← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactie

Kort samengevat

Dit besluit stelt het eerste deel vast van de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval (categorieën B en C) en legt het stapsgewijze proces vast voor de overige delen. Het doel is om een verantwoord en veilig beheer van dit type radioactief afval te waarborgen, zoals vereist door Europese richtlijnen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
28 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval en tot verduidelijking van het stapsgewijze proces voor de vaststelling van de andere delen van deze Nationale Beleidsmaatregel VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer een besluit ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen. Het heeft ten doel het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval, ook radioactief afval van de categorieën B en C genoemd, alsook het stapsgewijze vaststellingsproces voor de andere delen van deze Nationale Beleidsmaatregel vast te stellen. A. Inleidende overwegingen De richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (hierna "de richtlijn 2011/70" genoemd) bepaalt, in artikel 4, paragraaf 1, dat de lidstaten nationale beleidsmaatregelen betreffende het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval moeten opstellen en in stand houden. Deze beleidsmaatregelen moeten steunen op de algemene beginselen bedoeld in artikel 4, paragrafen 1 tot 4, van de richtlijn 2011/70. Deze richtlijn werd omgezet door de wet van 3 juni 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/06/2014 pub. 27/06/2014 numac 2014011342 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende wijziging van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, wat de omzetting in het interne recht betreft van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval sluiten houdende wijziging van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (hierna " wet van 3 juni 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/06/2014 pub. 27/06/2014 numac 2014011342 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende wijziging van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, wat de omzetting in het interne recht betreft van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval sluiten" genoemd). Artikel 179, § 6, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (hierna " wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten") bepaalt dat de Koning, bij besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen (NIRAS) (hierna "de Instelling" genoemd, overeenkomstig artikel 1, 2°, van het besluit (definitie overgenomen uit artikel 179, § 2, 1°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten)) en na advies van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (hierna "FANC" genoemd en "Bevoegde regelgevende autoriteit" in artikel 1, 3°, van het besluit (definitie overgenomen uit artikel 179, § 5, 2°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten)), Nationale Beleidsmaatregelen vaststelt en in stand houdt met betrekking tot het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof, naargelang van hun fysische, chemische en radiologische eigenschappen. Globaal genomen zijn de verschillende types radioactief afval die de Instelling ten laste neemt, verdeeld in drie categorieën: ? het afval van categorie A is geconditioneerd laag- en middelactief kortlevend afval; ? het afval van categorie B is geconditioneerd laag- en middelactief langlevend afval, dat geen of weinig warmte afgeeft, met inbegrip van het afval afkomstig van de opwerking van verbruikte splijtstof, bepaalde niet opgewerkte verbruikte splijtstoffen van onderzoeksreactoren die aangegeven worden als afval dat niet tot categorie C behoort, alsook overtollige splijtstoffen die als afval aangegeven worden; ? het afval van categorie C is geconditioneerd hoogactief afval, met inbegrip van het afval afkomstig van de opwerking van verbruikte splijtstof en overtollige splijtstoffen, niet opgewerkte verbruikte splijtstof die als afval wordt aangegeven, met uitzondering van de splijtstoffen van onderzoeksreactoren die tot categorie B behoren; dit afval geeft een grote hoeveelheid warmte af. Het afval van de categorieën B en C vormt een risico voor mens en milieu gedurende enkele honderdduizenden jaren of zelfs gedurende een periode in de orde van een miljoen jaar en moet dus over dergelijke periodes op een adequate manier worden beheerd. Het Nationale Programma bedoeld in artikel 179, § 8, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en goedgekeurd bij het ministerieel besluit tot vaststelling van het eerste Nationale Programma voor het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval van 3 oktober 2016 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 juni 2017) bepaalt dat de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van het afval van categorie A oppervlakteberging op het grondgebied van de gemeente Dessel is. In dit stadium bestaat er geen Nationale Beleidsmaatregel voor het radioactieve afval van de categorieën B en C, namelijk geconditioneerd laag- en middelactief langlevend afval en geconditioneerd hoogactief afval. Het besluit voert de bepaling van artikel 179, § 6, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval, in het bovenbedoelde Nationale Programma ook afval van de categorieën B en C genoemd, uit. In antwoord op punt 12.1 van het advies 71.926/1/V van 12 augustus 2022 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State, wordt gepreciseerd dat de Koning, krachtens artikel 179, § 6, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Nationale Beleidsmaatregelen vaststelt en in stand houdt, in functie van de fysische, chemische en radiologische eigenschappen van het afval en van de verbruikte splijtstof. Voor zover dit besluit ten doel heeft de Nationale Beleidsmaatregel voor het beheer van hoogradioactief en/of langlevend afval (radioactief afval van de categorieën B en C) vast te stellen, is de uitdrukking `Nationale Beleidsmaatregel' in het enkelvoud passend en in overeenstemming met de terminologie die in de voornoemde wet wordt gebruikt. De opmerking van de Raad van State over de overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse versie van de tekst zou, desgevallend, in deze wet kunnen worden aangepast. In antwoord op punt 12.2 van het voornoemde advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State en zoals net vermeld, moet eraan herinnerd worden dat dit besluit niet al het radioactieve afval en alle verbruikte splijtstof betreft, maar enkel hoogactief en/of langlevend afval (dat wil zeggen radioactief afval van de categorieën B en C). De suggesties die de Raad van State in de punten 12.1 en 12.2 van zijn advies heeft gedaan, worden derhalve niet gevolgd. B. Proces voor de uitwerking van het voorstel tot Nationale Beleidsmaatregel Het besluit is het eindpunt van een proces dat in 2010 begon en dat gekenmerkt werd door een reeks initiatieven van de Instelling. Een eerste voorstel van de Instelling betreffende het langetermijnbeheer van geconditioneerd hoogradioactief en/of langlevend afval werd in 2011 uitgewerkt op basis van artikel 2, § 3, 1°, c), van het koninklijk besluit van 30 maart 1981 houdende bepaling van de opdrachten en de werkingsmodaliteiten van de Instelling. Deze bepaling voorziet in de verplichting tot "het opmaken en bijhouden van een algemeen beheerprogramma op lange termijn dat een technisch-economische beschrijving omvat van de acties die door de Instelling worden overwogen om het beheer van het afval te waarborgen". Dit voorstel, hierna "Afvalplan" genoemd, was het voorwerp van een milieueffectenbeoordeling (of SEA - Strategic Environmental Assessment), ter uitvoering van de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu. Zowel het ontwerp van Afvalplan als het SEA werden tussen juni en september 2010 ter raadpleging voorgelegd aan officiële instanties en aan het publiek, in overeenstemming met de bepalingen van deze wet. De procedure werd afgesloten met de aanneming van het Afvalplan 2011 door de raad van bestuur van de Instelling in september 2011 en de publicatie, op 30 september 2011, in het Belgisch Staatsblad (bladzijden 61518 tot 61556) van de verklaring bepaald in de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu en van de executive summary van het Afvalplan 2011. Het voorstel van de Instelling van september 2011 was het resultaat van een vergelijking van de mogelijke beheeroplossingen voor dat afval, niet alleen op basis van de milieueffecten ervan, maar ook vanuit technisch en wetenschappelijk, ethisch en maatschappelijk, en economisch en financieel oogpunt. Het was gebaseerd op de resultaten van dertig jaar onderzoek, ontwikkeling en demonstratie in België en in het buitenland op het gebied van diepe berging en lag in het verlengde van de nationale beleidsmaatregelen in het buitenland. Zoals hierboven aangegeven, legt de richtlijn 2011/70 de lidstaten de verplichting op nationale beleidsmaatregelen betreffende het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval vast te stellen en in stand te houden. Overeenkomstig artikel 179, § 6, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals gewijzigd in 2014 om de omzetting van de voornoemde richtlijn te verzekeren, stelde de Instelling in juni 2018 de basis van de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van het B&C-afval aan haar voogdij voor als "een geologische-bergingssysteem op Belgisch grondgebied", zonder de gastgesteente(n) te specificeren waarin de bergingsinstallatie zou kunnen worden ondergebracht. De Nationale Beleidsmaatregelen worden in dezelfde omzettingswet beschouwd als plannen of programma's in de zin van de bovengenoemde wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten en het voorstel van de Instelling was het voorwerp van de SEA-procedure, met name van een milieueffectenbeoordeling en van een raadpleging van officiële instanties en van het publiek. Het voorstel tot Nationale Beleidsmaatregel, samen met een milieueffectenrapport en een niet-technische samenvatting, werd ter advies voorgelegd aan de officiële instanties vermeld in artikel 12 van de voormelde wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten, namelijk het Adviescomité SEA, de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) en de gewestregeringen. De Instelling vroeg tevens advies aan het FANC, gezien zijn statuut als autoriteit die ervoor moet zorgen dat de bevolking, de werknemers en het milieu doeltreffend worden beschermd tegen het gevaar van ioniserende stralingen. Deze documenten werden ook ter raadpleging aan het publiek voorgelegd. De raadpleging van de officiële instanties en van het publiek vond plaats van 15 april tot 13 juni 2020, dit is de wettelijke termijn van 60 dagen. De wijze waarop het besluit rekening houdt met de resultaten van de milieueffectenbeoordeling en de raadplegingen die overeenkomstig de voornoemde wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten werden uitgevoerd, is gepreciseerd in de verklaring die in overeenstemming met artikel 16 van deze wet is opgesteld. Volgens deze bepaling moet de verklaring samenvatten "hoe de milieuoverwegingen werden geïntegreerd in het plan [...] en hoe rekening werd gehouden met het milieueffectenrapport en met de raadplegingen, georganiseerd overeenkomstig de artikelen 12, 13 en 14 en die de redenen vermeldt waarom is gekozen voor het plan [...] zoals het is aangenomen, zulks in het licht van de andere redelijke alternatieven die werden in overweging genomen en met vermelding van de belangrijkste maatregelen voor de monitoring van de aanzienlijke gevolgen voor het milieu van de tenuitvoerlegging van het plan [...].". Deze verklaring moet worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op het ogenblik van de goedkeuring van dit besluit. Bovendien werd het plan dat ter beoordeling van zijn gevolgen voor het milieu en ter publieksraadpleging werd voorgelegd, licht gewijzigd om de leesbaarheid ervan te verbeteren. Bij de uitwerking van de Nationale Beleidsmaatregel voor hoogactief en/of langlevend afval wordt een benadering gevolgd die vergelijkbaar is met de bestaande praktijken in de meest geavanceerde landen op dit gebied. Laag- en middelactief kortlevend afval (afval van categorie A) Wat het laag- en middelactieve kortlevende afval betreft, bepaalt het Nationale Programma bedoeld in artikel 179, § 8, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en goedgekeurd bij het ministerieel besluit tot vaststelling van het eerste Nationale Programma voor het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval van 3 oktober 2016 (gepubliceerd op 15 juni 2017) dat de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer oppervlakteberging op het grondgebied van de gemeente Dessel is. Deze Beleidsmaatregel werd stapsgewijs vastgesteld. De eerste van deze stappen dateert van 1998 en bestond uit de keuze voor een definitieve oplossing (berging) of een oplossing die definitief kon worden voor het langetermijnbeheer van het afval van categorie A. Deze oplossing werd vervolgens ontwikkeld in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers van de lokale gemeenschappen die belangstelling hadden getoond voor de oprichting van de bergingsinstallatie op hun grondgebied. In 2006 werd de site van Dessel gekozen voor de oppervlakteberging van dit afval. De memorie van toelichting bij de artikelen 181 en 182 van de wet van 29 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010021133 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) type wet prom. 29/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010021132 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 31 december 2010) tot oprichting van het Fonds op middellange termijn vat dit als volgt samen: "De vestiging van een bergingssite veronderstelt een dynamiek van dialoog en besluitvorming in een model van `betrokkenheid, wisselwerking, samenwerking' in plaats van het model van `beslissing, aankondiging, verantwoording'. Dit dialoogmodel zorgt ervoor dat de eisen met betrekking tot het beheer van radioactief afval op lokaal vlak begrepen worden en dat er rekening mee gehouden wordt." (Parlementaire werkzaamheden Kamer 2010-2011, document 53, 0771, nr. 1, pp. 129-130). Volgens dezelfde memorie van toelichting (pp. 128 en 129) is de bovengenoemde beslissing van 2006 "het eindpunt van een stapsgewijs en interactief proces dat tot stand is gekomen in overleg tussen de lokale gemeenschappen en de NIRAS. Door terugkoppeling van ervaring maakt dit proces het vandaag mogelijk de te volgen stappen en de na te leven principes in het kader van de beslissingsprocedure inzake berging van afval van categorie A te bepalen. Deze stappen en principes zouden als richtsnoer kunnen dienen bij het besluitvormingsproces voor elk type van berging, ongeacht of het gaat om oppervlakteberging of om diepe berging, bijvoorbeeld het besluitvormingsproces met betrekking tot de berging van het afval van categorieën B en C.". Dezelfde benadering lag ten grondslag aan de opstelling van dit besluit. In eerste instantie maakt het vaststellen van het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel een eerste beleidsbeslissing over de technische oplossing of de eindbestemming voor hoogactief en/of langlevend afval in België mogelijk. Het gaat dus om een voorontwerp van het concept, maar zonder te preciseren waar, hoe en wanneer dit concept zal worden uitgevoerd. Pas wanneer dit eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel is vastgesteld, zullen meer concrete plannen en beslissingen kunnen bepalen waar, hoe en wanneer de eindbestemming kan worden uitgevoerd, in overleg met alle relevante belanghebbenden. Het gaat dus om een principebeslissing, dat wil zeggen de keuze voor diepe berging in België, zonder een beslissing over de concrete modaliteiten van deze diepe berging: keuze van de ondergrond, keuze van de locatie, keuze van de diepe-bergingsvariant, keuze van de bergingsomstandigheden, keuze van de uitvoeringsplanning enzovoort. Later zullen andere delen deze principebeslissing aanvullen. Samen zullen zij de Nationale Beleidsmaatregel vormen. Artikel 179, § 6, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bepaalt uitdrukkelijk dat de Nationale Beleidsmaatregelen worden beschouwd als plannen of programma's in de zin van de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu. Dit besluit werd onderworpen aan een milieueffectenbeoordeling en een publieksraadpleging, zoals vereist door de bovengenoemde wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten. Later zullen nieuwe milieueffectenbeoordelingen en raadplegingen worden uitgevoerd, hetzij bij de goedkeuring van de verschillende delen van de Nationale Beleidsmaatregel, hetzij tijdens de uitvoering ervan als project. Dit houdt in dat rekening wordt gehouden met de federale regelgeving, zoals de voornoemde wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten of het koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten0 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, maar ook met de regels die door de federale en lokale collectiviteiten zijn uitgevaardigd. Er zullen milieueffectenbeoordelingen worden uitgevoerd naargelang van de voortgang van de Nationale Beleidsmaatregel en de uitvoering ervan. Hieruit volgt dat de regelgeving inzake milieueffectenbeoordelingen in grote mate de noodzaak van een stapsgewijze vaststelling van de Nationale Beleidsmaatregel verklaart en rechtvaardigt. De stapsgewijze besluitvorming wordt ook verklaard door de tijd die nodig is om de keuze van een bergingssite vast te leggen en deze keuze uit te voeren. Zo begon de R&D met betrekking tot diepe berging in België in het midden van de jaren zeventig. In haar referentieplanning schat de Instelling, op basis van de feedback van het oppervlaktebergingsproject en van buitenlandse projecten, dat de tijd tussen het vaststellen van het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval en het verkrijgen van de oprichtings- en exploitatievergunning voor de diepe-bergingsinstallatie ongeveer dertig jaar zal bedragen. Het plaatsen zelf van het langlevende afval (afval van categorie B) in de bergingsinstallatie zou binnen een vijftigtal jaren beginnen en een twintigtal jaren duren. Het plaatsen van het hoogactief afval (afval van categorie C) in de bergingsinstallatie zal mogelijk pas over een kleine honderd jaar beginnen en een tiental jaren in beslag nemen. Ervaring in het buitenland In het buitenland is het gangbaar om beslissingen stapsgewijs te nemen, waarbij de eerste stap een principebeslissing over de beheeroplossing op lange termijn is. Deze benadering ligt ten grondslag aan de meest geavanceerde bergingsprogramma's, zoals die in Finland, Zweden en Frankrijk. In Finland wordt het beheer van radioactief afval geregeld door de "Kernenergiewet", die in 1987 werd aangenomen. Deze wet legt de definitieve berging, op Fins grondgebied, van radioactief afval afkomstig van de productie van kernenergie op. In mei 2001 keurde het parlement de beslissing goed om een "definitieve, diepe berging in het gesteente" in te planten voor verbruikte splijtstoffen van de bestaande reactoren in een kristallijngesteente, op een diepte van 400 tot 450 meter, in Eurajoki. De vergunningsaanvraag voor de oprichting werd eind 2012 ingediend. In november 2015 reikte de regering de vergunning voor de oprichting van de bergingsinstallatie uit, die in november 2016 werd bevestigd door de nucleaire veiligheids- en stralingsbeschermingsoverheid. De oprichting van de bergingsinstallatie ging van start in 2017. De ingebruikneming van de bergingsinstallatie voor verbruikte splijtstoffen, die in aanbouw is, wordt verwacht in 2023. In Zweden verplicht de "Wet op nucleaire activiteiten", die in 1984 door het parlement werd aangenomen, de eigenaars van kernreactoren een definitieve oplossing te ontwikkelen voor het langetermijnbeheer van hun radioactieve afval. De verbruikte splijtstoffen worden als afval beschouwd en zullen worden geborgen op ongeveer 500 meter diepte, in een kristallijne formatie, waarvan de site, Forsmark, in 2009 werd voorgesteld. De vergunningsaanvraag voor de oprichting van deze bergingsinstallatie werd in maart 2011 bij de Zweedse overheid ingediend. De nucleaire veiligheidsautoriteiten hebben een positief advies uitgebracht over deze aanvraag. De ingebruikneming van de diepe-bergingsinstallatie is niet gepland vóór 2030. In Frankrijk wordt het beheer van radioactieve stoffen en radioactief afval geregeld door drie wetten: de wet van 30 december 1991 betreffende het onderzoek naar het beheer van radioactief afval, met inbegrip van de "ondergrondse berging in diepe geologische lagen"; de wet van 28 juni 2006 betreffende het duurzame beheer van radioactieve stoffen en radioactief afval, die de omkeerbare berging van hoogradioactief en/of langlevend afval in diepe geologische lagen oplegt; en de wet van 25 juli 2016 tot vaststelling van de voorwaarden voor de oprichting van een bergingsinstallatie op de site van Bure (Cigéo-project). De wet van 25 juli 2016 legt de omkeerbaarheid van de berging gedurende minimaal honderd jaar op en voorziet in de invoering van een industriële proeffase om tests op ware grootte uit te voeren vóór de volledige ingebruikneming van de bergingsinstallatie. Na deze fase moet het parlement zich opnieuw uitspreken over het Cigéo-project. In 2016 diende l'Agence nationale pour la gestion des déchets radioactifs (Andra), het Franse equivalent van de Instelling, een "veiligheidsoptiedossier" in bij het Autorité de Sûreté Nucléaire (ASN) om het onderzoek van de vergunningsaanvraag voor de oprichting van Cigéo voor te bereiden. In zijn advies van 11 januari 2018 stelde het ASN dat het Cigéo-project in het stadium van het "veiligheidsoptiedossier" een bevredigende technische maturiteit had bereikt, behalve voor het bitumenafval. Andra is van plan de vergunningsaanvraag voor de oprichting van Cigéo in 2022 in te dienen. De industriële proeffase zou rond 2025 moeten beginnen en de berging rond 2035. In feite hebben heel wat andere landen een nationale beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hun hoogactieve en/of langlevende afval, die bestaat in de diepe berging van dat afval. Zo hebben 18 van de 21 landen van de OESO en de Europese Unie, met minstens één commerciële kernreactor die geëxploiteerd wordt of definitief stilgelegd is, beleidsmaatregelen voor het langetermijnbeheer van het genoemde afval: die landen kozen allemaal voor diepe berging. Alleen België, Italië en Mexico hebben diepe berging nog niet vastgesteld als beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hun geconditioneerde hoogactieve en/of langlevende afval. C. Noodzaak van een Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval ten gunste van diepe berging De vaststelling van een Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval biedt de Staat de gelegenheid: ? te voldoen aan verplichtingen van het wettelijke en reglementaire kader, met name die welke voortvloeien uit de richtlijn 2011/70; ? te voldoen aan verplichtingen die te maken hebben met de intra- en intergenerationele billijkheid; ? het ontstaan te vermijden van nucleaire passiva, die gedragen zouden moeten worden door de federale Staat, in zijn hoedanigheid van ultieme financieel verantwoordelijke. Een dergelijke Nationale Beleidsmaatregel stelt de Instelling ook in staat: ? haar opdracht van openbare dienstverlening - het beheer van radioactief afval - volledig te vervullen. Verschillende reglementaire teksten bepalen immers dat het beheer van radioactief afval alle fasen tot en met de berging ervan moet omvatten: - de richtlijn 2011/70, overweging 23 en andere beginselen die ten grondslag liggen aan de Nationale Beleidsmaatregelen; - artikel 179, § 2, 4°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten - opdrachten van de Instelling inzake berging; - artikel 179, § 6, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten; ? de beheerfasen voorafgaand aan de berging van dit afval (bijvoorbeeld verwerking en conditionering) te optimaliseren; ? haar R&D-activiteiten met kennis van zaken te organiseren, met het oog op het langetermijnbeheer van dat afval; ? de verschillende fasen van het langetermijnbeheer van dat afval technisch beter te organiseren en te plannen en zo de kosten ervan, inclusief de kosten die gemaakt worden voor het creëren en in stand houden van het voor de berging vereiste maatschappelijke draagvlak, beter in te schatten; deze kostenraming dient als basis voor de vaststelling van de retributies, bedoeld in artikel 179, § 2, 11°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die de overname van het afval door de Instelling dekken, en van de nucleaire voorzieningen, bedoeld in artikel 179, § 1, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die ervoor zorgen dat de afvalproducenten voldoende middelen voor het langetermijnbeheer van het afval aanleggen en deze middelen op het juiste moment beschikbaar zullen zijn; ? het besluitvormingsproces, dat wil zeggen het proces van het voorbereiden van de beslissingen, met kennis van zaken te ontwikkelen; ? het verlies van kennis en knowhow als gevolg van onderbrekingen in de continuïteit van de wetenschappelijke en technische activiteiten te vermijden. a) Belangrijkste verplichtingen van het wettelijke en reglementaire kader Het vaststellen van een Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval wordt opgelegd door het wettelijke en reglementaire kader. Aan de ene kant moet België, ter uitvoering van artikel 179, § 6, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Nationale Beleidsmaatregelen vaststellen en in stand houden voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen, vanaf de productie tot de berging ervan. De eerste uitgave van het Nationale Programma voor het beheer van dat afval en die splijtstoffen, die goedgekeurd werd in de Ministerraad van 30 juni 2016 en het voorwerp is van het ministerieel besluit van 3 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten1 tot vaststelling van het eerste Nationale Programma voor het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval (Belgisch Staatsblad van 15 juni 2017), stelt in het bijzonder de afwezigheid van een Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval vast. De Europese Commissie heeft herhaaldelijk de aandacht gevestigd op de afwezigheid van een Belgische Nationale Beleidsmaatregel inzake langetermijnbeheer van afval van categorie B en C : ? zo merkt de Europese Commissie, in haar standpunten van 17 maart 2017, overeenkomstig artikel 43 van het Euratom-verdrag, betreffende de langetermijnexploitatie van de kerncentrales Tihange 1, Doel 1 en Doel 2, aan de ene kant op dat er "geen goedgekeurde Nationale Beleidsmaatregelen voor de bouw van een geologische opslagplaats in België" bestaan en onderstreept ze aan de andere kant "het belang van de planning en uitvoering van een oplossing voor de opberging van verbruikte splijtstoffen en hoogactief afval zonder de toekomstige generaties onnodig te belasten, zoals vereist door Richtlijn 2011/70/Euratom." Dit laatste punt verdient bijzondere aandacht; ? op 27 november 2019 richtte de Europese Commissie een gemotiveerd advies aan het Koninkrijk België wegens het niet nakomen van de verplichting een Nationaal Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval goed te keuren overeenkomstig de eisen van de richtlijn 2011/70. De Belgische overheid wordt met name verweten dat ze, aan de ene kant, niet heeft bepaald of de verbruikte splijtstof van kerncentrales en bepaalde onderzoeksreactoren zal worden opgewerkt of rechtstreeks zal worden geborgen en, aan de andere kant, nog geen beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van het radioactieve afval van de categorieën B en C heeft vastgesteld. Wat de beleidsmaatregelen voor het langetermijnbeheer van het radioactieve afval van de categorieën B en C betreft, gaf het Koninkrijk België in zijn antwoord aan de Europese Commissie van januari 2020 aan dat er maatregelen waren genomen om het proces voor de goedkeuring van deze maatregel op gang te brengen. Het ging in het bijzonder om de opstelling van een voorstel door de Instelling, overeenkomstig artikel 179, § 6, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, en de onderwerping van dit voorstel aan een SEA-procedure, overeenkomstig de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu. Deze initiatieven zijn hierboven toegelicht. Wat de Belgische verbruikte splijtstoffen betreft, werd in het antwoord gepreciseerd dat alle Nationale Beleidsmaatregelen ter zake definitief zullen worden vastgesteld, uiterlijk voordat de laatste fase van de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van het radioactieve afval van de categorieën B en C wordt vastgesteld. Het besluit komt ook tegemoet aan de bezwaren die zijn geuit ter ondersteuning van het gemotiveerde advies van de Europese Commissie. Aan de andere kant is het absoluut noodzakelijk dat de eindbestemming van het hoogactieve en/of langlevende afval wordt bevestigd om de Instelling in staat te stellen de overeenstemmende beheeroplossing te ontwikkelen en daarbij haar opdracht van openbare dienstverlening inzake het beheer van radioactief afval, zoals bepaald in artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, volledig te vervullen. b) Belangrijkste verplichtingen van ethische aard De vaststelling, op korte termijn, van de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval lijkt onvermijdelijk als men zich in een perspectief van inter- of intragenerationele billijkheid plaatst: ? aan de ene kant moeten de huidige generaties hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de toekomstige generaties opnemen, door alles in het werk te stellen om de overdracht te beperken van de lasten van het beheer, de besluitvormingslasten en de financiële lasten die voortvloeien uit het gebruik dat zij zelf en de voorbije generaties van radioactiviteit hebben gemaakt; ? aan de andere kant is het belangrijk dat de gemeenten waar het hoogactieve en/of langlevende afval en de verbruikte splijtstoffen momenteel tijdelijk, maar voor onbepaalde duur, zijn opgeslagen, een antwoord krijgen op de vraag wanneer deze tijdelijke situatie zal eindigen. Daarbij is het belangrijk eraan te herinneren dat een van de grondbeginselen van de richtlijn 2011/70 is dat de besluitvorming over het beheer van radioactief afval in het algemeen en over berging in het bijzonder moet worden bevorderd om te voorkomen dat een onnodige last wordt overgedragen aan de toekomstige generaties. In dat verband merkt de Europese Commissie in haar communicatie aan de Raad van 15 mei 2017 het volgende op: "Zo spoedig mogelijk moeten in alle lidstaten concrete plannen worden opgezet om oplossingen voor de lange termijn voor hoogactief afval, middelactief afval en verbruikte splijtstof tot stand te brengen, met inbegrip van onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratieactiviteiten om te voorkomen dat een te grote last op toekomstige generaties wordt gelegd"; en: "Op een aantal gebieden zijn echter aanvullende inspanningen nodig, met name op het gebied van beleid, concepten, plannen, onderzoek en de keuze voor een locatie voor de berging van middelactief en hoogactief afval (met inbegrip van verbruikte splijtstof), [...]. De beslissing over de ontwikkeling van geologische bergingsfaciliteiten, en specifiek over de locatie daarvan, is een complex en langdurig proces waarbij het van essentieel belang is dat voortdurend naar transparantie en inspraak wordt gestreefd. De lidstaten moeten onverwijld met dit proces beginnen. ". Bovendien legt dit besluit de grondslag om de toekomstige generaties in staat te stellen met kennis van zaken beslissingen ter zake te nemen, desgevallend door bepaalde beslissingen terug te draaien. c) Het ontstaan van nucleaire passiva vermijden Het ontbreken van een beslissing over een Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval vergroot het risico op het ontstaan van nucleaire passiva, die mogelijk moeten worden gedragen door de federale Staat, als ultieme financieel verantwoordelijke.Dat grotere risico vloeit met name voort uit het feit dat het ontbreken van een Nationale Beleidsmaatregel ter zake: ? de Instelling verplicht haar kostenramingen voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval te baseren op een hypothetisch scenario; ? het ontstaan van nieuwe kostenposten met zich mee zal brengen, wanneer situaties waarvan men dacht dat ze tijdelijk zouden zijn langer duren dan de geschatte termijnen (nieuwe opslaggebouwen, herconditionering van afval ...). De keuze van diepe berging als basis voor de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval is fundamenteel om de Instelling in staat te stellen de kosten van het beheer van dat afval, in het bijzonder van het langetermijnbeheer ervan, geleidelijk nauwkeuriger en met meer zekerheid, op basis van door de bevoegde overheid genomen beslissingen, te kunnen ramen en een optimale financiering van deze kosten door de producenten te garanderen, overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt". Hoe later de te financieren kosten gekend zijn en/hoe later ze zich voordoen, hoe groter het risico dat ze gedragen moeten worden door de federale Staat en dus, in de praktijk, door de toekomstige generaties. Dat risico is des te groter daar de wet van 31 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/01/2003 pub. 28/02/2003 numac 2003011096 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie sluiten voorziet in een geleidelijke uitstap uit kernenergie voor de industriële elektriciteitsproductie. Aan de afwezigheid van een beslissing over een Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval zijn overigens nog andere kosten verbonden: de kosten van het niet beheren van radioactief afval op lange termijn, die onmogelijk kunnen worden geraamd en waaraan tevens een groot risico op het ontstaan van nucleaire passiva verbonden is. Het niet beheren van dat afval op lange termijn, met andere woorden de feitelijke verlenging, tot na de geschatte termijnen, van bepaalde situaties die als tijdelijk werden beschouwd, brengt nieuwe kosten met zich mee. Deze kosten zijn verbonden aan de opslaggebouwen, aan de ene kant, en aan het afval zelf, aan de andere kant: ? de opslaggebouwen van de Instelling voor hoogactief en/of langlevend afval hebben een beperkte capaciteit en werden ontworpen voor een bepaalde exploitatieduur. Zonder een duidelijk perspectief op de eindbestemming van het afval moeten er bijkomende opslaggebouwen worden gebouwd of moeten de bestaande opslaggebouwen worden gerenoveerd. Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee; ? sommige geconditioneerde historische radioactieve afvalstoffen, die oorspronkelijk niet bestemd waren om decennialang opgeslagen te blijven, worden gaandeweg aangetast, waardoor dure corrigerende maatregelen nodig zouden kunnen zijn; ? de kenmerken van de verbruikte splijtstoffen van kernreactoren, die door ENGIE Electrabel momenteel worden opgeslagen op de sites van de kerncentrales van Doel en Tihange, evolueren mettertijd. Deze evolutie zou het veilige langetermijnbeheer van de splijtstoffen die als afval zullen worden aangegeven bij de Instelling complexer en dus duurder kunnen maken. d) Overeenstemming tussen het besluit en de bepalingen van de richtlijn 2011/70 en artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten De vaststelling van het eerste deel van de Nationale Beleidsmaatregel voor het langetermijnbeheer van hoogactief en/of langlevend afval, inclusief de geleidelijke ontwikkeling van een besluitvormingsproces dat moet leiden tot de keuze van een of meer locaties waar de oplossing zal worden uitgevoerd, helpt tegemoetkomen aan de algemene beginselen en uitgangspunten die eigen zijn aan de beleidsmaatregelen opgelegd door de richtlijn 2011/70 en opgenomen in artikel 179, § 6, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, alsook aan een reeks andere verplichtingen van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Niets staat deze stapsgewijze aanpak immers in de weg, op voorwaarde dat de algemene beginselen van artikel 179, § 6, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten worden nageleefd. Ter herinnering: overeenkomstig artikel 179, § 6, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten stelt de Koning, "op voorstel van de Instelling en na advies van de bevoegde regelgevende autoriteit, Nationale Beleidsmaatregelen vast en houdt deze in stand met betrekking tot het beheer van radioactief afval en van verbruikte splijtstof, in functie van de fysische, chemische en radiologische eigenschappen van het afval en van de verbruikte splijtstof, gebaseerd ten minste op de volgende algemene uitgangspunten: 1° de productie van radioactief afval wordt beperkt tot een zo laag als redelijkerwijze haalbaar niveau, wat de activiteit en het volume betreft, door middel van gepaste ontwerpmaatregelen en praktijken inzake bedrijfsvoering en ontmanteling, met inbegrip van opwerking en hergebruik van stoffen;2° er wordt rekening gehouden met de onderlinge afhankelijkheid van alle stappen in de productie en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;3° verbruikte splijtstof en radioactief afval worden op een veilige manier beheerd, waarbij de veiligheid op lange termijn van een bergingsinstallatie onder meer op veiligheidsmaatregelen berust die op lange termijn passief moeten kunnen worden;4° de maatregelen worden ten uitvoer gelegd volgens een graduele aanpak;5° de kosten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval zijn ten laste van diegenen die deze stoffen hebben geproduceerd; 6° in alle stadia van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval wordt een empirisch onderbouwd en gedocumenteerd besluitvormingsproces gevolgd.". Het besluit voldoet aan deze criteria, aangezien het zich beperkt tot diepe berging voor het langetermijnbeheer van het in artikel 3 bedoelde radioactief afval, zonder reeds te voorzien in de keuze van de locatie(s) waar de oplossing zal worden uitgevoerd. Het besluit voorziet juist in een stapsgewijze ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met de beginselen inzake omkeerbaarheid en terugneembaarheid. Zo zal de vaststelling van de Nationale Beleidsmaatregel, overeenkomstig het eerste uitgangspunt, dat bepaalt dat "de productie van radioactief afval wordt beperkt tot een zo laag als redelijkerwijze haalbaar niveau, wat de activiteit en het volume betreft, door middel van gepaste ontwerpmaatregelen en praktijken inzake bedrijfsvoering en ontmanteling, met inbegrip van opwerking en hergebruik van stoffen", het mogelijk maken de productie van radioactief afval geleidelijk te optimaliseren door ze zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden, met name door het ontstaan van nucleaire passiva te voorkomen en door ervoor te zorgen dat het te produceren afval beantwoordt aan de specifieke kenmerken van de eindbestemming van het afval, namelijk de diepe berging; dit draagt ook bij tot de naleving van het tweede uitgangspunt. Bovendien, indien uiteindelijk geen Nationale Beleidsmaatregel zou vastgesteld worden, zou men enerzijds het opgeslagen radioactieve afval, in geval van degradatie ervan, op termijn moeten herconditioneren, en anderzijds de opslaggebouwen op het einde van hun beperkte levensduur moeten vervangen; deze operaties zullen bijkomend radioactief afval generen. Door de vaststelling van de eindbestemming van het afval zal de Instelling rekening kunnen houden met de onderlinge afhankelijkheid van de verschillende stappen in de productie en het beheer van het afval, tot en met de laatste stap, overeenkomstig het tweede uitgangspunt, dat bepaalt dat "er [...] rekening [wordt] gehouden met de onderlinge afhankelijkheid van alle stappen in de productie en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.". Het zal bijvoorbeeld mogelijk zijn om, op basis van de specifieke kenmerken van de berging, te bepalen welke verwerkings- en conditioneringsprocedés voor het afval het best kunnen bijdragen tot de veiligheid van deze berging en het meest verenigbaar zijn met het gastgesteente en de kunstmatige barrières. Op basis van de specifieke kenmerken van de diepe berging zal het voor de Instelling ook mogelijk zijn het gebruik van specifieke materialen bij het ontwerpen van een nieuwe nucleaire installatie aan te bevelen en zo het langetermijnbeheer ervan te vergemakkelijken. Het in aanmerking nemen van de onderlinge afhankelijkheden helpt dus eveneens tegemoetkomen aan het eerste uitgangspunt hierboven en is ook conform de internationale normen (International Atomic Energy Agency - IAEA) inzake "Integrated Management System". Het is het gastgesteente waarin de bergingsinstallatie zal worden ondergebracht die het belangrijkste element vormt om de passieve veiligheid te garanderen (waardoor er dus geen tussenkomst van de mens vereist is) gedurende de periodes waarin het beschouwde afval risico's inhoudt voor mens en milieu (gedurende enkele honderdduizenden jaren of zelfs een periode in de orde van een miljoen jaar), overeenkomstig het derde uitgangspunt, dat bepaalt dat "verbruikte splijtstof en radioactief afval [...] op een veilige manier [worden] beheerd, waarbij de veiligheid op lange termijn van een bergingsinstallatie onder meer op veiligheidsmaatregelen berust die op lange termijn passief moeten kunnen worden". De voorgestelde beleidsmaatregel beantwoordt aan het vierde uitgangspunt van graduele aanpak (of, met andere woorden, van aanpak in verhouding tot het risico), in die zin dat ze rekening houdt met de fysische, chemische en radiologische kenmerken van het afval dat op lange termijn moet worden beheerd. Terwijl de kenmerken van laag- en middelactief kortlevend afval in principe een langetermijnbeheer mogelijk maken dat gebaseerd is op oppervlakteberging, heeft hoogactief en/of langlevend afval, inclusief verbruikte splijtstof die als afval wordt aangegeven, zodanige kenmerken (met name wat de levensduur of het activiteitsniveau betreft) dat enkel diepe berging de bescherming van mens en milieu zal kunnen verzekeren. De toepassing van het vijfde uitgangspunt, dat bepaalt dat "de kosten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval [...] ten laste [zijn] van diegenen die deze stoffen hebben geproduceerd", vloeit rechtstreeks voort uit de toepassing van de bepalingen van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, krachtens welk alle kosten van het beheer voor rekening van de nucleaire producenten zijn. Zij financieren dit beheer dus volledig, via retributies en voorzieningen. Door de vaststelling van diepe berging als ultieme fase van het beheer van hoogactief en/of langlevend afval en de ontwikkeling van deze oplossing zal het geleidelijk mogelijk zijn de kosten van dat beheer met meer nauwkeurigheid en grotere zekerheid te ramen en er zo voor te zorgen dat deze kosten effectief gedragen worden door diegenen die dat afval geproduceerd hebben. D. Commentaar op de artikelen van het besluit Het besluit bestaat uit tien artikelen. Artikel 1 Artikel 1 bepaalt een aantal concepten die in het besluit opgenomen zijn. De toepasbare wetgeving bevat al definities die moeten worden nageleefd. Zo bevat artikel 179, § 5, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten er een aantal die ook van toepassing zijn op dit besluit. Het begrip "diepe berging" is niet gedefinieerd in het Belgische recht, noch in de richtlijn 2011/70. Er wordt dus voorgesteld om het in het besluit te definiëren als "de berging op een passende diepte om het langetermijnbeheer van het radioactieve afval waarop dit besluit betrekking heeft, te garanderen". Deze definitie verwijst naar het begrip "berging" gedefinieerd in artikel 179, § 5, 3°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten als: "de plaatsing van verbruikte splijtstof of radioactief afval in een installatie, zonder de bedoeling die splijtstof of dat afval terug te halen, maar zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om, in voorkomend geval, over te gaan tot hun recuperatie, in overeenstemming met de modaliteiten gedefinieerd in de Nationale Beleidsmaatregelen bedoeld in artikel 179, §§ 6 en 7, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten", dat op zijn beurt verwijst naar de begrippen "radioactief afval" en "verbruikte splijtstof" zoals gedefinieerd in artikel 179, § 5, 7° en 11°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Het concept van diepe berging verschilt duidelijk van dat van oppervlakte berging, dat is aangenomen als de oplossing voor het beheer op lange termijn van laag- en middelactief, kortlevend afval. Het begrip "diepe berging" benadrukt het feit dat een bergingsinstallatie moet worden ontworpen zonder de bedoeling het afval, de verbruikte splijtstoffen of de overtollige splijtstoffen op termijn terug te nemen. Een van de beginselen waarop de Nationale Beleidsmaatregelen voor het beheer moeten worden gebaseerd, is immers dat van de passieve veiligheid van de berging, dat wil zeggen een veiligheid die op lange termijn niet afhankelijk is van de mens. Zo bepaalt artikel 179, § 6, eerste lid, 3°, van de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten dat "de veiligheid op lange termijn van een bergingsinstallatie onder meer op veiligheidsmaatregelen berust die op lange termijn passief moeten kunnen worden". Zelfs als het niet de bedoeling is het geborgen afval terug te nemen, is de mogelijkheid om het gedurende een bepaalde periode wel te doen gewaarborgd volgens modaliteiten die in een later stadium van de vaststelling van de Nationale Beleidsmaatregel moeten worden bepaald en die op geen enkel ogenblik de veiligheid in het gedrang mogen brengen. De term "diepe berging", zoals hier gebruikt, mag niet verward worden met de gebruikelijke betekenis die er in het buitenland aan gegeven wordt, met name, door naamsverwisseling, de installatie waarin het afval geborgen wordt. Artikel 2 Het besluit zet de richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, en in het bijzonder artikel 4.1, eerste lid, artikel 4.3, artikel 5.1, g), en artikel 10, tweede lid, gedeeltelijk om. Artikel 3 Artikel 3 bepaalt het materiële toepassingsgebied van het besluit. Het eerste lid heeft betrekking op de referentie-inventaris, dit is de raming van het hoogradioactieve afval en het laag- en middelactieve langlevende afval dat al bestaat of waarvan de productie gepland is, met inbegrip van niet opgewerkte verbruikte splijtstof van commerciële kerncentrales en bepaalde onderzoeksreactoren die als afval zou worden beschouwd, afval van de opwerking van verbruikte splijtstof en overtollige splijtstoffen die als afval worden beschouwd. Dit afval, waarvan de meest radioactieve fractie warmte genereert en/of langlevende radionucliden bevat, vormt een risico voor mens en milieu gedurende enkele honderdduizenden jaren o …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.