Wet houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het
Kort samengevat
Deze wet bevat diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en wijzigt de wet van 28 mei 2002 betreffende euthanasie en het Sociaal Strafwetboek. Het regelt voornamelijk de procedures en verplichtingen bij het opsporen van misdrijven, met een focus op fiscale fraude en financiële informatie.
Wat het regelt
- De verplichting voor overheidsinstanties en ambtenaren om misdrijven te melden aan de procureur des Konings.
- De voorwaarden waaronder ambtenaren van de fiscale administratie feiten van strafrechtelijk strafbare fiscale fraude mogen melden aan de procureur des Konings.
- De uitwisseling van informatie tussen de procureur des Konings en de minister van Financiën bij aanwijzingen van fraude inzake directe of indirecte belastingen.
- De mogelijkheid voor de procureur des Konings om financiële informatie op te vragen bij het opsporen van misdrijven.
Wie het aanbelangt
- Overheidsinstanties, openbare officieren en ambtenaren, inclusief die van de fiscale administratie.
- Personen en instellingen die financiële diensten aanbieden, inclusief diensten met betrekking tot virtuele waarden.
- Advocaten en artsen, onder specifieke voorwaarden met betrekking tot informaticasystemen.
Kernpunten
- Iedere gestelde overheid, openbaar officier of ambtenaar moet misdrijven dadelijk melden aan de procureur des Konings.
- Ambtenaren van de fiscale administratie mogen feiten van strafrechtelijk strafbare fiscale fraude niet zonder machtiging van de adviseur-generaal melden aan de procureur des Konings.
- De procureur des Konings moet de minister van Financiën op de hoogte brengen van aanwijzingen van fraude inzake directe of indirecte belastingen en inzage en afschrift verlenen, tenzij dit lopende strafrechtelijke onderzoeken in gevaar brengt.
- De procureur des Konings kan financiële informatie opvragen bij personen en instellingen die financiële diensten aanbieden, inclusief virtuele waarden, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat misdrijven een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben.
Wettekst
Wettekst
5 MEI 2019. - Wet houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/05/2002 pub. 22/06/2002 numac 2002009590 bron ministerie van justitie Wet betreffende de euthanasie sluiten betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek
(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 2.In artikel 28sexies, § 6, tweede zin, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten0, worden in de Franse tekst de woorden "en chambre du conseil" ingevoegd tussen de woorden "sur cette requête" en de woorden "dans les quinze jours.". Art. 3.Artikel 29 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten3, wordt vervangen als volgt : " § 1. Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar en, voor de sector van de gezinsbijslag, iedere meewerkende instelling in de zin van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen. De ambtenaren die op basis van de wet van 15 september 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten7 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, gebruik maken van het meldingssysteem, worden van de in het eerste lid bedoelde verplichting vrijgesteld. § 2. De ambtenaren van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering, van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie of de daartoe bevoegde ambtenaar in geval van regionale of lokale fiscaliteit kunnen echter de feiten die, naar luid van de belastingwetten en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, strafrechtelijk strafbaar zijn, niet zonder de machtiging van de adviseur-generaal onder wie zij ressorteren of de daarmee gelijkgestelde ambtenaar ter kennis brengen van de procureur des Konings. § 3. Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, geeft de adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Algemene Administratie van de inning en de invordering, van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie of de ambtenaar die hij aanwijst of de daartoe bevoegde ambtenaar in geval van regionale of lokale fiscaliteit de feiten waarvan het onderzoek aanwijzingen van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, die naar luid van de belastingwetten en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafrechtelijke inbreuken zijn, aan het licht brengt aan bij de procureur des Konings. De procureur des Konings pleegt hierover overleg met de in het eerste lid bedoelde ambtenaren binnen de maand na ontvangst hiervan. Hij kan de bevoegde politiediensten uitnodigen deel te nemen aan dit overleg. Op basis van het overleg beslist de procureur des Konings voor welke feiten omschreven in tijd en ruimte hij de strafvordering zal uitoefenen en deelt dit schriftelijk en uiterlijk binnen de drie maanden na de in het eerste lid bedoelde initiële aangifte mee aan de bevoegde adviseur-generaal of de daartoe bevoegde ambtenaar in geval van regionale of lokale fiscaliteit. § 4. De Koning bepaalt de criteria waaraan de in paragraaf 3 bedoelde feiten beantwoorden, bij een in Ministerraad overlegd besluit. § 5. Twee maal per jaar ontmoet de procureur-generaal die binnen het college van procureurs-generaal belast is met de economische, financiële en fiscale criminaliteit, de fiscale autoriteiten en de federale politie teneinde de mechanismen van de zware of georganiseerde fiscale fraude te bepalen die bijzondere aandacht vergen.". Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 29bis ingevoegd, luidende : "Art. 29bis.Indien een strafrechtelijk onderzoek aanwijzingen van fraude inzake directe of indirecte belastingen aan het licht brengt, brengt de procureur des Konings de minister van Financiën of de dienst die hij aanwijst ervan op de hoogte en verleent hij inzage en afschrift tenzij de inzage van het dossier en het nemen van een afschrift van het dossier lopende strafrechtelijke onderzoeken in gevaar kunnen brengen. Wanneer de fiscale administratie belastingen vestigt, met inbegrip van de opcentiemen en opdeciemen, de verhogingen, de administratieve en fiscale geldboeten, voor de in het eerste lid bedoelde strafbare feiten staat dit de strafvordering niet in de weg voor zover de fiscale en strafrechtelijke behandeling van de feiten deel uitmaken van een samenhangend geheel in tijd en inhoud.". Art. 5.In artikel 37, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten0, worden in paragraaf 4 de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt tussen de eerste en de tweede zin een zin ingevoegd, luidende : "De derde-beslagene die dat verbod miskent, wordt gewoon schuldenaar verklaard voor de oorzaken van het beslag, onverminderd schadevergoeding indien daartoe grond bestaat."; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid luidende : "Indien hij zijn verklaring niet heeft gedaan binnen de wettelijke termijn of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, kan de derde-beslagene, geheel of ten dele, schuldenaar worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag.". Art. 6.In artikel 39bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, gewijzigd bij de wetten van 6 juni 2010 en 25 december 2016, en gedeeltelijk vernietigd door arrest nr. 174/2018 van 6 december 2018 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "voorzien in de paragrafen 2 en 3" vervangen door de woorden "bedoeld in paragraaf 2";2° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "de uitbreiding van" opgeheven;3° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "voor de toepassing van paragraaf 3" vervangen door de woorden "voor de toepassing van artikel 88ter";4° er wordt een paragraaf 9 ingevoegd, luidend als volgt : " § 9.De maatregelen bedoeld in dit artikel kunnen alleen betrekking hebben op de informaticasystemen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd of eraan deelgenomen te hebben, of, indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen. De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd, zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht. Diezelfden zullen door de procureur des Konings in kennis worden gesteld van wat volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet opgenomen in het proces-verbaal. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.". Art. 7.In artikel 39ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten3, worden in paragraaf 1 de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder het eerste streepje van het tweede lid worden de woorden "die om de bewaring verzoekt" vervangen door de woorden "die de bewaring beveelt";2° in de bepaling onder het tweede streepje van het tweede lid, wordt het woord "verzoek" vervangen door het woord "bevel";3° in het derde lid worden de woorden "de opdracht" telkens vervangen door de woorden "het bevel". Art. 8.Artikel 46quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten1 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juli 2018, wordt vervangen als volgt : "Art. 46quater.§ 1. Bij het opsporen van de misdaden en de wanbedrijven kan de procureur des Konings, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de misdrijven een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben, de noodzakelijke informatie over de producten, diensten en verrichtingen van financiële aard en betreffende virtuele waarden, die betrekking hebben op een verdachte vorderen bij : 1° personen en instellingen als bedoeld in artikel 5, § 1, 3° tot 22° van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten4 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;2° personen en instellingen die binnen het Belgisch grondgebied diensten beschikbaar stellen of aanbieden met betrekking tot virtuele waarden die toelaten dat gereglementeerde betaalmiddelen in virtuele waarden worden uitgewisseld. § 2. In geval van misdrijven bedoeld in de artikelen 137 tot 141 of 505, eerste lid, 2° tot 4°, van het Strafwetboek, of in het kader van fiscale fraude zoals bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in de artikelen 133 en 133bis van het Wetboek der successierechten, in de artikelen 206 en 206bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, in de artikelen 207 en 207bis van het Wetboek diverse rechten en taksen, in de artikelen 220, § 2, 259 en 260 van de Algemene wet van 18 juli 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten5 inzake douane en accijnzen, in de artikelen 3.15.3.0.1. en 3.15.3.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en in de artikelen 68 en 68ter van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, alsook in geval van het misdrijf bedoeld in artikel 4, 23°, van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten4 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, kan de procureur des Konings op specifiek en met redenen omkleed verzoek, informatie opvragen die is opgenomen in het Centraal Aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België, overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest. § 3. Ingeval de noodwendigheden van het opsporingsonderzoek dit vergen, kan de procureur des Konings bovendien vorderen dat : 1° gedurende een vernieuwbare periode van maximum twee maanden de verrichtingen van de verdachte onder toezicht worden geplaatst;2° de bevraagde persoon of instelling de tegoeden en verbintenissen met betrekking tot de producten, diensten, verrichtingen en waarden bedoeld in paragraaf 1 niet meer uit handen mag geven voor een termijn die hij bepaalt, maar die niet langer kan zijn dan de termijn die loopt van het ogenblik waarop die persoon of instelling kennis neemt van zijn vordering tot vijf werkdagen na de kennisgeving van de hier bedoelde gegevens door die persoon of instelling. De maatregel bedoeld in het eerste lid, 2°, kan slechts gevorderd worden wanneer ernstige en uitzonderlijke omstandigheden dit verantwoorden en enkel in geval de opsporing betrekking heeft op misdaden of wanbedrijven als bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4. § 4. De procureur des Konings kan, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, de medewerking vorderen van de personen en instellingen bedoeld in paragraaf 1. De bevraagde instelling of persoon is gehouden zijn medewerking onverwijld te verlenen. In zijn beslissing beschrijft de procureur des Konings nauwkeurig de inlichtingen die hij vordert en de vorm waarin deze hem worden meegedeeld. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. Iedere persoon die de gegevens weigert mee te delen of niet meedeelt in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen.". Art. 9.In artikel 56ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten2, worden de woorden "artikel 46quater, § 1, eerste lid" vervangen door de woorden "artikel 46quater, § 1". Art. 10.In artikel 88bis, § 1, derde lid, vervangen bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten3, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "oproepgegevens" wordt vervangen door het woord "verkeersgegevens";2° in de Franse tekst wordt het woord "télécommunication" vervangen door de woorden "communication électronique". Art. 11.Artikel 88ter van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten3 en hersteld bij arrest nr. 174/2018 van 6 december 2018 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt : "Art. 88ter.De onderzoeksrechter kan de zoeking in een informaticasysteem of een deel ervan, aangevat op grond van artikel 39bis, uitbreiden naar een informaticasysteem of een deel ervan dat zich op een andere plaats bevindt dan daar waar de zoeking plaatsvindt : - indien deze uitbreiding noodzakelijk is om de waarheid aan het licht te brengen ten aanzien van het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking; en - indien andere maatregelen disproportioneel zouden zijn, of indien er een risico bestaat dat zonder deze uitbreiding bewijselementen verloren gaan. De uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem mag zich niet verder uitstrekken dan tot de informaticasystemen of de delen ervan waartoe de personen die gerechtigd zijn het onderzochte informaticasysteem te gebruiken, in het bijzonder toegang hebben. Inzake de door de uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem aangetroffen gegevens, die nuttig zijn voor dezelfde doeleinden als de inbeslagneming, wordt gehandeld zoals bepaald in artikel 39bis, § 6. Wanneer blijkt dat deze gegevens zich niet op het grondgebied van het Rijk bevinden, worden ze enkel gekopieerd. In dat geval deelt de onderzoeksrechter dit onverwijld mee aan de Federale Overheidsdienst Justitie, die de bevoegde overheid van de betrokken Staat hiervan op de hoogte brengt, indien deze redelijkerwijze kan worden bepaald. In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de onderzoeksrechter de uitbreiding van de zoeking bedoeld in het eerste lid mondeling bevelen. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.". Art. 12.In artikel 88quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 6 juni 2010 en 25 december 2016, worden de woorden "of de uitbreiding ervan bedoeld in artikel 39bis, § 3" vervangen door de woorden "of de uitbreiding ervan bedoeld in artikel 88ter". Art. 13.In artikel 89ter, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten1 en gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten3, wordt het woord "politiedienst" vervangen door het woord "politiediensten". Art. 14.In de Franse tekst van artikel 90ter, § 6, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten3, wordt het woord "temporairement" ingevoegd tussen de woorden "d'une enquête pénale," en de woorden "intercepter, prendre connaissance et enregistrer". Art. 15.In het opschrift van hoofdstuk VIIbis van titel I van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen" ingevoegd tussen de woorden "van minderjarigen" en de woorden "die het". Art. 16.In artikel 91bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten0, worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° de woorden "en elke kwetsbare meerderjarige," worden ingevoegd tussen de woorden "Elke minderjarige" en de woorden "die het slachtoffer";2° in de Franse tekst worden de woorden "victime ou témoin" remplacés par les mots "victimes ou témoins";3° in de Franse tekst worden de woorden "a le droit" vervangen door de woorden "ont le droit";4° in de Franse tekst worden de woorden "son choix" vervangen door de woorden "leur choix";5° de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" worden ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "of teneinde"; 6° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "kwetsbare meerderjarige" verstaan elke persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk is.". Art. 17.In artikel 92 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 10 april 2014 en 1 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen," ingevoegd tussen de woorden "Het verhoor van minderjarigen" en de woorden "die het slachtoffer";2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden "of van de kwetsbare meerderjarige";3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen" ingevoegd tussen de woorden "verhoor van minderjarigen" en de woorden "die het slachtoffer";4° de eerste zin van paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de woorden "of van de kwetsbare meerderjarige";5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen" ingevoegd tussen de woorden "van minderjarigen" en de woorden "die slachtoffer";6° de eerste zin van paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "of van de kwetsbare meerderjarige". Art. 18.In artikel 93 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "en de kwetsbare meerderjarige" worden ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "wordt, afhankelijk";2° de woorden "een politieambtenaar die bij name door een van hen aangewezen wordt" worden vervangen door de woorden "een daartoe gebrevetteerde politieambtenaar". Art. 19.In artikel 94 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "en de kwetsbare meerderjarige" worden ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "vindt plaats";2° de woorden "en een psychiater- of psycholoog-deskundige" worden vervangen door de woorden "en een deskundige". Art. 20.In artikel 95 van hetzelfde Wetboek hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten en gewijzigd bij de wet van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten0 die gewijzigd is bij de wet van 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "of aan de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "aan de minderjarige" en de woorden "de redenen";2° in het eerste lid worden in de eerste zin de woorden "dat de minderjarige" vervangen door de woorden "dat hij";3° in het tweede lid worden de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "te allen tijde". Art. 21.In artikel 96, tweede lid, tweede zin, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en het woord "weergegeven". Art. 22.In artikel 97 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "cassettes" wordt telkens vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers";2° in de Franse tekst van het eerste lid wordt het woord "déposées" vervangen door het woord "déposés";3° In de Franse tekst van het tweede lid, worden de woorden "une des cassettes peut être mise" vervangen door de woorden "un des supports de données audiovisuels peut être mis". Art. 23.In artikel 98, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "opnieuw te verhoren". Art. 24.In artikel 99 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "cassette mag" vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers mogen"; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende : "Andere personen die beroepshalve betrokken zijn bij de opvang, begeleiding en hulpverlening van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige, die het slachtoffer of getuige is van de in de artikelen 91bis en 92 bedoelde misdrijven, kunnen de audiovisuele opname bekijken, met toestemming van de procureur des Konings of de onderzoeksrechter en na instemming van de kwetsbare meerderjarige."; 3° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "cassette" vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers". Art. 25.In artikel 100 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "cassettes" vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers";2° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "of de kwetsbare meerderjarige";3° in het tweede lid wordt het woord "minderjarige" vervangen door de woorden "verhoorde persoon". Art. 26.In artikel 101 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "cassettes" wordt vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers";2° in de Franse tekst wordt het woord "détruites" telkens vervangen door het woord "détruits";3° In de Franse tekst worden de woorden "elles sont conservées" vervangen door de woorden "ils sont conservés". Art. 27.In boek I van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk VIIter/1 ingevoegd, luidende "De bescherming van bepaalde bedreigde personen die een openbaar ambt uitoefenen". Art. 28.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Definities van sommige in dit hoofdstuk voorkomende uitdrukkingen." Art. 29.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 111bis ingevoegd, luidende : "Art. 111bis.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° bedreigde persoon : een persoon die een ernstig gevaar loopt voor zijn fysieke of psychische integriteit als gevolg van de uitoefening van een openbaar ambt en die hetzij :
- a)belast is of was met de opsporing, de vaststelling, het onderzoek, de vervolging of de berechting van misdrijven of met de uitvoering van straffen;
- b)belast is of was met de bestuurlijke politie bedoeld in artikel 14 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt;
- c)een agent is of was als bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.2° gezinsleden : de echtgenoot van de bedreigde persoon of de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, de inwonende bloedverwanten van de bedreigde persoon, van diens echtgenoot of van de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, hun inwonende adoptanten en adoptiekinderen en de inwonende bloedverwanten van hun adoptanten en adoptiekinderen; 3° andere bloedverwanten : de niet-inwonende bloedverwanten tot in de derde graad van de bedreigde persoon, van diens echtgenoot of van de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, hun niet-inwonende adoptanten en adoptiekinderen en de niet-inwonende bloedverwanten van hun adoptanten en adoptiekinderen tot in de tweede graad." Art. 30.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "De organen van de bescherming". Art. 31.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel 111ter ingevoegd, luidende : "Art. 111ter.§ 1. De Getuigenbeschermingscommissie bedoeld in artikel 103, § 1, is bevoegd voor het toekennen, wijzigen en intrekken van beschermingsmaatregelen en van financiële hulpmaatregelen. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt zij "de Beschermingscommissie" genoemd. Voor de toepassing van dit hoofdstuk is de Beschermingscommissie samengesteld uit de federale procureur, die als voorzitter optreedt, een procureur des Konings aangewezen door de Raad van procureurs des Konings, de procureur-generaal aan wie de specifieke taak van internationale betrekkingen is toegewezen, de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie, de directeur van de centrale directie van de operaties inzake gerechtelijke politie van de federale politie, een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Justitie en een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. De twee laatstgenoemden hebben slechts een adviserende bevoegdheid en hebben geen stemrecht. Wanneer de bedreigde persoon een agent is zoals bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, nemen de diensthoofden van de twee diensten bedoeld in artikel 3, 8°, van dezelfde wet deel aan de beraadslagingen van de Beschermingscommissie, met stemrecht. De voorzitter van de Beschermingscommissie heeft de mogelijkheid om andere personen, die een belang hebben bij de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, uit te nodigen. Iedere persoon die, ook op occasionele basis, deelneemt aan de beraadslagingen van de Beschermingscommissie, dient te beschikken over een veiligheidsmachtiging van het niveau "ZEER GEHEIM" zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten9 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. De Beschermingscommissie komt samen na bijeenroeping door haar voorzitter. De leden van de Beschermingscommissie zijn in persoon aanwezig of laten zich vervangen overeenkomstig de regels die zij vastleggen in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 103, § 1, derde lid. § 2. De coördinatie van de bescherming wordt verzekerd door de Getuigenbeschermingsdienst bij de Algemene Directie Gerechtelijke Politie van de federale politie. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt zij "de Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren" genoemd. § 3. De tenuitvoerlegging van de bescherming van gedetineerde personen binnen de gevangenis wordt verzekerd door het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen. In alle andere gevallen wordt de tenuitvoerlegging van de bescherming verzekerd door de Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren. § 4. De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken nemen, op voorstel van de Beschermingscommissie, de bijzondere maatregelen die strikt noodzakelijk zijn om de afscherming van de identiteit en de veiligheid van de in paragrafen 2 en 3, tweede lid, bedoelde politieambtenaren en de in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren bij de voorbereiding en de uitvoering van hun opdrachten te allen tijde te vrijwaren. Er is geen misdrijf wanneer feiten in dat verband worden gepleegd. § 5. De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken nemen de bijzondere organisatorische maatregelen, die noodzakelijk zijn om de in dit hoofdstuk vervatte bescherming van bedreigde personen mogelijk te maken.". Art. 32.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende "De toekenning van bescherming". Art. 33.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 32, wordt een artikel 111quater ingevoegd, luidende : "Art. 111quater.§ 1. De Beschermingscommissie kan, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, de bijzondere beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 2, tweede lid, slechts toekennen aan een bedreigde persoon wiens bescherming met andere maatregelen niet kan worden verzekerd en, in voorkomend geval, aan zijn gezinsleden en, voorzover zij gevaar lopen als gevolg van de uitoefening van zijn functie, aan zijn andere bloedverwanten. Wanneer het gaat om een bedreigde persoon zoals bedoeld in artikel 111bis, 1°, a), kan de bescherming bedoeld in het eerste lid slechts toegekend worden wanneer die persoon belast is of was met de opsporing, de vaststelling, het onderzoek, de vervolging of de berechtingvan een misdrijf of met de uitvoering van de straf met betrekking tot een misdrijf zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 of 4, of van een misdrijf gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek. Wanneer het gaat om een bedreigde persoon zoals bedoeld in artikel 111bis, 1°, b), kan de bescherming bedoeld in het eerste lid slechts toegekend worden wanneer die persoon belast is of was met een opdracht van bestuurlijke politie voor de categorieën van personen bedoeld in artikel 44/5, § 1, eerste lid, 2° en 3° van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt. Wanneer het gaat om een bedreigde persoon zoals bedoeld in artikel 111bis, 1°, c), kan de bescherming bedoeld in het eerste lid slechts toegekend worden : 1° in het geval van een agent van de Veiligheid van de Staat, wanneer deze belast is of was met een inlichtingenopdracht in uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 7, 1° en 3° /1 van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;2° in het geval van een agent van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, wanneer deze belast is of was met een inlichtingenopdracht in uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5° van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met uitzondering van elk ander fundamenteel belang van het land bedoeld in artikel 11, § 1, 1°,
- f)van dezelfde wet. De Beschermingscommissie kan aan een bedreigde persoon en, in voorkomend geval, aan zijn gezinsleden en, voorzover zij gevaar lopen als gevolg van de uitoefening van zijn functie, aan zijn andere bloedverwanten, slechts bijzondere beschermingsmaatregelen toekennen in andere gevallen dan degene bedoeld in het tweede, derde en vierde lid wanneer zij daartoe met eenparigheid van stemmen beslist. In voorkomend geval kan de Beschermingscommissie gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 1, tweede lid toekennen aan de bedreigde persoon wanneer deze noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de bijzondere beschermingsmaatregelen. Wanneer de Beschermingscommissie van oordeel is dat de gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 1, tweede lid, 7° of 13°, toegekend moeten worden, pleegt zij voorafgaand overleg met het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die de procedure in werking doet treden. § 2. De Beschermingscommissie kan, rekening houdend met de specifieke situatie van de betrokken persoon, financiële hulpmaatregelen toekennen aan de bedreigde persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend. De financiële hulpmaatregelen zijn degene voorzien in artikel 104, § 3, tweede lid. § 3. De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft van rechtswege recht op psychologische begeleiding en op hulp bij het zoeken naar werk. De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft recht op de vrijwaring van zijn sociale en administratieve rechten. De federale procureur kan hiertoe de medewerking vorderen van de ambtenaren en agenten van de openbare diensten en besturen. De Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren staat in voor de uitvoering van deze vordering. Iedere persoon die weigert de in dit artikel bedoelde medewerking te verlenen wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van deze maatregelen of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. § 4. De federale procureur kan tevens bij gemotiveerde beslissing toelating verlenen om de noodzakelijke, preventieve toezichtmaatregelen te nemen ter vrijwaring van de veiligheid en de fysieke, psychische en morele integriteit van de in het artikel 111bis bedoelde personen na toekenning van beschermingsmaatregelen zoals bedoeld in paragraaf 1. Van de mogelijkheid hiertoe wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde persoon.". Art. 34.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 111quinquies ingevoegd, luidende : "Art. 111quinquies.§ 1. De bevoegde hiërarchisch overste van de bedreigde persoon of het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, naar gelang van het geval, kan bij een met redenen omkleed verzoekschrift, waarbij een afschrift van het dossier is gevoegd, om de toekenning van beschermingsmaatregelen en van financiële hulpmaatregelen verzoeken. Het verzoekschrift vermeldt : 1° de dag, de maand en het jaar;2° de naam en de functie van de persoon die het verzoekschrift indient;3° de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de personen voor wie de bedoelde maatregelen worden gevraagd of, in voorkomend geval, de code toegekend met toepassing van artikel 112quater, of de code toegekend door het diensthoofd bedoeld in artikel 3, 8°, van de wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;4° welke bijzondere beschermingsmaatregelen, en, in voorkomend geval welke financiële hulpmaatregelen dienen te worden toegekend;5° de gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in paragraaf 3, en de bijzondere redenen die deze wettigen. De bevoegde hiërarchisch overste van de bedreigde persoon of het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken zendt het verzoekschrift over aan de voorzitter van de Beschermingscommissie en neemt de nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid van het verzoekschrift te waarborgen. Op schriftelijk en met redenen omkleed verzoek van de bedreigde persoon kan de bevoegde hiërarchisch overste van de bedreigde persoon of het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse zaken, in zijn verzoekschrift aanduiden aan welke andere personen dan degenen bedoeld in artikel 111bis beschermingsmaatregelen kunnen worden toegekend. Deze beschermingsmaatregelen kunnen door de Beschermingscommissie slechts worden toegekend voor zover deze personen daadwerkelijk gevaar lopen. § 2. Zodra de voorzitter van de Beschermingscommissie het verzoekschrift tot het toekennen van beschermingsmaatregelen en desgevallend van financiële hulpmaatregelen heeft ontvangen, verzoekt hij onverwijld de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie om een schriftelijk advies. § 3. Indien bij hoogdringendheid beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn, kan de voorzitter van de Beschermingscommissie na ruggespraak met de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie en in afwachting van diens advies, bij voorlopige beslissing gewone beschermingsmaatregelen toekennen. Wanneer de Beschermingscommissie van oordeel is dat de gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 1, tweede lid, 7° of 13°, toegekend moeten worden, pleegt zij voorafgaand overleg met het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die de procedure in werking doet treden. De voorlopige beslissing is met redenen omkleed. Zij houdt precieze opgave in van de beschermingsmaatregelen die worden toegekend. Van de voorlopige beslissing wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde persoon. § 4. De directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie zendt, binnen een maand na ontvangst van het verzoek bepaald in paragraaf 2, een omstandig advies over het voldaan zijn van de wettelijke voorwaarden voor de gevraagde beschermingsmaatregelen in hoofde van de personen waarvoor bescherming wordt gevraagd en, nopens de persoonlijke geschiktheid van de betrokken personen voor de toekenning van de gevraagde bijzondere beschermingsmaatregelen, alsook nopens in voorkomend geval gevraagde financiële hulpmaatregelen. Indien een persoon waarvoor bijzondere beschermingsmaatregelen worden gevraagd, schuldig is bevonden aan een feit dat een gevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, of indien de strafvordering wegens dergelijk feit ten aanzien van hem vervallen is ingevolge toepassing van artikel 216bis of 216ter, houdt het advies nopens de persoonlijke geschiktheid van de betrokkene voor de toekenning van bijzondere beschermingsmaatregelen in elk geval een evaluatie in van het gevaar dat de betrokkene zou kunnen vormen voor de omgeving waarnaar hij wordt gereloceerd. § 5. Van zodra de voorzitter van de Beschermingscommissie het advies van de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie heeft ontvangen, roept hij onverwijld de Beschermingscommissie samen om over het verzoek te beslissen. § 6. De Beschermingscommissie beslist bij meerderheid van stemmen, behalve in het geval bepaald in artikel 111quater, § 1, vijfde lid. § 7. De beslissing van de Beschermingscommissie is met redenen omkleed. Zij houdt precieze opgave in van de bijzondere beschermingsmaatregelen en de financiële hulpmaatregelen die in voorkomend geval worden toegekend. Indien met toepassing van artikel 111quater, § 1, zesde lid, gewone beschermingsmaatregelen worden toegekend, worden deze eveneens opgenomen in de beslissing van de Beschermingscommissie. § 8. Wanneer de beslissing een wijziging van de identiteit betreft, wordt zij onverwijld meegedeeld aan de minister van Justitie. § 9. De beslissing van de Beschermingscommissie heft van rechtswege de door de voorzitter bij voorlopige beslissing toegekende beschermingsmaatregelen op. § 10. Tegen de beslissing van de Beschermingscommissie staat geen rechtsmiddel open.". Art. 35.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 111sexies ingevoegd, luidende : "Art. 111sexies.Indien de Beschermingscommissie de in artikel 104, § 2, tweede lid, 2°, bedoelde bijzondere beschermingsmaatregel voorstelt, is artikel 106 van toepassing." Art. 36.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 111septies ingevoegd, luidende : "Art. 111septies.De bedreigde persoon aan wie de beslissing tot het toekennen van beschermingsmaatregelen wordt overhandigd, ondertekent een schriftelijk memorandum, waarin hij zich ertoe verbindt om oprechte en volledige verklaringen af te leggen omtrent zijn situatie en de ernst van de dreiging waaraan hij onderhevig is en om gedragsregels met betrekking tot zijn veiligheid na te leven. Hij verbindt zich er in het memorandum bovendien toe om oprechte en volledige verklaringen af te leggen over alle burgerrechtelijke verplichtingen die hetzij op hemzelf, hetzij op de samen met hem te beschermen gezinsleden of andere bloedverwanten rusten, en verzekert de integrale nakoming van deze verplichtingen.". Art. 37.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Wijziging en intrekking van de bescherming.". Art. 38.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel 111octies ingevoegd, luidende : "Art. 111octies.De Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren toetst op verzoek van de hiërarchisch overste van de bedreigde persoon, het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse zaken, de directeur-generaal der Strafinrichtingen, de bedreigde persoon of ambtshalve, doch minimaal om de zes maanden, of er een grond is tot wijziging of intrekking van de toegekende beschermingsmaatregelen en, desgevallend, van de toegekende financiële hulpmaatregelen. De toegekende beschermingsmaatregelen kunnen worden gewijzigd indien deze niet volstaan of indien minder verstrekkende maatregelen volstaan om de bescherming van de bedreigde persoon of de leden van zijn gezin of andere bloedverwanten te verzekeren, en in de gevallen waarin zij kunnen worden ingetrokken. De aan een persoon toegekende beschermingsmaatregelen kunnen worden ingetrokken indien : 1° hij ervan verdacht wordt een wanbedrijf of misdaad te hebben gepleegd na toekenning van de beschermingsmaatregelen;2° hij na toekenning van beschermingsmaatregelen schuldig is bevonden aan een feit dat een gevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, of indien de strafvordering wegens dergelijk feit ten aanzien van hem vervallen is ingevolge toepassing van artikel 216bis of 216ter;3° hij enige handeling heeft gesteld die afbreuk doet aan de hem toegekende beschermingsmaatregelen;4° de bepalingen van het memorandum niet worden nageleefd. De aan een persoon toegekende beschermingsmaatregelen worden in elk geval ingetrokken wanneer deze geen gevaar meer loopt, voor zover het in gevaar zijn door de wet als een voorwaarde voor toekenning van de toegekende beschermingsmaatregelen wordt omschreven. De aan de bedreigde persoon toegekende financiële hulpmaatregelen kunnen worden gewijzigd indien het bedrag ervan niet volstaat, dan wel een geringer bedrag volstaat om in het onderhoud van de bedreigde persoon en de samen met hem beschermde gezinsleden en andere bloedverwanten te voorzien, en in de gevallen waarin zij kunnen worden ingetrokken. De Beschermingscommissie houdt rekening met de specifieke situatie van de betrokken persoon. De aan de bedreigde persoon toegekende financiële hulpmaatregelen kunnen worden ingetrokken : 1° indien de bedreigde persoon zelf in zijn onderhoud en dat van de samen met hem gereloceerde leden van zijn gezin en andere bloedverwanten kan voorzien of had kunnen voorzien, doch dit door eigen fout of nalatigheid heeft verhinderd;2° in geval van aanwending van voor specifieke doeleinden bestemde gedeelten van de maandelijkse uitkering of van een bijzondere financiële bijdrage, voor andere dan de door de Beschermingscommissie bepaalde doeleinden; 3° wanneer de bedreigde persoon overleden is, en de samen met hem gereloceerde gezinsleden en andere bloedverwanten zelf in hun onderhoud kunnen voorzien.". Art. 39.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 111novies ingevoegd, luidende : "Art. 111novies.§ 1. Indien de Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren van oordeel is dat een grond tot wijziging of intrekking, zoals bepaald in artikel 111octies, van de toegekende beschermingsmaatregelen of financiële hulpmaatregelen voorhanden is, zendt de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie binnen een maand een met redenen omkleed advies ter zake over aan de voorzitter van de Beschermingscommissie. § 2. Van zodra de voorzitter van de Beschermingscommissie het advies van de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie heeft ontvangen, roept hij onverwijld de Commissie samen om te beslissen. § 3. De Beschermingscommissie beslist bij meerderheid van stemmen, behalve in het geval voorzien in artikel 111quater, § 1, vijfde lid. § 4. De Beschermingscommissie beslist met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en van proportionaliteit over de wijziging of de intrekking van de toegekende beschermingsmaatregelen of de financiële hulpmaatregelen. § 5. De beslissing van de Beschermingscommissie is met redenen omkleed. Zij houdt precieze opgave in van de bijzondere beschermingsmaatregelen en de financiële hulpmaatregelen die desgevallend worden toegekend. In voorkomend geval wordt het memorandum bedoeld in artikel 111septies aangepast. Indien met toepassing van artikel 111quater, § 1, zesde lid, gewone beschermingsmaatregelen worden toegekend, worden deze eveneens opgenomen in de beslissing van de Beschermingscommissie. § 6. Van de beslissing wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde persoon. § 7. Tegen de beslissing van de Beschermingscommissie staat geen rechtsmiddel open.". Art. 40.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 111decies ingevoegd, luidende : "Art. 111decies.§ 1. De beslissing tot intrekking van de aan de bedreigde persoon toegekende beschermingsmaatregelen leidt van rechtswege tot het verval van de aan zijn gezinsleden, andere bloedverwanten en de andere personen bedoeld in artikel 111quinquies, § 1, vierde lid, toegekende beschermingsmaatregelen. § 2. De beslissing tot intrekking van de aan de bedreigde persoon toegekende bijzondere beschermingsmaatregelen leidt van rechtswege tot het verval van het recht op psychologische begeleiding en op hulp bij het zoeken naar werk.". Art. 41.In artikel 190bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden tussen de woorden "Wat de minderjarige" en de woorden "getuigen betreft", de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd;2° in het tweede lid, worden, tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "noodzakelijk vindt" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd en de woorden "tenzij de minderjarige" vervangen door de woorden "tenzij de getuige";3° in het derde lid, worden, tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "gehoord in een afzonderlijk" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd en worden de woorden "psychiater- of psycholoog-deskundige" vervangen door het woord "deskundige";4° in het vierde lid, worden tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "en de beklaagde" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd. Art. 42.Artikel 205 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juni 1981 en gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten8, wordt aangevuld met de volgende zin : "Het openbaar ministerie geeft nauwkeurig de grieven aan die tegen het vonnis worden ingebracht overeenkomstig artikel 204.". Art. 43.In artikel 216quater van het hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten1, worden in paragraaf 2, eerste en tweede lid, de woorden "binnen twee maanden" telkens vervangen door de woorden "binnen een maand". Art. 44.In artikel 254, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de woorden "Tenminste vijftien dagen vóór de preliminaire zitting" vervangen door de woorden "Ten laatste vijftien dagen na de dagvaarding om te verschijnen op de preliminaire zitting". Art. 45.In artikel 278 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de volgende wijzigen aangebracht : 1° In paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Uiterlijk tien dagen voor de preliminaire zitting legt de procureur-generaal ter griffie de lijst neer van de getuigen die hij wenst te horen.Uiterlijk vijf dagen voor de preliminaire zitting leggen de overige partijen de lijst neer van de bijkomende getuigen die zij wensen te horen. De lijsten bevatten de gegevens van die getuigen. Zo de gegevens van bepaalde getuigen ontbreken of onvolledig zijn, verricht de procureur-generaal het nodige opzoekingswerk. Bij die lijsten wordt een motivering van de keuze van de getuigen gevoegd."; 2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt : "De voorzitter kan de verzoeken van de partijen afwijzen wanneer vaststaat dat de voorgedragen getuigen kennelijk niet kunnen bijdragen tot de waarheidsvinding met betrekking tot het aan de beschuldigde ten laste gelegde feit, diens schuld of onschuld, of tot de moraliteit van de beschuldigde of het slachtoffer.". Art. 46.In afdeling 1 van hoofdstuk VI van titel II van boek II van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 278bis ingevoegd, luidend : "Art. 278bis.Op straffe van verval omschrijven de partijen bij conclusie alle onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden en alle gronden van niet-ontvankelijkheid of verval van de strafvordering die zij overeenkomstig artikel 235bis, § 5, voor de feitenrechter kunnen opwerpen. De voorzitter doet hierover uitspraak in een afzonderlijk arrest dan dit bedoeld in artikel 278, § 3. De eis tot cassatie tegen dit arrest wordt ingesteld samen met de eis tegen het eindarrest, bedoeld in artikel 359.". Art. 47.Artikel 290 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, wordt vervangen als volgt : "Art. 290.Vervolgens richt de voorzitter tot de gezworenen de volgende toespraak : "U belooft de aan N. ten laste gelegde feiten onpartijdig en met de grootste aandacht te zullen onderzoeken rekening houdende met de belangen van de beschuldigde, de burgerlijke partij en de maatschappij. U belooft tevens tot na uw verklaring met niemand te zullen communiceren en uw beslissing enkel te zullen steunen op de bewijzen en de middelen van verdediging die tijdens de openbare zitting werden uiteengezet." of : "Vous promettez d'examiner de manière impartiale et avec l'attention la plus scrupuleuse les charges qui seront portées contre N., en tenant compte des intérêts de l'accusé, de la partie civile et de la société. Vous promettez également de ne communiquer avec personne jusqu'après votre déclaration et de fonder votre décision uniquement sur les preuves et les moyens de défense qui auront été présentés lors de l'audience publique." of : "Sie versprechen, die gegen N. erhobenen Beschuldigungen unparteiisch und mit größter Aufmerksamkeit zu prüfen, unter Berücksichtigung der Interessen des Angeklagten, der Zivilpartei und der Gesellschaft. Sie versprechen ebenfalls, mit niemandem in Verbindung zu treten, bis Sie Ihre Erklärung abgegben haven, und Ihre Entscheidung nur aufgrund der während der öffentlichen Sitzung vorgebrachten Belastungs- und Entlastungsmittel zu fällen." De gezworenen, een voor een door de voorzitter genoemd, antwoorden met opgeheven hand "Ik zweer het", op straffe van nietigheid.". Art. 48.Artikel 291 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten6, wordt opgeheven. Art. 49.In artikel 292 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt opgeheven; 2° in het vroegere derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "geheel of ten dele" ingevoegd tussen de woorden "de akte van beschuldiging" en het woord "voor" en het lid wordt aangevuld met de volgende zin : "Bij gedeeltelijke voorlezing leest de procureur de betekenisvolle delen voor, waarbij hij acht slaat op het beginsel van de loyaliteit van de procedure.". Art. 50.In artikel 295 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De getuigen worden gehoord, in de door de voorzitter bepaalde volgorde.De voorzitter vraagt ze hun naam, voornamen, leeftijd en beroep. Hij vraagt hen de eed af te leggen en te beloven dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen. Daarna leggen de getuigen mondeling hun verklaring af."; 2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 51.In artikel 297 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 30 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten en vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de woorden "In afwijking van artikel 295, dient" vervangen door "Er dient". Art. 52.Artikel 300 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, wordt vervangen als volgt : "Art. 300.De voorzitter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van één van de partijen, de griffier opdragen aantekening te houden van de toevoegingen, veranderingen of verschillen die in het getuigenis mochten voorkomen ten opzichte van de vorige verklaringen van de getuige.". Art. 53.In artikel 311 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden tussen de woorden "Wat de minderjarige" en de woorden "getuigen betreft", de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd;2° in het tweede lid, worden, tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "noodzakelijk vindt" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd en de woorden "tenzij de minderjarige" vervangen door de woorden "tenzij de getuige";3° in het derde lid, worden, tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "gehoord in een afzonderlijk" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd en worden de woorden "psychiater- of psycholoog-deskundige" vervangen door het woord "deskundige";4° in het vierde lid, worden tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "en de beschuldigde" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd. Art. 54.Artikel 313 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, wordt vervangen als volgt : "Art. 313.In de loop van het getuigenverhoor of daarna doet de voorzitter, ambtshalve of op verzoek van één van de partijen, aan de beschuldigde of aan de getuigen één of meerdere stukken met betrekking tot het misdrijf voorleggen. De voorzitter doet alle voor de waarheidsvinding nuttige stukken van het dossier voorleggen.". Art. 55.In artikel 429, vierde lid, van het zelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten4, worden de woorden ", op de door de Koning bepaalde wijze," opgeheven. Art. 56.In artikel 433, tweede lid van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten4, worden de woorden ", op de door de Koning bepaalde wijze," opgeheven. Art. 57.In boek II, titel IV van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd, luidende "Opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering van hoofdgevangenisstraffenstraffen, opsluitingen of interneringen". Art. 58.In hoofdstuk VIbis, ingevoegd bij artikel 57, wordt een artikel 520bis ingevoegd, luidende : "Art. 520bis.§ 1. De opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering van hoofdgevangenisstraffen, opsluitingen of interneringen wordt gevoerd onder het gezag en de leiding van de magistraat van het openbaar ministerie dat bevoegd is voor de uitvoering van de in gezag of kracht van gewijsde gegane veroordeling. Het eerste lid is ook van toepassing op personen bedoeld in het eerste lid tegen wie een Europees aanhoudingsbevel, een rechtshulpverzoek of een verzoek tot uitlevering is uitgevaardigd. De bevoegde procureur des Konings is deze van de plaats waar de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel of verzoek tot uitlevering is uitgevaardigd, kan worden aangetroffen. Het bevoegde openbaar ministerie waakt over de wettigheid van de opsporingshandelingen. § 2. Behoudens de wettelijke uitzonderingen, verloopt de opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering van hoofdgevangenisstraffen, opsluitingen of interneringen volgens de regels van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Het openbaar ministerie kan over het hele grondgebied van het Rijk alle opsporingshandelingen verrichten of laten verrichten die tot zijn bevoegdheid horen. § 3. De politieambtenaren die in het raam van een opsporing bedoeld in paragraaf 1 inlichtingen hebben verzameld die van belang kunnen zijn voor een lopend strafonderzoek of strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek, brengen deze inlichtingen onmiddellijk ter kennis van de bevoegde procureur des Konings. Wanneer zij in de loop van een opsporing zoals bedoeld in paragraaf 1 feiten ontdekken die een wanbedrijf of misdaad kunnen uitmaken, stellen zij het bevoegde openbaar ministerie hiervan onmiddellijk in kennis. Het bevoegde openbaar ministerie kan de inlichtingen bedoeld in het eerste lid, die op regelmatige wijze zijn verzameld, aanwenden in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke opdrachten in een lopend strafonderzoek of strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek.". Art. 59.In hetzelfde hoofdstuk VIbis wordt een artikel 520ter ingevoegd, luidende : "Art. 520ter.§ 1. Met het oog op de opsporing van de personen bedoeld in artikel 520bis, § 1, kan het bevoegde openbaar ministerie elke opsporingshandeling die toegelaten is in het raam van het in artikel 28bis bedoelde opsporingsonderzoek laten verrichten door de gevorderde politiedienst, met uitzondering van de maatregelen bepaald in de artikelen 47sexies en 47octies. § 2. De opsporingshandelingen bedoeld in paragraaf 1 kunnen enkel worden toegepast wanneer is voldaan aan de voorwaarden vermeld in de artikelen die betrekking hebben op deze opsporingshandelingen.". Art. 60.In hetzelfde hoofdstuk VIbis wordt een artikel 520quater ingevoegd, luidende : "Art. 520quater.Met het oog op de opsporing van de personen bedoeld in artikel 520bis, § 1, kan het bevoegde openbaar ministerie de informantenwerking toepassen overeenkomstig artikel 47decies.". Art. 61.In hetzelfde hoofdstuk VIbis wordt een artikel 520quinquies ingevoegd, luidende : "Art. 520quinquies.§ 1. Met het oog op de opsporing van de personen bedoeld in artikel 520bis, § 1, kan het bevoegde openbaar ministerie de onderzoeksrechter van de plaats waar de straf of de vrijheidsberovende maatregel is uitgesproken, vorderen om machtiging te verlenen tot toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie of infiltratie, zoals omschreven in de artikelen 47sexies tot 47novies, met inachtneming van de hierna omschreven voorwaarden. § 2. De onderzoeksrechter kan slechts machtiging verlenen tot een observatie of een infiltratie wanneer deze onontbeerlijk is voor de opsporing van de personen bedoeld in artikel 520bis, § 1. § 3. Een observatie met gebruik van technische hulpmiddelen kan enkel gemachtigd worden wanneer de strafbare feiten waarvoor de hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken, een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben. Een infiltratie en een observatie met gebruik van technische hulpmiddelen om zicht te verwerven in een woning, of in de door deze woning omsloten eigen aanhorigheid in de zin van de artikelen 479, 480 en 481 van het Strafwetboek, of in een lokaal dat aangewend wordt voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts, kunnen enkel gemachtigd worden wanneer een hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken voor een strafbaar feit bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, of dat gepleegd werd in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek. Wanneer een observatie als bedoeld in het tweede lid of een infiltratie betrekking hebben op de lokalen aangewend voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts, kunnen zij bovendien slechts gemachtigd worden wanneer tegen de advocaat of de arts een hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken voor één van de strafbare feiten bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, of voor een strafbaar feit gepleegd in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of indien precieze feiten doen vermoeden dat derden waartegen een dergelijke hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken, gebruik maken van diens lokalen of woonplaats. Deze maatregelen kunnen niet ten uitvoer worden gelegd zonder dat de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte is. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. § 4. De vordering bedoeld in paragraaf 1 vermeldt : 1° de dag, de maand en het jaar;2° de naam van het lid van het bevoegde openbaar ministerie dat de vordering indient;3° de identiteitsgegevens van de persoon die veroordeeld is en zich aan de uitvoering van zijn hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering heeft onttrokken;4° het strafbare feit waarvoor een hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken;5° de redenen waarom de maatregel onontbeerlijk is voor de opsporing van de betrokken persoon;6° de vermeldingen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 3°, 5° en 6°, of in artikel 47octies, § 3, 3°, 5° en 6°. Een afschrift van de vrijheidsberovende titel wordt bij de vordering gevoegd. Van zodra de onderzoeksrechter de vordering ontvangen heeft, controleert hij of aan de voorwaarden voor de toepassing van een observatie of infiltratie voldaan is, en indien dit het geval is, verleent hij een schriftelijke machtiging. De machtiging vermeldt : 1° de naam van de persoon die veroordeeld is en zich aan de uitvoering van zijn hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering heeft onttrokken;2° het strafbare feit waarvoor een hoofdgevangenisstraf of opsluiting of internering is uitgesproken, en de rechterlijke beslissing waarbij deze is uitgesproken;3° de redenen waarom de maatregel onontbeerlijk is voor de opsporing van de betrokken persoon;4° de vermeldingen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 3° tot 6°, of 47octies, § 3, 3° tot 6°. De onderzoeksrechter zendt de machtiging en de stukken rechtstreeks aan het bevoegde openbaar ministerie. Het bevoegde openbaar ministerie bewaart de machtiging in een afzonderlijk en vertrouwelijk dossier en heeft als enige toegang tot dit dossier, onverminderd het inzagerecht van de machtigende onderzoeksrechter bedoeld in paragraaf 8, derde lid. De inhoud van dit dossier valt onder het beroepsgeheim. § 5. In spoedeisende gevallen kan de vordering bedoeld in paragraaf 1 of de machtiging bedoeld in paragraaf 4 mondeling worden gedaan. De vordering en de machtiging moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in paragraaf 4, eerste en vierde lid. § 6. Op verzoek van het bevoegde openbaar ministerie kan de onderzoeksrechter steeds op gemotiveerde wijze zijn machtiging tot observatie of infiltratie wijzigen, aanvullen of verlengen. Hij kan te allen tijde zijn machtiging intrekken. Hij gaat bij elke wijziging, aanvulling of verlenging van zijn machtiging na of de voorwaarden bepaald in paragrafen 1 tot 4 zijn vervuld en handelt daarbij in overeenstemming met paragraaf 4, vierde lid, 1° tot 4°. De beslissingen tot wijziging, aanvulling of verlenging worden door het bevoegde openbaar ministerie bij het vertrouwelijk dossier gevoegd. § 7. Het bevoegde openbaar ministerie staat in voor de tenuitvoerlegging van de machtigingen tot observatie of infiltratie die zijn verleend door de onderzoeksrechter. Het vermeldt op dat ogenblik in een afzonderlijke en schriftelijke beslissing de misdrijven die door de politiediensten en de personen bedoeld in artikel 47quinquies, § 2, derde lid, in het kader van de door de onderzoeksrechter gemachtigde observatie of infiltratie kunnen worden gepleegd. Deze beslissing wordt in het dossier bedoeld in paragraaf 4, vijfde lid, bewaard. § 8. De officier van gerechtelijke politie die de leiding heeft over de uitvoering van de observatie of de infiltratie brengt het bevoegde openbaar ministerie nauwgezet, volledig en waarheidsgetrouw schriftelijk verslag uit over elke fase in de uitvoering van de maatregelen. Deze vertrouwelijke verslagen worden rechtstreeks aan het bevoegde openbaar ministerie overgezonden, die ze bewaart in het dossier bedoeld in paragraaf 4, vijfde lid. De onderzoeksrechter heeft steeds het recht het vertrouwelijk dossier aangaande de uitvoering van de observatie of de infiltratie in te zien, zonder dat hij van de inhoud ervan in het kader van zijn opdracht gewag kan maken. § 9. De officier van gerechtelijke politie die de leiding heeft over de uitvoering van de observatie of de infiltratie stelt proces-verbaal op van de verschillende fasen van de uitvoering van de observatie of de infiltratie, doch vermeldt hierin geen elementen die de afscherming van de gebruikte technische hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant, de politieambtenaren belast met de uitvoering van de observatie of de infiltratie, en de in artikel 47octies, § 1, tweede lid, bedoelde burger in het gedrang kunnen brengen. Deze elementen worden enkel opgenomen in het schriftelijk verslag bedoeld in paragraaf 8, eerste lid. In een proces-verbaal wordt verwezen naar de machtiging tot observatie of infiltratie en worden de vermeldingen bedoeld in paragraaf 4, derde lid, 1° tot 4°, opgenomen, met uitzondering van de vermelding in 4° die verwijst naar de artikelen 47sexies, paragraaf 3, 4° en 6°, en 47octies, paragraaf 3, 4° en 6°. De onderzoeksrechter bevestigt bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot observatie of infiltratie. De opgestelde processen-verbaal en de in het derde lid bedoelde beslissing worden bij het proceduredossier gevoegd.". Art. 62.In hetzelfde hoofdstuk VIbis wordt een artikel 520sexies ingevoegd, luidende : "Art. 520sexies.§ 1. Met het oog op de opsporing van de personen bedoeld in artikel 520bis, § 1, kan het bevoegde openbaar ministerie de onderzoeksrechter van de plaats waar de straf of de vrijheidsberovende maatregel is uitgesproken, vorderen om, met inachtneming van de hierna omschreven voorwaarden, de onderzoekshandelingen te machtigen waarvoor alleen de onderzoeksrechter bevoegd is. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde onderzoekshandelingen kunnen enkel worden gemachtigd wanneer is voldaan aan de voorwaarden vermeld in dezelfde artikelen die deze onderzoekshandelingen regelen in het kader van een gerechtelijk onderzoek. § 3. De vordering bedoeld in paragraaf 1 vermeldt : 1° de dag, de maand en het jaar;2° de naam van het lid van het bevoegde openbaar ministerie dat de vordering indient;3° de identiteitsgegevens van de persoon die veroordeeld is en zich aan de uitvoering van zijn hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering heeft onttrokken;4° het strafbare feit waarvoor een hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken;5° de redenen waarom de onderzoekshandeling onontbeerlijk is voor de opsporing van de betrokken persoon;6° de onderzoekshandeling bedoeld in paragraaf 1 waarvoor het bevoegde openbaar ministerie een machtiging van de onderzoeksrechter vraagt. Een afschrift van de vrijheidsberovende titel wordt bij de vordering gevoegd. Van zodra de onderzoeksrechter de vordering ontvangen heeft, controleert hij of aan de voorwaarden voor de toepassing van de onderzoekshandeling bedoeld in het eerste lid, 6°, voldaan is, en indien dit het geval is, verleent hij een schriftelijke machtiging. De machtiging vermeldt : 1° de naam van de persoon die veroordeeld is en zich aan de uitvoering van zijn hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering heeft onttrokken;2° het strafbare feit waarvoor een hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering is uitgesproken, en de rechterlijke beslissing waarbij deze is uitgesproken;3° de redenen waarom de onderzoekshandeling onontbeerlijk is voor de opsporing van de betrokken persoon;4° de onderzoekshandeling die gemachtigd wordt en, desgevallend, de voorwaarden ervoor. De onderzoeksrechter zendt de machtiging en de stukken rechtstreeks aan het bevoegde openbaar ministerie. § 4. In spoedeisende gevallen kan de vordering bedoeld in paragraaf 1 of de machtiging bedoeld in paragraaf 3 mondeling worden gedaan. De vordering en de machtiging moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in paragraaf 3, eerste en vierde lid. § 5. Het bevoegde openbaar ministerie staat in voor de tenuitvoerlegging van de machtigingen tot de in paragraaf 1 bedoelde onderzoekshandelingen die zijn verleend door de onderzoeksrechter.". Art. 63.In hetzelfde hoofdstuk VIbis wordt een artikel 520septies ingevoegd, luidende : "Art. 520septies.De kosten van de opsporing van de personen bedoeld in artikel 520bis, § 1, omvatten alle kosten die veroorzaakt worden door de toepassing van de opsporingshandelingen bedoeld in de voorgaande artikelen, uitgezonderd de personeels- en werkingskosten die verbonden zijn aan het optreden van de betrokken magistraten en politieambtenaren. De kosten zijn ten laste van de persoon die zich onttrokken heeft aan de uitvoering van de betreffende hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering. De kosten die het gevolg zijn van onregelmatige opsporingshandelingen en de kosten die kennelijk niet te wijten zijn aan de persoonlijke gedraging van de betrokken persoon zijn ten laste van de Staat. Indien een vergoeding moet worden betaald voor de in het eerste lid bedoelde opsporingshandelingen, gelden de tarieven die bepaald zijn bij de regelgeving betreffende de gerechtskosten in strafzaken. De magistraat van het openbaar ministerie dat de leiding heeft over de opsporing begroot de kosten, die namens zijn ambt zijn gemaakt. De vervolging tot invordering van deze kosten wordt namens de magistraat van het openbaar ministerie dat de leiding heeft over de opsporing uitgeoefend door de bevoegde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën. De beslissing van de magistraat van het openbaar ministerie dat de leiding heeft over de opsporing om de kosten ten laste van de persoon die zich onttrokken heeft aan de uitvoering van de betreffende hoofdgevangenisstraf, opsluiting of internering te leggen, wordt bij een ter post aangetekende brief aan de betrokken persoon ter kennis gebracht. De betrokken persoon kan tegen de beslissing van de magistraat van het openbaar ministerie dat de leiding heeft over de opsporing om de kosten te zijnen laste te leggen, een beroep instellen bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling bij aangetekende zending binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing. De Kamer van Inbeschuldigingstelling doet in eerste en laatste aanleg uitspraak over de vordering.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 1 oktober 1833Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten6 op de uitleveringen Art. 64.In artikel 6, zevende lid, van de wet van 1 oktober 1833Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten6 op de uitleveringen, gewijzigd bij de wet van 8 juli 1946, wordt de zin "De slotalinea van artikel 11 der wet van 15 maart 1874, is, in dat geval, van toepassing." vervangen als volgt : "Zij zal de teruggave bevelen van de papieren en andere voorwerpen die geen rechtstreeks verband houden met het aan verdachte ten laste gelegd feit, en zal eventueel beslissen over de terugvorderingen van derde bezitters of andere rechthebbenden.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 65.In artikel 34quater, eerste lid, 4°, van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten0, worden de woorden "61, 62 of 65" vervangen door de woorden "62 of 65". Art. 66.In artikel 37septies, § 3, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2014 en 10 april 2014, worden de woorden "37ter" telkens vervangen door de woorden "37quinquies". Art. 67.In de Franse tekst van artikel 43, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten6, wordt het woord "étaient" vervangen door de woorden "ont été". Art. 68.In de Franse tekst van artikel 43bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 1990 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten6, wordt het woord "étaient" vervangen door de woorden "ont été". Art. 69.In artikel 43quater, § 3, tweede lid, in fine, van het hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 18 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/2000 pub. 12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten6, worden de woorden "identieke feiten" vervangen door de woorden "misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in § 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld". Art. 70.Artikel 61 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 71.In artikel 82 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 augustus 1919, worden de woorden "de artikelen 61 en 62" vervangen door de woorden "het artikel 62". Art. 72.Artikel 136quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten3, wordt aangevuld als volgt : "41° gebruiken van wapens die werken met microbiologische of andere biologische agentia of toxines, ongeacht hun oorsprong of wijze van vervaardiging; 42° gebruiken van wapens waarvan de voornaamste uitwerking is dat ze een letsel toebrengen door middel van deeltjes die niet met röntgenstralen in het menselijk lichaam kunnen worden ontdekt; 43° gebruiken van laserwapens die dusdanig zijn ontworpen dat zij in de strijd worden ingezet met als enig doel of onder meer als doel blijvende blindheid te veroorzaken bij personen zonder geassisteerd zicht, met andere woorden personen die met het blote oog kijken of corrigerende lenzen dragen.". Art. 73.In artikel 136quinquies, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten3, worden de woorden "tot 43° " ingevoegd tussen de woorden "De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 3°, 4°, 10°, 16°, 19°, 36° tot 38° en 40° " en de woorden ", worden gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.". Art. 74.In artikel 137 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 30 december 2009 en 18 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt een bepaling onder 4° /1 ingevoegd, luidende : "4° /1 de onrechtmatige verstoring van een informaticasysteem en de onrechtmatige verstoring van de gegevens in een informaticasysteem, zoals bepaald in artikel 550ter, §§ 1 tot 3;"; 2° in paragraaf 3, worden de bepaling onder 3° vervangen als volgt : "3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens of radiologische of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens;". Art. 75.In artikel 140 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 14 december 2016, wordt een nieuw paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende : " § 1/1. Iedere persoon die deelneemt aan het nemen van welke beslissing dan ook in het raam van de activiteiten van de terroristische groep, terwijl hij wist of moest weten dat zijn deelname zou kunnen bijdragen tot het plegen van een misdaad of een wanbedrijf door deze terroristische groep, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met een geldboete van duizend euro tot tweehonderdduizend euro of met een van die straffen alleen.". Art. 76.In artikel 140bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "rechtstreeks of onrechtstreeks" worden opgeheven; 2° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien de verspreiding of de publiekelijke terbeschikkingstelling bedoeld in het eerste lid specifiek gericht is op minderjarigen.". Art. 77.In artikel 140ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° worden de woorden "of het bijdragen tot het plegen" ingevoegd tussen de woorden "voor het plegen" en de woorden "van een van de in de artikelen 137, 140 of 140sexies bedoelde misdrijven";2° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het werven specifiek gericht is op minderjarigen". Art. 78.In artikel 140quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° worden de woorden "of het bijdragen tot het plegen" ingevoegd tussen de woorden "met het oog op het plegen" en de woorden "van een van de in artikel 137 bedoelde misdrijven"; 2° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien de onderrichtingen of de opleiding bedoeld in het eerste lid specifiek gericht is op minderjarigen.". Art. 79.In artikel 140quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° worden de woorden "of het bijdragen tot het plegen" ingevoegd tussen de woorden "met het oog op het plegen" en de woorden "van een van de in artikel 137 bedoelde misdrijven"; 2° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "Met dezelfde straffen wordt gestraft iedere persoon die, in België of in het buitenland, zelf kennis verwerft of zichzelf vormt in de materies bedoeld in artikel 140quater, met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in artikel 137 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf.". Art. 80.In artikel 140sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden "of het bijdragen tot het plegen" ingevoegd tussen de woorden "met het oog op het plegen" en de woorden ", in België of in het buitenland";2° in de bepaling onder 2°, worden de woorden "of het bijdragen tot het plegen" ingevoegd tussen de woorden "met het oog op het plegen" en de woorden ", in België of in het buitenland". Art. 81.Artikel 141 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 en vervangen bij de wet van 14 december 2016, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende "De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het verstrekken of het inzamelen van de materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 137.". Art. 82.In artikel 460ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten en gewijzigd bij de wetten van 26 juni 2000 en 27 december 2012, worden de woorden "van het opsporingsonderzoek of" ingevoegd tussen de woorden "het verloop" en de woorden "van het gerechtelijk onderzoek". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering Art. 83.In de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende : "Art. 4bis.In geval de strafvordering wordt ingesteld wegens de feiten bedoeld in de artikelen 29, §§ 2 en 3 en 29bis van het Wetboek van strafvordering neemt de strafrechter benevens van de strafvordering tevens kennis van de burgerlijke vordering tot betaling van de betreffende belastingen, de opcentiemen en opdeciemen, de verhogingen, de administratieve en fiscale geldboeten en bijbehoren. Deze burgerlijke vordering betreft een zelfstandige vordering waarbij de bevoegde belastingadministratie tussenkomt in de strafzaak. Zodra de burgerlijke vordering aanhangig is bij de strafrechter, worden de procedures voor de burgerlijke rechtbanken, die betrekking hebben op dezelfde vordering, beëindigd en verder gezet voor de strafrechter. De bevoegde belastingadministratie wordt minstens twee maanden vooraf op de hoogte gebracht van de bepaling van de rechtsdag voor het vonnisgerecht.". Art. 84.In artikel 12, eerste lid, van dezelfde Voorafgaande titel, gewijzigd bij de wetten van 14 juli 1951 en van 5 augustus 2003, en vervangen bij de wet van 6 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten3, wordt een punt 1° /1 ingevoegd, luidende als volgt : "1° /1. artikel 7, wat de in de artikelen 347bis, 393 tot 397 en 475 van het Strafwetboek bedoelde misdrijven betreft;". Art. 85.In artikel 21bis, tweede lid, van dezelfde voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten8, worden de woorden "artikel 376, eerste lid, van het Strafwetboek en" ingevoegd tussen de woorden "misdrijven bedoeld in" en de woorden "artikel 21". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen Art. 86.In het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt een artikel 207bis/1 ingevoegd, luidende : "Art. 207bis/1. Ten einde te vermijden dat een veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen, houdt de rechter bij de straftoemeting rekening met de verschuldigde fiscale geldboeten. Artikel 42, 3°, van het Strafwetboek vindt geen toepassing op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de fiscale misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen in geval de vordering van de fiscale administratie gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.". Art. 87.In artikel 207nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden " § 2"; 2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : "Het openbaar ministerie beslist om al dan niet de strafvervolging in te stellen van de feiten waarvan het kennis heeft genomen gedurende het overleg bedoeld in artikel 29, § 3, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering binnen de 3 maanden na de initiële aangifte bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek."; 3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden " § 3, tweede lid". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 88.In artikel 78 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006, 13 juni 2006, 3 december 2006, 17 maart 2013, 30 juli 2013, 10 april 2014, 19 oktober 2015 en 4 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd luidende : "Wanneer de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer bestaat uit drie rechters zoals voorzien in artikel 92, § 1, eerste lid en § 1/1, is zij samengesteld uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank."; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid luidende : "In afwijking van de artikelen 80 en 259sexies en opdat de jeugdkamers die bevoegd zijn voor de in artikel 92, § 1, derde lid, bedoelde aangelegenheden, rechtsgeldig zouden zijn samengesteld, moeten twee leden ervan de opleiding hebben genoten die georganiseerd wordt in het kader van de in artikel 259sexies, § 1, 1°, derde lid, bedoelde voortgezette vorming van de magistraten, die vereist is voor de uitoefening van het ambt van rechter in de familie- en jeugdrechtbank. Het derde lid is een rechter van de correctionele rechtbank.". Art. 89.In artikel 88, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt tussen de eerste en de tweede zin een zin ingevoegd luidende : "Het advies van de voorzitter van de arbeidsrechtbank is eveneens vereist voor de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamers.". Art. 90.Artikel 92, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en gewijzigd bij de wetten van 28 november 2000, 17 mei 2006, 13 juni 2006, 21 december 2009, 22 april 2010, 2 juni 2010, 25 april 2014, 19 oktober 2015 en 4 mei 2016, wordt aangevuld met een lid luidende : "De berechting van de personen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, wegens een wanbedrijf of correctionaliseerbare misdaad wordt toegewezen aan de overeenkomstig artikel 78, achtste lid, samengestelde kamers.". Art. 91.In het tweede deel, boek I, titel I, hoofdstuk II, afdeling IX, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 99quater ingevoegd, luidende : "Art. 99quater.Behoudens in het gerechtelijk arrondissement Eupen, geeft de eerste voorzitter van het arbeidshof, via een beschikking, opdracht aan één of meerdere rechters in de arbeidsrechtbank, die de opdracht aanvaarden, om aanvullend zitting te nemen in de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer van één of meerdere rechtbanken van eerste aanleg van het rechtsgebied. Met inachtneming van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten9 op het gebruik der talen in gerechtszaken, geeft de eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel, via een beschikking, in elke arbeidsrechtbank opdracht aan een rechter, die de opdracht aanvaardt, om aanvullend zitting te nemen in de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer. In het gerechtelijk arrondissement Eupen, neemt de rechter in de arbeidsrechtbank aanvullend zitting in de in artikel 76, § 2, tweede lid, bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer. De instemming van de rechter in de arbeidsrechtbank is vereist wanneer hij niet benoemd is overeenkomstig artikel 100/1. Bij gebreke hieraan, wijst de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een andere rechter aan die overeenkomstig artikel 100/1 in subsidiaire orde benoemd is in de arbeidsrechtbank. De opdracht is een jaar geldig en kan worden verlengd. De rechter in de arbeidsrechtbank wiens opdracht bij de gespecialiseerde correctionele kamer eindigt, blijft tot het eindvonnis in deze kamer zitting hebben in de zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn.". Art. 92.In artikel 119, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, worden de woorden "Indien vervolging wordt ingesteld tegen" vervangen door de woorden "Voor de berechting van" en worden de woorden "in het kader van" vervangen worden door het woord "wegens". Art. 93.Artikel 144bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 maart 1997 en vervangen bij de wetten van 22 december 1998 en 21 juni 2001, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De federale procureur kan, met het oog op de goede en efficiënte werking ervan, het federaal parket van een interne organisatiestructuur voorzien, welke hij aan de minister bevoegd voor Justitie en het College van procureurs-generaal ter kennis brengt. Hij kan daartoe, onder meer, adjuncten aanwijzen onder de federale magistraten die deel uitmaken van zijn directiecomité en dit voor de periode gelijk aan deze van zijn mandaat. Bij deze aanwijzingen wordt de taalpariteit verzekerd.". Art. 94.In artikel 162 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 8 mei 2014, 5 februari 2016 en 4 mei 2016, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt : " § 3. Zij worden door de Koning benoemd per rechtsgebied van een hof van beroep of bij het federaal parket. Met uitzondering van de parketjuristen benoemd bij het federaal parket, worden zij door de minister bevoegd voor Justitie aangewezen om hun ambt, volgens de behoeften van de dienst, uit te oefenen binnen dit rechtsgebied. Die aanwijzing kan ofwel plaatsvinden bij het hof van beroep, het arbeidshof of het parket-generaal, ofwel bij een rechtbank of een parket uit het rechtsgebied van dat hof van beroep. Hun aantal wordt bepaald volgens de behoeften van de dienst. Deze behoeften blijken uit een gemotiveerd verslag opgesteld door de korpschef ter attentie van de minister bevoegd voor Justitie. De minister wint over de behoeften van de dienst ook het gemotiveerd advies in van de eerste voorzitter en van de procureur-generaal of, wat het federaal parket betreft, van het College van het openbaar ministerie. Hun aantal per rechtsgebied kan echter niet meer bedragen dan 35 % van het totaal aantal magistraten van de zetel van het hof van beroep, de zetel van de rechtbanken van eerste aanleg en de parketten van de procureur des Konings in dat rechtsgebied van het hof van beroep, zoals vastgesteld in de wet bedoeld in artikel 186, § 1, tiende lid, onverminderd artikel 287sexies en dit binnen de budgettaire middelen. Het aantal parketjuristen bij het federaal parket, uitgezonderd de medewerker bij Eurojust, kan niet meer bedragen dan 35 % van het totaal aantal federale magistraten, zoals vastgesteld in de wet bedoeld in artikel 186, § 1, tiende lid, onverminderd artikel 287sexies en dit binnen de budgettaire middelen.". Art. 95.Artikel 239 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten7, wordt vervangen als volgt : "Art. 239.De loting wordt derwijze verricht dat : 1° een zelfde gezworene niet kan geroepen worden om zitting te nemen in meer dan een zaak gedurende dezelfde zitting of tegelijkertijd bij twee verschillende hoven van assisen; 2° de helft van de gezworenen van hetzelfde geslacht zijn.". Art. 96.In artikel 259sexies, § 3, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/2001 pub. 20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom. 21/06/2001 pub. 05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten en gewijzigd bij de wetten van 13 juni 2006 en 25 mei 2018, wordt het woord "309/2," ingevoegd tussen het woord "309/1," en het woord "323bis". Art. 97.In artikel 259sexies/1, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten8, wordt het woord "309/2," ingevoegd tussen het woord "308," en het woord "323bis". Art. 98.In artikel 288, zevende lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/2001 pub. 20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom. 21/06/2001 pub. 05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten, worden de woorden "en van de parketjuristen bij het federaal parket" ingevoegd tussen de woorden "federale magistraten" en de woorden "geschiedt voor". Art. 99.In het tweede deel, boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk IVter ingevoegd, luidende "Magistraten gemachtigd om een opdracht in het Europees Openbaar Ministerie te vervullen". Art. 100.In hoofdstuk IVter, ingevoegd bij artikel 99, wordt een artikel 309/2 ingevoegd, luidende : "Art. 309/2.§ 1. Magistraten kunnen de opdrachten van Europese hoofdaanklager, Europese aanklager en gedelegeerd Europese aanklager vervullen overeenkomstig en volgens de voorwaarden voorzien in de verordening 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de ins