Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet
Kort samengevat
Dit besluit keurt het technisch reglement goed voor het beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met als doel een veilige en efficiënte exploitatie te waarborgen. Het regelt de voorschriften en regels voor het beheer van dit net en de toegang ertoe.
Wat het reguleert
- Het technische beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit.
- De toegang tot en aansluiting op dit net.
- De uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid.
- De procedures voor metingen en gegevensverwerking.
Wie het aanbelangt
- De beheerder van het gewestelijk transmissienet (Elia Operator System NV).
- Gebruikers van het gewestelijk transmissienet (bijvoorbeeld productie-eenheden).
Kernpunten
- De beheerder van het net moet objectief en transparant handelen en mag niet discrimineren tussen netgebruikers.
- De beheerder moet de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net bewaken, handhaven en herstellen.
- De beheerder moet jaarlijks een verslag over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de levering publiek maken.
- De beheerder moet bepaalde informatie, zoals algemene contractvoorwaarden en toegangstarieven, publiek beschikbaar stellen.
Wettekst
13 JULI 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op artikel 11; Gelet op het ontwerp van technisch reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit, ingediend bij de Dienst Regulering van het BIM op 31 januari 2006 door Elia Operator System NV (hierna « Elia »), beheerder van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit; Gelet op het advies DR-20060602-45 van de Dienst Regulering betreffende de ontwerpen van technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit en voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe, gegeven op 2 juni 2006 in toepassing van artikel 11 van bovenvermelde ordonnantie; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 houdende aanstelling van de N.V. Elia als beheerder van het gewestelijk elektriciteitsvervoernetwerk; Gelet op het feit dat de goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet, een handeling is van administratieve voogdij en dat bijgevolg, dit ontwerp van besluit niet voor advies dient te worden voorgelegd aan de Raad van State; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juli 2006; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 13 juli 2006; Op voorstel van de Minister belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het bijgevoegde voorstel van technisch reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt goedgekeurd. Art. 2.De Minister die bevoegd is voor Energie, is belast met de bekendmaking van het ontwerp in bijlage samen met dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Met het oog op deze bekendmaking worden de datum van het reglement, evenals het logo van Elia, die respectievelijk onderaan en bovenaan op elke pagina staan, uit het document verwijderd. Dit besluit en het bijgevoegde reglement treden in werking op de dag van deze bekendmaking. Art. 3.Het reglement in bijlage wordt ook bekendgemaakt door de gewestelijke transmissienetbeheerder Elia op zijn website. Brussel, 13 juli 2006. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen, Mevr. E. HUYTEBROECK Technisch Reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Inhoudstafel TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1.1. - Toepassingsgebied en definities HOOFDSTUK 1.2. - Taken en verplichtingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.2.1. - Technisch beheer van het net Afdeling 1.2.2. - Onderaanneming HOOFDSTUK 1.3. - Modaliteiten voor de uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid Afdeling 1.3.1. - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen Afdeling 1.3.2. - Vertrouwelijkheid HOOFDSTUK 1.4. - Toegang van personen tot de installaties Afdeling 1.4.1. - Veiligheid van personen en goederen Afdeling 1.4.2. - Toegang van personen tot de installaties van de beheerder van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.4.3. - Toegang van personen tot de installaties van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.4.4. - Werken aan het gewestelijk transmissienet of aan de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 1.5. - Noodsituaties Afdeling 1.5.1. - Definitie van noodsituaties Afdeling 1.5.2. - Handelingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet in noodsituaties Afdeling 1.5.3. - Opschorting van de verplichtingen TITEL 2. - Planning van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 2.1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2.2. - Mededeling van gegevens aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 2.3. - Onvolledige of onjuiste gegevens TITEL 3. - Aansluiting op het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 3.1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 3.2. - Technische voorschriften Afdeling 3.2.1. - Algemene voorschriften Afdeling 3.2.2. - Bijkomende voorschriften voor de aansluiting van een productie-eenheid HOOFDSTUK 3.3. - Procedures betreffende een aansluiting Afdeling 3.3.1. - Oriëntatiestudie Afdeling 3.3.2. - Aansluitingsaanvraag en aansluitingsvoorstel Afdeling 3.3.3. - Aansluitingscontract Afdeling 3.3.4. - Ingebruikname van een aansluiting Afdeling 3.3.5. - Buitengebruikstelling en ontmanteling van een aansluiting Afdeling 3.3.6. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK 3.4. - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 3.4.1. - Algemene bepalingen Afdeling 3.4.2. - Conformiteit van de aansluiting Afdeling 3.4.3. - Levering van ondersteunende diensten Afdeling 3.4.4. - Testen op de aansluitingen en op de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet TITEL 4. - Toegang tot het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 4.1. - Algemeenheden HOOFDSTUK 4.2. - Toegangscontract HOOFDSTUK 4.3. - Operationele aspecten Afdeling 4.3.1. - Algemene bepalingen Afdeling 4.3.2. - Richtlijn voor het actief vermogen Afdeling 4.3.3. - Onderbreking van de toegang Afdeling 4.3.4. - Toegangsweigering Afdeling 4.3.5. - Toegangsprogramma Afdeling 4.3.6. - Afname van reactieve energie Afdeling 4.3.7. - Uitwisseling van gegevens Afdeling 4.3.8. - Abnormale werking Afdeling 4.3.9. - Interventiemaatregelen in geval van noodsituatie Afdeling 4.3.10. - Coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden HOOFDSTUK 4.4. - Ondersteunende diensten Afdeling 4.4.1. - Regeling van de spanning en het reactief vermogen Afdeling 4.4.2. - Congestiebeheer Afdeling 4.4.3. - Compensatie van de verliezen van het gewestelijk transmissienet TITEL 5. - Metingen HOOFDSTUK 5.1. - Algemene bepalingen Afdeling 5.1.1. - Kader Afdeling 5.1.2. - Algemene principes HOOFDSTUK 5.2. - Bepalingen betreffende de meetsystemen Afdeling 5.2.1. - Algemene bepalingen Afdeling 5.2.2. - Normen en voorschriften Afdeling 5.2.3. - Locatie van de meetsystemen Afdeling 5.2.4. - Verzegeld Afdeling 5.2.5. - Nauwkeurigheid Afdeling 5.2.6. - Storingen en fouten Afdeling 5.2.7. - Onderhoud en inspecties Afdeling 5.2.8. - Ijkingen Afdeling 5.2.9. - Administratief beheer van technische gegevens andere dan de meetwaarden HOOFDSTUK 5.3. - Bepalingen betreffende de meetgegevens Afdeling 5.3.1. - Inzameling en verwerking van de meetwaarden Afdeling 5.3.2. - Validatie en correctie van de meetwaarden Afdeling 5.3.3. - Archiveren en beveiliging van de waarden Afdeling 5.3.4. - Ter Beschikking stellen van de meetwaarden Afdeling 5.3.5. - Klachten en rechtzettingen HOOFDSTUK 5.4. - Overgangsbepalingen TITEL 6. - Samenwerkingscode HOOFDSTUK 6.1. - Algemeenheden TITEL 7. - Eindbepalingen HOOFDSTUK 7.1. - Inwerkingtreding TITEL 8. - Bijlagen HOOFDSTUK 8.1. - Gegevenslijst HOOFDSTUK 8.2. - Technische karakteristieken van een aansluiting en van een installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 8.3. - Maximaal toegelaten foutafschakeltijden door beveiligingen HOOFDSTUK 8.4. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van een productie-eenheid Afdeling 8.4.1. - Werkingsvoorwaarden Afdeling 8.4.2. - Beveiligingen Afdeling 8.4.3. - Specificaties voor de productie van reactieve energie HOOFDSTUK 8.5. - Nauwkeurigheidsvereisten van de meetuitrustingen HOOFDSTUK 8.6. - Nauwkeurigheidsvereisten voor de ijking van de meetuitrustingen TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1.1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Onderhavig Technisch Reglement voor gewestelijke transmissie van elektriciteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna afgekort tot « technisch reglement », is opgesteld krachtens art. 11 van de ordonnantie betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 juli 2001 en vormt tegelijkertijd het reglement voor het net bepaald in § 1 van dit artikel en het meetreglement bepaald in § 2. Het omvat de voorschriften en regels met betrekking tot het beheer van het gewestelijke transmissienet en de toegang ertoe, teneinde toe te zien op de veilige en efficiënte exploitatie van dat net, zijn gecoördineerde ontwikkeling en de onderlinge samenwerking tussen de gekoppelde netten, alsook de maatregelen die moeten worden genomen om de betrouwbaarheid te waarborgen van de persoonlijke en commerciële informatie waarvan de gewestelijke transmissienetbeheerder voor de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft. Art. 2.Voor de toepassing van voorliggend document, wordt verstaan onder : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK 1.2. - Taken en verplichtingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet Afdeling 1.2.1. - Technisch beheer van het net Art. 3 § 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet voert de taken en verplichtingen uit die hij dient uit te voeren krachtens de wet en de ordonnantie teneinde het beheer te verzekeren van de transmissie van elektriciteit tussen de gebruikers van het gewestelijk transmissienet. Hij bewaakt, handhaaft, dan wel herstelt met de middelen waarover hij beschikt en met respect voor het milieu en een rationeel beheer van het openbare wegennet, het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet. § 2. Niettegenstaande § 1 waakt de beheerder van het gewestelijk transmissienet over het behoud van het recht van voorrang voor elektriciteitproductie op basis van kwaliteitswarmtekrachtkoppelingsinstallaties of installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet verzorgt de dienst van aansluiting op en toegang tot het gewestelijk transmissienet. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet waakt over en controleert, in overleg met de beheerders van de transmissie- en distributienetten, de kwaliteit van de levering en de stabiliteit van het gewestelijk transmissienet met behulp van een systeem dat het mogelijk maakt om ten minste de volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen :
- a)de frequentie van de onderbrekingen;
- b)de gemiddelde duur van de onderbrekingen;
- c)de jaarlijkse duur van de onderbrekingen. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt ten minste jaarlijks een verslag publiek beschikbaar betreffende de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de levering in het net. § 5. De beheerder van het gewestelijk transmissienet gebruikt de middelen waarover hij redelijkerwijze beschikt om onderbrekingen van de toegang tot het gewestelijk transmissienet te voorkomen of, in voorkomend geval, om onderbrekingen zo snel mogelijk op te lossen. § 6. De beheerder van het gewestelijk transmissienet verzamelt en behandelt de nodige metingen en tellingen voor zijn eigen taken, wat het beheer van de uitrustingen en procedures inzake meting en telling omvat, alsook het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens. Art. 4.De beheerder van het gewestelijk transmissienet handelt op een objectieve en transparante manier en onthoudt zich van discriminatie tussen netgebruikers, leveranciers of andere personen betrokken bij de gewestelijke transmissie van elektriciteit. Afdeling 1.2.2. - Onderaanneming Art. 5.§ 1. Niettegenstaande artikel 3 § 1 en artikel 114 § 3, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de dagelijkse exploitatie van zijn activiteiten geheel of gedeeltelijk toevertrouwen aan één of meerdere ondernemingen. § 2. Niettegenstaande artikel 3 § 1, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de uitvoering van proeven of inspecties zoals bedoeld in artikel 15, artikel 57, artikel67, artikel 69 en artikel 70 toevertrouwen aan een onafhankelijk organisme. HOOFDSTUK 1.3. - Modaliteiten voor de uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid Afdeling 1.3.1. - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen Art. 6.§ 1. Het hoofdstuk 8.1 bevat een lijst met de informatie die de beheerder van het gewestelijk transmissienet van de netgebruikers kan verkrijgen. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft recht op de aanvullende informatie die hij nodig acht omwille van de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het gewestelijk transmissienet. § 2. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet verwittigt onverwijld de beheerder van het gewestelijk transmissienet over een wijziging in zijn installaties indien deze een aanpassing vergt van de eerder meegedeelde informatie. Art. 7.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek : 1. de algemene voorwaarden van de contracten die afgesloten moeten worden krachtens het technisch reglement;2. de procedures die van toepassing zijn en waarnaar het technisch reglement verwijst;3. de nodige formulieren voor de uitwisseling van de informatie conform het technisch reglement;4. de toegangstarieven tot het gewestelijk transmissienet. § 2. Zonder afbreuk te doen aan het niet publiceren van vertrouwelijke of commercieel gevoelige gegevens en informatie waarvan hij kennis heeft krachtens het technisch reglement, waakt de beheerder van het gewestelijk transmissienet erover om aan eenieder die dat wenst, en eventueel via Internet, de nuttige informatie voor de gebruikers van het gewestelijk transmissienet beschikbaar te stellen, en met name de algemene voorwaarden, de modelcontracten en de formulieren die voorzien worden in het technisch reglement. Art. 8.§ 1. Een kennisgeving of mededeling die gedaan wordt krachtens het technisch reglement moet schriftelijk zijn, volgens de vormen en voorwaarden voorzien in art. 2281 van het Burgerlijk Wetboek, met identificatie van de afzender en de bestemmeling. Behoudens andersluidende bepaling bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet het formaat van de documenten waarin deze informatie wordt uitgewisseld. § 2. In afwijking van § 1 gebeurt het neerleggen, het mededelen of het kennisgeven met betrekking tot informatie betreffende de uitwisseling van elektriciteit in het kader van de exploitatie van het gewestelijk transmissienet door gebruik te maken van elektronische middelen voor de uitwisseling van gegevens die bepaald worden door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 3. In geval van nood mag informatie mondeling uitgewisseld worden. Deze moet dan zo snel mogelijk bevestigd worden conform § 1 en 2. § 4. De commerciële informatie die uitgewisseld wordt via e-mail wordt afgeleverd met een bewijs van verzending, volgens een protocol dat bepaald wordt door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 5. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag technische en organisatorische maatregelen opstellen betreffende de uit te wisselen informatie om toe te zien op de vertrouwelijkheid ervan zoals bepaald in afdeling 1.3.2. Art. 9.§ 1. Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepaling daaromtrent in het technisch reglement, zetten de beheerder van het gewestelijk transmissienet, de gebruikers van het gewestelijk transmissienet, de leveranciers en de personen betrokken bij de gewestelijke elektriciteitstransmissie zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig het technisch reglement mee te delen. § 2. De termijnen aangegeven in het technisch reglement worden gerekend van middernacht tot middernacht. Ze beginnen te lopen op de werkdag die volgt op de dag van de ontvangst van de expliciete kennisgeving zoals bedoeld in artikel 8; bij afwezigheid van deze laatste beginnen de termijnen te lopen op de werkdag die volgt op de dag waarop kennis genomen werd van de gebeurtenis die er aanleiding toe geeft. De termijnen omvatten de vervaldag. Art. 10.De neerleggingen, mededelingen of kennisgevingen waarvan sprake in het technisch reglement worden geldig uitgevoerd op het laatste adres dat de bestemmeling voor dat doel meedeelde. Art. 11.De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de drager waarop hij de registers bijhoudt voorzien door het technisch reglement. Indien de registers worden bijgehouden op een informaticadrager neemt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de nodige maatregelen om minstens één identieke kopie op een identieke drager veilig bij te houden. Afdeling 1.3.2. - Vertrouwelijkheid Art. 12.Een persoon die informatie meedeelt krachtens het technisch reglement geeft aan welke informatie vertrouwelijk of commercieel gevoelig is. De bestemmeling ervan mag ze niet aan derden meedelen, behalve in de volgende gevallen : 1. De mededeling aan derden is vereist in het kader van een gerechtelijke procedure of wordt opgelegd door de overheid.2. Wettelijke of reglementaire bepalingen leggen de verspreiding of de mededeling van de informatie in kwestie op.3. De persoon van wie de informatie afkomstig is, gaf op voorhand zijn toestemming.4. De informatie is gewoonlijk openbaar toegankelijk of beschikbaar.5. De mededeling van de informatie door de beheerder van het gewestelijk transmissienet is onontbeerlijk omwille van een technische of veiligheidsreden of voor het beheer van het gewestelijk transmissienet of voor het overleg met andere netbeheerders.De derde die bestemmeling is van deze informatie verzekert er de vertrouwelijkheid van. HOOFDSTUK 1.4. - Toegang van personen tot de installaties Afdeling 1.4.1. Veiligheid van personen en goederen. Art. 13.De wettelijke en reglementaire bepalingen inzake veiligheid van goederen en personen, met inbegrip van de normatieve regels zoals onder meer het "ARAB" en het "AREI » alsook de norm NBN EN 50110-1 "Exploitatie van elektrische installaties" en de norm NBN EN 50110-2 "Exploitatie van elektrische installaties (nationale bijlagen)" en hun eventuele latere wijzigingen, zijn van toepassing op iedere persoon die op het gewestelijk transmissienet tussenkomt, met inbegrip van de beheerder van het gewestelijk transmissienet, de gebruikers van het transmissienet, de leveranciers, de evenwichtsverantwoordelijken, de andere netbeheerders en hun respectievelijke personeel evenals derden die tussenkomen op het gewestelijk transmissienet op verzoek van voornoemde personen. Afdeling 1.4.2. - Toegang van personen tot de installaties van de beheerder van het gewestelijk transmissienet Art. 14.§ 1. De toegang van personen tot de installaties waarop de beheerder van het gewestelijk transmissienet een eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de beheerder van het gewestelijk transmissienet en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft een permanent of, onmiddellijk op mondeling verzoek, toegangsrecht tot de installaties waarop hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in een eigendom van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 3. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet die de toegang van personen tot één van zijn installaties onderwerpt aan specifieke toegangsprocedures of bijzondere veiligheidsvoorschriften, stelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet daarvan op de hoogte. Bij ontstentenis volgt de beheerder van het gewestelijk transmissienet zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 1.4.3. - Toegang van personen tot de installaties van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet Art. 15.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft toegang tot de aansluitingen en de installaties die functioneel deel uitmaken van het gewestelijk transmissienet om er een inspectie, een test, een interventie of een handeling uit te voeren of te organiseren. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft toegang tot de installaties die het gewestelijk transmissienet beïnvloeden om er een inspectie uit te voeren of te organiseren. § 3. Indien de situatie het toelaat, wordt de toegang bedoeld in §§ 1 en 2 minstens 3 werkdagen op voorhand door de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet gemeld; bovendien wordt het moment van toegang, indien de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet door de geplande inspectie, test, interventie of handeling beïnvloed kunnen worden in hun werking of exploitatie, bepaald in overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 4. Alvorens een toegang bedoeld in § 1 en 2 uit te voeren, meldt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet welke veiligheidsvoorschriften van toepassing zijn. Bij ontstentenis volgt de beheerder van het gewestelijk transmissienet zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 1.4.4. - Werken aan het gewestelijk transmissienet of aan de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet Art. 16.§ 1. Wanneer hij van oordeel is dat de veiligheid of de betrouwbaarheid van het gewestelijk transmissienet dat noodzakelijk maakt, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet een gebruiker van het gewestelijk transmissienet in gebreke stellen om een installatie aan te passen waarop deze laatste een eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De ingebrekestelling beschrijft de noodzakelijke werken, de reden ervoor en de uitvoeringstermijn. Bij ontstentenis van uitvoering binnen de vastgelegde termijn, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de werken uitvoeren op kosten van de in gebreke blijvende gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 2. Wanneer de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet dat noodzakelijk maakt, mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet een gebruiker van het gewestelijk transmissienet vragen om een installatie aan te passen waarop deze laatste een eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De beheerder van het gewestelijk transmissienet motiveert zijn verzoek en bepaalt, na overleg met de ge- bruiker van het gewestelijk transmissienet, de noodzakelijke werken voor de gevraagde aanpassing evenals de uitvoeringstermijn ervan. Bij ontstentenis van uitvoering binnen de vastgelegde termijn mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet de werken uitvoeren op kosten van de in gebreke blijvende gebruiker van het gewestelijk transmissienet. HOOFDSTUK 1.5. - Noodsituaties Afdeling 1.5.1. - Definitie van noodsituaties Art. 17.Wordt beschouwd als een noodsituatie : 1. een geval van overmacht, in het bijzonder : 1° natuurrampen voortvloeiende uit aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere klimatologisch uitzonderlijke situaties, 2° een nucleaire of chemische explosie en zijn gevolgen, 3° de niet-geplande onbeschikbaarheid van de installaties, met inbegrip van een meervoudige incidentsituatie, een computervirus, een computercrash om redenen andere dan ouderdom of het gebrek aan onderhoud van deze installaties, 4° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid voor het gewestelijk transmissienet om elektriciteit te vervoeren omwille van storingen binnen de regelzone veroorzaakt door elektriciteitsstromen in een andere regelzone of tussen twee of meerdere andere regelzones en waarvan de identiteit van de marktdeelnemers betrokken bij deze energiestromen niet gekend is en redelijkerwijze niet gekend kan zijn door de beheerder van het gewestelijk transmissienet, 5° de onmogelijkheid het gewestelijk transmissienet te gebruiken omwille van een collectief geschil dat aanleiding geeft tot een eenzijdige maatregel van de werknemers of groepen werknemers of elk ander arbeidsgeschil, 6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, criminele dwang en bedreigingen van dezelfde aard, 7° al dan niet verklaarde staat van oorlog, een oorlogsdreiging, een invasie, een gewapend conflict, blokkade, revolutie of opstand, 8° een maatregel van hogerhand;2. een situatie die voortvloeit uit de overmacht en waarin uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen getroffen moeten worden om de gevolgen van de overmacht het hoofd te bieden om de veilige en betrouwbare werking van het gewestelijk transmissienet te handhaven of te herstellen;3. een situatie die als dusdanig bepaald wordt door de bevoegde overheid en waardoor deze overheid uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen mag opleggen aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet of aan de gebruikers van het gewestelijk transmissienet om de veilige en betrouwbare werking van het gewestelijk transmissienet te handhaven of te herstellen;4. een situatie die het gevolg is van een voorval dat, hoewel het niet beschouwd kan worden als overmacht volgens de huidige stand van de rechtspraak en rechtsleer, overeenkomstig de overtuiging van de beheerder van het gewestelijk transmissienet of de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, een dringende en doelgerichte tussenkomst vergt van de beheerder van het gewestelijk transmissienet om de veilige en betrouwbare werking van het gewestelijk transmissienet te handhaven of te herstellen of om andere schade te verhinderen. Afdeling 1.5.2. - Handelingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet in noodsituaties Art. 18.§ 1. In noodsituatie, ongeacht de persoon die ze inriep, of wanneer de beheerder van het gewestelijk transmissienetwerk redelijkerwijs van oordeel is dat een noodsituatie zich op korte termijn kan voordoen, stelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet alle handelingen die hij nodig acht teneinde de gevolgen van de noodsituatie voor de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet te verhelpen. De uitvoeringsmodaliteiten van die handelingen worden aangegeven in de contracten gesloten krachtens het technisch reglement en in overeenstemming daarmee. § 2. De handelingen die de beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt in het kader van § 1 verbinden alle betrokken personen. § 3. Niettegenstaande § 1, indien een noodsituatie tezelfdertijd betrekking heeft op het transmissienet en het gewestelijk transmissienet, worden de handelingen bedoeld in § 1 gesteld conform het federaal technisch reglement en de technische regels uitgevaardigd door de Unie voor de Coördinatie van het Transport van Elektriciteit (UCTE). Afdeling 1.5.3. - Opschorting van de verplichtingen Art. 19.§ 1. Een niet-financiële verplichting die onuitvoerbaar wordt door het zich voordoen van een noodsituatie, wordt opgeschort tijdens de duur ervan. § 2. De persoon van wie een verplichting opgeschort wordt krachtens § 1, meldt deze opschorting aan de betrokken derden alsook de redenen en de redelijkerwijs voorspelbare duur van de opschorting; hij moet alle middelen waarover hij beschikt in het werk stellen om de duur en de gevolgen van de opschorting tot een minimum te beperken. TITEL 2. - Planning van het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 2.1. - Algemene bepalingen Art. 20.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt een investeringsplan op om de continuïteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading op het gewestelijk transmissienet te verzekeren op basis van de informatie die hij conform deze titel ontvangt. Het investeringsplan loopt over een periode van zeven jaar; het wordt jaarlijks aangepast voor de zeven volgende jaren en ten laatste op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan de periode van het plan meegedeeld aan de Dienst. De eerste periode van deze plannen begint op 1 januari 2004. § 2. Het plan omvat een gedetailleerde raming van de behoeften inzake capaciteit van de gewestelijke transmissie, met vermelding van de onderliggende hypothesen, en vermeldt het investeringsprogramma dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet voorziet om aan deze behoeften te voldoen. HOOFDSTUK 2.2. - Mededeling van gegevens aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet Art. 21.§ 1. De planningsgegevens zijn deze zoals voorzien in hoofdstuk 8.1. § 2. Jaarlijks en op eigen initiatief delen de gebruikers van het gewestelijk transmissienet aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet, volgens een kalender die door deze laatste wordt vastgelegd, hun beste raming van de beschikbare planningsgegevens betreffende de 7 jaren die volgen op let lopende jaar mee. § 3. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet kan de beheerder van het gewestelijk transrnissienet andere nuttige informatie meedelen die niet vermeld wordt onder de planningsgegevens. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft, mits een gemotiveerd verzoek, het recht op aanvullende gegevens van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet of van een betrokken derde die niet vermeld worden onder de planningsgegevens, en die hij nodig acht om te voldoen aan zijn verplichtingen om een investeringsplan op te stellen. Na overleg met de betrokken persoon legt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de redelijke termijn vast binnen dewelke deze aanvullende gegevens hem medegedeeld worden. Art. 22.De gebruiker van het gewestelijk transmissienet die overweegt om een productie-eenheid die aangesloten is op het gewestelijk transmissienet in gebruik te nemen of buiten gebruik te stellen, deelt aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet ten laatste twaalf maanden voor de daadwerkelijke verwezenlijking van die ingebruikname of buitengebruikstelling de gegevens mee die geïdentificeerd worden aan de hand van afkortingen in hoofdstuk 8.1. Deze kennisgeving houdt geen erkenning in van het akkoord of de weigering van de beheerder van het gewestelijk transmissienet noch van de finale beslissing van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet wat zijn voornemen betreft. HOOFDSTUK 2.3. - Onvolledige of onjuiste gegevens Art. 23.Indien de beheerder van het gewestelijk transmissienet van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens of de aanvullende gegevens onvolledig, onnauwkeurig, verkeerd of onredelijk is, heeft hij recht op de betrokken correcties of aanvullende gegevens van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. Na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de redelijke termijn waarbinnen deze correcties en aanvullende gegevens hem moeten worden meegedeeld. Art. 24.De gebruiker van het gewestelijk transmissienet die niet in staat is om de gegevens overeenkomstig artikel 21 tot artikel 23 ter kennis te geven, stelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet hiervan op de hoogte en motiveert de redenen van de onvolledige kennisgeving. Art. 25.De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan niet aansprakelijk gehouden worden voor de gevolgen voor het investeringsplan van fouten of weglatingen in de planningsgegevens die hij ontving of van de laattijdige kennisgeving van deze gegevens. TITEL 3. - Aansluiting op het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 3.1. - Algemene bepalingen Art. 26.Titel 3 is van toepassing : 1° op de aansluitingen, ongeacht de persoon die er een eigendoms- of gebruiksrecht op heeft en niettegenstaande de technische specificaties en de gebruiks- en onderhoudswijzen van de meetuitrustingen omschreven in titel 5;2° op de installaties die het gewestelijk transmissienet beïnvloeden;3° op de installaties die door een directe lijn aangesloten zijn of die deel uitmaken van een directe lijn;4° op de installaties die functioneel deel uitmaken van het gewestelijk transmissienet. Art. 27.§ 1. Niettegenstaande artikel 28, artikel 68 en artikel 95, beheert en onderhoudt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of een door hem gemandateerde derde de installaties waarop hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft. § 2. Afwijkend van § 1, is alleen de beheerder van het gewestelijk transmissienet of een door hem gemandateerde persoon, bevoegd om een tussenkomst of een handeling uit te voeren op een installatie die functioneel deel uitmaakt van het gewestelijk transmissienet; de kosten voor de tussenkomsten en handelingen zijn voor rekening van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet wanneer ze op zijn verzoek uitgevoerd werden of wanneer ze hun oorsprong vinden in diens andere installaties. § 3. Afwijkend van § 1 bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de exploitatie- en onderhoudsprocedures van de installaties die het gewestelijk transmissienet beïnvloeden. Art. 28.§ 1. Alleen de beheerder van het gewestelijk transmissienet is bevoegd om het gewestelijk transmissienet en het gedeelte van een aansluiting waarop hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft uit te breiden, te wijzigen, te versterken, te onderhouden en te exploiteren. § 2. De aanvragen voor een nieuwe aansluiting of voor de plaatsing van een nieuwe aansluitingsinstallatie worden ingediend bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet door elke persoon die een geldig document kan voorleggen dat bewijst dat hij beschikt of zal beschikken, in eigendom of in gebruik, over alle rechten met betrekking tot het beheer, het gebruik, het versterken en de overdracht van deze installaties. Art. 29.§ 1. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet dient de beheerder van het gewestelijk transrnissienet toe te laten om gratis diens aansluitingsuitrusting of diens installaties die functioneel deel uitmaken van het gewestelijk transmissienet te gebruiken ten voordele van een andere gebruiker van het gewestelijk transmissienet, zonder afbreuk te doen aan het recht van de toekennende persoon om een compensatie te verkrijgen van de begunstigde. § 2. Wanneer een aansluitingsuitrusting opgesteld is of voorzien is opgesteld te worden op een terrein dat niet de eigendom is van de beheerder van het gewestelijk transmissienet en waarop een gebruiker van het gewestelijk transmissienet een gebruiksrecht heeft : 1° indien de aansluitingsuitrusting volledig of gedeeltelijk toegekend is aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, stelt deze gratis aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet een ruimte beschikbaar conform de voorwaarden die deze stelt en waarvan de plaats in overleg wordt bepaald;2° de gebruiker van het gewestelijk transmissienet neemt alle bepalingen die men redelijkerwijze van hem kan verwachten om schade te voorkomen aan het gewestelijk transmissienet, aan de aansluitingen en aan de installaties van een andere gebruiker van het gewestelijk transmissienet;3° wanneer het technisch mogelijk is, ziet de gebruiker van het gewestelijk transmissienet erop toe dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet aanvullende aansluitingsuitrustingen kan plaatsen, zonder afbreuk te doen aan het recht op een eerlijke vergoeding van de eigenaar van het betrokken terrein door de gebruiker van de aanvullende aansluiting;4° de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ziet erop toe dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet het recht en de mogelijkheid heeft om de gehele aansluitingsuitrusting of een gedeelte ervan te vervangen;5° de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ziet erop toe dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de eigendoms-, gebruiks-, toegangs- en effectieve controlerechten van de beheerder van het gewestelijk transmissienet op de aansluitingsuitrusting. § 3. De uitvoeringsmodaliteiten van § 1 en 2 worden bepaald in het aansluitingscontract. HOOFDSTUK 3.2. - Technische voorschriften Afdeling 3.2.1. - Algemene voorschriften Onderafdeling 3.2.1.A. - Algemeenheden Art. 30.De technische voorschriften die in deze titel omschreven worden, zijn voornamelijk gericht op de volgende doeleinden : 1° ertoe bijdragen dat de exploitatievoorwaarden van het gewestelijk transmissienet die van toepassing zijn of gepland zijn op het aansluitingspunt, voldoende zijn om de aansluitingen, de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet en desgevallend een uitbreiding van het gewestelijk transmissienet, op te nemen, zonder afbreuk te doen aan de goede werking van het gewestelijk transmissienet of de installaties van andere gebruikers van het gewestelijk transmissienet en zonder schadelijke terugwerkende kracht, met name vanuit het standpunt van de stabiliteit, harmonischen, interharmonischen, onevenwicht, flicker, snelle spanningswijzigingen, kortsluitstroom aangevoerd op het gewestelijk transmissienet of de installaties van andere gebruikers van het gewestelijk transmissienet;2° de harmonieuze ontwikkeling bevorderen van het gewestelijk transmissienet. Art. 31.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de technische normen, technische verslagen en andere referentieregels die van toepassing zijn op aansluitingsuitrustingen en installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet. Deze normen, verslagen en regels worden vermeld in het aansluitingscontract en moeten gemakkelijk door derden geraadpleegd kunnen worden, bijvoorbeeld via een Internet-site. Een wijziging aangebracht in een norm is van toepassing op bestaande aansluitingsuitrustingen en op bestaande installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet indien de norm of een wettelijke bepaling dit voorzien en geen wijziging vergt van de contracten die gesloten werden krachtens het technisch reglement. § 2. De algemene technische minimumvoorschriften van toepassing op aansluitingsuitrustingen en installaties van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet worden gepreciseerd in hoofdstuk 8.2. Art. 32.§ 1. De aansluitingsvelden zijn uitgerust met beveiligingen teneinde een fout selectief uit te schakelen binnen een maximum toegelaten tijdsinterval, waarin inbegrepen de tijd voor de werking van de vermogenschakelaar en het doven van de boog, zoals gepreciseerd in hoofdstuk 8.3. Deze beveiligingen worden door de beheerder van het gewestelijk transmissienet gepreciseerd in het aansluitingscontract. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag, desgevallend en mits motivering, specifieke voorschriften opleggen aan een aansluiting in functie van de bijzondere lokale kenmerken van het gewestelijk transmissienet. § 3. Elektrische installaties die gevoed worden door afzonderlijke aansluitingen mogen niet onderling verbonden worden, behoudens voorafgaandelijke toelating van de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt na raadpleging van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in het technisch reglement, de technische minimumeisen en regelparameters die tot uitvoering gebracht moeten worden met betrekking tot de aansluiting op het gewestelijk transmissienet waarvan onder meer : 1° het eendraadsschema met inbegrip van het eerste aansluitingsveld vanaf het gewestelijk transmissienet, de structuur van de post waarvan dit veld deel uitmaakt en de railstellen van deze post;2° de technisch-functionele minimumkenmerken van de aansluitingsuitrustingen. § 5. De netbeheerder bepaalt na raadpleging van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet op het eendraadsschema onder meer : 1° de aansluitingspunten;2° het punt van interface;3° de injectie- en/of afnamepunten;4° de meetpunten. § 6. De technische minimumeisen, de regelparameters en de andere bepalingen bedoeld in §§ 5 en 6 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 53. Art. 33.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de technisch-functionele minimumvereisten aan te wenden voor de uitrustingen van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet teneinde de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet te waarborgen. Deze functionele minimumvereisten hebben betrekking : 1° op de effecten teweeggebracht door de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ter hoogte van het punt van interface in termen van de : (
- a)maximale eenfasige en driefasige kortsluitvermogens die de installatie van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet kan injecteren in het gewestelijk transmissienet;(
- b)maximale foutafschakeltijd door de hoofd- en reservebeveiligingen;(
- c)nulpuntschakeling van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet (aarding, aardingsimpedanties, wikkelingschakelschema van de transformatoren);(
- d)maximaal toegelaten niveaus van storingsemissies geïnjecteerd in het gewestelijk transmissienet door de installatie van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet;2° op de technische karakteristieken van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aangesloten op het spanningsniveau van het punt van interface of, bij ontbreken van dergelijke installaties, bijvoorbeeld in geval de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet beginnen met een spanningstransformatie, op de technische karakteristieken van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aangesloten op het eerste spanningsniveau rechtstreeks verbonden met het spanningsniveau van het punt van interface via een enkele transformatie, in termen van : (
- a)isolatieniveau;(
- b)nominale kortsluitstroom;(
- c)onderbrekingsvermogen van de vermogenschakelaars.3° in het algemeen op elke uitrusting die een niet verwaarloosbare invloed kan hebben op de kwaliteit van de spanning of storingen in het gewestelijk transmissienet kan veroorzaken;4° op de telecommunicatiemiddelen te installeren bij de gebruiker van het gewestelijk transmissienet.5° na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, (
- a)op de vergrendelingen en de automatismen te installeren bij de gebruiker van het gewestelijk transmissienet;(
- b)op de technische oplossingen en de regelparameters aan te wenden in het kader van de reddingscode en de heropbouwcode. § 2. De technische eisen, de regelparameters en de andere bepalingen bedoeld in § 1 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 53. Art. 34.De gebruiker van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het gewestelijk transmissienet bepalen in overleg, voor de aspecten die niet geregeld worden door het technisch reglement en die verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet : 1° Het eendraadsschema van de structuur van het net van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, dat omvat : (
- a)de spanningsniveaus van de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet die het (
- de)punt(
- en)van interface bevat(ten);(
- b)de mogelijke verbindingen tussen de verschillende aansluitingen, met inbegrip van de transformatoren, evenals de eventuele verbindingen met de productie-installaties;(
- c)de eventuele apparatuur voor het compenseren van reactieve energie;(
- d)de definitie van de wikkelingschakelschema's, de nominale spanningen en de eventuele regelstanden van de transformatoren die verschillende aansluitingen kunnen verbinden;(
- e)de uitrustingen aangesloten op deze spanningsniveaus die storingen kunnen teweegbrengen.2° De eventuele automatische wederinschakeling van luchtlijnen. 3° De exploitatiewijzen van de hoofdaansluiting en de noodaansluiting. Art. 35.De gebruiker van het gewestelijk transmissieniet deelt uit eigen beweging aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet de informatie mee met betrekking tot zijn installaties die een impact hebben op de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het elektrisch systeem, waaronder onder meer : 1° de kenmerken van de compensatietoestellen gesitueerd in de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet;2° de aanvoer van kortsluitvermogen vanuit de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of, bij het ontbreken daarvan, het totale vermogen van de motoren geïnstalleerd in de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of, bij het ontbreken daarvan, de proportie van de belasting van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet dat aangewend wordt voor de voeding van motoren op wisselstroom. Art. 36.Indien de toestand van het gewestelijk transmissienet een wijziging ondergaat kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet eisen dat de gebruiker van het gewestelijk transmissienet op zijn kosten de noodzakelijke aanpassingen aanbrengt aan de beveiligingen in zijn installaties om hun selectiviteit te behouden. Onderafdeling 3.2.1.B. - Storingen en schade Art. 37.§ 1. De installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet mogen geen bron zijn van risico's, schade of storingen aan de installaties van de beheerder van het gewestelijk transmissienet of van derden. § 2. Behoudens een verkeerde handeling van de beheerder van het gewestelijk transmissienet is enkel de gebruiker van het gewestelijk transmissienet aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn installaties. Op dit vlak waarborgt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de beheerder van het gewestelijk transmissienet tegen handelingen van derden. § 3. Enkel de beheerder van het gewestelijk transmissienet is aansprakelijk voor directe schade veroorzaakt door zijn installaties en die het resultaat is van een zware fout van zijnentwege. Art. 38.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet wendt alle middelen aan die hem redelijkerwijze beschikbaar zijn opdat de spanning op een aansluitingspunt minstens overeenkomstig zou zijn met de norm EN 50160. De norm EN 50160 geldt voor alle spanningsniveaus waarvoor dit technisch reglement van toepassing is. § 2. Het toegelaten niveau van storingen op het gewestelijk transmissienet veroorzaakt door de aansluitingsuitrustingen en de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet wordt bepaald door de normen die algemeen toegepast worden door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 61000-3-6 en CEI 61000-3-7. § 3. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet stelt alle aangepaste middelen in het werk zodanig dat de installaties waarvan hij het beheer heeft geen storende verschijnselen veroorzaken op het gewestelijk transmissienet die de grenzen gepreciseerd in § 2 of in het aansluitingscontract over- schrijden of die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet verstoren of die leiden tot een bijkomende afname van reactieve energie, bepaald in artikel 83 of in het aansluitingscontract. Bij ontstentenis mag de beheerder van het gewestelijk transmissienet mits een motivering van zijn beslissing voornoemde middelen in het werk stellen ten laste van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. Onderafdeling 3.2.1.C. - Identificatie van de uitrustingen Art. 39.§ 1. Een aansluitingsuitrusting wordt geïdentificeerd volgens een code opgesteld door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de uitrustingen die deel uitmaken van de installaties van deze laatste die geidentificeerd worden volgens de code bedoeld in § 1. § 3. De uitrustingen bedoeld in §§ 1 en 2 worden voorzien van een plaat die hun code vermeldt. Afdeling 3.2.2. - Bijkomende voorschriften voor de aansluiting van een productie-eenheid Art. 40.De aanvullende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden worden gespecificeerd in hoofdstuk 8.4. Art. 41.§ 1. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het gewestelijk transmissienet komen, voor de aspecten die niet vermeld staan in het technisch reglement en die een impact lesben op de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet, technische minimumvereisten en regelparameters overeen voor de productie-installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, waaronder onder meer : 1° het werkingsdomein van de generator op het actief-reactief diagram in functie van de exploitatiespanning;2° de aanpassing van de turbineregelaar aan het eilandbedrijf van de productie-eenheid : mogelijkheid en moment van het eilandbedrijf;3° het regelbereik van de versterking van de snelheidsregelaar;4° het reactief statisme; 5° de statische en dynamische stabiliteit;6° de weerstand aan een spanningsdip van de generator en van de hulpdiensten;7° het bekrachtigingsplafond;8° de synchronisatie met het gewestelijk transmissienet bij normale en buitengewone exploitatie;9° de mogelijkheid van de productie-eenheid tot het leveren van ondersteunende diensten;10° de mogelijkheid van gemeenschappelijke storingen (inbegrepen de controle en bediening) van productiegroepen die meerdere productie-eenheden met gemeenschappelijke hulpdiensten en productie-eenheden met gecombineerde cyclus omvatten;11° de Power System Stabiliser (PSS);12° de opvoertransformator : vermogen, wikkelverhouding, kortsluitingspanning, aarding van het nulpunt, beperking van de eenfasige kortsluitstroom. § 2. De technische minimumeisen, de regelparameters en de andere bepalingen bedoeld in § 1 worden gespecificeerd in het aansluitingscontract. Art. 42.Indien productie-eenheden met hetzelfde aansluitingspunt verbonden worden, is het technisch reglement op elk van hen afzonderlijk van toepassing. Art. 43.De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt in overleg met de Dienst de technische voorschriften op, aangepast aan de productie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, en aangepast aan kwaliteitswarmtekrachtkoppelingseenheden. Deze technische voorschriften moeten gemakkelijk door derden geraadpleegd kunnen worden, bijvoorbeeld via een Internet-site. HOOFDSTUK 3.3. - Procedures betreffende een aansluiting Afdeling 3.3.1. - Oriëntatiestudie Art. 44.§ 1. De aanvragen voor de oriëntatiestudie van een nieuwe aansluiting of de aanpassing van een bestaande aansluiting, van een aansluitingsuitrusting of de exploitatiewijze ervan moeten ingediend worden bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 2. Een aanvraag voor een oriëntatiestudie bevat volgende gegevens : 1° de identiteit en de gegevens van de studieaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, het maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel en de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen;2° de geografische ligging en het vermogen van de voorgenomen aansluiting; 3° het aanvraagformulier voor de oriëntatiestudie, verkrijgbaar bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet, behoorlijk ingevuld, met de algemene technische gegevens en de technologische parameters van de voorgenomen aansluiting, als dusdanig geïdentificeerd in hoofdstuk 8.1, 4° de verbintenis van de studieaanvrager om het tarief voor de oriëntatiestudie te betalen. § 3. Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de oriëntatiestudieaanvraag ziet de beheerder van het gewestelijk transmissienet na of de aanvraag volledig is en meldt hij de studieaanvrager welke informatie of documenten eventueel nog ontbreken waarbij hij de termijn aangeeft om zijn aanvraag te vervolledigen. § 4. Indien de beheerder van het gewestelijk transmissienet oordeelt dat de oriëntatiestudieaanvraag onredelijk is met betrekking tot de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet, meldt hij dit aan de aanvrager binnen dezelfde termijn met vermelding van de motieven. § 5. De beheerder van het gewestelijk transmissienet meldt de oriëntatiestudieaanvrager de volledigheid of onvolledigheid van zijn oriëntatiestudieaanvraag. Art. 45.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet evalueert een volledige oriëntatiestudieaanvraag onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet;2° de goede werking van het gewestelijk transmissienet voor wat betreft de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet;3° de noodzaak om de harmonieuze ontwikkeling te bevorderen van het gewestelijk transmissienet.4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname;5° het naleven van de wet en de ordonnantie;6° het naleven van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van een vereiste transportcapaciteit voor de bevoorrading van de toekomstige behoeften betreffende openbare dienstverplichtingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen. § 2. De studie kan betrekking hebben op andere punten die bepaald zijn in samenspraak tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de oriëntatiestudieaanvrager. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan aan de oriëntatiestudieaanvrager binnen een termijn van tien werkdagen bijkomende gegevens opvragen noodzakelijk voor het onderzoeken van de oriëntatiestudieaanvraag. Art. 46.Het indienen van een oriëntatiestudieaanvraag en het onderzoek ervan door de beheerder van het gewestelijk transmissienet geeft geen aanleiding tot enige verplichting in hoofde van deze laatste om een capaciteitsreservering te bepalen of toe te kennen zoals bedoeld in artikel 49. De oriëntatiestudie doet geen afbreuk aan de uiteindelijke opties die zullen genomen worden in het eventuele aansluitingscontract. Art. 47.§ 1. Zo spoedig mogelijk en ten laatste 40 werkdagen na het indienen van de oriëntatiestudieaanvraag, onder voorbehoud van de verlenging van deze termijn als gevolg van de eventuele toepassing van artikel 44, § 3, meldt de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de aanvrager het resultaat van zijn oriëntatiestudie evenals de onderstaande technische gegevens of andere overeen te komen informatie : 1° een schema van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;2° in voorkomend geval, de specifieke technische, wettelijke of andere beperkingen verbonden aan de ligging van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;3° in voorkomend geval de noodzakelijke elementen voor het met de wet en met de ordonnantie in conformiteit brengen van de aansluitingsuitrustingen en de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of de voorgenomen aanpassingen;4° in voorkomend geval de noodzaak om over te gaan tot een studie van filter- en compensatietoestellen of naar de stabiliteit van het gewestelijk transmissienet;5° in voorkomend geval een indicatieve evaluatie van eventuele versterkingen die aangebracht moeten worden aan het gewestelijk transmissienet voor de voorgenomen aansluiting of aanpassing en een indicatieve evaluatie van de hiervoor normaal vereiste duur;6° een indicatieve evaluatie van de termijnen voor de verwezenlijking van de voorgenomen aansluitings- of aanpassingswerken;7° een indicatieve schatting van de uitvoeringskosten van de voorgenomen aansluitings- of aanpassingswerken; § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan geheel of gedeeltelijk de aanvraag weigenen om technische informatie bedoeld in § 1 te bezorgen wanneer de oriëntatiestudieaanvrager niet binnen een redelijke termijn de bijkomende gegevens heeft verstrekt die door de beheerder van het gewestelijk transmissienet gevraagd worden. In dat geval geeft de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de oriëntatiestudieaanvrager kennis van zijn gemotiveerde weigering. Afdeling 3.3.2. - Aansluitingsaanvraag en aansluitingsvoorstel artikel 48 § 1. De uitvoering van een nieuwe aansluiting, de wijziging van een bestaande aansluiting of van een installatie die het gewestelijk transmissienet beïnvloedt of van hun wijze van exploitatie, is on- derworpen aan het indienen bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet van een aansluitingsaanvraag. De aanvragende persoon wordt hieronder de "aansluitingsaanvrager" genoemd. § 2. De aansluitingsaanvraag bevat de volgende gegevens : 1 ° de identiteit en de gegevens van de aansluitingsaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, haar maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel en de kopij van hun statuten, alsmede de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen; 2° de geografische ligging, het vermogen en de gedetailleerde technische kenmerken van de voorgenomen aansluiting en van de aan het gewestelijk transmissienet aan te sluiten installaties; 3° het behoorlijk ingevuld "aansluitingsformulier", verkrijgbaar bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet, met alle technische gegevens geïdentificeerd in hoofdstuk 8.1, 4° voor de aanvragen van een nieuwe aansluiting of de wijziging van een bestaande aansluiting een document dat staaft dat artikel 28 § 2 wordt nageleefd;5° zijn verbintenis om het tarief verbonden met het detailonderzoek betreffende een nieuwe aansluiting of betreffende de aanpassing aan een bestaande aansluiting te betalen. § 3. Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de aansluitingsaanvraag ziet de beheerder van het gewestelijk transmissienet na of de aanvraag volledig is en meldt hij de aansluitingsaanvrager welke informatie of documenten eventueel nog ontbreken waarbij hij de termijn aangeeft om zijn aanvraag te vervolledigen. Art. 49.§ 1. Als de beheerder van het gewestelijk transmissienet een aansluitingsaanvraag volledig acht, kent hij de aansluitingsaanvrager een capaciteitsreservering toe hierbij rekening houdend met de gevraagde capaciteit en de ligging van de aansluiting. § 2. In afwijking van § 1 geschiedt de toekenning van een capaciteit in het kader van een aansluitingsaanvraag voor een productie-eenheid en tot aan de kennisgeving van het aansluitingsvoorstel bedoeld in artikel 52, door de levering door de aansluitingsaanvrager van het bewijs van een voorafgaandelijke verklaring of vergunning overeenkomstig artikel 4 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten. Art. 50.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet beoordeelt een aansluitingsaanvraag onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet;2° de goede werking van het gewestelijk transmissienet voor wat betreft de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet;3° de noodzaak om de harmonieuze ontwikkeling te bevorderen van het gewestelijk transmissienet;4° de reeds bestaande aansluitingen en de bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname;5° het naleven van de wet en de ordonnantie;6° het naleven van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van de noodzakelijke transportcapaciteit voor de bevoorrading van de toekomstige behoeften in verband met openbare dienstverplichtingen volgens de wettelijke bepalingen, 8° de voorrang, in de mate van het mogelijke en rekening houdende met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling gebruiken. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan binnen een redelijke termijn aan de aansluitingsaanvrager bijkomende gegevens vragen die hij noodzakelijk acht voor het onderzoek van een aansluitingsaanvraag. Art. 51.§ 1. Binnen de zestig werkdagen na ontvangst van de behoorlijk ingevulde aanvraag in de zin van artikel 48 § 3 onderzoeken de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager samen de technische informatie verstrekt door de aansluitingsaanvrager in zijn aansluitingsaanvraag en komen ze technische oplossingen overeen die gepreciseerd worden in het aansluitingscontract. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet meldt aan de aansluitingsaanvrager het resultaat van het onderzoek van diens aansluitingsaanvraag. § 3. Wanneer een aansluitingsaanvraag niet voorafgegaan werd door een oriëntatiestudie-aanvraag die ingediend werd conform artikel 44 en volgende, wordt de termijn bedoeld in § 1 verlengd met 30 werkdagen. § 4. De termijn bedoeld in § 1 kan in samenspraak tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager verlengd worden wanneer de complexiteit van de aansluitingsaanvraag dat vereist. § 5. Bij ontstentenis van technische oplossingen die conform zijn aan de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet binnen de termijnen voorzien in §§ 1 tot 3, neemt de aansluitingsprocedure een einde zonder het afsluiten van een aansluitingscontract en brengt de annulatie van de capaciteitsreservering zoals bedoeld in artikel 49 met zich mee. Art. 52.§ 1. Ten laatste binnen de 30 werkdagen volgend op het afsluiten van een akkoord over de technische oplossingen zoals bedoeld in artikel 51 brengt de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de aansluitingsaanvrager een aansluitingsvoorstel ter kennis dat als basis dient voor het afsluiten van een aansluitingscontract. § 2. De termijn bedoeld in § 1 kan in onderling overleg tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager verlengd worden indien de complexiteit van de aansluitingsaanvraag of het aantal te bestuderen wijzigingen dat vereist. Afdeling 3.3.3. - Aansluitingscontract Art. 53.§ 1. Het in gebruik nemen van een nieuwe aansluiting, de aanpassing van een bestaande aansluiting, of de aanpassing van een installatie die het gewestelijk transmissienet beïnvloedt of de aanpassing van hun wijze van exploitatie, die een impact kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid of de doeltreffendheid van het gewestelijk transmissienet, zijn onderworpen aan het afsluiten door de aansluitingsaanvrager van een aansluitingscontract of desgevallend van een aanhangsel aan een bestaand aansluitingscontract. § 2. Op verzoek van de aansluitingsaanvrager kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet een wijziging van een bestaande aansluiting of van een installatie van de aansluitingsaanvrager of van hun wijze van exploitatie als minder belangrijk bestempelen; de beheerder van het gewestelijk transmissienet motiveert zijn eventuele weigering. In afwijking van § 1 kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet een minder belangrijke aanpassing toestaan zonder het afsluiten van een aanhangsel aan het aansluitingscontract. In ieder geval wordt de aansluitingsaanvrager niet vrijgesteld van het verkrijgen van het conformiteitsattest van de aansluiting zoals bedoeld in artikel 57 § 3. Art. 54.§ 1. Ten laatste binnen de 30 werkdagen volgend op de kennisgeving van het aansluitingsproject bedoeld in artikel 52 sluiten de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager een aansluitingscontract volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 53 tot artikel 55. § 2. Bij ontstentenis van een aansluitingscontract binnen de termijn bedoeld in § 1 neemt de aansluitingsprocedure een einde en wordt de capaciteitsreservering bedoeld in artikel 49 geannuleerd. Art. 55.§ 1. Het aansluitingscontract bevat tenminste de volgende elementen : 1° de algemene bepalingen met betrekking tot :
- a)het bewijs van de financiële solvabiliteit van de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- b)de modaliteiten voor het invorderen door of voor de beheerder van het gewestelijk transmissienet van eventueel onbetaalde sommen van de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- c)de betalingsmodaliteiten, voorwaarden en termijnen van de facturen geadresseerd aan de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- d)de bepalingen betreffende de confidentialiteit van de commerciële informatie betreffende de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- e)de regeling van geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage;
- f)de algemene bepalingen die de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet dient te nemen in een noodsituatie;
- g)de modaliteiten en voorwaarden voor ontbinding en schorsing van het aansluitingscontract conform het technisch reglement;
- h)de modaliteiten van tijdelijke intrekking van conformiteit bedoeld in artikel 57 § 3 en de maximale duur van deze intrekking in geval van toepassing van de maatregelen voorzien in artikel 66;
- i)de toepasselijke procedure en de maatregelen die genomen kunnen worden door de beheerder van het gewestelijk transmissienet wanneer een aansluitingsuitrusting of een aangesloten installatie schade kan berokkenen aan de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet of van een installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet;
- j)de opschortende voorwaarde voorzien in artikel 57;2° de bijzondere voorwaarden inzake onder meer :
- a)de identiteit en de gegevens van de partijen alsook deze van hun respectievelijke vertegenwoordigers;
- b)de duur van het aansluitingscontract;
- c)de financiële waarborgen te leveren door de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- d)de identificatie van de aansluiting en onder meer zijn geografische ligging en nominale spanning;
- e)het maximum schijnbaar vermogen van de aansluiting;
- f)het aansluitingsschema en de exploitatiewijzen van de aansluiting;
- g)de identificatie van de aansluitingsuitrustingen en van de installaties van de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- h)de modaliteiten met betrekking tot de conformiteit van de aansluitingsuitrustingen en de installaties van de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- i)de bepalingen met betrekking tot de eigendoms- en gebruiksrechten op de aansluiting;
- j)de bepalingen en de specificaties door de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet of zijn installaties minimaal na te leven, onder meer inzake technische eigenschappen, de metingen en tellingen, de wijzigingen van de exploitatiewijzen, het onderhoud, de functionaliteiten van de beveiligingen, de veiligheid van personen en goederen;
- k)bepalingen betreffende de toegankelijkheid van de aansluitingsuitrustingen en de installaties van de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- l)de mogelijkheid en de modaliteiten om het vermogen op het injectie- of het afnamepunt te wijzigen of te onderbreken;
- m)in voorkomend geval de specifieke maatregelen genomen door de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet om zijn installaties ongevoelig voor spanningsdips te maken;
- n)in voorkomend geval, de specifieke bepalingen betreffende de kwaliteit;
- o)in voorkomend geval, de specifieke bepalingen betreffende de levering van ondersteunende diensten door de medecontractant van de beheerder van het gewestelijk transmissienet;
- p)de modaliteiten en uitvoeringstermijnen voor de aansluiting;
- q)de modaliteiten van de tenlasteneming van de kosten opgelopen door de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager betreffende de controle van de aansluitingen en van de installaties van de aansluitingsaanvrager, conform artikel 55, artikel 69 en artikel 70. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt in het aansluitingscontract bijkomende technische specificaties bij § 1 opdat een productie-eenheid een ondersteunende dienst zou mogen leveren aan het gewestelijk transmissienet. § 3. Het sluiten van het aansluitingscontract verhindert de beheerder van het gewestelijk transmissienet niet om, bij gemotiveerde kennisgeving, de minimale technische vereisten en regelparameters opgemaakt voor het beveiligingsschema van de aansluiting te herzien, dit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het gewestelijk transmissienet. Art. 56.Bij overdracht van eigendom of gebruik van een installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet sluit de overnemer zo snel mogelijk een aansluitingscontract af. Afdeling 3.3.4. - Ingebruikname van een aansluiting Art. 57.§ 1. Twee voorwaarden die vereist zijn voor de ingebruikname van een aansluiting zijn de conformiteit van deze en van de installaties van de aansluitingsaanvrager met de voorschriften van het technisch reglement en van het aansluitingscontract, en de controle door afdoende tests op de afwezigheid van risico op schade of storing die de ingebruikname van de aansluiting zou veroorzaken aan het gewestelijk transmissienet of aan de installaties van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet of aan de kwaliteit van de spanning. § 2. Voor het onderzoek van de voorwaarden bedoeld in § 1 levert de aansluitingsaanvrager aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet de gegevens betreffende zijn installaties zoals gespecificeerd in hoofdstuk 8.1 en de beheerder van het gewestelijk transmissienet mag tests uitvoeren op deze installaties. De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsaanvrager komen een procedure, een kalender en de middelen voor het uitvoeren van de tests overeen. Bij ontstentenis van akkoord neemt de beheerder van het gewestelijk transmissienet een redelijke beslissing die hij ter kennis geeft aan de aansluitingsaanvrager met zijn motivering. De beheerder van het gewestelijk transmissienet deelt eveneens het resultaat van de tests mee aan de aansluitingsaanvrager. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt in voorkomend geval de naleving van de voorwaarden bedoeld in § 1 vast en deelt dit mee aan de aansluitingsaanvrager in de vorm van een conformiteitsattest. § 4. Indien het onderzoek of de tests bedoeld in § 2 de niet-conformiteit aantonen van een installatie met het technisch reglement of met het aansluitingscontract brengt de aansluitingsaanvrager op zijn kosten aan de installatie de vereiste wijzigingen aan binnen een termijn vastgelegd door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 5. De tests bedoeld in § 2 evenals nieuwe tests uitgevoerd na de eventuele wijzigingen bedoeld in § 4 zijn voor rekening van de aansluitingsaanvrager. Art. 58.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de aansluitingsvrager staan elk voor hun eigen respectievelijke aansluitingsuitrustingen in voor het indienen van de nodige aanvragen voor het verkrijgen van de vergunningen en toelatingen nodig voor de exploitatie ervan. Daartoe staan de aansluitingsaanvrager en de beheerder van het gewestelijk transmissienet elkaar indien nodig bij. § 2. Noch de beheerder van het gewestelijk transmissienet, noch de aansluitingsaanvrager is verantwoordelijk voor de gevolgen van de afwezigheid van vergunning of toelating bedoeld in § 1, met inbegrip van een weigering of een vertraging van de bevoegde instantie bij het afleveren van de vergunningen of toelatingen. Art. 59.Een aansluiting kan slechts in gebruik genomen worden indien de leverancier en de evenwichtsverantwoordelijke, aangesteld door de aansluitingsaanvrager conform artikel 71, geregistreerd werden voor deze aansluiting in het toegangsregister bedoeld in artikel 71. Art. 60.De kosten voor de ingebruikname van een aansluiting zijn voor rekening van de aansluitingsaanvrager. Afdeling 3.3.5. - Buitengebruikstelling en ontmanteling van een aansluiting Art. 61.§ 1. Op verzoek van een betrokken persoon en mits voorafgaandelijke kennisgeving aan de betrokken personen kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet een aansluiting die niet langer gebruikt wordt, buiten gebruik stellen, behoudens bezwaar van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet die verklaart dat de aansluiting als noodoplossing dient voor hem en die aanvaardt bij te dragen in de onderhoudskosten van de aansluiting volgens de modaliteiten overeen te komen met de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 2. De buitengebruikstelling van een aansluiting gebeurt door het intrekken van het conformiteitsattast bedoeld in artikel 57 § 3. § 3. Een buiten gebruik gestelde aansluiting kan opnieuw in gebruik genomen worden op de voorwaarden van artikel 57 en volgende. Art. 62.§ 1. Op verzoek van een betrokken persoon kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet overgaan tot de ontmanteling van een aansluiting die al een jaar buiten gebruik is, mits de voorafgaandelijke goedkeuring van de betrokken derden; een persoon die bezwaar aantekent tegen een ontmanteling moet akkoord gaan om bij te dragen in de onderhoudskosten van de aansluiting volgens de modaliteiten overeen te komen met de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 2. De ontmanteling van een aansluiting en het opnieuw in oorspronkelijke staat brengen van de lokalen, toegangswegen en terreinen zijn ten laste van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. Afdeling 3.3.6. - Overgangsbepalingen Art. 63.Tot het sluiten van een aansluitingscontract blijven de eerdere overeenkomsten conform het technisch reglement betreffende een bestaande aansluiting van toepassing. HOOFDSTUK 3.4. - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 3.4.1. - Algemene bepalingen Art. 64.Die gebruiker van het gewestelijk transmissienet en de eigenaar van aangesloten installaties zien erop toe alle schade aan de aansluiting, het gewestelijk transmissienet en de installaties van een andere gebruiker van het gewestelijk transmissienet te voorkomen; zij waarborgen de technische vaardigheid van hun personeel. Afdeling 3.4.2. - Conformiteit van de aansluiting Art. 65.§ 1. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet of een eigenaar van aangesloten installaties geeft de beheerder van het gewestelijk transmissienet onmiddellijk kennis van een schade, een afwijkingen of een niet-conformiteit met de wettelijke of reglementaire voorschriften die hij redelijkerwijs kan vaststellen. § 2. Zo snel mogelijk na de kennisgeving bedoeld in § 1 begeeft de beheerder van het gewestelijk transmissienet zich ter plaatse om de maatregelen te onderzoeken die genomen moeten worden om de gemelde afwijking op te lossen. Art. 66.§ 1. Wanneer een aansluitingsuitrusting of een installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet niet conform is met het technisch reglement of het aansluitingscontract kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet na overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet het attest van de conformiteit van de aansluiting bedoeld in artikel 57 § 3 voor een bepaalde periode intrekken, mits motivering. § 2. Het conformiteitsattest ingetrokken conform § 1 kan pas opnieuw afgeleverd worden na het conform maken en het realiseren van afdoende tests, conform artikel 70. Afdeling 3.4.3. - Levering van ondersteunende diensten Art. 67.§ 1. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet voorstellen om een ondersteunende dienst te leveren indien zijn installaties conform zijn het technisch reglement en het aansluitingscontract, en onder meer met de voorschriften voor het leveren van ondersteunende diensten. § 2. Middels de uitvoering van afdoende tests kent de beheerder van het gewestelijk transmissienet een recht toe aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet bedoeld in § 1 om een ondersteunende dienst te leveren. Dit recht wordt periodiek vernieuwd mits herhaling van afdoende tests. § 3. Wanneer de werking van een productie-eenheid niet conform is met het technisch reglement of reet het contract voor ondersteunende diensten, en dit feit wordt bijvoorbeeld vastgesteld tijdens het meten van de prestaties in courante exploitatie, meldt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de terugtrekking van de bevoegdheid bedoeld in § 2 met motivering. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kent alleen een nieuwe bevoegdheid toe conform § 2. § 4. Het aansluitingscontract specificeert de tests bedoeld in § 2 en geeft aan van welke partij zij ten laste zijn. Afdeling 3.4.4. - Testen op de aansluitingen en op de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet Onderafdeling 3.4.4.A. - Testen gevraagd en uitgevoerd door een gebruiker van het gewestelijk transmissienet Art. 68.§ 1. Een gebruiker van het gewestelijk transmissienet mag niet zonder de voorafgaandelijke toestemming van de beheerder van het gewestelijk transmissienet een test uitvoeren op een aansluitingsuitrusting of een installatie die het gewestelijk transmissienet beïnvloedt. De aanvraag tot toelating wordt gemotiveerd en vermeldt minstens de betrokken installatie, de technische informatie over de gevraagde test, de aard ervan, de beoogde procedure en de kalender. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet evalueert de impact van een test aangevraagd conform § 1 op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet en de installaties van de gebruikers van het gewestelijk transmissienet; daartoe kan hij van de toelatingsaanvrager de nodige bijkomende informatie bekomen. De beheerder van het gewestelijk transmissienet meldt de aanvrager vervolgens zijn akkoord of zijn weigering, deze laatste moet gemotiveerd zijn. § 3. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet bedoeld in § 1 is verantwoordelijk voor de test die onder zijn gezag wordt uitgevoerd; hij houdt de beheerder van het gewestelijk transmissienet op de hoogte van de vooruitgang van de tests evenals van alle veranderingen ten opzichte van de toestemmingsaanvraag bedoeld in § 1. § 4. Het in uitvoering brengen van een test bedoeld in § 1 en de daarbij horende uitrustingen zijn voor rekening van de aanvrager. § 5. Een akkoord gegeven conform § 2 ontslaat de aanvrager van de tests niet van de verplichtingen die voortvloeien uit het technisch reglement en de contracten die krachtens dat reglement gesloten zijn. Onderafdeling 3.4.4. B. - Testen uitgevoerd door de beheerder van het gewestelijk transmissienet op aanvraag van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet in geval van elektrische storing Art. 69.§ 1. Niettegenstaande artikel 70 informeert de gebruiker van het gewestelijk transmissienet die storingen op zijn installaties vermoedt of vaststelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet daarvan zo snel mogelijk. § 2. In de gevallen zoals bedoeld in § 1 komen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de uit te voeren testen op de betrokken installaties en op andere installaties waarop zij dat nodig achten overeen. Bij ontstentenis van akkoord neemt de beheerder van het gewestelijk transmissienet een redelijke beslissing die hij ter kennis geeft aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet voert de testen uit bedoeld in § 2 en meldt de resultaten ervan aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 4. Indien de tests bedoeld in § 2 een gebrek aantonen in hoofde van de beheerder van het gewestelijk transmissienet, van een andere gebruiker van het gewestelijk transmissienet of van een derde, staat de in gebreke blijvende partij in voor de kosten van de testen bedoeld in § 2 en de daarbij horende uitrustingen. In het andere geval zijn deze kosten voor rekening van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet bedoeld in § 1. § 5. Wanneer het rapport bedoeld in § 3 een niet-conformiteit aantoont met het technisch reglement of de contracten gesloten krachtens dat reglement, dan brengt de in gebreke blijvende partij onverwijld en op zijn kosten de nodige wijzigingen aan op de betrokken installaties. Onderafdeling 3.4.4. C. - Conformiteitstesten uitgevoerd door de beheerder van het gewestelijk transmissienet Art. 70.§ 1. Voor redenen verbonden met de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet de conformiteit van een aansluiting en een installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet met het technisch reglement of met het aansluitingscontract controleren. Daarvoor kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet onder meer : 1° zonder uitstel de hiervoor noodzakelijke gegevens van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet verkrijgen;2° de aansluiting en de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet controleren;3° testen op de installaties van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet uitvoeren of laten uitvoeren in geval van een vermoeden van niet-conformiteit ervan. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet komen een procedure, een kalender en de middelen voor het uitvoeren van de tests bedoeld in § 1 overeen. Bij ontstentenis van akkoord neemt de beheerder van het gewestelijk transmissienet een beslissing die hij ter kennis geeft en motiveert aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 3. Het resultaat van de testen bedoeld in § 1 en 2 wordt zonder verwijl aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet doorgegeven. Indien een niet-conforme werking wordt vastgesteld, zijn de kosten van de testen en de daarbij horende uitrustingen voor rekening van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. TITEL 4. - Toegang tot het gewestelijk transmissienet HOOFDSTUK 4.1. - Algemeenheden Art. 71.§ 1. Per toegangspunt bepaalt de gebruiker van het gewestelijk transmissienet een leverancier en een evenwichtsverantwoordelijke voor een periode van minstens drie maanden. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet houdt een toegangsregister bij waarin per toegangspunt de toegangshouder en de personen aangesteld als leverancier en evenwichtsverantwoordelijke conform § 1 worden genoteerd. § 3. Een verandering van evenwichtsverantwoordelijke of leverancier is slechts tegenstelbaaraan de beheerder van het gewestelijk transmissienet indien deze ten laatste tien werkdagen op voorhand gesneld werd door de toegangshouder volgens een procedure gespecificeerd in het toegangscontract bedoeld in artikel 73. § 4 In afwijking van § 1, kan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet per toegangspunt meerdere evenwichtsverantwoordelijken aanstellen overeenkomstig de betreffende bepalingen van het federaal technisch reglement Art. 72.§ 1. In afwijking van artikel 71 en met betrekking tot een toegangspunt waar een belasting volledig of gedeeltelijk gevoed wordt door een lokale productie-eenheid kan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet een evenwichtsverantwoordelijke belast met de afname en een evenwichtsverantwoordelijke belast met de injectie aanstellen. § 2. Indien beroep gedaan wordt op § 1, voorziet het toegangscontract één van de twee volgende mogelijkheden : - ofwel is de toegangsverantwoordelijke belast met de afname verantwoordelijk voor de energie verbruikt door de belasting en is de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie verantwoordelijk voor de energie geproduceerd door de lokale productie-eenheid door middel van afzonderlijke tellingen voor de zo verbruikte of geproduceerde energie; - ofwel is enerzijds de evenwichtsverantwoordelijke belast met de injectie verantwoordelijk tijdens de meetperiodes tijdens dewelke de balans van de uitgewisselde energie met het gewestelijk transmissienet overeenstemt met een injectie en is anderzijds de evenwichtsverantwoordelijke belast met de afname verantwoordelijk tijdens de meetperiodes tijdens dewelke de balans van de uitgewisselde energie met het gewestelijk transmissienet overeenstemt met een afname; de bedoelde meetperiodes zijn deze waarvan sprake in artikel 112. HOOFDSTUK 4.2. - Toegangscontract Art. 73.§ 1. De toegang tot het gewestelijk transmissienet is ondergeschikt aan het bestaan en de conforme uitvoering van een toegangscontract tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en een gebruiker van het gewestelijk transmissienet, of zijn leverancier of zijn evenwichtsverantwoordelijke; deze ondertekenende partij wordt "toegangshouder" genoemd. § 2. Het toegangscontract bevat tenminste de volgende elementen : 1° de algemene bepalingen met betrekking tot :
- a)het bewijs van de financiële solvabiliteit van de medecontractant van de netbeheerder;
- b)de modaliteiten voor het invorderen door of voor de netbeheerder van eventueel onbetaalde sommen van de medecontractant van de netbeheerder;
- c)de betalingsmodaliteiten, voorwaarden en termijnen van de facturen geadresseerd aan de medecontractant van de netbeheerder;
- d)de bepalingen betreffende de confidentialiteit van de commerciële informatie betreffende de medecontractant van de netbeheerder;
- e)de regeling van geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage;
- f)de algemene bepalingen die de medecontractant van de netbeheerder dient te nemen in een noodsituatie;2° de bijzondere voorwaarden inzake onder meer :
- a)de identiteit en de gegevens van de partijen alsook deze van hun respectievelijke vertegenwoordigers;
- b)de duur van het toegangscontract;
- c)de financiële waarborgen te leveren door de medecontractant van de netbeheerder;
- d)het onderschreven vermogen voor elk van de injectie- enlof afnamepunten;
- e)de identiteit en de gegevens van de evenwichtsverantwoordelijke en de leverancier aangeduid door de medecontractant van de netbeheerder evenals het bewijs van deze aanduiding;
- f)de bepalingen betreffende de compensatie van actieve verliezen in het net. Art. 74.§ 1. Het sluiten van een toegangscontract is ondergeschikt aan het voorafgaandelijk indienen van een aanvraag van een toegangscontract, "toegangsaanvraag" genaamd, bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet volgens een procedure die door deze laatste moet worden vastgelegd. § 2. Een toegangsaanvraag bevat onder meer 1. de identiteit van de aanvrager, hierna "toegangsaanvrager" genoemd;2. de datum waarop het toegangscontract tot het gewestelijk transmissienet van kracht moet worden;3. de aangeduide evenwichtsverantwoordelijke(
- n)en hun respectievelijke leverancier 4.Voor iedere evenwichtsverantwoordelijke een verklaring van de in artikel71 § 1 bedoelde contractuele relatie; 5. de lijst met toegangspunten met, per toegangspunt,
- a)in voorkomend geval de lijst met aangesloten productie-eenheden;
- b)het onderschreven vermogen;in voorkomend geval het onderschreven vermogen voor de injectie en dat voor de afname. § 3. Binnen de vijf werkdagen volgend op de indiening van een toegangsaanvraag ziet de beheerder van het gewestelijk transmissienet na of de aanvraag volledig is. Indien deze onvolledig is, meldt de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de toegangsaanvrager de gegevens of documenten die ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. Art. 75.§ 1. De procedure bedoeld in artikel 74 § 1 specificeert de voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een toegangsaanvraag door de beheerder van het gewestelijk transmissienet. De volgende voorwaarden zijn noodzakelijk : 1. naargelang het geval toont de toegangsaanvrager zijn hoedanigheid van leverancier of zijn inaanmerkingkoming aan als gebruiker van het gewestelijk transmissienet in de zin van art.13 en volgende van de ordonnantie 2. de personen aangeduid als evenwichtsverantwoordelijken komen voor in het register van toegangsverantwoordelijken;3. er bestaat een aansluitingscontract voor de aansluitingspunten die overeenstemmen met de toegangspunten;4. de onderschreven vermogens zijn niet groter dan de overeenkomstige aansluitingsvermogens;5. de toegangsaanvrager garandeert aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet dat tijdens de duur van het toegangscontract de afnamen en injecties gedekt zullen worden door een leveringscontract. § 2. Een volledige toegangsaanvraag moet ten laatste op de 203e van de tweede maand voorafgaand aan het verstrekken van de toegang bij de beheerder van het gewestelijk transmissienet toekomen. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan van de toegangsaanvrager de noodzakelijke bijkomende informatie opvragen om de toegangsaanvraag te onderzoeken. § 4. Binnen de twaalf werkdagen na de ontvangst van een toegangsaanvraag overhandigt de beheerder van het gewestelijk transmissienet aan de toegangsaanvrager een ontwerp van toegangscontract of meldt hem in voorkomend geval zijn gemotiveerde weigering. HOOFDSTUK 4.3. - Operationele aspecten Afdeling 4.3.1. - Algemene bepalingen Art. 76.De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt de technische en economische middelen waarover hij beschikt in het werk om de elektriciteitsstromen op het gewestelijk transmissienet op een veilige, betrouwbare en efficiënte manier te beheren en het actief vermogen over te brengen in overeenstemming met het onderschreven vermogen op elk toegangspunt. Art. 77.§ 1. Een tussenkomst of een handeling van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet wijzigt is onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de beheerder van het gewestelijk transmissienet; in voorkomend geval wordt de gemotiveerde weigering van de beheerder van het gewestelijk transmissienet gemeld aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 2. Het actief vermogen daadwerkelijk afgenomen of geïnjecteerd op een aansluiting ter hoogte van een toegangspunt door een gebruiker van het gewestelijk transmissienet mag niet groter zijn dan het aansluitingsvermogen vermeld in het aansluitingscontract. Indien het schijnbaar vermogen niet gemeten wordt, wordt rekening gehouden met een vermogensfactor cos cp gelijk aan 0,95 op het geïnjecteerd of afgenomen vermogen. Afdeling 4.3.2. - Richtlijn voor het actief vermogen Art. 78.§ 1. De evenwichtsverantwoordelijke voor een injectiepunt overhandigt de producent de waarden van de productiestelwaarden en meldt deze terzelfdertijd aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het transmissienet. § 2. De evenwichtsverantwoordelijke deelt onverwijld aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het transmissienet de informatie mee die de procedures voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden mogelijks kan beinvloeden. § 3. Indien de beheerder van het gewestelijk transmissienet of de beheerder van het transmissienet van mening zijn dat waarden van de productiestelwaarden bedoeld in § 1 de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet of het transmissienet in gevaar kunnen !rengen, deelt de beheerder van het transmissienet aan de evenwichtsverantwoordelijke de wijzigingen in de productiestelwaarden mee die deze laatste onverwijld laat toepassen op de productieeenheden, conform het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden. § 4. De toepassing van § 3 stelt de gebruikers van het gewestelijk transmissienet niet vrij van hun verplichtingen voortvloeiend uit het technisch reglement of de contracten gesloten met de beheerder van het gewestelijk transmissienet. § 5. De evenwichtsverantwoordelijke draagt de kosten opgelopen door de beheerder van het gewestelijk transmissienet wanneer het geïnjecteerd vermogen op een injectiepunt afwijkt van de productiestelwaarden, in voorkomend geval gewijzigd volgens § 3. Afdeling 4.3.3. - Onderbreking van de toegang Art. 79.De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag, mits voorafgaandelijk overleg met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet, een toegang onderbeken indien de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet of een aansluiting de uitvoering vergt van werken op het gewestelijk transmissienet of op een aansluiting. Dat overleg vindt plaats minstens vijf werkdagen op voorhand behoudens noodsituatie. De beheerder van het gewestelijk transrnissienet informeert de gebruiker van het gewestelijk transmissienet en zijn leverancier van het begin en de waarschijnlijke duur van de onderbreking van de toegang. Art. 80.Hij een onvoorziene onderbreking van een toegang informeert de beheerder van het gewestelijk transmissienet, op verzoek, de gebruiker van het gewestelijk transmissienet over de aard, de oorsprong en de geschatte duur van de onderbreking. Afdeling 4.3.4. - Toegangsweigering Art. 81.De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan mits motivatie de toegang tot het gewestelijk transmissienet volledig of gedeeltelijk weigeren : 1. in noodsituatie;2. indien de goede werking van het gewestelijk transmissienet of de veiligheid van personen of goederen ernstig bedreigd wordt;3. indien de gebruiker van het gewestelijk transmissienet zich niet aan het technisch reglement houdt. Afdeling 4.3.5. - Toegangsprogramma Art. 82.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stelt op basis van het afgenomen of geïnjecteerd vermogen of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria de toegangspunten vast waarvoor een dagelijks toegangsprogramma vereist is. § 2. De procedures die van toepassing zijn op de dagelijkse toegangsprogramma's worden bepaald door het federaal technisch reglement. Afdeling 4.3.6. - Afname van reactieve energie Art. 83.§ 1. Per afnamepunt kent de beheerder van het gewestelijk transmissienet de toegangshouder een afnamerecht toe, per tijdsinterval, van een forfaitaire hoeveelheid reactieve energie, in inductief regime en capacitief regime, gelijk aan de grootste van de twee volgende waarden : hetzij 32,9 % van de afgenomen actieve energie, hetzij 3,29 % van het product van het onderschreven vermogen op het afnamepunt met de duur van het tijdsinterval. § 2. De reactieve energie betreffende de werking in inductief stelsel en de werking in capacitief stelsel wordt afzonderlijk verrekend en maken niet het voorwerp uit van onderlinge compensatie. § 3. De eventuele positieve verschillen tussen enerzijds de daadwerkelijk in capacitief regime en in inductief regime afgenomen reactieve energie en anderzijds de forfaitaire hoeveelheid toegekend conform dit artikel zijn voor rekening van de toegangshouder volgens het overeenkomstige tarief. § 4. Voor de toepassing van dit artikel bedraagt het tijdsinterval een kwartier. Afdeling 4.3.7. - Uitwisseling van gegevens Art. 84.De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet overhandigen elkaar in reële tijd en continu gegevens over de positie van de schakelaars en de metingen van het actief en reactief vermogen; de modaliteiten van deze gegevensuitwisseling worden bepaald in het aansluitingscontract. Afdeling 4.3.8. - Abnormale werking Art. 85.§ 1. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet informeert de beheerder van het gewestelijk transmissienet onverwijld over een abnormale werking van één van zijn installaties die onmiddellijk of op termijn de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net kan beïnvloeden. Hij verstrekt onverwijld de door de beheerder van het gewestelijk transmissienet gevraagde bijkomende informatie. § 2. Zo snel mogelijk na een volledige of gedeeltelijke niet-geplande uitval van een productie-eenheid die in aanmerking wordt genomen voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden door de beheerder van het gewestelijk transmissienet zoals bedoeld in artikel 87 meldt de evenwichtsverantwoordelijke dit aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het transmissienet met vermelding van de reden en de beste inschatting van de duur van de uitval. § 3. Zonder afbreuk te doen aan de confidentialiteit bedoeld in artikel 12 deelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet onverwijld aan de betrokken gebruikers van het gewestelijk transmissie- net de relevante informatie mee waarvan hij kennis heeft en betreffende een abnormale werking van het gewestelijk transmissienet met betrekking tot de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het gewestelijk transmissienet. § 4. De maatregelen genomen door de beheerder van het gewestelijk transmissienet die noodzakelijk zijn om te verhelpen aan een storing, een abnormale werking of een kritieke situatie van de installaties van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet of om de verspreiding van deze afwijkingen tegen te gaan, zijn prioritair. § 5. Niettegenstaande artikel 19 stelt het in uitvoering brengen van de maatregelen bedoeld in § 4 de gebruiker van het gewestelijk transmissienet niet vrij van zijn verplichtingen die voortvloeien uit het technisch reglement en de contracten gesloten met de beheerder van het gewestelijk transmissienet. Afdeling 4.3.9. - Interventiemaatregelen in geval van noodsituatie Art. 86.§ 1. In geval van een noodsituatie zoals bepaald in artikel 17 die door toepassen van de regels van de kunst aangepast aan de omstandigheden en met de middelen die ter beschikking staan van de beheerder van het gewestelijk transmissienetwerk niet kan hersteld worden, ongeacht of deze noodsituatie door de beheerder van het gewestelijk transmissienet zelf, een gebruiker van het gewestelijk transmissienet, een toegangshouder, een andere netbeheerder of een betrokken derde wordt ingeroepen, beoordeelt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de noodsituatie en kan hij de nodige handelingen stellen, en onder meer : 1° de levering van actief of reactief vermogen van een productie-eenheid laten wijzigen;2° het wijzigen of onderbreken van een afname op een afnamepunt conform het contract dat de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of de toegangshouder verbindt;3° een koppelpunt openen;4° het in werking stellen van de reddingscode en, inzonderheid, de afnamen wijzigen of onderbreken volgens het afschakelplan bepaald in het federaal technisch reglement. § 2. De maatregelen genomen krachtens § 1 zijn tijdelijk en prioritair; de beheerder van het gewestelijk transmissienet kan ze zonder voorafgaande kennisgeving wijzigen zolang de noodsituatie aanhoudt; hij meldt ze zonder verwijl aan de Dienst. Afdeling 4.3.10. - Coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden Art. 87.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het transmissienet komen overeen welke productie-eenheden aangesloten op het gewestelijk transmissienet in overweging genomen dienen te worden voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden door de beheerder van het transmissienet. Voor deze eenheden wordt een contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden gesloten tussen de beheerder van het transmissienet en de evenwichtsverantwoordelijke. § 2. De coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden is conform het federaal technisch reglement. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het transmissienet verlenen elkaar de nodige bijstand bij de uitvoering van de §§ 1 en 2. HOOFDSTUK 4.4. - Ondersteunende diensten Afdeling 4.4.1. - Regeling van de spanning en het reactief vermogen Art. 88.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de voorschriften op het vlak van beschikbaarheid en levering van de regeling van de spanning en het reactief vermogen; hij specificeert deze in contracten voor ondersteunende diensten gesloten middels een procedure van veiling of aanbesteding. § 2. Een productie-eenheid onderworpen aan een contract voor ondersteunende diensten bedoeld in § 1 beschikt over het reactief vermogen overeenkomstig voornoemd contract; binnen de daarin voorgeschreven limieten onthoudt de producent zich ervan de werking van de primaire spanningsregelaar te belemmeren en hij houdt zich aan de productiestelwaarden voor reactief vermogen meegedeeld door de beheerder van het gewestelijk transmissienet; de beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt in het contract voor ondersteunende diensten de technische middelen die in het werk gesteld moeten worden voor de communicatie van de productiestelwaarden voor reactief vermogen. § 3. Wanneer de regeling van de spanning en het reactief vermogen ter beschikking gesteld van de beheerder van het gewestelijk transmissienet conform § 1 en 2 niet volstaat om de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net te behouden, stellen de producenten, houder van een aansluitingscontract, op verzoek van de beheerder van het gewestelijk transmissienet een regeling van de spanning beschikbaar en leveren ze het reactief vermogen aan een redelijke prijs op basis van criteria vastgelegd door de CREG. In dit geval bepaalt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de reactieve energie die een productie-eenheid ter beschikking stelt en, desgevallend levert aan het gewestelijk transmissienet. Afdeling 4.4.2. - Congestiebeheer Art. 89.§ 1. De middelen waarover de beheerder van het gewestelijk transmissienet beschikt om de doelstelling vastgelegd in artikel 76 te behalen zijn onder meer : 1. in overleg met de beheerder van het transmissienet het coördineren van de inschakeling van de productie-eenheden conform artikel 78;2. het voorzien van de onderbreking van de afname of het onderbreken van de afname van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet volgens de contractuele bepalingen die overeengekomen werden tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of de evenwichtsverantwoordelijke door deze aangesteld;3. het inroepen van een noodsituatie conform artikel 17 en volgende. § 2. De modaliteiten voor de onderbreking van de afname bedoeld in § 1 worden contractueel overeengekomen tussen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet of de evenwichtsverantwoordelijke. In dit laatste geval levert de evenwichtsverantwoordelijke aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet het bewijs dat hij de vermogensonderbreking op het toegangspunt in kwestie kan mobiliseren. Afdeling 4.4.3. - Compensatie van de verliezen van het gewestelijk transmissienet Art. 90.De beheerder van het gewestelijk transmissienet levert de ondersteunende dienst van de compensatie van verliezen. Afdeling 4.4.4. - Ondersteunende diensten geleverd aan de beheerder van het transmissienet Art. 91.§ 1. De ondersteunende diensten geleverd door een gebruiker van het gewestelijke transmissienet aan de beheerder van het transmissienet zijn conform het federaal technisch reglement. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet verleent de nodige bijstand aan de beheerder van het transmissienet voor de controle op de beschikbaarheid en de levering van de ondersteunende diensten bedoeld in § 1. TITEL 5. - Metingen HOOFDSTUK 5.1. - Algemene bepalingen Afdeling 5.1.1. - Kader Art. 92.Deze titel beschrijft de rechten en verplichtingen van de beheerder van het gewestelijk transmissienet en van de andere betrokken personen, en die enerzijds betrekking hebben op het beschikbaar stellen, de installatie, het gebruik en het onderhoud van meetsystemen en anderzijds op het opnemen, het verwerken en het beschikbaar stellen van de meetwaarden. Afdeling 5.1.2. - Algemene principes Art. 93.Elk toegangspunt geeft aanleiding tot een telling indien deze noodzakelijk is voor het bepalen van de actieve of reactieve energie die er geïnjecteerd of afgenomen wordt. Art. 94.§ 1. Zonder afbreuk te doen aan de bestaande situatie of aan andersluidende contractuele bepalingen is de beheerder van het gewestelijk transmissienet eigenaar van het meetsysteem. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet heeft op een meetsysteem een gebruiksrecht ook wanneer, in afwijking van § 1, de gebruiker van het gewestelijk transmissienet er de eigenaar van is. In dit laatste geval leeft de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de bepalingen betreffende de meetsystemen gespecificeerd in het technisch reglement en de contracten gesloten krachtens dit technisch reglement na en doet deze naleven. Art. 95.§ 1. De installatie van de meetuitrustingen wordt verwezenlijkt conform het technisch reglement en de contracten gesloten krachtens dit technisch reglement. § 2 In afwijking van artikel 27 bepalen de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de verantwoordelijke voor de installatie en het onderhoud van de meetuitrustingen. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet is bevoegd om de meetsystemen te exploiteren alsook om de meetwaarden te verzamelen, te valideren, mee te delen en te archiveren. De betrokken personen treffen de noodzakelijke maatregelen ter naleving van de van kracht zijnde confidentialiteitsregels. § 4. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt in het aansluitingscontract de locatie van de meetsystemen, die onder meer geïnstalleerd worden : 1 ° op elke aansluiting, koppelpunt en productie-eenheid zodra een meetsysteem noodzakelijk is om de actieve of reactieve energie te bepalen op dat punt; 2° op de aansluiting of installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet wanneer deze installatie een ondersteunende dienst levert aan het gewestelijk transmissienet;3° op elke aansluiting of installatie van een gebruiker van het gewestelijk transmissienet zodra de beheerder van het gewestelijk transmissienet van mening is dat deze installatie of de wijze van exploitatie ervan de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net kan verstoren. § 5. De contracten gesloten krachtens het technisch reglement bepalen onder meer de regels met betrekking tot de meetsystemen zoals de technische conformiteitscriteria en de regels betreffende de indienstname en het gebruik van de meetsystemen, de transmissie en het beschikbaar stellen van de meetwaarden, de toegang tot de installaties en de betalingsmodaliteiten. § 6. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet staat in voor de kost van de geleverde diensten, en de daarbij horende uitrustingen, conform deze titel en de contracten gesloten krachtens het technisch reglement. § 7. De beheerder van het gewestelijk transmissienet beheert het bestand, in de zin van de wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, voor de verwerking van de gegevens van persoonlijke aard; de gegevens van persoonlijke aard hebben zowel betrekking op fysieke als op rechtspersonen. HOOFDSTUK 5.2. - Bepalingen betreffende de meetsystemen Afdeling 5.2.1. - Algemene bepalingen Art. 96.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag in het meetsysteem een uitrusting integreren die hij nuttig acht voor het uitvoeren van zijn opdracht, met name met het oog op het meten van kwaliteitsindexen van de spanning of van de stroom. § 2. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet en de beheerder van het gewestelijk transmissienet mogen in hun installaties en op hun kosten de toestellen plaatsen die zij nuttig achten om de nauwkeurigheid te controleren van een meetsysteem alsook de juistheid van de meetwaarden, op voorwaarde dat deze toestellen conform zijn met het technisch reglement. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet kunnen overeenkomen om een meetsysteem van deze laatste te gebruiken voor controledoeleinden. § 4. Op verzoek van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet aanvaarden om bijkomende uitrustingen te integreren in het meetsysteem bedoeld in artikel 95 § 2 teneinde een controlemeting uit te voeren, indien hij van oordeel is dat deze bijkomende uitrustingen de correcte werking van het meetsysteem niet verhinderen, indien deze uitrustingen conform het technisch reglement zijn en indien ze de hoofdmeting niet kunnen beïnvloeden. De kosten voor deze bijkomende uitrustingen en hun plaatsing zijn voor rekening van de gebruiker van het gewestelijk transmissienet. § 5. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet ziet erop toe dat de meetsystemen die betrekking hebben op hem beschermd zijn tegen schokken, trillingen, extreme temperaturen en in het algemeen tegen alles wat schade of storingen kan veroorzaken. Afdeling 5.2.2. - Normen en voorschriften Art. 97.§ 1. Niettegenstaande het technisch reglement moeten de uitrustingen gebruikt in een meetsysteem overeenstemmen met de Belgische normen (NBN) en de internationale normen van toepassing op de meetsystemen of hun onderdelen. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt en preciseert in het aansluitingscontract of het contract voor ondersteunende diensten de technische conformiteitscriteria van de meetsystemen; deze omvatten onder meer : 1° de toepasselijke normen;2° de te meten grootheden en de gebruikte eenheden;3° de periodiciteit van de metingen en tellingen; 4° de nauwkeurigheid van de metingen en tellingen;5° in voorkomend geval de noodzaak een meetuitrusting te ontdubbelen. Art. 98.De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de procedures met betrekking tot de meetsystemen die hijzelf en de gebruiker van het gewestelijk transmissienet in dienst nemen. Afdeling 5.2.3. - Locatie van de meetsystemen Art. 99.§ 1. Voor de tellingen bedoeld in artikel 95 § 4 1° valt het meetpunt samen met het aansluitingspunt, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag beslissen om het meetpunt bedoeld in § 1 elders te plaatsen dan op het aansluitingspunt, hetzij in samenspraak met de gebruiker van het gewestelijk transmissienet hetzij door zijn beslissing te motiveren. Afdeling 5.2.4. - Verzegeld Art. 100.De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de meetuitrustingen die verzegeld worden en voert de plaatsing van de verzegeling uit; de verzegeling mag niet verbroken worden zonder zijn voorafgaand akkoord. Afdeling 5.2.5. - Nauwkeurigheid Art. 101.De minimumvereisten betreffende de nauwkeurigheid van de meetsystemen worden gepreciseerd in hoofdstuk 8.5. Afdeling 5.2.6. - Storingen en fouten Art. 102.Wanneer een meetsysteem ontdubbeld is, vervangt de tweede meting de eerste defecte meting. Art. 103.§ 1. Behoudens andersluidende overeenkomsten in het aansluitingscontract verhelpt de beheerder van het gewestelijk transmissienet een defect van een meetsysteem, met uitzondering van de defecten die betrekking hebben op de gegevensoverdracht, binnen een termijn van drie werkdagen die aanvangt op het moment waarop de beheerder van het gewestelijk transmissienet kennis genomen heeft van het defect. § 2. Wanneer een geval van overmacht verhindert dat het defect verholpen wordt binnen de termijn bedoeld in § 1 neemt de beheerder van het gewestelijk transmissienet de noodzakelijke maatregelen om het verlies van meetwaarden te beperken. Art. 104.§ 1. Eenieder die oordeelt dat een significante fout een meetwaarde heeft aangetast brengt dit onmiddellijk en op gemotiveerde wijze ter kennis van de beheerder van het gewestelijk transmissienet en mag deze laatste vragen een controle van het meetsysteem uit te voeren; de beheerder van het gewestelijk transmissienet voorziet deze controle zonder verwijl. § 2. Wanneer uit de controle bedoeld in § 1 blijkt dat het gebrek aan nauwkeurigheid van het meetsysteem de oorzaak is van een significante fout, ziet de eigenaar van het meetsysteem erop toe dat een ijking van het meetsysteem wordt uitgevoerd. § 3. Wanneer blijkt dat een fout van het meetsysteem de oorzaak is van een significante fout, moet de eigenaar van het meetsysteem dit zo snel mogelijk verhelpen. § 4. Indien een significante fout werd vastgesteld, corrigeert de beheerder van het gewestelijk transmissienet de meetwaarden die verkeerd waren door de niet-conformiteit van de meetuitrustingen en zet hij de bijbehorende facturen recht; deze handelingen evenals deze voorzien in § 1 tot 3 worden uitgevoerd op kosten van de eigenaar van het meetsysteem. In het andere geval worden de handelingen voorzien in § 1 tot 3 uitgevoerd op kosten van de aanvrager. Afdeling 5.2.7. - Onderhoud en inspecties Art. 105.Niettegenstaande artikel 100 ziet de eigenaar van een meetsysteem erop toe dat het conform is met het technisch reglement. Art. 106.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet kan de conformiteit van de meetsystemen met het technisch reglement en de contracten die in toepassing daarvan gesloten werden, controleren. Te dien einde heeft de beheerder van het gewestelijk transmissienet toegang tot de meetsystemen, met inbegrip van de ontdubbelde meetsystemen zoals bedoeld in artikel 97 § 2, 5°. § 2. Wanneer de controles bedoeld in § 1 aantonen dat meetsystemen niet conform zijn met het technisch reglement of met de contracten gesloten krachtens het technisch reglement, brengt of laat hun eigenaar deze systemen in conformiteit brengen, op zijn kosten, binnen de dertig werkdagen na het kennisnemen van de niet-conformiteit. Afdeling 5.2.8. - IJkingen Art. 107.De ijking van de meetuitrustingen wordt uitgevoerd voorafgaand aan de indienstname van de meetsystemen en daarna periodiek, overeenkomstig de voorschriften bepaald door de beheerder van het gewestelijk transmissienet in de contracten gesloten krachtens het technisch reglement en conform de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen. Art. 108.De maximale onzekerheid van de ijkingen wordt aangegeven in hoofdstuk 8.6. Art. 109.§ 1. De gebruiker van het gewestelijk transmissienet voert zelf uit of laat uitvoeren, op zijn kosten, de ijking van de meetuitrustingen waarvan de beheerder van het gewestelijk transmissienet geen eigenaar is. Het verslag van een uitgevoerde ijking wordt aan de beheerder van het gewestelijk transmissienet binnen de tien werkdagen na uitvoering bezorgd. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet voert zelf uit of laat uitvoeren de ijking van de meetuitrustingen waarvan hij eigenaar is en levert, op verzoek van deze, een ijkingsverslag aan de gebruiker van het gewestelijk transmissienet binnen de tien werkdagen volgend op dit verzoek. Art. 110.Alleen een organisme met de kwalificatie "Beltest" of een gelijkwaardige kwalificatie is bevoegd om de meetuitrustingen te ijken op basis van een lastenboek opgesteld door de beheerder van het gewestelijk transmissienet dat hij aan eenieder die erom verzoekt overhandigt. Afdeling 5.2.9. - Administratief beheer van technische gegevens andere dan de meetwaarden Art. 111.§ 1. Wanneer een meetsysteem conform is met het technisch reglement schrijft de beheerder van het gewestelijk transmissienet in het meetregister deze meetuitrustingen in samen met hun administratieve en technische kenmerken die noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de meetsystemen en de controle ervan : fabrikant, type, serienummer, bouwjaar, controle- en ijkingsdata, enz. Deze inschrijving bevestigt, tot bewijs van het tegendeel, de conformiteit van de meetuitrustingen met het technisch reglement op het ogenblik van de inschrijving. § 2. De beheerder van het gewestelijk transmissienet verwijdert uit het meetregister de meetuitrustingen die niet meer conform zijn met het technisch reglement. HOOFDSTUK 5.3. - Bepalingen betreffende de meetgegevens Afdeling 5.3.1. - Inzameling en verwerking van de meetwaarden Art. 112.Conform het aansluitingscontract en volgens de behoeften van de beheerder van het gewestelijk transmissienet registreert een meetsysteem, voor elke meetperiode, de aanduiding van de meetperiode, de geïnjecteerde of afgenomen actieve energie en, desgevallend, de geïnjecteerde of afgenomen reactieve energie. In dit laatste geval wordt ook een onderscheid gemaakt tussen de vier kwadranten wanneer de beheerder van het gewestelijk transmissienet dat nuttig acht. Art. 113.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet legt de periode van de metingen bedoeld in artikel 112 en artikel 95 § 4/1° vast om minstens te voldoen aan de tijdsintervallen gespecificeerd in het aansluitingscontract. Behoudens andersluidende contractuele bepalingen is de meetperiode een kwartier. § 2. Een meetperiode wordt gerelateerd aan het tijdstip 00 :00 :00 van de nationale standaardtijd. De afwijking van de begin- en eindtijden van de meetperiode ten overstaan van de nationale standaardtijd mag niet groter zijn dan tien seconden. Art. 114.§ 1. De beheerder van het gewestelijk transmissienet stuurt de meetwaarden geregistreerd conform artikel 112 door naar zijn centrale inzamelingssystemen voor meetwaarden, via elektronische weg en in voorkomend geval door tele-opname. De beheerder van het gewestelijk transmissienet bepaalt de protocollen, de formaten, de coderingen en de frequenties van de transmissie van meetwaarden in de contracten gesloten krachtens het technisch reglement. § 2. In afwijking van § 1, wanneer de beheerder van het gewestelijk transmissienet geen eigenaar is vaan de meetuitrustingen, is de gebruiker van het gewestelijk transmissienet verantwoordelijk voor de transmissie van de meetwaarden bedoeld in § 1, van het meetpunt tot een inzamelingspunt bepaald door de beheerder van het gewestelijk transmissienet in de contracten gesloten krachtens het technisch reglement. § 3. De beheerder van het gewestelijk transmissienet mag voor de inzameling van de meetwaarden geen beroep doen op personen die producenten zijn, evenwichtsverantwoordelijken, houders van een leveringsvergunning, tussenpersonen of bedrijven verbonden aan een van deze personen. § 4. Wanneer de beheerder van het gewestelijk transmissienet niet de eigenaar is van de meetuitrustingen en de inzameling of de transmissie naar het inzamelingspunt overeenkomstig artikel 112, en de §§ 1 en 3 onmogelijk is ten gevolge van een storing of van een defect van de meetuitrusting, of ten gevolge van iedere andere oorzaak, kan de beheerder van het gewestelijk transmissienet op kosten vaat de gebruiker van het gewestelijk transmissienet de meetwaarden of andere waarden ter plaatse inzamelen door het rechtstreeks raadplegen van de meetuitrustingen, niettegenstaande artikel 13 en artikel 15. Art. 115.De beheerder van het gewestelijk transmissienet slaat de meetwaarden gespecificeerd in artikel 112 op elektronische wijze op, met daaraan gekoppeld de identificatie van het toegangspunt, van het meetpont, van de leverancier en van de evenwichtsverantwoordelijke; deze informatie wordt hieronder de "primitieve meetwaarden" genoemd. Afdeling 5.3.2. - Validatie en correctie van de meetwaarden Art. 116.§ 1. Indien het meetpunt niet met het aansluitingspunt samenvalt, verbetert de beheerder van het gewestelijk transmissienet de primitieve meetwaarden om rekening te houden met de verliezen en iedere andere fout veroorzaakt door het niet samenvallen van de twee punten. § 2. De netbeheerder bepaalt de berekeningsmethode voor de verliezen en fouten bedoeld in § 1, die ouder meer en in voorkomend geval gebaseerd is, ofwel : 1 ° op een berekening die rekening houdt met de kenmerken van de installaties tussen het meetpunt en het aansluitingspunt; 2° op de resultaten van de uitgevoerde controles op de betrokken installaties. § 3. De berekeningsmethode bedoeld in § 2 wordt gepreciseerd in het aansluitingscontract. Art. 117.§ 1. Indien de beheerder van het gewestelijk transmissienet niet kan beschikken over de werkelijke meetwaarden of wanneer hij oordeelt dat de beschikbare meetwaarden niet betrouwbaar zijn of dat ze foutief zijn, vervangt hij deze meetwaarden door waarden die hij billijk acht. § 2. Het vervangingsproces bedoeld in § 1 steunt op één of meerdere schattingsprocedures, zoals redundante metingen, andere meetresultaten die de gebruiker van het gewestelijk transmissienet ter beschikking heeft, of een vergelijking met de waarden van een als equivalent beschouwde periode. Ar