📄 Wettekst
21 DECEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap
Toelichting aan de Vlaamse Regering bij het besluit betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap 1. Situering Elke Vlaamse universiteit beschikt over een Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) voor de financiering van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.Binnen elke universiteit staat de Onderzoeksraad in voor het beleid inzake het Bijzonder Onderzoeksfonds.
Belangrijkste uitgangspunt van de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) is dat de middelen gebruikt dienen te worden om fundamenteel, grensverleggend onderzoek te stimuleren.
BOF is niet enkel een belangrijk financieringsinstrument voor wetenschappelijk onderzoek, maar is ook bij uitstek het instrument om de universiteiten aan te zetten tot het voeren van een eigen onderzoeksbeleid. Daarbij dient de overheid geen inhoudelijke aansturing te geven, maar stimulansen te geven inzake kwaliteitsverhoging en zwaartepuntvorming van het fundamenteel onderzoek.
Tot 31 december 2012 wordt het regelgevend kader voor het BOF gevormd door het Universiteitendecreet van 12 juni 1991 (art. 168 en art. 169bis.1, zoals gewijzigd door het Financieringsdecreet Hoger Onderwijs van 14 maart 2008) en het
Besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
18/11/2000
numac
2000036081
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
18/10/2000
numac
2000036017
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
07/10/2000
numac
2000035958
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 2 juni 1998 betreffende de nadere erkenningsvoorwaarden, de erkenningsprocedure, de modaliteiten inzake inspectie en begeleiding en de wijze van subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
25/10/2000
numac
2000036010
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de oprichting en de werking van de entiteit Interne Audit in het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
sluiten betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap (BOF-besluit).
Sinds 2000 werden 3 grote wijzigingen aan het BOF-besluit doorgevoerd : - 24/01/2003 : publicaties en citaties werden als parameter toegevoegd aan de verdeelsleutel; het programma Bilaterale Wetenschappelijke Samenwerking (BWTS) werd geïncorporeerd in het BOF-besluit; - 08/12/2006 : een diversiteits- en mobiliteitscoëfficiënt werd als parameter toegevoegd aan de verdeelsleutel; het financieren van bijkomende ZAP-posities met onderzoeksopdracht en het instellen van de Methusalemfinanciering voor internationaal toonaangevende onderzoekers. - 12/12/2008 : de telling van enkele parameters (o.m. van de publicaties en doctoraten) werd verfijnd en uitgebreid (o.m. de invoering van het Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand voor de Sociale en Humane Wetenschappen (VABB-SHW)) en het tenure track systeem werd ingevoerd.
In 2011 spraken de minister van onderwijs en de minister van wetenschapsbeleid bovendien af om de bevoegdheid over de Bijzondere Onderzoeksfondsen bij één minister, in casu de minister bevoegd voor wetenschapsbeleid, onder te brengen. In begrotingsjaar 2012 werd de verantwoordelijkheid voor de BOF-financiering overgedragen van de minister bevoegd voor onderwijs naar de minister bevoegd voor wetenschapsbeleid.
Het eerste BOF-besluit heeft een vervaldatum op 31 december 2012. Dit nieuwe besluit van de Vlaamse Regering betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap treedt in werking op 1 januari 2013, met als decretale basis artikels 63/1-3 van het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/07/2009
numac
2009035587
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
24/11/2009
numac
2009036051
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2005
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/06/2009
numac
2009202584
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp met het oog op de toekenning van subsidies
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
01/02/2010
numac
2010035026
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2006
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009029353
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende uitvoering van het Protocol van akkoord van 20 juni 2008 gesloten voor de periode 2009-2010 met de representatieve vakverenigingen van de onderwijssector
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
19/06/2009
numac
2009035513
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009035849
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
20/07/2009
numac
2009035655
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/09/2009
numac
2009029515
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van de overdracht van het hoger architectuuronderwijs naar de universiteit
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
02/06/2009
numac
2009031280
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »
sluiten betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid.
In grote lijnen wordt gekozen voor continuïteit binnen de financieringsvoorwaarden voor de bijzondere onderzoeksfondsen. De wijzigingen die via het nieuwe besluit worden aangebracht worden in deze nota verder toegelicht. 2. Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand - Sociale en Humane Wetenschappen (artikels 3 t.e.m. 16) Om aan het onderzoek dat in Vlaanderen in de sociale en humane wetenschappen wordt verricht de plaats te geven die het toekomt, werd in 2008 beslist bij de verdeling van de onderzoeksmiddelen hiermee beter rekening te houden. Om die reden werd in 2008 begonnen met de opbouw van het Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand - Sociale en Humane Wetenschappen (VABB-SHW).
Deze databank is nu operationeel en in gebruik : de tweede versie van het VABB-SHW is een feit. De ontwikkeling van het VABB-SHW wordt met dit besluit verder gezet.
Ten opzichte van de regelgeving in het vorige BOF-besluit, worden slechts enkele formele wijzigingen of verduidelijkingen aangebracht : 1. Aangezien de integratie van de geacademiseerde opleidingen in universiteiten bij de inwerkingtreding van dit besluit bijna een feit is, worden enkel de publicaties van de universiteiten verzameld in de databank.De publicaties van onderzoekers verbonden aan professionele bacheloropleidingen van hogescholen worden niet opgenomen in het VABB-SHW. De aanlevering van academische publicaties gebeurt dan ook op niveau van de universiteiten en niet meer op associatieniveau. 2. Gezien de inhoud van het VABB-SHW, dragen de universiteiten de leden van het Gezaghebbende Panel voor.De disciplinaire verscheidenheid in de samenstelling van het Panel blijft uiteraard gewaarborgd. Er moet worden gestreefd naar een disciplinaire vertegenwoordiging die breed genoeg is om de SHW-disciplines te dekken. 3. Enkele verduidelijkingen worden aangebracht aan de criteria waaraan de publicaties die in aanmerking komen voor het VABB-SHW, moeten voldoen (art.4). 4. Het VABB-SHW wordt uitgebreid met een nieuw publicatietype, nl. geannoteerde corpora (art. 10, paragraaf 3, 6° ). 3. Voorwaardelijkheid van de BOF-subsidie (artikels 22 t.e.m. 24) Enkele beleidsklemtonen krijgen een prominentere plaats in het BOF-besluit. De financiering voor de Bijzondere Onderzoeksfondsen wordt onderhevig gemaakt aan een aantal voorwaarden, waarbij respect is voor de autonomie van de universiteiten : 1. De universiteiten bereiden vijfjaarlijks een strategisch beleidsplan voor met bijzondere aandacht voor : de kwaliteitszorg en de evaluatie van het onderzoek; de principes van goed bestuur binnen het onderzoeksbeleid; het versterken van de deelname van vrouwen en allochtonen aan het onderzoek; de vorming en de loopbaan van de onderzoekers; de communicatie over het lopende of afgeronde onderzoek. 2. De samenstelling van de onderzoeksraden, selectiecommissies e.a. die BOF-middelen toewijzen, kent een evenwichtige genderverdeling. 3. Het universiteitsbestuur stelt een reglement op voor de interne toewijzing van de BOF-middelen.Dit interne reglement wordt ingebed in hun Charter Goed Bestuur. 4. De universiteiten rapporteren jaarlijks.5. De universiteiten schakelen zich in het Vlaamse wetenschapscommunicatiebeleid in. 4. De BOF-sleutel 4.1. Algemeen De BOF-financiering wordt onder de universiteiten verdeeld via een outputgedreven parametermodel. Doel van de verdeling via parameters is enerzijds een rechtvaardig allocatiemodel voorstellen, anderzijds de universiteiten belonen op basis van hun performantie. Enkele onvolkomenheden en ongewenste neveneffecten uit de verdeelsleutel tot nu toe worden in dit besluit weggewerkt.
De BOF-sleutel omvat zes parameters, gebundeld in een structureel deel en een bibliometrisch deel : Structureel deel : 1. het procentuele aandeel van iedere universiteit in de diplomaparameter (A1);2. het procentuele aandeel van iedere universiteit in de doctoraatsparameter (A2);3. het procentuele aandeel van iedere universiteit in de diversiteitsparameter (A3). Bibliometrisch deel : 1. B1 : Aandeel in het totaal aantal publicaties in Science Citation Index (SCIE) of Social Science Citation Index (SSCI) met een impactfactor Science Citation Index (SCIE) of Social Science Citation Index (SSCI) zonder een impactfactor Arts and Humanities Citation Index (AHCI) Science & Technology Database- en Social Sciences & Humanities Database-proceedings 2.B2 : Aandeel in het aantal publicaties in het Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand voor Sociale en Humane Wetenschappen (VABB-SHW); 3. B3 : Aandeel in het totaal aantal citaties. Daarnaast wordt in de BOF-sleutel een gegarandeerd minimumaandeel voor de overheidsbijdragen aan het Bijzondere Onderzoeksfonds ingevoerd voor de Universiteit Hasselt (UHasselt), de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Universiteit Antwerpen. Dit gegarandeerde minimumaandeel wordt toegepast wanneer het procentuele aandeel van de genoemde universiteiten berekend op basis van de zes parameters lager ligt dan het minimumaandeel. 4.2. Gegarandeerde minimumaandelen (artikels 28 t.e.m. 30) 4.2.1. Rationale De stimulans in het BOF voor een strategisch langetermijnonderzoeksbeleid, houdt een noodzaak in voor een stabiele financiering op het niveau van elke universiteit, zodat zij de nodige engagementen op lange termijn effectief kan aangaan. Deze stabiliteit bleef in het verleden voldoende gegarandeerd door het gebruik van meerjarenperiodes voor de verschillende parameters enerzijds, en door een gegarandeerd minimum voor de kleinste instellingen anderzijds. Op dit moment wordt een sterkere bewaking van de stabiliteit noodzakelijk, door aan de gang zijnde en ingrijpende ontwikkelingen in het Vlaamse onderwijslandschap, en ten gevolge van de toegenomen complexiteit van elkaar beïnvloedende financieringsmechanismen (de opstarting van financiering voor fundamenteel onderzoek op Europees vlak, en nieuwe Vlaamse gerichte kanalen). De uitbreiding van het systeem van een gegarandeerde minimumfinanciering naar de middelgrote universiteiten moet deze stabiliteit verder bewaken.
Grotere universiteiten die door hun omvang ruimer aanwezig zijn bij de verschillende wetenschappelijke financieringskanalen en fora, genieten hogere kansen voor verdere financiering door een betere bekendheid uit voorgaande evaluaties en prestaties, en genieten via die weg ook betere kansen voor het aantrekken van nieuwe vorsers. Met de toenemende financieringsmogelijkheden voor fundamenteel onderzoek op Europees vlak en via specifiek op bepaalde domeinen gerichte financieringskanalen, dringt extra aandacht voor dit effect zich op.
Het nadeel dat hierdoor kan worden ondervonden door de kleine en middelgrote universiteiten, zou met de huidige BOF-sleutel worden versterkt door de sterke focus op onderzoeksprestaties.
De nieuwe gegarandeerde minima zorgen ervoor dat een eventueel financieel nadeel voor de kleine en middelgrote universiteiten begrensd blijft.
Een voldoende gedifferentieerd universitair landschap in Vlaanderen is immers in het algemeen belang, niet in het minst vanwege het regionaal multiplicatoreffect dat de verschillende activiteiten van een universiteit op diverse aspecten van het omringende maatschappelijke en economische weefsel hebben. Het is dan ook belangrijk dat alle universiteiten de zekerheid hebben ook in de toekomst over een voldoende groot deel van de BOF-middelen te kunnen beschikken om een stabiel lange termijn gericht dynamisch onderzoeksbeleid te kunnen voeren.
Om die reden worden voor de UHasselt, de VUB en de Universiteit Antwerpen enerzijds vanaf 2013 als minimumaandeel in de BOF sleutel de behaalde waarden van 2011 (respectievelijk 2,91 %, 10,12 % en 11,75 %) gegarandeerd. Anderzijds zal vanaf 2014 de mogelijkheid van een groeipad naar een maximaal gegarandeerd minimumaandeel in de BOF-sleutel worden geopend tot respectievelijk 4 %, 10,5 % en 13 %.
Voor de UHasselt wordt dit groeipad gekoppeld aan de onderzoekssokkel van de basisfinanciering, voor de VUB en de Universiteit Antwerpen is de realisatie ervan conditioneel aan een overeenstemmende relatieve groei in een gewogen korf van vier elementen van wetenschappelijke output (doctoraten (A2), Web of Science (WoS) publicaties en citaties (B1 en B3) en VABB-SHW publicaties (B2)).
Dit maximaal gegarandeerd minimumaandeel kan voor elke betrokken instelling ten vroegste in 2017 worden gerealiseerd, doch het groeipad naar het hoogst gegarandeerd minimum aandeel kan ook over een langere periode verlopen. Dit nieuwe, verhoogde minimum geldt dan zolang de waarde van de hoger vermelde korf aan outputparameters minstens de waarde die vereist was voor het behalen van het verhoogde minimumaandeel blijft overschrijden. 4.2.2. Implementatie Concreet wordt dit in het besluit als volgt vertaald : 1. Voor deze instellingen die nog groeien in hun capaciteitsopbouw via de onderzoekssokkel in de basisfinanciering (UHasselt), wordt een groeipad gegarandeerd dat vertrekt van hun aandeel in de BOF-sleutel in een referentiejaar waarbij vervolgens - tot een overeengekomen bovengrens bereikt wordt - jaarlijks de nullijn toeneemt met het groeipercentage in de onderzoekssokkel van de basisfinanciering.2. Daarnaast wordt voor de andere middelgrote instellingen, VUB en Universiteit Antwerpen, het principe van (a) een gegarandeerd minimum en (b) een groei naar een streefgrens als bovengrens voor het gegarandeerd minimum ingevoerd.De combinatie van gegarandeerd minimum en groei naar streefgrens verschilt van het principe van de verevening omdat het gekoppeld wordt aan de groei van de absolute onderzoeksoutput van de betrokken instellingen in termen van doctoraten, publicaties (zowel WoS als VABB-SHW) en WoS citaties, zoals berekend volgens de nieuwe BOF-berekeningswijze. Indien de absolute output echter daalt, dan wordt ook de groei pro rata van de daling bijgesteld. Het gegarandeerd minimum vertrekt van een bepaald referentiejaar waaraan een groeipad naar de bovengrens gekoppeld wordt.
De koppeling aan een voorwaarde inzake toenemende onderzoeksprestaties zorgt ervoor dat niet dezelfde aanspraken kunnen worden gemaakt indien de onderzoeksprestaties dalen. Met deze maatregel beschikt ook het BOF over een mechanisme dat een minimumfinanciering garandeert, zoals dit reeds in andere Vlaamse financieringskanalen werd ingevoerd via de daar gepaste mechanismen (werkingsmiddelen, wetenschapscommunicatie, subsidie omkadering jonge onderzoekers). 4.2.3. Algoritmes Volgende algoritmes zijn bij de becijfering van toepassing.
Voor de Universiteit Hasselt : X(ref) is de nullijn (ref = 2011, i.e., het aandeel van de UHasselt in de BOF sleutel voor 2011) 1. POZ(ref) = aandeel van de UHasselt in de onderzoekssokkel van de basisfinanciering in jaar ref = 2011. 2. X(2011) = 2.91 % 3. POZ(t) = aandeel van de UHasselt in de onderzoekssokkel van de basisfinanciering in jaar t, t = 2014, ... 4. Y(t) = [POZ(t) - POZ(ref)]/POZ(ref), t = 2014, ... 5. X(t) = X(ref)[1 + Y(t)], t = 2014, ...
Voor de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Antwerpen : 1. Startwaarde BOF-aandeel : Aandeel u,2013 = MAX{gegarandeerd minimumaandeel u;berekend aandeel u} (1) Als u = UA, dan is gegarandeerd minimumaandeelu = 11,75 %, zijnde het BOF-aandeel in referentiejaar 2011 voor UA. Als u = VUB, dan is gegarandeerd minimumaandeelu = 10,12 %, zijnde het BOF-aandeel in referentiejaar 2011 voor VUB. Het berekend aandeel u is het aandeel zoals berekend volgens de nieuwe BOF sleutel, voor instelling u, voor jaar 2013. 2. Streefwaarde bovengrens gegarandeerd minimum BOF-aandeel : Aandeel u,s (2) Voor UA bedraagt Aandeel u,s = 13 %. Voor VUB bedraagt Aandeel u,s = 10,5 %. 3. Bouwblokken voor evolutie van gegarandeerd minimum naar streefwaarde : Vier componenten bepalen de evolutie tot de streefwaarde : a.XWoS,u,t zijnde de WoS publicaties geteld in jaar t conform de telnorm in het nieuwe BOF-besluit, en waarvan WWoS,t het gewicht is van de component WoS publicaties in jaar t in de BOF-telregel; b. XVABB, u, t zijnde de VABB-SHW publicaties geteld in jaar t conform de telnorm in het nieuwe BOF-besluit, en waarvan WVABB, t het gewicht is van de VABB-SHW component in jaar t in de BOF-telregel;c. Xcit,u, t zijnde de citaties geteld in jaar t conform de telnorm in het nieuwe BOF-besluit, en waarvan Wcit, t het gewicht is van de citatie-component in jaar t in de BOF-telregel;d. Xphd, u, t zijnde de doctoraten geteld in jaar t conform de telnorm in het nieuwe BOF-besluit, en waarvan Wphd, t het gewicht is van de PhD-component in jaar t in de BOF-telregel. De gewichten WwoS, t WVABB, t Wcit, t en Wphd, t van bovenstaande componenten uit het BOF-besluit worden als volgt genormaliseerd voor gebruik in het berekenen van de groei naar de streefwaarde : VWoS, t = WWoS, tR / (WWoS, t + WVABB, t + Wcit, t + Wphd, t) VVABB,t = WVABB, t / (WWoS, t + WVABB, t + Wcit, t + Wphd, t) Vcit, t = Wcit, t / (WWoS, t + WVABB, t + Wcit, t + Wphd, t) Vphd, t = Wphd, t / (WWoS, t + WVABB, t + Wcit, t + Wphd, t) 4. Startconfiguratie in 2013 : In 2013 vertrekt elke instelling u van het Aandeelu,2013, zie (1). Bij dit aandeel hoort een absolute outputwaarde die conform de nieuwe telnormen in het BOF, als volgt berekend wordt voor het startjaar 2013 : Outputu, 2013 = VWoS, 2013 . XWoS, u, 2013 + VVABB, 2013 . XVABB, u, 2013 + Vcit, 2013 . Xcit, u, 2013 + Vphd, 2013 . Xphd, u, 2013 Met u = UA of VUB. 5. Theoretische groeivoet op basis van streefwaarde : De startconfiguratie voor 2013 wordt bepaald door Aandeelu,2013 en Outputu,2013. Vervolgens wordt ervan uitgegaan dat Aandeelu,s, zie (2), « theoretisch » bereikt wordt over een periode van 4 jaar - dus tegen 2017 - door een gelijke, theoretische groeistap (GROEIu,theor) aan te houden in 2014, 2015, 2016, 2017 voor instelling u (UA of VUB), als volgt bepaald : GROEI u,theor = {Aandeelu,s - Aandeelu,2013} / 4 Zodat : Aandeelu,theor,t = Aandeelu,2013 + (t-2013). GROEIu,theor (met t = 2014 ... 2017) En derhalve in 2017 geldt dat Aandeelu,theor,t = Aandeelu,s. 6. Bepaling van de reële groeivoet : Jaarlijkse absolute output van instelling u, te berekenen conform bovenstaande telregel, leidt tot volgend resultaat in jaar t : Outputu,t = VWoS, t .XWoS,u,t + VVABB, t . XVABB,u,t + Vcit, t . Xcit,u,t + Vphd, t . Xphd,u,t (met t = 2014 ...) De reële groeivoet in jaar t wordt steeds bepaald ten opzichte van het startjaar 2013 van het nieuwe BOF-besluit. Voor instelling u betekent dat : GROEIu,reëel,t = {Outputu,t - Outputu,2013} / Outputu,2013 (met t = 2014, ...) 7. Reëel groeipad : Drie configuraties zijn mogelijk voor instelling u : 1.als de GROEIu,reëel,t 2017, dan wordt ?(t vastgeklikt op de waarde 4; 3. als de 0 2017, dan wordt ?(t vastgeklikt op de waarde 4.
Op die manier wordt het aandeel van instelling u op het groeipad voor jaar t als volgt berekend : Aandeelu,reëel,t = Aandeelu,2013 + GROEIu,t (3) 4.3. Structureel deel (artikels 31 t.e.m. 34) 4.3.1. Diplomaparameter Masterdiploma's zijn - meer dan bachelordiploma's - een maat voor de capaciteit en de omvang van de instelling en van het potentieel aan instroom van onderzoekers. Door enkel de masterdiploma's te tellen zou echter een feitelijke ongelijkheid kunnen ontstaan tussen instellingen wanneer sommige van die instellingen voor bepaalde richtingen geen masterdiploma kunnen afleveren. Voor die instellingen met bacheloropleidingen waarvoor geen aansluitende masteropleidingen worden aangeboden, worden de relevante bachelordiploma's meegeteld.
De masterdiploma's van de integrerende opleidingen worden geleidelijk mee in rekening genomen in de BOF-verdeelsleutel, zodat vanaf de berekening 2022 deze masterdiploma's volwaardig worden meegeteld. Dit jaartal valt nagenoeg samen met het einde van de periode (2023) tot wanneer de academiseringsmiddelen hun gekleurde bestemming behouden.
Het ingroeischema is als volgt uitgewerkt : Masterdiploma's 2014 : aanrekening à 25 % (vanaf BOF 2016 in vierjarig tijdsvenster) Masterdiploma's 2015 : aanrekening à 50 % Masterdiploma's 2016 : aanrekening à 75 % Masterdiploma's 2017 en volgende : aanrekening à 100 % 4.3.2. Doctoraatsparameter De formulering van het BOF-besluit inzake de telling van de doctoraatsdiploma's wordt verduidelijkt door een expliciete vermelding van deze telwijze : (het aandeel in de niet-gewogen telling * 25 %) + (het aandeel in de gewogen telling * 75 %). 4.3.3. Diversiteitsparameter De mobiliteits- en diversiteitsparameter telde in de vroegere BOF-regelgeving het aandeel van elke universiteit in de eerste ZAP-aanstellingen van mobiele en vrouwelijke onderzoekers. Aangezien deze definiëring leidt tot een telling van relatief kleine aantallen, wordt deze parameter niet als robuust genoeg ervaren. Bovendien telde hij slechts kleine aantallen, waardoor de fluctuaties heel groot kunnen zijn. Daar komt bij dat de parameter enkel berekend kan worden mits een extra gegevensbevraging.
De mobiliteitscomponent wordt nu weggelaten; incentives voor het aansturen van meer mobiliteit van onderzoekers van en naar buitenlandse instellingen, tussen sectoren en tussen de Vlaamse universiteiten zullen worden ingebouwd binnen de autonomie inzake academisch personeels- en onderzoeksbeleid.
Waar de mobiliteitsparameter wegvalt, wordt de diversiteitsparameter robuuster gemaakt en geherdefinieerd als het aandeel vrouwelijke onderzoekers op postdoctoraal en ZAP-niveau (in VTE).
De gewijzigde parameter resulteert in grotere aantallen in absolute cijfers, die jaarlijks minder zullen variëren. De parameter is bovendien van toepassing op het geheel en niet enkel op de aangroei.
Bovendien vervalt door deze aanpassing de aparte bevraging van de universiteiten (de cijfergegevens komen uit de VLIR-Personeelsstatistieken), wat tot een vermindering van de administratieve overlast leidt. 4.4. Bibliometrisch deel (artikels 35 t.e.m. 40) 4.4.1. Publicaties Een grondige kwaliteitscontrole van de telling van de SCIE- en SSCI-publicaties met impactfactor leidde tot een vaststelling van volgende mogelijke neveneffecten, die haaks staan op de doelstellingen van productiviteit, kwaliteit en zichtbaarheid : Onderzoekers worden enkel aangemoedigd beter te presteren dan hun Vlaamse collega's en niet om wereldwijde excellentie na te streven;
Instellingen worden aangemoedigd veeleer in de experimentele wetenschappen te investeren (want hoge impactfactoren) en niet in de brede waaier van disciplines;
Onderzoekers die in een specifieke niche actief zijn met wereldwijd weinig collega-onderzoekers, worden eerder ontmoedigd om te publiceren, omdat de tijdschriften waarin ze publiceren weinig visibiliteit hebben en dus een lage impactfactor krijgen.
De nieuwe regelgeving gaat uit van volgende principes : De telling moet zowel productiviteit als visibiliteit stimuleren;
Internationale kwaliteitsnormen bepalen de excellentiegraad, niet de Vlaamse publicatiecultuur;
Impactfactoren worden enkel toegepast voor het classificeren van groepen tijdschriften, niet voor het beoordelen van individuele publicaties;
De extreme variatie van impactfactoren binnen en tussen disciplines wordt uitgemiddeld;
De telling moet transparant zijn;
De telling kan worden toegepast over alle disciplines heen (disciplineneutraal);
De telling is compatibel met een eventueel telschema van het VABB-SHW. De nieuwe publicatieparameter hanteert een classificatiemodel, waarbij tijdschriften met een impactfactor per subdomein worden opgedeeld in segmenten die over de subdisciplines heen eenzelfde gewicht krijgen.
Dit telschema vereist de volgende technische details : Alle tijdschriften in SCIE en SSCI (dus niet enkel die waarin Vlaamse onderzoekers publiceren) worden gerangschikt in de 68 ECOOM subdomeinen;
Elk van de 68 ECOOM subdomeinen wordt o.b.v. de impactfactoren in twintig delen gesegmenteerd. Hiervoor wordt gewerkt met een gemiddelde impactfactor van 10 jaar; de jaren waarin een tijdschrift geen impactfactor heeft worden niet meegeteld om deze gemiddelde impactfactor te bepalen. Binnen elk subdomein worden de tijdschriften gerangschikt op basis van hun gemiddelde impactfactor. Indien tijdschriften in meerdere subdomeinen voorkomen, wordt het tijdschrift enkel behouden in het subdomein waar het relatief het hoogst gerangschikt staat. Na eliminatie van de tijdschriften die op basis hiervan worden geschrapt, wordt elk van de 68 ECOOM subdomeinen o.b.v. de gemiddelde impactfactoren in twintig delen gesegmenteerd.
Aan elk twintigste wordt een gewicht toegekend, dat gelijk is over alle 68 ECOOM-subdomeinen. Dit garandeert dat toppublicaties in verschillende disciplines even sterk doorwegen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
10
6
3
2
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
0,5
0,5
0,1
0,1
0,1
0,1
Het aandeel van publicatieparameter B1 van elke universiteit u wordt berekend aan de hand van de volgende formule : B1 = [gPSSI x BSSIu + gPSS x BSSu + gPAH x BAHu + gPR x BPRu], waarbij het volgende geldt : 1° P : het totale aantal publicaties van alle universiteiten;met gewicht 0,5 voor de proceedings; met P = PSSI + PSS + PAH + 0,50 * PR; 2° PSSIu : het totale gewogen aantal publicaties SCIE of SSCI met impactfactor van universiteit u;met PSSI = sigmaj (PSSIj); 3° PSSu : het totale aantal publicaties SCIE of SSCI zonder impactfactor van universiteit u;met PSS = sigmaj (PSSj); 4° PAHu : het totale aantal publicaties AHCI van universiteit u;met PAH = sigmaj (PAHj); 5° PRu : het totale aantal proceedings CPCI-S of CPCI-SSH van universiteit u;met PR = sigmaj (PRj); 6° gPSSI : het gewicht van de parameter PSSI = PSSI / P;7° gPSS : het gewicht van de parameter PSS = PSS / P;8° gPAH : het gewicht van de parameter PAH = PAH / P;9° gPR : het gewicht van de parameter PR = 0,50 * PR / P;10° de sommatie j loopt over alle universiteiten;13° BSSIu, BSSu, BAHu, BPRu : de procentuele aandelen van de universiteit u voor de vier publicatieparameters in onderdeel B1; BSSIu = PSSIu / PSSI; BSSu = PSSu / PSS; BAHu = PAHu / PAH; BPRu = PRu / PR. 4.4.2. VABB-SHW Aangezien het VABB-SHW andere publicatietypes in rekening brengt (bv. boeken en boekhoofdstukken) en aangezien de citaties naar de VABB-SHW publicaties niet voor de citatieparameter kunnen worden geteld, worden de VABB-SHW publicaties beschouwd als een afzonderlijke parameter met een gewicht van 17 % van het bibliometrisch deel. 4.4.3. Citaties Het aandeel van onderdeel citaties (B3) van elke universiteit u wordt berekend als B3 = Cu / sigmaj (Cj), waarbij het volgende geldt : 1° Cu : het totale aantal citaties naar alle publicaties van universiteit u;Cu = Cu_scie+ Cu_ssci; 2° de sommatie j loopt over alle universiteiten; 4.5. Gewichten van de parameters (artikel 41) Gezien het belang dat gehecht wordt aan de stimulering van de academische performantie via de BOF-financiering, wint het outputgerichte luik van de parameters aan belang. Het bibliometrische luik neemt toe (van 36 % naar 40 %) ten koste van de inputparameter masterdiploma's. Ten gevolge van het schrappen van de mobiliteitscomponent in de diversiteitsparameter, wordt het gewicht van deze parameter gehalveerd. De evolutie van de onderlinge gewichten van de parameters wordt hieronder samengevat :
Element/jaar
2013
2014
2015
Vanaf 2016
Luik A Structureel deel
Diplomaparameter A1
25 %
25 %
24 %
23 %
Doctoraatsparameter A2
35 %
35 %
35 %
35 %
Diversiteitsparameter A3
3 %
2 %
2 %
2 %
Totaal Luik A
63 %
62 %
61 %
60 %
Luik B Bibliometrisch deel
WoS Publicaties
15,36 %
15,77 %
16,19 %
16,60 %
VABB-SHW Publicaties
6,28 %
6,46 %
6,62 %
6,80 %
Citaties
15,36 %
15,77 %
16,19 %
16,60 %
Totaal Luik B
37 %
38 %
39 %
40 %
4.6. Aanlevering van de gegevens en tijdschema's (artikels 42 t.e.m. 44) Om de berekening van de BOF-sleutel tijdig te doen plaatsvinden, worden realistische aanlevertijden van de basisdata bepaald : het tijdsvenster voor de parameters uit het bibliometrisch deel wordt met één jaar opgeschoven (tijdsvenster (t-12) - (t-3)) (art. 38); voor de data van het VABB-SHW wordt het tijdsschema voor het proces van aanlevering, verwerking en selectie van bibliografische gegevens met één jaar verbreed (art. 10). 5. Besteding van de middelen (artikels 45 t.e.m. 50) 5.1. BOF-ZAP mandaten Aangezien de vroegere voorwaarden om BOF-ZAP mandaten toe te kennen als te restrictief werden ervaren in het voeren van een flexibel personeelsbeleid, wordt een versoepeling ingevoerd : Om aan een fractie van het ZAP-kader voor langere termijn hoofdzakelijk een onderzoeksopdracht toe te kennen en de integratie van deze mandatarissen in het reguliere ZAP-kader te vergemakkelijken, wordt de maximale termijn voor BOF-ZAP mandaten verlengd voor onbepaalde tijd en dit voor maximaal 25 % van de BOF-ZAP middelen die elke universiteit besteedt.
Om excellente onderzoekers uit het buitenland of uit een andere onderzoeksomgeving te kunnen aantrekken, wordt een minimale aanstellingsgraad van minimaal 50 % voor BOF-ZAP toegelaten voor ten hoogste 15 % van de BOF-ZAP middelen. Deze deeltijdse BOF-ZAP aanstellingen van minimaal 50 % dienen aangevuld te worden tot minimaal 80 % met een opdracht die inhoudelijk aansluit bij het BOF-ZAP mandaat aan de universitaire instelling. Dit kan door een combinatie met een aanstelling bij de Strategische Onderzoekscentra (SOC's), Vlaamse of buitenlandse universitaire ziekenhuizen of andere Vlaamse of buitenlandse universiteiten.
De mogelijkheid om na een 5-jarige aanstelling in een BOF tenure track mandaat een BOF-ZAP aanstelling te bekleden, waarbij de BOF-TT-aanstellingstermijn niet in rekening wordt gebracht voor het bepalen van de BOF-ZAP aanstellingstermijn, wordt expliciet vermeld. 5.2. Voorrangsregeling voor het ondervertegenwoordigde geslacht Gezien de blijvende ondervertegenwoordiging van vrouwen in het academisch personeel, wordt een voorrangsregel ingevoerd bij het invullen van BOF postdoc en BOF-ZAP mandaten.
De volgende uitgangspunten gelden hierbij : 1) De kennelijke ongelijkheid in het academisch kader : hoewel in BOF zelf de balans redelijk te noemen valt, is de ongelijke man-vrouw-balans in het ZAP-kader duidelijk.BOF, en vooral de TT mandaten, vormen een belangrijke toegang tot het ZAP-kader en actie in dat verband is dus te motiveren en te verantwoorden. 2) Doelstelling is een 2/5 t.o.v. 3/5 genderbalans. Dit wordt per wetenschapsgroep bekeken om te kunnen inspelen op onevenwichtige vertegenwoordiging binnen disciplines. 3) Tijdelijke aard : de voorrangsregel dooft uit per eenheid waar de balans bereikt is.4) Er is enkel een voorrang bij gelijke kwalificaties en de voorrang is niet absoluut. Een universiteit stelt bij voorrang een vrouwelijke kandidaat aan, onder de volgende voorwaarden : de mandaten zowel voor vrouwelijke als mannelijke kandidaten worden opengesteld; de vrouwelijke en mannelijke kandidaten minstens over gelijke kwalificaties beschikken; de vrouwelijke kandidaten met een gelijke kwalificatie als hun mannelijke tegenkandidaten geen automatische en onvoorwaardelijke voorrang krijgen; de sollicitaties worden onderworpen aan een objectieve beoordeling, die rekening houdt met de bijzondere persoonlijke situatie van alle kandidaten. 6. Tenure track-financiering (artikels 51 en 52) Sinds 2008 hebben de universiteiten de mogelijkheid om ZAP-leden aan te stellen in een tenure track-stelsel.Bovendien wordt via de bijzondere onderzoeksfondsen sinds 2008 financiering voorzien voor BOF-tenure track mandaten. De bedoeling is dat de invoering van het tenure track-stelsel voor het BOF een hefboom is voor het veralgemeend gebruik van het tenure track-stelsel binnen de universiteiten.
De maximale anciënniteitsvoorwaarde voor het aanstellen van BOF tenure track mandaten, waarbij de kandidaat op het ogenblik van aanstelling minder dan zeven jaar gepromoveerd is, wordt geschrapt. Op die manier worden de BOF tenure track-houders gelijk behandeld met de andere tenure track mandaten en wordt de aanwervingsprocedure vereenvoudigd. 7. Methusalem (artikels 53 t.e.m. 67) In 2006 werd binnen het kader van de Bijzondere Onderzoeksfondsen het Methusalem-programma ingesteld. Het Methusalem-programma biedt de universiteiten de mogelijkheid om langetermijn-financiering toe te kennen aan een beperkt aantal uitmuntende ZAP-leden. Het programma wordt verder gezet, met enkele technische wijzigingen : Aangezien de meta-beoordeling van de internationale wetenschappelijke erkenning van de panelleden door het FWO administratief sterk verzwarend werkt en nauwelijks meerwaarde biedt, wordt ze geschrapt.
Het minimumbedrag voor een Methusalem-project wordt nominatief ingeschreven en verlaagd naar jaarlijks minstens 400.000 euro over de periode van zeven jaar.
De mogelijkheid wordt expliciet ingeschreven dat de universiteit op het einde van de zevenjarige periode na positieve evaluatie de Methusalem-financiering kan aanpassen en zo rekening kan houden met haar budgettaire mogelijkheden.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.
Brussel, 21 december 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, I. LIETEN
Raad van State afdeling Wetgeving advies 52.281/1 van 8 november 2012 over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering 'betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap' Op 19 oktober 2012 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vlaamse minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering 'betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 8 november 2012. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Jo BAERT en Wilfried VAN VAERENBERGH, staatsraden, Lieven DENYS, assessor, en Marleen VERSCHRAEGHEN, toegevoegd griffier.
Het verslag is uitgebracht door Brecht STEEN, auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 8 november 2012. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering strekt ertoe de financiering te regelen van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.De ontworpen regeling komt in de plaats van die welke is vervat in het
besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
18/11/2000
numac
2000036081
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
18/10/2000
numac
2000036017
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
07/10/2000
numac
2000035958
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 2 juni 1998 betreffende de nadere erkenningsvoorwaarden, de erkenningsprocedure, de modaliteiten inzake inspectie en begeleiding en de wijze van subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
25/10/2000
numac
2000036010
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de oprichting en de werking van de entiteit Interne Audit in het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
sluiten (1). Deze laatste regeling loopt af op 31 december 2012.
De stellers van het ontwerp hebben geopteerd voor continuïteit op het vlak van de financieringsvoorwaarden voor de Bijzondere Onderzoeksfondsen. Het ontworpen besluit herneemt derhalve het merendeel van de bepalingen van het
besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
18/11/2000
numac
2000036081
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
18/10/2000
numac
2000036017
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden voor deelneming aan wielerwedstrijden en wielerproeven
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
07/10/2000
numac
2000035958
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 2 juni 1998 betreffende de nadere erkenningsvoorwaarden, de erkenningsprocedure, de modaliteiten inzake inspectie en begeleiding en de wijze van subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
08/09/2000
pub.
25/10/2000
numac
2000036010
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de oprichting en de werking van de entiteit Interne Audit in het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
sluiten, zij het soms in een meer logische volgorde. De inhoudelijke wijzigingen die het ontwerp beoogt aan te brengen in de regeling van het voornoemde besluit zijn derhalve beperkt en komen onder meer neer op een herziening van sommige parameters en op het inschrijven van gewaarborgde minima voor middelgrote en kleine universiteiten. 3. In het eerste tot het zesde lid van de aanhef van het ontwerp wordt verwezen naar diverse normatieve teksten waarin de stellers blijkbaar rechtsgrond zoeken voor de ontworpen regeling.Op het eerste lid van de aanhef na, waarin wordt gerefereerd aan artikel 20 van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten 'tot hervorming der instellingen', wordt in geen van die leden melding gemaakt van specifieke bepalingen die het ontwerp tot rechtsgrond zouden kunnen strekken. Het geldt evenwel als een legistieke richtlijn dat de bepalingen die rechtsgrond bieden voor een besluit zo nauwkeurig mogelijk moeten worden aangegeven in de aanhef ervan. (2) De verwijzing naar de rechtsgrond biedende bepalingen in de aanhef van het om advies voorgelegde ontwerp dient derhalve te worden gespecificeerd op de hierna vermelde wijze.
Vooraf echter dient te worden nagegaan of alle normatieve teksten waarvan in de aanhef melding wordt gemaakt effectief rechtsgrond kunnen bieden voor de ontworpen regeling en of met andere woorden de verwijzing naar die teksten in de aanhef wel degelijk moet worden behouden.
Het voornoemde onderzoek naar de rechtsgrond gebeurt met inachtneming van de regelgeving zoals die bestaat op het ogenblik van het uitbrengen van het advies. Dat houdt in dat mogelijk het ontbreken van rechtsgrond moet worden vastgesteld ten aanzien van bepalingen van het ontwerp waarvoor een decretale rechtsgrond wordt voorbereid, maar deze nog niet is tot stand gebracht. Dat is het geval voor de geplande wijzigingen in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/07/2009
numac
2009035587
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
24/11/2009
numac
2009036051
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2005
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/06/2009
numac
2009202584
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp met het oog op de toekenning van subsidies
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
01/02/2010
numac
2010035026
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2006
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009029353
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende uitvoering van het Protocol van akkoord van 20 juni 2008 gesloten voor de periode 2009-2010 met de representatieve vakverenigingen van de onderwijssector
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
19/06/2009
numac
2009035513
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009035849
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
20/07/2009
numac
2009035655
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/09/2009
numac
2009029515
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van de overdracht van het hoger architectuuronderwijs naar de universiteit
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
02/06/2009
numac
2009031280
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »
sluiten 'betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid'. 4. Wat de verwijzing, in het tweede lid van de aanhef van het ontwerp betreft, naar het decreet van 12 juni 1991 'betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap', moeten de rechtsgrond biedende bepalingen worden gespecificeerd met inachtneming van hetgeen hierna volgt. 4.1. Het merendeel van de ontworpen bepalingen vindt naar het zeggen van de gemachtigde rechtsgrond in de artikelen 63/1 tot 63/4 van het al genoemde
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/07/2009
numac
2009035587
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
24/11/2009
numac
2009036051
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2005
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/06/2009
numac
2009202584
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp met het oog op de toekenning van subsidies
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
01/02/2010
numac
2010035026
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2006
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009029353
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende uitvoering van het Protocol van akkoord van 20 juni 2008 gesloten voor de periode 2009-2010 met de representatieve vakverenigingen van de onderwijssector
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
19/06/2009
numac
2009035513
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009035849
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
20/07/2009
numac
2009035655
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/09/2009
numac
2009029515
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van de overdracht van het hoger architectuuronderwijs naar de universiteit
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
02/06/2009
numac
2009031280
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »
sluiten. Deze laatste artikelen dienen evenwel nog te worden ingevoegd in het voornoemde decreet en zijn vervat in een ontwerp van decreet dat nog niet is behandeld, laat staan goedgekeurd door het Vlaams Parlement. (3) In de huidige stand van de regelgeving kan in het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/07/2009
numac
2009035587
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
24/11/2009
numac
2009036051
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2005
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/06/2009
numac
2009202584
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp met het oog op de toekenning van subsidies
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
01/02/2010
numac
2010035026
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2006
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009029353
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende uitvoering van het Protocol van akkoord van 20 juni 2008 gesloten voor de periode 2009-2010 met de representatieve vakverenigingen van de onderwijssector
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
19/06/2009
numac
2009035513
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009035849
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
20/07/2009
numac
2009035655
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/09/2009
numac
2009029515
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van de overdracht van het hoger architectuuronderwijs naar de universiteit
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
02/06/2009
numac
2009031280
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »
sluiten derhalve geen rechtsgrond worden gevonden voor de ontworpen regeling.
Wel kan worden vastgesteld dat hetgeen zal worden bepaald in de geplande artikelen 63/1 tot 63/4 van het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/07/2009
numac
2009035587
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
24/11/2009
numac
2009036051
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2005
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/06/2009
numac
2009202584
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp met het oog op de toekenning van subsidies
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
01/02/2010
numac
2010035026
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2006
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009029353
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende uitvoering van het Protocol van akkoord van 20 juni 2008 gesloten voor de periode 2009-2010 met de representatieve vakverenigingen van de onderwijssector
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
19/06/2009
numac
2009035513
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009035849
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
20/07/2009
numac
2009035655
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/09/2009
numac
2009029515
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van de overdracht van het hoger architectuuronderwijs naar de universiteit
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
02/06/2009
numac
2009031280
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »
sluiten, in ruime mate overeenstemt met hetgeen nu is vervat in de artikelen 168 (bijzondere onderzoeksfondsen) en 169bis1 (methusalemfinanciering) van het decreet van 12 juni 1991. (4) Het zijn derhalve deze laatste twee artikelen van het decreet van 12 juni 1991 die in de huidige stand van de regelgeving mede rechtsgrond bieden voor het ontwerp. 4.2. In artikel 2 van het ontwerp wordt bepaald dat, voor de toepassing van de ontworpen regeling, vanaf het begrotingsjaar 2013 de Katholieke Universiteit Leuven en de Katholieke Universiteit Brussel als één universiteit worden beschouwd. Uit artikel 168 van het decreet van 12 juni 1991 valt evenwel af te leiden dat bij elke universiteit een onderzoeksfonds wordt opgericht. (5) Naar het zeggen van de gemachtigde hebben de betrokken universiteiten in onderling overleg ervoor geopteerd om als één universiteit te worden beschouwd ermee rekening houdend dat er op basis van de Vlaamse regeling geen garantie bestaat dat er effectief middelen voor Bijzondere Onderzoeksfondsen voor de Katholieke Universiteit Brussel zullen worden voorbehouden. Deze verduidelijking neemt niet weg dat moet worden vastgesteld dat de ontworpen regeling op het betrokken punt niet in overeenstemming is met artikel 168 van het decreet van 12 juni 1991. 4.3. Voor de artikelen 17 tot 50 van het ontwerp kan in beginsel eveneens rechtsgrond worden gevonden in diverse onderdelen van artikel 168 van het decreet van 12 juni 1991. 4.4. Voor de artikelen 51 en 52 van het ontwerp, die betrekking hebben op respectievelijk het toekennen van specifieke middelen aan de Bijzondere Onderzoeksfondsen voor de financiering van het tenure track-stelsel en op de omvang van de aanstelling van docenten in dat stelsel, die worden gefinancierd met werkingsmiddelen die zijn overgeheveld vanuit het Bijzonder Onderzoeksfonds, valt geen uitdrukkelijke bepaling in het decreet van 12 juni 1991 aan te wijzen als rechtsgrond.
De gemachtigde verwijst in dat verband naar de artikelen 63/1 en 63/2 van het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/07/2009
numac
2009035587
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
24/11/2009
numac
2009036051
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2005
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/06/2009
numac
2009202584
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp met het oog op de toekenning van subsidies
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
01/02/2010
numac
2010035026
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 2006
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
30/06/2009
numac
2009029353
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende uitvoering van het Protocol van akkoord van 20 juni 2008 gesloten voor de periode 2009-2010 met de representatieve vakverenigingen van de onderwijssector
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
19/06/2009
numac
2009035513
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009035849
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2009
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
20/07/2009
numac
2009035655
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
15/09/2009
numac
2009029515
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van de overdracht van het hoger architectuuronderwijs naar de universiteit
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
02/06/2009
numac
2009031280
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tu …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.