← België

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van de personeelsstatuten van sommige Vlaamse openbare instellingen

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse regering wijzigt de personeelsstatuten van verschillende Vlaamse openbare instellingen. Het gaat voornamelijk over aanpassingen in de regels rond personeelsbeheer, zoals evaluaties en aanwervingen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
14 APRIL 2000. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van de personeelsstatuten van sommige Vlaamse openbare instellingen De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11, § 1, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993; Gelet op de wet van 17 mei 1976 tot oprichting van een Dienst voor de Scheepvaart en een « Office de la Navigation », inzonderheid op artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 1998; Gelet op het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid, inzonderheid op artikel 24, § 1, 44, § 1, en 45; Gelet op het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, inzonderheid op artikel 57; Gelet op het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op artikel 32, § 1; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende organisatie van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Dienst voor de Scheepvaart en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 houdende organisatie van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 houdende organisatie van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 12 juni 1995 houdende organisatie van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de regeling van de rechtspositie van het personeel; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel, gegeven op 28 juni 1996 en 15 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, gegeven op 30 augustus 1996 en 15 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, gegeven op 10 juli 1996 en 14 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie, gegeven op 20 november 1996; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen, gegeven op 10 september 1996 en 28 april 1999; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart, gegeven op 21 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, gegeven op 1 juli 1996, 5 december 1996, 6 februari 1997 en 15 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Dienst voor de Scheepvaart, gegeven op 3 juli 1996 en 7 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen, gegeven op 4 september 1996 en 19 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie, gegeven op 5 november 1996 en 29 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, gegeven op 3 december 1996 en 13 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever, gegeven op 21 maart 1997; Gelet op het advies van de directieraad van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel, gegeven op 25 november 1997 en 13 april 1999; Gelet op het advies van de directieraad van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, gegeven op 14 juli 1998 en 27 april 1999; Gelet op het akkoord van de federale minister van pensioenen, gegeven op 24 augustus 1998; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 23 maart 1999; Gelet op het protocol nr. 127.323 van 7 mei 1999 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest; Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering, op 1 juni 1999, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 1 februari 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke kansen, de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden en de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport; Na beraadslaging, Besluit : A. Commissariaat-Generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie Art. A 1. In artikel II 6, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende organisatie van het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair » ingevoegd. Art. A 2. In artikel II 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 10 juni 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste twee jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste drie jaar na zijn aanwijzing ». Art. A 3. In artikel II 31 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De beroepen ingesteld tegen een beoordeling toegekend vóór 31 december 1995 worden verder afgehandeld door de raad van beroep voor sommige instellingen van openbaar nut, die onder het gezag of de controlebevoegdheid van de Vlaamse regering staan, volgens de procedure en samenstelling die gold vóór 1 januari 1995. » Art. A 4. In artikel V 13, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. A 5. In artikel VI 8, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. A 6. In artikel VI 22 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de leidend ambtenaar een andere termijn bepaalt. Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld in het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » Art. A 7. In artikel VII 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « naar een hoger niveau » vervangen door de woorden « naar het andere niveau ». Art. A 8. In artikel VII 33 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van in werkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. A 9. In artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. A 10. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 8. § 1. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder in de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen. In het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden in de functie (het 'wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het 'hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen in bijlage 13 bij dit besluit; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd of door de adjunct-leidend ambtenaar, of bij ontstentenis door de leidend ambtenaar, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en in uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst in rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich in de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. A 11. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 9. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. A 12. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 10. § 1. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. § 2. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3. In het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren in onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare informatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt inzage in de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naast hogere rang. § 4. Ingevolge onvoorziene wijzigingen in de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde aangepast worden. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de opdrachthouder voor de vorming, het human resources management en de organisatieontwikkeling. § 5. Na afloop van elke evaluatieperiode wordt de geëvalueerde uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Tijdens dit evaluatiegesprek geeft de geëvalueerde ook zijn eigen visie weer op zijn functioneren tijdens de evaluatieperiode. Het evaluatiegesprek wordt gevoerd tussen de geëvalueerde en één evaluator. Op verzoek van de geëvalueerde of één van zijn evaluatoren, gebeurt het evaluatiegesprek met de twee evaluatoren. § 6. Na het evaluatiegesprek wordt het definitieve beschrijvende evaluatieverslag opgesteld door de evaluatoren. Het beschrijvend evaluatieverslag omvat geen samenvattende waardering of einduitspraak over de geëvalueerde, behalve indien de evaluatoren oordelen dat hij de vermelding « onvoldoende » verdient. De geëvalueerde kan zijn opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. » Art. A 13. Artikel VIII 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 11. Over elke ambtenaar wordt een jaarlijks individueel evaluatiedossier aangelegd. Het omvat : 1° de functiebeschrijving als relatief permanente basis;2° de beschrijving van de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren in de evaluatieperiode, zoals geformuleerd in het begin van deze periode, of gedurende deze periode zoals bedoeld in artikel VIII 10, § 4;3° de persoonlijke nota's bedoeld in artikel VIII 14 en de opmerkingen die de ambtenaar erbij heeft geformuleerd;4° de uitslagen die de ambtenaar tijdens dat jaar heeft behaald in de loopbaanexamens;5° de definitieve beschrijvende evaluatieverslagen en hun bijlagen zoals bedoeld in artikel VIII 27, § 1;6° de beslissingen in beroep, bedoeld in artikel VIII 28 en VIII 29;7° de staat van tuchtstraffen uitgesproken in het evaluatiejaar, vermeld in artikel IX 26. Het evaluatiedossier is ter beschikking van alle instanties bevoegd voor het individueel personeelsbeheer en van de opdrachthouder voor de vorming, het human resources management en de organisatieontwikkeling. » Art. A 14. Artikel VIII 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 14. De persoonlijke nota's bedoeld in artikel VIII 11, eerste lid, 3° handelen over de behaalde resultaten en/of over het functioneren. Zij handelen eventueel over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of in het gedrang brengen. Deze persoonlijke nota's omvatten een nauwkeurig relaas van alle gunstige of ongunstige feiten die als evaluatiegrond kunnen dienen. Telkens de evaluatoren dat nodig achten, of op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende ambtenaar, stellen de evaluatoren een persoonlijke nota op over feiten die hoogstens één maand voor de ondertekening van de nota plaatshadden. Een persoonlijke nota wordt tevens opgemaakt telkens de ambtenaar gedurende een door de evaluatoren voldoende significant geachte periode ter beschikking wordt gesteld van een project. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van de persoonlijke nota. Elke persoonlijke nota wordt onmiddellijk aan de belanghebbende ambtenaar voorgelegd. Hij viseert dit document, krijgt er een afschrift van en beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn eventuele opmerkingen te formuleren. Indien de ambtenaar opmerkingen formuleert, dan worden deze opmerkingen aan de nota toegevoegd en opgenomen in het evaluatiedossier. » Art. A 15. In artikel VIII 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De evaluatie over het afgelopen evaluatiejaar heeft plaats in januari en februari van het volgende jaar. Het beschrijvend evaluatieverslag dient uiterlijk op 15 maart aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. De planning voor het nieuwe evaluatiejaar dient eveneens op dat tijdstip te zijn gefinaliseerd; » 2° in § 2, 2°, worden de woorden « de te horen ambtenaren » vervangen door de woorden « de te bevragen ambtenaren ». Art. A 16. Artikel VIII 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 17. Met uitzondering van de adjunct-leidend ambtenaar worden alle ambtenaren van rang A2 en lager geëvalueerd door minstens twee hiërarchische meerderen. De evaluatoren behoren tot minstens twee verschillende rangen. » Art. A 17. In artikel VIII 18, tweede zin, van hetzelfde besluit wordt het woord « hoort » vervangen door het woord « bevraagt ». Art. A 18. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 19. Het afdelingshoofd en het staflid van rang A2 worden geëvalueerd door de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar. » Art. A 19. Artikel VIII 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 20. Behalve in de gevallen bedoeld in artikel VIII 24 worden de andere ambtenaren van rang A2 en de ambtenaren van rang A1, niveau B, C, D en E geëvalueerd door minstens twee evaluatoren die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel VIII 17. » Art. A 20. De artikelen VIII 21 tot en met VIII 23 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. A 21. In artikel VIII 24 van hetzelfde besluit wordt § 5 vervangen door wat volgt : « § 5. De ambtenaar die in de loop van de evaluatieperiode of op het evaluatietijdstip onder het functioneel gezag van een andere hiërarchische meerdere respectievelijk heeft gestaan of staat dan de hem overeenkomstig zijn affectatie toegewezen evaluatoren, wordt geëvalueerd door deze laatsten, rekening houdend met artikel VIII 14, derde lid. » Art. A 22. Artikel VIII 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 25. Indien op het evaluatietijdstip blijkt dat één van de evaluatoren ontbreekt of nog geen opleiding opgelegd door artikel VIII 10 gevolgd heeft, dan wordt hij vervangen door een andere hiërarchische meerdere, aangeduid door de evaluatoren van de ontbrekende evaluator. » Art. A 23. Aan artikel VIII 26 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « onverminderd het derde lid van voormeld artikel ». Art. A 24. In artikel VIII 27, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 10, § 5 » vervangen door de woorden « artikel VIII 10, § 6 ». Art. A 25. Aan artikel VIII 59 van hetzelfde besluit wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. De geslaagde voor één van de vergelijkende bekwaamheidsproeven bedoeld in § 1 behoudt onbeperkt het voordeel van zijn uitslag tenzij het examenreglement het anders bepaalt. » Art. A 26. In artikel VIII 73 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « normale loopbaansnelheid » geschrapt;2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « Van 1 juli tot 30 juni wordt overeenkomstig de beslissingen van het eerste lid voor elke maand één maand bijgevoegd, een halve maand of een hele maand afgetrokken.» Art. A 27. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 7. In afwijking van artikel XI 6 is de ambtenaar die deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking in dienstactiviteit en verliest hij zijn salaris enkel voor de duur van de afwezigheid. » Art. A 28. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 12. § 1. De ambtenaar heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december. § 2. Ter vervanging van de in § 1 bedoelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft de ambtenaar die niet in een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar. De ambtenaar die verplicht is om op één van de in § 1 vermelde dagen of in de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar te werken ten gevolge van de behoeften van de dienst, krijgt in evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen. § 3. De ambtenaar tewerkgesteld in continudienst die werkt of in rust is op de in § 1 vermelde dagen, krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen genomen worden. » Art. A 29. In artikel XI 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « aanspraak maken op ouderschapsverlof » vervangen door de woorden « een aanvraag indienen om ouderschapsverlof te krijgen »;2° in het laatste lid worden de woorden « , eerste lid » geschrapt. Art. A 30. In artikel XI 25, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord « beroepsongeschiktheid » vervangen door het woord « arbeidsongeschiktheid ». Art. A 31. In artikel XI 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de vrijstelling van arbeid van een zwangere ambtenaar die werkt in een schadelijk arbeidsmilieu, nadat vastgesteld werd dat geen aangepaste of andere arbeidsplaats mogelijk is »;2° in § 2 wordt het woord « § 1 » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid, 1° tot en met 3° ». Art. A 32. Aan artikel XI 36, § 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze nemen een beslissing binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep, zoniet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn voor de betrokkene. » Art. A 33. Artikel XI 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 64. De ambtenaar van de instelling krijgt verlof wanneer hij door een minister, staatssecretaris of een lid van de regering van een gemeenschap of gewest, of een gouverneur van een Vlaamse provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad aangewezen wordt om een ambt uit te oefenen op zijn kabinet. De aanwijzing gebeurt na akkoord van de raad van bestuur. » Art. A 34. In artikel XI 77 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van een van die groepen ofwel bezoldigd door de instelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering, ofwel niet bezoldigd door de instelling en wordt het salaris stopgezet indien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt. » Art. A 35. In artikel XI 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. A 36. In artikel XI 80 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering. » Art. A 37. In artikel XI 83, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. » Art. A 38. In artikel XI 93, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « zoals vermeld sub § 1 en § 2 » geschrapt. Art. A 39. In artikel XI 95 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt opgeheven;2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Wanneer een ambtenaar of een stagiair van de instelling met toepassing van het decreet van 30 november 1988 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de openbare instellingen of publiekrechtelijke verenigingen die van de Vlaamse Gemeenschap afhangen of met toepassing van het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende instelling van een regime van politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse regering die een mandaat als lid van de Vlaamse Raad of de Vlaamse regering uitoefenen verlof krijgt, beslist de tot benoemen bevoegde overheid of de betrekking waarvan de betrokkene titularis is als vacant moet worden beschouwd. Hierbij wordt er rekening gehouden met de behoeften van de dienst. Zij kan die beslissing nemen zodra de ambtenaar vier jaar afwezig is en wat het in het bijzonder decreet van 26 juni 1995 bedoelde verlof betreft, bij de aanvang van een tweede bij het eerste aansluitend mandaat. » 3° de woorden « § 3.Aan de in § 2 genoemde beslissing » worden vervangen door de woorden « § 2. Aan de in § 1 genoemde beslissing ». Art. A 40. In artikel XII 2, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « behalve bij ernstig vergrijp zoals bepaald in artikel IX 6 » geschrapt. Art. A 41. In artikel XIII 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2° in 1° worden tussen de woorden « dienst van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de » ingevoegd;3° in 3° worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de » ingevoegd.4° in 3° d) wordt het woord « EG-lidstaat » vervangen door « EU-lidstaat ». Art. A 42. In artikel XIII 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de periodes van afwezigheid wegens arbeidsongeval, ongeval naar of van het werk of beroepsziekte wanneer de ambtenaar tijdens zijn vorige prestaties als contractueel personeelslid, onder de wet viel van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. » Art. A 43. In artikel XIII 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1°, a), worden de woorden « Europese Gemeenschap » telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2° in § 1, 1°, a), worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de » ingevoegd;3° in § 1, 2°, e), worden tussen het woord « Arbeid » en de woorden « werd opgericht » de woorden « en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening » ingevoegd; Art. A 44. In artikel XIII 11, § 2, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden « te boven gaan » en « niet in aanmerking » de woorden « alsmede van tijdelijke werkloosheid » ingevoegd. Art. A 45. In artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4 worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt : « het rekenkundig resultaat van de bewerking wordt vervangen door : a) 15 dertigsten wanneer in een maand van : - 20 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 10; - 22 of 23 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 11; b) 15,5 dertigsten, wanneer in een maand van 23 werkdagen het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 12 »;2° in § 5 worden na het woord « nalatigheidsintresten » de woorden « berekend op het beginsalaris » toegevoegd. Art. A 46. In artikel XIII 22 van hetzelfde besluit worden de woorden « gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 » geschrapt. Art. A 47. In artikel XIII 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de §§ 1 en 2 worden na de woorden « van navolgende bepalingen » de woorden « vermeld onder dit hoofdstuk » geschrapt;2° § 3 wordt opgeheven; Art. A 48. Artikel XIII 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII 36, § 1. Behoudens andersluidende bepalingen is de toelage niet verschuldigd in de volgende gevallen : - in het geval geen salaris wordt betaald; of - in het geval van een afwezigheid dit langer dan 35 werkdagen duurt. § 2. § 1 geldt niet voor de toelagen bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 3, en in de hoofdstukken 6, 7 en 8 van deze titel. » Art. A 49. Artikel XIII 38 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. A 50. In artikel XIII 42, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, 2°, wordt het woord « eventueel » vervangen door de woorden « in voorkomend geval »;2° in het derde lid worden tussen de woorden « is het salaris dat hij » en de woorden « zou ontvangen » de woorden « op datum van zijn nuttige anciënniteit in zijn werkelijke graad » ingevoegd. Art. A 51. In artikel XIII 45 van hetzelfde statuut wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt : « Onder jaarlijkse brutobezoldiging wordt verstaan het salaris, in voorkomend geval verhoogd met : - de bijslag in geval van gewaarborgde minimumbezoldiging; - de haard- en standplaatstoelage; - de toelage voor hoger ambt; - het geldelijk voordeel voor geslaagden voor overgangsexamens naar het andere niveau. » Art. A 52. Artikel XIII 69, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. A 53. In artikel XIII 74 van hetzelfde besluit wordt « naar het hogere niveau » vervangen door « naar het andere niveau ». Art. A 54. In artikel XIII 88 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2° in 1° wordt een vierde lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. A 55. In artikel XIII 95 van hetzelfde statuut wordt § 2 opgeheven en wordt de vermelding « § 1 » geschrapt. Art. A 56. In artikel XIII 96, § 2, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2° in 1° wordt een vierde lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. A 57. In artikel XIII 99 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5, afdeling 3 is niet van toepassing op de stagiair. Zijn bovendien niet van toepassing op de stagiair van niveau A : de hoofdstukken 3 en 4. » Art. A 58. Artikel XIV 5, § 1, b) van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « b) onderhoud, bewaking en onthaal; » Art. A 59. Artikel XIV 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. A 60. Aan artikel XIV 40 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 10 toegevoegd, als volgt : « Afdeling 10. - Verlof na detachering Art. XIV 40bis. Inzake het verlof na detachering geldt voor het contractuele personeelslid dezelfde regeling als voor de ambtenaar, zoals vermeld in artikel XI 66. » Art. A 61. In artikel XV 5 van hetzelfde besluit worden onder de vermelding « deel VIII, titel 2. De evaluatie : » de woorden « Artikel VIII 15 : voor de eerste maal van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 » vervangen door de woorden « Artikel VIII 15 : het eerste evaluatiejaar loopt van 1 juli 1996 tot 31 december 1996. » Art. A 62. De voorbereidende handelingen inzake evaluatie die gebeurden vóór 1 juli 1996 worden geacht te voldoen aan de ermee overeenstemmende bepalingen van dit besluit. Art. A 63. De algemene lijst van functioneringscriteria bedoeld in artikel VIII 8, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, gaat als bijlage I bij dit besluit. De lijst wordt als bijlage 13 toegevoegd aan het voormelde besluit van de Vlaamse regering. B. Dienst voor de Scheepvaart Art. B 1. In artikel II 6, a, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Dienst voor de Scheepvaart en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair » ingevoegd. Art. B 2. In artikel II 27 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de 3 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 23 september 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste 2 jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste drie jaar na zijn aanwijzing ». Art. B 3. In artikel V 13 van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. B 4. In artikel VI 8, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. B 5. In artikel VI 22 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de leidend ambtenaar een andere termijn bepaalt. Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld in het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » Art. B 6. In artikel VII 33 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. B 7. In artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. B 8. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 8. § 1. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder in de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen. In het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze verwachtingen (de vaststelling van de evaluatie); 2° de functiebeschrijving : de beschrijving van een aantal relatief permanente aspecten van een functie zoals het doel van de functie, de resultaatgebieden en de functioneringscriteria. De resultaatgebieden zijn de explicitering op welke domeinen welke resultaten verwacht worden in de functie (het 'wat'). De functioneringscriteria zijn de criteria die bepalend zijn voor het goed uitoefenen van een functie (het 'hoe'). De onderscheiden criteria worden opgenomen in bijlage 14 bij dit besluit; 3° de hiërarchische meerdere : enerzijds de leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar, en de afdelingshoofden ten overstaan van de onder hun gezag staande personeelsleden en anderzijds de ambtenaar die is aangewezen door het afdelingshoofd of de adjunct-leidend ambtenaar, of bij ontstentenis door de leidend ambtenaar, om gezag uit te oefenen over een aantal personeelsleden met een lagere rang dan de zijne en in uitzonderlijke gevallen over personeelsleden van zijn rang. De aanwijzing als hiërarchische meerdere over personeelsleden met dezelfde rang dient gemotiveerd te worden en ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de directieraad. De onmiddellijke hiërarchische meerdere is de hiërarchische meerdere die het dichtst in rang staat tot het onder zijn gezag staand personeel. Hij treedt op als eerste evaluator. § 2. De functioneringsevaluatie is verplicht voor elke ambtenaar die zich in de administratieve toestand dienstactiviteit bevindt. » Art. B 9. Artikel VIII 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 9. De functioneringsevaluatie dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren. » Art. B 10. Artikel VIII 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 10. § 1. Een opleiding tot evaluator is verplicht voor alle ambtenaren die met functioneringsevaluatie belast zijn. Alleen de functioneringsevaluaties opgemaakt door ambtenaren die deze opleiding hebben gevolgd, zijn geldig. De evaluatoren volgen de opleiding georganiseerd door de administratie Personeelsontwikkeling van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of een gelijkwaardige opleiding. § 2. De evaluatoren worden geëvalueerd op de kwaliteit van de functioneringsevaluaties die zij opmaken. § 3. In het begin van elke evaluatieperiode bespreekt de geëvalueerde met een evaluator de concrete verwachtingen ten aanzien van de resultaten en het functioneren. De formele vaststelling door de evaluatoren in onderlinge overeenstemming, van deze verwachtingen qua resultaten en functioneren dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Bij deze planning van de prestaties vertrekken de evaluatoren en de geëvalueerde van alle beschikbare informatie over de functie, zoals onder meer de resultaatgebieden en de functioneringscriteria, de resultaten van voorbije evaluaties en de doelstellingen van de entiteit. De geëvalueerde krijgt inzage in de functiebeschrijving en de doelstellingen van de eerste evaluator van de naasthogere rang. § 4. Ingevolge onvoorziene wijzigingen in de doelstellingen of de organisatie van de werkzaamheden kunnen de verwachtingen qua resultaten en functioneren van de geëvalueerde worden aangepast. Deze aanpassing dient op dezelfde zorgvuldige manier te worden besproken en toegelicht als bij het begin van de evaluatieperiode. Zij dient ook schriftelijk aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. Deze aanpassing wordt meegedeeld aan de opdrachthouder voor human resources management. § 5. Na afloop van elke evaluatieperiode wordt de geëvalueerde uitgenodigd voor een evaluatiegesprek. Tijdens dit evaluatiegesprek geeft de geëvalueerde ook zijn eigen visie weer op zijn functioneren tijdens de evaluatieperiode. Het evaluatiegesprek wordt gevoerd tussen de geëvalueerde en één evaluator. Op verzoek van de geëvalueerde of één van zijn evaluatoren, gebeurt het evaluatiegesprek met de twee evaluatoren. Indien de ambtenaar van niveau D of E die behoort tot het exploitatiepersoneel of het logistiek personeel, hierom vraagt, wordt het evaluatiegesprek tevens gevoerd in aanwezigheid van een waarnemer van zijn keuze. § 6. Na het evaluatiegesprek wordt het definitieve beschrijvende evaluatieverslag opgesteld door de evaluatoren. Het beschrijvend evaluatieverslag omvat geen samenvattende waardering of einduitspraak over de geëvalueerde, behalve indien de evaluatoren oordelen dat hij de vermelding « onvoldoende » verdient. De geëvalueerde kan zijn opmerkingen toevoegen aan het evaluatieverslag. » Art. B 11. Artikel VIII 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 11. Over elke ambtenaar wordt een jaarlijks individueel evaluatiedossier aangelegd. Het omvat : 1° de functiebeschrijving als relatief permanente basis;2° de beschrijving van de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren in de evaluatieperiode, zoals geformuleerd in het begin van deze periode, of gedurende deze periode zoals bedoeld in artikel VIII 10, § 4;3° de persoonlijke nota's bedoeld in artikel VIII 14 en de opmerkingen die de ambtenaar erbij heeft geformuleerd;4° de uitslagen die de belanghebbende ambtenaar tijdens dat jaar heeft behaald in de loopbaanexamens;5° de definitieve beschrijvende evaluatieverslagen en hun bijlagen zoals bedoeld in artikel VIII 27 § 1;6° de beslissingen in beroep, bedoeld in artikel VIII 28 en VIII 29;7° de staat van tuchtstraffen uitgesproken in het evaluatiejaar, vermeld in artikel IX 26. Het evaluatiedossier is ter beschikking van alle instanties bevoegd voor het individueel personeelsbeheer en van de opdrachthouder voor H.R.M.. » Art. B 12. Artikel VIII 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 14. De persoonlijke nota's bedoeld in artikel VIII 11, eerste lid, 3° handelen over de behaalde resultaten en/of over het functioneren. Zij handelen eventueel over gebeurtenissen of gedragingen buiten de dienst die de ambtsuitoefening kunnen beïnvloeden of in het gedrang brengen. Deze persoonlijke nota's omvatten een nauwkeurig relaas van gunstige of ongunstige feiten die als evaluatiegrond kunnen dienen. Telkens de evaluatoren dat nodig achten, of op gemotiveerd verzoek van de belanghebbende ambtenaar, stellen de evaluatoren een persoonlijke nota op over feiten die hoogstens één maand voor de ondertekening van de nota plaatshadden. Een persoonlijke nota wordt eveneens opgemaakt telkens de ambtenaar gedurende een door de evaluatoren voldoende significant geachte periode ter beschikking wordt gesteld van een project. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van de persoonlijke nota. Elke persoonlijke nota wordt onmiddellijk aan de belanghebbende ambtenaar voorgelegd. Hij viseert dit document, krijgt er een afschrift van en beschikt over vijftien kalenderdagen om zijn eventuele opmerkingen te formuleren. Indien de ambtenaar opmerkingen formuleert, dan worden deze aan de nota toegevoegd en opgenomen in het evaluatiedossier. » Art. B 13. In artikel VIII 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De evaluatie over het afgelopen evaluatiejaar heeft plaats in januari en februari van het volgende jaar. Het beschrijvend evaluatieverslag dient uiterlijk op 15 maart aan de geëvalueerde te worden toegestuurd. De planning voor het nieuwe evaluatiejaar dient eveneens op dat tijdstip te zijn gefinaliseerd »; 2° in § 2, 2° worden de woorden « de te horen ambtenaren » vervangen door de woorden « de te bevragen ambtenaren ». Art. B 14. Artikel VIII 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 17. Met uitzondering van de adjunct-leidend ambtenaar worden alle ambtenaren van rang A2 en lager geëvalueerd door minstens twee hiërarchische meerderen. De evaluatoren behoren tot minstens twee verschillende rangen ». Art. B 15. In artikel VIII 18 van hetzelfde besluit wordt het woord « hoort » vervangen door het woord « bevraagt ». Art. B 16. Artikel VIII 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 19. Het afdelingshoofd en het staflid van rang A2 worden geëvalueerd door de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar ». Art. B 17. Artikel VIII 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 20. Behalve in de gevallen bedoeld in artikel VIII 24 worden de andere ambtenaren van rang A2 en de ambtenaren van rang A1, niveau B, C, D en E geëvalueerd door minstens twee evaluatoren die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel VIII 17. » Art. B 18. Artikel VIII 21 tot en met VIII 23 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. B 19. In artikel VIII 24 van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt : « § 3. De ambtenaar die in de loop van de evaluatieperiode of op het evaluatietijdstip onder het functioneel gezag van een andere hiërarchische meerdere respectievelijk heeft gestaan of staat dan de hem overeenkomstig zijn affectatie toegewezen evaluatoren wordt geëvalueerd door deze laatsten, rekening houdend met artikel VIII 14, derde lid ». Art. B 20. Artikel VIII 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 25. Indien op het evaluatietijdstip blijkt dat één van de evaluatoren ontbreekt of nog geen opleiding opgelegd door artikel VIII 10 gevolgd heeft, dan wordt hij vervangen door een andere hiërarchische meerdere, aangeduid door de evaluatoren van de ontbrekende evaluator. » Art. B 21. Aan artikel VIII 26 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « onverminderd het derde lid van voormeld artikel ». Art. B 22. In artikel VIII 27, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel VIII 10, § 5 » vervangen door de woorden « artikel VIII 10, § 6 ». Art. B 23. Aan artikel VIII 59 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. De geslaagde voor één van de vergelijkende bekwaamheidsproeven bedoeld in § 1, eerste lid, behoudt onbeperkt het voordeel van zijn uitslag, tenzij het examenreglement het anders bepaalt. » Art. B 24. In artikel VIII 73 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « normale loopbaansnelheid » geschrapt;2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt : « Van 1 juli tot 30 juni wordt overeenkomstig de beslissingen van het eerste lid voor elke maand één maand bijgevoegd, een halve maand of een hele maand afgetrokken.» Art. B 25. In artikel VIII 93 wordt de datum « 30 juni 1997 » vervangen door de datum « 30 juni 2000 ». Art. B 26. In fine van artikel VIII 97, § 4, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor de inschaling in de salarisschaal E122 wordt voor de berekening van de schaalanciënniteit de graadanciënniteit van de graden van rang 43 (met inbegrip van de afgeschafte graden) samengevoegd. ». Art. B 27. Artikel XI 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 7. In afwijking van artikel XI 6 is de ambtenaar die deelneemt aan een georganiseerde werkonderbreking in dienstactiviteit en verliest hij zijn salaris enkel voor de duur van de afwezigheid. Art. B 28. Artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 12. § 1. De ambtenaar heeft vakantie op de wettelijke en decretale feestdagen en op 2 en 15 november en 26 december. § 2. Ter vervanging van de in § 1 vermelde vakantiedagen die samenvallen met een zaterdag of zondag, heeft de ambtenaar die niet in een continuregeling tewerkgesteld wordt, vakantie voor de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar. De ambtenaar die verplicht is om op één van de in § 1 vermelde dagen of in de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar te werken ten gevolge van behoeften van de dienst, krijgt in evenredige mate vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen worden genomen. § 3. De ambtenaar tewerkgesteld in continudienst die werkt of in rust is op de in § 1 vermelde dagen krijgt hiervoor vervangende vakantiedagen die onder dezelfde voorwaarden als de jaarlijkse vakantiedagen kunnen genomen worden. » Art. B 29. In artikel XI 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « aanspraak maken op ouderschapsverlof » vervangen door de woorden « een aanvraag indienen om ouderschapsverlof te krijgen »;2° in het vierde lid worden de woorden « 1ste lid » geschrapt. Art. B 30. In artikel XI 25, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « definitieve beroepsongeschiktheid » vervangen door de woorden « definitieve arbeidsongeschiktheid ». Art. B 31. In artikel XI 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° de vrijstelling van arbeid van de zwangere ambtenaar die werkt in een schadelijk arbeidsmilieu, nadat vastgesteld werd dat geen aangepaste of andere arbeidsplaats mogelijk is.»; 2° in § 2 wordt het woord « § 1 » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid, 1° tot en met 3° ». Art. B 32. Aan artikel XI 36, § 3, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze nemen een beslissing binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad van beroep, zoniet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn voor de betrokkene ». Art. B 33. Artikel XI 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XI 64. De ambtenaar van de instelling krijgt verlof wanneer hij door een minister, staatssecretaris of een lid van de regering van een gemeenschap of gewest of een gouverneur van een Vlaamse provincie of de gouverneur of vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad aangewezen wordt om een ambt uit te oefenen op zijn kabinet. De aanwijzing gebeurt na akkoord van de raad van bestuur ». Art. B 34. In artikel XI 77 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van één van die groepen ofwel bezoldigd door de instelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering ofwel niet bezoldigd door de instelling en wordt het salaris stopgezet indien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt. » Art. B 35. In artikel XI 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering ». Art. B 36. In artikel XI 80 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering ». Art. B 37. In artikel XI 83, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. » Art. B 38. In artikel XI 93, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « zoals vermeld sub 1° en 2 ° » geschrapt. Art. B 39. In artikel XII 2, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « behalve bij ernstig vergrijp zoals bepaald in artikel IX 6 » geschrapt. Art. B 40. In artikel XIII 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Europese Gemeenschap » worden telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2° in 1° worden tussen de woorden « dienst van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de » ingevoegd;3° in 3° worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de » ingevoegd.4° in 3°, d), wordt het woord « EG-lidstaat » vervangen door « EU-lidstaat ». Art. B 41. In artikel XIII 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° de periodes van afwezigheid wegens arbeidsongeval, ongeval naar of van het werk of beroepsziekte wanneer de ambtenaar tijdens zijn vorige prestaties als contractueel personeelslid, onder de wet viel van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. » Art. B 42. In artikel XIII 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1°, a), worden de woorden « Europese Gemeenschap » telkens vervangen door de woorden « Europese Unie »;2° in § 1, 1°, a), worden tussen de woorden « de diensten van de » en de woorden « Europese Gemeenschap » de woorden « Verenigde Naties, van de » ingevoegd;3° in § 1, 2°, e), worden tussen het woord « Arbeid » en de woorden « werd opgericht » de woorden « en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening » ingevoegd. Art. B 43. In artikel XIII 11, § 2, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden « te boven gaan » en « niet in aanmerking » de woorden « alsmede van tijdelijke werkloosheid » ingevoegd. Art. B 44. In artikel XIII 13 van hetzelfde besluit worden de woorden « 1 januari 1995 » vervangen door de woorden « 1 januari 1994 ». Art. B 45. In artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4 worden de twee laatste leden vervangen door wat volgt : « het rekenkundig resultaat van de bewerking wordt vervangen door : a) 15 dertigsten wanneer in een maand van : - 20 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 10; - 22 of 23 werkdagen, het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 11; b) 15,5 dertigsten, wanneer in een maand van 23 werkdagen het aantal gepresteerde werkdagen gelijk is aan 12.»; 2° in § 5 worden de woorden « berekend op het beginsalaris » toegevoegd aan de voorlaatste zin. Art. B 46. In artikel XIII 22 van hetzelfde besluit worden de woorden « gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 » geschrapt. Art. B 47. In artikel XIII 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : in de §§ 1 en 2 worden na de woorden « van navolgende bepalingen » de woorden »vermeld onder dit hoofdstuk » geschrapt; § 3 wordt opgeheven. Art. B 48. Artikel XIII 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII 36. § 1. Behoudens andersluidende bepalingen is de toelage niet verschuldigd in de volgende gevallen : - in het geval geen salaris wordt betaald; of - in het geval van een afwezigheid die langer dan 35 werkdagen duurt. § 2. § 1 geldt niet voor de toelagen bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 1, en in de hoofdstukken 6, 7 en 8 van deze titel. » Art. B 49. Artikel XIII 38 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. B 50. In artikel XIII 42, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, 2°, wordt het woord « eventueel » vervangen door de woorden « in voorkomend geval »;2° in het derde lid worden tussen de woorden « is het salaris dat hij » en de woorden « zou ontvangen » de woorden « op datum van zijn nuttige anciënniteit in zijn werkelijke graad » ingevoegd. Art. B 51. In artikel XIII 43 van het zelfde statuut wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « Onder jaarlijkse brutobezoldiging wordt verstaan het salaris, in voorkomend geval verhoogd met : - de bijslag in geval van gewaarborgde minimumbezoldiging; - de haard- en standplaatstoelage; - de toelage voor hoger ambt; - het geldelijk voordeel voor geslaagden voor overgangsexamens naar het andere niveau ». Art. B 52. In artikel XIII 50 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 4 vervangen door de volgende bepaling : « § 4. De continu-diensten of diensten met een beurtrolsysteem, waar nu een andere regeling bestaat voor zaterdag-, zondags- en nachtpresaties, behouden deze regeling. » Art. B 53. Artikel XIII 56, tweede lid van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. B 54. In artikel XIII 64 van hetzelfde besluit worden in de eerste zin de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. B 55. Artikel XIII 75 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. XIII 75. Onverminderd artikel XIII 74, 2°, 3° en 4°, en artikel XIII 80 wordt, naargelang van het geval, wanneer niet tijdens het ganse referentie-jaar of de referentieperiode volledige prestaties werden verricht, het bedrag van het vakantiegeld en/of de eindejaarstoelage : a) bepaald op respectievelijk een twaalfde of een negende van het jaarbedrag voor elke prestatieperiode die een ganse maand beslaat;b) aangepast overeenkomstig artikel XIII 21, § 4 en artikel XIII 24.» Art. B 56. In artikel XIII 78 van het zelfde statuut worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2° in 1° wordt een vierde lid ingevoegd dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. B 57. In artikel XIII 85 van het zelfde statuut wordt § 2 opgeheven en wordt de vermelding « § 1 » geschrapt. Art. B 58. In artikel XIII 86 § 2 van het zelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1°, tweede lid worden de woorden « dat afgerond wordt tot op de naasthogere eenheid » geschrapt;2° in 1° wordt een vierde lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Het geïndexeerde forfaitaire bedrag wordt afgerond tot op de naasthogere eenheid.» Art. B 59. In artikel XIII 89 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5, afdeling 1, zijn niet van toepassing op de stagiair. Zijn bovendien niet van toepassing op de stagiair van niveau A : de hoofdstukken 3 en 4 en hoofdstuk 5, afdeling 2. Art. B 60. Artikel XIV 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. B 61. Aan deel XIV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 10 toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling 10. - Verlof na detachering. Art. XIV 40bis. Inzake het verlof na detachering geldt voor het contractueel personeelslid dezelfde regeling als voor de ambtenaar, zoals vermeld in artikel XI 66. » Art. B 62. In artikel XV 5 van hetzelfde besluit worden onder de vermelding « deel VIII, titel 2 : De evaluatie : » de woorden « Artikel VIII 15 : voor de eerste maal van 1 januari 1996 tot 31 december 1996 » vervangen door de woorden « Artikel VIII 15 : het eerste evaluatiejaar loopt van 1 juli 1996 tot 31 december 1996 ». Art. B 63. De salarisschaal C111 wordt gewijzigd, zoals opgenomen als bijlage II bij dit besluit. Deze gewijzigde salarisschaal vervangt de gelijknamige schaal, opgenomen in bijlage 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Dienst voor de Scheepvaart en de regeling van de rechtspositie van het personeel. Art. B 64. De algemene lijst van functioneringscriteria bedoeld in artikel VIII 8, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, gaat als bijlage III bij dit besluit. De lijst wordt als bijlage 14 toegevoegd aan het voormelde besluit van de Vlaamse regering. Art. B 65. De voorbereidende handelingen inzake evaluatie die gebeurden voor 1 juli 1996 worden geacht te voldoen aan de ermee overeenstemmende bepalingen van dit besluit. C. Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever Art. C 1. In artikel II 6, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende organisatie van de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden na de woorden « een ambtenaar » de woorden « of een stagiair » ingevoegd. Art. C 2. In artikel II 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « binnen de 3 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit » worden vervangen door de woorden « vóór 20 september 1996 »;2° de woorden « binnen de eerste 2 jaar na zijn aanwijzing » worden vervangen door de woorden « binnen de eerste 3 jaar na zijn aanwijzing.» Art. C 3. In artikel V 7 van hetzelfde besluit worden de woorden « gelijkwaardige graad » vervangen door de woorden « graad van dezelfde rang ». Art. C 4. In artikel V 8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel V 6-2° » vervangen door de woorden « artikel V 5, 2° ». Art. C 5. In artikel VI 8, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het hogere niveau » vervangen door de woorden « het andere niveau ». Art. C 6. In artikel VI 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De geslaagden voor een vergelijkend aanwervingsexamen behouden het voordeel van hun uitslag gedurende vier jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen, tenzij de Raad van Bestuur een andere termijn bepaalt.Een kortere geldigheidsduur wordt uitdrukkelijk en vooraf vastgesteld in het examenreglement. De verlenging van de wervingsreserve is mogelijk om redenen die verband houden met de noden van de dienst. » 2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. C 7. In artikel VII 35 van hetzelfde besluit worden de woorden « dat afgesloten werd vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit » vervangen door de woorden « dat georganiseerd werd vóór 31 december 1994 en dat afgesloten werd vóór 31 december 1995 ». Art. C 8. In artikel VIII 6 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. C 9. Artikel VIII 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. VIII 8. § 1. Voor de toepassing van deze titel en van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de functioneringsevaluatie : het beoordelen van het functioneren van de functiehouder in de huidige functie ten opzichte van vooraf bepaalde verwachtingen. In het begin van de evaluatieperiode worden de verwachtingen ten aanzien van resultaten en functioneren bepaald (de planning). Na afloop van de evaluatieperiode worden de resultaten en het functioneren beoordeeld ten opzichte van deze …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.