Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

Kort samengevat

Dit decreet regelt de toelagen die de Vlaamse overheid uitbetaalt in het kader van het gezinsbeleid, om tegemoet te komen in de kosten voor het onderhoud en de opvoeding van kinderen. Het bepaalt de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap inzake gezinsbijslagen.

Wat het regelt

  • De toekenning en uitbetaling van gezinsbijslagen.
  • De bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap voor gezinsbijslagen, in lijn met samenwerkingsakkoorden.
  • De samenloop van gezinsbijslagen met andere EU-lidstaten.
  • Definities van termen die gebruikt worden in het kader van gezinsbeleid en toelagen.

Wie het aanbelangt

  • Personen die kinderen adopteren (adoptanten).
  • Natuurlijke of rechtspersonen aan wie gezinsbijslagen worden uitbetaald (bijslagtrekkenden).

Kernpunten

  • Het decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid, met uitzondering van artikel 6 dat zowel een gemeenschaps- als een gewestaangelegenheid regelt.
  • De toepassing van dit decreet is onder voorbehoud van samenwerkingsakkoorden en bepalingen van het Unierecht, internationale verdragen en protocollen.
  • De bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap inzake gezinsbijslagen wordt vastgesteld op basis van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017.
  • Na vaststelling van de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap bepalen de aanwijsregels uit verordening (EG) nr. 883/2004 de samenloop met andere lidstaten van de Europese Unie.
Wettekst
Wettekst

27 APRIL 2018. - Decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet tot regeling van

§ 2

en § 3, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten7;3° uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving in het lager onderwijs is hij niet opnieuw in het lager onderwijs ingeschreven. Art. 31.§ 1. Om het recht op een selectieve participatietoeslag lager onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan Kind en Gezin: 1° welke leerlingen op de laatste schooldag van juni in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 29, zijn ingeschreven;2° welke leerlingen in het lager onderwijs ongewettigd afwezig zijn geweest of niet voldoende aanwezig zijn geweest als vermeld in artikel 14, § 1, 2°

§ 2

en § 3, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten7;3° welke leerlingen uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving in het lager onderwijs niet opnieuw zijn ingeschreven in het lager onderwijs. §

  1. Kind en Gezin meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen lager onderwijs ontvangt. §
  2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld. Afdeling
  3. - Selectieve participatietoeslag secundair onderwijs Art. 32.Een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs kan worden toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, die is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor secundair onderwijs of aan een rechthebbende leerling die de leertijd zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten9 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap volgt in een door de Vlaamse Regering erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. Art. 33.§
  4. De selectieve participatietoeslag secundair onderwijs is meeneembaar voor rechthebbende leerlingen van het secundair onderwijs die in het buitenland of in een andere gemeenschap secundair onderwijs volgen, op voorwaarde dat er voor de in het buitenland of een centrum als vermeld in artikel 32, en op voorwaarde dat de onderwijsinstelling, de studierichting of de opleiding erkend is door de bevoegde overheid in de gemeenschap of het land in kwestie. Onder meeneembaarheid wordt verstaan, de meeneembaarheid van de toelage als vermeld in artikel 5, 25°, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten7 waarbij `schooltoelage in het secundair onderwijs' wordt gelezen als `selectieve participatietoeslag secundair onderwijs'. Artikel 34, 35, tweede lid, en 48, § 3 en § 6, zijn niet van toepassing op rechthebbende leerlingen die in het buitenland secundair onderwijs volgen. §
  5. Om te bepalen of er een equivalente opleiding bestaat als vermeld in paragraaf 1, baseert de uitbetalingsactor zich op het bindende advies van NARIC-Vlaanderen, vermeld in artikel 5, 26°, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten
  6. Art. 34.Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen: 1° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling of centrum als vermeld in artikel 32;2° hij is ongewettigd afwezig geweest als vermeld in artikel 16, § 1, 2°

§ 2

en § 3, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten7;3° uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel

  1. In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde. Art. 35.Een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, tot en met het schooljaar waarin de leerling tweeëntwintig jaar wordt. In afwijking van het eerste lid kan voor leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon secundair onderwijs en in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, een selectieve participatietoeslag worden toegekend zonder dat daarbij een leeftijdsbeperking geldt. Art. 36.§
  2. Om het recht op en het bedrag van een selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan Kind en Gezin: 1° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling of een centrum als vermeld in artikel 32;2° de datum van inschrijving;3° de datum van eventuele uitschrijving;4° welke leerlingen ongewettigd afwezig zijn geweest als vermeld in artikel 16, § 1, 2°, § 2 en § 3, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten
  3. §
  4. Kind en Gezin meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen secundair onderwijs ontvangt. §
  5. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld. De Vlaamse Regering bepaalt ook welke instellingen aan Kind en Gezin moeten melden dat een leerling een interne leerling is en de wijze waarop ze dat moeten melden. HOOFDSTUK
  6. - Financiële voorwaarden Afdeling
  7. - Algemene bepalingen Art. 37.Om te bepalen of een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, in aanmerking komt voor de selectieve participatietoeslagen leerling, wordt uitgegaan van de inkomsten van het gezin waartoe de leerling behoort. In afwijking van het eerste lid heeft een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten2 houdende de organisatie van pleegzorg, recht op een volledige selectieve participatietoeslag leerling op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan één jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft. Voor de toepassing van het tweede lid is artikel 25, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Afdeling
  8. - Vaststelling van het gezin waartoe de rechthebbende leerling behoort Art. 38.§
  9. Er wordt rekening gehouden met de volgende categorieën van gezinnen: 1° een gezin waarin de rechthebbende leerling zijn woonplaats heeft bij één ouder of bij beide ouders samen;2° een gezin waarin de rechthebbende leerling ingevolge een gerechtelijke uitspraak of een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling zijn woonplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon dan de ouders, of een gezin waarin de rechthebbende leerling op 31 december van het schooljaar in kwestie zijn woonplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon dan één ouder of beide ouders;3° gehuwde leerlingen;4° zelfstandige leerlingen;5° alleenstaande leerlingen. §
  10. De categorie waartoe een gezin behoort, wordt voor elke rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, afzonderlijk bepaald. §
  11. De Vlaamse Regering geeft een nadere begripsomschrijving van de verschillende categorieën van gezinnen op basis waarvan de selectieve participatietoeslag leerling wordt berekend, en bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in artikel 39, vast te stellen. §
  12. Om te bepalen tot welke categorie van gezin een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, behoort, wordt eerst nagegaan of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van gehuwde leerlingen, vermeld in paragraaf 1, 3°, dan of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van zelfstandige leerlingen, vermeld in paragraaf 1, 4°, daarna of de leerling voldoet aan de voorwaarden van de categorie van het gezin waarin de leerling zijn woonplaats heeft, vermeld in paragraaf 1, 1°, vervolgens of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van het gezin, vermeld in paragraaf 1, 2°. Als wordt vastgesteld dat de leerling niet behoort tot een van de categorieën van gezinnen, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3° of 4°, wordt nagegaan of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van alleenstaande leerling, vermeld in paragraaf 1, 5°. Als wordt vastgesteld dat de leerling niet behoort tot een van de categorieën van gezinnen, vermeld in paragraaf 1, wordt de leerling beschouwd als een persoon die behoort tot de categorie van gezin, vermeld in paragraaf 1, 1° of 2°, waarbij, in voorkomend geval, wordt uitgegaan van de laatste woonplaats van de leerling bij één ouder of bij een andere natuurlijke persoon als vermeld in paragraaf 1, 2°. HOOFDSTUK
  13. - Bedragen van de selectieve participatietoeslagen Afdeling
  14. - Algemeen Art. 39.§
  15. Een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, heeft recht op een volledige selectieve participatietoeslag als de gezinsinkomsten gelijk zijn aan of lager zijn dan de voor het gezin in aanmerking te nemen minimuminkomensgrens, vermeld in artikel
  16. §
  17. Een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, heeft geen recht op een selectieve participatietoeslag als de gezinsinkomsten hoger zijn dan de voor het gezin in aanmerking te nemen maximuminkomensgrens, vermeld in artikel
  18. §
  19. Als de in aanmerking te nemen gezinsinkomsten hoger zijn dan de minimuminkomensgrens, vermeld in artikel 43, maar lager zijn dan de maximuminkomensgrens, vermeld in artikel 43, wordt een selectieve participatietoeslag verleend waarvan het bedrag gelijk is aan het bedrag van de volledige selectieve participatietoeslag, vermeld in artikel 47, eerste lid, of artikel 48, vermenigvuldigd met de coëfficiënt van de formule (maximuminkomensgrens min gezinsinkomsten) / (maximuminkomensgrens min minimuminkomensgrens). §
  20. Een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, ontvangt in afwijking van de eerste paragraaf een uitzonderlijke selectieve participatietoeslag als de in aanmerking te nemen gezinsinkomsten gelijk zijn aan of lager zijn dan een tiende van de maximuminkomensgrens, vermeld in artikel 43, en als hij voldoet aan een van de volgende voorwaarden: 1° de in aanmerking te nemen gezinsinkomsten bestaan voor minstens zeventig procent uit vervangingsinkomsten;2° de in aanmerking te nemen gezinsinkomsten bestaan voor minstens zeventig procent uit alimentatiegeld;3° de in aanmerking te nemen gezinsinkomsten bestaan voor minstens zeventig procent uit leefloon, toegekend in het raam van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 12/01/2004 numac 2003015187 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 3 februari 2000

(2)
(3)sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of het equivalent van leefloon, toegekend in het raam van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;4° de gezinsinkomsten bestaan voor minstens zeventig procent uit een inkomensvervangende tegemoetkoming, toegekend in het raam van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap. De Vlaamse Regering kan bijkomende categorieën bepalen waarin een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, een uitzonderlijke selectieve participatietoeslag ontvangt. In afwijking van het eerste lid komt een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, in het secundair onderwijs niet in aanmerking voor een uitzonderlijke selectieve participatietoeslag als hij aan een van de volgende voorwaarden beantwoordt: 1° de leerling is een interne leerling;2° de leerling behoort tot een gezin als vermeld in artikel 38, § 1, 3°, 4° en 5°. §
  1. Een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, heeft recht op de minimale selectieve participatietoeslag als de gezinsinkomsten gelijk zijn aan de maximuminkomensgrens, vermeld in artikel
  2. Art. 40.In afwijking van artikel 39 heeft een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, in het kleuteronderwijs recht op een selectieve participatietoeslag als de gezinsinkomsten gelijk zijn aan of lager zijn dan de voor het gezin in aanmerking te nemen maximuminkomensgrens, vermeld in artikel
  3. Art. 41.§
  4. Bij het vastleggen van de minimum- en maximuminkomensgrens wordt rekening gehouden met de volgende factoren: 1° het aantal personen ten laste in het gezin;2° het aantal studenten in het gezin die tijdens het school- of academiejaar in kwestie hoger onderwijs volgen;3° het aantal personen in het gezin die fiscaal als gehandicapt worden aangemerkt. §
  5. De waarde van elke factor wordt uitgedrukt in punten. Art. 42.§
  6. De volgende personen en categorieën worden bij de berekening van de minimum- en maximuminkomensgrenzen gelijkgesteld met een punt: 1° elke persoon in het gezin die fiscaal ten laste is van personen van wie de gezinsinkomsten bij de berekening van de selectieve participatietoeslag in aanmerking worden genomen;2° elke leerling of student in het gezin die niet meer fiscaal ten laste is van de personen van wie de gezinsinkomsten bij de berekening van de selectieve participatietoeslag in aanmerking worden genomen, omdat hij bestaansmiddelen heeft gehad, op voorwaarde dat hij niet in aanmerking komt voor het statuut van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling of student;3° elke persoon van wie de gezinsinkomsten bij de berekening van de selectieve participatietoeslag in aanmerking worden genomen, en die op 31 december van het schooljaar in kwestie fiscaal als gehandicapt wordt aangemerkt;4° de categorie van gezin die valt onder het toepassingsgebied van artikel 38, § 1, 1°, 2° of 3°.De categorie van gezin die valt onder het toepassingsgebied van artikel 38, § 1, 4° of 5°, levert een punt op, op voorwaarde dat de gezinsinkomsten van de zelfstandige, respectievelijk alleenstaande leerling in aanmerking genomen kunnen worden bij de berekening van de selectieve participatietoeslag van de persoon, vermeld in paragraaf 1, 1° of 2°. §
  7. In afwijking van paragraaf 1 wordt elke persoon die valt onder paragraaf 1, 1° of 2°, en die op 31 december van het school- of academiejaar in kwestie fiscaal als gehandicapt wordt aangemerkt, met twee punten gelijkgesteld. §
  8. Voor elke persoon van wie de gezinsinkomsten in aanmerking genomen worden bij de berekening van de selectieve participatietoeslag, alsook voor elke persoon, vermeld in paragraaf 1, 1° of 2°, van dit artikel, wordt er een punt toegekend als die personen aan een erkende instelling tijdens het school- of academiejaar in kwestie hoger onderwijs, een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding volgen. Het totale aantal punten, dat volgt uit de toepassing van het eerste lid, wordt verminderd met één punt. In afwijking van het tweede lid bedraagt het totale aantal punten, dat volgt uit de toepassing van dit artikel, nooit minder dan nul. §
  9. In afwijking van paragraaf 1 tot en met 3 bedraagt het aantal punten van het gezin waarvan de leerling deel uitmaakt, nooit minder dan nul. Art. 43.§
  10. De minimum- en maximuminkomensgrenzen worden vastgelegd aan de hand van een puntensysteem, gaande van nul tot twintig: 1° de minimuminkomensgrens stemt voor een gezin met nul punten overeen met 11.808,74 euro en voor een gezin met twintig punten met 47.153,27 euro; 2° de maximuminkomensgrens stemt voor een gezin met nul punten overeen met 24.153,07 euro en voor een gezin met twintig punten met 103.406,48 euro. §
  11. De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast om de minimum- en maximuminkomensgrenzen te bepalen. Art. 44.Bij de berekening van het bedrag van de selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs, zoals bepaald in artikel 48 van dit decreet, wordt er een onderscheid gemaakt naargelang de rechthebbende leerling, vermeld in artikel 24, al dan niet een interne leerling is. Art. 45.Het bedrag van de selectieve participatietoeslag is afhankelijk van het door de rechthebbende leerling, vermeld in artikel 24, gevolgde onderwijs, van de hoogte van de gezinsinkomsten en van de puntenlast ten aanzien van de gezinskomsten. Afdeling
  12. - Selectieve participatietoeslag basisonderwijs Art. 46.Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het kleuteronderwijs bedraagt de selectieve participatietoeslag 103,70 euro. Art. 47.§
  13. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het lager onderwijs bedraagt een volledige selectieve participatietoeslag 188,19 euro. De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag bedraagt voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het lager onderwijs 244,37 euro. De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 121,01 euro. §
  14. Het uiteindelijke bedrag van de selectieve participatietoeslag wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Afdeling
  15. - Selectieve participatietoeslag secundair onderwijs Art. 48.§
  16. Bij de berekening van het bedrag van de selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs wordt eerst nagegaan of de rechthebbende leerling, vermeld in artikel 24, voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, vermeld in artikel 38, vervolgens of de leerling in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs of beroepsonderwijs zit. §
  17. Voor gehuwde, zelfstandige of alleenstaande rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het voltijds secundair onderwijs is het bedrag van de volledige selectieve participatietoeslag gelijk aan 3.268,73 euro. De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 712,98 euro. §
  18. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds technisch secundair onderwijs en het voltijds beroepssecundair onderwijs bedraagt de volledige selectieve participatietoeslag: 1° 1.861,09 euro voor interne leerlingen; 2° 1.132,07 euro voor externe leerlingen. De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag voor externe leerlingen bedraagt 1.329,23 euro. De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt: 1° 725,16 euro voor interne leerlingen;2° 280,60 euro voor externe leerlingen. §
  19. Voor andere rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het voltijds secundair onderwijs dan de leerlingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, bedraagt de volledige selectieve participatietoeslag: 1° 1550,86 euro voor interne leerlingen;2° 943,30 euro voor externe leerlingen. De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag voor externe leerlingen bedraagt 1550,86 euro. De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt: 1° 604,31 euro voor interne leerlingen;2° 233,75 euro voor externe leerlingen. §
  20. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in stelsel leren en werken zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten9 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap bedraagt een volledige selectieve participatietoeslag 537,45 euro. De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag bedraagt 693,34 euro. De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 196,55 euro. §
  21. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, ingeschreven in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, bedraagt de volledige selectieve participatietoeslag: 1° 3.640,66 euro voor interne leerlingen; 2° 1.212,27 euro voor externe leerlingen. De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 829,80 euro. §
  22. Het uiteindelijke bedrag van de selectieve participatietoeslag wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Titel
  23. - Selectieve participatietoeslagen student Art. 49.Een selectieve participatietoeslag student wordt toegekend aan de student aan wie, overeenkomstig het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten7, een studietoelage voor hoger onderwijs wordt toegekend. De Vlaamse Regering kan ook nadere regels met betrekking tot de selectieve participatietoeslagen student nader bepalen. Art. 50.Een student als vermeld in artikel 49, eerste lid, heeft recht op een jaarlijkse selectieve participatietoeslag van 50 euro. Deel
  24. - Andere toelagen Titel
  25. - Kinderopvangtoeslag HOOFDSTUK
  26. - Rechthebbend kind Art. 51.Een kinderopvangtoeslag wordt toegekend aan het kind: 1° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;2° tot het naar de kleuterschool gaat;3° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten1 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters. De Vlaamse Regering kan algemene vrijstellingen van het eerste lid, 1°, bepalen. HOOFDSTUK
  27. - Bedrag Art. 52.Een kinderopvangtoeslag van 3,17 euro per kinderopvangdag wordt toegekend aan een rechthebbend kind als vermeld in artikel
  28. De organisatoren, vermeld in artikel 51, eerste lid, 3°, bezorgen, met het oog op de berekening van de kinderopvangtoeslagen, de nodige gegevens aan Kind en Gezin. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de toeslag, vermeld in het eerste lid, inclusief voor welk dagdeel van een kinderopvangdag een kinderopvangtoeslag wordt toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt ook de nadere regels van de gegevensverzameling en de gegevensoverdracht door de organisatoren, vermeld in het tweede lid. Titel
  29. - Kleutertoeslagen HOOFDSTUK
  30. - Rechthebbende leerling Art. 53.Een kleutertoeslag wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;2° de leerling is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs, als de leerling gerechtigd is dat onderwijs te volgen overeenkomstig het decreet basisonderwijs van 25 februari
  31. De Vlaamse Regering kan algemene vrijstellingen van het eerste lid, 1°, bepalen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere voorwaarden waaronder de kleutertoeslagen worden toegekend, inclusief het uitbetalingstijdstip, en bepaalt de nadere regels met betrekking tot deze toeslagen. HOOFDSTUK
  32. - Bedrag Art. 54.Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die twee jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, als de leerling, uiterlijk twee maanden nadat hij de leeftijd van drie jaar heeft bereikt, ingeschreven is bij een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs. Art. 55.§
  33. Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, op voorwaarde dat de inschrijving, vermeld in artikel 54, behouden blijft voor de leerling, en op voorwaarde dat het bewijs van voldoende aanwezigheid in een betrokken schooljaar geleverd wordt, zoals nader bepaald in artikel 13, § 2, 1°, 2°

§ 3

, § 4, § 5 en § 6, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten

  1. §
  2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december 2018, een kleutertoeslag van 130 euro toegekend, op voorwaarde dat hij in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs is ingeschreven. Art. 56.§
  3. Om het recht op een kleutertoeslag als vermeld in artikel 54 en 55, vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan Kind en Gezin: 1° welke leerlingen zijn ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs;2° de datum van de inschrijving;3° welke leerlingen zijn ingeschreven op de laatste schooldag van juni;4° of het bewijs van voldoende aanwezigheid in het betrokken schooljaar geleverd is, zoals nader bepaald in artikel 13, § 2, 1°, 2°

§ 3

, § 4, § 5 en § 6, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten

  1. §
  2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1, moeten worden meegedeeld. Deel
  3. - Begunstigden Titel
  4. - Aanwijzing van begunstigden van toelagen in het kader van het gezinsbeleid HOOFDSTUK
  5. - Gezinsbijslagen Art. 57.§
  6. Beide ouders van het rechtgevende kind worden aangewezen als begunstigden van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek
  7. §
  8. Slechts één van de ouders wordt aangewezen als begunstigde van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, in de volgende situaties: 1° de overlevende ouder als één ouder overleden is;2° de ouder met exclusief ouderlijk gezag;3° de aanwezige ouder als ten aanzien van één ouder een vermoeden van afwezigheid als vermeld in artikel 112 van het Burgerlijk Wetboek, is vastgesteld door de vrederechter;4° de niet uit de ouderlijke macht ontzette ouder als een van de ouders uit de ouderlijke macht is ontzet;5° de bekende ouder als één ouder niet bekend is. §
  9. Het rechtgevende kind is de begunstigde van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2: 1° als het gehuwd is;2° als het ontvoogd is of de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft, en als het zijn woonplaats niet bij zijn ouders of werkelijke opvoeders heeft.Aan die laatste voorwaarde is voldaan als het kind beschikt over een afzonderlijke woonplaats, namelijk de plaats die als hoofdverblijf is ingeschreven in de bevolkingsregisters overeenkomstig artikel 32, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, of als met officiële documenten wordt aangetoond dat de gegevens in de bevolkingsregisters niet of niet meer overeenstemmen met de realiteit; 3° als het zelf begunstigde is voor een of meer van zijn kinderen. Het rechtgevende kind, vermeld in het eerste lid, kan evenwel in zijn eigen belang een andere persoon als begunstigde aanwijzen, op voorwaarde dat die persoon met het kind in kwestie verbonden is door verwantschap of aanverwantschap in de eerste graad. De verwantschap die verworven is door adoptie, wordt in aanmerking genomen. Als het rechtgevende kind zijn woonplaats niet bij de aangewezen persoon heeft, heeft de aanwijzing geen wijziging van de gezinssamenstelling van die persoon tot gevolg en kan dit kind niet worden meegeteld in het gezin van die persoon tot bepaling van de gezinsgrootte voor de toepassing van artikel
  10. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop het rechtgevende kind, vermeld in het eerste lid, een andere persoon als begunstigde kan aanwijzen. Het rechtgevende kind, vermeld in het eerste lid, is rechtsbekwaam om zelf als eiser of verweerder in rechte op te treden in de geschillen over zijn rechten op de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek
  11. Art. 58.§
  12. Bij een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind bij beide ouders wordt de helft van de sociale toeslag in het kader van de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 18, toegekend aan elke ouder die een gezin vormt met het rechtgevende kind dat aan de toekenningsvoorwaarden van de sociale toeslag voldoet. §
  13. Bij een ongelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind bij beide ouders wordt de sociale toeslag in het kader van de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 18, volledig toegewezen aan de ouder bij wie het rechtgevende kind voor meer dan de helft van de tijd verblijft. §
  14. Een afwijking van de voorgaande paragrafen is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank daarover een uitspraak in het belang van het kind heeft gedaan. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. Art. 59.§
  15. Als één ouder of beide ouders, als begunstigden van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, het rechtgevende kind niet hoofdzakelijk opvoedt of opvoeden, kan de werkelijke opvoeder of kunnen twee werkelijke opvoeders de begunstigde of begunstigden voor het rechtgevende kind worden. Er ontstaat een weerlegbaar vermoeden van hoofdzakelijke opvoeding als het kind zijn woonplaats heeft bij de werkelijke opvoeder of bij de werkelijke opvoeders. De werkelijke opvoeder kan of de twee werkelijke opvoeders kunnen worden aangewezen door een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling, of door een uitspraak van de bevoegde rechtbank. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. §
  16. Als een rechtgevend kind door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin wordt geplaatst overeenkomstig artikel 2, 6° en 7°, van het decreet van 29 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten2 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorger, vermeld in artikel 2, 12°, van hetzelfde decreet, gezien als de werkelijke opvoeder voor de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek
  17. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen om bijkomend een andere persoon aan te duiden als begunstigde. Art. 60.De Vlaamse Regering bepaalt welke personen als begunstigden worden aangewezen als een rechtgevend kind verdwenen is of het voorwerp uitmaakt van een ontvoering. Art. 61.Iedere wijziging van de begunstigden die zich voordoet in de loop van een maand, heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin de wijziging plaatsvond. HOOFDSTUK
  18. - Selectieve participatietoeslagen en andere toelagen Art. 62.De selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, worden toegekend aan de rechthebbende leerling. De selectieve participatietoeslagen student, vermeld in boek 2, deel 2, titel 2, worden toegekend aan de rechthebbende student. Art. 63.De andere toelagen, vermeld in boek 2, deel 3, worden toegekend aan het rechthebbende kind of de rechthebbende leerling. Titel
  19. - Uitbetalingsregels voor de toelagen in het kader van het gezinsbeleid HOOFDSTUK
  20. - Gezinsbijslagen Art. 64.§
  21. Als één persoon als begunstigde van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, wordt aangewezen, wijst die begunstigde voor de uitbetaling van de toelagen een uitbetalingsactor naar keuze aan en geeft hij een bankrekening op aan de gekozen uitbetalingsactor. De keuze van uitbetalingsactor en de opgave van de bankrekening door de begunstigde, vermeld in het eerste lid, gelden voor alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid die aan hem worden uitbetaald. De keuze geldt voor alle kinderen van de begunstigde. §
  22. De begunstigde kan met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor of de bankrekening wijzigen. Het verzoek tot wijziging van uitbetalingsactor is alleen ontvankelijk als er een minimale aansluiting van één jaar bij de actieve uitbetalingsactor is. De wijziging van uitbetalingsactor gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een ontvankelijk wijzigingsverzoek is ingediend. De wijziging van bankrekening gaat ten laatste in vanaf de maand die volgt op de maand waarin de wijziging schriftelijk is doorgegeven. §
  23. Een afwijking van de voorgaande paragrafen is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank daarover een uitspraak in het belang van het kind heeft gedaan. De bevoegde rechtbank kan in het belang van het kind oordelen dat de hele gezinsbijslag of een deel ervan wordt uitbetaald op een rekeningnummer dat op naam van het rechtgevende kind staat. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. §
  24. Een wijziging van uitbetalingsactor heeft geen gevolgen voor een openstaande schuld bij de actieve uitbetalingsactor. De openstaande schuld volgt de wijziging van uitbetalingsactor. Bij verschillende schulden primeert de oudste schuld. §
  25. Als de begunstigde geen uitbetalingsactor aanwijst, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De begunstigde wordt door het agentschap op de hoogte gebracht dat hij gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kan kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de begunstigde zijn keuze heeft gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder. Indien de begunstigde niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor heeft gemaakt, wordt de begunstigde van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid. §
  26. De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast met betrekking tot de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren. Art. 65.§
  27. Als twee personen als begunstigden van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, worden aangewezen, bepalen die begunstigden samen welke uitbetalingsactor de toelagen uitbetaalt. De begunstigden bepalen ook samen aan wie van hen de toelagen, vermeld in het eerste lid, worden uitbetaald door de gekozen uitbetalingsactor. De toelagen kunnen worden uitbetaald aan hen samen of aan een van hen. Ze geven daarvoor een bankrekening op. De keuze van de begunstigden, vermeld in het eerste en tweede lid, geldt voor alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid die aan hen worden uitbetaald, en voor alle kinderen waarvoor ze samen begunstigden zijn. §
  28. De begunstigden kunnen samen met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor of de bankrekening wijzigen. Het verzoek tot wijziging van uitbetalingsactor is alleen ontvankelijk als er een minimale aansluiting van één jaar is bij de actieve uitbetalingsactor. De wijziging van uitbetalingsactor gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een ontvankelijk wijzigingsverzoek is ingediend. De wijziging van bankrekening gaat ten laatste in vanaf de maand die volgt op de maand waarin de wijziging schriftelijk is doorgegeven. §
  29. Elk van de begunstigden kan met een schriftelijk verzoek zijn toestemming voor de gekozen uitbetalingsactor of de gekozen bankrekening intrekken. §
  30. Een wijziging van uitbetalingsactor heeft geen gevolgen voor een openstaande schuld bij de actieve uitbetalingsactor. De openstaande schuld volgt de wijziging van uitbetalingsactor. Bij verschillende schulden primeert de oudste schuld. §
  31. Als de begunstigden geen uitbetalingsactor aanwijzen, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De begunstigden worden door het agentschap op de hoogte gebracht dat zij gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kunnen kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de begunstigden hun keuze hebben gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder. Indien de begunstigden niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor hebben gemaakt, worden de begunstigden van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid. Als beide begunstigden niet bepalen op welke bankrekening de toelagen, vermeld in paragraaf 1, aan hen moeten worden uitbetaald vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, of als een van beide begunstigden zijn toestemming intrekt, worden de toelagen uitbetaald aan de jongste onder hen. De begunstigde kan een uitbetalingsactor van zijn keuze aanduiden, onder voorbehoud van het bepaalde inzake de minimale aansluiting van één jaar in paragraaf 2, tweede lid, van dit artikel. De begunstigde kan daarentegen wel degelijk een nieuw bankrekeningnummer kiezen onder toepassing van paragraaf 2, derde lid. In afwijking daarvan en met behoud van de toepassing van artikel 67 wordt, als een van de werkelijke opvoeders een pleegzorger is als vermeld in artikel 59, § 2, de toelage, vermeld in paragraaf 1, altijd uitbetaald aan de pleegzorger. §
  32. De Vlaamse Regering legt de uitvoeringsregels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren. §
  33. Een afwijking van paragraaf 1, 2 en 5 is mogelijk als de bevoegde rechtbank daarover een uitspraak in het belang van het kind heeft gedaan. De bevoegde rechtbank kan in het belang van het kind oordelen dat de gehele gezinsbijslag of een deel ervan wordt uitbetaald op een rekeningnummer dat op naam van het rechtgevende kind staat. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. Art. 66.In afwijking van artikel 65, § 1, tweede lid, wordt het startbedrag geboorte, vermeld in artikel 9, uitbetaald aan de zwangere persoon als het startbedrag geboorte wordt uitbetaald vóór de geboorte van een eerste rechtgevend kind bij de personen die begunstigden worden na de geboorte. Na de geboorte kunnen de begunstigden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 65, met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor of de bankrekening wijzigen. Art. 67.Als een pleegzorger als begunstigde is aanwezen als vermeld in artikel 59, § 2, maar die pleegzorg geen perspectiefbiedende pleegzorg betreft als vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 29 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten2 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorgtoeslag uitbetaald aan de persoon die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het rechtgevende kind in de pleegzorg de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, ontving. Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. Art. 68.§
  34. Als een rechtgevend kind door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een instelling wordt geplaatst, wordt de uitbetaling van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, met uitzondering van het startbedrag geboorte en het startbedrag adoptie, verdeeld tussen de instelling en de begunstigden. §
  35. De Vlaamse Regering bepaalt de toekennings- en verdelingsregels, vermeld in paragraaf 1, van de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, vermeld in paragraaf 1, tussen de instelling en de begunstigden. De Vlaamse Regering kan hiertoe ook de overheid aanduiden aan wie het deel van de toelage bestemd voor de instelling dient te worden toegekend. §
  36. Iedere belanghebbende, waaronder ook de instelling, de begunstigden en de bijslagtrekkende worden begrepen, die niet akkoord gaat met de bestemmingsregels tot aanwijzing van de begunstigden, kan de bevoegde rechtbank om een afwijking in het belang van het kind verzoeken. De bevoegde rechtbank kan in het belang van het kind oordelen dat de gehele gezinsbijslag die toekomt aan de begunstigde of een deel ervan wordt uitbetaald op een rekeningnummer dat op naam van het rechtgevende kind staat. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. HOOFDSTUK
  37. - Selectieve participatietoeslagen en andere toelagen Art. 69.§
  38. De selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, en de andere toelagen, vermeld in boek 2, deel 3, worden uitbetaald op dezelfde wijze als de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, overeenkomstig de modaliteiten in artikel 64 respectievelijk artikel
  39. §
  40. Een meerderjarige leerling kan voorafgaand aan de uitbetaling van de selectieve participatietoeslag leerling de uitbetalingsactor verzoeken die toeslag uit te betalen op een andere bankrekening. §
  41. De Vlaamse Regering kan de verdere uitvoeringsregels bepalen, alsook vaststellen in welke gevallen ter bescherming van de financiële belangen van de leerling kan worden afgeweken van paragraaf 1 en
  42. Art. 70.§
  43. In afwijking van artikel 69, als de rechthebbende leerling of het rechthebbende kind niet gekwalificeerd is als een rechtgevend kind als vermeld in artikel 8, en er bijgevolg geen gezinsbijslagen uitbetaald worden overeenkomstig artikel 64 respectievelijk artikel 65, worden de selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, uitbetaald op een bankrekening van de ouder of ouders bij wie de rechthebbende leerling op 31 december van het schooljaar in kwestie zijn woonplaats heeft, en worden de andere toelagen, vermeld in boek 2, deel 3, uitbetaald op een bankrekening van de ouder of ouders. §
  44. Als de ouder of ouders de rechthebbende leerling of het rechthebbende kind niet daadwerkelijk opvoedt of opvoeden, worden de selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, uitbetaald op een bankrekening van de werkelijke opvoeder of van twee werkelijke opvoeders bij wie de rechthebbende leerling op 31 december van het schooljaar in kwestie zijn woonplaats heeft, en worden de andere toelagen, vermeld in boek 2, deel 3, uitbetaald op een bankrekening van de werkelijke opvoeder of van twee werkelijke opvoeders bij wie het rechthebbende kind of de rechthebbende leerling zijn woonplaats heeft. De werkelijke opvoeder kan of de twee werkelijke opvoeders kunnen worden aangewezen door een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling, of door een uitspraak van de bevoegde rechtbank. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. §
  45. Een meerderjarige leerling kan voorafgaand aan de uitbetaling van de selectieve participatietoeslag leerling de uitbetalingsactor verzoeken de toeslag uit te betalen op een andere bankrekening. §
  46. De Vlaamse Regering kan de verdere uitvoeringsregels bepalen, en kan ook bepalen in welke gevallen ter bescherming van de financiële belangen van de leerling kan worden afgeweken van paragraaf 1, 2 en
  47. Art. 71.§
  48. Als aan één persoon, hetzij de ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling, de selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, en de andere toelagen, vermeld in boek 2, deel 3, worden uitbetaald overeenkomstig artikel 70, wijst die persoon een uitbetalingsactor naar keuze aan voor de uitbetaling van de toelagen, en geeft hij aan de gekozen uitbetalingsactor een bankrekening op. De ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling kiest één uitbetalingsactor en één bankrekening voor alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid die de uitbetalingsactor hem uitbetaalt. De keuze geldt voor alle kinderen van de ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling. §
  49. De ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling kan met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor of de bankrekening wijzigen. Het verzoek tot wijziging van de uitbetalingsactor is alleen ontvankelijk als er een minimale aansluiting van één jaar is bij de actieve uitbetalingsactor. De wijziging van uitbetalingsactor gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een ontvankelijk wijzigingsverzoek is ingediend. De wijziging van bankrekening gaat ten laatste in vanaf de maand die volgt op de maand waarin de wijziging schriftelijk is doorgegeven. §
  50. Een afwijking van de voorgaande paragrafen is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank daarover een uitspraak in het belang van de leerling of het kind heeft gedaan. De bevoegde rechtbank kan in het belang van de leerling of het kind oordelen dat de hele selectieve participatietoeslag en andere toelagen, of een deel ervan, uitbetaald worden op een bankrekening die op naam van de leerling of het kind staat. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. §
  51. Een wijziging van uitbetalingsactor heeft geen gevolgen voor een openstaande schuld bij de actieve uitbetalingsactor. De openstaande schuld volgt de wijziging van uitbetalingsactor. Bij verschillende schulden primeert de oudste schuld. §
  52. Als de ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling geen uitbetalingsactor aanwijst, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling wordt door het agentschap op de hoogte gebracht dat hij gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kan kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling zijn keuze heeft gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder. Indien de ouder, de werkelijke opvoeder of de meerderjarige leerling niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor heeft gemaakt, wordt de begunstigde van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De ouder, de werkelijke opvoeder of meerderjarige leerling kan slechts wijzigen van uitbetalingsactor onder dezelfde voorwaarden als bepaald in paragraaf 2, tweede lid. §
  53. De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren. Art. 72.§
  54. Als aan twee personen, hetzij de ouders, hetzij de werkelijke opvoeders, de selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, en de andere toelagen, vermeld in boek 2, deel 3, worden uitbetaald overeenkomstig artikel 70, bepalen die samen welke uitbetalingsactor de toelagen aan hen uitbetaalt. De ouders en de werkelijke opvoeders bepalen ook samen aan wie van hen de gekozen uitbetalingsactor de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen uitbetaalt. De selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen kunnen aan hen samen uitbetaald worden, of ze kunnen toegewezen worden aan een van hen. Ze geven daarvoor een bankrekening op. De keuze van de ouders of de werkelijke opvoeders, vermeld in het eerste en tweede lid, geldt voor alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid die aan hen worden uitbetaald, en voor alle kinderen voor wie ze samen een uitbetaling ontvangen. §
  55. De ouders of de werkelijke opvoeders kunnen samen met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor of bankrekening wijzigen. Het verzoek tot wijziging van uitbetalingsactor is alleen ontvankelijk als er een minimale aansluiting van één jaar is bij de actieve uitbetalingsactor. De wijziging van uitbetalingsactor gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een ontvankelijk wijzigingsverzoek is ingediend. De wijziging van bankrekening gaat ten laatste in vanaf de maand die volgt op de maand waarin de wijziging schriftelijk is doorgegeven. §
  56. Elk van beide ouders of werkelijke opvoeders kan met een schriftelijk verzoek zijn toestemming voor de gekozen uitbetalingsactor of de gekozen bankrekening intrekken. §
  57. Een wijziging van uitbetalingsactor heeft geen gevolgen voor een openstaande schuld bij de actieve uitbetalingsactor. De openstaande schuld volgt de wijziging van uitbetalingsactor. Bij verschillende schulden primeert de oudste schuld. §
  58. Als de ouders of werkelijke opvoeders geen uitbetalingsactor aanwijzen, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De ouders of werkelijke opvoeders worden door het agentschap op de hoogte gebracht dat ze gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kunnen kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de ouders of werkelijke opvoeders hun keuze hebben gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder. Indien de ouders of werkelijke opvoeders niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor hebben gemaakt, wordt de begunstigde van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid. Als beide ouders of de werkelijke opvoeders niet bepalen op welke bankrekening de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen aan hen moeten worden uitbetaald vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, of als een van beide ouders of werkelijke opvoeders zijn toestemming intrekt, worden de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen uitbetaald aan de jongste onder hen. In afwijking daarvan worden, als een van de werkelijke opvoeders een pleegzorger is als vermeld in artikel 59, § 2, de toelagen, vermeld in paragraaf 1, altijd uitbetaald aan de pleegzorger. §
  59. De Vlaamse Regering legt de regels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren. §
  60. Een afwijking van paragraaf 1, 2 en 5 is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank daarover in het belang van de betrokken leerling of het betrokken kind een uitspraak heeft gedaan. De bevoegde rechtbank kan oordelen dat in het belang van de betrokken leerling of het betrokken kind de hele selectieve participatietoeslag en de andere toelagen, of een deel ervan, uitbetaald worden op een bankrekening die op naam van de leerling of het kind staat. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. Art. 73.§
  61. De selectieve participatietoeslagen leerling, vermeld in boek 2, deel 2, titel 1, worden rechtstreeks uitbetaald aan de rechthebbende leerling: 1° als hij behoort tot een categorie van gezin als vermeld in artikel 38, § 1, 3°, 4° of 5° ;2° als hij ontvoogd is of de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft en zijn woonplaats niet bij de ouders of de werkelijke opvoeders heeft.Aan die laatste voorwaarde is voldaan als de leerling beschikt over een afzonderlijke woonplaats, die als hoofdverblijf is ingeschreven in de bevolkingsregisters overeenkomstig artikel 32, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, of als met officiële documenten wordt aangetoond dat de gegevens in de bevolkingsregisters niet of niet meer overeenstemmen met de realiteit; 3° als hij zelf begunstigde is van toelagen in het kader van het gezinsbeleid voor een of meer van zijn kinderen. De leerling, vermeld in het eerste lid, kan evenwel in zijn eigen belang een andere persoon aanwijzen aan wie de selectieve participatietoeslagen leerling worden uitbetaald, op voorwaarde dat die persoon met de leerling verbonden is door verwantschap of aanverwantschap in de eerste graad. De verwantschap die verworven is door adoptie, wordt in aanmerking genomen. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de leerling, vermeld in het eerste lid, die andere persoon kan aanwijzen. De leerling, vermeld in het eerste lid, is rechtsbekwaam om zelf als eiser of verweerder in rechte op te treden in de geschillen over zijn rechten op selectieve participatietoeslagen leerling. §
  62. De leerling, vermeld in paragraaf 1, of de persoon die is aangewezen door de leerling, wijst een uitbetalingsactor naar keuze aan voor de uitbetaling van de selectieve participatietoeslagen leerling, en geeft een bankrekening op. De leerling, vermeld in paragraaf 1, of de persoon die is aangewezen door de leerling, wijst één uitbetalingsactor en één bankrekening aan voor alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid die aan hem worden uitbetaald. §
  63. De leerling, vermeld in paragraaf 1, of de persoon die is aangewezen door de leerling, kan met een schriftelijk verzoek de uitbetalingsactor of de bankrekening wijzigen. Het verzoek tot wijziging van uitbetalingsactor is alleen ontvankelijk als er een minimale aansluiting van één jaar is bij de actieve uitbetalingsactor. De wijziging van uitbetalingsactor gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een ontvankelijk wijzigingsverzoek is ingediend. De wijziging van bankrekening gaat ten laatste in vanaf de maand die volgt op de maand waarin de wijziging schriftelijk is doorgegeven. §
  64. Een afwijking van de voorgaande paragrafen is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank daarover in het belang van de leerling een uitspraak heeft gedaan. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. §
  65. Een wijziging van uitbetalingsactor heeft geen gevolgen voor een openstaande schuld bij de actieve uitbetalingsactor. De openstaande schuld volgt de wijziging van uitbetalingsactor. Bij verschillende schulden primeert de oudste schuld. §
  66. Als de leerling, vermeld in paragraaf 1, of de persoon die door de leerling is aangewezen, geen uitbetalingsactor aanwijst vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, is het agentschap bevoegd. De leerling, vermeld in paragraaf 1, of de persoon die door de leerling is aangewezen wordt door het agentschap op de hoogte gebracht dat hij gedurende een termijn van drie maanden na de aansluiting van rechtswege, de keuze kenbaar kan maken om aan te sluiten bij een andere uitbetalingsactor. De wijziging van uitbetalingsactor gaat in vanaf het eerste kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin een wijzigingsverzoek werd ingediend. Na deze periode heeft de aansluiting van rechtswege dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid. §
  67. De Vlaamse Regering legt de regels vast voor de aansluiting van rechtswege, bepaalt de verdere regels inzake de keuze voor de uitbetalingsactor en de bankrekening en de overdracht tussen uitbetalingsactoren. Art. 74.§
  68. De selectieve participatietoeslagen student, vermeld in boek 2, deel 2, titel 2, worden uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, op basis van dezelfde regels en termijnen als bepaald in het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009366 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 18/03/1999 pub. 13/04/1999 numac 1999009367 bron ministerie van justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten7, op dezelfde bankrekening van de student als de bankrekening die gebruikt wordt voor de uitbetaling van de studietoelage. De student kan voorafgaand aan de uitbetaling in zijn eigen belang het Vlaams Minist

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.