← België

Wet betreffende het generatiepact

Kort samengevat

Deze wet regelt aanpassingen aan het pensioenstelsel voor zelfstandigen, met name de vermindering van pensioenen bij vervroegde ingang en de toekenning van een bonus bij voortzetting van de beroepsbezigheid.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 DECEMBER 2005. - Wet betreffende het generatiepact (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Middenstand HOOFDSTUK I. - Pensioenen der zelfstandigen Art. 2.In artikel 3, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten5 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het rustpensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat vanaf 1 januari 2007 wordt het verminderd met : - 7 pct.voor het eerste jaar vervroeging, 6 pct. voor het tweede jaar vervroeging, 5 pct. voor het derde jaar vervroeging, 4 pct. voor het vierde jaar vervroeging en 3 pct. voor het vijfde jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 60e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 61e verjaardag; - 6 pct. voor het eerste jaar vervroeging, 5 pct. voor het tweede jaar vervroeging, 4 pct. voor het derde jaar vervroeging en 3 pct. voor het vierde jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 61e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 62e verjaardag; - 5 pct. voor het eerste jaar vervroeging, 4 pct. voor het tweede jaar vervroeging en 3 pct. voor het derde jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 62e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 63e verjaardag; - 4 pct. voor het eerste jaar vervroeging en 3 pct. voor het tweede jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 63e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 64e verjaardag; - 3 pct. voor het jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 64e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 65e verjaardag. »; 2° § 3ter, ingevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt vervangen als volgt : « § 3ter.De vermindering bepaald in § 2 is niet van toepassing indien de belanghebbende een loopbaan van 45 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2003 en uiterlijk op 1 december 2005. De in het vorige lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 44 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2006. Onder kalenderjaren in de zin van vorige leden wordt verstaan de jaren waarvoor pensioenrechten kunnen geopend worden krachtens een of meerdere wettelijke Belgische pensioenregelingen in de zin van § 3 of krachtens een of meerdere wettelijke buitenlandse pensioenregelingen. De kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een wettelijke buitenlandse regeling worden vermoed vervuld te zijn in het kader van de werknemersregeling zoals bedoeld in § 3, tweede lid, 2°. » Art. 3.§ 1. Het pensioenbedrag, vastgesteld in toepassing van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten5 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie of in toepassing van artikel 131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, wordt verhoogd met een bonus, op voorwaarde dat de zelfstandige die de volle leeftijd van 62 jaar heeft bereikt of een loopbaan van minstens 44 kalenderjaren bewijst, zijn beroepsbezigheid voortzet. Dit voordeel dient evenwaardig te zijn, in nominale termen met de aan de loontrekkenden toegekende bonus krachtens artikel 7 van deze wet. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het toepassingsgebied uitbreiden tot de pensioenen bedoeld in de artikelen 9 en 11 van het voornoemd koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten5. § 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° het bedrag van de bonus;2° de voorwaarden en de modaliteiten waaronder de bonus wordt toegekend;3° de periodes van non-activiteit die voor de vaststelling van dit voordeel met een periode van beroepsbezigheid worden gelijkgesteld;4° de voorwaarden waaronder het bedrag van de bonus kan worden geproratiseerd. § 3. Dit artikel is van toepassing op de pensioenen van de zelfstandigen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2007 en enkel voor de tijdvakken gepresteerd vanaf 1 januari 2006. Art. 4.Artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten5 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 16.§ 1. In afwijking van artikel 3, § 1, en voor wat de vrouwen betreft, wordt de pensioenleeftijd gebracht op : 1° 61 jaar wanneer het rustpensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 juli 1997 en uiterlijk op 1 december 1999 ingaat;2° 62 jaar wanneer het rustpensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2000 en uiterlijk op 1 december 2002 ingaat;3° 63 jaar wanneer het rustpensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2003 en uiterlijk op 1 december 2005 ingaat;4° 64 jaar wanneer het rustpensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2006 en uiterlijk op 1 december 2008 ingaat. § 2. Nochtans, voorzover voldaan is aan de voorwaarden van artikel 3, § 3, of van artikel 17, kan het rustpensioen, naar keuze en op verzoek van de belanghebbende, ingaan vóór de leeftijd bedoeld in de vorige paragraaf en ten vroegste op de eerste dag van de maand die volgt op de 60e verjaardag. In het geval bedoeld in het vorige lid wordt het rustpensioen verminderd met 5 pct. per jaar vervroeging. Voor de toepassing van het verminderingspercentage bedoeld in het vorige lid, wordt rekening gehouden met de leeftijd die de aanvrager bereikte op zijn verjaardag die de inwerkingtreding van het pensioen onmiddellijk voorafgaat. Wanneer het rustpensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op 1 januari 2007 en uiterlijk op 1 december 2008, wordt het verminderd met : - 6 pct. voor het eerste jaar vervroeging, 5 pct. voor het tweede jaar vervroeging, 4 pct. voor het derde jaar vervroeging, 3 pct. voor het vierde jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 60e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 61e verjaardag; - 5 pct. voor het eerste jaar vervroeging, 4 pct. voor het tweede jaar vervroeging, 3 pct. voor het derde jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 61e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 62e verjaardag; - 4 pct. voor het eerste jaar vervroeging, 3 pct. voor het tweede jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 62e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 63e verjaardag; - 3 pct. voor het jaar vervroeging indien het daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de 63e verjaardag en uiterlijk op de eerste dag van de maand van de 64e verjaardag. § 3. De vermindering voorzien in § 2, tweede en vierde lid, is niet van toepassing indien de belanghebbende : - een loopbaan van 43 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2003 en uiterlijk op 1 december 2005; - een loopbaan van 44 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2006 en uiterlijk op 1 december 2008. Onder kalenderjaren in de zin van het vorige lid wordt verstaan de jaren waarvoor pensioenrechten kunnen geopend worden krachtens één of meerdere wettelijke Belgische pensioenregelingen in de zin van artikel 3, § 3, of krachtens een of meerdere wettelijke buitenlandse pensioenregelingen. Voor de toepassing van het eerste lid, worden de kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een wettelijke buitenlandse regeling vermoed vervuld te zijn in het kader van de werknemersregeling zoals bedoeld in artikel 3, § 3, tweede lid, 2°. » HOOFDSTUK II. - Welvaartsaanpassing Art. 5.§ 1. Om de twee jaar neemt de regering een beslissing over een financiële enveloppe voor een algemene welvaartsaanpassing van alle of sommige uitkeringen van de sociale zekerheid der zelfstandigen. Hiertoe kan zij onder meer steunen op de verslagen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing en de Hoge Raad voor Financiën. Deze aanpassing kan een wijziging van een plafond, of inkomensdrempel of van een al dan niet minimale uitkering zijn. De nadere regels van de aanpassing kunnen in voorkomend geval, per regeling, per plafond of per inkomensdrempel of per uitkering binnen een regeling, of nog, per categorie van uitkeringsgerechtigde verschillen. De in het eerste lid bedoelde beslissing wordt voor de eerste maal uiterlijk in het jaar 2006 genomen. § 2. De in § 1 bedoelde beslissing wordt voorafgegaan door een gezamenlijk advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven betreffende de verdeling en de hoegrootheid van de financiële middelen bepaald overeenkomstig deze wet en bestemd voor het structurele aanpassingsmechanisme aan de welvaart. Dit advies houdt rekening met de ontwikkeling van de beroepsinkomsten der zelfstandigen en de noodzaak tot een duurzaam financieel evenwicht in de sociale zekerheid der zelfstandigen. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de economische groei, de kost van de vergrijzing, de verhouding tussen het aantal uitkeringstrekkers en het aantal actieven, en de zorg om geen nieuwe inactiviteitsvallen te scheppen of bestaande te versterken. Het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven kunnen ter zake onder meer steunen op de verslagen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing en van de Hoge Raad voor Financiën. § 3. Bij gebreke van het advies bedoeld in § 2 vóór 15 september van het jaar waarin de in § 1 vermelde beslissing moet genomen worden, wordt een advies geacht gegeven te zijn en, neemt de regering de beslissing bedoeld in § 1 en motiveert deze omstandig. In dit geval vraagt de regering een gezamenlijk advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven over haar gemotiveerde beslissing, zoals bedoeld in het vorige lid. Bij gebreke van een advies binnen de maand na de adviesaanvraag door de regering, wordt een advies geacht gegeven te zijn. § 4. Indien de regering afwijkt van het advies bedoeld in § 2 of § 3, dient zij dit uitdrukkelijk te motiveren. § 5. Met het oog op de uitvoering van de beslissing bedoeld in § 1, kan de Koning, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de van kracht zijnde wettelijke bepalingen die binnen de verschillende uitkeringsstelsels van toepassing zijn, opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen. Art. 6.Vanaf 2008 stemt de in het vorige artikel vermelde enveloppe minimaal overeen met de som van volgende geraamde uitgaven in alle takken van de sociale zekerheid der zelfstandigen : - een jaarlijkse welvaartsaanpassing met 0,5 % van alle inkomensvervangende uitkeringen in de sociale zekerheid, met uitzondering van de forfaitaire uitkeringen; - een jaarlijkse welvaartsaanpassing van 1 % van alle forfaitaire uitkeringen; - een jaarlijkse verhoging van 1,25 % van de grenzen in aanmerking genomen voor de berekening van de inkomensvervangende uitkeringen. Vanaf 2009 wordt de enveloppe om de twee jaar bepaald en toegekend. Deze tweejaarlijkse enveloppe wordt op dezelfde wijze berekend als in het vorige lid, weze het dat de uitgaven alsdan geraamd worden voor elk jaar van de tweejaarlijkse periode. TITEL III. - Pensioenen HOOFDSTUK I. - Bonus Art. 7.§ 1. Het pensioenbedrag, vastgesteld in toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten6 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt verhoogd met een bonus, op voorwaarde dat de werknemer die de volle leeftijd van 62 jaar heeft bereikt of een loopbaan van minstens 44 kalenderjaren bewijst, zijn beroepsbezigheid voortzet. § 2. De Koning bepaalt, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor pensioenen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° het bedrag van de bonus, 2° de voorwaarden en de modaliteiten waaronder de bonus wordt toegekend, 3° de tijdvakken die voor de vaststelling van de bonus met een effectieve tewerkstelling worden gelijkgesteld, 4° de voorwaarden waaronder het bedrag van de bonus kan worden geproratiseerd. De Koning kan, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor pensioenen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het toepassingsgebied uitbreiden tot de pensioenen bedoeld in artikel 7 van het voornoemd koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten6. § 3. Dit artikel is van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2007 en enkel voor de tijdvakken gepresteerd vanaf 1 januari 2006. HOOFDSTUK II. - Informatie over pensioenen Art. 8.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten0 tot instelling van een « Infodienst Pensioenen » met toepassing van artikel 15, 5°, van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten1 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wijzigen, opheffen en aanvullen teneinde : 1° een geïndividualiseerde informatieverstrekking over de pensioenrechten mogelijk te maken, zowel wat betreft de wettelijke pensioenen als de aanvullende pensioenen, zowel op verzoek als ambtshalve en dit op de tijdstippen die Hij bepaalt;2° de manier te bepalen waarop de betrokken pensioendiensten samenwerken, zowel onderling als met andere instellingen en organisaties. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, andere dan in het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen aanvullen, opheffen en wijzigen indien dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in het eerste lid bedoelde doelstellingen. De delegaties bedoeld in dit artikel gelden enkel gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK III. - Gedifferentieerde loonplafonds Art. 9.In artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, laatst gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 december 1996, 23 april 1997 en 11 december 2001, wordt na het tiende lid een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « Voor de jaren na 2006, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf welk tijdstip en in welke mate de in het vorige lid bedoelde aanpassing van toepassing zal zijn op het fictief loon dat voortvloeit uit tijdvakken van volledige werkloosheid, voltijds brugpensioen, volledige beroepsloopbaanonderbreking en volledig tijdskrediet. » HOOFDSTUK IV. - Meer jongeren tewerkstellen Art. 10.In artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust en overlevingspensioen voor werknemers, gewijzigd bij de wetten van 15 mei 1984 en van 20 juli 1990, wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt : « Worden, in uitvoering van artikel 31 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten4 tot uitvoering van hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet (I) van 24 december 2002, betreffende de harmonisering en de vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, eveneens gelijkgesteld met werknemers vanaf 1 januari volgend op het jaar wanneer ze de leeftijd van achttien bereiken, de leerlingen (of de stagiairs) wier leerovereenkomst of gecontroleerde leerverbintenis (of stageovereenkomst in het kader van de vorming tot ondernemingshoofd) werd erkend overeenkomstig de voorwaarden bepaald bij de reglementering betreffende de voortdurende vorming van de middenstand en de leerlingen wier leerovereenkomst valt onder het toepassingsgebied van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingenwezen voor beroepen uitgeoefend door arbeiders in loondienst. Hetzelfde geldt voor jongeren die worden tewerkgesteld met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing erkend door de Gemeenschappen en Gewesten, vanaf 1 januari van het jaar volgend op dat waarin ze de leeftijd van achttien bereiken. » HOOFDSTUK V. - Minimumrecht per loopbaanjaar Art. 11.In artikel 8 van het koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten6 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van het koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers sluiten6 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 maart 1997, 10 juni en 11 december 2001 en 5 november 2002, wordt een § 10 ingevoegd, luidend als volgt : « § 10. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor pensioenen : 1° de in § 1 van dit artikel bedoelde bedragen en pensioenbedragen verhogen;2° de modaliteiten van de in § 1, eerste lid, 1°, vermelde duur van de loopbaan vaststellen;3° het toepassingsgebied van dit artikel uitbreiden tot loopbaanjaren opgebouwd in andere pensioenregelingen.» HOOFDSTUK VI. - Gewaarborgd minimumpensioen Art. 12.In artikel 33 van de herstel wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten3 inzake de pensioenen van de sociale sector, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het tweede lid wordt opgeheven;b) in het derde lid, worden een 3° en 4° toegevoegd, luidend als volgt : « 3° de wijze waarop de breuk waarvan sprake in het vorig lid wordt vastgesteld;4° welke perioden, tijdens dewelke belanghebbende zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, in aanmerking worden genomen voor de opening van het recht bedoeld bij dit artikel.»; c) het derde lid wordt aangevuld als volgt : « In uitvoering van dit lid mag de Koning hierbij telkens een onderscheid maken naargelang de duur van de tewerkstelling.» Art. 13.In artikel 33bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten7, wordt een tweede lid toegevoegd luidende : « In de uitvoering van het eerste lid mag de Koning hierbij telkens een onderscheid maken naargelang de duur van de tewerkstelling. » Art. 14.In artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de laatste zin van het eerste lid wordt opgeheven;b) in het tweede lid, worden een 3° en een 4° toegevoegd, luidend als volgt : « 3° de wijze waarop de breuk waarvan sprake in het vorig lid wordt vastgesteld;4° welke perioden, tijdens welke de overleden echtgenoot zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, in aanmerking worden genomen voor de opening van het recht bedoeld bij dit artikel.»; c) het derde lid wordt aangevuld als volgt : « In uitvoering van dit lid mag de Koning hierbij telkens een onderscheid maken naargelang de duur van de tewerkstelling.» Art. 15.Artikel 34bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten7, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : « In de uitvoering van het eerste lid, mag de Koning hierbij telkens een onderscheid maken naargelang de duur van de tewerkstelling. » HOOFDSTUK VII. - Toepassingssfeer van de hoofdstukken V en VI Art. 16.De hoofdstukken V en VI zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 oktober 2006. HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding Art. 17.Deze titel treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 10 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2004. TITEL IV. - Werk HOOFDSTUK I. - Wijziging van de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten4 Art. 18.Artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 21/06/2001 numac 2001022388 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2001/2002 inzake jaarlijkse vakantie type wet prom. 22/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001000593 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen sluiten4 wordt opgeheven. Art. 19.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van artikel 18. HOOFDSTUK II. - De experimenten tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen Afdeling 1. - Begripsomschrijving Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° specifieke loonbarema's : de specifieke loonbarema's waarvan de nadere regelen door de Koning worden vastgelegd;deze specifieke loonbarema's zullen leiden tot afgevlakte loonbarema's die afwijken van de loonbarema's gebaseerd op leeftijds- en anciënniteitsstructuur die de werkgever moet naleven; 2° nieuwe intreders : de door de Koning omschreven werknemers met inbegrip van werknemers die met nieuwe intreders kunnen worden gelijkgesteld;3° overeenkomst : de overeenkomst betreffende een experiment tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen;4° minister : de minister tot wiens bevoegdheid Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg behoort;5° werkgeversvertegenwoordigers : de representatieve werkgeversorganisaties;6° werknemersvertegenwoordigers : a) in de ondernemingen waar een vakbondsafvaardiging voor de betrokken werknemers bestaat : de leden van de vakbondsafvaardiging en van de representatieve werknemersorganisaties;b) in de ondernemingen waar er geen vakbondsafvaardiging voor de betrokken werknemers bestaat : de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties;7° commissie : de begeleidingscommissie opgericht krachtens artikel 27. Afdeling 2. - Experimenten tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen Art. 21.§ 1. Om de uitvoering van experimenten tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen mogelijk te maken en alleen voorzover dit voor het experiment noodzakelijk is, kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de werkgever toestemming geven om tijdelijk af te wijken van de bepalingen van artikelen 19, 26 en 31 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités om af te wijken van de bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die loonbarema's bevatten waardoor de werkgever gebonden is. § 2. Het verlenen van de in § 1 bedoelde afwijking gebeurt alleen in het kader van een overeenkomst voor een experiment tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen die door de minister, de werkgever of de vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemersvertegenwoordigers van de betrokken ondernemingen is ondertekend. Art. 22.De overeenkomst voor een experiment tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen omvat inzonderheid : 1° een algemene beschrijving van het experiment;2° de duur van het experiment;3° de bepalingen waarvan de werkgever kan afwijken en de grenzen van die afwijking;4° een beschrijving van de maatregelen die op ondernemingsvlak worden genomen die leiden tot een preventief leeftijdsbewust personeelsbeleid;5° de voorwaarden waaronder het experiment vóór het verstrijken van de termijn kan worden beëindigd;6° de modaliteiten betreffende de periodieke en eindbeoordeling van het experiment alsook betreffende de controle ervan op het vlak van de onderneming. Art. 23.De Koning kan de nadere regelen van de in artikel 22, 4°, bedoelde maatregelen bepalen. Afdeling 3. - Procedure Art. 24.De werkgever die een overeenkomst wenst te ondertekenen zendt aan de minister een ontwerp van overeenkomst waarin de bij artikel 22 bedoelde vermeldingen zijn opgenomen. In ondernemingen waar geen vakbondsafvaardiging bestaat, wordt het ontwerp van overeenkomst vooraf aan het advies van de commissie onderworpen. De minister stuurt ter informatie het ontwerp van overeenkomst naar de voorzitter van het betrokken paritair comité. De door de Koning aangewezen ambtenaren delen de minister hun advies over het ontwerp van overeenkomst mee. Art. 25.De minister ondertekent samen met de werkgever of de vertegenwoordigers van de betrokken werkgever en de werknemersvertegenwoordigers van de betrokken onderneming, de overeenkomst waarbij de voorwaarden van dit hoofdstuk worden nageleefd. Art. 26.§ 1. De Koning stelt de bepalingen vast waarvan de onderneming krachtens artikel 21 kan afwijken, evenals de voorwaarden ervan. Een werkgever die de bepalingen van de overeenkomst niet naleeft verliest de mogelijkheid die hem bij koninklijk besluit wordt toegekend. § 2. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan. Deze ambtenaren oefenen het toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de arbeidsinspectie. Art. 27.Door de Koning wordt bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een begeleidingscommissie voor de overeenkomsten voor een experiment tot invoering van specifieke loonbarema's voor nieuwe intreders in ondernemingen ingesteld, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de minister, van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, van de representatieve werkgeversorganisaties en van de representatieve werknemersorganisaties. De Koning bepaalt de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Hij benoemt de leden ervan. Naast de specifieke taken wordt de commissie bovendien belast met een algemene taak van begeleiding en beoordeling van de experimenten. Zij kan haar advies geven over om het even welke kwestie in verband met de toepassing van dit hoofdstuk, zijn uitvoeringsbesluiten en de overeenkomsten zelf. HOOFDSTUK III. - Vereenvoudiging van de sociale balans Art. 28.In artikel 45 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999, wordt het derde lid vervangen als volgt : « Het in het eerste lid bedoelde overzicht herneemt tevens per type overeenkomst, het aantal personen dat een opleiding gekregen heeft ten laste of op aanvraag van de onderneming. » Art. 29.Artikel 28 treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat de Koning na overleg in de Ministerraad neemt op basis van artikel 45, vijfde lid, van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, en dat bepaalt dat het overzicht van het aantal betrokken werknemers per maatregel ten gunste van de tewerkstelling, genomen door of krachtens een wet of een reglement, per onderneming, onder dezelfde vorm en binnen dezelfde termijnen, verstrekt wordt door een administratieve overheid of door een door de overheid erkende instelling. HOOFDSTUK IV. - Verhoging van opleidingsinspanningen Art. 30.Wanneer de globale inspanningen inzake opleiding van alle werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die ondernemingen bedragen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en onder de voorwaarden en modaliteiten die Hij bepaalt, voor de ondernemingen behorend tot de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren, de werkgeversbijdrage voor de financiering van het educatief verlof verhogen met 0,05 pct. Voor de toepassing van het vorige lid wordt beschouwd als sector die onvoldoende opleidingsinspanning realiseert, de sector waar geen sectoraal akkoord van kracht is inzake bijkomende opleidingsinspanningen dat niet minstens jaarlijks de inspanning met 0,1 % verhoogt of niet minstens voorziet in een toename van de participatiegraad aan vorming en opleiding met 5 %. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden waaraan het sectoraal akkoord inzake bijkomende opleidingsinspanningen moet voldoen om beschouwd te worden als een voldoende verhoging van de opleidingsinspanningen, waarbij inzonderheid rekening zal worden gehouden met de eventuele aanpassing van de bijdragen voor het sectorale opleidingsfonds, het toekennen van opleidingstijd per werknemer individueel of collectief, het aanbieden en het ingaan van een vormingsaanbod buiten de werkuren en stelsels van collectieve opleidingsplanning via de ondernemingsraad. Voor toepassing van het eerste lid kan, ten vroegste met ingang van 1 januari 2007, het percentage van 1,9 vervangen worden door een hoger percentage, vastgesteld door de Koning na advies van de Nationale Arbeidsraad, zonder dat dit percentage 0,2 procentpunten hoger mag liggen dan dit dat van toepassing was in het vorige jaar. HOOFDSTUK V. - Activerend beleid bij herstructureringen Afdeling 1. - Toepassingsgebied Art. 31.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers op wie de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten van toepassing is, en op al hun werknemers. In afwijking van het vorige lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op de werknemers die op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag niet ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit hebben. Voor toepassing van het vorige lid, kan de Koning bepalen wat moet verstaan worden onder collectief ontslag en onder het ogenblik van aankondiging van het collectief ontslag. Art. 32.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° andere categorieën van werknemers, waarvoor Hij een activerend beleid bij herstructureringen niet nodig acht, uitsluiten uit het toepassingsgebied van dit hoofdstuk;2° sommige werkgevers uitsluiten van het toepassingsgebied, inzonderheid rekening houdende met het aantal in dienst zijnde werknemers. Afdeling 2. - Oprichting van een tewerkstellingscel bij herstructurering Art. 33.De werkgever in herstructurering, die sommige of alle bij die herstructurering met ontslag bedreigde werknemers wil ontslaan in het kader van het brugpensioen op een leeftijd lager dan de normaal in de onderneming geldende brugpensioenleeftijd, moet voor de werknemers die in het kader van deze herstructurering kunnen worden ontslagen overgaan tot de oprichting van een tewerkstellingcel, die als taak heeft om de met ontslag bedreigde werknemers maximale kansen op wedertewerkstelling te geven. Voor de toepassing van deze afdeling bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° wat wordt beschouwd als een werkgever in herstructurering;2° wat wordt verstaan onder de normaal in de onderneming geldende brugpensioenleeftijd;3° wat wordt verstaan onder werknemers ontslagen in het kader van de herstructurering;4° de voorwaarden waaraan de tewerkstellingscel moet voldoen opdat de ontslagen werknemers in aanmerking zouden komen voor de inschakelingvergoeding bedoeld in afdeling 3. Voor de toepassing van deze afdeling kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de werkgevers toestaan hun verplichtingen na te komen door een beroep te doen op de reconversie- en wedertewerkstellingsmaatregelen die bij wet en met name op het niveau van de gewesten zijn ingesteld en die dezelfde doelstellingen nastreven. Art. 34.De werknemers die ontslagen worden in het kader van de herstructurering en die wensen een beroep te doen op de diensten van de tewerkstellingscel, kunnen zich bij deze tewerkstellingscel inschrijven. Art. 35.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor ondernemingen met minder dan 100 werknemers en voor ondernemingen die overgaan tot een collectief ontslag van minder dan 20 werknemers, onder de voorwaarden en modaliteiten die Hij bepaalt, met de oprichting van een tewerkstellingscel, zoals bedoeld in artikel 33, gelijkstellen de medewerking van de werkgever aan een overkoepelende tewerkstellingscel waarin meerdere werkgevers in herstructurering participeren. Afdeling 3. - Inschakelingvergoeding voor de werknemers Art. 36.De werkgever in herstructurering bedoeld in artikel 33 en zijn uitvoeringsbesluiten, is gehouden aan elke in het kader van de herstructurering ontslagen werknemer die op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minstens 45 jaar is en die zich ingeschreven heeft bij de tewerkstellingscel, gedurende een periode van zes maanden een inschakelingsvergoeding te betalen die gelijk is aan het lopend loon en de voordelen verworven krachtens de overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 39 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De in het vorige lid bedoelde inschakelingsvergoeding wordt gelijkgesteld met een opzeggingsvergoeding die wordt toegekend wanneer de werkgever de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden of zonder inachtneming van de opzeggingstermijn vastgesteld in de artikelen 59, 82, 83, 84 en 115 van voormelde wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2. Ze vervangt geheel of gedeeltelijk de opzeggingsvergoeding die aan de werknemer wordt toegekend in toepassing van artikel 39 van de voormelde wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2. Deze inschakelingsvergoeding wordt maandelijks betaald overeenkomstig de bepalingen van artikel 39bis van dezelfde wet. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de betaling van de in het eerste lid bedoelde inschakelingsvergoeding tijdens periodes van werkhervatting van de werknemer. Hij kan daarbij, in afwijking van het eerste lid, inzonderheid voorzien in een beperking van het aan de werknemer te betalen bedrag. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in welke gevallen en onder welke voorwaarden en modaliteiten de werknemer de inschakelingsvergoeding verliest. Art. 37.§ 1. In afwijking van de voormelde wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021001 bron diensten van de eerste minister Wet houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 12/01/2000 numac 2000021002 bron diensten van de eerste minister Wetsontwerp houdende opheffing van het verval van sommige wetsontwerpen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 24/12/1999 pub. 10/07/2013 numac 2013000445 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de werkgelegenheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, en voor zover de werknemer bedoeld in artikel 36 recht heeft op een opzeggingstermijn van 6 maanden of minder, moet de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen door middel van de uitbetaling van de inschakelingsvergoeding gedurende zes maanden overeenkomstig artikel 36, …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.