📄 Wettekst
1 DECEMBER 2016. - Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het beheer van afvalstoffen
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikel 8;
Gelet op het
koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
08/03/1989
pub.
07/11/2014
numac
2014031896
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer
sluiten tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, artikel 3, § 3, bekrachtigd bij de wet van 16 juni 1989;
Gelet op de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen, de artikelen 9, 10, 16, 19, 22, 23, 26, 27, 32, 33, 35, 38, 39, 45, 46, en 56;
Gelet op de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, de artikelen 4, 6, 10, 13, 70, 71, 78, 78/1 ;
Gelet op de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, artikel 3, 3° ;
Gelet op het besluit van 18 juli 2002 tot invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering;
Gelet op het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/11/1989
pub.
23/12/2009
numac
2009000839
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 betreffende de beheerders van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
Gelet op het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/11/1989
pub.
23/12/2009
numac
2009000839
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 tot vaststelling van de lijst van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 januari 1997 betreffende het afvalregister;
Gelet op het besluit van 21 november 2002 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de verbranding van afval, de artikelen 15 en 16;
Gelet op het besluit van de Executieve van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen;
Gelet op het besluit van de Executieve van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van afvalolie;
Gelet op het besluit van de Executieve van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van PCB's;
Gelet het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7 juli 1994 betreffende de internationale invoer en uitvoer van afvalstoffen;
Gelet op het ministerieel besluit van 15 september 1994 houdende verscheidene uitvoeringsmaatregelen van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7 juli 1994 betreffende de internationale invoer en uitvoer van afvalstoffen;
Gelet op het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/11/1989
pub.
23/12/2009
numac
2009000839
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4 betreffende de registratie van ophalers en vervoerders van niet-gevaarlijke niet-huishoudelijke afvalstoffen;
Gelet op het
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/11/1989
pub.
23/12/2009
numac
2009000839
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4 tot bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de sorteerplicht voor houders van afvalstoffen andere dan huishoudelijke;
Gelet op de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees parlement en de raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2/05/2016;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting uitgebracht op 2/06/2016 ;
Gelet op de uitgevoerde gender test zoals opgelegd door artikel 3 van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 29 juni 2016;
Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 7 juli 2016;
Gelet op advies nr. 60/161/1 van de Raad van State, gegeven op 28 oktober 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, 1ste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Minister van Leefmilieu;
Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied Artikel 1.1. Definities § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "afvalstoffenlijst": de lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;2° "vervoer": het geheel van de operaties van laden, lossen en verplaatsen van afvalstoffen van een plaats naar een andere;3° "financieringsovereenkomst": een lening-, lease-, huur- of afbetalingsovereenkomst of een regeling met betrekking tot enige apparatuur, ongeacht of volgens die overeenkomst of regeling dan wel volgens een bijkomende overeenkomst of regeling eigendomsoverdracht van het apparaat zal of kan plaatsvinden;4° "in de handel brengen": het voor het eerst beroepsmatig op de markt aanbieden van een product op het Belgisch grondgebied;5° "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de Belgische markt;6° "distributeur": elke persoon in de toeleveringsketen die een product verdeelt aan één of meer kleinhandelaars;7° "kleinhandelaar": iedere persoon die een product te koop aanbiedt aan de consument;8° "consument": de natuurlijke of rechtspersoon die de producten voor privé- of beroepsmatige doeleinden verwerft om ze te verbruiken of gebruiken;9° "uitgebreide producentenverantwoordelijkheid": verantwoordelijkheid van de producent die de materiële en/of financiële verplichtingen inhoudt om de afvalstoffen die het gevolg zijn van het in de handel brengen van zijn producten terug te nemen of te laten terugnemen of ze in te zamelen of te laten inzamelen, evenals rapportage-, plannings- en informatieverplichtingen om de preventie en het hergebruik, de recycling en elke andere nuttige toepassing van afvalstoffen te stimuleren;10° "producent": onder de producenten van producten in de zin van artikel 3, 13° van de ordonnantie afval, iedere natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, inclusief de verkoop op afstand: a) in België gevestigd is en onder zijn eigen naam of merknaam producten vervaardigt, of producten laat ontwerpen of vervaardigen en ze onder zijn eigen naam of merknaam op de markt brengt op het Belgisch grondgebied;b) in België gevestigd is en in België onder zijn eigen naam of handelsmerk apparatuur wederverkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd;hierbij wordt de wederverkoper niet als producent aangemerkt wanneer het merkteken zoals bepaald in punt a) op de apparatuur zichtbaar is; c) in België gevestigd is en die beroepsmatig producten uit een derde land of een andere Lidstaat van de Europese Unie op het Belgische grondgebied in de handel brengt;d) in België gevestigd is en een product vervaardigt of invoert en het beroepsmatig voor eigen gebruik toewijst. Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst wordt niet als "producent" aangemerkt, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten a) tot en met d); 11° "terugnameplicht": verplichting voor de producent om de afvalstoffen die het gevolg zijn van het in de handel brengen van zijn producten, terug te nemen of te laten terugnemen, in te zamelen of te laten inzamelen;12° "milieuovereenkomst": de overeenkomst geregeld door de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten;13° "milieu-informatie": de informatie zoals omschreven door de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie;14° "batterijen en accu's": bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire (niet-oplaadbare) batterijcellen of uit een of meer secundaire (oplaadbare) batterijcellen;15° "afgedankte batterijen of accu's": elke batterij of accu waarvan de houder zich ontdoet, of voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die een afvalstof vormt in de zin van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht het gewicht, de vorm, het volume, de samenstelling of het gebruik;16° "band": elke volle of met lucht gevulde rubberband, met inbegrip van bandages en met uitzondering van fietsbanden;17° "versleten band": elke band die, zonder voorbereiding voor hergebruik, niet of niet meer kan gebruikt worden voor het doel waarvoor de band oorspronkelijk bestemd was en waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;18° "elektrische en elektronische apparatuur (EEA)": apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1 000 volt bij wisselstroom en 1 500 volt bij gelijkstroom;19° "afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)": de elektrische en elektronische apparatuur, met inbegrip van alle onderdelen, sub-eenheden en verbruiksmaterialen die volledig deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die een afvalstof vormt in de zin van de ordonnantie afvalstoffen;20° "huishoudelijk AEEA": AEEA dat afkomstig is van particuliere huishoudens en AEEA dat afkomstig is van commerciële, industriële, institutionele en andere bronnen en die naar aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is.Afvalstoffen van EEA die waarschijnlijk zowel door particuliere huishoudens als door andere gebruikers dan particuliere huishoudens worden gebruikt, worden in elk geval als huishoudelijk AEEA aangemerkt; In geval van twijfel over het huishoudelijk of professionele karakter van een apparaat wordt de beslissing ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut; 21° "vennootschappen met sociaal oogmerk": verenigingen zonder winstoogmerk en vennootschappen met sociaal oogmerk, erkend overeenkomstig het besluit van 16 juli 2010 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning en de betoelaging van verenigingen zonder winstoogmerk en van vennootschappen met sociaal oogmerk die bedrijvig zijn in de hergebruik- en recyclingsector in de zin van het besluit.22° "valoriseerbare materialen" : afvalstoffen die het statuut van afvalstoffen kunnen verliezen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : - als ze de einde-afvalfase hebben bereikt in het Vlaams Gewest volgens artikel 36 van het
decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/11/1989
pub.
23/12/2009
numac
2009000839
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen of - als ze de einde-afvalfase hebben bereikt in het Waals Gewest volgens artikel 4 ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende afvalstoffen of als ze gevaloriseerd kunnen worden volgens de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;23° "ordonnantie milieuvergunningen": de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;24° "ordonnantie afvalstoffen": de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;25° "ordonnantie bodem": de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;26° "wetboek van inspectie": het wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zoals ingesteld door de ordonnantie van 8 mei 2014 tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid;27° "Minister": de Minister tot wiens bevoegdheid het leefmilieu behoort. § 2. Onverminderd de definities in dit artikel zijn de definities van de ordonnantie milieuvergunningen en de ordonnantie afvalstoffen van toepassing op huidig besluit.
Art. 1.2. Toepassingsgebied § 1. Dit besluit regelt het beheer van afvalstoffen. § 2. Dit besluit voorziet in de omzetting van de volgende richtlijnen: 1. richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van richtlijn 91/157/EEG;2. richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende afgedankte voertuigen;3. richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA);4. richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen. HOOFDSTUK 2. - Traceerbaarheid, register en rapportage Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de traceerbaarheid
van afvalstoffen Art. 1.3. De traceerbaarheid van afvalstoffen in de zin van artikel 46 van de ordonnantie afvalstoffen wordt gegarandeerd door het traceerbaarheidsdocument. Deze traceerbaarheid is niet van toepassing voor afvalstoffen afkomstig van huishoudens totdat deze worden aanvaard voor inzameling, verwijdering of nuttige toepassing door een vergunde installatie of onderneming.
Art. 1.4. Traceerbaarheidsdocument § 1. Het traceerbaarheidsdocument voor niet gevaarlijke afvalstoffen bevat minstens de volgende gegevens: 1. datum van vervoer, afgifte of indien van toepassing de frequentie van ophaling;2. naam, adres en ondernemingsnummer van de afvalstoffenhouder en het adres van inontvangstneming van de afvalstoffen, indien verschillend;3. naam, adres en registratie- of erkenningsnummer van de inzamelaar, handelaar of makelaar, indien van toepassing;4. naam, adres en registratienummer van de vervoerder(s), indien van toepassing;5. naam, ondernemingsnummer en adres van de uitbatingszetel van de onderneming waar de afvalstoffen worden afgegeven;6. aard van de verwerking in overeenstemming met de in bijlagen 1 en 2 van de ordonnantie afvalstoffen opgenomen lijsten (D- of R-code);7. hoeveelheid in ton, kg, m® of indien van toepassing de verzamelstaat van de opgehaalde hoeveelheden;8. omschrijving van de afvalstoffen;9. de code van de afvalstoffenlijst. § 2. Aanvullend bij de gegevens van § 1, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gevaarlijke afvalstoffen de volgende gegevens: 1. samenstelling en fysische eigenschappen van de afvalstof;2. type en aantal verpakkingen;3. speciale instructies voor het vervoer indien van toepassing. § 3. De factuur die de gegevens van vorige paragrafen 1 en 2 bevat, kan gelden als traceerbaarheidsdocument. § 4. Het Instituut kan een model van het traceerbaarheidsdocument ter beschikking stellen aan het publiek.
Art. 1.5. Traceerbaarheid tijdens vervoer § 1. Uitgezonderd de gevallen voorzien in § 2, vergezelt een voldoende ingevuld traceerbaarheidsdocument steeds het vervoer van afvalstoffen. § 2. In de volgende gevallen kan het vervoer van afvalstoffen gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument: 1. de inzameling van niet gevaarlijke andere dan huishoudelijke afvalstoffen in één ophaalronde bij de eerste producenten op voorwaarde dat de lijst van ophaalpunten beschikbaar is in het voertuig;2. de inzameling van marktafval en afvalstoffen afkomstig van het reinigen van riolen in één ophaalronde;3. het vervoer van afvalstoffen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door de kleinhandelaar naar zijn uitbatingszetel; 4. het vervoer door de persoon die geen uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting is, van zijn eigen afvalstoffen naar: - een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen voor zover de vervoerde hoeveelheid afvalstoffen niet groter is dan 500 kg, of - een inrichting zoals bepaald in artikel 3.5.15. § 3. Het traceerbaarheidsdocument, volledig ingevuld, is aanwezig in het vervoersmiddel of kan onmiddellijk ter beschikking gesteld worden van de overheden die belast zijn met het uitvoeren van controles.
Bij gebruik van een traceerbaarheidsdocument in elektronische vorm, worden dit document en de ondersteunende software voorafgaand goedgekeurd door het Instituut. § 4. In het geval van een grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen zoals bedoeld in de verordening (EG) nr. 1013/2006 gelden de door deze verordening opgelegde documenten als traceerbaarheidsdocument in de zin van dit besluit. § 5. Het traceerbaarheidsdocument wordt ingevuld en ondertekend vóór het vervoer van de afvalstoffen aanvangt, door: - de afvalstoffenhouder die zijn eigen afvalstoffen vervoert of laat vervoeren, of - de inzamelaar, handelaar of makelaar.
Hij is verantwoordelijk voor het opvolgen van het document en bewaart het volledig ingevulde document.
Het document wordt overhandigd aan de vervoerder.
Art. 1.6. Traceerbaarheid bij overdracht § 1. Uitgezonderd de gevallen voorzien in paragrafen 2 en 3, wordt elke afgifte van afvalstoffen aangetoond door een traceerbaarheidsdocument, ondertekend door de persoon die de afvalstoffen aanvaardt. § 2. De afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in punten 1° en 2° van artikel 3.5.15. door de afvalstoffenhouder kan gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument. § 3. In volgende gevallen kan de afgifte van volgende afvalstoffen gebeuren door jaarlijks een traceerbaarheidsdocument te bezorgen aan de afvalstoffenhouder: 1. de afgifte van niet gevaarlijke niet huishoudelijke afvalstoffen ingezameld bij de eerste afvalproducent; 2. de afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in punt 3° van artikel 3.5.15. § 4. De afvalstoffenproducent die afvalstoffen produceert in het kader van zijn professionele activiteit aan een installatie of op de site van een derde geeft een traceerbaarheidsdocument af aan de eigenaar en/of beheerder van de installatie of site waar de afvalstoffen worden geproduceerd, indien hij de verantwoordelijkheid neemt voor het verwijderen van de afvalstoffen. Afdeling 2. - Afvalstoffenregister en -rapport
Art. 1.7. Afvalstoffenregister § 1. Het afvalstoffenregister wordt bijgehouden door: 1. de afvalstoffenhouder van ander dan huishoudelijk afval voor de afvalstoffen die hij produceert of bezit;2. de vervoerder van afvalstoffen voor de afvalstoffen die hij vervoert;3. de inzamelaar, handelaar en makelaar voor de afvalstoffen die hij inzamelt, verhandelt of makelt;4. de uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting voor de afvalstoffen die hij inzamelt en/of verwerkt.Hij houdt eveneens een afvalstoffenregister bij als afvalstoffenhouder. § 2. Het afvalstoffenregister bevat, in voorkomend geval: 1. de traceerbaarheidsdocumenten, en 2.indien de afvalstoffenproducent zijn afvalstoffen zelf verwerkt, informatie over de hoeveelheid, de omschrijving en de code van de afvalstoffenlijst, en 3. het bewijs van het beheer van ander dan huishoudelijk afval zoals vermeld in artikel 23 paragraaf 4 van de ordonnantie afvalstoffen. § 3. Het afvalstoffenregister ligt ter inzage op de uitbatingszetel en voor binnenschippers op het schip. Deze bepaling geldt niet voor de uitbater van de uitbatingszetel voor zijn afvalstoffen die hij overbrengt naar een inrichting zoals omschreven in punten 1° en 3° van artikel 3.5.15. § 4. Het afvalstoffenregister wordt op eenvoudig verzoek aan de overheden die belast zijn met het toezicht voorgelegd. § 5. De persoon zoals omschreven in punten 1 tot 3° van paragraaf 1 voegt op regelmatige wijze de bewijsdocumenten toe aan het afvalstoffenregister. De uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting voegt dagelijks de bewijsstukken toe.
Art. 1.8. Afvalstoffenrapport § 1. Het afvalstoffenrapport bevat minstens, de jaartotalen van de hoeveelheden voor elke afvalstroom opgenomen in het afvalstoffenregister per kalenderjaar, en maakt een onderscheid: 1. volgens de codes van de afvalstoffenlijst en 2.tussen enerzijds de huishoudelijke afvalstoffen, straat- en veegvuil, afvalstoffen uit openbare vuilbakken, zwerfafval dat niet kan toegewezen worden aan de afvalstoffenhouder en anderzijds afvalstoffen andere dan huishoudelijke en 3. volgens naam, adres en ondernemingsnummer van de afvalstoffenhouder met uitzondering van de houder van afvalstoffen andere dan huishoudelijke, en het adres van inontvangstneming van de afvalstoffen indien verschillend en 4.volgens naam, adres en registratie- of erkenningsnummer van de inzamelaar, handelaar of makelaar, indien van toepassing en 5. volgens naam, ondernemingsnummer en adres van de uitbatingszetel van de onderneming waar de afvalstoffen worden afgegeven;indien van toepassing en 6. volgens aard van de verwerking in overeenstemming met de in bijlagen 1 en 2 van de ordonnantie afvalstoffen opgenomen lijsten (D- of R-code). Het afvalstoffenrapport van de afvalstoffenhouder maakt enkel een onderscheid volgens punten 1, 4, 5 en 6 van de huidige paragraaf. § 2. Het afvalstoffenrapport wordt jaarlijks vóór 15 maart van het jaar volgend op het rapportagejaar overgemaakt aan het Instituut door: 1. de inzamelaar, handelaar en makelaar van afvalstoffen; 2. de uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen die onderworpen is aan het bekomen van een milieuvergunning, met uitzondering van de uitbater van een inrichting zoals omschreven in artikel 3.5.15, voor de afvalstoffen die hij inzamelt en/of verwerkt en als afvalstoffenhouder voor de afvalstoffen die hij produceert of bezit. § 3. Het afvalstoffenrapport wordt opgesteld per: - maatschappelijke zetel door de inzamelaar, handelaar en makelaar; - uitbatingszetel door de uitbater van de inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen. § 4. Het Instituut kan een afvalstoffenrapport van elke persoon vermeld in artikel 1.7 paragraaf 1, opvragen onder meer om gegevens te verzamelen over de productie en het beheer van afvalstoffen.
In dat geval maakt het Instituut een selectie van de personen die een afvalstoffenrapport dienen over te maken.
Zij publiceert op haar website uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het rapportagejaar: - de selectie van de personen; - de modaliteiten van het afvalstoffenrapport; - de datum van indiening. § 5. Het afvalstoffenrapport wordt aan het Instituut overgemaakt per post of via elektronische weg volgens de vorm en de modaliteiten bepaald door het Instituut. § 6. Het Instituut kan een model van afvalstoffenrapport ter beschikking stellen van het publiek. HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffenlijst Art. 1.9. De lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie afvalstoffen is de lijst zoals vastgelegd door de beschikking van de commissie 2000/532/EG van 3 mei 2000 tot vaststelling van een lijst van afvalstoffen.
TITEL II. - Bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Doelstelling en toepassingsgebied
Art. 2.1.1. § 1. Deze titel omschrijft een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die tot doel heeft de preventie, het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik, de recycling of de nuttige toepassing van afvalstoffen te bevorderen met inachtneming van de bescherming van het milieu en met het oog op een verantwoord gebruik van de natuurlijke rijkdommen. § 2. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat door dit besluit wordt ingevoerd, voorziet, naargelang het type van afval, in één of meer van de volgende verplichtingen: 1. een terugnameplicht van de afvalstoffen;2. een verplichting om te waarborgen dat de afvalstoffen worden verwerkt met inachtneming van de ordonnantie afvalstoffen;3. een verplichting om het afvalbeheer te financieren;4. een verplichting om de doelstellingen inzake inzameling, hergebruik, recycling en nuttige toepassing te bereiken;5. een verplichting tot rapportage aan het Instituut;6. een verplichting om een preventie- en beheersplan goed te keuren;7. een informatieplicht ten aanzien van de consument. § 3. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat door deze titel wordt ingevoerd, heeft betrekking op de volgende afvalstoffen: 1. afgedankte batterijen en accu's;2. versleten banden;3. afgewerkte oliën;4. afgedankte voertuigen;5. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Afdeling 2. - Personen onderworpen aan de uitgebreide
producentenverantwoordelijkheid Art. 2.1.2. § 1. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is gericht op de producent van wie producten die hij in de handel heeft gebracht aan de oorsprong liggen van de afvalstoffen die bedoeld worden in artikel 2.1.1, onder de voorwaarden bepaald in deze titel. § 2. De producent kan: 1° hetzij zijn verplichtingen zelf nakomen overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel, eventueel door een overeenkomst af te sluiten met een derde;2° hetzij zijn verplichtingen door een erkend organisme laten uitvoeren overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 1 van deze titel, en in dat kader de uitvoering van al zijn verplichtingen of een deel ervan toevertrouwen aan een erkend organisme waarbij hij zich aangesloten heeft;in dat geval wordt hij geacht zijn verplichtingen te zijn nagekomen als hij kan bewijzen dat hij een contract heeft gesloten met het erkende organisme, hetzij rechtstreeks of via tussenkomst van een persoon die gemachtigd is hem te vertegenwoordigen; 3° hetzij een, overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 2 van deze titel gesloten milieuovereenkomst uitvoeren en in dat kader de uitvoering van al zijn verplichtingen of een deel ervan toevertrouwen aan een beheersorganisme waarbij hij zich aangesloten heeft.In dat geval wordt hij geacht zijn verplichtingen na te komen als hij kan bewijzen lid te zijn van een organisatie die de overeenkomst ondertekend heeft of aangesloten te zijn bij het beheersorganisme. § 3. In de gevallen 2° en 3° van paragraaf 2 van dit artikel en tenzij anders bepaald in deze titel of krachtens deze titel, is het erkende organisme of het beheersorganisme gehouden tot de verplichtingen die het door de producent werden toevertrouwd. HOOFDSTUK 2. - Algemene verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid Afdeling 1. - De terugnameplicht
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 2.2.1. § 1. De terugnameplicht legt de producent de verplichting op om op zijn kosten de afvalstoffen voortkomend van zijn producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest terug te nemen of te laten terugnemen. § 2. De producent waarborgt de naleving van de in hoofdstuk 4 van deze titel bedoelde doelstellingen en neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat ze binnen de voorgeschreven termijnen worden bereikt. § 3. Om de teruggave van de aan de terugnameplicht onderworpen afvalstoffen aan te moedigen, kan de producent statiegeld invoeren op de producten die hij in de handel brengt.
Onderafdeling 2. - Terugname van de afvalstoffen Art. 2.2.2. § 1. De in artikel 2.1.1 § 3 van dit besluit bedoelde afvalstoffen zijn onderworpen aan de terugnameplicht. § 2. Voor de afvalstoffen van voor huishoudens bestemde producten, stelt de producent de nodige verpakkingen en andere inzamelingsmiddelen kosteloos ter beschikking van alle inzamelpunten waarmee een contract is afgesloten met het oog op de terugname van de afvalstoffen. Bij de keuze van de inzamelingsmiddelen wordt rekening gehouden met de maximale opslagcapaciteit van de kleinhandelaars en de containerparken en wordt gestreefd naar het optimaliseren van de opslagbeveiliging, de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik.
Art. 2.2.3. § 1. De producent moet op zijn kosten alle afvalstoffen, onderworpen aan de terugnameplicht en afkomstig van zijn producten op regelmatige wijze inzamelen wanneer die afvalstoffen worden teruggebracht naar distributeurs en kleinhandelaars in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. De distributeur of in voorkomend geval de producent moet ermee instemmen de afvalstoffen van producten die hij op de markt aanbiedt en die aan de terugnameplicht onderworpen zijn, kosteloos te aanvaarden van de kleinhandelaar. § 3. De kleinhandelaar moet van de consument kosteloos de afvalstoffen terugnemen van een product dat dezelfde functies vervult als datgene dat hij op de markt aanbiedt en dat aan de terugnameplicht onderworpen is, op voorwaarde dat de consument zich bij deze kleinhandelaar een product aanschaft dat dezelfde functies vervult of hij dat maximaal dertig kalenderdagen eerder heeft gedaan. § 4. De in dit artikel bedoelde distributeur en kleinhandelaar moeten aan de producent de afvalstoffen teruggeven die zij overeenkomstig de paragrafen 2 en 3 hebben aanvaard, behoudens de afwijkingen beschreven in hoofdstuk 4. In het geval van een afwijking op deze teruggaveplicht moeten de distributeur en de kleinhandelaar die afvalstoffen in vergunde inrichtingen laten verwerken overeenkomstig de voorschriften, opgelegd door of krachtens de ordonnantie afvalstoffen.
Art. 2.2.4. Onverminderd artikel 2.2.3 van deze titel kunnen aan de terugnameplicht onderworpen afvalstoffen afzonderlijk worden ingezameld op initiatief en op kosten van de producent, waarbij ze moeten worden teruggebracht naar vergunde inzamelaars, handelaars, makelaars, inzamelinrichtingen of verwerkingsinstallaties.
Art. 2.2.5. Tenzij anders wordt bepaald in een overeenkomst tussen de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen, moet de producent regelmatig en zonder een vergoeding te eisen, de afvalstoffen terugnemen die onderworpen zijn aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht en dat door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen, die werden ingezameld, via huis aan huisinzamelingen, via containerparken of via andere inzamelpunten.
Onderafdeling 3. - Financiering van de terugname van huishoudelijke afvalstoffen Art. 2.2.6. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afvalstoffen waarvoor hij onderworpen is aan een terugnameplicht en die door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen beheerd worden. De terugbetaling van de nettokosten en de verdeling van de eventuele ontvangsten worden in onderling overleg overeengekomen.
Bij de bepaling van de in dit artikel bedoelde kosten worden de volgende elementen in aanmerking genomen: de kosten met betrekking tot de containers, de infrastructuur, het personeel belast met het beheer van de inzamel- en sorteerinrichtingen, hierbij inbegrepen de kosten voor het administratief beheer, de algemene kosten voor het beheer van de installaties en de opleiding van de werknemers van de installaties met betrekking tot de betrokken afvalcategorie. De kosten worden bepaald volgens het model dat in onderling overleg werd opgesteld door de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen en de producenten.
De verdeling van de eventuele ontvangsten met de publiekrechtelijke rechtspersonen geldt alleen als de totale kosten, die toegerekend zijn aan de producent voor de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan dewelke deze is onderworpen, gedekt zijn door de wederverkoop van de ingezamelde materialen.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de Minister, na advies van het Instituut, bindende regels uitvaardigen voor de aanrekening van de kosten en de ontvangsten. Deze bindende regels moeten een lijst van de te betalen kosten omvatten. Zij worden opgesteld na advies van de betrokken producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
Onderafdeling 4. - De samenwerking met de vennootschappen met sociaal oogmerk Art. 2.2.7. De producent moet regelmatig en zonder een vergoeding te eisen, de aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht onderworpen afvalstoffen die werden ingezameld door de vennootschappen met sociaal oogmerk waarmee hij een contract heeft overeengekomen, terugnemen.
De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling van de aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht onderworpen afvalstoffen die ten laste genomen zijn door de vennootschappen met sociaal oogmerk. De dekking van de kosten wordt overeengekomen in dit contract. § 2. Onverminderd paragraaf 3, geeft de venootschap met sociaal oogmerk het geheel van de volledige en niet herbruikbare afvalstoffen die hij bekomen heeft via de inzamelkanalen van de producent terug aan de producent. § 3. Om de voorbereiding voor hergebruik van afvalstoffen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te verhogen, kan de vennootschap met sociaal oogmerk noodzakelijke stukken uithalen voor de reparatie van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit kan niet als doel de recyclage van het betrokken stuk hebben. Afdeling 2. - Verwerking van de afvalstoffen
Art. 2.2.8. § 1. Alle afvalstoffen die aan de terugnameplicht onderworpen zijn en die overeenkomstig de artikelen 2.2.2 tot 2.2.7 van deze titel ingezameld werden, worden op kosten van de producent in vergunde inrichtingen verwerkt volgens de regels die door of krachtens de ordonnantie afvalstoffen worden opgelegd. § 2. Om de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te bevorderen, garandeert de producent de centra voor de voorbereiding voor hergebruik, toegang tot de afvalstoffen die werden ingezameld in het kader van de terugnameplicht. De vennootschappen met sociaal oogmerk of de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen zijn de bevoorrechte partners van de producenten. De modaliteiten voor de toegang tot de afvalstoffen worden in onderling overleg overeengekomen tussen de producenten en de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de betrokken vennootschappen met sociaal oogmerk. § 3. De producent moet ervoor zorgen dat de ingezamelde afvalstoffen volgens de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu worden verwerkt. De producent moet ervoor zorgen dat de verplichtingen inzake verwerking en recycling worden nagekomen. Afdeling 3. - Preventie- en beheersplan
Art. 2.2.9. Binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die op hem van toepassing is, moet de producent een plan voor afvalpreventie en -beheer opstellen dat de volgende elementen en verplichtingen bevat: 1° identificatiegegevens: a) de naam, de rechtsvorm en het handelsregisternummer of een overeenstemmende registratie en het btw-nummer van de producent voor de overeenkomstige afvalstoffen;b) de verblijfplaats en het adres van de producent en, in voorkomend geval, de maatschappelijke, de administratieve en de exploitatiezetel, met een adres in België, dat van een gevolmachtigde kan zijn;c) het telefoonnummer van de verblijfplaats of van de zetel waar de producent of zijn gemachtigde kan worden bereikt;d) de naam en de functie van de ondertekenaar van het plan inzake de preventie en het beheer van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.2° voorwerp: a) de aard van de aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen afvalstoffen waarop het plan voor afvalpreventie en -beheer van toepassing is;b) de raming van de hoeveelheden in de handel gebrachte producten en van de hoeveelheid afvalstoffen van deze producten waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;3° een preventieplan met de beschrijving van de maatregelen dat de volgende doelstellingen beoogt: a) verbeteren van het potentiële hergebruik en van de recycleerbaarheid van de producten die de producent in de handel brengt;b) vermindering van de hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen en materialen die potentieel schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid en/of het milieu in de producten die in de handel worden gebracht;c) vermindering van de hoeveelheid afvalstoffen veroorzaakt door het in de handel brengen van producten die aan de terugnameplicht onderworpen zijn; d) de milieuhinder beperken, en dit zowel bij het ontwerp als bij het gebruik van het product, hierbij inbegrepen de informatiemaatregelen waarvan sprake is in artikel 2.2.14. 4° een beheersplan dat de modaliteiten tot uitvoering van de verplichtingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid beschrijft, rekening houdend met de specifieke voorschriften die gelden voor deze afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 4, en dat borg staat voor een maximale terugname van de afvalstoffen.Dit plan bevat onder meer de volgende informatie: a) de maatregelen genomen ter dekking van de kosten van de terugnameplicht overeenkomstig de artikelen 2.2.2 tot 2.2.7, en van alle andere acties die vereist zijn met toepassing van deze titel; b) de modaliteiten tot uitvoering van de terugnameplicht, ook wanneer derden, zoals kleinhandelaars en distributeurs in het bezit zijn van de betrokken afvalstoffen;c) wanneer het plan huishoudelijke afvalstoffen betreft;de modaliteiten tot samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het huishoudelijke afvalstoffen; d) de maatregelen genomen ter handhaving en ontwikkeling van banen met een maatschappelijk doel in vennootschappen met sociaal oogmerk waarop het plan betrekking heeft;e) de modaliteiten tot samenwerking met de afvalbeheerders die tussenkomen in het inzamel- en verwerkingssysteem waar hij beroep op doet;f) de maatregelen tot informatieverstrekking aan en sensibilisering van de houders van afvalstoffen ten einde de bij deze titel bepaalde doelstellingen te halen;g) de maatregelen inzake de traceerbaarheid van de afvalstoffen uit in de handel gebrachte producten waarop het plan betrekking heeft;h) de maatregelen met betrekking tot de verwerking van de afvalstoffen die in het kader van de terugnameplicht worden ingezameld; i) de maatregelen met het oog op het verzekeren van de jaarlijkse rapportage aan het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12. 5° de voorgestelde geldigheidsduur van het plan voor de preventie en/of het beheer van de afvalstoffen waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;6° een financieel plan en een begroting voor de duur van het plan; 7° het afschrift van de financiële zekerheid, aangelegd overeenkomstig artikel 2.2.11; 8° de gedateerde en ondertekende schriftelijke verbintenis van de producent of, in voorkomend geval, van een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, waaruit blijkt dat hij de afvalstoffen die, met toepassing van deze titel, door het plan voor de preventie en het beheer van de afvalstoffen worden geregeld en hem door derden, meer bepaald door kleinhandelaars en distributeurs, worden afgeleverd, kosteloos zal aanvaarden en verwerken met naleving van de voorschriften van deze titel;9° een beschrijving van het inzamelnetwerk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar de houders van de betrokken afvalstoffen ze kosteloos kunnen afleveren. Art. 2.2.10. § 1. Het ontwerpplan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen wordt bij het Instituut ingediend via een per post aangetekende zending of per elektronische post op het adres en volgens de modaliteiten die zijn voorgeschreven door de Minister. § 2. Binnen dertig dagen na ontvangst van het ontwerp van preventie- en beheersplan controleert het Instituut of dit plan de in dit artikel beschreven informatie en documenten bevat. Binnen dezelfde termijn zal het Instituut: 1° indien het dossier volledig is;de aanvrager een bericht van ontvangst toesturen waarin bevestigd wordt dat het dossier volledig is; 2° indien het dossier niet volledig is;de aanvrager hiervan in kennis stellen en hem meedelen welke aanvullende documenten of inlichtingen die nuttig geacht worden voor het onderzoek van het project, hij moet afleveren en binnen welke termijn deze elementen moeten worden afgeleverd. Wanneer het dossier volledig geacht wordt, stelt het Instituut de aanvrager hiervan in kennis binnen twintig dagen vanaf de ontvangst van de laatste elementen.
De in § 3 van dit artikel bepaalde termijn begint te lopen bij de kennisgeving die de volledigheid van het project bevestigt.
Indien het Instituut niet heeft gereageerd aan het einde van de termijn die is toegekend om het dossier volledig te verklaren, wordt de procedure voortgezet. § 3. Het Instituut beoordeelt of het ontwerp van het preventie- en beheersplan in overeenstemming is met de toepasselijke reglementaire bepalingen en keurt het project goed of af. Het bepaalt de geldigheidsduur van het plan, die niet meer dan acht jaar kan bedragen.
De beslissing wordt genomen binnen een termijn van vier maanden vanaf de kennisgeving die de volledigheid van het ontwerp van preventie- en beheersplan bevestigt. De beslissing wordt binnen deze termijn aan de aanvrager meegedeeld via een per post aangetekende zending of per elektronische post, onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister.
Bij het uitblijven van een beslissing na die termijn kan de aanvrager een aanmaning naar het Instituut sturen,via een per post aangetekende zending of per elektronische post onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister. Het ontbreken van een beslissing binnen dertig dagen na verzending van de aangetekende aanmaningsbrief geldt als een aanvaarding van het ontwerpplan.
Bij dezelfde beslissing stelt het Instituut een financiële zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan de kostenraming voor de ten laste neming gedurende zes maanden van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de afvalstoffen van voor huishoudens bestemde producten door het Gewest.
Het preventie- en beheersplan is pas uitvoerbaar wanneer het Instituut bij een per post aangetekende zending of per elektronische post onder voorwaarden, vastgesteld door de Minister, bevestigt dat de financiële zekerheid correct werd gesteld door de producent, met naleving van de voorwaarden vastgesteld in artikel 2.2.11.
Art. 2.2.11. § 1. De financiële zekerheid wordt door de producent gesteld binnen dertig werkdagen vanaf de datum van kennisgeving waarvan sprake is in artikel 2.2.10, § 3 of vanaf de stilzwijgende aanvaarding van het preventie- en beheersplan, onder de in diezelfde paragraaf bedoelde voorwaarden.
De financiële zekerheid wordt gesteld door een storting op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of door middel van een bankgarantie. De producent preciseert dat de financiële zekerheid opeisbaar is bij eenvoudig en gemotiveerd verzoek door het Instituut in geval van niet-uitvoering van de verplichtingen.
Indien de financiële zekerheid bestaat uit een bankgarantie, moet die uitgegeven zijn door een kredietinstelling die erkend is hetzij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, hetzij door een overheid van een lidstaat van de Europese Unie die gemachtigd is kredietinstellingen te controleren. § 2. Indien een producent zijn verplichtingen of een deel ervan niet correct uitvoert, vraagt het Instituut de vrijgave van de financiële zekerheid om de kosten veroorzaakt door de niet-uitvoering van zijn verplichtingen te dekken. § 3. De financiële zekerheid wordt teruggegeven wanneer het Instituut heeft vastgesteld dat aan het einde van de geldigheidsduur van het preventie- en beheersplan, geen aanvraag wordt ingediend om het te verlengen.
Binnen zes maanden na het einde van de geldigheidsduur van het preventie- en beheersplan beslist het Instituut over de teruggave van de zekerheid waarvan sprake is in § 1. Het betekent zijn beslissing aan de Deposito- en Consignatiekas of bij de bankinstelling die de zekerheid gesteld heeft, alsook aan de producent. Afdeling 4. - Informatie en rapportage
Onderafdeling 1. - Rapportage Art. 2.2.12. § 1. De producent bezorgt het Instituut jaarlijks, vóór 31 mei, een rapport over: 1° de manier waarop hij zijn verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt;2° de totale hoeveelheid producten, uitgedrukt in kilogram, die tijdens het jaar voorafgaand aan het rapportagejaar in de handel werd gebracht;3° de inzamel- en recyclingsystemen waarop hij een beroep doet;4° de lijst van de inrichtingen waar de afvalstoffen worden verwerkt, alsook de restfractie van de verwerking en de verwerkingsmethoden;5° de ingezamelde en beheerde hoeveelheden zoals omschreven in hoofdstuk 4 van deze titel, met indien mogelijk een onderscheid tussen de hoeveelheden van huishoudelijke afvalstoffen en de afvalstoffen andere dan huishoudelijke;6° de raming van de totale hoeveelheid producten, uitgedrukt in kilogram, die tijdens het lopende jaar in de handel zal worden gebracht, behoudens de afwijking bedoeld in hoofdstuk 4;7° indien een beroep wordt gedaan op een erkend organisme of een beheersorganisme, de aan dit organisme betaalde bijdrage(n), met de berekeningsmodaliteiten en de ledenlijst van het organisme. § 2. Het Instituut kan van elke producent eisen dat hij alle relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in deze titel beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de doorgegeven gegevens. § 3. Alle aan het Instituut afgeleverde cijfergegevens worden door een bedrijfsrevisor of door een onafhankelijk controlebureau gecertificeerd, op de manier vastgesteld door het Instituut.
De technische recyclinggegevens worden door een hiertoe geaccrediteerd onafhankelijk controlebureau gecertificeerd op de manier, vastgesteld door het Instituut.
Indien de afvalstoffen worden uitgevoerd, worden alle meegedeelde gegevens door een hiertoe geaccrediteerd onafhankelijk controlebureau gecertificeerd op de manier, vastgesteld door het Instituut.
De Minister, of het Instituut door delegatie, kan op kosten van de producent een externe controleur aanstellen. § 4. De krachtens dit artikel verstrekte milieu-informatie, waarvan de producent verklaart dat ze vertrouwelijk moet blijven om een gewettigd economisch belang te beschermen en waarbij de openbaarmaking hem schade kan toebrengen, komt in aanmerking voor de beperking op de toegang tot informatie met naleving van de eisen, vastgesteld in artikel 111, §§ 2 tot 5, van de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 5. Het jaarverslag waarvan sprake is in paragraaf één van dit artikel, wordt ingediend en bekendgemaakt onder de voorwaarden, vastgesteld door het Instituut. Het Instituut kan, onder de voorwaarden die het zelf bepaalt, toestaan of eisen dat dit jaarverslag of een deel ervan wordt ingediend op een elektronische wijze.
Art. 2.2.13. § 1. De inzamelaars, handelaars, makelaars en de verwerkingsoperatoren die afvalstoffen beheren voor de producenten verstrekken, op eenvoudig verzoek en binnen een redelijke termijn, aan de producent of, in geval van een collectief systeem, aan het erkend organisme of beheersorganisme, de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de rapportageplichten waarin artikel 2.2.12 voorziet. § 2. De producent of, in geval van een collectief systeem, het erkende organisme of het beheersorganisme, verstrekt de gegevens over de afvalstoffen die ingezameld worden, aan de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal bevoegd zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
Onderafdeling 2. - Sensibilisering van de consumenten Art. 2.2.14. § 1. Via onder meer voorlichtingscampagnes zorgen de producenten ervoor dat de consumenten, met inbegrip van de professionele gebruikers, geïnformeerd worden: 1° over het belang van het hergebruik en over de wenselijkheid om de afvalstoffen van hun producten niet als ongesorteerde afvalstoffen te verwijderen en om deel te nemen aan een gescheiden inzameling met het oog op een betere verwerking en recycling;2° over het ecologisch rationeel gebruik van hun producten en over de manier waarop het product hergebruikt, voorbereid voor hergebruik, gerecycleerd of op een andere manier nuttig toegepast kan worden;3° over de inzamel- en beheerssystemen die hen ter beschikking staan;4° over de rol die zij kunnen spelen in de recycling van de afvalstoffen van hun producten; § 2. De producenten staan in voor de doeltreffendheid van de keten voor de terugname van de afvalstoffen, meer bepaald via de sensibilisering van de inzamelaars en de vervoerders, distributeurs, kleinhandelaars en verwerkingsinstallaties. § 3. De kleinhandelaar zorgt ervoor dat de consumenten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om de aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen afvalstoffen naar hun verkooppunten terug te brengen.
Op een zichtbare plaats plakt hij een advies aan dat onder de titel "TERUGNAMEPLICHT" aangeeft op welke manier hij aan de bepalingen van deze titel voldoet, hierbij inbegrepen de manier waarop de consument zich van de betrokken afvalstoffen kan ontdoen. HOOFDSTUK 3. - Delegaties Afdeling 1. - Het erkende organisme
Art. 2.3.1. § 1. De erkenning van een organisme dat door de producenten belast wordt met de uitvoering van al of deels van de verplichtingen die hen door dit besluit worden opgelegd, kan alleen worden toegekend aan rechtspersonen die aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel in de zin van de
wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/1921
pub.
19/08/2013
numac
2013000498
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten over de verenigingen zonder winstgevend oogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;2° de ten laste neming voor rekening van zijn contractanten van één of meer verplichtingen in het kader van de hen opgelegde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid als statutair doel hebben;3° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden, alleen personen tellen die hun burger- en politieke rechten genieten;4° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden, geen enkele persoon tellen die bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing is veroordeeld voor een overtreding van de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldende milieuwetgeving en van zijn uitvoeringsbesluiten of van elke gelijkwaardige wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;5° over voldoende financiële garanties en menselijke en technische middelen beschikken om de verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te vervullen;6° een boekhouding overleggen die voldoet aan de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht, boek III, titel 3, hoofdstuk 2;7° hun jaarrekeningen laten onderzoeken door een bedrijfsrevisor. § 2. De erkenningsaanvraag bevat de volgende gegevens en stukken: 1° een kopie van de oprichtingsakte, de statuten en hun eventuele wijzigingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;2° de nominatieve lijst van de bestuurders en van de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden;3° een uittreksel uit het strafregister van de bestuurders en van de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden;4° de aard van de afvalstoffen en de handelingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;5° een financieel plan en een begroting voor de geldigheidsduur van de gevraagde erkenning, met op zijn minst de volgende elementen: a) de modaliteiten voor de berekening en de raming van de bijdragen van de producenten alsook de modaliteiten voor de herziening van die bijdragen;b) de raming van de kosten van het hergebruik, de inzameling en de verwerking van de afvalstoffen, met inbegrip van de eventuele ontvangsten van de recycling;c) de bestemming van eventuele overschotten voor de werking van het systeem;d) de modaliteiten voor de berekening en de raming van de bijdragen van de consumenten alsook de modaliteiten voor de herziening van die bijdragen; e) de raming van de uitgaven i.v.m. de preventiemaatregelen, de ontwikkeling van het hergebruik en de communicatie en sensibilisering die nodig zijn om de toegewezen doelstellingen te halen; f) de financiering van eventuele verliezen. § 3. Overeenkomstig artikelen 2.2.10 et 2.2.11, vereist de erkenning de aanstelling van een financiële zekerheid of het afsluiten van een verzekeringspolis om de kosten, voortvloeiend uit de uitvoering van de verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, te dekken bij niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de terugnameplicht. § 4. De erkenning wordt toegekend, geschorst en ingetrokken overeenkomstig de artikelen 70 en volgende van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
Art. 2.3.2. Het erkend organisme moet: 1° voldoen aan de voorwaarden van de erkenning;2° binnen de gestelde termijnen en voor alle producenten die met het organisme een overeenkomst hebben gesloten, voldoen aan de verplichtingen die deze producenten aan het organisme hebben overgedragen, met inbegrip van de verplichtingen die worden opgesomd in zijn plan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen;3° een verzekeringscontract sluiten tot dekking van de schade die uit zijn activiteit kan voortvloeien;4° op niet-discriminerende wijze de bijdragen van de contractanten innen die nodig zijn om de kosten van alle verplichtingen van het organisme te dekken;5° op eenvormige wijze voor het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de inzameling organiseren van de afvalstoffen die aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen zijn, eventueel in overleg met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk, voor wat betreft de voorbereiding met het oog op hergebruik, als het organisme ermee belast is de inzameling te organiseren voor de producenten die er een contract mee hebben gesloten;6° in voorkomend geval, uniforme overeenkomsten sluiten met de inzamel- en de verwerkingsoperatoren, met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk, die goedgekeurd zijn door het Instituut;7° jaarlijks bij het Instituut de jaarrekeningen van het voorbije jaar neerleggen nadat ze door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijk controlebureau werden onderzocht.Die neerlegging gebeurt op de manier die door het Instituut werd vastgesteld; 8° de doelstellingen van inzameling, recycling en nuttige toepassing voor de in de handel gebrachte producten laten vaststellen door een onafhankelijk controlebureau, op de manier, vastgesteld door het Instituut;9° de transparantie waarborgen en zich, met inachtneming van het gelijkheids- en mededingingsbeginsel, niet-discriminerend opstellen ten aanzien van de aannemers, leveranciers en dienstverleners waarop het een beroep doet voor de uitvoering van zijn verplichtingen. Afdeling 2. - Het beheersorganisme
Art. 2.3.3. § 1. Via één of meer representatieve organen kan de producent met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een milieuovereenkomst sluiten waarbij hij aan de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoet door aan een beheersorganisme verplichtingen over te dragen die identiek zijn aan de verplichtingen die een erkend organisme krachtens artikel 2.3.2 dient te vervullen, met uitzondering van 1° van dit artikel, dat vervangen wordt door de volgende verplichting: "1° voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in de milieuovereenkomst". § 2. De hoedanigheid van beheersorganisme kan alleen worden toegekend aan rechtspersonen die voldoen aan de voorwaarden, vastgesteld door artikel 2.3.1 § 1. § 3. Het beheersorganisme waarborgt dat vertegenwoordigers van het Instituut als waarnemers aanwezig zullen zijn op alle vergaderingen van zijn raad van bestuur en op zijn algemene vergaderingen, en bezorgt hen de uitnodigingen en de notulen van de vergaderingen. § 4. Binnen 6 maanden na de ondertekening van de milieuovereenkomst, bij de uitvoering van de verplichtingen waarmee het door zijn leden werd belast in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, moet het beheersorganisme de documenten, bedoeld in artikel 2.3.1 § 2, 5° ter goedkeuring voorleggen aan het Instituut. Afdeling 3. - De minimuminhoud van de milieuovereenkomst
Art. 2.3.4. Naast de aanstelling van het in artikel 2.3.3 bedoelde beheersorganisme en zijn verplichtingen legt de milieuovereenkomst minimaal de maatregelen op die nodig zijn om: 1° de afvalpreventie, het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik en de recycling te bevorderen;2° de ontwikkeling van banen met een maatschappelijk doel in vennootschappen met sociaal oogmerk te bevorderen;3° de verplichtingen van de producenten en de beheersorganen te beschrijven;4° de handelingen op te sommen die voor advies of ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het Instituut. Afdeling 4. - Identificatie van de kosten
Art. 2.3.5. § 1. In het geval van gemeenschappelijke systemen waarbij de consumenten rechtstreeks of onrechtstreeks een financiële bijdrage krijgen aangerekend, worden de kosten eigen aan de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geïdentificeerd en uitsluitend toegerekend aan de afvalcategorie die onderworpen is aan de verplichting waarvoor ze worden gemaakt.
Wanneer kosten worden opgelopen voor diverse afvalcategorieën tegelijk, moeten zij over die categorieën worden verdeeld volgens objectieve en verantwoorde criteria, rekening houdend met de doelstellingen van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Als de consument de bijdragen dient te betalen, zijn de modaliteiten voor de berekening en voor de herziening van die bijdragen ter goedkeuring aan he …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.