📄 Wettekst
1 JULI 2011. - Decreet betreffende het onderwijs XXI (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XXI HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Art. II.1. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 22 december 2000, 13 juli 2001, 28 juni 2002, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 7 juli 2006, 6 juli 2007, 22 juni 2007, 4 juli 2008, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 37° worden de woorden « openbaar bestuur » vervangen door de woorden « publiekrechtelijke rechtspersoon »;2° in punt 37° wordt de zin « Het Gemeenschapsonderwijs is een openbaar bestuur;» opgeheven; 3° in punt 39°bis worden de woorden « door de provincie, de gemeente of » opgeheven. Art. II.2. In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval van een regelmatig ingeschreven leerplichtige leerling is het schoolbestuur verplicht om de ouders te informeren over het recht op, de mogelijkheden van en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis. »; 2° er wordt een § 2bis ingevoegd die luidt als volgt : « § 2bis.De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 1, verplicht het schoolbestuur er toe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren.
De verplichting om tijdelijk onderwijs aan huis in te richten, vervalt voor de school ten aanzien van de leerling of de kleuter gedurende zijn verblijf in een preventorium of ziekenhuis waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of bij zijn opname in een dienst bedoeld in artikel X.1, 2°, van het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 betreffende het onderwijs XIV. ».
Art. II.3. In artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 28 juni 2002, 2 april 2004, 20 maart 2009, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, 3° en 9°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten7 wordt telkens de laatste zin vervangen, door wat volgt : « Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling I, van het
decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/06/2002
pub.
14/09/2002
numac
2002036137
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I
sluiten betreffende de gelijke onderwijs-kansen-I, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt. Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente. »; 2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.Het schoolbestuur informeert de ouders over het schoolreglement voorafgaand aan de inschrijving van het kind en bij elke wijziging.
Daarbij moeten de volgende principes in acht worden genomen : 1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het schoolreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de ouders zich er schriftelijk mee akkoord;2° bij elke wijziging van het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord.Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar; 3° het schoolbestuur vraagt de ouders of ze een papieren versie van het schoolreglement wensen te ontvangen;4° een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.»; 3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden. ».
Art. II.4. In artikel 51 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd. »; 2° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.In afwijking van § 2 kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing.
Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ».
Art. II.5. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 57bis.De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met het getuigschrift basisonderwijs, afgeleverd door scholen die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.».
Art. II.6. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 57ter.De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 57bis zijn opgenomen, met het getuigschrift basisonderwijs, afgegeven in de Vlaamse Gemeenschap.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader gebruikt; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur als referentiekader gebruikt. ».
Art. II.7. In artikel 139novies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/06/2002
pub.
14/09/2002
numac
2002036137
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I
sluiten, en vervangen bij het
decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten6, worden de jaartallen « en 2010-2011 » vervangen door de jaartallen « , 2010-2011 en 2011-2012 ».
Art. II.8. In artikel 153quinquies van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2, ingevoegd bij het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4 en vervangen bij
decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten6, vervangen, door wat volgt : « § 2. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor ICT-coördinatie. De scholen kunnen de middelen alleen aanwenden als ze deel uit maken van een scholengemeenschap, scholengroep of een samenwerkingsplatform, als vermeld in artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003. ».
Art. II.9. In artikel 155, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 7 juli 2006, wordt de eerste zin van het tweede lid vervangen door wat volgt : « Het totaal aantal bijkomende lestijden en/of bijkomende uren mag niet meer bedragen dan 0,5 procent van het totaal aantal lestijden of uren dat het voorgaand schooljaar werd toegekend aan respectievelijk het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs. Voor de berekening van het aantal bijkomende lestijden en/of bijkomende uren gebeurt de omrekening van de voltijdse ambten naar lestijden of uren op basis van de minimumprestaties eigen aan ieder ambt. ».
Art. II.10. Aan artikel 164bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten3, wordt een derde lid en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « Binnen een scholengemeenschap mag in het gewoon lager onderwijs maximaal 10 procent plage worden ingericht ten opzichte van de totale personeelsformatie op basis waarvan de betrekkingen van onderwijzer in het gewoon lager onderwijs worden ingericht. Alleszins mag het percentage plage dat in het gewoon lager onderwijs wordt ingericht vanaf het schooljaar 2011-2012 niet hoger liggen dan het percentage plage dat in schooljaar 2010-2011 in de scholengemeenschap werd ingericht. Voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gelden de percentages, vermeld in het vorige lid, per school. Bij het bepalen van de criteria, zoals vermeld in artikel 164, moet er rekening mee gehouden worden dat onderwijzers slechts met een derde lestijd zoals bepaald in artikel 3, 43°bis, van dit decreet, kunnen worden belast als deze lestijd om organisatorische redenen noodzakelijk is.
Alle plage zoals bepaald in artikel 3, 43°bis, van dit decreet die in het basisonderwijs wordt ingericht, moet aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming worden gemeld met inbegrip van haar invulling. ».
Art. II.11. Aan artikel 165, 3°, van hetzelfde decreet worden na de woorden « artikel 164 » de volgende woorden toegevoegd : « en 164bis ».
Art. II.12. In artikel 173bis, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2, worden de woorden « openbaar bestuur » vervangen door de woorden « publiekrechtelijke rechtspersoon ».
Art. II.13. In hetzelfde decreet wordt een artikel 194sexies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 194sexies.In afwijking van artikel 139ter, 139ter /1 en 139quater behouden de scholen voor gewoon basisonderwijs tijdens het schooljaar 2011-2012 de aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkonderwijskansenbeleid, die ze in het schooljaar 2010-2011 hebben ontvangen. ».
Art. II.14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 194septies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 194septies.Gedurende het schooljaar 2010-2011 zijn artikel 139septies en 139octies niet van toepassing. ».
Art. II.15. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
Artikel II.9 heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997. Artikel II.14 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Art. III. 1. In artikel 2, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs wordt de laatste zin vervangen, door wat volgt : « De artikelen 96 tot en met 99, artikel 115/1 en artikel 115/4 tot en met 120 gelden niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs. ».
Art. III.2. In artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs wordt punt 25° vervangen door wat volgt : « 25° onderwijsnet : - het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs; - het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap; - het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ».
Art. III.3. Artikel 8 van de Codex Secundair Onderwijs wordt vervangen door wat volgt : « Art. 8.Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ».
Art. III.4. In artikel 111 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er worden een paragraaf 1bis en 1ter ingevoegd, die luiden als volgt : « § 1bis.Het school- of centrumbestuur informeert de betrokken personen over het school- of centrumreglement voorafgaand aan de inschrijving van de leerling en bij elke wijziging. Daarbij moeten volgende principes in acht worden genomen : 1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het school- of centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;2° bij elke wijziging van het school- of centrumreglement informeert het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en de betrokken personen geven opnieuw schriftelijk akkoord.Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de leerling een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar; 3° het school- of centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papierenversie van het school- of centrumreglement wensen te ontvangen;4° een wijziging van het school- of centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving. § 1ter. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het school- of centrumreglement geregeld worden. »; 2° aan paragraaf 3, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd : « Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen gelegen in die gemeente.».
Art. III.5. In artikel 112, § 1, 4°, van de Codex Secundair Onderwijs wordt punt b) vervangen door wat volgt : « b ) de verhaalmogelijkheden tegen eindbeslissingen van klassenraden over leerlingen; ».
Art. III.6. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 115/1.Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en die : a) zich ofwel binnen de leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de
wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten;b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van voltijds secundair onderwijs, geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toelatingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, zoals die als orgaan door de Vlaamse Regering is bepaald, van een door de betrokken personen gekozen school voor voltijds secundair onderwijs. In voorkomend geval en in afwijking op de vigerende regelgeving : a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;b) moet de beslissing van de toelatingsklassenraad uiterlijk genomen worden 25 lesdagen na aanvang van de regelmatige lesbijwoning. Voor de leerlingen in kwestie kan de Vlaamse Regering nooit toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de vooropleiding bepalen. ».
Art. III.7. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 115/2.De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, afgeleverd door scholen voor secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap : 1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;3° het diploma van het secundair onderwijs;4° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;5° het certificaat van Se-n-Se;6° het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd als een specialisatiejaar;7° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;8° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs;9° het getuigschrift van een opleiding buitengewoon secundair onderwijs;10° het getuigschrift van verworven competenties in een opleiding buitengewoon secundair onderwijs. Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.».
Art. III.8. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 115/3.De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 115/2 zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door scholen of centra voor secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap : 1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;3° het diploma van het secundair onderwijs;4° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;5° het certificaat van Se-n-Se;6° het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd als een specialisatiejaar;7° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;8° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs;9° het getuigschrift van een opleiding buitengewoon secundair onderwijs;10° het getuigschrift van verworven competenties in een opleiding buitengewoon secundair onderwijs. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.».
Art. III.9. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/4 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 115/4.Tegen eindbeslissingen van delibererende klassenraden in het gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en tegen eindbeslissingen van klassenraden in opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs die door de betrokken personen worden betwist, hebben die personen verhaalmogelijkheid overeenkomstig de volgende procedure : 1° de betrokken personen kunnen binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, volgend op de dag waarop hen die beslissing werd meegedeeld, het recht doen gelden op overleg met een afgevaardigde van het schoolbestuur of de voorzitter van die klassenraad of afgevaardigde.Beide partijen maken hun standpunten kenbaar; 2° op basis van de argumenten die door de betrokken personen worden aangevoerd, kan de afgevaardigde van het schoolbestuur of de voorzitter van die klassenraad of zijn afgevaardigde na dergelijk overleg de klassenraad zo spoedig mogelijk opnieuw doen bijeenkomen;3° als, na 1° en 2°, de betwisting blijft bestaan, dan kunnen de betrokken personen zich tot de beroepscommissie richten binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, nadat het resultaat van het in 1° bedoeld overleg aan de betrokken personen werd meegedeeld of, indien het desbetreffend overleg heeft geleid tot een nieuwe bijeenkomst van die klassenraad, binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, nadat het resultaat van deze bijeenkomst aan de betrokken personen werd meegedeeld.Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling en de werking van de beroepscommissie, ermee rekening houdend dat, met uitzondering van de voorzitter, de leden van die klassenraad er geen deel van kunnen uitmaken en dat de beroepscommissie uit minstens drie leden bestaat; 4° de beroepscommissie voert een onderzoek uit en deelt het resultaat ervan mee aan het schoolbestuur;5° het schoolbestuur beslist vervolgens of die klassenraad wel of niet opnieuw dient samen te komen met het oog op het nemen van een definitieve beslissing;6° indien die klassenraad opnieuw dient samen te komen, dient dit te gebeuren hetzij uiterlijk op 15 september van het daaropvolgend schooljaar, hetzij uiterlijk op 15 maart van het schooljaar in kwestie als de betwiste beslissing betrekking heeft op een Se-n-Se en genomen werd op 31 januari dan wel, bij uitstel, uiterlijk op 1 maart van dat schooljaar.De alsdan genomen beslissing wordt, schriftelijk en gemotiveerd, onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. ».
Art. III.10. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/5 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 115/5.Ongeacht van de al dan niet betwisting door de betrokken personen van een eindbeslissing wordt het schoolbestuur steeds het recht voorbehouden desbetreffende klassenraad opnieuw te doen samenkomen, ten einde een door het schoolbestuur zelf omstreden beslissing te heroverwegen. Het opnieuw samenkomen dient te gebeuren hetzij uiterlijk op 15 september van het daaropvolgend schooljaar, hetzij uiterlijk op 15 maart van het schooljaar in kwestie als de omstreden beslissing betrekking heeft op een Se-n-Se en genomen werd op 31 januari dan wel, bij uitstel, uiterlijk op 1 maart van dat schooljaar. In het geval de alsdan genomen beslissing afwijkt van de omstreden beslissing, wordt ze schriftelijk en gemotiveerd, onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. ».
Art. III.11. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 117/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 117/1.Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval van een leerling is het schoolbestuur verplicht om de betrokken personen te informeren over het recht op, de mogelijkheden van en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis.
De uitdrukkelijke vraag van de betrokken personen verplicht het schoolbestuur er toe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren. ».
Art. III.12. In artikel 124 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het tweede lid een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt : « c) hetzij naar een derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, aangeduid als naamloos leerjaar, en naar één optie van de derde graad van het technisch of kunstsecundair onderwijs, aangeduid als Se-n-Se, en bestaande uit twee semesters, binnen het geheel van opties zoals door de Vlaamse Regering bepaald; ».
Art. III.13. In artikel 131 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het tweede lid de zinsnede « 1 september 2012 » vervangen door de zinsnede « 1 september 2014 ».
Art. III. 14. In artikel 135 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt opgeheven;2° de indeling in paragrafen wordt opgeheven. Art. III.15. In Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 136/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 136/1.De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), sluit niet uit dat een deel van de vorming van het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven, wordt verstrekt door leraars van een andere school dan de school waarin de leerling is ingeschreven en dit op een vestigingsplaats van die andere school. Indien van deze mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing : 1° de regeling wordt in het schoolreglement opgenomen;2° het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven, blijft onverkort van toepassing;3° de regeling wordt voorafgaand onderhandeld in de lokale comités, bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden, van de betrokken scholen;4° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven : a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;5° uitsluitend de school waar de leerling is ingeschreven, is bevoegd en verantwoordelijk voor evaluatie, studiebekrachtiging en kwaliteitszorg;6° de samenwerking tussen de scholen wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin alleszins volgende elementen worden opgenomen : a) de samenwerkende scholen, met vermelding van de school van inschrijving;b) de invulling van de samenwerking;c) de looptijd van de samenwerking;d) de afspraken over de evaluatie en kwaliteitszorg. De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole. ».
Art. III.16. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 136/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 136/2.Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten : 1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar en de vervanging door andere onderdelen die de finaliteit van het structuuronderdeel niet aantasten, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen, voor een leerling die specifieke onderwijsbehoeften heeft omwille van : - hetzij leerstoornissen of hoogbegaafdheid, zoals vastgesteld op basis van handelingsgerichte diagnostiek van het CLB; - hetzij tijdelijke leermoeilijkheden of leerachterstanden voor een of meer vakken; 2° in voorkomend geval : a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;b) kunnen individuele vrijstellingen nooit worden verleend voor het geheel van een vak, tenzij laatstbedoeld vak wordt vervangen door het vak Nederlands;c) worden individuele vrijstellingen en vervangingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;d) doen individuele vrijstellingen en vervangingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging.».
Art. III. 17. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 136/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 136/3.Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten : 1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar voor een leerling met uitzonderlijke artistieke talenten en het tijdens die vrijgestelde periodes, schoolextern, ontwikkelen van die talenten binnen een specifieke artistieke context, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen;2° in voorkomend geval : a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;b) moet de desbetreffende artistieke context door de onderwijsinspectie voorafgaandelijk worden aanvaard als van hoogstaand kwalitatief niveau;c) worden individuele vrijstellingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;d) doen individuele vrijstellingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging.».
Art. III.18. In het vijfde lid van artikel 139 van de Codex Secundair Onderwijs wordt tussen het woord « van » en het woord « descriptorelementen », het woord « de » geschrapt.
Art. III.19. In het eerste en tweede lid van artikel 145 van de Codex Secundair Onderwijs wordt telkens tussen het woord « van » en het woord « descriptorelementen », het woord « de » geschrapt.
Art. III.20. In artikel 156 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in paragraaf 3, in de opsomming een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie. ».
Art. III.21. In artikel 157 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in paragraaf 3, in de opsomming een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie. ».
Art. III.22. In artikel 158 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het eerste lid de zinsnede « het schooljaar 2011-2012 » vervangen door de zinsnede « het schooljaar 2013-2014 ».
Art. III.23. In artikel 165 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het eerste lid in punt 1°, tussen het woord « opleiding » en de woorden « niet met vrucht », de zinsnede « , met uitzondering van de opleiding verpleegkunde, » ingevoegd.
Art. III.24. In deel IV, titel 1, hoofdstuk 1, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een afdeling 6 toegevoegd, met een artikel 168/1, dat luidt als volgt : « Afdeling 6. - Projecten Art. 168/1.§ 1. De instellingen voor secundair onderwijs die in toepassing van het
besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009022346
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
17/08/2009
numac
2009024263
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen
sluiten6 betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het
decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten6, gedurende het schooljaar 2009-2010 een dergelijk project organiseren, mogen gedurende het schooljaar 2010-2011 dit project verder zetten, overeenkomstig de bepalingen van het besluit in kwestie, met dien verstande dat de organisatie : 1° op één leerlingencohorte betrekking heeft;2° zowel in het eerste als in het tweede leerjaar van een graad mag plaatsvinden;3° niet aan een leerlingennorm is onderworpen;4° geen extra middelen genereert. § 2. De scholen voor secundair onderwijs die gedurende het schooljaar 2010-2011 een CLIL-project organiseren, behouden voor het schooljaar 2011-2012 de mogelijkheid tot het aanbieden van CLIL, onder de volgende voorwaarden : 1° CLIL wordt georganiseerd in overeenstemming met de bepalingen van het
besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009022346
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
17/08/2009
numac
2009024263
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen
sluiten6 betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs, maar met dien verstande dat het niet aan een leerlingennorm is onderworpen en geen extra middelen genereert;2° over het behoud van de mogelijkheid tot organisatie van CLIL werd vooraf onderhandeld in het bevoegde lokale comité van de betrokken school.».
Art. III.25. In deel IV, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 6, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 168/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 168/2.De scholen die gedurende het schooljaar 2010-2011 deelnemen aan één van de tijdelijke projecten, vermeld in het
decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten7 houdende verlenging van sommige van de tijdelijke projecten die zijn vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs, kunnen gedurende de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 : 1° structuuronderdelen organiseren die ze zonder normering hebben geprogrammeerd, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde
decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten7, onder de volgende voorwaarden : a) het structuuronderdeel komt niet voor in het regulier voltijds gewoon secundair onderwijs;b) het structuuronderdeel werd door de betrokken school al georganiseerd tijdens het schooljaar 2010-2011;c) het structuuronderdeel werd, na kennisname van een positieve evaluatie door de onderwijsinspectie en een expertenpanel, positief geadviseerd door de stuurgroep, vermeld in hetzelfde besluit van 23 juni 2006;2° leerplannen hanteren die geen overheidsgoedkeuring behoeven, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde
decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten7, onder de volgende voorwaarden : a) de leerplannen worden enkel toegepast binnen de in 1° bedoelde structuuronderdelen;b) de in a) bedoelde toepassing vond al in het schooljaar 2010-2011 plaats;3° aspecten van modulaire onderwijsinrichting invoeren, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde
decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten7, onder de volgende voorwaarden : a) de aspecten van modulaire onderwijsinrichting worden enkel toegepast binnen de in 1° bedoelde structuuronderdelen;b) de in a) bedoelde toepassing vond al in het schooljaar 2010-2011 plaats.».
Art. III.26. Artikel 174 van de Codex Secundair Onderwijs wordt vervangen, door wat volgt : « Art. 174.§ 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het hoger beroepsonderwijs.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden buiten werking gesteld vanaf het schooljaar 2010-2011. § 2. In afwijking op § 1 kan in uitzonderlijke gevallen de Vlaamse Regering aan een schoolbestuur toelating geven tot programmatie van een instelling of structuuronderdeel : 1° na schriftelijke aanvraag van dat schoolbestuur, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité;en 2° na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Onderwijsinspectie. § 3. In afwijking op § 2, 1°, bevat een dossier houdende voorstel van een nieuw structuuronderdeel dat, in toepassing van artikel 129 en de uitvoeringsbesluiten, door een schoolbestuur wordt ingediend, tevens een aanvraag tot programmatie in één of meer aangeduide scholen van dat schoolbestuur, onder de volgende voorwaarden : 1° het schoolbestuur moet de aanvraag tot programmatie expliciet in het dossier vermelden;2° in het dossier is het protocol van de onderhandeling in het bevoegd lokaal comité of lokale comités, naargelang van het geval, met betrekking tot de programmatie opgenomen;3° het dossier wordt ingediend bij het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming uiterlijk 30 september van het voorafgaand schooljaar. Uitsluitend in het geval de Vlaamse Regering een positieve beslissing neemt over het voorstel van nieuw structuuronderdeel, neemt zij tevens een beslissing over de aanvraag tot programmatie. ».
Art. III.27. In artikel 216 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het schooljaar 2011-2012 : enerzijds mag ten opzichte van het aantal uren-leraar van de individuele school maximum 3 procent plage-uren worden georganiseerd en anderzijds mogen ten opzichte van de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen binnen de scholengemeenschap maximum 1,3 procent plage-uren worden georganiseerd.»; 2° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf het schooljaar 2011-2012 : het maximum procent plage-uren mag niet hoger liggen dan het procent van het schooljaar 2001-2002.Het maximum procent plage-uren wordt evenwel vastgelegd op 3 procent indien het procent van het schooljaar 2001-2002 meer dan 3 procent bedraagt. ».
Art. III.28. In artikel 254 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden in de laatste zin de volgende woorden toegevoegd : « , tenzij blijkt dat deze paritaire samenstelling niet kan worden gerealiseerd.»; 2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Bij het bepalen van de bekrachtiging van de studies kan de Vlaamse Regering het met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering.
Onder externe certificering wordt verstaan : het toekennen aan leerlingen, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan de beroepsuitoefeningvoorwaarden. ».
Art. III.29. In artikel 256, § 1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs, wordt in de punten a) tot en met e), tussen de woorden « gesubsidieerde school » en de woorden « , of door de examencommissie » telkens de woorden « , door Syntra Vlaanderen in de leertijd » ingevoegd.
Art. III.30. In het vijfde lid van artikel 262 van de Codex Secundair Onderwijs wordt tussen het woord « van » en het woord « descriptorelementen », het woord « de » geschrapt.
Art. III.31. In het eerste en tweede lid van artikel 265 van de Codex Secundair Onderwijs wordt telkens tussen het woord « van » en het woord « descriptorelementen », het woord « de » geschrapt. Afdeling II. - Decreet betreffende het stelsel van leren en werken
Art. III.32. In artikel 27, § 1, tweede lid, van het
decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten7 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° kan het centrumbestuur het deeltijds beroepssecundair onderwijs in een ander week- of jaarritme organiseren op voorwaarde enerzijds dat geen afbreuk wordt gedaan aan het aantal uren op jaarbasis, en anderzijds dat een gemotiveerd dossier in het centrum ter beschikking wordt gehouden voor het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie; ».
Art. III.33. Aan artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009022346
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
17/08/2009
numac
2009024263
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden in het vierde lid de woorden « In hoofde van de leerling kan een opleiding starten » vervangen door de woorden « Een opleiding kan starten »;2° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.De Vlaamse Regering kan voor een opleiding en voor de aansluitende component werkplekleren bijzondere organisatievoorwaarden opleggen. ».
Art. III.34. In artikel 32, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009022346
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
17/08/2009
numac
2009024263
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen
sluiten2, wordt het woord « VLOR » vervangen door de woorden « De raad van bestuur van Syntra Vlaanderen ».
Art. III.35. In hetzelfde decreet wordt een artikel 42bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 42bis.Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra en die : a) zich ofwel binnen de deeltijdse leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de
wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten;b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van deeltijds beroepssecundair onderwijs, geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toeltingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van de klassenraad van een door de betrokken personen gekozen centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs. Voor de leerlingen in kwestie kan de Vlaamse Regering nooit toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de vooropleiding bepalen. ».
Art. III.36. Artikel 45 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 45.§ 1. Voorafgaand aan een inschrijving en bij elke wijziging moet een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een trajectbegeleider Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval, de betrokken personen op de hoogte brengen van het centrumreglement.
Daarbij moeten de volgende principes in acht worden genomen : 1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;2° bij elke wijziging van het centrumreglement worden de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager geïnformeerd over die wijziging en geven ze opnieuw schriftelijk akkoord.Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de jongere een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar; 3° het centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papieren versie van het centrumreglement wensen te ontvangen;4° een wijziging van het centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving. § 2. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het centrumreglement geregeld worden. ».
Art. III.37. In hetzelfde decreet wordt een artikel 49bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 49bis.Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra en die : a) zich ofwel binnen de deeltijdse leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de
wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten;b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van leertijd; geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toelatingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van Syntra Vlaanderen. ».
Art. III.38. Aan artikel 50, vierde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009022346
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen
type
koninklijk besluit
prom.
02/07/2009
pub.
17/08/2009
numac
2009024263
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen
sluiten2, wordt de volgende zin toegevoegd : « Centra gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs gelegen in die gemeente. ».
Art. III.39. Artikel 56 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. III.40. In hetzelfde decreet worden een artikel 74bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 74bis.De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap : 1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;2° het diploma van het secundair onderwijs;3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;5° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs. Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.».
Art. III.41. In hetzelfde decreet wordt een artikel 74ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 74ter.De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 74bis zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap : 1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;2° het diploma van het secundair onderwijs;3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;5° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt; 2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.».
Art. III.42. In artikel 81 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen, door wat volgt : « De Vlaamse Regering bepaalt welk certificaat of welke combinatie van certificaten aanleiding geeft tot uitreiking van een getuigschrift leertijd. ».
Art. III.43. In hetzelfde decreet wordt een artikel 84bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 84bis.De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt in de leertijd : 1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;2° het diploma van het secundair onderwijs;3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;5° het certificaat van een opleiding leertijd. Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening : 1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1983
pub.
25/01/2011
numac
2011000012
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling
sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur.Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindter …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.