📄 Wettekst
18 MAART 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het basis- en secundair onderwijs
De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 44bis, ingevoegd bij het
decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
29/08/1997
numac
1997035981
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
21/08/1997
numac
1997036004
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs VIII
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
28/08/1997
numac
1997035971
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot bekrachtiging van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs
sluiten, vervangen bij het decreet van 22 juni 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009;
Gelet op het
decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/01/2002
pub.
08/02/2002
numac
2001035155
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs
sluiten betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, artikel 9, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 8 mei 2009;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 1996 tot bepaling van de vakgebonden eindtermen en de vakgebonden ontwikkelingsdoelen van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 24 juli 1996, het laatst gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
09/04/2009
numac
2009201520
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
19/03/2009
numac
2009201080
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
01/04/2009
numac
2009035265
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
16/03/2009
numac
2009200987
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitbreiding van de onderwijsbevoegdheid van centra voor volwassenenonderwijs
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
23/04/2009
numac
2009201720
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende regeling van inkomensgerelateerde opvang bij zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
30/03/2009
numac
2009200988
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van onroerende goederen die worden overgedragen van het Gemeenschapsonderwijs naar de Hogeschool Gent
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
02/04/2009
numac
2009201418
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de regeling van de melding aan Kind en Gezin van opvang op bestendige wijze
sluiten, bekrachtigd bij het decreet van 30 april 2009;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
27/05/1997
pub.
28/08/1997
numac
1997035859
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs
sluiten tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het
decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
29/08/1997
numac
1997035981
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
21/08/1997
numac
1997036004
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs VIII
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
28/08/1997
numac
1997035971
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot bekrachtiging van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs
sluiten, het laatst gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
09/04/2009
numac
2009201520
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
19/03/2009
numac
2009201080
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
01/04/2009
numac
2009035265
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
16/03/2009
numac
2009200987
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitbreiding van de onderwijsbevoegdheid van centra voor volwassenenonderwijs
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
23/04/2009
numac
2009201720
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende regeling van inkomensgerelateerde opvang bij zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
30/03/2009
numac
2009200988
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van onroerende goederen die worden overgedragen van het Gemeenschapsonderwijs naar de Hogeschool Gent
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
02/04/2009
numac
2009201418
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de regeling van de melding aan Kind en Gezin van opvang op bestendige wijze
sluiten, bekrachtigd bij het decreet van 30 april 2009;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
17/12/1997
pub.
27/06/1998
numac
1998035533
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot gelijkwaardigheid van de aanvraag tot afwijking voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen in het gewoon basisonderwijs
sluiten tot gelijkwaardigheid van de aanvraag tot afwijking voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 12 mei 1998;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
17/02/1998
pub.
12/06/1998
numac
1998035553
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs
sluiten tot gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 12 mei 1998;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
23/06/2000
pub.
29/11/2000
numac
2000036061
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs
sluiten tot vaststelling van de vakgebonden eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het
decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/01/2002
pub.
08/02/2002
numac
2001035155
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs
sluiten, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009, bekrachtigd bij het decreet van 23 april 2010;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
06/09/2002
pub.
22/11/2002
numac
2002036410
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de eindtermen van de tweede en de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs
sluiten tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de eindtermen van de tweede en de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 6 december 2002;
Gelet op de aanvraag tot afwijking van 11 januari 2010 door de Federatie Steinerscholen Vlaanderen, Gitschotellei 188, 2140 Antwerpen;
Gelet op het gemotiveerde positieve advies over de ontvankelijkheid en de gelijkwaardigheid, enerzijds van een Commissie van Externe Deskundigen, gegeven op 3 december 2010, en anderzijds van de Onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap, gegeven op 9 november 2010;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 maart 2011;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;
Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.De aanvraag tot afwijking van 11 januari 2010, ingediend door de Federatie Steinerscholen Vlaanderen, Gitschotellei 188, 2140 Antwerpen, van bepaalde eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het basis- en secundair onderwijs die bij decreet zijn bekrachtigd, is ontvankelijk, en de voorgelegde vervangende eindtermen en ontwikkelingsdoelen worden gelijkwaardig verklaard. Art. 2.De vervangende eindtermen en ontwikkelingsdoelen, vermeld in artikel 1, betreffen : 1° in afwijking van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 1996 tot bepaling van de vakgebonden eindtermen en de vakgebonden ontwikkelingsdoelen van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 24 juli 1996, het laatst gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
09/04/2009
numac
2009201520
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
19/03/2009
numac
2009201080
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
01/04/2009
numac
2009035265
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
16/03/2009
numac
2009200987
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitbreiding van de onderwijsbevoegdheid van centra voor volwassenenonderwijs
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
23/04/2009
numac
2009201720
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende regeling van inkomensgerelateerde opvang bij zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
30/03/2009
numac
2009200988
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van onroerende goederen die worden overgedragen van het Gemeenschapsonderwijs naar de Hogeschool Gent
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
02/04/2009
numac
2009201418
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de regeling van de melding aan Kind en Gezin van opvang op bestendige wijze
sluiten, bekrachtigd bij het decreet van 30 april 2009 : a) de eindtermen natuurwetenschappen, eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;b) de eindtermen moderne vreemde talen (Frans/Engels), eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd;c) de eindtermen Nederlands, eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs, vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;d) de eindtermen techniek, eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd;e) de ontwikkelingsdoelen moderne vreemde talen (Frans), eerste graad (B-stroom) secundair onderwijs, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;2° in afwijking van het
besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
27/05/1997
pub.
28/08/1997
numac
1997035859
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs
sluiten tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het
decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
29/08/1997
numac
1997035981
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
21/08/1997
numac
1997036004
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs VIII
type
decreet
prom.
15/07/1997
pub.
28/08/1997
numac
1997035971
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot bekrachtiging van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs
sluiten, het laatst gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
09/04/2009
numac
2009201520
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
19/03/2009
numac
2009201080
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
01/04/2009
numac
2009035265
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
16/03/2009
numac
2009200987
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitbreiding van de onderwijsbevoegdheid van centra voor volwassenenonderwijs
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
23/04/2009
numac
2009201720
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende regeling van inkomensgerelateerde opvang bij zelfstandige opvangvoorzieningen
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
30/03/2009
numac
2009200988
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van onroerende goederen die worden overgedragen van het Gemeenschapsonderwijs naar de Hogeschool Gent
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
13/02/2009
pub.
02/04/2009
numac
2009201418
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de regeling van de melding aan Kind en Gezin van opvang op bestendige wijze
sluiten, bekrachtigd bij het decreet van 30 april 2009 : a) de ontwikkelingsdoelen wereldoriëntatie natuur basisonderwijs, vermeld in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd;b) de ontwikkelingsdoelen wereldoriëntatie techniek basisonderwijs, vermeld in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd;c) de eindtermen Nederlands basisonderwijs, vermeld in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd;d) de eindtermen moderne vreemde talen (Frans) basisonderwijs, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd;e) de eindtermen wereldoriëntatie natuur basisonderwijs, vermeld in bijlage 10, die bij dit besluit is gevoegd;f) de eindtermen wereldoriëntatie techniek basisonderwijs, vermeld in bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd;3° in afwijking van het
besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
23/06/2000
pub.
29/11/2000
numac
2000036061
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs
sluiten tot vaststelling van de eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het
decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/01/2002
pub.
08/02/2002
numac
2001035155
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs
sluiten, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009, bekrachtigd bij het decreet van 23 april 2010 : a) de eindtermen moderne vreemde talen (Frans/Engels), tweede graad algemeen secundair onderwijs, vermeld in bijlage 12, die bij dit besluit is gevoegd;b) de eindtermen moderne vreemde talen (Frans/Engels), derde graad algemeen secundair onderwijs, vermeld in bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd. Art. 3.§ 1. De gelijkwaardigheid van de volgende vervangende eindtermen en ontwikkelingsdoelen, vermeld in het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
17/12/1997
pub.
27/06/1998
numac
1998035533
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot gelijkwaardigheid van de aanvraag tot afwijking voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen in het gewoon basisonderwijs
sluiten tot gelijkwaardigheid van de aanvraag tot afwijking voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het gewoon basisonderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 12 mei 1998, wordt opgeheven : 1° de ontwikkelingsdoelen wereldoriëntatie natuur basisonderwijs;2° de ontwikkelingsdoelen wereldoriëntatie technologie basisonderwijs;3° de eindtermen Nederlands basisonderwijs;4° de eindtermen moderne vreemde talen (Frans) basisonderwijs;5° de eindtermen wereldoriëntatie natuur basisonderwijs;6° de eindtermen wereldoriëntatie technologie basisonderwijs. § 2. De gelijkwaardigheid van de volgende vervangende eindtermen en ontwikkelingsdoelen, vermeld in het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
17/02/1998
pub.
12/06/1998
numac
1998035553
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs
sluiten tot gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 12 mei 1998, wordt opgeheven : 1° de eindtermen natuurwetenschappen, eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs;2° de eindtermen moderne vreemde talen (Frans/Engels), eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs;3° de eindtermen Nederlands, eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs;4° de eindtermen technologische opvoeding, eerste graad (A-stroom) secundair onderwijs;5° de ontwikkelingsdoelen moderne vreemde talen (Frans), eerste graad (B-stroom) secundair onderwijs. § 3. De gelijkwaardigheid van de volgende vervangende eindtermen, vermeld in het
besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
06/09/2002
pub.
22/11/2002
numac
2002036410
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de eindtermen van de tweede en de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs
sluiten tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de eindtermen van de tweede en de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 6 december 2002, wordt opgeheven : 1° de eindtermen moderne vreemde talen (Frans/Engels), tweede graad algemeen secundair onderwijs;2° de eindtermen moderne vreemde talen (Frans/Engels), derde graad algemeen secundair onderwijs. Art. 4.In afwijking van het
besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
23/06/2000
pub.
29/11/2000
numac
2000036061
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs
sluiten tot vaststelling van de eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het
decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/01/2002
pub.
08/02/2002
numac
2001035155
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs
sluiten, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009, bekrachtigd bij het decreet van 23 april 2010, wordt de gelijkwaardigheid bevestigd van de volgende vervangende eindtermen, vermeld in het
besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
06/09/2002
pub.
22/11/2002
numac
2002036410
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de eindtermen van de tweede en de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs
sluiten tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking op de eindtermen van de tweede en de derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 6 december 2002 : 1° de eindtermen Nederlands, tweede graad algemeen secundair onderwijs;2° de eindtermen Nederlands, derde graad algemeen secundair onderwijs. Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 maart 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS Voor de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Pascal Smet, de Vlaamse minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, Mevr. I. LIETEN
BIJLAGE 1 : EINDTERMEN NATUURWETENSCHAPPEN EERSTE GRAAD (A-STROOM) SECUNDAIR ONDERWIJS MOTIVERING Een belangrijk onderscheid tussen de door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen Natuurwetenschappen voor de eerste graad A en de vervangende eigen eindtermen van de Federatie Steinerscholen is de manier waarop met het gegeven van de wetenschappelijke methode omgegaan wordt binnen de steinerpedagogie.
In de Memorie van Toelichting bij de nieuwe door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen staat : « Binnen de natuurwetenschappen onderscheidt men traditioneel de disciplines : aardwetenschappen, biologie, chemie, kosmologie en natuurkunde. Als empirische wetenschap maken de natuurwetenschappen gebruik van de proefondervindelijke methode om de (materiële) omgeving en de samenhangen in de materiële werkelijkheid te begrijpen. Deze methode doet een beroep op observaties en/of experimenten die de gevonden antwoorden op vragen moeten bevestigen of falsifiëren. » De Federatie Steinerscholen kan deze methodiek eveneens onderschrijven. Ze kan zich echter niet herkennen in een aantal theoretische onderzoeksvaardigheden die gekoppeld worden aan de door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen van de eerste graad : « Om natuurwetenschappelijke vraagstukken te benaderen doet men een beroep op de zogenaamde proefondervindelijke methode, waarbij een hypothese voor een mogelijke verklaring wordt opgesteld, de hypothese wordt getoetst (aan de hand van observaties en/of experimenteel onderzoek) waarna deze wordt bevestigd of eventueel bijgesteld. Men doet daarbij vaak een beroep op kennis van structuren en processen die niet direct observeerbaar zijn. » (Memorie van Toelichting bij de door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen.) De Memorie van Toelichting verwijst naar de Europese aanbevelingen i.v.m. wetenschappelijke geletterdheid als een kerncompetentie waarover iedere burger in een kenniseconomie en - maatschappij zou moeten beschikken. De aanbevelingen hebben het echter over de kerncompetenties die aan het eind van het initieel onderwijs en de initiële opleiding zouden moeten worden bereikt. Zoals eveneens in de motivatie bij de vervangende eindtermen wereldoriëntatie natuur van de basisschool aangehaald, situeert het verwerven van de kerncompetenties zich op volwassen leeftijd. In deze eindtermen voor de eerste graad worden de fundamenten gelegd om die competentie aan het einde van de schoolloopbaan te bereiken. Daarbij gebruikt de steinerpedagogie echter een andere opbouw dan degene die in de door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen wordt gehanteerd.
Zoals reeds geargumenteerd in de motivering van de eigen alternatieve eindtermen van 1998, vertrekken de steinerscholen bij hun wetenschapsonderwijs in de eerste graad bij de verschijnselen zelf.
Pas na de exacte waarneming en de beschrijving van de verschijnselen, volgt de mogelijke hypothese. Zoals we in de algemene inleiding tot de eigen alternatieve eindtermen van de steinerscholen beschreven, gebruikt de steinerpedagogie daarbij de fenomenologische beschouwingswijze. Deze werkwijze bevordert bij de leerlingen het inlevingsvermogen en het levendig denken. Ze schept de mogelijkheid om, naast parate kennis, de nodige eerbiedskrachten voor de fenomenen van de natuur en de wetenschappen op te wekken. Hierdoor werkt men op een indirecte manier ook aan vakoverschrijdende eindtermen uit de context Omgeving en Duurzame Ontwikkeling.
We lezen verder in de Memorie van Toelichting : « Bij het formuleren van eindtermen en ontwikkelingsdoelen is het daarom van belang erover te waken dat de abstractiegraad van begrippen en de cognitieve operaties die nodig zijn om bepaalde vraagstukken te benaderen, afgestemd zijn op het cognitieve en morele ontwikkelingsstadium van de doelgroep. Een analyse van de resultaten van het peilingsonderzoek 'natuur' en 'biologie' leert dat leerlingen van het lager onderwijs en van de eerste graad secundair onderwijs abstracte begrippen slechts matig beheersen. » De Federatie van Steinerscholen huldigt een ontwikkelingsgerichte pedagogie, zoals reeds in de algemene inleiding staat beschreven bij de basisprincipes van de steinerpedagogie. In die optiek is het gemakkelijk te begrijpen dat leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs abstracte begrippen slechts matig beheersen. Jongere kinderen hebben een benadering van de werkelijkheid nodig die aansluit bij hun wijze van begrijpen. Geleidelijk aan kunnen ze meer en meer abstracties aan. In de steinerpedagogie betekent dit dat men het niveau van abstractie aanpast aan de leeftijd. Dat heeft voor gevolg dat men in de steinerpedagogie verregaande abstracties pas aanreikt in de tweede en derde graad, als de leerlingen daar meer aan toe zijn.
Ook in eerdere aanvragen kwam deze opvatting aan bod, bijvoorbeeld in de motivatie van de Federatie Steinerscholen Vlaanderen van 1998 in haar vraag naar afwijking van de eindtermen in de eerste graad.
De consecutieve leer- en ontwikkelingslijn in het geheel van de steinerpedagogie is in dit kader van essentieel belang. Zo loopt de inhoud van het vak biologie binnen de natuurwetenschappen in één stroom door van de basisschool tot in het secundair onderwijs. In de basisschool ligt in het vak wereldoriëntatie natuur de nadruk meer op plant en dier. In de eerste graad secundair onderwijs ligt de klemtoon meer op de mens. Vanaf de tweede graad komen alle natuurrijken opnieuw aan bod in de verschillende natuurwetenschappelijke vakken en dit met een hoger abstractieniveau.
TOELICHTING Er werden een aantal wijzigingen doorgevoerd in de alternatieve eindtermen voor de A-stroom, doch de strekking van de eigen alternatieve eindtermen van 1998 werd behouden waardoor de motivering van de eerdere aanvraag nog steeds geldt. De Federatie Steinerscholen vraagt geen afwijking voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van de B-stroom.
De door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen natuurwetenschappen van de A-stroom van de eerste graad secundair onderwijs van 1997 bevatten enkel eindtermen over de levende natuur (biologie). Voor de B-stroom waren er reeds ontwikkelingsdoelen over de niet-levende natuur geformuleerd. De overheid voert in de nieuwe door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen, die van kracht worden in september 2010, voor de niet-levende natuur een aantal eindtermen in. De in 1998 goedgekeurde eigen alternatieve eindtermen van de Federatie Steinerscholen in Vlaanderen bevatten reeds een aantal eindtermen over de niet-levende natuur. De Federatie handhaaft de inhoud die reeds in deze vervangende eindtermen aan bod kwam en houdt vast aan de verticale samenhang met de eigen eindtermen van de tweede en derde graad.
Het aantal eindtermen is kleiner geworden. Deels kan de Federatie Steinerscholen een aantal eigen eindtermen natuurwetenschappen voor de A-stroom samenvoegen in één eindterm, zoals hij ook geformuleerd is door de overheid. Ditzelfde principe is ook toegepast bij andere eindtermen. Deels handhaaft de federatie een aantal van haar oorspronkelijke eindtermen. Verder worden een paar van de nieuwe door de Vlaamse regering bepaalde eindtermen overgenomen.
VERVANGENDE EINDTERMEN De leerlingen kunnen
1
bij een bloemplant de functies van de wortel, de stengel, het blad en de bloem aangeven;
2
bij de mens de bouw, de werking en de onderlinge samenhang van het spijsverteringsstelsel, het ademhalingsstelsel, het bloed, de bloedsomloop en het uitscheidingsstelsel beschrijven;
3
het belang van stofwisseling beschrijven voor de instandhouding van het menselijk lichaam;
4
bij de mens de delen van het voortplantingsstelsel benoemen, beschrijven hoe de voortplanting verloopt, manieren aangeven om de voortplanting te regelen en om seksueel overdraagbare aandoeningen te voorkomen;
5
de opbouw van het skelet, de gewrichten, de spieren en de werking van het bewegingsapparaat beschrijven;
6
de specificiteit van de verschillende voedingsstoffen beschrijven aan de hand van een experiment;
7
uit waarnemingen afleiden dat in planten stoffen gevormd worden onder invloed van licht en met stoffen uit de bodem en de lucht;
8
met concrete voorbeelden aangeven dat organismen op verschillende manieren aangepast zijn aan hun omgeving;
9
in een concreet voorbeeld van een biotoop aantonen dat organismen een levensgemeenschap vormen waarin voedselrelaties voorkomen;
10
in concrete voorbeelden aantonen dat de omgeving het voorkomen van levende wezens beïnvloedt en omgekeerd;
11
in een concreet voorbeeld aantonen dat de mens natuur en milieu beïnvloedt en dat hierdoor ecologische evenwichten kunnen gewijzigd worden.
12
waarneembare stofomzettingen met concrete voorbeelden uit de niet-levende natuur illustreren;
13
het onderscheid aangeven tussen zouten, zuren en basen;
14
de belangrijkste eigenschappen van zouten, zuren en basen verwoorden;
15
het belang van indicatoren verwoorden;
16
de werking van enkele indicatorstoffen beschrijven;
17
het exact waarnemen onderscheiden van alleen maar kijken;
18
de zware gevolgen van een onoordeelkundig gebruik van stoffen (bij experimenten) inzien;
19
de samenhang tussen de uiterlijk waarneembare eigenschappen van een stof en de werking ervan op het menselijk organisme aanvoelen; (*)
20
uitgevoerde experimenten nauwkeurig in herinnering brengen met de bedoeling de juiste volgorde van de handelingen en waarnemingen weer te geven;
21
een onderzoekende houding aannemen :
22
door hun oordeel uit te stellen en zich in eerste instantie te laten leiden door de optredende fenomenen;(*)
23
door om te gaan met wetenschappelijke hulpmiddelen, o.a. de microscoop;
24
door waarnemingsgegevens te ordenen en onderling te vergelijken;
25
door onder begeleiding van de leerkracht algemeen geldende wetmatigheden af te leiden uit de gedane waarnemingen;
26
milieubewust omgaan met producten en materialen; (*)
27
het belang van biodiversiteit, de schaarste aan grondstoffen en aan fossiele energiebronnen verbinden met een op duurzaamheid gerichte levensstijl.
* de attitudes werden met een asterisk aangeduid. (*) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot ontvankelijkheid en gelijkwaardigheid van een aanvraag tot afwijking van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het basis- en secundair onderwijs.
Brussel, 18 maart 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS Voor de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Pascal Smet, de Vlaamse minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, Mevr. I. LIETEN
BIJLAGE 2 : EINDTERMEN MODERNE VREEMDE TALEN (FRANS/ENGELS) EERSTE GRAAD (A-STROOM) SECUNDAIR ONDERWIJS MOTIVERING De grond voor de aanvraag van vervangende eindtermen ligt in specifieke pedagogische en onderwijskundige benaderingswijze en de leeftijdsgerichte aanpak die kenmerkend zijn voor het steineronderwijs.
De leeftijdsgerichte ontwikkeling : De steinerscholen hebben sinds het ontstaan van de steinerpedagogie in 1919 het vreemdetalenonderwijs hoog in hun vaandel geschreven en wereldwijd worden er in de steiner/Waldorfscholen in de mate van het mogelijke twee vreemde talen aangeleerd vanaf de leeftijd van 6 à 7 jaar. (1) De principes van het vreemdetalenonderwijs in de steinerscholen sluiten dus aan bij de aanbevelingen van de Europese Raad van Barcelona maart 2002, toen de staatshoofden en regeringsleiders (2) aandrongen op het onderwijzen van ten minste twee vreemde talen en dat vanaf zeer jonge leeftijd. Ook de langetermijndoelstelling van de Commissie die erin bestaat de individuele meertaligheid te bevorderen opdat alle burgers beschikken over praktische vaardigheden in ten minste twee vreemde talen wordt door de steinerscholen onderschreven (3). Ook in het onlangs gestarte beroepsonderwijs met steinerpedagogie zijn twee vreemde talen in het leerplan van het vak project algemene vakken opgenomen.
Zoals reeds beschreven in de algemene motivering voor vervangende eindtermen voor de steinerscholen en zoals reeds gemotiveerd in de aanvraag tot afwijking voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen in het gewoon basisonderwijs uit 1997 (4) gaat men bij het vreemdetalenonderwijs eveneens uit van de leeftijdsgerichte ontwikkeling.
In de kleuterschool leggen de leerlingen de basis voor het mondelinge gebruik van hun moedertaal. In de eerste jaren van de lagere school leggen ze de basis voor het schriftelijk taalgebruik van de moedertaal. Vermits men dan nog kan profiteren van de gevoelige periode voor het verwerven van een vreemde taal, kan in die jaren de mondelinge basis gelegd worden. In de laatste jaren van de lagere school kan men starten met het schriftbeeld in de vreemde taal. Ook de eerste eenvoudige grammaticale elementen zijn hier op z'n plaats in aansluiting met het moedertaalonderwijs. Rond de leeftijd van 12 jaar komt de grammatica in de vreemde taal meer aan bod. Het verschaft de leerling in de prepuberteit wat houvast, structuur en objectiviteit.
Er wordt daarbij voortgebouwd op de basis die in de lagere klassen werd gelegd. Verschillende grammaticale structuren en vaste zinsconstructie werden immers al veelvuldig geoefend d.m.v. recitatie, spelvormen en dialoog. Wat voorheen onbewust werd opgenomen wordt nu bewust gemaakt en verklaard.
In de eerste graad en tweede graad secundair onderwijs ligt het accent sterk op de verwerving van de taal tot op een niveau dat de leerling er zich in thuis voelt. Dat vraagt, naast oefening in communicatie, om heel wat lexicale en grammaticale kennis. In de derde graad gaat het accent liggen op het werkelijk inzetten van de taal in een reële context van spreken en schrijven. Het literatuuronderwijs van de vreemde taal krijgt een daarbij een belangrijke plaats toebedeeld.
TOELICHTING In de lijn van het Europese Referentiekader voor Talen wordt ook in de eigen eindtermen voor de steinerscholen de vaardigheid spreken opgesplitst in 'spreken' en 'mondelinge interactie' zodat er nu vijf vaardigheden zijn in plaats van vier. Uiteraard onderschrijven de steinerscholen eveneens dat veel communicatiesituaties alleen op een vrij kunstmatige wijze aan één van deze vaardigheidsdomeinen worden toegewezen.
Voor de eindtermen van het secundair onderwijs is zowel de structurering als het gros van de door de overheid bepaalde eindtermen overgenomen. Er is wel een rubriek « beleving van taalrijkdom » aan toegevoegd.
Toevoeging van de rubriek « beleving van taalrijkdom » Hoewel het strikt genomen geen vaardigheid genoemd kan worden, en het eerder over het ervaren van de eigenheid van de andere taal gaat, voegen de steinerscholen onder een nieuwe rubriek « beleving van taalrijkdom » een aantal eindtermen toe. Dit heeft enerzijds consequenties voor het soort teksten dat men gebruikt in het vreemdetalenonderwijs en anderzijds heeft het een band met (inter)culturele gerichtheid of de culturele component. De steinerscholen delen de bekommernis van de overheid zoals uitgedrukt in de uitgangspunten van de door de overheid bepaalde eindtermen vreemde talen : « Deze component mag zeker niet worden beperkt tot het belichten van een aantal geografische, historische of literaire gegevens die als typisch voor deze cultuur ervaren worden. Het is belangrijker dat de leerlingen inzicht krijgen in de werking van andere culturen. Meer concreet gaat het om de geldende waarden en attituden zoals zij zich concretiseren in het dagelijks leven en om sociale en rituele conventies. Het betreft niet enkel kunsten en letteren maar ook levenswijzen, waardesystemen, tradities en overtuigingen. Cultuur wordt in de volle breedte beschouwd : van details in de socio-culturele sfeer tot interculturele communicatie tussen culturen.
Kortom : cultuur omvat de hele waaier van onderscheiden spirituele, materiële, intellectuele en emotionele uitdrukkingen die een gemeenschap of een sociale groep karakteriseren. Op die manier zal in principe ook een grotere openheid ten opzichte van culturele diversiteit ontstaan. » (5) De steinerpedagogie wil aan al het bovenstaande nog een dimensie toevoegen. In essentie communiceren niet de culturen met elkaar maar wel individuen met een verschillende culturele achtergrond. Leerlingen in contact brengen met een vreemde taal is de manier bij uitstek om openheid en interesse voor het 'andere dan ik zelf' te wekken en te ontwikkelen; een pedagogische opdracht die van het grootste belang is in onze tijd.
Taal is sowieso meer dan louter een zakelijk communicatiemiddel en communicatie is meer dan taal. Dit gegeven heeft consequenties voor de visie op vreemdetalenonderwijs van de steinerscholen. Naast communicatiemiddel is een taal dan ook een drager van het cultureel erfgoed van een volk. Taal, als organisch en levend cultuurgoed, mogen we gerust beschouwen als het belangrijkste uitdrukkingsmiddel van de mens. Het weerspiegelt in zijn eigenheid de nuances van hoe de realiteit beleefd wordt door de mens die deze taal spreekt. Taal is a.h.w. een kunstig bouwsel van een diepliggende cultuur en geaardheid.
Een vreemde taal leren, als een organisch en levend cultuurgoed, is dus een middel om die cultuur en geaardheid niet oordelend tegemoet te treden. De vreemde taal verbindt ons zo met houdingen, conventies, waarden, denken als uitdrukkingen van een specifieke cultuur.
Meer dan de gewone informatieve, prescriptieve en narratieve teksten zijn artistiek-literaire teksten uitingen van de 'levende taal' en middel bij uitstek om zich diepgaand te verbinden met andere culturen.
Deze artistiek-literaire teksten kunnen een uiteenlopende moeilijkheidsgraad hebben van eenvoudige kinderpoëzie en rijmpjes tot grote literaire romans en epische gedichten of theaterteksten. Als men de literaire tekst via dramatische werkvormen in de klas kan brengen, komt de vreemde taal op een unieke manier tot leven. Literatuur was in de eerste plaats een orale kunst. Via taalbeleving in een vreemde taal komt men tot het beleven van het eigene van de cultuur van de andere.
Daarom kiezen de steinerscholen ervoor om ook een rubriek beleving van taalrijkdom aan de eindtermen toe te voegen. De teksten die men voor deze eindtermen gebruikt, beperken zich niet tot het niveau beschreven voor de teksten van de andere rubrieken.
Taaltaak en tekst De steinerscholen volgen eveneens de betekenis van het woord « tekst » zoals in de definitie van de Raad van Europa het geval is, waarbij 'tekst' verwijst naar elke boodschap die door leerlingen geproduceerd of ontvangen wordt, zowel mondeling als schriftelijk.
Ook het hierna geciteerde uit de uitgangspunten van de door de overheid bepaalde eindtermen vreemde talen is van toepassing voor de steinerscholen : « Bij het bepalen van de moeilijkheidsgraad van eindtermen moet met een aantal factoren rekening worden gehouden. Eerst en vooral zullen niet alle groepen leerlingen met dezelfde teksten moeten kunnen omgaan. Bovendien hoeft de moeilijkheidsgraad van de teksten niet voor alle leerlingen dezelfde te zijn en tenslotte zullen niet alle leerlingen de teksten in dezelfde mate moeten beheersen. Daarom wordt geopteerd voor differentiatie op basis van tekstsoorten, tekstkenmerken en verwerkingsniveaus. Hoewel geen van deze elementen als absoluut criterium voor de aanduiding van de moeilijkheidsgraad van de taaltaak kan gelden, zorgt het samenspel van deze criteria voor voldoende differentiatieruimte. » (6) Tekstsoorten en tekstkenmerken Voor de tekstsoorten en tekstkenmerken hanteren de steinerscholen eigen criteria omdat de artistiek-literaire teksten zoals hierboven beschreven een grote rol spelen in het vreemdetalenonderwijs van de steinerscholen.
Enerzijds kunnen de steinerscholen eveneens de volgende omschrijvingen hanteren voor hun eindtermen : « Deze tekstsoorten worden omschreven op basis van wat als het meest dominante kenmerk van de tekst ervaren wordt :
o
bij informatieve teksten het overbrengen van informatie;
o
bij prescriptieve teksten het rechtstreeks sturen van het handelen van de ontvanger;
o
bij narratieve teksten het verhalend weergeven van feiten en gebeurtenissen;
o
bij argumentatieve teksten het opbouwen van een redenering;
o
bij artistiek-literaire teksten het feit dat de esthetische component expliciet aanwezig is. »
Anderzijds wordt er met name door de rubriek « beleving van taalrijkdom » er aan toe te voegen een eigen accent gelegd.
Ook voor de tekstkenmerken worden eigen keuzes gemaakt. Zo krijgen elementen die buiten de eigen leefwereld liggen een grotere aandacht.
Het belangrijkste criterium voor een tekst op niveau van de leerlingen binnen de steinerpedagogie, is dat de leerlingen er zich innerlijk mee kunnen verbinden. Wat tot deze innerlijke verbinding leidt, kan soms ook buiten de leefwereld van de leerlingen in stricto senso behoren.
Verder wordt er in de steinerscholen een grote waarde gehecht aan de ontwikkeling van het innerlijk van de leerlingen door aandacht te besteden aan de morele en beeldende waarde van de teksten.
Voor de basisschool kiezen de steinerscholen ervoor om de tekstkenmerken niet apart uit te splitsen maar vanaf de eerste graad nemen de steinerscholen de structurering van de door de overheid bepaalde eindtermen over, inclusief het vooraf bepalen van de tekstsoorten. Een uitzondering moet gemaakt worden voor de rubriek « beleven van taalrijkdom » waar ook voor het secundair onderwijs wordt afgeweken van het bepalen van tekstsoort en tekstniveau.
Verwerkingsniveaus De steinerscholen hebben een enigszins afwijkende visie op de verwerkingsniveau's zoals beschreven in de uitgangspunten van de overheid. Hoewel 'kopiëren' in die uitgangspunten als laagste verwerkingsniveau gezien wordt, hechten de steinerscholen er vooral in de basisschool maar vaak ook in de secundaire scholen grote waarde aan. Kopiëren of nabootsen betekent meer dan uitsluitend uiterlijk nadoen. Bij het nabootsen kunnen de leerlingen ook innerlijk meebewegen. Ze kunnen op gevoelsniveau fijnen nuances opvangen, ze kunnen innerlijke beelden vormen en er ontstaat een zekere opname in het geheugen. Met name als het om literaire teksten gaat kan dat nabootsen nog tot in de hoogste klassen van het secundair onderwijs een meerwaarde bieden. Stijloefeningen zoals het nabootsen van de schrijfstijl van een bepaalde schrijver, vragen om een hoge beheersing van de taal. Theaterteksten uit het hoofd leren in het kader van een toneelvoorstelling kan, nadat de voorstelling voorbij is, tot een serieuze verhoging van het zelfvertrouwen aanleiding geven zodat men gemakkelijker spontaan in de vreemde taal durft te spreken.
Verder wordt in de steinerschool vaak kunstzinnige werkvormen als evenwaardige verwerkingsvormen gezien op een beschrijvend niveau. Dat wat door de leerling innerlijk werd opgenomen wordt in zekere zin beschrijvend weergegeven. Er heeft dan, in tegenstelling tot de omschrijving van het verwerkingsniveau 'beschrijven' in de uitgangspunten van de door de overheid bepaalde eindtermen, wel al enige vorm van transformatie plaats gevonden.
Gebruik van digitale media Het gebruik van digitale media wordt aangepast aan de eigen vakoverschrijdende eindtermen ICT. Het Europees referentiekader MVT De steinerscholen voeren ook de koppeling met het Europees Referentiekader door zoals weergegeven in de hierna volgende tabel :
Luisteren
Lezen
Spreken
Mondel. interactie
Schrijven
Globaal
bao
A 1
A 1
A 1
A 1
A 1
A 1
1 A
A 1/A 2
A 1/ A 2
A 2
A 2
A 1/A 2
A 2
1 B
A 1
A 1
A 1
A 1
A 1
A 1
2 aso
A 2/B 1
A 2/B 1
B 1
B 1
B 1
B 1
2 bso
A 1
A 1
Geen ET
A 1
A 1
A 1
2 kso/tso
A 2
A 2
A 2
A 2
A 2
A 2
3 aso
B 1
B 1
B 1
B 1
B 1
B 1
3 bso (1+2)
A 1/A2
A 1/A2
A 1
A1/A 2
A 1
A 1
3 bso (3)
A 2
A1/A 2
A 1
A 2
A 1
A 2
3 kso/tso
A 2/B 1
A 2/B 1
A 2/B 1
A 2/B 1
A 2
A 2/B 1
VERVANGENDE EINDTERMEN Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN In teksten met de volgende kenmerken O Onderwerp o concreet o eigen leefwereld en dagelijks leven O Taalgebruiksituatie o concrete en voor de leerlingen vertrouwde, relevante taalgebruiksituaties o zonder storende achtergrondgeluiden o met en zonder visuele ondersteuning O Structuur/Samenhang/Lengte o enkelvoudige en eenvoudig samengestelde zinnen o elementaire tekststructuur o korte teksten o ook met redundante informatie O Uitspraak, articulatie, intonatie o heldere uitspraak o zorgvuldige articulatie o duidelijke, natuurlijke intonatie o standaardtaal O Tempo en vlotheid o langzaam tempo O Woordenschat en taalvariëteit o frequente woorden o eenduidig in de context o standaardtaal o informeel en formeel kunnen de leerlingen volgende taken beschrijvend uitvoeren :
1
het onderwerp bepalen in informatieve, narratieve en artistiek-literaire teksten;
2
de hoofdgedachte achterhalen in informatieve en narratieve teksten;
3
de gedachtegang volgen van informatieve, prescriptieve en narratieve teksten;
4
informatie selecteren uit informatieve, prescriptieve en narratieve teksten;
5
de tekststructuur en -samenhang herkennen van informatieve en narratieve teksten.
6
Indien nodig passen de leerlingen volgende strategieën toe :
O zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen;
O het luisterdoel bepalen;
O gebruik maken van ondersteunend visueel en auditief materiaal;
O hypothesen vormen over de inhoud van de tekst;
O de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden;
O de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context.
LEZEN In teksten met de volgende kenmerken O Onderwerp o concreet o eigen leefwereld en dagelijks leven O Taalgebruiksituatie o concrete en voor de leerlingen vertrouwde, relevante taalgebruiksituaties o met en zonder visuele ondersteuning o ook met socio-culturele aspecten van de Franstalige/Engelstalige wereld ? Structuur/Samenhang/Lengte o enkelvoudige en eenvoudig samengestelde zinnen o elementaire tekststructuur o vrij korte teksten o ook met redundante informatie O Woordenschat en taalvariëteit o frequente woorden o eenduidig in de context o standaardtaal o informeel en formeel kunnen de leerlingen volgende taken beschrijvend uitvoeren :
7
het onderwerp bepalen in informatieve, prescriptieve, narratieve en artistiek-literaire teksten;
8
de hoofdgedachte achterhalen in informatieve, prescriptieve, narratieve en artistiek literaire teksten;
9
de gedachtegang volgen van informatieve, prescriptieve en narratieve teksten;
10
informatie selecteren uit informatieve, prescriptieve en narratieve teksten;
11
de tekststructuur en -samenhang herkennen van informatieve en narratieve teksten.
12
Indien nodig passen de leerlingen volgende strategieën toe :
O zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen;
O herlezen wat onduidelijk is;
O het leesdoel bepalen;
O gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal;
O een woordenlijst of een woordenboek raadplegen;
O de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden;
O de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context.
SPREKEN In teksten met de volgende kenmerken O Onderwerp o concreet o eigen leefwereld en dagelijks leven o Taalgebruiksituatie o concrete en voor de leerlingen vertrouwde, relevante taalgebruiksituaties o met en zonder visuele ondersteuning o Structuur/Samenhang/Lengte o eenvoudige zinnen o elementaire tekststructuur o korte teksten o Uitspraak, articulatie, intonatie o met een aanzet tot heldere uitspraak, zorgvuldige articulatie en natuurlijke intonatie o standaardtaal o Tempo en vlotheid o met eventuele herhalingen en langere onderbrekingen o langzaam tempo o Woordenschat en taalvariëteit o relevante woorden uit de woordvelden o standaardtaal o informeel en formeel kunnen de leerlingen volgende taken kopiërend uitvoeren :
13
vooraf beluisterde en gelezen informatieve, prescriptieve, narratieve en artistiekliteraire teksten luidop lezen;
14
vooraf gelezen informatieve, prescriptieve, narratieve en artistiek-literaire teksten luidop lezen.
kunnen de leerlingen volgende taken beschrijvend uitvoeren :
15
vooraf gekende informatie uit informatieve en narratieve teksten meedelen;
16
uit informatieve en narratieve teksten een gebeurtenis, een verhaal navertellen met ondersteuning van sleutelwoorden of met visuele ondersteuning;
17
een spontane mening geven;
18
een gebeurtenis, een verhaal, iets of iemand beschrijven met ondersteuning van sleutelwoorden of met visuele ondersteuning;
19
gebruik maken van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies
kunnen de leerlingen volgende taken structurerend uitvoeren :
20
aan de hand van sleutelwoorden een verwerkte tekst bondig weergeven;
21
aan de hand van sleutelwoorden bondig verslag uitbrengen over een gebeurtenis;
22
een voorbereide informatie presenteren aan de hand van een format.
23
Indien nodig passen de leerlingen volgende strategieën toe :
O zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles kunnen uitdrukken;
O het spreekdoel bepalen;
O gebruik maken van ondersteunende lichaamstaal;
O gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal;
O iets op een andere wijze zeggen;
O de boodschap beperken tot of aanpassen aan wat zij echt kunnen uitdrukken.
MONDELINGE INTERACTIE In teksten met de volgende kenmerken O Onderwerp o concreet o eigen leefwereld en dagelijks leven O Taalgebruiksituatie o concrete en voor de leerlingen vertrouwde, relevante taalgebruiksituaties o met en zonder visuele ondersteuning O Structuur/Samenhang/Lengte o eenvoudige zinnen o elementaire tekststructuur o korte teksten O Uitspraak, articulatie, intonatie o met een aanzet tot heldere uitspraak, zorgvuldige articulatie en natuurlijke intonatie o standaardtaal O Tempo en vlotheid o met eventuele herhalingen en langere onderbrekingen o langzaam tempo O Woordenschat en taalvariëteit o relevante woorden uit de woordvelden o standaardtaal o informeel en formeel kunnen de leerlingen volgende taken uitvoeren :
24
deelnemen aan een gesprek door :
- vragen, antwoorden en uitspraken te begrijpen;
- erop te reageren;
- zelf vragen te stellen, antwoorden te geven en uitspraken te doen;
25
een eenvoudig gesprek beginnen, voeren en afsluiten;
26
gebruik maken van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies.
27
Indien nodig passen de leerlingen volgende strategieën toe :
o zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen of kunnen uitdrukken; o het doel van de interactie bepalen; o gebruik maken van ondersteunende lichaamstaal; o ondanks moeilijkheden via omschrijvingen de correcte boodschap overbrengen; o vragen om langzamer te spreken, iets te herhalen, iets aan te wijzen; o iets op een andere wijze zeggen; o gedeeltelijk herhalen wat iemand zegt of iets aanwijzen om wederzijds begrip na te gaan.
SCHRIJVEN In teksten met de volgende kenmerken - Onderwerp concreet eigen leefwereld en dagelijks leven - Taalgebruiksituatie concrete en voor de leerlingen vertrouwde, relevante taalgebruiksituaties - Structuur/Samenhang/Lengte eenvoudige zinnen eenvoudige en duidelijke tekststructuur korte teksten - Woordenschat en taalvariëteit relevante woorden uit de woordvelden standaardtaal informeel en formeel kunnen de leerlingen volgende taken beschrijvend uitvoeren :
28
inlichtingen verstrekken op eenvoudige formulieren;
29
een tekst schrijven over een in de klas behandeld onderwerp met behulp van sleutelwoorden;
30
een bericht opstellen met behulp van een voorbeeld;
31
een gebeurtenis, een verhaal, iets of iemand beschrijven door middel van een opsomming in korte zinnen;
32
gebruik maken van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies.
kunnen de leerlingen volgende taken structurerend uitvoeren :
33
persoonlijke, ook digitale correspondentie voeren met behulp van een voorbeeld.
34
Indien nodig passen de leerlingen volgende strategieën toe :
- zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles kunnen uitdrukken;
- het schrijfdoel bepalen;
- gebruik maken van een model of van een in de klas behandelde tekst;
- gebruik maken van een woordenlijst of een woordenboek;
- principes van lay-out toepassen;
- de eigen tekst nakijken.
Kennis, beleving van taalrijkdom en attitudes KENNIS
35
Om bovenvermelde taaltaken uit te voeren kunnen de leerlingen de volgende lexicale en grammaticale elementen functioneel inzetten :
Voor Engels : a) vorm, betekenis en reëel gebruik in context van woorden en woordcombinaties uit de woordvelden die de taaltaken en de taalgebruiksituaties vereisen : o persoonlijke gegevens (zoals naam, leeftijd, adres, telefoon, dichte familie, kleding, lichaamsdelen, uiterlijke kenmerken, huisdieren) o dagelijks leven (zoals huis, school, klas, schoolmateriaal, kleuren) o relatie tot de anderen (zoals zich voorstellen, iemand voorstellen, begroeten, bedanken, beleefdheidsrituelen bij ontmoetingen) o tijd, ruimte, natuur (zoals jaar, seizoenen, maanden, dagen, uuraanduidingen, tijdmarkeerders, feesten, dieren, planten, het weer.) o functiewoorden : voorzetsels en voegwoorden o hoeveelheidaanduidingen : hoofdtelwoorden en frequente rangtelwoorden …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.