← België

Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinci

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie van lokale en provinciale verkiezingen en wijzigt bestaande decreten over gemeenten, provincies en openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het bepaalt de regels voor het stemrecht en de verkiezingsprocedure in het Vlaamse Gewest.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
8 JULI 2011. - Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/2005 pub. 30/08/2005 numac 2005036021 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I type decreet prom. 15/07/2005 pub. 09/09/2005 numac 2005036055 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 15/07/2005 pub. 16/09/2005 numac 2005036057 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van de organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur type decreet prom. 15/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005036063 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Gemeentedecreet sluiten, het Provincie decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/12/2005 pub. 29/12/2005 numac 2005036605 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Provinciedecreet type decreet prom. 09/12/2005 pub. 12/01/2006 numac 2005036656 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst type decreet prom. 09/12/2005 pub. 02/02/2006 numac 2006035132 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs sluiten en het decreet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/2008 pub. 24/12/2008 numac 2008036450 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/2005 pub. 30/08/2005 numac 2005036021 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I type decreet prom. 15/07/2005 pub. 09/09/2005 numac 2005036055 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 15/07/2005 pub. 16/09/2005 numac 2005036057 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van de organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur type decreet prom. 15/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005036063 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Gemeentedecreet sluiten, het Provincie decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/12/2005 pub. 29/12/2005 numac 2005036605 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Provinciedecreet type decreet prom. 09/12/2005 pub. 12/01/2006 numac 2005036656 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst type decreet prom. 09/12/2005 pub. 02/02/2006 numac 2006035132 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs sluiten en het decreet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/2008 pub. 24/12/2008 numac 2008036450 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Deel 1. - Inleidende bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : 1°Gemeentedecreet : het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/2005 pub. 30/08/2005 numac 2005036021 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I type decreet prom. 15/07/2005 pub. 09/09/2005 numac 2005036055 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 type decreet prom. 15/07/2005 pub. 16/09/2005 numac 2005036057 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van de organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur type decreet prom. 15/07/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005036063 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Gemeentedecreet sluiten; 2° Provinciedecreet : het Provincie decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/12/2005 pub. 29/12/2005 numac 2005036605 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Provinciedecreet type decreet prom. 09/12/2005 pub. 12/01/2006 numac 2005036656 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst type decreet prom. 09/12/2005 pub. 02/02/2006 numac 2006035132 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs sluiten;3° stadsdistricten : de binnengemeentelijke territoriale organen, vermeld in artikel 41 van de Grondwet en titel X van het Gemeentedecreet;4° Controlecommissie Verkiezingsuitgaven : de Vlaamse Controlecommissie voor de Verkiezingsuitgaven, zoals opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 28/05/2004 numac 2004035800 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement sluiten houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtraden. Art. 3.Dit decreet is van toepassing op de organisatie van de verkiezingen van de provinciale, gemeentelijke en binnengemeentelijke organen in alle gemeenten en provincies van het Vlaamse Gewest met behoud van de toepassing van de regelingen, vermeld in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 4°, eerste lid, a) en b), en artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 4°, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming van de instellingen. In het bijzonder is dit decreet van toepassing op : 1° de organisatie van de verkiezing van de gemeenteraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest;2° de organisatie van de verkiezing van de stadsdistrictraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest;3° de organisatie van de verkiezing van de provincieraad in alle provincies van het Vlaamse Gewest;4° de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van de schepenen in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren;5° de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn en de verkiezing van het vast bureau in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren. Art. 4.De Vlaamse Regering kan alle noodzakelijke maatregelen nemen met het oog op het goede verloop van de verkiezingen. Zij kan de provinciegouverneur daartoe eveneens de vereiste opdrachten geven. Art. 5.Dit decreet wordt aangehaald als : het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011. Deel 2. - Voor de verkiezingsdag Titel 1. - Vaststelling van de datum van de verkiezingen Art. 6.De verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden, provincieraden en stadsdistrictsraden hebben van rechtswege plaats om de zes jaar, op de tweede zondag van oktober. Titel 2. - Vaststelling van het aantal te verkiezen vertegenwoordigers Art. 7.§ 1. Overeenkomstig artikel 5, § 3, eerste lid, en artikel 273, § 2, van het Gemeentedecreet en artikel 5, § 2, eerste lid, van het Provinciedecreet stelt de Vlaamse Regering uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de verkiezingen zullen plaatsvinden een lijst op van : 1° het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente, als vermeld in artikel 5, § 1, van het Gemeentedecreet;2° het aantal te verkiezen stadsdistrictsraadsleden per stadsdistrict, als vermeld in artikel 273, § 2, van het Gemeentedecreet;3° het aantal te verkiezen provincieraadsleden per provincie en per provinciedistrict, als vermeld in artikel 5, § 1, en artikel 6, § 1, tweede en derde lid, van het Provinciedecreet. De lijst van de provinciedistricten en de aanwijzing van de provinciedistricthoofdplaats wordt vastgesteld in de tabel die als bijlage bij dit decreet is gevoegd. § 2. De lijst van het aantal te verkiezen raadsleden wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Titel 3. - Kiesvoorwaarden en kiezerslijst HOOFDSTUK 1. - Kiesvoorwaarden voor Belgische onderdanen Art. 8.Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men : 1° Belg zijn;2° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing, vermeld in hoofdstuk 4 van deze titel. Art. 9.De kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 1° en 3°, moeten vervuld zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten. De kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing. Art. 10.De gemeenteraadskiezer, die voldoet aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, is een provincieraadskiezer en een stadsdistrictsraadskiezer. De stadsdistrictsraadskiezer moet in het desbetreffende stadsdistrict wonen om kiezer te kunnen zijn voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraad. HOOFDSTUK 2. - Kiesvoorwaarden voor onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie Art. 11.Overeenkomstig artikel 1bis, § 1, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°, en als zij, overeenkomstig artikel 12, voor 1 augustus van het jaar waarin de gewone verkiezing van de gemeenteraden en de stadsdistrictsraden plaats heeft hun wil te kennen hebben gegeven om dat stemrecht in België uit te oefenen. Art. 12.§ 1. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst, vermeld in hoofdstuk 5, moeten overeenkomstig artikel 1bis, § 2, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet de personen, vermeld in artikel 11, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model dat de minister van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld, met vermelding van : 1° hun nationaliteit;2° het adres van hun hoofdverblijfplaats. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, tiende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de aanvragen die worden ingediend tijdens de periode die begint op de datum van het opmaken van de kiezerslijst en afloopt op de datum van de verkiezing waarvoor ze werden opgemaakt, onontvankelijk verklaard. § 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, zesde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet controleert het college van burgemeester en schepenen of de betrokkene de kiesvoorwaarden vervult. Als dat het geval is, geeft het college met een aangetekende brief de betrokkene kennis van zijn beslissing om hem in te schrijven op de kiezerslijst. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, zevende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet wordt de inschrijving in de bevolkingsregisters vermeld volgens de door de Koning vastgestelde nadere regelen. § 3. Als de aanvrager één of andere kiesvoorwaarde niet vervult, geeft overeenkomstig artikel 1bis, § 2, achtste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet het college van burgemeester en schepenen van de gemeente van zijn verblijfplaats hem met een aangetekende brief kennis van zijn gemotiveerde beslissing om de inschrijving van de betrokkene op de kiezerslijst te weigeren. § 4. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, negende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de beslissingen van inschrijving of van weigering van inschrijving op de kiezerslijst opgesteld volgens de modellen die de minister van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld. § 5. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, elfde lid, artikel 1bis, § 4, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kan, buiten de periode, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, iedereen die in de hoedanigheid van kiezer erkend is, schriftelijk verklaren dat hij van die hoedanigheid afziet bij de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft. In dat geval mag hij pas na de gemeente- of stadsdistrictsraadsverkiezingen waarvoor hij als kiezer ingeschreven was, een nieuwe aanvraag tot erkenning als kiezer indienen. § 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, twaalfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet blijft de erkenning in de hoedanigheid van kiezer geldig zolang de betrokkene blijft voldoen aan de kiesvoorwaarden of zolang hij niet afgezien heeft van zijn hoedanigheid van kiezer, ongeacht de gemeente waar hij zijn verblijfplaats in België heeft. HOOFDSTUK 3. - Kiesvoorwaarden voor de onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie Art. 13.Overeenkomstig artikel 1ter en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de andere kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°. Art. 14.§ 1. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst, vermeld in hoofdstuk 5, moeten overeenkomstig artikel 1ter, 1°, en artikel 86 van de Gemeentekieswet de personen, vermeld in artikel 13, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model bepaald bij een koninklijk besluit, dat is vastgesteld na overleg in de ministerraad, met vermelding van : 1° hun nationaliteit;2° het adres van hun hoofdverblijfplaats;3° een verklaring waarin de indiener van de aanvraag zich ertoe verbindt de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden na te leven. Aan de betrokkene wordt een attest van die verklaring overhandigd. Als hij later een aanvraag indient om in een andere gemeente op de kiezerslijst te worden ingeschreven, legt hij dat attest voor. § 2. De personen, vermeld in artikel 13, moeten overeenkomstig artikel 1ter, 2°, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen bewijzen dat ze op het ogenblik van de indiening van de aanvraag vijf jaar ononderbroken hun hoofdverblijfplaats in België hebben, gedekt door een wettelijk verblijf. § 3. Artikel 12, § 1, tweede lid, en § 2 tot en met § 6, zijn van toepassing op de personen, vermeld in artikel 13. HOOFDSTUK 4. - Schorsing en uitsluiting Art. 15.§ 1. Personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling zijn definitief uitgesloten van het kiesrecht en mogen niet worden toegelaten tot de stemming, overeenkomstig artikel 6 van het Algemeen Kieswetboek. § 2. Overeenkomstig artikel 7 van het Algemeen Kieswetboek worden de volgende personen in de uitoefening van het kiesrecht geschorst en mogen niet tot de stemming worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt : 1° de gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek, en de personen die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen hoofdstukken I tot en met VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.De kiesonbekwaamheid houdt op tezelfdertijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde; 2° de personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling;3° de personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van artikel 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. De kiesonbekwaamheid van de personen, vermeld in het eerste lid, 3°, houdt op zodra de terbeschikkingstelling van de regering een einde neemt. § 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven. Dat bestand wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Het bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid. De gegevens van de personen van wie het kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld. § 4. Overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Kieswetboek is artikel 87 van het Strafwetboek niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid, vermeld in paragraaf 1 en 2. § 5. Overeenkomstig artikel 13 van het Algemeen Kieswetboek zijn de parketten van de hoven en rechtbanken ertoe gehouden de burgemeesters van de gemeenten, waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, alsook de belanghebbenden zelf kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen niet meer met een gewoon rechtsmiddel kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dat recht tot gevolg hebben. De kennisgeving vermeldt : 1° de voornaam of voornamen en achternaam, geboorteplaats en geboortedatum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;2° het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;3° de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dat recht ophoudt. De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen. De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van de onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring. De minister van Justitie bepaalt de wijze waarop die berichten worden opgesteld en de Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop ze door de gemeentebesturen behandeld, bewaard en, ingeval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden moeten worden. § 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, derde en vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de kennisgevingen, vermeld in paragraaf 5, door de betrokken parketten en griffies van de hoven en rechtbanken gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de gemeentelijke overheden, als die gemeentelijke overheden hebben vastgesteld dat een persoon, als vermeld in artikel 11 of artikel 13, die om zijn inschrijving op de kiezerslijst heeft gevraagd, onder de toepassing kan vallen van de maatregelen van uitsluiting en schorsing, vermeld in paragraaf 1 en 2. De kennisgevingen, vermeld in het eerste lid, worden binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemeentelijke overheid doorgestuurd. Als er geen grond tot kennisgeving bestaat, wordt de gemeentelijke overheid daarvan binnen dezelfde termijn in kennis gesteld. HOOFDSTUK 5. - Vaststelling van de kiezerslijsten Art. 16.§ 1. Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op. De lijst van de gemeenteraadskiezers vermeldt de personen die voldoen aan de kiesvoorwaarden. De lijst van de gemeenteraadskiezers wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de gemeenteraden. § 2. Voor de gewone vernieuwing van de stadsdistrictsraden wordt de lijst van de gemeenteraadskiezers opgedeeld volgens de stadsdistricten. Een exemplaar van die lijst wordt onmiddellijk aan het stadsdistrictscollege bezorgd. § 3. De lijst van de Belgische gemeenteraadskiezers die voorkomen op de lijst van de gemeenteraadskiezers, wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de provincieraden. § 4. Voor elke persoon die aan de kiesvoorwaarden voldoet, vermeldt de kiezerslijst de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer, vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van natuurlijke personen. Voor de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 tot en met 14, wordt hun nationaliteit op de kiezerslijst vermeld. Bovendien staat naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 en 12, de letter "G" en naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn met toepassing van artikel 13 en 14, de letter "V". De lijst wordt doorlopend genummerd en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten. Art. 17.§ 1. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit verloren hebben of niet meer in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn, worden van de kiezerslijst geschrapt. § 2. De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt. § 3. Als de kennisgeving, vermeld in artikel 15, § 6, de gemeentelijke overheid bereikt nadat de kiezerslijst is opgemaakt, wordt de betrokkene van die lijst geschrapt. Art. 18.Aan de kiezerslijst worden tot de dag van de verkiezing de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen weer als gemeenteraadskiezer opgenomen moeten worden. HOOFDSTUK 6. - Bekendmaking van de kiezerslijsten Art. 19.Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen door middel van een aanplakbrief algemeen bekend dat iedereen zich tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing tijdens de diensturen tot het gemeentesecretariaat kan wenden om na te gaan of hijzelf of iemand anders op de lijst staat, en of de vermelding op de lijst correct is. Dat bericht maakt melding van de procedure van bezwaar en beroep, vermeld in titel 6 en 7 van deel 2. De aanplakbrief wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis. Art. 20.§ 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, één gratis digitaal exemplaar van de kiezerslijst af aan de personen die daarom verzoeken door middel van een aangetekende brief of door middel van elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van de verzending met zekerheid kan worden vastgesteld aan de burgemeester en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen voor de verkiezingen in de gemeente of voor de verkiezingen in het kiesdistrict waarin de gemeente ligt. Op uitdrukkelijk verzoek kan één papieren versie worden ontvangen. Wie geen kandidatenlijst voordraagt, kan geen gebruikmaken van de kiezerslijst, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. § 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht, ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs één digitaal exemplaar van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de regels, bepaald in paragraaf 1, eerste lid. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt op het ogenblik van de afgifte van het verzoek om een digitaal exemplaar van de kiezerslijst, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen. Als de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. § 3. Het college van burgemeester en schepenen mag geen exemplaren van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan de personen die de lijst overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die een exemplaar van de kiezerslijst hebben ontvangen, mogen die lijst enkel voor verkiezingsdoeleinden gebruiken. De exemplaren van de kiezerslijsten die worden afgegeven met toepassing van paragraaf 1 en 2, mogen alleen voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden. De periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt, is daarin begrepen. § 4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen van de stadsdistrictsraden, met dien verstande dat : a) "college van burgemeester en schepenen" gelezen wordt als "stadsdistrictscollege";b) "burgemeester" gelezen wordt als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";c) « gemeente" gelezen wordt als "stadsdistrict". Art. 21.Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, zendt het college van burgemeester en schepenen één digitaal exemplaar van de lijst van gemeenteraadskiezers, de lijst van provincieraadskiezers en de lijst van stadsdistrictraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde. Die lijsten zijn ingedeeld in stemafdelingen overeenkomstig artikel 23. Art. 22.Wie als dader, mededader of medeplichtige met schending van artikel 20 één van de volgende handelingen heeft gesteld, wordt gestraft overeenkomstig artikel 238 : 1° exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen;2° van gegevens uit de kiezerslijst gebruikmaken voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden. Titel 4. - Verdeling van de kiezers over de stemafdelingen Art. 23.§ 1. Als de stemming manueel gebeurt en er niet meer dan 800 kiezers zijn, vormen die kiezers één stemafdeling. Als er meer kiezers zijn, dan worden ze door het college van burgemeester en schepenen ingedeeld in stemafdelingen van ten minste 150 en ten hoogste 800 kiezers. § 2. Voor de provincieraadsverkiezingen en de stadsdistrictsraadsverkiezingen is de indeling in stemafdelingen gelijk aan de indeling voor de gemeenteraadsverkiezingen. § 3. Het college van burgemeester en schepenen kent aan iedere stemafdeling een naam toe. De naam bestaat uit de naam van de gemeente, gevolgd door een volgnummer, te beginnen met het cijfer 1. Die indeling in stemafdelingen, met hun benamingen, wordt aan de provinciegouverneur bezorgd. Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. In één gebouw kunnen verschillende stemlokalen worden ingericht. Titel 5. - Verzending van de kiezerslijsten aan de bureaus Art. 24.Ten minste vijfendertig dagen voor de verkiezing bezorgt het college van burgemeester en schepenen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending twee door burgemeester en secretaris voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stemafdeling, aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau. Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de voorzitter van het kantonhoofdbureau een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau die hij voor elke gemeente van het kanton heeft aangewezen overeenkomstig artikel 37, § 2. De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt aan elke voorzitter van een stembureau de kiezerslijsten van zijn stembureau. Art. 25.In gemeenten waar verkiezingen voor de stadsdistrictsraden plaatsvinden, bezorgt het college van burgemeester en schepenen ten minste vijfendertig dagen voor de verkiezingen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending naast de uittreksels, vermeld in artikel 24, twee extra voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stadsdistrict en per stemafdeling, aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau. Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de voorzitter van het kantonhoofdbureau een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau die hij voor elk stadsdistrict heeft aangewezen overeenkomstig artikel 38, § 2. Art. 26.Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen de volgende documenten rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen : 1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, om een van de volgende redenen : a) omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren;b) omdat ze van de bevolkingsregisters in België geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland;c) omdat ze overleden zijn;2° de kennisgevingen die hun overeenkomstig artikel 15, § 5, na het opmaken van de kiezerslijst worden meegedeeld;3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 30, of van de arresten van het hof van beroep, vermeld in artikel 33, § 7. Titel 6. - Bezwaar tegen de kiezerslijsten bij het college van burgemeester en schepenen Art. 27.§ 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op die lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die de kiesvoorwaarden vervult, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van die lijst, of tegen een onjuistheid in de voorgeschreven vermeldingen. Art. 28.§ 1. Het bezwaar wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen dat de kiezerslijst heeft vastgesteld. De verzoeker stelt daarvoor een verzoekschrift op dat hij samen met de bewijsstukken waarvan hij gebruik wil maken, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief bezorgt aan de gemeentesecretaris of een door de gemeentesecretaris daartoe gevolmachtigde ambtenaar. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, schrijft het in op de datum van ontvangst in een afzonderlijk register en geeft een ontvangstbewijs af van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken. Voor ieder bezwaar wordt een dossier aangelegd en de overgelegde stukken worden genummerd en geparafeerd en met hun volgnummer ingeschreven in de inventaris die bij elk dossier wordt gevoegd. § 2. Als de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingediend. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, maakt daarvan dadelijk een proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene verklaart niet in staat te zijn te schrijven. Het proces-verbaal neemt de door de betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een kopie aan de verschijnende persoon, na het hem te hebben voorgelezen. De ambtenaar handelt vervolgens zoals in paragraaf 1, tweede lid, is voorgeschreven. § 3. Het gemeentebestuur voegt gratis aan het dossier een kopie toe van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden. Het gemeentebestuur voegt ambtshalve en gratis bij het dossier een kopie van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de door de betrokkene ingeroepen middelen, opgenomen in het proces-verbaal dat is opgesteld overeenkomstig paragraaf 2, kracht kunnen bijzetten. Art. 29.§ 1. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of zaken zullen worden behandeld. Die rol van de bezwaren wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt aan het gemeentehuis, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen. Het gemeentebestuur brengt onverwijld en met alle middelen de verzoeker alsook, in voorkomend geval, de betrokken partijen, op de hoogte van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Die kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 31, tweede lid. § 2. Gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het verslag, vermeld in artikel 30, tweede lid, op het secretariaat ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden. Art. 30.Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen, te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of vanaf het proces-verbaal, vermeld in artikel 28, § 2, en in elk geval voor de zevende dag voor de dag van de verkiezingen. Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, als zij verschijnen. Art. 31.Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven. De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het bijzondere register, vermeld in het eerste lid, een verklaring van beroep te ondertekenen. De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden. Als de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register, vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gebracht. De beslissing van het college wordt neergelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen er inzage van kan nemen en er gratis een afschrift van kan krijgen. Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst. Art. 32.Als zijn aanvraag tot inschrijving als kiezer geweigerd wordt, kan de onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig artikel 1bis, § 3, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet, binnen de tien dagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 12, § 3, zijn eventuele bezwaren per aangetekende brief meedelen aan het college van burgemeester en schepenen. Het college doet binnen acht dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak, en zijn beslissing wordt onmiddellijk per aangetekende brief aan de betrokkene betekend. Het eerste lid is eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet. Titel 7. - Beroep tegen de kiezerslijsten bij het hof van beroep Art. 33.§ 1. Overeenkomstig artikel 27 van het Algemeen Kieswetboek bezorgt de burgemeester aan het hof van beroep, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de beslissing van het college, als vermeld in artikel 30, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief, een eensluidend verklaarde kopie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld, alsook alle documenten die de gedingen betreffen. Aan de partijen wordt verzocht voor het hof van beroep te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en uiterlijk de vrijdag die aan de verkiezingen voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken. § 2. Als het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het overeenkomstig artikel 28 van het Algemeen Kieswetboek aan de vrederechter opdragen dat getuigenverhoor af te nemen. § 3. Als het getuigenverhoor plaats heeft voor het hof, geeft de griffier overeenkomstig artikel 29 van het Algemeen Kieswetboek aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten. § 4. Overeenkomstig artikel 30 van het Algemeen Kieswetboek, mogen de getuigen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken. Als ze niet verschijnen of als ze een valse getuigenis afleggen, worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken. De straffen bepaald tegen niet-verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt. § 5. Overeenkomstig artikel 31 van het Algemeen Kieswetboek geldt in getuigenverhoren over kiesrechtzaken de regeling van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek niet. § 6. Overeenkomstig artikel 32 van het Algemeen Kieswetboek zijn de debatten voor het hof openbaar. § 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer overeenkomstig artikel 33 van het Algemeen Kieswetboek het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat. Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. Dat arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er gratis inzage van kunnen nemen. Het openbaar ministerie brengt het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en alle andere partijen, onverwijld en met alle beschikbare middelen op de hoogte van het beschikkend gedeelte van het arrest. Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd als het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt. § 8. Overeenkomstig artikel 34 van het Algemeen Kieswetboek wordt over het beroep zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen. Ze zijn niet vatbaar voor beroep. Art. 34.§ 1. Als het verzoekschrift door meer dan één verzoeker wordt ingediend, wordt overeenkomstig artikel 35 van het Algemeen Kieswetboek één enkele woonplaats gekozen. Bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen. § 2. Overeenkomstig artikel 36 van het Algemeen Kieswetboek wordt het getuigengeld geregeld zoals in strafzaken. § 3. Overeenkomstig artikel 37 van het Algemeen Kieswetboek schieten de partijen de kosten voor. Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding. § 4. Overeenkomstig artikel 38 van het Algemeen Kieswetboek zijn de kosten ten laste van de verliezende partij. Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten naar verhouding worden verdeeld. Als de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zullen komen. § 5. Overeenkomstig artikel 39 van het Algemeen Kieswetboek sturen de griffiers van de hoven van beroep het gemeentebestuur een kopie van de arresten. Art. 35.§ 1. Als het college bij zijn beslissing blijft om de inschrijving op de kiezerslijst van een niet-Belgische onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie te weigeren, als vermeld in artikel 32, kan die persoon overeenkomstig artikel 1bis, § 3, tweede tot en met vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet binnen acht dagen nadat hij van die weigering in kennis is gesteld, tegen die beslissing een beroep aantekenen bij het hof van beroep. Het beroep wordt aangetekend door middel van een verzoek aan de procureur-generaal bij het hof van beroep. De procureur-generaal brengt het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente daarvan onmiddellijk op de hoogte. De partijen beschikken vanaf de indiening van het verzoek over een termijn van tien dagen om nieuwe conclusies in te dienen. Na het verstrijken van die termijn stuurt de procureur-generaal het dossier, samen met de nieuwe stukken of conclusies, binnen twee dagen naar de hoofdgriffier van het hof van beroep, die de ontvangst ervan bevestigt. § 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 3, vijfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet zijn artikel 33, § 2 tot en met § 8, en artikel 34 van toepassing op het beroep van een onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie. Art. 36.Overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet is artikel 35 eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie. Titel 8. - De samenstelling van de hoofdbureaus HOOFDSTUK 1. - Het gemeentelijk hoofdbureau Art. 37.§ 1. In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld. In gemeenten waarin de kiezerslijst bestaat uit één stemafdeling, fungeert het enige stembureau ook als gemeentelijk hoofdbureau. Het gemeentelijk hoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk arrondissement, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst. In gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. Als dezelfde magistraat voorzitter is van een gemeentelijk hoofdbureau en voorzitter is van een kantonhoofdbureau, of van een provinciedistrictshoofdbureau of van een provinciaal hoofdbureau, wordt hij als voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau vervangen door de magistraat die hij aanwijst. In de gemeenten die geen hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton of gerechtelijk arrondissement, wordt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau door de vrederechter uit de volgende categorieën van de gemeenteraadskiezers benoemd : 1° de magistraten van de rechterlijke orde;2° de gerechtelijke stagiairs;3° de advocaten en de advocatenstagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;4° de notarissen;5° de gerechtsdeurwaarders;6° de personeelsleden van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten, provincies, gemeenten en openbaar centra voor maatschappelijk welzijn;7° het onderwijzend personeel. Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen. De overheden die de personen, vermeld in het vierde lid, 6° en 7°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben. In de gevallen, vermeld in het eerste en tweede lid, wijst de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een plaatsvervanger aan om hem op de dag van de stemming te vervangen, als hij zich naar een andere gemeente moet begeven om er te stemmen. § 3. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het gemeentelijk hoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. De voorzitter, de leden en de getuigen van het gemeentelijk hoofdbureau, leggen de volgende eed af : « Ik zweer de verplichtingen van de kieswetgeving na te leven. ». De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen de eed af in handen van de voorzitter voor het begin van de verrichtingen. De voorzitter legt vervolgens de eed af ten overstaan van het samengesteld bureau. De voorzitter of de leden die gedurende de verrichtingen benoemd worden ter vervanging van een verhinderd lid, leggen de eed af voor ze hun ambt aanvaarden. Van die eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. HOOFDSTUK 2. - Het stadsdistrictshoofdbureau Art. 38.§ 1. In elk stadsdistrict wordt een stadsdistrictshoofdbureau samengesteld. Het stadsdistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau wordt door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uit de gemeenteraadskiezers benoemd uit de categorieën, vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid. De overheden die de personen, vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid, 6° en 7°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben.De gemeentebesturen bezorgen die gegevens aan de stadsdistrictsbesturen. § 3. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het stadsdistrictshoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het stadsdistrictshoofdbureau. HOOFDSTUK 3. - Het kantonhoofdbureau Art. 39.§ 1. In de hoofdplaats van elk kieskanton wordt een kantonhoofdbureau samengesteld. Het kantonhoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. Als de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst. Als de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk kanton, wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. In alle andere gevallen wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de vrederechter van het gerechtelijk kanton waarin de hoofdplaats van het kieskanton gelegen is of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. § 3. De voorzitter van het kantonhoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het kantonhoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het kantonhoofdbureau moet ten minste 40 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. Artikel, 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het kantonhoofdbureau. HOOFDSTUK 4. - Het provinciedistrictshoofdbureau Art. 40.§ 1. In de hoofdplaats van elk provinciedistrict wordt een provinciedistrictshoofdbureau samengesteld. Het provinciedistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. Als de hoofdplaats van het provinciedistrict tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst. In alle andere gevallen wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het provinciedistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. Als het provinciedistrict maar één kieskanton omvat, houdt het provinciedistrictshoofdbureau tezelfdertijd zitting als het kantonhoofdbureau. § 3. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het provinciedistrictshoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het provinciedistrictshoofdbureau. HOOFDSTUK 5. - Het provinciaal hoofdbureau Art. 41.Het provinciedistrictshoofdbureau dat gevestigd is in de hoofdplaats van de provincie, houdt ook zitting als provinciaal hoofdbureau. Titel 9. - Samenstelling van de stembureaus en telbureaus HOOFDSTUK 1. - Bepaling van het aantal stembureaus en telbureaus Art. 42.De stembureaus zijn gevestigd in de lokalen die de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau heeft aangewezen. Per stemafdeling wordt één stembureau ingericht. De stembureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict. De stembureaus zijn belast met de kiesverrichtingen voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen. De telbureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict. In gemeenten of stadsdistricten waar drie of meer stembureaus zijn, worden de tellingen door afzonderlijke telbureaus uitgevoerd. In de gemeenten waar minder dan drie stembureaus zijn, fungeert het gemeentelijk hoofdbureau tevens als telbureau. Ieder telbureau telt de stembiljetten van maximaal drie stembureaus. In elke gemeente worden de telverrichtingen toegewezen aan een of meer bureaus, namelijk de bureaus G, P en in voorkomend geval S. De bureaus G tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de gemeenteraad. De bureaus P tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de provincieraad. De bureaus S tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de stadsdistrictsraad. Art. 43.De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau gaat vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten voor de aanwijzing van de getuigen zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk telbureau onderzocht worden. De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het kantonhoofdbureau bij te wonen, mogen aanwezig zijn. De telbureaus zijn gevestigd in de lokalen die de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau heeft aangewezen. De voorzitter geeft met een aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de telbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het telbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om de resultatentabel te ontvangen, overeenkomstig artikel 158, § 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau verzamelt de resultatentabellen en geeft een ontvangstbewijs aan de voorzitters van de telbureaus. Hij geeft onmiddellijk met een aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats waar het telbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen, vergadert. HOOFDSTUK 2. - Opmaak van de lijsten met de personen die kunnen worden aangewezen Art. 44.§ 1. Tijdens de tweede maand die aan de verkiezing voorafgaat, maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op. In de gemeenten waar stadsdistrictsraadsverkiezingen plaatsvinden, maakt het college die lijsten op per stadsdistrict. Een eerste lijst wordt opgesteld zoals vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid. Die lijst dient om achtereenvolgens de volgende personen aan te wijzen : 1° de voorzitters van de telbureaus;2° de voorzitters van de stembureaus;3° de bijzitters of plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus. Een tweede lijst bevat de kiezers van de stemafdeling naar rata van twaalf personen per stembureau. Die lijst dient om de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus aan te wijzen. Hij mag geen personen bevatten die al zijn opgenomen in de lijst, vermeld in het tweede lid. § 2. De lijsten, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk de drieëndertigste dag voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden. HOOFDSTUK 3. - Samenstelling van de telbureaus Art. 45.De telbureaus bestaan uit een voorzitter, een secretaris, en twee tot vier bijzitters en plaatsvervangende bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden : 1° twee bijzitters en twee plaatsvervangende bijzitters als er minder dan negentien te verkiezen raadsleden zijn;2° drie bijzitters en drie plaatsvervangende bijzitters als er negentien tot zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn;3° vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters als er meer dan zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn. De secretaris wordt benoemd door de voorzitter van het telbureau uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. Hij is niet stemgerechtigd. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het telbureau. Art. 46.Uiterlijk de dertigste dag vóór de dag van de verkiezing wijst de voorzitter van het kantonhoofdbureau de volgende personen aan : 1° de voorzitters van de telbureaus;2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus. Die personen, vermeld in het eerste lid, worden aangewezen overeenkomstig de lijst, vermeld in artikel 44, § 1, tweede lid. Art. 47.De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt de betrokkenen en de gemeentelijke overheden op de hoogte van hun aanwijzing. HOOFDSTUK 4. - Samenstelling van de stembureaus Art. 48.De stembureaus bestaan uit de voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Art. 49.§ 1. Uiterlijk de dertigste dag vóór de dag van de verkiezing wijst de voorzitter van het kantonhoofdbureau de volgende personen aan : 1° de voorzitters van de stembureaus;2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus. § 2. De voorzitters worden aangewezen overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, tweede lid. De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt de voorzitters en de gemeentelijke overheden op de hoogte van hun aanwijzing. De voorzitter van het kantonhoofdbureau voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten. § 3. De bijzitters en plaatsvervangende bijzitters worden aangewezen overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, derde lid. Na de aanwijzing van de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters, geeft de voorzitter van het kantonhoofdbureau hun daarvan kennis met een aangetekende brief en verzoekt hij hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de voorzitter daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving. De voorzitter voorziet in hun vervanging overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, derde lid. § 4. De secretaris wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de gemeenteraadskiezers. Voor de stadsdistrictraadsverkiezingen wordt de secretaris door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de stadsdistrictraadskiezers. Hij is niet stemgerechtigd. § 5. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het stembureau. Art. 50.De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt aan het gemeentesecretariaat een lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft. Die lijst moet voor iedereen ter inzage worden gelegd op het gemeentesecretariaat. De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt dezelfde lijst aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, van het stadsdistrictshoofdbureau, verstrekt kopieën van de lijst met de leden van de stembureaus van de gemeente aan ieder die daarom verzoekt. Die kopieën zijn gratis. Titel 10. - Oproeping van de kiezers Art. 51.Ten minste twintig dagen vóór de verkiezingen laat de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarin de dag van de stemming, en uren van opening en sluiting van het stemlokaal meegedeeld worden. Dat bericht vermeldt eveneens dat elke kiezer bezwaar kan aantekenen bij het gemeentebestuur tot twaalf dagen vóór de verkiezing. Art. 52.De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen voor de verkiezing aan alle kiezers een oproepingsbrief zendt op de verblijfplaats die ze op dat tijdstip hebben. Art. 53.Kiezers die hun oproepingsbrief niet hebben ontvangen, kunnen hem op het gemeentesecretariaat afhalen tot op de dag van de stemming 's middags. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht, vermeld in artikel 51. Art. 54.De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens : 1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer moet stemmen;2° de te verkiezen mandatarissen;3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal;4° de voorwaarden voor terugbetaling van de reiskosten van kiezers die niet meer in de gemeente wonen waar ze op de kiezerslijst staan;5° de achternaam, de voornaam of voornamen, het geslacht, de geboortedatum en de hoofdverblijfplaats van de kiezer, alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat;6° de integrale tekst van artikel 56, artikel 135, § 2, en artikel 138, § 3, derde lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de oproepingsbrief vast. Art. 55.Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente openbaar bekendgemaakt door middel van aanplakking aa …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.