Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013 houdende
Kort samengevat
Dit besluit wijzigt de regels voor het administratief statuut en de bezoldiging van ambtenaren van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap, met name wat betreft werving, stage en benoeming, en de organisatie van het personeelsplan.
Wat het regelt
- De definities van verschillende termen binnen het Parkeeragentschap, zoals "steward" en "vakorganisaties".
- De procedures voor kennisgevingen en termijnberekeningen binnen het administratief statuut.
- De regels voor het opstellen en goedkeuren van het personeelsplan en organogram van het Parkeeragentschap.
- De procedures voor werving, selectie, stage en benoeming van ambtenaren.
Wie het aanbelangt
- Ambtenaren van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap.
- De directieraad, de raad van bestuur en de functioneel bevoegde minister van het Parkeeragentschap.
Kernpunten
- Kennisgevingen kunnen via afgifte tegen ontvangstbewijs, aangetekende zending of aangetekende zending met ontvangstbewijs gebeuren, waarbij elektronische procedures als equivalent kunnen gelden.
- Termijnen worden berekend in kalenderdagen, tenzij anders vermeld, en de vervaldag wordt verplaatst naar de eerstvolgende werkdag indien deze op een zaterdag, zondag of feestdag valt.
- Het personeelsplan, dat het aantal personeelsleden per bestuur, niveau, rang en graad vastlegt, moet minstens één keer per begrotingsjaar worden opgesteld en uiterlijk op 28 februari worden voorgelegd.
- Voor benoeming tot ambtenaar moet men voldoen aan algemene toelaatbaarheidsvereisten, waaronder het bezit van een diploma dat overeenkomt met het niveau van de graad, hoewel hiervan bij schaarste op de arbeidsmarkt kan worden afgeweken.
Wettekst
15 SEPTEMBER 2022. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten1 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid op het artikel 40, § 1, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur; Gelet op de Ordonnantie houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap, inzonderheid op de artikelen 27 en 28 ; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten2 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op de artikelen 488, § 2, en 536 ; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 23 september 2021; Gelet op de Gelijke kansentest ; Gelet op de akkoordbevindingen van de Minister van Begroting, gegeven op 27 oktober 2021; Gelet op het protocol nr. 2022/15 van 28 juni 2022 van het Sectorcomité XV ; Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 14 juli bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2/, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Minister bevoegd voor Mobiliteit, Openbaar Ambt en Verkeersveiligheid ; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten1 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap. Artikel 1.Artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten1 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap wordt vervangen als volgt: « Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder: 1° Parkeeragentschap: het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap, opgericht bij artikel 25 van de ordonnantie van 22 januari 2009 houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap;2° De Regering: de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° De Minister: de Minister bevoegd voor het Openbaar Ambt;4° de functioneel bevoegde minister: de minister of staatssecretaris waarvan het Parkeeragentschap afhangt krachtens de bevoegdheden die hij uitoefent;5° Vakorganisaties: de representatieve vakorganisaties die zetelen in het bevoegde Sectorcomité in uitvoering van artikel 8, § 1, van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.6° steward : personeelslid belast met het controleren van het parkeren op straat;7° steward teamleider: ambtenaar belast met het toezicht op een team van stewards;8° steward antenneleider: ambtenaar belast met het toezicht op meerdere teams van stewards op het niveau van een antenne. Art. 2.In hetzelfde besluit, wordt een nieuw artikel 1/1 ingevoegd, luiden als volgt: « 1/1. § 1. De kennisgeving of de betekening van een stuk in dit besluit geschiedt, behoudens uitzondering: Hetzij middels de afgifte tegen een gedateerd en getekend ontvangstbewijs; Hetzij middels aangetekende zending; Hetzij middels aangetekende zending met ontvangstbewijs. § 2. Elke termijn wordt berekend, behoudens uitzondering: Wanneer de kennisgeving is gebeurd bij afgifte tegen een getekend en gedateerd ontvangstbewijs, de dag volgend op de afgifte, en deze dag is inbegrepen in de termijn; Wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende zending, vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de brief, en is die dag inbegrepen in de termijn; Wanneer de kennisgeving is gebeurd bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd, en deze eerste dag is inbegrepen in de termijn. Het postmerk geldt als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst of de weigering. Wanneer dit besluit voorziet in een termijn, wordt deze berekend in kalenderdagen, met inbegrip van zaterdagen, zondagen en de feestdagen bepaald in artikel 161, § 1. Wanneer dit besluit voorziet in een termijn uitgedrukt in werkdagen, dan omvat deze termijn alle dagen van de week behalve zaterdagen, zondagen en feestdagen bepaald in artikel 161, § 1. De termijn omvat de vervaldag. Wanneer de vervaldag evenwel een zaterdag, een zondag of een feestdag is, zoals bedoeld in artikel 161, § 1, wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. Als deze dag valt tussen 25 december en 1 januari, wordt hij verplaatst naar de eerst volgende werkdag na 1 januari. Indien dit besluit voorziet in de versturing via aangetekende zending met of zonder ontvangstbewijs wordt het versturen via een elektronische procedure, die op een aantoonbare wijze en aangepast aan de omstandigheden, de authenticiteit en de integriteit van de inhoud van de communicatie waarborgt, beschouwd als equivalent. Het gebruik van de elektronische identiteitskaart of de elektronische vreemdelingenkaart kan verplicht worden opgelegd. » Art. 3.Artikel 3, paragraaf 10, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « § 10. Elke ambtenaar heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen en hiervan een kopie te krijgen. » Art. 4.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De ambtenaren van het Parkeeragentschap worden benoemd in graden. » Art. 5.Artikel 6, tweede lid, 5°, van hetzelfde besluit, wordt geschrapt. Art. 6.In artikel 7 van hetzelfde besluit, worden de twee laatste zinnen geschrapt en de puntkomma na de termen « D1 : klerk » wordt vervangen met een punt. Art. 7.Het opschrift van hoofdstuk 4 van titel 1 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Het personeelsplan en het organogram » Art. 8.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Om het werk te organiseren, werkt de directieraad het personeelsplan en organogrammen uit. Het personeelsplan is een plan waarin per bestuur, per niveau, per rang en per graad het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, vastgelegd wordt dat noodzakelijk geacht wordt om de opdrachten, toegewezen aan de instelling, uit te oefenen. » Art. 9.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. De directieraad werkt een voorstel van personeelsplan uit. De directieraad bereidt minstens één personeelsplan per begrotingsjaar voor en legt het voor ten laatste op 28 februari van het jaar waarin het plan wordt uitgevoerd. Het personeelsplan moet verenigbaar zijn met de beschikbare budgettaire middelen voor het betrokken begrotingsjaar. De raad van bestuur keurt het personeelsplan goed middels een positief advies van de commissarissen van de Regering met betrekking tot het voldoen van het plan aan de budgettaire, wettelijke en reglementaire bepalingen en aan de bepalingen van het beheerscontract. Bij gebrek aan dit advies binnen de termijn van een maand, te rekenen vanaf de verzending aan de commissarissen van de Regering, wordt het advies als positief beschouwd. Bij gebrek aan positief advies van één of meerdere commissaris(sen) van de Regering, kan de functioneel bevoegde Minister het personeelsplan goedkeuren via een akkoord van de ministers die begroting en openbaar ambt onder hun bevoegdheid hebben. Bij gebrek aan akkoord van een van deze laatste, zal de bevoegde minister het plan ter goedkeuring voorleggen aan de Regering. § 2. Bij gebreke van een vastlegging van het personeelsplan, blijft het laatste bepaalde plan van toepassing. § 3. De vaststelling van het personeelsplan, houdt de toestemming in van de invulling van de daarin voorziene betrekkingen door aanwerving, promotie, mobiliteit of indienstneming. § 4. Het personeelsplan, en alle wijzigingen ervan, worden meegedeeld aan alle personeelsleden en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. » Art. 10.Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Het organogram geeft de functionele, organisatorische en hiërarchische verbanden binnen het Parkeeragentschap. De raad van bestuur stelt het organigram vast. Het organigram van het Parkeeragentschap, evenals elke wijziging die er wordt aan aangebracht, wordt bij wijze van dienstnota of onverschillig welk ander intern communicatiemiddel aan alle personeelsleden medegedeeld. » Art. 11.Het opschrift van hoofdstuk 7 van titel 1 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De gewestelijke kamer van beroep » Art. 12.Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. De gewestelijke kamer van beroep ingesteld door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief en geldelijk statuut van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel is bevoegd voor beroepen inzake stage, evaluatie, afwezigheden, verloven, disponibiliteit wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst en verklaring van definitieve arbeidsongeschiktheid volgens dezelfde regels inzake procedure en werking. § 2. De ambtenaren van het Parkeeragentschap zullen onderworpen worden aan de procedureregels voorzien in het besluit van 21 maart 2018, behoudens specifieke bepalingen voorzien in dit besluit. » Art. 13.Hoofdstuk 8 van titel 1 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 14.Titel 3 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « TITEL 3. - DE WERVING, DE STAGE EN DE BENOEMING HOOFDSTUK 1. - De werving en de selectie Afdeling 1. - Toekenningswijzen van de betrekkingen, de benoemings-, toelaatbaarheids- en wervingsvoorwaarden Art. 18.Op voorstel van het HRM kiest de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal één of meerdere van de volgende mogelijkheden : - Interne mutatie ; - Intraregionale mobiliteit ; - Externe mobiliteit ; - Overgang tot een hoger niveau ; - Aanwerving. Art. 19.§ 1. Niemand kan tot ambtenaar worden benoemd indien hij niet voldoet aan de hiernavolgende voorwaarden : 1° Voldoen aan de opgelegde toelatingsvoorwaarden van de in te vullen betrekking;2° Slagen voor de voorziene vergelijkende proeven;3° Met goed gevolg de stage volbrengen, behalve in geval van vrijstelling zoals bepaald in artikel 38ter; § 2. Niemand kan tot ambtenaar worden benoemd indien hij niet voldoet aan de hiernavolgende algemene toelaatbaarheidsvereisten. 1° Belg zijn wanneer de uit te oefenen functies verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag en ten doel hebben de algemene belangen van de Staat, van een Gemeenschap of van een Gewest te behartigen;2° gedrag vertonen in overeenstemming met de eisen van de beoogde betrekking;3° de burgerlijke en politieke rechten genieten.4° houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift dat overeenkomt met het niveau van de te verlenen graad, volgens bijlage 2 van dit besluit.Voorafgaand aan de voorziene vergelijkende selectie kan door de raad van bestuur, bij gemotiveerde beslissing, worden afgeweken van de diplomavereiste in geval van schaarste op de arbeidsmarkt. § 3. Voor bepaalde selecties kunnen volgende bijzondere toelaatbaarheidsvoorwaarden voorzien worden : 1° het bezitten van een specifiek diploma dat in het bijzonder toegang verleent tot de functie waarvoor de selectie georganiseerd wordt;2° relevante werkervaring wanneer de aard van de te verlenen betrekking zodanige eisen wettigt;3° het toelaten van studenten die in het laatste jaar zitten van de studies voor het behalen van het vereiste diploma of getuigschrift, wanneer de organisator van de selectie vermoedt dat het aantal deelnemers niet groot genoeg zal zijn om voldoende kandidaten of geslaagden te kunnen weerhouden;in welk geval zij die geslaagd zijn voor het examen van het voorlaatste jaar en verklaren dat zij het examen van het laatste jaar voor de examencommissie van hun Gemeenschap zullen afleggen, ook tot dat wervingsexamen worden toegelaten. Voor hun benoeming kunnen de geslaagden van deze selecties zich slechts vanaf de dag waarop zij aan de organisator van de selectie het vereiste diploma of studiegetuigschrift hebben voorgelegd, op hun rangschikking beroepen; 4° behalve de in paragraaf 2, 4° vermelde diploma's en getuigschriften, de volgende diploma's en getuigschriften aanvaarden voor de selectie in een bepaalde graad wanneer de vereisten van de uit te oefenen functies dit toelaten :
- a)diploma's en getuigschriften van het onderwijs voor sociale promotie en van het kunstonderwijs voor socioculturele promotie;
- b)diploma's en getuigschriften van het technisch onderwijs, kunstonderwijs of beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan;5° voor de selectie van bepaalde functies van niveaus D, het bezit van bepaalde diploma's, vormingsattesten of bevoegheidstitels als dit verantwoord is vanwege de technische of de gespecialiseerde aard van de uit te oefenen functies;6° voor de selectie in bepaalde graden van de niveaus A, B en C de vormingsdiploma's of vormingsgetuigschriften of competentie titels eisen als dit verantwoord is vanwege de technische of de gespecialiseerde aard van de uit te oefenen functies en voor zover de houders van die diploma's en getuigschriften eveneens houder zijn van één van de studiebewijzen vermeld in paragraaf 2, 4°.7° medische geschiktheid voor de uit te oefenen functie, indien de aard van de functie dit vereist;8° andere voorwaarden vereist door de aard van het ambt. Afdeling 2. - Organisatie van de vergelijkende selecties en samenstelling van de selectiecommissies Art. 20.Er kunnen vergelijkende selecties georganiseerd worden voor alle graden, behalve voor de graden die bij mandaat verleend moeten worden. Art. 21.§ 1. De vergelijkende selecties worden door het HRM georganiseerd, bij besluit en overeenkomstig de richtlijnen van de raad van bestuur. § 2. Voor elke vergelijkende selectie worden selectiecomités samengesteld. In de selectiecomités zetelen een voorzitter en minstens twee bijzitters of hun plaatsvervangers. De voorzitter en de bijzitters of hun plaatsvervangers hebben stemrecht. De besluitvorming gebeurt via meerderheid van stemmen. De raad van bestuur benoemt de leden van het comité onder de personen die specifiek geschikt zijn omwille van hun competentie. De leden van de jury kunnen een toelage ontvangen. Het bedrag van deze toelage wordt bepaald door de raad van bestuur. Afgevaardigden van de vakbondsorganisaties mogen deelnemen aan deze sessies. Ze mogen geen contact hebben met de kandidaten. Minstens acht dagen voor elke proef worden ze hiervoor uitgenodigd. Ze mogen de sessie slechts verlaten na het verstrijken van de aangeduide tijd of na akkoord van de voorzitter. Ze mogen niet deelnemen aan de deliberaties. § 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2 kan de raad van bestuur de volledige of gedeeltelijke organisatie van een vergelijkende selectie toevertrouwen aan Brussel Openbaar Ambt. Als beroep gedaan wordt op Brussel Openbaar Ambt stellen de directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal van het Agentschap enerzijds en de leidend ambtenaar van Brussel Openbaar Ambt anderzijds een samenwerkingsprotocol op. Art. 22.§ 1. De vergelijkende selectie wordt minstens door middel van publicatie in het Belgisch Staatsblad aankondigd. Het bericht vermeldt minstens de laatste dag waarop kan worden gesolliciteerd en of er eventueel een wervingsreserve wordt aangelegd van de laureaten. Desgevallend wordt de geldigheidsduur van en het aantal laureaten dat opgenomen wordt in de wervingsreserve vermeld. § 2. Wanneer een vergelijkende selectie wordt georganiseerd, wordt de datum bepaald waarop de kandidaten moeten voldoen aan de diplomavoorwaarden of de voorwaarden met betrekking tot studiegetuigschriften, en in voorkomend geval, de datum waarop de kandidaten een minimumleeftijd bereikt moeten hebben of over specifieke professionele vaardigheden moeten beschikken. § 3. Het HRM, Brussel Openbaar Ambt roept op de kandidaten die toegelaten worden om deel te nemen aan de selectieproeven voorzien door het selectieprogramma. § 4. Het HRM, Brussel Openbaar Ambt controleert de algemene en specifieke toelaatbaarheidsvoorwaarden voor de betrekking waarnaar de kandidaten meedingen. Vanaf het moment dat vastgesteld wordt dat een kandidaat niet voldoet of niet kan voldoen aan één van de algemene voorwaarden of aan de bijzondere toelatingsvoorwaarden gesteld voor de betrekking waarvoor de kandidaat solliciteert, dan wordt de kandidaat uitgesloten van de vergelijkende selectie en de beslissing en de redenen hiertoe worden hem meegedeeld. HOOFDSTUK 2 - Vergelijkende selecties Afdeling 1. - De selectieproeven, over de samenstelling en de raadpleging van de wervingsreserve en van de wervingsreserve van de andere overheden. Art. 23.§ 1. Een vergelijkende selectie is een selectie die leidt tot een rangschikking van de geslaagden op basis van een functiebeschrijving. De functiebeschrijving wordt voorafgaandelijk aan de organisatie van de vergelijkende selectie opgesteld door de HRM. De raad van bestuur is gehouden door de rangschikking van de geslaagden. § 2. Een vergelijkende selectie kan meerdere opeenvolgende modules van proeven omvatten waarbij de kandidaat enkel tot de volgende module wordt toegelaten op voorwaarde dat hij geslaagd is voor de vorige. In dit geval wordt de rangschikking enkel vastgelegd op basis van de resultaten van de laatste module. Indien meerdere vergelijkende selecties binnen eenzelfde niveau een module gemeenschappelijk hebben, worden de geslaagden vrijgesteld voor deze module wanneer ze deelnemen aan een andere vergelijkende selectie. De geldigheidsduur van de vrijstelling wordt bepaald bij de betekening van het resultaat. Deze bedraagt minimaal twee jaar. Een kandidaat die niet geslaagd is voor een module van een vergelijkende selectie wordt gedurende een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het afleggen van deze proef, uitgesloten van het opnieuw afleggen van dezelfde module. § 3. Een bijkomende vergelijkende proef kan worden georganiseerd op beslissing van het HRM, indien de aard van de te betrekken functie dit vereist en op basis van een functiebeschrijving. Deze proef leidt, voor deze functie, tot een aparte rangschikking van de geslaagden. De deelname aan de bijkomende vergelijkende proef is niet verplicht. Een maximum aantal deelnemers wordt voor deze proef bepaald, rekening houdend met de rangschikking. De geslaagden voor deze proef, evenals de kandidaten die niet geslaagd zijn, behouden de rangschikking bedoeld in § 2. § 4. De vergelijkende selecties worden georganiseerd voor de benoeming in de rangen A1 tot A3 en in de niveaus B, C en D. Art. 24.§ 1. Voor de vergelijkende selecties, georganiseerd op basis van artikel 22, kan een reserve van de geslaagden worden aangelegd. § 2. Het aantal geslaagden dat in deze reserve wordt opgenomen, wordt bepaald op basis van het aantal verwachte betrekkingen. § 3. De geldigheidsduur van een wervingsreserve wordt bepaald op maximum twee jaar. De directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal kan de termijn van de aangelegde reserves verlengen, telkens met een periode van maximum een jaar. Art. 25.De geslaagden van een wervingsreserve worden uitgenodigd om deel te nemen aan een complementaire vergelijkende selectie zoals geviseerd door artikel 22 § 3 met het oog op het invullen van een andere betrekking dan degene waarvoor de kandidaten werden gerangschikt. Afdeling 2. - Regels voor de toelating van de geslaagden Art. 26.§ 1. Elke geslaagde krijgt bericht van zijn resultaat en zijn rangschikking. § 2. De geslaagden die een betrekking aanvaarden, verbinden er zich toe in dienst te treden. Zij die na deze aanvaarding weigeren in dienst te treden, worden ambtshalve uit de reserve geschrapt, behalve in een met redenen omkleed geval van overmacht. Als de geslaagde de betrekking aanvaard heeft, vergewist het HRM zich ervan dat hij aan alle vereiste voorwaarden voldoet. Art. 27.Na het afsluiten van het proces-verbaal van de selectie, worden de batig gerangschikte geslaagden die aan de gestelde eisen voldoen, in de volgorde van hun rangschikking, tot de stage toegelaten in de functie waarvoor zij hebben meegedongen. Zij worden voor een vacante betrekking van die graad aangewezen. Afdeling 3. - Oproep tot indiensttreding van de geslaagden Art. 28.Het HRM roept de geselecteerde kandidaat op tot indiensttreding. Het HRM stelt een maximumtermijn vast voor zijn indiensttreding. Wanneer de geslaagde nog gebonden is door een arbeidsovereenkomst houdt het HRM rekening met een eventuele opzegtermijn. Indien de geslaagde de betrekking niet binnen de gestelde termijn kan invullen, roept het HRM de volgende gerangschikte op. HOOFDSTUK 3. - De stage Art. 29.De stagiair is geen ambtenaar in de zin van dit besluit. De volgende in dit besluit opgenomen bepalingen zijn op de stagiair van toepassing : 1° de rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten;2° de tuchtregeling;3° de administratieve standen;4° de geldelijk statuut; 5° het ambtshalve verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging.; 6° de gemiddelde maximum arbeidsduur. De stagiair geniet : 1° het jaarlijks vakantieverlof;2° de feestdagen;3° het omstandigheidsverlof;4° het bevallingsverlof;5° het verlof wegens ziekte;6° de disponibiliteit wegens ziekte;7° verloven om in geval van ernstige ziekte of ongeval een persoon bij te staan die met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont;8° het verlof voor detachering bij een ministerieel kabinet;9° het verlof om een politiek mandaat uit te oefenen;10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging en verlof voor loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof;11° verlof voor wederoproeping als reservist;12° verlof om deel uit te maken van de jury van het Hof van Assisen.13° het verlof wegens opdracht. Voor de toepassing van dit artikel wordt de stagiair geacht de graad te bezitten waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Art. 30.De geslaagde die in dienst wordt geroepen, wordt tot de stage toegelaten door de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal die hem voorlopig aanstelt in de betrekking waarvoor hij in dienst werd geroepen. Art. 31.Perioden van afwezigheid gedurende de stage hebben een verlenging van de stage tot gevolg zodra ze, buiten de verloven bedoeld in artikel 29, lid 3, 1° tot 3°, 7° en 8°, vijftien dagen gewettigde afwezigheid overschrijden, verspreid over een of meerdere malen, zelfs als de stagiair in dienstactiviteit is. Tijdens de schorsing van de stage behoudt de betrokkene zijn hoedanigheid van stagiair. Hij behoudt zijn hoedanigheid van stagiair eveneens tot de datum waarop een definitieve beslissing omtrent zijn benoeming of ontslag wordt genomen. Art. 32.De directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal kan de aanwijzing wijzigen: 1° in het belang van de dienst;2° op vraag van de stagiair. Afdeling 2. - De inhoud van de stage Art. 33.§ 1. De stage is bedoeld om de stagiair optimaal te integreren in zijn bestuur, in de Parkeeragentschap. Daartoe duidt de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal van het bestuur waarin de stagiair is aangesteld, in overleg met de functionele chef van de stagiair, het personeelslid aan dat, als hiërarchische meerdere, bevoegd is voor de stagebegeleiding, hierna de "stagebegeleider" genoemd, en dit volgens de taalrol van de stagiair. § 2. Het HRM waakt eveneens over het goede verloop van de stage. Hiertoe kan zij deelnemen aan alle stagegesprekken. Als de stagebegeleider meer dan tien werkdagen afwezig is, brengt het HRM de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal van het bestuur waaraan de stagiair is toegewezen daarvan op de hoogte opdat hij een "vervangende stagebegeleider" zou aanstellen die de stagebegeleider tijdens diens afwezigheid vervangt. De vervangende stagebegeleider wordt aangeduid conform de daartoe voorziene modaliteiten neergelegd in paragraaf 1. In dat opzicht beschikt hij over dezelfde bevoegdheden als de stagebegeleider. Afdeling 3. - Het verloop van de stage Art. 34.Aan het begin van de stage heeft de stagebegeleider een eerste gesprek met de stagiair waarbij de volgende punten verduidelijkt worden : - De verwachte resultaten en houdingen bij de verwezenlijking van de taken die overeenkomen met de functiebeschrijving van de stagiair; - De opleidingsactiviteiten die de stagiair moet volgen; - De andere middelen ter ontwikkeling van de vaardigheden zodat de inzetbaarheid van de stagiair vergroot wordt. Art. 35.Met het oog op de voorbereiding van dit eerste stagegesprek, pleegt de stagebegeleider vooraf overleg met de functionele chef van de stagiair en met het HRM. Art. 36.De stagebegeleider maakt de verslagen bedoeld in de artikelen 38bis § 2, 39 en 41. De stagebegeleider kan, in overleg met het HRM en de functionele chef, en desgevallend met de vervangende stagebegeleider, beslissen dat bijkomende vormingsactiviteiten vereist zijn. De HRM-verantwoordelijke legt het model van het stageverslag vast. Afdeling 4. - De stagiairs van de niveaus C en D Art. 37.De stage duurt één jaar voor de stagiairs van de niveaus A en B. Ze duurt 6 maanden voor de stagiairs van de niveaus C en D. Art. 37bis.De raad van bestuur kan een vormingstraject per functietype vastleggen. Art. 38.Na het eerste gesprek, voorzien in artikel 34, organiseert de stagebegeleider tweemaandelijks voor de stages van zes maanden en driemaandelijks voor de stages van een jaar, een stagegesprek over het verloop van de stage. Wanneer hij het nodig acht, kunnen bijkomende gesprekken georganiseerd worden. Met het oog op de voorbereiding van de stagegesprekken pleegt de stagebegeleider vooraf overleg met de functionele chef van de stagiair en met het HRM. Art. 38bis.§ 1 Het gesprek gaat over : 1° de vormingsactiviteiten en de resultaten ervan voor de ontwikkeling van de vaardigheden van de stagiair;2° de wijze waarop de stagiair zich in de dienst integreert;3° de uitvoering van zijn werkopdrachten. Het gesprek heeft tot doel de vooruitgang te evalueren die de stagiair maakt en de nog te verbeteren punten aan te stippen. Het beoogt eveneens de beoordeling mogelijk te maken van zowel de gunstige als de ongunstige feiten. Ingeval ongunstige feiten worden vastgesteld, geeft de stagebegeleider een verwittiging aan de stagiair. § 2. De conclusies van elk gesprek worden opgetekend in het stageverslag. Het verslag wordt betekend aan de stagiair die er desgevallend zijn opmerkingen kan aan toevoegen. Vervolgens wordt het overgemaakt aan het HRM. Bij afwezigheid van de stagebegeleider voert de vervangende stagebegeleider het stagegesprek en stelt hij het stageverslag op. In dat geval hebben het gesprek en het verslag betrekking op de periode waarin de vervangende stagebegeleider de stage heeft opgevolgd. Bij terugkeer van de stagebegeleider moet deze een verslag opstellen over de periode waarin hij de stage effectief opgevolgd heeft. In geval van toepassing van artikel 36, § 2, tweede lid, vraagt de vervangende stagebegeleider aan de officiële stagebegeleider of aan de hiërarchie de informatie die hij nodig heeft voor het opstellen van zijn stageverslag. Als er geen informatie beschikbaar is, dan geeft de in artikel 38bis, § 2, tweede lid bedoelde periode aanleiding tot een gunstige beoordeling van de stagiair. Wanneer de stagebegeleider de dienst hervat, stelt de vervangende stagebegeleider een verslag op over de periode waarin hij de stage opgevolgd heeft. Dit verslag beantwoordt aan de vereisten van § 2 van deze bepaling. Het verslag wordt betekend aan de stagiair die er desgevallend zijn opmerkingen kan aan toevoegen. Vervolgens wordt het overgemaakt aan het HRM en aan de stagebegeleider. Laatstgenoemde houdt er rekening mee tijdens het volgende stagegesprek. Afdeling 5. - Vrijstelling van stage Art. 38ter.De geslaagde die in dienst wordt geroepen, wordt vrijgesteld van de stage en onmiddellijk benoemd in de wervingsgraad waarvoor hij geslaagd is indien hij de drie volgende voorwaarden vervult : - door middel van een arbeidsovereenkomst, op ononderbroken wijze gedurende minstens een jaar voltijds of gedurende minstens twee jaar deeltijds op het moment van de publicatie van de vacante betrekking bij dezelfde administratieve eenheid tewerk gesteld zijn; - dezelfde functie sinds minstens één jaar vervullen als die waarvoor hij aangesteld werd in het kader van zijn bovengenoemd arbeidsovereenkomst; - een gunstige evaluatie gekregen hebben bij de laatste evaluatie. Art. 39.De stage wordt afgesloten met een laatste stagegesprek, zoals beschreven in artikel 38bis. De stagebegeleider stelt het eindverslag van de stage op, in overleg met het HRM. Hij voegt er een van de voorstellen bedoeld in artikel 41 aan toe. Hij deelt het eindverslag aan de stagiair mee, die over vijftien dagen beschikt om er zijn opmerkingen aan toe te voegen. Art. 40.De eindevaluatie houdt rekening met alle feiten, zowel gunstig als ongunstig, die in de loop van de stage werden vastgesteld, evenals met de tussentijdse evaluaties. Art. 41.De stagebegeleider overhandigt het eindverslag aan de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal. Indien het eindverslag over het geheel van de stage gunstig is, stellen de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal de benoeming van de stagiair voor aan de raad van bestuur. Indien het eindverslag ongunstig is, zal de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal : - ofwel de stage verlengen voor een eenmalige termijn van maximaal een derde van de stageduur. Deze verlenging is niet hernieuwbaar. - ofwel een ontslag aan de raad van bestuur voorstellen wegens het niet geschikt zijn voor de functie. Afdeling 6. - Vroegtijdige beëindiging van de stage Art. 42.Als de stagiair in de loop van de stage een ernstige fout begaat waardoor elke professionele samenwerking tussen de overheid en de stagiair onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt, roept de stagebegeleider, of bij afwezigheid van deze laatste de vervangende stagebegeleider, binnen de drie werkdagen nadat hij kennis genomen heeft van de handeling die een ernstige tekortkoming uitmaakt, de stagiair op om gehoord te worden en zijn verweermiddelen te vernemen. De oproepingsbrief vermeldt de feiten die het personeelslid ten laste worden gelegd, de normen waartegen deze feiten indruisen, het feit dat er overwogen wordt zijn stage vroegtijdig te beëindigen, het recht om zich door een verdediger naar keuze te laten bijstaan, met uitzondering van de personen die zich moeten uitspreken over de feiten die hem ten laste worden gelegd, en het recht om bijkomende onderzoeksmaatregelen te vragen. Er wordt een proces-verbaal opgesteld en in aanwezigheid der partijen ondertekend. Na de hoorzitting stelt de stagebegeleider een verslag op. Dat verslag kan de vroegtijdige beëindiging van de stage voorstellen. Indien het verslag betrekking heeft op een stagiair van niveau A, dan kan het verslag enkel worden opgesteld met de instemming van de secretaris generaal of de adjunct secretaris generaal. De definitieve beslissing wordt genomen door de raad van bestuur. Deze laatste doet uitspraak binnen de drie werkdagen na de hoorzitting. Afdeling 7. - De beroepsprocedure Art. 43.In de gevallen bedoeld in de artikelen 41, 3de lid en 42, beschikt de stagiair over een termijn van vijftien dagen vanaf de kennisname van het eindverslag of van het ongunstig verslag om per aangetekend schrijven een beroep in te stellen bij de in artikel 17 bedoelde de gewestelijke kamer van beroep. De directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal leggen het dossier neer bij de regionale kamer van beroep, bedoeld in artikel 17. Ze voegen er het beslissingsvoorstel aan toe. Ze informeren de stagiair over deze neerlegging. De meldingsdatum doet de termijn lopen zoals voorzien in artikel 46, 3de lid. Het beroep werkt schorsend, tenzij het ingediend werd als gevolg van een beslissing genomen op basis van artikel 42. Art. 44.De voorzitter van gewestelijke kamer van beroep roept de stagiair op. Deze laatste kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Art. 45.De stagebegeleider wordt gehoord en brengt verslag uit over het verloop van de stage. Hij kan bijgestaan worden door een door de overheid aangeduide persoon. Art. 46.De gewestelijke kamer van beroep kan beslissen om : 1° de stage te verlengen, volgens de modaliteiten die ze bepaalt voor de maximaal voorziene termijnen in de artikels 34, 2de lid en 37, 2de lid;2° de benoeming aan de raad van bestuur voor te stellen;3° aan de raad van bestuur het ontslag voor te stellen wegens de ongeschiktheid om een functie binnen het Parkeeragentschap uit te oefenen. In de hypothese voorzien in artikel 42, beslist de regionale kamer van beroep over ofwel de verderzetting van de stage, ofwel over de vroegtijdige beëindiging ervan. De regionale kamer van beroep doet een uitspraak binnen de twee maanden na de verzending van ontvangstbevestiging van het beroep. De beslissing wordt meegedeeld aan de verzoeker, de directeur-generaal en de adjunct- directeur-generaal. Bij een beslissing tot verderzetting van de stage wordt een nieuwe hiërarchische overste aangesteld overeenkomstig artikel 31 na ontvangst van de beslissing. Art. 47.Ingeval van verlenging van de stage wordt de stagiaire geëvalueerd volgens de regels van de initiële stage. Artikel 41 is van toepassing, met dien verstande dat de directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal geen tweede verlenging van de stage mogen voorstellen. Art. 48.De beslissing tot ontslag omwille van professionele ongeschiktheid wordt genomen door de raad van bestuur. De ontslagen stagiair geniet een opzeggingstermijn van drie maanden. Ingeval van zware fout wordt hij echter zonder opzeggingstermijn ontslagen. In de hypothese dat de regionale kamer van beroep het beroep, ingediend door de ontslagen stagiair overeenkomstig de voorziene procedure in artikel 44, verwerpt, wordt de beslissing tot ontslag, die vroegtijdig een einde maakt aan de stage, definitief. HOOFDSTUK 4. - De benoeming Art. 49.De geschikt verklaarde stagiair wordt benoemd in de graad waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. De hoedanigheid van ambtenaar wordt bekrachtigd door de eed die wordt afgelegd in de termen die bepaald zijn door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten0 betreffende e eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijk vertegenwoordigende monarchie. De ambtenaren leggen de eed af in handen van ambtenaar aangeduid door de raad van bestuur. Art. 50.De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal wijzen de pas benoemde ambtenaar een betrekking van zijn graad toe. » Art. 15.Artikel 53 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. De vacante betrekkingen worden per dienstnota ter kennis gebracht van de kandidaten van het Parkeeragentschap die de benoemingsvoorwaarden kunnen vervullen. De betrokkenen brengen hun visum aan op de dienstnota voor ontvangst. Indien de betrokken ambtenaar tijdelijk van de dienst afwezig is, om welke reden ook, wordt de dienstnota bij aangetekend schrijven naar zijn woonplaats gezonden. De vacante betrekkingen bedoeld in artikel 58 van dit besluit worden ter kennis gebracht van de ambtenaren die niet tot het Parkeeragentschap behoren door middel van een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad. De openstaande betrekking bevat : 1° het programma van de vergelijkende proef/proeven;2° de termijn waarbinnen en ter attentie van wie de kandidatuur ingediend dient te worden;3° de elementen die het sollicitatiedossier dienen te bevatten;4° de coördinaten van de dienst waar een functiebeschrijving van de openstaande betrekking bekomen kan worden. § 2. Worden enkel in aanmerking genomen, de kandidaturen van de ambtenaren van het Parkeeragentschap die via de postoperator per aangetekend schrijven opgestuurd zijn aan de voorzitter van de directieraad, binnen een termijn van twintig dagen. Deze termijn gaat in ofwel de dag waarop de ambtenaar zijn visum aangebracht heeft op de dienstnota, hetzij de dag die volgt op de dag waarop de aangetekende brief met de dienstnota via postzending aan de woonplaats van de ambtenaar aangeboden werd, hetzij voor de kandidaten die geen deel uitmaken van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, de dag volgend op publicatie in het Belgisch Staatsblad. Voor de ambtenaren die niet tot het Parkeeragentschap behoren, begint de termijn bedoeld in het eerste lid te lopen daags na de publicatie van de oproep in het Belgisch Staatsblad. § 3. Elke sollicitatie voor een bevorderingsambt moet bestaan uit een motivatiebrief en een overzicht van titels en verdiensten die de kandidaat laat gelden om voor het ambt te solliciteren. Hiervoor gebruikt de kandidaat een cv-standaardmodel dat vastgelegd werd door het HRM. § 4. Het staat de ambtenaren vrij om voorafgaandelijk te dingen naar elke betrekking die eventueel vacant zou worden verklaard tijdens hun afwezigheid. De geldigheid van een dergelijke kandidatuur is beperkt tot twee maanden. Zij behoort met een aangetekend schrijven ingediend te worden bij de voorzitter van de directieraad. § 5. Het HRM controleert de geldigheid van de kandidaturen. De ontvankelijkheidsvoorwaarden vervat in de artikelen 55 tot 57 en 64 moeten vervuld zijn voor afloop van de termijn die vereist is om de kandidatuur in te dienen. De kandidaten die niet voldoen aan de voorwaarden worden uitgesloten van de procedure tot bevordering bij gemotiveerde beslissing door de verantwoordelijke van het HRM. Elke uitsluiting van de bevorderingsprocedure wordt aan de betrokken kandidaten bekendgemaakt door een door de HRM-verantwoordelijke gemotiveerde beslissing per aangetekende brief. § 6. Binnen tien dagen na deze kennisgeving kan elke kandidaat via aangetekende postzending een klacht indienen bij de Voorzitter van de directieraad en vragen om gehoord te worden door de Directieraad. De kandidaat mag zich laten vergezellen door een persoon naar keuze. Na onderzoek van de klacht oordeelt de directieraad definitief over de geschiktheid en deelt ze haar besluit mee via een aangetekend schrijven. » Art. 16.Artikel 59 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De ambtenaar die zich kandidaat stelt voor een betrekking van rang A2 of A3 moet een laatste evaluatie met vermelding "gunstig" hebben en moet zich in een administratieve positie bevinden waarin hij zijn bevorderingstitels kan laten gelden en mag niet onderworpen zijn aan een definitieve tuchtstraf. Een ambtenaar die een tuchtstraf heeft gekregen kan niet worden bevorderd alvorens zijn straf is geschrapt in overeenstemming met artikel 273. » Art. 17.Artikel 60 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. Voor iedere bevordering brengt de directieraad een met redenen omkleed advies uit. De directieraad spreekt zich in zijn advies uit over iedere sollicitant die voldoet aan de vereisten om de te begeven betrekking te bekleden. § 2. Hij neemt hierbij in overweging : 1° de beschrijving van de functie en de vereiste kwalificatie van de kandidaat;2° de aanspraken en ervaringen die de sollicitant doet gelden voor een bevordering in de vacante betrekking; het evaluatiedossier van de kandidaat. 3° de mate waarin de kandidaat geschikt is, rekening houdend met de resultaten van de proeven en de gesprekken. § 3. De raad van bestuur organiseert een gesprek met elke kandidaat. » Art. 18.Artikel 62, lid 4, van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 19.Afdeling 3 van hoofdstuk 1 van titel 4 van boek 1 wordt vervangen als volgt : « Afdeling 3. - De bevordering tot een graad van rang B2, C2 en D2 Onderafdeling 1. - De voorwaarden inzake rang, anciënniteit en evaluatie Art. 64.De betrekkingen van rang B2, C2 en D2 staan open voor ambtenaren van respectievelijk rang B1, C1 en D1 die ten minste drie jaar graadanciënniteit tellen. § 2. De ambtenaar die zich kandidaat stelt moet een evaluatie met vermelding "gunstig" hebben en moet zich in een administratieve positie bevinden waarin hij zijn bevorderingstitels kan laten gelden en mag niet onderworpen zijn aan een definitieve tuchtstraf. Een ambtenaar die een tuchtstraf heeft gekregen kan niet worden bevorderd alvorens zijn straf is geschrapt in overeenstemming met artikel 273. Onderafdeling 2. - De bevorderingsprocedure Art. 65.Voor iedere bevordering brengt de directieraad een met redenen omkleed advies uit. De directieraad spreekt zich in zijn advies uit over iedere sollicitant die voldoet aan de vereisten om de te begeven betrekking te bekleden. Hij neemt hierbij in overweging : 1° de beschrijving van de functie en de vereiste kwalificatie van de kandidaat;2° de titels en verdiensten die de kandidaat doet gelden ten aanzien van de vacante betrekking;3° de mate waarin de kandidaat geschikt is, rekening houdend met de resultaten van de proeven en de gesprekken. Art. 66.De directieraad formuleert een voorstel van benoeming dat ten hoogste zes namen van kandidaten per vacante betrekking bevat. De kandidaten worden geklasseerd in de volgorde waarin zij voor de benoeming in aanmerking komen. Bij gelijkheid van de kandidaturen, geeft hij de voorkeur aan de kandidaat met achtereenvolgens : 1° de grootste graadanciënniteit;2° de grootste dienstanciënniteit;3° de hoogste leeftijd. Art. 67.Van het voorstel wordt kennis gegeven per dienstnota aan de ambtenaren die zich kandidaat hebben gesteld voor de te begeven betrekking. De betrokkenen brengen hun visum aan op de dienstnota. Indien de betrokken ambtenaar tijdelijk van de dienst afwezig is, om welke reden ook, wordt de dienstnota bij aangetekend schrijven naar zijn woonplaats gezonden. De ambtenaar die zich benadeeld acht, kan binnen vijftien dagen bezwaar indienen bij de voorzitter van de directieraad. De ambtenaar wordt op zijn verzoek door de directieraad gehoord. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Art. 68.De raad van bestuur die de benoemingsbevoegdheid heeft, volgt het voorstel van definitieve volgorde indien het éénparig werd uitgebracht. Indien het voorstel van de directieraad niet eenparig wordt uitgebracht en de raad van bestuur niet instemt met de door de directieraad voorgestelde volgorde, moet zij haar beslissing omstandig met redenen omkleden. » Art. 20.Afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 4 van boek 1 wordt vervangen als volgt : « Afdeling 2. - De gewone functionele loopbaan Art. 71.§ 1. Aan de wervingsgraden attaché, assistent, adjunct en klerk zijn de weddenschalen 101, 102 en 103 verbonden. Aan de wervingsgraad ingenieur zijn de weddenschalen 111, 112 en 113 verbonden. De weddenschaal 101 of 111, naargelang de graad, wordt toegekend vanaf de aanwerving of de overgang naar een hoger niveau. § 2. De weddenschaal 102 of 112, naargelang de graad bedoeld in paragraaf 1, wordt toegekend aan de ambtenaar die : 1° zes jaar anciënniteit telt als ambtenaar, zoals berekend overeenkomstig artikel 366bis, in de schaal 101 of 111;2° over een laatste evaluatie "gunstig" beschikt;3° met goed gevolg de in artikel 248 bedoelde vorming heeft gevolgd. § 3. De weddenschaal 103 of 113, naargelang de graad, wordt toegekend aan de ambtenaar die : 1° negen jaar graadanciënniteit telt, zoals berekend overeenkomstig artikel 366bis, in de schaal 102 of 112;2° over een laatste evaluatie "gunstig" beschikt;3° met goed gevolg de in artikel 248 bedoelde vorming heeft gevolgd.» Art. 21.Afdeling 3 van hoofdstuk 2 van titel 4 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 22.Hoofdstuk 3 van titel 4 van boek 1 van hetzelfde besluit word opgeheven. Hoofdstukken 4 en 5 worden hernummerd en worden respectievelijk hoofdstukken 3 en 4. Art. 23.Eerste paragraaf van artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. Om deel te nemen aan een vergelijkend examen voor overgang naar het hogere niveau dient een ambtenaar zich in een administratieve stand te bevinden waarbij hij op de bevordering aanspraak kan maken en de evaluatievermelding "gunstig" te hebben gekregen bij de laatste evaluatie en niet onder een definitieve tuchtstraf vallen. Een ambtenaar die een tuchtstraf kreeg opgelegd kan niet worden bevorderd alvorens zijn straf is geschrapt, in overeenstemming met artikel 273. » Art. 24.Artikel 80 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De overgang naar niveaus B en C staat open voor de ambtenaren van respectievelijk niveaus C en D » Art. 25.Afdeling 5 van hoofdstuk 4 van titel 4 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 26.Artikel 109 (oude nummering) van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 27.In artikel 91 van hetzelfde besluit, wordt een « 3° » in het laatste zin voor de termen « een verantwoording van de keuze van de voorgestelde ambtenaar » toegevoegd. Art. 28.Eerste lid van artikel 95 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De ambtenaar wordt geëvalueerd door een gemachtigde hiërarchische meerdere met eerbiediging van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Indien hij niet tot dezelfde taalrol als de ambtenaar behoort, dient de hiërarchische meerdere te slagen voor het taalexamen over de functionele kennis voor de evaluatie, bedoeld in artikel 43ter, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 of voor een ander taalexamen die hem vrijstelt van het bovenvermeld examen. Indien de hiërarchische meerdere niet aan deze voorwaarde voldoet, wijst zijn verantwoordelijke van de administratieve eenheid het personeelslid aan die met de evaluatie wordt belast, met inachtneming van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken. In dit geval de hiërarchische overste die belast is met de evaluatie van de agent, raadpleegt de lijnmanager van de agent, overeenkomstig artikel 104. » Art. 29.Hoofdstuk 2 van titel 5 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 2. - Het verloop van de evaluatie Art. 97.Op vraag van de ambtenaar mag een vakbondsafgevaardigde als waarnemer deelnemen aan de gesprekken die georganiseerd worden in het kader van de evaluatieprocedure, voorzien in de artikelen 94 tot 117. Art. 98.De evaluatieperiode van de ambtenaar is de periode tussen het functiegesprek en het evaluatiegesprek. Tussen het functiegesprek en het evaluatiegesprek worden ten minste om de zes maanden tussentijdse gesprekken plaatsvinden. Art. 99.In het begin van elke evaluatieperiode en bij elke benoeming of dienstaanwijzing van de ambtenaar heeft de gemachtigde hiërarchische meerdere een functiegesprek met hem, waarbij de te bereiken doelstellingen en de elementen waarop de ambtenaar zal worden geëvalueerd op basis van de functiebeschrijving, worden omschreven. Deze betreffen : * de kwaliteit van het werk; * het werkritme; * de toe te passen werkmethoden; * de te verwerven werkattitudes. Art. 100.Binnen vijftien dagen na het gesprek stelt de gemachtigde hiërarchische meerdere een verslag op van het functiegesprek. Dit verslag wordt geviseerd door de ambtenaar. Als de ambtenaar het verslag van het functiegesprek niet tekent voor ontvangst, wordt het verslag hem aangetekend opgestuurd. De gemachtigde hiërarchische meerdere stuurt dit verslag naar het HRM binnen dertig dagen na het functiegesprek. Art. 101.In de loop van elke evaluatieperiode kan de gemachtigde hiërarchische meerdere gunstige of ongunstige vaststellingen op basis van de doelstellingen en de evaluatiecriteria bedoeld in artikel 100, aan het evaluatiedossier toevoegen. Deze bevindingen worden ter kennis van de ambtenaar gebracht, hetzij door persoonlijke afgifte tegen ontvangstbewijs, gedateerd en ondertekend, hetzij per aangetekende brief. De ambtenaar maakt eventuele opmerkingen binnen de 15 dagen over. Wanneer de ambtenaar zijn eventuele opmerkingen niet heeft kunnen maken op een ongunstige vaststelling, dan wordt de vaststelling niet in overweging genomen en verwijderd uit het evaluatiedossier. De ambtenaar mag de bevoegde hiërarchische overste vragen om aan zijn evaluatiedossier een document toe te voegen met een gunstige beoordeling over het uitgevoerde werk. Art. 102.Gedurende elke evaluatieperiode, kunnen één of meerdere tussentijdse gesprekken plaatsvinden binnen de vijftien dagen na het verzoek van de ambtenaar of de gemachtigde hiërarchische meerdere. Voor zover de laatste evaluatie minimaal drie maanden geleden plaats vond, vindt een tussentijds onderhoud plaats telkens wanneer de gemachtigde hiërarchische meerdere dit nodig acht of wanneer de geëvalueerde erom vraagt. In een tussentijds gesprek kunnen onder meer aan bod komen : 1° problemen in verband met het functioneren van de geëvalueerde en de oplossingen voor deze problemen;2° problemen die het bereiken van de afgesproken doelstellingen bemoeilijken en de oplossingen voor deze problemen ;deze problemen kunnen zowel betrekking hebben op de organisatie en de werking van de dienst, de begeleiding door de verantwoordelijke van de administratieve eenheid als op externe factoren; 3° de ontwikkeling van de ambtenaar binnen de huidige functie;4° de evaluation van de ambtenaar met het oog op zijn interne mutatie. Ter gelegenheid van dit gesprek kunnen bijsturingen worden aangebracht aan de individuele doelstellingen van de ambtenaar. De gemachtigde hiërarchische meerdere voegt een verslag van dit gesprek toe aan het evaluatiedossier. Dit verslag wordt ter kennis gebracht van de ambtenaar die eventuele opmerkingen aan dit verslag mag toevoegen binnen 15 dagen na kennisname van het verslag. Wanneer de ambtenaar het voorwerp uitmaakt van interne mutatie, vindt een tussentijds gesprek plaats voor zijn mutatie. Art. 103.Op het einde van elke evaluatieperiode heeft de gemachtigde hiërarchische meerdere een evaluatiegesprek met de ambtenaar. Art. 104.Dit evaluatiegesprek vindt plaats minstens om de twee jaar tijdens de laatste maand van de evaluatietermijn of tijdens de maand die volgt op het einde van de evaluatieperiode. Als de ambtenaar afwezig is op het moment van het gesprek, dan wordt dit gesprek uitgesteld tot de maand die volgt op de werkhervatting, voor zover dat de periode van effectieve prestaties van de beoordeelde ambtenaar zes maanden of minder bedraagt sinds het functioneringsgesprek. Dit evaluatiegesprek handelt over de verwezenlijking van de doelstellingen en de elementen bedoeld in artikel 99 opgesteld tijdens het functiegesprek. Bij toekenning van een vermelding "met voorbehoud" of "onvoldoende" moet een nieuwe evaluatie plaatshebben na een termijn van een jaar. Deze termijn kan op vraag van de ambtenaar tot zes maanden worden teruggebracht. Art. 105.Binnen vijftien dagen na het evaluatiegesprek, behalve in geval van overmacht, stelt de gemachtigde hiërarchische meerdere een evaluatieverslag en kent de vermelding "gunstig", "onder voorbehoud" of "onvoldoende" toe, voorzien van een motivering. Het evaluatieverslag wordt gedateerd en getekend binnen dezelfde termijn door de gemachtigde hiërarchische meerdere, het wordt voor ontvangst getekend door de geëvalueerde ambtenaar die er zijn opmerkingen kan aan toevoegen, en onmiddellijk doorgestuurd naar het HRM. Indien de ambtenaar het evaluatieverslag niet tekent voor gezien, wordt het hem aangetekend opgestuurd. Art. 106.De gemachtigde hiërarchische meerdere die de ambtenaar niet onder zijn gezag heeft gehad gedurende de volledige evaluatieperiode, raadpleegt de vorige gemachtigde hiërarchische meerderen van de ambtenaar voor het evaluatiegesprek. Indien de gemachtigde hiërarchische meerdere niet de functionele meerdere van de ambtenaar is, dient hij de functionele meerdere te raadplegen voor de functie- en evaluatiegesprekken. Hij stuurt hem een afschrift van het verslag van het functiegesprek en het evaluatieverslag. Art. 107.Op het einde van het evaluatiegesprek heeft een nieuw functiegesprek plaats over de volgende evaluatieperiode conform artikel 99 op hetzelfde ogenblik. Art. 108.De ambtenaar die zijn prestaties niet effectief gedurende ten minste zes maanden heeft geleverd en die afwezig is, met verlof is, of zijn functie niet vervult, behoudt zijn laatste evaluatie. Buiten de gevallen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, krijgt de ambtenaar die om welke reden dan ook niet werd geëvalueerd, een gunstige evaluatie, ongeacht de periode tijdens dewelke hij effectief zijn prestaties leverde, behalve als hij bewust weigerde geëvalueerd te worden. Na afloop van de stage, krijgt de benoemde ambtenaar van ambtswege een gunstige evaluatie. » Art. 30.Hoofdstuk 3 van titel 5 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 31.Hoofdstuk 4 van titel 5 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 3. - De beroepsprocedure » Art. 109.De ambtenaar die zijn goedkeuring niet kan hechten aan de vermelding "onvoldoende" of "onder voorbehoud" beschikt over een termijn van twintig dagen om een schorsend beroep in te dienen per aangetekend schrijven bij de gewestelijke kamer van beroep. Er wordt aan de ambtenaar een ontvangstbewijs van het beroep gegeven. Art. 110.Elk beroep dient te worden ingeschreven binnen een maand na de plaatsing op de agenda van de gewestelijke kamer van beroep. Art. 111.De gewestelijke kamer van beroep moet zich uitspreken binnen de 60 dagen na ontvangst van het beroep, behalve bij overmacht, en beschikt over beslissingsbevoegdheid. De gewestelijke kamer van beroep hoort de gemachtigde hiërarchische meerdere die de betwiste vermelding heeft toegekend, eventueel bijgestaan door een lid van het HRM. De afwezigheid van de gemachtigde hiërarchische meerdere is geen reden van uitstel. De ambtenaar wordt gehoord en kan zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. Indien de ambtenaar, ofschoon behoorlijk opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt, bevestigt de gewestelijke kamer van beroep de vermelding en doet het dossier toekomen aan de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal. Art. 112.De gewestelijke kamer van beroep bevestigt de aan de ambtenaar toegekende vermelding of ze kent een andere vermelding uit artikel 105 toe. De vermelding mag niet worden verzwaard. De gewestelijke kamer van beroep deelt haar beslissing binnen de vijftien dagen aan de verzoeker mee per aangetekend schrijven. Tegelijkertijd betekent ze het volledige dossier samen met de beslissing aan de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal. De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal betekenen deze beslissing aan de evaluator. » Art. 32.Hoofdstuk 5 van titel 5 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 4. - De gevolgen van de vermelding "met voorbehoud" of "onvoldoende" Art. 113.De periode gedurende dewelke de ambtenaar die bij zijn evaluatie de vermelding "met voorbehoud" of "onvoldoende" krijgt, wordt niet in aanmerking voor de berekening ban de graadanciënniteit vereist voor het bekomen van een hogere weddenschaal in toepassing van de gewone of de versnelde functionele loopbaan. Art. 114.De ambtenaar die een evaluatie heeft met de vermelding "onvoldoende" of "onder voorbehoud" kan niet worden aangesteld als de hiërarchische meerdere gemachtigd tot het uitvoeren van de evaluatie. Art. 115.§ 1. De vermelding "onvoldoende" kan slechts eenmaal worden toegekend. Indien na de toekenning van deze vermelding de ambtenaar geen van de andere vermeldingen bedoeld in artikel 106 wordt toegekend, wordt hij door de hiërarchische meerdere die de evaluatie heeft verricht beroepsongeschikt verklaard. § 2. De ambtenaar die zijn goedkeuring niet kan hechten aan de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid beschikt over een termijn van vijftien dagen om per aangetekend schrijven beroep in te dienen bij de gewestelijke kamer van beroep. Er wordt de ambtenaar een ontvangstbewijs van het beroep uitgereikt. De procedure bedoeld in artikelen 111 en 112 is van toepassing. De gewestelijke kamer van beroep brengt advies uit bij de raad van bestuur. Deze spreekt zich uit over de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid. § 3. In geval van bevestiging van de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid, of indien de ambtenaar tegen de verklaring van beroepsongeschiktheid niet in beroep is gegaan, wordt de ambtenaar door de raad van bestuur ontslagen. Aan de wegens beroepsongeschiktheid ontslagen ambtenaar wordt een vergoeding wegens ontslag toegekend. Deze vergoeding is gelijk aan twaalf maal de laatste maandbezoldiging van de ambtenaar indien hij ten minste twintig jaar dienst heeft, aan acht maal of zes maal deze bezoldiging naargelang de ambtenaar tien jaar dienst of minder dan tien jaar dienst heeft. Voor de toepassing van dit artikel moet onder "bezoldiging" worden verstaan elke wedde, elk loon of elke vergoeding geldend als wedde of loon, rekening houdend met de verhogingen of verminderingen die te wijten zijn aan de schommelingen van de index der kleinhandelsprijzen. De in aanmerking te nemen bezoldiging is die welke verschuldigd is voor volledige prestaties, eventueel met inbegrip van de haard- of standplaatstoelage, rekening houdend met de verhogingen of verminderingen die te wijten zijn aan de schommelingen van de index der kleinhandelsprijzen. » Art. 33.Hoofdstul 1 van titel 6 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 116.De interne mutatie is de overgang van een ambtenaar naar een andere betrekking van zijn graad in dezelfde dienst of in andere dienst van het Parkeeragentschap. Art. 117.De ambtenaar behoudt hoe dan ook zijn graad en de daaraan verbonden weddenschaal. Hij behoudt tevens de voordelen die hij in zijn functionele loopbaan heeft verkregen, met inachtneming van de bepalingen inzake vorming en evaluatie. Art. 118.De interne mutatie vindt plaats hetzij door vrijwillige mutatie, hetzij door ambtshalve mutatie, hetzij door herplaatsing. Art. 119.§ 1. Om zich kandidaat te stellen moet de ambtenaar zijn functies uitoefenen in zijn betrekking sinds ten minste twee jaar. § 2. In het geval van pesterijen, een gewelddaad of discriminatie waarvan de ambtenaar het slachtoffer is, wordt afgeweken van de in het eerste paragraaf bepaalde limiet, ten gevolge van een advies van de welzijnsverantwoordelijke of in de volgende gevallen : - de pesterijen moeten erkend zijn door een rechterlijke beslissing of een verslag van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, bedoeld in boek II, titel III van de Codex met betrekking tot welzijn op het werk van 28 april 2017. - de gewelddaad moet erkend zijn door een rechterlijke beslissing, door een tuchtrechtelijke beslissing, door een bewijs van arbeidsongeval of een verslag van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, bedoeld in boek II, titel III van de Codex met betrekking tot welzijn op het werk van 28 april 2017. - de discriminatie moet erkend zijn door een rechterlijke beslissing of door een tuchtrechtelijke beslissing. § 3. Het verval van de strafvordering door toepassing van artikel 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering leidt evenzeer tot de erkenning van de gevallen geviseerd in paragraaf 2. § 4. De in de tweede paragraaf bedoelde aanvragen worden naargelang de prioriteit behandeld. » Art. 34.Het opschrift van hoofdstuk 2 van titel 6 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 2. - De vrijwillige mutatie » Art. 35.In artikel 122 van hetzelfde besluit, wordt een « 3° » » toegevoegd in het laatste zin voor de termen « binnen welke termijn de ambtenaar zijn belangstelling voor de betrekking kan kenbaar maken . Art. 36.Artikel 126 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De herplaatsing vindt plaats : 1° indien de opheffing of de wijziging van een opdracht van het Parkeeragentschap de afschaffing van een of meer betrekkingen met zich meebrengt;2° indien een ambtenaar medisch ongeschikt wordt bevonden voor de uitoefening van zijn ambt, maar opnieuw kan worden geplaatst in een betrekking die verenigbaar is met zijn gezondheidstoestand.3° indien een ambtenaar beschikbaar is door opzegging van tewerkstelling in het belang van de dienst: 4° indien de ambtenaar niet langen in een ambt is tewerkgesteld.» Art. 37.Tweede lid van artikel 127 wordt opgeheven. Art. 38.In artikel 130, wordt een « 2° » toegevoegd in het laatste zin voor de termen « een hogere weddenschaal in zijn functionele loopbaan ». Art. 39.In de eerste paragraaf van article 134 van hetzelfde besluit worden de termen "artikel 235" vervangen door "artikel 205" In de eerste paragraaf van artikel 134 van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 231 » vervangen door « artikel 202 ». In de eerste paragraaf van artikel 134 van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 239 » vervangen door « artikel 209 ». Eerste lid van paragraaf 4 van artikel 134 wordt vervangen als volgt: « § 4. De disponibiliteit wegens ziekte maakt geen einde aan de stelsels van loopbaanonderbreking bedoeld in de artikelen 141 tot 146, noch aan de stelsels van halftijdse vervroegde uittreding en de vierdagenweek zoals bedoeld in artikelen 147 tot 151, noch aan verminderde prestaties om persoonlijke redenen bedoeld in de artikelen 152 tot 154. » Art. 39bis.Het eerste en tweede lid van artikel 135 van hetzelfde besluit worden de termen "artikel 239" vervangen door "artikel 209". Art. 40.Artikel 140 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de eventuele toepassing van een tuchtstraf, bevindt de ambtenaar die zonder toestemming afwezig is of de duur van zijn verlof zonder geldige reden overschrijdt, zich van rechtswege in non-activiteit. De deelname van een ambtenaar aan een overlegde werkstaking wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Hij heeft echter geen recht op zijn wedde. Indien de ambtenaar zonder geldige reden meer dan tien werkdagen afwezig is, wordt hij ambtshalve ontslagen. » Art. 41.In artikel 141 van hetzelfde besluit, wordt een « 5° » toegevoegd in het laatste zin na de termen « in het kader van het ouderschapsverlof bij de geboorte of de adoptie van een kind » . Art. 42.Artikel 169 van hetzelfde besluit wordt hernummerd naar artikel 142. Art. 43.Artikel 144 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een tweede paragraaf, luidende : « § 2. Een ambtenaar die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die verlof verkrijgt tot loopbaanonderbreking overeenkomstig artikel 8bis van het Koninklijk Besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/07/1999 numac 1999022508 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen sluiten bedoeld in artikel 141, § 1, is ertoe gehouden zijn loopbaan gedeeltelijk te onderbreken tot aan zijn pensionering. Hij kan voor een andere regeling opteren, op voorwaarde dat de duur van de verrichte dienstprestaties wordt beperkt. De reeds bestaande bepaling wordt « § 1 ». Art. 44.Het tweede lid van artikel 145 van hetzelfde besluit word opgeheven. Art. 45.Afdeling 2 van hoofdstuk 3 van titel 7 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Afdeling 2. - Verlof in het kader van de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar Onderafdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 147.§ 1. Op grond van de artikelen 4 tot en met 8 van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector type wet prom. 19/07/2012 pub. 04/03/2013 numac 2013000122 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector. - Duitse vertaling type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204202 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende wijziging van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, en van de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204206 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft
- De ambtenaren die houder zijn van een wervingsgraad hebben recht op de stelsels van de vierdagenweek met en zonder premie of het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar. De houders van een bevorderingsgraad kunnen deze stelsels genieten, met toestemming van de secretaris generaal of de adjunct secretaris generaal. §
- Dit verlof is niet bezoldigd en wordt voor het overige gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 148.De ambtenaar kan het verlof genieten overeenkomstig volgende regeling : 1° de ambtenaar die gebruik wenst te maken van dit verlof, dient daartoe bij zijn diensthoofd een aanvraag in;2° de aanvraag geschiedt minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode van het verlof.Deze termijn kan in gemeenschappelijk overleg worden ingekort. Deze aanvraag bevat een voorstel van werkschema waarin bepaald wordt hoe de arbeidsprestaties worden geregeld; 3° de periode van het verlof neemt een aanvang op de eerste dag van de eerste maand van een trimester. Onderafdeling
- - Het stelsel van de vierdaagse werkweek met premie Art. 149.§
- De ambtenaar die voltijds werkt, geniet de vierdagenweek met premie zoals voorzien in de artikelen 4 tot en met 6 van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector type wet prom. 19/07/2012 pub. 04/03/2013 numac 2013000122 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector. - Duitse vertaling type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204202 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende wijziging van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, en van de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204206 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft
- De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde kent het verlof toe en bepalen de arbeidsagenda. Hij kan het begin van het verlof uitstellen met maximaal drie maanden voor noodwendigheden van de dienst. In functie van de noodwendigheden van de dienst of op verzoek van de ambtenaar, kan de werkkalender worden aangepast door de directeur-generaal of zijn afgevaardigde. Hij brengt de ambtenaar minimaal twee maanden op voorhand op de hoogte van de beslissing. Een tijdelijke aanpassing van de werkkalender is mogelijk mits wederzijds akkoord. §
- Gedurende de periode tijdens welke de ambtenaar geen prestaties dient te leveren binnen het kader van de vierdagenweek met premie, mag hij geen andere professionele activiteiten uitoefenen. Onder professionele activiteit dient te worden begrepen elke activiteit waarvan het resultaat een professionele inkomst is zoals bedoeld in artikel 23 van het Wetboek Inkomstenbelastingen van
- De politieke mandaten bedoeld in artikel 227 en volgende worden niet beschouwd als een professionele activiteit. Art. 149bis.Gedurende de periode van de vierdagenweek met premie, kan het de ambtenaar niet toegelaten worden verminderde prestaties uit te voeren voor welke reden dan ook. Hij kan ook geen beroep doen op een regime van deeltijdse loopbaanonderbreking. Het verlof voor de vierdagenweek met premie wordt ambtshalve geschorst indien de ambtenaar één van de volgende verloven geniet : 1° moederschapsverlof en het verlof voor arbeidsvrijstelling in toepassing van de artikelen 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en van artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;2° ouderschapsverlof;3° adoptieverlof en verlof voor onthaal;4° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of om bijstand te verlenen of zorgen te verlenen aan een gezinslid of familie;5° verminderde prestaties ingevolge medische redenen in toepassing van artikel
- Wanneer een ambtenaar een schorsing verkrijgt door toepassing van lid 2, dan worden deze periodes niet meegeteld voor een periode van maximaal 60 maanden bedoeld in artikel 4 § 2 van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector type wet prom. 19/07/2012 pub. 04/03/2013 numac 2013000122 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector. - Duitse vertaling type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204202 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende wijziging van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, en van de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204206 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft
- Het door de ambtenaar voorgestelde werkschema wordt onderzocht rekening houdend met de werking van de dienst. §
- De ambtenaar kan een einde maken aan de regeling van de vierdaagse werkweek mits een opzegging van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal ter kennis wordt gebracht, tenzij deze een kortere termijn aanvaardt. Onderafdeling 2bis. - Het stelsel van de vierdaagse werkweek zonder premie Art. 150bis.§
- Onverminderd het recht op de vierdagenweek met premie, toegekend in uitvoering van de artikelen 4 tot 6 van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector type wet prom. 19/07/2012 pub. 04/03/2013 numac 2013000122 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector. - Duitse vertaling type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204202 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende wijziging van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, en van de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204206 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft
- De ambtenaar die gebruik maakt van het recht bedoeld in § 1, ontvangt tachtig procent van zijn wedde. De periode van afwezigheid wordt als verlof beschouwd en met dienstactiviteit gelijkgesteld. §
- De ambtenaar die gebruik wenst te maken van het recht op de vierdagenweek zonder premie bedoeld in § 1, dient daartoe een aanvraag in, minstens drie maanden vóór aanvang van die periode. De machtiging voor de arbeidsregeling bedoeld in § 1 wordt door de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde toegekend voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vierentwintig maanden. Voor elke verlenging wordt een aanvraag van het betrokken personeelslid vereist. Zij moet ten minste een maand vóór het verstrijken van de lopende periode worden ingediend. De bevordering door verhoging in graad of door overgang naar een hoger niveau maakt ambtshalve een einde aan de machtiging tot de arbeidsregeling bedoeld in §
- §
- De artikelen 149 § 3 en 149bis zijn van toepassing op de arbeidsregeling bedoeld in §
- §
- De ambtenaar kan een einde maken aan de in § 1 bedoelde arbeidsregeling met een opzegging van drie maanden, die per aangetekend schrijven aan de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemde een kortere termijn aanvaardt. Onderafdeling
- - Halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar Art. 151.§
- Halftijdse prestaties zoals bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector type wet prom. 19/07/2012 pub. 04/03/2013 numac 2013000122 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector. - Duitse vertaling type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204202 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende wijziging van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, en van de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen type wet prom. 19/07/2012 pub. 22/08/2012 numac 2012204206 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft
- e)of van de samenwonende partner van de ambtenaar maar niet onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar : 2 werkdagen;9° het overlijden van een bloedverwant in de derde graad, hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgeno(o)t(
- e)of van de samenwonende partner van de ambtenaar maar niet onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar : 1 werkdag; Als het voorval zich voordoet tijdens een periode van deeltijdse arbeid wordt de duur van het verlof in evenredige mate verminderd. Het verlof mag in halve werkdagen genomen worden. » Art. 54.Artikel 164 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « Met een maximum van vijfenveertig werkdagen per kalenderjaar, kan de ambtenaar verlof krijgen wegens : 1° ziekenhuisopname of autonomieverlies van een persoon die met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad die niet met de ambtenaar onder hetzelfde dak woont;2° opvang van zijn kinderen en kleinkinderen die niet de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben. Het verlof wordt genomen per dag of per halve dag. Het wordt toegekend door de functionele chef. Indien het verlof wegens dwingende familiale redenen tijdens een periode van deeltijdse arbeid genomen wordt, wordt de duur van het verlof in evenredige mate verminderd. » Art. 55.Het opschrift van onderafdeling 3 van afdeling 3 van hoofdstuk 4 van titel 7 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Onderafdeling 3. - Het ouderschapsverlof buiten de loopbaanonderbreking » Art. 56.Eerste lid van artikel 166 wordt vervangen als volgt : « Aan de ambtenaar in dienstactiviteit wordt, bij de geboorte of de adoptie van een kind of de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, maximaal vier maanden ouderschapsverlof buiten loopbaanonderbreking toegestaan. Dit verlof moet genomen worden vóór het kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt. Het verlof mag enkel gesplitst worden in maanden en mag enkel genomen worden met volledige dagen. » Art. 57.Onderafdeling 4 van derde afdeling van hoofdstuk 4 van titel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als golgt : « Onderafdeling 4. - Adoptieverlof, het verlof voor de opvang met het oog op pleegvoogdij of plaatsing in een onthaalgezin naar aanleiding van een rechterlijke beslissing Art. 198.Een adoptieverlof wordt toegekend aan de ambtenaar die een kind van minder dan twaalf jaar adopteert. Het verlof bedraagt ten hoogste 6 weken. Het verlof kan gesplitst worden in weken en dient te worden genomen uiterlijk binnen de vier maanden die volgen op de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de ambtenaar in het bevolkingsregister of het register van vreemdelingen in de gemeente van zijn verblijfplaats. Op vraag van de ambtenaar kan ten hoogste drie weken van dit verlof opgenomen worden vooraleer het kind effectief in het gezin wordt opgenomen. De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld en de leeftijdsgrens van het kind wordt vastgesteld op 21 jaar wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct. of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. De ambtenaar die het verlof wenst te genieten bij toepassing van dit artikel, deelt aan de overheid onder welke hij ressorteert, de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens één maand voor de aanvang van het verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere termijn aanvaardt. De ambtenaar dient de volgende documenten voor te leggen : 1° een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de Gemeenschap, waarin de toewijzing van het kind aan de ambtenaar, wordt bevestigd, om het verlof van ten hoogste drie weken te verkrijgen vooraleer het kind opgenomen wordt in het gezin;2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt om het resterend verlof te kunnen opnemen. Art. 169.De ambtenaar kan verlof krijgen wanneer een kind beneden de twaalf jaar in zijn gezin wordt opgenomen met het oog op pleegvoogdij. Hij kan ook dit verlof krijgen wanneer hij een minderjarige opneemt in zijn gezin ingevolge een rechterlijke beslissing tot plaatsing in een opvanggezin. De maximumduur van het verlof bedraagt vier weken indien het opgenomen kind ouder is dan drie jaar en zes weken indien het die leeftijd nog niet heeft bereikt. Het verlof kan gesplitst worden opgenomen per week. Het verlof vangt aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen. De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct. of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. Art. 170.Het adoptieverlof, het verlof voor de opvang met het oog op pleegvoogdij en plaatsing in een onthaalgezin van een minderjarige naar aanleiding van een rechterlijke beslissing wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. » Art. 58.In artikel 171 van hetzelfde besluit, worden paragraaf 2, tweede lid, en paragraaf 3 opgeheven. Art. 59.Derde paragraaf van artikel 172 wordt vervangen als volgt : « § 3. Worden gelijkgesteld met werkdagen die tot na het postnataal verlof verschoven kunnen worden, de volgende afwezigheden gedurende de zes weken of, in geval van de geboorte van een meerling, gedurende de acht weken die vallen vóór de zevende dag welke aan de werkelijke bevallingsdatum voorafgaan : 1° het jaarlijks vakantieverlof;2° de in artikel 161 bedoelde feestdagen;3° de in de artikelen 162 en 186bis ;4° het verlof om dwingende redenen van familiaal belang ;5° de afwezigheden wegens ziekte ;6° de periodes tijdens dewelke de ambtenaar vrijgesteld is van werk in uitvoering van de artikelen 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en van artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van arbeidstijd in de openbare sector.» Art. 60.Eerste lid van artikel 173 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 61.Tweede lid van artikel 177, § 4, van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 62.Tweede paragraaf van artikel 178 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « § 2. De borstvoedingspauze duurt een half uur. De vrouwelijke ambtenaar die een halve dag van drie uur en vijfenveertig minuten of meer werkt, heeft die dag recht op één pauze. De vrouwelijke ambtenaar die tijdens een werkdag ten minste zeven en een half uur werkt, heeft die dag recht op twee pauzes. Als de vrouwelijke ambtenaar recht heeft op twee pauzes tijdens een werkdag, kan zij deze op die dag opnemen in één keer of twee keer. De duur van borstvoedingspauze(
- s)is in de duur van de prestaties van de werkdag inbegrepen. » Art. 63.Artikel 179 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De ambtenaar kan dienstvrijstelling krijgen om naar medische onderzoeken te gaan bij een specialist die niet buiten de diensturen kunnen plaatsvinden. De aanvraag moet worden gestaafd door een getuigschrift voor verstrekte hulp. » Art. 64.Leden 1 en 2 van artikel 180 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « De ambtenaar verkrijgt een dienstvrijstelling om bloed, bloedplasma en bloedplaatjes te geven op voorwaarde dat hij de toelating heeft van zijn functionele chef voor de donatie. Die dienstvrijstelling kan geweigerd worden om dienstredenen. De ambtenaar verkrijgt een dienstvrijstelling voor de noodzakelijke duur van de bloed-, plasma- en bloedplaatjesdonatie alsook voor de verplaatsingstijd van maximaal twee uur. De ambtenaar moet het bewijs leveren dat hij bloed of plasma heeft gegeven. » Art. 65.In tweede lid van artikel 181 van hetzlefde besluit, worden de termen « een medisch attest » vervangen door « getuigschrift voor verstrekte hulp ». Art. 66.In afdeling 6 van hoofdstuk 4 van titel 7 van boek 1 van hetzelfde besluit, wordt een nieuw artikel 186bis ingevoegd, luiden als volgt: « De ambtenaar heeft recht op uitzonderlijk verlof voor de verzorging van een persoon, woonachtig onder hetzelfde dak, die slachtoffer werd van een ziekte of ongeval. Bovendien moet de persoon die onder hetzelfde dak leeft, de volgende hoedanigheid hebben: echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende, een ouder hetzij van de ambtenaar, hetzij van diegene waarmee de ambtenaar samenleeft als koppel, een persoon opgevangen voor adoptie of voor de uitoefening van officieus toezicht. De ambtenaar moet een medisch attest kunnen voorleggen als bewijs van de noodzakelijke aanwezigheid bij de persoon die ziek is of slachtoffer werd van een ongeval. De duur van dit verlof is beperkt tot 4 dagen per jaar. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Dit verlof wordt vergoed. » Art. 67.Artikel 193 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 1. De Regering kan een ambtenaar, met zijn instemming, belasten met een opdracht. § 2. Iedere ambtenaar kan eveneens met instemming van de Regering een opdracht aanvaarden: 1° bij een instelling van openbaar nut die afhangt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;2° bij een overheidsdienst, bij een Ministerie, een instelling van openbaar nut die afhangt van de federale overheid, van een Gewest, van een Gemeenschap of van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, bij een lokaal bestuur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of bij een rechtspersoon in de welke de publieke overheden een overwicht uit oefenen in de bestuurs- en beheersorganen;3° op internationaal vlak buiten België uitgeoefend, die wordt toevertrouwd hetzij door één van de regeringen van het Rijk of een Belgisch openbaar bestuur, hetzij door een buitenlandse regering of door een buitenlandse openbaar bestuur;4° op internationaal vlak in of buiten België uitgeoefend, bij een internationale instelling;5° in een ontwikkelingsland opgenomen in de lijst opgesteld door het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).» Art. 68.Artikel 194 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 1. De Regering verleent de opdracht voor ten hoogste twee jaar. Zij kan haar verlengen voor telkens maximaal dezelfde duur. § 2. In afwijking van § 1, wordt de ambtenaar die wordt aangewezen om een mandaat in een overheidsdienst uit te oefenen ambtshalve in opdracht geplaatst voor de duur van het mandaat ». Art. 69.Tweede paragraaf van artikel 195 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 2. Het verlof wordt evenwel bezoldigd wanneer de ambtenaar wordt aangewezen als nationaal deskundige krachtens de beschikking van 26 juli 1988, van 7 januari 1998 of van 12 november 2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van de regeling die geldt voor nationale deskundigen die bij de diensten van de Commissie gedetacheerd zijn. Het kan eveneens worden bezoldigd met instemming van de Regering wanneer de opdracht in het kader van de programma's van de Europese Unie wordt toegewezen. Het is eveneens bezoldigd wanneer de ambtenaar, overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën, wordt aangesteld als lid van het secretariaat van de afdeling Financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën. » Art. 70.Artikel 196 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 1. Tijdens de duur van een opdracht die door volgende machtigingen is gedekt, wordt aan de ambtenaar verlof verleend indien de opdracht welke hij uitvoert als zijnde van algemeen belang is erkend. Dit verlof wegens opdracht wordt niet bezoldigd. Het wordt voor het overige gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. § 2. Het karakter van algemeen belang wordt van rechtswege erkend: 1° voor de opdrachten welke de uitoefening van een functie bevatten in een ontwikkelingsland, opgenomen in de lijst opgesteld door het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ;2° voor opdrachten uitgevoerd door de als nationaal deskundige aangewezen ambtenaar krachtens de beschikking van 26 juli 1988, van 7 januari 1998 of van 12 november 2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of wanneer de opdracht in het kader van de programma's van de Europese Unie wordt toegewezen;3° om een mandaat in een Belgische overheidsdienst uit te oefenen. § 3. Het karakter van algemeen belang wordt van rechtswege erkend voor de internationale opdrachten bedoeld in artikel 193, § 2, 3°, 4° en 5° wanneer zij door de minister geacht worden van overwegend belang te zijn hetzij voor het land, hetzij voor een regering of een openbaar bestuur in België. § 4. In uitzonderlijke gevallen wordt het karakter van algemeen belang voor de in artikel 193, § 2, 1° en 2°, bedoelde opdrachten erkend onder dezelfde voorwaarden als die vastgesteld in § 3 van dit artikel. § 5. In afwijking van §§ 2 en 3 van dit artikel, verliest iedere opdracht van rechtswege haar karakter van algemeen belang vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de ambtenaar een dienstanciënniteit heeft bereikt die volstaat om aanspraak te kunnen maken op het krijgen van een onmiddellijk ingaand dan wel uitgesteld pensioen ten laste van een buitenlandse regering, van het buitenlands openbaar bestuur of van de internationale instelling ten behoeve waarvan de opdracht werd vervuld. » Art. 71.In artikel 199 van hetzelfde besluit worden de termen « raad van bestuur » vervangen door « directieraad ». Artikel 199 wordt aangevuld met volgende voorwaarden : « De met een opdracht belaste ambtenaar van wie de betrekking vacant verklaard is, blijft aan de dienst toegewezen waaraan hij toegewezen was vóór de vacantverklaring. » Art. 72.Eerste lid van artikel 203 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met wat volgt : « 7° binnen het kader van de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar » Art. 73.Eerste lid van artikel 204, § 1, van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 1. Verlof wegens ziekte maakt geen einde aan de stelsels van loopbaanonderbreking zoals bedoeld in de artikelen 141 tot 146, noch aan de stelsels van de vierdagenweek of halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar bedoeld in de artikelen 147 tot 151, noch aan verminderde prestaties om persoonlijke redenen zoals bedoeld in de artikelen 152 tot 154. » Art. 74.In eerste paragraaf van artikel 206 van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 244 » vervangen door « artikel 202 ». Art. 75.In artikel 208, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de termen « tot herverdeling van de arbeid in de openbare sector » vervangen door « met betrekking tot de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar ». Art. 76.Eerste lid van artikel 209 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « De wegens ziekte afwezige ambtenaar staat onder het geneeskundig toezicht van de raad van bestuur aangewezen medische controledienst. De raad van bestuur bepaalt de regels die van toepassing zijn inzake de medische controle. » Art. 77.Afdeling 3 van hoofdstuk 6 van titel 7 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Afdeling 3. - De verminderde prestaties wegens ziekte Art. 213.De ambtenaar kan verzoeken zijn functie uit te oefenen binnen het kader van verminderde prestaties wegens ziekte: 1° met het oog op zich opnieuw aan te passen aan het normale arbeidsritme, na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van ten minste dertig dagen;2° wanneer, ten gevolge van een langdurige medische ongeschiktheid, hij niet voltijds kan werken na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van ten minste dertig dagen. De beoordeling van de medische situatie van de ambtenaar en het toekennen van verminderde prestaties wegens medische redenen wordt gewaarborgd door een arts van de medische controle zoals bedoeld in artikel 209, eerste lid. Art. 214.§ 1. De ambtenaar bedoeld in artikel 213, 1°, kan zijn functie opnieuw vervullen ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties voor een periode van maximaal drie maanden. Verminderde prestaties kunnen worden toegekend voor de duur van een maand. Verlengingen kunnen worden verleend voor een equivalente periode, indien de medische controledienst zoals bedoeld in artikel 209, eerste lid, na een nieuw onderzoek van mening is dat de gezondheidstoestand van de ambtenaar dit rechtvaardigt. De bepalingen van artikel 217, §§ 1 en 2 zijn van toepassing. § 2. De ambtenaar bedoeld in artikel 213, 2° kan zijn functie hervatten ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van de normale prestaties voor een maximumduur van twaalf maanden, tenzij dat de arts van de medische controledienst zoals bedoeld in artikel 209, eerste lid van mening is dat een nieuw onderzoek vroeger dient plaats te vinden. De verlengingen kunnen worden toegekend per periodes van maximum twaalf maanden, indien de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid na een nieuw onderzoek van mening is dat de gezondheidstoestand van de ambtenaar het rechtvaardigt. De bepalingen van artikel 217 zijn van toepassing. § 3. Bij elk onderzoek, oordeelt de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, lid 1 of de ambtenaar geschikt is om 50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties te verrichten. Gedurende de periode van verminderde prestaties om medische redenen, kan de ambtenaar, zoals bedoeld in § 2, om een nieuw onderzoek verzoeken bij de medische controledienst zoals bedoeld in artike 209, eerste lid met het oog op het aanpassen van zijn werkregime. § 4. De verminderde prestaties bedoeld in § 1 worden elke dag uitgevoerd, tenzij de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid, anders beslist. De verminderde prestaties bedoeld in § 2, worden uitgevoerd volgens een spreiding van de prestaties over de week, conform het advies van de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid. Art. 215.§ 1. De dagen dat een ambtenaar afwezig is tijdens een periode van verminderde prestaties wegens ziekte worden beschouwd als verlof. Dit verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Niettemin moet de ambtenaar, die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties wegens ziekte, zijn vakantieverlofdagen opnemen met volledige dagen. Indien de verminderde prestaties niet elke dag worden geleverd, dan worden de verlofdagen toegekend pro rata aan de prestaties voor de gepresteerde periode binnen het kader van de verminderde prestaties. § 2. De ambtenaar bedoeld in artikel 213, 1° en 2° geniet zijn volledige wedde voor de eerste drie maanden van de verminderde prestaties voor medische redenen. Met wedde wordt de wedde bedoeld zoals gedefinieerd in artikel 293 tot 310 alsook de toelagen bedoeld in artikel 313. De ambtenaar bedoeld in artikel 213, 2° geniet vanaf de vierde maand een wedde voor de verminderde prestaties, verhoogd met 60 % van de wedde die hij gekregen zou hebben voor de niet geleverde prestaties. § 3. De verminderde prestaties voor medische redenen worden geschorst door: 1° loopbaanonderbreking;2° halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar;3° de vierdagenweek;4° de verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden;5° de afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke redenen;6° moederschapsverlof;7° ouderschapsverlof zoals is voorzien in artikel 166 ;8° adoptieverlof, het verlof voor de opvang met het oog op pleegvoogdij of plaatsing in een onthaalgezin naar aanleiding van een rechterlijke beslissing. De toelating om verminderde prestaties te verrichten omwille van medische redenen wordt tijdelijk onderbroken bij afwezigheid wegens ziekte, door een arbeidsongeval of door een ongeval op de weg van en naar het werk of wegens een arbeidsziekte. Art. 216.§ 1. De ambtenaar die verminderde prestaties voor medische redenen wenst te genieten moet een advies verkrijgen van de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid, minimaal vijf werkdagen voor het begin van de verminderde prestaties. De ambtenaar, bedoeld in artikel 213, 1°, moet een medisch getuigschrift voorleggen en een reïntegratieplan opgesteld door de behandelende arts. In het reïntegratieplan vermeldt de arts de vermoedelijke datum van het volledig hervatten van de arbeid. De ambtenaar bedoeld in artikel 213, 2° moet een omstandig medisch verslag voorleggen, opgesteld door een arts specialist. § 2. De arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid, spreekt zich uit over de medische geschiktheid van de ambtenaar om zijn functies te hervatten ter belope van 50 %, 60 % of 80 % van de normale prestaties. Deze bezorgt zo snel mogelijk, naargelang het geval, na consultatie van de behandelende arts bedoeld in § 1, lid 2, zijn schriftelijke bevindingen aan de ambtenaar. § 3. Na het bezorgen van de bevindingen door de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid binnen het kader van en verzoek tot verminderde prestaties voor medische redenen, bedoeld in artikel 213, 1° en 2° kan de ambtenaar, die niet akkoord gaat met de vaststellingen, verzoeken dat een arts-scheidsrechter wordt aangesteld, in overeenstemming met de procedure bedoeld in artikel 209, tweede lid. De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist over het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Elke andere vaststelling blijft beschermd door het beroepsgeheim. De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van de ambtenaar, vallen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij. De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid op de hoogte van zijn beslissing. De medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid en de ambtenaar worden onmiddellijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd door de arts-scheidsrechter. Art. 217.§ 1. Indien de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid, beslist dat een ambtenaar afwezig wegens ziekte geschikt is om de uitoefening van zijn functies te hervatten ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van de normale prestaties, dan informeert hij de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal hierover. De directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal nodigen de ambtenaar uit het werk te hervatten en laten hem toe de verminderde prestaties te vervullen voor zover deze in overeenstemming zijn met de eisen opgelegd voor de goede functionering van de dienst. Indien de ambtenaar geen gevolg geeft aan dit verzoek om het werk te hervatten, dan wordt hij in non-activiteit geplaatst. § 2. De ambtenaar, die niet akkoord gaat met de vaststellingen, kan verzoeken dat een arts-scheidsrechter wordt aangesteld, in overeenstemming met de procedure bedoeld in artikel 209, tweede lid. De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist over het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Elke andere vaststelling blijft beschermd door het beroepsgeheim. De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van de ambtenaar, vallen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij. De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de arts van de medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid op de hoogte van zijn beslissing. De medische controledienst bedoeld in artikel 209, eerste lid en de ambtenaar worden onmiddellijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd door de arts-scheidsrechter. » Art. 78.In de Franse versie van artikel 221 van hetzelfde besluit word het word « admnistration » vervangen door « administration ». Art. 79.In sub
- d)van artikel 227 van hetzelfde besluit, worden de termen « de deputatie of » geschrapt. Art. 80.In artikel 228 van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 256 » vervangen door « artikel 227 ». Art. 81.In 1° en 2° van artikel 229 van hetzelfde besluit worden de termen « of van een speciaal comité voor de sociale dienst » toegevoegd na « een raad voor maatschappelijk welzijn ». In 5° van artikel 229 worden de termen « of een provinciaal college » geschrapt en de puntkomma wordt vervangen door een punt. Art. 82.In 5° van artikel 230 van hetzelfde besluit, worden de termen « provincial college » vervangen door « provincieraad ». Art. 83 In artikel 233 van hetzelfde besluit worden de verwijzing naar artikel » 257 » en de komma geschrapt. Art. 84.Hoofdstuk 8 van titel 7 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 8. - Het beroep inzake verlof, afwezigheid en disponibiliteit Art. 239.Het personeelslid kan in beroep gaan bij de gewestelijke kamer van beroep wanneer hij niet akkoord gaat met een beslissing inzake verlof, afwezigheden of disponibiliteit, behalve inzake: 1° ziekteverlof;2° in geval van disponibiliteit wegens ziekte;3° inzake verlof voor opdracht;4° in geval van ontslag van ambtswege wegens ongerechtvaardigde afwezigheid van meer dan tien werkdagen. Art. 240.De ambtenaar beschikt voor het instellen van zijn beroep, over een termijn van tien dagen ingaande op de dag waarop hem kennis is gegeven van de beslissing tot afwijzing van zijn aanvraag. Hij kan op zijn vraag worden gehoord door de gewestelijke kamer van beroep en mag zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Art. 241.De betwiste beslissing wordt verdedigd door een personeelslid aangewezen door de overheid die de beslissing heeft genomen. De gewestelijke kamer van beroep velt een beslissing en bezorgt die aan de directeur-generaal en het betrokken personeelslid binnen een termijn van een maand die aanvangt op de dag dat het beroep werd ingediend. » Art. 85.Artikel 242 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Onder beroepsvorming