Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van de personeelsstatuten van sommige Vlaamse openbare instellingen

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse regering wijzigt de personeelsstatuten van verschillende Vlaamse openbare instellingen. Het gaat voornamelijk over aanpassingen in de regels rond personeelsbeheer, zoals evaluaties en aanwervingen.

Wat het reguleert

  • De organisatie en rechtspositie van personeel bij specifieke Vlaamse openbare instellingen.
  • De procedures voor functioneringsevaluaties van ambtenaren.
  • De geldigheidsduur van de resultaten van vergelijkende aanwervingsexamens.
  • De definities van begrippen zoals "functioneringsevaluatie", "functiebeschrijving" en "hiërarchische meerdere".

Wie het aanbelangt

  • Ambtenaren werkzaam bij de genoemde Vlaamse openbare instellingen.
  • Evaluatoren en hiërarchische meerderen binnen deze instellingen.

Kernpunten

  • De geldigheidsduur van de uitslag van een vergelijkend aanwervingsexamen is vier jaar, tenzij anders bepaald.
  • Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn, en alleen hun evaluaties zijn geldig.
  • De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar in dienstactiviteit.
  • Het beschrijvend evaluatieverslag mag geen samenvattende waardering of einduitspraak bevatten, tenzij de vermelding "onvoldoende" wordt toegekend.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)§ 2§ 1§ 4§ 5

14 APRIL 2000. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van de personeelsstatuten van sommige Vlaamse openbare

stellingen De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige

stellingen van openbaar nut,

zonderheid op artikel 11, § 1, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993; Gelet op de wet van 17 mei 1976 tot oprichting van een Dienst voor de Scheepvaart en een « Office de la Navigation »,

zonderheid op artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 1998; Gelet op het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid,

zonderheid op artikel 24, § 1, 44, § 1, en 45; Gelet op het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen,

zonderheid op artikel 57; Gelet op het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode,

zonderheid op artikel 32, § 1; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende organisatie van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Dienst voor de Scheepvaart en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 houdende organisatie van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 houdende organisatie van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 houdende organisatie van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel, gegeven op 28 juni 1996 en 15 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, gegeven op 30 augustus 1996 en 15 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, gegeven op 10 juli 1996 en 14 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie, gegeven op 20 november 1996; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen, gegeven op 10 september 1996 en 28 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart, gegeven op 21 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, gegeven op 1 juli 1996, 5 december 1996, 6 februari 1997 en 15 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Dienst voor de Scheepvaart, gegeven op 3 juli 1996 en 7 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen, gegeven op 4 september 1996 en 19 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie, gegeven op 5 november 1996 en 29 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, gegeven op 3 december 1996 en 13 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever, gegeven op 21 maart 1997; Gelet op het advies van de directieraad van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel, gegeven op 25 november 1997 en 13 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, gegeven op 14 juli 1998 en 27 april 1999; Gelet op het akkoord van de federale minister van pensioenen, gegeven op 24 augustus 1998; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 23 maart 1999; Gelet op het protocol nr. 127.323 van 7 mei 1999 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest; Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering, op 1 juni 1999, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 1 februari 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke kansen, de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden en de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport; Na beraadslaging, Besluit : A. Commissariaat-Generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie Art. A 1.

artikel II 6, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende organisatie van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair »

gevoegd. Art. A 2.

artikel II 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de drie maanden na de

werkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 10 juni 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste twee jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste drie jaar na zijn aanwijzing ». Art. A 3.

artikel II 31 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De beroepen

gesteld tegen een beoordeling toegekend vóór 31 december 1995 worden verder afgehandeld door de raad van beroep voor sommige

stellingen van openbaar nut, die onder het gezag of de controlebevoegdheid van de Vlaamse regering staan, volgens de procedure en samenstelling die gold vóór 1 januari 1995. » Art. A 4.

artikel V 13, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. A 5.

artikel VI 8, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. A 6.

artikel VI 22 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de leidend ambtenaar een andere termijn bepaalt. Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld

het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » Art. A 7.

artikel VII 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « naar een hoger niveau » vervangen door de woorden « naar het andere niveau ». Art. A 8.

artikel VII 33 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van

werkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. A 9.

artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. A

  1. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. §
  3. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder

de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen.

het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden

de functie (het 'wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het 'hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen

bijlage 13 bij dit besluit; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd of door de adjunct-leidend ambtenaar, of bij ontstentenis door de leidend ambtenaar, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en

uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst

rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich

de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. A

  1. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. A
  3. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. §
  5. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. §
  6. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3.

het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren

onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare

formatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt

zage

de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naast hogere rang. § 4.

gevolge onvoorziene wijzigingen

de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde aangepast worden. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de opdrachthouder voor de vorming, het human resources management en de organisatieontwikkeling. §

  1. Na afloop van elke evaluatieperiode wordt de geëvalueerde uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Tijdens dit evaluatiegesprek geeft de geëvalueerde ook zijn eigen visie weer op zijn functioneren tijdens de evaluatieperiode. Het evaluatiegesprek wordt gevoerd tussen de geëvalueerde en één evaluator. Op verzoek van de geëvalueerde of één van zijn evaluatoren, gebeurt het evaluatiegesprek met de twee evaluatoren. §
  2. Na het evaluatiegesprek wordt het definitieve beschrijvende evaluatieverslag opgesteld door de evaluatoren. Het beschrijvend evaluatieverslag omvat geen samenvattende waardering of einduitspraak over de geëvalueerde, behalve

dien de evaluatoren oordelen dat hij de vermelding « onvoldoende » verdient. De geëvalueerde kan zijn opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. » Art. A

  1. Artikel VIII 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Over elke ambtenaar wordt een jaarlijks

dividueel evaluatiedossier aangelegd. Het omvat : 1° de functiebeschrijving als relatief permanente basis;2° de beschrijving van de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren

de evaluatieperiode, zoals geformuleerd

het begin van deze periode, of gedurende deze periode zoals bedoeld

artikel VIII 10, § 4;3° de persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 14 en de opmerkingen die de ambtenaar erbij heeft geformuleerd;4° de uitslagen die de ambtenaar tijdens dat jaar heeft behaald

de loopbaanexamens;5° de definitieve beschrijvende evaluatieverslagen en hun bijlagen zoals bedoeld

artikel VIII 27, § 1;6° de beslissingen

beroep, bedoeld

artikel VIII 28 en VIII 29;7° de staat van tuchtstraffen uitgesproken

het evaluatiejaar, vermeld

artikel IX 26. Het evaluatiedossier is ter beschikking van alle

stanties bevoegd voor het

dividueel personeelsbeheer en van de opdrachthouder voor de vorming, het human resources management en de organisatieontwikkeling. » Art. A

  1. Artikel VIII 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 11, eerste lid, 3° handelen over de behaalde resultaten en/of over het functioneren. Zij handelen eventueel over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of

het gedrang brengen. Deze persoonlijke nota's omvatten een nauwkeurig relaas van alle gunstige of ongunstige feiten die als evaluatiegrond kunnen dienen. Telkens de evaluatoren dat nodig achten, of op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende ambtenaar, stellen de evaluatoren een persoonlijke nota op over feiten die hoogstens één maand voor de ondertekening van de nota plaatshadden. Een persoonlijke nota wordt tevens opgemaakt telkens de ambtenaar gedurende een door de evaluatoren voldoende significant geachte periode ter beschikking wordt gesteld van een project. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van de persoonlijke nota. Elke persoonlijke nota wordt onmiddellijk aan de belanghebbende ambtenaar voorgelegd. Hij viseert dit document, krijgt er een afschrift van en beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn eventuele opmerkingen te formuleren.

dien de ambtenaar opmerkingen formuleert, dan worden deze opmerkingen aan de nota toegevoegd en opgenomen

het evaluatiedossier. » Art. A 15.

artikel VIII 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De evaluatie over het afgelopen evaluatiejaar heeft plaats

januari en februari van het volgende jaar. Het beschrijvend evaluatieverslag dient uiterlijk op 15 maart aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. De planning voor het nieuwe evaluatiejaar dient eveneens op dat tijdstip te zijn gefinaliseerd; » 2°

§ 2

, 2°, worden de woorden « de te horen ambtenaren » vervangen door de woorden « de te bevragen ambtenaren ». Art. A

  1. Artikel VIII 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Met uitzondering van de adjunct-leidend ambtenaar worden alle ambtenaren van rang A2 en lager geëvalueerd door minstens twee hiërarchische meerderen. De evaluatoren behoren tot minstens twee verschillende rangen. » Art. A 17.

artikel VIII 18, tweede zin, van hetzelfde besluit wordt het woord « hoort » vervangen door het woord « bevraagt ». Art. A

  1. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Het afdelingshoofd en het staflid van rang A2 worden geëvalueerd door de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar. » Art. A
  3. Artikel VIII 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. Behalve

de gevallen bedoeld

artikel VIII 24 worden de andere ambtenaren van rang A2 en de ambtenaren van rang A1, niveau B, C, D en E geëvalueerd door minstens twee evaluatoren die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel VIII 17. » Art. A 20. De artikelen VIII 21 tot en met VIII 23 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. A 21.

artikel VIII 24 van hetzelfde besluit wordt § 5 vervangen door wat volgt : « § 5. De ambtenaar die

de loop van de evaluatieperiode of op het evaluatietijdstip onder het functioneel gezag van een andere hiërarchische meerdere respectievelijk heeft gestaan of staat dan de hem overeenkomstig zijn affectatie toegewezen evaluatoren, wordt geëvalueerd door deze laatsten, rekening houdend met artikel VIII 14, derde lid. » Art. A 22. Artikel VIII 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 25.

dien op het evaluatietijdstip blijkt dat één van de evaluatoren ontbreekt of nog geen opleiding opgelegd door artikel VIII 10 gevolgd heeft, dan wordt hij vervangen door een andere hiërarchische meerdere, aangeduid door de evaluatoren van de ontbrekende evaluator. » Art. A 23. Aan artikel VIII 26 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « onverminderd het derde lid van voormeld artikel ». Art. A 24.

artikel VIII 27, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 10, § 5 » vervangen door de woorden « artikel VIII 10, § 6 ». Art. A

  1. Aan artikel VIII 59 van hetzelfde besluit wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
  2. De geslaagde voor één van de vergelijkende bekwaamheidsproeven bedoeld

§ 1

behoudt onbeperkt het voordeel van zijn uitslag tenzij het examenreglement het anders bepaalt. » Art. A 26.

artikel VIII 73 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « normale loopbaansnelheid » geschrapt;2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « Van 1 juli tot 30 juni wordt overeenkomstig de beslissingen van het eerste lid voor elke maand één maand bijgevoegd, een halve maand of een hele maand afgetrokken.» Art. A 27. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 7.

afwijking van artikel XI 6 is de ambtenaar die deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking

dienstactiviteit en verliest hij zijn salaris enkel voor de duur van de afwezigheid. » Art. A

  1. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  2. §
  3. De ambtenaar heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december. §
  4. Ter vervanging van de

§ 1

bedoelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft de ambtenaar die niet

een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar. De ambtenaar die verplicht is om op één van de

§ 1

vermelde dagen of

de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar te werken ten gevolge van de behoeften van de dienst, krijgt

evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen. § 3. De ambtenaar tewerkgesteld

continudienst die werkt of

rust is op de

§ 1

vermelde dagen, krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen genomen worden. » Art. A 29.

artikel XI 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aanspraak maken op ouderschapsverlof » vervangen door de woorden « een aanvraag

dienen om ouderschapsverlof te krijgen »;2°

het laatste lid worden de woorden « , eerste lid » geschrapt. Art. A 30.

artikel XI 25, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord « beroepsongeschiktheid » vervangen door het woord « arbeidsongeschiktheid ». Art. A 31.

artikel XI 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de vrijstelling van arbeid van een zwangere ambtenaar die werkt

een schadelijk arbeidsmilieu, nadat vastgesteld werd dat geen aangepaste of andere arbeidsplaats mogelijk is »;2°

§ 2

wordt het woord « § 1 » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid, 1° tot en met 3° ». Art. A

  1. Aan artikel XI 36, § 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze nemen een beslissing binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep, zoniet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn voor de betrokkene. » Art. A
  2. Artikel XI 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  3. De ambtenaar van de

stelling krijgt verlof wanneer hij door een minister, staatssecretaris of een lid van de regering van een gemeenschap of gewest, of een gouverneur van een Vlaamse provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad aangewezen wordt om een ambt uit te oefenen op zijn kabinet. De aanwijzing gebeurt na akkoord van de raad van bestuur. » Art. A 34.

artikel XI 77 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van een van die groepen ofwel bezoldigd door de

stelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering, ofwel niet bezoldigd door de

stelling en wordt het salaris stopgezet

dien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt. » Art. A 35.

artikel XI 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. A 36.

artikel XI 80 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. A 37.

artikel XI 83, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. » Art. A 38.

artikel XI 93, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « zoals vermeld sub § 1 en § 2 » geschrapt. Art. A 39.

artikel XI 95 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt opgeheven;2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Wanneer een ambtenaar of een stagiair van de

stelling met toepassing van het decreet van 30 november 1988 tot

stelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de openbare

stellingen of publiekrechtelijke verenigingen die van de Vlaamse Gemeenschap afhangen of met toepassing van het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende

stelling van een regime van politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse regering die een mandaat als lid van de Vlaamse Raad of de Vlaamse regering uitoefenen verlof krijgt, beslist de tot benoemen bevoegde overheid of de betrekking waarvan de betrokkene titularis is als vacant moet worden beschouwd. Hierbij wordt er rekening gehouden met de behoeften van de dienst. Zij kan die beslissing nemen zodra de ambtenaar vier jaar afwezig is en wat het

het bijzonder decreet van 26 juni 1995 bedoelde verlof betreft, bij de aanvang van een tweede bij het eerste aansluitend mandaat. » 3° de woorden « § 3.Aan de

§ 2genoemde beslissing » worden vervangen door de woorden « § 2.

Aan de

§ 1genoemde beslissing ».

Art. A 40.

artikel XII 2, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « behalve bij ernstig vergrijp zoals bepaald

artikel IX 6 » geschrapt. Art. A 41.

artikel XIII 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

1° worden tussen de woorden « dienst van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

3° worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd.4°

3° d) wordt het woord « EG-lidstaat » vervangen door « EU-lidstaat ». Art. A 42.

artikel XIII 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de periodes van afwezigheid wegens arbeidsongeval, ongeval naar of van het werk of beroepsziekte wanneer de ambtenaar tijdens zijn vorige prestaties als contractueel personeelslid, onder de wet viel van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten

de overheidssector. » Art. A 43.

artikel XIII 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, 1°, a), worden de woorden « Europese Gemeenschap » telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

§ 1

, 1°, a), worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

§ 1

, 2°, e), worden tussen het woord « Arbeid » en de woorden « werd opgericht » de woorden « en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening »

gevoegd; Art. A 44.

artikel XIII 11, § 2, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden « te boven gaan » en « niet

aanmerking » de woorden « alsmede van tijdelijke werkloosheid »

gevoegd. Art. A 45.

artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 4

worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt : « het rekenkundig resultaat van de bewerking wordt vervangen door : a) 15 dertigsten wanneer

een maand van : - 20 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 10; - 22 of 23 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 11; b) 15,5 dertigsten, wanneer

een maand van 23 werkdagen het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 12 »;2°

§ 5

worden na het woord « nalatigheidsintresten » de woorden « berekend op het beginsalaris » toegevoegd. Art. A 46.

artikel XIII 22 van hetzelfde besluit worden de woorden « gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 » geschrapt. Art. A 47.

artikel XIII 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de §§ 1 en 2 worden na de woorden « van navolgende bepalingen » de woorden « vermeld onder dit hoofdstuk » geschrapt;2° § 3 wordt opgeheven; Art. A

  1. Artikel XIII 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII 36, §
  2. Behoudens andersluidende bepalingen is de toelage niet verschuldigd

de volgende gevallen : -

het geval geen salaris wordt betaald; of -

het geval van een afwezigheid dit langer dan 35 werkdagen duurt. § 2. § 1 geldt niet voor de toelagen bedoeld

hoofdstuk 5, afdeling 3, en

de hoofdstukken 6, 7 en 8 van deze titel. » Art. A 49. Artikel XIII 38 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. A 50.

artikel XIII 42, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het tweede lid, 2°, wordt het woord « eventueel » vervangen door de woorden «

voorkomend geval »;2°

het derde lid worden tussen de woorden « is het salaris dat hij » en de woorden « zou ontvangen » de woorden « op datum van zijn nuttige anciënniteit

zijn werkelijke graad »

gevoegd. Art. A 51.

artikel XIII 45 van hetzelfde statuut wordt een paragraaf 5

gevoegd, luidend als volgt : « Onder jaarlijkse brutobezoldiging wordt verstaan het salaris,

voorkomend geval verhoogd met : - de bijslag

geval van gewaarborgde minimumbezoldiging; - de haard- en standplaatstoelage; - de toelage voor hoger ambt; - het geldelijk voordeel voor geslaagden voor overgangsexamens naar het andere niveau. » Art. A 52. Artikel XIII 69, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. A 53.

artikel XIII 74 van hetzelfde besluit wordt « naar het hogere niveau » vervangen door « naar het andere niveau ». Art. A 54.

artikel XIII 88 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. A 55.

artikel XIII 95 van hetzelfde statuut wordt § 2 opgeheven en wordt de vermelding « § 1 » geschrapt. Art. A 56.

artikel XIII 96, § 2, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. A 57.

artikel XIII 99 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5, afdeling 3 is niet van toepassing op de stagiair. Zijn bovendien niet van toepassing op de stagiair van niveau A : de hoofdstukken 3 en 4. » Art. A 58. Artikel XIV 5, § 1,

  1. b)van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «
  2. b)onderhoud, bewaking en onthaal; » Art. A 59. Artikel XIV 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. A 60. Aan artikel XIV 40 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 10 toegevoegd, als volgt : « Afdeling 10. - Verlof na detachering Art. XIV 40bis.

zake het verlof na detachering geldt voor het contractuele personeelslid dezelfde regeling als voor de ambtenaar, zoals vermeld

artikel XI 66. » Art. A 61.

artikel XV 5 van hetzelfde besluit worden onder de vermelding « deel VIII, titel

  1. De evaluatie : » de woorden « Artikel VIII 15 : voor de eerste maal van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 » vervangen door de woorden « Artikel VIII 15 : het eerste evaluatiejaar loopt van 1 juli 1996 tot 31 december
  2. » Art. A
  3. De voorbereidende handelingen

zake evaluatie die gebeurden vóór 1 juli 1996 worden geacht te voldoen aan de ermee overeenstemmende bepalingen van dit besluit. Art. A 63. De algemene lijst van functioneringscriteria bedoeld

artikel VIII 8, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, gaat als bijlage I bij dit besluit. De lijst wordt als bijlage 13 toegevoegd aan het voormelde besluit van de Vlaamse regering. B. Dienst voor de Scheepvaart Art. B 1.

artikel II 6, a, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Dienst voor de Scheepvaart en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair »

gevoegd. Art. B 2.

artikel II 27 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de 3 maanden na de

werkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 23 september 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste 2 jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste drie jaar na zijn aanwijzing ». Art. B 3.

artikel V 13 van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. B 4.

artikel VI 8, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. B 5.

artikel VI 22 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de leidend ambtenaar een andere termijn bepaalt. Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld

het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » Art. B 6.

artikel VII 33 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van

werkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. B 7.

artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. B

  1. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. §
  3. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder

de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen.

het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden

de functie (het 'wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het 'hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen

bijlage 14 bij dit besluit; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar, en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd of de adjunct-leidend ambtenaar, of bij ontstentenis door de leidend ambtenaar, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en

uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst

rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich

de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. B

  1. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. B
  3. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. §
  5. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. §
  6. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3.

het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren

onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare

formatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt

zage

de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naasthogere rang. § 4.

gevolge onvoorziene wijzigingen

de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde worden aangepast. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de opdrachthouder voor human resources management. § 5. Na afloop van elke evaluatieperiode wordt de geëvalueerde uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Tijdens dit evaluatiegesprek geeft de geëvalueerde ook zijn eigen visie weer op zijn functioneren tijdens de evaluatieperiode. Het evaluatiegesprek wordt gevoerd tussen de geëvalueerde en één evaluator. Op verzoek van de geëvalueerde of één van zijn evaluatoren, gebeurt het evaluatiegesprek met de twee evaluatoren.

dien de ambtenaar van niveau D of E die behoort tot het exploitatiepersoneel of het logistiek personeel, hierom vraagt, wordt het evaluatiegesprek tevens gevoerd

aanwezigheid van een waarnemer van zijn keuze. § 6. Na het evaluatiegesprek wordt het definitieve beschrijvende evaluatieverslag opgesteld door de evaluatoren. Het beschrijvend evaluatieverslag omvat geen samenvattende waardering of einduitspraak over de geëvalueerde, behalve

dien de evaluatoren oordelen dat hij de vermelding « onvoldoende » verdient. De geëvalueerde kan zijn opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. » Art. B

  1. Artikel VIII 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Over elke ambtenaar wordt een jaarlijks

dividueel evaluatiedossier aangelegd. Het omvat : 1° de functiebeschrijving als relatief permanente basis;2° de beschrijving van de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren

de evaluatieperiode, zoals geformuleerd

het begin van deze periode, of gedurende deze periode zoals bedoeld

artikel VIII 10, § 4;3° de persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 14 en de opmerkingen die de ambtenaar erbij heeft geformuleerd;4° de uitslagen die de belanghebbende ambtenaar tijdens dat jaar heeft behaald

de loopbaanexamens;5° de definitieve beschrijvende evaluatieverslagen en hun bijlagen zoals bedoeld

artikel VIII 27 § 1;6° de beslissingen

beroep, bedoeld

artikel VIII 28 en VIII 29;7° de staat van tuchtstraffen uitgesproken

het evaluatiejaar, vermeld

artikel IX 26. Het evaluatiedossier is ter beschikking van alle

stanties bevoegd voor het

dividueel personeelsbeheer en van de opdrachthouder voor H.R.M.. » Art. B

  1. Artikel VIII 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 11, eerste lid, 3° handelen over de behaalde resultaten en/of over het functioneren. Zij handelen eventueel over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of

het gedrang brengen. Deze persoonlijke nota's omvatten een nauwkeurig relaas van gunstige of ongunstige feiten die als evaluatiegrond kunnen dienen. Telkens de evaluatoren dat nodig achten, of op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende ambtenaar, stellen de evaluatoren een persoonlijke nota op over feiten die hoogstens één maand voor de ondertekening van de nota plaatshadden. Een persoonlijke nota wordt eveneens opgemaakt telkens de ambtenaar gedurende een door de evaluatoren voldoende significant geachte periode ter beschikking wordt gesteld van een project. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van de persoonlijke nota. Elke persoonlijke nota wordt onmiddellijk aan de belanghebbende ambtenaar voorgelegd. Hij viseert dit document, krijgt er een afschrift van en beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn eventuele opmerkingen te formuleren.

dien de ambtenaar opmerkingen formuleert, dan worden deze aan de nota toegevoegd en opgenomen

het evaluatiedossier. » Art. B 13.

artikel VIII 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De evaluatie over het afgelopen evaluatiejaar heeft plaats

januari en februari van het volgende jaar. Het beschrijvend evaluatieverslag dient uiterlijk op 15 maart aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. De planning voor het nieuwe evaluatiejaar dient eveneens op dat tijdstip te zijn gefinaliseerd »; 2°

§ 2

, 2° worden de woorden « de te horen ambtenaren » vervangen door de woorden « de te bevragen ambtenaren ». Art. B

  1. Artikel VIII 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Met uitzondering van de adjunct-leidend ambtenaar worden alle ambtenaren van rang A2 en lager geëvalueerd door minstens twee hiërarchische meerderen. De evaluatoren behoren tot minstens twee verschillende rangen ». Art. B 15.

artikel VIII 18 van hetzelfde besluit wordt het woord « hoort » vervangen door het woord « bevraagt ». Art. B

  1. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Het afdelingshoofd en het staflid van rang A2 worden geëvalueerd door de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar ». Art. B
  3. Artikel VIII 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. Behalve

de gevallen bedoeld

artikel VIII 24 worden de andere ambtenaren van rang A2 en de ambtenaren van rang A1, niveau B, C, D en E geëvalueerd door minstens twee evaluatoren die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel VIII 17. » Art. B 18. Artikel VIII 21 tot en met VIII 23 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. B 19.

artikel VIII 24 van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt : « § 3. De ambtenaar die

de loop van de evaluatieperiode of op het evaluatietijdstip onder het functioneel gezag van een andere hiërarchische meerdere respectievelijk heeft gestaan of staat dan de hem overeenkomstig zijn affectatie toegewezen evaluatoren wordt geëvalueerd door deze laatsten, rekening houdend met artikel VIII 14, derde lid ». Art. B 20. Artikel VIII 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 25.

dien op het evaluatietijdstip blijkt dat één van de evaluatoren ontbreekt of nog geen opleiding opgelegd door artikel VIII 10 gevolgd heeft, dan wordt hij vervangen door een andere hiërarchische meerdere, aangeduid door de evaluatoren van de ontbrekende evaluator. » Art. B 21. Aan artikel VIII 26 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « onverminderd het derde lid van voormeld artikel ». Art. B 22.

artikel VIII 27, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 10, § 5 » vervangen door de woorden « artikel VIII 10, § 6 ». Art. B

  1. Aan artikel VIII 59 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
  2. De geslaagde voor één van de vergelijkende bekwaamheidsproeven bedoeld

§ 1

, eerste lid, behoudt onbeperkt het voordeel van zijn uitslag, tenzij het examenreglement het anders bepaalt. » Art. B 24.

artikel VIII 73 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « normale loopbaansnelheid » geschrapt;2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt : « Van 1 juli tot 30 juni wordt overeenkomstig de beslissingen van het eerste lid voor elke maand één maand bijgevoegd, een halve maand of een hele maand afgetrokken.» Art. B 25.

artikel VIII 93 wordt de datum « 30 juni 1997 » vervangen door de datum « 30 juni 2000 ». Art. B 26.

fine van artikel VIII 97, § 4, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor de

schaling

de salarisschaal E122 wordt voor de berekening van de schaalanciënniteit de graadanciënniteit van de graden van rang 43 (met

begrip van de afgeschafte graden) samengevoegd. ». Art. B 27. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 7.

afwijking van artikel XI 6 is de ambtenaar die deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking

dienstactiviteit en verliest hij zijn salaris enkel voor de duur van de afwezigheid. Art. B

  1. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  2. §
  3. De ambtenaar heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december. §
  4. Ter vervanging van de

§ 1

vermelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft de ambtenaar die niet

een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar. De ambtenaar die verplicht is om op één van de

§ 1

vermelde dagen of

de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar te werken ten gevolge van behoeften van de dienst, krijgt

evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen. § 3. De ambtenaar tewerkgesteld

continudienst die werkt of

rust is op de

§ 1

vermelde dagen krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen genomen worden. » Art. B 29.

artikel XI 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aanspraak maken op ouderschapsverlof » vervangen door de woorden « een aanvraag

dienen om ouderschapsverlof te krijgen »;2°

het vierde lid worden de woorden « 1ste lid » geschrapt. Art. B 30.

artikel XI 25, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « definitieve beroepsongeschiktheid » vervangen door de woorden « definitieve arbeidsongeschiktheid ». Art. B 31.

artikel XI 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de vrijstelling van arbeid van de zwangere ambtenaar die werkt

een schadelijk arbeidsmilieu, nadat vastgesteld werd dat geen aangepaste of andere arbeidsplaats mogelijk is.»; 2°

§ 2

wordt het woord « § 1 » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid, 1° tot en met 3° ». Art. B

  1. Aan artikel XI 36, § 3, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze nemen een beslissing binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep, zoniet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn voor de betrokkene ». Art. B
  2. Artikel XI 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  3. De ambtenaar van de

stelling krijgt verlof wanneer hij door een minister, staatssecretaris of een lid van de regering van een gemeenschap of gewest of een gouverneur van een Vlaamse provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad aangewezen wordt om een ambt uit te oefenen op zijn kabinet. De aanwijzing gebeurt na akkoord van de raad van bestuur ». Art. B 34.

artikel XI 77 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van één van die groepen ofwel bezoldigd door de

stelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering ofwel niet bezoldigd door de

stelling en wordt het salaris stopgezet

dien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt. » Art. B 35.

artikel XI 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering ». Art. B 36.

artikel XI 80 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering ». Art. B 37.

artikel XI 83, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. » Art. B 38.

artikel XI 93, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « zoals vermeld sub 1° en 2 ° » geschrapt. Art. B 39.

artikel XII 2, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « behalve bij ernstig vergrijp zoals bepaald

artikel IX 6 » geschrapt. Art. B 40.

artikel XIII 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

1° worden tussen de woorden « dienst van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

3° worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd.4°

3°, d), wordt het woord « EG-lidstaat » vervangen door « EU-lidstaat ». Art. B 41.

artikel XIII 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de periodes van afwezigheid wegens arbeidsongeval, ongeval naar of van het werk of beroepsziekte wanneer de ambtenaar tijdens zijn vorige prestaties als contractueel personeelslid, onder de wet viel van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten

de overheidssector. » Art. B 42.

artikel XIII 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, 1°, a), worden de woorden « Europese Gemeenschap » telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

§ 1

, 1°, a), worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

§ 1

, 2°, e), worden tussen het woord « Arbeid » en de woorden « werd opgericht » de woorden « en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening »

gevoegd. Art. B 43.

artikel XIII 11, § 2, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden « te boven gaan » en « niet

aanmerking » de woorden « alsmede van tijdelijke werkloosheid »

gevoegd. Art. B 44.

artikel XIII 13 van hetzelfde besluit worden de woorden « 1 januari 1995 » vervangen door de woorden « 1 januari 1994 ». Art. B 45.

artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 4

worden de twee laatste leden vervangen door wat volgt : « het rekenkundig resultaat van de bewerking wordt vervangen door : a) 15 dertigsten wanneer

een maand van : - 20 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 10; - 22 of 23 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 11; b) 15,5 dertigsten, wanneer

een maand van 23 werkdagen het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 12.»; 2°

§ 5

worden de woorden « berekend op het beginsalaris » toegevoegd aan de voorlaatste zin. Art. B 46.

artikel XIII 22 van hetzelfde besluit worden de woorden « gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 » geschrapt. Art. B 47.

artikel XIII 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

de §§ 1 en 2 worden na de woorden « van navolgende bepalingen » de woorden »vermeld onder dit hoofdstuk » geschrapt; § 3 wordt opgeheven. Art. B

  1. Artikel XIII 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII
  2. §
  3. Behoudens andersluidende bepalingen is de toelage niet verschuldigd

de volgende gevallen : -

het geval geen salaris wordt betaald; of -

het geval van een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt. § 2. § 1 geldt niet voor de toelagen bedoeld

hoofdstuk 5, afdeling 1, en

de hoofdstukken 6, 7 en 8 van deze titel. » Art. B 49. Artikel XIII 38 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. B 50.

artikel XIII 42, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het tweede lid, 2°, wordt het woord « eventueel » vervangen door de woorden «

voorkomend geval »;2°

het derde lid worden tussen de woorden « is het salaris dat hij » en de woorden « zou ontvangen » de woorden « op datum van zijn nuttige anciënniteit

zijn werkelijke graad »

gevoegd. Art. B 51.

artikel XIII 43 van het zelfde statuut wordt een tweede lid

gevoegd, luidend als volgt : « Onder jaarlijkse brutobezoldiging wordt verstaan het salaris,

voorkomend geval verhoogd met : - de bijslag

geval van gewaarborgde minimumbezoldiging; - de haard- en standplaatstoelage; - de toelage voor hoger ambt; - het geldelijk voordeel voor geslaagden voor overgangsexamens naar het andere niveau ». Art. B 52.

artikel XIII 50 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 4 vervangen door de volgende bepaling : « §

  1. De continu-diensten of diensten met een beurtrolsysteem, waar nu een andere regeling bestaat voor zaterdag-, zondags- en nachtpresaties, behouden deze regeling. » Art. B
  2. Artikel XIII 56, tweede lid van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. B 54.

artikel XIII 64 van hetzelfde besluit worden

de eerste zin de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. B

  1. Artikel XIII 75 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII
  2. Onverminderd artikel XIII 74, 2°, 3° en 4°, en artikel XIII 80 wordt, naargelang van het geval, wanneer niet tijdens het ganse referentie-jaar of de referentieperiode volledige prestaties werden verricht, het bedrag van het vakantiegeld en/of de eindejaarstoelage : a) bepaald op respectievelijk een twaalfde of een negende van het jaarbedrag voor elke prestatieperiode die een ganse maand beslaat;b) aangepast overeenkomstig artikel XIII 21, § 4 en artikel XIII 24.» Art. B 56.

artikel XIII 78 van het zelfde statuut worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. B 57.

artikel XIII 85 van het zelfde statuut wordt § 2 opgeheven en wordt de vermelding « § 1 » geschrapt. Art. B 58.

artikel XIII 86 § 2 van het zelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. B 59.

artikel XIII 89 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « §

  1. Hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5, afdeling 1, zijn niet van toepassing op de stagiair. Zijn bovendien niet van toepassing op de stagiair van niveau A : de hoofdstukken 3 en 4 en hoofdstuk 5, afdeling
  2. Art. B
  3. Artikel XIV 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. B
  4. Aan deel XIV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 10 toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling
  5. - Verlof na detachering. Art. XIV 40bis.

zake het verlof na detachering geldt voor het contractueel personeelslid dezelfde regeling als voor de ambtenaar, zoals vermeld

artikel XI 66. » Art. B 62.

artikel XV 5 van hetzelfde besluit worden onder de vermelding « deel VIII, titel 2 : De evaluatie : » de woorden « Artikel VIII 15 : voor de eerste maal van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 » vervangen door de woorden « Artikel VIII 15 : het eerste evaluatiejaar loopt van 1 juli 1996 tot 31 december 1996 ». Art. B 63. De salarisschaal C111 wordt gewijzigd, zoals opgenomen als bijlage II bij dit besluit. Deze gewijzigde salarisschaal vervangt de gelijknamige schaal, opgenomen

bijlage 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Dienst voor de Scheepvaart en de regeling van de rechtspositie van het personeel. Art. B 64. De algemene lijst van functioneringscriteria bedoeld

artikel VIII 8, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, gaat als bijlage III bij dit besluit. De lijst wordt als bijlage 14 toegevoegd aan het voormelde besluit van de Vlaamse regering. Art. B 65. De voorbereidende handelingen

zake evaluatie die gebeurden voor 1 juli 1996 worden geacht te voldoen aan de ermee overeenstemmende bepalingen van dit besluit. C.

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever Art. C 1.

artikel II 6, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair »

gevoegd. Art. C 2.

artikel II 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de 3 maanden na de

werkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 20 september 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste 2 jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste 3 jaar na zijn aanwijzing.» Art. C 3.

artikel V 7 van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. C 4.

artikel V 8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel V 6-2° » vervangen door de woorden « artikel V 5, 2° ». Art. C 5.

artikel VI 8, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. C 6.

artikel VI 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de Raad van Bestuur een andere termijn bepaalt.Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld

het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » 2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. C 7.

artikel VII 35 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van

werkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. C 8.

artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. C

  1. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. §
  3. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder

de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen.

het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden

de functie (het 'wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het 'hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen

bijlage 12 bij dit besluit; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en

uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst

rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich

de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. C

  1. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. C
  3. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. §
  5. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. §
  6. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3.

het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren

onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare

formatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt

zage

de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naasthogere rang. § 4.

gevolge onvoorziene wijzigingen

de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde aangepast worden. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de vormingsverantwoordelijke. §

  1. Na afloop van elke evaluatieperiode wordt de geëvalueerde uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Tijdens dit evaluatiegesprek geeft de geëvalueerde ook zijn eigen visie weer op zijn functioneren tijdens de evaluatieperiode. Het evaluatiegesprek wordt gevoerd tussen de geëvalueerde en één evaluator. Op verzoek van de geëvalueerde of één van zijn evaluatoren, gebeurt het evaluatiegesprek met de twee evaluatoren. §
  2. Na het evaluatiegesprek wordt het definitieve beschrijvende evaluatieverslag opgesteld door de evaluatoren. Het beschrijvend evaluatieverslag omvat geen samenvattende waardering of einduitspraak over de geëvalueerde, behalve

dien de evaluatoren oordelen dat hij de vermelding « onvoldoende » verdient. De geëvalueerde kan zijn opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. » Art. C

  1. Artikel VIII 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Over elke ambtenaar wordt een jaarlijks

dividueel evaluatiedossier aangelegd. Het omvat : 1° de functiebeschrijving als relatief permanente basis;2° de beschrijving van de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren

de evaluatieperiode, zoals geformuleerd

het begin van deze periode, of gedurende deze periode zoals bedoeld

artikel VIII 10, § 4;3° de persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 14 en de opmerkingen die de ambtenaar erbij heeft geformuleerd;4° de uitslagen die de belanghebbende ambtenaar tijdens dat jaar heeft behaald

de loopbaanexamens;5° de definitieve beschrijvende evaluatieverslagen en hun bijlagen zoals bedoeld

artikel VIII 26, § 1;6° de beslissing

beroep, bedoeld

artikel VIII 27;7° de staat van tuchtstraffen uitgesproken

het evaluatiejaar, vermeld

artikel IX 26. Het evaluatiedossier is ter beschikking van alle

stanties bevoegd voor het

dividueel personeelsbeheer en van de vormingsverantwoordelijke. » Art. C

  1. Artikel VIII 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 11, eerste lid, 3° handelen over de behaalde resultaten en/of over het functioneren. Zij handelen eventueel over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of

het gedrang brengen. Deze persoonlijke nota's omvatten een nauwkeurig relaas van gunstige of ongunstige feiten die als evaluatiegrond kunnen dienen. Telkens de evaluatoren dat nodig achten, of op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende ambtenaar, stellen de evaluatoren een persoonlijke nota op over feiten die hoogstens één maand voor de ondertekening van de nota plaatshadden. Een persoonlijke nota wordt eveneens opgemaakt telkens de ambtenaar gedurende een door de evaluatoren voldoende significant geachte periode ter beschikking wordt gesteld van een project. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van de persoonlijke nota. Elke persoonlijke nota wordt onmiddellijk aan de belanghebbende ambtenaar voorgelegd. Hij viseert dit document, krijgt er een afschrift van en beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn eventuele opmerkingen te formuleren.

dien de ambtenaar opmerkingen formuleert, dan worden deze aan de nota toegevoegd en opgenomen

het evaluatiedossier. » Art. C 14.

artikel VIII 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt « § 1.De evaluatie over het afgelopen evaluatiejaar heeft plaats

januari en februari van het volgende jaar. Het beschrijvend evaluatieverslag dient uiterlijk op 15 maart aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. De planning voor het nieuwe evaluatiejaar dient eveneens op dat tijdstip te zijn gefinaliseerd »; 2°

§ 2

, 2°, worden de woorden « de te horen leden van de raad van bestuur » vervangen door de woorden « de te bevragen leden van de raad van bestuur ». Art. C 15.

artikel VIII 17 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. C 16.

artikel VIII 19 van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 25 » vervangen door de woorden « artikel VIII 23 ». Art. C

  1. Artikel VIII 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Behalve

de gevallen bedoeld

artikel VIII 23 worden de ambtenaren van niveau B, C, D en E geëvalueerd door minstens twee evaluatoren die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel VIII 17. » Art.C 18. Artikel VIII 21 en VIII 22 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. C 19.

artikel VIII 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De ambtenaar die

de loop van de evaluatieperiode of op het evaluatietijdstip onder het functioneel gezag van een andere hiërarchische meerdere respectievelijk heeft gestaan of staat dan de hem overeenkomstig zijn affectatie toegewezen evaluatoren wordt geëvalueerd door deze laatsten, rekening houdend met artikel VIII 14, derde lid. » 2°

§ 4

, derde lid, worden de woorden « artikel II 15, §§ 2 en 3 » vervangen door de woorden « artikel II 14, §§ 2 en 3 ». Art. C 20. Artikel VIII 24 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 24.

dien op het evaluatietijdstip blijkt dat één van de evaluatoren ontbreekt of nog geen opleiding opgelegd door artikel VIII 10 gevolgd heeft, dan wordt hij vervangen door een andere hiërarchische meerdere, aangeduid door de evaluatoren van de ontbrekende evaluator. Art. C 21. Aan artikel VIII 25 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « onverminderd het derde lid van voormeld artikel ». Art. C 22.

artikel VIII 26, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 10, § 5 » vervangen door de woorden « artikel VIII 10, § 6 ». Art. C

  1. Aan artikel VIII 57 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
  2. De geslaagde voor één van de vergelijkende bekwaamheidsproeven bedoeld

§ 1

, eerste lid, behoudt onbeperkt het voordeel van zijn uitslag, tenzij het examenreglement het anders bepaalt. » Art. C 24.

artikel VIII 70, § 4, 2°, c, van hetzelfde besluit wordt de verwijzing naar artikel IX 7 vervangen door de verwijzing naar artikel IX 4. Art. C 25.

artikel VIII 71 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « normale loopbaansnelheid » geschrapt;2°

het derde lid worden de woorden « rang A1 » vervangen door de woorden « niveau A »;3° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt : « Van 1 juli tot 30 juni wordt overeenkomstig de beslissingen van het eerste lid voor elke maand één maand bijgevoegd, een halve maand of een hele maand afgetrokken.» Art. C 26.

artikel VIII 83 van hetzelfde besluit worden na de woorden « het eerstvolgende vergelijkend bevorderingsexamen dat » de woorden « per gevraagde specialiteit«

gevoegd. Art. C 27.

artikel VIII 86, § 1, van hetzelfde besluit wordt de verwijzing naar artikel VIII 72, § 1, vervangen door de verwijzing naar artikel VIII 72, 2°. Art. C 28.

artikel VIII 86, § 2 van hetzelfde besluit wordt de verwijzing naar artikel VIII 72, § 1, 8°, vervangen door de verwijzing naar artikel VIII 72, 8°. Art. C 29.

deel VIII, titel 9, hoofdstuk 3. De hiërarchische loopbaan van de ambtenaar van hetzelfde besluit wordt een artikel VIII 84bis

gevoegd, luidend als volgt : « De ambtenaar die geslaagd is

een bevorderingsexamen naar de graad van brigadier of brigadiersassenier behoudt zijn rechten op bevordering naar de graad van technicus; bij bevordering verkrijgt deze de salarisschaal C 123. » Art. C 30. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 7.

afwijking van artikel XI 6 is de ambtenaar die deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking

dienstactiviteit en verliest hij zijn salaris enkel voor de duur van de afwezigheid. » Art. C

  1. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  2. §
  3. De ambtenaar heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december. §
  4. Ter vervanging van de

§ 1

vermelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft de ambtenaar die niet

een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar. De ambtenaar die verplicht is om op één van de

§ 1

vermelde dagen of

de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar te werken ten gevolge van behoeften van de dienst, krijgt

evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen. § 3. De ambtenaar tewerkgesteld

continudienst die werkt of

rust is op de

§ 1

vermelde dagen krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen genomen worden. » Art. C 32.

artikel XI 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aanspraak maken op ouderschapsverlof » vervangen door de woorden « een aanvraag

dienen om ouderschapsverlof te krijgen »;2°

het vierde lid worden de woorden « eerste lid » geschrapt. Art. C 33.

artikel XI 25, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « definitieve beroepsongeschiktheid » vervangen door de woorden « definitieve arbeidsongeschiktheid ». Art. C 34.

artikel XI 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de vrijstelling van arbeid van de zwangere ambtenaar die werkt

een schadelijk arbeidsmilieu, nadat vastgesteld werd dat geen aangepaste of andere arbeidsplaats mogelijk is »;2°

§ 2

wordt het woord « § 1 » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°.» Art. C 35.

artikel XI 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 3, laatste lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « Die neemt een beslissing binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep, zoniet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn voor de betrokkene »;2°

§ 5

worden de woorden « van niveau A » vervangen door de woorden « die een graad heeft van rang A2 die belast is met de leiding van een organisatorische eenheid ». Art. C

  1. Aan artikel XI 41, § 1, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « die de leeftijd van vijftig jaar heeft bereikt en voor de ambtenaar van rang A2 die twee kinderen heeft die nog niet de leeftijd van 15 jaar bereikt hebben ». Art. C
  2. Artikel XI 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  3. De ambtenaar van de

stelling krijgt verlof wanneer hij door een minister, staatssecretaris of een lid van de regering van een gemeenschap of gewest of een gouverneur van een Vlaamse provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad aangewezen wordt om een ambt uit te oefenen op zijn kabinet. De aanwijzing gebeurt na akkoord van de raad van bestuur. » Art. C 38.

artikel XI 77 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van één van die groepen ofwel bezoldigd door de

stelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering ofwel niet bezoldigd door de

stelling en wordt het salaris stopgezet

dien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt. » Art. C 39.

artikel XI 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. C 40.

artikel XI 80 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. C 41.

artikel XI 83, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. » Art. C 42.

artikel XI 93, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « zoals vermeld sub 1° en 2° » geschrapt. Art. C 43.

artikel XI 95 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt opgeheven;2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Wanneer een ambtenaar of een stagiair van de

stelling met toepassing van het decreet van 30 november 1988 tot

stelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de openbare

stellingen of publiekrechtelijke verenigingen die van de Vlaamse Gemeenschap afhangen of met toepassing van het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende

stelling van een regime van politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse regering die een mandaat als lid van de Vlaamse Raad of de Vlaamse regering uitoefenen verlof krijgt, beslist de tot benoemen bevoegde overheid of de betrekking waarvan de betrokkene titularis is als vacant moet worden beschouwd. Hierbij wordt er rekening gehouden met de behoeften van de dienst. Zij kan die beslissing nemen zodra de ambtenaar vier jaar afwezig is en wat het

het bijzonder decreet van 26 juni 1995 bedoelde verlof betreft, bij de aanvang van een tweede bij het eerste aansluitend mandaat. » 3° de woorden « § 3.Aan de

§ 2genoemde beslissing » worden vervangen door de woorden « § 2.

Aan de

§ 1genoemde beslissing ».

Art. C 44.

artikel XII 2, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « , behalve bij ernstig vergrijp zoals bepaald

artikel IX 6 » geschrapt. Art. C 45.

artikel XIII 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

1° worden tussen de woorden « dienst van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

3° worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd.4°

3° d) wordt het woord « EG-lidstaat » vervangen door « EU-lidstaat.» Art. C 46.

artikel XIII 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de periodes van afwezigheid wegens arbeidsongeval, ongeval naar of van het werk of beroepsziekte wanneer de ambtenaar tijdens zijn vorige prestaties als contractueel personeelslid, onder de wet viel van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten

de overheidssector. » Art. C 47.

artikel XIII 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, 1°, a), worden de woorden « Europese Gemeenschap » telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

§ 1

, 1°, a), worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

§ 1

, 2°, e), worden tussen het woord « Arbeid » en de woorden « werd opgericht » de woorden « en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening »

gevoegd; Art. C 48.

artikel XIII 11, § 2, van hetzelfde besluit « alsmede van tijdelijke werkloosheid »

gevoegd tussen de woorden « te boven gaan » en « niet

aanmerking ». Art. C 49.

artikel XIII 19, § 2, van hetzelfde besluit wordt de verwijzing naar artikel V 17 vervangen door de verwijzing naar artikel V 8. Art. C 50.

artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 4

worden de twee laatste leden vervangen door wat volgt : « Het rekenkundig resultaat van de bewerking wordt vervangen door : a) 15 dertigsten wanneer

een maand van : - 20 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 10; - 22 of 23 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 11; b) 15,5 dertigsten, wanneer

een maand van 23 werkdagen het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 12.» 2°

§ 5

worden de woorden « berekend op het beginsalaris » toegevoegd

fine van de voorlaatste zin, na de woorden « ambtshalve nalatigheidsintresten ». Art. C 51.

artikel XIII 22, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede « gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 » geschrapt. Art. C 52.

artikel XIII 25, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de §§ 1 en 2 worden na de woorden « van navolgende bepalingen » de woorden « vermeld onder dit hoofdstuk » geschrapt;2° § 3 wordt opgeheven; Art. C

  1. Artikel XIII 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII
  2. §
  3. Behoudens andersluidende bepalingen is de toelage niet verschuldigd : -

het geval geen salaris wordt betaald; of -

het geval van een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt. » § 2. § 1 geldt niet voor de toelagen bedoeld

de hoofdstukken 5, 6 en

  1. » Art. C
  2. Artikel XIII 38 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. C 55.

artikel XIII 42, § 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het tweede lid, 2°, wordt het woord « eventueel » vervangen door de woorden «

voorkomend geval »;2°

het derde lid worden tussen de woorden « is het salaris dat hij » en de woorden « zou ontvangen » de woorden « op datum van zijn nuttige anciënniteit

zijn werkelijke graad«

gevoegd. Art. C 56.

artikel XIII 45 van het zelfde statuut wordt een tweede lid

gevoegd, luidend als volgt : « Onder jaarlijkse brutobezoldiging wordt verstaan het salaris,

voorkomend geval verhoogd met : - de bijslag

geval van gewaarborgde minimumbezoldiging; - de haard- en standplaatstoelage; - de toelage voor hoger ambt; - het geldelijk voordeel voor geslaagden voor overgangsexamens naar het andere niveau. Art. C 57.

artikel XIII 52 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 4 vervangen door de volgende bepaling : « § 4. De continudiensten of diensten met een beurtrolsysteem, waar nu een andere regeling bestaat voor zaterdag-, zondags- en nachtpresaties, behouden deze regeling. » Art. C 58.

artikel XIII 57 van hetzelfde besluit worden

de eerste zin de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. C 59.

artikel XIII 62 van hetzelfde besluit, worden de bedragen « 621.035 fr. en 710.081 fr. » telkens vervangen door respectievelijk de bedragen « 643.035 fr. en 732.081 fr. » Art. C

  1. Artikel XIII 68 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII
  2. Onverminderd artikel XIII 67, 2°, 3° en 4°, en artikel XIII 73 wordt, naar gelang van het geval, wanneer niet tijdens het ganse referentiejaar of de referentieperiode volledige prestaties werden verricht, het bedrag van het vakantiegeld en/of de eindejaarstoelage : a) bepaald op respectievelijk een twaalfde of een negende van het jaarbedrag voor elke prestatieperiode die een ganse maand beslaat;b) aangepast overeenkomstig artikel XIII 21, § 4, en artikel 24.» Art. C 61.

artikel XIII 71, § 2, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid, worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid ». Art. C 62.

artikel XIII 78 van het zelfde statuut wordt § 2 opgeheven en wordt de vermelding « § 1 » geschrapt. Art. C 63.

artikel XIII 79, § 2, van het zelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid, worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid ». Art. C 64.

artikel XIII 82 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door de volgende bepaling : « §

  1. Hoofdstuk 2 is evenwel niet van toepassing op de stagiair. Zijn bovendien niet van toepaasing op de stagiair van niveau A : de hoofdstukken 3 en
  2. » Art. C
  3. Artikel XIII 110, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft geen recht op de toelagen voor afmattend, ongezond of gevaarlijk werk bedoeld

artikel 36 van het koninklijk besluit van 31 juli 1975 tot vaststelling van het geldelijk statuut en van sommige bepalingen van het administratief statuut van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 april 1985. » Art. C 66.

hetzelfde besluit wordt onder titel 6 « Overgangsbepalingen » een artikel XIII 112

gevoegd luidend als volgt : « XIII

  1. §
  2. Het personeelslid dat uiterlijk 31 december 1994 bij Imalso

dienst kwam en dat

de periode van 1 januari 1995 tot 31 december 1998 er uit dienst trad, ontvangt het salaris pro rata van 24 werkdagen verlof. § 2. Voor het personeelslid dat

de loop van 1994 bij Imalso

dienst kwam, wordt het aantal dagen waarvan sprake

het vorige lid, herleid tot het aantal gewerkte maanden

  1. » Art. C
  2. Artikel XIV 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. C
  3. Aan deel XIV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 10 toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling
  4. - Verlof na detachering Art. XIV 38bis.

zake het verlof na detachering geldt voor het contractueel personeelslid dezelfde regeling als voor de ambtenaar, zoals vermeld

het artikel XI 66. » Art. C 69.

deel XIV, titel 4, hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit wordt artikel XIV 47bis

gevoegd dat luidt als volgt : « Art. XIV 47bis. De overgangsregeling vermeld

artikel XIII 112 is van toepassing op het contractueel personeelslid. » Art. C 70.

artikel XV 1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « 1 juni 1996 » vervangen door de woorden « 1 juli 1996 ». Art. C 71.

artikel XV 5 van hetzelfde besluit worden onder de vermelding « deel VIII, Titel

  1. De evaluatie : 1 januari 1995 » de woorden « Artikel VIII 15 : voor de eerste maal van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 » vervangen door de woorden « Artikel VIII 15 : het eerste evaluatiejaar loopt van 1 juli 1996 tot 31 december
  2. » Art. C 72.

bijlage 6 van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 41, § 4 » vervangen door de woorden « artikel VIII 38, § 4 ». Art. C 73. De salarisschaal C200 wordt gewijzigd, zoals opgenomen als bijlage IV bij dit besluit. Deze gewijzigde salarisschaal vervangt de gelijknamige schaal, opgenomen

bijlage 9 van besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de regeling van de rechtspositie van het personeel. Art. C 74. De algemene lijst van functioneringscriteria bedoeld

artikel VIII 8, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, gaat als bijlage V bij dit besluit. De lijst wordt als bijlage 12 toegevoegd aan het voormelde besluit van de Vlaamse regering. Art. C 75. De voorbereidende handelingen

zake evaluatie die gebeurden voor 1 juli 1996 worden geacht te voldoen aan de ermee overeenstemmende bepalingen van dit besluit. D. Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen Art. D 1.

artikel II 6, a, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair »

gevoegd. Art. D 2.

artikel II 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de drie maanden na de

werkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 29 september 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste twee jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste drie jaar na zijn aanwijzing ». Art. D 3.

artikel V 6, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « of

een gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « of

een graad van dezelfde rang ». Art. D 4.

artikel VI 8, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. D 5.

artikel VI 22 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de leidend ambtenaar een andere termijn bepaalt. Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld

het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » Art. D 6.

artikel VII 32 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van

werkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. D 7.

artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. D

  1. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. §
  3. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder

de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen.

het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden

de functie (`het wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het `hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen

bijlage 14 bij dit besluit; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar, en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd of de adjunct-leidend ambtenaar, of bij ontstentenis door de leidend ambtenaar, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en

uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst

rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich

de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. D

  1. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. D
  3. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. §
  5. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. §
  6. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3.

het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren

onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare

formatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt

zage

de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naasthogere rang. § 4.

gevolge onvoorziene wijzigingen

de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde aangepast worden. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de opdrachthouder voor H.R.M. § 5. Na afloop van elke evaluatieperiode wordt de geëvalueerde uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Tijdens dit evaluatiegesprek geeft de geëvalueerde ook zijn eigen visie weer op zijn functioneren tijdens de evaluatieperiode. Het evaluatiegesprek wordt gevoerd tussen de geëvalueerde en één evaluator. Op verzoek van de geëvalueerde of één van zijn evaluatoren, gebeurt het evaluatiegesprek met de twee evaluatoren. Voor de ambtenaar van niveau D of E die belast is met exploitatietaken wordt het evaluatiegesprek tevens gevoerd

aanwezigheid van een waarnemer

dien de ambtenaar dit vraagt. § 6. Na het evaluatiegesprek wordt het definitief beschrijvende evaluatieverslag opgesteld door de evaluatoren. Het beschrijvend evaluatieverslag omvat geen samenvattende waardering of einduitspraak over de geëvalueerde, behalve

dien de evaluatoren oordelen dat hij de vermelding « onvoldoende » verdient. De geëvalueerde kan zijn opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. » Art. D

  1. Artikel VIII 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Over elke ambtenaar wordt een jaarlijks

dividueel evaluatiedossier aangelegd. Het omvat : 1° de functiebeschrijving als relatief permanente basis;2° de beschrijving van de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren

de evaluatieperiode, zoals geformuleerd

het begin van deze periode, of gedurende deze periode zoals bedoeld

artikel VIII 10, § 4;3° de persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 14 en de opmerkingen die de ambtenaar erbij heeft geformuleerd;4° de uitslagen die de belanghebbende ambtenaar tijdens dat jaar heeft behaald

de loopbaanexamens;5° de definitieve beschrijvende evaluatieverslagen en hun bijlagen zoals bedoeld

artikel VIII 27, § 1;6° de beslissingen

beroep, bedoeld

artikel VIII 28 en VIII 29;7° de staat van tuchtstraffen uitgesproken

het evaluatiejaar, vermeld

artikel IX 26. Het evaluatiedossier is ter beschikking van alle

stanties bevoegd voor het

dividueel personeelsbeheer en van de opdrachthouder voor H.R.M. » Art. D

  1. Artikel VIII 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De persoonlijke nota's bedoeld

artikel VIII 11, eerste lid, 3°, handelen over de behaalde resultaten en/of over het functioneren. Zij handelen eventueel over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of

het gedrang brengen. Deze persoonlijke nota's omvatten een nauwkeurig relaas van gunstige of ongunstige feiten die als evaluatiegrond kunnen dienen. Telkens de evaluatoren dat nodig achten, of op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende ambtenaar, stellen de evaluatoren een persoonlijke nota op over feiten die hoogstens één maand voor de ondertekening van de nota plaatshadden. Een persoonlijke nota wordt eveneens opgemaakt telkens de ambtenaar gedurende een door de evaluatoren voldoende significant geachte periode ter beschikking wordt gesteld van een project. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van de persoonlijke nota. Elke persoonlijke nota wordt onmiddellijk aan de belanghebbende ambtenaar voorgelegd. Hij viseert dit document, krijgt er een afschrift van en beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn eventuele opmerkingen te formuleren.

dien de ambtenaar opmerkingen formuleert, dan worden deze aan de nota toegevoegd en opgenomen

het evaluatiedossier. » Art. D 13.

artikel VIII 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt « § 1.De evaluatie over het afgelopen evaluatiejaar heeft plaats

januari en februari van het volgende jaar. Het beschrijvend evaluatieverslag dient uiterlijk op 15 maart aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. De planning voor het nieuwe evaluatiejaar dient eveneens op dat tijdstip te zijn gefinaliseerd »; 2°

§ 2

, 2° worden de woorden « de te horen ambtenaren » vervangen door de woorden « de te bevragen ambtenaren ». Art. D

  1. Artikel VIII 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. Met uitzondering van de adjunct-leidend ambtenaar worden alle ambtenaren van rang A2 en lager geëvalueerd door minstens twee hiërarchische meerderen. De evaluatoren behoren tot minstens twee verschillende rangen. » Art. D
  3. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. Het afdelingshoofd en het staflid van rang A2 worden geëvalueerd door de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar. » Art. D
  5. Artikel VIII 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  6. Behalve

de gevallen bedoeld

artikel VIII 24 worden de andere ambtenaren van rang A2 en de ambtenaren van rang A1, niveau B, C, D en E, geëvalueerd door minstens twee evaluatoren die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel VIII 17. » Art. D 17. Artikel VIII 21 tot en met VIII 23 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. D 18.

artikel VIII 24 van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt : « § 3. De ambtenaar die

de loop van de evaluatieperiode of op het evaluatietijdstip onder het functioneel gezag van een andere hiërarchische meerdere respectievelijk heeft gestaan of staat dan de hem overeenkomstig zijn affectatie toegewezen evaluatoren wordt geëvalueerd door deze laatsten, rekening houdend met artikel VIII 14, derde lid. » Art. D 19. Artikel VIII 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 25.

dien op het evaluatietijdstip blijkt dat één van de evaluatoren ontbreekt of nog geen opleiding opgelegd door artikel VIII 10 gevolgd heeft, dan wordt hij vervangen door een andere hiërarchische meerdere, aangeduid door de evaluatoren van de ontbrekende evaluator. » Art. D 20. Aan artikel VIII 26 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « , onverminderd het derde lid van voormeld artikel ». Art. D 21.

artikel VIII 27, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 10, § 5 » vervangen door de woorden « artikel VIII 10, § 6 ». Art. D

  1. Aan artikel VIII 59 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
  2. De geslaagde voor één van de vergelijkende bekwaamheidsproeven bedoeld

§ 1

, eerste lid, behoudt onbeperkt het voordeel van zijn uitslag, tenzij het examenreglement het anders bepaalt. » Art. D 23.

artikel VIII 73 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « normale loopbaansnelheid » geschrapt;2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt : « Van 1 juli tot 30 juni wordt overeenkomstig de beslissingen van het eerste lid voor elke maand één maand bijgevoegd, een halve maand of een hele maand afgetrokken.» Art. D 24.

artikel VIII 74 § 1 van het zelfde besluit worden de volgende vermeldingen

gevoegd : - onder 5

  1. a): « C131 C132 »; - onder 5
  2. b): « C132 C133 ». Art. D 25.

artikel VIII 94 van hetzelfde besluit wordt -

§ 4

het volgend lid toegevoegd : «

afwijking van § 1 wordt de schaal-anciënniteit van de ambtenaar die vóór zijn

schaling overeenkomstig bijlage 9

de graad van technisch hoofdassistent, titularis was van de graad van leidend speciaal klerk- ontvanger, berekend op basis van de som van de graadanciënniteiten van leidend speciaal klerk-ontvanger en hoofdklerk-typist; ». Art. D 26. Aan artikel VIII 95 van hetzelfde besluit wordt volgend lid toegevoegd : « De personeelsleden die met de graad van adjunct-havenkapitein (rang 24) zijn bekleed en die geacht worden titularis te zijn van het diploma van licentiaat

de nautische wetenschappen,

toepassing van artikel 84 van het decreet betreffende het Onderwijs IV van 28 april 1993, worden ambtshalve benoemd

de graad van adjunct-havenkapitein (rang 10).» Art. D 27. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 7.

afwijking van artikel XI 6 is de ambtenaar die deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking

dienstactiviteit en verliest hij zijn salaris enkel voor de duur van de afwezigheid. » Art. D

  1. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  2. §
  3. De ambtenaar heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december. §
  4. Ter vervanging van de

§ 1

vermelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft de ambtenaar die niet

een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar. De ambtenaar die verplicht is om op één van de

§ 1

vermelde dagen of

de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar te werken ten gevolge van behoeften van de dienst, krijgt

evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen. § 3. De ambtenaar tewerkgesteld

continudienst die werkt of

rust is op de

§ 1

vermelde dagen krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantie kunnen genomen worden. » Art. D 29.

artikel XI 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aanspraak maken op ouderschapsverlof » vervangen door de woorden « een aanvraag

dienen om ouderschapsverlof te krijgen »;2°

het vierde lid worden de woorden « eerste lid » geschrapt. Art. D 30.

artikel XI 25, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « definitieve beroepsongeschiktheid » vervangen door de woorden « definitieve arbeidsongeschiktheid ». Art. D 31.

artikel XI 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de vrijstelling van arbeid van de zwangere ambtenaar die werkt

een schadelijk arbeidsmilieu, nadat vastgesteld werd dat geen aangepaste of andere arbeidsplaats mogelijk is »;2°

§ 2

wordt het woord « § 1 » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid, 1° tot en met 3° ». Art. D

  1. Aan artikel XI 36, § 3, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze laatste neemt een beslissing binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst vanhet advies van de raad van beroep, zoniet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn voor de betrokkene ». Art. D
  2. Artikel XI 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI
  3. De ambtenaar van de

stelling krijgt verlof wanneer hij door een minister, staatssecretaris of een lid van de regering van een gemeenschap of gewest of een gouverneur van een Vlaamse provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad aangewezen wordt om een ambt uit te oefenen op zijn kabinet. De aanwijzing gebeurt na akkoord van de raad van bestuur. » Art. D 34.

artikel XI 77 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van één van die groepen ofwel bezoldigd door de

stelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering ofwel niet bezoldigd door de

stelling en wordt het salaris stopgezet

dien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt. » Art. D 35.

artikel XI 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. D 36.

Artikel XI 80 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. D 37.

artikel XI 83, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. » Art. D 38.

artikel XI 93, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « zoals vermeld sub 1° en 2° » geschrapt. Art. D 39.

artikel XIII 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

1° worden tussen de woorden « dienst van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

3° worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;4°

3°, d), wordt het woord « EG-lidstaat » vervangen door « EU-lidstaat.» Art. D 40.

artikel XIII 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de periodes van afwezigheid wegens arbeidsongeval, ongeval naar of van het werk of beroepsziekte wanneer de ambtenaar tijdens zijn vorige prestaties als contractueel personeelslid, onder de wet viel van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten

de overheidssector. » Art. D 41.

artikel XIII 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2°

§ 1

,1°, a) worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de »

gevoegd;3°

§ 1

, 2°, e) worden tussen het woord « Arbeid » en de woorden « werd opgericht » de woorden « en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening »

gevoegd. Art. D 42.

artikel XIII 11, § 2, van hetzelfde besluit « alsmede van tijdelijke werkloosheid »

gevoegd tussen de woorden « te boven gaan » en « niet

aanmerking ». Art. D 43. Artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

fine van § 4 wordt de volgende bepaling

gevoegd : « Het rekenkundig resultaat van de bewerking wordt vervangen door : a) 15 dertigsten wanneer

een maand van : - 20 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 10; - 22 of 23 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 11; b) 15,5 dertigsten, wanneer

een maand van 23 werkdagen het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 12.»; 2° aan § 5, voorlaatste zin worden de volgende woorden toegevoegd : « berekend op het beginsalaris ». Art. D 44.

artikel XIII 22, 1e lid, van hetzelfde besluit worden na de woorden « aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld » de woorden « gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 » geschrapt. Art. D 45.

artikel XIII 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de §§ 1 en 2 worden na de woorden « van navolgende bepalingen » de woorden « vermeld onder dit hoofdstuk » geschrapt;2° § 3 wordt opgeheven. Art. D 46.

artikel XIII 32, § 2, van hetzelfde besluit worden na hoofdmedewerker de volgende vermeldingen

gevoegd : Havenverkeersleider na 8 jaar schaalanciënniteit

C131 C132; na 10 jaar schaalanciënniteit

C132 C

  1. Art. D
  2. Artikel XIII 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII
  3. §
  4. Behoudens andersluidende bepalingen is de toelage niet verschuldigd : -

hetgeval geen salaris wordt betaald; of -

het geval van een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt. § 2. § 1 geldt niet voor de toelagen bedoeld

de hoofdstukken 5, 6 en 7 van deze titel. » Art. D 48. Artikel XIII 38 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. D 49.

artikel XIII 42 § 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

2° wordt het woord « eventueel » vervangen door de woorden «

voorkomend geval »;2°

het 3e lid worden tussen de woorden « is het salaris dat hij » en de woorden « zou ontvangen » de woorden « op de datum van zijn laatste nuttige anciënniteit

zijn werkelijke graad »

gevoegd. Art. D 50.

artikel XIII 45 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid

gevoegd, luidend als volgt : « Onder jaarlijkse brutobezoldiging wordt verstaan het salaris,

voorkomend geval verhoogd met : - de bijslag

geval van gewaarborgde minimumbezoldiging; - de haard- en standplaatstoelage; - de toelage voor hoger ambt; - het geldelijk voordeel voor geslaagden voor overgangsexamens naar "het andere niveau". » Art. D 51.

artikel XIII 52 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 4 vervangen door de volgende bepaling : « § 4. De continu-diensten of diensten met een beurtrolsysteem, waar nu een andere regeling bestaat voor zaterdag-, zondags- en nachtpresaties, behouden deze regeling. » Art. D 52.

artikel XIII 57 van hetzelfde besluit worden

de eerste zin de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau. » Art. D

  1. Artikel XIII 68 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII
  2. Onverminderd artikel XIII 67, 2°, 3° en 4° en artikel XIII 73 wordt, naargelang het geval, wanneer niet tijdens het ganse referentiejaar of de referentieperiode volledige prestaties werden verricht, het bedrag van het vakantiegeld en/of de eindejaarstoelage : a) bepaald op respectievelijk een twaalfde of een negende van het jaarbedrag voor elke prestatieperiode die een ganse maand beslaat;b) aangepast overeenkomstig artikel XIII 21, § 4, en artikel XIII 24 ». Art. D 54.

artikel XIII 71 van het zelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. D 55.

artikel XIII 78 van hetzelfde statuut wordt § 2 opgeheven en wordt de vermelding « § 1 » geschrapt. Art. D 56.

artikel XIII 79 § 2 van het zelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2°

1° wordt een vierde lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. D 57.

artikel XIII 82 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « §

  1. Hoofdstuk 2 is niet van toepassing op de stagiair.Zijn bovendien niet van toepassing op de stagiair van niveau A : de hoofdstukken 3 en
  2. » Art. D 58.

hetzelfde besluit wordt een artikel XIII 100bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 100bis.Voor de havenkapitein benoemd op 19 juni 1991 en de adjunct-havenkapitein (rang 10), bedoeld

artikel VIII 95, zevende lid worden de voltijdse voorgaande prestaties als adjunct-havenkapitein (rang 24) geacht gepresteerd te zijn

niveau 1 en aangerekend

de groep B (« klasse 24 jaar »). » Art. D

  1. Artikel XIV 19 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. D
  2. Aan deel XIV, titel 3, hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 10 toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling
  3. Verlof na detachering. Art. XIV 39bis.

zake het verlof na detachering geldt voor het contractueel personeelslid dezelfde regeling als voor de ambtenaar, zoals vermeld

het artikel XI 66 ». Art. D 61.

artikel XIV 42 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Het contractuele hulppersoneel vermeld

het artikel XIV 5, § 2, wordt bezoldigd overeenkomstig de salarisschaal E 111. » Art. D 62.

artikel XV 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° onder de vermelding « deel VIII, titel 2 : De evaluatie » worden de woorden « Artikel VIII 15 : voor de eerste maal van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 » vervangen door de woorden : « Artikel VIII 15 : het eerste evaluatiejaar loopt van 1 juli 1996 tot 31 december 1996 »;2° onder de vermelding « deel VIII, de administratieve loopbaan » wordt na de woorden « Artikel VIII 78 : 1 januari 1997 » het volgende lid toegevoegd : « Titel 8 : Overgangs- en Opheffingsbepalingen Artikel VIII 95, laatste lid : 1 juni 1993 »;3° onder de vermelding « deel XIII, titel 5 : « Overgangs-, opheffings- en Slotbepalingen » : « Artikel XIII 100bis : 1 juni 1993.» Art. D 63.

bijlage 5 van hetzelfde besluit wordt onder de rubriek « niveau C, rang C1 » na het woord « technicus » het woord « havenverkeersleider « toegevoegd. Art. D 64.

bijlage 7 van hetzelfde besluit worden onder de vermeldingen met betrekking tot de graad « C1 technicus » de volgende vermeldingen

gevoegd

de overeenstemmende kolommen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. D 65. De algemene lijst van functioneringscriteria, bedoeld

artikel VIII 8, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, wordt gevoegd als bijlage VI bij dit besluit. De lijst wordt als bijlage 14 toegevoegd aan het voormelde besluit van de Vlaamse regering. Art. D 66. De voorbereidende handelingen

zake evaluatie die gebeurden vóór 1 juli 1996 worden geacht te voldoen aan de ermee overeenstemmende bepalingen van dit besluit. E. Naamloze Vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen Art. E 1.

artikel II 6, a), van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair » toegevoegd. Art. E 2.

artikel II 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de 3 maanden na de

werkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « binnen het jaar na de bekendmaking van dit besluit

het Belgisch Staatsblad »;2° de woorden « binnen de eerste twee jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste drie jaar na zijn aanwijzing ». Art. E 3.

artikel V 6 van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. E 4.

artikel VI 8, laatste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. E 5.

artikel VI 22 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de leidend ambtenaar een andere termijn bepaalt. Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld

het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om dienstredenen. » Art. E 6.

artikel VII 33 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van

werkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. E 7.

artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. E

  1. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. §
  3. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder

de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen.

het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden

de functie (het 'wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het 'hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen

een algemene lijst die als bijlage 12 bij dit besluit wordt gevoegd; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar, en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd of de adjunct-leidend ambtenaar, of bij ontstentenis door de leidend ambtenaar, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en

uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst

rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich

de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. E

  1. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  2. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. E
  3. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII
  4. §
  5. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. §
  6. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3.

het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren

onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare

formatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt

zage

de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naasthogere rang. § 4.

gevolge onvoorziene wijzigingen

de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde aangepast worden. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de vormingsverantwoordelijke. § 5. Na afloop van elke evaluatie

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.