📄 Wettekst
22 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot goedkeuring van het ontwerp van het richtplan van aanleg "Weststation"
De Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Gelet op artikel 39 van de grondwet;
Gelet op de bijzondere wet inzake de institutionele hervormingen van 8 augustus 1980, in het bijzonder de artikelen 6, § 1, I, 1 en 20;
Gelet op de bijzondere wet inzake de Brusselse instellingen van 12 januari 1989, in het bijzonder artikel 8;
Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) en, in het bijzonder, de artikels 30/1 tot 30/11 ingevoegd bij ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de ordonnantie van 5 juni 1997 met betrekking tot de milieuvergunningen en tot wijziging van bepaalde aanverwante wetten;
Overwegende dat met deze bepalingen een nieuw instrument voor de gewestelijke planning wordt toegevoegd aan de wet inzake ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, richtplan van aanleg genoemd;
Dat dit instrument tot doel heeft een synthese te maken van de al bestaande instrumenten, met toevoeging van het strategisch doel van de richtplannen en met opname van een reglementair luik om de toepassing te verzekeren van strategische doelstellingen door deze te formaliseren in geschreven en grafische voorschriften;
Gelet op het besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 3 mei 2001 tot goedkeuring van het gewestelijk bestemmingsplan ;
Gelet op het besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 12 juli 2018 tot goedkeuring van het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling ;
Gelet op het besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 6 mei 2004 tot goedkeuring van het gemeentelijk ontwikkelingsplan, goedgekeurd door de gemeente Sint-Jans-Molenbeek;
Gelet op het
ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031015
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Voormalige kazerne van Elsene"
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031016
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Weststation"
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031022
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Stationswijk Brussel-Zuid"
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031017
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Delta-Herrmann-Debroux"
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031020
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van Richtplan van Aanleg voor de zone "Wet"
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031014
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Bordet"
type
ministerieel besluit
prom.
08/05/2018
pub.
14/05/2018
numac
2018031018
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Heyvaert"
sluiten, houdende de opdracht tot het uitwerken van een ontwerp van richtplan van aanleg voor de zone Station Brussel-West;
Gelet op het gunstig advies van het Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling van 27 juni 2018;
Gelet op het syntheseverslag van de opmerkingen die zijn ontvangen naar aanleiding van de voorlichtings- en participatiefase voorafgaand aan de goedkeuring van het ontwerpplan;
Gelet op het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 31 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering
prom.
31/01/2019
pub.
06/02/2019
numac
2019010725
bron
brussels hoofdstedelijk gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2013 houdende de voorwaarden voor het gebruik van parkeerplaatsen door operatoren van gedeelde motorvoertuigen
sluiten tot goedkeuring van het ontwerp van richtplan van aanleg en het milieueffectenrapport;
Gelet op het advies van de gemeenten uitgebracht door de gemeenteraden: - Gemeenteraad van Sint-Jans-Molenbeek van 22 maart 2019; - Gemeenteraad van Anderlecht van 20 maart 2019;
Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 maart 2019;
Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 maart 2019;
Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 22 maart 2019;
Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van 25 februari 2019;
Gelet op het advies van het met ruimtelijke ordening belaste bestuur van 22 maart 2019;
Gelet op het advies van het Brussels instituut voor milieubeheer (Leefmilieu Brussel) van 21 maart 2019;
Gelet op de bezwaren en opmerkingen die werden gemaakt tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van richtplan van aanleg dat plaatsvond van 20 februari 2019 tot 23 april 2019 in de gemeenten Sint-Jans-Molenbeek en Koekelberg;
Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 5 december 2019, integraal opgenomen als bijlage 2 van dit besluit;
Gelet op de goedkeuring van het ontwerp van het richtplan van aanleg "Weststation" en het milieueffectenrapport van 3 juni 2021;
Gelet op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State van 4 augustus 2021;
Inhoudstafel I. Het gewestelijk belang van de site rechtvaardigt een richtplan van aanleg;
II. De belangrijkste opties van het plan vallen binnen het kader vaan de ontwikkelingsplannen;
III. Formele inhoud van het richtplan van aanleg;
IV. Opties en strategies van het RPA;
V. Milieueffectenrapport;
VI. Proces inzake informatie en voorafgaande participatie;
VII. Samenvatting van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen die zijn geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek en van de manier waarop de Regering er rekening mee heeft gehouden;
A. Algemene waarnemingen B. Strategische luik C. Reglementaire luik D. Vragen over de uitvoering van het plan E. Procedure voor de uitwerking van het plan VIII. Samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden IX. Redenen van de keuzen van het plan zoals het is goedgekeurd, rekening houdend met de andere beschouwde redelijke oplossingen X. Opvolging van het RPA XI. Evaluatierapport "gelijkekansentest";
I. Het gewestelijk belang van de site rechtvaardigt een richtplan van aanleg Overwegende dat het onderhavige richtplan van aanleg betrekking heeft op het grondgebied dat is vervat in het gebied van gewestelijk belang nr. 3 van het gewestelijk bestemmingsplan, goedgekeurd op 3 mei 2001 en in de onmiddellijke buurt ervan, gekenmerkt door de bebouwde voorzijden aan de omliggende straten;
Dat dit de toepassing toelaat van het programma voor het gebied van gewestelijk belang "Weststation" (GGB nr.3), zoals voorzien in het gewestelijk bestemmingsplan, goedgekeurd op mei 2001;
Overwegende dat het gebied in het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling van 12 juli 2018 is aangewezen als een van de 12 prioritaire ontwikkelingsgebieden die speciale investeringen verdienen om hun ontwikkelingspotentieel op korte en middellange termijn te realiseren;
Overwegende dat de zone van het Weststation door de regering in haar algemene beleidsverklaring van 2014-2019 werd aangemerkt als een van de tien te creëren nieuwe wijken in antwoord op de uitdagingen van de gewestelijke ontwikkeling: bouwen van toegankelijke woningen die geschikt zijn voor de sociale mix, nieuwe openbare ruimtes, een nieuwe groene ruimte, alsook voorzieningen van algemeen belang, met voorkeur voor de vestiging van nieuwe ondernemingen in Brussel en met goede ontsluitingen voor het openbaar vervoer en ook systematisch met voorzieningen voor een gescheiden fietsnet;
Overwegende dat de Regering in haar algemene beleidsverklaring van 2019-2024 verduidelijkt dat de voor een aantal strategische zones tijdens de vorige bestuursperiode ontwikkelde planningsvisie een operationele invulling moet krijgen om er duurzame, gemengde wijken met een hoge levenskwaliteit tot stand te brengen;
Overwegende dat op 16 november 2017 het definitieve programma voor het stadsvernieuwingscontract "Weststation" werd goedgekeurd door de regering en dat dit in het bijzonder een aantal projecten omvat die passen in het kader van de ontwikkelingsstrategie voor de wijk, gedragen door het ontwerp van RPA "Weststation";
Overwegende dat het Brussels Gewest een demografische groei kent; dat volgens de statistieken en prognoses van de Federale Openbare Dienst (Planningsbureau) en het Brusselse Instituut voor Statistiek en Analyses (BISA) deze groei zeer waarschijnlijk zal aanhouden tot in het midden van de 21ste eeuw; dat het noodzakelijk is om de beschikbare gronden in te zetten en te beantwoorden aan de huidige en toekomstige behoeften inzake huisvesting, en de daarbij horende voorzieningen en diensten;
Rekening houdende met de belangrijke kans voor de gewestelijke ontwikkeling van het gebied "Weststation" dat op dit ogenblik een braakliggend stuk spoorweg is dat de gemeente Sint-Jans-Molenbeek in twee deelt, langsheen spoorlijn nr. 28;
Overwegende dat dit gebied een uitzonderlijk potentieel heeft omwille van de goede ontsluitingen voor het openbaar vervoer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Rekening houdende met de noodzaak om tegemoet te komen aan de grotere behoeften inzake huisvesting, voorzieningen, in het bijzonder scholen, culturele en sportvoorzieningen, economische en mobiliteitsactiviteiten, groene ruimtes en de noodzaak om bestaande of toekomstige grote supra-lokale projecten uit te voeren (Grootstedelijke uitrusting, Infrabel Academy, tijdelijke stelplaatsen voor metrostellen, groene ruimtes, fiets- en wandelpad L28....) waarvan het succes afhankelijk is van de interventie en coördinatie van verschillende supra-lokale spelers en het Gewest;
Rekening houdende met het huidige gesloten karakter van dit braakliggend terrein, de moeilijkheid om door te steken en de noodzaak om noord-zuidverbindingen te voorzien;
Rekening houdende met de noodzaak om de interventies, vervat in de verschillende programma's, te coördineren, waaronder die van het stedelijk renovatiecontract;
Overwegende dat dus een richtplan van aanleg onontbeerlijk is om de gewestelijke doelstellingen te concretiseren;
II. De belangrijkste opties van het plan vallen binnen het kader vaan de ontwikkelingsplannen - Overwegende dat het RPA voor het Weststation voldoet aan 10 belangrijke uitdagingen: - de site openen naar de wijken in de buurt en structureren rond de knopen van openbaar vervoer; - kwalitatieve en toegankelijke openbare ruimtes voorzien, waaronder een park van ten minste 3 ha; - nieuwe openbare ruimtes creëren, grotendeels ten voordele van de actieve modi, met inbegrip van in het bijzonder een grote fiets- en voetgangerspromenade langsheen lijn 28; - mogelijk maken dat de actieve modi ten minste op twee plekken lijn 28 kunnen oversteken; - een nieuwe gemengde wijk creëren met zeker 90.000 m2 nieuwe gebouwen, waarvan ten minste 50 % woningen; - publieke voorzieningen en economische activiteiten voorzien die gelinkt zijn aan de kenmerken en behoeften van de wijk; - ruimtes voorzien voor opleiding, onderwijs, tewerkstelling; - een voorziening van stedelijk belang voorzien ten voordele van de buurtbewoners en die ook bezoekers van buiten de wijk moet aantrekken; - indien mogelijk het industrieel erfgoed op het braakliggend terrein in stand houden; - een overgangsbeheer voorstellen dat een geleidelijke openstelling van de braakliggende terreinen en het testen van de toepassingen mogelijk maakt, in samenwerking met de omwonenden en toekomstige gebruikers;
Dat aan deze uitdagingen wordt voldaan in overeenstemming met het programma voor het GGB "Weststation" van het gewestelijk bestemmingsplan, goedgekeurd op 3 mei 2001;
Dat dit ook past in het kader van de doelstellingen van het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling van 12 juli 2018 dat naast de toepassing van het prioritaire ontwikkelingsgebied "Weststation", zoals hiervoor uiteengezet, ook het volgende voorziet: het grondgebied mobiliseren: 1. om de basis van de territoriale ontwikkeling vast te leggen en nieuwe wijken te ontwikkelen;2. om een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving te ontwikkelen;3. voor de ontwikkeling van de stedelijke economie;4. om de multimodale verplaatsing te bevorderen inleiding; Overwegende dat het ook kadert in de specifieke doelstellingen voor de Weststationsite van het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling, waarin staat dat de grond van dit braakliggend spoorwegterrein moet worden ontwikkeld tot een gemengd en groen gebied, dat de ontwikkeling van de site zich moet richten op een openbare ruimte die leesbaar en gestructureerd is rond knooppunten van openbaar vervoers en dat verwijst naar de goedkeuring van een richtplan van aanleg op de Weststationsite, waarvoor het de richtlijnen bevat, namelijk: - een site die meer openstaat voor de omliggende wijken en de metropool, gestructureerd rond de knooppunten van het openbaar vervoer; - een bebouwde oppervlakte van ongeveer 90.000 m2 die 50% woningen bevat, waarvan 360 publieke woningen en 27.000 m2 economische activiteiten (kantoren, productieactiviteiten, enz.), alsook voorzieningen waaronder ten minste een middelbare school, een school voor opleiding in de spoorwegberoepen en een nog te definiëren grote metropolitane uitrusting; - minstens twee niet voor auto's berijdbare oost-west oversteekplaatsen in de open lucht, voorbehouden voor fietsers, voetgangers en personen met beperkte mobiliteit; - een groot noord-zuidelijke promenade voor voetgangers en fietsers langs lijn 28; - een parkeergarage gedeeld door alle aanwezige functies; - kwalitatieve en toegankelijke groene ruimten, waaronder een park van minstens 3 hectare; - het behoud, indien mogelijk, van het industrieel erfgoed dat aanwezig is op het braakliggend terrein; - de invoering van een overgangsbeheer om de site te valoriseren, voorafgaand aan de definitieve ontwikkeling ervan;
Overwegende dat dit ook ruimschoots past in het kader van de doelstellingen van het gemeentelijk ontwikkelingsplan dat in het bijzonder bepaalt dat de zone van het Weststation een scharnierruimte moet worden, een ruimte die de twee al lang gescheiden delen van de gemeente verenigt, en dat het uitnodigt tot een ontmoeting en onderlinge verweving van het dichtbebouwde stedelijk landschap en het groene landschap, met gebruikmaking van de hoge ligging van de zone, met doorsteken ter hoogte van de Beekkant en het Westplein, met groene verbindingen naar de zone van het Weststation, en uitnodigt tot het creëren van een nieuwe landschappelijke coherentie tussen de plaatselijke straten en de grote lanen, tussen de arbeiderswoningen en de hoogbouw, tussen groene ruimtes en wegen door de wijken en het creëren van functionele verbindingen tussen de activiteiten in de openbare ruimtes (commerciële en culturele activiteiten, ontspanning, vervoer), en de wens uitdrukt om een culturele pool te ontwikkelen op het verbindingspunt tussen Historisch Molenbeek en het Nieuwe Molenbeek.
III. Formele inhoud van het richtplan van aanleg Overwegende dat het onderhavig richtplan van aanleg een inleidend verslag bevat, zonder enige juridische waarde, omvattende een historiek van de site, de diagnose, de uitdagingen en de beschrijving van de bestaande situatie;
Dat het onderhavige richtplan van aanleg een strategisch luik bevat met geschreven voorschriften en schema's;
Dat de strategische opties worden gegeven hetzij op het niveau van het geheel van de perimeter van onderhavig richtplan van aanleg, hetzij op het niveau van de verschillende duidelijk opgegeven zones;
Dat dit strategisch luik de ambities weerspiegelt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor dit gebied van gewestelijk belang, waarvan de principes toegepast moeten worden in het kader van de uitvoering van de ontwerpen;
Dat dit strategisch luik een indicatieve waarde heeft en dus richtlijnen bevat voor de auteurs van projecten, zonder evenwel de toepassing te verhinderen van een project dat er niet helemaal aan beantwoordt, want het is in voorkomend geval mogelijk om er gemotiveerd van af te wijken;
Dat onderhavig richtplan van aanleg een reglementair luik bevat, samengesteld uit gedetailleerde geschreven voorschriften en grafische documenten voor de desbetreffende niveaus, de onveranderlijke elementen waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een verplicht karakter wil gegeven om de coherentie van de geplande ontwikkeling te verzekeren;
Dat de ontwikkeling van een zone gelegen midden in de perimeter van onderhavig richtplan van aanleg bekeken moet worden in het licht van de strikte naleving van het reglementaire luik en de overeenstemming van de ontwikkelingen met de strategische richtingen die worden voorzien op de verschillende niveaus;
Dat alleen het samen lezen van de twee luiken een algemeen beeld geeft van de opties van onderhavig richtplan van aanleg;
IV. Opties en strategies van het RPA Overwegende dat het richtplan van aanleg van het Weststation rond vijf interventiestrategieën opgebouwd is, als volgt beschreven: - DE SITE OPENEN VAN BINNENUIT (A) De site vormde lange tijd een stedelijke breuklijn die de wijken en de bewoners van elkaar scheidde. Een snelle ontwikkeling van de kern van de site zal bijdragen tot een imagoverandering van het braakliggende terrein bij het Weststation en het spoorlandschap opnieuw zichtbaar maken. Nieuwe overlangse en dwarse verbindingen voor voetgangers, fietsers en PBM's vormen een aanvulling op de bestaande lokale en regionale netwerken. Een wandel- en fietszone langs spoorlijn 28 en een bredere Passerelle Beekkant vormen de kern van de opengewerkte site. Daaromheen zal de aanleg van oversteekplaatsen en de aanpak van de omliggende straten zorgen voor doorgangen en talrijke, kwalitatieve gebruiksmogelijkheden. - STATIONS- BESTEMMINGEN (B) De spoorweginfrastructuur zet een aantal netwerken op. Stations en stopplaatsen die aansluiten op grote publieke ruimtes en voorzien in aantrekkelijke activiteiten, kunnen uitgroeien tot reële bestemmingslocaties. Dankzij hun goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer groeien ze uit tot agglomeraties met absoluut potentieel als centrale, levendige plek in de stad. Deze centrale, structurerende ruimten staan symbool voor de openheid van de site. Ze zijn een bevoorrechte plek om de ontwikkeling ervan te erkennen, te observeren en te begrijpen. - NETWERK VAN PARKEN (C) - Het toekomstige park van het RPA kadert in een vast systeem van parken langs de spoorlijn. Dit nieuwe park wordt ingeplant in het noorden van de site als scharnier tussen het Marie-Josépark en de zone 'Gasmeter', en zal aldus bijna volledig de twee noordelijke 'kwadranten' beslaan. De strategische implementatie van de groene zones en het waterbeheer in de scharnierzones tussen de parken zal het netwerk op doeltreffende wijze leven inblazen. Een gediversifieerde rangorde van groene ruimten trekt het systeem door naar de meer verharde delen van de site. - PROGRAMMATORISCHE WISSELWERKING (D) Aansluitend op de bevestiging van een nieuw, groot park aan de noordzijde, concentreren de nieuwe programma's in het RPA zich voornamelijk op het zuiden van de site, met de nodige verschuivingen tussen bepaalde delen om de site in zijn totaliteit te activeren.
Prioritair in dit programma is de vertakking van de open ruimten, de vermenging van functies en de integratie van 'nieuw' in bestaande infrastructuren. - ERDELING IN KWADRANTEN (E) De centrale mobiliteitslijnen verdelen de site in vier kwadranten, Kwadrant Geactiveerd park, Kwadrant Ruimte voor biodiversiteit, Kwadrant Campus, en Kwadrant Wijk. Deze structuur vormt een uitgangspunt voor het bepalen van de vier voorwaarden voor de diverse programma's en omgevingen, evenals een operationele basis voor het beheer van de schaalgrootte van de site ".
V. Milieueffectenrapport Gelet op richtlijn 2001/42/CE van 27 juni 2001 met betrekking tot het beoordelen van de gevolgen van bepaalde plannen en programma's voor het milieu;
Gelet op artikel 30/3, § 1, lid 1 van het BWRO, dat bepaalt dat een milieueffectenrapport opgesteld moet worden voor het ontwerp van een richtplan van aanleg;
Overwegende dat een advies van Leefmilieu Brussel over het ontwerp van het lastenboek voor het milieueffectenrapport op datum van 12 december 2018 aangevraagd werd, overeenkomstig met artikel 2 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 29 november 2018;
Gezien er geen advies van Leefmilieu Brussel ontvangen werd;
Gezien het bijgevoegde milieueffectenrapport die gelijktijdig en iteratief werd uitgewerkt met het ontwerp van richtplan van aanleg om de impact op het milieu van de ruimtelijke en programmamatige voorstellen te beoordelen;
VI. Proces inzake informatie en voorafgaande participatie Gelet op artikel 30/3, § 1, lid 2 van het BWRO dat de territoriale planning verplicht om m.b.t. het ontwerp van richtplan een informatie- en participatieproces met het betrokken publiek te organisatie voorafgaand aan de goedkeuring ervan door de regering;
Gelet op het besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 3 mei 2018 met betrekking tot het informatie- en participatieproces van het publiek vóór de uitwerking van richtplannen van aanleg;
Overwegende dat het publiek werd geïnformeerd en geraadpleegd op 5 en 6 juni 2018 tijdens vergaderingen die werden georganiseerd door de kantoren van de administratie, belast met de territoriale planning; dat het publiek de kans heeft gehad om opmerkingen te maken tot 30 dagen na de laatste informatievergadering;
Overwegende dat er een syntheseverslag werd opgesteld na deze informatie- en participatiefase; dat dit in het bijzonder de synthese bevat van de belangrijkste opmerkingen en vragen, geformuleerd door het betrokken publiek met betrekking tot het bedoelde ontwerp van richtplan van aanleg;
Rekening houdende met de opmerkingen, gemaakt tijdens de informatie- en participatiefase vóór de goedkeuring van onderhavig ontwerp van richtplan van aanleg;
Rekening houdende met de opmerkingen met betrekking tot de dichtheid, namelijk: * men moet de verhouding vloer/grondoppervlak vermelden en zich baseren op de eerder uitgevoerde globale studies naar de dichtheid; * vaststelling dat men de dichtheid gaat verhogen terwijl deze op dit ogenblik al problematisch is (de gemeente heeft een bevolkingsdichtheid van +/- 25.000 inwoners/km2 en in de buurt van de zone komt men op 40.000); * vaststelling dat het relevant is om de bewoning van deze zone te concentreren omwille van de goede ontsluiting voor het openbare vervoer en de buurtvoorzieningen (bijv.: ziekenhuis Saint-Anne Saint-Rémi);
Overwegende dat de verhouding tussen het vloeroppervlak en het grondoppervlak (V/G) een technisch criterium is voor de beoordeling van de dichtheid van de site;
Dat deze op andere manieren tot uitdrukking kan worden gebracht;
Dat in het Milieueffectrapport in ieder geval de geprojecteerde dichtheid wordt geanalyseerd en dat een conclusie en aanbevelingen worden geformuleerd;
Overwegende dat de recente demografische vooruitzichten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het erover eens zijn en concluderen dat de Brusselse bevolking op middellange en lange termijn zal toenemen;
Dat er een consensus bestaat over stedelijke ontwikkeling en dat het de bedoeling is om het gebruik van openbare voorzieningen te optimaliseren door de stedelijke wildgroei te beperken;
Dat in Brussel uit verschillende studies en regeringsverklaringen is gebleken dat het nodig is het bestaande stedelijke weefsel redelijk te verdichten om een polycentrische regio te creëren die de kwaliteit van het leven garandeert;
Overwegende dat de door het ontwerp RPA voorgestelde dichtheid toelaat om een antwoord te gegeven op het gebrek aan openbare voorzieningen en de nood aan huisvesting en economische activiteiten, evenwel met beperking van de omvang tot de gemiddelde bestaande omvang in de buurt en met behoud van de grote groene ruimtes;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot het opdrachtprogramma, namelijk: - het is noodzakelijk om te voorzien in sportfaciliteiten (een 6 m hoge sokkel is niet genoeg, eerder 11 tot 12 m hoog); - het is noodzakelijk om te voorzien in plaatsen voor feestzalen (er is een algemeen gebrek hieraan in het BHG); - er moeten multifunctionele ruimtes voor de bewoners beschikbaar zijn; - lk gebouw moet collectieve ruimten bieden waar de bewoners elkaar kunnen ontmoeten; - en mag kleine productieve activiteiten en huisvesting niet naast elkaar laten bestaan: elke keer zijn het de inwoners die winnen, deze mix werkt niet; - het schoolproject naast de Ekla-toren moet in overweging worden genomen; - het is noodzakelijk om kwetsbare beroepen/activiteiten te ontwikkelen in het sportgebouw dat momenteel door de Vlaamse school Sint-Guido wordt verlaten in afwachting van de ontwikkeling van de site; - we moeten het voorstel steunen om een containerpark te integreren, om er een echt grondstoffencentrum van te maken en zo de circulaire economie te bevorderen; - het is noodzakelijk om te definiëren wat wordt bedoeld met uitrusting op metropolitane schaal; - het RPA moet de integratie van de huidige dynamiek in de toekomstige ontwikkeling van het district mogelijk maken (zowel wat betreft de fysieke infrastructuur als de ondersteuning van lokale initiatieven), en meer specifiek het gebruik van de Steenkoolhal voor de organisatie van het "Bazar Festival";
Overwegende dat de stedelijke toepassingen en vormen die in het RPA-ontwerp worden voorgesteld, het mogelijk maken om feestzalen, collectieve en multifunctionele ruimten voor de bewoners en sportvoorzieningen van verschillende hoogtes te integreren;
Dat de sokkel van het wijkkwadrant beperkt is tot een hoogte van +/- 6 m;
Dat er ook veel eisen worden gesteld aan sportuitrusting die compatibel is met deze hoogte;
Dat sommige productieve activiteiten verenigbaar zijn met huisvesting en andere minder; dat het RPA-ontwerp daarom voorziet in een mix van productieve activiteiten/huisvesting langs de Vandenpeereboomstraat door te eisen dat de activiteiten in kwestie verenigbaar zijn met huisvesting en een gebied waar productieve activiteiten zich kunnen ontwikkelen op een afstand van de huisvesting (Delhaizehal); dat bovendien waar een mix is voorzien van huisvesting, productieve activiteiten niet worden opgelegd, maar dat ook handels- of openbare voorzieningen in dit gebied kunnen worden voorzien;
Dat er inderdaad een schoolproject in de buurt van de site is, maar dat niet volledig wordt voorzien in de behoeften aan schoolinfrastructuur en dat het daarom interessant is om nieuwe schoolinfrastructuur te kunnen ontwikkelen; dat het RPA-ontwerp de bouw van scholen mogelijk maakt, zelfs als het dit niet oplegt, om een zekere flexibiliteit te behouden als in deze behoefte anders op bevredigende wijze moest worden voorzien voordat het plan wordt uitgevoerd;
Dat het momenteel verlaten sportgebouw zich buiten de perimeter van het RPA bevindt;
Dat de mogelijkheid om een containerpark te integreren wel degelijk voorzien is;
Dat de wijze waarop dit project moet worden uitgevoerd, nader moet worden bestudeerd;
Dat het RPA-ontwerp niet ingaat op de details van de ontwikkelingen die aan dit project moeten worden gegeven;
Dat in het RPA een project van grootschalige metropolitane uitrusting wordt overwogen; dat wordt gespecificeerd dat er aandacht moet worden besteed aan wat deze uitrusting de bewoners kan bieden en tegelijk bezoekers van buiten de wijk aantrekken;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot de economische ontwikkeling, namelijk: - Het is noodzakelijk om kleine lokale (wettelijke) bedrijven te stimuleren; - Het is belangrijk om grote ketens zoals C&A, H&M, Zara, enz. te vermijden; - Wat niet ontbreekt in de wijk zijn de winkels, zoals bijvoorbeeld de Gentse Steenweg; - Het is noodzakelijk om de relevantie van het creëren van 27.000 m2 kantoorruimte te onderzoeken; - Men moet meer praten over bedrijven;
Overwegende dat het RPA-ontwerp een gemengde ontwikkeling van +/- 90.000 m2 voorstelt, waarvan 50% bestemd is voor huisvesting en 50% voor openbare voorzieningen, productieve activiteiten, hotels, kantoren, winkels en groothandel; dat de kantoren beperkt zijn tot het terrein van het station Beekkant en de limiet van 5.000 m2 vloeroppervlakte niet mogen overschrijden; dat bij de vaststelling van deze limiet rekening is gehouden met de kenmerken van het district (overwicht van kleine werkplaatsen en winkels) en de leegstand van kantoren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; dat het hotel alleen is toegestaan op de Ninoofse Steenweg; dat deze locatie wordt gerechtvaardigd door zijn goede zichtbaarheid en uitstekende openbare vervoersdienst; dat, voor het overige, het RPA-ontwerp prioriteit geeft aan productieve activiteiten, winkels en groothandelszaken door ze toe te staan in de sokkel van het wijkkwadrant en in de Delhaizehal; dat het RPA-ontwerp geen handel oplegt, maar het mogelijk maakt dat deze zich op bovengenoemde plaatsen ontwikkelt; dat een RPA niet bedoeld is om het soort handel te bepalen; dat het hierdoor in strijd zou zijn met het beginsel van vrije mededinging in de handel;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot de stedelijke vorm en bouwhoogtes, namelijk: - er moeten poreuze ruimtes hebben, er moeten middelen zijn om de grote blokken over te steken; - bouwen op R+8 is zeer hoog, met daarbij een loopbrug op R+2, dat bevordert de activering van een wijk niet, deze woningen zijn niet bevorderlijk voor de relatie tussen buren;
Overwegende dat het RPA-ontwerp een hoge porositeit toelaat via de reglementaire voorschriften met betrekking tot de openbare ruimte; dat de intentie om de oversteek van de grote blokken van de De Rooverelaan mogelijk te maken goed in ingeschreven in het strategische deel van het RPA-ontwerp; dat de voorschriften van de uitrustings- en de administratieve zone op deze mogelijkheid anticiperen;
Overwegende dat de voorgestelde bouwhoogte langs de Vandenpeereboomstraat overeenkomt met een gemiddelde hoogte die een overgang creëert tussen de bestaande bouwhoogtes aan beide zijden; dat de R+2-sokkel het mogelijk maakt om woningen op een afstand van de geluidshinder gerelateerd aan de spoorlijn te plaatsen; dat maatregelen worden voorzien in het strategische luik om de animatie van de begane grond en ruimten met uitzicht op het balkon R+2 te verzekeren; dat de functies die door de regelgevende component van het RPA-ontwerp op de begane grond zijn toegestaan, het mogelijk maken om collectieve ruimten te creëren die de verbindingen tussen bewoners kunnen bevorderen;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot de sociale mix, namelijk: - er moet op worden toegezien dat gentrificatie niet wordt aangemoedigd en dat de sociale mix behouden blijft; - men moet duidelijk zijn over het aandeel van de openbare, middelgrote en sociale woningen; - er moet een stimuleringsbeleid worden gevoerd om de gezinsgrootte te verkleinen; - de vooroordelen tegen sociale woningen en de bewoners ervan moeten worden ontkracht; - het debat over de sociale mix moet in het openbaar en op grote schaal worden gevoerd, op het niveau van het hele Gewest, met belanghebbenden uit de academische en verenigingswereld (BBRoW) en de conclusies moeten op grote schaal worden verspreid; - het is noodzakelijk om voor 100% in openbare huisvesting te voorzien, waarvan 60% sociale woningen (eventueel via de "Community Land Trust"-formule); - er moet in een groot aandeel sociale woningen worden voorzien, inclusief koopwoningen (25% van alle publieke woningen van het type CLT); - per RPA moet een percentage sociale woningen worden vastgesteld: 15% voor privéprojecten van meer dan 1000 m2 en 25% voor projecten van meer dan 10.000 m2; - de toegang tot de woningen moet gegarandeerd zijn voor degenen die het moeilijkst een woning kunnen vinden in Brussel (mensen met een laag inkomen, grote gezinnen, eenoudergezinnen, personen met beperkte mobiliteit, ouderen); - de creatie van innovatieve woningtypes moet eenvoudiger worden gemaakt;
Overwegende dat deze opmerkingen betrekking hebben op aspecten die niet in het RPA-ontwerp aan de orde komen; dat er tijdens de uitvoering van het plan wel aandacht aan kan worden besteed;
Overwegende dat het Departement Territoriale Kennis van perspective in samenwerking met de referent huisvesting voor het Gewest een analyserooster ontwikkelt om de types publieke woningen op het gewestelijk grondgebied beter te verdelen; dat in deze context wordt nagedacht over de beste verdeling voor de site van het Weststation (sociale woningen, voor bescheiden of gemiddelde inkomens en koop- of huurwoningen) rekening houdend met de aanwezigheid van publieke woningen in de omgeving van de site en hun toestand;
Overwegende dat een beleid ter bevordering van de verkleining van de gezinsgrootte niet onder de verantwoordelijkheid van een RPA valt;
Rekening houdende met de opmerkingen met betrekking tot de zeggenschap over de grond, namelijk: - vraag dat de staat snel zou verkopen omdat Infrabel zijn bouwtoelating heeft gekregen voor de bouw van de Infrabel Academy, het is moeilijk om op langere termijn te investeren in de verenigingssector, en er kan niets gedaan worden voor het overdrachtplan zolang het gewest geen eigenaar is; - vraag over het feit dat het gewest een grond blijft opwaarderen waarvan de aankoopprijs alleen maar kan stijgen; - men moet de meerwaarden kunnen benutten;
Overwegende dat het Gewest eigenaar is van verschillende percelen en snel kan overgaan tot het proces voor tijdelijk beheer; dat het RPA een reglementair en strategisch kader biedt dat toegepast kan worden wie ook de eigenaar van de grond is; dat er voor de aanleg van de zone, zoals voorzien in het ontwerp van RPA, voor elke andere ontwikkeling of bijkomend talrijke openbare voorzieningen en ruimtes gecreëerd moeten worden;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot de openbare ruimten, namelijk: - er moet een genderanalyse worden uitgevoerd voor de aanleg van groene ruimten (vrouwen een gevoel van veiligheid geven); - de aanleg van de sokkel is steriel; - er moet belang worden gehecht aan het park en het tijdelijk gebruik ervan; - door het bevorderen van zachte mobiliteit (voetgangers, fietsers) moet een meer kwalitatieve plaats voor het Weststation worden gecreëerd; - het dak boven het MIVB-depot zou een uitbreiding van het plein kunnen zijn;
Overwegende dat het RPA-ontwerp uitnodigt tot co-creatie van groene ruimten met de toekomstige gebruikers ervan, zodat deze aan de behoeften van alle bewoners voldoen; dat in deze geest overwegingen met betrekking tot het overgangsbeheer van de site zijn opgesteld om een geleidelijke openstelling van de braakliggende terreinen en de mogelijkheid van het ontwikkelen van tijdelijke bezettingen te begeleiden;
Overwegende dat het RPA-ontwerp de vergroening van gebouwen en hun omgeving, met inbegrip van de sokkel van het wijkkwadrant, en de ontwikkeling van openbare ruimten rond de stations stimuleert, rekening houdend met de toegankelijkheid en de gezelligheid van ruimten voor de actieve modi;
Overwegende dat het MIVB-project voor een metrostelplaats niet voorziet in een constructie onder dak, maar in een openluchtparkeerterrein; dat de overkapping ervan echter niet verboden is door het RPA-ontwerp; dat indien een overkapping van deze zone wordt gepland, een openbare ruimte op het dak kan worden ingericht;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot het erfgoed, namelijk: Het industrieel erfgoed moet bewaard blijven: spoorwegen Beekkantplein, Delhaizehal, Steenkoolhal;
Overwegende dat de strategische component van het RPA-project het behoud en de herbestemming van het industriële erfgoed dat eigen is aan de site van het Weststation (rails Beekkantplein, Delhaizehal, ...) aanmoedigt;
Dat de Steenkoolhal echter in zeer slechte staat verkeert en de openbare veiligheid in gevaar brengt en daarom moet worden afgebroken, dat verschillende technische studies hebben aangetoond dat het moeilijk is om deze hal te renoveren of zelfs bepaalde elementen ervan te behouden; dat het RPA-ontwerp daarentegen de wederopbouw van een dergelijke hal aanmoedigt, die als overdekte openbare ruimte in het parkgebied kan dienen en getuigt van de spoorweggeschiedenis van de site;
Overwegende de opmerkingen over het gevoel van onveiligheid in de wijk;
Overwegende dat, in vergelijking met de huidige situatie, namelijk een zeer groot terrein dat niet aangelegd en moeilijk te beveiligen is, waardoor sluikstorten en illegale bezettingen worden aangemoedigd, het openstellen van het braakliggende terrein en het ontwikkelen van een nieuwe wijk het mogelijk zullen maken beter rekening te houden met de problemen verbonden met het onveiligheidsgevoel door een kwalitatieve ontwikkeling van de openbare ruimte;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot mobiliteit, namelijk: - de hoofdlijnen van het GPDO-ontwerp en van het GewOP met betrekking tot fietsers moeten in aanmerking worden genomen; - het L28-fietspad moet verbonden worden met een ruimer gebied dan dat van het RPA, in het bijzonder met dat van Tour & Taxis en Belgica, en moet een breedte hebben van minstens 4 m (6 m als het een promenade is voor fietsers en voetgangers); - het doorgaand wegverkeer op de assen GFR 10 en ringweg A, die de perimeter van het RPA-ontwerp doorkruisen, moet worden vermeden; - er zijn meer parkeerplaatsen nodig voor fietsen; - er moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van het GEN; - zachte modi moeten worden aangemoedigd: meer fietspaden (met name de Vandepeereboomstraat) en minder smalle trottoirs, evenals een goede bereikbaarheid van het openbaar vervoer; - de architecturale kwaliteit van de metrostations moet worden verbeterd; - de voetgangersbrug van metrostation Beekkant moet zo snel mogelijk worden afgebroken; - in vraag stellen van de voortgang van het algemene mobiliteitsplan van de wijk om het autoverkeer terug te dringen; - er wordt gevraagd om het verkeersvolume binnen de stad te verminderen en dus het aantal geparkeerde voertuigen bij de bestemming terug te dringen en op en rond de sites alternatieve vervoerwijzen te stimuleren door de continuïteit van hun gebruik richting stadscentrum en de arbeidslocaties te verzekeren; - Wat voorziet het RPA om een voorbeeldfunctie te vervullen op het gebied van mobiliteit en om een echte overstap naar mobiliteit gebaseerd op openbaar vervoer en zachte mobiliteit mogelijk te maken. - De Ninoofse Steenweg is een belangrijke as, er komen om 3 uur 's morgens zware vrachtwagens voorbij, er is veel vervuiling; - Het is noodzakelijk om gedeeld autorijden te promoten; - Afwijkingen (naar beneden) van de GSV (die momenteel tot twee auto's per huishouden toestaat) moeten worden vergemakkelijkt - Er is een gebrek aan parkeerplaatsen voor auto's, die systematisch dubbel geparkeerd staan, wat de doorstroming van het verkeer belemmert en files en vervuiling veroorzaakt; - De aardolie zal opraken, een langetermijnvisie moet een mogelijkheid voor goederenvervoer per spoor omvatten, in de mate dat er spoorweginfrastructuur aanwezig is;
Overwegende dat de ambitie van het RPA-ontwerp Weststation ongetwijfeld is om de verbindingen in alle richtingen voor actieve modi te verbeteren; dat het daarom een reeks nieuwe verbindingen en inrichtingen van de openbare ruimte voorstelt, waaronder de herinrichting van de Vandenpeereboomstraat met fietspaden, de sloop/reconstructie van de voetgangersbrug aan Beekkant en de uitbreiding van de voorpleinen rond de stations voor alle actieve modi; dat de voetgangers-fietspromenade L28 op grotere schaal wordt overwogen met de ambitie om een verbinding tot stand te brengen tussen de site van Tour & Taxis en het Zuidstation lang de spoorlijn; dat sommige delen van dit project reeds zijn voltooid; dat de minimale breedte van de voetgangers-fietspromenade L28 is vastgesteld op 6 m in het reglementaire luik van het RPA;
Overwegende dat de architecturale kwaliteit niet onder een RPA valt; dat het RPA-ontwerp echter de transformatie van het Weststation en het station Beekkant op min of meer lange termijn met mogelijke uitbreiding voorziet; dat de interventie van de Bouwmeester in deze context het gewenste kwaliteitsniveau zal waarborgen;
Overwegende dat het RPA-ontwerp nieuwe gedragingen op het gebied van mobiliteit aanmoedigt door het bevorderen van actieve vervoerswijzen, door voor te stellen om in de infrastructuur van de sokkel van de wijkkwadrant een parkeergarage op te nemen die plaatsen voor gedeelde auto's kan bevatten en door aan te dringen op het delen van parkeerplaatsen voor alle functies die op de site zijn voorzien;
Overwegende dat er momenteel langs de lijn 28 een ruimte is gereserveerd voor een tijdelijke metrostelplaats; dat wanneer deze faciliteit een definitieve locatie heeft gevonden, deze ruimte kan worden gebruikt voor twee nieuwe spoorlijnen; dat deze kunnen worden bestemd voor goederenvervoer; dat deze mogelijkheid op lange termijn dus niet is uitgesloten;
Rekening houdende met de opmerkingen over lawaai, namelijk: - Voorstel om eerder een groenbarrière te voorzien dan sokkels om akoestische redenen. - Voorstel om een talud te voorzien tussen het park en de Vandepeereboomstraat als bescherming tegen het lawaai. - Er moeten creatieve oplossingen worden gevonden om een containerpark te integreren, rekening houdend met de geluidsoverlast;
Overwegende dat een groenbarrière een groenscherm biedt maar geen enkele bescherming tegen geluidoverlast; dat een sokkel daarentegen veel efficiënter is; dat een talud ook een akoestische barrière kan vormen in de parkzone; dat het ontwerp van RPA het parkreliëf niet vastlegt maar wel adviseert om een participatieve aanleg te voorzien zodat rekening kan worden gehouden met alle behoeften van de toekomstige gebruikers ervan; Dat de integratie van een containerpark mogelijk is in de sokkel van de wijkkwadrant onder de L28 voetgangers-fietspromenade; dat de integratie in deze structuur al een manier is om de geluidsoverlast te beheersen; dat een meer gedetailleerde studie naar deze aspecten nuttig kan zijn binnen het kader van een aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning ;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot fauna en flora, namelijk: - In deze dicht bebouwde wijk is het noodzakelijk om zoveel mogelijk groen te behouden; - Er is een gebrek aan grote groene ruimtes met veel bomen; - Er moet rekening worden gehouden met het Natuurplan, onder andere voor het voedsel van de dieren; - In het kader van het Good Food-beleid is het interessant om bijvoorbeeld composteerplaatsen en groentetuinen te voorzien; - Het is noodzakelijk om de omwonenden te betrekken bij het overgangsbeheer van het park; - Het is noodzakelijk om de bestaande bomenrijen te behouden; - Het beheer van het park moet worden overgenomen door Leefmilieu Brussel;
Overwegende dat door het concentreren van nieuwe ontwikkelingen in het wijkkwadrant, het RPA-ontwerp het mogelijk maakt om een groot gebied aan groene ruimten te besteden; dat de strategische en regelgevende componenten bovendien aandringen op het vergroenen van alle gebouwen en hun omgeving; dat het RPA de ambitie heeft om bestaande bomen zo veel mogelijk te behouden; dat het bijgevolg de uitvoering van de ambities van het Natuurplan en het Good Food-beleid mogelijk maakt; dat het de co-creatie van groene ruimten met de bewoners van de wijk stimuleert en gepaard gaat met overwegingen over het overgangsbeheer van de site die de uitvoering vergemakkelijken van tijdelijke projecten gericht op de geleidelijke openstelling en toe-eigening van de braakliggende terreinen; dat Leefmilieu Brussel wordt benaderd voor het beheer van het toekomstige park;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot de bodem en het water, namelijk dat er rekening moet worden gehouden met de gekende bodemverontreiniging om de activiteiten optimaal te lokaliseren, in het bijzonder de groentetuinen;
Overwegende dat het uitwerken van het RPA gebaseerd is op een analyse van de potentiële bodemverontreiniging; dat bij de geplande ontwikkelingen hiermee rekening is gehouden; dat het RPA-ontwerp groene ruimten voorbehoudt, maar het gebruik ervan niet specificeert; dat het daarom mogelijk is om moestuinen aan te leggen; dat er in dat verband echter een meer gedetailleerde bodemanalyse moet worden uitgevoerd;
Overwegende de opmerkingen met betrekking tot het afvalbeheer, namelijk: - Er is veel grof vuil in de openbare ruimte; - Een afvalverwerkings- en recyclagesysteem en opleiding inzake afvalsortering zijn noodzakelijk; - In het RPA moet rekening worden gehouden met het Gewestelijk Programma voor Circulaire Economie (GPCE);
Overwegende dat de ontwikkeling en beveiliging van het braakliggende terrein geleidelijk zullen leiden tot meer sociale controle over het gebied en dus zullen bijdragen tot de vermindering van sluikstorten; dat het RPA-ontwerp bovendien de oprichting van een vuilstortplaats van het type Recypark binnen het wijkkwadrant toestaat, die de bewoners de nodige infrastructuur zou bieden om het probleem van het grof vuil aan te pakken; dat voorlichting over afvalsortering niet de verantwoordelijkheid van het RPA is, maar idealiter de inrichting van een vuilstortplaats zou kunnen begeleiden;
Overwegende dat het RPA-ontwerp rekening heeft gehouden met de doelstellingen van het GPCE, in het bijzonder omdat het de vermindering van afval bevordert door te voorzien in omkeerbare constructies in termen van toewijzing, en omdat het de oprichting van een vuilstortplaats toestaat;
Overwegende de opmerkingen over het fenomeen stedelijke hitte-eilanden (veel groene ruimten in Brussel raken verstedelijkt);
Overwegende dat het RPA-ontwerp, door de bebouwbare gebieden voornamelijk te concentreren in een kwadrant en grote gebieden te reserveren voor groene gebieden, met dit fenomeen rekening houdt; dat bovendien, om verder te gaan in deze aanpak, het strategische luik van het RPA-ontwerp ervoor pleit om alle gebouwen en hun omgeving groener te maken en een albedo van 0,25 voor de bekledingen van openbare ruimtes te respecteren;
Gelet op het evaluatieverslag, genaamd `gelijkekansentest', vereist door artikel 2, § 1°, van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijkekansentest in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en door artikel 1 van het besluit van 22 november 2018 over de uitvoering van die ordonnantie, waarvan de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 31/01/2019 kennis heeft genomen;
Overwegende dat het ontwerp RPA onderworpen dient te worden aan een openbaar onderzoek in elk van de gemeenten van het Gewest betrokken bij dit ontwerpplan ter uitvoering van het artikel 30/5, § 1er van het BWRO;
Dat de notie van betrokken gemeente dient geïnterpreteerd te worden in het licht van de notie van personen die hier gevolgen aan ondervinden of ervoor vatbaar zijn, in de zin van de richtlijn 2001/42/CE van het Europees Parlement en van het Bestuur van 27 juni 2001 met betrekking tot de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's, alsook de notie van betrokken personen in de zin van de Aarhusconventie met betrekking tot de toegang tot informatie, de participatie van het publiek aan het besluitvormingsproces en de toegang tot de rechtspraak inzake leefmilieu;
Dat de betrokken gemeenten dus deze zijn waarvan de inwoners milieueffecten zullen ondervinden of riskeren te ondervinden die mogelijk door het RPA gegenereerd worden;
Dat de betrokken gemeenten door het RPA aldus de gemeentes Molenbeek- op wiens grondgebied de perimeter van het RPA gelegen is - en Koekelberg - waarvan bepaalde inwoners minstens zicht zullen hebben op bepaalde bouwvolumes die mogelijk gemaakt worden door het RPA;
Dat geen enkele andere gemeente redelijkerwijs kan beschouwd worden als betrokken gemeente derhalve het RPA geen milieueffecten op het grondgebied van deze gemeenten zal hebben; dat dit voldoende uit het milieueffectenrapport blijkt;
Dat a fortiori, geen enkel ander gewest, noch lidstaat van de Europese Unie of Deel van de Espoo-conventie van 25 februari 1991 met betrekking tot de milieueffectenbeoordeling in een grensoverschrijdende context, kan betrokken zijn door het RPA, in de zin van het artikel 30/5, § 3 van het BWRO;
VII. Samenvatting van de adviezen en van de bezwaren en opmerkingen die zijn geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek en van de manier waarop de Regering er rekening mee heeft gehouden Gelet op artikel 30/6 van het BWRO, dat bepaalt dat het besluit dat het RPA definitief goedkeurt, in zijn motivering de manier samenvat waarop rekening werd gehouden met de adviezen, bezwaren en opmerkingen die tijdens de procedure werden geformuleerd;
Overwegende dat de Regering kennis heeft genomen van de adviezen, bezwaren en opmerkingen die tijdens de initiële voorlichtings- en participatiefase werden ingediend en vervolgens tijdens de bijzondere maatregelen van bekendmaking (openbaar onderzoek en adviesaanvragen) en daarmee rekening heeft gehouden; Dat ze kennis heeft genomen en rekening heeft gehouden met het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, dat zelf op die elementen is gebaseerd; Dat ze kleine wijzigingen heeft aangebracht in het richtplan van aanleg op basis van bepaalde verzoeken om de redenen die ze uiteenzet;
Dat ze de weigering van andere voorstellen die tijdens die opeenvolgende fasen werden geformuleerd, ook heeft gemotiveerd;
Dat ze op die manier de bepalingen van artikel 30/6 van het BWRO naleeft;
Overwegende dat de antwoorden van de Regering op de bezwaren en de opmerkingen die in het kader van het openbaar onderzoek worden geformuleerd en op de adviezen die worden geformuleerd in het kader van het onderzoek van het ontwerp van RPA hierna worden vermeld, onverminderd de antwoorden van de Regering, zoals hierboven weergegeven, in verband met de bezwaren en de opmerkingen die werden geformuleerd in het kader van het voorafgaande voorlichtings- en participatieproces, die worden verondersteld hierna te zijn weergegeven, onder voorbehoud van eventuele wijzigingen die eraan worden aangebracht.
B. ALGEMENE OPMERKINGEN 3. Overeenstemming met het GPDO Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie het belang onderstreept van de link die met het GPDO moet worden gelegd;Dat de site van het Weststation inderdaad is opgenomen in het hypercentrum van de stad, als een strategisch gebied voor de ontwikkeling van het Gewest, uitermate geschikt voor grote grootstedelijke functies die een sterke toegankelijkheid vereisen;
Dat de Commissie nota neemt van een ruimtelijke analyse die vooral gericht is op de verschillende kwadranten, waardoor de algemene visie op de toekomstige ontwikkeling van de site moeilijker te begrijpen is;
Dat ze vraagt om een overzicht van de diagnose van de definitiestudie die in 2016 door het ATO werd uitgevoerd, in het informatieve luik van het RPA op te nemen;
Dat ze het op prijs stelt dat in het strategische luik van het RPA een van de polen ingaat op de kwesties van verankering van de site op grootstedelijk niveau; Dat de Commissie het nuttig zou vinden om de plaats van de site binnen de stedelijke structuur, zoals beschreven in het GPDO, en de rol van de site op grootstedelijk niveau, met name in de geplande programmering, duidelijker op de voorgrond te plaatsen;
Dat de uitstraling van het programma zou moeten worden ontwikkeld voorbij de in het plan beschreven kwadranten;
Dat ze het relevant zou vinden, mocht een algemene reflectie over de toekomst van de spoorwegen in Brussel met de toekomstige ontwikkeling van het Weststation worden geïntegreerd in zijn spoordimensie gekoppeld aan de metro en het openbaar vervoer (GEN, TEC, De Lijn) en mocht er worden nagedacht over de toekomst van dit station ten opzichte van de overbezetting van de Noord-Zuidverbinding: ze zou een alternatieve rol kunnen vervullen en kunnen inspelen op een reële vraag in samenhang met het GPDO; Dat als de spoorweginfrastructuur intact blijft, het Weststation een grotere bediening zou kunnen verwezenlijken; Dat het voor een sterker imago van Brussel onontbeerlijk is om de ambitie te hebben om treinen op deze verbinding te laten rijden;
Dat ze van mening is dat het in dit RPA aan een 'urban attractor' ontbreekt die de onmiddellijke omgeving overstijgt: het is een plaats die de aantrekkelijkheid van de Europese wijk en de Vijfhoek moet compenseren door een plek om te bezoeken te worden;
Dat ze voorstelt om de rol van de site als vervoersknooppunt en als gebied waar economische (microbrouwerij, voedingspool) en culturele functies (diversiteitsmuseum, Arabisch cultureel centrum of concertzaal) kunnen neerstrijken, nog meer te benadrukken om deze site zo een brede uitstraling te geven;
Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de keuze van kwadranten voortvloeit uit het feit dat de site momenteel wordt gestructureerd door de spoorweglijn L28 die van zuid naar noord door de site loopt en de loopbrug Beekkant die de site van oost naar west doorkruist; Dat deze keuze helpt om duidelijk de voor de groene ruimte voorbehouden zones af te bakenen (noordoostelijk kwadrant voor een park dat bijzonder toegankelijk is voor de omliggende wijken en noordwestelijk kwadrant voor een 'ruimte voor biodiversiteit', die beperkt wordt door zijn geringe breedte en het feit dat het ingesloten ligt tussen het spoorwegennet) en de kwadranten die verder moeten worden verstedelijkt (het zuidwestelijke kwadrant, waar er een aanzienlijk schoolproject voor de spoorwegberoepen wordt gerealiseerd, is eerder gewijd aan opleiding en tewerkstelling, terwijl in het zuidoostelijke kwadrant de ontwikkeling van een gemengde, dichte en duurzame wijk voorzien is);
Dat de in 2015 door het ATO uitgevoerde definitiestudie beschikbaar is op de site die voorzien is voor het RPA Weststation en dat een samenvatting van de diagnose terug te vinden is in het informatieve luik van het RPA; dat het geen zin heeft om het informatieve luik van het plan onnodig zwaar te maken, dat in geen geval deel uitmaakt van het strategische luik;
Overwegende dat het RPA over de kwestie van de inschrijving van het RPA op grootstedelijk niveau al tal van uitweidingen bevat;
Dat het strategische luik van het ontwerp van RPA Weststation is opgebouwd rond 5 polen waarvan er een specifiek in het teken staat van de kwesties van verankering van de site op grootstedelijk niveau (Hoofdstuk B. Stations-bestemmingen, pagina's 24-35);
Dat gezien het belang van de openbaarvervoerknooppunten op de site wordt voorgesteld om de stations om te vormen tot 'stations-bestemmingen' of, met andere woorden, aan deze transporthaltes een omgeving te creëren die aansluit bij hun belang op verkeersvlak; Dat het de bedoeling is ze te verankeren in de stad door ze te combineren met aantrekkelijke programma's, openbare ruimten of hoogwaardige landschappen en dit volledig onafhankelijk van het eventuele toekomstige gebruik van de lijn als mogelijk alternatief voor de Noord-Zuidverbinding; Dat het plan geenszins de ontwikkeling van de frequentie op de lijn belet, noch de ontwikkeling op termijn van een 3e en 4e spoorweg dankzij de uitbreiding van de spoorwegzone voor metro-opslag uitsluit; Dat de gekozen stedenbouwkundige vorm (balkon) en de andere in het strategische luik voorziene akoestische maatregelen volstaan om de huidige en eventueel toekomstige geluidshinder als gevolg van een intensiever gebruik van de lijn op te vangen;
Dat er wordt voorgesteld om aan het Weststation een ruim voorplein aan te leggen dat in het noorden uitgeeft op het spoorweglandschap, gezien het smalle zuidelijke voorplein, en zo alle nieuwe geplande openbare ruimten met elkaar te verbinden; Dat er op de hoek van het station, aan de Ninoofsesteenweg, een programma is voorzien voor een openbare voorziening die een grootstedelijke uitstraling garandeert, als urban attractor kan dienstdoen en in interactie met de openbare ruimte treedt; Dat er een behandeling van de openbare ruimten voorzien is die is afgestemd op het grootstedelijke belang van het openbaarvervoernetwerk; Dat het voorplein van het station met de Vandenpeereboomstraat is verbonden via een plein omgeven door openbare programma's;
Dat wat het Beekkantstation betreft, dit zou moeten worden uitgebreid, voorzien van een openbaar programma met voorzieningen, handelszaken en een grote fietsparking en omgeven door een ruimte die goede aansluitingen mogelijk maakt voor alle actieve vervoerswijzen en met de buslijnen; Dat de ruimte tussen het Weststation en het Beekkantstation trouwens wordt ingenomen door een voorziening van nationaal belang: het opleidingscentrum voor het personeel van de Belgische spoorwegen, Infrabel Academy;
Dat het belang van de site op grootstedelijk niveau ook tot uiting komt in de aanleg van een fiets-voetpad langs de spoorweglijn L28 dat, op termijn, zou kunnen aansluiten op een traject dat het Bockstaelplein met het Zuidstation verbindt. Dit zou dus een grote zachte-mobiliteitsas zijn die het oosten van Brussel volledig doorkruist;
Dat het ontwerp van RPA ook aansluit bij de reflectie opgestart door de studie 'Metropolitan Landscapes' en bij de doelstellingen om het groene netwerk uit te breiden door parken aan te leggen en een biodiversiteitsgebied verbonden, met name, met het Marie-Josépark en de groene ruimten van de Gasmeterzone; 3. Algemene doelstellingen van het plan Overwegende dat verschillende instanties zich positief uitlaten over het behoud van de architecturale stijl en de typologie van de wijk, over de coherentie van het programma of over de ambitie om te verduidelijken hoe dit GGB 3 in het GBP moet worden omgezet in een stadsdeel dat in de omliggende wijken opgaat, op basis van de richtsnoeren die in de herfst van 2015 door de Regering zijn bepaald: de grote doelstellingen van dit RPA, de grote kwaliteit van de stedenbouwkundige studie en van het daaruit voortvloeiende richtplan van aanleg; Overwegende dat Leefmilieu Brussel vraagt om de details van de tijdens het RPA-proces ontwikkelde ideeën, schetsen en ambities eerder in het inleidende verslag op te nemen dan in het strategische luik;
Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het uitwerkingsproces in detail in het MER wordt beschreven en dat het het resultaat is van het uitwerkingsproces dat in het strategische en reglementaire luik van het plan terug te vinden is; Dat het informatieve luik slechts een beperkt deel van de relevante informatie bevat waarmee bij de uitwerking van het strategische en reglementaire luik is rekening gehouden;
Overwegende dat de KCML zich positief uitlaat over de coherentie van de programmering, maar ze het betreurt dat de programmering meermaals de grote voornemens op het vlak van de zeer uitvoerige uitwerking van het reglementaire luik en bepaalde beschrijvingen van het strategische luik niet inlost;
Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het RPA, zoals in het MER is uiteengezet, op strategisch niveau is uitgevoerd en dat het zich …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.