← België

Koninklijk besluit betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie, de criteria en de procedure voor de erkenning van de kunstenfederaties en tot ver

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de werking van de Kunstwerkcommissie, de criteria en procedure voor de erkenning van kunstenfederaties, en verbetert de sociale bescherming van kunstwerkers. Het voert de wet van 16 december 2022 uit en hervormt de Commissie Kunstenaars naar de Kunstwerkcommissie en de "kleine vergoedingsregeling" naar de "amateurkunstenvergoeding".

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
13 MAART 2023. - Koninklijk besluit betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie, de criteria en de procedure voor de erkenning van de kunstenfederaties en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij ter ondertekening aan Uwe Majesteit voorleggen heeft tot doel om de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers uit te voeren. Hierin wordt de Commissie Kunstenaars omgevormd tot de Kunstwerkcommissie en wordt de "kleine vergoedingsregeling" hervormd tot de "amateurkunstenvergoeding". Al deze aanpassingen vinden hun oorsprong in een hervormingsvoorstel dat in het voorjaar van 2021, op verzoek van de regering, werd uitgewerkt door een technische werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de kunstensector in het kader van het project Working in the Arts. Deze aanpassingen zijn eveneens gestoeld op de input ontvangen vanwege het online participatietraject dat deel uitmaakt van hetzelfde project Working in the Arts. De hervorming gebeurde conform het regeerakkoord van 30 september 2020 waarin het volgende werd overeengekomen: "De regering zal in overleg met de sector en de sociale partners bekijken hoe het sociaal statuut voor de artiesten verder hervormd kan worden. De overheid formuleert precieze, objectieve en eerlijke voorstellen voor bestaande en opkomende kunstenaars, die alle stadia van het creatieve werk versterken, van repetitie tot performance, publicatie en verkoop." De hervorming beantwoordt tevens aan de resolutie van het Europees parlement van 20 oktober 2021 over de situatie van de kunstenaars en het cultureel herstel in de EU (2020/2261(INI)), waarin het Europees parlement de lidstaten verzoekt "volledige toegang tot sociale zekerheid voor kunstenaars en cultuurwerkers te waarborgen, ongeacht hun arbeidssituatie, met inbegrip van toegang tot werkloosheidsuitkeringen, gezondheidszorg en pensioenen;" en de lidstaten en de Commissie aanspoort "specifieke maatregelen te treffen voor de verschillende categorieën creatieve beroepen teneinde onstabiele inkomens, onbetaald werk en baanonzekerheid tegen te gaan, en een minimumnorm met betrekking tot inkomens te waarborgen" Titel I bevat de definities die op dit besluit van toepassing zijn. In Titel II, hoofdstuk 1 van het besluit wordt de samenstelling en de werking van de Kunstwerkcommissie geregeld. De Kunstwerkcommissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van dezelfde organisaties en diensten als die waaruit haar voorganger (de Commissie Kunstenaars) was samengesteld, met name de professionele kunstensector, de federale administraties (RSZ, RSVZ en RVA), de werkgevers- en zelfstandigenorganisaties en de werknemersorganisaties. De verdeling van het aantal mandaten per organisatie werd wel grondig gewijzigd. Voortaan heeft de professionele kunstensector steeds evenveel mandaten als alle andere organisaties samen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wens van de kunstensector om beter vertegenwoordigd te zijn in de Kunstwerkcommissie. Ter vergelijking: in de Commissie Kunstenaars waren er drie vertegenwoordigers van de kunstensector op in totaal twaalf leden. Gezien de vertegenwoordigers van de RSZ, RVA en RSZ in de Commissie Kunstenaars elk drie stemmen hadden, had de kunstensector in totaal drie van de achttien ofwel 17 procent van de beraadslagende stemmen. In de Kunstwerkcommissie hebben de vertegenwoordigers van de professionele kunstensector in elke situatie steeds 50 procent van de beraadslagende stemmen. Net als in de Commissie Kunstenaars kunnen de Gemeenschappen indien zij dit wensen een vertegenwoordiger aanduiden in elke afdeling. Deze vertegenwoordiger heeft een raadgevende stem. Voor elk lid wordt één vervanger aangewezen. Het mandaat wordt door het effectief lid en diens vaste plaatsvervanger in overleg ingevuld. Dit duo-mandaat houdt in dat de beide leden de taken onder elkaar verdelen. In tegenstelling tot voorheen kan ook voor deze vertegenwoordiger een plaatsvervanger worden aangewezen door de Gemeenschap, om deze vertegenwoordiger te vervangen in geval van afwezigheid of belet. Om de goede werking van de Kunstwerkcommissie te verzekeren, zal het mogelijk zijn het mandaat te beëindigen van een lid dat, binnen de tijdspanne van één jaar, meer dan de helft van de vergaderingen niet heeft bijgewoond zonder verantwoording of die meer dan zes maanden afwezig is geweest. De kunstensector wees er in de technische werkgroep op dat zij er veel belang aan hecht dat hun vertegenwoordiging in de Kunstwerkcommissie representatief is. Daarom wordt uitdrukkelijk ingeschreven in het besluit dat er bij de samenstelling van de Kunstwerkcommissie moet worden gewaakt over een evenwichtige verdeling tussen de vertegenwoordigers van de diverse kunstdomeinen en de artistiek-technische beroepen, alsook wat betreft leeftijd, anciënniteit en geslacht. Dit is een middelen-, geen resultaatsverbintenis. Onder diverse kunstdomeinen worden de in de wet bedoelde kunstensectoren verstaan. Niet elke sector moet een vertegenwoordiger hebben, maar er moet wel voor een evenwicht worden gezorgd, opdat alle sectoren in de Commissie vertegenwoordigd zijn. In ieder geval zal er eveneens op worden toegezien dat de disciplines evenwichtig vertegenwoordigd zijn, zonder dat de ene de andere overheerst. Om dit te realiseren zullen de kunstenfederaties, na een analyse van de kandidaturen door de administratie, hun advies kunnen geven over de evenwichtige samenstelling van hun vertegenwoordiging. De door de kunstfederaties aangewezen personen dienen hun mandaat uit te oefenen als deskundigen op het gebied van de kunst, op de verschillende gebieden van de kunst, maar niet als behartigers van de belangen van hun federatie. Evenmin mogen zij hun eigen belangen behartigen, bijvoorbeeld als opdrachtgever in de sector. Zij hebben de opdracht om de Commissie hun deskundigheid ter beschikking te stellen bij de analyse van het professionalisme en het artistieke karakter van de activiteit(en) die overeenkomstig dit besluit aan de Commissie wordt (worden) voorgelegd. De aangeduide leden dienen over relevante ervaring en kennis te beschikken inzake de artistieke professionele praktijk en de sociale bescherming der kunstwerkers. De leden van deze commissie zullen op collegiale wijze zitting hebben in een assemblee, een bij wet opgerichte administratieve autoriteit, die wordt beheerd en gecontroleerd door de FOD zoals elk ander intern orgaan van deze laatste en zonder eigen rechtspersoonlijkheid. De mandaten zullen worden uitgeoefend in het kader van een interne openbare dienstopdracht van de FOD Sociale Zekerheid. Om optimaal voeling met de praktijk en de realiteit van de kunstwerker te behouden, is voorzien dat de Koning erop toeziet dat in de Commissie deskundigen van de kunstensector zetelen die effectief ervaring hebben met de specifieke regels voor kunstwerkers en met het kunstwerkattest. Dit is ook een middelen-, maar geen resultaatsverbintenis. Bij de eerste samenstelling van de Kunstwerkcommissie heeft uiteraard niemand deze ervaring. Daarom is bij wijze van overgangsmaatregel in artikel 43 voorzien dat men in dit geval ervaring met het kunstenaarsvisum en de kunstenaarskaart moet hebben. De aanvragen worden verdeeld over de Nederlandstalige en de Franstalige afdeling door de voorzitter. Dit gebeurt op basis van de taal waarin de aanvraag gebeurde. Wordt een aanvraag in het Duits gedaan, dan zorgt de voorzitter ervoor de Kunstwerkcommissie zo wordt samengesteld dat er steeds drie leden in zetelen die over minstens een passieve kennis van het Duits beschikken. De Commissie Kunstenaars had geen intern beroep. Beroep tegen een beslissing van de Commissie Kunstenaars moest direct bij de arbeidsrechtbank worden ingediend. De beperkte kamer die het beroep onderzoekt, kan de aangevochten eerste beslissing volledig herzien. De Kunstwerkcommissie zal de aanvragen in eerste instantie steeds behandelen in een eentalige kamer, zetelend in beperkte samenstelling (tenzij een vertegenwoordiger van een federale administraties verzoekt het dossier in een uitgebreide kamer te behandelen). Deze mogelijkheid voor de vertegenwoordigers van de federale administraties is een compensatie voor het feit dat voortaan slechts één Openbare instelling van Sociale Zekerheid (OISZ) in de beperkte kamer vertegenwoordigd zal zijn en dat deze vertegenwoordiger, in tegenstelling tot de huidige situatie binnen de Commissie Kunstenaars, geen beslissende stem zal hebben. Bovendien zijn de RSZ, de RVA en de RSVZ drie verschillende OISZ en vormen zij, hoewel zij allen federale administraties zijn, geen geheel met een gemeenschappelijk belang, hetgeen dit recht van inzage in alle te behandelen dossiers en de mogelijkheid om (gemotiveerd) te verzoeken dat het dossier in de uitgebreide kamer wordt behandeld, rechtvaardigt. De beperkte kamer zal zijn samengesteld uit drie vertegenwoordigers van de kunstensector, één vertegenwoordiger van de federale administraties, één vertegenwoordiger van de vakbonden en één vertegenwoordiger van de werkgevers- en zelfstandigenorganisaties. De vertegenwoordigers van de kunstensector kiezen in hun midden een voorzitter en een ondervoorzitter voor de duur van het volledige mandaat. Het beperkt aantal leden moet de Kunstwerkcommissie toelaten om vlot te kunnen werken en heeft tot gevolg dat de aanvragen behandeld zullen worden door leden die beschikken over bijzondere kennis en/of ervaring met het domein waarop de behandelde aanvragen betrekking hebben. De bedoeling is dat er zich binnen de Kunstwerkcommissie vaste 'kamers' vormen van zes leden, rond de verschillende domeinen en/of thematieken. Zo zou bijvoorbeeld de kamer Beeldende Kunsten alle aanvragen met betrekking tot dit domein behandelen en samengesteld zijn uit leden met bijzondere expertise ter zake. De Kunstwerkcommissie in beperkte samenstelling beslist met eenparigheid van stemmen. Bij gebrek aan eenparigheid van stemmen, wordt de aanvraag verwezen naar een uitgebreide kamer. Een uitgebreide kamer is tweetalig, samengesteld uit 18 leden in totaal. Deze tweetalige samenstelling vermijdt het ontstaan van verschillende visies naargelang de taalgroep en verhindert dat de wetgeving verschillend wordt geïnterpreteerd in het Nederlands en in het Frans. De Commissie kan ook zetelen in voltallige samenstelling. In dat geval zetelen de Nederlandstalige en de Franstalige afdeling samen. De voltallige Commissie neemt geen beslissingen voor individuele aanvragen. Zowel in beperkte als in voltallige samenstelling kan de Kunstwerkcommissie pas geldig beraadslagen indien minstens de helft van de vertegenwoordigers van de kunstensector aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Daarnaast moeten ook minstens de helft van de vertegenwoordigers van de administraties, de vakbonden en de werkgevers- of zelfstandigenorganisaties aanwezig of vertegenwoordigd zijn. In tegenstelling tot voorheen kunnen de leden voortaan een volmacht geven aan een ander lid, wanneer zij verhinderd zijn. Elk lid kan slechts één volmacht krijgen. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter dienen een master in de rechten te hebben. Personen die houder zijn van een licentie in de rechten worden gelijkgesteld met houders van een master in de rechten. Zij dienen tweetalig te zijn. Alle leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De vertegenwoordigers van de kunstensector kunnen zich na twee jaar laten vervangen door een vervanger op een reservelijst. Deze vervanger dient te voldoen aan de specifieke voorwaarden waaraan de voorganger voldeed. Het evenwicht qua leeftijd, ervaring, geslacht en de representativiteit van de diverse kunstdomeinen dient te worden gehandhaafd. Artikel 9 voorziet in de toekenning van presentiegeld van 300 euro per vergadering van minstens één uur aan de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter. Dit is een verdubbeling van het presentiegeld zoals voorzien in de vroegere Commissie Kunstenaars. Volledig nieuw is het toekennen van presentiegeld aan de vertegenwoordigers van de kunstensector, de vakbonden en de werkgevers- en zelfstandigenorganisaties. Zij hebben voortaan recht op een vergoeding van 150 euro per zitting. Dit presentiegeld werd toegekend op uitdrukkelijke vraag van de kunstensector. Voor de kunstensector was het ontbreken van presentiegeld symptomatisch voor een van de grootste problemen waarmee zij geconfronteerd worden, met name het feit dat zij veel werk verrichten waar geen vergoeding tegenover staat. Door het ontbreken van een vergoeding wordt dit werk als het ware onzichtbaar en wordt het vaak niet in aanmerking genomen wanneer men in het kader van de verschillende takken van de sociale zekerheid een bepaald aantal activiteiten dient te bewijzen. Op die manier maakten de zittingen van de Commissie Kunstenaars deel uit van een lange lijst van niet-vergoede, onzichtbare activiteiten, waartoe ook het voorbereiden van projecten, het zoeken naar financiering en subsidies, het onderhouden en uitbouwen van vaardigheden, etc. behoren. De Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid is belast met het secretariaat van de Kunstwerkcommissie en met de voorbereiding van de werkzaamheden van de Kunstwerkcommissie. In artikel 11 wordt bepaald dat de Kunstwerkcommissie een huishoudelijk reglement moet opstellen. Dit reglement moet worden goedgekeurd door de ministers bevoegd voor Werk, Sociale Zaken, en het sociaal statuut der zelfstandigen. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State over het ontwerp van koninklijk besluit is besloten elke verwijzing naar de motivering van de beslissingen van de Kunstwerkcommissie uit het besluit te schrappen. Zoals de Raad van State heeft opgemerkt, is deze verwijzing overbodig en misleidend, aangezien de beslissingen van de Kunstwerkcommissie onder de toepassing vallen van de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten "betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen" en bijgevolg altijd formeel moeten worden gemotiveerd. In Titel II, hoofdstuk 2 van het besluit wordt het kunstwerkattest geregeld. Het kunstwerkattest is één van de grote vernieuwingen en vormt de kern van de hervorming. Dit kunstwerkattest wordt de sleutel die toegang verleent tot de diverse regelingen waarin er specifieke regels voor kunstwerkers worden gehanteerd. De Kunstwerkcommissie levert dit kunstwerkattest af aan de kunstwerker die een professionele artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende praktijk in de kunsten aantoont zoals voorzien bij de wet. Hieronder worden de audiovisuele en beeldende kunsten, de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater, de choreografie en het stripverhaal begrepen. In artikel 12 van het besluit wordt vastgelegd hoe het bewijs van het bestaan van een professionele praktijk wordt geleverd. In zijn aanvraag beschrijft de aanvrager alle activiteiten in het kader van zijn professionele artistieke praktijk van de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag. Voor elke activiteit moet hij aangeven of het een kern- of randactiviteit is. Ook moet hij aangeven hoeveel inkomsten hij heeft verdiend en hoeveel tijd hij eraan heeft besteed. Inkomsten uit zowel in België als in het buitenland verrichte activiteiten komen in aanmerking. De kernactiviteiten zijn: - 1° artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten waarvoor de aanvrager een beroepsinkomen heeft ontvangen; het gaat over beroepsinkomsten in de fiscale betekenis van het woord. Het betreft bijvoorbeeld beroepsinkomsten uit optredens, publieke toonmomenten, filmopnames etc - 2° inkomsten uit auteursrechten of naburige rechten op artistiek werk dat de aanvrager zelf heeft gemaakt. - 3° prijzengeld toegekend als vergoeding van artistieke activiteiten De randactiviteiten zijn: - vergoedingen die niet als beroepsinkomen worden beschouwd, ongeacht de vorm of de benaming van deze vergoeding; het betreft bijvoorbeeld de vergoedingen in het kader van vrijwilligerswerk of amateurkunstenvergoedingen (AKV); - de gevolgde opleidingen en vormingen, binnen de domeinen van de kunsten; - de gegeven opleidingen en vormingen binnen de domeinen van de kunsten; - deelname aan de Kunstwerkcommissie of cultuurcommissies van de deelgebieden; - onzichtbaar werk, zoals het voorbereiden en uitwerken van kunstprojecten, conceptueel werk en productiewerk, het zoeken naar financiering voor kunstprojecten, het zoeken naar kunstwerk, het onderhouden en uitbouwen van vaardigheden binnen de voormelde domeinen van de kunsten, de deelname aan tentoonstellingen en andere toonmomenten die niet vergoed worden en de promotie van het artistiek oeuvre. Het ook in aanmerking nemen van de activiteiten waar geen vergoeding tegenover staat was een uitdrukkelijke vraag van de kunstensector, waar er heel veel dergelijke activiteiten worden uitgeoefend. Zo wordt ook rekening gehouden met de complexe specifieke realiteit van het werk in de kunsten. Creatieve, voorbereidende of onderzoekende activiteiten, die een belangrijk deel zijn van de professionele artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende praktijk en die vaak uitgeoefend worden tijdens periodes die vallen tussen periodes van contractuele verbintenissen, komen zo in het beoordelingskader van de Kunstwerkcommissie. Vanzelfsprekend kan onzichtbaar werk slechts in rekening worden gebracht voor zover de aanvrager hiervoor bewijs kan leveren. Uit het voorgaande blijk dat niet uitsluitend louter artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten in aanmerking worden genomen. Ook niet-artistieke activiteiten, bijvoorbeeld het geven van lessen of het zoeken van financiering, maken deel uit van een professionele praktijk in de kunsten. Bij de evaluatie van de werking van de Kunstwerkcommissie wordt overwogen of het inkomen uit de deelname aan de Kunstwerkcommissie moet worden gelijkgesteld met een inkomen uit kernactiviteiten, gelet op de impact van het werk in de Kunstwerkcommissie op de mogelijkheid om inkomen uit kernactiviteiten te genereren. Bij het beoordelen van een professionele artistieke praktijk in de kunsten zullen de periodes van adoptie, moederschapsverlof, ziekte, arbeidsongeval, beroepsziekte en vaderschapsverlof worden geneutraliseerd. Is de aanvrager bijvoorbeeld in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag twee jaar ziek geweest, dan zal de Commissie die twee jaar niet meenemen bij de beoordeling en zich dus focussen op de overgebleven periode van drie jaar om te oordelen of er sprake is van een professionele praktijk die zich voor een belangrijk deel afspeelt in de kunsten. Voor de berekening van de in aanmerking genomen inkomsten betekent dit dat de genoemde maxima/drempels zullen worden aangepast om rekening te houden met de geneutraliseerde periode. Indien iemand dus één jaar van de vijf in aanmerking genomen jaren ziek is geweest, bedraagt de drempel van 13.546 euro over vijf jaar om het plus-attest te verkrijgen (13.546 euro/5 ) x 4 = 10.836,8 euro. Het neutraliseren van deze periodes is cruciaal voor de vrouwelijke kunstwerkers, aangezien de periodes van moederschapsverlof ook niet in aanmerking worden genomen. Om binnen de kwalitatieve interpretatie door de kunstwerkcommissie toch kwantitatieve grenzen te voorzien, worden twee grenzen voorzien gebaseerd op de kernactiviteiten: - een ondergrens aan inkomsten uit kernactiviteiten onder dewelke onmogelijk sprake kan zijn van een professionele praktijk; - een bovengrens aan inkomsten uit kernactiviteiten boven dewelke de kernactiviteiten op zich volstaan om de voorwaarde van een professionele praktijk te vervullen. Bij aanvragen die zich tussen de ondergrens en de bovengrens aan kernactiviteiten bevinden, beoordeelt de Commissie of er sprake is van een professionele praktijk rekening houdend met zowel kernactiviteiten als randactiviteiten. Een kunstwerkattest "plus" wordt uitgereikt aan kunstenaars die over een bepaalde periode een minimum bruto-inkomen aantonen. Het minimuminkomen en de in aanmerking genomen periode verschillen naargelang het een eerste aanvraag of een hernieuwing betreft. Op basis van elk kunstwerkattest kan de houder een beroep doen op alle specifieke regels die gelden voor de kunstwerkers: - artikel 1bis van de RSZ-wet; - Een specifieke regel voor zelfstandige primostarters; - eventuele toekomstige regelgeving. Echter, om beroep te doen op de specifieke regels van het "statuut van de kunstenaar" in de werkloosheidsregels, worden enkel houders van een kunstwerkattest "plus" toegelaten, alsmede houders van het hieronder genoemde attest voor starters. De bewijslast rust bij de aanvrager. Alle bewijsmiddelen zijn toegelaten, op voorwaarde dat ze niet ouder zijn dan vijf jaar. De Kunstwerkcommissie zal de instellingen van sociale zekerheid overeenkomstig de wet direct kunnen bevragen. De aanvraag gebeurt digitaal, via het digitale platform Working in the Arts. Een persoon kan maximaal twee aanvragen per kalenderjaar indienen. Zo worden herhaalde aanvragen voorkomen die geen nieuwe informatie bevatten en die de rol van de Commissie dreigen te overladen. Het secretariaat zal wie geen toegang tot een computer heeft, helpen bij het indienen van de aanvraag. De aanvrager zal zich identificeren met behulp van Itsme of een vergelijkbaar systeem (wat een hoog authenticatieniveau waarborgt). De aanvragen worden behandeld door een eentalig kamer, zetelend in een beperkte samenstelling. Indien geen beslissing met eenparigheid van stemmen kan worden genomen, wordt de aanvraag behandeld door een uitgebreide kamer. Deze uitgebreide kamer is tweetalig. Het kunstwerkattest kan in principe niet met terugwerkende kracht worden toegekend. Het wordt van kracht op het moment dat de Commissie een besluit neemt, maar de tekst voorziet in andere tijdstippen voor specifieke gevallen. De tekst voorziet met name in de mogelijkheid om tot twee jaar vóór het einde van de geldigheidsduur van een lopend attest een nieuw attest aan te vragen. In dit geval, als het nieuw verkregen attest een kunstwerkattest plus is, wordt het onmiddellijk van kracht en vervalt het lopende attest op dat moment. Gezien het onderzoek van de aanvraag tijd kan vragen, en dat de kunstwerkers het kunstwerkattest nodig zou kunnen hebben om deze periode tussen twee kunstwerkattest te overbruggen indien hier het behoud van sociale rechten van afhangen, wordt de mogelijkheid voor een (beperkte) retroactiviteit eveneens voorzien op voorwaarde dat de aanvraag voor een nieuw attest niet later dan drie maanden vóór de vervaldatum van het vorige attest is ingediend. Het kunstwerkattest is 5 jaar geldig. Er is gekozen voor een voldoende lange periode om te vermijden dat de administratieve last voor de kunstwerker te groot wordt. Wanneer het attest vervalt, heeft het geen effect meer. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor het kunstwerkattest plus de betaling van de kunstwerkuitkering vanaf dat moment wordt stopgezet. Een startende kunstenaar kan moeilijk of onmogelijk een professionele praktijk aantonen. Daarom zal dat de Kunstwerkcommissie andere voorwaarden hanteren. Wanneer een startende kunstenaar een diploma in het hoger voltijds kunstonderwijs heeft verworven of beschikt over een gelijkwaardige opleiding of werkervaring in een kunstensector die in het besluit wordt genoemd, kan hij eenmalig een kunstwerkattest 'starter' ontvangen. Buitenlandse diploma's worden in aanmerking genomen op voorwaarde dat zij in België worden erkend. Hij moet beschikken over een loopbaan- of ondernemingsplan of kunnen aantonen dat hij een opleiding volgt waarin hij zich laat begeleiden bij het ontwikkelen van zo'n plan. Hij moet ook aantonen dat hij in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag minstens 5 prestaties binnen de artistieke kernactiviteiten heeft verricht ofwel 300 EUR bruto inkomsten uit kernactiviteiten heeft gehaald in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag. Het kunstwerkattest 'starter' is drie jaar geldig. Voor de rest is het volledig gelijkwaardig aan het kunstwerkattest plus, wat wil zeggen dat dezelfde regels van toepassing zijn. Een nieuw kunstwerkattest kan worden aangevraagd tot 2 jaar vóór het verstrijken van het eerste geldige kunstwerkattest. Hierdoor kan het aantal aanvragen in de tijd worden gespreid en dit kan, gezien de bij artikel 15 ingevoerde mechanismen, niet in het nadeel van de aanvrager zijn. Wanneer een persoon uiterlijk drie maanden vóór de vervaldatum van zijn of haar huidige attest een nieuw attest heeft aangevraagd, maar de behandeling van het dossier door de Commissie vertraging oploopt, wordt voorzien dat het huidige attest, waarvan de geldigheidsduur is verstreken, van kracht blijft totdat de Commissie een besluit heeft genomen. De houder van een kunstwerkattest plus die een kunstwerkuitkering ontvangt, zal dus niet worden benadeeld door de te late behandeling van zijn aanvraag. De Kunstwerkcommissie zal de kunstwerker enerzijds erop wijzen dat hij een aanvraag tot hernieuwing moet indienen en anderzijds herinneren aan de vervaldatum van het kunstwerkattest wanneer de geldigheidstermijn ervan verstrijkt. Op die manier wordt maximaal vermeden dat een kunstwerker bij vergetelheid zonder kunstwerkattest valt. Voor een aanvraag tot hernieuwing gelden exact dezelfde regels als voor de eerste aanvraag. In artikel 19 wordt de mogelijkheid opgenomen voor de Kunstwerkcommissie om een kunstwerkattest te opschorten of nietig te verklaren wanneer het kunstwerkattest werd verkregen op grond van onjuiste of onvolledig informatie of misbruik. Het verzoek tot opschorting of nietigverklaring kan worden ingediend door de controle-instanties. Ook de Commissie kan dit doen. De Commissie kan de zaak ook zelf in behandeling nemen. Indien het onderzoek in een nietigverklaring uitmondt, kan de Kunstwerkcommissie beslissen dat de betrokken kunstwerker gedurende een periode van maximaal drie jaar lang geen nieuwe aanvraag meer mag indienen. Het kunstwerkattest vormt de toegangspoort tot de diverse specifieke regels die uitgewerkt zijn voor de kunstwerkers. Die specifieke regels kunnen op hun beurt nog bijkomende voorwaarden opleggen. Zo verleent het kunstwerkattest toegang tot de werkloosheidsregels, specifiek voor de kunstwerkers. Om effectief uitkeringen te genieten moeten evenwel nog bijkomende voorwaarden vervuld worden, zoals het bewijzen van voldoende activiteiten binnen een bepaalde periode. Het bezit van het kunstwerkattest is evenwel geen voorwaarde om deel uit te maken van de professionele kunstensector. In artikel 20 worden de gegevens vermeld die opgenomen zullen worden in het digitaal register dat de Kunstwerkcommissie zal bijhouden van alle kunstwerkers die beschikken over een kunstwerkattest. Dit register zal gebruikt worden om de Kunstwerkcommissie toe te laten haar wettelijke taken te vervullen, zoals het informeren van de kunstwerkers over hun rechten en plichten inzake sociale zekerheid en het fungeren als een expertisecentrum. De Kunstwerkcommissie zal dit register bijvoorbeeld gebruiken om het gebruik van de specifieke regels proactief voor te stellen aan de rechthebbenden. In artikel 21 wordt gesteld dat de Kunstwerkcommissie bij het beoordelen van de activiteiten in het kader van het afleveren van het kunstwerkattest objectieve criteria zal gebruiken. Deze criteria en de activiteiten die voldoen aan die criteria zullen worden bijgehouden in een levend kadaster. Dit kadaster zal bij de opstart geïnspireerd zijn door de beslissingen die door de vroegere Commissie Kunstenaars werden genomen en de aldus door deze Commissie opgebouwde "rechtspraak" en ervaring. De kunstensector zal hierbij geraadpleegd worden. Dit kadaster zal raadpleegbaar zijn op het digitale platform Working in the Arts. Het zal inzicht bieden in de beoordeling door de Kunstwerkcommissie en het garandeert een eenvormige interpretatie. Het is niet de bedoeling dat alle beslissingen publiek gemaakt worden. Enkel principiële beslissingen kunnen publiek gemaakt worden. Beslissingen zullen steeds geanonimiseerd worden in geval van publicatie. Intern beroep tegen de beslissingen van de Commissie inzake een aanvraag van een kunstwerkattest of de beslissing om een kunstwerkattest op te schorten of nietig te verklaren is mogelijk. Beroep wordt aangetekend op het digitale platform of per aangetekende brief. Het wordt behandeld door een andere beperkte kamer dan de kamer die de oorspronkelijke aanvraag heeft behandeld. Indien de beperkte kamer niet kan beslissen met eenparigheid van stemmen, wordt de aanvraag opnieuw verwezen naar de uitgebreide kamer. Overeenkomstig de wet moet de aanvrager zijn oorspronkelijke aanvraag verduidelijken of nieuwe elementen aanvoeren indien het beroep betrekking heeft op een beslissing van de Commissie inzake een aanvraag van een kunstwerkattest. Tot slot kan, zoals de wet bepaalt, tegen alle beslissingen van de Commissie beroep worden ingesteld bij de arbeidsrechtbank. Titel III behandelt de amateurkunstenvergoeding. Het eerste hoofdstuk herneemt de definities toepasselijk voor titel III. De hoofdstukken 2 en 3 regelen respectievelijk de elektronische registratie van de opdrachtgever en van de uitvoerder. Deze zijn gehouden zich te registreren bij de RSZ voorafgaand aan de aangifte van artistieke activiteiten uitgevoerd in het kader van de amateurkunstenvergoeding. Om als Belgische opdrachtgever gebruik te kunnen maken van deze regeling moet hij om zijn registratie te laten valideren, beschikken over een identificatienummer van de sociale zekerheid of over een ondernemingsnummer. De kunstensector stelde voor om bijkomende voorwaarden op te leggen aan de opdrachtgever. We hebben er evenwel voor gekozen om dit nog niet te doen. Het is immers aangewezen om eerst een gedetailleerd overzicht te krijgen van het aantal en het type van opdrachtgevers die gebruik maken van het systeem. Deze gegevens zullen ons toelaten een grondige analyse uit te voeren, waarna alsnog beperkende voorwaarden ingevoerd kunnen worden. Wanneer het gaat om een feitelijke vereniging dan zal, gezien de afwezigheid van een rechtspersoonlijkheid, een individueel lid van die feitelijke vereniging zich persoonlijk moeten registreren als opdrachtgever en zich dus persoonlijk verbinden. Hoofdstuk 4 voorziet dat voorafgaand aan het moment waarop de uitvoerder zijn activiteit aanvat, de activiteit moet worden aangegeven op de beveiligde elektronische toepassing van de RSZ. Registratie kan ook niet gebeuren vroeger dan één maand voorafgaand aan de activiteiten. Dit laatste om te vermijden dat een heel kalenderjaar vooraf wordt geregistreerd en het contingent van een uitvoerder meteen volledig wordt opgebruikt, waardoor eventuele activiteiten bij een ander opdrachtgever in het gedrang komen. Hoofdstuk 5 regelt de procedures voor de inning bij de opdrachtgevers van de solidariteitsbijdragen die overeenkomstig de wet verschuldigd zijn. Hoofdstuk 6 heeft betrekking op de schorsing of annulatie van de registratie van de opdrachtgever of uitvoerder in geval van misbruik. Bij misbruik door een opdrachtgever of een uitvoerder, bijvoorbeeld bij bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige registraties, kan de Kunstwerkcommissie de betrokken registratie(s) schorsen of annuleren. De Kunstwerkcommissie kan ook beslissen een waarschuwing te geven. Wanneer de solidariteitsbijdrage zoals bedoeld in artikel 13 van de wet 16 december 2022 tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers, niet betaald wordt binnen de gestelde termijnen, dan wordt de registratie van de opdrachtgever geschorst. De controle-instanties kunnen een verzoek tot annulatie van de registratie indienen bij de Kunstwerkcommissie indien zij aantonen dat er sprake is van misbruik. In Titel IV worden wijzigingen aangebracht in artikel 17sexies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. In dit artikel wordt de amateurkunstenvergoeding beschouwd als een forfaitaire kostenvergoeding en derhalve niet onderworpen aan de RSZ-wetgeving wanneer voldaan is aan de gestelde voorwaarden. De voorwaarden die cumulatief moeten zijn vervuld zijn: - Het moet gaan om artistieke activiteiten, met name een activiteit die een noodzakelijke artistieke bijdrage levert aan een creatie of uitvoering binnen de domeinen van de kunsten, dit zijn de audiovisuele en beeldende kunsten, de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater, de choreografie en het stripverhaal. Het begrip wordt hier beperkt tot enkel de artistieke activiteiten; dus zonder de artistiek-ondersteunende activiteiten en de artistiek-technische activiteiten. - Men ontvangt een vergoeding van minimum 45 euro en maximum 70 euro/dag. - Het aantal dagen per kalenderjaar is beperkt tot dertig. - De rechthebbende mag niet meer dan zeven opeenvolgende dagen bij eenzelfde opdrachtgever werken. - De opdrachtgever en de uitvoerder moeten worden geregistreerd op de beveiligde elektronische toepassing van de RSZ. - De activiteiten is uiterlijk voor het aanvatten van de activiteiten aangegeven door de opdrachtgever op de beveiligde elektronische toepassing van de RSZ. - Het type van de effectief geleverde s activiteiten stemt volledig overeen met het type van de activiteiten waarvoor de opdrachtgever is geregistreerd. - De uitvoerder en de opdrachtgever mogen niet tegelijkertijd ook verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst, aannemingsovereenkomst, statutaire aanstelling of 1bis-overeenkomst voor gelijkaardige activiteiten. Dezelfde regel geldt als de kunstenaar diensten verleent via een sociaal bureau voor kunstenaars, dat als opdrachtgever wordt beschouwd. Het minimumbedrag is 45 euro om hoger te zijn dan het dagelijkse forfait voor vrijwilligerswerk. Het maximumbedrag van 70 euro ligt lager dan het laagste netto dagloon in de sector (70,14 euro), waardoor de professionele kunstenaar steeds beter betaald wordt via een reguliere tewerkstelling; Activiteiten in de amateurkunsten mogen nooit in hetzelfde kalenderjaar worden gecombineerd met activiteiten die worden uitgeoefend in het kader van sociaal-culturele vorming, sportinitiatie of sportactiviteiten (artikel 17, § 1, eerste lid 4°) of sociaal-culturele evenementen (artikel 17, § 1, eerste lid 7°). Wanneer een persoon hetzij amateurkunst, hetzij het bovengenoemde verenigingswerk verricht, mag hij of zij in de loop van het jaar niet wisselen. Bij het beoordelen van het artistieke karakter van een activiteit dient steeds het geheel te worden bekeken en dient binnen dit geheel te worden nagegaan of het kunstzinnig aspect primeert. Dit is ook het geval wanneer activiteiten verspreid zijn over verschillende dagen. Ook dan moet men het geheel beoordelen en kan men niet stellen dat de activiteiten moeten worden opgedeeld in een artistieke en een niet-artistieke periode. Bij miskenning van deze cumulregels zijn uitvoerder en opdrachtgever onderworpen aan de RSZ-wet voor de betrokken activiteiten. Deze worden ook onweerlegbaar vermoed te zijn gepresteerd in het kader van een arbeidsovereenkomst. Wanneer de activiteiten niet correct zijn aangegeven op de beveiligde elektronische toepassing van de RSZ zoals de Wet het voorziet, wanneer de activiteiten die effectief werden uitgeoefend niet overeenstemmen met het type activiteiten waarvoor de opdrachtgever werd geregistreerd, of bij het miskennen van de overige voorwaarden uit paragraaf 3, dan kan de opdrachtgever geen aanspraak maken op deze regeling gedurende het lopende en de drie volgende kwartalen. De sanctieperiode werd gewijzigd op basis van het feit dat de NAR, inzake gelijkaardige bepalingen in de RSZ-wet had geadviseerd om de gebruikelijke sanctieperiode "tijdens het kalenderjaar" te wijzigen om discriminatie te vermijden tussen opdrachtgevers die in het begin van het kalenderjaar de sanctie oplopen en opdrachtgevers die pas op het einde van het kalenderjaar gesanctioneerd worden. Indien de grensbedragen niet gerespecteerd worden, worden de prestaties onderworpen aan de RSZ-wet. De activiteiten worden onweerlegbaar vermoed te zijn uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst en dit voor alle vergoedingen toegekend in het lopende kwartaal en de drie daaraan voorgaande kwartalen. Opdrachtgevers die frequent gebruik maken van de regeling van de amateurkunstenvergoeding (meer dan 100 dagvergoedingen) dienen de Kunstwerkcommissie uiterlijk op 1 maart van het volgend jaar een rapport te bezorgen. De in de wet voorziene evaluatie zal uitwijzen of dit bedrag van 100 vergoedingen toereikend is dan wel moet worden gewijzigd. Dit rapport dient minstens volgende zaken te bevatten: - een omstandige verantwoording van het uitgebreide gebruik van de amateurkunstenvergoeding; - een overzicht van de externe klanten die betrokken waren bij de artistieke activiteiten waarvoor gebruik werd gemaakt van de amateurkunstenvergoeding; - een overzicht van het totale omzetcijfer en alle activiteiten en de plaats die de activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van de amateurkunstenvergoeding hierbij innemen. Deze rapporteringsplicht heeft tot doel de opdrachtgevers te sensibiliseren, door hen bewust te laten stilstaan bij het gebruik dat zij van het systeem maken. Daarnaast zal deze info de Kunstwerkcommissie toelaten zich een beter beeld te vormen van het gebruik van het systeem. Het kan eventuele misbruiken onthullen en kan dienen als basis op grond waarvan eventueel in de toekomst de toegang tot het systeem kan worden aangepast. In Titel V worden de criteria voor de erkenning van kunstenfederaties uit de professionele kunstensector en de modaliteiten voor hun erkenning vastgesteld. In Titel VI bevinden zich de overgangsbepalingen en worden diverse koninklijke en ministeriële besluiten die betrekking hebben op de kunstenaarskaart, het kunstenaarsvisum en de Commissie Kunstenaars opgeheven. Zo is het voorzien dat de zelfstandigheidsverklaring wordt afgeschaft. De overgangsbepalingen moeten een vlotte transitie tussen de oude en de nieuwe regeling mogelijk maken. Zo wordt onder meer voorzien dat iedereen die op het moment van de inwerkingtreding beschikt over een kunstenaarsvisum, op dat moment automatisch een kunstwerkattest zal krijgen waarvan de geldigheidsduur overeenkomt met de resterende geldigheidsduur van het kunstenaarsvisum. In afwijking van deze regel, indien de resterende geldigheidsduur van het kunstenaarsvisum korter is dan twee jaar, heeft het kunstwerkattest automatisch een geldigheid van 2 jaar te rekenen van de inwerkingtreding van dit besluit. Iedereen op wie, op het moment van de inwerkingtreding, hoofdstuk 12 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 houdende de werkloosheidsreglementering van toepassing is, wegens het uitoefenen van artistieke activiteiten of wegens het uitoefenen van technische activiteiten in de kunstensector, zal een kunstwerkattest "plus" ontvangen. De personen die, op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit in het bezit zijn van een geldige kunstenaarskaart worden automatisch geregistreerd als uitvoerder, met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit. In artikel 42 wordt gesteld dat de zelfstandigheidsverklaring definitief vervalt bij het verstrijken van de geldigheidsduur ervan. In artikel 43 wordt tenslotte gepreciseerd dat bij de eerste samenstelling van de Kunstwerkcommissie, de ervaring met het kunstenaarsvisum of met de kunstenaarskaart gelijkgesteld wordt met ervaring met het kunstwerkattest. Gezien er op dat moment nog geen individuele kunstwerkattesten zijn uitgereikt, kan niemand de in artikel 2, § 5 vereiste ervaring hebben. Artikelen 45 en 46 bepalen dat bepaalde artikelen van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers, alsook bepaalde artikelen van het koninklijk besluit, in werking treden de dag van de bekendmaking van het koninklijk besluit. Deze vervroegde inwerkingtreding is het gevolg van het feit dat het secretariaat zo spoedig mogelijk dient te kunnen aanvangen met de procedure tot erkenning van de federaties en met het proces van samenstelling van de Commissie, zodat deze ten laatste op datum van inwerkingtreding van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten operationeel kan zijn. Zoals de Raad van State in zijn advies opmerkt, kunnen deze voorbereidende werken niet worden uitgevoerd zonder een vigerende rechtsgrondslag. In artikel 47 wordt de inwerkingtreding geregeld. Het is voorzien dat de teksten in werking treden uiterlijk op 1 januari 2024 gezien het deel amateurkunstenvergoeding in werking moet treden op een eerste januari omdat dat de eerste dag van een fiscaal jaar is en de regels wijzigen met betrekking tot de kleine vergoedingsregeling met name op vlak van toegelaten bedragen. Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE De Minister van Zelfstandigen D. CLARINVAL RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving Advies 72.704/1 van 9 januari 2023 over een ontwerp van koninklijk besluit 'betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers' Op 8 december 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'betreffende de werking van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers'. Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 3 januari 2023. De kamer was samengesteld uit Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter, Wouter PAS en Koen MUYLLE, staatsraden, en Wim GEURTS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Lennart NIJS, adjunct-auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 januari 2023. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot de uitvoering van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten 'tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers', die in de plaats komt van de regeling in de artikelen 172 en 172bis van de programmawet (I) van 24 december 2002. [1] Het ontwerp regelt de samenstelling en de werking van de Kunstwerkcommissie (artikelen 1 tot 11). Ook de aanvraag van het kunstwerkattest, de beoordeling van die aanvraag en de geldigheidsduur en de opschorting of nietigverklaring van het kunstwerkattest, alsook het administratief beroep over beslissingen met betrekking tot het kunstwerkattest worden geregeld (artikelen 12 tot 19 en 21 tot 22). Er wordt een digitaal register bijgehouden van personen die beschikken over een kunstwerkattest (artikel 20). Daarnaast worden de elektronische registratie van de opdrachtgever en de uitvoerder (en de schorsing en annulatie ervan) en de elektronische aangifte van activiteiten met het oog op de amateurkunstenvergoeding geregeld, samen met de inning van de solidariteitsbijdrage (artikelen 23 tot 28). In dat verband worden twee wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 28 november 1969 'tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders' (artikelen 29 en 30). Verscheidene besluiten met betrekking tot het statuut van kunstenaars en de voormalige Commissie Kunstenaars worden opgeheven (artikel 31). Het ontwerp bevat een aantal overgangsbepalingen (artikelen 32 tot 38). Het te nemen besluit treedt in werking op de datum die de Koning bepaalt bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en uiterlijk op 1 januari 2024 (artikel 39, eerste lid). Artikel 38 van het te nemen besluit treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (artikel 39, tweede lid). RECHTSGROND 3.1. De artikelen 2 tot 11 van het ontwerp, alsook de overgangsmaatregel in artikel 37 van het ontwerp, vinden rechtsgrond in artikel 3, § 7, van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten, dat de Koning machtigt om, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de nadere regels te bepalen voor de organisatie, samenstelling en de werking van de Kunstwerkcommissie, waarbij hij onder meer kan bepalen dat de samenstelling van de Commissie wordt gewijzigd naargelang van de dossiers die haar worden voorgelegd. De Koning kan tevens bepalen dat de Commissie in voltallige samenstelling, in uitgebreide of beperkte kamer zetelt. 3.1.1. Die rechtsgrondbepaling maakt het ook mogelijk om te voorzien in een afdeling van de Nederlandse taalrol en een afdeling van de Franse taalrol in de Kunstwerkcommissie, die elk in een beperkte samenstelling de dossiers behandelen die tot hun taal worden gerekend en waarbij de Duitstalige dossiers worden behandeld door de afdeling van de Nederlandse taalrol, [2] alsook om slechts in bepaalde gevallen (wanneer er geen eenparigheid van stemmen is of wanneer bepaalde leden daarom verzoeken), een dossier te laten behandelen door de Kunstwerkcommissie in uitgebreide samenstelling, waarbij ze is samengesteld uit leden van de twee afdelingen. 3.1.2. Bij artikel 2, § 7, van het ontwerp worden de ministers bevoegd voor werk, sociale zaken en het sociaal statuut der zelfstandigen (hierna: de ministers) onder meer gemachtigd om de nadere regels te bepalen inzake de erkenning als representatieve federatie. Die delegatie kan geen rechtsgrond vinden in artikel 3, § 7, van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten, dat geen betrekking heeft op die erkenning. Artikel 2, 3°, van dezelfde wet definieert weliswaar de kunstenfederaties als "aan één of meerdere domeinen van de kunsten gerelateerde federaties van de kunstensector, die bij ministerieel besluit zijn erkend op grond van hun deskundigheid en hun doelgroepgerichte ledenwerking", maar die bepaling kan evenmin rechtsgrond bieden voor de ontworpen delegatie, ook niet met een beroep op de algemene uitvoeringsbevoegdheid die de Koning put uit artikel 108 van de Grondwet. De wetgever heeft immers duidelijk bepaald dat enkel de deskundigheid en de doelgroepgerichte ledenwerking criteria kunnen zijn voor de erkenning van kunstenfederaties bij ministerieel besluit. Enkel een nadere uitwerking van die twee criteria, alsook de vaststelling van procedureregels met betrekking tot die erkenning zou eventueel kunnen worden ingepast in de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning, maar een dergelijke regeling zou in beginsel in het huidige ontwerp van koninklijk besluit moeten worden opgenomen en kan niet als dusdanig aan de ministers worden gedelegeerd. De ontworpen delegatie kan in haar huidige vorm dan ook geen doorgang vinden, nog afgezien van wat in opmerking 9 wordt uiteengezet over de draagwijdte van de delegaties in artikel 2, § 7, van het ontwerp. In die opmerking wordt ook ingegaan op de gevolgen voor het eveneens om advies voorgelegde ontwerp van ministerieel besluit 'betreffende de procedure en criteria voor de erkenning van de federaties uit de professionele kunstensector bedoeld in artikel 2, 3° van de wet XX', waarover advies 72.744/1 wordt gegeven op dezelfde dag als dit advies. 3.1.3. Artikel 10, derde lid, van het ontwerp, dat de opdrachten van het secretariaat regelt, vindt specifiek rechtsgrond in artikel 3, § 2, van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/12/2022 pub. 10/02/2023 numac 2023040548 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 19 maart 2014 houdende wettelijke definitie van de ambachtsman sluiten, dat de Koning machtigt om te bepalen welke opdrachten aan het secretariaat worden gedelegeerd. 3.2. De artikelen 12 tot 18 van het ontwerp, alsook de overgangsbepalingen in de artikelen 32 tot 36 van het ontwerp, vinden in beginsel rechtsgrond in artikel 7, § § 2 en 7, van de wet van 16 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2022 pub. 12/11/2024 numac 2024009932 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 16/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022206777 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot verhoging van het RSZ-plafond in artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 16/12/2022 pub. 23/12/2022 numac 2022034818 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Aanpassing van de bedragen van de heffingen vermeld in artikel 30bis/4 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle - jaar 2023 type wet prom. 16/ …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.