Wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren
Kort samengevat
Deze wet regelt de organisatie van het beroep van bedrijfsrevisor en het publiek toezicht daarop, en zet Europese richtlijnen en verordeningen om. Het doel is om de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen te reguleren.
Wat het regelt
- De organisatie van het beroep van bedrijfsrevisor.
- Het publiek toezicht op bedrijfsrevisoren.
- De omzetting van richtlijn 2006/43/EG betreffende wettelijke controles van jaarrekeningen.
- De implementatie van verordening (EU) nr. 537/2014 betreffende specifieke eisen voor wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang.
Wie het aanbelangt
- Bedrijfsrevisoren (natuurlijke personen en kantoren).
- Organisaties van openbaar belang.
Kernpunten
- Een "bedrijfsrevisor" kan een natuurlijk persoon of een bedrijfsrevisorenkantoor zijn, ingeschreven in het openbaar register.
- Een "revisorale opdracht" omvat elke opdracht die een deskundig oordeel geeft over de getrouwheid en waarachtigheid van financiële informatie, inclusief wettelijke controles van jaarrekeningen.
- De wet definieert "organisaties van openbaar belang" zoals bedoeld in artikel 4/1 van het Wetboek van Vennootschappen.
- Het "toepasselijke wetgevende en reglementaire kader" omvat deze wet, uitvoeringsbesluiten, het Wetboek van Vennootschappen, toepasbare normen, verordening (EU) nr. 537/2014 en goedgekeurde verordeningen.
Wettekst
Wettekst
7 DECEMBER
- - Wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL
- - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL
- - Omzetting van de richtlijn en de tenuitvoerlegging van de verordening Art. 2.Deze wet voorziet in de omzetting van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad, gewijzigd door richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april
- Zij implementeert ook gedeeltelijk verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie. TITEL
- - Organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren HOOFDSTUK I. - Definities Art. 3.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon: een natuurlijk persoon ingeschreven in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren;2° bedrijfsrevisorenkantoor: een rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, andere dan een natuurlijk persoon, ingeschreven in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren;3° bedrijfsrevisor: een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of een bedrijfsrevisorenkantoor;4° wettelijke auditor: een natuurlijke persoon die de toelating heeft om in een andere lidstaat het beroep van wettelijke auditor in de zin van richtlijn 2006/43/EG uit te oefenen;5° auditkantoor: een entiteit, andere dan een natuurlijk persoon, die de toelating heeft om in een andere lidstaat het beroep van wettelijke auditor in de zin van richtlijn 2006/43/EG uit te oefenen;6° auditor of auditorganisatie van een derde land: een natuurlijk persoon of een entiteit, met om het even welke rechtsvorm, andere dan een natuurlijk persoon, die de controle uitvoert van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een onderneming met statutaire zetel in een derde land, en aan wie geen toelating is verleend als wettelijke auditor of auditkantoor in een andere lidstaat;7° organisaties van openbaar belang: de organisaties als bedoeld in artikel 4/1 van het Wetboek van Vennootschappen;8° netwerk: het netwerk als bedoeld in artikel 16/2 van het Wetboek van Vennootschappen;9° wettelijke controle van de jaarrekening: de wettelijke controle als bedoeld in artikel 16/1 van het Wetboek van Vennootschappen;10° revisorale opdracht: elke opdracht, inclusief de opdracht van wettelijke controle van de jaarrekening, die ertoe strekt een deskundig oordeel te geven over de getrouwheid en de waarachtigheid van een jaarrekening, van een tussentijdse financiële staat, van een waardering of van andere economische en financiële informatie, verschaft door een onderneming of instelling;dit begrip omvat eveneens de ontleding en de verklaring van de economische en financiële inlichtingen aan de leden van de ondernemingsraad; 11° Instituut: het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, als bedoeld in artikel 64;12° Raad: de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren;13° Hoge Raad: de Hoge Raad voor de economische beroepen opgericht bij artikel 54 van de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen; 14° FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 15° College: het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren, opgericht bij artikel 32;16° FSMA: de Autoriteit voor financiële diensten en markten als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996
(2)sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;17° Bank: de Nationale Bank van België als bedoeld in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;18° sanctiecommissie: de sanctiecommissie van de FSMA als bedoeld in artikel 47 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996
(2)sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;19° bevoegde autoriteiten: de bij wet aangewezen autoriteiten die zijn belast met de regelgeving betreffende en/of het toezicht op wettelijke auditors en de auditkantoren, of met de uitvoering van specifieke aspecten daarvan;20° richtlijn 2006/43/EG: de richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;21° verordening (EU) nr.537/2014: de verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie; 22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader: deze wet, de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten, het Wetboek van Vennootschappen, de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen, verordening (EU) nr.537/2014 en de door de Commissie goedgekeurde verordeningen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014; 23° de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996
(2)sluiten: de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996
(2)sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;24° internationale controlestandaarden: de International Standards on Auditing, zoals desgevallend goedgekeurd door de Europese Commissie, en de andere daarmee verband houdende standaarden die zijn uitgebracht door de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB) en gepubliceerd door de International Federation of Accountants (IFAC), voor zover deze voor de wettelijke controle van de jaarrekening van belang zijn;25° vennoot: de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die zijn beroepsactiviteit in een bedrijfsrevisorenkantoor uitoefent;26° vaste vertegenwoordiger:
- a)de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of de wettelijke auditor die door een bedrijfsrevisorenkantoor of auditkantoor voor een bepaalde controleopdracht is aangewezen als hoofdverantwoordelijke voor de uitvoering van de wettelijke controle van de jaarrekening namens het bedrijfsrevisorenkantoor of auditkantoor, of
- b)in het geval van een groepscontrole, de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of de wettelijke auditor die door een bedrijfsrevisorenkantoor of auditkantoor als hoofdverantwoordelijke is aangewezen voor de uitvoering van de wettelijke controle van de jaarrekening op groepsniveau, en de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of wettelijke auditor die als hoofdverantwoordelijke is aangewezen voor de uitvoering van de wettelijke controle van de jaarrekening bij de grote dochterondernemingen, of
- c)de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of de wettelijke auditor die het controleverslag ondertekent;27° aandeelhouder: een persoon die participeert in het kapitaal van een bedrijfsrevisorenkantoor;28° persoon die geen beroepsbeoefenaar is: elk natuurlijk persoon die geen revisorale opdracht verricht en de voorbije drie jaar geen revisorale opdracht heeft verricht, die geen stemrechten in een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor bezit of de voorbije drie jaar heeft bezeten, die geen lid is of de voorbije drie jaar is geweest van het administratieve, leidinggevende of bestuursorgaan van een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor, die niet in dienst is of de voorbije drie jaar is geweest van dan wel op een andere manier verbonden is of de voorbije drie jaar is geweest aan een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor, dan wel op een andere wijze door een bedrijfsrevisorenkantoor of een auditkantoor is of de voorbije drie jaar was gecontracteerd;29° groepsauditor: de bedrijfsrevisor of het geregistreerd auditkantoor als bedoeld in artikel 147/1 van het Wetboek van Vennootschappen;30° derde land: land dat geen deel uitmaakt van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;31° lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;32° lidstaat van herkomst: een lidstaat waar een wettelijke auditor of een auditkantoor is toegelaten overeenkomstig richtlijn 2006/43/EG;33° ESMA: de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten als opgericht bij verordening nr.1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 34° EIOPA: de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen als opgericht bij verordening nr.1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 35° EBA: de Europese Bankautoriteit als opgericht bij verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 36° CEAOB: het Comité van Europese auditorstoezichthouders, bedoeld in artikel 30 van verordening (EU) nr.537/2014. HOOFDSTUK II. - De bedrijfsrevisor Afdeling 1. - De functie Art. 4.De bedrijfsrevisor heeft als hoofdtaak alle opdrachten uit te voeren die bij of krachtens de wet uitsluitend aan de bedrijfsrevisoren zijn toevertrouwd, en in het bijzonder alle revisorale opdrachten ter uitvoering van of krachtens de wet. Afdeling 2. - Toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, inschrijving en registratie Art. 5.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan ieder natuurlijk persoon die erom verzoekt en die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° onderdaan zijn van een lidstaat en beschikken over een vestiging in een lidstaat, of over een vestiging in België beschikken;2° betrouwbaar zijn, wat betekent niet beroofd zijn geweest van de burgerlijke en politieke rechten, niet in staat van faillissement verklaard zijn geweest zonder eerherstel te hebben gekregen en geen gevangenisstraf, zelfs voorwaardelijk, van ten minste drie maanden hebben gekregen voor een van de strafbare feiten vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr.22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, voor een inbreuk op de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten0 houdende organisatie van het bedrijfsleven, voor een inbreuk op het Wetboek van Vennootschappen, het Wetboek van economisch recht, hun uitvoeringsbesluiten, de fiscale wetgeving of buitenlandse bepalingen die hetzelfde voorwerp hebben; 3° in het bezit zijn van een masterdiploma afgeleverd door een Belgische universiteit of een Belgische hogeschool van het lange type en van universitair niveau. De Koning bepaalt de voorwaarden op grond waarvan een buitenlands diploma of een bepaalde ervaring als gelijkwaardig wordt erkend, in voorkomend geval na het slagen voor een examen over de materies van het Belgisch recht die van belang zijn voor de uitoefening van het beroep van bedrijfsrevisor; 4° de bij het stagereglement ingerichte stage van het Instituut hebben beëindigd, en geslaagd zijn voor een bekwaamheidsexamen, waarvoor de Koning het programma en de voorwaarden bepaalt; 5° uiterlijk twaalf maanden na de datum van toelating tot de eed door het Instituut, voor het Hof van Beroep van Brussel de volgende eed hebben afgelegd in het Nederlands: "Ik zweer trouw aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk, en ik zweer de opdrachten, die mij als bedrijfsrevisor zullen worden toevertrouwd, in eer en geweten getrouw te vervullen."of in het Frans: "Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du peuple belge, et je jure de remplir fidèlement, en âme et conscience, les missions qui me seront confiées en qualité de réviseur d`entreprises."of ook nog voor het Hof van Beroep van Luik de volgende eed in het Duits: "Ich schwöre Treue dem König, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes und ich schwöre die mir als Wirtschaftsprüfer erteilten Aufträge auf Ehre und Gewissen, getrau und ehrlich zu erfüllen.". De personen van vreemde nationaliteit leggen voor het Hof van Beroep van Brussel de volgende eed af in het Nederlands: "Ik zweer de opdrachten, die mij als bedrijfsrevisor zullen worden toevertrouwd, in eer en geweten, getrouw en volgens de voorschriften van de Belgische wet, te vervullen."of in het Frans: "Je jure de remplir fidèlement, en âme et conscience, selon les prescriptions de la loi belge, les missions qui me seront confiées en qualité de réviseur d`entreprises."of ook nog voor het Hof van Beroep van Luik de volgende eed in het Duits: "Ich schwöre die mir als Wirtschaftsprüfer erteilten Aufträge auf Ehre und Gewissen, getrau und ehrlich und gemäss den Vorschriften des belgischen Gesetzes zu erfüllen."; 6° ten hoogste vijfenzestig jaar oud zijn;7° verbonden zijn met een bedrijfsrevisorenkantoor of een geregistreerd auditkantoor of over een organisatie beschikken die toelaat onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten na te leven. § 2. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan een wettelijke auditor die: 1° aantoont, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, dat hem in een andere lidstaat de hoedanigheid van wettelijke auditor is verleend, en 2° slaagt voor een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de procedure door de Koning worden bepaald. Art. 6.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan iedere rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, met zetel in een lidstaat, die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° de natuurlijke personen die de wettelijke controle van de jaarrekening namens die rechtspersoon of die entiteit uitvoeren, hebben de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;2° de meerderheid van de stemrechten van deze rechtspersoon of deze entiteit is in het bezit van auditkantoren, wettelijke auditors en/of bedrijfsrevisoren;3° het bestuursorgaan van die rechtspersoon of die entiteit is voor een meerderheid samengesteld uit auditkantoren, wettelijke auditors en/of bedrijfsrevisoren.Wanneer het bestuursorgaan slechts uit twee leden bestaat, is ten minste één van hen een bedrijfsrevisor, een auditkantoor of een wettelijke auditor zijn. Wanneer een revisorenkantoor of een auditkantoor lid is van het bestuursorgaan, wordt dit kantoor, overeenkomstig artikel 132 van het Wetboek van Vennootschappen, respectievelijk vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor heeft of door een natuurlijk persoon die als wettelijke auditor is erkend. § 2. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel kan het Instituut weigeren om de hoedanigheid van bedrijfsrevisor te verlenen aan de rechtspersoon of aan een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, indien, naar het oordeel van het Instituut, de betrouwbaarheid van die rechtspersoon of die entiteit in het gedrang is gebracht naar aanleiding van één van de volgende elementen of gelijkaardige elementen: 1° de rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm werd failliet verklaard, heeft een gerechtelijke reorganisatie verkregen, werd gerechtelijk ontbonden of heeft het voorwerp uitgemaakt van een gelijkaardige gerechtelijke of administratieve maatregel in België of in het buitenland; 2° de rechtspersoon of de entiteit met om het even welke rechtsvorm, heeft in België het voorwerp uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling of van een administratieve geldboete die in kracht van gewijsde is gegaan, met toepassing van de wetten en besluiten bedoeld in artikel 5, § 1, 2°, van ten minste 1.500 euro, zelfs met uitstel, of van een definitieve straf in het buitenland die daar voor een auditkantoor het verlies van deze hoedanigheid met zich brengt; 3° de benaming, het doel of andere statutaire clausules van de rechtspersoon of van een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm kunnen voor derden aanleiding zijn om zich te vergissen wat de hoedanigheid van bedrijfsrevisor of andere eigenschappen van de rechtspersoon of van de entiteit betreft;4° één van haar vennoten of één van de leden van het bestuursorgaan bevindt zich in één van in artikel 5, § 1, 2°, bedoelde situaties, tenzij binnen de maand van de ingebrekestelling door het Instituut de betrokken persoon ontslag neemt als vennoot en/of als lid van het bestuursorgaan, naargelang het geval. Art. 7.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan de natuurlijke personen van derde landen, indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° onderdaan zijn van een Staat die aan bedrijfsrevisoren op zijn grondgebied het voordeel van de wederkerigheid toekent wat de toelating tot het beroep betreft;2° voldoen aan de diplomavereisten bepaald in artikel 5, § 1, 3°, en de stage beëindigd hebben als bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning;3° voldoen aan de voorwaarden van betrouwbaarheid, in het bijzonder niet in staat van faillissement verklaard zijn geweest zonder eerherstel te hebben gekregen of veroordeeld zijn tot straffen die het verbod met zich brengen om een beroepsactiviteit uit te oefenen die gelijkwaardig is met die van bedrijfsrevisor;4° zich ertoe verbinden in België een vestiging te houden waar de beroepsactiviteit effectief zal worden uitgeoefend en waar de daarmee samenhangende akten, documenten en briefwisseling zullen worden bewaard;5° de in artikel 5, § 1, 5°, bedoelde eed hebben afgelegd bepaald voor het Hof van Beroep van Brussel of van Luik;6° zich ertoe verbinden alle deontologische verplichtingen na te leven die op de bedrijfsrevisoren van toepassing zijn;7° ten hoogste vijfenzestig jaar oud zijn. § 2. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, op voorwaarde van wederkerigheid, door het Instituut toegekend aan een natuurlijk persoon die, in een derde land, een gelijkwaardige hoedanigheid heeft als die van bedrijfsrevisor, en die: 1° aantoont, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, dat hij een dergelijke gelijkwaardige hoedanigheid heeft in een derde land, en 2° slaagt voor een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de procedure door de Koning worden bepaald. Art. 8.Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut toegekend aan andere entiteiten dan natuurlijke personen naar het recht van derde landen, indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° alle vennoten, evenals de zaakvoerders en bestuurders, moeten in de Staat waar zij hun hoofdvestiging hebben, zijn gemachtigd om de wettelijke controle van de jaarrekening van ondernemingen uit te voeren;indien een vennoot een rechtspersoon is, geldt dezelfde voorwaarde voor de vennoten van laatstgenoemde; 2° hun zetel en hun hoofdvestiging hebben in een Staat die de Belgische bedrijfsrevisoren op zijn grondgebied het voordeel van de wederkerigheid toekent met betrekking tot de toelating tot het beroep;3° opgericht zijn in een vorm, onder een statuut en onder voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die waaronder de bedrijfsrevisoren zich in België kunnen verenigen;zij verbinden zich ertoe om zich, voor het uitoefenen van hun activiteiten als bedrijfsrevisor in België, te doen kennen onder een benaming die enkel de naam mag bevatten van een of meer natuurlijke personen, die vennoot, zaakvoerder of bestuurder zijn of de naam van één of meer natuurlijke personen die de hoedanigheid van vennoot hebben gehad; 4° ten minste één bestuurder of zaakvoerder is bedrijfsrevisor en is belast met het bestuur van de vestiging in België;indien meer personen met dit bestuur zijn belast, is de meerderheid van hen bedrijfsrevisor; 5° alle vennoten, bestuurders of zaakvoerders die hun beroepsactiviteit gewoonlijk in België uitoefenen, zijn bedrijfsrevisor;6° zich ertoe verbinden in België een vestiging te houden waar de beroepsactiviteit effectief zal worden uitgeoefend en waar de daarmee samenhangende akten, documenten en briefwisseling zullen worden bewaard;7° zich ertoe verbinden in België rechtstreeks of zijdelings geen activiteiten uit te oefenen die onverenigbaar zijn met de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;8° zich ertoe verbinden artikel 132 van het Wetboek van Vennootschappen te eerbiedigen, telkens hun in België een wettelijke controle van de jaarrekening wordt toevertrouwd. Art. 9.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt de hoedanigheid van bedrijfsrevisor in de volgende gevallen door het Instituut ingetrokken: 1° wanneer de bedrijfsrevisoren drie maanden na de in artikel 81 voorziene terechtwijzing hebben nagelaten om alle of een deel van de bijdragen te betalen, om de documenten tot vaststelling van de bijdrage over te leggen, om de inlichtingen of de documenten mee te delen die zij aan het Instituut moeten meedelen voor de uitvoering van de krachtens artikel 41 aan het Instituut gedelegeerde taken of om de inlichtingen of de documenten mee te delen die zij aan het College moeten meedelen wanneer het College de inzameling van die inlichtingen of documenten aan het Instituut heeft toevertrouwd;2° wanneer de bedrijfsrevisor daar expliciet om verzoekt. § 2. In het geval bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt de hoedanigheid van de bedrijfsrevisor niet automatisch ingetrokken door het Instituut wanneer tegen de bedrijfsrevisor die om de intrekking verzoekt, een procedure is ingesteld die conform artikel 58 ter kennis is gebracht van de sanctiecommissie. De bedrijfsrevisor stuurt in dat geval zijn verzoek naar het Instituut en naar het College. Binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van het verzoek van de bedrijfsrevisor, kan het College zich tegen de intrekking van de hoedanigheid van die bedrijfsrevisor verzetten zolang de voor de sanctiecommissie geopende procedure niet is afgerond. Het College stelt de betrokken bedrijfsrevisor en het Instituut in kennis van zijn beslissing om zich tegen die intrekking te verzetten. § 3. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel kan de hoedanigheid van bedrijfsrevisor door het Instituut worden ingetrokken wanneer aan de voorwaarden voor de toekenning van deze hoedanigheid met uitzondering van de voorwaarden bepaald in de artikelen 5, § 1, 6°, en 7, § 1, 7°, niet meer is voldaan. In dat geval kan de hoedanigheid van bedrijfsrevisor slechts worden ingetrokken na de betrokkene te hebben uitgenodigd om zijn opmerkingen schriftelijk aan het Instituut te laten geworden binnen een termijn die niet minder dan vijftien dagen mag bedragen. Het Instituut motiveert zijn intrekkingsbeslissing. § 4. Wanneer de Procureur-generaal vaststelt dat een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon niet langer voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 5, § 1, 2°, artikel 6, § 2, 2°, of artikel 7, § 1, 3°, in fine, brengt hij het College en het Instituut daarvan op de hoogte. § 5. Dit artikel doet geen afbreuk aan de in artikel 59 bedoelde maatregelen. § 6. Wanneer de hoedanigheid van een bedrijfsrevisor wordt ingetrokken, deelt het College, dit met opgave van de redenen voor de intrekking mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de bedrijfsrevisor eveneens is ingeschreven of geregistreerd. Art. 10.§ 1. Krachtens de in artikel 41 bedoelde delegatie en overeenkomstig het bepaalde in dat artikel wordt het Instituut belast met het houden en bijwerken van een openbaar register, waarin de personen of de entiteiten die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verkregen, zijn ingeschreven. De bedrijfsrevisoren brengen het Instituut zo spoedig mogelijk op de hoogte van elke wijziging van de gegevens opgenomen in het openbaar register. Ze zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de meegedeelde gegevens aan het Instituut. § 2. De auditkantoren die in een andere lidstaat zijn erkend, en beantwoorden aan de volgende voorwaarden, worden in het register geregistreerd: 1° de vaste vertegenwoordiger die namens het auditkantoor de wettelijke controle van de jaarrekening verricht, heeft de hoedanigheid van bedrijfsrevisor;2° de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verschaft een certificaat van registratie af dat minder dan drie maanden oud is. Het auditkantoor registreert zich bij het Instituut, dat eerst nakijkt of de in 1° en 2° bedoelde voorwaarden zijn vervuld. De geregistreerde auditkantoren worden in die hoedanigheid afzonderlijk in het openbaar register vermeld. § 3. De Koning stelt de regels vast voor de registratie in het openbaar register als auditor of auditorganisatie van een derde land, en voor het publiek toezicht, de kwaliteitscontrole en het toezicht op de auditors en auditorganisaties van een derde land, die een controleverslag afleveren over de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een vennootschap die haar statutaire zetel buiten de Europese Unie heeft en waarvan de effecten in België zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van richtlijn 2004/39/EG, behalve indien de onderneming alleen een emittent is van uitstaande schuldbewijzen waarvoor het volgende geldt:
- a)zij zijn vóór 31 december 2010 toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt c), van richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad en hun nominale waarde per eenheid bedraagt op de datum van uitgifte ten minste 50.000 euro of is, in het geval van schuldbewijzen in een andere valuta dan de euro, op die datum ten minste gelijkwaardig aan 50.000 euro;
- b)zij zijn sinds 31 december 2010 toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, lid 1, punt c), van richtlijn 2004/109/EG en hun nominale waarde per eenheid bedraagt op de datum van uitgifte ten minste 100.000 euro of is, in het geval van schuldbewijzen in een andere valuta dan de euro, op die datum ten minste gelijkwaardig aan 100.000 euro. De auditors en de auditorganisaties van derde landen worden in die hoedanigheid afzonderlijk in het openbaar register vermeld. § 4. De vereiste gegevens worden in elektronische vorm in het register opgeslagen. Eenieder kan ze te allen tijde raadplegen op de website van het Instituut. § 5. Elke bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon, elk bedrijfsrevisorenkantoor en elk geregistreerd auditkantoor wordt aan de hand van een individueel nummer geïdentificeerd in het openbaar register. § 6. Het openbaar register bevat de naam en het adres van de bevoegde autoriteiten die zijn belast met de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, het toezicht, de kwaliteitscontrole, de sancties en het publiek toezicht. § 7. Het Instituut bezorgt het College driemaandelijks een lijst van alle nieuwe inschrijvingen en alle nieuwe registraties. § 8. De inhoud van het openbaar register, alsook de modaliteiten inzake het bijwerken van en de toegang tot het openbaar register worden bepaald door de Koning. Art. 11.§ 1. Alleen de in het openbaar register ingeschreven natuurlijke personen of entiteiten mogen de titel van bedrijfsrevisor dragen en alle revisorale opdrachten, door of krachtens de wet, uitoefenen. De registratie van een auditkantoor in het openbaar register laat de uitoefening van de opdracht van wettelijke controle van de jaarrekening toe. § 2. Na raadpleging van het College kan het Instituut oud-bedrijfsrevisoren-natuurlijke personen onder de door zijn huishoudelijk reglement bepaalde voorwaarden toelaten om de titel van erebedrijfsrevisor te voeren. Na raadpleging van of op verzoek van het College wordt de toelating door het Instituut ingetrokken indien niet langer aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan. Indien de erebedrijfsrevisor het niet eens is met de beslissing om zijn eretitel in te trekken, kan hij binnen een termijn van een maand nadat de beslissing hem ter kennis werd gebracht het College adiëren opdat die beslissing door het College wordt bevestigd of weerlegd. Dit beroep is opschortend. § 3. De stagiairs kunnen de titel van stagiair-bedrijfsrevisor dragen. De stagiairs hebben niet de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, maar staan onder het toezicht en de tuchtmacht van het Instituut. Afdeling 3. - Rechten en verplichtingen Art. 12.§ 1. Bij het vervullen van de hem toevertrouwde revisorale opdrachten handelt de bedrijfsrevisor in volledige onafhankelijkheid, met respect van de beginselen van de beroepsethiek. Deze hebben minstens betrekking op de verantwoordelijkheid voor het openbaar belang van de bedrijfsrevisor, zijn integriteit en objectiviteit, alsmede zijn vakbekwaamheid en professionele zorgvuldigheid. De bedrijfsrevisor mag niet betrokken zijn bij de besluitvorming van de entiteit waarvoor hij de revisorale opdracht uitvoert. Dit geldt eveneens voor elk natuurlijk persoon die zich in een positie bevindt waarbij hij een directe of indirecte invloed kan uitoefenen op de uitkomst van de revisorale opdracht. § 2. De onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor dient vanuit twee onlosmakelijk verbonden gezichtspunten te worden beoordeeld: 1° de onafhankelijkheid qua geesteshouding, namelijk een morele houding waarbij alleen de overwegingen die voor de toevertrouwde taak van belang zijn, in aanmerking worden genomen bij de te nemen beslissingen in het kader van de uitvoering van een revisorale opdracht, en 2° de onafhankelijkheid in schijn, namelijk de noodzaak om situaties en feiten te vermijden die in die mate van belang zijn dat zij een redelijk denkende en geïnformeerde derde ertoe kunnen brengen de bekwaamheid van de bedrijfsrevisor om objectief te handelen, in vraag te stellen. § 3. De bedrijfsrevisor neemt alle redelijkerwijs te verwachten maatregelen om te waarborgen dat zijn onafhankelijkheid bij de uitvoering van een revisorale opdracht niet wordt beïnvloed door een bestaand of potentieel belangenconflict, of een zakelijke of andere directe of indirecte relatie waarbij hij of het bedrijfsrevisorenkantoor dat de revisorale opdracht uitvoert, of, voor zover van toepassing, personen die deel uitmaken van het netwerk van de bedrijfsrevisor, of personen op wie de bedrijfsrevisor een beroep doet voor de uitvoering van de revisorale opdracht, betrokken zijn. § 4. De bedrijfsrevisor mag geen revisorale opdracht aanvaarden of voortzetten indien er, direct of indirect, een financiële, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relatie bestaat 1° tussen hemzelf, het bedrijfsrevisorenkantoor, het netwerk waartoe hij behoort, of elk ander natuurlijk persoon die zich in een positie bevindt waardoor hij of zij direct of indirect een invloed kan uitoefenen op de uitkomsten van de revisorale opdracht;en 2° de entiteit waarvoor de revisorale opdracht wordt uitgevoerd, op grond waarvan een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde partij, met inachtneming van de getroffen veiligheidsmaatregelen, zou concluderen dat de onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor in het gedrang komt. § 5. De bedrijfsrevisor onderbouwt in zijn werkdocumenten alle aanzienlijke bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid en de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen om deze bedreigingen in te perken. § 6. Indien de entiteit waarvoor de bedrijfsrevisor de revisorale opdracht uitvoert, tijdens de periode van de revisorale opdracht wordt overgenomen door, fuseert met of de eigendom verwerft van een andere entiteit, identificeert en evalueert de bedrijfsrevisor alle huidige en recente belangen en relaties met deze entiteit die zijn onafhankelijkheid zouden kunnen aantasten. Bij een wettelijke controle van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening neemt de commissaris zo snel mogelijk, en in elk geval binnen drie maanden, alle nodige maatregelen ter beëindiging van eventuele bestaande belangen of relaties die zijn onafhankelijkheid zouden kunnen aantasten, en neemt, voor zover mogelijk, veiligheidsmaatregelen ter beperking van elke bedreiging van zijn onafhankelijkheid door belangen en relaties in het heden en het verleden. Art. 13.§ 1. Alvorens een opdracht te aanvaarden, gaat de bedrijfsrevisor na en documenteert hij of hij beschikt over de nodige bekwaamheid, medewerking, middelen en tijd vereist om deze opdracht goed uit te voeren. De bedrijfsrevisor aanvaardt geen opdrachten onder voorwaarden die een objectieve uitvoering daarvan in het gedrang zouden kunnen brengen. In het geval van een revisorale opdracht gaat de bedrijfsrevisor bovendien na en documenteert hij: 1° of hij voldoet aan de onafhankelijkheidsvereisten;en 2° of er sprake is van bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid, alsook welke veiligheidsmaatregelen zijn genomen om deze bedreigingen te beperken. § 2. Bij de uitvoering van een revisorale opdracht besteedt de bedrijfsrevisor voldoende tijd aan de opdracht en doet hij een beroep op voldoende personeel om zijn taken correct uit te voeren. § 3. Wanneer de bedrijfsrevisor een beroep doet op externe deskundigen, documenteert hij het geformuleerde verzoek en het ontvangen advies. § 4. Alvorens een opdracht te aanvaarden, gaat de bedrijfsrevisor bij de onderneming of het organisme na of een andere bedrijfsrevisor in de loop van de voorafgaande twaalf maanden, belast is of werd met een revisorale opdracht bij dezelfde entiteit. Telkens een bedrijfsrevisor werkzaamheden verricht in een onderneming of een organisme waar een andere bedrijfsrevisor de wettelijke controle van de jaarrekening uitoefent, dan kan hij zijn werkzaamheden ter plaatse slechts verrichten na zijn confrater, bij voorkeur schriftelijk, op de hoogte te hebben gebracht van zijn tussenkomst. § 5. Elke bedrijfsrevisor die tot de opvolging van een confrater geroepen wordt, heeft de plicht om voorafgaandelijk en schriftelijk met hem contact op te nemen. De bedrijfsrevisor die dezelfde opdracht uitvoerde, verleent zijn confrater inzage in zijn werkdocumenten en alle relevante informatie. In voorkomend geval zal hij, in toepassing van artikel 18 van de verordening (EU) nr. 537/2014 eveneens toegang verlenen tot de aanvullende verklaringen betreffende voorgaande boekjaren bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014 en tot alle informatie die is medegedeeld aan de FSMA of aan de Bank, belast met het toezicht op de organisaties van openbaar belang bedoeld in artikel 4/1 van het Wetboek van vennootschappen. § 6. Wanneer een bedrijfsrevisor het werk of de verklaring van een andere bedrijfsrevisor zou kunnen in opspraak brengen, brengt hij, voor zover het beroepsgeheim zich daar niet tegen verzet, hem onmiddellijk op de hoogte van de punten waarover er een meningsverschil bestaat. Art. 14.Noch de aandeelhouders van een bedrijfsrevisorenkantoor of een geregistreerd auditkantoor, noch de leden van het bestuursorgaan van dat kantoor, noch verbonden personen mogen een zodanige bemoeienis met de uitvoering van een wettelijke controle van de jaarrekening of van een andere revisorale opdracht hebben dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de onafhankelijkheid en de objectiviteit van de bedrijfsrevisor die de wettelijke controle van jaarrekeningen of de revisorale opdracht uitvoert. Art. 15.Tijdens de uitvoering van zijn opdracht behoudt de bedrijfsrevisor steeds een professioneel-kritische instelling, wat betekent dat hij een houding aanneemt die een onderzoekende geest, oplettendheid voor omstandigheden die kunnen wijzen op mogelijke afwijkingen als gevolg van fouten of fraude, en een kritische beoordeling van de controle-informatie omvat. Hij onderkent dat er sprake kan zijn van een afwijking van materieel belang als gevolg van feiten of gedragingen die wijzen op onregelmatigheden, met inbegrip van fraude of fouten, ongeacht eerdere ervaringen van de bedrijfsrevisor met de eerlijkheid en integriteit van de leiding van de gecontroleerde entiteit en van de met het bestuur van de entiteit belaste personen. De bedrijfsrevisor behoudt een professioneel-kritische instelling, in het bijzonder bij de beoordeling van schattingen van de leiding met betrekking tot reële waarden, de waardevermindering van activa, voorzieningen en toekomstige kasstromen die relevant zijn voor het vermogen van de entiteit tot continuïteit van het bedrijf. Art. 16.§ 1. De bedrijfsrevisor mag geen enkel financieel belang hebben in de entiteit waar hij een revisorale opdracht uitvoert. § 2. Hij mag evenmin voor zichzelf of voor zijn minderjarige kinderen financiële instrumenten kopen of verkopen die worden uitgegeven, gegarandeerd of anderszins ondersteund door de entiteit waar hij een revisorale opdracht uitvoert, noch mag hij betrokken zijn bij het sluiten van een transactie in dergelijke financiële instrumenten. § 3. De in paragrafen 1 en 2 bedoelde verbodsbepalingen zijn niet toepasselijk op de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, met inbegrip van beheerde fondsen, zoals pensioenfondsen of levensverzekeringen. § 4. De bedrijfsrevisor mag geen geld of andere geschenken of gunsten aanvaarden van de entiteit waar hij een revisorale opdracht uitvoert of van met die entiteit verbonden entiteiten, met uitzondering van de geringe voordelen die door een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde als verwaarloosbaar of onbeduidend zouden worden beschouwd. § 5. De bepalingen van paragrafen 1 tot 4 gelden ook voor:
- a)het bedrijfsrevisorenkantoor waartoe de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon behoort, de vennoten, de aandeelhouders, de leden van het bestuursorgaan en de werknemers van dat bedrijfsrevisorenkantoor voor zover het de werknemers betreft die ten aanzien van de entiteiten waarvoor de revisorale opdracht wordt uitgevoerd, hieraan rechtstreeks deelnemen;
- b)alle andere personen waarop de bedrijfsrevisor een beroep doet en die direct betrokken zijn bij de controlewerkzaamheden bij de betrokken onderneming;
- c)de personen die nauw verbonden zijn met de bedrijfsrevisor. § 6. De bedrijfsrevisor ziet erop toe en documenteert dat hijzelf en de personen als bedoeld in paragraaf 5, niet deelnemen in of op een andere wijze invloed uitoefenen op de uitkomst van de revisorale opdracht uitgevoerd bij een bepaalde entiteit, indien zij: 1° andere financiële instrumenten van de entiteit bezitten dan de belangen die onrechtstreeks worden gehouden via gediversifieerde instellingen voor collectieve belegging;2° financiële instrumenten bezitten van een verbonden entiteit waarvan de eigendom een belangenconflict kan veroorzaken, met uitzondering van de belangen die onrechtstreeks worden gehouden via gediversifieerde instellingen voor collectieve belegging;3° een dienstverband bij deze entiteit hebben gehad of daarmee een zakelijke of andere relatie hebben gehad gedurende twee jaar voorafgaand aan de revisorale opdracht die een belangenconflict kan veroorzaken. Art. 17.§ 1. Voor elke revisorale opdracht legt de bedrijfsrevisor een controledossier aan. Dit controledossier omvat, onverminderd de gegevens die voortvloeien uit verordening (EU) nr. 537/2014 en de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden, minstens de gegevens die in toepassing van artikel 13 zijn vastgelegd. § 2. De bedrijfsrevisor bewaart alle andere gegevens en documenten die van belang zijn ter ondersteuning van de revisorale opdracht, zodat een getrouwe weergave van de uitvoering van de opdracht kan worden verkregen. § 3. Het controledossier wordt uiterlijk zestig dagen na de datum van ondertekening van het controleverslag gesloten. § 4. De bedrijfsrevisor die de revisorale opdracht heeft uitgevoerd, bewaart het controledossier gedurende een periode van vijf jaar, vanaf de datum van het verslag dat op basis van het controledossier is opgesteld. Art. 18.Voor elke revisorale opdracht houdt de bedrijfsrevisor een cliëntdossier bij. Dat dossier omvat, onverminderd de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden, de volgende gegevens: 1° de naam, het adres en de hoofdvestiging;2° in het geval van een bedrijfsrevisorenkantoor, de naam van de vaste vertegenwoordiger;3° de in rekening gebrachte honoraria voor de revisorale opdracht en, in het geval van een wettelijke controle van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening, de in rekening gebrachte honoraria voor andere diensten in een boekjaar, zowel van de commissaris als van de leden van het netwerk waartoe de commissaris behoort. Art. 19.§ 1. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden, voldoet de bedrijfsrevisor bij de uitvoering van een revisorale opdracht minstens aan de volgende organisatorische vereisten: 1° het bedrijfsrevisorenkantoor stelt passende gedragslijnen en procedures vast om de naleving van de in artikel 14 bedoelde vereisten te waarborgen;2° de bedrijfsrevisor heeft doeltreffende administratieve en boekhoudprocedures, interne kwaliteitscontrolemechanismen, effectieve procedures voor risicobeoordeling en effectieve beheersings- en veiligheidsmaatregelen voor informatieverwerkingssystemen.Die interne kwaliteitscontrolemechanismen zijn zodanig opgezet dat zij de naleving van beslissingen en procedures op alle niveaus van het bedrijfsrevisorenkantoor of van de werkstructuur van de bedrijfsrevisor verzekeren; 3° de bedrijfsrevisor stelt passende gedragslijnen en procedures vast om te waarborgen dat zijn werknemers, medewerkers en alle andere natuurlijke personen op wie hij een beroep doet en die direct betrokken zijn bij de revisorale opdrachten, beschikken over de juiste kennis en ervaring voor de hun toegewezen taken;4° de bedrijfsrevisor stelt passende gedragslijnen en procedures vast om te waarborgen dat belangrijke controletaken niet op zodanige wijze worden uitbesteed dat dit afbreuk doet aan de kwaliteit van de interne kwaliteitscontrole van de bedrijfsrevisor of aan het vermogen van het College om toe te zien op de naleving door de bedrijfsrevisor van zijn verplichtingen;5° de bedrijfsrevisor stelt passende en effectieve organisatorische en administratieve regelingen vast om alle bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid te voorkomen, vast te stellen, weg te nemen of te beheersen en bekend te maken;6° de bedrijfsrevisor stelt passende gedragslijnen en procedures vast voor de uitvoering van revisorale opdrachten, de begeleiding van, het houden van toezicht op en de beoordeling van de werkzaamheden van werknemers en medewerkers, en het opzetten van de structuur van het controledossier als bedoeld in artikel 17;7° de bedrijfsrevisor voert een intern kwaliteitsbeheersingssysteem in om de kwaliteit van de revisorale opdrachten te waarborgen.Het kwaliteitsbeheersingssysteem bestrijkt ten minste de gedragslijnen en procedures als bedoeld onder 6°. In het geval van een bedrijfsrevisorenkantoor ligt de verantwoordelijkheid voor het interne kwaliteitsbeheersingssysteem bij een persoon die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor heeft; 8° de bedrijfsrevisor gebruikt passende systemen, middelen en procedures om de continuïteit en regelmatigheid van zijn controlewerkzaamheden te waarborgen;9° de bedrijfsrevisor stelt ook passende en effectieve organisatorische en administratieve regelingen vast voor het omgaan met en registreren van incidenten die ernstige gevolgen voor de integriteit van zijn controlewerkzaamheden hebben of kunnen hebben;10° de bedrijfsrevisor heeft een passend beloningsbeleid ook ten aanzien van winstdeling, dat voldoende prestatieprikkels verschaft om de kwaliteit van de revisorale opdrachten te verzekeren.Met name de hoogte van de inkomsten die de bedrijfsrevisor ontleent aan het verstrekken van andere diensten dan revisorale opdrachten aan de gecontroleerde entiteit, vormt geen onderdeel van de prestatiebeoordeling en de beloning van personen die betrokken zijn bij of invloed kunnen uitoefenen op het verloop van de wettelijke controle van de jaarrekening; 11° de bedrijfsrevisor ziet toe op en evalueert de toereikendheid en doeltreffendheid van zijn systemen, interne kwaliteitscontrolemechanismen en andere regelingen die zijn vastgesteld in overeenstemming met deze wet, met de in België toepasselijke (internationale) controlestandaarden en, in voorkomend geval, met verordening (EU) nr.537/2014. Hij neemt passende maatregelen om eventuele tekortkomingen te verhelpen. De bedrijfsrevisor voert in het bijzonder jaarlijks een evaluatie uit van het interne kwaliteitsbeheersingssysteem als bedoeld onder 7°. Hij documenteert de bevindingen van deze evaluaties en alle voorgestelde maatregelen om het interne kwaliteitsbeheersingssysteem aan te passen. De in het eerste lid bedoelde gedragslijnen en procedures worden gedocumenteerd en aan de werknemers en medewerkers van de bedrijfsrevisor bekendgemaakt. Een eventuele uitbesteding van controletaken als bedoeld onder 4° is niet van invloed op de verantwoordelijkheid van de bedrijfsrevisor ten aanzien van de entiteit waarvoor een revisorale opdracht wordt uitgevoerd. § 2. De bedrijfsrevisor houdt bij de naleving van de eisen van paragraaf 1 rekening met de omvang en de complexiteit van zijn activiteiten. Hij kan tegenover het College aantonen dat de gedragslijnen en procedures met het oog op dergelijke naleving in overeenstemming zijn met de omvang en de complexiteit van zijn activiteiten. § 3. De commissaris legt in het geval van een wettelijke controle van de jaarrekening, alle betekenisvolle inbreuken op de bepalingen van deze wet, op de bepalingen van Boek IV, Titel VII, van het Wetboek van Vennootschappen inzake de wettelijke controle van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, alsook op de bepalingen van verordening (EU) nr. 537/2014 vast. Hij registreert tevens alle gevolgen van een dergelijke inbreuk, met inbegrip van de maatregelen die zijn genomen om de inbreuk te beëindigen en om het interne kwaliteitsbeheersingssysteem aan te passen. De commissaris stelt een jaarverslag op met een overzicht van alle genomen maatregelen en maakt dit intern bekend. De commissaris registreert ook alle schriftelijke klachten over de uitvoering van de wettelijke controles van de jaarrekening. Art. 20.§ 1. De resultaatgebonden honoraria met betrekking tot de opdrachten inzake de wettelijke controle van de jaarrekening zijn verboden. Wanneer opdrachten uitgevoerd worden door de commissaris of door een lid van zijn netwerk in een vennootschap waarin de commissaris belast is met de wettelijke controle, of in een vennootschap die haar controleert of die zij controleert binnen de Europese Unie, is het in deze vennootschappen niet toegestaan aan de commissaris of aan een lid van zijn netwerk om opdrachten uit te voeren tegen vergoeding van resultaatgebonden honoraria, ongeacht de genomen veiligheidsmaatregelen. § 2. Onverminderd paragraaf 1 kan, wanneer opdrachten worden uitgevoerd bij een entiteit waar de wettelijke controle van de jaarrekening niet wordt uitgevoerd door een bedrijfsrevisor die met hetzelfde netwerk is verbonden, een contract worden gesloten waarin resultaatgebonden honoraria worden opgenomen. In dergelijk geval worden de onafhankelijkheidsrisico's beoordeeld en worden aangepaste veiligheidsmaatregelen genomen zodat het risico naar een aanvaardbaar niveau wordt gebracht. De onafhankelijkheidsrisico's en de genomen veiligheidsmaatregelen worden opgenomen in het dossier van de bedrijfsrevisor, zodanig dat dit een spoor bevat van de uitgevoerde beoordeling op het ogenblik van de aanvaarding van de opdracht. De in artikel 21 bedoelde opdrachtbrief vermeldt ook dat de honoraria resultaatgebonden zijn en dat gepaste veiligheidsmaatregelen werden genomen om het risico naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Art. 21.De bedrijfsrevisor en zijn cliënt stellen een opdrachtbrief op voorafgaand aan de uitvoering van elke opdracht. Naast de omschrijving van de opdracht bepaalt de opdrachtbrief op een evenwichtige wijze de wederzijdse rechten en plichten van de cliënt en van de bedrijfsrevisor. Art. 22.§ 1. Telkens wanneer een revisorale opdracht wordt toevertrouwd aan een bedrijfsrevisorenkantoor, dient dat bedrijfsrevisorenkantoor een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon als vaste vertegenwoordiger aan te stellen. Deze bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon dient als vennoot of anderszins aan dat kantoor verbonden te zijn, en is belast met de uitvoering van deze opdracht in naam en voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor. Bij de uitvoering van deze revisorale opdracht heeft de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die het bedrijfsrevisorenkantoor vertegenwoordigt, als enige de handtekeningsbevoegdheid voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor. Hij wordt actief betrokken bij de uitvoering van de revisorale opdracht. Die vaste vertegenwoordiger handelt in naam en voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor. Inzake kwaliteitscontrole en toezicht is hij aan dezelfde voorwaarden en regels onderworpen alsof hij die opdracht in eigen naam en voor eigen rekening zou vervullen. Het bedrijfsrevisorenkantoor kan zijn vaste vertegenwoordiger enkel ontslaan als het tegelijkertijd zijn opvolger aanstelt. Een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die een arbeidsovereenkomst met een andere bedrijfsrevisor heeft gesloten, kan geen handtekeningsbevoegdheid voor rekening van het bedrijfsrevisorenkantoor dat zijn werkgever is, worden toegekend. § 2. Het bedrijfsrevisorenkantoor verstrekt de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die het bedrijfsrevisorenkantoor vertegenwoordigt, voldoende middelen en personeelsleden die over de nodige deskundigheid en bekwaamheid beschikken om zijn taken juist uit te voeren. § 3. In het geval van een wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang of bij de belangrijke Belgische of buitenlandse dochterondernemingen van een dergelijke organisatie naar Belgisch recht wanneer deze geconsolideerde jaarrekeningen opstelt, is de commissaris verplicht ten minste de vaste vertegenwoordiger(
- s)van het bedrijfsrevisorenkantoor te vervangen, of, wanneer het mandaat door een commissaris-natuurlijk persoon wordt uitgeoefend, het mandaat aan een confrater over te dragen na uiterlijk zes jaar na zijn (hun) benoeming. De vervangen bedrijfsrevisor(
- en)neemt (nemen) na afloop van een periode van minstens drie jaar na het staken van deelname opnieuw deel aan de wettelijke controle van de gecontroleerde entiteit. Met toepassing van artikel 17, § 7, derde en vierde lid van de verordening (EU) nr. 537/2014, zet de commissaris tevens een passend systeem van geleidelijke rotatie op voor de hoogstgeplaatste personeelsleden binnen de hiërarchie die betrokken zijn bij de wettelijke controle, met inbegrip van ten minste de bedrijfsrevisoren die bij de controleopdracht zijn betrokken. § 4. Elk verslag, elke verklaring of certificering wordt ondertekend door een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon, die in voorkomend geval optreedt als vaste vertegenwoordiger van een bedrijfsrevisorenkantoor. De bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon vermeldt of hij in eigen naam tekent, dan wel als vaste vertegenwoordiger van een bedrijfsrevisorenkantoor. Wanneer aan een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die deel uitmaakt van een bedrijfsrevisorenkantoor, in eigen naam een opdracht wordt toevertrouwd, dan kan hij niet tekenen in de hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van het bedrijfsrevisorenkantoor. Ingeval van overmacht kan de bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon zijn bevoegdheid om te tekenen aan een andere bedrijfsrevisor delegeren. Art. 23.§ 1. De bedrijfsrevisor die de wettelijke controle van de jaarrekening van organisaties van openbaar belang uitvoert, maakt uiterlijk vier maanden na afloop van elk boekjaar een jaarlijks transparantieverslag openbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van de verordening (EU) nr. 537/2014. § 2. De bedrijfsrevisor die vrijwillig of krachtens een andere wettelijke of reglementaire bepaling een transparantieverslag openbaar maakt, voldoet minstens aan de bepalingen van artikel 13 van verordening (EU) nr. 537/2014. Art. 24.§ 1. De bedrijfsrevisoren zijn aansprakelijk, overeenkomstig het gemeen recht, voor de uitvoering van de opdrachten die hun door of krachtens de wet zijn toevertrouwd. Behoudens bij overtreding gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, wordt deze aansprakelijkheid beperkt tot een bedrag van drie miljoen euro voor de uitvoering van een van deze opdrachten bij een andere persoon dan een organisatie van openbaar belang, verhoogd tot twaalf miljoen euro voor de uitvoering van een van deze opdrachten bij een organisatie van openbaar belang. De Koning kan deze bedragen wijzigen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Het is de bedrijfsrevisoren verboden om zich, zelfs gedeeltelijk, aan deze aansprakelijkheid te onttrekken door een bijzondere overeenkomst. § 2. Zij zijn verplicht hun burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid te laten dekken door een adequaat verzekeringscontract dat aan volgende vereisten voldoet: 1° een dekking van minimum drie miljoen euro per jaar;dit bedrag wordt verhoogd naar twaalf miljoen voor de opdrachten uitgevoerd bij organisaties van openbaar belang; 2° de polis dekt ten minste alle opdrachten die voorbehouden zijn door of krachtens de wet aan de bedrijfsrevisoren. § 3. De bepalingen bedoeld in paragraaf 2 zijn ook van toepassing op de opdrachten die door of krachtens de wet toevertrouwd worden aan de commissaris en op de opdrachten die hem zijn toevertrouwd in zijn hoedanigheid van commissaris en als dusdanig ondertekent of, bij gebrek aan een commissaris, aan een bedrijfsrevisor of aan een accountant, inclusief de gevallen waarbij deze opdrachten worden uitgeoefend door een accountant. Art. 25.De bedrijfsrevisoren zijn aansprakelijk, overeenkomstig het gemeen recht, voor de uitvoering van hun andere professionele opdrachten dan deze die hun door of krachtens de wet zijn toevertrouwd. Het is de bedrijfsrevisoren verboden om zich, zelfs gedeeltelijk, aan deze aansprakelijkheid te onttrekken door een bijzondere overeenkomst in geval van een fout gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden. Art. 26.De bedrijfsrevisoren betalen jaarlijkse bijdragen ter financiering van de werkingskosten van het Instituut, waarvan het bedrag door de algemene vergadering van het Instituut wordt vastgesteld binnen de grenzen en volgens de modaliteiten bepaald in het huishoudelijk reglement van het Instituut. De in België geregistreerde auditors en auditorganisaties van een derde land betalen het bedrag van de aan hun inschrijving verbonden kosten. Dit bedrag wordt door de algemene vergadering van het Instituut vastgesteld binnen de grenzen en volgens de modaliteiten bepaald in het huishoudelijk reglement van het Instituut. Art. 27.De bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon zet zijn permanente vorming op continue wijze voort om zijn theoretische kennis, zijn beroepsbekwaamheden en zijn beroepsethiek op een voldoende peil te houden. Art. 28.De Koning kan de specifieke maatregelen bepalen in verband met de deontologie van de bedrijfsrevisor, alsook de maatregelen die ertoe strekken de onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor te verzekeren. Afdeling 4. - Onverenigbaarheden Art. 29.§ 1. Het is de bedrijfsrevisor niet toegestaan om werkzaamheden uit te oefenen of daden te stellen die onverenigbaar zijn met hetzij de waardigheid, de rechtschapenheid of de kiesheid, hetzij de onafhankelijkheid van zijn functie. § 2. Het is de bedrijfsrevisor niet toegestaan om revisorale opdrachten uit te voeren in de volgende omstandigheden: 1° de functie van bediende uitoefenen, behalve bij een andere bedrijfsrevisor;2° rechtstreeks of onrechtstreeks een handelsactiviteit uitoefenen, onder andere in de hoedanigheid van bestuurder van een handelsvennootschap;het uitoefenen van een mandaat van bestuurder in burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, wordt niet geviseerd door deze onverenigbaarheid; 3° de functie van minister of staatssecretaris bekleden. De bepaling onder 1° is niet van toepassing op een taak in het onderwijs. § 3. Wat de in paragraaf 2 bedoelde bepalingen 1° en 2° betreft, kan de Koning in uitzonderingen voorzien. Hij kan ook de maatregelen voor de toekenning van een afwijking door het College bepalen. Art. 30.§ 1. De bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die zich in een van de onverenigbaarheidssituaties bevindt bedoeld in artikel 29, § 2, en aan wie, in voorkomend geval, geen uitzondering of afwijking is verleend, verklaart bij het Instituut verhinderd te zijn om revisorale opdrachten uit te oefenen. § 2. De verhinderde bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon blijft in het openbaar register van het Instituut ingeschreven als "tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor" zolang hij verhinderd is. § 3. De rechten en verplichtingen die uit afdeling III voortvloeien, blijven van toepassing op de verhinderde bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon. § 4. In afwijking van paragraaf 3, betaalt de verhinderde bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon een verminderde jaarlijkse bijdrage, waarvan het bedrag door de algemene vergadering van het Instituut wordt bepaald overeenkomstig artikel 26. § 5. De Koning bepaalt de specifieke modaliteiten met betrekking tot de hoedanigheid van "tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor". HOOFDSTUK III. - Goedkeuring van normen en aanbevelingen Art. 31.§ 1. Onverminderd de internationale controlestandaarden formuleert het Instituut de normen en aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering van opdrachten of die nuttig zijn voor de uitvoering van deze opdrachten. Het Instituut maakt de inhoud van elke ontwerpnorm of -aanbeveling openbaar. De Hoge Raad beraadslaagt over de ontwerpnormen of -aanbevelingen na de vertegenwoordiger van het Instituut te hebben gehoord. De Hoge Raad kan ter zake ook het College en, in voorkomend geval, voor alle aspecten van een ontwerpnorm of -aanbeveling met betrekking tot organisaties van openbaar belang, de FSMA en de Bank raadplegen. De opmerkingen van het College en, in voorkomend geval, van de FSMA en de Bank, worden overgemaakt aan de Hoge Raad binnen de zes weken na de overlegging van de vraag door de Hoge Raad. Na de vertegenwoordiger van het Instituut te hebben gehoord, alsook na de opmerkingen van het College en, in voorkomend geval, van de FSMA en de Bank te hebben ontvangen, kan de Hoge Raad het Instituut vragen om de ontwerpnorm of -aanbeveling te herformuleren op basis van zijn eigen opmerkingen, de hoorzitting of de opmerkingen van het College, de FSMA en/of de Bank. Als het Instituut het ontwerp niet herformuleert binnen de door de Hoge Raad bepaalde termijn, kan de Hoge Raad de ontwerpnorm of -aanbeveling op eigen initiatief herformuleren. § 2. Deze normen en aanbevelingen krijgen slechts uitwerking na goedkeuring door de Hoge Raad en de minister bevoegd voor Economie. De goedkeuring door de Hoge Raad gebeurt binnen drie maanden na de overlegging van de vraag door het Instituut. In geval van speciaal gemotiveerde hoogdringendheid kan de termijn worden beperkt tot één maand, in onderlinge overeenstemming tussen de Hoge Raad en het Instituut. § 3. De Hoge Raad of de minister bevoegd voor Economie kunnen het Instituut de opdracht geven om een ontwerpnorm of -aanbeveling op te stellen met betrekking tot een materie die nog niet is uitgewerkt, die onvoldoende is uitgewerkt of die moet worden aangepast aan de gewijzigde toepasselijke wettelijke of regelgevende bepalingen of aan de internationale controlestandaarden. De openbare raadpleging over een ontwerpnorm of -aanbeveling wordt gelanceerd binnen het jaar na de datum waarop die opdracht werd gegeven door de Hoge Raad of de minister bevoegd voor Economie. Wanneer binnen die termijn geen openbare raadpleging wordt gelanceerd, kan de Hoge Raad een ontwerpnorm of -aanbeveling opstellen en, in voorkomend geval na raadpleging van het College en/of het Instituut, dit ontwerp vervolgens ter goedkeuring voorleggen aan de minister bevoegd voor Economie. § 4. De normen zijn bindend voor de bedrijfsrevisoren. De aanbevelingen zijn eveneens bindend, tenzij de bedrijfsrevisor in bijzondere omstandigheden kan motiveren dat de afwijking ten aanzien van de aanbeveling geen afbreuk doet aan de criteria vastgesteld in artikelen 12 en 13. § 5. De toepassing van de normen en aanbevelingen is evenredig met de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de entiteiten waarvoor een revisorale opdracht wordt uitgevoerd. § 6. De normen en aanbevelingen evenals hun actualiseringen worden openbaar gemaakt op de website van het Instituut en de Hoge Raad. De goedkeuring van deze normen en aanbevelingen evenals de latere actualiseringen hiervan, door de minister bevoegd voor Economie, maakt het voorwerp uit van een bericht dat bekend wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 7. Het Instituut ontwikkelt de rechtsleer inzake de audittechnieken en de goede toepassing door de bedrijfsrevisoren van het wettelijk, reglementair en normatief kader dat de uitoefening van hun beroep regelt, in de vorm van adviezen of mededelingen. Het Instituut maakt de adviezen of mededelingen over aan de Hoge Raad. Indien hij een onverenigbaarheid vaststelt tussen deze adviezen of mededelingen en een wet, besluit, norm of aanbeveling, of als de aard van deze adviezen of mededelingen normatief is, nodigt de Hoge Raad het Instituut uit om dit te verhelpen, en, indien hij geen genoegdoening krijgt binnen de termijn die hij vaststelt, gaat hij over tot de openbaarmaking van zijn eigen stellingname. HOOFDSTUK IV. - Publiek toezicht Afdeling 1. - College van toezicht op de bedrijfsrevisoren Art. 32.Er wordt een College van toezicht op de bedrijfsrevisoren opgericht met als opdracht toe te zien op de naleving van de bepalingen van het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader, en de toepassing ervan te controleren. Het College draagt in het bijzonder de eindverantwoordelijkheid voor: - het toezicht op de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, en op de inschrijving, de registratie in alsook het houden en het bijwerken van het openbaar register; - het toezicht op de permanente vorming; - het toezicht op de kwaliteitscontrolesystemen, en - op het toezicht. Het College is een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid. In het kader van zijn opdrachten neemt het College deel aan de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten die wordt georganiseerd in het kader van het CEAOB als bedoeld in artikel 30 van verordening (EU) nr. 537/2014. Het College onderwerpt de bedrijfsrevisoren aan een kwaliteitscontrole en neemt de besluiten van de kwaliteitscontroles aan, is belast met het toezicht, neemt de in artikel 57 bedoelde maatregelen en beslist om de sanctiecommissie te adiëren. Art. 33.Het College kan in omzendbrieven alle maatregelen vaststellen voor de toepassing van de bepalingen van het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader. De omzendbrieven van het College worden gepubliceerd op internet. Alvorens een omzendbrief over de kwaliteitscontrole goed te keuren, raadpleegt het College de Hoge Raad. Art. 34.Het College is samengesteld uit een Comité, een secretaris-generaal en, in voorkomend geval, een adjunct-secretaris-generaal. Art. 35.Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in deze wet, is het Comité het besluitvormingsorgaan van het College. Het is samengesteld uit de volgende leden: 1° twee leden benoemd door de Bank, onder de leden van haar directiecomité of haar directiepersoneel, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.Het verlies van de hoedanigheid van lid van het directiecomité of van directiepersoneel van de Bank resulteert in het verlies van de hoedanigheid van lid van het Comité. De Bank kan, na het Comité te hebben geïnformeerd, één van de leden of de leden van het Comité die zij heeft benoemd, vervangen voor het einde van de termijn van zes jaar; 2° twee leden benoemd door de FSMA, onder de leden van haar directiecomité of haar directiepersoneel, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.Het verlies van de hoedanigheid van lid van het directiecomité of van directiepersoneel van de FSMA resulteert in het verlies van de hoedanigheid van lid van het Comité. De FSMA kan, na het Comité te hebben geïnformeerd, één van de leden of de leden van het Comité die zij heeft benoemd, vervangen voor het einde van de termijn van zes jaar; 3° een voormalig bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon benoemd door de Koning op voordracht van de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Financiën, voor een niet-hernieuwbare termijn van zes jaar.Als geen andere voormalige bedrijfsrevisor tot lid van het Comité wordt aangesteld, blijft de aangestelde voormalige bedrijfsrevisor in functie tot het Comité voor het eerst in zijn nieuwe samenstelling vergadert; 4° een deskundige die geen bedrijfsrevisor is geweest, benoemd door de Koning op voordracht van de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Financiën voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.Als er geen andere deskundige die geen bedrijfsrevisor is geweest, tot lid van het Comité wordt aangesteld, blijft de voormalige deskundige die geen bedrijfsrevisor is geweest in functie tot het Comité voor het eerst in zijn nieuwe samenstelling vergadert. De in het eerste lid bedoelde benoemingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De leden van het Comité zijn personen die geen beroepsbeoefenaars zijn, maar wel de materies beheersen die verband houden met de wettelijke controle van de jaarrekening. Het Comité telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. Als een mandaat van één van de onder 3° en 4° van het eerste lid bedoelde leden, om welke reden ook, openstaat, wordt voor de resterende duur van het mandaat een vervanger aangewezen. Die vervanging wordt via een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Tijdens de drie jaar die hun benoeming voorafgaan, mogen de onder 3° en 4° van het eerste lid bedoelde leden geen deel hebben uitgemaakt van een orgaan of het personeel van de FSMA, of van een orgaan of het personeel van de Bank. De Koning bepaalt, op advies van de FSMA en van het College, het bedrag van het presentiegeld dat aan de andere onder 3° en 4° van het eerste lid bedoelde lid van het Comité dan de voorzitter wordt toegekend. Art. 36.§ 1. De leden van de Wetgevende Kamers, het Europees Parlement, de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, de personen die de hoedanigheid hebben van minister of staatssecretaris of van lid van een gemeenschaps- of gewestregering, en de leden van de kabinetten van een lid van de federale regering of van een gemeenschaps- of gewestregering mogen geen lid zijn van het Comité. Die hoedanigheid van lid neemt van rechtswege een einde wanneer de titularis ervan de eed aflegt voor de uitoefening van voornoemde functies of dergelijke functies uitoefent. § 2. De leden van het Comité mogen geen enkele functie of geen enkel mandaat uitoefenen van bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon of in een bedrijfsrevisorenkantoor of in een beroepsvereniging die de bedrijfsrevisoren vertegenwoordigt, noch diensten verstrekken ten gunste van een beroepsvereniging die de bedrijfsrevisoren vertegenwoordigt. De in het eerste lid vastgestelde verbodsbepalingen blijven geldig tot één jaar na beëindiging van het mandaat. Het directiecomité van de Bank, voor de leden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, 1°, het directiecomité van de FSMA, voor de leden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, 2°, en de minister bevoegd voor Economie, voor de leden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, 3° en 4°, kunnen, op advies van het College, afwijken van de voorziene verbodsbepaling voor de betrokken periode na de beëindiging van het mandaat, wanneer zij vaststellen dat de voorgenomen activiteit geen betekenisvolle invloed op de onafhankelijkheid van de persoon in kwestie heeft. § 3. De leden van het Comité kunnen niet beraadslagen in een aangelegenheid waarin zij een persoonlijk belang hebben dat hun oordeel zou kunnen beïnvloeden. Het Comité voert en publiceert een deontologisch beleid over mogelijke persoonlijke belangen die het oordeel van de leden van het Comité zouden kunnen beïnvloeden. Art. 37.De voorzitter van het Comité wordt door zijn leden verkozen uit de in artikel 35, eerste lid, 3° en 4°, bedoelde leden. Hij zit de werkzaamheden van het Comité voor en roept de vergaderingen van het Comité bijeen. Hij vertegenwoordigt het College ten aanzien van derden conform artikel 43, § 1. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door een lid dat wordt aangewezen overeenkomstig het huishoudelijk reglement van het Comité. De Koning bepaalt, op advies van de FSMA en van het College, de bezoldiging van de voorzitter van het Comité. Art. 38.Het Comité komt ten minste tienmaal per jaar bijeen en telkens wanneer de voorzitter van het Comité en een lid daartoe een gemotiveerd verzoek formuleren. Het Comité kan slechts geldig beslissen als ten minste vier van zijn leden aanwezig zijn. Het Comité beslist bij eenparigheid. Indien geen eenparigheid kan worden bereikt, worden de beslissingen genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen over een bepaald agendapunt wordt het betrokken voorstel van beslissing verworpen. De secretaris-generaal, die de beraadslagingen van het Comité zonder beraadslagende stem bijwoont, stelt de notulen van de beraadslagingen van het Comité op. De notulen worden door de aanwezige leden ondertekend. In hoogdringende gevallen vastgesteld door de voorzitter, kan het Comité, behalve voor de in artikel 57 bedoelde beslissingen, beslissen via schriftelijk procedure of via een vocaal telecommunicatiesysteem, volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement van het Comité. Het Comité stelt zijn huishoudelijk reglement vast. Art. 39.De secretaris-generaal is belast met de operationele leiding van het College. Hij bereidt de beslissingen van het Comité voor en voert ze uit. Hij wordt benoemd conform artikel 40. In voorkomend geval, staat de adjunct-secretaris-generaal de secretaris-generaal bij in de uitoefening van zijn functies en vervangt hij hem bij afwezigheid of indien geen secretaris-generaal is benoemd. Art. 40.Voor zover en zolang het Comité is samengesteld uit zes leden, van wie twee leden zijn aangewezen door de Bank en twee door de FSMA, 1° heeft het College zijn zetel in de kantoren van de FSMA;2° stelt de FSMA haar kantoren ter beschikking van het College;3° wordt het secretariaat van het College waargenomen door de FSMA, die daarvoor de nodige middelen ter beschikking stelt in overeenstemming met de onder 5° bedoelde begroting.Het directiecomité van de FSMA benoemt één van de directieleden van de FSMA tot secretaris-generaal van het College en, in voorkomend geval, één van haar personeelsleden tot adjunct-secretaris-generaal van het College. Het secretariaat beschikt over alle onderzoeksbevoegdheden die deze wet aan het College toekent; 4° bepalen de FSMA en het College in een protocol de modaliteiten van de administratieve, operationele en logistieke ondersteuning van het College door de FSMA;5° worden de werkingskosten van het College, inclusief die van zijn secretariaat, maar met uitzondering van de uitzonderlijke kosten, gedragen door de FSMA en mogen zij niet meer bedragen dan het bedrag van de begroting die door het College wordt vastgesteld op voorstel van de FSMA;6° stelt de Koning de maximale grens vast voor de begroting van het College en de werkingskosten van de sanctiecommissie in verband met het opleggen van de in artikel 59 bedoelde administratieve maatregelen en geldboetes.De som van de in de bepaling onder 5° gedefinieerde begroting van het College en de werkingskosten van de sanctiecommissie in verband met het opleggen van de in artikel 59 bedoelde administratieve maatregelen en geldboetes, mag niet meer bedragen dan de door de Koning vastgestelde maximale begrotingsgrens; 7° worden de werkingskosten van het College, inclusief die van zijn secretariaat, de werkingskosten van de sanctiecommissie in verband met het opleggen van de in artikel 59 bedoelde administratieve maatregelen en geldboetes, alsook de onder 5° bedoelde uitzonderlijke kosten, gedekt door de bijdragen van de bedrijfsrevisoren, de in België geregistreerde auditkantoren en de in België geregistreerde auditors en auditorganisaties van derde landen volgens de nadere regels bepaald door de Koning, op advies van de FSMA en van het College.Die bijdragen worden geïnd door het Instituut, dat ze doorstort aan de FSMA. Art. 41.§ 1. De volgende opdrachten van het College worden gedelegeerd aan het Instituut: 1° de toekenning en de intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, conform de bepalingen van de artikelen 5 tot 9, 2° de inschrijving, de registratie in alsook het houden en het bijwerken van het openbaar register als bedoeld in artikel 10, en 3° de organisatie van de permanente vorming als bedoeld in artikel 27. Het College draagt de eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op en de uitvoering van de aan het Instituut gedelegeerde opdrachten als bedoeld in het eerste lid. Het Instituut bezorgt het College alle documenten of informatie over die opdrachten in het formaat en volgens de frequentie die het College bepaalt. § 2. Conform paragraaf 1 voert het Instituut, krachtens een delegatie, de in de artikelen 5 tot 9 van deze wet bedoelde opdrachten van het College uit. Alvorens een beslissing te nemen over de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, raadpleegt het Instituut de Procureur-generaal over de naleving van de voorwaarden als bedoeld in artikel 5, § 1, 2°, artikel 6, § 2, 2°, en artikel 7, § 1, 3° in fine. Als de Procureur-generaal niet heeft geantwoord of gereageerd binnen een termijn van twintig werkdagen, wordt ervan uitgegaan dat die voorwaarden zijn nageleefd. Het Instituut stelt het College in kennis van de krachtens de artikelen 5 tot 9 genomen beslissingen. Het College kan zich binnen een termijn van zeven werkdagen tegen die beslissingen verzetten. Het College kan het Instituut vragen bijkomende informatie over te maken of specifieke stappen te ondernemen. In dat geval begint een nieuwe termijn van 15 werkdagen te lopen wanneer het College de gevraagde bijkomende informatie ontvangt of door het Instituut in kennis wordt gesteld van de ondernomen stappen. De beslissingen van het Instituut hebben pas uitwerking na afloop van de termijn waarbinnen het College zich kan verzetten, en worden, eens die termijn is verstreken, geacht door het College te zijn genomen. § 3. Het College heeft te allen tijde toegang tot het openbaar register en kan, na het advies van het Instituut te hebben ingewonnen, de aanpassingen eisen die het nuttig acht. Het Instituut brengt het College onmiddellijk op de hoogte van de registratie in het register van een auditkantoor uit een andere lidstaat. Het College brengt de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst van het auditkantoor op de hoogte van de registratie van dat auditkantoor zodra die registratie is bevestigd. § 4. De Koning kan, op voorstel van het College, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een einde stellen aan één of meer van de in paragraaf 1 bedoelde delegaties, of die delegatie(
- s)opschorten. De Koning bepaalt, op voorstel van het College, de praktische nadere regels met betrekking tot die beëindiging of opschorting. Hij kan inzonderheid de regels bepalen met betrekking tot de overdracht van de archieven en de lopende dossiers. § 5. Het College kan andere opdrachten aan het Instituut delegeren, inzonderheid op het vlak van de inzameling van informatie, op voorwaarde dat die delegatie in overeenstemming is met de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014. De delegatie verduidelijkt de gedelegeerde opdrachten, alsook de wijze waarop daaraan invulling moet worden gegeven. Het College kan te allen tijde een volledig of gedeeltelijk einde stellen aan de in het eerste lid bedoelde delegatie. Art. 42.Het College voert zijn opdrachten uitsluitend in het algemeen belang uit. Het College, de leden van het Comité en de personeelsleden van de FSMA die aan de uitvoering van de opdrachten van het College meewerken, zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, handelingen of gedragingen in het kader van de uitoefening van de wettelijke opdrachten van het College, behalve bij bedrog of zware fout. Het College is transparant. Dat houdt in dat het College jaarlijks zijn werkprogramma en een activiteitenverslag over zijn opdrachten publiceert. Het College kan de bevoegdheid om bepaalde beslissingen te nemen, delegeren aan de secretaris-generaal en, bij zijn afwezigheid, aan de adjunct-secretaris-generaal. Die delegaties kunnen te allen tijde door het College worden herzien of herroepen. Art. 43.§ 1. Jegens derden en in rechte wordt het College vertegenwoordigd door zijn voorzitter en, bij zijn afwezigheid, door een lid dat door het huishoudelijk reglement van het Comité wordt aangewezen. Het Comité kan bijzondere en beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheden delegeren aan één of meer leden van het Comité of aan de secretaris-generaal. § 2. Het College kan één of meer leden van het Comité, de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of één of meer personen die het zelf aanwijst, de bevoegdheid verlenen om het College te vertegenwoordigen binnen door of krachtens de Europese en de nationale wetgeving opgerichte colleges, comités of andere groepen waaraan het verplicht deelneemt, en om zich, binnen de door het College bepaalde grenzen, over de binnen die colleges, comités of andere groepen te nemen beslissing of uit te brengen stem uit te spreken namens het College. Deze delegaties kunnen te allen tijde door het College worden herzien of ingetrokken. Afdeling 2. - Beroepsgeheim Art. 44.Het College, de voorzitter en de leden van het Comité, de leden van de sanctiecommissie, de personeelsleden van de FSMA die bijdragen tot de uitoefening van de opdrachten van het College, alsook de personen die voornoemde functies in het verleden hebben uitgeoefend, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis krijgen bij de uitoefening van hun taken, niet onthullen aan welke persoon of autoriteit ook. Het eerste lid is van toepassing op de inspecteurs en externe deskundigen, wat de informatie betreft waarvan zij kennis krijgen in het kader van de opdrachten die zijn toevertrouwd aan het College of van de verificaties, expertises of verslagen die het College hen, in het kader van zijn opdrachten als bedoeld in artikel 33, heeft gelast uit te voeren dan wel voor te leggen. Het eerste lid is niet van toepassing op de verstrekking van vertrouwelijke informatie aan de FSMA. Artikel 74, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996
(2)sluiten is van toepassing op die informatie. Onverminderd artikel 45, § 1, 8°, kan de FSMA de betrokken informatie voor de uitvoering van haar andere opdrachten dan die bedoeld in het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader enkel gebruiken als het College daarmee instemt. Het eerste lid is niet van toepassing op de verstrekking van vertrouwelijke informatie door de leden van het Comité als bedoeld in artikel 35, eerste lid, 1°, aan de Bank. Artikel 35 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België is van toepassing op die informatie. Onverminderd artikel 45, § 1, 8°, kan de Bank, voor de uitvoering van haar andere wettelijke opdrachten dan deze die verband houden met het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader, de vertrouwelijke informatie die haar door de leden van het Comité als bedoeld in artikel 35, eerste lid, 1°, wordt meegedeeld, enkel gebruiken als het College daarmee instemt. Art. 45.§
- In afwijking van artikel 44 mag het College vertrouwelijke informatie meedelen: 1° als de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens deze wet en de wetten die de opdrachten van het College regelen;2° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;3° voor de aangifte van strafrechtelijke misdrijven bij de rechterlijke overheden, met dien verstande dat artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de in artikel 44 bedoelde personen;4° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de handelingen of beslissingen van het College of van de FSMA in de in artikel 59 bedoelde gevallen en in elk ander rechtsgeding waarbij het College partij is;5° in beknopte of samengevoegde vorm zodat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd;6° binnen de grenzen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014, aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met de in artikel 33 bedoelde bevoegdheden; 7° met inachtneming van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014 en conform artikel 51, aan de bevoegde autoriteiten van derde landen die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met de in artikel 33 bedoelde bevoegdheden en waarmee het College een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 51, § 1, 6° ; 8° aan de Bank en de FSMA in hun hoedanigheid van toezichthouder op de organisaties van openbaar belang, als die informatie van belang is voor de uitoefening van hun respectieve wettelijke opdrachten;9° aan het Instituut in de in artikel 41 bedoelde gevallen;10° aan het CEAOB als bedoeld in artikel 30 van verordening (EU) nr. 537/
- Het College kan de beslissing om bij de rechterlijke overheden aangifte te doen van strafrechtelijke misdrijven, openbaar maken. §
- Het College mag vertrouwelijke informatie enkel meedelen overeenkomstig § 1, 5° tot 10° als de autoriteiten of instellingen die er de geadresseerde van zijn, die informatie gebruiken voor de uitvoering van hun opdrachten, en als zij, wat die informatie betreft, aan een gelijkwaardig beroepsgeheim zijn gebonden als bedoeld in artikel
- Bovendien mag de informatie die afkomstig is van een autoriteit van een andere lidstaat enkel met de uitdrukkelijke instemming van die autoriteit worden doorgegeven aan de autoriteiten of instellingen van derde landen in de gevallen als bedoeld in § 1, 7°, en, in voorkomend geval, enkel voor de doeleinden waarmee die autoriteit heeft ingestemd. §
- Het College mag de vertrouwelijke informatie waarover het beschikt, gebruiken voor de uitvoering van al zijn opdrachten als bedoeld in artikel
- §
- Artikelen 44 en 80, § 1, zijn niet van toepassing op de mededeling van informatie aan het College die is voorgeschreven of toegestaan door de wettelijke of reglementaire bepalingen die de opdrachten van het College regelen. Afdeling
- - Nationale, Europese en internationale samenwerking Art. 46.§
- De minister bevoegd voor Economie, de Hoge Raad, het College en de sanctiecommissie werken samen wanneer dat nodig is voor de vervulling van hun respectieve opdrachten zoals bepaald door of krachtens deze wet of de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996
(2)sluiten. Zij verlenen elkaar onderling assistentie. § 2. Het College en het Instituut kunnen een overeenkomst sluiten waarin de modaliteiten voor hun samenwerking en onderlinge informatie-uitwisseling worden vastgesteld. § 3. De Koning kan bijkomende voorwaarden van nationale samenwerking bepalen. Hij bepaalt inzonderheid de voorwaarden voor de samenwerking tussen de Hoge Raad en het College met het oog op het verzekeren van de vertegenwoordiging in het CEAOB wanneer het CEAOB normatieve aspecten behandelt. Art. 47.§ 1. Onverminderd artikel 44 werkt het College samen met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie die verantwoordelijk zijn voor de toekenning van de hoedanigheid, de registratie, de kwaliteitscontrole, het toezicht en de administratieve maatregelen en sancties, en met ESMA, EBA en EIOPA binnen de grenzen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014 wanneer dat nodig is voor de vervulling van hun respectieve verantwoordelijkheden en opdrachten uit hoofde van deze wet, richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014. Het College beschikt daartoe inzonderheid over de ter zake door deze wet verleende bevoegdheden. Het College verleent assistentie aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten. Het wisselt inzonderheid informatie uit en werkt samen met de andere bevoegde autoriteiten in het kader van onderzoeken of toezichtsactiviteiten, inclusief controles ter plaatse. § 2. Wanneer het College informatie verstrekt in het kader van de samenwerking, kan het verduidelijken dat die informatie niet openbaar mag worden gemaakt zonder zijn expliciete toestemming, of uitsluitend voor de doeleinden waarmee het heeft ingestemd. § 3. Het College verstrekt op verzoek en zonder onnodige vertraging alle informatie die voor het in paragraaf 1 genoemde doel noodzakelijk is. Indien nodig, stelt het College, wanneer het een dergelijk verzoek ontvangt, zonder onnodige vertraging de maatregelen vast die vereist zijn om de gevraagde informatie te verzamelen. De aldus verstrekte informatie valt onder het beroepsgeheim waartoe eenieder is gehouden die bij de bevoegde autoriteit die de informatie ontvangt, werkzaam is of is geweest. Indien het College niet bij machte is om de gevraagde informatie zonder onnodige vertraging te verstrekken, stelt het de verzoekende bevoegde autoriteit in kennis van de redenen daarvan. Het College kan weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om informatie indien: 1° het verstrekken van die informatie gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of in strijd zou zijn met de nationale veiligheidsvoorschriften;of 2° met betrekking tot dezelfde handelingen en tegen dezelfde personen al een gerechtelijke procedure is ingeleid bij de Belgische autoriteiten;of 3° voor dezelfde handelingen en tegen dezelfde personen al een onherroepelijke uitspraak is gedaan door de bevoegde Belgische autoriteiten. Onverminderd zijn verplichtingen in het kader van gerechtelijke procedures, mag het College dat op grond van paragraaf 1 informatie ontvangt, die uitsluitend gebruiken voor de uitoefening van zijn functies in de zin van deze wet alsook in het kader van bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die specifiek met de uitoefening van die functies verband houden. § 4. Wanneer het College vaststelt dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014, geeft het hiervan op zo specifiek mogelijke wijze kennis aan de bevoegde autoriteit van die andere lidstaat. Wanneer het College er door een autoriteit van een andere lidstaat in kennis van wordt gesteld dat er in België handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014, neemt het de nodige maatregelen en stelt het de kennisgevende bevoegde autoriteit van het eindresultaat daarvan in kennis, alsook, voor zover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. § 5. Het College kan verzoeken dat door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een onderzoek wordt verricht op het grondgebied van die lidstaat. Verder kan het verzoeken dat aan een aantal van haar personeelsleden toestemming wordt verleend om de personeelsleden van de bevoegde autoriteit van die andere lidstaat gedurende het onderzoek te vergezellen. § 6. Wanneer het College door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt verzocht om in België een onderzoek te verrichten of om toestemming te verlenen om de personeelsleden van het College gedurende het onderzoek te vergezellen, geeft het daaraan gevolg in het kader van zijn bevoegdheden: 1° door zelf de controle of het onderzoek te verrichten;2° door de verzoekende autoriteit toestemming te geven om rechtstreeks tot de controle of het onderzoek over te gaan. Het onderzoek wordt volledig onder het toezicht van de Belgische autoriteiten geplaatst. Het College kan een verzoek om een onderzoek uit te voeren, of een verzoek dat leden van zijn personeel worden vergezeld door personeelsleden van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zoals bedoeld in het eerste lid, van de hand wijzen indien: 1° een dergelijk onderzoek gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of in strijd zou zijn met de nationale veiligheidsvoorschriften;of 2° met betrekking tot dezelfde handelingen en tegen dezelfde personen al een gerechtelijke procedure is ingeleid bij de Belgische autoriteiten;of 3° tegen dezelfde bedrijfsrevisoren voor dezelfde handelingen al een onherroepelijke uitspraak is gedaan door de bevoegde Belgische autoriteiten. Art. 48.Het College neem deel aan de colleges als bedoeld in artikel 32 van verordening (EU) nr. 537/2014. Art. 49.Het College verstrekt het CEAOB jaarlijks geaggregeerde informatie over alle administratieve maatregelen en geldboetes die overeenkomstig artikel 59 zijn opgelegd. Het College deelt de in artikel 59, § 1, eerste lid, 2° en 4°, bedoelde verboden onverwijld aan het CEAOB mee. Art. 50.De Koning kan bijkomende regelingen bepalen voor de samenwerking met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie. Art. 51.§ 1. Het College bezorgt, op vraag van een bevoegde autoriteit van een derde land, controle- of andere documenten die in het bezit zijn van bedrijfsrevisoren, alsook inspectie- of onderzoeksverslagen in verband met de betrokken controles, aan die bevoegde autoriteit, als aan alle hierna volgende voorwaarden is voldaan en onder voorbehoud van paragraaf 2: 1° die controle- of andere documenten hebben betrekking op wettelijke controles bij vennootschappen die effecten hebben uitgegeven op de kapitaalmarkt van het betrokken derde land of die deel uitmaken van een groep die in dat derde land aan het toezicht op de geconsolideerde jaarrekening is onderworpen;2° deze overdracht is noodzakelijk voor de uitvoering van de opdracht van publiek toezicht, onderzoek of kwaliteitscontrole die gelijkwaardig is verklaard overeenkomstig artikel 46, lid 2, van richtlijn 2006/43/EG, van de bevoegde autoriteit van het derde land;3° deze autoriteit voldoet aan eisen die de Europese Commissie adequaat heeft verklaard overeenkomstig artikel 47, lid 3, van richtlijn 2006/43/EG;4° de overdracht van persoonsgegevens gebeurt conform de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;5° de autoriteit of de personen die de informatie ontvangen in derde landen, zijn onderworpen aan gelijkwaardige waarborgen inzake het beroepsgeheim als deze van toepassing op het College;en 6° een overeenkomst op basis van wederkerigheid inzake de werkregelingen is gesloten tussen het College en deze autoriteit. § 2. Het College kan het in paragraaf 1 bedoelde verzoek weigeren van de bevoegde autoriteit van een derde land, indien: 1° de verstrekking van de in paragraaf 1 bedoelde documenten gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de nationale veiligheid of de openbare orde van België of van de andere lidstaten van de Europese Unie;2° in België met betrekking tot dezelfde handelingen en tegen dezelfde personen als deze bedoeld in het verzoek, al een gerechtelijke procedure, inclusief een strafrechtelijke, is ingeleid;3° voor dezelfde handelingen en dezelfde bedrijfsrevisoren al een onherroepelijke uitspraak is gedaan door de bevoegde Belgische autoriteiten, of 4° voornoemde voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 niet zijn nageleefd. § 3. Het College stelt de Europese Commissie in kennis van de in paragraaf 1, 6°, bedoelde werkregelingen. § 4. De Koning bepaalt de specifieke regelingen van samenwerking met de derde landen. Afdeling 4. - Kwaliteitscontrole, toezicht, bevoegdheden en maatregelen Art. 52.§ 1. Het College onderwerpt de bedrijfsrevisoren minstens om de zes jaar aan een kwaliteitscontrole op basis van een risico-analyse. De kwaliteitscontrole is een onderzoeksprocedure van de professionele activiteit van een bedrijfsrevisor. Die controle heeft onder meer tot doel na te gaan of de gecontroleerde bedrijfsrevisor over een organisatie beschikt die aangepast is aan de aard en de omvang van zijn activiteiten. Verder strekt de controle ertoe het publiek en de toezichthouders ervan te overtuigen dat de bedrijfsrevisoren hun activiteiten verrichten overeenkomstig de controlenormen en de toepasselijke deontologische regels. De kwaliteitsbeoordeling berust op een analyse van de door het bedrijfsrevisorenkantoor uitgewerkte maatregelen met betrekking tot het intern kwaliteitscontrolesysteem en van de doeltreffendheid van dat intern kwaliteitscontrolesysteem. De kwaliteitsbeoordeling, op basis van een adequate toetsing van een selectie van controledossiers, omvat een evaluatie van: 1° de naleving van de toepasselijke wettelijke, reglementaire en normatieve bepalingen, inclusief de naleving van de onafhankelijkheidseisen;2° de kwantiteit en kwaliteit van de ingezette middelen in het kader van het gecontroleerde dossier;3° de door de bedrijfsrevisor in rekening gebrachte honoraria voor controles en de eventuele honoraria voor non-auditdiensten;4° de naleving van de verplichting inzake permanente vorming als bedoeld in artikel 27. § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt bij de bedrijfsrevisoren die de controle uitvoeren van één of meer organisaties van openbaar belang die op individuele basis meer dan één van de criteria overschrijden als bedoeld in artikel 16, § 1, van het Wetboek van Vennootschappen, op basis van een risicoanalyse minstens om de drie jaar een kwaliteitscontrole uitgevoerd. § 3. Het College organiseert de kwaliteitscontroles en het verloop ervan, en definieert de methodologie die bij de uitvoering van alle kwaliteitscontroles moet worden gevolgd. De methodologie en de kwaliteitsbeoordelingen zijn passend en evenredig ten opzichte van de omvang en de complexiteit van de activiteit van de beoordeelde bedrijfsrevisor. § 4. Het College kan één of meer inspecteurs aanstellen om de kwaliteitsbeoordeling van elke bedrijfsrevisor uit te voeren op basis van de door het College gedefinieerde methodologie. Bij de uitvoering van hun inspecties maken de inspecteurs gebruik van de door het College goedgekeurde controleleidraad. Het College raadpleegt de Hoge Raad minstens eenmaal per jaar alvorens de controleleidraad aan te passen. De inspecteurs beschikken over passende beroepskwalificaties en relevante beroepservaring op het vlak van de wettelijke controle van de jaarrekening en de financiële verslaggeving, en hebben ook een specifieke opleiding genoten op het vlak van de kwaliteitsbeoordeling. De personen belast met het uitvoeren van een specifieke kwaliteitsbeoordeling worden geselecteerd volgens een objectieve procedure die is opgezet om belangenconflicten te voorkomen tussen die personen en de bedrijfsrevisor die wordt beoordeeld. Bij de selectie moet minstens aan volgend criterium zijn voldaan: geen enkele persoon die vennoot of werknemer van een bedrijfsrevisor is geweest, of anderszins met hem verbonden is geweest, mag minder dan drie jaar na de beëindiging van die relatie als inspecteur optreden bij een kwaliteitsbeoordeling van die bedrijfsrevisor. Onverminderd paragraaf 3, is (zijn) de inspecteur(
- s)(een) inspecteur(
- s)van buiten de beroepssector bij de kwaliteitsbeoordeling van een bedrijfsrevisor die de controle uitvoeren van één of meer organisaties van openbaar belang. De inspecteur(
- s)is (zijn) hetzij (een) personeelslid (personeelsleden) van de FSMA, hetzij (een) perso(o)n(
- en)die via een samenwerkingsovereenkomst met de FSMA is (zijn) verbonden. Onverminderd paragraaf 3 kan (kunnen) de inspecteur(
- s)(een) bedrijfsrevisor(en)-natuurlijk(
- e)perso(o)n(
- en)zijn in het kader van een kwaliteitsbeoordeling van een bedrijfsrevisor die bij geen enkele organisatie van openbaar belang de controle uitvoert. Daartoe stelt het College een lijst op van bedrijfsrevisoren-natuurlijke personen op wie het een beroep kan doen om een beoordeling uit te voeren in het kader van de kwaliteitscontrole. Artikel 44 is van toepassing op de inspecteurs met betrekking tot de informatie waarvan zij kennis hebben genomen in het kader van de aan het College toevertrouwde opdrachten of in het kader van de verificaties, expertises of verslagen die het College hen, in het kader van zijn opdrachten als bedoeld in dit artikel, heeft gelast uit te voeren dan wel voor te leggen. § 5. De bevindingen en conclusies van een inspectie op basis waarvan aanbevelingen worden gedaan, worden, vóór de afronding van het inspectieverslag, meegedeeld aan en besproken met de bedrijfsrevisor bij wie de inspectie is verricht. § 6. Het College is bevoegd voor het aannemen van de besluiten van de kwaliteitscontrole. Indien na afloop van een kwaliteitscontrole aanbevelingen worden geformuleerd, gaat het College na of de bedrijfsrevisoren de geformuleerde aanbevelingen opvolgen binnen de termijn die het oplegt. Als de bedrijfsrevisor de aan hem gerichte aanbevelingen niet opvolgt, kan dat, in voorkomend geval, in functie van de ernst van de vastgestelde tekortkomingen, aanleiding geven tot het opleggen van maatregelen als bedoelde in artikel 57 en/of administratieve maatregelen of geldboetes als bedoeld in artikel 59. § 7. Het College maakt jaarlijks de algemene geaggregeerde resultaten van de kwaliteitscontrole openbaar. § 8. De nadere regels inzake de organisatie van de kwaliteitscontrole worden door de Koning bepaald. Art. 53.§ 1. Voor de toepassing van artikel 32 ziet het College er met name op toe dat de bedrijfsrevisoren, in het kader van de hun toevertrouwde opdrachten, de toepasselijke wettelijke, reglementaire en normatieve verplichtingen naleven. § 2. Het College onderzoekt de klachten die het ontvangt, tenzij zij klaarblijkelijk onontvankelijk zouden zijn. § 3. Het College organiseert het toezicht en het verloop daarvan, en definieert de methodologie die bij de uitvoering van die toezichtstaak moet worden toegepast. § 4. Elke bedrijfsrevisor tegen wie een tucht, gerechtelijke of administratieve procedure loopt die betrekking heeft op de uitoefening van zijn beroep, moet het College hierover binnen de maand na de inleiding van de procedure inlichten. In het geval van een strafprocedure brengt de bedrijfsrevisor het College daarvan op de hoogte vanaf het ogenblik waarop hij in staat van beschuldiging is gesteld. De bedrijfsrevisor stelt het College ook in kennis van de tucht, administratieve of strafrechtelijke sancties die hem werden opgelegd door een autoriteit of een beroepsvereniging die in België, in een lidstaat of in een derde land, wat zijn beroepsactiviteiten betreft, gelijkaardige functies uitoefent als die van de Belgische Staat of van het College. Deze mededeling heeft plaats uiterlijk een maand nadat de bedoelde beslissingen definitief zijn geworden. § 5. Het College organiseert het toezicht op de geregistreerde auditkantoren voor wat de in België verrichte opdrachten van de wettelijke controle van de jaarrekening betreft. § 6. De Koning kan de modaliteiten bepalen van de organisatie van het toezicht op de bedrijfsrevisoren. Art. 54.§ 1. Voor de toepassing van artikel 32 kan het College 1° toegang krijgen tot de gegevens in verband met de wettelijke controle van de jaarrekening of tot andere documenten, in welke vorm ook, die de bedrijfsrevisoren in hun bezit hebben en die relevant zijn voor de uitvoering van hun opdrachten, en het recht hebben om daarvan een kopie te ontvangen of te nemen;2° van iedere persoon informatie en documenten verkrijgen in verband met de wettelijke controle van de jaarrekening;3° binnen een termijn die het vastlegt, de voorlegging verkrijgen van bedrijfsrevisoren van elke informatie, elke verklaring of elk document, en meer in het bijzonder van: - de lijsten van de door hen aanvaarde revisorale opdrachten, - hun werkprogramma's en werkdocumenten, - elke informatie, elke verklaring of elk document over hun verbanden met andere personen die deel uitmaken van hun netwerk en die al dan niet in een lidstaat of in een derde land de hoedanigheid van wettelijke auditor, auditkantoor, auditor of auditorganisatie van een derde land hebben, en de opdrachten die door deze personen zijn aanvaard in een vennootschap, onderneming of vereniging waarin de bedrijfsrevisor een opdracht, waarvan de uitoefening is voorbehouden aan de bedrijfsrevisoren, vervult of heeft vervuld;en 4° inspecties ter plaatse uitvoeren bij bedrijfsrevisoren, alsook ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem. Het College oefent de in het eerste lid bedoelde onderzoeksbevoegdheden op passende en met de omvang en de complexiteit van de activiteit van de betrokken bedrijfsrevisor evenredige wijze uit. Het College kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden alleen uitoefenen voor de in artikel 33 bedoelde doelstellingen en ten aanzien van: 1° de bedrijfsrevisoren en de auditkantoren;2° de personen die betrokken zijn bij de activiteiten van de bedrijfsrevisoren;3° de gecontroleerde organisaties van openbaar belang, de met hen verbonden entiteiten, en de met die entiteiten gelieerde derden;4° derden waaraan de bedrijfsrevisoren bepaalde functies of activiteiten hebben uitbesteed;en 5° personen die anderszins gelieerd of verbonden zijn met de bedrijfsrevisoren. § 2. Voor de toepassing van artikel 33 en in het bijzonder bij de kwaliteitscontrole van een bedrijfsrevisor die de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening verricht, of bij de uitvoering van de in artikel 53 bedoelde toezichtstaken met betrekking tot de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van een groep van ondernemingen, stelt de groepsauditor het College, op zijn verzoek, de relevante documentatie ter beschikking die hij bijhoudt over de controlewerkzaamheden die, voor de doeleinden van de groepscontrole, zijn verricht door de auditor of auditors van derde landen, wettelijke auditors, auditorganisaties van derde landen of auditkantoren, met inbegrip van eventuele werkdocumenten die relevant zijn voor de groepscontrole. Het College kan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten, overeenkomstig artikel 47, om aanvullende documentatie verzoeken over de controlewerkzaamheden die voor het doel van de groepscontrole zijn verricht door wettelijke auditor(
- s)of auditkanto(o)r(en). Wanneer een moederonderneming of een dochteronderneming van een groep van ondernemingen wordt gecontroleerd door (een) auditor(
- s)of (een) auditorganisatie(
- s)van derde landen, kan het College de betrokken bevoegde autoriteiten van derde landen verzoeken om aanvullende documentatie over de controlewerkzaamheden die zijn verricht door (een) auditor(
- s)van een derde land of (een) auditorganisatie(
- s)van een derde land, door middel van de overeenkomst inzake de werkregelingen als bedoeld in artikel 51. In afwijking van het derde lid, is de groepsauditor, wanneer een moederonderneming of een dochteronderneming van een groep van ondernemingen wordt gecontroleerd door (een) auditor(
- s)of (een) auditorganisatie(
- s)van een derde land waarmee geen overeenkomst inzake de werkregeling als bedoeld in artikel 51 werd gesloten, op verzoek ook verantwoordelijk voor het waarborgen van een correcte levering van de aanvullende documentatie over de door (een) dergelijke auditor(
- s)of auditorganisatie(
- s)van derde landen verrichte controlewerkzaamheden, met inbegrip van de werkdocumenten die relevant zijn voor de groepscontrole. Om deze levering te verzekeren, behoudt de groepsauditor een kopie van deze documentatie of komt hij met de auditor(
- s)of de auditorganisatie(
- s)van derde landen overeen dat hij op verzoek onbeperkte toegang heeft tot dergelijke documentatie, of neemt hij andere passende maatregelen. Wanneer controledocumenten om juridische of andere redenen niet door een derde land kunnen worden doorgegeven aan de groepsauditor, omvat de door de groepsauditor bewaarde documentatie, bewijs dat hij de juiste procedures heeft gevolgd om toegang te krijgen tot de controledocumenten, alsook bewijs van eventuele niet-juridische beletsels die voortvloeien uit de wetgeving van het betrokken derde land. § 3. Het College kan de rechterlijke overheden verzoeken alle informatie en documenten te verzamelen die nuttig worden geacht voor de in paragraaf 1 bedoelde doeleinden. De rechterlijke overheden delen deze informatie en documenten aan het College mee, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot hangende gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de Procureur-generaal. De bevoegde Procureur-generaal kan weigeren om gevolg te geven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek wanneer al een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer met betrekking tot die personen al een definitieve uitspraak is gedaan wegens dezelfde feiten. Art. 55.Het College kan, ten aanzien van de bedrijfsrevisoren of het Instituut, de regels vastleggen inzake de verslaggeving die periodiek of systematisch aan het College moet worden overgemaakt in verband met de activiteiten onder zijn toezicht. De betrokken personen of entiteiten zijn verplicht om deze informatie of documenten aan het College over te maken binnen de termijn en in de vorm bepaald door het College. Art. 56.§ 1. Indien de secretaris-generaal bij de uitoefening van zijn functie, inzonderheid op het vlak van de kwaliteitscontrole en het toezicht, ernstige aanwijzingen vaststelt van het bestaan van een praktijk die aanleiding kan geven tot het opleggen van een administratieve maatregel of een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 59, ziet hij erop toe de beginselen en de verplichtingen die, in het stadium van het onderzoek, gelden met betrekking tot, naargelang het geval, administratieve maatregelen of sancties na te leven. Hij brengt verslag