← België

Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codifi

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt de wetgeving over het inschrijvingsrecht in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en andere onderwijsbepalingen. Het heeft als doel de vrije schoolkeuze te waarborgen, gelijke onderwijskansen te bevorderen en uitsluiting te vermijden.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 MEI 2019. - Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Wijziging decreet basisonderwijs Afdeling 1. - Overgangsbepalingen Art. II.1. In het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2018 pub. 20/08/2018 numac 2018013313 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften sluiten, wordt in hoofdstuk IV, afdeling 3, onderafdeling A, een artikel 37/6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/6/1. De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3, zijn enkel nog van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het lopende schooljaar 2018-2019. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3 worden de door de regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.". Art. II.2. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV, afdeling 4, bestaande uit artikelen 37undevicies tot en met 37viciessepties, opgeheven. Afdeling 2. - Gewoon basisonderwijs Art. II.3. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk IV/1. Recht op inschrijving in het gewoon onderwijs voor scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied". Art. II.4. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, ingevoegd bij artikel II.3, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Recht op inschrijving". Art. II.5. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel II.4, een artikel 37/7 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/7.De gezamenlijke doelstellingen van het inschrijvingsrecht, als instrument van het beleid op gelijke onderwijskansen, zijn: 1° het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen;2° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;3° het bevorderen van sociale mix en cohesie; 4° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie.". Art. II.6. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel II.4, een artikel 37/8 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/8.§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of een vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van een vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats. § 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen. De inschrijving wordt genomen op het moment van ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement. Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving. § 3. De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar. § 4. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van: 1° de datum en het tijdstip van de inschrijving; 2° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning in het geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar.". Art. II.7. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel II.4, een artikel 37/9 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/9.§ 1. Behoudens de bij decreet bepaalde gevallen van uitschrijving, zoals bepaald in artikel 32, § 3, artikel 37/8, § 2, derde lid, artikel 37/10 en artikel 37/11, § 3, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school. Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit. Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats of het niveau in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement. § 3. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement. § 4. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen en één capaciteit te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.". Art. II.8. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel II.4, een artikel 37/10 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/10.De vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, beëindigt een eerdere inschrijving van rechtswege. Een leerling die reeds in de eigen school schoolloopt en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven in de school waar de leerling schoolloopt vanaf 1 juli van het lopende schooljaar. Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van de eerste schooldag van september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.". Art. II.9. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel II.4, een artikel 37/11 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/11.§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/8, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad. § 2. Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennisneemt van een verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde. Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk zestig kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit. § 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een verslag als vermeld in artikel 15 nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag of het gewijzigd verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor een daaropvolgend schooljaar te ontbinden. § 4. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.". Art. II.10. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, ingevoegd bij artikel II.3, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Organisatie van de inschrijvingen". Art. II.11. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, ingevoegd bij artikel II.10, een onderafdeling A ingevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling A. Beslissing over kunnen weigeren op basis van capaciteit". Art. II.12. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling A, ingevoegd bij artikel II.11, een artikel 37/12 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/12.§ 1. Een schoolbestuur beslist jaarlijks, en uiterlijk op 15 november, voor elk van zijn scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel per geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, of het voor het daaropvolgende schooljaar leerlingen wil kunnen weigeren omwille van bereikte capaciteit. Een schoolbestuur bepaalt eveneens, voor elk van deze scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, of het leerlingen uit de voorrangsgroepen, zoals bepaald in artikel 37/22, §§ 3 en 4, wil kunnen weigeren. § 2. Voor de scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, waarvoor het schoolbestuur beslist geen leerlingen te zullen weigeren omwille van capaciteit gelden de regels voor niet-aanmeldende scholen, vermeld in onderafdeling B, tenzij het schoolbestuur beslist aan te sluiten bij een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen uit onderafdeling B van toepassing. Voor de scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, waarvoor het schoolbestuur beslist te willen kunnen weigeren omwille van capaciteit, en de scholen, vermeld in § 3, tweede lid, die verplicht worden tot aanmelden worden de inschrijvingen georganiseerd via een aanmeldingsprocedure. Hiervoor gelden de regels voor aanmeldende scholen, vermeld in onderafdeling C. Voor de onderdelen waarvoor het schoolbestuur besliste ook leerlingen uit de voorrangsgroepen te willen kunnen weigeren, gelden de regels, zoals vermeld in artikel 37/22. § 3. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van paragraaf 1, en wanneer er een capaciteitsprobleem dreigt of heerst doordat de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden, waardoor het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/8, niet meer kan worden gegarandeerd, een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het organiseren van een gezamenlijke aanmeldingsprocedure voor hun scholen. De verplichting tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure geldt in ieder geval voor alle schoolbesturen die een school hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Antwerpen of LOP Gent, voor hun scholen binnen dat respectievelijke werkingsgebied.". Art. II.13. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, ingevoegd bij artikel II.10, een onderafdeling B ingevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling B. Organisatie van de inschrijvingen in niet-aanmeldende scholen". Art. II.14. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling B, ingevoegd bij artikel II.13, een artikel 37/13 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/13.§ 1. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Het schoolbestuur bepaalt de startdatum van de inschrijvingen en communiceert deze startdatum aan alle belanghebbenden. Het schoolbestuur van scholen en vestigingsplaatsen, gelegen in het werkingsgebied van een LOP, respecteert de afspraken over de startdata van de inschrijvingen binnen het LOP. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, gebieden afbakenen waarbinnen een centrale startdatum wordt bepaald voor de inschrijvingen in alle scholen, wanneer het naast elkaar blijven bestaan van verschillende startdata de transparantie van het inschrijvingsgebeuren aantast of de problematiek van de dubbele inschrijvingen in stand houdt. § 2. Alle leerlingen worden in chronologische volgorde ingeschreven en genoteerd in het inschrijvingsregister. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. § 3. Een niet-aanmeldende school kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met 100 leerlingen, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met meer dan 100 leerlingen, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders. Schoolbesturen met scholen of vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maken daartoe binnen het LOP afspraken.". Art. II.15. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling B, ingevoegd bij artikel II.13, een artikel 37/14 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/14.Een schoolbestuur dat omwille van uitzonderlijke omstandigheden in de onmogelijkheid verkeert om bijkomende inschrijvingen te realiseren in een of meerdere scholen, vestigingsplaatsen, schooljaren of geboortejaren, moet een aanvraag indienen bij de CLR om alsnog leerlingen te kunnen weigeren op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden. De CLR beslist, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na het ontvangen van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, of en onder welke voorwaarden weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toegestaan worden. Indien het schoolbestuur reeds leerlingen geweigerd heeft, voorafgaand aan de aanvraag bij de CLR of de beslissing door de CLR, worden deze alsnog ingeschreven indien de CLR beslist geen weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toe te staan.". Art. II.16. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, ingevoegd bij artikel II.10, een onderafdeling C ingevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling C. Organisatie van de inschrijvingen in aanmeldende scholen". Art. II.17. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/15 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/15.Aanmelden is het digitaal kenbaar maken door ouders van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in één of meerdere scholen of vestigingsplaatsen voor de daartoe door het schoolbestuur beschikbaar gestelde plaatsen. Als de betrokken leerling voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen wordt aangemeld, wordt een volgorde van keuze aangegeven. Na afsluiten van de aanmeldingsperiode worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/23, 37/24 en 37/25, en in voorkomend geval, volgens artikel 37/22. De leerlingen die gunstig geordend worden, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, verwerven een recht op inschrijving voor een beschikbaar gestelde plaats. Binnen gezamenlijke aanmeldingsprocedures wordt slechts één gunstige ordening weerhouden, zijnde de gunstige ordening in de school van hoogste keuze van de betreffende leerling. Leerlingen die niet gunstig geordend worden, worden in de volgorde zoals in het aanmeldingsregister, opgenomen als geweigerde leerlingen in het inschrijvingsregister.". Art. II.18. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/16 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/16.§ 1. Een schoolbestuur, alle deelnemende schoolbesturen samen of het LOP, meldt uiterlijk op 15 november van het voorafgaande schooljaar, via het daartoe ontwikkelde formulier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap: 1° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het de inschrijvingen zal organiseren via een aanmeldingsprocedure;2° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, wil kunnen weigeren;3° welk standaarddossier het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wenst af te wijken, als vermeld in artikel 37/18.Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt. Voor de inschrijvingen voor schooljaar 2019-2020 geldt 31 januari 2019 als uiterste datum voor het melden van de beslissingen uit het eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid. § 2. Elk schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP, dat de inschrijvingen laat voorafgaan door een aanmeldingsprocedure richt een commissie op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van disfuncties en klachten betreffende de aanmeldingsprocedure. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere bepalingen betreffende de samenstelling en opdracht van de disfunctiecommissie.". Art. II.19. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/17 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/17.§ 1. Voor aanmeldende scholen, gelegen in het werkingsgebied van een LOP, moet de aanmeldingsprocedure bij dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd. De dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door enerzijds meer dan de helft van de participanten, bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, en anderzijds, meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4, § 1, 4° tot en met 12°, telkens van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. § 2. Voor scholen in gemeenten, gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen een aanmeldingsprocedure instellen na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen in de gemeente, en op voorwaarde dat alle aanmeldende scholen in de betreffende gemeente deelnemen aan de aanmeldingsprocedure. § 3. Schoolbesturen kunnen, over scholen, gemeenten en werkingsgebieden van een LOP heen, samen een aanmeldingsprocedure instellen, mits het respecteren van de voorwaarden, vermeld in de eerste en tweede paragraaf. In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectieve ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en artikel 37/24 onverminderd gelden. § 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.". Art. II.20. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/18 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/18.Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, wanneer ze wensen af te wijken van een standaarddossier, de betreffende afwijkingen voor aan de CLR. De CLR toetst de afwijkingen van een standaarddossier aan de bepalingen, vermeld in afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en neemt hierover een besluit, uiterlijk twee maanden na de indiening, en in ieder geval voor 24 december.". Art. II.21. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/19 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/19.§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, een van volgende initiatieven nemen: 1° aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de Commissie inzake leerlingenrechten melden de aanmeldingen te zullen organiseren conform een standaarddossier;2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR.In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt het een besluit, uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan; 3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, voorleggen aan de Vlaamse Regering.In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure. § 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de, overeenkomstig paragraaf 1, 2°, voorgelegde aangepaste afwijkingen van een standaarddossier, kan het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, voorleggen aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen uit artikel 37/7 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure. § 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het, overeenkomstig paragraaf 1, 3°, voorgelegde voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepaste voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk. De CLR neemt over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.". Art. II.22. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/20 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/20.§ 1. Een schoolbestuur bepaalt uiterlijk op 15 februari van het voorafgaande schooljaar voor elke school en vestigingsplaats, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, een capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur voor de betreffende scholen, vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, als het maximaal aantal leerlingen ziet. § 2. Daarnaast maakt het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen, zijnde het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, desgevallend per contingent als vermeld in artikel 37/24, minstens bekend op volgende momenten: 1° voor de start van de inschrijvingen of, in voorkomend geval, de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, §§ 2 en 3;2° voor de start van de aanmeldingsperiode, vermeld in artikel 37/21;3° voor de start van de vrije inschrijvingsperiode, vermeld in artikel 37/27. Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP communiceert het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen minstens aan het LOP, en respecteert daarbij de binnen het LOP gemaakte afspraken. § 3. Een schoolbestuur kan de capaciteit verhogen na de start van de inschrijvingen, mits toepassing van de volgens artikel 37/24 te bepalen contingenten. Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP moet de capaciteitsverhoging door het LOP zijn goedgekeurd. Schoolbesturen van scholen, gelegen in gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP, delen de capaciteitsverhoging ter kennisgeving mee aan de schoolbesturen van de andere scholen, gelegen in die gemeente. § 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit als vermeld in paragraaf 1 overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit voor dat volgende schooljaar overschreden zou worden. § 5. Een aanmeldende school kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met een capaciteit van 100, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met een capaciteit hoger dan 100, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders. Schoolbesturen met scholen of vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied van het LOP maken hierover afspraken binnen het LOP.". Art. II.23. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/21 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/21.§ 1. Elk schoolbestuur respecteert de volgende door de Vlaamse Regering bepaalde periodes en data: 1° de start- en de einddatum van de aanmeldingsperiode voor een bepaald schooljaar;2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt aan ouders;3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen;4° de startdatum van de vrije inschrijvingsperiode, zijnde de periode voor de inschrijvingen voor de eventuele resterende vrije plaatsen. § 2. Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode voor het volgende schooljaar kunnen geen inschrijvingen van leerlingen die niet behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, voor het volgende schooljaar gebeuren. Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat: 1° op het moment van de vraag tot inschrijving nog een vrije plaats is;2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP of voor scholen buiten het werkingsgebied van een LOP aan de schoolbesturen van scholen in dezelfde gemeente; 3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven.". Art. II.24. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/22 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/22.§ 1. Leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, worden bij voorrang ingeschreven. Een schoolbestuur bepaalt en communiceert aan alle belanghebbenden de periode of desgewenst periodes waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken. Deze periode start ten vroegste vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Een schoolbestuur dat besliste geen leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te weigeren, schrijft de leerlingen uit beide voorrangsgroepen in chronologische volgorde in en kan deze leerlingen tijdens de voorrangsperiode, vermeld in het eerste lid, niet weigeren op basis van bereikte capaciteit. Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te willen kunnen weigeren, respecteert bij de inschrijving van deze voorrangsgroepen volgende regels: 1° het ordent deze leerlingen, zoals bepaald in paragraaf 4;2° het wijst de leerlingen die gunstig geordend zijn, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, toe, en noteert de niet-gunstig geordende leerlingen, in de volgorde zoals bepaald in paragraaf 4, op de weigeringslijst. Scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren eventuele afspraken binnen het LOP over de organisatie van de inschrijvingen van de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3. § 2. Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle andere leerlingen, recht op inschrijving in de betrokken school of de betrokken scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, op basis van artikel 37/9. § 3. Na de leerlingen, vermeld in paragraaf 2, geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/9, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen. Met personeelslid wordt bedoeld: 1° een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;2° een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school. § 4. Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragrafen 2 en 3, te willen kunnen weigeren op basis van capaciteit, ordent de leerlingen uit de voorrangsgroepen in deze volgorde: 1° leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen;2° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 2;3° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 3. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, bedoeld in punt 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, en met toepassing van artikel 37/24, vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.". Art. II.25. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/23 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/23.§ 1. Op het einde van de door de Vlaamse Regering bepaalde aanmeldingsperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen, aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria: a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;c) toeval.Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d); d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders.Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c). Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het door bij hen onderschreven standaarddossier of de eventuele afwijkingen daarop, zoals goedgekeurd door de CLR, en met toepassing van artikel 37/24. § 2. Indien het schoolbestuur besliste de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend als volgt: 1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen als vermeld in artikel 37/22, §§ 2 en 3;2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/22, § 2;2° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, zoals bepaald in artikel 37/22, § 3;3° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria: a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;c) toeval.Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d); d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders.Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c). Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het door bij hen onderschreven standaarddossier of de eventuele afwijkingen daarop, zoals goedgekeurd door de CLR, en met toepassing van artikel 37/24.". Art. II.26. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/24 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/24.§ 1. Een schoolbestuur bepaalt minstens voor de kleuters, geboren in de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn, en voor het eerste jaar van het lager onderwijs van al zijn scholen of vestigingsplaatsen waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, twee contingenten die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer indicatoren ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3. De vooropgestelde contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van de leerlingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, in de scholen in het werkingsgebied van het LOP of, voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, in de betrokken gemeente. De twee contingenten samen vormen 100 procent. De contingenten, en de vrije plaatsen per contingent, worden voor de start van de aanmeldingsperiode door het schoolbestuur bekendgemaakt aan alle belanghebbenden. De reeds ingeschreven leerlingen en leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, worden op basis van het voldoen aan één of meer of op basis van het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent. De aangemelde leerlingen worden op basis van het voldoen aan één of meer van de indicatoren of op basis van het voldoen aan geen van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in respectievelijk het contingent indicatorleerlingen of niet-indicatorleerlingen, zolang het contingent niet bereikt is. Indien bij het ordenen van de aangemelde leerlingen, na afsluiten van de aanmeldingsperiode, de capaciteit binnen een van beide contingenten niet bereikt is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met de, conform de bepalingen in artikel 37/23, hoogst gerangschikte leerlingen op de lijst van de ongunstig gerangschikte leerlingen uit het andere contingent. § 2. Het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP de schoolbesturen die een gezamenlijke aanmeldingsprocedure organiseren, maken voor de start van de inschrijvingen afspraken over: 1° de berekening van de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied of deelgebieden ervan, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied of deelgebieden ervan, eventueel tot op de niveaus, vermeld in artikel 37/20;2° de berekening van de relatieve aanwezigheid in vestigingsplaatsen en scholen, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen in de vestigingsplaatsen en scholen en dit eventueel tot op de niveaus, vermeld in artikel 37/20;3° de niveaus, vermeld in artikel 37/20, van de school waarop de contingenten bepaald zullen worden en de verschillen die er eventueel tussen de verschillende deelgebieden gemaakt worden;4° de wijze waarop de contingenten bepaald zullen worden;5° de wijze waarop enerzijds andere actoren betrokken zullen worden bij de werving, toeleiding en ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren. Voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP is: 1° de relatieve aanwezigheid in de school of vestigingsplaats de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het aantal leerlingen in een school of vestigingsplaats;2° de relatieve aanwezigheid in de gemeente de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen de gemeente. Als een schoolbestuur erom vraagt, stellen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap gegevens over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van elk van zijn leerlingen ter beschikking van dat schoolbestuur. Daarnaast stellen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, in voorkomend geval, gegevens ter beschikking van het LOP over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van de leerlingen van de scholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP. Deze gegevens zijn afkomstig van de meest recente jaarlijkse centraal georganiseerde telling. § 3. De indeling van de aangemelde leerlingen in een van beide contingenten gebeurt op basis van volgende indicatoren: 1° het gezin, vermeld in artikel 3, § 1, 17°, van het decreet van 27 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/04/2018 pub. 31/07/2018 numac 2018040369 bron vlaamse overheid Decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid sluiten tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één selectieve participatietoeslag leerling ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen. Voor de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 komen eveneens in aanmerking voor voorrang: de leefeenheid, vermeld in artikel 5, 21°, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/06/2007 pub. 19/07/2007 numac 2007036095 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap sluiten betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één schooltoelage zoals bedoeld in het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/06/2007 pub. 19/07/2007 numac 2007036095 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap sluiten betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen; 2° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs. § 4. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, aangetoond wordt, bepalen en kan hiervoor een procedure vastleggen. Voor de indicator, vermeld in paragraaf 3, 1°, gelden dan de inkomensgrenzen van de regeling inzake schooltoelagen of de selectieve participatietoeslag leerling als richtinggevend.". Art. II.27. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/25 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/25.§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37/20 bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister. Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37/22 tot en met artikel 37/24, tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren. § 2. Voor aanmeldingsprocedures voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen geldt dat het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur, de aangemelde leerling toewijst aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven en waarvoor de leerling gunstig geordend is. Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/22 tot en met 37/24, eerstvolgend gerangschikte leerling. Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop. § 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven. Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen. Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria of indicatoren die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten, zoals bepaald in artikel 37/16, § 2, leidt tot een andere beslissing. Wanneer een via de aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerdere inschrijving beëindigen. § 4. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de ouders uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats. Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen. § 5. Een niet-gunstige rangschikking wordt gelijkgesteld met een weigering op basis van bereikte capaciteit, overeenkomstig artikel 37/20. Binnen het werkingsgebied van het LOP kan het uitreiken van de weigeringsdocumenten gemandateerd worden aan het LOP, buiten het werkingsgebied van een LOP aan een daartoe gemandateerd schoolbestuur.". Art. II.28. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/26 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/26.§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin het alle inschrijvingen en weigeringen chronologisch, in voorkomend geval per contingent, noteert. Overeenkomstig artikel 37/25 wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister. § 2. Met uitzondering van leerlingen die werden ingeschreven in overcapaciteit, zoals bepaald in artikel 37/28, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/20, de volgorde van de weigeringen, indien van toepassing binnen het betreffende contingent, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de weigeringen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar. Ouders van leerlingen die alsnog een plaats wordt toegewezen krijgen daar binnen de zeven kalenderdagen schriftelijk of via elektronische drager melding van. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal zeven kalenderdagen. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister. § 4. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.". Art. II.29. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/27 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/27.Het schoolbestuur noteert eventuele bijkomende inschrijvingen na de start van de door de Vlaamse Regering bepaalde vrije inschrijvingsperiode voor de resterende vrije plaatsen in chronologische volgorde in het inschrijvingsregister.". Art. II.30. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 2, onderafdeling C, ingevoegd bij artikel II.16, een artikel 37/28 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/28.§ 1. In afwijking van artikel 37/20, § 5, kan een schoolbestuur volgende leerlingen toch inschrijven: 1° een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs;2° leerlingen die: a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter;b) hetzij als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school;c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;3° leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;4° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit;5° leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt;6° leerlingen waarvoor de disfunctiecommissie, bepaald in artikel 37/16, § 2, toestemming heeft verleend voor een inschrijving in overcapaciteit. § 2. In afwijking van artikel 37/20, § 5, moet een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling die in het lopende, het voorafgaande of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school ingeschreven was, en die met toepassing van artikel 15 of 16 terugkeert uit het buitengewoon onderwijs, inschrijven.". Art. II.31. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, ingevoegd bij artikel II.3, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 3. Weigeren van inschrijvingen". Art. II.32. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel II.31, een artikel 37/29 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/29.§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1. Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. § 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan. § 3. Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd verwijderd, overeenkomstig artikel 32 en 33.". Art. II.33. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel II.31, een artikel 37/30 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/30.§ 1. Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen en bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs, mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Indien de school of vestigingsplaats gelegen is buiten het werkgebied van een LOP, meldt het schoolbestuur de weigering aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Het weigeringsdocument, vermeld in het eerste lid, bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot weigering en bevat de melding dat de ouders voor informatie of bemiddeling een beroep kunnen doen op een LOP of klacht kunnen indienen bij de CLR en de wijze waarop men met een van beide in contact kan treden. Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20 of op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden als vermeld in artikel 37/14, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen, desgevallend in het betreffende contingent, de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister. § 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.". Art. II.34. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, ingevoegd bij artikel II.3, een afdeling 4 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 4. Bemiddelings- en klachtenprocedure". Art. II.35. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 4, ingevoegd bij artikel II.34, een artikel 37/31 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/31.§ 1. Ouders en alle belanghebbenden kunnen vragen om bemiddeling door het LOP, zoals bepaald in artikel 37/32 of een klacht indienen bij de CLR, zoals bepaald in artikel 37/33, wanneer ze niet akkoord zijn met: 1° een weigering op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20;2° een weigering van inschrijving, op basis van de weigeringsgronden, vermeld in artikel 37/29;3° een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 37/10;4° een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften als vermeld in artikel 37/11;5° een weigering op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandig-heden als vermeld in artikel 37/14. In geval van weigeringen, die niet behoren tot de weigeringen bepaald in punt 2°, 3° en 4°, door een school die eerder, conform artikel 37/12, besliste geen leerlingen te zullen weigeren, kunnen ouders van geweigerde leerlingen en eventueel andere belanghebbenden gezamenlijk een klacht indienen. § 2. Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/32, duidt de Vlaamse Regering per provincie, een LOP-deskundige en een onderwijsinspecteur aan die voor de gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opnemen. Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/32, en de klachtenprocedure, vermeld in artikel 37/33, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.". Art. II.36. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IV/1, afdeling 4, ingevoegd bij artikel II.34, een artikel 37/32 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 37/32.§ 1. Het LOP start wanneer de ouders er uitdrukkelijk om v …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.