Besluit van de Waalse Regering tot definitieve aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Marche-La Roche met het oog op de opneming
In het kort
Dit besluit van de Waalse Regering wijzigt het gewestplan Marche-La Roche om een uitbreiding van de steengroeve van Préalle mogelijk te maken. Tegelijkertijd worden compenserende maatregelen genomen door landbouw-, bos- en groengebieden aan te wijzen.
Wat het reguleert
- De opname van een ontginningsgebied als uitbreiding van de steengroeve van Préalle.
- De aanwijzing van landbouwgebieden als planologische compensatie.
- De aanwijzing van bosgebieden als planologische compensatie.
- De aanwijzing van groengebieden als planologische compensatie.
Wie het betreft
- De Waalse Regering.
- De gemeente Durbuy (Heyd, Bomal, Grandhan en Tohogne).
Kernpunten
- Het gewestplan Marche-La Roche wordt gedeeltelijk herzien.
- De herziening omvat de opname van een ontginningsgebied nabij de steengroeve van Préalle.
- Planologische compensaties worden voorzien in de vorm van landbouw-, bos- en groengebieden.
- Het besluit is een definitieve aanneming van de herziening.
Wettekst
23 MAART 2017. - Besluit van de Waalse Regering tot definitieve aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Marche-La Roche met het oog op de opneming van een ontginningsgebied als uitbreiding en in de nabijheid van de steengroeve van Préalle en, bij wijze van planologische compensaties, van landbouwgebieden, bosgebieden en groengebieden op het grondgebied van de gemeente Durbuy (Heyd, Bomal, Grandhan en Tohogne) De Waalse Regering, Gelet op het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, inzonderheid op de artikelen 1, 22, 23, 25, 28, 30bis, 32, 35, 36, 37, 41, 42 tot 46; Gelet op het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan (SDER) aangenomen door de Waalse Regering op 27 mei 1999 en overwegende dat de in aanmerking genomen optie, wat de bescherming en het beheer van de bodemrijkdommen betreft, erin bestaat te zorgen voor de ruimte die de komende dertig jaren noodzakelijk zal zijn voor de ontginningsactiviteit; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 1987 tot opstelling van het gewestplan Marche - La Roche; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 05/12/2008 pub. 16/02/2009 numac 2009200593 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot herziening van het gewestplan Marche-La Roche en tot aanneming van het voorontwerp van herziening met het oog op de opneming van een ontginningsgebied als uitbreiding van de steengroeve van Préalle op het grondgebied van de gemeente Durbuy (Heyd) en, bij wijze van planologische compensaties, op de bestemming als landbouwgebied en bosgebied van gronden opgenomen als ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Durbuy (Heyd en Tohogne) sluiten tot herziening van het gewestplan Marche-La Roche (bladen 49/5, 55/1 en 55/2) en tot aanneming van het voorontwerp van herziening met het oog op de opneming van een ontginningsgebied als uitbreiding van de steengroeve van Préalle op het grondgebied van de gemeente Durbuy (Heyd) en, bij wijze van planologische compensaties, op de bestemming als landbouwgebied en bosgebied van gronden opgenomen als ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Durbuy (Heyd en Tohogne); en tot aanneming van de ontwerp-inhoud van het milieueffectenonderzoek van dat plan; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 30/04/2009 pub. 27/05/2009 numac 2009202291 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de voorwaarden waaronder en van de wijze waarop de waarborg van het Gewest verleend wordt ter uitvoering van het decreet van 7 november 2007 betreffende de subsidies voor investeringen in inrichtingen voor de opvang van bejaarde personen type besluit van de waalse regering prom. 30/04/2009 pub. 16/06/2009 numac 2009202581 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering waarbij de voorwaarden worden bepaald voor de toekenning door het Gewest van een waarborg van honorering voor de terugbetaling van leningen bedoeld in artikel 23 van de Waalse Huisvestingscode type besluit van de waalse regering prom. 30/04/2009 pub. 21/09/2009 numac 2009027167 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering houdende verschillende maatregelen betreffende toeristische logiesverstrekkende inrichtingen, de kampeer-caravanterreinen en de organisatie van het toerisme sluiten waarbij beslist wordt een effectenonderzoek te laten doorvoeren met betrekking tot het voorontwerp van herziening van bovenvermeld gewestplan Marche - La Roche; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 24 juli 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 10/11/2011 numac 2011000687 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot aanwijzing van de ambtenaren die gemachtigd zijn krachtens artikelen 25 en 34 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden om de feiten zoals gesanctioneerd in artikel 18 vast te stellen en om de onmiddellijke heffing voorzien in artikel 34 van de wet op te leggen type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011009751 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende vervanging van twee plaatsvervangende leden van de departementale stagecommissie ingesteld voor de Nederlandstalige ambtenaren van de niveaus B, C en D van de Federale Overheidsdienst Justitie type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 28/03/2013 numac 2013201623 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincie die de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toepassen vanaf 1 januari 2012 type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011029568 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit houdende benoeming van de leden van de raden van bestuur van de Hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011029577 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de raad van bestuur van de « Haute Ecole Charlemagne » type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 03/11/2011 numac 2011031531 bron gemeenschappelijke gemeenschapscommissie van brussel-hoofdstad Ministerieel besluit tot vaststelling van de inhoud van de opleidingen die de directeurs van de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarden moeten volgen sluiten0 tot regeling van de werking van de Regering; Gelet op de Waalse gewestelijke beleidsverklaring voorgelegd aan het Waals Parlement op 23 juli 2014; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 januari 2017Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 10/11/2011 numac 2011000687 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot aanwijzing van de ambtenaren die gemachtigd zijn krachtens artikelen 25 en 34 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden om de feiten zoals gesanctioneerd in artikel 18 vast te stellen en om de onmiddellijke heffing voorzien in artikel 34 van de wet op te leggen type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011009751 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende vervanging van twee plaatsvervangende leden van de departementale stagecommissie ingesteld voor de Nederlandstalige ambtenaren van de niveaus B, C en D van de Federale Overheidsdienst Justitie type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 28/03/2013 numac 2013201623 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincie die de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toepassen vanaf 1 januari 2012 type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011029568 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit houdende benoeming van de leden van de raden van bestuur van de Hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011029577 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de raad van bestuur van de « Haute Ecole Charlemagne » type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 03/11/2011 numac 2011031531 bron gemeenschappelijke gemeenschapscommissie van brussel-hoofdstad Ministerieel besluit tot vaststelling van de inhoud van de opleidingen die de directeurs van de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarden moeten volgen sluiten2 tot vastlegging van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten; Overwegende dat het effectenonderzoek betreffende het voorontwerp van gewestplan is uitgevoerd door "Bureau" d'études ARCEA SPRL", behoorlijk erkend overeenkomstig artikel 42, lid 4, van het Wetboek; Gelet op het ministerieel besluit van 4 februari 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014024055 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van de refactiecoëfficiënten en de maximumbedragen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de schatting en de vergoeding van runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024062 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW POSECO type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024063 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW FAM type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014031221 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende het aanduiden van een controleur om de stedenbouwkundige overtredingen op te sporen en vast te stellen type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 25/03/2014 numac 2014029176 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014062 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 85 op de spoorlijn nr. 69, baanvak Ieper - Poperinge, gelegen te Ieper ter hoogte van de kilometerpaal 33.814 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014064 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 42 op de spoorlijn nr. 17 Diest - Tessenderlo, gelegen te Tessenderlo, ter hoogte van de kilometerpaal 30.556 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014063 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 43 op het moerspoor nr. 211E, gelegen in het havengebied van Antwerpen-Linkeroever te Beveren, ter hoogte van de kilometerpaal 5.153 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 28/04/2014 numac 2014029242 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor deontologie voor hulpverlening aan de jeugd sluiten betreffende de opneming van verschillende dolmens en menhirs, waaronder de menhir "a Djèyi" (monumenten) en de uitbreiding van het megalietenveld van Wéris (locatie), op de erfgoedlijst; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 02/06/2014 numac 2014203361 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het decreet van 19 november 2012 houdende erkenning en subsidiëring van de inschakelingsbedrijven en van het besluit van de Waalse Regering van 31 januari 2013 tot uitvoering van het decreet van 19 december 2012 houdende erkenning en subsidiëring van de inschakelingsbedrijven type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014203627 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 december 2013 houdende het algemeen reglement betreffende de erkenning van de loketten en tot vastlegging van de procedures inzake sanctie in uitvoering van artikel 178.1 van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 13/06/2014 numac 2014027171 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2007 tot organisatie van de verhuur van woningen beheerd door de "Société wallonne du Logement" of de openbare huisvestingsmaatschappijen type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 30/05/2014 numac 2014203360 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2009 tot aanwijzing van de voorzitter, de ondervoorzitters en de leden van de "Commission wallonne de la Famille" , ingesteld bij het kaderdecreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de advies verlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 26/05/2014 numac 2014203271 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 mei 2011 tot vaststelling van het statuut van de arrondissementscommissarissen type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 04/06/2014 numac 2014203362 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 12 mei 2011 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de toelagen betreffende de doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden en tot bepaling van de modaliteiten van hun terbeschikkingstelling type besluit van de waalse regering prom. 08/05/2014 pub. 18/06/2014 numac 2014203732 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering houdende oprichting van de cel voor financiële informatie en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 24 maart 2005 sluiten tot definitieve aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Marche - La Roche met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en van landbouwgebieden, bosgebieden en groengebieden op het grondgebied van de gemeente Durbuy (Heyd, Bomal, Grandhan en Tohogne). Overwegende dat dit besluit meer bepaald de opneming beoogt van : -ontginningsgebieden als uitbreiding, in het noorden, noordoosten en zuiden van het ontginningsgebied van de Steengroeven van Préalle, evenals een ontginningsgebied gelegen in het noordwesten die niet aan voorvermelde gebieden aangrenzend is; - een ontginningsgebied voor de vestiging van een verbindingsbaan tussen de toekomstige noordelijke en noordwestelijke uitbreidingen als vermeld, evenals van twee ontginningsgebieden voor de aanleg van bezinkingsbekkens; - een landbouwgebied en een bosgebied op het westelijk gedeelte van het ontginningsgebied van de Steengroeven van Préalle dat heden opgenomen is in het gewestplan van Heyd; - een bosgebied in het ontginningsgebied van de oude steengroeve van Haute Kimone in Tohogne; - een groengebied, een bosgebied en twee landbouwgebieden in het gehucht "Briqueterie de Rome" in Grandhan; - een bosgebied in het gehucht "Mont des Pins" te Bomal; Overwegende dat een bijkomend voorschrift betrekking heeft op beide gebieden bestemd voor de aanleg van de bezinkingsbekkens en als volgt luidt : "het ontginningsgebied voorzien van bijkomend voorschrift *S60 wordt bestemd voor de vestiging van bezinkingsbekkens en van bijkomende werken die nodig zijn voor deze installaties"; Overwegende dat een inrichtingsmaatregel betrekking heeft op het bosgebied dat opgenomen zal worden in het westelijk deel van het ontginningsgebied van de "Carrières de Préalle", heden op het gewestplan te Heyd opgenomen; dat deze maatregel voorziet in een beheersovereenkomst tussen de uitbater van de afzetting en het Departement Natuur en Bossen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst, die gesloten zal moeten worden uiterlijk op de dag van het verstrekken, door de in eerste aanleg bevoegde overheid, van de milieu- of de bedrijfsvergunning die machtiging vormt voor de ontginningsactiviteit, of van elke andere plaatsvervangende vergunning; Overwegende dat een bepaling voorziet in de aanneming van een overeenkomst tussen de uitbater van de afzetting en de Directie Archeologie van de Waalse Overheidsdienst om de archeologische evaluatie van de nieuwe ontginningsgebieden alsook de bescherming en de valorisatie van de menhir "a Djèyi" en de onmiddellijke omgeving ervan te verzekeren; Overwegende dat een tweede bepaling de aanpassing beoogt, in voorkomend geval, en dit voor de definitieve aanneming van de huidige herziening van het gewestplan, van de vigerende overeenkomst tussen de uitbater van de "Carrières de Préalle" en de "Commission wallonne d'Etude et de Protection des Sites souterrains (CWEPSS)" (Waalse Commissie voor Onderzoek en Bescherming van de Ondergrondse sites) om toegepast te worden op de nieuwe ontginningsgebieden voorzien in dit ontwerp van herziening van het gewestplan vóór zijn definitieve goedkeuring; Gelet op het openbaar onderzoek, uitgevoerd tussen 8 oktober 2014 en 21 november 2014 op het grondgebied van de gemeente Durbuy, overeenkomstig de artikelen 4, 43 en 46 van het Wetboek; Gelet op de informatievergadering, die plaatsvond op 14 oktober 2014 in het "Maison du Village", gelegen Rowe dè Bati 29 te 6940 Heyd, op het grondgebied van de gemeente Durbuy, overeenkomstig artikel 4 van het Wetboek; Gelet op de documenten van het dossier die tijdens het openbaar onderzoek ter inzage zijn gelegd; Overwegende dat de bezwaarindieners zich ofwel per gepersonaliseerd(
- e)schrijven/e-mail ofwel door de ondertekening van een vooraf door omwonenden opgestelde brief (hieronder : typebrief genoemd) uitgedrukt hebben; dat deze typebrieven,voorzien van bemerkingen, beschouwd worden als een gepersonaliseerde brief en dat de brieven, ondertekend door de leden van éénzelfde gezin, onder de categorie "familie" vallen, en niet onder de individuele brieven; Gelet op de bezwaren en bemerkingen ingediend tijdens het openbaar onderzoek, namelijk : gepersonaliseerde brieven Naam Adres 1 ANCIA Gaël Rue du Bati 11 6941 Heyd 2 BELLIERE-MARTHOZ Fr. en Chr. Fosse di Martchet 1 6941 Heyd 3 BONMARIAGE-BIHAIN A. en J. Aisne 60 6941 Heyd 4 COLLIN Cécile Aisne 2 6941 Heyd 5 COLLIN Paul Aisne 24 6941 Heyd 6 DAUSORT Francis Rue du Marais 88 1495 Villers-la-Ville 7 FELDMANN-BODSON J. en G. Chemin du Meunier 15, Ozo 6941 Izier 8 JALHAY Benjamin El Coulêye 19 6941 Heyd 9 JURDANT Eric Rue Gilles Bouvet 27 6941 Villers SG 10 LARDOT Didier Aisne 52 6941 Heyd 11 LESAGE Marie-France Aisne 52 6941 Aisne-sous-Heyd 12 MARTHOZ - PIRET Damien Rue de Marlaine 29 6940 Wéris 13 MICHOTTE-GUSTIN Fr. en K. A Pahis 7 6941 Heyd 14 NINANE Jacques Chemin du Meunier 1 6941 Ozo 16 NOIRHOMME Florence Aisne 2 6941 Heyd 15 NOIRHOMME Roland Aisne 2 6941 Heyd 17 PIERARD Pascale Quai des Ardennes 110/11 4031 Angleur 18 PIERARD-BODSON C. en E. Aisne 14 6941 Heyd 19 PIERARD Nathalie Rue du Marais 88 1495 Villers-la-Ville 20 PIERARD Nathalie gemandateerd door Mr LEBRUN Rue du Marais 88 1495 Villers-la-Ville 21 SAVONET Claude El Coulêye 19 6941 Heyd 22 TERRE WALLONNE gemandateerd door Mr LEBRUN Rue de la Passerelle 8 4031 Angleur 23 van WEDDINGEN Claude Rue Gilles Bouvet 27 6941 Villers SG 24 SPRL Carrières de Préalle via Fr. MATHIEU Aisne S/N 6941 Heyd TYPEBRIEVEN Naam Adres 25 ABSIL Anne Route des Roches 12 6960 Manhay 26 ALBERGHS Christophe Aisne 37 6941 Heyd 27 ALBERT Marie Rue du Bati 39 6941 Heyd 28 ALEXIS Rue de l'Aisne 15, Fanzel 6997 Erezée 29 ANCIA-LEVEQUE R. et A-D. Rideu 12 6941 Heyd 30 ANTOINE Julie Rowe di Veule 5 6941 Heyd 31 ANTOINE Philippe Rowe di Veule 5 6941 Heyd 32 ASSENMAKER-ROUSSEAU Ph. en G. Ozo 39 6941 Izier 33 BAERT M. en M-D. Rue de l'Aisne 21, Fanzel 6997 Erezée 34 BASTIEN Luc Al Pieri 12 6941 Heyd 35 BASTIN Laurence Route d'Erezée 23/11 6960 Manhay 36 BAYARD Huberte Aisne 18 6941 Heyd 37 BEAUDOINT Laurence Rue de la Tour du Diable 15 6940 Barvaux 38 BELLIERE-MARTHOZ Fosse de Martchet 1 6941 Heyd 39 BENKOVIC-ANNET R. en Ch. Aisne 51 6941 Heyd 40 BERGMANS Dominique Morville 99 6940 Wéris 41 BERNARD Jeanne Aisne 5 6941 Heyd 42 BERNARD Maria Route des Roches 18 6960 Manhay 43 BERNIER Martine Rue Strya 3 6941 Villers SG 44 BLACKS Pierre Aux Achans 2 6941 Heyd 45 BLACQUIERE-VAN VELSEN G. et A. Rideu 18 6941 Heyd 46 BOCKSTAELE Boris El Coulèye 25 6941 Heyd 47 BODSON Georgette Ozo 15 6941 Izier 48 BONMARIAGE Freddy Grande Hoursinne 36 6997 Erezée 49 BONMARIAGE Gaby Aisne 23 6941 Heyd 50 BONMARIAGE Martine Aisne 50 6941 Heyd 51 BORREUX Pol Rue des Ardennes 163 6941 Juzaine 52 BUTERA-REMY D. en E. Rowe di Veule 14 6941 Heyd 53 CALLENS-GRAULS Fr. en Chr. Tour 10 6941 Heyd 54 CAMUS Odile Rue Gilles Bouvet 8 6941 Villers SG 55 CARRIER Albert Rue du Bati 39 6941 Heyd 56 CARRIER-GUEUBS Denis Tour 21 6941 Heyd 57 CHARLIER Joseph Rowe di Veule 23 6941 Heyd 58 CHRISTOFFELS Maria Tour 63 6941 Heyd 59 CLETTE Roger Rue des Ardennes 38 6941 Bomal 60 CLOOSEN Sandrine Lignely 13 6941 Heyd 61 COLLARD-BODSON G. et M. Rowe di Veule 19A 6941 Heyd 62 COLLARD Lucienne Aisne 30 6941 Heyd 63 COLLARD Rogier Rue des Ardennes 90 6941 Bomal 64 COLLIGNON Béatrice Aisne 43 6941 Heyd 65 COLLIN Michèle Grande Enneille 22 6940 Grandhan 66 COLLIN Paul Aisne 24 6941 Durbuy 67 COMPERE Jacqueline Rue des Ardennes 96 6941 Bomal 68 DAULNE Marie-Josée Rue Trieux 1B 6941 Bomal 69 DELCHEF Remy Rowe di Veule 26 6941 Heyd 70 DELEUZE Patrice Lignely 10 6941 Heyd 71 DEMARCHE-CORNET J-L. en N. Rue du Tombeux 14 6941 Juzaine 72 DENIS Jean-Marc Rue des Ardennes 52 6941 Bomal 73 DEPIERREUX Judith Ozo 46 6941 Izier 74 DE ROOVER Carine en familie El Coulèye 25 6941 Heyd 75 DESIROTTE-PIETTE A. en A. Tour 15 6941 Heyd 76 DODRIMONT Michelle El Cwène 41 6941 Heyd 77 DUPUIS Philippe Aisne 23 6941 Heyd 78 DURDU Thérèse Rue des Affrûts 8, Fanzel 6997 Erezée 79 ETIENNE Yoann Rowe di Veule 5 6941 Heyd 80 EVRARD-CATOUL G. en Ch. Aisne 46 6941 Heyd 81 FABRI Françoise Ozo 34 6941 Izier 82 FABRY Elisabeth Grande Hoursinne 36 6997 Erezée 83 FAUCONNIER Sylvie El Cwère 11 6941 Heyd 84 FAWAY Jean-Pierre Petite Hoursinne 18 6997 Erezée 85 FIASSE Robert Aisne 30 6941 Heyd 86 FOCROULLE Edithe Rue du Rideu 6 6941 Heyd 87 FONCK Denise El Couleye 31 6941 Heyd 88 FONTEYN-DE COCK L. en I. Lamstraat 139 9100 Sint-Niklaas 89 FRANCOTTE Jean-Marie Rue des Ardennes 148 6941 Bomal 90 FREMINEUR Paul Rue de Fleurie 1 6941 Bomal 91 GALLINA Maria Aisne 39/1 6941 Heyd 92 GODELAINE-MICHAUX R. en R. Rue du Bati 1 6941 Heyd 93 GOOSSENS Hélène Aux Roches 1 6941 Villers SG 94 GRIDLET David Rue des Affrûts 9, Fanzel 6997 Erezée 95 GUISET Julien Rue des Ardennes 129 6941 Bomal 96 GUSTINE Victor Rue Bihay 16 6941 Heyd 97 HANSSENS-LALIEUX A. en Cl. Rue du Bati 13 6941 Heyd 98 HELLA Régine Rue du Millénaire 3 6941 Villers SG 99 HELLIN Josianne Ozo 15 6941 Izier 100 HENET M. Rue des Affrûts 8, Fanzel 6997 Erezée 101 HENRARD Claudine Aisne 71 6941 Heyd 102 HENROT Marguerite Rue des Ardennes 47 6941 Bomal 103 HENROTTE Anne Al Rotche Kinet 22 6941 Heyd 104 HENROTTE Denys Tour 28 6941 Heyd 105 HENROTTE Jean-Yves Tour 28 6941 Heyd 106 HENROTTE Stéphanie Tour 26 6941 Heyd 107 HEUSER Irène Am Botanische Gossen 50735 Cologne(D) 108 HUYGENS Caroline Rue Antoine Baeck 41 1090 Jette 109 HUYGENS Céline Rue Antoine Baeck 41 1090 Jette 110 HUYGENS Charlotte Rue Antoine Baeck 41 1090 Jette 111 HUYGENS Guy Rue Antoine Baeck 41 1090 Jette 112 JALHAY Joseph Rue Général Borlon 22 6997 Erezée 113 JALHAY Pascal Rowe di Veule 22 6941 Heyd 114 JASSOGNE Cyril Aisne 50 6941 Heyd 115 JASSOGNE Mathilde Aisne 50 6941 Heyd 116 JORIS-WATHY Fr. en V. Al Béole 13 6960 Manhay 117 KINTS Jean-Marie Aux Quatre Buissons 5 6941 Villers SG 118 KLEYNEN Victorine Rue des Ardennes 32 A 6941 Bomal 119 LA FONTAINE Andrée Rue du Bati 39 6941 Heyd 120 LAMBERT-JACQMART N. en L. Al Rotche Kinet 6 6941 Heyd 121 LARDOT Emilie Rue de Liège 31 6941 Bomal 122 LEBOUTTE Anne Rue du Coreux 20 6941 Villers SG 123 le BUSSY Jean-Charles Lagelire 8 6941 Juzaine 124 LECARTE-LOUIS Chr. en S. El Cwène 51 6941 Heyd 125 LECLERCQ Jean-Claude Rue de Liège 30/C 6941 Bomal 126 LEDOUX Axel Ninane 15/1 6941 Heyd 127 LESIRE Pauline Vieux Chemin de Wéris 12 6940 Barvaux 128 LIEGEOIS Benjamin Aisne 39/1 6941 Heyd 129 LIEGEOIS Fiona Aisne 39/1 6941 Heyd 130 LIPPINOIS Patrick Bihay 11 6941 Heyd 131 LOTIGIERS-VAN RIET H. en J. Bois Gérard 1 6941 Heyd 132 LOVENBERG-MEUS A. en C. Aisne 35 6941 Heyd 133 LUDWIG Marie-Thérèse Aisne 24 6941 Durbuy 134 MAESCHALCK-DE ROY A. en F. Perkstraat 79 1933 Zaventem 135 MALCHAIRE Marie-Noëlle Rue Général Borlon 22 6997 Erezée 136 MARION Lucas Tour 2A 6941 Heyd 137 MAUDOUX-COLLIN A. en B. Aisne 69 6941 Heyd 138 MICHALLE Marcel Rue des Ardennes 43 6941 Bomal 139 MOREAU Robert Aux Achans 15 6941 Heyd 140 MUNER Patrick Route des Roches 12 6960 Manhay 141 MUNER Romain Route des Roches 12 6960 Manhay 142 NIZETTE Annette Petite Hoursinne 6 6997 Erezée 143 NYS Vivienne Lagelire 8 6941 Juzaine 144 ORVAL Marie-Louise Petite Hoursinne 18 6997 Erezée 145 PAULUS Dominique Rue Inzes Vas 1 6941 Juzaine 146 PAULUS Marie Rue Strya 9 6941 Villers SG 147 PEETERS Michèle Vieux Chemin de Wéris 12 6940 Barvaux 148 PERSYN Karla Fanzel 15A 6997 Erezée 149 PIERARD Alain Morville 10 6940 Wéris 150 PIERARD-BODSON C. en E. Aisne 14 6941 Durbuy 151 PIERARD Paul Morville 12 6940 Wéris 152 PIRET-FARINE J. en R. Rue Sous Bihay 1 6941 Heyd 153 PIROTTE Marie-Claire A Pieri 12 6941 Heyd 154 PONCIN Martine Loheré,1, Tour 6941 Heyd 155 PONTHIER Dominique Rue Inzes Vas 1 6941 Juzaine 156 POUSSEUR Nelly Rue des Affrûts 4, Fanzel 6997 Erezée 157 RAMAEKERS Catherine Rue Antoine Baeck 41 1090 Jette 158 REMY-DIZIER P. en M-N. Rue El Coulèye 23 6941 Heyd 159 RENARD Gordonne Rue du Coreux 20 6941 Villers SG 160 RENARD Louis-Marie Rue du Coreux 20 6941 Villers SG 161 RENARD Morgane Rue du Coreux 20 6941 Villers SG 162 RIXHON Dominique Tour 28 6941 Heyd 163 ROLUS Léon Rue Bihay 27 6941 Heyd 164 SARLET-STASSIN F. en A. Al Rotche Kinet 1 6941 Heyd 165 SEGHERS-LENGELER M. en H. Aisne 81 6941 Heyd 166 SEINE Jean-Michel Rue Gilles Bouvet 8 6941 Villers SG 167 SERET Patricia Tour 2A 6941 Heyd 168 SERVAIS Delphine Rue des Affrûts 4, Fanzel 6997 Erezée 169 SERVAIS Ethel Rowe di Veule 22 6941 Heyd 170 SERVAIS Guy Rue des Affrûts 4, Fanzel 6997 Erezée 171 SEVRAIN Maurice Lignely 9 6941 Heyd 172 SIBRET Marcel Rue des Ardennes 142 6941 Bomal 173 SIMON Daniel El Cwène 30 6941 Heyd 174 SMETS Robert Aux Roches 1 6941 Villers SG 175 SOTTILE Salvatore Rue du Lieutenant Liégeois 1 6941 Bomal 176 SOUGNEZ Patricia Rue des Ardennes 41 6941 Bomal 177 TASIA Johnny El Couleye 31 6941 Heyd 178 TERORDE Boris en familie El Cwène 11 et 4 6941 Heyd 179 TILMAN Pascale Rue de Liège 71 6941 Bomal 180 TROOTS Kees Tour 63 6941 Heyd 181 URBANY-VANBELLINGHEN B. en V. Rideû 14 6941 Heyd 182 VAN DEN BERGE Adriana Rue du Bati 48 6941 Heyd 183 VAN DROM-WUYTACK M. en M-L. Lamstraat 59 9100 Sint-Niklaas 184 VANGDETHEM J. Route de Bomal 18 6960 Manhay 185 VANSPAUWEN Frank Ozo 45 6941 Izier 186 VERSCHUREN-DE WACHTER E. en L. Petite Hoursinne 2 6997 Erezée 187 VOOGD Peter Rue du Bati 48 6941 Heyd 188 WELLENS-HENRARD J-M. en Cl. Aisne 71 6941 Heyd 189 WEMERS Bernard Rue Gilles Bouvet 8 6941 Villers SG 190 WEMERS Geneviève Rue Gilles Bouvet 8 6941 Villers SG 191 XHIGNESSE Denise Tour 28/1 6941 Heyd 192 YANSENNE Jean-Paul Rowe di Veule 20 6941 Heyd 193 YANSENNE Marie-Thérèse Rue des Ardennes 54 6941 Bomal Overwegende dat enkel de bezwaren, geuit binnen de termijn van het openbare onderzoek en met inachtneming van de artikelen 4, 6°, en 43, § 2, van het Wetboek in overweging worden genomen; Gelet op de notulen van de afsluitende vergadering van het openbaar onderzoek, die plaatsvond op 21 november 2013 in Durbuy; Gelet op de overlegvergadering die overeenkomstig artikel 43 van het "CWATUPE" gehouden werd in het "Maison du Village" op 26 november 2014; Gelet op de notulen van die overlegvergadering; Gelet op het advies van de gemeenteraad van Durbuy van 22 december 2014, die beslist een voorwaardelijk gunstig advies over het ontwerp van gedeeltelijke herziening van het gewestplan uit te brengen; Overwegende dat die voorwaarden hoofdzakelijk onder de bedrijfsvergunningen vallen, die later verstrekt zouden kunnen worden in het heden op het gewestplan bestaand ontginningsgebied, net zoals de voorwaarden opgenomen ten gevolge van huidige herziening; dat de voorwaarden betreffende de herziening van het gewestplan voornamelijk op de grenzen van de gebieden slaan; Gelet op de adviezen ingewonnen bij de "Commission régionale d'aménagement du territoire" en de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable"; Gelet op het gunstig advies van de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" (CWEDD), uitgebracht op 9 maart 2015; Overwegende dat, wat betreft het effectenonderzoek, de CWEDD van mening is dat het onderzoek de nodige elementen bevat voor de besluitvorming door de Waalse Regering, maar dat er evenwel meer illustraties gebruikt hadden kunnen worden (kaarten, foto's, schetsen); Overwegende dat de Regering de ontginningsgebieden en de planologische compensaties, voorgesteld in het besluit van 8 mei 2014 tot voorlopige aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Marche - La Roche, bekrachtigt; dat zij evenwel erop aandringt om in het kader van de toekomstige vergunningsaanvraag de evaluatie van de verschillende impacten (met name lucht, geluid en trillingen) gepaard te laten gaan met de inzameling van technische gegevens betreffende die verschillende vectoren, met inbegrip van de modeliseringen; Gelet op het gunstig advies van de "Commission régionale d'aménagement du territoire" (Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening) van 26 maart 2015; Overwegende dat de « CRAT » wijst op de « goede kwaliteit » van het milieueffectenonderzoek daar dit onderzoek immers de gezamenlijke effecten op het milieu "correct benadert"; dat genoemde Commissie de gebieden (in termen van bestemming en ligging) goeddeels bekrachtigt zoals zij beoogd worden in het besluit van 8 mei 2014 tot voorlopige aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Marce - La Roche, evenals van de voorstellen van overeenkomsten; dat zij daarnaast volgende opmerkingen en bemerkingen maakt : - om een planologische overcompensatie van 2 hectare te voorkomen wordt het ontginningsgebied van de voormalige steengroeve Haute Kimone te Tohogne in zijn bestemming niet gewijzigd om dit bebouwbare gebied te bewaren "als een gebiedspotentieel dat 'ontbouwd' kan worden voor een eerstvolgende herziening van het gewestplan Marche - La Roche"; - de overeenkomsten die gesloten worden tussen enerzijds de groeveuitbater en de dienst Archeologie van DGO4 (bedoeld bij artikel 4 van het besluit van 8 mei 2014) en anderzijds tussen de groeveuitbater en de Waalse Commissie voor Bodemonderzoek en -bescherming (bedoeld in artikel 5 van hetzelfde besluit) vallen eerder onder de vergunning die aangevraagd zal worden "voor de uitbating van de steengroeve"; - de meeste bezwaren die in het kader van het openbaar onderzoek tot uiting kwamen hebben meer betrekking op de vergunning dan op de herziening van het gewestplan; dat ze evenwel aangeeft dat ze gekant is tegen de beheersovereenkomst die gesloten zal worden tussen de groeveuitbater en het Departement Natuur en Bossen (DGO3) bedoeld in artikel 3 van hetzelfde besluit met betrekking tot het bosgebied voorzien in het westelijk deel van het huidig ontginningsgebied aangezien de uitbater enkel eigenaar is van 20 % van de betrokken gronden; Gelet op de adviezen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu (DGO3), uitgebracht op 31 maart 2015, op het niet-gedateerd advies van het Departement Erfgoed ontvangen op 11 februari 2015 en op het advies van de cel Ruimtelijke Ontwikkeling - Leefmilieu, uitgebracht op 7 juni 2016, van het Operationeel Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie (DGO4); Gelet op de « Convention pour l'exploration spéléologique des massifs calcaires de la Carrière de Préalle (Aisne/Durbuy) », gesloten op 7 november 2014 tussen enerzijds sprl Carrières de Préalle en anderzijds de Waalse Commissie voor Onderzoek en Bescherming van de Ondergrondse sites (« CWEPSS ») als bijlage bij dit besluit; Gelet op de « Convention relative au Patrimoine dans le cadre de l'extension de la zone d'extraction de la carrière de Préalle (Durbuy) », ondertekend op 3 december 2015 door de « Carrières de Préalle sprl », de Waalse Overheidsdienst en de stad Durbuy, als bijlage bij dit besluit; Overwegende dat er in verband met de bezwaren die onder de globale vergunning voor de ontginningsactiviteit vallen in het stadium van de herziening van het gewestplan geen aanleiding toe is te anticiperen op de resultaten van de uitvoering van het beoordelingssysteem van de effecten van het project op het leefmilieu dat uitgevoerd zal worden in verband met het (
- de)nauwkeurige vergunningsplichtige project(en); Dat de Regering acht dat bepaalde vragen dus niet in dit stadium beantwoord moeten worden opdat ze volstrekt terecht kan beslissen; dat het in deze fase van de herziening van het gewestplan immers niet past om vooruit te lopen op die vraagstukken die het voorwerp zijn van de vergunning tot uitvoering van die planherziening; Gelet op de bedrijfsvergunning, verstrekt aan sprl "carrières de Préalle" op 13 november 2015, toegestaan voor een termijn die afloopt op 27 mei 2035 voor zover ze de milieuvergunning vervangt, voor een onbepaalde duur voor zover ze de stedenbouwkundige vergunning vervangt en voor een onbepaalde duur voor zover ze de eigenlijke ontginning betreft; Overwegende dat die bedrijfsvergunning enkel de huidige ontginning en niet de toekomstige ontginningen beoogt; dat ze immers de uitbater ertoe machtigt om een reeks gedeeltelijk reeds bestaande aanhorigheden neer te zetten en uit te baten en de omtrek van de steengroeve over 5,9 hectare in het noordoostelijk deel van het huidige ontginningsgebied uit te breiden; Overwegende dat de aanvraag met betrekking tot die vergunning bij het gemeentebestuur van Durbuy is ingediend op 28 oktober 2014, namelijk tijdens de periode van het openbaar onderzoek met betrekking tot huidige gewestplanherziening; dat daaruit voortvloeit dat sommige overwegingen uitgedrukt door de gemeenteraad van Durbuy en DGO3 in hun adviezen, uitgebracht in het kader van huidige gewestplanherziening, meer onder de vergunningsprocedure vallen; dat ze bijgevolg beantwoord zullen worden in de motivering van bedoelde vergunning of in de motivering van de toekomstige vergunningen die verstrekt zouden kunnen worden voor de uitbating van de steengroeve en aanhorigheden; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 10/11/2011 numac 2011000687 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot aanwijzing van de ambtenaren die gemachtigd zijn krachtens artikelen 25 en 34 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden om de feiten zoals gesanctioneerd in artikel 18 vast te stellen en om de onmiddellijke heffing voorzien in artikel 34 van de wet op te leggen type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011009751 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende vervanging van twee plaatsvervangende leden van de departementale stagecommissie ingesteld voor de Nederlandstalige ambtenaren van de niveaus B, C en D van de Federale Overheidsdienst Justitie type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 28/03/2013 numac 2013201623 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincie die de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toepassen vanaf 1 januari 2012 type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011029568 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit houdende benoeming van de leden van de raden van bestuur van de Hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011029577 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de raad van bestuur van de « Haute Ecole Charlemagne » type ministerieel besluit prom. 21/10/2011 pub. 03/11/2011 numac 2011031531 bron gemeenschappelijke gemeenschapscommissie van brussel-hoofdstad Ministerieel besluit tot vaststelling van de inhoud van de opleidingen die de directeurs van de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarden moeten volgen sluiten1 tot aanwijzing van de Natura 2000-locatie BE34007 "Basse vallée de l'Aisne"; Overwegende dat de Waalse Regering na analyse van de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en van de voor en na afloop van dat onderzoek uitgebrachte adviezen daarop als volgt wenst te antwoorden; 1. Kwaliteit van het effectenonderzoek met betrekking tot het gewestplan Overwegende dat sommige bezwaarindieners achten dat het milieueffectenonderzoek voor het gewestplan gebrekkig is in het onderzoek naar bepaalde onderwerpen (geluid enz), en zelfs partijdig (sociaal-economisch deel, landschap enz.) of niet-objectief is daar het gegrond is op waarnemingen en niet op kwantitatieve onderzoeken (geluid, stofdeeltjes, trillingen) of gegevens samensmelt zonder onderscheid, zoals het verkeersgeluid door bijvoorbeeld personenwagens en vrachtwagens; Overwegende dat anderen melding maken van het feit dat de auteur van het effectenonderzoek bepaalde hinderfactoren zou minimaliseren (o.a. toe te schrijven aan een verhoging van de productie naar 500.000 ton/jaar, aan de mijnschoten, aan het verkeer enz.) en dat hij bepaalde problematieken zou omzeilen door enkel rekening te houden met de aspecten die gunstig zijn voor de economische ontwikkeling van de steengroeve ten koste van de natuurlijke en culturele "rijkdommen" aanwezig op de locatie; Overwegende dat er bezwaarindieners oordelen dat het milieueffectenonderzoek van het gewestplan onvoldoende is om de gewestplanherziening uit te voeren en de uitvoering vragen van aanvullende onderzoeken, met name voor geluid, trillingen, stofdeeltjes, biodiversiteit of waterafname in de Aisne; dat één van hen erkent dat het onderzoek evenwel interessante voorstellen inhoudt; Overwegende dat sommigen noteren dat het effectenonderzoek niet bijgewerkt is in de informatie over de opname van de menhir "a Djèyi" op de erfgoedlijst of van de vergunningen en de beroepen; Overwegende dat een bezwaarindiener evenwel de algemene kwaliteit van het effectenonderzoek benadrukt ondanks enkele erin vervatte zwakke punten, die het zelf erkent; Antwoord Overwegende dat de auteur van het effectenonderzoek van het gewestplan van bij het begin aangaf dat het effectenonderzoek voor het voorontwerp van plan "deel uitmaakt van een strategische reflectie inzake ruimtelijke ordening die de herziening het gewestplan van Marche - La Roche beoogt met het oog op de opneming van ontginningsgebieden. Dat onderzoek mag niet verward worden met een effectenonderzoek voor het leefmilieu, dat betrekking heeft op een bijzonder project (aanvraag verkavelingsvergunning, aanvraag bedrijfsvergunning...)"; dat hij na afloop van dat onderzoek zijn beoordelingsmethode uiteengezet heeft, evenals de moeilijkheden waar hij voor kwam te staan bij het uitvoeren van dit effectenonderzoek voor een gewestplan (blz. 221-222 - fase 2) en dat hij de beperkingen ervan onder woorden heeft gebracht (blz. 222 - fase 2); Overwegende dat de Commissie « CRAT » overeenkomstig artikel 42, lid 7, van het Wetboek regelmatig geïnformeerd werd over de evolutie en de resultaten van het effectenonderzoek waaraan het voorontwerp van het gewestplan Marche - La Roche onderworpen is; dat zij een gunstig advies heeft uitgebracht zowel over fase 1 (sociaal-economische verantwoording) als over fase 2 (leefmilieu-impacten, verzachtende maatregelen enz) in het onderzoek; Overwegende dat het dossier van het openbaar onderzoek dat bestaat uit het ontwerp van plan samen met het effectonderzoek en uit de bezwaren, opmerkingen, processen-verbaal en adviezen, overeenkomstig artikel 43, § 4, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Erfgoed, ter advies is voorgelegd aan de CRAT, de CWEDD, DGO3 en het Erfgoeddepartement van DGO4; Overwegende dat de « CRAT » in haar advies van 26 maart 2015 erop wijst dat "het effectenonderzoek van goede kwaliteit is", dat ze een "correcte benadering" van de gezamenlijke impacten van de projecten op het leefmilieu toelaat en dat het project "[...] eveneens streeft naar een vermindering van milieuhinder van de steengroeve" en de vrijwaring mogelijk maakt van een "correct evenwicht tussen de ontginningsactiviteit en de plaatselijke landbouwactiviteit [...]"; dat de CWEDD in haar advies van 9 maart 2015 acht dat het effectenonderzoek de nodige gegevens bevat voor "de beslissingname" en dat dit onderzoek, hoewel het ontbreken van sommige illustraties betreurd wordt, "een globale appreciatie geeft van het gehele onderzoek en meer bepaald van de sociaal-economische verantwoording van de uitbreiding en van de analyse van de potentialiteiten van het gewestplan"; Overwegende dat de impacten en de hinder in verband met geluid, stof, trillingen, verkeer en andere meer gedetailleerd onderzocht zullen worden in het effectenonderzoek voor het leefmilieu, uitgevoerd in het kader van de toekomstige vergunningsaanvragen; dat zowel de CRAT, de CWEDD, DGO3 als de gemeenteraad van Durbuy die mening delen en bovendien reeds, althans sommigen, de onderdelen benoemd hebben die daarin aan bod zullen moeten komen; Overwegende dat de antwoorden voor het overige in de hierna uiteengezette thematische onderwerpen gegeven zullen worden; Overwegende dat de bezwaren in verband met de formulering van voorbijgestreefde informatie voortvloeien uit een slecht begrip van de chronologie van de stappen die in de loop van huidige herzieningsprocedure van het gewestplan gezet worden : daar het effectenonderzoek van het gewestplan in 2012 is afgewerkt, kon het onmogelijk melding maken van de opname van het megalietenveld van Wéris en van de menhir "à Djèyi" op de erfgoedlijst, daar dit gebeurde bij ministerieel besluit van 4 februari 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014024055 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van de refactiecoëfficiënten en de maximumbedragen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de schatting en de vergoeding van runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024062 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW POSECO type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024063 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW FAM type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014031221 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende het aanduiden van een controleur om de stedenbouwkundige overtredingen op te sporen en vast te stellen type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 25/03/2014 numac 2014029176 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014062 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 85 op de spoorlijn nr. 69, baanvak Ieper - Poperinge, gelegen te Ieper ter hoogte van de kilometerpaal 33.814 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014064 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 42 op de spoorlijn nr. 17 Diest - Tessenderlo, gelegen te Tessenderlo, ter hoogte van de kilometerpaal 30.556 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014063 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 43 op het moerspoor nr. 211E, gelegen in het havengebied van Antwerpen-Linkeroever te Beveren, ter hoogte van de kilometerpaal 5.153 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 28/04/2014 numac 2014029242 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor deontologie voor hulpverlening aan de jeugd sluiten; dat de auteur van het onderzoek voor wat betreft de bedrijfsvergunning van 27 juni 2011, toegekend aan "Carrières de Préalle", hoewel vermeld werd dat er een beroep in behandeling was, naliet het feit recht te zetten dat de Minister van Ruimtelijke Ordening deze vergunning de dato 21 oktober 2011 geweigerd had; 2. Sociaal-economische verantwoording a.Omvang van het project Overwegende dat sommige bezwaarindieners zich tegen de ontwerp-herziening van het gewestplan verzetten omdat ze dit niet in verhouding achten tot de huidige uitbating die volgens hen een lokaal karakter heeft, des te meer omdat dit voor een deel onherroepelijke schade zal veroorzaken op het natuurlijke en menselijke milieu; dat die "mateloosheid" onder diverse invalshoeken benaderd wordt door de bezwaarindieners die in de uitbating een schaalvergroting zien : een verhoogde productie, oppervlakte en configuratie van de ontginningsgebieden, evenals langere jaren van uitbating van de delfstoffen; Overwegende dat sommige bezwaarindieners duidelijk maken dat ze niet voor een kort en krachtige stopzetting van de economische activiteit in de steengroeven van Préalle zijn voor zover deze activiteit "redelijk en weloverdacht" is in zijn opzet, evenals in een optiek van duurzame ontwikkeling; dat bezwaarindieners te dien einde suggereren om de jaarlijkse productie te beperken door de oppervlakte die als ontginningsgebied opgenomen moet worden, in te perken; dat een bezwaarindiener zich afvraagt in welke mate die voorstellen het bedrijf in moeilijkheden zou kunnen brengen gelet op het dringend karakter van de herziening van het gewestplan; Overwegende dat een bezwaarindiener vraagt dat de oppervlakten van de ontginningsgebieden voor en na de herziening van het gewestplan verduidelijkt worden; dat anderen zich afvragen of de uitbater een verhoging van de productie vastgesteld heeft sinds twee van de drie factoren die de auteur van het onderzoek aflijnde als hinderpalen voor het bereiken van een productie van 500.000 ton/jaar verbeterd werden (interne beheersfactoren en ouderdom van de installaties), of de vraag gestegen is en of voormalige klanten zijn teruggekomen; Antwoord Overwegende dat in de besluiten van 5 december 2008 en 8 mei 2014 aangestipt wordt dat de sprl Carrières de Préalle de huidige herziening van het gewestplan aangevraagd heeft om het voortbestaan van de uitbating na een termijn van twee jaar te garanderen aangezien het openleggen van de ontginningsplaats op de grenzen van de uitbaatbare gebieden is gestoten en de uitbating in de diepte afgestopt wordt door de hoogte van de ondergrondse waterlaag; Overwegende dat het ontginningsgebied waarin heden de activiteiten van sprl Carrières de Préalle ontplooid worden goed zijn voor 25 hectare op het gewestplan Marche - La Roche, opgesteld door de Waalse Regering op 26 maart 1987; Overwegende dat het voorontwerp, aangenomen op 5 december 2008, de opneming voorzag van een ontginningsgebied van om en bij de 8 hectare als noordelijke en noordoostelijke uitbreiding van de huidige steengroeve met het oog op het vastleggen van een afzettingsreserve voor 21 jaar met behoud van het productieniveau op 350.000 ton/jaar; dat er daarnaast 6 hectare, gelegen in het westen van het op het gewestplan bestaande ontginningsgebied die niet voor uitbating in aanmerking komen, omgevormd werden tot landbouw- en bosgebied en aangewend worden als planologische compensatie in de zin van artikel 46 van het Wetboek; Overwegende dat de auteur van het onderzoek na inoverwegingname van het onderzoek dat op verzoek van de uitbater is uitgevoerd door de heer Marion, hoogleraar aan de Luikse Universiteit, en van de wens om naar een jaarlijkse productie van 500.000 ton/jaar te streven, concludeerde dat de voorraden, aanwezig in die noordelijke zone, minder groot zullen zijn dan geacht in het voorontwerp (12 jaar ipv 21); dat hij, met de beoordeling dat dit niet kaderde met de oriëntaties van het gewestelijk structuurplan, die de opneming van ontginningsgebieden overwegen in het perspectief om in te spelen op de behoeften van de samenleving op dertig jaar, de opneming bekrachtigd heeft van twee andere zones, die hij 'varianten' noemt; de ene in het zuidelijk verlengde van de huidige ontginningsput en de andere in het noordwesten, los van elkaar maar met de noordelijke ontginningsput door een onverharde binnenweg; dat hij bovendien de aanbeveling deed om twee andere ontginningsgebieden op te nemen, met het oog op de aanleg van twee bezinkingsbekkens : de ene op de gronden waar het huidige zuidelijke bekken gelegen is en de andere waar de toekomstige bekkens langs de Aisne zullen komen te liggen; Overwegende dat die aanbevelingen vastgelegd zijn in het besluit van 8 mei 2014, waardoor de als ontginningsgebied op te nemen oppervlakte stijgt naar ongeveer 38,4 bijkomende hectaren (ongeveer 14,9 hectaren als rechtstreekse uitbreiding van de steengroeve Préalle, 19,5 hectare op het "plateau de Flettin" en 4 hectare voor de bezinkinsgbekkens); dat de totale oppervlakte, opgenomen als ontginningsgebied na afloop van de voorlopige aanneming van de herziening, om en bij de 57,4 hectare zal tellen (namelijk 19 hectare bestaande oppervlakte en 38,4 hectare overwogen oppervlakte); Overwegende dat de beoordeling van de omvang van een uitbating hoofdzakelijk afhankelijk is van enerzijds de intensiteit van de tot stand komende activiteit (productie, installaties enz.) en van anderzijds de oppervlakte die mettertijd door die activiteit in beslag genomen wordt (aanhorigheden en ontginningsputten); Overwegende dat de auteur op het ogenblik van het effectenonderzoek van het plan de jaarlijkse productie op iets meer dan 300.000 ton/jaar taxeert (gemiddelde 1990-2010); dat de auteur met betrekking tot de verbetering van de factoren die in de weg liggen van het streefcijfer van 500.000 ton/jaar in fase 1 van het onderzoek (2010-2011) aanstipt dat de uitbater de terugkeer van voormalige klanten vaststelde dankzij de werken op de installaties in 2010, waardoor de productkwaliteit erop vooruitging; dat hij aangeeft dat die werken, en de werken van de tweede fase die hij nog moet uitvoeren, "naast een betere organisatie van de productieketen de verhoging van de productkwaliteit en een hoger rendement mogelijk zullen maken. Daardoor zal de productie immers van 200 ton/uur nu kunnen overgaan naar 350 ton/uur na de bouw van de nieuwe installaties"; Overwegende dat de uitbater sinds de uitvoering van het effectenonderzoek voor het gewestplan een relatieve productiedaling vaststelde : dat die vertraging onder meer te wijten is aan een daling van de afzettingsreserves in de vergunde zones; dat de gemiddelde jaarproductie (van 1990 tot 2016) ondanks die voorwaarden toch nog bij om en bij de 300.000 ton/jaar ligt; dat er voor het overige antwoorden zullen worden voorzien in het kader van de vergunningsaanvraag voor de uitvoering van de gebieden beoogd bij deze herziening; Overwegende dat de vraag betreffende een eventuele beperking van de productie onder de later af te leveren vergunningen valt; Overwegende dat de bedrijfsvergunning, verstrekt op 13 november 2015 aan sprl Carrières de Préalle, bepaalt dat de doelstelling van die uitrustingen "het behoud van het huidige productieniveau" blijft, namelijk 350.000 ton/jaar verbrijzelde kalksteen, maar evenwel geen enkele "beperking" van de jaarlijkse productie heeft opgelegd; Overwegende dat, voor wat de oppervlakte van de toekomstige uitbating betreft, de perceptie ervan gedurende de uitbating relatief constant zal zijn wegens de geleidelijke voortgang van de uitbatingsfronten en de uitgevoerde herinrichtingen (met name beheer van landschap en natuur); dat alles wat aan uitbating onderhevig geweest zal zijn uiteindelijk, op termijn, hersteld zal worden overeenkomstig wat in de vergunning zal worden bepaald; Overwegende dat er voor het overige gekeken dient te worden naar het onderzoek naar de alternatieven en naar de hierna vooropgestelde maatregelen; Overwegende dat het plaatselijk karakter van een uitbating niet enkel te meten is aan de oppervlakte van die uitbating, maar vooral in verhouding tot het afzetgebied; dat in dat verband opgemerkt dient te worden dat het afzetgebied van de "Carrières de Préalle" niet verder reikt dan 50 kilometer (dus plaatselijk); Overwegende dat de CWEDD "met name de sociaal-economische verantwoording van de uitbreiding en de analyse van de potentialiteiten van het gewestplan [...] beoordeelt"; dat de CRAT acht dat het project de mogelijkheid biedt om de afzetting van kalksteen verder uit te baten en het voortbestaan ervan voor de volgende decennia te garanderen; b. Noodzaak van een globale langetermijnvisie voor steengroevebekken Overwegende dat sommige bezwaarindieners, hoewel ze niet gekant zijn tegen de ontwikkeling van de ontginningsactiviteit in het Waalse Gewest, vragen hebben bij de opties waar de Waalse Regering voor gekozen heeft in deze gewestplanherziening daar ze volgens hen niet stroken met een globale langetermijnvisie;dat ze het immers relevanter achten om afzettingsreserves over een langere tijd dan 30 jaar te overwegen en prioritair enerzijds de locaties te ontwikkelen, die ver van de woningen verwijderd liggen, of anderzijds binnen de bestaande uitbatingen met het oog op een correcte verspreiding van de productieplaatsen het nutteloze vervoer te verminderen en de leefkwaliteit van de bewoners en de staat van de wegeninfrastructuren te vrijwaren; Overwegende dat een bezwaarindiener het feit betreurt dat de auteur enkel de concurrentiële situatie van de steengroeve en de commerciële mogelijkheden die de groeve zou krijgen na de huidige gewestplanherziening heeft onderzocht, ten nadele van de plaats die de steengroeve inneemt in de sector en de Waalse economie; dat hij bijgevolg acht dat het project op dat punt gebreken vertoont en dat hier niet te begrijpen valt hoe dit project bij zou dragen aan de ontwikkeling van een ruimer sociaal-economisch belang dan op het niveau van deze sector; Overwegende dat een bezwaarindiener van mening is dat "nergens bewezen wordt dat de stopzetting van de productie van de steengroeve van Préalle een onderbreking in de toevoer van kalkkiezelsteen in de sector teweeg zou brengen"; dat hij opmerkt dat de uitbater van de steengroeve bij de opendeurdagen van 21 augustus 2014 liet weten dat de steengroeve economisch in het afgelopen jaar geleden had onder de verminderde vraag, dat ze als eerste was getroffen daar ze in de sector slechts "een kleine speler" was; dat de bezwaarindiener daaruit afleidt dat "het risico op een afbrekende toevoer in de sector die blijkbaar verzadigd of bijna verzadigd is volledig onbestaande is"; Overwegende dat een bezwaarindiener schrijft dat de steengroeve niet aantoont dat ze de huidige vraag niet meer kan beantwoorden en dat de enige verantwoording voor de uitbreiding financieel is; dat hij bijgevolg acht dat men zich redelijk moet tonen te meer daar de productie sinds 1990 rond de 300.000 ton/jaar draait; dat hij, die gegevens in acht genomen, meent dat de behoeften uit verleden, heden en toekomst niet lijken van elkaar te verschillen; Overwegende dat een bezwaarindiener vindt dat de uitbreiding van het afzetgebied na de uitvoering van het project dat een verlenging van de afstanden en een verhoging van de vervoerskosten zal inhouden, met elkaar in tegenspraak zijn terwijl dat laatste criterium even daarvoor voor de uitbater als een handicap op financieel vlak wordt uitgelegd; Overwegende dat sommige bezwaarindieners achten dat de vraag volgend uit de opening naar nieuwe marken (zuiden van de provincie Luxemburg en Groothertogdom Luxemburg) niet genoegzaam worden aangetoond (zogezegde verstikking van de concurrerende bedrijven enz.); dat ze vragen hebben bij de keuze van de auteur om de steengroeve van Bastenaken als alternatief te beschouwen terwijl laatstgenoemde zich buiten onderzoeksgebied bevindt en dat hetzelfde had moeten gelden voor andere steengroeves; Overwegende dat sommige bezwaarindieners noteren dat de cijfers, vermeld door de auteur, niet nauwkeurig of volledig genoeg zijn wat betreft de plaats die de steengroeve op de markt inneemt; dat hij daarnaast de ontwikkelingsperspectieven berekend heeft op grond van een vraag die misschien niet duurzaam zal zijn; Antwoord Overwegende dat, wat betreft de globale visie en de visie op lange termijn van de uitbating van de Waalse ondergrondse rijkdommen, met het oog op het spaarzaam beheer en de duurzame ontwikkeling, de Waalse Regering het litho- en zoostratigrafisch onderzoekslaboratorium van de Luikse universiteit (Professor E. Poty), in december 1999, wat betreft de sector Marche-La Roche, met een onderzoek heeft belast aangaande de uitvoering van een inventaris van de bestaande ontginningen en de identificatie van de nieuwe potentiële ontginningen, waarbij het tegelijk de behoeften in kaart brengt; dat die opdracht resulteerde in de studie met als opschrift "Inventaire des ressources du sous-sol et perspectives des besoins à terme des industries extractives de Wallonie"; dat die studie in 2010 werd bijgewerkt; Overwegende dat het Gewest zodoende beschikt over een globale visie van de bestaande toestand, over de ontginningsperspectieven en de potentiële afzettingen op schaal van het grondgebied, en dit voor alle grondstoffen die in Wallonië uit de ondergrond worden gehaald; Overwegende dat de afzetting beoogd door de SPRL Carrières de Préalle aansluit bij de resultaten van dit onderzoek; Overwegende dat de opneming van een ontginningsgebied op het gewestplan, zoals vastgelegd in het gewestelijk ruimtelijk ("Waals") structuurplan, overwogen wordt in het licht van, met name, de middelangetermijnbehoeften van de gemeenschap, ofte een duur van dertig jaar; dat die duur eveneens als ijkpunt diende in het onderzoek van professor POTY van de Universiteit Luik, waarvan sprake hierboven; Overwegende dat de auteur van het onderzoek, na de kenmerken te hebben opgelijst van de productie in de Carrières de Préalle (300.000 ton/jaar gemiddeld over 1990-2010) en diens ontwikkelingsperspectieven, de plaats bestudeerd heeft die de Carrières de Préalle op de markt inneemt; Overwegende dat de auteur van het onderzoek daarvoor, om te beginnen, de balans heeft opgemaakt van de ontginningsactiviteit in het Waalse Gewest op grond van de synthesenota uitgewerkt door CPDT
- km)waarin om en bij de 70 % van de « actuele » productie geconcentreerd is; - secundair afzetgebied (straal tussen 25 en 50
- km)waarin het saldo van de « actuele » productie en de eventuele nieuwe markten vervat zijn; Overwegende dat de auteur in een perspectief van 500.000 ton/jaar erop wijst dat de verkoopcijfers in de twee afzetgebieden in stand worden gehouden en zelfs stijgen (waarschijnlijk met 15.000 ton in het primair afzetgebied en met 135.000 ton in het secundair afzetgebied) met als impliciet gevolg een wijziging in de ratio van de verkoopcijfers (namelijk respectievelijk 52 % en 48 %); dat de openstelling naar nieuwe, verder afglegen markten dus niet in het nadeel zal verlopen van de bevoorrading van het klantenbestand in het primair afzetgebied; Overwegende dat de auteur van het onderzoek voor het onderzoek naar de plaats, ingenomen door de steengroeven van Préalle op de markt en de potentialiteiten van het gewestplan, enkel de steengroeven in aanmerking heeft genomen die een kalkafzetting uitbaten in het afzetgebied van bedoelde steengroeve van Préalle; dat dit conform het besluit van de Waalse Regering is van 30 april 2009 tot uitvoering van een milieueffectenonderzoek op het voorontwerp en tot aanneming van de inhoud van dat onderzoek, als bijlage bij dit besluit; dat de steengroeve van Bastenaken, die kiezelzandsteen produceert, dus niet in overweging worden genomen in tegenstelling tot wat de bezwaarindiener zegt; dat de steengroeven van Bastenaken in een straal van 50 km gelegen zijn ten opzichte van de steengroeve van Préalle en dus deel uitmaken van het gezamenlijk onderzoeksgebied van de auteur van het milieueffectenonderzoek voor een gewestplan; Overwegende dat de verwijzing naar de sluiting van de steengroeven van Bastenaken, naar de context in verband met de steengroeven bezuiden de steengroeven van Préalle [en niet benoorden, zoals bezwaarindiener stelt)], evenals naar het Groothertogdom Luxemburg, gezien dient te worden in een overzicht van de nieuwe markten die open zouden kunnen gaan voor de steengroeven van Préalle naar de toekomst toe, waarbij de doelstelling van een jaarproductie van 500.000 ton verantwoord wordt; Overwegende dat de auteur meer bepaald acht dat de klantenkring van de steengroeven van Bastenaken, wegens de beperkte voorraden in de steengroeven aldaar, zich, bij uitputting ervan, zal richten tot de steengroeve van Préalle die immers de dichtstbij gelegen groeve is die brijzelsteen aanmaakt waarvan de kalksteenaard meer voordelen biedt dan de zandsteen in de aanwending in de bouw en de aanmaak van beton; dat de auteur insgelijks, voor wat betreft het Groothertogdom Luxemburg en meer bepaald het noorden ervan, nader aangeeft dat er door de uitbater reeds contracten zijn ondertekend met Luxemburgse klanten; Overwegende dat de auteur bijgevolg bevestigt dat aan de instandhouding van de ontginning te Préalle de voorkeur gegeven dient te worden gelet op de weinige concurrentie in de regio en op de spijtige gevolgen van een delokalisering voor de lokale klantenkring; Overwegende dat het milieueffectenonderzoek voor het gewestplan in de sociaal-economische verantwoording van project besloten heeft tot de noodzaak tot oprichting van de nieuwe aangevraagde ontginningsgebieden zoals voorgelegd in het openbaar onderzoek; dat de ligging van de gebieden in de nabijheid van de bestaande ontginning de voorkeur kreeg om rekening te houden met ecologische en economische standpunten (voorkomen dat onbewerkt materiaal vanuit een afgelegen ontginningsplaats naar vooraf bestaande installaties vervoerd wordt met het oog op de bewerking ervan te Aisne en voor de rendabilisering van de uitgevoerde investeringen, in het bijzonder investeringen voor een milieuvriendelijke behandeling) en dit ondanks het zoeken naar en de analyse van liggingsvarianten; dat hij aangetoond heeft dat die ligging verantwoord was ten opzichte van het afzetgebied van de steengroeven van Préalle; dat hij daarnaast niet besluit tot een achteruitgang van de leefkwaliteit van de inwoners bij de uitvoering van het project : de effecten wegens de technische installaties zijn gekend en de uitvoering van de uitbreidingen houdt een geleidelijke verwijdering van de uitbatingsfronten in ten opzichte van de woningen; Overwegende dat de auteur de gebruikte methode vermeldt en meedeelt welke moeilijkheden hij aantrof bij het inzamelen van de gegevens die de analyse van het sociaal-economisch onderzoek mogelijk hebben gemaakt; dat hij daaraan toevoegt dat hij voor zover mogelijk zijn bronnen gekruist en gediversifieerd heeft (gegevensbanken uit de verschillende federaties van steengroeven en uitbaters, van SGIB, DEMNA en Waalse Overheidsdienst DGO3 Directie Steengroeven, de studies POTY [95-2001] en INCITEC
- a)dat sommige bezwaarindieners te dien opzichte menen dat het aantal jobs in de steengroeve, zowel nu als zodra de overwogen uitbreidingen een feit zullen zijn, geen aanvaardbare motivatie vormt voor de ontwerp-herziening van het gewestplan (te weinig jobs op schaal van de regio Durbuy om van een voordeel te kunnen gewagen, weinig gespecialiseerd om in stand te kunnen houden, andere activiteiten met zelfde aantal jobs zou minder hinder veroorzaken enz.); dat een bezwaarindiener dan weer wél meent dat het behoud van die jobs een verantwoording vormt voor de gewestplanherziening;
- b)dat een bezwaarindiener verduidelijking wenst bij het aantal behouden en het aantal gecreëerde jobs;
- c)dat een bezwaarindiener het feit betreurt dat geen rekening gehouden wordt met de gevolgen van het verderzetten van de ontginningsactiviteit en de uitvoering van de uitbreidingen op de werkgelegenheid in andere actieve sectoren zoals landbouw en toerisme. Antwoord : Overwegende dat wat de werkgelegenheid betreft, de ontginnende industrie afhankelijk is van een specifieke natuurlijke rijkdom op een welbepaalde plaats; Dat de Waalse ondergrond kwaliteitsvol is; dat natuursteenontginningen dus een plaatselijke activiteit zijn met duurzame, en over het algemeen plaatselijke, werkgelegenheid; Dat het project sinds meerdere decennia de instandhouding en de ontwikkeling van een bestaande industrie mogelijk maakt, heden drie bedrijven (Carrières de Préalle, COFOC en FAMENNE BETON) die verscheidene stappen in de productieketen op de locatie zelf behouden; Overwegende dat van de auteur van het onderzoek wordt verwacht (zoals vermeld in het besluit van 5 december 2008) dat hij het aantal jobs die door de ontginning ter plaatse tot stand komen becijfert en aanpast; Overwegende dat de auteur van het onderzoek die vraag besproken heeft in de eerste fase van het milieueffectenonderzoek; dat hij acht dat de beoordeling van de sociaal-economische verantwoording van een project niet stopt bij de rechtstreekse werkgelegenheid; dat naast de 13 directe en de 4 tot 5 indirecte jobs uit de activiteit van FAMENNE BETON daar eveneens de andere indirecte jobs in de onderaanneming bij geteld moeten worden, zoals de sectoren onderhoud en vervoer, waar de becijfering van het jobaantal wel een drievoud van de basisjobs zou kunnen opleveren, zoals de afgeleide werkgelegenheid zoals de tertiaire sector; Overwegende dat de inhoud van het milieueffectenonderzoek voor het gewestplan, aangenomen op 30 april 2009, hoewel geen specifieke analyse vereist wordt van de impacten van de uitvoering van het voorontwerp op de werkgelegenheid in andere activiteitensectoren zoals toerisme en landbouw, evenwel bepaalt dat een analyse van de effecten op de menselijke activiteiten, met inbegrip van die in de landbouw en het toerisme, uitgevoerd wordt; Overwegende dat die thematische domeinen in de tweede fase van het effectenonderzoek voor het gewestplan behandeld zijn, met de conclusies opgenomen in het besluit van 8 mei 2014 tot voorlopige aanneming van de gewestplanherziening; Overwegende dat de auteur van het effectenonderzoek voor het gewestplan het landbouwareaal dat de rechtstreekse invloed van huidige herziening ondergaat op om en bij de 24 ha becijfert; dat hij die verliezen evenwel relativeert daar geen enkel grootbedrijf significant wordt aangetast, meerdere bedrijfshoofden zijn op leeftijd zonder gekende overnemer, dat de verliezen geleidelijk zullen gebeuren volgens de voortgang van het ontginningsfront, waardoor telkenmale compensatiemaatregelen getroffen zullen kunnen worden; Overwegende dat er voor het overige wat de impacten betreft op toerisme en landbouw antwoorden gegeven zullen worden in de dienovereenkomstige hoofdstukken van dit besluit; Overwegende dat de CRAT overeenkomstig artikel 42 van het Wetboek regelmatig op de hoogte is gehouden van de resultaten van het effectenonderzoek voor het gewestplan; dat zij een gunstig advies heeft uitgebracht, zowel voor fase 1, waarvoor zij nadruk legt op de "kwaliteit" van de analyse door het studiebureau, "in het bijzonder wat betreft de validering van de sociaal-economische behoeften", als voor fase 2, waarvoor zij geen bijzondere bemerkingen maakt bij hoger besproken thematische domeinen; d. Algemeen belang Overwegende dat sommige bezwaarindieners bemerkingen opperen in verband met de verantwoording van het project, en meer bepaald ten opzichte van door hen onvoldoende geachte verantwoording van het algemeen belang; Overwegende dat sommigen het feit betreuren dat het project enkel zuiver economische belangen van één onderneming begunstigt of in overweging neemt, ten nadele van de belangen van de gemeenschap, die, net als het leefmilieu, daarnaast ook de ontstane hinder zal moeten ondergaan; dat ze insgelijks achten dat het milieueffectenonderzoek enkel aandacht heeft voor de winstgevendheid van de steengroeve zonder deze laatste te confronteren met andere plaatselijke aspecten zoals toerisme, landschap enz., evenmin als met de meer- of minderwaarden voor de omwonenden en de gemeenschap; dat ze bijgevolg achten dat de ontsluiting ervan een onomkeerbare breuk zou betekenen tussen de verschillende onderdelen van het betrokken grondgebied (toerisme, natuur, leefkwaliteit, andere economische activiteiten enz) en dat de sociaal-economische aspecten op zich de ontsluiting van het project niet mogen goedpraten, te meer omdat de burgers er niet als winnaars uitkomen; dat ze dus pleiten voor het in overweging nemen van andere aspecten dan het sociaal-economische, om de ontsluiting van het project te verantwoorden; Overwegende dat een bezwaarindiener acht dat de steengroeve, wegens de verkoopprognose in het zuiden van de provincie Luxemburg en in het Groothertogdom Luxemburg, "niet meer als van openbaar belang mag worden beschouwd voor de noden van de regio [Durbuy]"; Overwegende dat meerdere bezwaarindieners achten dat de auteur van het effectenonderzoek het project niet bestudeerd heeft vanuit het oogpunt van de duurzame ontwikkeling en dat het project bijgevolg niet in dat concept past; dat ze in dat perspectief achten dat het grondgebied en het leefmilieu beheerd zouden moeten worden met zorg voor de rechten van de toekomstige generaties en dat die principes behartigd zouden moeten worden bij het voorstel tot aanpassing van het project en tot verkleining van de impacten ervan; dat ze wensen dat het advies van experten betreffende de verschillende betrokken onderdelen, in de geest van een globale reflectie, in ogenschouw wordt genomen en dat er duurzamere en meer coherente activiteiten met de toeristische en culturele bestemming van de gemeente Durbuy bevorderd worden; Antwoord : Overwegende dat artikel 1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling bepaalt dat het Gewest aan de behoeften van de gemeenschap tegemoetkomt op sociaal, economisch, vlak, op vlak van energie, erfgoed, leefmilieu en mobiliteit, door het kwaliteitsvol beheer van de leefomgeving, het duurzaam beheer van de bodem en de ondergrond, het energiebeheer van de bebouwing en de gebouwen en door de instandhouding en de ontwikkeling van het cultureel, natuurlijk en landschappelijk erfgoed; Dat daaruit blijkt dat het Gewest als taak heeft, te streven naar een juist evenwicht tussen de verschillende doelstellingen bedoeld in artikel 1, lid 1, van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening en dat de economische activiteit zich moet ontwikkelen in onderlinge relatie met andere bekommernissen zoals het bebouwd en het onbebouwd patrimonium enz; dat de auteur van het onderzoek in dat opzicht onder meer voorstelt dat er na de uitbating van de steengroeve een ontdekkingspad wordt aangelegd aangezien dit soort milieu de ontwikkeling van een zeer rijke fauna en flora in de hand werkt; Overwegende dat verschillende instanties, namelijk : de CRAT, de CWEDD, DGO3 en het Departement Erfgoed van DGO4, met name in dat perspectief overeenkomstig artikelen 42 en 43 van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening geraadpleegd werden; Overwegende dat andere diensten in het kader van de vergunning die uitgevoerd zal kunnen worden geraadpleegd zullen worden, evenals een dialoogorgaan dat ingesteld zal kunnen worden tussen de uitbater, de vertegenwoordigers van de bevolking en de overheid, in de vorm van een begeleidingscomité zoals bedoeld in artikel D.29-25 van Boek I van het Milieuwetboek; Overwegende dat de afzettingen niet-uitbreidbare en niet-verplaatsbare bodemrijkdommen zijn; dat de keuze voor een locatie afhankelijk is van objectieve criteria zoals de kenmerken van de afzetting (in termen van kwaliteit en kwantiteit, die bepaald kunnen worden aan de hand van de geologische kaart, boringen enz), de uitbaatbaarheid van de afzetting (de omvang van de voorraden, de lithologische voorspelbaarheid, de rationele uitbating van de waterlaag enz); Dat de uitbatingslocatie dus voor de uitbaters een dwingende vereiste is daar zij nauw en onderling verbonden is met de ligging van de afzetting; Overwegende dat wat de werkgelegenheid betreft, de ontginnende industrie "Carrières de Préalle" afhankelijk is van een specifieke natuurlijke rijkdom op een welbepaalde plaats; Overwegende dat de Regering bijgevolg acht dat het evenwicht waarnaar het Gewest moet streven ter uitvoering van artikel 1 van het Wetboek inhoudt dat deze herziening van het gewestplan wordt aangenomen; Overwegende dat het project, zoals reeds is benadrukt, het voortbestaan beoogt van granulaatontginning in België; Overwegende dat het onjuist is te stellen dat de huidige herziening enkel een privé-belang behartigt; dat het zaak is, de verderzetting van de uitbating van een materiaal mogelijk te maken dat als belangrijke input dient in de Waalse economie met zijn hoge vervoerskosten en zijn lage toegevoegde waarde, waarbij een ligging dicht bij de afzetmarkten verplicht is; Overwegende dat, zelfs als het zo is dat die uitbating materieel in handen is van een privé uitbater, het desalniettemin een feit is dat de huidige toestand, voorgesteld door de auteur van het onderzoek, aantoont dat steengroeven die kalkhoudend granulaat produceren op plaatselijk niveau een zeldzaamheid zijn en dat de plaats daarbij ingenomen door de steengroeve van Préalle (30 % marktaandeel) een feit is dat vandaag zowel als naar de toekomst toe één van de weinige lokale en subregionale mogelijkheden is inzake de toevoer van kalkhoudend materiaal bij ontstentenis van alternatieven in dat gebied; Overwegende dat het verdwijnen van de steengroeve, zoals aangegeven door de auteur van het onderzoek, bijgevolg een gat in de markt zou doen ontstaan dat zou resulteren in langere vervoersafstanden en duurdere materialen voor de verschillende economische actoren; dat het project om die reden inspeelt op het openbaar belang van subregio Durbuy; Overwegende dat de auteur, zoals nader aangegeven in het hoofdstuk over werkgelegenheid, acht dat dit project ernaar streeft niet alleen de bestaande industriële activiteit te Préalle in stand te houden, maar ook de rechtstreekse, de onrechtstreekse en de afgeleide werkgelegenheid en daarbij ook de op de locatie bestaande bedrijven (Carrières de Préalle, COFOC en FAMENNE BETON) te bestendigen door verscheidene stappen in de productieketen over te nemen; Overwegende dat eveneens een samenwerkingsverband in stand gehouden kan worden tussen de ondernemingen Famenne Bétons, Mathieu en Magerat, rechtstreekse of onrechtstreekse eigendom van de familie Mathieu, die ook de meerderheid bezit in de steengroeve van Préalle, en dat deze ondernemingen actief zijn in de regio, waardoor ook de toelevering gegarandeerd kan worden in de betoncentrales van Hotton, Marche en Aisne, die op zich alleen al een derde van de klantenkring op 25 km van de steengroeve van Préalle uitmaken; Overwegende dat het algemeen belang daarnaast, en met name het algemeen belang van de omwonenden, de werknemers en de inwoners van Durbuy in overweging is genomen, in het bijzonder in het milieueffectenonderzoek dat de ontwerp-herziening van het plan bestudeerd heeft ten opzichte van het algemeen belang inzake werkgelegenheid, economische ontwikkeling, compensaties en impacten op het menselijk milieu met het oog op de integratie van de resultaten in het herziene plan evenals in voorkomend geval in de toekomstige vergunningen die zelf ook voorafgegaan zullen worden door een nieuwe milieueffectenbeoordeling; Overwegende dat een herziening van het gewestplan een gewestelijk en niet een plaatselijk belang beoogt; dat het feit dat de economische effecten van een dergelijke verrichting niet toegespitst zijn op de gemeente waarin de uitbating van de afzetting gelegen is, de herziening daar niet minder relevant om maakt; Overwegende dat de auteur van het onderzoek geacht heeft dat de herziening en de aanbevelingen die hij deed, voldeden aan de verschillende doelstellingen omschreven in het milieuplan voor de duurzame ontwikkeling; e. Onrechtmatig karakter van de uitbating en voormalige relaties Overwegende dat sommige bezwaarindieners laten optekenen dat ze geen vertrouwen hebben in de uitbater die immers ervan verdacht wordt de afzetting illegaal uit te baten (overschrijding van het ontginningsgebied in het zuiden) en in het verleden zijn belang te hebben laten primeren op dat van de inwoners en de locatie (vernieling van een grot) door de hinder uit zijn uitbating te minimaliseren of te ontkennen; Overwegende dat een bezwaarindiener acht dat alles al vooraf bedisseld werd met de steun van de overheid (grondaankoop, uitbating buiten het ontginningsgebied enz); Antwoord : Overwegende dat, wat betreft de vergunningen toegekend aan SPRL Carrières de Préalle, de auteur van het onderzoek de voorgeschiedenis heeft opgemaakt in de tweede fase van het milieueffectenonderzoek en toont dat de uitbater zijn toestand wil regulariseren; Overwegende dat de bedrijfsvergunning die hij op 27 juni 2011 kreeg voor de verlenging van de vergunningen voor de bestaande aanhorigheden van de steengroeve, de regularisering van de recente aanhorigheden en de vergunning voor de oppomping en de lozing van opgediept water, waarvan de auteur van het onderzoek meldt dat daar hoger beroep tegen aangetekend werd, hem op 21 oktober 2011 geweigerd is door de Minister van Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit; dat de aanvrager bijgevolg naar de Raad van State is gegaan op 27 december 2011 om de nietigverklaring van voornoemd ministerieel besluit te verkrijgen; dat de Raad van State zich op 19 januari 2016 heeft uitgesproken door de nietigverklaring van bedoeld ministerieel besluit; Overwegende dat de SPRL Carrières de Préalle op 28 oktober 2014 een nieuwe bedrijfsvergunning heeft aangevraagd, met aflevering ervan op 13 november 2015, waardoor de vestiging en de uitbating van een reeks (bestaande en toekomstige) aanhorigheden is vergund, evenals de uitbreiding van de ontginningsput in het noordoostelijk deel van het heden op het gewestplan aanwezige ontginningsgebied; Overwegende, overigens, dat uit de luchtfoto's van 2015 blijkt dat de uitbater inderdaad zonder vergunning vooruit is gelopen op de herziening van het gewestplan door het houwfront verder naar het zuiden uit te breiden, voorbij de industriële bedrijfsruimte heden opgenomen op het gewestplan; dat hij daarnaast buiten de omtrek van het ontginningsgebied, bepaald in het kader van de lopende procedure voor de herziening van het gewestplan, getreden is door afgegraven aarde op te slaan in de glooiing gelegen in landbouwgebied; dat hij daarvoor een bomenrij (goed zichtbaar op de luchtfoto van 2009-2010) heeft laten vellen terwijl deze rij juist een scherm vormde met het dorp Heyd; Overwegende dat de herziening van het gewestplan er niet toe kon strekken, de huidige in overtreding zijnde uitbatingen te regulariseren; dat de Waalse Regering niet de intentie heeft, haar beslissing te laten ombuigen door dit voldongen feit; Overwegende dat de Regering daarnaast beslist de uitgestrektheid van het zuidelijk ontginningsgebied, op te nemen in het gewestplan bij huidige herziening, te beperken; dat deze herziening beperkt zal worden tot de industriële bedrijfsruimte die heden op het gewestplan opgenomen is een afzonderingsmarge zal bevatten zoals bepaald in artikel 41, 1°, van het Wetboek; dat die gegevens meer in detail weergegeven worden in hoofdstuk over de alternatieven; Overwegende dat de herziening van het gewestplan en de sanctie voor de inbreuken twee verschillende en zelfstandige procedures zijn; dat het de Regering niet toebehoort, zich in het kader van de huidige gewestplanherziening uit te spreken over de gemelde inbreuken; dat de Regering eenvoudig de noodzaak vaststelt tot herziening van het gewestplan wegens de hierboven aangestipte redenen, en dit voorbij het feit dat er een uitbating aan de gang is zonder vergunning; Overwegende dat men door vol te houden dat de uitbater naar de toekomst toe zijn verbintenissen wel eens niet zou kunnen naleven, van een intentieproces getuigt; dat benadrukt dient te worden dat de uitbating overigens in 2009 een andere directie kreeg; 3. Onderdeel leefmilieu : Impacten en voorkomingsmaatregelen a.Landschap Overwegende dat sommige bezwaarindieners de karakteristieke landschappen van een locatie, die ze als één van de mooiste in de gemeente beschouwen, wensen te beschermen; dat ze achten dat de huidige steengroeve reeds een impact heeft op de landschappen en dat ze ervoor vrezen dat de uitbreidingen nog meer onomkeerbare schade berokkenen; dat één van hen vraagt dat nog meer landschapsvernietigingen een halt toegeroepen worden en dat er herinrichtingen worden voorgesteld; Overwegende dat een bezwaarindiener opmerkt dat het effectenonderzoek van het gewestplan de impacten van een gewestplanherziening van een dergelijke omvang op het landschap minimaliseert, dat de voorgestelde herinrichtingen niet verhinderen dat de steengroeve het gezicht belemmert aangezien de heuvelruglijnen "aangetast" zullen zijn en het onderzoek in zijn conclusies dus partijdig is; Overwegende dat een bezwaarindiener verwonderd is over het feit dat het milieueffectenonderzoek voor het gewestplan de vernietiging van een landschap, dat zij zeer kwaliteitsvol acht, mogelijk maakt; Overwegende dat sommige bezwaarindieners de aandacht vestigen op volgende gegevens : - Vanuit de dorpen Ozo, Heyd en Villers-Sainte-Gertrude is de steengroeve reeds zichtbaar; - De afgravingsputten zijn eveneens zichtbaar vanuit toegankelijke plekken op wandelingen en verplaatsingen in de regio; - De ontsluiting van het noordwestelijk gebied zal een - idealiter te bewaren - panoramisch vergezicht van 360° op de regio vernietigen; Overwegende dat de gemeenteraad van Durbuy vraagt dat het effectenonderzoek voor het leefmilieu dat bij de bedrijfsvergunningsaanvraag gevoegd zal worden een gedetailleerde studie bevat over de impacten op het landschap; Overwegende dat een bezwaarindiener acht dat het gezicht op de steengroeve de omwonenden wordt opgedrongen zonder dat ze een tegenprestatie krijgen; Antwoord : Overwegende dat de auteur van het onderzoek erkent dat er belangrijker vergezichten op de huidige ontginningsput bestaan vanuit het dorp Heyd, dat immers hoger dan de steengroeve ligt; dat hij evenwel een beperkter gezicht noteert op de installaties vanaf de N806 en "relatief ver af gelegen gezichtspunten, afgezonderd door beplanting en gebouwen" vanop de westelijke helling; dat hij laat optekenen dat de gezichten vanuit Ozo, Izier en Villers-Sainte-Gertrude enkel "relatief smalle gezichtspunten" kunnen zijn dankzij de aangeplante bebossing op de hellingen en heuvelruggen; dat de auteur van het onderzoek concluderend vaststelt dat de huidige ontginningsput "zich van het landschap afzondert als opvallend en ijkend element" en in het landschap overgaat; Overwegende dat de eventuele visuele impacten van de toekomstige uitbreidingen enkel gezichten op de houwfronten zullen vaststellen; dat die houwfronten bijgevolg niet afgedaan zullen mogen worden als gezichten op de installaties of opstapelingen van steriele gesteenten op de oppervlakte, die een ontaarding van de lokale morfologie als gevolg zouden hebben; Overwegende dat, wat betreft de impacten voortvloeiend uit een deel van de heuvelrug, dit enkel toe te schrijven zou zijn, zegt de auteur van het onderzoek, aan de ontsluiting van het noordoostelijk gebied en dus beperkt zou blijven tot welbepaalde gezichten vanuit het westen, waar de aanwezigheid van een bestaande bebossing voor een zachter uitzicht zorgt; Overwegende dat de panoramische blik op 360° vanuit het noordwestelijk gebied, waarover een bezwaarindiener spreekt, volgens de auteur niet als waardevol vergezicht op de ADESA-lijst staat; dat de auteur van het onderzoek voorstellen maakt voor overgangen tussen de verschillende geïmpacteerde wegen door voor een omleiding te zorgen ten opzichte van de toekomstige uitbreidingen en daardoor het plateau van Flettin en de menhir "à Djeyi" toegankelijk te maken (zie o.a. overeenkomst van 3 december 2015 tussen de uitbater, de stad Durbuy en de Waalse Overheidsdienst, die hierna aan bod komt); Overwegende dat in het project te lezen staat dat de impacten pas geleidelijk zichtbaar zullen worden naar gelang van de uitbatingsfases; dat deze gecorreleerd getemperd kunnen worden zodra de eerste uitbatingsfase van start gaat door de geleidelijke invoering van herinrichtingen (aanleg van een afzonderingsmarge rondom de ontginningsput met merloenen, geprofileerde aarden wallen en heraanleg na uitbating bv); dat sommige visuele impacten in bepaalde gevallen tijdelijk zullen zijn omdat de noordoostelijke zone op termijn geheel opgevuld zou moeten worden, evenals het westen van de huidige put, gedeeltelijk, evenals de bezinkingsbekkens die met vruchtbare aarde bedekt zullen worden; de auteur erkent evenwel dat het moeilijk is de steengroeve en zijn noordelijke uitbreiding visueel af te zonderen van het dorp Heyd (met mogelijke vergezichten op het bovenste deel van de noordelijke fronten, maar beperkter dan wat nu te zien is); Overwegende, eerst en vooral, dat de bezwaren meer betrekking hebben op punten die onder de bedrijfsvergunning vallen voor de ontginningsactiviteit; dat men zich hier moet uitspreken over de herziening van het gewestplan met het oog op de opneming van nieuwe ontginningsgebieden; dat iedere vraag in verband met de topografie en de landschappen beantwoord zal worden in het kader van de bedrijfsvergunningsaanvraag die de concrete uitvoering zal garanderen van het onderliggende project door huidige gewestplanherziening, van de milieueffectenbeoordeling waaraan deze herziening onderworpen zal worden en van de vergunning die verstrekt zou kunnen worden; dat die beoordeling, zoals geopperd door de gemeenteraad van Durbuy, de impacten van het project op het landschap zal dienen te onderzoeken; Overwegende dat de herinrichtingen die toegespitst zijn op de beperking van de effecten van de toekomstige ontginningsgebieden op het landschap en op de zo goed mogelijke integratie ervan, evenals de bepalingen voor het herstel van de locatie in oorspronkelijke staat na uitbating (dat verzekerd kan worden door een borg) voor het overige onder de vestiging en de uitbating van het onderliggend industrieel project vallen en beantwoord zullen worden in het kader van de procedure voor de vergunningsaanvraag en de beoordeling van de latere effecten, evenals in de vergunning die in voorkomend geval verstrekt zou kunnen worden; Dat zoals reeds onderstreept, daaruit blijkt dat het Gewest als taak heeft, te streven naar een juist evenwicht tussen de verschillende doelstellingen bedoeld in artikel 1, lid 1, van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening en dat de economische activiteit zich moet ontwikkelen in onderlinge relatie met andere bekommernissen zoals de instandhouding van het landschappelijk patrimonium, waarbij dient opgemerkt dat artikel 1 geenszins de onveranderlijkheid van het gewestelijk landschap beoogt; Overwegende dat de Waalse Regering overeenkomstig artikel 1 van het Wetboek, door de aanneming van de ontwerp-herziening van het gewestplan, de optie afgewezen heeft om bezingsbekkens aan te leggen in de droge glooiing in de zuidelijke uitbreiding van het bestaande bezinkingsbekken, waarvan de gevolgen voor het landschap schadelijk waren geweest; dat zij, net zoals voor de compensatie in het westen van het huidige ontginningsgebied, de gronden die de auteur van het onderzoek als onuitbaatbaar heeft beschouwd onbebouwbaar heeft gemaakt en daardoor hun bescherming mogelijk heeft gemaakt daar dit aanleiding geeft tot de opname ervan door ADESA in de waardevolle landschappen van het plateau van Wéris; Overwegende dat de CRAT in haar advies van 26 maart 2015 het project heeft bekrachtigd, zoals op 8 mei 2014 aangenomen, door erop te wijzen dat ze "apprecieert' dat de overwogen uitbreidingen beperkt worden tot het plateau en niet overlopen naar de hellingen van de Aisne-vallei; dat ze ter herinnering acht dat het effectenonderzoek kwaliteitsvol is en dat daardoor de "correcte inschatting" van "alle impacten van het project op het leefmilieu" mogelijk wordt; Overwegende dat de CWEDD de omtrek van de ontginningsgebieden zoals op 8 mei 2014 voorlopig aangenomen bekrachtigt voor de inoverwegingname onder andere van het voorstel van de auteur van onderzoek om de "glooiing die oploopt naar het dorp Heyd niet als ontginningsgebied op te nemen" wegens onder andere haar landschappelijke kwaliteiten; Overwegende dat een compensatie in financiële vorm niet in het Wetboek voorzien is in het kader van de gewestplanherzieningen; dat de Regering bijgevolg niet kan ingaan op de desbetreffende vraag van de bezwaarindiener; b. Cultureel erfgoed Overwegende dat een bezwaarindiener de rijkdom van de Aisne-vallei onderstreept met zijn "archeologische, culturele en erfgoedschatten"; dat sommige bezwaarindieners wijzen op de aanwezigheid van zulke rijkdommen in de locaties die onder huidige herziening vallen : prehistorische grotten evenals, op het plateau van Flettin, de menhir « a Djèyi" (een monument dat onderdeel is van het megalietenveld van Wéris, op de erfgoedlijst geplaatst bij ministerieel besluit van 4 februari 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014024055 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van de refactiecoëfficiënten en de maximumbedragen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de schatting en de vergoeding van runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024062 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW POSECO type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024063 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW FAM type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014031221 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende het aanduiden van een controleur om de stedenbouwkundige overtredingen op te sporen en vast te stellen type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 25/03/2014 numac 2014029176 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014062 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 85 op de spoorlijn nr. 69, baanvak Ieper - Poperinge, gelegen te Ieper ter hoogte van de kilometerpaal 33.814 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014064 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 42 op de spoorlijn nr. 17 Diest - Tessenderlo, gelegen te Tessenderlo, ter hoogte van de kilometerpaal 30.556 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014063 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 43 op het moerspoor nr. 211E, gelegen in het havengebied van Antwerpen-Linkeroever te Beveren, ter hoogte van de kilometerpaal 5.153 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 28/04/2014 numac 2014029242 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor deontologie voor hulpverlening aan de jeugd sluiten) en de resten van een Gallo-Romeinse villa; dat ze bekommerd zijn om het gevaar dat die monumenten lopen, zelfs om hun vernietiging en dat ze bijgevolg de bescherming en valorisering ervan wensen - één bezwaarindiener stelt zelfs dat dit zou moeten geschieden in de optiek van een "duurzaam toerisme"; Overwegende dat een bezwaarindier de aanwezigheid van een "paleolithische grot" vermeldt, "verborgen door de steengroevelocatie"; Overwegende dat een bezwaarindiener zich zorgen maakt over de beschermingsregels voor het megalietenveld van Wéris en de resten van de Gallo-Romeinse villa in de locaties en omgeving; Overwegende dat wat specifieker de Gallo-Romeinse villa betreft, één van de bezwaarindieners vragen heeft bij de redenen waarom de archeologische onderzoekingen onderbroken werden; dat een andere bezwaarindiener acht dat het op lange termijn voor de gemeente Durbuy profijtelijk zou zijn om die resten te valoriseren; Overwegende dat sommige bezwaarindieners vaststellen dat de menhir « a Djèyi » op de erfgoedlijst staat na het ministerieel besluit van 4 februari 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014024055 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van de refactiecoëfficiënten en de maximumbedragen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de schatting en de vergoeding van runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024062 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW POSECO type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024063 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW FAM type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014031221 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende het aanduiden van een controleur om de stedenbouwkundige overtredingen op te sporen en vast te stellen type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 25/03/2014 numac 2014029176 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014062 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 85 op de spoorlijn nr. 69, baanvak Ieper - Poperinge, gelegen te Ieper ter hoogte van de kilometerpaal 33.814 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014064 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 42 op de spoorlijn nr. 17 Diest - Tessenderlo, gelegen te Tessenderlo, ter hoogte van de kilometerpaal 30.556 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014063 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 43 op het moerspoor nr. 211E, gelegen in het havengebied van Antwerpen-Linkeroever te Beveren, ter hoogte van de kilometerpaal 5.153 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 28/04/2014 numac 2014029242 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor deontologie voor hulpverlening aan de jeugd sluiten; dat ze vragen dat dat besluit gevoegd wordt bij het milieueffectenonderzoek voor het gewestplan, samen met de bekendmakingsdatum in het Staatsblad; dat een bezwaarindiener noteert dat het besluit van 8 mei 2014 tot voorlopige aanneming van de gewestplanherziening in tegenspraak is met het ministerieel besluit van 4 februari 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014024055 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van de refactiecoëfficiënten en de maximumbedragen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de schatting en de vergoeding van runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024062 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW POSECO type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024063 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW FAM type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014031221 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende het aanduiden van een controleur om de stedenbouwkundige overtredingen op te sporen en vast te stellen type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 25/03/2014 numac 2014029176 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014062 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 85 op de spoorlijn nr. 69, baanvak Ieper - Poperinge, gelegen te Ieper ter hoogte van de kilometerpaal 33.814 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014064 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 42 op de spoorlijn nr. 17 Diest - Tessenderlo, gelegen te Tessenderlo, ter hoogte van de kilometerpaal 30.556 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014063 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 43 op het moerspoor nr. 211E, gelegen in het havengebied van Antwerpen-Linkeroever te Beveren, ter hoogte van de kilometerpaal 5.153 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 28/04/2014 numac 2014029242 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor deontologie voor hulpverlening aan de jeugd sluiten tot opname van de menhir op de erfgoedlijst, waarin bepaald wordt dat er geen steengroeves mogen worden uitgebaat in de nabijheid van de menhir; Overwegende dat sommige bezwaarindieners achten dat de menhir maar weinig zin zou hebben buiten zijn omgevingscontext en dat een bezwaarindiener wenst dat de toegang tot dit monument blijft bestaan; Overwegende dat zowel de gemeenteraad van Durbuy als de CRAT wensen dat de overeenkomst die gesloten moet worden tussen de uitbater en de Directie Archeologie van de Waalse Overheidsdienst tot bescherming en valorisering van de menhir "a Djèyi" en zijn onmiddellijke omgeving ondertekend wordt voordat de bedrijfsvergunning wordt uitgevoerd; dat de CRAT in dat opzicht daaraan toevoegt dat dit onder de vergunning valt aangezien "de uitbater maar moeilijk ertoe verplicht kan worden die overeenkomsten op het vlak van de gewestplanherziening te ondertekenen vanaf het ogenblik dat hij niet rechtstreeks het initiatief voor die herziening heeft"; Overwegende dat het Departement Erfgoed van DGO4 in zijn advies over het dossier van het openbaar onderzoek nader aangeeft dat elk nieuw uitgebaat gebied eerst archeologisch opgevolgd moet worden; dat het daarnaast wenst dat de eigenaars van de gronden die ten westen van het huidig ontginningsgebied als planologische compensatie dienen na afloop van deze gewestplanherziening een aanvraag tot uitbreiding van bescherming van de locatie indienen om die gronden op te laten nemen in het megalietenveld van Wéris; Antwoord : Overwegende dat de auteur van het onderzoek algemene aanbevelingen gemaakt heeft om « het toezicht » op het archeologisch erfgoed optimaal te verzekeren op de locaties (met opmetingen enz.); Overwegende dat de « paleolithische » grot waarnaar de bezwaarindiener refereert waarschijnlijk de grot « Prealle 1 » is, die door de auteur van het effectenonderzoek op grond van met name de Waalse karstatlas werd aangeduid; dat het een, gedeeltelijk vernietigde, neolithische grot betreft, gelegen bij de ingang van de huidige steengroeve, met overblijfselen in landbouwgebied op het gewestplan, terwijl die gebieden niet in het ontwerp van herziening van het gewestplan zijn opgenomen; dat met die holte rekening is gehouden door de auteur van het onderzoek, en bij besluit van 8 mei 2014, waarin bepaald wordt dat de enige verwachte effecten afkomstig zouden kunnen zijn van de mijnschoten in de overwogen uitbreidingen; dat die vraag eerder onder de vergunning valt, zowel als onder de naleving van de normen uit het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 17/10/2003 numac 2003201475 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende integrale voorwaarden i.v.m. de werven voor de verwijdering van asbest in gebouwen en kunstwerken en op de werven voor de isolatie van asbest type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 17/10/2003 numac 2003201474 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de werven voor de verwijdering van asbest in gebouwen en kunstwerken en op de werven voor de isolatie van asbest type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 29/10/2003 numac 2003201612 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende integrale voorwaarden voor de opslag van brandbare vloeistoffen in vaste houders, met uitzondering van installaties voor bulkopslag van olieproducten en gevaarlijke stoffen alsook de opslag in benzinestations type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 06/10/2003 numac 2003201104 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de groeven en hun bijhorigheden sluiten houdende sectorale voorwaarden voor steengroeven en aanhorigheden (Belgisch Staatsblad 06/10/2003); dat het effectenonderzoek ook nog andere holtes vermeldt en er de afwezigheid van vaststelt ten gevolge van de uitvoering van de uitbreidingen : in het huidig ontginningsgebied (« Nouvelle grotte de la Préalle » en « Grotte de la Préalle 2 ») en als noordgrens ("Grotte de Lohéré"); Overwegende dat de auteur van het onderzoek, wat de Gallo-Romeinse villa betreft, nog bemerkt dat men tot op heden geen nauwkeurige indicaties heeft over de ligging ervan, behalve dat ze zich ten westen van de menhir "a Djèyi" bevindt en dat de overblijfselen niet in bibliografische meldingen te vinden zijn; dat het effectenonderzoek voor het gewestplan evenwel bepaalt dat "archeologische opgravingen de instandhouding van een groot deel van het archeologisch materieel en de inzameling van de essentiële gegevens die deze locatie zou kunnen prijsgeven, mogelijk zouden kunnen maken"; Overwegende dat het, wat de menhir « a Djèyi » betreft, onmogelijk was, het ministerieel besluit van 4 februari 2014Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014024055 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van de refactiecoëfficiënten en de maximumbedragen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de schatting en de vergoeding van runderen afgeslacht in het kader van de gezondheidspolitie type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024062 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW POSECO type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 06/03/2014 numac 2014024063 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende het toekennen van een toelage aan de VZW FAM type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 01/04/2014 numac 2014031221 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende het aanduiden van een controleur om de stedenbouwkundige overtredingen op te sporen en vast te stellen type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 25/03/2014 numac 2014029176 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot aanstelling van de leden van de Gemeenschapsraad voor hulpverlening aan de jeugd type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014062 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 85 op de spoorlijn nr. 69, baanvak Ieper - Poperinge, gelegen te Ieper ter hoogte van de kilometerpaal 33.814 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014064 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 42 op de spoorlijn nr. 17 Diest - Tessenderlo, gelegen te Tessenderlo, ter hoogte van de kilometerpaal 30.556 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 19/02/2014 numac 2014014063 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 43 op het moerspoor nr. 211E, gelegen in het havengebied van Antwerpen-Linkeroever te Beveren, ter hoogte van de kilometerpaal 5.153 type ministerieel besluit prom. 04/02/2014 pub. 28/04/2014 numac 2014029242 bron ministerie van de franse gemeenschap Ministerieel besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor deontologie voor hulpverlening aan de jeugd sluiten (Belgisch Staatsblad van 10/03/2014) - tot opname ervan op de monumentenlijst en tot bescherming ervan en van het megalietenveld van Wéris als geheel, waar de menhir deel van uitmaakt - bij het effectenonderzoek voor het gewestplan te voegen daar bedoeld onderzoek van een vroegere datum is; dat de uitgewerkte bijzondere voorwaarden betreffende de verbodsbepalingen (met name opening van een steengroeve), zoals van toepassing op de gronden die deel uitmaken van de omtrek van de "locatie", zoals bepaald in dat besluit, niet van toepassing zijn op de herzieningsomtrek van het gewestplan daar laatstgenoemde omtrek buiten de beschermde locatie ligt; dat dit besluit en het besluit van 8 mei 2014 tot voorlopige aanneming van de gewestplanherziening bijgevolg elkaar niet kunnen tegenspreken; Overwegende dat de afbakening van het noordwestelijk gebied, zoals voorzien in het besluit van 8 mei 2014, gewijzigd is in overleg met het Erfgoeddepartement van DGO4 om "de bescherming en de valorisering van de menhir en bij uitbreiding van het megalietenveld van Wéris te waarborgen"; dat die wijziging van de afbakening bij advies van 26 maart 2015 door de CRAT is bekrachtigd; Overwegende dat er, zoals bepaald in de artikelen 4 en 5 van het besluit van 8 mei 2014, twee overeenkomsten zijn gesloten voor de definitieve aanneming van het gewestplan, namelijk tussen de uitbater en : - enerzijds de CWEPSS de dato 7 november 2014; - en anderzijds de Waalse Overheidsdienst (meer bepaald de Directie Archeologie van het Departement Erfgoed van DGO4) en de stad Durbuy, de dato 3 december 2015; Overwegende dat genoemde overeenkomsten verscheidene nadere regels bepalen voor de ontginningsgebieden bedoeld bij huidige gewestplanherziening; dat het respectievelijk nadere regels betreft voor de speleologische verkenning van kalkhoudende massieven en voor met name de archeologische evaluatie en opgravingen, evenals voor de valorisering van de menhir "a Djèyi" (inrichtingen, toegankelijkheid enz.); Overwegende dat de Waalse Regering het nodig heeft geacht dat een reeks parameters in overweging en in overleg wordt genomen voor de definitieve aanneming van huidige gewestplanherziening en in de vorm van overeenkomsten wordt gegoten; dat genoemde overeenkomsten en het beschermingsbesluit van 4 februari 2014 antwoorden kunnen bieden op de bekommernissen en vragen zoals hierboven uitgedrukt; dat die aspecten voor het overige nog in analyses en aanbevelingen behandeld kunnen worden in het kader van de aanvraag tot bedrijfsvergunning die op huidige gewestplanherziening zal volgen; c. Menselijke activiteiten Overwegende dat sommige bezwaarindieners de huidige menselijke activiteiten in de regio (toerisme, veebedrijven...), evenals het milieukader en het landschap waarin ze ingebed zijn, als economische ontwikkelingsfactoren in de regio zien en bijgevolg vrezen dat de steengroeve hier een rem op zet of de plaatselijke activiteiten (vee, enz) vernietigt; Overwegende dat sommige bezwaarindieners hoofdzakelijk hun vrees uiten voor de impact van het project op het toerisme (plaatselijk maar ook in de vallei van de Aisne en van de Ourthe), niet enkel in termen van bezoekcijfers en overnachtingen, maar ook in termen van jobs; dat ze nadrukkelijk wensen dat de regio een bakermat voor toeristen blijft door te voorkomen dat vernietigd wordt, wat dezen hier komen zoeken (landelijke sfeer, wandelingen...); dat een bezwaarindiener acht dat het industrieel project van de steengroeve onverenigbaar is met het landelijk karakter van de gemeente en de filosofie van de gemeente om voor duurzaam toerisme te opteren; dat het project overigens een impact heeft op zgn. geïntegreerd toerisme; Overwegende dat sommige bezwaarindieners de aanwezigheid onderstrepen van talrijke vakantiewoningen (met name Aisne en Heyd); dat een bezwaarindiener in dat opzicht acht dat hun eigenaars door de overheid werden bedrogen daar deze eerstgenoemden in de regio liet investeren terwijl ze nu een gewestplanherziening toelaat; Overwegende dat sommige bezwaarindieners achten dat het effectenonderzoek de impact op het toerisme verwaarloost, terwijl dit nu wel gepercipieerd wordt als een economische ontwikkelingsfactor voor de gemeente, die dit begunstigd heeft; Overwegende dat sommige bezwaarindieners voorstellen dat er een aspect « toerisme » opgenomen wordt in de onderzoeken op de onroerende minderwaarden, evenals de ondervraging van de omwonenden door het advies van de toeristen en de eigenaars in te dienen; Overwegende dat sommige bezwaarindieners gewag maken van de aanwezigheid van een stoeterij in Long d'Aisne en van bijenkorven in de omtrek Natura 2000 BE34007 « basse vallée de l'Aisne" in de nabijheid van de noordelijke en noordoostelijke uitbreidingen; dat ze noteren dat de aanwezigheid van stof gevolgen zal hebben voor de honigproductie en de gezondheid van de paarden; dat de uitbater van de stoeterij meldt dat de ontsluiting van het project zijn activiteit in gevaar brengt (7 hectare weide, bedreigd met een risico op delokalisering en een verlies van en een moeilijke toegang tot de weiden en dus verlies van het toeristisch potentieel inzake paardenactiviteiten, verlies van het biolabel, invloed op het karakter van de paarden enz.); Overwegende dat sommige bezwaarindieners andere activiteiten vaststellen die onder de gevolgen van het project zouden kunnen lijden : - de vrijetijdsbesteding voor zowel de inwoners als de toeristen (verdwijning van wandelingen met name in de zone van Flettin met terugval op de gevaarlijkere N806); impacten op het wandelpad Aisne Oppagne waarlangs de ontdekking van de natuur en de megalieten mogelijk is; - verdwijning van kampplaatsen voor de scouts te Flettin, met als eventuele gevolgen een vermindering in de rendabiliteit van de gronden en verlies van het potentieel van de terugkeer van de scouts als toeristen eenmaal ze volwassen zijn; - ongerustheid over de eventuele impacen op de jacht- en visvangstactiviteiten en onrechtstreeks op het toerisme; aanwezigheid van een nationale hengelwedstrijd met vliegaas en een minikwekerij van broed ter plaatse waarvoor de instandhouding van opwellingen belangrijk is; Overwegende dat een bezwaarindiener onderstreept dat de steengroeve na afloop van de activiteit een mooie plek zal zijn om de permanente educatie zonder gevaar te ontwikkelen en dat dit voor de nabije school deugdzaam zal zijn; Antwoord : Overwegende dat de auteur van het onderzoek de impact van het voorontwerp, aangenomen op 8 december 2008, onderzocht heeft op het vlak van de verscheidene menselijke activiteiten, w.o. het toerisme; Overwegende dat het besluit van 8 mei 2014 op grond van de conclusies van de auteur van het onderzoek erop wijst dat "het dorp Aisne als dichtstbij gelegen dorp potentieel het meest is blootgesteld aan de eventuele hinder door de steengroeveuitbating, met name in de handel en de dienstverlening"; Overwegende dat de auteur van het onderzoek meerdere vakantiewoningen vermeldt in de naburige dorpen; dat hij betreffende de vakantiewoningen in Heyd, met de meest dichtbije op ongeveer 500 meter