📄 Wettekst
13 JULI 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op artikel 11;
Gelet op het ontwerp van technisch reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit, ingediend bij de Dienst Regulering van het BIM op 31 januari 2006 door Elia Operator System NV (hierna « Elia »), beheerder van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit;
Gelet op het advies DR-20060602-45 van de Dienst Regulering betreffende de ontwerpen van technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit en voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe, gegeven op 2 juni 2006 in toepassing van artikel 11 van bovenvermelde ordonnantie;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 houdende aanstelling van de N.V. Elia als beheerder van het gewestelijk elektriciteitsvervoernetwerk;
Gelet op het feit dat de goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet, een handeling is van administratieve voogdij en dat bijgevolg, dit ontwerp van besluit niet voor advies dient te worden voorgelegd aan de Raad van State;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juli 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 13 juli 2006;
Op voorstel van de Minister belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen;
Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het bijgevoegde voorstel van technisch reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt goedgekeurd. Art. 2.De Minister die bevoegd is voor Energie, is belast met de bekendmaking van het ontwerp in bijlage samen met dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Met het oog op deze bekendmaking worden de datum van het reglement, evenals het logo van Elia, die respectievelijk onderaan en bovenaan op elke pagina staan, uit het document verwijderd.
Dit besluit en het bijgevoegde reglement treden in werking op de dag van deze bekendmaking. Art. 3.Het reglement in bijlage wordt ook bekendgemaakt door de gewestelijke transmissienetbeheerder Elia op zijn website.
Brussel, 13 juli 2006.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen, Mevr. E. HUYTEBROECK
Technisch Reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Inhoudstafel TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1.1. - Toepassingsgebied en definities HOOFDSTUK 1.2. - Taken en verplichtingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.2.1. - Technisch beheer van het net
Afdeling 1.2.2. - Onderaanneming
HOOFDSTUK 1.3. - Modaliteiten voor de uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid Afdeling 1.3.1. - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen
Afdeling 1.3.2. - Vertrouwelijkheid
HOOFDSTUK 1.4. - Toegang van personen tot de installaties Afdeling 1.4.1. - Veiligheid van personen en goederen
Afdeling 1.4.2. - Toegang van personen tot de installaties van de
beheerder van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.4.3. - Toegang van personen tot de installaties van een
gebruiker van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.4.4. - Werken aan het gewestelijk transmissienet of aan de
installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 1.5. - Noodsituaties Afdeling 1.5.1. - Definitie van noodsituaties
Afdeling 1.5.2. - Handelingen van de beheerder van het gewestelijk
transmissienet in noodsituaties Afdeling 1.5.3. - Opschorting van de verplichtingen
TITEL 2. - Planning van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 2.1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2.2. - Mededeling van gegevens aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 2.3. - Onvolledige of onjuiste gegevens TITEL 3. - Aansluiting op het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 3.1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 3.2. - Technische voorschriften Afdeling 3.2.1. - Algemene voorschriften
Afdeling 3.2.2. - Bijkomende voorschriften voor de aansluiting van een
productie-eenheid HOOFDSTUK 3.3. - Procedures betreffende een aansluiting Afdeling 3.3.1. - Oriëntatiestudie
Afdeling 3.3.2. - Aansluitingsaanvraag en aansluitingsvoorstel
Afdeling 3.3.3. - Aansluitingscontract
Afdeling 3.3.4. - Ingebruikname van een aansluiting
Afdeling 3.3.5. - Buitengebruikstelling en ontmanteling van een
aansluiting Afdeling 3.3.6. - Overgangsbepalingen
HOOFDSTUK 3.4. - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 3.4.1. - Algemene bepalingen
Afdeling 3.4.2. - Conformiteit van de aansluiting
Afdeling 3.4.3. - Levering van ondersteunende diensten
Afdeling 3.4.4. - Testen op de aansluitingen en op de installaties van
de gebruikers van het gewestelijk transmissienet TITEL 4. - Toegang tot het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 4.1. - Algemeenheden HOOFDSTUK 4.2. - Toegangscontract HOOFDSTUK 4.3. - Operationele aspecten Afdeling 4.3.1. - Algemene bepalingen
Afdeling 4.3.2. - Richtlijn voor het actief vermogen
Afdeling 4.3.3. - Onderbreking van de toegang
Afdeling 4.3.4. - Toegangsweigering
Afdeling 4.3.5. - Toegangsprogramma
Afdeling 4.3.6. - Afname van reactieve energie
Afdeling 4.3.7. - Uitwisseling van gegevens
Afdeling 4.3.8. - Abnormale werking
Afdeling 4.3.9. - Interventiemaatregelen in geval van noodsituatie
Afdeling 4.3.10. - Coördinatie van de inschakeling van de
productie-eenheden HOOFDSTUK 4.4. - Ondersteunende diensten Afdeling 4.4.1. - Regeling van de spanning en het reactief vermogen
Afdeling 4.4.2. - Congestiebeheer
Afdeling 4.4.3. - Compensatie van de verliezen van het gewestelijk
transmissienet TITEL 5. - Metingen HOOFDSTUK 5.1. - Algemene bepalingen Afdeling 5.1.1. - Kader
Afdeling 5.1.2. - Algemene principes
HOOFDSTUK 5.2. - Bepalingen betreffende de meetsystemen Afdeling 5.2.1. - Algemene bepalingen
Afdeling 5.2.2. - Normen en voorschriften
Afdeling 5.2.3. - Locatie van de meetsystemen
Afdeling 5.2.4. - Verzegeld
Afdeling 5.2.5. - Nauwkeurigheid
Afdeling 5.2.6. - Storingen en fouten
Afdeling 5.2.7. - Onderhoud en inspecties
Afdeling 5.2.8. - Ijkingen
Afdeling 5.2.9. - Administratief beheer van technische gegevens andere
dan de meetwaarden HOOFDSTUK 5.3. - Bepalingen betreffende de meetgegevens Afdeling 5.3.1. - Inzameling en verwerking van de meetwaarden
Afdeling 5.3.2. - Validatie en correctie van de meetwaarden
Afdeling 5.3.3. - Archiveren en beveiliging van de waarden
Afdeling 5.3.4. - Ter Beschikking stellen van de meetwaarden
Afdeling 5.3.5. - Klachten en rechtzettingen
HOOFDSTUK 5.4. - Overgangsbepalingen TITEL 6. - Samenwerkingscode HOOFDSTUK 6.1. - Algemeenheden TITEL 7. - Eindbepalingen HOOFDSTUK 7.1. - Inwerkingtreding TITEL 8. - Bijlagen HOOFDSTUK 8.1. - Gegevenslijst HOOFDSTUK 8.2. - Technische karakteristieken van een aansluiting en van een installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 8.3. - Maximaal toegelaten foutafschakeltijden door beveiligingen HOOFDSTUK 8.4. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van een productie-eenheid Afdeling 8.4.1. - Werkingsvoorwaarden
Afdeling 8.4.2. - Beveiligingen
Afdeling 8.4.3. - Specificaties voor de productie van reactieve
energie HOOFDSTUK 8.5. - Nauwkeurigheidsvereisten van de meetuitrustingen HOOFDSTUK 8.6. - Nauwkeurigheidsvereisten voor de ijking van de meetuitrustingen TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1.1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Onderhavig Technisch Reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna afgekort tot « technisch reglement », is opgesteld krachtens art. 11 van de ordonnantie betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 juli 2001 en vormt tegelijkertijd het reglement voor het net bepaald in § 1 van dit artikel en het meetreglement bepaald in § 2. Het omvat de voorschriften en regels met betrekking tot het beheer van het gewestelijke transmissienet en de toegang ertoe, teneinde toe te zien op de veilige en efficiënte exploitatie van dat net, zijn gecoördineerde ontwikkeling en de onderlinge samenwerking tussen de gekoppelde netten, alsook de maatregelen die moeten worden genomen om de betrouwbaarheid te waarborgen van de persoonlijke en commerciële informatie waarvan de gewestelijke transmissienetbeheerder voor de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft. Art. 2.Voor de toepassing van voorliggend document, wordt verstaan onder : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK 1.2. - Taken en verplichtingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.2.1. - Technisch beheer van het net
Art. 3 § 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet voert de taken en verplichtingen uit die hij dient uit te voeren krachtens de wet en de ordonnantie teneinde het beheer te verzekeren van de transmissie van elektriciteit tussen de gebruikers van het gewestelijk transmissienet. Hij bewaakt, handhaaft, dan wel herstelt met de middelen waarover hij beschikt en met respect voor het milieu en een rationeel beheer van het openbare wegennet, het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet. § 2. Niettegenstaande § 1 waakt de beheerder van het gewestelijk transmissienet over het behoud van het recht van voorrang voor elektriciteitproductie op basis van kwaliteitswarmtekrachtkoppelingsinstallaties of installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet verzorgt de dienst van aansluiting op en toegang tot het gewestelijk transmissienet. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet waakt over en controleert, in overleg met de beheerders van de transmissie- en distributienetten, de kwaliteit van de levering en de stabiliteit van het gewestelijk transmissienet met behulp van een systeem dat het mogelijk maakt om ten minste de volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen : a) de frequentie van de onderbrekingen;b) de gemiddelde duur van de onderbrekingen;c) de jaarlijkse duur van de onderbrekingen.
De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt ten minste jaarlijks een verslag publiek beschikbaar betreffende de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de levering in het net. § 5. De beheerder van het gewestelijk transmissienet gebruikt de middelen waarover hij redelijkerwijze beschikt om onderbrekingen van de toegang tot het gewestelijk transmissienet te voorkomen of, in voorkomend geval, om onderbrekingen zo snel mogelijk op te lossen. § 6. De beheerder van het gewestelijk transmissienet verzamelt en behandelt de nodige metingen en tellingen voor zijn eigen taken, wat het beheer van de uitrustingen en procedures inzake meting en telling omvat, alsook het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens. Art. 4.De beheerder van het gewestelijk transmissienet handelt op een objectieve en transparante manier en onthoudt zich van discriminatie tussen netgebruikers, leveranciers of andere personen betrokken bij de gewestelijke transmissie van elektriciteit. Afdeling 1.2.2. - Onderaanneming
Art. 5.§ 1. Niettegenstaande artikel 3 § 1 en artikel 114 § 3, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de dagelijkse exploitatie van zijn activiteiten geheel of gedeeltelijk toevertrouwen aan één of meerdere ondernemingen. § 2. Niettegenstaande artikel 3 § 1, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de uitvoering van proeven of inspecties zoals bedoeld in artikel 15, artikel 57, artikel67, artikel 69 en artikel 70 toevertrouwen aan een onafhankelijk organisme. HOOFDSTUK 1.3. - Modaliteiten voor de uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid Afdeling 1.3.1. - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen
Art. 6.§ 1. Het hoofdstuk 8.1 bevat een lijst met de informatie die de beheerder van het gewestelijk transmissienet van de netgebruikers kan verkrijgen. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft recht op de aanvullende informatie die hij nodig acht omwille van de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het gewestelijk transmissienet. § 2. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet verwittigt onverwijld de beheerder van het gewestelijk transmissienet over een wijziging in zijn installaties indien deze een aanpassing vergt van de eerder meegedeelde informatie. Art. 7.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek : 1. de algemene voorwaarden van de contracten die afgesloten moeten worden krachtens het technisch reglement;2. de procedures die van toepassing zijn en waarnaar het technisch reglement verwijst;3. de nodige formulieren voor de uitwisseling van de informatie conform het technisch reglement;4. de toegangstarieven tot het gewestelijk transmissienet. § 2. Zonder afbreuk te doen aan het niet publiceren van vertrouwelijke of commercieel gevoelige gegevens en informatie waarvan hij kennis heeft krachtens het technisch reglement, waakt de beheerder van het gewestelijk transmissienet erover om aan eenieder die dat wenst, en eventueel via Internet, de nuttige informatie voor de gebruikers van het gewestelijk transmissienet beschikbaar te stellen, en met name de algemene voorwaarden, de modelcontracten en de formulieren die voorzien worden in het technisch reglement. Art. 8.§ 1. Een kennisgeving of mededeling die gedaan wordt krachtens het technisch reglement moet schriftelijk zijn, volgens de vormen en voorwaarden voorzien in art. 2281 van het Burgerlijk Wetboek, met identificatie van de afzender en de bestemmeling. Behoudens andersluidende bepaling bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet het formaat van de documenten waarin deze informatie wordt uitgewisseld. § 2. In afwijking van § 1 gebeurt het neerleggen, het mededelen of het kennisgeven met betrekking tot informatie betreffende de uitwisseling van elektriciteit in het kader van de exploitatie van het gewestelijk transmissienet door gebruik te maken van elektronische middelen voor de uitwisseling van gegevens die bepaald worden door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 3. In geval van nood mag informatie mondeling uitgewisseld worden.
Deze moet dan zo snel mogelijk bevestigd worden conform § 1 en 2. § 4. De commerciële informatie die uitgewisseld wordt via e-mail wordt afgeleverd met een bewijs van verzending, volgens een protocol dat bepaald wordt door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 5. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag technische en organisatorische maatregelen opstellen betreffende de uit te wisselen informatie om toe te zien op de vertrouwelijkheid ervan zoals bepaald in afdeling 1.3.2. Art. 9.§ 1. Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepaling daaromtrent in het technisch reglement, zetten de beheerder van het gewestelijk transmissienet, de gebruikers van het gewestelijk transmissienet, de leveranciers en de personen betrokken bij de gewestelijke elektriciteitstransmissie zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig het technisch reglement mee te delen. § 2. De termijnen aangegeven in het technisch reglement worden gerekend van middernacht tot middernacht. Ze beginnen te lopen op de werkdag die volgt op de dag van de ontvangst van de expliciete kennisgeving zoals bedoeld in artikel 8; bij afwezigheid van deze laatste beginnen de termijnen te lopen op de werkdag die volgt op de dag waarop kennis genomen werd van de gebeurtenis die er aanleiding toe geeft. De termijnen omvatten de vervaldag. Art. 10.De neerleggingen, mededelingen of kennisgevingen waarvan sprake in het technisch reglement worden geldig uitgevoerd op het laatste adres dat de bestemmeling voor dat doel meedeelde. Art. 11.De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de drager waarop hij de registers bijhoudt voorzien door het technisch reglement. Indien de registers worden bijgehouden op een informaticadrager neemt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de nodige maatregelen om minstens één identieke kopie op een identieke drager veilig bij te houden. Afdeling 1.3.2. - Vertrouwelijkheid
Art. 12.Een persoon die informatie meedeelt krachtens het technisch reglement geeft aan welke informatie vertrouwelijk of commercieel gevoelig is. De bestemmeling ervan mag ze niet aan derden meedelen, behalve in de volgende gevallen : 1. De mededeling aan derden is vereist in het kader van een gerechtelijke procedure of wordt opgelegd door de overheid.2. Wettelijke of reglementaire bepalingen leggen de verspreiding of de mededeling van de informatie in kwestie op.3. De persoon van wie de informatie afkomstig is, gaf op voorhand zijn toestemming.4. De informatie is gewoonlijk openbaar toegankelijk of beschikbaar.5. De mededeling van de informatie door de beheerder van het gewestelijk transmissienet is onontbeerlijk omwille van een technische of veiligheidsreden of voor het beheer van het gewestelijk transmissienet of voor het overleg met andere netbeheerders.De derde die bestemmeling is van deze informatie verzekert er de vertrouwelijkheid van. HOOFDSTUK 1.4. - Toegang van personen tot de installaties Afdeling 1.4.1. Veiligheid van personen en goederen. Art. 13.De wettelijke en reglementaire bepalingen inzake veiligheid van goederen en personen, met inbegrip van de normatieve regels zoals onder meer het "ARAB" en het "AREI » alsook de norm NBN EN 50110-1 "Exploitatie van elektrische installaties" en de norm NBN EN 50110-2 "Exploitatie van elektrische installaties (nationale bijlagen)" en hun eventuele latere wijzigingen, zijn van toepassing op iedere persoon die op het gewestelijk transmissienet tussenkomt, met inbegrip van de beheerder van het gewestelijk transmissienet, de gebruikers van het transmissienet, de leveranciers, de evenwichtsverantwoordelijken, de andere netbeheerders en hun respectievelijke personeel evenals derden die tussenkomen op het gewestelijk transmissienet op verzoek van voornoemde personen. Afdeling 1.4.2. - Toegang van personen tot de installaties van de
beheerder van het gewestelijk transmissienet Art. 14.§ 1. De toegang van personen tot de installaties waarop de beheerder van het gewestelijk transmissienet een eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de beheerder van het gewestelijk transmissienet en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft een permanent of, onmiddellijk op mondeling verzoek, toegangsrecht tot de installaties waarop hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in een eigendom van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 3. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet die de toegang van personen tot één van zijn installaties onderwerpt aan specifieke toegangsprocedures of bijzondere veiligheidsvoorschriften, stelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet daarvan op de hoogte. Bij ontstentenis volgt de beheerder van het gewestelijk transmissienet zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 1.4.3. - Toegang van personen tot de installaties van een
gebruiker van het gewestelijk transmissienet Art. 15.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft toegang tot de aansluitingen en de installaties die functioneel deel uitmaken van het gewestelijk transmissienet om er een inspectie, een test, een interventie of een handeling uit te voeren of te organiseren. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft toegang tot de installaties die het gewestelijk transmissienet beïnvloeden om er een inspectie uit te voeren of te organiseren. § 3. Indien de situatie het toelaat, wordt de toegang bedoeld in §§ 1 en 2 minstens 3 werkdagen op voorhand door de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet gemeld; bovendien wordt het moment van toegang, indien de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet door de geplande inspectie, test, interventie of handeling beïnvloed kunnen worden in hun werking of exploitatie, bepaald in overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 4. Alvorens een toegang bedoeld in § 1 en 2 uit te voeren, meldt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet welke veiligheidsvoorschriften van toepassing zijn. Bij ontstentenis volgt de beheerder van het gewestelijk transmissienet zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 1.4.4. - Werken aan het gewestelijk transmissienet of aan de
installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet Art. 16.§ 1. Wanneer hij van oordeel is dat de veiligheid of de betrouwbaarheid van het gewestelijk transmissienet dat noodzakelijk maakt, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet een gebruiker van het gewestelijk transmissienet in gebreke stellen om een installatie aan te passen waarop deze laatste een eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De ingebrekestelling beschrijft de noodzakelijke werken, de reden ervoor en de uitvoeringstermijn. Bij ontstentenis van uitvoering binnen de vastgelegde termijn, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de werken uitvoeren op kosten van de in gebreke blijvende gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 2. Wanneer de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet dat noodzakelijk maakt, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet een gebruiker van het gewestelijk transmissienet vragen om een installatie aan te passen waarop deze laatste een eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De beheerder van het gewestelijk transmissienet motiveert zijn verzoek en bepaalt, na overleg met de ge- bruiker van het gewestelijk transmissienet, de noodzakelijke werken voor de gevraagde aanpassing evenals de uitvoeringstermijn ervan. Bij ontstentenis van uitvoering binnen de vastgelegde termijn mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de werken uitvoeren op kosten van de in gebreke blijvende gebruiker van het gewestelijk transmissienet. HOOFDSTUK 1.5. - Noodsituaties Afdeling 1.5.1. - Definitie van noodsituaties
Art. 17.Wordt beschouwd als een noodsituatie : 1. een geval van overmacht, in het bijzonder : 1° natuurrampen voortvloeiende uit aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere klimatologisch uitzonderlijke situaties, 2° een nucleaire of chemische explosie en zijn gevolgen, 3° de niet-geplande onbeschikbaarheid van de installaties, met inbegrip van een meervoudige incidentsituatie, een computervirus, een computercrash om redenen andere dan ouderdom of het gebrek aan onderhoud van deze installaties, 4° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid voor het gewestelijk transmissienet om elektriciteit te vervoeren omwille van storingen binnen de regelzone veroorzaakt door elektriciteitsstromen in een andere regelzone of tussen twee of meerdere andere regelzones en waarvan de identiteit van de marktdeelnemers betrokken bij deze energiestromen niet gekend is en redelijkerwijze niet gekend kan zijn door de beheerder van het gewestelijk transmissienet, 5° de onmogelijkheid het gewestelijk transmissienet te gebruiken omwille van een collectief geschil dat aanleiding geeft tot een eenzijdige maatregel van de werknemers of groepen werknemers of elk ander arbeidsgeschil, 6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, criminele dwang en bedreigingen van dezelfde aard, 7° al dan niet verklaarde staat van oorlog, een oorlogsdreiging, een invasie, een gewapend conflict, blokkade, revolutie of opstand, 8° een maatregel van hogerhand;2. een situatie die voortvloeit uit de overmacht en waarin uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen getroffen moeten worden om de gevolgen van de overmacht het hoofd te bieden om de veilige en betrouwbare werking van het gewestelijk transmissienet te handhaven of te herstellen;3. een situatie die als dusdanig bepaald wordt door de bevoegde overheid en waardoor deze overheid uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen mag opleggen aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet of aan de gebruikers van het gewestelijk transmissienet om de veilige en betrouwbare werking van het gewestelijk transmissienet te handhaven of te herstellen;4. een situatie die het gevolg is van een voorval dat, hoewel het niet beschouwd kan worden als overmacht volgens de huidige stand van de rechtspraak en rechtsleer, overeenkomstig de overtuiging van de beheerder van het gewestelijk transmissienet of de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, een dringende en doelgerichte tussenkomst vergt van de beheerder van het gewestelijk transmissienet om de veilige en betrouwbare werking van het gewestelijk transmissienet te handhaven of te herstellen of om andere schade te verhinderen. Afdeling 1.5.2. - Handelingen van de beheerder van het gewestelijk
transmissienet in noodsituaties Art. 18.§ 1. In noodsituatie, ongeacht de persoon die ze inriep, of wanneer de beheerder van het gewestelijk transmissienetwerk redelijkerwijs van oordeel is dat een noodsituatie zich op korte termijn kan voordoen, stelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet alle handelingen die hij nodig acht teneinde de gevolgen van de noodsituatie voor de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet te verhelpen. De uitvoeringsmodaliteiten van die handelingen worden aangegeven in de contracten gesloten krachtens het technisch reglement en in overeenstemming daarmee. § 2. De handelingen die de beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt in het kader van § 1 verbinden alle betrokken personen. § 3. Niettegenstaande § 1, indien een noodsituatie tezelfdertijd betrekking heeft op het transmissienet en het gewestelijk transmissienet, worden de handelingen bedoeld in § 1 gesteld conform het federaal technisch reglement en de technische regels uitgevaardigd door de Unie voor de Coördinatie van het Transport van Elektriciteit (UCTE). Afdeling 1.5.3. - Opschorting van de verplichtingen
Art. 19.§ 1. Een niet-financiële verplichting die onuitvoerbaar wordt door het zich voordoen van een noodsituatie, wordt opgeschort tijdens de duur ervan. § 2. De persoon van wie een verplichting opgeschort wordt krachtens § 1, meldt deze opschorting aan de betrokken derden alsook de redenen en de redelijkerwijs voorspelbare duur van de opschorting; hij moet alle middelen waarover hij beschikt in het werk stellen om de duur en de gevolgen van de opschorting tot een minimum te beperken.
TITEL 2. - Planning van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 2.1. - Algemene bepalingen Art. 20.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt een investeringsplan op om de continuïteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading op het gewestelijk transmissienet te verzekeren op basis van de informatie die hij conform deze titel ontvangt. Het investeringsplan loopt over een periode van zeven jaar; het wordt jaarlijks aangepast voor de zeven volgende jaren en ten laatste op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan de periode van het plan meegedeeld aan de Dienst. De eerste periode van deze plannen begint op 1 januari 2004. § 2. Het plan omvat een gedetailleerde raming van de behoeften inzake capaciteit van de gewestelijke transmissie, met vermelding van de onderliggende hypothesen, en vermeldt het investeringsprogramma dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet voorziet om aan deze behoeften te voldoen. HOOFDSTUK 2.2. - Mededeling van gegevens aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet Art. 21.§ 1. De planningsgegevens zijn deze zoals voorzien in hoofdstuk 8.1. § 2. Jaarlijks en op eigen initiatief delen de gebruikers van het gewestelijk transmissienet aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet, volgens een kalender die door deze laatste wordt vastgelegd, hun beste raming van de beschikbare planningsgegevens betreffende de 7 jaren die volgen op let lopende jaar mee. § 3. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet kan de beheerder van het gewestelijk transrnissienet andere nuttige informatie meedelen die niet vermeld wordt onder de planningsgegevens. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft, mits een gemotiveerd verzoek, het recht op aanvullende gegevens van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet of van een betrokken derde die niet vermeld worden onder de planningsgegevens, en die hij nodig acht om te voldoen aan zijn verplichtingen om een investeringsplan op te stellen. Na overleg met de betrokken persoon legt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de redelijke termijn vast binnen dewelke deze aanvullende gegevens hem medegedeeld worden. Art. 22.De gebruiker van het gewestelijk transmissienet die overweegt om een productie-eenheid die aangesloten is op het gewestelijk transmissienet in gebruik te nemen of buiten gebruik te stellen, deelt aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet ten laatste twaalf maanden voor de daadwerkelijke verwezenlijking van die ingebruikname of buitengebruikstelling de gegevens mee die geïdentificeerd worden aan de hand van afkortingen in hoofdstuk 8.1. Deze kennisgeving houdt geen erkenning in van het akkoord of de weigering van de beheerder van het gewestelijk transmissienet noch van de finale beslissing van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet wat zijn voornemen betreft. HOOFDSTUK 2.3. - Onvolledige of onjuiste gegevens Art. 23.Indien de beheerder van het gewestelijk transmissienet van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens of de aanvullende gegevens onvolledig, onnauwkeurig, verkeerd of onredelijk is, heeft hij recht op de betrokken correcties of aanvullende gegevens van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. Na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de redelijke termijn waarbinnen deze correcties en aanvullende gegevens hem moeten worden meegedeeld. Art. 24.De gebruiker van het gewestelijk transmissienet die niet in staat is om de gegevens overeenkomstig artikel 21 tot artikel 23 ter kennis te geven, stelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet hiervan op de hoogte en motiveert de redenen van de onvolledige kennisgeving. Art. 25.De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan niet aansprakelijk gehouden worden voor de gevolgen voor het investeringsplan van fouten of weglatingen in de planningsgegevens die hij ontving of van de laattijdige kennisgeving van deze gegevens.
TITEL 3. - Aansluiting op het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 3.1. - Algemene bepalingen Art. 26.Titel 3 is van toepassing : 1° op de aansluitingen, ongeacht de persoon die er een eigendoms- of gebruiksrecht op heeft en niettegenstaande de technische specificaties en de gebruiks- en onderhoudswijzen van de meetuitrustingen omschreven in titel 5;2° op de installaties die het gewestelijk transmissienet beïnvloeden;3° op de installaties die door een directe lijn aangesloten zijn of die deel uitmaken van een directe lijn;4° op de installaties die functioneel deel uitmaken van het gewestelijk transmissienet. Art. 27.§ 1. Niettegenstaande artikel 28, artikel 68 en artikel 95, beheert en onderhoudt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of een door hem gemandateerde derde de installaties waarop hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft. § 2. Afwijkend van § 1, is alleen de beheerder van het gewestelijk transmissienet of een door hem gemandateerde persoon, bevoegd om een tussenkomst of een handeling uit te voeren op een installatie die functioneel deel uitmaakt van het gewestelijk transmissienet; de kosten voor de tussenkomsten en handelingen zijn voor rekening van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet wanneer ze op zijn verzoek uitgevoerd werden of wanneer ze hun oorsprong vinden in diens andere installaties. § 3. Afwijkend van § 1 bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de exploitatie- en onderhoudsprocedures van de installaties die het gewestelijk transmissienet beïnvloeden. Art. 28.§ 1. Alleen de beheerder van het gewestelijk transmissienet is bevoegd om het gewestelijk transmissienet en het gedeelte van een aansluiting waarop hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft uit te breiden, te wijzigen, te versterken, te onderhouden en te exploiteren. § 2. De aanvragen voor een nieuwe aansluiting of voor de plaatsing van een nieuwe aansluitingsinstallatie worden ingediend bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet door elke persoon die een geldig document kan voorleggen dat bewijst dat hij beschikt of zal beschikken, in eigendom of in gebruik, over alle rechten met betrekking tot het beheer, het gebruik, het versterken en de overdracht van deze installaties. Art. 29.§ 1. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet dient de beheerder van het gewestelijk transrnissienet toe te laten om gratis diens aansluitingsuitrusting of diens installaties die functioneel deel uitmaken van het gewestelijk transmissienet te gebruiken ten voordele van een andere gebruiker van het gewestelijk transmissienet, zonder afbreuk te doen aan het recht van de toekennende persoon om een compensatie te verkrijgen van de begunstigde. § 2. Wanneer een aansluitingsuitrusting opgesteld is of voorzien is opgesteld te worden op een terrein dat niet de eigendom is van de beheerder van het gewestelijk transmissienet en waarop een gebruiker van het gewestelijk transmissienet een gebruiksrecht heeft : 1° indien de aansluitingsuitrusting volledig of gedeeltelijk toegekend is aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, stelt deze gratis aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet een ruimte beschikbaar conform de voorwaarden die deze stelt en waarvan de plaats in overleg wordt bepaald;2° de gebruiker van het gewestelijk transmissienet neemt alle bepalingen die men redelijkerwijze van hem kan verwachten om schade te voorkomen aan het gewestelijk transmissienet, aan de aansluitingen en aan de installaties van een andere gebruiker van het gewestelijk transmissienet;3° wanneer het technisch mogelijk is, ziet de gebruiker van het gewestelijk transmissienet erop toe dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet aanvullende aansluitingsuitrustingen kan plaatsen, zonder afbreuk te doen aan het recht op een eerlijke vergoeding van de eigenaar van het betrokken terrein door de gebruiker van de aanvullende aansluiting;4° de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ziet erop toe dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet het recht en de mogelijkheid heeft om de gehele aansluitingsuitrusting of een gedeelte ervan te vervangen;5° de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ziet erop toe dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de eigendoms-, gebruiks-, toegangs- en effectieve controlerechten van de beheerder van het gewestelijk transmissienet op de aansluitingsuitrusting. § 3. De uitvoeringsmodaliteiten van § 1 en 2 worden bepaald in het aansluitingscontract. HOOFDSTUK 3.2. - Technische voorschriften Afdeling 3.2.1. - Algemene voorschriften
Onderafdeling 3.2.1.A. - Algemeenheden Art. 30.De technische voorschriften die in deze titel omschreven worden, zijn voornamelijk gericht op de volgende doeleinden : 1° ertoe bijdragen dat de exploitatievoorwaarden van het gewestelijk transmissienet die van toepassing zijn of gepland zijn op het aansluitingspunt, voldoende zijn om de aansluitingen, de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet en desgevallend een uitbreiding van het gewestelijk transmissienet, op te nemen, zonder afbreuk te doen aan de goede werking van het gewestelijk transmissienet of de installaties van andere gebruikers van het gewestelijk transmissienet en zonder schadelijke terugwerkende kracht, met name vanuit het standpunt van de stabiliteit, harmonischen, interharmonischen, onevenwicht, flicker, snelle spanningswijzigingen, kortsluitstroom aangevoerd op het gewestelijk transmissienet of de installaties van andere gebruikers van het gewestelijk transmissienet;2° de harmonieuze ontwikkeling bevorderen van het gewestelijk transmissienet. Art. 31.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de technische normen, technische verslagen en andere referentieregels die van toepassing zijn op aansluitingsuitrustingen en installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet. Deze normen, verslagen en regels worden vermeld in het aansluitingscontract en moeten gemakkelijk door derden geraadpleegd kunnen worden, bijvoorbeeld via een Internet-site. Een wijziging aangebracht in een norm is van toepassing op bestaande aansluitingsuitrustingen en op bestaande installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet indien de norm of een wettelijke bepaling dit voorzien en geen wijziging vergt van de contracten die gesloten werden krachtens het technisch reglement. § 2. De algemene technische minimumvoorschriften van toepassing op aansluitingsuitrustingen en installaties van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet worden gepreciseerd in hoofdstuk 8.2. Art. 32.§ 1. De aansluitingsvelden zijn uitgerust met beveiligingen teneinde een fout selectief uit te schakelen binnen een maximum toegelaten tijdsinterval, waarin inbegrepen de tijd voor de werking van de vermogenschakelaar en het doven van de boog, zoals gepreciseerd in hoofdstuk 8.3. Deze beveiligingen worden door de beheerder van het gewestelijk transmissienet gepreciseerd in het aansluitingscontract. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag, desgevallend en mits motivering, specifieke voorschriften opleggen aan een aansluiting in functie van de bijzondere lokale kenmerken van het gewestelijk transmissienet. § 3. Elektrische installaties die gevoed worden door afzonderlijke aansluitingen mogen niet onderling verbonden worden, behoudens voorafgaandelijke toelating van de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt na raadpleging van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in het technisch reglement, de technische minimumeisen en regelparameters die tot uitvoering gebracht moeten worden met betrekking tot de aansluiting op het gewestelijk transmissienet waarvan onder meer : 1° het eendraadsschema met inbegrip van het eerste aansluitingsveld vanaf het gewestelijk transmissienet, de structuur van de post waarvan dit veld deel uitmaakt en de railstellen van deze post;2° de technisch-functionele minimumkenmerken van de aansluitingsuitrustingen. § 5. De netbeheerder bepaalt na raadpleging van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet op het eendraadsschema onder meer : 1° de aansluitingspunten;2° het punt van interface;3° de injectie- en/of afnamepunten;4° de meetpunten. § 6. De technische minimumeisen, de regelparameters en de andere bepalingen bedoeld in §§ 5 en 6 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 53. Art. 33.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de technisch-functionele minimumvereisten aan te wenden voor de uitrustingen van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet teneinde de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet te waarborgen. Deze functionele minimumvereisten hebben betrekking : 1° op de effecten teweeggebracht door de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ter hoogte van het punt van interface in termen van de : (a) maximale eenfasige en driefasige kortsluitvermogens die de installatie van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet kan injecteren in het gewestelijk transmissienet;(b) maximale foutafschakeltijd door de hoofd- en reservebeveiligingen;(c) nulpuntschakeling van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet (aarding, aardingsimpedanties, wikkelingschakelschema van de transformatoren);(d) maximaal toegelaten niveaus van storingsemissies geïnjecteerd in het gewestelijk transmissienet door de installatie van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet;2° op de technische karakteristieken van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aangesloten op het spanningsniveau van het punt van interface of, bij ontbreken van dergelijke installaties, bijvoorbeeld in geval de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet beginnen met een spanningstransformatie, op de technische karakteristieken van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aangesloten op het eerste spanningsniveau rechtstreeks verbonden met het spanningsniveau van het punt van interface via een enkele transformatie, in termen van : (a) isolatieniveau;(b) nominale kortsluitstroom;(c) onderbrekingsvermogen van de vermogenschakelaars.3° in het algemeen op elke uitrusting die een niet verwaarloosbare invloed kan hebben op de kwaliteit van de spanning of storingen in het gewestelijk transmissienet kan veroorzaken;4° op de telecommunicatiemiddelen te installeren bij de gebruiker van het gewestelijk transmissienet.5° na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, (a) op de vergrendelingen en de automatismen te installeren bij de gebruiker van het gewestelijk transmissienet;(b) op de technische oplossingen en de regelparameters aan te wenden in het kader van de reddingscode en de heropbouwcode. § 2. De technische eisen, de regelparameters en de andere bepalingen bedoeld in § 1 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 53. Art. 34.De gebruiker van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het gewestelijk transmissienet bepalen in overleg, voor de aspecten die niet geregeld worden door het technisch reglement en die verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet : 1° Het eendraadsschema van de structuur van het net van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, dat omvat : (a) de spanningsniveaus van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet die het (de) punt(en) van interface bevat(ten);(b) de mogelijke verbindingen tussen de verschillende aansluitingen, met inbegrip van de transformatoren, evenals de eventuele verbindingen met de productie-installaties;(c) de eventuele apparatuur voor het compenseren van reactieve energie;(d) de definitie van de wikkelingschakelschema's, de nominale spanningen en de eventuele regelstanden van de transformatoren die verschillende aansluitingen kunnen verbinden;(e) de uitrustingen aangesloten op deze spanningsniveaus die storingen kunnen teweegbrengen.2° De eventuele automatische wederinschakeling van luchtlijnen. 3° De exploitatiewijzen van de hoofdaansluiting en de noodaansluiting. Art. 35.De gebruiker van het gewestelijk transmissieniet deelt uit eigen beweging aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet de informatie mee met betrekking tot zijn installaties die een impact hebben op de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het elektrisch systeem, waaronder onder meer : 1° de kenmerken van de compensatietoestellen gesitueerd in de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet;2° de aanvoer van kortsluitvermogen vanuit de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of, bij het ontbreken daarvan, het totale vermogen van de motoren geïnstalleerd in de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of, bij het ontbreken daarvan, de proportie van de belasting van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet dat aangewend wordt voor de voeding van motoren op wisselstroom. Art. 36.Indien de toestand van het gewestelijk transmissienet een wijziging ondergaat kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet eisen dat de gebruiker van het gewestelijk transmissienet op zijn kosten de noodzakelijke aanpassingen aanbrengt aan de beveiligingen in zijn installaties om hun selectiviteit te behouden.
Onderafdeling 3.2.1.B. - Storingen en schade Art. 37.§ 1. De installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet mogen geen bron zijn van risico's, schade of storingen aan de installaties van de beheerder van het gewestelijk transmissienet of van derden. § 2. Behoudens een verkeerde handeling van de beheerder van het gewestelijk transmissienet is enkel de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn installaties. Op dit vlak waarborgt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de beheerder van het gewestelijk transmissienet tegen handelingen van derden. § 3. Enkel de beheerder van het gewestelijk transmissienet is aansprakelijk voor directe schade veroorzaakt door zijn installaties en die het resultaat is van een zware fout van zijnentwege. Art. 38.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet wendt alle middelen aan die hem redelijkerwijze beschikbaar zijn opdat de spanning op een aansluitingspunt minstens overeenkomstig zou zijn met de norm EN 50160. De norm EN 50160 geldt voor alle spanningsniveaus waarvoor dit technisch reglement van toepassing is. § 2. Het toegelaten niveau van storingen op het gewestelijk transmissienet veroorzaakt door de aansluitingsuitrustingen en de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet wordt bepaald door de normen die algemeen toegepast worden door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 61000-3-6 en CEI 61000-3-7. § 3. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet stelt alle aangepaste middelen in het werk zodanig dat de installaties waarvan hij het beheer heeft geen storende verschijnselen veroorzaken op het gewestelijk transmissienet die de grenzen gepreciseerd in § 2 of in het aansluitingscontract over- schrijden of die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet verstoren of die leiden tot een bijkomende afname van reactieve energie, bepaald in artikel 83 of in het aansluitingscontract. Bij ontstentenis mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet mits een motivering van zijn beslissing voornoemde middelen in het werk stellen ten laste van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet.
Onderafdeling 3.2.1.C. - Identificatie van de uitrustingen Art. 39.§ 1. Een aansluitingsuitrusting wordt geïdentificeerd volgens een code opgesteld door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de uitrustingen die deel uitmaken van de installaties van deze laatste die geidentificeerd worden volgens de code bedoeld in § 1. § 3. De uitrustingen bedoeld in §§ 1 en 2 worden voorzien van een plaat die hun code vermeldt. Afdeling 3.2.2. - Bijkomende voorschriften voor de aansluiting van een
productie-eenheid Art. 40.De aanvullende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden worden gespecificeerd in hoofdstuk 8.4. Art. 41.§ 1. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het gewestelijk transmissienet komen, voor de aspecten die niet vermeld staan in het technisch reglement en die een impact lesben op de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet, technische minimumvereisten en regelparameters overeen voor de productie-installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, waaronder onder meer : 1° het werkingsdomein van de generator op het actief-reactief diagram in functie van de exploitatiespanning;2° de aanpassing van de turbineregelaar aan het eilandbedrijf van de productie-eenheid : mogelijkheid en moment van het eilandbedrijf;3° het regelbereik van de versterking van de snelheidsregelaar;4° het reactief statisme; 5° de statische en dynamische stabiliteit;6° de weerstand aan een spanningsdip van de generator en van de hulpdiensten;7° het bekrachtigingsplafond;8° de synchronisatie met het gewestelijk transmissienet bij normale en buitengewone exploitatie;9° de mogelijkheid van de productie-eenheid tot het leveren van ondersteunende diensten;10° de mogelijkheid van gemeenschappelijke storingen (inbegrepen de controle en bediening) van productiegroepen die meerdere productie-eenheden met gemeenschappelijke hulpdiensten en productie-eenheden met gecombineerde cyclus omvatten;11° de Power System Stabiliser (PSS);12° de opvoertransformator : vermogen, wikkelverhouding, kortsluitingspanning, aarding van het nulpunt, beperking van de eenfasige kortsluitstroom. § 2. De technische minimumeisen, de regelparameters en de andere bepalingen bedoeld in § 1 worden gespecificeerd in het aansluitingscontract. Art. 42.Indien productie-eenheden met hetzelfde aansluitingspunt verbonden worden, is het technisch reglement op elk van hen afzonderlijk van toepassing. Art. 43.De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt in overleg met de Dienst de technische voorschriften op, aangepast aan de productie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, en aangepast aan kwaliteitswarmtekrachtkoppelingseenheden. Deze technische voorschriften moeten gemakkelijk door derden geraadpleegd kunnen worden, bijvoorbeeld via een Internet-site. HOOFDSTUK 3.3. - Procedures betreffende een aansluiting Afdeling 3.3.1. - Oriëntatiestudie
Art. 44.§ 1. De aanvragen voor de oriëntatiestudie van een nieuwe aansluiting of de aanpassing van een bestaande aansluiting, van een aansluitingsuitrusting of de exploitatiewijze ervan moeten ingediend worden bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 2. Een aanvraag voor een oriëntatiestudie bevat volgende gegevens : 1° de identiteit en de gegevens van de studieaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, het maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel en de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen;2° de geografische ligging en het vermogen van de voorgenomen aansluiting; 3° het aanvraagformulier voor de oriëntatiestudie, verkrijgbaar bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet, behoorlijk ingevuld, met de algemene technische gegevens en de technologische parameters van de voorgenomen aansluiting, als dusdanig geïdentificeerd in hoofdstuk 8.1, 4° de verbintenis van de studieaanvrager om het tarief voor de oriëntatiestudie te betalen. § 3. Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de oriëntatiestudieaanvraag ziet de beheerder van het gewestelijk transmissienet na of de aanvraag volledig is en meldt hij de studieaanvrager welke informatie of documenten eventueel nog ontbreken waarbij hij de termijn aangeeft om zijn aanvraag te vervolledigen. § 4. Indien de beheerder van het gewestelijk transmissienet oordeelt dat de oriëntatiestudieaanvraag onredelijk is met betrekking tot de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet, meldt hij dit aan de aanvrager binnen dezelfde termijn met vermelding van de motieven. § 5. De beheerder van het gewestelijk transmissienet meldt de oriëntatiestudieaanvrager de volledigheid of onvolledigheid van zijn oriëntatiestudieaanvraag. Art. 45.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet evalueert een volledige oriëntatiestudieaanvraag onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet;2° de goede werking van het gewestelijk transmissienet voor wat betreft de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet;3° de noodzaak om de harmonieuze ontwikkeling te bevorderen van het gewestelijk transmissienet.4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname;5° het naleven van de wet en de ordonnantie;6° het naleven van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van een vereiste transportcapaciteit voor de bevoorrading van de toekomstige behoeften betreffende openbare dienstverplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen. § 2. De studie kan betrekking hebben op andere punten die bepaald zijn in samenspraak tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de oriëntatiestudieaanvrager. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan aan de oriëntatiestudieaanvrager binnen een termijn van tien werkdagen bijkomende gegevens opvragen noodzakelijk voor het onderzoeken van de oriëntatiestudieaanvraag. Art. 46.Het indienen van een oriëntatiestudieaanvraag en het onderzoek ervan door de beheerder van het gewestelijk transmissienet geeft geen aanleiding tot enige verplichting in hoofde van deze laatste om een capaciteitsreservering te bepalen of toe te kennen zoals bedoeld in artikel 49. De oriëntatiestudie doet geen afbreuk aan de uiteindelijke opties die zullen genomen worden in het eventuele aansluitingscontract. Art. 47.§ 1. Zo spoedig mogelijk en ten laatste 40 werkdagen na het indienen van de oriëntatiestudieaanvraag, onder voorbehoud van de verlenging van deze termijn als gevolg van de eventuele toepassing van artikel 44, § 3, meldt de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de aanvrager het resultaat van zijn oriëntatiestudie evenals de onderstaande technische gegevens of andere overeen te komen informatie : 1° een schema van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;2° in voorkomend geval, de specifieke technische, wettelijke of andere beperkingen verbonden aan de ligging van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;3° in voorkomend geval de noodzakelijke elementen voor het met de wet en met de ordonnantie in conformiteit brengen van de aansluitingsuitrustingen en de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of de voorgenomen aanpassingen;4° in voorkomend geval de noodzaak om over te gaan tot een studie van filter- en compensatietoestellen of naar de stabiliteit van het gewestelijk transmissienet;5° in voorkomend geval een indicatieve evaluatie van eventuele versterkingen die aangebracht moeten worden aan het gewestelijk transmissienet voor de voorgenomen aansluiting of aanpassing en een indicatieve evaluatie van de hiervoor normaal vereiste duur;6° een indicatieve evaluatie van de termijnen voor de verwezenlijking van de voorgenomen aansluitings- of aanpassingswerken;7° een indicatieve schatting van de uitvoeringskosten van de voorgenomen aansluitings- of aanpassingswerken; § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan geheel of gedeeltelijk de aanvraag weigenen om technische informatie bedoeld in § 1 te bezorgen wanneer de oriëntatiestudieaanvrager niet binnen een redelijke termijn de bijkomende gegevens heeft verstrekt die door de beheerder van het gewestelijk transmissienet gevraagd worden. In dat geval geeft de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de oriëntatiestudieaanvrager kennis van zijn gemotiveerde weigering. Afdeling 3.3.2. - Aansluitingsaanvraag en aansluitingsvoorstel artikel
48 § 1. De uitvoering van een nieuwe aansluiting, de wijziging van een bestaande aansluiting of van een installatie die het gewestelijk transmissienet beïnvloedt of van hun wijze van exploitatie, is on- derworpen aan het indienen bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet van een aansluitingsaanvraag. De aanvragende persoon wordt hieronder de "aansluitingsaanvrager" genoemd. § 2. De aansluitingsaanvraag bevat de volgende gegevens : 1 ° de identiteit en de gegevens van de aansluitingsaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, haar maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel en de kopij van hun statuten, alsmede de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen; 2° de geografische ligging, het vermogen en de gedetailleerde technische kenmerken van de voorgenomen aansluiting en van de aan het gewestelijk transmissienet aan te sluiten installaties; 3° het behoorlijk ingevuld "aansluitingsformulier", verkrijgbaar bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet, met alle technische gegevens geïdentificeerd in hoofdstuk 8.1, 4° voor de aanvragen van een nieuwe aansluiting of de wijziging van een bestaande aansluiting een document dat staaft dat artikel 28 § 2 wordt nageleefd;5° zijn verbintenis om het tarief verbonden met het detailonderzoek betreffende een nieuwe aansluiting of betreffende de aanpassing aan een bestaande aansluiting te betalen. § 3. Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de aansluitingsaanvraag ziet de beheerder van het gewestelijk transmissienet na of de aanvraag volledig is en meldt hij de aansluitingsaanvrager welke informatie of documenten eventueel nog ontbreken waarbij hij de termijn aangeeft om zijn aanvraag te vervolledigen. Art. 49.§ 1. Als de beheerder van het gewestelijk transmissienet een aansluitingsaanvraag volledig acht, kent hij de aansluitingsaanvrager een capaciteitsreservering toe hierbij rekening houdend met de gevraagde capaciteit en de ligging van de aansluiting. § 2. In afwijking van § 1 geschiedt de toekenning van een capaciteit in het kader van een aansluitingsaanvraag voor een productie-eenheid en tot aan de kennisgeving van het aansluitingsvoorstel bedoeld in artikel 52, door de levering door de aansluitingsaanvrager van het bewijs van een voorafgaandelijke verklaring of vergunning overeenkomstig artikel 4 van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
sluiten. Art. 50.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet beoordeelt een aansluitingsaanvraag onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet;2° de goede werking van het gewestelijk transmissienet voor wat betreft de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet;3° de noodzaak om de harmonieuze ontwikkeling te bevorderen van het gewestelijk transmissienet;4° de reeds bestaande aansluitingen en de bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname;5° het naleven van de wet en de ordonnantie;6° het naleven van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van de noodzakelijke transportcapaciteit voor de bevoorrading van de toekomstige behoeften in verband met openbare dienstverplichtingen volgens de wettelijke bepalingen, 8° de voorrang, in de mate van het mogelijke en rekening houdende met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling gebruiken. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan binnen een redelijke termijn aan de aansluitingsaanvrager bijkomende gegevens vragen die hij noodzakelijk acht voor het onderzoek van een aansluitingsaanvraag. Art. 51.§ 1. Binnen de zestig werkdagen na ontvangst van de behoorlijk ingevulde aanvraag in de zin van artikel 48 § 3 onderzoeken de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager samen de technische informatie verstrekt door de aansluitingsaanvrager in zijn aansluitingsaanv …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.