Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse sociale, budgettaire en andere bepalingen, met een focus op telecommunicatie, overheidsbedrijven en participaties. Ze introduceert nieuwe definities en regels voor telecommunicatieoperatoren, met name op het gebied van nationale roaming en het delen van antennesites.

Wat het reguleert

  • De hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, specifiek met betrekking tot telecommunicatie.
  • De voorwaarden voor nationale roaming tussen mobiele radiocommunicatienetwerken.
  • Het gedeeld gebruik van antennesites door telecommunicatieoperatoren.
  • De procedures voor geschillenbeslechting door het Instituut betreffende nationale roaming en gedeeld gebruik.

Wie het aanbelangt

  • Telecommunicatieoperatoren die mobiele radiocommunicatienetwerken aanbieden.
  • Gebruikers van telecommunicatiediensten.

Kernpunten

  • Nationale roaming: De Koning bepaalt welke operatoren nationale roaming moeten aanbieden en onder welke voorwaarden, inclusief de vereiste minimum ontplooiing van het eigen netwerk en de tarifering.
  • Gedeeld gebruik van antennesites: Operatoren moeten zoveel mogelijk hun antennes op reeds bestaande steunen plaatsen.
  • Verplichting tot gedeeld gebruik: Indien een antennesite eigendom is van één of meer operatoren, moeten zij gunstig antwoorden op redelijke verzoeken van andere operatoren om hun antennes op de bestaande steun te plaatsen.
  • Kosten voor gedeeld gebruik: De vergoeding voor gedeeld gebruik mag enkel gebaseerd zijn op de globale kosten (werkelijke directe verwervingskosten van het terrein, bouw- en onderhoudskosten) vermeerderd met een percentage gelijk aan de gewogen gemiddelde kapitaalkosten van de operator die gedeeld gebruik verleent.
Wettekst
Wettekst
Obsah (5)§ 3§§ 1§ 4§ 5§ 2

Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenoemen en Wij bekrachtigen hetgeen

tegratie en Sociale Economie; Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer; Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu; Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen; Onze Minister van Landbouw en Middenstand; Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Onze Eerste Minister, Onze Minister van Werkgelegenheid; Onze Minister van Buitenlandse Zaken; Onze Minister van Begroting, Maatschappelijke

tegratie en Sociale Economie; Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer; Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu; Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen; Onze Minister van Landbouw en Middenstand; Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, zijn gelast het ontwerp van wet, waarvan de tekst volgt,

Onze Naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Kamer van volksvertegenwoordigers

te dienen : TITEL I Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld

artikel 78 van de Grondwet. TITEL II Telecommunicatie, Overheidsbedrijven en Participaties HOOFDSTUK I Wijziging van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven Art. 2 Artikel 68 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, het koninklijk besluit van 28 oktober 1996, de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten, de koninklijke besluiten van 4 maart en 21 december 1999 en de wet van 3 juli 2000, wordt aangevuld als volgt : « 32° nationale roaming : de mogelijkheid voor een operator om zijn klanten

staat te stellen

hetzelfde land toegang te krijgen tot de diensten die verstrekt worden door een andere operator van een mobiel radiocommunicatienetwerk; 33° antenne :

richting bestemd voor de uitstraling en het opvangen van elektromagnetische golven;34° basisstation : geheel van antennes, kabels en elektronische zend- en ontvangapparatuur bestemd voor de radioelektrische dekking van een gegeven geografische zone;35° steun : structuur waarop antennes van basisstations kunnen worden geplaatst;36° antennesite : geheel van constructies dat ten minste een steun, een antenne en lokalen omvat voor de elektrische en elektronische apparatuur, dat de

stallatie en de exploitatie van een of meer basisstations mogelijk maakt;37° radionetwerk : geheel van de basisstations van een gegeven operator;38°

richtingskosten van de gegevensbank van antennesites: de kosten om een databank van antennesites op te zetten of uit te breiden;39° periodieke kosten van de databank van antennesites : de jaarlijkse kosten voor exploitatie en onderhoud van deze databank.». Art. 3

artikel 79ter van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de paragrafen 1 en 2 worden tussen de woorden « bijzondere toegang » en « en gedeeld gebruik » de woorden « , ontbundelde toegang tot het aansluitnet »

gevoegd;2° paragraaf 2 wordt aangevuld als volgt : « Wanneer de Kamer oordeelt over de verlenging van de onderhandelingstermijn vermeld

artikel 108bis neemt zij een beslissing binnen de tien werkdagen na het

dienen van het verzoek. Deze verlenging mag niet meer bedragen dan vier maanden te rekenen vanaf de beslissing van de Kamer. ». Art. 4 Artikel 83 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten, wordt aangevuld met een § 3, luidend : « § 3.

dien een andere operator via een volledig ontbundelde toegang de exclusiviteit bezit van de lijn die een gebruiker toegang geeft tot het vaste openbare telecommunicatienetwerk, wordt de aanbieder van de universele dienst geacht aan de verplichtingen ten aanzien van deze gebruiker, waartoe hij is gehouden op grond van de artikelen 83 tot 86 en

bijlage 1 van de onderhavige wet, te hebben voldaan. ». Art. 5

artikel 89 van dezelfde wet wordt een § 5 toegevoegd, luidend als volgt : « § 5. De Koning bepaalt welke operatoren nationale roaming moeten aanbieden en welke operatoren recht hebben op nationale roaming. De Koning bepaalt de draagwijdte van de nationale roaming en de voorwaarden waaronder deze moet worden aangeboden, en onder meer :

  1. a)de vereiste minimum ontplooiing van het eigen netwerk van de operator die recht heeft op nationale roaming;
  2. b)de diensten waarop de overeenkomst van nationale roaming betrekking heeft;
  3. c)de geografische gebieden waarop de overeenkomst van nationale roaming betrekking heeft;
  4. d)de duur van de overeenkomst van nationale roaming;
  5. e)de omstandigheden die geheel of gedeeltelijk een einde maken aan de overeenkomst van nationale roaming. De voorwaarden van nationale roaming moeten redelijk, niet-discriminerend en proportioneel zijn,

het bijzonder betreffende de aard, de kwaliteit en de tarifering van de aangeboden diensten en de toegang tot het netwerk. De Koning bepaalt de omstandigheden waarin een operator die nationale roaming moet aanbieden of een operator die recht heeft op nationale roaming zich tot het

stituut kan wenden opdat het maatregelen neemt om het geschil met betrekking tot de totstandkoming of de wijziging van een overeenkomst van nationale roaming te beslechten.

dien een geschil aanhangig is gemaakt bij het

stituut, kan het

stituut onder meer de volgende maatregelen opleggen : a) een tijdslimiet stellen voor het afronden van de onderhandelingen over de overeenkomst van nationale roaming of de wijziging ervan, en maatregelen bepalen die genomen zullen worden

geval een akkoord niet zou zijn bereikt binnen deze tijdslimiet;b) bepalen welke elementen opgenomen dienen te worden

de overeenkomst van nationale roaming;c) specifieke verbintenissen bepalen die door één of meerdere van de partijen bij de overeenkomst van nationale roaming dienen gerespecteerd te worden, zoals onder meer het aanbieden van nationale roaming aan een tarief berekend volgens een methode die de Koning bepaalt. Bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid, houdt het

stituut onder meer rekening met :

  1. a)de belangen van de gebruiker;
  2. b)de dekking van minder dichtbevolkte gebieden;
  3. c)aan de partijen opgelegde reglementaire verplichtingen of beperkingen;
  4. d)de wenselijkheid het aanbod van

novatieve oplossingen te stimuleren en de gebruikers een breed scala van communicatiediensten aan te bieden;e) de noodzaak de

tegriteit van het openbaar telecommunicatienetwerk en de

teroperabiliteit van diensten

stand te houden;f) de aard van het verzoek

verhouding tot de middelen die beschikbaar zijn om aan het verzoek te voldoen;g) de noodzaak voor de operator die nationale roaming dient aan te bieden om de kwaliteit van zijn diensten te behouden en de noodzaak om van de operator die recht heeft op nationale roaming accurate en tijdige

formatie te bekomen teneinde de organisatie van het netwerk te vergemakkelijken;

  1. h)de relatieve marktposities van de partijen;
  2. i)het algemeen belang, en
  3. j)de bevordering van de mededinging.». Art. 6

dezelfde wet wordt een artikel 92quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 92quinquies.- § 1. Dit artikel is van toepassing op de operatoren bedoeld

de artikelen 89 en 92bis. § 2. De operator stelt alles

het werk om,

de mate van het mogelijke, zijn antennes op reeds bestaande steunen te bevestigen, zoals daken van gebouwen, pylonen, gevels, zonder dat deze lijst beperkend is. § 3.

dien ten minste de steun van een antennesite eigendom is van één of meer operatoren, antwoordt hij of antwoorden zij gunstig op elk redelijk verzoek vanwege andere operatoren om hen ertoe

staat te stellen hun eigen antennes te bevestigen op de bestaande steun. Deze verplichting tot gedeeld gebruik strekt zich uit over de

stallatie

de belendende lokalen,

dien deze laatste eigendom van één of meer operatoren zijn, van elektronische of elektrische uitrustingen van het basisstation, voor zover het betrokken gebouw de mogelijkheid biedt om de uitrustingen van verschillende operatoren

afzonderlijke lokalen te

stalleren. De betrokken operatoren onderhandelen te goeder trouw over een overeenkomst

zake gedeeld gebruik, waarvan de bepalingen redelijk, proportioneel en niet-discriminerend moeten zijn. Bovendien mag de vergoeding voor het gedeeld gebruik enkel gebaseerd zijn op de globale kosten bestaande uit de werkelijke directe verwervingskosten van het terrein, de werkelijke bouw- en onderhoudskosten, vermeerderd met een percentage dat gelijk is aan de gewogen gemiddelde kapitaalkosten van de operator die gedeeld gebruik verleent, zoals deze door hem aan het

stituut wordt voorgesteld en door het

stituut wordt vastgesteld.

dien gelijktijdig of later meerdere operatoren verzoeken om gedeeld gebruik, worden de globale kosten gelijk verdeeld over al de operatoren die gedeeld gebruik maken. Operatoren kunnen het gedeeld gebruik van een antennesite maar weigeren op grond van technische redenen welke behoorlijk gerechtvaardigd worden, en die als dusdanig op hun verzoek door de Kamer worden erkend.

dien de plaatsing van de extra antennes aanzienlijke verstevigingswerken aan de bestaande structuur vereist, hebben operatoren, eigenaars van de site, het recht de bewezen

vesteringen

de meerkosten te laten betalen door de operatoren die gedeeld gebruik wensen, op basis van een overeenkomst waarvan de bepalingen redelijk, proportioneel en niet-discriminerend moeten zijn. De bepalingen van deze paragraaf gelden tevens voor antennesites waarvan de steun eigendom is van een natuurlijke of rechtspersoon die direct of

direct met een operator is verbonden, of die ten behoeve van een operator door een derde worden beheerd. Onder « direct of

direct verbonden natuurlijke of rechtspersoon » wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon waarop de operator rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende

vloed kan uitoefenen, of elke natuurlijke of rechtspersoon die een overheersende

vloed kan uitoefenen op de operator of die, zoals de operator, onderworpen is aan de overheersende

vloed van een andere natuurlijke of rechtspersoon omwille van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften. De overheersende

vloed wordt ten aanzien van een rechtspersoon

zonderheid vermoed wanneer een natuurlijke of rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van een andere rechtspersoon :

  1. a)de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de rechtspersoon bezit, of
  2. b)beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn met de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen, of
  3. c)meer dan de helft van de leden van het be- stuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de rechtspersoon kan aanwijzen. § 4.

dien een antennesite geheel of gedeeltelijk eigendom is van een derde, verzetten de operatoren die deze site exploiteren of deze gedeeld gebruiken, zich op generlei wijze tegen het afsluiten van een akkoord tussen die derde en een of meer andere operatoren, waardoor aan deze laatsten de mogelijkheid wordt geboden de betreffende site gedeeld te gebruiken.

de contracten die operatoren afsluiten met de

het eerste lid bedoelde derden, nemen zij geen beding op dat tot gevolg zou hebben het gedeeld gebruik van de betreffende site aan een of meerdere andere operatoren te verbieden of te bemoeilijken, met

begrip van elk beding dat er op gericht is een wederkerigheidsvoorwaarde,

welke vorm ook, op te leggen. Ten aanzien van overeenkomsten die voor de datum van

werkingtreding van dit artikel gesloten zijn en die een dergelijk beding zouden bevatten, onderhandelen de betrokken operatoren onverwijld over een wijziging van de overeenkomst, om het betreffende beding op te heffen binnen een maximumtermijn van drie maanden na de datum van

werkingtreding van dit artikel. Na die uiterste datum vervalt elk beding dat

strijd is met de bepalingen van dit artikel. § 5. Elke operator is ertoe gehouden om minstens één maand voor hij bij de bevoegde overheid een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning

dient voor een bepaalde antennesite of voor een deel van een site, van deze

tentie kennis te geven aan de overige operatoren. De overige operatoren maken binnen de maand na de kennisgeving aan de eerstbedoelde operator hun verzoek over om de betreffende antennesite of het deel van de site gedeeld te gebruiken.

voorkomend geval is de eerstbedoelde operator ertoe gehouden om voorafgaandelijk aan het

dienen van de bedoelde stedenbouwkundige aanvraag over de technische en financiële voorwaarden van het gedeeld gebruik van betreffende antennesite met de overige operatoren te goeder trouw te onderhandelen en een overeenkomst te sluiten volgens de beginselen vastgesteld

§ 3, derde lid.

Na het sluiten van deze overeenkomst dienen de betrokken operatoren bij de bevoegde overheid samen een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning

. Onverminderd het bepaalde

het eerste lid, nemen de operatoren de nodige maatregelen om de stabiliteit en de hoogte van de pyloon van de antennesites die zij bouwen, laten bouwen of wijzigen, geschikt te maken voor gedeeld gebruik met andere operatoren. Behoudens wanneer zulks om door de Kamer aanvaarde technische redenen onmogelijk zou zijn, nemen de operatoren de nodige maatregelen voor gedeeld gebruik van de site door al de operatoren die erom hebben verzocht. De verplichtingen van deze paragraaf gelden tevens voor reeds

gediende aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen; operatoren passen

voorkomend geval hun aanvragen aan, binnen een termijn van drie maanden na de

werkingtreding van dit artikel. § 6. Om het gedeeld gebruik van de antennesites te vergemakkelijken wordt een databank van antennesites gecreëerd die alle relevante

formatie zal bevatten om de evaluatie van sites, met het oog op het gedeeld gebruik ervan, te vergemakkelijken. Aanvragen en plannen voor nieuwe sites, zullen ook op geëigende wijze

de databank opgenomen worden. Medewerking door de operatoren aan de uitbouw en het gebruik van de databank van antennesites is verplicht. De Koning kan de bestuursvorm en de wijze van beheer van de databank van antennesites vastleggen. De beheerder van de databank van antennesites bezorgt aan elke operator en aan het

stituut een volledige lijst van al de bestaande en geplande antennesites binnen de drie maanden na de aanvang van de werkzaamheden van de databank. Op de eerste werkdag van elke maand bezorgt elke operator aan de beheerder van de databank van de antennesites en aan het

stituut een volledige en geactualiseerde lijst van al zijn bestaande en geplande antennesites. De beheerder van de databank zal de operatoren maandelijks

lichten over wijzigingen aan de bestaande en geplande antennesites. Die lijst wordt voorgelegd

elektronische vorm en volgens een formaat dat door het

stituut wordt vastgesteld, en bevat voor elke antennesite de volgende gegevens : - het postadres; - de geografische coördinaten van de steun volgens het Lambertsysteem; - de maximale bruikbare hoogte en windbelasting van de steun; - de staat van vordering van de site : site aangelegd, stedenbouwkundige vergunning verkregen, stedenbouwkundige vergunning aangevraagd, voorlopige site. De beheerder van de databank van antennesites bezorgt op de eerste werkdag van elk kwartaal aan het

stituut een verslag over de sites die door de operatoren gedeeld worden gebruikt. Dat verslag bevat ten minste de gegevens die door het

stituut zijn bepaald. De

richtingskosten en de periodieke kosten van de databank van antennesites worden gedragen door alle operatoren op basis van een overeenkomst waarover zij onderling onderhandelen.

dien een dergelijke overeenkomst niet wordt afgesloten binnen een termijn van drie maand na de

werkingtreding van dit artikel, worden de kosten van de databank van antennesites en de verdeling per operator door de Koning bepaald.

dien een aanpassing van deze overeenkomst niet bekomen wordt binnen drie maand na het verzoek daartoe door een nieuwe operator, worden de kosten van de databank van antennesites en de verdeling per operator door de Koning bepaald. Het

stituut ziet er op toe dat de databank van de antennesites met het oog op het algemeen belang beheerd wordt.

voorkomend geval kan het

stituut de maatregelen opleggen die het nodig acht ter vrijwaring van het algemeen belang en voor een vlot systeem van

formatie-uitwisseling

zake sites en hun gedeeld gebruik. § 7. Binnen drie maand na de datum van

werkingtreding van dit artikel, worden de reeds tussen de operatoren gesloten overeenkomsten of de reeds tussen operatoren en derden gesloten overeenkomsten die erop gericht zijn antennesites gedeeld te gebruiken

voorkomend geval gewijzigd om deze aan te passen aan de bepalingen van dit artikel. § 8. Alle geschillen tussen operatoren

verband met de tenuitvoerlegging van dit artikel kunnen overeenkomstig artikel 79ter aan de Kamer worden voorgelegd. Art. 7

artikel 106 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, luidende : « 5° de ontbundelde toegang tot het aansluitnet. Wanneer het

stituut van oordeel is dat op de lokale toegangsmarkt

voldoende mate concurrentie aanwezig is, wordt de verplichting

zake kostenoriëntatie op deze markt opgeheven. Het

stituut neemt die beslissing slechts na een openbare consultatie. ». Art. 8

dezelfde wet wordt een artikel 108bis

gevoegd, luidende : « Art. 108bis.- § 1. Iedere aangemelde exploitant deelt ten laatste op 15 september van ieder jaar aan het

stituut een referentieaanbod mee

zake ontbundelde toegang tot het aansluitnet. Het

stituut deelt vóór 15 november zijn opmerkingen mee en eventueel de wijzigingen die moeten worden aangebracht. De aangemelde exploitant beschikt over een termijn van een maand om de wijzigingen op te nemen en het referentieaanbod te publiceren. §

  1. De partijen beschikken, te rekenen vanaf de datum van het verzoek om ontbundelde toegang tot het aansluitnet, over een periode van vier maanden om een overeenkomst terzake te sluiten. Deze termijn kan slechts worden verlengd overeenkomstig artikel 79ter, §
  2. §
  3. Het

stituut neemt alle nodige maatregelen om een werkzame mededinging op de markt voor ontbundelde toegang tot het aansluitnet te verzekeren. ». Art. 9

dezelfde wet wordt een artikel 117bis

gevoegd, luidende : « Art. 117bis.- De Koning kan als ontvankelijkheidsvoorwaarde van de kandidaturen het stellen van een waarborg opleggen, waarvan het bedrag

een redelijke verhouding staat tot het uniek concessierecht.

voorkomend geval bepaalt de Koning dat de waarborg wordt gestort

de vorm van een geldsom en

de valuta die hij bepaalt, op een rekening van de Staat. ». Art. 10

dezelfde wet wordt een artikel 117ter

gevoegd, luidende : « Art. 117ter.- Elke manipulatie of poging tot manipulatie van de procedure tot toekenning van een

dividuele vergunning wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd Belgische frank tot drieduizend Belgische frank. Bovendien spreekt de bevoegde rechtbank

deze gevallen de verbeurdverklaring uit van de waarborg bedoeld

artikel 117bis. ». Art. 11 Worden opgeheven : 1° Artikel 8 van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofoonnetten, zoals vervangen door artikel 7 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten4.2° Artikel 9 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten4 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten.3° Artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 betreffende de voorwaarden

zake aanleg en exploitatie van telecommunicatienetwerken. HOOFDSTUK II Nationale Loterij Art. 12

artikel 27, eerste lid van de Programmawet van 24 december 1993 worden de woorden « 2,5 miljard » vervangen door « 3,5 miljard ». Art. 13

artikel 16 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij wordt vóór het eerste lid het volgende lid

gevoegd : « De Koning bepaalt, voordat het

het tweede lid bedoelde plan voor de winstverdeling wordt vastgesteld, de bedragen die jaarlijks worden toegekend aan de verenigingen en

stellingen die Hij aanduidt. ». TITEL III Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu HOOFDSTUK I

voering van een premiestelsel om de ombouw van wagens naar een LPG-

stallatie te promoten Art. 14 Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt, overeenkomstig de door de Koning te bepalen nadere regels, een premie van 20 500 Belgische frank toegekend aan de eigenaar van een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus, die zijn voertuig laat ombouwen om het geschikt te maken voor het gebruik van LPG of andere vloeibaar gemaakte koolwaterstofgassen als brandstof. De

het eerste lid bedoelde premie wordt toegekend voor

stallaties geplaatst tijdens de periode van 1 januari 2001 tot 31 december 2002. HOOFDSTUK II Farmaceutische

spectie Art. 15

het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

artikel 38bis,

gevoegd bij de wet van 17 december 1973, worden de woorden « artikel 4, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 4, §§ 3, 3bis, 3ter, 3quater en 3quinquies ».2°

artikel 43, § 1, tweede lid, vervangen bij de wet van 17 december 1973, worden de woorden « artikel 4, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 4, §§ 3, 3bis, 3ter, 3quater en 3quinquies ». Art. 16

artikel 224 van de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten3 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen wordt de eerste zin van § 1 vervangen als volgt : « § 1. Om de opdrachten van de administratie

het kader van de medische hulpmiddelen, hun hulpstukken en de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen te financieren, is een heffing van 0,05 % op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt met betrekking tot de medische hulpmiddelen en hun hulpstukken bedoeld

artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 betreffende de medische hulpmiddelen en de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen bedoeld

artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 juli 1997 betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen verschuldigd door de distributeurs die deze hulpmiddelen aan de eindgebruiker of aan de verantwoordelijke voor de aflevering hebben geleverd. ». Art. 17

artikel 3 van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4 op de geneesmiddelen, gewijzigd bij de wet van 20 oktober 1998, wordt het woord « documentatie, »

gevoegd tussen de woorden « de door hem te bepalen » en het woord « uitrusting ». TITEL IV Mobiliteit en Vervoer Art. 18

artikel 5 van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten2 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling van de luchtvaart, waarvan de huidige tekst paragraaf 1 wordt, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, luidende : « § 2. De Koning kan, met betrekking tot de aangelegenheden vermeld

de eerste paragraaf, alle nodige maatregelen treffen voor de uitvoering van verplichtingen voortvloeiend uit

ternationale verdragen of uit krachtens die verdragen vastgestelde

ternationale akten. Die maatregelen kunnen wetsbepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. Deze paragraaf vormt, vanaf de

werkingtreding ervan één van de rechtsgronden van het koninklijk besluit van 9 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 tot regeling van het onderzoek van ongevallen en

cidenten

de burgerluchtvaart. ». Art. 19

dezelfde wet wordt een artikel 44bis

gevoegd, luidende : « Art. 44bis.- De Koning kan, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, de minister bevoegd voor de luchtvaart of zijn gemachtigde, machtigen om de vergunningen van de leden van het besturingspersoneel van luchtvaartuigen uit te reiken,

te trekken, te beperken of te schorsen en om deze personen aan onderzoeken of examens te onderwerpen. ». Art. 20

artikel 6, § 2, tweede zin van de wet van 17 maart 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten betreffende de financiering van het HST-project, worden de woorden « zal zij » vervangen door de woorden « kan zij, met het oog op de verkoop door HST-FIN ». TITEL V Economische Zaken Algemene socio-economische enquête 2001 Art. 21 Artikel 9 van de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten4 betreffende de openbare statistiek, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten2, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 9.- § 1.

2001 zal de Koning doen overgaan tot een algemene socio-economische enquête door het Nationaal

stituut voor de Statistiek, waardoor gegevensbanken over personen, opleiding en woningen kunnen opgericht of aangevuld worden. Deze

lichtingen worden bijgehouden en bijgewerkt door het Nationaal

stituut voor de Statistiek. § 2. Om de algemene socio-economische enquête uit te voeren krijgt het Nationaal

stituut voor de Statistiek zonder andere formaliteiten dan de hierna vernoemde, toegang tot de gegevens bijgehouden door alle besturen en overheden, op voorwaarde dat het

zijn aanvraag preciseert : 1° het bestreken gebied en de specifieke doelstellingen van de enquête, alsmede de te geven

lichtingen;2° de

formatieplichtige natuurlijke en rechtspersonen;3° de periodiciteit van de eventuele bijwerkingen;4° de dienst van het Nationaal

stituut voor de Statistiek die met de verwerking van deze gegevens is belast.». Art. 22 Een artikel 8bis, luidend als volgt, wordt

de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen

gevoegd : « Art. 8bis.- De formaliteiten bedoeld

de artikelen 5 tot 8 zijn niet van toepassing op de aanvragen die het Nationaal

stituut voor de Statistiek krachtens artikel 9 van de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten4 betreffende de openbare statistiek,

dient. ». Art. 23 Artikel 15 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten1 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid wordt aangevuld met het volgende lid : « De formaliteiten bedoeld

dit artikel zijn niet van toepassing op de aanvragen die het Nationaal

stituut voor de Statistiek krachtens artikel 9 van de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten4 betreffende de openbare statistiek,

dient. ». TITEL VI Sociale Zaken en Financiën Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten8 houdende

richting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld Art. 24 Artikel 4, § 1 van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten8 houdende

richting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, vervangen bij het koninklijk besluit nr 156 van 30 december 1982, wordt vervangen als volgt : « Art. 4.- § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt als

dexcijfer der consumptieprijzen van een maand beschouwd het rekenkundig gemiddelde van de

dexcijfers van die maand en de drie daaraan voorafgaande maanden. Iedere maal dat het overeenkomstig het eerste lid berekende

dexcijfer der consumptieprijzen één der spilindexen bereikt of er op teruggebracht wordt, worden de uitgaven, uitkeringen en bezoldigingsgrenzen, gekoppeld aan de spilindex 114,20 opnieuw berekend door de coëfficiënt 1,02n er op toe te passen waarin n de rang van bereikte spilindex vertegenwoordigt. Te dien einde, wordt iedere spilindex aangeduid met een volgnummer dat zijn rang aangeeft, waarbij het nummer 1 de spilindex aanduidt die volgt op de spilindex 114,20. Voor het berekenen van de coëfficiënt 1,02n, worden de breuken van een tienduizendste van een eenheid afgerond tot het hogere tienduizendste of weggelaten, naargelang zij al dan niet 50 % van een tienduizendste bereiken. ». Art. 25 Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 6.- De verhoging of de vermindering wordt toegepast : 1° voor de uitgaven die per jaar vereffend worden, met

gang van het burgerlijk jaar dat volgt op de maand waarvan het

dexcijfer van de consumptieprijzen de spilindex bereikt die een wijziging rechtvaardigt;2° voor de uitgaven die per kwartaal vereffend worden en voor de grenzen bedoeld bij artikel 1, 2°, met

gang van het kalenderkwartaal dat volgt op de maand waarvan het

dexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt;3°

de andere gevallen, vanaf de eerste maand die volgt op de maand waarvan het

dexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt. De Koning kan bijzondere uitvoeringsmodaliteiten vaststellen voor de gevallen waarin de begunstigden voorafgaand aan of tijdens de eerste helft van de maand een geïndexeerd bedrag ontvangen. ». TITEL VII Ambtenarenzaken en Financiën Wijziging van de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten9 houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld Art. 26

artikel 6 van de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten9 houdende

richting van een stelsel waarbij sommige uitgaven

de overheidssector aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 3° wordt vervangen als volgt : « 3°

de andere gevallen, vanaf de eerste maand die volgt op de maand waarvan het

dexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt, met uitzondering van de wedden en lonen, bedoeld

artikel 1, § 1, a), 1) en de toelagen, tegemoetkomingen en vergoedingen, bedoeld

artikel 1, § 1, a), 5) en 6), waarvoor de verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de tweede maand volgend op de maand waarvan het

dexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt.»; 2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning kan bijzondere uitvoeringsmodaliteiten vaststellen voor de gevallen waarin de begunstigden voorafgaand aan of tijdens de eerste helft van de maand een door de

dexering verhoogd bedrag ontvangen. ». TITEL VIII Defensie Overdracht van sommige personeelsleden van het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie aan het ministerie van Landsverdediging Art. 27 De opdrachten van en de personeelsleden die tewerkgesteld zijn bij de Radio Maritieme Dienst van het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie worden overgedragen aan het ministerie van Landsverdediging op de datum en volgens de door de Koning bepaalde nadere regels. Art. 28 De Koning bepaalt het administratief en het geldelijk statuut van de overgedragen personeelsleden. TITEL IX Werkgelegenheid HOOFDSTUK I Voordeelbanenplan Art. 29 Artikel 61, § 1, vierde lid, van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten7 houdende sociale en diverse bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 26 juli 1996 en 26 maart 1999, wordt opgeheven. HOOFDSTUK II Plus-één-, plus-twee-, plus-drie-plan Art. 30 Artikel 118, § 1, 4°, van de programmawet van 30 december 1988, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten, wordt vervangen als volgt : « 4° een werkzoekende die gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, gerekend van datum tot datum, die aan de

dienstneming voorafgaan,

geschreven is als werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en die op het ogenblik van de

dienstneming hetzij : a) het bestaansminimum geniet, bepaald bij de wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten tot

stelling van het recht op een bestaansminimum;b) financiële sociale bijstand genieten en : - ofwel

geschreven is

het bevolkingsregister; - ofwel beschikt over een verblijfsvergunning van onbepaalde duur; - ofwel beschikt over een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5, betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,

zoverre de verlenging van de verblijfsvergunning onderworpen is aan de voorwaarde tewerkgesteld te zijn; - ofwel gerechtigd of toegelaten is, met toepassing van de artikelen 9 of 10 van voormelde wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5, voor een bepaalde duur te verblijven

zoverre

de mogelijkheid van een verblijfsvergunning van onbepaalde duur uitdrukkelijk voorzien is. Worden gelijkgesteld met een periode van

schrijving als werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling : a) de periodes tijdens welke de werkzoekenden het bestaansminimum of financiële sociale bijstand, zoals bedoeld

het vorige lid, genoten;

  1. b)een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten1 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  2. c)een tewerkstelling

een doorstromingsprogramma met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten5 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's;d) een tewerkstelling

een erkende arbeidspost met toepassing van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen.». Art. 31

artikel 127bis, eerste lid, van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten5, worden de woorden « en 119,

  1. a)en
  2. c)» vervangen door de woorden « en 119, a), c),
  3. e)en
  4. f)». Art. 32 Artikel 6, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 14 maart 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten8 houdende specifieke tewerkstellingsbevorderende maatregelen voor de kleine en middelgrote ondernemingen met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, wordt vervangen als volgt : « 4° een werkzoekende die gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, gerekend van datum tot datum, die aan de

dienstneming voorafgaan,

geschreven is als werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en die op het ogenblik van de

dienstneming hetzij : a) het bestaansminimum geniet, bepaald bij de wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten tot

stelling van het recht op een bestaansminimum;b) financiële sociale bijstand geniet en : - ofwel

geschreven is

het bevolkingsregister; - ofwel beschikt over een verblijfsvergunning van onbepaalde duur; - ofwel beschikt over een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,

zoverre de verlenging van de verblijfsvergunning onderworpen is aan de voorwaarde tewerkgesteld te zijn; - ofwel gerechtigd of toegelaten is, met toepassing van de artikelen 9 of 10 van voormelde wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5, voor een bepaalde duur te verblijven

zoverre

de mogelijkheid van een verblijfsvergunning van onbepaalde duur uitdrukkelijk voorzien is. Worden gelijkgesteld met een periode van

schrijving als werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling : a) de periodes tijdens welke de werkzoekenden het bestaansminimum of financiële sociale bijstand, zoals bedoeld

het vorige lid, genoten;

  1. b)een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten1 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  2. c)een tewerkstelling

een doorstromingsprogramma met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten5 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's;d) een tewerkstelling

een erkende arbeidspost met toepassing van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen.». Art. 33 Artikel 6, § 1, 12°, van hetzelfde besluit,

gevoegd bij de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten, wordt opgeheven. Art. 34

artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 6, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 8° en 10° » vervangen door de woorden « artikel 6, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 8°, 10°, 14° en 15° ». Art. 35

artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten, vervallen de woorden « en houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2001 ». HOOFDSTUK III

terdepartementaal begrotingsfonds Art. 36 Artikel 2 van het koninklijk besluit nr 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid

de niet-commerciële sector, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten2, wordt aangevuld met een § 6, luidende : « § 6.

afwijking van de §§ 1 en 3 kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, bepalen welke andere categorieën werkzoekenden de

hoofdstuk II, afdeling 5, van dit besluit bedoelde arbeidsplaatsen mogen bekleden. ». HOOFDSTUK IV Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen Art. 37 Bij de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening wordt van de reserves, opgebouwd bij het stelsel van de Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen,

1999 500 miljoen Belgische frank aangewend als eigen ontvangsten voor de financiering van de werkloosheidsuitgaven. Art. 38 Artikel 8, § 3, eerste lid, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders,

gevoegd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten6 en vervangen bij de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten, wordt vervangen als volgt : « De activiteiten verricht

het kader van het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap mogen slechts uitgeoefend worden door hetzij : 1° langdurig uitkeringsgerechtigde volledig werklozen;2° volledig werklozen die

geschreven zijn als werkzoekenden bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en die : a) het bestaansminimum genieten, bepaald bij de wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten tot

stelling van het recht op een bestaansminimum;b) financiële sociale bijstand genieten en : - ofwel

geschreven zijn

het bevolkingsregister; - ofwel beschikken over een verblijfsvergunning van onbepaalde duur; - ofwel beschikken over een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,

zoverre de verlenging van de verblijfsvergunning onderworpen is aan de voorwaarde tewerkgesteld te zijn; - ofwel gerechtigd of toegelaten zijn, met toepassing van de artikelen 9 of 10 van voormelde wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5, voor een bepaalde duur te verblijven

zoverre

de mogelijkheid van een verblijfsvergunning van onbepaalde duur uitdrukkelijk voorzien is. ». HOOFDSTUK V Wijziging van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid Art. 39

artikel 27 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid

gevoegd : «

afwijking van het eerste lid, 2° en 3°, kunnen de periodes die erin worden bedoeld, minder dan twaalf maanden bedragen wanneer de duur van de opleiding, de leertijd, de stage of de

schakeling minder bedraagt dan twaalf maanden.

dat geval, wordt de startbaanovereenkomst bedoeld

het eerste lid, 2° of 3°, gevolgd door een startbaanovereenkomst bedoeld

het eerste lid, 1°, zodat een duur van twaalf maanden wordt bereikt. De periode bedoeld

het eerste lid, 1°, bedraagt

dat geval minder dan twaalf maanden. ». Art. 40 Artikel 32 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 32.- De startbaanovereenkomst moet schriftelijk worden opgemaakt voor elke nieuwe werknemer afzonderlijk, ten laatste op het moment waarop hij met de uitvoering van de overeenkomst start. Een kopie van de startbaanovereenkomst wordt door de werkgever uit de openbare of private sector binnen dertig dagen volgend op het begin van de uitvoering van de overeenkomst, bezorgd aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. De Koning kan, volgens de voorwaarden en nadere regels die Hij bepaalt, bepalen dat de mededeling van het afschrift van de startbaanovereenkomst voorzien

het tweede lid, vervangen wordt door een andere wijze van mededeling. De Koning bepaalt het model van de startbaanovereenkomst. Voor de naleving van de verplichting bedoeld

artikel 39, §§ 1 en 2, en van wat bepaald wordt

artikel 39, § 3, net als voor het voordeel van de vermindering van de werkgeversbijdrage bedoeld

artikel 44, komen alleen de startbaanovereenkomsten

aanmerking : 1° die schriftelijk zijn opgemaakt overeenkomstig het eerste lid en overeenkomstig het model bedoeld

het vierde lid;2° die het voorwerp hebben uitgemaakt van de mededeling overeenkomstig het tweede lid of het derde lid. Zij komen

aanmerking vanaf het begin van hun uitvoering

dien een kopie werd bezorgd binnen de termijn bedoeld

het tweede lid. Zij komen enkel

aanmerking op de datum van hun ontvangst door de door de Koning aangewezen ambtenaar

dien een kopie werd bezorgd buiten deze termijn. ». Art. 41

artikel 38 van dezelfde wet, wordt het woord « laaggeschoolde »

gevoegd tussen de woorden « De tewerkstelling van de » en de woorden « nieuwe werknemers ». Art. 42 Artikel 39 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 39.- § 1. De werkgevers uit de openbare sector die een personeelsbestand hebben, uitgedrukt

eenheden, van ten minste vijftig werknemers op 30 juni van het voorafgaande jaar, moeten bijkomend een aantal nieuwe werknemers

dienst nemen ten opzichte van het personeelsbestand, berekend

voltijdse equivalenten, tijdens het tweede trimester van het voorafgaande jaar. De Koning bepaalt dit aantal bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. § 2. De werkgevers uit de private sector die een personeelsbestand hebben, uitgedrukt

eenheden, van ten minste vijftig werknemers op 30 juni van het voorafgaande jaar, moeten nieuwe werknemers

dienst nemen a rato van 3 % van hun personeelsbestanden, berekend

voltijdse equivalenten, tijdens het tweede trimester van het voorafgaande jaar. § 3. Naast deze

dividuele verplichtingen, dienen de werkgevers uit de private sector allen samen en ongeacht het aantal werknemers dat elk afzonderlijk tewerkstelt, nieuwe werknemers

dienst te nemen a rato van een procent van het totale personeelsbestand, berekend

voltijdse equivalenten, tijdens het tweede trimester van het voorafgaande jaar van diegenen onder hen die op 30 juni van het voorafgaande jaar een personeelsbestand, uitgedrukt

eenheden, van ten minste vijftig werknemers hadden. § 4. De nieuwe werknemers worden niet

aanmerking genomen voor de berekening van het personeelsbestand bedoeld

de §§ 1, 2 en 3. De Koning bepaalt wat dient te worden verstaan onder personeelsbestand en bepaalt de berekeningswijze van de nieuwe werknemers bedoeld

de §§ 1, 2 en

  1. §
  2. De tewerkstelling van de nieuwe werknemers bedoeld

de §§ 1, 2 en 3, betekent een bijkomende tewerkstelling en mag niet worden gecompenseerd door het ontslaan van personeel. Voor de toepassing van dit hoofdstuk bepaalt de Koning wat moet worden verstaan onder compensatie van de aanwerving van nieuwe werknemers door ontslag van personeel en de berekeningswijze van deze compensatie. ». Art. 43

artikel 44 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§§ 1

, 2 en 3, worden de woorden « op 30 juni » vervangen door de woorden « berekend

voltijdse equivalenten, tijdens het tweede trimester »;2°

§ 4

, wordt het volgende lid

gevoegd vóór het eerste lid : « § 4.Het voordeel van de vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid, bedoeld

de §§ 1, 2 en 3, wordt eveneens toegekend, onder dezelfde voorwaarden,

het geval van tewerkstelling van laaggeschoolde jongeren, die bijkomend worden aangeworven binnen de startbaanovereenkomst zoals bepaald

artikel 27, 2°. »; 3°

§ 5

, wordt het tweede lid vervangen door het volgende lid : «

afwijking van artikel 35, § 3, van de voornoemde wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten3, mag het voordeel van de verminderingen van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid bedoeld

de §§ 1, 2, 3 en 4, niet meer bedragen dan het totaalbedrag van de bijdragen dat nog is verschuldigd aan de

stellingen belast met de

ning en de

vordering van die bijdragen voor alle werknemers samen die door de betrokken werkgever zijn tewerkgesteld.»; 4° een § 6 wordt toegevoegd, luidende : « § 6.De nieuwe werknemers worden niet

aanmerking genomen voor de berekening van het personeelsbestand bedoeld

§§ 1, 2 en 3.

». Art. 44 Artikel 45 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4.

het geval bedoeld

artikel 27, derde lid, geniet de nieuwe werknemer een nieuwe startbaanovereenkomst zoals bedoeld

artikel 27, 1°, zodat zijn werkgever hem tewerkstelt gedurende een periode van twaalf maanden. ». Art. 45

artikel 47, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « op 30 juni » vervangen door de woorden « berekend

voltijdse equivalenten, tijdens het tweede trimester ». Art. 46 Artikel 54 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 54.- § 1. De op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk reeds aangevatte stages, net als hun eventuele verlenging, vallen, tot hun beëindiging, onder de bepalingen van koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de

schakeling van jongeren

het arbeidsproces en zijn uitvoeringsbesluiten. De stagiairs, de jongeren en de daarmee gelijkgestelde personen die overeenkomstig het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 zijn tewerkgesteld op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, komen

aanmerking,

verhouding tot de duur van hun tewerkstelling, voor de naleving van de verplichtingen bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, en voor de naleving van de tewerkstellingsvoorwaarde bedoeld

artikel 44. De stagiairs, de jongeren en de daarmee gelijkgestelde personen die overeenkomstig het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 zijn tewerkgesteld tijdens de tweede trimester 1999 komen niet

aanmerking voor de berekening van het personeelsbestand bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, en

artikel

  1. §
  2. Vallen tot hun beëindiging onder de bepalingen van het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 en zijn uitvoeringsbesluiten, de vrijstellingen die gelden op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk en die toegekend werden overeenkomstig : 1° artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983;2° artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 maart 1990 tot vaststelling voor sommige plaatselijke besturen van de toekenningsvoorwaarden voor gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot aanwerving van stagiairs, alsmede van de voorwaarden voor de vermindering van het percentage stagiairs. De werkgevers die de

het eerste lid bedoelde vrijstellingen genieten, zijn vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, tot de beëindiging van deze vrijstellingen. § 3. De vrijstellingen die toegekend werden overeenkomstig artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983, die gelden op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, blijven onderworpen tot hun beëindiging aan de bepalingen van dit koninklijk besluit en van zijn uitvoeringsbesluiten. De werkgevers die de

het eerste lid bedoelde vrijstellingen genieten, zijn vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, tot de beëindiging van deze vrijstellingen. De overeenkomsten gesloten tussen de minister bevoegd voor werkgelegenheid en de ondernemingen overeenkomstig artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983, die gelden op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, blijven van toepassing tot hun beëindiging. Wanneer de

het derde lid bedoelde overeenkomsten echter voorzien

de aanwerving van stagiairs vanaf of na de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, kunnen enkel de jongeren gedefinieerd

artikel 23 aangeworven worden met een startbaanovereenkomst. De personen die, tijdens het tweede trimester van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de

het derde lid bedoelde overeenkomsten eindigen, tewerkgesteld worden

uitvoering van deze overeenkomsten, komen niet

aanmerking voor de berekening van het personeelsbestand bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, en

artikel

  1. §
  2. De vrijstellingen toegekend overeenkomstig artikel 10bis van het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 die gelden op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, vallen tot hun beëindiging onder de bepalingen van dit koninklijk besluit en zijn uitvoeringsbesluiten. De werkgevers die de

het eerste lid bedoelde vrijstellingen genieten, zijn vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, tot de beëindiging van deze vrijstellingen. De personen die, tijdens de tweede trimester 1999, en die, tijdens de tweede trimester 2000, de tewerkstellings- en opleidingsmaatregelen genoten die aanleiding hebben gegeven tot de

artikel 10bis van het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 bedoelde vrijstelling, komen niet

aanmerking voor de berekening van het personeelsbestand bedoeld

artikel 39, §§ 1, 2 en 3, en

artikel

  1. §
  2. De vermindering van de werkgeversbijdrage voor sociale zekerheid bedoeld

artikel 13 van het voornoemde koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983, waarvan de toekenningsperiode reeds aangevat is op de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, valt, tot de beëindiging van deze periode, onder de bepalingen van dit koninklijk besluit en van het koninklijk besluit van 29 maart 1985 tot uitvoering van artikel 13, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de

schakeling van jongeren

het arbeidsproces. ». HOOFDSTUK VI Wijziging van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 47 De rubriek 23 - 3 « Tewerkstellingsfonds » van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, wordt gewijzigd als volgt : 1°

de tweede kolom, worden de woorden « , door de werkgevers die de bepalingen van artikel 4 of 7 van het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de

schakeling van jongeren

het arbeidsproces niet naleven en door de werkgevers die de bepalingen van artikel 39 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid niet naleven »

gevoegd tussen de woorden « Belgisch Europees Sociaal Fonds » en « naar het Fonds »;2°

de derde kolom, worden de beide leden vervangen door het volgend lid : « Financiering van acties ter bevordering van de arbeid, van acties tot het scheppen van arbeidsplaatsen voor jongeren, van acties ter bevordering en omkadering van het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers

loondienst, compensatie van de vermindering van de bijdragen van de sociale zekerheid

de sector werkloosheid en terugbetaling aan de Commissie van de Europese Unie van bedragen die ten onrechte werden uitgekeerd.». HOOFDSTUK VII Wijziging van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen Art. 48 Artikel 122, § 2, van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt aangevuld als volgt : « Vanaf 1 januari 2000 en tot 31 december 2000, wordt de

schakelingsovereenkomst, bedoeld

Titel I

van het Samenwerkingsakkoord van 30 maart 2000 tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten betreffende de

schakeling van werkzoekenden naar startbanen, gelijkgesteld aan een

dividueel begeleidingsplan bedoeld

§ 1. ».

TITEL X Sociale Zaken en Pensioenen HOOFDSTUK I Geneeskundige verzorging en uitkeringen Afdeling I Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Art. 49 Artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt vervangen als volgt : « 2) geneesmiddelen geregistreerd volgens artikel 2, 8°, a), tweede en derde streepje, van het koninklijk besluit van 3 juli 1969 betreffende de registratie van geneesmiddelen; ». Art. 50

dezelfde wet wordt een artikel 35bis

gevoegd, luidende : « Art. 35bis.- Vanaf 1 april 2001 en vervolgens om de zes maanden wordt voor de farmaceutische specialiteiten bedoeld

artikel 34, eerste lid, 5°, c), 1, een nieuwe basis van tegemoetkoming vastgesteld voorzover er andere farmaceutische specialiteiten worden vergoed met een identiek werkzaam bestanddeel, een identieke toedieningsvorm en een identieke dosering waarvan de basis van tegemoetkoming op het ogenblik van de aanneming minstens 16 % lager ligt of lag, rekening houdend met het aantal farmaceutische eenheden per verpakking. De

het eerste lid bedoelde nieuwe basis van tegemoetkoming wordt berekend op basis van een theoretische prijs buiten bedrijf die gelijk is aan de geldende prijs buiten bedrijf verminderd met 26,7 % en vervolgens verhoogd met de marges voor de verdeling en voor de terhandstelling zoals toegekend door de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en van toepassing op de farmaceutische specialiteiten afgeleverd

een apotheek open voor het publiek enerzijds of afgeleverd door een ziekenhuisapotheek anderzijds, alsook met de geldende BTW-voet. Daartoe wijzigt de minister op 1 april 2001 en vervolgens om de zes maanden de lijst, gevoegd bij het koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder tegemoetkoming wordt verleend

de geneeskundige verstrekkingen bedoeld

artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), zonder rekening te houden met de procedurevoorschriften bedoeld

§ 3van artikel 35.

De Koning kan het

het eerste en tweede lid bedoelde percentage wijzigen onder de door Hem bepaalde omstandigheden, voorwaarden en regels. ». Art. 51

artikel 51 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, het koninklijk besluit van 25 april 1997, de wetten van 25 januari 1999, 24 december 1999 en 12 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 4 wordt aangevuld met het volgende lid : « Hij kan

deze bepalingen een onderscheid maken tussen de beide uitgavengroepen die bedoeld zijn

artikel 51, § 8.». 2° Er wordt een § 8 toegevoegd, luidende : « § 8.De

dit artikel vastgelegde correctieprocedures en correctiemechanismen zijn afzonderlijk van toepassing op de uitgaven die betrekking hebben op de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling die volgt uit de toepassing van artikel 40, § 1, derde lid, enerzijds, en op de uitzonderlijke of bijzondere uitgaven die door de Koning zijn bepaald

toepassing van dezelfde paragraaf van artikel 40, anderzijds,

de mate dat beide groepen van uitgaven van mekaar te onderscheiden vallen. De Algemene raad stelt na advies van de commissie voor Begrotingscontrole vast, welke uitgaven wel en welke uitgaven niet van mekaar te onderscheiden vallen. ». Art. 52

artikel 59, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten3, worden de woorden « wordt geen toepassing gemaakt van de bepalingen van de artikels 61 en 62 » vervangen door de woorden « worden de

artikel 61 bedoelde Z- en X-waarden vastgesteld op 0 ». Art. 53 Artikel 62bis van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 62bis.- Voor het dienstjaar 1996 en voor het dienstjaar 1998 worden de waarden van Z en X vastgesteld op 0. ». Art. 54

artikel 69, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het derde lid, 1°, worden de woorden « waaronder de overschrijding van de deelbudgetten kan worden teruggevorderd » vervangen door de woorden « waaronder de overschrijding van het globaal budget of van de deelbudgetten kan worden teruggevorderd »;2° paragraaf 5 wordt aangevuld met de volgende leden : « Met het oog op de vaststelling van het terug te vorderen bedrag, wordt de

het vorig lid bedoelde overschrijding, vóór terugvordering, verminderd met 25 % van de eventuele onderschrijding van de

artikel 40 bedoelde globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling.De terugvordering heeft dan betrekking op het resulterende nettobedrag. De Koning kan, bij de bepaling van het bedrag van de overschrijding op basis waarvan de terugvordering gebeurt, vaststellen welke uitgaven desgevallend niet

aanmerking worden genomen. ». Art. 55

artikel 191, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : § 1

het 15°, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 25 januari 1999 en 24 december 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Voor 1995, 1996, 1998, 1999, 2000 en 2001 worden de bedragen van die heffingen respectievelijk vastgesteld op 2 %, 3 %, 4 %, 4 %, 4 % en 4 % van de omzet die respectievelijk

1994, 1995, 1997, 1998, 1999 en 2000 is verwezenlijkt.»; 2°

het vijfde lid, wordt de laatste zin vervangen als volgt : « Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999, 2000 en 2001, dienen ze respectievelijk te worden

gediend voor 1 februari 1996, 1 november 1996, 1 maart 1999, 1 april 1999, 1 mei 2000 en 1 mei 2001 »;3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : « Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999, 2000 en 2001, dient de heffing respectievelijk gestort te worden voor 1 maart 1996, 1 december 1996, 1 april 1999, 1 mei 1999, 1 juni 2000 en 1 juni 2001 op rekening nr 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en

validiteitsverzekering, met vermelding, volgens het betrokken jaar : « heffing omzet 1994 », « heffing omzet 1995 », « heffing omzet 1997 », « heffing omzet 1998 », « heffing omzet 1999 » of « heffing omzet 2000 ».»; 4° het laatste lid wordt vervangen als volgt : « De ontvangsten die voortvloeien uit de voornoemde heffing zullen

de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen

het boekjaar 1995 voor de heffing omzet 1994, 1996 voor de heffing omzet 1995, 1998 voor de heffing omzet 1997, 2000 voor de heffing omzet 1999 en 2001 voor de heffing omzet 2000.». § 2. Er wordt een 16°bis

gevoegd, luidende : « 16°bis de opbrengst van de

artikel 69, § 5, bedoelde terugvordering. De Koning bepaalt de regels volgens welke het gedeelte van die

komsten kan worden vastgesteld dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging en van de regeling voor de zelfstandigen. ». Afdeling II Wijziging van de programmawet van 24 december 1993 Art. 56

artikel 43, § 1, 1°, van de programmawet van 24 december 1993, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, wordt de zinsnede « de persoonlijke aandelen die betrekking hebben op de farmaceutische producten bedoeld

artikel 34, 5°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 », aangevuld door de volgende woorden : « behalve deze aangeduid door de Koning ». HOOFDSTUK II Uitvoering sociale akkoorden Art. 57 Dit hoofdstuk voert een regeling

voor de tenlasteneming van de financiële weerslag van sociale akkoorden die betrekking hebben op de gezondheidssector en die door de federale regering worden gesloten met de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers. Art. 58 De tenlasteneming van de

artikel 57 bedoelde financiële weerslag is enkel mogelijk voorzover de principes uit het vermelde sociaal akkoord worden omgezet

collectieve arbeidsovereenkomsten of protocollen afgesloten

de bevoegde onderhandelingscomités bepaald

de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Art. 59 De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad de maatregelen waarvan de financiële weerslag door de overheid ten laste wordt genomen en de nadere regels met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. Daartoe kan de Koning : 1° de gegevens aanduiden op basis waarvan de tegemoetkoming wordt bepaald;2° de overheidsdiensten aanduiden die deze gegevens moeten

zamelen en verwerken;3° de wijze bepalen waarop de tegemoetkoming moet worden berekend;4° de periode bepalen waarop deze tegemoetkoming van toepassing is;5° de natuurlijke of rechtspersoon bepalen waaraan de tegemoetkoming moet worden betaald en de tijdstippen waarop dit moet gebeuren;6° de rechthebbende bepalen van de tegemoetkoming;7° de overheidsdiensten aanduiden, belast met de berekeningen en de betaling van deze tegemoetkoming en met het toezicht op de aanwending ervan bepalen;8° het gedeelte aanduiden van de financiële weerslag van de tegemoetkomingen welke door de begroting van het Rijk ten laste zal worden genomen of het gedeelte dat ten laste valt van de begroting

zake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. HOOFDSTUK III De ziekenhuizen Art. 60

artikel 128bis van de wet op de ziekenhuizen gecoördineerd op 7 augustus 1987,

gevoegd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, worden tussen de woorden « te bepalen regels » en « , bepalen welke financiële of statistische gegevens » de woorden « en voorwaarden »

gevoegd. Art. 61 De bedragen, voor de periode tussen 1992 en 2000, via het budget van financiële middelen aan de ziekenhuizen toegekend krachtens artikel 12quinquies van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 houdende bepaling van de voorwaarden en regelen voor de vaststelling van de verpleegdagprijs, van het budget en de onderscheidene bestanddelen ervan, alsmede van de regelen voor de vergelijking van de kosten en voor de vaststelling van het quotum van verpleegdagen voor de ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, en dit tot uitvoering van de sectoriële akkoorden, blijven door de ziekenhuizen verworven. HOOFDSTUK IV Kruispuntbank Art. 62

artikel 46, eerste lid, van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten1 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : « 6° machtiging verlenen voor de mededeling van sociale gegevens van persoonlijke aard, overeenkomstig artikel 15 »;
  2. b)er wordt een 6°bis

gevoegd, luidende : « 6°bis een lijst bijhouden die enerzijds betreffende iedere geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die door een

stelling van sociale zekerheid wordt verricht met het oog op de toepassing van de sociale zekerheid tenminste de gegevens bevat bedoeld

artikel 17, § 3, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zoals ze zijn meegedeeld of gevalideerd door de betrokken

stelling van sociale zekerheid, en anderzijds de krachtens artikel 15 toegelaten mededelingen bevat, alsook de mededelingen waarvan het Toezichtscomité krachtens hetzelfde artikel 15

kennis moet worden gesteld;de Koning bepaalt de nadere regelen volgens welke iedere belanghebbende persoon deze lijst bij de Kruispuntbank kan raadplegen; ». HOOFDSTUK V Openbare

stellingen van sociale zekerheid Art. 63

artikel 21, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten3 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare

stellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, zoals gewijzigd door de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten3 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wordt het derde lid opgeheven. HOOFDSTUK VI Wijziging van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van mijnwerkers en er mee gelijkgestelden Art. 64

artikel 2 van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en er mee gelijkgestelden, laatst gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt een § 3quinquies

gevoegd, luidende : « § 3quinquies. De werkgevers op wie deze besluitwet toepasselijk is, zijn, onder de hierna vermelde voorwaarden, een jaarlijkse bijdrage verschuldigd berekend op basis van een gedeelte van de dagen werkloosheid die zij voor hun mijnwerkers en er mee gelijkgestelden met toepassing van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten6 betreffende de arbeidsovereenkomsten hebben aangegeven. De opbrengst van deze bijdrage is bestemd voor het stelsel van de jaarlijkse vakantie der handarbeiders. De Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ) is belast met de berekening, de

ning en de

vordering van deze bijdrage, alsook met de overdracht van de opbrengst ervan aan de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie. Deze bijdrage wordt gelijkgesteld met een sociale- zekerheidsbijdrage,

zonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de termijn

zake betaling, de toepassing van de burgerlijke sancties en van de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd

geval van betwisting, de verjaring

zake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de

stelling belast met de

ning en

vordering van de bijdragen.

het raam van deze maatregel wordt verstaan onder : 1° m = het totaal aantal werkloosheidsdagen met toepassing van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten6 betreffende de arbeidsovereenkomsten die door de werkgever voor alle mijnwerkers en er mee gelijkgestelden onderworpen aan de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971, die hij heeft tewerkgesteld

de loop van de eerste drie kwartalen van het voorgaande kalenderjaar en van het laatste kwartaal van het kalenderjaar dat daaraan voorafgaat samen werden aangegeven, verminderd met 10 % van de som van het aantal dagen bedoeld bij artikel 24 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van de als gelijkgestelde dagen bij de RSZ aangegeven dagen.Deze 10 % wordt rekenkundig afgerond naar de dichtstbijzijnde eenheid, waarbij 0,5 afgerond wordt naar boven.

dien de berekening van m een negatief getal oplevert, wordt m gelijkgesteld met nul. 2° n = het totaal aantal werkloosheidsdagen met toepassing van artikel 51 van de voornoemde wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten6 die door de werkgever voor alle mijnwerkers en er mee gelijkgestelden onderworpen aan de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971 die hij heeft tewerkgesteld

de loop van de eerste drie kwartalen van het voorgaande kalenderjaar en van het laatste kwartaal van het kalenderjaar dat daaraan voorafgaat samen werden aangegeven, verminderd met 20 % van de som van het aantal dagen bedoeld bij artikel 24 van het voornoemde koninklijk besluit van 28 november 1969 en van de als gelijkgestelde dagen bij de RSZ aangegeven dagen.Deze 20 % wordt rekenkundig afgerond naar de dichtstbijzijnde eenheid, waarbij 0,5 afgerond wordt naar boven.

dien de berekening van n een negatief getal oplevert, wordt n gelijkgesteld met nul. 3° b = het forfaitair bedrag van de bijdrage per dag werkloosheid die deel uitmaakt van m of n. Voor de jaren 2000 en 2001 bedraagt b 60 Belgische frank per dag. De door de werkgever verschuldigde jaarlijkse bijdrage voor werkloosheid wegens economische oorzaken bedraagt (m + n) maal b.

de loop van het tweede kwartaal van elk jaar, berekent de RSZ het bedrag van de bijdrage die verschuldigd is door iedere werkgever bedoeld bij artikel 2, § 6, van de voormelde besluitwet van 10 januari 1945, voor zover al zijn aangiften werden ontvangen. Bij laattijdige ontvangst van één of meer aangiften gebeurt de berekening na de ontvangst van de laatste. Het verschuldigde bedrag wordt aan de werkgever medegedeeld bij het begin van het derde kwartaal, behalve

geval van laattijdige berekening

welk geval het bedrag hem na deze berekening wordt meegedeeld. Voor het jaar 2000 moet de werkgever het verschuldigde bedrag betalen binnen de maand van de mededeling van dit bedrag. Voor het jaar 2001 moet de werkgever het verschuldigde bedrag betalen binnen dezelfde termijnen als de sociale zekerheidsbijdragen betreffende het tweede kwartaal. Wijzigingen aan de aangiften mogen geen vermindering van het verschuldigde bedrag met zich meebrengen. De voorgaande bepalingen hebben uitwerking

de jaren 2000 en 2001. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de maatregel bedoeld

het eerste lid verlengen en het bedrag van b voor de bijkomende jaren van toepassing bepalen. Zij worden voor de eerste maal toegepast op de bijdragen die voor het jaar 2000 verschuldigd zijn. ». HOOFDSTUK VII Alternatieve financiering Art. 65 De Federale Staat wordt ertoe gemachtigd schulden over te nemen

de stelsels van de sociale zekerheid van de werknemers en de zelfstandigen tot beloop van de volgende bedragen : 1° 34 048,2 miljoen Belgische frank wat het stelsel van de werknemers betreft;2° 23 500 miljoen Belgische frank wat het stelsel van de zelfstandigen betreft. Het

het eerste lid, 1°, bedoelde bedrag omvat de terugbetaling per 1 maart 2001 van 2 500 miljoen Belgische frank aan de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie. De Koning bepaalt bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad de lijst van de leningen die door de Federale Staat worden overgenomen. Art. 66 § 1. Met

gang van 1 januari 2001 wordt 23,514 % van de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde voorafgenomen op deze belasting en toegewezen aan de sociale zekerheid. Het overeenkomstig het eerste lid bepaalde bedrag mag niet lager zijn dan 178 231,8 miljoen Belgische frank en wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde

dexcijfer van de consumptieprijzen. Het overeenkomstig het eerste of het tweede lid verkregen bedrag kan op voorstel van het Beheerscomité van de sociale zekerheid door de Koning verhoogd worden met de kostprijs van de verlaging van werknemers- of werkgeversbijdragen. De Koning kan het bedrag van de alternatieve financiering aanpassen met het oog op het aanleggen van reserves voor toekomstige sociale zekerheidsuitgaven. § 2. Na aftrek van : 1° een bedrag van 1 376,3 miljoen Belgische frank per jaar ten voordele van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten ter financiering van de andere dan politionele

itiatieven bedoeld

artikel 1, § 2quater, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten2 houdende sociale bepalingen;2° een bedrag bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad ter financiering van de administratieve omkadering van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen als bedoeld

artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;3° het bedrag vastgesteld overeenkomstig § 1, derde lid, bestemd voor de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld

artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders; wordt het saldo van het

§ 1

verkregen bedrag als volgt toegewezen : 1° voor 95,77 % aan de RSZ-Globaal Beheer;2° voor 4,23 % aan het Fonds voor het financieel evenwicht

het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld

artikel 21bis van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende

richting van het sociaal statuut der zelfstandigen. § 3. De bedragen vastgesteld op de wijze bepaald

§ 1

en verdeeld volgens de verdeelsleutel voorzien

§ 2

, worden verminderd met : 1° 34 048,2 miljoen Belgische frank voor het jaar 2001 voor wat de RSZ-Globaal Beheer betreft;2° 2 700 miljoen Belgische frank voor de jaren 2001 tot en met 2008 en met 1 900 miljoen Belgische frank voor het jaar 2009 voor wat het Fonds voor het financieel evenwicht

het sociaal statuut der zelfstandigen betreft. § 4. Het

§ 1

vastgestelde percentage wordt toegepast op de maandelijkse opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde. De

§ 2

bedoelde bedragen, aangepast overeenkomstig § 3, worden

maandelijkse schijven verrekend en doorgestort. Art. 67 De artikelen 89 en 90 van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten7 houdende sociale en diverse bepalingen worden opgeheven. HOOFDSTUK VIII Pensioenen Art. 68

artikel 68, vijfde lid, a), van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten6 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot

stelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten7, zoals het luidde voor zijn vervanging door artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 december 1996 en zoals het gewijzigd werd door de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 2)

gevoegd, luidende : « 2) de gehuwde begunstigde die samenwoont met zijn echtgenoot van wie het pensioenbedrag werd verminderd, hetzij met toepassing van artikel 10, § 4, van het koninklijk besluit nr 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, hetzij met toepassing van artikel 3, § 8, van de wet van 20 juli 1990 tot

stelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn »;2° 2) wordt 3). TITEL XI Maatschappelijke

tegratie HOOFDSTUK I Wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 69

artikel 77bis van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,

gevoegd bij de wet van 13 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 1bis

gevoegd, luidend als volgt : « § 1bis.Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met een geldboete van vijfhonderd Belgische frank tot vijfentwintigduizend Belgische frank wordt gestraft hij die rechtstreeks of via een tussenpersoon misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie van een vreemdeling ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand door de verkoop, verhuur of ter beschikking stelling van kamers of enige andere ruimte met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren. »; 2°

§ 2

worden de woorden « Het

§ 1

bedoelde misdrijf wordt » vervangen door de woorden « De

de §§ 1 en 1bis bedoelde misdrijven worden », en worden de woorden « die activiteit » vervangen door de woorden « de betrokken activiteit »;3°

§ 3

worden de woorden « Het

§ 2

bedoelde misdrijf wordt gestraft » vervangen door « De

§ 2bedoelde misdrijven worden gestraft ».

HOOFDSTUK II Wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012125 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten1 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn Art. 70

artikel 57

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.