← België

Ordonnantie betreffende het natuurbehoud

Kort samengevat

Deze ordonnantie regelt het natuurbehoud in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met als doel de biologische diversiteit te beschermen, te beheren, te verbeteren en te herstellen, inclusief wilde fauna en flora, hun habitats en ecosystemen. Ze zorgt ook voor de omzetting van Europese richtlijnen en verdragen over natuurbehoud en reguleert de visvangst.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
1 MAART 2012. - Ordonnantie betreffende het natuurbehoud Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 1. - Doelstellingen Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. Art. 2.§ 1. - Deze ordonnantie heeft tot doel bij te dragen aan het verzekeren van de instandhouding en het duurzame gebruik van de elementen die deel uitmaken van de biologische diversiteit en dat door maatregelen voor de bescherming, het beheer, de verbetering en het herstel van de soortenpopulaties van de wilde fauna en flora, evenals hun habitats, natuurlijke habitats en terrestrische en aquatische ecosystemen, en door de daartoe vereiste behouds- of herstelmaatregelen voor de milieukwaliteit. Ze beoogt met name de omzetting van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde fauna en flora, Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand en het Verdrag van 19 september 1979 inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk milieu in Europa. Zij beoogt de doelstellingen van de Europese Conventie met betrekking tot het Landschap van 20 oktober 2000 te bereiken. Ze regelt bovendien de beoefening van de visvangst om het duurzame karakter ervan te verzekeren. Ze streeft ernaar de sensibilisering van het publiek en de gewestelijke besturen, de instellingen van openbaar nut, de privé-personen belast met een opdracht van openbare dienst en - in aangelegenheden van gewestelijk belang - de gemeentes te bevorderen, evenals de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis in verband met de instandhouding en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit in een stedelijk milieu. § 2. - De maatregelen getroffen krachtens deze ordonnantie streven er meer bepaald naar : 1° het behoud of het herstel in een gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats en fauna- en florasoorten van communautair en gewestelijk belang te verzekeren;2° bij te dragen tot de invoering van een Brussels ecologisch netwerk;3° bij te dragen tot de integratie van de biologische diversiteit in haar stedelijke context. § 3. De maatregelen genomen krachtens deze ordonnantie houden rekening met de economische, sociale en culturele vereisten, net als met de gewestelijke en lokale bijzonderheden. HOOFDSTUK 2. - Definities Art. 3.In deze ordonnantie wordt verstaan onder : 1° instandhouding : een geheel van maatregelen die nodig zijn voor het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding in de zin van punten 8° en 15° ;2° biologische diversiteit : de variabiliteit van levende organismen van allerlei herkomst met inbegrip van, onder meer, de terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische complexen waarvan zij deel uitmaken, dit omvat mede de diversiteit binnen soorten, tussen soorten en van ecosystemen;3° duurzaam gebruik : het gebruik van de elementen die deel uitmaken van de biologische diversiteit op een dusdanige manier en ritme dat dit op lange termijn geen verarming met zich brengt en aldus hun potentieel vrijwaart om te voldoen aan de behoeften en betrachtingen van huidige en toekomstige generaties;4° natuurlijke habitats : terrestrische of aquatische zones met bijzondere geografische, abiotische en biotische kenmerken en die zowel geheel natuurlijk als halfnatuurlijk kunnen zijn;5° types natuurlijke habitats van communautair belang : types natuurlijke habitats die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie : a.ofwel het gevaar lopen in hun natuurlijke verspreidingsgebied te verdwijnen; b. ofwel een beperkt natuurlijk verspreidingsgebied hebben ten gevolge van hun achteruitgang of wegens hun intrinsiek beperkte areaal;c. ofwel opmerkelijke voorbeelden zijn van kenmerken die typisch zijn voor één of meer van de volgende negen biogeografische regio's : Alpien gebied, Atlantische zone, Zwarte-Zeegebied, boreale zone, continentale zone, Macronesië, Middellandse-Zeegebied, Pannonisch gebied en steppengebied; De types natuurlijke habitats van communautair belang aanwezig op het gewestelijke grondgebied zijn opgenomen in bijlage I.1.; 6° prioritaire types natuurlijke habitats : op het Europese grondgebied voorkomende types natuurlijke habitats die het gevaar lopen te verdwijnen en voor de instandhouding waarvan de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid draagt omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op haar grondgebied ligt; De prioritaire types natuurlijke habitats aanwezig op het gewestelijke grondgebied worden met een sterretje (*) aangeduid in bijlage I.1.; 7° staat van instandhouding van een natuurlijke habitat : het effect van de som van de invloeden die op de betrokken natuurlijke habitat en de daar voorkomende typische soorten inwerken en op lange termijn een verandering kunnen bewerkstelligen in de natuurlijke verspreiding, de structuur en de functies van die habitat of die van invloed kunnen zijn op het voortbestaan op lange termijn van de betrokken typische soorten op het Europese grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie;8° gunstige staat van instandhouding van een natuurlijke habitat : een toestand die is verworven wanneer aan al deze voorwaarden is voldaan : a.het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de oppervlakte van die habitat binnen dat gebied zijn stabiel of nemen toe; b. de voor het behoud op lange termijn nodige specifieke structuur en functies bestaan en zullen binnen afzienbare tijd vermoedelijk blijven bestaan;c. de staat van instandhouding van de voor die habitat typische soorten is gunstig in de zin van punt 15° ;9° habitat van een soort : een door specifieke abiotische en biotische factoren bepaald milieu waarin de soort tijdens één van zijn fasen van zijn biologische cyclus leeft;10° natuurlijke habitats van gewestelijk belang : natuurlijke habitats op het gewestelijk grondgebied voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding; Deze habitats zijn opgenomen in bijlage I.2.; 11° soorten van communautair belang : soorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie : a.bedreigd zijn, uitgezonderd de soorten waarvan het natuurlijk verspreidingsgebied slechts een marginaal gedeelte van dat grondgebied beslaat en die in het west-palearctische gebied niet bedreigd of kwetsbaar zijn; b. kwetsbaar zijn, dat wil zeggen waarvan het waarschijnlijk wordt geacht dat zij in de nabije toekomst bij het voortbestaan van de bedreigende factoren zullen overgaan naar de categorie van de bedreigde soorten;c. zeldzaam zijn, dat wil zeggen waarvan de populaties van kleine omvang zijn en die, hoewel zij momenteel noch bedreigd noch kwetsbaar zijn, in die situatie dreigen te komen;deze soorten leven in geografische gebieden die van beperkte omvang zijn, of zijn over een grotere oppervlakte versnipperd; d. endemisch zijn en bijzondere aandacht vereisen wegens het specifieke karakter van hun habitat en/of de potentiële gevolgen van hun exploitatie voor hun staat van instandhouding; De soorten van communautair belang aanwezig op het gewestelijk grondgebied zijn opgenomen in bijlagen II.1., II.2., II.3. en II.5.; 12° prioritaire soorten : de onder punt 11°, a., bedoelde soorten voor de instandhouding waarvan de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid draagt omdat een belangrijk deel van hun natuurlijk verspreidingsgebied op haar grondgebied ligt; De prioritaire soorten aanwezig op het gewestelijke grondgebied worden met een sterretje (*) aangeduid in bijlagen II.1.1° en II.1.3° ; 13° soorten van gewestelijk belang : inheemse soorten voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding; Deze soorten zijn opgenomen in bijlage II.4.; 14° staat van instandhouding van een soort : het effect van de som van de invloeden die op de betrokken soort inwerken en op lange termijn een verandering kunnen bewerkstelligen in de verspreiding en de grootte van de populaties van die soort op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie;15° gunstige staat van instandhouding van een soort : een toestand die is verworven wanneer aan al deze voorwaarden is voldaan : a.uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en zal dat vermoedelijk op lange termijn blijven; b. het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort wordt niet kleiner of lijkt binnen afzienbare tijd niet kleiner te zullen worden;c. er bestaat een voldoende grote habitat en deze zal waarschijnlijk blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden omdat deze habitat in een gunstige staat van instandhouding is behouden of hersteld;16° specimen : elk dier of elke plant, levend (ongeacht het levensstadium of de biologische cyclus) of dood, elk deel of elk daaruit verkregen product, alsmede alle andere goederen, voor zover uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket, of uit andere omstandigheden blijkt dat het gaat om delen van dieren of planten van deze soorten of van daaruit verkregen producten;17° gebied : een geografisch bepaalde zone, waarvan de oppervlakte duidelijk is afgebakend; 18° gebied van communautair belang : een gebied opgenomen in de lijst van gebieden van communautair belang en dat er in de biogeografische regio of regio's waartoe het behoort, significant toe bijdraagt een natuurlijk habitattype van bijlage I.1 of een populatie van een soort van bijlagen II.1.1° en II.1.3° in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen en ook significant kan bijdragen tot de coherentie van het Natura 2000-netwerk, en/of significant bijdraagt tot de instandhouding van de biologische diversiteit in de betrokken biogeografische regio of regio's; Voor de diersoorten met een zeer groot territorium komen de gebieden van communautair belang overeen met de plaatsen, binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van die soorten, die de fysische en biologische elementen vertonen welke voor hun leven en voortplanting essentieel zijn; 19° lijst van de gebieden van communautair belang : lijst vastgesteld door de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 4.2, lid 3 van Richtlijn 92/43/EEG; 20° speciale beschermingszone (SBZ-H) : gebied van communautair belang waarin instandhoudingsmaatregelen worden toegepast die nodig zijn om de natuurlijke habitats en/of populaties van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komen de speciale beschermingszones overeen met de Natura 2000-gebieden die werden aangewezen volgens de criteria voorzien in artikel 40, § 1, lid 2, 2° ; 21° speciale beschermingszone (SBZ-V) : gebied dat bijdraagt tot het behoud van vogelsoorten en geregeld voorkomende trekvogelsoorten op het gewestelijk grondgebied genoemd in bijlage II.1.2°, wiens voortplantings-, rui- en overwinteringsarealen in stand gehouden dienen te worden, net als de rustzones in hun trekarealen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komen de speciale beschermingszones overeen met de Natura 2000-gebieden die werden aangewezen volgens de criteria voorzien in artikel 40, § 1, lid 2, 1° ; 22° Natura 2000-netwerk : coherent Europees ecologisch netwerk samengesteld uit alle speciale beschermingszones (SBZ-H en SBZ-V) aangewezen door de lidstaten van de Europese Unie;23° Brussels ecologisch netwerk : coherent geheel van gebieden die natuurlijke, halfnatuurlijke en kunstmatige elementen van het gewestelijk grondgebied vertegenwoordigen en die in stand gehouden, beheerd en/of hersteld moeten worden om bij te dragen in het verzekeren van het behoud of het herstel in een gunstige staat van instandhouding van de soorten en natuurlijke habitats van communautair en gewestelijk belang;het Brusselse ecologische netwerk is samengesteld uit centrale gebieden, ontwikkelings- en verbindingsgebieden; het omvat met name de natuurreservaten, de bosreservaten en het deel van het Natura 2000-net dat op het gewestelijk grondgebied is gelegen; bovendien omvat dit netwerk de gebieden van hoogbiologische waarde in de zin van het GBP, evenals de plaatselijke en lineaire elementen van het stedelijk of landelijk landschap die niet voldoende groot zijn om een centraal gebied, ontwikkelings- of verbindingsgebied te vormen, maar kunnen bijdragen in het bevorderen van de instandhouding, de verspreiding of de migratie van de soorten, met name tussen de centrale gebieden; elk terrein dat waardevol zou kunnen zijn voor het netwerk wordt in aanmerking genomen in het ecologisch netwerk, los van het statuut ervan in het GBP, met name braakland, spoorwegbermen, middenbermen van hoofdverkeerswegen, parkgebieden, bepaalde binnenterreinen van huizenblokken, bepaalde beschermde landschappen en feitelijke groene zones; het « groene en blauwe netwerk » in de zin van het GewOP draagt bij tot de uitvoering van het Brusselse ecologische netwerk. Dit netwerk voorziet een verbinding met de centrale ontwikkelings- en verbindingsgebieden van de naburige gewesten teneinde een coherent geheel te vormen; 24° centraal gebied : gebied met een grote biologische waarde of een potentiële grote biologische waarde die in belangrijke mate bijdraagt tot het verzekeren van het behoud of het herstel in een gunstige staat van instandhouding van de soorten en natuurlijke habitats van communautair en gewestelijk belang;25° ontwikkelingsgebied : gebied met een gemiddelde biologische waarde of een potentiële grote biologische waarde die bijdraagt of kan bijdragen tot het verzekeren van het behoud of het herstel in een gunstige staat van instandhouding van de soorten en natuurlijke habitats van communautair en gewestelijk belang;26° verbindingsgebied : gebied dat door zijn ecologische kenmerken de verspreiding of de migratie van soorten, met name tussen de centrale gebieden, bevordert of kan bevorderen;27° Natura 2000-gebied : een gebied dat door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd aangewezen volgens de procedure en de criteria voorzien in artikel 40 tot 46 en dat alle samenstellende Natura 2000-deelgebieden omvat;28° Natura 2000-deelgebied : gebied dat een beheersentiteit vormt binnen een Natura 2000-gebied;29° betrokken gemeente : gemeente op het grondgebied waarvan een natuurreservaat, een bosreservaat of Natura 2000-gebied volledig of gedeeltelijk is gelegen;30° betrokken eigenaar : iedere houder van een eigendomsrecht op een onroerend goed aanwezig in een natuurreservaat, een bosreservaat of een Natura 2000-gebied;31° betrokken gebruiker : elke houder van een vruchtgebruiks-, erfpacht-, oppervlakte-, gebruiks-, wonings- of concessierecht, van een huurovereenkomst met vaste dagtekening of van een pacht betreffende een onroerend goed gelegen in een natuurreservaat, een bosreservaat of een Natura 2000-gebied;32° Natura 2000-deskundige : een rechtspersoon of natuurlijke persoon die is erkend voor het uitvoeren van een passende beoordeling van de effecten van een plan of project of voor het uitvoeren van een effectenstudie van projecten;33° project : de realisatie van bouwwerkzaamheden of andere inrichtingen of werkstukken, net als andere ingrepen in het natuurlijk milieu of het landschap, met inbegrip van deze bedoeld om de natuurlijke hulpbronnen in de bodem te exploiteren;34° ecologische kwaliteitsnorm : norm tot vaststelling van de fysische, scheikundige of biologische processen of kenmerken die in een milieu behouden of hersteld moeten worden om de instandhouding van een soort, een groep van soorten, een natuurlijke habitat of een bepaald ecosysteem te verzekeren;35° nesten : bewoonde nesten of in aanbouw, net als verlaten nesten;36° eieren : volledige of lege eieren, net als eierschalen;37° landbouwhuisdieren : dieren die gewoonlijk gehouden worden als opbrengstdieren voor de productie van vlees, eieren, melk, pluimen of huiden;38° gezelschapshuisdieren : in gevangenschap geboren en gekweekte dieren onder de hoede van de mens, waarvan de lijst is opgesteld in of krachtens de federale wetgeving betreffende de bescherming en het welzijn van dieren, evenals opnieuw verwilderde huisdieren en hun afstammelingen;39° geboren en gekweekt in gevangenschap : geboren in een kwekerij, waarbij het uitgesloten is dat het specimen in de natuur werd gevangen;40° wildsoort : een soort die in bijlage III is opgenomen;41° soort : een soort, ondersoort of lager taxon;met inbegrip van de delen, kiemcellen of voortplantingsknoppen van genoemde soort die kunnen overleven en zich achteraf kunnen voortplanten; 42° inheemse soort : soort waarvan het huidige of vroegere natuurlijke verspreidingsgebied het gehele of gedeeltelijke gewestelijke grondgebied omvat;43° Europese soort : soort waarvan het huidige of vroegere natuurlijke verspreidingsgebied het gehele of gedeeltelijke Europese grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie omvat;44° natuurlijk verspreidingsgebied : een van nature ingenomen gebied zonder directe noch indirecte invoering, noch ingreep door de mens;45° invasieve soort : een exotische soort, geneigd om zich in groten getale te verspreiden of te vermeerderen op een excessieve manier of een manier die het behoud van de biodiversiteit bedreigt.De lijst van de invasieve soorten is opgenomen in bijlage IV; 46° bewuste introductie in de natuur : het door de mens bewust invoeren, transfereren of verplaatsen van een soort buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied op elke plaats waar de soort zich vrij kan verspreiden in de omgeving;47° herintroductie in de natuur : poging om een soort te vestigen in een gebied dat deel uitmaakte van zijn historische natuurlijke verspreidingsgebied, maar waar deze soort verdween of verwijderd werd, op elke plaats waar de soort zich vrij kan verspreiden in de omgeving;48° water open voor de visvangst : water waar gevist mag worden conform de modaliteiten opgelegd door of krachtens deze ordonnantie;49° Richtlijn 92/43/EEG : Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde fauna en flora;50° Richtlijn 2009/147/EG : Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand;51° verdrag van Bern : verdrag van 19 september 1979 inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk milieu in Europa;52° GewOP : Gewestelijk ontwikkelingsplan;53° GBP : Gewestelijk Bestemmingsplan;54° BWRO : Brussels Wetboek van de Ruimtelijke Ordening;55° Minister : de Minister bevoegd voor Leefmilieu, waaronder ook het Natuurbehoud ressorteert;56° Milieucollege : het college bedoeld in artikel 79 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;57° Instituut : Brussels Instituut voor Milieubeheer;58° BROH : Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;59° KCML : De Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen bedoeld in artikel 11 van het BWRO. HOOFDSTUK 3. - Sensibilisering en wetenschappelijk onderzoek Art. 4.De Regering bevordert de sensibilisering van het publiek en de de gewestelijke besturen, de instellingen van openbaar nut, de privé-personen belast met een opdracht van openbare dienst en - in aangelegenheden van gewestelijk belang - de gemeentes voor de elementen die de gewestelijke en wereldwijde biologische diversiteit uitmaken en voor de noodzaak om ze te behouden en ze duurzaam te gebruiken, met name wat betreft de populaties van inheemse fauna- en florasoorten, hun habitats en de natuurlijke habitats. Ze draagt bij tot de verspreiding van de daartoe noodzakelijke informatie en tot de voorlichting van de burger. Onder de voorwaarden die ze bepaalt, kan de Regering subsidies toekennen aan privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen met het oog op het bevorderen van de sensibilisering en het geven van opleidingen daartoe. Zij bepaalt hiervoor de aanvraag- en toekenningsprocedure. Art. 5.Met inbegrip van subsidies, moedigt de Regering het wetenschappelijke werk en onderzoek aan die noodzakelijk zijn gelet op de doelstellingen bedoeld in artikel 2 en het toezicht bedoeld in artikel 15. Zij bepaalt de aanvraag- en toekenningsprocedure voor de subsidies. HOOFDSTUK 4. - Planning Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 6.§ 1. - De planning inzake natuurbehoud beoogt het sturen en coördineren van de voorbereiding, opstelling en uitvoering van beslissingen op het vlak van natuurbehoud en in beleidslijnen van gewestelijke bevoegdheid die daarop van invloed kunnen zijn. § 2. - De planning inzake natuurbehoud op gewestelijk niveau omvat : - de redactie van een rapport over de staat van de natuur; - de redactie van een gewestelijk natuurplan; - desgevallend, de opstelling van actieplannen; - de opstelling van inventarissen en het toezicht op de soorten en natuurlijke habitats. Afdeling 2. - Het rapport over de staat van de natuur Art. 7.Tegelijkertijd met het rapport over de staat van het leefmilieu bedoeld in artikel 17 van de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, stelt het Instituut een rapport op over de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het luik betreffende de instandhouding van de natuur en de biologische diversiteit in het rapport over de staat van het milieu is gebaseerd op de gegevens van dat rapport. Het rapport over de staat van de natuur bevat minimaal : 1° de synthese van de gegevens ingezameld in het kader van het toezicht bedoeld in artikel 15 voor de voorbije periode;2° een beoordeling van de voornaamste bedreigingen die boven de inheemse natuurlijke habitats en soorten hangen en een analyse van de processen en activiteitscategorieën die daarvan de oorzaak zijn;3° een beoordeling van de uitvoering van het gewestelijk natuurplan en de actieplannen;4° aanbevelingen om de in punt 2° bedoelde bedreigingen te bestrijden, met name de wenselijkheid van de herintroductie van inheemse soorten indien, op basis van de opgedane ervaring, blijkt dat een dergelijke herintroductie op efficiënte wijze bijdraagt tot het herstel van de goede staat van instandhouding van de populaties van deze soorten;5° een voorstel van aanpassingen die desgevallend worden aangebracht in het gewestelijk natuurplan bedoeld in artikel 8, de actieplannen bedoeld in artikel 12 en het toezichtsschema bedoeld in artikel 15, net als in verordenende bepalingen, plannen of programma's die een rem of hindernis kunnen zijn voor de verwezenlijking van het natuurbehoudbeleid, met name gelet op de bedreigingen bedoeld in punt 2;6° desgevallend de beoordeling van het beheer van de gewestelijke natuurreservaten uitgevoerd in toepassing van artikel 30, § 3. Het rapport over de staat van de natuur wordt voor advies voorgelegd aan de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud. Dat rapport wordt samen met het rapport over de staat van het milieu neergelegd en verspreid volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 17, § 3 van de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Regering kan de modaliteiten voor de vorm vastleggen en de inhoud van dat rapport aanvullen. Afdeling 3. - Het gewestelijk natuurplan Art. 8.§ 1. - De Regering stelt een gewestelijk natuurplan op voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het gewestelijk natuurplan is een oriëntatie-, programmatie- en integratiedocument voor het natuurbehoudbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het plan legt de richtlijnen vast die op korte, middellange en lange termijn gevolgd moeten worden bij de besluitvorming door de Regering, het gewestelijk bestuur, de instellingen van openbaar nut, de privépersonen belast met een missie van openbare dienst en - in aangelegenheden van gewestelijk belang - de gemeentes. Het plan wordt om de vijf jaar opgesteld. Het blijft van toepassing zolang het niet werd gewijzigd, vervangen of opgeheven. Het eerste plan wordt aangenomen uiterlijk binnen twee jaar nadat de deze ordonnantie van kracht wordt. § 2. - De Regering bepaalt de bepalingen van het plan die dwingend zijn voor de autoriteiten bedoeld in § 1. Daarvan mag alleen bij uitzondering worden afgeweken, bij ontstentenis van alternatieve oplossingen en voor zover de beslissing gerechtvaardigd wordt en in het bijzonder gemotiveerd wordt door dwingende redenen van algemeen belang. De Regering kan de modaliteiten voor de afwijkingsprocedure vastleggen. Voor het overige heeft het gewestelijk natuurplan een indicatieve waarde. Elke afwijking van de niet-dwingende voorschriften van het plan moet met redenen omkleed worden. § 3. - Onverminderd de vereisten opgelegd in artikel 40, worden de vigerende aanwijzingsbesluiten van natuur- of bosreservaten, de aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden en andere plannen en programma's dan het gewestelijk natuurplan, genomen krachtens deze ordonnantie en in het gewestelijk natuurplan aangeduid als niet verenigbaar, aan een herziening onderworpen binnen twaalf maanden na de publicatie van het gewestelijk natuurplan onder de voorwaarden en volgens de proceduremodaliteiten voorzien in deze ordonnantie om aldus de verenigbaarheid van de bepalingen daarvan en die in het bedoelde plan te verzekeren. Art. 9.§ 1. - Bij de opstelling van het plan worden volgende elementen in aanmerking genomen : 1° de doelstellingen en vereisten bedoeld in artikel 2;2° het rapport over de staat van de natuur bedoeld in artikel 7, de resultaten van het toezicht uitgeoefend conform artikel 15, net als de biologische waarderingskaart en de inventaris bedoeld in artikel 20, § 1;3° de vigerende beschermingsmaatregelen genomen in of krachtens deze ordonnantie, met inbegrip van de aanwijzingsbesluiten en de beheerplannen van de natuurreservaten, de bosreservaten en de Natura 2000-gebieden;4° de relevante voorschriften van de strategieën, plannen en programma's die het natuurbehoudbeleid kunnen omkaderen, oriënteren, beïnvloeden of verstoren en die zijn opgesteld op internationaal en communautair niveau, en desgevallend op nationaal en gewestelijk niveau, met inbegrip van de andere twee gewesten;5° de voorschriften van het GewOP;6° de beste beschikbare wetenschappelijke informatie. § 2. - Het plan bevat minimaal : 1° de doelstellingen van het natuurbehoudbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zowel op het kwalitatieve als het kwantitatieve vlak, met inbegrip van wat betreft de oprichting van een Brussels ecologisch netwerk;2° de cartografische weergave van de doelstellingen bedoeld in punt 1° op een kaart getekend op ten minste 1/25 000ste, met inbegrip van een afbeelding van het Brusselse ecologische netwerk;3° de uit te voeren maatregelen, net als de krachtlijnen die de autoriteiten bedoeld in artikel 8, § 1 dienen na te leven in de uitoefening van hun bevoegdheden om de in punt 1° bedoelde doelstellingen te bereiken;4° de programmering in tijd en ruimte voor de uitvoering van de maatregelen bedoeld in punt 3° ;5° desgevallend een lijst van de vigerende verordenende bepalingen, plannen en programma's, evenals de beschermingsmaatregelen die worden beschouwd als onverenigbaar met de verwezenlijking van de doelstellingen bedoeld in punt 1° en 2° ;6° een raming van het totale budget vereist voor de uitvoering van de maatregelen bedoeld in punt 3°. De Regering kan de inhoud van het plan nader bepalen. Art. 10.§ 1. - De Regering stelt een ontwerp van gewestelijk natuurplan op en stelt een milieueffectrapport op conform de bepalingen van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. De Regering onderwerpt het ontwerp van plan, samen met het milieueffectrapport, aan een openbaar onderzoek en aan de adviezen vereist conform de bepalingen van die ordonnantie. § 2. - Binnen negen maanden na de aanneming van het ontwerp van plan, keurt de Regering het plan definitief goed. Wanneer de Regering afwijkt van ofwel de mening van een autoriteit geraadpleegd conform § 1, lid 2, ofwel het GewOP, dient ze haar beslissing met redenen te omkleden. Het besluit tot aanneming van het plan wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, onverminderd de modaliteiten voor de bekendmaking aan het publiek voorzien in artikel 15 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. Het plan wordt ook voor het publiek beschikbaar gesteld op de website van het Instituut en wordt verstuurd naar het BROH en naar het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente. Art. 11.De bepalingen tot regeling van de aanneming en bekendmaking van het gewestelijk natuurplan zijn eveneens van toepassing op de herziening ervan. Indien het echter een kleine wijziging betreft, beslist de Regering of die wijziging een significant milieueffect kan hebben conform artikel 5 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. In voorkomend geval stelt de Regering een milieueffectrapport op conform de bepalingen van die ordonnantie. De Regering neemt het ontwerp van wijziging van het gewestelijk natuurplan aan en onderwerpt het, samen met het milieueffectrapport, aan een openbaar onderzoek en aan de adviezen vereist conform de bepalingen van die ordonnantie. In de andere gevallen kan de Regering beslissen dat de kleine wijziging niet aan een openbaar onderzoek onderhevig is. Afdeling 4. - De actieplannen Art. 12.§ 1. - De Regering kan actieplannen aannemen : 1° om de instandhouding van de natuurlijke habitats en soorten te verbeteren, in het bijzonder natuurlijke habitats en soorten van communautair of gewestelijk belang;2° om de processen die de biologische diversiteit aantasten te bestrijden, met inbegrip van invasieve exoten;3° om het duurzame gebruik van elementen van de biologische diversiteit aan te moedigen. De actieplannen zijn oriëntatie-, programmatie- en beheersdocumenten voor een specifieke actie van de gewestelijke besturen, de instellingen van openbaar nut, de privépersonen belast met een opdracht van openbare dienst en - in aangelegenheden van gewestelijk belang - de gemeentes inzake natuurbehoud. Daarin worden richtlijnen vastgelegd bestemd voor alle of bepaalde autoriteiten. Ze vormen een verduidelijking van of aanvulling op het gewestelijk natuurplan. In de actieplannen kunnen ook aanbevelingen en codes van goede praktijk voor particulieren worden vastgelegd. Desgevallend vermelden ze een lijst van de vigerende verordenende bepalingen, plannen en programma's, evenals de beschermingsmaatregelen die worden beschouwd als onverenigbaar met de verwezenlijking van de doelstellingen die ze nastreven. De Regering kan de inhoud van de actieplannen nader bepalen. De actieplannen blijven van kracht tot ze worden gewijzigd, opgeheven of vervangen. § 2. - De Regering beslist welke delen van het actieplan dwingend zijn voor de autoriteiten bedoeld in artikel 8, § 1. De bepalingen van artikel 8, § 2 zijn op haar van toepassing. § 3. - Onverminderd de vereisten opgelegd in artikel 40, worden de vigerende aanwijzingsbesluiten van natuur- of bosreservaten, de aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden en andere plannen en programma's dan het gewestelijk natuurplan, genomen krachtens deze ordonnantie en in een actieplan aangeduid als niet verenigbaar, aan een herziening onderworpen binnen twaalf maanden na de publicatie van het actieplan onder de voorwaarden en volgens de proceduremodaliteiten voorzien in deze ordonnantie om aldus de verenigbaarheid van de bepalingen daarvan en die in het bedoelde plan te verzekeren. Art. 13.§ 1. - De Regering stelt een ontwerp van actieplan op, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 9 en bepaalt of dat voorontwerp significante milieueffecten kan hebben conform artikel 5 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. In voorkomend geval stelt de Regering een milieueffectrapport op conform de bepalingen van die ordonnantie. De Regering onderwerpt het ontwerp van actieplan, samen met het milieueffectrapport, aan een openbaar onderzoek en aan de adviezen vereist conform de bepalingen van die ordonnantie. De Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud wordt in het kader van die procedure geraadpleegd. In de andere gevallen onderwerpt de Regering het ontwerp van actieplan gedurende vijfenveertig dagen aan een openbaar onderzoek dat wordt aangekondigd via : 1° de aanplakking van een bericht op de gemeentelijke aankondigingsborden van de betrokken gemeentes en, desgevallend, bij het gebied of de gebieden die rechtstreeks worden bedoeld op die wijze dat ze gemakkelijk gelezen kunnen worden;2° de verspreiding van een bericht op de website van het Instituut. Het bericht van onderzoek vermeldt : 1° de gemeentes op wie het ontwerp van actieplan geheel of gedeeltelijk van toepassing is;2° de plaats(en) waar het ontwerp van actieplan ter beschikking ligt van het publiek, namelijk op het gemeentehuis van elke betrokken gemeente en bij het Instituut;3° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;4° het adres van het Instituut waar eventuele opmerkingen en klachten naartoe gestuurd kunnen worden. Klachten en opmerkingen worden uiterlijk op de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per briefwisseling, e-mail of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het Instituut gericht. Zodra het openbaar onderzoek wordt geopend, vraagt de Regering het advies van de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud. De raad verstuurt zijn advies binnen 45 dagen na de aanvraag. Bij ontstentenis van verzending binnen die termijn, wordt voorbijgaan aan het advies en wordt de procedure voortgezet. Het Instituut bezorgt de Regering een samenvatting van de opmerkingen en klachten samen met een met redenen omkleed advies binnen zestig dagen nadat het openbaar onderzoek is beëindigd. De Regering kan de vormelijke en inhoudelijke modaliteiten verduidelijken van de raadpleging en van het openbaar onderzoek die in deze paragraaf beoogd worden. § 2. - Binnen zes maanden na de aanneming van het ontwerp van plan, keurt de Regering het plan definitief goed. Wanneer de Regering afwijkt van ofwel de mening van een autoriteit geraadpleegd conform § 1, ofwel het GewOP, dient ze haar beslissing met redenen te omkleden. Het besluit tot aanneming van het actieplan wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, onverminderd de modaliteiten voor de bekendmaking aan het publiek voorzien in artikel 15 van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. Het plan wordt ook voor het publiek beschikbaar gesteld op de website van het Instituut en wordt verstuurd naar het BROH en naar het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente. Art. 14.De bepalingen tot regeling van de aanneming en bekendmaking van het actieplan zijn eveneens van toepassing op de herziening ervan. Voor kleine wijzigingen waarvan de Regering beslist om ze niet aan een milieueffectbeoordeling te onderwerpen, kan ze beslissen dat ze niet aan een openbaar onderzoek onderhevig zijn. Afdeling 5. - Toezicht op de natuur Art. 15.§ 1. - Het Instituut houdt toezicht op de staat van instandhouding van soorten en natuurlijke habitats aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, daarbij inzonderheid rekening houdend met prioritaire natuurlijke habitats en soorten, natuurlijke habitats van communautair en gewestelijk belang, net als met de soorten bedoeld in bijlage II.5, conform een vijfjaarlijks toezichtsschema aangenomen door de Regering. Het toezichtsschema voorziet dat de volgende taken worden uitgevoerd : 1° de identificatie van de soorten en habitats die continu of periodiek worden gevolgd, niettegenstaande elke aanpassing tijdens de uitvoering, ingegeven door de actualiteit, mogelijk is;2° de realisatie - op basis van wetenschappelijke inventarissen - van periodieke kwalitatieve en kwantitatieve balansen van de staat van instandhouding op gewestelijke schaal van de natuurlijke habitats en soorten;3° het bijhouden van een register van diersoorten van communautair belang en gewestelijk belang die werden gevangengenomen of door een ongeval zijn omgekomen;4° de identificatie, de analyse van en het toezicht op de bedreigingen waarmee de habitats en de soorten eventueel geconfronteerd worden en van/op de processen en activiteitscategorieën die daarvan de oorzaak zijn;5° het toezicht op en de beoordeling van het beheer van de gebieden beschermd in toepassing van deze ordonnantie en de groene ruimtes beheerd door het Gewest, desgevallend op basis van onafhankelijke wetenschappelijke studies;6° de opvolging van de compenserende maatregelen die eventueel zijn aangenomen in het kader van de afwijkingen gevestigd in het kader van deze ordonnantie;7° de redactie en verzending naar de Europese Commissie, om de zes jaar, van een rapport over de toepassing van de bepalingen genomen in het kader van Richtlijn 92/43/EEG en van Richtlijn 2009/147/EG, waarvan de structuur en bekendmakingsmodaliteiten door de Regering worden vastgelegd. Rekening houdend met de best beschikbare wetenschappelijke kennis, kan de Regering de modaliteiten bepalen voor de beoordeling van de staat van instandhouding van de soorten en natuurlijke habitats, met inbegrip van wat betreft het vastleggen van referentiewaarden en indicatoren voor de staat van instandhouding op relevante geografische schaal. § 2. - De bevoegde overheden of diensten van het Gewest en de gemeentes bezorgen het Instituut alle informatie waarover ze beschikken en die mogelijk kan bijdragen tot het toezicht op de staat van instandhouding van de soorten en natuurlijke habitats. Ze brengen het Instituut ook op de hoogte over alle wijzigingen in die gegevens. De Regering bepaalt de relevante overheden en diensten en neemt de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf aan. § 3. - De door de Regering aangestelde ambtenaren en medewerkers zijn gemachtigd om eigendommen van zowel private als openbare eigenaars te betreden en daar het nodige te doen om biologische gegevens te verzamelen nodig voor de uitvoering van de in deze ordonnantie opgelegde verplichtingen, en dit tussen twee uur vóór zonsopgang tot drie uur na zonsondergang, mits een voorafgaande melding aan de eigenaars. In afwijking van het eerste lid is de toegang tot de woonplaats of de lokalen voor beroeps- of handelsgebruik enkel mogelijk met de uitdrukkelijke toestemming van de eigenaars of de gebruikers. Bij gebrek aan dergelijke toestemming wordt de toegang onderworpen aan de machtiging van de rechter van de rechtbank van eerste aanleg. De ingezamelde biologische gegevens mogen alleen gebruikt worden voor doeleinden in toepassing van deze ordonnantie. HOOFDSTUK 5. - Verwerving Art. 16.Om redenen van natuurbehoud mag de Regering beslissen om onroerende goederen te onteigenen voor het algemeen belang. Op verzoek van het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente, mag de Regering die gemeente toestaan om dergelijk goed voor het algemeen belang te onteigenen onder dezelfde voorwaarden. Art. 17.Om redenen van natuurbehoud mag het Gewest zijn eigendoms-, huur- of gebruiksrecht op een onroerend goed dat het Gewest bezit of waarover het beschikt, ruilen voor het eigendoms-, huur- of gebruiksrecht van een ander onroerend goed met de toelating van de houder van het betreffende recht. De kosten voor de ruilakte en de hypotheekformaliteiten zijn voor rekening van het Gewest. HOOFDSTUK 6. - Behoudsmaatregelen en relaties met andere wetgevingen Art. 18.§ 1. - De behoudsmaatregelen voorzien in of krachtens deze ordonnantie doen in hun toepassing geen afbreuk aan de preventie- en herstelmaatregelen voor de schade berokkend aan de soorten en natuurlijke habitats die worden geregeld door de ordonnantie van 13 november 2008 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade. § 2. - Indien de goedgekeurde behouds- en beschermingsmaatregelen voorzien in of krachtens deze ordonnantie en een andere wetgevende tekst simultaan van toepassing zijn op hetzelfde gebied of dezelfde soort, dan zijn hun gevolgen en verplichtingen cumulatief van toepassing. Ingeval de behoudsmaatregelen voor een beschermde soort of beschermd gebied voorzien in of krachtens deze ordonnantie niet verenigbaar zijn met andere beschermingsbepalingen voor het betrokken gebied of de betrokken soort voorzien in of krachtens een andere wetgevende tekst, geniet het betrokken gebied of de betrokken soort de bepalingen die het meest geschikt zijn voor het behoud of herstel ervan in een gunstige staat van instandhouding. Art. 19.§ 1. - In geval van onverenigbaarheid tussen enerzijds ofwel : 1° behoudsmaatregelen van een beschermd gebied of een beschermde soort voorzien in of krachtens deze ordonnantie;2° ofwel een of meer voorschriften van het gewestelijk natuurplan of een actieplan voorzien in deze ordonnantie of een ontwerp van dergelijk plan; en anderzijds ofwel : 1° een of meer voorschriften van een vigerend gewestelijk of gemeentelijk plan of programma;2° ofwel de exploitatie van een geldig vergunde of aangegeven inrichting krachtens de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;3° ofwel andere beschermingsbepalingen voor het betrokken gebied of de betrokken soort voorzien in of krachtens een andere wetgevende tekst, organiseert de Regering een overleg tussen het Instituut en, naargelang het geval, de betrokken diensten van het gewestelijk bestuur, de betrokken adviesorganen, de betrokken gemeentelijke autoriteit en/of de betrokken exploitant binnen dertig dagen nadat de onverenigbaarheid is vastgesteld. De Regering mag de modaliteiten voor de overlegprocedure bepalen. § 2. - Een onverenigbaarheid bedoeld in § 1 kan worden vastgesteld in het gewestelijk natuurplan of in een actieplan of, bij ontstentenis, bij een met redenen omklede beslissing van het Instituut, met name wanneer : 1° het plan of programma, de inrichting of de beschermingsbepalingen in kwestie afbreuk kunnen doen aan de instandhouding van het gebied of de betrokken beschermde soort, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen, programma's of projecten;2° het plan of programma, de inrichting of de beschermingsbepalingen in kwestie afbreuk doet aan de verwezenlijking van een of meer doelstellingen van het gewestelijk natuurplan of het betrokken actieplan. § 3. - Na het overleg komen de partijen overeen welke corrigerende maatregelen getroffen moeten worden om de plannen of de programma's, de inrichtingen of de beschermingsbepalingen in kwestie in overeenstemming te brengen. Die maatregelen worden vastgelegd onverminderd de bepalingen van toepassing op de correctie van het plan of programma, de installatie of de beschermingsbepalingen in kwestie krachtens de wetgeving op grond waarvan het onverenigbare plan of programma, de onverenigbare installatie of beschermingsbepalingen respectievelijk werden aangenomen, toegestaan, aangegeven of ingesteld. Ingeval de partijen het niet eens raken, beslist de Regering, na raadpleging van de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud en de overige aangewezen instanties, welke corrigerende maatregelen getroffen moeten worden om de in het eerste lid bedoelde verenigbaarheid te garanderen, onverminderd de toepassing van § 4. § 4. - In het geval bedoeld in § 2, 1° echter, kan het onverenigbare plan of programma, de onverenigbare installatie of beschermingsbepalingen als dusdanig behouden worden indien een afwijking op het behoudsregime van het gebied of de betrokken soort wordt aangevraagd door respectievelijk een autoriteit bevoegd om het plan of het programma aan te nemen, door de betrokken exploitant of door de bevoegde autoriteit belast met de invoering van de beschermingsbepalingen en verleend conform de voorwaarden en de procedure voorzien in deze ordonnantie. De Regering kan de toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepalen. TITEL II. - Bescherming van het natuurlijk milieu HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 20.§ 1. - Het Instituut maakt en actualiseert een biologische waarderingskaart van het grondgebied van het Gewest, met inbegrip van een inventaris van gebieden van hoge biologische waarde die bescherming verdienen. Die kaart wordt openbaar gemaakt volgens de modaliteiten bepaald door de Regering. De Regering kan de periodiciteit van de update en modaliteiten voor de vorm en inhoud van die kaart vastleggen. § 2. - Gebieden die het beschermen waard zijn, met name de gebieden bedoeld in § 1 eventueel uitgebreid met een buffer, kunnen door de Regering worden aangewezen als natuurreservaat of bosreservaat. Art. 21.§ 1. - Om bij te dragen aan de instandhouding en de coherentie van het Natura 2000-netwerk, worden de gebieden in het Gewest die van belang zijn voor de biodiversiteit in de Europese Unie ingesteld als Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden worden aangewezen bij Regeringsbesluit volgens de criteria en de procedure beschreven in hoofdstuk 4 van titel II. § 2. - Een natuur- of bosreservaat dat als Natura 2000-gebied is aangewezen, geniet het beheersstelsel zoals voorzien in of krachtens hoofdstuk 4 van titel II voor het gedeelte dat als Natura 2000-gebied is opgenomen. § 3. - Een Natura 2000-gebied dat volledig of gedeeltelijk onder het statuut van natuur- of bosreservaat valt, blijft het beheersstelsel genieten zoals voorzien in of krachtens hoofdstuk 4. Het beheerplan van het Natura 2000-gebied dat is goedgekeurd in toepassing van artikel 50 geldt - in overeenstemming met artikel 51 - als beheerplan voor het natuurreservaat of bosreservaat bedoeld in artikel 29, 32 en 37. Art. 22.De instandhoudingdoelstellingen van een gebied dat het voorwerp uitmaakt van een van de beschermingsmaatregelen bepaald in deze ordonnantie omvatten, op het niveau van dat gebied, het behoud en/of herstel in een gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats van gewestelijk belang opgenomen in bijlage I.2 en de populaties van de soorten van gewestelijk belang opgenomen in bijlage II.4, die werden geïnventariseerd in het gebied conform artikel 20, § 1, voor zover dit in Natura 2000-gebieden de verwezenlijking van de in artikel 40, § 2 bedoelde instandhoudingdoelstellingen van het gebied niet in het gedrang brengen. Art. 23.In overeenstemming met artikel 7, § 4, van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, geldt het beheerplan, goedgekeurd door de Regering in overeenstemming met artikel 29, 32, 37 of 50, als milieuvergunning of aangifte voor de inrichtingen, bepaald in het plan, die nodig zijn voor de handelingen bedoeld in artikel 29, § 1, lid 5, 3° of 49, lid 2, 9°. Art. 24.De kwaliteitsnormen aangenomen krachtens andere wetgevingen moeten bijdragen aan de verwezenlijking van de instandhoudingdoelstellingen die krachtens deze ordonnantie van toepassing zijn in de natuurreservaten, de bosreservaten en de Natura 2000-gebieden. Desgevallend zullen het gewestelijk natuurplan en de actieplannen bedoeld in hoofdstuk 4 van Titel I aangeven welke wijzigingen aangebracht moeten worden aan de vigerende normen en nieuwe daartoe aan te nemen normen. De instandhoudingdoelstellingen en/of ecologische kwaliteitsnormen die krachtens deze ordonnantie van toepassing zijn in de natuurreservaten, de bosreservaten en de Natura 2000-gebieden tot bepaling van de kwaliteit en kwantiteit van het oppervlaktewater en ondergronds water te realiseren in het gebied worden beschouwd als milieudoelstellingen van toepassing op de gebieden beschermd in de zin van artikel 13 en 32 van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid. Deze bepaling doet evenwel geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de Regering om striktere milieudoelstellingen voor deze gebieden aan te nemen krachtens deze ordonnantie. Wanneer soortgelijke kwaliteitsnormen, aangenomen krachtens deze ordonnantie en andere wetgevingen, van toepassing zijn op het gehele of gedeeltelijke natuur- of bosreservaat en Natura 2000-gebied, zal de autoriteit de meest strikte kwaliteitsnorm in acht nemen. HOOFDSTUK 2. - Natuurreservaten Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor natuurreservaten Art. 25.Het integrale natuurreservaat vormt een beschermd gebied opgericht om er de natuurfenomenen volgens hun eigen dynamiek te laten ontwikkelen. Het gerichte natuurreservaat vormt een beschermd gebied waarin een geschikt beheer de natuurlijke habitats en soorten waarvoor het gebied als reservaat is aangeduid in een gunstige staat van instandhouding beoogt te behouden of te herstellen. Daartoe kunnen maatregelen worden getroffen om planten- en diersoorten in stand te houden, te controleren of opnieuw in te voeren, om bepaalde facies van het plantendek te behouden of verstoorde natuurlijke habitats weer te herstellen. Art. 26.Een gewestelijk natuurreservaat is een natuurreservaat opgericht op gronden die eigendom zijn van het Gewest, door het Gewest gehuurd worden of daartoe tot zijn beschikking gesteld worden. Een erkend natuurreservaat is een natuurreservaat dat op andere gronden dan deze bedoeld in de eerste alinea wordt ingesteld op verzoek van de eigenaar van de gronden en met de toelating van de gebruikers. Het reservaat wordt door een natuurlijk persoon of rechtspersoon anders dan het Gewest beheerd. Art. 27.§ 1. - In de natuurreservaten is het verboden om, behalve indien een ontheffing voorzien is in het beheerplan aangenomen in toepassing van artikel 29, 32, 37 of 50, of een afwijking toegestaan is in toepassing van artikel 83, § 3 : 1° te plukken, te verwijderen, te verzamelen, te kappen, te ontwortelen, uit te graven, te beschadigen of te vernietigen inheemse plantensoorten, evenals bryophyten, macro-fungi en lichenen, het plantendek te vernietigen, wijzigen of te beschadigen;2° liggend en staand dood hout, stronken van niet-invasieve inheemse boomsoorten, bladerafval of natuurlijke humus te evacueren, behalve op de wegen, in de dreven en op de paden;3° elementen van het landschap te vernietigen, zoals hagen, bomenrijen, vijvers en vochtige zones;4° te snoeien met gemotoriseerd gereedschap of om bomen te kappen tussen 1 maart en 15 augustus;5° niet-inheemse planten, struiken of bomen te planten;6° de weilanden in te zaaien met uiterst productieve soorten zoals Engels raaigras (Lolium perenne), ruw beemdgras (Poa trivialis) en gestreepte witbol (Holcus lanatus);7° de wilde diersoorten opzettelijk te verstoren, met name tijdens de voortplantingsperiode, periode van afhankelijkheid van de jongen, de overwinterings- en trekperiode, om ze te vangen en te doden, om de eieren weg te nemen of te vernietigen, om hun nesten, voortplantings-, rust- en schuilplaatsen te vernietigen of te verstoren;8° in het wild levende dieren te voederen en om vissen uit te zetten in het oppervlaktewater;9° de rust van het gebied te verstoren;10° af te wijken van de wegen en paden geopend voor het publiek;11° de hond niet aan de leiband te houden;12° opgravingen, boringen of grondwerken uit te voeren, grondstoffen te exploiteren, om het even welk werk uit te voeren dat de kenmerken en het reliëf van de bodem, het uitzicht van het terrein, de bronnen of het hydrografisch systeem zou kunnen wijzigen, om bovengrondse of ondergrondse leidingen te leggen;13° voor wegen en paden materialen te gebruiken die de zuurtegraad of scheikundige samenstelling van de bodem kunnen wijzigen, zoals dolomiet;14° kunstmatige oevers aan te leggen in vijvers en waterlopen, tenzij dat noodzakelijk is om excessieve erosie te bestrijden;15° het peil van het oppervlakte- of grondwater direct of indirect te wijzigen, inclusief drainagewerkzaamheden, alsook de structurele fysieke kenmerken van het oppervlaktewater of het watersysteem van het gebied te wijzigen;16° water, scheikundige producten, organische afvalstoffen of overlopen van septische putten op kunstmatige wijze te lozen in bovengronds of ondergronds water;17° gebouwen, schuilplaatsen of andere constructies op te trekken, zelfs niet tijdelijk;18° panelen en reclame-affiches te plaatsen, noch reclame te maken op welke manier dan ook;19° pesticiden te gebruiken en op te slaan;20° meststoffen uit te strooien en op te slaan;21° minerale of synthetische oliën, ontvlambare vloeistoffen, farmaceutische producten of gevaarlijke producten te gebruiken en te bewaren;22° strooizout te gebruiken en te bewaren;23° afval te deponeren, zelfs geen groen afval;24° meer dan twee grootvee eenheden per hectare te laten grazen;25° aan waterrecreatie te doen en gemotoriseerde sporten te beoefenen, om telegeleide voertuigen met verbrandingsmotor te gebruiken;26° het terrein op lage hoogte te overvliegen, daarop te landen of op te stijgen met vliegtuigen, helikopters, heteluchtballonen of enige ander luchtvaartuig en er kerosine te lossen, behalve in noodgevallen;27° te schieten met perslucht-, veerdruk-, paintball- of softluchtwapens;28° vuur te stoken;29° vuurwerk af te steken. § 2. - De Regering kan beslissen om de verbodsbepalingen bedoeld in § 1 verder te preciseren en, om redenen van natuurbehoud, bijkomende algemene maatregelen te treffen ten gunste van de natuurreservaten, toepasselijk in of buiten de perimeter van het reservaat, met inbegrip van het aannemen van ecologische kwaliteitsnormen. § 3. - De verbodsbepalingen bedoeld in § 1 zijn tijdelijk van toepassing op de gebieden waarvoor de Regering instemde met een ontwerp van aanwijzingsbesluit als gewestelijk of erkend natuurreservaat en publiceerde door gewone vermelding in het Belgisch Staatsblad. Die tijdelijke periode vangt aan op de datum van de gewone vermelding gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en eindigt op de dag dat de Regering een beslissing neemt. Art. 28.§ 1. - De Regering stelt de toezichts- en politiereglementen op voor de natuurreservaten. § 2. - De Regering garandeert dat de natuurreservaten voor het publiek toegankelijk zijn en bepaalt daartoe de voorwaarden. Afdeling 2. - Gewestelijke natuurreservaten Art. 29.§ 1. - Elk gewestelijk natuurreservaat wordt aangewezen door de Regering en maakt het voorwerp uit van een beheerplan dat gelijktijdig met het aanwijzingsbesluit wordt aangenomen. Uitzonderlijk kan het beheerplan pas na het aanwijzingsbesluit worden aangenomen, mits de naleving van de proceduremodaliteiten bedoeld in §§ 2 en 3. Het aanwijzingsbesluit bestaat minstens uit : 1° de gekozen naam voor het reservaat;2° de exacte geografische locatie van het reservaat, met de kadastrale perceelnummers, desgevallend met vermelding van het percentage van de betrokken percelen, overgenomen op een kaart van ten minste 1/10 000ste;3° de oppervlakte van het reservaat;4° de instandhoudingdoelstellingen van het reservaat, gebaseerd op de bepalingen van artikel 22, 25 en 36, overgenomen op een kaart van ten minste 1/10 000ste;5° het geplande beheer, zoals bedoeld in artikel 25 en 36;6° het plan van de wegen en paden;7° de betrokken gemeente(s);8° de eventuele andere beschermingsstatussen van het reservaat. De voorschriften bedoeld in punten 2° en 4° hebben een verordenende waarde. Het beheerplan bevat ten minste : 1° de inventaris van de wetenschappelijke en ecologische gegevens, net als een beschrijving van de botanische en faunistische staat van het gebied en van de pedagogische waarde ervan in de Brusselse stadsomgeving;2° desgevallend de details van de instandhoudingdoelstellingen voor het reservaat zoals bedoeld in punt 4 van het voorgaande lid, overgenomen op een kaart van ten minste 1/10 000ste, met inzonderheid de aanduiding van de voornaamste verwachte evoluties van de aanwezige begroeiing en habitats;3° de maatregelen nodig om de in punt 4° van het voorgaande lid bedoelde instandhoudingdoelstellingen waar te maken, inclusief een beschrijving van de aard, de locatie en de periode van de beheerswerkzaamheden, met een onderscheid tussen de restauratie- en verbeteringswerkzaamheden enerzijds en de onderhoudswerkzaamheden anderzijds;4° desgevallend, de lijst van indicatoren die gebruikt zullen worden voor de beoordeling van de verwezenlijking van de in punt 4° van het voorgaande lid bedoelde instandhoudingdoelstellingen;5° de vrijstellingen op de verbodsbepalingen van artikel 27 die noodzakelijk zijn om de maatregelen bedoeld in punt 3° toe te passen. § 2. - Het Instituut maakt voor elk gebied dat als gewestelijk natuurreservaat kan worden aangewezen, een ontwerp van aanwijzingsbesluit en een ontwerp van beheerplan en legt deze voor aan de Regering. De Regering neemt het ontwerp van aanwijzingsbesluit en het ontwerp van beheerplan aan en onderwerpt ze gedurende dertig dagen aan een openbaar onderzoek dat wordt aangekondigd via : 1° de aanplakking van een bericht op de gemeentelijke aankondigingborden van de betrokken gemeentes en bij het bedoelde gebied op die wijze dat ze gemakkelijk gelezen kunnen worden;2° de verspreiding van een bericht op de website van het Instituut. Het bericht van onderzoek vermeldt : 1° de gemeentes op wie het ontwerp van aanwijzingsbesluit en het ontwerp van beheerplan van specifiek beheerplan geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn;2° de plaats(en) waar het ontwerp van aanwijzingsbesluit en het ontwerp van beheerplan ter beschikking liggen van het publiek, namelijk op het gemeentehuis van elke betrokken gemeente en bij het Instituut;3° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;4° het adres van het Instituut waar eventuele opmerkingen en klachten naartoe gestuurd kunnen worden. Klachten en opmerkingen worden uiterlijk op de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per briefwisseling, e-mail of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het Instituut gericht. Zodra het openbaar onderzoek wordt geopend, vraagt de Regering het advies van de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud, de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, het BROH, de Raad voor het Leefmilieu, het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeentes, de houders van zakelijke rechten op de site en, wanneer het ontwerp van het beheerplan betrekking heeft op een beschermde site, de KCML. In zijn advies verduidelijkt het BROH onder meer de handelingen en de werken voorzien in het ontwerp van beheerplan die aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen zullen worden, en, in het geval van een beschermde site, de documenten, inlichtingen of voorafgaande studies die nodig zijn voor de indiening van een plan voor erfgoedbeheer of van een stedenbouwkundige vergunning in toepassing van artikel 98, § 2/2 of 175, 4° van het BWRO. Voorafgaand aan zijn advies kan het BROH bijkomende inlichtingen vragen aan het Instituut, dat deze inlichtingen verstuurt of de niet-versturing ervan rechtvaardigt. Bij ontstentenis van versturing van het advies van de geraadpleegde instanties binnen de vijfenveertig dagen te tellen na de ontvangst van de adviesaanvraag, wordt voorbijgegaan aan het advies en wordt de procedure voortgezet. Het Instituut bezorgt de Regering een samenvatting van de opmerkingen en klachten samen met een met redenen omkleed advies binnen dertig dagen nadat het openbaar onderzoek is beëindigd. De Regering kan de vormelijke en inhoudelijke modaliteiten verduidelijken van de raadpleging en van het openbaar onderzoek, die in deze paragraaf bedoeld worden. § 3. - De Regering wijst al dan niet het natuurreservaat aan en neemt, in voorkomend geval, het beheerplan aan, rekening houdend met de raadpleging van de instanties en het openbaar onderzoek. Het aanwi …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.