📄 Wettekst
5 MEI 2019. - Wet houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de
wet van 28 mei 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/05/2002
pub.
22/06/2002
numac
2002009590
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de euthanasie
sluiten betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 2.In artikel 28sexies, § 6, tweede zin, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de
wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten0, worden in de Franse tekst de woorden "en chambre du conseil" ingevoegd tussen de woorden "sur cette requête" en de woorden "dans les quinze jours.". Art. 3.Artikel 29 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten3, wordt vervangen als volgt : " § 1. Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar en, voor de sector van de gezinsbijslag, iedere meewerkende instelling in de zin van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen.
De ambtenaren die op basis van de
wet van 15 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/1999
pub.
25/06/1999
numac
1999003332
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen
sluiten7 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, gebruik maken van het meldingssysteem, worden van de in het eerste lid bedoelde verplichting vrijgesteld. § 2. De ambtenaren van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering, van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie of de daartoe bevoegde ambtenaar in geval van regionale of lokale fiscaliteit kunnen echter de feiten die, naar luid van de belastingwetten en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, strafrechtelijk strafbaar zijn, niet zonder de machtiging van de adviseur-generaal onder wie zij ressorteren of de daarmee gelijkgestelde ambtenaar ter kennis brengen van de procureur des Konings. § 3. Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, geeft de adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Algemene Administratie van de inning en de invordering, van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie of de ambtenaar die hij aanwijst of de daartoe bevoegde ambtenaar in geval van regionale of lokale fiscaliteit de feiten waarvan het onderzoek aanwijzingen van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, die naar luid van de belastingwetten en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafrechtelijke inbreuken zijn, aan het licht brengt aan bij de procureur des Konings.
De procureur des Konings pleegt hierover overleg met de in het eerste lid bedoelde ambtenaren binnen de maand na ontvangst hiervan. Hij kan de bevoegde politiediensten uitnodigen deel te nemen aan dit overleg.
Op basis van het overleg beslist de procureur des Konings voor welke feiten omschreven in tijd en ruimte hij de strafvordering zal uitoefenen en deelt dit schriftelijk en uiterlijk binnen de drie maanden na de in het eerste lid bedoelde initiële aangifte mee aan de bevoegde adviseur-generaal of de daartoe bevoegde ambtenaar in geval van regionale of lokale fiscaliteit. § 4. De Koning bepaalt de criteria waaraan de in paragraaf 3 bedoelde feiten beantwoorden, bij een in Ministerraad overlegd besluit. § 5. Twee maal per jaar ontmoet de procureur-generaal die binnen het college van procureurs-generaal belast is met de economische, financiële en fiscale criminaliteit, de fiscale autoriteiten en de federale politie teneinde de mechanismen van de zware of georganiseerde fiscale fraude te bepalen die bijzondere aandacht vergen.". Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 29bis ingevoegd, luidende : "Art. 29bis.Indien een strafrechtelijk onderzoek aanwijzingen van fraude inzake directe of indirecte belastingen aan het licht brengt, brengt de procureur des Konings de minister van Financiën of de dienst die hij aanwijst ervan op de hoogte en verleent hij inzage en afschrift tenzij de inzage van het dossier en het nemen van een afschrift van het dossier lopende strafrechtelijke onderzoeken in gevaar kunnen brengen.
Wanneer de fiscale administratie belastingen vestigt, met inbegrip van de opcentiemen en opdeciemen, de verhogingen, de administratieve en fiscale geldboeten, voor de in het eerste lid bedoelde strafbare feiten staat dit de strafvordering niet in de weg voor zover de fiscale en strafrechtelijke behandeling van de feiten deel uitmaken van een samenhangend geheel in tijd en inhoud.". Art. 5.In artikel 37, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten0, worden in paragraaf 4 de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt tussen de eerste en de tweede zin een zin ingevoegd, luidende : "De derde-beslagene die dat verbod miskent, wordt gewoon schuldenaar verklaard voor de oorzaken van het beslag, onverminderd schadevergoeding indien daartoe grond bestaat."; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid luidende : "Indien hij zijn verklaring niet heeft gedaan binnen de wettelijke termijn of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, kan de derde-beslagene, geheel of ten dele, schuldenaar worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag.". Art. 6.In artikel 39bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, gewijzigd bij de wetten van 6 juni 2010 en 25 december 2016, en gedeeltelijk vernietigd door arrest nr. 174/2018 van 6 december 2018 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "voorzien in de paragrafen 2 en 3" vervangen door de woorden "bedoeld in paragraaf 2";2° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "de uitbreiding van" opgeheven;3° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "voor de toepassing van paragraaf 3" vervangen door de woorden "voor de toepassing van artikel 88ter";4° er wordt een paragraaf 9 ingevoegd, luidend als volgt : " § 9.De maatregelen bedoeld in dit artikel kunnen alleen betrekking hebben op de informaticasystemen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd of eraan deelgenomen te hebben, of, indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen.
De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd, zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht.
Diezelfden zullen door de procureur des Konings in kennis worden gesteld van wat volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet opgenomen in het proces-verbaal. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.". Art. 7.In artikel 39ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten3, worden in paragraaf 1 de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder het eerste streepje van het tweede lid worden de woorden "die om de bewaring verzoekt" vervangen door de woorden "die de bewaring beveelt";2° in de bepaling onder het tweede streepje van het tweede lid, wordt het woord "verzoek" vervangen door het woord "bevel";3° in het derde lid worden de woorden "de opdracht" telkens vervangen door de woorden "het bevel". Art. 8.Artikel 46quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten1 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juli 2018, wordt vervangen als volgt : "Art. 46quater.§ 1. Bij het opsporen van de misdaden en de wanbedrijven kan de procureur des Konings, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de misdrijven een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben, de noodzakelijke informatie over de producten, diensten en verrichtingen van financiële aard en betreffende virtuele waarden, die betrekking hebben op een verdachte vorderen bij : 1° personen en instellingen als bedoeld in artikel 5, § 1, 3° tot 22° van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten4 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;2° personen en instellingen die binnen het Belgisch grondgebied diensten beschikbaar stellen of aanbieden met betrekking tot virtuele waarden die toelaten dat gereglementeerde betaalmiddelen in virtuele waarden worden uitgewisseld. § 2. In geval van misdrijven bedoeld in de artikelen 137 tot 141 of 505, eerste lid, 2° tot 4°, van het Strafwetboek, of in het kader van fiscale fraude zoals bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in de artikelen 133 en 133bis van het Wetboek der successierechten, in de artikelen 206 en 206bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, in de artikelen 207 en 207bis van het Wetboek diverse rechten en taksen, in de artikelen 220, § 2, 259 en 260 van de Algemene
wet van 18 juli 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/1999
pub.
25/06/1999
numac
1999003332
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen
sluiten5 inzake douane en accijnzen, in de artikelen 3.15.3.0.1. en 3.15.3.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en in de artikelen 68 en 68ter van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, alsook in geval van het misdrijf bedoeld in artikel 4, 23°, van de
wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten4 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, kan de procureur des Konings op specifiek en met redenen omkleed verzoek, informatie opvragen die is opgenomen in het Centraal Aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België, overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest. § 3. Ingeval de noodwendigheden van het opsporingsonderzoek dit vergen, kan de procureur des Konings bovendien vorderen dat : 1° gedurende een vernieuwbare periode van maximum twee maanden de verrichtingen van de verdachte onder toezicht worden geplaatst;2° de bevraagde persoon of instelling de tegoeden en verbintenissen met betrekking tot de producten, diensten, verrichtingen en waarden bedoeld in paragraaf 1 niet meer uit handen mag geven voor een termijn die hij bepaalt, maar die niet langer kan zijn dan de termijn die loopt van het ogenblik waarop die persoon of instelling kennis neemt van zijn vordering tot vijf werkdagen na de kennisgeving van de hier bedoelde gegevens door die persoon of instelling. De maatregel bedoeld in het eerste lid, 2°, kan slechts gevorderd worden wanneer ernstige en uitzonderlijke omstandigheden dit verantwoorden en enkel in geval de opsporing betrekking heeft op misdaden of wanbedrijven als bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4. § 4. De procureur des Konings kan, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, de medewerking vorderen van de personen en instellingen bedoeld in paragraaf 1. De bevraagde instelling of persoon is gehouden zijn medewerking onverwijld te verlenen. In zijn beslissing beschrijft de procureur des Konings nauwkeurig de inlichtingen die hij vordert en de vorm waarin deze hem worden meegedeeld.
Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Iedere persoon die de gegevens weigert mee te delen of niet meedeelt in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen.". Art. 9.In artikel 56ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten2, worden de woorden "artikel 46quater, § 1, eerste lid" vervangen door de woorden "artikel 46quater, § 1". Art. 10.In artikel 88bis, § 1, derde lid, vervangen bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten3, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "oproepgegevens" wordt vervangen door het woord "verkeersgegevens";2° in de Franse tekst wordt het woord "télécommunication" vervangen door de woorden "communication électronique". Art. 11.Artikel 88ter van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten3 en hersteld bij arrest nr. 174/2018 van 6 december 2018 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt : "Art. 88ter.De onderzoeksrechter kan de zoeking in een informaticasysteem of een deel ervan, aangevat op grond van artikel 39bis, uitbreiden naar een informaticasysteem of een deel ervan dat zich op een andere plaats bevindt dan daar waar de zoeking plaatsvindt : - indien deze uitbreiding noodzakelijk is om de waarheid aan het licht te brengen ten aanzien van het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking; en - indien andere maatregelen disproportioneel zouden zijn, of indien er een risico bestaat dat zonder deze uitbreiding bewijselementen verloren gaan.
De uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem mag zich niet verder uitstrekken dan tot de informaticasystemen of de delen ervan waartoe de personen die gerechtigd zijn het onderzochte informaticasysteem te gebruiken, in het bijzonder toegang hebben.
Inzake de door de uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem aangetroffen gegevens, die nuttig zijn voor dezelfde doeleinden als de inbeslagneming, wordt gehandeld zoals bepaald in artikel 39bis, § 6.
Wanneer blijkt dat deze gegevens zich niet op het grondgebied van het Rijk bevinden, worden ze enkel gekopieerd. In dat geval deelt de onderzoeksrechter dit onverwijld mee aan de Federale Overheidsdienst Justitie, die de bevoegde overheid van de betrokken Staat hiervan op de hoogte brengt, indien deze redelijkerwijze kan worden bepaald.
In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de onderzoeksrechter de uitbreiding van de zoeking bedoeld in het eerste lid mondeling bevelen. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.". Art. 12.In artikel 88quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 6 juni 2010 en 25 december 2016, worden de woorden "of de uitbreiding ervan bedoeld in artikel 39bis, § 3" vervangen door de woorden "of de uitbreiding ervan bedoeld in artikel 88ter". Art. 13.In artikel 89ter, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten1 en gewijzigd bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten3, wordt het woord "politiedienst" vervangen door het woord "politiediensten". Art. 14.In de Franse tekst van artikel 90ter, § 6, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten6 en gewijzigd bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten3, wordt het woord "temporairement" ingevoegd tussen de woorden "d'une enquête pénale," en de woorden "intercepter, prendre connaissance et enregistrer". Art. 15.In het opschrift van hoofdstuk VIIbis van titel I van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen" ingevoegd tussen de woorden "van minderjarigen" en de woorden "die het". Art. 16.In artikel 91bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 1 februari 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten0, worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° de woorden "en elke kwetsbare meerderjarige," worden ingevoegd tussen de woorden "Elke minderjarige" en de woorden "die het slachtoffer";2° in de Franse tekst worden de woorden "victime ou témoin" remplacés par les mots "victimes ou témoins";3° in de Franse tekst worden de woorden "a le droit" vervangen door de woorden "ont le droit";4° in de Franse tekst worden de woorden "son choix" vervangen door de woorden "leur choix";5° de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" worden ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "of teneinde"; 6° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "kwetsbare meerderjarige" verstaan elke persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk is.". Art. 17.In artikel 92 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 30 november 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/1999
pub.
25/06/1999
numac
1999003332
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen
sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 10 april 2014 en 1 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen," ingevoegd tussen de woorden "Het verhoor van minderjarigen" en de woorden "die het slachtoffer";2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden "of van de kwetsbare meerderjarige";3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen" ingevoegd tussen de woorden "verhoor van minderjarigen" en de woorden "die het slachtoffer";4° de eerste zin van paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de woorden "of van de kwetsbare meerderjarige";5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en kwetsbare meerderjarigen" ingevoegd tussen de woorden "van minderjarigen" en de woorden "die slachtoffer";6° de eerste zin van paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "of van de kwetsbare meerderjarige". Art. 18.In artikel 93 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "en de kwetsbare meerderjarige" worden ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "wordt, afhankelijk";2° de woorden "een politieambtenaar die bij name door een van hen aangewezen wordt" worden vervangen door de woorden "een daartoe gebrevetteerde politieambtenaar". Art. 19.In artikel 94 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "en de kwetsbare meerderjarige" worden ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "vindt plaats";2° de woorden "en een psychiater- of psycholoog-deskundige" worden vervangen door de woorden "en een deskundige". Art. 20.In artikel 95 van hetzelfde Wetboek hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten en gewijzigd bij de
wet van 30 november 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/1999
pub.
25/06/1999
numac
1999003332
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen
sluiten0 die gewijzigd is bij de wet van 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "of aan de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "aan de minderjarige" en de woorden "de redenen";2° in het eerste lid worden in de eerste zin de woorden "dat de minderjarige" vervangen door de woorden "dat hij";3° in het tweede lid worden de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "te allen tijde". Art. 21.In artikel 96, tweede lid, tweede zin, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "van de minderjarige" en het woord "weergegeven". Art. 22.In artikel 97 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "cassettes" wordt telkens vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers";2° in de Franse tekst van het eerste lid wordt het woord "déposées" vervangen door het woord "déposés";3° In de Franse tekst van het tweede lid, worden de woorden "une des cassettes peut être mise" vervangen door de woorden "un des supports de données audiovisuels peut être mis". Art. 23.In artikel 98, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd tussen de woorden "de minderjarige" en de woorden "opnieuw te verhoren". Art. 24.In artikel 99 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "cassette mag" vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers mogen"; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende : "Andere personen die beroepshalve betrokken zijn bij de opvang, begeleiding en hulpverlening van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige, die het slachtoffer of getuige is van de in de artikelen 91bis en 92 bedoelde misdrijven, kunnen de audiovisuele opname bekijken, met toestemming van de procureur des Konings of de onderzoeksrechter en na instemming van de kwetsbare meerderjarige."; 3° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "cassette" vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers". Art. 25.In artikel 100 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "cassettes" vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers";2° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "of de kwetsbare meerderjarige";3° in het tweede lid wordt het woord "minderjarige" vervangen door de woorden "verhoorde persoon". Art. 26.In artikel 101 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "cassettes" wordt vervangen door de woorden "audiovisuele gegevensdragers";2° in de Franse tekst wordt het woord "détruites" telkens vervangen door het woord "détruits";3° In de Franse tekst worden de woorden "elles sont conservées" vervangen door de woorden "ils sont conservés". Art. 27.In boek I van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk VIIter/1 ingevoegd, luidende "De bescherming van bepaalde bedreigde personen die een openbaar ambt uitoefenen". Art. 28.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Definities van sommige in dit hoofdstuk voorkomende uitdrukkingen." Art. 29.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 111bis ingevoegd, luidende : "Art. 111bis.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° bedreigde persoon : een persoon die een ernstig gevaar loopt voor zijn fysieke of psychische integriteit als gevolg van de uitoefening van een openbaar ambt en die hetzij : a) belast is of was met de opsporing, de vaststelling, het onderzoek, de vervolging of de berechting van misdrijven of met de uitvoering van straffen;b) belast is of was met de bestuurlijke politie bedoeld in artikel 14 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt;c) een agent is of was als bedoeld in artikel 3, 2°, van de
wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.2° gezinsleden : de echtgenoot van de bedreigde persoon of de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, de inwonende bloedverwanten van de bedreigde persoon, van diens echtgenoot of van de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, hun inwonende adoptanten en adoptiekinderen en de inwonende bloedverwanten van hun adoptanten en adoptiekinderen; 3° andere bloedverwanten : de niet-inwonende bloedverwanten tot in de derde graad van de bedreigde persoon, van diens echtgenoot of van de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, hun niet-inwonende adoptanten en adoptiekinderen en de niet-inwonende bloedverwanten van hun adoptanten en adoptiekinderen tot in de tweede graad." Art. 30.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "De organen van de bescherming". Art. 31.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel 111ter ingevoegd, luidende : "Art. 111ter.§ 1. De Getuigenbeschermingscommissie bedoeld in artikel 103, § 1, is bevoegd voor het toekennen, wijzigen en intrekken van beschermingsmaatregelen en van financiële hulpmaatregelen. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt zij "de Beschermingscommissie" genoemd.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is de Beschermingscommissie samengesteld uit de federale procureur, die als voorzitter optreedt, een procureur des Konings aangewezen door de Raad van procureurs des Konings, de procureur-generaal aan wie de specifieke taak van internationale betrekkingen is toegewezen, de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie, de directeur van de centrale directie van de operaties inzake gerechtelijke politie van de federale politie, een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Justitie en een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. De twee laatstgenoemden hebben slechts een adviserende bevoegdheid en hebben geen stemrecht.
Wanneer de bedreigde persoon een agent is zoals bedoeld in artikel 3, 2°, van de
wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, nemen de diensthoofden van de twee diensten bedoeld in artikel 3, 8°, van dezelfde wet deel aan de beraadslagingen van de Beschermingscommissie, met stemrecht.
De voorzitter van de Beschermingscommissie heeft de mogelijkheid om andere personen, die een belang hebben bij de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, uit te nodigen.
Iedere persoon die, ook op occasionele basis, deelneemt aan de beraadslagingen van de Beschermingscommissie, dient te beschikken over een veiligheidsmachtiging van het niveau "ZEER GEHEIM" zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de
wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/06/2000
pub.
12/08/2000
numac
2000003434
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
sluiten9 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
De Beschermingscommissie komt samen na bijeenroeping door haar voorzitter. De leden van de Beschermingscommissie zijn in persoon aanwezig of laten zich vervangen overeenkomstig de regels die zij vastleggen in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 103, § 1, derde lid. § 2. De coördinatie van de bescherming wordt verzekerd door de Getuigenbeschermingsdienst bij de Algemene Directie Gerechtelijke Politie van de federale politie. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt zij "de Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren" genoemd. § 3. De tenuitvoerlegging van de bescherming van gedetineerde personen binnen de gevangenis wordt verzekerd door het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen.
In alle andere gevallen wordt de tenuitvoerlegging van de bescherming verzekerd door de Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren. § 4. De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken nemen, op voorstel van de Beschermingscommissie, de bijzondere maatregelen die strikt noodzakelijk zijn om de afscherming van de identiteit en de veiligheid van de in paragrafen 2 en 3, tweede lid, bedoelde politieambtenaren en de in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren bij de voorbereiding en de uitvoering van hun opdrachten te allen tijde te vrijwaren. Er is geen misdrijf wanneer feiten in dat verband worden gepleegd. § 5. De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken nemen de bijzondere organisatorische maatregelen, die noodzakelijk zijn om de in dit hoofdstuk vervatte bescherming van bedreigde personen mogelijk te maken.". Art. 32.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende "De toekenning van bescherming". Art. 33.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 32, wordt een artikel 111quater ingevoegd, luidende : "Art. 111quater.§ 1. De Beschermingscommissie kan, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, de bijzondere beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 2, tweede lid, slechts toekennen aan een bedreigde persoon wiens bescherming met andere maatregelen niet kan worden verzekerd en, in voorkomend geval, aan zijn gezinsleden en, voorzover zij gevaar lopen als gevolg van de uitoefening van zijn functie, aan zijn andere bloedverwanten.
Wanneer het gaat om een bedreigde persoon zoals bedoeld in artikel 111bis, 1°, a), kan de bescherming bedoeld in het eerste lid slechts toegekend worden wanneer die persoon belast is of was met de opsporing, de vaststelling, het onderzoek, de vervolging of de berechtingvan een misdrijf of met de uitvoering van de straf met betrekking tot een misdrijf zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 of 4, of van een misdrijf gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek.
Wanneer het gaat om een bedreigde persoon zoals bedoeld in artikel 111bis, 1°, b), kan de bescherming bedoeld in het eerste lid slechts toegekend worden wanneer die persoon belast is of was met een opdracht van bestuurlijke politie voor de categorieën van personen bedoeld in artikel 44/5, § 1, eerste lid, 2° en 3° van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt.
Wanneer het gaat om een bedreigde persoon zoals bedoeld in artikel 111bis, 1°, c), kan de bescherming bedoeld in het eerste lid slechts toegekend worden : 1° in het geval van een agent van de Veiligheid van de Staat, wanneer deze belast is of was met een inlichtingenopdracht in uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 7, 1° en 3° /1 van de
wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;2° in het geval van een agent van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, wanneer deze belast is of was met een inlichtingenopdracht in uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 11, § 1, 1° tot 3° en 5° van de
wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met uitzondering van elk ander fundamenteel belang van het land bedoeld in artikel 11, § 1, 1°, f) van dezelfde wet. De Beschermingscommissie kan aan een bedreigde persoon en, in voorkomend geval, aan zijn gezinsleden en, voorzover zij gevaar lopen als gevolg van de uitoefening van zijn functie, aan zijn andere bloedverwanten, slechts bijzondere beschermingsmaatregelen toekennen in andere gevallen dan degene bedoeld in het tweede, derde en vierde lid wanneer zij daartoe met eenparigheid van stemmen beslist.
In voorkomend geval kan de Beschermingscommissie gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 1, tweede lid toekennen aan de bedreigde persoon wanneer deze noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de bijzondere beschermingsmaatregelen.
Wanneer de Beschermingscommissie van oordeel is dat de gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 1, tweede lid, 7° of 13°, toegekend moeten worden, pleegt zij voorafgaand overleg met het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die de procedure in werking doet treden. § 2. De Beschermingscommissie kan, rekening houdend met de specifieke situatie van de betrokken persoon, financiële hulpmaatregelen toekennen aan de bedreigde persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend.
De financiële hulpmaatregelen zijn degene voorzien in artikel 104, § 3, tweede lid. § 3. De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft van rechtswege recht op psychologische begeleiding en op hulp bij het zoeken naar werk.
De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft recht op de vrijwaring van zijn sociale en administratieve rechten. De federale procureur kan hiertoe de medewerking vorderen van de ambtenaren en agenten van de openbare diensten en besturen. De Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren staat in voor de uitvoering van deze vordering.
Iedere persoon die weigert de in dit artikel bedoelde medewerking te verlenen wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro.
Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van deze maatregelen of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. § 4. De federale procureur kan tevens bij gemotiveerde beslissing toelating verlenen om de noodzakelijke, preventieve toezichtmaatregelen te nemen ter vrijwaring van de veiligheid en de fysieke, psychische en morele integriteit van de in het artikel 111bis bedoelde personen na toekenning van beschermingsmaatregelen zoals bedoeld in paragraaf 1. Van de mogelijkheid hiertoe wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde persoon.". Art. 34.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 111quinquies ingevoegd, luidende : "Art. 111quinquies.§ 1. De bevoegde hiërarchisch overste van de bedreigde persoon of het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, naar gelang van het geval, kan bij een met redenen omkleed verzoekschrift, waarbij een afschrift van het dossier is gevoegd, om de toekenning van beschermingsmaatregelen en van financiële hulpmaatregelen verzoeken.
Het verzoekschrift vermeldt : 1° de dag, de maand en het jaar;2° de naam en de functie van de persoon die het verzoekschrift indient;3° de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de personen voor wie de bedoelde maatregelen worden gevraagd of, in voorkomend geval, de code toegekend met toepassing van artikel 112quater, of de code toegekend door het diensthoofd bedoeld in artikel 3, 8°, van de
wet van 30 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;4° welke bijzondere beschermingsmaatregelen, en, in voorkomend geval welke financiële hulpmaatregelen dienen te worden toegekend;5° de gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in paragraaf 3, en de bijzondere redenen die deze wettigen. De bevoegde hiërarchisch overste van de bedreigde persoon of het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken zendt het verzoekschrift over aan de voorzitter van de Beschermingscommissie en neemt de nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid van het verzoekschrift te waarborgen.
Op schriftelijk en met redenen omkleed verzoek van de bedreigde persoon kan de bevoegde hiërarchisch overste van de bedreigde persoon of het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse zaken, in zijn verzoekschrift aanduiden aan welke andere personen dan degenen bedoeld in artikel 111bis beschermingsmaatregelen kunnen worden toegekend. Deze beschermingsmaatregelen kunnen door de Beschermingscommissie slechts worden toegekend voor zover deze personen daadwerkelijk gevaar lopen. § 2. Zodra de voorzitter van de Beschermingscommissie het verzoekschrift tot het toekennen van beschermingsmaatregelen en desgevallend van financiële hulpmaatregelen heeft ontvangen, verzoekt hij onverwijld de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie om een schriftelijk advies. § 3. Indien bij hoogdringendheid beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn, kan de voorzitter van de Beschermingscommissie na ruggespraak met de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie en in afwachting van diens advies, bij voorlopige beslissing gewone beschermingsmaatregelen toekennen. Wanneer de Beschermingscommissie van oordeel is dat de gewone beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 104, § 1, tweede lid, 7° of 13°, toegekend moeten worden, pleegt zij voorafgaand overleg met het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die de procedure in werking doet treden.
De voorlopige beslissing is met redenen omkleed. Zij houdt precieze opgave in van de beschermingsmaatregelen die worden toegekend.
Van de voorlopige beslissing wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde persoon. § 4. De directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie zendt, binnen een maand na ontvangst van het verzoek bepaald in paragraaf 2, een omstandig advies over het voldaan zijn van de wettelijke voorwaarden voor de gevraagde beschermingsmaatregelen in hoofde van de personen waarvoor bescherming wordt gevraagd en, nopens de persoonlijke geschiktheid van de betrokken personen voor de toekenning van de gevraagde bijzondere beschermingsmaatregelen, alsook nopens in voorkomend geval gevraagde financiële hulpmaatregelen.
Indien een persoon waarvoor bijzondere beschermingsmaatregelen worden gevraagd, schuldig is bevonden aan een feit dat een gevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, of indien de strafvordering wegens dergelijk feit ten aanzien van hem vervallen is ingevolge toepassing van artikel 216bis of 216ter, houdt het advies nopens de persoonlijke geschiktheid van de betrokkene voor de toekenning van bijzondere beschermingsmaatregelen in elk geval een evaluatie in van het gevaar dat de betrokkene zou kunnen vormen voor de omgeving waarnaar hij wordt gereloceerd. § 5. Van zodra de voorzitter van de Beschermingscommissie het advies van de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie heeft ontvangen, roept hij onverwijld de Beschermingscommissie samen om over het verzoek te beslissen. § 6. De Beschermingscommissie beslist bij meerderheid van stemmen, behalve in het geval bepaald in artikel 111quater, § 1, vijfde lid. § 7. De beslissing van de Beschermingscommissie is met redenen omkleed. Zij houdt precieze opgave in van de bijzondere beschermingsmaatregelen en de financiële hulpmaatregelen die in voorkomend geval worden toegekend.
Indien met toepassing van artikel 111quater, § 1, zesde lid, gewone beschermingsmaatregelen worden toegekend, worden deze eveneens opgenomen in de beslissing van de Beschermingscommissie. § 8. Wanneer de beslissing een wijziging van de identiteit betreft, wordt zij onverwijld meegedeeld aan de minister van Justitie. § 9. De beslissing van de Beschermingscommissie heft van rechtswege de door de voorzitter bij voorlopige beslissing toegekende beschermingsmaatregelen op. § 10. Tegen de beslissing van de Beschermingscommissie staat geen rechtsmiddel open.". Art. 35.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 111sexies ingevoegd, luidende : "Art. 111sexies.Indien de Beschermingscommissie de in artikel 104, § 2, tweede lid, 2°, bedoelde bijzondere beschermingsmaatregel voorstelt, is artikel 106 van toepassing." Art. 36.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 111septies ingevoegd, luidende : "Art. 111septies.De bedreigde persoon aan wie de beslissing tot het toekennen van beschermingsmaatregelen wordt overhandigd, ondertekent een schriftelijk memorandum, waarin hij zich ertoe verbindt om oprechte en volledige verklaringen af te leggen omtrent zijn situatie en de ernst van de dreiging waaraan hij onderhevig is en om gedragsregels met betrekking tot zijn veiligheid na te leven.
Hij verbindt zich er in het memorandum bovendien toe om oprechte en volledige verklaringen af te leggen over alle burgerrechtelijke verplichtingen die hetzij op hemzelf, hetzij op de samen met hem te beschermen gezinsleden of andere bloedverwanten rusten, en verzekert de integrale nakoming van deze verplichtingen.". Art. 37.In hoofdstuk VIIter/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Wijziging en intrekking van de bescherming.". Art. 38.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel 111octies ingevoegd, luidende : "Art. 111octies.De Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren toetst op verzoek van de hiërarchisch overste van de bedreigde persoon, het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse zaken, de directeur-generaal der Strafinrichtingen, de bedreigde persoon of ambtshalve, doch minimaal om de zes maanden, of er een grond is tot wijziging of intrekking van de toegekende beschermingsmaatregelen en, desgevallend, van de toegekende financiële hulpmaatregelen.
De toegekende beschermingsmaatregelen kunnen worden gewijzigd indien deze niet volstaan of indien minder verstrekkende maatregelen volstaan om de bescherming van de bedreigde persoon of de leden van zijn gezin of andere bloedverwanten te verzekeren, en in de gevallen waarin zij kunnen worden ingetrokken.
De aan een persoon toegekende beschermingsmaatregelen kunnen worden ingetrokken indien : 1° hij ervan verdacht wordt een wanbedrijf of misdaad te hebben gepleegd na toekenning van de beschermingsmaatregelen;2° hij na toekenning van beschermingsmaatregelen schuldig is bevonden aan een feit dat een gevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, of indien de strafvordering wegens dergelijk feit ten aanzien van hem vervallen is ingevolge toepassing van artikel 216bis of 216ter;3° hij enige handeling heeft gesteld die afbreuk doet aan de hem toegekende beschermingsmaatregelen;4° de bepalingen van het memorandum niet worden nageleefd. De aan een persoon toegekende beschermingsmaatregelen worden in elk geval ingetrokken wanneer deze geen gevaar meer loopt, voor zover het in gevaar zijn door de wet als een voorwaarde voor toekenning van de toegekende beschermingsmaatregelen wordt omschreven.
De aan de bedreigde persoon toegekende financiële hulpmaatregelen kunnen worden gewijzigd indien het bedrag ervan niet volstaat, dan wel een geringer bedrag volstaat om in het onderhoud van de bedreigde persoon en de samen met hem beschermde gezinsleden en andere bloedverwanten te voorzien, en in de gevallen waarin zij kunnen worden ingetrokken. De Beschermingscommissie houdt rekening met de specifieke situatie van de betrokken persoon.
De aan de bedreigde persoon toegekende financiële hulpmaatregelen kunnen worden ingetrokken : 1° indien de bedreigde persoon zelf in zijn onderhoud en dat van de samen met hem gereloceerde leden van zijn gezin en andere bloedverwanten kan voorzien of had kunnen voorzien, doch dit door eigen fout of nalatigheid heeft verhinderd;2° in geval van aanwending van voor specifieke doeleinden bestemde gedeelten van de maandelijkse uitkering of van een bijzondere financiële bijdrage, voor andere dan de door de Beschermingscommissie bepaalde doeleinden; 3° wanneer de bedreigde persoon overleden is, en de samen met hem gereloceerde gezinsleden en andere bloedverwanten zelf in hun onderhoud kunnen voorzien.". Art. 39.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 111novies ingevoegd, luidende : "Art. 111novies.§ 1. Indien de Dienst voor de bescherming van bedreigde ambtenaren van oordeel is dat een grond tot wijziging of intrekking, zoals bepaald in artikel 111octies, van de toegekende beschermingsmaatregelen of financiële hulpmaatregelen voorhanden is, zendt de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie binnen een maand een met redenen omkleed advies ter zake over aan de voorzitter van de Beschermingscommissie. § 2. Van zodra de voorzitter van de Beschermingscommissie het advies van de directeur-generaal Gerechtelijke Politie van de federale politie heeft ontvangen, roept hij onverwijld de Commissie samen om te beslissen. § 3. De Beschermingscommissie beslist bij meerderheid van stemmen, behalve in het geval voorzien in artikel 111quater, § 1, vijfde lid. § 4. De Beschermingscommissie beslist met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en van proportionaliteit over de wijziging of de intrekking van de toegekende beschermingsmaatregelen of de financiële hulpmaatregelen. § 5. De beslissing van de Beschermingscommissie is met redenen omkleed. Zij houdt precieze opgave in van de bijzondere beschermingsmaatregelen en de financiële hulpmaatregelen die desgevallend worden toegekend. In voorkomend geval wordt het memorandum bedoeld in artikel 111septies aangepast.
Indien met toepassing van artikel 111quater, § 1, zesde lid, gewone beschermingsmaatregelen worden toegekend, worden deze eveneens opgenomen in de beslissing van de Beschermingscommissie. § 6. Van de beslissing wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde persoon. § 7. Tegen de beslissing van de Beschermingscommissie staat geen rechtsmiddel open.". Art. 40.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 111decies ingevoegd, luidende : "Art. 111decies.§ 1. De beslissing tot intrekking van de aan de bedreigde persoon toegekende beschermingsmaatregelen leidt van rechtswege tot het verval van de aan zijn gezinsleden, andere bloedverwanten en de andere personen bedoeld in artikel 111quinquies, § 1, vierde lid, toegekende beschermingsmaatregelen. § 2. De beslissing tot intrekking van de aan de bedreigde persoon toegekende bijzondere beschermingsmaatregelen leidt van rechtswege tot het verval van het recht op psychologische begeleiding en op hulp bij het zoeken naar werk.". Art. 41.In artikel 190bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
03/02/2001
numac
2001009035
bron
ministerie van justitie
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit
type
wet
prom.
28/11/2000
pub.
17/03/2001
numac
2001009048
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden tussen de woorden "Wat de minderjarige" en de woorden "getuigen betreft", de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd;2° in het tweede lid, worden, tussen de woorden "van de minderjarige" en de woorden "noodzakelijk vindt" de woorden "of de kwetsbare meerderjarige" ingevoegd en de woorden "tenzij de minderjarige" vervangen …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.