← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 en diverse andere bepalingen in het licht

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 en andere regels. Het doel is om de regelgeving over registratie- en erfbelasting op te nemen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 DECEMBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 en diverse andere bepalingen in het licht van de overname van de dienst van de registratie- en erfbelasting De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, Verslag aan de Vlaamse Regering I. ALGEMENE TOELICHTING Het voorliggend ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 (kortweg BVCF). Het voorliggend ontwerp voorziet de codificatie en opheffing van volgende regelgevingen, van toepassing binnen het Vlaamse Gewest (chronologisch gerangschikt) : ohet koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het koninklijk besluit van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 oktober 1985, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het koninklijk besluit van 13 november 1978 tot uitvoering van de wet van 27 april 1978 tot bevordering van de bilaterale en multilaterale ruil van ongebouwde landeigendommen en bossen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 december 1979, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het koninklijk besluit van 26 november 1980 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 482 van het Wetboek der Successierechten, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten9 betreffende de vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen voor zover betrekking op overlijdens van voor 1 januari 2012; o het koninklijk besluit van 19 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999003282 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot vaststelling van de modaliteiten van de aandeelhouderschapsovereenkomst bedoeld in artikel 140ter, 3°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten sluiten tot vaststelling van de modaliteiten van de aandeelhouderschapsovereenkomst bedoeld in artikel 140ter, 3°, van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het koninklijk besluit van 26 augustus 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/08/2003 pub. 10/09/2003 numac 2003003456 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende aanvullende regels betreffende de inbetalinggeving van kunstwerken ter voldoening van de successierechten, tot vaststelling van de nadere regels betreffende de betaling en de teruggave van de schattingskosten bedoeld in artikel 83-3 van het Wetboek der successierechten en in artikel 111, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van elk van de artikelen van de wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de afgifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten houdende aanvullende regels betreffende de inbetalinggeving van kunstwerken ter voldoening van de successierechten, tot vaststelling van de nadere regels betreffende de betaling en de teruggave van de schattingskosten bedoeld in artikel 83-3 van het Wetboek der successierechten en in artikel 111, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van elk van de artikelen van de wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de afgifte van kunstwerken ter betaling van successierechten, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/05/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003237 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/07/2015 numac 2015000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 12/05/2014 pub. 07/08/2015 numac 2015000408 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk. - Duitse vertaling type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014003264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen sluiten5 tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2006; o het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/05/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003237 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/07/2015 numac 2015000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 12/05/2014 pub. 07/08/2015 numac 2015000408 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk. - Duitse vertaling type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014003264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen sluiten9 betreffende de vorm van het attest tot het verkrijgen van kosteloze registratie in het kader van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt van een brownfieldconvenant; o het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/1994 pub. 02/02/2016 numac 2016015011 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 type wet prom. 27/12/1994 pub. 03/09/2019 numac 2019041954 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993. - Addendum sluiten6 tot uitvoering van de artikelen 140quinquies en 140sexies van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en de artikelen 60/4 en 60/5 van het Wetboek der Successierechten; o het ministerieel besluit van 9 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de formulieren voor aangifte inzake successierechten, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het ministerieel besluit van 30 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende de werkwijze en de organisatie van de bijzondere commissie, belast onder meer met de schatting van kunstwerken voor de toepassing van sommige fiscale wetten, voor wat betreft het Vlaamse Gewest; o het ministerieel besluit van 20 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 tot benoeming van de leden van de bijzondere commissie belast onder meer met de schatting van kunstwerken voor de toepassing van sommige fiscale wetten; o het ministerieel besluit van 25 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tot benoeming van de leden van de bijzondere commissie belast onder meer met de schatting van kunstwerken voor de toepassing van sommige fiscale wetten; o het ministerieel besluit van 5 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 tot benoeming van de leden van de bijzondere commissie belast onder meer met de schatting van kunstwerken voor de toepassing van sommige fiscale wetten. Artikelen 1 tot en met 26 bevatten wijzigingsbepalingen aan allerhande regelgeving die noodzakelijk zijn in het licht van de opname van de regelgeving i.v.m. de erfbelasting en registratiebelasting in de VCF en BVCF. Hierbij werd gebruik gemaakt van de machtiging aan de Vlaamse Regering in artikel 4.6.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. Voor wat artikel 9, artikel 10, artikel 19, artikel 22 tot en met artikel 25 en art. 40 betreft, gaat het om louter terminologische wijzingen of wijzigingen aangaande de kruisverwijzingen. Deze artikelen behoeven dan ook geen nadere artikelsgewijze toelichting. Het voorliggend ontwerp van besluit wijzigt verder artikelen, voegt artikelen toe of in, in de 7 titels van het BVCF, en volgt zo de structuur van de huidige VCF en het huidig BVCF zelf, zodat ook snel het geheel van de van toepassing zijnde rechtsregels kan teruggevonden worden. Artikel 27 bevat een wijziging aan de definitiebepaling van Titel 1 (inleidende bepalingen). Artikelen 28 tot en met 32 bevatten toevoegingen aan Titel 2 (de materieelrechtelijke bepalingen, op uitvoeringsniveau uiteraard). Artikelen 33 tot en met 37 bevatten invoegingen in Titel 3 (de procedurebepalingen, ook hier op het niveau van de uitvoerende macht). Net zoals bij de totstandkoming van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Fiscaliteit, waarvan de wijziging hier vooropstaat, en om tot een uniforme procedure te komen, werd in de voorbereiding van voorliggend ontwerp van besluit gewerkt volgens een vast stramien : per item werd nagegaan welke bepalingen relevant waren, welke bepalingen dienden gemoderniseerd te worden, welke bepalingen gelijkaardig waren bij de diverse belastingen (maar anders geformuleerd) en welke bepalingen echt verschillen opleverden. Vervolgens werd onderzocht of die verschillen konden worden weggewerkt of eigen waren aan de aard van de belasting. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat voor heel wat bepalingen in het huidig BVCF reeds een bepaling bestaat. De eigenheid van de erfbelasting en de registratiebelasting maakt evenwel specifieke bepalingen noodzakelijk. De artikelstructuur in dit wijzigend besluit VCF is afgestemd op de VCF en het BVCF. Met het oog op de verlaging van de administratieve lasten ten aanzien van de burger worden de opgelegde formaliteiten zoveel mogelijk afgebouwd. Zo wordt bijvoorbeeld het gebruik van aangetekende zendingen geminimaliseerd. Bovendien zijn ook hier formulieren maximaal losgekoppeld van de betrokken regelgeving. Overeenkomstig artikel 13 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten4 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer met het oog op de toepassing van de regeling in kwestie werd de omschrijving van de te verstrekken gegevens opgenomen in de regelgeving. Artikel 38 bevat een aanvulling van Titel 5 (opheffingsbepalingen en overgangsmaatregelen). Artikel 39 vervangt de bijlage 2 (met concordantietabellen) van de BVCF door een nieuwe bijlage 2. De concordantietabellen dienen immers uitgebreid te worden met de bepalingen aangaande de erf- en registratiebelasting. De artikelen 41 en 42 regelen de inwerkingtreding en de uitvoering van het wijzigingsbesluit BVCF. De Raad van State merkt in haar advies 56.749/3 van 10 december 2014 met betrekking tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest in randnummer 4 en 5 op dat er sprake was van een bevoegdheidsproblematiek in artikel 34 en 41 van het ontwerp. In artikel 34 van het ontwerp (ontworpen artikel 3.4.3.0.7, § 2, eerste lid, § 3, tweede lid, en § 4, vierde en vijfde lid van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex) werden door het Vlaamse Gewest bepaalde verplichtingen op gelegd aan de federale instelling Deposito- en Consignatiekas. De Raad van State oordeelt dat het Vlaamse Gewest onbevoegd is om verplichtingen aan deze federale instelling op te leggen. Het artikel werd daarom aangepast (zie infra bij de artikelsgewijze toelichting). In artikel 41 van het ontwerp werden wijzigingen aangebracht aan het ministerieel besluit van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot vaststelling van de retributies verschuldigd aan de ontvangers van de registratie voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels. De ontvangers van de registratie bedoeld in dit besluit betreffen evenwel federale ambtenaren. De Raad van State oordeelt dat het Vlaamse Gewest niet bevoegd is om retributies in te stellen voor prestaties die worden verricht door federale ambtenaren. Het ontworpen artikel 41 werd daarom uit de tekst gehaald (zie infra bij artikelsgewijze toelichting). De Raad van State merkt daarnaast bij haar onderzoek naar de rechtsgrond op dat in de aanhef een onvolledige opsomming werd gegeven van de bepalingen die rechtsgrond verlenen aan het ontwerp van besluit. Gelet daarop wordt de aanhef aangevuld met volgende bepalingen : * het Wetboek van 31 maart 1936 der Successierechten; * de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud; * het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden; * het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 houdende de Vlaamse Wooncode; * het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten0 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001. Daarnaast wordt de opsomming van de bepalingen die rechtsgrond verlenen aan het ontwerp van besluit verder aangevuld met de specifieke artikelen waaraan de rechtsgrond wordt ontleend. II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 8 Art. 1 tot en met art. 8 Deze artikelen betreffen wijzigingen in terminologie of wijzigingen aan de kruisverwijzingen in bestaande decreten die naar aanleiding van de codificatie van de uitvoeringsbesluiten m.b.t. de erfbelasting en de registratiebelasting noodzakelijk blijken. Gelet op de bemerking van de Raad van State in haar advies 56.749/3, randnummer 9, werd een hoofdstuk 4 toegevoegd tot wijziging van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten0 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001. Daarbij werd een artikel 4 ingevoegd waarbij de kruisverwijzing naar artikel 55bis van het Wetboek der Successierechten werd vervangen door de kruisverwijzing naar het toepasselijke artikel van de VCF. De invoeging van hoofdstuk 4 en artikel 4 had een hernummering tot gevolg Hoofdstuk 9. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 1995 tot regeling van de vrijstelling inzake successierechten verbonden aan de maatschappelijke rechten in vennootschappen opgericht in het kader van de realisatie en/of financiering van investeringsprogramma's van serviceflats De Raad van State merkt in het advies 56.749/3 bij artikel 8 van het ontwerp op : "Het invoeren van een vrijstelling van belasting is een zaak van de decreetgever, zoals blijkt uit artikel 172, tweede lid, van de Grondwet. De gelijkstelling, in het kader van de betrokken vrijstellingsgreling, van een gereglementeerde vastgoedvennootschap als vermeld in artikel 2, 1° van de wet van 21 mei 2014 `betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen' met een BEVAK, vloeit reeds voort uit artikel 2.7.6.0.1, § 4, tweede lid, eerste zin, van de Codex. Artikel 8 dient derhalve uit het ontwerp te worden weggelaten." Dit is correct. Artikel 8 wordt bijgevolg in de ontwerptekst geschrapt. Hoofdstuk 11. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten9 betreffende de vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen voor zover het betrekking heeft op overlijdens van vóór 1 januari 2012 Art. 12 tot en met 18 De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten9 betreffende de vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen hebben momenteel slechts nog uitwerking in de mate dat ze betrekking hebben op overlijdens die dateren van vóór 1 januari 2012. Dit besluit geeft immers uitvoering aan artikel 60bis dat reeds eerder werd opgeheven, voor overlijdens vanaf 1 januari 2012. Het besluit van 18 november 1997 behoudt dus enkel nog uitwerking voor overlijdens voor die datum vermits een aantal voorwaarden vervuld moeten blijven gedurende een termijn van 5 jaar na het overlijden. Aangezien het een uitdovend besluit is, wordt het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten9 echter niet overgenomen in de BVCF, maar autonoom behouden, Een aantal wijzigingen van het besluit dringen zich evenwel op in het licht van de gewijzigde omstandigheden. Hoofdstuk 20. Wijzigingen aan het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 Art. 27 (wijziging aan Titel 1. Inleidende bepalingen van het BVCF) Het spreekt voor zich dat de begrippen m.b.t. de erfbelasting en de registratiebelasting, gehanteerd in dit wijzigend uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering, moeten begrepen worden zoals ze gedefinieerd of gebruikt worden in de VCF zelf. Vervanging van art. 1.1.0.0.1. Het derde lid bevat een definitie van de bijzondere commissie die de minister, bevoegd voor de fiscaliteit, financiën en begrotingen, adviseert wanneer belastingplichtigen de verschuldigde erfbelastingen met kunstwerken wensen te betalen. Dit zorgt voor een vereenvoudiging van de betrokken bepalingen. Het vierde lid bevat twee definities overgenomen na actualisatie uit het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/05/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003237 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/07/2015 numac 2015000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 12/05/2014 pub. 07/08/2015 numac 2015000408 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk. - Duitse vertaling type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014003264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen sluiten5 tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten. Art. 28 tot en met art. 32 (toevoeging aan Titel 2. Belastingheffing van het BVCF) De materieelrechtelijke uitvoeringsbepalingen inzake de erfbelasting en de registratiebelasting worden toegevoegd aan het huidige BVCF onder titel 2. Deze bepalingen hebben dezelfde draagwijdte als de draagwijdte gegeven aan de corresponderende bepalingen opgeheven naar aanleiding van deze codificatie (zie concordantietabel). De stroomlijning van het woordgebruik en taalgebruik van deze bepalingen beoogt niet de draagwijdte van de bepalingen te wijzigen. M.b.t. de bemerking van de Raad van State onder randnummer 6.2.4.2., kan gesteld worden dat de verwijzing naar art. 2.9.4.2.1, § 2, 2°, a) van de VCF niet vereist is, gezien deze bepaling enkel relevant is voor landgoederen. Wat betreft de verwijzing naar § 4 van artikel 2.9.4.2.1 van de VCF werd de opmerking van de Raad van State gevolgd : deze paragraaf werd geschrapt uit de tekst. Wat de rechtsgrond betreft, kan wel verwezen worden naar art. 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2°, van de VCF. Het betreft immers louter een logische verduidelijking van het feit dat er op de datum van de akte van verkrijging nog geen kadastraal inkomen bestaat, en er dus moet gekeken worden naar de datum van vaststelling van dit KI. De ontworpen bepaling bevat bijgevolg geenszins een afwijking van de decretale regeling, en is bovendien de letterlijke overname van het huidige artikel 8 van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. Art. 33 tot en met art. 38 (aanvulling van Titel 3. Inning en invordering) Art. 33 (toevoeging van art. 3.3.1.0.3) Dit artikel bepaalt dat een aangifte van nalatenschap moet gebeuren via het formulier dat door de Vlaamse Belastingdienst ter beschikking zal gesteld worden. Art. 34 (toevoeging van art. 3.4.3.0.3 tot en met art. 3.4.3.0.8) Deze artikelen zijn gebaseerd op het koninklijk besluit van 26 augustus 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/08/2003 pub. 10/09/2003 numac 2003003456 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende aanvullende regels betreffende de inbetalinggeving van kunstwerken ter voldoening van de successierechten, tot vaststelling van de nadere regels betreffende de betaling en de teruggave van de schattingskosten bedoeld in artikel 83-3 van het Wetboek der successierechten en in artikel 111, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van elk van de artikelen van de wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de afgifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten houdende aanvullende regels betreffende de inbetalinggeving van kunstwerken ter voldoening van de successierechten, tot vaststelling van de nadere regels betreffende de betaling en de teruggave van de schattingskosten bedoeld in artikel 83-3 van het Wetboek der successierechten en in artikel 111, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van elk van de artikelen van de wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de afgifte van kunstwerken ter betaling van successierechten. De bepalingen werden waar mogelijk vereenvoudigd en de administratieve lasten voor de aanvragers van deze procedure werden waar mogelijk verlaagd. Wat betreft art. 3.4.3.0.5, § 2, laatste lid, wil de bepaling concreet zeggen dat de pro-memorie vermelding (of de ermee gelijkgestelde vermelding in de aangifte) samen met de kennisgeving, vermeld in artikel 3.4.3.0.4, § 5, derde lid, gelijkgesteld wordt met de aangegeven waarde, en dat deze waarde meteen ook de basis is voor de berekening en vestiging van de erfbelasting. Artikel 3.4.3.0.8, § 1, heeft betrekking op de samenstelling van de bijzondere commissie. De samenstelling was voorheen opgenomen in art. 83-4 Wb. Succ. en wordt nu conform artikel 3.4.3.0.2, § 2, van de VCF bepaald bij besluit. Wat betreft de specifieke deskundigheid, nodig om de beoordeling te kunnen maken over de waarde en het cultureel erfgoedbelang van de aangeboden goederen, wordt de samenstelling van de bijzondere commissie gealigneerd op de samenstelling van de zgn. Topstukkenraad, opgericht bij artikel 4 van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten1 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang. Artikel 3.4.3.0.8, § 2 tot § 8, is gebaseerd op het ministerieel besluit van 30 juni 2004 houdende de werkwijze en de organisatie van de bijzondere commissie, belast onder meer met de schatting van kunstwerken voor de toepassing van sommige fiscale wetten. De Raad van State merkt in haar advies 56.749/3 onder randnummer 4 op dat het ontworpen artikel 3.4.3.0.7, § 2, eerste lid, § 3, tweede lid, en § 4, vierde en vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex (artikel 34 van het ontwerp) verplichtingen inhoudt voor de Deposito- en Consignatiekas. De Deposito- en Consignatiekas is een federale instelling die in beginsel buiten de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest valt. Gelet op de beoordeling van de Raad van State werd de verwijzing naar de Deposito- en Consignatiekas in artikel 3.4.3.0.7, § 2, § 3 en § 4 geschrapt en werd de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie aangeduid om voorschotten te ontvangen ter voldoening van de schattingskosten, en de verdere financiële afhandeling te doen. De Raad van State merkt daarnaast in randnummer 10 het volgende op : "Luidens de ontworpen artikelen 3.4.3.0.3, § 8, en 3.4.3.0.4, § 2, van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex beslist de bijzondere commissie over de onontvankelijkheid van de schattingsaanvraag. Dat is niet in overeenstemming met artikel 3.4.3.0.2, § 2, eerste lid, 2°, van de Codex, waaruit blijkt dat de commissie ter zake een bindend advies aan de Vlaamse Regering geeft." De opmerking van de Raad van State is terecht. De bijzondere commissie beslist niet over de onontvankelijkheid van de schattingsaanvraag, dit gebeurt door de bevoegde minister. De bijzondere commissie heeft als taak de bevoegde minister omtrent de onontvankelijkheid te adviseren op basis van artikel 3.4.3.0.2, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. De ontworpen artikelen 3.4.3.0.3 en 3.4.3.0.4 van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex werden in die zin aangepast. Art. 35 (toevoeging van art. 3.12.3.0.1) Het artikel 3.12.3.0.1 is gebaseerd op artikel 9 van het KB van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten. De verklaring dient niet langer met een aangetekende brief te gebeuren. Art. 36 (vervanging van art. 3.13.1.2.1) Het artikel 3.13.1.2.1 is gebaseerd op artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/1994 pub. 02/02/2016 numac 2016015011 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 type wet prom. 27/12/1994 pub. 03/09/2019 numac 2019041954 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993. - Addendum sluiten6 tot uitvoering van de artikelen 140quinquies en 140sexies van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en de artikelen 60/4 en 60/5 van het Wetboek der Successierechten. De personen die niet langer voldoen aan de voorwaarden tot behoud van het verlaagde tarief inzake de erfbelasting of de vrijstelling inzake de registratiebelasting voor familiale ondernemingen en vennootschappen, kunnen dit melden. Dit artikel bepaalt dat deze melding moet gebeuren via het formulier dat door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie ter beschikking wordt gesteld en welke stukken moeten worden bijgevoegd. Art. 37 (toevoeging van art. 3.20.0.0.1 tot en met art. 3.20.0.0.5) De Raad van State merkt in randnummer 11 van haar advies 56.749/3 op dat artikel 37 van het ontwerp geschrapt dient te worden. Het ontworpen artikel 3.13.1.3.1 van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex is overbodig omdat het erin bepaalde reeds volgt uit artikel 3.13.1.3.7 van de Codex. In overeenstemming met het advies van de Raad van State werd artikel 37 van het ontwerp geschrapt en werd voor de volgende artikelen een hernummering doorgevoerd. Artikel 7 van het federale koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement der successierechten werd bovendien uitgezonderd van de opheffing vermeld in art. 5.0.0.0.1,10°. Het nieuwe artikel 37 omvat nu de toevoeging van art. 3.20.0.0.1 tot en met 3.20.0.0.5. In artikel 3.20.0.0.0.1 tot en met artikel 3.20.0.0.5 worden een aantal bepalingen verzameld die betrekking hebben op attesten die verleend worden met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling inzake de erfbelasting of de registratiebelasting. Deze bepalingen waren tot op heden verspreid over diverse besluiten. In toepassing van artikel 3.20.0.0.4 moet het attest bepaalde gegevens bevatten. Wat punt 6° betreft wordt met het referentienummer het nummer bedoeld dat is opgenomen in de digitale inventaris van de brownfieldconvenanten, raadpleegbaar via de website van het Vlaams Agentschap Ondernemen, en wordt met de projecthandelingen die ten aanzien van het onroerend goed in kwestie zullen worden gesteld, de korte omschrijving van de aanwending van het onroerend goed in het kader van het brownfieldproject bedoeld. De bepaling in artikel 3.20.0.0.5 wordt nu een generieke bepaling die uitvoering geeft aan artikel 1.1.0.0.4 van de VCF, terwijl deze vroeger enkel gold voor de vrijstelling van schenkingsrechten en het verminderd tarief inzake successierechten van de overdracht van familiale ondernemingen en vennootschappen. Formulieren worden niet meer vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering. De verplichte vermeldingen kunnen wel nog voorzien worden (vb. 3.20.0.0.4) maar de vorm van het formulier zelf wordt bepaald door de leidend ambtenaar van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. De Raad van State stelt in randnummer 12 van haar advies 56.749/3 met betrekking tot het ontworpen artikel 3.20.0.0.3 voor dat dit zou worden herschreven op de door haar voorgestelde wijze om tot uiting te laten komen dat een reeds geldende hogere norm door artikel 3.20.0.0.3 in herinnering wordt gebracht, eerder dan dat een nieuwe regel wordt bepaald. De bemerking van de Raad van State werd gevolgd en het ontworpen artikel werd geformuleerd conform het voorstel van de Raad van State. Er werd wel nog aan toegevoegd over welke subsidie het gaat door te verwijzen naar het toepasselijke artikel van het Bosdecreet. Het advies van de Raad van State in randnummer 13 met betrekking tot het ontworpen artikel 3.20.0.0.5 werd gevolgd. De woorden "Met behoud van de toepassing van artikel 3.20.0.0.4 van dit besluit" werden geschrapt. Art. 38 (aanvulling van Titel 5. Opheffingsbepalingen) Dit artikel bevat de regelgevingen die moeten worden opgeheven ingevolge deze codificatie. De Raad van State merkt in randnummer 14 van haar advies 56.749/3 op : "Het ontworpen artikel 5.0.0.0.1, 13°, strekt ertoe het koninklijk besluit van 13 november 1978 `tot uitvoering van de wet van 27 april 1978 tot bevordering van de bilaterale en multilaterale ruil van ongebouwde landeigendommen en bossen' op te heffen, met uitzondering van artikel 2. De gemachtigde is het ermee eens dat het wetgevingstechnisch de voorkeur verdient om artikel 1 op te heffen in plaats van het volledige koninklijk besluit met uitzondering van artikel 2. Naast de uitvoeringsbepaling telt het betrokken koninklijk besluit immers slechts twee artikelen." Artikel 5.0.0.1, 13° van het ontwerp werd dan ook in die zin aangepast. Ook in artikel 5.0.0.0.1, 10° werd een aanpassing doorgevoerd (zie supra art. 37). Art. 39. Dit artikel vervangt bijlage 2 van het BVCF (de concordantietabellen). Hoofdstuk 21. Slotbepalingen Art. 41. Dit artikel regelt de inwerkingtreding, en is afgestemd op de inwerkingtreding van de wijziging aan de VCF zelf. Deze datum van inwerkingtreding is cruciaal gezien de overname. Art. 42. Dit artikel behoeft geen toelichting. De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, A. TURTELBOOM Raad van State, afdeling Wetgeving Advies 56.749/3 van 10 december 2014 over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 en diverse andere bepalingen in het licht van de overname van de dienst van de registratie- en erfbelasting ' Op 24 oktober 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie verzocht, binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 10 december 2014, een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot wijziging van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 en diverse andere bepalingen in het licht van de overname van de dienst van de registratie- en erfbelasting '. Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 9 december 2014 . De kamer was samengesteld uit Jo BAERT, kamervoorzitter, Jan SMETS en Jeroen VAN NIEUWENHOVE, staatsraden, Jan VELAERS, assessor, en Annemie GOOSSENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Kristine BAMS, eerste auditeur . Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 10 december 2014 . 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Op grond van artikel 10 van het decreet van 9 november 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten7 `houdende diverse bepalingen betreffende financiën en begroting' staat het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2015 zelf in voor de dienst van de belastingen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 4° en 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 `betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten'.Met het oog op deze overname wordt de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 (hierna ook : de Codex) aangepast. (1) Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering strekt ertoe ook het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/1994 pub. 02/02/2016 numac 2016015011 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 type wet prom. 27/12/1994 pub. 03/09/2019 numac 2019041954 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993. - Addendum sluiten8 `houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013' (hierna : het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex) en andere normatieve teksten met het oog daarop aan te passen. BEVOEGDHEID VAN DE AFDELING WETGEVING 3. De artikelen 28, 29, 31, 32 en ten dele ook 30 hebben geen normatieve draagwijdte.De afdeling Wetgeving is bijgevolg niet bevoegd om advies te geven over die bepalingen. BEVOEGDHEID VAN HET VLAAMSE GEWEST 4. Het ontworpen artikel 3.4.3.0.7, § 2, eerste lid, § 3, tweede lid, en § 4, vierde en vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex (artikel 34 van het ontwerp), houdt verplichtingen in voor de Deposito- en Consignatiekas. Op de vraag op welke grond de Vlaamse Regering bevoegdheid zou hebben om aan deze federale instelling verplichtingen op te leggen, gaf de gemachtigde volgende uiteenzetting : "Deze bepaling behoort tot regels i.v.m. de dienst van de belastingen. Op grond van artikel 5, § 4, BFW zijn de gewesten bevoegd voor de vaststelling van de administratieve procedureregels met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde belastingen met ingang van het begrotingsjaar vanaf hetwelk zij de dienst van de belastingen verzekeren. Uit een verslag van de Commissie van de Kamer blijkt dat het begrip dienst van de belasting het volgende omvat : de vaststelling van de belastinggrondslag, de berekening van de belasting, de controle van de belastinggrondslag en van de belasting, de daarop betrekking hebbende betwistingen (zowel administratief als gerechtelijk), de inning en de invordering van de belastingen (met inbegrip van de kosten en de interesten). Na de overname van de dienst komen al deze bevoegdheden uiteraard het overnemende gewest toe. Gezien het hier de regels betreft van de wijze waarop de belasting wordt geïnd (in casu de regels rond de kosten van de schatting in het kader van de betaling met kunstwerken) dient besloten te worden dat deze regels behoren tot de dienst van de belastingen. Art. 3.4.3.0.1. VCF, dat de rechtsgrond vormt, bepaalt : De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de wijze van betaling van de belastingen. Anderzijds bepaalt art. 3.4.3.0.2 § 1 VCF : De Vlaamse Regering kan aanvullende regels voor de inbetalinggeving vastleggen. De betaling via kunstwerken is een van de mogelijke wijzen van betalingen. Om die betaling mogelijk te maken is het nodig om regels vast te leggen rond de schattingskosten." De stelling dat het om het regelen van de dienst van de belasting zou gaan, kan niet worden gevolgd. De overname van de "dienst van de belasting" laat het Vlaamse Gewest toe de betrokken belastingen te beheren, doch niet om in dat kader opdrachten te geven aan federale instellingen. De Deposito- en Consignatiekas is een federale instelling die in beginsel (2) buiten de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest valt. (3) De voormelde ontworpen bepalingen kunnen bijgevolg geen doorgang vinden. 5. Artikel 41 van het ontwerp strekt ertoe wijzigingen aan te brengen in het ministerieel besluit van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 `tot vaststelling van de retributies verschuldigd aan de ontvangers van de registratie voor het verstrekken van inlichtingen, getuigschriften, afschriften en uittreksels'.Op de vraag of met "de ontvangers van de registratie" federale, dan wel Vlaamse ambtenaren zijn bedoeld, antwoordde de gemachtigde dat het federale ambtenaren zijn. Vermits een retributie een vergoeding is van een dienst die de overheid presteert ten voordele van de heffingsplichtige individueel beschouwd, en een retributie een louter vergoedend karakter heeft zodat er een redelijke verhouding moet bestaan tussen de kostprijs of de waarde van de verstrekte dienst en het bedrag dat de heffingsplichtige verschuldigd is,(4) staat het aan de overheid die de dienst presteert om al of niet een retributie in te stellen. Aangezien het in dit geval om federale ambtenaren gaat, is het Vlaamse Gewest niet bevoegd om retributies in te stellen voor prestaties die worden verricht, maar komt dit aan de federale wetgever toe. Het ministerieel besluit van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 moet dan ook geacht worden te behoren tot de federale bevoegdheidssfeer. Omdat artikel 90 van het Wetboek der Successierechten, wat het Vlaamse Gewest betreft, wordt opgeheven (5) en vervangen door een nieuwe regeling die is vervat in artikel 3.10.5.4.1 van de Codex, spreekt het voor zich dat de verwijzing naar artikel 90 in artikel 1 van het ministerieel besluit van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 geen grond meer kan zijn om een retributie te eisen in het kader van de heffing van successiebelasting gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest. Het komt echter aan de federale overheid toe om de verwijzing naar artikel 90 (en eventueel ook naar andere artikelen van het Wetboek der Successierechten) zo nodig te schrappen in het ministerieel besluit van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1. (6) RECHTSGROND 6. In de aanhef van het ontwerp worden de volgende bepalingen - al dan niet gelezen in samenhang met artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot hervorming der instellingen' (algemene uitvoeringsbevoegdheid) - als rechtsgrond vermeld : - de wet van 12 juli 1976 `houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken'; - het Bosdecreet van 13 juni 1990 (hierna : Bosdecreet); - het decreet van 16 april 1996 `betreffende de landschapszorg'; - het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten2 `houdende bepalingen tot de oprichting van een Universiteit Antwerpen en tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen'; - het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten5 `betreffende het grond- en pandenbeleid'; - het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten3 `betreffende de Brownfieldconvenanten'; - de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009; - de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. Naar aanleiding van het onderzoek van de rechtsgrond door het bevoegde lid van het auditoraat heeft de gemachtigde een tabel bezorgd met aanduiding per artikel van het ontwerp van de rechtsgrond ervoor. Die tabel bevat de volgende vermeldingen : - artikel 60bis, § 11, derde lid, van het Wetboek der Successierechten; - artikel 54, § 6, van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten `op het natuurbehoud'; - de artikelen 6, § 1, 7 en 7bis van het decreet van 23 februari 1994 `inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden'; - artikel 40, § 4, van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 `houdende de Vlaamse Wooncode'; - artikel 7 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten0 `houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001'; - de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 : de artikelen 1.1.0.0.4, 2.7.4.2.4., § 2, eerste lid, 2.7.6.0.1, § 4, 2.7.6.0.3, 2.8.6.0.1, tweede lid, 2.8.6.0.7, § 2, eerste lid, 2.9.4.2.4, § 2, 1°, 2.9.4.2.8, § 1, 2.9.6.0.3, derde lid, 2.9.6.0.4, 2.9.7.0.2, tweede lid, 2.10.6.0.3, tweede lid, 3.4.3.0.2, 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2°, 3.13.1.3.7, 4.6.0.0.2 en 5.0.0.0.1, 4° en 5°. 6.1. De tabel voorgelegd door de gemachtigde verschilt grondig van de lijst opgenomen in de aanhef van het ontwerp. Het verdient aanbeveling om in het vervolg de rechtsgrond voor een ontworpen besluit grondig te onderzoeken vooraleer het bij de afdeling Wetgeving in te dienen. 6.2. In verband met de rechtsgrondbepalingen vermeld in de tabel dient het volgende te worden opgemerkt. 6.2.1. De rechtsgrond voor artikel 15 van het ontworpen besluit is niet enkel de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Vlaamse Regering, gelezen in samenhang met artikel 5.0.0.0.1, 4°, van de Codex (voor zover het om de opheffing van artikel 5, §§ 3 en 4, van het besluit van 18 november 1997 `betreffende de vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen' gaat), doch ook artikel 60bis, § 11, vierde lid, van het Wetboek der Successierechten (in zoverre het gaat om het bepalen van de "nadere voorwaarden en modaliteiten" met betrekking tot de meldingsplicht bedoeld in het tweede lid van dezelfde paragraaf). 6.2.2. Voor artikel 21 van het ontworpen besluit wordt onder meer verwezen naar artikel 7 van het decreet van 23 februari 1994 `inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden'. Dat artikel is echter met ingang van 1 juli 2011 opgeheven bij artikel 5 van het decreet van 12 februari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten6 `tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden'. De correcte rechtsgrond is artikel 7ter van het decreet van 23 februari 1994. 6.2.3. Voor artikel 26 van het ontworpen besluit dient als rechtsgrond een beroep te worden gedaan op artikel 79 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 `houdende de Vlaamse Wooncode'. 6.2.4.1. De rechtsgrond voor artikel 30 van het ontworpen besluit, en met name voor het ontworpen artikel 2.9.4.0.2 van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex, is te situeren in artikel 2.9.4.2.8, § 1, eerste lid, van de Codex. 6.2.4.2. Wat het ontworpen artikel 2.9.4.0.1 van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex betreft, dat eveneens het voorwerp is van artikel 30 van het ontwerp, is de gemachtigde gevraagd te verduidelijken wat daarvoor de rechtsgrond is. De gemachtigde antwoordde het volgende : "Het betreft hier de situatie waarbij bouwgrond wordt gekocht tegen het tarief van 10% waarop dan een woning wordt gebouwd die voldoet aan de gestelde vereisten van een klein beschrijf. Art. 2.9.4.0.1 BVCF bepaalt dat de vereisten voor een te bouwen woning dezelfde zijn als in de situatie waar een gebouwd onroerend goed wordt aangeschaft (vandaar de verwijzing naar het verkrijgen van een gebouwd onroerend goed bij het verkrijgen van ongebouwd onroerende goed). Het spreekt vanzelf dat het objectief KI (zie artikel 2.9.4.2.1, § 2, 2°, b) en c) ) de betrokken woning het gestelde maximum niet mag overtreffen. Dit maximum wordt bepaald rekening houdend met de kinderlast van de verkrijger(s) op de datum van de vaststelling van het KI. Ditzelfde maximum geldt voor het subjectief KI (zie artikel 2.9.4.2.1, § 2, 3° ) (kadastraal inkomen van de andere onroerende goederen waarvan de koper of zijn echtgenoot al eigenaar is), met dien verstande dat men zich voor de beoordeling van het onroerend bezit van de verkrijger(s) moet plaatsen op de datum van de akte van verkrijging. Art. 2.9.4.2.8 VCF is hier niet de rechtsgrond. Wij hadden deze in onze antwoorden vermeld omdat de rechtsgrond is voor art. 2.9.4.0.2. BVCF (staat eveneens in art 30 van het ontworpen besluit maar staat dus los van deze situatie). De rechtsgrond blijft ons inzien artikel 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2° VCF. Uw vraag is mogelijks het gevolg van het feit dat in de VCF de regelingen voor kleine landgoederen en bescheiden woningen in één tekst werden samengebracht, terwijl er in het W. Reg. twee onderscheiden teksten waren (art. 53, 1° en 53, 2° ). Het maximum KI voor ongebouwde goederen is enkel relevant voor landgoederen. Voor bescheiden woningen of bouwgronden waarop een bescheiden woning zal worden gebouwd is enkel het KI voor gebouwde goederen relevant. Verder blijkt dat als je artikel 8 van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 vergelijkt met art. 2.9.4.0.1 BVCF de kruisverwijzingen volledig correct zijn aangepast." In artikel 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2°, van de Codex wordt bepaald dat het verlaagde tarief (5%) bij wijze van teruggave kan worden genoten "onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 2". Het ontworpen artikel 2.9.4.0.1 van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex spoort niet volledig met die voorwaarden. Terwijl luidens artikel 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2°, van de Codex het verlaagde tarief genoten kan worden "in geval van verkrijging van de geheelheid [van de] volle eigendom van een stuk grond, bestemd om er een woning op te bouwen", wordt in de ontworpen uitvoeringsbepaling niet verwezen naar artikel 2.9.4.2.1, § 2, 2°, a), van de Codex, namelijk het geval dat de verkrijging alleen gronden tot voorwerp heeft. Terwijl in artikel 2.9.4.2.1, § 2, 2°, van de Codex wordt bepaald dat het kadastraal inkomen "op de datum van de akte van verkrijging" niet meer dan 745 euro mag bedragen, wordt in de ontworpen uitvoeringsbepaling de datum van de akte van verkrijging vervangen door "de datum waarop het kadastraal inkomen is vastgesteld". Terwijl in artikel 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, van de Codex wordt bepaald dat het verlaagde tarief genoten kan worden "onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 2", wordt in de ontworpen uitvoeringsbepaling ook verwezen naar artikel 2.9.4.2.1, § 4, van de Codex, namelijk de verhoging van het maximumbedrag van het kadastraal inkomen indien er kinderen ten laste zijn van de verkrijger of zijn echtgenoot. Het is niet duidelijk op welke grond de Vlaamse Regering die afwijkende regelingen zou kunnen vaststellen. Gelet op die onduidelijkheid, is het raadzaam de Codex aan te passen. ONDERZOEK VAN HET TEKST Aanhef 7. De aanhef dient in overeenstemming te worden gebracht met wat hiervoor is opgemerkt over de rechtsgrond voor het ontworpen besluit. Artikel 8 8. Het invoeren van een vrijstelling van belasting is een zaak van de decreetgever, zoals blijkt uit artikel 172, tweede lid, van de Grondwet.De gelijkstelling, in het kader van de betrokken vrijstellingsregeling, van een gereglementeerde vastgoedvennootschap als vermeld in artikel 2, 1°, van de wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/05/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003237 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/07/2015 numac 2015000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 12/05/2014 pub. 07/08/2015 numac 2015000408 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk. - Duitse vertaling type wet prom. 12/05/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014003264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen sluiten `betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen' met een BEVAK, vloeit reeds voort uit artikel 2.7.6.0.1, § 4, tweede lid, eerste zin, van de Codex. Artikel 8 dient derhalve uit het ontwerp te worden weggelaten. Artikel 20 9. Artikel 20 van het ontwerp ontleent zijn rechtsgrond aan artikel 7 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten0 `houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001'.In dat laatste artikel staat nog een verwijzing naar artikel 55bis van het Wetboek der Successierechten, dat wordt opgeheven.(7) Gelet daarop zal het ontwerp moeten worden aangevuld met een bepaling tot aanpassing van de verwijzing in artikel 7 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten0. De rechtsgrond voor een dergelijke aanpassing is te vinden in artikel 4.6.0.0.2 van de Codex. Artikel 34 10. Luidens de ontworpen artikelen 3.4.3.0.3, § 8, en 3.4.3.0.4, § 2, van het uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex beslist de bijzondere commissie over de onontvankelijkheid van de schattingsaanvraag. Dat is niet in overeenstemming met artikel 3.4.3.0.2, § 2, eerste lid, 2°, van de Codex, waaruit blijkt dat de commissie ter zake een bindend advies aan de Vlaamse Regering geeft. Artikel 37 11. In het ontworpen artikel 3.13.1.3.1, eerste lid, van het uitvoering …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.