← België

Wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren

Kort samengevat

Deze wet regelt de organisatie van het beroep van bedrijfsrevisor en het publiek toezicht daarop, en zet Europese richtlijnen en verordeningen om. Het doel is om de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen te reguleren.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
7 DECEMBER 2016. - Wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL 2. - Omzetting van de richtlijn en de tenuitvoerlegging van de verordening Art. 2.Deze wet voorziet in de omzetting van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad, gewijzigd door richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014. Zij implementeert ook gedeeltelijk verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie. TITEL 3. - Organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren HOOFDSTUK I. - Definities Art. 3.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon: een natuurlijk persoon ingeschreven in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren;2° bedrijfsrevisorenkantoor: een rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, andere dan een natuurlijk persoon, ingeschreven in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren;3° bedrijfsrevisor: een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of een bedrijfsrevisorenkantoor;4° wettelijke auditor: een natuurlijke persoon die de toelating heeft om in een andere lidstaat het beroep van wettelijke auditor in de zin van richtlijn 2006/43/EG uit te oefenen;5° auditkantoor: een entiteit, andere dan een natuurlijk persoon, die de toelating heeft om in een andere lidstaat het beroep van wettelijke auditor in de zin van richtlijn 2006/43/EG uit te oefenen;6° auditor of auditorganisatie van een derde land: een natuurlijk persoon of een entiteit, met om het even welke rechtsvorm, andere dan een natuurlijk persoon, die de controle uitvoert van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een onderneming met statutaire zetel in een derde land, en aan wie geen toelating is verleend als wettelijke auditor of auditkantoor in een andere lidstaat;7° organisaties van openbaar belang: de organisaties als bedoeld in artikel 4/1 van het Wetboek van Vennootschappen;8° netwerk: het netwerk als bedoeld in artikel 16/2 van het Wetboek van Vennootschappen;9° wettelijke controle van de jaarrekening: de wettelijke controle als bedoeld in artikel 16/1 van het Wetboek van Vennootschappen;10° revisorale opdracht: elke opdracht, inclusief de opdracht van wettelijke controle van de jaarrekening, die ertoe strekt een deskundig oordeel te geven over de getrouwheid en de waarachtigheid van een jaarrekening, van een tussentijdse financiële staat, van een waardering of van andere economische en financiële informatie, verschaft door een onderneming of instelling;dit begrip omvat eveneens de ontleding en de verklaring van de economische en financiële inlichtingen aan de leden van de ondernemingsraad; 11° Instituut: het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, als bedoeld in artikel 64;12° Raad: de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren;13° Hoge Raad: de Hoge Raad voor de economische beroepen opgericht bij artikel 54 van de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen; 14° FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 15° College: het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren, opgericht bij artikel 32;16° FSMA: de Autoriteit voor financiële diensten en markten als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996 (2) sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;17° Bank: de Nationale Bank van België als bedoeld in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;18° sanctiecommissie: de sanctiecommissie van de FSMA als bedoeld in artikel 47 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996 (2) sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;19° bevoegde autoriteiten: de bij wet aangewezen autoriteiten die zijn belast met de regelgeving betreffende en/of het toezicht op wettelijke auditors en de auditkantoren, of met de uitvoering van specifieke aspecten daarvan;20° richtlijn 2006/43/EG: de richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;21° verordening (EU) nr.537/2014: de verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie; 22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader: deze wet, de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten, het Wetboek van Vennootschappen, de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen, verordening (EU) nr.537/2014 en de door de Commissie goedgekeurde verordeningen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014; 23° de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996 (2) sluiten: de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996 (2) sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;24° internationale controlestandaarden: de International Standards on Auditing, zoals desgevallend goedgekeurd door de Europese Commissie, en de andere daarmee verband houdende standaarden die zijn uitgebracht door de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB) en gepubliceerd door de International Federation of Accountants (IFAC), voor zover deze voor de wettelijke controle van de jaarrekening van belang zijn;25° vennoot: de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die zijn beroepsactiviteit in een bedrijfsrevisorenkantoor uitoefent;26° vaste vertegenwoordiger: a) de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of de wettelijke auditor die door een bedrijfsrevisorenkantoor of auditkantoor voor een bepaalde controleopdracht is aangewezen als hoofdverantwoordelijke voor de uitvoering van de wettelijke controle van de jaarrekening namens het bedrijfsrevisorenkantoor of auditkantoor, of b) in het geval van een groepscontrole, de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of de wettelijke auditor die door een bedrijfsrevisorenkantoor of auditkantoor als hoofdverantwoordelijke is aangewezen voor de uitvoering van de wettelijke controle van de jaarrekening op groepsniveau, en de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of wettelijke auditor die als hoofdverantwoordelijke is aangewezen voor de uitvoering van de wettelijke controle van de jaarrekening bij de grote dochterondernemingen, of c) de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of de wettelijke auditor die het controleverslag ondertekent;27° aandeelhouder: een persoon die participeert in het kapitaal van een bedrijfsrevisorenkantoor;28° persoon die geen beroepsbeoefenaar is: elk natuurlijk persoon die geen revisorale opdracht verricht en de voorbije drie jaar geen revisorale opdracht heeft verricht, die geen stemrechten in een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor bezit of de voorbije drie jaar heeft bezeten, die geen lid is of de voorbije drie jaar is geweest van het administratieve, leidinggevende of bestuursorgaan van een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor, die niet in dienst is of de voorbije drie jaar is geweest van dan wel op een andere manier verbonden is of de voorbije drie jaar is geweest aan een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor, dan wel op een andere wijze door een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor is of de voorbije drie jaar was gecontracteerd;29° groepsauditor: de bedrijfsrevisor of het geregistreerd auditkantoor als bedoeld in artikel 147/1 van het Wetboek van Vennootschappen;30° derde land: land dat geen deel uitmaakt van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;31° lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;32° lidstaat van herkomst: een lidstaat waar een wettelijke auditor of een auditkantoor is toegelaten overeenkomstig richtlijn 2006/43/EG;33° ESMA: de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten als opgericht bij verordening nr.1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 34° EIOPA: de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen als opgericht bij verordening nr.1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 35° EBA: de Europese Bankautoriteit als opgericht bij verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 36° CEAOB: het Comité van Europese auditorstoezichthouders, bedoeld in artikel 30 van verordening (EU) nr.537/2014. HOOFDSTUK II. - De bedrijfsrevisor Afdeling 1. - De functie Art. 4.De bedrijfsrevisor heeft als hoofdtaak alle opdrachten uit te voeren die bij of krachtens de wet uitsluitend aan de bedrijfsrevisoren zijn toevertrouwd, en in het bijzonder alle revisorale opdrachten ter uitvoering van of krachtens de wet. Afdeling 2. - Toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, inschrijving en registratie Art. 5.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan ieder natuurlijk persoon die erom verzoekt en die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° onderdaan zijn van een lidstaat en beschikken over een vestiging in een lidstaat, of over een vestiging in België beschikken;2° betrouwbaar zijn, wat betekent niet beroofd zijn geweest van de burgerlijke en politieke rechten, niet in staat van faillissement verklaard zijn geweest zonder eerherstel te hebben gekregen en geen gevangenisstraf, zelfs voorwaardelijk, van ten minste drie maanden hebben gekregen voor een van de strafbare feiten vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr.22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, voor een inbreuk op de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten0 houdende organisatie van het bedrijfsleven, voor een inbreuk op het Wetboek van Vennootschappen, het Wetboek van economisch recht, hun uitvoeringsbesluiten, de fiscale wetgeving of buitenlandse bepalingen die hetzelfde voorwerp hebben; 3° in het bezit zijn van een masterdiploma afgeleverd door een Belgische universiteit of een Belgische hogeschool van het lange type en van universitair niveau. De Koning bepaalt de voorwaarden op grond waarvan een buitenlands diploma of een bepaalde ervaring als gelijkwaardig wordt erkend, in voorkomend geval na het slagen voor een examen over de materies van het Belgisch recht die van belang zijn voor de uitoefening van het beroep van bedrijfsrevisor; 4° de bij het stagereglement ingerichte stage van het Instituut hebben beëindigd, en geslaagd zijn voor een bekwaamheidsexamen, waarvoor de Koning het programma en de voorwaarden bepaalt; 5° uiterlijk twaalf maanden na de datum van toelating tot de eed door het Instituut, voor het Hof van Beroep van Brussel de volgende eed hebben afgelegd in het Nederlands: "Ik zweer trouw aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk, en ik zweer de opdrachten, die mij als bedrijfsrevisor zullen worden toevertrouwd, in eer en geweten getrouw te vervullen."of in het Frans: "Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du peuple belge, et je jure de remplir fidèlement, en âme et conscience, les missions qui me seront confiées en qualité de réviseur d`entreprises."of ook nog voor het Hof van Beroep van Luik de volgende eed in het Duits: "Ich schwöre Treue dem König, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes und ich schwöre die mir als Wirtschaftsprüfer erteilten Aufträge auf Ehre und Gewissen, getrau und ehrlich zu erfüllen.". De personen van vreemde nationaliteit leggen voor het Hof van Beroep van Brussel de volgende eed af in het Nederlands: "Ik zweer de opdrachten, die mij als bedrijfsrevisor zullen worden toevertrouwd, in eer en geweten, getrouw en volgens de voorschriften van de Belgische wet, te vervullen."of in het Frans: "Je jure de remplir fidèlement, en âme et conscience, selon les prescriptions de la loi belge, les missions qui me seront confiées en qualité de réviseur d`entreprises."of ook nog voor het Hof van Beroep van Luik de volgende eed in het Duits: "Ich schwöre die mir als Wirtschaftsprüfer erteilten Aufträge auf Ehre und Gewissen, getrau und ehrlich und gemäss den Vorschriften des belgischen Gesetzes zu erfüllen."; 6° ten hoogste vijfenzestig jaar oud zijn;7° verbonden zijn met een bedrijfsrevisorenkantoor of een geregistreerd auditkantoor of over een organisatie beschikken die toelaat onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten na te leven. § 2. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan een wettelijke auditor die: 1° aantoont, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, dat hem in een andere lidstaat de hoedanigheid van wettelijke auditor is verleend, en 2° slaagt voor een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de procedure door de Koning worden bepaald. Art. 6.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan iedere rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, met zetel in een lidstaat, die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° de natuurlijke personen die de wettelijke controle van de jaarrekening namens die rechtspersoon of die entiteit uitvoeren, hebben de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;2° de meerderheid van de stemrechten van deze rechtspersoon of deze entiteit is in het bezit van auditkantoren, wettelijke auditors en/of bedrijfsrevisoren;3° het bestuursorgaan van die rechtspersoon of die entiteit is voor een meerderheid samengesteld uit auditkantoren, wettelijke auditors en/of bedrijfsrevisoren.Wanneer het bestuursorgaan slechts uit twee leden bestaat, is ten minste één van hen een bedrijfsrevisor, een auditkantoor of een wettelijke auditor zijn. Wanneer een revisorenkantoor of een auditkantoor lid is van het bestuursorgaan, wordt dit kantoor, overeenkomstig artikel 132 van het Wetboek van Vennootschappen, respectievelijk vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor heeft of door een natuurlijk persoon die als wettelijke auditor is erkend. § 2. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel kan het Instituut weigeren om de hoedanigheid van bedrijfsrevisor te verlenen aan de rechtspersoon of aan een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, indien, naar het oordeel van het Instituut, de betrouwbaarheid van die rechtspersoon of die entiteit in het gedrang is gebracht naar aanleiding van één van de volgende elementen of gelijkaardige elementen: 1° de rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm werd failliet verklaard, heeft een gerechtelijke reorganisatie verkregen, werd gerechtelijk ontbonden of heeft het voorwerp uitgemaakt van een gelijkaardige gerechtelijke of administratieve maatregel in België of in het buitenland; 2° de rechtspersoon of de entiteit met om het even welke rechtsvorm, heeft in België het voorwerp uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling of van een administratieve geldboete die in kracht van gewijsde is gegaan, met toepassing van de wetten en besluiten bedoeld in artikel 5, § 1, 2°, van ten minste 1.500 euro, zelfs met uitstel, of van een definitieve straf in het buitenland die daar voor een auditkantoor het verlies van deze hoedanigheid met zich brengt; 3° de benaming, het doel of andere statutaire clausules van de rechtspersoon of van een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm kunnen voor derden aanleiding zijn om zich te vergissen wat de hoedanigheid van bedrijfsrevisor of andere eigenschappen van de rechtspersoon of van de entiteit betreft;4° één van haar vennoten of één van de leden van het bestuursorgaan bevindt zich in één van in artikel 5, § 1, 2°, bedoelde situaties, tenzij binnen de maand van de ingebrekestelling door het Instituut de betrokken persoon ontslag neemt als vennoot en/of als lid van het bestuursorgaan, naargelang het geval. Art. 7.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan de natuurlijke personen van derde landen, indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° onderdaan zijn van een Staat die aan bedrijfsrevisoren op zijn grondgebied het voordeel van de wederkerigheid toekent wat de toelating tot het beroep betreft;2° voldoen aan de diplomavereisten bepaald in artikel 5, § 1, 3°, en de stage beëindigd hebben als bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning;3° voldoen aan de voorwaarden van betrouwbaarheid, in het bijzonder niet in staat van faillissement verklaard zijn geweest zonder eerherstel te hebben gekregen of veroordeeld zijn tot straffen die het verbod met zich brengen om een beroepsactiviteit uit te oefenen die gelijkwaardig is met die van bedrijfsrevisor;4° zich ertoe verbinden in België een vestiging te houden waar de beroepsactiviteit effectief zal worden uitgeoefend en waar de daarmee samenhangende akten, documenten en briefwisseling zullen worden bewaard;5° de in artikel 5, § 1, 5°, bedoelde eed hebben afgelegd bepaald voor het Hof van Beroep van Brussel of van Luik;6° zich ertoe verbinden alle deontologische verplichtingen na te leven die op de bedrijfsrevisoren van toepassing zijn;7° ten hoogste vijfenzestig jaar oud zijn. § 2. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, op voorwaarde van wederkerigheid, door het Instituut toegekend aan een natuurlijk persoon die, in een derde land, een gelijkwaardige hoedanigheid heeft als die van bedrijfsrevisor, en die: 1° aantoont, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, dat hij een dergelijke gelijkwaardige hoedanigheid heeft in een derde land, en 2° slaagt voor een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de procedure door de Koning worden bepaald. Art. 8.Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan andere entiteiten dan natuurlijke personen naar het recht van derde landen, indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° alle vennoten, evenals de zaakvoerders en bestuurders, moeten in de Staat waar zij hun hoofdvestiging hebben, zijn gemachtigd om de wettelijke controle van de jaarrekening van ondernemingen uit te voeren;indien een vennoot een rechtspersoon is, geldt dezelfde voorwaarde voor de vennoten van laatstgenoemde; 2° hun zetel en hun hoofdvestiging hebben in een Staat die de Belgische bedrijfsrevisoren op zijn grondgebied het voordeel van de wederkerigheid toekent met betrekking tot de toelating tot het beroep;3° opgericht zijn in een vorm, onder een statuut en onder voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die waaronder de bedrijfsrevisoren zich in België kunnen verenigen;zij verbinden zich ertoe om zich, voor het uitoefenen van hun activiteiten als bedrijfsrevisor in België, te doen kennen onder een benaming die enkel de naam mag bevatten van een of meer natuurlijke personen, die vennoot, zaakvoerder of bestuurder zijn of de naam van één of meer natuurlijke personen die de hoedanigheid van vennoot hebben gehad; 4° ten minste één bestuurder of zaakvoerder is bedrijfsrevisor en is belast met het bestuur van de vestiging in België;indien meer personen met dit bestuur zijn belast, is de meerderheid van hen bedrijfsrevisor; 5° alle vennoten, bestuurders of zaakvoerders die hun beroepsactiviteit gewoonlijk in België uitoefenen, zijn bedrijfsrevisor;6° zich ertoe verbinden in België een vestiging te houden waar de beroepsactiviteit effectief zal worden uitgeoefend en waar de daarmee samenhangende akten, documenten en briefwisseling zullen worden bewaard;7° zich ertoe verbinden in België rechtstreeks of zijdelings geen activiteiten uit te oefenen die onverenigbaar zijn met de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;8° zich ertoe verbinden artikel 132 van het Wetboek van Vennootschappen te eerbiedigen, telkens hun in België een wettelijke controle van de jaarrekening wordt toevertrouwd. Art. 9.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor in de volgende gevallen door het Instituut ingetrokken: 1° wanneer de bedrijfsrevisoren drie maanden na de in artikel 81 voorziene terechtwijzing hebben nagelaten om alle of een deel van de bijdragen te betalen, om de documenten tot vaststelling van de bijdrage over te leggen, om de inlichtingen of de documenten mee te delen die zij aan het Instituut moeten meedelen voor de uitvoering van de krachtens artikel 41 aan het Instituut gedelegeerde taken of om de inlichtingen of de documenten mee te delen die zij aan het College moeten meedelen wanneer het College de inzameling van die inlichtingen of documenten aan het Instituut heeft toevertrouwd;2° wanneer de bedrijfsrevisor daar expliciet om verzoekt. § 2. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt de hoedanigheid van de bedrijfsrevisor niet automatisch ingetrokken door het Instituut wanneer tegen de bedrijfsrevisor die om de intrekking verzoekt, een procedure is ingesteld die conform artikel 58 ter kennis is gebracht van de sanctiecommissie. De bedrijfsrevisor stuurt in dat geval zijn verzoek naar het Instituut en naar het College. Binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van het verzoek van de bedrijfsrevisor, kan het College zich tegen de intrekking van de hoedanigheid van die bedrijfsrevisor verzetten zolang de voor de sanctiecommissie geopende procedure niet is afgerond. Het College stelt de betrokken bedrijfsrevisor en het Instituut in kennis van zijn beslissing om zich tegen die intrekking te verzetten. § 3. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel kan de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut worden ingetrokken wanneer aan de voorwaarden voor de toekenning van deze hoedanigheid met uitzondering van de voorwaarden bepaald in de artikelen 5, § 1, 6°, en 7, § 1, 7°, niet meer is voldaan. In dat geval kan de hoedanigheid van bedrijfsrevisor slechts worden ingetrokken na de betrokkene te hebben uitgenodigd om zijn opmerkingen schriftelijk aan het Instituut te laten geworden binnen een termijn die niet minder dan vijftien dagen mag bedragen. Het Instituut motiveert zijn intrekkingsbeslissing. § 4. Wanneer de Procureur-generaal vaststelt dat een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon niet langer voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 5, § 1, 2°, artikel 6, § 2, 2°, of artikel 7, § 1, 3°, in fine, brengt hij het College en het Instituut daarvan op de hoogte. § 5. Dit artikel doet geen afbreuk aan de in artikel 59 bedoelde maatregelen. § 6. Wanneer de hoedanigheid van een bedrijfsrevisor wordt ingetrokken, deelt het College, dit met opgave van de redenen voor de intrekking mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de bedrijfsrevisor eveneens is ingeschreven of geregistreerd. Art. 10.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt het Instituut belast met het houden en bijwerken van een openbaar register, waarin de personen of de entiteiten die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verkregen, zijn ingeschreven. De bedrijfsrevisoren brengen het Instituut zo spoedig mogelijk op de hoogte van elke wijziging van de gegevens opgenomen in het openbaar register. Ze zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de meegedeelde gegevens aan het Instituut. § 2. De auditkantoren die in een andere lidstaat zijn erkend, en beantwoorden aan de volgende voorwaarden, worden in het register geregistreerd: 1° de vaste vertegenwoordiger die namens het auditkantoor de wettelijke controle van de jaarrekening verricht, heeft de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;2° de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verschaft een certificaat van registratie af dat minder dan drie maanden oud is. Het auditkantoor registreert zich bij het Instituut, dat eerst nakijkt of de in 1° en 2° bedoelde voorwaarden zijn vervuld. De geregistreerde auditkantoren worden in die hoedanigheid afzonderlijk in het openbaar register vermeld. § 3. De Koning stelt de regels vast voor de registratie in het openbaar register als auditor of auditorganisatie van een derde land, en voor het publiek toezicht, de kwaliteitscontrole en het toezicht op de auditors en auditorganisaties van een derde land, die een controleverslag afleveren over de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een vennootschap die haar statutaire zetel buiten de Europese Unie heeft en waarvan de effecten in België zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van richtlijn 2004/39/EG, behalve indien de onderneming alleen een emittent is van uitstaande schuldbewijzen waarvoor het volgende geldt: a) zij zijn vóór 31 december 2010 toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt c), van richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad en hun nominale waarde per eenheid bedraagt op de datum van uitgifte ten minste 50.000 euro of is, in het geval van schuldbewijzen in een andere valuta dan de euro, op die datum ten minste gelijkwaardig aan 50.000 euro; b) zij zijn sinds 31 december 2010 toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt c), van richtlijn 2004/109/EG en hun nominale waarde per eenheid bedraagt op de datum van uitgifte ten minste 100.000 euro of is, in het geval van schuldbewijzen in een andere valuta dan de euro, op die datum ten minste gelijkwaardig aan 100.000 euro. De auditors en de auditorganisaties van derde landen worden in die hoedanigheid afzonderlijk in het openbaar register vermeld. § 4. De vereiste gegevens worden in elektronische vorm in het register opgeslagen. Eenieder kan ze te allen tijde raadplegen op de website van het Instituut. § 5. Elke bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon, elk bedrijfsrevisorenkantoor en elk geregistreerd auditkantoor wordt aan de hand van een individueel nummer geïdentificeerd in het openbaar register. § 6. Het openbaar register bevat de naam en het adres van de bevoegde autoriteiten die zijn belast met de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, het toezicht, de kwaliteitscontrole, de sancties en het publiek toezicht. § 7. Het Instituut bezorgt het College driemaandelijks een lijst van alle nieuwe inschrijvingen en alle nieuwe registraties. § 8. De inhoud van het openbaar register, alsook de modaliteiten inzake het bijwerken van en de toegang tot het openbaar register worden bepaald door de Koning. Art. 11.§ 1. Alleen de in het openbaar register ingeschreven natuurlijke personen of entiteiten mogen de titel van bedrijfsrevisor dragen en alle revisorale opdrachten, door of krachtens de wet, uitoefenen. De registratie van een auditkantoor in het openbaar register laat de uitoefening van de opdracht van wettelijke controle van de jaarrekening toe. § 2. Na raadpleging van het College kan het Instituut oud-bedrijfsrevisoren-natuurlijke personen onder de door zijn huishoudelijk reglement bepaalde voorwaarden toelaten om de titel van erebedrijfsrevisor te voeren. Na raadpleging van of op verzoek van het College wordt de toelating door het Instituut ingetrokken indien niet langer aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan. Indien de erebedrijfsrevisor het niet eens is met de beslissing om zijn eretitel in te trekken, kan hij binnen een termijn van een maand nadat de beslissing hem ter kennis werd gebracht het College adiëren opdat die beslissing door het College wordt bevestigd of weerlegd. Dit beroep is opschortend. § 3. De stagiairs kunnen de titel van stagiair-bedrijfsrevisor dragen. De stagiairs hebben niet de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, maar staan onder het toezicht en de tuchtmacht van het Instituut. Afdeling 3. - Rechten en verplichtingen Art. 12.§ 1. Bij het vervullen van de hem toevertrouwde revisorale opdrachten handelt de bedrijfsrevisor in volledige onafhankelijkheid, met respect van de beginselen van de beroepsethiek. Deze hebben minstens betrekking op de verantwoordelijkheid voor het openbaar belang van de bedrijfsrevisor, zijn integriteit en objectiviteit, alsmede zijn vakbekwaamheid en professionele zorgvuldigheid. De bedrijfsrevisor mag niet betrokken zijn bij de besluitvorming van de entiteit waarvoor hij de revisorale opdracht uitvoert. Dit geldt eveneens voor elk natuurlijk persoon die zich in een positie bevindt waarbij hij een directe of indirecte invloed kan uitoefenen op de uitkomst van de revisorale opdracht. § 2. De onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor dient vanuit twee onlosmakelijk verbonden gezichtspunten te worden beoordeeld: 1° de onafhankelijkheid qua geesteshouding, namelijk een morele houding waarbij alleen de overwegingen die voor de toevertrouwde taak van belang zijn, in aanmerking worden genomen bij de te nemen beslissingen in het kader van de uitvoering van een revisorale opdracht, en 2° de onafhankelijkheid in schijn, namelijk de noodzaak om situaties en feiten te vermijden die in die mate van belang zijn dat zij een redelijk denkende en geïnformeerde derde ertoe kunnen brengen de bekwaamheid van de bedrijfsrevisor om objectief te handelen, in vraag te stellen. § 3. De bedrijfsrevisor neemt alle redelijkerwijs te verwachten maatregelen om te waarborgen dat zijn onafhankelijkheid bij de uitvoering van een revisorale opdracht niet wordt beïnvloed door een bestaand of potentieel belangenconflict, of een zakelijke of andere directe of indirecte relatie waarbij hij of het bedrijfsrevisorenkantoor dat de revisorale opdracht uitvoert, of, voor zover van toepassing, personen die deel uitmaken van het netwerk van de bedrijfsrevisor, of personen op wie de bedrijfsrevisor een beroep doet voor de uitvoering van de revisorale opdracht, betrokken zijn. § 4. De bedrijfsrevisor mag geen revisorale opdracht aanvaarden of voortzetten indien er, direct of indirect, een financiële, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relatie bestaat 1° tussen hemzelf, het bedrijfsrevisorenkantoor, het netwerk waartoe hij behoort, of elk ander natuurlijk persoon die zich in een positie bevindt waardoor hij of zij direct of indirect een invloed kan uitoefenen op de uitkomsten van de revisorale opdracht;en 2° de entiteit waarvoor de revisorale opdracht wordt uitgevoerd, op grond waarvan een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde partij, met inachtneming van de getroffen veiligheidsmaatregelen, zou concluderen dat de onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor in het gedrang komt. § 5. De bedrijfsrevisor onderbouwt in zijn werkdocumenten alle aanzienlijke bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid en de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen om deze bedreigingen in te perken. § 6. Indien de entiteit waarvoor de bedrijfsrevisor de revisorale opdracht uitvoert, tijdens de periode van de revisorale opdracht wordt overgenomen door, fuseert met of de eigendom verwerft van een andere entiteit, identificeert en evalueert de bedrijfsrevisor alle huidige en recente belangen en relaties met deze entiteit die zijn onafhankelijkheid zouden kunnen aantasten. Bij een wettelijke controle van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening neemt de commissaris zo snel mogelijk, en in elk geval binnen drie maanden, alle nodige maatregelen ter beëindiging van eventuele bestaande belangen of relaties die zijn onafhankelijkheid zouden kunnen aantasten, en neemt, voor zover mogelijk, veiligheidsmaatregelen ter beperking van elke bedreiging van zijn onafhankelijkheid door belangen en relaties in het heden en het verleden. Art. 13.§ 1. Alvorens een opdracht te aanvaarden, gaat de bedrijfsrevisor na en documenteert hij of hij beschikt over de nodige bekwaamheid, medewerking, middelen en tijd vereist om deze opdracht goed uit te voeren. De bedrijfsrevisor aanvaardt geen opdrachten onder voorwaarden die een objectieve uitvoering daarvan in het gedrang zouden kunnen brengen. In het geval van een revisorale opdracht gaat de bedrijfsrevisor bovendien na en documenteert hij: 1° of hij voldoet aan de onafhankelijkheidsvereisten;en 2° of er sprake is van bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid, alsook welke veiligheidsmaatregelen zijn genomen om deze bedreigingen te beperken. § 2. Bij de uitvoering van een revisorale opdracht besteedt de bedrijfsrevisor voldoende tijd aan de opdracht en doet hij een beroep op voldoende personeel om zijn taken correct uit te voeren. § 3. Wanneer de bedrijfsrevisor een beroep doet op externe deskundigen, documenteert hij het geformuleerde verzoek en het ontvangen advies. § 4. Alvorens een opdracht te aanvaarden, gaat de bedrijfsrevisor bij de onderneming of het organisme na of een andere bedrijfsrevisor in de loop van de voorafgaande twaalf maanden, belast is of werd met een revisorale opdracht bij dezelfde entiteit. Telkens een bedrijfsrevisor werkzaamheden verricht in een onderneming of een organisme waar een andere bedrijfsrevisor de wettelijke controle van de jaarrekening uitoefent, dan kan hij zijn werkzaamheden ter plaatse slechts verrichten na zijn confrater, bij voorkeur schriftelijk, op de hoogte te hebben gebracht van zijn tussenkomst. § 5. Elke bedrijfsrevisor die tot de opvolging van een confrater geroepen wordt, heeft de plicht om voorafgaandelijk en schriftelijk met hem contact op te nemen. De bedrijfsrevisor die dezelfde opdracht uitvoerde, verleent zijn confrater inzage in zijn werkdocumenten en alle relevante informatie. In voorkomend geval zal hij, in toepassing van artikel 18 van de verordening (EU) nr. 537/2014 eveneens toegang verlenen tot de aanvullende verklaringen betreffende voorgaande boekjaren bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014 en tot alle informatie die is medegedeeld aan de FSMA of aan de Bank, belast met het toezicht op de organisaties van openbaar belang bedoeld in artikel 4/1 van het Wetboek van vennootschappen. § 6. Wanneer een bedrijfsrevisor het werk of de verklaring van een andere bedrijfsrevisor zou kunnen in opspraak brengen, brengt hij, voor zover het beroepsgeheim zich daar niet tegen verzet, hem onmiddellijk op de hoogte van de punten waarover er een meningsverschil bestaat. Art. 14.Noch de aandeelhouders van een bedrijfsrevisorenkantoor of een geregistreerd auditkantoor, noch de leden van het bestuursorgaan van dat kantoor, noch verbonden personen mogen een zodanige bemoeienis met de uitvoering van een wettelijke controle van de jaarrekening of van een andere revisorale opdracht hebben dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de onafhankelijkheid en de objectiviteit van de bedrijfsrevisor die de wettelijke controle van jaarrekeningen of de revisorale opdracht uitvoert. Art. 15.Tijdens de uitvoering van zijn opdracht behoudt de bedrijfsrevisor steeds een professioneel-kritische instelling, wat betekent dat hij een houding aanneemt die een onderzoekende geest, oplettendheid voor omstandigheden die kunnen wijzen op mogelijke afwijkingen als gevolg van fouten of fraude, en een kritische beoordeling van de controle-informatie omvat. Hij onderkent dat er sprake kan zijn van een afwijking van materieel belang als gevolg van feiten of gedragingen die wijzen op onregelmatigheden, met inbegrip van fraude of fouten, ongeacht eerdere ervaringen van de bedrijfsrevisor met de eerlijkheid en integriteit van de leiding van de gecontroleerde entiteit en van de met het bestuur van de entiteit belaste personen. De bedrijfsrevisor behoudt een professioneel-kritische instelling, in het bijzonder bij de beoordeling van schattingen van de leiding met betrekking tot reële waarden, de waardevermindering van activa, voorzieningen en toekomstige kasstromen die relevant zijn voor het vermogen van de entiteit tot continuïteit van het bedrijf. Art. 16.§ 1. De bedrijfsrevisor mag geen enkel financieel belang hebben in de entiteit waar hij een revisorale opdracht uitvoert. § 2. Hij mag evenmin voor zichzelf of voor zijn minderjarige kinderen financiële instrumenten kopen of verkopen die worden uitgegeven, gegarandeerd of anderszins ondersteund door de entiteit waar hij een revisorale opdracht uitvoert, noch mag hij betrokken zijn bij het sluiten van een transactie in dergelijke financiële instrumenten. § 3. De in paragrafen 1 en 2 bedoelde verbodsbepalingen zijn niet toepasselijk op de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, met inbegrip van beheerde fondsen, zoals pensioenfondsen of levensverzekeringen. § 4. De bedrijfsrevisor mag geen geld of andere geschenken of gunsten aanvaarden van de entiteit waar hij een revisorale opdracht uitvoert of van met die entiteit verbonden entiteiten, met uitzondering van de geringe voordelen die door een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde als verwaarloosbaar of onbeduidend zouden worden beschouwd. § 5. De bepalingen van paragrafen 1 tot 4 gelden ook voor: a) het bedrijfsrevisorenkantoor waartoe de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon behoort, de vennoten, de aandeelhouders, de leden van het bestuursorgaan en de werknemers van dat bedrijfsrevisorenkantoor voor zover het de werknemers betreft die ten aanzien van de entiteiten waarvoor de revisorale opdracht wordt uitgevoerd, hieraan rechtstreeks deelnemen;b) alle andere personen waarop de bedrijfsrevisor een beroep doet en die direct betrokken zijn bij de controlewerkzaamheden bij de betrokken onderneming;c) de personen die nauw verbonden zijn met de bedrijfsrevisor. § 6. De bedrijfsrevisor ziet erop toe en documenteert dat hijzelf en de personen als bedoeld in paragraaf 5, niet deelnemen in of op een andere wijze invloed uitoefenen op de uitkomst van de revisorale opdracht uitgevoerd bij een bepaalde entiteit, indien zij: 1° andere financiële instrumenten van de entiteit bezitten dan de belangen die onrechtstreeks worden gehouden via gediversifieerde instellingen voor collectieve belegging;2° financiële instrumenten bezitten van een verbonden entiteit waarvan de eigendom een belangenconflict kan veroorzaken, met uitzondering van de belangen die onrechtstreeks worden gehouden via gediversifieerde instellingen voor collectieve belegging;3° een dienstverband bij deze entiteit hebben gehad of daarmee een zakelijke of andere relatie hebben gehad gedurende twee jaar voorafgaand aan de revisorale opdracht die een belangenconflict kan veroorzaken. Art. 17.§ 1. Voor elke revisorale opdracht legt de bedrijfsrevisor een controledossier aan. Dit controledossier omvat, onverminderd de gegevens die voortvloeien uit verordening (EU) nr. 537/2014 en de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden, minstens de gegevens die in toepassing van artikel 13 zijn vastgelegd. § 2. De bedrijfsrevisor bewaart alle andere gegevens en documenten die van belang zijn ter ondersteuning van de revisorale opdracht, zodat een getrouwe weergave van de uitvoering van de opdracht kan worden verkregen. § 3. Het controledossier wordt uiterlijk zestig dagen na de datum van ondertekening van het controleverslag gesloten. § 4. De bedrijfsrevisor die de revisorale opdracht heeft uitgevoerd, bewaart het controledossier gedurende een periode van vijf jaar, vanaf de datum van het verslag dat op basis van het controledossier is opgesteld. Art. 18.Voor elke revisorale opdracht houdt de bedrijfsrevisor een cliëntdossier bij. Dat dossier omvat, onverminderd de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden, de volgende gegevens: 1° de naam, het adres en de hoofdvestiging;2° in het geval van een bedrijfsrevisorenkantoor, de naam van de vaste vertegenwoordiger;3° de in rekening gebrachte honoraria voor de revisorale opdracht en, in het geval van een wettelijke controle van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening, de in rekening gebrachte honoraria voor andere diensten in een boekjaar, zowel van de commissaris als van de leden van het netwerk waartoe de commissaris behoort. Art. 19.§ 1. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden, voldoet de bedrijfsrevisor bij de uitvoering van een revisorale opdracht minstens aan de volgende organisatorische vereisten: 1° het bedrijfsrevisorenkantoor stelt passende gedragslijnen en procedures vast om de naleving van de in artikel 14 bedoelde vereisten te waarborgen;2° de bedrijfsrevisor heeft doeltreffende administratieve en boekhoudprocedures, interne kwaliteitscontrolemechanismen, effectieve procedures voor risicobeoordeling en effectieve beheersings- en veiligheidsmaatregelen voor informatieverwerkingssystemen.Die interne kwaliteitscontrolemechanismen zijn zodanig opgezet dat zij de naleving van beslissingen en procedures op alle niveaus van het bedrijfsrevisorenkantoor of van de werkstructuur van de bedrijfsrevisor verzekeren; 3° de bedrijfsrevisor stelt passende gedragslijnen en procedures vast om te waarborgen dat zijn werknemers, medewerkers en alle andere natuurlijke personen op wie hij een beroep doet en die direct betrokken zijn bij de revisorale opdrachten, beschikken over de juiste kennis en ervaring voor de hun toegewezen taken;4° de bedrijfsrevisor stelt passende gedragslijnen en procedures vast om te waarborgen dat belangrijke controletaken niet op zodanige wijze worden uitbesteed dat dit afbreuk doet aan de kwaliteit van de interne kwaliteitscontrole van de bedrijfsrevisor of aan het vermogen van het College om toe te zien op de naleving door de bedrijfsrevisor van zijn verplichtingen;5° de bedrijfsrevisor stelt passende en effectieve organisatorische en administratieve regelingen vast om alle bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid te voorkomen, vast te stellen, weg te nemen of te beheersen en bekend te maken;6° de bedrijfsrevisor stelt passende gedragslijnen en procedures vast voor de uitvoering van revisorale opdrachten, de begeleiding van, het houden van toezicht op en de beoordeling van de werkzaamheden van werknemers en medewerkers, en het opzetten van de structuur van het controledossier als bedoeld in artikel 17;7° de bedrijfsrevisor voert een intern kwaliteitsbeheersingssysteem in om de kwaliteit van de revisorale opdrachten te waarborgen.Het kwaliteitsbeheersingssysteem bestrijkt ten minste de gedragslijnen en procedures als bedoeld onder 6°. In het geval van een bedrijfsrevisorenkantoor ligt de verantwoordelijkheid voor het interne kwaliteitsbeheersingssysteem bij een persoon die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor heeft; 8° de bedrijfsrevisor gebruikt passende systemen, middelen en procedures om de continuïteit en regelmatigheid van zijn controlewerkzaamheden te waarborgen;9° de bedrijfsrevisor stelt ook passende en effectieve organisatorische en administratieve regelingen vast voor het omgaan met en registreren van incidenten die ernstige gevolgen voor de integriteit van zijn controlewerkzaamheden hebben of kunnen hebben;10° de bedrijfsrevisor heeft een passend beloningsbeleid ook ten aanzien van winstdeling, dat voldoende prestatieprikkels verschaft om de kwaliteit van de revisorale opdrachten te verzekeren.Met name de hoogte van de inkomsten die de bedrijfsrevisor ontleent aan het verstrekken van andere diensten dan revisorale opdrachten aan de gecontroleerde entiteit, vormt geen onderdeel van de prestatiebeoordeling en de beloning van personen die betrokken zijn bij of invloed kunnen uitoefenen op het verloop van de wettelijke controle van de jaarrekening; 11° de bedrijfsrevisor ziet toe op en evalueert de toereikendheid en doeltreffendheid van zijn systemen, interne kwaliteitscontrolemechanismen en andere regelingen die zijn vastgesteld in overeenstemming met deze wet, met de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden en, in voorkomend geval, met verordening (EU) nr.537/2014. Hij neemt passende maatregelen om eventuele tekortkomingen te verhelpen. De bedrijfsrevisor voert in het bijzonder jaarlijks een evaluatie uit van het interne kwaliteitsbeheersingssysteem als bedoeld onder 7°. Hij documenteert de bevindingen van deze evaluaties en alle voorgestelde maatregelen om het interne kwaliteitsbeheersingssysteem aan te passen. De in het eerste lid bedoelde gedragslijnen en procedures worden gedocumenteerd en aan de werknemers en medewerkers van de bedrijfsrevisor bekendgemaakt. Een eventuele uitbesteding van controletaken als bedoeld onder 4° is niet van invloed op de verantwoordelijkheid van de bedrijfsrevisor ten aanzien van de entiteit waarvoor een revisorale opdracht wordt uitgevoerd. § 2. De bedrijfsrevisor houdt bij de naleving van de eisen van paragraaf 1 rekening met de omvang en de complexiteit van zijn activiteiten. Hij kan tegenover het College aantonen dat de gedragslijnen en procedures met het oog op dergelijke naleving in overeenstemming zijn met de omvang en de complexiteit van zijn activiteiten. § 3. De commissaris legt in het geval van een wettelijke controle van de jaarrekening, alle betekenisvolle inbreuken op de bepalingen van deze wet, op de bepalingen van Boek IV, Titel VII, van het Wetboek van Vennootschappen inzake de wettelijke controle van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, alsook op de bepalingen van verordening (EU) nr. 537/2014 vast. Hij registreert tevens alle gevolgen van een dergelijke inbreuk, met inbegrip van de maatregelen die zijn genomen om de inbreuk te beëindigen en om het interne kwaliteitsbeheersingssysteem aan te passen. De commissaris stelt een jaarverslag op met een overzicht van alle genomen maatregelen en maakt dit intern bekend. De commissaris registreert ook alle schriftelijke klachten over de uitvoering van de wettelijke controles van de jaarrekening. Art. 20.§ 1. De resultaatgebonden honoraria met betrekking tot de opdrachten inzake de wettelijke controle van de jaarrekening zijn verboden. Wanneer opdrachten uitgevoerd worden door de commissaris of door een lid van zijn netwerk in een vennootschap waarin de commissaris belast is met de wettelijke controle, of in een vennootschap die haar controleert of die zij controleert binnen de Europese Unie, is het in deze vennootschappen niet toegestaan aan de commissaris of aan een lid van zijn netwerk om opdrachten uit te voeren tegen vergoeding van resultaatgebonden honoraria, ongeacht de genomen veiligheidsmaatregelen. § 2. Onverminderd paragraaf 1 kan, wanneer opdrachten worden uitgevoerd bij een entiteit waar de wettelijke controle van de jaarrekening niet wordt uitgevoerd door een bedrijfsrevisor die met hetzelfde netwerk is verbonden, een contract worden gesloten waarin resultaatgebonden honoraria worden opgenomen. In dergelijk geval worden de onafhankelijkheidsrisico's beoordeeld en worden aangepaste veiligheidsmaatregelen genomen zodat het risico naar een aanvaardbaar niveau wordt gebracht. De onafhankelijkheidsrisico's en de genomen veiligheidsmaatregelen worden opgenomen in het dossier van de bedrijfsrevisor, zodanig dat dit een spoor bevat van de uitgevoerde beoordeling op het ogenblik van de aanvaarding van de opdracht. De in artikel 21 bedoelde opdrachtbrief vermeldt ook dat de honoraria resultaatgebonden zijn en dat gepaste veiligheidsmaatregelen werden genomen om het risico naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Art. 21.De bedrijfsrevisor en zijn cliënt stellen een opdrachtbrief op voorafgaand aan de uitvoering van elke opdracht. Naast de omschrijving van de opdracht bepaalt de opdrachtbrief op een evenwichtige wijze de wederzijdse rechten en plichten van de cliënt en van de bedrijfsrevisor. Art. 22.§ 1. Telkens wanneer een revisorale opdracht wordt toevertrouwd aan een bedrijfsrevisorenkantoor, dient dat bedrijfsrevisorenkantoor een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon als vaste vertegenwoordiger aan te stellen. Deze bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon dient als vennoot of anderszins aan dat kantoor verbonden te zijn, en is belast met de uitvoering van deze opdracht in naam en voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor. Bij de uitvoering van deze revisorale opdracht heeft de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die het bedrijfsrevisorenkantoor vertegenwoordigt, als enige de handtekeningsbevoegdheid voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor. Hij wordt actief betrokken bij de uitvoering van de revisorale opdracht. Die vaste vertegenwoordiger handelt in naam en voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor. Inzake kwaliteitscontrole en toezicht is hij aan dezelfde voorwaarden en regels onderworpen alsof hij die opdracht in eigen naam en voor eigen rekening zou vervullen. Het bedrijfsrevisorenkantoor kan zijn vaste vertegenwoordiger enkel ontslaan als het tegelijkertijd zijn opvolger aanstelt. Een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die een arbeidsovereenkomst met een andere bedrijfsrevisor heeft gesloten, kan geen handtekeningsbevoegdheid voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor dat zijn werkgever is, worden toegekend. § 2. Het bedrijfsrevisorenkantoor verstrekt de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die het bedrijfsrevisorenkantoor vertegenwoordigt, voldoende middelen en personeelsleden die over de nodige deskundigheid en bekwaamheid beschikken om zijn taken juist uit te voeren. § 3. In het geval van een wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang of bij de belangrijke Belgische of buitenlandse dochterondernemingen van een dergelijke organisatie naar Belgisch recht wanneer deze geconsolideerde jaarrekeningen opstelt, is de commissaris verplicht ten minste de vaste vertegenwoordiger(s) van het bedrijfsrevisorenkantoor te vervangen, of, wanneer het mandaat door een commissaris-natuurlijk persoon wordt uitgeoefend, het mandaat aan een confrater over te dragen na uiterlijk zes jaar na zijn (hun) benoeming. De vervangen bedrijfsrevisor(en) neemt (nemen) na afloop van een periode van minstens drie jaar na het staken van deelname opnieuw deel aan de wettelijke controle van de gecontroleerde entiteit. Met toepassing van artikel 17, § 7, derde en vierde lid van de verordening (EU) nr. 537/2014, zet de commissaris tevens een pa …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.