Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit tot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG

Kort samengevat

Dit koninklijk besluit past de regels voor rijbewijzen aan, met name de categorieën, het model van het rijbewijs en de eisen voor examinatoren, om te voldoen aan een Europese richtlijn. Het introduceert belangrijke wijzigingen voor motorfietsrijbewijzen en het rijbewijsmodel.

Wat het reguleert

  • De indeling en inhoud van rijbewijscategorieën, vooral voor twee- en driewielige voertuigen.
  • De invoering van een rijbewijs in bankkaartmodel met een beperkte administratieve geldigheidsduur.
  • De minimumnormen waaraan examinatoren moeten voldoen.
  • De minimumleeftijden voor het behalen van verschillende rijbewijzen.

Wie het aanbelangt

  • Alle bestuurders die een rijbewijs willen behalen of reeds bezitten.
  • Examinatoren van rijbewijzen.

Kernpunten

  • De categorie A3 voor bromfietsen wordt categorie AM, voor twee- of driewielige bromfietsen (25-45 km/u) en lichte vierwielers, met een minimumleeftijd van 16 jaar.
  • De bestaande categorie A voor motorfietsen wordt opgesplitst in A1 (max. 125 cm3, 11 kW), A2 (max. 35 kW) en A (alle motorfietsen en driewielers > 15 kW).
  • Er wordt een systeem van geleidelijke toegang ingevoerd voor motorfietsrijbewijzen (A1 -> A2 -> A), waarbij elke stap minstens twee jaar houderschap van de vorige categorie vereist.
  • De minimumleeftijden voor motorfietsrijbewijzen zijn: A1 op 18 jaar, A2 op 20 jaar (geleidelijk en rechtstreeks), en A op 22 jaar (geleidelijk) of 24 jaar (rechtstreeks).
  • Houders van een rijbewijs B dat minstens 2 jaar oud is, mogen lichte motorfietsen (tot 125 cm3) besturen na een verplichte praktische opleiding van 4 uur, tenzij het rijbewijs B vóór 19 januari 2011 is behaald.
  • Vanaf 19 januari 2013 wordt het rijbewijs in bankkaartmodel verplicht, wat de fraudegevoeligheid vermindert en de controle vergemakkelijkt.
Wettekst
Wettekst

28 APRIL 2011. - Koninklijk besluit tot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en va

Art. 14° Art.

1 6°/1 Art. 2 § 1 1° Art. 4 11° Art. 6 1°

  1. h)Art. 18 1° Art. 4 § 3 Art. 1 6° Art. 4 § 3
  2. a)Art. 2 § 1 2° Art. 18 2° Art. 4 § 3
  3. b)Art. 2 § 1 3° Art. 18 3° Art. 4 § 3
  4. c)Art. 2 § 1 4° Art. 18 5° Art. 4 § 4 eerste streepje Art. 1 8° Art. 4 § 4 a), eerste streepje Art. 1 7° Art. 4 § 4
  5. b)Art. 2 § 1 5° Art. 5 § 1 eerste lid Art. 6 1°
  6. c)Art. 6 1° f), derde streepje Art. 8 § 2 Art. 4 § 4
  7. c)Art. 2 § 1 6° Art. 4 § 4
  8. d)Veelvuldige

Art. 2§ 1 7° Art.

4 § 4 e) Veelvuldige

Art. 2§ 1 8° Art.

4 § 4

  1. f)Art. 2 § 1 9° Art. 4 § 4
  2. g)Art. 2 § 1 10° Art. 4 § 4
  3. h)Veelvuldige

Art. 2§ 1 11° Art.

4 § 4 i) Veelvuldige

Art. 2§ 1 12° Art.

4 § 4

  1. j)Art. 2 § 1 13° Art. 18 6° Art. 4 § 4
  2. k)Art. 2 § 1 14° Art. 18 6° Art. 4 § 6 derde lid Art. 18 Art. 6 § 1
  3. a)Art. 36 Art. 6 § 1
  4. b)Art. 35 7° Art. 6 § 2
  5. a)Art. 20 § 1 9° Art. 6 § 2
  6. b)Art. 20 § 1 13° Art. 6 § 2
  7. c)Art. 20 § 1 10° Art. 20 § 1 12° Art. 6 § 2
  8. d)Art. 20 § 1 1° Art. 20 § 1 2° Art. 20 § 1 3° Art. 20 § 1 4° Art. 20 § 1 5° Art. 20 § 1 6° Art. 20 § 1 7° Art. 20 § 1 8° Art. 6 § 2
  9. e)Art. 20 § 1 2° Art. 6 § 2
  10. e)Art. 20 § 1 3° Art. 20 § 1 5° Art. 20 § 1 6° Art. 7 § 1
  11. b)Art. 35 Art. 31 Art. 7 § 1
  12. c)Art. 5 § 1 eerste lid, 2° Art. 15 tweede lid 2°,
  13. c)Art. 35 2°
  14. c)Art. 7 § 1
  15. d)Art. 37 2° a), derde lid 7° tweede streepje Art. 38 § 3bis Art. 39 § 1 eerste lid, 3° Art. 63 bijlage 5 Art. 7 § 1
  16. e)Art. 3 Art. 7 § 2 Art 20bis Art. 7 § 3 Art. 22 Art. 7 § 5 Art. 17 § 3 Art. 10 Art. 26 Art. 26bis Art. 26ter Art. 26quater Art. 64 Art. 87 Annexe 9 Art. 13 Art. 78 derde lid Bijlage I punt 2 bijlage 1 punt 2 Bijlage II punt 5.2 Art. 38 § 2 Bijlage IV Art. 26 Art. 26bis Art. 26ter Art. 26quater Art. 64 Art. 87 bijlage 9 Bijlage V Art. 37 2° a), derde lid Art. 37 7° tweede streepje Art. 38 § 3bis Art. 39 § 1 eerste lid, 3° Art. 63 bijlage 5 Bijlage VI Art. 38 ADVIES 48.914/4 VAN 8 DECEMBER 2010 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 9 november 2010 door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit Otot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs, heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande vormvereisten 1. Overeenkomstig artikel 6, § 4, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen moeten de drie gewestregeringen betrokken worden bij het uitwerken van het ontwerp. In het dossier gevoegd bij de adviesaanvraag bevinden zich evenwel alleen de afschriften van de brieven die aan de verschillende gewestregeringen zijn gericht en die net als de adviesaanvraag 9 november 2010 zijn gedateerd. 2. Gezien de budgettaire weerslag van het ontwerp moet het voor goedkeuring worden voorgelegd aan de staatssecretaris voor Begroting. In het dossier gevoegd bij de adviesaanvraag bevindt zich evenwel alleen het afschrift van de goedkeuringsaanvraag die hem is toegestuurd en die tevens dateert van 9 november 2010. 3. De steller van het ontwerp moet ervoor zorgen dat die twee voorafgaande vormvereisten volledig vervuld zijn. Algemene opmerking De afdeling Wetgeving vraagt zich af of het niet geraden zou zijn, teneinde dichter bij de terminologie te blijven van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (hierna Richtlijn 2006/126/EG genoemd) en te zorgen voor samenhang tussen de wijzigingen die worden aangebracht in verschillende bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten betreffende het rijbewijs (hierna het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten genoemd) en het « kaartmodel van het rijbewijs », zoals opgemaakt door bijlage I van Richtlijn 2006/126/EG en door de ontworpen bijlage 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten (artikel 64 en bijlage 1 van het ontwerpbesluit), dezelfde symbolen te gebruiken als die vermeld in Richtlijn 2006/126/EG (bijvoorbeeld « CE », « DE », « C1E », « D1E » en « DE » in plaats van « C+E », « D+E », « C1+E », « D1+E » en « D+E »). Die opmerking geldt voor het hele ontwerpbesluit dat thans wordt onderzocht. Bijzondere opmerkingen Dispositief Artikel 1 1. Artikel 1 van het ontwerp bepaalt dat dit « voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs ». Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 16, lid 3, van Richtlijn 2006/126/EG, dat het volgende bepaalt : « 3. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor deze verwijzing en de formulering van deze vermelding worden vastgesteld door de lidstaten ». De voorliggende bepaling laat dus na de tweede zin van voornoemd artikel 16, lid 3 om te zetten. Dat is evenwel aanvaardbaar indien in geen enkele wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling van de federale overheid verwezen wordt naar Richtlijn 91/439/EEG van de Raad d.d. 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, die bij Richtlijn 2006/126/EG wordt opgeheven

(1). 2. Bovendien behoort, opdat het positieve recht beter in de tekst zelf van het gewijzigde besluit tot uiting brengt dat dit, zoals het gewijzigd wordt door het ontwerp, Richtlijn 2006/126/EG omzet, ook artikel 3 van het ontwerp zo te worden aangevuld dat in de inleidende zin van artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten worden ingevoegd de woorden « , dat Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs : omzet : »
(2). Artikel 22 In paragraaf 2, eerste lid, van het ontworpen artikel 26quater moeten de woorden « de FOD Mobiliteit en Vervoer » vervangen worden door de woorden « de minister of diens gemachtigde ». Deze opmerking geldt ook voor de rest van het ontwerp. Artikel 45 Artikel 45 van het ontwerp voegt niet één maar drie leden in artikel 64 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten. De inleidende zin moet aldus worden gecorrigeerd. Artikel 70 In punt I.1.2°, van bijlage 6 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten moet niet het woord « A » worden vervangen, maar moeten de woorden « , A1, A2, A » worden ingevoegd. Het woord « A » is daarin immers geschrapt bij de wijziging ingevoerd door artikel 27, 1°, van het koninklijk wijzigingsbesluit van 1 september 2006. Artikel 70, c), van het ontwerp moet in die zin worden gewijzigd. Bijlagen Bijlagen 1 en 2 Bij de Franse en de Nederlandse tekst van bijlage 1 bij het ontwerp is een Duitse versie gevoegd. Artikel 56, § 1, eerste lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, zou beter in acht genomen worden indien die Duitse versie van bijlage 1 bij het ontwerp zou vervallen. Daarentegen mag het nieuwe model van rijbewijs in het Duits zowel in de Franse als in de Nederlandse tekst van die bijlage worden opgenomen. Dezelfde opmerking geldt voor bijlage 2 bij het ontwerp. Slotopmerking In de Franse tekst van het ontwerpbesluit krijgt het woord « euro » de meervoudsvorm zodra het om meer dan één euro gaat.
(1)In het interne recht moet in beginsel verwezen worden naar de regelingen die zorgen voor de omzetting van de richtlijnen, in plaats van rechtstreeks naar die richtlijnen.
(2)Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab « Wetgevingstechniek », formule F 4-1-2-3, derde lid, dat in het advies aangepast wordt aan het betreffende geval. De kamer was samengesteld uit : De heren : P. Liénardy, kamervoorzitter; J. Jaumotte en L. Detroux, staatsraden; Mevr. C. Gigot, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. Chauffoureaux, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy. De griffier, C. Gigot. De voorzitter, P. Liénardy. 28 APRIL 2011. - Koninklijk besluit tot aanpassing van de rijbewijscategorieën, het rijbewijsmodel en de voorwaarden voor examinatoren, ingevolge Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, eerste lid, artikel 21, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, artikel 23, § 3, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1990, artikel 26, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en artikel 27, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990; Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg; Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten betreffende het rijbewijs; Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/05/2004 pub. 01/06/2004 numac 2004014097 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen; Gelet op het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E; Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 november 2010; Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 10 december 2010; Gelet op het advies nr. 48.914/4 van de Raad van State, gegeven op 8 december 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Eerste Minister en van de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Omzettingsmaatregel Artikel 1.Dit besluit voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten betreffende het rijbewijs Art. 2.In het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten betreffende het rijbewijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « A3 » wordt vervangen door het woord « AM »;2° de woorden « betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E » worden vervangen door de woorden « betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E ». Art. 3.In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 2005, 13 februari 2007 en 23 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1. a)de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden « dat voorziet in de omzetting van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs »;
  2. b)in de bepaling onder 3° wordt het eerste lid vervangen als volgt : « 3° « motorvoertuig », elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen.»;
  3. c)de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : « 4° « bromfiets », elk tweewielig of driewielig voertuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur en met de volgende kenmerken :
  4. i)bij tweewielige bromfietsen, een motor met : - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 indien het een motor met inwendige verbranding betreft, of - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft;
  5. ii)bij driewielige bromfietsen, een motor met : - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 indien het een motor met elektrische ontsteking betreft, of - een nettomaximumvermogen van ten hoogste 4 kW voor andere soorten motoren met inwendige verbranding, of - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft; »;
  6. d)de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : « 6° « driewieler met motor », elk motorvoertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een motor waarvan de cilinderinhoud meer dan 50 cm3 bedraagt, indien het een motor met inwendige verbranding betreft, en/of met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 45 km/uur;»;
  7. e)een bepaling onder 6°/1 wordt ingevoegd, luidende : « 6°/1 « lichte vierwieler », elk vierwielig motorvoertuig met een lege massa van ten hoogste 350 kg, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur, en
  8. i)een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 voor motoren met elektrische ontsteking, of
  9. ii)een nettomaximumvermogen van ten hoogste 4 kW voor andere soorten motoren met inwendige verbranding, of iii) een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft;»;
  10. f)de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt : « 7° « vierwieler met motor », elk ander vierwielig motorvoertuig dan bedoeld in 6°/1, met een lege massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen die bestemd zijn voor goederenvervoer, exclusief de massa van de accu's in elektrische voertuigen, en met een nettomaximumvermogen van ten hoogste 15 kW;»;
  11. g)de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : « 8° « auto », elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers; »;
  12. h)in de bepaling onder 9°, Franse tekst, wordt het woord « choses » vervangen door het woord « marchandises ». Art. 4.Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 06/09/2006 numac 2006014186 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 22/09/2006 numac 2006022956 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een experimentele financiering van contraceptiva voor jongeren met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de jaren 2004, 2005 en 2006 type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 06/09/2006 numac 2006014197 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 11/09/2006 numac 2006002091 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 15/09/2006 numac 2006003431 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 20/09/2006 numac 2006011394 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 september 1999 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de uitbatingspunten gebruikt voor de promotie, de verkoop of de verhuur van goederen en diensten, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 20/09/2006 numac 2006011393 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 november 1998 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de verkooppunten en handelsgalerijen, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende het recht tot sturen worden de motorvoertuigen ingedeeld in de volgende categorieën : 1° Categorie AM : - bromfietsen met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/uur; - lichte vierwielers. Voor de toepassing van artikel 65 worden de bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur ingedeeld in de categorie AM; 2° Categorie A1 : - motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3, een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van ten hoogste 0,1 kW/kg; - driewielers met motor met een maximumvermogen van 15 kW; Aan de voertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan; 3° Categorie A2 : motorfietsen met een maximumvermogen van 35 kW, een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,2 kW/kg en niet afgeleid van een voertuig met meer dan het dubbele vermogen. Aan de voertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan; 4° Categorie A : - motorfietsen met of zonder zijspan; - driewielers met motor met een vermogen van meer dan 15 kW. Aan de voertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen gekoppeld worden, behalve aan een motorfiets met zijspan; 5° Categorie B : auto's met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3.500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld. Aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg worden gekoppeld, mits de maximale toegelaten massa van dit samenstel niet meer dan 4.250 kg bedraagt. Vierwielers met motor behoren eveneens tot deze categorie; 6° Categorie B+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3.500 kg; 7° Categorie C1 : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 7.500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld; 8° Categorie C1+E : - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12.000 kg bedraagt; - samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12.000 kg bedraagt; 9° Categorie C : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld; 10° Categorie C+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;11° Categorie D1 : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en ten hoogste zestien passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 meter;aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld; 12° Categorie D1+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;13° Categorie D : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend;aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld. Tot deze categorie behoren eveneens : - gelede autobussen en autocars, gedefinieerd in artikel 1, § 2, 50, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de voertuigen, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen; - slepen, gedefinieerd in artikel 1, § 2, 88, van voornoemd koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten en gebezigd als attractie binnen de toeristische centra met een snelheid van ten hoogste 25 km/uur, mits de exploitatie ervan door de gemeenteoverheid als « openbare ontspanning » wordt toegelaten en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging; 14° Categorie D+E : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;15° Categorie G : land- en bosbouwtrekkers en hun aanhangwagens evenals de voertuigen ingeschreven als landbouwmaterieel, landbouwmotor of maaimachine. § 2. Motorvoertuigen die rijden op de openbare weg en die niet behoren tot een van de categorieën gedefinieerd in § 1, zoals het verrijdbare bedrijfsmaterieel, worden ingedeeld bij de categorie B, C1 of C naargelang hun maximale toegelaten massa. Art. 5.In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002, 22 maart 2004, 1 september 2006, 24 augustus 2007 en 23 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  13. a)in de bepaling onder 4° worden de woorden « D of D+E en van de subcategorie D1 of D1+E » vervangen door de woorden « D1, D1+E, D of D+E »;
  14. b)in de bepaling onder 5° worden de woorden « C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  15. c)in de bepaling onder 6° worden de woorden « , A, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorieën C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « A1, A2, A, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  16. d)in de bepaling onder 7° worden de woorden « C, C+E en voor de subcategorieën C1 en C1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C, C+E » en worden de woorden « D, D+E en voor de subcategorieën D1 en D1+E » vervangen door de woorden « D1, D1+E, D of D+E »;
  17. e)in de bepaling onder 9° worden de woorden « , A, B, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  18. f)de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt : « 10° de bestuurders van voertuigen van de categorie AM die geboren zijn vóór 15 februari 1961;»;
  19. g)de bepaling onder 11°, opgeheven bij het koninklijk besluit van 1 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 06/09/2006 numac 2006014186 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 22/09/2006 numac 2006022956 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een experimentele financiering van contraceptiva voor jongeren met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de jaren 2004, 2005 en 2006 type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 06/09/2006 numac 2006014197 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 11/09/2006 numac 2006002091 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 15/09/2006 numac 2006003431 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 20/09/2006 numac 2006011394 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 september 1999 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de uitbatingspunten gebruikt voor de promotie, de verkoop of de verhuur van goederen en diensten, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 20/09/2006 numac 2006011393 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 november 1998 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de verkooppunten en handelsgalerijen, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten sluiten, wordt hersteld als volgt : « 11° de bestuurders van bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur;»;
  20. h)in de bepaling onder 15° worden de woorden « C en C+E en voor de subcategorie C1 en C1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C en C+E ». Art. 6.In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 maart 2004, 15 juli 2004 en 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  21. a)in paragraaf 1, eerste lid, wordt de eerste zin beginnend met de woorden « Elke kandidaat » en eindigend met de woorden « een scholing doorlopen : » vervangen door de volgende zin : « Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, elke houder van een rijbewijs met de code 78 die een rijbewijs zonder deze code wil behalen of elke houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die wil dat de code 96 erop wordt geplaatst, moet een scholing doorlopen : »;
  22. b)paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de volgende zin : « Deze bepaling is echter niet van toepassing op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor categorie A2 of A die sinds minstens twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk categorie A1 of A2.»;
  23. c)in paragraaf 2, 2°, worden de woorden « of subcategorie » en de woorden « of een subcategorie » opgeheven;
  24. d)in paragraaf 2, 3°, worden de woorden « en subcategorieën » opgeheven. Art. 7.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002, 15 juli 2004, 10 juli 2006, 28 november 2008 en 23 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  25. a)in de bepaling onder 1°, c), eerste streepje, worden de woorden « C of D of voor de subcategorie C1 of D1 » vervangen door de woorden « C1, C, D1 of D en voor de verkrijging van de code 96 »;
  26. b)in de bepaling onder 1°, c), tweede streepje, worden de woorden « C+E of D+E of voor de subcategorie C1+E of D1+E » vervangen door de woorden « C1+E, C+E, D1+E of D+E »;
  27. c)in de bepaling onder 1°, f), worden de woorden « of subcategorie » telkens opgeheven;
  28. d)de bepaling onder 1°, f), derde streepje, wordt vervangen als volgt : « - op de houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B die een voorlopig rijbewijs wil behalen met het oog op het bijvoegen van de code 96;»;
  29. e)de bepaling onder 1°, g), wordt vervangen als volgt : «
  30. g)moet, in een rijschool, het praktisch onderricht bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a), gevolgd hebben als het gaat om een kandidaat voor het voorlopig rijbewijs geldig voor het besturen van voertuigen van de categorieën A1, A2 of A;»;
  31. f)de bepaling onder 1°, h), wordt vervangen als volgt : «
  32. h)moet de leeftijd bereikt hebben van 16 jaar voor de categorie AM, 18 jaar voor de categorieën A1, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D en D+E, 20 jaar voor de categorie A2 en 22 jaar voor de categorie A als hij sinds ten minste twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor de categorie A2 of 24 jaar als dat niet het geval is;»;
  33. g)in de bepaling onder 1°, j), worden de woorden « of A » vervangen door de woorden « , A1, A2 of A »;
  34. h)in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden « of subcategorie » opgeheven;
  35. i)in de bepaling onder 2°, b), worden de woorden « en A » vervangen door de woorden « , A1, A2 en A »;
  36. j)in de bepaling onder 2°, c), wordt in de Franse tekst het woord « choses » vervangen door het woord « marchandises » en worden de woorden « C of C+E of de subcategorieën C1 of C1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C of C+E »;
  37. k)de bepaling onder 2°, e), wordt vervangen als volgt : «
  38. e)mag geen aanhangwagen trekken als het vorlopig rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie AM, A1, A2, A, B, C1, C, D1 of D, tenzij de code 96 op het document vermeld is;»;
  39. l)in de bepaling onder 2°, f), worden de woorden « C, C+E, D, D+E of van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E »;
  40. m)in de bepaling onder 3°, b), worden de woorden « C of C+E of voor de subcategorie C1 of C1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C of C+E » en worden de woorden « D of D+E of voor de subcategorie D1 of D1+E » vervangen door de woorden « D1, D1+E, D of D+E »;
  41. n)in de bepaling onder 3°, f), wordt het woord « echtgenoot » vervangen door de woorden « wettelijke partner » en worden de woorden « C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E » en worden de woorden « of leervergunning » opgeheven. Art. 8.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002 en 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  42. a)paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.De overheid bedoeld in artikel 7 maakt het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E. De overheid bedoeld in artikel 7 vermeld de code 96 op het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie B en afgegeven voor het aanleren van het besturen van een samenstel met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 4.250 kg, bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg. »;
  43. b)in paragraaf 3 worden de woorden « of subcategorie » opgeheven;
  44. c)in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden « of in het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B » ingevoegd na de woorden « in deze afdeling »;
  45. d)in paragraaf 5, eerste lid, 3°, worden de woorden « of A » vervangen door de woorden « , A1, A2 of A »;
  46. c)in paragraaf 5, eerste lid, 4°, en in paragraaf 6, 2°, worden de woorden « of subcategorie » opgeheven. Art. 9.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 06/09/2006 numac 2006014186 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 22/09/2006 numac 2006022956 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een experimentele financiering van contraceptiva voor jongeren met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de jaren 2004, 2005 en 2006 type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 06/09/2006 numac 2006014197 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 11/09/2006 numac 2006002091 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 15/09/2006 numac 2006003431 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 20/09/2006 numac 2006011394 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 september 1999 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de uitbatingspunten gebruikt voor de promotie, de verkoop of de verhuur van goederen en diensten, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten type koninklijk besluit prom. 01/09/2006 pub. 20/09/2006 numac 2006011393 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende de algemeen bindend verklaring van de beslissing van 5 mei 2006 houdende wijziging van de beslissing van 10 november 1998 inzake de billijke vergoeding verschuldigd door de verkooppunten en handelsgalerijen, genomen door de commissie bedoeld in artikel 42 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  47. a)in het tweede lid, 1°, worden de woorden « C, D en G en voor de subcategorieën C1 en D1 » vervangen door de woorden « C1, C, D1, D en G »;
  48. b)in het tweede lid, 2°, worden de woorden « categorieën A » vervangen door de woorden « categorieën A1, A2, A ». Art. 10.In artikel 15, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 september 2002 en 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  49. a)in de bepaling onder 1°, b), worden de woorden « met de vermelding « automatisch » » vervangen door de woorden « met de code 78 » en worden de woorden « of subcategorie » opgeheven;
  50. b)in de bepaling onder 1°, c), worden de woorden « categorie A » vervangen door de woorden « categorie A1, A2 of A »;
  51. c)in de bepalingen onder 1°,
  52. e)en f), worden de woorden « of A » vervangen door de woorden « , A1, A2 of A » en worden de woorden « van de vermelding « automatisch » » vervangen door de woorden « van de code 78 »;
  53. d)de bepaling onder 1°, i), wordt opgeheven;
  54. e)in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden « B+E, C, C+E, D of D+E of de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  55. f)de bepaling onder 2°, b), opgeheven bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt hersteld als volgt : «
  56. b)voor de houder van een rijbewijs, geldig voor de categorie B, die het vermelden van de code 372 wenst;»;
  57. g)de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de bepaling onder c), luidende : «
  58. c)voor de kandidaat die houder is van een sinds ten minste twee jaar afgegeven rijbewijs geldig voor de categorie A1 of A2 en die een rijbewijs geldig voor categorie A2 of A respectievelijk wil behalen; »;
  59. h)in de bepaling onder 3°, a), worden de woorden « categorie A » vervangen door de woorden « categorie A1, A2 of A »;
  60. i)de bepaling onder 3° wordt aangevuld met een
  61. c)luidende : «
  62. c)voor de houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie B bedoeld in het koninglijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B die tweemaal niet geslaagd is voor het praktische examen;»;
  63. j)in de bepaling onder 4°, a), worden de woorden « A, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « A, A1, A2, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  64. k)in de bepaling onder 4°, b), worden de woorden « C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  65. l)de bepaling onder 4°, c), opgeheven bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt hersteld als volgt : «
  66. c)voor de kandidaat die een rijbewijs geldig voor de categorie B met daarop de code 96 wil behalen;»;
  67. m)in de bepaling onder 4°, e), worden de woorden « categorie A » vervangen door de woorden « categorie A1, A2 of A »;
  68. n)de bepaling onder 6°, opgeheven bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt hersteld als volgt : « 6° twintig uren : voor de kandidaat die een voorlopig rijbewijs zonder begeleider, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, wenst te behalen.». Art. 11.In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of de subcategorie » opgeheven;2° in het derde lid worden de woorden « te rekenen vanaf de datum waarop met de lessen werd begonnen » opgeheven. Art. 12.In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin : « Deze aanvraag bevat de toestemming van de aanvrager voor het gebruik van zijn foto en het elektronisch beeld van zijn handtekening uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, zoals bedoeld in artikel 6bis, § 1, 1°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, voor de vervaardiging van het rijbewijs.»; 2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 1°, vervangen als volgt : « 1° een foto van de aanvrager die voldoet aan de door de minister vastgestelde normen, indien de foto, bedoeld in het tweede lid, niet gebruikt kan worden voor de vervaardiging van het rijbewijs;»; 3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden « bedoeld in artikel 33 of van de praktische proef bedoeld in de artikelen 27, 3° en 4° en 29.» vervangen door de woorden « bedoeld in de artikelen 29, 2° en 33 en in artikel 21 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E. »; 4° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende : « Elk rijbewijs dat niet wordt afgegeven binnen een termijn van derde dagen na de aanvraag, wordt vernietigd door de overheid bedoeld in artikel 7. De minister of zijn gemachtigde bepaalt de bestemming die moet worden gegeven aan de aanvraagformulieren. »; 5° een paragraaf 3 wordt ingevoegd, luidende : « § 3.Er mag geen rijbewijs worden afgegeven aan de aanvrager die reeds houder is van een Europees rijbewijs dat geldt voor dezelfde categorie, behalve in het geval bedoeld in § 2. Er mag geen rijbewijs worden afgegeven aan de aanvrager die reeds houder is van een Europees rijbewijs dat geldt voor dezelfde categorie die het voorwerp uitmaakt van een nationale beperking, een schorsing of een intrekking in een andere lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte. ». Art. 13.Artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 september 2006 en 4 mei 2007, wordt vervangen als volgt : « Art. 18.De minimumleeftijd voor het behalen van een rijbewijs is vastgesteld op : 1° 16 jaar voor de categorieën AM en G;2° 18 jaar voor de categorieën A1, B, B+E, C1 en C1+E. De leeftijd is evenwel vastgesteld op 16 jaar voor de houders van een Europees rijbewijs behaald in een andere lidstaat geldig voor de categorie A1; 3° 20 jaar voor de categorie A2. De leeftijd is evenwel vastgesteld op 18 jaar voor de houders van een Europees rijbewijs behaald in een andere lidstaat geldig voor de categorie A2; 4° 21 jaar voor de categorieën C, C+E, D1 en D1+E. Een kandidaat van ten minste 18 jaar kan evenwel een rijbewijs geldig voor de categorieën C, C+E, D1 en D1+E behalen, op voorwaarde dat hij houder is van een getuigschrift van basiskwalificatie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E; 5° 24 jaar voor de categorie A, behalve als de kandidaat sinds ten minste twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor de categorie A2, in welk geval de leeftijd 22 jaar is. De leeftijd is evenwel vastgesteld op 20 jaar voor de houders van een Europees rijbewijs behaald in een andere lidstaat geldig voor de categorie A; 6° 24 jaar voor de categorieën D en D+E. Een kandidaat van ten minste 18 jaar kan evenwel een rijbewijs geldig voor de categorieën D en D+E behalen, op voorwaarde dat hij houder is van een getuigschrift van basiskwalificatie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E. ». Art. 14.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002, 1 september 2006 en 4 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « , A, B, B+E, C, C+E, D, D+E of G of van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « , A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E of G »;2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Een kandidaat van minder dan 21 jaar die het praktisch examen met een voertuig van de categorie C heeft afgelegd, ontvangt een rijbewijs enkel geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie C1, behalve als hij houder is van een getuigschrift van basiskwalificatie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E. Wanneer de houder de leeftijd van 21 jaar bereikt, kan hij een rijbewijs geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie C behalen, zonder de scholing te moeten doorlopen en een nieuw theoretisch en praktisch examen te moeten afleggen. De in artikel 49 voorgeschreven procedure is van toepassing. »; 3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Een kandidaat van minder dan 24 jaar die het praktisch examen met een voertuig van de categorie D heeft afgelegd, ontvangt een rijbewijs enkel geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie D1, behalve als hij houder is van een getuigschrift van basiskwalificatie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E. Wanneer de houder de leeftijd van 24 jaar bereikt, kan hij een rijbewijs geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie D behalen, zonder de scholing te moeten doorlopen en een nieuw theoretisch en praktisch examen te moeten afleggen. De in artikel 49 voorgeschreven procedure is van toepassing. ». Art. 15.In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 september 2006, 28 december 2006 en 24 augustus 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De geldigheid van de rijbewijzen wordt bepaald als volgt : 1° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A1 wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie AM;2° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A2 wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën AM en A1;3° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën AM, A1 en A2;4° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie B wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie AM;5° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie C wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën AM, B en C1;6° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie D wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën AM, B en D1;7° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie C1 wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën AM en B;8° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie D1 wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën AM en B;9° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorieën C1+E, C+E, D1+E of D+E wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie B+E;10° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie C+E wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorieën C1+E en G;11° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorieën C1+E en D1 wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie D1+E;12° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie D+E wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie D1+E;13° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorieën C+E en D wordt eveneens geldig verklaard voor het besturen van voertuigen van de categorie D+E;14° het rijbewijs met de code 78 is slechts geldig voor het besturen van voertuigen uitgerust met een automatische schakeling;deze beperking heeft in voorkomend geval alleen betrekking op bepaalde categorieën, aangeduid op het rijbewijs. »; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.De houder van een rijbewijs geldig voor de categorie B met de code 96 mag een samenstel besturen, bestaande uit een voertuig van de categorie B en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van dit samenstel niet meer dan 4.250 kg. Het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie B, sinds ten minste twee jaar afgegeven, laat toe voertuigen te besturen van de categorie A1 op voorwaarde dat de houder een opleiding, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°, b), heeft gevolgd en dat de code 372 bij de categorie B wordt vermeld. »; 3° in paragraaf 3 worden de woorden « of C of voor de subcategorie C1 of C1+E » vervangen door de woorden « , C1, C1+E of C ». Art. 16.In hetzelfde besluit wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidende : « Art. 20bis.§ 1. De administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs bedraagt hoogstens tien jaar. In afwijking van het eerste lid, heeft het rijbewijs, bedoeld in artikel 21, § 4, een administratieve geldigheidsduur van een jaar. § 2. De verlenging van het rijbewijs op het moment dat de administratieve geldigheidsduur verstrijkt, is afhankelijk van de voorwaarde dat nog steeds voldaan is aan de bepalingen van dit besluit en gebeurt overeenkomstig de procedure beschreven in artikel 49, eerste lid. ». Art. 17.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De administratieve geldigheidsduur en de datum waarop de geldigheidsduur afloopt voor elke categorie worden op het rijbewijs vermeld.De administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs wordt beperkt tot de geldigheidsduur van de categorie waarvoor het rijbewijs het langst geldig wordt verklaard. »; 2° in het tweede lid worden de woorden « categorieën van voertuigen waarvoor het rijbewijs geldig is in het nationale verkeer » vervangen door de woorden « Beperkingen/vermeldingen », voorafgegaan door de letter « T » ». Art. 18.In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt het derde lid opgeheven. Art. 19.In artikel 26 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 14/07/2014 numac 2014000538 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014078 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998014201 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit waarbij de gemeentebesturen verplicht worden de Minister tot wiens bevoegdheid verkeersveiligheid behoort, via het Rijksregister van de natuurlijke personen gegevens te verstrekken betreffende het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs type koninklijk besluit prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998014079 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen sluiten betreffende het rijbewijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  69. a)in paragraaf 2, eerste lid, 5°, worden de woorden « 1, 2+ of 2 » vervangen door de woorden « A, B of C »;
  70. b)in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 6° vervangen als volgt : « 6° voltooien van een basis- opleidingsprogramma en slagen voor een examen over de materie bedoeld in bijlage 19.De inhoud en de modaliteiten van de organisatie van de basisopleiding en het examen zijn goedgekeurd door de minister of zijn gemachtigde. Examinatoren moeten tevens voldoen aan de regels inzake verplichte kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing voorzien in artikel 26quater ; »;
  71. c)in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt : « 8° indien het een examinator voor de categorie B betreft, ten minste drie jaar houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de categorie B. De examinatoren voor de overige categorieën zijn houders van een Belgisch of Europees rijbewijs dat geldt voor de betrokken categorie. Daarnaast zijn zij gekwalificeerde examinatoren voor het rijbewijs van categorie B en hebben zij die taak gedurende ten minste drie jaar uitgeoefend. Het vereiste van drie jaar werkervaring als examinator in B kan vervallen indien de examinator kan aantonen dat hij aan één van de volgende voorwaarden voldoet :
  72. a)ten minste vijf jaar houder zijn van een rijbewijs dat geldt voor de categorieën van motorvoertuigen voor dewelke hij als examinator belast is met het afnemen van het praktische examen, ofwel;
  73. b)geslaagd zijn voor een hoger theoretisch en praktisch rijvaardigheidsexamen dan nodig is voor het behalen van een rijbewijs. »;
  74. d)in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt : « De functie van examinator is onverenigbaar met elke functie van instructeur in een erkende rijschool.». Art. 20.In hetzelfde besluit wordt een artikel 26bis ingevoegd, luidende : « Art. 26bis.§ 1. De basisopleiding, bedoeld in artikel 26, § 2, 6° wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de minister of zijn gemachtigde. De opleidingsprogramma's voor de basisopleiding zijn als volgt gegroepeerd : 1° programma A voor de categorieën AM, A1, A2 en A;2° programma B voor de categorieën B, B+E en G;3° programma C voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E;4° programma D voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E. Het programma B bestaat uit twee opleidingsdelen : 1° een groepsspecifiek deel dat zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19;2° een voor alle groepen rijbewijscategorieën gemeenschappelijk opleidingsprogramma dat bestaat uit de materie opgesomd onder de punten A, D en F van bijlage 19. De opleidingsprogramma's A, C en D zijn minstens gericht op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B, C en E van bijlage 19. § 2. De erkenning van een opleidingscentrum voor de basisopleiding wordt toegekend voor het geven van de basisopleiding aan examinatoren belast met het afnemen van praktische rijexamens. Om erkend te worden moet het opleidingscentrum aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° deel uitmaken of deel uit hebben gemaakt, gedurende minstens twee jaar, van een organisme dat actief is in het domein van de organisatie van examens voor het behalen van het rijbewijs of deel uitmaken van een groepering waarbij de centra die examens voor het rijbewijs afnemen zijn aangesloten;2° houder zijn van een ISO-certificaat, Qfor, EFQM, of andere certificaten of kwaliteitbeoordelingssystemen die erkend zijn op het gebied van opleiding;3° minimaal een opleidingsprogramma voor de basisopleiding A, B, C of D voorstellen, waarin alle kennis en vaardigheden die vereist worden in bijlage 19 worden behandeld. Elk opleidingscentrum verplicht zich ertoe de basisopleiding te geven in overeenstemming met het goedgekeurde opleidingsprogramma; 4° zich ertoe verbinden om, volgens de modaliteiten bepaald door de minister of zijn gemachtigde, elke wijziging van het programma voor te leggen aan de FOD Mobiliteit en Vervoer die de wijzigingen goedkeurt of afwijst binnen een termijn van 60 dagen;5° beschikken over gepaste infrastructuur en pedagogisch materiaal, en kunnen beschikken over een voertuig van elke categorie;6° instructeurs in dienst hebben die beschikken over een opleiding in de onderwezen materie en die tevens beschikken over een afdoende professionele ervaring of een opleiding in didactiek en pedagogiek. De instructeurs voor het praktijkgedeelte van de opleiding moeten minstens vier jaar houder zijn van een rijbewijs B, en minstens drie jaar van een rijbewijs dat geldt voor de overige betrokken categorieën; 6° aanstellen van een directeur die het opleidingscentrum vertegenwoordigt bij de overheid en die verantwoordelijk is voor de organisatie van de basisopleiding en de administratieve taken. § 3. De erkenningsaanvraag wordt ingediend bij de FOD Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. Zij moet alle informatie bevatten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in artikel 26 bis, § 2. De erkenning van een opleidingscentrum geldt slechts voor de basisopleiding of de basisopleidingen die deel uitmaakten van het goedkeuringsdossier, overeenkomstig § 2, tweede lid, 3° en geldt enkel voor de rijbewijscategorieën waarvoor de rijexamens worden georganiseerd door het organisme waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt of door de examencentra aangesloten bij de groepering waarvan het opleidingscentrum deel uitmaakt. De minister geeft de erkenning binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en wordt verlengd indien hiervoor een aanvraag wordt gedaan bij de FOD Mobiliteit en Vervoer. Bij de aanvraag van de erkenning van het opleidingscentrum worden de documenten gevoegd die nader zijn bepaald door de minister of zijn gemachtigde. § 4. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld waaruit blijkt dat aan elk van de in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan. De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet worden ingediend ten laatste drie maanden voor de vervaldatum van de geldigheid van de erkenning. De minister levert de erkenning af binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrager in kennis werd gesteld van de volledigheid van zijn aanvraag. § 5. De minister verleent een erkenningsnummer aan elk erkend opleidingscentrum. De toekenning van de erkenning alsook van de vernieuwing van de erkenning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. § 6. De erkenningsaanvraag van een opleidingscentrum of de aanvraag tot verlenging van de erkenning geeft aanleiding tot de betaling van een retributie van 1000 euro. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door de minister of zijn gemachtigde. Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken. Deze retributie wordt ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald. De bedoelde retributies worden onderworpen aan een automatische indexatie op 1 januari van ieder jaar op basis van de gewone index van de maand november van het vorige jaar. Het resultaat van deze aanpassing wordt afgerond naar boven indien het berekende bedrag hoger is of gelijk is aan 0,50 decimalen of naar beneden indien het berekende bedrag lager is dan 0,50 decimalen. § 7. De minister kan, wanneer de in deze afdeling bepaalde voorwaarden niet worden nageleefd en na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben, de erkenning van het opleidingscentrum voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen. Indien de minister ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de in deze afdeling bepaalde voorwaarden nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning van het opleidingscentrum in, na de directeur van het opleidingscentrum gehoord te hebben. Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag geen enkele theoretische of praktische lessenreeks beginnen. Het schorsings- of intrekkingsbesluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en wordt bij de ingang van de les- en administratielokalen uitgehangen. § 8. De minister of zijn gemachtigde kan de inhoud van de opleiding en de erkenningsvoorwaarden van de opleidingscentra nader bepalen. ». Art. 21.In hetzelfde besluit wordt een artikel 26ter ingevoegd, luidende : « Art. 26ter.§ 1. Elke examinator slaagt voor een examen dat voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° het examen voorzien in artikel 26, § 2, 6°, wordt afgelegd in het opleidingscentrum waar de examinator de basisopleiding volgt. Het examen toetst de examinatoren op de materie voorzien in bijlage 19 en omvat een theoretische en een praktische proef. Er mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen voor de theoretische proeven. Het examen geeft toegang tot het uitoefenen van het beroep van examinator voor de categorie waarvoor het examen met goed gevolg is afgelegd. 2° de erkende opleidingscentra stellen elk een examen op voor kandidaat-examinatoren, dat ten minste alle in bijlage 19 beschreven kennis en vaardigheden toetst. Voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van het examen wordt het examenprogramma en de examenopgaven door het opleidingscentrum voorgelegd aan een adviescommissie. De adviescommissie brengt een advies uit, aan de minister of zijn gemachtigde, over het aan haar voorgelegde examenprogramma binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Zonder de goedkeuring van het examenprogramma door de minister of zijn gemachtigde mogen geen examens voor kandidaat-examinatoren worden georganiseerd. Indien het examenprogramma wordt afgekeurd, legt het opleidingscentrum binnen maximaal één maand een aangepast examenprogramma ter goedkeuring voor aan de adviescommissie en de minister of zijn gemachtigde. § 2. De samenstelling en de werking van de adviescommissie worden bepaald door de minister of zijn gemachtigde die haar leden benoemd. § 3. De minister of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de examinering van kandidaat-examinatoren en de exameninhoud. De minister of zijn gemachtigde stelt de duur van de proeven en de beoordelingscriteria voor de examens vast. ». Art. 22.In hetzelfde besluit wordt een artikel 26quater ingevoegd, luidende : « Art. 26quater.§ 1. De examinatoren zijn in het kader van het kwaliteitswaarborgingssysteem onderworpen aan de volgende kwaliteitscontroles : 1° elke examinator wordt jaarlijks gecontroleerd op het volgen van bijscholing, op het peil houden van zijn beroepsvaardigheden en op de resultaten van de rijexamens die hij heeft afgenomen;2° elke examinator wordt om de vijf jaar gecontroleerd tijdens het afnemen van verschillende examens, gedurende minstens een totaal van een halve dag, zodat de controle meerdere examens beslaat.Een examinator die bevoegd is om in meerdere afzonderlijke categorieën examens af te nemen, wordt gecontroleerd gedurende minstens een totaal van een halve dag voor elke groep van rijbewijscategoriëen; 3° in het geval dat door een controle blijkt dat een examinator niet aan de voorwaarden van deze afdeling voldoet kan de minister of zijn gemachtigde corrigerend optreden tegen de examinator. De minister of zijn gemachtigde kan de examinator die in zijn functioneren ernstig tekortschiet, verplichten een specifiek bijscholingsprogramma te volgen. De minister of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de wijze van het corrigerend optreden tegen deze examinatoren; 4° De examencentra hanteren een gecertificeerd kwaliteitssysteem dat het werk van de examinatoren, de bijscholing en de resultaten van de rijexamens opvolgt, evalueert en zo nodig corrigeert. § 2. De verplichte periodieke bijscholing voor examinatoren, waarvoor het opleidingsprogramma is goedgekeurd door de minister of zijn gemachtigde, wordt gegeven door de exameninstellingen bedoeld in artikel 22 van het konijnklijk besluit van 4 mei 2007 of door de instelling bedoeld in artikel 4, 9°, of door een groepering waarbij de examencentra bedoeld in artikel 25 zijn aangesloten. De verplichte periodieke bijscholing voor examinatoren bestaat uit : 1° een minimumbijscholing van in totaal vier dagen per periode van twee jaar, waarvan het opleidingsprogramma er ten minste op gericht is om :
  75. a)de vereiste kennis en examineringsvaardigheden op peil te houden en te actualiseren;
  76. b)nieuwe vaardigheden op te doen die onmisbaar zijn geworden voor de uitoefening van het beroep;
  77. c)te verzekeren dat examinatoren bij het afnemen van examens blijvend eerlijke en uniforme maatstaven hanteren;2° een vaste minimumbijscholing van ten minste in totaal vijf dagen per vijf jaar om de vereiste praktische rijvaardigheid op peil te houden en te verbeteren. De periodieke bijscholing kan bestaan uit :
  78. a)informatiebijeenkomsten;
  79. b)klassikaal onderwijs;
  80. c)klassieke lessen of online;
  81. d)individueel of in groepsverband. § 3. De instellingen die de periodieke bijscholing geven stellen een opleidingsprogramma dat voldoet aan de vereisten voor de periodieke bijscholing zoals bedoeld in artikel 26quater, § 2, 1°. Een opleidingsprogramma moet worden opgesteld per groep rijbewijscategorieën. Dit programma dient een voorafgaande goedkeuring te krijgen van de minister of zijn gemachtigde. Dit opleidingsprogramma moet worden uitgebreid op basis van de vereisten genoemd in artikel 26 quater, § 2, en van de vaststellingen of corrigerende maatregelen die voortkomen uit de kwaliteitswaarborging. Het periodieke bijscholingsprogramma wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister of zijn gemachtigde, die het goedkeurt of afwijst binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de datum waarop het opleidingscentrum voor periodieke bijscholing in kennis werd gesteld van de volledigheid van de aanvraag. De goedkeuring van het opleidingsprogramma voor periodieke bijscholing door de minister of zijn gemachtigde is vereist om de periodieke bijscholing te kunnen geven aan examinatoren. Indien het opleidingsprogramma wordt afgekeurd, legt het opleidingscentrum binnen maximaal één maand een aangepast opleidingsprogramma voor aan de minister of zijn gemachtigde. § 4. De examinator die in vierentwintig maanden geen rijexamen heeft afgenomen voor een bepaalde rijbewijscategorie, wordt herbeoordeeld op basis van een te volgen bijscholingsprogramma. § 5. Een examinator die bevoegd is om in meerdere rijbewijscategorieën examens af te nemen heeft voldaan aan de eisen inzake periodieke bijscholing wanneer er in één afzonderlijke groep rijbewijscategorieën aan de verplichtingen voor periodieke bijscholing wordt voldaan. § 6. De minister of zijn gemachtigde kan nadere regels stellen omtrent de systemen van de kwaliteitswaarborging en de periodieke bijscholing van examinatoren. ». Art. 23.In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 30/07/2004 numac 2004014159 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 16/07/2004 numac 2004022544 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 februari 1996 tot beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 24/08/2004 numac 2004202305 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 februari 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de flexibiliteit in uitvoering van artikel 11 van het nationaal akkoord 2003-2004 van 14 mei 2003 type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 02/09/2004 numac 2004202395 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden en de indexering voor de diensten gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 10/09/2004 numac 2004202251 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de bijzondere collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 13/09/2004 numac 2004202353 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende het tijdskrediet, gesloten ter uitvoering van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 22/09/2004 numac 2004202290 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot berekening van de aanvullende vergoeding in geval van conventioneel brugpensioen type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 28/09/2004 numac 2004202314 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 oktober 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 december 2002 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de socio-culturele sector type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 28/09/2004 numac 2004202347 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 december 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de Vlaamse socio-culturele sector type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 13/08/2004 numac 2004022611 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 31/08/2004 numac 2004202330 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 september 1972 tot vaststelling van het aantal leden van het Paritair Comité voor het huiden- en lederbedrijf en vervangingsproducten type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 26/07/2004 numac 2003201498 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 1989 tot bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector type koninklijk besluit prom. 15/07/2004 pub. 13/09/2004 numac 2004022658 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's "cardiale pathologie" moeten voldoen om erkend te worden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  82. a)de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° houder zijn van een Belgisch militair rijbewijs waarvan de geldigheid bevestigd is door de militaire overheden, op voorwaarde dat de categorie van de voertuigen vermeld in de kolom « burger » overeenstemt met deze waarvoor de geldigheid wordt aangevraagd, overeenkomstig de bepalingen van artikel 20.Deze vrijstelling is beperkt tot de categorieën AM, A1, A2, A, B en B+E; »;
  83. b)in de bepaling onder 2° worden de woorden « of subcategorie » telkens opgeheven;
  84. c)in de bepaling onder 4° worden de woorden « geldig voor de categorie of subcategorie van voertuigen waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd » vervangen door de woorden « tot het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie AM, A1, A2, A, B of B+E ». Art. 24.In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 25/09/2002 numac 2002014237 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit van 5 september 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 09/10/2002 numac 2002014248 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan het autonoom overheidsbedrijf Belgocontrol te verkopen type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002013117 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 146 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 14/11/2002 numac 2002000626 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 19 november 2001 tot uitvoering van artikel 240 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 23/10/2002 numac 2002000643 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van reglementaire bepalingen tot wijziging inzonderheid van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  85. a)in de bepaling onder 1° worden de woorden « of subcategorie » opgeheven;
  86. b)de bepaling onder 1° wordt aangevuld als volgt : «
  87. c)A1 of A2 sinds ten minste twee jaar afgegeven om een rijbewijs geldig voor respectievelijk de categorie A2 of A te verkrijgen;»;
  88. c)in de bepaling onder 2° worden de woorden « of subcategorie » opgeheven. Art. 25.In artikel 29, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de woorden « of subcategorie » opgeheven. Art. 26.In artikel 32, § 7, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. 27.In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de woorden « of subcategorie » opgeheven. Art. 28.In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 2006, 1 september 2006 en 24 augustus 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  89. a)het woord « , A, » wordt vervangen door de woorden « , A1, A2, A, »;
  90. b)de bepaling onder 2°, c), opgeheven bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt hersteld als volgt : «
  91. c)het rijbewijs geldig voor categorie A1 of A2 afgegeven sinds minstens twee jaar en een getuigschrift van onderricht afgegeven door een rijschool, indien het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor respectievelijk categorie A2 of A.» Art. 29.In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 maart 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/03/2004 pub. 11/05/2004 numac 2004014074 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  92. a)in de eerste zin van het enige lid, die aanvangt met de woorden « Om toegelaten te worden » en eindigt met de woorden « legt de kandidaat voor : », worden de woorden « C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E » vervangen door de woorden « C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E »;
  93. b)in de bepaling onder 2° worden de woorden « C+E of D+E of voor de subcategorie C1+E of D1+E » vervangen door de woorden « C1+E, C+E, D1+E of D+E »;
  94. c)in de bepaling onder 3°, c),

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.