Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het beheer van afvalstoffen
Kort samengevat
Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering regelt het beheer van afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met als doel de preventie, het hergebruik, de recycling en andere nuttige toepassingen van afvalstoffen te stimuleren.
Wat het reguleert
- De definities van diverse termen gerelateerd aan afvalstoffen, zoals "vervoer", "producent" en "terugnameplicht".
- De verantwoordelijkheden van producenten met betrekking tot de afvalstoffen van hun producten (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid).
- De classificatie van afvalstoffen, waaronder batterijen, banden en elektrische en elektronische apparatuur (EEA).
- De voorwaarden waaronder afvalstoffen hun afvalstatus kunnen verliezen (valoriseerbare materialen).
Wie het aangaat
- Producenten die producten op de Belgische markt brengen.
- Distributeurs en kleinhandelaars van producten.
- Consumenten die producten verwerven en gebruiken.
Kernpunten
- **Producentenverantwoordelijkheid:** Producenten zijn verplicht om afvalstoffen die voortkomen uit hun producten terug te nemen of te laten inzamelen.
- **Definitie van producent:** Een producent is een natuurlijke of rechtspersoon die producten vervaardigt, importeert of wederverkoopt in België onder eigen naam of merknaam.
- **Afvalstoffenlijst:** De lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen is van toepassing.
- **Huishoudelijk AEEA:** Elektrische en elektronische apparatuur die afkomstig is van particuliere huishoudens of daarmee vergelijkbaar is, wordt als huishoudelijk AEEA beschouwd.
Wettekst
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der inste
Artikel 1.1.
Definities § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "afvalstoffenlijst": de lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;2° "vervoer": het geheel van de operaties van laden, lossen en verplaatsen van afvalstoffen van een plaats naar een andere;3° "financieringsovereenkomst": een lening-, lease-, huur- of afbetalingsovereenkomst of een regeling met betrekking tot enige apparatuur, ongeacht of volgens die overeenkomst of regeling dan wel volgens een bijkomende overeenkomst of regeling eigendomsoverdracht van het apparaat zal of kan plaatsvinden;4° "in de handel brengen": het voor het eerst beroepsmatig op de markt aanbieden van een product op het Belgisch grondgebied;5° "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de Belgische markt;6° "distributeur": elke persoon in de toeleveringsketen die een product verdeelt aan één of meer kleinhandelaars;7° "kleinhandelaar": iedere persoon die een product te koop aanbiedt aan de consument;8° "consument": de natuurlijke of rechtspersoon die de producten voor privé- of beroepsmatige doeleinden verwerft om ze te verbruiken of gebruiken;9° "uitgebreide producentenverantwoordelijkheid": verantwoordelijkheid van de producent die de materiële en/of financiële verplichtingen inhoudt om de afvalstoffen die het gevolg zijn van het in de handel brengen van zijn producten terug te nemen of te laten terugnemen of ze in te zamelen of te laten inzamelen, evenals rapportage-, plannings- en informatieverplichtingen om de preventie en het hergebruik, de recycling en elke andere nuttige toepassing van afvalstoffen te stimuleren;10° "producent": onder de producenten van producten in de zin van artikel 3, 13° van de ordonnantie afval, iedere natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, inclusief de verkoop op afstand:
- a)in België gevestigd is en onder zijn eigen naam of merknaam producten vervaardigt, of producten laat ontwerpen of vervaardigen en ze onder zijn eigen naam of merknaam op de markt brengt op het Belgisch grondgebied;
- b)in België gevestigd is en in België onder zijn eigen naam of handelsmerk apparatuur wederverkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd;hierbij wordt de wederverkoper niet als producent aangemerkt wanneer het merkteken zoals bepaald in punt
- a)op de apparatuur zichtbaar is;
- c)in België gevestigd is en die beroepsmatig producten uit een derde land of een andere Lidstaat van de Europese Unie op het Belgische grondgebied in de handel brengt;
- d)in België gevestigd is en een product vervaardigt of invoert en het beroepsmatig voor eigen gebruik toewijst. Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst wordt niet als "producent" aangemerkt, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten
- a)tot en met d); 11° "terugnameplicht": verplichting voor de producent om de afvalstoffen die het gevolg zijn van het in de handel brengen van zijn producten, terug te nemen of te laten terugnemen, in te zamelen of te laten inzamelen;12° "milieuovereenkomst": de overeenkomst geregeld door de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten;13° "milieu-informatie": de informatie zoals omschreven door de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie;14° "batterijen en accu's": bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire (niet-oplaadbare) batterijcellen of uit een of meer secundaire (oplaadbare) batterijcellen;15° "afgedankte batterijen of accu's": elke batterij of accu waarvan de houder zich ontdoet, of voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die een afvalstof vormt in de zin van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht het gewicht, de vorm, het volume, de samenstelling of het gebruik;16° "band": elke volle of met lucht gevulde rubberband, met inbegrip van bandages en met uitzondering van fietsbanden;17° "versleten band": elke band die, zonder voorbereiding voor hergebruik, niet of niet meer kan gebruikt worden voor het doel waarvoor de band oorspronkelijk bestemd was en waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;18° "elektrische en elektronische apparatuur (EEA)": apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1 000 volt bij wisselstroom en 1 500 volt bij gelijkstroom;19° "afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)": de elektrische en elektronische apparatuur, met inbegrip van alle onderdelen, sub-eenheden en verbruiksmaterialen die volledig deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die een afvalstof vormt in de zin van de ordonnantie afvalstoffen;20° "huishoudelijk AEEA": AEEA dat afkomstig is van particuliere huishoudens en AEEA dat afkomstig is van commerciële, industriële, institutionele en andere bronnen en die naar aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is.Afvalstoffen van EEA die waarschijnlijk zowel door particuliere huishoudens als door andere gebruikers dan particuliere huishoudens worden gebruikt, worden in elk geval als huishoudelijk AEEA aangemerkt; In geval van twijfel over het huishoudelijk of professionele karakter van een apparaat wordt de beslissing ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut; 21° "vennootschappen met sociaal oogmerk": verenigingen zonder winstoogmerk en vennootschappen met sociaal oogmerk, erkend overeenkomstig het besluit van 16 juli 2010 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning en de betoelaging van verenigingen zonder winstoogmerk en van vennootschappen met sociaal oogmerk die bedrijvig zijn in de hergebruik- en recyclingsector in de zin van het besluit.22° "valoriseerbare materialen" : afvalstoffen die het statuut van afvalstoffen kunnen verliezen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : - als ze de einde-afvalfase hebben bereikt in het Vlaams Gewest volgens artikel 36 van het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/11/1989 pub. 23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen of - als ze de einde-afvalfase hebben bereikt in het Waals Gewest volgens artikel 4 ter van het decreet van 27 juni 1996 betreffende afvalstoffen of als ze gevaloriseerd kunnen worden volgens de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;23° "ordonnantie milieuvergunningen": de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;24° "ordonnantie afvalstoffen": de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;25° "ordonnantie bodem": de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems;26° "wetboek van inspectie": het wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zoals ingesteld door de ordonnantie van 8 mei 2014 tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid;27° "Minister": de Minister tot wiens bevoegdheid het leefmilieu behoort. § 2. Onverminderd de definities in dit artikel zijn de definities van de ordonnantie milieuvergunningen en de ordonnantie afvalstoffen van toepassing op huidig besluit. Art. 1.2. Toepassingsgebied § 1. Dit besluit regelt het beheer van afvalstoffen. § 2. Dit besluit voorziet in de omzetting van de volgende richtlijnen: 1. richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van richtlijn 91/157/EEG;2. richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende afgedankte voertuigen;3. richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA);4. richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen. HOOFDSTUK 2. - Traceerbaarheid, register en rapportage Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de traceerbaarheid van afvalstoffen Art. 1.3. De traceerbaarheid van afvalstoffen in de zin van artikel 46 van de ordonnantie afvalstoffen wordt gegarandeerd door het traceerbaarheidsdocument. Deze traceerbaarheid is niet van toepassing voor afvalstoffen afkomstig van huishoudens totdat deze worden aanvaard voor inzameling, verwijdering of nuttige toepassing door een vergunde installatie of onderneming. Art. 1.4. Traceerbaarheidsdocument § 1. Het traceerbaarheidsdocument voor niet gevaarlijke afvalstoffen bevat minstens de volgende gegevens: 1. datum van vervoer, afgifte of indien van toepassing de frequentie van ophaling;2. naam, adres en ondernemingsnummer van de afvalstoffenhouder en het adres van inontvangstneming van de afvalstoffen, indien verschillend;3. naam, adres en registratie- of erkenningsnummer van de inzamelaar, handelaar of makelaar, indien van toepassing;4. naam, adres en registratienummer van de vervoerder(s), indien van toepassing;5. naam, ondernemingsnummer en adres van de uitbatingszetel van de onderneming waar de afvalstoffen worden afgegeven;6. aard van de verwerking in overeenstemming met de in bijlagen 1 en 2 van de ordonnantie afvalstoffen opgenomen lijsten (D- of R-code);7. hoeveelheid in ton, kg, m® of indien van toepassing de verzamelstaat van de opgehaalde hoeveelheden;8. omschrijving van de afvalstoffen;9. de code van de afvalstoffenlijst. § 2. Aanvullend bij de gegevens van § 1, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gevaarlijke afvalstoffen de volgende gegevens: 1. samenstelling en fysische eigenschappen van de afvalstof;2. type en aantal verpakkingen;3. speciale instructies voor het vervoer indien van toepassing. § 3. De factuur die de gegevens van vorige paragrafen 1 en 2 bevat, kan gelden als traceerbaarheidsdocument. § 4. Het Instituut kan een model van het traceerbaarheidsdocument ter beschikking stellen aan het publiek. Art. 1.5. Traceerbaarheid tijdens vervoer § 1. Uitgezonderd de gevallen voorzien in § 2, vergezelt een voldoende ingevuld traceerbaarheidsdocument steeds het vervoer van afvalstoffen. § 2. In de volgende gevallen kan het vervoer van afvalstoffen gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument: 1. de inzameling van niet gevaarlijke andere dan huishoudelijke afvalstoffen in één ophaalronde bij de eerste producenten op voorwaarde dat de lijst van ophaalpunten beschikbaar is in het voertuig;2. de inzameling van marktafval en afvalstoffen afkomstig van het reinigen van riolen in één ophaalronde;3. het vervoer van afvalstoffen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door de kleinhandelaar naar zijn uitbatingszetel; 4. het vervoer door de persoon die geen uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting is, van zijn eigen afvalstoffen naar: - een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen voor zover de vervoerde hoeveelheid afvalstoffen niet groter is dan 500 kg, of - een inrichting zoals bepaald in artikel 3.5.15. § 3. Het traceerbaarheidsdocument, volledig ingevuld, is aanwezig in het vervoersmiddel of kan onmiddellijk ter beschikking gesteld worden van de overheden die belast zijn met het uitvoeren van controles. Bij gebruik van een traceerbaarheidsdocument in elektronische vorm, worden dit document en de ondersteunende software voorafgaand goedgekeurd door het Instituut. § 4. In het geval van een grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen zoals bedoeld in de verordening (EG) nr. 1013/2006 gelden de door deze verordening opgelegde documenten als traceerbaarheidsdocument in de zin van dit besluit. § 5. Het traceerbaarheidsdocument wordt ingevuld en ondertekend vóór het vervoer van de afvalstoffen aanvangt, door: - de afvalstoffenhouder die zijn eigen afvalstoffen vervoert of laat vervoeren, of - de inzamelaar, handelaar of makelaar. Hij is verantwoordelijk voor het opvolgen van het document en bewaart het volledig ingevulde document. Het document wordt overhandigd aan de vervoerder. Art. 1.6. Traceerbaarheid bij overdracht § 1. Uitgezonderd de gevallen voorzien in paragrafen 2 en 3, wordt elke afgifte van afvalstoffen aangetoond door een traceerbaarheidsdocument, ondertekend door de persoon die de afvalstoffen aanvaardt. § 2. De afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in punten 1° en 2° van artikel 3.5.15. door de afvalstoffenhouder kan gebeuren zonder een traceerbaarheidsdocument. § 3. In volgende gevallen kan de afgifte van volgende afvalstoffen gebeuren door jaarlijks een traceerbaarheidsdocument te bezorgen aan de afvalstoffenhouder: 1. de afgifte van niet gevaarlijke niet huishoudelijke afvalstoffen ingezameld bij de eerste afvalproducent; 2. de afgifte van afvalstoffen aan een inrichting zoals bepaald in punt 3° van artikel 3.5.15. § 4. De afvalstoffenproducent die afvalstoffen produceert in het kader van zijn professionele activiteit aan een installatie of op de site van een derde geeft een traceerbaarheidsdocument af aan de eigenaar en/of beheerder van de installatie of site waar de afvalstoffen worden geproduceerd, indien hij de verantwoordelijkheid neemt voor het verwijderen van de afvalstoffen. Afdeling 2. - Afvalstoffenregister en -rapport Art. 1.7. Afvalstoffenregister § 1. Het afvalstoffenregister wordt bijgehouden door: 1. de afvalstoffenhouder van ander dan huishoudelijk afval voor de afvalstoffen die hij produceert of bezit;2. de vervoerder van afvalstoffen voor de afvalstoffen die hij vervoert;3. de inzamelaar, handelaar en makelaar voor de afvalstoffen die hij inzamelt, verhandelt of makelt;4. de uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting voor de afvalstoffen die hij inzamelt en/of verwerkt.Hij houdt eveneens een afvalstoffenregister bij als afvalstoffenhouder. § 2. Het afvalstoffenregister bevat, in voorkomend geval: 1. de traceerbaarheidsdocumenten, en 2.indien de afvalstoffenproducent zijn afvalstoffen zelf verwerkt, informatie over de hoeveelheid, de omschrijving en de code van de afvalstoffenlijst, en 3. het bewijs van het beheer van ander dan huishoudelijk afval zoals vermeld in artikel 23 paragraaf 4 van de ordonnantie afvalstoffen. § 3. Het afvalstoffenregister ligt ter inzage op de uitbatingszetel en voor binnenschippers op het schip. Deze bepaling geldt niet voor de uitbater van de uitbatingszetel voor zijn afvalstoffen die hij overbrengt naar een inrichting zoals omschreven in punten 1° en 3° van artikel 3.5.15. § 4. Het afvalstoffenregister wordt op eenvoudig verzoek aan de overheden die belast zijn met het toezicht voorgelegd. § 5. De persoon zoals omschreven in punten 1 tot 3° van paragraaf 1 voegt op regelmatige wijze de bewijsdocumenten toe aan het afvalstoffenregister. De uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting voegt dagelijks de bewijsstukken toe. Art. 1.8. Afvalstoffenrapport § 1. Het afvalstoffenrapport bevat minstens, de jaartotalen van de hoeveelheden voor elke afvalstroom opgenomen in het afvalstoffenregister per kalenderjaar, en maakt een onderscheid: 1. volgens de codes van de afvalstoffenlijst en 2.tussen enerzijds de huishoudelijke afvalstoffen, straat- en veegvuil, afvalstoffen uit openbare vuilbakken, zwerfafval dat niet kan toegewezen worden aan de afvalstoffenhouder en anderzijds afvalstoffen andere dan huishoudelijke en 3. volgens naam, adres en ondernemingsnummer van de afvalstoffenhouder met uitzondering van de houder van afvalstoffen andere dan huishoudelijke, en het adres van inontvangstneming van de afvalstoffen indien verschillend en 4.volgens naam, adres en registratie- of erkenningsnummer van de inzamelaar, handelaar of makelaar, indien van toepassing en 5. volgens naam, ondernemingsnummer en adres van de uitbatingszetel van de onderneming waar de afvalstoffen worden afgegeven;indien van toepassing en 6. volgens aard van de verwerking in overeenstemming met de in bijlagen 1 en 2 van de ordonnantie afvalstoffen opgenomen lijsten (D- of R-code). Het afvalstoffenrapport van de afvalstoffenhouder maakt enkel een onderscheid volgens punten 1, 4, 5 en 6 van de huidige paragraaf. § 2. Het afvalstoffenrapport wordt jaarlijks vóór 15 maart van het jaar volgend op het rapportagejaar overgemaakt aan het Instituut door: 1. de inzamelaar, handelaar en makelaar van afvalstoffen; 2. de uitbater van een inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen die onderworpen is aan het bekomen van een milieuvergunning, met uitzondering van de uitbater van een inrichting zoals omschreven in artikel 3.5.15, voor de afvalstoffen die hij inzamelt en/of verwerkt en als afvalstoffenhouder voor de afvalstoffen die hij produceert of bezit. § 3. Het afvalstoffenrapport wordt opgesteld per: - maatschappelijke zetel door de inzamelaar, handelaar en makelaar; - uitbatingszetel door de uitbater van de inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen. § 4. Het Instituut kan een afvalstoffenrapport van elke persoon vermeld in artikel 1.7 paragraaf 1, opvragen onder meer om gegevens te verzamelen over de productie en het beheer van afvalstoffen. In dat geval maakt het Instituut een selectie van de personen die een afvalstoffenrapport dienen over te maken. Zij publiceert op haar website uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het rapportagejaar: - de selectie van de personen; - de modaliteiten van het afvalstoffenrapport; - de datum van indiening. § 5. Het afvalstoffenrapport wordt aan het Instituut overgemaakt per post of via elektronische weg volgens de vorm en de modaliteiten bepaald door het Instituut. § 6. Het Instituut kan een model van afvalstoffenrapport ter beschikking stellen van het publiek. HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffenlijst Art. 1.9. De lijst van afvalstoffen zoals bepaald in artikel 10 van de ordonnantie afvalstoffen is de lijst zoals vastgelegd door de beschikking van de commissie 2000/532/EG van 3 mei 2000 tot vaststelling van een lijst van afvalstoffen. TITEL II. - Bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Doelstelling en toepassingsgebied Art. 2.1.1. § 1. Deze titel omschrijft een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die tot doel heeft de preventie, het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik, de recycling of de nuttige toepassing van afvalstoffen te bevorderen met inachtneming van de bescherming van het milieu en met het oog op een verantwoord gebruik van de natuurlijke rijkdommen. § 2. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat door dit besluit wordt ingevoerd, voorziet, naargelang het type van afval, in één of meer van de volgende verplichtingen: 1. een terugnameplicht van de afvalstoffen;2. een verplichting om te waarborgen dat de afvalstoffen worden verwerkt met inachtneming van de ordonnantie afvalstoffen;3. een verplichting om het afvalbeheer te financieren;4. een verplichting om de doelstellingen inzake inzameling, hergebruik, recycling en nuttige toepassing te bereiken;5. een verplichting tot rapportage aan het Instituut;6. een verplichting om een preventie- en beheersplan goed te keuren;7. een informatieplicht ten aanzien van de consument. § 3. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dat door deze titel wordt ingevoerd, heeft betrekking op de volgende afvalstoffen: 1. afgedankte batterijen en accu's;2. versleten banden;3. afgewerkte oliën;4. afgedankte voertuigen;5. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Afdeling 2. - Personen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid Art. 2.1.2. § 1. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is gericht op de producent van wie producten die hij in de handel heeft gebracht aan de oorsprong liggen van de afvalstoffen die bedoeld worden in artikel 2.1.1, onder de voorwaarden bepaald in deze titel. § 2. De producent kan: 1° hetzij zijn verplichtingen zelf nakomen overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel, eventueel door een overeenkomst af te sluiten met een derde;2° hetzij zijn verplichtingen door een erkend organisme laten uitvoeren overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 1 van deze titel, en in dat kader de uitvoering van al zijn verplichtingen of een deel ervan toevertrouwen aan een erkend organisme waarbij hij zich aangesloten heeft;in dat geval wordt hij geacht zijn verplichtingen te zijn nagekomen als hij kan bewijzen dat hij een contract heeft gesloten met het erkende organisme, hetzij rechtstreeks of via tussenkomst van een persoon die gemachtigd is hem te vertegenwoordigen; 3° hetzij een, overeenkomstig hoofdstuk 3, afdeling 2 van deze titel gesloten milieuovereenkomst uitvoeren en in dat kader de uitvoering van al zijn verplichtingen of een deel ervan toevertrouwen aan een beheersorganisme waarbij hij zich aangesloten heeft.In dat geval wordt hij geacht zijn verplichtingen na te komen als hij kan bewijzen lid te zijn van een organisatie die de overeenkomst ondertekend heeft of aangesloten te zijn bij het beheersorganisme. § 3. In de gevallen 2° en 3° van paragraaf 2 van dit artikel en tenzij anders bepaald in deze titel of krachtens deze titel, is het erkende organisme of het beheersorganisme gehouden tot de verplichtingen die het door de producent werden toevertrouwd. HOOFDSTUK 2. - Algemene verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid Afdeling 1. - De terugnameplicht Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 2.2.1. § 1. De terugnameplicht legt de producent de verplichting op om op zijn kosten de afvalstoffen voortkomend van zijn producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest terug te nemen of te laten terugnemen. § 2. De producent waarborgt de naleving van de in hoofdstuk 4 van deze titel bedoelde doelstellingen en neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat ze binnen de voorgeschreven termijnen worden bereikt. § 3. Om de teruggave van de aan de terugnameplicht onderworpen afvalstoffen aan te moedigen, kan de producent statiegeld invoeren op de producten die hij in de handel brengt. Onderafdeling 2. - Terugname van de afvalstoffen Art. 2.2.2. § 1. De in artikel 2.1.1 § 3 van dit besluit bedoelde afvalstoffen zijn onderworpen aan de terugnameplicht. § 2. Voor de afvalstoffen van voor huishoudens bestemde producten, stelt de producent de nodige verpakkingen en andere inzamelingsmiddelen kosteloos ter beschikking van alle inzamelpunten waarmee een contract is afgesloten met het oog op de terugname van de afvalstoffen. Bij de keuze van de inzamelingsmiddelen wordt rekening gehouden met de maximale opslagcapaciteit van de kleinhandelaars en de containerparken en wordt gestreefd naar het optimaliseren van de opslagbeveiliging, de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik. Art. 2.2.3. § 1. De producent moet op zijn kosten alle afvalstoffen, onderworpen aan de terugnameplicht en afkomstig van zijn producten op regelmatige wijze inzamelen wanneer die afvalstoffen worden teruggebracht naar distributeurs en kleinhandelaars in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. De distributeur of in voorkomend geval de producent moet ermee instemmen de afvalstoffen van producten die hij op de markt aanbiedt en die aan de terugnameplicht onderworpen zijn, kosteloos te aanvaarden van de kleinhandelaar. § 3. De kleinhandelaar moet van de consument kosteloos de afvalstoffen terugnemen van een product dat dezelfde functies vervult als datgene dat hij op de markt aanbiedt en dat aan de terugnameplicht onderworpen is, op voorwaarde dat de consument zich bij deze kleinhandelaar een product aanschaft dat dezelfde functies vervult of hij dat maximaal dertig kalenderdagen eerder heeft gedaan. § 4. De in dit artikel bedoelde distributeur en kleinhandelaar moeten aan de producent de afvalstoffen teruggeven die zij overeenkomstig de paragrafen 2 en 3 hebben aanvaard, behoudens de afwijkingen beschreven in hoofdstuk 4. In het geval van een afwijking op deze teruggaveplicht moeten de distributeur en de kleinhandelaar die afvalstoffen in vergunde inrichtingen laten verwerken overeenkomstig de voorschriften, opgelegd door of krachtens de ordonnantie afvalstoffen. Art. 2.2.4. Onverminderd artikel 2.2.3 van deze titel kunnen aan de terugnameplicht onderworpen afvalstoffen afzonderlijk worden ingezameld op initiatief en op kosten van de producent, waarbij ze moeten worden teruggebracht naar vergunde inzamelaars, handelaars, makelaars, inzamelinrichtingen of verwerkingsinstallaties. Art. 2.2.5. Tenzij anders wordt bepaald in een overeenkomst tussen de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen, moet de producent regelmatig en zonder een vergoeding te eisen, de afvalstoffen terugnemen die onderworpen zijn aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht en dat door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen, die werden ingezameld, via huis aan huisinzamelingen, via containerparken of via andere inzamelpunten. Onderafdeling 3. - Financiering van de terugname van huishoudelijke afvalstoffen Art. 2.2.6. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afvalstoffen waarvoor hij onderworpen is aan een terugnameplicht en die door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen beheerd worden. De terugbetaling van de nettokosten en de verdeling van de eventuele ontvangsten worden in onderling overleg overeengekomen. Bij de bepaling van de in dit artikel bedoelde kosten worden de volgende elementen in aanmerking genomen: de kosten met betrekking tot de containers, de infrastructuur, het personeel belast met het beheer van de inzamel- en sorteerinrichtingen, hierbij inbegrepen de kosten voor het administratief beheer, de algemene kosten voor het beheer van de installaties en de opleiding van de werknemers van de installaties met betrekking tot de betrokken afvalcategorie. De kosten worden bepaald volgens het model dat in onderling overleg werd opgesteld door de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen en de producenten. De verdeling van de eventuele ontvangsten met de publiekrechtelijke rechtspersonen geldt alleen als de totale kosten, die toegerekend zijn aan de producent voor de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan dewelke deze is onderworpen, gedekt zijn door de wederverkoop van de ingezamelde materialen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de Minister, na advies van het Instituut, bindende regels uitvaardigen voor de aanrekening van de kosten en de ontvangsten. Deze bindende regels moeten een lijst van de te betalen kosten omvatten. Zij worden opgesteld na advies van de betrokken producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Onderafdeling 4. - De samenwerking met de vennootschappen met sociaal oogmerk Art. 2.2.7. De producent moet regelmatig en zonder een vergoeding te eisen, de aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht onderworpen afvalstoffen die werden ingezameld door de vennootschappen met sociaal oogmerk waarmee hij een contract heeft overeengekomen, terugnemen. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling van de aan de op hem van toepassing zijnde terugnameplicht onderworpen afvalstoffen die ten laste genomen zijn door de vennootschappen met sociaal oogmerk. De dekking van de kosten wordt overeengekomen in dit contract. § 2. Onverminderd paragraaf 3, geeft de venootschap met sociaal oogmerk het geheel van de volledige en niet herbruikbare afvalstoffen die hij bekomen heeft via de inzamelkanalen van de producent terug aan de producent. § 3. Om de voorbereiding voor hergebruik van afvalstoffen onderworpen aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te verhogen, kan de vennootschap met sociaal oogmerk noodzakelijke stukken uithalen voor de reparatie van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit kan niet als doel de recyclage van het betrokken stuk hebben. Afdeling 2. - Verwerking van de afvalstoffen Art. 2.2.8. § 1. Alle afvalstoffen die aan de terugnameplicht onderworpen zijn en die overeenkomstig de artikelen 2.2.2 tot 2.2.7 van deze titel ingezameld werden, worden op kosten van de producent in vergunde inrichtingen verwerkt volgens de regels die door of krachtens de ordonnantie afvalstoffen worden opgelegd. § 2. Om de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te bevorderen, garandeert de producent de centra voor de voorbereiding voor hergebruik, toegang tot de afvalstoffen die werden ingezameld in het kader van de terugnameplicht. De vennootschappen met sociaal oogmerk of de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen zijn de bevoorrechte partners van de producenten. De modaliteiten voor de toegang tot de afvalstoffen worden in onderling overleg overeengekomen tussen de producenten en de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de betrokken vennootschappen met sociaal oogmerk. § 3. De producent moet ervoor zorgen dat de ingezamelde afvalstoffen volgens de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu worden verwerkt. De producent moet ervoor zorgen dat de verplichtingen inzake verwerking en recycling worden nagekomen. Afdeling 3. - Preventie- en beheersplan Art. 2.2.9. Binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die op hem van toepassing is, moet de producent een plan voor afvalpreventie en -beheer opstellen dat de volgende elementen en verplichtingen bevat: 1° identificatiegegevens:
- a)de naam, de rechtsvorm en het handelsregisternummer of een overeenstemmende registratie en het btw-nummer van de producent voor de overeenkomstige afvalstoffen;
- b)de verblijfplaats en het adres van de producent en, in voorkomend geval, de maatschappelijke, de administratieve en de exploitatiezetel, met een adres in België, dat van een gevolmachtigde kan zijn;
- c)het telefoonnummer van de verblijfplaats of van de zetel waar de producent of zijn gemachtigde kan worden bereikt;
- d)de naam en de functie van de ondertekenaar van het plan inzake de preventie en het beheer van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.2° voorwerp:
- a)de aard van de aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen afvalstoffen waarop het plan voor afvalpreventie en -beheer van toepassing is;
- b)de raming van de hoeveelheden in de handel gebrachte producten en van de hoeveelheid afvalstoffen van deze producten waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;3° een preventieplan met de beschrijving van de maatregelen dat de volgende doelstellingen beoogt:
- a)verbeteren van het potentiële hergebruik en van de recycleerbaarheid van de producten die de producent in de handel brengt;
- b)vermindering van de hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen en materialen die potentieel schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid en/of het milieu in de producten die in de handel worden gebracht;
- c)vermindering van de hoeveelheid afvalstoffen veroorzaakt door het in de handel brengen van producten die aan de terugnameplicht onderworpen zijn;
- d)de milieuhinder beperken, en dit zowel bij het ontwerp als bij het gebruik van het product, hierbij inbegrepen de informatiemaatregelen waarvan sprake is in artikel 2.2.14. 4° een beheersplan dat de modaliteiten tot uitvoering van de verplichtingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid beschrijft, rekening houdend met de specifieke voorschriften die gelden voor deze afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 4, en dat borg staat voor een maximale terugname van de afvalstoffen.Dit plan bevat onder meer de volgende informatie:
- a)de maatregelen genomen ter dekking van de kosten van de terugnameplicht overeenkomstig de artikelen 2.2.2 tot 2.2.7, en van alle andere acties die vereist zijn met toepassing van deze titel;
- b)de modaliteiten tot uitvoering van de terugnameplicht, ook wanneer derden, zoals kleinhandelaars en distributeurs in het bezit zijn van de betrokken afvalstoffen;
- c)wanneer het plan huishoudelijke afvalstoffen betreft;de modaliteiten tot samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het huishoudelijke afvalstoffen;
- d)de maatregelen genomen ter handhaving en ontwikkeling van banen met een maatschappelijk doel in vennootschappen met sociaal oogmerk waarop het plan betrekking heeft;
- e)de modaliteiten tot samenwerking met de afvalbeheerders die tussenkomen in het inzamel- en verwerkingssysteem waar hij beroep op doet;
- f)de maatregelen tot informatieverstrekking aan en sensibilisering van de houders van afvalstoffen ten einde de bij deze titel bepaalde doelstellingen te halen;
- g)de maatregelen inzake de traceerbaarheid van de afvalstoffen uit in de handel gebrachte producten waarop het plan betrekking heeft;
- h)de maatregelen met betrekking tot de verwerking van de afvalstoffen die in het kader van de terugnameplicht worden ingezameld;
- i)de maatregelen met het oog op het verzekeren van de jaarlijkse rapportage aan het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12. 5° de voorgestelde geldigheidsduur van het plan voor de preventie en/of het beheer van de afvalstoffen waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;6° een financieel plan en een begroting voor de duur van het plan; 7° het afschrift van de financiële zekerheid, aangelegd overeenkomstig artikel 2.2.11; 8° de gedateerde en ondertekende schriftelijke verbintenis van de producent of, in voorkomend geval, van een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, waaruit blijkt dat hij de afvalstoffen die, met toepassing van deze titel, door het plan voor de preventie en het beheer van de afvalstoffen worden geregeld en hem door derden, meer bepaald door kleinhandelaars en distributeurs, worden afgeleverd, kosteloos zal aanvaarden en verwerken met naleving van de voorschriften van deze titel;9° een beschrijving van het inzamelnetwerk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar de houders van de betrokken afvalstoffen ze kosteloos kunnen afleveren. Art. 2.2.10. § 1. Het ontwerpplan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen wordt bij het Instituut ingediend via een per post aangetekende zending of per elektronische post op het adres en volgens de modaliteiten die zijn voorgeschreven door de Minister. § 2. Binnen dertig dagen na ontvangst van het ontwerp van preventie- en beheersplan controleert het Instituut of dit plan de in dit artikel beschreven informatie en documenten bevat. Binnen dezelfde termijn zal het Instituut: 1° indien het dossier volledig is;de aanvrager een bericht van ontvangst toesturen waarin bevestigd wordt dat het dossier volledig is; 2° indien het dossier niet volledig is;de aanvrager hiervan in kennis stellen en hem meedelen welke aanvullende documenten of inlichtingen die nuttig geacht worden voor het onderzoek van het project, hij moet afleveren en binnen welke termijn deze elementen moeten worden afgeleverd. Wanneer het dossier volledig geacht wordt, stelt het Instituut de aanvrager hiervan in kennis binnen twintig dagen vanaf de ontvangst van de laatste elementen. De in § 3 van dit artikel bepaalde termijn begint te lopen bij de kennisgeving die de volledigheid van het project bevestigt. Indien het Instituut niet heeft gereageerd aan het einde van de termijn die is toegekend om het dossier volledig te verklaren, wordt de procedure voortgezet. § 3. Het Instituut beoordeelt of het ontwerp van het preventie- en beheersplan in overeenstemming is met de toepasselijke reglementaire bepalingen en keurt het project goed of af. Het bepaalt de geldigheidsduur van het plan, die niet meer dan acht jaar kan bedragen. De beslissing wordt genomen binnen een termijn van vier maanden vanaf de kennisgeving die de volledigheid van het ontwerp van preventie- en beheersplan bevestigt. De beslissing wordt binnen deze termijn aan de aanvrager meegedeeld via een per post aangetekende zending of per elektronische post, onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister. Bij het uitblijven van een beslissing na die termijn kan de aanvrager een aanmaning naar het Instituut sturen,via een per post aangetekende zending of per elektronische post onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister. Het ontbreken van een beslissing binnen dertig dagen na verzending van de aangetekende aanmaningsbrief geldt als een aanvaarding van het ontwerpplan. Bij dezelfde beslissing stelt het Instituut een financiële zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan de kostenraming voor de ten laste neming gedurende zes maanden van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de afvalstoffen van voor huishoudens bestemde producten door het Gewest. Het preventie- en beheersplan is pas uitvoerbaar wanneer het Instituut bij een per post aangetekende zending of per elektronische post onder voorwaarden, vastgesteld door de Minister, bevestigt dat de financiële zekerheid correct werd gesteld door de producent, met naleving van de voorwaarden vastgesteld in artikel 2.2.11. Art. 2.2.11. § 1. De financiële zekerheid wordt door de producent gesteld binnen dertig werkdagen vanaf de datum van kennisgeving waarvan sprake is in artikel 2.2.10, § 3 of vanaf de stilzwijgende aanvaarding van het preventie- en beheersplan, onder de in diezelfde paragraaf bedoelde voorwaarden. De financiële zekerheid wordt gesteld door een storting op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of door middel van een bankgarantie. De producent preciseert dat de financiële zekerheid opeisbaar is bij eenvoudig en gemotiveerd verzoek door het Instituut in geval van niet-uitvoering van de verplichtingen. Indien de financiële zekerheid bestaat uit een bankgarantie, moet die uitgegeven zijn door een kredietinstelling die erkend is hetzij door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, hetzij door een overheid van een lidstaat van de Europese Unie die gemachtigd is kredietinstellingen te controleren. § 2. Indien een producent zijn verplichtingen of een deel ervan niet correct uitvoert, vraagt het Instituut de vrijgave van de financiële zekerheid om de kosten veroorzaakt door de niet-uitvoering van zijn verplichtingen te dekken. § 3. De financiële zekerheid wordt teruggegeven wanneer het Instituut heeft vastgesteld dat aan het einde van de geldigheidsduur van het preventie- en beheersplan, geen aanvraag wordt ingediend om het te verlengen. Binnen zes maanden na het einde van de geldigheidsduur van het preventie- en beheersplan beslist het Instituut over de teruggave van de zekerheid waarvan sprake is in § 1. Het betekent zijn beslissing aan de Deposito- en Consignatiekas of bij de bankinstelling die de zekerheid gesteld heeft, alsook aan de producent. Afdeling 4. - Informatie en rapportage Onderafdeling 1. - Rapportage Art. 2.2.12. § 1. De producent bezorgt het Instituut jaarlijks, vóór 31 mei, een rapport over: 1° de manier waarop hij zijn verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt;2° de totale hoeveelheid producten, uitgedrukt in kilogram, die tijdens het jaar voorafgaand aan het rapportagejaar in de handel werd gebracht;3° de inzamel- en recyclingsystemen waarop hij een beroep doet;4° de lijst van de inrichtingen waar de afvalstoffen worden verwerkt, alsook de restfractie van de verwerking en de verwerkingsmethoden;5° de ingezamelde en beheerde hoeveelheden zoals omschreven in hoofdstuk 4 van deze titel, met indien mogelijk een onderscheid tussen de hoeveelheden van huishoudelijke afvalstoffen en de afvalstoffen andere dan huishoudelijke;6° de raming van de totale hoeveelheid producten, uitgedrukt in kilogram, die tijdens het lopende jaar in de handel zal worden gebracht, behoudens de afwijking bedoeld in hoofdstuk 4;7° indien een beroep wordt gedaan op een erkend organisme of een beheersorganisme, de aan dit organisme betaalde bijdrage(n), met de berekeningsmodaliteiten en de ledenlijst van het organisme. § 2. Het Instituut kan van elke producent eisen dat hij alle relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in deze titel beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de doorgegeven gegevens. § 3. Alle aan het Instituut afgeleverde cijfergegevens worden door een bedrijfsrevisor of door een onafhankelijk controlebureau gecertificeerd, op de manier vastgesteld door het Instituut. De technische recyclinggegevens worden door een hiertoe geaccrediteerd onafhankelijk controlebureau gecertificeerd op de manier, vastgesteld door het Instituut. Indien de afvalstoffen worden uitgevoerd, worden alle meegedeelde gegevens door een hiertoe geaccrediteerd onafhankelijk controlebureau gecertificeerd op de manier, vastgesteld door het Instituut. De Minister, of het Instituut door delegatie, kan op kosten van de producent een externe controleur aanstellen. § 4. De krachtens dit artikel verstrekte milieu-informatie, waarvan de producent verklaart dat ze vertrouwelijk moet blijven om een gewettigd economisch belang te beschermen en waarbij de openbaarmaking hem schade kan toebrengen, komt in aanmerking voor de beperking op de toegang tot informatie met naleving van de eisen, vastgesteld in artikel 111, §§ 2 tot 5, van de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 5. Het jaarverslag waarvan sprake is in paragraaf één van dit artikel, wordt ingediend en bekendgemaakt onder de voorwaarden, vastgesteld door het Instituut. Het Instituut kan, onder de voorwaarden die het zelf bepaalt, toestaan of eisen dat dit jaarverslag of een deel ervan wordt ingediend op een elektronische wijze. Art. 2.2.13. § 1. De inzamelaars, handelaars, makelaars en de verwerkingsoperatoren die afvalstoffen beheren voor de producenten verstrekken, op eenvoudig verzoek en binnen een redelijke termijn, aan de producent of, in geval van een collectief systeem, aan het erkend organisme of beheersorganisme, de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de rapportageplichten waarin artikel 2.2.12 voorziet. § 2. De producent of, in geval van een collectief systeem, het erkende organisme of het beheersorganisme, verstrekt de gegevens over de afvalstoffen die ingezameld worden, aan de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal bevoegd zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Onderafdeling 2. - Sensibilisering van de consumenten Art. 2.2.14. § 1. Via onder meer voorlichtingscampagnes zorgen de producenten ervoor dat de consumenten, met inbegrip van de professionele gebruikers, geïnformeerd worden: 1° over het belang van het hergebruik en over de wenselijkheid om de afvalstoffen van hun producten niet als ongesorteerde afvalstoffen te verwijderen en om deel te nemen aan een gescheiden inzameling met het oog op een betere verwerking en recycling;2° over het ecologisch rationeel gebruik van hun producten en over de manier waarop het product hergebruikt, voorbereid voor hergebruik, gerecycleerd of op een andere manier nuttig toegepast kan worden;3° over de inzamel- en beheerssystemen die hen ter beschikking staan;4° over de rol die zij kunnen spelen in de recycling van de afvalstoffen van hun producten; § 2. De producenten staan in voor de doeltreffendheid van de keten voor de terugname van de afvalstoffen, meer bepaald via de sensibilisering van de inzamelaars en de vervoerders, distributeurs, kleinhandelaars en verwerkingsinstallaties. § 3. De kleinhandelaar zorgt ervoor dat de consumenten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om de aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen afvalstoffen naar hun verkooppunten terug te brengen. Op een zichtbare plaats plakt hij een advies aan dat onder de titel "TERUGNAMEPLICHT" aangeeft op welke manier hij aan de bepalingen van deze titel voldoet, hierbij inbegrepen de manier waarop de consument zich van de betrokken afvalstoffen kan ontdoen. HOOFDSTUK 3. - Delegaties Afdeling 1. - Het erkende organisme Art. 2.3.1. § 1. De erkenning van een organisme dat door de producenten belast wordt met de uitvoering van al of deels van de verplichtingen die hen door dit besluit worden opgelegd, kan alleen worden toegekend aan rechtspersonen die aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel in de zin van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten over de verenigingen zonder winstgevend oogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;2° de ten laste neming voor rekening van zijn contractanten van één of meer verplichtingen in het kader van de hen opgelegde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid als statutair doel hebben;3° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden, alleen personen tellen die hun burger- en politieke rechten genieten;4° onder zijn bestuurders of onder de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden, geen enkele persoon tellen die bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing is veroordeeld voor een overtreding van de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldende milieuwetgeving en van zijn uitvoeringsbesluiten of van elke gelijkwaardige wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;5° over voldoende financiële garanties en menselijke en technische middelen beschikken om de verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te vervullen;6° een boekhouding overleggen die voldoet aan de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht, boek III, titel 3, hoofdstuk 2;7° hun jaarrekeningen laten onderzoeken door een bedrijfsrevisor. § 2. De erkenningsaanvraag bevat de volgende gegevens en stukken: 1° een kopie van de oprichtingsakte, de statuten en hun eventuele wijzigingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;2° de nominatieve lijst van de bestuurders en van de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden;3° een uittreksel uit het strafregister van de bestuurders en van de personen die ertoe gemachtigd zijn de vereniging te verbinden;4° de aard van de afvalstoffen en de handelingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;5° een financieel plan en een begroting voor de geldigheidsduur van de gevraagde erkenning, met op zijn minst de volgende elementen:
- a)de modaliteiten voor de berekening en de raming van de bijdragen van de producenten alsook de modaliteiten voor de herziening van die bijdragen;
- b)de raming van de kosten van het hergebruik, de inzameling en de verwerking van de afvalstoffen, met inbegrip van de eventuele ontvangsten van de recycling;
- c)de bestemming van eventuele overschotten voor de werking van het systeem;
- d)de modaliteiten voor de berekening en de raming van de bijdragen van de consumenten alsook de modaliteiten voor de herziening van die bijdragen;
- e)de raming van de uitgaven i.v.m. de preventiemaatregelen, de ontwikkeling van het hergebruik en de communicatie en sensibilisering die nodig zijn om de toegewezen doelstellingen te halen;
- f)de financiering van eventuele verliezen. § 3. Overeenkomstig artikelen 2.2.10 et 2.2.11, vereist de erkenning de aanstelling van een financiële zekerheid of het afsluiten van een verzekeringspolis om de kosten, voortvloeiend uit de uitvoering van de verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, te dekken bij niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de terugnameplicht. § 4. De erkenning wordt toegekend, geschorst en ingetrokken overeenkomstig de artikelen 70 en volgende van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen. Art. 2.3.2. Het erkend organisme moet: 1° voldoen aan de voorwaarden van de erkenning;2° binnen de gestelde termijnen en voor alle producenten die met het organisme een overeenkomst hebben gesloten, voldoen aan de verplichtingen die deze producenten aan het organisme hebben overgedragen, met inbegrip van de verplichtingen die worden opgesomd in zijn plan voor de preventie en het beheer van afvalstoffen;3° een verzekeringscontract sluiten tot dekking van de schade die uit zijn activiteit kan voortvloeien;4° op niet-discriminerende wijze de bijdragen van de contractanten innen die nodig zijn om de kosten van alle verplichtingen van het organisme te dekken;5° op eenvormige wijze voor het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de inzameling organiseren van de afvalstoffen die aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen zijn, eventueel in overleg met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk, voor wat betreft de voorbereiding met het oog op hergebruik, als het organisme ermee belast is de inzameling te organiseren voor de producenten die er een contract mee hebben gesloten;6° in voorkomend geval, uniforme overeenkomsten sluiten met de inzamel- en de verwerkingsoperatoren, met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk, die goedgekeurd zijn door het Instituut;7° jaarlijks bij het Instituut de jaarrekeningen van het voorbije jaar neerleggen nadat ze door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijk controlebureau werden onderzocht.Die neerlegging gebeurt op de manier die door het Instituut werd vastgesteld; 8° de doelstellingen van inzameling, recycling en nuttige toepassing voor de in de handel gebrachte producten laten vaststellen door een onafhankelijk controlebureau, op de manier, vastgesteld door het Instituut;9° de transparantie waarborgen en zich, met inachtneming van het gelijkheids- en mededingingsbeginsel, niet-discriminerend opstellen ten aanzien van de aannemers, leveranciers en dienstverleners waarop het een beroep doet voor de uitvoering van zijn verplichtingen. Afdeling 2. - Het beheersorganisme Art. 2.3.3. § 1. Via één of meer representatieve organen kan de producent met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een milieuovereenkomst sluiten waarbij hij aan de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoet door aan een beheersorganisme verplichtingen over te dragen die identiek zijn aan de verplichtingen die een erkend organisme krachtens artikel 2.3.2 dient te vervullen, met uitzondering van 1° van dit artikel, dat vervangen wordt door de volgende verplichting: "1° voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in de milieuovereenkomst". § 2. De hoedanigheid van beheersorganisme kan alleen worden toegekend aan rechtspersonen die voldoen aan de voorwaarden, vastgesteld door artikel 2.3.1 § 1. § 3. Het beheersorganisme waarborgt dat vertegenwoordigers van het Instituut als waarnemers aanwezig zullen zijn op alle vergaderingen van zijn raad van bestuur en op zijn algemene vergaderingen, en bezorgt hen de uitnodigingen en de notulen van de vergaderingen. § 4. Binnen 6 maanden na de ondertekening van de milieuovereenkomst, bij de uitvoering van de verplichtingen waarmee het door zijn leden werd belast in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, moet het beheersorganisme de documenten, bedoeld in artikel 2.3.1 § 2, 5° ter goedkeuring voorleggen aan het Instituut. Afdeling 3. - De minimuminhoud van de milieuovereenkomst Art. 2.3.4. Naast de aanstelling van het in artikel 2.3.3 bedoelde beheersorganisme en zijn verplichtingen legt de milieuovereenkomst minimaal de maatregelen op die nodig zijn om: 1° de afvalpreventie, het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik en de recycling te bevorderen;2° de ontwikkeling van banen met een maatschappelijk doel in vennootschappen met sociaal oogmerk te bevorderen;3° de verplichtingen van de producenten en de beheersorganen te beschrijven;4° de handelingen op te sommen die voor advies of ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het Instituut. Afdeling 4. - Identificatie van de kosten Art. 2.3.5. § 1. In het geval van gemeenschappelijke systemen waarbij de consumenten rechtstreeks of onrechtstreeks een financiële bijdrage krijgen aangerekend, worden de kosten eigen aan de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geïdentificeerd en uitsluitend toegerekend aan de afvalcategorie die onderworpen is aan de verplichting waarvoor ze worden gemaakt. Wanneer kosten worden opgelopen voor diverse afvalcategorieën tegelijk, moeten zij over die categorieën worden verdeeld volgens objectieve en verantwoorde criteria, rekening houdend met de doelstellingen van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Als de consument de bijdragen dient te betalen, zijn de modaliteiten voor de berekening en voor de herziening van die bijdragen ter goedkeuring aan het Instituut voorgelegd. § 2. Wat huishoudelijke afvalstoffen betreft, wordt bij de bepaling van de bijdragen die de producenten aan een erkend organisme of een beheersorganisme moeten betalen, rekening gehouden met: 1° de kosten die moeten worden toegerekend aan elk van de categorieën van huishoudelijke afvalstoffen;2° de ontvangsten uit de verkoop van ingezamelde en gesorteerde materialen;3° eventueel het aandeel van ieder materiaal in het bereiken van de doelstellingen inzake recycling en nuttige toepassing die voor de producent werden opgelegd. Deze bijdragen zijn bestemd om, na aftrek van de restwaarde van de materialen, de werkelijke en volledige kosten te financieren van de verplichtingen die hen krachtens deze titel worden opgelegd, en meer in het bijzonder de kosten met betrekking tot:
- a)de bestaande en nog in te voeren gescheiden inzamelingen;
- b)het hergebruik, de recycling en de nuttige toepassing;
- c)de operationele voorlichting op gewestelijk en lokaal niveau en de sensibilisering van de consumenten;
- d)het sorteren van de ingezamelde afvalstoffen;
- e)de verwijdering van de reststoffen van de sortering, de recycling en de nuttige toepassing van de afvalstoffen. § 3. In voorkomend geval, maakt het beheersorganisme een onderscheid in hun rekeningen tussen kosten met betrekking tot huishoudelijke producten en deze met betrekking tot andere producten dan huishoudelijke. Afdeling 5. - Goedkeuring door en advies van het Instituut Art. 2.3.6. § 1. De volgende handelingen of documenten worden ter goedkeuring aan het Instituut voorgelegd onder de voorwaarden, vastgesteld in dit artikel: 1° de documenten met de financiële maatregelen waarvan sprake is in artikel 2.3.1, § 2, 5° a),
- c)et
- d)2° de uniforme overeenkomsten afgesloten door de organismen waarvan sprake in artikel 2.3.1 en artikel 2.3.3, met de inzamel en verwerkingsoperatoren, met de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen en met de vennootschappen met sociaal oogmerk 3° de communicatiestrategie om de informatieverplichtingen waarvan sprake is in artikel 2.2.14 na te komen; 4° het jaarverslag waarvan sprake is in artikel 2.2.12; 5° de criteria om het onderscheid te maken tussen de producten die respectievelijk als huishoudelijk en als professioneel worden beschouwd;6° alle handelingen die moeten worden goedgekeurd krachtens dit besluit of de milieuovereenkomst;7° alle handelingen die moeten worden goedgekeurd krachtens hoofdstuk 4 van deze titel. § 2. Het Instituut beschikt over 60 werkdagen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om de voorgelegde documenten al dan niet goed te keuren. Indien tijdens deze periode geen beslissing wordt genomen, worden de documenten geacht geweigerd te zijn. Art. 2.3.7. § 1. De volgende handelingen of documenten worden voor voorafgaand advies aan het Instituut voorgelegd onder de voorwaarden, vastgesteld in dit artikel: 1° de documenten met de financiële maatregelen waarvan sprake is in artikel 2.3.1, § 2, 5° b),
- e)et f); 2° alle handelingen die krachtens de milieuovereenkomst onderworpen zijn aan advies 3° alle handelingen die krachtens hoofdstuk 4 van deze titel onderworpen zijn aan advies. § 2. Het Instituut beschikt over 45 dagen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om een gemotiveerd advies uit te brengen. Het beheersorganisme zorgt ervoor dat dit advies in overweging wordt genomen. Bij gebrek aan een advies binnen de gestelde termijn, wordt het advies geacht ongunstig te zijn. HOOFDSTUK 4. - Verplichtingen per afvalstroom Art. 2.4.1. De bepalingen van dit hoofdstuk vullen de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 3 van deze titel aan. Afdeling 1. - Afgedankte batterijen en accu's Onderafdeling 1. -
Art. 2.4.2.
§ 1. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing: 1° "knoopcel": elke kleine ronde draagbare batterij of accu met een diameter die groter is dan de hoogte en die wordt gebruikt voor speciale doeleinden zoals gehoorapparaten, horloges, kleine draagbare apparatuur of als back-upstroomvoorziening;2° "draagbare batterij of accu": elke batterij, knoopcel, batterijpak of accu die/dat:
- a)afgedicht is, en
- b)met de hand kan worden gedragen, en
- c)geen industriële batterij of accu, noch een autobatterij of -accu is;3° "autobatterij of -accu": elke batterij of accu gebruikt voor het starten, de verlichting of het ontstekingsvermogen van een voertuig;4° "industriële batterij of -accu": elke batterij of accu die uitsluitend voor gebruik voor industriële of professionele doeleinden is ontworpen of in elk type elektrisch voertuig wordt gebruikt;5° "batterijpak" elke set batterijen of accu's die onderling verbonden zijn en/of van een buitenverpakking voorzien zijn, die één volledige eenheid vormt en niet is bedoeld om door de eindgebruiker te worden opgedeeld of geopend;6° "inzamelingspercentage": het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de tijdens één kalenderjaar ingezamelde afgedankte draagbare batterijen en accu's te delen door het gemiddelde gewicht van draagbare batterijen en accu's die producenten hetzij rechtstreeks verkopen aan de consument, hetzij leveren aan derde partijen om ze te verkopen aan de consument, gedurende dat kalenderjaar en de voorafgaande twee kalenderjaren. § 2. Voor de batterijen en accu's die in nieuwe EEA's of voertuigen geïntegreerd zijn, is de producent van deze EEA's of voertuigen de producent. § 3. In afwijking van artikel 2.1.1 van deze titel is het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet van toepassing op: 1° batterijen en accu's in apparatuur die wordt aangewend in samenhang met de bescherming van wezenlijke belangen in verband met de veiligheid van België, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, met uitzondering van producten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd;2° apparatuur die bestemd is om in de ruimte gelanceerd te worden. Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Art. 2.4.3. Elke houder van afgedankte draagbare batterijen en -accu's is ertoe gehouden om ze hetzij aan een inzamelaar, vergund voor de inzameling van gevaarlijk afvalstoffen af te geven, hetzij te brengen naar één van de inzamelpunten die hiertoe werden ingericht door de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Het inzamelnetwerk moet zo opgevat zijn dat de inzamelpunten, rekening houdend met de bevolkingsdichtheid, dichtbijgelegen en goed bereikbaar zijn. De kleinhandelaar moet kosteloos alle afgedankte draagbare batterijen en accu's, afkomstig van de producten die hij in de handel aanbiedt, van de consumenten terugnemen, zelfs als deze consumenten geen product met dezelfde functies kopen. De producent moet op eigen kosten regelmatig alle afgedankte draagbare batterijen en accu's inzamelen die bij de kleinhandelaars, distributeurs, publiekrechtelijke rechtspersonen en andere inzamelpunten teruggenomen worden, ten einde die afvalstoffen op zijn kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting. In dat geval mogen de inzamelaars geen verwerkingskosten factureren aan de eindgebruikers. Daarenboven is de producent gehouden tot terugname van alle afgedankte draagbare batterijen en accu's afkomstig van de installaties voor de ontmanteling en de depollutie van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur, en van afgedankte voertuigen. Art. 2.4.4. De producent zorgt ervoor dat alle afgedankte industriële of autobatterijen of -accu's gescheiden van de andere afvalstromen kunnen worden ingezameld, ongeacht hun chemische samenstelling en herkomst. Iedere houder van afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's moet deze afvalstoffen hetzij aan een voor de inzameling van gevaarlijke afvalstoffen vergunde inzamelaar afgeven, hetzij het brengen naar één van de inzamelpunten die de producent hiertoe heeft ingericht. De kleinhandelaar moet alle afgedankte industriële of autobatterijen of -accu's, afkomstig van de producten die hij op de markt aanbiedt, kosteloos van de consumenten terugnemen, zelfs als deze consumenten geen product met dezelfde functies kopen. Kleinhandelaars die zorgen voor het onderhoud, de herstelling en de vervanging van autobatterijen en -accu's, moeten alle autobatterijen en -accu's die hen door de consumenten worden gebracht, kosteloos terugnemen, zelfs als deze consumenten geen product met dezelfde functies kopen. De distributeur moet op eigen kosten, regelmatig en ter plaatse bij de kleinhandelaars alle, overeenkomstig de vorige leden ontvangen afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's, terugnemen en aan de producent overmaken. De producent moet op eigen kosten regelmatig alle afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's die bij de in de vorige leden bedoelde distributeurs of eventueel kleinhandelaars worden teruggenomen, ongeacht hun chemische samenstelling en oorsprong, inzamelen om ze in een hiertoe vergunde inrichting te laten verwerken. Daarenboven dient de producent alle afgedankte industriële of autobatterijen en -accu's afkomstig van de installaties voor de ontmanteling en depollutie van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen terug te nemen. De producent is verplicht afgedankte industriële batterijen en accu's, ongeacht hun chemische samenstelling en herkomst, die hem door de consumenten worden aangeboden, terug te nemen. Overeenkomstig artikel 2.2.3 § 4 kan er, voor wat betreft autobatterijen, van de afgifteplicht van de distributeurs en de kleinhandelaars bedoeld in leden 3 en 4 van dit artikel worden afgeweken in een milieuovereenkomst. Onderafdeling 3. - Verwerking Art. 2.4.5. § 1. De batterijen en accu's worden verwerkt in een vergunde verwerkingsinstallatie. Afgedankte batterijen en accu's mogen niet verwijderd worden zonder voorafgaande behandeling met het oog op gehele of gedeeltelijke recyclage ervan. Het is verboden het zuur buiten een vergunde verwerkingsinstallatie te verwijderen uit de loodaccu's. § 2. De verwerking houdt minimaal het verwijderen van alle vloeistoffen en zuren in. § 3. De verwerking en de opslag, met inbegrip van tijdelijke opslag, in verwerkingsinstallaties vinden plaats op locaties met ondoorlaatbare oppervlakken en passende weerbestendige afdekkingen of in hiertoe geschikte containers. Onderafdeling 4. - Financiering Art. 2.4.6. § 1. De producenten van batterijen en accu's zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afvalstoffen van alle batterijen en van alle accu's, ongeacht wanneer die in de handel werden gebracht. Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afgedankte batterijen en accu's. § 2. De producenten en de gebruikers van industriële en autobatterijen en -accu's mogen overeenkomsten sluiten waarin andere dan de in lid 1 bedoelde financieringsregelingen worden gestipuleerd. Onderafdeling 5. - Doelstellingen Art. 2.4.7. § 1. Voor afgedankte draagbare batterijen en accu's moet de producent een minimum inzamelingspercentage van 50% bereiken. § 2. De producent moet alle afgedankte industriële en auto-accu's terugnemen die hem worden aangeboden. Art. 2.4.8. Wat de afgedankte draagbare, industriële en autobatterijen en -accu's betreft, zorgt de producent ervoor dat bij de recyclingprocessen de volgende minimale recyclingpercentages en aanverwante doelstellingen worden bereikt: 1° recycling van 65% van het gemiddelde gewicht van lood-zuurbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het loodgehalte als technisch haalbaar met vermijding van buitensporige kosten, en met een volledige nuttige toepassing van kunststoffen met vermijding van buitensporige kosten, 2° recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is met vermijding van buitensporige kosten;en 3° recycling van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen en accu's.4° De recyclingrendementen worden berekend overeenkomstig Verordening (EU) nr.493/2012 van de Commissie van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's, overeenkomstig richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad. 5° Afgedankte batterijen en accu's die in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgevingen, naar bestemmingen buiten de Europese Unie worden uitgevoerd, worden alleen geacht bij te dragen tot de naleving van de verplichtingen en de rendementen als bepaald in dit artikel, indien er harde bewijzen zijn dat de recycling heeft plaatsgevonden in omstandigheden die stroken met de eisen van dit besluit. Onderafdeling 6. - Rapportage Art. 2.4.9. In het kader van de rapportageverplichtingen bedoeld in artikel 2.2.12 verstrekt de producent het Instituut vóór 30 april van ieder jaar de volgende gegevens met betrekking tot het vorige jaar en per type van batterijen (draagbare, industriële en autobatterijen): 1° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op de manier vastgesteld door het Instituut;2° de totale hoeveelheid in de handel gebrachte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, per chemisch systeem en in eenheden;3° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's die voor verwerking werd toevertrouwd aan de vergunde inrichtingen, per verwerkingstype en per categorie;4° de lijst van inzamelaars, handelaars, makelaars en verwerkingsoperatoren die het beheer van de afgedankte batterijen en accu's hebben waargenomen;5° de wijze van verwerking van de afgedankte batterijen en accu's per verwerkingsproces, met inbegrip van de kwalitatieve en kwantitatieve omschrijving van de handelingen, per verwerkingsproces;6° de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden afgedankte batterijen en accu's afkomstig van de centra voor de ontmanteling of de depollutie van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen. Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Art. 2.4.10. De producent stimuleert de preventieacties door voorlichtingscampagnes te organiseren die een aangepast gebruik van de batterijen en accu's bevorderen om hun levensduur te optimaliseren en, in voorkomend geval, door het gebruik van oplaadbare draagbare batterijen en accu's aan te moedigen. Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument Art. 2.4.11. § 1. De producenten van batterijen en accu's zorgen ervoor, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, dat de consumenten volledig worden geïnformeerd over: 1. de potentiële effecten van in batterijen en accu's gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid;2. het belang om afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerde afvalstoffen te verwijderen en deel te nemen aan hun gescheiden inzameling met het oog op een betere verwerking en recycling;3. de inzamelings- en recyclingsystemen die hen ter beschikking staan;4. de rol die ze hebben bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's;5. de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wielen bedoeld in bijlage 3 en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb. § 2. De kleinhandelaars zorgen ervoor dat de consumenten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om zich te ontdoen van hun afgedankte batterijen of accu's in hun verkooppunten. § 3. Bij de verkoop van nieuwe draagbare batterijen en accu's worden de kosten van de inzameling, de verwerking en de recycling voor de eindgebruikers niet afzonderlijk vermeld. Onderafdeling 9. - Register van de producenten Art. 2.4.12. Elke producent van batterijen en accu's dient geregistreerd te zijn in het register van de producenten overeenkomstig de procedurele vereisten vermeld in bijlage 5. Het Instituut kan de nodige praktische modaliteiten van de registratie verduidelijken. Afdeling 2. - Versleten banden Onderafdeling 1. -
Art. 2.4.13.
§
- In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing: 1° "inzamelingspercentage voor de vervangingsmarkt": het percentage, verkregen door het totaalgewicht van de ingezamelde versleten banden te delen door het totaalgewicht van de nieuwe banden die tijdens het betrokken kalenderjaar in de handel werden gebracht, na aftrek van het slijtagepercentage;2° "het inzamelingspercentage van de banden waarmee de nieuwe voertuigen zijn uitgerust": het percentage dat verkregen wordt door het totaalgewicht van de versleten banden, ingeleverd bij geregistreerde centra voor demontage of geregistreerde centra voor vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen te delen door het totaalgewicht van de tijdens het bedoelde kalenderjaar op de markt gebrachte banden die deel uitmaken van nieuwe voertuigen, na aftrek van het slijtagepercentage;3° "het gecumuleerd globaal percentage van hergebruik, loopvlakvernieuwing en recycling van de ingezamelde versleten banden": het percentage, verkregen door het totaalgewicht van de daadwerkelijk hergebruikte banden, banden met loopvlakvernieuwing en gerecycleerde banden te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde versleten banden;4° "recyclingpercentage": het percentage, verkregen door het gewicht van de gerecycleerde versleten banden te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde versleten banden;5° "rechapeerbare band": elke versleten band die, in de staat waarin hij zich bevindt, niet meer in aanmerking komt voor hergebruik en waarvan het loopvlak kan worden vervangen zodat hij opnieuw kan worden aangewend voor het doel waarvoor hij oorspronkelijk bestemd was. §
- Voor de banden van de nieuwe voertuigen is de producent van deze voertuigen de producent. §
- De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is van toepassing op versleten banden. §
- De weerslag van het in punten 1° en 2° bedoelde slijtagepercentage op het gewicht van de versleten banden wordt bepaald op basis van een onderzoek dat op objectieve en contradictoire wijze door de producent wordt uitgevoerd en waarvan de conclusies door het Instituut worden goedgekeurd. Onderafdeling
- - Terugnameplicht Art. 2.4.
- §
- De kleinhandelaar neemt elke versleten band die hem door de consument wordt gebracht, gratis terug bij de aankoop van een nieuwe band. Indien de consument geen versleten band meebrengt op het ogenblik van de aankoop, beschikt hij over twaalf maanden om er alsnog één af te leveren met voorlegging van het aankoopbewijs. De kleinhandelaar kan in onderlinge samenspraak met de producent elke versleten band die hem gebracht wordt, terugnemen zonder dat de consument een nieuwe band hoeft te kopen. Dit is alleen mogelijk binnen de perken van de hoeveelheden die hij zelf van de producent gekocht heeft in de loop van het vorige kalenderjaar. §
- De distributeur neemt op eigen kosten regelmatig alle ontvangen versleten banden bij de kleinhandelaars terug binnen de perken van de hoeveelheden die hij zelf in de loop van het vorige kalenderjaar bij de producenten gekocht heeft. §
- De producent neemt op eigen kosten regelmatig alle teruggenomen banden bij de distributeurs of bij de kleinhandelaars en vergunde inzamelaars terug binnen de perken van de hoeveelheden die hij zelf op de markt heeft aangeboden. Hij bouwt een gratis inzamelnetwerk uit met een voldoend aantal inzamelpunten die evenwichtig geografisch verspreid zijn over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. §
- De producent zamelt op zijn kosten en op regelmatige basis, alle versleten banden van de huishoudens in die ingezameld worden door de publiekrechtelijke rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, binnen de perken van de hoeveelheid banden die hij op de markt heeft aangeboden, en laat ze in een hiertoe vergunde inrichting verwerken. Een overeenkomst tussen de producent en de publiekrechtelijke rechtspersonen voorziet in de voorwaarden van aanvaarding en terugname van versleten banden, met name het maximumaantal banden dat door de huishoudens afgeleverd mag worden in de containerparken. De producent draagt de reële en volledige kost van de inzameling van de versleten banden die ten laste genomen zijn door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Onderafdeling
- - Verwerking Art. 2.4.
- §
- De banden die geïdentificeerd worden als technisch rechapeerbaar hetzij door de kleinhandelaar voorafgaand aan de inzameling of hetzij door de inzamelaar tijdens de verplichte sortering na inzameling, zijn bij voorkeur bestemd voor loopvlakvernieuwingsketens. De banden die door de kleinhandelaars worden teruggenomen, alsook de banden van afgedankte voertuigen die in de vergunde centra voor de ontmanteling van afgedankte voertuigen worden afgeleverd en die niet in aanmerking komen voor hergebruik of loopvlakvernieuwing, zijn bij voorkeur bestemd voor recyclingketens. §
- De ingezamelde banden die niet hergebruikt of gerecycleerd worden en waarvan het loopvlak niet vernieuwd wordt, worden gevaloriseerd door energieterugwinning. Onderafdeling
- - Financiering Art. 2.4.
- De bandenproducenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de loopvlakvernieuwing, de verwerking en de recycling van de ingezamelde versleten banden overeenkomstig deze titel. Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de loopvlakvernieuwing, de inzameling, de verwerking en de recycling van de versleten banden. Onderafdeling
- - Doelstellingen Art. 2.4.
- De producent moet een inzamelingspercentage van minimaal 85% behalen. De producent van banden, voor de uitrusting van nieuwe voertuigen, moet alle versleten banden terugnemen van de afgedankte voertuigen die ingeleverd worden bij de centra voor de ontmanteling en depollutie van afgedankte voertuigen. Art. 2.4.
- §
- De producent dient ieder jaar een gecumuleerd globaal percentage van minimaal 55% hergebruik, loopvlakvernieuwing en/of recycling van de ingezamelde banden bereiken. §
- Het percentage hergebruik en het percentage loopvlakvernieuwing is minstens 10%. Onderafdeling
- - Rapportage Art. 2.4.
- In het kader van de rapportageverplichtingen bedoeld in artikel 2.2.12 verstrekt de producent het Instituut vóór 31 mei van ieder jaar de volgende gegevens met betrekking tot het vorige jaar: 1° de in kilogram en in eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid banden per categorie die in de handel werden gebracht.Het rapport vermeldt respectievelijk de hoeveelheid banden die op de vervangingsmarkt werd gebracht en de banden die in de handel gebrachte nieuwe voertuigen uitrusten; 2° de in kilogram en eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid versleten banden, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen de versleten banden ingezameld via het netwerk van publiekrechtelijke rechtspersonen, de banden ingezameld via het distributienetwerk en de banden ingezameld via de vergunde centra voor de ontmanteling van afgedankte voertuigen;3° de installaties waarin de ingezamelde versleten banden zijn verwerkt, de omschrijving van de verwerkingswijze en het percentage afvalstoffen dat verwijderd wordt na die verwerkingen;4° de in kilogram en eenheden uitgedrukte totale hoeveelheden versleten banden die respectievelijk hergebruikt, vernieuwd, gerecycleerd en energetisch gevaloriseerd werden;5° de in kg en eenheden uitgedrukte totale hoeveelheid banden afkomstig van de centra voor de ontmanteling van afgedankte voertuigen. Onderafdeling
- - Preventie- en beheersplan Art. 2.4.
- De producenten moeten kwantitatieve en kwalitatieve afvalpreventiemaatregelen uitwerken om de milieuhinder te beperken zonder aan de veiligheid te raken. Onderafdeling
- - Sensibilisering van de consument Art. 2.4.
- §
- De producent moedigt het gebruik van banden met geringe milieueffecten aan, zoals banden met een vernieuwbaar of uitdiepbaar loopvlak, en wijst de gebruikers op de milieuvoordelen van dergelijke banden. §
- De producenten zorgen, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, voor: 1° de sensibilisering van de consumenten voor het systeem voor de inzameling en verwerking van versleten banden;2° de verstrekking van informatie aan de consumenten over de inzamel- en recyclingsystemen die hen ter beschikking worden gesteld en over hun rol bij de inzameling. §
- De producenten staan in voor de doeltreffendheid van de keten voor de terugname van de versleten banden en de sensibilisering van de inzamelaars, vervoerders, kleinhandelaars en vergunde verwerkingscentra. §
- De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde initiatieven hebben tot doel bij te dragen tot: 1° het duurzaam gebruik van de banden door de gebruikers;2° de levensduurverlenging van de banden;3° de verlaging van de CO2-uitstoot door het juiste gebruik van de band;4° initiatieven op het vlak van kwalitatieve preventie, bijvoorbeeld met betrekking tot de samenstelling en de slijtvastheid van de band;5° het informeren van de consumenten over de milieuvoordelen van de aankoop van gerechapeerde banden. Afdeling
- - Afgewerkte oliën Onderafdeling
- -
Art. 2.4.22.
§
- In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing: 1° "inzamelingspercentage": het percentage, verkregen door het totaalgewicht van de ingezamelde afgewerkte oliën te delen door het totaalgewicht van de oliën die tijdens het beoogde kalenderjaar kunnen worden ingezameld;2° "percentage van valorisatie door regeneratie of ander hergebruik": het percentage verkregen door het totaalgewicht van de afgewerkte oliën die daadwerkelijk door regeneratie of andere technieken voor hergebruik gevaloriseerd werden, te delen door het totaalgewicht van de oliën ingezameld tijdens het beoogde kalenderjaar. §
- Voor de oliën die in nieuwe voertuigen gebruikt worden, is de producent van deze voertuigen de producent. §
- De hoeveelheden afgewerkte oliën die ingezameld kunnen worden, worden jaarlijks bepaald op basis van de hoeveelheden nieuwe oliën die in de handel gebracht worden, rekening houdend met de weer uitgevoerde oliën, de oliën vervat in de uitgevoerde tweedehandse voertuigen en de verliezen bij het gebruik van de oliën. Het verliespercentage bij gebruik van de oliën wordt bepaald op basis van een onderzoek dat op objectieve en contradictoire wijze gevoerd wordt door de producent, en waarvan de conclusies door het Instituut goedgekeurd worden. De oliehoeveelheden vervat in de uitgevoerde tweedehandse voertuigen worden bepaald op basis van een jaarlijkse raming van het door de constructeur uitgevoerde aantal voertuigen. Art. 2.4.
- De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is van toepassing op afgewerkte huishoudelijke en andere dan huishoudelijke oliën. Onderafdeling
- - Terugnameplicht Art. 2.4.
- §
- De producent moet gratis de afgewerkte olie terugnemen die aan de distributeurs en de kleinhandelaars werd geleverd. Hij bouwt een gratis inzamelnetwerk uit met een voldoende groot aantal inzamelpunten die evenwichtig geografisch verspreid zijn over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. §
- In afwijking van artikel 2.2.3 van deze titel zijn de kleinhandelaars in nieuwe oliën die op een zichtbare plaats in al hun verkooppunten duidelijk leesbare informatie verstrekken over de door de producenten ingerichte inzamelpunten, niet verplicht om de huishoudelijke afgewerkte oliën die hen door een consument worden teruggebracht, te aanvaarden. §
- De producent moet de afgewerkte huishoudelijke olie die ingezameld werd door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, gratis terugnemen en ze in een hiertoe vergunde inrichting laten verwerken. §
- In afwijking op artikel 2.2.3 § 1er, moeten de distributeur en de kleinhandelaar zoals vermeld in huidig artikel, niet de door hen aanvaardde afvalstoffen teruggeven aan de producent. §
- De inzameling van afgewerkte oliën uit beroepsactiviteiten gebeurt door dat de beroepsgebruikers deze toevertrouwen aan vergunde inzamelaars, vergunde inzamelinstallaties of vergunde verwerkingsbedrijven. §
- De producent is verplicht alle afgewerkte oliën afkomstig van de demonteercentra en de centra voor vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen terug te nemen. Onderafdeling
- - Verwerking Art. 2.4.
- De producent waarborgt dat de afgewerkte oliën bij voorkeur door regeneratie of hergebruik worden gevaloriseerd met inachtneming van de doelstellingen vermeld in artikel 2.4.
- De overige afgewerkte oliën worden voor energieterugwinning verwerkt in een hiertoe vergunde installatie. Onderafdeling
- - Financiering Art. 2.4.
- §
- De olieproducenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de verwerking en de recycling van alle afgewerkte oliën. Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afgewerkte oliën. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afgewerkte oliën n die door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen beheerd worden. §
- De producent betaalt de eventuele kosten, gemaakt in het kader van de in artikel 2.4.24 bedoelde terugname van de afvalstoffen, forfaitair terug aan de gebruikers andere dan huishoudens. De producent mag de kosten voor het verstrekken van de voor de rapportage nodige gegevens, terugbetalen aan de inzamelaars, handelaars, makelaars- en/of verwerkingsoperatoren. Art. 2.4.
- Als de afgewerkte huishoudelijke oliën die door de publiekrechtelijke rechtspersonen worden ingezameld, besmet zijn met pcb's of andere ongewenste stoffen, worden de extra kosten voor de verwerking van deze vloeistoffen door de producenten gedragen naar rato van de hoeveelheden die zij in de handel brengen en van een door de producenten en het Instituut of de publiekrechtelijke rechtspersonen verantwoordelijk voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen overeengekomen jaarlijks maximumvolume. Er kan een verwerkingsbijdrage van de beroepsgebruiker of de houder van afgewerkte oliën andere dan huishoudelijke geëist worden indien de afgewerkte oliën vermengd zijn met oplosmiddelen, reinigingsproducten, detergenten, antivriesmiddelen, PCB/PCT's, andere brandstoffen of stoffen. De bijdrage blijft beperkt tot de meerkosten voor het beheer. Onderafdeling
- - Doelstellingen Art. 2.4.
- De producent moet een inzamelingspercentage van minimaal 90% halen. Art. 2.4.
- De producent is verplicht een minimaal percentage van regeneratie, recycling of ander hergebruik van de afgewerkte oliën van 85% te halen. De ingezamelde olie moet worden verwerkt om een maximum percentage van 15% te halen voor hoofdgebruik als brandstof of ander middel om energie te produceren. Onderafdeling
- - Rapportage Art. 2.4.
- Vóór 31 mei van ieder jaar bezorgt de producent het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12 en voor het verstreken kalenderjaar, de volgende informatie: 1° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid op in de handel gebrachte oliën, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de oliën bestemd voor huishoudens en de oliën voor beroepsgebruikers, volgens een door het Instituut bepaalde opsplitsing;2° een raming van de verliezen voortvloeiend uit het gebruik van de olie;3° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid afgewerkte oliën, ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij het onderscheid gemaakt wordt tussen de oliën bestemd voor huishoudens en de oliën voor beroepsgebruikers, volgens een door het Instituut bepaalde opsplitsing;4° de inrichtingen waarin de ingezamelde afgewerkte oliën werden verwerkt en de beschrijving van de verwerkingsmethode;5° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheden afgewerkte oliën die opgenomen werden in de ketens voor respectievelijk regeneratie, overige hergebruiksvormen voor olie en energetische valorisatie;6° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheden basisoliën en andere bestanddelen afkomstig van respectievelijk de regeneratie en de andere vormen van hergebruik van de afgewerkte oliën;7° de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheid te verwijderen afvalstoffen uit te verwerking van afgewerkte oliën;8° de nodige gegevens voor de beoordeling van de preventieacties en de berekening van de resultatenindicatoren. Onderafdeling
- - Preventie- en beheersplan Art. 2.4.
- §
- De producent draagt bij aan de doeltreffendheid van de inzameling en de verwerking van de afgewerkte oliën, meer in het bijzonder door de garagisten, inzamelbedrijven, vervoerders en verwerkingscentra te sensibiliseren. §
- De producent moet afvalpreventiemaatregelen uitwerken en uitvoeren, met name de ontwikkeling en bevordering van het gebruik van biologisch afbreekbare olie voor open smeersystemen zoals ontkistingsolie, kettingzaagolie en biosmeerolie voor toepassingen met betrekking tot oppervlaktewater. §
- De producent neemt maatregelen om de aflevering van afgewerkte olie op de inzamelpunten te bevorderen en de gebruikers erop te wijzen dat deze olie niet met andere stoffen mag worden gemengd. Onderafdeling
- - Sensibilisering van de consument Art. 2.4.
- De producenten verstrekken de consumenten, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, informatie over:
- de potentiële effecten van de afgewerkte oliën op het milieu en de menselijke gezondheid;
- de wijzen waarop de oliën optimaal gebruikt worden;
- het verbod om de afgewerkte oliën met PCB's of andere gevaarlijke afvalstoffen te mengen, om vreemde stoffen aan de afgewerkte oliën toe te voegen of ermee te vermengen;
- de inzamelings- en valorisatiesystemen die hen ter beschikking gesteld worden en hun rol bij de valorisatie van de afgewerkte oliën;
- de voordelen en mogelijkheden die het gebruik van biologisch afbreekbare oliën hen biedt. Afdeling
- - Afgedankte voertuigen Onderafdeling
- -
Art. 2.4.33.
In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing: 1° "hergebruiks- en recyclingpercentage": het percentage dat verkregen wordt door het gewicht van de hergebruikte en gerecycleerde onderdelen van de afgedankte voertuigen te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde afgedankte voertuigen;2° "hergebruiks- en valorisatiepercentage": het percentage dat verkregen wordt door het gewicht van de hergebruikte en gevaloriseerde onderdelen van de afgedankte voertuigen te delen door het totaalgewicht van de ingezamelde afgedankte voertuigen;3° "verwerking": elke activiteit die plaatsvindt nadat het afgedankt voertuig is afgeleverd aan een depollutie-, demontage-, snij-, vermalings-, valorisatie-installatie of aan een installatie tot voorbereiding op de verwijdering van de vermalen afvalstoffen, alsook elke andere handeling uitgevoerd met het oog op de valorisatie en/of de verwijdering van het afgedankt voertuig en zijn onderdelen;4° "shredder": voorziening om de afgedankte voertuigen in stukken te snijden of te fragmenteren, inclusief om onmiddellijk bruikbaar schroot te verkrijgen;5° "voertuig": ieder voertuig in de zin van het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen. Art. 2.4.
- De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is van toepassing op voertuigen en afgedankte voertuigen, met inbegrip van hun onderdelen en materialen. Voor de producten die krachtens dit besluit aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen zijn en die in de nieuwe voertuigen geïntegreerd zijn wanneer die in de handel worden gebracht, is de constructeur van deze voertuigen de producent. Onderafdeling
- - Terugnameplicht Art. 2.4.
- §
- De eigenaar of houder van een afgedankt voertuig moet zijn afgedankt voertuig naar een terugnamepunt brengen overeenkomstig § 2 van dit artikel. §
- Het net van terugnamepunten telt een voldoende hoog aantal terugnamepunten en is geografisch evenwichtig verdeeld over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het wordt uitvoerig beschreven in het individuele preventie- en beheersplan, in de erkenningsaanvraag of in de milieuovereenkomst. Dat net bestaat uit garages, demontage- en depollutiecentra en uit centra voor de inzameling, sortering of recycling van afgedankte voertuigen, vergund door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Art. 2.4.
- §
- De kleinhandelaar is verplicht hetzij elk afgedankt voertuig dat hem aangeboden wordt en dat van een merk is dat hij op de markt aanbiedt, gratis terug te nemen, hetzij de houder het vergunde terugnamepunt aan te wijzen wanneer hij niet zelf voor de terugname zorgt. De kleinhandelaar is verplicht elk afgedankt voertuig dat hem aangeboden wordt, gratis terug te nemen in geval van aankoop van een vervangingsvoertuig, ongeacht het merk. §
- De kleinhandelaar levert een aanvaardingsbewijs naar het door het Instituut opgestelde model af in ruil voor het afgedankt voertuig, vergezeld van het inschrijvingsbewijs het identificatieplaatje en eventueel het laatste keuringsbewijs. In afwachting van dit model geldt het aankoopborderel of de factuur met vermelding van de terugname als bewijs. Art. 2.4.
- De distributeur is ertoe verplicht op eigen kosten, regelmatig en ter plaatse bij de kleinhandelaars alle overeenkomstig artikel 2.4.36 in ontvangst genomen afgedankte voertuigen terug te nemen en aan de producent aan te bieden. Art. 2.4.
- §
- Binnen de drie maanden na de terugname door de kleinhandelaars moet de producent op eigen kosten alle in ontvangst genomen afgedankte voertuigen terugnemen bij de distributeurs of de kleinhandelaars, en ze in een hiertoe geregistreerd demonteercentrum of een geregistreerd centrum voor vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen laten verwerken. §
- Een afgedankt voertuig wordt zonder kosten voor de houder en/of de eigenaar ervan teruggenomen voor zover de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn: 1° het afgedankt voertuig bevat alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor de werking van een voertuig;2° het afgedankt voertuig bevat geen afvalstoffen dat niet eigen is aan het voertuig.Bij gebreke daarvan kunnen kosten gevorderd worden, zonder overschrijding van de kosten gemaakt door de producent wegens niet-inachtneming van genoemde voorwaarden; 3° het afgedankt voertuig wordt afgeleverd met het inschrijvingsbewijs, het identificatieplaatje en eventueel het laatste keuringsbewijs;4° het afgedankt voertuig wordt ingeleverd bij de door de kleinhandelaar of de producent aangegeven terugnamepunten. §
- De producent zet met alle middelen waarover hij beschikt aan tot de aflevering van de afgedankte voertuigen in het net van terugnamepunten waarvan sprake is in artikel 2.4.
- Art. 2.4.
- Voor zover dat technisch mogelijk is, stellen de producenten inzamelsystemen ter beschikking voor afgedankte onderdelen die als afvalstoffen te beschouwen zijn en die uit personenauto's worden gehaald tijdens herstellingen. Onderafdeling
- - Verwerking Art. 2.4.
- §
- De verwerking van afgedankte voertuigen wordt geregeld door het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen. §
- De producent zorgt ervoor dat, in de mate van het mogelijke, herbruikbare onderdelen worden hergebruikt, dat niet-herbruikbare componenten een nuttige toepassing krijgen en dat de voorkeur wordt gegeven aan recycling. §
- De producenten bezorgen de centra voor de depollutie en ontmanteling van afgedankte voertuigen gratis de informatie die nodig is om de afgedankte voertuigen op correcte en milieuvriendelijke wijze te verwerken. Deze informatie heeft betrekking op de diverse onderdelen en materialen van de voertuigen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen, meer in het bijzonder zware metalen, alsook het materieel dat nodig is om ze te verwijderen. Deze informatie wordt door de autoconstructeurs en de onderdelenfabrikanten ter beschikking van de vergunde verwerkingscentra gesteld in de vorm van handleidingen of van elektronische bestanden. De fabrikanten van voertuigonderdelen verstrekken op verzoek van de centra informatie over de demontage, de opslag en het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens. §
- De hierna aangegeven voorschriften zijn van toepassing op de aangegeven voertuigonderdelen en materialen. 1° De batterijen en accu's worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van afdeling 1 van dit hoofdstuk.2° De versleten banden worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van afdeling 2 van dit hoofdstuk.3° De afgewerkte oliën worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van afdeling 3 van dit hoofdstuk. Onderafdeling
- - Financiering Art. 2.4.
- De constructeurs van de voertuigen zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling, de verwerking en de recycling van alle afgedankte voertuigen. Zij dragen ook de kosten van de voorlichtingscampagnes ten behoeve van de consumenten die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recyclage van de afgedankte voertuigen. Onderafdeling
- - Doelstellingen Art. 2.4.
- Wat de verwerking van afgedankte voertuigen betreft, dienen de producenten de volgende doelstellingen bereikt te hebben: a) hergebruik- en valorisatiepercentage van 95%;b) hergebruik- en recyclingpercentage van 85%. Onderafdeling
- - Rapportage Art. 2.4.
- §
- Vóór 31 mei van ieder jaar bezorgt de producent het Instituut, overeenkomstig artikel 2.2.12 van deze titel en voor het verstreken kalenderjaar, de volgende informatie: 1° de in kilogram en aantal uitgedrukte totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, ingezameld in het kader van de terugnameplicht;2° de inrichtingen waar de afgedankte voertuigen worden verwerkt, alsook de verwerkingsresten en de verwerkingsmethoden;3° de gegevens die het Instituut nodig heeft voor de beoordeling van het hergebruik van de afgedankte onderdelen die uit de afgedankte voertuigen werden gehaald;4° de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden afvalstoffen die respectievelijk hergebruikt, gerecycleerd, gevaloriseerd en verwijderd worden, bevestigd door de certificaten van de in 2° bedoelde inrichtingen; §
- Het Instituut kan de kleinhandelaar, de distributeur en de producent verzoeken om alle aanvullende informatie te verstrekken die het nuttig acht om de omschreven doelstellingen te beoordelen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling. §
- De producent kan een globaal rapport opmaken voor alle afvalstromen met betrekking tot de voertuigen die hij in de handel brengt. In dit rapport wordt rekening gehouden met de specifieke verplichtingen voor elk van die stromen. Onderafdeling
- - Preventie- en beheersplan Art. 2.4.
- De producenten moeten kwantitatieve en kwalitatieve afvalpreventiemaatregelen uitwerken om de milieuhinder te beperken zonder aan de veiligheid te raken. Onderafdeling
- - Sensibilisering van de consument Art. 2.4.
- §
- De producenten zorgen ervoor, met name via regelmatige voorlichtingscampagnes en sensibiliseringsacties, dat de gebruikers, kleinhandelaars en distributeurs ingelicht worden over de tot stand gebrachte inzamel- en verwerkingssystemen en over de rol die zij bij het beheer van de afgedankte voertuigen te vervullen hebben. §
- Ze zien toe op de doeltreffendheid en de veiligheid van de activiteiten met betrekking tot de inzameling en verwerking van afgedankte voertuigen, met name via sensibiliseringsacties ten behoeve van de operatoren. De producenten kunnen globale communicatiemaatregelen vastleggen voor alle stromen in verband met de voertuigen. §
- De producenten verstrekken alle vergunde verwerkingscentra gratis de informatie die zij nodig hebben om de afgedankte voertuigen te verwerken en te depollueren, inclusief de plaats van gevaarlijke stoffen en zware metalen die moeten worden verwijderd, een beschrijving van het noodzakelijke materieel en alle informatie over de gevaarlijke stoffen, en meer in het bijzonder de zware metalen. Afdeling
- - Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Onderafdeling
- -
Art. 2.4.46.
§ 1. In deze afdeling zijn de volgende definities van toepassing: 1° "producent": de producent in de zin van artikel 1.1, § 1, 10°, met uitzondering van punt
- d)van deze definitie, dat als volgt wordt vervangen: "
- d)via verkoop op afstand EEA rechtstreeks verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens in België, en is gevestigd in een andere lidstaat of in een derde land. ". 2° "grote, niet verplaatsbare industriële installaties": groot geheel van machines, apparatuur en/of onderdelen die samenwerken voor een bepaalde toepassing, op een vaste plaats door vakmensen worden geïnstalleerd of afgebroken en door vakmensen worden gebruikt en onderhouden in een industriële productieomgeving of een centrum voor onderzoek en ontwikkeling;3° "grote vaste installatie": een grootschalig samenstel van diverse typen apparaten en eventueel andere hulpmiddelen die: I.door vakmensen wordt gemonteerd, geïnstalleerd en afgebroken, II. bestemd is voor permanent gebruik als onderdeel van een gebouw of een structuur op een vooraf bepaalde en speciaal daarvoor bestemde plaats, en III. uitsluitend door dezelfde speciaal ontworpen apparatuur vervangen kan worden; 4° "niet voor de weg bestemde mobiele machines": een machine met een interne krachtbron, waarvan de werking ofwel mobiliteit vereist, ofwel permanente of semipermanente beweging tussen een reeks vaste werklocaties tijdens het werk;5° "medisch hulpmiddel": een medisch hulpmiddel of hulpstuk l in de zin van artikel 1, § 2, 1° van het Koninklijk Besluit van 18 maart 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999022270 bron ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van economische zaken en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de medische hulpmiddelen type koninklijk besluit prom. 18/03/1999 pub. 10/05/2019 numac 2019041066 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit betreffende de medische hulpmiddelen Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de medische hulpmiddelen, dat EEA is;6° "medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek": een hulpmiddel of hulpstuk voor in-vitrodiagnostiek in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het Koninklijk Besluit van 14 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001022774 bron ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van economische zaken en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitro diagnostiek sluiten betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, dat EEA is;7° "actief implanteerbaar medisch hulpmiddel": actief implanteerbaar medisch hulpmiddel in de zin van artikel 1, § 1, tweede lid, 3°, van het Koninklijk Besluit van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/07/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997022562 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen sluiten betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen, dat EEA is;8° "zeer klein AEEA": AEEA waarvan de buitenafmetingen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 25 cm. § 2. Deze afdeling is van toepassing op AEEA in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, afkomstig van EEA die in de handel gebracht wordt, op de manier die omschreven wordt in dit artikel. Tot 14 augustus 2018 moeten de apparaten waarop deze afdeling van toepassing is, worden ingedeeld in de volgende categorieën: 1. grote huishoudelijke apparaten;2. kleine huishoudelijke apparaten;3. IT- en telecommunicatieapparatuur;4. consumentenapparatuur en fotovoltaïsche zonnepanelen;5. verlichtingsapparatuur;6. elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties);7. speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur;8. medische hulpmiddelen (met uitzondering van alle geïmplanteerde of geïnfecteerde producten);9. meet- en controle-instrumenten;10. automaten. Bijlage 1 bevat een indicatieve lijst van EEA die behoort tot de in deze paragraaf vermelde categorieën. § 3. Vanaf 15 augustus 2018 zal deze afdeling van toepassing zijn op alle EEA. Die wordt ingedeeld in de volgende categorieën: 1. warmte- of koude-uitwisselende apparatuur;2. schermen, monitors en apparatuur met schermen die een oppervlakte hebben van meer dan 100 cm²;3. lampen 4.grote apparatuur; 5. kleine apparatuur (waarvan alle buitenafmetingen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 50 cm);6. kleine IT- en telecommunicatieapparatuur (waarvan alle buitenafmetingen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 50 cm). Bijlage 2 bevat een indicatieve lijst van EEA die behoort tot de in deze paragraaf vermelde categorieën. § 4. Het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is niet van toepassing op de volgende EEA: 1. apparatuur die noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van België, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal voor specifieke militaire doeleinden;2. apparatuur die specifiek is ontworpen en geïnstalleerd om deel uit te maken van andere apparatuur welke is uitgesloten van of niet onder het toepassingsgebied van dit besluit valt, die haar functie alleen kan vervullen als zij deel uitmaakt van laatstbedoelde apparatuur;3. gloeilampen. § 5. Vanaf 15 augustus 2018 is het stelsel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet van toepassing op de hierna genoemde EEA, bovenop de uitzonderingen vermeld in paragraaf 4 : 1. de apparatuur die ontworpen is om de ruimte ingestuurd te worden;2. de grote, niet verplaatsbare industriële installaties;3. de grote, vaste installaties met uitzondering van apparatuur die niet specifiek is ontworpen en geïnstalleerd wordt als onderdeel van zulke installaties, zoals bijvoorbeeld verlichtingsmateriaal of fotovoltaïsche zonnepanelen;4. vervoermiddelen voor personen of goederen, met uitzondering van elektrische tweewielers zonder typegoedkeuring;5. niet voor de weg bestemde mobiele machines die uitsluitend beroepsmatig ter beschikking zijn gesteld;6. apparatuur die speciaal is ontworpen uitsluitend voor doeleinden van onderzoek en ontwikkeling en die alleen door een bedrijf aan een ander bedrijf ter beschikking wordt gesteld;7. medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, wanneer deze hulpmiddelen naar verwachting vóór het einde van hun levensduur infectieus zijn, en actieve implanteerbare medische hulpmiddelen. Art. 2.4.47. Deze afdeling geldt onverminderd de voorschriften van de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid en inzake chemische producten, met name de verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH). Art. 2.4.48. Deze afdeling heeft tot doel de verwijdering van AEEA in de vorm van ongesorteerde afvalstoffen tot een minimum te beperken, een correcte verwerking van alle ingezamelde AEEA te waarborgen en een hoog niveau van gescheiden inzameling van AEEA te bereiken, met name en bij voorrang voor warmte of koude uitwisselende apparatuur die ozon afbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen bevat, kwikhoudende fluorescentielampen, fotovoltaïsche zonnepanelen en kleine elektrische en elektronische apparatuur zoals bedoeld in de categorieën 5 en 6 van bijlage 2. Onderafdeling 2. - Terugnameplicht Art. 2.4.49. § 1. De kleinhandelaar dient kosteloos, en op een één-voor-één basis, van de consument alle huishoudelijke AEEA terug te nemen die de consument aanbiedt, voor zover de consument een apparaat met gelijkwaardige functies of met dezelfde functies koopt, en dit ongeacht de verkoopvoorwaarden en de leverings-ophalingswijze van de apparatuur. Om de in artikel 2.4.59 omschreven inzamelingsdoelstellingen te bereiken, zorgen de kleinhandelaars met afzonderlijke verkoopruimte voor EEA van minimaal 400 m², gratis voor de terugname van zeer klein AEEA, afgeleverd door de consumenten, en dit zonder verplichting om EEA met dezelfde functies te kopen. De kleinhandelaar plaatst zijn inzamelrecipiënt op een voldoende zichtbare plaats in zijn verkoopruimte of in de onmiddellijke nabijheid ervan. De verplichting zoals vermeld in vorige alinea, kan worden opgeheven indien een door het Instituut goedgekeurd onderzoek aantoont dat er goedkopere alternatieven bestaan met dezelfde prestaties op het vlak van de inzameling van klein EEA. Die onderzoeken zijn voor het publiek beschikbaar. § 2. De kleinhandelaar bewaart de AEEA zoals hij hem door de consumenten werd afgegeven om hem toe te vertrouwen aan de distributeur of de producent. Hij mag de apparaten niet ontmantelen en/of de verschillende delen ervan niet scheiden, behalve om zijn klanten bij gelegenheid wisselstukken te bezorgen in het kader van een reparatiedienst die hij verstrekt. § 3. De distributeur of in voorkomend geval de producent, moet op zijn kosten, regelmatig en ter plaatse bij de kleinhandelaars alle met toepassing van paragraaf 1 teruggenomen AEEA ophalen en deze aan de producent of zijn vertegenwoordiger bezorgen. § 4. Huishoudelijk AEEA wordt gratis teruggenomen in de containerparken. § 5. De producent moet op zijn kosten regelmatig alle door de kleinhandelaars, distributeurs, ondernemingen met sociaal oogmerk en publiekrechtelijke rechtspersonen verantwoordelijk voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen ingezameld AEEA terugnemen. Hij stelt de nodige verpakkingen en andere inzamelingsmiddelen gratis ter beschikking van alle inzamelpunten waarmee een contract is gesloten met het oog op de terugname van de huishoudelijke AEEA. Bij de keuze van de inzamelingsmiddelen wordt onder meer rekening gehouden met de opslagcapaciteit van de kleinhandelaars, distributeurs en containerparken, en wordt gestreefd naar het optimaliseren van de opslagbeveiliging, de voorbereiding op hergebruik en het hergebruik. § 6. In afwijking van de paragrafen 1 tot 6 van dit artikel kan de producent, de distributeur of de kleinhandelaar de terugname van huishoudelijke AEEA weigeren indien: 1° de apparatuur niet alle onderdelen bevat die essentieel zijn voor zijn werking;2° de afgedankte apparatuur afvalstoffen bevat vreemd aan het apparaat;3° de apparatuur elementen bevat die, ten gevolge van verontreiniging, een risico vormen voor de gezondheid of de veiligheid van zijn personeel. Art. 2.4.50. De producenten staan in voor de inzameling van de professionele AEEA. Art. 2.4.51. § 1. De gescheiden ingezamelde AEEA wordt gesorteerd naargelang het om herbruikbare of niet-herbruikbare apparatuur gaat. De producenten geven de centra voor voorbereiding voor hergebruik waarmee zij een overeenkomst tot bepaling van de modaliteiten rond het hergebruik en het voorbereiden voor hergebruik van AEEA hebben gesloten, toegang tot de ingezamelde AEEA. Er wordt voorrang gegeven aan het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van de AEEA als deze apparatuur voldoet aan de criteria voor hergebruik, omschreven in artikel 4.1.2. en in bijlage 4. Een model van de overeenkomst met de centra voor voorbereiding voor hergebruik wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut. § 2. De publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, stimuleren het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van de AEEA, meer in het bijzonder door een overeenkomst te sluiten met één of meer ondernemingen met sociaal oogmerk en met de voorafgaande goedkeuring van de producenten. Deze overeenkomst bevat op zijn minst de bepalingen in verband met de sensibilisering van de consument voor het hergebruik en met de toegang tot het ingezamelde afval. De publiekrechtelijke rechtspersonen voeren voor al het door hen ingezamelde afval een selectie door met het oog op hergebruik. § 3. In samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen en/of met één of meer ondernemingen met sociaal oogmerk kunnen de producenten aanvullende inzamelkanalen organiseren om de sensibilisering van de consument, de gescheiden inzameling, het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van AEEA in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren. Art. 2.4.52. De producent moet ervoor zorgen dat de inzameling en het vervoer van de overeenkomstig deze afdeling gescheiden ingezamelde AEEA, op zodanige wijze plaatsvinden dat de voorbereiding voor hergebruik, de recycling en de inperking van de gevaarlijke stoffen optimaal kunnen verlopen. Onderafdeling 3. - Verwerking Art. 2.4.53. § 1. De producent moet ervoor zorgen dat de AEEA die hij in het kader van deze afdeling inzamelt, in een hiertoe vergunde inrichting wordt opgeslagen, gesorteerd, nuttig toegepast, gerecycleerd en verwerkt met inachtneming van de voorschriften van titel IV, hoofdstuk 1, van dit besluit. § 2. De verwerkingshandelingen mogen ook buiten het Belgisch grondgebied plaatsvinden, mits de overbrenging van het AEEA in overeenstemming is met verordening (EG) nr. 1013/2006. Onderafdeling 4. - Financiering Art. 2.4.54. § 1. Voor huishoudelijke EEA en die na 13 augustus 2005 in de handel werden gebracht, is elke producent verantwoordelijk voor de inzameling bij de containerparken, de distributeurs of de kleinhandelaars en voor de verwerking van de afvalstoffen van zijn eigen producten. § 2. Voor huishoudelijk EEA en die vóór 13 augustus 2005 in de handel werden gebracht ("historische afvalstoffen"), berust het beheer bij één of meer systemen waaraan alle producenten die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop de betrokken kosten ontstaan, naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de betrokken apparatuur, bijdragen. Art. 2.4.55. § 1. De beheerskosten voor de professionele AEEA, afkomstig van producten die vóór 13 augustus 2005 in de handel werden gebracht, worden betaald: 1° door de producent wanneer de apparatuur vervangen wordt door een gelijkwaardig product of door een product dat dezelfde functies heeft. Ter aanvulling kan de regering beslissen dat de beroepsmatige gebruikers eveneens al deze kosten volledig of gedeeltelijk ten laste moeten nemen; 2° door de beroepsmatige gebruiker in de overige gevallen. § 2. De beheerskosten voor de professionele AEEA van die na 13 augustus 2005 in de handel werd gebracht, zijn ten laste van de producent. § 3 De producenten en de gebruikers van professionele AEEA's kunnen overeenkomsten sluiten die in andere financieringsmethoden voorzien. Art. 2.4.56. De producenten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de juiste mechanismen of procedures worden ingevoerd voor de terugbetaling van de bijdragen van de producenten aan de producenten wanneer de EEA is overgebracht om buiten het Belgisch grondgebied in de handel te brengen. Art. 2.4.57. Wanneer een product in de handel wordt gebracht, geeft elke producent een waarborg dat het beheer van alle AEEA zal worden gefinancierd. Deze garantie moet waarborgen dat de handelingen voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuvriendelijke verwijdering van de huishoudelijke AEEA die naar de inzamelinstallaties wordt gebracht, die