📄 Wettekst
18 JUNI 2017. - Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Inhoudsopgave Titel 1 - Algemene bepalingen Hoofdstuk 1 - Definities, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied Afdeling 1 - Inleidende bepaling
Art. 1 Afdeling 2 - Definities
Art. 2 Afdeling 3 - Belasting over de toegevoegde waarde
Art. 3 Afdeling 4 - Toepassingsgebied
Art. 4 en 5 Hoofdstuk 2 - Raming van het opdrachtbedrag Art. 6 en 7 Hoofdstuk 3 - Bekendmaking Afdeling 1 - Algemene bekendmakingsregels
Art. 8 tot 10 Afdeling 2 - Europese drempels
Art. 11 en 12 Afdeling 3 - Europese bekendmaking
Art. 13 Onderafdeling 1 - Algemene regels Art. 14 tot 20 Onderafdeling 2 - Sociale en andere specifieke diensten Art. 21 en 22 Afdeling 4 - Belgische bekendmaking
Art. 23 Onderafdeling 1 - Algemene regels Art. 23 tot 30 Onderafdeling 2 - Sociale en andere specifieke diensten Art. 31 en 32 Hoofdstuk 4 - Prijsvaststelling en prijsbestanddelen Art. 33 tot 40 Hoofdstuk 5 - Verbetering van fouten en nazicht van prijzen of kosten Art. 41 tot 45 Hoofdstuk 6 - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de impliciete verklaring op erewoord Art. 46 tot 48 Hoofdstuk 7 - Regels van toepassing op de handtekeningen en op de communicatiemiddelen Art. 49 tot 55 Hoofdstuk 8 - Opties Art. 56 Hoofdstuk 9 - Percelen Art. 57 en 58 Hoofdstuk 10 - Indiening van de aanvragen tot deelneming en offertes Afdeling 1 - Uitnodiging van de geselecteerde kandidaten tot indiening
van een offerte Art. 59 Afdeling 2 - Indieningsmodaliteiten voor de aanvragen tot deelneming
en offertes Art. 60 tot 62 Afdeling 3 - Indiening en verdaging
Art. 63 Afdeling 4 - Verbintenistermijn
Art. 64 Hoofdstuk 11 - Keuze van de deelnemers Afdeling 1 - Algemene bepalingen
Art. 65 en 66 Afdeling 2 - Uitsluitingsgronden
Art. 67 tot 69 Afdeling 3 - Selectiecriteria, beroep op onderaannemers en op andere
entiteiten Art. 70 tot 73 Hoofdstuk 12 - Regelmatigheid van de offertes Art. 74 Titel 2 - Gunning bij openbare of niet-openbare procedure Hoofdstuk 1 - Vorm en inhoud van de offerte Art. 75 en 76 Hoofdstuk 2 - Samenvattende opmeting en inventaris Art. 77 Hoofdstuk 3 - Interpretatie, fouten en leemten Art. 78 tot 80 Hoofdstuk 4 - Indiening en opening Art. 81 tot 83 Hoofdstuk 5 - Verbetering van de offertes Art. 84 Hoofdstuk 6 - Gunning van de opdracht Art. 85 Hoofdstuk 7 - Sluiting van de opdracht Art. 86 en 87 Titel 3 - Gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging Hoofdstuk 1 - Specifieke drempels Art. 88 Hoofdstuk 2 - Verloop en sluiting van de opdracht Art. 89 tot 92 Titel 4 - Gunning bij concurrentiegerichte dialoog Art. 93 tot 96 Titel 5 - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures Hoofdstuk 1 - Dynamisch aankoopsysteem Art. 97 tot 101 Hoofdstuk 2 - Elektronische veiling Art. 102 tot 107 Hoofdstuk 3 - Elektronische catalogi Art. 108 tot 112 Hoofdstuk 4 - Prijsvragen Afdeling 1 - Toepassingsvoorwaarden en jury
Art. 113 tot 116 Afdeling 2 - Raming en bekendmaking
Art. 117 tot 119 Titel 6 - Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsvragen Art. 120 Titel 7 - Overheidsopdrachten van beperkte waarde Art. 121 Titel 8 - Overheidsopdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure Art. 122 Titel 9 - Eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen Vraag tot toegang tot Telemarc Art. 123 Opheffingsbepalingen Art. 124 Overgangsbepalingen Art. 125 tot 128 Inwerkingtredingsbepalingen Art. 129 tot 131 Slotbepaling Art. 132 De
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten inzake overheidsopdrachten (hierna "de wet" genaamd) is erop gericht de bepalingen van de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 om te zetten naar Belgisch recht.
Het onderhavig ontwerp van koninklijk besluit is gericht op de uitvoering van titel 3 van de voormelde wet en vormt een wijziging en samenvoeging van twee koninklijke besluiten, te weten : - het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012 (waarnaar doorgaans verwezen wordt als zijnde de "publieke speciale sectoren"); en - het
koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
24/06/2013
pub.
27/06/2013
numac
2013021067
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten
sluiten betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten (waarnaar doorgaans verwezen wordt als zijnde de "private speciale sectoren").
De in beide voormelde besluiten voorziene plaatsingsregels worden geharmoniseerd. Een aantal bepalingen die reeds voorzien waren in het
koninklijk besluit van 16 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/07/2012
pub.
11/02/2013
numac
2012021060
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren
sluiten werden dan ook veralgemeend naar de private speciale sectoren. Deze nieuwe aanpak is ingegeven vanuit een streven naar eenvormigheid en vereenvoudiging. Hieruit volgt dat nog slechts één stelsel aan regels zal toegepast worden, behoudens uitzondering.
Zoals het geval is in de nieuwe wetten inzake overheidsopdrachten en betreffende de concessieovereenkomsten, werd de nieuwe Europese terminologie wat de benamingen van de procedures betreft overgenomen in het onderhavige ontwerp.
De bepalingen die eigen zijn aan richtlijn 2014/25/EU niet te na gelaten, is het onderhavig ontwerp in belangrijke mate geïnspireerd op het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Echter werd voorzien in versoepelingen en wel via de volgende twee wijzen : 1) een aantal bepalingen van het koninklijk besluit "klassieke sectoren" werden niet overgenomen. Het betreft voornamelijk : - de bepaling omtrent belangenconflicten - draaideurconstructie (waarbij er evenwel op gewezen moet worden dat artikel 6 van de wet van toepassing blijft). Een dergelijke bepaling zou inderdaad te streng zijn voor de arbeidsmobiliteit in de betreffende sectoren, met name voor de overheidsbedrijven en de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten; - de bepalingen omtrent de inschrijver-natuurlijke persoon die in de loop van de plaatsingsprocedure zijn beroepsactiviteit onderbrengt in een rechtspersoon; - sommige van de voorwaarden die van toepassing zijn voor het "vervroegd" nazicht van de offertes in de openbare procedure of in de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (meer bepaald nog vóór de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld), werden niet overgenomen (verplicht voorafgaand nazicht van de fiscale/sociale schulden en verplicht voorafgaandelijk nazicht, in voorkomend geval, van de corrigerende maatregelen); 2) de werking van een aantal andere bepalingen, hoewel hernomen in het onderhavige ontwerp, werd verzacht ingevolge de toevoeging van de woorden "behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten".Het betreft voornamelijk de artikelen 70 (selectiecriteria), 76 (vermeldingen in de offerte) en 82 (opening van de offertes bij de openbare of de niet-openbare procedures).
Zelfs al is dit een evidentie, toch wordt de aandacht gevestigd op het feit dat er onderhandelingen kunnen gevoerd worden in elke procedure die onderhandelingen toelaat.
Er wordt aan herinnerd dat geen enkele drempel werd voorzien wat het gebruik zonder verdere voorwaarden betreft van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, aangezien deze procedure geen uitzonderingsprocedure is, in tegenstelling tot hetgeen het geval is voor de mededingingsprocedure met onderhandeling in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
In het ontwerp is daarnaast voorzien, wat het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging betreft, dat de aanbestedende entiteit gebruik kan maken van deze procedure wanneer de goed te keuren uitgave lager ligt dan een bedrag van (op heden) 418.000 euro. Dit is een verhoging ten opzichte van de thans in de publieke speciale sectoren normaliter van toepassing zijnde drempel van 170.000 euro (voor bepaalde diensten geldt nu evenwel al een drempel van 418.000 euro; zie artikel 104, § 1, 1°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012).
Er moet eveneens worden herinnerd aan het feit dat in het onderhavige ontwerp nog steeds een onderscheid wordt gemaakt tussen de publieke en private speciale sectoren, ondanks de eenmaking van de stelsels.
Inderdaad wijkt het ontwerp af van de regel dat slechts één stelsel van toepassing is, daar waar gesteld is dat het ontwerp niet van toepassing is op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking geplaatst door : - overheidsbedrijven voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, - personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten, of door - aanbestedende overheden voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit.
Omtrent de volgende bepalingen is nadere toelichting vereist : - fraudegevoelige sectoren : Het ontwerp omvat specifieke bepalingen omtrent het nazicht van de prijzen/kosten (berekening van het gemiddelde) voor de overheidsopdrachten van diensten in de voormelde sectoren. Het gaat om de opdrachten van diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. De volgende link laat toe om de betreffende uitvoeringsbesluiten van de voormelde
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten te vinden (tab "uitvoeringen") : http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/index.reflex?page= articles&c=detail_get&d=detail&docid=426015&tab=&lang=nl - Gebruik van de uitsluitingsgronden en de selectiecriteria (de artikelen 67, 68 en 70 van het besluit) In artikel 151 van de wet wordt een verschil ingevoerd al naargelang het type aanbestedende entiteit. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is, dan moet zij de in de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden hernemen. Het is anders gesteld wanneer de aanbestedende entiteit geen aanbestedende overheid is. In dat laatste geval kan zij alle of een deel van de voormelde uitsluitingsgronden hernemen en betreft het dus slechts een mogelijkheid. Er wordt op gewezen dat niets verhindert dat rekening wordt behouden met de corrigerende maatregelen. Daarnaast mogen ook selectiecriteria worden ingesteld, onafhankelijk van het feit of de aanbestedende entiteit al dan niet een aanbestedende overheid is.
De uitsluitingsgronden die, afhankelijk van het geval, kunnen of moeten gebruikt worden door de aanbestedende entiteiten, zijn mutatis mutandis dezelfde als deze die voorzien zijn in het koninklijk besluit "klassieke sectoren". Vandaar dan ook dat verwezen wordt naar het verslag aan de Koning bij dit laatste besluit voor nadere toelichting.
Wat de selectiecriteria betreft verduidelijkt artikel 70 dat, behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, de artikelen 65 tot 69 en 72 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 van toepassing zijn. - Uniform Europees Aanbestedingsdocument (afgekort het UEA; artikel 46 van het besluit) Artikel 46 van het ontwerp voert een onderscheid in al naar gelang het een overheidsopdracht betreft die wordt geplaats door een aanbestedende overheid of door een aanbestedende entiteit die geen aanbestedende overheid is.
Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende entiteit die een aanbestedende overheid is, dan moeten de kandidaten of inschrijvers het UEA voorleggen. Er is inderdaad geen tegenspraak aangezien de voormelde aanbestedende overheid de in de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden moet hernemen (zie supra).
Wanneer het echter een overheidsopdracht betreft die wordt geplaatst door een aanbestedende entiteit die geen aanbestedende overheid is, dan kan deze entiteit alle of bepaalde voormelde uitsluitingsgronden (zie supra) toepassen, zonder hiertoe verplicht te zijn. Ook in dat geval moet het UEA worden voorgelegd. Echter wordt verduidelijkt, wat de uitsluitingsgronden betreft, dat bepaalde delen van het UEA niet ingevuld moeten worden. De delen die ingevuld moeten worden hangen af van de gekozen uitsluitingsgronden. Het zou inderdaad weinig zinvol zijn voor een ondernemer om de delen van het UEA in te vullen die betrekking hebben op uitsluitingsgronden die door de voormelde aanbestedende entiteit niet weerhouden werden.
Voor nadere toelichting omtrent het UEA wordt verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. - Erkenning van aannemers (artikel 71 van het besluit) In het onderhavige ontwerp wordt rekening gehouden met het feit dat de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, laatst gewijzigd door de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten betreffende de concessieovereenkomsten, vereist dat de werken slechts uitgevoerd kunnen worden door ondernemers die ofwel hiervoor erkend zijn, ofwel aan de voorwaarden ertoe voldoen of het bewijs hebben geleverd dat zij de voorwaarden opgelegd door of krachtens de wet om erkend te worden vervullen (zie artikel 3 de voormelde wet van 20 maart 1991, vervangen door de voormelde
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten).
Zodoende zal de ondernemer, in tegenstelling tot hetgeen voorzien is voor de selectiecriteria waarvan de toepassing slechts facultatief is (zie supra), ofwel moeten beschikken over de vereiste erkenning, ofwel houder moeten zijn van een certificaat of ingeschreven moeten zijn op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie, ofwel de toepassing moeten inroepen van artikel 3, eerste lid, 2°, van de voormelde wet van 20 maart 1991.
De tekst is in grote mate geïnspireerd op het koninklijk besluit "klassieke sectoren". Echter moet erop gewezen worden dat het onderhavige artikel niet van toepassing is op overheidsopdrachten voor werken geplaatst door de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Deze beperking van het toepassingsgebied is ingegeven door het feit dat de voormelde wet van 20 maart 1991 evenmin van toepassing is op de voormelde personen.
Voor nadere toelichting wordt verwezen naar het verslag aan de Koning van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. - Procedure vrijstellingsaanvragen voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie (artikel 120 van het besluit) De aanbestedende entiteiten kunnen, overeenkomstig artikel 116 van de wet, vragen om van de toepassing van de wetgeving "overheidsopdrachten" vrijgesteld te worden voor de uitoefening van activiteiten in de sectoren water, energie, transport en postale diensten, indien de uitgeoefende activiteit rechtstreeks blootgesteld is aan de mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is.
De aanbestedende entiteit die gebruik wenst te maken van deze vrijstellingsprocedure moet aan het in artikel 163, § 2, van de wet bedoelde aanspreekpunt haar aanvraag alsook een omstandig en gemotiveerd dossier overmaken. Het voormelde aanspreekpunt is als enige bevoegd om deze vrijstellingsaanvraag door te sturen naar de Europese Commissie die een beslissing ter zake zal nemen.
In een overgangsperiode kunnen de aanvragen echter doorgestuurd worden naar de Eerste Minister, en dit tot de instelling door de Koning van het voormelde aanspreekpunt.
Voor nadere toelichting omtrent de door de Europese Commissie te gebruiken procedure, moet verwezen worden naar het Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1804 van de Commissie van 10 oktober 2016 betreffende de nadere regels voor de toepassing van de artikelen 34 en 35 van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten. - Regelmatigheidsonderzoek (artikel 74 van het besluit) Er moet op worden gewezen dat het regelmatigheidsonderzoek op analoge wijze is opgevat als in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Zoals in de voormelde sectoren het geval is, beschikt de aanbestedende entiteit niet over een beoordelingsruimte in de in artikel 74, § 1, vierde lid, bedoelde gevallen. - Overgangsbepalingen wat het gebruik van elektronische communicatiemiddelen betreft Net zoals het geval is in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 wordt wat het verplicht gebruik van elektronische communicatiemiddelen betreft, in bepaalde overgangsmaatregelen voorzien tot 17 oktober 2018 voor de opdrachten boven de Europese drempels en tot 31 december 2019 wat de opdrachten onder deze drempels betreft (behoudens uitzonderingen). Als een aanbestedende entiteit gebruikt wenst te maken van de overgangsmaatregel, geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welke van volgende communicatiemiddelen gebruik mag worden gemaakt : post of via een andere geschikte vervoerder, fax, via communicatie door middel van elektronische middelen (zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van elektronische platformen), of door een combinatie van deze middelen.
De vereisten die desgevallend van toepassing zijn op het vlak van de ondertekening van het UEA, de aanvraag tot deelneming of de offertes, moeten eveneens worden vermeld in de opdrachtendocumenten.
In het onderhavige verslag aan de Koning worden niet alle bepalingen van het ontwerp becommentarieerd. Heel wat bepalingen komen echter overeen met een bepaling van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Voor nadere toelichting omtrent deze bepalingen kan worden verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
Een aantal andere bepalingen, met name wat de bekendmakingsvoorschriften betreft, zijn voldoende duidelijk en behoeven geen nadere toelichting.
Ten slotte is rekening gehouden met de opmerkingen in het advies 61.457/1 van de Raad van State, gegeven op 6 juni 2017. Echter werd geen gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Raad van State om in artikel 5 van het ontwerp (zoals voorgelegd voor advies aan de Raad van State) te verduidelijken wat de sanctie is indien in het bestek geen melding wordt gemaakt van de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken. Het is immers geenszins de bedoeling om in een sanctionering te voorzien. Overigens is evenmin in een sanctie voorzien in artikel 9, § 4, van het
koninklijk besluit van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
14/01/2013
pub.
14/02/2013
numac
2013021005
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken
sluiten tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. Enkel de miskenning van de bijzondere motiveringsplicht wordt in de voormelde bepaling gesanctioneerd, maar in het om advies voorgelegd ontwerp betrof het alleen een verplichting om de afwijkingen vooraan in het bestek te vermelden. Bij nader inzien werd geoordeeld, in het licht van de afwezigheid van enige sanctie, dat de bepaling beter achterwege wordt gelaten. Op die manier wordt ook vermeden dat het onderhavig ontwerp omtrent dit punt strenger zou zijn dan het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. In dat laatste koninklijk besluit is immers niet voorzien in een dergelijke verplichting. De praktijk waarbij de bepalingen waarvan wordt afgeweken (voor zover toegelaten) vooraan in het bestek worden vermeld, is echter een goede praktijk. De aanbestedende entiteiten worden dan ook aangeraden om dit te doen met het oog op een betere leesbaarheid van de opdrachtdocumenten door de ondernemers.
In artikel 72, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van het ontwerp wordt gesteld dat de ondernemer, wat betreft de criteria inzake studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of van de titularis of van het leidinggevend personeel van de onderneming, of de criteria betreffende de overeenstemmende beroepservaring, slechts beroep kan doen op de draagkracht van andere entiteiten, wanneer deze laatste de werken of de diensten waarvoor hun draagkracht vereist is zelf uitvoeren of leveren. Volgens de Raad van State houdt dit een beperking in op het recht om beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten "ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten", beperking waarvoor geen aanknopingspunt te vinden zou zijn in artikel 79 van richtlijn 2014/25/EU. Anders dan de Raad van State aangeeft verschaft artikel 79 van de voormelde richtlijn een aanknopingspunt voor het invoeren van een dergelijke beperking.
Artikel 79.2 bepaalt immers hetgeen volgt : "2.... Wat betreft de criteria inzake de onderwijs- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of de aannemer of die van het leidinggevend personeel van de onderneming of inzake de relevante beroepservaring, mogen ondernemers zich evenwel slechts beroepen op de capaciteit van andere entiteiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die vereist is, zal verrichten.". Een soortgelijke bepaling is vervat in artikel 79.1 (voor het geval waarbij gebruik wordt gemaakt van een kwalificatiesysteem). Om de overeenstemming met de richtlijn te bewaren mag artikel 72 van het ontwerp inhoudelijk niet worden aangepast. Op redactioneel vlak werd de Nederlandse versie wel verbeterd.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Eerste Minister, Ch. MICHEL
Advies 61.457/1 van 6 juni 2017 van de Raad van State over een ontwerp van koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren" Op 4 mei 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Eerste Minister verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren".
Het ontwerp is door de eerstekamer onderzocht op 30 mei 2017. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Wouter Pas, staatsraden, Marc Rigaux en Michel Tison, assessoren, en Wim Geurts, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Jonas Riemslagh, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix Van Damme, kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 juni 2017. 1. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 2. De regeling die in het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit is vervat, betreft de plaatsing van overheidsopdrachten in de zogenaamde "speciale sectoren", zijnde de overeenkomsten onder bezwarende titel die worden gesloten tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende entiteiten en die betrekking hebben op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten. Het ontwerp strekt tot een verdere omzetting in het interne recht van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 "betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG" (hierna : Richtlijn 2014/25/EU).
Met die omzetting werd eerder een begin gemaakt met de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten "inzake overheidsopdrachten" (hierna : de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten).
Het ontwerp beoogt diverse bepalingen van titel 3 ("Overheidsopdrachten in de speciale sectoren") van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten uit te voeren en regelt de inwerkingtreding van sommige bepalingen van die wet.
De ontworpen regeling is in essentie bedoeld om mettertijd in de plaats te komen van de regeling die nu is vervat in het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren" van 16 juli 2012 (hierna : het
koninklijk besluit van 16 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/07/2012
pub.
11/02/2013
numac
2012021060
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren
sluiten) en in het
koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
24/06/2013
pub.
27/06/2013
numac
2013021067
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten
sluiten "betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten" (hierna : het
koninklijk besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
24/06/2013
pub.
27/06/2013
numac
2013021067
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten
sluiten).
Het ontworpen koninklijk besluit houdt een vrij grondige hervorming in van de in de koninklijke besluiten van 16 juli 2012 en 24 juni 2013 vervatte regelingen. De plaatsingsregels die zijn vervat in deze besluiten worden geharmoniseerd tot één nieuwe regeling die in belangrijke mate gelijkenissen vertoont met het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 waarover de Raad van State, afdeling Wetgeving, op 13 maart 2017 advies 60.903/1 uitbracht. [1] 3. Het ontwerp van koninklijk besluit bestaat uit negen titels. Titel 1 bevat een aantal algemene bepalingen waarin onder meer het toepassingsgebied wordt omschreven (hoofdstuk 1), en regelt voorts de raming van het opdrachtbedrag (hoofdstuk 2), de bekendmaking (hoofdstuk 3), de vaststelling, samenstelling en verbetering van prijzen (hoofdstukken 4 en 5), de opdrachtdocumenten (hoofdstuk 6), de ondertekening en de communicatiemiddelen (hoofdstuk 7), de opties (hoofdstuk 8), de percelen (hoofdstuk 9), de indiening van de aanvragen tot deelneming en van de offertes (hoofdstuk 11), de keuze van de deelnemers (hoofdstuk 12) en het onderzoek en de voorwaarden voor de regelmatigheid van de offertes (hoofdstuk 13). [2] Titel 2 betreft de regeling van de gunning bij openbare en niet-openbare procedure. Die regeling omvat voorschriften voor de vorm en de inhoud van de offerte (hoofdstuk 1), de samenvattende opmeting en de inventaris (hoofdstuk 2), de interpretatie, fouten en leemten (hoofdstuk 3), de indiening en de opening (hoofdstuk 4), de verbetering van de offertes (hoofdstuk 5), en de gunning en de sluiting van de opdracht (hoofdstukken 6 en 7).
Titel 3 heeft betrekking op de gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
Daarvoor wordt voorzien in specifieke toepassingsdrempels (hoofdstuk 1) en eigen regels voor het verloop en de sluiting van de opdracht (hoofdstuk 2). In titel 4 wordt de regeling van de gunning bij concurrentiegerichte dialoog uitgewerkt.
Daarnaast zijn er in titel 5 een aantal regels betreffende specifieke of aanvullende opdrachten en procedures. Zij hebben het dynamisch aankoopsysteem (hoofdstuk 1), de elektronische veiling (hoofdstuk 2), de elektronische catalogi (hoofdstuk 3) en de prijsvragen (hoofdstuk 4) tot voorwerp. Titel 6 betreft de procedure voor de aanvraag tot vrijstelling op grond waarvan de uitsluiting van het toepassingsgebied van titel 3 van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten mogelijk is wanneer de uitgeoefende activiteiten rechtstreeks blootstaan aan mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is.
Voorts handelen de titels 7 en 8 respectievelijk over de overheidsopdrachten van beperkte waarde en tot aanstelling van een advocaat in het kader van vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure.
In titel 9 zijn ten slotte de eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen opgenomen. 4.1. Het merendeel van de artikelen van het ontwerp kan worden geacht rechtsgrond te vinden in de bepalingen van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten waarvan melding wordt gemaakt in het tweede lid van de aanhef van het ontwerp, zoals het om advies is voorgelegd. Het verdient wel aanbeveling om enkele van de in het voornoemde lid van de aanhef opgesomde wetsbepalingen te specificeren of te corrigeren, door te verwijzen naar de artikelen 14, § § 5 en 7, vierde lid (niet "14"), 68, § 1, eerste lid, 1°, en § 2 (niet "68"), 71, derde lid (niet "71"), 116, tweede lid (niet "116, lid 2"), en 171, eerste lid (niet: "171"). [3] 4.2. Wat de artikelen 151 en 153, 1° en 3°, van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten betreft, moet worden opgemerkt dat deze zelf geen machtiging aan de Koning bevatten, maar dat zij bepalingen uit titel 2 van de wet "betreffende opdrachten in de klassieke sectoren" van toepassing verklaren die op hun beurt een machtiging aan de Koning bevatten (namelijk de artikelen 67, § 1, tweede lid, 68, § 1, eerste lid, 1°, en § 2, 71, derde lid, 74, 75, 81, § 5, en 84, eerste lid, al ontbreekt de vermelding van die laatste bepaling in het tweede lid van de aanhef). 4.3. De Raad van State ziet niet in welke bepalingen van het ontwerp zouden kunnen worden beschouwd als een uitvoering van de machtigingen in artikel 90, § 4, en artikel 123, § 3, van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten.
Bij gebreke van een zodanige uitvoering dient de vermelding van deze bepalingen te worden weggelaten in het tweede lid van de aanhef. 4.4. De opsomming van rechtsgrond biedende bepalingen in het tweede lid van de aanhef moet worden vervolledigd met de vermelding van artikel 84, eerste lid, van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten, dat in artikel 153, 3°, van deze wet van toepassing wordt verklaard op overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen. Deze bepaling biedt rechtsgrond voor sommige onderdelen van het ontwerp die betrekking hebben op het prijs- en kostenonderzoek (b.v. artikelen 44 en 45 van het ontwerp). 4.5. Een aantal bepalingen van het ontwerp vindt rechtsgrond in de algemene bevoegdheid om de wet uit te voeren die de Koning put uit artikel 108 van de Grondwet, gelezen in samenhang met sommige bepalingen van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten, waarvan er een aantal worden vermeld in het tweede lid van de aanhef, maar andere niet. Dat een beroep wordt gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid blijkt evenwel reeds uit het eerste lid van de aanhef van het ontwerp waarin wordt verwezen naar artikel 108 van de Grondwet en uit de verwijzing naar de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten in haar geheel. [4] De verwijzingen naar de artikelen 47, § 3, 58, § 2, 73, 108, eerste lid, 118, § 2, 1°, 124, § 2, 129, vierde lid, 137, 141, 143, 149 en 162 van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten worden derhalve het best weggelaten in het tweede lid van de aanhef.
Onderzoek van de tekst Aanhef 5. Het tweede lid van de aanhef van het ontwerp moet in overeenstemming worden gebracht met hetgeen is opgemerkt met betrekking tot de rechtsgrond. Artikel 4 6. In de Nederlandse tekst van artikel 4, § 1, 2°, van het ontwerp is sprake van "bijzondere of alleenrechten".In artikel 2, 3°, van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten is evenwel sprake van "bijzondere of exclusieve rechten". In artikel 94, eerste lid, 2°, b), van dezelfde wet, is op zijn beurt sprake van "speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3°".
Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde dat « [i]n plaats van "alleenrechten" [...] beter [wordt] gesproken over "exclusieve rechten", zoals in de wet. Wat de "bijzondere" rechten betreft is de situatie iets ingewikkelder. In de wet is er namelijk zowel sprake van "bijzondere rechten" (in de definities) als "speciale rechten" (artikel 94) maar telkens worden dezelfde rechten bedoeld. Het begrip wordt wellicht beter gebruikt zoals het wordt gedefinieerd in de wet ("bijzondere rechten"). Ook in de huidige wet van 2006 is sprake van "bijzondere rechten" ».
Met dit voorstel kan worden ingestemd. 7. Artikel 4, § 3, van het ontwerp, bepaalt dat "alleen de artikelen 7 en 8 van dit besluit van toepassing [zijn] op de in hoofdstuk 7 van titel 3 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde". Deze bepaling moet worden aangevuld met artikel 122 van het ontwerp, dat eveneens van toepassing is op de betrokken overheidsopdrachten van beperkte waarde. [5] 8. De gemachtigde verklaarde : « En vérifiant les renvois, on a constaté les erreurs suivantes : - Article 4, § 2, 1° : remplacer la référence à l'article 21 par une référence à l'article 22 (en néerlandais uniquement); - Article 4, § 2, 3° : remplacer la référence à l'article 58 par une référence à l'article 59 (en français uniquement); - Article 4, § 4 : remplacer la référence à l'article 125 par une référence à l'article 123 (en français et en néerlandais) ».
Met deze wijzigingen kan worden ingestemd.
Artikel 5 9. Artikel 5 van het ontwerp bevat diverse foutieve verwijzingen. Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde : « Dans la version française, l'article 43, §§ 2, 4 et 6 doit en effet être remplacé par l'article 45, §§ 2, 4 et 6.
Le renvoi vers l'article 38 ne devrait viser que l'alinéa 1er de cette disposition (dans les deux langues). Le renvoi vers l'article 92 est erroné et doit être enlevé.
Il en résulte que les renvois suivants seraient plus justes : « Conformément aux articles 34, 38, alinéa 1er, 41, 45, §§ 2, 4 et 6, 48, § 1er, alinéa 3, 52, § 1er, 59, 62, § 3, 63, alinéas 2 et 3, 65, alinéa 1er, 71, 75, § 4, alinéa 3, 77, alinéa 1er, 79 et 83, alinéa 1er, il peut être dérogé aux dispositions y mentionnées » "Overeenkomstig de artikelen 34, 38, eerste lid, 41, 45, §§ 2, 4 en 6, 48, § 1, derde lid, 52, § 1, 59, 62, § 3, 63, tweede en derde lid, 65, eerste lid, 71, 75, § 4, derde lid, 77, eerste lid, 79 en 83, eerste lid mag afgeweken worden van de aldaar bedoelde bepalingen...". » Met deze voorstellen, waarbij tevens de verwijzing naar artikel 41, § 1, wordt vervangen door een verwijzing naar het gehele artikel 41 en een verwijzing naar artikel 71 wordt toegevoegd, kan worden ingestemd. 10. Het verdient aanbeveling om in artikel 5 van het ontwerp te verduidelijken wat de sanctie is indien vooraan in het bestek geen melding wordt gemaakt van de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken.[6] Artikel 9 11. In het reeds eerder vermelde advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : « 16. In artikel 8, § 3, van het ontwerp, wordt melding gemaakt van "de ter zake bevoegde federale overheidsdienst". Aan de gemachtigde werd gevraagd of de beoogde overheidsdienst nog moet worden aangeduid en in welke normatieve tekst dit zal gebeuren. De gemachtigde antwoordde : "Dit kan reeds gebeuren in het ontwerp van koninklijk besluit dat voor advies aan de Raad van State is voorgelegd. Ondertussen is immers gekend welke de ter zake bevoegde federale overheidsdienst is. Het betreft de (nog op te richten) federale overheidsdienst "Beleid en Ondersteuning" (afgekort FOD BOSA). Binnen de federale overheid loopt thans een optimaliseringsproject (redesign). Eind vorig jaar heeft de Regering in het kader van dit project beslist om een aantal (horizontale) federale diensten te integreren (de diensten van de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Budget en Beheerscontrole, Fedict, Selor en Empreva). In de komende weken zal de FOD BOSA formeel worden opgericht en haar werking opstarten. Daarmee is dan ook duidelijk dat de FOD BOSA zal worden opgericht vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten (en de publicatie van het ontwerp van KB dat ter advies voorligt). Zodoende kan al melding worden gemaakt van deze FOD BOSA in het ontwerp." Rekening houdend met deze toelichting dient de redactie van artikel 8, § 3, van het ontwerp, te worden aangepast op de wijze zoals aangegeven door de gemachtigde. Een gelijkaardige opmerking kan worden gemaakt met betrekking tot het begrip 'bevoegde federale overheidsdienst' in de artikelen 10, tweede lid, 23, § 2, eerste lid, en 127 van het ontwerp. » Hoewel in artikel 10, eerste lid, van het ontwerp uitdrukkelijk wordt verwezen naar de "Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning", is in artikel 9, § 3, van het ontwerp nog steeds sprake van "de ter zake bevoegde federale overheidsdienst". Ook in artikel 11, tweede lid, van het ontwerp is sprake van "de bevoegde federale overheidsdienst".
De gemachtigde bevestigde dat dit in beide gevallen op een vergissing berust : « Ook in artikel 9, § 3, moet verwezen worden naar de FOD BOSA die op dit vlak bevoegd is. Hetzelfde geldt voor artikel 11, tweede lid, van het ontwerp. ».
Artikel 10 12. In de Nederlandse tekst van het ontwerp moeten in artikel 10, eerste lid, de woorden "ter zake" voor "Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning" worden weggelaten. Artikel 30 13. In artikel 30, tweede lid, van het ontwerp, dat deel uitmaakt van afdeling 4 van hoofdstuk 3 van titel 1 van het ontwerp, die de "Belgische bekendmaking" betreft, wordt bepaald dat de aanbestedende entiteit de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem verduidelijkt in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem en dat zij elke wijziging van deze duur "betekent aan het Publicatieblad van de Europese Unie en aan het Bulletin der Aanbestedingen ». Gevraagd om een nadere toelichting omtrent de rol van het Publicatieblad van de Europese Unie verklaarde de gemachtigde : « In het tweede lid is vermeld dat elke wijziging van de geldigheidsduur betekend moet worden aan het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie. Er is zodoende steeds een kennisgeving vereist op het Europees niveau, ook wanneer het kwalificatiesysteem uitsluitend gebruikt zou worden voor de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking, maar deze "Europese" kennisgeving gebeurt de facto via de diensten van het Bulletin der Aanbestedingen. Deze aanpak ligt in lijn met artikel 43, 2°, van het
koninklijk besluit van 16 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
16/07/2012
pub.
11/02/2013
numac
2012021060
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren
sluiten, dat verduidelijkt dat de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking in mededinging kunnen worden gesteld via een aankondiging betreffende het bestaan van een kwalificatiesysteem. Dit laatste systeem moet dan wel ingevoerd zijn overeenkomstig artikel 40, dus overeenkomstig de regels die ter zake gelden voor de Europese bekendmaking. ».
Het ontwerp lijkt op dit punt baat te hebben bij een verduidelijking.
Minstens is het raadzaam om desbetreffend een en ander toe te lichten in het verslag aan de Koning.
Artikel 34 14. Artikel 34 bepaalt dat "[b]ehoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten [...] de prijzen in de offerte in euro [worden] uitgedrukt en [...] het totale offertebedrag voluit [wordt] geschreven".
Ondervraagd omtrent de noodzaak van een regeling inzake de conversie van en naar de euro (zoals bijvoorbeeld inzake het tijdstip dat als basis wordt genomen voor de toepasselijke wisselkoersen) verklaarde de gemachtigde : « Les prix devant être en principe énoncés en euros dans l'offre, il n'y a (en principe) pas d'intérêt à fixer les règles de conversion de la monnaie. Lorsque les documents du marché dérogent à l'utilisation obligatoire de l'euro, c'est différent. Dans ce cas, il convient de fixer les règles de conversion de la monnaie dans les documents du marché. Néanmoins, la question se pose si une dérogation à l'utilisation de l'euro a beaucoup d'utilité. La possibilité de dérogation porte surtout sur le fait de mettre le montant de l'offre en toutes lettres. » Artikel 34 bepaalt bovendien strikt genomen dat niet alleen "het totale offertebedrag voluit [wordt] geschreven", maar ook dat "[h]etzelfde geldt voor de eenheidsprijzen". De gemachtigde verklaarde hieromtrent : « En effet, la rédaction de l'article 34 laisse penser que le prix exprimé en toutes lettres est également d'application pour les prix unitaires. Ce n'est pas le but de l'article. De cette manière, la disposition serait trop contraignante. Pour ne pas induire en erreur, il pourrait être envisagé tout simplement de ne pas aborder cette problématique de manière expresse dans le projet (il existe déjà une possibilité de dérogation pour l'indication en toutes lettres du montant total). » Gelet op de geciteerde antwoorden stelde de gemachtigde voor om artikel 34 van het ontwerp als volgt aan te passen : « Art. 34.Les prix sont énoncés dans l'offre en euros.
Sauf disposition contraire dans les documents du marché, le montant total de l'offre est exprimé en toutes lettres. » Met dit tekstvoorstel kan worden ingestemd, met dien verstande dat de verwijzing naar artikel 34, in artikel 5 van het ontwerp, in dat geval moet worden vervangen door een verwijzing naar artikel 34, tweede lid.
Artikel 46 15. In artikel 46, eerste lid, van het ontwerp, moet de verwijzing naar "de artikelen 43 of 44" worden vervangen door een verwijzing naar "de artikelen 44 of 45". Artikel 48 16. Aan het begin van het eerste lid van artikel 48 van het ontwerp lijkt de aanduiding " § 1." te ontbreken.
Titel 1, hoofdstuk 11 17. Titel 1 van het ontwerp bevat geen hoofdstuk 10.Hoofdstuk 11 van titel 1 (artikelen 60 tot 65) dient bijgevolg hoofdstuk 10 te worden.
Ook de hoofdstukken 12 en 13 dienen te worden hernummerd.
Artikel 62 18. In de Nederlandse tekst van het ontwerp moet de aanduiding "Art.61. § 1" worden vervangen door "Art.62. § 1".
Artikel 66 19. Artikel 66, 2°, van het ontwerp, bepaalt dat de aanbestedende entiteit in bepaalde gevallen "van elke rechtspersoon die een aanvraag tot deelneming of een offerte heeft ingediend de voorlegging [kan] eisen van zijn statuten of vennootschapsakten, evenals van elke wijziging van de inlichtingen betreffende zijn bestuurders of zaakvoerders, voor zover het documenten en inlichtingen betreft die niet met toepassing van de
wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
sluiten tot oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, kunnen worden verkregen." De voornoemde
wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
sluiten werd echter opgeheven bij de wet van 17 juli 2013 « houdende invoeging van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht », die op 9 mei 2014 in werking is getreden.
De verwijzing naar de
wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
sluiten dient bijgevolg te worden vervangen door een verwijzing naar de relevante bepalingen in het Wetboek van economisch recht.
Artikelen 68 en 69 20. In de Nederlandse tekst van de artikelen 68 en 69 van het ontwerp moeten de woorden "het koninklijk besluit plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017" worden vervangen door de woorden "het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017". Artikel 71 21. De gemachtigde verklaarde dat de verwijzing naar "de artikelen 66 tot 70 en 73 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" moet worden vervangen door een verwijzing naar de artikelen 65 tot 69 en 72 van dat besluit. Tevens dient de datum van het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" (18 april 2017) te worden vermeld.
Artikel 72 22. De gemachtigde verklaarde dat in artikel 72, §§ 2, 3 en 4, van het ontwerp, de verwijzing naar "artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 11°" van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten moet worden vervangen door een verwijzing naar "artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6°, en 8°" van die wet. Daarmee kan worden ingestemd. 23. Artikel 72, § 5, van het ontwerp, dient te worden aangevuld met de woorden "van de wet". Artikel 73 24. De Nederlandse tekst van artikel 73, § 1, eerste lid, van het ontwerp, is zeer moeilijk leesbaar.Met het oog op de rechtszekerheid en de transparantie van de regelgeving is het raadzaam om deze bepaling aan een bijkomend redactioneel nazicht te onderwerpen.
Artikel 73, § 2, eerste lid, van het ontwerp, bevat een gelijkaardige regeling en is enigszins duidelijker. 25. Artikel 73, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van het ontwerp, bevatten een beperking waardoor "de ondernemers slechts beroep [kunnen] doen op de draagkracht van andere entiteiten, voor zover deze laatste zelf de werken zullen uitvoeren of de diensten zullen presteren waarvoor deze draagkracht nodig is". Deze bepaling vormt een beperking op het recht om beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten "ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten". Deze beperking lijkt geen aanknopingspunt te vinden in artikel 79 van Richtlijn 2014/25/EU. De auteur van het ontwerp dient deze bepalingen aan een bijkomend onderzoek te onderwerpen in het licht van artikel 79 van Richtlijn 2014/25/EU. In voorkomend geval dient een verantwoording over de verenigbaarheid met deze richtlijnbepaling in het verslag aan de Koning te worden opgenomen.
Artikel 86 26. In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : « 67. In de Nederlandse tekst van artikel 87, § 2, eerste lid, van het ontwerp, komt geen zinsnede voor die overeenstemt met de zinsnede ", afin de les départager," in de Franse tekst van die bepaling. Deze discordantie moet worden weggewerkt. » Dezelfde opmerking kan worden gemaakt ten aanzien van artikel 86 van het ontwerp. Ondervraagd over het gegeven dat met de geciteerde opmerking ogenschijnlijk geen rekening was gehouden in het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 verklaarde de gemachtigde : « Inderdaad. Dit moet ons zijn ontgaan. De Nederlandse versie wordt wellicht beter aangepast als volgt : "Wanneer verscheidene regelmatige offertes in gelijke mate als economisch meest voordelige worden beschouwd, vraagt de aanbestedende entiteit de inschrijvers in kwestie, om ze van elkaar te kunnen onderscheiden, met het oog een beslissing schriftelijke prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor hun offerte in te dienen". » Artikel 93 27. In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : « 68. In de onderscheiden leden van artikel 88 van het ontwerp wordt in de Franse tekst melding gemaakt van het woord "notification". In de Nederlandse tekst wordt telkens melding gemaakt van de term "betekening". Overeenkomstig artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het begrip "betekening" evenwel uitsluitend gebruikt voor gerechtsdeurwaardersexploten, terwijl voor poststukken de term "kennisgeving" moet worden gebruikt. Vraag is derhalve of in de Nederlandse tekst van de verschillende leden van artikel 88 van het ontwerp niet telkens beter melding wordt gemaakt van het begrip "kennisgeving".
Dezelfde vraag rijst ten aanzien van de Nederlandse tekst van artikel 95, 2°, van het ontwerp. » Het actueel voorliggende ontwerp houdt in grote mate rekening met deze opmerking. In artikel 93, 2°, van het ontwerp is echter sprake van zowel "kennisgeving" als van "betekening". Het is aangewezen om telkens het begrip "kennisgeving" te gebruiken. Het begrip "betekening" refereert trouwens veeleer aan de afgifte van een afschrift van een akte van rechtspleging bij gerechtsdeurwaardersexploot. [7] Artikel 109 28. In artikel 109 van het ontwerp moet de verwijzing naar artikel 127 worden vervangen door een verwijzing naar artikel 128. Artikel 121 29. Artikel 121, § 2, van het ontwerp, stemt goeddeels overeen met artikel 34, lid 2, van Richtlijn 2014/25/EU.Deze bepalingen bevatten elementen die bij de beoordeling van een aanvraag tot vrijstelling worden betrokken. Deze beslissing inzake de vrijstelling wordt echter genomen door de Europese Commissie, die rekening dient te houden met de artikelen 34 en 35 van Richtlijn 2014/25/EU. Hoewel het opnemen van de beoordelingselementen in artikel 121, § 2, van het ontwerp, een informatieve waarde kan hebben voor de betrokken aanbestedende entiteit, heeft deze bepaling als dusdanig geen normatieve waarde en dient deze uit het ontwerp te worden weggelaten.
Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor artikel 121, § 3, en bijlage 11 bij het ontwerp, die overeenstemmen met respectievelijk artikel 34, lid 3, en bijlage III bij Richtlijn 2014/25/EU. Artikel 123 30. In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op : « 83. In het opschrift van titel 7 en in artikel 126 van het ontwerp, dienen de woorden "procedure in rechte" te worden vervangen door het woord "procedure". Uit artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b) (niet : "artikel 28, § 1, 4°, a) en b)"), van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de concessieovereenkomsten
sluiten, blijkt immers dat de in die wetsbepaling en de in artikel 126 van het ontwerp beoogde overheidsopdrachten (niet : "opdrachten") niet noodzakelijk op een procedure voor een rechterlijke instantie betrekking hoeven te hebben. » Hoewel het opschrift van titel 8 rekening houdt met de geciteerde opmerking, wordt in artikel 123 van het ontwerp nog steeds verwezen naar "een procedure in rechte". Ook de redactie van artikel 123 moet bijgevolg worden aangepast.
Artikel 128 31. Er moet worden verwezen naar de artikelen 126 en 127 in plaats van naar de artikelen 128 en 129.Tevens moet de discordantie tussen de Nederlandse en de Franse tekst ("artikelen 128 of 129" en "articles 128 et 129") worden weggewerkt.
Artikel 131 32. De verwijzingen naar de artikelen 15, § 1, eerste lid, en 74, § 2, van de
wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021053
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet inzake overheidsopdrachten
type
wet
prom.
17/06/2016
pub.
14/07/2016
numac
2016021052
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
…
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.