Programmawet
In het kort
Deze wet, de Programmawet van 27 december 2021, regelt diverse financiële aangelegenheden, met een focus op de hervorming van fiscale voordelen voor sportbeoefenaars en sportclubs, en de invoering van een bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers.
Wat het reguleert
- De fiscale voordelen voor sportbeoefenaars en sportclubs.
- De definitie van "jonge sportbeoefenaar" voor fiscale doeleinden.
- De beperking van sportmakelaarsvergoedingen.
- De aanvullende pensioenregeling voor sportbeoefenaars.
- Een bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers.
Wie het betreft
- Sportbeoefenaars en sportclubs.
- Sportmakelaars.
- Ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers die in België werken.
Kernpunten
- De bedrijfsvoorheffing voor sportbeoefenaars wordt gewijzigd: de vrijstelling van 70% wordt 75%, en de vrijstelling van de helft wordt 55%.
- De leeftijd voor een "jonge sportbeoefenaar" wordt verlaagd van 26 jaar naar 23 jaar.
- Commissies en vergoedingen voor sportmakelaars zijn fiscaal aftrekbaar tot maximaal 3% van de totale brutobezoldiging van de sportbeoefenaar.
- De wijzigingen voor sportbeoefenaars en sportclubs zijn van toepassing vanaf 1 januari 2022, met een overgangsregeling voor sportbeoefenaars tussen 23 en 26 jaar.
Wettekst
Wettekst
27 DECEMBER 2021. - Programmawet
(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1 - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL 2 - Financiën HOOFDSTUK 1 - Inkomstenbelastingen Afdeling 1 - Hervorming van fiscale voordelen voor sportbeoefenaars en sportclubs Onderafdeling 1 - Hervorming van de bedrijfsvoorheffing Art. 2.In artikel 2756 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten2 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 februari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)in het eerste lid worden de woorden "70 pct." vervangen door de woorden "75 pct.";
- b)het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.";
- c)in het tweede lid worden de woorden "de helft van deze vrijstelling" vervangen door de woorden "55 pct.van deze vrijstelling";
- d)tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "De in het eerste en tweede lid bedoelde bezoldigingen komen enkel in aanmerking in de mate dat gedurende de periode waarop de vrijstelling betrekking heeft, de sportbeoefenaars aan wie deze bezoldigingen werden betaald of toegekend sportprestaties hebben geleverd voor de in het eerste lid bedoelde schuldenaar.";
- e)het zesde lid wordt opgeheven. Art. 3.Artikel 951, tweede lid, van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten4 tot uitvoering van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 2007, wordt opgeheven. Onderafdeling 2 - Harmonisatie van het begrip "jonge sportbeoefenaar" Art. 4.In artikel 171 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1°, i), eerste streepje, worden de woorden "26 jaar" vervangen door de woorden "23 jaar";2° in de bepaling onder 4°, j), worden de woorden "26 jaar" vervangen door de woorden "23 jaar". Onderafdeling 3 - Beperking van de sportmakelaarsvergoedingen Art. 5.Artikel 198, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten4, wordt aangevuld met een bepaling onder 17°, luidende: "17° de commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard, in de mate dat zij meer bedragen dan 3 pct. van de totale brutobezoldiging van de sportbeoefenaar, berekend per jaar gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst, die rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald in het kader van een overeenkomst die tot doel heeft om:
- a)hetzij een sportbeoefenaar bij te staan in onderhandelingen met het oog op het afsluiten, het verlengen, het hernieuwen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst bij een sportclub;
- b)hetzij een in artikel 270, 1° of 3°, bedoelde schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing bij te staan in onderhandelingen met het oog op het afsluiten, het verlengen, het vernieuwen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een sportbeoefenaar;
- c)hetzij een inkomende of uitgaande uitleenbeurt, dan wel definitieve transfer van een sportbeoefenaar te regelen.". Art. 6.In artikel 207, zevende lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten9, worden de woorden "artikel 198, § 1, 9°, 9° bis en 12°, " vervangen door de woorden "artikel 198, § 1, 9°, 9° bis, 12° en 17°, ". Art. 7.Artikel 223, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten3, wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende: "8° de commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard, in de mate dat zij meer bedragen dan 3 pct. van de totale brutobezoldiging van de sportbeoefenaar, berekend per jaar gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst, die rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald in het kader van een overeenkomst die tot doel heeft om:
- a)hetzij een sportbeoefenaar bij te staan in onderhandelingen met het oog op het afsluiten, het verlengen, het hernieuwen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst bij een sportclub;
- b)hetzij een in artikel 270, 1° of 3°, bedoelde schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing bij te staan in onderhandelingen met het oog op het afsluiten, het verlengen, het vernieuwen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een sportbeoefenaar;
- c)hetzij een inkomende of uitgaande uitleenbeurt, dan wel definitieve transfer van een sportbeoefenaar te regelen.". Art. 8.In artikel 225, tweede lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten4 en gedeeltelijk vernietigd door het arrest nr. 11/2020 van het Grondwettelijk Hof, worden de woorden ", de in artikel 223, eerste lid, 8°, bedoelde commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard" ingevoegd tussen de woorden "op de in artikel 223, eerste lid, 3°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard" en de woorden "en op de in artikel 223, eerste lid, 4° en 5°, bedoelde bedragen". Art. 9.Artikel 234, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten3, wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende: "10° in de mate dat zij meer bedragen dan 3 pct. van de totale brutobezoldiging van de sportbeoefenaar, berekend per jaar gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst, op de commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallig vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald in het kader van een overeenkomst die tot doel heeft om:
- a)hetzij een sportbeoefenaar bij te staan in onderhandelingen met het oog op het afsluiten, het verlengen, het hernieuwen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst bij een sportclub;
- b)hetzij een in artikel 270, 1° en 3°, bedoelde schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing bij te staan in onderhandelingen met het oog op het afsluiten, het verlengen, het vernieuwen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een sportbeoefenaar;
- c)hetzij een inkomende of uitgaande uitleenbeurt, dan wel definitieve transfer van een sportbeoefenaar te regelen.". Art. 10.In artikel 247, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten3, worden de woorden "en de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen;" vervangen door de woorden ", de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen en de in artikel 234, eerste lid, 10°, bedoelde commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallig vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard;". Onderafdeling 4 - Wijzigingen aan de aanvullende pensioenregeling van sportbeoefenaars Art. 11.In artikel 171, 3° bis, b), tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten0, worden de woorden "zoals en voor zover het krachtens artikel 94, tweede en derde lid, van de programmawet van 27 december 2021 van kracht blijft," ingevoegd tussen de woorden "in artikel 27, § 3, van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake Sociale Zekerheid," en de woorden "vóór het bereiken van de leeftijd van 61 jaar". Onderafdeling 5 - Inwerkingtreding Art. 12.Deze afdeling is van toepassing vanaf 1 januari 2022. De artikelen 2 en 3 zijn van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2022 worden betaald of toegekend. In afwijking van het eerste lid blijft voor de sportbeoefenaars die op 1 januari 2022 de leeftijd van 23 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 26 jaar en die bezoldigingen ontvangen als bedoeld in artikel 30, 1°, WIB 92, artikel 171, 4°, j), WIB 92 van toepassing zoals het bestond vooraleer het door artikel 4 werd gewijzigd. Afdeling 2 - Regeling houdende invoering van een bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers Art. 13.In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling I, onderdeel F, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 32/1 ingevoegd, luidende: "Art. 32/1.§ 1. In hoofde van ingekomen belastingplichtigen die in artikel 30, 1° of 2°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, wordt het ten laste nemen van bepaalde kosten door de werkgever of de vennootschap beschouwd als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever binnen de voorwaarden en binnen de grenzen voorzien in dit artikel. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "eigen kosten van de werkgever" verstaan, in het geval van een werknemer, de eigen kosten van de werkgever en, in het geval van een bedrijfsleider, de eigen kosten van de vennootschap waarbinnen een mandaat of soortgelijke functies worden uitgeoefend. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "bedrijfsleider" een natuurlijke persoon verstaan, die een mandaat of soortgelijke functies zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefent en belast is met het dagelijks bestuur van de onderneming of in de onderneming een functie of werkzaamheid als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 2° uitoefent, uitgezonderd een natuurlijke persoon die een dergelijk mandaat, functie of werkzaamheid uitoefent in de eigen onderneming waarvan hij oprichter of medeoprichter is of waarin hij aandelen bezit die 30 pct. of meer van het kapitaal van die vennootschap vertegenwoordigen. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "ingekomen belastingplichtige", verstaan: 1° de werknemer of bedrijfsleider die rechtstreeks wordt aangeworven in het buitenland door een binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid, met het doel er een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen;2° de werknemer of bedrijfsleider die door een buitenlandse onderneming die deel uitmaakt van een multinationale groep ter beschikking wordt gesteld van één of meer binnenlandse vennootschappen, van één of meer Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren, of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid, teneinde een bezoldigde activiteit in België uit te oefenen. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "multinationale groep", elke groep verstaan die twee of meer ondernemingen omvat die inwoner zijn van verschillende rechtsgebieden, of die een onderneming omvat die inwoner is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een Belgische of buitenlandse inrichting worden uitgeoefend. § 3. De volgende voorwaarden moeten bovendien cumulatief worden vervuld in hoofde van de in paragraaf 2 bedoelde belastingplichtige: 1° in de loop van de 60 maanden voorafgaand aan de indiensttreding in België, geen rijksinwoner zijn geweest, noch gewoond hebben binnen een afstand van 150 kilometer van de grens, noch onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners voor beroepsinkomsten in België;2° van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap, een bezoldiging ontvangen voor de in België geleverde prestaties die meer bedraagt dan 75 000 euro per kalenderjaar;3° het akkoord verkrijgen van de administratie in het kader van de bij paragraaf 8 bepaalde procedure. De in het eerste lid, 2°, bedoelde bezoldiging omvat de brutobezoldiging, vóór aftrek van sociale zekerheidsbijdragen, met uitsluiting van de opzeggingsvergoedingen, de vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen en de bij toepassing van artikel 38 vrijgestelde bezoldigingen en met uitsluiting van de terugbetalingen van de in paragraaf 5 bedoelde terugkerende uitgaven. Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin dit stelsel overeenkomstig paragraaf 7 een einde neemt, wordt het in het eerste lid, 2°, bedoelde bedrag pro rata berekend op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan. In het geval dat de ingekomen belastingplichtige zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, wordt het in het eerste lid, 2°, bedoelde bedrag pro rata berekend op basis van het aantal dagen waarop de ingekomen belastingplichtige zijn beroepswerkzaamheid wel kon uitoefenen. Onverminderd de toepassing van paragraaf 4, wordt het voldoen aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarde beoordeeld op het moment van de indiening van de in paragraaf 8 bedoelde aanvraag. De Koning kan het in het eerste lid, 2°, vermelde bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten4 houdende sociale bepalingen. Hiertoe wordt het in het eerste lid, 2°, vermelde bedrag vermenigvuldigd met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het nieuwe bedrag voor het eerst van toepassing zal zijn en gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september 2020 (107,85). Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdtal naargelang het cijfer van de tientallen al dan niet 5 bereikt. Ten laatste op 31 januari van elk kalenderjaar deelt de werkgever of de vennootschap een nominatieve lijst van de werknemers en bedrijfsleiders, die in de loop van het voorafgaande jaar dit stelsel genoten, mee aan de administratie die belast is met de vestiging van de belasting. De Koning bepaalt de vorm waarin deze mededeling aan de bevoegde administratie wordt gedaan. § 4. Wanneer in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode niet langer voldaan is aan de in paragraaf 2 of paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarden, wordt de toepassing van dit stelsel beëindigd. § 5. Het ten laste nemen, bovenop de bezoldiging, door de werkgever of de vennootschap, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de ter beschikking stelling of de tewerkstelling in België, wordt aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 30 pct. van de in paragraaf 3, tweede lid, omschreven bezoldiging. Het in het eerste lid bedoelde bedrag dat als eigen kosten van de werkgever wordt aanvaard, is beperkt tot 90 000 euro per jaar. De Koning kan het in het tweede lid vermelde bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in paragraaf 3, zesde lid. Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin dit stelsel overeenkomstig paragraaf 7 een einde neemt, wordt het in het tweede lid bedoelde maximumbedrag pro rata bepaald op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan. Wanneer de ingekomen belastingplichtige zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, maar de in het eerste lid bedoelde kosten ingevolge een contractuele verplichting toch verder ten laste worden genomen door de werkgever of de vennootschap, wordt de bezoldiging waarop het 30 pct.-plafond wordt berekend, bepaald alsof de werkzaamheid niet werd onderbroken. § 6. Worden eveneens aangemerkt als terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever, de kosten die door de werkgever of de vennootschap, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, zijn gedragen in de mate dat deze kosten tot doel hebben om het volgende te dekken: 1° de kosten die voortvloeien uit de verhuis van de ingekomen belastingplichtige naar België;2° de kosten die verband houden met de inrichting van de woning in België gedaan in de eerste zes maanden na aankomst in België;3° het schoolgeld voor de kinderen van de ingekomen belastingplichtige of zijn partner die met hun ouders of een van hen verhuizen, wanneer ze volgens de Belgische wetgeving de leerplichtige leeftijd hebben en als dusdanig kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs volgen in België in een privéschool of een internationale school. De in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten omvatten enkel de kosten van één reis om een nieuwe verblijfplaats in België te zoeken, de reiskosten van de ingekomen belastingplichtige zelf, van zijn partner en de kinderen die tot zijn gezin behoren, alsook de kosten voor het demonteren, verpakken, laden, vervoeren, ontladen, uitpakken en monteren van het meubilair dat toebehoort aan de ingekomen belastingplichtige. In voorkomend geval, worden ook de hotelkosten van de ingekomen belastingplichtige, zijn partner en van de kinderen die tot zijn gezin behoren gedurende de eerste drie maanden na de indiensttreding in België beoogd. De in het eerste lid, 2°, bedoelde kosten, omvatten enkel de kosten die zijn gemaakt voor de aankoop van materiaal dat bestemd is om in de woning in België te blijven of voor de aankoop van huishoudtoestellen volgens de geldende normen in België. De kosten die als in het eerste lid, 2°, bedoelde eigen kosten van de werkgever worden aanvaard, zijn beperkt tot het bedrag van 1 500 euro. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in paragraaf 3, zesde lid. Het komt aan de belastingplichtige toe om de werkelijkheid en het bedrag van deze kosten te bewijzen aan de hand van bewijskrachtige stukken of, indien dit niet mogelijk is, op basis van alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. § 7. De paragrafen 5 en 6 zijn van toepassing gedurende de periode van de opdracht van de belastingplichtige in België, met een maximum van 5 jaar. Indien het verblijf van belastingplichtige in België de in het eerste lid vermelde duur overschrijdt, wordt de toepassing van de paragrafen 5 en 6 verlengd met 3 jaar voor zover dat: 1° de werkgever of de vennootschap aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden blijft voldoen; en dat 2° de in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde drempel bereikt blijft. § 8. Om te kunnen genieten van het in dit artikel bedoelde stelsel, moet de werkgever of de vennootschap via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst. De aanvraag moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de indiensttreding van de belastingplichtige in België. De Koning bepaalt de vorm en inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld. De aanvraag voor de in paragraaf 7, tweede lid, bedoelde verlenging van het stelsel wordt via elektronische weg gedaan door de werkgever of de vennootschap bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de eerste termijn van 5 jaar. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld. In bijlage bij de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraag moet een door de betrokken werknemer of bedrijfsleider ondertekend attest worden gevoegd, dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het stelsel bevestigt. De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De belastingplichtige en de werkgever of de vennootschap worden schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing van de administratie. In geval van een positief antwoord, is het in dit artikel beoogde stelsel van toepassing op de bezoldigingen die door de ingekomen belastingplichtige worden verkregen vanaf zijn indiensttreding in België. § 9. In het geval van een wijziging van werkgever of vennootschap in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode, kan een nieuwe aanvraag voor de toepassing van dit stelsel worden ingediend door de nieuwe werkgever of de nieuwe vennootschap, zoals omschreven in paragraaf 8. In dat geval kan dit stelsel opnieuw worden toegekend aan de ingekomen belastingplichtige voor zover dat: 1° de werkgever of de vennootschap aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden blijft voldoen; en dat 2° de in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde drempel wordt bereikt; en dat 3° overeenkomstig paragraaf 7, de totale duur van de toepassing van dit stelsel in hoofde van de belastingplichtige niet meer bedraagt dan 5 jaar, in voorkomend geval te verlengen met 3 jaar, te rekenen vanaf de eerste tewerkstelling in België. In het in deze paragraaf bedoelde geval, moeten de in paragraaf 3, eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarde inzake de drempel en het in paragraaf 5, tweede lid, vermelde maximumbedrag worden beoordeeld in verhouding tot de tewerkstelling van de belastingplichtige bij de respectievelijke werkgevers of de respectievelijke vennootschappen in de loop van het jaar.". Art. 14.In hetzelfde onderdeel F, wordt een artikel 32/2 ingevoegd, luidende: "Art. 32/2.§ 1. In hoofde van ingekomen onderzoekers die in artikel 30, 1°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, wordt het ten laste nemen van bepaalde kosten door de werkgever beschouwd als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever binnen de voorwaarden en binnen de grenzen voorzien in dit artikel. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "ingekomen onderzoeker", verstaan: 1° de onderzoeker die rechtstreeks in het buitenland aangeworven wordt door een binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid, teneinde er een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen;2° de onderzoeker die door een buitenlandse onderneming die deel uitmaakt van een multinationale groep, ter beschikking wordt gesteld van één of meerdere binnenlandse vennootschappen, van één of meerdere Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid, teneinde een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "multinationale groep" verstaan, elke groep die twee of meer ondernemingen omvat die inwoner zijn van verschillende rechtsgebieden of die een onderneming omvat die inwoner is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een Belgische of buitenlandse inrichting worden uitgeoefend. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "onderzoeker", elke werknemer verstaan die: 1° alleen of in groep, uitsluitend of hoofdzakelijk onderzoeksactiviteiten verricht met wetenschappelijk, fundamenteel, industrieel of technisch karakter, binnen een laboratorium dat of een onderneming die een of meerdere programma's inzake onderzoek en ontwikkeling voert; en die 2° in het bezit is van een in het vijfde lid bedoeld diploma of een relevante beroepservaring van minstens 10 jaar kan aantonen. Met een uitsluitende of hoofdzakelijke activiteit wordt in dit geval een tijdsbesteding bedoeld van minstens 80 pct. van de werktijd. Het in het derde lid, 2°, bedoelde diploma is een diploma van doctor of master in de studiegebieden van de exacte of toegepaste wetenschappen, de burgerlijke ingenieurswetenschappen, de medische wetenschappen, de dierengeneeskunde, de farmaceutische wetenschappen, de architectuurwetenschappen of de landbouwwetenschappen. § 3. In hoofde van de in paragraaf 2 bedoelde ingekomen onderzoeker moeten bovendien de onderstaande voorwaarden cumulatief zijn vervuld: 1° in de loop van de 60 maanden voorafgaand aan de indiensttreding in België, geen rijksinwoner zijn geweest, noch gewoond hebben binnen een afstand van 150 kilometer van de grens, noch onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners voor beroepsinkomsten in België;2° het akkoord verkrijgen van de administratie in het kader van de bij paragraaf 8 bepaalde procedure. Ten laatste op 31 januari van elk kalenderjaar deelt de werkgever een nominatieve lijst van de onderzoekers die in de loop van het voorafgaande jaar dit stelsel genoten mee aan de administratie die belast is met de vestiging van de belasting. De Koning bepaalt de vorm waarin deze mededeling aan de bevoegde administratie wordt gedaan. § 4. Wanneer in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode niet langer voldaan is aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden, wordt de toepassing van dit stelsel beëindigd. § 5. Het ten laste nemen, naast de bezoldiging, door de werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de ter beschikking stelling of de tewerkstelling in België, wordt aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 30 pct. van de bezoldiging. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "bezoldiging" verstaan, de jaarlijkse brutobezoldiging vóór aftrek van sociale zekerheidsbijdragen, met uitsluiting van de opzeggingsvergoedingen, vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen en de bij toepassing van artikel 38 vrijgestelde bezoldigingen en met uitsluiting van de terugbetalingen van de in deze paragraaf bedoelde terugkerende uitgaven. Het in het eerste lid bedoelde bedrag dat als eigen kosten van de werkgever wordt aanvaard, is beperkt tot 90 000 euro per jaar. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in artikel 32/1, § 3, zesde lid. Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin dit stelsel overeenkomstig paragraaf 7 een einde neemt, wordt het in het derde lid bedoelde maximumbedrag pro rata bepaald op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan. Wanneer de ingekomen onderzoeker zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, maar de in het eerste lid bedoelde kosten ingevolge een contractuele verplichting toch verder ten laste worden genomen door de werkgever, wordt de bezoldiging waarop het 30 pct.-plafond wordt berekend, bepaald alsof de werkzaamheid niet werd onderbroken. § 6. Worden eveneens aangemerkt als terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever, de kosten die door de werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, zijn gedragen in de mate dat deze kosten tot doel hebben om het volgende te dekken: 1° de kosten die voortvloeien uit de verhuis van de ingekomen onderzoeker naar België;2° de kosten die verband houden met de inrichting van de woning in België gedaan in de eerste zes maanden na aankomst in België;3° het schoolgeld voor de kinderen van de ingekomen onderzoeker of zijn partner die met hun ouders of een van hen verhuizen, wanneer ze volgens de Belgische wetgeving de leerplichtige leeftijd hebben en als dusdanig kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs volgen in België in een privéschool of een internationale school. De in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten omvatten enkel de kosten van één reis om een nieuwe verblijfplaats in België te zoeken, de reiskosten van de ingekomen onderzoeker zelf, van zijn partner en de kinderen die tot zijn gezin behoren, alsook de kosten voor het demonteren, verpakken, laden, vervoeren, ontladen, uitpakken en monteren van het meubilair dat toebehoort aan de ingekomen onderzoeker. In voorkomend geval, worden ook de hotelkosten van de ingekomen onderzoeker, zijn partner en van de kinderen die tot zijn gezin behoren gedurende de eerste drie maanden na de indiensttreding in België beoogd. De in het eerste lid, 2°, bedoelde kosten, omvatten enkel de kosten die zijn gemaakt voor de aankoop van materiaal dat bestemd is om in de woning in België te blijven of voor de aankoop van huishoudtoestellen volgens de geldende normen in België. De kosten die als in het eerste lid, 2°, bedoelde eigen kosten van de werkgever worden aanvaard, zijn beperkt tot het bedrag van 1 500 euro. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in artikel 32/1, § 3, zesde lid. Het komt aan de ingekomen onderzoeker toe om de werkelijkheid en het bedrag van deze kosten te bewijzen aan de hand van bewijskrachtige stukken of, indien dit niet mogelijk is, op basis van alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. § 7. De paragrafen 5 en 6 zijn van toepassing gedurende de periode van de opdracht van de ingekomen onderzoeker in België, met een maximum van 5 jaar. Indien het verblijf van de onderzoeker de in het eerste lid vermelde duur overschrijdt, wordt de toepassing van de paragrafen 5 en 6 met 3 jaar verlengd, voor zover voldaan blijft aan de bij paragraaf 2 bepaalde voorwaarden met betrekking tot de werkgever. § 8. Om te kunnen genieten van het in dit artikel bedoelde stelsel, moet de werkgever via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst. De aanvraag moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de indiensttreding van de ingekomen onderzoeker in België. De Koning bepaalt de vorm en inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld. De aanvraag voor de in paragraaf 7, tweede lid, bedoelde verlenging van het stelsel wordt via elektronische weg door de werkgever gedaan bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst ten laatste 3 maanden na het aflopen van de eerste termijn van 5 jaar. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld. In bijlage bij de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraag moet een door de betrokken onderzoeker ondertekend attest worden gevoegd, dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het stelsel bevestigt. De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De onderzoeker en de werkgever worden schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing van de administratie. In geval van een positief antwoord, is het in dit artikel beoogde stelsel van toepassing op de bezoldigingen die door de ingekomen onderzoeker worden verkregen vanaf zijn indiensttreding in België. § 9. In het geval van een wijziging van werkgever in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode, kan een nieuwe aanvraag voor de toepassing van dit stelsel worden ingediend door de nieuwe werkgever, zoals omschreven in paragraaf 8. In dat geval kan de regeling opnieuw toegekend worden aan de onderzoeker voor zover: 1° aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden met betrekking tot de werkgever voldaan blijft; en 2° overeenkomstig paragraaf 7, de totale duur van de toepassing van dit stelsel in hoofde van de ingekomen onderzoeker niet meer bedraagt dan 5 jaar, in voorkomend geval verlengd met 3 jaar, te rekenen vanaf de eerste tewerkstelling in België. In het in deze paragraaf bedoelde geval, moet het in paragraaf 5, derde lid, vermelde maximumbedrag worden beoordeeld in verhouding tot de tewerkstelling van de onderzoeker bij de respectievelijke werkgevers in de loop van het jaar.". Art. 15.In titel V, hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 240ter ingevoegd, luidende: "Art. 240ter.Indien een in artikel 32/1, § 2, bedoelde ingekomen belastingplichtige moet worden aangemerkt als een niet-rijksinwoner, wordt de toepassing van het in artikel 32/1 omschreven bijzonder stelsel voor ingekomen belastingplichtigen afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat hij jaarlijks een door de fiscale administratie van zijn woonstaat afgeleverd attest ter beschikking houdt van de Belgische belastingadministratie, waarin wordt bevestigd dat hij in die Staat als fiscaal inwoner onderworpen is aan een inkomstenbelasting. Een dergelijk attest moet ook gevoegd worden bij de in artikel 32/1, § 8, bedoelde aanvraag. In dit geval zijn de in artikel 32/1, § 3, eerste lid, 2°, bedoelde bezoldigingen, de soortgelijke bezoldigingen die effectief aan de belasting van niet-inwoners worden onderworpen.". Art. 16.In dezelfde afdeling II wordt een artikel 240quater ingevoegd, luidende: "Art. 240quater.Indien een in artikel 32/2, § 2, bedoelde ingekomen onderzoeker moet worden aangemerkt als een niet-rijksinwoner, wordt de toepassing van het in artikel 32/2 omschreven bijzonder stelsel voor ingekomen onderzoekers afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat hij jaarlijks een door de fiscale administratie van zijn woonstaat afgeleverd attest ter beschikking houdt van de Belgische belastingadministratie, waarin wordt bevestigd dat hij in die Staat als fiscaal inwoner onderworpen is aan een inkomstenbelasting. Een dergelijk attest moet ook worden gevoegd bij de in artikel 32/2, § 8, bedoelde aanvraag. In dat geval zijn de in artikel 32/2, § 5, tweede lid, bedoelde bezoldigingen, de soortgelijke bezoldigingen die effectief aan de belasting van niet-inwoners worden onderworpen.". Art. 17.De artikelen 13 tot 16 treden in werking op 1 januari 2022 en zijn van toepassing op de in aanmerking komende inkomende belastingplichtigen en inkomende onderzoekers die in dienst treden in België vanaf 1 januari 2022. Art. 18.§ 1. De belastingplichtigen die zich op 1 januari 2022, sinds maximum 5 jaar in een situatie bevinden zoals bedoeld in artikel 32/1, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, mogen opteren voor het speciaal belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen zoals geregeld in het voormelde artikel 32/1, voor zover de voorwaarden bepaald bij paragraaf 3, eerste lid, van datzelfde artikel vervuld zijn vanaf een eerste affectatie in België. In dat geval zijn de bij de paragrafen 5 en 6 van het voormelde artikel 32/1 bepaalde voordelen van toepassing vanaf 1 januari 2022 voor de overige duur van de bij paragraaf 7 van datzelfde artikel bepaalde periode, te rekenen vanaf de eerste affectatie in België. § 2. Om de bij paragraaf 1, eerste lid, bepaalde optie uit te oefenen, moet de werkgever of de vennootschap uiterlijk op 31 juli 2022 via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangewezen dienst. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld. Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag moet een door de betrokken werknemer of bedrijfsleider ondertekend attest worden gevoegd dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het bij artikel 32/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalde stelsel bevestigt. De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De belastingplichtige en de werkgever of vennootschap worden schriftelijk op de hoogte gesteld van de beslissing van de administratie. In het geval van een positief antwoord, zal het bij voormelde artikel 32/1 bepaalde stelsel van toepassing zijn op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2022 worden verkregen door de ingekomen belastingplichtige. Art. 19.§ 1. De onderzoekers die zich op 1 januari 2022 sinds maximum 5 jaar in een situatie bevinden zoals bedoeld in artikel 32/2, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kunnen opteren voor het speciaal belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers zoals geregeld in het voormelde artikel 32/2, voor zover de bij paragraaf 3, eerste lid, van datzelfde artikel bepaalde voorwaarden, vervuld zijn vanaf de eerste affectatie in België. In dat geval zijn de bij de paragrafen 5 en 6 van het voormelde artikel 32/2 bepaalde voordelen van toepassing vanaf 1 januari 2022 voor de resterende duur van de bij paragraaf 7 van datzelfde artikel bepaalde periode, te rekenen vanaf de eerste affectatie in België. § 2. Om de bij paragraaf 1, eerste lid, bepaalde optie uit te oefenen moet de werkgever uiterlijk op 31 juli 2022 via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, aangeduide dienst. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld. Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag moet een door de onderzoeker ondertekend attest worden gevoegd dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het bij artikel 32/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalde stelsel bevestigt. De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De onderzoeker en de werkgever worden schriftelijk ter kennis gebracht van de beslissing van de administratie. In het geval van een positief antwoord, is het bij voormelde artikel 32/2 bepaalde stelsel van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2022 door de ingekomen onderzoeker worden verkregen. Afdeling 3 - Hervorming van de zorgvastgoed GVV's Art. 20.In artikel 171, 3° quater, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "tenminste 60 pct.van het vastgoed" vervangen door de woorden "tenminste 80 pct. van het vastgoed"; 2° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "De vaststelling van het in het eerste lid bedoelde percentage gebeurt door de waarden van de waarderingen en actualiseringen in de zin van artikel 29 van het koninklijk besluit van 7 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten2 met betrekking tot vastgoedbevaks of, voor wat betreft de gereglementeerde vastgoedvennootschap, overeenkomstig artikel 47 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, die betrekking hebben op onroerende goederen die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend of hoofdzakelijk voor aan woonzorg of gezondheidszorg aangepaste wooneenheden aangewend worden of bestemd zijn op de verschillende referentietijdstippen op te tellen en te delen door de totale waarde van deze waarderingen en actualiseringen op de verschillende referentietijdstippen.". Art. 21.In artikel 269, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "in zoverre tenminste 60 pct. van het vastgoed" vervangen door de woorden "in zoverre tenminste 80 pct. van het vastgoed"; 2° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "De vaststelling van het in het eerste lid bedoelde percentage gebeurt door de waarden van de waarderingen en actualiseringen in de zin van artikel 29 van het koninklijk besluit van 7 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten2 met betrekking tot vastgoedbevaks of, voor wat betreft de gereglementeerde vastgoedvennootschap, overeenkomstig artikel 47 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, die betrekking hebben op onroerende goederen die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend of hoofdzakelijk voor aan woonzorg of gezondheidszorg aangepaste wooneenheden aangewend worden of bestemd zijn op de verschillende referentietijdstippen op te tellen en te delen door de totale waarde van deze waarderingen en actualiseringen op de verschillende referentietijdstippen.". Art. 22.Deze afdeling is van toepassing op de vanaf 1 januari 2022 betaalde of toegekende inkomsten. Afdeling 4 - Wijziging van de behandeling minnelijke schikking en regularisatieheffingen Art. 23.In artikel 53, 6°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten9, worden de woorden "alsook verhogingen van sociale bijdragen" vervangen door de woorden "verhogingen van sociale bijdragen, fiscale of sociale regularisatieheffingen, alsook de geldsommen zoals bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering". Afdeling 5 - Belastingvermindering kinderoppas Art. 24.In artikel 14535 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten6 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het zesde lid wordt het bedrag "8,20 euro" vervangen door het bedrag "8,40 euro";2° het elfde lid wordt opgeheven. Art. 25.Artikel 24 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022. Afdeling 6 - Boost van het bestaande systeem van de tax shelter voor start-ups & scale-ups Art. 26.In artikel 14526, § 3, eerste lid, 11°, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten7, worden de woorden "meer dan 250 000 euro" vervangen door de woorden "meer dan 500 000 euro". Art. 27.In artikel 14527, § 2, eerste lid, 13°, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 26 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten3, worden de woorden "meer dan 500 000 euro" vervangen door de woorden "meer dan 1 000 000 euro". Art. 28.Deze afdeling treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en is van toepassing op de betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap die werden gedaan vanaf 1 januari 2021. Afdeling 7 - Verhoging van het aantal fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag in de bouwsector Art. 29.Artikel 154bis, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/2005 pub. 19/07/2005 numac 2005012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg type wet prom. 03/07/2005 pub. 29/07/2005 numac 2005000427 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten sluiten en vervangen bij de wet van 16 november 2015, wordt als volgt vervangen: "Het in het tweede lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt opgetrokken tot: - 220 uren voor de werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die werken in onroerende staat verrichten op voorwaarde dat zij gebruik maken van een in hoofdstuk V, afdeling 4, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 19/05/1999 numac 1999015018 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992. - Addendum sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoeld elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem; - 280 uren voor de werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die hoofdzakelijk wegenwerken uitvoeren, met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels, of spoorwegwerken en voor wie de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of 's nachts te werken op voorwaarde dat die werkgevers gebruik maken van een in hoofdstuk V, afdeling 4, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 19/05/1999 numac 1999015018 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992. - Addendum sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoeld elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem.". Art. 30.Artikel 2751, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/2005 pub. 19/07/2005 numac 2005012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg type wet prom. 03/07/2005 pub. 29/07/2005 numac 2005000427 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten sluiten en vervangen bij de wet van 16 november 2015, wordt vervangen als volgt: "Het in het zesde lid bepaalde maximum van 130 uren overwerk wordt opgetrokken tot: - 220 uren voor de werkgevers die werken in onroerende staat verrichten op voorwaarde dat deze werkgevers gebruik maken van een in hoofdstuk V, afdeling 4, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 19/05/1999 numac 1999015018 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992. - Addendum sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoeld elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem; - 280 uren voor de werkgevers die hoofdzakelijk wegenwerken uitvoeren, met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels, of spoorwegwerken en voor wie de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of 's nachts te werken, op voorwaarde dat zij gebruik maken van een in hoofdstuk V, afdeling 4, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 19/05/1999 numac 1999015018 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992. - Addendum sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoeld elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem.". Art. 31.De inwerkingtreding van deze afdeling wordt door de Koning bepaald op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie en is van toepassing op het overwerk dat vanaf die datum wordt gepresteerd. Afdeling 8 - Verlenging van de geldigheidsduur van maaltijd- en ecocheques Art. 32.In artikel 5/1 van de wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten9 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, ingevoegd bij de wet van 27 juni 2021, worden in de bepalingen onder 1° en 2°, de woorden "en 2021" telkens ingevoegd na de woorden "in 2020". Art. 33.Artikel 32 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK 2 - Belasting over toegevoegde waarde Uitsluiting van het verschaffen van gemeubeld logies uit de vrijstellingsregeling van de belasting Art. 34.Artikel 56bis, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten3, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende: "6° de handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, met uitzondering van degene die worden verricht door een natuurlijke persoon onder de voorwaarden van artikel 50, § 4.". Art. 35.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2022. In afwijking van het eerste lid is de vereiste van de erkenning van het platform bedoeld in artikel 50, § 4, van hetzelfde Wetboek niet van toepassing tot 30 juni 2022 voor de toepassing van de bij die bepaling bepaalde regeling in het kader van de toepassing van artikel 56bis, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek. HOOFDSTUK 3 - Accijnzen Afdeling 1 - Professionele diesel: Vermindering terugbetaling accijnzen Art. 36.In artikel 429, § 5, 1), van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de eerste zin wordt vervangen als volgt: "1) De gasolie bedoeld in artikel 419, f), i), kan genieten van een vrijstelling van de bijzondere accijns ten belope van een bedrag van 226,9716 euro per 1 000 liter bij 15° C";2° de tweede zin wordt opgeheven. Art. 37.Artikel 23 van de wet van 25 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten3 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit wordt vervangen als volgt: "Artikel 21 treedt in werking op 1 januari 2022 en artikel 22 treedt in werking op 1 januari 2023.". Afdeling 2 - Energie: hervorming accijnzen Art. 38.In artikel 419 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, vervangen bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten1 en laatstelijk gewijzigd bij de programma wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten9, wordt punt i), iii) vervangen als volgt: "iii) gebruikt als verwarmingsbrandstof: De accijnzen worden berekend volgens een degressief tarief per verbruiksschijf, berekend op jaarbasis. 1. zakelijk gebruik: a.bedrijven met een "energiebeleidsovereenkomst" afgeleverd door en toegepast overeenkomstig de regelgeving van het Vlaams Gewest, een "accord de branche" afgeleverd door en toegepast overeenkomstig de regelgeving van het Waals Gewest, of een gelijkaardige overeenkomst afgeleverd door en toegepast overeenkomstig de regelgeving van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: i. voor de schijf van 0 tot 20 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,66 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); ii. voor de schijf van 20 000 tot 50 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,56 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); iii. voor de schijf van 50 000 tot 250 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); iv. voor de schijf van 250 000 tot 1 000 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,42 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); v. voor de schijf van 1 000 000 tot 2 500 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,22 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); vi. voor de schijf vanaf 2 500 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,15 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); b. andere bedrijven: i.voor de schijf van 0 tot 20 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,66 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); ii. voor de schijf van 20 000 tot 50 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,56 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); iii. voor de schijf van 50 000 tot 250 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); iv. voor de schijf van 250 000 tot 1 000 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,42 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); v. voor de schijf van 1 000 000 tot 2 500 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,22 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); vi. voor de schijf vanaf 2 500 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,15 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); 2. niet-zakelijk gebruik: i.voor de schijf van 0 tot 20 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,54 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); ii. voor de schijf van 20 000 tot 50 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,46 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); iii. voor de schijf van 50 000 tot 250 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,44 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); iv. voor de schijf van 250 000 tot 1 000 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,34 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); v. voor de schijf van 1 000 000 tot 2 500 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,18 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); vi. voor de schijf vanaf 2 500 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijzondere accijns: 0,15 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde); - bijdrage op de energie: 0,9978 euro per MWh (bovenste verbrandingswaarde);". Art. 39.In artikel 419 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de programma wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten9, wordt punt
- k)vervangen als volgt: "
- k)elektriciteit van de GN-code 2716: De accijnzen worden berekend volgens een degressief tarief per verbruiksschijf, berekend op jaarbasis. 1. Zakelijk gebruik: a.geleverd aan een eindgebruiker aangesloten op het transport- of verdelingsnetwerk waarvan de nominale spanning meer is dan 1 kV, met inbegrip van een eindgebruiker die geïdentificeerd wordt als een met hoogspanning gelijkgestelde afnemer: i. voor de schijf van 0 tot 20 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 14,21 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 0 euro per MWh; ii. voor de schijf van 20 tot 50 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 12,09 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 0 euro per MWh; iii. voor de schijf van 50 tot 1 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 11,39 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 0 euro per MWh; iv. voor de schijf van 1 000 tot 25 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 10,69 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 0 euro per MWh; v. voor de schijf van 25 000 tot 100 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 2,73 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 0 euro per MWh; vi. voor de schijf vanaf 100 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 0,50 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 0 euro per MWh; b. geleverd aan een eindgebruiker aangesloten op het transport- of verdelingsnetwerk waarvan de nominale spanning gelijk is aan of minder is dan 1 kV: i.voor de schijf van 0 tot 20 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 14,21 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; ii. voor de schijf van 20 tot 50 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 12,09 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; iii. voor de schijf van 50 tot 1 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 11,39 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; iv. voor de schijf van 1 000 tot 25 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 10,69 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; v. voor de schijf van 25 000 tot 100 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 2,73 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; vi. voor de schijf vanaf 100 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 0,50 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; 2. Niet-zakelijk gebruik: i.voor de schijf van 0 tot 20 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 13,60 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; ii. voor de schijf van 20 tot 50 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 11,58 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; iii. voor de schijf van 50 tot 1 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 10,90 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; iv. voor de schijf van 1 000 tot 25 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 10,23 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; v. voor de schijf van 25 000 tot 100 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 2,40 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh; vi. voor de schijf vanaf 100 000 MWh: - accijns: 0 euro per MWh; - bijzondere accijns: 1,00 euro per MWh; - bijdrage op de energie: 1,9261 euro per MWh.". Art. 40.In artikel 424 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten3, wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidende: " § 5. Voor de toepassing van artikel 419, i, en k), is de Koning gemachtigd om de methodologie vast te stellen voor de toepassing per verbruiksschijf, berekend op jaarbasis.". Art. 41.In artikel 429, § 2, b), van dezelfde wet worden de woorden "geproduceerd door een gebruiker voor zijn eigen gebruik" vervangen door de woorden "die niet van het transmissie- of distributienet wordt afgenomen". Art. 42.Artikel 429, § 2, d), van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "
- d)elektriciteit opgewekt uit warmtekrachtkoppeling, op voorwaarde dat de installaties voor warmtekrachtkoppeling milieuvriendelijk zijn en op voorwaarde dat de geproduceerde elektriciteit niet van het transmissie- of distributienet wordt afgenomen;". Art. 43.Artikel 429, § 2, i), van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt: "De vrijstelling voor aardgas en elektriciteit is beperkt tot de bijdrage op de energie.". Afdeling 3 - Inwerkingtreding Art. 44.De artikelen 36 en 38 tot 43 treden in werking op 1 januari 2022. Artikel 37 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. TITEL 3 - WERK HOOFDSTUK 1 - Bepalingen tot toekenning van een toelage aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie voor het jaar 2022 ter compensatie van de kost van de gelijkstelling van de perioden van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona voor de jaarlijkse vakantie in het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de arbeiders Art. 45.Een toelage die in de begroting van de FOD Sociale Zekerheid is opgenomen, wordt aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie toegekend voor het jaar 2022 ter compensatie van de kost van de gelijkstelling tot 31 december 2021 van de perioden van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona voor de jaarlijkse vakantie in het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de arbeiders. Het bedrag van deze toelage wordt vastgesteld op 107 120 028 euro. Art. 46.Het in artikel 45 bedoelde bedrag wordt uiterlijk op 30 april 2022 aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie betaald. Art. 47.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2022. HOOFDSTUK 2 - Compensatie van de werkgeverskost van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ingevolge het coronavirus voor de jaarlijkse vakantie voor de bedienden Art. 48.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers die in het eerste of tweede kwartaal 2021 werknemers tewerkstellen bedoeld in titel III van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers. Art. 49.§ 1. Tijdens het tweede kwartaal 2022 heeft iedere werkgever bedoeld in artikel 48 recht op een compensatie ten bedrage van een percentage van een globaal bedrag van 46 146 551 euro ter compensatie van de kost van de gelijkstelling tot 31 december 2021 van de perioden van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona voor de jaarlijkse vakantie in het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de bedienden. Dit percentage wordt berekend op basis van de gelijkgestelde dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ingevolge het coronavirus COVID-19 die zijn aangegeven in de multifunctionele kwartaalaangifte bedoeld in artikel 21 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten1 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het eerste en tweede kwartaal 2021 voor de werknemers bedoeld in artikel 48. Deze compensatie wordt berekend en toegekend door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Hiertoe wordt een prestatiebreuk berekend per tewerkstelling in de multifunctionele kwartaalaangifte en, in voorkomend geval, worden de verschillende prestatiebreuken opgeteld tot een globale prestatiebreuk van de werknemer. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder tewerkstelling verstaan: de tewerkstelling bedoeld in artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten0 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002, betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen. De prestatiebreuk wordt als volgt berekend: 1° voor de tewerkstelling die in de multifunctionele kwartaalaangifte uitsluitend in dagen wordt aangegeven: X/ (13 x D), waarbij: X = het aantal dagen in de multifunctionele kwartaalaangifte aangegeven onder de code voor gelijkgestelde prestaties van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ingevolge het coronavirus COVID-19; D = het aantal dagen per week van het arbeidsstelsel; 2° voor de tewerkstelling die in de multifunctionele kwartaalaangifte in dagen en uren wordt aangegeven: Z/(13 x U), waarbij: Z = het aantal uren in de multifunctionele kwartaalaangifte aangegeven onder de code voor gelijkgestelde prestaties van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ingevolge het coronavirus COVID-19; U = het gemiddeld aantal uren per week van de referentiewerknemer. De prestatiebreuk wordt per tewerkstelling afgerond op twee cijfers na de komma, waarbij 0,005 naar boven wordt afgerond. De globale prestatiebreuk van een werknemer in de multifunctionele kwartaalaangifte is hoogstens gelijk aan 1. In geval van overschrijding wordt het resultaat tot 1 herleid. § 2. Voor de toekenning van de compensatie aan iedere werkgever wordt een gemiddeld percentage berekend op basis van de globale prestatiebreuken van zijn werknemers in het eerste en tweede kwartaal 2021. Dit gemiddeld percentage wordt afgerond op twee cijfers na de komma, waarbij 0,005 naar boven wordt afgerond. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage kleiner is dan 41 ontvangen geen compensatie. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage groter dan of gelijk is aan 41 en kleiner is dan 51 ontvangen een compensatie van 40 %. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage groter dan of gelijk is aan 51 en kleiner is dan 61 ontvangen een compensatie van 50 %. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage groter dan of gelijk is dan 61 en kleiner is dan 71 ontvangen een compensatie van 60 %. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage groter dan of gelijk is dan 71 en kleiner is dan 81 ontvangen een compensatie van 70 %. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage groter dan of gelijk is dan 81 en kleiner is dan 91 ontvangen een compensatie van 80 %. De werkgevers voor wie het gemiddeld percentage groter dan of gelijk is dan 91 ontvangen een compensatie van 95 %. § 3. De compensatie (C) van iedere werkgever wordt berekend als volgt: C = (A/T) * E, waarbij: A = per werkgever het resultaat van het compensatiepercentage zoals bepaald in paragraaf 2 vermenigvuldigd met de som van de globale prestatiebreuken bepaald in paragraaf 1, samengeteld voor het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal 2021. Dit resultaat wordt afgerond op twee cijfers na de komma, waarbij 0,005 naar boven wordt afgerond; T = de som van alle resultaten (A) van alle werkgevers bedoeld in artikel 48; E = het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid. § 4. Voor de werkgever bedoeld in paragraaf 1, brengt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het bedrag van de toegekende compensatie in mindering van de aan de voormelde Rijksdienst verschuldigde bedragen voor het tweede kwartaal van 2022. De werkgever kan het ongebruikte krediet voor het tweede kwartaal van 2022 overdragen naar de oudste schulden overeenkomstig artikel 25 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten1 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, of naar de volgende kwartalen zolang bijdragen verschuldigd zijn, of om terugbetaling verzoeken. Art. 50.De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Nationale Arbeidsraad, het bedrag bedoeld in artikel 47, § 1, eerste lid, aanpassen in functie van een herevaluatie van de globale enveloppe in het kader van de evolutie van de socio-economische crisis. Art. 51.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2022. HOOFDSTUK 3 - Compensatie van de werkgeverskost van de tijdelijke werkloosheid voor de bedienden in het kader van overmacht wegens overstromingen voor de jaarlijkse vakantie Art. 52.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers die in het derde kwartaal 2021 werknemers tewerkstellen bedoeld in titel III van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers. Art. 53.§ 1. Tijdens het tweede kwartaal 2022 heeft de werkgever bedoeld in artikel 52 recht op een compensatie ten bedrage van een gedeelte van een globaal bedrag van maximaal 703 420 euro ter compensatie van de kost van de gelijkstelling tot 31 december 2021 van de perioden van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van overstromingen voor de jaarlijkse vakantie in het stelsel van de jaarlijkse vakantie van de bedienden. Er wordt voorzien in een forfaitaire compensatie per dag tijdelijke werkloosheid omwille van overstromingen voor een bediende voor een bedrag van maximaal 18 euro. Indien de werkgever reeds in aanmerking komt voor een compensatie zoals bepaald in hoofdstuk 2, dan vult de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid deze compensatie desgevallend aan tot het bedrag waarop de werkgever recht heeft op basis van de compensatieregel zoals bepaald in dit hoofdstuk. § 2. Indien het volledige budget bepaald in de vorige paragraaf niet is opgebruikt, maakt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het resterende bedrag over aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie. Art. 54.§ 1. Teneinde aanspraak te kunnen maken op de in dit hoofdstuk bepaalde compensatie, moet de werkgever uiterlijk 31 mei 2022 hiertoe een aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, met behulp van een hiertoe door de voormelde Rijksdienst ter beschikking gestelde beveiligde elektronische toepassing. § 2. Indien de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op basis van de beschikbare gegevens vaststelt dat de aangifte van de werkgever niet correct is, zal het bedrag van de compensatie herzien worden. § 3. Voor de werkgever bedoeld in paragraaf 1, brengt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het bedrag van de toegekende compensatie in mindering van de aan de voormelde Rijksdienst verschuldigde bedragen voor het tweede kwartaal van 2022. De werkgever kan het ongebruikte krediet voor het tweede kwartaal van 2022 overdragen naar de oudste schulden overeenkomstig artikel 25 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten1 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, of naar de volgende kwartalen zolang bijdragen verschuldigd zijn, of om terugbetaling verzoeken. Art. 55.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2022. HOOFDSTUK 4 - Subsidie aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de hotel-, restaurant-, café en aanverwante bedrijven Art. 56.In uitvoering van de artikelen 121 tot 124 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de federale Staat wordt een eenmalige subsidie van 66.262.168,46 euro toegekend aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de hotel-, restaurant-, café en aanverwante bedrijven, gelijk aan het ongebruikte saldo van de in 2020 toegekende subsidie bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet van 24 november 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten8 met het oog op steunmaatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie. Art. 57.Deze subsidie is uitsluitend bestemd om het gebrek aan betaling te compenseren van de bijdrage voor de financiering van de eindejaarspremie 2021 van de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, ten gevolge van de sluiting van de inrichtingen die behoren tot de horecasector opgelegd door de ministeriele besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Deze subsidie kan enkel worden aangewend voor de betaling van dit gedeelte van de eindejaarspremies van de werknemers dat betrekking heeft op de dagen van tijdelijke werkloosheid die gelijkgesteld zijn met effectieve aanwezigheid, zoals voorzien in artikel 9.9 van de Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juli 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot toekenning van een eindejaarspremie. Art. 58.Deze subsidie mag niet worden gebruikt voor uitgaven in verband met personeelskosten, werkingskosten en investeringen. Art. 59.§ 1. Uiterlijk binnen de zes maanden die volgen op de datum van betaling van de eindejaarspremie 2021 zoals vastgelegd in de statuten van het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de hotel-, restaurant-, café en aanverwante bedrijven, bezorgt het beheersorgaan van dit Fonds aan de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, een verslag over de wijze waarop de subsidie werd besteed overeenkomstig artikel 121, derde lid, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende de organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat. § 2. Onverminderd artikel 13 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten2 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid en het koninklijk besluit van 15 januari 1999 betreffende de boekhouding en de jaarrekening met betrekking tot de Fondsen voor bestaanszekerheid, bevat het in de eerste paragraaf vermelde verslag een afrekening van de kosten met de nodige verantwoordingsstukken. Art. 60.§ 1. De totale toelage kan maximaal nooit meer bedragen dan het bedrag bepaald bij artikel 56. § 2. Indien het bedrag verantwoord door de verantwoordingsstukken lager is dan het bedrag bepaald bij artikel 56, is de begunstigde overeenkomstig artikel 123 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, gehouden de te veel ontvangen sommen terug te betalen aan de genoemde FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, binnen de maand na ontvangst van de definitieve afrekening aan hem opgestuurd door deze overheidsdienst. Art. 61.De subsidie wordt toegekend voor het jaar 2021. Art. 62.Paragraaf 2 van artikel 9 van de wet van 24 november 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten8 met het oog op steunmaatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie wordt vervangen als volgt: " § 2. In afwijking van artikel 123 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten blijft het ongebruikte saldo van de in 2020 toegekende subsidie ter beschikking van het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de hotel-, restaurant-, café en aanverwante bedrijven voor de in dit hoofdstuk bedoelde uitgaven 2021.". Art. 63.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag van publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad. TITEL 4 - Gezondheid ENIG HOOFDSTUK - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling 1 - Maximumfactuur Art. 64.In artikel 37undecies, § 1, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten en gewijzigd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten0, wordt de bepaling onder het eerste streepje vervangen door de bepalingen onder de volgende streepjes, luidende: "- van 0 tot 11 120 euro 250, 00 euro - van 11 120,01 euro tot 13 400,00 euro 450,00 euro". Art. 65.In artikel 37quaterdecies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten en gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het laatste lid aangevuld met de volgende zin: "De aanpassing aan het gecorrigeerde indexcijfer van de bedragen van 11 120,00 euro en 11,120,01 euro geschiedt voor de eerste maal voor de maximumfactuur toegekend in 2023."; 2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zinnen: "Het bedrag van 250,00 euro bedoeld in artikel 37undecies, § 1, wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 101,02 (basis 2013=100) van de consumptieprijzen.Nadien wordt het op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer waartegen de sociale voorzieningen op die datum worden uitbetaald.". Art. 66.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2022. Afdeling 2 - Inkomsten van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging om specifieke uitgaven gelinkt aan de COVID-19-pandemie te dekken Art. 67.In het artikel 191, eerste lid, 1° ter, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 33 van 23 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)in de bepaling onder 1° ter wordt het woord "er" opgeheven;
- b)de bepaling onder 1° ter wordt aangevuld met de woorden "Voor het jaar 2022 kan op verzoek van het RIZIV opnieuw een Rijkstoelage worden toegekend onder dezelfde voorwaarden als voor het jaar 2021.". Afdeling 3 - Heffingen op de omzet Art. 68.In artikel 191, eerste lid, 15° novies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten0 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor 2022 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 6,73 pct. van de omzet die in 2022 is verwezenlijkt."; 2° in het vijfde lid, laatste zin, worden de woorden "en vóór 1 mei 2022 voor de omzet die in 2021 is verwezenlijkt" vervangen door de woorden ", vóór 1 mei 2022 voor de omzet die in 2021 is verwezenlijkt en vóór 1 mei 2023 voor de omzet die in 2022 is verwezenlijkt";3° in het zevende lid, eerste zin, worden de woorden "en de heffing op de omzet 2021" vervangen door de woorden ", de heffing op de omzet 2021 en de heffing op de omzet 2022"; 4° het achtste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor 2022 dienen het in het vorige lid bedoelde voorschot en saldo respectievelijk gestort te worden voor 1 juni 2022 en 1 juni 2023 op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van respectievelijk "voorschot heffing omzet 2022" en "saldo heffing omzet 2022 "."; 5° het tiende lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor 2022 wordt het voornoemde voorschot bepaald op 6,73 pct.van de omzet die in het jaar 2021 is verwezenlijkt."; 6° het zeventiende lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De ontvangsten die voortvloeien uit de heffing op de omzet 2022 zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2022.". Art. 69.Artikel 191, eerste lid, 15° duodecies, vijfde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten9, wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor 2022 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2022 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2021 is verwezenlijkt.". Art. 70.Artikel 191, eerste lid, 15° terdecies, vijfde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 juni 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten9, wordt aangevuld met de volgende zinnen: "Voor het jaar 2022 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen euro, op 3 pct. voor het deel van de omzet van meer dan 1,5 tot en met 3 miljoen euro en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen euro. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2022 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2022.". Afdeling 4 - Bijdrage op marketing Art. 71.In artikel 191, eerste lid, 31°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten8 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor 2022 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd."; 2° in het tweede lid worden de woorden "en verwezenlijkt in 2021, voor het jaar 2021" vervangen door de woorden "verwezenlijkt in 2021, voor het jaar 2021, en verwezenlijkt in 2022, voor het jaar 2022";3° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Het voorschot 2022, vastgesteld op 0,13 pct.van het in 2021 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2022 gestort op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding van "Voorschot compensatoire bijdrage 2022" en het saldo wordt vóór 1 juni 2023 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2022"."; 4° in het vijfde lid worden de woorden "en in het boekjaar 2021, voor de bijdrage 2021";vervangen door de woorden ", in het boekjaar 2021, voor de bijdrage 2021, en in het boekjaar 2022, voor de bijdrage 2022.". Afdeling 5 - Administratiekosten van de verzekeringsinstellingen Art. 72.In artikel 195, § 1, 2°, derde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten6, worden de eerste en de tweede zin vervangen door de volgende zinnen: "Het bedrag van de administratiekosten van de vijf landsbonden wordt vastgelegd op 766 483 000 EUR voor 2003, 802 661 000 EUR voor 2004, 832 359 000 EUR voor 2005, 863 156 000 EUR voor 2006, 895 524 000 EUR voor 2007, 929 160 000 EUR voor 2008, 972 546 000 EUR voor 2009, 1 012 057 000 EUR voor 2010, 1 034 651 000 EUR voor 2011, 1 029 840 000 EUR voor 2012, 1 027 545 000 EUR voor 2013, 1 052 317 000 EUR voor 2014, 1 070 012 000 EUR voor 2015, 1 054 007 000 EUR voor 2016, 1 053 130 000 EUR voor 2017, 1 054 986 000 EUR voor 2018, 1 049 732 000 EUR voor 2019, 1 084 478 000 EUR voor 2020, 1 120 916 000 EUR voor 2021 en 1 141 883 000 EUR voor 2022. Voor de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail wordt dit bedrag vastgesteld op 13 195 000 EUR voor 2003, 13 818 000 EUR voor 2004, 14 329 000 EUR voor 2005, 14 859 000 EUR voor 2006, 15 416 000 EUR voor 2007, 15 995 000 EUR voor 2008, 16 690 000 EUR voor 2009, 17 368 000 EUR voor 2010, 17 770 000 EUR voor 2011, 17 687 000 EUR voor 2012, 17 648 000 EUR voor 2013, 18 073 000 EUR voor 2014, 18 377 000 EUR voor 2015, 18 037 000 EUR voor 2016, 18 062 000 EUR voor 2017, 18 093 000 EUR voor 2018, 18 623 000 EUR voor 2019, 19 239 000 EUR voor 2020, 19 885 000 EUR voor 2021 en 20 257 000 EUR voor 2022.". Art. 73.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2022. TITEL 5 - ENERGIE HOOFDSTUK 1 - Wijzigingen van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot regeling van de financiering van de belasting over de toegevoegde waarde op de uitgaven voor het beheer en de sanering van de nucleaire passiva die ten laste vallen van de Federale Staat door een toewijzing uit de ontvangsten van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 74.Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet worden verstaan onder: 1° "NIRAS": de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen opgericht bij artikel 179, § 2, 1°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten3 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980;2° "btw": de belasting over de toegevoegde waarde;3° "nucleair passief": het radioactief of mogelijk radioactief besmet materiaal waarvan de Federale Staat de financiële verantwoordelijkheid voor de veilige verwijdering, verwerking, opslag en berging op zich heeft genomen door de financiering ervan vanuit de algemene uitgavenbegroting of vanuit de in artikel 21bis, § 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt bedoelde ontvangsten bij wet te bepalen. Art. 75.In artikel 21ter, § 1, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2013, wordt het derde lid vervangen als volgt: "Voor het verkrijgen van het bedrag van de in artikel 21bis, § 1, tweede tot en met vijfde lid, bedoelde ontvangsten dat voor haar bestemd is, richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen een geldopvraging aan de commissie volgens de nadere regels bepaald, in toepassing van § 2, 1°. ". Art. 76.Bij elke storting, vanuit de federale begroting of vanuit de in artikel 21bis, § 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt bedoelde ontvangsten, in een van de fondsen voor de sanering van een nucleair passief dat ten laste valt van de Federale Staat, geeft NIRAS deze storting aan in haar periodieke btw-aangifte van de maand waarin de storting in het fonds plaatsvond en betaalt de op deze storting verschuldigde btw. Vervolgens stuurt NIRAS aan de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën, na elke in het eerste lid bedoelde betaling, via e-mail, een verzoek tot terugstorten van het in het eerste lid bedoelde bedrag. Bij ontvangst van het in het eerste lid bedoelde bedrag, verleent NIRAS aan de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie via e-mail kwijting voor dit bedrag. Wat het saldo aan beschikbare middelen op de dag van inwerkingtreding van dit hoofdstuk betreft, waarvoor geen btw gestort werd aan de Federale Overheidsdienst Financiën, zal NIRAS overgaan tot een verzoek om regularisatie van de btw volgens de voorwaarden bepaald door de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft binnen de Federale Overheidsdienst Financiën. Na bepaling van de verschuldigde btw in overleg met de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft binnen de FOD Financiën en de betaling ervan, stuurt NIRAS aan de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën via e-mail een verzoek tot terugstorten van het in het vierde lid bedoelde bedrag. Bij ontvangst van het in het vijfde lid bedoelde bedrag, verleent NIRAS aan de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie per e-mail kwijting voor dit bedrag. De terugbetalingen van de btw bedoeld in het eerste en vijfde lid, verlopen via het bestaande toewijzingsfonds uit de lijst van terugbetalings- en toewijzingsfondsen van de Algemene Uitgaven-begroting 66.84.B betreffende de toewijzing van btw-ontvangsten aan NIRAS ter compensatie van de verschuldigde btw op het beheer van de nucleaire passiva ten laste van de Federale Staat. De praktische bepalingen voor de tenuitvoerlegging van de in het tweede tot vijfde lid beschreven werkwijze, evenals de te gebruiken e-mailadressen, worden vastgelegd in een protocol tussen de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Economie en door de minister bevoegd voor Energie, de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning en de Algemene Administratie van de Fiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën, vertegen-woordigd door de minister bevoegd voor Financiën en de vertegenwoordigers van NIRAS. Art. 77.De Overeenkomst van 19 december 2005 tussen de Belgische Staat, NIRAS en de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas met oog op de uitvoering van de betaling van de btw in het kader van de nucleaire passiva BP1/BP2, wordt beëindigd bij de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Art. 78.De Koning bepaalt de lijst van de nucleaire passiva. Art. 79.Dit hoofdstuk treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK 2 - Wijzigingen van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en wijzigingen van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten1 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen Afdeling 1 - Wijzigingen van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 80.In artikel 7 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. De opdracht waarmee de netbeheerder krachtens het eerste lid belast wordt, maakt een openbare dienstverplichting uit waarvan de nettolasten gefinancierd worden overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten8 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie, en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten8 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en door artikel 11 van de wet van 12 mei 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten9 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt met het oog op het invoeren van een concurrerende inschrijvingsprocedure voor de bouw en exploitatie van productie-installaties in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten8 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wijzigen, vervangen en opheffen zonder daarbij een nieuwe toeslag of heffing in te voeren bestemd om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid te financieren. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode van de kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder exploitatiejaar. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen bedoeld in het eerste lid met betrekking tot het volgende exploitatiejaar.Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 15 april van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van regularisatie met betrekking tot het voorgaande exploitatiejaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande exploitatiejaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid vast.Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 februari. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de nadere regels vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de voldoening van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van d