📄 Wettekst
28 APRIL 2011. - Koninklijk besluit tot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Onderhavig koninklijk besluit beoogt de omzetting van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (ook wel derde richtlijn genoemd).
Deze richtlijn brengt een aantal belangrijke wijzigingen aan in de bestaande teksten over het rijbewijs en in andere besluiten die hiermee verband houden.
Bij de omzetting van de Europese Richtlijn 2006/126/EG zijn er drie elementen van bijzonder belang te onderscheiden, namelijk de aanpassingen in de categorieën van rijbewijzen, de veralgemeende invoering van het rijbewijs bankkaartmodel met een beperkte administratieve geldigheidsduur en de invoering van minimumnormen voor examinatoren. Deze drie elementen zullen hieronder afzonderlijk worden besproken.
I. Rijbewijscategorieën De eerste grote vernieuwing is de wijziging van de inhoud en de opsomming van de rijbewijscategorieën, meer bepaald wat twee- en driewielige voertuigen betreft.
De Europese richtlijn past, naast het categorieënsysteem, bovendien de minimumleeftijden aan waarop men houder kan worden van de verschillende rijbewijzen.
Wat de nieuwe categorieën betreft zullen onderstaande categorieën bestaan vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijnde op 19 januari 2013, datum die is bepaald door de Europese richtlijn.
De huidige categorie A3 die bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur betreft, wordt nu de categorie AM. Met het rijbewijs van de categorie AM mogen twee- of driewielige bromfietsen die een snelheid halen tussen 25 en 45 km/uur halen, en lichte vierwielers worden bestuurd.
De Europese richtlijn sluit de twee- en driewielige bromfietsen waarvan de snelheid lager ligt dan 25 km/u uit van de categorie AM (die een Europese categorie is).
De vrijstelling van rijbewijs voor het besturen van twee- en driewielige bromfietsen waarvan de snelheid lager ligt dan 25 km/uur, blijft behouden.
Om de rechter de mogelijkheid te laten iemand een rijverbod op te leggen met betrekking tot deze voertuigen, worden deze opgenomen in de categorie AM, maar dit uitsluitend in het kader van de toepassing van de nationale bepalingen omtrent het verval van het recht tot sturen.
De normale leeftijd die voor het besturen van voertuigen van de categorie AM in de richtlijn wordt voorgesteld, is 16 jaar, met de mogelijkheid om de minimumleeftijd te verlagen naar 14 of 15 jaar.
Aangezien België voor de categorie A3 momenteel de minimumleeftijd van 16 jaar hanteert, bleef dit behouden.
De bestaande categorie A voor motorfietsen wordt grondig gewijzigd.
Drie categorieën worden gecreëerd : de categorieën A1, A2 en A. De categorie A1 omvat de motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3, een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg, alsook de driewielers met motor met een maximumvermogen van 15 kW. De categorie A2 omvat de motorfietsen met een maximumvermogen van 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,2 kW per kg en die niet afgeleid zijn van een voertuig met meer dan het dubbele vermogen.
De categorie A omvat alle motorfietsen en driewielers met motor met een vermogen van meer dan 15 kW. De kandidaat-bestuurder die een motorfiets wil besturen, kan op twee manieren tewerk gaan : hetzij via geleidelijke toegang, hetzij via rechtstreekse toegang.
De Europese richtlijn voert als nieuwigheid een systeem van geleidelijke toegang in.
In het kader van deze geleidelijke toegang, begint de kandidaat-bestuurder met het behalen van een rijbewijs A1, wat rechtstreeks toegankelijk is.
Nadat hij ten minste twee jaar houder is van dit rijbewijs A1, kan hij kandidaat worden voor het behalen van het rijbewijs A2.
Nadat hij ten minste twee jaar houder is van het rijbewijs A2, kan hij ten slotte kandidaat worden voor het behalen van het rijbewijs A. Het blijft uiteraard mogelijk voor een kandidaat om rechtstreeks en onmiddellijk toegang te krijgen tot het besturen van voertuigen van de categorie A2 of A. De leeftijd voor de geleidelijke toegang wordt gekozen door de lidstaat (op basis van de in de richtlijn voorgestelde leeftijden) eerst voor de categorie A1, dan op deze leeftijd + 2 jaar voor de categorie A2 en op de leeftijd van de categorie A2 + 2 jaar voor de categorie A. Wat de leeftijd voor de rechtstreekse toegang tot een categorie betreft, wordt deze door de lidstaat vastgelegd voor de categorie A1 en vervolgens op deze leeftijd + 2 jaar voor de categorie A2, en ten slotte op de leeftijd van 24 jaar voor de categorie A. Volgens de richtlijn is de leeftijd die als standaard wordt beschouwd voor het besturen van voertuigen van de categorie A1 op 16 jaar vastgesteld, wat betekent dat, wat de geleidelijke toegang betreft, in het Europese systeem, 18 jaar voor de categorie A2 en 20 jaar voor de categorie A is vereist. De leeftijden voor de rechtstreekse toegang bedragen dan 18 jaar voor de categorie A2 en 24 jaar voor de categorie A. De richtlijn biedt niettemin de mogelijkheid aan de lidstaten om de minimumleeftijd voor toegang tot de categorie A1 met 1 of 2 jaar te verhogen, en aldus maximaal op 17 of 18 jaar te brengen.
Uit statistisch onderzoek betreffende de verkeersveiligheid, meer bepaald uit de door het Ministerie van Vervoer van het Verenigd Koninkrijk bestelde studie « The accident risk of motorcyclists » blijkt dat hoe jonger de bestuurder, hoe exponentieel hoger het risico op ongelukken ligt.
Andere studies (meer bepaald van het BIVV in België en van het SWOV in Nederland) bevestigen deze analyse : de opleiding is een zeer belangrijk element voor de verkeersveiligheid, maar de leeftijd van de bestuurder is een risicofactor op zichzelf.
Hoewel in de meeste andere Europese landen de minimumleeftijd voor het besturen van lichte motorfietsen op 16 jaar is vastgelegd, werd er voor geopteerd om in België de leeftijd van 18 jaar voor het besturen van een motorfiets van de rijbewijscategorie A1 te behouden.
Door de leeftijd op 18 jaar te behouden en de motorrijopleiding te verbeteren, kunnen de doelstellingen voor meer verkeersveiligheid beter worden bereikt.
Door bijgevolg de leeftijd van 18 jaar te kiezen voor de categorie A1, krijgt men toegang tot de categorie A2 op de leeftijd van 20 jaar en tot de categorie A op 22 jaar in het kader van de geleidelijke toegang. Voor de rechtstreekse toegang bedragen de leeftijden respectievelijk 18, 20 en 24 jaar.
Resumerend worden de minimumleeftijden als volgt vastgelegd : - 18 jaar voor de categorie A1; - 20 jaar voor de categorie A2, zowel van de rechtstreekse toegang als van de geleidelijke toegang; - 22 jaar voor de categorie A voor de geleidelijke toegang en 24 jaar voor dezelfde categorie bij rechtstreekse toegang.
De geleidelijke toegang vereist dat de kandidaat A2 of A reeds respectievelijk houder is van een rijbewijs voor de categorie A1 of A2 sedert ten minste twee jaar.
Bovendien vereist de Europese richtlijn dat bij de overgang naar een hogere categorie de lidstaat een opleiding van minstens 7 uur of een praktisch examen aan de kandidaten oplegt.
Er werd gekozen voor een verplicht praktisch examen (privéterrein en openbare weg) dat het bewijs moet leveren dat de kandidaat over de nodige rijvaardigheid en rijgedragingen beschikt om een zwaardere motor te besturen.
Ten einde de kandidaat in staat te stellen om zich op dit examen voor te bereiden, is het noodzakelijk dat deze een praktische opleiding volgt van minstens 4 uur. Tijdens deze opleiding kunnen op basis van een evaluatie van de op dat ogenblik verworven rijervaring, de vaardigheden van de bestuurder worden vervolledigd in het kader van het besturen van een zwaardere motor.
De richtlijn geeft aan de lidstaten de mogelijkheid om een categorie B1 te creëren waarvan de houders zware vierwielers mogen besturen in de lidstaten die deze optionele categorie hebben ingevoerd. Indien lidstaten deze mogelijkheid niet benutten, blijft een rijbewijs B vereist voor het besturen van deze voertuigen.
Er werd voor geopteerd om deze mogelijkheid, die enkel leeftijdsgebonden is, niet te benutten omdat de richtlijn de minimumleeftijd voor toegang tot deze categorie op 16 jaar vaststelt en dat voor de categorie B ten minste 18 jaar is vereist.
De categorie B wordt niet grondig door de derde richtlijn gewijzigd.
Er is wel een nieuwigheid voor het besturen van aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, zonder dat het gewicht van het samenstel (trekkend voertuig + aanhangwagen) 4.250 kg overschrijdt.
Deze mogelijkheid wordt geconcretiseerd door de vermelding van een code 96 naast de categorie B bij de bestuurders die een opleiding hebben gevolgd en voor een examen geslaagd zijn zoals voor de categorie B+E. De categorieën C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E en D+E worden licht herschikt zonder grondige wijzigingen.
De Europese richtlijn verplicht de lidstaten toe te staan dat de houders van een rijbewijs dat in een andere lidstaat op de door de richtlijn vastgestelde normale leeftijd werd uitgereikt, op hun grondgebied kunnen rijden.
Concreet betekent dit dat buitenlandse bestuurders die hun rijbewijs A1, A2 of A vüür de respectievelijke leeftijd van 18, 20 en 22 jaar hebben behaald, in België mogen rijden, alhoewel België deze minimumleeftijden naar boven heeft aangepast : voor de geleidelijke toegang, op 18, 20 en 22 jaar (tegenover 16, 18 en 20 in de richtlijn) en voor de rechtstreekse toegang op 18, 20 en 24 jaar (tegenover 16, 18 en 24 jaar in de richtlijn).
De minimumleeftijden om op de openbare weg te mogen rijden worden bijgevolg gewijzigd.
De richtlijn raakt niet aan de rechten die vüür 19 januari 2013 worden verworven.
In het kader van de nieuwe Europese regelgeving met betrekking tot de categorieën A1, A2 en A werd de huidige toelating voor de houders van een sedert ten minste 2 jaar uitgereikt rijbewijs B om met een motorfiets met een cilinderinhoud tot 125 cm3 te rijden, opnieuw bekeken.
Deze toelating blijft behouden (zoals voorheen enkel op het nationale grondgebied), omdat de lichte motor kan worden beschouwd als een alternatief verplaatsingsmiddel om de mobiliteitsproblemen, vooral in stedelijk milieu, te verminderen. Aangezien het besturen van een lichte motorfiets een aantal basisvaardigheden vergt, werd ervoor geopteerd om deze toelating afhankelijk te maken van het volgen van een praktische opleiding van 4 uur.
Het volgen van deze opleiding zal op het rijbewijs worden vermeld bij middel van een code naast de categorie B. In het kader van de verworven rechten worden de bestuurders die een rijbewijs voor de categorie B vüür 19 januari 2011 hebben behaald, vrijgesteld van het volgen van deze opleiding.
Verder bepaalt de richtlijn dat men voor het besturen van gemotoriseerde driewielers van meer dan 15 kW moet beschikken over een rijbewijs categorie A, tenzij de lidstaat ervoor kiest (alleen op het nationale grondgebied) dat een rijbewijs B volstaat en men minstens 21 jaar is.
Er werd voor gekozen om deze gelijkwaardigheid niet te behouden en bijgevolg het rijbewijs categorie A te verlangen voor het besturen van een gemotoriseerde driewieler van meer dan 15 kW. In het kader van de verworven rechten zullen de houders van een rijbewijs categorie B, afgeleverd voor 19 januari 2013, driewielers van de categorie A mogen blijven besturen vanaf 18 jaar.
II. Nieuw model van rijbewijs De Europese richtlijn verplicht alle Europese lidstaten om het rijbewijs in bankkaartmodel in te voeren tegen 19 januari 2013. België is hiermee reeds begonnen op basis van de tweede Europese Richtlijn 91/439/EEG (zie het
koninklijk besluit van 23 juni 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs).
De beveiliging van het nieuwe model verlaagt aanzienlijk de risico's op fraude en vervalsing en vergemakkelijkt de controle van rijbewijzen door de ordediensten.
Voor de vervaardiging van het rijbewijs wordt bij de aanvraag de foto en het elektronisch beeld van de handtekening van de aanvrager van het rijbewijs gebruikt, zoals deze beschikbaar zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen. Zo wordt de overeenkomst met de foto en de handtekening op de identiteitskaart van de aanvrager gewaarborgd.
De administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs wordt beperkt tot de geldigheidsduur van de categorie waarvoor het rijbewijs het langst geldt en bedraagt hoogstens 10 jaar.
De administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs kan bijgevolg verschillen van de geldigheidsduur van de categorieën waarvoor het rijbewijs geldt. Wanneer de geldigheidsduur van een bepaalde categorie op het rijbewijs is verstreken, is het mogelijk dat het rijbewijs nog geldig is voor andere categorieën met een langere geldigheidsduur.
Eenieder mag slechts houder zijn van één Europees rijbewijs.
In de gevallen opgesomd in artikel 50, § 1 kan de rijbewijshouder niet langer een duplicaat verkrijgen, maar moet hij een nieuw rijbewijs met een nieuwe administratieve geldigheidsduur aanvragen.
In tegenstelling tot het ontwerp dat aan de Raad van State werd voorgelegd, wordt in artikel 50, § 2, het derde lid opgeheven, aangezien de procedure voor de aanvraag van een nieuw rijbewijs van toepassing is.
De machtiging tot sturen, ingevoerd bij het
koninklijk besluit van 23 juni 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs, wordt opgeheven.
III. Examinatoren De Europese richtlijn introduceert uniforme minimumvoorwaarden waaraan personen die praktische rijexamens afnemen, moeten voldoen. Er worden algemene voorwaarden en opleidingsvereisten voorgeschreven. Door middel van het verbeteren van de kennis en vaardigheden van de examinatoren wordt beoogd een meer uniforme en objectievere beoordeling van kandidaten voor het rijbewijs mogelijk te maken en tot een grotere harmonisering van de rijexamens te komen.
Bijlage IV van de richtlijn geeft een overzicht van de minimumnormen waaraan personen die praktijkrijexamens afnemen moeten voldoen, onderverdeeld in verschillende elementen. Deze betreffen : vereiste vaardigheden, algemene voorwaarden, basisvaardigheden (basisopleiding en examinering), kwaliteitswaarborging (inspectie), periodieke bijscholing (vorming na het examen).
Artikel 10 van de richtlijn heeft een algemene strekking : het is van toepassing op alle personen die praktijkexamens voor het rijbewijs afnemen, die bijgevolg moeten voldoen aan de minimumnormen van bijlage IV. Concreet gaat het over : - de examinatoren van de examencentra, zoals bedoeld in artikel 25 van het
Koninklijk Besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs, die reeds zijn onderworpen aan de voorwaarden van artikel 26 van dit besluit; - de examinatoren van de opleidingscentra, zoals bedoeld in artikel 4 (VDAB, FOREm, Bruxelles Formation, De Lijn, TEC en MIVB) die, naargelang het geval, de examens organiseren voor de categorieën C en D. De minimumnormen zullen enkel gelden voor de nieuwe kandidaat-examinatoren. Dit betekent dat de examinatoren die vóór de inwerkingtreding van de richtlijn reeds erkende examinatoren waren rijexamens kunnen blijven afnemen, ook al voldoen zij niet aan de algemene voorwaarden en de opleidingsvereisten. Dit principe van verworven rechten geldt alleen voor de categorieën waarin zij reeds examens afnamen voor 19 januari 2013. Examinatoren die vóór 19 januari 2013 reeds bevoegd waren om examens af te nemen, dienen echter wel te voldoen aan de vereisten van kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing.
De functies van examinator voor het rijbewijs en instructeur in een erkende rijschool, zoals bedoeld in het KB van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, kunnen niet worden gecumuleerd.
Voor de toegang tot het beroep van examinator geldt minimaal een diploma dat toegang geeft tot de niveaus A, B, of C van de Rijksbesturen, dus een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs zal vereist zijn voor alle nieuwe examinatoren.
Het minimum aantal jaren dat men houder moet zijn van een rijbewijs B voor toegang tot het beroep van examinator wordt aangepast aan het Europese vereiste, dit geldt eveneens voor de ingangsvoorwaarden om examinator in de overige categorieën te worden.
Examinatoren zijn verplicht een basisopleidingsprogramma te volgen waarmee bepaalde vaardigheden worden verworven die essentieel zijn voor de uitoefening van het beroep van examinator, deze vaardigheden worden opgesomd in een nieuwe bijlage bij het Koninklijk Besluit.
De examencentra en opleidingscentra voor het rijbewijs kunnen de erkenning vragen van een opleidingscentrum voor examinatoren aan de FOD Mobiliteit en Vervoer.
De erkenningsvoorwaarden voor de opleidingscentra voor examinatoren dragen bij tot de uniformiteit en de kwaliteit van de opleiding en vergemakkelijkt de controle van deze centra. De opleidingscentra moeten hun opleidingsprogramma ter goedkeuring voorleggen aan de FOD Mobiliteit en Vervoer. De erkenning van een opleidingscentrum geldt alleen voor de rijbewijscategorieën waarvoor het examencentrum of opleidingscentrum rijbewijsexamens organiseert.
De opleidingsprogramma's voor de basisopleiding zijn opgedeeld in vier programma's. Allereerst programma A voor de categorieën AM, A1, A2 en A, ten tweede programma B voor de categorieën B, B+E en G, ten derde programma C voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E en ten vierde programma D voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E. De basisopleiding voor examinator in programma B bestaat uit een voor alle groepen rijbewijscategorieën gemeenschappelijk opleidingsprogramma en een groepsspecifiek deel. Aangezien alle (nieuwe) examinatoren een bevoegdheid als examinator in de categorie B moeten hebben, vooraleer zij de bevoegdheid van examinator in een van overige categorieën kunnen verkrijgen, is logischerwijze de opleiding van B de meest uitgebreide en complete. Voor examinatoren voor de programma's A, C en D bestaat per groep een specifieke basisopleiding.
De minimale kennis en vaardigheden van examinatoren moeten getoetst worden door middel van een examinering met zowel een theoretisch als een praktisch gedeelte. De examinering zal alle in de nieuwe bijlage opgesomde kennis en vaardigheden toetsen.
Deze examens zullen worden georganiseerd door de erkende opleidingscentra voor examinatoren. Het examenprogramma moet worden goedgekeurd door de FOD Mobiliteit en Vervoer, na gunstig advies van de adviescommissie, waarin ook experts zullen zetelen.
Er wordt een kwaliteitswaarborgingssysteem opgezet om ervoor te zorgen dat de normen voor alle examinatoren op peil blijven. Hiertoe zullen de examencentra en opleidingscentra zelf een gecertificeerd kwaliteitssysteem hanteren, waaruit blijkt dat het werk, de bijscholing en de resultaten van de rijexamens worden opgevolgd, geëvalueerd en zo nodig gecorrigeerd, teneinde zoveel mogelijk eenvormigheid te bekomen inzake het beoordelingsgedrag. De controles, die met een bepaalde periodiciteit gebeuren, zullen worden uitgevoerd door de speciaal daarvoor opgeleide controleurs van de Directie Certificatie en Inspectie van de FOD Mobiliteit en Vervoer.
De vereiste periodieke bijscholing geldt voor alle examinatoren. Zij kan worden georganiseerd zowel door de opleidingscentra voor examinatoren als door de examen- en opleidingscentra. Daartoe moeten deze centra een opleidingsprogramma dat voldoet aan de hiervoor geldende vereisten, ter goedkeuring voorleggen aan de FOD Mobiliteit en Vervoer.
We hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Eerste Minister, Y. LETERME De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE
Omzettingstabel voor richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs in de Belgische reglementering
Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs
Koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs (nieuw)
Art. 1
§ 1
Art. 17
§ 1
eerste lid
Art. 3
Art. 78bis
eerste lid
Art. 4
§ 1
Art. 1
3°
eerste lid
Art. 4
§ 2
Veelvuldige wijzigingen in de reglementering
Art. 1
4°
Art. 1
6°/1
Art. 2
§ 1
1°
Art. 4
11°
Art. 6
1°
h)
Art. 18
1°
Art. 4
§ 3
Art. 1
6°
Art. 4
§ 3
a)
Art. 2
§ 1
2°
Art. 18
2°
Art. 4
§ 3
b)
Art. 2
§ 1
3°
Art. 18
3°
Art. 4
§ 3
c)
Art. 2
§ 1
4°
Art. 18
5°
Art. 4
§ 4
eerste streepje
Art. 1
8°
Art. 4
§ 4
a), eerste streepje
Art. 1
7°
Art. 4
§ 4
b)
Art. 2
§ 1
5°
Art. 5
§ 1
eerste lid
Art. 6
1°
c)
Art. 6
1°
f), derde streepje
Art. 8
§ 2
Art. 4
§ 4
c)
Art. 2
§ 1
6°
Art. 4
§ 4
d)
Veelvuldige wijzigingen in de reglementering
Art. 2
§ 1
7°
Art. 4
§ 4
e)
Veelvuldige wijzigingen in de reglementering
Art. 2
§ 1
8°
Art. 4
§ 4
f)
Art. 2
§ 1
9°
Art. 4
§ 4
g)
Art. 2
§ 1
10°
Art. 4
§ 4
h)
Veelvuldige wijzigingen in de reglementering
Art. 2
§ 1
11°
Art. 4
§ 4
i)
Veelvuldige wijzigingen in de reglementering
Art. 2
§ 1
12°
Art. 4
§ 4
j)
Art. 2
§ 1
13°
Art. 18
6°
Art. 4
§ 4
k)
Art. 2
§ 1
14°
Art. 18
6°
Art. 4
§ 6
derde lid
Art. 18
Art. 6
§ 1
a)
Art. 36
Art. 6
§ 1
b)
Art. 35
7°
Art. 6
§ 2
a)
Art. 20
§ 1
9°
Art. 6
§ 2
b)
Art. 20
§ 1
13°
Art. 6
§ 2
c)
Art. 20
§ 1
10°
Art. 20
§ 1
12°
Art. 6
§ 2
d)
Art. 20
§ 1
1°
Art. 20
§ 1
2°
Art. 20
§ 1
3°
Art. 20
§ 1
4°
Art. 20
§ 1
5°
Art. 20
§ 1
6°
Art. 20
§ 1
7°
Art. 20
§ 1
8°
Art. 6
§ 2
e)
Art. 20
§ 1
2°
Art. 6
§ 2
e)
Art. 20
§ 1
3°
Art. 20
§ 1
5°
Art. 20
§ 1
6°
Art. 7
§ 1
b)
Art. 35
Art. 31
Art. 7
§ 1
c)
Art. 5
§ 1
eerste lid, 2°
Art. 15
tweede lid
2°, c)
Art. 35
2°
c)
Art. 7
§ 1
d)
Art. 37
2°
a), derde lid
7°
tweede streepje
Art. 38
§ 3bis
Art. 39
§ 1
eerste lid, 3°
Art. 63
bijlage 5
Art. 7
§ 1
e)
Art. 3
Art. 7
§ 2
Art 20bis
Art. 7
§ 3
Art. 22
Art. 7
§ 5
Art. 17
§ 3
Art. 10
Art. 26
Art. 26bis
Art. 26ter
Art. 26quater
Art. 64
Art. 87
Annexe 9
Art. 13
Art. 78
derde lid
Bijlage I
punt 2
bijlage 1
punt 2
Bijlage II
punt 5.2
Art. 38
§ 2
Bijlage IV
Art. 26
Art. 26bis
Art. 26ter
Art. 26quater
Art. 64
Art. 87
bijlage 9
Bijlage V
Art. 37
2°
a), derde lid
Art. 37
7°
tweede streepje
Art. 38
§ 3bis
Art. 39
§ 1
eerste lid, 3°
Art. 63
bijlage 5
Bijlage VI
Art. 38
ADVIES 48.914/4 VAN 8 DECEMBER 2010 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 9 november 2010 door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit Otot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs, heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Voorafgaande vormvereisten 1. Overeenkomstig artikel 6, § 4, 3°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen moeten de drie gewestregeringen betrokken worden bij het uitwerken van het ontwerp. In het dossier gevoegd bij de adviesaanvraag bevinden zich evenwel alleen de afschriften van de brieven die aan de verschillende gewestregeringen zijn gericht en die net als de adviesaanvraag 9 november 2010 zijn gedateerd. 2. Gezien de budgettaire weerslag van het ontwerp moet het voor goedkeuring worden voorgelegd aan de staatssecretaris voor Begroting. In het dossier gevoegd bij de adviesaanvraag bevindt zich evenwel alleen het afschrift van de goedkeuringsaanvraag die hem is toegestuurd en die tevens dateert van 9 november 2010. 3. De steller van het ontwerp moet ervoor zorgen dat die twee voorafgaande vormvereisten volledig vervuld zijn. Algemene opmerking De afdeling Wetgeving vraagt zich af of het niet geraden zou zijn, teneinde dichter bij de terminologie te blijven van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (hierna Richtlijn 2006/126/EG genoemd) en te zorgen voor samenhang tussen de wijzigingen die worden aangebracht in verschillende bepalingen van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs (hierna het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten genoemd) en het « kaartmodel van het rijbewijs », zoals opgemaakt door bijlage I van Richtlijn 2006/126/EG en door de ontworpen bijlage 1 van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten (artikel 64 en bijlage 1 van het ontwerpbesluit), dezelfde symbolen te gebruiken als die vermeld in Richtlijn 2006/126/EG (bijvoorbeeld « CE », « DE », « C1E », « D1E » en « DE » in plaats van « C+E », « D+E », « C1+E », « D1+E » en « D+E »).
Die opmerking geldt voor het hele ontwerpbesluit dat thans wordt onderzocht.
Bijzondere opmerkingen Dispositief Artikel 1 1. Artikel 1 van het ontwerp bepaalt dat dit « voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs ». Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 16, lid 3, van Richtlijn 2006/126/EG, dat het volgende bepaalt : « 3. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten ».
De voorliggende bepaling laat dus na de tweede zin van voornoemd artikel 16, lid 3 om te zetten. Dat is evenwel aanvaardbaar indien in geen enkele wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling van de federale overheid verwezen wordt naar Richtlijn 91/439/EEG van de Raad d.d. 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, die bij Richtlijn 2006/126/EG wordt opgeheven (1). 2. Bovendien behoort, opdat het positieve recht beter in de tekst zelf van het gewijzigde besluit tot uiting brengt dat dit, zoals het gewijzigd wordt door het ontwerp, Richtlijn 2006/126/EG omzet, ook artikel 3 van het ontwerp zo te worden aangevuld dat in de inleidende zin van artikel 1 van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten worden ingevoegd de woorden « , dat Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs : omzet : » (2). Artikel 22 In paragraaf 2, eerste lid, van het ontworpen artikel 26quater moeten de woorden « de FOD Mobiliteit en Vervoer » vervangen worden door de woorden « de minister of diens gemachtigde ».
Deze opmerking geldt ook voor de rest van het ontwerp.
Artikel 45 Artikel 45 van het ontwerp voegt niet één maar drie leden in artikel 64 van het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten. De inleidende zin moet aldus worden gecorrigeerd.
Artikel 70 In punt I.1.2°, van bijlage 6 bij het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten moet niet het woord « A » worden vervangen, maar moeten de woorden « , A1, A2, A » worden ingevoegd.
Het woord « A » is daarin immers geschrapt bij de wijziging ingevoerd door artikel 27, 1°, van het koninklijk wijzigingsbesluit van 1 september 2006.
Artikel 70, c), van het ontwerp moet in die zin worden gewijzigd.
Bijlagen Bijlagen 1 en 2 Bij de Franse en de Nederlandse tekst van bijlage 1 bij het ontwerp is een Duitse versie gevoegd.
Artikel 56, § 1, eerste lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, zou beter in acht genomen worden indien die Duitse versie van bijlage 1 bij het ontwerp zou vervallen.
Daarentegen mag het nieuwe model van rijbewijs in het Duits zowel in de Franse als in de Nederlandse tekst van die bijlage worden opgenomen.
Dezelfde opmerking geldt voor bijlage 2 bij het ontwerp.
Slotopmerking In de Franse tekst van het ontwerpbesluit krijgt het woord « euro » de meervoudsvorm zodra het om meer dan één euro gaat. (1) In het interne recht moet in beginsel verwezen worden naar de regelingen die zorgen voor de omzetting van de richtlijnen, in plaats van rechtstreeks naar die richtlijnen. (2) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab « Wetgevingstechniek », formule F 4-1-2-3, derde lid, dat in het advies aangepast wordt aan het betreffende geval.
De kamer was samengesteld uit : De heren : P. Liénardy, kamervoorzitter;
J. Jaumotte en L. Detroux, staatsraden;
Mevr. C. Gigot, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. Chauffoureaux, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy.
De griffier, C. Gigot.
De voorzitter, P. Liénardy.
28 APRIL 2011. - Koninklijk besluit tot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, eerste lid, artikel 21, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, artikel 23, § 3, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1990, artikel 26, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en artikel 27, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990;
Gelet op het
koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten7 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs;
Gelet op het
koninklijk besluit van 11 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/05/2004
pub.
01/06/2004
numac
2004014097
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
Gelet op het
koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E;
Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 november 2010;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 10 december 2010;
Gelet op het advies nr. 48.914/4 van de Raad van State, gegeven op 8 december 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Eerste Minister en van de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Omzettingsmaatregel Artikel 1.Dit besluit voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs Art. 2.In het
koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
14/07/2014
numac
2014000538
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014078
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
09/09/1998
numac
1998014201
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs
type
koninklijk besluit
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998014079
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
sluiten betreffende het rijbewijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « A3 » wordt vervangen door het woord « AM »;2° de woorden « betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E » worden vervangen door de woorden « betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E ». Art. 3.In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 2005, 13 februari 2007 en 23 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden « dat voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs »;b) in de bepaling onder 3° wordt het eerste lid vervangen als volgt : « 3° « motorvoertuig », elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen.»; c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : « 4° « bromfiets », elk tweewielig of driewielig voertuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur en met de volgende kenmerken : i) bij tweewielige bromfietsen, een motor met : - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 indien het een motor met inwendige verbranding betreft, of - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft; ii) bij driewielige bromfietsen, een motor met : - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 indien het een motor met elektrische ontsteking betreft, of - een nettomaximumvermogen van ten hoogste 4 kW voor andere soorten motoren met inwendige verbranding, of - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft; »; d) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : « 6° « driewieler met motor », elk motorvoertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt, indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 km/uur;»; e) een bepaling onder 6°/1 wordt ingevoegd, luidende : « 6°/1 « lichte vierwieler », elk vierwielig motorvoertuig met een lege massa van ten hoogste 350 kg, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur, en i) een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 voor motoren met elektrische ontsteking, of ii) een nettomaximumvermogen van ten hoogste 4 kW voor andere soorten motoren met inwendige verbranding, of iii) een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft;»; f) de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt : « 7° « vierwieler met motor », elk ander vierwielig motorvoertuig dan bedoeld in 6°/1, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen die bestemd zijn voor goederenvervoer, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, en met een nettomaximumvermogen van ten hoogste 15 kW;»; g) de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : « 8° « auto », elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers; »; h) in de bepaling onder 9°, Franse tekst, wordt het woord « choses » vervangen door het woord « marchandises ». Art. 4.Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 1 september 2006Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
06/09/2006
numac
2006014186
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
22/09/2006
numac
2006022956
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een experimentele financiering van contraceptiva voor jongeren met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de jaren 2004, 2005 en 2006
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
06/09/2006
numac
2006014197
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
11/09/2006
numac
2006002091
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
15/09/2006
numac
2006003431
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
20/09/2006
numac
2006011394
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 september 1999 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de uitbatingspunten gebruikt voor de promotie, de verkoop of de verhuur van goederen en diensten, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten
type
koninklijk besluit
prom.
01/09/2006
pub.
20/09/2006
numac
2006011393
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 november 1998 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de verkooppunten en handelsgalerijen, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten
sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende het recht tot sturen worden de motorvoertuigen ingedeeld in de volgende categorieën : 1° Categorie AM : - bromfietsen met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/uur; - lichte vierwielers.
Voor de toepassing van artikel 65 worden de bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur ingedeeld in de categorie AM; 2° Categorie A1 : - motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3, een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten hoogste 0,1 kW/kg; - driewielers met motor met een maximumvermogen van 15 kW;
Aan de voertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan; 3° Categorie A2 : motorfietsen met een maximumvermogen van 35 kW, een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,2 kW/kg en niet afgeleid van een voertuig met meer dan het dubbele vermogen. Aan de voertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan; 4° Categorie A : - motorfietsen met of zonder zijspan; - driewielers met motor met een vermogen van meer dan 15 kW. Aan de voertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan; 5° Categorie B : auto's met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3.500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld.
Aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg worden gekoppeld, mits de maximale toegelaten massa van dit samenstel niet meer dan 4.250 kg bedraagt.
Vierwielers met motor behoren eveneens tot deze categorie; 6° Categorie B+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3.500 kg; 7° Categorie C1 : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 7.500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld; 8° Categorie C1+E : - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12.000 kg bedraagt; - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12.000 kg bedraagt; 9° Categorie C : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld; 10° Categorie C+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;11° Categorie D1 : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en ten hoogste zestien passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 meter;aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld; 12° Categorie D1+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;13° Categorie D : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend;aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld.
Tot deze categorie behoren eveneens : - gelede autobussen en autocars, gedefinieerd in artikel 1, § 2, 50, van het
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.