Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit regelt de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in specifieke sectoren, zoals water, energie, vervoer en postdiensten, met als doel de Europese richtlijnen om te zetten en de regels te harmoniseren en te vereenvoudigen.
Wat het reguleert
- De algemene bepalingen, definities en het toepassingsgebied van overheidsopdrachten in de speciale sectoren.
- De raming van het opdrachtbedrag en de regels voor bekendmaking, zowel Europees als Belgisch.
- De prijsvaststelling, prijsbestanddelen, en de verbetering van fouten en nazicht van prijzen of kosten.
- De procedures voor het indienen van aanvragen tot deelneming en offertes, en de keuze van deelnemers.
Wie het aangaat
- Overheidsbedrijven en personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten in de speciale sectoren.
- Aanbestedende overheden die opdrachten plaatsen in de speciale sectoren.
Kernpunten
- Het besluit harmoniseert en vereenvoudigt de plaatsingsregels voor zowel "publieke speciale sectoren" als "private speciale sectoren".
- Onderhandelingen zijn mogelijk in elke procedure die dit toelaat.
- De onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging kan gebruikt worden wanneer de uitgave lager is dan 418.000 euro.
- Er wordt een onderscheid gemaakt in de toepassing van uitsluitingsgronden en het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) afhankelijk van of de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is of niet.
Wettekst
LAG AAN DE KONING Sire, Inhoudsopgave Titel 1 - Algemene bepalingen Hoofdstuk 1 - Definities, belasting over de toegevoegde waarde
toepassingsgebied Afdeling 1 - Inleidende bepaling Art. 1 Afdeling 2 - Definities Art. 2 Afdeling 3 - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 3 Afdeling 4 - Toepassingsgebied Art. 4
5 Hoofdstuk 2
6
7 Hoofdstuk 3
8 tot 10 Afdeling 2 - Europese drempels Art. 11
12 Afdeling 3
13 Onderafdeling 1 - Algemene regels Art. 14 tot 20 Onderafdeling 2 - Sociale
andere specifieke diensten Art. 21
22 Afdeling 4
23 Onderafdeling 1 - Algemene regels Art. 23 tot 30 Onderafdeling 2 - Sociale
andere specifieke diensten Art. 31
32 Hoofdstuk 4
- Prijsvaststelling
prijsbestanddelen Art. 33 tot 40 Hoofdstuk 5 - Verbetering van fouten
nazicht van prijzen of kosten Art. 41 tot 45 Hoofdstuk 6 - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)
de impliciete verklaring op erewoord Art. 46 tot 48 Hoofdstuk 7 - Regels van toepassing op de handtekeningen
op de communicatiemiddelen Art. 49 tot 55 Hoofdstuk 8 - Opties Art. 56 Hoofdstuk 9 - Percelen Art. 57
58 Hoofdstuk 10
- Indiening van de aanvragen tot deelneming
offertes Afdeling 1 - Uitnodiging van de geselecteerde kandidaten tot indiening van een offerte Art. 59 Afdeling 2 - Indieningsmodaliteiten voor de aanvragen tot deelneming
offertes Art. 60 tot 62 Afdeling 3 - Indiening
verdaging Art. 63 Afdeling 4 - Verbintenistermijn Art. 64 Hoofdstuk 11 - Keuze van de deelnemers Afdeling 1 - Algemene bepalingen Art. 65
66 Afdeling 2
67 tot 69 Afdeling 3 - Selectiecriteria, beroep op onderaannemers
op andere
titeiten Art. 70 tot 73 Hoofdstuk 12 - Regelmatigheid van de offertes Art. 74 Titel 2 - Gunning bij openbare of niet-openbare procedure Hoofdstuk 1 - Vorm
inhoud van de offerte Art. 75
76 Hoofdstuk 2
- Samenvattende opmeting
inventaris Art. 77 Hoofdstuk 3 - Interpretatie, fouten
leemten Art. 78 tot 80 Hoofdstuk 4 - Indiening
opening Art. 81 tot 83 Hoofdstuk 5 - Verbetering van de offertes Art. 84 Hoofdstuk 6 - Gunning van de opdracht Art. 85 Hoofdstuk 7 - Sluiting van de opdracht Art. 86
87 Titel 3
- Gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging
bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging Hoofdstuk 1 - Specifieke drempels Art. 88 Hoofdstuk 2 - Verloop
sluiting van de opdracht Art. 89 tot 92 Titel 4 - Gunning bij concurrentiegerichte dialoog Art. 93 tot 96 Titel 5 - Specifieke
aanvullende opdrachten
procedures Hoofdstuk 1 - Dynamisch aankoopsysteem Art. 97 tot 101 Hoofdstuk 2 - Elektronische veiling Art. 102 tot 107 Hoofdstuk 3 - Elektronische catalogi Art. 108 tot 112 Hoofdstuk 4 - Prijsvragen Afdeling 1 - Toepassingsvoorwaarden
jury Art. 113 tot 116 Afdeling 2 - Raming
bekendmaking Art. 117 tot 119 Titel 6 - Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsvragen Art. 120 Titel 7 - Overheidsopdrachten van beperkte waarde Art. 121 Titel 8 - Overheidsopdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure Art. 122 Titel 9 - Eind-, opheffings-, overgangs-
inwerkingtredingsbepalingen Vraag tot toegang tot Telemarc Art. 123 Opheffingsbepalingen Art. 124 Overgangsbepalingen Art. 125 tot 128 Inwerkingtredingsbepalingen Art. 129 tot 131 Slotbepaling Art. 132 De wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten inzake overheidsopdrachten (hierna "de wet" genaamd) is erop gericht de bepalingen van de richtlijnen 2014/24/EU
2014/25/EU van het Europees Parlement
de Raad van 26 februari 2014 om te zetten naar Belgisch recht. Het onderhavig ontwerp van koninklijk besluit is gericht op de uitvoering van titel 3 van de voormelde wet
vormt een wijziging
samenvoeging van twee koninklijke besluiten, te weten : - het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012 (waarnaar doorgaans verwezen wordt als zijnde de "publieke speciale sectoren");
- het koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/06/2013 pub. 27/06/2013 numac 2013021067 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten sluiten betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten (waarnaar doorgaans verwezen wordt als zijnde de "private speciale sectoren"). De in beide voormelde besluiten voorziene plaatsingsregels worden geharmoniseerd. Een aantal bepalingen die reeds voorzien waren in het koninklijk besluit van 16 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/07/2012 pub. 11/02/2013 numac 2012021060 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren sluiten werden dan ook veralgemeend naar de private speciale sectoren. Deze nieuwe aanpak is ingegeven vanuit een streven naar eenvormigheid
vereenvoudiging. Hieruit volgt dat nog slechts één stelsel aan regels zal toegepast worden, behoudens uitzondering. Zoals het geval is in de nieuwe wetten inzake overheidsopdrachten
betreffende de concessieovereenkomsten, werd de nieuwe Europese terminologie wat de benamingen van de procedures betreft overgenomen in het onderhavige ontwerp. De bepalingen die eigen zijn aan richtlijn 2014/25/EU niet te na gelaten, is het onderhavig ontwerp in belangrijke mate geïnspireerd op het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Echter werd voorzien in versoepelingen
wel via de volgende twee wijzen : 1) een aantal bepalingen van het koninklijk besluit "klassieke sectoren" werden niet overgenomen. Het betreft voornamelijk : - de bepaling omtrent belangenconflicten - draaideurconstructie (waarbij er evenwel op gewezen moet worden dat artikel 6 van de wet van toepassing blijft). Een dergelijke bepaling zou inderdaad te streng zijn voor de arbeidsmobiliteit in de betreffende sectoren, met name voor de overheidsbedrijven
de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten; - de bepalingen omtrent de inschrijver-natuurlijke persoon die in de loop van de plaatsingsprocedure zijn beroepsactiviteit onderbrengt in een rechtspersoon; - sommige van de voorwaarden die van toepassing zijn voor het "vervroegd" nazicht van de offertes in de openbare procedure of in de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (meer bepaald nog vóór de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld), werden niet overgenomen (verplicht voorafgaand nazicht van de fiscale/sociale schulden
verplicht voorafgaandelijk nazicht, in voorkomend geval, van de corrigerende maatregelen); 2) de werking van een aantal andere bepalingen, hoewel hernomen in het onderhavige ontwerp, werd verzacht ingevolge de toevoeging van de woorden "behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten".Het betreft voornamelijk de artikelen 70 (selectiecriteria), 76 (vermeldingen in de offerte)
82 (opening van de offertes bij de openbare of de niet-openbare procedures). Zelfs al is dit een evidentie, toch wordt de aandacht gevestigd op het feit dat er onderhandelingen kunnen gevoerd worden in elke procedure die onderhandelingen toelaat. Er wordt aan herinnerd dat geen
kele drempel werd voorzien wat het gebruik zonder verdere voorwaarden betreft van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, aangezien deze procedure geen uitzonderingsprocedure is, in tegenstelling tot hetgeen het geval is voor de mededingingsprocedure met onderhandeling in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. In het ontwerp is daarnaast voorzien, wat het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging betreft, dat de aanbestedende
titeit gebruik kan maken van deze procedure wanneer de goed te keuren uitgave lager ligt dan een bedrag van (op heden) 418.000 euro. Dit is een verhoging ten opzichte van de thans in de publieke speciale sectoren normaliter van toepassing zijnde drempel van 170.000 euro (voor bepaalde diensten geldt nu evenwel al een drempel van 418.000 euro; zie artikel 104, § 1, 1°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012). Er moet eveneens worden herinnerd aan het feit dat in het onderhavige ontwerp nog steeds een onderscheid wordt gemaakt tussen de publieke
private speciale sectoren, ondanks de eenmaking van de stelsels. Inderdaad wijkt het ontwerp af van de regel dat slechts één stelsel van toepassing is, daar waar gesteld is dat het ontwerp niet van toepassing is op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking geplaatst door : - overheidsbedrijven voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, - personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten, of door - aanbestedende overheden voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit. Omtrent de volgende bepalingen is nadere toelichting vereist : - fraudegevoelige sectoren : Het ontwerp omvat specifieke bepalingen omtrent het nazicht van de prijzen/kosten (berekening van het gemiddelde) voor de overheidsopdrachten van diensten in de voormelde sectoren. Het gaat om de opdrachten van diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. De volgende link laat toe om de betreffende uitvoeringsbesluiten van de voormelde wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten te vinden (tab "uitvoeringen") : http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/index.reflex?page= articles&c=detail_get&d=detail&docid=426015&tab=&lang=nl - Gebruik van de uitsluitingsgronden
de selectiecriteria (de artikelen 67, 68
70 van het besluit) In artikel 151 van de wet wordt een verschil ingevoerd al naargelang het type aanbestedende
titeit. Wanneer de aanbestedende
titeit een aanbestedende overheid is, dan moet zij de in de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden hernemen. Het is anders gesteld wanneer de aanbestedende
titeit geen aanbestedende overheid is. In dat laatste geval kan zij alle of een deel van de voormelde uitsluitingsgronden hernemen
betreft het dus slechts een mogelijkheid. Er wordt op gewezen dat niets verhindert dat rekening wordt behouden met de corrigerende maatregelen. Daarnaast mogen ook selectiecriteria worden ingesteld, onafhankelijk van het feit of de aanbestedende
titeit al dan niet een aanbestedende overheid is. De uitsluitingsgronden die, afhankelijk van het geval, kunnen of moeten gebruikt worden door de aanbestedende
titeiten, zijn mutatis mutandis dezelfde als deze die voorzien zijn in het koninklijk besluit "klassieke sectoren". Vandaar dan ook dat verwezen wordt naar het verslag aan de Koning bij dit laatste besluit voor nadere toelichting. Wat de selectiecriteria betreft verduidelijkt artikel 70 dat, behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, de artikelen 65 tot 69
72 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 van toepassing zijn. - Uniform Europees Aanbestedingsdocument (afgekort het UEA; artikel 46 van het besluit) Artikel 46 van het ontwerp voert een onderscheid in al naar gelang het een overheidsopdracht betreft die wordt geplaats door een aanbestedende overheid of door een aanbestedende
titeit die geen aanbestedende overheid is. Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende
titeit die een aanbestedende overheid is, dan moeten de kandidaten of inschrijvers het UEA voorleggen. Er is inderdaad geen tegenspraak aangezien de voormelde aanbestedende overheid de in de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden moet hernemen (zie supra). Wanneer het echter een overheidsopdracht betreft die wordt geplaatst door een aanbestedende
titeit die geen aanbestedende overheid is, dan kan deze
titeit alle of bepaalde voormelde uitsluitingsgronden (zie supra) toepassen, zonder hiertoe verplicht te zijn. Ook in dat geval moet het UEA worden voorgelegd. Echter wordt verduidelijkt, wat de uitsluitingsgronden betreft, dat bepaalde delen van het UEA niet ingevuld moeten worden. De delen die ingevuld moeten worden hangen af van de gekozen uitsluitingsgronden. Het zou inderdaad weinig zinvol zijn voor een ondernemer om de delen van het UEA in te vullen die betrekking hebben op uitsluitingsgronden die door de voormelde aanbestedende
titeit niet weerhouden werden. Voor nadere toelichting omtrent het UEA wordt verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april
- - Erkenning van aannemers (artikel 71 van het besluit) In het onderhavige ontwerp wordt rekening gehouden met het feit dat de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, laatst gewijzigd door de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten betreffende de concessieovereenkomsten, vereist dat de werken slechts uitgevoerd kunnen worden door ondernemers die ofwel hiervoor erkend zijn, ofwel aan de voorwaarden ertoe voldoen of het bewijs hebben geleverd dat zij de voorwaarden opgelegd door of krachtens de wet om erkend te worden vervullen (zie artikel 3 de voormelde wet van 20 maart 1991, vervangen door de voormelde wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten). Zodoende zal de ondernemer, in tegenstelling tot hetgeen voorzien is voor de selectiecriteria waarvan de toepassing slechts facultatief is (zie supra), ofwel moeten beschikken over de vereiste erkenning, ofwel houder moeten zijn van een certificaat of ingeschreven moeten zijn op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie, ofwel de toepassing moeten inroepen van artikel 3, eerste lid, 2°, van de voormelde wet van 20 maart
- De tekst is in grote mate geïnspireerd op het koninklijk besluit "klassieke sectoren". Echter moet erop gewezen worden dat het onderhavige artikel niet van toepassing is op overheidsopdrachten voor werken geplaatst door de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Deze beperking van het toepassingsgebied is ingegeven door het feit dat de voormelde wet van 20 maart 1991 evenmin van toepassing is op de voormelde personen. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar het verslag aan de Koning van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april
- - Procedure vrijstellingsaanvragen voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie (artikel 120 van het besluit) De aanbestedende
titeiten kunnen, overeenkomstig artikel 116 van de wet, vragen om van de toepassing van de wetgeving "overheidsopdrachten" vrijgesteld te worden voor de uitoefening van activiteiten in de sectoren water,
ergie, transport
postale diensten, indien de uitgeoefende activiteit rechtstreeks blootgesteld is aan de mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is. De aanbestedende
titeit die gebruik wenst te maken van deze vrijstellingsprocedure moet aan het in artikel 163, § 2, van de wet bedoelde aanspreekpunt haar aanvraag alsook een omstandig
gemotiveerd dossier overmaken. Het voormelde aanspreekpunt is als
ige bevoegd om deze vrijstellingsaanvraag door te sturen naar de Europese Commissie die een beslissing ter zake zal nemen. In een overgangsperiode kunnen de aanvragen echter doorgestuurd worden naar de Eerste Minister,
dit tot de instelling door de Koning van het voormelde aanspreekpunt. Voor nadere toelichting omtrent de door de Europese Commissie te gebruiken procedure, moet verwezen worden naar het Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1804 van de Commissie van 10 oktober 2016 betreffende de nadere regels voor de toepassing van de artikelen 34
35 van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement
de Raad betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water-
ergievoorziening, vervoer
postdiensten. - Regelmatigheidsonderzoek (artikel 74 van het besluit) Er moet op worden gewezen dat het regelmatigheidsonderzoek op analoge wijze is opgevat als in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Zoals in de voormelde sectoren het geval is, beschikt de aanbestedende
titeit niet over een beoordelingsruimte in de in artikel 74, § 1, vierde lid, bedoelde gevallen. - Overgangsbepalingen wat het gebruik van elektronische communicatiemiddelen betreft Net zoals het geval is in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 wordt wat het verplicht gebruik van elektronische communicatiemiddelen betreft, in bepaalde overgangsmaatregelen voorzien tot 17 oktober 2018 voor de opdrachten boven de Europese drempels
tot 31 december 2019 wat de opdrachten onder deze drempels betreft (behoudens uitzonderingen). Als een aanbestedende
titeit gebruikt wenst te maken van de overgangsmaatregel, geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welke van volgende communicatiemiddelen gebruik mag worden gemaakt : post of via een andere geschikte vervoerder, fax, via communicatie door middel van elektronische middelen (zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van elektronische platformen), of door een combinatie van deze middelen. De vereisten die desgevallend van toepassing zijn op het vlak van de ondertekening van het UEA, de aanvraag tot deelneming of de offertes, moeten eveneens worden vermeld in de opdrachtendocumenten. In het onderhavige verslag aan de Koning worden niet alle bepalingen van het ontwerp becommentarieerd. Heel wat bepalingen komen echter overeen met een bepaling van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Voor nadere toelichting omtrent deze bepalingen kan worden verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Een aantal andere bepalingen, met name wat de bekendmakingsvoorschriften betreft, zijn voldoende duidelijk
behoeven geen nadere toelichting. Ten slotte is rekening gehouden met de opmerkingen in het advies 61.457/1 van de Raad van State, gegeven op 6 juni 2017. Echter werd geen gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Raad van State om in artikel 5 van het ontwerp (zoals voorgelegd voor advies aan de Raad van State) te verduidelijken wat de sanctie is indien in het bestek geen melding wordt gemaakt van de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken. Het is immers geenszins de bedoeling om in een sanctionering te voorzien. Overigens is evenmin in een sanctie voorzien in artikel 9, § 4, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten
van de concessies voor openbare werken sluiten tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
kel de miskenning van de bijzondere motiveringsplicht wordt in de voormelde bepaling gesanctioneerd, maar in het om advies voorgelegd ontwerp betrof het alleen een verplichting om de afwijkingen vooraan in het bestek te vermelden. Bij nader inzien werd geoordeeld, in het licht van de afwezigheid van
ige sanctie, dat de bepaling beter achterwege wordt gelaten. Op die manier wordt ook vermeden dat het onderhavig ontwerp omtrent dit punt strenger zou zijn dan het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. In dat laatste koninklijk besluit is immers niet voorzien in een dergelijke verplichting. De praktijk waarbij de bepalingen waarvan wordt afgeweken (voor zover toegelaten) vooraan in het bestek worden vermeld, is echter een goede praktijk. De aanbestedende
titeiten worden dan ook aangeraden om dit te doen met het oog op een betere leesbaarheid van de opdrachtdocumenten door de ondernemers. In artikel 72, § 1, eerste lid,
§ 2
, eerste lid, van het ontwerp wordt gesteld dat de ondernemer, wat betreft de criteria inzake studie-
beroepskwalificaties van de dienstverlener of van de titularis of van het leidinggevend personeel van de onderneming, of de criteria betreffende de overeenstemmende beroepservaring, slechts beroep kan doen op de draagkracht van andere
titeiten, wanneer deze laatste de werken of de diensten waarvoor hun draagkracht vereist is zelf uitvoeren of leveren. Volgens de Raad van State houdt dit een beperking in op het recht om beroep te doen op de draagkracht van andere
titeiten "ongeacht de juridische aard van zijn banden met die
titeiten", beperking waarvoor geen aanknopingspunt te vinden zou zijn in artikel 79 van richtlijn 2014/25/EU. Anders dan de Raad van State aangeeft verschaft artikel 79 van de voormelde richtlijn een aanknopingspunt voor het invoeren van een dergelijke beperking. Artikel 79.2 bepaalt immers hetgeen volgt : "2.... Wat betreft de criteria inzake de onderwijs-
beroepskwalificaties van de dienstverlener of de aannemer of die van het leidinggevend personeel van de onderneming of inzake de relevante beroepservaring, mogen ondernemers zich evenwel slechts beroepen op de capaciteit van andere
titeiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die vereist is, zal verrichten.". Een soortgelijke bepaling is vervat in artikel 79.1 (voor het geval waarbij gebruik wordt gemaakt van een kwalificatiesysteem). Om de overeenstemming met de richtlijn te bewaren mag artikel 72 van het ontwerp inhoudelijk niet worden aangepast. Op redactioneel vlak werd de Nederlandse versie wel verbeterd. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige
zeer getrouwe dienaar, De Eerste Minister, Ch. MICHEL Advies 61.457/1 van 6 juni 2017 van de Raad van State over een ontwerp van koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren" Op 4 mei 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Eerste Minister verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren". Het ontwerp is door de eerstekamer onderzocht op 30 mei 2017. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh
Wouter Pas, staatsraden, Marc Rigaux
Michel Tison, assessoren,
Wim Geurts, griffier. Het verslag is uitgebracht door Jonas Riemslagh, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse
de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix Van Damme, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 juni
- Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. Strekking
rechtsgrond van het ontwerp 2. De regeling die in het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit is vervat, betreft de plaatsing van overheidsopdrachten in de zogenaamde "speciale sectoren", zijnde de overeenkomsten onder bezwarende titel die worden gesloten tussen een of meer ondernemers
een of meer aanbestedende
titeiten
die betrekking hebben op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten. Het ontwerp strekt tot een verdere omzetting in het interne recht van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement
de Raad van 26 februari 2014 "betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water-
ergievoorziening, vervoer
postdiensten
houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG" (hierna : Richtlijn 2014/25/EU). Met die omzetting werd eerder een begin gemaakt met de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten "inzake overheidsopdrachten" (hierna : de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten). Het ontwerp beoogt diverse bepalingen van titel 3 ("Overheidsopdrachten in de speciale sectoren") van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten uit te voeren
regelt de inwerkingtreding van sommige bepalingen van die wet. De ontworpen regeling is in essentie bedoeld om mettertijd in de plaats te komen van de regeling die nu is vervat in het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren" van 16 juli 2012 (hierna : het koninklijk besluit van 16 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/07/2012 pub. 11/02/2013 numac 2012021060 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren sluiten)
in het koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/06/2013 pub. 27/06/2013 numac 2013021067 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten sluiten "betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten" (hierna : het koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/06/2013 pub. 27/06/2013 numac 2013021067 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten sluiten). Het ontworpen koninklijk besluit houdt een vrij grondige hervorming in van de in de koninklijke besluiten van 16 juli 2012
24 juni 2013 vervatte regelingen. De plaatsingsregels die zijn vervat in deze besluiten worden geharmoniseerd tot één nieuwe regeling die in belangrijke mate gelijkenissen vertoont met het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 waarover de Raad van State, afdeling Wetgeving, op 13 maart 2017 advies 60.903/1 uitbracht. [1] 3. Het ontwerp van koninklijk besluit bestaat uit negen titels. Titel 1 bevat een aantal algemene bepalingen waarin onder meer het toepassingsgebied wordt omschreven (hoofdstuk 1),
regelt voorts de raming van het opdrachtbedrag (hoofdstuk 2), de bekendmaking (hoofdstuk 3), de vaststelling, samenstelling
verbetering van prijzen (hoofdstukken 4
5), de opdrachtdocumenten (hoofdstuk 6), de ondertekening
de communicatiemiddelen (hoofdstuk 7), de opties (hoofdstuk 8), de percelen (hoofdstuk 9), de indiening van de aanvragen tot deelneming
van de offertes (hoofdstuk 11), de keuze van de deelnemers (hoofdstuk 12)
het onderzoek
de voorwaarden voor de regelmatigheid van de offertes (hoofdstuk 13). [2] Titel 2 betreft de regeling van de gunning bij openbare
niet-openbare procedure. Die regeling omvat voorschriften voor de vorm
de inhoud van de offerte (hoofdstuk 1), de samenvattende opmeting
de inventaris (hoofdstuk 2), de interpretatie, fouten
leemten (hoofdstuk 3), de indiening
de opening (hoofdstuk 4), de verbetering van de offertes (hoofdstuk 5),
de gunning
de sluiting van de opdracht (hoofdstukken 6
7). Titel 3 heeft betrekking op de gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging
bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging. Daarvoor wordt voorzien in specifieke toepassingsdrempels (hoofdstuk 1)
eigen regels voor het verloop
de sluiting van de opdracht (hoofdstuk 2). In titel 4 wordt de regeling van de gunning bij concurrentiegerichte dialoog uitgewerkt. Daarnaast zijn er in titel 5 een aantal regels betreffende specifieke of aanvullende opdrachten
procedures. Zij hebben het dynamisch aankoopsysteem (hoofdstuk 1), de elektronische veiling (hoofdstuk 2), de elektronische catalogi (hoofdstuk 3)
de prijsvragen (hoofdstuk 4) tot voorwerp. Titel 6 betreft de procedure voor de aanvraag tot vrijstelling op grond waarvan de uitsluiting van het toepassingsgebied van titel 3 van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten mogelijk is wanneer de uitgeoefende activiteiten rechtstreeks blootstaan aan mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is. Voorts handelen de titels 7
8 respectievelijk over de overheidsopdrachten van beperkte waarde
tot aanstelling van een advocaat in het kader van vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure. In titel 9 zijn ten slotte de eind-, opheffings-, overgangs-
inwerkingtredingsbepalingen opgenomen. 4.1. Het merendeel van de artikelen van het ontwerp kan worden geacht rechtsgrond te vinden in de bepalingen van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten waarvan melding wordt gemaakt in het tweede lid van de aanhef van het ontwerp, zoals het om advies is voorgelegd. Het verdient wel aanbeveling om
kele van de in het voornoemde lid van de aanhef opgesomde wetsbepalingen te specificeren of te corrigeren, door te verwijzen naar de artikelen 14, § § 5
7, vierde lid (niet "14"), 68, § 1, eerste lid, 1°,
§ 2
(niet "68"), 71, derde lid (niet "71"), 116, tweede lid (niet "116, lid 2"),
171, eerste lid (niet: "171"). [3] 4.2. Wat de artikelen 151
153, 1°
3°, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten betreft, moet worden opgemerkt dat deze zelf geen machtiging aan de Koning bevatten, maar dat zij bepalingen uit titel 2 van de wet "betreffende opdrachten in de klassieke sectoren" van toepassing verklaren die op hun beurt een machtiging aan de Koning bevatten (namelijk de artikelen 67, § 1, tweede lid, 68, § 1, eerste lid, 1°,
§ 2
, 71, derde lid, 74, 75, 81, § 5,
84, eerste lid, al ontbreekt de vermelding van die laatste bepaling in het tweede lid van de aanhef). 4.3. De Raad van State ziet niet in welke bepalingen van het ontwerp zouden kunnen worden beschouwd als een uitvoering van de machtigingen in artikel 90, § 4,
artikel 123, § 3, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten. Bij gebreke van een zodanige uitvoering dient de vermelding van deze bepalingen te worden weggelaten in het tweede lid van de aanhef. 4.4. De opsomming van rechtsgrond biedende bepalingen in het tweede lid van de aanhef moet worden vervolledigd met de vermelding van artikel 84, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten, dat in artikel 153, 3°, van deze wet van toepassing wordt verklaard op overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen. Deze bepaling biedt rechtsgrond voor sommige onderdelen van het ontwerp die betrekking hebben op het prijs-
kostenonderzoek (b.v. artikelen 44
45 van het ontwerp). 4.5. Een aantal bepalingen van het ontwerp vindt rechtsgrond in de algemene bevoegdheid om de wet uit te voeren die de Koning put uit artikel 108 van de Grondwet, gelezen in samenhang met sommige bepalingen van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten, waarvan er een aantal worden vermeld in het tweede lid van de aanhef, maar andere niet. Dat een beroep wordt gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid blijkt evenwel reeds uit het eerste lid van de aanhef van het ontwerp waarin wordt verwezen naar artikel 108 van de Grondwet
uit de verwijzing naar de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten in haar geheel. [4] De verwijzingen naar de artikelen 47, § 3, 58, § 2, 73, 108, eerste lid, 118, § 2, 1°, 124, § 2, 129, vierde lid, 137, 141, 143, 149
162 van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten worden derhalve het best weggelaten in het tweede lid van de aanhef. Onderzoek van de tekst Aanhef
- Het tweede lid van de aanhef van het ontwerp moet in overeenstemming worden gebracht met hetgeen is opgemerkt met betrekking tot de rechtsgrond. Artikel 4
- In de Nederlandse tekst van artikel 4, § 1, 2°, van het ontwerp is sprake van "bijzondere of alleenrechten".In artikel 2, 3°, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten is evenwel sprake van "bijzondere of exclusieve rechten". In artikel 94, eerste lid, 2°, b), van dezelfde wet, is op zijn beurt sprake van "speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3°". Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde dat « [i]n plaats van "alleenrechten" [...] beter [wordt] gesproken over "exclusieve rechten", zoals in de wet. Wat de "bijzondere" rechten betreft is de situatie iets ingewikkelder. In de wet is er namelijk zowel sprake van "bijzondere rechten" (in de definities) als "speciale rechten" (artikel 94) maar telkens worden dezelfde rechten bedoeld. Het begrip wordt wellicht beter gebruikt zoals het wordt gedefinieerd in de wet ("bijzondere rechten"). Ook in de huidige wet van 2006 is sprake van "bijzondere rechten" ». Met dit voorstel kan worden ingestemd.
- Artikel 4, § 3, van het ontwerp, bepaalt dat "alleen de artikelen 7
8 van dit besluit van toepassing [zijn] op de in hoofdstuk 7 van titel 3 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde". Deze bepaling moet worden aangevuld met artikel 122 van het ontwerp, dat eveneens van toepassing is op de betrokken overheidsopdrachten van beperkte waarde. [5] 8. De gemachtigde verklaarde : «
vérifiant les renvois, on a constaté les erreurs suivantes : - Article 4, § 2, 1° : remplacer la référence à l'article 21 par une référence à l'article 22 (
néerlandais uniquement); - Article 4, § 2, 3° : remplacer la référence à l'article 58 par une référence à l'article 59 (
français uniquement); - Article 4, § 4 : remplacer la référence à l'article 125 par une référence à l'article 123 (
français et
néerlandais) ». Met deze wijzigingen kan worden ingestemd. Artikel 5 9. Artikel 5 van het ontwerp bevat diverse foutieve verwijzingen. Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde : « Dans la version française, l'article 43, §§ 2, 4 et 6 doit
effet être remplacé par l'article 45, §§ 2, 4 et 6. Le renvoi vers l'article 38 ne devrait viser que l'alinéa 1er de cette disposition (dans les deux langues). Le renvoi vers l'article 92 est erroné et doit être
levé. Il
résulte que les renvois suivants seraient plus justes : « Conformément aux articles 34, 38, alinéa 1er, 41, 45, §§ 2, 4 et 6, 48, § 1er, alinéa 3, 52, § 1er, 59, 62, § 3, 63, alinéas 2 et 3, 65, alinéa 1er, 71, 75, § 4, alinéa 3, 77, alinéa 1er, 79 et 83, alinéa 1er, il peut être dérogé aux dispositions y mentionnées » "Overeenkomstig de artikelen 34, 38, eerste lid, 41, 45, §§ 2, 4
6, 48, § 1, derde lid, 52, § 1, 59, 62, § 3, 63, tweede
derde lid, 65, eerste lid, 71, 75, § 4, derde lid, 77, eerste lid, 79
83, eerste lid mag afgeweken worden van de aldaar bedoelde bepalingen...". » Met deze voorstellen, waarbij tevens de verwijzing naar artikel 41, § 1, wordt vervangen door een verwijzing naar het gehele artikel 41
een verwijzing naar artikel 71 wordt toegevoegd, kan worden ingestemd.
- Het verdient aanbeveling om in artikel 5 van het ontwerp te verduidelijken wat de sanctie is indien vooraan in het bestek geen melding wordt gemaakt van de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken.[6] Artikel 9
- In het reeds eerder vermelde advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : «
- In artikel 8, § 3, van het ontwerp, wordt melding gemaakt van "de ter zake bevoegde federale overheidsdienst". Aan de gemachtigde werd gevraagd of de beoogde overheidsdienst nog moet worden aangeduid
in welke normatieve tekst dit zal gebeuren. De gemachtigde antwoordde : "Dit kan reeds gebeuren in het ontwerp van koninklijk besluit dat voor advies aan de Raad van State is voorgelegd. Ondertussen is immers gekend welke de ter zake bevoegde federale overheidsdienst is. Het betreft de (nog op te richten) federale overheidsdienst "Beleid
Ondersteuning" (afgekort FOD BOSA). Binnen de federale overheid loopt thans een optimaliseringsproject (redesign). Eind vorig jaar heeft de Regering in het kader van dit project beslist om een aantal (horizontale) federale diensten te integreren (de diensten van de FOD Personeel
Organisatie, de FOD Budget
Beheerscontrole, Fedict, Selor
Empreva). In de komende weken zal de FOD BOSA formeel worden opgericht
haar werking opstarten. Daarmee is dan ook duidelijk dat de FOD BOSA zal worden opgericht vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten (
de publicatie van het ontwerp van KB dat ter advies voorligt). Zodoende kan al melding worden gemaakt van deze FOD BOSA in het ontwerp." Rekening houdend met deze toelichting dient de redactie van artikel 8, § 3, van het ontwerp, te worden aangepast op de wijze zoals aangegeven door de gemachtigde. Een gelijkaardige opmerking kan worden gemaakt met betrekking tot het begrip 'bevoegde federale overheidsdienst' in de artikelen 10, tweede lid, 23, § 2, eerste lid,
127 van het ontwerp. » Hoewel in artikel 10, eerste lid, van het ontwerp uitdrukkelijk wordt verwezen naar de "Federale Overheidsdienst Beleid
Ondersteuning", is in artikel 9, § 3, van het ontwerp nog steeds sprake van "de ter zake bevoegde federale overheidsdienst". Ook in artikel 11, tweede lid, van het ontwerp is sprake van "de bevoegde federale overheidsdienst". De gemachtigde bevestigde dat dit in beide gevallen op een vergissing berust : « Ook in artikel 9, § 3, moet verwezen worden naar de FOD BOSA die op dit vlak bevoegd is. Hetzelfde geldt voor artikel 11, tweede lid, van het ontwerp. ». Artikel 10 12. In de Nederlandse tekst van het ontwerp moeten in artikel 10, eerste lid, de woorden "ter zake" voor "Federale Overheidsdienst Beleid
Ondersteuning" worden weggelaten. Artikel 30 13. In artikel 30, tweede lid, van het ontwerp, dat deel uitmaakt van afdeling 4 van hoofdstuk 3 van titel 1 van het ontwerp, die de "Belgische bekendmaking" betreft, wordt bepaald dat de aanbestedende
titeit de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem verduidelijkt in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem
dat zij elke wijziging van deze duur "betekent aan het Publicatieblad van de Europese Unie
aan het Bulletin der Aanbestedingen ». Gevraagd om een nadere toelichting omtrent de rol van het Publicatieblad van de Europese Unie verklaarde de gemachtigde : « In het tweede lid is vermeld dat elke wijziging van de geldigheidsduur betekend moet worden aan het Bulletin der Aanbestedingen
het Publicatieblad van de Europese Unie. Er is zodoende steeds een kennisgeving vereist op het Europees niveau, ook wanneer het kwalificatiesysteem uitsluitend gebruikt zou worden voor de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking, maar deze "Europese" kennisgeving gebeurt de facto via de diensten van het Bulletin der Aanbestedingen. Deze aanpak ligt in lijn met artikel 43, 2°, van het koninklijk besluit van 16 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/07/2012 pub. 11/02/2013 numac 2012021060 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren sluiten, dat verduidelijkt dat de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking in mededinging kunnen worden gesteld via een aankondiging betreffende het bestaan van een kwalificatiesysteem. Dit laatste systeem moet dan wel ingevoerd zijn overeenkomstig artikel 40, dus overeenkomstig de regels die ter zake gelden voor de Europese bekendmaking. ». Het ontwerp lijkt op dit punt baat te hebben bij een verduidelijking. Minstens is het raadzaam om desbetreffend een
ander toe te lichten in het verslag aan de Koning. Artikel 34 14. Artikel 34 bepaalt dat "[b]ehoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten [...] de prijzen in de offerte in euro [worden] uitgedrukt
[...] het totale offertebedrag voluit [wordt] geschreven". Ondervraagd omtrent de noodzaak van een regeling inzake de conversie van
naar de euro (zoals bijvoorbeeld inzake het tijdstip dat als basis wordt genomen voor de toepasselijke wisselkoersen) verklaarde de gemachtigde : « Les prix devant être
principe énoncés
euros dans l'offre, il n'y a (
principe) pas d'intérêt à fixer les règles de conversion de la monnaie. Lorsque les documents du marché dérogent à l'utilisation obligatoire de l'euro, c'est différent. Dans ce cas, il convient de fixer les règles de conversion de la monnaie dans les documents du marché. Néanmoins, la question se pose si une dérogation à l'utilisation de l'euro a beaucoup d'utilité. La possibilité de dérogation porte surtout sur le fait de mettre le montant de l'offre
toutes lettres. » Artikel 34 bepaalt bovendien strikt genomen dat niet alleen "het totale offertebedrag voluit [wordt] geschreven", maar ook dat "[h]etzelfde geldt voor de eenheidsprijzen". De gemachtigde verklaarde hieromtrent : «
effet, la rédaction de l'article 34 laisse penser que le prix exprimé
toutes lettres est également d'application pour les prix unitaires. Ce n'est pas le but de l'article. De cette manière, la disposition serait trop contraignante. Pour ne pas induire
erreur, il pourrait être
visagé tout simplement de ne pas aborder cette problématique de manière expresse dans le projet (il existe déjà une possibilité de dérogation pour l'indication
toutes lettres du montant total). » Gelet op de geciteerde antwoorden stelde de gemachtigde voor om artikel 34 van het ontwerp als volgt aan te passen : « Art. 34.Les prix sont énoncés dans l'offre
euros. Sauf disposition contraire dans les documents du marché, le montant total de l'offre est exprimé
toutes lettres. » Met dit tekstvoorstel kan worden ingestemd, met dien verstande dat de verwijzing naar artikel 34, in artikel 5 van het ontwerp, in dat geval moet worden vervangen door een verwijzing naar artikel 34, tweede lid. Artikel 46
- In artikel 46, eerste lid, van het ontwerp, moet de verwijzing naar "de artikelen 43 of 44" worden vervangen door een verwijzing naar "de artikelen 44 of 45". Artikel 48
- Aan het begin van het eerste lid van artikel 48 van het ontwerp lijkt de aanduiding " § 1." te ontbreken. Titel 1, hoofdstuk 11
- Titel 1 van het ontwerp bevat geen hoofdstuk 10.Hoofdstuk 11 van titel 1 (artikelen 60 tot 65) dient bijgevolg hoofdstuk 10 te worden. Ook de hoofdstukken 12
13 dienen te worden hernummerd. Artikel 62
- In de Nederlandse tekst van het ontwerp moet de aanduiding "Art.
- § 1" worden vervangen door "Art.
- § 1". Artikel 66
- Artikel 66, 2°, van het ontwerp, bepaalt dat de aanbestedende
titeit in bepaalde gevallen "van elke rechtspersoon die een aanvraag tot deelneming of een offerte heeft ingediend de voorlegging [kan] eisen van zijn statuten of vennootschapsakten, evenals van elke wijziging van de inlichtingen betreffende zijn bestuurders of zaakvoerders, voor zover het documenten
inlichtingen betreft die niet met toepassing van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/2003 pub. 05/02/2003 numac 2003011027 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand
ergie Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten
houdende diverse bepalingen sluiten tot oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten
houdende diverse bepalingen, kunnen worden verkregen." De voornoemde wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/2003 pub. 05/02/2003 numac 2003011027 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand
ergie Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten
houdende diverse bepalingen sluiten werd echter opgeheven bij de wet van 17 juli 2013 « houdende invoeging van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening
algemene verplichtingen van de ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht
houdende invoeging van de definities eigen aan boek III
van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I
XV van het Wetboek van economisch recht », die op 9 mei 2014 in werking is getreden. De verwijzing naar de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/2003 pub. 05/02/2003 numac 2003011027 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand
ergie Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten
houdende diverse bepalingen sluiten dient bijgevolg te worden vervangen door een verwijzing naar de relevante bepalingen in het Wetboek van economisch recht. Artikelen 68
69 20. In de Nederlandse tekst van de artikelen 68
69 van het ontwerp moeten de woorden "het koninklijk besluit plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017" worden vervangen door de woorden "het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017". Artikel 71 21. De gemachtigde verklaarde dat de verwijzing naar "de artikelen 66 tot 70
73 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" moet worden vervangen door een verwijzing naar de artikelen 65 tot 69
72 van dat besluit. Tevens dient de datum van het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" (18 april 2017) te worden vermeld. Artikel 72 22. De gemachtigde verklaarde dat in artikel 72, §§ 2, 3
4, van het ontwerp, de verwijzing naar "artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6°, 8°, 9°
11°" van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten moet worden vervangen door een verwijzing naar "artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6°,
8°" van die wet. Daarmee kan worden ingestemd.
- Artikel 72, § 5, van het ontwerp, dient te worden aangevuld met de woorden "van de wet". Artikel 73
- De Nederlandse tekst van artikel 73, § 1, eerste lid, van het ontwerp, is zeer moeilijk leesbaar.Met het oog op de rechtszekerheid
de transparantie van de regelgeving is het raadzaam om deze bepaling aan een bijkomend redactioneel nazicht te onderwerpen. Artikel 73, § 2, eerste lid, van het ontwerp, bevat een gelijkaardige regeling
is
igszins duidelijker. 25. Artikel 73, § 1, eerste lid,
§ 2
, eerste lid, van het ontwerp, bevatten een beperking waardoor "de ondernemers slechts beroep [kunnen] doen op de draagkracht van andere
titeiten, voor zover deze laatste zelf de werken zullen uitvoeren of de diensten zullen presteren waarvoor deze draagkracht nodig is". Deze bepaling vormt een beperking op het recht om beroep te doen op de draagkracht van andere
titeiten "ongeacht de juridische aard van zijn banden met die
titeiten". Deze beperking lijkt geen aanknopingspunt te vinden in artikel 79 van Richtlijn 2014/25/EU. De auteur van het ontwerp dient deze bepalingen aan een bijkomend onderzoek te onderwerpen in het licht van artikel 79 van Richtlijn 2014/25/EU. In voorkomend geval dient een verantwoording over de verenigbaarheid met deze richtlijnbepaling in het verslag aan de Koning te worden opgenomen. Artikel 86
- In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : «
- In de Nederlandse tekst van artikel 87, § 2, eerste lid, van het ontwerp, komt geen zinsnede voor die overeenstemt met de zinsnede ", afin de les départager," in de Franse tekst van die bepaling. Deze discordantie moet worden weggewerkt. » Dezelfde opmerking kan worden gemaakt ten aanzien van artikel 86 van het ontwerp. Ondervraagd over het gegeven dat met de geciteerde opmerking ogenschijnlijk geen rekening was gehouden in het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 verklaarde de gemachtigde : « Inderdaad. Dit moet ons zijn ontgaan. De Nederlandse versie wordt wellicht beter aangepast als volgt : "Wanneer verscheidene regelmatige offertes in gelijke mate als economisch meest voordelige worden beschouwd, vraagt de aanbestedende
titeit de inschrijvers in kwestie, om ze van elkaar te kunnen onderscheiden, met het oog een beslissing schriftelijke prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor hun offerte in te dienen". » Artikel 93
- In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : «
- In de onderscheiden leden van artikel 88 van het ontwerp wordt in de Franse tekst melding gemaakt van het woord "notification". In de Nederlandse tekst wordt telkens melding gemaakt van de term "betekening". Overeenkomstig artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het begrip "betekening" evenwel uitsluitend gebruikt voor gerechtsdeurwaardersexploten, terwijl voor poststukken de term "kennisgeving" moet worden gebruikt. Vraag is derhalve of in de Nederlandse tekst van de verschillende leden van artikel 88 van het ontwerp niet telkens beter melding wordt gemaakt van het begrip "kennisgeving". Dezelfde vraag rijst ten aanzien van de Nederlandse tekst van artikel 95, 2°, van het ontwerp. » Het actueel voorliggende ontwerp houdt in grote mate rekening met deze opmerking. In artikel 93, 2°, van het ontwerp is echter sprake van zowel "kennisgeving" als van "betekening". Het is aangewezen om telkens het begrip "kennisgeving" te gebruiken. Het begrip "betekening" refereert trouwens veeleer aan de afgifte van een afschrift van een akte van rechtspleging bij gerechtsdeurwaardersexploot. [7] Artikel 109
- In artikel 109 van het ontwerp moet de verwijzing naar artikel 127 worden vervangen door een verwijzing naar artikel
- Artikel 121
- Artikel 121, § 2, van het ontwerp, stemt goeddeels overeen met artikel 34, lid 2, van Richtlijn 2014/25/EU.Deze bepalingen bevatten elementen die bij de beoordeling van een aanvraag tot vrijstelling worden betrokken. Deze beslissing inzake de vrijstelling wordt echter genomen door de Europese Commissie, die rekening dient te houden met de artikelen 34
35 van Richtlijn 2014/25/EU. Hoewel het opnemen van de beoordelingselementen in artikel 121, § 2, van het ontwerp, een informatieve waarde kan hebben voor de betrokken aanbestedende
titeit, heeft deze bepaling als dusdanig geen normatieve waarde
dient deze uit het ontwerp te worden weggelaten. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor artikel 121, § 3,
bijlage 11 bij het ontwerp, die overeenstemmen met respectievelijk artikel 34, lid 3,
bijlage III bij Richtlijn 2014/25/EU. Artikel 123
- In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : «
- In het opschrift van titel 7
in artikel 126 van het ontwerp, dienen de woorden "procedure in rechte" te worden vervangen door het woord "procedure". Uit artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a)
b) (niet : "artikel 28, § 1, 4°, a)
b)"), van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten, blijkt immers dat de in die wetsbepaling
de in artikel 126 van het ontwerp beoogde overheidsopdrachten (niet : "opdrachten") niet noodzakelijk op een procedure voor een rechterlijke instantie betrekking hoeven te hebben. » Hoewel het opschrift van titel 8 rekening houdt met de geciteerde opmerking, wordt in artikel 123 van het ontwerp nog steeds verwezen naar "een procedure in rechte". Ook de redactie van artikel 123 moet bijgevolg worden aangepast. Artikel 128 31. Er moet worden verwezen naar de artikelen 126
127 in plaats van naar de artikelen 128
129.Tevens moet de discordantie tussen de Nederlandse
de Franse tekst ("artikelen 128 of 129"
"articles 128 et 129") worden weggewerkt. Artikel 131 32. De verwijzingen naar de artikelen 15, § 1, eerste lid,
74, § 2, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten, in de inleidende zin van artikel 131 van het ontwerp moeten worden vervangen door verwijzingen naar de artikelen 14, § 1, eerste lid,
73, § 2, van de voornoemde wet. Artikel 132
- Artikel 132 van het ontwerp bevat een interne tegenstrijdigheid omtrent de bepaling die niet op 30 juni 2017, maar op 1 mei 2018 in werking treedt (artikel 124 dan wel 126).Deze inconsistentie verschilt bovendien naargelang de taalversie van de bepaling. Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde : « Wat artikel 132 betreft is het de bedoeling dat het besluit in werking treedt op 30 juni
- De regel is echter anders wat de bepaling betreft omtrent de vraag tot toegang tot Telemarc (art. 124). Deze laatste bepaling treedt slechts in werking op 1 mei
- Artikel 132 hoort dan ook te luiden als volgt : « Art. 132.Dit besluit, met uitzondering van artikel 124, treedt in werking op 30 juni
- Artikel 124 treedt in werking op 1 mei 2018." ». De griffier, Wim Geurts De voorzitter, Marnix Van Damme _________________ [1] Adv. RvS 60.903/1 van 13 maart 2017 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april
- [2] Titel 1 van het ontwerp bevat geen hoofdstuk
- [3] Wat de laatste van die aanpassingen betreft, zij erop gewezen dat het ontwerp geen bepalingen bevat ter uitvoering van de machtiging in artikel 171, derde lid, van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten om bepalingen van die wet zelf op te heffen, aan te vullen, te wijzigen of te vervangen om te voorzien in de omzetting van niet-verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
de internationale akten die genomen werden krachtens dit Verdrag
die betrekking hebben op de overheidsopdrachten
de opdrachten voor werken, leveringen
diensten bedoeld in die wet. [4] Zie ook Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende
reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbeveling nr. 23.1, d), te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be). [5] Vgl. ook met artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 : "Overeenkomstig artikel 92 van de wet zijn alleen de artikelen 6, 7
124 van dit besluit van toepassing op de in hoofdstuk 7 van titel 2 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde." [6] Ter vergelijking kan gewezen worden op artikel 9, § 4, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/2013 pub. 14/02/2013 numac 2013021005 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten
van de concessies voor openbare werken sluiten "tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten
van de concessies voor openbare werken", waarbij weliswaar
kel de miskenning van de bijzondere motiveringsplicht wordt gesanctioneerd. [7] Zie artikel 32, 1°, Ger.W. 18 JUNI 2017. - Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn
hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten inzake overheidsopdrachten, de artikelen 8, § 2, tweede lid, 9, eerste lid, 14, § § 5
7, vierde lid, 16, eerste lid, 28, § 2, 67, § 1, tweede lid, 68, § 1, eerste lid, 1°,
§ 2
, 71, derde lid, 74, 75, 81, § 5, 84, eerste lid, 93, tweede lid, 94, tweede lid, 116, tweede lid, 118, § 5, 119, § 3, 120, § 3, 121, § 8, tweede lid, 122, § 7, 124, § 1, 1°
§ , 126, tweede lid, 127, tweede lid, 128, tweede lid, 132, eerste lid, 136, § 4, 139, § 3, 140, derde lid, 142, tweede lid, 144, 146, § 2, tweede lid, 150, § 3, 151, 153, 1°
3°, 160, § 4, 171, eerste lid
193; Gelet op het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012; Gelet op het koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/06/2013 pub. 27/06/2013 numac 2013021067 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten sluiten betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen
diensten in de sectoren water,
ergie, vervoer
postdiensten; Gelet op het advies van de Commissie voor de Overheidsopdrachten, gegeven op 17 maart 2017; Gelet op de regelgevingsimpactanalyse van 17 maart 2017; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 april 2017; Gelet op het akkoord van de Minister van begroting, gegeven op 24 april 2017; Gelet op het advies 61.457/1 van de Raad van State, gegeven op 6 juni 2017 in toepassing van artikel 84, eerste paragraaf, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Eerste minister
op het advies van de in raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten
besluiten Wij : TITEL
- - Algemene bepalingen HOOFDSTUK
- - Definitie, belasting over de toegevoegde waarde
toepassingsgebied Afdeling 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Onderhavig besluit geeft gedeeltelijk omzetting aan de richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement
van de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water-
ergievoorziening, vervoer
postdiensten
houdende intrekking van de richtlijn 2004/17/EG. Afdeling 2. - Definities Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° de wet : de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021052 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de concessieovereenkomsten sluiten inzake overheidsopdrachten;2° de opdracht : de overheidsopdracht, raamovereenkomst
prijsvraag, bepaald in artikel 2, 17°, 18°, 20°, 21°, 31°
35°, van de wet;3° de opdracht tegen globale prijs: de opdracht waarbij een forfaitaire prijs het geheel van de prestaties van de opdracht of van elke post dekt;4° de opdracht tegen prijslijst : de opdracht waarbij de eenheidsprijzen voor de verschillende posten forfaitair zijn
de hoeveelheden, voor zover er hoeveelheden voor de posten worden bepaald, worden vermoed of worden uitgedrukt binnen een vork.De posten worden verrekend op basis van de werkelijk bestelde
gepresteerde hoeveelheden; 5° de opdracht tegen terugbetaling: de opdracht waarbij de prijs van de uitgevoerde prestaties wordt vastgesteld na onderzoek van de gevorderde prijzen op basis van wat de opdrachtdocumenten bepalen over de kostenbestanddelen die mogen worden aangerekend, de berekeningswijze van de kosten
de omvang van de daarop toe te passen marges;6° de opdracht met gemengde prijsvaststelling : de opdracht waarbij de prijzen worden vastgesteld op de verschillende wijzen zoals omschreven in de bepalingen onder 3° tot 5°;7° de samenvattende opmeting: het opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor werken over verschillende posten worden gefractioneerd
waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de wijze van prijsvaststelling wordt vermeld;8° de inventaris: het opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor leveringen of diensten over verschillende posten worden gefractioneerd
waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de wijze van prijsvaststelling wordt vermeld;9° de gekwalificeerde elektronische handtekening : de in artikel 3, 12°, van de verordening nr.910/2014 van het Europees Parlement
de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie
vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt
tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG bedoelde geavanceerde elektronische handtekening die is aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen
die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen; 10° het indieningsrapport: het rapport aangemaakt door het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, dat een lijst van de door de kandidaat of de inschrijver toegestuurde documenten omvat in het kader van de plaatsingsprocedure;11° het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, afgekort het UEA : verklaring op erewoord waarmee ondernemers een voorlopig bewijs overleggen ter vervanging van door overheidsinstanties of derden afgegeven certificaten.Dit document is opgenomen in de Uitvoeringsverordening 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument als vermeld in artikel 73, § 1, eerste lid, van de wet; 12° kopersprofiel: online op een internetadres geplaatst platform, dat de instrumenten
middelen nodig voor de dematerialisering van plaatsingsprocedures centraliseert
deze ter beschikking stelt van de ondernemers, met inbegrip van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde instrumenten voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming
plannen
ontwerpen bij prijsvragen, alsook informatie bevat inzake periodieke indicatieve aankondigingen, lopende plaatsingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde overheidsopdrachten, geannuleerde procedures
nuttige algemene informatie, zoals een contactpunt, een telefoon-
faxnummer, een postadres
een e-mailadres;13° een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector : een opdracht voor diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. Afdeling
- - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 3.Tenzij indien anders wordt vermeld in onderhavig besluit is elk bedrag vermeld in dit besluit een bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde. Afdeling
- - Toepassingsgebied Art. 4.§
- Dit besluit is uitsluitend toepasselijk op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen. Overeenkomstig artikel 94, eerste lid, van de wet, is het onderhavige besluit niet van toepassing op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking geplaatst door : 1° de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;2° de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bepaald in artikel 2, 3°, van de wet;3° de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit. §
- Onverminderd de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 6 van de wet, zijn de volgende artikelen van toepassing op de overheidsopdrachten voor sociale
andere specifieke diensten opgesomd in bijlage III van de wet: 1° alleen de artikelen 6 tot 11, 21, 22, 31, 32, 33, 46 tot 58, 61, 63, 65 tot 73, 125
126 wanneer de aanbestedende
titeit beslist de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging te gebruiken overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 1°, van de wet;2° alleen de artikelen 6 tot 8, 10, 11, 33, 46 tot 58, 61, 63, 65 tot 69, 72, 73, 125
126 wanneer de aanbestedende
titeit beslist de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging te gebruiken overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 2°, van de wet;3° alleen de artikelen 6 tot 11, 21, 22, 31, 32, 33, 46 tot 58, 61, 63, 65 tot 69, 72, 73, 125
126 wanneer de aanbestedende
titeit beslist de procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking te gebruiken overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 4°, van de wet;4° alle artikelen die van toepassing zijn op de gekozen plaatsingsprocedure of aankooptechniek wanneer de aanbestedende
titeit beslist artikel 159, § 1, eerste lid, 3°, van de wet toe te passen. De aanbestedende
titeit kan andere bepalingen van dit besluit toepasselijk maken op de overheidsopdrachten inzake sociale
andere specifieke diensten. Daartoe vermeldt zij de bedoelde andere bepalingen in de opdrachtdocumenten. § 3. Overeenkomstig artikel 162 van de wet zijn alleen de artikelen 6, 7
121 van dit besluit van toepassing op de in hoofdstuk 7 van titel 3 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde. § 4. Alleen artikel 122
de artikelen die door deze bepaling van toepassing worden verklaard, zijn van toepassing op de in artikel 28, § 1, 4°, a)
b), van de wet, samen gelezen met artikel 108, eerste lid, 2°, van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure. Art. 5.Een niet-limitatieve lijst van overheidsbedrijven in de zin van artikel 2, 2°, van de wet is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit. HOOFDSTUK
- - Raming van het bedrag van opdracht Art. 6.De raming van het bedrag van de opdracht bij het opstarten van de procedure bepaalt de regels die gedurende het hele verloop ervan toepasselijk zijn, voor zover de toepassing van deze regels afhankelijk is van het geraamde waarde van de opdracht of van de verplichte voorafgaande Europese bekendmaking. Art. 7.§
- De geraamde waarde van een opdracht wordt berekend op basis van het totaal te betalen bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, zoals geraamd door de aanbestedende
titeit. De raming houdt rekening met de duur
de totale waarde van de opdracht
met name met de volgende elementen : 1° alle vereiste of toegestane opties;2° alle percelen;3° alle herhalingen als bedoeld in artikel 124, § 1, 8°, van de wet;4° alle vaste
voorwaardelijke gedeelten van de opdracht;5° alle premies of betalingen waarin de aanbestedende
titeit voorziet ten voordele van de kandidaten, deelnemers of inschrijvers;6° desgevallend de herzieningsbepalingen;7° de verlengingen. § 2. Indien een aanbestedende
titeit uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat, wordt de geraamde totale waarde van de opdrachten van al de operationele eenheden in beschouwing genomen. Niettegenstaande het eerste lid kunnen, indien een afzonderlijke operationele eenheid zelfstandig verantwoordelijk is voor haar overheidsopdrachten of bepaalde categorieën daarvan, de waarden op het niveau van elke operationele eenheid worden geraamd. §
- De keuze van de methode voor de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht mag niet bedoeld zijn om de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken. Een overheidsopdracht mag evenmin worden gesplitst om de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken, tenzij objectieve redenen dit rechtvaardigen. §
- De geraamde waarde is geldig op het tijdstip waarop de aankondiging van opdracht wordt verzonden of, in gevallen waarin niet in een dergelijke aankondiging is voorzien, op het tijdstip waarop de plaatsingsprocedure voor de aanbestedende
titeit aanvangt, bijvoorbeeld, op het tijdstip waarop de opdrachtdocumenten worden verzonden. § 5. Bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst
een dynamisch aankoopsysteem wordt uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van alle voor de totale duur van de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem voorgenomen opdrachten. § 6. Bij de berekening van de waarde van een innovatiepartnerschap wordt uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de onderzoeks-
ontwikkelingsactiviteiten die zullen plaatsvinden in alle fases van het voorgenomen partnerschap, alsmede van de leveringen, diensten of werken die zullen worden ontwikkeld
verworven. § 7. In het geval van overheidsopdrachten voor werken worden, bij de berekening van de geraamde waarde, de kost van de werken in aanmerking genomen, alsmede de geraamde totale waarde van de leveringen
diensten die door de aanbestedende
titeit ter beschikking van de opdrachtnemer zijn gesteld indien deze nodig zijn voor de uitvoering van de werken. §
- In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn te worden hernieuwd, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen: 1° ofwel de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden geplaatste soortgelijke opeenvolgende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgend op de eerste opdracht;2° ofwel de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten die geplaatst worden gedurende de twaalf maanden volgend op de eerste levering, of gedurende het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt. §
- In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur, of huurkoop van producten wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen: 1° bij overheidsopdrachten met een bepaalde duur, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd indien deze ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde indien de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde;2° bij overheidsopdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met achtenveertig. §
- De raming van opdrachten voor diensten omvat de totale vergoeding van de dienstverlener. Voor de berekening van dit bedrag worden in aanmerking genomen : 1° verzekeringsdiensten: de te betalen premie
andere vormen van vergoeding;2° bankdiensten
andere financiële diensten: te betalen honoraria, provisies
rente, alsmede andere vormen van vergoeding;3° opdrachten betreffende een ontwerp: te betalen honoraria, provisies
andere vormen van vergoeding. §
- In het geval van overheidsopdrachten voor diensten waarvoor geen totale prijs is vermeld, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen: 1° bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter is dan achtenveertig maanden: de totale waarde voor de gehele looptijd;2° bij opdrachten voor onbepaalde tijd of waarvan de looptijd langer is dan achtenveertig maanden: de maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig. HOOFDSTUK
- - Bekendmaking Afdeling
- - Algemene bekendmakingsregels Art. 8.§
- Een opdracht onderworpen aan de Europese bekendmaking wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie
in het Bulletin der Aanbestedingen. De aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen mag geen andere inhoud hebben dan die bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ze mag niet worden bekendgemaakt vóór de datum van bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie. Niettemin kan de bekendmaking in ieder geval in het Bulletin der Aanbestedingen geschieden indien de aanbestedende
titeit niet binnen twee dagen na de bevestiging van de ontvangst van de aankondiging is geïnformeerd over de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Een opdracht die
kel onderworpen is aan de Belgische bekendmaking wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Een aanbestedende
titeit kan niettemin eveneens een bekendmaking doen in het Publicatieblad van de Europese Unie van een dergelijke aankondiging van de opdracht, op voorwaarde dat de aankondiging elektronisch gebeurt met inachtneming van het format
de modaliteiten voorzien voor de Europese bekendmaking. § 2. Voor de opdrachten die overeenkomstig dit besluit aan de bekendmaking onderworpen zijn, geldt
kel de aankondiging bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen
, in voorkomend geval, in het Publicatieblad van de Europese Unie, als een officiële bekendmaking. Geen andere bekendmaking of verspreiding mag plaatsvinden vóór de bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen
, in voorkomend geval, in het Publicatieblad van de Europese Unie. De bekendmaking of verspreiding mag geen andere inhoud hebben dan deze van de officiële bekendmaking. § 3. De periodieke indicatieve aankondigingen, de aankondigingen van het bestaan van een kwalificatiesysteem, de aankondigingen van de opdracht
deze van gunning van de opdracht, omvatten de inlichtingen vermeld in de bijlagen 2 tot 9 onder de vorm van elektronische standaardformulieren opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid
Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening 2015/1986 van de Europese Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten. § 4. Voor de toepassing van de bekendmakingsvoorschriften worden elektronische communicatiemiddelen aangewend. Art. 9.Wanneer de aanbestedende
titeit een officiële bekendmaking wenst te verbeteren of aan te vullen, gaat zij, overeenkomstig dit hoofdstuk, over tot de bekendmaking van een rechtzettingsbericht onder de vorm van een elektronisch standaardformulier opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid
Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening 2015/1986 van de Europese Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking wordt, wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd tussen de zevende
de twee laatste dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes, de voormelde datum verdaagd met minstens zes dagen. Wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd in de laatste twee dagen vóór de voormelde uiterste datum wordt deze laatste verdaagd met minstens acht dagen. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking
onverminderd artikel 8, § 1, derde lid, wordt, wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd in de laatste zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offerte, de voormelde datum verdaagd met minstens zes dagen. Voor de berekening van in dit artikel bedoelde termijnen is verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data
aanvangs-
vervaltijden, niet van toepassing. Art. 10.De aanbestedende
titeit moet in staat zijn het bewijs van de verzending van de aankondiging te kunnen leveren. De door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie
door de Federale Overheidsdienst Beleid
Ondersteuning verstrekte bevestiging van de bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum van de bekendmaking, geldt als bewijs van de bekendmaking van de aankondiging. Afdeling 2. - Europese drempels Art. 11.De Europese drempelbedragen zijn: 1° 5.225.000 euro voor de overheidsopdrachten voor werken; 2° 418.000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen
voor diensten
prijsvragen; 3° 1.000.000 euro voor de overheidsopdrachten voor diensten die betrekking hebben op sociale
andere specifieke diensten zoals bedoeld in titel 3, van hoofdstuk 6 van de wet. De in het eerste lid, 1°
2°, bedoelde bedragen worden door de bevoegde minister aangepast op basis van de herzieningen bedoeld in artikel 94, tweede lid, van de wet. Art. 12.Niettegenstaande artikel 7, § 1, mag de aanbestedende
titeit wanneer werken, homogene leveringen of diensten de drempels vermeld in artikel 11 bereiken
in percelen worden verdeeld, van de toepassing van de Europese bekendmaking afwijken voor percelen waarvan het individuele geraamde bedrag, kleiner is dan 1.000.000 euro voor werken, respectievelijk 80.000 euro voor leveringen
diensten, voor zover hun samengevoegde geraamde waarde twintig percent van de geraamde waarde van het geheel van de percelen niet overschrijdt. De bepalingen van de Belgische bekendmaking zijn in dat geval van toepassing op de percelen in kwestie. Afdeling
- - Europese bekendmaking Art. 13.Deze afdeling is van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking vermeld in artikel 11 is. Onderafdeling
- - Algemene regels Art. 14.§
- Overeenkomstig artikel 139 van de wet, kan de aanbestedende
titeit haar voornemens met betrekking tot de te plaatsen overheidsopdrachten te kennen geven door een periodieke indicatieve aankondiging te publiceren. Deze aankondiging omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A,
wordt bekendgemaakt op één van de volgende wijzen: 1° door het Bulletin der Aanbestedingen
het Publicatieblad van de Europese Unie;of 2° door de aanbestedende
titeit via zijn kopersprofiel. Wanneer de aanbestedende
titeit van de in het eerste lid, onder 2°, vermelde mogelijkheid gebruik wenst te maken, zendt zij een "aankondiging van bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging via een kopersprofiel" naar het Bulletin der Aanbestedingen
het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie dat de in bijlage 2, deel B, omschreven informatie bevat. Deze periodieke indicatieve aankondiging mag niet via het kopersprofiel worden bekendgemaakt voordat "de aankondiging van bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging via een kopersprofiel" is verzonden. Een dergelijke aankondiging op het kopersprofiel vermeldt de datum van deze verzending. § 2. De bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging is slechts verplicht wanneer de aanbestedende
titeit gebruik wil maken van de mogelijkheid om de termijn voor de ontvangst van offertes overeenkomstig artikel 118, § 2, van de wet in te korten. De periodieke indicatieve aankondiging wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt bij het begin van het begrotingsjaar of, voor werken, nadat de beslissing is genomen tot goedkeuring van het programma voor de opdrachten voor werken die de aanbestedende
titeit voornemens is te plaatsen. Art. 15.Onverminderd artikel 124, § 1, van de wet wordt iedere opdracht onderworpen aan deze afdeling in mededinging gesteld door middel van : 1° ofwel een periodieke indicatieve aankondiging die geldt als in mededingingstelling, opgesteld overeenkomstig artikel 139, § 2, van de wet
artikel 16 van het onderhavig besluit;2° ofwel een aankondiging van opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 142 van de wet
artikel 17 van het onderhavig besluit;3° ofwel een aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem, opgesteld overeenkomstig de artikelen 140
148 van de wet
artikel 18 van het onderhavig besluit. Art. 16.Voor de niet-openbare procedures
de onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, kan de oproep tot mededinging gebeuren door middel van een periodieke indicatieve aankondiging, die aan de volgende eisen voldoet: 1° de aankondiging verwijst expliciet naar de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;2° de aankondiging vermeldt dat de opdracht zal geplaatst worden via een niet-openbare procedure of via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, zonder latere bekendmaking van een aankondiging van opdracht
nodigt de ondernemers uit hun belangstelling te tonen;3° het omvat, naast de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, I, deze vermeld in bijlage 2, deel A, II;4° de aankondiging werd verzonden voor bekendmaking tussen de vijfendertig dagen
twaalf maanden vóór de datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling. Dergelijke aankondigingen worden niet gepubliceerd op Europees niveau via een kopersprofiel. Niettemin kan een bijkomende bekendmaking gebeuren op Belgisch niveau via een kopersprofiel. Art. 17.Wanneer de aankondiging van de opdracht gebruikt wordt als oproep tot mededinging dient dit de inlichtingen te omvatten van het passende deel van bijlage 3. Art. 18.In het kader van een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap, kan de aanbestedende
titeit gebruik maken van een kwalificatiesysteem als middel van oproep tot mededinging. In dit geval dient zij niet over te gaan tot de bekendmaking van een aankondiging zoals bedoeld in artikel 17. De plaatsingswijze wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de gekwalificeerde kandidaten. Art. 19.Wanneer de aanbestedende
titeit een kwalificatiesysteem instelt moet dit systeem het voorwerp vormen van een aankondiging zoals bedoeld in bijlage 4, met aanduiding van het doel van het kwalificatiesysteem
van de toegangsmodaliteiten tot de regels die het beheren. De aanbestedende
titeit verduidelijkt de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem. Zij betekent aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie
aan het Bulletin der Aanbestedingen elke wijziging van deze duur door middel van de volgende typeformulieren: 1° wanneer de geldigheidsduur gewijzigd wordt zonder dat een einde wordt gesteld aan het systeem, het formulier dat gebruikt wordt voor de aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem;2° wanneer het systeem beëindigd wordt, een aankondiging van gegunde opdracht zoals bedoeld in artikel 20. De aanbestedende
titeit neemt binnen een termijn van zes maanden een beslissing over de kwalificatie van de aanvragers. Indien deze beslissing meer dan vier maanden vergt vanaf het neerleggen van de aanvraag, licht zij de aanvrager binnen de twee maanden na het neerleggen in over de redenen van verlenging van de termijn
over de datum waarop zijn verzoek aanvaard dan wel zal worden afgewezen. Art. 20.Overeenkomstig artikel 143 van de wet, maakt elke gesloten opdracht, met inbegrip van deze na een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, het voorwerp uit van een aankondiging van gegunde opdracht. Dit bericht omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 6. In het geval van opdrachten voor onderzoeks-
ontwikkelingsdiensten, kunnen de inlichtingen betreffende de aard
de hoeveelheid van de diensten beperkt zijn tot: 1° de vermelding "onderzoeks-
ontwikkelingsdiensten" wanneer de opdracht werd geplaatst via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 124, § 1er, 3°, van de wet;2° tot inlichtingen die minstens even gedetailleerd zijn als deze die in het bericht voorkomen, dat werd gebruikt als middel om in mededinging te stellen. Onderafdeling 2. - Sociale
andere specifieke diensten Art. 21.De aanbestedende
titeit die een overheidsopdracht wenst te plaatsen voor sociale
andere specifieke diensten vermeld in bijlage III van de wet, gebruikt één van de berichten opgesomd in artikel 160, § 1, 1°, 2°
3°, van de wet als middel om tot mededinging op te roepen. De in dit artikel opgesomde berichten bevatten de inlichtingen vermeld in bijlage 8, deel A, B of C. Art. 22.De periodieke indicatieve aankondiging bedoeld in artikel 160, § 1, 2°, van de wet verwijst specifiek naar de types van diensten die het voorwerp zullen uitmaken van de te gunnen opdrachten. Deze zal eveneens aangeven dat de opdrachten zullen gegund worden zonder latere bekendmaking
nodigt de geïnteresseerde ondernemers uit om hun belangstelling schriftelijk te uiten. Afdeling 4. - Belgische bekendmaking Art. 23.Deze afdeling is van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking vermeld in artikel 11
die onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking. Onderafdeling 1. - Algemene regels Art. 24.Overeenkomstig artikel 139 van de wet, kan de aanbestedende
titeit haar intenties inzake de plaatsing van overheidsopdrachten kenbaar maken door middel van de bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging. Deze aankondiging omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, I
deel B. De bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging is slechts verplicht wanneer de aanbestedende
titeit gebruik wil maken van de mogelijkheid om de termijn voor de ontvangst van offertes overeenkomstig artikel 118, § 2, van de wet in te korten. Indien de aanbestedende
titeit beslist een periodieke indicatieve aankondiging te publiceren, wordt deze zo snel mogelijk na het begin van het budgettair jaar bekendgemaakt of, voor de werken, na de beslissing die het programma goedkeurt waarin de werkenopdrachten die de aanbestedende
titeit wil plaatsen zijn ingeschreven. Art. 25.Onverminderd artikel 124, § 1, van de wet, wordt elke opdracht in mededinging gesteld door middel van: 1° ofwel de periodieke indicatieve aankondiging opgesteld overeenkomstig artikel 139 van de wet
artikel 26 van het onderhavig besluit;2° ofwel een bericht over het bestaan van een kwalificatiesysteem opgesteld overeenkomstig de artikelen 140
148 van de wet
de artikelen 28
29 van het onderhavig besluit;3° ofwel een aankondiging van de opdracht opgesteld overeenkomstig artikel 142 van de wet
artikel 27 van het onderhavig besluit;4° ofwel van een aankondiging betreffende de opstelling van een lijst van geselecteerde kandidaten, opgesteld overeenkomstig artikel 141 van de wet
artikel 30 van het onderhavig besluit. Art. 26.Voor de niet-openbare procedures
de onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, kan de oproep tot mededinging gebeuren door middel van een periodieke indicatieve aankondiging die beantwoordt aan de volgende eisen: 1° de aankondiging verwijst specifiek naar de werken, leveringen of diensten die het voorwerp vormen van de opdracht;2° de aankondiging vermeldt dat de opdracht zal geplaatst worden volgens een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, zonder latere bekendmaking van een aankondiging van de opdracht
nodigt de ondernemers uit om hun belangstelling schriftelijk te uiten;3° hij omvat, naast de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, I, deze vermeld in bijlage 2, deel A, II;4° de aankondiging werd verstuurd voor bekendmaking tussen de vijfendertig dagen
twaalf maanden vóór de verzending van de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling. Een bijkomende bekendmaking kan gebeuren via een kopersprofiel. Art. 27.Wanneer de aankondiging van de opdracht gebruikt wordt als oproep tot mededinging, dient dit de inlichtingen te omvatten van het passende deel van bijlage 3. Art. 28.In het kader van een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap, kan de aanbestedende
titeit gebruik maken van een kwalificatiesysteem als middel van oproep tot mededinging. In dit geval dient zij niet over te gaan tot de bekendmaking van een aankondiging zoals bedoeld in artikel 27. De plaatsingsprocedure wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan de gekwalificeerde kandidaten. Art. 29.Wanneer de aanbestedende
titeit een kwalificatiesysteem instelt moet dit systeem het voorwerp vormen van een aankondiging zoals bedoeld in bijlage 4, met aanduiding van het doel van het kwalificatiesysteem
van de toegangsmodaliteiten tot de regels die het beheren. De aanbestedende
titeit verduidelijkt de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem. Zij stelt zowel aan het Publicatieblad van de Europese Unie als het Bulletin der Aanbestedingen in kennis van elke wijziging van deze duur. De aanbestedende
titeit neemt binnen een termijn van zes maanden een beslissing over de kwalificatie van de aanvragers. Indien deze beslissing meer dan vier maanden vergt vanaf het neerleggen van de aanvraag, licht zij de aanvrager binnen de twee maanden na het neerleggen in over de redenen van verlenging van de termijn
over de datum waarop zijn verzoek aanvaard dan wel zal worden afgewezen. Art. 30.In het kader van een niet-openbare procedure
de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, kan de aanbestedende
titeit kiezen voor het in mededinging stellen van haar opdracht overeenkomstig artikel 25, 4°. Zij publiceert een bericht betreffende de opstelling van een lijst van geselecteerde kandidaten overeenkomstig bijlage
- De plaatsingsprocedure wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan de gekwalificeerde kandidaten. Onderafdeling
- - Sociale
andere specifieke diensten Art. 31.De aanbestedende
titeit die een overheidsopdracht wenst te plaatsen voor sociale
andere specifieke diensten vermeld in bijlage III van de wet, gebruikt één van de berichten opgesomd in artikel 160, § 1, 1°, 2°, 3°
4°, van de wet als middel om tot mededinging op te roepen. De in dit artikel opgesomde berichten bevatten de inlichtingen vermeld in bijlage 8. Art. 32.De periodieke indicatieve aankondiging bedoeld in artikel 160, § 1, 2°, van de wet verwijst specifiek naar de types van diensten die het voorwerp zullen uitmaken van de te gunnen opdrachten. De aanbestedende
titeit zal eveneens aangeven dat de opdrachten zullen gegund worden zonder latere bekendmaking
nodigt de geïnteresseerde ondernemers uit om hun belangstelling schriftelijk te uiten. HOOFDSTUK 4. - Prijsvaststelling
prijsbestanddelen Art. 33.De prijzen worden in de offerte in euro uitgedrukt. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, wordt het totale offertebedrag voluit geschreven. Art. 34.De prijs van de opdracht wordt bepaald volgens één van de prijsvaststellingen vermeld in artikel 2, 3° tot 6°. In de gevallen waarin artikel 9, tweede lid, van de wet de plaatsing van de opdracht zonder forfaitaire prijsvaststelling toestaat, wordt de opdracht gegund : 1° hetzij tegen terugbetaling;2° hetzij deels tegen terugbetaling, deels tegen forfaitaire prijs. Art. 35.De inschrijver wordt geacht zijn offertebedrag te hebben vastgesteld volgens zijn eigen bewerkingen, berekeningen
ramingen, rekening houdend met de inhoud
de omvang van de opdracht. Art. 36.De eenheidsprijzen
de globale prijzen voor iedere post van de samenvattende opmeting of van de inventaris worden opgegeven met inachtneming van de betrekkelijke waarde van die posten ten opzichte van het totale offertebedrag. Alle algemene
financiële kosten alsmede de winst worden, in verhouding tot hun belangrijkheid, verdeeld over de onderscheiden posten. Art. 37.Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen
de globale prijzen van de opdracht alle heffingen welke de opdracht belasten, met uitzondering van de belasting over de toegevoegde waarde. Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft, schrijft de aanbestedende
titeit voor : 1° hetzij dat zij in een afzonderlijke post van de samenvattende opmeting of van de inventaris wordt vermeld om bij de prijs van de offerte te worden gevoegd.Indien de inschrijver verzuimt deze post in te vullen, wordt de geboden prijs door de aanbestedende
titeit met deze belasting verhoogd; 2° hetzij dat de inschrijver verplicht is in de offerte de aanslagvoet van de belasting over de toegevoegde waarde te vermelden.Indien verschillende aanslagvoeten toepasselijk zijn, dient de inschrijver voor elke aanslagvoet de desbetreffende posten van de samenvattende opmeting of van de inventaris op te geven. De evaluatie van de offertebedragen gebeurt met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde. Art. 38.§ 1. Indien de aanbestedende
titeit zelf een volledige beschrijving van het geheel of een deel van de opdracht geeft, omvatten de eenheidsprijzen of globale prijzen van de opdracht de aankoopprijs
de verschuldigde vergoedingen voor de gebruikslicenties van de bestaande intellectuele eigendomsrechten, die nodig zijn voor de uitvoering van de opdracht
door de aanbestedende
titeit kenbaar worden gemaakt. Indien de aanbestedende
titeit geen melding maakt van het bestaan van een intellectueel eigendomsrecht of van een gebruikslicentie, vallen de aankoopprijs
de vergoedingen te haren laste. In dat geval is ze ook aansprakelijk voor eventuele schadevergoedingen gevorderd door de titularis van het intellectuele eigendomsrecht of de licentiehouder. § 2. Wanneer de opdrachtdocumenten de inschrijvers verplichten om zelf de beschrijving van het geheel of een deel van de prestaties te geven in het kader van de opdracht, zijn de vergoedingen verschuldigd aan de inschrijvers voor het gebruik van een intellectueel eigendomsrecht, waarvan ze titularis zijn of waarvoor ze van een derde een gebruikslicentie moeten verkrijgen voor het geheel of een deel van die prestaties, inbegrepen in de eenheidsprijzen
de globale prijzen van de opdracht. In voorkomend geval vermelden zij in hun offerte het nummer
de datum van de registratie van de eventuele gebruikslicentie. In geen geval zijn zij gerechtigd om van de aanbestedende
titeit schadevergoeding te eisen op grond van de schending van de intellectuele eigendomsrechten in kwestie. Art. 39.De opleveringskosten, met inbegrip van de keuringskosten, zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen
globale prijzen van de opdracht, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de wijze bepalen waarop deze kosten zullen worden berekend. De keurings-
opleveringskosten omvatten onder meer de reis-
verblijfskosten
de vergoeding van het met de keuring of oplevering belaste personeel. Art. 40.§ 1. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen
globale prijzen van de opdrachten voor werken, alle kosten, maatregelen
lasten die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name: 1° in voorkomend geval, de maatregelen opgelegd door de regelgeving inzake veiligheid
gezondheid van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;2° alle werken
leveringen die nodig zijn om de grondafkalvingen
andere beschadigingen te voorkomen
eventueel te verhelpen zoals stempelingen, beschoeiingen
bemalingen;3° het ongeschonden bewaren
het eventueel verplaatsen
terugplaatsen van kabels
leidingen waarop bij grond-, graaf- of baggerwerken kan worden gestuit, voor zover de wettelijke last hiervoor niet op de eigenaars van die kabels
leidingen rust;4° het verwijderen binnen de grenzen van de grond-, graaf- of baggerwerken die eventueel noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het werk: a) van grond, slijk
kiezel, stenen, breukstenen, allerlei gesteente, overblijfselen van metselwerk, zoden, beplantingen, struiken, stronken, wortels, kreupelhout, puin
afval;b) van ieder rotsblok, ongeacht zijn volume, wanneer de opdrachtdocumenten vermelden dat de grond-, graaf, of baggerwerken worden uitgevoerd in rotsachtig terrein
, bij gebrek aan deze vermelding, van ieder uit één stuk bestaand rotsblok, metselwerk of betonblok waarvan het volume een halve kubieke meter niet overschrijdt;5° het vervoeren
wegbrengen van graafspecie hetzij buiten het domein van de aanbestedende
titeit, hetzij naar de plaatsen voor hergebruik binnen de grenzen van de bouwplaatsen, hetzij naar de stortplaatsen waarin de opdrachtdocumenten voorzien;6° alle algemene, bijkomende
onderhoudskosten gedurende de uitvoerings-
waarborgtermijn. Zijn eveneens inbegrepen in de prijs van de opdracht, alle werkzaamheden die uit hun aard afhangen van of samenhangen met deze die in de opdrachtdocumenten zijn beschreven. § 2. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen
globale prijzen van de opdrachten voor leveringen, alle kosten, metingen
prestaties die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name: 1° de verpakkingen, behalve wanneer ze eigendom blijven van de inschrijver
de kosten voor het laden, de overslag, het overladen, het vervoer, de verzekering
het inklaren;2° het lossen, uitpakken
stapelen op de plaats van levering, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de juiste plaats van levering
de toegangsmogelijkheden vermelden;3° de documentatie die met de levering verband houdt;4° het monteren
het bedrijfsklaar maken;5° de voor het gebruik noodzakelijke vorming. § 3. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen
globale prijzen van de opdrachten voor diensten, alle kosten, metingen
prestaties die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name : 1° de administratie
het secretariaat;2° de verplaatsing, het vervoer
de verzekering;3° de documentatie die met de diensten verband houdt;4° de levering van documenten of stukken die inherent zijn aan de uitvoering;5° de verpakkingen;6° de voor het gebruik noodzakelijke vorming;7° in voorkomend geval, de maatregelen die door de wetgeving inzake de veiligheid
de gezondheid van de werknemers worden opgelegd voor de uitvoering van hun werk. HOOFDSTUK 5 Verbetering van fouten
nazicht van prijzen of kosten Art. 41.Na de verbetering van de offertes overeenkomstig artikel 42, gaat de aanbestedende
titeit over tot het prijs- of kostenonderzoek overeenkomstig artikel 43
, in geval van vermoeden van abnormaal hoge of lage prijzen of kosten, gaat zij over tot de in artikel 44 bedoelde prijzen- of kostenbevraging. Art. 42.§ 1. De aanbestedende
titeit verbetert de offertes in functie van de door haar of een inschrijver vastgestelde rekenfouten
zuiver materiële fouten in de opdrachtdocumenten. § 2. De aanbestedende
titeit verbetert de rekenfouten
zuiver materiële fouten in de offertes, zonder aansprakelijk te zijn voor de niet ontdekte fouten. Ten einde de rekenfouten
de zuiver materiële fouten die door haar vastgesteld worden in de offertes te verbeteren, gaat de aanbestedende
titeit de werkelijke bedoeling na van de inschrijver via een globale analyse van de offerte
door deze te vergelijken met de andere offertes
met de marktprijzen. Indien deze bedoeling, na analyse van de offerte, niet voldoende duidelijk is, kan de aanbestedende
titeit de inschrijver, binnen een door haar gestelde termijn, uitnodigen om de inhoud van zijn offerte te verduidelijken zonder haar te wijzigen
te vervolledigen
dit zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om te onderhandelen indien de procedure zulks toelaat. Als er in dit laatste geval geen toelichting gegeven is of de toelichting niet aanvaardbaar is voor de aanbestedende
titeit, verbetert ze de fouten naar eigen bevindingen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kan de aanbestedende
titeit hetzij beslissen dat de opgegeven eenheidsprijzen van toepassing zijn, hetzij de offerte als onregelmatig weren. § 3. Indien de aanbestedende
titeit rechtstreeks fouten verbetert in de offertes, bewaart zij de oorspronkelijke versie van die offertes
ziet zij erop toe dat haar rechtzettingen duidelijk identificeerbaar zijn, terwijl ook de oorspronkelijke gegevens zichtbaar blijven. Art. 43.De aanbestedende
titeit onderwerpt de ingediende offertes aan een prijs-of kostenonderzoek. Daartoe kan de aanbestedende
titeit, overeenkomstig artikel 84, tweede lid, van de wet, samen gelezen met artikel 153, 3°, van de wet, de inschrijvers verzoeken alle nodige inlichtingen te verstrekken. Art. 44.§ 1. Indien uit het prijs- of kostenonderzoek overeenkomstig artikel 43 blijkt dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal laag of hoog lijken, voert de aanbestedende
titeit een bevraging van deze laatste uit. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging
de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, wordt de bevraging uitgevoerd op de laatst ingediende offertes. Dit belet niet dat de aanbestedende
titeit deze bevraging reeds kan verrichten in een vroeger stadium van de procedure. § 2. Bij de prijzen- of kostenbevraging verzoekt de aanbestedende
titeit de inschrijver om de nodige schriftelijke verantwoording over de samenstelling van de abnormaal geachte prijs of kost te verstrekken binnen een termijn van twaalf dagen, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt. Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, kan de aanbestedende
titeit, mits uitdrukkelijk gemotiveerde bepaling in de opdrachtdocumenten, in een kortere termijn voorzien. De inschrijver draagt de bewijslast van de verzending van de verantwoording. De verantwoording houdt met name verband met: 1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;2° de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten;3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;4° het eventueel verkrijgen van een wettelijke overheidssteun door de inschrijver. In het kader van de in het eerste lid bedoelde prijzen- of kostenbevraging verzoekt de aanbestedende
titeit de inschrijver om de schriftelijke verantwoordingen over te maken inzake de eerbiediging van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, die van toepassing zijn in de domeinen van het sociaal, arbeids-
milieurecht, met inbegrip van de verplichtingen die van toepassing zijn op het vlak van welzijn, lonen
sociale zekerheid. De aanbestedende
titeit is er echter niet toe gehouden om verantwoordingen te vragen voor prijzen voor verwaarloosbare posten. Zo nodig ondervraagt de aanbestedende
titeit de inschrijver opnieuw. Dit gebeurt schriftelijk. In dit geval kan de termijn van twaalf dagen worden ingekort. § 3. De aanbestedende
titeit beoordeelt de ontvangen inlichtingen
: 1° stelt ofwel vast dat het bedrag van een of meer niet-verwaarloosbare posten een abnormaal karakter vertoont
weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is;2° ofwel, stelt vast dat het totale offertebedrag een abnormaal karakter vertoont
weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is;3° ofwel, motiveert in de gunningsbeslissing dat het totale offertebedrag geen abnormaal karakter vertoont. De aanbestedende
titeit wijst de offerte eveneens af wanneer zij heeft vastgesteld dat het totale offertebedrag abnormaal laag is omdat de offerte niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal- of arbeidsrecht omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is. Wanneer de offerte niet voldoet aan de verplichtingen op het gebied van het federaal sociaal- of het arbeidsrecht, deelt de aanbestedende
titeit dit mee overeenkomstig paragraaf 5, tweede lid. In het kader van de beoordeling kan de aanbestedende
titeit ook rekening houden met inlichtingen die niet afkomstig zijn van de inschrijver. Deze gegevens worden voorgelegd aan de inschrijver teneinde hem de kans te geven hierop te reageren. Wanneer een aanbestedende
titeit vaststelt dat een offerte abnormaal laag lijkt ten gevolge van door de inschrijver verkregen overheidssteun, kan de offerte alleen op die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver
deze niet binnen een door de aanbestedende
titeit gestelde toereikende termijn kan aantonen dat de betrokken steun verenigbaar is met de interne markt, in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Wanneer de aanbestedende
titeit in een dergelijke situatie een offerte afwijst, deelt zij dit mee overeenkomstig paragraaf 5, derde lid. Onderhavig lid is
kel van toepassing voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking. § 4. Als bij een opdracht voor werken of voor een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure, de economisch meest voordelige offerte
kel geëvalueerd wordt op basis van de prijs,
voor zover minstens vier offertes in aanmerking genomen werden overeenkomstig de derde
vierde leden, voert de aanbestedende
titeit een prijzen- of kostenbevraging uit overeenkomstig de paragrafen 2
3, voor elke offerte waarvan het totale offertebedrag minstens vijftien procent onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt. Hetzelfde geldt voor de opdrachten voor werken
voor de opdrachten voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure wanneer de economisch meest voordelige offerte geëvalueerd wordt op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria. In dit laatste geval kan de aanbestedende
titeit echter in de opdrachtdocumenten een hoger percentage voorzien dan vijftien procent. Het gemiddelde van de bedragen wordt als volgt berekend : 1° indien het aantal offertes gelijk is aan of groter dan zeven, door zowel de laagste offerte uit te sluiten als de hoogste offertes die samen een vierde van het aantal ingediende offertes vormen.Indien dit aantal niet deelbaar is door vier, wordt het vierde naar de hogere eenheid afgerond; 2° indien het aantal offertes lager ligt dan zeven, door de laagste
de hoogste offerte uit te sluiten. De berekening van het gemiddelde van de bedragen is gebaseerd op alle offertes van de geselecteerde inschrijvers. Deze berekening mag eveneens gebeuren op basis van de offertes van de voorlopig geselecteerde inschrijvers overeenkomstig artikel 147, § 6, van de wet. In het kader van deze berekening kan de aanbestedende
titeit echter beslissen om geen rekening te houden met de manifest onregelmatige offertes. De opdrachtdocumenten kunnen deze paragraaf toepasselijk maken voor opdrachten voor leveringen of opdrachten voor andere diensten dan deze bedoeld in artikel 2, 13°, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure
waarbij de economisch meest voordelige offerte
kel geëvalueerd wordt op basis van de prijs. § 5. Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd op basis van een abnormale prijs dan wel kost, deelt de aanbestedende
titeit dat onverwijld mee aan de Auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit. Deze mededeling bevat minstens de volgende inlichtingen: de identificatiegegevens van de betreffende inschrijvers, het voorwerp van de opdracht, alsook de abnormaal hoge of lage prijs dan wel kost. Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd omwille van de vaststelling dat deze abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde verplichtingen op het gebied van het federaal sociaal- of het arbeidsrecht, deelt de aanbestedende
titeit dit onverwijld mee aan de Sociale inlichtingen-
opsporingsdienst, met opgave van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen. Wanneer een offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd omwille van de vaststelling dat deze abnormaal laag is ingevolge niet met de interne markt verenigbare overheidssteun, stelt de aanbestedende
titeit de Europese Commissie daarvan onverwijld in kennis. Een kopij van deze kennisgeving wordt eveneens onverwijld doorgestuurd naar het in artikel 163, § 2, van de wet, bedoelde aanspreekpunt. Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken wordt geweerd op basis van een abnormaal lage prijs dan wel kost, wordt ook de Commissie voor de erkenning van aannemers onverwijld daarvan op de hoogte gebracht. § 6. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is het onderhavige artikel niet toepasselijk op de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, noch op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, noch op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 1.000.000 euro. Art. 45.De aanbestedende
titeit kan personen aanwijzen voor het uitvoeren van alle verificaties van de boekhoudkundige stukken
alle onderzoeken ter plaatse, teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens verstrekt in het kader van het in de artikelen 43 of 44 bedoelde onderzoek of bevraging. De aanbestedende
titeit mag de aldus ingewonnen inlichtingen voor andere doeleinden gebruiken dan voor het onderzoek van de prijzen of kosten in de loop van de plaatsingsprocedure. Zij mag deze inlichtingen zo nodig ook gebruiken tijdens de uitvoeringsfase van de betrokken opdracht. HOOFDSTUK 6. - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)
de impliciete verklaring op erewoord Art. 46.§ 1. Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende overheid, leggen de kandidaten of inschrijvers het UEA voor op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming, van de aanvragen tot kwalificatie
/of van de offertes. Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende
titeit die geen aanbestedende overheid is
deze
titeit, overeenkomstig artikel 151 van de wet, de krachtens de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden toepast, leggen de kandidaten of inschrijvers het UEA voor op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming, van de aanvragen tot kwalificatie
/of van de offertes. Echter moeten alleen de delen van het UEA die verband houden met de weerhouden uitsluitingsgronden ing