Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de integratie van de administratieve l

Kort samengevat

Dit besluit wijzigt het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, met als doel de integratie van de administratieve loopbaan en het geldelijk statuut van het personeel van de Vlaamse overheid. Het past diverse artikelen aan met betrekking tot personeelsfuncties, selectieprocedures en bevoegdheidsdelegatie.

Wat het regelt

  • De definitie van "personeelsfunctie" en "selector" binnen de Vlaamse overheid.
  • De delegatie van bevoegdheden van lijnmanagers aan hoofden van managementondersteunende diensten.
  • De vaststelling van lijsten van contractuele functies en de daaraan verbonden geldelijke regeling.
  • De procedures voor het invullen van vacatures, inclusief aanwerving, horizontale mobiliteit en bevordering.

Wie het aanbelangt

  • Het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid.
  • Lijnmanagers en hoofden van managementondersteunende diensten binnen de Vlaamse overheid.

Kernpunten

  • De "personeelsfunctie" omvat nu zowel entiteiten in het beleidsdomein Bestuurszaken als de managementondersteunende dienst (MOD).
  • Bevoegdheden van lijnmanagers kunnen gedelegeerd worden aan het hoofd van de managementondersteunende diensten.
  • De Vlaamse minister, bevoegd voor bestuurszaken, stelt in overleg de lijst vast van contractuele functies met bijkomende of specifieke opdrachten en de geldelijke regeling hiervoor.
  • Vacatures kunnen worden ingevuld via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt, in combinatie met horizontale mobiliteit en bevordering van geslaagden voor loopbaanexamens of bekwaamheidsproeven.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 2§ 4§ 3

16 MAART 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de

tegratie van de administratieve loopbaan en het geldelijk statuut De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot hervorming der

stellingen,

zonderheid op artikel 87, § 1 en § 3, vervangen bij de wet van 8 augustus 1988; Gelet op het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten3 betreffende het Gemeenschapsonderwijs,

zonderheid op artikel 67, § 2; Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003,

zonderheid op artikel 5; Gelet op het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 22/08/2003 numac 2003035929 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van strategische adviesraden sluiten tot regeling van strategische adviesraden,

zonderheid op artikel 12, derde lid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 28/01/1997 pub. 15/10/1997 numac 1997036057 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke

stellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel sluiten houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke

stellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 30/06/2000 pub. 26/09/2000 numac 2000035890 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare

stellingen sluiten houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare

stellingen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/07/2002 pub. 27/11/2002 numac 2002036336 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel sluiten houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 31 januari 2003, 24 oktober 2003, 20 februari 2004, 19 november 2004, 13 januari 2006 en 27 januari 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten1 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten2; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 19 juli 2006; Gelet op het protocol nr. 241.781 van 15 januari 2007 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest; Gelet op het advies 42.169/3 van de Raad van State, gegeven op 13 februari 2007 met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.

artikel I 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten1 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid van 13 januari 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

punt 1°, vijfde gedachtestreep, worden tussen het woord « SERV » en de woorden « , hierna » de woorden « en van de MORA »

gevoegd;2° punt 16° wordt vervangen door wat volgt : « personeelsfunctie : ofwel de entiteiten

het beleidsdomein Bestuurszaken ofwel de managementondersteunende dienst, hierna te noemen MOD, die conform haar taakstelling het personeelsbeleid van een bepaalde entiteit, raad of

stelling aanstuurt of uitvoert.»; 3° punt 19°, wordt vervangen door wat volgt : « 19° selector : - het professioneel orgaan dat advies geeft aan de lijnmanager over het selectiegebeuren; - de lijnmanager

de gevallen zoals bepaald

dit besluit. ». Art. 2.

artikel I 3 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « De bevoegdheden die bij dit besluit aan een lijnmanager worden toegewezen kunnen door de lijnmanager worden gedelegeerd aan het hoofd van de managementondersteunende diensten. De aldus toegewezen of via delegatie overgedragen bevoegdheden worden tevens uitgeoefend door de personeelsleden die met de waarneming van de functie belast zijn of die de titularis vervangen bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. » Art. 3.

artikel I 4, § 2, 3°, van hetzelfde besluit wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt

overleg met de functioneel bevoegde minister(s) per entiteit, raad of

stelling de lijst vast van de contractuele functies die ressorteren onder de bijkomende of specifieke opdrachten, vermeld

punt c), alsmede de aan die bijkomende of specifieke opdrachten verbonden geldelijke regeling voor zover die niet door dit besluit of een andere reglementering wordt geregeld. De

dienstnemende overheid bepaalt bij tewerkstelling

contractuele betrekkingen, de soort en de duur van de arbeidsovereenkomst, tenzij deze werd bepaald

dit besluit of een andere reglementering. » Art. 4.

artikel I 5, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, 1°, worden de woorden « overeenkomstig artikel VI 5 » geschrapt;2°

§ 1

, 1°, wordt de zin « De procedures gebeuren volgens het statuut bepaald

artikel VI 1 van dit besluit onverminderd de bepalingen van dit besluit.» geschrapt; 3°

§ 1

, wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt,

combinatie met horizontale mobiliteit en bevordering van geslaagden voor loopbaanexamens of bekwaamheidsproeven voor de graad

kwestie.»; 4°

§ 2

wordt het eerste lid opgeheven;5°

§ 2

worden het zesde tot en met achtste lid vervangen door wat volgt : « Als herplaatsing niet mogelijk is, of als het gaat om een contractuele betrekking met een salarisschaal of beginsalarisschaal hoger dan rang A2, wordt de contractuele betrekking

gevuld op een van de volgende wijzen : 1° via de horizontale mobiliteit. De horizontale mobiliteit is niet toegankelijk voor contractuele personeelsleden die vervangingsopdrachten verrichten en die gedurende minder dan twee jaar ononderbroken

dienst zijn; 2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt,

combinatie met de horizontale mobiliteit. Bij combinatie van procedures worden de kandidaten onderworpen aan dezelfde functiespecifieke selectie. Voor de volgende contractuele

dienstnemingen is de combinatie van procedures niet verplicht : - vervangingsopdracht; - tijdelijke en uitzonderlijke personeelsbehoeften van maximaal één jaar en uitzonderlijk verlengbaar; - doctoraatsbeurzen; - hernieuwing of verlenging van bestaande arbeidsovereenkomsten zonder wijziging van betrekking; - vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst door een andere; - personeel met buitenlandfuncties; - startbanen. De lijnmanager kan als selector optreden voor vervangingsopdrachten, tijdelijke en uitzonderlijke personeelsbehoeften met een arbeidsovereenkomst van maximaal één jaar en uitzonderlijk verlengbaar, startbanen en doctoraatsbeurzen. De hernieuwing of verlenging van bestaande arbeidsovereenkomsten zonder wijziging van betrekking, en de vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst door een andere, gebeurt zonder selectie, bij beslissing van de

dienstnemende overheid. »; 6°

§ 4

wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « De lijnmanager van de functioneel bevoegde entiteit beslist

overleg met de VDAB en de selector welke personen met een zware arbeidshandicap

aanmerking komen voor een vacature.Als de selector zijn standpunt niet binnen 30 kalenderdagen heeft meegedeeld, mag de procedure worden voortgezet. »; 7° er wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6.Onverminderd de bepalingen van dit besluit bepaalt bijlage 4 bij dit besluit voor de vacatures

alle graden of ze via aanwerving en/of bevordering kunnen worden

gevuld met eventuele vermelding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden

zake beroepskwalificatie, alsmede voor elke bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe verlenen. » Art. 5.

artikel I 6, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « het statuut dat van toepassing is op de entiteit, raad of

stelling volgens artikel VI 1 » vervangen door de woorden « deel VI, titel 7, hoofdstuk 3 ». Art. 6.Aan artikel I 7, § 1, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Wat betreft de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur kan de provinciegouverneur een aanvullend arbeidsreglement laten vaststellen. » Art. 7.

hetzelfde besluit wordt een artikel I 7bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. I 7bis. Onverminderd de bepalingen van dit besluit, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van de functionele minister en na akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, voor elk van de IVA's met rechtspersoonlijkheid en EVA's, vermeld

artikel I 2, voor de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en voor de strategische adviesraad Vlaamse Onderwijsraad volgende bepalingen vaststellen : 1° specifieke graden, de verdeling van die graden over de niveaus en rangen, of ze kunnen worden vervuld via aanwerving en/of bevordering of via mandaat met eventuele vermelding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden

zake beroepskwalificatie, alsmede voor elke bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe geven;2° specifieke loopbanen;3° specifieke salarisschalen, specifieke vergoedingen, toelagen, en sociale voordelen;4° specifieke regelingen voor specifieke personeelscategorieën;5° specifieke overgangsbepalingen.» Art. 8.

artikel I 9, § 2, van hetzelfde besluit wordt het laatste streepje vervangen door wat volgt : « - de weigering van een verlof voor deeltijdse prestaties of een onbetaald verlof dat een gunst is. » Art. 9.

artikel I 10, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de entiteit

het beleidsdomein Bestuurszaken » worden vervangen door de woorden « het departement Bestuurszaken »;2° de woorden « zijn entiteit » worden vervangen door de woorden « het departement Bestuurszaken ». Art. 10.

artikel I 17, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « overeenkomstig het personeelsstatuut dat van toepassing is op een entiteit, raad of

stelling zoals bepaald

dit besluit, en dit voor de toepassing van het aanwervings-, loopbaan- en beloningsbeleid » geschrapt. Art. 11.Artikel I 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. I 18. Zolang voor een entiteit, raad of

stelling geen lijst van bijkomende of specifieke opdrachten is vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, met toepassing van artikel I 4, § 2, bestaat de lijst van bijkomende of specifieke opdrachten voor die entiteit, raad of

stelling uit de contractuele betrekkingen, vermeld

bijlage 1 bij dit besluit, waarvan de titularis overeenkomstig de migratiebesluiten voor het personeel

het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid aan deze entiteit, raad of

stelling is toegewezen.

afwachting van de vaststelling van de lijst van bijkomende of specifieke opdrachten door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, blijft voor de betrekkingen vermeld

het eerste lid, de geldelijke regeling van kracht, zoals vermeld

bijlage 1, en zoals van toepassing overeenkomstig het personeelsstatuut dat geldt op 31 december 2005. » Art. 12.Aan artikel I 21 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.

afwijking van artikel I 16, eerste lid, behouden de voorzitter en ondervoorzitter van de sociale dienst van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap het terugkeerrecht naar hun oorspronkelijke functie tot de 1ste dag van de 2de maand volgend op het

werkingtreden van de nieuwe vzw Sociale Dienst voor het Vlaamse Overheidspersoneel. » Art. 13.

artikel II 2, § 2, van hetzelfde besluit worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt : « Het personeelslid dat

de uitoefening van zijn functie onregelmatigheden vaststelt, brengt zijn lijnmanager hiervan onmiddellijk op de hoogte. Hij kan ook rechtstreeks de

terne Audit van de Vlaamse administratie op de hoogte brengen overeenkomstig artikel 34, § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003. Een onregelmatigheid is een nalatigheid, misbruik of misdrijf als vermeld

artikel 3, § 2, eerste lid, van het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende

stelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten houdende

stelling van de Vlaamse ombudsdienst. » Art. 14.Aan artikel II 12, § 2 van hetzelfde statuut wordt tussen de tweede en de derde gedachtestreep een gedachtestreep toegevoegd, die luidt als volgt : « - door de provinciegouverneur voor de personeelsleden van de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur. » Art. 15.

artikel III 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

punt 1° worden de woorden « bijlage 1 » vervangen door de woorden « bijlage 2 »;2°

punt 2° wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Deze verplichting geldt niet voor contractuele personeelsleden die

dienst genomen worden : - voor vervangingsopdrachten; - voor tijdelijke en uitzonderlijke personeelsbehoeften met een arbeidsovereenkomst van maximaal één jaar en uitzonderlijk verlengbaar; -

startbanen; - met doctoraatsbeurzen. » Art. 16.

artikel III 3 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Wie meedingt naar een betrekking via externe aanwerving, wordt vrijgesteld van het generieke gedeelte als hij wat betreft de generieke competenties voor de graad

kwestie al geschikt werd bevonden

het kader van een statutaire of contractuele aanwervingsprocedure met algemene oproep zoals vermeld

artikel III 7, als die procedure werd aangevat ten vroegste vanaf de

werkingtreding van dit besluit. De vrijstelling geldt tot 7 jaar na de datum van die generieke test. » Art. 17.

artikel III 4 van hetzelfde besluit worden de woorden « academisch gericht » geschrapt. Art. 18.

artikel III 5, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de aanwervende lijnmanager » worden vervangen door de woorden « de selector »;2° de woorden « na overleg met de selector » worden vervangen door de woorden « na overleg met het lijnmanagement ». Art. 19.Artikel III 8, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt : « Art. III

  1. Het rekruterings- en selectieproces bestaat uit de basisselectie door de selector en de eindselectie door de lijnmanager. De selector sluit de kandidaten die niet voldoen aan de deelnemingsvoorwaarden uit van deelname aan de basisselectie. De basisselectie bestaat uit :
  2. een generieke selectie of een generiek-specifieke selectie;
  3. een functiespecifieke selectie. Na een generieke selectie of een generiek-specifieke selectie volgt altijd een functiespecifieke selectie. Een generieke selectie, georganiseerd door de selector, test de generieke competenties die nodig zijn voor de graad

kwestie. De geslaagden worden opgenomen

een reserve. Een generiek-specifieke selectie, georganiseerd door de selector, test zowel de generieke competenties die nodig zijn voor de graad

kwestie, als de specifieke competenties die nodig zijn voor een functie. De geslaagden worden opgenomen

een reserve. Een functiespecifieke selectie, georganiseerd door de selector

overleg met de aanwervende lijnmanager, test de specifieke competenties die nodig zijn voor een concrete vacante functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de (sub)entiteit waar de betrekking vacant is. De lijnmanager kan ervoor opteren de geslaagden voor de functiespecifieke selectie op te nemen

een reserve. Als de functiespecifieke selectie niet voorafgegaan wordt door een generieke selectie of een generiek-specifieke selectie, test de functiespecifieke selectie eveneens de generieke competenties die nodig zijn voor de graad

kwestie. Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De selector stelt zowel na de generieke of generiek-specifieke selectie, als na de functiespecifieke selectie de lijst van de geslaagden vast,

voorkomend geval met vermelding van hun rangschikking. Daarnaast stelt de selector een lijst vast van geslaagden voor de test van de generieke competenties. » Art. 20.Artikel III 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 10. Voor de functiespecifieke selectie worden ook kandidaten uit de horizontale mobiliteit, bevordering van geslaagden voor loopbaanexamens of bekwaamheidsproeven voor de graad

kwestie toegelaten overeenkomstig artikel I 5, en de personen met een vrijstelling voor het generieke deel. De selector sluit,

overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden

de vacature, uit van deelname aan de functiespecifieke selectie. Na de basisselectie kiest de lijnmanager de voor hem meest geschikte kandidaat of kiest uitzonderlijk niet, wanneer hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De door de lijnmanager gekozen kandidaat wordt, naargelang hij een

terne of externe kandidaat is, aangeworven of bevorderd

de betrekking, of overgeplaatst naar de betrekking via horizontale mobiliteit. » Art. 21.

artikel III 11 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven. Art. 22.

artikel III 13, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden « Gemeenschapsonderwijs, of » en de woorden « deelnemen aan » het woord « eenmaal »

gevoegd. Art. 23.Artikel III 15, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III

  1. §
  2. Onverminderd de grenzen van het arbeidsrecht bepaalt de lijnmanager de voltijdse duur van de proeftijd voor het personeelslid als volgt : - niveau D : 4 maanden; - niveau C en B : minimaal 4 en maximaal 9 maanden; - niveau A : minimaal 6 en maximaal 12 maanden. De lijnmanager beslist of de proeftijd deeltijds kan worden uitgevoerd.

geval van deeltijdse proeftijd wordt de duur van de proeftijd pro rata verlengd. De lijnmanager beslist eveneens over de mogelijkheid van een eindevaluatie voor de niveaus A, B en C vóór het verstrijken van de maximumduur van de proeftijd. § 2. De ambtenaar op proef beschikt over een bonus aan werkdagen afwezigheid die niet meetelt bij het berekenen van de duur van de proeftijd, zoals hierna vermeld naast de duur van de proeftijd : - meer dan 9 en minder of gelijk aan 12 maanden : 25 werkdagen; - meer dan 6 en minder of gelijk aan 9 maanden : 20 werkdagen; - meer dan 4 en minder of gelijk aan 6 maanden : 15 werkdagen; - 4 maanden : 10 werkdagen. Die bonus kan

één keer of gefractioneerd gebruikt worden.

die bonus aan werkdagen wordt geen rekening gehouden met de jaarlijkse vakantie. § 3. Afwezigheid boven de bonus, vermeld

§ 2

, zelfs de afwezigheid die met dienstactiviteit gelijkgesteld wordt, heeft schorsing van de proeftijd tot gevolg. §

  1. Tijdens de schorsing van de proeftijd behoudt de ambtenaar op proef zijn hoedanigheid van ambtenaar op proef. » Art. 24.Artikel III 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III
  2. §
  3. De lijnmanager bepaalt bij de aanvang van de proeftijd de

houd van het programma en de evaluatiecriteria van de proeftijd

overleg met de functiehouder, de begeleider en de personeelsfunctie. Voor specifieke personeelscategorieën kan het programma van de proeftijd tevens voorzien

het slagen voor een bekwaamheidsproef en/of het afleggen van praktische proeven. §

  1. Ten minste op het einde van de proeftijd wordt een evaluatiegesprek gehouden. Op basis van een evaluatie vóór het verstrijken van de proeftijd voor niveau A, B en C kan de benoemende overheid de beslissing nemen tot ontslag of tot vaste benoeming van de ambtenaar op proef. Op basis van de eindevaluatie neemt de benoemende overheid de beslissing tot ontslag of tot vaste benoeming van de ambtenaar op proef. §
  2. De benoemende overheid deelt haar beslissing mee binnen 30 kalenderdagen na de (eind)evaluatie aan het personeelslid, zoniet wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor het personeelslid. » Art. 25.

artikel III 18 van hetzelfde besluit worden § 1 en § 2 vervangen door wat volgt : « § 1. De benoemende overheid betekent de beslissing tot ontslag aan de ambtenaar en de

dienstnemende overheid betekent de beslissing tot ontslag aan het contractueel personeelslid. § 2. De ambtenaar op proef kan tegen de ontslagbeslissing beroep

stellen bij de raad van beroep binnen 15 kalenderdagen na de betekening van de beslissing. » Art. 26.

artikel III 19 van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Met

gang van de eerste werkdag die volgt op het verstrijken van de termijn voor het

stellen van beroep of op de beslissing tot ontslag, wordt met de ambtenaar op proef een arbeidsovereenkomst afgesloten voor een bepaalde duur van drie maanden. » Art. 27.

deel III van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4bis, bestaande uit artikel III 21bis,

gevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk 4bis. Bijzondere bepaling met betrekking tot de provinciegouverneur Art. III 21bis. Voor de toepassing van de bepalingen van dit deel op de personeelsleden bij de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur, beschikt de provinciegouverneur over de bevoegdheden bepaald

de artikelen III 12, III 16, III 18, § 1 en § 4 en III 20 van dit besluit. » Art. 28.Artikel III 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. III 22.

afwijking van artikel III 3, § 2, worden de volgende personen onbeperkt vrijgesteld van het generieke gedeelte : 1° personen die behoren tot de wervingsreserve van een vergelijkend aanwervingsexamen waarvan de geldigheidsduur bij de

werkingtreding van dit besluit nog niet is verstreken;2° personen die slagen voor een vergelijkend aanwervingsexamen waarvan de procedure bij de

werkingtreding van dit besluit nog niet is afgerond;3° personen die wat betreft de generieke competenties voor de graad

kwestie geschikt worden bevonden na

werkingtreding van dit besluit en vóór 1 januari 2009.» Art. 29.

artikel III 24 van hetzelfde besluit worden de woorden « de bestaande reserves » vervangen door de woorden « de reserves waarvan de geldigheidsduur bij de

werkingtreding van dit besluit nog niet is verstreken ». Art. 30.Aan deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit wordt een artikel III 26 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. III 26. Aan de ondersteunende personeelsleden die op 30 september 2002 bij arbeidsovereenkomst verbonden waren met de overgehevelde ambtenaren, die bij de federale overheid de functie van landbouwraad uitoefenden, wordt een arbeidsovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap aangeboden. » Art. 31.Aan deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit wordt een artikel III 27 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. III 27.

afwijking van artikel III 9, eerste lid, stelt de lijnmanager van het Departement Bestuurszaken,

overleg met het lijnmanagement, voor de statutaire wervingen

de ministeries per selectie of selectiegroep een selectiereglement vast zolang hiervoor geen vrije keuze van selector bestaat. » Art. 32.

artikel IV 5 van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. De evaluatie wordt vastgelegd

een door de evaluatoren opgesteld verslag. Het verslag bevat

voorkomend geval de eindvermelding « loopbaanvertraging » of « onvoldoende », die loopbaangevolgen heeft zoals bepaald

dit besluit. » Art. 33.

artikel IV 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « of de loopbaanvertraging van de ambtenaar » geschrapt. Art. 34.

deel IV van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 3bis, bestaande uit artikel IV 9bis,

gevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk 3bis. Bijzondere bepaling met betrekking tot de provinciegouverneur Art. IV 9bis. Voor de toepassing van de bepalingen van dit deel op de personeelsleden bij de provinciale organisatorische entiteiten van het agentschap voor Binnenlands Bestuur, wordt de provinciegouverneur beschouwd als functionele chef zoals bepaald

artikel IV 3 van dit besluit, en kan hij als evaluator bij de definitieve beslissing

zake de evaluatie van de ambtenaar niet zetelen

het collectief orgaan, zoals bepaald

artikel IV 9 van dit besluit. » Art. 35.Aan deel IV van hetzelfde besluit wordt een artikel IV 11 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. IV 11. Met betrekking tot de prestaties

2006 beslist het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling vóór 1 juli 2007, welke ambtenaren een loopbaanvertraging zullen ondergaan.

afwijking van het eerste lid wordt de beslissing tot loopbaanvertraging genomen door de beleidsraad

dien de ambtenaar geen deel uitmaakt van de entiteit, raad of

stelling. De ambtenaar wordt schriftelijk ervan

kennis gesteld dat zijn evaluatie aanleiding kan geven tot loopbaanvertraging, en wordt op zijn vraag door de overheid die de beslissing over de loopbaanvertraging neemt gehoord, vooraleer deze beslissing wordt genomen. Tevens wordt hem schriftelijk meegedeeld op grond van welke motieven de loopbaanvertraging wordt voorgesteld. » Art. 36.

artikel V 5 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De kandidaten, vermeld

§ 1

, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking

de publieke sector;2° ten minste

het bezit zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A, zoals bepaald

Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de

terne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren. De

dienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden

overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen. » Art. 37.

artikel V 7, V 13, § 1 en V 22 van hetzelfde besluit worden de woorden « het Vlaams agentschap voor Rekrutering en Selectie » telkens vervangen door de woorden « Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger ». Art. 38.

artikel V 9, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Diensten van de Vlaamse Regering of een Vlaamse Openbare

stelling, een verzelfstandigd agentschap of hun rechtsopvolgers » worden vervangen door de woorden « diensten van de Vlaamse overheid, met uitzondering van de raden, »;2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « De betrokkene oefent zijn mandaat uit volgens een arbeidsregime dat is vastgesteld

overeenstemming met de opdrachtgever.» Art. 39.

hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 4, De beheersovereenkomsten, bestaande uit artikel V 10, § 1 en § 2 opgeheven. Art. 40.

artikel V 11, van hetzelfde besluit worden § 2 en § 3 vervangen door wat volgt : « § 2.

geval van afwezigheid van de titularis van de management- of projectleiderfunctie van N-niveau, wordt die persoon ambtshalve door de algemeen directeur vervangen. Als de entiteit of

stelling niet beschikt over een algemeen directeur, beslist de

dienstnemende overheid : 1° ofwel dat ze een vervanger aanwijst onder de afdelingshoofden van de diensten van de Vlaamse overheid;2° ofwel dat ze een vervanger aanwijst uit de lijst van geschikte kandidaten voor dezelfde management- of projectleiderfunctie van N-niveau, vermeld

artikel V 7, § 3;3° ofwel dat een nieuwe procedure moet worden opgestart voor de vervulling van de management- of projectleiderfunctie van N-niveau.

dit geval kan de

dienstnemende overheid

afwijking van artikel V 4 van dit besluit de oproep beperken tot de

terne kandidaten. De

dienstneming van de vervanger gebeurt hetzij bij vervangingsovereenkomst, hetzij door aanwijzing

het mandaat vermeld

artikel V 9, § 2, van dit besluit voor maximaal de nog lopende duur van het mandaat. Als een afdelingshoofd als vervanger wordt aangewezen, heeft hij na de beëindiging van de vervanging recht op terugkeer naar zijn mandaat van afdelingshoofd. § 3.

geval van afwezigheid van de titularis van de functie van algemeen directeur, beslist de

dienstnemende overheid : 1°ofwel dat ze een vervanger aanwijst onder de afdelingshoofden van de diensten van de Vlaamse overheid; 2°ofwel dat ze een vervanger aanwijst uit de lijst van geschikte kandidaten voor dezelfde functie van algemeen directeur, vermeld

artikel V 7, § 3; 3°ofwel dat een nieuwe procedure moet worden opgestart voor de vervulling van de functie van algemeen directeur.

dit geval kan de

dienstnemende overheid

afwijking van artikel V 4 de oproep beperken tot de

terne kandidaten. De

dienstneming van de vervanger gebeurt hetzij bij vervangingsovereenkomst, hetzij door aanwijzing

het mandaat vermeld

artikel V 9, § 2, voor maximaal de nog lopende duur van het mandaat. Als een afdelingshoofd als vervanger wordt aangewezen, heeft hij na de beëindiging van de vervanging recht op terugkeer naar zijn mandaat van afdelingshoofd. » Art. 41.Artikel V 20, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V 20. De kandidaten die

aanmerking komen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking

de publieke sector;2° ten minste

het bezit zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A, zoals bepaald

Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de

terne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren;3° beschikken over een leidinggevende ervaring van minstens 5 jaar, die verworven werd

de laatste 10 jaar, of over 10 jaar nuttige professionele ervaring. Voor de berekening van die ervaring worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd. Onder leidinggevende ervaring wordt ervaring verstaan

zake beheer

een overheidsdienst of

een organisatie uit de private sector. De

dienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden

overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen. » Art. 42.

artikel V 23, § 3, van hetzelfde besluit worden tussen het woord « doet » en de woorden « een voorstel » de woorden « via de functionele minister »

gevoegd. Art. 43.

artikel V 25 van hetzelfde besluit worden de woorden « respectievelijk » en « en

het personeelsstatuut dat van toepassing is op de ambtenaar » geschrapt. Art. 44.

artikel V 29, §1, van hetzelfde besluit worden de woorden « de strategische adviesraad » vervangen door de woorden « de functionele minister ». Art. 45.

artikel V 35 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.De rotatie wordt gerealiseerd via de horizontale mobiliteit van de

terne arbeidsmarkt. » 2°

§ 3

worden de woorden « de personeelsfunctie

het beleidsdomein Bestuurszaken » vervangen door « de lijnmanager van het Agentschap voor Overheidspersoneel ». Art. 46.Artikel V 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « § 1. De N-1 functie wordt eerst door het hoofd van de entiteit, raad of

stelling vacant verklaard voor de ambtenaren van de

terne arbeidsmarkt en wordt vervolgens, bij gebrek aan passende kandidaten, door het hoofd van de entiteit, raad of

stelling vacant verklaard op de externe arbeidsmarkt. De oproep tot de externe kandidaten wordt ten minste

het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De oproep regelt de wijze van kandidaatstelling en bevat een beknopte weergave van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, alsook de salarisschaal, vermeld

artikel V

  1. §
  2. De kandidaten die

aanmerking komen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de algemene toelatingsvoorwaarden voor een betrekking

de publieke sector;2° ten minste

het bezit zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A, zoals bepaald

Vlaamse overheidsdienst, met uitzondering van de

terne kandidaten die al tot niveau A of een gelijkgesteld niveau behoren;3° beschikken over 6 jaar nuttige professionele ervaring als het

terne kandidaten betreft, of over 10 jaar nuttige professionele ervaring voor externe kandidaten. Voor de berekening van die ervaring worden deeltijdse prestaties als voltijds beschouwd. De

dienstnemende overheid kan bijzondere aanwervingsvoorwaarden

overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel, en na overleg met de selector, vaststellen. » Art. 47.Aan artikel V 38, § 3, van hetzelfde besluit,

gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten2, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : »Het lijnmanagement beslist wat de duur van de tussenperiode is voor deelname van een kandidaat aan opeenvolgende potentieelinschattingen. » Art. 48.

artikel V 39 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden « de opdrachtgevende lijnmanager » vervangen door de woorden « het opdrachtgevende hoofd van de entiteit, raad of

stelling »;2°

§ 2

worden na het woord « afdelingshoofd » de woorden « of projectleider N-1 » toegevoegd. Art. 49.

artikel V 41 van hetzelfde besluit worden de woorden « respectievelijk » en « en

het personeelsstatuut dat van toepassing is op de ambtenaar » geschrapt. Art. 50.

artikel V 42, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der

stellingen. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De houder van een management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau bij de provinciale organisatorische entiteiten van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur oefent zijn taak uit volgens een arbeidsregime dat is vastgesteld

overeenstemming met de provinciegouverneur.»; 2° aan § 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De plaatsvervanger kan als effectieve titularis van de management- of projectleiderfunctie van N-1 niveau aangewezen worden als die functie definitief vacant wordt.» Art. 51.

artikel V 43 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Aan de mandaatgraad van projectleider met rang A2A wordt de volgende functionele loopbaan verbonden : - projectleider N-1 (mandaat) : A 285 - projectleider N-1 (mandaat) met 6 jaar schaalanciënniteit : A 286 »; 2° een § 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.Bij overgang van de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider naar de graad van hoofdadviseur wordt de schaalanciënniteit, verworven

het mandaat van afdelingshoofd of projectleider, aangerekend op de schaalanciënniteit

de graad van hoofdadviseur. » Art. 52.Artikel V 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V

  1. §
  2. Onverminderd de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid, vermeld

artikel XI 8, § 1, wordt de dienstaanwijzing

een mandaatgraad van afdelingshoofd en projectleider beëindigd : 1° bij een onvoldoende;2° op verzoek van de betrokkene zelf;3° om organisatorische redenen bij afschaffing van de betrekking. De dienstaanwijzing

een mandaatgraad van afdelingshoofd en projectleider kan beëindigd worden na telkens 6 jaar. § 2. De dienstaanwijzing

een mandaatgraad van projectleider kan, onverminderd § 1, eveneens beëindigd worden

onderling overleg met de opdrachtgever en na de duurtijd van het project als dat korter is dan 6 jaar. § 3.

de overgangsperiode tot een nieuwe passende aanstelling behoudt de titularis

de gevallen van § 1, 3°, en van § 1, tweede lid, gedurende maximaal 12 maanden zijn salaris van de mandaatgraad, ten laste van de entiteit van herkomst.

de gevallen vermeld

§ 1

, 1° en 2°, en § 2 en

de gevallen vermeld

§ 1

, 3°, en § 1, tweede lid vanaf de 13de maand,

dien binnen de 12 maanden geen andere mandaatfunctie gevonden wordt, wordt de titularis bezoldigd binnen het middenkader

de graad van hoofdadviseur overeenkomstig artikel V 43, §

  1. §
  2. Op verzoek van de betrokkene zelf kan een einde gesteld worden aan het behoren tot het middenkader via een herplaatsing

een passende functie binnen de diensten van de Vlaamse overheid. » Art. 53.Artikel V 47 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V 47. Voor de middenkaderfuncties worden zowel de positieve resultaten van de test van generieke competenties, afgelegd voor de middenkaderfuncties als de geschiktheid voor de uitoefening van een N-functie of functie van algemeen directeur behouden gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de test of de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd. De resultaten van de test en de geschiktheid geven recht op vrijstelling van soortgelijke tests voor de middenkaderfuncties, behalve bij een onvoldoende. Voor de topkaderfuncties wordt de geschiktheid voor de uitoefening van de N- functie of de functie van algemeen directeur behouden gedurende zeven jaar nadat het mandaat of de benoeming werd beëindigd of vanaf de datum van de geschiktheid als de geslaagde niet werd aangesteld of benoemd. De geschiktheid geeft recht op vrijstelling van selectietesten voor diezelfde functie behalve bij een onvoldoende. » Art. 54.

artikel V 51 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, 1°, worden de woorden « A286 » vervangen door de woorden « A288 »;2° er worden een § 3 en een § 4 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 3.De vervanger van een N-functie als vermeld

artikel V 11, § 2, ontvangt de salarisschaal A311, voorzover de vervanging 3 maanden of langer duurt. § 4. De vervanger van een algemeen directeur als vermeld

artikel V 11, § 3, ontvangt de salarisschaal A288, voor zover de vervanging 3 maanden of langer duurt. » Art. 55.Aan artikel V 53, van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd die luidt als volgt : « §

  1. De termijn van 7 jaar wordt opgeschort voor de periode van 9 maanden, namelijk van 1 januari tot en met 30 september
  2. » Art. 56.Artikel V 55 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. V
  3. §
  4. De schaalanciënniteit, verworven

het mandaat van afdelingshoofd of projectleider sinds 1 januari 1995, wordt aangerekend op de schaalanciënniteit

de graad van hoofdadviseur en

de mandaatgraad van afdelingshoofd of projectleider zoals bepaald

artikel V 43. § 2.

afwijking van artikel V 43 genieten de hoofdadviseur, het afdelingshoofd en de projectleider de salarisregeling die werd toegekend op de datum van de

werkingtreding van dit besluit, als die voordeliger is. » Art. 57.

hetzelfde besluit wordt deel VI, bestaande uit artikel VI 1 tot en met VI 13, vervangen door wat volgt : « DEEL VI. - DE ADMINISTRATIEVE LOOPBAAN TITEL

  1. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel VI
  2. De lijnmanager die beslist om een vacature op het personeelsplan van zijn entiteit, raad of

stelling

te vullen door beroep te doen op de

terne arbeidsmarkt, via een bevorderingsprocedure binnen het niveau en/of via de horizontale mobiliteit, of via de aanwijzing

een mandaat of de procedure van tijdelijke aanstelling kiest - onverminderd artikel VI 18 § 4 - voor een oproep tot de kandidaten uit het betrokken beleidsdomein of uit alle beleidsdomeinen. Bij keuze voor vacature-

vulling via een bevorderingsprocedure zonder examen of bekwaamheidsproef kan de lijnmanager de oproep beperken tot de personeelsleden van zijn entiteit, raad of

stelling. Bij keuze voor vacature-

vulling via bevordering door overgang naar een ander niveau doet de lijnmanager een oproep tot de kandidaten uit alle beleidsdomeinen. Art. VI 2. Aan het slagen voor een test van de generieke competenties voor een welbepaalde functie of voor een test van de leidinggevende capaciteiten

een bepaald niveau, is een geldigheidsduur verbonden van 7 jaar, waarin de ambtenaar is vrijgesteld van deelname aan soortgelijke tests voor eenzelfde functie of niveau. Art. VI

  1. De ambtenaar die heeft aangetoond dat hij over de vereiste generieke competenties beschikt voor een mandaat dat niet tot het top- of middenkader behoort of voor een tijdelijke aanstelling, wordt geacht te beschikken over die competenties tijdens het mandaat of de tijdelijke aanstelling en gedurende zeven jaar na afloop ervan, tenzij het mandaat of de tijdelijke aanstelling werd beëindigd wegens een evaluatie « onvoldoende ». Art. VI
  2. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken is gemachtigd om te beslissen over de toepassingsproblemen en gelijkstellingen

zake beleidsdomeinoverschrijdende procedurekwesties. TITEL 2. - HIERARCHISCHE

DELING DER GRADEN Art. VI 5. De hiërarchische

deling van de graden omvat 4 niveaus en 15 rangen. Ze wordt

bijlage 3 vastgesteld. Art. VI 6. De rang situeert een graad binnen zijn niveau. De graad is de titel die de ambtenaar

een rang situeert. Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang

zijn niveau. De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen : 1° niveau A : zes rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2A, A2L en A3;2° niveau B : drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;3° niveau C : drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;4° niveau D : drie rangen, genummerd D1, D2 en D3. Niveau B en C zijn gelijkwaardig, behalve voor de bepalingen

zake bevordering, anciënniteit, herplaatsing, horizontale mobiliteit, diplomavereisten en verloning. Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats

de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt. Binnen niveau A is de rang A2A hoger dan de rang A2M en lager dan de rang A2L. TITEL

  1. - ANCIENNITEIT Art. VI
  2. Voor een ambtenaar bestaan volgende administratieve anciënniteiten : 1° de graadanciënniteit;2° de niveauanciënniteit;3° de dienstanciënniteit;4° de schaalanciënniteit. Art. VI
  3. §
  4. De graadanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid heeft gepresteerd

de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde,

de graden die door de reglementering

aanmerking worden genomen voor toegang tot een andere graad, of

vergelijkbare graden. § 2. De niveauanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid heeft gepresteerd

de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde,

een graad van het betreffend niveau, of van een vergelijkbaar niveau. § 3. De dienstanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid

om het even welke hoedanigheid heeft gepresteerd. § 4. Onder « overheid » moeten

§ 1

tot en met § 3 van dit artikel worden begrepen : de diensten van de Vlaamse overheid; de diensten en

stellingen van de Belgische staat; de diensten en

stellingen van de gemeenschappen en gewesten; de diensten en

stellingen van de Europese Unie en/of de Europese Economische Ruimte; de diensten en

stellingen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte; de provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s van België. § 5. De schaalanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid heeft verricht

de hoedanigheden van ambtenaar op proef en vastbenoemde,

de betrokken salarisschaal. De Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken beslist of, en (

voorkomend geval)

welke mate, voorgaande prestaties verricht bij de diensten vermeld

§ 4

die niet behoren tot de diensten van de Vlaamse overheid

aanmerking komen voor de schaalanciënniteit. Art. VI 9. Als « werkelijke diensten » worden beschouwd : 1° de perioden waarin krachtens dit besluit het salaris wordt doorbetaald, of bij ontstentenis van salaris, de aanspraak of bevordering tot een hoger salaris behouden blijft;2° voor de toepassing van artikel VI 8 : de perioden bij de diensten van de Vlaamse overheid en de andere overheden, vermeld

artikel VI 8, §

  1. Art. VI
  2. De graad-, de niveau-, de dienst- en de schaalanciënniteit worden uitgedrukt

jaren en volle kalendermaanden. Ze beginnen op de eerste dag van een maand. De gedeelten van maanden worden weggelaten en de anciënniteiten beginnen

dat geval op de eerste dag van de volgende maand. TITEL

  1. - MOBILITEIT HOOFDSTUK
  2. - Herplaatsing Art. VI
  3. §
  4. Onder herplaatsing wordt verstaan : 1° de overplaatsing van een ambtenaar van rang A2 en lager naar een vacante statutaire betrekking van dezelfde graad;2° de overplaatsing van een contractueel personeelslid met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met rang A2 of lager, naar een vacante contractuele betrekking met dezelfde benaming en salarisschaal of geldelijke loopbaan, wanneer de betrekking van dit personeelslid

gevolge langdurige afwezigheid vacant werd verklaard, of wanneer dit personeelslid om persoonlijke, functionele of medische redenen zijn oorspronkelijke functie niet meer kan of mag uitoefenen. §

  1. Artikel I 5, § 2, is van toepassing op de herplaatsing van contractuelen. Art. VI
  2. §
  3. De lijnmanager wijst de personeelsleden van zijn entiteit, raad of

stelling aan die

aanmerking komen voor herplaatsing. Die personeelsleden worden aangemeld bij het arbeidsmarktbureau. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt welke

stantie de rol van arbeidsmarktbureau vervult. § 2. Het personeelslid

herplaatsing behoudt zijn dienstaanwijzing tot hij herplaatst wordt. § 3.

afwijking van § 2 krijgt het personeelslid dat wordt

geschakeld

een tewerkstellingsproject, een tijdelijke nieuwe dienstaanwijzing. De projectleider krijgt de hiërarchische bevoegdheid over het personeelslid gedurende de tewerkstelling

het tewerkstellingsproject. De lijnmanager van het Departement Bestuurszaken bepaalt de voorwaarden van het tewerkstellingsproject. § 4. De lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling waar een vacante betrekking is, en het arbeidsmarktbureau beslissen gezamenlijk over de geschiktheid van het personeelslid voor de functie. Als verschillende personeelsleden

herplaatsing geschikt zijn, kiest de lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling waar er een vacante betrekking is op zorgvuldige wijze het meest geschikte personeelslid voor de functie. De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature en met het gewenste profiel. § 5. De lijnmanagers van de entiteiten, raden of

stelling

kwestie bepalen samen wanneer het personeelslid zijn nieuwe functie moet opnemen. §

  1. Als de ambtenaar tweemaal een aangeboden betrekking weigert, wordt hij ambtshalve herplaatst naar de eerstvolgende betrekking, die hem wordt aangeboden. Art. VI
  2. Als het personeelslid na twee jaar

herplaatsing te zijn, geen nieuwe betrekking heeft, beslist het arbeidsmarktbureau,

overleg met de lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling vanwaar het personeelslid komt, dat het personeelslid

geschakeld wordt

een tewerkstellingsproject of dat hij zijn dienstaanwijzing behoudt. Periodes van tewerkstelling

tewerkstellingsprojecten worden niet meegerekend

de termijn van twee jaar, vermeld

het eerste lid. Art. VI 14. Het herplaatste personeelslid wordt

geschakeld

de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of

stelling waarin hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij

zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van de herplaatsing. Het personeelslid dat voor zijn herplaatsing geslaagd is voor een examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging

graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor een van die examens of voor die proef heeft verworven. Art. VI 15. § 1.

afwijking van artikel VI 11 en VI 14, eerste lid, kan de ambtenaar van niveau B, C of D een verzoek richten aan de lijnmanager om aangewezen te worden voor herplaatsing om persoonlijke of functionele redenen,

een betrekking van een andere graad van dezelfde rang dan die welke hij bekleedt. De ambtenaar wordt benoemd

de nieuwe graad en

geschaald

de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. § 2.

afwijking van artikel VI 11 en VI 14, eerste lid, kan een ambtenaar om medische redenen herplaatst worden

een betrekking van een graad van een lagere rang. Behalve als de ambtenaar het slachtoffer is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, houdt de herplaatsing

dat geval de benoeming

de nieuwe graad

en verkrijgt de ambtenaar de hoogste salarisschaal van de nieuwe graad. § 3.

afwijking van artikel VI 11 en VI 14, eerste lid, kan een contractueel personeelslid om medische redenen herplaatst worden

een betrekking met als enige of als hoogste salarisschaal, een salarisschaal die overeenstemt met een lagere rang dan die van de (begin)salarisschaal van de betrekking waaruit de herplaatsing gebeurt. Het contractuele personeelslid, vermeld

het eerste lid, krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of de geldelijke loopbaan, verbonden aan de nieuwe betrekking. Het contractuele personeelslid met een geldelijke loopbaan

de nieuwe betrekking, wordt

die betrekking tewerkgesteld met de hoogste salarisschaal. De regeling vermeld

deze paragraaf is niet van toepassing bij een arbeidsongeval of beroepsziekte. § 4. Als het herplaatste personeelslid

zijn nieuwe entiteit, raad of

stelling een lager salaris zou ontvangen dan hij bij de herplaatsing genoot, dan behoudt hij zijn salaris tot hij

zijn nieuwe entiteit, raad of

stelling een salaris verkrijgt dat ten minste daaraan gelijk is. Art. VI 16. Het herplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en uitsturende entiteiten, raden of

stelling. Art. VI

  1. Hoofdstuk 1 is niet van toepassing op de ambtenaar op proef, behalve bij herplaatsing om redenen van herstructurering. De ontvangende lijnmanager bepaalt de duur van de proeftijd overeenkomstig deel III, hoofdstuk
  2. HOOFDSTUK
  3. - Horizontale mobiliteit Art. VI
  4. §
  5. Onder horizontale mobiliteit wordt verstaan : 1° de overplaatsing van een ambtenaar vanuit een entiteit, raad of

stelling naar een andere betrekking van dezelfde graad bij een entiteit, raad of

stelling; 2° de overplaatsing van een contractueel personeelslid vanuit een entiteit, raad of

stelling naar een betrekking met dezelfde benaming en salarisschaal of geldelijke loopbaan bij een entiteit, raad of

stelling. §

  1. Horizontale mobiliteit is niet van toepassing op de functies van N-niveau en de functie van algemeen directeur. §
  2. Artikel I 5, § 2, is van toepassing op de horizontale mobiliteit voor contractuelen. §
  3. Een contractueel personeelslid kan meedingen voor een vaste betrekking

een gelijkwaardige functie via de horizontale mobiliteit als hij overeenkomstig deel III bij aanwerving voor die graad vrijgesteld is van het generieke gedeelte. Hij wordt dan onmiddellijk toegelaten tot de functiespecifieke selectie. Deel III, hoofdstuk 3, betreffende de proeftijd is van toepassing op het contractuele personeelslid. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt begrepen onder gelijkwaardige functie, een functie met overeenstemmende of gelijkwaardige

houd, zonder dat de graadbenaming of de geldelijke regeling volledig dezelfde hoeven te zijn. Art. VI 19. Een vacante betrekking die via de horizontale mobiliteit

gevuld wordt, wordt bekendgemaakt. Art. VI

  1. Ieder personeelslid kan zich kandidaat stellen voor een vacante betrekking door een gerichte kandidaatstelling naar aanleiding van een bekendmaking van een vacature. Art. VI
  2. Een personeelslid komt alleen voor overplaatsing

aanmerking als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° hij bevindt zich

de administratieve toestand van dienstactiviteit;2° hij beantwoordt aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante functie uit te oefenen. Art. VI 22. De selector sluit,

overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden

de vacature, uit van deelname aan de functiespecifieke selectie. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de motivering van de eventuele uitsluiting. Art. VI 23. De lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling waar het personeelslid terechtkomt, kiest op zorgvuldige wijze het meest geschikte personeelslid voor een bepaalde functie. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met : 1° de kandidaatstelling;2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;3° de beoordeling van de eventuele selectietest of -tests. De lijnmanager kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de kandidaten die door de selector als geschikt werden bevonden voldoet aan de profielvereisten. Art. VI 24. Het geselecteerde personeelslid moet binnen drie maanden na de selectiebeslissing zijn nieuwe functie opnemen. Het geselecteerde personeelslid kan een aangeboden betrekking weigeren. Art. VI 25. Het overgeplaatste personeelslid wordt

geschakeld

de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit, raad of

stelling waarin hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij

zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van overplaatsing. Het personeelslid dat voor zijn overplaatsing geslaagd is voor een examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging

graad, of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor een van die examens of voor die proef heeft verworven. Art. VI 26. § 1.

afwijking van artikel VI 18 kan de ambtenaar met een niet-administratieve graad van de eerste en tweede rang van elk niveau worden overgeplaatst naar een betrekking met een administratieve graad van dezelfde rang als die welke hij bekleedt. De ambtenaar wordt benoemd

die nieuwe graad en,

afwijking van artikel VI 25,

geschaald

de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de verworven schaalanciënniteit. § 2.

afwijking van artikel VI 18 kan het contractuele personeelslid met een niet-administratieve betrekking, met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met de eerste of tweede rang van een niveau, worden overgeplaatst naar een administratieve betrekking, met als enige of als beginsalarisschaal een salarisschaal die overeenstemt met de rang van de (begin)salarisschaal

de niet-administratieve betrekking. Het contractuele personeelslid, vermeld

het eerste lid, krijgt een arbeidsovereenkomst met de salarisschaal of met de geldelijke loopbaan die verbonden is aan de administratieve betrekking. De totaliteit van de prestaties

de niet-administratieve betrekking telt mee voor de bepaling van het salaris of de salarisschaal

de administratieve betrekking. Art. VI 27. Het overplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de lijnmanagers van de ontvangende en de uitsturende entiteit, raad of

stelling. Bij overplaatsing van de ambtenaar op proef met het oog op vaste benoeming of op bevordering

het andere niveau bepaalt de ontvangende lijnmanager de duur van de proeftijd overeenkomstig deel III, hoofdstuk 3 of deel VI, titel 5, hoofdstuk 4. De overplaatsing van de ambtenaar op proef via de horizontale mobiliteit is eenmalig per procedure. Art. VI 28.

afwijking van artikel VI 18 verkrijgt een preventieadviseur-coördinator die wordt overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of

stelling, tevens de graad waarin hij vastbenoemd is. Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt. Art. VI 29.

afwijking van artikel VI 18 verkrijgt een afdelingshoofd dat wordt overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of

stelling, tevens de graad waarin hij vastbenoemd is. Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen het afdelingshoofd zijn nieuwe functie opneemt. Art. VI 30.

afwijking van artikel VI 18 verkrijgt de opdrachthouder, het staflid en de preventieadviseur die wordt overgeplaatst vanuit een andere entiteit, raad of

stelling, tevens de graad waarin hij vastbenoemd is. Het overplaatsingsbesluit vermeldt de termijn waarbinnen de opdrachthouder, het staflid en de preventieadviseur zijn nieuwe functie opneemt. HOOFDSTUK

  1. - Standplaatsbepaling Art. VI
  2. §
  3. De administratieve standplaats is de gemeente waar het personeelslid hoofdzakelijk zijn ambt uitoefent of een zo centraal mogelijk bepaalde gemeente

zijn ambtsgebied. §

  1. Voor de personeelsleden met een rang tot en met A2A of met een salarisschaal die overeenstemt met een rang tot en met A2A kan de lijnmanager de standplaats : 1° vaststellen, als die om dienstredenen niet samenvalt met de gemeente waar de centrale administratie of de buitendienst gevestigd is;2° wijzigen. §
  2. Voor de functies van N-niveau en algemeen directeur wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de

dienstnemende overheid. § 4. De vaststelling en wijziging van de standplaats gebeurt

overeenstemming met het betrokken contractuele personeelslid. TITEL

  1. - DE BEVORDERING HOOFDSTUK
  2. - Definitie en algemene bepalingen Art. VI
  3. De bevordering is de benoeming tot een graad van een hogere rang van een vastbenoemd ambtenaar

een vacante betrekking. Er zijn twee soorten van bevordering : 1° de bevordering door verhoging

graad binnen een zelfde niveau;2° de bevordering door overgang naar een ander niveau. Een vergelijkend loopbaanexamen is een examen voor bevordering, hetzij binnen het niveau, hetzij naar een ander niveau. Art. VI 33. De lijnmanager verklaart de betrekkingen van rang A2 en lager vacant. De vacature wordt bekendgemaakt aan alle ambtenaren die

aanmerking komen. Art. VI 34. De selector sluit,

overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden

de vacature, uit van deelname aan de functiespecifieke selectie. De kandidaten worden

kennis gesteld van de motivering van de eventuele uitsluiting. Art. VI 35. De ambtenaar kan een bevordering weigeren, maar

het geval van een bevordering na een loopbaanexamen of een vergelijkende bekwaamheidsproef, slechts één keer. De ambtenaar aan wie op basis van het geslaagd zijn voor een vergelijkende bekwaamheidsproef een andere functie binnen dezelfde graad wordt aangeboden, kan die functie slechts één keer weigeren. Art. VI 36. De bevordering wordt toegekend met

gang van de eerste dag van de maand die volgt op de beslissing van de benoemende overheid. De ambtenaar die op het tijdstip van de bevordering met verlof is, gelijkgesteld met dienstactiviteit, alsook de preventieadviseur-coördinator en de preventieadviseurs mogen respectievelijk het verlof, het mandaat of de opdracht voortzetten tot aan de toegestane einddatum. Art. VI 37. Om een bevordering te verkrijgen moet de ambtenaar aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° hij moet zich

de administratieve toestand bevinden waarin hij zijn aanspraken op een bevordering kan doen gelden;2° hij mag geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een « onvoldoende ». HOOFDSTUK

  1. - Bevordering binnen het niveau Afdeling
  2. - Bevordering binnen het niveau met een vergelijkend examen of een vergelijkende bekwaamheidsproef Art. VI
  3. De bevordering door verhoging

graad binnen het niveau kan, na akkoord van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, afhankelijk worden gesteld van het slagen voor een vergelijkend examen of een vergelijkende bekwaamheidsproef, georganiseerd door de selector. De bevordering door verhoging

graad binnen het niveau met een vergelijkend examen of vergelijkende bekwaamheidsproef wordt toegekend door de lijnmanager. Uitzonderlijk bevordert hij niet, wanneer hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. Art. VI 39. Om zich voor een vergelijkend examen voor verhoging

graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef

te schrijven, mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een »onvoldoende » en moet de ambtenaar van de onmiddellijk lagere rang zijn en ten minste twee jaar graadanciënniteit tellen. Afdeling 2. - Bevordering binnen het niveau zonder een vergelijkend examen of een vergelijkende bekwaamheidsproef Art. VI 40.

geval van een bevorderingsprocedure zonder examen of bekwaamheidsproef kan worden bevorderd : 1° tot een graad van de rang B3, C3 en D3 : a) de ambtenaar die benoemd is

respectievelijk een graad van de rang B2, C2 en D2;b) de ambtenaar die benoemd is

respectievelijk een graad van de rang B1, C1 en D1, die de tweede salarisschaal

de functionele loopbaan van deze graad bereikt heeft, en die geslaagd is voor een test nopens de leidinggevende capaciteiten.2° tot een graad van de rang B2, C2 en D2 : de ambtenaar die benoemd is

respectievelijk een graad van de rang B1, C1 en D1 en die de tweede salarisschaal

de functionele loopbaan van deze graad bereikt heeft. Art. VI 41. Tot een graad van wetenschappelijk directeur of nautisch directeur (rang A2) kan worden bevorderd de ambtenaar, met een graad van respectievelijk wetenschappelijk attaché of loods, die de tweede salarisschaal

de basis functionele loopbaan van die rang A1 heeft bereikt en ten minste zes jaar graadanciënniteit telt. Hij moet bovendien slagen voor een proef waarbij de generieke en functiespecifieke competenties van de kandidaat getest worden. Art. VI 42. De bevordering zonder loopbaanexamen of bekwaamheidsproef wordt verleend aan de kandidaat die voor een bepaalde betrekking het meest geschikt is. Die geschiktheid wordt vastgesteld aan de hand van het profiel van de kandidaten ten overstaan van de profielvereisten, en rekening houdend met de functiebeschrijving. De kandidaten die

aanmerking komen worden onderling vergeleken op basis van de voor de functie vereiste competenties. Art. VI 43. De bevordering door verhoging

graad binnen het niveau wordt toegekend door de lijnmanager, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling. Uitzonderlijk bevordert de lijnmanager niet, wanneer hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. Voor bevordering tot wetenschappelijk directeur wordt het managementorgaan uitgebreid met ten minste twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied

kwestie, die mee beslissen. De ambtenaren die zich kandidaat hebben gesteld worden op de hoogte gebracht van het advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling. Als een ambtenaar zich benadeeld acht, kan hij binnen 15 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar

dienen bij het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling. HOOFDSTUK

  1. - Bevordering door overgang naar een ander niveau Art. VI
  2. De bevordering door overgang naar een graad van de rang A1, B1 en C1 wordt verleend bij wijze van een vergelijkend overgangsexamen, georganiseerd door de selector. Art. VI
  3. Om zich voor een vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau

te schrijven, mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een « onvoldoende ». Art. VI 46. Het vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau staat open : 1° voor bevordering tot een graad van de rang A1 : voor de ambtenaar van niveau B of C van de diensten van de Vlaamse overheid die

beide niveaus samen ten minste drie jaar anciënniteit telt;2° voor bevordering tot een graad van de rang B1 : a) voor de ambtenaar van niveau C van de diensten van de Vlaamse overheid die, wat de bevordering naar specifieke functies betreft,

het bezit is van het diploma dat

de functiebeschrijving wordt gevraagd;b) voor de ambtenaar van niveau D van de diensten van de Vlaamse overheid die ten minste twee jaar anciënniteit telt

dat niveau en die, wat de bevordering naar specifieke functies betreft,

het bezit is van het diploma dat

de functiebeschrijving wordt gevraagd.3° voor bevordering tot een graad van de rang C1 : voor de ambtenaar van niveau D van de diensten van de Vlaamse overheid die ten minste twee jaar anciënniteit telt

dat niveau. Art. VI 47. Om aan een vergelijkend examen voor overgang naar niveau A te mogen deelnemen, moet de ambtenaar over de noodzakelijke generieke competenties beschikken voor het uitoefenen van een functie

niveau A. Het hoofd van het Departement Bestuurszaken stelt

overleg met het lijnmanagement de lijst van de vereiste generieke competenties vast, bepaalt de

houd van de potentieelinschatting, regelt de organisatie ervan en stelt de nadere bepalingen, met onder meer de mogelijke vrijstellingen, vast

een reglement. Art. VI

  1. De bevordering tot een graad van de rang A1, B1 en C1 wordt toegekend door de lijnmanager. Uitzonderlijk bevordert de lijnmanager niet, wanneer hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. HOOFDSTUK
  2. - De vergelijkende loopbaanexamens en de vergelijkende bekwaamheidsproeven Art. VI
  3. De selector organiseert om de drie jaar vergelijkende loopbaanexamens en vergelijkende bekwaamheidsproeven. Art. VI
  4. De selector stelt,

overleg met het lijnmanagement, de programma's van de vergelijkende loopbaanexamens en van de vergelijkende bekwaamheidsproeven vast. Art. VI 51. De selector stelt,

overleg met het lijnmanagement,

het examenreglement de nadere bepalingen van de vergelijkende loopbaanexamens en vergelijkende bekwaamheidsproeven vast en bepaalt de samenstelling van de examencommissies. De selector kan,

overleg met het lijnmanagement,

het examenreglement van een vergelijkend loopbaanexamen of vergelijkende bekwaamheidsproef, de geldigheidsduur ervan beperken. Art. VI

  1. §
  2. Op basis van de functiebeschrijving en de profielvereisten kiest de lijnmanager uit de geslaagden voor een vergelijkend loopbaanexamen of vergelijkende bekwaamheidsproef de meest geschikte kandidaat per vacature. Voor een vergelijkend examen voor bevordering binnen het niveau en een vergelijkende bekwaamheidsproef wordt een rangschikking opgemaakt. Voor een vergelijkend examen voor overgang naar het andere niveau kan een rangschikking worden opgemaakt. De geslaagde wordt door de benoemende overheid : 1° hetzij tot de proeftijd toegelaten

de vacante betrekking, als het een examen voor overgang naar een ander niveau betreft;2° hetzij bevorderd

de vacante betrekking, als het een vergelijkend examen voor verhoging

graad of een vergelijkende bekwaamheidsproef betreft. De benoemende overheid geeft de geslaagde een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of

stelling. § 2. Als voor een bepaalde betrekking bijzondere bijkomende vereisten worden gesteld, kunnen de geslaagden voor een vergelijkend overgangsexamen onderworpen worden aan een bijkomende selectietest als de vereiste bijzondere bijkomende competenties

de functiebeschrijving vastgesteld zijn. De rangschikking, behaald voor de bijzondere selectietest, geldt alleen voor de betrekkingen waarvoor deze test werd georganiseerd en geldt als criterium van volgorde voor toelating tot de proeftijd. Art. VI 53. De geslaagde voor een examen voor overgang naar een ander niveau kan pas worden bevorderd nadat hij met goed gevolg de proeftijd

de bevorderingsbetrekking heeft volbracht. Art. VI

  1. §
  2. De lijnmanager bepaalt bij de aanvang van de proeftijd de duur ervan. De voltijdse duur van de proeftijd bedraagt : 1° voor niveau C en B : minimaal 4 en maximum 9 maanden, 2° voor niveau A : minimaal 6 en maximum 12 maanden. De lijnmanager beslist of de proeftijd deeltijds kan worden uitgevoerd.

geval van deeltijdse proeftijd wordt de duur van de proeftijd pro-rata verlengd. § 2. Om de duur van de verrichte proeftijd te berekenen worden alle perioden waarin de ambtenaar tijdens de proeftijd

actieve dienst is,

aanmerking genomen. § 3. De ambtenaar beschikt over een bonus aan werkdagen afwezigheid die niet meetelt bij het berekenen van de duur van de proeftijd, afhankelijk van de duur van de proeftijd : 1° meer dan 9 maanden : 25 werkdagen;2° meer dan 6 en maximaal 9 maanden : 20 werkdagen;3° minimum 4 en maximaal 6 maanden : 15 werkdagen. Die bonus kan

een keer of gefractioneerd gebruikt worden.

die bonus aan werkdagen wordt geen rekening gehouden met de jaarlijkse vakantie. § 4. Afwezigheid boven de bonus, vermeld

§ 3

, zelfs de afwezigheid die met dienstactiviteit gelijkgesteld wordt, heeft schorsing van de proeftijd tot gevolg. Art. VI 55. Tijdens de proeftijd bij bevordering kan de ambtenaar, onder bepaalde voorwaarden, maar eenmaal een andere dienstaanwijzing krijgen binnen het beleidsdomein, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs, of eenmaal deelnemen aan een vacature-

vulling via de horizontale mobiliteit voor dezelfde functie, door of

akkoord met de betrokken lijnmanager(s). Na die wijziging van dienstaanwijzing begint eenmalig een nieuwe proeftijd met het oog op bevordering

het andere niveau. Art. VI

  1. §
  2. Op het einde van de proeftijd wordt een evaluatiegesprek gehouden. Op basis van de eindevaluatie neemt de benoemende overheid de beslissing tot bevordering of tot terugplaatsing

de vorige graad van de ambtenaar op proef. §

  1. De benoemende overheid deelt haar beslissing mee binnen de 30 kalenderdagen na de eindevaluatie aan de ambtenaar; zo niet wordt de proeftijd geacht gunstig te zijn voor de ambtenaar. §
  2. Tijdens de periode waarin de einddatum van de proeftijd overschreden wordt, behoudt de ambtenaar op proef die hoedanigheid. Art. VI
  3. De benoemende overheid betekent de beslissing tot terugplaatsing

de vorige graad aan de ambtenaar. De ambtenaar op proef kan tegen de beslissing tot terugplaatsing beroep

stellen bij de raad van beroep binnen de 15 kalenderdagen na de betekening van de beslissing. De raad van beroep brengt een gemotiveerd advies uit binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst van het beroepschrift. Onverminderd artikel I 9, § 1, tweede lid, beslist de benoemende overheid binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van het advies van de raad. Art. VI 58. Met

gang van de eerste werkdag die volgt op het verstrijken van de termijn voor het

stellen van beroep tegen de beslissing tot terugplaatsing, wordt de ambtenaar op proef ambtshalve teruggeplaatst

zijn vorige graad. TITEL

  1. - GRAADVERANDERING EN FUNCTIEWIJZIGING HOOFDSTUK
  2. - Graadverandering na vergelijkende bekwaamheidsproef Art. VI
  3. §
  4. Het personeelslid met de graad van speciaal assistent (functie matroos of stoker) bij de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust kan een graadverandering verkrijgen naar de graad van schipper of motorist als hij slaagt voor een vergelijkende bekwaamheidsproef en titularis is van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs zoals gevraagd

de functiebeschrijving. Het personeelslid met de graad van motorist bij de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust kan een graadverandering verkrijgen naar de graad van schipper als hij slaagt voor een vergelijkende bekwaamheidsproef en titularis is van een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs zoals gevraagd

de functiebeschrijving. § 2. De graadverandering naar schipper, vermeld

§ 1

, kan ook verkregen worden door de technisch assistent van de beheersdiensten van de EVA Waterwegen en Zeekanaal als hij slaagt voor een vergelijkende bekwaamheidsproef. § 3. De

schaling

de functionele loopbaan gebeurt met behoud van de verworven anciënniteiten.

voorkomend geval gebeurt de

schakeling op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan. §

  1. Om een graadverandering na vergelijkende bekwaamheidsproef te verkrijgen, mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een « onvoldoende ». HOOFDSTUK
  2. - Functiewijziging na vergelijkende bekwaamheidsproef Art. VI
  3. De functiewijziging naar loods met de functie van stuurman van de loodsboot of chefloods is afhankelijk van het slagen voor een vergelijkende bekwaamheidsproef en van het bezit van het diploma, brevet, certificaat of getuigschrift zoals gevraagd

de functiebeschrijving. Art. VI 61. De functiewijziging naar loods met de functie van kapitein van de loodsboot is afhankelijk van het slagen voor een vergelijkende bekwaamheidsproef en van het bezit van het diploma, brevet, certificaat of getuigschrift zoals gevraagd

de functiebeschrijving. Die functiewijziging kan op zijn vroegst

gaan na 100 effectieve vaardagen

de functie van stuurman. Art. VI 62. De functiewijziging naar loods algemene functie is afhankelijk van het slagen voor een vergelijkende bekwaamheidsproef en van het bezit van het diploma, brevet, certificaat of getuigschrift zoals gevraagd

de functiebeschrijving. Tevens dient men voorafgaandelijk een reeks proefreizen af te leggen, zoals vermeld

artikel VI 113, § 1, 2° en 3°. Art. VI 63. Voor de schipper bij de IVA Maritieme Dienstverlening en Kust is een functiewijziging mogelijk als hij slaagt voor een vergelijkende bekwaamheidsproef en over een diploma, brevet, certificaat, getuigschrift of vaarbevoegdheidsbewijs beschikt zoals vermeld

de functiebeschrijving. Art. VI

  1. Om een functiewijziging na vergelijkende bekwaamheidsproef te verkrijgen, mag de ambtenaar geen functioneringsevaluatie hebben die besloten werd met een « onvoldoende » HOOFDSTUK
  2. - Graadverandering voor wetenschappelijk personeel Art. VI
  3. §
  4. Als

het personeelsplan van de entiteit geen betrekking is opgenomen

de gra(a)d(en) van de wetenschappelijke loopbaan waarvan de ambtenaar titularis is, kan de benoemende overheid aan de titularis van een wetenschappelijke graad

die entiteit op zijn verzoek een graadverandering toekennen naar de overeenkomstige administratieve graad. § 2. Bij graadverandering overeenkomstig dit artikel behoudt de ambtenaar de verworven anciënniteiten.

voorkomend geval gebeurt de

schakeling op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan. De ambtenaar heeft nooit een lager salaris dan hij

zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van graadverandering. HOOFDSTUK IV. - Vrijwillige terugzetting

graad Art. VI 66. De ambtenaar kan tijdens zijn loopbaan eenmaal om functionele of persoonlijke redenen vragen te worden teruggezet

graad. De vrijwillige terugzetting

graad gebeurt : 1° voor de ambtenaar van rang A1, B1, C1 :

de tweede rang van het lagere niveau;2° voor de ambtenaren met een andere graad :

de onmiddellijk lagere rang dan die waarin de ambtenaar was benoemd. Als aan de nieuwe graad een functionele loopbaan verbonden is, wordt de ambtenaar

geschaald

de op één na hoogste salarisschaal van de functionele loopbaan. De vrijwillige terugzetting

graad is niet afhankelijk van het bestaan van een vacante betrekking. Art. VI 67. De vrijwillige terugzetting

graad wordt toegekend door de benoemende overheid voor de graad waarin de ambtenaar wordt teruggezet, na advies van het bevoegde managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling. TITEL

  1. - DE IT-MANDATEN EN TIJDELIJKE AANSTELLINGEN HOOFDSTUK
  2. - De IT-mandaten Art. VI
  3. §
  4. Volgende graden worden uitsluitend via een mandaat begeven : 1° contractbeheerder;2° strategiebeheerder;3° coördinator IT-relatiebeheer;4° financieel-administratief beheerder;5° beheerder

terne IT-dienstverlening § 2.Voor de aanwijzing

een van de mandaten, vermeld

§ 1

, komen alleen de vastbenoemde ambtenaren van de rang A1 en A2

aanmerking, die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties voor het uitoefenen van de te begeven functie beschikken. §

  1. De lijnmanager van het Departement Bestuurszaken stelt per functie de lijst van de generieke competenties vast. De lijnmanager stelt de lijst van functiespecifieke competenties vast. Art. VI
  2. De te begeven betrekkingen, de voorwaarden van aanwijzing en de wijze waarop de kandidaten hun

teresse kenbaar kunnen maken, worden meegedeeld aan alle ambtenaren die

aanmerking komen. Art. VI 70. Het managementorgaan van het beleidsdomein Bestuurszaken, samengesteld op het niveau van de lijnmanagers van de entiteiten, de raden of de

stelling, beoordeelt wie van de kandidaten over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties beschikt voor de uitoefening van de te begeven functie beschikt. Het hanteert hiervoor de meest geschikte methodes of

strumenten op basis van de profielvereisten. Als voor het testen van de generieke competenties een beroep gedaan wordt op een extern assessment, legt de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, het selectiebureau ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering. Art. VI 71. Het hoofd van het beleidsveld ICT binnen het beleidsdomein Bestuurszaken wijst de ambtenaren aan voor de betrekkingen vermeld

artikel VI 68, § 1 uit de kandidaten van wie de commissie, vermeld

artikel VI 70, heeft geoordeeld dat zij over de vereiste competenties beschikken. Art. VI 72. De ambtenaar behoudt tijdens het mandaat de functionele loopbaan

de graad waarin hij werd benoemd. De werkelijke diensten die de ambtenaar als mandaathouder presteert, worden

aanmerking genomen voor de vaststelling van de schaalanciënniteit

de functionele loopbaan. De aanwijzing

een mandaat houdt tevens de dienstaanwijzing

voor de betrokken ambtenaar. Art. VI

  1. §
  2. Het mandaat wordt toegekend voor de duur van zes jaar en is meermaals met dezelfde duur verlengbaar. De verlenging gebeurt stilzwijgend. §
  3. Het mandaat wordt ambtshalve beëindigd bij een functioneringsevaluatie die met een onvoldoende wordt besloten, bij een bevordering of een aanwijzing

een ander mandaat, en bij een nieuwe dienstaanwijzing. De overheid die bevoegd is voor de aanwijzing, kan het mandaat ook beëindigen om functionele redenen, bij langdurige afwezigheid of op verzoek van de mandaathouder zelf.

beide gevallen wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld binnen de diensten van de Vlaamse overheid volgens de procedure van herplaatsing. HOOFDSTUK

  1. - De tijdelijke aanstellingen Afdeling
  2. - De projectleiders Art. VI
  3. Een projectleider is een ambtenaar van rang A1 of rang A2 die tijdelijk wordt belast met de leiding van een project. De projecten voor een entiteit, raad of

stelling worden door het hoofd van de entiteit, raad of

stelling ter goedkeuring voorgelegd aan de functionele minister(s). De projecten voor een beleidsdomein worden door het hoofd van het departement ter goedkeuring voorgelegd aan de functionele minister(s). De beleidsdomeinoverschrijdende projecten worden opgestart door de Vlaamse Regering. Art. VI 75. Het hoofd van de entiteit, raad of

stelling stelt de projectleiders aan die belast worden met projecten ten behoeve van die entiteit, raad of

stelling. Het hoofd van het departement van het beleidsdomein stelt de projectleiders aan die belast worden met projecten voor een beleidsdomein. De Vlaamse Regering stelt de projectleiders aan die belast worden met beleidsdomeinoverschrijdende projecten. Art. VI

  1. De duur van de tijdelijke aanstelling tot projectleider is gelijk aan de duur van het project. De projectleider heeft voor de duur van het project hiërarchisch gezag over de andere personeelsleden die meewerken aan het project. Art. VI
  2. De aanstelling tot projectleider houdt tevens de dienstaanwijzing

voor de betrokken ambtenaar. De ambtenaar behoudt tijdens de aanstelling de functionele loopbaan

de graad waarin hij werd benoemd. De werkelijke diensten die de ambtenaar als projectleider presteert, worden

aanmerking genomen voor de vaststelling van de schaalanciënniteit

de functionele loopbaan. Art. VI 78. De aanstelling wordt ambtshalve beëindigd bij een functioneringsevaluatie die met een onvoldoende wordt besloten, bij een beslissing tot loopbaanvertraging, bij een bevordering of bij een aanwijzing

een mandaat, en

voorkomend geval bij een wijziging van dienstaanwijzing. De overheid die bevoegd is voor de aanstelling, kan die aanstelling ook beëindigen om functionele redenen, bij langdurige afwezigheid of op verzoek van de functiehouder zelf. Na de beëindiging van de aanstelling wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld, ofwel binnen de entiteit, raad of

stelling, ofwel binnen de diensten van de Vlaamse overheid volgens de procedure van herplaatsing. Afdeling 2. - De staffunctie Art. VI 79. Het hoofd van de entiteit, raad of

stelling kan één ambtenaar van rang A2 of rang A1 voor bepaalde of onbepaalde duur belasten met een staffunctie. De ambtenaar die met de staffunctie wordt belast, kan niet tegelijk ook opdrachthouder zijn. De aanstelling

een staffunctie houdt tevens de dienstaanwijzing

voor de betrokken ambtenaar. Art. VI 80. De te begeven betrekkingen, de aanstellingsvoorwaarden en de wijze waarop de kandidaten hun

teresse kenbaar kunnen maken, worden meegedeeld aan alle ambtenaren die

aanmerking komen. Art. VI

  1. De lijnmanager van het Departement Bestuurszaken stelt de lijst van de vereiste generieke competenties vast. Hij bepaalt tevens de wijze waarop die competenties zullen worden beoordeeld. Art. VI
  2. De aanstelling

een staffunctie wordt ambtshalve beëindigd bij een functioneringsevaluatie die met een onvoldoende wordt besloten, bij een beslissing tot loopbaan-vertraging, bij een bevordering of een aanwijzing

een mandaat, en bij een nieuwe dienstaanwijzing. Het hoofd van de entiteit, raad of

stelling kan ook de aanstelling beëindigen om functionele redenen, bij langdurige afwezigheid of op verzoek van het staflid zelf. Na de beëindiging van de aanstelling wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld ofwel binnen de entiteit, raad of

stelling, ofwel binnen de diensten van de Vlaamse overheid, volgens de procedure van de herplaatsing. HOOFDSTUK

  1. - De waarneming van een hoger ambt Art. VI
  2. §
  3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder hoger ambt, elk ambt

een graad van ten hoogste twee rangen hoger dan de graad waarvan de ambtenaar titularis is. § 2. Een ambtenaar kan worden aangesteld

een hoger ambt voor een betrekking van een graad die tijdelijk of definitief vacant is. § 3. Een definitief vacante betrekking kan voor ten hoogste één jaar worden waargenomen en op voorwaarde dat de procedure tot definitieve toekenning van die betrekking wordt

gezet. § 4. Voor de uitoefening van een hoger ambt

een betrekking van wetenschappelijk directeur komt alleen het wetenschappelijk personeel van rang A1

aanmerking.

een betrekking van rang A1 van het wetenschappelijk personeel is de uitoefening van een hoger ambt niet mogelijk. §

  1. Als een ambtenaar een tuchtstraf opgelopen heeft, mag hij niet aangesteld worden voor het uitoefenen van een hoger ambt voor zijn straf doorgehaald is. Art. VI
  2. Een ambtenaar die met een hoger ambt is belast, beschikt over alle prerogatieven die aan dat ambt verbonden zijn. Art. VI
  3. De lijnmanager beslist, na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling, welke ambtenaar het hoger ambt waarneemt

een betrekking van wetenschappelijk directeur, rang A1 en van de niveaus B, C en D. Voor de beslissing over het hoger ambt naar wetenschappelijk directeur wordt het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling aangevuld met ten minste twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied

kwestie die mee beslissen. HOOFDSTUK

  1. - De preventiefuncties Art. VI
  2. Voor de diensten van de Vlaamse ministeries is er één Gemeenschappelijke

terne Dienst voor Preventie en Bescherming, hierna GDPB te noemen, die als onafhankelijke entiteit is toegevoegd aan het Departement Bestuurszaken. De GDPB is samengesteld uit verschillende preventieadviseurs en één preventieadviseur-coördinator, die de dienst leidt en die rechtstreeks rapporteert aan het hoofd van het Departement Bestuurszaken. Art. VI 87. § 1. Voor elke IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling is er één

terne dienst voor Preventie en Bescherming op het werk, hierna

terne dienst Preventie en Bescherming te noemen. Die dienst wordt toegevoegd aan het hoofd van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling. Bij gemotiveerd verzoek kan worden aangesloten bij de GDPB. § 2. De

terne dienst Preventie en Bescherming is samengesteld uit één of meer preventieadviseurs. Zijn er

de dienst verschillende voltijdse preventieadviseurs, dan wordt de dienst geleid door een preventieadviseur-coördinator. § 3. De

terne dienst Preventie en Bescherming is onafhankelijk. De preventieadviseur-coördinator of de preventieadviseur rapporteert rechtstreeks aan het hoofd van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling. Art. VI

  1. §
  2. De graad van preventieadviseur-coördinator wordt uitsluitend door middel van voltijds mandaat toegekend. Voor de aanwijzing

dit mandaat komen de ambtenaren van de rang A1 en rang A2

aanmerking die

het bezit zijn van een getuigschrift veiligheid niveau

  1. De lijnmanager van het Departement Bestuurszaken stelt de lijst van de vereiste competenties vast. §
  2. De functie van preventieadviseur staat open voor ambtenaren van de rang A1, rang A2 en van de niveaus B, C en D. De lijnmanager van het Departement Bestuurszaken stelt na overleg met de preventieadviseur-coördinator de lijst van de vereiste competenties vast. §
  3. De te begeven betrekkingen, de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen en de wijze waarop ze hun

teresse kenbaar kunnen maken, worden meegedeeld via een algemene oproep. Art. VI

  1. §
  2. Een bijzondere commissie beoordeelt wie van de kandidaten over de vereiste competenties voor de uitoefening van de functie van preventieadviseur-coördinator beschikt. De kandidaten worden onder meer beoordeeld op basis van hun functioneringsevaluatie, de resultaten van de potentieelinschatting, de gegevens uit de kandidaatstelling en de mondelinge toelichting van hun beleidsvisie. De potentieelinschatting gebeurt op basis van een functiespecifiek gedragsgericht

terview. § 2. De commissie, vermeld

§ 1

, is samengesteld als volgt : 1° en vertegenwoordiger van een gespecialiseerd extern bureau;2° twee vertegenwoordigers van het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest;3° ofwel het hoofd van het Departement Bestuurszaken of zijn afgevaardigde voor het mandaat, vermeld

artikel VI 86, § 2 of het hoofd van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling of zijn afgevaardigde voor het mandaat, vermeld

artikel VI 87, §

  1. §
  2. De commissie legt naar gelang van het geval aan het hoofd van het Departement Bestuurszaken of aan het hoofd van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling, de lijst voor van de kandidaten die over de vereiste competenties voor het uitoefenen van de functie van preventieadviseur-coördinator beschikken. Art. VI

  1. §
  2. Het hoofd van het Departement Bestuurszaken draagt voor elke betrekking van preventieadviseur en voor de betrekking van preventieadviseur-coördinator van de GDPB ten minste twee kandidaten die aan de gestelde voorwaarden voldoen, voor aan het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest. §
  3. Het hoofd van het Departement Bestuurszaken wijst de preventieadviseur-coördinator aan en stelt de preventieadviseurs van de GDPB aan, na voorafgaand akkoord van het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest. Als er geen akkoord bereikt wordt

het Hoog Overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. Art. VI

  1. §
  2. Het managementorgaan van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling draagt voor elke betrekking van preventieadviseur en voor de betrekking van preventieadviseur-coördinator van de

terne dienst Preventie en Bescherming ten minste twee kandidaten die aan de gestelde voorwaarden voldoen, voor aan het bevoegde overlegcomité van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling. § 2. De lijnmanager wijst de preventieadviseur-coördinator aan en stelt de preventieadviseurs van de

terne dienst Preventie en Bescherming aan, na voorafgaand akkoord van het bevoegde overlegcomité van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling. Als er geen akkoord bereikt wordt

het bevoegde overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de functionele minister voor de IVA met rechtspersoonlijkheid en de raad, en door de raad van bestuur voor de EVA en de

stelling. Art. VI

  1. §
  2. Het mandaat van preventieadviseur-coördinator en de aanstelling tot preventieadviseur worden toegekend voor de duur van zes jaar en zijn meermaals met dezelfde duur verlengbaar. De verlenging gebeurt stilzwijgend. De aanstelling

de functie van preventieadviseur van de GDPB is voltijds. De aanstelling

de functie van preventieadviseur van de

terne dienst Preventie en Bescherming is voltijds of deeltijds. De aanwijzing tot preventieadviseur-coördinator en de aanstelling tot preventieadviseur houden tevens de dienstaanwijzing

voor de betrokken ambtenaar. § 2. De ambtenaar behoudt tijdens het mandaat of de tijdelijke aanstelling de functionele loopbaan

de graad waarin hij werd benoemd. De werkelijke diensten die de ambtenaar als preventieadviseur of als preventieadviseur-coördinator presteert, worden

aanmerking genomen voor de vaststelling van de schaalanciënniteit

de functionele loopbaan. § 3. De overheid die bevoegd is voor de aanwijzing, respectievelijk de aanstelling, kan na akkoord of op verzoek van het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest of van het bevoegde overlegcomité, om functionele redenen of op verzoek van de functiehouder zelf, het mandaat of de aanstelling beëindigen.

dat geval wordt voor de ambtenaar die het mandaat van preventieadviseur-coördinator bekleedde, een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld, ofwel binnen de entiteit, raad of

stelling ofwel binnen de diensten van de Vlaamse overheid, volgens de procedure van de herplaatsing. Na de beëindiging van de aanstelling wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld, ofwel binnen de entiteit, raad of

stelling, ofwel binnen de diensten van de Vlaamse overheid, volgens de procedure van de herplaatsing. Art. VI 93. Als de preventieadviseur-coördinator zijn eerste aanwijzing

het mandaat voortijdig beëindigt of als één van de preventieadviseurs zijn eerste aanstelling voortijdig beëindigt, wordt hij vervangen. De vervanger wordt gekozen uit de ambtenaren die zich kandidaat hebben gesteld en die werden voorgedragen door het hoofd van het Departement Bestuurszaken overeenkomstig artikel VI 90, § 1, of door het managementorgaan van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling overeenkomstig artikel VI 91, § 1. Art. VI 94. § 1.

afwijking van artikel VI 88, VI 90, VI 91 en VI 92, kan de functie van preventieadviseur ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1 die extern worden aangeworven. § 2. Het hoofd van het Departement Bestuurszaken draagt voor elke betrekking van preventieadviseur van de GDPB die wordt vervuld via een externe werving, een kandidaat die aan de gestelde voorwaarden voldoet, voor aan het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest. Als er geen akkoord bereikt wordt

het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest, wordt de beslissing genomen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken. § 3. Het managementorgaan van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling draagt voor elke betrekking van preventieadviseur van de

terne dienst Preventie en Bescherming die wordt vervuld via een externe werving, een kandidaat die aan de gestelde voorwaarden voldoet, voor aan het bevoegde overlegcomité van de IVA met rechtspersoonlijkheid, EVA, raad of

stelling. Als er geen akkoord bereikt wordt

het bevoegde overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de functionele minister voor de IVA met rechtspersoonlijkheid en de raad, en door de raad van bestuur voor de EVA en de

stelling. § 4. De aanstelling van een preventieadviseur die extern geworven wordt, houdt tevens de tijdelijke dienstaanwijzing

voor de betrokken ambtenaar. De termijn van de effectieve aanstelling begint te lopen op de dag van de benoeming tot ambtenaar. Na beëindiging van de aanstelling, wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld, ofwel binnen de entiteit, raad of

stelling, ofwel binnen de diensten van de Vlaamse overheid, volgens de procedure van de herplaatsing. HOOFDSTUK 5. - De functies van senior auditor en junior auditor bij de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie Art. VI

  1. §
  2. De functie van junior auditor staat open voor de ambtenaren van rang A1 van de diensten van de Vlaamse overheid, met uitzondering van het wetenschappelijk personeel. De functie van junior auditor en van senior auditor mag ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1 die extern worden aangeworven. §
  3. De junior auditor kan na minimaal drie jaar auditervaring bij de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie op basis van een beoordelingsprocedure door het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie worden aangesteld

een functie van senior auditor. Het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie bepaalt de wijze waarop die beoordelingsprocedure wordt georganiseerd.

dat geval geldt de procedure, vermeld

artikel VI 97, niet. De functie van senior auditor staat open voor de ambtenaren van rang A1 en rang A2 van de diensten van de Vlaamse overheid, met uitzondering van het wetenschappelijk personeel, die minimaal drie jaar relevante ervaring kunnen aantonen en die over de vereiste competenties voor het uitoefenen van die functie beschikken, vastgesteld overeenkomstig artikel VI

  1. §
  2. Alleen een ambtenaar die over de vereiste generieke en functiespecifieke competenties beschikt, kan tot junior auditor of senior auditor worden aangesteld. Die competenties kunnen verschillen naargelang het functieprofiel. Ze worden vastgesteld door het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie. Art. VI

  1. Met het oog op de aanstelling van junior auditoren of senior auditoren wordt een algemene oproep gedaan. Art. VI
  2. Een commissie die het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie op advies van het auditcomité van de Vlaamse Administratie heeft samengesteld, beoordeelt wie van de kandidaten over de vereiste competenties voor de uitoefening van de te begeven functie beschikt. Het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie bepaalt de wijze waarop de commissie, vermeld

het eerste lid, de vereiste competenties beoordeelt. De kandidaten worden gerangschikt volgens hun geschiktheid. Art. VI 98. Het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie stelt de gegadigden die

aanmerking komen

orde van hun rangschikking aan. Voor de externe gegadigden die geslaagd zijn voor het vergelijkend wervingsexamen waarvan de procedure, vermeld

artikel VI 97, deel uitmaakt, is dat een voorlopige aanstelling

afwachting van hun benoeming tot ambtenaar. De aanstelling houdt tevens de dienstaanwijzing

voor de betrokken ambtenaar. Art. VI 99. De aanstelling

een functie van junior, respectievelijk senior auditor gebeurt voltijds voor de duur van zes jaar en is meermaals met dezelfde duur verlengbaar. De verlenging gebeurt stilzwijgend.

geval van externe aanwerving begint de termijn van de aanstelling te lopen op de dag van de benoeming tot ambtenaar. Art. VI

  1. §
  2. De junior en senior auditoren behouden gedurende hun aanstelling de functionele loopbaan

de graad waarin zij werden benoemd. De werkelijke diensten van de ambtenaar die als junior of senior auditor is aangesteld, worden

aanmerking genomen voor de vaststelling van de schaalanciënniteit

de functionele loopbaan. § 2. De tijdelijke aanstelling wordt ambtshalve beëindigd bij een functioneringsevaluatie die met een onvoldoende wordt besloten, bij een beslissing tot loopbaanvertraging, bij een bevordering of een aanwijzing

een mandaat. Het hoofd van de IVA

terne Audit van de Vlaamse Administratie kan de aanstelling beëindigen, hetzij om functionele redenen, hetzij bij langdurige afwezigheid, hetzij op verzoek van de functiehouder zelf. Na de beëindiging van de aanstelling wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld, ofwel binnen de entiteit, ofwel binnen de diensten van de Vlaamse overheid, volgens de procedure van de herplaatsing. HOOFDSTUK

  1. - De huisbewaarders Art. VI
  2. De lijnmanager stelt de huisbewaarder aan. Art. VI
  3. §
  4. De oproep tot de kandidaten voor een aanstelling als huisbewaarder wordt gericht tot de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid. §
  5. Als huisbewaarder kunnen alleen de personeelsleden worden aangesteld die aan de onderstaande voorwaarden voldoen : 1° ze werken bij voorkeur

het gebouw waarvoor een huisbewaarder gezocht wordt;2° ze behoren bij voorkeur tot de entiteit, raad of

stelling waarvan de diensten het gebouw bezetten;3° ze behoren bij voorkeur tot niveau D;4° ze hebben op de dag van de kandidatenvoordracht geen onvoldoende op hun evaluatie. Bij gelijke geschiktheid van kandidaten van hetzelfde niveau, wordt prioriteit gegeven aan de statutaire kandidaat. §

  1. Bij gebrek aan kandidaten of als geen kandidaten beantwoorden aan de functiebeschrijving en het gewenste profiel, kan een persoon contractueel aangesteld worden die niet tot de diensten van de Vlaamse overheid behoort. Art. VI
  2. §
  3. De aanstelling van de huisbewaarder eindigt : 1° bij zijn pensionering;2° als hij ontslag neemt of afgezet wordt;3° als de bevoegde overheid de functie van huisbewaarder afschaft;4° bij het overlijden van de huisbewaarder;5°

geval van een tekortkoming die de beëindiging van zijn aanstelling rechtvaardigt. § 2. De tekortkoming, vermeld

§ 1

, 5°, wordt vastgesteld door de gebouwverantwoordelijke of bij gebrek aan gebouwverantwoordelijke, door de ambtenaar met de hoogste graad

dat gebouw. Na de huisbewaarder te hebben gehoord, stuurt die onverwijld zijn verslag met de eventuele schriftelijke opmerkingen van de huisbewaarder aan de verantwoordelijke van de personeelsfunctie van het beleidsdomein. Hij bezorgt een afschrift van zijn verslag aan de lijnmanager. De beslissing tot ontslag wordt genomen door de lijnmanager. § 3. Als een huisbewaarder zijn functie wil beëindigen, moet hij de lijnmanager ten minste drie maanden van te voren met een aangetekende brief daarvan op de hoogte brengen, behalve

geval van overmacht. TITEL

  1. - DE FUNCTIONELE LOOPBAAN VAN DE AMBTENAAR HOOFDSTUK
  2. - Definitie en toepassingsgebied Art. VI
  3. De functionele loopbaan bestaat

de opeenvolgende toekenning aan een ambtenaar van een steeds hogere salarisschaal binnen eenzelfde rang op basis van schaalanciënniteit en zonder wijziging van graadbenaming. Art. VI 105. De schaalanciënniteit wordt jaarlijks opgebouwd op basis van de functioneringsevaluatie : 1° hetzij op een normale snelheid, waarbij de

aanmerking komende diensten gelijk zijn aan de werkelijke diensten;2° hetzij vertraagd, waarbij de

aanmerking komende diensten

  1. a)gelijk zijn aan de helft van de werkelijke diensten als de functioneringsevaluatie met de aanduiding « loopbaanvertraging » besloten wordt;
  2. b)vervallen als de functioneringsevaluatie met een onvoldoende besloten wordt. De opbouw van de schaalanciënniteit, zoals bedoeld

het eerste lid, heeft uitwerking op 1 juli van het jaar volgend op het evaluatiejaar en dit gedurende een periode van 12 maanden. Art. VI 106.

afwijking van artikel VI 105 bouwt de ambtenaar : 1°

  1. a)met verlof voor opdracht;
  2. b)met militaire dienst of burgerdienst;
  3. c)met vakbondsverlof als vaste afgevaardigde, schaalanciënniteit op aan normale snelheid;2°
  4. a)met verlof voor voltijdse loopbaanonderbreking;
  5. b)met voltijds politiek verlof;
  6. c)tijdens een periode van tuchtschorsing, bedoeld

artikel VIII 4;d) tijdens de periode van verlof voor deeltijdse prestaties gelijkgesteld met non-activiteit, bedoeld

artikel X 27, § 2; geen schaalanciënniteit op. Art. VI 107. Als een ambtenaar tussen 1 juli en 30 juni overgaat naar een volgende salarisschaal

de functionele loopbaan of naar een hogere hiërarchische graad, verkrijgt hij

zijn nieuwe salarisschaal of graad de normale loopbaansnelheid voor de resterende periode tot 30 juni. Art. VI 108. De toekenning van de hogere salarisschaal

de functionele loopbaan of van een andere functie kan bovendien afhankelijk worden gesteld van het behalen van brevetten of getuigschriften of van het slagen voor een vergelijkende bekwaamheidsproef zoals bepaald

de functiebeschrijving. HOOFDSTUK

  1. - De diverse functionele loopbanen Art. VI
  2. §
  3. Binnen de hieronder vermelde rangen geldt een functionele loopbaan. De overgang tussen de hieronder opgesomde salarisschalen geschiedt na het aantal jaren schaalanciënniteit dat ernaast vermeld wordt : 1°

rang A1

  1. a)van de eerste naar de tweede salarisschaal na 6 jaar van A111 naar A112 A121 naar A122 A141 naar A142
  2. b)van de tweede naar de derde salarisschaal na 12 jaar van A112 naar A113 A122 naar A123
  3. c)van de tweede naar de derde salarisschaal na 6 jaar van A142 naar A143
  4. d)van de derde naar de vierde salarisschaal na 9 jaar van A 113 naar A 114 A 123 naar A 124 A 143 naar A 144 2°

rang A1 wetenschappelijk personeel - basis functionele loopbaan van de eerste naar de tweede salarisschaal na 4 jaar van A165 naar A166

  1. b)van de tweede naar de derde salarisschaal na 6 jaar van A166 naar A167 - expert functionele loopbaan
  2. a)van de vierde naar de vijfde salarisschaal na 10 jaar van A168 naar A169 3° a)

rang A2 van de eerste naar de tweede salarisschaal na 10 jaar van A211 naar A212 A221 naar A222 A251 naar A252 A261 naar A262 b)

rang A2 - vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering

het buitenland - van de eerste naar de tweede salarisschaal na 6 jaar van A211 naar A212 - van de tweede naar de derde salarisschaal na 6 jaar van A212 naar A213 4°

rang B1

  1. a)van de eerste naar de tweede salarisschaal na 8 jaar van B111 naar B112 B121 naar B122
  2. b)van de tweede naar de derde salarisschaal na 10 jaar van B112 naar B113 B122 naar B123
  3. c)van de derde naar de vierde salarisschaal na 9 jaar van B 113 naar B 114 B 123 naar B 124 5°

rang B2 van de eerste naar de tweede salarisschaal na 10 jaar van B211 naar B212 B221 naar B222 B231 naar B232 6°

rang C1

  1. a)van de eerste naar de tweede salarisschaal na 8 jaar van C111 naar C112 C121 naar C122 C131 naar C132 C141 naar C142
  2. b)van de tweede naar de derde salarisschaal na 10 jaar van C112 naar C113 C122 naar C123 C132 naar C133 C142 naar C143
  3. c)van de derde naar de vierde salarisschaal na 9 jaar van C113 naar C114 C123 naar C124 C133 naar C134 C143 naar C144 7°

rang C2 van de eerste naar de tweede salarisschaal na 10 jaar van C211 naar C212 C221 naar C222 C241 naar C242 8°

rang D1

  1. a)van de eerste naar de tweede salarisschaal na 8 jaar van D111 naar D112 D121 naar D 122 D131 naar D132 D141 naar D142
  2. b)van de tweede naar de derde salarisschaal na 9 jaar van D112 naar D113 D122 naar D123 D132 naar D133 D142 naar D143 9°

rang D2 van de eerste naar de tweede salarisschaal na 10 jaar van D211 naar D212 D221 naar D222 D231 naar D232 D241 naar D242 § 2.

afwijking van § 1 start de ambtenaar van rang A1 (wetenschappelijk personeel) op de tweede trap van de functionele loopbaan, zijnde de salarisschaal A 166 als hij houder is van : het diploma van a) master

de geneeskunde (beroepstitel arts);b) master

de diergeneeskunde;c) master

de

genieurswetenschappen;d) master

de bio-

genieurswetenschappen;e) master

de farmaceutische zorg;f) master

de geneesmiddelenontwikkeling; of bij overgangsmaatregel, het diploma van a) arts;b) dierenarts;c) burgerlijk

genieur;d) landbouwkundig

genieur;e)

genieur

de scheikunde en de landbouwindustrieën;f) bio-

genieur;g) apotheker; een doctoraat op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord hiermee als gelijkwaardig wordt erkend. § 3.

afwijking van § 1 wordt een ambtenaar van rang A1 (wetenschappelijk personeel) bevorderd tot de tweede trap van de functionele loopbaan, namelijk de salarisschaal A 166, op de eerste van de maand die volgt op de toekenning van het doctoraat, diploma of certificaat dat hij tijdens zijn loopbaan

de entiteit, raad of

stelling verwerft. § 4. Een ambtenaar van rang A1 (wetenschappelijk personeel), titularis van de salarisschaal A 166, die houder is van een doctoraat op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord hiermee als gelijkwaardig wordt erkend, en die ten minste 4 jaar werkelijke prestaties

de

stelling en 6 jaar functierelevante wetenschappelijke activiteit telt, kan door de lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling,

afwijking van paragraaf 2, 1°, bevorderd worden tot de derde trap van de functionele loopbaan, namelijk de salarisschaal A 167. Art. VI 110. De lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling kan na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling aan een ambtenaar van rang A1 van het wetenschappelijk personeel die 6 jaar werkelijke prestaties

de salarisschaal A 167 telt, de titel van wetenschappelijk attaché-expert en de salarisschaal A 168 toekennen, als hij : - hetzij houder is van een doctoraat op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord hiermee als gelijkwaardig wordt erkend; - hetzij het bewijs levert dat hij

een tak van de wetenschap waarop het ambt betrekking heeft, uitzonderlijk wetenschappelijk werk heeft verricht dat met een doctoraat op proefschrift kan worden vergeleken, op basis van zijn functioneringsevaluatie. Het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling wordt voor de toepassing van dit artikel uitgebreid met minimaal twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied

kwestie, die mee beslissen. Art. VI 111. De lijnmanager van de entiteit, raad of

stelling kan na advies van het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling aan de ambtenaar van rang A2 van het wetenschappelijk personeel die onder hem ressorteert en tien jaar werkelijke prestaties

de salarisschaal A 265 telt, op basis van zijn functioneringsevaluatie de salarisschaal A 266 toekennen. Het managementorgaan van de entiteit, raad of

stelling wordt voor de toepassing van dit artikel uitgebreid met minimaal twee vooraanstaande wetenschappers van het vakgebied

kwestie, die mee beslissen. TITEL

  1. - BIJZONDERE BEPALINGEN HOOFDSTUK
  2. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de regeling van de rechtspositie van het scheepspersoneel Art. VI
  3. §
  4. De scheepstechnicus,de maritiem verkeersleider en de loods met de functie van chefloods op proef worden

vast verband benoemd,als zij : 1° met goed gevolg een opleiding hebben beëindigd;2° geslaagd zijn voor de bekwaamheidsproef voor hun graad en functie. De nadere bepalingen

zake de opleiding worden vastgesteld door het bevoegde agentschap van het bevoegde beleidsdomein. §

  1. Een ambtenaar op proef die tweemaal niet slaagt voor de bekwaamheidsproef, wordt zonder mogelijkheid van beroep ontslagen op de datum van de ondertekening van het proces-verbaal van de tweede bekwaamheidsproef. Art. VI
  2. §
  3. Een loods met algemene functie en een loods met de functie van stuurman van de loodsboot op proef worden

vast verband benoemd, als zij : 1° met goed gevolg een opleiding hebben beëindigd;2° geslaagd zijn voor de bekwaamheidsproef voor hun graad en functie;3° een reeks proefreizen hebben afgelegd. De nadere bepalingen

zake de opleiding en de proefreizen worden vastgesteld door het bevoegde agentschap van het bevoegde beleidsdomein. §

  1. Een ambtenaar op proef die tweemaal niet slaagt voor de bekwaamheidsproef of tweemaal zonder succes de reeks proefreizen aflegt, wordt zonder mogelijkheid van beroep ontslagen op de datum van de ondertekening van het proces-verbaal van de tweede bekwaamheidsproef of van de tweede reeks proefreizen. Die procedure moet beëindigd zijn voor het verstrijken van de proeftijd. HOOFDSTUK
  2. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de regeling van de rechtspositie van de personeelsleden van de regionale luchthavens Art. VI
  3. §
  4. Alleen de personen die

het bezit zijn van het getuigschrift voor luchthaveninspectie hebben toegang tot de graad van technicus of hoofdtechnicus, belast met de luchthaveninspectie bij de regionale luchthavens. § 2. Alleen de personen die

het bezit zijn van het getuigschrift voor luchthavenbeveiliging mogen de functie uitoefenen van technicus of hoofdtechnicus, belast met de luchthavenbeveiliging bij de regionale luchthavens. Art. VI

  1. §
  2. Om het getuigschrift voor luchthaveninspectie te verkrijgen moet de kandidaat geslaagd zijn voor een examen, georganiseerd door het federale Bestuur van de Luchtvaart, als dat een wettelijke vereiste is, of,

het andere geval, voor een examen dat wordt georganiseerd en waarvan het programma wordt vastgesteld door de functionele minister. §

  1. Om het getuigschrift voor luchthavenbeveiliging te verkrijgen moet de kandidaat slagen voor een examen georganiseerd door het Nationaal Opleidingscentrum Luchtvaartbeveiliging. Art. VI
  2. Onverminderd de toegangsvereisten tot de graad van hoofdtechnicus moet de ambtenaar twee jaar ervaring hebben op een luchthaven om te kunnen worden benoemd tot hoofdtechnicus, belast met de luchthaveninspectie of met de luchthavenbeveiliging. Art. VI
  3. Om te kunnen worden benoemd als adjunct van de directeur, belast met de luchthaveninspectie, moet de kandidaat voldoen aan de voorwaarden die de reglementering

zake de luchthavenexploitatie bepaalt voor de beheerder van een luchthaven. HOOFDSTUK 3. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de regeling van de rechtspositie van het buitenlandpersoneel Art. VI 118.

zake de tewerkstelling van contractueel personeel

het buitenland, wordt het op de arbeidsovereenkomst toepasselijke recht en de bevoegde rechtsmacht contractueel bepaald, als dat reglementair toegestaan is door het

ternationaal privaat recht en/of de rechtsorde van het land van tewerkstelling. TITEL 10. - OVERGANGSBEPALINGEN Art. VI 119. De procedures tot

vulling van statutaire en contractuele betrekkingen via herplaatsing en horizontale mobiliteit en de procedures

zake bevordering, de loopbaanexamens en de vergelijkende bekwaamheidsproeven die aangevat werden vóór de

werkingtreding van dit besluit, worden verdergezet overeenkomstig de reglementering van kracht bij de aanvang ervan. Art. VI 120. De bestaande reserves van loopbaanexamens en de reserves van loopbaanexamens gestart vóór de

werkingtreding van dit besluit, worden per graad en desgevallend per functiespecialiteit samengevoegd. De laureaten putten uit hun slagen, gelijke aanspraken voor bevordering bij een entiteit, raad of

stelling, ongeacht de dienst of

stelling waarvoor het examen oorspronkelijk georganiseerd werd. Art. VI 121. De personeelsleden

dienst op datum van

werkingtreding van dit besluit behouden de anciënniteiten en functionele loopbaan die voortvloeien uit het statuut dat op hen van toepassing was vóór de

werkingtreding van dit besluit. Art. VI 122. Op de personeelsleden van de Openbare Psychiatrische Ziekenhuizen Geel en Rekem, blijven onverminderd de bepalingen van dit besluit, de

stellingsspecifieke besluiten van de Vlaamse openbare

stellingen van toepassing, waaronder zij ressorteerden vóór de

werkingtreding van dit besluit, wat betreft de artikelen die verplichtingen

houden met toepassing van de ziekenhuiswetgeving wat betreft het daarin voorgeschreven advies. Art. VI 123. De ambtenaren die als groep een functie uitoefenen die wordt afgeschaft

een bepaald niveau en die volgens het personeelsplan bij aanwerving alleen wordt begeven

een ander niveau, kunnen bevorderd worden tot de graad van het andere niveau waarin de functie zich situeert op voorwaarde dat ze slagen voor een bijzonder vergelijkend overgangsexamen waaraan zij tweemaal mogen deelnemen. Art. VI 124.

geval van organisatie van een bijzonder vergelijkend overgangsexamen overeenkomstig artikel VI 123 kunnen de contractuele personeelsleden die als groep de functie uitoefenen, die naar het andere niveau is overgebracht,

afwijking van het artikel I 5, § 2 contractueel

dienst worden genomen

de betrekking die

het andere niveau overeenstemt met die functie, op voorwaarde dat ze

het bezit zijn van een diploma dat overeenstemt met dat niveau en slagen voor een proef, waarvan de

houd gelijk is aan die van het bijzonder vergelijkend overgangsexamen voor de ambtenaren. Aan dat examen mogen ze tweemaal deelnemen. De vereiste van het diplomabezit geldt niet

geval van schaarste op de arbeidsmarkt. Art. VI 125. Een geslaagde voor een aanwervingsexamen, een examen voor overgang naar het hogere niveau of een examen voor verhoging

graad dat toegang geeft tot rang 21 of 22 of voor een onderzoek naar de beroepsgeschiktheid voor verandering van graad

rang 21 of 22 en dat georganiseerd werd vóór de datum van

werkingtreding van ofwel het Vlaams personeelsstatuut van 24 november 1993, ofwel van het personeelsstatuut van de Vlaamse wetenschappelijke

stellingen van 28 januari 1997, behoudt zijn rechten op benoeming

de graad met dezelfde kwalificatie

niveau B. Art. VI 126. Een ambtenaar die op 1 januari 2006 wordt bezoldigd

een salarisschaal van niveau E, wordt, met

gang van die datum, bevorderd

niveau D, overeenkomstig de tabel die als bijlage 9 bij dit besluit is gevoegd. Een contractueel personeelslid dat

dienst is op 1 januari 2006

een betrekking met een salarisschaal van niveau E wordt, met

gang van die datum, tewerkgesteld

een contractuele betrekking met een salarisschaal van niveau D, overeenkomstig de tabel die als bijlage 9 bij dit besluit is gevoegd. Art. VI 127. Voor de berekening van de administratieve anciënniteiten van de technisch beambte,

de hoedanigheid van hulparbeider

vast dienstverband benoemd met toepassing van het koninklijk besluit van 12 maart 1973 houdende tijdelijke maatregelen ten gunste van sommige ambtenaren van de rijksbesturen, worden de diensten die hij sedert 1 april 1972

een deeltijds ambt met ten minste de helft van de prestaties van een voltijds ambt heeft verricht,

aanmerking genomen naar rato van het aantal werkelijk gepresteerde uren. Art. VI 128. De op 1 januari 1999 van de

tercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap overgehevelde ambtenaar die geslaagd is

een bevorderingsexamen naar de graad van brigadier, dat afgerond of georganiseerd werd vóór 1 januari 1999, behoudt zijn rechten op bevordering naar de graad van technicus; bij bevordering verkrijgt deze de salarisschaal C123

dien hij op vermelde datum

geschaald werd

de salarisschaal D201 of D202. Het

het vorig lid bedoelde voordeel geldt ook voor de ambtenaar die bezoldigd wordt

de salarisschaal D201 of D202 en die slaagt

een overgangsexamen naar de graad van technicus. Art. VI 129. Een ambtenaar die op 1 oktober 2002 van het ministerie van Middenstand en Landbouw naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd overgeheveld en die geslaagd is voor een vergelijkend examen naar de graad van directiesecretaris of opsteller, behoudt zijn rechten op benoeming

de graad van deskundige of medewerker. Een ambtenaar die op 1 oktober 2002 van het ministerie van Middenstand en Landbouw naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd overgeheveld en die geslaagd is voor de eerste twee gedeelten van het vergelijkend overgangsexamen naar niveau A dat werd beëindigd of lopend was op de datum van de overheveling, behoudt zijn rechten op benoeming

de graad van adjunct van de directeur, op voorwaarde dat hij slaagt voor de eerstvolgende test met betrekking tot de potentieelinschatting. Art. VI 130.

afwijking van artikel VI 40, a, komen alle technisch assistenten en technisch hoofdassistenten die op 1 januari 2003 de functie van wachter der waterwegen uitoefenen

aanmerking om voor de eerstvolgende bevorderingsronde bevorderd te worden tot de graad van leidinggevend hoofdassistent met de functie van leidinggevend wachter der waterwegen, voor zover zij vooraf slagen

een test met betrekking tot de leidinggevende capaciteiten. Art. VI 131. Voor de personeelsleden die belast zijn met de luchthaveninspectie en die

1997 de door de afdeling Personenvervoer en Luchthavens georganiseerde cursus over luchthaveninspectie hebben gevolgd, wordt het volgen van die cursus gelijkgesteld met het bezit van het getui

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.