← België

Koninklijk besluit betreffende het prudentiële toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt het prudentieel toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP's) en dient ter uitvoering van de wet van 27 oktober 2006 en de omzetting van een Europese Richtlijn. Het stelt regels vast voor de werking, het beheer en de solvabiliteit van deze instellingen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE (Deze tekst annuleert en vervangt de tekst gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 januari 2007, op bladzijde 2972 tot en met 2983.) 12 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit betreffende het prudentiële toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben voor te leggen aan Uwe Majesteit dient tot uitvoering van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Het is ook bedoeld om de omzetting te vervolledigen van de Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni betreffende de werkzaamheden van het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (hierna de richtlijn genoemd). Voorliggend besluit behelst de regels van prudentiële aard die op de IBP's van toepassing zullen zijn. Alhoewel het een nieuwe tekst is, herneemt hij een aantal bepalingen die nu in verschillende reglementaire teksten staan. In hoofdzaak gaat het over : - het koninklijk besluit van 22 november 1994 houdende uitvoering van artikel 40bis van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen met betrekking tot het bepalen van de voorwaarden waaraan de actuarissen moeten voldoen; - het koninklijk besluit van van 5 april 1995 betreffende de activiteiten van de pensioenkassen bedoeld in artikel 2, § 3, 4°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/07/2000 numac 2000011237 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 26/09/2000 numac 2000012370 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 08/09/2000 numac 2000012369 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de invoering van educatief verlof in de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/04/2001 numac 2000012372 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid, betreffende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/09/2000 numac 2000012376 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de organisatie van de arbeidsduurregeling van 39 uren per week type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000012373 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1 van 25 juni 1997, gesloten in uitvoering van het protocolakkoord van 14 mei 1997 - invoering van een nieuwe functieclassificatie en tot vaststelling van de minimumlonen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/10/2000 numac 2000012374 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, tot wijziging van de statuten van het "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid, Haven van Antwerpen" type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/09/2000 numac 2000012371 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1984, betreffende de vermindering van de arbeidsduur in de ondernemingen der marmergroeven en -zagerijen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011236 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 105 tot 113 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022431 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot goedkeuring van de statuten van het Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011234 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 19, 20, 28, 31, 34 en 74 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 23/06/2000 numac 2000007140 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van diverse koninklijke besluiten betreffende de medische geschiktheid van de militairen voor bepaalde functies en hun medisch geschiktheidsprofiel type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011235 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 198, 199, 207, 210, 214, 239, 240, 242, 249 en 251 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011233 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 29, 30, 49, 50, 51, 62, 65, 66, 67, 86, 215, 221, 227, 233, 234 en 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties sluiten betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen; - het koninklijk besluit van 25 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004011179 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake het beheer en de werking van voorzorgsinstellingen die werden opgericht door meerdere private ondernemingen of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst sluiten tot vaststelling van de nadere regels inzake het beheer en de werking van voorzorgsinstellingen die werden opgericht door meerdere private ondernemingen of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst. Voorliggend besluit is enkel van toepassing op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening van Belgisch recht voor hun activiteiten zowel in België als buiten België. De voornaamste bepalingen zijn de volgende. Werkings- en beheersregels (Hoofdstuk II, artikelen 4 tot 7) Dit hoofdstuk herneemt de regels van het koninklijk besluit van 25 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004011179 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake het beheer en de werking van voorzorgsinstellingen die werden opgericht door meerdere private ondernemingen of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst sluiten, het zogenaamde « KB meerdere werkgevers ». Het legt op dat de vertegenwoordigers van de bijdragende ondernemingen en de aangeslotenen de meerderheid vormen van de raad van bestuur van de IBP om te voorkomen dat deze zich zou omvormen tot een commerciële onderneming. Verder moeten de statuten of een overeenkomst tussen de IBP en de betrokken bijdragende ondernemingen verschillende regels bepalen die moeten toelaten het deel van elke onderneming in de IBP vast te stellen en verschillende mogelijke conflicten te beheersen die zouden kunnen ontstaan naar aanleiding van het beheer van de pensioenregelingen. Solvabiliteitsmarge (Hoofdstuk III, artikelen 8 tot 11) De bepalingen van het ontwep zijn voor de activiteiten van de vroegere voorzorgsinstellingen zonder veel wijzigingen overgenomen uit het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/07/2000 numac 2000011237 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 26/09/2000 numac 2000012370 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 08/09/2000 numac 2000012369 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de invoering van educatief verlof in de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/04/2001 numac 2000012372 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid, betreffende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/09/2000 numac 2000012376 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de organisatie van de arbeidsduurregeling van 39 uren per week type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000012373 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1 van 25 juni 1997, gesloten in uitvoering van het protocolakkoord van 14 mei 1997 - invoering van een nieuwe functieclassificatie en tot vaststelling van de minimumlonen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/10/2000 numac 2000012374 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, tot wijziging van de statuten van het "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid, Haven van Antwerpen" type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/09/2000 numac 2000012371 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1984, betreffende de vermindering van de arbeidsduur in de ondernemingen der marmergroeven en -zagerijen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011236 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 105 tot 113 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022431 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot goedkeuring van de statuten van het Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011234 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 19, 20, 28, 31, 34 en 74 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 23/06/2000 numac 2000007140 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van diverse koninklijke besluiten betreffende de medische geschiktheid van de militairen voor bepaalde functies en hun medisch geschiktheidsprofiel type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011235 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 198, 199, 207, 210, 214, 239, 240, 242, 249 en 251 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011233 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 29, 30, 49, 50, 51, 62, 65, 66, 67, 86, 215, 221, 227, 233, 234 en 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties sluiten. Voor de activiteiten van de vroegere pensioenkassen werd inspiratie gezocht in het koninklijk besluit van 5 april 1995 en in de bepalingen die op de verzekeringsondernemingen van toepassing zijn. De aandacht wordt erop gevestigd dat de solvabiliteitsmarge van IBP's met een resultaatsverbintenis niet langer gedefinieerd wordt door te verwijzen naar de bepalingen die van toepassing zijn voor de verzekeringsondernemingen maar rechtstreeks in dit besluit zijn ingeschreven (art. 11). In de praktijk zijn de vereisten gelijkaardig, met name voor wat betreft het absolute minimum van 3.200.000 euro. Technische voorzieningen (Hoofdstuk IV, artikelen 15 tot 19) In dit hoofdstuk worden de regels voor de technische voorzieningen in vergelijking met de voormelde besluiten van 5 april 1995 en 7 mei 2000 volledig herschreven om rekening te houden met de prudente toezichtsprincipes van de richtlijn. Hierbij staan eerder kwalitatieve dan kwantitatieve beperkingen centraal. Deze fundamentele wijziging van benadering zal niet zonder gevolgen blijven voor zowel de gecontroleerde instellingen als de toezichthouder. De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening zullen aan de toezichthouder moeten aantonen dat zij niet enkel formele regels respecteren maar ook dat zij kwalitatief aan de nieuwe normen voldoen. De aandacht dient er niettemin op gevestigd te worden dat de sociale en arbeidswetgeving bepaalde grenzen kan opleggen, in het bijzonder voor wat betreft de berekening van de minimale voorzieningen. Aldus zullen de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in België rekening moeten houden met de WAP en de WAPZ en hun uitvoeringsbesluiten voor de Belgische pensioenregelingen en met gelijkaardige bepalingen in de buitenlandse wetgeving voor de pensioenregelingen die aan een andere sociaal of arbeidsrecht dan het Belgische onderworpen zijn. Dekkingswaarden (Hoofdstuk V, artikelen 20 tot 41) Overeenkomstig de richtlijn en de wet moeten de beleggingen gebeuren met de nodige voorzichtigheid. Als gevolg van dat principe werd het merendeel van de kwantitatieve regels van het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/07/2000 numac 2000011237 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 26/09/2000 numac 2000012370 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 08/09/2000 numac 2000012369 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de invoering van educatief verlof in de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/04/2001 numac 2000012372 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid, betreffende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/09/2000 numac 2000012376 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de organisatie van de arbeidsduurregeling van 39 uren per week type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000012373 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1 van 25 juni 1997, gesloten in uitvoering van het protocolakkoord van 14 mei 1997 - invoering van een nieuwe functieclassificatie en tot vaststelling van de minimumlonen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/10/2000 numac 2000012374 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, tot wijziging van de statuten van het "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid, Haven van Antwerpen" type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/09/2000 numac 2000012371 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1984, betreffende de vermindering van de arbeidsduur in de ondernemingen der marmergroeven en -zagerijen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011236 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 105 tot 113 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022431 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot goedkeuring van de statuten van het Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011234 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 19, 20, 28, 31, 34 en 74 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 23/06/2000 numac 2000007140 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van diverse koninklijke besluiten betreffende de medische geschiktheid van de militairen voor bepaalde functies en hun medisch geschiktheidsprofiel type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011235 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 198, 199, 207, 210, 214, 239, 240, 242, 249 en 251 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011233 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 29, 30, 49, 50, 51, 62, 65, 66, 67, 86, 215, 221, 227, 233, 234 en 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties sluiten niet hernomen in voorliggend ontwerp, in tegenstelling tot regels betreffende andere materies (categorieën van activa, congruentie, waarderingsregels, spreiding...). Speciale aandacht werd besteed aan afgeleide producten waarvan het gebruik toegelaten is voorzover ze bijdragen aan een beter beheer of aan een vermindering van het risico. Aangewezen actuaris (Hoofdstuk VI, artikelen 42 tot 46) De bepalingen van dit hoofdstuk vinden hun bron in het koninklijk besluit van 22 november 1994 en de mededeling P. 31 van de Controledienst voor de Verzekeringen. Het spreekt voor zich dat de bepalingen van voorliggend besluit en die van dat van 22 november 1994 quasi identiek zijn. Deze tekst houdt rekening met de Bologna-hervorming voor het hoger onderwijs. In tegenstelling tot het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/07/2000 numac 2000011237 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 26/09/2000 numac 2000012370 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 08/09/2000 numac 2000012369 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de invoering van educatief verlof in de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/04/2001 numac 2000012372 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid, betreffende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/09/2000 numac 2000012376 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de organisatie van de arbeidsduurregeling van 39 uren per week type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000012373 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1 van 25 juni 1997, gesloten in uitvoering van het protocolakkoord van 14 mei 1997 - invoering van een nieuwe functieclassificatie en tot vaststelling van de minimumlonen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/10/2000 numac 2000012374 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, tot wijziging van de statuten van het "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid, Haven van Antwerpen" type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/09/2000 numac 2000012371 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1984, betreffende de vermindering van de arbeidsduur in de ondernemingen der marmergroeven en -zagerijen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011236 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 105 tot 113 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022431 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot goedkeuring van de statuten van het Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011234 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 19, 20, 28, 31, 34 en 74 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 23/06/2000 numac 2000007140 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van diverse koninklijke besluiten betreffende de medische geschiktheid van de militairen voor bepaalde functies en hun medisch geschiktheidsprofiel type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011235 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 198, 199, 207, 210, 214, 239, 240, 242, 249 en 251 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011233 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 29, 30, 49, 50, 51, 62, 65, 66, 67, 86, 215, 221, 227, 233, 234 en 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties sluiten wordt niet langer in een afzonderlijk hoofdstuk voor de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening met een resultaatsverbintenis voorzien. Dit aparte hoofdstuk had in hoofdzaak de bedoeling de reglementering voor de verzekeringsondernemingen op die voorzorgsinstellingen van toepassing te maken. De richtlijn vereist echter, in heel wat domeinen, zoals de technische voorzieningen en de beleggingsregels, specifieke regels. Daarom wordt nu in elk hoofdstuk telkens verduidelijkt welke regels van toepassing zijn op respectievelijk de instellingen die een resultaatsverbintenis aangaan en die welke een middelverbintenis aangaan. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Deze vermelding is opgelegd door artikel 22, § 1, van de richtlijn. Artikel 2 Dit artikel definieert enkele begrippen die gebruikt worden in het besluit. Die definities moeten worden toegevoegd aan de definities van artikel 2 van de wet waarnaar wordt verwezen onder meer voor wat betreft de begrippen Lidstaat en afzonderlijk vermogen. Artikel 3 Voorliggend besluit heeft enkel betrekking op de prudeniële aspecten van het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. In de logica van de wederzijdse erkenning van het toezicht op het niveau van de Europese Economische Ruimte, worden enkel de instellingen naar Belgisch recht bedoeld, of ze nu Belgische of buitenlandse pensioenregelingen beheren. Voorliggend besluit is niet van toepassing op instellingen die afkomstig zijn uit andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ook in het geval ze Belgische pensioenstelsels beheren. HOOFDSTUK II. - Werkings- en beheersregels Dit hoofdstuk bepaalt de werkings- en beheersregels, als bedoeld in artikel 79 van de wet, die de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening moet opnemen in haar statuten of in een met de bijdragende onderneming of bijdragende ondernemingen gesloten overeenkomst. Om een goede werking en een goed beheer van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening te verzekeren, wordt een minimaal kader opgelegd. Daarbij wordt aan de partijen de mogelijkheid gelaten om de inhoud van die regels zelf te bepalen. De partijen dienen dus voorafgaandelijk afspraken te maken over een aantal punten die essentieel worden geacht voor de goede werking en het goede beheer van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. In de meeste gevallen gaat het om de werkings- en beheersregels die waren opgenomen in het voornoemde koninklijk besluit van 25 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004011179 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake het beheer en de werking van voorzorgsinstellingen die werden opgericht door meerdere private ondernemingen of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst sluiten thans opgeheven bij voorliggend besluit. De regels van het koninklijk besluit van 25 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004011179 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake het beheer en de werking van voorzorgsinstellingen die werden opgericht door meerdere private ondernemingen of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst sluiten die nu in de wet zijn vermeld : verplichting om lid te zijn van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en samenstelling van de algemene vergadering (zie artikel 14 van de wet) zijn echter niet opgenomen in dit hoofdstuk. Wel werd het nodig geacht sommige van de bestaande beheersregels verder uit te werken en een aantal nieuwe beheersregels toe te voegen. Artikel 4 De bepalingen van dit hoofdstuk betreffen niet alle instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. De instellingen die enkel de activiteiten bedoeld in artikel 55, eerste lid, 2°, beheren, dwz de pensioenregelingen voor zelfstandigen, die nu beheerd worden door de pensioenkassen, zijn uitgesloten van het toepassingsgebied. Hoofdstuk II is dus van toepassing op de pensioenregelingen ten voordele van werknemers, in voorkomend geval de solidariteitsstelsels, bedoeld in artikel 74, § 1, 4° van de wet inbegrepen. Meer in het bijzonder zijn volgende activiteiten bedoeld : 1° het beheer van Belgische pensioenregelingen die bovenwettelijke voordelen inzake pensioen, overlijden, invaliditeit en arbeidsongeschiktheid opbouwen voor het personeel of de leiders van een onderneming (artikel 55, eerste lid, 1°, van de wet dat verwijst naar artikel 74, § 1, 1°, van de wet).2° het beheer van buitenlandse pensioenregelingen, gelijkaardig aan die vermeld onder 1° (artikel 55, eerste lid, 1°, van de wet);3° het beheer van solidariteitsstelsels bedoeld in artikelen 10 en 11 van de WAP (artikel 74, § 1, 4°, van de wet). Om volledig te zijn dient hieraan te worden toegevoegd dat omwille van de artikelen 134 tot 139 van de wet, dit artikel ook betrekking heeft op pensioenregelingen van bepaalde openbare besturen en overheidsbedrijven, het beheer van wettelijke pensioenen inbegrepen. De activiteiten van instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in het kader van pensioenregelingen voor zelfstandigen (artikel 55, eerste lid, 2°, van de wet) worden niet bedoeld, net zoals de instellingen die uitsluitend solidariteitsstelsels (artikel 3, § 2, 2°, van de wet) beheren. Doel van dit hoofdstuk is immers de minimale werkings- en beheersregels te bepalen die de verhoudingen moeten regelen tussen de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en de bijdragende onderneming. Onder deze laatste term moet worden verstaan de « inrichter » van de pensioenregeling, in de zin van artikel 3, § 1, 5°, van de WAP. In het geval van pensioenregelingen voor zelfstandigen bestaat er echter geen dergelijke « inrichter ». Instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die tegelijkertijd pensioenregelingen voor werknemers en pensioenregelingen voor zelfstandigen beheren, zijn dus maar onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk voor wat betreft de activiteiten die zij verrichten in het kader van pensioenregelingen voor werknemers. In tegenstelling tot de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004011179 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels inzake het beheer en de werking van voorzorgsinstellingen die werden opgericht door meerdere private ondernemingen of meerdere publiekrechtelijke rechtspersonen of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst sluiten, die enkel van toepassing waren op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die uit meerdere ondernemingen bestaan (de zogenaamde « multiondernemingenfondsen »), zijn de bepalingen van dit hoofdstuk ook van toepassing op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die een of meer pensioenregelingen beheren voor dezelfde werkgever (de zogenaamde « mono-ondernemingfondsen »). Zoals het besluit van 25 maart 2004 gelden de bepalingen van dit hoofdstuk ook voor de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die belast zijn met het beheer van één of meer sectoriële pensioenregelingen. Dit hoofdstuk regelt de verhouding tussen de inrichter en de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, maar enkel op het stuk van het beheer en de werking van die laatste. Noch de relatie tussen de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en de aangeslotenen bij de pensioenregeling, noch de relatie tussen de bijdragende ondernemingen en de aangeslotenen worden dus bedoeld. Artikel 5 Dit artikel sluit aan bij artikel 14, § 2, van de wet, dat bepaalt dat elke bijdragende onderneming lid moet zijn van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. De wetgever heeft willen zorgen dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening een emanatie blijft van die bijdragende ondernemingen en willen vermijden dat er een commerciële onderneming van wordt gemaakt, te vergelijken met een verzekeringsonderneming. De aangeslotenen en begunstigden of hun vertegenwoordigers kunnen eveneens lid zijn van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. In diezelfde geest vervolledigt dit artikel de wettelijke bepalingen voor wat de samenstelling van de raad van bestuur aangaat door het creëren van een nauwe band tussen dat orgaan en de bijdragende onderneming. Dit artikel bepaalt dat de meerderheid van de raad van bestuur van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening moet bestaan uit vertegenwoordigers van de bijdragende ondernemingen en vertegenwoordigers van de aangeslotenen. Dit betekent dat andere personen tot bestuurder kunnen worden benoemd, op voorwaarde dat ze in de minderheid blijven. Om volledig te zijn kan eraan worden herinnerd dat krachtens de artikelen 15 en 23 van de wet, rechtspersonen die zetelen in de algemene vergadering of de raad van bestuur, er vertegenwoordigers moeten aanduiden. De vertegenwoordigers van de aangeslotenen kunnen eveneens zetelen in de raad van bestuur in toepassing van artikel 4 van het ontwerp. Die regel moet in de statuten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening zijn opgenomen. Artikel 6 Dit artikel betreft de minimale beheersregels die elke instelling voor bedrijfspensioenvoorziening - of het nu om een mono-onderneming-, multiondernemingen-, monosectorieel of multisectorieel fonds gaat - moet vastleggen. Die regels moeten worden vastgesteld in de statuten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of in een overeenkomst tussen de instelling en één of meer bijdragende ondernemingen, lid van de instelling. De regels in kwestie moeten minstens de volgende hierna toegelichte punten bevatten : 1° Het beheer van de activa Hier worden de regels bedoeld die de vorm van het beheer van de activa bepalen. De instelling voor bedrijfspensioenvoorziening heeft de keuze tussen een globaal beheer (op het niveau van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening) en een gesplitst beheer (per bijdragende onderneming, per pensioenregeling, per afzonderlijk vermogen...). 2° Toerekening aan de afzonderlijk vermogens Het begrip afzonderlijk vermogen wordt gedefinieerd in artikel 2, eerste lid, 15°, van de wet, terwijl de verplichtingen aangaande hun instelling het voorwerp uitmaken van artikel 80 van de wet.Er kan in het bijzonder herinnerd worden aan de regel van artikel 80, § 3, van de wet, die oplegt dat elke verbintenis of verrichting ten aanzien van de tegenpartij op niet mis te verstane wijze wordt toegerekend aan een of meerdere afzonderlijke vermogens. Het punt 2° van artikel 6 vraagt dat de toerekeningsregels zouden beschreven worden in de statuten of de overeenkomst bedoeld in artikel 79 van de wet. Het spreekt voor zich dat wanneer een verrichting uitsluitend betrekking heeft op één van de afzonderlijke vermogens (b.v. het honorarium van de advocaat die het pensioenreglement van de pensioenregeling waarop het bedoelde afzonderlijk vermogen betrekking heeft), deze regel geen problemen stelt. Wanneer daarentegen de verrichting betrekking heeft op meerdere afzonderlijke vermogens (b.v. het ereloon van een erkend commissaris), zal de instelling in een regel moeten voorzien die toelaat die kosten te verdelen onder de betrokken afzonderlijke vermogens. Aan de instellingen wordt hier de grootste vrijheid geboden. 3° Financieringsverzuim Er wordt gevraagd de procedure en de maatregelen te bepalen die toegepast worden wanneer een bijdragende onderneming de bijdragen ter financiering van haar verbintenissen verzuimt te betalen. Er kan bijvoorbeeld een procedure van ingebrekestelling worden ingesteld, er kunnen nalatigheidsinteresten worden aangerekend... In het geval van « multiondernemingen » instellingen is het ook aangewezen te bepalen of de lasten van de in gebreke blijvende onderneming verdeeld worden onder de andere ondernemingen, leden van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening of dat enkel de pensioenregeling van de in gebreke blijvende onderneming de gevolgen van het tekort draagt. De regels waarvan sprake hebben enkel betrekking op de relatie tussen de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en de bijdragende onderneming(en). De bepalingen m.b.t. de aangeslotenen en de begunstigden bevinden zich in de sociale wetgeving en reglementering. 4° Terugtrekking van een bijdragende onderneming Hier worden de regels bedoeld die moeten worden gevolgd wanneer een bijdragende onderneming de uitvoering van haar pensioenregeling(en) of van een deel ervan niet langer aan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening toevertrouwt. In dit verband dient eraan herinnerd te worden dat artikel 14, § 2, van de wet bepaalt dat de bijdragende onderneming lid moet zijn van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening zolang zij belast is met het beheer van één van haar pensioenregelingen. De bijdragende onderneming kan voor de toekomst van financieringsinstrument veranderen maar het beheer van haar pensioenregeling voor het verleden aan de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening blijven overlaten. In dat geval, in toepassing van het voornoemde artikel 14, § 2, moet de onderneming lid van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening blijven maar er kan worden voorzien in een verlaging van de beheerskosten. De bijdragende onderneming kan ook van financieringsinstrument veranderen voor het verleden en de reserves overdragen naar een andere financieringsinstrument. In dat geval moet gepreciseerd worden of er een vergoeding is verschuldigd voor de kosten van desinvestering van de dekkingswaarden, of er boetes worden opgelegd en hoe die vergoeding en die boetes worden berekend. In dit verband dient eraan herinnerd te worden dat hoofdstuk VI van de WAP bepaalt dat geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen ten laste mag worden gelegd van de aangeslotenen, of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken. Daarenboven dienen de in dat hoofdstuk voorschreven inspraakprocedures te worden gevolgd. 5° Betwistingen over de werkings- en beheersregels Om te vermijden dat het beheer van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt lamgelegd, moet een procedure worden vastgesteld voor het geval er zich een geschil voordoet over de toepassing of de interpretatie van de beheersregels. De regels moeten met de nodige precisie worden beschreven om te vermijden dat ze zelf op het moment van hun toepassing het voorwerp van betwisting zouden uitmaken. Indien er b.v. in arbitrage wordt voorzien, moeten de wijze van benoeming van de arbiters, de termijnen, de beroepsmogelijkheden, enz. worden beschreven. 6° De wijziging of de opzegging van de beheersovereenkomst Wanneer de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening een overeenkomst heeft gesloten met de bijdragende onderneming of bijdragende ondernemingen, moet die overeenkomst vermelden welke procedure van toepassing is voor de wijziging ervan (bevoegd orgaan, na te leven formaliteiten, quorum... ). In het geval die regels in de statuten staan, volstaat een eenvoudige verwijzing ernaar. Nogmaals, om betwistingen te vermijden is het aan te bevelen dat die procedure zou nauwkeurig mogelijk wordt beschreven. Artikel 7 Dit artikel betreft de beheersregels die de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die uit verschillende bijdragende ondernemingen bestaan, moeten vaststellen naast de beheersregels die zijn opgesomd in artikel 6. Die regels moeten worden opgenomen in de statuten van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of in een overeenkomst tussen de instelling en de bijdragende ondernemingen die lid zijn van de instelling of er lid van zullen worden. De regels waarvan sprake moeten minstens de hierna opgesomde en toegelichte punten beogen. 1° De omvang van de solidariteit tussen de bijdragende ondernemingen De statuten of de overeenkomst moeten vermelden of er al dan niet solidariteit is tussen de bijdragende ondernemingen, en indien wel, de omvang ervan. Hiermee wordt de solidariteit bedoeld in de zin van de artikelen 1200 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, en niet de solidariteit bedoeld in hoofdstuk IX van de WAP. Die solidariteit heeft enkel betrekking op de bijdragende ondernemingen in hun relatie met de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, voor wat betreft onder andere de financiering van de pensioenregelingen en de verdeling van de kosten, van welke aard ook. Ze heeft geen betrekking op de relatie tussen enerzijds de aangeslotenen en de begunstigden en anderzijds de instelling of de bijdragende ondernemingen. Indien er solidariteit is, dient uitdrukkelijk te worden vermeld in welke gevallen die solidariteit speelt (bijvoorbeeld wanneer een bijdragende onderneming verzuimt haar verbintenissen te financieren), op welk niveau zij speelt (bijvoorbeeld voor de solvabiliteitsmarge), en, in voorkomend geval, binnen welke grenzen zij speelt (bijvoorbeeld ten belope van een bepaald bedrag). Wanneer noch de statuten noch de beheersovereenkomst regels bevatten die de solidariteit tussen de bijdragende ondernemingen uitsluiten of beperken, mag men er volgens artikel 7, tweede lid, van uitgaan dat de solidariteit ten volle speelt. 2° Het deel van elke bijdragende onderneming in de IBP De regels die toelaten op elk ogenblik het deel van elke bijdragende onderneming in de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening te bepalen, moeten worden vastgesteld. Indien er een regel wordt vastgesteld die inhoudt dat de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening een beroep doet op de diensten van de aangewezen actuaris om het deel van elke bijdragende onderneming te bepalen, moeten de door de actuaris toe te passen regels op voorhand zijn vastgelegd in de statuten of in een overeenkomst. Het is noodzakelijk dat het deel van elke bijdragende onderneming in de gevormde voorzieningen en in de eventuele surplussen kan worden berekend. Dit houdt geen individualisering van de dekkingswaarden zelf in, zelfs al kan daarin worden voorzien. Overigens moet er bij het vaststellen van die regels rekening worden gehouden met het eventuele bestaan van een solvabiliteitsmarge (zie Hoofdstuk III). De beheersregels moeten zo zijn opgesteld dat ze garanderen dat de solvabiliteitsmarge op elk moment samengesteld is of blijft met naleving van de prudentiële regels terzake. 3° De verdeling van de beheers- en werkingskosten Er wordt gevraagd de regels vast te leggen voor de verdeling van de beheerskosten en de werkingskosten onder de verschillende bijdragende ondernemingen die lid zijn van de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening. Hiermee worden onder meer bedoeld de kosten voor de oprichting van het organisme voor de financiering van pensioenen, de kosten voor het beheer van de activa, het ereloon van de actuaris en de bezoldiging van de erkende commissaris. In het geval van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die belast is met het beheer van multisectoriële pensioenregelingen, kunnen de beheers- en werkingskosten worden verdeeld onder de werkgevers of op een andere wijze worden betaald, bijvoorbeeld via een fonds voor bestaanszekerheid. HOOFDSTUK III. - Solvabiliteitsmarge Dit hoofdstuk bepaalt, in uitvoering van artikel 87 en 88 van de wet, de wijze van berekening van de solvabiliteitsmarge van de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Om na te gaan of een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening voldoet aan de wettelijke en reglementaire vereisten inzake solvabiliteitsmarge moet er een dubbele controle worden uitgevoerd. Eerst dient de marge berekend te worden waarover de instelling moet beschikken. Met deze eerste controle wordt een theoretisch bedrag bekomen, « de samen te stellen solvabiliteitsmarge » genaamd, en die afhankelijk is van het type van activiteiten, die de instelling uitoefent. Dit maakt het voorwerp uit van de de eerste afdeling van dit hoofdstuk. In een tweede fase dient nagekeken te worden of de instelling wel degelijk beschikt over wat « de samengestelde marge » wordt genoemd,d.w.z. over een bedrag dat minstens gelijk is aan datgene dat werd berekend tijdens de eerste controle. Dit is het voorwerp van Afdeling II van dit hoofdstuk. Voor de instellingen met een resultaatsverbintenis wordt ook het absoluut minimum bepaald. Afdeling I. - Samen te stellen solvabiliteitsmarge door de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die middelverbintenissen aangaan Deze Afdeling maakt, overeenkomstig de wet, een onderscheid tussen de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die pensioenstelsels beheren zoals bedoeld in artikel 55, eerste lid, respectievelijk 1° en 2° van de wet. Voor wat de activiteiten bedoeld in artikel 55, eerste lid, 1°, van de wet aangaat, te weten de activiteiten van de huidige voorzorgsinstellingen of pensioenfondsen, moeten de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die een middelverbintenis aangaan, enkel voor de risico's overlijden, invaliditeit en arbeidsongeschiktheid een solvabiliteitsmarge samenstellen. Die bepalingen bevinden zich in artikel 9. Voor wat de activiteiten bedoeld in artikel 55, eerste lid, 2°, van de wet aangaat, te weten de activiteiten van de huidige pensioenkassen, moeten de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die een middelverbintenis aangaan, een solvabiliteitsmarge voor het geheel van hun activiteiten samenstellen. Die bepalingen bevinden zich in artikelen 10 en 11. Artikel 8 Wanneer een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening tegelijk activiteiten van de huidige voorzorgsinstellingen en van de huidige pensioenkassen uitoefenen, is haar solvabiliteitsmarge gelijk aan de som van de bedragen die voortvloeien uit de gezamenlijke toepassing van de artikelen 9 tot 11. Artikel 9 Dit artikel bepaalt de berekening van de samen te stellen solvabiliteitsmarge door de instellingen die middelverbintenissen aangaan voor wat de pensioenregelingen als bedoeld in artikel 55, eerste lid 1°, van de wet betreft. Deze berekening ondergaat slechts kleine aanpassingen in vergelijking met de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/07/2000 numac 2000011237 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de private voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 26/09/2000 numac 2000012370 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 08/09/2000 numac 2000012369 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de invoering van educatief verlof in de verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 06/04/2001 numac 2000012372 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid, betreffende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/09/2000 numac 2000012376 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de organisatie van de arbeidsduurregeling van 39 uren per week type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000012373 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1998, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 1 van 25 juni 1997, gesloten in uitvoering van het protocolakkoord van 14 mei 1997 - invoering van een nieuwe functieclassificatie en tot vaststelling van de minimumlonen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 05/10/2000 numac 2000012374 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, tot wijziging van de statuten van het "Compensatiefonds voor bestaanszekerheid, Haven van Antwerpen" type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/09/2000 numac 2000012371 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op het gehele grondgebied van het Rijk, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1984, betreffende de vermindering van de arbeidsduur in de ondernemingen der marmergroeven en -zagerijen type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011236 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 105 tot 113 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 29/08/2000 numac 2000022431 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot goedkeuring van de statuten van het Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011234 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 19, 20, 28, 31, 34 en 74 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 23/06/2000 numac 2000007140 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van diverse koninklijke besluiten betreffende de medische geschiktheid van de militairen voor bepaalde functies en hun medisch geschiktheidsprofiel type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011235 bron ministerie van economische zaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 198, 199, 207, 210, 214, 239, 240, 242, 249 en 251 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 24/06/2000 numac 2000011233 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 29, 30, 49, 50, 51, 62, 65, 66, 67, 86, 215, 221, 227, 233, 234 en 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties sluiten betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen. Voor de activiteiten bedoeld in dit artikel wordt de berekening van de samen te stellen solvabiliteitsmarge in vier bewerkingen onderverdeeld, die het voorwerp van de eerste paragraaf uitmaken. De eerste bewerking bestaat erin dat de som van drie elementen wordt gemaakt. a) Het eerste element wordt bekomen door het hoogste onder de risico-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidskapitalen van alle aangeslotenen, beperkt tot 30.000 euro, te vermenigvuldigigen met tien. In vergelijking met de huidige reglementering werd het hierboven bedoelde bedrag van 25.000 op 30.000 euro gebracht. Het bedrag was immers ongewijzigd gebleven sinds de invoering van het toezicht op de voorzorgsinstellingen in 1986. b) Het tweede element is de som van de vijf hoogste kapitalen onder de risico- en invaliditeits- en de arbeidsongeschiktheidskapitalen.In vergelijking met de huidige reglementering wordt verduidelijkt dat voor eenzelfde aangeslotene het hoogste onder zijn risico-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidskapitaal in aanmerking wordt genomen. Deze werkwijze, die nu ook al werd aanvaard, steunt op het feit dat een aangeslotene zich slechts in één van de vermelde toestanden kan bevinden. Het volstaat dan ook het hoogste kapitaal te nemen. c) Voor het berekenen van het derde element neemt men eerst, voor elke aangeslotene afzonderlijk, het hoogste onder het risico-, het arbeidsongeschiktheids- en het invaliditeitskapitaal.Vervolgens maakt men de som van het hoogste kapitaal van elke aangeslotene en vermenigvuldigt men die som met 0,001 (één per duizend). Het resultaat van de tweede bewerking wordt op dezelfde wijze bekomen als onder punt c) van de eerste bewerking maar zonder de vermenigvuldiging. Bij de derde bewerking neemt men het klei …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.