📄 Wettekst
16 MAART 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de integratie van de administratieve loopbaan en het geldelijk statuut
De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 1 en § 3, vervangen bij de wet van 8 augustus 1988;
Gelet op het
bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 betreffende het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 67, § 2;
Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, inzonderheid op artikel 5;
Gelet op het
decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/07/2003
pub.
22/08/2003
numac
2003035929
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot regeling van strategische adviesraden
sluiten tot regeling van strategische adviesraden, inzonderheid op artikel 12, derde lid;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
28/01/1997
pub.
15/10/1997
numac
1997036057
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel
sluiten houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2000Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
30/06/2000
pub.
26/09/2000
numac
2000035890
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen
sluiten houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
15/07/2002
pub.
27/11/2002
numac
2002036336
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel
sluiten houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 31 januari 2003, 24 oktober 2003, 20 februari 2004, 19 november 2004, 13 januari 2006 en 27 januari 2006;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 19 juli 2006;
Gelet op het protocol nr. 241.781 van 15 januari 2007 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;
Gelet op het advies 42.169/3 van de Raad van State, gegeven op 13 februari 2007 met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme;
Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In artikel I 2, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid van 13 januari 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1°, vijfde gedachtestreep, worden tussen het woord « SERV » en de woorden « , hierna » de woorden « en van de MORA » ingevoegd;2° punt 16° wordt vervangen door wat volgt : « personeelsfunctie : ofwel de entiteiten in het beleidsdomein Bestuurszaken ofwel de managementondersteunende dienst, hierna te noemen MOD, die conform haar taakstelling het personeelsbeleid van een bepaalde entiteit, raad of instelling aanstuurt of uitvoert.»; 3° punt 19°, wordt vervangen door wat volgt : « 19° selector : - het professioneel orgaan dat advies geeft aan de lijnmanager over het selectiegebeuren; - de lijnmanager in de gevallen zoals bepaald in dit besluit. ». Art. 2.In artikel I 3 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « De bevoegdheden die bij dit besluit aan een lijnmanager worden toegewezen kunnen door de lijnmanager worden gedelegeerd aan het hoofd van de managementondersteunende diensten.
De aldus toegewezen of via delegatie overgedragen bevoegdheden worden tevens uitgeoefend door de personeelsleden die met de waarneming van de functie belast zijn of die de titularis vervangen bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. » Art. 3.In artikel I 4, § 2, 3°, van hetzelfde besluit wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt in overleg met de functioneel bevoegde minister(s) per entiteit, raad of instelling de lijst vast van de contractuele functies die ressorteren onder de bijkomende of specifieke opdrachten, vermeld in punt c), alsmede de aan die bijkomende of specifieke opdrachten verbonden geldelijke regeling voor zover die niet door dit besluit of een andere reglementering wordt geregeld.
De indienstnemende overheid bepaalt bij tewerkstelling in contractuele betrekkingen, de soort en de duur van de arbeidsovereenkomst, tenzij deze werd bepaald in dit besluit of een andere reglementering. » Art. 4.In artikel I 5, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1°, worden de woorden « overeenkomstig artikel VI 5 » geschrapt;2° in § 1, 1°, wordt de zin « De procedures gebeuren volgens het statuut bepaald in artikel VI 1 van dit besluit onverminderd de bepalingen van dit besluit.» geschrapt; 3° in § 1, wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt, in combinatie met horizontale mobiliteit en bevordering van geslaagden voor loopbaanexamens of bekwaamheidsproeven voor de graad in kwestie.»; 4° in § 2 wordt het eerste lid opgeheven;5° in § 2 worden het zesde tot en met achtste lid vervangen door wat volgt : « Als herplaatsing niet mogelijk is, of als het gaat om een contractuele betrekking met een salarisschaal of beginsalarisschaal hoger dan rang A2, wordt de contractuele betrekking ingevuld op een van de volgende wijzen : 1° via de horizontale mobiliteit. De horizontale mobiliteit is niet toegankelijk voor contractuele personeelsleden die vervangingsopdrachten verrichten en die gedurende minder dan twee jaar ononderbroken in dienst zijn; 2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt, in combinatie met de horizontale mobiliteit. Bij combinatie van procedures worden de kandidaten onderworpen aan dezelfde functiespecifieke selectie.
Voor de volgende contractuele indienstnemingen is de combinatie van procedures niet verplicht : - vervangingsopdracht; - tijdelijke en uitzonderlijke personeelsbehoeften van maximaal één jaar en uitzonderlijk verlengbaar; - doctoraatsbeurzen; - hernieuwing of verlenging van bestaande arbeidsovereenkomsten zonder wijziging van betrekking; - vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst door een andere; - personeel met buitenlandfuncties; - startbanen.
De lijnmanager kan als selector optreden voor vervangingsopdrachten, tijdelijke en uitzonderlijke personeelsbehoeften met een arbeidsovereenkomst van maximaal één jaar en uitzonderlijk verlengbaar, startbanen en doctoraatsbeurzen.
De hernieuwing of verlenging van bestaande arbeidsovereenkomsten zonder wijziging van betrekking, en de vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst door een andere, gebeurt zonder selectie, bij beslissing van de indienstnemende overheid. »; 6° in § 4 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « De lijnmanager van de functioneel bevoegde entiteit beslist in overleg met de VDAB en de selector welke personen met een zware arbeidshandicap in aanmerking komen voor een vacature.Als de selector zijn standpunt niet binnen 30 kalenderdagen heeft meegedeeld, mag de procedure worden voortgezet. »; 7° er wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6.Onverminderd de bepalingen van dit besluit bepaalt bijlage 4 bij dit besluit voor de vacatures in alle graden of ze via aanwerving en/of bevordering kunnen worden ingevuld met eventuele vermelding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden inzake beroepskwalificatie, alsmede voor elke bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe verlenen. » Art. 5.In artikel I 6, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het statuut dat van toepassing is op de entiteit, raad of instelling volgens artikel VI 1 » vervangen door de woorden « deel VI, titel 7, hoofdstuk 3 ». Art. 6.Aan artikel I 7, § 1, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Wat betreft de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur kan de provinciegouverneur een aanvullend arbeidsreglement laten vaststellen. » Art. 7.In hetzelfde besluit wordt een artikel I 7bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. I 7bis. Onverminderd de bepalingen van dit besluit, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van de functionele minister en na akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, voor elk van de IVA's met rechtspersoonlijkheid en EVA's, vermeld in artikel I 2, voor de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en voor de strategische adviesraad Vlaamse Onderwijsraad volgende bepalingen vaststellen : 1° specifieke graden, de verdeling van die graden over de niveaus en rangen, of ze kunnen worden vervuld via aanwerving en/of bevordering of via mandaat met eventuele vermelding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden inzake beroepskwalificatie, alsmede voor elke bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe geven;2° specifieke loopbanen;3° specifieke salarisschalen, specifieke vergoedingen, toelagen, en sociale voordelen;4° specifieke regelingen voor specifieke personeelscategorieën;5° specifieke overgangsbepalingen.» Art. 8.In artikel I 9, § 2, van hetzelfde besluit wordt het laatste streepje vervangen door wat volgt : « - de weigering van een verlof voor deeltijdse prestaties of een onbetaald verlof dat een gunst is. » Art. 9.In artikel I 10, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de entiteit in het beleidsdomein Bestuurszaken » worden vervangen door de woorden « het departement Bestuurszaken »;2° de woorden « zijn entiteit » worden vervangen door de woorden « het departement Bestuurszaken ». Art. 10.In artikel I 17, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « overeenkomstig het personeelsstatuut dat van toepassing is op een entiteit, raad of instelling zoals bepaald in dit besluit, en dit voor de toepassing van het aanwervings-, loopbaan- en beloningsbeleid » geschrapt. Art. 11.Artikel I 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. I 18. Zolang voor een entiteit, raad of instelling geen lijst van bijkomende of specifieke opdrachten is vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, met toepassing van artikel I 4, § 2, bestaat de lijst van bijkomende of specifieke opdrachten voor die entiteit, raad of instelling uit de contractuele betrekkingen, vermeld in bijlage 1 bij dit besluit, waarvan de titularis overeenkomstig de migratiebesluiten voor het personeel in het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid aan deze entiteit, raad of instelling is toegewezen.
In afwachting van de vaststelling van de lijst van bijkomende of specifieke opdrachten door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, blijft voor de betrekkingen vermeld in het eerste lid, de geldelijke regeling van kracht, zoals vermeld in bijlage 1, en zoals van toepassing overeenkomstig het personeelsstatuut dat geldt op 31 december 2005. » Art. 12.Aan artikel I 21 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. In afwijking van artikel I 16, eerste lid, behouden de voorzitter en ondervoorzitter van de sociale dienst van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap het terugkeerrecht naar hun oorspronkelijke functie tot de 1ste dag van de 2de maand volgend op het inwerkingtreden van de nieuwe vzw Sociale Dienst voor het Vlaamse Overheidspersoneel. » Art. 13.In artikel II 2, § 2, van hetzelfde besluit worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt : « Het personeelslid dat in de uitoefening van zijn functie onregelmatigheden vaststelt, brengt zijn lijnmanager hiervan onmiddellijk op de hoogte. Hij kan ook rechtstreeks de Interne Audit van de Vlaamse administratie op de hoogte brengen overeenkomstig artikel 34, § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003.
Een onregelmatigheid is een nalatigheid, misbruik of misdrijf als vermeld in artikel 3, § 2, eerste lid, van het
decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/07/1998
pub.
25/08/1998
numac
1998035966
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst
sluiten houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst. » Art. 14.Aan artikel II 12, § 2 van hetzelfde statuut wordt tussen de tweede en de derde gedachtestreep een gedachtestreep toegevoegd, die luidt als volgt : « - door de provinciegouverneur voor de personeelsleden van de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur. » Art. 15.In artikel III 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° worden de woorden « bijlage 1 » vervangen door de woorden « bijlage 2 »;2° in punt 2° wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Deze verplichting geldt niet voor contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden : - voor vervangingsopdrachten; - voor tijdelijke en uitzonderlijke personeelsbehoeften met een arbeidsovereenkomst van maximaal één jaar en uitzonderlijk verlengbaar; - in startbanen; - met doctoraatsbeurzen. » Art. 16.In artikel III 3 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Wie meedingt naar een betrekking via externe aanwerving, wordt vrijgesteld van het generieke gedeelte als hij wat betreft de generieke competenties voor de graad in kwestie al geschikt werd bevonden in het kader van een statutaire of contractuele aanwervingsprocedure met algemene oproep zoals vermeld in artikel III 7, als die procedure werd aangevat ten vroegste vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
De vrijstelling geldt tot 7 jaar na de datum van die generieke test. » Art. 17.In artikel III 4 van hetzelfde besluit worden de woorden « academisch gericht » geschrapt. Art. 18.In artikel III 5, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de aanwervende lijnmanager » worden vervangen door de woorden « de selector »;2° de woorden « na overleg met de selector » worden vervangen door de woorden « na overleg met het lijnmanagement ». Art. 19.Artikel III 8, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 8. Het rekruterings- en selectieproces bestaat uit de basisselectie door de selector en de eindselectie door de lijnmanager.
De selector sluit de kandidaten die niet voldoen aan de deelnemingsvoorwaarden uit van deelname aan de basisselectie.
De basisselectie bestaat uit : 1. een generieke selectie of een generiek-specifieke selectie;2. een functiespecifieke selectie. Na een generieke selectie of een generiek-specifieke selectie volgt altijd een functiespecifieke selectie.
Een generieke selectie, georganiseerd door de selector, test de generieke competenties die nodig zijn voor de graad in kwestie. De geslaagden worden opgenomen in een reserve.
Een generiek-specifieke selectie, georganiseerd door de selector, test zowel de generieke competenties die nodig zijn voor de graad in kwestie, als de specifieke competenties die nodig zijn voor een functie. De geslaagden worden opgenomen in een reserve.
Een functiespecifieke selectie, georganiseerd door de selector in overleg met de aanwervende lijnmanager, test de specifieke competenties die nodig zijn voor een concrete vacante functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de (sub)entiteit waar de betrekking vacant is. De lijnmanager kan ervoor opteren de geslaagden voor de functiespecifieke selectie op te nemen in een reserve.
Als de functiespecifieke selectie niet voorafgegaan wordt door een generieke selectie of een generiek-specifieke selectie, test de functiespecifieke selectie eveneens de generieke competenties die nodig zijn voor de graad in kwestie.
Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan.
De selector stelt zowel na de generieke of generiek-specifieke selectie, als na de functiespecifieke selectie de lijst van de geslaagden vast, in voorkomend geval met vermelding van hun rangschikking. Daarnaast stelt de selector een lijst vast van geslaagden voor de test van de generieke competenties. » Art. 20.Artikel III 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 10. Voor de functiespecifieke selectie worden ook kandidaten uit de horizontale mobiliteit, bevordering van geslaagden voor loopbaanexamens of bekwaamheidsproeven voor de graad in kwestie toegelaten overeenkomstig artikel I 5, en de personen met een vrijstelling voor het generieke deel.
De selector sluit, in overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden in de vacature, uit van deelname aan de functiespecifieke selectie.
Na de basisselectie kiest de lijnmanager de voor hem meest geschikte kandidaat of kiest uitzonderlijk niet, wanneer hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten.
De door de lijnmanager gekozen kandidaat wordt, naargelang hij een interne of externe kandidaat is, aangeworven of bevorderd in de betrekking, of overgeplaatst naar de betrekking via horizontale mobiliteit. » Art. 21.In artikel III 11 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. 22.In artikel III 13, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden « Gemeenschapsonderwijs, of » en de woorden « deelnemen aan » het woord « eenmaal » ingevoegd. Art. 23.Artikel III 15, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 15. § 1. Onverminderd de grenzen van het arbeidsrecht bepaalt de lijnmanager de voltijdse duur van de proeftijd voor het personeelslid als volgt : - niveau D : 4 maanden; - niveau C en B : minimaal 4 en maximaal 9 maanden; - niveau A : minimaal 6 en maximaal 12 maanden.
De lijnmanager beslist of de proeftijd deeltijds kan worden uitgevoerd. In geval van deeltijdse proeftijd wordt de duur van de proeftijd pro rata verlengd.
De lijnmanager beslist eveneens over de mogelijkheid van een eindevaluatie voor de niveaus A, B en C vóór het verstrijken van de maximumduur van de proeftijd. § 2. De ambtenaar op proef beschikt over een bonus aan werkdagen afwezigheid die niet meetelt bij het berekenen van de duur van de proeftijd, zoals hierna vermeld naast de duur van de proeftijd : - meer dan 9 en minder of gelijk aan 12 maanden : 25 werkdagen; - meer dan 6 en minder of gelijk aan 9 maanden : 20 werkdagen; - meer dan 4 en minder of gelijk aan 6 maanden : 15 werkdagen; - 4 maanden : 10 werkdagen.
Die bonus kan in één keer of gefractioneerd gebruikt worden.
In die bonus aan werkdagen wordt geen rekening gehouden met de jaarlijkse vakantie. § 3. Afwezigheid boven de bonus, vermeld in § 2, zelfs de afwezigheid die met dienstactiviteit gelijkgesteld wordt, heeft schorsing van de proeftijd tot gevolg. § 4. Tijdens de schorsing van de proeftijd behoudt de ambtenaar op proef zijn hoedanigheid van ambtenaar op proef. » Art. 24.Artikel III 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 16. § 1. De lijnmanager bepaalt bij de aanvang van de proeftijd de inhoud van het programma en de evaluatiecriteria van de proeftijd in overleg met de functiehouder, de begeleider en de personeelsfunctie.
Voor specifieke personeelscategorieën kan het programma van de proeftijd tevens voorzien in het slagen voor een bekwaamheidsproef en/of het afleggen van praktische proeven. § 2. Ten minste op het einde van de proeftijd wordt een evaluatiegesprek gehouden.
Op basis van een evaluatie vóór het verstrijken van de proeftijd voor niveau A, B en C kan de benoemende overheid de beslissing nemen tot ontslag of tot vaste benoeming van de ambtenaar op proef.
Op basis van de eindevaluatie neemt de benoemende overheid de beslissing tot ontslag of tot vaste benoeming van de ambtenaar op proef. § 3. De benoemende overheid deelt haar beslissing mee binnen 30 kalenderdagen na de (eind)evaluatie aan het personeelslid, zoniet wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor het personeelslid. » Art. 25.In artikel III 18 van hetzelfde besluit worden § 1 en § 2 vervangen door wat volgt : « § 1. De benoemende overheid betekent de beslissing tot ontslag aan de ambtenaar en de indienstnemende overheid betekent de beslissing tot ontslag aan het contractueel personeelslid. § 2. De ambtenaar op proef kan tegen de ontslagbeslissing beroep instellen bij de raad van beroep binnen 15 kalenderdagen na de betekening van de beslissing. » Art. 26.In artikel III 19 van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Met ingang van de eerste werkdag die volgt op het verstrijken van de termijn voor het instellen van beroep of op de beslissing tot ontslag, wordt met de ambtenaar op proef een arbeidsovereenkomst afgesloten voor een bepaalde duur van drie maanden. » Art. 27.In deel III van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4bis, bestaande uit artikel III 21bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk 4bis. Bijzondere bepaling met betrekking tot de provinciegouverneur Art. III 21bis. Voor de toepassing van de bepalingen van dit deel op de personeelsleden bij de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur, beschikt de provinciegouverneur over de bevoegdheden bepaald in de artikelen III 12, III 16, III 18, § 1 en § 4 en III 20 van dit besluit. » Art. 28.Artikel III 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 22. In afwijking van artikel III 3, § 2, worden de volgende personen onbeperkt vrijgesteld van het generieke gedeelte : 1° personen die behoren tot de wervingsreserve van een vergelijkend aanwervingsexamen waarvan de geldigheidsduur bij de inwerkingtreding van dit besluit nog niet is verstreken;2° personen die slagen voor een vergelijkend aanwervingsexamen waarvan de procedure bij de inwerkingtreding van dit besluit nog niet is afgerond;3° personen die wat betreft de generieke competenties voor de graad in kwestie geschikt worden bevonden na inwerkingtreding van dit besluit en vóór 1 januari 2009.» Art. 29.In artikel III 24 van hetzelfde besluit worden de woorden « de bestaande reserves » vervangen door de woorden « de reserves waarvan de geldigheidsduur bij de inwerkingtreding van dit besluit nog niet is verstreken ». Art. 30.Aan deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit wordt een artikel III 26 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. III 26. Aan de ondersteunende personeelsleden die op 30 september 2002 bij arbeidsovereenkomst verbonden waren met de overgehevelde ambtenaren, die bij de federale overheid de functie van landbouwraad uitoefenden, wordt een arbeidsovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap aangeboden. » Art. 31.Aan deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit wordt een artikel III 27 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. III 27. In afwijking van artikel III 9, eerste lid, stelt de lijnmanager van het Departement Bestuurszaken, in overleg met het lijnmanagement, voor de statutaire wervingen in de ministeries per selectie of selectiegroep een selectiereglement vast zolang hiervoor geen vrije keuze van selector bestaat. » Art. 32.In artikel IV 5 van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. De evaluatie wordt vastgelegd in een door de evaluatoren opgesteld verslag. Het verslag bevat in voorkomend geval de eindvermelding « loopbaanvertraging » of « onvoldoende », die loopbaangevolgen heeft zoals bepaald in dit besluit. » Art. 33.In artikel IV 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « of de loopbaanvertraging van de ambtenaar » geschrapt. Art. 34.In deel IV van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 3bis, bestaande uit artikel IV 9bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk 3bis. Bijzondere bepaling met betrekking tot de provinciegouverneur Art. IV 9bis. Voor de toepassing van de bepalingen van dit deel op de personeelsleden bij de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur, wordt de provinciegouverneur beschouwd als functionele chef zoals bepaald in artikel IV 3 van dit besluit, en kan hij als evaluator bij de definitieve beslissing inzake de evaluatie van de ambtenaar niet zetelen in het collectief orgaan, zoals bepaald in artikel IV 9 van dit besluit. » Art. 35.Aan deel IV van hetzelfde besluit wordt een artikel IV 11 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. IV 11. Met betrekking tot de prestaties in 2006 beslist het managementorgaan van de entiteit, raad of instelling vóór 1 juli 2007, welke ambtenaren een loopbaanvertraging zullen ondergaan.
In afwijking van het eerste lid wordt de beslissing tot loopbaanvertraging genomen door de beleidsraad indien de ambtenaar geen deel uitmaakt van de entiteit, raad of instelling.
De ambtenaar wordt schriftelijk ervan in kennis gesteld dat zijn evaluatie aanleiding kan geven tot loopbaanvertraging, en wordt op zijn vraag door de overheid die de beslissing over de loopbaanvertraging neemt gehoord, vooraleer deze beslissing wordt genomen. Tevens wordt hem schriftelijk meegedeeld op grond van welke motieven de loopbaanvertraging wordt voorgesteld. » Art. 36.In artikel V 5 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De kandidaten, vermeld in § 1, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector;2° ten minste in het bezit zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A, zoals bepaald in Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de interne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren. De indienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen. » Art. 37.In artikel V 7, V 13, § 1 en V 22 van hetzelfde besluit worden de woorden « het Vlaams agentschap voor Rekrutering en Selectie » telkens vervangen door de woorden « Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger ». Art. 38.In artikel V 9, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Diensten van de Vlaamse Regering of een Vlaamse Openbare instelling, een verzelfstandigd agentschap of hun rechtsopvolgers » worden vervangen door de woorden « diensten van de Vlaamse overheid, met uitzondering van de raden, »;2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « De betrokkene oefent zijn mandaat uit volgens een arbeidsregime dat is vastgesteld in overeenstemming met de opdrachtgever.» Art. 39.In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 4, De beheersovereenkomsten, bestaande uit artikel V 10, § 1 en § 2 opgeheven. Art. 40.In artikel V 11, van hetzelfde besluit worden § 2 en § 3 vervangen door wat volgt : « § 2. In geval van afwezigheid van de titularis van de management- of projectleiderfunctie van N-niveau, wordt die persoon ambtshalve door de algemeen directeur vervangen.
Als de entiteit of instelling niet beschikt over een algemeen directeur, beslist de indienstnemende overheid : 1° ofwel dat ze een vervanger aanwijst onder de afdelingshoofden van de diensten van de Vlaamse overheid;2° ofwel dat ze een vervanger aanwijst uit de lijst van geschikte kandidaten voor dezelfde management- of projectleiderfunctie van N-niveau, vermeld in artikel V 7, § 3;3° ofwel dat een nieuwe procedure moet worden opgestart voor de vervulling van de management- of projectleiderfunctie van N-niveau.In dit geval kan de indienstnemende overheid in afwijking van artikel V 4 van dit besluit de oproep beperken tot de interne kandidaten.
De indienstneming van de vervanger gebeurt hetzij bij vervangingsovereenkomst, hetzij door aanwijzing in het mandaat vermeld in artikel V 9, § 2, van dit besluit voor maximaal de nog lopende duur van het mandaat.
Als een afdelingshoofd als vervanger wordt aangewezen, heeft hij na de beëindiging van de vervanging recht op terugkeer naar zijn mandaat van afdelingshoofd. § 3. In geval van afwezigheid van de titularis van de functie van algemeen directeur, beslist de indienstnemende overheid : 1°ofwel dat ze een vervanger aanwijst onder de afdelingshoofden van de diensten van de Vlaamse overheid; 2°ofwel dat ze een vervanger aanwijst uit de lijst van geschikte kandidaten voor dezelfde functie van algemeen directeur, vermeld in artikel V 7, § 3; 3°ofwel dat een nieuwe procedure moet worden opgestart voor de vervulling van de functie van algemeen directeur. In dit geval kan de indienstnemende overheid in afwijking van artikel V 4 de oproep beperken tot de interne kandidaten.
De indienstneming van de vervanger gebeurt hetzij bij vervangingsovereenkomst, hetzij door aanwijzing in het mandaat vermeld in artikel V 9, § 2, voor maximaal de nog lopende duur van het mandaat.
Als een afdelingshoofd als vervanger wordt aangewezen, heeft hij na de beëindiging van de vervanging recht op terugkeer naar zijn mandaat van afdelingshoofd. » Art. 41.Artikel V 20, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V 20. De kandidaten die in aanmerking komen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector;2° ten minste in het bezit zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A, zoals bepaald in Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de interne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren;3° beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens 5 jaar, die verworven werd in de laatste 10 jaar, of over 10 jaar nuttige professionele ervaring. Voor de berekening van die ervaring worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.
Onder leidinggevende ervaring wordt ervaring verstaan inzake beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de private sector.
De indienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen. » Art. 42.In artikel V 23, § 3, van hetzelfde besluit worden tussen het woord « doet » en de woorden « een voorstel » de woorden « via de functionele minister » ingevoegd. Art. 43.In artikel V 25 van hetzelfde besluit worden de woorden « respectievelijk » en « en in het personeelsstatuut dat van toepassing is op de ambtenaar » geschrapt. Art. 44.In artikel V 29, §1, van hetzelfde besluit worden de woorden « de strategische adviesraad » vervangen door de woorden « de functionele minister ». Art. 45.In artikel V 35 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.De rotatie wordt gerealiseerd via de horizontale mobiliteit van de interne arbeidsmarkt. » 2° in § 3 worden de woorden « de personeelsfunctie in het beleidsdomein Bestuurszaken » vervangen door « de lijnmanager van het Agentschap voor Overheidspersoneel ». Art. 46.Artikel V 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « § 1. De N-1 functie wordt eerst door het hoofd van de entiteit, raad of instelling vacant verklaard voor de ambtenaren van de interne arbeidsmarkt en wordt vervolgens, bij gebrek aan passende kandidaten, door het hoofd van de entiteit, raad of instelling vacant verklaard op de externe arbeidsmarkt.
De oproep tot de externe kandidaten wordt ten minste in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
De oproep regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, alsook de salarisschaal, vermeld in artikel V 43. § 2. De kandidaten die in aanmerking komen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking in de publieke sector;2° ten minste in het bezit zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A, zoals bepaald in Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de interne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren;3° beschikken over 6 jaar nuttige professionele ervaring als het interne kandidaten betreft, of over 10 jaar nuttige professionele ervaring voor externe kandidaten. Voor de berekening van die ervaring worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd.
De indienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen. » Art. 47.Aan artikel V 38, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : »Het lijnmanagement beslist wat de duur van de tussenperiode is voor deelname van een kandidaat aan opeenvolgende potentieelinschattingen. » Art. 48.In artikel V 39 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « de opdrachtgevende lijnmanager » vervangen door de woorden « het opdrachtgevende hoofd van de entiteit, raad of instelling »;2° in § 2 worden na het woord « afdelingshoofd » de woorden « of projectleider N-1 » toegevoegd. Art. 49.In artikel V 41 van hetzelfde besluit worden de woorden « respectievelijk » en « en in het personeelsstatuut dat van toepassing is op de ambtenaar » geschrapt. Art. 50.In artikel V 42, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De houder van een management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau bij de provinciale organisatorische entiteiten van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur oefent zijn taak uit volgens een arbeidsregime dat is vastgesteld in overeenstemming met de provinciegouverneur.»; 2° aan § 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De plaatsvervanger kan als effectieve titularis van de management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau aangewezen worden als die functie definitief vacant wordt.» Art. 51.In artikel V 43 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Aan de mandaatgraad van projectleider met rang A2A wordt de volgende functionele loopbaan verbonden : - projectleider N-1 (mandaat) : A 285 - projectleider N-1 (mandaat) met 6 jaar schaalanciënniteit : A 286 »; 2° een § 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.Bij overgang van de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider naar de graad van hoofdadviseur wordt de schaalanciënniteit, verworven in het mandaat van afdelingshoofd of projectleider, aangerekend op de schaalanciënniteit in de graad van hoofdadviseur. » Art. 52.Artikel V 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V 46. § 1. Onverminderd de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid, vermeld in artikel XI 8, § 1, wordt de dienstaanwijzing in een mandaatgraad van afdelingshoofd en projectleider beëindigd : 1° bij een onvoldoende;2° op verzoek van de betrokkene zelf;3° om organisatorische redenen bij afschaffing van de betrekking. De dienstaanwijzing in een mandaatgraad van afdelingshoofd en projectleider kan beëindigd worden na telkens 6 jaar. § 2. De dienstaanwijzing in een mandaatgraad van projectleider kan, onverminderd § 1, eveneens beëindigd worden in onderling overleg met de opdrachtgever en na de duurtijd van het project als dat korter is dan 6 jaar. § 3. In de overgangsperiode tot een nieuwe passende aanstelling behoudt de titularis in de gevallen van § 1, 3°, en van § 1, tweede lid, gedurende maximaal 12 maanden zijn salaris van de mandaatgraad, ten laste van de entiteit van herkomst.
In de gevallen vermeld in § 1, 1° en 2°, en § 2 en in de gevallen vermeld in § 1, 3°, en § 1, tweede lid vanaf de 13de maand, indien binnen de 12 maanden geen andere mandaatfunctie gevonden wordt, wordt de titularis bezoldigd binnen het middenkader in de graad van hoofdadviseur overeenkomstig artikel V 43, § 1. § 4. Op verzoek van de betrokkene zelf kan een einde gesteld worden aan het behoren tot het middenkader via een herplaatsing in een passende functie binnen de diensten van de Vlaamse overheid. » Art. 53.Artikel V 47 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V 47. Voor de middenkaderfuncties worden zowel de positieve resultaten van de test van generieke competenties, afgelegd voor de middenkaderfuncties als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur behouden gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de test of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd. De resultaten van de test en de geschiktheid geven recht op vrijstelling van soortgelijke tests voor de middenkaderfuncties, behalve bij een onvoldoende.
Voor de topkaderfuncties wordt de geschiktheid voor de uitoefening van de N- functie of de functie van algemeen directeur behouden gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd. De geschiktheid geeft recht op vrijstelling van selectietesten voor diezelfde functie behalve bij een onvoldoende. » Art. 54.In artikel V 51 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1°, worden de woorden « A286 » vervangen door de woorden « A288 »;2° er worden een § 3 en een § 4 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 3.De vervanger van een N-functie als vermeld in artikel V 11, § 2, ontvangt de salarisschaal A311, voorzover de vervanging 3 maanden of langer duurt. § 4. De vervanger van een algemeen directeur als vermeld in artikel V 11, § 3, ontvangt de salarisschaal A288, voor zover de vervanging 3 maanden of langer duurt. » Art. 55.Aan artikel V 53, van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd die luidt als volgt : « § 3. De termijn van 7 jaar wordt opgeschort voor de periode van 9 maanden, namelijk van 1 januari tot en met 30 september 2006. » Art. 56.Artikel V 55 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V 55. § 1. De schaalanciënniteit, verworven in het mandaat van afdelingshoofd of projectleider sinds 1 januari 1995, wordt aangerekend op de schaalanciënniteit in de graad van hoofdadviseur en in de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider zoals bepaald in artikel V 43. § 2. In afwijking van artikel V 43 genieten de hoofdadviseur, het afdelingshoofd en de projectleider de salarisregeling die werd toegekend op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, als die voordeliger is. » Art. 57.In hetzelfde besluit wordt deel VI, bestaande uit artikel VI 1 tot en met VI 13, vervangen door wat volgt : « DEEL VI. - DE ADMINISTRATIEVE LOOPBAAN TITEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel VI 1. De lijnmanager die beslist om een vacature op het personeelsplan van zijn entiteit, raad of instelling in te vullen door beroep te doen op de interne arbeidsmarkt, via een bevorderingsprocedure binnen het niveau en/of via de horizontale mobiliteit, of via de aanwijzing in een mandaat of de procedure van tijdelijke aanstelling kiest - onverminderd artikel VI 18 § 4 - voor een oproep tot de kandidaten uit het betrokken beleidsdomein of uit alle beleidsdomeinen.
Bij keuze voor vacature-invulling via een bevorderingsprocedure zonder examen of bekwaamheidsproef kan de lijnmanager de oproep beperken tot de personeelsleden van zijn entiteit, raad of instelling.
Bij keuze voor vacature-invulling via bevordering door overgang naar een ander niveau doet de lijnmanager een oproep tot de kandidaten uit alle beleidsdomeinen.
Art. VI 2. Aan het slagen voor een test van de generieke competenties voor een welbepaalde functie of voor een test van de leidinggevende capaciteiten in een bepaald niveau, is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde functie of niveau.
Art. VI 3. De ambtenaar die heeft aangetoond dat hij over de vereiste generieke competenties beschikt voor een mandaat dat niet tot het top- of middenkader behoort of voor een tijdelijke aanstelling, wordt geacht te beschikken over die competenties tijdens het mandaat of de tijdelijke aanstelling en gedurende zeven jaar na afloop ervan, tenzij het mandaat of de tijdelijke aanstelling werd beëindigd wegens een evaluatie « onvoldoende ».
Art. VI 4. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken is gemachtigd om te beslissen over de toepassingsproblemen en gelijkstellingen inzake beleidsdomeinoverschrijdende procedurekwesties.
TITEL 2. - HIERARCHISCHE INDELING DER GRADEN Art. VI 5. De hiërarchische indeling van de graden omvat 4 niveaus en 15 rangen. Ze wordt in bijlage 3 vastgesteld.
Art. VI 6. De rang situeert een graad binnen zijn niveau. De graad is de titel die de ambtenaar in een rang situeert.
Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang in zijn niveau.
De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen : 1° niveau A : zes rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2A, A2L en A3;2° niveau B : drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;3° niveau C : drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;4° niveau D : drie rangen, genummerd D1, D2 en D3. Niveau B en C zijn gelijkwaardig, behalve voor de bepalingen inzake bevordering, anciënniteit, herplaatsing, horizontale mobiliteit, diplomavereisten en verloning.
Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats in de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt. Binnen niveau A is de rang A2A hoger dan de rang A2M en lager dan de rang A2L. TITEL 3. - ANCIENNITEIT Art. VI 7. Voor een ambtenaar bestaan volgende administratieve anciënniteiten : 1° de graadanciënniteit;2° de niveauanciënniteit;3° de dienstanciënniteit;4° de schaalanciënniteit. Art. VI 8. § 1. De graadanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid heeft gepresteerd in de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde, in de graden die door de reglementering in aanmerking worden genomen voor toegang tot een andere graad, of in vergelijkbare graden. § 2. De niveauanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid heeft gepresteerd in de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde, in een graad van het betreffend niveau, of van een vergelijkbaar niveau. § 3. De dienstanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid in om het even welke hoedanigheid heeft gepresteerd. § 4. Onder « overheid » moeten in § 1 tot en met § 3 van dit artikel worden begrepen : de diensten van de Vlaamse overheid; de diensten en instellingen van de Belgische staat; de diensten en instellingen van de gemeenschappen en gewesten; de diensten en instellingen van de Europese Unie en/of de Europese Economische Ruimte; de diensten en instellingen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte; de provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s van België. § 5. De schaalanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid heeft verricht in de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde, in de betrokken salarisschaal.
De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken beslist of, en (in voorkomend geval) in welke mate, voorgaande prestaties verricht bij de diensten vermeld in § 4 die niet behoren tot de diensten van de Vlaamse overheid in aanmerking komen voor de schaalanciënniteit.
Art. VI 9. Als « werkelijke diensten » worden beschouwd : 1° de perioden waarin krachtens dit besluit het salaris wordt doorbetaald, of bij ontstentenis van salaris, de aanspraak of bevordering tot een hoger salaris behouden blijft;2° voor de toepassing van artikel VI 8 : de perioden bij de diensten van de Vlaamse overheid en de andere overheden, vermeld in artikel VI 8, § 4. Art. VI 10. De graad-, de niveau-, de dienst- en de schaalanciënniteit worden uitgedrukt in jaren en volle kalendermaanden. Ze beginnen op de eerste dag van een maand.
De gedeelten van maanden worden weggelaten en de anciënniteiten beginnen in dat geval op de eerste dag van de volgende maand.
TITEL 4. - MOBILITEIT HOOFDSTUK 1. - Herplaatsing Art. VI 11. § 1. Onder herplaatsing wordt verstaan : 1° de overplaatsing van een ambtenaar van rang A2 en lager naar een vacante statutaire betrekking van dezelfde graad;2° de overplaatsing van een contractueel personeelslid met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met rang A2 of lager, naar een vacante contractuele betrekking met dezelfde benaming en salarisschaal of geldelijke loopbaan, wanneer de betrekking van dit personeelslid ingevolge langdurige afwezigheid vacant werd verklaard, of wanneer dit personeelslid om persoonlijke, functionele of medische redenen zijn oorspronkelijke functie niet meer kan of mag uitoefenen. § 2. Artikel I 5, § 2, is van toepassing op de herplaatsing van contractuelen.
Art. VI 12. § 1. De lijnmanager wijst de personeelsleden van zijn entiteit, raad of instelling aan die in aanmerking komen voor herplaatsing. Die personeelsleden worden aangemeld bij het arbeidsmarktbureau.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt welke instantie de rol van arbeidsmarktbureau vervult. § 2. Het personeelslid in herplaatsing behoudt zijn dienstaanwijzing tot hij herplaatst wordt. § 3. In afwijking van § 2 krijgt het personeelslid dat wordt ingeschakeld in een tewerkstellingsproject, een tijdelijke nieuwe dienstaanwijzing. De projectleider krijgt de hiërarchische bevoegdheid over het personeelslid gedurende de tewerkstelling in het tewerkstellingsproject.
De lijnmanager van het Departement Bestuurszaken bepaalt de voorwaarden van het tewerkstellingsproject. § 4. De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling waar een vacante betrekking is, en het arbeidsmarktbureau beslissen gezamenlijk over de geschiktheid van het personeelslid voor de functie. Als verschillende personeelsleden in herplaatsing geschikt zijn, kiest de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling waar er een vacante betrekking is op zorgvuldige wijze het meest geschikte personeelslid voor de functie. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature en met het gewenste profiel. § 5. De lijnmanagers van de entiteiten, raden of instelling in kwestie bepalen samen wanneer het personeelslid zijn nieuwe functie moet opnemen. § 6. Als de ambtenaar tweemaal een aangeboden betrekking weigert, wordt hij ambtshalve herplaatst naar de eerstvolgende betrekking, die hem wordt aangeboden.
Art. VI 13. Als het personeelslid na twee jaar in herplaatsing te zijn, geen nieuwe betrekking heeft, beslist het arbeidsmarktbureau, in overleg met de lijnmanager van de entiteit, raad of instelling vanwaar het personeelslid komt, dat het personeelslid ingeschakeld wordt in een tewerkstellingsproject of dat hij zijn dienstaanwijzing behoudt.
Periodes van tewerkstelling in tewerkstellingsprojecten worden niet meegerekend in de termijn van twee jaar, vermeld in het eerste lid.
Art. VI 14. Het herplaatste personeelslid wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van de herplaatsing.
Het personeelslid dat voor zijn herplaatsing geslaagd is voor een examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging in graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor een van die examens of voor die proef heeft verworven.
Art. VI 15. § 1. In afwijking van artikel VI 11 en VI 14, eerste lid, kan de ambtenaar van niveau B, C of D een verzoek richten aan de lijnmanager om aangewezen te worden voor herplaatsing om persoonlijke of functionele redenen, in een betrekking van een andere graad van dezelfde rang dan die welke hij bekleedt.
De ambtenaar wordt benoemd in de nieuwe graad en ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. § 2. In afwijking van artikel VI 11 en VI 14, eerste lid, kan een ambtenaar om medische redenen herplaatst worden in een betrekking van een graad van een lagere rang. Behalve als de ambtenaar het slachtoffer is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, houdt de herplaatsing in dat geval de benoeming in de nieuwe graad in en verkrijgt de ambtenaar de hoogste salarisschaal van de nieuwe graad. § 3. In afwijking van artikel VI 11 en VI 14, eerste lid, kan een contractueel personeelslid om medische redenen herplaatst worden in een betrekking met als enige of als hoogste salarisschaal, een salarisschaal die overeenstemt met een lagere rang dan die van de (begin)salarisschaal van de betrekking waaruit de herplaatsing gebeurt.
Het contractuele personeelslid, vermeld in het eerste lid, krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of de geldelijke loopbaan, verbonden aan de nieuwe betrekking.
Het contractuele personeelslid met een geldelijke loopbaan in de nieuwe betrekking, wordt in die betrekking tewerkgesteld met de hoogste salarisschaal.
De regeling vermeld in deze paragraaf is niet van toepassing bij een arbeidsongeval of beroepsziekte. § 4. Als het herplaatste personeelslid in zijn nieuwe entiteit, raad of instelling een lager salaris zou ontvangen dan hij bij de herplaatsing genoot, dan behoudt hij zijn salaris tot hij in zijn nieuwe entiteit, raad of instelling een salaris verkrijgt dat ten minste daaraan gelijk is.
Art. VI 16. Het herplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en uitsturende entiteiten, raden of instelling.
Art. VI 17. Hoofdstuk 1 is niet van toepassing op de ambtenaar op proef, behalve bij herplaatsing om redenen van herstructurering. De ontvangende lijnmanager bepaalt de duur van de proeftijd overeenkomstig deel III, hoofdstuk 3. HOOFDSTUK 2. - Horizontale mobiliteit Art. VI 18. § 1. Onder horizontale mobiliteit wordt verstaan : 1° de overplaatsing van een ambtenaar vanuit een entiteit, raad of instelling naar een andere betrekking van dezelfde graad bij een entiteit, raad of instelling; 2° de overplaatsing van een contractueel personeelslid vanuit een entiteit, raad of instelling naar een betrekking met dezelfde benaming en salarisschaal of geldelijke loopbaan bij een entiteit, raad of instelling. § 2. Horizontale mobiliteit is niet van toepassing op de functies van N-niveau en de functie van algemeen directeur. § 3. Artikel I 5, § 2, is van toepassing op de horizontale mobiliteit voor contractuelen. § 4. Een contractueel personeelslid kan meedingen voor een vaste betrekking in een gelijkwaardige functie via de horizontale mobiliteit als hij overeenkomstig deel III bij aanwerving voor die graad vrijgesteld is van het generieke gedeelte.
Hij wordt dan onmiddellijk toegelaten tot de functiespecifieke selectie. Deel III, hoofdstuk 3, betreffende de proeftijd is van toepassing op het contractuele personeelslid.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt begrepen onder gelijkwaardige functie, een functie met overeenstemmende of gelijkwaardige inhoud, zonder dat de graadbenaming of de geldelijke regeling volledig dezelfde hoeven te zijn.
Art. VI 19. Een vacante betrekking die via de horizontale mobiliteit ingevuld wordt, wordt bekendgemaakt.
Art. VI 20. Ieder personeelslid kan zich kandidaat stellen voor een vacante betrekking door een gerichte kandidaatstelling naar aanleiding van een bekendmaking van een vacature.
Art. VI 21. Een personeelslid komt alleen voor overplaatsing in aanmerking als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° hij bevindt zich in de administratieve toestand van dienstactiviteit;2° hij beantwoordt aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante functie uit te oefenen. Art. VI 22. De selector sluit, in overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden in de vacature, uit van deelname aan de functiespecifieke selectie.
De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van de eventuele uitsluiting.
Art. VI 23. De lijnmanager van de entiteit, raad of instelling waar het personeelslid terechtkomt, kiest op zorgvuldige wijze het meest geschikte personeelslid voor een bepaalde functie.
De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met : 1° de kandidaatstelling;2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;3° de beoordeling van de eventuele selectietest of -tests. De lijnmanager kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de kandidaten die door de selector als geschikt werden bevonden voldoet aan de profielvereisten.
Art. VI 24. Het geselecteerde personeelslid moet binnen drie maanden na de selectiebeslissing zijn nieuwe functie opnemen.
Het geselecteerde personeelslid kan een aangeboden betrekking weigeren.
Art. VI 25. Het overgeplaatste personeelslid wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of instelling waarin hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van overplaatsing.
Het personeelslid dat voor zijn overplaatsing geslaagd is voor een examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging in graad, of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor een van die examens of voor die proef heeft verworven.
Art. VI 26. § 1. In afwijking van artikel VI 18 kan de ambtenaar met een niet-administratieve graad van de eerste en tweede rang van elk niveau worden overgeplaatst naar een betrekking met een administratieve graad van dezelfde rang als die welke hij bekleedt.
De ambtenaar wordt benoemd in die nieuwe graad en, in afwijking van artikel VI 25, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de verworven schaalanciënniteit. § 2. In afwijking van artikel VI 18 kan het contractuele personeelslid met een niet-administratieve betrekking, met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met de eerste of tweede rang van een niveau, worden overgeplaatst naar een administratieve betrekking, met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met de rang van de (begin)salarisschaal in de niet-administratieve betrekking.
Het contractuele personeelslid, vermeld in het eerste lid, krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of met de geldelijke loopbaan die verbonden is aan de administratieve betrekking. De totaliteit van de prestaties in de niet-administratieve betrekking telt mee voor de bepaling van het salaris of de salarisschaal in de administratieve betrekking.
Art. VI 27. Het overplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en de uitsturende entiteit, raad of instelling.
Bij overplaatsing van de ambtenaar op proef met het oog op vaste benoeming of op bevordering in het andere niveau bepaalt de ontvangende lijnmanager de duur van de proeftijd overeenkomstig deel III, hoofdstuk 3 of deel VI, titel 5, hoofdstuk 4. De overplaatsing van de ambtenaar op proef via de horizontale mobiliteit is eenmalig per procedure.
Art. VI 28. In afwijking van artikel VI 18 verkrijgt een preventieadviseur-coördinator die wordt overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of instelling, tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt.
Art. VI 29. In afwijking van artikel VI 18 verkrijgt een afdelingshoofd dat wordt overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of instelling, tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen het afdelingshoofd zijn nieuwe functie opneemt.
Art. VI 30. In afwijking van artikel VI 18 verkrijgt de opdrachthouder, het staflid en de preventieadviseur die wordt overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of instelling, tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de opdrachthouder, het staflid en de preventieadviseur zijn nieuwe functie opneemt. HOOFDSTUK 3. - Standplaatsbepaling Art. VI 31. § 1. De administratieve standplaats is de gemeente waar het personeelslid hoofdzakelijk zijn ambt uitoefent of een zo centraal mogelijk bepaalde gemeente in zijn ambtsgebied. § 2. Voor de personeelsleden met een rang tot en met A2A of met een salarisschaal die overeenstemt met een rang tot en met A2A kan de lijnmanager de standplaats : 1° vaststellen, als die om dienstredenen niet samenvalt met de gemeente waar de centrale administratie of de buitendienst gevestigd is;2° wijzigen. § 3. Voor de functies van N-niveau en algemeen directeur wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de indienstnemende overheid. § 4. De vaststelling en wijziging van de standplaats gebeurt in overeenstemming met het betrokken contractuele personeelslid.
TITEL 5. - DE BEVORDERING HOOFDSTUK …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.