← België

Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie van gespecialiseerd onderwijs voor kinderen en adolescenten met specifieke behoeften, georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap. Het doel is om hen aangepast onderwijs te bieden dat aansluit bij hun mogelijkheden en hen voorbereidt op integratie in de maatschappij en arbeidsmarkt.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
3 MAART 2004. - Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs (1) Het Parlement heeft aangenomen en wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied, algemene bepalingen en definities Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op het gespecialiseerd kleuteronderwijs, gespecialiseerd lager onderwijs, gespecialiseerd basisonderwijs en gespecialiseerd secundair onderwijs dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend. Art. 2.§ 1. Het gespecialiseerd onderwijs wordt bestemd voor kinderen en adolescenten die, op grond van een multidisciplinair examen, uitgevoerd door de instellingen bepaald in artikel 12, een aangepast onderwijs moeten krijgen om te beantwoorden aan hun specifieke behoeften en hun pedagogische mogelijkheden. Die kinderen en adolescenten worden hieronder met de uitdrukking « kinderen en adolescenten met specifieke behoeften » aangeduid. § 2. Het wordt georganiseerd op grond van de aard en de belangrijkheid van de opvoedingsbehoeften en de psychopedagogische mogelijkheden van de leerlingen en zorgt voor de ontwikkeling van hun verstandelijke, psychomotorische, affectieve en sociale vaardigheden, door hen, naar gelang van het geval, voor te bereiden voor : 1. de integratie in een aangepast leef- of werkmilieu;2. de uitoefening van met hun handicap verenigbare vakken of beroepen, die hun integratie in een gewoon leef- en werkmilieu mogelijk maakt;3. de voortzetting van de studies tot het einde van het hoger secundair onderwijs, waarbij mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces worden geboden. § 3. Het bestaat uit de verschillende onderwijstypen bepaald in hoofdstuk II van dit decreet. § 4. Het wordt gekenmerkt door een coördinatie tussen het onderwijs en het orthopedagogisch, medisch, paramedisch, psychologisch en sociaal werk, enerzijds, en de permanente samenwerking met de instelling belast met de begeleiding van leerlingen zoals bepaald in artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 juli 1971 houdende organisatiemodaliteiten van de begeleiding der leerlingen die instellingen of afdelingen voor buitengewoon onderwijs volgen. Art. 3.§ 1. Het gespecialiseerd onderwijs kan worden georganiseerd in scholen voor onderwijs met volledig leerplan, alternerend secundair onderwijs en onderwijs voor sociale promotie. Het gespecialiseerd onderwijs met volledig leerplan wordt georganiseerd volgens de nader door dit decreet bepaalde regels. Het kan bovendien worden georganiseerd volgens de kenmerken van het afstandsonderwijs, volgens de kenmerken van het thuisonderwijs bepaald in hoofdstuk XI van dit decreet of volgens de kenmerken van het taalbad-onderwijs zoals bepaald in Afdeling 4 van hoofdstuk IV en Afdeling 8 van hoofdstuk V. § 2. De Regering bepaalt de bekwaamheidsbewijzen die vereist zijn van de leden van het personeel van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde gespecialiseerd onderwijs en de weddeschalen van dat personeel. § 3. De Regering organiseert de opvoedingsinspectie van de instituten, inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs, opvangtehuizen en opvanggezinnen. Art. 4.§ 1. Voor de toepassing van dit decreet, wordt verstaan onder : 1° inrichting of school : pedagogisch geheel voor gespecialiseerd onderwijs van het kleuter-, lager en of secundair niveau, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gelegen in één of meer vestigingsplaatsen onder leiding van één zelfde directeur.2° hoofdgebouw van de school : de vestigingsplaats gekozen door de inrichtende macht als administratieve zetel van elke school;3° vestiging : gebouw of geheel van gebouwen gelegen op één enkel adres, waar gespecialiseerd kleuteronderwijs en/of gespecialiseerd lager onderwijs en/of gespecialiseerd secundair onderwijs wordt/en verstrekt;4° observatiecentrum : iedere inrichting voor gespecialiseerd onderwijs, waar, in uitzonderlijke gevallen, kinderen en/of adolescenten met specifieke behoeften tijdelijk ingeschreven zijn, om het type gespecialiseerd onderwijs te bepalen dat voor hen past;5° niveau : structuur van de organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, dit is kleuteronderwijs, lager en secundair onderwijs;6° klas : geheel van kinderen in het gespecialiseerd kleuteronderwijs, gespecialiseerd lager onderwijs of gespecialiseerd secundair onderwijs die onder leiding van de titularis van een klas worden gesteld;7° pedagogische eenheid : geheel van leerlingen die ressorteren onder hetzelfde onderwijstype of onder verschillende gespecialiseerde onderwijstypes, tijdelijk of permanent gegroepeerd, om binnen één zelfde school een vorming te krijgen die aangepast is aan hun opvoedingsbehoeften;8° regelmatige leerling : iedere leerling die beantwoordt aan de voorwaarden inzake toelating, en, in voorkomend geval, inzake overgang;9° directeur : verantwoordelijke voor een kleuter-, lagere, basis- of secundaire school voor gespecialiseerd onderwijs;10° klassenraad : geheel van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel en van het opvoedend hulppersoneel die belast zijn met het verstrekken van onderwijs en opvoeding aan de leerlingen van een welbepaalde klas en die voor die klas verantwoordelijk zijn.De vergadering van de raad wordt door de directeur of diens afgevaardigde voorgezeten; 11° wekelijkse uurregeling van de leerling : tijdschema van de leerling waarin de aard van de gevolgde cursussen en/of opvoedingsactiviteiten alsook de plaatsen waar ze worden georganiseerd, worden vermeld;12° wekelijkse uurregeling van de leerkracht : tijdschema van de leerkracht waarin de aard en de plaatsen voor zijn prestaties worden vermeld;13° wekelijkse uurregeling van het personeelslid dat niet met cursussen wordt belast : tijdschema van het personeelslid dat niet met cursussen wordt belast, waarin de plaatsen voor zijn prestaties worden vermeld;14° kencijfer : cijfer toegekend voor : a) elk onderwijstype, elke onderwijsvorm of elk onderwijsniveau, of elk aantal leerlingen b) elke categorie van het personeel waarmee het lestijdenpakket van een inrichting voor gespecialiseerd onderwijs wordt berekend;15° leren van een taal door taalbad : procedure voor de aanmoediging van het leren van een moderne taal door een deel van de lessen van het uurrooster in die taal te verstrekken;16° leren door gebarentaalbad : procedure voor de aanmoediging, bij de slechthorende kinderen, van de verwerving van de vaardigheden, inzonderheid het leren lezen, gericht op de beheersing van de betekenis, door een deel van de lessen van het uurrooster in gebarental te verstrekken;17° cursussen taal en cultuur van herkomst : cursussen sensibilisatie voor de taal en de cultuur van landen of groepen landen waar een belangrijke emigratie naar onze gemeenschap vandaan komt, verstrekt met het oog op integratie binnen deze;18° communicatiemiddelen en -technieken : leren van methoden en technieken met het oog op het laten aanknopen van een maatschappelijke band tussen de leerlingen van het gespecialiseerd onderwijs en de personen uit hun omgeving;19° individueel leerplan (ILP) : methodologisch instrument dat voor iedere leerling wordt ontwikkeld en dat gedurende zijn gehele schooltijd door de klassenraad wordt aangepast, op grond van de opmerkingen die worden uitgebracht door zijn verschillende leden en van de gegevens die door de instelling voor begeleiding van leerlingen worden verstrekt.Het somt bijzondere doelstellingen op die gedurende een welbepaalde periode te bereiken zijn. Uitgaande van de gegevens die in het ILP vermeld staan, oefent ieder lid van de multidisciplinaire ploeg zijn opdracht inzake opvoeding, heropvoeding en vorming uit. De leerling en zijn ouders kunnen aan het opmaken ervan deelnemen; 20° orthopedagogisch optreden : preventief of curatief optreden in situaties waarin kinderen en/of adolescenten met problemen problematische leersituaties kennen en psychisch lijden ondergaan;21° filosofische cursus : onderwijs in een van de erkende godsdiensten en in de niet confessionele zedenleer;22° participatieraad : raad opgericht bij artikel 69 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;23° gezinshoofd : de vader, moeder, voogd of de persoon aan wie de bewaring in rechte of in feite van een kind of een adolescent met specifieke behoeften wordt toevertrouwd;24° instituut voor gespecialiseerd onderwijs : elke door de Franse Gemeenschap georganiseerde inrichting voor gespecialiseerd onderwijs, waaraan een internaat verbonden is;25° opvangtehuis : elk internaat waarin kinderen en/of adolescenten met specifieke behoeften worden opgenomen om hun de mogelijkheid te verschaffen als externen een inrichting voor gespecialiseerd onderwijs te bezoeken;26° opvanggezin : ieder gezin dat kinderen en/of adolescenten met specifieke behoeften opvangt om hun de mogelijkheid te verschaffen als externen een inrichting voor gespecialiseerd onderwijs te bezoeken. § 2. In het gespecialiseerd kleuteronderwijs en lager onderwijs wordt verstaan onder : 1° kleuteronderwijs : onderwijs verstrekt aan de leerlingen bepaald in artikel 13, dat hen voor het lager onderwijs voorbereidt;2° lager onderwijs : onderwijs verstrekt aan de leerlingen bepaald in artikel 14, dat hen voor het secundair onderwijs voorbereidt;3° basisonderwijs : onderwijs verstrekt aan de leerlingen bepaald in de artikelen 13 en 14;4° kleuterschool : school van uitsluitend het kleuterniveau;5° lager onderwijs : school van uitsluitend het lager niveau;6° basisschool : school van het kleuterniveau en van het lager niveau;7° titularis : leerkracht die de cursussen verstrekt en pedagogische activiteiten uitoefent die bepaald zijn in de uurregeling van de leerlingen, met uitsluiting van de bijzondere vakken en de filosofische cursussen, onverminderd artikel 22;8° leermeester geïndividualiseerd onderwijs : onderwijzer lager of kleuteronderwijs, die activiteiten inzake geïndividualiseerd onderwijs uitoefent, en die activiteiten volgt die worden bepaald om aan zijn behoeften te beantwoorden;9° leermeester opvoedingsactiviteiten : onderwijzer lager of kleuteronderwijs, speciale leermeester lichamelijke opvoeding of speciale leermeester handwerkzaamheden, die de opvoedingsactiviteiten uitoefent;10° leermeester niet confessionele zedenleer : personeelslid dat de cursus niet-confessionele zedenleer verstrekt;11° leermeester godsdienst : minister of afgevaardigde van een minister van één van de erkende erediensten, uitsluitend belast met de cursus in de overeenstemmende godsdienst;12° leermeester lichamelijke opvoeding : personeelslid dat de cursussen lichamelijke opvoeding en/of psychomotoriek verstrekt;13° leermeester handwerkzaamheden : personeelslid dat de cursussen handwerkzaamheden verstrekt;14° leermeester tweede taal : personeelslid dat de cursussen moderne talen verstrekt;15° uurregeling van de klas : lijst van de wekelijks verstrekte verschillende cursussen, met vermelding van het aantal lestijden die voor elk van die bestemd worden;16° maturiteitsgraad : één van de vier graden die overeenstemmen met de ontwikkelingsfasen van de leerling in het lager onderwijs : a) voor de leerlingen die getroffen worden door lichte mentale achterlijkheid, instrumentele, gedrags- en sensoriële stoornissen en door lichamelijke handicaps, worden ze bepaald als volgt : - maturiteit I : niveaus van de voorschoolse leertijd : - maturiteit II : wekken van belangstelling voor leren op school; - maturiteit III : beheersing en ontwikkeling van verworvenheden; - maturiteit IV : functioneel gebruik van verworvenheden volgens de beoogde oriëntaties. b) voor de leerlingen die door matige of ernstige mentale achterlijkheid getroffen worden, worden ze bepaald als volgt : - maturiteit I : niveaus van verwerving van zelfredzaamheid en socialisatie; - maturiteit II : niveaus van voorschools leren; - maturiteit III : wekken van belangstelling voor het eerste leren op school (inleiding); - maturiteit IV : verwerving van grondige kennis; 17° lestijdenpakket : aantal lestijden waarmee de pedagogische, paramedische, sociale en psychologische activiteiten kunnen worden georganiseerd om te beantwoorden aan de specifieke behoeften van de leerlingen die ingeschreven zijn in een inrichting voor gespecialiseerd kleuter-, lager of basisonderwijs. § 3. In het gespecialiseerd secundair onderwijs, wordt verstaan onder : 1° secundair onderwijs : onderwijs verstrekt aan de leerlingen bepaald in artikel 15;2° secundaire school : school van uitsluitend secundair niveau;3° klassendirecteur : lid van het onderwijzend personeel belast met een hoor- en opvolgingsopdracht in verband met een klas of een leerlingengroep.Hij is een referentiepersoon voor de leerling, wanneer deze stappen moet ondernemen, wanneer hij geconfronteerd wordt met een moeilijkheid in verband met zijn leven binnen de inrichting; 4° onderwijsvorm : algemene aard en doelstellingen van het verstrekte onderwijs;5° fase : periode die noodzakelijk is om de leerling de mogelijkheid te verschaffen om de doelstellingen of de referentiesystemen van de vastgestelde vaardigheden te beheersen;6° referentiesysteem voor de basisvaardigheden : referentiesysteem dat op gestructureerde wijze de vaardigheden bepaalt waarvan de beheersing op een bepaald niveau verwacht wordt op het einde van elke fase van het gespecialiseerd onderwijs van vorm 3;7° vaardigheid : het vermogen om een georganiseerd geheel van kennis, knowhow en gedragingen te gebruiken waarmee een aantal taken kunnen worden vervuld;8° beroepssector : geheel van sociaal-professionele bestanddelen waarin opvoedingsactiviteiten en leerprocessen worden ontwikkeld die meer bepaald voor de inschakeling in het arbeidsproces voorbereiden;9° beroepsgroep : indeling van een beroepssector.De beroepsgroep ontwikkelt een polyvalente vorming; 10° beroep : bestanddeel van het beroepsgroep.Het beroep ontwikkelt een beroepskwalificatie die bepaald wordt door het specifieke vormingsprofiel; 11° specifiek vormingsprofiel : referentiesysteem dat op een gestructureerde wijze de vaardigheden bepaalt die te verwerven zijn met het oog op het behalen van een getuigschrift van specifieke kwalificatie of van een vaardigheidsattest;12° lestijdenpakket : aantal lestijden waarmee de pedagogische, paramedische, sociale en psychologische activiteiten en de activiteiten van het opvoedend hulppersoneel kunnen worden georganiseerd om te beantwoorden aan de specifieke behoeften van de leerlingen die ingeschreven zijn in een inrichting voor gespecialiseerd secundair onderwijs. Art. 5.In dit decreet is het gebruik, in het Frans, van mannelijke namen voor de verschillende personeelsleden gemeenslachtig, opdat de tekst verstaanbaar zou zijn, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep, ambt, graad of titel. HOOFDSTUK II. - Typen van gespecialiseerd onderwijs Art. 6.Het gespecialiseerd onderwijs wordt in verschillende typen onderverdeeld. Elk van die typen omvat het onderwijs dat aangepast is aan de algemene en bijzondere opvoedingsbehoeften van de leerlingen die ressorteren onder het gespecialiseerd onderwijs en tot een zelfde groep behoren, waarbij die behoeften bepaald worden op grond van de hoofdhandicap die voor die groep gemeenschappelijk is. Voor de personen die door verschillende handicaps getroffen worden, wordt het type van gespecialiseerd onderwijs bepaald op grond van de opvoedingsbehoeften waarin, gelet op de leeftijd en de capaciteiten van de betrokkenen, bij voorrang moet worden voorzien. Art. 7.§ 1. De volgende typen van gespecialiseerd onderwijs kunnen door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd, gesubsidieerd of erkend : 1° het type 1 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door lichte mentale achterlijkheid worden getroffen, hierna type 1 genoemd;2° het type 2 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door matige mentale achterlijkheid worden getroffen en/of kinderen en adolescenten die door ernstige mentale achterlijkheid worden getroffen, hierna type 2 genoemd;3° het type 3 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door structurele gedrags- en persoonlijkheidsstoornissen worden getroffen, hierna type 3 genoemd;4° het type 4 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door lichamelijke afwijkingen worden getroffen, hierna type 4 genoemd;5° het type 5 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de zieke en/of herstellende kinderen en adolescenten, hierna type 5 genoemd;6° het type 6 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door gezichtsstoornissen worden getroffen, hierna type 6 genoemd;7° het type 7 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door gehoorstoornissen worden getroffen, hierna type 7 genoemd;8° het type 8 van gespecialiseerd onderwijs, aangepast aan de opvoedingsbehoeften van de kinderen en adolescenten die door instrumentele stoornissen worden getroffen, hierna type 8 genoemd. § 2. Elke wijziging van een type wordt voor advies vooraf voorgelegd aan de Hoge Raad voor het gespecialiseerd onderwijs bepaald in hoofdstuk XIV. Art. 8.§ 1. Het type 1 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor leerlingen die niet kunnen worden meegerekend onder de pedagogisch achterlijken en voor wie het multidisciplinair onderzoek, bedoeld in artikel 12 § 1, 1°, achterlijkheid en/of één of meer lichte stoornis(sen) in de geestelijke ontwikkeling vaststelt. Ze kunnen basiskennis op school verwerven, beroepsvaardigheid en een beroepsopleiding verwerven waarmee ze in een gewone socioprofessionele omgeving kunnen worden ingeschakeld. § 2. Het type 2 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor leerlingen die niet kunnen worden meegerekend onder de kinderen en adolescenten bedoeld in artikel 7, 1°, en voor wie het multidisciplinair onderzoek, bedoeld in artikel 12 § 1, 1°, achterlijkheid en/of één of meer matige stoornis(sen) in de geestelijke ontwikkeling vaststelt. De kinderen en adolescenten wier handicap toe te schrijven is aan matige mentale achterlijkheid kunnen, door een aangepaste sociale en professionele opvoeding, in een aangepaste socioprofessionele omgeving worden ingeschakeld. De kinderen en adolescenten wier handicap toe te schrijven is aan ernstige mentale achterlijkheid kunnen, door aangepaste opvoedingsactiviteiten, in de samenleving worden ingeschakeld. § 3. Het type 3 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen voor wie het multidisciplinair onderzoek, bedoeld in artikel 12, § 1, 1°, de aanwezigheid vaststelt van structurele gedragsstoornissen en/of functionele stoornissen in het relatieaspect en het affectief-dynamisch aspect van de persoonlijkheid die zo zwaar zijn dat een beroep moet worden gedaan op orthopedagogische en psychotherapeutische methoden. § 4. Het type 4 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor andere lichamelijk gehandicapte leerlingen dan deze die bedoeld zijn in de §§ 5, 6 en 7 van dit artikel en voor wie het multidisciplinair onderzoek, bedoeld in artikel 12 § 1, 1°, vaststelt dat ze het gewoon onderwijs niet kunnen volgen en waarvan de staat een geregelde medische en paramedische verzorging, en orthopedagogische methoden noodzakelijk maken. § 5. Het type 5 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor leerlingen die door een lichamelijke en/of geestelijke aandoening getroffen worden en die worden opgenomen in een kliniek of een medisch-sociale instelling die door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of erkend, met uitsluiting van de schoolkolonies. Dat type onderwijs wordt georganiseerd in nauwe samenwerking met de gewone of gespecialiseerde school waarin de leerling ingeschreven is. Alleen de oorspronkelijke school wordt ertoe gemachtigd de getuigschriften, diploma's of attesten betreffende die leerlingen uit te reiken. § 6. Het type 6 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen die, wegens blindheid of amblyopie, geregeld een medische en paramedische verzorging moeten krijgen en/of op wie orthopedagogische methoden moeten worden toegepast. § 7. Het type 7 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen die, wegens doofheid of hypoacousie, geregeld een medische of paramedische verzorging moeten krijgen en/of op wie orthopedagogische methoden moeten worden toegepast. § 8. Het type 8 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen voor wie het multidisciplinair onderzoek bedoeld in artikel 12, § 1, 1°, vaststelt dat ze, alhoewel ze geen stoornissen van het verstand, het gehoor of het gezicht vertonen, stoornissen vertonen die moeilijkheden veroorzaken bij de ontwikkeling van de taal- of spraakvaardigheid en/of het leren lezen, schrijven of rekenen en die zo zwaar zijn dat een bijzonder optreden in het kader van het gewoon onderwijs niet volstaat. Art. 9.De typen 1 en 8 van gespecialiseerd onderwijs worden niet georganiseerd op het niveau van het gespecialiseerd kleuteronderwijs. Het type 8 wordt niet georganiseerd op het niveau van het gespecialiseerd secundair onderwijs. Art. 10.Na het met redenen omkleed advies van de Hoge Overlegraad voor het gespecialiseerd onderwijs bedoeld in artikel 170, kan de Regering observatiecentra organiseren of subsidiëren. Die verstrekken een onderwijs dat administratief gelijkgesteld is met het type 3 van gespecialiseerd onderwijs. HOOFDSTUK III. - Voorwaarden voor toelating en behoud Art. 11.§ 1. De voordelen van dit decreet zijn voorbehouden voor de leerlingen die minstens twee jaar en zes maanden en hoogstens éénentwintig jaar oud zijn, onverminderd de artikelen 13 en 15. § 2. In het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4, betreffende de toelatingsvoorwaarden, zijn de leeftijdsvoorwaarden gelijk aan deze die vastgesteld zijn bij het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs. Art. 12.§ 1. De inschrijving van kinderen en adolescenten in een inrichting, een school of een instituut voor gespecialiseerd onderwijs wordt afhankelijk gemaakt van het overleggen van een verslag waarin het type van gespecialiseerd onderwijs wordt vermeld dat aan de behoeften van de leerling beantwoordt en dat in die inrichting, die school of dat instituut wordt verstrekt. Dat verslag wordt opgemaakt : 1° voor de types 1, 2, 3, 4 en 8, op grond van een multidisciplinair onderzoek, uitgevoerd door een psycho-medisch-sociaal centrum, door een dienst voor school- en beroepsoriëntatie of door elke andere instelling die dezelfde waarborgen biedt inzake school- of beroepsoriëntatie, die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd, gesubsidieerd of erkend.Jaarlijks wordt door de Regering een lijst van die instellingen opgemaakt, die wordt overgezonden aan de instituten, inrichtingen en scholen voor gespecialiseerd onderwijs alsook aan de adviescommissies voor het gespecialiseerd onderwijs. De conclusies van dat multidisciplinair onderzoek, vervat in een inschrijvingsverslag, vloeien voort uit de interpretatie en de opneming van de gegevens die verstrekt worden door : - het medisch onderzoek; - het psychologisch onderzoek; - het pedagogisch examen; - de sociale studie. 2° voor de types 5, 6 en 7, op grond van een medisch onderzoek waarvan de conclusies in een inschrijvingsverslag vervat zijn en dat wordt uitgevoerd : a) voor het type 5, door een kinderarts of de arts van de dienst pediatrie, van de verzorgingsinstelling of de preventie-instelling;b) voor het type 6, door een oftalmologie-specialist;c) voor het type 7, door een specialist voor keel-, neus- en oorheelkunde. § 2. De Regering neemt alle maatregelen om de permanente begeleiding van de leerlingen van het gespecialiseerd onderwijs mogelijk te maken. Die opdracht wordt toevertrouwd aan de instellingen en personen bedoeld in dit artikel. § 3. Indien een leerling die het gespecialiseerd onderwijs heeft verlaten, vraagt om in het gespecialiseerd onderwijs opnieuw te worden ingeschreven binnen een termijn van minder dan twee jaar, hoeft geen nieuw inschrijvingsverslag te worden opgemaakt. Op aanvraag van de directeur van de inrichting voor gespecialiseerd onderwijs wordt een beknopt verslag overgelegd door het psycho-medisch-sociaal centrum van de laatste school waar de leerling naar school ging. Art. 13.§ 1. Kinderen kunnen als regelmatige leerling in het gespecialiseerd kleuteronderwijs worden ingeschreven op grond van een verslag dat wordt uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, zodra ze de leeftijd van twee jaar en zes maanden hebben bereikt en totdat ze, uiterlijk op 31 december van het lopende jaar, de leeftijd van zes jaar hebben bereikt. Ze kunnen echter worden toegelaten totdat ze, uiterlijk op 31 december van het lopende jaar, de leeftijd van 7 jaar hebben bereikt, op grond van een met redenen omkleed advies, gevoegd bij het inschrijvingsverslag. § 2. Niettegenstaande de bepalingen bedoeld bij artikel 14 en op grond van een gemeenschappelijk en met redenen omkleed advies van de klassenraad en van de instelling belast met de begeleiding, kunnen de leerlingen in het gespecialiseerd kleuteronderwijs uitzonderlijk worden behouden na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van zes jaar bereiken. Dat behoud kan maar één keer worden vernieuwd. § 3. De Regering kan de toegang tot het gespecialiseerd onderwijs van type 7 vóór de leeftijd van twee jaar en zes maanden toelaten voor een slechthorend of doof kind, wanneer een verslag dat door een dienst voor vroegtijdige hulpverlening of een centrum voor audiofonologie wordt opgemaakt, bepaalt dat het kind absoluut naar school moet. Art. 14.§ 1. Kinderen kunnen in het gespecialiseerd lager onderwijs als regelmatige leerling worden ingeschreven op grond van een inschrijvingsverslag dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 wordt uitgereikt : 1° na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van zes jaar bereiken;2° als ze, uiterlijk op 31 december van het lopende jaar, de leeftijd van dertien of veertien jaar bereiken, op grond van een met redenen omkleed advies dat bij het inschrijvingsverslag gevoegd wordt. § 2. In het belang van de dienst, als de voorwaarden bepaald in artikel 1, § 4 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht vervuld zijn, kan de Regering, uitzonderlijk, een leerling toelaten het gespecialiseerd lager onderwijs vanaf de leeftijd van 5 jaar te volgen. § 3. Niettegenstaande de bepalingen bepaald in artikel 15 en op grond van een gemeenschappelijk en met redenen omkleed advies van de klassenraad en van de instelling belast met de begeleiding, kunnen leerlingen, uitzonderlijk, in het gespecialiseerd lager onderwijs worden behouden na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van dertien jaar bereiken. Dat behoud kan slechts één keer worden vernieuwd. Art. 15.§ 1. Kinderen en adolescenten kunnen als regelmatige leerling in het gespecialiseerd secundair onderwijs worden ingeschreven op grond van een inschrijvingsverslag uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 : 1° na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van dertien jaar bereiken;2° op grond van een met redenen omkleed advies van de klassenraad gevoegd bij het inschrijvingsverslag na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van twaalf jaar bereiken; § 2. Leerlingen van meer dan éénentwintig jaar, in het onderwijs van vorm 3, die voor de eerste keer met de derde fase beginnen, kunnen eveneens als regelmatige leerling in het gespecialiseerd secundair onderwijs worden ingeschreven. § 3. De Regering kan het behoud na de leeftijd van 21 jaar toelaten van een leerling die ingeschreven is in een vormingscyclus die leidt tot het behalen van een kwalificatiegetuigschrift of van een getuigschrift voor lager secundair onderwijs dat gelijkwaardig is aan het getuigschrift voor secundair onderwijs van de tweede graad. § 4. De Regering kan het behoud na 21 jaar toelaten van een leerling die niet kan worden opgenomen door een onderneming voor aangepaste arbeid of een huisvestingscentrum of een dagcentrum, op voorwaarde dat de kosten voor de opvang niet op de begroting van de Franse Gemeenschap worden aangerekend, zonder dat echter wordt afgeweken van de verplichting inzake kosteloosheid. § 5. De leeftijdsgrens van 21 jaar is niet van toepassing op de leerlingen met specifieke behoeften die in het alternerend gespecialiseerd onderwijs ingeschreven zijn zoals bepaald in artikel 3 van dit decreet. HOOFDSTUK IV. - Organisatie van het gespecialiseerd kleuteronderwijs en/of gespecialiseerd lager onderwijs Afdeling 1. - Uurregeling van de leerlingen in het kleuteronderwijs Art. 16.Het gespecialiseerd kleuteronderwijs wordt verstrekt met achtentwintig wekelijkse lestijden van vijftig minuten, verdeeld over negen halve dagen. De uurregeling van de leerlingen is ononderbroken. Ze omvat ten minste een recreatie van vijftien minuten s morgens en een onderbreking van één uur tussen de activiteiten van de morgen en de activiteiten van de namiddag. Art. 17.Elke inrichting voor gespecialiseerd onderwijs dat het kleuteronderwijs organiseert, zorgt, overeenkomstig afdeling 10 van dit hoofdstuk, voor het opnemen van de leerlingen die een bijzondere individuele hulpverlening nodig hebben en/of voor het onthalen, de observatie en het tijdelijk opnemen van de nieuwe leerlingen. Die taken worden door een leermeester voor geïndividualiseerd onderwijs waargenomen. Afdeling 2. - Uurregeling van de leerlingen in het lager onderwijs en omkadering van die leerlingen Art. 18.Het gespecialiseerd lager onderwijs wordt verstrekt met achtentwintig wekelijkse lestijden van vijftig minuten, verdeeld over negen halve dagen. De uurregeling van de leerlingen is ononderbroken. Ze omvat minstens een recreatie van 15 minuten in de morgen en een onderbreking van één uur tussen de activiteiten van de morgen en die van de namiddag. Art. 19.De Regering, voor het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of elke inrichtende macht, voor het gesubsidieerd onderwijs, organiseert het uurrooster. Art. 20.Voor elke klas worden twee wekelijkse lestijden lichamelijke en sportactiviteiten georganiseerd. Er kunnen bovendien één, twee of drie lestijden psychomotorische of sportactiviteiten worden georganiseerd. Die lestijden worden verstrekt door de leermeester lichamelijke opvoeding of door de titularis, indien deze houder is van het getuigschrift van bekwaamheid voor het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding in de lagere scholen. Art. 21.De cursus handenarbeid wordt verstrekt door een leermeester handenarbeid of door de titularis die houder is van de vereiste bekwaamheidsbewijzen. Art. 22.In de inrichtingen voor confessioneel vrij onderwijs, kan de cursus godsdienst door de titularis worden verstrekt. In dat geval draagt deze twee lestijden van het uurrooster aan een andere leerkracht over. De twee overgedragen lestijden kunnen noch de cursus moderne taal noch de cursus lichamelijke opvoeding zijn. In de inrichtingen voor niet-confessioneel vrij onderwijs die alleen de cursus niet confessionele zedenleer organiseren, kan de cursus niet confessionele zedenleer door de titularis worden verstrekt. In dat geval draagt deze twee lestijden van het uurrooster aan een andere leerkracht over. De twee overgedragen lestijden kunnen noch de cursus moderne taal noch de cursus lichamelijke opvoeding zijn. De inrichtende macht die gebruik maakt van de mogelijkheid bedoeld in de eerste en tweede leden wordt ertoe gemachtigd de Regering, volgens de nader door deze te bepalen regels, op de hoogte te brengen van de overgedragen lestijden bestemd voor het titulariaat. Art. 23.Alle cursussen van het uurrooster worden, met inachtneming van artikel 30, naargelang van het geval, toegekend aan een titularis, een leermeester geïndividualiseerd onderwijs, een leermeester opvoedingsactiviteiten, een leermeester cursus lichamelijke opvoeding, een leermeester handenarbeid, een leermeester moderne taal, een leermeester niet confessionele zedenleer of een leermeester godsdienst. De directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, zendt aan de Regering, volgens door haar nader te bepalen regels, de wekelijkse uurregeling van de leerlingen over. De wekelijkse uurregeling van de leerlingen vermeldt de namen van de personeelsleden die de verschillende cursussen verstrekken. Art. 24.In elke inrichting voor gespecialiseerd onderwijs houdende organisatie van het lager onderwijs worden het opnemen van leerlingen die een bijzondere individuele hulpverlening moeten krijgen en/of het opnemen, de observatie en het tijdelijk opnemen van nieuwe leerlingen, uitgevoerd binnen de perken van het bruikbare lestijdenpakket. Die taken worden waargenomen door een leermeester geïndividualiseerd onderwijs. Afdeling 3. - Voorwaarden voor de overgang van het gespecialiseerd basisonderwijs naar het gewoon basisonderwijs Art. 25.§ 1. Een leerling regelmatig in een inrichting voor gespecialiseerd basisonderwijs ingeschreven, kan bij beslissing van zijn ouders of van de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent, in het gewoon basisonderwijs ingeschreven worden, evenwel op voorwaarde dat hij een advies krijgt van de instelling die belast is met de begeleiding van de leerlingen van de betrokken gespecialiseerde inrichting. § 2. Onverminderd de toepassing van de artikelen 130 tot 158, wordt het studiejaar waarbij hij kan worden toegelaten door de educatieve ploeg van de inrichting voor gewoon onderwijs bepaald met inachtneming van de reglementering van kracht in het gewoon onderwijs. Afdeling 4. - Leren door taalbad Art. 26.§ 1. Op verzoek van de directeur kan de Regering, na het advies van de participatieraad te hebben ingewonnen, een school van de Franse Gemeenschap haar toestemming geven om sommige lessen en pedagogische activiteiten van het lesrooster in de gebarentaal of in een andere moderne taal dan het Frans te organiseren. In het gesubsidieerd onderwijs kan de Regering een inrichtende macht haar toestemming geven om in één of meer van de door haar georganiseerde scholen of vestigingen sommige lessen en pedagogische activiteiten van het lesrooster in de gebarentaal of in een andere moderne taal dan het Frans te verstrekken. Wanneer een school of een vestiging het aanleren door taalbad organiseert, wordt dit in het instellingsplan ingevoerd. De cursussen godsdienst en de cursus niet confessionele zedenleer kunnen niet in taalbad worden gegeven. § 2. In het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en in de gemeenten in artikel 3 van de wet van 30 juli 1963 bedoeld is het Nederlands de moderne taal waarin het taalbad georganiseerd kan worden. In het Franse taalgebied, met uitzondering van de in artikel 3 van dezelfde wet bedoelde gemeenten, is het Engels, het Nederlands of het Duits de moderne taal waarin het taalbad georganiseerd kan worden. In een school of een vestiging die het taalbad toepast, kan dit slechts in één taal georganiseerd worden. § 3. In de scholen of vestigingen die het taalbad toepassen, wordt de cursus moderne taal opgenomen in het deel van het lesrooster dat in taalbad georganiseerd wordt. § 4. De bepalingen in de vorige paragrafen bedoeld zijn niet van toepassing op de leerlingen die behoren tot het gespecialiseerd onderwijs van type 7. Elke school die een onderwijs van type 7 organiseert, is verplicht een project in de gebarentaal op te stellen dat in het instellingsplan vermeld wordt. In het kader van dat project kan elke leerling die tot het onderwijs van type 7 behoort, tenminste twee wekelijkse lestijden van een taalbad in de gebarentaal genieten. Die worden door een onderwijzer in het kleuter- of lager onderwijs die belast is met de lessen in taalbad, verstrekt. Het taalbad in de gebarentaal sluit noch het taalbad mondeling Frans noch het leren van het schriftelijke Frans uit. Afdeling 5. - Bekrachtiging van de studies Art. 27.Wanneer de klassenraad vaststelt dat de verworven bevoegdheden gelijkwaardig zijn aan die bedoeld in het decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 tot bekrachtiging van de eindtermen zoals bedoeld in artikel 16 van het besluit van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren en tot organisatie van een procedure voor beperkte afwijking, wordt het getuigschrift van basisonderwijs aan de leerling die met vrucht zijn studies heeft beëindigd, uitgereikt. Art. 28.Elke leerling die de inrichting verlaat, heeft recht op een attest van schoolbezoek door de directeur uitgereikt in overeenstemming met het door de Regering bepaalde model. Afdeling 6. - Uurregeling van de kleuteronderwijzers Art. 29.§ 1. De kleuteronderwijzers, de leermeesters opvoedingsactiviteiten en de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs met volledige prestaties verstrekken 24 lestijden per week. § 2. Na de voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap georganiseerd, van de plaatselijke paritaire commissie voor de officiële onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd of van instanties voor lokaal overleg of, bij gebrek eraan, de vakbondsafvaardigingen voor de inrichtingen van het vrij onderwijs door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd, kan de directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, de kleuteronderwijzers opdragen te zorgen voor het toezicht op de leerlingen 15 minuten voor het begin van de lessen en 10 minuten na hun einde zonder dat de globale tijd van de lesprestaties en het toezicht 1560 minuten per week kan overschrijden. De jaarlijkse totale duur van de prestaties die tegelijk de lessen, het toezicht en de lestijden klassenraad bevatten, kan 962 uren per schooljaar niet overschrijden. De duur van de prestaties wordt dienovereenkomstig verminderd wanneer de onderwijzer geen volledige uurregeling presteert. Voor de toepassing van het eerste lid, vertegenwoordigt een halve prestatie de uitkomst van het door twee delen van het aantal lestijden vereist voor een volledige prestatie. § 3. De titularissen, de leermeesters opvoedingsactiviteiten en de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs zijn verplicht naast hun lestijden de volgende taken te vervullen : 1° twee lestijden klassenraad per week als hun prestaties tussen 13 en 24 lestijden inbegrepen worden;2° een lestijd klassenraad per week als hun prestaties tussen 7 en 12 lestijden inbegrepen worden. Beneden 7 lestijden per week worden hun verplichtingen beperkt tot de overbrenging van inlichtingen die nuttig zijn voor het goede verloop van de klassenraad. § 4. De tijden voor de voorbereiding van de lessen, de verbeteringen van de werken, het documenteren en het persoonlijk bijwerken worden in de door de paragrafen 1 en 2 bedoelde maxima niet inbegrepen. Ze behoren tot de persoonlijke werkorganisatie van de personeelsleden. De directeur, de inrichtende macht en de inspectie kunnen zich de documenten doen voorleggen die de voorbereiding van de lessen en de activiteiten in verband daarmee bekrachtigen. Afdeling 7. - Uurregeling van de leerkrachten in het lager onderwijs Art. 30.§ 1. De onderwijzers, de leermeesters bijzondere vakken, de leermeesters tweede taal, de leermeesters niet confessionele zedenleer en godsdienst, de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs en de leermeesters opvoedingsactiviteiten met volledige prestaties vertrekken 22 lestijden per week. § 2. Na de voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap georganiseerd, van de plaatselijke paritaire commissie voor de officiële onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd of van instanties voor lokaal overleg of bij gebrek eraan, de vakbondsafvaardigingen voor de inrichtingen van het vrij onderwijs door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd, kan de directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, de titularissen, de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs, de leermeesters opvoedingsactiviteiten, de leermeesters bijzondere vakken, de leermeesters tweede taal, de leermeesters niet confessionele zedenleer en godsdienst opdragen te zorgen voor het toezicht op de leerlingen 15 minuten voor het begin van de lessen en tien minuten na hun einde zonder dat de globale tijd van de lesprestaties en het toezicht 1560 minuten per week kan overschrijden. De totale duur van de prestaties in het eerste lid bedoeld wordt dienovereenkomstig verminderd wanneer de titularis, de leermeester geïndividualiseerd onderwijs, de leermeester opvoedingsactiviteiten, de leermeester bijzondere vakken, de leermeester tweede taal of de leermeester niet confessionele zedenleer en godsdienst geen volledige uurregeling presteert. § 3. De titularissen, de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs, de leermeesters opvoedingsactiviteiten, de leermeesters bijzondere vakken, de leermeesters tweede taal, de leermeesters niet confessionele zedenleer en godsdienst zijn verplicht naast hun lesuren de volgende taken te vervullen : 1° twee lestijden klassenraad per week als hun prestaties tussen 12 en 22 lestijden inbegrepen worden;2° een lestijd klassenraad per week als hun prestaties tussen 7 en 11 lestijden inbegrepen worden. Beneden 7 lestijden per week worden hun verplichtingen beperkt tot de overbrenging van inlichtingen die nuttig zijn voor het goede verloop van de klassenraad. Onverminderd § 2, tweede lid, kan de jaarlijkse globale duur van de prestaties die tegelijk de lessen, het toezicht en de lestijden klassenraad bevatten, 962 uren per jaar niet overschrijden. § 4. De tijden voor de voorbereiding van de lessen, de verbeteringen van de werken, het documenteren en het persoonlijk bijwerken worden in de door de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde maxima niet inbegrepen. Ze behoren tot de persoonlijke werkorganisatie van de personeelsleden. De directeur, de inrichtende macht en de inspectie kunnen zich de documenten doen voorleggen die de voorbereiding van de lessen en de activiteiten in verband daarmee bekrachtigen. Afdeling 8. - Uurregeling van de directeurs Art. 31.De directeur is aanwezig gedurende de duur van de lessen. Bovendien is hij tenminste 20 minuten voor het begin van de lessen en 30 minuten na hun einde aanwezig. Wanneer de behoeften van de dienst, inzonderheid de contacten met hun inrichtende macht, hem verre van de school houden, wijst de directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, met de toestemming ervan, een lid van het onderwijzend personeel aan om hem te vervangen. Naar gelang van het aantal leerlingen, vervult de directeur een onderwijsopdracht zoals in artikel 41 bepaald. De directeur is niet verplicht een cursusopdracht uit te oefenen gedurende de eerste twee jaren vanaf het openen van een nieuwe inrichting of als hij ook de directie van een internaat waarneemt. Afdeling 9. - De klassenraad en zijn werking Art. 32.§ 1. De klassenraad is het geheel van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel en van het opvoedend hulppersoneel dat belast is met de opvoeding en de opleiding van de leerlingen van een bepaalde klas en dat ervoor verantwoordelijk is. De klassenraad komt tenminste een keer per kwartaal bijeen met inachtneming van de artikelen 29, 30 en 101. § 2. De organisatie van de klassen en de uitreiking van het getuigschrift van basisonderwijs zijn opdrachten eigen aan de klassenraad. § 3. De opdrachten van de klassenraad, bijgestaan door de instelling die belast is met de begeleiding van de leerlingen, zijn de volgende : 1° voor elke leerling een individueel leerplan uit te werken en aan te passen dat de pedagogische, paramedische, sociale en psychologische activiteiten coördineert;2° de vorderingen en de uitslagen van elke leerling te evalueren om het individueel leerplan aan te passen;3° in overeenstemming met de artikelen 13, § 2 en 14, § 3, beslissingen nemen wat betreft het behoud in een bepaald onderwijsniveau;4° overeenkomstig hoofdstuk X, de opneming van een leerling in het gewoon onderwijs voor te stellen en een gemotiveerd advies over de noodzaak van zijn opneming te geven.Als dit advies positief is, voor het beheer van het opnemingsproject te zorgen; 5° de leerlingen naar een verschillende klas gedurende het schooljaar te verwijzen;6° de beslissingen nemen betreffende de overgang naar het secundair onderwijs. De gemotiveerde adviezen en de beslissingen van de klassenraad en van de begeleidingsinstelling worden op een uniek document vermeld. § 4. De directeur of zijn afgevaardigde is voorzitter van de klassenraad. In een instelling die het niveau van het lager onderwijs en dit van het secundair onderwijs bevat, is voorzitter van de klassenraad de directeur van het lager onderwijs of zijn vertegenwoordiger. De vergaderingen worden zo georganiseerd dat elk lid zijn prestaties kan leveren zoals in de artikelen 29, 30 en 101 bepaald. De dienstregeling van de klassenraden wordt vooraf voorgelegd aan het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap georganiseerd, door de plaatselijke paritaire commissie voor de officiële onderwijsinstellingen door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd of door instanties voor lokaal overleg of bij gebrek eraan, de vakbondsafvaardigingen voor de inrichtingen van het vrij onderwijs door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd. § 5. De leden van de klassenraad zorgen voor het wekelijkse beheer van het individueel leerplan van elk van zijn leerlingen gedurende de lestijden klassenraad in hun uurrooster bepaald. De titularis maakt, voor elke vergadering van de klassenraad die zijn leerlingen betreft, de notulen op die met onder meer de volgende gegevens vermelden : 1° de klas;2° de datum, het uur van begin en einde van de vergadering;3° de naam van de aanwezige leden en hun handtekening;4° het rapport van de behandelde punten;5° de genomen maatregelen. Alle documenten over de klassenraad blijven voortdurend in de inrichting ter beschikking van de inspectie en de verificatiedienst van de Franse Gemeenschap. § 6. Alle beslissingen van de klassenraad worden collegiaal genomen. De klassenraad probeert de unanimiteit te bereiken. De andere regels van beraadslaging worden in het studiereglement bepaald. Het opvoedend personeel en het paramedisch personeel hebben zitting met adviserende stem voor alle onderwerpen die de certificatieve evaluatie betreffen. § 7. De vaststellingen, inlichtingen of interventies die gedurende een vergadering van de klassenraad worden voorgesteld zijn strikt vertrouwelijk. Het bekendmaken van die gegevens aan iemand die niet tot de klassenraad behoort eist de toestemming van het inrichtingshoofd. De beslissingen van de klassenraad worden aan de leerling, zijn ouders, of de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent door het inrichtingshoofd of zijn vertegenwoordiger meegedeeld volgens de in het studiereglement nader bepaald regels. § 8. Volgens de in het studiereglement nader bepaalde regels, kan gedurende de lestijden een buitengewone klassenraad georganiseerd worden wanneer een dringende beslissing betreffende een leerling genomen moet worden. Afdeling 10. - Berekening van de omkadering en aanwijzing ervan Art. 33.Het aantal betrekkingen die in de inrichtingen van de Franse Gemeenschap vastgesteld worden en het aantal betrekkingen waarvoor weddesubsidies in de gesubsidieerde inrichtingen toegekend worden, worden elk schooljaar en voor elke inrichting volgens de normen in dit besluit vermeld, bepaald. De leerlingen in aanmerking genomen voor de hierna vermelde normen, zijn degenen die als regelmatige leerlingen beschouwd worden overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12, 13 en 14. Art. 34.Het aantal betrekkingen in de wervingsambten van het onderwijzend personeel van het kleuter- en lager onderwijs door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd, wordt vastgesteld binnen de perken van het lestijdenpakket aan iedere instelling toegekend. Het lestijdenpakket wordt gerekend door de deling door een kencijfer van het product van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen in elk onderwijstype in aanmerking genomen, met het aantal georganiseerde wekelijkse lestijden. Het lestijdenpakket vertegenwoordigt het totaal van de lestijden van 50 minuten die de inrichting krijgt om het kleuter- en lager onderwijs te verstrekken. Het lestijdenpakket wordt jaarlijks, per inrichting en voor het bedoelde schooljaar bepaald. Twee wekelijkse lestijden worden van het lestijdenpakket per georganiseerde kleuterklas afgetrokken. Art. 35.Voor de toepassing van artikel 33, tweede lid, worden de volgende gegevens in aanmerking genomen : 1° voor de typen 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8, het aantal regelmatige leerlingen op 15 januari ingeschreven;2° voor type 5, het aantal door de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen bepaald : gedurende het vorige schooljaar, als dit onderwijstype gedurende die periode georganiseerd was; in de andere gevallen, gedurende de eerste 30 dagen vanaf het begin van het schooljaar of vanaf het organiseren van dit onderwijstype. Art. 36.§ 1. Een nieuwe berekening van de omkadering gebeurt op 1 oktober als de schoolbevolking van 30 september met tenminste 5 procent veranderd is tegenover die van 15 januari. § 2. In de loop van het schooljaar kan een lestijdenpakket opnieuw berekend en gebruikt worden telkens als de schoolbevolking met tenminste 10 procent stijgt tegenover deze die de laatste keer gebruikt werd voor de bepaling van dit lestijdenpakket. Voor dit nieuw lestijdenpakket worden in aanmerking genomen, de leerlingen die aan artikel 33, tweede lid voldoen. § 3. Voor de onderwijstypen 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 wordt deze stijging slechts in aanmerking genomen als de stijging van het aantal leerlingen gedurende tien opeenvolgende lesdagen tenminste 10 procent vertegenwoordigt. § 4. Voor type 5, wordt deze stijging door de gemiddelde aanwezigheid gedurende een periode van tenminste twintig opeenvolgende lesdagen bepaald. Art. 37.In geval van bijzondere omstandigheden kan de Regering afwijkingen van de normen in dit besluit bepaald, verlenen. Die afwijkingen kunnen, per onderwijsnet, niet 0, 25 % van het totale aantal lestijden overschrijden dat gedurende het vorige schooljaar voor elk onderwijsnet kan worden gebruikt. Art. 38.§ 1. In het gespecialiseerd basisonderwijs, worden de wervingsambten zowel voltijds als deeltijds verleend. § 2. Het lestijdenpakket van de inrichting vertegenwoordigt de optelling van de quotiënten per onderwijstype behaald. Slechts dit totaal werd naar de bovenste eenheid afgerond. De kencijfers per onderwijstype worden zoals volgt bepaald : 1° onderwijstypen 1 en 8 : kencijfer 9 voor de eerste 49 leerlingen; kencijfer 10 vanaf de 50ste leerling; 2° onderwijstypen 2, 3 en 4 : kencijfer 6 voor de eerste 34 leerlingen;kencijfer 7 vanaf de 35ste leerling. 3° onderwijstype 5 : in een school voor zieke kinderen georganiseerd : kencijfer 9 voor de eerste 49 leerlingen;kencijfer 10 vanaf de 50ste leerling; in een ziekenhuis en/of een erkende medische instelling georganiseerd : kencijfer 6 voor de eerste 34 leerlingen; kencijfer 6 vanaf de 35ste leerling. § 3. Een groep moet bij zijn vorming een aantal leerlingen bevatten dat lager is dan het dubbele van het kleinste kencijfer toegekend aan het onderwijstype waaronder die leerlingen ressorteren. Als leerlingen uit verschillende onderwijstypen gegroepeerd worden, moet het aantal leerlingen lager zijn dan het dubbele van het kleinste kencijfer toegekend aan een van de vertegenwoordigde onderwijstypen. Art. 39.De lestijden klassenraad behoren tot het lestijdenpakket. Art. 40.Per inrichting wordt een ambt van directeur gecreëerd of gesubsidieerd. Art. 41.§ 1. De directeur vervult een onderwijsopdracht : die volledig is, als het aantal leerlingen in aanmerking genomen lager dan 20 is; van 16 lestijden, als het aantal leerlingen in aanmerking genomen tussen 20 en 39 ligt; van 8 lestijden, als het aantal leerlingen in aanmerking genomen tussen 40 en 59 ligt. Deze lestijden behoren tot het lestijdenpakket. § 2. De directeur is niet verplicht een onderwijsopdracht te vervullen als het aantal leerlingen in aanmerking genomen 60 of meer vertegenwoordigt. § 3. Als het aantal leerlingen op 15 januari beneden 60 valt, hoeft de directeur de onderwijsopdracht niet te vervullen gedurende het hele schooljaar. § 4. De organisatie van de opdracht van de directeur kan gewijzigd worden telkens als het lestijdenpakket opnieuw berekend wordt. Art. 42.Het aantal groepen voor de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer wordt bepaald op basis van het totale aantal leerlingen van de meest gevolgde cursus, door het kencijfer van het onderwijstype gedeeld zoals in artikel 38, § 2 bedoeld. Art. 43.De lestijden van de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer behoren niet tot het lestijdenpakket. Art. 44.Het aantal overblijvende lestijden na toerekening op het lestijdenpakket van de lestijden aan elk lid van het onderwijzend personeel van het kleuter- en lager onderwijs verleend overeenkomstig de regels in deze afdeling vermeld, vormt het overschot. HOOFDSTUK V. - Organisatie van het gespecialiseerd secundair onderwijs Afdeling 1. - Organisatie van het gespecialiseerd secundair onderwijs Art. 45.In het gespecialiseerd secundair onderwijs kunnen, naar gelang van de typen van gespecialiseerd onderwijs en volgens de mogelijkheden van de leerlingen, de volgende onderwijsvormen worden georganiseerd : 1° het gespecialiseerd secundair onderwijs voor integratie in de samenleving, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1;2° het gespecialiseerd secundair onderwijs voor integratie in de samenleving en inschakeling in het arbeidsproces, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 2;3° het gespecialiseerd beroepssecundair onderwijs, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3;4° het algemeen, technisch, kunst- en beroepssecundair onderwijs in de doorstromingsafdeling of de kwalificatie-afdeling, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4. Art. 46.§ 1. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1 heeft tot doel de leerlingen een maatschappelijke opleiding te geven waardoor hun integratie in een aangepaste leefomgeving mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 2, 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd gespecialiseerd onderwijs zijn. § 2. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 2 heeft tot doel de leerlingen een algemene, maatschappelijke en beroepsopleiding te geven waardoor hun integratie in een aangepaste leef- en werkomgeving mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 2, 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd onderwijs zijn. § 3. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3 heeft tot doel de leerlingen een algemene, maatschappelijke en beroepsopleiding te geven waardoor hun integratie in een gewone leef- en werkomgeving mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 1, 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd onderwijs zijn. § 4. Het gespecialiseerd secundair doorstromingsonderwijs van vorm 4 bereidt leerlingen voor met het oog op het voortzetten van de studies tot het einde van het hoger secundair onderwijs, waarbij mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces worden geboden. Het gespecialiseerd secundair kwalificatieonderwijs van vorm 4 bereidt leerlingen voor met het oog op de inschakeling in het arbeidsproces, waarbij het voortzetten van de studies tot het einde van het hoger secundair onderwijs mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd gespecialiseerd onderwijs zijn en is niet toegankelijk voor leerlingen getroffen door mentale achterlijkheid. Afdeling 2. - Uurregeling van leerlingen Art. 47.§ 1. Het gespecialiseerd secundair onderwijs bedoeld in artikel 45, 1°, 2° en 3° wordt verstrekt met tweeëndertig tot zesendertig wekelijkse lestijden van vijftig minuten, verdeeld over negen halve dagen. Om praktische redenen, na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité, voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinrichtingen, van de plaatselijke paritaire commissie, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officiële onderwijsinrichtingen, of van de instanties voor plaatselijk overleg of, bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardigingen, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, en na raadpleging van de participatieraad, kan een afwijking worden toegestaan door de Regering om de wekelijkse uurregeling over tien halve dagen te verspreiden. § 2. Het gespecialiseerd secundair onderwijs bedoeld in artikel 45, 4°, kan 2 tot 4 lestijden gespecialiseerde begeleiding boven het referentie-uurrooster organiseren. Om praktische redenen, na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité, voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinrichtingen, van de plaatselijke paritaire commissie, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officiële onderwijsinrichtingen, of van de instanties voor plaatselijk overleg of, bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardigingen, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, en na raadpleging van de participatieraad, kan een afwijking worden toegestaan door de Regering om de wekelijkse uurregeling over tien halve dagen te verspreiden. § 3. Iedere inrichting die een onderwijs van type 7 organiseert, moet een gebarentaalproject uitvoeren dat vermeld staat in het inrichtingsproject in het kader van dat project …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.