Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt verschillende bestaande besluiten over milieuhygiëne, afvalbeheer en dierlijke bijproducten. Het doel is om regels te actualiseren, te verduidelijken en aan te passen aan nieuwe inzichten en Europese verordeningen.

Wat het reguleert

  • Algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
  • De uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 betreffende milieubeleid.
  • Het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).
  • Regels betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten.

Wie het aanbelangt

  • Bedrijven en inrichtingen die afval produceren, inzamelen, verhandelen of verwerken.
  • Huishoudens met betrekking tot de inzameling van gft-afval en het gebruik van plastic draagtassen.

Kernpunten

  • De lijst met milieu-inbreuken in het VLAREMA wordt geactualiseerd.
  • Vanaf 1 januari 2021 wordt de verplichte selectieve inzameling van organisch-biologische afvalstromen ("keukenafval en etensresten" en "voormalige voedingsresten") ingevoerd bij middelgrote en grote afvalproducenten.
  • Er komt een verbod op het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen voor eenmalig gebruik.
  • Inzamelaars van bedrijfsrestafval moeten een visuele controle uitvoeren van restafvalcontainers en een non-conformiteitsprocedure hanteren voor sorteerfouten van klanten.
Wettekst
Wettekst

22 MAART 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten Algemene toelichting Het ontwerp van besluit strekt er toe het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten op verschillende punten te wijzigen. Ook bijlage VIII van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid wordt integraal vervangen. Deze wijzigingen hebben betrekking op: - de lijst met aanduiding van de milieu-inbreuken in het VLAREMA wordt geactualiseerd; - het aanvullen en corrigeren van de definitielijst; - het afstemmen van de normen voor het gebruik van afvalstoffen als bouwstoffen op de normen van het VLAREBO voor bouwkundig bodemgebruik; - het toevoegen van infraroodspectroscopie als testmethode voor pak's in asfaltgranulaat; - het vervangen van milieubeleidsovereenkomst en individueel afvalpreventie- en afvalbeheersplan door respectievelijk aanvaardingsplichtconvenant en individueel aanvaardingsplichtplan; - het duidelijker afbakenen van de verplichte gratis ophaling van batterijen bij verschillende specifieke inrichtingen in het kader van de aanvaardingsplicht batterijen; - het toevoegen van gevaarlijke eigenschap HP 14 ecotoxiciteit als uitvoering van de Verordening 2017/1997; - het aanpassen van de doelstellingen voor de verwerking van afvalolie ingezameld in uitvoering van de aanvaardingsplicht; - het invoeren van de verplichte selectieve inzameling van organisch-biologische afvalstromen bij middelgrote en grote afvalproducenten, met name "keukenafval en etensresten" en "voormalige voedingsresten" vanaf 1 januari 2021; - het uitbreiden van de selectieve inzameling van gft-afval met keukenafval bij huishoudens; - het aanpassen van de stort- en verbrandingsverboden; - het toevoegen van een bijkomende voorwaarde voor de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen; - het beter afbakenen van de uitzondering op de erkenningsplicht voor centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen voor inrichtingen die op zeer kleine schaal afgedankte voertuigen demonteren; - het invoeren van een verbod op het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen voor eenmalig gebruik; - het toevoegen van voorwaarden voor het gebruik van cateringmateriaal; - het toevoegen van voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen afvalzakken; - het toevoegen van voorwaarden voor het gebruik van stickers op groenten en fruit; - het toevoegen van een uitzondering op het identificatieformulier voor afvalproducenten die de eigen bedrijfsafvalstoffen afvoeren naar een vergund collectief inzamelpunt op het eigen bedrijventerrein; - het toevoegen van een uitzondering op de registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor het kringloopcentrum en hergebruikscentrum dat een visuele voorselectie op AEEA heeft gedaan en dit afvoert naar een hergebruikscentrum voor AEEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik van dit AEEA; - het aanpassen van de voorwaarden voor de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar bij het inzamelen, handelen en makelen van bedrijfsrestafval; - het aanpassen van de bijkomende voorwaarden voor de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar gecombineerd met een aanpassing in VLAREM II door het toevoegen van een non-conformiteitsprocedure bij de aanvaarding van afval door een vergunde inrichting; - het digitaliseren van de werkprocessen bij de OVAM, evenals de communicatie met de OVAM, voor kennisgevingen in het kader van Verordening 1013/2006; - het corrigeren van de bepalingen voor de vervoerder van dierlijke bijproducten in het besluit dierlijke bijproducten; - een aantal kleine redactionele of inhoudelijke aanpassingen of verduidelijkingen. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 geeft aan welke richtlijnen in dit besluit (gedeeltelijk) worden omgezet. Artikel 2 wijzigt artikel 5.2.1.2, § 5, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. Deze aanpassing komt er naar aanleiding van het nieuwe project `bron- en nasortering' en het daarbij georganiseerde sectoroverleg. Zowel de laatste sorteeranalyse op bedrijfsrestafval als verschillende handhavingsacties hebben aangetoond dat er nog veel afval door inzamelaars van restafval wordt meegenomen dat eigenlijk onder de sorteerplicht voor bedrijven valt. Verderop in de keten komt dit afval terecht bij de verbrandingsinstallaties. De invoering van de verplichting van een non-conformiteitsprocedure in VLAREM II moet samen gelezen worden met de aanpassingen in artikel 6.1.1.4 van het VLAREMA. Daarin worden de inzamelaars van bedrijfsrestafval bijkomend verplicht om een visuele controle uit te voeren van de restafvalcontainers van hun klanten en om een duidelijke non-conformiteitsprocedure te hebben waarbij de klant gewezen wordt op zijn sorteerfouten. Deze bijkomende bepalingen verduidelijken wat er precies verwacht wordt van de inzamelaars bij de acceptatie van restafval bij inzamelrondes. Het is evenwel belangrijk dat de acceptatie-vereisten bij de inzamelrondes bij de afvalstoffenproducenten enerzijds en de acceptatie-vereisten bij het aanvaarden van afval op vergunde inrichtingen anderzijds zoveel mogelijk samensporen. Daarom wordt in VLAREM II een non-conformiteitsprocedure verplicht. Artikel 3 vervangt integraal de bijlage VIII van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Deze bijlage VIII bevat een oplijsting van alle milieu-inbreuken in het VLAREMA en wordt nu volledig geactualiseerd en ook in overeenstemming gebracht met de wijzigingen die met dit wijzigingsbesluit zullen doorgevoerd worden. Artikel 4 bevat een aanvulling van artikel 1.1.1, eerste lid, waarbij de richtlijnen die bij dit besluit worden omgezet, worden opgenomen. Artikel 5 bevat een aantal aanpassingen en correcties van de definities opgenomen in artikel 1.2.1, § 2. Het betreft onder meer: - de vervanging van de term "afgewerkte olie" door "afvalolie" omdat deze term duidelijker is en in de sector gehanteerd wordt. Inhoudelijk is de betekenis van beide termen hetzelfde; - de aanpassing van de definitie "bouwstof". Deze definitie wordt scherper gesteld en duidelijker afgebakend; - de vervanging van de term "containerpark" door "recyclagepark" omdat deze term ook gewijzigd wordt in VLAREM II, zoals vermeld in het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu en landbouw zoals principieel goedgekeurd op 20 juli 2018. De term "recyclagepark" wordt ook gebruikt in het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval; - de aanpassing van de definitie van gft-afval en de toevoeging van nieuwe definities voor "keukenafval en etensresten" en "organisch-biologisch bedrijfsafval" overeenkomstig het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. Dit gebeurt in uitvoering van de actie 32 waardoor gft-afval wordt uitgebreid met keukenafval. En in uitvoering van actie 34 worden de definities voor "keukenafval en etensresten", "organisch-biologisch bedrijfsafval" en "levensmiddelenafval" toegevoegd om de nieuwe verplicht selectief in te zamelen bedrijfsafvalstoffen duidelijk te definiëren; - de correctie van de verwijzingen in de definities "geneeskundige praktijk" en "instelling voor verzorging"; - de toevoeging van een nieuwe definitie voor "sorteerzeefpuin" als verduidelijking van de bepaling over de sorteerinrichtingen voor bouw- en sloopafval en om de bepaling af te stemmen op de terminologie gebruikt in het eenheidsreglement; - de toevoeging van een aantal paragrafen met definities omtrent cateringmateriaal, bereide levensmiddelen, draagtassen en afvalzakken. Artikel 6 stemt de normen voor het gebruik van afvalstoffen als bouwstoffen op de normen van het VLAREBO voor bouwkundig bodemgebruik en vervangt het derde lid van artikel 2.3.2.1, § 2. Met de aanpassing van de bestaande bepalingen in het derde lid van § 2 wordt het mogelijk om bij onduidelijke resultaten bij het gebruik van de pak-spray-test infraroodspectroscopie (IRS) toe te passen. Dit laat toe om op een eenvoudige en snelle manier de aanwezigheid van pak's vast te stellen. Als ook de infraroodspectroscopie onduidelijke resultaten zou opleveren dan is een gaschromatografische massaspectroscopie (GC-MS) door een VLAREL-erkend laboratorium alsnog vereist. De mogelijkheid wordt ook geboden om met IRS deze bepaling te doen zonder vooraf een pakspraytest toe te passen. Vanaf 1 mei 2019 zal het niet langer mogelijk zijn om pakhoudend asfaltgranulaat in hydraulische mengsels met cement aan te wenden in funderingen. Hierdoor is het belangrijk dat er testmethodes beschikbaar zijn die een vlotte detectie mogelijk maakt, zodat een beslissing over behandeling en afvoer van de afvalstoffen naar de juiste bestemming snel kan genomen worden op het terrein. Indien asfaltgranulaat pak's bevat kan dit materiaal afgevoerd worden voor thermische reiniging om het teer uit de materiaalketen te halen. Artikel 7 wijzigt artikel 2.3.2.2. De term "uitgesorteerd puin" wordt vervangen door "sorteerzeefpuin" waarvoor ook in artikel 1.2.1, § 2, een definitie is toegevoegd. Deze aanpassing is een verduidelijking van de gebruikte terminologie die geen inhoudelijke aanpassing inhoudt. Artikel 8 wijzigt artikel 2.4.2.4 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 9 wijzigt artikel 2.4.3.1 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 10 wijzigt artikel 3.1.1. De term "afgewerkte olie" wordt vervangen door "afvalolie" omdat deze term duidelijker is en in de sector gehanteerd wordt. Inhoudelijk is de betekenis van beide termen hetzelfde. Artikel 11 wijzigt artikel 3.2.1.1. "Milieubeleidsovereenkomst" en "individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" worden vervangen door respectievelijk "aanvaardingsplichtconvenant" en "individueel aanvaardingsplichtplan". Uit de ervaringen sinds 1997 met de huidige wijze van verdere invulling van de aanvaardingsplicht via een milieubeleidsovereenkomst is gebleken dat de goedkeuringsprocedure voor een milieubeleidsovereenkomst vaak meer dan 2 jaar in beslag neemt (vanaf de startnota tot ondertekening) terwijl een milieubeleidsovereenkomst meestal slechts geldig is gedurende 5 jaar. Hierdoor bevindt men zich bijna permanent in een onderhandelingssituatie en de resultaten van de lopende milieubeleidsovereenkomst kunnen nauwelijks gevaloriseerd worden in de aanzet naar een volgende milieubeleidsovereenkomst. Vaak zijn er ook periodes zonder een milieubeleidsovereenkomst. Deze zware procedure voor milieubeleidsovereenkomst voor een collectief systeem staat niet in verhouding tot de procedure voor een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan waarbij een bedrijf ervoor kiest om op individueel niveau aan de aanvaardingsplicht te voldoen. Het wettelijk kader van de milieubeleidsovereenkomsten is opgemaakt met het oog op situaties waarin beleidsinitiatieven genomen worden bij gebrek aan wettelijke regelingen inzake de spelregels en de doelstellingen. Precies om die reden is een uitgebreide procedure voorzien die de nadruk legt op inspraak en transparantie. In het kader van het beleid inzake de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid heeft de Vlaamse Regering de maatregelen echter reeds reglementair uitgewerkt. In dergelijke situatie moet het dan ook mogelijk zijn om via een convenant op een meer flexibele manier verder uitvoering te geven aan de door de Regering opgelegde maatregelen. In paragraaf 2 van artikel 3.2.1.1 wordt de term "containerpark" vervangen door de term "recyclagepark". Artikel 12 wijzigt artikel 3.2.1.2. In paragraaf 1 en 2 van artikel 3.2.1.2 worden de termen "milieubeleidsovereenkomst" en "individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door respectievelijk "aanvaardingsplichtconvenant" en "individuele aanvaardingsplichtplan" zonder wijziging aan de inhoud van de respectievelijke instrumenten. In paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden ook maatregelen voor ecodesign en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen toegevoegd. Er wordt bovendien een paragraaf 1/1 in dit artikel ingevoegd dat de producent die onder de aanvaardingsplicht valt, duidelijk stelt hoe hij als producent kan voldoen aan de aanvaardingsplicht: door zelf te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd aanvaardingsplichtplan of door aangesloten te zijn bij een beheersorganisme dat voldoet aan de verplichtingen in de wetgeving en in de afgesloten aanvaardingsplichtconvenant. Artikel 13 wijzigt artikel 3.2.1.3, § 1, door de termen "milieubeleidsovereenkomst" en "individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" te vervangen door respectievelijk "aanvaardingsplichtconvenant" en "individuele aanvaardingsplichtplan". Artikel 14 wijzigt artikel 3.2.1.4, § 3, door de termen "milieubeleidsovereenkomst" en "individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" te vervangen door respectievelijk "aanvaardingsplichtconvenant" en "individuele aanvaardingsplichtplan". Artikel 15 vervangt het opschrift van onderafdeling 3.2.2 door het opschrift "Onderafdeling 3.2.2. Collectieve invulling van de aanvaardingsplicht". Artikel 16 vervangt artikel 3.2.2.1. Dit artikel is inhoudelijk vergelijkbaar met de huidige inhoud van artikel 3.2.2.1. De eerste paragraaf legt opnieuw de link tussen de collectieve invulling van een aanvaardingsplicht en een beheersorganisme. De aanwijzing van één of meer beheersorganismen is een voorwaarde om een aanvaardingsplichtconvenant af te sluiten. Het beheersorganisme is een rechtspersoon die in naam van de aangesloten producenten uitvoering geeft aan hun aanvaardingsplicht. Paragraaf 2 legt een aantal voorwaarden op aan een beheersorganisme. Deze voorwaarden zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die het Interregionaal Samenwerkingsakkoord oplegt aan erkende organismen voor verpakkingsafval en die ook in het Waalse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden opgelegd aan soortgelijke organismen. Een beheersorganisme moet aan volgende voorwaarden voldoen: - opgericht zijn conform de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen; - tot statutair doel hebben het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor de aangesloten producenten; - de beheerders moeten hun burgerlijke en politieke rechten bezitten en mogen de laatste vijf jaar niet veroordeeld zijn voor een inbreuk op de milieuwetgeving; - over de nodige financiële, personele en technische middelen beschikken; - het grondgebied waarop hun leden actief zijn op homogene wijze bedienen. Paragraaf 3 wijzigt de datum voor het indienen van het jaarlijks actieplan van 1 oktober naar 15 november. De datum van 1 oktober was moeilijk haalbaar en een latere datum laat een betere inschatting toe van het komende jaar. Gezien de OVAM 30 dagen heeft om goedkeuring te verlenen kan dit nog het lopende jaar worden afgerond. Paragraaf 4 wijzigt om dezelfde redenen de datum voor voorleggen voor advies van het financieel plan naar 15 november. Bovendien wordt een opsomming gegeven van wat minstens moet worden opgenomen in het financieel plan: - het budget; - de berekening van eventuele bijdragen; - het beleid inzake reserves en provisies; - de financiering van eventuele verliezen; - de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden; - het beleggingsbeleid. Bij de wijze van financiering wordt verduidelijkt dat de verantwoordelijkheid van het beheersorganisme beperkt is tot de producten die bij het heersorganisme zijn aangegeven bij het op de markt brengen. Indien dit niet kan nagegaan worden, dan moet het beheersorganisme financieren in overeenstemming tot het marktaandeel dat het beheersorganisme vertegenwoordigt. Daarnaast wordt toegevoegd dat in het budget als apart onderdeel moet worden opgenomen welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de wettelijk vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. Van het beheersorganisme wordt verwacht dat het een proactieve rol speelt in het stimuleren van de circulaire economie. Door dit als apart onderdeel van het budget op te nemen maakt men hun engagement ter zake zichtbaar. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt onderhandeld over de ondergrens van dit aandeel afhankelijk van de mogelijkheden in de specifieke materiaalketen. In paragraaf 5 wordt toegevoegd dat indien het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert, dit moet gebeuren conform bepaalde principes. Onder organiseren wordt verstaan dat het beheersorganisme opdrachten toewijst aan bepaalde operatoren. De beheersorganismen vallen niet onder de wetgeving overheidsopdrachten, maar om een goede werking te garanderen is het wel aangewezen dat enkele belangrijke principes worden nageleefd. Hieronder wordt verstaan: een ruime verspreiding van het lastenboek en een gunningsbeslissing die gebaseerd is op de in het lastenboek vastgelegde criteria. In de meeste milieubeleidsovereenkomsten zijn dergelijke richtlijnen reeds opgenomen, maar voor de rechtszekerheid worden deze principes nu wettelijk verankerd. Er wordt wel voorzien in een mogelijkheid om af te wijken van de verplichting om toe te wijzen op basis van een lastenboek in een aanvaardingsplichtconvenant. Mogelijke afwijkingsgronden zijn opdrachten met een beperkte marktwaarde of opdrachten waarvoor het aantal aanbieders dermate beperkt is dat een goede marktwerking niet gegarandeerd is. Deze principes moeten toegepast worden in het kader van een collectief systeem met aanvaardingsplichtconvenant. Ze zijn niet van toepassing indien de inzameling en/of verwerking door individuele producenten of door andere actoren op contractuele basis georganiseerd wordt. In de paragrafen 6, 7 en 8 worden geen inhoudelijke aanpassingen aangebracht. Alleen het begrip `milieubeleidsovereenkomst' wordt vervangen door `aanvaardingsplichtconvenant'. Artikel 17 voegt een nieuw artikel 3.2.2.1/1 toe, met name de algemene bepalingen voor het instrument `aanvaardingsplichtconvenant'. De eerste paragraaf benoemt de partijen die de aanvaardingsplichtconvenant moeten afsluiten: de OVAM en een of meerdere organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarop de aanvaardingsplicht van toepassing is. Op vraag van beide actoren kunnen ook andere partijen aansluiten bij de convenant. Het tweede lid legt enkele voorwaarden op aan de organisaties die de convenant afsluiten. De tweede paragraaf omschrijft dat een aanvaardingsplichtconvenant niet op een minder strenge manier invulling kan geven aan de vastgelegde verplichtingen in het VLAREMA. Een aanvaardingsplichtconvenant stelt de basisprincipes vast voor de verdere invulling van de aanvaardingsplicht door de producenten, zonder veel in detail te treden. De derde paragraaf stelt dat de aanvaardingsplichtconvenant verbindend is voor de partijen. Omdat er soms onduidelijkheid bestaat over de afdwingbaarheid van convenanten wordt dit hier letterlijk opgenomen. Verplichtingen in de aanvaardingsplichtconvenant voor individuele producenten zijn ook bindend. Er wordt wel voorzien in een uitzondering voor producenten die op een andere wijze uitvoering geven aan de aanvaardingsplicht. Producenten die lid zijn van een organisatie die de aanvaardingsplichtconvenant heeft ondertekend, maar die toch op individuele basis of via een andere aanvaardingsplichtconvenant invulling geven aan hun aanvaardingsplicht, zijn uiteraard niet gebonden. De vierde paragraaf stelt dat voor de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een consultatie moet georganiseerd worden waarbij de belanghebbende partijen actief betrokken worden en de mogelijkheid krijgen om hun standpunt over de aanvaardingsplichtconvenant kenbaar te maken. Tot de belanghebbende partijen behoren minstens de actoren die een rol spelen bij de inzameling en de verwerking van de afvalstoffen (o.a. Go4Circle, Coberec, Interafval, Comeos,...). Via de consultatie kunnen ze wegen op de aanvaardingsplichtconvenant zonder dat ze direct betrokken zijn bij de onderhandelingen. Hiertoe zal de OVAM hen tijdig en op verschillende momenten tijdens de onderhandelingen raadplegen. De vijfde paragraaf bepaalt dat de convenant wordt gepubliceerd op de website van de OVAM. De zesde paragraaf handelt over de looptijd van een convenant. De looptijd moet opgenomen worden in de aanvaardingsplichtconvenant. De looptijd wordt vastgesteld op maximum 8 jaar. De looptijd kan wel eenmalig met 2 jaar verlengd worden. Dit laat toe om een convenant te laten doorlopen indien er na 8 jaar nog geen noodzaak is om een nieuwe convenant te onderhandelen. Voor een verlenging wordt opnieuw een consultatie voor de belanghebbende partijen georganiseerd. Het Vlaamse Gewest heeft steeds de mogelijkheid om de wetgeving aan te passen om te vermijden dat men in een situatie zou komen waarbij de sector niet bereid zou zijn om een nieuwe convenant te onderhandelen. Paragraaf 7 voorziet de mogelijkheid om de convenant gedurende de looptijd te wijzigen indien beide partijen dit wensen. De wijzigingen worden bekendgemaakt op de website van de OVAM. Paragraaf 8 schetst de mogelijkheden tot opzegging. Elke partij kan de convenant opzeggen mits een beveiligde zending en het respecteren van de afgesproken opzeggingstermijn die maximaal 1 jaar bedraagt. Artikel 18 wijzigt artikel 3.2.2.2, § 1, door de term "milieubeleidsovereenkomst" te vervangen door "aanvaardingsplichtconvenant". Artikel 19 vervangt het opschrift van onderafdeling 3.2.3 door het opschrift "Onderafdeling 3.2.3. Individuele invulling van de aanvaardingsplicht". Artikel 20 wijzigt artikel 3.2.3.1. Enerzijds wordt de term "individueel afvalpreventie- en afvalbeheersplan" in dit artikel vervangen door "individueel aanvaardingsplichtplan". En anderzijds, wordt er in het eerste lid aan punt 2° een punt

  1. d)toegevoegd dat de opsomming van de elementen van een aanvaardingsplichtplan bevat. Meer bepaald moet de producent garanderen dat er geen kosten zullen worden afgewenteld op andere producenten. Dit zou zich kunnen voordoen indien de producent er niet in zou slagen om alle afgedankte producten in te zamelen afkomstig van de producten die hij op de markt heeft gebracht. Deze afgedankte producten kunnen dan bijvoorbeeld door de eindgebruiker bij een gratis inzamelpunt (bijvoorbeeld recyclagepark, supermarkt) van het collectief systeem worden afgegeven. Dergelijke situatie moet maximaal vermeden worden. Indien een producent een aanvaardingsplichtplan indient dat invulling geeft aan artikel 3.2.1.2, kan op basis hiervan het plan afgekeurd worden als er een reëel gevaar bestaat dat kosten worden afgewenteld op andere producenten. Met het oog op een faire mededinging wordt deze voorwaarde toegevoegd. Artikel 21 wijzigt artikel 3.2.3.2 door de term "individueel afvalpreventie- en afvalbeheersplan" in dit artikel te vervangen door "individueel aanvaardingsplichtplan" en de term "aangetekende brief" door "beveiligde zending". Daarnaast wordt een punt 5° toegevoegd dat bepaalt dat elk goedgekeurd individueel aanvaardingsplicht plan gepubliceerd wordt op de website van de OVAM. De regels in het kader van de openbaarheid van bestuur zijn van toepassing. Artikel 22 wijzigt artikel 3.2.3.3 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 23 wijzigt artikel 3.2.3.4 door de term "individueel afvalpreventie- en afvalbeheersplan" in dit artikel te vervangen door "individueel aanvaardingsplichtplan" en de term "aangetekende brief" door "beveiligde zending". Artikel 24 wijzigt artikel 3.2.3.5 door de term "individueel afvalpreventie- en afvalbeheersplan" in dit artikel te vervangen door "individueel aanvaardingsplichtplan". Artikel 25 wijzigt artikel 3.4.2.2., § 2, 2°, door de term "afgewerkte olie" te vervangen door "afvalolie". Artikel 26 wijzigt artikel 3.4.2.3 door de termen "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" en "milieubeleidsovereenkomst" te vervangen door "individuele aanvaardingsplichtplan" en "aanvaardingsplichtconvenant". Artikel 27 wijzigt artikel 3.4.3.3 door de termen "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" en "milieubeleidsovereenkomst" te vervangen door "individuele aanvaardingsplichtplan" en "aanvaardingsplichtconvenant". Artikel 28 vervangt het vierde lid van artikel 3.4.5.3. Artikel 3.4.5.3 bepaalt de ophaalplicht van batterijen door de producent die onder de aanvaardingsplicht valt bij een aantal specifieke inrichtingen. De wijziging van artikel 3.4.5.3 houdt in dat specifiek voor voertuigen van het type M1/N1 (personenwagens en lichte bestelwagens) expliciet wordt vermeld dat deze inrichtingen erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen moeten betreffen. De omzetting van de Europese richtlijn 2000/53 betreffende autowrakken bepaalt namelijk dat inrichtingen voor de ontmanteling van voertuigen van het type M1/N1 erkend moeten zijn als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen. Beschikken over een vergunning, zoals in het huidige artikel 3.4.5.3, is een van de voorwaarden om erkend te kunnen worden. Voor andere voertuigtypes geldt wel enkel de vergunningsplicht. Hiervoor blijft de ophaalplicht van de batterijen gelden conform de laatst genoemde inrichtingen, met name de "inrichtingen die vergund zijn voor de ontmanteling van andere gebruiksgoederen.". Artikel 29 wijzigt artikel 3.4.5.4 door de termen "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" en "milieubeleidsovereenkomst" te vervangen door "individuele aanvaardingsplichtplan" en "aanvaardingsplichtconvenant". Artikel 30 wijzigt het opschrift van onderafdeling 3.4.6 door het opschrift "Onderafdeling 3.4.6. Afvalolie". Artikel 31 wijzigt artikel 3.4.6.1 door de term "afgewerkte olie" te vervangen door "afvalolie". Artikel 32 wijzigt artikel 3.4.6.2. Enerzijds wordt de term "afgewerkte olie" te vervangen door "afvalolie" en anderzijds de vermelde doelstellingen voor herraffinage en verbranding met energieterugwinning aangepast. Op 25 mei 2018 keurde de Vlaamse Regering de startnota voor de nieuwe milieubeleidsovereenkomst (MBO) afgewerkte olie (afvalolie) goed. De onderhandelingen voor de nieuwe MBO zijn momenteel lopende. In de nieuwe MBO zal de verwerkingsdoelstelling voor afvalolie worden aangescherpt. De sector is akkoord met de strengere verwerkingsdoelstelling, evenwel alleen op voorwaarde dat de nieuwe doelstelling ook onmiddellijk algemeen van toepassing is via het VLAREMA. De nieuwe verwerkingsdoelstelling is in overeenstemming met de recent goedgekeurde wijzigingen aan de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn (EU) 2 18/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen). Artikel 33 wijzigt artikel 3.4.6.3 door de termen "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan", "milieubeleidsovereenkomst" en "afgewerkte olie" te vervangen door "individuele aanvaardingsplichtplan", "aanvaardingsplichtconvenant" en "afvalolie". Artikel 34 wijzigt artikel 3.4.6.4 door de term "afgewerkte olie" te vervangen door "afvalolie". Artikel 35 wijzigt artikel 4.1.2, 6° en 16°, g), door de term "afgewerkte olie" te vervangen door "afvalolie". Artikel 36 wijzigt het tweede lid van artikel 4.1.3 door de gevaarlijke eigenschap HP 14 "ecotoxisch" toe te voegen. Deze wijziging is de omzetting van de laatste gevaarlijke eigenschap als gevolg van de Verordening 2017/1997 van de Raad van 8 juni 2017 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG. Artikel 37 wijzigt artikel 4.1.4 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 38 wijzigt artikel 4.3.2. In punt 10° wordt de term "afgewerkte olie" vervangen door "afvalolie". Daarnaast wordt in uitvoering van actie 34 van het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval een punt 23° keukenafval en etensresten en een punt 24° levensmiddelenafval toegevoegd als verplicht selectief in te zamelen bedrijfsafvalstoffen voor grote en middelgrote producenten van organisch-biologisch bedrijfsafval. Voor de duidelijkheid voor zowel de betrokken producenten als voor de inzamelaars en de toezichthoudende overheden is een opsomming toegevoegd voor welke bedrijven deze inzamelplicht geldt. Deze toevoeging zorgt ervoor dat deze afvalstromen van het organisch-biologisch bedrijfsafval (OBA) dat door deze bedrijven geproduceerd wordt, apart moeten gehouden worden en ook apart aangeboden moeten worden voor inzameling. De wijze van afbakening van de OBA-producenten is gebaseerd op criteria die onomstotelijk en objectief kunnen worden vastgesteld. De criteria werden berekend op basis van de gemiddelde OBA-productie in deze specifieke categorieën en getoetst aan de minimum hoeveelheid OBA die wekelijks vrijkomt om een rendabele inzameling te organiseren. Daarom is het ook niet de bedoeling om bedrijven en scholen die alleen soep aanbieden, onder deze regeling te laten vallen. Het criterium van geproduceerde hoeveelheid keuken- en levensmiddelenafval is niet gebruikt omdat dit niet controleerbaar is. De inwerkingtreding voor deze bijkomende verplicht selectief in te zamelen afvalstromen wordt voorzien op 1 januari 2021 om de betrokken bedrijven de mogelijkheid te bieden om zich hierop voor te bereiden. Producenten van levensmiddelenafval en keukenafval die niet vermeld worden in deze opsomming, zullen vanaf 31 december 2023 verplicht worden om deze fracties selectief in te zamelen, overeenkomstig artikel 22 van de kaderrichtlijn afval. De kaderrichtlijn geeft in artikel 10, lid 3, de mogelijkheid onder bepaalde voorwaarden af te wijken van deze verplichting. De OVAM zal dit ter voorbereiding van de implementatie van deze verplichting en uiterlijk tegen 31 december 2021 onderzoeken. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State wordt de indeling in categorieën verantwoord. Het gemeenschappelijk criterium over alle sectoren heen bestaat uit de minimale hoeveelheid OBA die wekelijks wordt geproduceerd. Deze werd vastgelegd op 80 kg/week (of ca. 4 ton op jaarbasis). Dit gemeenschappelijke criterium garandeert een gelijke behandeling van alle betrokken producenten. Op basis van kengetallen over de productie van keukenafval en etensresten in de betreffende sectoren werden objectieve en meetbare criteria vastgelegd per sector. De sectoren worden bijgevolg gelijkwaardig behandeld op basis van het gemeenschappelijke criterium van de minimale hoeveelheid OBA op weekbasis. De vertaling naar de voorliggende criteria werd reeds gemotiveerd in het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval 2016-2022 (bijlage 6). Bijkomend aan deze motivering wordt voor restaurants en hotels verduidelijkt dat het criterium van 50 maaltijden per dag gebaseerd is op onderzoek van de OVAM waaruit blijkt dat kleine restaurants (Om binnen elke sector een gelijke behandeling te garanderen werd de omschrijving van categorie `ziekenhuizen en psychiatrische ziekenhuizen' aangepast in die zin dat (psychiatrische) ziekenhuizen met minstens 25 erkende bedden onderworpen worden aan de selectieve inzamelplicht. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State wordt het criterium `werknemers' en de toepassing van de criteria op bedrijven verder verduidelijkt in dit verslag. Voor de berekening van het aantal werknemers worden patiënten, inwonenden (bijv. asielzoekers, gevangenen, gasten,...) mee in rekening genomen. In deze logica worden ook interimarbeiders als werknemers beschouwd aangezien zij ook gebruik kunnen maken van cateringfaciliteiten van een bedrijf. Bijkomend wordt verduidelijkt dat de criteria gelden per locatie waar het criterium voor selectieve inzameling wordt overschreden. Artikel 39 wijzigt artikel 4.3.3, § 1, eerste lid, 2°. Deze bepaling in § 1, 2° werd aangepast via het wijzigingsbesluit definitief goedgekeurd op 22 december 2017. De tekstcorrectie is bedoeld om te verduidelijken dat de vereisten voor de omgevingsvergunningsplichtige infrastructuurwerken pas geldt vanaf een volume groter dan 250 m3. De bedoeling van bepaling is duidelijk omschreven in het verslag bij dit wijzigingsbesluit van 22 december 2017, doch de formulering in het artikel laat interpretatie toe. Dit wordt nu rechtgezet. Artikel 40 wijzigt punt 16°,
  2. b)van artikel 4.3.4 via een tekstcorrectie van de gebruikte term door deze te vervangen door de term "sediment uit de ballastwatertanks". Artikel 41 bevat een tekstcorrectie van § 1 van artikel 4.3.6. De nummering van de opsomming wordt aangepast zonder een inhoudelijke wijziging. Artikel 42 wijzigt artikel 4.3.7 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 43 wijzigt artikel 4.3.8 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 44 wijzigt artikel 4.3.9 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 45 wijzigt artikel 4.3.10 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 46 vervangt de stortverboden in artikel 4.5.1. In uitvoering van actie 53 van het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval werden de bestaande stortverboden en de eraan gekoppelde verbrandingsverboden geëvalueerd. Deze aanpassing moet ervoor zorgen dat de stortverboden duidelijker afgebakend zijn. De stortverboden zijn van toepassing op bijvoorbeeld alle brandbare afvalstoffen met uitzondering van deze brandbare afvalstoffen die opgenomen werden in het Materialendecreet waarop een verlaagde milieuheffing van toepassing is en zijn ook niet van toepassing op recyclageresidu's van fysicochemische grondreiniging zoals opgenomen in artikel 46, § 1, 6° tot en met 8°, van het Materialendecreet. Daarnaast blijven de stortverboden gelden voor oude en vervallen geneesmiddelen en voor afvalstoffen waarvoor een verbrandingsverbod geldt. De aanpassing van dit artikel zorgt voor een betere handhaafbaarheid. Artikel 47 wijzigt paragraaf 1 van artikel 4.5.2 en voegt een paragraaf 3 toe aan dit artikel. De lijst van de afvalstoffen in paragraaf 1, waarvoor een verbrandingsverbod geldt, wordt aangepast zodat de lijst rekening houdt met de huidige beleidsvisie en met het oog op een duidelijkere formulering en betere handhaafbaarheid van de verbrandingsverboden. Zo is het verboden om alle afvalstoffen die met oog op recyclage ervan afzonderlijk werden ingezameld en alle afvalstoffen die door hun aard, hoeveelheid of homogene samenstelling in aanmerking komen voor hergebruik of recyclage af te voeren voor verbranding. Ook het huishoudelijk restafval en het bedrijfsrestafval dat werd ingezameld zonder aan de verplichte selectieve inzameling te voldoen, waardoor het restafval nog afvalstoffen bevat die voor materiaalrecyclage in aanmerking komen, kan niet langer rechtstreeks afgevoerd voor verbranding. Hetzelfde geldt eveneens voor het grofvuil dat nog recycleerbare materialen bevat. Dit houdt in dat grofvuil moet nagesorteerd worden op homogene afvalstoffen die voor materiaalrecyclage in aanmerking komen. Dit houdt echter niet in dat samengestelde afvalstoffen moeten ontmanteld worden Voor het bedrijfsrestafval dat niet conform artikel 4.3.2 werd ingezameld, wordt wel aan de minister een delegatie gegeven om eventueel een code van goede praktijk op te stellen waarin een minimale wijze van inzameling en uitsorteren en resultaatsvoorschriften worden vastgelegd waarbij na naleving deze afvalstoffen alsnog verbrand zouden kunnen worden. Deze aanpassing komt er naar aanleiding van het project `bron- en nasortering' en het daarin georganiseerde sectoroverleg, alsook naar aanleiding van de handhavingsacties in het kader van kennisgevingen voor export van restafval en bij afvalverbrandingsinstallaties in Vlaanderen. Vandaag is er geen code van goede praktijk voor na te sorteren bedrijfsafval. De nieuwe bepaling zorgt voor een kapstok die dergelijke code wel mogelijk maakt. Er worden vandaag wel nasorteervoorwaarden (zowel middelen- als resultaatsverbintenissen) opgelegd bij kennisgevingen voor export van restafval. De sector geeft enerzijds aan dat deze voorwaarden mogelijk te streng zijn voor een aantal afvalstoffen, in het bijzonder PMD, en anderzijds er een onvoldoende gelijk speelveld zou zijn tussen geëxporteerd restafval (met strenge voorwaarden) en verbranding in Vlaanderen. De verbrandingsverboden zijn onverminderd de bepalingen van artikel 6.11.1 van VLAREM II van toepassing. Dit artikel uit VLAREM II laat toe om bepaalde afvalstoffen in open lucht te verbranden. De nieuw toegevoegde paragraaf 3 bevat een aantal uitzonderingen op de verbrandingsverboden uit paragraaf 1. Onbehandeld houtafval afkomstig van de houtverwerkende industrie dat in de eigen onderneming toegepast wordt als energiebron, en de houtige fractie afkomstig van het behandelen van plagsel en choppermateriaal vallen niet onder het verbrandingsverbod, evenals recyclageresidu's waarvoor overeenkomstig het Materialendecreet een verlaagde milieuheffing van toepassing is voor het verbranden of het meeverbranden ervan. Artikel 48 vervangt paragraaf 1 en 2 van artikel 4.5.3. Deze paragrafen bevatten de procedure voor het aanvragen en behandelen van individuele afwijkingen op de gelden de stort- en verbrandingsverboden. De procedure wordt duidelijker geformuleerd, evenals de gegevens die de aanvrager moet verstrekken. Deze gegevens hebben onder andere betrekking op de identificatie van de afvalstof die minstens de EURAL-code, de samenstelling, de oorsprong en het productieproces waarbij de afvalstof vrijkomt moet omvatten. Daarnaast moet een motivering van de afwijkingsaanvraag, evenals de periode waarvoor de afwijking gevraagd wordt opgegeven worden. De aanvraag wordt ingediend bij de OVAM die binnen de 45 kalenderdagen een advies over de afwijkingsaanvraag geeft aan de minister. De minister beslist binnen 90 kalenderdagen. Een afwijking kan voor maximaal 5 jaar verleend worden. Elke verleende afwijking wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op de website van de OVAM. Artikel 49 vervangt in artikel 5.1.3. de term "containerpark" door de term "recyclagepark". Artikel 50 bepaalt dat de kringloopcentra geen activiteiten mogen ontwikkelen die marktverstorend zijn. Dit betekent bij voorbeeld dat de ingezamelde goederen in de kringwinkels in het eigen werkingsgebied moeten aangeboden worden. Het gericht verzamelen of bijhouden van voorwerpen om die op een externe kunst- of collectieveiling openbaar te verkopen kan bijvoorbeeld niet. Uitzondering daarop kan gemaakt worden voor herbruikbare goederen waarvoor in Vlaanderen geen afzet meer gevonden wordt, maar waarvoor wel in het buitenland een markt bestaat, of wanneer producten na verloop van normale tijd lokaal onverkoopbaar blijken te zijn. Een kringloopcentrum kan bijv. ook geen volledige inboedels inzamelen rekening houdend met de waarde of opkopen omdat hiervoor een regulier circuit bestaat. Dit zou trouwens ook tegenstrijdig zijn met de doelstelling in het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval waarin bepaald is dat zij een hergebruikpercentage van minimaal 50% moeten behalen. Artikel 51 vervangt in artikel 5.2.2.3, § 3, de term "containerparken" door de term "recyclageparken". Artikel 52 vervangt in artikel 5.2.2.4, § 2, de term "containerpark" door de term "recyclagepark". Artikel 53 wijzigt artikel 5.2.3.8 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 54 past paragraaf 2 van artikel 5.2.4.1 aan. De voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om onder de uitzondering te vallen van de erkenningsplicht als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietiging van afgedankte voertuigen worden uitgebreid met twee bijkomende voorwaarden. Deze bijkomende voorwaarden zijn noodzakelijk in functie van de handhaafbaarheid van deze uitzondering. Met de huidige voorwaarden zijn namelijk nog te veel mogelijkheden om exploitaties te voeren met een groter aantal afgedankte voertuigen en onderdelen ervan op te slaan waarbij bij controles duidelijk is dat men demontage op grotere schaal uitvoert, maar waarbij met de huidige voorwaarden de erkenningsplicht niet kan afgedwongen worden. Het doel van de aanpassing is om exploitaties die beperkte demontage uitvoeren uit te zonderen van de erkenningsplicht. Artikel 55 wijzigt artikel 5.2.4.3, § 6, door de woorden "in het kader van de milieubeleidsovereenkomst" op te heffen. Artikel 56 wijzigt artikel 5.2.4.4 door een punt 4° toe te voegen. Er wordt een bijkomende vereiste toegevoegd om een erkenning als centrum voor depollutie, ontmanteling en vernietiging te kunnen verkrijgen of behouden, met name een controle te laten uitvoeren op de conformiteit aan de wettelijke verplichtingen door een onafhankelijke keuringsinstelling geaccrediteerd volgens ISO17020. De voorwaarden waaraan deze controle op de conformiteit moet voldoen wordt nader bepaald door de minister. Artikel 57 wijzigt punt 5° van paragraaf 1 van artikel 5.2.4.5 door expliciet toe te voegen dat de voorwaarden voor de conformiteitsverklaring nader bepaald worden door de minister. Artikel 58 voegt in punt 2° en in punt 3° van paragraaf 2 in artikel 5.2.4.7 toe dat de voorwaarden voor de conformiteitsverklaring nader bepaald worden door de minister. In paragraaf 3 worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door "beveiligde zending". Artikel 59 wijzigt artikel 5.2.4.8 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 60 wijzigt artikel 5.2.5.5 door de woorden "ter uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst" op te heffen en de woorden "individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" te vervangen door een "individueel aanvaardingsplichtplan". Artikel 61 wijzigt artikel 5.2.10.2 door een derde lid toe te voegen. Deze toevoeging zorgt voor de uitvoering van de verplichtingen opgenomen in artikel 5.1 van het Verdrag van 2004 voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen, gedaan te Londen op 13 februari 2004. Hierin wordt bepaald dat de havenbeheerder moet voorzien in adequate ontvangstvoorzieningen voor de ontvangst van sedimenten afkomstig uit ballastwatertanks. Het Verdrag is van kracht sinds 8 september 2017. Artikel 62 wijzigt artikel 5.2.10.4 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 63 wijzigt artikel 5.2.11.5 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 64 stemt het gebruik van een bouwstof in ongebonden toestand in en op de bodem af met de lijst van toepassingen van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik in het VLAREBO. Door de verwijzing naar de bestaande lijst van toepassingen voor het gebruik van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik in het VLAREBO wordt een gelijk speelveld gecreëerd met het gebruik van potentiële bouwstoffen in ongebonden toestand. Op deze manier wordt het gebruik van een bouwstof in ongebonden toestand in of op de bodem afgestemd met het gebruik van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik. Toepassingen die niet toegelaten zijn voor bodemmaterialen, mogen ook niet uitgevoerd worden met bouwstoffen in ongebonden toestand. Een bouwstof in ongebonden toestand is een korrelig materiaal dat niet gaat uitharden. Aan deze potentiële bouwstof zijn geen bindmiddelen of kalk toegevoegd. Artikel 65 voegt een nieuwe onderafdeling 5.3.11 toe met betrekking tot de voorwaarden voor het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen voor eenmalig gebruik. Tegen 27 november 2016 moest de Europese Richtlijn 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen, worden omgezet. Deze richtlijn beoogt het verminderen van het gebruik van "lichte plastic draagtasjes" voor eenmalig gebruik. Specifiek ligt de focus op draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron en meer dan 15 micron. Deze draagtassen vertegenwoordigen de overgrote meerderheid van het totaal aantal in de Europese Unie verbruikte plastic draagtassen en worden ook minder vaak dan dikkere plastic draagtassen opnieuw gebruikt. Bijgevolg worden de lichte plastic draagtassen sneller afval en komen ze vanwege hun geringe gewicht vaker als zwerfvuil in het milieu terecht. De Richtlijn laat toe dat de lidstaten zelf de maatregelen kiezen om de verplichte doelstellingen te halen. De doelstellingen bestaan erin om het verbruik te beperken tot 90 draagtassen per persoon per jaar tegen 2019 en 40 draagtassen tegen 2025 en/of om gratis lichte plastic draagtassen te verbieden tegen 31 december 2018. Er bestaan nog geen gevalideerde cijfers voor het gebruik van lichte plastic draagtassen in Vlaanderen, maar voorlopige cijfers geven aan dat het huidige verbruik waarschijnlijk hoger ligt dan 90 draagtassen per persoon. Een gefaseerde afbouw van lichte plastic draagtassen door middel van een vrijwillig actieplan is moeilijk afdwingbaar en biedt geen zekerheid dat we de doelstelling van 2025 halen. Een bijkomend nadeel is dat niet alle verkooppunten gebonden zijn door zo'n actieplan. Met een verbod op het gratis uitdelen wordt daarentegen verzekerd dat ieder verkooppunt gebonden is aan dezelfde verplichting. Om in lijn te blijven met de andere gewesten, wordt voorgesteld om in Vlaanderen een totaalverbod op het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen in de distributie in te voeren. Zo sluiten we ook aan bij het verbod dat reeds in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest is ingevoerd. Wanneer er toch lichte plastic draagtassen worden aangeboden, moet de bijdrage per draagtas die de consument daarvoor betaalt, zichtbaar gemaakt worden. Dit kan bijvoorbeeld door dit te vermelden op het kassaticket of de bijdrage duidelijk te afficheren in de verkoopsruimte. Aangezien het verbieden van lichtere zakjes (van minder dan 15 micron) leidt tot meer voorverpakkingen (wat niet beter is voor het milieu), wordt de scope van het verbod beperkt tot de lichte plastic draagtassen zoals gedefinieerd in de Europese Richtlijn. Een tijdelijke uitzondering op het verbod ten aanzien van het gratis ter beschikking stellen van de lichte plastic draagtassen kan bekomen worden indien aangetoond wordt dat omwille van milieuredenen of omwille van vereisten inzake hygiëne, behandeling of veiligheid van bepaalde producten er geen gepaste alternatieven beschikbaar zijn. De minister kan de eigenschappen en voorwaarden voor deze lichte plastic draagtassen vaststellen. Verder moet voldoende tijd gegeven worden aan de sector om zich voor te bereiden op de ingang van een verbod en eventuele voorraden weg te werken. Daarom dat in het nieuwe artikel 5.3.11.2 het gebruik van reeds aangekochte voorraden van lichte plastic draagtassen voor de inwerkingtreding van dit artikel nog toegelaten wordt tot 6 maanden na de inwerkingtreding van het verbod. Het blijft echter belangrijk te kiezen voor alternatieven die vanuit ecologisch oogpunt wenselijk zijn. Op dit moment wordt niet geopteerd om uitzonderingen op het verbod te voorzien. Gezien biobased of composteerbare zakjes het probleem van zwerfvuil niet zullen oplossen en er belangrijke aandachtspunten zijn wat betreft de sorteerboodschap, inzameling en eindverwerking, zijn uitzonderingen voor deze nog niet opportuun. Twee jaar na de invoering van dit verbod zal de impact ervan geëvalueerd worden. Hierbij wordt minstens nagegaan of er een effectieve daling is van het aantal eenmalige plastic draagtassen, of het gebruik van andere materialen (bijv. papier) gestegen is. Indien blijkt dat alternatieven voor eenmalig gebruik gestegen zijn, moet overwogen worden om ook voor deze draagtassen bijkomende maatregelen te nemen. Het is immers de bedoeling dat het gebruik van draagtassen voor eenmalig gebruik daalt ten voordele van herbruikbare draagtassen. Artikel 66 voegt een nieuwe onderafdeling 5.3.12 toe met betrekking tot de voorwaarden voor het gebruik van cateringmateriaal. De milieu-impact van evenementen is aanzienlijk. Jaarlijks vinden zo'n 400 muziekfestivals plaats in Vlaanderen, goed voor meer dan 7 miljoen bezoekers. Daarnaast worden in elke gemeente jeugdevenementen, sportwedstrijden, braderieën of stadsfeesten, cultuur- en kerstmarkten en fuiven georganiseerd. Het groeiend fenomeen van publieke activiteiten en evenementen, zowel indoor als outdoor, brengt op positieve wijze veel mensen bij elkaar, maar zorgt voor steeds meer milieudruk. Een belangrijke factor hierin wordt veroorzaakt door de toenemende mobiliteit. Vele mensen nemen de wagen om de evenementen te bereiken. En aangezien het om tijdelijke gebeurtenissen gaat, zijn vaak weinig vaste voorzieningen aanwezig waardoor heel veel moet aangevoerd worden over de weg (catering, toiletten, tenten, podia). Een ander deel van de milieudruk wordt veroorzaakt door de gebruikte cateringmaterialen die een heel korte gebruiksfase kennen vooraleer ze afval worden. Er wordt namelijk vooral geconsumeerd uit wegwerprecipiënten op evenementen. Dranken worden geserveerd in wegwerprecipiënten (bijv. wegwerpbekers, plastic flessen, drankblikjes,...), voedsel wordt vaak aangeboden in wegwerpbakjes of -bordjes, vergezeld van wegwerpbestek. Artikel 5.2.12.1 stelt vanaf 1 januari 2020 een verbod in om op evenementen drank te serveren in recipiënten voor eenmalig gebruik, tenzij de eventorganisator een systeem opzet dat garandeert dat minstens 90% van deze recipiënten op het event gescheiden worden ingezameld. Vanaf 1 januari 2022 wordt dit inzamelpercentage opgetrokken tot 95%. Het betreft hier zowel wegwerpbekertjes waarin drank wordt geserveerd, als drankverpakkingen, zoals eenmalige flessen, drankkartons en blikjes. Naast een lagere milieu-impact, minder afval en propere terreinen, zal het invoeren van een dergelijk verbod op evenementen ervoor zorgen dat er minder zwerfvuil wordt gegenereerd in de omgeving van het event zelf. Dit wordt nu namelijk als erg storend ervaren door omwonenden. Het verbod gaat in vanaf 1 januari 2020 zodat de overgangsfase ruim genoeg is om zich anders te organiseren. Artikel 5.3.12.2 stelt een verbod in voor het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik in de eigen werking en op de door de Vlaamse overheden en lokale besturen georganiseerde evenementen. Het betreft de evenementen waar de overheden zelf bepalen hoe de catering verloopt, bijv. door een marktbevraging. Het betreft dus niet bijv. de handelaars die dranken en voedingsmiddelen verkopen op door de overheden georganiseerde markten en kermissen. Dit verbod wordt ingesteld vanaf 1 januari 2020. Dit verbod wordt uitgebreid tot het serveren van bereide voedingsmiddelen in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik door Vlaamse overheden en lokale besturen in eigen werking of op door hen georganiseerde evenementen vanaf 1 januari 2022. De bereide voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid, of voedingsmiddelen die daarmee vergelijkbaar zijn, maar in een centrale locatie zijn bereid, zoals broodjes, wraps, slaatjes,... Dit is een gekend begrip in het kader van de voedselveiligheid. Voorverpakte etenswaren, zoals een chocoladereep, een zakje chips, een ijsje,... vallen hier niet onder. We zien de laatste jaren bij Vlaamse overheden en lokale besturen een trend naar het omschakelen van herbruikbare naar wegwerprecipiënten bij het aanbieden van etenswaren en drank. Waar vroeger koffie werd gedronken in porseleinen tassen, staan nu wegwerpbekers voor eenmalig gebruik bij de automaten. Ook water of frisdranken worden steeds vaker in wegwerpbekertjes aangeboden. Aangezien de Vlaamse overheden en lokale besturen een voorbeeldfunctie hebben, willen we hen verbieden eenmalig cateringmateriaal te gebruiken in de eigen werking en op door hen georganiseerde evenementen. Zij hebben alle faciliteiten om te blijven kiezen voor herbruikbare producten. Aangezien politiereglementen het gebruik van glas op evenementen niet toelaten omwille van de veiligheid, kan het introduceren van herbruikbare bekers uit harde plastics een oplossing bieden voor het serveren van de dranken. Maaltijden en hapjes kunnen, afhankelijk van het soort evenement, aangeboden worden in porselein of herbruikbare harde plastics. Het is de bedoeling dat overheden hiermee ervaring opbouwen, zodat het gebruik van herbruikbaar cateringmateriaal op termijn kan worden uitgebreid naar alle evenementen, ook deze georganiseerd door niet-overheden. De minister kan, op basis van artikel 5.3.12.3, nadere bepalingen voorzien die toelaten dat er voor specifieke types cateringmateriaal in bepaalde gevallen wordt afgeweken van bovenstaande verbodsbepalingen op voorwaarde dat kan worden gemotiveerd dat het betreffende verbod in het betreffende geval niet zou leiden tot milieuwinst. Artikel 67 voegt een nieuwe onderafdeling 5.3.13 toe met betrekking tot de voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen afvalzakken. Meer gescheiden inzameling voor recyclage betekent ook dat er moet gezorgd worden voor voldoende afzet van gerecycleerde materialen. Daarom wordt hier voorgesteld om het gebruik van afvalzakken uit niet gerecycleerde kunststof te verbieden. Er is een aanbod op de markt van afvalzakken die voor het grootste gedeelte uit gerecycleerd materiaal bestaan, ook voor doorschijnende zakken. Er zijn zelfs afvalzakken op de markt die voor 100% uit gerecycleerde materialen bestaan. Daarom wordt een verbod ingesteld op het gebruik van afvalzakken die niet voor 80% uit gerecycleerd materiaal bestaan vanaf 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2025 wordt alleen nog het gebruik toegestaan van afvalzakken uit 100% gerecycleerd materiaal. Op dit verbod worden een aantal uitzonderingen voorzien. Zo is er voldoende tijd voor de industrie om de nodige investeringen te doen en de nodige certificeringsmechanismen uit te werken. Artikel 68 voegt een nieuwe onderafdeling 5.3.14 toe met betrekking tot de voorwaarden voor het gebruik van stickers op groenten en fruit. Op groenten en fruit worden soms stickers aangebracht die rechtstreeks in contact staan met het fruit of de groente, bijv. om aan te duiden van welk merk of origine het betreffende fruit of groente komt. Deze stickers komen uiteindelijk vaak terecht in het gft-afval en verstoren het daaropvolgende composteringsproces. De stickers zelf zijn vaak niet of zeer traag afbreekbaar en ook de gebruikte lijmen geven aanleiding tot een vervuiling van de uiteindelijk bekomen compost. In dit artikel wordt het gebruik van deze stickers verboden, tenzij de informatie op de sticker functioneel of wettelijk verplicht is, of tenzij de stickers gecertificeerd als thuiscomposteerbaar zijn. De inwerkingtreding van dit verbod is voorzien op 1 januari 2021 zodat er voldoende tijd is waarbinnen de sector zich in regel kan stellen. In tussentijd zal er met de sector overlegd worden hoe dit verbod in de praktijk kan gerealiseerd worden. Artikel 69 vervangt de term "containerpark" door de term "recyclagepark" en voegt een uitzondering op het identificatieformulier toe in paragraaf 1 van artikel 6.1.1.2. Deze uitzondering is van toepassing op het afvaltransport uitgevoerd en geregeld door de afvalproducent om de eigen bedrijfsafval van de eigen exploitatiezetel af te voeren naar een vergund collectief inzamelpunt op het bedrijventerrein waar deze exploitatiezetel gevestigd is. Dit kadert in het verder stimuleren van de selectieve inzameling aan de bron bij de bedrijven. Vooral voor afvalstoffen die sporadisch of in kleine hoeveelheden geproduceerd worden is het organisatorisch en financieel niet altijd haalbaar om een ophaling op de eigen exploitatiezetel te voorzien. Door samenwerking van verschillende bedrijven gevestigd op hetzelfde bedrijventerrein kan hieraan tegemoet gekomen worden via het opzetten van een collectief inzamelpunt dat moet voldoen aan alle wettelijke bepalingen zoals opgenomen in het Omgevingsvergunningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten (verplichte omgevingsvergunning, naleven sectorale voorwaarden, ...). Via deze uitzondering wordt getracht om de administratieve last voor de bedrijven die gebruik maken van dergelijk vergund collectief inzamelpunt te verlichten. Artikel 70 wijzigt artikel 6.1.1.4. Deze aanpassingen komen er naar aanleiding van het nieuwe project `bron- en nasortering' en het daarin georganiseerde sectoroverleg. Zowel de laatste sorteeranalyse op bedrijfsrestafval als verschillende handhavingsacties hebben aangetoond dat er nog erg veel afval door inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van restafval wordt meegenomen dat eigenlijk onder de sorteerplicht voor bedrijven valt. Deze aanpassingen in artikel 6.1.1.4 van het VLAREMA vormen een deel van de beleidsinitiatieven die nodig zijn om hieraan te verhelpen. Enerzijds wordt de informatieplicht uitgebreid. Al te vaak blijkt dat inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars de informatieplicht naar de klant beperken tot het aanbieden van een contract met weliswaar een overzicht van alle afvalstromen die onder de sorteerplicht vallen, maar verder veel ondoorgrondelijke juridische bepalingen. Voor de klanten (de bedrijven die moeten sorteren) zijn deze contracten vaak onvoldoende om hun exacte sorteerverplichtingen te begrijpen. De aanpassing dat de inzamelaars informatie moeten geven "op maat van de individuele klant of minstens op maat van de sector" moet ervoor zorgen dat er meer ernstig met de informatieplicht wordt omgesprongen. Als afvalexpert hebben de inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars de verantwoordelijkheid om hun klanten te informeren over welke afvalstromen zeer waarschijnlijk vrijkomen in hun type bedrijf en via welke kanalen die afvalstoffen kunnen verwijderd worden. Het is de bedoeling dat de specifieke invulling van deze sectorspecifieke informatie nog verder praktisch uitgewerkt wordt in een werkgroep met daarin de sector van inzamelaars en de OVAM. Anderzijds wordt ook een visuele controle toegevoegd van de bedrijfsrestafvalcontainers. Uit de acties van afdeling Handhaving blijkt dat de containers al te vaak worden meegenomen door inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars zonder te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van afvalstoffen die onder de sorteerplicht vallen. Nochtans moet, vandaag reeds, volgens artikel 6.1.1.4 de inzamelaar van bedrijfsrestafval nagaan of het contract wel wordt nageleefd en de facto dus of er geen te sorteren afvalstoffen in het restafval zitten. Vandaag is een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar en -makelaar in principe mee verantwoordelijk wanneer er nog te sorteren afvalstoffen in het restafval zitten en het restafval wordt meegenomen en niet nagesorteerd. Aangezien deze bepalingen zéér streng en in de praktijk vaak moeilijk haalbaar zijn, wordt vanuit de sector gevraagd om duidelijker in de wetgeving aan te geven wat er precies verwacht wordt van de inzamelaars bij de acceptatie van bedrijfsrestafval. Dit wordt verduidelijkt door in artikel 6.1.1.4 toe te voegen dat er minstens een visuele controle wordt verwacht en dat er een duidelijke schriftelijke of digitale non-conformiteitsprocedure moet zijn waarbij de klant gewezen wordt op zijn sorteerfouten. Ook wordt concreet toegevoegd dat de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar en -makelaar containers mag weigeren van de klanten. Deze bijkomende bepalingen verduidelijken wat er precies verwacht wordt van de inzamelaars. Deze regels zijn ook van toepassing voor bedrijfsafvalstoffen die door de lokale overheden ingezameld worden. Artikel 71 wijzigt artikel 6.1.1.6 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 72 wijzigt het derde lid van artikel 6.1.3.1. De aanpassing houdt in dat een bijkomende actor wordt toegevoegd waarvoor het niet langer vereist is om te beschikken over een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. Het betreft een uitzondering voor het kringloopcentrum of het hergebruikcentrum voor EEA dat ingezamelde afgedankte EEA, die een visuele voorselectie op herbruikbaarheid hebben ondergaan, vervoert naar een hergebruikcentrum voor EEA, met het oog op de voorbereiding voor hergebruik. Deze actoren hebben reeds een rapporteringsverplichting voor (A)EEA, alsook de verplichting de gerapporteerde cijfers te laten verifiëren door een auditbureau geaccrediteerd volgens ISO17020. In deze audit wordt tevens nagegaan of de regels inzake hergebruik, vastgelegd in het ministerieel besluit betreffende de hergebruikscriteria, gerespecteerd worden. De verplichting tot registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor gevaarlijke afvalstoffen (AEEA worden beschouwd als gevaarlijk afval), inclusief de verplichting tot werken volgens een periodiek te keuren kwaliteitsborgingssysteem, is niet noodzakelijk. Artikel 73 wijzigt artikel 6.1.3.5 door de woorden "aangetekende brief" te vervangen door "beveiligde zending". Artikel 74 wijzigt artikel 6.2.2 door digitale communicatie mogelijk te maken bij het indienen van een kennisgevingsdossier bij de OVAM via het door de OVAM beschikbaar gestelde webloket. Artikel 75 vervangt artikel 6.2.3. Dit artikel lijst de verschillende mogelijkheden op voor het indienen van kennisgevingsdossiers bij de OVAM. Ofwel dient de kennisgever zijn kennisgevingsdossier in via de post (op papier) ofwel maakt hij gebruik van het ter beschikking gestelde webloket. Voor het digitaal doorsturen zijn er twee mogelijkheden voorzien: ofwel dient de kennisgever de bijlagen bij zijn kennisgevingsdossier in via het webloket en stuurt per post het originele kennisgevingsformulier en transportdocument, het originele contract tussen kennisgever en ontvanger en het bewijs van de bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering ofwel dient hij het volledige kennisgevingsdossier digitaal via het webloket in. Indien de kennisgever kiest voor het digitaal doorsturen van zijn kennisgevingsdossier of van de bijlagen ervan dan wordt het dossier volledig digitaal behandeld door de OVAM en verloopt de volledige communicatie met de OVAM via het webloket. Artikel 76 vervangt artikel 6.2.4. Dit artikel bepaalt de dossierkosten die door de kennisgever aan de OVAM betaald moeten worden per kennisgevingsdossier. De dossierkosten worden nu gekoppeld aan de wijze van indiening en ook aan de wijze waarop de transportmeldingen tijdens de looptijd van een goedgekeurde kennisgeving gebeuren. Om de kennisgevers zo veel mogelijk te stimuleren om de gegevens- en dossieruitwisseling digitaal te laten verlopen wordt de indiening van papieren dossiers ontmoedigt door deze manier van indienen duurder te maken dan het digitaal indienen van dossiers. Voor de uitvoerdossiers die door de kennisgevers bij de OVAM worden ingediend, wordt een dossierkost van 550 euro gevraagd indien het dossier op papier wordt ingediend, 400 euro als men het gehele kennisgevingsdossier of de bijlagen bij het kennisgevingsdocument digitaal indient. Dit betekent een prijsstijging van 400 euro naar 550 euro voor de op papier ingediende dossiers. Deze prijsstijging is te wijten aan twee factoren: - een indexering van de dossierkosten (stijging van ca. 8% sinds 2012); - de huidige inkomsten op basis van de huidige dossierkosten en de inschatting van deze inkomsten bij invoering van de voorgestelde tariferingswijze. De dossierkost voor invoerdossiers die door andere bevoegde autoriteiten naar de OVAM worden gestuurd, komt op hetzelfde niveau als de dossiers die op papier ingediend worden, en dit tenminste tot er op EU-niveau standaarden zijn uitgewerkt voor de gegevensuitwisseling van kennisgevingsdossiers tussen de bevoegde autoriteiten. Naast de differentiatie van de dossierkosten op basis van de manier van indienen van het kennisgevingsdossier wordt nog een extra korting van 200 euro per kennisgeving gegeven indien de kennisgever garandeert dat alle transportmeldingen digitaal gebeuren volgens Europees vastgestelde standaarden of zoals bepaald in een door de minister goedgekeurde standaardprocedure. Omdat de dossierkosten geïnd worden op het moment van de beslissing over het dossier zal de dossierkost op een volgend dossiers van dezelfde kennisgever met 200 euro verhoogd worden als blijkt dat niet alle transportmeldingen digitaal werden ingediend. Om de verwerking en opvolging van de betalingen bij de OVAM zo veel mogelijk digitaal te laten verlopen zullen geen betalingen van dossierkosten meer aanvaard worden zonder gestructureerde mededeling. De betalingen zonder gestructureerde mededeling zullen steeds worden teruggestort. Bij de indiening van een dossier dient de kennisgever met de betaling van de dossierkost te wachten op de betaalinformatie die hem door de OVAM ter beschikking wordt gesteld. Hij moet bij de betaling gebruik maken van de gestructureerde mededeling die opgenomen is in de betaalinformatie. Om de behandeling van dossiers niet te vertragen worden de dossiers reeds in behandeling genomen voor de dossierkosten betaald zijn. Indien er nog openstaande facturen van vorige dossiers zouden bestaan zal de OVAM bij een volgend dossier van dezelfde kennisgever geen correct verrichtverklaring of ontvangstbevestiging verlenen eer de openstaande facturen vereffend zijn. Momenteel worden de kennisgevings- en transportdocumenten voor uitvoer per e-mail besteld bij de OVAM. Dit vergt een manuele tussenkomst van de OVAM-medewerkers. Vanaf nu zullen de kennisgevingsdocumenten met uniek kennisgevingsnummer en de transportdocumenten enkel nog via het webloket kunnen besteld worden. Deze wijziging kadert in de verdere digitalisering van het kennisgevingsproces. Artikel 77 voegt artikel 6.2.6 tot 6.2.18 toe. Deze artikelen bepalen hoe inrichtingen vergund voor de nuttige toepassing van afvalstoffen gevestigd in het Vlaamse Gewest een aanvraag kunnen indienen om goedgekeurd te worden als "vooraf goedgekeurde inrichting" zoals bepaald in verordening 1013/2006 en hoe dergelijke aanvraag behandeld zal worden. De OVAM zal op haar website een lijst publiceren van alle vooraf goedgekeurde inrichtingen in Vlaanderen. Deze informatie zal ook gebruikt worden voor de rapportageplichten die in de verordening hierover worden opgelegd. De wijze van indiening van de aanvraag, evenals de inhoud worden vastgelegd. De inhoud van de aanvraag stemt overeen met de bepalingen hierover in de verordening. Bij de aanvraag dient het bedrijf een afschrift van de actuele milieuvergunning of omgevingsvergunning (incl. alle kleine wijzigingen t.o.v. de initiële vergunning) toe te voegen. Deze informatie zal niet langer opgevraagd worden wanneer centraal alle actuele milieu- of omgevingsvergunningen digitaal ter beschikking zijn via het omgevingsvergunningenregister. De indiening, de behandeling, de criteria waaraan de inrichting moet voldoen, evenals de wijze van verlening van de goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting verloopt volledig digitaal via het webloket dat de OVAM ter beschikking stelt op haar website. De aanvrager zal onmiddellijk na ontvangst van de aanvraag bij de OVAM een elektronische melding toegestuurd krijgen die de ontvangst van zijn aanvraag bevestigd. Na de ontvangst van de aanvraag via het webloket zal binnen 30 kalenderdagen de aanvragen de beslissing van de OVAM ontvangen. Indien tijdens de behandeling bijkomende informatie opgevraagd wordt, zal de behandeltermijn geschorst worden tot de werkdag nadat de bijkomende informatie ontvangen wordt. Indien de aanvrager binnen de 90 dagen geen bijkomende informatie bezorgt wordt de aanvraag als geweigerd beschouwd. Wanneer de OVAM beslist om de aanvraag goed te keuren zal dit via het webloket meegedeeld worden aan de aanvrager en de goedkeuring geldt voor een bepaalde periode, maar zal nooit langer zijn dan de geldigheidsduur van de omgevingsvergunning voor de exploitatiezetel waarop de aanvraag betrekking heeft. Wijziging van de gegevens of stopzetting van de activiteiten moeten gemeld worden via het webloket. Bij misbruik of overtreding van de goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting kan de OVAM de goedkeuring schorsen volgens de voorziene procedure. Artikel 78 wijzigt artikel 7.2.3.2. Dit artikel bevat bepalingen over de elektronische uitwisseling van gegevens uit de afvalstoffenregisters en de materialenregisters. Er wordt toegevoegd dat deze bepalingen over het elektronisch uitwisselen van gegevens uit deze registers eveneens van toepassing zijn op deze gegevensuitwisseling tussen de houder van het register en de toezichthouder. Dit verhoogt de handhaafbaarheid en de verwerking van de gegevens voor de toezichthouder. Artikel 79 voert een tekstcorrectie zonder inhoudelijke weerslag door in bijlage 2.3.4.C. Artikel 80 wijzigt in bijlage 3.4.6 de term "afgewerkte olie" door "afvalolie". Artikel 81 wijzigt artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten. De formulering van de bepaling wordt verduidelijkt zodat expliciet bepaalt is dat de afvalcategorieën voor dierlijke bijproducten ook moeten vermeld worden in de registratie als vervoerder van dierlijke bijproducten. De bestaande bepalingen in artikel 8 werden reeds op deze manier geïmplementeerd. Voor deze aanpassing zijn er dan ook geen overgangsbepalingen nodig. Artikel 82 bevat een overgangsbepaling voor de reeds afgesloten en lopende milieubeleidsovereenkomsten, evenals voor de reeds goedgekeurde individuele afvalpreventie- en afvalbeheersplannen. Deze milieubeleidsovereenkomsten blijven geldig tot het einde van hun duurtijd. Een gelijkaardige regeling wordt voorzien voor de reeds goedgekeurde afvalpreventie- en afvalbeheersplannen. Artikel 83 bevat een overgangsbepaling voor de vooraf goedgekeurde inrichtingen in het kader van Verordening 1013/2006 die voor de inwerkingtreding van dit besluit werden goedgekeurd door de OVAM. Deze vooraf goedgekeurde inrichtingen worden bij het van kracht worden van deze bepalingen automatisch opgenomen in het register van de vooraf goedgekeurde inrichtingen voor nuttige toepassing van afvalstoffen op de website van de OVAM. Artikel 84 bepaalt dat artikel 5, 5° uitwerking heeft sinds 1 januari 2019. Artikel 85 regelt de voorwaarden voor de automatische registratie van geregistreerde inzamelaars, handelaars of -makelaars en vervoerders voor dierlijke bijproducten categorie 3. Door de voorziene uitbreiding van de gft-fractie met keukenafval in artikel 5, 5° wordt gft vanaf 1 januari 2019 een dierlijk bijproduct met name "categorie 3-materiaal". Dit impliceert dat inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar (IHM) die momenteel een registratie hebben voor inzameling gft en vervoerder van afvalstoffen die gft-afval vervoert, een registratie moeten hebben als respectievelijk IHM dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal en een registratie als IHM dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal zoals voorzien in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten. Dit artikel bepaalt dat alle geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars van afvalstoffen voor de codes 20 01 08 of 20 02 01, van de OVAM automatisch een registratie krijgen als inzamelaars, handelaars of makelaars van dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal. Ook geregistreerde vervoerders van afvalstoffen (die ook beschikken over een registratie als IHM voor de codes 20 01 08 of 20 02 01), krijgen van de OVAM automatisch een registratie als vervoerder van dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal. Artikel 86 regelt de voorwaarden voor de van rechtswege registratie van gemeenten en verenigingen van gemeenten als inzamelaars, handelaars of makelaars en vervoerders van dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal. Door de voorziene uitbreiding van de gft-fractie met keukenafval in artikel 5, 5°, wordt gft vanaf 1 januari 2019 een dierlijk bijproduct "categorie 3-materiaal". Dit impliceert dat gemeenten of verenigingen van gemeenten die momenteel een registratie hebben voor de inzameling van gft-afval, een registratie moeten hebben als respectievelijk als IHM en/of vervoerder van dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal zoals voorzien in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten. Dit artikel bepaalt dat alle gemeenten en verenigingen van gemeenten die geregistreerd zijn als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van afvalstoffen voor de codes 20 01 08 of 20 02 01, van rechtswege een registratie krijgen als inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars van dierlijke bijproducten categorie 3-materiaal. Een analoge regeling wordt voorzien voor de gemeenten en vereniging van gemeenten met een registratie als vervoerder van afvalstoffen. Artikel 87 bepaalt dat artikel 2 in werking treedt op 1 juni 2020. Artikel 88 bepaalt dat artikel 38, 2°, en artikel 68 in werking treden op 1 januari 2021. Artikel 89 bepaalt dat artikel 46, 47 en 48 in werking treden op 1 januari 2020. Artikel 90 bepaalt dat artikel 70 in werking treedt 6 maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Artikel 91 bepaalt dat de artikelen 74 en 75 in werking treden op 1 oktober 2019. Artikel 92 bepaalt dat artikel 76 in werking treedt op 1 mei 2020. Dit artikel treedt later in werking dan de rest van de digitale dienstverlening omdat dit gekoppeld is aan de integratie van het OVAM boekhoudsysteem in ORAFIN. Artikel 93 bepaalt dat artikel 77 in werking treedt op 1 juli 2019. Artikel 94 behoeft geen toelichting. De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, K. VAN DEN HEUVEL 22 MAART 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 5.4.1, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten, artikel 10.3.4, § 6, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/12/2008 pub. 13/03/2009 numac 2009029108 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bevordering van de organisatie van de eerste graad en houdende diverse maatregelen inzake onderwijs type decreet prom. 12/12/2008 pub. 04/02/2009 numac 2009035086 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij type decreet prom. 12/12/2008 pub. 13/01/2009 numac 2008029672 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie sluiten, artikel 16.1.2, 1°, f), en artikel 16.4.27, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten; Gelet op het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/12/2011 pub. 28/02/2012 numac 2012035118 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, artikel 3, 9°, artikel 4/1, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2017, artikel 5, 6, § 2, artikel 7, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten, artikel 9, § 1, artikel 13, 13/1, ingevoegd bij het decreet van 28 februari 2014, artikel 14, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, artikel 21, 22, 26, tweede lid, artikel 32, 32/1, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2017, artikel 33, 39 en 40; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten0 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 16 juli 2018; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 8 oktober 2018; Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij, gegeven op 5 oktober 2018; Gelet op het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, gegeven op 4 oktober 2018; Gelet op advies 65.033/1 van de Raad van State, gegeven op 15 februari 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 9 augustus 2018, met toepassing van de richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij; Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van: 1° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;2° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne Art. 2.In artikel 5.2.1.2, § 5, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 en 27 november 2015, wordt tussen de woorden "visueel geïnspecteerd" en de woorden "De exploitant bevestigt" de zin "Bij vaststelling van non-conformiteiten moet de exploitant handelen volgens een interne non-conformiteitsprocedure." ingevoegd. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Art. 3.Bijlage VIII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten4, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen Art. 4.Aan artikel 1.1.1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/02/2012 pub. 23/05/2012 numac 2012035464 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden een punt 13° en 14° toegevoegd, die luiden als volgt: "13° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen; 14° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen.". Art. 5.In artikel 1.2.1, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013, 23 mei 2014, 23 september 2016 en 10 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° /1 worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie"; 2° punt 12° wordt vervangen door wat volgt: "12° bouwstof: materiaal dat, naargelang de toepassing en voor zover beschikbaar, voldoet aan bouwtechnische geharmoniseerde Europese normen of standaarden, standaardbestekken, voorschriften van de Vlaamse overheid, gestandaardiseerde bouwtechnische specificaties of andere bouwtechnische voorschriften;"; 3° in punt 18° wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";4° in punt 27° wordt de zinsnede "vermeld in 41° " telkens vervangen door de zinsnede "vermeld in 42° ";5° punt 30° wordt vervangen door wat volgt: "30° gft-afval: het keuken- en tuinafval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval en etensresten en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal;"; 6° in punt 34° wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";7° in punt 43° wordt de zinsnede "vermeld in 41° " telkens vervangen door de zinsnede "vermeld in 42° "; 8° er wordt een punt 44° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "44° /1 keukenafval en etensresten: alle voedselresten, met inbegrip van afgewerkte bak- en braadolie afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met inbegrip van centrale keukens en keukens van huishoudens;"; 9° er wordt een punt 61° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "61° /1 organisch-biologisch bedrijfsafval: het organisch-biologisch afval van bedrijven, met inbegrip van keukenafval en etensresten en levensmiddelenafval;"; 10° er wordt een punt 78° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "78° /1 sorteerzeefpuin: grove inerte puinfractie van een geregistreerde sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval bekomen na het afzeven op een zeef;"; 11° er wordt een punt 87° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "87° /1 Levensmiddelenafval: alle levensmiddelen als omschreven in artikel 2 van de Verordening (EG) nr.178/2002 van het Europees Parlement en de Raad die afvalstoffen zijn geworden. Levensmiddelen bestaan uit alle stoffen en producten, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om door de mens te worden geconsumeerd of waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door de mens worden geconsumeerd." 12° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 6.Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.11 en 5.3.12 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder: 1° cateringmateriaal: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren en drank, met uitsluiting van voorverpakte dranken of etenswaren;2° bereide voedingsmiddelen: voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid;3° plastic: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr.1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, en dat kan fungeren als structureel hoofdbestanddeel van draagtassen; 4° plastic draagtassen: van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten worden verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten; 5° lichte plastic draagtassen: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron en meer dan of gelijk aan 15 micron."; 13° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 7.Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.13 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder: 1° afvalzak: elke zak bestemd voor de verzameling en/of inzameling van afvalstoffen; 2° gehalte gerecycleerde kunststoffen: het gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in afvalzakken wordt bepaald als de verhouding van de massa gerecycleerde kunststoffen t.o.v. de totale massa kunststoffen in de geproduceerde afvalzakken, vermenigvuldigd met 100; 3° kunststoffen afvalzak: elke afvalzak waarbij een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr.1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, fungeert als structureel hoofdbestanddeel van de afvalzak.". Art. 6.In artikel 2.3.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 1° en 2°, worden de woorden "bijlage 2.3.2.A" telkens vervangen door "bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming"; 2° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt: "Om vast te stellen of asfaltgranulaat pak-houdend is, wordt de pak-spray-test gebruikt.Als de pak-spraytest een gele verkleuring vertoont, wordt het asfaltgranulaat geacht pak-houdend te zijn. Bij een onduidelijke verkleuring kan een bevestigingsproef met infraroodspectroscopie worden uitgevoerd. Het asfaltgranulaat wordt geacht pak-houdend te zijn als de infraroodspectroscopie duidelijke pieken vertoont voor pak. Pak-houdendheid mag kwalitatief getest worden met infraroodspectroscopie zonder voorafgaande pak-spray-test. Bij twijfel bepaalt een tegenproef met een chemische analyse op pak via GC-MS of de normen niet zijn overschreden. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten vermeldt de proefmethode en de conformiteitscontrole van de pak-spraytest."; Art. 7.In artikel 2.3.2.2, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten1 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten5, worden de woorden "uitgesorteerde puin" vervangen door het woord "sorteerzeefpuin". Art. 8.In artikel 2.4.2.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten1, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending". Art. 9.In artikel 2.4.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten5, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending". Art. 10.In artikel 3.1.1, eerste lid, 6°, van hetzelfde besluit worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie". Art. 11.In artikel 3.2.1.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, punt 1 wordt het woord "containerparken" vervangen door het woord "recyclageparken";2° in paragraaf 2, tweede lid, paragraaf 6 en paragraaf 8 wordt het woord "milieubeleidsovereenkomst" vervangen door het woord "aanvaardingsplichtconvenant" en worden de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan". Art. 12.In artikel 3.2.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: " § 1.De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten: 1° een individueel aanvaardingsplichtplan als vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3; 2° een aanvaardingsplichtconvenant als vermeld in paragraaf 2 en artikel 3.2.2.1/1"; 2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt: " § 1/1.De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan aan de aanvaardingsplicht voldoen door: 1° te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd individueel aanvaardingsplichtplan; 2° rechtstreeks of onrechtstreeks, via hun organisatie, door een toetredingsovereenkomst, aangesloten te zijn bij een beheersorganisme als vermeld in artikel 3.2.2.1, op voorwaarde dat het beheersorganisme voldoet aan de verplichtingen die het worden opgelegd in deze afdeling en in de aanvaardingsplichtconvenant."; 3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "De aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan";4° aan paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede ", voor ecodesign en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen" toegevoegd;5° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bevat het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "bevat de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan" en worden de woorden "een milieubeleidsovereenkomst kunnen" vervangen door de woorden "een aanvaardingsplichtconvenant kunnen". Art. 13.In artikel 3.2.1.3, § 1, tweede lid, 4°, van hetzelfde besluit worden de woorden "een milieubeleidsovereenkomst of in een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "een aanvaardingsplichtconvenant of in een individueel aanvaardingsplichtplan". Art. 14.In artikel 3.2.1.4, § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden "de milieubeleidsovereenkomst of in het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "de aanvaardingsplichtconvenant of in het individuele aanvaardingsplichtplan". Art. 15.In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten5, wordt het opschrift van onderafdeling 3.2.2 vervangen door wat volgt: "Onderafdeling 3.2.2. Collectieve invulling van de aanvaardingsplicht". Art. 16.Artikel 3.2.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 3.2.2.1. § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant kan gesloten worden onder de voorwaarde dat door de organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, een of meer beheersorganismen worden aangewezen die de aanvaardingsplicht van de bij hen aangesloten producenten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt op zich nemen. § 2. Een beheersorganisme voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° het beheersorganisme is opgericht conform de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;2° het beheersorganisme heeft als statutair doel het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor rekening van de aangesloten producenten;3° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten;4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;5° het beheersorganisme beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de aanvaardingsplicht te vervullen;6° het beheersorganisme bedient op homogene wijze het gehele grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de aanvaardingsplicht, gewaarborgd is. § 3. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een beheerplan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de aanvaardingsplichtconvenant zal uitvoeren. Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenant conform artikel 3.2.1.2, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM. § 4. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een financieel plan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant voor advies voor aan de OVAM. Het financieel plan omvat: 1° het budget;2° de berekening van eventuele bijdragen;3° het beleid rond provisies en reserves;4° de wijze van financiering van eventuele verliezen;5° de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden.De verantwoordelijkheid van het beheersorganisme is hierbij beperkt tot de producten die bij het op de markt brengen aangegeven werden bij het beheersorganisme. Als dit niet meer kan nagegaan worden, draagt het beheersorganisme een verantwoordelijkheid die overeenstemt met haar aandeel in de markt; 6° het beleggingsbeleid. In het budget, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt als apart onderdeel opgenomen in welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt bepaald welk aandeel van het budget daarvoor ter beschikking gesteld wordt. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het financieel plan voor het volgende kalenderjaar ter advies voor aan de OVAM. § 5. Als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert in het kader van een collectief systeem, gebeurt de toewijzing op basis van een lastenboek waarover een openbare bevraging wordt georganiseerd, en wordt de gunningsbeslissing gebaseerd op de in het lastenboek vastgelegde criteria. De lastenboeken moeten voor goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden. In de aanvaardingsplichtconvenant kan worden afgeweken van de plicht om de toewijzing op basis van een lastenboek te organiseren. De bepaling in het eerste lid geldt niet in geval van inzameling en/of verwerking in opdracht van individuele producenten of andere actoren op contractuele basis. § 6. De OVAM vervult namens het Vlaamse Gewest de rol van waarnemer in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd. § 7. Het beheersorganisme mag de

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.