📄 Wettekst
26 SEPTEMBER 2024. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan en het
koninklijk besluit van 10 november 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten9 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, beoogt de bepalingen inzake verlof die toepasselijk zijn op de leden van de rechterlijke orde aan te passen volgens een aantal aanpassingen die reeds in werking zijn getreden binnen het federaal openbaar ambt, inzonderheid op grond van de volgende wet en koninklijke besluiten: - het
koninklijk besluit van 27 juni 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten7 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen betreffende het zorgouderschap; - de
wet van 27 juni 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/2021
pub.
15/07/2021
numac
2021203289
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet tot uitbreiding van het rouwverlof bij het overlijden van een partner of een kind en tot het flexibiliseren van de opname van het rouwverlof
type
wet
prom.
27/06/2021
pub.
04/02/2022
numac
2022030362
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot uitbreiding van het rouwverlof bij het overlijden van een partner of een kind en tot het flexibiliseren van de opname van het rouwverlof. - Duitse vertaling van uittreksels
sluiten tot uitbreiding van het rouwverlof bij het overlijden van een partner of een kind en tot het flexibiliseren van de opname van het rouwverlof; - het
koninklijk besluit van 21 augustus 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten8 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen en meer bepaald betreffende de re-integratie bij ziekte of ongeval en de tewerkstelling van personen met een handicap; - het
koninklijk besluit van 18 september 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten9 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen betreffende het ziektebriefje; - het
koninklijk besluit van 10 november 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/06/2007
numac
2007009508
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
02/07/2007
numac
2007009645
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007009412
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/05/2007
numac
2007022612
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de pensioenen van de openbare sector
sluiten0 houdende de deeltijdse stage, de terbeschikkingstelling tijdens een crisis en de expertise-uitwisseling; - het
koninklijk besluit van 12 februari 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/06/2007
numac
2007009508
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
02/07/2007
numac
2007009645
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007009412
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/05/2007
numac
2007022612
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de pensioenen van de openbare sector
sluiten1 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen betreffende de vakantieregeling; - het
koninklijk besluit van 28 maart 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/06/2007
numac
2007009508
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
02/07/2007
numac
2007009645
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007009412
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/05/2007
numac
2007022612
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de pensioenen van de openbare sector
sluiten2 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen betreffende de aanrekening van het rouwverlof; - het
koninklijk besluit van 21 november 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/06/2007
numac
2007009508
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
02/07/2007
numac
2007009645
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007009412
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/05/2007
numac
2007022612
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de pensioenen van de openbare sector
sluiten3 tot wijziging van diverse bepalingen met betrekking tot de Work Life Balance als omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad; - het
koninklijk besluit van 27 februari 2024Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/06/2007
numac
2007009508
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
02/07/2007
numac
2007009645
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de Rechterlijke Orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en parketjuristen bij de hoven en rechtbanken
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
01/06/2007
numac
2007009412
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
11/05/2007
numac
2007022612
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de pensioenen van de openbare sector
sluiten4 tot wijziging van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen betreffende het omstandigheidsverlof voor pleeggezinnen.
Aldus wijzigt het besluit de bepalingen inzake adoptieverlof, verlof wegens verminderde prestaties wegens medische redenen, uitzonderlijk verlof wegens overmacht ingevolge ziekte of ongeval (wat zorgverlof wordt), verlof om dwingende redenen van familiaal belang en geboorteverlof.
Bij dit besluit worden eveneens twee nieuwe soorten verlof aan de personeelsleden van de rechterlijke orde toegekend: pleegouderverlof en verlof wegens de flexibele werkregeling voor zorgdoeleinden.
Het besluit voorziet in de mogelijkheid voor het arbeidsongeschikte personeelslid om deel te nemen aan opleidingsactiviteiten en aan activiteiten in het kader van de terug-naar-werkbegeleiding.
Het besluit voorziet ook in een re-integratietraject voor het personeelslid dat afwezig is wegens ziekte of ongeval.
Sommige bepalingen van dit besluit houden verband met de richtlijn (EU) 2019/1158 die op 1 augustus 2019 in werking is getreden (P.b.E.U. L 188, 12.7.2019, blz. 79 e.v.) en die uiterlijk op 2 augustus 2022 moest zijn omgezet in onze nationale rechtsorde.
Het besluit valt binnen het kader van de lopende zaken, aangezien het gaat om een zaak waarvoor geen nieuw initiatief van de Regering is vereist en die met het oog op de continuïteit van het gezag door de Uitvoerende Macht moet worden behandeld, omdat anders een voor de burgers nadelig vacuüm zou ontstaan, zoals bepaald in de omzendbrief Lopende zaken van 27 mei 2024, die door de Eerste Minister aan de Regeringsleden werd gericht.
Het besluit behoort ook tot de dringende zaken aangezien de vertraging in de omzetting van de richtlijn ervan in strijd is met het internationaal recht.
Artikelsgewijze bespreking
Artikel 1.
De artikelen 2, e), f) en h), 3, c), 5, 7, 8, a), 10 tot 19, 37 et 38 zetten de Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad, gedeeltelijk om. Deze artikelen hebben betrekking op de artikelen 3 tot en met 6 en 10 van de richtlijn. Daarom stelt dit artikel dat dit besluit dit richtlijn gedeeltelijk omzet.
Art. 2.
In artikel 1 van het
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, wordt het toepassingsgebied van dit besluit vastgelegd. Overeenkomstig artikel 37 van de
wet van 7 mei 2024Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten1 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het statuut van het gerechtspersoneel wordt het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 toepasselijk gemaakt op de criminologen.
Het voormelde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 wordt eveneens uitdrukkelijk toepasselijk gemaakt op de adviseurs in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie, in wier functie werd voorzien bij de wet van 26 december 2022 houdende diverse bepalingen inzake rechterlijke organisatie II. Om het stelsel van verminderde prestaties wegens medische redenen beter en flexibeler te laten aansluiten bij de noden van de personeelsleden van de rechterlijke orde, stelt het besluit de verminderde prestaties wegens medische redenen open voor stagedoende personeelsleden. Tot nu toe was dat enkel mogelijk voor personeelsleden die na afloop van de stageperiode benoemd zijn. Dat beperkte meer en meer de re-integratiemogelijkheden bij ziekte of ongeval.
Het besluit maakt het eveneens mogelijk voor stagiairs om zich te beroepen op het verlofstelsel van verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden.
Stagiairs zullen dus een absoluut recht hebben om zich op dit stelsel te beroepen.
De ontslagbescherming bedoeld in artikel 30, § 4, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, die van toepassing is op het personeelslid dat gebruik maakt van het omstandigheidsverlof voorzien bij de geboorte van een kind, wordt opgenomen in paragraaf 4.
Voor de inhoud van dit verlof wordt er verwezen naar de toelichting bij artikel 8.
In het besluit worden de bepalingen dat het pleegzorgverlof, het pleegouderverlof en het zorgverlof van toepassing zijn op het personeelslid dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven, opnieuw geformuleerd. Voor de concrete inhoud van de wijzigingen die aan die verloven worden aangebracht, wordt er verwezen naar de toelichting bij de artikelen 10, 15 en 16.
Het verlof om dwingende redenen van familiaal belang wordt toegevoegd aan de lijst van verloven toepasselijk voor het personeelslid dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven. Voor de inhoud van dit verlof wordt er verwezen naar de toelichting bij de artikelen 18 en 19.
Art. 3.
De begrippen langdurige en kortdurende pleegzorg, pleegkind, pleegvader of -moeder en aangetekende zending worden gedefinieerd in artikel 2 van hetzelfde besluit.
Dit artikel wordt eveneens aangevuld met een definitie van het begrip werkdagen voor de toepassing van artikel 6/2, dat voorziet in het recht om een flexibele werkregeling aan te vragen, en artikel 46, derde lid, met betrekking tot de verminderde prestaties wegens medische redenen.
Art. 4.
Dit artikel wijzigt artikel 6 van het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, dat aan de minister bevoegd voor Justitie de bevoegdheid verleent om de in dit besluit bedoelde verloven toe te kennen, met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde uitzonderingen. Artikel 30bis, dat het verzoek om verlenging van de postnatale rustperiode regelt, wordt aan die uitzonderingen toegevoegd.
De adviseurs in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie en de criminologen worden opgenomen onder de functies waarvoor de minister bepaalde verloven niet toekent.
In dit artikel wordt eveneens de verwijzing naar de artikelen 331, 331bis en 332 van het Gerechtelijk Wetboek geschrapt, aangezien die zijn vervangen bij de
wet van 12 mei 2024Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten2 houdende het sociaal statuut van de magistraat I. Artikel 332 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt in de toekomst dat een referendaris, een parketjurist, een criminoloog, een lid van de griffie, een lid van het parketsecretariaat en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A van de steundiensten niet afwezig mag zijn wanneer de dienst eronder lijdt. Dit artikel zal hoe dan ook van toepassing zijn, waardoor er niet nogmaals op hoeft te worden gewezen in het koninklijk besluit.
Art. 5.
Er wordt een nieuw hoofdstuk "De flexibele werkregeling" ingevoegd in het koninklijk besluit. Dat omvat het nieuwe artikel 6/2 en voorziet in de omzetting van artikel 9 van Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad om voor het gerechtspersoneel. Op grond van artikel 9 moeten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om te waarborgen dat mantelzorgers en werknemers met kinderen tot een bepaalde leeftijd, die ten minste acht jaar bedraagt, om flexibele werkregelingen voor zorgdoeleinden kunnen verzoeken.
Artikel 6/2 ingevoegd in dit besluit is gebaseerd op de geldende regelgeving voor het federaal openbaar ambt.
Deze bepaling voorziet in het recht om in specifieke omstandigheden een flexibele werkregeling, zijnde een aanpassing van hun bestaand uurrooster, aan te vragen en, indien hiertoe een geldige aanvraag werd gedaan, in de verplichting voor de overheid waaronder het personeelslid ressorteert om hier gepast op te reageren. Er wordt in wezen een dialoogprocedure voorgeschreven.
Artikel 6/2 van het
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 voert, net als artikel 8ter van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3, geen recht op flexibele werkregelingen in. Het staat de overheid waaronder het personeelslid ressorteert vrij om de aangevraagde aanpassing van het uurrooster te weigeren.
Het recht om flexibele werkregelingen aan te vragen zoals geregeld in het nieuwe artikel 6/2 is in beginsel van toepassing op de personeelsleden en de overheid waaronder zij ressorteren.
Paragraaf 1 legt de krijtlijnen vast van het recht om flexibele werkregelingen aan te vragen: hij bepaalt wie onder welke voorwaarden recht heeft om een flexibele werkregeling aan te vragen en wat daar precies onder verstaan dient te worden.
De duur van de aanvraag wordt begrensd. Dat neemt evenwel niet weg dat het personeelslid en de overheid waaronder hij ressorteert vervolgens een flexibele werkregeling voor zorgdoeleinden kunnen overeenkomen voor een aaneengesloten periode van meer dan twaalf maanden, zonder dat daarbij in een maximum is voorzien (art. 6/2, § 5). In navolging van een aanvraag van het personeelslid om een flexibele werkregeling te kunnen bekomen (voor een aaneengesloten periode van maximum twaalf maanden), kunnen het personeelslid en de overheid waaronder hij ressorteert dus ook een flexibele werkregeling voor onbepaalde tijd overeenkomen.
Het eerste lid van paragraaf 1 regelt de verhouding tussen enerzijds de bepalingen van dit nieuwe artikel 6/2 en anderzijds de wettelijke of reglementaire bepalingen die voorzien in een recht van het personeelslid op aanpassing van zijn bestaande arbeidsregeling of andere wettelijke bepalingen die voorzien in een recht om de aanpassing van het bestaande uurrooster aan te vragen (bijvoorbeeld het recht op ouderschapsverlof, het recht op loopbaanonderbreking of het recht op telewerk).
Het tweede lid van paragraaf 1 definieert een aantal begrippen die van belang zijn voor de toepassing van dit artikel, rekening houdend met de definities die werden opgenomen in artikel 3, eerste lid, onder d), e) en f), van Richtlijn (EU) 2019/1158. Wat precies moet worden verstaan onder een "flexibele werkregeling" die met toepassing van dit artikel kan worden aangevraagd, wordt geregeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°. Het betreft met name elke aanpassing van het bestaande uurrooster van het personeelslid.
Aangezien dit artikel niet in afwijkingen op het bestaande wetgevende kader voorziet, zal er bij de toepassing van een flexibele werkregeling niet kunnen worden afgeweken van o.a. de regels inzake arbeidsduur en arbeidsduurgrenzen. Zowel de aangevraagde als de uiteindelijk overeengekomen flexibele werkregeling moeten dan ook in overeenstemming zijn met het bestaande wetgevende kader.
De zorgdoeleinden waarvoor het personeelslid met toepassing van dit artikel een flexibele werkregeling kan aanvragen, kunnen bestaan in (2°, a)) de zorg voor zijn kind vanaf de geboorte of, (2°, b)) bij adoptie, vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente, tot het kind twaalf jaar wordt, of (2°, c)) het verlenen van persoonlijke zorg of steun aan een welbepaald gezinslid of familielid dat om een medische reden behoefte heeft aan aanzienlijke zorg of steun.
Artikel 9, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158 bepaalt dat in het kader van de flexibele werkregelingen met het oog op de zorg van het kind van de werknemer de leeftijdsgrens voor het kind ten minste op acht jaar moet liggen. Rekening houdend met de leeftijdsgrens bepaald voor de toepassing van het recht op ouderschapsverlof ligt de leeftijdsgrens voor het kind onder 2°, a), in beginsel dan ook op 12 jaar. Om diezelfde reden wordt deze leeftijdsgrens in artikel 6/2, § 1, derde lid, ook vastgelegd op 21 jaar wanneer het betrokken kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag. Het betreft daarbij steeds de regelgeving met betrekking tot de kinderbijslag zoals van toepassing op het moment van de overheveling naar de deelentiteiten als gevolg van de zesde staatshervorming.
Overeenkomstig het vierde lid moet aan de voorwaarde van de twaalfde of eenentwintigste verjaardag zijn voldaan uiterlijk gedurende de overeenkomstig paragraaf 1 aangevraagde periode. Dat betekent dat het kind op de eerste dag van de aangevraagde periode in principe de leeftijd van twaalf of, desgevallend, eenentwintig jaar nog niet mag hebben bereikt. Dat het kind deze leeftijd in de loop van deze periode zou bereiken, vormt geen probleem. Het is dus niet zo dat de flexibele werkregeling automatisch een einde neemt op het moment dat het kind de toepasselijke leeftijdsgrens bereikt.
Artikel 9, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158 bepaalt dat ook mantelzorgers zoals gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, d), het recht moeten krijgen om te verzoeken om flexibele werkregelingen voor zorgdoeleinden. Gelet daarop voorziet artikel 6/2, § 1, tweede lid, 2°, c), erin dat het zorgdoeleinde ook kan bestaan in het verlenen van persoonlijke zorg of steun aan een welbepaald gezinslid of familielid van het personeelslid dat om een medische reden behoefte heeft aan zorg of steun.
Onder een gezinslid van het personeelslid wordt overeenkomstig de bepaling onder 3° een persoon verstaan die met het personeelslid samenwoont op dezelfde woonplaats. Onder 4° wordt verduidelijkt welke familieleden van het personeelslid precies worden bedoeld. Het gaat met name om de echtgenoot van het personeelslid of de persoon met wie het personeelslid wettelijk samenwoont, zoals geregeld door de artikelen 1475 en volgende van het oud Burgerlijk Wetboek (boek III, titel Vbis), alsook de bloedverwanten in de eerste graad van het personeelslid (met andere woorden zijn ouders en kinderen).
Overeenkomstig artikel 3, eerste lid, d), van Richtlijn (EU) 2019/1158 is het aan de lidstaten om het begrip "ernstige medische reden" te definiëren. Het besluit heeft daarbij in het bijzonder rekening willen houden met de gevolgen van de vergrijzing en bepaalt daarom onder 5° dat onder "een medische reden" als gevolg waarvan men behoefte heeft aan zorg of steun moet worden verstaan: elke gezondheidstoestand, al dan niet het gevolg van een ziekte of medische ingreep, die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat er een behoefte is aan zorg of steun, dit is elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging. Het bewijs daarvan wordt geleverd aan de hand van een attest van de behandelende arts van het betrokken gezins- of familielid. Dit attest mag de medische reden zelf niet vermelden (art. 6/2, § 6, tweede lid,).
Aldus voorziet paragraaf 2 in de uitdrukkelijke verplichting voor het personeelslid om gebruik te maken van het recht om een flexibele werkregeling aan te vragen voor het doel waarvoor het is ingesteld en om zich te onthouden van elk misbruik ervan. Met andere woorden moet de aanvraag van het personeelslid daadwerkelijk gericht zijn op het bekomen van een aangepast werkpatroon met het oog op het verstrekken van zorg. Deze bepaling verzet zich tegen enig misbruik ervan, bijvoorbeeld herhaaldelijke opeenvolgende aanvragen indienen na een eerdere weigering.
Het personeelslid dat zijn bestaand uurrooster met toepassing van dit artikel wenst aan te passen voor zorgdoeleinden, dient daartoe een aanvraag in te dienen bij de overheid waaronder hij ressorteert.
In paragraaf 3 worden de voorwaarden vastgesteld waaraan deze aanvraag moet voldoen.
Het eerste lid bepaalt dat het personeelslid de flexibele werkregeling ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden vóór de gewenste begindatum schriftelijk moet aanvragen aan de overheid waaronder hij ressorteert. In onderling akkoord kan deze aanvraagtermijn worden ingekort.
Het tweede lid verduidelijkt daarbij dat de aanvraag slechts op een van de volgende manieren aan de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, kan worden bezorgd: * hetzij door de overhandiging van een geschrift aan de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, waarbij deze laatste een duplicaat tekent als bericht van ontvangst; * hetzij door aangetekende zending; * hetzij op elektronische wijze (bijvoorbeeld via e-mail) mits ontvangstbevestiging van het bericht door de overheid waaronder het personeelslid ressorteert.
In het derde lid worden ten slotte de elementen bepaald die verplicht in de aanvraag moeten worden opgenomen. Zo moet uit de aanvraag blijken dat het personeelslid zich beroept op het recht om flexibele werkregelingen aan te vragen. Daarnaast vermeldt de aanvraag (1° ) de gewenste flexibele werkregeling - dit is de concrete aanpassing van het bestaande uurrooster die het personeelslid wenst te bekomen -, (2° ) de begin- en einddatum van de aaneengesloten periode (maximaal twaalf maanden) waarvoor deze flexibele werkregeling wordt gevraagd en (3° ) het zorgdoeleinde waarvoor de flexibele werkregeling wordt gevraagd.Op grond van de bepaling onder 3° zal het personeelslid dus moeten aangeven of hij de flexibele werkregeling aanvraagt voor de zorg voor zijn kind tot de leeftijd van 12 jaar (en voor welk kind) of voor het verlenen van persoonlijke zorg of steun aan een welbepaald gezins- of familielid dat om een medische reden behoefte heeft aan zorg of steun (en om welke naaste het precies gaat).
Dat zijn de minimale bepalingen die het personeelslid in de aanvraag moet meegeven. Het staat het personeelslid uiteraard vrij nog andere informatie op te nemen in zijn aanvraag, waaronder bijvoorbeeld de behoeften waaraan de gewenste flexibele werkregeling tegemoet zou komen.
Paragraaf 4 regelt in de eerste plaats het gevolg dat de overheid waaronder het personeelslid ressorteert aan een geldige aanvraag van het personeelslid moet geven en geeft daarmee omzetting aan artikel 9, tweede lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158. Volgens die bepaling moet de werkgever de verzoeken om flexibele werkregelingen beoordelen en erop reageren binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als de werkgever en moet hij elke weigering en elk uitstel motiveren.
Paragraaf 4, eerste lid, legt de overheid waaronder het personeelslid ressorteert in de eerste plaats de verplichting op om de aanvraag van het personeelslid te beantwoorden en stelt de voorwaarden vast waaraan dit antwoord moet voldoen.
De overheid waaronder het personeelslid ressorteert, moet elke geldige aanvraag van een personeelslid om een flexibele werkregeling voor zorgdoeleinden te bekomen in overweging nemen, ze beoordelen rekening houdend met haar eigen behoeften en die van het personeelslid en er vervolgens gevolg aan geven. De overheid waaronder het personeelslid ressorteert, moet het personeelslid met name binnen de maand volgend op de aanvraag een schriftelijk antwoord bezorgen. Dat betekent dat de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, één maand de tijd heeft na de indiening van de aanvraag om te reageren op de aanvraag.
Paragraaf 4, tweede lid, verduidelijkt welk gevolg de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, precies aan een dergelijke aanvraag kan geven (welke opties ze heeft om op een dergelijke aanvraag te antwoorden) en welke bijkomende formaliteiten ze daarbij desgevallend in acht moet nemen.
Het schriftelijk antwoord van de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, binnen de maand na de aanvraag, kan bestaan in een inwilliging of een weigering van de aanvraag of in een met redenen omkleed tegenvoorstel dat beter aansluit bij zijn eigen behoeften.
De inwilliging van de aanvraag door de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, houdt in dat ze er integraal mee akkoord gaat, dat wil zeggen zowel met de aangevraagde flexibele werkregeling, als met de aangevraagde periode.
De overheid waaronder het personeelslid ressorteert, kan de aanvraag weigeren, mits er voldaan is aan een aantal voorwaarden. Een weigeringsbeslissing moet niet alleen binnen de maand volgend op de aanvraag schriftelijk aan het personeelslid worden bezorgd, maar dit geschrift moet bovendien een omstandige motivering van deze beslissing bevatten met toepassing van de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Deze motivering mag met andere woorden niet louter pro forma gebeuren. In haar schriftelijk antwoord aan het personeelslid moet de overheid waaronder hij ressorteert, de redenen voor de weigering van de aanvraag uiteenzetten. De overheid moet onder andere ingaan op de manier waarop ze bij de beoordeling van de aanvraag rekening heeft gehouden met haar eigen behoeften en die van het personeelslid.
Er wordt ook uitdrukkelijk bepaald dat de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, het personeelslid een gemotiveerd tegenvoorstel kan doen bestaande uit een andere flexibele werkregeling en/of een andere periode die beter aansluit bij haar eigen behoeften.
Dat houdt in dat de overheid de door het personeelslid aangevraagde flexibele werkregeling en/of periode strikt genomen weigert, maar hem tezelfdertijd ook een alternatief aanbiedt. Het schriftelijk antwoord van de overheid binnen de maand volgend op de aanvraag moet in dat geval de door de overheid voorgestelde alternatieve flexibele werkregeling en/of periode vermelden, alsook de redenen voor deze beslissing.
Paragraaf 4, derde lid, regelt de gevolgen van het uitblijven van een antwoord van de overheid waaronder het personeelslid ressorteert: dit wordt gelijkgesteld met een akkoord van de overheid. Indien de werkgever geen gevolg geeft aan de aanvraag van het personeelslid, wordt ze dus geacht akkoord te zijn gegaan met de aanvraag van het personeelslid.
Paragraaf 5 voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid voor het personeelslid en de overheid waaronder hij ressorteert, om in onderling akkoord een flexibele werkregeling voor een aaneengesloten periode van meer dan twaalf maanden overeen te komen. Niettegenstaande dat de aanvraag van het personeelslid slechts betrekking kan hebben op een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden, is er dus geen beletsel voor de partijen om een flexibele werkregeling voor een langere aaneengesloten periode overeen te komen. Daar er geen maximumtermijn wordt bepaald, is het mogelijk om de flexibele werkregeling in onderling akkoord voor onbepaalde tijd door te voeren.
De periode wordt begrensd op twaalf maanden zoals in het federaal openbaar ambt. Er werd hier namelijk rekening gehouden met de beperking van de periode die wordt gehanteerd in artikel 21 van de
wet van 7 oktober 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten0 tot gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers, en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad en tot regeling van een aantal andere aspecten op het vlak van de verloven. Deze wet is niet alleen van toepassing op werknemers uit de privésector, maar ook op de personeelsleden die werken met een arbeidsovereenkomst in de publieke sector.
Dat de duur wordt begrensd, neemt evenwel niet weg dat het personeelslid en de overheid waaronder hij ressorteert, vervolgens een flexibele werkregeling voor zorgdoeleinden kunnen overeenkomen voor een aaneengesloten periode van meer dan twaalf maanden, zonder dat daarbij in een maximum is voorzien (art. 6/2, § 5). In navolging van een aanvraag van het personeelslid om een flexibele werkregeling te kunnen bekomen (voor een aaneengesloten periode van maximum twaalf maanden), kunnen het personeelslid en de overheid waaronder hij ressorteert, dus ook een flexibele werkregeling voor onbepaalde tijd overeenkomen.
Paragraaf 6 bevat de regels inzake het bewijs van het ingeroepen zorgdoeleinde door het personeelslid ten aanzien van de overheid waaronder hij ressorteert, en bepaalt wanneer in beginsel aan de opgelegde voorwaarden voldaan moet zijn.
Paragraaf 6, eerste lid, legt het personeelslid de verplichting op om uiterlijk op het moment dat de flexibele werkregeling een aanvang neemt, de overheid waaronder hij ressorteert de nodige documenten tot staving van het ingeroepen zorgdoeleinde te bezorgen. Naargelang het geval, kan het gaan om de geboorteakte van het betrokken kind, het uittreksel uit het bevolkingsregister, enz.
Het tweede lid specifieert op welke manier dit bewijs moet worden geleverd wanneer de flexibele werkregeling is ingegeven door het zorgdoeleinde, met andere woorden het verlenen van persoonlijke zorg of steun aan een welbepaald gezinslid of familielid dat om een medische reden behoefte heeft aan zorg of steun. In dat geval dient het personeelslid uiterlijk op het moment waarop de flexibele werkregeling ingaat aan de overheid waaronder hij ressorteert, een attest van de behandelend arts van het betrokken gezins- of familielid over te maken waaruit blijkt dat dit gezins- of familielid om een medische reden behoefte heeft aan zorg of steun. Het moet gaan om een recent attest van de behandelend arts: het mag ten vroegste door deze arts zijn afgeleverd in het jaar waarin de aanvraag van de flexibele werkregeling werd gedaan. Wanneer in een bepaald kalenderjaar een flexibele werkregeling wordt aangevraagd voor een periode die zich in het volgend kalenderjaar situeert, mag het bewijs dus worden geleverd aan de hand van een attest van de behandelde arts dat gedateerd is op een datum hetzij in het jaar van de aanvraag, hetzij in het jaar waarin de flexibele werkregeling ingaat (en die zich in dit laatste geval logischerwijze situeert vóór of uiterlijk op de ingangsdatum van de flexibele werkregeling).
Paragraaf 7 geeft omzetting aan artikel 9, derde lid, tweede zin e.v. van Richtlijn (EU) 2019/1158. Wanneer een wijziging van de omstandigheden dit rechtvaardigt, hebben personeelsleden overeenkomstig deze bepalingen van de richtlijn het recht te verzoeken om vóór het eind van de overeengekomen periode het oorspronkelijk werkpatroon te hervatten en moet de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, dergelijke verzoeken om een vervroegde terugkeer naar het oorspronkelijk werkpatroon beoordelen en erop reageren, rekening houdend met behoeften van zowel de overheid van het personeelslid.
Er wordt bepaald dat de personeelsleden kunnen verzoeken om vroegtijdig de overeengekomen flexibele werkregeling stop te zetten, zulks onder een aantal voorwaarden, maar dat de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, die vroegtijdige stopzetting niet kan weigeren.
Dit artikel voorziet in de uitdrukkelijke omzetting van artikel 9, derde lid, eerste zin, van Richtlijn (EU) 2019/1158, waarin wordt bepaald dat wanneer de duur van de flexibele werkregelingen beperkt is, de werknemers aan het eind van de overeengekomen periode het recht hebben om het oorspronkelijk werkpatroon te hervatten.
De voorwaarde dat de flexibele werkregeling pas kan worden stopgezet wanneer het personeelslid minstens één maand heeft gewerkt volgens deze overeengekomen regeling gaat ervan uit dat er voldoende zorg moet kunnen worden besteed aan de organisatie van het werk binnen de teams en de continuïteit van de diensten van de rechterlijke orde.
Wijzigingen die elkaar te snel opvolgen, kunnen verstorend werken en een extra belasting vormen voor de individuele medewerkers, de leidinggevenden, het team en de organisatie in haar geheel. Daarom is deze voorwaarde behouden ondanks advies nr. 76.916/1/V van de Raad van State, die in punt 15 opmerkt dat deze voorwaarde niet vervat is in de richtlijn.
Ten slotte worden de definities ondergebracht in § 1, tweede lid, niet ondergebracht in artikel 2 van het
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 aangezien er anders verwarring kan ontstaan met de definities die van toepassing zijn voor andere verlofstelsels zoals de loopbaanonderbreking voor het verlenen van zorg aan een gezins- of familielid.
Punt 6 van advies nr. 76.916/1/V van de Raad van State werd niet gevolgd. Het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit werd niet gevraagd aangezien artikel 6/2 een overname is van artikel 8ter van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3, waarover de Gegevensbeschermingsautoriteit reeds advies heeft uitgebracht. De verwijzing naar dat advies is opgenomen in de preambule van dit besluit.
Art. 6.
Artikel 7 van het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, bepaalt de duur van het jaarlijks vakantieverlof naargelang de leeftijd. Dit besluit wijzigt het aantal verlofdagen dat wordt toegekend vanaf 64 jaar. Dat aantal blijft toenemen tot 34 werkdagen op 65 jaar en 35 werkdagen vanaf 66 jaar. Die aanpassingen zijn gebaseerd op dat waarin is voorzien voor het openbaar ambt.
Art. 7.
Dit artikel wijzigt artikel 9 van het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, teneinde te verduidelijken dat het pleegouderverlof niet wordt opgenomen in de berekening van het jaarlijks vakantieverlof dat wordt toegekend aan het personeel dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven, op dezelfde wijze als waarin is voorzien voor personeelsleden van het federaal openbaar ambt in artikel 12, § 1, vijfde lid, van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
Art. 8.
Dit artikel wijzigt artikel 11 van het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, dat bepaalt binnen welke perken het omstandigheidsverlof wordt toegekend.
Het besluit breidt het begrip "geboorteverlof" zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, 2°, van het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5, uit. Het voorziet in de omzetting van artikel 4, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad, op grond waarvan de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om te waarborgen dat vaders of, mits en zover erkend in het nationale recht, gelijkwaardige tweede ouders, recht hebben op vaderschapsverlof van tien werkdagen dat ter gelegenheid van de geboorte van het kind van de werknemer wordt opgenomen. Het herneemt artikel 15, eerste lid, van het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
Alle personeelsleden, ongeacht of ze vastbenoemd, stagiair of contractueel zijn, die zijn aangeworven bij de rechterlijke orde (bijvoorbeeld ook het personeelslid dat/de vader die niet samenwoont met de moeder van het kind) kunnen aldus het recht op geboorteverlof daadwerkelijk uitoefenen. Dit artikel is dus van toepassing op een personeelslid bij wie de afstamming vaststaat, of bij ontstentenis daarvan op een personeelslid dat gehuwd is met de moeder van het kind of dat samenleeft als koppel op dezelfde woonplaats met de moeder van het kind. Dat verlof wordt verlengd van vijftien werkdagen naar twintig werkdagen.
Dit artikel, dat eveneens betrekking heeft op rouwverlof, is gebaseerd op dat waarin is voorzien voor personeelsleden van het federaal openbaar ambt in artikel 15 van het voornoemde
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3.
Momenteel heeft het personeelslid bij het overlijden van zijn echtgeno(o)t(e), of van sommige familieleden recht op vier dagen verlof. Die dagen moeten daarenboven worden opgenomen tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis.
In die periode is er niet veel tijd voor de verwerking van het overlijden: ze wordt volledig ingenomen door de praktische beslommeringen die de begrafenis met zich meebrengt. Het eigenlijke rouwproces begint meestal pas na de begrafenis. Daarom moeten de meeste mensen in die situatie noodgedwongen hun toevlucht nemen tot ziekteverlof of zelfs hun vrije dagen opnemen.
Om die reden wordt het aantal verlofdagen waarop het personeelslid recht heeft in bepaalde gevallen verhoogd.
Het personeelslid krijgt tien dagen rouwverlof in plaats van vier dagen bij het overlijden van een partner of een natuurlijk kind of adoptiekind van het personeelslid, of van diens echtgeno(o)t(e).
Bij het overlijden van een ouder, schoonouder, stiefouder of schoonkind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e), heeft het personeelslid recht op vier dagen rouwverlof.
Het personeelslid heeft recht op één dag rouwverlof bij het overlijden van een pleegkind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) in het kader van kortdurende pleegzorg.
Voor alle vormen van rouwverlof is het voortaan mogelijk om, op verzoek van het personeelslid en indien de overheid waaronder hij ressorteert daarmee akkoord gaat, af te wijken van de periode waarin de dagen moeten worden opgenomen. Die soepelheid steunt op de vaststelling dat rouwenden zeer verschillend omgaan met de situatie.
Sommige mensen hebben de behoefte om de rouwdagen kort na het overlijden op te nemen, anderen hebben het dan weer moeilijker op symbolische dagen of verderop in het rouwproces.
Artikel 11 wordt eveneens gewijzigd om ervoor te zorgen dat pleegouders en pleegkinderen dezelfde rechten krijgen als ouders en kinderen. Artikel 11 wordt aangevuld met twee leden waarin wordt verduidelijkt dat de banden die ontstaan ingevolge een plaatsing in het kader van langdurige pleegzorg, voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, 3°, 3° /1, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°, van het
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 onder bepaalde voorwaarden worden gelijkgesteld met de door die bepalingen geviseerde familiebanden.
Indien aan de voorwaarden is voldaan, heeft het personeelslid dus recht op het door die bepalingen beoogde rouwverlof.
Art. 9.
Artikel 9 beoogt de invoeging van een artikel 11/1 in het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5. Dat artikel herneemt artikel 15bis van het voornoemde
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten3.
Het bepaalt dat, indien het personeelslid, aansluitend op het klein verlet van ten minste vier dagen wegens het overlijden van zijn echtgeno(o)t(e), het overlijden van zijn natuurlijk kind, adoptiekind of het kind dat op het ogenblik van het overlijden of daarvoor bij het personeelslid of zijn echtgeno(o)t(e) was geplaatst in het kader van langdurige pleegzorg, arbeidsongeschikt is, er een aanrekening zal gebeuren op de wettelijke periode van het gewaarborgd loon wegens arbeidsongeschiktheid. Dat heeft tot gevolg dat de wettelijke periode van het gewaarborgd loon wegens arbeidsongeschiktheid wordt ingekort met het aantal dagen bijkomend verlof dat het personeelslid onder die voorwaarden heeft opgenomen.
Concreet bepaalt dit artikel dat wanneer personeelsleden gedurende vier dagen of meer rouwverlof opnemen, en daarna onmiddellijk ziekteverlof opnemen, hun saldo van "opgespaarde" dagen ziekteverlof wordt verminderd met het aantal dagen rouwverlof vanaf de vierde dag rouwverlof (het saldo van opgespaarde ziektedagen van een personeelslid dat zeven dagen rouwverlof opneemt en daarna onmiddellijk ziekteverlof, wordt bijvoorbeeld met vier dagen (7-3) verminderd). Aangezien personeelsleden ook wegens het overlijden van ouders, schoonouders, pleegouders en stiefouders vier dagen rouwverlof kunnen opnemen in plaats van drie dagen, leidt de opname van vier dagen rouwverlof gevolgd door ziekteverlof ook in die gevallen tot een vermindering van het saldo van ziektedagen met één dag.
Artikel 11/1, tweede lid, voorziet in een andere regeling voor bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden. Het bepaalt dat de aanrekening gebeurt op de periode van het gewaarborgd loon zoals bepaald in artikel 52 en artikel 70 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Art. 10.
Artikel 17 van het voornoemde
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5 regelt het uitzonderlijk verlof wegens overmacht die het gevolg is van de ziekte of van een ongeval van een naaste, waarop het personeelslid recht heeft.
Dat artikel wordt vervangen en voorziet in de omzetting van artikel 6, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad.
Het nieuwe artikel 17 is gebaseerd op de geldende regelgeving voor het federaal openbaar ambt.
Overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158 moet elke werknemer recht hebben op vijf werkdagen zorgverlof per jaar. Onder "zorgverlof" moet daarbij worden verstaan het verlof voor werknemers om persoonlijke zorg of steun te verlenen aan een familielid of aan een persoon die deel uitmaakt van hetzelfde huishouden als de werknemer dat of die om een ernstige medische reden zoals gedefinieerd door elke lidstaat, behoefte heeft aan aanzienlijke zorg of steun (artikel 3, eerste lid, c), van Richtlijn (EU) 2019/1158). Overweging 27 van de richtlijn verduidelijkt dat de lidstaten kunnen besluiten dat dit verlof kan worden opgenomen in perioden van één of meer werkdagen per geval. De lidstaten kunnen overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van Richtlijn (EU) 2019/1158 er ook voor opteren om het zorgverlof toe te kennen aan de hand van een andere referentieperiode dan een jaar, per persoon die zorg of steun nodig heeft, of per geval. De flexibele opname van het zorgverlof blijft daarbij evenwel doorslaggevend. De werknemer moet in elk geval het recht hebben om het zorgverlof op te nemen in een periode van maximaal vijf werkdagen per jaar.
Vóór de wijziging van artikel 30bis van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten bestonden er in de Belgische rechtsorde al een aantal verloven in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan die gericht zijn op de zorg voor een naaste die ziek is (bijvoorbeeld het verlof voor mantelzorg als bepaald in de artikelen 100ter en 102ter van de herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/01/1985
pub.
12/08/2013
numac
2013000511
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende sociale bepalingen, het palliatief verlof als bepaald in de artikelen 100bis en 102bis van diezelfde wet en het verlof voor medische bijstand, dat bijvoorbeeld voor het personeelslid tewerkgesteld binnen de rechterlijke orde geregeld wordt door de artikelen 65, 65bis en 65ter van het
koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten5). Toch stemden die verloven niet overeen met het verlof als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn (EU) 2019/1158. Het door artikel 6 beoogde zorgverlof behelst in wezen namelijk een recht op verlof dat flexibel kan worden opgenomen. Het langdurige karakter van de aangehaalde verloven die gericht zijn op de zorg voor een naaste en de omkaderende voorwaarden in dat verband staan een dergelijke flexibele opname van het verlof in de weg. De logica van die bestaande regelingen leent zich bovendien ook niet voor een aanpassing in die zin.
Er kan in dat verband ook worden verwezen naar advies nr. 2021/14 dat de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap op 17 mei 2021 heeft uitgebracht.
Voor werknemers is het in Richtlijn (EU) 2019/1158 bedoelde zorgverlof ondergebracht in artikel 30bis, § 2, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten De vorige regeling van artikel 30bis van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten (opgenomen in de paragraaf 1) kende de werknemer al het recht toe om van het werk afwezig te zijn om dwingende redenen.
Voor de nadere regels voor de uitoefening van dat recht, verwijst artikel 30bis van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten, wat de werknemers betreft, naar de door de Koning uitgewerkte regeling (het koninklijk besluit van 11 oktober 1991 tot vaststelling van de nadere regelen voor de uitoefening van het recht op een verlof om dwingende reden werd aangenomen in uitvoering van artikel 30bis van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten).
Het voormelde koninklijk besluit van 11 oktober 1991 kent de werknemers het recht toe om van het werk afwezig te zijn gedurende de tijd die nodig is om het hoofd te bieden aan de problemen veroorzaakt door de gebeurtenissen die een dwingende reden uitmaken. De duur van die afwezigheden bedraagt maximaal tien arbeidsdagen per kalenderjaar.
Die afwezigheden worden niet bezoldigd.
Artikel 30bis, § 1, neemt nu de bepalingen van het oude artikel 30bis over en voegt er expliciet aan toe dat de totale duur van de afwezigheid minstens tien arbeidsdagen per kalenderjaar bedraagt. Het recht op zorgverlof wordt vervolgens geregeld in paragraaf 2 van artikel 30bis.
Het uitgangspunt daarbij is dat de werknemer voortaan, binnen het bestaande verlofkrediet wegens dwingende redenen (= de verlofregeling bedoeld in paragraaf 1; een krediet dat voortaan dus minstens tien arbeidsdagen per kalenderjaar bedraagt), het recht heeft om van het werk afwe …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.