Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Omzendbrief over de modernisering en informatisering van de burgerlijke stand

Kort samengevat

Deze omzendbrief licht de bepalingen toe van verschillende wetten die de burgerlijke stand moderniseren en digitaliseren, met als doel de ambtenaren van de burgerlijke stand te begeleiden bij de toepassing ervan. Het document focust op de implementatie van de Databank Akten Burgerlijke Stand (DABS) en de wijzigingen die dit met zich meebrengt.

Wat het reguleert

  • De modernisering van de burgerlijke stand en de bijbehorende wetgeving.
  • De informatisering van de burgerlijke stand, inclusief de Databank Akten Burgerlijke Stand (DABS).
  • De toepassing van diverse wetten betreffende burgerlijk recht en justitie door ambtenaren van de burgerlijke stand.
  • De verhouding tot en aanpassingen van bestaande omzendbrieven in het licht van de DABS.

Wie het aanbelangt

  • De dames en heren procureurs-generaal bij de hoven van beroep.
  • De dames en heren ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk.

Kernpunten

  • De "Wet Modernisering Burgerlijke Stand" van 18 juni 2018 trad in werking op 31 maart 2019.
  • De "Reparatiewet van 2020" van 31 juli 2020 trad in werking op 1 september 2020, met enkele bepalingen die terugwerkende kracht hebben tot 31 maart 2019.
  • De "Reparatiewet van 2023" van 13 september 2023 treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van artikelen 8, 24, 25, 28 en 29 die uiterlijk op 1 januari 2025 in werking treden.
  • Bestaande omzendbrieven blijven van toepassing, tenzij deze omzendbrief afwijkt voor aspecten die verband houden met de DABS.
Wettekst
Wettekst

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 19 DECEMBER 2023. - Omzendbrief over de modernisering en informatisering van de burgerlijke stand Aan de dames en heren procureurs-generaal bij de hoven van beroep, Aan de dames en heren ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk, Ik vestig uw aandacht op de bepalingen van de volgende wetten: ? de wet van 18 juni 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/2018 pub. 02/07/2018 numac 2018012858 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing sluiten houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing (verder: `Wet Modernisering Burgerlijke Stand') (BS 2 juli 2018) - in werking getreden op 31 maart 2019. Die wet werd gewijzigd door de wet van 21 december 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2018 pub. 31/12/2018 numac 2018015683 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie sluiten houdende diverse bepalingen betreffende justitie (BS 31 december 2018); ? de wet van 31 juli 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten1 houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie (verder: `Reparatiewet van 2020') (BS 7 augustus 2020) - in werking getreden op 1 september 2020, met uitzondering van enkele bepalingen die met terugwerkende kracht op 31 maart 2019 in werking zijn getreden; ? de wet van 13 september 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten5 houdende diverse bepalingen inzake modernisering van de burgerlijke stand (verder: `Reparatiewet van 2023') (BS 2 oktober 2023) - inwerkingtreding op 1 januari 2024, met uitzondering van de artikelen 8, 24, 25, 28 en 29, die in werking treden op de datum bepaald door de Koning, en ten laatste op 1 januari 2025. Deze omzendbrief wil de draagwijdte van de bepalingen van die wetten toelichten aan de ambtenaren van de burgerlijke stand, zodat ze die bij de uitoefening van hun ambt kunnen toepassen. Uiteraard is deze omzendbrief van toepassing onverminderd de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. 1. Verhouding tot bestaande omzendbrieven De volgende omzendbrieven blijven van toepassing, tenzij de voorliggende omzendbrief ervan afwijkt voor wat betreft de aspecten die verband houden met de Databank Akten Burgerlijke Stand (afgekort DABS) en rekening houdend met de verplaatsing van bepaalde artikelen en de daarmee gepaard gaande hernummering: 1° de Ministeriële circulaire van 22 mei 1987 betreffende de toepassing van de wet van 31 maart 1987 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de afstamming;2° de Circulaire van 16 januari 2006 betreffende de wet van 3 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2005 pub. 23/12/2005 numac 2005021172 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek van zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning sluiten tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek van Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning;3° de Circulaire van 7 mei 2007 betreffende de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan;4° de Omzendbrief van 3 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 betreffende de aangifte van geboorte in de kraamkliniek;5° de Omzendbrief van 6 september 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3 inzake de wet van 2 juni 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met het oog op de strijd tegen de schijnhuwelijken en de schijnwettelijke samenwoningen;6° de Omzendbrief van 30 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 betreffende de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 19/02/2015 numac 2015000081 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde. - Duitse vertaling type wet prom. 08/05/2014 pub. 26/05/2014 numac 2014009293 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde sluiten tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde;7° de Omzendbrief van 22 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 inzake de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 19/02/2015 numac 2015000081 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde. - Duitse vertaling type wet prom. 08/05/2014 pub. 26/05/2014 numac 2014009293 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde sluiten tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde 8° de Omzendbrief van 27 december 2016 betreffende de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009653 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind type wet prom. 25/12/2016 pub. 05/05/2017 numac 2017040278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind. - Duitse vertaling sluiten tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind;9° de Omzendbrief van 7 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 betreffende het op de naam en de voornamen toepasselijk recht en de erkenning van buitenlandse beslissingen en akten hieromtrent, tot wijziging van de omzendbrief van 23 september 2004 betreffende de aspecten van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht die betrekking hebben op het personeelsstatuut, en betreffende artikel 335quater van het Burgerlijk Wetboek dat een eventuele naamsverandering toelaat in geval van erkenning van buitenlandse akten en beslissingen inzake de naam;10° de Omzendbrief van 21 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 bij de wet van 19 september 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en het Consulair Wetboek met het oog op de strijd tegen de frauduleuze erkenning en houdende diverse bepalingen inzake het onderzoek naar het vaderschap, moederschap en meemoederschap, alsook inzake het schijnhuwelijk en de schijnwettelijke samenwoning;11° de Omzendbrief van 6 mei 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten9 over de aflevering van het huwelijksboekje;12° de Omzendbrief van 27 september 2023 over de aanpassing van de geslachtsregistratie. 2. Algemeen 2.1. Algemeenheden over de Wet Modernisering Burgerlijke Stand De Wet Modernisering Burgerlijke Stand heeft tot doel om een modernisering, informatisering en vereenvoudiging van de burgerlijke stand door te voeren, enerzijds door de creatie van een centrale databank van akten van de burgerlijke stand (DABS) en anderzijds door de aanpassing van de huidige regelgeving omtrent de burgerlijke stand aan de 21ste eeuw. De belangrijkste krachtlijnen van deze wet zijn de volgende: - de oprichting van een centrale databank van akten van de burgerlijke stand (DABS), waarin al de gemeentelijke registers en de registers van de Belgische consulaire posten worden geïntegreerd; - de akten van de burgerlijke stand worden enkel nog elektronisch opgemaakt, ondertekend en bewaard; - de papieren authentieke bron van akten van de burgerlijke stand (met andere woorden de papieren registers van de burgerlijke stand) wordt een digitale authentieke bron; - de `oude akten' (daterend van vóór 31 maart 2019) worden verplicht in de DABS opgenomen bij een wijziging van of een melding op een dergelijke akte of bij aflevering van een uittreksel of afschrift ervan, voor zover deze nog niet vóór 31 maart 2019 door de gemeente werden opgeladen in de DABS; - de bestaande processen van de burgerlijke stand worden vereenvoudigd en gemoderniseerd; - aan de basisopdrachten en verantwoordelijkheidsverdeling inzake de burgerlijke stand wordt niet geraakt; - de omschakeling van protocollaire akten naar uniforme documentaire akten in alle gemeenten; - de afschaffing van de dubbele archivering bij griffies van de rechtbanken; - het verzekeren van een unieke gegevensinvoer door de gemeenten; - het Rijksregister en de DABS worden gekoppeld, zodat er een automatische doorstroming is van alle noodzakelijke gegevens naar het Rijksregister en de DABS: dit houdt in dat de informatietypes van het Rijksregister over het statuut van de persoon (zoals de burgerlijke staat, de afstamming en de nationaliteit) automatisch aangepast worden nadat een akte definitief wordt opgemaakt, indien er geen conflict is tussen de gegevens. Dat mechanisme werd herzien en verbeterd bij de Reparatiewet van 2023 (zie punt 4.2.14 en 4.2.15); Voorbeeld: Indien een huwelijksakte definitief wordt opgesteld in de DABS en betrekking heeft op personen uit het Rijksregister, zal de burgerlijke staat van deze personen in het Rijksregister automatisch aangepast worden naar `gehuwd'; - het verzekeren van een plaatsonafhankelijke dienstverlening voor de burger, ongeacht de gemeente die de akte heeft opgemaakt; - administratieve vereenvoudiging voor zowel de burger als de overheidsdiensten; - afstemming van de modernisering op de lopende internationale initiatieven, waaronder deze van de Internationale Commissie van de Burgerlijke Stand; - betere bescherming van het privéleven van de burgers met betrekking tot de akten van de burgerlijke stand. Hiertoe werd Titel II van Boek I van het oud Burgerlijk Wetboek herschreven en kreeg het een nieuwe indeling met meer structuur. Het geheel is nu duidelijker leesbaar en praktisch bruikbaar. De gegevens in de akten van de burgerlijke stand werden tot de essentie beperkt. Alle bestaande procedures met betrekking tot de burgerlijke stand werden zo veel als mogelijk vereenvoudigd. Titel II bevat ook de basisprincipes omtrent de oprichting en het beheer van en de toegang tot de DABS, die de nieuwe digitale authentieke bron voor de akten van de burgerlijke stand is. Daarbij werd ook alle regelgeving over de burgerlijke stand bovenop die van het oud Burgerlijk Wetboek onderzocht. De oude regelgeving werd ofwel opgeheven, ofwel zo veel als mogelijk geïntegreerd in Titel II, om te komen tot één samenhangend geheel over de burgerlijke stand. Een aantal wetten die raken aan de burgerlijke stand blijven evenwel afzonderlijk bestaan. De Wet Modernisering Burgerlijke Stand heeft andere delen van het oud Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek en andere wetgeving met betrekking tot de burgerlijke stand aangepast aan de nieuwe regels inzake de burgerlijke stand (onder andere het `only once'-principe, het afschaffen van randmeldingen en overschrijvingen, het gebruik van een elektronische databank in plaats van papieren registers, de invoer van nieuwe basisakten en e-meldingen, de doorstroming van de gegevens naar het Rijksregister, de oprichting van een Centrale autoriteit burgerlijke stand). Alle bepalingen met betrekking tot het huwelijk werden samengebracht. De oude artikelen 63 tot 75 van het oud Burgerlijk Wetboek, die betrekking hadden op de huwelijksaangifte en de huwelijksvoltrekking, werden geïntegreerd in Titel V, in het aangepaste Hoofdstuk II. - Formaliteiten betreffende het huwelijk. Hierbij werden twee afdelingen ingevoegd, namelijk enerzijds de `aangifte van het huwelijk' en anderzijds de `voltrekking van het huwelijk'. De bepalingen van de wet van 15 mei 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1987 pub. 06/07/2011 numac 2011000402 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de namen en voornamen sluiten betreffende de namen en de voornamen en de nog nuttige bepalingen van de wet van 6 fructidor jaar II (23 augustus 1794) werden in het oud Burgerlijk Wetboek geïntegreerd. De wet van 15 mei 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1987 pub. 06/07/2011 numac 2011000402 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de namen en voornamen sluiten is dus opgeheven. Het principe van vastheid van naam bevindt zich voortaan dus ook in het oud Burgerlijk Wetboek, met name in artikel 370/1. Dat principe houdt nog steeds in dat niemand publiekelijk een naam of voornamen mag dragen die niet overeenkomt/overeenkomen met deze vermeld in zijn akte van geboorte. Er werd ter verduidelijking toegevoegd dat de namen en voornamen opgenomen in de geboorteakte enkel kunnen worden gewijzigd of verbeterd op de wijze en in de gevallen bepaald door de wet. De vastheid van naam houdt dus niet in dat een naam of voornaam nooit kan worden gewijzigd. Dit kan wel wanneer de wet dit voorziet. De oude artikelen 62bis, 62bis/1 en 62ter van het oud Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de aanpassing van de registratie van geslacht werden aangepast aan de oprichting van de DABS en verplaatst naar de nieuwe artikelen 135/1 en 135/2 van het oud Burgerlijk Wetboek. Bovendien wordt er bij de wet van 20 juli 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten4 tot wijziging van diverse bepalingen over de aanpassing van de geslachtsregistratie een wijziging doorgevoerd in de artikelen 66 en 135/1 van het oud Burgerlijk Wetboek teneinde het mogelijk te maken de geslachtsregistratie via de normale procedure te veranderen en meermaals van voornamen te veranderen. De omzendbrief van 27 september 2023 heeft daarop betrekking. 2.2. Algemeenheden over de Reparatiewet van 2020 De grootste wijziging door de Reparatiewet van 2020 had betrekking op de procedure van verbetering van akten van de burgerlijke stand door de ABS (de `materiële vergissing') en de invoering van de mogelijkheid voor de ABS om een akte ambtshalve nietig te verklaren (de `ambtshalve nietigverklaring'). Deze wijziging heeft tot doel om de procedures van verbetering en nietigverklaring van akten beter af te stemmen op akten die elektronisch worden opgemaakt. Bovendien waren er andere kleinere wijzigingen noodzakelijk om de akten correcter of vollediger te kunnen opmaken. Zo zijn de vermeldingen in de huwelijksakte aangepast, omdat de vermeldingen niet voldoende rekening hielden met de gegevens nodig voor de opmaak van Belgische akten op basis van een buitenlandse huwelijksakte. Er wordt onder andere ook voor gezorgd dat er meer naamsveranderingen via het systeem van de (automatische) meldingen kunnen doorstromen. De bepalingen in de Reparatiewet van 2020 zijn in werking getreden op 1 september 2020, met uitzondering van enkele bepalingen die met terugwerkende kracht (op 31 maart 2019) in werking zijn getreden. Het gaat onder andere om de nieuwe ruimere definitie van de materiële vergissing (zie punt 3.10.1) en de mogelijkheid tot wijziging van een akte op basis van een andere akte of aangifte (zie punt 3.9.1.) 2.3. Algemeenheden betreffende de Reparatiewet van 2023 Sinds 2020 en de inwerkingtreding van de Wet Modernisering Burgerlijke Stand wordt de nieuwe wetgeving betreffende de burgerlijke stand en het gebruik van de DABS voortdurend geëvalueerd binnen het beheerscomité van de DABS. Een aantal bepalingen bleken toe aan herziening en verbetering om ervoor te zorgen dat de DABS op de beste manier kan werken. De Reparatiewet van 2023 treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van de wijzigingen aan de artikelen 29, 68, 70, 73 en 74 van het oud Burgerlijk Wetboek. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder opgesomd: - Het `cascadesysteem' in artikel 13 waarin de bevoegde ABS wordt omschreven, wordt herzien teneinde de ABS van "de laatste plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen" in te voegen vóór de ABS van de actuele verblijfplaats, ter vereenvoudiging van de opdracht omdat de actuele verblijfplaats altijd moest worden bewezen (punt 3.2.5). - Bij de aflevering van een afschrift opgemaakt op basis van een buitenlandse akte of buitenlandse rechterlijke of buitenlandse administratieve beslissing heeft de burger nu de mogelijkheid tevens te vragen om de afdruk van de bijlagen bij de Belgische akte, met andere woorden de buitenlandse akte of buitenlandse rechterlijke of buitenlandse administratieve beslissing op basis waarvan de Belgische akte wordt opgemaakt, alsook de eventuele beëdigde vertalingen (punt 3.7.8). - De aflevering van uittreksels en afschriften van de akten van de burgerlijke stand (artikel 29 van het oud Burgerlijk Wetboek). Die bepaling treedt in werking op een bij koninklijk besluit bepaalde datum, en ten laatste op 1 januari 2025 (zie punt 3.7.2). - De mogelijkheid voor de griffier of de ambtenaar van de dienst Naamsverandering van de FOD Justitie om de foutief in de DABS gecodeerde namen te vervangen om de meldingen op te maken zoals bedoeld in artikel 32, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek (punt 3.10.1.1). - De procedure van verbetering, nietigverklaring of vervanging van een ontbrekende akte door de familierechtbank, zoals bedoeld in artikel 35 van het oud Burgerlijk Wetboek, wordt herzien. De ABS kan voortaan ook verzoeken om de nietigverklaring van een akte (zie punt 3.10.2). - Belgische akten op basis van buitenlandse authentieke akten of buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissingen worden ruimer opgemaakt. Belgen moeten voortaan de buitenlandse authentieke akte of buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing die de staat van zijn persoon wijzigt, aan de ABS voorleggen met het oog op de opmaak van een Belgische akte. Doel van die aanpassing is om het Rijksregister en de DABS consistenter te maken (artikel 68, § 1, en artikel 70, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek). Die bepalingen treden in werking op een bij koninklijk besluit bepaalde datum, en ten laatste op 1 januari 2025 (zie punt 4.2.14 en 4.2.15). - Met datzelfde doel voor ogen om het Rijksregister en de DABS consistenter te maken wordt een Belgische akte opgemaakt op basis van een buitenlandse authentieke akte of een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing wanneer die akte of beslissing aan de ABS wordt voorgelegd bij de opmaak of de wijziging van een akte van de burgerlijke stand of bij een aanpassing van het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister (artikel 68, § 2, en artikel 70, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek). Die bepalingen treden in werking op een bij koninklijk besluit bepaalde datum, en ten laatste op 1 januari 2025 (zie punt 4.2.14 en 4.2.15). Voorts is de wetgeving aangepast om meer aan te sluiten op de AVG. 3. Algemene principes van de burgerlijke stand 3.1. Doelstellingen van de burgerlijke stand Titel II `De burgerlijke stand' begint met het bepalen van de voornaamste doelstellingen van de burgerlijke stand (artikel 6 van het oud Burgerlijk Wetboek), met name: - de rechtsfeiten en rechtshandelingen vaststellen die de staat van een persoon bepalen of wijzigen; - de rechtszekerheid garanderen wat de staat van de persoon betreft; - het bewijs van de staat van de persoon verzekeren, door middel van de akten van de burgerlijke stand, en dit bewijs zorgvuldig bewaren. De staat van de persoon wordt gedefinieerd als het geheel van bepaalde hoedanigheden van een persoon die zijn rechtspositie in de familie en in de maatschappij bepalen en die hem onderscheiden van de andere personen wat het bezit en de uitoefening van bepaalde rechten betreft. 3.2. Ambtenaar van de burgerlijke stand De bevoegdheden en de aanstelling van de ambtenaar van de burgerlijke stand (hierna ABS) blijven, net zoals de mogelijkheid tot delegatie, de personen die als ABS kunnen optreden en de onverenigbaarheden, zo goed als ongewijzigd 3.2.1. Aanstelling en verhindering Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het beheer van de burgerlijke stand (artikel 7 van het oud Burgerlijk Wetboek). De burgemeester, of een door het college aangeduide schepen, neemt de functie op van ABS. Indien de burgemeester deze functie niet uitoefent, is een aparte beslissing van het college nodig om één schepen aan te duiden ter vervanging van de burgemeester. Het is niet mogelijk om een schepen aan te duiden voor bijvoorbeeld het voltrekken van de huwelijken, en een andere schepen voor al de overige taken van de ABS. In geval van verhindering van de ABS vervangt de burgemeester of een schepen of een raadslid in de volgorde van hun benoemingen hem tijdelijk (artikel 7, derde lid, van het oud Burgerlijk Wetboek). Enkel in het geval er binnengemeentelijke territoriale organen werden opgericht (op basis van artikel 41 van de Grondwet), kunnen er één of meer schepenen worden aangewezen als ABS, die bevoegd zijn voor één of meer binnengemeentelijke territoriale organen, indien de burgemeester deze taak niet opneemt (artikel 8 van het oud Burgerlijk Wetboek). Door de opheffing van artikel 127 van de nieuwe gemeentewet is het niet langer mogelijk om in nieuwe districten te voorzien voor een gemeente. 3.2.2. Taak en delegatie De taak van de ABS blijft het zorgen voor het nauwgezet naleven van de bepalingen over de akten van de burgerlijke stand. De delegatie van taken door de ABS aan één of meer beambten van het gemeentebestuur blijft mogelijk via een speciale schriftelijke machtiging (artikel 9 van het oud Burgerlijk Wetboek). Het gaat om een persoonlijke machtiging. In geval van een wisseling van de ABS zijn er dus telkens nieuwe machtigingen voor de beambten noodzakelijk. Vóór de handtekening van de beambten van het gemeentebestuur moet niet meer uitdrukkelijk melding worden gemaakt van de ontvangen machtiging. Wel moet duidelijk zijn wie de akte heeft getekend: er staat dus vermeld of dit de gemachtigde beambte of de ABS zelf was. De machtiging is mogelijk voor alle taken inzake het opmaken van akten van burgerlijke stand, met inbegrip van het afleveren van afschriften en uittreksels ervan en het indienen van een verzoekschrift tot verbetering van een akte door de rechtbank (zie punt 3.9.2.). Een machtiging is niet mogelijk voor de opmaak van de akte van huwelijk. Dit betreft enkel de ondertekening van de huwelijksakten, en niet de beslissingen over bijvoorbeeld schijnhuwelijken of erkenningen. Een machtiging is evenmin mogelijk voor de (ambtshalve) opmaak van een akte van nietigverklaring (volgens het nieuwe artikel 34/1 van het oud Burgerlijk Wetboek, zie punt 3.9.1.). Het ambtshalve nietig verklaren van een akte moet immers de uitzondering blijven. Het is in de eerste plaats belangrijk om de akten van de burgerlijke stand zeer zorgvuldig op te maken en te controleren voor de ondertekening van de akte. Fouten in de akten moeten zo veel mogelijk worden vermeden. De oprichting van de nieuwe elektronische gegevensbank maakt de machtiging van een beambte (of meerdere beambten) des te meer gerechtvaardigd en ze moet worden aangemoedigd. Zolang de akten van de burgerlijke stand niet ondertekend zijn door de ABS of de gemachtigde beambte, zijn ze niet definitief. Dit houdt het volgende in: - De datum van ondertekening geldt als datum van de akte. - Het is niet mogelijk om afschriften en uittreksels af te leveren van niet ondertekende akten van de burgerlijke stand. Uittreksels of afschriften van niet ondertekende ontwerpakten hebben geen juridische waarde. - De automatische doorstroming naar het Rijksregister gebeurt pas vanaf de ondertekening van de akte. - De ABS kan de akten niet periodiek ondertekenen. 3.2.3. Actoren van de burgerlijke stand Alle actoren die voor de burgerlijke stand bevoegd zijn, werden opgenomen in het eerste hoofdstuk, dus ook de consulaire ambtenaren die bij het Consulair Wetboek bevoegd zijn verklaard inzake burgerlijke stand en de officieren aangeduid door de minister van Defensie. Voor de officieren aangeduid door de minister van Defensie is de bevoegdheid beperkt tot het opmaken van de processen-verbaal van akten van overlijden in uitzonderlijke gevallen, met name bij militaire operaties buiten het grondgebied, voor zover het onmogelijk is om de akte van overlijden te laten opstellen door een consulair ambtenaar. De officieren kunnen de processen-verbaal van de akten van overlijden opmaken van de personen van Belgische nationaliteit in dienst van de Belgische strijdkrachten, alsook van het personeel van Defensie van Belgische nationaliteit waarvan de aanwezigheid bij deze Strijdkrachten is vereist. De officieren die een proces-verbaal van akten van overlijden moeten opmaken, doen dit volgens de bepalingen over de akte van overlijden in het oud Burgerlijk Wetboek. Het proces-verbaal bevat de gegevens bedoeld in artikel 56 van het oud Burgerlijk Wetboek. Het proces-verbaal van de akte van overlijden wordt zo spoedig mogelijk bezorgd aan de algemeen bevoegde ABS. De ABS maakt op basis van het proces-verbaal onmiddellijk de akte van overlijden op en neemt het als bijlage op in de DABS. De ABS die op basis van het proces-verbaal de akte van overlijden heeft opgemaakt in de DABS, bewaart het proces-verbaal tot op het ogenblik van de overdracht ervan aan het Algemeen Rijksarchief. 3.2.4. Onverenigbaarheid In artikel 12 van het oud Burgerlijk Wetboek is een onverenigbaarheid overgenomen uit het koninklijk besluit van 8 juni 1823, die licht is uitgebreid. De ABS of zijn gemachtigde beambte mag, om belangenvermenging te vermijden, geen akten van de burgerlijke stand opmaken die betrekking hebben op: - zichzelf; - zijn echtgenoot of echtgenote; - zijn wettelijk samenwonende partner; - zijn bloedverwanten in de opgaande en in de nederdalende lijn (ouders, (over)grootouders, (klein)kinderen); - zijn bloedverwanten in de zijlijn tot de tweede graad (broers en zussen). In geval van een onverenigbaarheid wordt de ABS of zijn gemachtigde beambte voor de opmaak van de akte vervangen door de burgemeester, een schepen of een raadslid in de volgorde van hun benoemingen (verwijzing naar artikel 7, derde lid, van het oud Burgerlijk Wetboek). De onverenigbaarheid geldt ook uitdrukkelijk voor de gemachtigde beambten. Het is volstrekt normaal dat deze beperking ook geldt ten aanzien van de gemachtigde beambten die de akten effectief opmaken. In de praktijk zal de gemachtigde beambte worden vervangen worden door een (eveneens gemachtigde) collega-beambte. Het is dus van belang dat de ABS meer dan één beambte machtigt. 3.2.5. Algemeen bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand In artikel 13 van het oud Burgerlijk Wetboek is omschreven wat een algemeen bevoegde ABS is. Behalve enkele uitzonderingen is steeds dezelfde ABS bevoegd. De betrokkenen moeten dus niet naar verschillende gemeenten gaan om bepaalde zaken omtrent de burgerlijke stand te regelen. De restbevoegdheid van Brussel is hierdoor in principe verkleind en de werklast beter verdeeld. Indien de wet spreekt van `de bevoegde ABS', zonder uitdrukkelijk te bepalen over welke ambtenaar het gaat, is artikel 13 van het oud Burgerlijk Wetboek van toepassing. De bevoegde ABS is in principe deze van: - de plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen; of bij gebrek hieraan, - de laatste plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen; of bij gebrek hieraan, - de actuele verblijfplaats van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen; of bij gebrek hieraan, - Brussel. Op deze manier zal steeds de dichtstbijzijnde ABS bevoegd zijn. De ABS van de laatste plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de betrokkene, de betrokkenen of één van hen, is toegevoegd door de Reparatiewet van 2023, om gemakkelijker te kunnen bepalen welke ABS bevoegd is voor ambtshalve geschrapte personen. De `actuele verblijfplaats' moet immers worden bewezen. Het is moeilijk om dat criterium in de praktijk te hanteren. Daarom is de laatste plaats van inschrijving toegevoegd. Dat maakt het, onder andere, voor de griffier gemakkelijker om te bepalen welke ABS bevoegd is wanneer hij de nodige gegevens voor de opmaak van de akte moet overzenden. Er dient te worden onderstreept dat de toevoeging van de ABS van de laatste plaats van inschrijving ook tot gevolg heeft dat de verzoeken tot aanpassing van de registratie van het geslacht voor Belgen die in het buitenland verblijven niet langer onder de bevoegdheid van Brussel vallen maar wel onder de bevoegdheid van de laatste plaats van inschrijving in de registers. Zowel de verzoeken tot aanpassing van de registratie van het geslacht als de verzoeken tot voornaamsverandering worden ingediend bij dezelfde ABS. Dit is dus ook het geval voor alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegde ABS deze bedoeld in artikel 13 van het oude Burgerlijk Wetboek is. Belgen die in het buitenland verblijven, vallen dus niet langer automatisch onder de bevoegdheid van Brussel, maar onder die van de laatste plaats van inschrijving in de registers. Er wordt benadrukt dat Brussel een residuele bevoegdheid behoudt. Er zijn slechts enkele uitzonderingen met betrekking tot de algemeen bevoegde ambtenaar in de wet opgenomen, bijvoorbeeld voor de gevallen waarin een feit wordt vastgesteld in de akte. In dat geval is het logisch dat de ABS van de plaats van het feit de bevoegde ABS is. Aldus is voor de akte van geboorte de ABS van de geboorteplaats bevoegd, voor de akte van huwelijk die van de plaats van de huwelijksaangifte en voor de akte van overlijden die van de plaats van overlijden. Er is ook in andere uitzonderingen voorzien. Voor de opmaak van een akte van levenloos kind, is de ABS van de plaats van de bevalling bevoegd. Voor de opmaakt van de akte van geboorte van een vondeling, is de ABS van de plaats waar het kind werd gevonden, bevoegd. Voor de verbetering van de akte zal, naast de algemeen bevoegde ABS, ook de ABS die de akte heeft opgemaakt, bevoegd zijn voor de verbetering van een materiële vergissing. 3.3. Oprichting van de DABS De DABS wordt door de Wet Modernisering Burgerlijke Stand opgericht bij de FOD Justitie. De DABS heeft als taak in te staan voor de centrale opslag, de bewaring en het beheer van de akten van de burgerlijke stand en zij is de authentieke bron voor alle akten van de burgerlijke stand opgemaakt na 31 maart 2019 en de gegevens die erin zijn opgenomen. Uiterlijk vanaf 1 januari 2025 of vanaf de door de Koning bepaalde datum zijn de Federale Overheidsdienst Justitie, de gemeentelijke overheden en de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken de gezamenlijke verantwoordelijken voor de verwerking van de gegevens in de DABS in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming. Het beheerscomité van de DABS, samengesteld uit de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, oefent de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid uit. Het beheerscomité heeft een coördinerende functie. Het bepaalt ook welke nieuwe toegangen tot de DABS worden verleend (in uitvoering van artikel 78, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek). Het beheerscomité staat daarnaast in voor de inrichting en het beheer van de DABS en bepaalt de noodzakelijke maatregelen om de onveranderlijkheid, de vertrouwelijkheid en de bewaring van de akten van de burgerlijke stand in de DABS te waarborgen. 3.4. Akten van de burgerlijke stand 3.4.1. Elektronische akten Sinds 31 maart 2019 (inwerkingtreding van de Wet Modernisering Burgerlijke Stand) zijn de akten van de burgerlijke stand elektronische akten, die op elektronische wijze worden ondertekend en bewaard in een elektronische gegevensbank (DABS). Deze elektronisch opgemaakte akten van de burgerlijke stand zijn authentieke akten, die bijgevolg gelden tot het bewijs van valsheid in geschrifte. Er worden geen akten op papier meer opgemaakt (artikel 14 van het oud Burgerlijk Wetboek). 3.4.2. Onbeschikbaarheid van de DABS (artikel 14 van het oud Burgerlijk Wetboek) In zeer uitzonderlijke gevallen is het niet mogelijk zijn om de akte van de burgerlijke stand in gedematerialiseerde vorm in de DABS op te maken, bijvoorbeeld bij een langdurige onbeschikbaarheid van de DABS. In dat geval maakt de ABS de akte op in de vorm van een papieren proces-verbaal. Dat proces-verbaal kan een afgedrukte versie zijn van het model van afschrift vastgelegd bij het koninklijk besluit van 3 februari 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten7 tot vaststelling van de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand (Belgisch Staatsblad van 15 februari 2019) dat de ABS met de hand invult en ondertekent. Bepaalde modellen werden gewijzigd bij het ministerieel besluit van 23 november 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 (BS van 17 december 2020) en vervolgens bij het ministerieel besluit van 17 oktober 2023 (BS van 11/12/2023). De modellen zijn raadpleegbaar via JustFamNat voor de ABS. Zodra het mogelijk is, maakt de ABS de akte op in de DABS, met het proces-verbaal als bijlage. 3.4.3. Bijlagen in de DABS (artikel 15 van het oud Burgerlijk Wetboek) De bijlagen die in de DABS moeten worden opgenomen, blijven beperkt tot die waarvoor de wet dit uitdrukkelijk bepaalt (bijvoorbeeld: bijzondere en authentieke volmacht, stukken met betrekking tot een materiële vergissing, vonnissen en een aantal stukken uit het huwelijksdossier) en voor zover ze niet beschikbaar zijn in een andere authentieke bron. Het is verboden bijlagen op te nemen die de wet niet voorziet. Dit vermijdt een te zware belasting van het informaticasysteem en voorkomt dat de beperking van de vermeldingen in de akten tot gevolg zou hebben dat er extra bijlagen bij de akten worden opgenomen ter bewijs van de controle van deze gegevens. Dit betekent niet dat de ABS niet alle nodige controles moet uitoefenen. Het idee achter het beperken van de vermeldingen in de akten is immers dat alle voorafgaande controles die de ABS vooraf dient uit te oefenen, niet in de akten moeten worden vermeld. Het principe is immers dat ervan wordt uitgegaan dat de ABS alles heeft gecontroleerd wat nodig was om de akte te kunnen opmaken, zonder dat dit als gegeven in de akte, en zeker niet als bijlage bij de akte, wordt opgenomen ter bewijs van deze voorafgaande controle (zie infra `Ondertekening akten'). Indien de partijen bijlagen hebben overgelegd aan de ABS, worden de originelen van de bijlagen aan de partijen teruggegeven. De teruggave zal gebeuren zodra het document als bijlage bij een akte in de DABS is opgenomen. Het originele document blijft een grotere bewijswaarde hebben dan de scan van de akte die is opgenomen in de DABS. De neerlegging van bijgevoegde stukken bij de griffie wordt afgeschaft. 3.4.4. Vermeldingen in de akten (artikelen 16 en 20 van het oud Burgerlijk Wetboek) De ABS mag enkel vermelden wat de partijen aan hem verklaren. De ABS moet dus enerzijds opnemen wat de partijen hem verklaren, en anderzijds mag hij geen andere vermeldingen toevoegen op de akte dan wat de partijen hem verklaren. De ABS mag in de akte ook geen andere vermeldingen opnemen dan de gegevens waarin wettelijk is voorzien. In de DABS kunnen er geen extra gegevens worden toegevoegd, daar het systeem de gegevens van de akten beperkt tot de gegevens waarin wettelijk is voorzien. In advies 2020/003 van de Vaste Commissie voor de Burgerlijke Stand (VCBS) wordt die bepaling evenwel genuanceerd. Dat advies bepaalt : "De ABS moet rechterlijke beslissingen die de `overschrijving' of vermelding van de beslissing in de DABS bevelen, op dit punt niet uitvoeren indien de opname in de DABS niet wettelijk voorzien is en dus ook onmogelijk kan gebeuren in de DABS. Bij vragen van het openbaar ministerie tot opname in de DABS in een wettelijk niet voorzien geval, kan de ABS meedelen dat dit niet mogelijk is. De wettelijk voorziene gevallen van rechterlijke beslissingen die moeten opgenomen worden in de DABS zijn: - betwisting van de afstamming en/of vaststelling van een afstammingsband (art. 31, § 1 j° 333, § 2, oud Burgerlijk Wetboek); - verbetering van een akte (art. 31, § 1 j° 35, § 3, oud Burgerlijk Wetboek); - naams- of voornaamsverandering (na beroep tegen weigering) (art. 31, § 1 j° 370/9, § 4 en 5, oud Burgerlijk Wetboek); - verklaring van afwezigheid (art. 121, § 1, oud Burgerlijk Wetboek); - terugkeer afwezige (art. 122 j° 35, oud Burgerlijk Wetboek) (melding); - gerechtelijke verklaring van overlijden (art. 132 oud Burgerlijk Wetboek; - terugkeer gerechtelijk overleden verklaarde (art. 134 j° 35 oud Burgerlijk Wetboek(melding); - nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht (art. 135/1, § 9, oud Burgerlijk Wetboek); [deze rechterlijke beslissing bestaat niet meer] - nietigverklaring huwelijk (art. 193ter oud Burgerlijk Wetboek, (art. 79quater, § 4, Vreemdelingenwet) (melding); - nietigverklaring erkenning (art. 330/3, oud Burgerlijk Wetboek, art. 79quater, § 6, Vreemdelingenwet) (melding); - beslissingen over adoptie (art. 367-3 oud Burgerlijk Wetboek, art]. 1231.19 en 1231.52, § 2, Ger.W); - echtscheiding (art.t. 1275, § 2 en 1303 Ger.W.) (melding); - scheiding van tafel en bed (art. 1305 Ger.W.) (melding); - aanpassing geslachtsregistratie (na weigering ABS) (art. 1385quaterdecies, § 2, Ger.W.); - beslissingen over nationaliteit (art. 11bis, §§ 7 en 8, art. 15, art. 23, art. 23/1, art. 23/2 WBN)." De ABS'en kunnen het volledige advies raadplegen op het platform JustFamNat. Er wordt verduidelijkt dat de rechterlijke beslissingen opgenomen in het advies van de VCBS, deze zijn die, afhankelijk van het geval, aanleiding geven tot een gewijzigde akte of een basisakte in de DABS. Er mogen geen afkortingen worden gebruikt in de akten van de burgerlijke stand. De data worden in cijfers geschreven. 3.4.5. Informatieplicht betrokkenen (artikel 17 van het oud Burgerlijk Wetboek) De personen op wie de akte betrekking heeft of die bij de totstandkoming ervan betrokken zijn, moeten alle wettelijk verplichte informatie die van belang is bij de opmaak van de akte meedelen aan de ABS. De informatieverplichting beperkt zich dus niet tot de `partijen' bij de akte. Het gaat om alle bij de akte betrokken personen. Zo kan het bijvoorbeeld ook gaan om de arts die een medisch attest opmaakt. De ABS kan niet alle informatie zelf achterhalen. Het is dus aan de partijen om hem de wettelijk verplichte informatie mee te delen, voor zover die informatie niet voor de ABS beschikbaar is in een andere authentieke bron. Indien achteraf blijkt dat de akte niet correct werd opgemaakt, omdat de ABS bepaalde informatie niet kende, kan hij daarvoor niet aansprakelijk worden gesteld. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om een halfbroer die voor de ABS een kind van zijn buitenlandse halfzus erkent. De ABS kan dat in principe niet zelf ontdekken. De partijen zijn verplicht dat aan de ABS te verklaren, zodat hij de akte correct kan opmaken. 3.4.6. Ondertekening akten (artikelen 18 en 19 van het oud Burgerlijk Wetboek) Sinds 31 maart 2019 (inwerkingtreding van de Wet Modernisering Burgerlijke Stand) worden de akten van de burgerlijke stand niet langer ondertekend door de partijen. Enkel de ABS, of zijn gemachtigde, tekent de akte nog, op elektronische wijze. De partijen tekenen de akte niet meer. De wet geeft de ABS het vertrouwen wat de correcte opmaak van de akten betreft. Indien de betrokkenen niet akkoord gaan met de gegevens die in de akte werden opgenomen, is het aan hen om te bewijzen dat er een fout is gebeurd en om een verbetering van de akte te vragen. Het staat de ABS vrij om bijvoorbeeld vóór de ondertekening van de akte de voorlopige elektronische akte af te drukken en ter controle voor te leggen aan de partijen. Niets belet de ABS om het door de partijen gecontroleerde document tijdelijk te bewaren in de gemeente. Dat behoort tot de autonome bevoegdheid van de ABS. Het is geen wettelijke verplichting. Dergelijke voorbereidende documenten kunnen evenmin als bijlage in de databank worden opgenomen. Het is uiteraard ook niet de bedoeling om parallelle registers te creëren. Indien na de opmaak van een geboorteakte de ouders bijvoorbeeld menen dat de schrijfwijze van de naam van hun kind in de geboorteakte fout is, is het in de eerste plaats aan de ouders om dat te bewijzen. Er wordt immers van uitgegaan dat de ABS de akte correct heeft opgemaakt. Indien een voorlopige geboorteakte of gelijkaardig document door de ouders werd ondertekend, kan de schrijfwijze van de naam worden nagegaan in het ondertekende document. De partijen zullen moeten bewijzen dat de ABS, als openbaar ambtenaar die authentieke akten opmaakt, valsheid in geschrifte heeft gepleegd door iets te akteren dat niet door de partijen werd verklaard of meegedeeld. In de DABS kan de ABS een akte eerst voorlopig opmaken en nadien pas ondertekenen, waarna de akte definitief en onveranderbaar is. Er is geen dwingende termijn vastgesteld om de akte te ondertekenen. Dat wil echter niet zeggen dat de ABS, of zijn gemachtigde, de ondertekening van de akten lang kan uitstellen. Zo is er in de DABS voorzien in opvolgingen om erop toe te zien dat de akten binnen een redelijke termijn ondertekend worden. De akte is pas opgemaakt en definitief na ondertekening. Afschriften en uittreksels kunnen overigens pas afgeleverd worden en de bevolkingsregisters kunnen pas bijgewerkt worden wanneer de akte definitief ondertekend is. Afschriften en uittreksels kunnen onmiddellijk na het ondertekenen afgeleverd worden. De geboorteaangifte moet wel gebeuren binnen de vijftien dagen na de geboorte en de akte van geboorte moet onmiddellijk worden opgemaakt (artikel 43 van het oud Burgerlijk Wetboek). De ABS, of zijn gemachtigde, moet de akte van geboorte dus ook binnen die termijn ondertekenen, ook al gebeurt de aangifte op de laatste aangiftedag. Dat toont opnieuw het belang aan van de mogelijkheid tot aanwijzing van (een) gemachtigde beambte(n). De akte van huwelijk moet in principe op de dag van de voltrekking van het huwelijk ondertekend worden. De datum van de ondertekening van de akte door de ABS is de datum van de akte, en dus ook de datum van het huwelijk. Indien er op het ogenblik van de voltrekking van het huwelijk nog wijzigingen moeten worden aangebracht in de voorlopig opgemaakte akte (bv.: nieuwe getuigen), zal de ABS ze dus eerst moeten aanpassen vooraleer te ondertekenen. Indien de ABS niet op de dag zelf kan ondertekenen, moet hij dat nadien zo snel mogelijk doen. Het betreft in het bijzonder de gevallen waarin het huwelijk wordt voltrokken op locaties waar er geen technische ondersteuning is in het weekend, de ABS zijn identiteitskaart niet mee heeft op de dag van het huwelijk ... Dat is bijgevolg slechts mogelijk in zeer uitzonderlijke omstandigheden en moet zo veel mogelijk vermeden worden. De in de akte van huwelijk vermelde huwelijksdatum is in dat geval niet dezelfde als de datum van ondertekening door de ABS. De ABS ondertekent de elektronische akten en de processen-verbaal met een gekwalificeerde elektronische handtekening zoals bedoeld in artikel 3, 12°, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De gekwalificeerde elektronische handtekening is vereist voor de authentieke akten die door een openbare of ministeriële ambtenaar in gedematerialiseerde vorm zijn opgemaakt, verleden of betekend. Het gaat immers om authentieke akten die de nodige rechtszekerheid moeten garanderen. De gekwalificeerde elektronische handtekening is dus steeds noodzakelijk. De ondertekening gebeurt door gebruik van de elektronische identiteitskaart. Op basis daarvan verklaart de ABS dat de gegevens opgenomen in de akte correct zijn en dat de opmaak van de akte regelmatig is verlopen in aanwezigheid van de eventueel betrokken partijen. De handgeschreven handtekening wordt enkel gebruikt in uitzonderlijke omstandigheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, dat wil zeggen wanneer het onmogelijk is om een akte in gedematerialiseerde vorm op te maken en de ABS een proces-verbaal opstelt. De ABS is dus ook verplicht de processen-verbaal die hij opmaakt te ondertekenen, zoals bepaald in artikel 18, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek. 3.4.7. Afschaffing randmeldingen: verbindingen tussen akten - rechtstreekse wijzigingen van akten Sinds de Wet Modernisering Burgerlijke Stand worden er in de DABS geen randmeldingen meer aangebracht op de akten van de burgerlijke stand, maar worden akten van de burgerlijke stand die ook op andere akten betrekking hebben met elkaar verbonden of worden de akten rechtstreeks gewijzigd (zie punt 3.9.1.). Door de opgemaakte en gewijzigde akten te ondertekenen, verzekert de ABS: - de juiste verbinding van die akten met de akten waarop ze betrekking hebben, van de betrokkene of, in voorkomend geval, van zijn afstammelingen tot de eerste graad; en - de correcte wijziging van die akten. De ABS maakt de verbindingen tussen de akten en wijzigt de akten in de DABS (of controleert de door de DABS voorgestelde verbindingen en wijzigingen op volledigheid) op het ogenblik dat hij een door hem opgemaakte of gewijzigde akte ondertekent. In geval van wijziging van een akte zal de ABS de wijzigingen van de akten doorvoeren in de DABS. Zo zal de ABS bij de verbetering van een materiële vergissing een gewijzigde akte opmaken en ook de wijzigingen aanbrengen in de andere akten waarop de verbetering betrekking heeft (zie artikel 31, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek). De ABS controleert vóór de ondertekening van de akte de wijzigingen op volledigheid en juistheid. De ABS is daarvoor verantwoordelijk aangezien er akten van de burgerlijke stand worden gewijzigd. In geval van raadpleging in de DABS van een akte die werd gewijzigd, is steeds zichtbaar welke akten de wijziging tot stand hebben gebracht. 3.4.8. Volmacht (artikel 21 van het oud Burgerlijk Wetboek) De belanghebbende partijen kunnen zich voor alle akten van de burgerlijke stand, met uitzondering van de huwelijksakte, laten vertegenwoordigen. Indien een volmacht wordt gegeven, houdt dat in dat de gevolmachtigde de volmachtgever vertegenwoordigt. Dat betekent dus ook dat de gevolmachtigde moet verschijnen in plaats van de volmachtgever. Het moet gaan om een bijzondere en authentieke volmacht. De volmacht wordt in de DABS als bijlage bij de akte opgenomen. Partijen kunnen zich ook per volmacht laten vertegenwoordigen voor alle aangiften met het oog op het opmaken van een akte van de burgerlijke stand (geboorte, huwelijk, erkenning). In dat geval wordt de volmacht in de DABS opgenomen als bijlage bij de huwelijks- of erkenningsakte. De aangifte zelf wordt niet als bijlage in de DABS opgenomen. Wat het huwelijk betreft, is die bijzondere en authentieke volmacht te onderscheiden van het gelegaliseerd schriftelijk bewijs van de bij de aangifte van het huwelijk afwezige toekomstige echtgenoot waaruit diens instemming met de aangifte blijkt (artikel 164/2, § 2, 3°, van het oud Burgerlijk Wetboek). 3.4.9. Voorlezing van de akte (artikel 22 van het oud Burgerlijk Wetboek) De ABS is enkel verplicht de akte van de burgerlijke stand voor te lezen wanneer een van de verschijnende partijen daarom verzoekt. In de andere gevallen kan de ABS de akte voorlezen indien hij dat nuttig acht. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een partij blind of analfabeet is. De ABS heeft de plicht om de akte correct op te maken en zich ervan te vergewissen dat de betrokkenen alles goed hebben begrepen. 3.4.10. Doorlopende aktenummers De DABS gebruikt doorlopende aktenummers, en dus geen aktenummer per gemeente meer. Het aktenummer wordt gegenereerd door de DABS op nationaal niveau en wordt dus niet langer per gemeente of per soort register toegekend. Een aktenummer in de DABS is samengesteld als volgt: "JJJJ-XXXX.XXXX-CC". "JJJJ" =

  1. a)voor de akten opgemaakt vanaf 31 maart 2019 (louter elektronische akten): het jaartal waarin de ontwerpakte werd gecreëerd in de DABS (dus niet noodzakelijk het jaar van ondertekening van de akte);
  2. b)voor de gemigreerde papieren akten (opgemaakt vóór 31 maart 2019): het jaartal uit de datum feit van de akte. Uit het DABS-nummer kan dus nooit op een betrouwbare wijze het jaar van de akte worden afgeleid. "XXXX.XXXX" = een doorlopend volgnummer binnen de DABS. "CC" = het controlecijfer op basis van alle voorgaande cijfers. 3.5. Bewijskracht akten van de burgerlijke stand (artikelen 23 tot 25 van het oud Burgerlijk Wetboek) Artikel 23 van het oud Burgerlijk Wetboek legt het principe vast dat de akten van burgerlijke stand als enig bewijs gelden van de staat van de persoon, tenzij de wet het anders bepaalt. Een aantal bepalingen in het oud Burgerlijk Wetboek (inzonderheid artikel 25) voorzien er immers in dat bepaalde elementen van de staat van de persoon met andere middelen bewezen kunnen worden. Ook het Wetboek van de Belgische nationaliteit voorziet soms in andere bewijsmiddelen. Ook de processen-verbaal opgesteld in uitzonderlijke omstandigheden (waardoor er gedurende een langere periode geen gedematerialiseerde of papieren akte van de burgerlijke stand voorhanden zal zijn, maar wel een proces-verbaal dat door de ABS is opgemaakt), of opgemaakt in geval van geboorte of overlijden op een schip of in een luchtvaartuig of de processen-verbaal van akten van overlijden opgemaakt door een legerofficier gelden als enige bewijs van de staat van de persoon, zolang er op basis ervan geen akte van de burgerlijke stand werd opgemaakt. Wat de juridische bewijskracht betreft, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de elektronische akten van de burgerlijke stand en de (oude) papieren akten. De elektronische akten opgemaakt na 31 maart 2019 gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte. Ze hebben dus volledige bewijswaarde (artikel 24 van het oud Burgerlijk Wetboek). De in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akten van de burgerlijke stand op basis van de vóór 31 maart 2019 op papier opgemaakte akten (de gemigreerde papieren akten), gelden tot bewijs van het tegendeel (artikel 25 van het oud Burgerlijk Wetboek). Wanneer de originele papieren akte niet overeenkomt met de scan of metadata van de in de DABS opgenomen akte geldt de papieren akte tot bewijs van valsheid in geschrifte, voor wat de gegevens daterend van vóór 31 maart 2019 betreft. De metadata of scan van de akte in de DABS gelden tot bewijs van het tegendeel. De gegevens opgenomen of gewijzigd na de opname van de akte in de DABS gelden wel tot bewijs van valsheid in geschrifte. Zo zal in geval van een op papier opgemaakte huwelijksakte, met een melding van echtscheiding enkel in elektronische vorm (want daterend van na 31 maart 2019), de echtscheiding gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte. Indien de geboortedatum van een van de echtgenoten op de papieren akte verschilt van de geboortedatum die via metadata in de DABS is opgenomen, zal de geboortedatum van de papieren akte een grotere bewijswaarde hebben (tenzij hij verbeterd zou zijn op de huwelijksakte na 31 maart 2019). In geval de gegevens van de originele papieren akte en de in de DABS gemigreerde akte niet overeenkomen, heeft de originele papieren akte dus voorrang op de gemigreerde akte voor de gegevens daterend van vóór de inwerkingtreding van de DABS. De eventuele verkeerd opgenomen metadata in de DABS kunnen dan aangepast worden op basis van de papieren akte. Hetzelfde geldt voor de in de DABS op basis van op papier opgemaakte processen-verbaal opgenomen akten van de burgerlijke stand (volgens de artikelen 14, 47 en 57): deze akten gelden tot bewijs van het tegendeel. De oorspronkelijke op papier opgemaakte processen-verbaal gelden tot bewijs van valsheid in geschrifte (artikel 25 van het oud Burgerlijk Wetboek). Het is dus van belang om de papieren registers van de burgerlijke stand en de op papier opgemaakte processen-verbaal zorgvuldig te bewaren. Die papieren stukken hebben een grotere bewijswaarde dan de gemigreerde akten. Ze hebben een permanente bewaarstatus. Ze kunnen worden bewaard in het archief, maar mogen nooit worden vernietigd. Het is uiteraard niet omdat die akten bewaard worden, dat er nog randmeldingen in de papieren boeken kunnen of mogen gebeuren. Alle wijzigingen moeten voortaan op elektronische wijze gebeuren, via de DABS. Afschriften en uittreksels van de akten van de burgerlijke stand worden enkel nog afgeleverd via de DABS. Afschriften uit de papieren registers zijn niet meer toegestaan. 3.6. Verloren gegane of vernietigde akten (artikelen 26 en 27 van het oud Burgerlijk Wetboek) Deze artikelen hernemen, in aangepaste vorm, de oude artikelen 46 en 47 van het oud Burgerlijk Wetboek. Verloren gegane of vernietigde akten van de burgerlijke stand (of akten die nooit hebben bestaan) kunnen worden vervangen. Het bewijs van de vernietiging of het verlies en van de inhoud van de akten kan geleverd worden door geschriften, andere authentieke bronnen of getuigen. Dezelfde procedure als voor de verbetering van een akte bij de familierechtbank is van toepassing (zie ook de uitleg in het punt betreffende artikel 35 van het oud Burgerlijk Wetboek). Dat is ook mogelijk voor ontbrekende buitenlandse akten, zoals reeds het geval was in de praktijk. De vervangende akte van de burgerlijke stand die wordt opgemaakt naar aanleiding van een vernietigde of verloren gegane akte op basis van artikel 26 van het oud Burgerlijk Wetboek kan aan elke verzoekende overheid worden voorgelegd ter vervanging van de ontbrekende akte, indien de betrokkene aantoont dat hij nog steeds in de onmogelijkheid verkeert de betrokken akte van de burgerlijke stand te verkrijgen, en uiteraard voor zover de juistheid van de erin vervatte gegevens niet wordt weerlegd (artikel 27 van het oud Burgerlijk Wetboek). De vervangende akte zal worden opgemaakt zoals elke andere akte van de burgerlijke stand (overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2), met vermelding van de rechterlijke beslissing als basis, zoals bepaald in artikel 41, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek. Zo zal er dus een vervangende geboorteakte worden opgemaakt op dezelfde wijze als een gewone geboorteakte, maar bij de basis van opmaak van de akte zullen de gegevens van de rechterlijke beslissing vermeld worden. 3.7. Afschriften en uittreksels (artikel 28 van het oud Burgerlijk Wetboek) Artikel 28 van het oud Burgerlijk Wetboek definieert de begrippen `afschriften' en `uittreksels'. Een uittreksel vermeldt enkel de actuele gegevens van een akte, zonder de historiek van de staat van de persoon op wie de akte betrekking heeft weer te geven. Dit betekent dat, indien er wijzigingen zijn geweest sinds de opmaak van de akte van de burgerlijke stand, op het uittreksel niet zichtbaar is wat er gewijzigd werd en enkel de laatste toestand wordt weergegeven. De wijzigingen worden verwerkt en uitgevoerd door de DABS. Zo zal er bijvoorbeeld in een uittreksel van de geboorteakte van een kind dat ten volle werd geadopteerd geen melding staan van de adoptie. Bij de `ouders' zullen de adoptieouders vermeld staan. Het vroeger bestaande onderscheid tussen uittreksels met en zonder afstamming verdwijnt. Een afschrift vermeldt daarentegen altijd de oorspronkelijke gegevens van de akte en de wijzigingen in de staat van de persoon op wie de akte betrekking heeft die hebben plaatsgevonden na de opmaak van de akte. In het voorbeeld van de geboorteakte van het geadopteerde kind zal bijgevolg de adoptie zichtbaar zijn op het afschrift. Een afschrift vermeldt ook de historiek van de akte. De historiek wordt kort vermeld onder de oorspronkelijke gegevens, gelijkaardig aan de vermelding van de vroegere randmeldingen. Afschriften vermelden, in voorkomend geval, ook steeds de basis voor de opmaak van de akte (zoals bepaald in artikel 41, § 1, 5° ). Op uittreksels wordt de basis voor de opmaak van de akte niet vermeld, gelet op de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene. 3.7.1. Geldigheidsduur Op de afschriften en uittreksels zal steeds de termijn staan gedurende welke de authenticiteitscontrole via een uittrekselserver mogelijk is, alsook de weblink of andere elektronische verificatie waarop de controle mogelijk is. De geldigheidstermijn zal in principe drie maanden bedragen vanaf het afleveren ervan. Het is aan de ontvangende autoriteit (meestal in het buitenland) om te bepalen of ze het document nadien nog wil aanvaarden, hoewel de controle via die link niet meer mogelijk is. De termijn van de controle is beperkt omdat het afgeleverde uittreksel of afschrift slechts gedurende die periode van geldigheid beschikbaar blijft op de uittrekselserver. 3.7.2. Openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand (artikel 29 van het oud Burgerlijk Wetboek) 3.7.2.1. Ten laatste tot 1 januari 2025 In artikel 29, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek werd het oude artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek hernomen en aangepast. Het bepaalt de gevallen waarin akten openbaar worden gemaakt en ook aan wie er afschriften of uittreksels kunnen worden afgeleverd. Openbaarheid houdt in dat eenieder recht heeft op een afschrift of uittreksel. Er wordt voorzien in gedifferentieerde openbaarheidstermijnen: - akten van overlijden van meer dan vijftig jaar oud; - akten van huwelijk van meer dan vijfenzeventig jaar oud; - andere akten van meer dan honderd jaar oud. 3.7.2.1.1. Aan wie mogen afschriften en uittreksels worden afgeleverd? 3.7.2.1.1.1. Openbare akten Iedereen heeft recht op afschriften en uittreksels van openbare akten van de burgerlijke stand. Het gaat dus om overlijdensakten van meer dan vijftig jaar oud, huwelijksakten van meer dan vijfenzeventig jaar oud en andere akten van de burgerlijke stand van meer dan honderd jaar oud. 3.7.2.1.1.2. Niet-openbare akten De aflevering van afschriften en uittreksels van niet-openbare akten wordt sterk beperkt, om redenen die te maken hebben met de bescherming van persoonsgegevens. De personen die recht hebben op afschriften of uittreksels worden beperkt tot een kleine kring van personen rond de betrokkene. Het gaat met name om: - de persoon op wie de akte betrekking heeft; - zijn echtgenoot of echtgenote; - zijn wettelijk samenwonende; - zijn wettelijke vertegenwoordiger; - zijn bloedverwanten in de opgaande of nederdalende lijn; - zijn erfgenamen; - hun notaris; - hun advocaat. De wettelijke vertegenwoordiger dient daarbij ruim te worden geïnterpreteerd. Het gaat bijvoorbeeld ook om de bewindvoerder over een persoon. Dat zijn de personen die vroeger een afschrift of een uittreksel met afstamming konden verkrijgen. Voor akten van personen die de registratie van hun geslacht hebben aangepast (toepassing van Titel IV/1 of van artikel 1385quaterdecies, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek) wordt het recht op een afschrift nog verder beperkt. Het recht op een afschrift van die akten (met andere woorden van akten waarop de aanpassing van de registratie van het geslacht zichtbaar
  3. is)wordt beperkt tot de persoon op wie de akte betrekking heeft, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn erfgenamen, hun notaris en hun advocaat. Wanneer de verbinding tussen de verschillende informatiebronnen aanzienlijk is uitgebreid, zullen er minder vaak uittreksels worden afgeleverd (zie punt 3.7.5.). Om redenen die te maken hebben met de bescherming van persoonsgegevens, is het daarenboven wenselijk dat er in principe enkel nog uittreksels kunnen worden afgeleverd. Een afschrift zal dan enkel nog op uitdrukkelijk verzoek afgeleverd worden. De ABS mag echter niet nagaan of de aanvraag gerechtvaardigd is voor het doel waarvoor het afschrift wordt gevraagd, aangezien dat een ongerechtvaardigde inmenging is in het privéleven van de burger. Het kan dus niet langer de bedoeling zijn dat er steeds afschriften worden afgeleverd. Dat gebeurde voorheen wel vaak omdat het praktischer was om een kopie te maken van een papieren akte dan om een uittreksel op te stellen. Met de DABS is er op dat punt geen onderscheid meer en kunnen er dus niet meer gegevens afgeleverd worden dan nodig. Afschriften worden derhalve enkel afgeleverd indien de betrokkene daarom uitdrukkelijk verzoekt. 3.7.2.2. Vanaf 1 januari 2025 Artikel 29, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek (waarin het oude artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek werd hernomen en aangepast) is door de Reparatie wet van 13 september 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten5 eveneens in overeenstemming gebracht met de AVG. De inwerkingtreding van die wijziging wordt vastgelegd door de Koning en vindt uiterlijk plaats op 1 januari 2025. Artikel 29 van het oud Burgerlijk Wetboek bepaalt de gevallen waarin akten openbaar zijn en ook aan wie er afschriften of uittreksels kunnen worden afgeleverd. De termijnen van openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand worden aangepast en herzien, zodat ze meer in overeenstemming zijn met de AVG. Er wordt voorzien in gedifferentieerde openbaarheidstermijnen. Er wordt eveneens een onderscheid gemaakt tussen afschriften en uittreksels van akten. De volgende akten zijn openbaar: - de uittreksels van akten van overlijden; - de uittreksels van akten van huwelijk van meer dan vijfenzeventig jaar oud; - de uittreksels van andere akten van meer dan honderd jaar oud; - de afschriften van akten van overlijden opgemaakt na 31 maart 2019; - de afschriften van akten van overlijden opgemaakt vóór 31 maart 2019 van meer dan vijfenzeventig jaar oud; - de afschriften van akten van huwelijk van meer dan vijfenzeventig jaar oud; - de afschriften van andere akten van meer dan honderd jaar oud. Er dient te worden opgemerkt dat uittreksels van akten van overlijden onmiddellijk openbaar beschikbaar zijn. Zodra een persoon is overleden, gaat het namelijk strikt genomen niet meer om persoonsgegevens in het kader van de AVG. Op die manier kunnen bijvoorbeeld begrafenisondernemers onmiddellijk daarover beschikken, zonder dat dat nog via een volmacht moet gebeuren. Afschriften van akten van overlijden die zijn opgemaakt vóór 31 maart 2019 zijn niet openbaar beschikbaar, aangezien die akten informatie bevatten met betrekking tot persoonsgegevens van andere personen die mogelijk nog in leven zijn (overlevende echtgenoot). 3.7.2.2.1. Aan wie mogen afschriften en uittreksels worden afgeleverd? 3.7.2.2.1.1. Openbare akten Iedereen heeft recht op afschriften en uittreksels van openbare akten van de burgerlijke stand. Ze worden opgesomd in punt 3.7.2. 3.7.2.2.1.2. Niet-openbare akten De aflevering van afschriften en uittreksels van niet-openbare akten wordt sterk beperkt om in overeenstemming te zijn met de AVG. De personen die recht hebben op niet-openbare afschriften of uittreksels zijn beperkt. De exhaustieve lijst is opgenomen in artikel 29, § 1/2, van het oud Burgerlijk Wetboek. Het betreft: - elke persoon van wie de akte de staat van de persoon vaststelt of wijzigt; - de wettelijke vertegenwoordiger van de persoon van wie de akte de staat van de persoon vaststelt of wijzigt; - de echtgenoot of echtgenote, de wettelijk samenwonende, de bloedverwanten in de opgaande of nederdalende lijn in de eerste graad en de erfgenamen van de persoon van wie de akte de staat van de persoon vaststelt of wijzigt, op voorwaarde dat men kan bewijzen dat er sprake is van een gerechtvaardigd belang; - de erfgenamen van de persoon van wie de akte de staat van de persoon vaststelt of wijzigt voor akten die gewijzigd werden met toepassing van Titel IV/1 of met toepassing van artikel 1385quaterdecies, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, op voorwaarde dat men kan bewijzen dat er sprake is van een gerechtvaardigd belang. De wettelijke vertegenwoordiger dient daarbij ruim te worden geïnterpreteerd. Het gaat bijvoorbeeld ook om de bewindvoerder over een persoon. Voor akten van personen die de registratie van hun geslacht hebben aangepast, zoals bedoeld in artikel 29, § 1/2, 4°, van het oud Burgerlijk Wetboek, wordt het recht op een afschrift nog verder beperkt. Het recht op een afschrift van akten waarop de aanpassing van de registratie van het geslacht zichtbaar is, wordt beperkt tot de persoon op wie de akte betrekking heeft, zijn wettelijke vertegenwoordiger en zijn erfgenamen, op voorwaarde dat men kan bewijzen dat er sprake is van een gerechtvaardigd belang. De lijst van gerechtvaardigde belangen wordt bepaald bij koninklijk besluit. De Koning maakt de afweging tussen de privacy van de betrokkene en de noodzaak tot afleveren van een afschrift of uittreksel aan de bedoelde ontvangers. De aanvragen van afschriften of uittreksels van akten waarvoor een gerechtvaardigd belang moet worden aangetoond, moeten het volgende bevatten: - de identiteit van de aanvrager (eID); - of en hoe de hoedanigheid (relatie tot betrokkene) kan worden vastgesteld of gedocumenteerd; én - welke de reden is voor de aflevering van het afschrift (wie is de reële ontvanger/bestemmeling); - het bewijsstuk voor het gerechtvaardigd belang. Die informatie wordt bewaard in een logbestand. De persoon op wie de akte betrekking heeft, kan die logbestanden raadplegen om te weten te komen wie om welke reden een afschrift heeft gevraagd. Dat laat de betrokkenen, de verwerkingsverantwoordelijke en de gegevensbeschermingsautoriteit ook toe post factum het toezicht uit te oefenen op het ingeroepen gerechtvaardigd belang. Het is geenszins de bedoeling dat de ambtenaar van de burgerlijke stand op het ogenblik van de aanvraag een controle moet doen van het (bewijsstuk van het) gerechtvaardigd belang. Ook de FOD Justitie, die optreedt als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke met de gemeenten, kan hier in de praktijk geen verregaande a priori controle op uitvoeren. Het afleveren van de gevraagde akte in de vorm van een uittreksel is de regel. Het afleveren van een afschrift is uitzonderlijk en zou enkel op uitdrukkelijk verzoek mogen gebeuren. Het is namelijk meestal niet nodig om te beschikken over de historiek van de gegevens die zijn vermeld in het afschrift van de akte. De actuele gegevens die in het uittreksel van de akte zijn vermeld, volstaan over het algemeen. 3.7.3. Afschriften en uittreksels via de DABS - elektronisch zegel De aflevering van afschriften en uittreksels gebeurt steeds via de DABS, in die zin dat de authentificatie bij de aflevering steeds gebeurt door de DABS in de vorm van een elektronisch zegel, en niet door de ABS. Het blijft evenwel steeds mogelijk om de afgifte van via de DABS afgeleverde afschriften of uittreksels te vragen aan de ABS, aan het loket of het e-loket. Ook in dat geval draagt het afschrift of uittreksel enkel het elektronisch zegel van de DABS. De burger kan daarnaast, waar hij zich ook bevindt, een uittreksel of afschrift met het elektronisch zegel van de DABS ook rechtstreeks via de Just-on-Web-website (https://justonweb.be/extracts) downloaden (met zijn pc, smartphone ...). De afschriften en uittreksels vermelden ook steeds de datum van afgifte. 3.7.4. Afschriften en uittreksels van papieren akten opgemaakt vóór 31 maart 2019 Het afleveren van een afschrift in de vorm van een kopie uit de papieren registers van de burgerlijke stand is niet toegestaan. Van de `oude' papieren akten van de burgerlijke stand, die in de DABS werden opgenomen, worden enkel afschriften en uittreksels afgeleverd via de DABS. De papieren registers zijn namelijk niet meer bijgewerkt na 31 maart 2019. De afschriften van akten van de burgerlijke stand opgemaakt vóór 31 maart 2019 nemen steeds de vorm aan van de afdruk van de in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen oorspronkelijke akte met de hierop aangebrachte randmeldingen en de metadata van de wijzigingen van deze akte gedaan na de inwerkingtreding van de DABS. De gedematerialiseerde vorm van de akte kan bestaan in: - een scan van de akte; - een verzameling van metadata; - een combinatie van beide. Een uittreksel van een `oude' akte neemt dezelfde vorm aan als een uittreksel van een akte die is opgemaakt na de inwerkingtreding van de DABS. Om een uittreksel van een papieren akte te kunnen afleveren via de DABS dienen de metadata van de oude akte (die vermeld staan op een uittreksel in de nieuwe vorm) te worden opgenomen in de DABS. Op basis daarvan kunnen uittreksels worden afgeleverd op dezelfde wijze als die van de `nieuwe' akten van de burgerlijke stand. In een overgangsbepaling (artikel 109 van de Wet Modernisering Burgerlijke stand. ) wordt bepaald dat een ABS, een griffier of een bevoegde ambtenaar van de FOD Justitie die vaststelt dat een akte van vóór 31 maart 2019 die aan hem moet worden voorgelegd niet is opgenomen in de DABS, of waarvan metadata ontbreken, de ABS die houder is van het register waarin de akte zich bevindt kan verzoeken tot opname ervan in de DABS. De ABS kan dat doen door middel van een notificatie in de DABS. Die ABS moet die akte dan onmiddellijk in gedematerialiseerde vorm en met de bijhorende metadata in de DABS op te nemen. Het kan ook gaan om een vraag tot aanvulling van de metadata, indien bijvoorbeeld op het niveau van het afschrift werd gemigreerd maar er een uittreksel van de akte wordt gevraagd, of tot een verbetering van fouten in de metadata. Een oude akte kan ook opnieuw worden opgenomen in de DABS (hermigratie) indien de metadata in de DABS niet correct zijn. Dat is enkel mogelijk zolang er geen enkele wijziging in de DABS is aangebracht aan de gemigreerde akte. Het is niet correct om een nieuwe akte op te maken in de DABS wanneer er een akte bestaat in de oude papieren registers. Indien de ABS een nieuwe akte heeft opgemaakt in plaats van de papieren akte op te nemen in de DABS, kan die ambtshalve nietig worden verklaard binnen een termijn van een maand (artikel 34/1, 3° van het oud Burgerlijk Wetboek). Indien de termijn van een maand is verstreken of er een wijziging aan de akte is aangebracht, is de familierechtbank bevoegd voor die verbetering (artikel 35 van het oud Burgerlijk Wetboek). Het is aangewezen dezelfde modus operandi te volgen als die voor de ABS die verzocht wordt om een afschrift of uittreksel van dergelijke akte af te leveren. De termijn voor de opname vanaf de notificatie aan de ABS die houder is van de akte wordt niet gepreciseerd, maar het is duidelijk dat dat zo snel als mogelijk en binnen een redelijke termijn dient te gebeuren. Zo niet kunnen er immers geen afschriften of uittreksels van worden afgeleverd. Een termijn van maximaal vijf werkdagen moet volstaan. In hoogdringende gevallen moet dat onmiddellijk gebeuren. Zijn collega-ambtenaar van de burgerlijke stand, de griffier of de bevoegde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Justitie moet namelijk zijn procedure kunnen voortzetten binnen de wettelijke termijnen. 3.7.5. `Only once'-principe Door de toepassing van het `only once'-principe en de rechtstreekse toegang die aan verschillende overheden en instellingen wordt verleend (cf. artikel 78 van het oud Burgerlijk Wetboek) worden er veel minder afschriften en uittreksels aangevraagd en afgeleverd. Dat principe houdt in dat de documenten die door een burger werden voorgelegd aan een overheid of toegankelijk zijn voor een overheid, zoals via de DABS, niet meer opnieuw door een andere overheid aan die burger kunnen worden opgevraagd. De overheid moet zelf de DABS raadplegen wanneer ze daartoe toegang heeft. De meeste instellingen kunnen de informatie raadplegen via het Rijksregister wanneer ze geen toegang hebben tot de DABS. Afschriften en uittreksels zullen bijgevolg vooral nog worden aangevraagd om aan private instellingen (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) of in het buitenland te worden voorgelegd. 3.7.6. Taal De ABS maakt de akte, overeenkomstig de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, op in de taal van zijn gebied. In principe kunnen de afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand opgemaakt na de inwerkingtreding van de DABS in een van de drie landstalen worden afgeleverd. Voor deze nieuwe akten worden er geen beelden (scans) ingevoerd, maar enkel metadata: de gegevens die in een akte moeten voorkomen, worden ingevuld in velden (bv. een veld voor de naam, de voornaam, de datum van feit, ...). De nieuwe akten zijn dus taalonafhankelijk aangezien ze op de metadata gebaseerd zijn. Wanneer het uittreksel of het afschrift van een akte wordt afgeleverd door de ABS, gebeurt dat in de taal van de gemeente waar de akte wordt aangevraagd. Wanneer de betrokkene zelf een afschrift of een uittreksel aanvraagt via het portaal Just-on-Web, kan hij kiezen in welke taal hij zijn afschrift of uittreksel wil ontvangen. Daar in de DABS de akten, afschriften en uittreksels geüniformiseerd en gestandaardiseerd zijn, kunnen afschriften en uittreksels dus worden geraadpleegd in een Frans, Duits, Nederlands of meertalig sjabloon, en ook zo worden afgeleverd. Indien bijvoorbeeld een uittreksel van een Franstalige akte van de burgerlijke stand in Vlaanderen wordt opgevraagd, zal dat bijgevolg in het Nederlands afgeleverd kunnen worden. Zo kan worden vermeden dat een burger het uittreksel nog moet laten vertalen. Hetzelfde geldt voor de uittreksels van de `oude' papieren akten, daar die met dezelfde metadata als die van de `nieuwe' akten in de DABS worden opgenomen. Voor de afschriften van de oude akten zal dat niet het geval zijn. Het afschrift van een oude akte is namelijk gebaseerd op een beeld van de akte. Het afschrift zal dan bestaan in een afdruk van het beeld van de oude akte, waarvan uiteraard geen vertaling voorzien kan worden door de DABS. 3.7.7. Bewijskracht van afschriften en uittreksels van papieren akten in de DABS De bewijskracht van de afschriften en uittreksels van akten opgemaakt vóór 31 maart 2019 (in gedematerialiseerde vorm opgenomen in de DABS) is niet dezelfde als de bewijskracht van akten opgemaakt na 31 maart 2019, aangezien de bewijswaarde van de akten waarop de afschriften en uittreksels betrekking hebben niet gelijk is. De elektronische akten opgemaakt na 31 maart 2019 hebben immers volledige bewijswaarde (namelijk tot bewijs van valsheid in geschrifte), in tegenstelling tot de oude papieren akten die nadien in de DABS werden opgenomen, die slechts gelden tot bewijs van het tegendeel. Het is echter niet mogelijk om personen voor het verkrijgen van afschriften en uittreksels toch te verwijzen naar de ABS die de papieren akte in zijn bezit heeft, aangezien op de papieren akte nooit de bijwerkingen zullen staan die nadien in de DABS werden gemaakt voor die akte. Dat afschrift of uittreksel zal dus onvolledig zijn. Het is ook niet mogelijk om volledige bewijswaarde (tot valsheid in geschrifte) te geven aan de in gedematerialiseerde vorm in de DABS opgenomen akten opgemaakt vóór de inwerkingtreding van de DABS. De papieren akte zal immers steeds het origineel zijn. Er kunnen immers fouten voortkomen uit de opname ervan in gedematerialiseerde vorm in de DABS (bv.: door het scannen wordt een woord dat was uitgewist toch zichtbaar). Artikel 30, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek voorziet er in dat opzicht in dat wanneer het afgeleverde uittreksel of afschrift op basis van een op papier opgemaakte akte vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet niet wordt aanvaard of wanneer het wordt betwist voor het doel waartoe het dient, een uittreksel of afschrift wordt afgeleverd op basis van het papieren register met toevoeging van de bijwerkingen op de akte in de DABS. Die mogelijkheid dient beperkt te blijven tot zeer uitzonderlijke omstandigheden, daar het doel is om afschriften en uittreksels steeds door de DABS op elektronische wijze te laten afleveren. Enkel in het geval van betwisting of bijvoorbeeld niet-aanvaarding door een buitenlandse autoriteit om specifieke redenen zou een afschrift of uittreksel van de originele papieren akte (met de bijwerkingen op die akte opgenomen in de DABS) afgeleverd moeten worden door de ABS die de akte onder zich in zijn papieren registers heeft. 3.7.8. Vorm van het afschrift van een akte opgemaakt op basis van een buitenlandse akte of een buitenlandse beslissing Artikel 28, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek bepaalt de vorm van een afschrift van een akte opgemaakt op basis van een buitenlandse akte of een buitenlandse beslissing (opgemaakt volgens hoofdstuk 2, afdeling 15, zie punt 4.2.14 en 4.2.15). Dergelijk afschrift bevat: 1. de oorspronkelijke gegevens van de Belgische akte op basis van een buitenlandse akte of een buitenlandse beslissing en, op aanvraag, de afgedrukte versie van de buitenlandse akte of de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing en, in voorkomend geval, de beëdigde vertaling ervan, zoals opgenomen in de DABS als bijlage bij de Belgische akte;2. de referentiegegevens van de buitenlandse akte of de buitenlandse beslissing die aan de basis lag;3. de metadata van de wijzigingen van die akte (historiek na opmaak van de Belgische akte). De opmaak van akten van de burgerlijke stand op basis van een buitenlandse akte is mogelijk door voorlegging van een afschrift of uittreksel van de buitenlandse akte volgens de voorwaarden bepaald in de artikelen 68 en 69 van het oud Burgerlijk Wetboek (zie punt 4.2.15). De opmaak van een Belgische akte op basis van een uittreksel van de buitenlandse akte verhindert niet dat er latere wijzigingen in de akte verwerkt kunnen worden. Bijgevolg zal een afschrift ook de historiek van na de opmaak van de Belgische akte vermelden, in de vorm van metadata van de wijzigingen. Dat is ook het geval voor een afschrift van een in de DABS gemigreerde papieren akte waarop na de migratie ervan wijzigingen gebeurden in de DABS. Concreet kan die historiek dan bijvoorbeeld het volgende zijn: een erkenning, een verklaring van naamskeuze, een voornaamsverandering, een verbetering door een rechtbank .... Het kan dan gaan om zowel Belgische akten of beslissingen als in België erkende buitenlandse akten of beslissingen. Indien de betrokkene in de toekomst een afschrift of uittreksel van zijn buitenlandse akte of van een buitenlandse beslissing in België dient voor te leggen, kan hij zich dus beroepen op een afschrift of uittreksel van de Belgische akte opgemaakt op basis van de buitenlandse akte of de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing. Hij dient dus niet terug te keren naar de afleverende autoriteit in het buitenland. Op aanvraag gaat het afschrift van de Belgische akte opgemaakt op basis van een buitenlandse akte of een buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing vergezeld van de afgedrukte versie van de buitenlandse akte of de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing en, in voorkomend geval, de beëdigde vertaling ervan, zoals opgenomen in de DABS als bijlage bij de Belgische akte. Het afschrift van de akte gaat dus vergezeld van de bijlagen die er in de DABS aan verbonden zijn. 3.7.9. Genealogische opzoekingen Artikel 79 van het oud Burgerlijk Wetboek stelt dat de Koning bepaalt welke akten van de burgerlijke stand raadpleegbaar zijn voor genealogische en historische doeleinden, wie ze kan raadplegen en waar ze kunnen worden geraadpleegd. Het koninklijk besluit van 17 maart 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten8 over de genealogische opzoekingen in de akten van de burgerlijke stand en tot verlening van de toegang tot de DABS aan het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën (B.S. van 21 maart 2021) bepaalt welke akten van de burgerlijk stand raadpleegbaar zijn voor genealogische doeleinden, wie ze kan raadplegen en waar ze kunnen worden geraadpleegd. 3.7.10. Legalisatie Artikel 29, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek herneemt oud artikel 45 van hetzelfde wetboek en bepaalt dat de uittreksels en afschriften die bestemd zijn om in het buitenland te worden gebruikt, voor zover vereist, gelegaliseerd worden door de minister van Buitenlandse Zaken of door de door hem gemachtigde ambtenaar. Het is dus het elektronisch zegel dat gelegaliseerd wordt. Het is van belang hier ook te wijzen op de verordening openbare documenten (Verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 inzake de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012). Die verordening is immers van toepassing op de akten van de burgerlijke stand. Voor wat betreft de artikelen die van toepassing zijn op de akten van de burgerlijke stand is die verordening in werking getreden op 16 februari 2019. Die verordening schaft onder andere de legalisatie- en apostillevereiste af voor bepaalde openbare documenten en vereenvoudigt de formaliteiten met betrekking tot gewaarmerkte afschriften en vertalingen tussen de EU-lidstaten. Het toepassingsgebied van de verordening strekt zich uit tot: - geboorte; - in leven zijn; - overlijden; - naam; - huwelijk, daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat; - echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk; - geregistreerd partnerschap, daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap; - ontbinding van een geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap; - afstamming; - adoptie; - woon- en/of verblijfplaats; - nationaliteit; - de afwezigheid van een strafblad; - de openbare documenten die moeten worden voorgelegd voor het uitoefenen van het actief of passief kiesrecht bij verkiezingen voor het Europees Parlement of bij gemeenteraadsverkiezingen. Er wordt wel opgemerkt dat de verordening enkel betrekking heeft op de echtheid van het openbare document en niet op de erkenning van de inhoud of de gevolgen ervan. De verordening heeft tot gevolg dat andere EU-lidstaten geen legalisatie of apostille van de afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand die onder het toepassingsgebied van de verordening vallen meer mogen vragen. Meer informatie over de legalisatie en de apostille kan worden teruggevonden op de website van de FOD Buitenlandse Zaken: https://diplomatie.belgium.be/nl/legalisatie-van-documenten/legalisatie-gedetailleerdere-informatie/e-apostille-e-legalisatie 3.7.11. Modellen van afschriften en uittreksels Het koninklijk besluit van 3 februari 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten7 tot vaststelling van de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand (B.S. 15 februari 2019) stelt de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand vast. Dat koninklijk besluit werd gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 23 november 2020 en 17 oktober 2023 teneinde de modellen van uittreksels en afschriften van akten van de burgerlijke stand aan te passen aan de nieuwe wetgeving. De modellen zijn terug te vinden als bijlage bij het koninklijk besluit en werden geïntegreerd in de DABS. Er zijn uittreksels voor de volgende akten: - de akte van geboorte; - de akte van huwelijk; - de akte van overlijden; - de akte van erkenning; - de akte van prenatale erkenning; - de akte van adoptie; - de akte van een levenloos kind; - de akte van afwezigheid; - de akte van Belgische nationaliteit. Er zijn afschriften voor de volgende akten: - de akte van geboorte; - de akte van huwelijk; - de akte van overlijden; - de akte van erkenning; - de akte van prenatale erkenning; - de akte van adoptie; - de akte van een levenloos kind; - de akte van afwezigheid; - de akte van Belgische nationaliteit. - de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht; - de akte van echtscheiding; - de akte van naamsverandering; - de akte van voornaamsverandering; - de akte van verklaring van naamskeuze; - de akte van nietigverklaring. De basis van de opmaak van de akte kan zijn: - een rechterlijke beslissing; - een proces-verbaal; - een koninklijk of ministerieel besluit; - -een buitenlandse akte; - een buitenlandse administratieve of rechterlijke beslissing. De historiek van de staat van de persoon bestaat uit een chronologisch overzicht, volgens datum van registratie in de DABS, van de gewijzigde gegevens van de oorspronkelijke akte, met vermelding van de beslissing of akte die aan de basis ligt van de wijziging. Het koninklijk besluit verduidelijkt verder dat in de afschriften de oorspronkelijke gegevens van de akte aangevuld worden met de basis van de opmaak van de akte en de historiek van de staat van de persoon. Daarnaast somt het op welke de vermeldingen zijn voor elke wettelijke basis en voor elke wijziging van de gegevens van de oorspronkelijke akte. In de modellen is in het gegeven `datum uitwerking' voorzien. Voor elke akte is er overigens in voorzien dat de datum van het feit en de datum van opmaak van de akte worden vermeld. De datum van het feit wordt in principe enkel ingevuld in de akten van geboorte, van overlijden, van huwelijk en van een levenloos kind (datum bevalling). In die gevallen zal de datum van uitwerking de datum van opmaak van de akte zijn. In de andere gevallen is de datum van uitwerking gelijk aan de datum van opmaak van de akte, tenzij de ABS bij de opmaak van de akte op basis van een bijlage (buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing, een vonnis of arrest, een proces-verbaal ...) een andere datum van uitwerking heeft ingevuld die kan teruggevonden worden in de bijlagen. De `datum uitwerking' zal in die gevallen dus respectievelijk betrekking hebben op de datum van uitwerking van de adoptie (binnenlandse adoptie: datum verzoekschrift; buitenlandse adoptie: datum uitwerking bepaald door FCA), van de echtscheidingsbeslissing (Belgische echtscheiding: datum kracht van gewijsde van het vonnis), van de naamsverandering (bv. op basis van de buitenlandse beslissing), ... De modellen van uittreksels en afschriften zijn dynamisch samengesteld. Niet alle mogelijke vermeldingen moeten immers in elk uittreksel of afschrift verschijnen. De gegevens die zijn opgenomen achter het symbool ' ( ' zijn facultatief. Die gegevens worden enkel in het afschrift of uittreksel vermeld als ze van toepassing zijn. Bij de gegevens die zijn opgenomen achter het symbool `o' moet er minstens één van de opties worden aangeduid. Enkel de gekozen optie moet op het afschrift of uittreksel verschijnen. 3.8. Toegang tot de DABS De DABS is geen openbaar register. De gegevens van de DABS kunnen elektronisch worden meegedeeld aan de volgende personen, overheden of instellingen, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten: 1° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de door hen gemachtigde beambten;2° de Belgische consulaire ambtenaren, de door hen gemachtigde agenten alsook de ambtenaren van de bevoegde diensten zoals aangewezen door de Koning, voor de consulaire werkzaamheden, in het bijzonder deze inzake de burgerlijke stand.In principe gaat het om de ambtenaren van de directie Personenrecht van de directie-generaal Consulaire Zaken van de FOD Buitenlandse Zaken; 3° de parketten;4° de magistraten bij de rechtscolleges en hun griffies;5° de ambtenaren van de diensten aangewezen door de Koning, die bevoegd zijn voor het personenrecht en voor de burgerlijke stand.In principe gaat het om de ambtenaren van Directie I Personenrecht en Burgerlijk Stand van het directoraat-generaal Wetgeving en Fundamentele Rechten en Vrijheden van de Federale Overheidsdienst Justitie. De gegevens in de DABS kunnen worden meegedeeld aan alle overheidsdiensten, instellingen of beroepsgroepen, in het kader van hun wettelijke opdracht of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag die aan hen is opgedragen. Net als alle andere beroepsgroepen worden notarissen en advocaten niet langer beoogd in artikel 29 van het oud Burgerlijk Wetboek, aangezien ze worden beoogd in artikel 78, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek. Overeenkomstig artikel 78, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek zullen ze de doorgifte van de gegevens van de DABS verkrijgen via een protocol, voor zover de vigerende regelgeving van toepassing op de ontvanger onvoldoende duidelijk zou zijn en niet de transparantie bepaald in artikel 20 van de wet gegevensbescherming kan bieden aan betrokkenen. De notarissen en de advocaten staan niet langer als dusdanig vermeld als personen, overheden of instellingen die de gegevens van de DABS ambtshalve kunnen raadplegen, zoals vóór de wet van 13 september 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten5. De gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken (onverminderd de aan het beheerscomité toegewezen bevoegdheid) beslissen dan bijvoorbeeld of een beroepsgroep nood heeft aan de gegevens uit de DABS en of die groep al dan niet een protocol dient af te sluiten. Het is dus niet de ABS die deze afweging dient te maken. Wanneer buitenlandse overheidsdiensten of beroepsgroepen zich wenden tot een ABS om gegevens van de DABS te verkrijgen, is de wetgeving inzake gegevensbescherming (AVG) van toepassing. In dat geval neemt de ABS via het beheerscomité contact op met de verwerkingsverantwoordelijke van de DABS, opdat het verzoek op dat niveau kan worden geanalyseerd. In artikel 83 van het oud Burgerlijk Wetboek wordt het vertrouwelijk karakter van de gegevens gewaarborgd: hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de gegevens in de DABS, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek, dat het beroepsgeheim regelt, is op hen van toepassing. De overheden, de instellingen en de beroepsgroepen die op enige wijze toegang hebben gekregen tot de gegevens van de DABS moeten de uitgevoerde verwerkingen kunnen verantwoorden, ongeacht of ze uitgevoerd zijn door een individuele gebruiker of door een automatisch informaticasysteem. Daartoe houden ze minstens een logbestand bij. 3.9. Wijzigingen van akten van de burgerlijke stand De akten van de burgerlijke stand kunnen enkel worden gewijzigd volgens de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek. De akten van de burgerlijke stand kunnen op de volgende wijzen wijzigingen ondergaan: 1° door de rechtstreekse wijziging van een akte (`tweede versie' van de akte) (artikel 31 van het oud Burgerlijk Wetboek);2° door een automatische melding (artikel 32 van het oud Burgerlijk Wetboek);3° door de opmaak van een basisakte. Deze werkwijzen vervangen dus de vroegere akten van overschrijving van rechterlijke of andere beslissingen en de randmelding daarvan op andere akten van de burgerlijke stand. 3.9.1. Rechtstreekse wijzigingen van akten (gewijzigde akten) In plaats van een akte te `randmelden' naar aanleiding van een Belgische of buitenlandse rechterlijke beslissing, zal in bepaalde gevallen de reeds bestaande akte zelf worden gewijzigd. De ABS zal met andere woorden een `tweede versie' van de akte maken. Zo zal de afstamming op de geboorteakte bijvoorbeeld worden gewijzigd na een rechterlijke beslissing die de afstamming vaststelt. In rechtstreekse wijzigingen van akten is slechts voorzien voor een beperkt aantal gevallen, met name: 1° Een rechterlijke beslissing die (artikel 31, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek): - de afstamming betwist of vaststelt of een erkenning nietig verklaart; - een akte verbetert. Het moet gaan om een in kracht van gewijsde gegane beslissing die een wijziging van één of meerdere akten van de burgerlijke stand tot gevolg heeft én er mag geen basisakte voor kunnen worden opgemaakt. Met basisakten worden de akten van de burgerlijke stand bedoeld die zijn vermeld in boek I, titel 2, hoofdstuk 2 van het oud Burgerlijk Wetboek. Een beslissing die de afstamming wijzigt, noodzaakt een aanpassing van de akte omdat er geen basisakte `akte van afstammingswijziging' bestaat en er geen automatische melding kan gebeuren door de DABS. Het optreden van de ABS is noodzakelijk omdat er een inhoudelijke beoordeling is vereist van de gegevens van de rechterlijke beslissing die de burgerlijke staat wijzigt. In dit geval kan het ook om buitenlandse rechterlijke beslissingen gaan. De eventuele naamsverandering wordt ook opgenomen in de gewijzigde akte. Voor de afstammelingen van de persoon wiens afstamming is gewijzigd en die van naam veranderen, moet er een akte van naamsverandering opgemaakt worden. Hetzelfde geldt voor de verbetering van akten van de burgerlijke stand door de familierechtbank. Hetzelfde geldt ook voor de nietigverklaring van een erkenning. De ABS zal in dat geval de volgende akten opmaken of de volgende wijzigingen doorvoeren: 1) in het geval de erkenning in een afzonderlijke akte gebeurde: - de opmaak van de akte van nietigverklaring van een erkenning door de ABS en - de wijziging van de akte(
  4. n)van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen (overeenkomstig artikel 31 van het oud Burgerlijk Wetboek). De afstamming op de geboorteakte zal dus worden gewijzigd na de nietigverklaring van een erkenning. 2) in het geval de erkenning in de geboorteakte zelf gebeurde: de wijziging van de akte(
  5. n)van de burgerlijke stand van het kind en van zijn afstammelingen (overeenkomstig artikel 31 van het oud Burgerlijk Wetboek). Bij rechterlijke beslissingen die een naams- of voornaamsverandering toestaan (gevallen bedoeld in artikel 370/9 van het oud Burgerlijk Wetboek), dient de toepasselijke basisakte te worden opgemaakt, met name een akte van naamsverandering of een akte van voornaamsverandering, wat niet het geval was vóór 1 januari 2024 (datum van inwerkingtreding van de Reparatiewet van 2023). Wat de naams- of voornaamsverandering betreft, gaat het om de gevallen bedoeld in artikel 370/9 van het oud Burgerlijk Wetboek en dus om de beroepen ingesteld voor de familierechtbank tegen weigeringen van de minister van Justitie en de ABS om respectievelijk een naams- of voornaamsverandering toe te staan. Een buitenlandse rechterlijke beslissing inzake naams- of voornaamsverandering die erkend kan worden op grond van artikel 39 van het Wetboek van internationaal privaatrecht wordt verwerkt via de akte van (voor)naamsverandering. Indien de familierechtbank de verandering toestaat, wijzigt de ABS de akte van geboorte en verbindt deze met de andere akten van de begunstigde en, in geval van voornaamswijziging, met de akten van geboorte van zijn afstammelingen van de eerste graad. Indien het een Belgische rechterlijke beslissing betreft, zal de griffier de gegevens die nodig zijn voor deze wijziging onmiddellijk via de DABS doorsturen naar de bevoegde ABS. De gewijzigde akte vermeldt de gegevens van de rechterlijke beslissing (rechterlijke instantie, datum uitspraak) alsook de inhoud ervan (betwisting/vaststelling van een afstammingsband, verbetering van een akte, naams-of voornaamsverandering). De gewijzigde akte vermeldt de gegevens van de rechterlijke beslissing (rechterlijke instantie, datum uitspraak) alsook de inhoud ervan (betwisting/vaststelling van een afstammingsband, nietigverklaring van een erkenning, verbetering van een akte, naams-of voornaamsverandering). Al deze gegevens worden in metadata in het systeem opgenomen en met de akte verbonden. De vermeldingen van de `gewijzigde akte' zijn dus gegevens die in de `historiek' bij deze akte worden vermeld en dus ook zichtbaar zijn zowel bij de raadpleging van de akte als bij de aflevering van een afschrift ervan. 2° Een verbetering van een materiële vergissing door de ABS (artikel 31, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek) (zie punt 3.10.1.) In dit geval maakt de bevoegde ABS de gewijzigde akte of akten op ten gevolge van de verbetering van een materiële vergissing die een wijziging van één of meerdere akten van de burgerlijke stand tot gevolg heeft. De gewijzigde akte vermeldt de verbetering van de akte. De verbetering zal dus ook steeds zichtbaar zijn bij de raadpleging van de akte in de DABS of bij aflevering van een afschrift ervan. De bevoegde ABS is de algemeen bevoegde ambtenaar of de ambtenaar van de plaats van opmaak van de akte. De wijziging van een akte zal in bepaalde gevallen ook met zich meebrengen dat de andere akten van de betrokkene, en eventueel van zijn afstammelingen, automatisch worden gewijzigd door de DABS. De DABS verbindt deze akten immers met elkaar. Bij de raadpleging ervan in de DABS zal het wel steeds duidelijk zijn wat er is gewijzigd is sinds de oorspronkelijke akte. Het zal ook steeds mogelijk zijn de historiek te raadplegen, met datum en reden van wijziging. 3° Een andere akte of een aangifte (bijvoorbeeld door middel van een medisch attest of een verklaring) (art.31, § 2, van het oud Burgerlijk Wetboek). Door de toevoeging van deze nieuwe wettelijke basis voor rechtstreekse wijzigingen van akten door de ABS wordt vermeden dat soortgelijke wijzigingen technisch worden opgelost via een `materiële vergissing'. De opmaak van een gewijzigde akte op basis van een andere akte maakt het voortaan mogelijk om foutieve of onvolledige gegevens in een bestaande akte te wijzigen in de correcte of volledige gegevens, indien de akte die deze wijziging staaft wordt voorgelegd. In de regel gaat het meestal om de geboorteakte die niet ter beschikking was op het moment van de opmaak van de te wijzigen akte (anders zou kunnen worden gebruikgemaakt van de op basis van een materiële vergissing gewijzigde akte, wat indien mogelijk ook steeds de voorkeur geniet). Het kan ook gaan om een gegeven dat niet onder de definitie van de materiële vergissing valt. Bijvoorbeeld : de geboorteplaats of het geboorteland van een ouder in de geboorteakte of van een echtgenoot in een huwelijksakte. Het kan ook gaan om de vermelding van persoonsgegevens in akten van vreemdelingen, wat de akten betreft uit landen waar er een verschil wordt gemaakt tussen de op een paspoort vermelde gegevens (die als basis dienen voor de inschrijving in het vreemdelingenregister) en de akten van de burgerlijke stand, die de staat van de persoon vaststellen. Niet op alle paspoorten worden immers alle voornamen van een persoon vermeld. Het is ook mogelijk dat het patroniem niet wordt vermeld op het paspoort of dat de voornaam, de familienaam of andere naamsvermeldingen in een andere volgorde worden vermeld. Tot slot kan de wijzigingsakte op basis van een andere akte ook worden gebruikt wanneer de staat van de persoon in een bestaande akte is gewijzigd, maar er geen andere wettelijke basis voorhanden is om een basisakte of gewijzigde akte op te maken. Het is belangrijk op te merken dat de gewijzigde akte op basis van een andere akte niet kan worden gebruikt om identiteitsfraude recht te zetten of om te vermijden dat men een akte voor de familierechtbank moet laten verbeteren. Het kan dus niet de bedoeling zijn om louter op voorleggen van de geboorteakte de persoonsgegevens volledig te veranderen, de afstamming te wijzigen of verschillende gegevens in dezelfde akte te gaan wijzigen (zie punt 3.10.2.). Het is enkel de bedoeling om een gewijzigde akte op basis van een andere akte op te maken indien de oorspronkelijke akte door een gebrek aan informatie fouten of onvolledigheden bevat. Er mag geen twijfel bestaan over de identiteit van de persoon of over de staat van de persoon die wordt vastgelegd in de akte. Evenmin is het mogelijk de gewijzigde akte op basis van een andere akte te gebruiken om de wijziging van de staat van de persoon te verwerken, indien de opmaak van een geëigende basisakte noodzakelijk is. Bijvoorbeeld: een buitenlandse akte of beslissing tot naamsverandering is in de regel de basis voor de opmaak van een akte van naamsverandering, maar niet van een gewijzigde akte. Dit is bijvoorbeeld ook het geval wanneer de moeder van een in een Belgische gemeente geboren kind van naam verandert door een opvolgend huwelijk in het buitenland. Er dient in dit geval geen gewijzigde akte opgemaakt te worden van de geboorteakte van het kind. De Belgische huwelijksakte (op basis van de buitenlandse huwelijksakte) met de huwelijksnaam kan onmiddellijk worden opgenomen in de DABS, dan wel een akte van naamsverandering (op basis van de buitenlandse huwelijksakte) indien de huwelijksakte reeds in de DABS is opgenomen. Op die manier zullen de geboorteakten van de kinderen ook automatisch wijzigen. Enkele concrete voorbeelden kunnen dit verduidelijken. De gewijzigde akte op basis van een andere akte kan worden opgemaakt om: - afgekorte of niet-opgenomen voornamen of delen van namen voluit te schrijven of toe te voegen: voorbeeld: een vreemdeling is ingeschreven in het Rijksregister op basis van zijn paspoort waarbij een aantal voornamen werden afgekort en legt nu zijn geboorteakte voor; voorbeeld: door een vergissing van de ABS werd een persoon in zijn huwelijksakte van vóór 31 maart 2019 opgenomen met een enkele in plaats van een dubbele naam, de geboorteakte bevatte de dubbele naam: er is zekerheid over de identiteit; - een patroniem of een `middle name' toe te voegen: voorbeeld: een Russische persoon wordt in het Rijksregister ingeschreven zonder patroniem omdat dit niet in Latijns schrift op de Russische reispaspoorten wordt vermeld, maar het wordt wel opgenomen in de Russische geboorteakten en andere akten van de burgerlijke stand; - een fout in het geboorteland te corrigeren: voorbeeld: Congo in plaats van Zaïre. Er wordt opgemerkt dat in de geboorteakte de namen van landen en steden zijn vermeld die die landen en steden droegen op het tijdstip van de geboorte; - een fout in de geboorteplaats van een in de akte opgenomen persoon te corrigeren: bijvoorbeeld: een spelfout in de plaatsnaam of een probleem met de administratieve indeling. Zo wordt in vele paspoorten (en dus in het Rijksregister) de staat, provincie of zelfs het land maar niet de eigenlijke gemeente van geboorte vermeld, die doorgaans wel blijkt uit een geboorteakte. In principe moet enkel de naam van de gemeente worden vermeld; - voornamen of een familienaam toe te voegen wanneer die voordien niet werden geregistreerd, maar wel uit akten van de burgerlijke stand blijken: voorbeeld 1: vele Irakezen staan op basis van een eerder voorgelegd paspoort ingeschreven met enkel hun eigen voornaam en die van hun vader en hun grootvader, maar blijken nadien wel een familienaam te hebben wanneer ze van hun autoriteiten een nieuw paspoort overhandigd krijgen en een geboorteakte met die naam; voorbeeld 2: Congolezen staan vaak in oude akten opgenomen met enkel een familienaam, zoals gebruikelijk in het Zaïrese tijdperk, maar leggen nu geboorteakten voor met voornamen; - het onderscheid te maken tussen welke elementen voor- of familienaam zijn indien dit niet duidelijk was voorheen (bijvoorbeeld: `middle name', `postnom', naamketens, enz.). In dit opzicht is het aangewezen om het nationaal recht van de betrokkene zo precies als mogelijk te interpreteren; - geboorteakten die in de DABS met onbekende geboorteplaats of zonder geboortedatum werden opgemaakt omdat deze niet voorkwamen op het afschrift of uittreksel van een buitenlandse akte aan te vullen wanneer de geboorteakten mét de ontbrekende gegevens van de ouders worden voorgelegd. Er zijn eveneens negatieve voorbeelden aan te wijzen waarbij de gewijzigde akte op basis van een andere akte niet kan worden opgemaakt: - een persoon is ingeschreven met persoonsgegevens op verklaring, deze persoonsgegevens komen ook in Belgische akten terecht. Na regularisatie worden een paspoort en een geboorteakte voorgelegd met andere persoonsgegevens en de DVZ heeft de wijziging van de persoonsgegevens in het Rijksregister toegestaan. Omdat er mogelijk sprake is van identiteitsfraude dient de verbetering aan de familierechtbank te worden gevraagd; - een persoon meldt dat de documenten die hij eerder voorlegde of de verklaringen die hij eerder aflegde niet correct waren en hij legt nu nieuwe documenten voor: omdat er twijfel is over de identiteit en er meestal ook meerdere elementen samen dienen te worden verbeterd, dient aan de familierechtbank te worden gevraagd om de bestaande akten te verbeteren; - een geboorteakte is opgemaakt met een afstamming of erkenning langs moederszijde, nadien wordt de huwelijksakte voorgelegd: aangezien er een wijziging van de afstamming zou plaatsvinden door het opmaken van een akte op basis van een andere akte is alleen de familierechtbank bevoegd. De rechtstreekse wijziging van een akte op basis van een aangifte is een algemene mogelijkheid en is niet langer beperkt tot een specifiek geval (vroeger was ze beperkt tot de aangifte voor de toevoeging van een familienaam in een akte van een levenloos kind, overeenkomstig het overgangsrecht waarin de wet van 19 december 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/07/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006009998 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan sluiten0 voorzag). De aangifte van het geslacht (met medisch attest) kan via een gewijzigde akte worden verwerkt (artikel 48 van het oud Burgerlijk Wetboek). De bevoegde ambtenaar maakt onmiddellijk de gewijzigde akte of akten op ten gevolge van de andere akte of aangifte die aan de basis van de wijziging ligt en die een wijziging van één of meerdere akten van de burgerlijke stand tot gevolg heeft. De gewijzigde akte vermeldt de wijziging van de akte. De aanpassing zal dus ook steeds zichtbaar zijn bij de raadpleging in de DABS of bij aflevering van een afschrift eruit. De bevoegde ABS is de algemeen bevoegde ABS of de ABS van de plaats van opmaak van de akte. De wijziging van een akte zal in bepaalde gevallen ook met zich meebrengen dat de andere akten van de betrokkene, en eventueel van zijn afstammelingen, automatisch worden gewijzigd door de DABS. De DABS verbindt deze akten immers met elkaar. - Bij de raadpleging ervan in de DABS zal het wel steeds duidelijk zijn wat er is gewijzigd is sinds de oorspronkelijke akte. Het zal ook steeds mogelijk zijn de historiek te raadplegen, met datum en reden van wijziging. - De DABS verstuurt bij elk gebruik van de verbetering overeenkomstig artikel 33 van het oud Burgerlijk Wetboek (materiële vergissing) of wijziging van een akte op basis van een andere akte of van een aangifte een notificatiebericht naar de bevoegde procureur des Konings. Het parket heeft immers een algemene toezichtsfunctie over de burgerlijke stand. Het kan dan op bepaalde tijdstippen bijvoorbeeld een lijst trekken van alle verbeteringen bij deze procedure, en nagaan of hiervan geen misbruik wordt gemaakt. 4° Schema Schematisch kan dit worden voorgesteld als volgt: 1.Buitenlandse rechterlijke beslissing inzake afstamming => ABS => opmaak gewijzigde akte 2. Belgische rechterlijke beslissing (afstamming, nietigverklaring erkenning, verbetering) => griffier => ABS => opmaak gewijzigde akte 3.Verbetering materiële vergissing => ABS => opmaak gewijzigde akte 4. Wijziging akte op basis van een andere akte/op basis van een aangifte => ABS => opmaak gewijzigde akte. 3.9.2. Meldingen op akten van de burgerlijke stand (artikel 32 van het oud Burgerlijk Wetboek) Voor een beperkt aantal Belgische rechterlijke of administratieve beslissingen die de burgerlijke staat van een persoon wijzigen, heeft de Wet Modernisering Burgerlijke Stand een nieuwe werkwijze ingevoerd voor de bekendmaking ervan op de akten van de burgerlijke stand van de betrokkene, zonder tussenkomst van de ABS. Dat is het geval voor: 1° echtscheidingen (artikel 1275, § 2 en artikel 1303 van het Gerechtelijk Wetboek);2° naamsveranderingen (artikel 370/7 van het oud Burgerlijk Wetboek);3° nietigverklaringen van een huwelijk, wanneer de akte van huwelijk beschikbaar is in de DABS (artikel 193ter van het oud Burgerlijk Wetboek, artikel 391octies van het Strafwetboek en artikel 79quater, § 4, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen);4° de vernietiging of intrekking van een vergunning tot naamsverandering (artikel 370/8 van het oud Burgerlijk Wetboek);5° een scheiding van tafel en bed of de verzoening van de echtgenoten naar aanleiding van een scheiding van tafel en bed (artikel 1306, tweede lid en artikel 1307, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek).6° terugkeer van de betrokkene in geval van een verklaring van afwezigheid (artikel 122, derde lid, van het oud Burgerlijk Wetboek) of van een gerechtelijke verklaring van overlijden (artikel 134, derde lid, van het oud Burgerlijk Wetboek). Er wordt automatisch een melding gegenereerd voor echtscheidingen (1° ), voor naamsveranderingen (2° ), en voor scheidingen van tafel en bed en de verzoening na scheiding van tafel en bed (5° ). Het gaat om rechterlijke beslissingen of andere beslissingen van Belgische autoriteiten die geen inhoudelijke beoordeling vereisen van gegevens van individuele akten of beslissingen door de ABS. Deze beslissingen werd immers reeds rechtsgeldig ondertekend door de daarvoor bevoegde autoriteit (de Koning, de rechter of de bevoegde ambtenaar). De gegevens van die beslissingen worden door de griffiers en de ambtenaren van de dienst die is aangewezen door de Koning (de dienst Naamsverandering) doorgestuurd naar de DABS. De DABS maakt op basis van de doorgestuurde gegevens dan een automatisch gegenereerde melding op. Deze e-melding wordt in de DABS verbonden met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft. De ABS komt hier dus niet in tussen. De hierboven vernoemde beslissingen en besluiten wijzigen volstrekt autonoom de staat van een persoon. De registratie van de melding in de DABS heeft enkel tot doel daaraan publiciteit te geven. De onveranderlijkheid van die verbinding wordt gewaarborgd door de ondertekening met een elektronisch zegel van

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.