Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinci

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie van lokale en provinciale verkiezingen en wijzigt bestaande decreten over gemeenten, provincies en openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het bepaalt de regels voor het stemrecht en de verkiezingsprocedure in het Vlaamse Gewest.

Wat het regelt

  • De organisatie van verkiezingen voor gemeenteraden, provincieraden en stadsdistrictsraden.
  • De rechtstreekse verkiezing van schepenen en de raad voor maatschappelijk welzijn in specifieke gemeenten.
  • De vaststelling van de verkiezingsdatum en het aantal te verkiezen vertegenwoordigers.
  • De kiesvoorwaarden voor Belgische onderdanen en onderdanen van andere EU-lidstaten.

Wie het aanbelangt

  • Alle gemeenten en provincies in het Vlaamse Gewest.
  • Belgische burgers en onderdanen van andere EU-lidstaten die willen stemmen bij lokale en provinciale verkiezingen.

Kernpunten

  • Verkiezingen vinden om de zes jaar plaats, op de tweede zondag van oktober.
  • De Vlaamse Regering stelt uiterlijk op 1 juni van het verkiezingsjaar het aantal te verkiezen raadsleden vast.
  • Om te stemmen moet men Belg zijn, 18 jaar zijn, ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente en niet uitgesloten of geschorst zijn.
  • EU-onderdanen kunnen stemmen als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen en hun wil tot stemmen voor 1 augustus van het verkiezingsjaar kenbaar maken.
Wettekst
Wettekst

8 JULI 2011. - Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeente decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.

§ 6, zijn van toepassing op de personen, vermeld in artikel 13.

HOOFDSTUK 4. - Schorsing en uitsluiting Art. 15.§ 1. Personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling zijn definitief uitgesloten van het kiesrecht en mogen niet worden toegelaten tot de stemming, overeenkomstig artikel 6 van het Algemeen Kieswetboek. § 2. Overeenkomstig artikel 7 van het Algemeen Kieswetboek worden de volgende personen in de uitoefening van het kiesrecht geschorst en mogen niet tot de stemming worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt : 1° de gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek, en de personen die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen hoofdstukken I tot en met VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.De kiesonbekwaamheid houdt op tezelfdertijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde; 2° de personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling;3° de personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van artikel 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. De kiesonbekwaamheid van de personen, vermeld in het eerste lid, 3°, houdt op zodra de terbeschikkingstelling van de regering een einde neemt. § 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven. Dat bestand wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Het bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid. De gegevens van de personen van wie het kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld. § 4. Overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Kieswetboek is artikel 87 van het Strafwetboek niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid, vermeld in paragraaf 1 en 2. § 5. Overeenkomstig artikel 13 van het Algemeen Kieswetboek zijn de parketten van de hoven en rechtbanken ertoe gehouden de burgemeesters van de gemeenten, waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, alsook de belanghebbenden zelf kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen niet meer met een gewoon rechtsmiddel kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dat recht tot gevolg hebben. De kennisgeving vermeldt : 1° de voornaam of voornamen en achternaam, geboorteplaats en geboortedatum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;2° het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;3° de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dat recht ophoudt. De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen. De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van de onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring. De minister van Justitie bepaalt de wijze waarop die berichten worden opgesteld en de Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop ze door de gemeentebesturen behandeld, bewaard en, ingeval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden moeten worden. § 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, derde en vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de kennisgevingen, vermeld in paragraaf 5, door de betrokken parketten en griffies van de hoven en rechtbanken gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de gemeentelijke overheden, als die gemeentelijke overheden hebben vastgesteld dat een persoon, als vermeld in artikel 11 of artikel 13, die om zijn inschrijving op de kiezerslijst heeft gevraagd, onder de toepassing kan vallen van de maatregelen van uitsluiting en schorsing, vermeld in paragraaf 1 en 2. De kennisgevingen, vermeld in het eerste lid, worden binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemeentelijke overheid doorgestuurd. Als er geen grond tot kennisgeving bestaat, wordt de gemeentelijke overheid daarvan binnen dezelfde termijn in kennis gesteld. HOOFDSTUK 5. - Vaststelling van de kiezerslijsten Art. 16.§ 1. Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op. De lijst van de gemeenteraadskiezers vermeldt de personen die voldoen aan de kiesvoorwaarden. De lijst van de gemeenteraadskiezers wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de gemeenteraden. § 2. Voor de gewone vernieuwing van de stadsdistrictsraden wordt de lijst van de gemeenteraadskiezers opgedeeld volgens de stadsdistricten. Een exemplaar van die lijst wordt onmiddellijk aan het stadsdistrictscollege bezorgd. § 3. De lijst van de Belgische gemeenteraadskiezers die voorkomen op de lijst van de gemeenteraadskiezers, wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de provincieraden. § 4. Voor elke persoon die aan de kiesvoorwaarden voldoet, vermeldt de kiezerslijst de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer, vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van natuurlijke personen. Voor de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 tot en met 14, wordt hun nationaliteit op de kiezerslijst vermeld. Bovendien staat naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 en 12, de letter "G" en naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn met toepassing van artikel 13 en 14, de letter "V". De lijst wordt doorlopend genummerd en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten. Art. 17.§ 1. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit verloren hebben of niet meer in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn, worden van de kiezerslijst geschrapt. § 2. De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt. § 3. Als de kennisgeving, vermeld in artikel 15, § 6, de gemeentelijke overheid bereikt nadat de kiezerslijst is opgemaakt, wordt de betrokkene van die lijst geschrapt. Art. 18.Aan de kiezerslijst worden tot de dag van de verkiezing de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen weer als gemeenteraadskiezer opgenomen moeten worden. HOOFDSTUK 6. - Bekendmaking van de kiezerslijsten Art. 19.Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen door middel van een aanplakbrief algemeen bekend dat iedereen zich tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing tijdens de diensturen tot het gemeentesecretariaat kan wenden om na te gaan of hijzelf of iemand anders op de lijst staat, en of de vermelding op de lijst correct is. Dat bericht maakt melding van de procedure van bezwaar en beroep, vermeld in titel 6 en 7 van deel 2. De aanplakbrief wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis. Art. 20.§ 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, één gratis digitaal exemplaar van de kiezerslijst af aan de personen die daarom verzoeken door middel van een aangetekende brief of door middel van elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van de verzending met zekerheid kan worden vastgesteld aan de burgemeester en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen voor de verkiezingen in de gemeente of voor de verkiezingen in het kiesdistrict waarin de gemeente ligt. Op uitdrukkelijk verzoek kan één papieren versie worden ontvangen. Wie geen kandidatenlijst voordraagt, kan geen gebruikmaken van de kiezerslijst, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. § 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht, ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs één digitaal exemplaar van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de regels, bepaald in paragraaf 1, eerste lid. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt op het ogenblik van de afgifte van het verzoek om een digitaal exemplaar van de kiezerslijst, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen. Als de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden. § 3. Het college van burgemeester en schepenen mag geen exemplaren van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan de personen die de lijst overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die een exemplaar van de kiezerslijst hebben ontvangen, mogen die lijst enkel voor verkiezingsdoeleinden gebruiken. De exemplaren van de kiezerslijsten die worden afgegeven met toepassing van paragraaf 1 en 2, mogen alleen voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden. De periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt, is daarin begrepen. § 4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen van de stadsdistrictsraden, met dien verstande dat :

  1. a)"college van burgemeester en schepenen" gelezen wordt als "stadsdistrictscollege";
  2. b)"burgemeester" gelezen wordt als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";
  3. c)« gemeente" gelezen wordt als "stadsdistrict". Art. 21.Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, zendt het college van burgemeester en schepenen één digitaal exemplaar van de lijst van gemeenteraadskiezers, de lijst van provincieraadskiezers en de lijst van stadsdistrictraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde. Die lijsten zijn ingedeeld in stemafdelingen overeenkomstig artikel 23. Art. 22.Wie als dader, mededader of medeplichtige met schending van artikel 20 één van de volgende handelingen heeft gesteld, wordt gestraft overeenkomstig artikel 238 : 1° exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen;2° van gegevens uit de kiezerslijst gebruikmaken voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden. Titel 4. - Verdeling van de kiezers over de stemafdelingen Art. 23.§ 1. Als de stemming manueel gebeurt en er niet meer dan 800 kiezers zijn, vormen die kiezers één stemafdeling. Als er meer kiezers zijn, dan worden ze door het college van burgemeester en schepenen ingedeeld in stemafdelingen van ten minste 150 en ten hoogste 800 kiezers. § 2. Voor de provincieraadsverkiezingen en de stadsdistrictsraadsverkiezingen is de indeling in stemafdelingen gelijk aan de indeling voor de gemeenteraadsverkiezingen. § 3. Het college van burgemeester en schepenen kent aan iedere stemafdeling een naam toe. De naam bestaat uit de naam van de gemeente, gevolgd door een volgnummer, te beginnen met het cijfer 1. Die indeling in stemafdelingen, met hun benamingen, wordt aan de provinciegouverneur bezorgd. Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. In één gebouw kunnen verschillende stemlokalen worden ingericht. Titel 5. - Verzending van de kiezerslijsten aan de bureaus Art. 24.Ten minste vijfendertig dagen voor de verkiezing bezorgt het college van burgemeester en schepenen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending twee door burgemeester en secretaris voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stemafdeling, aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau. Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de voorzitter van het kantonhoofdbureau een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau die hij voor elke gemeente van het kanton heeft aangewezen overeenkomstig artikel 37, § 2. De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt aan elke voorzitter van een stembureau de kiezerslijsten van zijn stembureau. Art. 25.In gemeenten waar verkiezingen voor de stadsdistrictsraden plaatsvinden, bezorgt het college van burgemeester en schepenen ten minste vijfendertig dagen voor de verkiezingen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending naast de uittreksels, vermeld in artikel 24, twee extra voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stadsdistrict en per stemafdeling, aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau. Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de voorzitter van het kantonhoofdbureau een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau die hij voor elk stadsdistrict heeft aangewezen overeenkomstig artikel 38, § 2. Art. 26.Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen de volgende documenten rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen : 1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, om een van de volgende redenen :
  4. a)omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren;
  5. b)omdat ze van de bevolkingsregisters in België geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland;
  6. c)omdat ze overleden zijn;2° de kennisgevingen die hun overeenkomstig artikel 15, § 5, na het opmaken van de kiezerslijst worden meegedeeld;3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 30, of van de arresten van het hof van beroep, vermeld in artikel 33, § 7. Titel 6. - Bezwaar tegen de kiezerslijsten bij het college van burgemeester en schepenen Art. 27.§ 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op die lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die de kiesvoorwaarden vervult, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van die lijst, of tegen een onjuistheid in de voorgeschreven vermeldingen. Art. 28.§ 1. Het bezwaar wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen dat de kiezerslijst heeft vastgesteld. De verzoeker stelt daarvoor een verzoekschrift op dat hij samen met de bewijsstukken waarvan hij gebruik wil maken, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief bezorgt aan de gemeentesecretaris of een door de gemeentesecretaris daartoe gevolmachtigde ambtenaar. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, schrijft het in op de datum van ontvangst in een afzonderlijk register en geeft een ontvangstbewijs af van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken. Voor ieder bezwaar wordt een dossier aangelegd en de overgelegde stukken worden genummerd en geparafeerd en met hun volgnummer ingeschreven in de inventaris die bij elk dossier wordt gevoegd. § 2. Als de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingediend. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, maakt daarvan dadelijk een proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene verklaart niet in staat te zijn te schrijven. Het proces-verbaal neemt de door de betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een kopie aan de verschijnende persoon, na het hem te hebben voorgelezen. De ambtenaar handelt vervolgens zoals in paragraaf 1, tweede lid, is voorgeschreven. § 3. Het gemeentebestuur voegt gratis aan het dossier een kopie toe van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden. Het gemeentebestuur voegt ambtshalve en gratis bij het dossier een kopie van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de door de betrokkene ingeroepen middelen, opgenomen in het proces-verbaal dat is opgesteld overeenkomstig paragraaf 2, kracht kunnen bijzetten. Art. 29.§ 1. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of zaken zullen worden behandeld. Die rol van de bezwaren wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt aan het gemeentehuis, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen. Het gemeentebestuur brengt onverwijld en met alle middelen de verzoeker alsook, in voorkomend geval, de betrokken partijen, op de hoogte van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Die kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 31, tweede lid. § 2. Gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het verslag, vermeld in artikel 30, tweede lid, op het secretariaat ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden. Art. 30.Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen, te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of vanaf het proces-verbaal, vermeld in artikel 28, § 2, en in elk geval voor de zevende dag voor de dag van de verkiezingen. Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, als zij verschijnen. Art. 31.Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven. De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het bijzondere register, vermeld in het eerste lid, een verklaring van beroep te ondertekenen. De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden. Als de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register, vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gebracht. De beslissing van het college wordt neergelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen er inzage van kan nemen en er gratis een afschrift van kan krijgen. Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst. Art. 32.Als zijn aanvraag tot inschrijving als kiezer geweigerd wordt, kan de onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig artikel 1bis, § 3, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet, binnen de tien dagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 12, § 3, zijn eventuele bezwaren per aangetekende brief meedelen aan het college van burgemeester en schepenen. Het college doet binnen acht dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak, en zijn beslissing wordt onmiddellijk per aangetekende brief aan de betrokkene betekend. Het eerste lid is eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet. Titel 7. - Beroep tegen de kiezerslijsten bij het hof van beroep Art. 33.§ 1. Overeenkomstig artikel 27 van het Algemeen Kieswetboek bezorgt de burgemeester aan het hof van beroep, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de beslissing van het college, als vermeld in artikel 30, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief, een eensluidend verklaarde kopie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld, alsook alle documenten die de gedingen betreffen. Aan de partijen wordt verzocht voor het hof van beroep te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en uiterlijk de vrijdag die aan de verkiezingen voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken. § 2. Als het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het overeenkomstig artikel 28 van het Algemeen Kieswetboek aan de vrederechter opdragen dat getuigenverhoor af te nemen. § 3. Als het getuigenverhoor plaats heeft voor het hof, geeft de griffier overeenkomstig artikel 29 van het Algemeen Kieswetboek aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten. § 4. Overeenkomstig artikel 30 van het Algemeen Kieswetboek, mogen de getuigen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken. Als ze niet verschijnen of als ze een valse getuigenis afleggen, worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken. De straffen bepaald tegen niet-verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt. § 5. Overeenkomstig artikel 31 van het Algemeen Kieswetboek geldt in getuigenverhoren over kiesrechtzaken de regeling van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek niet. § 6. Overeenkomstig artikel 32 van het Algemeen Kieswetboek zijn de debatten voor het hof openbaar. § 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer overeenkomstig artikel 33 van het Algemeen Kieswetboek het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat. Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. Dat arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er gratis inzage van kunnen nemen. Het openbaar ministerie brengt het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en alle andere partijen, onverwijld en met alle beschikbare middelen op de hoogte van het beschikkend gedeelte van het arrest. Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd als het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt. § 8. Overeenkomstig artikel 34 van het Algemeen Kieswetboek wordt over het beroep zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen. Ze zijn niet vatbaar voor beroep. Art. 34.§ 1. Als het verzoekschrift door meer dan één verzoeker wordt ingediend, wordt overeenkomstig artikel 35 van het Algemeen Kieswetboek één enkele woonplaats gekozen. Bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen. § 2. Overeenkomstig artikel 36 van het Algemeen Kieswetboek wordt het getuigengeld geregeld zoals in strafzaken. § 3. Overeenkomstig artikel 37 van het Algemeen Kieswetboek schieten de partijen de kosten voor. Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding. § 4. Overeenkomstig artikel 38 van het Algemeen Kieswetboek zijn de kosten ten laste van de verliezende partij. Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten naar verhouding worden verdeeld. Als de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zullen komen. § 5. Overeenkomstig artikel 39 van het Algemeen Kieswetboek sturen de griffiers van de hoven van beroep het gemeentebestuur een kopie van de arresten. Art. 35.§ 1. Als het college bij zijn beslissing blijft om de inschrijving op de kiezerslijst van een niet-Belgische onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie te weigeren, als vermeld in artikel 32, kan die persoon overeenkomstig artikel 1bis, § 3, tweede tot en met vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet binnen acht dagen nadat hij van die weigering in kennis is gesteld, tegen die beslissing een beroep aantekenen bij het hof van beroep. Het beroep wordt aangetekend door middel van een verzoek aan de procureur-generaal bij het hof van beroep. De procureur-generaal brengt het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente daarvan onmiddellijk op de hoogte. De partijen beschikken vanaf de indiening van het verzoek over een termijn van tien dagen om nieuwe conclusies in te dienen. Na het verstrijken van die termijn stuurt de procureur-generaal het dossier, samen met de nieuwe stukken of conclusies, binnen twee dagen naar de hoofdgriffier van het hof van beroep, die de ontvangst ervan bevestigt. § 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 3, vijfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet zijn artikel 33, §

§ 8

, en artikel 34 van toepassing op het beroep van een onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie. Art. 36.Overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet is artikel 35 eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie. Titel 8. - De samenstelling van de hoofdbureaus HOOFDSTUK 1. - Het gemeentelijk hoofdbureau Art. 37.§ 1. In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld. In gemeenten waarin de kiezerslijst bestaat uit één stemafdeling, fungeert het enige stembureau ook als gemeentelijk hoofdbureau. Het gemeentelijk hoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk arrondissement, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst. In gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. Als dezelfde magistraat voorzitter is van een gemeentelijk hoofdbureau en voorzitter is van een kantonhoofdbureau, of van een provinciedistrictshoofdbureau of van een provinciaal hoofdbureau, wordt hij als voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau vervangen door de magistraat die hij aanwijst. In de gemeenten die geen hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton of gerechtelijk arrondissement, wordt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau door de vrederechter uit de volgende categorieën van de gemeenteraadskiezers benoemd : 1° de magistraten van de rechterlijke orde;2° de gerechtelijke stagiairs;3° de advocaten en de advocatenstagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;4° de notarissen;5° de gerechtsdeurwaarders;6° de personeelsleden van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten, provincies, gemeenten en openbaar centra voor maatschappelijk welzijn;7° het onderwijzend personeel. Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen. De overheden die de personen, vermeld in het vierde lid, 6° en 7°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben. In de gevallen, vermeld in het eerste en tweede lid, wijst de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een plaatsvervanger aan om hem op de dag van de stemming te vervangen, als hij zich naar een andere gemeente moet begeven om er te stemmen. § 3. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het gemeentelijk hoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. De voorzitter, de leden en de getuigen van het gemeentelijk hoofdbureau, leggen de volgende eed af : « Ik zweer de verplichtingen van de kieswetgeving na te leven. ». De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen de eed af in handen van de voorzitter voor het begin van de verrichtingen. De voorzitter legt vervolgens de eed af ten overstaan van het samengesteld bureau. De voorzitter of de leden die gedurende de verrichtingen benoemd worden ter vervanging van een verhinderd lid, leggen de eed af voor ze hun ambt aanvaarden. Van die eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. HOOFDSTUK 2. - Het stadsdistrictshoofdbureau Art. 38.§ 1. In elk stadsdistrict wordt een stadsdistrictshoofdbureau samengesteld. Het stadsdistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau wordt door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uit de gemeenteraadskiezers benoemd uit de categorieën, vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid. De overheden die de personen, vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid, 6° en 7°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben.De gemeentebesturen bezorgen die gegevens aan de stadsdistrictsbesturen. § 3. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het stadsdistrictshoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het stadsdistrictshoofdbureau. HOOFDSTUK 3. - Het kantonhoofdbureau Art. 39.§ 1. In de hoofdplaats van elk kieskanton wordt een kantonhoofdbureau samengesteld. Het kantonhoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. Als de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst. Als de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk kanton, wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. In alle andere gevallen wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de vrederechter van het gerechtelijk kanton waarin de hoofdplaats van het kieskanton gelegen is of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. § 3. De voorzitter van het kantonhoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het kantonhoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het kantonhoofdbureau moet ten minste 40 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. Artikel, 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het kantonhoofdbureau. HOOFDSTUK 4. - Het provinciedistrictshoofdbureau Art. 40.§ 1. In de hoofdplaats van elk provinciedistrict wordt een provinciedistrictshoofdbureau samengesteld. Het provinciedistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. § 2. Als de hoofdplaats van het provinciedistrict tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst. In alle andere gevallen wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst. De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het provinciedistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. Als het provinciedistrict maar één kieskanton omvat, houdt het provinciedistrictshoofdbureau tezelfdertijd zitting als het kantonhoofdbureau. § 3. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau. § 4. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd. § 5. Het provinciedistrictshoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het provinciedistrictshoofdbureau. HOOFDSTUK 5. - Het provinciaal hoofdbureau Art. 41.Het provinciedistrictshoofdbureau dat gevestigd is in de hoofdplaats van de provincie, houdt ook zitting als provinciaal hoofdbureau. Titel 9. - Samenstelling van de stembureaus en telbureaus HOOFDSTUK 1. - Bepaling van het aantal stembureaus en telbureaus Art. 42.De stembureaus zijn gevestigd in de lokalen die de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau heeft aangewezen. Per stemafdeling wordt één stembureau ingericht. De stembureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict. De stembureaus zijn belast met de kiesverrichtingen voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen. De telbureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict. In gemeenten of stadsdistricten waar drie of meer stembureaus zijn, worden de tellingen door afzonderlijke telbureaus uitgevoerd. In de gemeenten waar minder dan drie stembureaus zijn, fungeert het gemeentelijk hoofdbureau tevens als telbureau. Ieder telbureau telt de stembiljetten van maximaal drie stembureaus. In elke gemeente worden de telverrichtingen toegewezen aan een of meer bureaus, namelijk de bureaus G, P en in voorkomend geval S. De bureaus G tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de gemeenteraad. De bureaus P tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de provincieraad. De bureaus S tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de stadsdistrictsraad. Art. 43.De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau gaat vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten voor de aanwijzing van de getuigen zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk telbureau onderzocht worden. De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het kantonhoofdbureau bij te wonen, mogen aanwezig zijn. De telbureaus zijn gevestigd in de lokalen die de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau heeft aangewezen. De voorzitter geeft met een aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de telbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het telbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om de resultatentabel te ontvangen, overeenkomstig artikel 158, § 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau verzamelt de resultatentabellen en geeft een ontvangstbewijs aan de voorzitters van de telbureaus. Hij geeft onmiddellijk met een aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats waar het telbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen, vergadert. HOOFDSTUK 2. - Opmaak van de lijsten met de personen die kunnen worden aangewezen Art. 44.§ 1. Tijdens de tweede maand die aan de verkiezing voorafgaat, maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op. In de gemeenten waar stadsdistrictsraadsverkiezingen plaatsvinden, maakt het college die lijsten op per stadsdistrict. Een eerste lijst wordt opgesteld zoals vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid. Die lijst dient om achtereenvolgens de volgende personen aan te wijzen : 1° de voorzitters van de telbureaus;2° de voorzitters van de stembureaus;3° de bijzitters of plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus. Een tweede lijst bevat de kiezers van de stemafdeling naar rata van twaalf personen per stembureau. Die lijst dient om de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus aan te wijzen. Hij mag geen personen bevatten die al zijn opgenomen in de lijst, vermeld in het tweede lid. § 2. De lijsten, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk de drieëndertigste dag voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden. HOOFDSTUK 3. - Samenstelling van de telbureaus Art. 45.De telbureaus bestaan uit een voorzitter, een secretaris, en twee tot vier bijzitters en plaatsvervangende bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden : 1° twee bijzitters en twee plaatsvervangende bijzitters als er minder dan negentien te verkiezen raadsleden zijn;2° drie bijzitters en drie plaatsvervangende bijzitters als er negentien tot zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn;3° vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters als er meer dan zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn. De secretaris wordt benoemd door de voorzitter van het telbureau uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. Hij is niet stemgerechtigd. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het telbureau. Art. 46.Uiterlijk de dertigste dag vóór de dag van de verkiezing wijst de voorzitter van het kantonhoofdbureau de volgende personen aan : 1° de voorzitters van de telbureaus;2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus. Die personen, vermeld in het eerste lid, worden aangewezen overeenkomstig de lijst, vermeld in artikel 44, § 1, tweede lid. Art. 47.De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt de betrokkenen en de gemeentelijke overheden op de hoogte van hun aanwijzing. HOOFDSTUK 4. - Samenstelling van de stembureaus Art. 48.De stembureaus bestaan uit de voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Art. 49.§ 1. Uiterlijk de dertigste dag vóór de dag van de verkiezing wijst de voorzitter van het kantonhoofdbureau de volgende personen aan : 1° de voorzitters van de stembureaus;2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus. § 2. De voorzitters worden aangewezen overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, tweede lid. De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt de voorzitters en de gemeentelijke overheden op de hoogte van hun aanwijzing. De voorzitter van het kantonhoofdbureau voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten. § 3. De bijzitters en plaatsvervangende bijzitters worden aangewezen overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, derde lid. Na de aanwijzing van de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters, geeft de voorzitter van het kantonhoofdbureau hun daarvan kennis met een aangetekende brief en verzoekt hij hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de voorzitter daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving. De voorzitter voorziet in hun vervanging overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, derde lid. § 4. De secretaris wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de gemeenteraadskiezers. Voor de stadsdistrictraadsverkiezingen wordt de secretaris door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de stadsdistrictraadskiezers. Hij is niet stemgerechtigd. § 5. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het stembureau. Art. 50.De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt aan het gemeentesecretariaat een lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft. Die lijst moet voor iedereen ter inzage worden gelegd op het gemeentesecretariaat. De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt dezelfde lijst aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, van het stadsdistrictshoofdbureau, verstrekt kopieën van de lijst met de leden van de stembureaus van de gemeente aan ieder die daarom verzoekt. Die kopieën zijn gratis. Titel 10. - Oproeping van de kiezers Art. 51.Ten minste twintig dagen vóór de verkiezingen laat de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarin de dag van de stemming, en uren van opening en sluiting van het stemlokaal meegedeeld worden. Dat bericht vermeldt eveneens dat elke kiezer bezwaar kan aantekenen bij het gemeentebestuur tot twaalf dagen vóór de verkiezing. Art. 52.De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen voor de verkiezing aan alle kiezers een oproepingsbrief zendt op de verblijfplaats die ze op dat tijdstip hebben. Art. 53.Kiezers die hun oproepingsbrief niet hebben ontvangen, kunnen hem op het gemeentesecretariaat afhalen tot op de dag van de stemming 's middags. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht, vermeld in artikel 51. Art. 54.De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens : 1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer moet stemmen;2° de te verkiezen mandatarissen;3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal;4° de voorwaarden voor terugbetaling van de reiskosten van kiezers die niet meer in de gemeente wonen waar ze op de kiezerslijst staan;5° de achternaam, de voornaam of voornamen, het geslacht, de geboortedatum en de hoofdverblijfplaats van de kiezer, alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat;6° de integrale tekst van artikel 56, artikel 135, § 2, en artikel 138, § 3, derde lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de oproepingsbrief vast. Art. 55.Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente openbaar bekendgemaakt door middel van aanplakking aan het gemeentehuis. Het aanplakbiljet vermeldt de bepalingen, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 4°. Het aanplakbiljet herinnert er ook aan dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, hem op het gemeentesecretariaat kan afhalen tot op de dag van de stemming, 's middags. Titel 11. - Afleveren van een volmacht Art. 56.§ 1. Een kiezer kan een andere kiezer als gevolmachtigde in zijn plaats laten stemmen. De persoon die hij als gevolmachtigde aanwijst moet voor dezelfde verkiezing zelf de hoedanigheid van kiezer bezitten. Een gevolmachtigde kan per verkiezing maar één stem bij volmacht uitbrengen. § 2. De volgende kiezers kunnen een volmacht verlenen : 1° de kiezer die om medische redenen niet in staat is om zich naar het stembureau te begeven of er naartoe gevoerd te worden.Dat moet blijken uit een medisch attest. Geneesheren, die als kandidaat voor de verkiezing zijn voorgedragen, mogen een dergelijk attest niet afgeven; 2° de kiezer die om beroeps- of dienstredenen :

  1. a)in het buitenland is opgehouden, alsook de leden van zijn gezin of van zijn gevolg die daar met hem verblijven.Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de werknemer ressorteert;
  2. b)zich op de dag van de stemming in het Rijk bevindt, maar in de onmogelijkheid verkeert om zich in het stembureau te melden.Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de werknemer ressorteert; 3° de kiezer die het beroep van schipper, marktkramer of kermisreiziger uitoefent en de leden van zijn gezin die met hem samenwonen.De uitoefening van het beroep moet blijken uit een attest van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is ingeschreven; 4° de kiezer die de dag van de stemming ten gevolge van een rechterlijke maatregel in een toestand van vrijheidsbeneming verkeert. Die toestand wordt bevestigd door de directie van de inrichting waar de betrokkene zich bevindt; 5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden.Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid; 6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, op voorwaarde dat hij een attest voorlegt van de directie van de instelling waar hij studeert;7° de kiezer die om andere redenen dan die vermeld in punt 1° tot en met 6°, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stemlokaal te melden, voor zover de onmogelijkheid door de burgemeester van zijn woonplaats of zijn gemachtigde vastgesteld is, na voorlegging van de nodige bewijsstukken, of, ingeval de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op eer.De Vlaamse Regering bepaalt het model van de verklaring op erewoord dat de kiezer moet indienen en het model van attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven. De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats uiterlijk op de dag voor de dag van de verkiezing. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de volmacht. Het formulier voor de volmacht kan gratis worden verkregen bij het gemeentesecretariaat. § 4. De volmachtgever en de gevolmachtigde ondertekenen beiden het volmachtformulier. Titel 12. - De verkiesbaarheidsvoorwaarden Art. 57.Uiterlijk op de dag van de verkiezing moet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldaan zijn. Art. 58.Om tot gemeenteraadslid of stadsdistrictsraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8 of 11, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting, als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden. De volgende personen zijn niet verkiesbaar : 1° overeenkomstig artikel 65, tweede lid, 2°, en artikel 113 van de Gemeentekieswet, de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, ten gevolge van een individuele burgerrechtelijke of een strafrechtelijke beslissing in hun lidstaat van herkomst ontheven zijn van het recht om gekozen te worden krachtens het recht van die lidstaat;2° personen die, onverminderd de toepassing van punt 1°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt.Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling. Art. 59.Om tot provincieraadslid verkozen te kunnen worden en om het te kunnen blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden. Niet verkiesbaar zijn zij die veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt. Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling. Titel 13. - Bescherming van de lijstnamen en toekennen van volgnummers Art. 60.Elke lijstnaam bestaat uit ten hoogste achttien tekens. De Vlaamse Regering legt in een besluit de toegelaten tekens vast. De lijstnaam moet op het stembiljet boven de kandidatenlijst komen. Art. 61.Elke politieke formatie in het Vlaams Parlement die ten minste door drie leden vertegenwoordigd is, kan een voorstel indienen tot de bescherming van de lijstnaam die ze wil vermelden in de voordrachten van kandidaten en tot het verkrijgen van een gemeenschappelijk volgnummer. Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam moet worden ondertekend door ten minste drie Vlaamse parlementsleden die tot de politieke formatie behoren die de lijstnaam zal gebruiken. Een parlementslid mag maar één enkel voorstel ondertekenen. Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam wordt de veertigste dag voor de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, aan de Vlaamse Regering of de gemachtigde van de Vlaamse Regering overhandigd door een parlementslid die het voorstel heeft medeondertekend. Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam en het adres van de persoon en van zijn plaatsvervanger die door de politieke formatie werd aangewezen om in ieder administratief arrondissement te bevestigen dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt. Art. 62.De vermelding van een lijstnaam waarvan gebruikgemaakt is door een politieke partij die door minstens drie leden vertegenwoordigd is in het Vlaams Parlement en waaraan bij een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van parlementen op Europees, federaal en regionaal niveau bescherming werd verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die politieke partij door de Vlaamse Regering worden verboden. De lijst van de lijstnamen waarvan het gebruik verboden is, wordt de drieënveertigste dag voor de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De Vlaamse Regering kan het gebruik van de lijstnamen die op de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezing voorkomen en waarvan het gebruik ontzegd is, verbieden voor de gemeenteraadsverkiezing en stadsdistrictsraadsverkiezing. Art. 63.De Vlaamse Regering kent bij loting aan de beschermde lijstnaam onmiddellijk na het indienen van de voorstellen tot bescherming een gemeenschappelijk volgnummer toe. Kartels gebruiken het gemeenschappelijke volgnummer van de partij die het eerste voorkomt op de stembrief. De lijstnamen en de gemeenschappelijke volgnummers worden binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De Vlaamse Regering stuurt een lijst met de toegekende gemeenschappelijke volgnummers, de aan de nummers voorbehouden lijstnamen, en de voornaam of voornamen en achternaam, het adres van de personen die de politieke formaties op het niveau van het administratief arrondissement hebben aangewezen en van hun plaatsvervangers die gemachtigd zijn de kandidatenlijsten voor echt te erkennen, naar de voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus die gevestigd zijn in de provinciehoofdplaats. Art. 64.Bij de voordrachten van kandidaten die een beschermde lijstnaam en een gemeenschappelijk volgnummer gebruiken, moet een getuigschrift worden toegevoegd van de nationale voorzitter van de politieke formatie of van de door hem gemandateerde. Als er geen getuigschrift wordt toegevoegd, weigert de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau het gebruik van de lijstnaam en van het gemeenschappelijke volgnummer door een niet-erkende lijst. Art. 65.De kandidaten, of twee van de eerste drie kandidaten, van de lijsten, ingediend bij de provinciale districtshoofdbureaus die buiten de provinciehoofdplaats gevestigd zijn, mogen samen met de voordrachtsakte aan de voorzitter van het hoofdbureau van hun provinciedistrict een verzoek in tweevoud overhandigen om hetzelfde volgnummer te verkrijgen als zal worden toegekend aan een van de lijsten, ingediend in de provinciehoofdplaats. De voorzitter die een verzoek, vermeld in het eerste lid, ontvangt, zendt onmiddellijk een exemplaar aan de voorzitter van het districtshoofdbureau in de provinciehoofdplaats. De kandidaten, of twee van de eerste drie kandidaten, van de in de hoofdplaats voorgedragen lijsten mogen ter plaatse tot de vijfentwintigste dag voor de stemming, tot uiterlijk zestien uur, inzage nemen van de verzoekschriften. Ze verklaren zich al dan niet schriftelijk akkoord met het gebruik van hetzelfde volgnummer. Art. 66.Na de loting, vermeld in artikel 63, stelt de Vlaamse Regering de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus in kennis van de toegekende gemeenschappelijke volgnummers, van de aan de verschillende nummers voorbehouden lijstnamen en van de voornaam of voornamen en achternaam en de adressen van de personen en van hun plaatsvervangers, die door de politieke formaties zijn aangewezen op het vlak van het administratief arrondissement, en die alleen bevoegd zijn voor de echtverklaring van de kandidatenlijsten. Bij de voordrachten van kandidaten die zich met toepassing van artikel 62, op een beschermde lijstnaam en een gemeenschappelijk volgnummer beroepen, moet het attest gevoegd worden van de op het vlak van het administratief arrondissement door de politieke formatie aangewezen persoon of zijn plaatsvervanger. Als dat attest niet kan worden voorgelegd, moet de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau voor de gemeenteraadsverkiezing ambtshalve het gebruik van de lijstnaam en het gemeenschappelijk volgnummer voor de provincieraadsverkiezing weigeren. Nadat de kandidatenlijsten, overeenkomstig artikel 92, volledig zijn afgesloten, houdt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die geen gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig artikel 63 hebben verkregen. De nummers die bij deze loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij de loting, verricht door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 63. Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten. Dit artikel is eveneens van toepassing op de verkiezing van de stadsdistrictsraden. Art. 67.§ 1. Nadat de kandidatenlijsten, overeenkomstig artikel 100, volledig zijn afgesloten, houdt de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau van de provinciehoofdplaats een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 65, en die geen gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig artikel 63 hebben verkregen. De nummers die bij deze loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij de loting, verricht door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 63. Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten. De voorzitter deelt onmiddellijk het resultaat van de loting langs de snelste weg mee aan de voorzitters van de andere provinciedistrictshoofdbureaus. § 2. Ieder provinciedistrictshoofdbureau gaat onmiddellijk over tot de loting met het oog op het toekennen van een volgnummer aan de lijsten die nog niet van een gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig paragraaf 1 of artikel 63, zijn voorzien. De nummers die bij deze loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat werd toegekend tijdens de loting, vermeld in paragraaf 1. Titel 14. - Indiening van de kandidatenlijsten HOOFDSTUK 1. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen Art. 68.§ 1. Ten minste drieëndertig dagen voor de verkiezing van de gemeenteraden maakt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bekend : 1° dat hij op zaterdag, de negenentwintigste dag voor de stemming, of op zondag, de achtentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, de voordrachtsakten van kandidaten in ontvangst neemt;2° dat hij op dinsdag, de vijfde dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, de aanwijzingen van getuigen voor de stem- en telbureaus in ontvangst neemt. De bekendmaking gebeurt door middel van een aanplakbrief die wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis. § 2. Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen op de dagen, vermeld in paragraaf 1, achtenveertig uur vervroegd. Art. 69.De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraden moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid, hetzij door de volgende personen, afhankelijk van de grootte van de gemeente : 1° in de gemeenten van 20.000 inwoners en meer, door ten minste 100 gemeenteraadskiezers; 2° in die van 10.000 tot 20.000 inwoners, door ten minste 50 gemeenteraadskiezers; 3° in die van 5000 tot 10.000 inwoners, door ten minste 30 gemeenteraadskiezers; 4° in die van 2000 tot 5000 inwoners, door ten minste 20 gemeenteraadskiezers;5° in die van 500 tot 2000 inwoners, door ten minste 10 gemeenteraadskiezers;6° in die van minder dan 500 inwoners, door ten minste 5 gemeenteraadskiezers. Het bevolkingscijfer is het cijfer dat vastgesteld wordt overeenkomstig artikel 7, § 1. Art. 70.De voordrachtsakte van kandidaten wordt aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau overhandigd tegen ontvangstbewijs door één van de drie ondertekenaars die daartoe door de kandidaten aangewezen worden of door één van de twee kandidaten die door de aftredende gemeenteraadsleden aangewezen worden. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de kandidatenlijsten moeten worden ingediend. Art. 71.De voordrachtsakte vermeldt de voornaam of voornamen en achternaam, eventueel de roepnaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats en de handtekening van de kandidaten en in voorkomend geval van de kiezers die hen voordragen. Ze vermeldt eveneens de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan. Als de ondertekenaars op de lijst van de kiezers van de gemeente als kiezer voorkomen, mag de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau hun hoedanigheid van kiezer niet betwisten. Art. 72.Tot op het ogenblik dat het gemeentelijk hoofdbureau de kandidatenlijsten voorlopig afsluit, mogen voorgedragen kandidaten de voordrachtsakte vervolledigen met hun handtekening. Art. 73.Overeenkomstig artikel 23, § 1, negende en tiende lid, en artikel 97 van de Gemeentekieswet voegen de niet-Belgische kandidaten die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, bij hun kandidaatstelling een individuele geschreven en ondertekende verklaring waarin ze hun nationaliteit en het adres van hun hoofdverblijfplaats vermelden en waarin ze verklaren : 1° dat ze in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie geen ambt of mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester;2° dat ze in een andere lidstaat van de Europese Unie geen functies uitoefenen die gelijkwaardig zijn met die, vermeld in artikel 11 van het Gemeentedecreet;3° dat ze op de datum van de verkiezing niet ontheven of geschorst zijn van het verkiesbaarheidsrecht in hun land van herkomst. In geval van twijfel over de verkiesbaarheid van de kandidaat, meer bepaald na kennisname van zijn verklaring, kan de voorzitter van het hoofdbureau eisen dat die kandidaat een attest van de bevoegde overheden van zijn land van herkomst indient waarin verklaard wordt dat hij, op de datum van de verkiezing, niet ontheven of geschorst is van het verkiesbaarheidsrecht in dat land of dat die overheden daar in elk geval niet van op de hoogte zijn. Art. 74.De volgende pariteitsregels moeten in acht genomen worden : 1° op eenzelfde lijst mag het verschil tussen het aantal kandidaten van elk geslacht niet groter zijn dan één;2° de eerste twee kandidaten van eenzelfde lijst mogen niet van hetzelfde geslacht zijn. Art. 75.Op eenzelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden kunnen worden verkozen. Art. 76.De kandidaten van wie de namen voorkomen op eenzelfde voordracht, worden geacht één enkele lijst te vormen. Art. 77.De lijsttrekker kan op de voordrachtsakte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau, voorgeschreven bij artikel 81, artikel 82, § 3, artikel 86, artikel 92 en artikel 121, bij te wonen. Die getuige en die plaatsvervangende getuige hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te laten opnemen. Art. 78.De modellen van voordrachtsakte, van verbeteringsakte en van de individuele geschreven en ondertekende verklaring, vermeld in artikel 73 worden door de Vlaamse Regering vastgelegd. Art. 79.De voordracht wijst de volgorde aan waarin de kandidaten worden voorgedragen. Een kiezer mag niet meer dan één voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen. De kiezer die dat verbod overtreedt wordt gestraft overeenkomstig artikel 244. Art. 80.Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst voor dezelfde verkiezing. De kandidaat die deze verbodsbepaling overtreedt, wordt gestraft overeenkomstig artikel 244. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt. Art. 81.Als er niet meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau hen zonder meer verkozen. Het proces-verbaal van de verkiezing, dat tijdens de vergadering is opgemaakt en door de leden van het bureau werd ondertekend, wordt onmiddellijk aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gezonden, tegelijk met de voordrachten. Uittreksels uit het proces-verbaal worden aan de gekozenen gezonden en in de gemeente door aanplakking bekendgemaakt. Art. 82.§ 1. In gemeenten met minder dan 5000 inwoners mag de voordracht van kandidaten, met uitzondering van de lijst, vermeld in artikel 68 tot en met 81, ook een lijst van drie kandidaat-opvolgers omvatten, voor het geval de verkiezing zonder stemming zou eindigen. § 2. De voordracht van die kandidaat-opvolgers wijst de volgorde aan waarin zij worden voorgedragen. Ze moet, op straffe van nietigheid, voorkomen in dezelfde akte als de voordracht van de kandidaat-raadsleden. De kandidaten van beide categorieën moeten in die akte afzonderlijk worden gerangschikt, met nauwkeurige aanduiding van elke categorie. Een kandidaat mag niet tegelijk als kandidaat-raadslid en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen. Bij overtreding van die bepaling wordt de naam van de kandidaat geschrapt van de lijst van kandidaat-opvolgers. § 3. Als de raadsleden overeenkomstig artikel 81 verkozen verklaard zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau in voorkomend geval de kandidaat-opvolgers die overeenkomstig paragraaf 1 en 2 zijn voorgedragen, eerste, tweede en derde opvolger. § 4. Als er meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau de kandidaatstellingen voor de opvolging die overeenkomstig paragraaf 1 en 2 zijn gebeurd, zonder gevolg. HOOFDSTUK 2. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen Art. 83.Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing : 1° artikel 68, met dien verstande dat :
  3. a)"gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
  4. b)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  5. c)"gemeentehuis" wordt gelezen als "de zetel van het "stadsdistrictshoofdbureau";2° artikel 69, met dien verstande dat :
  6. a)"gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
  7. b)"gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";
  8. c)"gemeenten" wordt gelezen als "stadsdistricten";
  9. d)"gemeenteraadskiezers" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadskiezers";3° artikel 70, met dien verstande dat :
  10. a)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  11. b)"gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";4° artikel 71, met dien verstande dat :
  12. a)"gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict";
  13. b)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als « stadsdistrictshoofdbureau";6° artikel 73, met dien verstande dat :
  14. a)"gemeenteraadslid" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadslid";
  15. b)"schepen" wordt gelezen als "schepen van het stadsdistrictscollege";
  16. c)"burgemeester" wordt gelezen als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";7° artikel 74;8° artikel 75;9° artikel 76;10° artikel 77 met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";11° artikel 78;12° artikel 79;13° artikel 80;14° artikel 81, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau". HOOFDSTUK 3. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen Art. 84.Voor de verkiezingen van de provincieraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing : 1° artikel 68, met dien verstande dat :
  17. a)"gemeenteraden" wordt gelezen als "provincieraden";
  18. b)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  19. c)"het gemeentehuis" wordt gelezen als "de zetel van het provinciedistrictshoofdbureau";
  20. d)paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt geschrapt;2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt : « De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid.»; 3° artikel 70, met dien verstande dat :
  21. a)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  22. b)"gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "provincieraadsleden";4° artikel 71, met dien verstande dat :
  23. a)"de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie";
  24. b)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";6° artikel 74;7° artikel 75;8° artikel 76; 9° artikel 77, met dien verstande dat de zin "De lijsttrekker kan op de voordrachtsakte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau, voorgeschreven bij artikel 81, 82, § 3, en 121, bij te wonen" wordt gelezen als "De lijsttrekker kan op de voordrachtsakte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen die de vergaderingen van het kantonhoofdbureau bijwoont voor de verrichtingen van dat bureau die na de stemming moeten worden vervuld."; 10° artikel 78, wordt vervangen door wat volgt : « De modellen van voordrachtsakte en van verbeteringsakte worden door de Vlaamse Regering vastgelegd.»; 11° artikel 79; 12° artikel 80, met dien verstande dat een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : "De voorzitter van het provinciaal districtshoofdbureau stuurt onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de lijsten een kopie van alle ingediende lijsten aan de provinciegouverneur die hem uiterlijk de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur kennis geeft van de gevallen van meervoudige kandidaatstelling."; 13° artikel 81, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau". Titel 15. - Onderzoek van de kandidatenlijsten HOOFDSTUK 1. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen Art. 85.De kandidaten en de kiezers die de voordrachten van kandidaten hebben ingeleverd, mogen ter plaatse inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het gemeentelijk hoofdbureau meedelen. Ze kunnen dat recht uitoefenen gedurende de termijn, bepaald voor de inlevering van de voordrachten, en tot twee uur na het verstrijken van die termijn. Ze kunnen dat recht, vermeld in het eerste lid, ook nog uitoefenen op de zevenentwintigste dag voor de stemming, van 13 tot 16 uur. Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen die op die dag moeten plaatshebben, achtenveertig uur vervroegd. Art. 86.Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden vergadert het gemeentelijk hoofdbureau de zevenentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. Het gemeentelijk hoofdbureau onderzoekt : 1° of de kandidaten de hoedanigheid van kiezer, als vermeld in artikel 8 tot en met 14, bezitten.Het wijst ook de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie af die bij hun individuele geschreven en ondertekende verklaring niet het bewijs hebben gevoegd, vermeld in artikel 73; 2° of aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in artikel 58, voldaan is vanaf de dag waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt, met uitzondering van de leeftijdsvereiste, die moet vervuld zijn op de datum van de verkiezing;3° of de voordrachtsakte alle gegevens bevat als vermeld in artikel 71, eerste lid;4° of er niet te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers zijn;5° of de regels voor de rangschikking van de kandidaten of de schikking van hun namen nagekomen zijn;6° of de pariteitsregels als vermeld in artikel 74, nagekomen zijn;7° of de regels voor de lijstnaam als vermeld in artikel 60 en 62, nagekomen zijn. Na het onderzoek, vermeld in het tweede lid, sluit het gemeentelijk hoofdbureau de kandidatenlijst voorlopig af. Art. 87.Niet-verkiesbare kandidaten mogen worden vervangen. De aldus nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt. In dat geval mag de volgorde van de kandidaten niet meer worden gewijzigd. Als een lijst de pariteitsregels als vermeld in artikel 74, niet respecteert, kan na de voorlopige afsluiting van de kandidatenlijst bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte worden ingediend tot de vierentwintigste dag vóór de dag van de verkiezingen. Op de verbeteringsakte mag de volgorde van de kandidaten worden gewijzigd. De verbeteringsakte wordt ondertekend door de lijsttrekker, de kandidaten die zich vrijwillig terugtrekken en de nieuw toegevoegde kandidaten. Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, dan wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, komt de lijst onderaan in de nummering en verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer. Art. 88.Als het gemeentelijk hoofdbureau de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het proces-verbaal opgenomen. Onmiddellijk wordt een uittreksel uit het proces-verbaal, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, met een aangetekende brief gestuurd aan de kiezer of de kandidaat die de akte waarop de afgewezen kandidaten voorkomen, heeft ingeleverd. Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief, vermeld in het eerste lid, gericht aan de indiener die als eerste in de voordrachtsakte werd aangewezen. Als de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd, wordt het uittreksel uit het proces-verbaal, vermeld in het eerste lid, op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd. Art. 89.Personen die de aanvaarde of afgewezen kandidatenlijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die kandidatenlijsten voorkomen, kunnen de zesentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, op de plaats die werd aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft aan de kiezer of de kandidaat die de betwiste voordracht heeft ingeleverd, onmiddellijk met een aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten in de voordracht als eerste hebben aangewezen. Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, wordt ook die kandidaat op de wijze, vermeld in het tweede lid, daarover rechtstreeks ingelicht. Art. 90.Als het gemeentelijk hoofdbureau bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst bepaalde kandidaten wegens onverkiesbaarheid afgewezen heeft of als een bezwaarschrift, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, overeenkomstig artikel 89 is ingediend, verzoekt de voorzitter van dat bureau het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat, telefonisch, via e-mail of bij een door de secretaris van het bureau gedragen schriftelijke vordering, hem onmiddellijk met een aangetekende brief een eensluidend verklaard afschrift van een uittreksel uit die stukken die dat bestuur in zijn bezit heeft en die over de verkiesbaarheid van de kandidaat nadere aanwijzingen kunnen verschaffen, toe te sturen. Als die kandidaat, als vermeld in het eerste lid, zijn woonplaats niet sedert ten minste vijftien dagen in de gemeente heeft en als de stukken waaruit onverkiesbaarheid kan blijken, nog niet bij het gemeentebestuur zijn aangekomen, dan stuurt dat gemeentebestuur de stukken door naar het gemeentebestuur van de vorige woonplaats van de kandidaat. De voorzitter kan, als hij dat nodig acht, andere onderzoeken instellen, zowel over de verkiesbaarheid van de betrokken kandidaten als over de andere aangevoerde onregelmatigheden. Alle stukken die ter uitvoering van dit artikel worden aangevraagd, worden kosteloos afgegeven. Art. 91.Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels. De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval een verbeterings- of aanvullingsakte indienen. Die verbeterings- of aanvullingsakte is alleen ontvankelijk als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om één van de volgende redenen : 1° de gegevens zijn onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid;2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte;3° de regels voor de rangschikking van de kandidaten of voor de schikking van hun namen werden niet nageleefd;4° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, werden niet nageleefd;5° de regels omtrent de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd;6° een kandidaat is niet verkiesbaar. De verbeterings- of aanvullingsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten in de gevallen, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°. Ze mag in geen geval de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, wijzigen, behalve bij toepassing van artikel 87. Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeterings- of aanvullingsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt. De geldige handtekeningen van de voordragende kiezers en van de kandidaten, alsmede de regelmatige vermeldingen in de afgewezen voordracht, blijven van kracht als de verbeterings- of aanvullingsakte aanvaard wordt. Art. 92.Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur. Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen. Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93. In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af. Art. 93.Als het gemeentelijk hoofdbureau een kandidatuur verwerpt wegens de onverkiesbaarheid van de kandidaat, wordt daarvan in het proces-verbaal melding gemaakt en, als de afgewezen kandidaat aanwezig of vertegenwoordigd is, verzoekt de voorzitter de kandidaat of zijn gemachtigde als hij dit wenst, op het proces-verbaal een verklaring van beroep te ondertekenen. Als een bezwaar, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, afgewezen wordt, moet de procedure, vermeld in het eerste lid, worden toegepast en de indiener van het bezwaar of zijn gemachtigde wordt verzocht een verklaring van beroep te ondertekenen, als hij dat wenst. Beslissingen van het gemeentelijk hoofdbureau die geen betrekking hebben op de verkiesbaarheid van kandidaten, zijn niet vatbaar voor beroep, met uitzondering van de beslissingen, genomen op grond van titel 1 van deel 4. Art. 94.De drieëntwintigste dag voor de verkiezing houdt de voorzitter van het hof van beroep zich tussen 11 en 13 uur in zijn kabinet ter beschikking van de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus van zijn rechtsgebied, om er uit hun handen een uitgifte van de processen-verbaal houdende de verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan de hoofdbureaus kennis hebben gehad, te ontvangen. Bijgestaan door zijn griffier, maakt hij van die overhandiging, vermeld in het eerste lid, akte op. Art. 95.Overeenkomstig artikel 125ter van het Algemeen Kieswetboek brengt de voorzitter van het hof van beroep de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van dat hof, die moet plaatshebben op de twintigste dag voor de verkiezing om 10 uur 's morgens, zelfs als die dag een feestdag is. De eerste kamer van het hof van beroep onderzoekt de zaken van verkiesbaarheid met voorrang boven alle andere. Ter openbare terechtzitting doet de voorzitter voorlezing van de stukken van het dossier. Hij verleent vervolgens het woord aan de eiser in beroep en eventueel aan de verweerder. Beiden mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een raadsman. Het hof beslist, nadat het het advies van de procureur-generaal gehoord heeft, tijdens de vergadering, bij een arrest dat in openbare zitting wordt uitgesproken. Dat arrest wordt niet betekend aan de betrokkene, maar neergelegd ter griffie van het hof, waar de betrokkene er kosteloos inzage van kan nemen. Het openbaar ministerie geeft het beschikkende gedeelte van het arrest per e-mail of per fax ter kennis van de voorzitter van het betrokken gemeentelijk hoofdbureau op de door hem aangewezen plaats. Het dossier van het hof wordt, met een uitgifte van het arrest, binnen acht dagen toegezonden aan de voorzitter van de gemeenteraad. Art. 96.Overeenkomstig artikel 125quater van het Algemeen Kieswetboek staat tegen de arresten, vermeld in artikel 95, geen rechtsmiddel open. Art. 97.In geval van beroep verdaagt het gemeentelijk hoofdbureau de verrichtingen, vermeld in artikel 92, en vergadert de twintigste dag voor de verkiezing om 18 uur, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan zodra het op de hoogte is gebracht van de beslissingen van het hof van beroep. Art. 98.De lijst van de kandidaat-raadsleden wordt onverwijld opgehangen op een aan-plakbord aan het gemeentehuis. Het aanplakbiljet vermeldt met vette letters in zwarte inkt de achternaam van de kandidaten, in dezelfde vorm als voor het stembiljet wordt bepaald, en ook hun voornaam of voornamen, hun beroep en hun woonplaats. Het aanplakbiljet vermeldt tevens de onderrichtingen, zoals bepaald door de Vlaamse Regering. Vanaf de negentiende dag voor de stemming deelt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de officiële kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, als zij daarom vragen. HOOFDSTUK 2. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen Art. 99.Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing : 1° artikel 85, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";2° artikel 86, met dien verstande dat :
  25. a)"gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
  26. b)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";3° artikel 87, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";11° artikel 95, met dien verstande dat :
  27. a)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  28. b)"voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de stadsdistrictsraad";12° artikel 96;13° artikel 97, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";14° artikel 98, met dien verstande dat "voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau". HOOFDSTUK 3. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen Art. 100.Voor de verkiezingen van de provincieraden zijn de volgende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing : 1° artikel 85, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "pro-vinciedistrictshoofdbureau";2° artikel 86, met dien verstande dat :
  29. a)"Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden";
  30. b)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  31. c)in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt;
  32. d)in het tweede lid, 2°, "artikel 58", wordt gelezen als "artikel 59";3° artikel 87, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";11° artikel 95, met dien verstande dat :
  33. a)"gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  34. b)"voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de provincieraad";12° artikel 96;13° artikel 97, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";14° artikel 98, met dien verstande dat "voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau". Titel 16. - Lijstenverbinding Art. 101.Bij de verkiezing van de vernieuwing van de provincieraden kunnen de kandidaten van een lijst, met instemming van de kiezers of aftredende provincieraadsleden die hen hebben voorgedragen, verklaren dat zij zich verbinden met : 1° de bij name aan te wijzen kandidaten van lijsten met dezelfde benaming die in andere provinciedistricten van dezelfde provincie zijn voorgedragen met het oog op het behalen van de drempel om toegelaten te worden tot de aanvullende zetelverdeling, bedoeld in artikel 181, § 2, derde lid, 1°;2° de bij name aan te wijzen kandidaten van lijsten met dezelfde benaming die in andere provinciedistricten van hetzelfde provinciale kiesarrondissement zijn voorgedragen met het oog op de aanvullende zetelverdeling, bedoeld in artikel 181, §

§ 4. Art.

102.De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau overhandigd op donderdag, de tiende dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur. Er wordt een ontvangstbewijs afgegeven. Art. 103.De verklaring van lijstenverbinding is pas ontvankelijk als de kandidaten zich het gebruik van het verleende recht, vermeld in artikel 101, hebben voorbehouden en als de akte van voordracht hen daartoe machtigt. De verklaring moet op straffe van nietigheid door alle kandidaat-titularissen of door drie kandidaat-titularissen van de lijst ondertekend zijn en de kandidaat-titularissen of de drie kandidaat-titularissen van de aangewezen lijst of lijsten moeten bij een soortgelijke verklaring en onder dezelfde voorwaarden hun instemming betuigen. Art. 104.Een lijst kan zich niet verbinden met twee of meer lijsten die niet onderling verbonden zijn. Art. 105.De wederzijdse verklaringen van lijstenverbinding mogen bij dezelfde akte worden gedaan. Als een van de daarin opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep. Als wordt vastgesteld dat een van de kandidaten van de lijst onverkiesbaar is, blijft de verbindingsverklaring gelden voor de andere kandidaten van de lijst. Art. 106.De voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus waar een of meer kandidaten zich het recht hebben voorbehouden om een verklaring van lijstenverbinding af te leggen, sturen aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau de kandidatenlijst, zodra die definitief is afgesloten, of brengen hem op de hoogte dat de verkiezing zonder strijd is verlopen. In dat geval vervalt het voorbehoud van verklaring van lijstenverbinding. Art. 107.Het provinciaal hoofdbureau maakt na de ontvangst van de verklaring van lijstenverbinding, vermeld in artikel 102, onmiddellijk in het bijzijn van de getuigen als er getuigen zijn aangewezen, de tabel op van de verbonden lijsten en stuurt aan de voorzitter van de provinciedistrictshoofdbureaus een afschrift van de lijsten waarop de kandidaten uit hun gebied voorkomen. De voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus laten de lijsten onmiddellijk in alle gemeenten van het provinciedistrict aanplakken. Art. 108.Op de tabel, vermeld in artikel 107, wordt elke groep van verbonden lijsten aangewezen met de letters A, B, C enzovoort, in de volgorde van indeling van de lijsten op het stembiljet zoals het overeenkomstig artikel 121, door het provinciedistrictshoofdbureau is vastgesteld. Art. 109.De tabel van lijstenverbinding wordt binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Titel

  1. - Aanwijzing van getuigen in hoofdbureaus, stem- en telbureaus HOOFDSTUK
  2. - Aanwijzing van getuigen in de hoofdbureaus Art. 110.Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen. Art. 111.Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het stadsdistrictshoofdbureau. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen. Art. 112.Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de provincieraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en plaatsvervangend getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het provinciedistrictshoofdbureau en de kantonhoofdbureaus. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen. Art. 113.In de verklaring tot lijstenverbinding, vermeld in artikel 102, mogen voor de hele groep een getuige en een plaatsvervangend getuige aangewezen worden om de verrichtingen van het provinciaal hoofdbureau bij te wonen. Die getuigen moeten, tenzij zij zelf kandidaat zijn, kiezer zijn in een van de provinciedistricten. De getuigen die door de kandidaten die geen verklaring tot lijstenverbinding hebben afgelegd in provinciedistricten waar andere kandidaten dat wel hebben gedaan, aangewezen zijn om de vergaderingen van het provinciedistrictshoofdbureau bij te wonen tijdens de voorlopige afsluiting van de kandidatenlijsten, tijdens de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten en tijdens het tellen van de stemmen, zijn van rechtswege ook aangewezen om de verrichtingen van het arrondissementshoofdbureau bij te wonen. HOOFDSTUK
  3. - Aanwijzing van getuigen in stem- en telbureaus Art. 114.Vijf dagen voor de verkiezing kunnen de kandidaten zoveel getuigen en zoveel plaatsvervangende getuigen aanwijzen als er stembureaus en telbureaus zijn. De voorzitter neemt de aanwijzingen van getuigen voor de stem- en telbureaus in ontvangst overeenkomstig artikel 68, § 1, eerste lid, 2°. Art. 115.Om getuige te kunnen zijn moet de persoon in kwestie gemeenteraadskiezer zijn in het kiesarrondissement. Art. 116.De kandidaten beslissen voor iedere getuige in welk stembureau of telbureau hij tijdens de duur van de verrichtingen zijn opdracht zal vervullen. De getuigen worden daarvan op de hoogte gebracht door de kandidaten zelf. Die kennisgeving wordt mee ondertekend door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau. Art. 117.De getuigen die in een andere gemeente kiezer zijn, moeten hun hoedanigheid van gemeenteraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun gemeente, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst. Art. 118.De kandidaten kunnen als getuige of als plaatsvervangende getuige worden aangewezen. Kandidaten die samen zijn voorgedragen, mogen maar één getuige en één plaatsvervangende getuige per stembureau aanwijzen. Art. 119.Als er meer dan één getuige voor hetzelfde stembureau en voor dezelfde lijst is voorgedragen, weert het gemeentelijk hoofdbureau de extra getuigen door middel van loting. De niet-aangewezen getuigen kunnen eventueel voor andere stembureaus worden aangewezen. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft hen daarvan dadelijk bericht. De lotingen geschieden onmiddellijk na het verstrijken van de termijn die voor het in ontvangst nemen van de getuigenaanwijzingen is vastgesteld, ongeacht het aantal aanwezige leden. Als er meer dan één getuige voor hetzelfde telbureau en voor dezelfde lijst is voorgedragen, wijst de voorzitter van het telbureau, bij loting voor elke kandidatenlijst, behoudens onderlinge overeenstemming van de getuigen, uit de aanwezige getuigen van de stembureaus waarvan hem de stembussen zijn overhandigd, degene aan die bij de telling aanwezig moet zijn. De niet-aangewezen getuigen gaan onmiddellijk weg en van het verloop van de procedure wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Art. 120.De getuigen hebben het recht hun opmerkingen in het proces-verbaal te doen opnemen. Titel
  4. - Opmaak van het stembiljet in geval van een stemming op papier Art. 121.Als er meer kandidaten dan toe te kennen mandaten zijn, maakt het gemeentelijk hoofdbureau het stembiljet op voor de verkiezingen van de gemeenteraden, het stadsdistrictshoofdbureau maakt het stembiljet op voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden en het provinciedistrictshoofdbureau maakt het stembiljet op voor de verkiezingen van de provincieraden, onmiddellijk na het afsluiten van de kandidatenlijsten overeenkomstig het model, dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald. Art. 122.Twee dagen voor of daags voor de dag van de verkiezing zendt de voorzitter van het hoofdbureau dat de stembiljetten heeft vastgesteld, de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde enveloppes aan de voorzitter van elk stembureau. Op de enveloppes worden het adres en het aantal ingesloten stembiljetten vermeld. De voorzitter van het hoofdbureau zendt tezelfdertijd aan de voorzitter van elk telbureau de modeltabel die hij heeft opgemaakt en die de voorzitters van de telbureaus na de telling moeten invullen, als vermeld in artikel 156, tweede tot en met vierde lid. Titel
  5. - Inrichting van de stemlokalen Art. 123.§
  6. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht door het college van burgemeester en schepenen volgens het model dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald. Afmetingen en schikking mogen worden gewijzigd volgens de vereisten van de lokalen. §
  7. Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers. §
  8. De Vlaamse Regering bepaalt de onderrichtingen voor de kiezers. Die worden in het stemlokaal aangebracht. Art. 124.In het stemlokaal is voor elke te verkiezen raad een aparte stembus aanwezig. Art. 125.Een exemplaar van dit kiesdecreet en van de onderrichtingen wordt in het stemlokaal ter inzage gelegd voor de leden van het stembureau. Deel
  9. - Op de verkiezingsdag Titel
  10. - De installatie van de stembureaus Art. 126.De voorzitter installeert het stembureau uiterlijk om 7.30 uur. Als er onvoldoende bijzitters en plaatsvervangende bijzitters aanwezig zijn, vervolledigt hij het stembureau ambtshalve met aanwezige kiezers. Als bewijs van hun aanstelling moeten de getuigen die zich aanbieden, in het bezit zijn van hun aanstellingsbrief overeenkomstig artikel
  11. De voorzitter houdt die aanstellingsbrieven bij. Getuigen kunnen vóór de aanvang van de stemming bezwaar formuleren tegen de samenstelling van het stembureau. De voorzitter beslist over de bezwaren. Er is geen beroep mogelijk. Het proces-verbaal van het stembureau maakt hier melding van. Art. 127.Als de voorzitter voor of na de installatie van het stembureau verhinderd of afwezig is, wijst het stembureau onder zijn leden een plaatsvervangende voorzitter aan. Bij staking van stemmen beslist het oudste lid. Het proces-verbaal van het stembureau maakt hier melding van. Art. 128.De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen voor het begin van de verrichtingen de eed af ten overstaan van de voorzitter. Daarna legt de voorzitter de eed af ten overstaan van het stembureau. De eedformule luidt : "Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren.". De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de werkzaamheden aangesteld wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt. Het proces-verbaal van het stembureau maakt melding van elke eedaflegging. Art. 129.De leden van het stembureau hebben recht op presentiegeld, waarvan het bedrag en de modaliteiten door de Vlaamse Regering bepaald worden. Titel
  12. - De stemming Art. 130.De kiezer kan alleen zijn stem uitbrengen voor een verkiezing waarvoor hij is opgeroepen. Hij stemt in de gemeente en, in voorkomend geval, in het stadsdistrict waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven. Art. 131.Niemand kan worden verplicht het geheim van zijn stem bekend te maken, zelfs bij een gerechtelijk onderzoek of geschil, of bij een parlementair onderzoek. Art. 132.§
  13. Alleen de kiezers worden in het stemlokaal toegelaten. Ze mogen niet langer in het stemlokaal blijven dan nodig is om te stemmen. §
  14. De voorzitter neemt de nodige maatregelen voor de handhaving van de orde en rust in het stemlokaal en in de omgeving ervan. Hij kan die bevoegdheid geheel of gedeeltelijk delegeren aan een lid van het stembureau. In het stemlokaal en het wachtlokaal mag geen gewapende macht worden opgesteld zonder opvordering van de voorzitter. De burgerlijke overheid en de militaire bevelhebbers zijn gehouden zijn opvorderingen op te volgen. §
  15. Alleen de leden van het stembureau, de kiezers en de getuigen hebben toegang tot het stemlokaal. Andere personen worden op bevel van de voorzitter of zijn gemachtigde uit het stemlokaal verwijderd. Wie weerstand biedt of opnieuw binnenkomt, kan worden gestraft overeenkomstig artikel
  16. §
  17. De voorzitter of zijn gemachtigde kan ieder persoon tot de orde roepen die in het stemlokaal openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geeft, of de rust verstoort. Als die persoon daar toch mee doorgaat, kan de voorzitter of zijn gemachtigde hem laten verwijderen, met dien verstande dat hij hem opnieuw moet binnenlaten om te stemmen. Wie verwijderd werd, kan worden gestraft overeenkomstig artikel
  18. §
  19. Van het bevel tot verwijdering, vermeld in paragraaf 3 en 4, wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Art. 133.De leden van het stembureau en de getuigen stemmen in het stemlokaal waar zij hun opdracht vervullen. Art. 134.De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur. Als de verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden als die welke georganiseerd worden voor de vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Europees Parlement of het Vlaams Parlement, kan de Vlaamse Regering het sluitingsuur van de stembureaus wijzigen. Kiezers die in het lokaal aanwezig zijn vóór 13 uur of vóór het uur dat de Vlaamse Regering, overeenkomstig het tweede lid heeft bepaald, worden nog tot de stemming toegelaten. Art. 135.§
  20. De kiezers melden zich in het stemlokaal met hun identiteitskaart en oproepingsbrief. §
  21. De gevolmachtigde meldt zich aan in het stemlokaal waar de volmachtgever had moeten stemmen. Hij overhandigt aan de voorzitter van het stembureau : 1° de volmacht;2° één van de attesten, vermeld in artikel 56, § 2;3° zijn identiteitskaart;4° zijn oproepingsbrief;5° de oproepingsbrief van de volmachtgever. Art. 136.De secretaris stipt de naam van de kiezers aan op de aanstiplijst. De voorzitter of een door hem aangewezen lid doet hetzelfde op het tweede exemplaar van de aanstiplijst, na te hebben gecontroleerd of de gegevens op de aanstiplijst overeenstemmen met de vermeldingen op de oproepingsbrief en op de identiteitskaart. Art. 137.§
  22. Wie als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, maar zijn oproepingsbrief niet kan voorleggen, kan tot de stemming toegelaten worden als zijn identiteit door het bureau wordt erkend. §
  23. Het stembureau mag de volgende personen die vermeld staan op de aanstiplijst, niet tot de stemming toelaten : 1° personen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waarvan een uittreksel is overgelegd;2° personen die onder de toepassing vallen van een van de bepalingen van artikel 15, § 1 en 2, en van wie de onbekwaamheid blijkt uit een stuk waarvan de wet de afgifte voorschrijft;3° personen van wie bewezen is, hetzij door stukken, hetzij door eigen bekentenis, dat zij op de dag van de verkiezing de stemgerechtigde leeftijd niet hebben bereikt;4° personen die dezelfde dag al in een ander stembureau of een andere gemeente hebben gestemd. §
  24. Wie niet als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, wordt alleen tot de stemming toegelaten na het voorleggen van ofwel : 1° een beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarbij zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen;2° een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarin zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen;3° een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen dat bevestigt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit. §
  25. De namen van de kiezers die niet vermeld staan op de aanstiplijst maar die door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide aanstiplijsten ingeschreven. Art. 138.§
  26. Voor elke verkiezing waarvoor hij kiesgerechtigd is, ontvangt de kiezer een in vieren dichtgevouwen stembiljet dat aan de keerzijde gemerkt is door een stempel. De plaats van de stempel wordt door de voorzitter bepaald op de dag van de verkiezingen en wordt aangebracht op een modelstembiljet. Dat modelstembiljet wordt geparafeerd en op het einde van de stemming in een aparte verzegelde enveloppe gestopt. De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een stemhokje. Hij brengt er zijn stem uit. §
  27. Een kiezer die wegens lichamelijke beperkingen niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. De naam van beide personen wordt in het proces-verbaal vermeld. Als een lid van het stembureau of een getuige de echtheid of de ernst van de aangevoerde lichamelijke beperking betwist, dan beslist het stembureau. De met redenen omklede beslissing van het stembureau wordt in het proces-verbaal opgenomen. §
  28. De kiezer toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren dichtgevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus. De voorzitter of een door hem aangesteld lid stempelt de oproepingsbrief af en geeft de oproepingsbrief terug aan de kiezer. Als de kiezer bij volmacht heeft gestemd, vermeldt de voorzitter na de stemming op de oproepingsbrief van de gevolmachtigde : "heeft bij volmacht gestemd". De oproepingsbrief van de volmachtgever wordt afgestempeld. De v

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.