Wet houdende diverse financiële bepalingen
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse financiële zaken en zet gedeeltelijk Europese richtlijnen om met betrekking tot het toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen. Het wijzigt bestaande wetten om de financiële sector te moderniseren en aan te passen aan nieuwe Europese regels.
Wat het reguleert
- De werking van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en gewestelijke investeringsmaatschappijen.
- De bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties.
- De markt van effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium.
- Het organiek statuut van de Nationale Bank van België, inzake afwikkeling en distributed ledger-technologie.
Wie het aanbelangt
- Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen.
- De Nationale Bank van België en erkende centrale tegenpartijen.
Kernpunten
- Het woord "drie" in de wet van 2 april 1962 wordt vervangen door "vier".
- In geval van faillissement of samenloop geschiedt de terugvordering van effecten op collectieve wijze via de curator of vereffenaar.
- De Nationale Bank van België voert taken uit als afwikkelingsautoriteit voor centrale tegenpartijen.
- De werkingskosten voor deze afwikkelingstaken worden gedragen door de erkende centrale tegenpartijen.
Wettekst
Wettekst
20 DECEMBER 2023. - Wet houdende diverse financiële bepalingen
(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL. - Inleidende bepaling Artikel 1.§ 1. Deze wet regelt een angelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. § 2. De artikelen 35 tot en met 38, 41 en 42 voorzien in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG. De artikelen 45, 84 et 86b voorzien in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU. TITEL 2. - Financiële bepalingen HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen Art. 2.In artikel 3bis, § 17, tweede lid, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen, hersteld bij het koninklijk besluit van 28 september 2006, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vier". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten Art. 3.In artikel 12, tweede lid, van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 27 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten4, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3, worden de woorden "via, naargelang het geval, de curator of de vereffenaar," ingevoegd tussen de woorden "op collectieve wijze" en de woorden "op de algemeenheid van de financiële instrumenten van dezelfde categorie". Art. 4.In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3, worden de woorden "via, naargelang het geval, de curator of de vereffenaar," ingevoegd tussen de woorden "op collectieve wijze" en de woorden "op de algemeenheid van de vervangbare financiële instrumenten van dezelfde categorie". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten1 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium Art. 5.Artikel 8, eerste lid van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten1 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3, wordt aangevuld met de volgende zin: "In geval van faillissement of in alle andere gevallen van samenloop in hoofde van de instelling die de rekeningen bijhoudt of van de centrale effectenbewaarinstelling geschiedt deze terugvordering op collectieve wijze via, naargelang het geval, de curator of de vereffenaar.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, inzake afwikkeling en distributed ledger-technologie Art. 6.In artikel 12ter van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende: " § 1/1.De Bank voert de taken uit van de afwikkelingsautoriteit, die gemachtigd is om de afwikkelingsinstrumenten toe te passen en de afwikkelingsbevoegdheden uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132."; 2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: " § 2/1.De werkingskosten die betrekking hebben op de taken als bedoeld in paragraaf 1/1, worden gedragen door de erkende centrale tegenpartijen krachtens artikel 36/25, § 3, volgens de door de Koning vastgestelde regels.". Art. 7.Artikel 21ter, § 5, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten en vervangen bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: "3° de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132.". Art. 8.Artikel 35/1, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: "3° in het kader van de uitvoering van haar taak als bedoeld in artikel 12ter, § 1/1, en met het oog op de uitoefening van die taak, binnen de grenzen van de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/113 en met name:
- a)aan de afwikkelingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte, alsook aan de autoriteiten van derde Staten die belast zijn met taken die te vergelijken zijn met die bedoeld in artikel 12ter, § 1/1;
- b)aan de personen of autoriteiten als bedoeld in artikel 36/14, § 1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 8°, 11°, 18° en 19° ;
- c)aan de minister van Financiën;
- d)aan iedere andere persoon, ongeacht of hij onder het Belgische recht of onder een buitenlands recht valt, wanneer dit noodzakelijk is voor het plannen of uitvoeren van een afwikkelingsmaatregel, en met name, - aan de bijzondere bestuurders die krachtens Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 zijn benoemd; - aan het orgaan dat bevoegd is voor de financieringsregelingen voor de afwikkeling; - aan auditors, boekhouders, juridische en professionele adviseurs, taxateurs en andere deskundigen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de Bank, een afwikkelingsautoriteit, een bevoegd ministerie of een potentiële verwerver in de arm zijn genomen; - aan een overbruggings-centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132; - aan de personen of autoriteiten bedoeld in artikel 36/14, § 1, 6°, 7°, 9°, 10°, 12°, 15° en 20° ; - aan de potentiële verwervers met wie de bevoegde autoriteiten of de afwikkelingsautoriteit contact opnemen.". Art. 9.In artikel 36/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zin "Definities: Voor de toepassing van dit hoofdstuk en hoofdstuk VII wordt verstaan onder:" wordt vervangen als volgt: "Definities: voor de toepassing van dit hoofdstuk en hoofdstuk IV/2 wordt verstaan onder:";2° in de bepaling onder 16° worden de woorden "of artikel 11 van Verordening 909/2014" vervangen door de woorden ", artikel 11 van Verordening 909/2014 of artikel 2, 21), en artikel 12 van Verordening 2022/858";3° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 33°, 34° en 35°, luidende: "33° "Verordening 2021/23": Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr.1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132; 34° "Verordening 2022/858": Verordening (EU) 2022/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende een proefregeling voor marktinfrastructuren op basis van distributed ledger-technologie en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr.600/2014 en (EU) nr. 909/2014 en Richtlijn 2014/65/EU; 35° "entiteit die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert": een centrale effectenbewaarinstelling of een beleggingsonderneming of marktexploitant die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert als bedoeld in artikel 97, 13° en 14°, van de wet van ... houdende diverse financiële bepalingen.". Art. 10.In artikel 36/2, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3, worden de woorden "de entiteiten die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteren," ingevoegd tussen de woorden "de centrale effectenbewaarinstellingen," en de woorden "de instellingen die ondersteuning verlenen". Art. 11.In artikel 36/14, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, wordt een bepaling onder 22° /1 ingevoegd, luidende: "22° /1 binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie, aan de afwikkelingsautoriteiten bedoeld in artikel 3 van Verordening 2021/23, aan de autoriteiten van derde Staten die belast zijn met taken die te vergelijken zijn met die bedoeld in artikel 12ter, § 1/1, waarmee de Bank een samenwerkingsakkoord heeft gesloten waarin wordt voorzien in de uitwisseling van informatie, alsook aan de bevoegde ministeries van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, wanneer dit noodzakelijk blijkt voor het plannen of uitvoeren van een afwikkelingsmaatregel;". Art. 12.In artikel 36/25bis, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, worden de woorden "de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens" ingevoegd tussen de woorden "om toe te zien op de naleving van" en de woorden "Verordening 648/2012". Art. 13.In artikel 36/26/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende: " § 1/1. De Bank is bevoegd voor het uitvoeren van de in Verordening 2022/858 bedoelde taken met betrekking tot de vergunningverlening aan en het toezicht op entiteiten die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteren. De Bank oefent deze bevoegdheid uit overeenkomstig de bij wet vastgelegde bevoegdheidsverdeling tussen de Bank en de FSMA.". Art. 14.In artikel 36/29 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3, worden tussen de woorden "centrale effectenbewaarinstellingen," en "de ondersteuning verlenende instellingen" de woorden "de entiteiten die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteren," ingevoegd. Art. 15.In artikel 36/30 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt: " § 1.De Bank kan elke centrale tegenpartij, elke centrale effectenbewaarinstelling, elke entiteit die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert, elke instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of elke depositobank bevelen binnen de door de Bank bepaalde termijn te voldoen aan de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens de artikelen 36/25, 36/26 en 36/26/1 en aan elke bepaling die is vastgesteld door of krachtens Verordening 648/2012, Verordening 909/2014, Verordening 2015/2365 of Verordening 2022/858. Indien de instelling waaraan de Bank met toepassing van het eerste lid een bevel heeft gericht, na afloop van de opgelegde termijn in gebreke blijft, kan de Bank, op voorwaarde dat de instelling haar middelen heeft kunnen laten gelden en onverminderd de andere bij de wet bepaalde maatregelen: 1° de betrokken tekortkoming bekendmaken; 2° de betaling van een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per inbreuk en maximum 50.000 euro per dag vertraging; 3° bij de betrokken instelling, waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd, een bijzonder commissaris aanstellen van wie de toestemming vereist is voor de handelingen en beslissingen die de Bank bepaalt. In spoedeisende gevallen kan de Bank de in het tweede lid, 1° en 3°, bedoelde maatregelen nemen zonder voorafgaand bevel met toepassing van het eerste lid, op voorwaarde dat de betrokken instelling haar middelen heeft kunnen laten gelden. § 2. Onverminderd de andere bij de wet bepaalde maatregelen kan de Bank, indien zij overeenkomstig de artikelen 36/9 tot 36/11 een inbreuk vaststelt op de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens de artikelen 36/25, 36/26 en 36/26/1 of op de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens Verordening 648/2012, Verordening 909/2014, Verordening 2015/2365 of Verordening 2022/858, aan elke centrale tegenpartij, aan elke centrale effectenbewaarinstelling, aan elke entiteit die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert, aan elke instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of aan elke depositobank een administratieve geldboete opleggen die voor hetzelfde feit of geheel van feiten niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. Wanneer de inbreuk de overtreder een vermogensvoordeel heeft opgeleverd, wordt dit maximum verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van dit voordeel en, in geval van recidive, tot het drievoud van dit bedrag. In afwijking van het eerste lid zijn de volgende maximumbedragen van toepassing in geval van een inbreuk door een centrale tegenpartij op de artikelen 4 of 15 van Verordening 2015/2365 of van de bepalingen die werden genomen op basis of in uitvoering van die artikelen:
- a)voor natuurlijke personen 5.000.000 euro; en
- b)voor rechtspersonen 5.000.000 euro in geval van een inbreuk op artikel 4 en 15.000.000 euro in geval van een inbreuk op artikel 15 of, indien het bij toepassing van dat percentage verkregen bedrag hoger is, tien procent van de totale jaaromzet tijdens het voorgaande boekjaar. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd, of deze laatste in staat heeft gesteld verlies te vermijden, kan dat maximumbedrag worden verhoogd tot het drievoud van die winst of dat verlies."; 2° in paragraaf 4 wordt de zin "Het bedrag van de boete wordt met name vastgesteld op grond van" vervangen door de zin "Het bedrag van de op grond van paragrafen 1 en 2 opgelegde dwangsommen en geldboetes wordt met name door de Bank vastgesteld rekening houdend met alle relevante omstandigheden, en met name, in voorkomend geval, met:". Art. 16.In artikel 36/30/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 28 november 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de paragrafen 1 en 2 worden als volgt vervangen: " § 1.Wanneer de Bank een van de inbreuken vaststelt als bedoeld in artikel 63 van Verordening 909/2014, kan ze aan elke centrale effectenbewaarinstelling, aan elke entiteit die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert of aan de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, de sancties en andere administratieve maatregelen opleggen die zijn bepaald door of krachtens artikel 63 van Verordening 909/2014. Bij de vaststelling van de aard en de omvang van sancties of andere administratieve maatregelen houdt de Bank met name rekening met de relevante omstandigheden die zijn vermeld in artikel 64 van Verordening 909/2014. Wanneer de Bank in het bijzonder, overeenkomstig de artikelen 36/9 tot 36/11, een van de inbreuken vaststelt als bedoeld in of krachtens artikel 63 van Verordening 909/2014, kan ze aan elke centrale effectenbewaarinstelling, aan elke entiteit die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert of aan de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, een administratieve boete opleggen waarvan het maximumbedrag wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 63, paragraaf 2, e),
- f)en g), van Verordening 909/2014. De beslissingen tot het opleggen van een sanctie of enige andere administratieve maatregel worden met inachtneming van artikel 62 van Verordening 909/2014 bekendgemaakt. § 2. Indien de centrale effectenbewaarinstelling of entiteit die een DLT-afwikkelingssysteem of een DLT-handels- en afwikkelingssysteem exploiteert waaraan de Bank een bevel heeft gericht om te voldoen aan de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens Verordening 909/2014, de artikelen 4 en 15 van Verordening 2015/2365 of Verordening 2022/858, na afloop van de opgelegde termijn in gebreke blijft, kan de Bank, op voorwaarde dat de betrokken instelling haar middelen heeft kunnen laten gelden: 1° de betrokken tekortkoming bekendmaken; 2° de betaling van een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per inbreuk en maximum 50.000 euro per dag vertraging; 3° bij de betrokken instelling waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd, een bijzonder commissaris aanstellen van wie de toestemming vereist is voor de handelingen en beslissingen die de Bank bepaalt;4° voor de duur die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de betrokken instelling geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden; De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling of voor derden; Indien de Bank de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig; 5° strengere vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzingen;6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de betrokken instelling binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de betrokken instelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(
- s)of zaakvoerder(
- s)wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken instelling. De Bank kan de voorlopige bestuurder(
- s)of zaakvoerder(
- s)te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt. In spoedeisende gevallen kan de Bank de in paragraaf 2, 1°, 3° en 4° tot 6°, bedoelde maatregelen nemen zonder voorafgaand bevel, op grond van het eerste lid, op voorwaarde dat de betrokken instelling haar middelen heeft kunnen laten gelden."; 2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: " § 2/1.Onverminderd de andere bij de wet bepaalde maatregelen kan de Bank, wanneer ze, overeenkomstig de artikelen 36/9 tot 36/11, een inbreuk vaststelt op de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens de artikelen 4 en 15 van Verordening 2015/2365, aan elke centrale effectenbewaarinstelling een administratieve boete opleggen. De volgende maximumbedragen zijn van toepassing:
- a)voor natuurlijke personen 5.000.000 euro; en
- b)voor rechtspersonen 5.000.000 euro bij een inbreuk op artikel 4 en 15.000.000 euro bij een inbreuk op artikel 15 of, indien het bij toepassing van dat percentage verkregen bedrag hoger is, tien procent van de totale jaaromzet tijdens het voorgaande boekjaar. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd, of deze laatste in staat heeft gesteld verlies te vermijden, kan dit maximumbedrag worden verhoogd tot het drievoud van die winst of dat verlies."; 3° paragraaf 4, opgeheven bij de wet van 28 november 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten3, wordt hersteld als volgt: " § 4.Het bedrag van de op grond van paragrafen 2 en 3 opgelegde dwangsommen en geldboetes wordt door de Bank vastgesteld rekening houdend met alle relevante omstandigheden, en met name, in voorkomend geval, met:
- a)de ernst en de duur van de tekortkomingen;
- b)de mate van verantwoordelijkheid van de betrokkene;
- c)de financiële draagkracht van de betrokkene, zoals die met name blijkt uit de totale omzet van de betrokken rechtspersoon of uit het jaarinkomen van de betrokken natuurlijke persoon;
- d)het voordeel of de winst die deze tekortkomingen eventueel opleveren;
- e)het nadeel dat derden door deze tekortkomingen hebben geleden, voor zover dit kan worden bepaald;
- f)de mate van medewerking van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon met de bevoegde autoriteiten;
- g)vroegere tekortkomingen van de betrokkene;
- h)de potentiële negatieve impact van de tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel.". Art. 17.In Hoofdstuk IV/2 van dezelfde wet wordt een artikel 36/30/2 ingevoegd, luidende: "Art. 36/30/2. § 1. Voor de uitvoering van haar taken als afwikkelingsautoriteit bedoeld in de artikelen 12ter, § 1/1, en in de bepalingen die werden vastgesteld door of krachtens dat artikel, of om gevolg te geven aan verzoeken tot samenwerking van afwikkelingsautoriteiten in de zin van artikel 36/14, § 1, 22° /1, beschikt de Bank ten aanzien van de centrale tegenpartijen, met inbegrip van hun op het grondgebied van de Unie gevestigde bijkantoren, over de volgende bevoegdheden: 1° zij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen;2° zij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennisnemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;3° zij kan de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen van deze entiteiten belaste personen, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;4° wanneer deze entiteiten in België zijn gevestigd, kan zij eisen dat deze haar alle nuttige informatie en documenten bezorgen over ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep en in het buitenland zijn gevestigd. § 2. Wanneer de Bank een inbreuk vaststelt op de bepalingen als bedoeld in of krachtens Verordening 2021/23, kan de Bank de centrale tegenpartij of de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk gelasten de vastgestelde situatie te verhelpen binnen de door de Bank bepaalde termijn en, in voorkomend geval, het gedrag dat een inbreuk uitmaakt niet meer te herhalen. Indien de centrale tegenpartij of de persoon aan wie de Bank, overeenkomstig het eerste lid, een bevel heeft gericht, in gebreke blijft na afloop van de opgelegde termijn, en op voorwaarde dat de centrale tegenpartij of de persoon haar of zijn middelen heeft kunnen laten gelden, kan de Bank, onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens Verordening 2021/23: 1° de desbetreffende tekortkoming aan het licht brengen en de identiteit van de centrale tegenpartij of van de verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk bekendmaken; 2° de betaling van een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per inbreuk en maximum 50.000 euro per dag vertraging; 3° tegen de leden van bestuursorganen van de centrale tegenpartij of tegen iedere andere verantwoordelijk gehouden natuurlijke persoon een tijdelijk verbod uitspreken om functies uit te oefenen in een centrale tegenpartij. In spoedeisende gevallen kan de Bank de in het tweede lid, 1° en 3°, bedoelde maatregelen nemen zonder voorafgaand bevel op grond van het eerste lid, op voorwaarde dat de centrale tegenpartij of iedere andere verantwoordelijk gehouden natuurlijke persoon, haar middelen heeft kunnen laten gelden. § 3. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens Verordening 2021/23, kan de Bank wanneer zij, overeenkomstig de artikelen 36/9 tot 36/11, een inbreuk vaststelt op de bepalingen die zijn vastgesteld door of krachtens Verordening 2021/23, aan elke centrale tegenpartij een administratieve boete opleggen, waarvoor de volgende maximumbedragen van toepassing zijn:
- a)voor natuurlijke personen 5.000.000 euro; en
- b)voor rechtspersonen tien procent van de totale jaaromzet tijdens het voorgaande boekjaar.Indien de rechtspersoon een dochteronderneming van een moederonderneming is, wordt de omzet in aanmerking genomen die blijkt uit de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming voor het voorgaande boekjaar. Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd, kan dit maximumbedrag worden verhoogd tot het tweevoud van het door de overtreder behaalde voordeel. § 4. De op grond van de paragrafen 2 en 3 opgelegde dwangsommen en geldboetes worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën. § 5. Wanneer de dwangsommen als bedoeld in paragraaf 2 en de administratieve boetes als bedoeld in paragraaf 3 worden opgelegd bij niet-naleving van de verplichtingen die zijn bepaald door of krachtens Verordening 2021/23, maakt de Bank de oplegging van die sancties bekend overeenkomstig artikel 83 van Verordening 2021/23. § 6. Het bedrag van de op grond van paragrafen 2 en 3 opgelegde dwangsommen en geldboetes wordt door de Bank vastgesteld rekening houdend met alle relevante omstandigheden, en met name, in voorkomend geval, met:
- a)de ernst en de duur van de tekortkomingen;
- b)de mate van verantwoordelijkheid van de betrokkene;
- c)de financiële draagkracht van de betrokkene, zoals die met name blijkt uit de totale omzet van de betrokken rechtspersoon of uit het jaarinkomen van de betrokken natuurlijke persoon;
- d)het voordeel of de winst die deze tekortkomingen eventueel opleveren;
- e)het nadeel dat derden door deze tekortkomingen hebben geleden, voor zover dit kan worden bepaald;
- f)de mate van medewerking van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon met de bevoegde autoriteiten;
- g)vroegere tekortkomingen van de betrokkene;
- h)de potentiële negatieve impact van de tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel.". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, betreffende de Sanctiecommissie Art. 18.In artikel 36/8 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten2, wordt paragraaf 8 vervangen als volgt: " § 8. De Sanctiecommissie legt in een reglement van inwendige orde de procedureregels en de deontologische regels vast voor de behandeling van de sanctiedossiers en legt dit ter goedkeuring voor aan de Koning.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen in de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 19.In artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 41°, worden de woorden "de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen" vervangen door de woorden "de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";2° er wordt een bepaling onder 41° /2 ingevoegd, luidende: "41° /2 "de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2": de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen".3° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 81° tot 83°, luidende: "81° "Verordening 2019/1238": Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP);82° "PEPP": pan-Europees persoonlijk pensioenproduct, zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van Verordening 2019/1238;83° "GTM-verordening": Verordening (EU) Nr.1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen." Art. 20.In artikel 31, § 5, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/10/2016 pub. 21/11/2016 numac 2016003376 bron federale overheidsdienst financien Wet op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/10/2016 pub. 18/11/2016 numac 2016003373 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies sluiten, worden de woorden "de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen" vervangen door de woorden "artikel 65, §§ 1 en 2, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten en in artikel 69, § 2, eerste en tweede lid van de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2". Art. 21.Artikel 36, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten5, wordt aangevuld met een bepaling onder 12°, luidende: "12° in geval van een inbreuk op de bepalingen van Verordening 2019/1238 waarvoor de FSMA als bevoegde autoriteit is aangesteld overeenkomstig artikel 37nonies, of op de bepalingen genomen op grond of ter uitvoering ervan: voor natuurlijke personen, 700.000 euro, en, voor rechtspersonen, 5.000.000 euro of tien procent van de totale nettojaaromzet. Wanneer de inbreuk de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag dit maximum worden verhoogd tot het dubbele van het bedrag van deze winst of dit verlies.". Art. 22.In hoofdstuk II, afdeling 8, dezelfde wet wordt een artikel 37nonies ingevoegd, luidende: "Art. 37nonies.§ 1. De FSMA oefent de taken uit die Verordening 2019/1238 aan de bevoegde overheid toevertrouwt, en ziet toe op de naleving van die Verordening en van de op grond van of krachtens die Verordening vastgestelde bepalingen. § 2. Voor de uitoefening van deze opdrachten kan de FSMA: 1° de in de artikelen 34 en 35 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;2° de in de artikelen 79 tot 85bis bedoelde bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de in die artikelen voorziene nadere regels. De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing bij inbreuken op de bepalingen van de in paragraaf 1 bedoelde Verordening, op de bepalingen die op grond van of krachtens die Verordening zijn vastgesteld, of op de maatregelen die de FSMA krachtens die Verordening of de uitvoeringsbepalingen ervan heeft genomen. Zij zijn ook van toepassing bij niet-naleving van de verplichtingen of de maatregelen die krachtens het eerste lid, 2°, zijn opgelegd.". § 3. De FSMA oefent haar in paragraaf 1 gedefinieerde toezichtsbevoegdheden op eensluidend advies van de Bank uit. De in het eerste lid bedoelde eensluidende adviezen van de Bank hebben betrekking op de naleving van de bepalingen van Verordening 2019/1238, vanuit het oogpunt van de prudentiële toezichtsbevoegdheden van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of die van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening. § 4. De FSMA spreekt zich, op eensluidend advies van de Bank, uit over de registratieaanvraag van een PEPP ingediend door een in artikel 6, lid 1, a),
- b)of d), van Verordening 2019/1238 bedoelde kredietinstelling, verzekeringsonderneming of beursvennootschap. Het eensluidend advies van de Bank heeft in dit geval betrekking op de conformiteit van de registratieaanvraag met de bepalingen van Verordening 2019/1238, vanuit het oogpunt van de prudentiële toezichtsbevoegdheden van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of die van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening. De FSMA bezorgt de Bank de registratieaanvraag en de elementen van die aanvraag, bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening 2019/1238, die onder de prudentiële toezichtsbevoegdheden van de Bank vallen conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of die van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening. De Bank verwittigt de FSMA binnen een termijn van maximum 5 dagen als zij vaststelt dat de registratieaanvraag niet volledig is. De Bank bezorgt de FSMA haar eensluidend advies binnen een maand vanaf de ontvangst van de volledige registratieaanvraag. Als binnen voornoemde termijn van een maand geen eensluidend advies wordt verstrekt, wordt dat beschouwd als een advies tot weigering van de registratie van het betrokken PEPP. Vóór voornoemde termijn van een maand verstrijkt, kan de Bank de FSMA er van op de hoogte brengen dat zij haar advies uiterlijk binnen 15 dagen na het verstrijken van voornoemde termijn zal verstrekken. De FSMA volgt het eensluidend advies van de Bank en vermeldt dat in haar beslissing over de registratieaanvraag. Het advies van de Bank wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de FSMA aan EIOPA en aan de PEPP-aanbieder die de aanvraag heeft ingediend. De FSMA brengt alle latere wijzigingen van de in het derde lid bedoelde elementen ter kennis van de Bank. In voorkomend geval, bezorgt de Bank de FSMA een nieuw eensluidend advies over de conformiteit van de in die documenten aangebrachte wijzigingen met de bepalingen van Verordening 2019/1238, volgens de regels bepaald in het tweede tot zesde lid. De FSMA volgt het eensluidend advies van de Bank. § 5. De in artikel 40, lid 1 tot 5, van Verordening 2019/1238 bedoelde informatie aan de bevoegde nationale autoriteiten wordt aan de Bank verstrekt wanneer de betrokken PEPP-aanbieders kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen of beursvennootschappen zijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, a),
- b)of d), van Verordening 2019/1238. De Bank controleert dat alle vereiste informatie haar conform voornoemd artikel 40, lid 1 tot 5 is verstrekt. De Bank verstrekt de in artikel 40, lid 5, van Verordening 2019/1238 bedoelde informatie aan de FSMA. De FSMA verstrekt die informatie aan EIOPA overeenkomstig artikel 40, lid 5, alinea 2, van Verordening 2019/1238. De overige informatie die aan de Bank wordt verstrekt, wordt ter beschikking gesteld van de FSMA, als zij daarom verzoekt. Met uitzondering van de informatie die moet worden verstrekt door de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beursvennootschappen die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening, kan de FSMA, bij reglement bedoeld in artikel 64, de aard, de reikwijdte en het model van de in artikel 40, lid 1, van Verordening 2019/1238 bedoelde informatie vaststellen die zij voornemens is van de PEPP-aanbieders te eisen met van tevoren bepaalde tussenpozen, in van tevoren bepaalde gevallen of bij onderzoeken naar de situatie van een PEPP-aanbieder. Voor de informatie die moet worden verstrekt door de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beursvennootschappen die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening, kunnen die modaliteiten worden verduidelijkt bij door een de Bank vastgesteld reglement conform artikel 12bis, § 2, van de organieke wet van de Bank. De FSMA en de Bank plegen onderling overleg bij de opstelling van de in de vorige twee leden bedoelde reglementen. § 6. De FSMA haalt, op vraag van de Bank, de registratie door van een PEPP die wordt aangeboden door een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beursvennootschap bedoeld in artikel 6, lid 1, a),
- b)of d), van Verordening 2019/1238, als de Bank van oordeel is dat aan de voorwaarden van artikel 8, lid 1, van Verordening 2019/1238 is voldaan met betrekking tot de aspecten die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank overeenkomstig artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening. Wanneer EIOPA de FSMA, overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Verordening 2019/1238, vraagt om na te gaan of er sprake is van omstandigheden die de doorhaling rechtvaardigen van de registratie van een PEPP die wordt aangeboden door een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beursvennootschap als bedoeld in artikel 6, lid 1, a),
- b)of d), van Verordening 2019/1238, dient de FSMA haar bevindingen in bij EIOPA, op eensluidend advies van de Bank in verband met de aspecten die vallen onder het prudentieel toezicht van de Bank overeenkomstig artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank, of dat van de Europese Centrale Bank conform de GTM-verordening. § 7. De FSMA kan de bevoegdheden uitoefenen waarin, krachtens artikel 63 van Verordening 2019/1238, voor de bevoegde autoriteiten wordt voorzien. Op vraag van de Bank verbiedt of beperkt de FSMA het op de markt brengen of distribueren van een PEPP overeenkomstig artikel 63, eerste lid, a), van Verordening 2019/1238, als er volgens de Bank redelijke gronden zijn om aan te nemen dat het PEPP een risico vormt voor de stabiliteit van het Belgische financiële stelsel of een deel daarvan". Art. 23.In artikel 45, § 1, 3°, f), van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/11/2017 pub. 07/12/2017 numac 2017014203 bron federale overheidsdienst financien Wet over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU sluiten, worden de woorden "de artikelen 502, 510, 510/1, 510/2, 527, 528, 529/1 evenals 530 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de diezelfde wet voor zover de artikelen 502 en 528, eerste lid, van die wet de voormelde artikelen 21 en 65, § 3, van toepassing verklaren op de beursvennootschappen" vervangen door de woorden "de artikelen 17, 37, 38, 39, 40, 68, 69, § 2, derde lid, 71, 72, evenals artikel 73 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2". Art. 24.In artikel 75 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)de tweede bepaling onder 24° wordt vervangen als volgt: "24° /1 aan de Cel voor financiële informatieverwerking bedoeld in artikel 76 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;"
- b)in 26° worden de woorden "aan de personen die, met toepassing van artikel 50 van Verordening 2019/1238, een klacht bij de FSMA hebben ingediend, en aan de PEPP-aanbieders en -distributeurs in de zin van voornoemde Verordening" ingevoegd tussen de woorden "alsook aan de crowdfundingdienstverleners," en de woorden "voor zover nodig".
- c)de tweede bepaling onder 27° wordt vervangen als volgt: "27° /1 aan de Europese Commissie, in het kader van het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies conform artikel 45, § 1, 2°, a), wanneer die informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van haar bevoegdheden." 2° in paragraaf 3, worden de woorden "van al haar opdrachten als bedoeld in artikel 45." vervangen door de woorden "van al haar wettelijke opdrachten". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten Art. 25.Artikel 4 van de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, laatstelijk gewijzigd bij wet van 5 juli 2022, wordt aangevuld met een bepaling onder 17°, luidende: "17° "verantwoordelijke gereglementeerde onderneming": een gereglementeerde onderneming in wiens naam en voor wiens rekening een agent in bank- en beleggingsdiensten handelt". Art. 26.In artikel 7, § 3, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de naam van zijn principaal" vervangen door de woorden "de naam van zijn verantwoordelijke gereglementeerde onderneming". Art. 27.In artikel 10 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij wet van 21 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/11/2017 pub. 07/12/2017 numac 2017014203 bron federale overheidsdienst financien Wet over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht: - in het eerste lid worden de woorden "de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van zijn principaal.De principaal oefent" vervangen door de woorden "de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van zijn verantwoordelijke gereglementeerde onderneming. De verantwoordelijke gereglementeerde onderneming oefent"; - in het tweede lid, worden de woorden "de maatschappelijke zetel van zijn principaal" vervangen door de woorden "de maatschappelijke zetel van zijn verantwoordelijke gereglementeerde onderneming"; - tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Als deze verantwoordelijke gereglementeerde onderneming een beleggingsonderneming is of een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en als in naam en voor rekening van deze verantwoordelijke gereglementeerde onderneming in België beleggingsdiensten en activiteiten zullen worden verleend als bedoeld in artikel 4, 1°, b), zal de in paragraaf 1 bedoelde tussenpersoon slechts worden ingeschreven in de categorie "agenten in bank- en beleggingsdiensten" op voorwaarde dat de mededeling, waarin artikel 35,
(3), van Richtlijn 2014/65/EU voorziet, is verricht conform deze bepaling"; 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.De samenwerking tussen de agent in bank- en beleggingsdiensten en zijn verantwoordelijke gereglementeerde onderneming maakt het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst. De overeenkomst legt de door de agent na te leven boekhoudkundige en administratieve procedures vast. De overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk dat de agent slechts aan bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten kan doen in naam en voor rekening van de verantwoordelijke gereglementeerde onderneming, en bepaalt welke andere werkzaamheden dan bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten met het mandaat van agent in bank- en beleggingsdiensten mogen worden gecumuleerd en/of de procedure die dient gevolgd te worden voor het bekomen van de toestemming daartoe van de verantwoordelijke gereglementeerde onderneming, onverminderd het bepaalde bij artikel
- De Koning is bevoegd om bij besluit, genomen na advies van de bevoegde autoriteit, vast te stellen welke andere bepalingen in deze overeenkomsten moeten worden opgenomen, teneinde de veiligheid van de uitgevoerde verrichtingen te verzekeren."; 3° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht: - in het eerste lid worden de woorden "de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van zijn principaal.De principaal oefent" vervangen door de woorden "de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van zijn verantwoordelijke gereglementeerde onderneming. De verantwoordelijke gereglementeerde onderneming oefent"; - in het tweede lid worden de woorden "de principaal" vervangen door de woorden "de verantwoordelijke gereglementeerde onderneming"; 4° in paragraaf 5 worden de woorden "de samenwerking tussen een agent in bank- en beleggingsdiensten en zijn principaal" vervangen door de woorden "de samenwerking tussen een agent in bank- en beleggingsdiensten en zijn verantwoordelijke gereglementeerde onderneming". Art. 28.In artikel 15, § 1, eerste lid, c), van dezelfde wet wordt het woord "principaal" vervangen door de woorden "verantwoordelijke gereglementeerde onderneming". Art. 29.In artikel 18 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij wet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten5, worden de paragrafen 2 en 3 opgeheven. HOOFDSTUK
- - Wijzigingen van de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202688 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)type wet prom. 24/07/2008 pub. 30/04/2009 numac 2009000256 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 24/07/2008 pub. 15/01/2013 numac 2012000705 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen sluiten houdende diverse bepalingen (I) Art. 30.Artikel 32/1 van de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008202688 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)type wet prom. 24/07/2008 pub. 30/04/2009 numac 2009000256 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 24/07/2008 pub. 15/01/2013 numac 2012000705 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen sluiten houdende diverse bepalingen (I), ingevoegd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022 wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: " §
- De bevoegde federale overheidsdienst wordt toestemming verleend om het identificatienummer van het Rijksregister bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot instelling van een rijksregister van de natuurlijke personen, van huurders van de slapende safes te registreren en te verwerken, met als enig doel de tegeldemaking van de roerende goederen door verkoop, recyclage of vernietiging en de overdracht van de opbrengst van de tegeldemaking aan de Kas.". Art. 31.Artikel 41/1 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3, wordt hersteld als volgt: "Art. 41/1.§
- De gegevens die door de instellingen-verhuurder aan de bevoegde federale overheidsdienst via een beveiligde elektronisch platform worden overgedragen, bevatten de volgende persoonsgegevens met betrekking tot de identificatie van de rechthebbende: 1° de naam;2° de voornaam;3° de geboortedatum;4° het identificatienummer in het Rijksregister of, voor vreemdelingen, het officiële equivalente identificatienummer. Deze persoonsgegevens worden verwerkt door de bevoegde federale overheidsdienst met als enig doel de tegeldemaking van roerende goederen door verkoop, recyclage of vernietiging, en de overdracht van de opbrengst van de tegeldemaking aan de Kas. Deze persoonsgegevens worden door de bevoegde federale overheidsdienst bewaard gedurende een periode van één jaar na de overdracht van de opbrengst van de tegeldemaking aan de Kas. §
- De gegevens die door de instellingen-depositaris, de instellingen-verhuurders, de bevoegde federale overheidsdienst en de verzekeringsondernemingen door middel van een beveiligde elektronische platform aan de Kas worden overgedragen, bevatten de volgende persoonsgegevens: 1° de naam;2° de voornaam;3° de geboortedatum;4° het identificatienummer in het Rijksregister of, voor vreemdelingen, het officiële equivalente identificatienummer;5° het bankrekeningnummer. Wanneer het identificatienummer bij het Rijksregister niet bekend is, omvatten de in eerste lid bedoelde persoonsgegevens ook het geslacht, het adres, de geboorteplaats en de verblijfplaats. Deze persoonsgegevens worden door de Kas uitsluitend gebruikt voor het beheer van slapende rekeningen, contracten en safes. Deze persoonsgegevens worden bewaard tot tien jaar na de sluiting van het dossier. §
- De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, en van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, die zij verzamelt, verwerkt en bewaart in toepassing van hoofdstuk V van titel II van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. Art. 32.Artikel 42 van dezelfde wet opgeheven bij de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016024298 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid type wet prom. 18/12/2016 pub. 02/07/2018 numac 2018012819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid. - Duitse vertaling sluiten, wordt hersteld als volgt: "Art. 42.Elke uitwisseling van informatie met de Federale Overheidsdienst Financiën, uitgevoerd in toepassing van dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan, gebeurt overeenkomstig hoofdstuk 11 van de wet van 26 januari 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten1 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten.". HOOFDSTUK
- - Wijziging van de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013003461 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen type wet prom. 21/12/2013 pub. 18/02/2015 numac 2015000049 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen Art. 33.In artikel 14, eerste lid, van de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013003461 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen type wet prom. 21/12/2013 pub. 18/02/2015 numac 2015000049 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, wordt het woord "tweejaarlijkse" vervangen door het woord "vijfjaarlijkse". HOOFDSTUK 1
- - Wijziging van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen Art. 34.In artikel 3 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, wordt de bepaling onder 13° vervangen als volgt: "13° consoliderende toezichthouder: een bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig artikel 111 van Richtlijn 2013/36/EU;". Art. 35.In artikel 19, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten9, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zinnen: "Deze personen moeten in het bijzonder eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest handelen. Wat de leden van het wettelijk bestuursorgaan betreft, moet dit hen in staat stellen om daadwerkelijk de besluiten van de effectieve leiding te beoordelen en deze ter discussie te stellen indien zulks noodzakelijk is en om daadwerkelijk toe te zien en controle uit te oefenen op de bestuurlijke besluitvorming.". Art. 36.In boek II, titel I, hoofdstuk II, afdeling VI, onderafdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel 26/1 ingevoegd, luidende: "Art. 26/1.Het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité zijn zodanig samengesteld dat deze organen in hun geheel genomen over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken om inzicht te hebben in alle bedrijfsactiviteiten van de instelling, met inbegrip van de voornaamste risico's waaraan zij is blootgesteld.". Art. 37.In artikel 40 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten0, worden de woorden ", 26/1" toegevoegd tussen de woorden "tot 21" en de woorden "en 35". Art. 38.In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de kredietinstellingen aan de toezichthouder alle documenten en informatie mee die hem toelaten te beoordelen of: - de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 19 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken; - het profiel van de betrokken personen zodanig is dat voldaan wordt aan het vereiste van collectieve bekwaamheid van artikel 26/1; - de voorgestelde benoemingen stroken met het beleid en de doelstelling die het benoemingscomité overeenkomstig artikel 31, § 2, 1° heeft vastgesteld, met name wat de vertegenwoordiging van personen van verschillend geslacht betreft."; 2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zinnen: "De goedkeuring van de toezichthouder wordt enkel verleend indien de betrokken benoeming waarborgt dat de betrokken persoon voldoet aan de vereisten van artikel 19 en de kredietinstelling aan die van artikel 26/1.Bij de goedkeuring wordt ook rekening gehouden met de mate waarin het beleid en de doelstelling die het benoemingscomité overeenkomstig artikel 31, § 2, 1°, heeft vastgesteld, worden nageleefd, met name wat betreft de vertegenwoordiging van personen van verschillend geslacht.". Art. 39.In artikel 74/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 11 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten9, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt: " §
- In geval van een tegen een kredietinstelling in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, 2°, geopende liquidatieprocedure of van de vereffening van die kredietinstelling in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, worden de geldmiddelen die met toepassing van paragraaf 2 zijn geplaatst op een gezamenlijke cliëntenrekening of op een geïndividualiseerde rekening die de identificatie van individuele cliënten toelaat, met uitzondering van de geldmiddelen die door hun titularis konden worden teruggevorderd, bij bijzonder voorrecht aangewend voor de terugbetaling van de geldmiddelen bedoeld in paragraaf 1, met uitsluiting van de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde geldmiddelen. In afwijking van de artikelen XX.155, § 1, XX.156, eerste en tweede lid en XX.165 van het Wetboek van Economisch Recht, vereist de invordering van de geldmiddelen in toepassing van het eerste lid geen individuele aangifte van schuldvordering van de cliënten die hiervan de titularissen zijn. De liquidateur of de vereffenaar informeert de betrokken cliënten schriftelijk van het bedrag van de geldmiddelen waarop zij recht hebben, in voorkomend geval verminderd met het bedrag van de aan de toewijzing van het voorwerp van het bijzonder voorrecht verbonden kosten, en nodigt hen uit om hem, door middel van een vooraf opgesteld formulier dat een bijlage vormt aan zijn schrijven of toegankelijk is via een door de liquidateur of de vereffenaar ter beschikking gesteld elektronisch platform voor het delen van informatie, in kennis te stellen van de noodzakelijke informatie die hem zal toelaten over te gaan tot de terugbetaling van dit bedrag in het kader van het proces van de vereffening in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van het boek XX van het Wetboek van Economisch Recht of, in voorkomend geval, de afwikkeling van de vereffening in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van boek 2, titel 8, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Bij gebreke aan mededeling aan de liquidateur of de vereffenaar van het voormelde formulier of van een equivalent verzoek volgens de door de liquidateur of de vereffenaar voorziene modaliteiten binnen een termijn van zes maanden vanaf zijn schrijven aan de betrokken cliënten, verliezen deze het voordeel van het in het eerste lid bedoelde voorrecht alsook het recht om opname te vorderen van hun schuldvordering.". Art. 40.Artikel 169 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 11 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten9, wordt vervangen als volgt: "Art. 169.Wanneer de toezichthouder belast is met het toezicht op geconsolideerde basis, past hij op de kredietinstellingen naar Belgisch recht en op de goedgekeurde of aangewezen financiële holdings en gemengde financiële holdings naar Belgisch recht de in de artikelen 142 tot 148 bedoelde toetsings- en evaluatieprocedure en de in de artikelen 149 tot 152 en 234 tot 236 bedoelde prudentiële maatregelen toe, in overeenstemming met de in Deel 1, Titel II, Hoofdstuk II, van Verordening nr. 575/2013 vastgestelde mate van toepassing van de vereisten van genoemde Verordening en de in de artikelen 167 en 168 vastgestelde mate en wijze van toepassing van de vereisten inzake het proces voor de interne beoordeling van de kapitaaltoereikendheid en de regelingen, processen en mechanismen van kredietinstellingen. Voor de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde toezicht op geconsolideerde basis, dienen de betrokken instellingen op geconsolideerde en/of, in voorkomend geval, gesubconsolideerde basis aan artikel 106, § 2, te voldoen, met dien verstande dat de daarin bedoelde informatie dient opgesteld te worden met toepassing van de boekings- en waarderingsregels bepaald in het in uitvoering van artikel 106, § 1, 2°, getroffen koninklijk besluit, of, in voorkomend geval, overeenkomstig gelijkwaardige regels van buitenlands recht.". Art. 41.In artikel 212 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 11 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten9, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", en § 7". Art. 42.In artikel 236 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Naast en onverminderd artikel XX.1 van het Wetboek van economisch recht, behoort de benoeming van een speciaal commissaris of van een voorlopig bestuurder, onder welke benaming dan ook, bij een kredietinstelling tot de exclusieve bevoegdheid van de toezichthouder."; b) paragraaf 7 wordt hersteld als volgt: § 7.Wanneer de toezichthouder vaststelt dat een persoon die een in artikel 19, § 1, eerste lid, bedoelde functie uitoefent of heeft uitgeoefend, niet langer voldoet aan het wettelijke vereiste om over de nodige professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid te beschikken, kan de toezichthouder aan deze persoon een verbod opleggen om functies bij kredietinstellingen uit te oefenen, waarvan de duur niet meer dan vijf jaar mag bedragen. De Bank kan een krachtens het eerste lid genomen verbodsbeslissing aanvullen met een verbod om functies uit te oefenen in andere instellingen bedoeld in artikel 36/2, § 1, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten. De krachtens het eerste en het tweede lid genomen verbodsbeslissingen vermelden de aard van de verboden functies. De krachtens het eerste en het tweede lid genomen verbodsbeslissingen worden ter kennis gebracht van de betrokken persoon en van de kredietinstelling waar deze persoon een in artikel 19, § 1, eerste lid bedoelde functie uitoefende. De Bank stelt de FSMA van deze beslissingen in kennis." Art. 43.In artikel 267/5/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 11 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten9, wordt paragraaf 4 als volgt vervangen: " §
- Voor de toepassing van artikel 460, § 2, indien twee of meer MSI-entiteiten die onderdeel zijn van dezelfde MSI af te wikkelen entiteiten zijn of entiteiten uit derde landen die af te wikkelen entiteiten zouden zijn indien ze in de Unie waren gevestigd, berekenen de betrokken afwikkelingsautoriteiten het in paragraaf 3 bedoelde bedrag: 1° voor elke af te wikkelen entiteit en voor elke entiteit uit een derde land die een af te wikkelen entiteit zou zijn indien zij in de Europese Unie was gevestigd; 2° voor de EER-moederonderneming alsof ze de enige af te wikkelen entiteit van de MSI was.". Art. 44.In artikel 460 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015 en vervangen bij de wet van 11 juli 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten9, wordt paragraaf 3 als volgt vervangen: " §
- Indien twee of meer MSI-entiteiten die tot dezelfde MSI behoren af te wikkelen entiteiten zijn of entiteiten uit derde landen die af te wikkelen entiteiten zouden zijn indien ze in de Unie waren gevestigd, bespreken de in paragraaf 1 bedoelde afwikkelingsautoriteiten en, indien passend en in overeenstemming met de afwikkelingsstrategie van de MSI's, maken ze afspraken over de toepassing van artikel 72 sexies van Verordening nr. 575/2013 en een eventuele aanpassing om het verschil tussen de som van de in artikel 267/5/2, § 4, 1°, en artikel 12 bis, punt a) van Verordening nr. 575/2013 bedoelde bedragen voor individuele af te wikkelen entiteiten of entiteiten uit derde landen en de som van de in artikel 267/5/2, § 4, 2°, en artikel 12bis, punt b) van Verordening nr. 575/2013 bedoelde bedragen tot een minimum te beperken of te elimineren. Een dergelijke aanpassing kan onder voorbehoud van het volgende worden toegepast: 1° de aanpassing kan worden toegepast met betrekking tot verschillen in de berekening van het totaal van de risicoposten tussen de betrokken lidstaten of derde landen door de hoogte van het vereiste aan te passen;2° de aanpassing wordt niet toegepast om verschillen als gevolg van blootstellingen tussen af te wikkelen groepen te elimineren. De som van de in artikel 267/5/2, § 4, 1°, en artikel 12bis, punt a) van Verordening nr. 575/2013 bedoelde bedragen voor individuele af te wikkelen entiteiten of entiteiten uit derde landen die af te wikkelen entiteiten zouden zijn indien ze in de Unie waren gevestigd, mag niet lager zijn dan de som van de in artikel 267/5/2, § 4, 2°, en artikel 12bis, punt b) van Verordening nr. 575/2013 bedoelde bedragen.". HOOFDSTUK 1
- - Wijzigingen van de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/10/2016 pub. 21/11/2016 numac 2016003376 bron federale overheidsdienst financien Wet op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/10/2016 pub. 18/11/2016 numac 2016003373 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies sluiten betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies Art. 45.In artikel 64 van de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/10/2016 pub. 21/11/2016 numac 2016003376 bron federale overheidsdienst financien Wet op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/10/2016 pub. 18/11/2016 numac 2016003373 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies sluiten betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, wordt een paragraaf 7 ingevoegd, luidende als volgt: " §
- Wanneer de FSMA vaststelt dat een persoon die een in artikel 23, § 1, eerste lid, bedoelde functie uitoefent of heeft uitgeoefend, niet langer voldoet aan het wettelijke vereiste om over de nodige professionele betrouwbaarheid en passende