← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handels

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt bestaande besluiten om de omgevingsvergunning uit te breiden met vergunningen voor kleinhandelsactiviteiten en vegetatiewijzigingen, en introduceert de provinciale omgevingsambtenaar. Het doel is om de vergunningsprocedures te vereenvoudigen en te integreren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
9 MAART 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving VERSLAG AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING 1 SITUERING 1.1. Inleiding 1.2. Uitbreiding met omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten 1.3. Uitbreiding met omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen 1.4. Provinciale omgevingsambtenaar 1.1. Inleiding Op 23 februari 2017 trad de regeling met betrekking tot de omgevingsvergunning in werking (1). Uiterlijk 1 januari 2018 traden alle gemeenten tot deze nieuwe regeling toe (2). Ondertussen werden een aantal wijzigingen en uitbreidingen doorgevoerd aan deze regeling, die echter nog verdere uitwerking behoeven (3). Voorliggend besluit heeft deze verdere uitwerking tot doel, samen met een aantal technische aanpassingen en verduidelijkingen. Gehanteerde afkortingen : o DABM : het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, Belgisch Staatsblad van 3 juni 1995 o decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten : het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, Belgisch Staatsblad van 10 januari 1998 o decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 : het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, Belgisch Staatsblad van 29 juli 2016 o decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 : het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, Belgisch Staatsblad van 20 december 2017 o Omgevingsvergunningenbesluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten8 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende de omgevingsvergunning, Belgisch Staatsblad van 23 februari 2016 o Omgevingsvergunningendecreet : het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende de omgevingsvergunning, Belgisch Staatsblad van 23 oktober 2014 o VCRO : de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening 1.2. Uitbreiding met omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten Het Omgevingsvergunningendecreet, van kracht sinds 23 februari 2017, is een procedureel kaderdecreet voor een geïntegreerde vergunningsprocedure waarin zowel de stedenbouwkundige als de milieuaspecten van een voorgenomen project beoordeeld worden volgens een geïntegreerde vergunningsprocedure. De vergunnings- en meldingsplicht op het vlak van stedenbouw en milieu blijven inhoudelijk geregeld in de VCRO en het DABM. Met het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 werd de procedure voor het bekomen van een socio-economische vergunning geïntegreerd in de omgevingsvergunningenprocedure. Hierdoor is er geen sprake meer van aparte vergunningsprocedures in het geval een handelsvestiging onder de verschillende wetgevingen valt. Het aanvragen en beoordelen van een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten verloopt dan ook via de procedures, opgenomen in het Omgevingsvergunningendecreet (4). Het Omgevingsvergunningenbesluit dient te worden aangepast om rekening te kunnen houden met de doorgevoerde integratie van de vergunning voor kleinhandelsactiviteiten in de omgevingsvergunning. 1.3. Uitbreiding met omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen Bij de opmaak van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 werd onderzocht of er, naast de socio-economisch vergunning/omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten, nog andere vergunningen waren die geïntegreerd konden worden in de omgevingsvergunning. Het resultaat hiervan was de integratie van de vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen (5). Vegetaties zijn natuurlijke en half-natuurlijke begroeiingen zoals vennen, heiden, moerassen, schorren, slikken, duinvegetaties, graslanden, loofbossen en houtachtige beplantingen. Kleine landschapselementen zijn lijn- of puntvormige elementen, met inbegrip van de bijhorende vegetaties, waarvan het uitzicht, de structuur of de aard al dan niet resultaat zijn van menselijk handelen en die deel uitmaken van de natuur. Voorbeelden zijn bermen, bomen, bronnen, dijken, graften, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen. De integratie van de vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen in de procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, waarbij het decretale kader werd geregeld bij decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, vereist echter aanpassingen aan het Omgevingsvergunningenbesluit, vooraleer deze integratie ook effectief in werking kan treden. 1.4. Provinciale omgevingsambtenaar Het Omgevingsvergunningendecreet voorziet de figuur van gewestelijke en gemeentelijke omgevingsambtenaar. Deze ambtenaren moeten gezamenlijk voldoende kennis van zowel de ruimtelijke ordening als het milieu in zich verenigen. De figuur van de provinciale omgevingsambtenaar werd hieraan toegevoegd door het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8. Ook deze ambtenaren zullen over een bepaalde graad van expertise moeten beschikken. Daarnaast kunnen een aantal taken, die initieel in het Omgevingsvergunningenbesluit toegewezen waren aan een door de deputatie gemachtigde persoon nu toegewezen worden aan deze provinciale omgevingsambtenaar. 2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1.- Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne Artikel 1.(artikel 1.2.2.3 VLAREM II) Artikel 1.2.2.3 van VLAREM II dat de mogelijkheid van het college van burgemeester en schepenen regelt om in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, bijzondere milieuvoorwaarden vast te stellen moet worden aangepast aan de omgevingsvergunningsreglementering. De inhoudelijke bepaling wordt bovendien verplaatst naar een nieuw in te voegen hoofdstuk 3 van titel 6 Melding van het Omgevingsvergunningenbesluit. Dit betekent dat niet alleen het college maar ook de deputatie of de Vlaamse Regering bevoegd is om bijzondere milieuvoorwaarden in de meldingsakten waarvoor deze overheden bevoegd zijn op te nemen. Het artikel wordt in die zin aangepast. Daarnaast wordt de terminologie van de omgevingsvergunning doorgevoerd. Artikel 2.(bijlage 1 Vlarem II) De wijzigingen van dit artikel kunnen als volgt worden toegelicht : Punt 1°. Dit betreft een rechtzetting van een terminologische aanpassing die verkeerdelijk werd uitgevoerd met de wijziging door artikel 51, 20°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011109 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de organisatie en werking van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten1. Punt 2° t.e.m. 4°. Dit betreft een rechtzetting van een terminologische aanpassing die verkeerdelijk werd uitgevoerd met de wijziging door artikel 51, 23°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011109 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de organisatie en werking van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten1. Punt 5°. Door de inwerkingtreding van de Omgevingsvergunningsregelgeving werd bijlage 6 hernummerd tot bijlage 5, dit wordt hierbij aangepast. Punt 6°. Dit betreft een rechtzetting van een terminologische aanpassing die reeds werd doorgevoerd in rubriek 19.6 maar nog niet in rubriek 19.8. In de indelingsrubriek 19.6 werden de keuzemogelijkheden in afzonderlijke indelingsrubrieken geformuleerd en werd er voor m3 als eenheid gekozen i.p.v. ton. Deze eenheid is gemakkelijker in te schatten en zwaar hout (bijvoorbeeld balken) zijn minder brandbaar dan lichtere fracties (houtschilfers, paletten met veel lucht). Dit diende ook voor rubriek 19.8. Punt 7°. Dit betreft de rechtzetting van een verkeerde wijziging door artikel 51, 37°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011109 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de organisatie en werking van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten1. De aanhef werd opgeheven en wordt nu terug ingevoegd. Punt 8°. Dit betreft de rechtzetting van een verkeerde wijziging door artikel 51, 32°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011109 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de organisatie en werking van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten1. Bij de vorige wijziging werden een aantal kolommen uit de rubriek opgeheven, dit wordt nu rechtgezet. Punt 9°. Dit betreft de rechtzetting van een spellingsfout. Artikel 3.(bijlage 4.4.2 Vlarem) Dit artikel wijzigt bijlage 4.4.2 bij titel II van het VLAREM. Het betreft louter het rechtzetten van een lapsus. HOOFDSTUK 2. - Besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu Artikel 4.(art. 9 BVR 23 juli 1998 - vrijstellingen vergunning vegetatiewijzigingen) Punt 2° van artikel 9 van het besluit van 23 juli 1998 regelt dat als je de vegetatiewijziging vermeldde in je aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, je geen aparte vergunning meer nodig had voor de vegetatiewijziging. Gelet op de integratie van de vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen in de procedure van de omgevingsvergunning, kan dit punt 2° opgeheven worden. Artikel 5.(art. 10 BVR 23 juli 1998 - afwijking) Paragraaf 2 van artikel 10 van het besluit van 23 juli 1998 regelt de afwijkingsprocedure op het verbod op het wijzigen van bepaalde vegetaties of kleine landschapselementen en hun vegetaties. Het doet dit door te verwijzen naar een aantal andere artikelen van het besluit. Deze artikelen worden echter elders in dit wijzigingsbesluit opgeheven. Het is dan ook nodig de verwijzingen te vervangen door een eigen regeling. Artikel 6.(hoofdstuk 4, afdeling 3 BVR 23 juli 1998 - opschrift) Artikel 7.(hoofdstuk 4, afdeling 3, onderafdeling 1 BVR 23 juli 1998 - opschrift) Aangezien de vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen de procedure van de omgevingsvergunning zal volgen, worden de procedurele bepalingen in het besluit van 23 juli 1998 opgeheven. De procedurele bepalingen zijn immers vervat in het Omgevingsvergunningendecreet en -besluit. Bijgevolg wordt het opschrift van afdeling 3 gewijzigd en het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven. Artikel 8.(art. 11 BVR 23 juli 1998 - bevoegde overheid) Door de integratie van de vergunning voor vegetatiewijzigingen in de procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zal de bevoegde overheid deze overheid zijn die bepaald wordt door het Omgevingsvergunningendecreet en -besluit. Betrokken artikel 11 dient dan ook opgeheven te worden. Artikel 9.(art. 12 BVR 23 juli 1998 - indiening & dossiersamenstelling) Artikel 12 van betrokken besluit regelt de wijze van indiening en de samenstelling van het aanvraagdossier voor een vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen en hun vegetaties. In het kader van de procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zijn deze aspecten geregeld in het Omgevingsvergunningenbesluit en de bijlagen/formulieren hierbij. Artikel 10.(art. 13 BVR 23 juli 1998 - ontvankelijk-en volledigheidsonderzoek) Het verloop van het ontvankelijk- en volledigheidsonderzoek inzake een aangevraagde vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen wordt vastgelegd in artikel 13 van het besluit van 23 juli 1998. Wat betreft de omgevingsvergunning is deze procedurestap opgenomen in artikel 65 en 66 (gewone procedure), artikel 80 en 81 (vereenvoudigde procedure), artikel 73 en 74 (gewone procedure in beroep) en artikel 86 t.e.m. 88 (vereenvoudigde procedure in beroep). Gelet op de integratie van de vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen en hun vegetaties in de omgevingsvergunning, moet dit artikel 13 opgeheven worden. Artikel 11.(art. 14 BVR 23 juli 1998 - beslissing m.b.t. het wijzigen van vegetatie) Paragraaf 1 van artikel 14 van het besluit van 23 juli 1998 handelt over de instanties die advies verlenen. Het Omgevingsvergunningenbesluit wordt aangepast in die zin dat het besluit de adviesinstanties bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetaties zal bevatten. De regeling inzake omgevingsvergunningen bepaalt reeds de termijn waarbinnen advies moet worden uitgebracht, alsook het gevolg in geval van geen (tijdig) advies. Paragraaf 2 van betrokken artikel 14 bepaalt dat elke vergunningsaanvraag inzake het wijzigingen van de waterhuishouding onderworpen wordt aan een openbaar onderzoek. De nadere regels van dit openbaar onderzoek zijn eveneens in deze paragraaf terug te vinden. De integratie van deze vergunningsprocedure (met het openbaar onderzoek) in de procedure voor omgevingsvergunning brengt echter een serieuze verlenging van de beslissingstermijn met zich mee. Immers, de aanvragen zouden de gewone procedure dienen te volgen, met de bijhorende beslissingstermijnen. Bovendien zou dit soort aanvragen de enige type van aanvragen van een vergunning voor het wijzigen van de vegetatie zijn, die onderworpen zou worden aan een openbaar onderzoek. Om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de huidige beslissingstermijnen wordt ervoor geopteerd om niet langer in een openbaar onderzoek te voorzien (m.a.w. alle projecten die uitsluitend betrekking hebben op vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie vallen onder het toepassingsgebied van de vereenvoudigde procedure). Artikel 12.(art. 15 BVR 23 juli 1998 - beslissing m.b.t. het wijzigen van vegetatie) Punt 1°. betreft de opheffing van de bepaling waarin de beslissingstermijn vastgelegd wordt. Inzake de omgevingsvergunning worden de termijnen waarbinnen de bevoegde overheid een beslissing moet nemen over een vergunningsaanvraag decretaal bepaald. Gelet op de integratie moet ook hier afstemming gebeuren, en wordt deze paragraaf van artikel 15 van het besluit van 23 juli 1998 dus opgeheven. Punt 2°. bevat een wijziging van paragraaf 2 van het besluit van 23 juli 1998. Deze paragraaf bevat enerzijds de `procedurele' elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij het nemen van een beslissing. Deze elementen zijn eveneens voorzien bij de inhoud van de beslissing in de procedure betreffende de omgevingsvergunning. Hier moet aldus niet meer naar verwezen worden. De beoordelingsgronden daarentegen zijn geen procedurele maar inhoudelijke bepalingen. Deze blijven dan ook behouden. Punt 3°. Paragraaf 3 van artikel 15 van het besluit van 23 juli 1998 geeft enerzijds aan dat een beslissing over een aanvraag tot het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen en hun vegetaties kan worden verleend, voorwaardelijk verleend of geweigerd. De voorwaarden kunnen betrekking hebben op onder meer de aard, de omvang of de hoeveelheid van de voorziene activiteit, evenals eventueel op compensatiemaatregelen voor natuurherstel of -ontwikkeling. De voorwaarden kunnen betrekking hebben op o.m. de aard, de omvang of de hoeveelheid van de voorziene activiteit, evenals eventueel op compensatiemaatregelen voor natuurherstel of -ontwikkeling. Deze mogelijkheden zijn dezelfde als deze bij de omgevingsvergunning. Ook daar is het zo dat de bevoegde overheid een vergunning kan verlenen of weigeren of voorwaarden kan verbinden aan de uitvoering van het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan. Anderzijds bepaalt paragraaf 3 van artikel 15 wanneer de aanvrager de activiteiten mag aanvangen. Dergelijke bepaling is ook opgenomen in artikel 35 en 49 Omgevingsvergunningendecreet zodat ook deze bepaling kan worden opgeheven. Paragraaf 4 van artikel 15 van het besluit van 23 juli 1998 is de tegenhanger van de bepalingen inzake de stilzwijgende weigering (artikel 32, § 4, en artikel 46, § 2, Omgevingsvergunningenbesluit). Artikel 13.(art. 16 BVR 23 juli 1998 - kennisgeving beslissing) Thans wordt de beslissing over een aanvraag voor een vergunningsplichtige vegetatiewijziging of een wijziging van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan ter kennis gebracht van : 1)de aanvrager, 2) de gouverneur van de betrokken provincie, in geval van een beslissing door het college van burgemeester en schepenen;3) de burgemeester van de betrokken gemeente, in geval van een beslissing door de deputatie;4) de provinciale dienst van het agentschap. In het Omgevingsvergunningenbesluit is de individuele kennisgeving eveneens voorzien. Zo stelt het bevoegde bestuur de beslissing o.a. ter beschikking van : 1) de vergunningsaanvrager (art.62, eerste lid, per beveiligde zending) 2) het college van burgemeester en schepenen (art.62, tweede lid, met een digitale zending) 3) de adviesinstanties : bij het wijzigen van de vegetatie of kleine landschapselementen zal dit het Agentschap voor Natuur en Bos zijn (art.62, tweede lid, met een digitale zending) De terbeschikkingstelling van de beslissing aan de gouverneur wordt niet behouden. De provincie kan immers elke beslissing consulteren via het Uitwisselingsplatform. Het Omgevingsvergunningenbesluit bevat in artikel 59 de regeling rond de aanplakking van de affiche. De aanplakking gebeurt op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, niet langer op de plaatsen voorbehouden voor de officiële berichten. Wel zal er een publicatie gebeuren op de website van de gemeente op een voor bekendmakingen geëigende en opvallende plaats. De bepaling dat een afschrift van de beslissing bezorgd wordt aan elke belanghebbende die hierom vraagt, wordt eveneens opgeheven. Gelet op de integratie in de procedure van de omgevingsvergunning en de gelijkaardige regeling, wordt artikel 16 in zijn geheel opgeheven. Artikel 14.(hoofdstuk 4, afdeling 3, onderafdeling 2 BVR 23 juli 1998 - opschrift) Aangezien de vergunning voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen de procedure van de omgevingsvergunning zal volgen, worden de procedurele bepalingen in het besluit van 23 juli 1998 opgeheven. Deze zijn immers vervat in het Omgevingsvergunningendecreet en -besluit. Bijgevolg wordt het opschrift van afdeling 3, onderafdeling 2 opgeheven. Artikel 15.(art. 17 BVR 23 juli 1998 - beslissing mbt het wijzigen van de vegetatie) Artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 bepaalt : - wie er in beroep kan gaan (paragraaf 1) - waar in beroep moet worden ingediend (paragraaf 2) - hoe het beroep moet worden ingediend (paragraaf 3) - gevolgen van het instellen van beroep (paragraaf 4) De mogelijke beroepsindieners komen overeen met de personen die conform de procedure inzake omgevingsvergunning beroep kunnen indienen. Ook de overheid, bevoegd voor het behandelen van het beroep, komt overeen (art. 53 resp. art. 52 Omgevingsvergunningendecreet) Wel wordt er in het Omgevingsvergunningenbesluit verduidelijkt op welk adres het beroep moet worden ingediend. Ook de termijn om beroep in te dienen is in aangaande beslissingen bij het wijzigen van de vegetatie of kleine landschapselementen dezelfde onder de huidige regeling als onder de geïntegreerde omgevingsvergunningsregeling, met name 30 dagen. Wat betreft de gevolgen van het beroep wordt er op gewezen dat onder de regeling, opgenomen in het besluit van 23 juli 1998, de beslissing waartegen beroep wordt ingediend, geschorst wordt mits het beroep ingesteld wordt door het Agentschap voor Natuur en Bos. In de procedure betreffende de omgevingsvergunning daarentegen geldt dat het beroep de uitvoering van de bestreden beslissing schorst tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg, ongeacht wie het beroep instelt. Gelet op een maximale integratie wordt voorgesteld om ook bij de vergunning voor het wijzigen van de vegetatie het administratief beroep zijn schorsende werking te laten behouden. Evenals het besluit van 23 juli 1998 voorziet het Omgevingsvergunningenbesluit in een kennisgeving van het ingestelde beroep aan welbepaalde personen (zie art. 56 Omgevingsvergunningendecreet en art. 75 Omgevingsvergunningenbesluit). Gelet op de integratie in de procedure van de omgevingsvergunning en de gelijkaardige regeling, wordt artikel 17 van het besluit van 23 juli 1998 opgeheven. in het Omgevingsvergunningenbesluit wordt een verduidelijking aangebracht wat betreft de plaats van indienen van beroep. Artikel 16.(art. 18 BVR 23 juli 1998 - beroepsprocedure) Dit artikel regelt de beroepsprocedure wat betreft - het ontvankelijk- en volledigheidsonderzoek en de eventuele beëindiging van de procedure, - het overmaken van het ontvankelijk beroepsschrift aan de overheid die de bestreden beslissing genomen heeft en het agentschap voor Natuur en Bos, - het overmaken van het dossier door de overheid die de bestreden beslissing genomen heeft, - de advisering in beroep, - de mogelijkheid voor aanvrager om zijn standpunt mee te delen. Deze verschillende aspecten worden eveneens geregeld in de procedure inzake beroepen tegen beslissingen inzake omgevingsvergunningsaanvragen : - Het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek. De termijn in de procedure omgevingsvergunningen is niet 14 maar wel 30 dagen. De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. Vanzelfsprekend wordt de beroepsindiener in kennis gesteld van het resultaat van dit onderzoek. - Het overmaken van het beroepsschrift Enerzijds moet de beroepsindiener een afschrift van het beroepschrift aan een aantal instanties bezorgen, anderzijds is het zo dat het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek ter kennis gebracht wordt van diezelfde instanties. - Het overmaken van het dossier Daar een aanvraag voor een omgevingsvergunning digitaal behandeld wordt, met gebruikmaking van het uitwisselingsplatform, is het niet nodig dat de overheid in eerste aanleg het dossier overmaakt, gezien dit reeds beschikbaar is. Wel kan het bevoegde bestuur in beroep bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier. - Voorliggend besluit regelt de adviesinstanties bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie. Hieronder vallen ook de adviesinstanties in beroep (m.i.v. adviestermijn en gevolg bij uitblijven van een advies) - Door de integratie krijgt een vergunningsaanvrager niet alleen de mogelijkheid om zijn standpunt schriftelijk in te dienen, maar kan zowel de vergunningsaanvrager als de beroepsindiener vragen om gehoord te worden (door de omgevingsvergunnings-commissie dan wel door de bevoegde overheid, de door haar gemachtigde ambtenaar of de gewestelijke omgevingsambtenaar) Gelet op de integratie in de procedure van de omgevingsvergunning en de gelijkaardige regeling, wordt artikel 18 van het besluit van 23 juli 1998 opgeheven. Het is niet nodig om wijzigingen aan te brengen in het Omgevingsvergunningenbesluit. Artikel 17.(art. 19 BVR 23 juli 1998 - beroepsprocedure) De beslissingstermijn in beroep, de inhoud van de beslissing, het gevolg van geen/geen tijdige beslissing en de bekendmaking van de beslissing vormt het voorwerp van artikel 19 van het besluit van 23 juli 1998. Deze aspecten hebben een spiegelbepaling in het Omgevingsvergunningendecreet en -besluit. Tevens wordt verwezen naar de bespreking van artikel 11 en 12 waarmee artikel 15 en 16 van het besluit van 23 juli 1998 worden opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten0 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie Artikel 18.(art. 29 Organisatiebesluit van 3 juni 2005 - VREG) Sinds 9 februari 2017, datum van inwerkingtreding van het decreet van 25 november 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de oprichting en de organisatie van de regulator betreft, is de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid onder toezicht van het Vlaams Parlement. Deze dienst is dan ook niet langer een agentschap met rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Omgeving. HOOFDSTUK 4. - Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten1 houdende bepaling van de nadere regels voor de opmaak, de actualisering en de financiering van het register van de onbebouwde percelen Artikel 19.(art. 17 Besluit van 10 juli 2008 m.b.t. onbebouwde percelen) Door de invoering van de figuur van de provinciale omgevingsambtenaar door het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 en het verdwijnen van de figuur van provinciale stedenbouwkundige ambtenaren (sinds inwerkingtreding van het Omgevingsvergunningendecreet) moet de verwijzing naar de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar vervangen worden door een verwijzing naar de provinciale omgevingsambtenaar. HOOFDSTUK 5. - Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten5 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges Artikel 20.(art. 23 DBRC-besluit - Vergoeding voor afschriften of uittreksels) Artikel 23 van vermeld besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten5 gaat over de vergoeding voor afschriften of uittreksels. Thans zijn de gewestelijke omgevingsambtenaar, de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving, of bij diens afwezigheid, de gemachtigde van die leidend ambtenaar vrijgesteld van de betaling van de vergoedingen als ze een afschrift of een uittreksel van een uitspraak vragen. Gezien de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving altijd de functie van gewestelijke omgevingsambtenaar vervult, is het niet nodig om deze afzonderlijk te vermelden. Daarnaast zijn ook door de gewestelijke omgevingsambtenaren gemachtigde personen - in afwezigheid van deze omgevingsambtenaren - vrijgesteld van betaling. HOOFDSTUK 6. - Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten6 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende de omgevingsvergunning Artikel 21.(bijlage 1 BVR 13 februari 2015 - Vlaamse projecten) De projecten waarvoor de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar bevoegd is om te beslissen, worden opgesomd in bijlage 1 van hogervermeld besluit. In het besluit komt een aantal keer de term "gebouwencomplex" voor. Wat beschouwd wordt als gebouwencomplex is zeker bij grotere projecten met gebouwen met meerdere functies soms onduidelijk. Dit heeft reeds aanleiding gegeven tot discussies over wie de bevoegde overheid is. In artikel 15 van het decreet wordt gedefinieerd wat onder project dient te worden begrepen. Met de codextrein wordt § 3 van artikel 15 als volgt vervangen : " § 3. Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 wordt als project beschouwd het geheel dat een bouwtechnisch en functioneel geheel vormt en waarbij in voorkomend geval de exploitatie een samenhangend technisch geheel vormt. Een bedrijfswoning vormt samen met de bijhorende bedrijfsgebouwen één project."; In deze definitie van "project" kan inspiratie gezocht worden voor het beantwoorden van de vraag wat onder gebouwencomplex dient te worden begrepen. Gebouwen van een gebouwencomplex vormen doorgaans geen bouwtechnische eenheid; het zijn immers aparte gebouwen. De twee overige voorwaarden dienen wel vervuld te zijn. De gebouwen dienen een functioneel geheel te vormen. Zo zijn het onthaalgebouw van een ziekenhuis en de gebouwen van het ziekenhuis zelf functioneel met elkaar verbonden. Ook is er een functioneel verband tussen de verschillende gebouwen van een bedrijvencentrum of winkelcentrum. Als een vergunning voor de exploitatie nodig is, dienen de gebouwen ook bij één ingedeelde inrichting of activiteit te horen en dus in één milieuvergunning opgenomen te zijn of in één omgevingsvergunning voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten opgenomen te worden. Punt 1°. Gelet op de uitbreiding van de omgevingsvergunning met de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten en de omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen, wordt voorzien dat onder aanvragen (in het kader van de Vlaamse projecten) ook de aanvragen voor deze twee soorten omgevingsvergunning verstaan wordt. Punten 2°, 3° en 4°. Er kan discussie bestaan of aanvragen voor bruggen over en tunnels onder autosnelwegen, spoorwegen, waterlopen e.d. tot de bevoegdheid horen van de overheid die bevoegd is voor aanvragen voor autosnelwegen, spoorwegen, waterlopen ed. dan wel of dat deze projecten als op zich staande projecten moeten worden beschouwd. Ter verduidelijking wordt voorzien dat aanvragen voor bruggen en tunnels de bevoegdheidsregels volgen van de weg waarover/waaronder zij voorzien zijn. Aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterwegen en waterlopen voorzien, vallen niet onder de bevoegdheid van de Vlaamse Regering. Punt 5°. Met "waterzuivering" werd eigenlijk "waterzuiveringsinstallaties" bedoeld. Dit wordt thans verduidelijkt. Punt 6°. Huidig punt 17° van de lijst van Vlaamse projecten gaat over aanvragen met betrekking tot infrastructuur voor het vervoer via pijpleiding van vloeibare stoffen en gassen naar het openbare distributienet, met uitzondering van leidingen voor hemelwater, oppervlaktewater, afvalwater en water. Voor aardgas bestaat er een openbaar distributienet maar voor andere pijpleidingen voor vloeistoffen (zoals petroleum) en industriële gassen (zoals zuurstof) is dit niet het geval. Dit maakt dat een letterlijke toepassing van deze regeling zou maken dat een pijpleidingproject voor gassen, niet zijnde aardgas, onder drie verschillende regelingen kan vallen : 1. het is een Vlaams project als het project de provinciegrens overschrijdt;2. het is een provinciaal project als het geen provinciegrens maar wel een gemeentegrens overschrijdt;3. het is een gemeentelijk project als het geen gemeentegrens overschrijdt. Het verslag aan de Vlaamse Regering bij het Omgevingsvergunningenbesluit maakt duidelijk dat het de bedoeling was om alle vervoerleidingen als Vlaams project te beschouwen. Dit sluit ook aan bij artikel 2, 5°, van het vroegere besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit artikel bepaalde de handelingen van algemeen belang die de bijzondere procedure van de VCRO volgden. Men zou kunnen argumenteren dat, aangezien een openbaar distributienet voor gassen, niet zijnde aardgas, niet bestaat, de voorwaarde van vervoer naar het openbare distributienet niet toepasselijk zijn. Gezien een dergelijke werkwijze een risico inhoudt, wordt betrokken punt 17° van de lijst van Vlaamse projecten aangepast om de initiële bedoeling te verduidelijken. Punt 7°. Het feit dat aanvragen op het grondgebied van twee of meer provincies op Vlaams niveau beoordeeld worden, is thans geregeld in artikel 15, § 6, Omgevingsvergunningendecreet. (opheffing van punt 22° ) Artikel 22.(bijlage 2 BVR 13 februari 2015 - provinciale projecten) Punt 1°. Gelet op de uitbreiding van de omgevingsvergunning met de vergunning voor kleinhandelsactiviteiten en voor vegetatiewijzigingen, wordt voorzien dat onder aanvragen (in het kader van de provinciale projecten) ook de aanvragen voor deze twee soorten omgevingsvergunning verstaan wordt. Punt 2°. Ook bij de lijst van provinciale projecten kan er discussie bestaan of aanvragen voor bruggen over en tunnels onder waterwegen en waterlopen tot de bevoegdheid horen van de overheid die bevoegd is voor aanvragen voor waterwegen en waterlopen dan wel of dit project als een project op zich moeten worden beschouwd. Ter verduidelijking wordt voorzien dat aanvragen voor bruggen en tunnels ook de bevoegdheidsregels volgen van de weg waarover/waaronder zij voorzien zijn. Zoals ook geldt voor de Vlaamse projecten, wordt ook hier voorzien dat aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterwegen en waterlopen niet onder het toepassingsgebied van dit provinciaal project vallen. Punt 3°. Huidig punt 5° van de lijst van provinciale projecten betreft aanvragen met betrekking tot gebouwen of gebouwencomplexen met een totale nuttige vloeroppervlakte van het deel met de functie handel van minstens 15.000 m², gelegen buiten de 13 centrumsteden. Het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 voerde in het Omgevingsvergunningendecreet een verwijzing in naar de verplichting, opgenomen in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, meer bepaald de verplichting tot kennisgeving en overleg bij de toekenning van een vergunning voor een handelsvestiging met een netto-handelsoppervlakte van meer dan 20.000 m² gelegen op een afstand van minder dan twintig kilometer van een ander gewest of van verschillende andere gewesten. Voorliggende wijziging strekt tot aansluiting bij deze oppervlaktemaat van 20.000 m². In de 13 centrumsteden blijft doorgaans de gemeente bevoegd. Punt 4°. Het feit dat aanvragen op het grondgebied van twee of meer gemeenten op provinciaal niveau beoordeeld worden, is thans geregeld in artikel 15, § 5, Omgevingsvergunningendecreet. (opheffing van punt 7° ) HOOFDSTUK 7.- Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011107 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier type koninklijk besluit prom. 22/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005011108 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijze van voordracht en aanstelling van de leden van het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie sluiten8 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende de omgevingsvergunning Artikel 23.(art. 2 OVB - definities) Ten eerste wordt de definitie van project geschrapt. Artikel 2, 8°, van het Omgevingsvergunningendecreet bevat immers reeds een definitie van `project'. Daarnaast wordt bepaald dat ook de definities, opgenomen in artikel 2 van het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 en artikel 2 van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten van toepassing zijn, voor zover het Omgevingsvergunningenbesluit geen andere definitie bevat. Dit is het gevolg van de uitbreiding van de omgevingsvergunning met de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten en voor vegetatiewijzigingen Artikel 24.(art. 8 OVB - projectvergadering) Gelet op de uitbreiding van de omgevingsvergunning met de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten en voor vegetatiewijzigingen worden ook de adviesinstanties aangepast (zie invoeging van artikel 38/1 en 38/3 in het Omgevingsvergunningenbesluit). Bijgevolg moeten ook de instanties die kunnen deelnemen aan de projectvergadering aangevuld worden met deze adviesinstanties. Artikel 25.(art. 10 OVB - bevoegdheid GOA in beroep) Artikel 10 van het Omgevingsvergunningenbesluit bevat de projecten waarvoor de gewestelijke omgevingsambtenaar bevoegd is om een beslissing te nemen. Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 is de gewestelijke omgevingsambtenaar ook bevoegd om beslissingen te nemen in beroep, in de door de Vlaamse Regering bepaalde gevallen. Voorliggend ontwerp geeft uitvoering aan deze delegatie en stelt dat de gewestelijke omgevingsambtenaar bevoegd om te beslissen over beroepen tegen beslissingen van de deputatie waarop de vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing was. Artikel 26.(art. 11 OVB - toepassingsgebied vereenvoudigde procedure) Vandaag de dag wordt er geen openbaar onderzoek georganiseerd in het kader van een aanvraag voor het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen. Gezien het niet de bedoeling is om de procedure van deze vergunning te verzwaren, wordt bepaald dat aanvragen die uitsluitend betrekking hebben op vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie de vereenvoudigde procedure volgen. Ook aanvragen met betrekking tot kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van maximaal 20.000 vierkante meter zullen de vereenvoudigde procedure volgen. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter zijn daarentegen dermate maatschappelijk relevant, dat een openbaar onderzoek toch aangewezen is. Bovendien geldt voor deze aanvragen dat in geval de vestiging gelegen is op minder dan 20 kilometer van een ander gewest, de verplichting, opgenomen in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen nageleefd moet worden. Is een project aan meerdere vergunningsplichten (ruimtelijke ordening, milieu, kleinhandel of vegetatiewijziging) onderworpen, wordt - zoals thans reeds het geval is - verwezen naar artikel 14 van het Omgevingsvergunningenbesluit. Artikel 27.(art. 13 OVB - toepassingsgebied vereenvoudigde procedure) Het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 wijzigde onder meer artikel 4.3.1 VCRO. Amendementen 26 en 27 bij dit decreet voegden artikel 4.4.9/1 in de VCRO in. Deze twee, hierna besproken, wijzigingen van de VCRO nopen tot een aanpassing van artikel 13 van het Omgevingsvergunningenbesluit, wat betreft de toepasselijke procedure. a) Artikel 4.3.1, § 1, VCRO werd zodanig aangepast dat verkavelingsvoorschriften ouder dan vijftien jaar, op het ogenblik van indiening van de vergunningsaanvraag, niet langer een weigeringsgrond vormen. Dit betekent niet dat de verkavelingsvoorschriften van verkavelingen, ouder dan 15 jaar verdwijnen. Ze bestaan nog steeds en wie zich eraan houdt, heeft meer zekerheid over de uitkomst van de vergunningsaanvraag dan wie dit niet doet. Wanneer men de voorschriften van een verkaveling niet wenst te volgen, geldt de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening zoals bij elke andere aanvraag binnen woongebied. Of er al dan niet een openbaar onderzoek nodig is hangt af van artikel 13 van het BVR Omgevingsvergunning. In veel gevallen zal geen openbaar onderzoek nodig zijn, ook al is het aangevraagde niet conform met de verkavelingsvergunning. In punt 8) van artikel 13 wordt nu ingeschreven dat de vereenvoudigde procedure niet van toepassing is wanneer men de voorschriften van een verkaveling niet naleeft. Op die manier wordt aangesloten bij de regeling in punt 9) van artikel 13, eerste lid, 1°, b), dat een gelijkaardige regeling bevat voor andere afwijkingsbepalingen van de VCRO. Wel wordt voorzien dat de wijziging slechts van toepassing is op vergunningsaanvragen, ingediend vanaf de inwerkingtreding van voorliggend artikel. Hiermee wordt vermeden dat aanvragen die geïnitieerd zouden zijn binnen de vereenvoudigde procedure, plots de gewone procedure zouden moeten volgen. b) Het nieuwe artikel 4.4.9/1 VCRO laat toe dat het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het verlenen van een omgevingsvergunning in bepaalde gevallen mag afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. De gewestplanvoorschriften waarop deze nieuwe regeling van toepassing is, zijn limitatief opgesomd (o.a. industriegebied, dienstverleningsgebied, woongebied). De afwijkingsbepaling geldt niet voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoed. Artikel 4.4.9/1, laatste lid, VCRO stelt dat voor dergelijke aanvraag tot afwijking een openbaar onderzoek noodzakelijk is. Dit artikel 4.4.9/1 VCRO wordt daarom toegevoegd aan de opsomming in artikel 13, eerste lid, 1°, b), punt 9). Een overgangsregeling is hier niet nodig, gezien de VCRO reeds bepaalt dat deze aanvragen aan een openbaar onderzoek worden onderworpen. Een wijzigingsprocedure kan zich dus niet voordoen. Artikel 28.(art. 14 OVB - toepassingsgebied vereenvoudigde procedure) Artikel 14 van het Omgevingsvergunningenbesluit bepaalt wanneer de vereenvoudigde procedure van toepassing is als een project onderworpen is aan meerdere vergunningsplichten. In dat geval zal voor elk aspect van de aanvraag de vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing moeten zijn. Is zowel de vereenvoudigde als de gewone procedure van toepassing, zal de aanvraag de gewone vergunningsprocedure volgen. Artikel 29.(art. 15 OVB - dossiersamenstelling) Het artikel dat de dossiersamenstelling van een vergunningsaanvraag regelt, moet worden aangepast aan de integratie van de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten en de omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen in de procedure voor omgevingsvergunningen. Artikel 30.(art. 23 OVB - individuele kennisgeving van het openbaar onderzoek) Voor de individuele kennisgeving bij kleinhandelsactiviteiten wordt aansluiting gezocht bij deze van stedenbouwkundige handelingen. Met het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 werden onder meer de regels rond de individuele kennisgeving gewijzigd inzake artikel 85 en 86 van het Omgevingsvergunningendecreet (de regeling rond het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op initiatief van het CBS en het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op verzoek van een kavel-eigenaar). Hierdoor moet artikel 23 OVB worden aangepast. Dit artikel stelt immers : Als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op stedenbouwkundige handelingen op een perceel met een kadastraal nummer of het verkavelen van gronden met een kadastraal nummer, stelt de gemeente de eigenaars van de aanpalende percelen in kennis tenzij de vergunningsaanvraag betrekking heeft op : 1° lijninfrastructuren en aanhorigheden;2° de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.In dat geval worden alleen de eigenaars van een aanpalend perceel dat geen deel uitmaakt van de verkaveling, op de hoogte gebracht. Dat laatste is misleidend gelet op de door het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 doorgevoerde wijzigingen om een dubbele aanschrijving/openbaarmaking te vermijden, en die een ruimere kennisgeving voorzien. Artikel 31.(art. 24 en 25 OVB - terinzagelegging adviezen resp. informatievergadering) Dit artikel wijzigt de verwijzing naar de adviesinstanties. Door het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 worden immers de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten en de omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen in de procedure voor omgevingsvergunningen geïntegreerd. Dit heeft als gevolg dat ook de adviesinstanties aangepast worden (zie nieuwe artikelen 38/1 tot 38/4 van het Omgevingsvergunningenbesluit). Artikel 32.(art. 28/1 OVB - consultatie BWHI) Bij de bepalingen rond landsgrens- en gewestgrensoverschrijdende effecten wordt een verwijzing opgenomen naar de verplichtingen, opgenomen in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. Dit betreft de verplichting tot kennisgeving en overleg bij de toekenning van een vergunning voor een handelsvestiging met een netto-handelsoppervlakte van meer dan 20.000 m² gelegen op een afstand van minder dan twintig kilometer van een ander gewest of van verschillende andere gewesten. De Vlaamse Regering zal deze verplichtingen vervullen. Artikel 33.(art. 30 OVB - verwijzing adviesinstanties) Dit besluit bepaalt de instanties die advies moeten geven in het kader van vergunningsaanvragen of beroepen die betrekking hebben op het uitvoeren van vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten of het uitvoeren van vergunningsplichtige vegetatiewijzigingen. De verwijzing in artikel 30 van het Omgevingsvergunningenbesluit wordt hieraan aangepast. Artikel 34.(art. 31 OVB - advies bij gecombineerde aanvragen) Bepaald wordt dat in geval een vergunningsaanvraag onderworpen is aan meerdere vergunningsplichten, een adviesinstantie maar één keer om advies gevraagd moet worden, en maar één keer advies moet uitbrengen, en niet een advies over elk afzonderlijke vergunningsplicht. Artikel 35.(art. 32 OVB - advies met gemotiveerd voorstel voor duur) Op grond van artikel 32 van het Omgevingsvergunningenbesluit kan een adviesinstantie in zijn advies een gemotiveerd voorstel doen voor de duur van de omgevingsvergunning. De verwijzing naar de adviesinstanties wordt aangepast. De mogelijkheid voor dit voorstel geldt niet voor adviesinstanties in het kader van een omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen. Het is immers niet mogelijk om vegetaties (6) of kleine landschapselementen (7) tijdelijk te wijzigen. Artikel 36.(art. 33 OVB - advies met gemotiveerd voorstel voor voorwaarden) Op grond van artikel 33 van het Omgevingsvergunningenbesluit kan een adviesinstantie in zijn advies een gemotiveerd voorstel doen voor voorwaarden die het aangevraagde vergunbaar maken. De verwijzing naar de adviesinstanties wordt aangepast. Artikel 37.(art. 37 OVB - advies milieu) In paragraaf 2 van artikel 37 van het Omgevingsvergunningenbesluit wordt een kleine technische correctie aangebracht, zodat de tekst in overeenstemming is met paragraaf 3, dat het advies van de afdeling RO behandelt. Artikel 38.(art. 38/1 tot en met 38/4 OVB - adviesinstanties kleinhandelsactiviteiten en wijzigen vegetatie) Er worden een afdeling 4 en afdeling 5 ingevoegd in het hoofdstuk rond de adviesinstanties. In afdeling 4 wordt de instantie bepaald die advies geeft bij vergunningsaanvragen of beroepen met betrekking tot vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten, meer bepaald het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Dit agentschap kan eventueel het subadvies inwinnen van het Comité voor Kleinhandel. Het Comité voor Kleinhandel bestaat uit : 1. vier vertegenwoordigers van de Vlaamse administratie, waaronder een vertegenwoordiger van de bevoegde administratie die de vergaderingen voorzit;2. een vertegenwoordiger van representatieve verbruikersorganisaties;3. vier vertegenwoordigers van representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties. Ook wordt de inhoud van de adviezen bepaald. Deze invoeging is het gevolg van het integreren van de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten in de omgevingsvergunningsprocedures. In afdeling 5 worden de instanties bepaald die advies geven bij vergunningsaanvragen of beroepen met betrekking tot vergunningsplichtige vegetatiewijzigingen. Zo geeft het Agentschap voor Natuur en Bos advies bij alle vergunningsaanvragen of beroepen die betrekking hebben op het uitvoeren van vergunningsplichtige vegetatiewijzigingen. Daarnaast geeft ook het Agentschap Onroerend Erfgoed een advies als voldaan is aan 2 cumulatieve voorwaarden, meer bepaald wat betreft de ligging van het voorwerp van de aanvraag alsook wat betreft het vereist zijn van een toelating als vermeld in artikel 6.4.4, § 3, tweede lid, van Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1. Hier geldt dezelfde regeling wat betreft het advies van de Vlaamse Commiss …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.