← België

Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe

In het kort

Dit Koninklijk besluit stelt een technisch reglement vast voor het beheer van het Belgische transmissienet van elektriciteit en regelt de toegang daartoe. Het doel is de organisatie van de elektriciteitsmarkt te waarborgen en de concurrentie en uitwisseling van elektriciteit te bevorderen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, onder meer op de artikels 11, 13 en 30 § 2; Gelet op de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt, onder meer op artikel 7; Gelet op de adviezen van de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas van 24 april 2001 en 13 mei 2002; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 september 2002; Gelet op het overleg met de Gewesten, gehouden op 22 maart 2001; Gelet op het overleg met de netbeheerder op 30 september 2002; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de voornoemde wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten bedoeld is om de bepalingen van de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 december 1996 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt om te zetten in het Belgisch recht; dat de termijn voor de omzetting van deze richtlijn verstreken is op 19 februari 1999; dat de Belgische Regering haar voornemen had uitgedrukt om binnen deze termijn deze richtlijn om te zetten; dat de dringende noodzakelijkheid bijzonder voortvloeit uit het verzoekschrift, ingediend op 8 april 2002 door de Europese Commissie voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen tegen België, omdat deze laatste niet alle noodzakelijke maatregelen heeft getroffen voor de omzetting van voormelde richtlijn; dat bij middel van een ministerieel besluit van 13 september 2002 is overgegaan tot het aanduiden van een netbeheerder van het transmissienet voor elektriciteit; dat de regering van oordeel is dat elke bijkomende vertraging in de omzetting de concurrentie van de Belgische industrie kan schaden, rekening houdend met de versnelling van het reeds ver gevorderde proces van omzetting van de richtlijn in de andere lidstaten van de Europese Unie en van de noodzaak om zo spoedig mogelijk de operationele regels te bepalen met betrekking tot de verbindingen met de andere lidstaten van de Europese Unie rekening houdende met de groeiende ontwikkeling van deze verbindingen; dat dit besluit bijgevolg zo spoedig mogelijk moet worden genomen teneinde de opening van de elektriciteitsmarkt tot de mededinging en de uitwisselingen van elektriciteit, zowel op Belgisch als op Europees niveau, niet te belemmeren; Gelet op het advies nr 34.257/1 van de Raad van State, gegeven op 22 oktober 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I - Algemeen HOOFDSTUK I - Definities en toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt zijn van toepassing op dit besluit. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten » : de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;2° « afnemer » : elke eindafnemer, distributeur of tussenpersoon;3° « belasting » : elke installatie die elektrisch vermogen verbruikt, actief en/of reactief;4° « commissie » : de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas, opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten;5° « dag D » : een kalenderdag;6° « dag D-1 » : de kalenderdag vóór dag D;7° « werkdag » : elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen;8° « kwaliteit » : het geheel van de karakteristieken van de elektriciteit die een invloed kunnen hebben op de aansluitingsinstallaties, installaties van één of meerdere netgebruikers en/of het net en die, onder meer, de continuïteit van de spanning en de elektrische karakteristieken van deze spanning en stroom (frequentie, amplitude, golfvorm, symmetrie) omvatten;9° « AREI » : Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties;10° « ARAB » : Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming;11° « IEC » : Internationale Elektrotechnische Commissie;12° « regelzone » : de zone waarbinnen de netbeheerder het permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit controleert, rekening houdend met de uitwisselingen van actief vermogen tussen de regelzones;13° « actief vermogen » : het elektrisch vermogen dat kan worden omgezet naar andere vormen van vermogen, zoals mechanisch, thermisch, akoestisch;14° « actieve energie » : de integraal van het actief vermogen over een bepaald tijdsinterval;15° « reactief vermogen » : de waarde gelijk aan 3 U I sinus(phi) waarbij U en I de effectieve waarden zijn van de fundamentele componenten van de spanning en de stroom en waarbij phi het faseverschil voorstelt tussen de fundamentele componenten van de spanning en de stroom;16° « reactieve energie » : de integraal van het reactief vermogen over een bepaald tijdsinterval;17° « actieve verliezen in het net » : het verbruik van actief vermogen in het net dat veroorzaakt wordt door het gebruik van dat net;18° « Pnom » : het actief vermogen van een productie-eenheid bepaald in het aansluitingscontract dat het maximaal toegelaten continu leverbaar actief vermogen in het net bepaalt;19° « elektrisch systeem » : het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingsinstallaties en alle installaties van de op deze netten aangesloten netgebruikers omvat;20° « component van het elektrisch systeem » : elke uitrusting die deel uitmaakt van het elektrisch systeem;21° « installatie » : elke aansluitingsinstallatie tot het net, installatie van de netgebruiker of directe lijn;22° « railstel » : het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elke fase een gemeenschappelijk spanningspunt vormen en via dewelke de verschillende aangesloten toestellen, lijnen en kabels onderling verbonden zijn;23° « verbinding » : het geheel van verbindingspunten tussen een net en een verbonden elektriciteitsnet (inclusief de buitenlandse transmissienetten);24° « netgebruiker » : elke natuurlijke of rechtspersoon die als leverancier of afnemer op het transmissienet is aangesloten;25° « aansluitingsinstallatie » : elke uitrusting die nodig is om de installatie van de netgebruiker te verbinden met het net;26° « installatie van de netgebruiker » : elke uitrusting van de netgebruiker die door een aansluiting op het net is aangesloten;27° « aansluiting » : het geheel van de aansluitingsinstallaties dat tenminste het eerste aansluitingsveld vanaf het net inhoudt;28° « aansluitingspunt » : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de aansluiting is verbonden met het net en die het transmissienet scheidt van de installaties waarvan de uitschakeling slechts gevolgen heeft voor de netgebruiker aangesloten op dat punt;29° « punt van interface » : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de installaties van een netgebruiker verbonden zijn met de aansluiting.Dit punt bevindt zich op de site van de netgebruiker en in ieder geval na het eerste aansluitingsveld vanaf het net aan de zijde van de netgebruiker; 30° « aansluitingsveld » : het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen : - het onder spanning brengen van de installaties van een netgebruiker vanuit het net; - het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties; - het fysiek scheiden van deze installaties van het net; 31°« aansluitingscontract » : het contract gesloten tussen een netgebruiker en de netbeheerder die de wederzijdse rechten en plichten bepaalt met betrekking tot een bepaalde aansluiting, met inbegrip van de relevante technische specificaties; 32° « contract van toegangsverantwoordelijke » : het contract gesloten tussen de netbeheerder en de toegangsverantwoordelijke overeenkomstig Hoofdstuk I van Titel IV van dit besluit;33° « register van toegangsverantwoordelijken » : register door de netbeheerder bijgehouden overeenkomstig dit besluit;34° « toegangsverantwoordelijke » : elke natuurlijke of rechtspersoon ingeschreven in het register van toegangsverantwoordelijken;35° « toegangsaanvrager » : elke natuurlijke of rechtspersoon die bij de netbeheerder een toegangsaanvraag heeft ingediend;36° « toegangscontract » : het contract tussen de netbeheerder en een netgebruiker of zijn aangeduide toegangsverantwoordelijke overeenkomstig dit besluit;37° « injectiepunt » : de fysische plaats en het spanningsniveau van een punt waar het vermogen in het net wordt geïnjecteerd;38° « afnamepunt » : de fysische plaats en het spanningsniveau van een punt waar het vermogen vanuit het net wordt afgenomen;39° « meetpunt » : de fysieke plaats waar de meetuitrustingen aangesloten zijn aan de aansluitingsinstallatie of aan de installatie van de netgebruiker; 40°« producent » : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, met inbegrip van elke zelfopwekker; 41° « productie-eenheid » : een fysieke eenheid die een generator omvat die elektriciteit produceert;42° « productiegeheel » : het geheel van productie-eenheden die één of meerdere technische processen gemeenschappelijk hebben en waarvan de onbeschikbaarheid leidt tot de onbeschikbaarheid van de gedeeltelijke of gehele betrokken productie-eenheden;43° « lokale productie-eenheid » : productie-eenheid met injectiepunt identiek aan het afnamepunt van een of meerdere belastingen;44° « contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden » : het contract gesloten tussen de netbeheerder en de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie overeenkomstig dit besluit;45° « eilandbedrijf » : situatie waarin een productie-eenheid, na plotse uitschakeling van het net, kan blijven instaan voor de voeding van een deel of het geheel van het elektrische systeem.In dit geval moeten minstens de hulpdiensten van de betrokken productie-eenheid gevoed worden, zodat deze beschikbaar kan zijn voor de heropbouw van het net; 46° « injectie van actief vermogen » : de injectie van actief vermogen in het net;47° « injectie van reactief vermogen » : de injectie van reactief vermogen in het net;48° « opvolging van de afname » : het verschil tussen de werkelijke afname van actief vermogen en de geprogrammeerde afnames van de andere voor het afnamepunt verantwoordelijke toegangsverantwoordelijken die niet door de netgebruiker aangeduid werden als de toegangsverantwoordelijke belast met de afname;49° « afname van vermogen » : de afname van vermogen vanaf het net;50° « noodafname » : de afname op een afnamepunt waar de toegang tot het net enkel plaatsvindt bij disfunctie van het normale afnamepunt;51° « meting » : opname op een bepaald tijdstip van een fysieke grootheid met een meetuitrusting;52° « meetuitrusting » : elke uitrusting voor het uitvoeren van tellingen en/of metingen teneinde de netbeheerder toe te laten zijn taken uit te voeren, zoals tellers, meetapparaten, meettransformatoren of bijhorende telecommunicatie-uitrustingen; 53°« netto ontwikkelbaar vermogen » : het maximaal vermogen betreffende het enig actief vermogen dat doorlopend geproduceerd wordt gedurende een periode van verlengde werking, met dien verstande dat de gehele installatie verondersteld wordt volledig in werking te zijn en dat rekening wordt gehouden met de gemiddelde klimaatomstandigheden van de site; 54° « meetwaarde » : een gegeven bekomen door een telling of meting met een meetuitrusting;55° « telling » : opname met een meetuitrusting van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die gedurende een tijdsperiode wordt geïnjecteerd in of wordt afgenomen van het net;56° « register der tellingen » : het register bijgehouden door de netbeheerder, overeenkomstig dit besluit;57° « significante fout » : een fout op een meetwaarde groter dan de totale nauwkeurigheid van het geheel van de meetuitrustingen die deze meetwaarde bepalen en die het industrieel proces verbonden met deze meetwaarde, negatief kan beïnvloeden of de facturatie verbonden met deze meetwaarde kan beïnvloeden;58° « richtlijn 96/92 » : de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt. 59°een « meervoudige incidentsituatie » : de situatie bij een meervoudig incident, te weten de fysieke toestand van het elektrisch systeem die, vertrekkend van een referentietoestand en na het verdwijnen van de overgangsverschijnselen, ontstaat uit het gelijktijdige verlies een productie-eenheid of een productiegroep en één enkel andere component van het elektrisch systeem met uitzondering van railstellen, « toestand na een dubbel incident » of « n-2 toestand » genaamd. HOOFDSTUK II - Algemene werkingsbeginselen Afdeling I - Basisbeginselen Art. 2.De netbeheerder voert de taken en verplichtingen uit die hij dient uit te voeren krachtens de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. Art. 3.§ 1. De netbeheerder organiseert het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet en neemt zijn taken waar teneinde met de hem ter beschikking staande middelen een permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen overeenkomstig artikel 8 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten. De netbeheerder waakt over de compensatie van het globaal onevenwicht van de regelzone, veroorzaakt door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken. § 2. De netbeheerder verzorgt de dienst van aansluiting op het transmissienet en toegang ertoe teneinde de transmissie mogelijk te maken tussen onder meer productie-installaties, distributienetten, uitrustingen van direct aangesloten afnemers en koppellijnencircuits. § 3. Hij neemt het beheer van het elektrische systeem waar, met name : a) het commercieel beheer van de contracten betreffende de toegang tot het transmissienet en de ondersteunende diensten, namelijk het beheer van de aanvragen tot toegang, van de toegangscontracten en van de aankoop en de inrichting van ondersteunende diensten;b) de programmering van de energie-uitwisselingen, onder meer het beheer van de nominaties, de voorbereiding van het exploitatieprogramma en de voorbereiding van het exploitatieprogramma dat in werking kan worden gesteld na een incident;c) het besturen van het transmissienet en het bewaken van de energie-uitwisselingen hoofdzakelijk gericht op de exploitatie in reële tijd van het transmissienet, die bestaat uit : - het uitvoeren van de exploitatieprogramma's die aanvaard zijn bij de programmering van de energie-uitwisselingen; - het bewaken, handhaven dan wel herstellen van de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet; - het coördineren en het uitvoeren of laten uitvoeren van de schakelingen in het transmissienet die noodzakelijk zijn bij werken aan de installaties; d) het verzamelen door de netbeheerder en de behandeling van de nodige metingen en tellingen voor zijn eigen taken, wat het beheer van de uitrustingen en procédés inzake meting en telling omvat, alsook het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens;e) de controle op de kwaliteit van de bevoorrading en op de stabiliteit van het transmissienet, die bestaat uit : - het verzamelen van gegevens met betrekking tot de kwaliteit van de bevoorrading en de stabiliteit van het transmissienet; - het opvolgen van de kwaliteit van de bevoorrading en de stabiliteit van het transmissienet. Art. 4.§ 1. De netbeheerder waakt, na gezamenlijk overleg met de beheerders van distributienetten en van de plaatselijke transmissienetten over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de levering met een aangepast systeem. Dit systeem maakt het mogelijk om ten minste volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen : a) de frequentie van de onderbrekingen;b) de gemiddelde duur van de onderbrekingen;c) de jaarlijkse duur van de onderbrekingen. De netbeheerder bepaalt de bijkomende kwaliteitsaspecten die dienen te worden gecontroleerd. § 2. De netbeheerder stelt ten minste jaarlijks een verslag publiek beschikbaar betreffende de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de levering in het net. Art. 5.De operationele regels inzake het beheer van de elektriciteitsstromen waaraan de netbeheerder onderworpen is en die hij in werking stelt krachtens dit besluit, vervangen het geheel van toepasselijke regels in voornoemde materie op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit, toeziende op het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net alsook de afwezigheid van discriminatie tussen de netgebruikers te waarborgen. Art. 6.§ 1. De algemene voorwaarden van de aansluitingscontracten, de contracten van toegangs-verantwoordelijke en de toegangscontracten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, worden aan de goedkeuring van de commissie onderworpen volgens de procedure voorzien in § 2 van dit artikel. In zijn onderzoek gaat de commissie na of deze algemene voorwaarden : (a) de toegang tot het net niet belemmeren;en (b) de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net niet in gevaar brengen;en (c) conform het algemeen belang zijn. § 2. De netbeheerder geeft onverwijld kennis aan de commissie van de algemene voorwaarden van de contracten bedoeld in § 1. Uiterlijk 30 dagen na deze kennisgeving geeft de commissie zijn beslissing van goedkeuring, van het vragen om bepaalde clausules te herzien of van het weigeren van de goedkeuring. Het ontbreken van opmerkingen van de commissie binnen de termijn van 30 dagen komt overeen met een stilzwijgende goedkeuring van de ter kennis gebrachte algemene voorwaarden. § 3. De formulieren voorzien in dit besluit worden onverwijld door de netbeheerder overgemaakt aan de commissie. In voorkomend geval geeft de commissie kennis van zijn opmerkingen aan de netbeheerder en maakt deze over aan de minister. Dezelfde procedure geldt voor de wijzigingen aangebracht aan deze formulieren. Art. 7.De taken en verplichtingen van de netbeheerder kunnen beïnvloed worden in geval van noodsituaties zoals in Afdeling IV van deze Titel wordt bepaald. Art. 8.De netbeheerder onthoudt zich van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten. Art. 9.De netbeheerder voert de taken en verplichtingen uit met betrekking tot de goederen, uitrustingen of installaties, waarvan hij eigenaar is, of, indien hij er geen eigenaar van is, waarvan hij het gebruik of een effectieve controle heeft in akkoord met de eigenaar, en de goederen, uitrustingen of installaties tot dewelke hij toegang heeft overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en de krachtens dit besluit gesloten contracten. Afdeling II - Informatie Art. 10.Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepaling daaromtrent, zetten de netbeheerder en de netgebruikers zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit besluit mee te delen. Art. 11.De mededeling aan derden van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie, die als zodanig beschouwd wordt krachtens dit besluit, is niet toegelaten, behoudens andersluidende bepaling in dit besluit of behoudens wanneer aan minstens een van volgende voorwaarden voldaan is : 1° indien de netbeheerder en/of de betrokken netgebruikers en/of de toegangsverantwoordelijken en/of hun respectievelijke personeelsleden zijn opgeroepen om in rechte te getuigen of in hun verhoudingen met de controle-autoriteiten;2° in het geval van een voorafgaand schriftelijk akkoord van diegene van wie de vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie uitgaat;3° wat betreft de netbeheerder, in overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders en voor zover de bestemmeling van deze informatie er zich toe verbindt aan deze informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als deze gegeven door de netbeheerder;4° indien deze informatie gemakkelijk en gewoonlijk toegankelijk of voor het publiek beschikbaar is;5° wanneer de mededeling door de netbeheerder onmisbaar is voor technische of veiligheidsredenen.De bestemmeling van deze informatie is ertoe gehouden de vertrouwelijkheid van deze informatie te verzekeren. Art. 12.Wanneer een partij overeenkomstig dit besluit of de krachtens dit besluit gesloten contracten, informatie dient te geven aan een andere partij, neemt zij de nodige maatregelen om de bestemmeling te waarborgen dat haar inhoud behoorlijk is nagekeken. Afdeling III - Toegang tot de installaties Onderafdeling I - Voorschriften betreffende de veiligheid van personen Art. 13.De Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, inbegrepen normatieve regels zoals onder meer het « ARAB » en het « AREI », alsook de norm « NBN-EN 50110-1 » en de norm « NBN-EN 50110-2 » en de eventuele latere wijzigingen, zijn van toepassing op iedere persoon die op het net tussenkomt, met inbegrip van de netbeheerder, de netgebruiker en hun respectievelijk personeel. Onderafdeling II - Toegang tot de installaties beheerd door de netbeheerder Art. 14.§ 1. De toegang tot elk roerend of onroerend goed beheerd door de netbeheerder gebeurt ten allen tijde overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de netbeheerder en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. § 2. Elke toegang die niet overeenkomstig dit artikel en de door de netbeheerder vastgelegde procedures werd verleend, wordt, onverminderd ander verhaal, gesanctioneerd overeenkomstig de bepalingen voorzien in dit besluit. Onderafdeling III - Toegang tot de installaties van de netgebruiker Art. 15.§ 1. De netbeheerder heeft toegang tot de installaties van de netgebruiker teneinde er inspecties en testen uit te voeren of testen te organiseren met het oog op het controleren van de toepassing van dit technisch reglement en in aanwezigheid van de netgebruiker die niet kan weigeren. § 2. In de omstandigheden bedoeld in § 1 dient de netbeheerder de voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen, toegepast door de netgebruiker, na te leven. Te dien einde is de netgebruiker voorafgaand aan de uitvoering van de inspecties of testen gehouden de netbeheerder schriftelijk op de hoogte te stellen van deze toepasselijke voorschriften en geeft hij er hem een kopij van. § 3. Bij gebrek aan informatie bedoeld in § 2, past de netbeheerder bij de uitvoering van een inspectie en van testen op de installaties van de netgebruiker, zijn eigen voorschriften inzake de veiligheid van personen en goederen toe. § 4. Wanneer de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net het vereisen, heeft de netbeheerder het recht om de netgebruiker in gebreke te stellen om, binnen de termijn vastgesteld in de geschreven ingebrekestelling, de noodzakelijke werken welke zijn gepreciseerd in de ingebrekestelling, uit te voeren. In geval van niet-uitvoering door de netgebruiker van deze werken binnen de termijn vastgelegd in de ingebrekestelling, heeft de netbeheerder het recht voor rekening van de netgebruiker de werken uit te voeren die strikt nodig zijn voor het verzekeren van de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net. In dit geval zijn de bepalingen in § § 2 en 3 van toepassing inzake veiligheid van personen en goederen. Afdeling IV - Noodsituaties Onderafdeling I - Handelingen van de netbeheerder in geval van noodsituaties Art. 16.§ 1. De netbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht teneinde aan de gevolgen voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te verhelpen als gevolg van een noodsituatie waaraan de netbeheerder of het net het hoofd biedt of dat wordt ingeroepen door een netgebruiker, een toegangsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of enige andere betrokken persoon. De wijze van uitvoering van die handelingen wordt gepreciseerd in de algemene voorwaarden van de contracten gesloten krachtens dit besluit. § 2. De handelingen die de netbeheerder stelt in het kader van § 1 verbinden alle betrokken personen. § 3. De §§ 1 en 2 zijn ook van toepassing wanneer de noodsituatie zich nog niet heeft voorgedaan maar wanneer de netbeheerder meent dat ze zich redelijkerwijs zou kunnen voordoen. Onderafdeling II - Opschorting van de verplichtingen Art. 17.De uitvoering van de verplichtingen waarvoor de noodsituatie wordt ingeroepen en deze die een tussenkomst van de netbeheerder overeenkomstig artikel 16 vergen, wordt tijdelijk opgeschort voor de duur van de gebeurtenis die aanleiding geeft tot deze noodsituatie. Art. 18.§ 1. De netbeheerder, de netgebruiker, de toegangsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of elke belanghebbende persoon die de noodsituatie die aanleiding geeft tot een tussenkomst van de netbeheerder, inroept (deze persoon wordt in het kader van dit artikel « de in gebreke blijvende partij » genoemd) stelt niettemin alles in het werk om : 1° de gevolgen van de niet-uitvoering van zijn verplichtingen te beperken;2° zijn verplichtingen opnieuw te vervullen. § 2. De in gebreke blijvende partij brengt zo snel mogelijk de medecontractant en, in voorkomend geval, iedere andere betrokken persoon, op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kan uitvoeren en welke de redelijkerwijze voorzienbare termijn van de niet-uitvoering zal zijn. Onderafdeling III - Definitie van noodsituaties Art. 19.De noodsituaties, die de tussenkomst van de netbeheerder rechtvaardigen, kunnen onder meer voorkomen in volgende onvoorziene of buitengewone situaties : 1° natuurrampen, voortvloeiende uit aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen, of andere klimatologisch uitzonderlijke situaties;2° een nucleaire of chemische explosie en zijn gevolgen;3° een computervirus, een computercrash om redenen andere dan ouderdom of het gebrek aan onderhoud van dit systeem;4° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid voor het net om elektriciteit uit te wisselen omwille van storingen binnen de regelzone veroorzaakt door elektriciteitsstromen die het resultaat zijn van energie-uitwisselingen binnen een andere regelzone of tussen twee of meerdere andere regelzones en waarvan de identiteit van de marktdeelnemers betrokken bij deze energie-uitwisselingen niet gekend is en redelijkerwijze niet gekend kan zijn door de netbeheerder;5° de onmogelijkheid het net te gebruiken omwille van een collectief geschil dat aanleiding geeft tot een eenzijdige maatregel van de werknemers (of groepen van werknemers) of elk ander arbeidsgeschil;6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, criminele dwang en bedreigingen van dezelfde aard;7° al dan niet verklaarde staat van oorlog, een oorlogsdreiging, een invasie, een gewapend conflict, blokkade, revolutie of opstand;8° een maatregel van hogerhand. Afdeling V - Formaliteiten Onderafdeling I - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen Art. 20.§ 1. Elke kennisgeving of mededeling gedaan ter uitvoering van dit besluit dient schriftelijk te gebeuren overeenkomstig de vormen en voorwaarden voorzien in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek. § 2. De kennisgeving of mededeling is vervuld na ontvangst in de vormen bedoeld in de eerste paragraaf. Art. 21.In afwijking van artikel 20 dient elke indiening, mededeling of kennisgeving van informatie met betrekking tot de uitwisseling van elektriciteit in het kader van de dagelijkse programma's voor toegang, voor reserve, voor coördinatie van productie-eenheden en voor de exploitatie van het net, uitgevoerd te worden via elektronische middelen voor de uitwisseling van gegevens bepaald door de netbeheerder. Art. 22.De neerleggingen, de mededelingen of de kennisgevingen bedoeld in artikel 20 en 21 worden geldig uitgevoerd op het door de geadresseerde opgegeven laatste adres. Art. 23.De termijnen vermeld in dit besluit lopen van middernacht tot middernacht. Zij beginnen te lopen op de werkdag volgend op de dag van de handeling of van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. Art. 24.De termijnen omvatten de vervaldag. Onderafdeling II - Het houden van registers en publicatie Art. 25.§ 1. De netbeheerder bepaalt de drager waarop hij de registers bijhoudt die in dit besluit voorzien zijn. § 2. Indien de registers op een geïnformatiseerde drager gehouden worden, neemt de netbeheerder de nodige maatregelen opdat tenminste één ongewijzigde kopij veilig op een identieke drager bewaard wordt. § 3. De netbeheerder waarborgt de publicatie van de registers voorzien in dit besluit, volgens de gebruikelijke modaliteiten en in overeenkomst met de toepasselijke wettelijke bepalingen. Art. 26.§ 1. De netbeheerder is gehouden een kopij van het model van algemene voorwaarden, contracten en formulieren, voorzien krachtens dit besluit, te overhandigen aan elke geïnteresseerde persoon die er hem schriftelijk om verzoekt. § 2. Onverminderd de niet-publicatie van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie en gegevens waarvan hij kennis heeft krachtens dit besluit, ziet de netbeheerder toe op de publicatie van de algemene voorwaarden, formulieren en andere nuttige informatie op een server die via internet toegankelijk is en beschikbaar is voor de netgebruikers of elke andere geïnteresseerde persoon. TITEL II - Planningsgegevens van het net HOOFDSTUK I - Algemeenheden Art. 27.Teneinde zijn verplichtingen na te leven overeenkomstig artikel 13 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten om een ontwikkelingsplan op te stellen, onder meer rekening houdende met een passende reservecapaciteit en projecten van algemeen belang aangeduid door de instellingen van de Europese Unie op het vlak van transeuropese netten, heeft de netbeheerder het recht om planningsgegevens voorzien in deze Titel van de netgebruikers te verkrijgen. HOOFDSTUK II - Planningsgegevens Afdeling I - Basisbeginselen Art. 28.De netgebruiker geeft de planningsgegevens ter kennis aan de netbeheerder overeenkomstig dit Hoofdstuk en volgens beste inschatting. Art. 29.De kennisgeving van de planningsgegevens aan de netbeheerder gebeurt volgens de in Titel VII van dit besluit voorziene vorm. Afdeling II - Jaarlijkse verplichting tot kennisgeving van de planningsgegevens Art. 30.De netgebruiker geeft de beschikbare planningsgegevens voor de 7 jaren volgend op het lopende jaar ter kennis aan de netbeheerder. Art. 31.De kalender van de kennisgeving van de gegevens bedoeld in dit Hoofdstuk wordt bepaald door de minister, na voorstel van de netbeheerder, rekening houdend met de vervaldagen van het ontwikkelingsplan. Art. 32.De ter kennis te geven planningsgegevens bevatten de gegevens bedoeld in Titel VII van dit besluit. Art. 33.De netgebruiker kan, in voorkomend geval, alle andere nuttige informatie, die niet in de planningsgegevens bedoeld in Titel VII van dit besluit opgenomen is, aan de netbeheerder ter kennis geven. Art. 34.§ 1. De netbeheerder kan, indien hij dit nodig acht om aan zijn verplichtingen te voldoen bijkomende gegevens, die niet vermeld zijn in Titel VII van dit besluit en in haar bijlage 3, opvragen bij de netgebruiker en hij motiveert deze aanvraag. § 2. Na raadpleging van de netgebruiker, bepaalt de netbeheerder de redelijke termijn waarbinnen deze bijkomende gegevens door de netgebruiker hem ter kennis moeten worden gegeven. Art. 35.§ 1. In geval de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig, foutief of duidelijk onredelijk is, maakt de betrokken netgebruiker op vraag van de netbeheerder alle verbeteringen of bijkomende gegevens over. § 2. Na raadpleging van de netgebruiker bepaalt de netbeheerder de redelijke termijn waarbinnen deze gegevens hem door de netgebruiker ter kennis worden gesteld. Art. 36.De netgebruiker die niet in staat is om de gegevens overeenkomstig artikelen 31 en 34 ter kennis te geven, stelt de netbeheerder hiervan op de hoogte en motiveert de redenen van de onvolledige kennisgeving. Art. 37.De jaarlijkse kennisgeving van de planningsgegevens bepaalt hun respectievelijke datum van inwerkingtreding. Afdeling III - Verplichting tot kennisgeving van de planningsgegevens in geval van ingebruikneming of buiten gebruikstelling van een productie-eenheid Art. 38.De netgebruiker die het voornemen heeft een tot het net aangesloten productie-eenheid in gebruik te nemen of buiten gebruik te stellen, geeft ten laatste twaalf maanden vóór de effectieve verwezenlijking van deze ingebruikname of buiten gebruikstelling, de planningsgegevens gespecifieerd in artikel 398 ter kennis aan de netbeheerder. Art. 39.De kennisgeving van de gegevens voorzien in artikel 38 houdt geen erkenning in van het akkoord of de weigering van de netbeheerder, noch op de beslissing van de netgebruiker in verband met zijn voornemen bedoeld in artikel 38. Art. 40.In de kennisgeving van de planningsgegevens in geval van ingebruikneming, buiten gebruikstelling of wijziging, wordt hun respectievelijke datum van inwerkingtreding gepreciseerd. TITEL III - Aansluiting op het net HOOFDSTUK I - Technische voorschriften voor aansluiting Afdeling I - Algemeen Art. 41.Titel III is van toepassing : 1° op alle aansluitingsinstallaties;2° op alle installaties van de netgebruiker die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net of van de installaties van een andere netgebruiker of de spanningskwaliteit kunnen beïnvloeden;3° op alle installaties aangesloten door een directe lijn en op installaties die deel uitmaken van een directe lijn;4° op alle tussenverbindingen met andere netten. Art. 42.De aansluiting wordt door de netbeheerder op het net aangesloten op het aansluitingspunt. Art. 43.§ 1. De aansluitingen worden beheerd door de netbeheerder overeenkomstig artikel 9 van dit besluit. § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de netbeheerder elke aansluitingsinstallatie of aansluiting op te richten krachtens zijn aanduiding tot netbeheerder in toepassing van artikel 9 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten, kan een aanvraag voor een nieuwe aansluiting of aansluitingsinstallatie worden ingediend bij de netbeheerder door elke kandidaat netgebruiker die een document kan voorleggen dat staaft dat hij beschikt of zal beschikken, in eigendom of in gebruik, van alle rechten met betrekking tot het beheer, het gebruik, het versterken en de overdracht van deze installaties. § 3. Wanneer de aansluitingsinstallaties de eigendom zijn van de netgebruiker, is deze gehouden alle bepalingen van dit besluit en van de contracten gesloten overeenkomstig dit besluit met betrekking tot zijn aansluitingsinstallaties, na te leven of te laten naleven. Art. 44.§ 1. De procedures voor exploitatie en onderhoud van aansluitingsinstallaties die een invloed hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net of installaties van andere netgebruikers worden opgesteld door de netbeheerder. § 2 Indien deze procedures een invloed hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de aangesloten netgebruiker worden deze procedures door de netbeheerder met deze netgebruiker overeengekomen en bijgevoegd aan het aansluitingscontract. Afdeling II - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting Onderafdeling I - Normen Art. 45.§ 1. De aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruikers zijn conform met de normen en met de reglementering van toepassing op elektrische installaties. § 2. De netbeheerder bepaalt in het aansluitingscontract, op transparante en niet-discriminerende wijze, de van toepassing zijnde normen, technische verslagen en andere regels. Art. 46.§ 1. Het toegelaten niveau van storingen op het net veroorzaakt door de aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruikers wordt bepaald door de normen die algemeen worden toegepast door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 6100-3-6 en CEI 6100-3-7. § 2. De netgebruiker stelt alle aangepaste middelen in het werk om te vermijden dat de installaties, waarvan hij het beheer heeft, op het net storende verschijnselen veroorzaken die de grenzen, gepreciseerd door de netbeheerder in het aansluitingscontract, overschrijden. Art. 47.De netbeheerder levert aan de netgebruiker een spanning op het aansluitingspunt met een kwaliteit die ten minste voldoet aan de norm EN 50160. De norm EN 50160 dient als referentiepunt voor alle spanningsniveaus voorzien in dit besluit. Art. 48.De wijzigingen aangebracht aan een norm voorzien in deze Afdeling zijn van toepassing op aansluitingsinstallaties en op bestaande installaties van netgebruikers voor zover de norm of een wettelijke verplichting dit voorzien en geen wijziging noodzaken aan de contracten gesloten krachtens dit besluit. Onderafdeling II - Algemene technische voorschriften voor de aansluiting van een belasting of een productie-eenheid Art. 49.De verplichte algemene technische minimum-kenmerken van een aansluitingsinstallatie en van een installatie van een netgebruiker zijn vermeld in bijlage 1 van dit besluit. Art. 50.§ 1. De aansluitingsvelden van de aansluitingsinstallaties zijn uitgerust met beveiligingen, teneinde selectief een fout uit te schakelen binnen een maximum toegelaten tijdsinterval (waarin begrepen de tijd voor de werking van de vermogenschakelaar en het doven van de boog) zoals vermeld in bijlage 2 van dit besluit. § 2. De beveiligingen bedoeld in § 1 worden door de netbeheerder gepreciseerd in het aansluitingscontract. Art. 51.§ 1. De netbeheerder bepaalt na raadpleging van de netgebruiker voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit, de technische minimumeisen en regelparameters die tot uitvoering moeten gebracht worden met betrekking tot de aansluiting tot het net, waarvan onder meer : 1° het eendraadsschema met inbegrip van het eerste aansluitingsveld vanaf het net, de structuur van de post waarvan dit veld deel uitmaakt en de railstellen van deze post;2° de technische-functionele minimumkenmerken van de aansluitingsinstallaties. § 2. De netbeheerder bepaalt, op niet discriminerende en transparante wijze en na raadpleging van de betrokken netgebruiker op het eendraadsschema, onder meer : 1° het aansluitingspunt;2° het punt van interface;3° het injectie- en/of afnamepunt;4° het meetpunt. § 3. De technische minimumeisen, de regelparameters en andere bepalingen bedoeld in §§ 1 en 2 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 112. Art. 52.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technisch-functionele minimumvereisten aan te wenden voor de uitrustingen van de netgebruiker, ten einde de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te waarborgen. Deze functionele minimumvereisten hebben betrekking op : 1° de effecten teweeggebracht door de installaties van de netgebruiker ter hoogte van het punt van interface in termen van : (a) de maximale eenfasige en driefasige kortsluitvermogens die de installaties van de netgebruiker kunnen injecteren in het net;(b) de maximale foutafschakeltijd door de hoofd- en reservebeveiligingen;(c) de nulpuntschakeling van de installaties van de netgebruiker (aarding, aardingsimpedanties, wikkelingschakelschema van de transformatoren);(d) de maximaal toegelaten niveau's van storingsemissies geïnjecteerd in het net door de installaties van de netgebruiker;2° de technische karakteristieken van de installaties van de netgebruiker aangesloten op het spanningsniveau van het punt van interface of, bij ontbreken van dergelijke installaties bijvoorbeeld in geval de installaties van de netgebruiker beginnen met een spanningstransformatie, de technische karakteristieken van de installaties van de netgebruiker aangesloten op het eerste spanningsniveau rechtstreeks verbonden met het spanningsniveau van het punt van interface via een enkele transformatie, in termen van : (a) isolatieniveau;(b) nominale kortsluitstroom;(c) onderbrekingsvermogen van de vermogenschakelaars.3° in het algemeen elke uitrusting die een niet verwaarloosbare invloed kan hebben op de kwaliteit van de spanning of storingen in het net kan veroorzaken.4° de telecommunicatiemiddelen te installeren bij de netgebruiker.5° na overleg met de netgebruiker, (a) de vergrendelingen en de automatismen te installeren bij de netgebruiker;(b) de technische oplossingen en de regelparameters aan te wenden in het kader van de reddingscode en de heropbouwcode. § 2. De technische eisen, regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 worden in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 112 opgenomen. § 3. De minister vervolledigt, na voorstel van de netbeheerder, de lijst van de technische eisen en de regelparameters bepaald in de eerste paragraaf van dit artikel. Art. 53.In overleg bepalen de netgebruiker en de netbeheerder samen, voor de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net : 1° Het eendraadsschema van de structuur van het net van de netgebruiker, dat omvat : (a) de spanningsniveau's van de installaties van de netgebruiker die het (de) punt(en) van interface bevat(ten);(b) alle mogelijke verbindingen tussen de verschillende aansluitingen met inbegrip van de transformatoren evenals de eventuele verbindingen met de productie-installaties;(c) de eventuele apparatuur voor het compenseren van reactieve energie;(d) voor de transformatoren die verschillende aansluitingen kunnen verbinden, de bepaling van hun wikkelingschakelschema, de nominale spanningen en de eventuele regelstanden;(e) alle uitrustingen aangesloten op deze spanningsniveau's die storingen kunnen teweeg brengen 2° De eventuele automatische wederinschakeling van luchtlijnen.3° De exploitatiewijzen (hoofdaansluiting en noodaansluiting). Art. 54.De netgebruiker deelt uit eigen beweging aan de netbeheerder alle informatie mee met betrekking tot zijn installaties die een impact hebben op de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, waaronder onder meer : 1° de kenmerken van de compensatietoestellen gesitueerd in de installaties van de netgebruiker;2° de aanvoer van kortsluitvermogen vanuit de installaties van de netgebruiker of, bij het ontbreken daarvan, het totale vermogen van de motoren geïnstalleerd in de installaties van de netgebruiker, of, bij het ontbreken daarvan, het percentage van de belasting van de netgebruiker dat aangewend wordt voor de voeding van motoren op wisselstroom. Art. 55.De technische eisen en de regelparameters zoals beschreven in de artikelen 49 tot 54 hebben onder meer volgende doelstellingen : 1° er op niet-discriminerende wijze toe bijdragen dat de toepasselijke of geplande exploitatievoorwaarden voor het net op het aansluitingspunt volstaan om de aansluitingsinstallaties, de installaties van de netgebruikers en, in voorkomend geval, een uitbreiding van het net te aanvaarden zonder afbreuk te doen aan de goede werking van de installaties van andere gebruikers of van het net en zonder schadelijke retroactieve werking (onder meer stabiliteit, harmonischen, interharmonischen, onevenwicht, flicker, snelle spanningswijzigingen, kortsluitstroom) aan de installaties van andere netgebruikers, of aan het net gebracht;2° er op niet-discriminerende wijze toe bijdragen de harmonieuze ontwikkeling van het net te bevorderen. Onderafdeling III - Specifieke bepalingen met betrekking tot de aansluitingsinstallaties Art. 56.§ 1. In het geval dat de aansluitingsinstallaties op een terrein staan, dat niet de eigendom is van de netbeheerder en waarvan de netgebruiker het gebruik heeft, dient de netgebruiker : 1° erop toe te zien dat deze aansluitingsinstallaties op elk moment voor de netbeheerder toegankelijk zijn;2° alle maatregelen te nemen, die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om elke beschadiging aan het net, aan de aansluitingsinstallaties, en/of aan de installaties van een andere netgebruiker te voorkomen;3° indien dit technisch mogelijk is, erop toe te zien dat de netbeheerder het recht en de mogelijkheid heeft op elk moment aanvullende of bijkomende aansluitingsuitrustingen te plaatsen voor deze netgebruiker;4° erop toe te zien dat de netbeheerder het recht en de mogelijkheid heeft om op elk moment het geheel of een gedeelte van de aansluitingsuitrustingen, waarvan hij eigenaar is, te vervangen;5° erop toe te zien dat, op geen elk moment, de rechten van de netbeheerder met inbegrip van de eigendom of het gebruik, de toegang en de effectieve controle op het geheel of een gedeelte van de aansluitingsinstallaties worden aangetast. § 2. De uitvoeringsmodaliteiten voor het uitoefenen van de verplichtingen vermeld in § 1 worden bepaald in het aansluitingscontract. Onderafdeling IV - Identificatie van de uitrustingen Art. 57.Elke uitrusting die van een aansluitingsinstallatie deel uitmaakt wordt geïdentificeerd overeenkomstig een code opgesteld door de netbeheerder. Art. 58.Na raadpleging van de netgebruiker, bepaalt de netbeheerder uit de uitrustingen die deel uitmaken van de installaties van de netgebruiker, deze die volgens de code opgesteld door de netbeheerder geïdentificeerd moeten worden. Deze bepaling beoogt hoofdzakelijk de uitrustingen bedoeld in artikel 53. Art. 59.De uitrustingen bedoeld in de artikelen 57 en 58 worden van een identificatieplaat voorzien die de code van de uitrusting duidelijk vermeldt. Afdeling III - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van belastingen Art. 60.§ 1. De netbeheerder heeft het recht om, behoudens onmiddellijke rechtzetting door de betrokken netgebruiker, de technische middelen aan te wenden die nodig zijn voor de compensatie van reactieve energie, of, meer in het algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, wanneer de belasting van een netgebruiker aangesloten aan het net : 1° aanleiding geeft tot een bijkomende afname van reactieve energie, zoals bepaald in artikel 209 van Hoofdstuk X van Titel IV van dit besluit, of 2° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net verstoort. § 2. De netbeheerder motiveert zijn beslissing en deelt deze mede aan de betrokken netgebruiker. Afdeling IV - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden Onderafdeling I - Algemeen Art. 61.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technische voorschriften, aangepast aan de productie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen en eenheden van warmtekrachtkoppeling gebruiken en deelt deze zonder verwijl aan de commissie mee. § 2. Wanneer meerdere productie-eenheden zijn aangesloten op eenzelfde aansluitingspunt, zijn de voorschriften van dit besluit van toepassing op elk van deze productie-eenheden afzonderlijk. Onderafdeling II - Werkingsvoorwaarden Art. 62.§ 1. Een productie-eenheid moet synchroon met het net kunnen werken : 1° zonder beperking in tijd indien de netfrequentie begrepen is tussen 48.5 Hz en 51 Hz; en 2° tijdens een in gemeenschappelijk akkoord tussen de netgebruiker en netbeheerder bepaalde tijd indien de netfrequentie tussen 48 Hz en 48.5 Hz, alsook tussen 51 Hz en 52.5 Hz ligt. § 2. Het frequentierelais dat de overgang van een productie-eenheid naar een eilandbedrijf bewaakt, mag niet geactiveerd worden zolang de frequentie van het net groter of gelijk is aan 48 Hz, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract. Art. 63.Een productie-eenheid moet zonder beperking in tijd synchroon kunnen werken met het net, binnen het gearceerde gebied in onderstaande grafiek delta U-frequentie, waarin delta U verwijst naar de spanningsafwijking aan de klemmen van de generator uitgedrukt in %van de nominale spanning. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 64.§ 1. Een productie-eenheid moet, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract : 1° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met beperkte amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met belangrijke amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2.In afwijking van wat voorzien is in § 1, is de spanning, waarmee rekening dient gehouden te worden in lokale productie-eenheden, de spanning aan de uitgang van het lokale productie-eenheid. § 3. Specifieke voorschriften worden op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze bepaald door de netbeheerder voor asynchrone generatoren, onder meer bij eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling. Art. 65.Tijdens een plotse wijziging of een belangrijke afwijking van de frequentie mag geen enkel toestel van een productie-eenheid ingaan tegen de werking van de primaire frequentieregeling zoals die in dit besluit voorzien is. Onderafdeling III - Beveiligingen Art. 66.De netbeheerder plaatst aan de hoogspanningszijde van de aansluiting een vermogenschakelaar waarvan het onderbrekingsvermogen groter dan of gelijk is aan de standaardwaarde (uitgedrukt in kA) opgesteld per spanningsplan in bijlage 1. Art. 67.De eenfasige kortsluitstroom mag niet groter zijn dan de driefasige kortsluitstroom. Onderafdeling IV - Specificaties voor productie van reactieve energie Art. 68.Elke productie-eenheid waarvan het nominaal actief vermogen Pnom groter dan of gelijk is aan 25 MW is een regelende productie-eenheid onafhankelijk van het niveau van de spanning van het aansluitingspunt. Art. 69.Onafhankelijk van de andere specificaties omschreven in dit besluit, moet elke regelende productie-eenheid in staat zijn haar levering van reactief vermogen automatisch en op vraag van de netbeheerder, zonder verwijl, aan te passen tijdens langzame (in orde van minuten) en plotse (in orde van een fractie van seconde) wijzigingen in de spanning. Art. 70.Elke niet-regelende productie-eenheid moet in staat zijn haar levering van reactief vermogen aan te passen in functie van de noden van het net, ten minste door de productie van het reactieve vermogen te kunnen omschakelen tussen twee niveaus overeengekomen tussen de netbeheerder en de betrokken netgebruiker. Art. 71.§ 1. Voor elke waarde van het actief vermogen dat op het net kan geïnjecteerd worden tussen het technisch minimum en het maximaal aansluitingsvermogen bij normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid, in het aansluitingspunt een reactief vermogen respectievelijk kunnen absorberen of leveren tussen minimum -0.1 Pnom en 0.45 Pnom. § 2. Voor elke spanning op het aansluitingspunt tussen 0.9 en 1.05 maal de normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid dezelfde mogelijkheden hebben, met uitzondering van een beperking veroorzaakt door spanningsbeperkingen van de generator of veroorzaakt door de statorstroom van de generator. Een eventuele statorstroombeperking mag niet tussenkomen bij de snelle regeling van de spanning. De beperkingen op de spanning aan de klemmen van de generator dienen de bepalingen van de art. 63 en 64 te respecteren. § 3. In afwijking van wat voorzien is in §§ 1 en 2, zijn de spanning, het actief en het reactief vermogen waarmee dient rekening gehouden te worden voor lokale productie-eenheden de spanning, het actief en het reactief vermogen aan de uitgang van de lokale productie-eenheid. Art. 72.§ 1. De spanningsregelaar van een regelende productie-eenheid is voorzien van een over- en onderbekrachtigingsbegrenzer. Deze werken automatisch en enkel indien het reactief vermogen zich buiten het interval bevindt zoals bepaald bij toepassing van het artikel 71. § 2. Voor elke spanning op het aansluitingspunt tussen 0.9 en 1.05 maal de normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid dezelfde mogelijkheden hebben, met uitzondering van een beperking veroorzaakt door spanningsbeperkingen van de generator of veroorzaakt door de statorstroom van de generator. Een eventuele statorstroom-beperking mag niet tussenkomen bij de snelle regeling van de spanning. Art. 73.Binnen het werkingsgebied dient elke regelende productie-eenheid bij trage wijzigingen van de spanning Unet op het aansluitingspunt, op automatische wijze haar reactieve productie Qnet aan te kunnen passen zodat de relatieve gevoeligheidscoëfficiënt aeq begrepen is tussen 18 en 25, Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij : Qnet het reactief vermogen gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator; Pnom het maximaal vermogen overeenkomstig artikel 1, 18° van Titel I van dit besluit; Unet de spanning, gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator; Unorm,exp de normale exploitatiespanning (de gemiddelde spanning waarrond het net geëxploiteerd wordt). Art. 74.Indien een niet-regelende productie-eenheid uitgerust is met een regelaar bestemd om de referentiewaarde te volgen van het geproduceerd reactief vermogen, dient deze traag te zijn ten opzichte van de primaire spanningsregeling van de regelende eenheden (waarvan de werking ingrijpt op een schaal van seconden) en snel ten opzichte van de dynamica van de transformatoren met automatische regelschakelaars (inwerkende op een schaal van tientallen seconden tot minuten) om zodoende spanningsschommelingen in het elektrisch systeem te vermijden. De tijdsconstante van gesloten keten van deze regelaar moet minstens tussen 10 en 30 seconden kunnen ingesteld worden. Onderafdeling V - Andere bepalingen Art. 75.De netgebruiker en de netbeheerder bepalen, voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, de aan te wenden technische oplossingen en regelparameters met betrekking tot de installaties van de netgebruiker, waaronder : 1° het werkingsgebied van de generator in het actief-reactief diagram in functie van de exploitatiespanning;2° de aanpassing van de turbineregelaar aan het eilandbedrijf van de productie-eenheid (mogelijkheid en moment van eilandbedrijf);3° het regelbereik van de versterking van de snelheidsregelaar;4° het reactief statisme;5° de statische en dynamische stabiliteit;6° de weerstand aan een spanningsdip van de generator en van de ondersteunende diensten;7° het bekrachtigingsplafond;8° de synchronisatie met het net bij normale en buitengewone exploitatie;9° de mogelijkheid van de productie-eenheid tot het leveren van ondersteunende diensten;10° de mogelijkheid van gemeenschappelijke storingen (inbegrepen de controle en bediening) van productiegroepen die meerdere productie-eenheden met gemeenschappelijke ondersteunende diensten en productie-eenheden met gecombineerde cyclus omvatten;11° de Power System Stabiliser (PSS);12° de opvoertransformator (vermogen, wikkelverhouding, kortsluitingspanning, aarding van het nulpunt, beperking van de eenfasige kortsluitstroom). § 2. De technische minimumeisen, de regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 worden opgenomen in het aansluitingscontract. Afdeling V - Specificaties voor levering van een ondersteunende dienst Art. 76.De netbeheerder bepaalt, in het aansluitingscontract bijkomende technische specificaties, ten opzichte van de technische specificaties verwoord in Afdeling IV van dit Hoofdstuk, opdat een productie-eenheid het recht heeft om een ondersteunende dienst aan het net te leveren. Art. 77.Om de ondersteunende dienst van primaire regeling van de frequentie te kunnen leveren, moet een productie-eenheid met een automatische snelheidsregelaar uitgerust zijn. Art. 78.Om de ondersteunende dienst van regeling van reactief vermogen en van regeling van de spanning te kunnen leveren, moet een productie-eenheid regelend of niet regelend zijn. HOOFDSTUK II - Aanvraag voor een oriëntatiestudie voor een aansluiting op het net Afdeling I - Indiening van de studieaanvraag Art. 79.§ 1. Elke geïnteresseerde persoon, inbegrepen elke netgebruiker, kan een oriëntatiestudieaanvraag bij de netbeheerder indienen, respectievelijk met betrekking tot : 1° een nieuwe aansluiting;2° een aanpassing van een bestaande aansluiting, van de installaties die ermee verbonden zijn of van hun exploitatiewijzen. § 2. Bij de behandeling van de oriëntatiestudieaanvraag verleent de netbeheerder in de mate van het mogelijke en rekening houdende met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, voorrang aan de aanvragen voor een oriëntatiestudie die betrekking hebben op productie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling waarvan het nominale vermogen lager of gelijk is aan 25 MW. Art. 80.De aanvraag voor een oriëntatiestudie bevat volgende gegevens : 1° de identiteit en de gegevens van de studieaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, het maatschappelijk doel en de benam …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.