Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten: 1° het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, gedaan te Doha op 11 oktober 2012; 2

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt drie internationale akten die in Doha op 11 oktober 2012 zijn opgesteld, met als doel deze volledig van kracht te laten zijn in België. Het gaat over regels en overeenkomsten die de Wereldpostvereniging (UPU) en haar diensten betreffen.

Wat het reguleert

  • De organisatie, bevoegdheden en werking van de organen van de Wereldpostvereniging, zoals het Congres, de Administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Raadgevend Comité.
  • De verkiezing en bevoegdheden van de directeur-generaal en vicedirecteur-generaal van het Internationaal Bureau.
  • De procedures voor het indienen, onderzoeken en inwerkingtreden van voorstellen en beslissingen binnen de Wereldpostvereniging.
  • De financiën en arbitrageprocedures van de Wereldpostvereniging.

Wie het aangaat

  • De Belgische staat, die instemt met de internationale akten.
  • Lidstaten van de Wereldpostvereniging en hun vertegenwoordigers.

Kernpunten

  • Het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, de Wereldpostconventie en Slotprotocol, en de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post, alle gedaan te Doha op 11 oktober 2012, zullen in België volledig gevolg hebben.
  • Het Congres van de Wereldpostvereniging komt uiterlijk vier jaar na het vorige Congres bijeen.
  • Elke lidstaat heeft één stem in het Congres.
  • De Administratieve Raad bestaat uit 41 leden, waarvan 40 verkozen worden op basis van een billijke geografische spreiding, en ten minste de helft van de leden wordt bij elk Congres vervangen.
Wettekst
Wettekst

14 SEPTEMBER 2016. - Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten: 1° het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, gedaan te Doha op 11 oktober 2012; 2° de Wereldpostconventie en Slotprotocol, gedaan te Doha op 11 oktober 2012; 3° de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post, gedaan te Doha op 11 oktober 2012

(1)
(2)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, gedaan te Doha op 11 oktober 2012, zal volkomen gevolg hebben. Art. 3.De Wereldpostconventie en Slotprotocol, gedaan te Doha op 11 oktober 2012, zullen volkomen gevolg hebben. Art. 4.De Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post, gedaan te Doha op 11 oktober 2012, zal volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 14 september 2016. FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Minister van de Post, A. DE CROO Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota's
(1)Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54K1961 integraal verslag: 13/07/2016
(2)Datum van neerlegging van ratificatie-instrument : 30/09/2016 (Zie : www.upu.int) Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging (herzien en aangenomen door het Congres van Doha 2012) Inhoudsopgave HOOFDSTUK
  1. - Organisatie, bevoegdheden en werking van het Congres, de Administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Raadgevend Comité Afdeling
  2. - Congres Art.
  3. Organisatie en bijeenkomst van de Congressen en de buitengewone Congressen 102.Stemrecht in het Congres
  4. Taken van het Congres 104.Huishoudelijk reglement van het Congres
  5. Waarnemers in de organen van de Vereniging Afdeling 2.- Administratieve Raad
  6. Samenstelling en werking van de Administratieve Raad 107.Bevoegdheden van de Administratieve Raad
  7. Organisatie van de zittingen van de Administratieve Raad 109.Waarnemers
  8. Terugbetaling van de reiskosten 111.Informatie over de werkzaamheden van de Administratieve Raad Afdeling
  9. - Raad voor Postexploitatie
  10. Samenstelling en werking van de Raad voor Postexploitatie 113.Bevoegdheden van de Raad voor Postexploitatie
  11. Organisatie van de zittingen van de Raad voor Postexploitatie 115.Waarnemers
  12. Terugbetaling van de reiskosten 117.Informatie over de werkzaamheden van de Raad voor Postexploitatie Afdeling
  13. - Raadgevend Comité
  14. Rol van het Raadgevend Comité 119.Samenstelling van het Raadgevend Comité
  15. Toetreding tot het Raadgevend Comité 121.Bevoegdheden van het Raadgevend Comité
  16. Organisatie van het Raadgevend Comité 123.Vertegenwoordigers van het Raadgevend Comité in het Congres, in de Administratieve Raad en in de Raad voor Postexploitatie
  17. Waarnemers in het Raadgevend Comité 125.Informatie over de werkzaamheden van het Raadgevend Comité HOOFDSTUK II. - Internationaal Bureau Afdeling
  18. - Verkiezing en bevoegdheden van de directeur-generaal en van de vicedirecteur-generaal
  19. Verkiezing van de directeur-generaal en van de vicedirecteur-generaal 127.Bevoegdheden van de directeur-generaal
  20. Bevoegdheden van de vicedirecteur-generaal Afdeling 2.- Secretariaat van de organen van de Vereniging en van het Raadgevend Comité
  21. Algemeen 130.Voorbereiding en verdeling van de documenten van de organen van de Vereniging
  22. Lijst van de lidstaten 132.Inlichtingen. Adviezen. Verzoeken om toelichting en wijziging van de Akten. Onderzoeken. Tussenkomst in de vereffening van de rekeningen
  23. Technische samenwerking 134.Formulieren geleverd door het Internationaal Bureau
  24. Akten van de Beperkte Verenigingen en bijzondere overeenkomsten 136.Tijdschrift van de Vereniging
  25. Jaarverslag over de werkzaamheden van de Vereniging HOOFDSTUK III.- Indiening, onderzoek van de voorstellen, kennisgeving van de aangenomen beslissingen en inwerkingtreding van de Reglementen en andere aangenomen beslissingen 13
  26. Procedure voor het indienen van de voorstellen aan het Congres 139.Procedure voor het indienen van de voorstellen tot wijziging van de Conventie en van de Overeenkomsten tussen twee Congressen in
  27. Onderzoek van de voorstellen tot wijziging van de Conventie en van de Overeenkomsten tussen twee Congressen in 141.Procedure voor het indienen bij de Raad voor Postexploitatie van voorstellen betreffende de uitwerking van nieuwe Reglementen rekening houdende met de beslissingen die door het Congres zijn genomen
  28. Wijziging van de Reglementen door de Raad voor Postexploitatie 143.Kennisgeving van de beslissingen die tussen twee Congressen in zijn genomen
  29. Inwerkingtreding van de Reglementen en van de overige beslissingen die tussen twee Congressen in zijn genomen HOOFDSTUK IV.- Financiën 14
  30. Vaststelling van de uitgaven van de Vereniging 146.Betaling van de bijdragen van de lidstaten
  31. Geldtekort 148.Controle op het bijhouden van de financiële rekeningen en op de boekhouding
  32. Automatische sancties 150.Bijdrageklassen
  33. Betaling van de benodigdheden van het Internationaal Bureau 152.Organisatie van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen HOOFDSTUK V. - Arbitrage 15
  34. Arbitrageprocedure HOOFDSTUK VI.- Gebruik van de talen binnen de Vereniging 15
  35. Werktalen van het Internationaal Bureau 155.Talen gebruikt voor de documentatie, de beraadslagingen en de dienstbriefwisseling HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen 15
  36. Goedkeuringsvoorwaarden inzake de voorstellen betreffende het Algemeen Reglement 157.Voorstellen betreffende de akkoorden met de Organisatie van de Verenigde Naties
  37. Wijziging, tenuitvoerlegging en duur van het Algemeen Reglement Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging (herzien en aangenomen door het Congres van Doha 2012) Gelet op artikel 22.2 van de op 10 juli 1964 te Wenen afgesloten Stichtingsakte, hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Wereldpostverenging, in Congres bijeen te Genève, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van de genoemde Stichtingsakte de volgende wijzigingen van het Algemeen Reglement aangenomen. HOOFDSTUK I. - Organisatie, bevoegdheden en werking van het Congres, de Administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Raadgevend Comité Afdeling
  38. - Congres Artikel 101 Organisatie en bijeenkomst van de Congressen en de buitengewone Congressen (Stichtingsakte 14,15)
  39. De vertegenwoordigers van de lidstaten komen in Congres bijeen, uiterlijk vier jaar na het einde van het jaar waarin het vorige Congres heeft plaatsgevonden.
  40. Elke lidstaat laat zich op het Congres vertegenwoordigen door één of meerdere gevolmachtigden, die hiervoor van hun regering de nodige volmachten hebben gekregen.Een lidstaat mag zich, indien nodig, laten vertegenwoordigen door de afvaardiging van een andere lidstaat. Een afvaardiging mag evenwel slechts één andere lidstaat dan de zijne vertegenwoordigen.
  41. In principe wijst ieder Congres het land aan waar het volgende Congres zal plaatsvinden.Indien deze aanwijzing niet uitvoerbaar blijkt, is de Administratieve Raad gemachtigd om het land aan te wijzen waar de zittingen van het Congres zullen plaatsvinden, na afspraak met dit land.
  42. Na overleg met het Internationaal Bureau legt de uitnodigende regering de definitieve datum en de juiste plaats van het Congres vast.In principe stuurt de uitnodigende regering één jaar vóór deze datum een uitnodiging aan de regering van elke lidstaat. Deze uitnodiging kan worden verzonden, hetzij rechtstreeks, hetzij via een andere regering, hetzij via de directeur-generaal van het Internationaal Bureau.
  43. Wanneer een Congres moet worden bijeengeroepen zonder dat er een uitnodigende regering is, treft het Internationaal Bureau, met instemming van de Administratieve Raad en na overleg met de regering van de Zwitserse Bondsstaat, de nodige schikkingen om het Congres bijeen te roepen en het te organiseren in het land waar de Vereniging zetelt.In dit geval oefent het Internationaal Bureau de functie uit van uitnodigende regering.
  44. De plaats van bijeenkomst van een buitengewoon Congres wordt na overleg met het Internationaal Bureau bepaald door de lidstaten die het initiatief tot dit Congres hebben genomen.
  45. De bepalingen onder nummers 2 tot 6 zijn naar analogie toepasselijk op de buitengewone Congressen. Artikel 102 Stemrecht in het Congres
  46. Tijdens de beraadslagingen beschikt iedere lidstaat over één stem, onder voorbehoud van de sancties waarvan sprake in artikel
  47. Artikel 103 Taken van het Congres
  48. Op basis van de voorstellen van de lidstaten, van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie: 1.1 bepaalt het Congres het algemene beleid voor de vervulling van de opdracht en van het doel van de Vereniging, die vermeld zijn in de inleiding van de Stichtingsakte en in artikel een ervan; 1.2 onderzoekt het Congres de voorstellen vanwege de lidstaten en de Raden tot wijziging van de Stichtingsakte, het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten, en neemt het die in voorkomend geval aan, overeenkomstig artikel 29 van de Stichtingsakte en artikel 122 van het Algemeen Reglement; 1.3 stelt het Congres de datum van inwerkingtreding van de Akten vast; 1.4 neemt het Congres zijn Huishoudelijk Reglement aan, alsook de amendementen daarop; 1.5 onderzoekt het Congres volledige rapporten die respectievelijk door de Administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Raadgevend Comité worden voorgesteld met betrekking tot de periode die verlopen is sedert het vorige Congres, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 111, 117 en 125 van het Algemeen Reglement; 1.6 neemt het Congres de strategie van de Vereniging aan; 1.7 stelt het Congres het maximumbedrag van de uitgaven van de Vereniging vast, overeenkomstig artikel 21 van de Stichtingsakte; 1.8 verkiest het Congres de lidstaten die zitting hebben in de Administratieve Raad en in de Raad voor Postexploitatie; 1.9 verkiest het Congres de directeur-generaal en de vicedirecteur-generaal van het Internationaal Bureau; 1.10 stelt het Congres door een resolutie het plafond vast van de door de Vereniging te dragen kosten voor het opstellen van de documenten in het Duits, Chinees, Portugees en Russisch.
  49. Als hoogste orgaan van de Vereniging behandelt het Congres andere kwesties, met name in verband met de postdiensten. Artikel 104 Huishoudelijk Reglement van de Congressen (Stichtingsakte 14)
  50. Voor het organiseren van zijn werkzaamheden en het leiden van de beraadslagingen past het Congres het Huishoudelijk Reglement van de Congressen toe.
  51. Ieder Congres kan dit Reglement wijzigen, overeenkomstig de voorwaarden die in het Huishoudelijk Reglement zelf zijn vastgelegd. Artikel 105 Waarnemers in de organen van de Vereniging
  52. De onderstaande entiteiten wordt verzocht als waarnemer deel te nemen aan de plenaire zittingen en aan de vergaderingen van de Commissies van het Congres, van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie: 1.1 Vertegenwoordigers van de Organisatie van de Verenigde Naties. 1.
  53. Beperkte Verenigingen. 1.3 Leden van het Raadgevend Comité. 1.4 Entiteiten die de vergaderingen van de Vereniging als waarnemer mogen bijwonen krachtens een resolutie of een beslissing van het Congres.
  54. De onderstaande entiteiten, indien behoorlijk aangewezen door de Administratieve Raad overeenkomstig artikel 107.1.12, worden uitgenodigd bijzondere vergaderingen van het Congres bij te wonen als waarnemer ad hoc : 2.1 Gespecialiseerde organisaties van het systeem van de Verenigde Naties en andere intergouvernementele organisaties. 2.2 Elke internationale instelling, elke vereniging of onderneming, of iedere geschikte persoon.
  55. Behalve de onder 1 bepaalde waarnemers kunnen de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie andere waarnemers ad hoc aanwijzen om hun vergaderingen bij te wonen, overeenkomstig hun huishoudelijk reglement, wanneer dat in het belang is van de Vereniging en haar organen. Afdeling
  56. - Administratieve Raad Artikel 106 Samenstelling en werking van de Administratieve Raad (Stichtingsakte 17)
  57. De Administratieve Raad is samengesteld uit 41 leden die hun functie uitoefenen gedurende de periode tussen twee opeenvolgende Congressen.
  58. Het voorzitterschap komt van rechtswege toe aan de lidstaat die als gastland van het Congres fungeert.Indien deze lidstaat zich terugtrekt, wordt hij van rechtswege lid en hierdoor beschikt de geografische groep waartoe hij behoort over een bijkomende zetel waarop de beperkingen onder punt 3 niet van toepassing zijn. In dit geval kiest de Administratieve Raad voor het voorzitterschap één van de leden die tot de geografische groep behoren van de lidstaat die als gastland fungeert.
  59. De 40 andere leden van de Administratieve Raad worden door het Congres verkozen op basis van een billijke geografische spreiding.Ten minste de helft van de leden wordt vervangen ter gelegenheid van ieder Congres; geen enkele lidstaat mag door drie opeenvolgende Congressen gekozen worden.
  60. Elk lid van de Administratieve Raad wijst zijn vertegenwoordiger aan, die bevoegd moet zijn op postaal gebied.De leden van de Administratieve Raad nemen actief deel aan de werkzaamheden ervan.
  61. De functie van lid van de Administratieve Raad is onbezoldigd.De werkingskosten van die Raad zijn ten laste van de Vereniging. Artikel 107 Bevoegdheden van de Administratieve Raad
  62. De Administratieve Raad heeft de volgende bevoegdheden: 1.1 toezicht houden op alle werkzaamheden van de Vereniging tussen twee Congressen in; daarbij houdt hij rekening met de beslissingen van het Congres, onderzoekt hij het beleid van de regeringen betreffende de postdiensten en houdt hij rekening met het internationale reglementaire beleid zoals in verband met de handel in diensten en de concurrentie; 1.2 alle vormen van postale technische bijstand stimuleren, coördineren en controleren binnen het kader van de internationale technische samenwerking; 1.3 het ontwerp van vierjaarlijks activiteitenplan van de WPV, dat goedgekeurd is door het Congres onderzoeken en het afwerken door de activiteiten die in dat plan worden voorgesteld in overeenstemming te brengen met de beschikbare middelen. Het plan zou in voorkomend geval ook moeten overeenstemmen met de resultaten van elke hiërarchische indeling die wordt gevolgd door het Congres. Het vierjaarlijkse activiteitenplan van de WPV, afgewerkt en goedgekeurd door de Administratieve Raad, dient vervolgens als basis voor het programma en de jaarlijkse begroting, alsook voor de jaarlijkse bedrijfsplannen die moeten worden opgesteld en uitgevoerd door de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie; 1.4 het programma en de jaarlijkse begroting en de rekeningen van de Vereniging onderzoeken en goedkeuren, rekening houdende met de definitieve versie van het activiteitenplan van de WPV, zoals beschreven in 107.1.3; 1.5 indien de omstandigheden het vereisen, overeenkomstig artikel 145.3 tot 5, toestaan dat het plafond voor de uitgaven overschreden wordt; 1.6 indien gevraagd, de keuze van een lagere bijdrageklasse toestaan, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 150.6; 1.7 indien een lidstaat dat vraagt, de verandering van geografische groep toestaan, rekening houdende met de adviezen vanwege de lidstaten die lid zijn van de betreffende geografische groepen; 1.8 arbeidsplaatsen bij het Internationaal Bureau scheppen of afschaffen, rekening houdende met de beperkingen die verbonden zijn aan het vastgestelde uitgavenplafond; 1.9 beslissen of er met de lidstaten contact moet worden opgenomen om zijn functies te vervullen; 1.10 na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie beslissen over de betrekkingen die moeten worden aangeknoopt met de organisaties die geen waarnemer zijn in de zin van artikel 105.1; 1.11 de verslagen van het Internationaal Bureau over de betrekkingen van de WPV met de andere internationale instellingen onderzoeken en goedkeuren, de beslissingen treffen die hij wenselijk acht voor het onderhouden van deze betrekkingen en het gevolg dat eraan moet worden gegeven; 1.12 te gelegener tijd en na overleg met de Raad voor Postexploitatie en de Secretaris-generaal de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties, internationale instellingen, de verenigingen, de ondernemingen en de bevoegde personen aanwijzen die als waarnemer ad hoc uitgenodigd moeten worden om zich op specifieke zittingen van het Congres en de Commissies ervan te laten vertegenwoordigen wanneer dat in het belang is van de Vereniging of dit ten goede kan komen aan de werkzaamheden van het Congres en de directeur-generaal van het Internationaal Bureau belasten met het verzenden van de nodige uitnodigingen; 1.13 de lidstaat aanwijzen waar het volgende Congres zal zetelen in het geval waarvan sprake in artikel 101.3; 1.14 te gelegener tijd en na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie, het aantal Commissies bepalen die nodig zijn om de werkzaamheden van het Congres tot een goed einde te brengen en de bevoegdheden ervan vastleggen; 1.15 Na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie en onder voorbehoud van de goedkeuring door het Congres, de lidstaten aanwijzen die: 1.15.1 het vicevoorzitterschap van het Congres alsook het voorzitterschap en het vicevoorzitterschap van de Commissies kunnen waarnemen, waarbij er zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met een billijke geografische spreiding over de lidstaten; 1.15.2 deel kunnen uitmaken van de Beperkte Commissies van het Congres; 1.16 zijn leden aanwijzen die zitting zullen hebben in het Raadgevend Comité; 1.17 binnen het kader van zijn bevoegdheden, elke handeling onderzoeken en goedkeuren die nodig geacht wordt om de internationale postdienst te moderniseren en om de kwaliteit ervan te vrijwaren en te verhogen 1.18 op verzoek van het Congres, van de Raad voor Postexploitatie of van de lidstaten, problemen van administratieve, wetgevende en rechtskundige aard onderzoeken die van belang zijn voor de Vereniging of de internationale postdienst; het behoort tot de bevoegdheid van de Administratieve Raad om in de bovenvermelde domeinen te beslissen of het al dan niet opportuun is om de door de lidstaten aangevraagde studies in de periode tussen twee Congressen in aan te vatten; 1.19 voorstellen formuleren die overeenkomstig artikel 140 ter goedkeuring voorgelegd zullen worden hetzij aan het Congres, hetzij aan de lidstaten; 1.20 studieonderwerpen voor onderzoek voorleggen aan de Raad voor Postexploitatie, overeenkomstig artikel 113.1.6 1.21 na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie het ontwerp van strategie dat aan het Congres moet worden voorgesteld, onderzoeken en goedkeuren; 1.22 de verslagen alsook de aanbevelingen van het Raadgevend Comité in ontvangst nemen en deze bespreken, en de aanbevelingen van het Comité onderzoeken om deze aan het Congres voor te leggen. 1.23 controle uitoefenen op de activiteiten van het Internationaal Bureau; 1.24 de jaarlijkse verslagen opgesteld door het Internationaal Bureau over de werkzaamheden van de Vereniging en over het financiële beheer goedkeuren en indien nodig hierover commentaar uitbrengen; 1.25 wanneer hij het nodig acht, de principes vastleggen waarmee de Raad voor Postexploitatie rekening dient te houden wanneer hij vragen bestudeert die een belangrijke financiële weerslag hebben (taksen, eindrechten, doorvoerrechten, basistaksen voor het luchtvervoer van de briefwisseling en het in het buitenland afgeven van brievenpostzendingen), van nabij de studie over deze vragen volgen, de voorstellen van de Raad voor Postexploitatie met betrekking tot dezelfde onderwerpen onderzoeken en goedkeuren, om de overeenkomst met de voorgaande principes te garanderen; 1.26 binnen zijn bevoegdheid, de aanbevelingen van de Raad voor Postexploitatie goedkeuren betreffende het eventuele aannemen van een reglementering of een nieuwe werkwijze, in afwachting dat het Congres daarover een beslissing neemt; 1.27 het jaarverslag, opgesteld door de Raad voor Postexploitatie, en de eventuele voorstellen ervan onderzoeken; 1.28 het vierjaarlijkse verslag goedkeuren dat door het Internationaal Bureau na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie opgesteld is met betrekking tot de resultaten van de lidstaten inzake de uitvoering van de strategie van de Vereniging die door het vorige Congres is goedgekeurd, om te worden voorgelegd aan het volgende Congres; 1.29 het kader vastleggen voor de organisatie van het Raadgevend Comité en de organisatie van het Raadgevend Comité goedkeuren, conform de bepalingen in artikel 122; 1.30 de criteria vastleggen voor toetreding tot het Raadgevend Comité en op grond van die criteria toetredingsaanvragen goed- of afkeuren, en er tevens voor zorgen dat die aanvragen volgens een versnelde procedure tussen de bijeenkomsten van de Administratieve Raad in worden behandeld; 1.31 het Financieel Reglement van de WPV vastleggen; 1.32 de regels vastleggen die op het Reservefonds van toepassing zijn; 1.33 de regels vastleggen die op het Speciaal Fonds van toepassing zijn; 1.34 de regels vastleggen die op het Fonds voor Bijzondere Werkzaamheden van toepassing zijn; 1.35 de regels vastleggen die op het Vrijwillig Fonds van toepassing zijn; 1.36 het statuut van het personeel en de dienstvoorwaarden van de verkozen ambtenaren vastleggen; 1.37 het reglement van het Sociaal Fonds vastleggen; 1.38 toezicht houden, in de zin van artikel 152, op de oprichting van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen en op de activiteiten ervan. Artikel 108 Organisatie van de zittingen van de Administratieve Raad
  63. Bij zijn constituerende vergadering, die door de voorzitter van het Congres wordt bijeengeroepen en geopend, kiest de Administratieve Raad onder zijn leden vier vicevoorzitters en legt hij zijn huishoudelijk reglement vast.
  64. In principe komt de Administratieve Raad, na bijeenroeping door zijn voorzitter, eenmaal per jaar bijeen ten zetel van de Vereniging.
  65. De voorzitter, de vicevoorzitters, de voorzitters en de vicevoorzitters van de Commissies van de Administratieve Raad vormen het Beheerscomité.Dit Comité bereidt de werkzaamheden voor van elke zitting van de Administratieve Raad, en leidt ze. Het keurt namens de Administratieve Raad het jaarverslag goed dat het Internationaal Bureau heeft opgesteld over de werkzaamheden van de Vereniging en neemt al de overige taken op zich die de Administratieve Raad beslist eraan toe te vertrouwen, of waarvan gedurende de strategische planning de noodzakelijkheid blijkt.
  66. De voorzitter van de Raad voor Postexploitatie vertegenwoordigt die Raad op de zittingen van de Administratieve Raad waarvan de agenda punten bevat die betrekking hebben op het orgaan dat hij leidt.
  67. De voorzitter van het Raadgevend Comité vertegenwoordigt dit orgaan op de bijeenkomsten van de Administratieve Raad wanneer de agenda punten bevat die het Raadgevend Comité aanbelangen. Artikel 109 Waarnemers
  68. Waarnemers 1.1 Om een doelmatige samenhang tussen de werkzaamheden van de twee organen te garanderen, mag de Raad voor Postexploitatie vertegenwoordigers aanwijzen om de vergaderingen van de Administratieve Raad als waarnemer bij te wonen. 1.2 De lidstaten van de Vereniging die geen lid zijn van de Raad, alsook de waarnemers en waarnemers ad hoc vermeld in artikel 105 kunnen de plenaire zittingen en de vergaderingen van de Commissies van de Administratieve Raad bijwonen zonder stemrecht.
  69. Principes 2.1 Om logistieke redenen kan de Raad voor Postexploitatie het aantal deelnemers per waarnemer en waarnemer ad hoc beperken. Hij kan tevens hun spreekrecht tijdens besprekingen beperken. 2.2 De waarnemers en waarnemers ad hoc kunnen, op hun verzoek, de toestemming krijgen om mee te werken aan studieprojecten, waarbij zij de voorwaarden in acht moeten nemen die de Raad kan opleggen om het rendement en de doeltreffendheid van zijn werking te verzekeren. Indien hun kennis of hun ondervinding dit rechtvaardigt kunnen ze tevens worden verzocht om Werkgroepen of Projectgroepen voor te zitten. De deelname van de waarnemers en waarnemers ad hoc creëert geen bijkomende kosten voor de Vereniging. 2.3 In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de leden van het Raadgevend Comité en waarnemers ad hoc worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering. Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt wanneer de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; de beslissing hierover kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden gemeld aan de Administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het gaat om aangelegenheden waarbij dit orgaan een bijzonder belang heeft. Vervolgens kan de Administratieve Raad, indien hij dit nodig acht, de beperkingen heronderzoeken in overleg met de Raad voor Postexploitatie, wanneer dat wenselijk is. Artikel 110 Terugbetaling van de reiskosten
  70. De reiskosten van de vertegenwoordiger van ieder lid van de Administratieve Raad die deelneemt aan de zittingen van dit orgaan, komen ten laste van zijn lidstaat.Nochtans heeft de vertegenwoordiger van elke lidstaat die volgens de lijsten van de Organisatie van de Verenigde Naties gerangschikt is bij de ontwikkelingslanden of de minst ontwikkelde landen, recht op terugbetaling van de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economyclass of van een treinkaartje eerste klas, ofwel van de kosten van een reis met een ander vervoermiddel, op voorwaarde dat dit bedrag de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economyclass niet overschrijdt. Dit geldt echter niet voor de vergaderingen die plaatshebben tijdens het Congres. Hetzelfde recht wordt verleend aan de vertegenwoordiger van elk lid van zijn Commissies, van zijn werkgroepen of van zijn andere organen indien deze buiten het Congres en de zittingen van de Raad bijeenkomen. Artikel 111 Informatie over de werkzaamheden van de Administratieve Raad
  71. Na iedere zitting brengt de Administratieve Raad de lidstaten, hun aangewezen operatoren, de Beperkte Verenigingen en de leden van het Raadgevend Comité op de hoogte van zijn werkzaamheden door hen met name een beknopt verslag alsook zijn resoluties en zijn beslissingen toe te zenden.
  72. De Administratieve Raad stelt ten behoeve van het Congres een verslag op over al zijn werkzaamheden en verzendt dit, ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres, aan de lidstaten, aan hun aangewezen operatoren en aan de leden van het Raadgevend Comité. Afdeling
  73. - Raad voor Postexploitatie Artikel 112 Samenstelling en werking van de Raad voor Postexploitatie
  74. De Raad voor Postexploitatie is samengesteld uit 40 leden die hun functies uitoefenen gedurende de periode tussen twee opeenvolgende Congressen in.
  75. De leden van de Raad voor Postexploitatie worden verkozen door het Congres, op basis van een precieze geografische spreiding. Vierentwintig zetels worden voorbehouden aan de lidstaten met de status van ontwikkelingsland en zestien zetels aan de lidstaten met de status van ontwikkeld land. Op elk Congres wordt ten minste een derde van de leden vervangen.
  76. Elk lid van de Raad voor Postexploitatie wijst zijn vertegenwoordiger aan, die de verantwoordelijkheden opneemt die vermeld zijn in de Akten van de Vereniging betreffende het verlenen van diensten.
  77. De werkingskosten van de Raad voor Postexploitatie zijn ten laste van de Vereniging.Zijn leden ontvangen geen enkele bezoldiging Artikel 113 Bevoegdheden van de Raad voor Postexploitatie
  78. De Raad voor Postexploitatie heeft de volgende bevoegdheden: 1.1 de praktische maatregelen voor de ontwikkeling en de verbetering van de internationale postdiensten coördineren; 1.2 onder voorbehoud van de goedkeuring door de Administratieve Raad in het kader van zijn bevoegdheden, elke nodig geachte handeling ondernemen om de kwaliteit van de internationale postdienst te vrijwaren, te verhogen en deze dienst te moderniseren; 1.3 beslissen of er met de lidstaten en hun aangewezen operatoren contact moet worden opgenomen om zijn functies te vervullen; 1.4 de nodige maatregelen treffen met het oog op het onderzoek en de uitwisseling van ervaringen en de geboekte vooruitgang van sommige lidstaten en hun aangewezen operatoren in domeinen van techniek, exploitatie, economie en beroepsopleiding die de postdiensten aanbelangen; 1.5 na afspraak met de Administratieve Raad, de geschikte maatregelen treffen op het vlak van de technische samenwerking met alle lidstaten van de Vereniging en hun aangewezen operatoren, en voornamelijk met de nieuwe landen en de ontwikkelingslanden en hun aangewezen operatoren; 1.6 alle andere kwesties onderzoeken die door een lid van de Raad voor Postexploitatie, door de Administratieve Raad, of door een lidstaat of aangewezen operator worden voorgelegd; 1.7 de verslagen alsook de aanbevelingen van het Raadgevend Comité in ontvangst nemen en deze bespreken, en met betrekking tot kwesties die de Raad voor Postexploitatie aanbelangen opmerkingen formuleren en onderzoeken omtrent de aanbevelingen van het Raadgevend Comité om deze aan het Congres voor te leggen. 1.8 zijn leden aanwijzen die zitting zullen hebben in het Raadgevend Comité. 1.9 het onderzoek leiden van de voornaamste exploitatie-, commerciële, technische en economische problemen, alsook kwesties betreffende technische samenwerking die alle lidstaten van de Vereniging of hun aangewezen operatoren aanbelangen, in het bijzonder kwesties die een belangrijke financiële weerslag hebben (taksen, eindrechten, doorvoerrechten, basistaksen voor luchtvervoer van brieven, het aandeel in de postcolli en de afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland), het uitwerken van informatie en adviezen in dit verband en de ter zake te nemen maatregelen aanbevelen; 1.10 aan de Administratieve Raad de elementen aanreiken die nodig zijn voor de opstelling van het ontwerp van strategie dat aan het Congres moet worden voorgelegd; 1.11 problemen onderzoeken inzake onderricht en beroepsopleiding die de lidstaten en hun aangewezen operatoren, alsook de nieuwe landen en de ontwikkelingslanden aanbelangen; 1.12 de huidige situatie en de noden van de postdiensten van de nieuwe en de ontwikkelingslanden bestuderen en aangepaste aanbevelingen uitwerken over de wijze waarop en de middelen waarmee de postdiensten in deze landen kunnen worden verbeterd; 1.13 de Reglementen van de Vereniging wijzigen binnen zes maanden na het einde van het Congres, op voorwaarde dat dit er niet anders over beslist; in hoogdringende gevallen kan de Raad voor Postexploitatie tijdens andere zittingen eveneens de voornoemde Reglementen wijzigen; in beide gevallen moet de Raad voor Postexploitatie de richtlijnen van de Administratieve Raad volgen, wat het beleid en de grondbeginselen betreft; 1.14 voorstellen formuleren die overeenkomstig artikel 140 ter goedkeuring aan het Congres of aan de lidstaten zullen worden voorgelegd; de goedkeuring van de Administratieve Raad is vereist wanneer de voorstellen betrekking hebben op kwesties die onder zijn bevoegdheid vallen; 1.15 op verzoek van een lidstaat, elk voorstel onderzoeken dat deze lidstaat overeenkomstig artikel 139 aan het Internationaal Bureau bezorgt, de commentaar erop voorbereiden en het Bureau opdragen om die aan voornoemd voorstel te hechten alvorens het ter goedkeuring aan de lidstaten voor te leggen; 1.16 indien nodig, en eventueel na goedkeuring door de Administratieve Raad en na raadpleging van alle lidstaten, de invoering van een reglementering of van een nieuwe werkwijze aanbevelen, in afwachting dat het Congres ter zake een beslissing neemt; 1.17 normen inzake techniek, exploitatie en andere gebieden onder zijn bevoegdheid waarvoor een eenvormige werkwijze noodzakelijk is, uitwerken en in de vorm van aanbevelingen aan de lidstaten en aan hun aangewezen operatoren voorleggen; tevens wijzigt hij, indien nodig, de door hem reeds vastgelegde normen; 1.18 het kader vaststellen voor de organisatie van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen en deze organisatie goedkeuren, overeenkomstig artikel 152; 1.19 de jaarlijks overgezonden rapporten van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen in ontvangst nemen en onderzoeken. Artikel 114 Organisatie van de zittingen van de Raad voor Postexploitatie
  79. Bij zijn eerste vergadering die door de voorzitter van het Congres wordt bijeengeroepen en geopend, kiest de Raad voor Postexploitatie onder zijn leden een voorzitter, een vicevoorzitter en de voorzitters van de Commissies.
  80. In principe komt de Raad voor Postexploitatie jaarlijks bijeen ten zetel van de Vereniging.De datum en de plaats van de vergadering worden met de instemming van de voorzitter van de Administratieve Raad en de directeur-generaal van het Internationaal Bureau door de voorzitter bepaald.
  81. De voorzitter, de vicevoorzitter en de voorzitters en vicevoorzitters van de Commissies van de Raad voor Postexploitatie vormen het Beheerscomité.Dit Comité bereidt de werkzaamheden voor van iedere zitting van de Raad voor Postexploitatie, het leidt deze en neemt alle taken op zich die deze laatste beslist hem toe te vertrouwen, of waarvan gedurende het verloop van de strategische planning de noodzakelijkheid blijkt.
  82. Op basis van de strategie van de Vereniging die door het Congres is aangenomen en in het bijzonder op grond van het deel over de strategieën van de vaste instellingen van de Vereniging, stelt de Raad voor Postexploitatie bij zijn zitting die op het Congres volgt een basiswerkprogramma op dat een aantal tactieken bevat die erop gericht zijn de strategieën uit te voeren.Dit basisprogramma, dat een beperkt aantal werkzaamheden bevat over actuele onderwerpen en onderwerpen van algemeen belang, wordt elk jaar herzien naargelang van de werkelijke toestand en van de nieuwe prioriteiten.
  83. De voorzitter van het Raadgevend Comité vertegenwoordigt dit orgaan op de bijeenkomsten van de Administratieve Raad wanneer de agenda punten bevat die het Raadgevend Comité aanbelangen. Artikel 115 Waarnemers
  84. Waarnemers 1.1 Om een doeltreffende samenhang tussen de werkzaamheden van de twee organen te garanderen, kan de Administratieve Raad vertegenwoordigers aanwijzen om als waarnemer de vergaderingen van de Raad voor Postexploitatie bij te wonen. 1.2 De lidstaten van de Vereniging die geen lid zijn van de Raad, alsook de waarnemers en waarnemers ad hoc vermeld in artikel 105 kunnen zonder stemrecht de plenaire zittingen en de vergaderingen van de Commissies van de Raad voor postexploitatie bijwonen.
  85. Principes 2.1 Om logistieke redenen kan de Raad voor Postexploitatie het aantal deelnemers per waarnemer en waarnemer ad hoc beperken. Hij kan tevens hun spreekrecht tijdens besprekingen beperken. 2.2 De waarnemers en waarnemers ad hoc kunnen, op hun verzoek, de toestemming krijgen om mee te werken aan studieprojecten, waarbij zij de voorwaarden in acht moeten nemen die de Raad kan opleggen om het rendement en de doeltreffendheid van zijn werking te verzekeren. Indien hun kennis of hun ondervinding dit rechtvaardigt kunnen ze tevens worden verzocht om Werkgroepen of Projectgroepen voor te zitten. De deelname van de waarnemers en waarnemers ad hoc creëert geen bijkomende kosten voor de Vereniging. 2.3 In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de leden van het Raadgevend Comité en waarnemers ad hoc worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering. Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt wanneer de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; de beslissing hierover kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden gemeld aan de Administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het gaat om aangelegenheden waarbij dit orgaan een bijzonder belang heeft. Vervolgens kan de Administratieve Raad, indien hij dit nodig acht, de beperkingen heronderzoeken in overleg met de Raad voor Postexploitatie, wanneer dat wenselijk is. Artikel 116 Terugbetaling van de reiskosten
  86. De reis- en verblijfskosten van de vertegenwoordigers van de lidstaten die deelnemen aan de Raad voor Postexploitatie zijn ten laste van deze lidstaten.Nochtans heeft de vertegenwoordiger van elke lidstaat die volgens de lijsten van de Organisatie van de Verenigde Naties als minder begunstigd beschouwd worden, recht op terugbetaling van de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economyclass of van een treinkaartje eerste klas, ofwel van de kosten van een reis met een ander vervoermiddel, op voorwaarde dat dit bedrag de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economy class niet overschrijdt. Dit geldt echter niet voor de vergaderingen die plaatshebben tijdens het Congres Artikel 117 Informatie over de werkzaamheden van de Raad voor Postexploitatie
  87. Na iedere zitting brengt de Raad voor Postexploitatie de lidstaten, hun aangewezen operatoren, de Beperkte Verenigingen en de leden van het Raadgevend Comité op de hoogte van zijn werkzaamheden door hen met name een beknopt verslag, alsook zijn resoluties en zijn beslissingen toe te zenden.
  88. De Raad voor Postexploitatie stelt ten behoeve van de Administratieve Raad een jaarverslag over zijn werkzaamheden op.
  89. De Raad voor Postexploitatie stelt ten behoeve van het Congres een verslag op over al zijn werkzaamheden, dat verslagen omvat over de door de gebruikers gefinancierde hulporganen overeenkomstig artikel 152, en verzendt dit, ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres, aan de lidstaten van de Vereniging, aan hun aangewezen operatoren en aan de leden van het Raadgevend Comité. Afdeling
  90. - Raadgevend Comité Artikel 118 Rol van het Raadgevend Comité
  91. Het Raadgevend Comité heeft als doel de belangen van de postsector in de ruime zin te vertegenwoordigen en een kader te vormen voor een doeltreffende dialoog tussen de belanghebbende partijen. Artikel 119 Samenstelling van het Raadgevend Comité
  92. Het Raadgevend Comité omvat: 1.1 niet-gouvernementele organisaties die optreden als vertegenwoordigers van klanten, leveranciers van distributiediensten, werknemersorganisaties, leveran-ciers van goederen en diensten die werken voor de sector van de postdiensten, en soortgelijke organen die particulieren verenigen, alsook ondernemingen die wensen bij te dragen tot de vervulling van de opdracht en van de doelstellingen van de Vereniging. Als deze organisaties zich hebben geregistreerd, dan moeten zij dat hebben gedaan in een lidstaat van de Vereniging. 1.2 leden aangewezen door de Administratieve Raad die onder zijn leden zijn gekozen; 1.3 leden aangewezen door de Raad voor Postexploitatie die onder zijn leden zijn gekozen.
  93. De werkingskosten van het Raadgevend Comité worden verdeeld tussen de Vereniging en de leden van het Comité, overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen die werden vastgelegd door de Administratieve Raad.
  94. De leden van het Raadgevend Comité ontvangen geen enkele bezoldiging of vergoeding. Artikel 120 Toetreding tot het Raadgevend Comité
  95. De Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie wijzen hun respectieve leden aan die als lid zitting hebben in het Raadgevend Comité.Behalve voor de leden die zijn aangewezen door de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie, wordt over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité beslist na een procedure van aanvraag en goedkeuring, die werd opgesteld door de Administratieve Raad en conform artikel 107.1.37 wordt uitgevoerd.
  96. Elk lid van het Raadgevend Comité wijst zijn eigen vertegenwoordiger aan. Artikel 121 Bevoegdheden van het Raadgevend Comité
  97. Het Raadgevend Comité heeft de volgende bevoegdheden: 1.1 de relevante documenten en rapporten van de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie onderzoeken; in uitzonderlijke omstandigheden kan het recht om bepaalde teksten en documenten te ontvangen worden beperkt indien de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of het document dat vereist; de beslissing over een dergelijke beperking kan door elk betrokken orgaan of zijn voorzitter per geval worden genomen; de verschillende gevallen worden aan de Administratieve Raad gemeld, alsook aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het kwesties betreft die van bijzonder belang zijn voor dit orgaan; daarna kan de Administratieve Raad, wanneer hij dit nodig acht, in overleg met de Raad voor Postexploitatie de beperkingen heronderzoeken wanneer dat wenselijk is; 1.2 onderzoek verrichten over belangrijke kwesties voor de leden van het Raadgevend Comité en meewerken aan dit onderzoek; 1.3 kwesties onderzoeken met betrekking tot de sector van de postdiensten en verslag uitbrengen over die kwesties; 1.4 bijdragen tot de werkzaamheden van de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie, met name door het presenteren van verslagen en aanbevelingen, en door het formuleren van adviezen op verzoek van de twee Raden; 1.5 aanbevelingen formuleren aan het Congres, onder voorbehoud van de goedkeuring door de Administratieve Raad en, voor de kwesties die de Raad voor Postexploitatie aanbelangen, door middel van onderzoek en evaluatie door deze Raad. Artikel 122 Organisatie van het Raadgevend Comité
  98. Het Raadgevend Comité wordt na elk Congres gereorganiseerd, volgens het kader dat door de Administratieve Raad is opgesteld.De voorzitter van de Administratieve Raad zit de organisatievergadering van het Raadgevend Comité voor, waarop men de voorzitter van het genoemde Comité verkiest.
  99. Het Raadgevend Comité bepaalt zijn interne organisatie en stelt zijn eigen huishoudelijk reglement op, rekening houdende met de algemene principes van de Vereniging en onder voorbehoud van een goedkeuring door de Administratieve Raad, na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie.
  100. Het Raadgevend Comité komt eenmaal per jaar samen.In principe hebben de vergaderingen plaats op de zetel van de Vereniging tijdens de zittingen van de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie. De datum en de plaats van elke vergadering worden door de voorzitter van het Raadgevend Comité vastgelegd, met instemming van de voorzitters van de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie en de directeur-generaal van het Internationaal Bureau. Artikel 123 Vertegenwoordigers van het Raadgevend Comité in het Congres, in de Administratieve Raad en in de Raad voor Postexploitatie
  101. Om een doeltreffende samenhang met de organen van de Vereniging te garanderen, kan het Raadgevend Comité vertegenwoordigers aanwijzen om als waarnemers zonder stemrecht de vergaderingen van het Congres, van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie, alsook van hun respectieve Commissies bij te wonen.
  102. De leden van het Raadgevend Comité worden uitgenodigd voor de plenaire zittingen en de vergaderingen van de Commissies van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie, overeenkomstig artikel 105.Zij kunnen ook deelnemen aan de werkzaamheden van de Projectgroepen en de Werkgroepen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 109.2.2 en 115.2.
  103. De voorzitter van de Administratieve Raad en de voorzitter van het Raadgevend Comité vertegenwoordigen deze organen op de vergaderingen van het Raadgevend Comité wanneer de agenda punten bevat die de genoemde organen aanbelangen. Artikel 124 Waarnemers in het Raadgevend Comité
  104. Andere lidstaten van de Vereniging, alsook de waarnemers en de waarnemers ad hoc vermeld in artikel 105 kunnen, zonder stemrecht, de zittingen van het Raadgevend Comité bijwonen.
  105. Om logistieke redenen kan het Raadgevend Comité het aantal deelnemers per waarnemer en waarnemer ad hoc beperken.Het kan tevens hun spreekrecht tijdens besprekingen beperken.
  106. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de waarnemers en waarnemers ad hoc worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering.Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt wanneer de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; de beslissing hierover kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden gemeld aan de Administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het aangelegenheden betreft waarbij dit orgaan een bijzonder belang heeft. Vervolgens kan de Administratieve Raad, indien hij dit nodig acht, in overleg met de Raad voor Postexploitatie de beperkingen heronderzoeken, wanneer dat wenselijk is. Artikel 125 Informatie over de werkzaamheden van het Raadgevend Comité
  107. Na iedere zitting brengt het Raadgevend Comité de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie op de hoogte van zijn werkzaamheden door aan de voorzitters van deze organen onder andere een analytisch beknopt verslag van zijn vergaderingen, alsook zijn aanbevelingen en adviezen toe te zenden.
  108. Het Raadgevend Comité stelt ten behoeve van de Administratieve Raad een jaarlijks activiteitenverslag op en zendt hiervan een exemplaar naar de Raad voor Postexploitatie.Dit verslag wordt opgenomen in de documentatie van de Administratieve Raad die verstrekt wordt aan de lidstaten, aan hun aangewezen operatoren en aan de Beperkte Verenigingen, conform artikel
  109. Het Raadgevend Comité stelt ten behoeve van het Congres een verslag op over al zijn werkzaamheden en verzendt dit, ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres, aan de lidstaten en aan hun aangewezen operatoren. HOOFDSTUK II. - Internationaal Bureau Afdeling
  110. - Verkiezing en bevoegdheden van de directeur-generaal en van de vicedirecteur-generaal Artikel 126 Verkiezing van de directeur-generaal en van de vicedirecteur-generaal van het Internationaal Bureau
  111. De directeur-generaal en de vicedirecteur-generaal van het Internationaal Bureau worden door het Congres verkozen voor de periode tussen twee opeenvolgende Congressen in.De minimumduur van hun mandaat bedraagt vier jaar. Hun mandaat kan slechts eenmaal worden verlengd. Behoudens een andere beslissing van het Congres, is de datum van hun ambtsaanvaarding vastgesteld op 1 januari van het jaar dat op het Congres volgt.
  112. Ten minste zeven maanden vóór de opening van het Congres zendt de directeur-generaal van het Internationaal Bureau een nota aan de regeringen van de lidstaten waarin hij hen uitnodigt om de eventuele kandidaturen voor de betrekking van directeur-generaal en van vicedirecteur-generaal voor te dragen en tezelfdertijd te laten weten of de directeur-generaal of de vicedirecteur-generaal hun eerste mandaat eventueel wensen te verlengen.De kandidaturen, vergezeld van een curriculum vitae, moeten ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres bij het Internationaal Bureau aankomen. De kandidaten moeten onderdaan zijn van de lidstaten die hen voordragen. Het Internationaal Bureau stelt de documentatie op die nodig is voor het Congres. De verkiezing van de directeur-generaal en die van de vicedirecteur-generaal hebben plaats bij geheime stemming, waarbij de eerste betrekking heeft op het ambt van directeur-generaal.
  113. Wanneer het ambt van directeur-generaal vacant is, neemt de vicedirecteur-generaal de functie van directeur-generaal waar tot het mandaat van deze laatste ten einde is;hij is verkiesbaar voor dit ambt en wordt ambtshalve als kandidaat aanvaard, onder voorbehoud dat zijn eerste mandaat als vicedirecteur-generaal niet reeds eenmaal verlengd werd door het vorige Congres en hij zijn belangstelling uitspreekt om als kandidaat voor het ambt van directeur-generaal te worden beschouwd.
  114. Indien de ambten van directeur-generaal en vicedirecteur-generaal gelijktijdig vacant zijn, kiest de Administratieve Raad, op basis van de na een oproep ontvangen kandidaturen, een vicedirecteur-generaal voor de periode tot het volgende Congres.Voor de voordracht van de kandidaturen zijn naar analogie de bepalingen onder nummer 2 van toepassing.
  115. Indien het ambt van vicedirecteur-generaal vacant is, gelast de Administratieve Raad, op voorstel van de directeur-generaal, één van directeurs met graad D 2 bij het Internationaal Bureau om tot aan het volgende Congres de functie van vicedirecteur-generaal waar te nemen. Artikel 127 Bevoegdheden van de directeur-generaal
  116. De directeur-generaal organiseert, beheert en leidt het Internationaal Bureau waarvan hij de wettelijke vertegenwoordiger is.
  117. Wat de indeling van de ambten, de benoemingen en de bevorderingen betreft: 2.1 is de directeur-generaal bevoegd om de ambten met de graden G 1 tot D 2 in te delen en ambtenaren tot deze graden te benoemen en te bevorderen; 2.2 dient hij voor de benoemingen tot de graden P 1 tot D 2 de beroepsbekwaamheid in aanmerking te nemen van de kandidaten die aanbevolen zijn door de lidstaten waarvan ze de nationaliteit hebben, of waar zij hun beroep uitoefenen, rekening houdende met een billijke geografische spreiding over de continenten en de talen. De betrekkingen van de graad D 2 moeten in de mate van het mogelijke worden voorbehouden aan de kandidaten die afkomstig zijn uit verschillende regio's en andere regio's dan die van de directeur-generaal en de vicedirecteur-generaal, waarbij vooral aan de efficiëntie van het Internationaal Bureau wordt gedacht. Wanneer voor een ambt bijzondere kwalificaties vereist zijn, mag de directeur-generaal een beroep doen op externe deskundigen. 2.3 houdt hij bij de benoeming van een nieuwe ambtenaar er tevens rekening mee dat de personen die de ambten van de graden D 2, D 1 en P 5 bekleden, in principe onderdaan dienen te zijn van de verschillende lidstaten van de Vereniging; 2.4 is hij bij de bevordering van een ambtenaar van het Internationaal Bureau tot de graden D 2, D 1 en P 5, niet gehouden aan de toepassing van hetzelfde principe bedoeld onder 2.
  118. 2.5 komen bij de aanwerving de eisen inzake een billijke geografische en taalgebonden spreiding na de verdienste; 2.6 licht de directeur-generaal de Administratieve Raad eenmaal per jaar in over de benoemingen en de bevorderingen tot de graden P 4 tot D
  119. Bovendien heeft de directeur-generaal de volgende bevoegdheden: 3.1 de functies waarnemen van bewaarder van de Akten van de Vereniging en van tussenpersoon in de toetredings- en toelatingsprocedure van de Vereniging, alsook in haar uittredingsprocedure; 3.2 alle regeringen van de lidstaten op de hoogte brengen van de beslissingen die het Congres genomen heeft; 3.
  120. aan alle lidstaten en aan hun aangewezen operatoren de door de Raad voor Postexploitatie aangenomen of herziene Reglementen meedelen; 3.4 op het laagst mogelijke niveau dat met de behoeften van de Vereniging verenigbaar is, het ontwerp van het jaarlijkse budget van de Vereniging voorbereiden en dit te gelegener tijd voor onderzoek aan de Administratieve Raad voorleggen; na goedkeuring door de Administratieve Raad het budget meedelen aan de lidstaten van de Vereniging en het vervolgens uitvoeren; 3.5 de specifieke werkzaamheden uitvoeren die door de organen van de Vereniging worden gevraagd en de taken die de Akten eraan toewijzen; 3.6 de initiatieven nemen om de door de organen van de Vereniging vooropgestelde doelstellingen te bereiken, in het kader van het vastgelegde beleid en de beschikbare fondsen; 3.7 suggesties en voorstellen aan de Administratieve Raad of aan de Raad voor Postexploitatie voorleggen; 3.8 na afloop van het Congres, aan de Raad voor Postexploitatie voorstellen doen betreffende de wijzigingen die moeten worden aangebracht in de Reglementen vanwege beslissingen van het Congres, conform het Huishoudelijk Reglement van de Raad voor Postexploitatie; 3.9 ten behoeve van de Administratieve Raad en volgens de richtlijnen gegeven door de Raden, het ontwerp van strategisch plan voorbereiden dat aan het Congres dient te worden voorgelegd; 3.10 ter goedkeuring door de Administratieve Raad een vierjaarlijks rapport opstellen over de resultaten van de lidstaten inzake uitvoering van de door het vorige Congres goedgekeurde strategie van de Vereniging, dat aan het volgende Congres zal worden voorgelegd; 3.11 de Vereniging vertegenwoordigen; 3.12 als tussenpersoon optreden in de betrekkingen tussen: 3.12.1 de WPV en de Beperkte Verenigingen; 3.12.2 de WPV en de Organisatie van de Verenigde Naties; 3.12.3 de WPV en de internationale organisaties waarvan de activiteiten van belang zijn voor de Vereniging; 3.12.4 de WPV en de internationale instellingen, verenigingen of ondernemingen die de organen van de Vereniging wensen te raadplegen of bij hun werkzaamheden te betrekken; 3.13 de functie waarnemen van Secretaris-generaal van de organen van de Vereniging en uit hoofde hiervan, rekening houdende met de bijzondere bepalingen van dit Reglement, waken over: 3.13.1 de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van de organen van de Vereniging; 3.13.2 de uitwerking, het maken en de verdeling van de documenten, verslagen en processen-verbaal; 3.13.3 de werking van het secretariaat gedurende de vergaderingen van de organen van de Vereniging; 3.14 de zittingen van de organen van de Vereniging bijwonen en zonder stemrecht deelnemen aan de beraadslagingen, met de mogelijkheid zich te laten vertegenwoordigen. Artikel 128 Bevoegdheden van de vicedirecteur-generaal
  121. De vicedirecteur-generaal staat de directeur-generaal bij en is hem verantwoording verschuldigd.
  122. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal, oefent de vicedirecteur-generaal diens functie uit.Hetzelfde geldt wanneer de functie van directeur-generaal vacant is, zoals beschreven in artikel 126.
  123. Afdeling
  124. - Secretariaat van de organen van de Vereniging en van het Raadgevend Comité Artikel 129 Algemeen
  125. Het secretariaat van de organen van de Vereniging wordt waargenomen door het Internationaal Bureau onder de verantwoordelijkheid van de directeur-generaal. Artikel 130 Voorbereiding en verdeling van de documenten van de organen van de Vereniging
  126. Het Internationaal Bureau bereidt alle documenten voor die worden gepubliceerd ter gelegenheid van elke zitting en stelt deze ter beschikking op de website van de WPV.Het Internationaal Bureau meldt ook de publicatie van een nieuw elektronisch document op de website van de WPV via een daarop voorzien, efficiënt systeem. Artikel 131 Lijst van de lidstaten (Stichtingsakte 2)
  127. Het Internationaal Bureau stelt de lijst op van lidstaten van de Vereniging en houdt deze bij.Deze lijst vermeldt hun bijdrageklasse, hun geografische groep en de stand van hun ratificatie van de Akten van de Vereniging. Artikel 132 Inlichtingen. Adviezen. Verzoeken om toelichting en wijziging van de Akten. Onderzoeken. Tussenkomst in de vereffening van de rekeningen (Stichtingsakte 20, Algemeen Reglement 139, 140, 143)
  128. Het Internationaal Bureau houdt zich steeds ter beschikking van de Administratieve Raad, van de Raad voor Postexploitatie, van de lidstaten en van hun aangewezen operatoren om hen alle nuttige inlichtingen te verstrekken over de kwesties in verband met de dienst.
  129. Het Bureau wordt vooral belast met het verzamelen, coördineren, publiceren en verspreiden van inlichtingen van alle aard die de internationale postdienst aanbelangen;met het geven van advies over geschillen op verzoek van de betrokken partijen; met het gevolg geven aan de verzoeken om toelichting en wijziging van de Akten van de Vereniging en, in het algemeen, met het verrichten van onderzoek en het uitvoeren van activiteiten inzake redactie of documentatie die de genoemde Akten eraan toewijzen of waarmee het zou worden gelast in het belang van de Vereniging.
  130. Het neemt eveneens deel aan de onderzoeken die door de lidstaten en door hun aangewezen operatoren gevraagd worden om de mening van de andere lidstaten en van hun aangewezen operatoren over een bepaalde kwestie te kennen.Het resultaat van een onderzoek heeft niet het karakter van een stemming en is niet formeel bindend.
  131. Het mag optreden als verrekenkantoor voor de vereffening van rekeningen van alle aard met betrekking tot de postdienst.
  132. Het Internationaal Bureau garandeert de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de commerciële gegevens die worden verstrekt door de lidstaten en/of hun aangewezen operatoren voor de uitvoering van zijn taken die voortvloeien uit de Akten of beslissingen van de Vereniging. Artikel 133 Technische samenwerking (Stichtingsakte 1)
  133. Het Internationaal Bureau is in het kader van de internationale technische samenwerking belast met de ontwikkeling van de postale technische bijstand in al zijn vormen. Artikel 134 Formulieren geleverd door het Internationaal Bureau (Stichtingsakte 20)
  134. Het Internationaal Bureau heeft tot taak de internationale antwoordcoupons te vervaardigen en de lidstaten of hun aangewezen operatoren die erom verzoeken, hiermee tegen kostprijs te bevoorraden. Artikel 135 Akten van de Beperkte Verenigingen en bijzondere overeenkomsten (Stichtingsakte 8)
  135. Twee exemplaren van de Akten van de Beperkte Verenigingen en van de bijzondere overeenkomsten die overeenkomstig artikel 8 van de Stichtingsakte werden afgesloten, moeten aan het Internationaal Bureau worden toegestuurd door de bureaus van deze Verenigingen of, bij gebrek daaraan, door een van de contracterende partijen.
  136. Het Internationaal Bureau waakt erover dat de Akten van de Beperkte Verenigingen en de bijzondere overeenkomsten niet in voorwaarden voorzien die voor het publiek minder gunstig zijn dan die welke zijn vastgelegd in de Akten van de Vereniging, en stelt de lidstaten en hun aangewezen operatoren in kennis van het bestaan van de Verenigingen en de bovenvermelde overeenkomsten.Krachtens deze bepaling brengt het de Administratieve Raad op de hoogte van elke vastgestelde onregelmatigheid.
  137. Het Internationaal Bureau stelt de lidstaten en hun aangewezen operatoren in kennis van het bestaan van de Beperkte Verenigingen en de bovenvermelde bijzondere overeenkomsten. Artikel 136 Tijdschrift van de Vereniging Het Internationaal Bureau stelt met behulp van de documenten die tot zijn beschikking worden gesteld een tijdschrift op in het Duits, Engels, Arabisch, Chinees, Spaans, Frans en Russisch. Artikel 137 Jaarlijks verslag over de werkzaamhedenvan de Vereniging (Stichtingsakte 20, Alg. Reg. 107.1.24)
  138. Het Internationaal Bureau stelt over de activiteiten van de Vereniging een jaarlijks verslag op dat na goedkeuring door Beheerscomité van de Administratieve Raad wordt bezorgd aan de lidstaten en hun aangewezen operatoren, aan de Beperkte Verenigingen en aan de Organisatie van de Verenigde Naties. HOOFDSTUK III. - Indiening, onderzoek van de voorstellen, kennisgeving van de aangenomen beslissingen en inwerkingtreding van de Reglementen en andere aangenomen beslissingen Artikel 138 Procedure voor het indienen van voorstellen aan het Congres (Stichtingsakte 29)
  139. Onder voorbehoud van de uitzonderingen vermeld onder de punten 2 en 5, regelt de hieronder vermelde procedure het indienen van de voorstellen van alle aard die door de lidstaten aan het Congres moeten worden voorgelegd: 1.1 voorstellen die ten minste zes maanden vóór de datum die voor het Congres is vastgelegd bij het Internationaal Bureau toekomen, worden aangenomen; 1.2 er wordt geen enkel voorstel van redactionele aard aangenomen gedurende de periode van zes maanden die aan de vastgestelde datum voor het Congres voorafgaat; 1.3 inhoudelijke voorstellen die bij het Internationaal Bureau toekomen tijdens de periode tussen zes en vier maanden vóór de voor het Congres vastgestelde datum, worden slechts aangenomen indien ze door ten minste twee lidstaten worden gesteund; 1.4 inhoudelijke voorstellen die bij het Internationaal Bureau toekomen tijdens de periode tussen vier en twee maanden vóór de voor het Congres vastgestelde datum, worden slechts aangenomen wanneer ze worden gesteund door ten minste acht lidstaten; de voorstellen die later toekomen worden niet meer aangenomen; 1.5 steunverklaringen moeten bij het Internationaal Bureau toekomen binnen dezelfde termijn als de voorstellen waarop ze betrekking hebben.
  140. Voorstellen betreffende de Stichtingsakte of het Algemeen Reglement moeten ten minste zes maanden vóór de opening van het Congres bij het Internationaal Bureau toekomen;diegene die na deze datum toekomen, doch vóór de opening van het Congres, kunnen slechts in overweging worden genomen indien het Congres aldus beslist bij tweederdemeerderheid van de op het Congres vertegenwoordigde landen en indien de voorwaarden onder punt 1 worden nageleefd.
  141. Ieder voorstel mag in principe slechts één doel hebben en slechts de wijzigingen bevatten die voor dit doel gerechtvaardigd zijn.Tevens moet samen met elk voorstel dat voor de Vereniging aanzienlijke uitgaven met zich kan brengen, de financiële weerslag ervan worden meegedeeld, zoals opgesteld in overleg met het Internationaal Bureau door de lidstaat die het voorstel doet, om de financiële middelen te bepalen die nodig zijn voor de uitvoering ervan.
  142. De voorstellen van redactionele aard worden door de lidstaten die ze indienen bovenaan voorzien van de vermelding "Proposition d'ordre rédactionnel" (Voorstel van redactionele aard) en ze worden door het Internationaal Bureau gepubliceerd onder een nummer gevolgd door de letter R.De voorstellen waarop deze vermelding niet voorkomt, maar die volgens het Internationaal Bureau slechts op de redactie betrekking hebben, worden gepubliceerd met een passende aantekening; het Internationaal Bureau maakt ten behoeve van het Congres een lijst op van deze voorstellen.
  143. De onder de punten 1 en 4 voorgeschreven procedure is niet van toepassing op de voorstellen betreffende het Huishoudelijk Reglement van de Congressen, noch op de amendementen op reeds gedane voorstellen. Artikel 139 Procedure voor het indienen van de voorstellen tot wijziging van de Conventie en van de Overeenkomsten tussen twee Congressen in
  144. Om in aanmerking te komen, moet elk voorstel betreffende de Conventie of de Overeenkomsten, ingediend door een lidstaat tussen twee Congressen in, door ten minste twee andere lidstaten worden gesteund.Aan deze voorstellen wordt geen gevolg gegeven wanneer het Internationaal Bureau niet tegelijkertijd de nodige steunverklaringen ontvangt.
  145. Deze voorstellen worden via het Internationaal Bureau aan de andere lidstaten gericht. Artikel 140 Onderzoek van de voorstellen tot wijziging van de Conventie en van de Overeenkomsten tussen twee Congressen in
  146. Elk voorstel betreffende de Conventie, de Overeenkomsten en hun Slotprotocollen wordt aan de volgende procedure onderworpen: wanneer een lidstaat een voorstel heeft verstuurd naar het Internationaal Bureau, dan zendt deze dit voorstel voor onderzoek over aan alle lidstaten.Zij beschikken over een termijn van twee maanden om het voorstel te onderzoeken en in voorkomend geval hun opmerkingen te versturen naar het Internationaal Bureau. Amendementen zijn niet toegestaan. Na afloop van die termijn van twee maanden, zendt het Internationaal Bureau aan de lidstaten alle opmerkingen over die het heeft ontvangen en nodigt het alle lidstaten met stemrecht uit om voor of tegen dit voorstel te stemmen. De lidstaten die hun stem binnen een termijn van twee maanden niet hebben verstuurd, worden verondersteld zich te hebben onthouden. De voornoemde termijnen gaan in vanaf de datum van de rondzendbrieven van het Internationaal Bureau.
  147. Indien het voorstel betrekking heeft op een Overeenkomst of op het Slotprotocol ervan, mogen slechts de lidstaten die tot die Overeenkomst zijn toegetreden, aan de onder punt 1 vermelde verrichtingen deelnemen. Artikel 141 Procedure voor het indienen bij de Raad voor Postexploitatie van voorstellen betreffende nieuwe Reglementen rekening houdende met de beslissingen die door het Congres zijn genomen
  148. De Reglementen van de Wereldpostconventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post worden door de Raad voor Postexploitatie vastgesteld, rekening houdende met de beslissingen van het Congres.
  149. De voorstellen waarmee gevolg wordt gegeven aan de voorgestelde amendementen op de Conventie en op de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post moeten worden voorgelegd aan het Internationaal Bureau, op hetzelfde ogenblik als de voorstellen aan het Congres waarop ze betrekking hebben.Ze kunnen worden voorgelegd door één enkele lidstaat zonder de steun van andere lidstaten. Die voorstellen moeten uiterlijk een maand voor het Congres aan alle lidstaten worden verzonden.
  150. De andere voorstellen betreffende de Reglementen, die geacht worden te zijn onderzocht door de Raad voor Postexploitatie met het oog op het uitwerken van de nieuwe Reglementen binnen zes maanden na het Congres, moeten ten minste twee maanden voor het Congres worden voorgelegd aan het Internationaal Bureau.
  151. De voorstellen met betrekking tot aan te brengen wijzigingen in Reglementen als gevolg van beslissingen van het Congres, die voorgelegd zijn door de lidstaten, moeten het Internationaal Bureau hebben bereikt uiterlijk twee maanden voor de opening van de Raad voor Postexploitatie.Die voorstellen moeten uiterlijk een maand voor de opening van de Raad voor Postexploitatie aan alle lidstaten en aan hun aangewezen operatoren worden verzonden. Artikel 142 Wijziging van de Reglementen door de Raad voor Postexploitatie
  152. De voorstellen tot wijziging van de Reglementen worden behandeld door de Raad voor Postexploitatie.
  153. De steun van een lidstaat is niet vereist om een voorstel te doen tot wijziging van de Reglementen.
  154. Dit voorstel tot wijziging wordt slechts in aanmerking genomen indien de Raad voor Postexploitatie instemt met de dringende noodzakelijkheid ervan. Artikel 143 Kennisgeving van de beslissingen die tussen twee Congressen in zijn genomen (Stichtingsakte 29, Alg. Regl. 139, 140, 142)
  155. De wijzigingen in de Conventie, de Overeenkomsten en de Slotprotocollen van deze Akten, worden bekrachtigd door middel van kennisgeving vanwege de directeur-generaal van het Internationaal Bureau aan de regeringen van de lidstaten.
  156. De wijzigingen die door de Raad voor Postexploitatie werden aangebracht in de Reglementen en de Slotprotocollen ervan, worden door het Internationaal Bureau ter kennis van de lidstaten en van hun aangewezen operatoren gebracht.Hetzelfde geldt voor de interpretaties bedoeld in artikel 36.3.2 van de Conventie en in de bepalingen van de Overeenkomsten die er betrekking op hebben. Artikel 144 Inwerkingtreding van de Reglementen en van de overige beslissingen die tussen twee Congressen in werden aangenomen
  157. De Reglementen worden van kracht op dezelfde datum en hebben dezelfde duur als de uit het Congres voortvloeiende Akten.
  158. Onder voorbehoud van de bepalingen onder nummer 1, zijn de tussen twee Congressen in aangenomen beslissingen tot wijziging van de Akten van de Vereniging ten vroegste drie maanden nadat ze ter kennis werden gebracht uitvoerbaar. HOOFDSTUK IV. - Financiën Artikel 145 Vaststelling van de uitgaven van de Vereniging (Stichtingsakte 21)
  159. Onder voorbehoud van de bepalingen onder de punten 2 tot 6 mogen de jaarlijkse uitgaven met betrekking tot de werkzaamheden van de organen van de Vereniging het bedrag van 37 235 000 Zwitserse frank niet overschrijden voor de jaren 2013 tot
  160. De uitgaven met betrekking tot de vergadering van het volgende Congres (verplaatsing van het secretariaat, vervoerskosten, kosten voor de technische inrichting voor simultaanvertaling, kosten voor het kopiëren van de documenten tijdens het Congres enz.) mogen de grens van 2.900.000 Zwitserse frank niet overschrijden.
  161. De Administratieve Raad is gemachtigd om de onder de punten 1 en 2 vastgelegde grenzen te overschrijden om rekening te houden met de verhoging van de weddenschalen, van de pensioenbijdragen of vergoedingen, hierin begrepen de vergoedingen eigen aan de functie, die door de Verenigde Naties aanvaard worden om te worden toegepast op zijn personeel dat in Genève werkt.
  162. De Administratieve Raad is tevens gemachtigd om elk jaar het bedrag van de uitgaven, andere dan die welke betrekking hebben op het personeel, aan te passen op basis van het Zwitserse indexcijfer van de consumptieprijzen.
  163. In afwijking van de bepalingen van punt 1 mag de Administratieve Raad, of in hoogdringende gevallen de directeur-generaal, toestaan dat de vastgestelde grenzen worden overschreden om het hoofd te bieden aan belangrijke en onvoorziene herstellingen aan het gebouw van het Internationaal Bureau, evenwel zonder dat de jaarlijkse overschrijding hoger is dan 125.000 Zwitserse frank.
  164. Indien de onder de punten 1 en 2 bepaalde kredieten onvoldoende zouden blijken voor de goede werking van de Vereniging, mogen deze grenzen slechts overschreden worden met de goedkeuring van de meerderheid der lidstaten van de Vereniging.Iedere raadpleging moet een volledige uiteenzetting bevatten van de feiten die een dergelijk verzoek rechtvaardigen. Artikel 146 Betaling van de bijdragen van de lidstaten
  165. De landen die tot de Vereniging toetreden of die als lid van de Vereniging toegelaten worden, alsook die welke uit de Vereniging treden, dienen voor het volledige jaar waarin hun toelating of uittreding effectief wordt, hun bijdrage te betalen.
  166. De lidstaten betalen hun bijdragen aan de jaarlijkse uitgaven van de Vereniging vooraf, op basis van het budget dat door de Administratieve Raad werd vastgelegd.Deze bijdragen moeten uiterlijk op de eerste dag van het boekjaar waarop het budget betrekking heeft, worden betaald. Na deze termijn brengen de verschuldigde bedragen ten voordele van de Vereniging interesten op, tegen 6% per jaar vanaf de vierde maand.
  167. Wanneer de achterstallige verplichte bijdragen, interesten niet meegerekend, die een lidstaat aan de Vereniging verschuldigd is, gelijk zijn aan of hoger dan de som van de bijdragen van die lidstaat voor de twee voorgaande boekjaren, kan die lidstaat onherroepelijk zijn schuldvorderingen op andere lidstaten geheel of gedeeltelijk aan de Vereniging overdragen, volgens voorwaarden die door de Administratieve Raad worden vastgesteld.De voorwaarden inzake overdracht van schuldvorderingen moeten worden vastgesteld in een overeenkomst tussen de lidstaat, zijn schuldenaars/schuldeisers en de Vereniging.
  168. Lidstaten waarvoor een dergelijke overdracht om juridische of andere redenen onmogelijk is, verbinden zich ertoe een plan te aanvaarden voor de aflossingen van hun achterstallige schulden.
  169. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden, mag de inning van achterstallige verplichte bijdragen die aan de Vereniging verschuldigd zijn niet langer duren dan tien jaar.
  170. In uitzonderlijke gevallen kan de Administratieve Raad een lidstaat geheel of gedeeltelijk van de verschuldigde interesten vrijstellen indien die lidstaat in hoofdsom de gehele achterstallige schuld heeft aangezuiverd.
  171. In het kader van een aflossingsplan voor zijn achterstallige schuld dat werd goedgekeurd door de Administratieve Raad, kan een lidstaat eveneens geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van zijn opgestapelde of nog komende interesten;de vrijstelling is evenwel onderworpen aan de volledige en stipte uitvoering van het aflossingsplan binnen een overeengekomen termijn van ten hoogste tien jaar.
  172. De onder de punten 3 tot 7 vermelde bepalingen gelden mutatis mutandis voor de vertaalkosten die door het Internationaal Bureau worden gefactureerd aan de lidstaten die bij de taalgroepen aangesloten zijn. Artikel 147 Geldtekort
  173. Om het geldtekort van de Vereniging te ondervangen, wordt een Reservefonds opgericht waarvan het bedrag bepaald wordt door de Administratieve Raad.Dit fonds wordt in de eerste plaats gespijsd door de budgettaire overschotten. Het kan eveneens dienen om het budget in evenwicht te brengen of om de bijdragen van de lidstaten te verminderen.
  174. Wat de geldtekorten van voorbijgaande aard betreft, geeft de regering van de Zwitserse Bondsstaat op korte termijn de nodige voorschotten aan de Vereniging volgens voorwaarden die in gemeenschappelijk overleg worden bepaald. Artikel 148 Controle op het bijhouden van de financiële rekeningen en op de boekhouding
  175. De regering van de Zwitserse Bondsstaat waakt, binnen de kredietgrenzen die door het Congres werden vastgelegd, kosteloos over het bijhouden van de financiële rekeningen en over de boekhouding van het Internationaal Bureau. Artikel 149 Automatische sancties
  176. Elke lidstaat die in de onmogelijkheid verkeert om de overdracht waarvan sprake in artikel 128.9 te verrichten en die niet aanvaardt om te worden onderworpen aan een aflossingsplan dat door het Internationaal Bureau wordt voorgesteld overeenkomstig artikel 128.10, of die dat plan niet naleeft, verliest automatisch zijn stemrecht in het Congres en in de vergaderingen van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie en is niet langer verkiesbaar voor die twee Raden.
  177. De automatische sancties worden ambtshalve en met onmiddellijk gevolg opgeheven zodra de betrokken lidstaat zijn achterstallige verplichte bijdragen die aan de Vereniging verschuldigd zijn, volledig heeft betaald, in hoofdsom en interesten, of zodra hij aanvaardt zich te onderwerpen aan een plan voor de aflossing van zijn achterstallige schulden. Artikel 150 Bijdrageklassen (Stichtingsakte 21, Algemeen Reglement 131, 145, 146, 147, 148 )
  178. De lidstaten dragen, volgens de bijdrageklasse waartoe ze behoren, bij tot het dekken van de uitgaven van de Vereniging.Deze klassen zijn: klasse van 50 eenheden; klasse van 45 eenheden; klasse van 40 eenheden; klasse van 35 eenheden; klasse van 30 eenheden; klasse van 25 eenheden; klasse van 20 eenheden; klasse van 15 eenheden; klasse van 10 eenheden; klasse van 5 eenheden; klasse van 3 eenheden; klasse van 1 eenheid; klasse van 0,5 eenheid, voorbehouden aan de minst ontwikkelde landen die door de Organisatie van de Verenigde Naties worden opgesomd en aan andere landen die door de Administratieve Raad werden aangewezen.
  179. Naast de onder punt 1 opgesomde bijdrageklassen heeft elke lidstaat de keuze om gedurende een minimumperiode die overeenkomt met die welke tussen twee Congressen loopt een aantal bijdrage-eenheden te betalen dat hoger is dan de bijdrageklasse waartoe hij behoort.Deze verandering wordt uiterlijk tijdens het Congres aangekondigd. Op het einde van de periode tussen twee Congressen keert de lidstaat automatisch terug naar zijn oorspronkelijke aantal bijdrage-eenheden, behalve indien hij beslist een hoger aantal bijdrage-eenheden te blijven betalen. De betaling van extra eenheden verhoogt de uitgaven in gelijke mate.
  180. De lidstaten worden op het ogenblik van hun aanvaarding of toetreding tot de Vereniging, gerangschikt in één van de voornoemde bijdrageklassen volgens de procedure vermeld in artikel 21.4 van de Stichtingsakte.
  181. De lidstaten kunnen achteraf naar een lagere bijdrageklasse overstappen op voorwaarde dat het verzoek om verandering ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres aan het Internationaal Bureau wordt verstuurd.Het Congres verstrekt een niet-bindend advies over die verzoeken om verandering van bijdrageklasse. Het staat de lidstaat vrij om het advies van het Congres te volgen. De definitieve beslissing van de lidstaat moet voor het einde van het Congres aan het secretariaat van het Internationaal Bureau worden overgezonden. Dit verzoek om verandering treedt in werking op de datum dat de financiële bepalingen die door het Congres werden uitgevaardigd, van kracht worden. lidstaten die hun wens om van bijdrageklasse te veranderen niet binnen de voorgeschreven termijn hebben meegedeeld, blijven gerangschikt in de bijdrageklasse waartoe zij tot dan toe behoorden.
  182. De lidstaten mogen niet eisen om in een keer meer dan één klasse lager gerangschikt te worden.
  183. In uitzonderlijke gevallen zoals natuurrampen, die internationale hulpprogramma's vereisen, kan de Administratieve Raad één enkele keer tussen twee Congressen in, op verzoek van een lidstaat een tijdelijke rangschikking in een lagere bijdrageklasse toestaan, indien deze lidstaat kan bewijzen dat het niet langer de oorspronkelijk gekozen bijdrage kan betalen.In dezelfde omstandigheden kan de Administratieve Raad ook de tijdelijke rangschikking in een lagere bijdrageklasse toestaan voor de lidstaten die niet behoren tot de categorie van de minst ontwikkelde landen en die reeds gerangschikt zijn in de klasse van 1 eenheid door ze te laten overgaan naar de klasse van 0,5 eenheid.
  184. Overeenkomstig de bepalingen onder punt 6 kan de tijdelijke rangschikking in een lagere bijdrageklasse door de Administratieve Raad worden toegestaan voor een maximumperiode van twee jaar of tot aan het volgende Congres, indien dit plaatsvindt voor het einde van die periode.Na het verstrijken van de vastgestelde periode, keert het betrokken land automatisch terug naar de aanvankelijke klasse.
  185. In afwijking van de bepalingen onder de punten 4 en 5 zijn verhogingen van klasse aan geen enkele beperking onderworpen. Artikel 151 Betaling van de benodigdheden van het Internationaal Bureau (Algemeen Reglement 134)
  186. De benodigdheden die het Internationaal Bureau tegen betaling aan de lidstaten en aan hun aangewezen operatoren levert, moeten zo spoedig mogelijk betaald worden, en op zijn laatst binnen zes maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de rekening door het Bureau werd verzonden.De verschuldigde bedragen brengen ten voordele van de Vereniging 5% interesten per jaar op, te rekenen vanaf de dag waarop deze termijn verstrijkt. Artikel 152 Organisatie van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen
  187. Onder voorbehoud van de goedkeuring door de Administratieve Raad is de Raad voor Postexploitatie bevoegd om vrijwillig een aantal door de gebruikers gefinancierde hulporganen op te richten, om operationele, commerciële, technische en economische activiteiten te organiseren die overeenkomstig artikel 18 van de Stichtingsakte onder zijn bevoegdheid vallen, maar die niet met het gewone budget gefinancierd mogen worden.
  188. In verband met de oprichting van een dergelijk orgaan dat onder de Raad voor postexploitatie ressorteert, beslist deze laatste over het referentiekader voor de statuten van dat orgaan, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de regels en de grondbeginselen die een intergouvernementele organisatie zoals de Wereldpostvereniging regelen, en legt het voor goedkeuring voor aan de Administratieve Raad.Het referentiekader omvat de volgende elementen: 2.1 Mandaat. 2.2 Samenstelling met inbegrip van de categorieën van de leden van het orgaan. 2.3 Regels voor de besluitvorming, inclusief wat betreft de interne structuur en de betrekkingen van het beschouwde orgaan met andere organen van de WPV. 2.4 Principes inzake stemming en vertegenwoordiging. 2.5 Financiering (inschrijving, gebruikskosten, enz.). 2.6 Samenstelling van het secretariaat en van de beheersstructuur.
  189. Elk door de gebruikers gefinancierd hulporgaan organiseert zijn activiteiten autonoom binnen het referentiekader dat vastgesteld is door de Raad voor Postexploitatie en goedgekeurd door de Administratieve Raad en stelt een jaarverslag op over zijn werkzaamheden, dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de Raad voor Postexploitatie.
  190. De Administratieve Raad stelt de regels vast in verband met de ondersteuningskosten die de door de gebruikers gefinancierde hulporganen zouden moeten storten in het gewone budget.Hij publiceert deze regels in het Financieel Reglement van de Vereniging.
  191. De directeur-generaal van het Internationaal Bureau beheert het secretariaat van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen overeenkomstig de Statuten en Reglementen met betrekking tot het personeel die goedgekeurd zijn door de Administratieve Raad en van toepassing zijn op het personeel dat voor deze organen wordt aangeworven.Het secretariaat van de hulporganen maakt volledig deel uit van het Internationaal Bureau.
  192. De informatie met betrekking tot de door de gebruikers gefinancierde hulporganen die overeenkomstig dit artikel zijn opgericht, worden ter kennis gebracht van het Congres nadat deze organen opgericht zijn. HOOFDSTUK V. - Arbitrage Artikel 153 Arbitrageprocedure (Stichtingsakte 32)
  193. In geval van betwisting tussen lidstaten te regelen door een arbitrage, moet elke lidstaat de andere partij schriftelijk inlichten over het voorwerp van het geschil en hem zijn wil meedelen om een arbitrageprocedure te starten, door middel van een desbetreffende kennisgeving.
  194. Heeft het geschil betrekking op kwesties van operationele of technische aard, dan kan elke lidstaat aan zijn aangewezen operator vragen om tussen te komen overeenkomstig de hierna beschreven procedure en die bevoegdheid aan zijn operator delegeren.De betrokken lidstaat wordt ingelicht over het verloop en de resultaten van de procedure. De betreffende lidstaten of aangewezen operatoren worden hierna "arbitragepartijen" genoemd.
  195. De arbitragepartijen kiezen ervoor een of drie scheidsrechters aan te duiden.
  196. Indien de arbitragepartijen ervoor kiezen drie scheidsrechters aan te duiden, kiest elke partij een lidstaat of een aangewezen operator die niet rechtstreeks betrokken is in het geschil om op te treden als scheidsrechter, overeenkomstig de bepalingen onder 2.Wanneer verscheidene lidstaten en/of aangewezen operatoren met elkaar een zaak gemeen hebben, worden zij voor de toepassing van deze bepalingen als slechts één partij beschouwd.
  197. Wanneer de partijen overeenkomen om drie scheidsrechters aan te wijzen, dan wordt de derde scheidsrechter in onderlinge overeenstemming tussen de partijen aangewezen zonder dat deze noodzakelijk afkomstig moet zijn van een lidstaat of van een aangewezen operator.
  198. Indien het een geschil betreft in verband met één van de Overeenkomsten, mogen de scheidsrechters niet worden aangeduid buiten de lidstaten die deelnemen aan deze Overeenkomst.
  199. De arbitragepartijen mogen overeenkomen om één scheidsrechter aan te wijzen, die niet noodzakelijk afkomstig moet zijn van een lidstaat of van een aangewezen operator.
  200. Indien een van de arbitragepartijen (of allebei) geen scheidsrechter aanwijst binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van kennisgeving van de lancering van de arbitrageprocedure, zet het Internationaal Bureau, indien het erom verzocht wordt, de in gebreke blijvende lidstaat ertoe aan een scheidsrechter aan te duiden of duidt er ambtshalve zelf één aan.Het Internationaal Bureau komt niet tussenbeide in de beraadslagingen, behalve indien de twee partijen dit onderling vragen.
  201. De arbitragepartijen kunnen steeds in onderlinge overeenstemming overeenkomen om het geschil te beslechten voordat er een beslissing wordt uitgesproken door de scheidsrechter of scheidsrechters.Elke intrekking moet schriftelijk worden meegedeeld aan het Internationaal Bureau binnen tien dagen na de beslissing van de partijen om het geschil te beslechten. Indien de partijen overeenkomen om zich terug te trekken uit de arbitrageprocedure, verliest/verliezen de scheids-rechter(s) de bevoegdheid om over de kwestie uitspraak te doen.
  202. De scheidsrechter of scheidsrechters is/zijn verplicht uitspraak te doen over het geschil op basis van de feiten en elementen waarover hij beschikt of zij beschikken.Alle inlichtingen met betrekking tot het geschil moeten worden meegedeeld aan de twee partijen, alsook aan de scheidsrechter of scheidsrechters.
  203. De beslissing van de scheidsrechter(s) wordt genomen bij meerderheid van stemmen en wordt meegedeeld aan het Internationaal Bureau en aan de partijen binnen zes maanden na de datum van kennisgeving van de lancering van de arbitrageprocedure.
  204. De arbitrageprocedure is vertrouwelijk en enkel een korte beschrijving van het geschil en de beslissing worden schriftelijk meegedeeld aan het Internationaal Bureau binnen tien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de partijen.
  205. De beslissing van de scheidsrechter(s) is definitief, bindend voor de partijen en onherroepelijk.
  206. De arbitragepartijen passen de beslissing van de scheidsrechter(s) onmiddellijk toe.Wanneer een lidstaat aan zijn aangewezen operator de bevoegdheid delegeert om de arbitrageprocedure te starten en zich ernaar te schikken, moet hij erop toezien dat de aangewezen operator de beslissing van de scheidsrechter(s) toepast. HOOFDSTUK VI. - Gebruik van de talen binnen de Vereniging Artikel 154 Werktalen van het Internationaal Bureau
  207. De werktalen van het Internationaal Bureau zijn het Frans en het Engels. Artikel 155 Talen gebruikt voor de documentatie, de beraadslagingen en de dienstbriefwisseling
  208. Voor de documentatie van de Vereniging worden het Frans, het Engels, het Arabisch en het Spaans gebruikt.Ook het Duits, het Chinees, het Portugees en het Russisch worden gebruikt, op voorwaarde dat dit gebruik beperkt blijft tot de belangrijkste basisdocumentatie. Andere talen worden eveneens gebruikt, op voorwaarde dat de lidstaten die hierom verzoeken zelf alle kosten dragen.
  209. De lidstaat of lidstaten die een andere taal dan de officiële hebben gevraagd, vormen een taalgroep.
  210. De documentatie wordt door het Internationaal Bureau gepubliceerd in de officiële taal en in de talen van de gevormde taalgroepen, hetzij rechtstreeks, hetzij via de gewestelijke kantoren van deze groepen, overeenkomstig de met het Internationaal Bureau overeengekomen regels.De publicatie in de verschillende talen geschiedt op dezelfde manier.
  211. De rechtstreeks door het Internationaal Bureau gepubliceerde documentatie wordt in de mate van het mogelijke, gelijktijdig in de verschillende gevraagde talen verspreid.
  212. De briefwisseling tussen de lidstaten of hun aangewezen operatoren en het Internationaal Bureau, en tussen dit laatste en derden, kan geschieden in elke taal waarvoor het Internationaal Bureau over een vertaaldienst beschikt.
  213. De kosten voor de vertaling naar ongeacht welke taal, met inbegrip van die welke voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen onder punt 5, worden gedragen door de taalgroep die om deze taal heeft verzocht.De lidstaten die de officiële taal gebruiken betalen voor de vertaling van de niet-officiële documenten een vaste bijdrage waarvan het bedrag per bijdrage-eenheid gelijk is aan het bedrag dat wordt gedragen door de lidstaten die gebruikmaken van de andere werktaal van het Internationaal Bureau. Alle andere kosten voor de levering van documenten worden door de Vereniging gedragen. Het plafond van de door de Vereniging te dragen kosten voor het opstellen van de documenten in het Duits, Chinees, Portugees en Russisch wordt bepaald door een resolutie van het Congres.
  214. De door een taalgroep te dragen kosten worden onder de leden van die groep verdeeld in verhouding tot hun bijdrage aan de uitgaven van de Vereniging.Die kosten kunnen volgens een andere verdeelsleutel onder de leden van de taalgroep worden verdeeld, op voorwaarde dat de betrokken lidstaten hierover overeenstemming bereiken en hun beslissing via de woordvoerder van de groep aan het Internationaal Bureau kenbaar maken.
  215. Het Internationaal Bureau geeft na een maximumtermijn van twee jaar gevolg aan elke wijziging van de taalkeuze die door een lidstaat wordt gevraagd.
  216. Voor de beraadslagingen van de bijeenkomsten van de organen van de Vereniging, worden het Frans, Engels, Spaans, Russisch en Arabisch aanvaard, mits er een tolksysteem is - met of zonder elektronische uitrusting -, waarvan de keuze na overleg met de directeur-generaal van het Internationaal Bureau en de betrokken lidstaten wordt overgelaten aan de organisatoren van de bijeenkomst.
  217. Voor de in punt 9 aangeduide beraadslagingen en vergaderingen zijn ook andere talen toegestaan.
  218. De afvaardigingen die andere talen gebruiken, zorgen voor de simultaanvertaling in één van de talen vermeld onder punt 9, hetzij door middel van het in dezelfde paragraaf vermelde systeem, indien de nodige technische wijzigingen kunnen worden aangebracht, hetzij door privétolken.
  219. De kosten van de tolkdiensten worden verdeeld onder de lidstaten die dezelfde taal gebruiken, in verhouding tot hun bijdrage aan de uitgaven van de Vereniging.De kosten voor de installatie en het onderhoud van de technische uitrusting worden daarentegen door de Vereniging gedragen.
  220. De lidstaten en/of hun aagewezen operatoren kunnen overeenkomen welke taal voor de briefwisseling in hun wederzijdse betrekkingen moet worden gebruikt.Bij gebrek aan een dergelijke overeenkomst dient de Franse taal te worden gebruikt. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen Artikel 156 Goedkeuringsvoorwaarden inzake de voorstellen betreffende het Algemeen Reglement
  221. Om uitvoerbaar te zijn, dienen de aan het Congres voorgelegde voorstellen met betrekking tot dit Algemeen Reglement te worden goedgekeurd door de meerderheid van de op het Congres vertegenwoordigde en stemgerechtigde lidstaten.Ten minste twee derde van de lidstaten van de Vereniging moeten aanwezig zijn op het ogenblik van de stemming. Artikel 157 Voorstellen betreffende de Akkoorden met de Organisatie van de Verenigde Naties (Stichtingsakte 9)
  222. De in artikel 156 bedoelde goedkeuringsvoorwaarden zijn eveneens van toepassing op de voorstellen tot wijziging van de Akkoorden afgesloten tussen de Wereldpostvereniging en de Organisatie van de Verenigde Naties, voor zover deze Akkoorden geen voorwaarden bevatten tot wijziging van de erin vervatte bepalingen. Artikel 158 Wijziging, tenuitvoerlegging en duur van het Algemeen Reglement
  223. De wijzigingen die door een Congres worden aangenomen worden opgenomen in een aanvullend protocol en treden, behoudens een andere beslissing van het Congres, in werking op hetzelfde moment als de Akten die in de loop van hetzelfde Congres zijn hernieuwd.
  224. Dit Algemeen Reglement zal in werking treden op 1 januari 2014 en voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Ter oorkonde waarvan de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten dit Aanvullend Protocol hebben ondertekend in één exemplaar, dat neergelegd wordt bij de directeur-generaal van het Internationaal Bureau. Een afschrift ervan zal door het Internationaal Bureau van de Wereldpostvereniging aan elke aangeslotene worden overhandigd. Gedaan te Doha, 11 oktober
  225. Wereldpostconventie Inhoudsopgave Deel een Gemeenschappelijke regels betreffende de internationale postdienst Enig hoofdstuk. - Algemene bepalingen Art.
  226. Definities 2.Aanwijzing van de entiteit(en) die belast is (zijn) met het vervullen van de verplichtingen die voortvloeien uit de toetreding tot de Conventie
  227. Universele postdienst 4.Vrijheid van doorvoer
  228. Eigendomsrecht van de postzendingen.Terugvordering. Adreswijziging of -verbetering. Nazending. Terugzending aan de afzender van onbestelbare zendingen
  229. Tarieven 7.Vrijstelling van posttarieven
  230. Postzegels 9.Veiligheid van de post
  231. Duurzame ontwikkeling 11.Overtredingen
  232. Verwerking van persoonsgegevens Deel twee Regels van toepassing op brievenpost en postpakketten Hoofdstuk 1.- Dienstenaanbod
  233. Basisdiensten 14.Classificatie van de brievenpostzendingen volgens hun formaat
  234. Aanvullende diensten 16.EMS en geïntegreerde logistiek
  235. Elektronische postdiensten 18.Niet-toegestane zendingen. Verbodsbepalingen
  236. Bezwaren 20.Douanecontrole. Douane- en andere rechten
  237. Uitwisseling van gesloten brievenmalen met militaire eenheden 22.Normen en doelstellingen inzake kwaliteit van de dienstverlening Hoofdstuk
  238. - Aansprakelijkheid
  239. Aansprakelijkheid van de aangewezen operatoren. Schadeloosstellingen
  240. Niet-aansprakelijkheid van de lidstaten en van de aangewezen operatoren 25.Aansprakelijkheid van de afzender
  241. Betaling van de schadeloosstelling 27.Eventuele terugvordering van de schadeloosstelling van de afzender of van de geadresseerde Hoofdstuk
  242. - Bepalingen eigen aan de brievenpost
  243. Afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland Deel drie Vergoeding Hoofdstuk 1.- Bepalingen eigen aan de brievenpost
  244. Eindrechten.Algemene bepalingen
  245. Eindrechten.Bepalingen van toepassing op de poststromen tussen de aangewezen operatoren van de landen van het doelsysteem
  246. Eindrechten.Bepalingen van toepassing op de poststromen naar, vanwege en tussen de aangewezen operatoren van landen van het overgangssysteem
  247. Fonds voor het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening 33.Doorvoervergoedingen Hoofdstuk
  248. - Andere bepalingen
  249. Basistarief en bepalingen betreffende de kosten voor het luchtvervoer 35.Aandeel van eindrechten voor zeepost- en landpostpakketten
  250. Bevoegdheid van de Raad voor Postexploitatie om het bedrag van de kosten en de aandelen vast te stellen 37.Specifieke bepalingen voor de vereffening van de rekeningen en voor de betalingen voor internationale postuitwisselingen Deel vier Slotbepalingen
  251. Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen betreffende de Conventie en de Reglementen 39.Voorbehoud gemaakt tijdens het Congres
  252. Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van de Conventie Wereldpostconventie Gelet op artikel 22.3 van de op 10 juli 1964 te Wenen gesloten Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Vereniging, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van de genoemde Stichtingsakte, in deze Conventie de regels vastgelegd die van toepassing zijn op de internationale postdienst. Deel een Gemeenschappelijke regels betreffende de internationale postdienst Enig hoofdstuk. - Algemene bepalingen Artikel 1 Definities
  253. Met het oog op de Wereldpostconventie worden de onderstaande termen als volgt omschreven: 1.1 pakket: zending die vervoerd wordt onder de voorwaarden van de Conventie en van het Reglement betreffende de postpakketten; 1.2 gesloten brievenmaal: zak of geheel van zakken of andere geëtiketteerde, gelode of bestempelde containers die postzendingen bevat(ten); 1.3 verkeerd verzonden brievenmalen: containers die zijn ontvangen door een ander uitwisselingskantoor dan datgene dat op het etiket (van de zak) vermeld is; 1.4 persoonsgegevens: informatie die nodig is om een gebruiker van de postdienst te identificeren 1.5 verkeerd verstuurde zendingen: zendingen ontvangen door een uitwisselingskantoor, maar die bestemd waren voor een uitwisselingskantoor in een andere lidstaat; 1.6 postzending: generieke term die slaat op elke verzending via de post (brievenpostzending, postpakket, postwissel, enz.); 1.7 doorvoervergoedingen: vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming in het doorkruiste land (aangewezen operator, andere dienst of combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van brievenmalen over land, over zee en/of door de lucht; 1.8 eindrechten: vergoeding die door de aangewezen operator van het land van verzending verschuldigd is aan de aangewezen operator van het land van bestemming ter compensatie van de kosten in verband met de behandeling van de brievenpostzendingen die in het land van bestemming ontvangen zijn; 1.9 aangewezen operator: elke gouvernementele of niet-gouvernementele instantie die officieel door de lidstaat is aangewezen om postdiensten te exploiteren en de desbetreffende verplichtingen die uit de Akten van de Vereniging voortvloeien, op zijn grondgebied te vervullen; 1.10 pakje: zending die vervoerd wordt onder de voorwaarden van de Conventie en van het Reglement van de brievenpost 1.11 aandeel van eindrechten voor binnenkomende landpost: vergoeding die door de aangewezen operator van het land van verzending verschuldigd is aan de aangewezen operator van het land van bestemming ter compensatie van de kosten voor de behandeling van een postpakket in het land van bestemming; 1.12 aandeel van eindrechten voor landpost in doorvoer: vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming in het doorkruiste land (aangewezen operator, andere dienst of combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer over land en/of door de lucht voor de verzending van een postpakket over zijn grondgebied; 1.13 aandeel van de rechten voor zeepost: vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming (aangewezen operator, andere dienst of combinatie van beide) die meewerkt aan de verzending van een postpakket over zee; 1.14 universele postdienst: permanente verstrekking aan de klanten van postdiensten met een basiskwaliteit tegen betaalbare prijzen op elk punt van het grondgebied van een land; 1.15 open doorvoer: doorvoer via een intermediair land van zendingen waarvan het aantal of het gewicht de samenstelling van een gesloten brievenmaal voor het land van bestemming niet rechtvaardigt. Artikel 2 Aanwijzing van de entiteit(en) die belast is (zijn) met het vervullen van de verplichtingen die voortvloeien uit de toetreding tot de Conventie
  254. De lidstaten delen het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de beëindiging van het Congres de naam en het adres mee van het regeringsorgaan dat belast is met het toezicht op de postale aangelegenheden.Bovendien delen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de beëindiging van het Congres de naam en het adres mee van de operator of operatoren die officieel aangewezen is of zijn om op zijn of hun grondgebied de postdiensten te exploiteren en de verplichtingen te vervullen die voortvloeien uit de Akten van de Vereniging. Tussen twee Congressen wordt elke wijziging met betrekking tot de regeringsorganen en de officieel aangewezen operatoren zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het Internationaal Bureau. Artikel 3 Universele postdienst
  255. Om de idee van de enigheid van het postgebied van de Vereniging te versterken, waken de lidstaten ervoor dat alle gebruikers/klanten het recht genieten op een universele postdienst die overeenstemt met een aanbod van postdiensten met een basiskwaliteit, die tegen betaalbare prijzen permanent worden verstrekt op elk punt van hun grondgebied.
  256. Daartoe stellen de lidstaten in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de betrokken postdiensten vast alsook de voorwaarden inzake kwaliteit en betaalbaarheid, rekening houdende met zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.
  257. De lidstaten zorgen ervoor dat het aanbod van postdiensten en de kwaliteitsnormen worden nageleefd door de operatoren die belast zijn met het verlenen van de universele postdienst.
  258. De lidstaten zorgen ervoor dat de universele postdienst op uitvoerbare wijze wordt verstrekt zodat het voortbestaan ervan wordt gegarandeerd. Artikel 4 Vrijheid van doorvoer
  259. Het principe van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Stichtingsakte.Het brengt voor elke lidstaat de verplichting mee om zich ervan te vergewissen dat zijn aangewezen operatoren de gesloten brievenmalen en de open verzonden brievenpostzendingen die een andere aangewezen operator aan hen bezorgt, steeds worden verzonden langs de snelste wegen en via de veiligste middelen die ze voor hun eigen verzendingen gebruiken. Dit principe geldt ook voor zendingen of brievenmalen die verkeerd verstuurd zijn.
  260. De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van brieven die besmettelijke of radioactieve stoffen bevatten, mogen de doorvoer van zulke open verzonden zendingen over hun grondgebied weigeren.Dit is ook het geval voor brievenpostzendingen, behalve brieven, briefkaarten en zendingen voor blinden. Dit geldt ook voor drukwerk, tijdschriften, magazines, pakjes en M-zakken waarvan de inhoud niet voldoet aan de wettelijke bepalingen die de voorwaarden regelen inzake publicatie of verspreiding ervan in het doorkruiste land.
  261. Voor de over land en zee te verzenden postpakketten is de vrijheid van doorvoer beperkt tot het grondgebied van de landen die aan deze dienst meewerken.
  262. De vrijheid van doorvoer van luchtpostpakketten is gewaarborgd binnen het gehele grondgebied van de Vereniging.Nochtans kunnen de lidstaten die niet deelnemen aan de dienst van de postpakketten niet verplicht worden luchtpostpakketten over land/zee te verzenden.
  263. Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de postdienst met die lidstaat af te schaffen. Artikel 5 Eigendomsrecht van de postzendingen. Terugvordering. Adreswijziging of -verbetering. Nazending. Terugzending aan de afzender van onbestelbare zendingen
  264. Zolang een postzending niet aan de rechthebbende werd afgeleverd, blijft die het eigendom van de afzender, behalve indien deze zending in beslag werd genomen krachtens de wetgeving van het land van herkomst of van bestemming en, in geval van toepassing van artikel 18.2.1.1 of 18.3, volgens de wetgeving van het doorvoerland.
  265. De afzender van een postzending kan die uit de dienst laten halen of het adres ervan laten wijzigen of corrigeren.De tarieven en andere voorwaarden worden bepaald in de Reglementen.
  266. De lidstaten vergewissen zich ervan dat hun aangewezen operatoren de postzendingen nazenden in geval van adresverandering van de bestemmeling en zenden onbestelbare zendingen terug naar de afzender. De tarieven en andere voorwaarden worden vermeld in de Reglementen. Artikel 6 Tarieven
  267. De tarieven voor de verschillende internationale en bijzondere postdiensten worden door de lidstaten of door hun aangewezen operatoren vastgelegd op basis van de nationale wetgeving en overeenkomstig de principes die vermeld zijn in de Conventie en zijn Reglementen.Ze moeten in principe gekoppeld zijn aan de kosten voor de levering van die diensten.
  268. De lidstaat van herkomst of zijn aangewezen operator bepaalt de port voor het vervoer van de brievenpostzendingen en van de postpakketten op basis van de nationale wetgeving.De port omvat de afgifte van de zendingen ten huize van de geadresseerde voor zover de besteldienst voor de betrokken zendingen wordt georganiseerd in het land van bestemming.
  269. De toegepaste tarieven, met inbegrip van die welke ter informatie in de Akten zijn vermeld, dienen op zijn minst gelijk te zijn aan die welke worden toegepast voor de zendingen in binnenlandse dienst en die dezelfde karakteristieken vertonen (categorie, volume, verwerkingstermijn, enz.).
  270. De lidstaten of hun aangewezen operatoren mogen op basis van hun nationale wetgeving alle indicatieve tarieven die in de Akten vermeld staan, overschrijden.
  271. Boven de in punt 3 vastgelegde minimumgrens van de tarieven, mogen de lidstaten of hun aangewezen operatoren verlaagde tarieven toestaan op basis van hun nationale wetgeving voor de brievenpostzendingen en de postpakketten die worden afgegeven op het grondgebied van de lidstaat.Zij kunnen met name voorkeurtarieven verlenen aan hun klanten met een aanzienlijk postverkeer.
  272. Het is verboden om van de klanten om het even welke andere posttarieven te vorderen dan die bepaald in de Akten.
  273. Behalve in de gevallen waarin de Akten voorzien, behoudt elke aangewezen operator de tarieven die hij heeft geïnd. Artikel 7 Vrijstelling van posttarieven
  274. Principe 1.1 De gevallen van portvrijdom, als vrijstelling van de betaling van het port, worden uitdrukkelijk in de Conventie vermeld. Niettemin kunnen de Reglementen bepalingen vaststellen die voorzien in zowel de vrijstelling van de betaling van het port als de vrijstelling van de betaling van de doorvoervergoedingen, de eindrechten en de aandelen van de eindrechten voor binnenkomende brievenpostzendingen en postpakketten met betrekking tot de postdienst die worden verzonden door de lidstaten, de aangewezen operatoren en de Beperkte Verenigingen. Bovendien worden de brievenpostzendingen en de postpakketten die door het Internationaal Bureau van de WPV worden verzonden naar de Beperkte Verenigingen, de lidstaten en de aangewezen operatoren, beschouwd als zendingen met betrekking tot de postdienst en worden ze vrijgesteld van alle posttarieven. Toch mag de lidstaat van herkomst of zijn aangewezen operator voor deze laatste zendingen luchtposttoeslagen heffen.
  275. Krijgsgevangenen en burgerlijk geïnterneerden 2.1 De brievenpostzendingen, de postpakketten en de zendingen van de financiële postdiensten gericht aan of verzonden door krijgsgevangenen, hetzij rechtstreeks hetzij via de kantoren vermeld in de Reglementen van de Conventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post, zijn vrijgesteld van alle posttarieven, met uitzondering van de luchtposttoeslagen. De in een neutraal land opgenomen en geïnterneerde oorlogvoerenden worden met gewone krijgsgevangenen gelijkgesteld voor de toepassing van de voornoemde bepalingen. 2.2 De bepalingen van 2.1 gelden eveneens voor de brievenpostzendingen, de postpakketten en de zendingen van de uitbetalingsdiensten van de post die afkomstig zijn uit andere landen en geadresseerd aan of verzonden door de geïnterneerde burgers, bedoeld in de op 12 augustus 1949 te Genève gesloten Conventie betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, hetzij rechtstreeks, hetzij via de kantoren vermeld in de Reglementen van de Conventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post. 2.3 De kantoren vermeld in de Reglementen van de Conventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post genieten eveneens portvrijdom voor de brievenpostzendingen, de postpakketten en de zendingen van de uitbetalingsdiensten van de post betreffende de in 2.1 en 2.2 bedoelde personen, voor zowel het verzenden als het ontvangen, hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling. 2.4 Pakketten worden portvrij aangenomen tot een gewicht van 5 kilogram. Het maximumgewicht wordt op 10 kilogram gebracht voor zendingen waarvan de inhoud ondeelbaar is en voor die welke, met het oog op de verdeling onder de gevangenen, aan een kamp of zijn vertrouwenspersonen worden gericht. 2.5 In het kader van de afrekening tussen de aangewezen operatoren zijn dienstpakketten en pakketten van krijgsgevangenen of burgerlijk geïnterneerden aan geen enkel aandeel in rechten onderworpen, behalve voor de kosten voor luchtvervoer die op luchtpostpakketten van toepassing zijn.
  276. Zendingen voor blinden 3.1 Alle zendingen voor blinden die worden verzonden naar of door een organisatie voor blinden of die worden verzonden naar of door een blinde, zijn vrijgesteld van elk posttarief, met uitzondering van de luchtposttoeslagen, voor zover deze zendingen als zodanig toegelaten zijn in de binnenlandse dienst van de aangewezen operator van herkomst. 3.2 In dit artikel: 3.2.1 betekent de term "blinde" elke persoon die officieel wordt geteld als blinde of slechtziende in zijn land of die beantwoordt aan de definities van de Wereldgezondheidsorganisatie van een blinde of een slechtziende; 3.2.2 wordt aangeduid als organisatie voor blinden elke instelling of vereniging ten dienste van blinden of die officieel blinden vertegenwoordigt; 3.2.3 omvatten zendingen voor blinden alle brievenpost, alle publicaties, ongeacht het formaat ervan (inclusief geluid) en alle apparatuur of materiaal die of dat wordt gemaakt of aangepast om blinden de problemen die uit hun blindheid voortvloeien, te helpen overwinnen, zoals gespecificeerd in de Reglementen betreffende de brievenpostzendingen. Artikel 8 Postzegels
  277. De benaming "postzegel" is beschermd krachtens deze Conventie en wordt uitsluitend gebruikt voor zegels die voldoen aan de voorwaarden van dit artikel en van de Reglementen.
  278. Een postzegel: 2.1 wordt uitsluitend onder het gezag van de lidstaat, of het grondgebied, uitgegeven en in circulatie gebracht overeenkomstig de Akten van de Vereniging; 2.2 is een teken van soevereiniteit en vormt een bewijs van betaling van de frankering die overeenstemt met de intrinsieke waarde ervan, wanneer die overeenkomstig de Akten van de Vereniging op een postzending wordt aangebracht; 2.3 moet in omloop zijn in de lidstaat of op het grondgebied van uitgifte, ten behoeve van frankering of filatelie volgens zijn nationale wetgeving; 2.4 dient toegankelijk te zijn voor alle inwoners van de lidstaat of van het grondgebied van uitgifte.
  279. Een postzegel bevat: 3.1 de naam van de lidstaat of van het grondgebied van uitgifte in romeinse letters
(1); 3.2 de nominale waarde, uitgedrukt: 3.2.1 in principe in de officiële munt van het land of van het grondgebied van uitgifte, of voorgesteld in de vorm van een letter of van een symbool; 3.2.2 met andere specifieke identificatietekens.
  1. De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, zijn beschermd in de zin van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.
  2. De onderwerpen en motieven van de postzegels moeten: 5.1 voldoen aan de geest van de inleiding van de Stichtingsakte van de Vereniging en aan de beslissingen die worden genomen door de organen van de Vereniging; 5.2 in nauw verband staan met de culturele identiteit van de lidstaat of van het grondgebied dat lid is of bijdragen tot de bevordering van de cultuur of tot de handhaving van de vrede; 5.3 in geval van de herdenking van belangrijke personen of evenementen van buiten de lidstaat of het grondgebied in nauw verband staan met dat land of grondgebied; 5.4 niet van politieke aard zijn of beledigend zijn voor een persoon of een land; 5.5 een belangrijke betekenis hebben voor de lidstaat of voor het grondgebied.
  3. Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken gemaakt door drukpersen of andere druk- of stempelprocedures conform de Akten van de Vereniging, mogen uitsluitend met de toestemming van de lidstaat of van het grondgebied worden gebruikt.
  4. Voorafgaand aan de uitgifte van postzegels waarbij nieuwe materialen of nieuwe technologieën worden gebruikt, delen de lidstaten aan het Internationaal Bureau de nodige inlichtingen mee in verband met de compatibiliteit ervan met de werking van de machines die bestemd zijn voor de verwerking van de post.Het Internationaal Bureau brengt de overige lidstaten en hun aangewezen operatoren hiervan op de hoogte. Artikel 9 Veiligheid van de post
  5. De lidstaten en hun aangewezen operatoren schikken zich naar de veiligheidseisen die vastgesteld zijn in de veiligheidsnormen van de Wereldpostvereniging, nemen een actiebeleid inzake veiligheid aan en voeren dit uit op alle niveaus van de postexploitatie, om het vertrouwen van het publiek in de postdiensten te behouden en te vergroten en dit in het belang van alle betrokken ambtenaren.Dit beleid omvat in het bijzonder het principe van conformiteit met de eisen betreffende de levering van voorafgaande elektronische gegevens voor de postzendingen die in de uitvoeringsbepalingen zijn geïdentificeerd (met name het soort van betreffende postzendingen en de criteria voor de identificatie ervan) en die aangenomen zijn door de Administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie, overeenkomstig de technische normen van de WPV met betrekking tot berichten. Dit beleid impliceert tevens de uitwisseling van informatie met betrekking tot de handhaving van de veiligheid en van de veiligheid van het vervoer en van de doorvoer van de brievenmalen tussen de lidstaten en hun aangewezen operatoren.
  6. Alle veiligheidsmaatregelen die worden toegepast in de internationale postvervoerketen moeten overeen-stemmen met de risico's en dreigingen waarop ze geacht worden een antwoord te bieden en ze moeten worden ingezet zonder de internationale poststromen of handel te verstoren, rekening houdende met de specificiteiten van het postale netwerk.De veiligheidsmaatregelen die een wereldwijde weerslag kunnen hebben op de postale verrichtingen moeten op een op internationaal niveau gecoördineerde en evenwichtige wijze worden ingezet, met betrokkenheid van alle betrokken spelers. Artikel 10 Duurzame ontwikkeling
  7. De lidstaten en/of hun aangewezen operatoren moeten op alle niveaus van de postexploitatie een dynamisch beleid inzake duurzame ontwikkeling aannemen en uitvoeren dat heel specifiek betrekking heeft op milieu-, sociale en economische acties, en de belangstelling wekken voor kwesties van duurzame ontwikkeling in het kader van de postdiensten. Artikel 11 Overtredingen
  8. Postzendingen 1.1 De lidstaten verbinden zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de onderstaande daden te voorkomen en de daders ervan te vervolgen en te straffen: 1.1.1 de insluiting in de postzendingen van verdovende middelen, psychotrope stoffen of ontplofbare, ontvlambare of andere gevaarlijke stoffen, die niet uitdrukkelijk is toegestaan door de Conventie; 1.1.2 de insluiting in postzendingen van voorwerpen van pedofiele of pornografische aard met afbeelding van kinderen.
  9. Frankering in het algemeen en frankeermiddelen in het bijzonder 2.1 De lidstaten verbinden zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de overtredingen te voorkomen, te beteugelen en te bestraffen met betrekking tot de frankeermiddelen waarin deze Conventie voorziet, namelijk: 2.1.1 de postzegels die in omloop zijn of uit de omloop zijn genomen; 2.1.2 de frankeerstempels; 2.1.3 de afdrukken van frankeermachines of gemaakt door drukpersen; 2.1.4 de internationale antwoordcoupons. 2.2 Ten behoeve van deze Conventie wordt een overtreding met betrekking tot de frankeermiddelen begrepen als een van de onderstaande daden die de dader begaat met de intentie om zichzelf of een derde onwettig te verrijken. Moeten worden bestraft: 2.2.1 de vervalsing, imitatie of namaak van frankeermiddelen, of elke onwettige of strafbare daad die betrekking heeft op de niet-toegestane fabricage ervan; 2.2.2 het gebruiken, in omloop brengen, commercialiseren, distribueren, verspreiden, vervoeren, presenteren of ten toon stellen, inclusief voor reclamedoeleinden, van vervalste, geïmiteerde of nagemaakte frankeermiddelen; 2.2.3 het gebruiken of in omloop brengen voor postdoeleinden van frankeermiddelen die reeds zijn gebruikt; 2.2.4 pogingen om een van de bovenvermelde inbreuken te plegen.
  10. Reciprociteit 3.1 Wat de sancties betreft, moet geen onderscheid worden gemaakt tussen de daden die bepaald zijn in punt 2, of het nu nationale of buitenlandse frankeermiddelen betreft; deze bepaling mag niet worden onderworpen aan enige voorwaarde voor wettelijke of conventionele reciprociteit. Artikel 12 Verwerking van persoonsgegevens
  11. De persoonsgegevens van de gebruikers mogen slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving.
  12. De persoonsgegevens van de gebruikers worden maar onthuld aan derden die door de nationale wetgeving gemachtigd zijn om inzage te krijgen in die gegevens.
  13. De lidstaten en hun aangewezen operatoren garanderen de geheimhouding en de veiligheid van de persoonsgegevens van de gebruikers met naleving van de nationale wetgeving.
  14. De aangewezen operatoren laten hun gebruikers weten welk gebruik van hun persoonsgegevens wordt gemaakt en waartoe ze worden verzameld. Deel twee Regels van toepassing op brievenpost en postpakketten Hoofdstuk
  15. - Dienstenaanbod Artikel 13 Basisdiensten
  16. De lidstaten moeten erop toezien dat hun aangewezen operatoren zorgen voor de aanvaarding, de verwerking, het vervoer en de bedeling van brievenpostzendingen.
  17. Brievenpostzendingen omvatten: 2.1 de prioritaire en niet-prioritaire zendingen tot 2 kilogram; 2.2 de brieven, postkaarten, drukwerken en kleine pakketten tot 2 kilogram; 2.3 zendingen voor blinden tot 7 kilogram; 2.4 de speciale zakken die nieuwsbladen, tijdschriften, boeken en soortgelijk drukwerk bevatten en die gericht zijn aan dezelfde geadresseerde op dezelfde bestemming en die "M-zakken" worden genoemd, tot 30 kilogram.
  18. Brievenpostzendingen worden gerangschikt volgens de snelheid waarmee ze worden behandeld of volgens hun inhoud, conform het Reglement van de brievenpost.
  19. Gewichtslimieten die hoger zijn dan aangegeven onder punt 2 kunnen facultatief van toepassing zijn op bepaalde categorieën van brievenpostzendingen, volgens de voorwaarden die in het Reglement van de brievenpost zijn gepreciseerd.
  20. Onder voorbehoud van de bepalingen onder punt 8 moeten de lidstaten er ook op toezien dat hun aangewezen operatoren zorgen voor de aanvaarding, de behandeling, het transport en de bedeling van postpakketten tot 20 kilogram door ofwel de bepalingen van de Conventie te volgen, ofwel in geval van uitgaande pakketten en na bilaterale overeenkomst elk ander middel te gebruiken dat voor hun klant voordeliger is.
  21. Gewichtslimieten die hoger zijn dan 20 kilogram kunnen facultatief van toepassing zijn op bepaalde categorieën postpakketten, volgens de voorwaarden die in het Reglement van de brievenpost zijn gepreciseerd.
  22. Elke lidstaat waarvan de aangewezen operator zich niet belast met het vervoer van de pakketten mag de bepalingen van de Conventie door de vervoersondernemingen doen uitvoeren.Hij mag die dienst tegelijk beperken tot de pakketten afkomstig uit of bestemd voor plaatsen die door deze ondernemingen worden bediend.
  23. In afwijking van de bepalingen in punt 5.zijn de lidstaten die vóór 1 januari 2001 niet aangesloten waren bij de Overeenkomst betreffende de postpakketten, niet verplicht om de dienst van de postpakketten te verstrekken. Artikel 14 Classificatie van de brievenpostzendingen volgens hun formaat
  24. In de classificatiesystemen waarvan sprake in artikel 13.3 kunnen de brievenpostzendingen ook worden geclassificeerd volgens hun formaat, namelijk brieven van klein formaat (P), brieven van groot formaat (G) en omvangrijke brieven (E). De grenzen inzake omvang en gewicht worden gespecificeerd in het Reglement van de brievenpost. Artikel 15 Aanvullende diensten
  25. De lidstaten verzorgen de uitvoering van hiernavolgende verplichte aanvullende diensten: 1.1 aantekendienst voor luchtpostzendingen en uitgaande prioritaire brievenpostzendingen; 1.2 aantekendienst voor alle binnenkomende aangetekende brievenpostzendingen;
  26. De lidstaten of hun aangewezen operatoren kunnen de hiernavolgende facultatieve aanvullende diensten verzorgen in het kader van de relaties tussen de aangewezen operatoren die zijn overeengekomen om die diensten te leveren: 2.1 dienst voor zendingen met aangegeven waarde voor brievenpostzendingen en pakketten; 2.2 dienst voor rembourszendingen voor brievenpostzendingen en pakketten; 2.3 dienst voor spoedzendingen voor brievenpostzendingen en pakketten; 2.4 dienst voor afgifte aan de persoon zelf voor de aangetekende brievenpostzendingen of met aangegeven waarde; 2.5 dienst voor bestelling van van tarieven en rechten vrijgestelde zendingen voor brievenpostzendingen en pakketten; 2.6 dienst voor breekbare en omvangrijke pakketten; 2.7 groepagedienst, "Consignment" genoemd, voor samengevoegde zendingen van eenzelfde afzender die bestemd zijn voor het buitenland; 2.8 dienst voor terugzending van goederen die de terugzending van de goederen door de geadresseerde naar de oorspronkelijke afzender aanwijst na toestemming van deze laatste.
  27. De drie aanvullende diensten die hieronder vermeld worden, omvatten tegelijk verplichte en facultatieve aspecten: 3.1 dienst voor handelsbriefwisseling - internationaal antwoord (HBIA), die in essentie facultatief is, maar alle lidstaten of hun aangewezen operatoren zijn verplicht om de dienst voor terugzending van de HBIA-zendingen te verstrekken; 3.2 dienst voor internationale antwoordcoupons; deze coupons kunnen worden uitgewisseld in alle lidstaten, maar de verkoop ervan is facultatief; 3.3 ontvangstbewijs voor aangetekende brieven-postzendingen, pakketten en zendingen met aangegeven waarde; alle lidstaten of hun aangewezen operatoren aanvaarden ontvangstbewijzen voor de binnenkomende zendingen; voor de uitgaande zendingen daarentegen is het verstrekken van een dienst voor ontvangstbe

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.