← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001

In het kort

Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt een gedeeltelijke wijziging goed van het gewestelijk bestemmingsplan (GBP) van 3 mei 2001, specifiek voor de Heizelvlakte. Deze wijziging is nodig na een vernietiging door de Raad van State van een eerder besluit over hetzelfde gebied.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
6 JULI 2017. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de Heizelvlakte De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de Grondwet. Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, I, 1°. Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen. Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening van 9 april 2004 (hierna het "BWRO" genoemd), inzonderheid op artikel 27 en zijn bijlage C. Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 september 2002 met betrekking tot het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP); Gelet op het ontwerp van Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), goedgekeurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 18 oktober 2016; Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001031193 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid sluiten tot goedkeuring van het Gewestelijk Bestemmingsplan (hierna het "GBP" genoemd). Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 september 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/09/2010 pub. 18/10/2010 numac 2010031466 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de adviesorganen die verzocht worden hun advies uit te brengen over het ontwerp van gewestelijke stedenbouwkundige verordening type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/09/2010 pub. 18/10/2010 numac 2010031467 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de adviesorganen die verzocht worden hun advies uit te brengen over het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan en over het milieu-effectenrapport type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/09/2010 pub. 18/10/2010 numac 2010031469 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de adviesorganen die verzocht worden hun advies uit te brengen over het ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan en over het milieu-effectenrapport type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 09/09/2010 pub. 18/10/2010 numac 2010031468 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanduiding van de adviesorganen die verzocht worden hun advies uit te brengen over het ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan en over het milieu-effectenrapport sluiten tot aanduiding van de adviesorganen die verzocht worden hun advies uit te brengen over het ontwerp van bestemmingsplan en over het milieueffectenrapport. Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 december 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 10/01/2011 numac 2010031603 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toepassing van artikelen 35, § 3 en 48, § 5, van het Brussels Wetboek van de Ruimtelijk Ordening type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 10/01/2011 numac 2010031604 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toepassing van artikelen 18, § 6 en 25, § 6, van het Brussels Wetboek van de Ruimtelijk Ordening sluiten betreffende de toepassing van artikelen 18, § 6 en 25, § 6 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening. Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 januari 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 20/01/2011 pub. 03/03/2011 numac 2011031110 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot instelling van de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan sluiten tot instelling van de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan. Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 29/03/2012 pub. 02/05/2012 numac 2012031212 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het onteigeningsplan van de stad Brussel sluiten tot goedkeuring van het ontwerp tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat werd goedgekeurd op 3 mei 2001. Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 02/05/2013 pub. 29/11/2013 numac 2013031894 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd opgesteld sluiten tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd en op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 november 2013 waarin de materiële fouten worden verbeterd die hierop inwerken. Gelet op het arrest nr. 233.147 van de Raad van State van 7 december 2015, dat voorziet in de "vernietiging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 02/05/2013 pub. 29/11/2013 numac 2013031894 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd opgesteld sluiten tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd, waar dit betrekking heeft op het gebied van gewestelijk belang (GGB) nr. 15 - Heizel, met inbegrip van het stedenbouwkundig voorschrift 18, waar dit betrekking heeft op het voormelde GGB nr. 15 - Heizel". Gelet op de redenen voor deze vernietiging die luiden als volgt : -De keuze voor de Heizelsite om een aantal grote voorzieningen te ontwikkelen die noodzakelijk zijn voor de internationale uitstraling van Brussel is a priori gemaakt voorafgaand aan het milieueffectenrapport, dat niet voorziet in een analyse van mogelijke redelijke alternatieven; - Het milieueffectenrapport (hierna : "het MER") heeft de mogelijke evolutie van de Heizel bij ongewijzigd beleid (hypothese die gemeenzaam "nulalternatief" wordt genoemd) niet onderzocht; - Het besluit van 2 mei 2013 biedt geen rechtszekere oplossing voor de effecten op de mobiliteit vastgesteld door het MER; - Het MER heeft de effecten van de wijziging van voorschrift 18 van het GBP niet onderzocht. Overwegende dat ingevolge deze vernietiging van het GGB nr. 15 : - het betrokken deel van de Heizelvlakte opnieuw zijn vroegere bestemming heeft als gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; - de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het GBP die werd opgestart door het besluit van de Regering van 20 januari 2011 nog steeds hangende is voor wat de Heizelvlakte betreft. Overwegende dat de redenen die de Regering er in 2011 toe hebben gebracht om in het GBP de bestemming van een deel van de Heizelvlakte te wijzigen, ook vandaag nog gelden. Overwegende dat de Regering derhalve heeft verkozen een nieuw ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP uit te werken, beperkt tot de Heizelvlakte. Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 mei 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/05/2016 pub. 08/07/2016 numac 2016031409 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 juni 2010 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/05/2016 pub. 09/06/2016 numac 2016031411 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het bijzonder bestemmingsplan nr. XII/10 'Stockel' van de gemeente Sint-Pieters-Woluwe sluiten tot goedkeuring van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd betreffende de Heizelvlakte. Gelet op het milieueffectenrapport (hierna : het MER) dat is uitgewerkt naar aanleiding van dit ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP. Gelet op het ministerieel besluit van 26 mei 2016Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/05/2016 pub. 09/06/2016 numac 2016031403 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit tot vaststelling van de aanwijzing van de beambten of personen belast met het geven van technische uitleg in het kader van het openbaar onderzoek over het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan houdende de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan sluiten tot vaststelling van de aanwijzing van de beambten of personen belast met het geven van technische uitleg in het kader van het openbaar onderzoek over het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan houdende de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan Gelet op de bezwaren en opmerkingen geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan van 1 juni tot 31 juli 2016. Gelet op de adviezen van de gemeenten die tegelijk met het openbaar onderzoek zijn uitgebracht door de Gemeenteraden van -Stad Brussel op 27 juni 2016, - Etterbeek op 27 juni 2016, - Jette op 29 juni 2016. Gelet op de adviezen die tijdens het openbaar onderzoek werden uitgebracht door de gemeentebesturen en Burgemeester van de gemeenten : - Anderlecht op 6 juni 2016, - Sint-Agatha-Berchem op 19 juli 2016, - Elsene op 13 juni 2016. Gelet op het feit dat de andere gemeenten van het Gewest geen advies hebben uitgebracht binnen de toebedeelde termijn; Gelet op de adviezen van de geraadpleegde besturen en instanties, meegedeeld op de volgende data : - het Bestuur op 14 juli 2016, - het BIM op 22 juli 2016, - de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 7 juli 2016, - de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 6 juli 2016 - de Raad van het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 29 juni 2016, - de Gewestelijke Mobiliteitscommissie op 20 juni 2016, - De Adviesraad voor Huisvesting en Stadsvernieuwing op 17 juni 2016, Gelet op het advies van Ruimte Vlaanderen van 18 juli 2016, Gelet op het advies van Mobiliteit en Openbare werken Vlaanderen van 29 juli 2016, Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (hierna de "GOC" genoemd), uitgebracht op 10 november 2016. Gelet op de het evaluatieverslag op van de impact ervan op de respectieve situatie van vrouwen en mannen, " gendertest " genaamd, verplicht door het artikel 3, 2° van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en door het artikel 13 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de uitvoering van die ordonnantie, waarvan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering kennis heeft genomen op datum van 12 december 2016; Gelet op het advies van de Raad van State van 6 februari 2017; Gelet op het arrest van de Raad van State nr. 237.528 van 1 maart 2017 dat de artikelen 1, 10-1, 16 en 20 (omdat het verwijst naar de gedeeltelijke wijziging van de bijgaande bodembestemmingskaart onder nr. 27) van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 02/05/2013 pub. 29/11/2013 numac 2013031894 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd opgesteld sluiten tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het op 3 mei 2001 vastgelegde Gewestelijk Bestemmingsplan vernietigt; Overwegende dat aangezien zij betrekking heeft op artikel 10-1 van het voormelde besluit, dat het vierde lid van voorschrift 18 wijzigt, de redenen voor de vernietiging er opnieuw in bestaan dat het MER dat naar aanleiding van deze wijziging van het GBP is uitgewerkt, geen beoordeling heeft gemaakt van de effecten van de wijziging van voorschrift 18 op het leefmilieu, terwijl deze effecten niet uitgesloten kunnen worden; Dat ingevolge deze vernietiging het vierde lid van voorschrift 18 van het GBP is hersteld in zijn versie zoals deze gold vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Regering van 2 mei 2013, hetzij : « Zolang de inrichting van de gebieden van gewestelijk belang nrs. 6B, 8, 9, 10, niet werd vastgelegd overeenkomstig lid 2, kunnen de handelingen en werken voor de bijzondere bestemmingen die zijn bepaald in hun programma's, evenwel worden toegelaten nadat zij aan de speciale regelen van openbaarmaking onderworpen zullen zijn, en op voorwaarde dat de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft op het ganse grondgebied van het Gebied van Gewestelijk Belang, gezien de kleine omvang van die gebieden ». Overwegende dat dit arrest van de Raad van State geen afbreuk doet aan de wil van de Regering om de bestemming van het GBP voor een deel van de Heizelvlakte te wijzigen en evenmin aan de redenen die hieraan ten grondslag liggen zoals deze zijn uitgedrukt in het besluit van 26 mei 2016; Dat dit besluit evenwel het vierde lid van voorschrift 18 zoals dit ondertussen door de Raad van State is vernietigd niet mag wijzigen en evenmin de wijziging van het GBP een grotere strekking geven dan deze waarvoor het nieuwe MER is opgemaakt en die aan een openbaar onderzoek en aan de raadplegingen bedoeld in artikel 25 van het BWRO is onderworpen; Dat voor het GGB nr. 15 derhalve artikel 1 van de beschikking van dit besluit aangepast dient te worden om met dit arrest rekening te houden; Gelet op het advies van de Raad van State van 31 mei 2017; ANTWOORDEN OP DE ADVIEZEN, OPMERKINGEN EN BEZWAREN UITGEBRACHT OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 25, §§ 4 EN 5, VAN HET BWRO 1. ALGEMEEN EN ONDERBOUWING 1.1. Globale beoordeling Overwegende dat een reclamant van mening is dat de huidige inrichting harmonieus en kwaliteitsvol is en toeristen aantrekt, iets wat het nieuwe project zou tenietdoen; Overwegende dat de Stad Brussel voorstander is van het wijzigingsontwerp van het GBP; Overwegende dat de GOC ook van mening is dat er een gemengde wijk moet worden gebouwd; Dat de inrichting van een GGB haar in die zin gepast lijkt, voor zover het op het niveau van het programma innovatieve ontwikkelingen aankan en de Brusselse economie kan stimuleren; Dat ze akkoord gaat met de idee dat dit GGB gekenmerkt wordt door een specifieke activiteit met internationaal aanzien; Overwegende dat een van de belangrijkste doelen van de wijziging van het GBP voor de Heizelvlakte erin bestaat om zijn toeristische aantrekkingskracht te verhogen; dat overigens de beoordeling van de harmonie van de bestaande toestand hoe dan ook subjectief is en niet wordt gedeeld door de Regering, die integendeel van mening is dat de Heizelvlakte een meer coherente en meer harmonieuze inrichting verdient dan ze vandaag heeft; dat deze wijziging van het GBP dus geen afbraak doet aan de harmonie noch aan de toeristische aantrekkingskracht van het gebied, wel integendeel. 1.2. Architecturale eenheid Overwegende dat een reclamant van mening is dat het goed zou zijn voor de internationale uitstraling van Brussel om een architecturale eenheid uit te werken in lijn met de nieuwe buurt en het Atomium, symbool voor Brussel; Overwegende dat de GOC, met het oog op kwaliteit en uitmuntendheid, de overheden aanspoort om het instrument van de Bouwmeester te gebruiken. De Bouwmeester neemt immers deel aan de lopende procedures, zodat hij kan zorgen voor een globale visie op de ontwikkelingen, en volgens de Commissie is dat een garantie om te komen tot kwaliteitsvolle projecten die aansluiten bij de symbolische architectuur die op de Heizelvlakte reeds aanwezig is is. Overwegende dat dient opgemerkt te worden dat het GBP een bestemmingsplan is dat, vooral vanwege zijn gewestelijke schaal, geen architecturale voorschriften wil opleggen; dat deze materie moet worden behandeld in andere instrumenten (BBP, stedenbouwkundige verordening enz.). 1.3. Opwaarderen van het potentieel van de Heizelvlakte Overwegende dat het Bestuur (BSO) waardeert dat het GGB 15 probeert het bestaande (natuurlijke, landschappelijke, stedelijke en erfgoedgerelateerde) potentieel van de Heizelvlakte op te waarderen; Overwegende dat de GOC de idee verdedigt dat het gaat om de ontwikkeling van een duurzame voorbeeldwijk op deze site, temeer daar het de ambitie is om er een site met een internationale roeping van te maken; Dat ze van mening is dat een nieuwe wijk van een dergelijke omvang zich er niet toe kan beperken om verschillende functies gewoon naast elkaar te plaatsen. Het gaat erom de voorwaarden te creëren voor een woonomgeving of een leefbare wijk, een echt "stadsdeel" dat daarom in zijn complexiteit in beschouwing moet worden genomen. Overwegende dat de Regering het potentieel van de Heizelvlakte wil herwaarderen; Dat het GBP zich tot doel stelt om daarvoor de grote programmalijnen te schetsen; Dat de inhoud, onder meer op het vlak van kwaliteit, moet worden verfijnd in andere instrumenten (BBP, stedenbouwkundige verordening enz.). 1.4. Juridische complexiteit - Veroudering van het GBP - Concordantie met het GewOP - Niet goedgekeurd GPDO Overwegende dat de Gemeente Sint-Agatha-Berchem het betreurt dat deze wijzigingsprocedure en de bijhorende uitgaven het gevolg zijn van een slecht beheerde en verregaande juridische complexiteit; Dat deze wijziging niet ondersteund wordt door een reeds goedgekeurd GPDO; Dat de Gemeente vaststelt dat deze plaatselijke wijziging van het GBP volgt op een recente thematische wijziging van het GBP (het demografische GBP); Dat men zich dan ook vragen stelt bij de toenemende veroudering van het GBP, dat in 2001 werd goedgekeurd en waarbij het ontwerp en de algemene doelstellingen berusten op vaststellingen en noden van twintig jaar geleden; Dat de Gemeente van mening is dat het nuttig zou zijn, zowel voor de burgers, als voor de economische stakeholders en de besturen dat het Gewest werk maakt van een volledige herziening van het GBP, in plaats van af en toe wat op te lappen; Overwegende dat de Adviesraad voor Huisvesting betreurt dat de wijziging van het GGB 15 plaatsvindt vóór de goedkeuring van het nieuwe GPDO dat momenteel voorbereid wordt; Dat deze omkering binnen de procedure vragen oproept over de hiërarchie van de plannen en over het democratische besluitvormingsproces; Overwegende dat de GOC van mening is dat het debat over dit project niet op een goed moment komt. Het Masterplan dat werd uitgewerkt door KCAP en Consort werd immers nog niet voorgelegd aan het openbaar onderzoek, noch aan de adviesorganen. Overwegende dat deze gedeeltelijke wijziging van het GBP niet volgt op de goedkeuring van het "demografisch" GBP bij besluit van de Regering van 2 mei 2013, maar enkel de aanvulling van dit besluit beoogt nadat het gedeeltelijk is vernietigd door arrest nr. 233.147 van de Raad van State van 7 december 2015; Dat hoewel het GBP vijftien jaar geleden werd goedgekeurd, het nog geen tekenen van veroudering vertoont die een volledige herziening rechtvaardigen; dat het een zeer stabiel instrument betreft dat sinds zijn goedkeuring slechts één keer aanzienlijk werd gewijzigd; het "demografisch" GBP is een belangrijk element van rechtszekerheid dat zoveel mogelijk moet worden gevrijwaard. Overwegende dat, wat de overeenstemming GPDO/GBP betreft zoals werd uiteengezet in het besluit van 2 mei 2013 tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd (zie de "niet-plaatsgebonden bezwaren" onder subtitel 1.2. Methodologie/alternatieven/ tekortkomingen"), de ordonnantie van 14 mei 2009 tot wijziging van de ordonnantie van 13 mei 2004 houdende ratificatie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening artikel 27 van het Wetboek heeft gewijzigd om, volgens de memorie van toelichting van het ontwerp van ordonnantie "zonder discussie de herziening van het GBP toe te staan zonder dat die wijziging noodzakelijkerwijs moet worden voorzien door het GewOP (Parl. St., s.o. 2008/2009, nr. A-527/1, p. 4); Dat de memorie van toelichting er ook aan herinnert (Ibid., p. 12) dat de oude titel van artikel 27 aanleiding gaf tot discussie omdat "men zou kunnen interpreteren dat een wijziging in het gewestelijk bestemmingsplan slechts mogelijk zou zijn als ze voorzien wordt in het gewestelijk ontwikkelingsplan. Die interpretatie mag niet worden gevolgd omdat dit de procedure voor de wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan aanzienlijk zou verzwaren; bovendien strookt ze niet met de voorbereidende werkzaamheden van de eerder vermelde ordonnantie van 16 juli 1998. Die stipuleren integendeel dat het gewestelijk ontwikkelingsplan, niettegenstaande de louter indicatieve waarde die het voortaan heeft, desgevallend kan bepalen dat een specifiek punt van het gewestelijk bestemmingsplan moet worden gewijzigd, wat als gevolg heeft dat de Regering, in die hypothese, het ontwerp tot wijziging van het bestemmingsplan moet goedkeuren binnen de voorgeschreven termijn van twaalf maanden na de goedkeuring van het gewestelijk ontwikkelingsplan (Parl. St., s.o. 1997/1998, nr. A-263/2, p. 12) maar zonder dat dit de Regering belet om op eigen initiatief en te allen tijde een besluit te nemen tot wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan. (...) de twee hypotheses die zich kunnen voordoen, worden duidelijk geregeld : - ofwel beslist de Regering tot wijziging van het GBP. In dat geval is ze niet gebonden door enige termijn noch door enig bijzonder voorwerp, en beslist ze op eigen initiatief bij een met redenen omkleed besluit om de wijzigingsprocedure te starten; - ofwel geeft het GewOP aan dat het aangewezen is om het GBP te wijzigen. In dat geval moet de Regering het ontwerp tot wijziging van het GBP inzake de door het GewOP aangeduide voorwerpen goedkeuren binnen de twaalf maanden na de goedkeuring van het GewOP, waarbij de termijn net als in het verleden een termijn van orde is". Overwegende dat het GewOP van 2002 op de Heizelvlakte voorziet in een hefboomgebied; Overwegende dat een hefboomgebied als doel heeft de renovatie en de productie van woningen aan te moedigen, activiteiten te ontwikkelen die zich verhouden tot andere functies waaraan voorrang wordt verleend binnen het gebied en deze af te lijnen, maatregelen te nemen voor de aanleg van de openbare ruimten, de definiëring van projecten voor collectieve voorzieningen of infrastructuren en aan te leggen vervoersverbindingen, alsook de omschrijving van de hiërarchie van de wegen en de regels die hierop moeten worden toegepast; Overwegende dat de motivering van het besluit van de Regering van het besluit van de Regering van 12 september 2002 waarmee het Gewestelijk Bestemmingsplan wordt uitgevaardigd, bepaalt : « Overwegende dat het hefboomgebied Heizel vooral betrekking heeft op de rationele en globale aanleg van het volledige Heizelplateau waarbij de problemen van bereikbaarheid en parkeermogelijkheden en de relaties met de aangrenzende woonwijken niet uit het oog verloren mogen worden; Dat voor de ontwikkeling van het hefboomgebied Heizel het initiatief van verschillende gemeenten nodig is en dat er in dit gebied een supra-lokaal project loopt; dat dit hefboomgebied bovendien een communicatieknooppunt is;; Overwegende dat dit gebied een grote uitstraling heeft die moet worden behouden en moet worden gedynamiseerd waarbij een harmonieuze integratie van de andere randfuncties verzekerd moet worden; » Overwegende dat de doelstellingen die worden nagestreefd met de vaststelling van het nieuwe GGB 15, samengevat in het besluit van de Regering van 20 januari 2011 tot instelling van de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan en uitgewerkt in dit besluit, duidelijk passen binnen de oriënteringen aangereikt door het GewOP; Overwegende dat de vaststelling van een Gebied van Gewestelijk Belang op de Heizelvlakte betrekking heeft op de verwezenlijking van woningen, voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, een minimumoppervlakte aan groene ruimten en op beperkende wijze kantoor-, handels- en hoteloppervlakten; Dat het programma van dit GGB inzonderheid een stedelijke compositie als doelstelling vaststelt die opnieuw voorziet in een gemengde wijk die sterk toegankelijk is voor fietsers en voetgangers; Dat hiermee deze wijziging van het GBP duidelijk aansluit bij de vijfde prioriteit van het GewOP die de uitvoering van een efficiënt ruimtelijke-ordeningsbeleid beoogt dat steunt op een planning inzake bodembestemming die beantwoordt aan zijn oriënteringen, en dan in het bijzonder voor de volgende prioriteiten van het GewOP : - prioriteit 1 die een versterkte attractiviteit van het wonen beoogt door een nieuw gebied in het leven te roepen waarin de woningbouw mogelijk is en aangemoedigd wordt; - prioriteit 2 die een nieuwe dynamiek nastreeft voor alle sectoren van de Brusselse economie met het oog op de ontwikkeling van de lokale tewerkstelling door middel van activiteiten die in harmonie zijn met het leefmilieu en de kwaliteit van het leven in de stad : dat het weerhouden programma, dat zich toespitst op recreatie, congressen en conventies en handel aansluit bij deze doelstelling, en dat de tewerkstelling die zal worden geboden, bovendien tegemoetkomt aan de behoefte om duurzame jobs te creëren, ook voor laaggeschoolden; - prioriteit 6 die streeft naar een verhoging van de commerciële, culturele en toeristische aantrekkingskracht van het Gewest; - de prioriteiten 8 en 9 die een stedelijke programmering beogen die de modal shift van de auto naar de andere vervoerswijzen bevordert en bijdraagt tot een beperking van het autoverkeer en de concentratie van gebouwen binnen eenzelfde ruimte in een benadering van spaarzame benutting van de bodem en maximaal gebruik van groene ruimten op schaal van de Heizelvlakte; Overwegende dat het BBP van de verstedelijking van de Heizelvlakte een totaalvisie moet ontwikkelen die verder reikt dan de perimeter van het GGB en van het Masterplan van het bureau KCAP en Consort; Dat dit BBP is onderworpen aan de openbare overlegprocedure. 1.5. Onderbouwing Overwegende dat een reclamant blij is met de wijziging voorgesteld door het nieuwe ontwerp van het GBP voor de site van de Heizel; Dat dit inderdaad de uitwerking mogelijk maakt van het NEO-project dat ondersteund wordt door de Stad Brussel en door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Overwegende dat dezelfde reclamant van mening is dat in dit 2de ontwerp de Brusselse Hoofdstedelijke regering geen elementen aanreikt die in wezen aansluiting vinden bij de argumenten van de Raad van State die de eerste wijziging had geannuleerd en dat men zich niet voegt naar de adviezen van de raadgevende instanties; Dat de onderbouwing van het huidige besluit, ten opzichte van het besluit van 26 mei 2016, beter aangevuld zou worden om meer up-to-date te zijn; Dat men concreter, en dit over de beweegredenen van het Besluit van 26 mei 2016 heen, moet aangeven waarom de regering van mening is dat de overwegingen die in 2011 en 2013 geformuleerd werden nog steeds relevant zijn. Overwegende dat de gecumuleerde motivaties van : - het Besluit van de Regering van 20 januari 2011 tot instelling van de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan; - het Besluit van de Regering van 29 maart 2012 tot goedkeuring van het ontwerp tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd;. - het Besluit van de Regering van 2 mei 2013 tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd; - en van onderhavig besluit voldoende toelaten om te antwoorden op de bezwaren van de Raad van State en de adviezen van de geraadpleegde instanties en aan te tonen dat onderhavig besluit gebaseerd is op een actuele en relevante beoordeling van de toestand van het gebied en de naaste omgeving waarop de gedeeltelijke wijziging van het GBP betrekking heeft. 1.6 Schaal Overwegende dat de GOC vaststelt dat één van de wijzigingen van het GBP erin bestaat om een kleine oppervlakte van het parkgebied aan de kruising tussen de nieuwe verbindingsweg en de Keizerin Charlottelaan te bestemmen als weggebied. Dit wijzigingsvoorstel betreft een oppervlakte van 151 m², wat volgens de GOC niet onder het GBP valt Ze stelt zich vragen bij het feit dat de wijziging van een dergelijke kleine groene ruimte moet worden overwogen en vraagt zich af of dit element niet beter thuishoort in bijvoorbeeld het BBP. Overwegende dat de wijziging van de 151 m² parkgebied gerechtvaardigd is in het kader van de realisatie van een nieuwe verbindingsweg tussen de Keizerin Charlottelaan en parking C van de Heizel. Dat deze wijziging, die wordt aanbevolen door het MER, nodig is gezien het verkeer dat op deze nieuwe weg wordt verwacht. Dat er zo voorsorteerstroken kunnen worden voorzien voor het verkeer dat rechts- en linksaf slaat vanaf en naar de verbindingsweg. 2. HUISVESTING 2.1. Oplossingen voor de huisvestingsproblemen Overwegende dat de Adviesraad voor Huisvesting van mening is dat het GBP niet het gepaste instrument is om in te spelen op de problemen die verband houden met de demografische groei gezien het GBP enerzijds niet toelaat om de dichtheden per gebied te bepalen en anderzijds ook niet toelaat om de soorten woningen te bepalen die gebouwd moeten worden om te voldoen aan de bestaande vraag; Overwegende dat de Adviesraad voor Huisvesting ervoor vreest dat niet voldaan wordt aan de reële woonbehoeften van de toekomstige bewoners; Dat het aanbod wellicht niet aansluit op de vraag, gezien enerzijds de lage inkomsten bij de nieuwe bewoners in het Gewest en anderzijds de grotere behoefte aan grotere woningen; Dat het essentieel is om het aanbod aan openbare huisvesting dat aangepast is aan gezinnen met een gemiddeld en laag inkomen uit te breiden (sociale huisvesting, huisvesting met een sociaal doel/kenmerk, huisvesting voor mensen met een gemiddeld inkomen, enz.), alsook dat het aanbod aangepast is op het vlak van omvang en kwaliteit aan de huidige en toekomstige samenstelling van gezinnen; Overwegende dat de stedenbouwkundige lasten of andere hefbomen zouden kunnen bijdragen tot de verhoging van het aanbod; Dat, aangezien de terreinen toebehoren aan de Stad, ze deze zou moeten bestemmen in functie van de noden, zoals openbare en sociale huisvesting, maar met een voldoende grote mix voor de meerderheid; Overwegende dat de GOC eraan herinnert dat de infrastructuren nodig voor het leven van een project (nutsleidingen, openbare ruimten, scholen enz.) moeten gefinancierd worden); Dat ze aangeeft dat daarvoor de stedenbouwkundige lasten in het leven werden geroepen; Dat zij bijgevolg voorstelt om daarmee de infrastructuren te financieren die nodig zijn voor het leven van de wijk. Overwegende dat de Regering, zoals al werd uitgelegd in het besluit van 2 mei 2013 tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd, zich bewust is van het feit dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP alleen niet zal volstaan om een compleet antwoord aan te reiken voor de geïdentificeerde dringende noden; Dat de relevantie van de wijziging van andere verordeningen die andere aspecten van het beleid van ruimtelijke ordening of zelfs van ander verbonden beleid betreffen (bijvoorbeeld : verdichting, verhoging van het bouwprofiel of beheer van leegstaande gebouwen), eveneens zal moeten worden onderzocht; Dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP niettemin prioritair werd geacht, gezien : - de hiërarchische voorrang van het GBP; - het belang van het positieve effect op de geïdentificeerde dringende noden dat de gedeeltelijke wijziging van het GBP op zichzelf al zou kunnen hebben; Dat ook de Stad, in het kader van haar bevoegdheden en de ontwikkeling van de gronden waarvan ze eigenaar is, de maatregelen dient te nemen die zij gepast acht om de nagestreefde doelen te bereiken, onder meer door de gedeeltelijke wijziging van het GBP. 2.2. Woonfunctie Overwegende dat een reclamant van mening is dat de woonfunctie praktisch onverenigbaar is met het huidige programma van het GGB dat geluidsoverlast zal veroorzaken die de leefbaarheidsnormen van Leefmilieu Brussel (BIM) sterk overschrijdt (meer dan 65 dB(A) tijdens de dag op de verbinding Houba de Strooper bestemd om woningen in te planten) en dat zal leiden tot een luchtkwaliteit die te laag is voor een woonfunctie; Overwegende dat de Raad voor het Leefmilieu vraagt om de impact van de woonfunctie op de andere functies te bestuderen, om maatregelen te kunnen treffen die zorgen voor een harmonieus samengaan van deze functie met de andere functies in het gebied; Gelet op het advies van de GOC die eveneens wijst op de noodzaak om de kwestie van de moeilijke cohabitatie tussen bepaalde functies op te lossen; Dat zij van mening is dat de voorziene bestemmingen (voetbalstadion, handelscentrum en woonwijk) met elkaar in conflict zouden kunnen treden; Dat ze benadrukt dat het programma van GGB nr. 15 beter moet beantwoorden aan de noodzaak om een stedelijke wijk, een echte woonplaats, te creëren; Overwegende dat de Regering benadrukt dat het niet de taak van het GBP is om de bewoonbaarheidsvoorwaarden van het gebied te bepalen en dat deze belangrijke kwesties moeten worden onderzocht met behulp van gepaste instrumenten die het voorwerp zullen uitmaken van latere procedures; dat er op schaal van het GBP geen enkele reden is om te besluiten dat huisvesting niet zou kunnen samengaan met de andere toegelaten functies; dat het Gewest de woningen in zeer gediversifieerde omgevingen plaatst, van stadscentra tot platteland; dat deze vaststelling op zich al volstaat om te besluiten dat de talrijke aanwezigheid van andere functies in de onmiddellijke omgeving van de woningen niet volstaat om de bewoonbaarheid in vraag te stellen; dat er een aantal maatregelen kunnen worden genomen om de cohabitatie van deze functies te garanderen; dat deze maatregelen vallen onder hetzij andere administratieve verordeningen, hetzij andere niveaus van bestemmingsplannen, stedenbouwkundige verordeningen of vergunningen. Dat, in het domein van ruimtelijke ordening en stedenbouw, deze kwesties met name een antwoord vinden in het Bijzonder Bestemmingsplan (BBP), waarvan het Milieueffectenrapport (MER) de impact van de cohabitatie van functies nauwkeurig zal analyseren op basis van de precieze lokalisatie ervan door het BBP; maar ook in de aanvraagdossiers van de stedenbouwkundige vergunningen die zullen worden ingediend en zullen moeten aantonen dat de voorgestelde projecten kaderen in de opvatting van `goede plaatselijke aanleg' die de bevoegde overheden voorstaan en waarbij uiteraard ook rekening wordt gehouden met de bewoonbaarheid van de woningen. Dat er wat er ook gebeurt, het MER in zijn globale visie een element blijft waarmee zowel het BBP als de vergunningsaanvragen binnen de perimeter van het GGB rekening moeten houden. 2.3. Minimale woonoppervlakte en gemengdheid van de wijk Overwegende dat BSO het voorstel doet om de minimale oppervlakte te bepalen die toegewezen wordt aan huisvesting in een absolute waarde (75 000 m2) voor het volledige GGB; Dat de toevoeging van de woonfunctie een belangrijk onderdeel blijkt te zijn om ervoor te zorgen dat een gemengde stadswijk ontstaat die kadert binnen de voortzetting van de omringende wijken; Dat het Bestuur, opdat deze doelstelling realiteit zou worden, voorstelt om verduidelijkingen te geven rond het programma van het GGB, zoals het MER aanbeveelt, nl. de mix aan toekomstige ontwikkelingen zo uitdenken dat de woningen verbonden kunnen blijven met de naburige woonwijken; Overwegende dat de GOC dit verzoek steunt door de keuze te suggereren van een bevoorrechte plaats voor de woonfunctie, om de continuïteit van het stadsweefsel met de omgevende wijk te garanderen; Overwegende dat de GOC het nodig acht om voldoende woningen te voorzien; Dat zij meent dat, in het geval van het Koning Boudewijnstadion dat volledig zou verdwijnen, moet worden gegarandeerd dat aanvullende woonoppervlakte wordt bijgebouwd maar eveneens functies die hiermee complementair zijn; Dat zij benadrukt dat, waar het deel dat voor een woonfunctie bestemd is een kritische grens moet bereiken om er een volwaardige stadswijk van te kunnen maken, de ontwikkeling van dit nieuwe stadsdeel de woonkwaliteit van een wijk moet garanderen; Dat de GOC in dat opzicht vraagt om in het programma van het GGB rekening te houden met de evolutie van de levenswijze en de nieuwe vormen van wonen en gemengdheid in de tijd; Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie vraagt om in het programma van het GGB of in het BBP het volgende te voorzien : - het creëren van een stads- en landschapsstructuur met open en groene ruimten Het vergroten van het aandeel bestemd voor huisvesting indien het Koning Boudewijnstadion volledig verdwijnt; Het uitkiezen van een bevoorrechte ligging voor de woonfunctie teneinde de continuïteit van het stedelijke weefsel met de aangrenzende wijk te garanderen; Het toestaan van aanvullende inrichtingen om de leefbaarheid van het ontwerp te garanderen; - Het tijdig voorzien van de nodige buurtvoorzieningen (scholen, kinderdagverblijven). Overwegende dat het voorschrift van GGB nr. 15 al een vloeroppervlakte bestemd voor woningen voorziet van minstens 75 000 m²; Dat dit niet belet om meer woningen te creëren dan 75.000 m²; Dat de programmatie inzake woningen onder meer in het BBP zal worden bepaald; Dat deze ontwikkelingen zullen afhangen van het feit of het Koning Boudewijnstadion al dan niet zal worden behouden; Dat deze ontwikkelingen enkel mogelijk zijn op middellange en lange termijn. Overwegende dat het GBP de ontwikkeling en de evenwichtige inplanting van de verschillende functies moet omkaderen. Dat deze gemengdheid de essentie vormt van het voorgestelde GGB en dat de relaties met de omgevende wijken door de voorgestelde bestemmingswijziging geenszins worden bedreigd. 3. KANTOREN Overwegende dat een reclamant vraagt om alinea 3 te verduidelijken van het programma van het GGB 15 in ontwerp (art.2 van het Besluit), omdat deze alinea aanleiding kan geven tot interpretatieproblemen, wat de bovengrens (het plafond) betreft bij de oppervlakte bestemd voor kantoren die in overweging moet worden genomen; Dat inderdaad volgens alinea 2, het GGB bestemd kan worden voor kantoren "die de gebruikelijke aanvulling vormen op de hoofdfuncties van de zone"; Dat er in alinea 3 echter niet verduidelijkt wordt wat volgt, behalve de bestaande kantoren die allemaal meegeteld moeten worden, zijn het enkel de (nieuwe) kantoren die de gebruikelijke aanvulling vormen op de hoofdfuncties van het gebied die meegeteld moeten worden (omdat enkel zij toegelaten zijn). Dit punt zou verduidelijkt moeten worden; Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie vaststelt dat het GBP enkel kantoren zou toestaan die de gebruikelijke aanvulling vormen van de hoofdfuncties van het gebied; Dat deze beperking in de bestemming niet is aangepast om de "nieuwe economie" te integreren; Dat ze vraagt om het GBP bij te werken door de definities aan te passen, de activiteitengebieden te definiëren waarbinnen deze activiteiten zijn toegestaan, door het begrip van multifunctionaliteit in te voeren. Overwegende dat de Regering de analyse van de reclamant niet deelt; dat de tekst van het 3e lid van het programma van GGB nr. 15 duidelijk is : het GGB mag niet meer dan 20.000 m² kantoorruimte omvatten en dit plafond houdt enerzijds rekening met de bestaande kantoren op de in het programma vermelde datum en anderzijds met de nieuwe kantooroppervlakten die zijn toegelaten na deze datum, waarvoor overigens de voorwaarde geldt dat ze voldoen aan het 2e lid van het programma, namelijk dat ze de gebruikelijke aanvulling vormen van de hoofdfuncties van het gebied. Overwegende dat het niet de taak is van de gedeeltelijke wijziging van het GBP betreffende de Heizel om het lexicon te wijzigen; Dat de multifunctionaliteit van zowel de wijk als de gebouwen wordt aangemoedigd door het GBP en ten uitvoer moeten worden gelegd door het BBP en de stedenbouwkundige vergunningen die zullen volgen. 4. VOORZIENINGEN VAN COLLECTIEF BELANG OF VAN OPENBARE DIENSTEN 4.1. Behoud van het gebied voor voorzieningen Overwegende dat de reclamanten, waaronder de Raad voor het Leefmilieu, vragen dat het gebied behouden blijft als gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; Dat ze van mening zijn dat de huidige inrichting met Océade, de sportvelden en de bestaande groenzones de best mogelijke inrichting voor het gebied vormt; Dat dit het meest aangepast lijkt om het voortbestaan van de plaatsen te verzekeren; Overwegende dat de GOC van mening is dat dit gebied niet moet worden ontwikkeld door verschillende functies naast elkaar te plaatsen, maar door vooral rekening te houden met huisvesting, waarbij men zorgt voor alle nodige voorwaarden voor een harmonieuze ontwikkeling; Overwegende dat de Regering de beoordeling van de reclamanten niet deelt om de redenen die zijn vermeld in de besluiten van 20 januari 2011 tot instelling van de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan, van 29 maart 2012 tot goedkeuring van het ontwerp tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd, van 2 mei 2013 tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd en in onderhavig besluit; dat het niet de bedoeling is om het voortbestaan van de plaatsen te verzekeren maar de ontwikkeling ervan, in het belang van het hele Gewest; dat om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken, de Regering van mening is dat de toekomstige bestemming als GGB beter gepast is dan de huidige bestemming als gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten. 4.2. Evenwicht tussen de woonfuncties en de voorzieningen Overwegende dat de Adviesraad voor Huisvesting en voor Stadsvernieuwing voorstelt om het plan meer te kaderen in een evenwichtige verdeling van de functies; Dat men aanbeveelt om de bestaande voorzieningen te beschermen en de uitwerking vast te leggen van een minimumpercentage aan voorzieningen voor elk nieuw project; Dat de aangekondigde bevolkingstoename zal resulteren in een reeks andere behoeften dan de openbare voorzieningen; Overwegende dat de GOC vraagt om voldoende oppervlakte in te plannen voor toekomstige buurtvoorzieningen die nodig zijn voor de huisvesting; Dat bovendien de GOC specifiek vraagt om ook voor iedereen toegankelijke voorzieningen voor ouderen in te plannen; Overwegende dat voorzieningen behoren tot de hoofdbestemmingen van het nieuwe GGB; dat gezien de omvang van de bestaande voorzieningen in het gebied, de onzekerheid over het behoud of de afbraak van het Heizelstadion en de internationale rol die het gebied dient te vervullen, in het programma van het GGB geen minimumdrempel of globaal percentage van te behouden en/of te creëren voorzieningen wordt vastgesteld; dat voorzieningen overeenkomstig het algemeen voorschrift 0.7 van het GBP en middels de reserves waarin het voorziet, toegelaten zijn in alle gebieden, zodat hoe dan ook de voorzieningen zijn voorzien waarvan uit de ontwikkeling van het gebied zal blijken dat ze noodzakelijk zijn voor de bevolking. 4.3. Scholenbouw in het gebied Overwegende dat een reclamant vraagt om de mogelijkheid te onderzoeken om de bouw van scholen in het gebied te voorzien; Dat het MER gebaseerd is op het programma vermeld in de stads(her)vernieuwingsstudie van de Heizel die werd uitgevoerd door de Stad Brussel die geen scholenbouw plant; Dat de scholen gevestigd in de buurt van de Heizelvlakte overbevolkt zijn; Dat de maatschappelijke impact van de toekomstige ontwikkelingen en het specifieke karakter van deze wijk ten noorden van Brussel de aanleg van scholen vereist; Dat ze zullen bijdragen tot de aanleg van een echte stadswijk, dat ze de maatschappelijke, culturele en professionele integratie van mensen van buitenlandse origine in deze wijken zou bevorderen; Dat ze zullen toelaten om sociale uitsluiting te bestrijden; Dat buurtscholen de mogelijkheid zullen bieden om de verplaatsingen en de vervuiling te beperken en de veiligheid in de wijk te maximaliseren; Overwegende dat de GOC opmerkt dat het beoogde programma met behoud van het stadion geen lagere, noch middelbare school voorziet, terwijl het programma van het GGB voorziet in een vloeroppervlakte van minstens 75.000 m2 voor huisvesting. Deze oppervlaktes zullen nieuwe behoeften op het vlak van schoolvoorzieningen met zich meebrengen; Dat ze bijgevolg vraagt dat het programma van het GGB dit element opneemt en vermeldt om "geschikte schoolvoorzieningen te voorzien met het oog op de ontwikkeling van de site doorheen de tijd". Overwegende dat het niet de taak is van het GBP om de bouw van scholen te voorzien of op te leggen; dat schoolinstellingen voorzieningen zijn van collectief belang of van openbare diensten en daardoor zijn toegelaten in het gebied; dat de overheden bevoegd voor onderwijs, waartoe het Gewest niet behoort, het nodige dienen te doen om het schoolaanbod in overeenstemming te brengen met de vraag. 4.4. Architectuur en symbolische link met het Atomium Overwegende dat een reclamant vindt dat men zou moeten denken aan een architectuur die zorgt voor eenheid en het Atomium symbolisch verbindt; Overwegende dat het GBP niet gemachtigd is om de architecturale beschouwingen van de reclamant te regelen; dat deze kwesties in voorkomend geval moeten worden geregeld in andere instrumenten zoals de BBP en de stedenbouwkundige verordeningen. 5. HANDEL 5.1. Bescherming van het aanbod aan bestaande handelszaken Overwegende dat de reclamanten van mening zijn dat de uitbouw van een winkelcentrum op de Heizel in tegenspraak is met het gewestelijke ondersteuningsbeleid van de bestaande handelskernen en dan vooral in de beneden- en bovenstad; Dat het bestaan van andere commerciële projecten in de buurt (Uplace, Docks, stadion) zal zorgen voor meer concurrentie en de leefbaarheid en rendabiliteit van deze 3 winkelcentra in gevaar zal brengen, alsook dat van de bestaande handelszaken, terwijl ze al steeds minder klanten hebben, zonder dan nog te spreken over de impact op de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden; Dat zoals de GOC reeds had aangehaald in een vorig advies, deze reclamant ook van mening is dat een winkelcentrum de internationale aantrekkingskracht van Brussel niet zal versterken. Dat deze reclamant dit project van een winkelcentrum op de Heizel enkel kan zien als een financiële pijler voor het volledige ontwikkelingsprogramma, wat hem twijfelachtig, zelfs gevaarlijk, lijkt te zijn voor de goede ontwikkeling van de site; Dat dit het niet te verwaarlozen risico inhoudt dat deze ambities niet gerealiseerd worden; Dat deze reclamant het gebruik van de grond voor de bestemming van duizenden commerciële m2 in vraag stelt waarvan de economische en maatschappelijke behoefte tot op vandaag niet onderbouwd zijn. Overwegende dat het schema voor handelsontwikkeling uitgewerkt door het Overzicht van de Handel een tekortkomend handelsaanbod heeft vastgesteld in het noorden van Brussel; Dat het MER dat is uitgevoerd met het oog op de goedkeuring van het besluit van 2 mei 2013 bovendien een aanvulling heeft gekregen in een objectiveringsstudie van de behoefte aan handelsoppervlakten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het bijzonder in het noordwesten; dat deze de behoefte aan handelsaanbod bevestigt; Dat Brussel volgens deze studie onvoldoende uitgerust lijkt in vergelijking met de overige Belgische metropolen (Liège, Antwerpen en Gent); Dat deze studie het tekort aan handelsoppervlakte raamt op vrijwel 200 000 m² netto handelsoppervlakte; Overwegende dat het MER bevestigt dat een handelsstructuur haar plaats heeft in het noorden van Brussel, gezien het tekort dat er heerst; Dat de handelszaken die worden toegestaan door het programma van GGB nr. 15 hun plaats zullen vinden in het bestaand gewestelijk handelsweefsel. Dat gelet op de cijfers die blijken uit de voormelde objectiveringsstudie de ontplooiing van het Docks Bruxsel project en de eventuele ontwikkeling van UPlace project geen afbreuk doen aan deze vaststelling aangezien elk van deze projecten slechts ten dele de absorptiecapaciteit voor de geïdentificeerde nieuwe handelsoppervlakten en -infrastructuur invult; 5.2. Versterken van de productieactiviteit/huisvesting Overwegende dat een reclamant zich ertegen verzet om een groot deel van de bestemming van de grond op te offeren aan winkelcentra; Dat het eerst en vooral gaat om het versterken van elke productieve economische activiteit, evenals de huisvesting op het Brusselse grondgebied; Overwegende dat het Brusselse grondgebied uiteraard niet beperkt is tot de Heizelvlakte en dat de herzieningsprocedure van het "demografische" GBP, waar de bestemmingswijziging van de Heizelvlakte in kadert, zich met name tot doel stelde om "de vestiging van woningen (...) in de verschillende te bebouwen gebieden van het GBP te bevorderen en tegelijk de ruimten met een economische bestemming te vrijwaren", zoals blijkt uit de motivatie van het Besluit van de Regering van 20 januari 2011 tot instelling van de procedure tot gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan; Dat het besluit van de Regering van 2 mei 2013 tot goedkeuring van de gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd met name tot gevolg had dat een nieuw gebied werd gecreëerd, namelijk het ondernemingsgebied in een stedelijke omgeving (OGSO) dat hoofdzakelijk bestemd is "voor productieactiviteiten en in ondernemingen geïntegreerde diensten, hetzij "business to business" diensten", en dat huisvesting toelaat als secundaire bestemming; Dat een groot deel van deze OGSO voormalige gebieden voor stedelijke industrie zijn die kampten met enerzijds een hoge leegstand en dus een lage tewerkstelling, en anderzijds geen woningen toelieten; Dat dit volstaat om aan te tonen dat de Regering bijzondere aandacht heeft besteed aan de versterking van de bestemmingen die de reclamant prioritair acht. 5.3. Initiatiefadvies ESRBHG - twijfels over het commerciële luik op de Heizel Overwegende dat de Economische en Sociale raad (ESRBHG) verdeeld blijft over het commerciële luik van de problematiek van het GBP betreffende de Heizelvlakte en waarbij de regering op de hoogte is van het standpunt van elk component (advies 2/07/2012 betreffende de gedeeltelijke wijziging van het GBP bepaald op 29 maart 2012); Dat de ESRBHG zich wijdt aan de opmaak van een initiatiefadvies t.a.v. de regering om een consensus te vinden en een visie betreffende het commerciële ontwikkelingsbeleid; Overwegende dat de Regering er akte van neemt. 5.4. Rekening houden door de regering met het advies van de raadgevende instanties Overwegende dat een reclamant aan de regering (evenals het intergewestelijke platform voor een duurzaam economisch beleid) vraagt om meer te luisteren naar haar eigen raadgevende instanties die wijzen op mogelijke struikelblokken bij de uitwerking van het huidige programma voor de Heizel; Overwegende dat de Regering de nodige aandacht heeft besteed aan alle adviezen die aan haar werden overgemaakt in het kader van onderhavige wijzigingsprocedure van het GBP; dat dit aangaande de bestemming van de Heizelvlakte des te meer het geval is aangezien de gedeeltelijke vernietiging van haar besluit van 2 mei 2013 ertoe leidde dat alle geraadpleegde instanties en alle betrokkenen een tweede advies konden uitbrengen dat dit keer uitsluitend gewijd was aan de bestemming van de Heizelvlakte; Dat de Regering evenwel een besluit dient te nemen, op basis van alle geformuleerde en in aanmerking genomen standpunten, en inzonderheid deze die de relevantie van het programma voor de Heizelvlakte in vraag stellen; Dat het feit dat een standpunt niet wordt gevolgd niet betekent dat het niet de nodige aandacht heeft genoten, zoals onder meer blijkt uit de motivatie van onderhavig besluit. 5.5. Rendabiliteit/leefbaarheid winkelcentra/werkgelegenheid Overwegende dat de reclamanten vrezen voor de rendabiliteit en de leefbaarheid van de bestaande en toekomstige winkelcentra, alsook voor de werkgelegenheid, temeer omdat het aanbieden van meer m2 aan commerciële gronden niet noodzakelijk leidt tot meer jobs; Temeer omdat er steeds minder mensen naar de winkelcentra trekken (wegens e-commerce en de inkrimping van de koopkracht); Dat deze site slecht bereikbaar is met het openbaar vervoer Dat de onderbouwing van het schema voor handelsontwikkeling niet voldoende kan zijn omdat het voorwaardelijk is; Overwegende dat de GOC vraagt om concrete maatregelen en voorwaarden te bepalen om het succes en de kwaliteit te garanderen van de ontwikkeling van deze nieuwe handelsprojecten; Overwegende dat de GOC vraagt om te verduidelijken welke specifieke kenmerken dit project een internationale aantrekkingskracht geven; Dat ze van oordeel is dat het programma, in het kader van een globale visie, de modaliteiten en bijzonderheden zou moeten preciseren die de kwalitatieve ontwikkeling van het project, de integratie en de complementariteit met de bestaande handel in het Gewest garanderen. Dat zij van mening is dat het aantal overnachtingen ter plaatse dient te worden vermeerderd door congrescentra te ontwikkelen die een internationaal zakenpubliek aantrekken, door activiteiten te ontwikkelen die dit type functies omkaderen. Overwegende dat de Regering in dit verband verwijst naar het antwoord op de bezwaren die zijn samengevat onder punt 5.1.; Dat ter aanvulling van dit antwoord moet worden gewezen op verschillende projecten voor de verbetering van de bediening door het openbaar vervoer : BrabantNet, uitbreiding van de lijnen 3 en 9 van de MIVB. 5.6. Rekening houden met de studies/effecten/huidige situatie Overwegende dat de reclamanten van mening zijn dat er rekening moet gehouden worden met verschillende uitgewerkte studies (Geoconsulting van de Stad Brussel; Idea Consult voor Vlaams-Brabant) die de negatieve impact aantonen voor de handelszaken in het centrum, alsook een verzadiging van de markt; Dat de aantrekkingskracht van Brussel minder is door de aanslagen en de daling van het aantal toeristen, de voetgangerszone in het stadscentrum, de sluiting van de tunnels; Dat het winkelcentrum geen internationale aantrekkingskracht zal uitoefenen zonder over een specifiek aanbod te beschikken; Overwegende dat een reclamant vindt dat de inplanting van een winkelcentrum een negatieve impact zal hebben op de internationale status van Brussel want als rivaal van de bestaande handel, zal het vooral leiden tot een verzwakking en meer leegstand van winkelpanden; Dat deze reclamant pleit voor het weglaten van het winkelcentrum NEO, wat de noodzaak om het GBP te wijzigen zou opheffen; Overwegende dat de reclamanten aanvoeren dat de verwijzing naar het plan voor de internationale ontwikkeling achterhaald is, dit kon, bij de opmaak ervan, geen rekening houden met de recente evoluties zoals de projecten "Docks Bruxsel" en "Uplace"; Dat de opname door het MER van de conclusie van het schema voor handelsontwikkeling waarbij het noorden van Brussel te maken zou krijgen met een deficit bij het handelsaanbod, niet correct is, dit schema gaf enkel mee dat er in het noorden van Brussel nog plaats zou zijn voor een nieuwe commerciële instelling; Dat het schema bovendien voorgesteld heeft dat er zich nieuwe projecten kunnen ontwikkelen rond bestaande kernen op voorwaarde dat ze voldoen aan bepaalde voorwaarden, en dat er uit het wijzigingsontwerp van het GBP niet blijkt dat de commerciële functies bepaald in het NEO-masterplan zouden beantwoorden aan of zouden moeten beantwoorden aan deze voorwaarden. Overwegende dat de GOC van mening is dat de steun aan de bestaande handelskernen in moeilijkheden, waarvan de teloorgang een impact zou hebben op de wijken, een prioriteit moet blijven. Overwegende dat de GOC er bij de Regering op aandringt om begeleidende maatregelen in te voeren, zoals nieuwe omkaderingsinstrumenten, die kunnen garanderen dat het nieuwe winkelcentrum compatibel is met de bestaande handelskernen; Overwegende dat de GOC vraagt om de al aanwezige activiteiten op de site te versterken; Overwegende dat de Regering in dit verband verwijst naar het antwoord op de bezwaren die zijn samengevat in punt 5.1. 6. VOORSCHRIFT 18 - GGB 6.1. Wijzigingsperimeter Overwegende dat de klagers niet begrijpen waarom een dergelijke kleine perimeter weerhouden werd voor het GGB 15, terwijl de onderzochte effecten een grotere perimeter betreffen en dat de uitwerkingsprocedure van een BBP die opgestart werd, van toepassing is op een veel uitgestrektere perimeter; Overwegende dat de GOC is van mening dat de site in haar geheel moet worden ontwikkeld, rekening houdend met de interne evoluties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de ontwikkelingen van de naburige wijken in het Vlaams Gewest, alsook de evolutie van de handels-, mobiliteits- en levenspraktijken; Dat de ontwikkeling moet kaderen in een harmonieuze en geïntegreerde visie van een breder gebied dat verder reikt dan de grenzen van het GGB, van de volledige Heizelvlakte en van de intergewestelijke invloedszone; Overwegende dat de Regering het GBP niet méér wil wijzigen dan strikt noodzakelijk is; Dat buiten de grenzen van GGB nr. 15 de beoogde ontwikkelingen die het GBP zal omkaderen geen wijziging van het GBP vereisen; dat, zoals de reclamant benadrukt, de mogelijke effecten van de gedeeltelijke wijzigingen van het GBP buiten de door de wijziging beoogde perimeter evenwel werden onderzocht; Dat de procedure dus regelmatig is verlopen. 6.2. Ontwikkeling van de site op basis van een globaal ontwerp Overwegende dat de reclamanten, waaronder de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (ESRBHG), de Raad voor het Leefmilieu (RLBHG) en de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen(KCML), zich verzetten tegen de opname van het GGB n …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.