📄 Wettekst
9 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit besluit heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 134, § 2, eerste lid, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie (hierna ook genoemd de « wet »). Dit artikel voorziet dat de Ethische Code voor de telecommunicatie vastgesteld wordt bij koninklijk besluit op voorstel van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
Volgens artikel 134, § 2, tweede lid, duidt de Ethische Code voor de telecommunicatie de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper naast de prijs van de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft ze de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden.
In het uitvoeren van deze bepaling heeft de Ethische Commissie er in haar voorstel voor gekozen om zich in zekere mate in te schrijven in een reeds vooraf bestaand kader.
Wat betreft de aanduiding van de nummerreeksen voor het aanbieden van betalende diensten ging het voorstel van de Ethische Commissie uit van de bepalingen van artikelen 48, 50 en 71 van het
koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten1 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 maart 2009 (hierna ook het « KB Nummering » genoemd). Die artikelen duiden de dienstidentiteiten aan die bestemd zijn voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken. Tevens geven deze artikelen (voor de SMS en MMS korte nummers, artikel 71 gecombineerd met de artikelen 72 en 73) aan onder welke voorwaarden operatoren blokken van betaalnummers (of voor SMS of MMS korte nummers, in sommige gevallen, individuele nummers) kunnen aanvragen.
De Ethische Code voor de telecommunicatie zorgt nu voor een verlengstuk van bovenvermelde regels naar de personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden. Deze personen (hierna verder ook « dienstenaanbieders » genoemd) krijgen uit de nummerblokken die de operatoren verkregen hebben van het BIPT één of meerdere betaalnummers toegewezen om de door hen (of eventuele derden) ontwikkelde betalende diensten aan te bieden via de elektronische-communicatienetwerken van de operatoren. Het van toepassing maken van de regels van het KB Nummering van 27 april 2007 op de dienstenaanbieders wordt in het onderhavige besluit gerealiseerd door artikel 19 en de bijlage.
Wat betreft de omschrijving van de voorwaarden waaronder de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (hierna ook « betalende diensten ») aan de eindgebruikers kunnen aangeboden worden, is de Ethische Commissie bij het opmaken van haar voorstel in verschillende etappes tewerkgegaan. Als uitgangspunt voor haar voorstel heeft de Ethische Commissie de teksten van de in 2007 bestaande gedragscodes genomen, te weten, enerzijds, de Gedragscode betreffende het aanbod van bepaalde diensten via telecommunicatie, ondertekend door de belangrijkste operatoren van vaste telefonie in België, en, anderzijds, de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten, opgesteld door de drie Belgische operatoren van openbare mobiele telefonie in het kader van het « GSM Operators' Forum ». Vervolgens heeft de Ethische Commissie adviezen gekregen van de Ombudsdienst voor telecommunicatie, de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de Raad voor het Verbruik, waarin de voornoemde gedragscodes werden geëvalueerd. De Ethische Commissie heeft ook over de grenzen heen gekeken en punctuele bepalingen van enkele buitenlandse gedragscodes (voornamelijk de Code of Practice van de Ierse « premium rate regulator » RegTel en in mindere mate de gedragscodes toepasselijk in het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Frankrijk en Nederland) genomen als inspiratiebron. Tot slot werden er aan de auteurs van de Belgische Gedragscodes ook specifieke, gerichte schriftelijke vragen gesteld over sommige bepalingen van die codes.
Op basis van deze bronnen en eigen inzichten en accenten hebben de leden van de Ethische Commissie in een aantal werkvergaderingen een tekst opgesteld, die vervolgens voor commentaar voorgelegd werd in een openbare raadpleging. Na verwerking van de antwoorden ontvangen in het kader van deze raadpleging en de commentaren opgetekend tijdens de hoorzittingen georganiseerd op initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, heeft de Ethische Commissie voor de telecommunicatie uiteindelijk, overeenkomstig artikel 134, § 2, eerste lid, van de Wet, een voorstel gericht aan de ministers bevoegd voor de aangelegenheden die in de Ethische Code worden geregeld. De eigen accenten en inzichten die de Ethische Commissie aangebracht heeft aan de tekst hebben voornamelijk te maken met de volgende problemen, die blijvend gerapporteerd werden gedurende de periode waarin het voorstel van Ethische Code werd opgesteld : - het gebrek aan transparantie over de toepasselijke eindgebruikerstarieven; - het ongevraagd ontvangen van (vaak) betalende SMS of MMS berichten; - allerhande klachten over de ethiek van sommige diensten (betalende diensten die wetsontduiking aanmoedigen, onaanvaardbare 'hoax'-diensten, het onvoldoende ter harte nemen van klachten van eindgebruikers door een klantendienst, enzovoort).
Daarnaast beschouwde de Ethische Commissie het als zijn natuurlijke taak om minderjarigen een bijzondere bescherming te bieden tegen sommige betalende diensten.
De belangrijkste innovaties die dit besluit in de praktijk invoert zijn : - de verplichting voor de dienstenaanbieder een kwaliteitsvolle klantendienst in te stellen via een niet-betaalnummer (art. 15); - meer transparantie over de algemene voorwaarden, de onderschreven gedragscodes en de mogelijkheden van geschillenbeslechting (art. 14, 16 en 17); - de uitbreiding van de procedure van dubbele bevestiging tot alarmdiensten (art. 32, § 2); - meer transparantie over en een duidelijkere procedure voor het bestellen van betalende diensten via SMS of MMS, waarbij er voor de volledige afname van de dienst twee of meer SMS'en of MMS'en door de eindgebruiker moeten ontvangen worden (art. 32, § 3 en 33); - de expliciete verplichting om bij een uitschrijving ieder gebruik van persoonsgegevens stop te zetten (art. 42); - scherpere regels voor betalende diensten bestemd voor minderjarigen (art. 53, 55 en 56); - meer transparantie over en een duidelijkere procedure voor het toetreden tot een spelsessie, waarbij er meerdere antwoorden via meerdere (betalende) SMS'en of MMS'en moeten gegeven worden (art. 61 en 62) en de instelling van de regel dat er in een dergelijke spelsessie een strikt 'vraag-antwoord' schema moet gevolgd worden (art. 63); - een afdwingbare regeling over de maximale kostprijs van een spelsessie (art. 65); - waarschuwingsberichten bij het spenderen van euro 10 per maand voor bepaalde diensten (art. 66, 83, 85 en 94); - de uitdrukkelijke verplichting voor de organisatoren van alle spelletjes, wedstrijden en quizzen om de prijzen uit te betalen binnen 30 dagen na de afsluiting van het spel, de wedstrijd of de quiz (art. 70); - de uitdrukkelijke koppeling van fundraising via betaalnummers aan de nodige erkenningen en/of vergunningen (art. 72); - de invoering van een registratie en een uitschrijvingsprocedure voor een chatdienst (art. 89-90 en art. 97); - het verbod om berichten komende van de chatdienst betalend te maken bij ontvangst door de eindgebruiker (art. 91).
Het voorstel van Ethische Code van de Ethische Commissie werd op 14 september 2009 door de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen voor advies aan de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer voorgelegd. De Privacycommissie verleende op 14 oktober 2009 een gunstig advies (advies nr. 26/2009), mits er rekening gehouden werd met enkele in het advies geformuleerde opmerkingen. Het besluit dat U voorgelegd wordt houdt rekening met deze opmerkingen Het voorstel van Ethische Code werd op 29 juli 2009 aan de Europese Commissie genotificeerd op basis Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (de zogenaamde « transparantierichtlijn »). De procedure werd op 30 oktober 2009 afgesloten zonder commentaren of uitvoerig gemotiveerde meningen van de Europese Commissie of andere lidstaten.
Voordelen van het werken met een reglementaire Ethische Code zijn onder meer dat de toepasselijkheid van dezelfde regels op alle actoren, die aan de hand van Belgische betaalnummers betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden, gegarandeerd is en dat overwegingen van algemeen belang (en in het bijzonder consumentenbescherming) hierin het best tot uitdrukking komen.
De uitvaardiging en inwerkingtreding van het huidige besluit heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat reeds bestaande gedragscodes of toekomstige gedragscodes zonder voorwerp zouden worden. Zij kunnen nog altijd verder gaan dan de minimumregels vastgesteld door het huidige besluit en/of praktische regels vastleggen die, waar nodig, de regels van het huidige besluit meer in detail uitwerken. Tot slot wordt er ook aan herinnerd dat het
koninklijk besluit van 1 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken in zijn artikel 7, § 4, tweede lid, toestaat dat bepaalde categorieën van klachten gericht aan de Ethische Commissie kunnen overgezonden worden aan een contactpunt voor afhandeling van de klacht buiten iedere administratiefrechtelijke of gerechtelijke procedure « op basis van een gedragscode erkend door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ».
De Ethische Commissie voor de telecommunicatie heeft aan de bevoegde politieke autoriteiten laten weten dat het het wetgevend en reglementair kader van de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken en de toepassing ervan op het terrein regelmatig zal onderwerpen aan een kritische evaluatie en dat zij, indien nodig, de resultaten van die evaluatie zal verwerken in de nodige voorstellen tot bijsturing.
Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 geeft enkele definities die nodig zijn voor een goed begrip van dit besluit. De meeste van deze definities werden afgeleid uit bestaande wettelijke of reglementaire bepalingen, zoals de
wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/07/1991
pub.
28/11/2007
numac
2007000956
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1991
pub.
14/01/2008
numac
2007001065
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (bv. artikel 1, 3°, definitie van reclame), het
koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten1 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers (bv. artikel 1, 4° en 5°, de definities van 'dienstidentiteit' en 'prefix') en werden aangepast om ze toe te passen in de specifieke context van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken.
Artikel 1, 6° voert het nieuwe begrip « betalende berichtendienst » in. Het begrip viseert een transactie met een betaalnummer, waarbij de eindgebruiker na een inschrijving, twee of meer SMS'en of MMS'en moet ontvangen om de volledige dienst af te nemen. Een dergelijke transactie kan ertoe leiden dat de tariefmaxima die gedefinieerd zijn in artikel 71 van het KB Nummering (en die, volgens dat besluit, maximaal over één verstuurde en één ontvangen SMS of MMS kunnen verdeeld worden) overschreden worden. Dit besluit laat de mogelijkheid open om een dergelijke in de praktijk vaak voorkomende verkoopspraktijk voort te zetten, op voorwaarde dat de eindgebruiker zich hiervoor inschrijft en er aan de eindgebruiker na de inschrijving en vóór de eigenlijke uitvoering van de dienst bijkomende informatie in verband met de prijs en de belangrijkste voorwaarden van de betalende dienst worden geboden (zie verder Hoofdstuk 7). Het criterium voor wat een betalende berichtendienst uitmaakt en wat niet is dus het aantal SMS'en of MMS'en dat ontvangen moet worden om te kunnen genieten van de betalende dienst. Het stemmen voor een kandidaat die deelneemt aan een wedstrijd uitgezonden op tv (« voting », bv. Eurosong) of een donatie via SMS (bv. actie « Kom op tegen Kanker ») gebeurt gewoonlijk via één SMS (eventueel gevolgd door een bevestigings-SMS). Dergelijke diensten maken dus geen betalende berichtendienst uit. Een voorbeeld van een dienst die wel een betalende berichtendienst uitmaakt is de aanschaf van een ringtone door middel van het ontvangen van bijvoorbeeld drie betalende SMS'en.
De deelname aan een wedstrijd of quiz via een betalend SMS of MMS kort nummer, waarbij men bv. antwoorden moet geven op drie vragen, vooraleer men in aanmerking komt voor het winnen van een prijs valt niet onder het begrip betalende berichtendienst', omdat een dergelijke dienst een patroon van vraag en antwoord volgt en er dus volgend op de aanvraag van de klant geen twee of meer SMS'en of MMS'en van de dienstenaanbieder volgen. Een chatdienst is om analoge redenen evenmin een betalende berichtendienst.
Een voorbeeld van een abonnementsdienst (artikel 1, 7°) is een dienst waarbij men, na inschrijving, elke dag het weerbericht van de dag toegestuurd krijgt via een SMS. Die SMS zal in de meeste gevallen te betalen zijn bij ontvangst, om de dienstverlenende bedrijven die het betaalnummer uitbaten te vergoeden. Een SMS die gratis is bij ontvangst kan echter ook aangeboden worden in de vorm van een abonnementsdienst, maar in dat laatste geval kan de eventuele betaling voor de informatie of de dienst via het elektronische-communicatienetwerk enkel gebeuren aan de hand van de inschrijvings-SMS aangezien artikel 71, § 4, van het « KB Nummering » niet toestaat dat het eindgebruikerstarief voor de berichten die verzonden worden naar het betaalnummer aan de hand waarvan de abonnemenstsdienst geleverd wordt, hoger is dan het eindgebruikerstarief voor het verzenden van een oproep naar een geografisch of mobiel nummer van een privépersoon.
Een voorbeeld van een alarmdienst (artikel 1, 8°) is een dienst waarbij men, na inschrijving, een bericht toegestuurd krijgt telkens wanneer er een doelpunt gescoord wordt in een wedstrijd van een sportploeg waarvoor men supportert.
De bepaling dat een « dienst voor minderjarigen », gedefinieerd in artikel 1, 9° niet alleen diensten omvatten, die specifiek gericht zijn op personen jonger dan achttien jaar maar ook diensten « die als bijzonder aantrekkelijk voor deze personen geld[en] » heeft tot doel aan te geven dat de beoordeling of een dienst bestemd is voor minderjarigen niet alleen afhankelijk is van het doelpubliek dat de dienstenaanbieder in zijn publieke communicatie heeft aangewezen maar ook van de intrinsieke karakteristieken van de dienst en met name van het criterium of een bepaalde dienst toch niet hoofdzakelijk een min 18-jarigen publiek aantrekt. De definitie is overigens een letterlijke overname van de definitie in punt C.1.1. van de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten.
De chatdienst, gedefinieerd in artikel 1, 12°, viseert enkel chatdiensten die plaatsvinden via een betaalnummer of na registratie van de eindgebruiker door middel van een oproep of bericht naar een betaalnummer. Een chatdienst in de zin van dit besluit viseert dus niet de gratis chatdiensten op het internet of chatdiensten waartoe men slechts toegang kan krijgen na betaling door middel van een kredietkaart of een ander betaalmiddel (en voor zover de communicatie met de chatdienst verder niet verloopt via een betaalnummer). Verder viseert de definitie zowel de chat (tegen betaling) tussen eindgebruikers onderling als de chat tussen een eindgebruiker en een dienstenaanbieder, al dan niet aan de hand van geautomatiseerde chat-software. Een dienstenaanbieder is inderdaad ook een gebruiker van eindapparatuur, in de zin van artikel 2, 41°, van de Wet, omdat de middelen waarmee de dienstenaanbieder een chatdienst levert (gewoonlijk een telefoontoestel of een server) ook door middel van een eindapparaat verbonden moet zijn met een elektronische-communicatienetwerk om de dienst te leveren (in het geval van een chatdienst geleverd via een server is de modem tussen de server en het elektronische-communicatienetwerk het eindapparaat).
De definitie van de begrippen « verkeersgegevens » en « locatiegegevens », gebruikt in de definitie van artikel 1, 13°, is terug te vinden in artikel 2, 6° en 7° van de « wet », die ook de wet is die de rechtsgrond oplevert voor het huidige besluit.
Artikel 1 geeft geen definitie van een « betalende dienst via een elektronische-communciatienetwerk » (of kortweg : « betalende dienst ») of van de personen die dit besluit hoofdzakelijk in acht moeten nemen, omdat de Raad van State in zijn advies 42.279/4 van 5 maart 2007 voorafgaand aan het
koninklijk besluit van 1 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten0 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (hierna ook genoemd het « KB procedure voor de Ethische Commissie ») het volgende stelde met betrekking tot de definities opgenomen in het ontwerpbesluit dat eraan voor advies werd voorgelegd : « De voorliggende bepaling strekt ertoe de begrippen » betalende dienst via een elektronische- communicatienetwerk » en « dienstenaanbieder » te definiëren teneinde de werkingssfeer van het ontworpen besluit te omschrijven.
Zo een werkwijze kan niet worden aanvaard.
Uit artikel 134 van de voormelde
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten vloeit immers voort dat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ermee belast is toe te zien op de naleving van de Ethische Code waarvan in paragraaf 2 van die bepaling sprake is en om in voorkomend geval wegens schending van die Code administratieve geldboetes of straffen op te leggen. [...].
Wanneer de Koning ter uitvoering van artikel 134, § 1, eerste lid, tweede zin, van voornoemde
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten de procedure en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie bepaalt, is het Hem niet toegestaan het wettelijk begrip « betalende dienst via een elektronisch communicatienetwerk » en « dienstenaanbieder » te definiëren, noch om zodoende de werkingssfeer van de ontworpen tekst te definiëren of te omschrijven.
Artikel 1 van het ontwerp dient te vervallen. » In een ontwerp van wijzigingsbesluit, dat spoedig na het huidige besluit ter ondertekening zal worden voorgelegd, wordt artikel 1 van het « KB procedure voor de Ethische Commissie » van 1 april 2007 dan ook volledig geschrapt. Toch zijn de practici niet verstoken van een definitie van een betalende dienst. Artikel 1, 15°, van het KB Nummering definieert een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk immers als volgt : « dienst die via apparatuur aangesloten op een elektronisch-communicatienetwerk de oproeper de mogelijkheid biedt informatie te verkrijgen, informatie terug te sturen, in contact te treden met andere gebruikers van de informatiedienst, toegang te krijgen tot spelletjes of andere voordelen of betalingen uit te voeren voor producten of diensten die worden geleverd tijdens de oproep of als direct gevolg hiervan, tegen betaling van een vergoeding hoger dan het normale eindgebruikerstarief voor een oproep naar een standaard geografisch of mobiel nummer ».
Gelet op de intrinsieke band tussen nummers en diensten in het KB nummering en de mogelijkheid die het KB Nummering geeft om nummercapaciteit die toegewezen is aan een operator verder toe te wijzen aan achterliggende personen (zie artikel 19 KB Nummering) is de persoon aan wie een betaalnummer uiteindelijk (eventueel in cascade via tussenliggende partijen) wordt toegewezen om een betalende dienst op te zetten in principe de dienstenaanbieder.
Artikel 2 maakt duidelijk dat men voor het leveren van een betalende dienst geen vergunning dient aan te vragen.
Artikel 3 is een eerste artikel dat gebaseerd is op de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Ethische Code tot de operatoren, wat betreft de medewerking aan het onderzoek naar een vermoedelijke inbreuk op de Ethische Code en wat betreft de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie (zie artikel 30 van de
wet van 18 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/05/2009
pub.
04/06/2009
numac
2009011237
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie
sluiten houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie). De gegevens die krachtens artikel 3, 1°, 4° en 5°, verzameld moeten worden, moeten betrekking hebben op de persoon of personen die, in de keten van partijen die actief zijn achter een betaalnummer toegewezen aan een operator, een betalende dienst uitbaten. Een voorbeeld van personen bedoeld in artikel 3, 3°, zijn de personen die een loutere transportfunctie vervullen tussen de betalende dienst en het elektronische-communicatienetwerk (b.v. een pure « connectivity provider », zijnde een bedrijf dat verbonden is met het SMSC/MMSC van een operator met het oog op de mogelijkheid van sortering van de SMS'en/MMS'en tussen de dienstenaanbieder, de operator en de eindgebruiker). De verplichting van artikel 3 is bedoeld om de Ethische Commissie of haar secretariaat in staat te stellen om bij een klacht of een vermoeden van inbreuk snel en efficiënt terecht te kunnen komen bij de daadwerkelijk verantwoordelijke persoon en bij basisinformatie over hem en zijn dienst. Artikel 3 belet niet dat de operatoren of een bepaalde groep van hen een internetsite of een andere toepassing maken, waarop de gevraagde gegevens vermeld zijn en waartoe de Ethische Commissie en haar secretariaat permanent toegang krijgen.
Artikel 4 vereist dat men ook als dienstenaanbieder al een minimum aan informatie moet bezitten wanneer men een betaalnummer in gebruik neemt of een betalende dienst promoot. Voor de toepassing van artikel 4 wordt onderstreept dat enkel de beweringen die de ambitie hebben « feitelijk » te zijn door bewijselementen gestaafd moeten worden.
Voorbeelden van dergelijke feitelijke beweringen zijn beurskoersen, weerberichten. De vereiste tot staving houdt in dat als men een feitelijk element wil verwerken in een betalende dienst, men daarvoor de bron moet kunnen voorleggen, die men gebruikt. De beweringen van waarzeggers of lottovoorspellingen, voor zover toegelaten, zijn geen feitelijke beweringen.
Artikel 5 is een vrij klassieke bepaling die de Ethische Commissie of haar secretariaat toestaat om (schriftelijke) verzoeken om informatie te richten tot de operatoren en de dienstenaanbieders. In antwoord op het commentaar van de Raad van State, wordt eraan herinnerd dat de informatie die uit hoofde van artikel 3, tweede lid, van de operatoren gevraagd kan worden, beperkt is tot de informatie, omschreven in artikel 3, eerste lid, terwijl de informatie die uit hoofde van artikel 5 gevraagd kan worden betrekking kan hebben op andere zaken dan opgesomd in artikel 3, eerste lid. Zowel artikel 3 als artikel 5 zijn dus nodig om aan de Ethische Commissie de mogelijkheid te verzekeren voldoende informatie te kunnen inwinnen om met volledige kennis van zaken de voorliggende dossiers te kunnen onderzoeken.
Artikel 6 is een algemene bepaling die men terugvindt in zowat alle gedragscodes (zowel binnenlandse als buitenlandse). De bedoeling van dit artikel is onder meer aan te geven dat, indien een dienst buiten de context van een aanbod via een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk onderworpen is aan bepaalde wettelijke vereisten, er ook aan deze wettelijke vereisten moet voldaan worden wanneer die dienst via een betaalnummer wordt aangeboden. Relevante wetten in het kader van het aanbod van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zijn onder meer : - de
wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/03/2003
pub.
17/03/2003
numac
2003011125
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij
type
wet
prom.
11/03/2003
pub.
17/03/2003
numac
2003011126
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet
sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij; - de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de werking van persoonsgegevens; -
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
30/06/2011
numac
2010015091
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2)
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
23/04/2010
numac
2010009416
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
21/09/2010
numac
2010015089
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970
sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.
De bedoeling van dit artikel (of andere artikelen van het huidige besluit, aangewezen in het advies van de Raad van State) is geen dubbele vervolging of bestraffing te creëren, maar integendeel, een mogelijkheid tot bestraffing (en, de daaruit volgende regeling van de factuur van de eindgebruiker; zie artikel 134, § 3, laatste lid van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie) te hebben, wanneer de instantie die bevoegd is over te gaan tot strafvervolging een bepaalde zaak wettelijk niet kan vervolgen of beslist een bepaalde zaak of klacht niet te vervolgen. De Ethische Commissie zal inderdaad, waar nodig, het beginsel « non bis in idem » respecteren, wanneer in de loop van het onderzoek komt vast te staan dat een instantie die bevoegd is voor strafvervolging een dergelijke vervolging effectief heeft opgestart.
Het wordt overigens opgemerkt dat in het advies nr. 47.321/2 van de Raad van State van 16 november 2009 de afdeling (advies waar de Raad van State in zijn huidig advies naar verwijst; zie voetnoot 4, p.6 van het advies), gesteld wordt dat de precieze draagwijdte van het arrest Zolotoukhine t. Rusland niet erg duidelijk is en dat het niet aan de Raad van State toekomt om een eventuele aanpassing van de rechtspraak van het EHRM te voorspellen. (Doc. Parl., Parl. Wall., 2009-2010 n°117/1 p. 56) In hetzelfde advies stelt de Raad van State dat de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in ieder geval minder ver gaat.
Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof wordt het principe non bis in idem niet geschonden wanneer de essentiële bestanddelen van de beide strafbare feiten niet identiek zijn en geldt zulks ook wanneer het morele element van de beide strafbaarstellingen verschilt. (Grond. Hof, 18.06.2008, 91/2008, p. 12). Welnu, de situaties waarin de dienstaanbieder daadwerkelijk het moreel opzet had om de strafwet te overtreden, worden zeldzaam geacht. In die zin zal er in het licht van bovenstaande rechtspraak dan ook geen wezenlijk probleem van « non bis in idem » optreden.
In tegenstelling tot wat de Raad van State opmerkt, wordt het vervolgens ook mogelijk geacht om een bestaand wetsartikel te parafraseren of te verfijnen door de delegatie van de wetgever aan de Koning om « de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden te omschrijven ». Deze bevoegheidsdelegatie belet niet dat, in geval van overlapping, de Ethische Commissie de betrokken wetsbepaling zal onderzoeken, eventueel overleg zal plegen met de instantie bevoegd voor de controle ervan of advies van deze instantie zal inwinnen en een beslissing zal nemen, rekening houdende met deze wetsbepaling.
Wat betreft het verfijnen van een strafrechterlijk gesanctionneerde wetsbepaling, kan overigens niet ingezien worden wat het probleem is in het licht van het principe « non bis in idem », aangezien er op het gebied waar de verfijning wordt aangebracht geen mogelijk conflict is met een strafrechterlijk gesanctionneerde regel.
De constitutieve elementen van de strafbepaling komen in die gevallen immers niet overeen met de constitutieve elementen van de inbreuk op de Ethische Code.
Bovendien geldt bijna bij alle « verfijningen » of « parafraseringen » opgenomen in de Ethische Code dat zij slechts heel uitzonderlijk zullen samenvallen met situaties waarbij ook aan alle constitutieve elementen van de strafrechterlijke bepaling voldaan is. Men mag immers niet vergeten dat er voor het vaststellen van een inbreuk op de Ethische Code geen opzet of kwade trouw vereist is, in tegenstelling tot strafrechterlijk beteugelde artikelen waarvan de bepalingen van de Ethische Code een « verfijning » of « parafrasering » zouden zijn.
De artikelen 7, 8 en 10 voeren een aantal normen in die eveneens afkomstig zijn uit diverse gedragscodes. Deze artikelen stellen de Ethische Commissie in staat om, indien nodig, een snelle beslissing tot schorsing van de betalende dienst, die zich niet aan deze regels zou houden, te nemen, om zo verder en wijdverspreid onheil te vermijden.
De bepaling onder artikel 7, 1° beoogt onder meer de band te leggen met de naleving van artikel 22 van de Grondwet en de naleving van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
Artikel 9 voert een algemene regel in die voornamelijk aanbieders van betalende diensten geleverd via viercijferige SMS en MMS korte nummers verbiedt om die SMS- of MMS-nummers te gebruiken om ongevraagde reclame voor betalende diensten toe te zenden aan eindgebruikers.
Reacties op dergelijke berichten brengen immers, vaak ongewild, een nieuwe betalingssequentie teweeg en geven in de praktijk aanleiding tot vele klachten. In toepassing van deze bepaling is het voor een dienstenaanbieder bijvoorbeeld verboden om ongevraagd SMS'en of MMS'en naar een eindgebruiker te sturen met een betaalnummer als afzender of om berichten te sturen of achter te laten op een antwoordapparaat, met de uitnodiging om een betaalnummer te vormen.
Artikel 11 heeft tot doel allerlei vormen van misleiding in het kader van betalende diensten uit te sluiten. In het kader van de redactie van artikel 11, 1°, is men ervan uitgegaan dat een weervoorspelling een voorspelling is op basis van wetenschappelijk bewijs. De bedoeling van artikel 11, 1° is niet om zogenaamde horoscooplijnen te verbieden, wel om erover te waken dat men eerlijk spel speelt met de eindgebruikers door er bijvoorbeeld op te wijzen dat een horoscoopvoorspelling een vorm van amusement is of een vermelding dat indien een horoscoopvoorspelling uitkomt dit gebaseerd is op toeval.
Artikel 12 legt de dienstenaanbieders op de nodige eerlijkheid en zorgvuldigheid aan de dag te leggen om ervoor te zorgen dat de informatie die zij tegen betaling aanbieden correct en up-to-date is.
Omdat een betalende dienst steeds impliceert dat er een betaling plaatsvindt via de telecomoperator, stelt artikel 13 dat het niet aanvaardbaar is om een dergelijke dienst als « gratis » voor te stellen.
Artikel 14 regelt de minimale verplichtingen in verband met het tegenstelbaar maken en ter beschikking stellen van de algemene voorwaarden van de betalende dienst. Wat betreft de ter beschikkingstelling vereist artikel 14 niet alleen de permanente raadpleegbaarheid op bijvoorbeeld een website of teletekst, maar stelt het ook het recht van de eindgebruiker in om gratis de algemene voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager (pdf-file, enz.) te krijgen. Een definitie van het begrip duurzame drager kan onder meer teruggevonden worden in artikel 2, 25,° van de
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
30/06/2011
numac
2010015091
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2)
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
23/04/2010
numac
2010009416
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
21/09/2010
numac
2010015089
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970
sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming De algemene voorwaarden, bedoeld in artikel 14, zijn de algemene voorwaarden van de aanbieder van de betalende dienst, niet die van de operator (tenzij de operator zelf de rol van dienstenaanbieder vervult).
Artikel 15 wil dat de dienstaanbieder steeds een klantendienst heeft of toch minstens het verlenen van een klantendienst uitbesteedt. De klantendienst moet bereikbaar zijn door middel van een niet-betalend nummer en de eindgebruiker moet, eventueel na het doorlopen van een IVR-menu, de mogelijkheid hebben om doorgeschakeld te worden naar een gesprekspartner, die bekwaam is zijn vragen of eventuele klachten te behandelen.
Artikel 16, eerste lid, heeft tot doel om eindgebruikers van betalende diensten op de hoogte te brengen van de rechten die zij putten uit vrijwillig onderschreven gedragscodes.
Het tweede lid van artikel 16 is ingesteld met het oog op de volledig informatie van de eindgebruiker. Er dient inderdaad vermeden te worden dat de verkeerde indruk wordt gegeven dat de rechten van de eindgebruiker enkel omschreven zijn in één of meerdere toepasselijke gedragscode(s). Daarom moet op dezelfde webpagina waar de gedragscode(s) wordt of worden gepubliceerd de tekst van het huidige besluit of een link naar het huidige besluit worden aangeboden, tezamen met duidelijke, correcte en ondubbelzinnige informatie over de officiële instanties bij wie een klacht neergelegd kan worden tegen het gebruik en/of de aanrekening van betaalnummers. Deze instanties zijn in de huidige stand van de wetgeving in ieder geval de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, de Ombudsdienst voor telecommunicatie en voor consumentengeschillen de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie.
Artikel 18 heeft niet alleen tot doel algemene verplichtingen op te leggen in verband met specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten (die verder nog geregeld zijn in afdeling 7 van hoofdstuk 10), maar viseert bijvoorbeeld ook diensten die niet geschikt zijn voor minderjarigen omdat zij geen autonome handelingsbekwaamheid hebben (dit is bijvoorbeeld het geval voor beleggingsadviesdiensten, geleverd via betaalnummers) of diensten die niet toegankelijk zijn voor minderjarigen vanwege andere redenen dan de seksueel of erotisch getinte inhoud van de betalende dienst (bijvoorbeeld de kansspelen).
Artikel 19 heeft, zoals hierboven reeds gesteld, te maken met één van de twee functies van de Ethische Code. Iedere betalende dienst moet immers aangeboden worden onder een nummer dat verenigbaar is met het gebruik van de nummerreeksen opgenomen in het Belgische nummerplan.
Deze onderverdeling binnen de categorie van betaalnummers is geen doel op zich, maar is een middel om onder meer oproepblokkering (of « Call Barring ») op een correcte manier te kunnen laten plaatsvinden (zie hiervoor ook artikel 120 van « de wet » en het
ministerieel besluit van 12 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten3). De bijlage maakt de principes van het KB Nummering toepasselijk op de dienstenaanbieders.
Hoofdstuk 6, bestaande uit de artikelen 20 tot en met 30, is één van de sleutelhoofdstukken van het onderhavige besluit. Het definieert de algemene vereisten waaraan iedere reclame voor een betalende dienst moet voldoen. Dit neemt niet weg dat andere hoofdstukken nog andere bepalingen in verband met reclame voor betalende diensten bevatten, maar deze bijkomende vereisten gelden alleen in een specifieke context, bijvoorbeeld in de context van een betalende berichtendienst (zie hoofdstuk 7) of in de context van een specifieke dienstencategorie, zoals een chatdienst (zie hoofdstuk X, afdeling 9).
Dit besluit, inzonderheid de artikelen 20 en 21, vereist dat de reclame ook de prijs voor de dienst vermeldt. Deze keuze werd bewust gemaakt, omdat de eindgebruiker vaak impulsief een betaalnummer belt of zulks doet op een plaats waar hij de prijslijst van zijn operator niet ter beschikking heeft, terwijl hij toch geïnformeerd dient te worden dat er een groot prijsverschil is tussen de oproepen die hij gewoonlijk maakt naar gewone vaste en mobiele nummers en de oproepen naar betaalnummers. Als gevolg van deze keuze dient de reclame dan ook tegelijk beschouwd te worden als het aanbod aan de consument of eindgebruiker, hetgeen onder meer impliceert dat de prijs en de andere essentiële kenmerken van de dienst niet mogen afwijken van datgene wat in de reclame vermeld wordt.
Met een oproep wordt niet alleen een spraakoproep naar een 090x-nummer bedoeld maar ook het inloggen op internet via een betaalnummer. Omdat een dienstenaanbieder niet weet met welke operator zijn klant belt, sms't of surft, schrijft artikel 20 voor dat de dienstenaanbieder steeds het hoogste daadwerkelijk gehanteerde eindgebruikerstarief in België dient te vermelden. Merk op dat de adverteerder dus niet noodzakelijk de maxima bedoeld in artikelen 48, 50 en/of 71 van het KB Nummering moet vermelden, met name niet indien geen enkele operator in de feiten een tarief toepast dat overeenkomt met het maximum vastgelegd in de hierboven vermelde artikelen van het KB Nummering.
Dat de eindgebruikerstarieven uitgedrukt moeten worden in euro per minuut lijkt een evidentie maar is het niet : er zijn gevallen geweest van reclame voor betalende diensten die het eindgebruikerstarief bijvoorbeeld uitdrukt als een bedrag per 15 seconden. Ook het afkorten van de prijsvermeldingen wordt om transparantieredenen beperkt tot een aantal uitdrukkelijk omschreven gevallen. De vereiste dat de reclame eenduidig is wat betreft de vermelding van de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van een bepaald eindgebruikerstarief, heeft tot doel om vermeldingen te vermijden in de zin van « euro 1 pvob », om uit te drukken dat elke verstuurde of ontvangen SMS een prijs heeft van 1 euro.
Artikel 21 voorziet in een aantal van artikel 20 afwijkende regels voor de vermelding van de eindgebruikerstarieven in een aantal specifieke situaties, die hoofdzakelijk ingegeven zijn om de eindgebruikers een betere indicatie te geven van de totaalprijs die verbonden is aan het afnemen van de betrokken dienst in die specifieke situatie.
Artikel 21, 1°, bepaalt voor abonnementsdiensten dat het eindgebruikerstarief moet uitgedrukt worden per periode waartoe de eindgebruiker zich bij inschrijving verbindt (bijvoorbeeld per week of per maand).
Artikel 21, 2°, viseert alarmdiensten, waarbij, na een inschrijving, op niet op voorhand gekende tijdstippen informatie aan de eindgebruiker wordt toegestuurd, waarvan de ontvangst meestal (maar niet noodzakelijk; vandaar het gebruik van « indien toepasselijk ») betalend is voor de abonnee. Omdat het KB Nummering het mogelijk maakt dat de inschrijvings-SMS of -MMS een eindgebruikerstarief heeft dat hoger ligt dan het standaardtarief voor het verzenden van SMS'en of MMS'en, moet de reclame dit tarief apart vermelden.
Artikel 21, 3°, viseert in hoofdzaak de zogenaamde Pull-diensten in de mobiele sector, waarbij eenmalige informatie of een dienst die een geheel vormt om technische of andere redenen toch via verschillende SMS'en of MMS'en wordt geleverd. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat er voor de levering van een individueel logo verschillende SMS'en of MMS'en moeten worden uitgewisseld. Artikel 21, 3°, wil dat in dat geval de totaalprijs aangegeven wordt voor het verkrijgen van het logo (en het aantal te verzenden of ontvangen berichten) en niet de prijs van een individuele SMS of MMS van de uit te wisselen SMS- of MMS-serie.
In het bijzonder in het kader van artikel 21, 2° en 3°, dient erop gewezen worden dat de afwijking van artikel 20 niet slaat op artikel 20, laatste lid, dat dienstenaanbieders verbiedt hogere eindgebruikerstarieven te vermelden dan de maxima opgenomen in het KB Nummering.
Artikel 21, 4°, tot slot wenst aan te geven dat indien deelname aan een spel, wedstrijd of quiz impliceert dat de eindgebruiker een reeks van berichten moet sturen, het niet volstaat om het eindgebruikerstarief per bericht te vermelden, maar men ook de totaalprijs voor deelname aan een spelsessie (begrip dat gedefinieerd wordt in artikel 1, 10°) moet vermelden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de eindgebruiker om in aanmerking te komen voor winst verbonden aan deelname aan een quiz driemaal per SMS die aangerekend wordt aan euro 1 per bericht een antwoord moet sturen op een vraag. In dat geval dient naast de vermelding van euro 1 per verzonden bericht ook de totaalprijs van 3 euro vermeld te worden.
De artikelen 22 tot en met 25 schrijven voor hoe en hoe vaak het eindgebruikerstarief, dat in toepassing van artikel 20 of 21 in de reclame vermeld moet worden, in verschillende situaties moet gegeven worden.
Het idee dat aan de basis ligt van artikel 22 is dat, indien de eindgebruikerstarieven op geschreven wijze vermeld worden, de karaktertekens van dien aard moeten zijn dat geen minutieus onderzoek nodig is om de betekenis van de geschreven vermelding te vatten. De vereiste van duidelijkheid van de vermelding houdt in dat een voldoende lettergrootte gebruikt wordt, dat er voldoende onderscheiding van de tekst is tegen de achtergrond, enzovoort.
De verplichting in het laatste lid van artikel 22 om de eindgebruikerstarieven en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van de eindgebruikerstarieven te vermelden in de normale richting van de tekst van de reclame betekent doorgaans dat deze horizontaal moeten vermeld worden, maar indien een reclameadvertentie bijvoorbeeld diagonaal of ondersteboven op een blad wordt weergegeven, dan moeten het eindgebruikerstarief en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de toepassing van het eindgebruikerstarief ook respectievelijk diagonaal en ondersteboven vermeld worden.
Artikel 26 stelt algemene regels vast voor het vermelden van het betaalnummer. Artikel 26 wil in het bijzonder vermijden dat de adverteerder de eindgebruiker misleidt door bijvoorbeeld een betaalnummer van het type « 0903 ABCDE » weer te geven als een nummer « 09 03ABCDE », waarbij ten onrechte de indruk gewekt wordt dat de eindgebruiker een (veel goedkoper) nummer uit de geografische nummerzone '09' van Gent moet oproepen.
Artikel 27 groepeert de andere informatie, die, naast de eindgebruikerstarieven en het betaalnummer, in elke reclame dient te verschijnen. Ook wat betreft deze informatie is het de norm dat de eindgebruiker geen minutieus onderzoek moet voeren om de betekenis van die vermeldingen te vatten. De vereiste in artikel 27, § 1, laatste lid, in verband met de voldoende grootte van de geschreven karaktertekens is afhankelijk van het gebruikte medium : wat voldoende groot is op een krantenpagina is manifest niet voldoende groot op een reclamepaneel van 3 op 4 meter opgesteld langs de openbare weg.
De artikelen 28 en 29 stellen aanvullende regels vast voor alle abonnementsdiensten. Artikel 28 wil dat het woord 'abonnement' of 'abonnementsdienst' op prominente wijze voorkomt in de reclame.
Artikel 29 wil dat de eindgebruiker expliciet geïnformeerd wordt over de kenmerken van de abonnementsdienst. Indien het abonnement stilzwijgend wordt verlengd, dienen de vermeldingen ingevoerd door de
wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/04/2007
pub.
15/05/2007
numac
2007011183
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur
sluiten tot wijziging van de
wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/07/1991
pub.
28/11/2007
numac
2007000956
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
14/07/1991
pub.
14/01/2008
numac
2007001065
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur, vermeld te worden in de reclame en in de bevestigings-SMS van de inschrijving op een betalende berichtendienst (zie verder artikel 33).
Artikel 30 legt gelijkaardige regels op ten aanzien van alarmdiensten.
Hoofdstuk 7, bestaande uit de artikelen 31 tot en met 41, neemt in eerste instantie de regels in verband met de inschrijving en de uitschrijving over van de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten, met inbegrip van update 1/2008 van die richtlijnen, die voor abonnementsdiensten een zogenaamde dubbele opt-in-procedure instelt.
Artikel 31 vereist onder meer dat ook « het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin de
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
30/06/2011
numac
2010015091
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2)
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
23/04/2010
numac
2010009416
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
21/09/2010
numac
2010015089
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970
sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming voorziet » uiteengezet wordt in de reclame. Artikel 31, 3°, verwijst daarmee naar de regeling die thans opgenomen is in de artikelen 45 en volgende van de
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
30/06/2011
numac
2010015091
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2)
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
23/04/2010
numac
2010009416
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
21/09/2010
numac
2010015089
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970
sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. Deze regeling impliceert onder meer ook dat als er geen herroepingsrecht is, de dienstenaanbieder dit ook daadwerkelijk moet vermelden (zie artikel 45, 6° en 46, § 1, 3°, van de
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
30/06/2011
numac
2010015091
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2)
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
23/04/2010
numac
2010009416
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
21/09/2010
numac
2010015089
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970
sluiten) en dat indien de dienstenaanbieder de consument niet verwittigd heeft van de ontstentenis van een verzakingsrecht, de consument beschikt over een verzakingstermijn van 3 maanden (art. 47, § 2 van de
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
30/06/2011
numac
2010015091
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2)
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
23/04/2010
numac
2010009416
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
21/09/2010
numac
2010015089
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houd …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.