📄 Wettekst
28 SEPTEMBER 2023. - Decreet tot vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen (1)
Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1 - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1 - Vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek
Artikel 1.De volgende bepalingen vormen het decretale deel van het Waalse Erfgoedwetboek: "Waalse Erfgoedwetboek TITEL 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I - Toepassingsgebied Artikel D.1. Het Waalse Erfgoedwetboek, hierna "het Wetboek" genoemd, is van toepassing op erfgoed dat valt onder de bevoegdheid van het Waals Gewest en dat zich bevindt in het Franstalig gebied in de zin van de wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken Naar dit decreet wordt verwezen met de volgende benaming: "Waals(e) Erfgoedwetboek".
Art. D.2. Onder het erfgoed vallen de gezamenlijke goederen bedoeld in artikel D.1 die een weerspiegeling en uitdrukking zijn en vormen van de voortdurend evoluerende waarden, geloofsbelijdenis, kennis, vaardigheden en tradities, waarvan de bescherming verantwoord is wegens met name hun belang voor archeologie, geschiedenis, wetenschap, kunsten, maatschappij, techniek, herinnering, schoonheid, landschap of stedenbouw, en waarbij rekening gehouden wordt met criteria inzake zeldzaamheid, authenticiteit, integriteit of representativiteit.
Daartoe behoren ook alle aspecten van de omgeving die voortvloeien uit de interactie in de tijd tussen personen en plaatsen.
Het Waalse Gewest, de provincies, de gemeenten, de openbare en privé-actoren en de inwoners dragen voor de erfgoedbescherming bij tot de erkenning, de geïntegreerde instandhouding, de ontwikkeling en het beheer van het erfgoed dat ze zullen doorgeven aan de komende generaties.
Voorafgaand aan elke beslissing tot oprichting van een nieuw gebouw en om de geïntegreerde instandhouding van hun erfgoed te garanderen, moeten de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Waalse Huisvestingsmaatschappij, de door deze laatste erkende publieke vastgoedmaatschappijen, de provincies, de gemeenten en de intercommunales, de kerkfabrieken en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn de studie overwegen om aan de activiteit waarvoor een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd, het goed of de goederen toe te wijzen die behoren tot het erfgoed waarvan zij de eigenaars zijn wanneer ze beschermd of gelijkgesteld zijn of opgenomen in de gewestelijke erfgoedinventaris.
De Regering bezorgt het Parlement om de drie jaar een verslag over de stand van zaken en de vooruitzichten inzake bescherming van het erfgoed. HOOFDSTUK 2 - Begripsomschrijving Art. D.3. Voor de toepassing van het Wetboek wordt verstaan onder : 1° dringende bewarende handelingen en werken : omkeerbare handelingen en werken die worden uitgevoerd of gepland met het oog op de onmiddellijke bescherming van het geheel of een deel van een beschermd of daarmee gelijkgesteld goed dat bedreigd wordt door ongewone weersomstandigheden, een natuurramp of een toevallige gebeurtenis;2° de erfgoedadministratie : het "Agence wallonne du Patrimoine" in de zin van het
decreet van 12 juli 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/06/1964
pub.
27/11/2009
numac
2009000776
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 tot oprichting van het "Agence wallonne du Patrimoine" als administratieve dienst met een autonome boekhouding en houdende ontbinding van het "Institut du Patrimoine wallon";3° erfgoedvergunning: de administratieve handeling die voorafgaat aan de uitvoering van handelingen en werken of het uitvoeren van evenementen of activiteiten met betrekking tot een beschermd of daarmee gelijkgesteld goed en die een kader schept en de geplande ingrepen vastlegt om de criteria en belangen die de beschermingsmaatregel van het goed rechtvaardigden, te vrijwaren;4° archeologisch goed: alle materiële overblijfselen, van paleontologische aard of het spoor ervan inbegrepen, gelegen onder of boven de grond, onder het water, beschouwd als bewijs van de bedrijvigheid van de mens of van zijn leefmilieu, van verlopen tijdperken of beschavingen, ongeacht de kunstwaarde ervan;5° gelijkgesteld goed: goederen die op de beschermingslijst staan of die voorlopig aan de gevolgen van de bescherming zijn onderworpen; 6° beschermd goed: elk goed dat het voorwerp uitmaakt van een beschermingsmaatregel als monument, site, architectonisch geheel of archeologische site wegens zijn erfgoedwaarde met betrekking tot de criteria en belangen bedoeld in artikel D.2 om de bescherming ervan te verzekeren; 7° de archeologische kaart: het cartografisch instrument dat de omtrekken bepaalt die ieder geheel van al dan niet bebouwde onroerende goederen omvatten, die geheel of gedeeltelijk het voorwerp hebben uitgemaakt van een ontdekking van een of meerdere archeologische goederen of waarvan is vastgesteld dat zij archeologische goederen hebben verborgen, verbergen of vermoedelijk verbergen.8° het stedenbouwkundig attest nr.2 : het attest bedoeld in artikel D.IV.I, § 3, 2°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 9° "CoDT" : het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling; 10° de Commissie : de Koninklijke Commissie van monumenten, landschappen en opgravingen, afgekort : "C.R.M.S.F."; 11° de gemeentelijke Commissie: de gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke ordening en mobiliteit, afgekort "C.C.A.T.M.", bedoeld in artikel D.I.7 van het "CoDT"; 12° geïntegreerde instandhouding : met inachtneming van de kenmerken die de bescherming van een goed hebben gerechtvaardigd, het geheel van de maatregelen met als doel: a) te zorgen voor de duurzaamheid van het goed b) te zorgen voor de handhaving van het goed in het kader van een geschikte, bebouwde of onbebouwde omgeving;c) een gepaste bestemming van het goed te bepalen om het op duurzame wijze aan te passen aan de behoeften van de gemeenschap op sociaal, economisch, demografisch vlak, op vlak van energie, erfgoed, leefmilieu of toegankelijkheid;13° toevallige ontdekking : elke onvoorziene of louter toevallige blootlegging van één of meerdere archeologische goederen; 14° het architectonisch geheel: een groep gebouwen die een samenhangend geheel vormt, met inbegrip van de elementen die ze met elkaar verbinden, door hun integratie in het landschap en in de bestaande bebouwde en onbebouwde context, en die erfgoedwaarde heeft op het vlak van de criteria en belangen bedoeld in artikel D.2; 15° het onderhoud: alle preventieve of curatieve handelingen en werken, tijdelijk of permanent, die het uiterlijke of interne uitzicht, de materialen, de draagstructuren, het bebouwde volume of de kenmerken die de bescherming van een beschermd of daarmee gelijkgestelde eigendom rechtvaardigden, niet wijzigen;16° voorstudie: alle wetenschappelijke, technische, historische en documentaire studies die nodig zijn om een onderhouds- of restauratieproject op te stellen en die kunnen worden toegevoegd aan een documentatiefonds dat wordt beheerd door de dienst die door de Regering is aangeduid;17° de erfgoedfiche: het erfgoedbeoordelingsinstrument voor een erfgoedgoed, dat open is en wordt opgesteld door de dienst die door de Regering is aangeduid, en dat dient als hulpmiddel bij de besluitvorming in het kader van een inschrijving op de beschermingslijst, een aanvraag tot opname op de beschermingslijst, declassering of herkwalificatie, een aanvraag tot erfgoedvergunning of de opmaak van een operationeel erfgoedplan; 18° gemachtigd ambtenaar van de Stedenbouw : de ambtenaar bedoeld in artikel D.I.3 van het "CoDT"; 19° archeologische opgravingen: archeologische verrichtingen waarbij een eigendom of perceel wordt gewijzigd door het uitgraven, strippen of verwijderen van een of meer archeologische goederen, met als doel de kennis te verbeteren door het vastleggen en exploiteren van de verzamelde gegevens, met inbegrip van de volgende opgravingen: a) reddingsopgravingen :opgravingen met betrekking tot een archeologisch eigendom, terrein of plaats die geheel of gedeeltelijk vernield worden;b) preventieve opgravingen : de opgravingen betreffende archeologische sites die op korte termijn onomkeerbaar bedreigd zijn met gehele of gedeeltelijke vernieling, in het bijzonder als onderdeel van een ontwikkelings- of stedenbouwkundig project;c) geprogrammeerde opgravingen: de op lange termijn geplande opgravingen die nodig zijn voor de studie van een bepaald wetenschappelijk thema of van een archeologische vindplaats in haar geheel; 20° de gewestelijke inventaris van het erfgoed : het instrument voor de identificatie van het gebouwde en niet-gebouwde erfgoed dat onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest valt en dat geheel of gedeeltelijk van erfgoedwaarde is met betrekking tot de in artikel D.2 bedoelde belangen en criteria; 21° beschermingslijst : de lijst van goederen die tijdelijk beschermd zijn omwille van een tijdelijke of definitieve dreiging van vernietiging, afbraak of wijziging en die in aanmerking komen om beschermd te worden;22° de minister : de minister bevoegd voor monumenten en sites in de zin van artikel 6, § 1, I, 7°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming van de instellingen; 23° monument: een geïsoleerde architecturale, sculpturale of plantaardige creatie, met inbegrip van de elementen die door inlijving of bestemming geïmmobiliseerd zijn en de roerende goederen die er integraal deel van uitmaken, in het bijzonder de aanvullende uitrusting en decoratieve elementen, en die erfgoedwaarde heeft in de zin van de criteria en belangen bedoeld in artikel D.2; 24° archeologische verrichtingen: alle werkzaamheden met betrekking tot prospectie, proefboringen, opgravingen en archeologische opvolgingen, met inbegrip van de opmaking van de desbetreffende verslagen en hun bekendmaking;25° uitzonderlijk erfgoed: alle beschermde goederen van groot regionaal erfgoedbelang, waarvan de lijst bij regeringsbesluit wordt vastgesteld;26° werelderfgoed: elk goed of groep van goederen waarvan de uitzonderlijke universele waarde erkend is door de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, afgekort UNESCO, in toepassing van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk werelderfgoed;27° de milieuvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1°, van het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;28° de vergunning voor een handelsvestiging : de vergunning bedoeld in artikel 1, 4°, van het
decreet van 5 februari 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
05/02/2015
pub.
18/02/2015
numac
2015200758
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de handelsvestigingen
sluiten betreffende de handelsvestigingen ; 29° de bebouwingsvergunning: de vergunning bedoeld in artikel D.IV.2, § 1, van het "CoDT"; 30° de stedenbouwkundige vergunning: de vergunning bedoeld in artikel D.IV.4 van het "CoDT"; 31° de geïntegreerde vergunning : de vergunning bedoeld in artikel 1, 6°, van het
decreet van 5 februari 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
05/02/2015
pub.
18/02/2015
numac
2015200758
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de handelsvestigingen
sluiten betreffende de handelsvestigingen;32° de globale vergunning: de vergunning bedoeld in artikel 1, 12°, van het
decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/03/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999027439
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de milieuvergunning
sluiten betreffende de milieuvergunning;33° klein Waals volkserfgoed: alle kleine erfgoedelementen, al dan niet beschermd, die onder categorieën vallen die erkend zijn door de Regering en die van erfgoed- en cultureel belang zijn, die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of toegankelijk zijn voor het publiek, die als referentie dienen voor een plaatselijke bevolking of die tot het samenhorigheidsgevoel bijdragen;34° het operationeel plan erfgoed: de administratieve handeling die voorafgaat aan de uitvoering van handelingen en werken waarvoor geen vergunning nodig is, die een terugkerend karakter hebben of die een fasering vereisen, evenals de organisatie van evenementen of activiteiten met een terugkerend karakter;35° de Beleidsgroep " Ruimtelijke Ordening": de beleidsgroep bedoeld in artikel 1 van het
decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
06/11/2008
pub.
18/12/2008
numac
2008204571
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie
type
decreet
prom.
06/11/2008
pub.
19/12/2008
numac
2008204572
bron
waalse overheidsdienst
Kaderdecreet houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet
sluiten houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie;36° de eigenaar : elke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een zakelijk recht op een goed, mede-eigendom, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht of recht van opstal op een goed;37° de prospectie : de handeling waarbij archeologische goederen of locaties gelokaliseerd worden zonder ze te wijzigen.38° herbestemming: de gedeeltelijke of volledige wijziging van de functie van een beschermd of gelijkgesteld goed, om te voorkomen dat het in verval raakt of wordt opgegeven of om het aan te passen aan de behoeften en vereisten van de nieuwe functie die eraan wordt toegekend, met behoud van de erfgoedkenmerken die de bescherming van het goed rechtvaardigden;39° restauratie: alle handelingen en werken, andere dan deze die betrekking hebben op het onderhoud bedoeld in 15°, uitgevoerd op een beschermd of gelijkgesteld goed met het oog op het behoud en de onthulling van de kenmerken die de bescherming ervan rechtvaardigden, het opfrissen ervan, het bewaren van de authenticiteit en de mogelijkheid tot toe-eigening door de gemeenschap, alsook de opwaardering en het eventuele hergebruik ervan; 40° de site: het natuurwerk of het gecombineerde werk van mens en natuur dat een gebied van erfgoedwaarde vormt met betrekking tot de criteria en belangen bedoeld in artikel D.2, dat voldoende karakteristiek en coherent is om het voorwerp uit te maken van een topografische afbakening; 41° de archeologische site: het terrein, de geologische of pedologische formatie, het gebouw, het geheel van gebouwen of site die daadwerkelijk of vermoedelijk archeologische goederen bevat;42° archeologische onderzoekingen : archeologische handelingen waarbij de staat van de ondergrond of de bebouwde omgeving wordt gewijzigd om de aanwezigheid van archeologische voorwerpen of het bestaan, de aard en de omvang van een archeologische vindplaats vast te stellen, met uitzondering van het gebruik van apparatuur voor het opsporen of zoeken naar metalen of ferromagnetische voorwerpen met het oog op het onttrekken ervan aan de bodem of het water overeenkomstig hoofdstuk 8 van titel 4;43° archeologische opvolging : de archeologische verrichting die bestaat in het toezicht, door de dienst aangeduid door de Regering, op de handelingen en werken uitgevoerd in het kader van de uitvoering van een bebouwingsvergunning, een stedenbouwkundige vergunning, een milieuvergunning, een globale vergunning, een handelsvestigingsvergunning of een geïntegreerde vergunning en in de mogelijkheid voor de dienst aangeduid door de Regering om voormelde handelingen en werken tijdelijk, plaatselijk of volledig, te onderbreken voor het uitvoeren van grafische en beschrijvende opnamen en desgevallend voor het uitvoeren van archeologische opgravingen; 44° de valorisatie: elke actie of maatregel die bestaat uit het bekendmaken en vergroten van de erkende kwaliteiten van een of meer erfgoedelementen die onder de bevoegdheid van het Gewest vallen, door de uitvoering van handelingen en werken, de implementatie van de elementen bedoeld in artikel D.131 of door de uitvoering van verschillende verspreidings- of promotieacties; 45° het beschermingsgebied : het gebied gelegen rondom een beschermd goed, en waarvan de omtrek is afgebakend al naar gelang de eisen voor de geïntegreerde instandhouding van dat goed;46° bufferzone: het gebied rondom een op de Werelderfgoedlijst opgenomen landgoed of groep objecten, waarvan het gebruik en de ontwikkeling onderworpen zijn aan speciale beperkingen om te zorgen voor extra bescherming van het landgoed of de groep objecten en om de uitzonderlijke universele waarde ervan te behouden. HOOFDSTUK 3. - Communicatiemethoden en berekening van termijnen Art. D.4. De Regering bepaalt voor welke in het Wetboek bedoelde mededelingen, verzendingen of ontvangsten een datum moet worden vastgesteld, ongeacht het gebruikte procédé.
De Regering kan de lijst vaststellen van de procédés die zij aanvaardt om de mededeling, verzending en elke ontvangst van een vaste dagtekening te voorzien.
De aangetekende elektronische berichten moeten in overeenstemming zijn met het
decreet van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2014
pub.
15/04/2014
numac
2014202321
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de communicaties via elektronische weg tussen de gebruikers en de Waalse openbare overheden
type
decreet
prom.
27/03/2014
pub.
15/04/2014
numac
2014202320
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de communicaties via elektronische weg tussen de gebruikers en de Waalse openbare overheden, voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 138 van de Grondwet
sluiten betreffende de communicaties via elektronische weg tussen de gebruikers en de Waalse openbare overheden en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. D.5. De dag van de mededeling, verzending of ontvangst van een document waarnaar in het Wetboek wordt verwezen en die het beginpunt van een termijn vormt, is niet inbegrepen in de termijn. De termijn gaat in op de dag nadat het document is meegedeeld, verzonden of ontvangen en omvat, tenzij anders aangegeven, alle dagen, inclusief zaterdagen, zondagen en feestdagen.
De vervaldag is in de termijn inbegrepen. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag uitgesteld tot de volgende werkdag.
Een werkdag is elke dag behalve zaterdag, zondag en feestdagen.
De mededeling of verzending vindt uiterlijk plaats op de dag waarop de termijn verstrijkt.
TITEL 2. - Bescherming van het erfgoed HOOFDSTUK I - Werelderfgoed Art. D.6. De Regering maakt de lijst van goederen of groepen van goederen die op de Werelderfgoedlijst staan bekend, inclusief, indien van toepassing, de omtrek van de bufferzones die ermee verbonden zijn, in het Belgisch Staatsblad en op de website van de dienst die ze aanwijst.
De in lid 1 bedoelde publiciteitsmaatregelen zijn bedoeld om het publiek op de hoogte te brengen van de plaatsing van een goed of een groep goederen op de Werelderfgoedlijst en hebben geen betrekking op de identificatie van de eigenaar van het goed of de groep goederen.
Alleen informatie met betrekking tot de identificatie van het object of de groep objecten en de reden voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst wordt bekendgemaakt.
Art. D.7. Elk goed of elke groep goederen dat op de Werelderfgoedlijst staat, kan een bufferzone hebben.
De omtrek van de bufferzone wordt bepaald volgens de eisen van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde en kan de onmiddellijke omgeving van het goed omvatten, belangrijke uitzichten of andere gebieden die een belangrijke functionele rol spelen in de ondersteuning van het goed en de bescherming ervan.
De in lid 2 bedoelde uitzonderlijke universele waarde duidt een cultureel of natuurlijk belang aan dat voldoende uitzonderlijk is om nationale grenzen te overschrijden en van gemeenschappelijke onschatbare waarde zijn voor de huidige en toekomstige generaties van de gehele mensheid.
Art. D.8. § 1. Elk op de Werelderfgoedlijst ingeschreven goed of elke groep goederen dient een beheersplan te hebben dat in overeenstemming is met de bepalingen van de richtlijnen voor de uitvoering van de Overeenkomst, bedoeld in artikel D.3, 26°.
De Regering legt de inhoud van het beheersplan bedoeld in het eerste lid vast. § 2 Elk beheersplan wordt voorbereid, uitgevoerd en bijgewerkt door een beheerscomité.
De Regering stelt de samenstelling, de opdrachten en de werking van het beheerscomité vast. § 3. Indien nodig kan de Regering, om te voldoen aan de inhoud van het beheersplan dat is opgesteld krachtens de paragrafen 1 en 2, de volgorde wijzigen waarbij het goed of de groep goederen op de Werelderfgoedlijst is geplaatst, in overeenstemming met artikel D.17.
Art. D.9. Wanneer een goed of een groep goederen op de Werelderfgoedlijst staat, houden de administratieve autoriteiten rekening met de noodzaak om de uitzonderlijke universele waarde te beschermen, evenals met het beheersplan voor het goed en de bufferzone die de doelstelling waarborgen, bij het onderzoeken van aanvragen voor individuele vergunningen die betrekking hebben op het goed of de groep goederen en die onder een ander administratief beleid vallen.
D.10. § 1. Er wordt een Waals Werelderfgoedcomité opgericht. Het Comité bestaat uit: 1° de Minister van Erfgoed, die het comité voorzit ;2° de minister van Ruimtelijke Ordening;3° de minister bevoegd voor Internationale Betrekkingen ;4° de Minister van Toerisme;5° de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie;6° de voorzitter van de Commissie;7° de voorzitter van de afdeling Wallonië-Brussel van de "International Council on Monuments and Sites";8° de inspecteur-generaal van de dienst Ruimtelijke Ordening van de Waalse Overheidsdienst;9° de Administrateur-generaal van Wallonie-Bruxelles International;10° de Commissaris-generaal voor Toerisme;11° de directeur-generaal van "Wallonie Belgique Tourisme". De in lid 1 bedoelde personen kunnen zich laten vertegenwoordigen door een daartoe aangewezen persoon.
Indien nodig kan het Waalse Werelderfgoedcomité deskundigen of specialisten uitnodigen. § 2 Het Waalse Werelderfgoedcomité stelt de Regering voor : 1° de omschrijving van een globale strategie in verband met de onroerende goederen van het werelderfgoed; 2° elk project m.b.t. een nieuwe inschrijving op de lijst van het werelderfgoed; 3° prioriteiten in termen van budget en programmering, op basis van de beheersplannen voor de verschillende goederen en groepen goederen. § 3. De Regering stelt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel vast. HOOFDSTUK 2. - Het uitzonderlijke erfgoed van Wallonië Art. D.11. § 1. De Regering stelt een lijst op van beschermde goederen of delen van goederen waarvan ze het buitengewoon erfgoedbelang erkent. Ze informeert de eigenaars van de betrokken goederen.
Vóór de goedkeuring wordt de ontwerplijst of de wijziging van de lijst voor advies voorgelegd aan de door de regering aangewezen dienst en aan de Commissie. De kennisgeving wordt verstuurd binnen zestig werkdagen nadat de aanvraag is verzonden. Bij gebrek aan ontvangst van het advies binnen de toegestane termijn wordt de procedure voortgezet. § 2. De Regering maakt de lijst bekend van beschermde goederen of delen van goederen waarvoor ze het uitzonderlijke erfgoedkarakter erkent, in het Belgisch Staatsblad en op de website van de dienst die ze aanwijst.
De in lid 1 bedoelde publiciteitsmaatregelen zijn bedoeld om het publiek te informeren over de erkenning van de uitzonderlijke aard van een beschermd goed of een beschermd onderdeel en hebben geen betrekking op de identificatie van de eigenaar van het beschermde goed of het beschermde onderdeel. Alleen informatie met betrekking tot de identificatie van het onroerend goed of een deel ervan en de redenen voor de erkenning van het uitzonderlijke karakter van het onroerend goed worden bekendgemaakt. § 3. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast. HOOFDSTUK 3. - Beschermd erfgoed Afdeling 1. - Klassering van een goed
Art. D.12. De Regering kan elk goed dat onder het erfgoed valt, als beschermd goed erkennen in de zin van artikel D.2, eerste lid.
Daartoe kan de Regering, op basis van een erfgoedfiche zoals bedoeld in artikel D.33, een klasseringsprocedure opstarten, hetzij : 1° op eigen initiatief;2° op verzoek van de eigenaar.3° op voorstel van de Commissie;4° op voorstel van het gemeentecollege;5° op voorstel van de gemeentelijke commissie;6° op verzoek van een of meer vennootschappen, verenigingen of stichtingen met rechtspersoonlijkheid, die tot doel of tot doel hebben het behoud van het erfgoed en waarvan de maatschappelijke zetel zich in het Franstalige Waalse Gewest bevindt;7° op verzoek van minstens driehonderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het goed gelegen is indien de gemeente minder dan vijfduizend inwoners telt, van zeshonderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het goed gelegen is indien de gemeente vijfduizend tot dertigduizend inwoners telt of duizend personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het goed gelegen is voor een gemeente met meer dan dertigduizend inwoners. De erfgoedfiche wordt opgesteld door de dienst die door de overheid is aangeduid vóór de beslissing om al dan niet een klasseringsprocedure op te starten. Deze fiche wordt naar de Commissie gestuurd voor advies, dat binnen vijftien werkdagen na verzending van de adviesaanvraag wordt uitgebracht.
De beslissing om de klasseringsprocedure al dan niet aan te vatten, wordt meegedeeld aan de erfgoedadministratie, de Commissie en, indien van toepassing, aan de personen bedoeld in lid 2, 2° tot 7°.
De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast.
Art. D.13. § 1. Wanneer de Regering beslist om een klasseringsprocedure op te starten voor een goed, zal ze het klasseringsproject opstellen op basis van de erfgoedfiche en alle andere documenten waarover ze beschikt. Het ontwerp tot klassering bepaalt, indien van toepassing, de beschermingszone die bij het goed hoort en de specifieke beschermings- en beheersvoorwaarden die worden overwogen. § 2. Het klasseringsproject wordt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de dienst aangewezen door de Regering bekendgemaakt. Het klasseringsproject en de erfgoedfiche worden tegelijkertijd meegedeeld: 1° voor de organisatie van het openbaar onderzoek en een met redenen omkleed advies, aan het gemeentecollege;2° voor opmerkingen, aan de eigenaar van het goed;3° voor een met redenen omkleed advies : a) aan de Commissie;b) aan de gemeentelijke commissie of, bij gebrek, de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening";c) aan administraties en diensten die de Regering het nodig acht te raadplegen;4° ter informatie, aan de stedenbouwkundige ambtenaar. De opmerkingen en adviezen, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, worden binnen negentig dagen na de mededeling van het klasseringsproject en de erfgoedfiche meegedeeld aan de dienst, aangeduid door de Regering. Bij gebrek aan mededeling van advies binnen de voorgeschreven termijnen kan de procedure voortgezet worden. § 3. Binnen twintig dagen na ontvangst van het klasseringsvoorstel en de erfgoedfiche moet de eigenaar de persoon die het goed in kwestie daadwerkelijk in gebruik heeft, op de hoogte brengen, evenals elke persoon die hij heeft belast met het uitvoeren van handelingen en werken aan het goed in kwestie of die hij daartoe heeft gemachtigd.
De door de Regering aangewezen dienst brengt de eigenaar van het goed op de hoogte van de in lid 1 bedoelde verplichting. § 4. Binnen twintig dagen na de verzending bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, gaat het gemeentecollege over tot een openbaar onderzoek dat vijftien dagen duurt.
De dossiers liggen ter inzage in het gemeentehuis op werkdagen en minstens één keer in de week tot 20 uur, of op zaterdagmorgen;
Het openbaar onderzoek is aangekondigd: 1° door aanplakking op het gemeentehuis en op de plaatsen waar het indelingsproject gevolgen heeft;2° door een bericht in drie dagbladen die in de regio worden verspreid;3° op de website van de gemeente, indien beschikbaar;4° in een gemeentelijk informatieblad dat onder de bevolking wordt verspreid, indien dit bestaat, of, bij ontstentenis daarvan, in een advertentieblad dat gratis onder de bevolking wordt verspreid. De affiches en berichten bedoeld in het derde lid vermelden het onderwerp van het onderzoek en dat het dossier geraadpleegd kan worden op het gemeentehuis overeenkomstig de in de vorige paragraaf aangeduide beginselen. De adviezen moeten tijdens de hele duur van het openbaar onderzoek perfect zichtbaar en leesbaar blijven.
Het openbare onderzoek wordt opgeschort tussen 16 juli en 15 augustus en tussen 24 december en 1 januari.
Binnen vijftien dagen na de laatste dag van het openbaar onderzoek houdt het gemeentecollege, of een van zijn daartoe door het college gedelegeerde leden, een openbare vergadering waarop iedereen die wil worden gehoord, wordt gehoord. Aan het einde van die zitting wordt een proces-verbaal opgesteld waarbij het openbaar onderzoek gesloten wordt.
De conclusies van het openbaar onderzoek worden bekendgemaakt op de website van de gemeente als die er een heeft. § 5. Binnen vijftien dagen na de afsluitende vergadering van het openbaar onderzoek maakt het gemeentecollege het dossier m.b.t. de opname op de monumentenlijst aan het gemeentecollege. Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag brengt de gemeenteraad een met redenen omkleed advies uit. Bij gebrek aan mededeling van advies binnen de voorgeschreven termijnen kan de procedure voortgezet worden. § 6. Binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn van zestig dagen bedoeld in § 5, stuurt het gemeentecollege de volgende stukken aan de Dienst aangewezen door de Regering: 1° de opmerkingen gemaakt tijdens het openbaar onderzoek;2° de notulen van de sluiting van het openbaar onderzoek; 3° de beraadslaging van de gemeenteraad;4° zijn met redenen omkleed advies.
Bij gebrek aan mededeling van één van de documenten bedoeld in het eerste lid binnen de voorgeschreven termijnen kan de procedure voortgezet worden. § 7. Elk verstek of uitstel vanwege de gemeente om over te gaan tot de in dit artikel bedoelde modaliteiten brengt de nietigheid van de procedure niet met zich mee en mag de verlenging van de in paragraaf 6 bedoelde termijn niet als gevolg hebben. § 8. De in dit artikel bedoelde publiciteitsmaatregelen zijn bedoeld om het publiek te informeren over de voorgestelde klassering van een goed en hebben geen betrekking op de identificatie van de eigenaar van het goed dat het voorwerp uitmaakt van de voorgestelde klassering.
Alleen informatie met betrekking tot de identificatie van het goed en de redenen voor het klasseringsproject worden gepubliceerd.
Art. D.14. Op basis van de opmerkingen, het openbaar onderzoek en de adviezen bedoeld in artikel D.13, § 2, kan de Regering beslissen het goed te klasseren of te weigeren het te klasseren.
De Regering beslist over de klassering van het goed binnen de achttien maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing tot inleiding van de klasseringsprocedure. Als er binnen achttien maanden geen beslissing is genomen, wordt de klasseringsaanvraag geacht te zijn geweigerd.
Indien een goed beoogd bij het klasseringsdossier gelegen is in de omtrek van een site erkend krachtens de
wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/07/1973
pub.
24/08/2010
numac
2010000473
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie
sluiten op het natuurbehoud houdt het besluit tot klassering van een goed rekening met de verplichtingen en het beheersplan bedoeld in deze wet. Wanneer het besluit tot klassering wijzigingen bevat die aan een in lid 2 bedoeld bijzonder beheersplan dienen te worden aangebracht, beslist de Regering of dat plan dient te worden herzien.
In overeenstemming met artikel D.22 kan de Regering bijzondere voorwaarden opleggen voor de bescherming en het beheer van het goed in het klasseringsbesluit. Van deze voorwaarden kan enkel worden afgeweken door het verkrijgen van een erfgoedvergunning, op voorwaarde dat de erfgoedvergunning niet indruist tegen de substantiële erfgoedkenmerken die de klassering van het goed rechtvaardigden.
Art. D.15. § 1. Het besluit tot klassering wordt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de dienst aangewezen door de Regering bekendgemaakt.
Het klasseringsbesluit wordt bekendgemaakt: 1° aan de eigenaar van het goed;2° aan het gemeentecollege;3° aan de Commissie;4° aan de gemeentelijke Commissie of, bij gebrek, aan de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening"; 5° aan de personen, vermeld in artikel D.12, tweede lid, 2° tot en met 7°, waarop de aanvraag tot indeling is gebaseerd; 6° aan de gemachtigd ambtenaar van de Stedenbouw. Binnen vijftien dagen na de in lid 2 bedoelde kennisgeving moet de eigenaar een kopie van de kennisgeving sturen naar de persoon die het goed gebruikt, op straffe van hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van schending van de bepalingen van het Wetboek of het CoDT waarvan de toepassing voortvloeit uit de klassering van het goed. Deze verplichting wordt vermeld in de kennisgeving aan de eigenaar.
Binnen vijftien dagen na ontvangst van de kennisgeving maakt het gemeentecollege het besluit tot klassering bekend door aanplakking op het gemeentehuis en op de betrokken plaatsen gedurende minimum dertig dagen, alsook op de website van de gemeente als die er een heeft De autoriteiten en de in het tweede lid bedoelde personen zijn onderworpen aan het klasseringsbesluit vanaf zijn kennisgeving of vanaf zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad indien deze voorafgaat.
De in dit paragraaf bedoelde publiciteitsmaatregelen zijn bedoeld om het publiek te informeren over de voorgestelde klassering van een goed en hebben geen betrekking op de identificatie van de eigenaar van het goed dat het voorwerp uitmaakt van het klasseringsbesluit. Alleen informatie met betrekking tot de identificatie van het goed en de redenen voor het klasseringsproject worden gepubliceerd. § 2. De beslissing om te weigeren het onroerend goed te klasseren wordt meegedeeld : 1° aan de eigenaar van het goed;2° aan het gemeentecollege;3° aan de Commissie; 4° aan de personen, vermeld in artikel D.12, tweede lid, 2° tot en met 7°, waarop de aanvraag tot klassering is gebaseerd; 5° aan de gemachtigd ambtenaar van de Stedenbouw. Afdeling 2. - Beschermingsgebied
Art. D.16. § 1. In het besluit tot klassering van een goed kan een beschermingsgebied rond het betrokken goed worden ingesteld. § 2. Na de klassering van een goed kan de Regering een beschermingsgebied instellen of een bestaand beschermingsgebied wijzigen om het geïntegreerde instandhouding van het goed te verzekeren.
De instelling van een beschermingsgebied of de wijziging van een bestaand beschermingsgebied gebeurt overeenkomstig de artikelen D.12 tot en met D.15. § 3. De Regering kan aanvullende procedures en regelingen vaststellen in verband met de instelling of wijziging van een beschermingsgebied. Afdeling 3. - Wijziging van het klasserings- of declasseringsbesluit
Art. D.17. De Regering kan de procedure tot wijziging van een klasseringsbesluit of de procedure tot declassering van een beschermd goed inleiden op basis van : 1° de erfgoedfiche; 2° een onderzoek naar de adequaatheid van de genomen beschermingsmaatregel ten aanzien van de criteria en belangen bedoeld in artikel D.2 of indien wordt vastgesteld dat nieuwe omstandigheden die zich sinds de datum van het klasseringsbesluit hebben voorgedaan, tot gevolg hebben gehad dat de erfgoedwaarde van een goed ten aanzien van die criteria en belangen is verminderd of verdwenen.
De wijziging van een klasseringsbesluit of de declassering van een beschermd goed wordt uitgevoerd in overeenstemming met artikel D.12 tot en met D.15. Afdeling 4. - Schilden en borden
Art. D.18. Het beschermd goed wordt geïdentificeerd door het plaatsen van een schild of bord dat zijn statuut vermeldt.
In afwijking van de artikelen D.21 en D.34, § 1, is voor het plaatsen van een schild op een beschermd goed of van een bord dat het statuut ervan vermeldt geen erfgoedvergunning vereist.
De Regering bepaalt de grafische vormgeving, de afmetingen, de minimale inhoud en de plaats van de schilden en borden om de publieke opinie bewust te maken van de beschermingsmaatregelen die worden toegepast. HOOFDSTUK 4. - Beschermingslijst Art. D.19. § 1. De Waalse Regering kan elk eigendom dat beschermd kan worden en dat bedreigd wordt met vernietiging, afbraak of wijziging, tijdelijk of permanent, op de beschermingslijst plaatsen.
Op basis van een erfgoedfiche die wordt opgesteld door de dienst die door de Regering is aangewezen, beslist de Regering of een goed op de beschermingslijst wordt geplaatst, d.w.z. : 1° op eigen initiatief;2° op verzoek van de eigenaar.3° op voorstel van de Commissie;4° op voorstel van het gemeentecollege;5° op voorstel van de gemeentelijke commissie;6° volgens de bepalingen vastgelegd door de Regering, op verzoek van een of meer vennootschappen, verenigingen of stichtingen met rechtspersoonlijkheid, die tot doel of tot doel hebben het behoud van het erfgoed en waarvan de maatschappelijke zetel zich in het Franstalige Waalse Gewest bevindt;7° op verzoek van minstens driehonderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het goed gelegen is indien de gemeente minder dan vijfduizend inwoners telt, van zeshonderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het goed gelegen is indien de gemeente vijfduizend tot dertigduizend inwoners telt of duizend personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het goed gelegen is voor een gemeente met meer dan dertigduizend inwoners. De Regering kan de Commissie om advies vragen over de opname van een goed op de beschermingslijst. In dat geval brengt de Commissie binnen vijftien werkdagen na toezending van de aanvraag advies uit. Bij gebrek aan mededeling van advies binnen de voorgeschreven termijnen kan de procedure voortgezet worden. § 2. Het goed wordt op de beschermingslijst geplaatst voor een niet-hernieuwbare periode van zes maanden vanaf de dag waarop het besluit tot plaatsing op de beschermingslijst bindend wordt.
Het besluit tot opname van het goed op de beschermingslijst wordt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de dienst aangewezen door de Regering bekendgemaakt.
Het besluit wordt bekendgemaakt aan : 1° de eigenaar;2° het gemeentecollege;3° de Commissie;4° de gemeentelijke Commissie of, bij gebrek, aan de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening";5° de gemachtigd ambtenaar van de Stedenbouw. Het besluit tot opname van het goed op de beschermingslijst is bindend vanaf zijn bekendmaking of vanaf zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad indien deze aan eerstgenoemde bekendmaking voorafgaat.
De in dit paragraaf bedoelde publiciteitsmaatregelen zijn bedoeld om het publiek te informeren over de opname van het goed op de beschermingslijst en hebben geen betrekking op de identificatie van de eigenaar van het goed dat het voorwerp uitmaakt van de opname op deze lijst. Alleen informatie met betrekking tot de identificatie van het goed en de reden voor de opname op de beschermingslijst wordt bekendgemaakt. § 3. Binnen de in het tweede paragraaf, eerste lid, bedoelde termijn en op basis van een erfgoedfiche kan de Regering beslissen een procedure te starten om het goed op de lijst van beschermde goederen in te delen overeenkomstig de artikelen D.12 tot en met D.15.
De erfgoedfiche wordt opgesteld en naar de Regering gestuurd binnen een maximumtermijn van drie maanden vanaf de datum waarop het besluit tot opname van het goed op de beschermingslijst wettelijk bindend wordt. § 4. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast. HOOFDSTUK 5. - De gevolgen van het statuut van beschermd of gelijkgesteld goed Art. D.20. De gevolgen van de klassering zijn van toepassing : 1° op de goederen die onder een klasseringsbesluit vallen; 2° op goederen die het voorwerp uitmaken van een klasseringsprocedure voor een periode van achttien maanden vanaf de datum van kennisgeving of bekendmaking van het ontwerp van klassering in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel D.13, § 2, eerste lid, wanneer dit laatste vóór de kennisgeving gebeurt; 3° op de goederen die het voorwerp uitmaken van een opname op de beschermingslijst gedurende een periode van zes maanden vanaf de datum waarop het besluit tot opname op de beschermingslijst overeenkomstig artikel D.19, § 2, vierde lid, bindend wordt.
Art. D.21. In overeenstemming met artikel D.34 mag niemand zonder voorafgaande erfgoedvergunning of operationeel erfgoedplan : 1° handelingen en werken uitvoeren op een beschermd of daarmee gelijkgesteld goed, met uitzondering van onderhoudshandelingen en -werken die niet het voorwerp uitmaken van een subsidieaanvraag;2° een evenement of activiteit organiseren of uitvoeren die de criteria en belangen die de maatregel ter bescherming van het goed rechtvaardigden, in gevaar kan brengen. Art. D.22. § 1. In het besluit tot klassering, het inleiden van de klasseringsprocedure of de registratie van een goed op de beschermingslijst kunnen bijzondere voorwaarden voor de bescherming en het beheer van het goed worden vastgesteld. Deze voorwaarden kunnen allerlei verboden en beperkingen op eigendomsrechten inhouden waaronder, het totaal of voorwaardelijk verbod op bouwen, ontwikkelen, planten of kappen van bomen of het plaatsen van omheiningen inbegrepen.
Het besluit tot klassering, het inleiden van de klasseringsprocedure of de opname van een site of archeologische site op de beschermingslijst beperkt de vrijheid van de landbouwer(s) van de site niet op het vlak van beplanting en teelt, met uitzondering van hagen, bosjes, lanen, bossen, waterrijke gebieden, natuurlijke habitats Natura 2000, beschermde natuurgebieden en gebieden waar dier- of plantensoorten voorkomen die vallen onder de
wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/07/1973
pub.
24/08/2010
numac
2010000473
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie
sluiten op het natuurbehoud, evenals grond die archeologische vindplaatsen bedekt.
De speciale beschermings- en beheersvoorwaarden kunnen elk gebruik of elke activiteit, zelfs tijdelijk, die een of meer van de kenmerken kunnen wijzigen die de opening van de klasseringsprocedure, de klassering of de opname op de beschermingslijst rechtvaardigden, wijzigen, beperken of verbieden. § 2. Van de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden kan worden afgeweken door het verkrijgen van een erfgoedvergunning.
De in lid 1 bedoelde afwijkingsmogelijkheid geldt voor alle klasseringsbesluiten, alle besluiten tot inleiding van de klasseringsprocedure en alle besluiten tot opname op de beschermingslijst, met inbegrip van besluiten die vóór de inwerkingtreding van het Wetboek zijn genomen.
Art. D.23. De eigenaar van een beschermd of gelijkgesteld goed is verplicht om het goed in goede staat te houden door alle nodige handelingen en werken uit te voeren.
Art. D.24. § 1. De eigenaar of bewoner van een beschermd of gelijkgesteld goed moet de door de regering aangewezen afdeling zo snel mogelijk op de hoogte brengen van verval of schade van het goed. § 2 Zodra het gemeentecollege op de hoogte is van het verval, de schade, vernieling of achterlating van een beschermd of gelijkgesteld goed op zijn grondgebied, brengt het de door de Regering aangeduide dienst op de hoogte.
Art. D.25. Elke vernietiging of totale afbraak van een beschermd of gelijkgesteld goed is verboden, behalve in de omstandigheden beschreven in artikel D.27.
Onverminderd de toepassing van artikel D.27 kan de vernietiging of gedeeltelijke afbraak van een beschermd of gelijkgesteld goed worden toegestaan mits een erfgoedvergunning, zonder dat het goed aan een declasseringsprocedure wordt onderworpen of van de beschermingslijst van goederen wordt geschrapt, op voorwaarde dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden wordt voldaan: 1° de vernieling of gedeeltelijke afbraak heeft geen invloed op de kenmerken van het goed die de klassering ervan, de opname op de beschermingslijst of de beslissing om een klasseringsprocedure in te leiden, rechtvaardigden;2° de vernietiging of gedeeltelijke afbraak is het gevolg van een project voor herbestemming, herstel, geïntegreerde instandhouding of verbetering van het goed. Art. D.26. De permanente of tijdelijke verplaatsing van het geheel of een deel van een beschermd of gelijkgesteld goed is verboden, behalve in gevallen waarin de materiële vrijwaring van het goed bedreigd wordt. In dit geval is de verplaatsing onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een erfgoedvergunning. De erfgoedvergunning bepaalt de voorwaarden voor het demonteren, verplaatsen, conserveren en wederopbouwen van het goed op een specifieke locatie.
Art. D.27. In afwijking van de artikelen 133 en 135, § 2, tweede lid, 1°, van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 kan de burgemeester beslissen om bij besluit de volledige of gedeeltelijke vernietiging of afbraak te bevelen van een beschermd of gelijkgesteld goed, met inbegrip van natuurlijke of gebouwde elementen gelegen op een site of geklasseerde archeologische site, voor zover aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1° het goed dat het voorwerp uitmaakt van de beslissing dreigt in te storten en kan de openbare orde of veiligheid in gevaar brengen;2° volledige of gedeeltelijke vernietiging of afbraak is de enige redelijke oplossing om de openbare orde en veiligheid te bewaren;3° extreme dringendheid is bewezen;4° de burgemeester brengt tegelijk met zijn besluit de Regering en de door de Regering aangewezen dienst op de hoogte van zijn besluit en van een toelichtend dossier. Binnen vijf dagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in het eerste lid, 4°, bezoekt de door de Regering aangewezen dienst de plaats in aanwezigheid van de burgemeester of zijn vertegenwoordiger teneinde een verslag op te stellen. Indien zij dit nodig acht, kan de door de regering aangestelde dienst door een of meer specialisten worden vergezeld. Hij stelt een proces-verbaal op van het bezoek ter plaatse, dat wordt goedgekeurd door de burgemeester of zijn vertegenwoordiger. Hij stuurt zijn verslag en de notulen naar de Minister.
Het besluit van de burgemeester is uitvoerbaar vanaf de veertiende dag na ontvangst van de kennisgeving door de Regering, op voorwaarde dat de Regering het tijdens deze periode niet heeft opgeschort of geannuleerd.
Het besluit van de burgemeester, vermeld in het eerste lid, 4°, en de beslissing van de Regering, vermeld in het derde lid, worden aan de Commissie bezorgd.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel, de procedure voor de kennisgeving van het besluit van de burgemeester, de inhoud van het toelichtingsdossier en de inhoud van het proces-verbaal van het bezoek.
Art. D.28. § 1. Met het oog op het behoud van de erfgoedwaarde van een beschermd goed, kan de door de Regering aangewezen dienst de Regering voorstellen : 1° over te gaan tot de onteigening in het algemeen belang van het goed of van elk ander goed waarvan de onteigening noodzakelijk is voor de instandhouding, het herstel of de valorisatie van een beschermd goed;2° het goed te verwerven voor rekening van het Waals Gewest;3° een recht van voorkoop ten gunste van het Waals Gewest uit te oefenen op het goed;4° voor rekening van de eigenaar dringende instandhoudings-, onderhouds- of herstelwerkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren om het goed in goede staat te houden. Het in het eerste lid, 1°, bedoelde herstel bestaat erin een deel van een goed te behouden en een ander deel in mindere of meerdere mate te bewerken. § 2. Wanneer de door de Regering aangewezen dienst de maatregel, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, wenst uit te voeren bij gebrek aan akkoord in het kader van een aanvraag- en minnelijke overlegfase met de geïdentificeerde eigenaar, vraagt hij aan de voorzitter van de territoriaal bevoegde rechtbank van eerste aanleg, in kort geding, de toelating om dringende instandhoudings-, onderhouds- of restauratiewerken uit te voeren of te laten uitvoeren voor rekening van de eigenaar van het goed.
In afwijking van lid 1 is in het geval van dringende instandhoudingsmaatregelen en -werkzaamheden geen aanvraag en minnelijke overlegfase met de geïdentificeerde eigenaar vereist alvorens een verzoek tot de voorzitter van de territoriaal bevoegde rechtbank van eerste aanleg kan worden gericht.
De aard en reikwijdte van de handelingen en werken waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, worden uiteengezet in de dagvaarding of de gezamenlijke aanvraag.
De rechter onderzoekt de gegrondheid en evenredigheid van het verzoek van de door de Regering aangewezen dienst.
De eigenaar is verplicht alle kosten te vergoeden die hij heeft gemaakt voor het uitvoeren van de handelingen en werken die door de rechter zijn toegestaan op vertoon van een verklaring die is belast en uitvoerbaar verklaard door de rechter die de handelingen en werken heeft toegestaan om te worden uitgevoerd. Het bedrag van deze kosten wordt verhoogd met een forfaitair bedrag voor toezichts- en beheerskosten gelijk aan tien procent van de totale kostprijs van het werk, met een maximum van 10.000 euro, ongeacht of de handelingen en werken worden uitgevoerd door de erfgoedadministratie of door een extern bedrijf.
Art. D.29. § 1. De gevolgen van het statuut van beschermd of gelijkgesteld goed volgen het goed ongeacht in welk bezit het is. § 2 In het geval van een overdracht van een beschermd of gelijkgestelde goed moet de instrumenterende notaris de relevante informatie inwinnen bij het gemeentebestuur en deze overnemen in de authentieke akte.
Bij het bekendmaken van elke overdracht van een goed zal de instrumenterende notaris het statuut van het beschermde of gelijkgestelde goed vermelden.
De notaris moet de Administratie van het Erfgoed binnen de dertig dagen inlichten over de verandering van eigenaar van het goed of over de verandering van houder van een zakelijk recht over het beschermd of gelijkgesteld goed. § 3. De erfdienstbaarheden die voortvloeien uit de bepalingen van het Wetboek of van andere wetten, decreten en reglementen betreffende de wegen- en de bouwpolitie zijn niet van toepassing op de goederen, indien zij hun beschadiging of de wijziging van het aanzicht ervan als gevolg kunnen hebben.
Art. D.30. Om de erfgoedwaarde van een goed en de staat ervan te onderzoeken, hebben personeelsleden van de dienst die door de Regering zijn aangesteld, toegang tot beschermde of gelijkgestelde goederen.
De in lid 1 bedoelde personeelsleden mogen tussen 9.00 en 23.00 uur privéwoningen en bedrijfsgebouwen betreden met toestemming van de eigenaar en, in voorkomend geval, van degene die het goed daadwerkelijk in gebruik heeft, of met toestemming van de voorzitter van de territoriaal bevoegde rechtbank van eerste aanleg, die vooraf in kort geding is aangevraagd.
De in lid 1 bedoelde personeelsleden kunnen foto's nemen van het beschermde of gelijkgestelde goed en van de staat waarin het zich bevindt, met inbegrip van het interieur, en alle soorten gegevens registreren die nodig zijn om de erfgoedwaarde van het goed te onderzoeken. De verzamelde foto's en gegevens worden enkel gebruikt door de dienst die door de Regering werd aangewezen om de erfgoedwaarde en de staat van het beschermde of gelijkgestelde goed te onderzoeken, tenzij de eigenaar en, indien van toepassing, de persoon die het goed effectief gebruikt, hiervoor uitdrukkelijk toestemming geven.
De Regering bepaalt de wijze waarop de in lid 1 bedoelde personeelsleden worden aangewezen.
Art. D.31. Tenzij anders bepaald in het klasseringsbesluit, vallen alle beschermde goederen onder het regime van hoofdstuk I van het Verdrag van Den Haag van 14 mei 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict. HOOFDSTUK 6. - Gewestelijke inventaris van het erfgoed Art. D.32. § 1. De gewestelijke inventaris van het erfgoed is een inventaris van het gebouwde en niet-gebouwde erfgoed van Wallonië dat, geheel of gedeeltelijk, van erfgoedwaarde is op lokaal niveau met betrekking tot de criteria en belangen waarnaar verwezen wordt in artikel D.2. De doelstellingen zijn de kennis, de bescherming en het beheer van de geïnventariseerde goederen, evenals de sensibilisering van het publiek voor deze goederen. § 2. De door de Regering aangewezen dienst stelt de lijst op van goederen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van het erfgoed. § 2. De door de Regering aangewezen dienst kan een goed met stippen opnemen dat opgenomen is in de gewestelijke inventaris van het erfgoed. De stip verwijst naar elk beschermd goed met een bijzondere erfgoedwaarde, ongeacht het type of de periode, die tot uiting komt door de concentratie van verschillende criteria en belangen waarnaar wordt verwezen in artikel D.2.
Het gemeentecollege of de Commissie kan op eigen initiatief aan de door de Regering aangewezen dienst voorstellen om een goed op te nemen in of te verwijderen uit de gewestelijke inventaris van het erfgoed, of om een stip aan te brengen op of te verwijderen van een goed dat al is opgenomen in de gewestelijke inventaris van het erfgoed. Het voorstel om een goed of de stip te schrappen wordt gerechtvaardigd door het verdwijnen van het goed of de kenmerken die de opname ervan rechtvaardigden. § 3. De gewestelijke inventaris van het erfgoed en de bijgewerkte versies ervan worden op de website van de dienst aangewezen door de Regering bekendgemaakt. De lijst van goederen die met stippen zijn opgenomen in de gewestelijke inventaris van het erfgoed en de updates ervan worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de dienst die door de Regering is aangewezen.
De in lid 1 bedoelde bekendmakingsmaatregelen zijn bedoeld om het publiek te informeren over de opname van een goed in de gewestelijke inventaris van het erfgoed of over het aanbrengen van een stip op een goed dat in de gewestelijke inventaris van het erfgoed is opgenomen.
Het identificeert de eigenaar van het goed niet. Alleen informatie met betrekking tot de identificatie van het goed en de redenen voor de opname in de gewestelijke inventaris van het erfgoed of het aanbrengen van de stip wordt bekendgemaakt. § 4 De Regering bepaalt de procedures voor het opstellen, updaten en bekendmaken van de regionale erfgoedinventaris en de "pastille".
TITEL 3. - Hulpmiddelen voor de instandhouding van het erfgoed HOOFDSTUK I. - De erfgoedfiche Art. D.33. Een erfgoedfiche bevat minstens: 1° de erfgoedevaluatie van het goed, uitgevoerd op grond van de in artikel D.2 bedoelde belangen en criteria om zijn bescherming te rechtvaardigen; 2° de technische aanwijzingen in verband met de algemene fysieke staat en de instandhouding van het goed, vastgesteld op grond van een visuele erkenning van de ziektes die het goed treffen; De erfgoedfiche wordt opgesteld door de dienst die door de Regering is aangewezen. Het kan worden aangevuld, gewijzigd en bijgewerkt door de dienst die door de Regering is aangewezen.
De Regering zal beslissen over een standaardmodel en eventuele aanvullende inhoud van de erfgoedfiche. HOOFDSTUK 2. - Erfgoedvergunning Afdeling 1. - Aanvraag voor erfgoedvergunning
Art. D.34. § 1. Voorafgaande erfgoedvergunning is vereist voor alle werkzaamheden die worden uitgevoerd aan een beschermd of gelijkgesteld goed.
In afwijking van lid 1 is voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan een beschermd of daarmee gelijkgesteld goed geen voorafgaande erfgoedvergunning vereist, tenzij deze onderhoudswerkzaamheden het voorwerp uitmaken van een subsidieaanvraag.
Als voor het werk een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning, een milieuvergunning, een globale vergunning, een vergunning voor een handelsvestiging of een geïntegreerde vergunning nodig is, is de erfgoedvergunning een voorwaarde voor de aanvraag van de vergunning.
Het verkrijgen van een erfgoedvergunning is een voorwaarde voor het aanvragen van stedenbouwkundig attest nr. 2. § 2. De organisatie of de opvoering van evenementen of activiteiten die de criteria en belangen die de bescherming van het goed rechtvaardigden in gevaar kunnen brengen of die indruisen tegen de specifieke bepalingen van het klasseringsbesluit, is onderworpen aan een voorafgaande erfgoedvergunning.
De organisatie of de opvoering van evenementen of activiteiten is onderworpen aan een voorafgaande erfgoedvergunning als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1° het evenement of de activiteit brengt ten minste tweehonderd mensen samen of zal waarschijnlijk ten minste tweehonderd mensen samenbrengen;2° het evenement of de activiteit is toegankelijk voor het publiek;3° het evenement of de activiteit zal waarschijnlijk inkomsten genereren. De beoordeling van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, wordt overgelaten aan de door de Regering aangewezen dienst. § 3. Wanneer een project onderworpen is aan de voorafgaande toekenning van een erfgoedvergunning krachtens zowel paragraaf 1 als paragraaf 2, is het voorwerp van één globale aanvraag. § 4. In afwijking van de paragrafen 1 en 2 is voor het uitvoeren van handelingen en werken of het organiseren en uitvoeren van evenementen of activiteiten geen voorafgaande toekenning van een erfgoedvergunning vereist als ze het voorwerp uitmaken van een overeenkomstig artikel D.53 opgesteld operationeel erfgoedplan.
Art. D.35. § 1. De aanvraag voor erfgoedvergunning bedoeld in artikel D.34 wordt ingediend bij de dienst die door de Regering is aangewezen, door middel van het daarvoor bestemde formulier.
De Regering bepaalt het model van het in lid 1 bedoelde formulier, de inhoud van het dossier dat nodig is voor het onderzoek van de aanvraag tot erkenning van het erfgoed en de procedures voor de indiening van de aanvraag tot erkenning van het erfgoed. § 2. In het geval van dringende vrijwaringswerkzaamheden moet de aanvrager dit in de aanvraag nader bepalen.
Art. D.36. § 1. De door de Regering aangewezen dienst stuurt de aanvrager een bevestiging van ontvangst binnen twintig dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag voor erfgoedvergunning.
Als de aanvraag voor erfgoedvergunning volledig is, vermeldt de bevestiging van ontvangst: 1° de beschrijving van de procedure; 2° behalve in het geval bedoeld in artikel D.38, de samenstelling van het comité voor projectbegeleiding; 3° behalve in het geval bedoeld in artikel D.38, de datum, de plaats en de modaliteiten van de eerste erfgoedvergadering.
Als de aanvraag voor erfgoedvergunning onvolledig is, vermeldt de bevestiging van ontvangst de ontbrekende stukken.
De dienst die door de Regering is aangewezen, kan om aanvullende documenten vragen als deze onontbeerlijk zijn om het project te begrijpen. Aanvullende documenten die worden opgevraagd door de dienst die door de Regering is aangewezen, moeten door de aanvrager worden verstrekt binnen zestig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om aanvullende documenten. De door de Regering aangewezen dienst stuurt de aanvrager een bevestiging van ontvangst binnen twintig dagen te rekenen van de datum van ontvangst van de aanvullende …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.