Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie

Kort samengevat

Dit besluit stelt de Ethische Code voor de telecommunicatie vast, die regels oplegt voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken. Het doel is om consumenten te beschermen en transparantie te garanderen bij deze diensten.

Wat het reguleert

  • De nummerreeksen die gebruikt mogen worden voor betalende diensten.
  • De voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan eindgebruikers worden aangeboden.
  • De bescherming van minderjarigen bij het gebruik van bepaalde betalende diensten.
  • De transparantie van tarieven en de afhandeling van klachten.

Wie het aanbelangt

  • Dienstenaanbieders die betalende diensten aanbieden via elektronische-communicatienetwerken.
  • Eindgebruikers van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken.

Kernpunten

  • Dienstenaanbieders moeten een kwaliteitsvolle klantendienst via een niet-betaalnummer aanbieden (artikel 15).
  • Er is meer transparantie vereist over algemene voorwaarden, gedragscodes en geschillenbeslechting (artikelen 14, 16 en 17).
  • Waarschuwingsberichten zijn verplicht bij het spenderen van €10 per maand voor bepaalde diensten (artikelen 66, 83, 85 en 94).
  • Scherpere regels gelden voor betalende diensten bestemd voor minderjarigen (artikelen 53, 55 en 56).
Wettekst
Wettekst

9 FEBRUARI

  1. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit besluit heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 134, § 2, eerste lid, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie (hierna ook genoemd de « wet »). Dit artikel voorziet dat de Ethische Code voor de telecommunicatie vastgesteld wordt bij koninklijk besluit op voorstel van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. Volgens artikel 134, § 2, tweede lid, duidt de Ethische Code voor de telecommunicatie de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper naast de prijs van de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft ze de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden. In het uitvoeren van deze bepaling heeft de Ethische Commissie er in haar voorstel voor gekozen om zich in zekere mate in te schrijven in een reeds vooraf bestaand kader. Wat betreft de aanduiding van de nummerreeksen voor het aanbieden van betalende diensten ging het voorstel van de Ethische Commissie uit van de bepalingen van artikelen 48, 50 en 71 van het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten1 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 maart 2009 (hierna ook het « KB Nummering » genoemd). Die artikelen duiden de dienstidentiteiten aan die bestemd zijn voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken. Tevens geven deze artikelen (voor de SMS en MMS korte nummers, artikel 71 gecombineerd met de artikelen 72 en 73) aan onder welke voorwaarden operatoren blokken van betaalnummers (of voor SMS of MMS korte nummers, in sommige gevallen, individuele nummers) kunnen aanvragen. De Ethische Code voor de telecommunicatie zorgt nu voor een verlengstuk van bovenvermelde regels naar de personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden. Deze personen (hierna verder ook « dienstenaanbieders » genoemd) krijgen uit de nummerblokken die de operatoren verkregen hebben van het BIPT één of meerdere betaalnummers toegewezen om de door hen (of eventuele derden) ontwikkelde betalende diensten aan te bieden via de elektronische-communicatienetwerken van de operatoren. Het van toepassing maken van de regels van het KB Nummering van 27 april 2007 op de dienstenaanbieders wordt in het onderhavige besluit gerealiseerd door artikel 19 en de bijlage. Wat betreft de omschrijving van de voorwaarden waaronder de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (hierna ook « betalende diensten ») aan de eindgebruikers kunnen aangeboden worden, is de Ethische Commissie bij het opmaken van haar voorstel in verschillende etappes tewerkgegaan. Als uitgangspunt voor haar voorstel heeft de Ethische Commissie de teksten van de in 2007 bestaande gedragscodes genomen, te weten, enerzijds, de Gedragscode betreffende het aanbod van bepaalde diensten via telecommunicatie, ondertekend door de belangrijkste operatoren van vaste telefonie in België, en, anderzijds, de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten, opgesteld door de drie Belgische operatoren van openbare mobiele telefonie in het kader van het « GSM Operators' Forum ». Vervolgens heeft de Ethische Commissie adviezen gekregen van de Ombudsdienst voor telecommunicatie, de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de Raad voor het Verbruik, waarin de voornoemde gedragscodes werden geëvalueerd. De Ethische Commissie heeft ook over de grenzen heen gekeken en punctuele bepalingen van enkele buitenlandse gedragscodes (voornamelijk de Code of Practice van de Ierse « premium rate regulator » RegTel en in mindere mate de gedragscodes toepasselijk in het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Frankrijk en Nederland) genomen als inspiratiebron. Tot slot werden er aan de auteurs van de Belgische Gedragscodes ook specifieke, gerichte schriftelijke vragen gesteld over sommige bepalingen van die codes. Op basis van deze bronnen en eigen inzichten en accenten hebben de leden van de Ethische Commissie in een aantal werkvergaderingen een tekst opgesteld, die vervolgens voor commentaar voorgelegd werd in een openbare raadpleging. Na verwerking van de antwoorden ontvangen in het kader van deze raadpleging en de commentaren opgetekend tijdens de hoorzittingen georganiseerd op initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, heeft de Ethische Commissie voor de telecommunicatie uiteindelijk, overeenkomstig artikel 134, § 2, eerste lid, van de Wet, een voorstel gericht aan de ministers bevoegd voor de aangelegenheden die in de Ethische Code worden geregeld. De eigen accenten en inzichten die de Ethische Commissie aangebracht heeft aan de tekst hebben voornamelijk te maken met de volgende problemen, die blijvend gerapporteerd werden gedurende de periode waarin het voorstel van Ethische Code werd opgesteld : - het gebrek aan transparantie over de toepasselijke eindgebruikerstarieven; - het ongevraagd ontvangen van (vaak) betalende SMS of MMS berichten; - allerhande klachten over de ethiek van sommige diensten (betalende diensten die wetsontduiking aanmoedigen, onaanvaardbare 'hoax'-diensten, het onvoldoende ter harte nemen van klachten van eindgebruikers door een klantendienst, enzovoort). Daarnaast beschouwde de Ethische Commissie het als zijn natuurlijke taak om minderjarigen een bijzondere bescherming te bieden tegen sommige betalende diensten. De belangrijkste innovaties die dit besluit in de praktijk invoert zijn : - de verplichting voor de dienstenaanbieder een kwaliteitsvolle klantendienst in te stellen via een niet-betaalnummer (art. 15); - meer transparantie over de algemene voorwaarden, de onderschreven gedragscodes en de mogelijkheden van geschillenbeslechting (art. 14, 16 en 17); - de uitbreiding van de procedure van dubbele bevestiging tot alarmdiensten (art. 32, § 2); - meer transparantie over en een duidelijkere procedure voor het bestellen van betalende diensten via SMS of MMS, waarbij er voor de volledige afname van de dienst twee of meer SMS'en of MMS'en door de eindgebruiker moeten ontvangen worden (art. 32, § 3 en 33); - de expliciete verplichting om bij een uitschrijving ieder gebruik van persoonsgegevens stop te zetten (art. 42); - scherpere regels voor betalende diensten bestemd voor minderjarigen (art. 53, 55 en 56); - meer transparantie over en een duidelijkere procedure voor het toetreden tot een spelsessie, waarbij er meerdere antwoorden via meerdere (betalende) SMS'en of MMS'en moeten gegeven worden (art. 61 en 62) en de instelling van de regel dat er in een dergelijke spelsessie een strikt 'vraag-antwoord' schema moet gevolgd worden (art. 63); - een afdwingbare regeling over de maximale kostprijs van een spelsessie (art. 65); - waarschuwingsberichten bij het spenderen van euro 10 per maand voor bepaalde diensten (art. 66, 83, 85 en 94); - de uitdrukkelijke verplichting voor de organisatoren van alle spelletjes, wedstrijden en quizzen om de prijzen uit te betalen binnen 30 dagen na de afsluiting van het spel, de wedstrijd of de quiz (art. 70); - de uitdrukkelijke koppeling van fundraising via betaalnummers aan de nodige erkenningen en/of vergunningen (art. 72); - de invoering van een registratie en een uitschrijvingsprocedure voor een chatdienst (art. 89-90 en art. 97); - het verbod om berichten komende van de chatdienst betalend te maken bij ontvangst door de eindgebruiker (art. 91). Het voorstel van Ethische Code van de Ethische Commissie werd op 14 september 2009 door de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen voor advies aan de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer voorgelegd. De Privacycommissie verleende op 14 oktober 2009 een gunstig advies (advies nr. 26/2009), mits er rekening gehouden werd met enkele in het advies geformuleerde opmerkingen. Het besluit dat U voorgelegd wordt houdt rekening met deze opmerkingen Het voorstel van Ethische Code werd op 29 juli 2009 aan de Europese Commissie genotificeerd op basis Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (de zogenaamde « transparantierichtlijn »). De procedure werd op 30 oktober 2009 afgesloten zonder commentaren of uitvoerig gemotiveerde meningen van de Europese Commissie of andere lidstaten. Voordelen van het werken met een reglementaire Ethische Code zijn onder meer dat de toepasselijkheid van dezelfde regels op alle actoren, die aan de hand van Belgische betaalnummers betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden, gegarandeerd is en dat overwegingen van algemeen belang (en in het bijzonder consumentenbescherming) hierin het best tot uitdrukking komen. De uitvaardiging en inwerkingtreding van het huidige besluit heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat reeds bestaande gedragscodes of toekomstige gedragscodes zonder voorwerp zouden worden. Zij kunnen nog altijd verder gaan dan de minimumregels vastgesteld door het huidige besluit en/of praktische regels vastleggen die, waar nodig, de regels van het huidige besluit meer in detail uitwerken. Tot slot wordt er ook aan herinnerd dat het koninklijk besluit van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten0 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken in zijn artikel 7, § 4, tweede lid, toestaat dat bepaalde categorieën van klachten gericht aan de Ethische Commissie kunnen overgezonden worden aan een contactpunt voor afhandeling van de klacht buiten iedere administratiefrechtelijke of gerechtelijke procedure « op basis van een gedragscode erkend door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ». De Ethische Commissie voor de telecommunicatie heeft aan de bevoegde politieke autoriteiten laten weten dat het het wetgevend en reglementair kader van de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken en de toepassing ervan op het terrein regelmatig zal onderwerpen aan een kritische evaluatie en dat zij, indien nodig, de resultaten van die evaluatie zal verwerken in de nodige voorstellen tot bijsturing. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 geeft enkele definities die nodig zijn voor een goed begrip van dit besluit. De meeste van deze definities werden afgeleid uit bestaande wettelijke of reglementaire bepalingen, zoals de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (bv. artikel 1, 3°, definitie van reclame), het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten1 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers (bv. artikel 1, 4° en 5°, de definities van 'dienstidentiteit' en 'prefix') en werden aangepast om ze toe te passen in de specifieke context van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken. Artikel 1, 6° voert het nieuwe begrip « betalende berichtendienst » in. Het begrip viseert een transactie met een betaalnummer, waarbij de eindgebruiker na een inschrijving, twee of meer SMS'en of MMS'en moet ontvangen om de volledige dienst af te nemen. Een dergelijke transactie kan ertoe leiden dat de tariefmaxima die gedefinieerd zijn in artikel 71 van het KB Nummering (en die, volgens dat besluit, maximaal over één verstuurde en één ontvangen SMS of MMS kunnen verdeeld worden) overschreden worden. Dit besluit laat de mogelijkheid open om een dergelijke in de praktijk vaak voorkomende verkoopspraktijk voort te zetten, op voorwaarde dat de eindgebruiker zich hiervoor inschrijft en er aan de eindgebruiker na de inschrijving en vóór de eigenlijke uitvoering van de dienst bijkomende informatie in verband met de prijs en de belangrijkste voorwaarden van de betalende dienst worden geboden (zie verder Hoofdstuk 7). Het criterium voor wat een betalende berichtendienst uitmaakt en wat niet is dus het aantal SMS'en of MMS'en dat ontvangen moet worden om te kunnen genieten van de betalende dienst. Het stemmen voor een kandidaat die deelneemt aan een wedstrijd uitgezonden op tv (« voting », bv. Eurosong) of een donatie via SMS (bv. actie « Kom op tegen Kanker ») gebeurt gewoonlijk via één SMS (eventueel gevolgd door een bevestigings-SMS). Dergelijke diensten maken dus geen betalende berichtendienst uit. Een voorbeeld van een dienst die wel een betalende berichtendienst uitmaakt is de aanschaf van een ringtone door middel van het ontvangen van bijvoorbeeld drie betalende SMS'en. De deelname aan een wedstrijd of quiz via een betalend SMS of MMS kort nummer, waarbij men bv. antwoorden moet geven op drie vragen, vooraleer men in aanmerking komt voor het winnen van een prijs valt niet onder het begrip betalende berichtendienst', omdat een dergelijke dienst een patroon van vraag en antwoord volgt en er dus volgend op de aanvraag van de klant geen twee of meer SMS'en of MMS'en van de dienstenaanbieder volgen. Een chatdienst is om analoge redenen evenmin een betalende berichtendienst. Een voorbeeld van een abonnementsdienst (artikel 1, 7°) is een dienst waarbij men, na inschrijving, elke dag het weerbericht van de dag toegestuurd krijgt via een SMS. Die SMS zal in de meeste gevallen te betalen zijn bij ontvangst, om de dienstverlenende bedrijven die het betaalnummer uitbaten te vergoeden. Een SMS die gratis is bij ontvangst kan echter ook aangeboden worden in de vorm van een abonnementsdienst, maar in dat laatste geval kan de eventuele betaling voor de informatie of de dienst via het elektronische-communicatienetwerk enkel gebeuren aan de hand van de inschrijvings-SMS aangezien artikel 71, § 4, van het « KB Nummering » niet toestaat dat het eindgebruikerstarief voor de berichten die verzonden worden naar het betaalnummer aan de hand waarvan de abonnemenstsdienst geleverd wordt, hoger is dan het eindgebruikerstarief voor het verzenden van een oproep naar een geografisch of mobiel nummer van een privépersoon. Een voorbeeld van een alarmdienst (artikel 1, 8°) is een dienst waarbij men, na inschrijving, een bericht toegestuurd krijgt telkens wanneer er een doelpunt gescoord wordt in een wedstrijd van een sportploeg waarvoor men supportert. De bepaling dat een « dienst voor minderjarigen », gedefinieerd in artikel 1, 9° niet alleen diensten omvatten, die specifiek gericht zijn op personen jonger dan achttien jaar maar ook diensten « die als bijzonder aantrekkelijk voor deze personen geld[en] » heeft tot doel aan te geven dat de beoordeling of een dienst bestemd is voor minderjarigen niet alleen afhankelijk is van het doelpubliek dat de dienstenaanbieder in zijn publieke communicatie heeft aangewezen maar ook van de intrinsieke karakteristieken van de dienst en met name van het criterium of een bepaalde dienst toch niet hoofdzakelijk een min 18-jarigen publiek aantrekt. De definitie is overigens een letterlijke overname van de definitie in punt C.1.
  2. van de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten. De chatdienst, gedefinieerd in artikel 1, 12°, viseert enkel chatdiensten die plaatsvinden via een betaalnummer of na registratie van de eindgebruiker door middel van een oproep of bericht naar een betaalnummer. Een chatdienst in de zin van dit besluit viseert dus niet de gratis chatdiensten op het internet of chatdiensten waartoe men slechts toegang kan krijgen na betaling door middel van een kredietkaart of een ander betaalmiddel (en voor zover de communicatie met de chatdienst verder niet verloopt via een betaalnummer). Verder viseert de definitie zowel de chat (tegen betaling) tussen eindgebruikers onderling als de chat tussen een eindgebruiker en een dienstenaanbieder, al dan niet aan de hand van geautomatiseerde chat-software. Een dienstenaanbieder is inderdaad ook een gebruiker van eindapparatuur, in de zin van artikel 2, 41°, van de Wet, omdat de middelen waarmee de dienstenaanbieder een chatdienst levert (gewoonlijk een telefoontoestel of een server) ook door middel van een eindapparaat verbonden moet zijn met een elektronische-communicatienetwerk om de dienst te leveren (in het geval van een chatdienst geleverd via een server is de modem tussen de server en het elektronische-communicatienetwerk het eindapparaat). De definitie van de begrippen « verkeersgegevens » en « locatiegegevens », gebruikt in de definitie van artikel 1, 13°, is terug te vinden in artikel 2, 6° en 7° van de « wet », die ook de wet is die de rechtsgrond oplevert voor het huidige besluit. Artikel 1 geeft geen definitie van een « betalende dienst via een elektronische-communciatienetwerk » (of kortweg : « betalende dienst ») of van de personen die dit besluit hoofdzakelijk in acht moeten nemen, omdat de Raad van State in zijn advies 42.279/4 van 5 maart 2007 voorafgaand aan het koninklijk besluit van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten0 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (hierna ook genoemd het « KB procedure voor de Ethische Commissie ») het volgende stelde met betrekking tot de definities opgenomen in het ontwerpbesluit dat eraan voor advies werd voorgelegd : « De voorliggende bepaling strekt ertoe de begrippen » betalende dienst via een elektronische- communicatienetwerk » en « dienstenaanbieder » te definiëren teneinde de werkingssfeer van het ontworpen besluit te omschrijven. Zo een werkwijze kan niet worden aanvaard. Uit artikel 134 van de voormelde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten vloeit immers voort dat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ermee belast is toe te zien op de naleving van de Ethische Code waarvan in paragraaf 2 van die bepaling sprake is en om in voorkomend geval wegens schending van die Code administratieve geldboetes of straffen op te leggen. [...]. Wanneer de Koning ter uitvoering van artikel 134, § 1, eerste lid, tweede zin, van voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten de procedure en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie bepaalt, is het Hem niet toegestaan het wettelijk begrip « betalende dienst via een elektronisch communicatienetwerk » en « dienstenaanbieder » te definiëren, noch om zodoende de werkingssfeer van de ontworpen tekst te definiëren of te omschrijven. Artikel 1 van het ontwerp dient te vervallen. » In een ontwerp van wijzigingsbesluit, dat spoedig na het huidige besluit ter ondertekening zal worden voorgelegd, wordt artikel 1 van het « KB procedure voor de Ethische Commissie » van 1 april 2007 dan ook volledig geschrapt. Toch zijn de practici niet verstoken van een definitie van een betalende dienst. Artikel 1, 15°, van het KB Nummering definieert een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk immers als volgt : « dienst die via apparatuur aangesloten op een elektronisch-communicatienetwerk de oproeper de mogelijkheid biedt informatie te verkrijgen, informatie terug te sturen, in contact te treden met andere gebruikers van de informatiedienst, toegang te krijgen tot spelletjes of andere voordelen of betalingen uit te voeren voor producten of diensten die worden geleverd tijdens de oproep of als direct gevolg hiervan, tegen betaling van een vergoeding hoger dan het normale eindgebruikerstarief voor een oproep naar een standaard geografisch of mobiel nummer ». Gelet op de intrinsieke band tussen nummers en diensten in het KB nummering en de mogelijkheid die het KB Nummering geeft om nummercapaciteit die toegewezen is aan een operator verder toe te wijzen aan achterliggende personen (zie artikel 19 KB Nummering) is de persoon aan wie een betaalnummer uiteindelijk (eventueel in cascade via tussenliggende partijen) wordt toegewezen om een betalende dienst op te zetten in principe de dienstenaanbieder. Artikel 2 maakt duidelijk dat men voor het leveren van een betalende dienst geen vergunning dient aan te vragen. Artikel 3 is een eerste artikel dat gebaseerd is op de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Ethische Code tot de operatoren, wat betreft de medewerking aan het onderzoek naar een vermoedelijke inbreuk op de Ethische Code en wat betreft de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie (zie artikel 30 van de wet van 18 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/05/2009 pub. 04/06/2009 numac 2009011237 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie sluiten houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie). De gegevens die krachtens artikel 3, 1°, 4° en 5°, verzameld moeten worden, moeten betrekking hebben op de persoon of personen die, in de keten van partijen die actief zijn achter een betaalnummer toegewezen aan een operator, een betalende dienst uitbaten. Een voorbeeld van personen bedoeld in artikel 3, 3°, zijn de personen die een loutere transportfunctie vervullen tussen de betalende dienst en het elektronische-communicatienetwerk (b.v. een pure « connectivity provider », zijnde een bedrijf dat verbonden is met het SMSC/MMSC van een operator met het oog op de mogelijkheid van sortering van de SMS'en/MMS'en tussen de dienstenaanbieder, de operator en de eindgebruiker). De verplichting van artikel 3 is bedoeld om de Ethische Commissie of haar secretariaat in staat te stellen om bij een klacht of een vermoeden van inbreuk snel en efficiënt terecht te kunnen komen bij de daadwerkelijk verantwoordelijke persoon en bij basisinformatie over hem en zijn dienst. Artikel 3 belet niet dat de operatoren of een bepaalde groep van hen een internetsite of een andere toepassing maken, waarop de gevraagde gegevens vermeld zijn en waartoe de Ethische Commissie en haar secretariaat permanent toegang krijgen. Artikel 4 vereist dat men ook als dienstenaanbieder al een minimum aan informatie moet bezitten wanneer men een betaalnummer in gebruik neemt of een betalende dienst promoot. Voor de toepassing van artikel 4 wordt onderstreept dat enkel de beweringen die de ambitie hebben « feitelijk » te zijn door bewijselementen gestaafd moeten worden. Voorbeelden van dergelijke feitelijke beweringen zijn beurskoersen, weerberichten. De vereiste tot staving houdt in dat als men een feitelijk element wil verwerken in een betalende dienst, men daarvoor de bron moet kunnen voorleggen, die men gebruikt. De beweringen van waarzeggers of lottovoorspellingen, voor zover toegelaten, zijn geen feitelijke beweringen. Artikel 5 is een vrij klassieke bepaling die de Ethische Commissie of haar secretariaat toestaat om (schriftelijke) verzoeken om informatie te richten tot de operatoren en de dienstenaanbieders. In antwoord op het commentaar van de Raad van State, wordt eraan herinnerd dat de informatie die uit hoofde van artikel 3, tweede lid, van de operatoren gevraagd kan worden, beperkt is tot de informatie, omschreven in artikel 3, eerste lid, terwijl de informatie die uit hoofde van artikel 5 gevraagd kan worden betrekking kan hebben op andere zaken dan opgesomd in artikel 3, eerste lid. Zowel artikel 3 als artikel 5 zijn dus nodig om aan de Ethische Commissie de mogelijkheid te verzekeren voldoende informatie te kunnen inwinnen om met volledige kennis van zaken de voorliggende dossiers te kunnen onderzoeken. Artikel 6 is een algemene bepaling die men terugvindt in zowat alle gedragscodes (zowel binnenlandse als buitenlandse). De bedoeling van dit artikel is onder meer aan te geven dat, indien een dienst buiten de context van een aanbod via een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk onderworpen is aan bepaalde wettelijke vereisten, er ook aan deze wettelijke vereisten moet voldaan worden wanneer die dienst via een betaalnummer wordt aangeboden. Relevante wetten in het kader van het aanbod van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zijn onder meer : - de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij; - de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de werking van persoonsgegevens; - wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011166 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006

(2)type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/04/2010 numac 2010009416 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector type wet prom. 06/04/2010 pub. 21/09/2010 numac 2010015089 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. De bedoeling van dit artikel (of andere artikelen van het huidige besluit, aangewezen in het advies van de Raad van State) is geen dubbele vervolging of bestraffing te creëren, maar integendeel, een mogelijkheid tot bestraffing (en, de daaruit volgende regeling van de factuur van de eindgebruiker; zie artikel 134, § 3, laatste lid van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie) te hebben, wanneer de instantie die bevoegd is over te gaan tot strafvervolging een bepaalde zaak wettelijk niet kan vervolgen of beslist een bepaalde zaak of klacht niet te vervolgen. De Ethische Commissie zal inderdaad, waar nodig, het beginsel « non bis in idem » respecteren, wanneer in de loop van het onderzoek komt vast te staan dat een instantie die bevoegd is voor strafvervolging een dergelijke vervolging effectief heeft opgestart. Het wordt overigens opgemerkt dat in het advies nr. 47.321/2 van de Raad van State van 16 november 2009 de afdeling (advies waar de Raad van State in zijn huidig advies naar verwijst; zie voetnoot 4, p.6 van het advies), gesteld wordt dat de precieze draagwijdte van het arrest Zolotoukhine t. Rusland niet erg duidelijk is en dat het niet aan de Raad van State toekomt om een eventuele aanpassing van de rechtspraak van het EHRM te voorspellen. (Doc. Parl., Parl. Wall., 2009-2010 n°117/1 p. 56) In hetzelfde advies stelt de Raad van State dat de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in ieder geval minder ver gaat. Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof wordt het principe non bis in idem niet geschonden wanneer de essentiële bestanddelen van de beide strafbare feiten niet identiek zijn en geldt zulks ook wanneer het morele element van de beide strafbaarstellingen verschilt. (Grond. Hof, 18.06.2008, 91/2008, p. 12). Welnu, de situaties waarin de dienstaanbieder daadwerkelijk het moreel opzet had om de strafwet te overtreden, worden zeldzaam geacht. In die zin zal er in het licht van bovenstaande rechtspraak dan ook geen wezenlijk probleem van « non bis in idem » optreden. In tegenstelling tot wat de Raad van State opmerkt, wordt het vervolgens ook mogelijk geacht om een bestaand wetsartikel te parafraseren of te verfijnen door de delegatie van de wetgever aan de Koning om « de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden te omschrijven ». Deze bevoegheidsdelegatie belet niet dat, in geval van overlapping, de Ethische Commissie de betrokken wetsbepaling zal onderzoeken, eventueel overleg zal plegen met de instantie bevoegd voor de controle ervan of advies van deze instantie zal inwinnen en een beslissing zal nemen, rekening houdende met deze wetsbepaling. Wat betreft het verfijnen van een strafrechterlijk gesanctionneerde wetsbepaling, kan overigens niet ingezien worden wat het probleem is in het licht van het principe « non bis in idem », aangezien er op het gebied waar de verfijning wordt aangebracht geen mogelijk conflict is met een strafrechterlijk gesanctionneerde regel. De constitutieve elementen van de strafbepaling komen in die gevallen immers niet overeen met de constitutieve elementen van de inbreuk op de Ethische Code. Bovendien geldt bijna bij alle « verfijningen » of « parafraseringen » opgenomen in de Ethische Code dat zij slechts heel uitzonderlijk zullen samenvallen met situaties waarbij ook aan alle constitutieve elementen van de strafrechterlijke bepaling voldaan is. Men mag immers niet vergeten dat er voor het vaststellen van een inbreuk op de Ethische Code geen opzet of kwade trouw vereist is, in tegenstelling tot strafrechterlijk beteugelde artikelen waarvan de bepalingen van de Ethische Code een « verfijning » of « parafrasering » zouden zijn. De artikelen 7, 8 en 10 voeren een aantal normen in die eveneens afkomstig zijn uit diverse gedragscodes. Deze artikelen stellen de Ethische Commissie in staat om, indien nodig, een snelle beslissing tot schorsing van de betalende dienst, die zich niet aan deze regels zou houden, te nemen, om zo verder en wijdverspreid onheil te vermijden. De bepaling onder artikel 7, 1° beoogt onder meer de band te leggen met de naleving van artikel 22 van de Grondwet en de naleving van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Artikel 9 voert een algemene regel in die voornamelijk aanbieders van betalende diensten geleverd via viercijferige SMS en MMS korte nummers verbiedt om die SMS- of MMS-nummers te gebruiken om ongevraagde reclame voor betalende diensten toe te zenden aan eindgebruikers. Reacties op dergelijke berichten brengen immers, vaak ongewild, een nieuwe betalingssequentie teweeg en geven in de praktijk aanleiding tot vele klachten. In toepassing van deze bepaling is het voor een dienstenaanbieder bijvoorbeeld verboden om ongevraagd SMS'en of MMS'en naar een eindgebruiker te sturen met een betaalnummer als afzender of om berichten te sturen of achter te laten op een antwoordapparaat, met de uitnodiging om een betaalnummer te vormen. Artikel 11 heeft tot doel allerlei vormen van misleiding in het kader van betalende diensten uit te sluiten. In het kader van de redactie van artikel 11, 1°, is men ervan uitgegaan dat een weervoorspelling een voorspelling is op basis van wetenschappelijk bewijs. De bedoeling van artikel 11, 1° is niet om zogenaamde horoscooplijnen te verbieden, wel om erover te waken dat men eerlijk spel speelt met de eindgebruikers door er bijvoorbeeld op te wijzen dat een horoscoopvoorspelling een vorm van amusement is of een vermelding dat indien een horoscoopvoorspelling uitkomt dit gebaseerd is op toeval. Artikel 12 legt de dienstenaanbieders op de nodige eerlijkheid en zorgvuldigheid aan de dag te leggen om ervoor te zorgen dat de informatie die zij tegen betaling aanbieden correct en up-to-date is. Omdat een betalende dienst steeds impliceert dat er een betaling plaatsvindt via de telecomoperator, stelt artikel 13 dat het niet aanvaardbaar is om een dergelijke dienst als « gratis » voor te stellen. Artikel 14 regelt de minimale verplichtingen in verband met het tegenstelbaar maken en ter beschikking stellen van de algemene voorwaarden van de betalende dienst. Wat betreft de ter beschikkingstelling vereist artikel 14 niet alleen de permanente raadpleegbaarheid op bijvoorbeeld een website of teletekst, maar stelt het ook het recht van de eindgebruiker in om gratis de algemene voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager (pdf-file, enz.) te krijgen. Een definitie van het begrip duurzame drager kan onder meer teruggevonden worden in artikel 2, 25,° van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011166 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006
(2)type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/04/2010 numac 2010009416 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector type wet prom. 06/04/2010 pub. 21/09/2010 numac 2010015089 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming De algemene voorwaarden, bedoeld in artikel 14, zijn de algemene voorwaarden van de aanbieder van de betalende dienst, niet die van de operator (tenzij de operator zelf de rol van dienstenaanbieder vervult). Artikel 15 wil dat de dienstaanbieder steeds een klantendienst heeft of toch minstens het verlenen van een klantendienst uitbesteedt. De klantendienst moet bereikbaar zijn door middel van een niet-betalend nummer en de eindgebruiker moet, eventueel na het doorlopen van een IVR-menu, de mogelijkheid hebben om doorgeschakeld te worden naar een gesprekspartner, die bekwaam is zijn vragen of eventuele klachten te behandelen. Artikel 16, eerste lid, heeft tot doel om eindgebruikers van betalende diensten op de hoogte te brengen van de rechten die zij putten uit vrijwillig onderschreven gedragscodes. Het tweede lid van artikel 16 is ingesteld met het oog op de volledig informatie van de eindgebruiker. Er dient inderdaad vermeden te worden dat de verkeerde indruk wordt gegeven dat de rechten van de eindgebruiker enkel omschreven zijn in één of meerdere toepasselijke gedragscode(s). Daarom moet op dezelfde webpagina waar de gedragscode(s) wordt of worden gepubliceerd de tekst van het huidige besluit of een link naar het huidige besluit worden aangeboden, tezamen met duidelijke, correcte en ondubbelzinnige informatie over de officiële instanties bij wie een klacht neergelegd kan worden tegen het gebruik en/of de aanrekening van betaalnummers. Deze instanties zijn in de huidige stand van de wetgeving in ieder geval de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, de Ombudsdienst voor telecommunicatie en voor consumentengeschillen de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie. Artikel 18 heeft niet alleen tot doel algemene verplichtingen op te leggen in verband met specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten (die verder nog geregeld zijn in afdeling 7 van hoofdstuk 10), maar viseert bijvoorbeeld ook diensten die niet geschikt zijn voor minderjarigen omdat zij geen autonome handelingsbekwaamheid hebben (dit is bijvoorbeeld het geval voor beleggingsadviesdiensten, geleverd via betaalnummers) of diensten die niet toegankelijk zijn voor minderjarigen vanwege andere redenen dan de seksueel of erotisch getinte inhoud van de betalende dienst (bijvoorbeeld de kansspelen). Artikel 19 heeft, zoals hierboven reeds gesteld, te maken met één van de twee functies van de Ethische Code. Iedere betalende dienst moet immers aangeboden worden onder een nummer dat verenigbaar is met het gebruik van de nummerreeksen opgenomen in het Belgische nummerplan. Deze onderverdeling binnen de categorie van betaalnummers is geen doel op zich, maar is een middel om onder meer oproepblokkering (of « Call Barring ») op een correcte manier te kunnen laten plaatsvinden (zie hiervoor ook artikel 120 van « de wet » en het ministerieel besluit van 12 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten3). De bijlage maakt de principes van het KB Nummering toepasselijk op de dienstenaanbieders. Hoofdstuk 6, bestaande uit de artikelen 20 tot en met 30, is één van de sleutelhoofdstukken van het onderhavige besluit. Het definieert de algemene vereisten waaraan iedere reclame voor een betalende dienst moet voldoen. Dit neemt niet weg dat andere hoofdstukken nog andere bepalingen in verband met reclame voor betalende diensten bevatten, maar deze bijkomende vereisten gelden alleen in een specifieke context, bijvoorbeeld in de context van een betalende berichtendienst (zie hoofdstuk 7) of in de context van een specifieke dienstencategorie, zoals een chatdienst (zie hoofdstuk X, afdeling 9). Dit besluit, inzonderheid de artikelen 20 en 21, vereist dat de reclame ook de prijs voor de dienst vermeldt. Deze keuze werd bewust gemaakt, omdat de eindgebruiker vaak impulsief een betaalnummer belt of zulks doet op een plaats waar hij de prijslijst van zijn operator niet ter beschikking heeft, terwijl hij toch geïnformeerd dient te worden dat er een groot prijsverschil is tussen de oproepen die hij gewoonlijk maakt naar gewone vaste en mobiele nummers en de oproepen naar betaalnummers. Als gevolg van deze keuze dient de reclame dan ook tegelijk beschouwd te worden als het aanbod aan de consument of eindgebruiker, hetgeen onder meer impliceert dat de prijs en de andere essentiële kenmerken van de dienst niet mogen afwijken van datgene wat in de reclame vermeld wordt. Met een oproep wordt niet alleen een spraakoproep naar een 090x-nummer bedoeld maar ook het inloggen op internet via een betaalnummer. Omdat een dienstenaanbieder niet weet met welke operator zijn klant belt, sms't of surft, schrijft artikel 20 voor dat de dienstenaanbieder steeds het hoogste daadwerkelijk gehanteerde eindgebruikerstarief in België dient te vermelden. Merk op dat de adverteerder dus niet noodzakelijk de maxima bedoeld in artikelen 48, 50 en/of 71 van het KB Nummering moet vermelden, met name niet indien geen enkele operator in de feiten een tarief toepast dat overeenkomt met het maximum vastgelegd in de hierboven vermelde artikelen van het KB Nummering. Dat de eindgebruikerstarieven uitgedrukt moeten worden in euro per minuut lijkt een evidentie maar is het niet : er zijn gevallen geweest van reclame voor betalende diensten die het eindgebruikerstarief bijvoorbeeld uitdrukt als een bedrag per 15 seconden. Ook het afkorten van de prijsvermeldingen wordt om transparantieredenen beperkt tot een aantal uitdrukkelijk omschreven gevallen. De vereiste dat de reclame eenduidig is wat betreft de vermelding van de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van een bepaald eindgebruikerstarief, heeft tot doel om vermeldingen te vermijden in de zin van « euro 1 pvob », om uit te drukken dat elke verstuurde of ontvangen SMS een prijs heeft van 1 euro. Artikel 21 voorziet in een aantal van artikel 20 afwijkende regels voor de vermelding van de eindgebruikerstarieven in een aantal specifieke situaties, die hoofdzakelijk ingegeven zijn om de eindgebruikers een betere indicatie te geven van de totaalprijs die verbonden is aan het afnemen van de betrokken dienst in die specifieke situatie. Artikel 21, 1°, bepaalt voor abonnementsdiensten dat het eindgebruikerstarief moet uitgedrukt worden per periode waartoe de eindgebruiker zich bij inschrijving verbindt (bijvoorbeeld per week of per maand). Artikel 21, 2°, viseert alarmdiensten, waarbij, na een inschrijving, op niet op voorhand gekende tijdstippen informatie aan de eindgebruiker wordt toegestuurd, waarvan de ontvangst meestal (maar niet noodzakelijk; vandaar het gebruik van « indien toepasselijk ») betalend is voor de abonnee. Omdat het KB Nummering het mogelijk maakt dat de inschrijvings-SMS of -MMS een eindgebruikerstarief heeft dat hoger ligt dan het standaardtarief voor het verzenden van SMS'en of MMS'en, moet de reclame dit tarief apart vermelden. Artikel 21, 3°, viseert in hoofdzaak de zogenaamde Pull-diensten in de mobiele sector, waarbij eenmalige informatie of een dienst die een geheel vormt om technische of andere redenen toch via verschillende SMS'en of MMS'en wordt geleverd. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat er voor de levering van een individueel logo verschillende SMS'en of MMS'en moeten worden uitgewisseld. Artikel 21, 3°, wil dat in dat geval de totaalprijs aangegeven wordt voor het verkrijgen van het logo (en het aantal te verzenden of ontvangen berichten) en niet de prijs van een individuele SMS of MMS van de uit te wisselen SMS- of MMS-serie. In het bijzonder in het kader van artikel 21, 2° en 3°, dient erop gewezen worden dat de afwijking van artikel 20 niet slaat op artikel 20, laatste lid, dat dienstenaanbieders verbiedt hogere eindgebruikerstarieven te vermelden dan de maxima opgenomen in het KB Nummering. Artikel 21, 4°, tot slot wenst aan te geven dat indien deelname aan een spel, wedstrijd of quiz impliceert dat de eindgebruiker een reeks van berichten moet sturen, het niet volstaat om het eindgebruikerstarief per bericht te vermelden, maar men ook de totaalprijs voor deelname aan een spelsessie (begrip dat gedefinieerd wordt in artikel 1, 10°) moet vermelden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de eindgebruiker om in aanmerking te komen voor winst verbonden aan deelname aan een quiz driemaal per SMS die aangerekend wordt aan euro 1 per bericht een antwoord moet sturen op een vraag. In dat geval dient naast de vermelding van euro 1 per verzonden bericht ook de totaalprijs van 3 euro vermeld te worden. De artikelen 22 tot en met 25 schrijven voor hoe en hoe vaak het eindgebruikerstarief, dat in toepassing van artikel 20 of 21 in de reclame vermeld moet worden, in verschillende situaties moet gegeven worden. Het idee dat aan de basis ligt van artikel 22 is dat, indien de eindgebruikerstarieven op geschreven wijze vermeld worden, de karaktertekens van dien aard moeten zijn dat geen minutieus onderzoek nodig is om de betekenis van de geschreven vermelding te vatten. De vereiste van duidelijkheid van de vermelding houdt in dat een voldoende lettergrootte gebruikt wordt, dat er voldoende onderscheiding van de tekst is tegen de achtergrond, enzovoort. De verplichting in het laatste lid van artikel 22 om de eindgebruikerstarieven en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van de eindgebruikerstarieven te vermelden in de normale richting van de tekst van de reclame betekent doorgaans dat deze horizontaal moeten vermeld worden, maar indien een reclameadvertentie bijvoorbeeld diagonaal of ondersteboven op een blad wordt weergegeven, dan moeten het eindgebruikerstarief en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de toepassing van het eindgebruikerstarief ook respectievelijk diagonaal en ondersteboven vermeld worden. Artikel 26 stelt algemene regels vast voor het vermelden van het betaalnummer. Artikel 26 wil in het bijzonder vermijden dat de adverteerder de eindgebruiker misleidt door bijvoorbeeld een betaalnummer van het type « 0903 ABCDE » weer te geven als een nummer « 09 03ABCDE », waarbij ten onrechte de indruk gewekt wordt dat de eindgebruiker een (veel goedkoper) nummer uit de geografische nummerzone '09' van Gent moet oproepen. Artikel 27 groepeert de andere informatie, die, naast de eindgebruikerstarieven en het betaalnummer, in elke reclame dient te verschijnen. Ook wat betreft deze informatie is het de norm dat de eindgebruiker geen minutieus onderzoek moet voeren om de betekenis van die vermeldingen te vatten. De vereiste in artikel 27, § 1, laatste lid, in verband met de voldoende grootte van de geschreven karaktertekens is afhankelijk van het gebruikte medium : wat voldoende groot is op een krantenpagina is manifest niet voldoende groot op een reclamepaneel van 3 op 4 meter opgesteld langs de openbare weg. De artikelen 28 en 29 stellen aanvullende regels vast voor alle abonnementsdiensten. Artikel 28 wil dat het woord 'abonnement' of 'abonnementsdienst' op prominente wijze voorkomt in de reclame. Artikel 29 wil dat de eindgebruiker expliciet geïnformeerd wordt over de kenmerken van de abonnementsdienst. Indien het abonnement stilzwijgend wordt verlengd, dienen de vermeldingen ingevoerd door de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007011183 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur sluiten tot wijziging van de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur, vermeld te worden in de reclame en in de bevestigings-SMS van de inschrijving op een betalende berichtendienst (zie verder artikel 33). Artikel 30 legt gelijkaardige regels op ten aanzien van alarmdiensten. Hoofdstuk 7, bestaande uit de artikelen 31 tot en met 41, neemt in eerste instantie de regels in verband met de inschrijving en de uitschrijving over van de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten, met inbegrip van update 1/2008 van die richtlijnen, die voor abonnementsdiensten een zogenaamde dubbele opt-in-procedure instelt. Artikel 31 vereist onder meer dat ook « het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011166 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006
(2)type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/04/2010 numac 2010009416 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector type wet prom. 06/04/2010 pub. 21/09/2010 numac 2010015089 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming voorziet » uiteengezet wordt in de reclame. Artikel 31, 3°, verwijst daarmee naar de regeling die thans opgenomen is in de artikelen 45 en volgende van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011166 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006
(2)type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/04/2010 numac 2010009416 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector type wet prom. 06/04/2010 pub. 21/09/2010 numac 2010015089 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. Deze regeling impliceert onder meer ook dat als er geen herroepingsrecht is, de dienstenaanbieder dit ook daadwerkelijk moet vermelden (zie artikel 45, 6° en 46, § 1, 3°, van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011166 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006
(2)type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/04/2010 numac 2010009416 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector type wet prom. 06/04/2010 pub. 21/09/2010 numac 2010015089 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 sluiten) en dat indien de dienstenaanbieder de consument niet verwittigd heeft van de ontstentenis van een verzakingsrecht, de consument beschikt over een verzakingstermijn van 3 maanden (art. 47, § 2 van de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011166 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006
(2)type wet prom. 06/04/2010 pub. 23/04/2010 numac 2010009416 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector type wet prom. 06/04/2010 pub. 21/09/2010 numac 2010015089 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 sluiten). Artikel 32 legt de essentiële regel op dat een betalende berichtendienst, die vaak georganiseerd wordt aan de hand van SMS'en of MMS'en, waarvan de ontvangst betalend is voor de eindgebruiker, pas mag van start gaan nadat de eindgebruiker zich heeft ingeschreven of een duidelijke bestelprocedure (met een inschrijving om een reeks bij ontvangst te betalen SMS'en of MMS'en te ontvangen) heeft doorlopen. Voor de inschrijving op abonnementsdiensten, die een engagement voor een welbepaalde periode impliceren, wordt, in lijn met de thans toepasselijke zelfregulering van de sector, bepaald dat het verzenden van één inschrijvings-SMS niet voldoende is, maar dat er een « dubbele opt-in »-procedure (of een procedure van bevestiging van inschrijving) gevolgd moet worden. Dit betekent dat de eindgebuiker zijn inschrijving voor een abonnementsdienst dient te bevestigen. In het kader van deze procedure moeten de volgende stappen doorlopen worden : 1. Een « eerste opt-in » op een in de reclame uiteengezette wijze. Deze aanvraag tot inschrijving kan gebeuren via SMS, MMS, web, IVR (Interactive Voice Response), WAP, iDTV of door middel van een ondertekend document. 2. Vervolgens dient er steeds een bevestigingsbericht aan de eindgebruiker te worden verstuurd, dat een vast formaat heeft.Het formaat dat in het huidige besluit verankerd wordt, werd overgenomen uit de GOF-richtlijnen, update 1/2008, dat opgesteld werd door het GOF (vereniging van de drie mobiele operatoren in België) en het WASP Forum (vereniging van een aantal belangrijke zogenaamde « wireless access service providers », dit zijn bedrijven die verbonden zijn met de SMSC/MMSC-centrale van de (mobiele) operatoren met het oog op de mogelijkheid van sortering van SMS'en tussen het bedrijf dat de redactionele inhoud creëert, organiseert en commercialiseert, de operator en de eindgebruiker). Dit besluit verduidelijkt verder dat de tekst van het standaardbericht « aaneensluitend » moet worden weergegeven, wat wil zeggen dat de tekst van het bericht niet uit elkaar mag worden getrokken door spaties toe te voegen of andere methodes toe te passen die ervoor zorgen dat bepaalde informatie over de abonnementsdienst, die normaliter op het scherm van de gsm van de eindgebruiker zou verschijnen, niet onmiddellijk verschijnt (b.v. het invoeren van spaties vóór het deel van het standaardbericht over de abonnementsprijs, waardoor de eindgebruiker naar beneden moet scrollen om kennis te nemen van deze informatie). 3. In een derde stap dient de eindgebuiker zijn inschrijving te bevestigen door via SMS het sleutelwoord dat gegeven werd in het standaardbericht terug te sturen naar de short code (« opt-in-bevestiging »).Het is van belang te onderstrepen dat in toepassing van artikel 32, § 2, derde lid, 3°, geen enkel ander woord dan het sleutelwoord als een geldige opt-in beschouwd wordt. De regeling van de GOF Guidelines in verband met de dubbele opt-in voor abonnementsdiensten wordt in dit besluit expliciet uitgebreid naar de alarmdiensten, omdat deze qua werking bijna identiek zijn aan abonnementsdiensten (er is eveneens een inschrijving vereist, er worden ook 9XXX- nummers gebruikt, enzovoort; alleen de frequentie van de levering van de alarmdienst is niet voorspelbaar). De bestelling van producten of diensten via een betalend SMS of MMS korte nummer, waarbij de dienst zodanig is opgezet dat voor een volledig afname van de dienst de ontvangst van twee of meer SMS'en of MMS'en nodig is wordt geregeld in artikel 32, § 3. Het probleem bij dergelijke diensten is dat een eindgebruiker vaak naar een dergelijke dienst wordt gelokt met het idee dat hij door één SMS of MMS te verzenden en één SMS of MMS te ontvangen het product of de dienst krijgt, die hij meende te bestellen, terwijl hij in werkelijkheid bijvoorbeeld drie SMS'en of MMS'en moet ontvangen om zijn bestelling te krijgen. De expliciete bestelprocedure voorzien in artikel 32, § 3 en de gratis bevestigingsSMS voorzien in artikel 33 hebben tot doel de eindgebruiker beter bewust te maken van de inhoud en de prijs van zijn bestelling. De inschrijving op of de bestelling van alle betalende berichtendiensten, met inbegrip van abonnements- of alarmdiensten, wordt bevestigd via één (of, indien nodig, meerdere) gratis SMS-bericht(en), die de informatie bevat(ten) die opgesomd wordt in artikel 33. Artikel 34 stelt een omkering van de bewijslast in, alsmede een regeling met betrekking tot gevallen waarin er toch geen bewijs van inschrijving of bestelling geleverd kan worden. De bedoeling van het derde lid is dat de dienstenaanbieders logfiles aanleggen met : - informatie over de nummers waartussen berichten werden uitgewisseld, - de « time stamp » van die berichten, en - de inhoud van die berichten. Met het « precieze tijdstip van het afleveren van het bericht » (artikel 34, derde lid, 5°) wordt de time stamp van de « delivery notification » bedoeld. Artikel 35 wil dat de uitschrijving ogenblikkelijk uitgevoerd wordt. Het verzenden van bij ontvangst te betalen berichten naar de eindgebruiker die te kennen gegeven heeft zich te willen uitschrijven, is uit den boze. Artikel 36 met betrekking tot het 'STOP'-commando als sleutelwoord dat in alle gevallen moet leiden tot de stopzetting van de dienst, is qua principe eveneens gebaseerd op de regels van de industrie, vastgelegd in de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten. Het verschil tussen de regeling in § 2 en § 3 is dat de verzending van 'STOP' + een sleutelwoord de dienst stopzet waaraan dat sleutelwoord is gekopppeld maar dat, in tegenstelling tot een STOP zonder sleutelwoord, alle andere eventuele diensten die gebruikmaken van het betrokken betaalnummer blijven doorlopen. Artikel 36, § 4, wenst aan te geven dat foute spelling zoals « (spatie) STOP », « sToP », « TSOP », verkeerde sleutelwoorden, enzovoort door de dienstenaanbieder dienen geïnterpreteerd te worden als « STOP » en/of een geldig verzoek tot uitschrijving uit de betrokken dienst. Artikel 37 met betrekking tot de bevestiging van de uitschrijving is een spiegelbepaling van artikel 33 dat betrekking had op de bevestiging van de inschrijving. De bedoeling van artikel 38 is ervoor te zorgen dat uitschrijven ook steeds via het SMS-kanaal (naast het MMS-kanaal) kan gebeuren. Artikel 39 beoogt onder meer de problematiek te regelen van de wijziging van de titularis van het oproepnummer, van waaruit door de voormalige titularis betalende berichtendiensten werden geactiveerd. Grondslag voor deze preventieve maatregel is de standaardpraktijk bij de mobiele operatoren om een oproepnummer niet aan een nieuwe klant toe te kennen vóór het verstrijken van een periode van drie maanden nadat de vroegere klant van zijn nummer heeft afgezien. Artikel 40 legt een regeling op die nageleefd moet worden wanneer de dienstenaanbieder de essentiële bepalingen en voorwaarden van een alarm- of abonnementsdienst (b.v. de prijs of frequentie van de boodschappen) wil wijzigen. Deze regeling is bewust soepeler dan die van een inschrijving (omdat ervan uitgegaan wordt dat maar één of enkele componenten van de dienst wijzigen) maar garandeert tegelijkertijd ook dat niemand gedwongen wordt om de dienst verder af te nemen onder de gewijzigde voorwaarden. Artikel 41 viseert de beëindiging van een betalende dienst door de dienstenaanbieder en is dus een voorbeeld van een andere vorm van beëindiging van een betalende berichtendienst (zie de titel van deze afdeling). Artikel 42 legt een link met de naleving van bepaalde principes van de privacywet. Het is vaste rechtspraak van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat de telefoonnummers die door eindgebruikers worden gebruikt beschouwd worden als persoonsgegevens in de zin van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. In toepassing van de bepalingen van artikel 42 is het bijvoorbeeld verboden om eindgebruikers, die zich ingeschreven hebben voor een bepaalde betalende berichtendienst,te contacteren om hen uit te nodigen om deel te nemen aan een andere betalende berichtendienst (zelfs niet door middel van een gratis SMS-bericht (een zogenaamde 'teasing-SMS')), indien zij niet uitdrukkelijk, voorafgaandelijk en op geïnformeerde wijze daarmee hebben ingestemd. Bij uitschrijving uit een dienst is deze praktijk totaal niet meer toegestaan. Artikel 43 wil onder meer dat dienstenaanbieders de nodige procedures toepassen om tekstberichten die uitgewisseld werden in het kader van de dienst te kunnen bezorgen aan de Ethische Commissie en andere controle-instanties, om de correctheid van klachten en de naleving van wettelijke vereisten te kunnen onderzoeken. Ook niet-betalende berichten moeten opgeslagen worden en voorkomen in de traffic- en content-lijsten van de dienstenaanbieder, onder meer omdat dit besluit een aantal verplichtingen oplegt om niet-betalende berichten te verzenden of omdat dit besluit het verzenden van 'teasing-SMS'en' in bepaalde omstandigheden verbiedt. Hoofdstuk 9, gaande van de artikelen 44 tot en met 49, bevat diverse algemene regels over de werking van een betalende dienst. De regeling in artikel 49 is hoofdzakelijk uitgewerkt met het oog op het correcte gebruik van zogenaamde internetdialers. De bedoeling is onder meer dat er na elke internetsessie waarmee er gesurft werd via een procédé waarin een betaalnummer betrokken is, teruggekeerd wordt naar de normale methode van de eindgebruiker om toegang te verkrijgen tot het internet. Artikel 50 maakt duidelijk dat verschillende afdelingen van Hoofdstuk 10 van toepassing kunnen zijn op één welbepaalde categorie van betalende dienst. Artikel 51 handelt over betalende diensten die gebruikmaken van reverse charged SMS'en of MMS'en. Om de eindgebruiker duidelijk te maken dat er bij ontvangst van het bericht kosten aangerekend worden, vereist artikel 51 dat elk reverse charged SMS- of MMS-bericht het korte nummer vermeldt dat aan de dienst gekoppeld is. Afdeling 3 van hoofdstuk 10, gaande van de artikelen 52 tot en met 56, bevat de vereisten waaraan betalende diensten bestemd voor minderjarigen moeten voldoen. Artikel 53 is deels gebaseerd op de bijzondere gedragsregels inzake bankreclame en -marketing gericht op jongeren uit de Gedragscode van de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen. De bedoeling van artikel 54 is te komen tot een waarschuwing in reclameteksten, die bijvoorbeeld de volgende vorm kan aannemen : « Minderjarig? Vraag toestemming aan je ouder(
  1. s)». Artikel 55 voert een preventieve maatregel in om te vermijden dat gezinsbudgetten al te snel bezwaard worden door oproepen naar betalende diensten, ook al zijn deze diensten geschikt voor minderjarigen. Artikel 56 verbiedt betalende diensten die bestemd zijn voor minderjarigen aan te bieden via dialers(software). Afdeling 4 van hoofdstuk 10, bestaande uit de artikelen 57 tot en met 71, legt een reeks regels vast voor toepassingen die voornamelijk aangeboden worden in de media- en entertainmentsector (spelletjes, wedstrijden en quizzen). Een deel van deze toepassingen is momenteel al gereguleerd op basis Hoofdstuk IV/2 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom. 07/05/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999000386 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn type wet prom. 07/05/1999 pub. 23/09/1999 numac 1999003346 bron ministerie van financien Wet houdende vierde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/05/1999 numac 1999021236 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot wijziging van artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, betreffende de voorkoming en de regeling van belangenconflicten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. Om onzekerheid over het juiste toepasselijke stelsel te vermijden, bepaalt artikel 57 dat de verplichtingen van deze afdeling van het huidige besluit niet van toepassing zijn op de spelen bedoeld in Hoofdstuk IV/2 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom. 07/05/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999000386 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn type wet prom. 07/05/1999 pub. 23/09/1999 numac 1999003346 bron ministerie van financien Wet houdende vierde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/05/1999 numac 1999021236 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot wijziging van artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, betreffende de voorkoming en de regeling van belangenconflicten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten. Een uitzondering betreft de verplichting van artikel 71 over de eventuele heruitzending, waaromtrent geen verwarring of onzekerheid mogelijk kan zijn omdat een soortgelijke regel niet opgenomen is in het betrokken Hoofdstuk van wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom. 07/05/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999000386 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn type wet prom. 07/05/1999 pub. 23/09/1999 numac 1999003346 bron ministerie van financien Wet houdende vierde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/05/1999 numac 1999021236 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot wijziging van artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, betreffende de voorkoming en de regeling van belangenconflicten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten. Een essentieel element in het kader van spelletjes, wedstrijden en quizzen is in vele gevallen het reglement. Artikel 58 preciseert, naar analogie van artikel 14, dat dat reglement vrij en permanent raadpleegbaar moet zijn en dat een eindgebruiker gratis in het bezit dient gesteld te worden van het reglement op papier of op een andere duurzame drager (dit laatste impliceert dat het reglement moet kunnen worden gedownload). De artikelen 61 tot en met 63 voeren een specifieke regeling in voor spelletjes, wedstrijden en quizzen, waarbij de eindgebruiker meer dan één maal een antwoord of een andere informatie moet versturen naar de dienstenaanbieder om uiteindelijk kans te maken op een prijs. De toegangsprocedure tot dergelijke spelletjes impliceert het verzenden van een sleutelwoord naar het SMS of MMS kort nummer dat voor de dienst gebruikt wordt (artikel 61). De toegang tot spelletjes, wedstrijden en quizzen in de zin van deze artikelen is dus niet onderworpen aan een inschrijving, waardoor deze diensten ook niet aangeboden moeten worden onder SMS of MMS korte nummers uit de 9XXX-reeks. Wel moet er, naar analogie met de regeling voor de betalende berichtendiensten tussen de verzending van het sleutelwoord en het stellen van de eerste vraag een bevestigingsbericht gestuurd worden (artikel 62). Artikel 63 tot slot bouwt het fundamentele beginsel in dat er pas een nieuwe vraag gesteld mag worden als er een antwoord gegeven is op de vorige vraag (dit staat ook gekend als het principe : « 1 SMS-MO = 1 SMS-MT », waarbij « MO » staat voor « Mobile Originated », d.w.z. vertrekkende van de mobiele telefoon van de eindgebruiker en « MT » staat voor « Mobile Terminated », d.w.z. ontvangen door een mobiele telefoon). Het waarschuwingsmechanisme ingebouwd in artikel 66 is geïnspireeerd op soortgelijke mechanismen die ingebouwd zijn in de Ierse Code of Practice van Regtel. Het mechanisme heeft onder meer ook tot doel om de strijd aan te binden tegen spelverslaving, of althans de aandacht te vestigen op de financiële implicaties van overdadig spelen. De werving van fondsen, die meestal ook gebeurt via de media, wordt gereguleerd in de artikelen 72 tot en met 74 (afdeling 5 van hoofdstuk 10). Het KB Nummering van 27 april 2007 voorziet in zijn artikelen 50 en 71 telkens in een nummerreeks (met name de 0909- en de 4XXX-reeks) waaronder het mogelijk is een eindgebruikerstarief van maximaal 31 euro aan te rekenen. Dit plafond werd gekozen om fiscale redenen, met name om een fiscale aftrek van een gift gedaan via een betaalnummer mogelijk te maken. Als logisch gevolg hiervan (en om elk misbruik te voorkomen) wordt het gebruik van een betaalnummer voor de werving van fondsen in artikel 72 in principe enkel toegestaan voor instellingen waaraan fiscaal aftrekbare giften kunnen worden gestort zoals wettelijk bepaald. Deze instellingen waaraan fiscaal aftrekbare giften kunnen worden gestort zijn ofwel instellingen opgenomen in de (fiscale) wet ofwel erkende instellingen in één van de categorieën overeenkomstig artikel 104, 3° tot 5°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992. Omdat de erkenning door de bevoegde minister(
  2. s)conform de artikelen 57 tot en met 60 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten2 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 soms niet mogelijk is vooraleer een fundraisingactie daadwerkelijk van start gaat (b.v. fondsenwerving voor de slachtoffers van een plotse natuurramp) of omdat een fundraising te werk gaat met kleinere stortingen (bv. met microstortingen van één euro), bepaalt artikel 72 dat de minister die bevoegd is voor de aangelegenheden die de elektronische communicatie betreffen een uitzondering kan toekennen. Voor het eerste geval geldt de uitzondering in principe totdat de betrokken instelling een erkenning conform de geijkte procedures van het belastingrecht heeft gekregen. Fundraising kan echter ook gebeuren in de vorm van een loterij of tombola. In dat geval vereist artikel 72, tweede lid, dat de wet van 31 december 1851Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1851 pub. 20/07/2011 numac 2011000458 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de loterijen Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de loterijen moet nageleefd worden vooraleer daarvoor een betaalnummer ter beschikking wordt gesteld. Zo moet de vergunning voor een loterij die uitsluitend bestemd is voor liefdadige werken en die georganiseerd en aangekondigd of gepubliceerd wordt in meer dan één provincie (zie artikel 7 van de wet van 31 december 1851Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/12/1851 pub. 20/07/2011 numac 2011000458 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de loterijen Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de loterijen) in de huidige stand van zaken aangevraagd worden bij de FOD Binnenlandse Zaken. Artikel 73 wenst de nodige transparantie te creëren door te vereisen dat de reclame, naast de vermelding van de totaalprijs van de oproep, overeenkomstig de algemene regels vastgelegd in Hoofdstuk 6, ook het deel van de totaalprijs vermeldt dat aan het goede (of andere) doel wordt overgemaakt. In afdeling 6 van hoofdstuk 10 (artikelen 75 en 76) wordt bepaald welke voorwaarden in acht genomen moeten worden, wanneer er via betaalnummers advies gegeven wordt. Bij een oproep naar een betalende dienst is er per definitie geen fysiek contact of een fysieke verplaatsing naar een adviesverleningscentrum. Om toch een zekere mate van verifieerbaarheid van de correctheid van de betalende adviesdienst in te bouwen vereist artikel 75 dat de identiteit en het niveau en competentie (b.v. aangeduid door professionele titels, zoals 'accountant') van de persoon of de organisatie die de dienst verstrekt in de reclame wordt vermeld. Artikel 76 heeft tot doel ervoor te zorgen dat het advies wordt verstrekt conform de deontologie van de adviesverleners of conform andere op de betrokken beroepsgroep toepasselijke gedragsregels. Afdeling 7 van hoofdstuk 10, bestaande uit de artikelen 77 tot en met 83, is van toepassing op de zogenaamde 'roze lijnen' en aanverwante diensten. Om te vermijden dat minderjarigen in aanraking komen met diensten die hun gezonde en evenwichtige ontwikkeling als persoon in het gedrang kunnen brengen, bouwt deze afdeling een bescherming in in meerdere lagen. Er bestaan echter nog andere maatregelen, zoals de gratis call barring van specifiek voor meerderjarigen bestemde diensten, waarvan sprake in artikel 120 van de wet en het ministerieel besluit van 12 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten3, en de artikelen 8, 2° en 3°, 10, en 18 van dit besluit. Artikel 77, 1°, is ingevoerd met als doel om dienstenaanbieders duidelijk te maken dat, indien de chatdienst het mogelijk maakt om seksueel of erotisch getinte gesprekken te voeren, het stelsel van afdeling 7 van hoofdstuk 10 van toepassing is en dat zij, in toepassing van de bijlage, voor deze dienst een nummer moeten gebruiken afkomstig uit de nummerreeksen vermeld in punt 1 van die bijlage. Artikel 77, 2°, heeft in wezen dezelfde finaliteit. Hoewel er in het kader van ontmoetingsdiensten niet noodzakelijk een gesprek van seksuele of erotische aard plaatsvindt, is het, naar analogie van artikel 4 van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, niet gepast dat minderjarigen een beroep doen op dergelijke diensten. Een eerste laag van het beschermingsmodel van minderjarigen is een verbod op reclame in media die bedoeld zijn voor minderjarigen (b.v. scholierentijdschrijften of tijdschriften en/of websites van jeugdbewegingen). Dit verbod wordt ingesteld in artikel 79. In geval van twijfel over het doelpubliek, moet er, in toepassing van het beginsel « in dubio pro reo », geen inbreuk op de Ethische Code in aanmerking worden genomen. De bepaling is niet overlappend met artikel 8, 2°) (zie commentaar Raad van State), omdat artikel 8, 2° het enkel heeft over seksuele diensten, terwijl voor meerderjarge bestemde betalende diensten ook andere diensten kunnen omvatten die niet geschikt zijn voor minderjarigen, zoals gokspelen, en artikel 8, 2° het heeft over het aanbod van de dienst, terwijl artikel 79 handelt over de reclame. Een tweede laag houdt in dat reclame voor specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten niemand in dwaling mag brengen over het feit dat er reclame gemaakt wordt voor diensten die voorbehouden zijn voor « volwassenen ». Deze verplichting wordt vastgelegd in artikel 80. Een derde en laatste laag is de verplichting voor de persoon die de betrokken dienst aanbiedt om gratis een waarschuwingsboodschap af te spelen of te tonen, die duidelijk maakt dat de eindgebruiker op het punt staat een voor meerderjarigen bestemde betalende dienst te raadplegen. De nadere regels voor de waarschuwingsboodschap, bedoeld in artikel 81, zijn gelijkaardig aan die van de tariefboodschap van artikel 50, § 2, van het KB Nummering, met dien verstande dat de waarschuwingsboodschap bedoeld in dit artikel ook gegeven moet worden wanneer het hoogst mogelijke eindgebruikerstarief van toepassing op de oproep beneden de drempel ligt van 1 euro per minuut of 1 euro per oproep. Het laatste lid van artikel 81 is ingevoerd omdat het in sommige gevallen technisch niet mogelijk is om de waarschuwingsboodschap te laten horen of te laten bevestigen in een gedeelte van de communicatie dat niet betalend is. Dit was op het ogenblik van het aannemen van dit besluit het geval voor dataoproepen (b.v. videotelefonie). Het wordt ook erkend dat het technisch niet mogelijk is om een gratis waarschuwingsbericht te sturen via SMS zonder dat de klant eerst het initiatief genomen heeft om een SMS te sturen naar het nummer uit de 7XXX-reeks, dat hem dan in voorkomend geval gefactureerd wordt. Artikel 82 schrijft voor dat een reclame voor ontmoetingsdiensten geen contactgegevens bevat die het mogelijk maken om de deelnemers aan die dienst te kunnen identificeren (b.v. familienaam, adres, telefoonnummer, e-mailadres of faxnumer). De bedoeling is dat deelnemers aan een dergelijke dienst zelf het initiatief nemen om deze gegevens uit te wisselen. De regeling in artikel 83 met betrekking tot het waarschuwen van de eindgebruiker wanneer een bepaald bedrag gespendeerd werd is (opnieuw) geïnspireerd op een gelijkaardige regeling opgenomen in de Ierse Code of Practice van Regtel. In afdeling 8 van Hoofdstuk 10, dat de artikelen 84 en 85 omvat, worden specifieke regels neergelegd voor betalende diensten waarmee logo's en beltonen kunnen worden gedownload of andere producten of diensten voor het verfraaien of verpersoonlijken van het telefoontoestel (zoals games, mp-downloads, enzovoort). De bedoeling van artikel 84 is dat personen die GSM- of andere toestellen bezitten waarmee de aangeboden logo's of beltonen of andere « customization products » niet compatibel zijn, op voorhand worden geïnformeerd over deze incompatibiliteit en dus geen kosten maken voor een product dat zij uiteindelijk niet kunnen gebruiken op hun toestel. De informatie die in de reclame gegeven wordt kan bijvoorbeeld bestaan uit de vermelding dat het logo of de beltoon compatibel is met alle GSM-toestellen, behalve met de met merknaam, type en model genoemde toestellen. Afdeling 9 van Hoofdstuk 10, gaande van de artikelen 86 tot en met 97, betreft de chatdiensten. Een chatdienst is een in artikel 1, 12°, van dit besluit gedefinieerd begrip. Conform deze definitie moet er in het chatproces gebruik worden gemaakt van een betaalnummer. Deze afdeling is dus niet van toepassing op het chatten dat zonder een bijkomende betaling aan de hand van een betaalnummer mogelijk gemaakt wordt via bijvoorbeeld het internet. Centraal in deze afdeling staan enerzijds de transparantie van de manier waarop een chatdienst verloopt en anderzijds de regels van aanvaardbaar gebruik of "acceptable use policy" van de chatdienst en de moderatie. De kanalen via dewelke de regels van aanvaardbaar gebruik volgens artikel 86 kenbaar gemaakt moeten worden aan de eindgebruikers zijn dezelfde als diegene die hierboven besproken werden onder artikel 14. Artikel 87 maakt duidelijk dat, indien een chatdienst de bedoeling heeft om zich niet specifiek tot een volwassenenpubliek te richten, de chatdienst sluitende regels moet hebben die gesprekken of berichten die vallen onder afdeling 7, verbieden. Artikel 88 legt de adverteerders van een chatdienst op om, bovenop de informatie bedoeld in Hoofdstuk 6 (en desgevallend andere hoofdstukken), bijkomende informatie in verband met de chatdienst te vermelden. Hoewel een chatdienst niet alle kenmerken heeft van een betalende berichtendienst, is het wenselijk, opdat een einde kan worden gesteld aan de bestaande problemen, waaronder het krijgen van ongevraagde berichten zonder inschrijving of het krijgen van berichten terwijl men niet actief aan de dienst meer deelneemt of wenst deel te nemen, om, naar analogie van de regeling voor de betalende berichtendiensten, in een « opt-in »- (registratie) en een « opt-out »-mechanisme (uitschrijving) te voorzien. De artikelen 89 en 90, enerzijds, en de artikelen 96 en 97, anderzijds, realiseren dit. Ook wordt het mechanisme van de reversed charging niet toegestaan in verband met een chatdienst (zie artikel 91). De reden hiervoor is dat een chatter geen controle heeft over de berichten die hem toegezonden worden. Er zijn voorbeelden van klachten waarin het krediet van een herlaadkaart van een chatter verschillende malen achter elkaar uitgeput werd, omdat de chatter 's nachts (tijdens het slapen) verschillende berichten, waaronder ook betalende teasing SMS'en waar hij niet om gevraagd had, ontving via een betalende chatdienst, die gebruikmaakt van reverse charged SMS'en. Artikel 92 handelt over de voorwaarden waaronder de moderatie van een chatdienst kan gebeuren. Essentieel bij moderatie is dat ongepaste inhoud waarvan kennis genomen wordt onmiddellijk verwijderd wordt van de interface die voor de eindgebruikers zichtbaar is (artikel 93). Dit kan het GSM scherm zijn (waarbij de chatdienst dus enkel aan de geregistreerde eindgebruikers wordt aangeboden) maar in sommige gevallen ook het TV-scherm (met name wanneer de berichten verstuurd naar het betalende chatnummer ook door een omroep worden uitgezonden; vandaar ook de verwijzing naar het aanbieden « aan het publiek » in artikel 93). In de toepassing van artikel 93 is het de bedoeling dat wat verwijderd werd conform artikel 93 wel nog aangeboden moet kunnen worden aan de Ethische Commissie of andere instanties, conform de modaliteiten van artikel 43. Het waarschuwen van de gebruikers van een chatdienst, bepaald in artikel 91, is onder meer ingegeven door de bekommernis om de gebruikers van dergelijke chatdiensten eraan te herinneren dat, in tegenstelling tot bepaalde gratis toepassingen op, bijvoorbeeld, het internet (zoals MSN Messenger), het gebruik van de chatdienst(
  3. en)waarop de eindgebruiker ingeschreven is, extra kosten veroorzaakt die aangerekend worden door de telecomoperator. Artikel 95 met betrekking tot de bewijslast inzake het aantal deelnemers aan de chatdienst, is een toepassing van de principes inzake eerlijkheid en het verbod op misleiding. Afdeling 10 van Hoofdstuk 10, bestaande uit de artikelen 98 tot en met 100, reguleert wat in het vakjargon « Location Based Services » (of LBS) genoemd wordt. Concreet gaat het hier om toepassingen waarbij een eindgebruiker tegen betaling via een betaalnummer bijvoorbeeld de locatie van een restaurant kan opvragen in de buurt van de plaats waar hij zich (met zijn gsm) bevindt of nog op zijn gsm een wegbeschrijving kan verkrijgen naar een bepaalde plaats, vertrekkende van de plaats waar hij zich op het ogenblik van zijn aanvraag bevindt. Artikel 98 laat om pragmatische redenen toe dat de dienstenaanbieder, die uiteindelijk het technische platform beheert dat de verkeers- en locatiegegevens afkomstig van de mobiele operator koppelt aan de door de eindgebruiker gewenste informatie (die meestal vervat zit in een database van de dienstenaanbieder), de toestemming van de abonnee of eindgebruiker vraagt omtrent de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens. Het artikel koppelt aan die toelating : 1) een soort van authentificatieprocedure overeen te komen tussen de betreffende operator en de dienstenaanbieder, om de mogelijkheid uit te sluiten dat een derde een eindgebruiker inschrijft voor een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens, zonder dat deze laatste hiervan op de hoogte is (zie punt 15, in fine, van het advies nr.26/2009 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van 14 oktober 2009); 2) een bewaarplicht van de manier waarop die toestemming verkregen werd (in de meeste gevallen gaat het hier om een SMS) op een manier die aanbevolen wordt door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (waaronder het naleven van het proportionaliteitsbeginsel, opgenomen in artikel 4 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens);3) een verplichting om het intrekken van die toestemming onmiddellijk aan de mobiele operator door te geven. Voor het eigenlijke verkrijgen van de toestemming moeten de voorwaarden van artikel 122, § 3, van de wet nageleefd worden door de dienstenaanbieder (die dus handelt « in opdracht van de operator » conform artikel 122, § 5 van de wet). Dit impliceert onder meer dat er voorafgaand aan het verkrijgen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker met de verwerking duidelijke informatie wordt verstrekt over de duur van de verwerking, zoals informatie over het feit of de verkeersgegevens of locatiegevens eenmalig worden verwerkt in het kader van de LBS-dienst dan wel of de toestemming voor een langere periode geldt. Artikel 99 legt aan de dienstenaanbieder die een LBS-dienst levert op om in de reclame voor de dienst zeer gedetailleerd en op een zeer transparante wijze uit te leggen : - wat een LBS-dienst impliceert; - hoe de lokalisatie van de gsm van de eindgebruiker verkregen wordt en - welke stappen de eindgebruiker moet nemen, indien hij het verwerken van de locatie van zijn gsm wil blokkeren. Het verkrijgen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker omtrent de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens op zich is niet voldoende om de eindgebruiker volledig bewust te maken van, bijvoorbeeld, de kosten verbonden aan de activering van een alarmdienst die gebruik maakt van verkeers- of locatiegegevens. Artikel 100 legt voor dergelijke (in de GOF Guidelines « Passieve LBS-diensten » genoemde) diensten dan ook uitdrukkelijk de link met de desbetreffende beschermingsmaatregelen elders in dit besluit, zoals de voorafgaande (eventueel dubbele) inschrijving, gevolgd door een gratis bevestigingsSMS, met essentiële informatie over onder meer de prijs van de dienst, vooraleer van start gegaan kan worden met de eigenlijke lokalisering. Voor een eenmalige verwerking van de locatie (aansluitend op wat in de GOF Guidelines een « Actieve LBS-dienst » wordt genoemd), aangeleverd door middel van één oproep of één SMS of MMS, waarvan het eindgebruikerstarief niet hoger is dan het maximale eindgebruikerstarief vastgelegd in het KB Nummering, volstaat een eenvoudige aanvraag na het voorafgaandelijk bekomen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker omtrent de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens. Overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt uitdrukkelijk verwezen naar de verplichting voor de dienstenaanbieders die verkeers- of locatiegegevens verwerken om
(1)het proportionaliteitsbeginsel, vastgelegd in de wet van 8 december 1992 na te leven (verwijzing naar artikel 4 van die wet),
(2)de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen te nemen met betrekking tot de door hen verwerkte persoonsgegevens (verwijzing naar artikel 16 van diezelfde wet) en
(3)de persoonsgegevens na afloop van de dienst onmiddellijk te verwijderen. Voor recurrente diensten, zoals in het voorbeeld van de alarmdienst hierboven, impliceert dit de vernietiging van de verkeers- of locatiegegevens, van zodra de door de eindgebruiker te ontvangen SMS werd afgeleverd (en dus niet de bewaring van de verkeers- of locatiegegevens tot aan de uitschrijving uit de recurrente dienst). De artikelen 101 en 102 beogen de effectiviteit te garanderen van de andere sancties die de Ethische Commissie kan uitspreken. In antwoord op het advies van de Raad van State, die wees op de beperkte machtiging aan de Koning, gegeven in artikel 134, § 2, tweede lid, van de Wet, werd het toepassingsgebied van deze bepalingen beperkt tot operatoren. Artikel 103 bepaalt dat dit besluit in werking treedt op een latere datum dan de datum van tien dagen volgend op de publicatie van het huidige besluit, teneinde de dienstenaanbieders de kans te bieden hun procedures en praktijken aan te passen aan sommige regels van dit besluit. De overige artikelen behoeven geen commentaar. We hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Klimaat en Energie, belast met Consumentenzaken, P. MAGNETTE ADVIES 47.649/4 VAN 8 FEBRUARI 2010 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 22 december 2009 door de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 15 februari 2010 (*), van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie", heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande vormvereisten
  1. De gemachtigde van de minister heeft de Raad van State een niet-ondertekend afschrift bezorgd van een brief van de Ethische Commissie, gedateerd 16 december 2009, waarbij de Commissie haar voorstel van Ethische Code overzendt aan de minister.De steller van het ontwerp moet zich ervan vergewissen dat hij wel degelijk in het bezit is van een ondertekende brief.
  2. De gemachtigde van de minister heeft aan de Raad van State het advies d.d. 19 januari 2010 van de inspecteur van Financiën bezorgd. De Inspecteur van Financiën stelt in dat advies dat hij in zijn hoedanigheid van gemachtigde van de minister van Begroting vaststelt dat het ontwerp van koninklijk besluit geen wezenlijke budgettaire weerslag vertoont voor het BIPT en dat hij dus geen bezwaar ertegen heeft; hij voegt eraan toe dat het dossier voor advies moet worden overgezonden aan de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de bevoegde minister. Er kan niet worden beschouwd dat dit advies het vereiste voorafgaande vormvereiste vormt, aangezien de om een advies verzochte Inspecteur van Financiën zich ermee vergenoegt van advies te dienen over de budgettaire weerslag ten aanzien van het BIPT, doch niet over de algemene budgettaire weerslag van het ontwerpbesluit, en hij voorstelt dat daarvoor het advies wordt ingewonnen van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de bevoegde minister. Bijgevolg moet dit laatste advies worden aangevraagd opdat beschouwd kan worden dat het voorafgaande vormvereiste op geldige wijze is vervuld.
  3. Ook de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting moet worden verkregen. Algemene opmerkingen
  4. Het ontwerpbesluit ontleent zijn rechtsgrond aan artikel 134, § 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, luidende : « Op voorstel van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie stelt de Koning een Ethische Code voor de telecommunicatie vast. De Ethische Code voor de telecommunicatie duidt de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper naast de prijs voor de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden. De Ethische Code voor de telecommunicatie stelt eveneens de nadere regels vast volgens dewelke de operatoren hun medewerking verlenen aan het onderzoek van een vermoedelijke inbreuk door een persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt en aan de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden en de operatoren, wat betreft de medewerking bedoeld in het tweede lid, zijn verplicht de bepalingen van de Ethische Code voor de telecommunicatie in acht te nemen. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie spreekt zich uit over de naleving van de Ethische Code voor de telecommunicatie na een klacht van de belanghebbende, rechtstreeks of na de tussenkomst van de ombudsdienst voor telecommunicatie. De beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie zijn gemotiveerd en worden openbaar gemaakt ».
  5. In paragraaf 3 van datzelfde artikel staat te lezen dat "de inbreuken op de Ethische Code voor de telecommunicatie worden bestraft met een administratieve geldboete ten belope van 125 tot 12.500 EUR of een schorsing van de activiteiten van 1 tot 30 dagen", en voorts dat "in geval van een zware of herhaalde inbreuk [...] de Ethische Commissie voor de telecommunicatie de schrapping van de betrokken diensten [kan] bevelen, alsmede het verbod om nieuwe diensten te beginnen". De grenzen van de aan de Koning verleende machtiging om een Ethische Code vast te stellen, worden bepaald bij artikel 134, § 2, van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten : ze bestaan enerzijds daarin dat de nummerreeksen worden bepaald waarvoor, benevens de prijs van de communicatie, ook een vergoeding voor de inhoud kan worden aangerekend, en met betrekking tot die nummers de voorwaarden worden vastgelegd waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden, en anderzijds dat de nadere regels worden vastgesteld volgens welke de operatoren van elektronische communicatie hun medewerking verlenen aan het onderzoek van overtredingen van die Code en aan het uitvoeren van de beslissingen van de Ethische Commissie. De aldus afgebakende machtiging, verleend aan de Koning, om de Ethische Code vast te stellen staat hem niet toe bijzondere regels uit te vaardigen die bestaande, ter zake van toepassing zijnde wetsbepalingen
(1)parafraseren of ervan afwijken. De voorwaarden van de Ethische Code moeten bijgevolg verschillen van de regels vervat in de bestaande wetgeving die eveneens van toepassing is op deze materie, inzonderheid de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens, alsook de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij. 2. Voorts wordt de steller van het ontwerp gewezen op de problemen die zouden rijzen indien zowel in de Ethische Code als in andere bijzondere wetten bepalingen zouden voorkomen die soortgelijke voorwaarden vastleggen welke van toepassing zijn op de betalende diensten. Enerzijds wordt het niet in acht nemen van de voorwaarden gesteld in de Ethische Code gestraft met de administratieve sancties omschreven in artikel 134, § 3, van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, die inzonderheid in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, alsmede van artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten geacht kunnen worden een strafrechtelijk aspect te vertonen, omdat ze zowel van repressieve als van preventieve aard zijn en het bedrag van de geldboete behoorlijk hoog is
(2). Anderzijds staan strafrechtelijke sancties op de overtredingen van de regels vervat in alle drie de voornoemde wetten van 14 juli 1991, 8 december 1992 en 11 maart 2003. Een zodanige samenloop van administratieve sancties van strafrechtelijk aard en van strafrechtelijke sancties is niet verenigbaar met het beginsel non bis in idem, vastgelegd in artikel 4 van Protocol nr. 7 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en in artikel 14, lid 7, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, een beginsel dat in het interne recht wordt omschreven als "une règle essentielle de procédure pénale laquelle constitue en droit belge un principe général du droit"
(3). Dit beginsel stelt dat niemand strafrechtelijk vervolgd of gestraft kan worden wegens een strafbaar feit waarvan hij reeds is vrijgesproken of waarvoor hij reeds is veroordeeld. Voorts valt in dit verband op te merken dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een arrest dat op 10 februari 2009 door de Grote Kamer is gewezen, gesteld heeft dat "l'article 4 du Protocole n° 7 doit être compris comme interdisant de poursuivre ou de juger une personne pour une seconde « infraction » pour autant que celle-ci a pour origine des faits identiques ou des faits qui sont en substance les mêmes"
(4). Tal van bepalingen van de Ethische Code doen problemen rijzen ter zake. Bij wijze van voorbeeld : 1) Artikel 6 van het ontwerp bepaalt dat de betalende diensten en de reclame ervoor moeten "voldoen aan alle toepasselijke wetten".Aldus verheft dit artikel in zeer algemene bewoordingen het vereiste van het voldoen aan alle toepasselijke wetten, die thans reeds kunnen voorschrijven dat iedere overtreding ervan strafrechtelijk wordt gestraft, tot een voorwaarde waarvan de niet-naleving kan worden gestraft met de administratieve sancties gesteld in artikel 134, § 3, van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. In het verslag aan de Koning staat daaromtrent te lezen : « Relevante wetten in het kader van het aanbod van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zijn onder meer : - de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij; - de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de (ver)werking van persoonsgegevens; - de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. » Op zijn minst deze drie wetten bepalen echter effectief dat de overtredingen ervan strafrechtelijk worden gestraft. 2) Artikel 7 van het ontwerp bepaalt dat de betalende diensten en de reclame ervoor geen "afbreuk [mogen] doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer", en artikel 42 van het ontwerp bepaalt met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat de voornoemde wet van 8 december 1992 moet worden nageleefd.3) Artikel 11 van het ontwerp verbiedt betalende diensten of reclame ervoor indien deze "suggereren dat toekomstige gebeurtenissen kunnen worden voorzien zonder wetenschappelijk bewijs of vermelding van de toevallige aard of van de ongegrondheid van de verstrekte informatie" of "van die aard zijn dat ze kunnen misleiden door onnauwkeurigheid, dubbelzinnigheid, overdrijving, weglating of op een andere manier". Dit artikel moet in verband worden gebracht met de artikelen 94/5 en 94/6 van de voornoemde wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, die iedere vorm van misleidende handelspraktijken verbieden en die preciseren dat "als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen [...] en de consument er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. » 4) Artikel 13 van het ontwerp verbiedt dat een betalende dienst als "gratis" wordt voorgesteld, terwijl artikel 94/8, 19°, van de voornoemde wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten een soortgelijk verbod bevat.5) Artikel 14 van het ontwerp schrijft voor dat indien het afnemen van een betalende dienst onderworpen is aan algemene voorwaarden (het consulteren en het kosteloos ter beschikking stellen van die algemene voorwaarden), de eindgebruiker daarvan in kennis moet worden gesteld, terwijl de artikelen 78 en 79 van de voornoemde wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale over

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.