de gekozen wegen om die te bereiken betreft (Doc. Br. H. R., A-108/1 - 90/91, p. 4)"; Overwegende bovendien dat het Gewest dit voornemen tot herbestemming ook heeft verankerd in de structuurvisie voor het Zoniënwoud die in overleg met de twee andere gewesten werd uitgewerkt; Dat dit document veel weg heeft van een richtschema waarin onder meer de toegangspoorten tot het Zoniënwoud worden aangeduid en waarvan de hippodroom, samen met het Rood Klooster, een van de twee belangrijkste vormt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; dat meer bepaald op pagina 81 het volgende te lezen staat: "De selectie als toegangspoort vereist echter een afstemming van het inrichtingsniveau in functie van de toekomstige rol in het woud. Ruimte voor voldoende en kwalitatief parkeren, horeca enz. dient aanwezig te zijn" (p. 81); Dat de structuurvisie voor het Zoniënwoud op de site van de hippodroom een bestaande dynamiek voor culturele, sportieve en recreatieve evenementen en horeca identificeert; dat het voorziet in een ontwikkeling van de site van de hippodroom rond het thema "natuur- en stadseducatie, inspelend op de scherpe rand tussen Brussel en het Zoniënwoud" en mogelijke invulling zoals "jeugdherberg, speel- en kampeerweide, educatief en avontuurlijk natuurpark, groene parking, ontvangstplein, ecoresto met eigen ecologische tuin en kwekerij, tribune als lesaula met zicht over het natuurpark enz." (p. 81); dat het de aanwezigheid van een parkeerterrein bevorderlijk acht voor de toegankelijkheid van het woud voor wandelaars; Overwegende dat het beheerplan voor het Brusselse Zoniënwoud, goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 juni 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/07/2019 numac 2019030659 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter goedkeuring van het beheerplan van het Brusselse Zoniënwoud type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 18/06/2019 numac 2019013194 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 2 juli 2015 houdende benoeming van de leden van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/06/2019 pub. 05/08/2019 numac 2019013757 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen voor wat betreft sommige bepalingen inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur sluiten de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde eveneens als één van de twee toegangspoorten identificeert, gekenmerkt door de aanwezigheid van een parking (Boek II, p. 168); Overwegende dat de site zich volgens het GBP in gebied bevindt voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de openlucht (GSVOL), in gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten (GV), in bosgebied (BG), in gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing (GCHEWS), in gebied van erfdienstbaarheden langsheen de randen van bossen en wouden; dat een zeer klein deel zich in een gebied met wegennet en structurerende ruimten bevindt;
- Historiek van het project voor de herontwikkeling van de site van de hippodroom - aanvragen voor stedenbouwkundige en milieuvergunningen Overwegende dat de nv Drohme Exploitation op 21 oktober 2015 tegelijkertijd een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning (voor het beschermde erfgoed) en een milieuvergunning van klasse 1A heeft ingediend met het oog op de aanleg van een actief vrijetijdspark op de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde teneinde er culturele, educatieve, sport- en ontspanningsactiviteiten te ontwikkelen, evenals activiteiten in verband met de natuur en evenementen, gezien het gemengde karakter van het project;dat een milieueffectenstudie aangaande het project werd uitgevoerd; Overwegende dat de milieuvergunning op 27 oktober 2017 door Leefmilieu Brussel werd afgeleverd; dat er verscheidene beroepen tegen deze beslissing werden ingesteld bij het Milieucollege dat in zijn beslissing van 26 februari 2018 de toekenning van de vergunning bevestigde, indien een aantal voorwaarden werden gewijzigd; dat er tegen deze beslissing verscheidene beroepen bij de Regering werden ingediend waarvan het laatste op 15 mei 2018 werd ontvangen; dat zij na het versturen van een herinneringsbrief geen uitspraak heeft gedaan binnen de vastgestelde termijnen zodat de milieuvergunning werd bevestigd conform artikel 82 van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen; dat deze vergunning het voorwerp uitmaakt van beroepen tot nietigverklaring bij de Raad van State die nog steeds hangende zijn; Dat Leefmilieu Brussel op 2 augustus 2019 de milieuvergunning op eigen initiatief heeft gewijzigd door de voorwaarden van artikel 4, Punt C. 4 § 3 "Monitoring van occasionele en tijdelijke evenementen" te vervangen; dat deze vergunning zoals ze werd gewijzigd 372 parkeerplaatsen toelaat, waarvan 302 voor de hoofdparking waarop dit wijzigingsplan van het GBP betrekking heeft; Overwegende daarnaast dat voordien, op 6 december 2018, een eerste stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar; Dat bepaalde handelingen en werkzaamheden die deze vergunning toestaat, gepland waren in bosgebied, en meer bepaald de herinrichting en uitbreiding van de bestaande parkings van 310 plaatsen, waarvan 240 voor de hoofdparking waarop dit ontwerp betrekking heeft, met het oog op een uitbreiding ervan tot 429 plaatsen; Dat de hoofdparking dus zowel in gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten als in bosgebied gelegen is; Overwegende dat de Raad van State deze stedenbouwkundige vergunning in zijn arrest nr. 243.466 van 23 januari 2019 opschortte; dat volgens de Raad van State de aanleg van een autoparking die voor langere periodes bedoeld is of zelfs hoofdzakelijk bestemd is voor de bezoekers van het "vrijetijdspark" op het eerste gezicht niet verenigbaar is met de bestemming als bosgebied volgens het gewestelijk bestemmingsplan; Overwegende dat deze vergunning vervolgens door de Raad van State in zijn arrest nr. 245.641 van 4 oktober 2019 werd vernietigd omdat de inrichting en het gebruik van de door deze vergunning toegestane hoofdparking in strijd is met artikels 15 en 0.7 van het GBP, aangezien deze parking niet verenigbaar is met een bosgebied en ook niet kan worden gekwalificeerd als een gebruikelijke aanvulling van en een toebehoren bij een bosgebied; Overwegende dat op 18 oktober 2019 een tweede stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar op basis van de gewijzigde plannen die voorzien in 372 plaatsen, waarvan 302 voor de hoofdparking waarop dit ontwerp betrekking heeft (in plaats van de 240 bestaande parkeerplaatsen); Dat in de toelichting bij deze vergunning wordt vastgesteld dat de feitelijke toestand van de parking niet ter discussie kan worden gesteld en dus van rechtswege verworven is voor wat betreft zijn perimeter en gebruik vóór de inwerkingtreding van de organieke wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw van 1962; Dat in de motivering voor deze vergunning wordt vermeld dat, aangezien aangetoond is dat het terrein sinds 1922 tot nu doorgaans als parking ingericht was en gebruikt werd, de voortzetting van deze activiteit niet aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen is, onder voorbehoud van de grindverharding die na 1962 werd uitgevoerd; dat deze grindverharding door de vergunning geregulariseerd wordt; Dat de vergunning is afgegeven op basis van gewijzigde plannen die de aanvrager op 18 oktober 2019 heeft ingediend naar aanleiding van de voorwaarden die de gemachtigde ambtenaar op grond van artikel 191 van het BWRO heeft geformuleerd, waaronder de voorwaarde dat "de geplande toestand van de hoofdparking wat de perimeter betreft, wordt aangepast aan de rechtstoestand (feitelijke toestand vóór de inwerkingtreding van de organieke wet op de ruimtelijke ordening van 1962), zoals aangegeven op de kaart in de bijlage bij dit besluit en ontworpen door architect Paul Breydel rond 1940"; Dat de vergunningsplannen 372 plaatsen toestaan, waarvan 302 voor de hoofdparking waarvan sprake in dit ontwerp (terwijl de originele vergunningsaanvraag voorzag in 499 plaatsen, waarvan 429 voor de hoofdparking); Dat deze vergunning nietig werd verklaard door arrest nr. 253.484, uitgesproken door de Raad van State op 8 april 2022, met hetzelfde motief als dit vernietigingsarrest. Dat de parking sindsdien beperkt is tot de plaatsen langs de Renbaanlaan, zoals het Milieucollege heeft toegegeven in een beslissing van 29 september
- Rechtvaardiging van de gedeeltelijke wijziging van het GBP Overwegende dat uit de bovenstaande ontwikkelingen blijkt dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals ook in het GPDO en in de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud wordt bevestigd, de hippodroom van Bosvoorde ten volle zijn rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud wil laten vervullen;dat deze ambitie, gelet op de bestaande mobiliteitsoplossingen, de aanwezigheid van een voldoende grote parking impliceert; Dat uit de opeenvolgende inventarissen van de parkings gelegen in het Brussels deel van het Zoniënwoud, opgesteld in 2000, 2007 en 2017, in het kader van de structuurvisie en het beheerplan van het Zoniënwoud, dat het aantal parkings respectievelijk van 28 naar 18 en vervolgens naar 14 is gedaald (ongeacht of het gaat om parkings met enkele parkeerplaatsen of parkings met tientallen plaatsen); Dat de geleidelijke sluiting van deze parkings zich heeft voortgezet in 2017 met de sluiting van drie parkings (Hendrickxdreef, Bundersdreef en Sint-Hubertusdreef); dat deze geleidelijke sluiting van parkings tot doel heeft de parkeergelegenheid te concentreren aan de twee "toegangspoorten" gelegen in het Brussels deel van het Zoniënwoud: de hippodroom van Bosvoorde en het Rood Klooster, gelegen aan de rand van het massief; Dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ongeacht het project dat mettertijd op de site zal worden ontwikkeld, zodat deze haar rol van pool voor het onthaal van het publiek maar ook van recreatieve en didactische pool aan de rand van het Zoniënwoud kan opnemen, meent dat de bestaande parking niet alleen behouden moet blijven, maar ook moet worden uitgebreid om toegankelijk te zijn voor zowel de gebruikers van het Zoniënwoud als die van de site van de hippodroom, en dit voor alle activiteiten (natuur, sport, ontspanning, cultuur, horeca enz.), opdat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud zou kunnen vervullen; dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meermaals de wens heeft geuit om een polyvalent gebruik van de parking mogelijk te maken: zowel toegang verlenen tot het Zoniënwoud als tot de site van de hippodroom, en voor deze laatste zelfs in de hoedanigheid van hoofdparking en voor langere periodes; Dat anders de toegang tot de site dermate beperkt zou worden dat de gewenste ontwikkeling ervan op het vlak van toegang tot het woud en het aanbod aan recreatieve en didactische activiteiten zou worden belemmerd en zou resulteren in een reeks ongewenste gevolgen (verschuiving naar het parkeren op de openbare weg en voor langere periode, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale zones van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het woud, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het bos en het winningsgebied, problematiek rond de opwaardering van het patrimonium van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten enz.); dat de aanzienlijke investeringen en de sociale en economische voordelen onherroepelijk verloren zouden kunnen gaan; Overwegende dat uit de twee arresten van de Raad van State, respectievelijk nr. 245.641 van 4 oktober 2019 en nr. 253.484 van 8 april 2022, waarbij de op december 2018 en oktober 2019 afgegeven stedenbouwkundige vergunningen worden vernietigd, blijkt dat een gedeeltelijke wijziging van het GBP nodig is om de herinrichting en uitbreiding van de bestaande parking mogelijk te maken; dat het wenselijk is het plan te wijzigen om te voorzien in een gebruik dat in overeenstemming is met de voornoemde gewestelijke doelstellingen teneinde deze infrastructuur te bestendigen en te voorzien van een aangepaste inrichting, die aanpasbaar is aan veranderende omstandigheden; Overwegende dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP aldus de wijziging beoogt van de bestemming van een deel van het bosgebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, in een gebied voor voorzieningen, gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat na lid 8.4 van bijzonder voorschrift 8 van het GBP wordt toegevoegd als nieuw lid 8.5, en dat als volgt luidt: "8.
- Het deel van het gebied voor voorzieningen dat zich ten westen van de Renbaanlaan in Ukkel bevindt en aan de Hippodroom van Ukkel-Bosvoorde grenst, is bestemd voor het gebruik als openluchtparking voor de gebruikers van dit gebied en voor de gebruikers van het aanpalende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied, in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden"; Overwegende dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP eveneens de wijziging beoogt van het deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de openlucht, dat zich in een bosgebied tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde bevindt, om het te bestemmen als bosgebied; 3.
- Verantwoording van de wijziging van het bosgebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gekoppeld aan een gedifferentieerd voorschrift Overwegende dat de wijziging van een deel van het bosgebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, die gekoppeld is aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift, gerechtvaardigd is om de herinrichting van de bestaande parking mogelijk te maken; Dat het inderdaad van openbaar nut is dat de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde een parking met voldoende capaciteit krijgt en dat deze kan worden aangelegd, zodat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat er eigenaar van is, de site voor een zo ruim mogelijk publiek kan openstellen en ervoor kan zorgen dat ze haar als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen; dat het namelijk de bedoeling is om de recreatieve activiteiten rond een van deze toegangspoorten te concentreren, zodat de kernen van grote biologische waarde in het hart van het bos intact blijven; Overwegende dat de hoofdparking van de site toegankelijk zal zijn voor het publiek, met name voor het publiek dat toegang wenst tot het Zoniënwoud en voor andere activiteiten in het nabijgelegen gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; Dat de parking aldus de toegang tot het Zoniënwoud en de activiteiten van zijn nieuwe onthaalruimte zal vereenvoudigen; Overwegende dat de zone waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, werd aangelegd en doorgaans wordt gebruikt als openluchtparking; dat dit gebruik (minstens) teruggaat naar 1922; Overwegende dat dit gebied bij de inwerkingtreding van het GBP in 2001 als bosgebied werd ingekleurd, hoewel het grotendeels onbebost was en al decennialang werd gebruikt als openluchtparking; Dat de bijzondere voorschriften van het bosgebied enkel handelingen en werkzaamheden toestaan die noodzakelijk zijn voor de bestemming van dit gebied of een rechtstreekse aanvulling vormen voor zijn ecologische, economische en sociale functie; Dat deze voorschriften, onder voorbehoud van de toepassing van de algemene voorschriften 0.9 en 0.11 van het GBP, een daadwerkelijke herinrichting van de parking, aangepast aan de hierboven aangehaalde ecologische noden en uitdagingen, verhindert; Overwegende dat de wijziging van het bedoelde gebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat de bestemming van de zone nadrukkelijk toestaat "als openluchtparking voor gebruikers van het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied" het mogelijk maakt om de inrichting ervan te herzien om de verschillende uitdagingen die zich voordoen als gevolg van de bestaande situatie, aan te pakken en om, ter gelegenheid van de herinrichting, een parking met landschappelijke herinrichting optimaal in te passen in de omgeving en aldus een daadwerkelijk actief beheer van de parking en van het water op de parking of ervan afkomstig te garanderen, teneinde de waterwinningsgebieden te vrijwaren en hierbij, aan de rand van de parking, een hoogwaardige bosrand te creëren; Dat dit gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift eveneens de mogelijkheid uitsluit om andere voorzieningen te bouwen die doorgaans worden toegestaan op grond van specifieke voorschriften die van toepassing zijn in gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten; Dat deze algemene uitsluiting het in de praktijk onmogelijk maakt om te bouwen in dit gebied dat beperkt is tot het exclusieve gebruik als openluchtparking en waardoor het aangrenzende bosgebied aldus in de kijker kan worden gezet; Dat deze wijziging het mogelijk maakt om de parking op te nemen in de uitbreiding van het reeds bestaande gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, gelegen ten oosten van de Renbaanlaan, waarin de voornaamste installaties van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zijn opgenomen; Bosvoorde 3.
- Verantwoording van de wijziging van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen in bosgebied Overwegende dat de wijziging van een deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, dat zich tussen de twee ringen bevindt ten westen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, in een bosgebied de ambitie als bos kan versterken en het non-aedificandigebied in het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht kan uitbreiden; Dat dit beboste gebied tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en de onmiddellijke omgeving ervan daardoor beter beschermd zullen zijn door de voorschriften die van toepassing zijn op het bosgebied en op de gebieden langs de rand van bossen en wouden, door het gebied onder meer te vrijwaren van alle voornemens om het gebied in te richten zoals toegelaten was volgens de voorschriften van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten die tot dan van toepassing waren; Dat deze toevoeging aan het bosgebied in zekere mate de bestemmingswijziging van de parkeerzone die zich momenteel in het bosgebied bevindt, zal compenseren; Dat op deze manier ook de rechtstoestand en de feitelijke toestand van deze gebieden op elkaar worden afgestemd;
- Milieueffectenrapport en passende effecten-beoordeling: onderzoek van de alternatieven en motivering van de keuze van het ontwerp Overwegende dat over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP een milieueffectenrapport (MER) overeenkomstig bijlage D van het BWRO en een passende beoordeling overeenkomstig artikel 57, § 1, tweede lid, van de Ordonnantie van 1 maart 2012 inzake natuurbehoud is opgesteld; Dat uit het MER blijkt dat een parking op deze locatie tegemoet komt aan een dwingende noodzaak; dat deze parking eerst en vooral een rol speelt als toegangspoort tot het bos (door de wandelaars door dit stuk bos te loodsen en zo alvast de drukte in de dieper gelegen bosgebieden te verminderen, maak ook het risico in te perken op wildparkeren, waartegen de overheid onafgebroken en met verschillende middelen moet optreden om het woud intact te houden) en vervolgens ook toelaat het bestaande gebied voor voorzieningen en het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten voldoende bereikbaar te maken, met dien verstande dat de omliggende wegen een dergelijke hoeveelheid geparkeerde wagens niet aankunnen; Dat het MER evenwel aantoont dat het behoud van de parking in de huidige staat niet wenselijk is; Dat de parking in zijn huidige vorm geen echt beleid inzake parkeerbeheer mogelijk maakt dat aangepast is aan evenementen en waarbij de parking kan worden gebruikt overeenkomstig zijn bestemming; Dat zijn capaciteit van ongeveer 240 plaatsen (naast de bijkomende 70 plaatsen die zich op het aangrenzende gebied bevinden) als onvoldoende worden beoordeeld om tegemoet te komen aan de functie van toegangspoort tot het Zoniënwoud en de nieuwe onthaalruimte met de bijhorende negatieve effecten (toename van het parkeren op de openbare weg en voor een langere periode, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale gebieden van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het bos, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het woud en het winningsgebied, problematiek rond de opwaardering van het patrimonium van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten enz.); Dat uit het MER en de passende beoordeling blijkt dat het aanvankelijke project tot uitbreiding van de parkeeroppervlakte om het aantal plaatsen op de hoofdparking op te trekken van 428 naar 535 in het beboste massief zou toelaten tegemoet te komen aan de vraag naar parkeerplaatsen tijdens periodes van gemiddelde drukte in het Zoniënwoud en tijdens grote drukte bij normale bedrijvigheid in de voormalige hippodroom. De site zou zo de rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud en haar functie van toegangsruimte zoals de structuurvisie van het Zoniënwoud vooropstelt, kunnen vervullen; Dat deze oppervlakte-uitbreiding op zich geen afbreuk doet aan de historische, esthetische en wetenschappelijke waarde van de site, gelet op de beperkte waarde van het gebied en rekening houdend met het bestaan van de voormalige parking en de doelstelling om wandelaars op afstand te houden van het hart van het bos; Dat de impact van het kappen van bomen waartoe deze uitbreiding zou leiden in het bebost gebied ten westen van de bestaande parking, die van geringe omvang is op schaal van het bos, evenwel de oppervlakte van het bosmassief verkleint (met ongeveer 3.800 m2 ten opzichte van de 4.400 ha van het massief), terwijl het bebost gebied in kwestie, ook al is het van beperkte waarde, ten goede kan worden ingericht als een hoogwaardige rand die een betere overgang naar de parking mogelijk maakt; Overwegende dat het onderzochte alternatief (alternatief 1) om de grondinname van de bestaande hoofdparking aan de rand aan te passen, meer bepaald ter hoogte van de ingang van de parking en aan het andere uiteinde, de herinrichting van de parking zou mogelijk maken met een theoretische capaciteit van 280 tot 350 parkeerplaatsen; Dat het voordeel van dit alternatief is dat het minder gevolgen heeft voor het landschap, omdat er geen extra bomen dienen te worden geveld; Dat dit alternatief kan worden gerealiseerd met aanplantingen die beter opgaan in het geheel van de beschermde site en de heropbouw van een echte bosrand met de verwachte voordelen op het vlak van fauna en flora bewerkstelligt; Dat deze variant meer parkeerplaatsen zou opleveren dan de bestaande situatie (240 plaatsen); dat deze variant weliswaar minder parkeerruimte biedt dan het aanvankelijk beoogde aantal (428 tot 535 plaatsen), maar met de 70 extra plaatsen op buurtparkings op afdoende manier kan voldoen aan de parkeerbehoefte die voortvloeit uit de bestemming van de site als toegangspoort en onthaalruimte van het Zoniënwoud; Dat deze variant uiteindelijk een sterkere modal shift naar andere alternatieve transportmiddelen zal bevorderen dan het oorspronkelijke project, wat dan weer strookt met de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan; Dat het risico op een toename van geparkeerde auto's op de openbare weg moet worden afgewogen in het licht van de mobiliteitsdoelstellingen die het gebruik van de auto op korte en/of lange termijn systematisch willen inperken, wat ook via een beperking van het parkeeraanbod verloopt; Overwegende dat de Regering voornemens is de aanbevelingen van de effectenbeoordeling om de hierboven uiteengezette redenen op te volgen door te kiezen voor het onderzochte alternatief 1; dat deze wijziging de herontwikkeling, met enkele aanpassingen, mogelijk maakt van de bestaande feitelijke situatie, die vóór de inwerkingtreding van de richtlijn is verworven en waarvan de handhaving en herontwikkeling gerechtvaardigd zijn gelet op de nieuwe behoeften van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en van de goede inrichting van deze toegangspoort tot het Zoniënwoud; dat met bepaalde aanpassingen aan de grondinname, zonder noemenswaardige bijkomende gevolgen voor de bosrand, het plan in overeenstemming wordt gebracht met de hierboven ontwikkelde doelstellingen van algemeen belang;
- Beperkingen die van toepassing zijn op de gewijzigde bestemmingszones Overwegende dat de nieuwe gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten en het bosgebied onderworpen zijn aan verscheidene beperkingen op het vlak van bescherming waarmee rekening werd gehouden in de gedeeltelijke wijziging van het GBP; 5.
- Beschermingsbesluit van het gebied Overwegende dat de nieuwe gebieden voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten en het bosgebied zich binnen de perimeter bevinden van het koninklijk besluit van 2 december 1959 houdende bescherming van het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos; Dat deze gebieden onderworpen zijn aan de algemene verbodsbepalingen van artikel 232 van het BWRO aangaande de gevolgen van de bescherming; dat de verbodsbepalingen die vasthangen aan de bescherming op grond van artikel 232 van het BWRO ook van toepassing zijn op een besluit tot wijziging van het GBP, zoals de Raad van State in zijn arrest nr. 188.117 van 20 november 2008 vermeldt; Dat dient te worden opgemerkt dat het bestaan van een beschermingsbesluit voor een site op zichzelf niet van dien aard is dat het binnen het beschermde gebied verbiedt handelingen te verrichten en werken uit te voeren waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is; dat artikel 232 van het BWRO handelingen en werken verbiedt die tot gevolg hebben dat de site de waarde verliest die de bescherming ervan rechtvaardigde of die geen rekening houden met zijn bijzondere behoudsvoorwaarden; Dat op basis van de analyse van artikel 6 van de wet van 7 augustus 1931 en de omzetting ervan in het Brussels recht, voormelde beperkingen in het beschermingsbesluit geen bijzondere behoudsvoorwaarden vormen in de zin van de artikelen 211, § 2, 214 en 232, 3° van het BWRO, maar een opsomming van de handelingen en werken die enkel toegestaan zijn met de vergunning waarnaar diezelfde bepaling verwijst, d.w.z. een stedenbouwkundige vergunning volgens de huidige wetgeving; Dat hieruit volgt dat het beschermingsbesluit niet leidt tot een principieel verbod op het optrekken van nieuwe bouwwerken of de wijziging van bestaande bouwwerken en installaties, zoals de aanleg van de bestaande parking; Overwegende dat het gedifferentieerde stedenbouwkundige voorschrift en de wijzigingen in gebiedsindeling die voortvloeien uit het ontwerp tot wijziging van het GBP in dit geval niet onverenigbaar zijn met artikel 232 van het BWRO, aangezien zij in het geval van het beschermde landschap van het Zoniënwoud geen afbreuk doen aan een van de belangen die de bescherming van dit landschap rechtvaardigen; Dat het koninklijk besluit van 2 december 1959 het geheel gevormd door het Zoniënwoud en het Kapucijnenbos beschermt als landschap om zijn wetenschappelijke, esthetische en historische waarde, maar niet nader bepaalt welke belangen qua erfgoed de bescherming van het gebied rechtvaardigen; Dat het voorstel tot bescherming dat uitgaat van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 25 maart 1955 vermeldt dat de bescherming bedoeld is om "het Zoniënwoud als nationaal opmerkelijk natuurgebied te beschermen tegen alle ingrepen die zijn uitzicht, fraaie indeling of omvang zouden kunnen aantasten"; Dat het gebied waarin de bestaande hoofdparking van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde zich bevindt, reeds - volledig of gedeeltelijk - als dusdanig wordt gebruikt sinds 1922 en in 1959 werd beschermd; Dat dit gebied ongetwijfeld uiteenlopende veranderingen heeft ondergaan in de loop van de jaren, zoals onder meer het verdwijnen van bepaalde bomen en de bijhorende uitbreiding van de parkeermogelijkheden; Dat het ontwerpplan ook bepaalde grenzen van de bestaande parking aanpast om onder meer een klein gedeelte aan zijkant van de hippodroom niet in aanmerking te nemen en om aan de overzijde, ter hoogte van de ingang, de parking uit te breiden in een gebied van geringe waarde (invasieve soort - Japanse duizendknoop); Dat deze ontwikkelingen die in de gedeeltelijke wijziging van het plan worden bekrachtigd, door hun beperkte omvang op schaal van het Zoniënwoud en hun inplanting langs historische infrastructuren die zich binnen de beschermde perimeter (hippodroom) bevinden, als dusdanig geen afbreuk doen aan het wetenschappelijk, esthetisch en historisch belang van het beschermde landschap van het Zoniënwoud; Dat de voorgestelde wijziging bovendien geen gevolgen heeft voor het behoud van de aanwezige, opmerkelijke bomen en dus de aanbevelingen van het MER volgt; Dat een heringerichte parking binnen de perimeter van de bestaande parking, met aanpassingen aan de rand ervan, ook voordelen heeft voor het in stand houden van de belangen die gevrijwaard zijn door de bescherming; Dat de wandelaars over een hoogwaardige parking kunnen beschikken aan de toegangspoort van het beschermde gebied zal er tevens toe bijdragen dat de wandelaars vlotter door dit stuk bos kunnen worden geloodst, dat de drukte in de dieper gelegen bosgebieden wordt verlicht en dat het risico op wildparkeren, waartegen de overheid onafgebroken en met verschillende middelen moet optreden om het bosmassief intact te houden, wordt ingeperkt; dat dit een volwaardige landschappelijke inplanting van de parking zal mogelijk maken door de aanplanting van bomen die voor een betere inpassing van de parking in het beschermde landschap zorgen, en dat het MER en de passende beoordeling aanbevelen om bij de herinrichting daadwerkelijk een aangepaste bosrand uit te werken, die momenteel ontbreekt; dat deze eveneens zal toelaten de verplichtingen met betrekking tot beschermingsgebied III voor waterwinning na te leven; Dat het toekomstige gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten gekoppeld aan een gedifferentieerd stedenbouwkundig voorschrift dat nadrukkelijk de bestemming toestaat van het gebied "voor gebruik als openluchtparking", het behoud van de parking garandeert en tegelijk de kwaliteitsvolle herinrichting ervan mogelijk maakt ten gunste van de rest van het beschermde landschap, rekening houdend met de aanbevelingen in het milieueffectenrapport waarmee bij de uitvoering van het plan rekening zal moeten worden gehouden; Dat de zone tussen de twee ringen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde beter zal beschermd worden door middel van voorschriften die gelden voor het toekomstige bosgebied; Dat de belangen die de bescherming van het landschap rechtvaardigen aldus worden gevrijwaard en in bepaalde opzichten zelfs worden versterkt; 5.
- Aangepast gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden Overwegende dat het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten verder aan de rest van het bosgebied blijft grenzen; dat het gebied bijgevolg onderworpen is aan het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden, dat wordt vastgelegd in het bijzonder voorschrift 16 van het GBP dat voorziet in een non- aedificandigebied - grondverharding inbegrepen - tot 60 m vanaf de rand van het bos of het woud, wat onder bepaalde voorwaarden eventueel tot 30 m kan worden beperkt; dat dit voorschrift, onder voorbehoud van de toepassing van de behoudsclausule, de plaatsing van een aangepaste verharding en de nodige aanpassingen voor de aanleg van een openluchtparking die toegankelijk is voor het publiek, verhindert; Dat het gedifferentieerde stedenbouwkundige voorschrift van het gebied dat geen andere inrichting toestaat dan een openluchtparking "in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden" de vergunning mogelijk maakt van alle handelingen en werken die nodig zijn voor de aanleg van de enige "openluchtparking voor de gebruikers van het nabijgelegen gebied voor voorzieningen, het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied " die toegestaan is in het gebied, en dit tot 60 m vanaf de rand van het aangrenzende bosgebied dat in stand wordt gehouden; Dat alle overige handelingen en werken verboden blijven in deze perimeter met toepassing van het voornoemde gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden; 5.
- Nabijheid van het Natura 2000-gebied Overwegende dat het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten zich aan de rand bevindt van station IA1 van de speciale beschermingszone I die werd aangewezen door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe"; Dat dit station een beschermingszone bevat voor habitattype 9160 (Sub-Atlantische en Midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukenbossen behorend tot het Carpinion betuli); Dat uit de passende beoordeling waarnaar wordt verwezen, blijkt dat het plan de doelstellingen voor het behoud van het (dichtbijgelegen) Natura 2000-gebied niet afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of ontwerpen in gevaar dreigt te brengen; Dat de passende beoordeling schadebeperkende maatregelen aanbeveelt waarmee rekening zal moeten worden gehouden tijdens de uitvoeringsfase van de gedeeltelijke wijziging van het plan; Dat de perimeter van het gebied voor voorzieningen, dat hoofdzakelijk het bestaande parkeerterrein inneemt, trouwens werd aangepast langs de rand, zonder dat dit ten koste gaat van de hoogwaardige gebieden; Overwegende dat het nieuwe bosgebied zich in de perimeter van het station IA1 van de voornoemde speciale zone voor natuurbehoud bevindt; dat dit deel van het Natura 2000-gebied geen enkele beschermde habitat omvat; Dat uit de passende beoordeling waarnaar wordt verwezen, blijkt dat het plan de doelstellingen voor het behoud van het (dichtbijgelegen) Natura 2000-gebied niet afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of ontwerpen in gevaar dreigt te brengen; Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat de gedeeltelijke wijziging van het plan wellicht geen doorslaggevende gevolgen zal hebben voor het betrokken gebied. 5.
- Beschermd waterwingebied van niveau III Overwegende dat de zone opgenomen is in een beschermd waterwingebied van niveau III; Dat er geen principieel verbod is op de aanleg van een openluchtparking; dat het MER opmerkt dat de parking in zijn huidige vorm onvoldoende bescherming biedt: tijdens hevige regenbuien stroomt het meeste regenwater af naar de (sterk aangedrukte) parking en wordt het hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks afgevoerd via de Terhulpsesteenweg waar de afvoer het regenwater in het woud en in het beschermd waterwingebied loost; dat het MER, teneinde de grondwaterwinning te beschermen, aanbeveelt om alle lozingen van het regenwater van de parking naar de beschermingszone van de grondwaterwinning te voorkomen; de opvang van regenwater te voorzien via een verharding of een waterdichte laag; het regenwater van de parking te bufferen en te zuiveren voor het insijpelt of afvloeit naar het rioleringsnetwerk langs de Terhulpsesteenweg; dat deze maatregelen moeten worden bestudeerd in het kader van de vergunningsaanvragen, na voorafgaand advies van ViVAQUA;
- Samenvatting van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen die zijn geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek en van de manier waarop de Regering er rekening mee heeft gehouden Overwegende dat het ontwerp tot gedeeltelijke wijziging van het GBP en zijn MER onderworpen werd aan een openbaar onderzoek op het grondgebied van de gemeentes waarop deze wijziging betrekking heeft, zijnde de gemeentes Elsene, Ukkel, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde; Dat de perimeter van deze wijziging zich op het grondgebied van de gemeente Ukkel en in de onmiddellijke nabijheid van het grondgebied van de gemeente Elsene, de Stad Brussel en Watermaal-Bosvoorde bevindt; 6.1 Noodzaak van een gedeeltelijke wijziging van het GBP Overwegende dat sommige eisers voorstander zijn van de gedeeltelijke wijziging van het GBP; Dat andere eisers bezwaar maken tegen de inhoud van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP, die ertoe strekt wat een bosgebied zou moeten zijn, om te vormen tot een parking, deels gelegen in een non-aedificandigebied, aan de rand van en zelfs in een Natura 2000-gebied, in een gebied met een zeer hoge biologische waarde, in een beschermd landschap met erfgoedwaarden, in een waterwingebied, naast een gewestweg waarvan de maximale capaciteit reeds is overschreden; Overwegende dat de Regering aangeeft dat het deel van het bosgebied dat in het kader van de onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP wordt gewijzigd in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, in feite al tientallen jaren wordt gebruikt als parking met een onmiskenbaar nut; dat deze wijziging tot doel heeft de herinrichting van de bestaande parking binnen de huidige grondinname mogelijk te maken, zonder dat het bosareaal wordt verkleind, zodat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen, overeenkomstig de doelstellingen van het GBP, de structuurvisie en het beheersplan van Zoniënwoud; dat de terugtrekking van de grens van het bosgebied een terugtrekking van het non-aedificandigebied impliceert; dat voor het nieuwe gebied voor voorzieningen een nieuw gedifferentieerd voorschrift geldt dat voorziet in een afwijking voor de herinrichting van de parking in het non-aedificandigebied; dat voor de onderhavige wijziging een milieueffectrapport is opgesteld en een passende beoordeling van de milieueffecten ervan op het aangrenzende Natura 2000-gebied is verricht; dat in dit verband de gevolgen van de wijziging op het gebied van biodiversiteit, fauna en flora, gebouwde omgeving, materiële activa en cultureel erfgoed, met inbegrip van architectonisch en archeologisch erfgoed, landschap, water en bodem, mobiliteit en parkeren, enz. werden bestudeerd; dat in dit verband is rekening gehouden met de aanwezigheid van het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelstellingen daarvan, met het besluit tot bescherming van het Zoniënwoud, meer bepaald met de beschermingszone van het waterwingebied; dat aan het eind van zijn analyse het MER verscheidene aanbevelingen heeft gedaan die in de onderhavige wijziging van het plan zijn opgenomen; Zo is de grondinname van de nieuwe zone voor voorzieningen bepaald op basis van de door het MER in aanmerking genomen variant 1; dat voorts in het stadium van de vergunningsaanvragen en de uitvoering daarvan rekening zal moeten worden gehouden met andere aanbevelingen die niet onder het toepassingsgebied van het GBP vallen; dat voor het overige wordt verwezen naar de hieronder en hierboven ontwikkelde overwegingen; Overwegende dat sommige eisers zich verzetten tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan op grond van het feit dat dit een nieuwe fase vormt in het op maat ontrafelen van het GBP om het aan te passen aan een specifiek project zonder globale visie; dat zij eisen dat het GBP wordt geëerbiedigd en dat de huidige voorschriften ervan gehandhaafd blijven; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP tot doel heeft de grafische en letterlijke voorschriften van het GBP binnen een afgebakende perimeter te wijzigen, teneinde een ontwikkeling van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde mogelijk te maken in overeenstemming met de gewestelijke doelstellingen die zijn opgenomen in het GPDO, in de structuurvisie van het Zoniënwoud en in het beheerplan ervan, om deze infrastructuur te bestendigen en een inrichting mogelijk te maken die is aangepast aan de veranderende omstandigheden; Dat de werkingssfeer van deze wijziging beperkt blijft tot de perimeter in kwestie en niet tot gevolg heeft dat het GBP, waarvan de overige voorschriften van toepassing blijven in het gehele Brusselse Gewest, met inbegrip van de site van de hippodroom, wordt "ontrafeld"; Overwegende dat sommige eisers de dringende noodzaak van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP, net nu een ontwerp van globale herziening van het plan wordt bestudeerd, in twijfel trekken; dat zij van mening zijn dat privébelangen een dergelijke dringende noodzaak niet kunnen rechtvaardigen; dat zij verzoeken dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP wordt opgenomen in de globale hervorming waarmee onder deze legislatuur een begin is gemaakt; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de herontwikkeling van de site van de hippodroom en de ontwikkeling ervan als toegangspoort tot het Zoniënwoud al meer dan 4 jaar is gepland, met name door het GBP; Dat er geen reden is om deze eenmalige wijziging, die trouwens al lang overwogen wordt
(2019), te integreren in de op 23 december 2021 gestarte procedure tot wijziging van het GBP, die een globale herziening van dit plan beoogt, wat meerdere jaren in beslag zal nemen; Dat het ontbreken van enig vooruitzicht op de herinrichting van een aan de behoeften van het gebied aangepaste parking op korte termijn de bovengenoemde gewestelijke doelstellingen in gevaar zou kunnen brengen, met het risico dat de bouwwerken door leegstand nog meer schade oplopen met als gevolg dat zowel de aanzienlijke overheidsinvesteringen als de sociale en economische voordelen onherroepelijk verloren zouden gaan; Overwegende dat sommige eisers bezwaar maken tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan omdat deze de geloofwaardigheid van andere regelgevende plannen van ruimtelijke ordening aantast; Dat volgens sommige eisers het ontwerp in strijd is met de verplichting tot vergroening van het binnenterrein van huizenblokken en de doelstelling voor de ontwikkeling van groene ruimten en van het groene netwerk van het GPDO; Dat sommige eisers de overeenstemming van het ontwerp met het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove in twijfel trekken; dat anderen van mening zijn dat het ontwerp in strijd is met de beginselen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove; Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van mening is dat de uitbreiding van de parking niet strookt met een aantal doelstellingen van het GPDO ("Het gebruik van het openbaar vervoer bevorderen") en het GMP Good Move ("De verschuiving van de auto naar andere vervoerswijzen aanmoedigen"), gelet op de goede bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP in overeenstemming is met de doelstellingen van het GPDO, met name wat betreft de herontwikkeling van de site van de hippodroom; en dit zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen voor de ontwikkeling van groene ruimtes en van het groene netwerk van het GPDO, aangezien de wijziging het behoud en de herinrichting van de parking op de site van de hippodroom mogelijk maakt, bijdraagt tot de ontwikkeling van deze site als toegangspoort tot het Zoniënwoud en een reeks negatieve gevolgen voor het Zoniënwoud helpt voorkomen (onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale gebieden van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het bos, geen beheer van het regenwater op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het bos); Dat de verplichting tot instandhouding en verbetering van de vegetale, dan wel minerale, esthetische en landschappelijke kwaliteiten van de binnenterreinen van huizenblokken, als bedoeld in voorschrift 0.6 van het GBP, niet geldt voor de betrokken perimeter, die geen enkel binnenterrein van een huizenblok omvat; Dat het MER eraan herinnert dat, volgens gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove, tegen 2030 een vermindering van het aantal verplaatsingen met de auto met ongeveer 25 % wordt verwacht en bijgevolg een vermindering van de geraamde parkeerbehoefte, met dien verstande dat deze vermindering evenwel geleidelijk zal verlopen en gepaard zal gaan met inrichtingen ten gunste van het openbaar vervoer en van voetgangers en fietsers; dat het MER aangeeft dat de overeenstemming van de gedeeltelijke wijziging van het GBP met het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove dus afhangt van de toegestane capaciteit van de parking en de toegepaste beheersmethode, rekening houdend met de evolutie van de bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer en de voorzieningen voor voetgangers en fietsers in het Brusselse gewest; dat het vaststelt dat het theoretisch mogelijk is tot 535 parkeerplaatsen in de perimeter in te richten, en dat de gekozen variant 1 de inrichting van maximaal 360 plaatsen mogelijk maakt, waardoor een grotere modal shift naar alternatieve vervoerswijzen voor de auto aangemoedigd wordt, en deze variant aldus voldoet aan de doelstellingen van het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove; Overwegende dat sommige eisers van mening zijn dat het ontwerp het recht van de burgers op een gezond milieu schendt; Overwegende dat de Regering aangeeft dat voor de gedeeltelijke wijziging een milieueffectenbeoordeling is uitgevoerd; dat in het MER met name de gevolgen van de wijziging voor fauna, flora, microklimaat, luchtkwaliteit, enz. zijn onderzocht, zonder dat daarbij significante gevolgen voor het milieu zijn vastgesteld; dat de gevolgen moeten worden gerelativeerd in het licht van de nagestreefde doelstellingen van gewestelijk belang; dat in het MER aanbevelingen zijn gedaan om deze gevolgen te verminderen; dat de aanbevelingen van het MER die binnen het detailniveau van het GBP vallen, erin zijn opgenomen; dat voor het overige met de overige aanbevelingen rekening zal moeten worden gehouden in het stadium van de vergunningsaanvragen; 6.
- De wijziging van het GBP beantwoordt aan een dwingende noodzaak Overwegende dat sommige eisers van mening zijn dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP een zeer schadelijk precedent vormt dat de geloofwaardigheid van het Regeringswerk onderuit zal halen; Dat sommige eisers zich verzetten tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan omdat deze tot doel heeft een onwettige toestand te bestendigen en de gerechtelijke beslissingen van de Raad van State en de inspanningen van burgers en milieuverenigingen omzeilt; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de wettigheid van de bestaande parking erkend is door een op 18 oktober 2018 afgegeven bouwvergunning, op basis van een feitelijke toestand die minstens sinds 1940 bestaat, dat wil zeggen vóór de inwerkingtreding van de organieke wet van 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat die vergunning ondertussen is geannuleerd door het arrest van de Raad van State nr. 253.484 van 8 april 2022; dat de Raad van State in dat arrest de wettigheid van de regelmatig voor 1962 verworven parking niet ter discussie stelt; dat hieraan moet worden toegevoegd dat die parking is aangelegd en uitgebaat lang voordat hiervoor een milieuvergunning was vereist krachtens de ordonnantie van 30 juli 1992 houdende de milieuvergunningen; Dat los van deze vraag de gedeeltelijke wijziging van het GBP noodzakelijk is om te voorzien in een bestemming van de perimeter in overeenstemming met de gewestelijke doelstellingen van het GPDO en de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud; het huidige gebruik van de parking als bosgebied maakt het niet mogelijk de infrastructuur van de parking te bestendigen, en maakt ook geen herinrichting mogelijk die is aangepast en aanpasbaar is aan veranderende omstandigheden, hoewel dit noodzakelijk is opdat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud ten volle zou kunnen spelen; Dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP het voorwerp heeft uitgemaakt van een milieueffectenrapport en van een passende beoordeling ervan om iedere aanzienlijke impact op het milieu te voorkomen; dat de aanbevelingen van deze beoordelingen die binnen het detailniveau van het GBP vallen, in de gedeeltelijke wijziging van het GBP zijn opgenomen; dat de overige aanbevelingen zullen moeten worden opgevolgd in het stadium van de vergunningsaanvragen; Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op de dwingende noodzaak die de Regering aanvoert om de gedeeltelijke wijziging van het plan te rechtvaardigen; dat zij van mening zijn dat het enkel gaat om de wens van de Regering om de bestaande parking te handhaven of zelfs uit te breiden, los van de activiteiten die op de hippodroom worden ontwikkeld; dat zij erop wijzen dat de dwingende noodzaak van de inwoners van Brussel bestaat in het hebben van natuurgebieden zoals het Zoniënwoud, en dat inkrimping van het Zoniënwoud ten behoeve van automobilisten niet beantwoordt aan een dwingende noodzaak; Dat sommige eisers van mening zijn dat de reden ter rechtvaardiging van de wijziging van het GBP om de thans illegale bezetting van deze parking in een Natura 2000-gebied te legaliseren, niet kan worden geacht van algemeen belang te zijn; Overwegende dat de Regering erop wijst dat in het GPDO, de structuurvisie van het Zoniënwoud en het beheersplan ervan de site van de hippodroom is aangewezen als gewestelijk recreatie- en documentatiecentrum rond het thema natuur, educatie en ontspanning en als toegangspoort tot het Zoniënwoud, waarvoor met name een voldoende aantal kwaliteitsvolle en met groen uitgeruste parkeerplaatsen nodig zijn; Dat bij gebrek aan een parking de toegang tot de site dermate beperkt zou zijn dat de gewenste ontwikkeling ervan zou worden belemmerd, wat zou resulteren in een reeks ongewenste gevolgen (verschuiving naar vaker en langduriger parkeren op de openbare weg, onbevredigende oplossing voor de ambitie om de toegang tot de meer centrale zones van het Zoniënwoud te beperken, geen oplossing voor het risico op wildparkeren in het woud, geen waterbeheer op de parking met het risico op directe of indirecte afvloeiing naar het bos en het winningsgebied, problemen om het erfgoed van de voormalige hippodroom en de bijhorende activiteiten op te waarderen enz.); Dat het ontbreken van parking ertoe zou kunnen leiden dat de gebouwen van de site zouden komen leeg te staan en dat de hierboven verduidelijkte rol van de site als toegangspoort tot het Zoniënwoud hierdoor in het gedrang zou komen. Dat het in het MER gekozen alternatief (variant 1) het mogelijk maakt de bestaande parking binnen de huidige grondinname her in te richten, zonder aantasting van het Natura 2000-gebied en zonder enige kap of vermindering van het bos; 6.2.1 Noodzaak tot herontwikkeling van de site van de hippodroom Overwegende dat sommige eisers voorstander zijn van de herontwikkeling van de site van de hippodroom; Dat de stad Brussel de herkwalificatie van de site van de hippodroom als toegangspoort tot het Zoniënwoud steunt; dat ze erop aandringt dat een conversie van de site naar een functie voor voorzieningen op termijn zou kunnen worden uitgevoerd; Dat sommige eisers opmerken dat de site van de hippodroom een prachtige kans biedt voor het gewest op het vlak van bewustmaking en natuurbescherming; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP tot doel heeft de herontwikkeling van de site van de hippodroom te verzekeren opdat het zijn rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud zou kunnen vervullen, zoals verderop zal worden toegelicht; Overwegende dat sommige eisers vragen om opheldering te scheppen over de geplande activiteiten op de site van de hippodroom, over de verdeling tussen de publieke en private betrokken partijen en over de aard en de voorwaarden van het opgezette partnerschap; Dat sommige eisers van mening zijn dat massale recreatieve en feestelijke activiteiten niet verenigbaar zijn met de rust van het bos en zijn bewoners, noch met die van de meeste gebruikers ervan; Dat zij kritiek hebben op de ontwikkeling van een actief vrijetijdspark met diverse feestelijke activiteiten aan de ingang van het woud, maar zonder enig verband met het woud en ter rechtvaardiging van de inrichting van een grote parking, omdat deze activiteiten niet verenigbaar zijn met de rol van toegangspoort tot het Zoniënwoud; de organisatie van privé-evenementen op een met overheidsgeld gerenoveerde site, een bron van overlast ten nadele van de rust van de omwonenden; de economische en sociale visie van het Drohme-project en de kortetermijnvisies daarop; de aanwezigheid van reclame die in strijd is met de aard van de locatie en de waarde ervan naar beneden haalt; dat zij ertegen zijn dat het Zoniënwoud een plaats voor sportactiviteiten wordt, omdat er al andere plaatsen voor de ontwikkeling van deze activiteiten zijn (stadions, BLOSO-centrum, enz.); Dat sommige eisers wijzen op de ongunstige adviezen van de KCML in het kader van de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen met betrekking tot de herontwikkeling van de site van de hippodroom; dat de KCML herinnert aan het standpunt dat zij met betrekking tot de hoofdparking heeft ingenomen in haar gunstig eensluidend advies, met belangrijke voorbehouden, uitgebracht in haar zitting van 4 oktober 2017; Dat sommige eisers geen vertrouwen hebben in de beheerder van de site van de hippodroom; Dat sommige eisers vragen dat het project voor de herontwikkeling van de hippodroom opnieuw wordt bekeken in dienst van het Brusselse Gewest; dat zij vragen om terug te keren naar de grondslagen van het ontwerp op de site van de hippodroom, namelijk een toegangspoort tot het Zoniënwoud, gekoppeld aan een ruimte voor gezins- en sportactiviteiten; dat zij vragen om de overlast veroorzaakt door de organisatie van grote evenementen op de site zoveel mogelijk te beperken; Dat sommige eisers vragen dat de renovatie van de site van de hippodroom zou worden voortgezet op een manier die respectvol omgaat met de natuur, erop toeziet dat de site voor iedereen toegankelijk blijft, zonder schade toe te brengen aan het bosgebied, de parkeergelegenheid voor auto's beperkt, rekening houdend met de werkelijke behoeften van de Brusselse bevolking en niet met privébelangen, en met behoud van een uitzonderlijk en kostbaar bosmilieu; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de gedeeltelijke wijziging niet de volledige site van de hippodroom betreft, maar alleen de hoofdparking en eveneens het gebied tussen de twee ringen van de hippodroom; dat de wijziging tot doel heeft het behoud en de herinrichting van een polyvalente parking mogelijk te maken, namelijk voor de toegang tot het Zoniënwoud en tot de site van de hippodroom, inclusief voor deze laatste in hoofdorde, overeenkomstig de doelstellingen van het GPDO en de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud; Dat de huidige beoogde wijziging tot doel heeft te voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften van de gebruikers van het gebied voor voorzieningen, van het recreatiegebied en het bosgebied; dat, hoewel deze behoeften berekend werden met inachtneming van de huidige en toekomstige activiteiten die in dit stadium op de site zijn gepland, de geraamde behoeften het mogelijk maken een projectie te maken van de behoeften los van het DROHME-project, in zijn momenteel geplande configuratie, waardoor de site kan voldoen aan de verschillende doelstellingen die eraan zijn toegekend, met het oog op het vervullen van zijn rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud; Dat de ontwikkeling en het beheer van de site van de hippodroom buiten het toepassingsgebied van deze wijziging van het GBP vallen; 6.2.2 Noodzaak tot het creëren van een toegangspoort tot het Zoniënwoud, uitgerust met een parking Overwegende dat sommige eisers voorstander zijn van een gedeeltelijke wijziging van het plan om de parking in overeenstemming te brengen, zodat de site van de Hippodroom van Ukkel-Bosvoorde "zijn rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud ten volle kan spelen [en dat] deze ambitie, gelet op de bestaande mobiliteitsoplossingen, de aanwezigheid van een voldoende grote parking impliceert", om de site op te waarderen, want zo niet dreigen alle voordelen van de grote renovatie-investeringen die zijn gebeurd, verloren te gaan; Dat de stad Brussel de herkwalificatie van de hippodroom als toegangspoort tot het Zoniënwoud ondersteunt, met inbegrip van milieueducatie- en bewustmakingsactiviteiten en onthaalmogelijkheden voor het publiek dat van het bos gebruik wil maken; Dat de gemeente Ukkel vaststelt dat de parking op deze locatie het mogelijk maakt wandelaars te kanaliseren, het wildparkeren te verminderen en het sport- en recreatiegebied bereikbaar te maken; Dat sommige eisers juist kritiek hebben op het begrip van een toegangspoort tot het Zoniënwoud en de doelstelling om de bezoekers te centraliseren, terwijl mensen die naar het bos gaan net lawaai, het dicht op elkaar wonen en de overbevolking ontvluchten; dat sommige eisers vragen dat iedereen van de groene ruimten gebruik zou kunnen maken; dat zij erop wijzen dat de geplande parking voor een groot deel van de bevolking ontoegankelijk zal blijven; Dat sommige eisers vinden dat de toegangspoort tot het Zoniënwoud niet moet bijdragen tot de omliggende economische ontwikkeling, maar alleen tot het behoud van het bos; Dat sommige eisers van mening zijn dat het argument om een toegangspoort tot het Zoniënwoud te creëren de uitbreiding van de bestaande parking niet rechtvaardigt; dat de geplande parking niet relevant is voor de nagestreefde doelstelling om de toegang tot de site van de hippodroom te verzekeren; dat andere toegangswegen tot de site mogelijk zijn, met name via tramlijn 8, fietspaden, enz.; dat nergens uit kan worden afgeleid dat het succes van deze toegangspoort tot het Zoniënwoud zou afhangen van een parking; Overwegende dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie aanstipt dat het project tegemoetkomt aan de behoefte om een parking aan te leggen om de functie van "toegangspoort tot het Zoniënwoud", zoals bepaald in de Structuurvisie van het Zoniënwoud, te verzekeren. Overwegende dat de Regering erop wijst dat het GPDO en de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud de site van de hippodroom aanwijzen als de toegangspoort tot het Zoniënwoud; dat deze toegangspoort tot doel heeft het recreatieve aanbod aan de rand van het Zoniënwoud in de aangrenzende gebieden voor voorzieningen en voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, te optimaliseren en tegelijkertijd de ecologische kern en structuur ervan te vrijwaren; dat deze toegangspoort tevens de toegankelijkheid van het bos waarborgt; Dat, opdat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen, de bereikbaarheid ervan via verschillende vervoerswijzen gegarandeerd moet blijven; dat het MER de parkeerbehoefte op de site en de gevolgen van de verschillende alternatieven voor de herinrichting van de parking heeft onderzocht, met name wat betreft de mobiliteit, rekening houdend met de bereikbaarheid van het terrein met het openbaar vervoer en actieve vervoerswijzen; dat het MER de totale parkeerbehoefte op 470 plaatsen raamt en uiteindelijk kiest voor variant 1 met een maximum van 360 plaatsen, teneinde een grotere modal shift naar alternatieve mobiliteitswijzen aan te moedigen overeenkomstig de doelstellingen van het gewestelijke mobiliteitsplan Good Move; 6.2.
- Noodzaak om een evenwicht te vinden tussen de op de site aanwezige functies Overwegende dat sommige eisers van mening zijn dat de redenen voor de gedeeltelijke wijziging van het plan volledig strijdig zijn met het goede gebruik en het respect voor het bos; Dat sommige eisers van mening zijn dat de amputatie van een oppervlakte van 10.700 m2 van het bos een significant impact zal hebben op de aantrekkelijkheid ervan, en de leesbaarheid van het door de hippodroom nagestreefde doel van bescherming en opwaardering van het bos en van de rol van de hippodroom als toegangspoort tot het bos, zal schaden; Dat sommige eisers vinden dat het bos voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk moet blijven, maar dat de verbetering van de toegang ervan voor auto's niet ten koste mag gaan van het bos zelf; Dat sommige eisers van mening zijn dat het vernietigen van het bos om een parking aan te leggen om het probleem van de massale toestroom van auto's bij evenementen op de hippodroom op te vangen, een verkeerde oplossing is; dat de parking niet beantwoordt aan de doelstellingen voor de herontwikkeling van de hippodroom; Dat sommige eisers kritiek hebben op de omvang van de parking, op grond van het feit dat deze meer dient om het actief vrijetijdspark bereikbaar te maken en verder gaat dan de veel beperktere behoeften van een toegangspoort tot het Zoniënwoud; dat de parking de ontwikkeling van activiteiten die geen verband houden met het Zoniënwoud en de toegangspoort tot het bos zal stimuleren en bevorderen; Dat zij betogen dat de uitbreiding van de parking geen verband houdt met de functie van toegangspoort tot het Zoniënwoud, maar met de organisatie van massa- en feestelijke activiteiten, zonder enig verband met de in het beheerplan van het Zoniënwoud en het GPDO beschreven functies, op de site van de hippodroom, zonder enig collectief belang; Dat eisers erop wijzen dat in het MER staat dat het "ontwerp toestaat dat de bestaande parking wordt behouden ten behoeve van de omliggende socio-economische activiteiten en gedeeltelijk (Dat zij van mening zijn dat de activiteiten die op de hippodroom kunnen worden ontwikkeld, rekening moeten houden met de mogelijkheden die verband houden met de functie van de site, en moeten worden teruggeschroefd ten opzichte van het bestaande parkeeraanbod; dat het aan de ontwikkelaar van het terrein is om zijn project aan te passen aan het GBP, zonder dat de omvang van de parking wordt herzien; Dat sommige eisers en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie opmerken dat de Regering voornemens is de parking te handhaven, te herinrichten en uit te breiden, ongeacht het ontwerp dat op de site van de hippodroom wordt ontwikkeld; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de site van de hippodroom tussen drie verschillende bestemmingsgebieden ligt: een gebied voor voorzieningen, een gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en een bosgebied; dat, opdat elk gebied zijn functie als toegangspoort tot het Zoniënwoud zou kunnen vervullen, een kwalitatief hoogstaande parking met voldoende capaciteit noodzakelijk is; dat een evenwicht moet worden gevonden tussen de verschillende functies die op de site aanwezig zijn; Dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP overeenkomt met variant 1 van het MER, dat bestaat uit de herinrichting van de bestaande parking binnen de huidige grondinname, zonder dat het bos of het Natura 2000-gebied wordt aangetast of het bos wordt gekapt of verkleind; dat het MER en de passende beoordeling ook aanbevelingen bevatten waarmee rekening moet worden gehouden bij de ontwikkeling van het ontwerp voor de herinrichting van de parking, om te voorkomen dat het bos en het Natura 2000-gebied significante gevolgen ondervinden; dat, om bovengenoemde redenen, met de aanleg van een toegangspoort tot het Zoniënwoud aan de verschillende vastgestelde behoeften kan worden voldaan; Dat de Regering verduidelijkt dat zij een polyvalente parking wenst te behouden, d.w.z. zowel voor de toegang tot het Zoniënwoud als voor de behoeften van het gebied voor voorzieningen en het gebied voor sport en vrijetijdsactiviteiten van de site van de hippodroom; dat zij eraan herinnert dat de ontwikkeling van de site van de hippodroom in overeenstemming is met de doelstellingen van het GPDO en de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud om er een recreatief en educatief centrum aan de rand van het bos van te maken; Dat zij eraan herinnert dat in het MER de parkeerbehoefte van de site wordt geraamd; dat de behoefte voor bezoekers van het Zoniënwoud gemiddeld 50 bijkomende plaatsen ter hoogte van de voormalige hippodroom bedraagt bij een normale bezoeksfrequentie; dat de parkeerbehoefte groter is op dagen dat het Zoniënwoud druk bezocht wordt; dat de behoefte voor de activiteiten op de site van de hippodroom 419 plaatsen bedraagt bij normaal bedrijf in perioden met hoge bezoekersaantallen, met dien verstande dat deze behoefte bij "aangepast bedrijf" 1000 plaatsen benadert of overschrijdt; dat de globale parkeerbehoefte 470 plaatsen bedraagt; dat echter voor variant 1 is gekozen met maximaal 360 plaatsen, waardoor de parking binnen de huidige grondinname kan worden gehandhaafd en kan worden heringericht om het aantal plaatsen op de site te optimaliseren; 6.
- Mogelijkheid om in plaats van het bosgebied, een gebied voor voorzieningen te creëren om de herinrichting van de parking mogelijk te maken. Overwegende dat sommige eisers de verenigbaarheid van de parking met het gebied voor voorzieningen en de kwalificatie van de parking als voorziening van collectief belang, in twijfel trekken; Dat sommige eisers kritiek hebben op het ontbreken van een rechtvaardiging van een zo grote parking in verhouding tot de in een gebied voor voorzieningen toegestane activiteiten; Dat ze van mening zijn dat een parking met enkele honderden plaatsen, voornamelijk gerechtvaardigd door recreatieve en feestelijke activiteiten, geen voorziening van collectief belang is; dat een parking van een dergelijke omvang niet gericht is op het algemeen belang, noch op het algemeen nut en derhalve niet voldoet aan de eisen van een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het in het algemeen belang is dat de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde wordt voorzien van een parking met voldoende capaciteit en dat deze parking zodanig wordt ontwikkeld dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat eigenaar is van de site, ervoor kan zorgen dat de site gebruikt kan worden door een zo groot mogelijk aantal personen en dat ze haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen; dat de parking toegankelijk zal zijn voor het publiek, met name voor het publiek dat toegang wil tot het Zoniënwoud en tot de andere activiteiten in de aangrenzende gebieden voor voorzieningen van collectief belang en openbare diensten of voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht; dat ze aldus de toegang tot het Zoniënwoud en tot de activiteiten van de nieuwe toegangspoort ervan zal vergemakkelijken; dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP het mogelijk maakt de parking op te nemen in de uitbreiding van het bestaande aangrenzende gebied voor voorzieningen van collectief belang of openbare diensten, gelegen ten oosten van de Renbaanlaan, waarin de belangrijkste voorzieningen van de site van de hippodroom zich bevinden; Dat, gelet op het voorgaande, de wijziging van het bosgebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang opportuun is, gelet op de functies die aan de parking zijn toegekend en die uitdrukkelijk in de reglementaire voorschriften zijn beschreven. Overwegende dat sommige eisers zich verzetten tegen de aanleg van dit gebied, tegen de ontwikkeling van verkavelingen van golfwoningen ten koste van het bos, tegen de toevoeging van jeugdherbergen of andere bouwwerken; Dat sommige eisers verzoeken om de mogelijkheid van woningbouw te beperken tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor de exploitatie van de site; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de wijziging van het bosgebied in een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten tot gevolg heeft dat de grens van het bosgebied wordt verschoven, en bijgevolg ook van de grondinname van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden vastgesteld door het bijzonder voorschrift 16 van het GBP, die voorziet in een non aedificandigebied - grondverharding inbegrepen - over een diepte tot 60 m vanaf de rand van het bos of het woud, en die onder bepaalde voorwaarden eventueel tot 30 m kan worden beperkt. Dat het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten onderworpen blijft aan het gebied voor erfdienstbaarheden langs de rand van bossen en wouden, die het uitvoeren van alle handelingen en werken, zoals het oprichten van nieuwe gebouwen, verbiedt; Dat ze toevoegt dat, om de herinrichting van de bestaande parking volgens de door het MER geselecteerde variant 1 mogelijk te maken, het nieuwe gedifferentieerde bijzondere stedenbouwkundige voorschrift 8.5 enkel de vergunning mogelijk maakt van alle handelingen en werken die nodig zijn voor de aanleg van de enige "openluchtparking voor de gebruikers van dit gebied en voor de gebruikers van het aangrenzende gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en bosgebied," en dit "in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden"; Met betrekking tot het effect van de inkrimping van de grondinname van het non-aedificandigebied, geïmpliceerd in variant 1, wordt in het MER opgemerkt dat "de perimeter waarop de schrapping van het non-aedificandigebied betrekking heeft, (...) iets kleiner zal zijn dan in het geval van het ontwerp. Bijgevolg wordt niet verwacht dat de wijziging van de perimeter van het non-aedificandigebied een significant effect zal hebben op de bomen van de rand en op de bestaande stedelijke en landschappelijke kenmerken". Dat het MER wat dat betreft op de volgende elementen is gegrond: "Het non-aedificandigebied dat zich momenteel situeert in een deel van het gokdorp van de voormalige hippodroom, zal gedeeltelijk worden opgeheven (perceel 40P). Hetzelfde geldt voor een gedeelte van het non-aedificandigebied dat gelegen is in het woongebied aan de andere kant van de Terhulpsesteenweg (percelen 484B en 481C). Ter herinnering: volgens Bundel V van het GBP heeft het non-aedificandigebied niet alleen tot doel bomen en gebouwen te beschermen, maar wil het er ook voor zorgen dat bij de ontwikkeling aan de rand van het woud de bestaande stedelijke en landschappelijke kenmerken worden gerespecteerd. Gelet op de volgende elementen: - De percelen 484B en 481C zijn gelegen aan de andere kant van de Terhulpsesteenweg. Perceel 40P wordt van de bosrand gescheiden door de bestaande parking. Er bevinden zich dus momenteel gebouwen/inrichtingen/menselijke activiteiten tussen de bosrand en deze percelen; - De betrokken percelen zijn reeds gedeeltelijk verstedelijkt, waardoor het effect van eventuele nieuwe bebouwing wordt beperkt; - De percelen in kwestie maken tevens deel uit van een gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing (GCHEWS) bij het GBP. De wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het aanzicht van de gevels die vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten zichtbaar zijn, is onderworpen aan bijzondere voorwaarden met het oog op de bewaring van de culturele, historische of esthetische eigenschappen van het gebied; - Het gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten (deel van perceel 40P) is volledig opgenomen in het beschermde landschap van het Zoniënwoud, waardoor elk mogelijk project in dit gebied wordt gekaderd in het behoud van de historische, esthetische en wetenschappelijke waarde van het woud; - Het GBP vermeldt in voorschrift 16: "Het bouwverbod is evenwel niet van toepassing op de percelen waarop bouwwerken staan op de dag dat het gewestelijk bestemmingsplan goedgekeurd op 3 mei 2001 in werking treedt. Elke verbouwing of wederopbouw van de bestaande bouwwerken die leidt tot een vergroting van het bebouwd volume met meer dan 20 % is evenwel onderworpen aan de speciale regelen van openbaarmaking. Die vergroting laat geen afwijking toe van de beperking tot 30 meter." In het geval van het non-aedificandigebied gold dit (en zal) dit alleen (gelden) in strikte zin voor het gedeelte van deze percelen dat op minder dan 30 meter van het bosgebied gelegen is en niet op 60 meter, vanwege de aanwezigheid van bouwwerken op het perceel op de dag van inwerkingtreding van het plan; - Ter hoogte van deze percelen bevinden zich bouwwerken dicht bij de kadastrale grenzen, waardoor het effect van eventuele nieuwbouw wordt beperkt, aangezien het gebied reeds gedeeltelijk is verstedelijkt. De verkleining van de perimeter van het non-aedificandigebied heeft derhalve een beperkt effect, aangezien de bestaande gebouwen in het woongebied van de rand worden gescheiden door de weg, terwijl die in het bestaande gebied voor voorzieningen: - opgenomen in de initiële perimeter van 30 m weliswaar met 20% kunnen uitbreiden. Dat blijft echter marginaal gelet op de omvang van de betrokken bouwwerken, met dien verstande dat de beperkingen van het GCHEW en de bescherming van toepassing blijven; binnen de perimeter tussen 30 en 60 m, niet langer onderworpen zijn aan enige beperking van het non-aedificandigebied, maar onderworpen blijven aan de beperkingen van het GCHEW en het beschermingsbesluit. Bijgevolg wordt niet verwacht dat de wijziging van de perimeter van het non-aedificandigebied een significant effect zal hebben op de bomen van de rand en op de bestaande stedelijke en landschappelijke kenmerken." Dat alternatief 0.2, gericht op het sluiten van de parking om de aanleg van het bosgebied mogelijk te maken, zou inhouden dat de huidige grondinname van het erfdienstbaarheidsgebied wordt gehandhaafd en dat de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken ongetwijfeld beter zouden worden beschermd; dat dit alternatief echter niet is gekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief, omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking; Overwegende dat sommige eisers herinneren aan het belang van het bosgebied om het recht van de burgers op een gezond milieu te waarborgen; dat zij erop wijzen dat de inwoners van Brussel behoefte hebben aan groene ruimten; dat de periode van de gezondheidscrisis het gebrek aan groene ruimten in het Brussels Gewest duidelijk heeft gemaakt; dat zij de overheid verzoeken het goede voorbeeld te geven en deze gelegenheid aan te grijpen om de groene ruimten uit te breiden in plaats van ze weg te nemen; Dat sommige eisers van mening zijn dat de verschuiving van een bosgebied naar een gebied voor openbare voorzieningen om er een parking aan te leggen, een verkeerd signaal geeft; een signaal dat de bescherming van natuurgebieden, zelfs van zulke emblematische gebieden als het Zoniënwoud, veranderlijk is; dat anderen van mening zijn dat het project op milieumoord lijkt; Dat sommige eisers van mening zijn dat de gedeeltelijke wijziging van het plan een nadelig precedent dreigt te scheppen wat betreft de bescherming van de zogenaamde "zwakke" functies, waaronder natuurgebieden; dat zij evenwel opmerken dat het GBP geen exact beeld geeft van de werkelijkheid, aangezien de feitelijk bestaande parking als bosgebied is aangemerkt; Dat sommige eisers van mening zijn dat het gedeeltelijk verwijderde bosgebied duidelijk een antwoord is op de wens om het beboste deel in dit gebied te herstellen; dat het bosgebied de sluiting van de bestaande feitelijke parking rechtvaardigde; dat de door dit statuut van het GBP verankerde bescherming van bosgebieden en groene ruimten geenszins kan worden omzeild door een wijziging van deze regelgeving; Dat sommige eisers bezwaar maken tegen de afbouw van het bosgebied; dat zij verzoeken om het behoud en de uitbreiding ervan; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het deel van het bosgebied waarop de wijziging betrekking heeft, ingericht is en in de praktijk gewoonlijk gebruikt wordt als openluchtparking; dat de sporen van een dergelijk gebruik teruggaan tot (ten minste) 1922; dat dit gebied niettemin bij de inwerkingtreding van het GBP in 2001 opnieuw tot bosgebied is verklaard, hoewel het reeds grotendeels boomloos was en tientallen jaren als openluchtparking werd gebruikt; Dat het behoud van de bestaande parking vandaag noodzakelijk is om te voldoen aan de doelstellingen voor de ontwikkeling van de site zoals bepaald in het GPDO en de sindsdien aangenomen plannen en strategieën voor het Zoniënwoud; Dat in het MER de effecten van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP zijn onderzocht; dat in dat verband de alternatieven van de sluiting van de parking om de verwezenlijking van het bosgebied mogelijk te maken (alternatief 0.2) en van het behoud van de bestaande feitelijke toestand (alternatief 0.1) zijn onderzocht; dat deze alternatieven echter niet zijn uitgekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking; Dat uiteindelijk is gekozen voor het alternatief van de handhaving van de parking en herinrichting daarvan; dat dit gekozen alternatief, wat de gevolgen voor het milieu betreft, niet leidt tot een aanzienlijke vermindering van het recht op een gezond milieu, geen kap van bomen inhoudt waardoor de oppervlakte van het woud wordt verkleind of de wetenschappelijke waarde van het Zoniënwoud zou worden aangetast, geen nettoverlies aan biodiversiteit inhoudt en de BAF+-coëfficiënt op 0,4 handhaaft; dat dit gekozen alternatief het bovendien mogelijk maakt de parking door zijn herinrichting beter op te nemen in het landschap, de bescherming van waardevolle bomen te verbeteren, dit gebied zodanig te beplanten dat de biologische diversiteit en de ontwikkeling van een bosrand langs de westelijke grens ervan worden bevorderd; dat de in dit verband geformuleerde aanbevelingen van het MER, die binnen het detailniveau van het GBP vallen, in de onderhavige wijziging zijn verwerkt; Overwegende dat sommige eisers erop wijzen dat de bosbestemming reeds de ontwikkeling van een bij de bosbestemming behorende parking mogelijk maakt; dat dit het bestaan van verschillende kleine parkings aan de rand van het Zoniënwoud reeds mogelijk maakt; Dat zij hieraan toevoegen dat de locatie Rood Klooster zeer weinig parkeerplaatsen heeft, terwijl dit een zeer drukke toegangspoort tot het bos is; Overwegende dat de Regering stelt dat bijzonder voorschrift 15 van het GBP het verrichten van handelingen en werken noodzakelijk voor de bestemming van bosgebieden of rechtstreeks aanvullend bij hun ecologische, economische en sociale functie, toelaat; dat de Raad van State in dit geval bij uitspraak nr. 245.641 van 4 oktober 2019 heeft geoordeeld dat de inrichting en het gebruik van de vergunde parking in strijd zijn met artikels 15 en 0.7 van het GBP, aangezien deze parking niet verenigbaar is met het bosgebied en evenmin kan worden aangemerkt als een voorziening die de gebruikelijke bijbehorende aanvulling van het bosgebied vormt; dat arrest nr. 253.484 van 8 april 2022 met betrekking tot een gewijzigde versie van voorgaande vergunning tot hetzelfde oordeel kwam, dat de feitelijke toestand van de parking in overeenstemming dient te worden gebracht met zijn rechtstoestand door middel van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP, zodat de parking kan worden gehandhaafd en heringericht overeenkomstig de doelstellingen van het GPDO en de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud; Dat de omvang van de parking in het MER werd onderzocht op basis van de parkeerbehoefte op de site; Dat de omvang van de parking niet alleen nuttig is voor de wandelaars in het Zoniënwoud, omdat de parking ook gebruikt moet kunnen worden door bezoekers van de aangrenzende gebieden, zodat de site haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen; dat het MER, na onderzoek van de gevolgen van de verschillende overwogen alternatieven, heeft gekozen voor variant 1, die inhoudt dat de parking op de huidige plaats wordt gehandhaafd en wordt heringericht om er 288 tot 360 plaatsen te creëren; 6.
- De afwijking van het non aedificandigebied langs de rand van bossen en wouden is noodzakelijk om de herinrichting van een openluchtparking mogelijk te maken. Overwegende dat sommige eisers erop wijzen dat de gedeeltelijke wijziging van het plan in strijd is met voorschrift 16 van het GBP betreffende het gebied voor erfdienstbaarheden langs de rand van bossen en wouden; Dat sommige eisers kritiek hebben op het ontbreken van de analyse van de gevolgen van het nieuwe voorschrift 8.5 en het precedent dat dit schept; Dat sommige eisers bezwaar maken tegen de invoering van grote afwijkingen met als enig doel de financiële belangen van de projectontwikkelaar van het Drohme-project bij grootschalige evenementen te dienen; Dat de gemeente Ukkel vaststelt dat de eenmalige afwijking op het naleven van het gebied van erfdienstbaarheden de realisatie van de parking toelaat tot aan het bosgebied, en dat alle andere werken verboden zijn; Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP een inkrimping impliceert van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden, vastgelegd bij bijzonder voorschrift 16 van het GBP, dat van toepassing blijft op het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; dat het verbod op alle handelingen en werken, zoals het oprichten van nieuwe bouwwerken - grondverharding inbegrepen - van toepassing blijft over een diepte van 60 m vanaf de rand van het bos, die kan worden beperkt tot 30 m indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan; Dat, om de herinrichting van de bestaande parking volgens de door het MER geselecteerde variant 1 mogelijk te maken, de gedeeltelijke wijziging van het GBP een uitzondering op het bijzondere voorschrift 16 van het GBP invoert, via de toevoeging van een nieuw gedifferentieerd bijzonder voorschrift 8.5 dat enkel de vergunning mogelijk maakt van alle handelingen en werken die nodig zijn voor de aanleg van de enige "openluchtparking voor de gebruikers van het nabijgelegen gebied voor voorzieningen, het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het bosgebied" en dit "in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden langs de rand van bossen en wouden" in het nieuwe gebied voor voorzieningen; Dat het MER de gevolgen van dit nieuwe gedifferentieerde bijzondere voorschrift heeft onderzocht, in die zin dat het de herinrichting van de bestaande parking in afwijking van het gebied van erfdienstbaarheden mogelijk maakt; dat de aanbevelingen van het MER die binnen het detailniveau van het GBP vallen, in deze wijziging zijn verwerkt; dat in de fase van de vergunningaanvraag met de overige aanbevelingen rekening zal moeten worden gehouden; Dat zij eraan herinnert dat het behoud en de herinrichting van de parking in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het GPDO en de plannen en strategieën voor het Zoniënwoud; 6.
- Aanleg van een nieuw bosgebied tussen de twee ringen Overwegende dat sommige eisers vragen om de groene ruimte te respecteren en voorstander zijn van de wijziging van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht in een bosgebied; Dat de gemeente Ukkel vaststelt dat de verkleining van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiveiten in de open lucht zal toelaten de druk op het hart van het bos en de kernen met een hoge biologische waarde te beperken; dat de twee bestemmingswijzigingen elkaar compenseren qua oppervlakte, terwijl zij overeenstemmen met de feitelijke toestand; Dat sommige eisers en de raad voor het leefmilieu kritiek hebben op het argument om de gedeeltelijke schrapping van het bosgebied te compenseren door de aanleg van een nieuw bosgebied tussen de twee ringen van de hippodroom, met het argument dat dit geen echte compensatie is, dat het geen echt positief milieueffect heeft; dat zij kritiek hebben op de koehandel met groene ruimtes in ruil voor toekomstige planologische compensatie; Dat sommige eisers vragen dat het geschrapte bosgebied wordt gecompenseerd door de herbegroeiing van een parking of doorlaatbaar terrein van 10.000 m2; Dat zij van mening zijn dat het nieuwe bosgebied de facto reeds een bosgebied is dat als zodanig wordt gebruikt en beheerd; dat de gevraagde compensatie geen verbetering of uitbreiding van de oppervlakte van het Brussels natuurlijk erfgoed inhoudt; Dat zij erop wijzen dat het nieuwe bosgebied deel uitmaakt van het Natura 2000-gebied en als zodanig reeds beschermd is; dat het reeds bebost is en dat het onmogelijk zou zijn geweest dit reeds als natuur bestemde gebied te wijzigen; Dat sommige eisers stellen dat het een feit is dat de vernietiging van bosgebied of biodiversiteit niet kan worden gecompenseerd door elders een ander gebied aan te leggen; dat bestaande planten veel meer CO2 opnemen dan jonge planten; dat het heel lang duurt vooraleer jonge planten hetzelfde rendement opleveren als gekapte planten; Overwegende dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie vaststelt dat de wijziging van het bosgebied ter hoogte van de parking van de site van de hippodroom wordt gecompenseerd door de herbestemming van een deel van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen van de site van de hippodroom tot bosgebied; dat zij deze compensatie passend acht; Overwegende dat de Regering van mening is dat het creëren van het nieuwe gebied voor voorzieningen gerechtvaardigd is om de reeds genoemde redenen, zonder dat deze noodzakelijkerwijs moet worden gecompenseerd; dat zij erop wijst dat de gedeeltelijke schrapping van het bosgebied geen kap van bomen impliceert en het mogelijk maakt de bescherming van de bestaande waardevolle bomen te waarborgen; Dat, om de rechtstoestand en de feitelijke toestand van de bestemmingsgebieden van de site van de hippodroom met elkaar in overeenstemming te brengen, het wenselijk is het deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, dat zich tussen de twee ringen bevindt ten westen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, te wijzigen in een bosgebied, en dit om de ambitie als bos van dit gebied te versterken en de non-aedificandigebieden uit te breiden; Dat de bestemming van dit gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht het mogelijk heeft gemaakt bepaalde inrichtingen, waaronder bouwwerken, uit te voeren die met de beschermingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied en de bescherming van de site verenigbaar zouden kunnen worden geacht; dat de wijziging in een bosgebied derhalve een betere bescherming biedt aan dit bosgebied en zijn onmiddellijke omgeving, met name door het te beschermen tegen elke poging om het te ontwikkelen; dat de passende milieueffectenbeoordeling van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP bevestigt dat de wijziging van de bestemming van het gebied een betere beschermingsstatus biedt voor de aanwezige fauna en flora; Overwegende dat sommige eisers verzoeken de huidige niet-beboste corridor naar het zuiden te sluiten, om de continuïteit van het bos te waarborgen; Overwegende dat de Regering opmerkt dat de eisers deze niet-beboste corridor niet precies aangeven; dat er geen niet-beboste corridor is binnen de perimeter van de onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP; dat het MER voor het overige de gevolgen van het ontwerp heeft onderzocht, met name op het gebied van biologische diversiteit, fauna en flora; dat het MER aan het eind van zijn analyse geen aanbeveling formuleert met betrekking tot de sluiting van een weg of corridor die het woud zou doorkruisen; Overwegende dat sommige eisers verzoeken dat voorschrift 16 van het GBP betreffende erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden zodanig wordt gewijzigd dat deze zone 120 meter vanaf de bosrand bedraagt voor het tussen de ringen van de hippodroom gelegen gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht. Overwegende dat de Regering stelt dat de wijziging van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen van de hippodroom in een bosgebied reeds tot gevolg heeft dat de 60 m breedte van het gebied van erfdienstbaarheden langs de rand van bossen en wouden waarin het bijzondere voorschrift van het GBP voorziet, wordt opgeschoven; In de passende milieueffectenbeoordeling van deze gedeeltelijke wijziging van het GPDO wordt opgemerkt dat deze verschuiving van het non aedificandigebied de bouwmogelijkheden in de omgeving vermindert, maar wordt niet aanbevolen de perimeter van dit gebied te vergroten tot 120 m op het naburige, als golfterrein aangewezen gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht; in de passende beoordeling wordt geconcludeerd dat er geen significante effecten zijn en wordt een aantal verzachtende maatregelen genoemd waarmee in het stadium van de vergunningsaanvragen rekening moet worden gehouden; 6.
- Wijziging van andere bepalingen van het GBP Overwegende dat de gemeente Ukkel erop wijst dat de oppervlakte van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht ongeveer 175.000 m2 bedraagt, waarvan het grootste deel niet onder het gebied van erfdienstbaarheden met een diepte van 60 meter valt, aangezien de breedte tussen de twee pistedelen in rechte lijn van de orde van 250 meter is; dat voorschrift 13 van het GBP met betrekking tot het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht de mogelijkheid biedt om er voorzieningen te bestemmen ten belope van 20% van de oppervlakte van het gebied; dat die mogelijkheid in dit geval 35.000 m2 grondinname vertegenwoordigt; dat dat niet in aanmerking werd genomen in de structuurvisie voor het Zoniënwoud van 2008, noch in de milieueffectenstudie van 2017, noch in het masterplan van 2021, noch in de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP en het bijbehorende MER; Dat de gemeente Ukkel van mening is dat deze mogelijkheid niet kan blijven bestaan, aangezien de ontwikkeling en exploitatie van gebouwen en installaties voor het gebruik van voorzieningen van meerdere tienduizenden m2 een te grote impact zouden kunnen hebben op het Natura 2000-gebied, mobiliteits- en parkeerbehoeften zouden hebben waaraan het gebied voortvloeiend uit deze wijziging niet zou kunnen voldoen, zeker omdat in het programma van het ontwerp weinig tot geen rekening gehouden werd met gemotoriseerde verplaatsingen andere dan de personenwagen; Dat de gemeente Ukkel vraagt dat de voorschriften van het GBP met betrekking tot het terrein van de Renbaan van Ukkel-Bosvoorde dienovereenkomstig worden aangepast; dat zij vraagt dat voorschrift 13 wordt gewijzigd door in lid 6 ervan te preciseren dat de bestemmingsmogelijkheid van voorzieningen wordt beperkt tot voorzieningen voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten, waarbij de mogelijkheid van nieuwe grondinnames in de zone drastisch wordt beperkt tot veel minder dan 20%; dat de gemeente de volgende tekst voorstelt: "Het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van de Renbaan van Ukkel-Bosvoorde is ook enkel bestemd voor de voorzieningen voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten; dat zij daaraan toevoegt dat een alternatief erin zou bestaan die zone niet-bebouwbaar te maken, door de toepassing van het algemene voorschrift 0.9 van het GBP toe te staan (vrijwaringsclausule); Dat de gemeente Ukkel ook verzoekt om voorschrift 13 aan te vullen met een 7de lid dat luidt als volgt: "De diepte van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden wordt opgevoerd tot 120 meter op het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van het terrein van de renbaan van Ukkel-Bosvoorde", teneinde eventuele bouwmogelijkheden in het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten zo dicht mogelijk bij het gebied voor voorzieningen te situeren, en dat ter compensatie van de onderdrukking van de effecten van de het gebied van erfdienstbaarheden op de parkeerzone; Dat ze eveneens vraagt om in voorschrift 16 te verduidelijken dat dit gebied van erfdienstbaarheden op 120 meter vanaf de bosrand wordt gebracht voor de oppervlakte van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van het GBP in het centrum van de ring van de paardenrenbaan van de hippodroom; Dat zij daaraan toevoegt dat, indien de Regering na afloop van het openbaar onderzoek en de adviezen van de geraadpleegde instanties van oordeel zou zijn dat er nog steeds mag worden gebouwd in de ring van de renbaan, een coherenter en eenvoudiger alternatief erin zou bestaan het gebied voor voorzieningen in de ring, buiten het gebied van erfdienstbaarheden met een diepte van 120 meter, uit te breiden en elke bebouwing in de rest van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van de renbaan te verbieden; dat die optie in voorkomend geval moet worden gemotiveerd in het licht van het MER; Overwegende dat de Regering akte neemt van de wens van de gemeente Ukkel om het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van de hippodroom niet-bebouwbaar te maken of het bouwpotentieel ervan drastisch te verminderen; Dat ze aangeeft dat de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP in die richting gaat, in de zin dat het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht gedeeltelijk wordt omgevormd tot bosgebied tussen de twee ringen van de piste van de hippodroom, waardoor de aanleg van het gebied sterk wordt beperkt of zelfs onmogelijk wordt gemaakt; dat dit ook een afname van de grondinname van het gebied van erfdienstbaarheden impliceert op de rest van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht; Dat ze opmerkt dat de gevraagde wijziging verder reikt dan de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP; dat het hele gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, anders dan het nieuwe gebied voor voorzieningen, niet alleen beschermd is maar ook deel uitmaakt van Natura 2000-gebied; dat er in dat verband geen reden is om het ontwikkelingspotentieel van de site van de hippodroom te beperken om ervoor te zorgen dat ze haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud als onthaal- en activiteitencentrum kan vervullen, met dien verstande dat het ontwikkelingspotentieel strikt wordt omkaderd door het beschermingsbesluit en de doelstellingen van bescherming en behoud van het Natura 2000-gebied; dat die ontwikkeling voorts wordt omkaderd door de indicatieve voorschriften van het GPDO, van de structuurvisie en het beheersplan van het Zoniënwoud, en van het masterplan; Dat de huidige wijziging van het GBP beperkt blijft tot de aanpassingen die nodig zijn om de ontwikkelingsdoelstellingen van de site te kunnen verwezenlijken, en dat het in dit verband niet nodig is voorschriften 13 en 16 van het GBP te wijzigen; Overwegende dat de gemeente Ukkel opmerkt dat het nieuwe voorschrift 8.5 zich beperkt tot het in aanmerking nemen van het parkeeraspect dat inherent is aan het projectprogramma voor het terrein, terwijl de bestemming van voorzieningen ook mogelijk blijft in de ring van de piste van de hippodroom; Dat zij verzoekt voorschrift 8 aan te vullen met een aanvulling 8.6, die als volgt luidt: "Behalve de parking die zich voornamelijk ten westen van het kruispunt van de Renbaanlaan en de Terhulpensesteenweg bevindt, is het gebied voor voorzieningen van de Hippodroom van Ukkel-Bosvoorde bestemd als grootschalige gewestelijke ruimte voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten die een toegangspoort tot het woud vormt in de zin van het richtplan voor het beheer van het Zoniënwoud. De bestemming als andere woningen dan diegene die samenhangen met de uitbating van het terrein (conciërge, bewaker, ...) is er verboden"; Dat de gemeente eveneens verzoekt de woordenlijst van het GBP te wijzigen om de definitie van voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten aan te vullen door toevoeging van "recreatieve of educatieve vrijetijdsactiviteiten", die als volgt worden omschreven: "Voorzieningen voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten: terrein of inrichting van collectief belang gericht op de recreatie en vrijetijdsactiviteiten, zoals een speelplein, recreatieweide, golf en minigolf, boomtoppenparcours, zintuiglijk en speels parcours, rustruimte, picknick, ontmoetingen, geleide (thematische) bezoeken in het woud, markten of ruilbeurzen van zaden en planten, tentoonstellingen, dagen van het Zoniënwoud, burgerwetenschappelijke natuurobservatie ("citizenscience"), educatieve en sportieve spelletjes en evenementen, ..."; Dat ze verzoekt de definitie van voorziening van collectief belang of van openbare diensten in de woordenlijst als volgt te wijzigen: "bouwwerk of installatie bestemd voor de uitvoering van een opdracht van algemeen of openbaar belang, meer bepaald de diensten van de plaatselijke besturen, de gebouwen waarin de parlementaire vergaderingen en hun diensten gehuisvest zijn, de scholen, de culturele, sportieve, sociale en gezondheidsvoorzieningen, de voorzieningen voor recreatieve en/of educatieve vrijetijdsactiviteiten, voor erkende erediensten en lekenmoraal. Worden eveneens beschouwd als voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, de diplomatieke zendingen, de consulaire beroepsposten van de door België erkende staten, alsmede de vertegenwoordigingen van de gefedereerde of gedecentraliseerde entiteiten van die staten. Zijn uitgesloten, de lokalen voor het beheer of het bestuur van de andere overheidsdiensten."; Overwegende dat de Regering er opnieuw op wijst dat het bouwpotentieel van het gebied voor voorzieningen van het terrein van de hippodroom reeds beperkt is ten gevolge van zijn beschermde status; dat de indicatieve voorschriften in het GPDO, de structuurvisie en beheersplan van het Zoniënwoud, en het masterplan van het terrein de ontwikkeling van het gebied omkaderen en een precies idee geven van de bedoelingen van de gewestelijke instanties ter zake, zonder dat het nodig is voor het gebied nieuwe gedifferentieerde reglementaire voorschriften vast te leggen; Dat ze eraan herinnert dat de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP alleen betrekking heeft op de perimeter bedoeld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 20/05/2020 pub. 30/06/2020 numac 2020015046 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde sluiten tot inleiding van de procedure om het Gewestelijk Bestemmingsplan deels te wijzigen, om zich te beperken tot de aanpassingen die noodzakelijk zijn om de realisatie van het project voor de herontwikkeling van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en de verwezenlijking van de ontwikkelingsdoelstellingen van de site mogelijk te maken; dat het niet de bedoeling is de definitie van het algemene begrip "voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten" in de verklarende woordenlijst van het GBP te wijzigen of aan te vullen; dat deze definitie een niet-limitatieve lijst bevat van voorzieningen die kunnen worden aangemerkt als voorzieningen van collectief belang of van openbare dienst, waaronder school-, culturele en sportvoorzieningen; Overwegende dat de gemeente Ukkel en sommige eisers verzoeken dat een "P"-aanwijzing wordt toegevoegd aan de locatie van de parking op de bestemmingskaart van het GBP; Dat sommige eisers zich verzetten tegen de aanleg van een overstap-/randparking met 535 plaatsen aan de noordelijke ingang van het Zoniënwoud; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de aanwijzing "P" op de kaart van het GBP overeenkomt met overstapparkings; dat de bestaande parking geen overstapparking is en, om aan de vastgestelde behoeften te voldoen, niet bedoeld is om er een te worden na de herinrichting ervan zoals toegestaan door het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten en het nieuwe gedifferentieerde bijzondere voorschrift 8.5; Dat het plan Good Move bepaalt dat de overstapparkings zich zo ver mogelijk van het grootstedelijk gebied moeten bevinden, zo dicht mogelijk bij de ring en in de onmiddellijke nabijheid van een multimodale hub; dat de geplande parking niet beschikt over deze kenmerken; dat in deze fase van de denkoefening over de plaats van de transitparkings de parking van de hippodroom dus geen geschikte plaats lijkt om er een overstapparking aan te leggen; 6.
- Het milieueffectenrapport 6.7.
- Algemeen Overwegende dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie opmerkt dat voor de gedeeltelijke wijziging van het GBP een milieueffectenrapport (MER) en een passende effectenbeoordeling (PEB) is opgesteld; Dat sommige eisers het doel en de reikwijdte van het MER in twijfel trekken, en in het bijzonder het feit dat het betrekking heeft op een plan en niet op een ontwerp (punt 2.6., blz. 15); Dat sommige eisers het MER verwijten dat het niet ingaat op het voorwerp van het verzoek, namelijk de inrichting van een nieuwe parking met 530 plaatsen ter vervanging van het bos; Overwegende dat de Regering aangeeft dat het MER tot doel heeft om de milieueffecten van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP, zoals het werd goedgekeurd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2021Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/12/2021 pub. 16/02/2022 numac 2022030491 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de vaststelling van een perimeter van voorkoop "Alhambra" op het grondgebied van de Stad Brussel sluiten tot goedkeuring van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijke bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd met betrekking tot de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en het bijbehorende milieueffectenrapport, te onderzoeken; Zoals het MER verduidelijkt, heeft dit onderzoek betrekking op een bestemmingsplan met regelgevende waarde en niet op een project in het kader van een vergunningsaanvraag; dat bijgevolg de analyse van de milieueffecten bestudeerd wordt op planologisch niveau en niet op het detailniveau van de toekomstige projecten die in de betrokken bestemmingsgebieden zullen worden uitgevoerd; aan het eind van zijn analyse doet het MER niettemin aanbevelingen waarmee rekening zal moeten worden gehouden bij de ontwikkeling, de vergunning en de uitvoering van deze projecten; Overwegende dat sommige eisers vraagtekens plaatsen bij de valideringsprocedure van het MER, de instantie die de inhoud ervan controleert en de geldigheid ervan certificeert, en de bevoegdheden van die instantie; Dat sommige eisers kritiek hebben op de onafhankelijkheid van de auteur van het MER; Dat sommige eisers kritiek hebben op het feit dat de notulen van het toezichtcomité niet bij de voor het openbaar onderzoek overgelegde documenten zijn gevoegd; Overwegende dat de Regering aangeeft dat de uitwerking van het MER is opgevolgd door een begeleidingscomité, dat de inhoud ervan heeft gevalideerd; dat alle voor het dossier nuttige documenten bij de papieren/internetdossiers van het openbaar onderzoek zijn gevoegd; dat de notulen van de vergaderingen van het toezichtcomité van technische en organisatorische aard, ter voorbereiding van het MER, geen elementen vormen die nuttig zijn voor het begrip van het dossier en de uitdagingen ervan; Dat het BWRO de opmaak van het MER aan de Regering toevertrouwt, zonder de aanwijzing van een auteur van de studie te eisen; dat de Regering in dit geval voor de opmaak van het MER een beroep heeft gedaan op de diensten van een erkend studiebureau, hetgeen garandeert dat haar opdracht op objectieve en wetenschappelijke wijze is uitgevoerd; 6.7.
- Onderzoek van de bestaande feitelijke en rechtstoestand. Overwegende dat sommige eisers het MER verwijten dat het de onrechtmatigheid van de feitelijke toestand niet aanvecht; Dat zij van mening zijn dat het MER op een onjuiste premisse is gebaseerd, in die zin dat er sinds 1922 een feitelijke parking bestaat en dat op basis daarvan een bouwvergunning is verleend; zij stellen dat op de beschikbare kaarten een dergelijke feitelijke parking niet te zien is; dat uit de luchtfoto's van de Bruciel-website duidelijk blijkt dat de huidige staat van het beboste gebied zeer recent is, namelijk ergens tussen 1996 en 2004, dat het terrein daarvoor bijna volledig bedekt was met vegetatie en dat er veel meer bomen op het terrein aanwezig waren; dat zij vaststellen dat de twee historische studies die zijn verricht in het kader van de opeenvolgende onderzoeken van het betrokken gebied en betreffende de parking zelf, de moeilijkheden die zij hebben ondervonden om bronnen of elementen over de geschiedenis van dit gebied te vinden, bevestigen; dat het bestaan van een feitelijke parking het bestaan ervan de jure niet rechtvaardigt; Dat sommige eisers van mening zijn dat wildparkeren dit bos- en graslandgebied heeft aangetast; dat het illegale behoud ervan de langetermijneffecten van deze aantasting versterkt en het milieuherstel van dit gebied vertraagt; Dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie opmerkt dat de wijziging de rechtstoestand in overeenstemming brengt met de feitelijke toestand, aangezien de parking al jarenlang
(1922)bestaat; dat de KCML opmerkt dat de parking feitelijk al minstens sinds 1922 bestaat; Dat de gemeente Ukkel vaststelt dat de parking op verschillende momenten is uitgebreid, met name na 2 december 1959, met als gevolg de kap van bomen en een wijziging van de bodem en van de grondinname van de parking; zoals blijkt uit de beschikbare orthofotoplans; Overwegende dat de Regering aangeeft dat twee in 2015 uitgevoerde historische studies getuigen van het bestaan van de feitelijke parking sinds ten minste 1922 ("Historique des origines et de la végétation de l'hippodrome de Boitsfort" ALIWEN SA met medewerking van professor Yvonn Leblicq, februari 2015; "Etude historique", JNC International SA, oktober 2015); Deze studies zijn gebaseerd op een uittreksel van een topografische kaart die in 1919 door het Militair Cartografisch Instituut te Brussel is vervaardigd, op basis van opmetingen en waterpassing uit 1865 en voor het laatst in 1913 op het terrein herzien (Bron: Cartesius) en een foto van de parking voor door paarden getrokken wagens bij de hippodroom in 1901