📄 Wettekst
10 JULI 2016. - Koninklijk besluit met betrekking tot de alternatieve instellingen voor collectieve belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit, genomen op basis van de bepalingen van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, dat ik de eer heb U ter ondertekening voor te leggen, strekt ertoe de wettelijke regeling te wijzigen die van toepassing is op de instellingen voor collectieve belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven, en die momenteel wordt beheerst door het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven.
I. Algemene overwegingen A. Dit besluit ligt in het verlengde van het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten, dat aanvankelijk werd goedgekeurd ter bevordering van beleggingen in groeibedrijven en niet-genoteerde vennootschappen.
Door de evolutie van de financiële markten en de financiële reglementering sinds 1997 diende het wettelijke kader voor de betrokken openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging (hierna "privaks" genoemd) echter grondig te worden hervormd.
Het ontwerpbesluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft twee belangrijke doelstellingen.
De ontwerptekst viseert de alternatieve instellingen voor collectieve belegging die beleggen in niet-genoteerde vennootschappen en in jonge groeibedrijven. Ter zake moet worden opgemerkt dat de ondernemingen uit dat segment - ondanks hun groot economisch potentieel - tot de ondernemingen behoren die het moeilijkst krijgentoegang tot financiering om de nodige financiële middelen op te halen voor de uitbouw van hun werkzaamheden. De versterking van de financiële structuur en van het investeringsvermogen van niet-genoteerde vennootschappen en jonge groeibedrijven draagt meer specifiek bij tot de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of de (technologische) vernieuwing van bestaande activiteiten en stimuleert de vernieuwing.
Verder wordt ook verwacht dat beleggingen door instellingen voor collectieve belegging in bedrijven de professionalisering van het beheer van die bedrijven ten goede komen. Meer algemeen strekken de geplande maatregelen er in fine ook toe het behoud van bestaande en het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen te garanderen.
Het ontwerpbesluit streeft dus naar een verbetering van de financiering van een belangrijke sector van de reële economie, terwijl het tegelijkertijd ook de informatieverstrekking aan en de bescherming van de beleggers in het kader van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen garandeert.
Dit ontwerpbesluit vloeit voort uit de goedkeuring van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten tot omzetting van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/6/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010. Deze wet heeft immers het toepassingsgebied van de wetgeving over de instellingen voor collectieve belegging verduidelijkt, zodat zonder twijfel vaststaat dat het voortaan ook de private equity-fondsen of daarmee gelijkgestelde fondsen omvat. Die fondsen moeten hun werkzaamheden voortaan dus binnen de door die wetgeving uitgetekende krijtlijnen verrichten. Daarbij moet worden opgemerkt dat de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten de alternatieve instellingen voor collectieve belegging slechts onder strikte voorwaarden toelaat om hun financiële middelen bij het publiek op te halen. Wanneer zo'n instelling dus een beroep wenst te doen op het publiek, zal zij moeten opteren voor één van de daartoe door de wet gecreëerde statuten (instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die belegt in financiële instrumenten en liquide middelen, vastgoedbevak of privak). Er moet echter worden opgemerkt dat bepaalde aspecten van het bij het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten vastgestelde statuut van privak in dat verband voor problemen lijken te zorgen; ter zake wordt verwezen naar onderstaande overwegingen over de aspecten van de regeling die het U ter ondertekening voorgelegde ontwerp wil wijzigen. Zonder aanpassing van het bij het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten georganiseerde wettelijke kader, zou het voor een private equity-fonds moeilijk worden om voor de financiering van zijn werkzaamheden een beroep te doen op het publiek.
B. Formeel gezien strekt de geplande wijziging ertoe de geldende reglementering af te stemmen op de verschillende veranderingen die de voorbije jaren in de wetgeving zijn doorgevoerd, waaronder met name : -de inwerkingtreding van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten en van het bij Richtlijn 2011/61/EU uitgewerkte kader (zie hierboven); - de inwerkingtreding van de
wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/06/2006
pub.
21/06/2006
numac
2006009492
bron
federale overheidsdienst financien
Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; - de inwerkingtreding van het
koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2007
pub.
03/12/2007
numac
2007003508
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2007
pub.
05/12/2007
numac
2007003512
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen met betrekking tot de periodieke informatieverstrekking over de solvabiliteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2007
pub.
05/12/2007
numac
2007003513
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen met betrekking tot de periodieke informatieverstrekking over de solvabiliteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; en - de goedkeuring van verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen.
De wettelijke regeling van het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten wordt met name op de volgende punten gewijzigd door het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd : - Over het algemeen worden in het nieuwe koninklijk besluit dezelfde terminologie en concepten gebruikt als in de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten; - Privaks moeten verplicht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen worden opgericht. In tegenstelling tot het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten is in het ontwerpbesluit geen sprake meer van de formule van het gemeenschappelijk beleggingsfonds; - De regels over het beleggingsbeleid en de toegelaten activa zijn gemoderniseerd en vereenvoudigd. Net als in het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten wordt natuurlijk van de privak verwacht dat zij zich toespitst op beleggingen in financiële instrumenten uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen en door genoteerde vennootschappen die een bepaalde omvang niet overschrijden. Toch beschikt de instelling voortaan over een grotere vrijheid met betrekking tot de wijze waarop zij haar beleggingen structureert (equity, mezzaninefinanciering, schuldbewijzen, aandeelhoudersleningen...), wat die structurering vergemakkelijkt, zonder te raken aan de doelstelling van de beleggersbescherming. Het vereiste om minstens 50 % van de activa in aandelen te beleggen, is aldus niet meer behouden. Bovendien heeft de privak meer vrijheid om te beslissen over de verdeling van haar portefeuille over genoteerde en niet-genoteerde vennootschappen. In dat verband is immers geoordeeld dat ook dit aspect tot de beoordelingsbevoegdheid van de raad van bestuur moet behoren wanneer die het beleggingsbeleid van de privak vastlegt; het minimumpercentage van activa dat de privak in niet-genoteerde vennootschappen belegt, moet minimaal 25 % bedragen.
Ook zal de privak kunnen beleggen in de categorieën van activa die openstaan voor de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG (met uitzondering van de derivaten die voor andere dan dekkingsdoeleinden worden gebruikt), en dit tot maximaal 30 % van haar activa. Deze tweede - secundaire - pijler van de regels die het beleggingsbeleid van de privaks beheersen, strekt ertoe een efficiënter beheer van de portefeuille van de privaks mogelijk te maken. Vanuit dezelfde optiek zullen de privaks ook niet-toegewezen liquide middelen mogen bezitten ten belope van meer dan 30 % van hun activa, op voorwaarde dat die liquide middelen tijdelijk worden gehouden. - Het ontwerpbesluit moderniseert ook de geldende regels inzake de spreiding van de beleggingen. Ter zake geldt als basisbeginsel dat de privaks de door hen gehanteerde risicospreidingscriteria in hun statuten moeten vastleggen. Overigens wordt verduidelijkt dat geen enkele verrichting van de privak of van een van haar dochtervennootschappen tot gevolg mag hebben dat zij een risicopositie van meer dan 20 % van haar nettoactief op één enkele tegenpartij zou verwerven, of dat een bestaande overschrijding van de 20 % drempel daardoor nog zou toenemen.
Het ontwerpbesluit voorziet daarentegen niet langer in een beleggingsbegrenzing in de vorm van een maximumbedrag. Een aldus uitgedrukte begrenzing lijkt niet adequaat te zijn, gelet op de mogelijke verschillen in omvang tussen de verschillende instellingen voor collectieve belegging; - Het ontwerpbesluit begrenst de maximale statutaire schuldratio van de privak op 10 % van haar statutaire activa. Er wordt in een afzonderlijke begrenzing voorzien voor de niet-opgevraagde bedragen bij de verwerving van niet-volgestorte financiële instrumenten, voor de niet-gebruikte bedragen van een kredietfaciliteit of een lening verstrekt door de privak, en voor de zekerheden en garanties toegekend ter garantie van de verplichtingen van derden. Die bedragen mogen, gecumuleerd met de statutaire schuldenlast, niet meer bedragen dan 35 % van de statutaire activa. Bovendien wordt voorzien in een op 65 % vastgestelde derde begrenzing van de schuldratio op geconsolideerd niveau, indien de privak controledeelnemingen in andere entiteiten houdt; er wordt in een soortgelijke regeling voorzien voor het geval waarin de privak controledeelnemingen, in overeenstemming met de IFRS-normen, tegen reële waarde waardeert in plaats van ze op te nemen met toepassing van de consolidatiebeginselen; - De privaks zullen verplicht zijn de IFRS-normen toe te passen, zoals die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd krachtens artikel 3 van verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen; - De regels inzake de voorkoming van belangenconflicten worden verfijnd en aangepast; - Wat de openbaarmaking van gegevens betreft, verwijst het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, naar het
koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2007
pub.
03/12/2007
numac
2007003508
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2007
pub.
05/12/2007
numac
2007003512
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen met betrekking tot de periodieke informatieverstrekking over de solvabiliteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2007
pub.
05/12/2007
numac
2007003513
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen met betrekking tot de periodieke informatieverstrekking over de solvabiliteit van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; en - De regels over de verplichte resultaatuitkering zijn afgestemd op de voor vastgoedbevaks geldende regeling. Te noteren valt dat het verboden is een dividend uit te keren als de maximale schuldratio wordt overschreden.
Er moet worden onderstreept dat dit besluit aansluit bij de nieuwe reglementaire architectuur die uit de omzetting van Richtlijn 2011/61/EU voortvloeit. De instellingen voor collectieve belegging die beleggen in de categorieën van activa waarop dit besluit van toepassing is, zijn immers alternatieve instellingen voor collectieve belegging, die per definitie niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG1. Voor zover zij geen beheervennootschap heeft aangesteld, is de privak dus onderworpen aan de bepalingen van deel II van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten en aan de bepalingen van verordening 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht, die van toepassing zijn op alle beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging (geharmoniseerde regels over de beheerder die uit Richtlijn 2011/61/EU voortvloeien). In alle gevallen zal de privak, als openbare alternatieve instelling voor collectieve belegging, onderworpen zijn aan de bepalingen van boek I van deel III van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten die van toepassing zijn op de alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht (`productregels'). Als een beheervennootschap is aangesteld, dient deze zich te conformeren aan de bepalingen van deel IV van dezelfde wet, die van toepassing zijn op de beheervennootschappen die openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging beheren.
De bepalingen van dit besluit moeten dus samen worden gelezen met de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten en met verordening 231/2013. Zo nodig, verduidelijkt de commentaar bij de artikelen de samenhang tussen de bepalingen van het ontwerpbesluit, enerzijds, en de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten en verordening 231/2013, anderzijds.
Er wordt verduidelijkt dat het in se niet verboden is om het statuut van privak te cumuleren met de specifieke, door het Europees recht ingevoerde statuten van de alternatieve instellingen voor collectieve belegging. Ter zake wordt bijvoorbeeld verwezen naar het Euveka-statuut, dat werd ingevoerd bij verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen, alsook naar de verordening over de Europese langetermijninvesteringsfondsen (ELTIF). In dergelijk geval zullen de vereisten van beide statuten echter cumulatief moeten worden nageleefd. Deze overwegingen gelden overigens uitsluitend als de betrokken regelingen niet onverenigbaar zijn.
C. Er is systematisch rekening gehouden met de door de Raad van State in zijn advies geformuleerde opmerkingen : het ontwerp is aan die opmerkingen aangepast, met uitzondering van de definitie van de begrippen "genoteerde vennootschap" en "niet-genoteerde vennootschap" (zie de opmerking van de Raad van State over artikel 2 van het ontwerpbesluit). Volgens de in het ontwerp gevolgde benadering is een genoteerde vennootschap een vennootschap waarvan de aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, dan wel op een MTF worden verhandeld. Daarentegen is een niet-genoteerde vennootschap een vennootschap waarvan de aandelen dat kenmerk niet vertonen. De Raad van State merkt ter zake op dat het ontwerpbesluit naar het begrip "niet-genoteerde vennootschap" zou moeten verwijzen als bedoeld in de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, nl. een vennootschap waarvan de aandelen niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten; deze definitie vermeldt echter niet de verhandeling op een MTF. Ter zake wordt opgemerkt dat het dispositief van dit besluit niet tot gevolg heeft dat wordt afgeweken van de bepalingen van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten waarin het begrip "niet-genoteerde vennootschap" wordt gebruikt (zie de artikelen 76 tot 83 van die wet over de geldende maatregelen wanneer een AICB de controle over een niet-genoteerde vennootschap verwerft). De begrippen "genoteerde vennootschap" en "niet-genoteerde vennootschap" worden hier immers in een andere context gebruikt, nl. in het kader het door de privaks te volgen beleggingsbeleid. Aangezien dit ontwerp er met name toe strekt de financiering te vergemakkelijken van de vennootschappen waarvan de aandelen noch op een gereglementeerde markt, noch op een MTF zijn genoteerd, zou het, gelet op de doelstelling van de genomen maatregelen, niet aangewezen zijn dat het begrip "niet-genoteerde vennootschap" ook de vennootschappen viseert waarvan de aandelen op een MTF zijn genoteerd.
II. Commentaar bij de artikelen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit artikel vermeldt de wettelijke basis op grond waarvan een categorie kan worden gecreëerd van openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming die beleggen in de door het ontwerpbesluit geviseerde categorieën van activa (niet-genoteerde vennootschappen en kleinschalige genoteerde vennootschappen).
De alternatieve instellingen voor collectieve belegging die door dit koninklijk besluit worden beheerst, zijn van het besloten type. Hun rechten van deelneming worden dus noch doorlopend uitgegeven, noch op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa ingekocht op basis van de inventariswaarde. Die keuze kan worden verklaard door het feit dat de activa van de privaks, bij gebrek aan een liquide markt, niet vlot realiseerbaar zijn.
Het vereiste inzake de notering op een gereglementeerde markt moet tegen die achtergrond worden gezien : op die manier wordt de aandeelhouders van de privak die hun belegging te gelde zouden willen maken, een zekere liquiditeit geboden.
Privaks moeten verplicht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen worden opgericht. De rechtsvorm van het gemeenschappelijk beleggingsfonds is met andere woorden niet meer toegestaan. Art. 2.Dit artikel definieert een aantal begrippen die worden gebruikt in het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd.
Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt het begrip "genoteerde vennootschap" uitsluitend gedefinieerd op basis van de toestand met betrekking tot de aandelen van de betrokken vennootschap (en niet op basis van alle door de vennootschap uitgegeven effecten).
Een vennootschap die obligaties heeft uitgegeven die tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten of op een MTF worden verhandeld, wordt dus niet als een genoteerde vennootschap beschouwd in de context van dit koninklijk besluit.
De regels van het Belgische boekhoudrecht zullen worden toegepast bij de beoordeling of de consolidatieplicht geldt. De bepaling van de consolidatiekring zal daarentegen onderworpen zijn aan de IFRS-normen, zoals goedgekeurd door de Europese Commissie met toepassing van artikel 3 van verordening (EG) nr. 1606/2002.
Er werd een definitie ingevoerd van het begrip "netto-inventariswaarde". Voor verduidelijking van de begrippen die in de definitie worden gebruikt, verwijzen we naar de relevante bepalingen van de IFRS-normen. HOOFDSTUK II. - Inschrijvingsvoorwaarden Dit hoofdstuk handelt over de inschrijvingsvoorwaarden voor de privak, zowel vanuit het oogpunt van het inschrijvingsdossier als vanuit het oogpunt van de inhoud van de statuten en van de keuze van de bewaarder en de beheervennootschap. Afdeling I. - Inschrijvingsdossier
Art. 3.Deze bepaling verduidelijkt welke informatie moet worden opgenomen in het inschrijvingsdossier dat aan de FSMA wordt overgelegd.
Naast een aantal inlichtingen over de bestuurs- en beheerstructuur van de privak (kopie van de statuten, samenstelling van de vennootschapsorganen, opgave van de identiteit van de commissaris, beheerorganisatie en -structuur, gemaakte keuzes inzake de uitoefening van de beheertaken,...), zal dat dossier ook een gedetailleerde beschrijving moeten bevatten van haar beleggingsbeleid.
Van de privak wordt immers verwacht dat zij - per beleggingscategorie - de doelstellingen van het beleggingsbeleid definieert. In die beschrijving zal rekening moeten worden gehouden met alle aspecten die nuttig zijn naargelang het geval, en zullen minstens de in artikel 3 opgesomde elementen moeten worden opgenomen. Ter zake dienen met name de volgende punten te worden vermeld : ? Er moet een beschrijving worden gegeven van de beleggingscriteria (sector en kenmerken) op basis waarvan de vennootschappen en de projecten zullen worden geselecteerd waarin de instelling voor collectieve belegging zal beleggen. ? Meer algemeen dient ook de gedetailleerde samenstelling van de portefeuille te worden verduidelijkt, per munt en op grond van geografische en sectorale criteria, alsook de geplande verdeling tussen de beleggingen in genoteerde en niet-genoteerde vennootschappen. ? Tot slot dient de instelling voor collectieve belegging haar beleid te beschrijven inzake het houden van liquide middelen. ? In voorkomend geval, moet bij de beschrijving van het beleggingsbeleid een programma worden gevoegd inzake het in overeenstemming brengen van de beleggingen met de bepalingen van het besluit over het beleggingsbeleid (zie artikel 17, § 1) : dat programma dient, met naleving van artikel 22 (zie hieronder), in te gaan op de verwachte evolutie van de portefeuille tijdens de aanvangsfase van de werkzaamheden van de privak en op de tijdshorizon waartegen haar beleggingen volledig zullen worden geacht in conformiteit te zijn met de bepalingen van het besluit over het beleggingsbeleid. ? Het vergunningsdossier moet ook een minimum beleggingsbudget bevatten voor de opstartperiode van de privak, dat inzonderheid balansen, prospectieve resultatenrekeningen en kasstroomoverzichten omvat.
De bepalingen van dit besluit vormen een regeling tot reglementering van een bijzondere categorie van openbare instellingen voor collectieve belegging, die cumulatief moet worden toegepast met de wettelijke regeling die uit de AIFMD voorvloeit. Ter zake moet worden onderstreept dat een vennootschap enkel als privak zal kunnen worden ingeschreven als haar beheerder (de beheervennootschap of de `interne' beheerder bij een zelfbeheerde instelling) over een vergunning beschikt conform deel II van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten. Indien een buitenlandse beheervennootschap wordt aangesteld, zal deze moeten voldoen aan de vereisten van de artikelen 334 en 335 van voornoemde wet, wat inzonderheid impliceert dat de beheeractiviteit via een in België gevestigd bijkantoor moet worden verricht. Art. 4.Deze bepaling wordt genomen op basis van artikel 201 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, in combinatie met artikel 108 van de Grondwet, en handelt over de actualisering van het inschrijvingsdossier. Afdeling 2. - Aanvaarding van de statuten
Art. 5.Deze bepaling vindt haar wettelijke grondslag in artikel 212 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, dat de Koning machtigt om de minimuminhoud van de statuten vast te stellen. Die minimuminhoud komt gedetailleerd aan bod in Bijlage A bij het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd.
De lijst in Bijlage A bij het besluit zal moeten worden aangevuld met de elementen die vereist zijn krachtens het Wetboek van Vennootschappen. Art. 6.Dit artikel vindt zijn wettelijke grondslag in artikel 212 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten.
Het ontwerpbesluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, gaat uit van het beginsel dat privaks andere effecten dan aandelen (bv. obligatieleningen) kunnen uitgeven onder de voorwaarden van het gemeen vennootschapsrecht. De uitgifte van effecten die het kapitaal niet vertegenwoordigen, als tegenprestatie voor een bijdrage die niet economisch kan worden gewaardeerd en dus niet voldoet aan de definitie van een inbreng in geld of in natura (bv. een inbreng van nijverheid), is echter in ieder geval verboden. Art. 7.Dit met toepassing van artikel 212 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten genomen artikel strekt ertoe de privak een aantal specifieke verplichtingen op te leggen bij een kapitaalverhoging.
Aangezien de regeling die het U ter ondertekening voorgelegde ontwerpbesluit wenst in te voeren, parallel loopt met de regeling voor vastgoedbevaks, wordt hiervoor verwezen naar de commentaar in het verslag aan de Koning bij dat besluit2. Afdeling 3. - Bewaarder
Art. 8.Conform artikel 51 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten zal de privak een bewaarder moeten benoemen. Die bewaarder zal artikel 51 en volgende, alsook de aanvullende regels vervat in artikel 216 en volgende van voornoemde wet moeten naleven. Op basis van de machtiging van artikel 219 van de wet, vertrouwt dit artikel de bewaarder van de privak een aantal bijkomende opdrachten toe. Hoewel die niet als dusdanig in artikel 55 van de wet worden vermeld (ook niet in Richtlijn 2011/61/EG overigens), lijken die bijkomende opdrachten toch een aanzienlijke toegevoegde waarde te hebben en zijn zij daarom in het ontwerpbesluit opgenomen. In die bijkomende opdrachten wordt overigens ook voorzien voor de andere categorieën van openbare AICB's naar Belgisch recht : van de bewaarder eisen dat hij zich ervan vergewist dat de activa in bewaring overeenstemmen met de in de boekhouding van de privak vermelde activa, en dat de beleggingsbeperkingen worden gerespecteerd, maakt logischerwijze immers deel uit van zijn toezichtstaken. HOOFDSTUK III. - Werking Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 9.Dit artikel handelt over de gevallen waarin de privak de vorm aanneemt van een commanditaire vennootschap op aandelen die wordt bestuurd door een zaakvoerder-rechtspersoon die het volledige bestuur van de privak voor zijn rekening neemt. Het ontwerpbesluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, bepaalt dat de leiders van de zaakvoeder-rechtspersoon in dat geval moeten voldoen aan de artikelen 206 en 207 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten over de professionele betrouwbaarheid en de passende deskundigheid van de leiders. Het spreekt voor zich dat in dat geval ook de artikelen 25 tot 32 en 208 tot 209 van dezelfde wet over de beleidsstructuur van toepassing zullen zijn op de privak zelf en/of op haar zaakvoerder-rechtspersoon, afhankelijk van de locatie van de beleidsstructuur waarvoor de privak heeft geopteerd (bij de privak zelf of bij de zaakvoerder-rechtspersoon). Afdeling 2. - Vergoedingen, provisies en kosten
Art. 10.Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de regeling inzake de vergoedingen, provisies en kosten.
De eerste paragraaf van artikel 10 regelt de wijze waarop de vergoeding van de beheervennootschap en van de leiders van de instelling voor collectieve belegging wordt bepaald, volgens soortgelijke beginselen als die waarvan sprake in het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten. Deze regel strekt ertoe belangenconflicten te voorkomen en te verhinderen dat de beheerders voordeel zouden halen uit een niet-gerechtvaardigde rotatie van de portefeuille.
Er wordt echter een nuance aangebracht ten opzichte van de regeling van het
koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/04/1997
pub.
24/06/1997
numac
1997003229
bron
ministerie van financien
Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
sluiten. Het derde lid verduidelijkt dat de variabele vergoeding van de beheervennootschap, in afwijking van het tweede lid, kan worden bepaald op basis van een percentage van de nettoinventariswaarde van de privak, voor zover aan specifieke voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden strekken ertoe het verloop van de waardering van de activa van de privak te objectiveren : zo wordt geëist dat de waardering door een externe waarderingsdeskundige wordt uitgevoerd, dat de waarderingsmethode in het jaarlijks financieel verslag wordt gepubliceerd, en tot slot dat het percentage van de variabele vergoeding van de beheervennnootschap dat voortvloeit uit een positieve schommeling van de reële waarde, in het jaarlijks financieel verslag wordt vermeld.
Paragrafen 2 en 3 strekken ertoe de informatieverstrekking aan de beleggers te verzekeren over de aan de beheervennootschap, de bestuurders en de bewaarder toegekende vergoedingen, alsook over de door de privak gedragen vergoedingen, provisies en kosten bij bepaalde verrichtingen die een groter risico op belangenconflicten inhouden.
Te noteren valt dat de bepalingen van dit artikel cumulatief van toepassing zijn met de bepalingen van de artikelen 40 tot 43 (vergoeding) en de artikelen 60 en 61 (inhoud van het jaarverslag) van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten. Ook wordt verduidelijkt dat de bepalingen van dit artikel geen afbreuk doen aan de door ESMA gepubliceerde richtsnoeren voor een goed beloningsbeleid3.
Dit artikel is gebaseerd op (a) de machtiging vervat in artikel 252, § 3, laatste lid, (inhoud van het jaarverslag) van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, en (b) op het beginsel van artikel 182 van diezelfde wet, op grond waarvan de openbare AICB's worden bestuurd of beheerd op een manier die een autonoom beheer van de instelling verzekert, en in het uitsluitende belang van de deelnemers, in combinatie met artikel 108 van de Grondwet. Afdeling 3. - Voorkoming van belangenconflicten
Art. 11.Deze bepaling berust op de machtigingen vervat in de artikelen 237 (verplichtingen en verbodsbepalingen) en 252, § 3, laatste lid (inhoud van het jaarlijks financieel verslag), van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
17/06/2014
numac
2014003229
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
19/05/2014
numac
2014011331
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-infrastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013 (1)
type
wet
prom.
19/04/2014
pub.
28/05/2014
numac
2014011325
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffen …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.