Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie van gespecialiseerd onderwijs voor kinderen en adolescenten met specifieke behoeften, georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Franse Gemeenschap. Het doel is om hen aangepast onderwijs te bieden dat aansluit bij hun mogelijkheden en hen voorbereidt op integratie in de maatschappij en arbeidsmarkt.

Wat het reguleert

  • De organisatie van gespecialiseerd kleuter-, lager, basis- en secundair onderwijs.
  • De voorwaarden voor het aanbieden van aangepast onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  • De coördinatie tussen onderwijs en orthopedagogisch, medisch, paramedisch, psychologisch en sociaal werk.
  • De bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor personeel, en de inspectie van gespecialiseerde onderwijsinstellingen.

Wie het aanbelangt

  • Kinderen en adolescenten die, op basis van een multidisciplinair examen, aangepast onderwijs nodig hebben.
  • Onderwijsinstellingen die gespecialiseerd onderwijs organiseren, subsidiëren of erkennen binnen de Franse Gemeenschap.

Kernpunten

  • Gespecialiseerd onderwijs is bedoeld voor kinderen en adolescenten met specifieke behoeften, vastgesteld via een multidisciplinair examen.
  • Het onderwijs wordt georganiseerd op basis van de aard en belangrijkheid van de opvoedingsbehoeften en psychopedagogische mogelijkheden van de leerlingen.
  • Het bereidt leerlingen voor op integratie in een aangepast leef- of werkmilieu, uitoefening van beroepen, of voortzetting van studies tot het einde van het hoger secundair onderwijs.
  • Het omvat een individueel leerplan (ILP) voor elke leerling, dat gedurende de schooltijd wordt aangepast door de klassenraad, met mogelijke deelname van de leerling en ouders.
Wettekst
Wettekst

3 MAART 2004. - Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs (1) Het Parlement heeft aangenomen en wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied, algem

§ 1

, 1°, achterlijkheid en/of één of meer lichte stoornis(sen) in de geestelijke ontwikkeling vaststelt. Ze kunnen basiskennis op school verwerven, beroepsvaardigheid en een beroepsopleiding verwerven waarmee ze in een gewone socioprofessionele omgeving kunnen worden ingeschakeld. § 2. Het type 2 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor leerlingen die niet kunnen worden meegerekend onder de kinderen en adolescenten bedoeld in artikel 7, 1°, en voor wie het multidisciplinair onderzoek,

§ 1

, 1°, achterlijkheid en/of één of meer matige stoornis(sen) in de geestelijke ontwikkeling vaststelt. De kinderen en adolescenten wier handicap toe te schrijven is aan matige mentale achterlijkheid kunnen, door een aangepaste sociale en professionele opvoeding, in een aangepaste socioprofessionele omgeving worden ingeschakeld. De kinderen en adolescenten wier handicap toe te schrijven is aan ernstige mentale achterlijkheid kunnen, door aangepaste opvoedingsactiviteiten, in de samenleving worden ingeschakeld. § 3. Het type 3 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen voor wie het multidisciplinair onderzoek,

, § 1, 1°, de aanwezigheid vaststelt van structurele gedragsstoornissen en/of functionele stoornissen in het relatieaspect en het affectief-dynamisch aspect van de persoonlijkheid die zo zwaar zijn dat een beroep moet worden gedaan op orthopedagogische en psychotherapeutische methoden. § 4. Het type 4 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor andere lichamelijk gehandicapte leerlingen dan deze die bedoeld zijn in de §§ 5, 6 en 7 van dit artikel en voor wie het multidisciplinair onderzoek,

§ 1

, 1°, vaststelt dat ze het gewoon onderwijs niet kunnen volgen en waarvan de staat een geregelde medische en paramedische verzorging, en orthopedagogische methoden noodzakelijk maken. §

  1. Het type 5 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor leerlingen die door een lichamelijke en/of geestelijke aandoening getroffen worden en die worden opgenomen in een kliniek of een medisch-sociale instelling die door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of erkend, met uitsluiting van de schoolkolonies. Dat type onderwijs wordt georganiseerd in nauwe samenwerking met de gewone of gespecialiseerde school waarin de leerling ingeschreven is. Alleen de oorspronkelijke school wordt ertoe gemachtigd de getuigschriften, diploma's of attesten betreffende die leerlingen uit te reiken. §
  2. Het type 6 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen die, wegens blindheid of amblyopie, geregeld een medische en paramedische verzorging moeten krijgen en/of op wie orthopedagogische methoden moeten worden toegepast. §
  3. Het type 7 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen die, wegens doofheid of hypoacousie, geregeld een medische of paramedische verzorging moeten krijgen en/of op wie orthopedagogische methoden moeten worden toegepast. §
  4. Het type 8 van gespecialiseerd onderwijs is bestemd voor de leerlingen voor wie het multidisciplinair onderzoek

, § 1, 1°, vaststelt dat ze, alhoewel ze geen stoornissen van het verstand, het gehoor of het gezicht vertonen, stoornissen vertonen die moeilijkheden veroorzaken bij de ontwikkeling van de taal- of spraakvaardigheid en/of het leren lezen, schrijven of rekenen en die zo zwaar zijn dat een bijzonder optreden in het kader van het gewoon onderwijs niet volstaat. Art. 9.De typen 1 en 8 van gespecialiseerd onderwijs worden niet georganiseerd op het niveau van het gespecialiseerd kleuteronderwijs. Het type 8 wordt niet georganiseerd op het niveau van het gespecialiseerd secundair onderwijs. Art. 10.Na het met redenen omkleed advies van de Hoge Overlegraad voor het gespecialiseerd onderwijs bedoeld in artikel 170, kan de Regering observatiecentra organiseren of subsidiëren. Die verstrekken een onderwijs dat administratief gelijkgesteld is met het type 3 van gespecialiseerd onderwijs. HOOFDSTUK III. - Voorwaarden voor toelating en behoud Art. 11.§ 1. De voordelen van dit decreet zijn voorbehouden voor de leerlingen die minstens twee jaar en zes maanden en hoogstens éénentwintig jaar oud zijn, onverminderd de artikelen 13 en 15. § 2. In het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4, betreffende de toelatingsvoorwaarden, zijn de leeftijdsvoorwaarden gelijk aan deze die vastgesteld zijn bij het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs. Art. 12.§ 1. De inschrijving van kinderen en adolescenten in een inrichting, een school of een instituut voor gespecialiseerd onderwijs wordt afhankelijk gemaakt van het overleggen van een verslag waarin het type van gespecialiseerd onderwijs wordt vermeld dat aan de behoeften van de leerling beantwoordt en dat in die inrichting, die school of dat instituut wordt verstrekt. Dat verslag wordt opgemaakt : 1° voor de types 1, 2, 3, 4 en 8, op grond van een multidisciplinair onderzoek, uitgevoerd door een psycho-medisch-sociaal centrum, door een dienst voor school- en beroepsoriëntatie of door elke andere instelling die dezelfde waarborgen biedt inzake school- of beroepsoriëntatie, die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd, gesubsidieerd of erkend.Jaarlijks wordt door de Regering een lijst van die instellingen opgemaakt, die wordt overgezonden aan de instituten, inrichtingen en scholen voor gespecialiseerd onderwijs alsook aan de adviescommissies voor het gespecialiseerd onderwijs. De conclusies van dat multidisciplinair onderzoek, vervat in een inschrijvingsverslag, vloeien voort uit de interpretatie en de opneming van de gegevens die verstrekt worden door : - het medisch onderzoek; - het psychologisch onderzoek; - het pedagogisch examen; - de sociale studie. 2° voor de types 5, 6 en 7, op grond van een medisch onderzoek waarvan de conclusies in een inschrijvingsverslag vervat zijn en dat wordt uitgevoerd :

  1. a)voor het type 5, door een kinderarts of de arts van de dienst pediatrie, van de verzorgingsinstelling of de preventie-instelling;
  2. b)voor het type 6, door een oftalmologie-specialist;
  3. c)voor het type 7, door een specialist voor keel-, neus- en oorheelkunde. § 2. De Regering neemt alle maatregelen om de permanente begeleiding van de leerlingen van het gespecialiseerd onderwijs mogelijk te maken. Die opdracht wordt toevertrouwd aan de instellingen en personen bedoeld in dit artikel. § 3. Indien een leerling die het gespecialiseerd onderwijs heeft verlaten, vraagt om in het gespecialiseerd onderwijs opnieuw te worden ingeschreven binnen een termijn van minder dan twee jaar, hoeft geen nieuw inschrijvingsverslag te worden opgemaakt. Op aanvraag van de directeur van de inrichting voor gespecialiseerd onderwijs wordt een beknopt verslag overgelegd door het psycho-medisch-sociaal centrum van de laatste school waar de leerling naar school ging. Art. 13.§ 1. Kinderen kunnen als regelmatige leerling in het gespecialiseerd kleuteronderwijs worden ingeschreven op grond van een verslag dat wordt uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, zodra ze de leeftijd van twee jaar en zes maanden hebben bereikt en totdat ze, uiterlijk op 31 december van het lopende jaar, de leeftijd van zes jaar hebben bereikt. Ze kunnen echter worden toegelaten totdat ze, uiterlijk op 31 december van het lopende jaar, de leeftijd van 7 jaar hebben bereikt, op grond van een met redenen omkleed advies, gevoegd bij het inschrijvingsverslag. § 2. Niettegenstaande de bepalingen bedoeld bij artikel 14 en op grond van een gemeenschappelijk en met redenen omkleed advies van de klassenraad en van de instelling belast met de begeleiding, kunnen de leerlingen in het gespecialiseerd kleuteronderwijs uitzonderlijk worden behouden na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van zes jaar bereiken. Dat behoud kan maar één keer worden vernieuwd. § 3. De Regering kan de toegang tot het gespecialiseerd onderwijs van type 7 vóór de leeftijd van twee jaar en zes maanden toelaten voor een slechthorend of doof kind, wanneer een verslag dat door een dienst voor vroegtijdige hulpverlening of een centrum voor audiofonologie wordt opgemaakt, bepaalt dat het kind absoluut naar school moet. Art. 14.§ 1. Kinderen kunnen in het gespecialiseerd lager onderwijs als regelmatige leerling worden ingeschreven op grond van een inschrijvingsverslag dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 wordt uitgereikt : 1° na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van zes jaar bereiken;2° als ze, uiterlijk op 31 december van het lopende jaar, de leeftijd van dertien of veertien jaar bereiken, op grond van een met redenen omkleed advies dat bij het inschrijvingsverslag gevoegd wordt. § 2. In het belang van de dienst, als de voorwaarden bepaald in artikel 1, § 4 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht vervuld zijn, kan de Regering, uitzonderlijk, een leerling toelaten het gespecialiseerd lager onderwijs vanaf de leeftijd van 5 jaar te volgen. § 3. Niettegenstaande de bepalingen bepaald in artikel 15 en op grond van een gemeenschappelijk en met redenen omkleed advies van de klassenraad en van de instelling belast met de begeleiding, kunnen leerlingen, uitzonderlijk, in het gespecialiseerd lager onderwijs worden behouden na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van dertien jaar bereiken. Dat behoud kan slechts één keer worden vernieuwd. Art. 15.§ 1. Kinderen en adolescenten kunnen als regelmatige leerling in het gespecialiseerd secundair onderwijs worden ingeschreven op grond van een inschrijvingsverslag uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 : 1° na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van dertien jaar bereiken;2° op grond van een met redenen omkleed advies van de klassenraad gevoegd bij het inschrijvingsverslag na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van twaalf jaar bereiken; § 2. Leerlingen van meer dan éénentwintig jaar, in het onderwijs van vorm 3, die voor de eerste keer met de derde fase beginnen, kunnen eveneens als regelmatige leerling in het gespecialiseerd secundair onderwijs worden ingeschreven. § 3. De Regering kan het behoud na de leeftijd van 21 jaar toelaten van een leerling die ingeschreven is in een vormingscyclus die leidt tot het behalen van een kwalificatiegetuigschrift of van een getuigschrift voor lager secundair onderwijs dat gelijkwaardig is aan het getuigschrift voor secundair onderwijs van de tweede graad. § 4. De Regering kan het behoud na 21 jaar toelaten van een leerling die niet kan worden opgenomen door een onderneming voor aangepaste arbeid of een huisvestingscentrum of een dagcentrum, op voorwaarde dat de kosten voor de opvang niet op de begroting van de Franse Gemeenschap worden aangerekend, zonder dat echter wordt afgeweken van de verplichting inzake kosteloosheid. § 5. De leeftijdsgrens van 21 jaar is niet van toepassing op de leerlingen met specifieke behoeften die in het alternerend gespecialiseerd onderwijs ingeschreven zijn zoals bepaald in artikel 3 van dit decreet. HOOFDSTUK IV. - Organisatie van het gespecialiseerd kleuteronderwijs en/of gespecialiseerd lager onderwijs Afdeling 1. - Uurregeling van de leerlingen in het kleuteronderwijs Art. 16.Het gespecialiseerd kleuteronderwijs wordt verstrekt met achtentwintig wekelijkse lestijden van vijftig minuten, verdeeld over negen halve dagen. De uurregeling van de leerlingen is ononderbroken. Ze omvat ten minste een recreatie van vijftien minuten s morgens en een onderbreking van één uur tussen de activiteiten van de morgen en de activiteiten van de namiddag. Art. 17.Elke inrichting voor gespecialiseerd onderwijs dat het kleuteronderwijs organiseert, zorgt, overeenkomstig afdeling 10 van dit hoofdstuk, voor het opnemen van de leerlingen die een bijzondere individuele hulpverlening nodig hebben en/of voor het onthalen, de observatie en het tijdelijk opnemen van de nieuwe leerlingen. Die taken worden door een leermeester voor geïndividualiseerd onderwijs waargenomen. Afdeling 2. - Uurregeling van de leerlingen in het lager onderwijs en omkadering van die leerlingen Art. 18.Het gespecialiseerd lager onderwijs wordt verstrekt met achtentwintig wekelijkse lestijden van vijftig minuten, verdeeld over negen halve dagen. De uurregeling van de leerlingen is ononderbroken. Ze omvat minstens een recreatie van 15 minuten in de morgen en een onderbreking van één uur tussen de activiteiten van de morgen en die van de namiddag. Art. 19.De Regering, voor het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of elke inrichtende macht, voor het gesubsidieerd onderwijs, organiseert het uurrooster. Art. 20.Voor elke klas worden twee wekelijkse lestijden lichamelijke en sportactiviteiten georganiseerd. Er kunnen bovendien één, twee of drie lestijden psychomotorische of sportactiviteiten worden georganiseerd. Die lestijden worden verstrekt door de leermeester lichamelijke opvoeding of door de titularis, indien deze houder is van het getuigschrift van bekwaamheid voor het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding in de lagere scholen. Art. 21.De cursus handenarbeid wordt verstrekt door een leermeester handenarbeid of door de titularis die houder is van de vereiste bekwaamheidsbewijzen. Art. 22.In de inrichtingen voor confessioneel vrij onderwijs, kan de cursus godsdienst door de titularis worden verstrekt. In dat geval draagt deze twee lestijden van het uurrooster aan een andere leerkracht over. De twee overgedragen lestijden kunnen noch de cursus moderne taal noch de cursus lichamelijke opvoeding zijn. In de inrichtingen voor niet-confessioneel vrij onderwijs die alleen de cursus niet confessionele zedenleer organiseren, kan de cursus niet confessionele zedenleer door de titularis worden verstrekt. In dat geval draagt deze twee lestijden van het uurrooster aan een andere leerkracht over. De twee overgedragen lestijden kunnen noch de cursus moderne taal noch de cursus lichamelijke opvoeding zijn. De inrichtende macht die gebruik maakt van de mogelijkheid bedoeld in de eerste en tweede leden wordt ertoe gemachtigd de Regering, volgens de nader door deze te bepalen regels, op de hoogte te brengen van de overgedragen lestijden bestemd voor het titulariaat. Art. 23.Alle cursussen van het uurrooster worden, met inachtneming van artikel 30, naargelang van het geval, toegekend aan een titularis, een leermeester geïndividualiseerd onderwijs, een leermeester opvoedingsactiviteiten, een leermeester cursus lichamelijke opvoeding, een leermeester handenarbeid, een leermeester moderne taal, een leermeester niet confessionele zedenleer of een leermeester godsdienst. De directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, zendt aan de Regering, volgens door haar nader te bepalen regels, de wekelijkse uurregeling van de leerlingen over. De wekelijkse uurregeling van de leerlingen vermeldt de namen van de personeelsleden die de verschillende cursussen verstrekken. Art. 24.In elke inrichting voor gespecialiseerd onderwijs houdende organisatie van het lager onderwijs worden het opnemen van leerlingen die een bijzondere individuele hulpverlening moeten krijgen en/of het opnemen, de observatie en het tijdelijk opnemen van nieuwe leerlingen, uitgevoerd binnen de perken van het bruikbare lestijdenpakket. Die taken worden waargenomen door een leermeester geïndividualiseerd onderwijs. Afdeling 3. - Voorwaarden voor de overgang van het gespecialiseerd basisonderwijs naar het gewoon basisonderwijs Art. 25.§ 1. Een leerling regelmatig in een inrichting voor gespecialiseerd basisonderwijs ingeschreven, kan bij beslissing van zijn ouders of van de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent, in het gewoon basisonderwijs ingeschreven worden, evenwel op voorwaarde dat hij een advies krijgt van de instelling die belast is met de begeleiding van de leerlingen van de betrokken gespecialiseerde inrichting. § 2. Onverminderd de toepassing van de artikelen 130 tot 158, wordt het studiejaar waarbij hij kan worden toegelaten door de educatieve ploeg van de inrichting voor gewoon onderwijs bepaald met inachtneming van de reglementering van kracht in het gewoon onderwijs. Afdeling 4. - Leren door taalbad Art. 26.§ 1. Op verzoek van de directeur kan de Regering, na het advies van de participatieraad te hebben ingewonnen, een school van de Franse Gemeenschap haar toestemming geven om sommige lessen en pedagogische activiteiten van het lesrooster in de gebarentaal of in een andere moderne taal dan het Frans te organiseren. In het gesubsidieerd onderwijs kan de Regering een inrichtende macht haar toestemming geven om in één of meer van de door haar georganiseerde scholen of vestigingen sommige lessen en pedagogische activiteiten van het lesrooster in de gebarentaal of in een andere moderne taal dan het Frans te verstrekken. Wanneer een school of een vestiging het aanleren door taalbad organiseert, wordt dit in het instellingsplan ingevoerd. De cursussen godsdienst en de cursus niet confessionele zedenleer kunnen niet in taalbad worden gegeven. § 2. In het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en in de gemeenten in artikel 3 van de wet van 30 juli 1963 bedoeld is het Nederlands de moderne taal waarin het taalbad georganiseerd kan worden. In het Franse taalgebied, met uitzondering van de in artikel 3 van dezelfde wet bedoelde gemeenten, is het Engels, het Nederlands of het Duits de moderne taal waarin het taalbad georganiseerd kan worden. In een school of een vestiging die het taalbad toepast, kan dit slechts in één taal georganiseerd worden. § 3. In de scholen of vestigingen die het taalbad toepassen, wordt de cursus moderne taal opgenomen in het deel van het lesrooster dat in taalbad georganiseerd wordt. § 4. De bepalingen in de vorige paragrafen bedoeld zijn niet van toepassing op de leerlingen die behoren tot het gespecialiseerd onderwijs van type 7. Elke school die een onderwijs van type 7 organiseert, is verplicht een project in de gebarentaal op te stellen dat in het instellingsplan vermeld wordt. In het kader van dat project kan elke leerling die tot het onderwijs van type 7 behoort, tenminste twee wekelijkse lestijden van een taalbad in de gebarentaal genieten. Die worden door een onderwijzer in het kleuter- of lager onderwijs die belast is met de lessen in taalbad, verstrekt. Het taalbad in de gebarentaal sluit noch het taalbad mondeling Frans noch het leren van het schriftelijke Frans uit. Afdeling 5. - Bekrachtiging van de studies Art. 27.Wanneer de klassenraad vaststelt dat de verworven bevoegdheden gelijkwaardig zijn aan die bedoeld in het decreet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 tot bekrachtiging van de eindtermen zoals bedoeld in artikel 16 van het besluit van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren en tot organisatie van een procedure voor beperkte afwijking, wordt het getuigschrift van basisonderwijs aan de leerling die met vrucht zijn studies heeft beëindigd, uitgereikt. Art. 28.Elke leerling die de inrichting verlaat, heeft recht op een attest van schoolbezoek door de directeur uitgereikt in overeenstemming met het door de Regering bepaalde model. Afdeling 6. - Uurregeling van de kleuteronderwijzers Art. 29.§ 1. De kleuteronderwijzers, de leermeesters opvoedingsactiviteiten en de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs met volledige prestaties verstrekken 24 lestijden per week. § 2. Na de voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap georganiseerd, van de plaatselijke paritaire commissie voor de officiële onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd of van instanties voor lokaal overleg of, bij gebrek eraan, de vakbondsafvaardigingen voor de inrichtingen van het vrij onderwijs door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd, kan de directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, de kleuteronderwijzers opdragen te zorgen voor het toezicht op de leerlingen 15 minuten voor het begin van de lessen en 10 minuten na hun einde zonder dat de globale tijd van de lesprestaties en het toezicht 1560 minuten per week kan overschrijden. De jaarlijkse totale duur van de prestaties die tegelijk de lessen, het toezicht en de lestijden klassenraad bevatten, kan 962 uren per schooljaar niet overschrijden. De duur van de prestaties wordt dienovereenkomstig verminderd wanneer de onderwijzer geen volledige uurregeling presteert. Voor de toepassing van het eerste lid, vertegenwoordigt een halve prestatie de uitkomst van het door twee delen van het aantal lestijden vereist voor een volledige prestatie. § 3. De titularissen, de leermeesters opvoedingsactiviteiten en de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs zijn verplicht naast hun lestijden de volgende taken te vervullen : 1° twee lestijden klassenraad per week als hun prestaties tussen 13 en 24 lestijden inbegrepen worden;2° een lestijd klassenraad per week als hun prestaties tussen 7 en 12 lestijden inbegrepen worden. Beneden 7 lestijden per week worden hun verplichtingen beperkt tot de overbrenging van inlichtingen die nuttig zijn voor het goede verloop van de klassenraad. § 4. De tijden voor de voorbereiding van de lessen, de verbeteringen van de werken, het documenteren en het persoonlijk bijwerken worden in de door de paragrafen 1 en 2 bedoelde maxima niet inbegrepen. Ze behoren tot de persoonlijke werkorganisatie van de personeelsleden. De directeur, de inrichtende macht en de inspectie kunnen zich de documenten doen voorleggen die de voorbereiding van de lessen en de activiteiten in verband daarmee bekrachtigen. Afdeling 7. - Uurregeling van de leerkrachten in het lager onderwijs Art. 30.§ 1. De onderwijzers, de leermeesters bijzondere vakken, de leermeesters tweede taal, de leermeesters niet confessionele zedenleer en godsdienst, de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs en de leermeesters opvoedingsactiviteiten met volledige prestaties vertrekken 22 lestijden per week. § 2. Na de voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap georganiseerd, van de plaatselijke paritaire commissie voor de officiële onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd of van instanties voor lokaal overleg of bij gebrek eraan, de vakbondsafvaardigingen voor de inrichtingen van het vrij onderwijs door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd, kan de directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, de titularissen, de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs, de leermeesters opvoedingsactiviteiten, de leermeesters bijzondere vakken, de leermeesters tweede taal, de leermeesters niet confessionele zedenleer en godsdienst opdragen te zorgen voor het toezicht op de leerlingen 15 minuten voor het begin van de lessen en tien minuten na hun einde zonder dat de globale tijd van de lesprestaties en het toezicht 1560 minuten per week kan overschrijden. De totale duur van de prestaties in het eerste lid bedoeld wordt dienovereenkomstig verminderd wanneer de titularis, de leermeester geïndividualiseerd onderwijs, de leermeester opvoedingsactiviteiten, de leermeester bijzondere vakken, de leermeester tweede taal of de leermeester niet confessionele zedenleer en godsdienst geen volledige uurregeling presteert. § 3. De titularissen, de leermeesters geïndividualiseerd onderwijs, de leermeesters opvoedingsactiviteiten, de leermeesters bijzondere vakken, de leermeesters tweede taal, de leermeesters niet confessionele zedenleer en godsdienst zijn verplicht naast hun lesuren de volgende taken te vervullen : 1° twee lestijden klassenraad per week als hun prestaties tussen 12 en 22 lestijden inbegrepen worden;2° een lestijd klassenraad per week als hun prestaties tussen 7 en 11 lestijden inbegrepen worden. Beneden 7 lestijden per week worden hun verplichtingen beperkt tot de overbrenging van inlichtingen die nuttig zijn voor het goede verloop van de klassenraad. Onverminderd § 2, tweede lid, kan de jaarlijkse globale duur van de prestaties die tegelijk de lessen, het toezicht en de lestijden klassenraad bevatten, 962 uren per jaar niet overschrijden. § 4. De tijden voor de voorbereiding van de lessen, de verbeteringen van de werken, het documenteren en het persoonlijk bijwerken worden in de door de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde maxima niet inbegrepen. Ze behoren tot de persoonlijke werkorganisatie van de personeelsleden. De directeur, de inrichtende macht en de inspectie kunnen zich de documenten doen voorleggen die de voorbereiding van de lessen en de activiteiten in verband daarmee bekrachtigen. Afdeling 8. - Uurregeling van de directeurs Art. 31.De directeur is aanwezig gedurende de duur van de lessen. Bovendien is hij tenminste 20 minuten voor het begin van de lessen en 30 minuten na hun einde aanwezig. Wanneer de behoeften van de dienst, inzonderheid de contacten met hun inrichtende macht, hem verre van de school houden, wijst de directeur, in het onderwijs van de Franse Gemeenschap, of de inrichtende macht, in het gesubsidieerd onderwijs, met de toestemming ervan, een lid van het onderwijzend personeel aan om hem te vervangen. Naar gelang van het aantal leerlingen, vervult de directeur een onderwijsopdracht zoals in artikel 41 bepaald. De directeur is niet verplicht een cursusopdracht uit te oefenen gedurende de eerste twee jaren vanaf het openen van een nieuwe inrichting of als hij ook de directie van een internaat waarneemt. Afdeling 9. - De klassenraad en zijn werking Art. 32.§ 1. De klassenraad is het geheel van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel en van het opvoedend hulppersoneel dat belast is met de opvoeding en de opleiding van de leerlingen van een bepaalde klas en dat ervoor verantwoordelijk is. De klassenraad komt tenminste een keer per kwartaal bijeen met inachtneming van de artikelen 29, 30 en 101. § 2. De organisatie van de klassen en de uitreiking van het getuigschrift van basisonderwijs zijn opdrachten eigen aan de klassenraad. § 3. De opdrachten van de klassenraad, bijgestaan door de instelling die belast is met de begeleiding van de leerlingen, zijn de volgende : 1° voor elke leerling een individueel leerplan uit te werken en aan te passen dat de pedagogische, paramedische, sociale en psychologische activiteiten coördineert;2° de vorderingen en de uitslagen van elke leerling te evalueren om het individueel leerplan aan te passen;3° in overeenstemming met de artikelen 13, § 2 en 14, § 3, beslissingen nemen wat betreft het behoud in een bepaald onderwijsniveau;4° overeenkomstig hoofdstuk X, de opneming van een leerling in het gewoon onderwijs voor te stellen en een gemotiveerd advies over de noodzaak van zijn opneming te geven.Als dit advies positief is, voor het beheer van het opnemingsproject te zorgen; 5° de leerlingen naar een verschillende klas gedurende het schooljaar te verwijzen;6° de beslissingen nemen betreffende de overgang naar het secundair onderwijs. De gemotiveerde adviezen en de beslissingen van de klassenraad en van de begeleidingsinstelling worden op een uniek document vermeld. § 4. De directeur of zijn afgevaardigde is voorzitter van de klassenraad. In een instelling die het niveau van het lager onderwijs en dit van het secundair onderwijs bevat, is voorzitter van de klassenraad de directeur van het lager onderwijs of zijn vertegenwoordiger. De vergaderingen worden zo georganiseerd dat elk lid zijn prestaties kan leveren zoals in de artikelen 29, 30 en 101 bepaald. De dienstregeling van de klassenraden wordt vooraf voorgelegd aan het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen door de Franse Gemeenschap georganiseerd, door de plaatselijke paritaire commissie voor de officiële onderwijsinstellingen door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd of door instanties voor lokaal overleg of bij gebrek eraan, de vakbondsafvaardigingen voor de inrichtingen van het vrij onderwijs door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd. § 5. De leden van de klassenraad zorgen voor het wekelijkse beheer van het individueel leerplan van elk van zijn leerlingen gedurende de lestijden klassenraad in hun uurrooster bepaald. De titularis maakt, voor elke vergadering van de klassenraad die zijn leerlingen betreft, de notulen op die met onder meer de volgende gegevens vermelden : 1° de klas;2° de datum, het uur van begin en einde van de vergadering;3° de naam van de aanwezige leden en hun handtekening;4° het rapport van de behandelde punten;5° de genomen maatregelen. Alle documenten over de klassenraad blijven voortdurend in de inrichting ter beschikking van de inspectie en de verificatiedienst van de Franse Gemeenschap. § 6. Alle beslissingen van de klassenraad worden collegiaal genomen. De klassenraad probeert de unanimiteit te bereiken. De andere regels van beraadslaging worden in het studiereglement bepaald. Het opvoedend personeel en het paramedisch personeel hebben zitting met adviserende stem voor alle onderwerpen die de certificatieve evaluatie betreffen. § 7. De vaststellingen, inlichtingen of interventies die gedurende een vergadering van de klassenraad worden voorgesteld zijn strikt vertrouwelijk. Het bekendmaken van die gegevens aan iemand die niet tot de klassenraad behoort eist de toestemming van het inrichtingshoofd. De beslissingen van de klassenraad worden aan de leerling, zijn ouders, of de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent door het inrichtingshoofd of zijn vertegenwoordiger meegedeeld volgens de in het studiereglement nader bepaald regels. § 8. Volgens de in het studiereglement nader bepaalde regels, kan gedurende de lestijden een buitengewone klassenraad georganiseerd worden wanneer een dringende beslissing betreffende een leerling genomen moet worden. Afdeling 10. - Berekening van de omkadering en aanwijzing ervan Art. 33.Het aantal betrekkingen die in de inrichtingen van de Franse Gemeenschap vastgesteld worden en het aantal betrekkingen waarvoor weddesubsidies in de gesubsidieerde inrichtingen toegekend worden, worden elk schooljaar en voor elke inrichting volgens de normen in dit besluit vermeld, bepaald. De leerlingen in aanmerking genomen voor de hierna vermelde normen, zijn degenen die als regelmatige leerlingen beschouwd worden overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12, 13 en 14. Art. 34.Het aantal betrekkingen in de wervingsambten van het onderwijzend personeel van het kleuter- en lager onderwijs door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd, wordt vastgesteld binnen de perken van het lestijdenpakket aan iedere instelling toegekend. Het lestijdenpakket wordt gerekend door de deling door een kencijfer van het product van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen in elk onderwijstype in aanmerking genomen, met het aantal georganiseerde wekelijkse lestijden. Het lestijdenpakket vertegenwoordigt het totaal van de lestijden van 50 minuten die de inrichting krijgt om het kleuter- en lager onderwijs te verstrekken. Het lestijdenpakket wordt jaarlijks, per inrichting en voor het bedoelde schooljaar bepaald. Twee wekelijkse lestijden worden van het lestijdenpakket per georganiseerde kleuterklas afgetrokken. Art. 35.Voor de toepassing van artikel 33, tweede lid, worden de volgende gegevens in aanmerking genomen : 1° voor de typen 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8, het aantal regelmatige leerlingen op 15 januari ingeschreven;2° voor type 5, het aantal door de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen bepaald : gedurende het vorige schooljaar, als dit onderwijstype gedurende die periode georganiseerd was; in de andere gevallen, gedurende de eerste 30 dagen vanaf het begin van het schooljaar of vanaf het organiseren van dit onderwijstype. Art. 36.§ 1. Een nieuwe berekening van de omkadering gebeurt op 1 oktober als de schoolbevolking van 30 september met tenminste 5 procent veranderd is tegenover die van 15 januari. § 2. In de loop van het schooljaar kan een lestijdenpakket opnieuw berekend en gebruikt worden telkens als de schoolbevolking met tenminste 10 procent stijgt tegenover deze die de laatste keer gebruikt werd voor de bepaling van dit lestijdenpakket. Voor dit nieuw lestijdenpakket worden in aanmerking genomen, de leerlingen die aan artikel 33, tweede lid voldoen. § 3. Voor de onderwijstypen 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 wordt deze stijging slechts in aanmerking genomen als de stijging van het aantal leerlingen gedurende tien opeenvolgende lesdagen tenminste 10 procent vertegenwoordigt. § 4. Voor type 5, wordt deze stijging door de gemiddelde aanwezigheid gedurende een periode van tenminste twintig opeenvolgende lesdagen bepaald. Art. 37.In geval van bijzondere omstandigheden kan de Regering afwijkingen van de normen in dit besluit bepaald, verlenen. Die afwijkingen kunnen, per onderwijsnet, niet 0, 25 % van het totale aantal lestijden overschrijden dat gedurende het vorige schooljaar voor elk onderwijsnet kan worden gebruikt. Art. 38.§ 1. In het gespecialiseerd basisonderwijs, worden de wervingsambten zowel voltijds als deeltijds verleend. § 2. Het lestijdenpakket van de inrichting vertegenwoordigt de optelling van de quotiënten per onderwijstype behaald. Slechts dit totaal werd naar de bovenste eenheid afgerond. De kencijfers per onderwijstype worden zoals volgt bepaald : 1° onderwijstypen 1 en 8 : kencijfer 9 voor de eerste 49 leerlingen; kencijfer 10 vanaf de 50ste leerling; 2° onderwijstypen 2, 3 en 4 : kencijfer 6 voor de eerste 34 leerlingen;kencijfer 7 vanaf de 35ste leerling. 3° onderwijstype 5 : in een school voor zieke kinderen georganiseerd : kencijfer 9 voor de eerste 49 leerlingen;kencijfer 10 vanaf de 50ste leerling; in een ziekenhuis en/of een erkende medische instelling georganiseerd : kencijfer 6 voor de eerste 34 leerlingen; kencijfer 6 vanaf de 35ste leerling. § 3. Een groep moet bij zijn vorming een aantal leerlingen bevatten dat lager is dan het dubbele van het kleinste kencijfer toegekend aan het onderwijstype waaronder die leerlingen ressorteren. Als leerlingen uit verschillende onderwijstypen gegroepeerd worden, moet het aantal leerlingen lager zijn dan het dubbele van het kleinste kencijfer toegekend aan een van de vertegenwoordigde onderwijstypen. Art. 39.De lestijden klassenraad behoren tot het lestijdenpakket. Art. 40.Per inrichting wordt een ambt van directeur gecreëerd of gesubsidieerd. Art. 41.§ 1. De directeur vervult een onderwijsopdracht : die volledig is, als het aantal leerlingen in aanmerking genomen lager dan 20 is; van 16 lestijden, als het aantal leerlingen in aanmerking genomen tussen 20 en 39 ligt; van 8 lestijden, als het aantal leerlingen in aanmerking genomen tussen 40 en 59 ligt. Deze lestijden behoren tot het lestijdenpakket. § 2. De directeur is niet verplicht een onderwijsopdracht te vervullen als het aantal leerlingen in aanmerking genomen 60 of meer vertegenwoordigt. § 3. Als het aantal leerlingen op 15 januari beneden 60 valt, hoeft de directeur de onderwijsopdracht niet te vervullen gedurende het hele schooljaar. § 4. De organisatie van de opdracht van de directeur kan gewijzigd worden telkens als het lestijdenpakket opnieuw berekend wordt. Art. 42.Het aantal groepen voor de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer wordt bepaald op basis van het totale aantal leerlingen van de meest gevolgde cursus, door het kencijfer van het onderwijstype gedeeld zoals in artikel 38, § 2 bedoeld. Art. 43.De lestijden van de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer behoren niet tot het lestijdenpakket. Art. 44.Het aantal overblijvende lestijden na toerekening op het lestijdenpakket van de lestijden aan elk lid van het onderwijzend personeel van het kleuter- en lager onderwijs verleend overeenkomstig de regels in deze afdeling vermeld, vormt het overschot. HOOFDSTUK V. - Organisatie van het gespecialiseerd secundair onderwijs Afdeling 1. - Organisatie van het gespecialiseerd secundair onderwijs Art. 45.In het gespecialiseerd secundair onderwijs kunnen, naar gelang van de typen van gespecialiseerd onderwijs en volgens de mogelijkheden van de leerlingen, de volgende onderwijsvormen worden georganiseerd : 1° het gespecialiseerd secundair onderwijs voor integratie in de samenleving, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1;2° het gespecialiseerd secundair onderwijs voor integratie in de samenleving en inschakeling in het arbeidsproces, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 2;3° het gespecialiseerd beroepssecundair onderwijs, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3;4° het algemeen, technisch, kunst- en beroepssecundair onderwijs in de doorstromingsafdeling of de kwalificatie-afdeling, hierna genoemd : gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4. Art. 46.§ 1. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1 heeft tot doel de leerlingen een maatschappelijke opleiding te geven waardoor hun integratie in een aangepaste leefomgeving mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 2, 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd gespecialiseerd onderwijs zijn. § 2. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 2 heeft tot doel de leerlingen een algemene, maatschappelijke en beroepsopleiding te geven waardoor hun integratie in een aangepaste leef- en werkomgeving mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 2, 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd onderwijs zijn. § 3. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3 heeft tot doel de leerlingen een algemene, maatschappelijke en beroepsopleiding te geven waardoor hun integratie in een gewone leef- en werkomgeving mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 1, 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd onderwijs zijn. § 4. Het gespecialiseerd secundair doorstromingsonderwijs van vorm 4 bereidt leerlingen voor met het oog op het voortzetten van de studies tot het einde van het hoger secundair onderwijs, waarbij mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces worden geboden. Het gespecialiseerd secundair kwalificatieonderwijs van vorm 4 bereidt leerlingen voor met het oog op de inschakeling in het arbeidsproces, waarbij het voortzetten van de studies tot het einde van het hoger secundair onderwijs mogelijk wordt gemaakt. Die onderwijsvorm kan van type 3, 4, 5, 6 of 7 van het gemeenschappelijk of afzonderlijk georganiseerd gespecialiseerd onderwijs zijn en is niet toegankelijk voor leerlingen getroffen door mentale achterlijkheid. Afdeling 2. - Uurregeling van leerlingen Art. 47.§ 1. Het gespecialiseerd secundair onderwijs bedoeld in artikel 45, 1°, 2° en 3° wordt verstrekt met tweeëndertig tot zesendertig wekelijkse lestijden van vijftig minuten, verdeeld over negen halve dagen. Om praktische redenen, na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité, voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinrichtingen, van de plaatselijke paritaire commissie, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officiële onderwijsinrichtingen, of van de instanties voor plaatselijk overleg of, bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardigingen, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, en na raadpleging van de participatieraad, kan een afwijking worden toegestaan door de Regering om de wekelijkse uurregeling over tien halve dagen te verspreiden. § 2. Het gespecialiseerd secundair onderwijs bedoeld in artikel 45, 4°, kan 2 tot 4 lestijden gespecialiseerde begeleiding boven het referentie-uurrooster organiseren. Om praktische redenen, na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité, voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinrichtingen, van de plaatselijke paritaire commissie, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officiële onderwijsinrichtingen, of van de instanties voor plaatselijk overleg of, bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardigingen, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, en na raadpleging van de participatieraad, kan een afwijking worden toegestaan door de Regering om de wekelijkse uurregeling over tien halve dagen te verspreiden. § 3. Iedere inrichting die een onderwijs van type 7 organiseert, moet een gebarentaalproject uitvoeren dat vermeld staat in het inrichtingsproject in het kader van dat project; iedere leerling ingeschreven in het onderwijs van type 7 van vorm 3 of 4, kan 4 wekelijkse lestijden gebarentaal krijgen. Die vier lestijden kunnen vrij in het uurrooster worden opgenomen of in een taalbadprogramma worden opgenomen. Het gebarentaalbad sluit noch de studie of het taalbad in het mondelinge Frans noch de studie van het schriftelijke Frans uit. Afdeling 3. - Gespecialiseerd secundair onderwijs voor integratie in de samenleving - Onderwijs van vorm 1 Art. 48.Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1 wordt in een enkele fase ingericht rond het inrichtingsproject. Het draagt bij tot de opvoeding van leerlingen dankzij het optimaal ontwikkelen van hun vaardigheden door persoonlijke ontplooiing en door het ontwikkelen van de grootst mogelijke zelfstandigheid. Stages kunnen ingericht worden gedurende het schooljaar mits inachtneming van de door de Regering bepaalde nadere regels. Art. 49.Elke leerling die de inrichting verlaat, heeft recht op een schoolbezoekattest uitgereikt door het inrichtingshoofd volgens het door de Regering bepaalde model. Afdeling 4. - Gespecialiseerd secundair onderwijs voor integratie in de samenleving en inschakeling in het arbeidsproces - Onderwijs van vorm 2 Art. 50.Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 2 wordt ingericht in twee fasen rond het inrichtingsproject. De eerste fase geeft de voorrang aan socialiserings- en communicatiedoeleinden inzonderheid verbonden aan het ontwikkelen van beroepsvaardigheden en aan de expressie van het persoonlijk project. De tweede fase zet de doeleinden inzake socialisering en communicatie van de eerste fase voort met een bijzondere nadruk op de opvoedkundige en leeractiviteiten die ertoe strekken de leerlingen voor het maatschappelijk en beroepsleven voor te bereiden. In iedere fase, worden de opvoedkundige activiteiten ontwikkeld via een concrete en functionele pedagogie die ernaar streeft simultaan de verwerving van basisvaardigheden op het cognitief, psycho-motorisch en sociaal-affectief niveau en de beroeps- en creatieve vaardigheden te vergemakkelijken. Art. 51.De klassenraad bijgestaan door de instelling belast met de begeleiding bepaalt, voor iedere leerling, de respectieve duur van iedere fase. De klassenraad kan, desgevallend, het getuigschrift voor basisstudies uitreiken. Hij neemt de verplichtingen bepaald voor vorm 3 in acht. Art. 52.Gedurende de tweede fase kunnen stages ingericht worden tijdens het schooljaar volgens de nadere regels bepaald door de Regering. Art. 53.Iedere leerling die de inrichting verlaat, heeft recht op een schoolbezoekattest waarin de verworven vaardigheden vermeld worden. Dit attest wordt door de directeur uitgereikt overeenkomstig het door de Regering vastgesteld model. Afdeling 5. - Gespecialiseerd beroepssecundair onderwijs - Onderwijs van vorm 3 Art. 54.§ 1. Het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3 wordt ingericht in drie fasen rond het inrichtingsproject. De eerste fase bevat : 1° een waarnemingsperiode, in één of meer beroepssectoren voor een maximale duur van één schooljaar;2° een polyvalente aanpak in een beroepssector voor een maximale duur van één schooljaar behoudens met redenen omkleed advies van de Klassenraad. De tweede fase beoogt een polyvalente opleiding in een beroepsgroep voor een maximale duur van twee schooljaren behoudens met redenen omkleed advies van de Klassenraad. De deerde fase leidt tot een beroepskwalificatie in een beroep van de beroepsgroep gevolgd door de leerling gedurende de tweede fase. De duur daarvan verandert in functie van de specificiteit van het opleidingsprofiel bedoeld bij artikel 47 van het decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren. § 2. De verschillende fasen bevatten cursussen bestemd voor de algemene en maatschappelijke opleiding, enerzijds, en cursussen bestemd voor de beroepsopleiding, anderzijds. De Regering bepaalt het urenvolume met inachtneming van de volgende vereisten : de eerste fase omvat minstens 13 lestijden bestemd voor de algemene en maatschappelijke opleiding; de tweede en derde fasen omvatten minstens 9 lestijden. § 3. Op het einde van de derde fase bekomt de leerling, voorzover hij de vaardigheden opgenomen in een specifiek opleidingsprofiel bedoeld bij artikel 47 van het voornoemd decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten heeft verworven, een kwalificatiegetuigschrift voor een beroep. § 4. Het slagen voor de derde fase van het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3 wordt bekrachtigd door een getuigschrift voor lager secundair onderwijs dat gelijk is aan het getuigschrift voor secundair onderwijs van de tweede graad. Art. 55.§ 1. Deze vorm van onderwijs wordt in beroepssectoren ingericht. Deze geven aanleiding tot beroepsgroepen die tot beroepen leiden. De nadere regels voor de overeenstemming tussen de beroepssectoren, de beroepsgroepen en de beroepen worden door de Regering bepaald. § 2. Gedurende de tweede en de derde fasen, worden de stages ingericht tijdens het schooljaar. Bij overmacht en enkel in het belang van de leerling, na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen georganiseerd door de Franse Gemeenschap, van de plaatselijke paritaire commissie voor de inrichtingen voor officieel onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap of bij gebrek daaraan de beroepsverenigingen voor de inrichtingen voor door de Franse Gemeenschap vrij gesubsidieerd onderwijs, kunnen ze ingericht worden tijdens de schoolvakantie met uitsluiting van de maanden juli en augustus, mits toestemming van de Klassenraad en van de inspectie belast met het toezicht over de follow-up van de stage. Art. 56.Gedurende de eerste fase, kan een leerling toegelaten worden tot of georiënteerd worden naar een beroepssector, op de voordracht van de klassenraad bijgestaan door de instelling belast met de begeleiding van de leerlingen en met de instemming van de ouders, van de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of van de meerderjarige leerling. De overgang naar de tweede fase vereist een attest van welslagen voor de eerste fase. Dit attest wordt opgesteld op basis van de beslissing van de klassenraad, onder andere gebaseerd op het verwerven van "drempelvaardigheden". Het model van dit attest wordt door de Regering bepaald. Gedurende de tweede fase, worden de nadere regels voor de overgang van een leerling van de ene beroepssector naar een andere door de Regering bepaald en houden rekening met de door de leerling verworven "drempelvaardigheden". De overgang naar de derde fase vereist een attest van slagen voor de tweede fase. Dit attest wordt opgesteld op basis van de beslissing van de klassenraad, onder andere gebaseerd op het verwerven van "drempelvaardigheden". Het model van dit attest wordt door de Regering bepaald. In de derde fase wordt de leerling opgenomen in een beroep van de beroepsgroep waarvoor hij het attest van welslagen voor de tweede fase heeft bekomen. De leerling wordt ertoe gemachtigd de kwalificatieproef af te leggen zodra de klassenraad vastgesteld heeft dat hij aan de vereisten inzake de vaardigheden bepaald door het kwalificatieprofiel dat op de leerling van toepassing is, heeft voldaan. Art. 57.In het onderwijs van vorm 3 : 1° wordt het slagen voor de eerste fase bekrachtigd door een attest van welslagen in een beroepssector;2° wordt het slagen voor de tweede fase bekrachtigd door een kwalificatiegetuigschrift in een beroep wanneer de leerling de vaardigheden verworven heeft die opgenomen zijn in een specifiek opleidingsprofiel bedoeld bij artikel 47 van het voornoemde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten.Dit kwalificatiegetuigschrift wordt door een kwalificatie-examencommissie uitgereikt. Desnoods wordt het aangevuld met een getuigschrift voor lager secundair onderwijs dat gelijk is aan het getuigschrift voor secundair onderwijs van de tweede graad uitgereikt door de klassenraad; 4° heeft iedere leerling die de inrichting verlaat zonder kwalificatiegetuigschrift recht op een attest van verworven vaardigheden en een schoolbezoekattest uitgereikt door de directeur overeenkomstig het door de Regering bepaald model;5° reikt de klassenraad eind juni een getuigschrift basisstudies uit wanneer hij acht dat de nodige vaardigheden inzake wiskunde en de Franse taal verworven werden. Art. 58.De kwalificatiecommissie wordt samengesteld uit leden van de klassenraad uitgebreid tot leden die niet behoren tot de inrichting. Onder de leden van de klassenraad bevinden zich, verplicht, de klastitularis, de leraren technische cursussen en beroepspraktijk en minimum een leraar algemene cursussen. Zij wordt voorgezeten door de directeur of diens afgevaardigde. De leden die niet behoren tot de inrichting worden gekozen wegens hun beroepsbevoegdheid in de kwalificatie die bekrachtigd moet worden. Het aantal leden die niet behoren tot de inrichting moet lager zijn dan dat van de leden van de klassenraad. Art. 59.Op het einde van de derde fase, berust de uitreiking van het kwalificatiegetuigschrift van vorm 3 van gespecialiseerd secundair onderwijs, waarvan de nadere regels door de Regering worden bepaald, op de controle van de eindvaardigheden inzonderheid tijdens de kwalificatieproef en de stages. Art. 60.De processen-verbaal van de beslissingen van de examencommissie worden ondertekend door alle leden van de examencommissie en bewaard gedurende drie jaar. Art. 61.Het kwalificatiegetuigschrift, het getuigschrift lager secundair onderwijs dat gelijkwaardig is aan het getuigschrift secundair onderwijs van de tweede graad en de attesten worden opgesteld overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modellen. Art. 62.De programma's van onderwijsvorm 3, bepaald of goedgekeurd, naargelang het geval, door de Regering, worden opgesteld, wat betreft de activiteiten en de vakken, overeenkomstig de referentiesystemen voor de basisvaardigheden met inachtneming van de opleidingsprofielen bedoeld bij artikel 47 van het voornoemde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten. Afdeling 6. - Algemeen, technisch, kunst- en beroepssecundair onderwijs, in de afdeling doorstromings- of kwalificatieonderwijs - Onderwijsvorm 4 Art. 63.Op het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4 zijn, wat betreft de structuren en de bekrachtiging van de studies, dezelfde wettelijke en reglementaire bepalingen van toepassing als deze die op het gewoon secundair onderwijs van type I van toepassing zijn. Nochtans kan de Regering een afwijking toelaten van de verplichting de eerste graad in 3 jaar maximum af te leggen, en dit als gevolg van specifieke moeilijkheden van de leerling. Art. 64.Het gespecialiseerd onderwijs van vorm 4 gebruikt ofwel de programma's van het gewoon onderwijs, ofwel de aangepaste programma's goedgekeurd door de Regering op de voordracht van de Programmacommissie bedoeld bij de artikelen 17, 27, 36 en 50 van het voornoemde decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029394 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 14/10/1997 numac 1997029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten. Afdeling 7. - Voorwaarden voor de overgang van het gespecialiseerd secundair onderwijs naar het gewoon secundair onderwijs Art. 65.§ 1. Een regelmatig ingeschreven leerling van een inrichting voor gespecialiseerd secundair onderwijs kan in een inrichting voor gewoon secundair onderwijs ingeschreven worden na schriftelijke aanvraag van de ouders, de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of de meerderjarige leerling, op voorwaarde dat hij een met redenen omkleed advies heeft bekomen van de instelling belast met de begeleiding van de leerlingen van de betrokken gespecialiseerde inrichting en het gunstig advies van de toelatingsraad van de bestemmingschool zoals bedoeld bij artikel 7 van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs. § 2. Onverminderd de toepassing van de artikelen 130 tot 158, moeten de overgangen van het gespecialiseerd onderwijs naar het gewoon onderwijs geschieden met naleving van de toelatingsvoorwaarden bepaald in het voornoemde koninklijk besluit van 29 juni 1984. In individuele en uitzonderlijke gevallen, kan de Regering, op aanvraag van de directeur, steunend op een met redenen omkleed advies van de toelatingsraad of -commissie, de leerlingen vrijstellen van de voorwaarden bepaald bij de artikelen 9 tot 15 en 36 tot 39 van het voornoemde koninklijk besluit van 29 juni 1984, die hun overgang aanvragen van het gespecialiseerde secundair onderwijs van vorm 4 naar het gewoon secundair onderwijs. Art. 66.De leerlingen die van het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 1 en 2 komen, komen niet in aanmerking voor de overgang naar het gewoon secundair onderwijs, behalve afwijking toegestaan door de Regering, in buitengewone gevallen, op aanvraag van het hoofd van de inrichting voor gewoon secundair onderwijs, na advies van de instelling belast met de begeleiding van de leerlingen en van de inspectie van het gespecialiseerd onderwijs. Afdeling 8. - Leren van een taal door taalbad Art. 67.§ 1. Op de aanvraag van de directeur, na advies van de Participatieraad, kan de Regering een school van de Franse Gemeenschap ertoe machtigen sommige cursussen en pedagogische activiteiten van de uurregeling in de gebarentaal te organiseren of in een andere moderne taal dan het Frans. In het gesubsidieerd onderwijs, kan de Regering een inrichtende macht ertoe machtigen sommige cursussen of pedagogische activiteiten van de uurregeling in de gebarentaal te organiseren of in een andere moderne taal dan het Frans in een of meer scholen of vestigingen die zij inricht. De aanvraag gaat vergezeld van het advies van de participatieraad. Wanneer een school of vestiging het leren van een taal door taalbad inricht, wordt het in het inrichtingsproject geïntegreerd. De lessen godsdienst en niet confessionele zedenleer kunnen niet gegeven worden door taalbadcursussen. § 2. In het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en in de gemeenten bedoeld bij artikel 3 van de wet van 30 juli 1963 is de moderne taal waarvoor taalbadcursussen kunnen worden ingericht voor het leren van een taal het Nederlands. In het Franse taalgebied, met uitzondering van de gemeenten bedoeld bij artikel 3 van dezelfde wet, is de moderne taal waarvoor taalbadcursussen kunnen worden ingericht voor het leren van een taal het Engels, het Nederlands of het Duits. In een school of een vestiging waar een taal aangeleerd wordt door taalbadcursussen, kunnen deze cursussen enkel in een enkele taal verstrekt worden. § 3. In de scholen of de vestigingen waar een taal aangeleerd wordt door taalbadcursussen, wordt de moderne taalcursussen opgenomen in het deel van de uurregeling dat als taalbadcursussen verstrekt wordt. § 4. De bij de vorige paragrafen bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op de leerling van het gespecialiseerd onderwijs van vorm 7 waarvoor de inrichting van taalbadcursussen onder de bevoegdheid van iedere inrichtende macht ressorteert. Afdeling 9. - Uurregeling voor leerkrachten Art. 68.In het gespecialiseerd secundair onderwijs van de lagere graad : § 1. Verstrekken de leraren algemene vakken, de leraren algemene vakken die belast zijn met taalbadcursussen, de leraren cursusussen wijsbegeerte en de leraren bijzondere vakken met volledige dagtaak 22 tot 24 lestijden per week met inbegrip van de lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk, voor de klasleiding, en begeleiding - bijscholing. § 2. Verstrekken de leraren technische cursussen en beroepspraktijk snit - naaien en huishoudkunde met volledige dagtaak : 1° 24 tot 28 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van de vormen 1, 2 en 3, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding;2° 22 tot 24 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding. § 3. Verstrekken de leraren technische cursussen van de andere specialiteiten dan deze vermeld bij paragraaf 2, met volledige prestaties staan : 1° 24 tot 28 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van de vormen 1, 2 en 3, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding;2° 22 tot 24 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding. § 4. Verstrekken de leraren beroepspraktijk met volledige dagtaak staan : 1° 24 tot 28 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van de vormen 1, 2 en 3, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding;2° 22 tot 24 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4 van de eerste graad, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding;3° 30 tot 33 lestijden per week in het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4 van de tweede graad, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding. Zij worden ertoe gemachtigd les te geven in de technische vakken met betrekking tot hun specialiteit, voorzover alle statuutbepalingen in acht genomen worden en dat geen bijkomende uitgaven ten gevolge heeft voor de begroting van de Franse Gemeenschap. § 5. De gebruikte tijd voor de voorbereiding van de lessen, de verbetering van het werk, de documentatie, de persoonlijke bijwerking worden niet inbegrepen in de maxima bedoeld bij de § 1, 2, 3 en 4. Zij maken deel uit van de persoonlijke organisatie van het werk van de personeelsleden. De directeur, de inrichtende macht en de inspectie kunnen vragen dat de documenten waarbij de voorbereiding van de lessen en de erbij horende activiteiten gestaafd wordt, hun voorgelegd worden. Art. 69.In het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4 van de hogere graad : § 1. Verstrekken de leraren algemene vakken, de leraren algemene vakken die belast zijn met taalbadcursussen, de leraren cursus wijsbegeerte en de leraren bijzondere cursussen met volledige dagtaak 20 tot 22 lestijden per week met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk, voor de klasleiding, en de begeleiding - bijscholing. § 2. Verstrekken de leraren technische vakken en beroepspraktijk snit - naaien en huishoudkunde met volledige dagtaak 24 tot 28 lestijden per week, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding. § 3. Verstrekken de leraren technische cursussen van de andere specialiteiten dan deze vermeld bij § 2, met volledige dagtaak staan 20 tot 22 lestijden per week, met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding. § 4. Verstrekken de leraren beroepspraktijk met volledige dagtaak staan 30 tot 33 lestijden per week met inbegrip van lesuren, van de uren voor de klassenraad, voor het teamwerk en voor de klasleiding. Zij worden ertoe gemachtigd les te geven in de technische vakken met betrekking tot hun specialiteit, voorzover alle statuutbepalingen in acht genomen worden en dat geen bijkomende uitgaven ten gevolge heeft voor de begroting van de Franse Gemeenschap. § 5. Wordt de gebruikte tijd voor de voorbereiding van de lessen, de verbetering van het werk, de documentatie, de persoonlijke bijwerking worden niet inbegrepen in de maxima bedoeld bij de § 1, 2, 3 en 4. Zij maken deel uit van de persoonlijke organisatie van het werk van de personeelsleden. De directeur, de inrichtende macht en de inspectie kunnen vragen dat de documenten waarbij de voorbereiding van de lessen en de erbij horende activiteiten gestaafd wordt, hen voorgelegd worden. Afdeling 10. - Selectieambten Art. 70.In de categorie leidend en onderwijzend personeel kunnen de selectieambten onderdirecteur en werkmeester ingericht of gesubsidieerd worden. Art. 71.Er wordt een betrekking van onderdirecteur ingericht of gesubsidieerd vanaf het begin van het schooljaar indien het aantal op 15 januari van het vorige schooljaar ingeschreven leerlingen minstens gelijk is aan 300. Art. 72.§ 1. Er kan een betrekking van werkmeester ingericht of gesubsidieerd worden telkens als het aantal lestijden beroepspraktijken 210 eenheden bereikt. Nochtans wordt de betrekking enkel definitief opgericht als de norm bereikt is gedurende twee opeenvolgende schooljaren. § 2. Er kan een betrekking van werkmeester behouden worden indien het totaal aantal lestijden minstens 180 eenheden bereikt. De volgende betrekkingen kunnen behouden worden voorzover het aantal lestijden beroepspraktijk minstens gelijk is aan 360 eenheden voor twee betrekkingen en 540 eenheden voor drie betrekkingen. Na de derde betrekking, wordt een bijkomende schijf van 210 lestijden vereist voor iedere nieuwe betrekking. § 3. Indien deze minima van 180, 360 of 540 lestijden niet bereikt worden gedurende twee opeenvolgende schooljaren, worden de betrekkingen afgeschaft op de eerste september die volgt op het tweede schooljaar. § 4. De uurregeling van de werkmeesters bedraagt 30 tot 33 lestijden van 50 minuten. Art. 73.De inrichting of de subsidiëring van de betrekkingen onderdirecteur of werkmeester kan gewijzigd worden telkens als het lestijdenpakket opnieuw berekend wordt. Afdeling 11. - Bevorderingsambten Art. 74.In de categorie leidend en onderwijzend personeel kunnen de ambten directeur en werkmeester ingericht of gesubsidieerd worden. Art. 75.De directeur wordt ontlast van het lesgeven vanaf het begin van het schooljaar indien het aantal gedurende het vorige schooljaar regelmatig ingeschreven leerlingen minstens gelijk is aan 90. Voor deze berekening worden de in aanmerking te nemen leerlingen voor de onderwijsvormen 1 en 2 vermenigvuldigd met 1,33. Ingeval het aantal leerlingen 90 niet bereikt, wordt de directeur belast met twee lestijden per volledige schijf van minstens 9 leerlingen. Deze lestijden worden uitgetrokken op het lestijdenpakket. De directeur is er niet toe gehouden les te geven gedurende de eerste twee jaren vanaf de opening van een nieuwe inrichting of als hij ook de leiding heeft van een internaat. Art. 76.De inrichting of de subsidiëring van de betrekkingen van directeur kan gewijzigd worden telkens als het lestijdenpakket opnieuw berekend wordt. Art. 77.Een betrekking van werkplaatsleider kan ingericht of gesubsidieerd worden telkens als er drie betrekkingen van werkmeester bestaan. De uurregeling van de werkplaatsleiders is 30 tot 33 lestijden van 50 minuten per week. De inrichting of de subsidiëring van de betrekkingen werkplaatsleider kan gewijzigd worden telkenmale het lestijdenpakket opnieuw berekend wordt. Afdeling 12. - Uren voor de klassenraad, het teamwerk, de klasleiding, de bijscholing en de begeleiding Art. 78.§ 1. De werktijden voor klasleiding, de klassenraad, het teamwerk, de begeleiding of de bijscholing maken deel uit van de opdracht van de leraren net zoals de lestijden. Ook al beoefent een leraar opdrachten in verschillende inrichtingen, toch kan eenzelfde leraar enkel een maximum van een werktijd voor klasleiding, twee werktijden voor de klassenraad en het teamwerk en een werktijd voor de begeleiding en de bijscholing toegekend worden. § 2. De leraren worden ertoe gehouden deel te nemen aan de klassenraden en in teamverband te werken. Er wordt hun een werktijd toegekend als hun prestaties lager liggen dan of gelijk zijn aan een halve opdracht. § 3. De leraren algemene vakken, bijzondere vakken en filosofische cursussen die titularis zijn van een ambt met volledige dagtaak en die minstens 60 % van hun opdracht in het gespecialiseerd secundair onderwijs uitoefenen, kunnen een werktijd toegekend worden bestemd voor de begeleiding en de bijscholing. Art. 79.De werkmeesters worden ertoe gehouden deel te nemen aan de klassenraden van de leerlingengroepen van de beroepssectoren die onder hun bevoegdheid ressorteren. De werkplaatsleiders kunnen deel nemen aan de klassenraden. Art. 80.§ 1. De klassenraad bestaat uit al de leden van het leidend en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch, psychologisch en maatschappelijk personeel, die belast zijn met de instructie, de opvoeding en de opleiding van een leerlingengroep en die ervoor verantwoordelijk zijn. § 2. De opdrachten eigen aan de klassenraad zijn de volgende : 1° het organiseren van leerlingengroepen en pedagogische eenheden;2° het beslissen over de inschrijving van de leerlingen voor een vorm van het gespecialiseerd secundair onderwijs;3° het uitbrengen aan elke leerling van een met redenen omkleed advies wat betreft de overgang van een onderwijsvorm naar een andere;4° het bepalen voor iedere leerling van de duur van de onderwijsfasen met inachtneming van artikel 56 van dit decreet;5° het uitreiken van bekwaamheidsbewijzen ter bekrachtiging van studies met uitzondering van het kwalificatiegetuigschrift dat uitgereikt wordt door een kwalificatiecommissie;6° het uitbrengen van een advies omtrent de overgang van een leerling van een beroepssector naar een andere;7° het verlenen van hun toestemming voor de organisatie van een stageperiode tijdens de schoolvakantie overeenkomstig artikel 55, § 2 van dit decreet. § 3. De opdrachten van de klassenraad bijgestaan door de instelling belast met de begeleiding van de leerlingen zijn de volgende : 1° voor iedere leerling een individueel leerplan op en bij te stellen ter coördinatie van de pedagogische, paramedische, psychologische en maatschappelijke activiteiten;2° iedere leerling continu en opleidingsgericht te evalueren wat betreft de transversale vaardigheden met als doel het bijstellen van het individueel leerplan;3° overeenkomstig hoofdstuk X, een met redenen omkleed advies uit te brengen over de noodzakelijkheid om de leerling in het gewoon onderwijs te integreren.Indien dit advies positief is, instaan voor het beheer van het integratieproject; 4° een met redenen omkleed advies uitbrengen over de noodzakelijkheid om de leerling naar het gewoon onderwijs te oriënteren;5° een met redenen omkleed advies uitbrengen wat betreft het behoud van een bepaald onderwijsniveau. De met redenen omklede adviezen van de klassenraad en de instelling belast met de begeleiding van de leerlingen worden in een enkel document opgenomen. § 4. De klassenraad wordt door de directeur of diens afgevaardigde voorgezeten. De vergaderingen worden zo georganiseerd dat ieder lid zijn prestaties kan waarnemen zoals bedoeld bij de artikelen 68, 78, 79, 80 § 2 en § 3, 101 en 114. De uurregeling van de Klassenraden wordt onderworpen aan de voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, van de Plaatselijke paritaire commissie voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officiële onderwijsinrichtingen of van de instanties voor plaatselijk overleg of bij gebreke daaraan van de vakverenigingen voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen. § 5. De klasdirecteur zorgt voor het wekelijks beheer van het individueel leerplan van elk van zijn leerlingen tijdens de werktijden van de klassenraad bepaald in zijn uurregeling. Voor elke vergadering van de klassenraad met betrekking tot zijn leerlingen stelt hij een proces-verbaal op waarin vermeld worden, onder andere : 1° de klas;2° de datum, het begin- en einduur van de vergadering;3° de naam van de aanwezige leden alsook hun handtekening;4° het verslag over de behandelde punten;5° de genomen beslissingen. Alle documenten met betrekking tot de klassenraad blijven permanent bij de inrichting, ter beschikking van de inspectie en van de toezichtdienst van de Franse Gemeenschap in functie van hun respectieve bevoegdheden. § 6. Alle beslissingen van de klassenraad worden collegiaal genomen. De klassenraad streeft ernaar de unanimiteit te bereiken. De nadere regels voor de beraadslaging en beslissing worden opgenomen in het studiereglement. Het opvoedend en paramedisch personeel zetelt met raadgevende stem voor alle materies die betrekking hebben op de evaluatie tot het bekomen van een getuigschrift. § 7. De vaststellingen, informatie, tussenkomsten die tijdens een vergadering van de klassenraad gebeuren, vertonen een strikt vertrouwelijk karakter. De mededeling van deze gegevens aan personen buiten de klassenraad vereist de instemming van de directeur. De beslissingen van de klassenraad worden aan de leerling, zijn ouders of de persoon die met het ouderlijk gezag bekleed is, door de directeur of diens afgevaardigde meegedeeld. § 8. Krachtens de nadere regels bepaald door het studiereglement, kan er een uitzonderlijke klassenraad georganiseerd worden tijdens de lestijden wanneer een dringende beslissing betreffende een leerling genomen dient te worden. Art. 81.De teamwerktijden kunnen in vakteams of in pluridisciplinaire teams ingericht worden. In het door de Franse Gemeenschap ingericht onderwijs, wordt de keuze van het thema van de werkzaamheden per consensus bepaald tussen de inspecteur, de directeur en de personeelsleden. Art. 82.Het aantal werktijden die toegekend kunnen worden buiten het lestijdenpakket voor de klasleiding wordt berekend door het totaal aantal op 15 januari van het vorige schooljaar regelmatig ingeschreven leerlingen door 12 te delen. Dit aantal werktijden kan gewijzigd worden telkens als het lestijdenpakket opnieuw berekend wordt. Art. 83.De lestijden voor de bijscholing - begeleiding moeten de mogelijkheid bieden : 1° aan een behoefte om ondersteuning van een leerling of meer leerlingen te voldoen, 2° de projecten ontstaan op initiatief van de opvoedingsploeg te implementeren, 3° ervoor te zorgen dat de verspreiding, ter bestemming van de andere collega's, van de pedagogische en/of methodologische inlichtingen ingewonnen door een collega ter gelegenheid van een opleiding tijdens de loopbaan vlot zou geschieden. Art. 84.De Directeur zorgt ervoor dat de prestaties met betrekking tot de pedagogische aanwending van werktijden voor klasleiding, de klassenraad, het teamwerk en de bijscholing - begeleiding werkelijk worden verstrekt. Hij zorgt voor de coherentie en de kwaliteit van het verrichte werk. Hij houdt al deze documenten ter beschikking van de inspecteurs en de verificateurs van de Franse Gemeenschap. Afdeling 13. - Berekening van de omkadering van het leidend en onderwijzend personeel en zijn affectatie Art. 85.Het volume van de betrekkingen ingericht door de inrichtingen van de Franse Gemeenschap, en het volume dat in aanmerking komt voor wedde-subsidies in de gesubsidieerde inrichtingen worden ieder schooljaar bepaald en voor elke inrichting volgens de normen bepaald bij dit decreet. De leerlingen die in aanmerking genomen worden voor de hierna vermelde normen zijn deze die beschouwd worden als regelmatig ingeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 15. Art. 86.§ 1. Het volume van de betrekkingen in de wervingsambten van het onderwijzend personeel van het secundair niveau ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wordt bepaald door een lestijdenpakket. Dit lestijdenpakket wordt jaarlijks per inrichting voor het betrokken jaar vastgesteld. § 2. Dit lestijdenpakket wordt berekend door het product verkregen door de vermenigvuldiging van het aantal per type en voor iedere onderwijsvorm in aanmerking genomen leerlingen met het aantal wekelijks ingerichte lestijden te delen door een kencijfer. Indien het aantal wekelijks ingerichte lestijden per uurregeling verschilt, geschiedt de berekening per uurregeling en wordt getotaliseerd voor het geheel van de betrokken vorm. § 3. Het aan een inrichting toegekend lestijdenpakket is gelijk aan de optelling van de per type en voor iedere onderwijsvorm verkregen uitslag. Enkel deze som wordt naar de hogere eenheid afgerond. Art. 87.Voor de toepassing van dit artikel worden in aanmerking genomen : 1° voor de types 1, 2, 3, 4, 6 en 7 het aantal op 15 januari regelmatig ingeschreven leerlingen.2° voor type 5 het cijfer bepaald door het gemiddelde van de aanwezigheden van de regelmatige leerlingen gedurende het vorig jaar, indien dit onderwijstype ingericht werd tijdens deze periode; in alle andere gevallen, gedurende de eerste dertig dagen te rekenen vanaf het begin van het jaar of vanaf de inrichting van dit onderwijstype. Art. 88.§ 1. Er geschiedt een nieuwe berekening van de omkadering op 1 oktober indien de bevolking op 30 september veranderd is met minstens 5 % in vergelijking met deze op 15 januari. Voor dit nieuwe lestijdenpakket worden in aanmerking genomen de leerlingen die voldoen aan artikel 85, tweede lid. § 2. Gedurende het schooljaar, kan een lestijdenpakket opnieuw berekend en aangewend worden, telkens als de schoolbevolking toeneemt met 10 % in vergelijking met deze die als basis genomen werd voor de bepaling van dit lestijdenpakket. Voor de onderwijstypes 1, 2, 3, 4, 6 en 7 wordt deze toename enkel in aanmerking genomen indien de verhoging van het aantal leerlingen gedurende tien opeenvolgende klasdagen overeenstemt met 10 %. § 3. Voor onderwijstype 5 moet deze toename van 10 % vastgesteld worden door het gemiddelde van de aanwezigheden gedurende een periode van minstens 20 opeenvolgende klasdagen. Art. 89.§ 1. In bijzondere omstandigheden, kan de Regering afwijkingen toestaan van de in dit decreet bevatte normen. § 2. Deze afwijkingen mogen, per onderwijsnet, niet met meer dan 0,25 % van het totaal aantal lestijden die gebruikt konden worden voor het vorig jaar voor ieder onderwijsnet overeenstemmen. Art. 90.De wervingsambten kunnen zowel voltijds als deeltijds toegekend worden. Art. 91.§ 1. De kencijfers per onderwijsvorm en -type worden als volgt bepaald : 1° Onderwijs van type 2 en vorm 1 : 6 2° Onderwijs van type 3 en vorm 1 : 6 3° Onderwijs van type 4 en vorm 1 : 6 4° Onderwijs van type 5 en vorm 1 : 5 5° Onderwijs van type 6 en vorm 1 : 5 6° Onderwijs van type 7 en vorm 1 : 5 7° Onderwijs van type 2 en vorm 2 : 7 8° Onderwijs van type 3 en vorm 2 : 7 9° Onderwijs van type 4 en vorm 2 : 6 10° Onderwijs van type 5 en vorm 2 : 5 11° Onderwijs van type 6 en vorm 2 : 5 12° Onderwijs van type 7 en vorm 2 : 5 13° Onderwijs van type 1 en vorm 3 : 7 14° Onderwijs van type 3 en vorm 3 : 7 15° Onderwijs van type 4 en vorm 3 : 6 16° Onderwijs van type 5 en vorm 3 : 5 17° Onderwijs van type 6 en vorm 3 : 5 18° Onderwijs van type 7 en vorm 3 : 5 19° Onderwijs van type 3 en vorm 4 : 5 20° Onderwijs van type 4 en vorm 4 : 5 21° Onderwijs van type 5 en vorm 4 : 5 22° Onderwijs van type 6 en vorm 4 : 5 23° Onderwijs van type 7 en vorm 4 : 5. § 2. De groepering van leerlingen kan in geen enkel geval aanleiding geven tot de samenstelling van "groepen" of "klassen" die meer studenten tellen dan twee maal het kencijfer. Indien groepen van leerlingen van verscheidene onderwijstypes samengebracht worden, wordt het hoogste kencijfer in aanmerking genomen. Voor de groeperingen van leerlingen van vorm 3 en vorm 4, wordt het laagste kencijfer in aanmerking genomen. Art. 92.De onderwijsopdracht die door de directeur uitgeoefend dient te worden maakt deel uit van het lestijdenpakket. Art. 93.De lestijden toegekend aan de leraren godsdienst en zedenleer van niet-confessionele aard wanneer de cursussen waarmee zij opgedragen werden niet de meest gevolgde filosofische cursus is, maken niet deel uit van het lestijdenpakket. Art. 94.Het aantal groepen voor de cursussen godsdienst en zedenleer van niet-confessionele aard wordt bepaald op basis van het totaal aantal leerlingen van de meest gevolgde cursus, gedeeld door het kencijfer per onderwijstype en -vorm zoals bedoeld bij artikel 91. Art. 95.§ 1. De prestaties van de leden van het leidend en onderwijzend personeel die titularis zijn van een bevorderings- of selectieambt maken niet deel uit van het lestijdenpakket. § 2. De werktijden voor de klassenraad, de klasleiding, het teamwerk, de begeleiding en de bijscholing toegekend in het kader van de regels vermeld bij de artikelen 78 en 82 maken niet deel uit van het lestijdenpakket. Art. 96.Na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité voor de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, van de Plaatselijke paritaire commissie voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde inrichtingen voor officieel onderwijs of van de instanties voor plaatselijk overleg of bij gebreke daaraan van de vakverenigingen voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde inrichtingen voor vrij onderwijs, kunnen maximaal 24 lestijden/leraar bestemd worden voor een bijkomende omkadering, naar rata van het equivalent van een betrekking met volledige dagtaak van studiemeester - opvoeder of maatschappelijk assistent, om te zorgen voor de opvoedkundige en maatschappelijke omkadering indien, en alleen indien, deze aftrekking geen terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking of geen gedeeltelijk opdrachtverlies tot gevolg heeft. De overdracht van lestijden - leraar bedoeld bij lid 1 houdt op facultatief te zijn voor de inrichting die gedurende drie opeenvolgende schooljaren er gebruik van heeft gemaakt om een bijkomend ambt van studiemeester - opvoeder of maatschappelijk assistent met volledige dagtaak in te richten. Het tweede lid houdt op van toepassing te zijn op het ambt maatschappelijk assistent of studiemeester - opvoeder wanneer het betrokken personeelslid op rustpensioen wordt gesteld, zijn ontslag indient of een verandering van aanstelling of een mutatie geniet. Voor de toepassing van de statutaire bepalingen wordt er, in geen geval, een verschil gemaakt tussen de studiemeesters - opvoeders en/of de maatschappelijke assistenten naargelang het ambt dat zij uitoefenen, ingericht of gesubsidieerd werd krachtens het tweede lid of krachtens de hoofdstukken VI of VII van dit decreet. Er kan geen benoeming of werving in vast verband toegekend worden in een betrekking met onvolledige prestaties opgericht op basis van het eerste lid. Art. 97.In iedere inrichting voor gespecialiseerd secundair onderwijs wordt er, binnen de perken van het aanwendbare lestijdenpakket en na inrichting van alle cursussen bepaald in de uurregeling van de leerlingen, voor de begeleiding ten gunste van de integratie, de opvang, de waarneming van de gedragingen en het tijdelijk zorgen voor nieuwe leerlingen, de begeleiding van leerlingen in voorlopige moeilijkheden, de bemiddeling en / of de pedagogische coördinatie gezorgd. Deze opdrachten kunnen waargenomen worden door een of meer leden van het onderwijzend personeel van het secundair niveau mits inachtneming van de statutaire regels. Art. 98.Het aantal overblijvende lestijden na aftrekking van het lestijdenpakket van alle lestijden toegekend aan ieder lid van het onderwijzend personeel van het secundair niveau, overeenkomstig de regels vermeld in deze afdeling, vormt het overschot. HOOFDSTUK VI.. - Paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel Afdeling 1. - Uurregeling van het paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel Art. 99.De logopedisten verstrekken 30 tot 32 lestijden van 50 minuten per week. De kinesisten, de kinderverzorgers en de verpleegkundigen verstrekken 32 tot 36 lestijden van 50 minuten per week. De maatschappelijke assistente en de psychologen verstrekken 36 tot 38 lestijden van 50 minuten per week. Art. 100.§ 1. De werktijden bestemd voor de klassenraad en het teamwerk worden vervat in de prestaties zoals bedoeld bij artikel 99. § 2. Het teamwerk zorgt voor de coördinatie en het uitwisselen van informatie onder de verschillende leden van de paramedische, maatschappelijke en psychologische ploeg. Met het oog op hun deelneming aan de klassenraad, kan een deel van deze tijd bestemd worden voor de voorbereiding van deze vergaderingen en het op- of bijstellen van het individueel leerplan van de leerlingen die hun toevertrouwd zijn. Art. 101.De leden van het paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel worden ertoe gehouden : 1° 2 werktijden voor de klassenraad en het teamwerk per week te verstrekken als zij een volledige opdracht uitoefenen;2° 1 werktijd voor de klassenraad of het teamwerk per week te verstrekken als zij een halve opdracht uitoefenen. Oefenen zij minder dan een halve opdracht, dan worden hun verplichtingen beperkt tot de overzending van de inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de klassenraad. Afdeling 2. - Berekening van de omkadering van het paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel en zijn aanstelling Art. 102.§ 1. In de inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs, omvat de categorie paramedisch personeel de ambten van verpleegkundige, kinesist, logopedist en kinderverzorger. De categorie maatschappelijk personeel omvat het ambt maatschappelijk assistent. De categorie psychologisch personeel omvat het ambt psycholoog. § 2. Het volume van de betrekkingen van het paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel in de inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs wordt bepaald volgens de bij dit decreet bedoelde normen. § 3. De leerlingen die in aanmerking komen voor de normen hierna vermeld zijn deze die, naast hun regelmatige inschrijving op 15 januari, geacht worden regelmatige leerlingen te zijn overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12, 13, 14 en 15. § 4. De leerlingen die ten laste worden genomen door de Diensten voor hulpverlening tot de integratie van het Waalse Gewest of door de begeleidingsdiensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden in rekening gebracht net zoals de andere externe leerlingen. Art. 103.Onverminderd artikel 102, § 4, en in afwijking van artikel 102, § 3, worden niet in aanmerking genomen de leerlingen die, ofwel : 1° ingeschreven zijn in een internaat, een semi-internaat, een residentiële dienst, of een huisvestingscentrum;2° een thuis verstrekt gespecialiseerd onderwijs genieten;3° in een medische instelling of een ziekenhuis verblijven en het onderwijs van type 5 volgen behoudens afwijking toegestaan door de Regering voor externe leerlingen als gevolg van hun handicap;4° gedurende de openingsuren van de schoolinrichting, therapeutische of revalidatiebehandelingen genieten die verstrekt worden door personen van wie de betrekking noch georganiseerd noch gesubsidieerd wordt door de Franse Gemeenschap. De bij 1° van het eerste lid bedoelde leerlingen voor wie de school een met redenen omklede aanvraag heeft ingediend bij het Bestuur, kunnen meegerekend worden na beslissing van de Regering. Art. 104.§ 1. Het volume van de betrekkingen van het paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap in de inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs wordt bepaald door een lestijdenpakket. Dit lestijdenpakket wordt jaarlijks per inrichting voor het betrokken jaar vastgesteld. Om tot het aantal lestijden toegekend voor de leerlingen van een zelfde type die hetzelfde niveau bezoeken te bekomen, wordt het aantal leerlingen met een kencijfer vermenigvuldigd. Het aan een inrichting toegekend lestijdenpakket is de som van de verkregen producten afgerond naar de hogere eenheid. De wervingsambten kunnen zowel voltijds als deeltijds toegekend worden. Art. 105.Er geschiedt een nieuwe berekening van de omkadering op 1 oktober indien de schoolbevolking op 30 september veranderd is met minstens 5 % in vergelijking met deze op 15 januari. Gedurende het schooljaar, kan een lestijdenpakket opnieuw berekend en aangewend worden, telkens als de schoolbevolking toeneemt met ten minste 10 % in vergelijking met deze die als basis genomen werd voor de bepaling van het overeenstemmend lestijdenpakket. Deze toename wordt enkel in aanmerking genomen indien de verhoging van het aantal leerlingen gedurende tien opeenvolgende klasdagen overeenstemt met te minste 10 %. Art. 106.In bijzondere omstandigheden, kan de Regering afwijkingen toestaan van de in dit decreet vervatte normen. Deze afwijkingen mogen, per onderwijsnet, niet met meer dan 0,25 % van het totaal aantal lestijden die gebruikt konden worden voor het vorig schooljaar voor ieder onderwijsnet overeenstemmen. Art. 107.De kencijfers worden als volgt bepaald : 1° in het onderwijs van type 1 van het lager niveau : 1 2° in het onderwijs van type 1 van het secundair niveau : 0,5 3° in het onderwijs van type 2 van het lager niveau : 3,9 4° in het onderwijs van type 2 van het lager niveau : 1,5 5° in het onderwijs van type 3 van het lager niveau : 0,7 6° in het onderwijs van type 3 van het lager niveau : 0,3 7° in het onderwijs van type 4 van het lager niveau : 5 8° in het onderwijs van type 4 van het lager niveau : 3,5 9° in het onderwijs van type 5 van het lager niveau : 1 10° in het onderwijs van type 6 van het lager niveau : 1,7 11° in het onderwijs van type 6 van het lager niveau : 1,5 12° in het onderwijs van type 7 van het lager niveau : 2,9 13° in het onderwijs van type 7 van het lager niveau : 1,6 14° in het onderwijs van type 8 van het lager niveau : 1. Art. 108.Het aantal lestijden die overblijven na aftrekking van het lestijdenpakket van alle lestijden toegekend aan ieder lid van het paramedisch, maatschappelijk en psychologisch personeel, overeenkomstig de regels vermeld in dit hoofdstuk, vormt het overschot. HOOFDSTUK VII.. - Administratief personeel en opvoedend hulppersoneel Afdeling 1. - Uurregeling van het administratief personeel en van het opvoedend hulppersoneel Art. 109.In de door de Franse Gemeenschap georganiseerde inrichtingen voor gespecialiseerd basisonderwijs, presteren de corresponderende rekenplichtigen ofwel 38 uren per week, indien de school op 15 januari ten minste 100 leerlingen telt, ofwel 15 uren per week, indien de school op die datum minder dan 100 leerlingen telt. Art. 110.In de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde inrichtingen voor gespecialiseerd secundair onderwijs, presteren de leden van het opvoedend hulppersoneel 36 uren per week. De leden van het administratief personeel presteren 38 uren per week. Afdeling 2. - Ambten georganiseerd in het basisonderwijs Art. 111.In de categorie van het administratief personeel, wordt het ambt van corresponderende rekenplichtige georganiseerd in de door de Franse Gemeenschap georganiseerde inrichtingen. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, bepaalt de Regering elk jaar het percentage betrekkingen van corresponderende rekenplichtige die volgens de normen bepaald in artikel 109 kunnen worden georganiseerd in het gesubsidieerd onderwijs. In een door de Franse Gemeenschap georganiseerde school die minder dan 100 leerlingen telt, indien dat getal in de loop van het schooljaar gedurende 10 opeenvolgende klasdagen gelijk aan of hoger dan 100 is, presteert de corresponderende rekenplichtige 38 uren per week. Afdeling 3. - Ambten georganiseerd in het secundair onderwijs Art. 112.In de categorie van het administratief personeel, kunnen de ambten van klerk-typiste en van opsteller worden georganiseerd. In de categorie van het opvoedend hulppersoneel, kunnen de ambten van studiemeester-opvoeder, opvoeder-huismeester en directiesecretaris worden georganiseerd. Afdeling 4. - Berekening van de omkadering van het administratief personeel en van het opvoedend hulppersoneel, en zijn aanstelling, in het secundair onderwijs Art. 113.§ 1. Het volume van de betrekkingen van het administratief personeel en van het opvoedend hulppersoneel in de inrichtingen van de Franse Gemeenschap en het volume van de betrekkingen waarvoor wedde-subsidies worden toegekend in de gesubsidieerde inrichtingen voor gespecialiseerd onderwijs, met uitsluiting van de internaten en semi-internaten, wordt, voor elke inrichting en voor elk schooljaar, bepaald volgens de door dit decreet vastgestelde normen. § 2. Die ambten kunnen zowel voltijds als deeltijds worden toegekend. § 3. De leerlingen die voor de hierna vermelde normen in aanmerking komen, zijn deze die als regelmatige leerling worden beschouwd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12, 13, 14 en 15, en die op 15 januari regelmatig ingeschreven zijn. Art. 114.Het volume van de betrekkingen in de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd, wordt in het lestijdenpakket vastgesteld. Dit lestijdenpakket wordt jaarlijks, voor elke inrichting, voor het bedoelde jaar, vastgesteld. Art. 115.De aan de opvoeder-huismeester toegekende lestijden kunnen niet op het lestijdenpakket worden uitgetrokken. Art. 116.§ 1. De betrekkingen van studiemeester-opvoeder, directiesecretaris en van het administratief personeel, die in het gespecialiseerd secundair onderwijs worden georganiseerd of gesubsidieerd, worden opgenomen in een lestijdenpakket dat wordt berekend door het volgens de volgende verdeeltabel gekregen kencijfer met 38 te vermenigvuldigen : 1° 80 leerlingen : 1 2° 160 leerlingen : 2 3° 240 leerlingen : 3 4° 320 leerlingen : 4 5° 400 leerlingen : 5 6° 500 leerlingen : 6 7° 600 leerlingen : 7 8° 760 leerlingen : 8 9° 920 leerlingen : 9 10° 1.080 leerlingen : 10 11° 1.240 leerlingen : 11 12° 1.400 leerlingen : 12 13° 1.560 leerlingen : 13 14° 1.720 leerlingen : 14. Voor elke bijkomende volledige schijf van 160 leerlingen, wordt het kencijfer met 1 verhoogd. § 2. De betrekkingen worden in de volgorde van de kencijfers toegekend aan het personeel dat het ambt van studiemeester-opvoeder uitoefent. Voor elke inrichting moeten de volgende betrekkingen, met volledige dienstprestatie, worden toegekend 1° voor het ambt van klerk-typiste, door omzetting van de 3de en /of de 14de betrekking;2° voor het ambt van opsteller, door omzetting van de 8ste en/of de 11de betrekking. § 3. Na voorafgaande raadpleging van het basisoverlegcomité, voor de door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinrichtingen, van de plaatselijke paritaire commissie, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officiële onderwijsinrichtingen, of van de instanties voor plaatselijk overleg, of bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardigingen, voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, kan, voor elke inrichting, de volgende betrekking, met volledige dienstprestatie, worden toegekend voor het ambt van directiesecretaris, door omzetting van de 4de betrekking. Art. 117.De omkadering wordt op 1 oktober opnieuw berekend, indien de schoolbevolking van 30 september met ten minste 5 % gewijzigd is in vergelijking met 15 januari. In de loop van het schooljaar, kan het lestijdenpakket opnieuw worden berekend en aangewend telkens als de schoolbevolking met ten minste 10 % stijgt in vergelijking met deze die de laatste keer als basis heeft gediend voor de bepaling van het overeenstemmende lestijdenpakket. Die stijging wordt enkel in aanmerking genomen indien de stijging van het aantal leerlingen, gedurende 10 opeenvolgende klasdagen, met ten minste 10 % stijgt. Art. 118.In bijzondere omstandigheden kan de Regering afwijkingen van de in dit decreet bepaalde normen toestaan. Die afwijkingen kunnen, voor elk onderwijsnet, niet overeenstemmen met meer dan 0,25 % van het totaal aantal lestijden die, voor elk onderwijsnet, kunnen worden gebruikt gedurende het voorafgaande jaar. Art. 119.Het aantal lestijden die overblijven na aftrek van het lestijdenpakket van de lestijden die aan ieder lid van het administratief personeel en van het opvoedend hulppersoneel worden toegekend, overeenkomstig de in dit hoofdstuk bepaalde regels, maken het overschot uit. HOOFDSTUK VIII. - Aantal klasdagen in het gespecialiseerd onderwijs Art. 120.De Regering stelt de klasdagen en verlofdagen jaarlijks vast. Het jaarlijks aantal klasdagen bedraagt 182 dagen. De Regering kan het echter op 181 of 183 dagen vaststellen. Art. 121.In het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 3, kunnen de lessen gedurende hoogstens 15 dagen in het jaar worden onderbroken, om evaluatieproeven, de beraadslagingsessies van de klassenraden en de ontmoetingen met de ouders te organiseren. In het gespecialiseerd secundair onderwijs van vorm 4, kunnen de lessen gedurende hoogstens 15 dagen in het jaar voor de eerste graad, gedurende hoogstens 25 dagen voor de tweede graad, gedurende hoogstens 25 dagen voor de derde graad worden onderbroken om evaluatieproeven, de beraadslagingsessies van de klassenraden en de ontmoetingen met de ouders te organiseren. Art. 122.De lessen worden gedurende hoogstens zes halve dagen onderbroken om de personeelsleden de mogelijkheid te bieden om deel te nemen aan de opleidingsessies die worden georganiseerd in het kader van het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten5 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan. Alle in dienstactiviteit zijnde personeelsleden moeten deelnemen aan één van de in het eerste lid bedoelde opleidingsessies. Art. 123.Wanneer er geen verlofdagen overblijven en een plaatselijk feest het onmogelijk maakt dat lessen worden gegeven gedurende een klasdag, dan moet de inrichtende macht één van de dagen

2 gedurende een verlofdag van de leerlingen organiseren. Zij brengt er de Regering op de hoogte van volgens door deze nader te bepalen regels. HOOFDSTUK IX.. - Adviescommissies Art. 124.§

  1. De Regering richt een adviescommissie voor het gespecialiseerd onderwijs in elk hoofdinspectiegebied van het gewoon lager onderwijs op. §
  2. Elke adviescommissie is samengesteld uit de voorzitter, die stemgerechtigd is, en acht werkende leden. Ze wordt voorgezeten door de hoofdinspecteur van het gewoon lager onderwijs; naast haar voorzitter, bestaat ze uit de vertegenwoordigers van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen die behoren tot de pedagogische, psychologische, medische en sociale vakken. Het plaatsvervangend voorzitterschap wordt waargenomen door de oudste kantonnale inspecteur van het betrokken hoofdinspectiegebied. Voor elk van de werkende leden wordt een plaatsvervangend lid bepaald dat tot hetzelfde vak als het werkend lid behoort. §
  3. Bij de samenstelling van elke commissie, zowel voor de werkende leden als voor de plaatsvervangende leden, wordt ervoor gezorgd dat een evenwicht wordt bereikt tussen het officieel onderwijs en het vrij onderwijs, enerzijds, en tussen het confessioneel en niet-confessioneel onderwijs, anderzijds. §
  4. De leden worden door de Regering voor een periode van vier jaar benoemd. Hun mandaat is vernieuwbaar. Als een mandaat vóór het einde van zijn periode wordt verlaten, voleindigt de plaatsvervanger dat mandaat, en wordt een nieuw lid aangesteld als plaatsvervanger. Ieder lid dat de hoedanigheid verliest op grond waarvan het werd benoemd, of dat bij meer dan de helft van de vergaderingen in het schooljaar afwezig is geweest, houdt op lid van de commissie te zijn. §
  5. De commissies beraadslagen en beslissen geldig als de meerderheid van de leden aanwezig is. Als een bijeengeroepen commissie het vereiste aantal leden niet bereikt, kan ze echter, na een nieuwe bijeenroeping, over hetzelfde onderwerp geldig beraadslagen en beslissen, ongeacht het aantal aanwezige leden. De leden moeten het geheim van de dossiers en

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.