Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Kort samengevat

Deze wet wijzigt het strafrecht en de strafvordering en bevat diverse bepalingen inzake justitie. Het introduceert nieuwe strafmaten en past bestaande regels aan met betrekking tot opsluiting, hechtenis en andere straffen.

Wat het reguleert

  • De duur van opsluiting en hechtenis.
  • De maximumduur van gevangenisstraffen bij gecorrectionaliseerde misdaden.
  • De voorwaarden voor het uitspreken van werkstraffen.
  • De straffen voor pogingen tot misdaden en medeplichtigheid.

Wie het aanbelangt

  • Personen die veroordeeld worden voor misdaden en wanbedrijven.
  • Hoven en rechtbanken die straffen opleggen.

Kernpunten

  • Er wordt een nieuwe strafmaat ingevoerd van "dertig tot veertig jaar" opsluiting of hechtenis.
  • De maximumduur voor een gecorrectionaliseerde misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting, is veertig jaar.
  • Werkstraffen mogen niet worden uitgesproken voor feiten die strafbaar zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting, of voor bepaalde zedenmisdrijven en misdrijven tegen personen.
  • Pogingen tot misdaden die strafbaar zijn met levenslange opsluiting of hechtenis, worden gestraft met twintig tot dertig jaar opsluiting of hechtenis.
Wettekst
Wettekst

5 FEBRUARI

  1. - Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL
  2. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL
  3. - Wijzigingen van het strafrecht HOOFDSTUK
  4. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 2.Artikel 9 van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 1996, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : "5° dertig tot veertig jaar.". Art. 3.Artikel 11 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 1996, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : "5° dertig tot veertig jaar.". Art. 4.In artikel 18 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, worden de woorden "of van dertig jaar tot veertig jaar" ingevoegd tussen de woorden "van twintig jaar tot dertig jaar" en de woorden "wordt bij uittreksel gedrukt". Art. 5.In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, worden de woorden ", tot hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar of van vijftien jaar tot twintig jaar" vervangen door de woorden "of tot hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar of voor een langere termijn". Art. 6.In artikel 25 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, wordt het vijfde lid vervangen als volgt : "Hij is ten hoogste achtentwintig jaar voor een met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is. Hij is ten hoogste achtendertig jaar voor een met opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is. Hij is ten hoogste veertig jaar voor een met levenslange opsluiting strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.". Art. 7.In artikel 31 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden "Bij alle arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis of tot opsluiting voor een termijn van tien tot vijftien jaar of een langere termijn" vervangen door de woorden "Bij alle vonnissen of arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting van tien jaar of meer of tot gevangenisstraf van twintig jaar of meer";2° in het tweede lid, worden de woorden "of vonnissen" ingevoegd tussen de woorden "De arresten" en de woorden "van veroordeling". Art. 8.Artikel 32 van het hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 23 januari 2003 en 14 april 2009, wordt vervangen als volgt : "Art. 32.De hoven en rechtbanken kunnen de veroordeelden tot opsluiting van vijf tot minder dan tien jaar, tot tijdelijke hechtenis of tot gevangenisstraf van tien tot minder dan twintig jaar, voor hun leven of voor tien jaar tot twintig jaar, geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten bedoeld in artikel 31.". Art. 9.In artikel 33 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 april 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten4, worden de woorden "De hoven en rechtbanken kunnen" vervangen door de woorden "Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 31 en 32 kunnen de hoven en rechtbanken". Art. 10.In artikel 33bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 april 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten4, worden de woorden "De hoven en rechtbanken zullen" vervangen door de woorden "Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 31 en 32 zullen de hoven en rechtbanken". Art. 11.In artikel 34ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten2, worden de woorden "tot een criminele straf" vervangen door de woorden "tot een vrijheidsstraf van minstens vijf jaar". Art. 12.In artikel 37ter, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten6, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De werkstraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten : 1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;2° die bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377;3° die bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen; 4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.". Art. 13.Artikel 52 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende : "De pogingen tot misdaden die strafbaar zijn met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis worden echter respectievelijk gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of met twintig jaar tot dertig jaar hechtenis.". Art. 14.In artikel 56 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid, opgeheven door de wet van 9 april 1930, wordt hersteld als volgt : "Zelfs in de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, mag de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting waarin de wet voorziet voor die misdaad of veertig jaar indien het om levenslange opsluiting gaat, niet te boven gaan."; 2° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : "In geen geval mag de uitgesproken straf een jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.". Art. 15.In artikel 60 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 februari 1977 en gewijzigd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een zin, luidend als volgt, wordt ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin : "De uitgesproken straf mag niet hetzij twintig jaar gevangenisstraf, hetzij de zwaarste gevangenisstraf als deze meer dan twintig jaar gevangenis is, te boven gaan."; 2° in de tweede zin, die de derde wordt, worden de woorden "twintig jaar gevangenisstraf of" opgeheven. Art. 16.Artikel 69, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende zin : "Zij worden echter gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of twintig jaar tot dertig jaar hechtenis indien zij medeplichtig waren aan een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of met levenslange hechtenis.". Art. 17.In artikel 80 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste veertig jaar."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar door opsluiting van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtendertig jaar. Opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar door opsluiting van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar."; 3° het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijftien jaar."; 4° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste tien jaar."; 5° het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijf jaar.". Art. 18.In artikel 81 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste veertig jaar."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Hechtenis van dertig jaar tot veertig jaar door hechtenis van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtendertig jaar. Hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar door hechtenis van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar."; 3° het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijftien jaar."; 4° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "en van ten hoogste tien jaar."; 5° de tweede zin van het vierde lid wordt het zesde lid en wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijf jaar.". Art. 19.In artikel 92 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste lid worden de woorden "Correctionele straffen verjaren door verloop van vijf jaren" vervangen door de woorden "Behoudens straffen met betrekking tot misdrijven zoals bepaald in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater, die onverjaarbaar zijn, verjaren correctionele straffen door verloop van vijf jaren";2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Indien de uitgesproken gevangenisstraf twintig jaar te boven gaat, is de verjaringstermijn twintig jaren". Art. 20.In artikel 121bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de besluitwet van 8 april 1917 en vervangen bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, in artikel 136quinquies, vierde en elfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2003, in artikel 400 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000 en de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, in artikel 403 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, in artikel 442quater, § 2, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 november 2011, en in artikel 488bis, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 april 1986 en gewijzigd bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" of "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk" telkens vervangen door "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 21.In artikel 246, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 februari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/1999 pub. 17/03/1999 numac 1999009251 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 620 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 10/02/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999009258 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 10/02/1999 pub. 23/03/1999 numac 1999009267 bron ministerie van justitie Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht type wet prom. 10/02/1999 pub. 23/03/1999 numac 1999009268 bron ministerie van justitie Wet betreffende de bestraffing van corruptie sluiten, worden de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt" vervangen door de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt". Art. 22.Artikel 250 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 250.Indien de in de artikelen 246 tot 249 bepaalde omkoping een persoon betreft die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie, worden het minimum van de geldboetes verdrievoudigd en het maximum van de geldboetes vervijfvoudigd.". Art. 23.In artikel 347bis, § 4, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 juli 1975 en vervangen bij de wet van 28 november 2000, in de artikelen 417ter, tweede lid, 2°, en 417quater, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 juni 2002, in artikel 428, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 november 2000 en gewijzigd bij de wet van 26 november 2011, in artikel 433septies, eerste lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, in artikel 473, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 juli 1975 en gewijzigd bij de wet van 14 juni 2002, en in artikel 477sexies, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 april 1986, worden de woorden "blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid", "blijvende fysische of psychische ongeschiktheid" of "blijvende lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid" telkens vervangen door "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 24.In artikel 409, § 3, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 9 april 1930 en hersteld bij de wet van 28 november 2000, worden de woorden "blijvende arbeidsongeschiktheid" vervangen door "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 25.Artikel 414 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1996, 26 juni 2000 en 23 januari 2003, wordt vervangen als volgt : "Art. 414.Wanneer het verschonend feit bewezen is, wordt de straf verminderd : - tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en tot geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro, indien het een misdaad betreft, waarop een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting gesteld is, ongeacht of deze al dan niet gecorrectionaliseerd is; - tot gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en tot geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro, indien het enige andere al dan niet gecorrectionaliseerde misdaad betreft; - tot gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en tot geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, indien het een ander wanbedrijf betreft.". Art. 26.In boek II, titel VIII, hoofdstuk III van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling VIII, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten1, vervangen als volgt : "Lokken van minderjarigen via informatie- en communicatietechnologieën met het oog op het plegen van een misdaad of een wanbedrijf.". Art. 27.In artikel 433bis/1, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten1, wordt het woord "en" vervangen door het woord "of". Art. 28.In artikel 476 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikelen 473 en 474" vervangen door de woorden "artikelen 473 tot 475". Art. 29.Artikel 504bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/02/1999 pub. 17/03/1999 numac 1999009251 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 620 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 10/02/1999 pub. 31/03/1999 numac 1999009258 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 10/02/1999 pub. 23/03/1999 numac 1999009267 bron ministerie van justitie Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht type wet prom. 10/02/1999 pub. 23/03/1999 numac 1999009268 bron ministerie van justitie Wet betreffende de bestraffing van corruptie sluiten, worden de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt" vervangen door de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt". HOOFDSTUK
  5. - Wijziging van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen Art. 30.In artikel 2bis, § 2, b), van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, ingevoegd bij de wet van 9 juli 1975, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK
  6. - Wijzigingen van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij Art. 31.In artikel 34, eerste lid, van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij, gewijzigd bij de wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten7, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 32.Artikel 67, tweede lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : "behalve in geval van een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting. In dat geval worden die personen gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting.". Art. 33.In artikel 69, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de onmiddellijk lagere straf" vervangen door de woorden "twintig jaar tot dertig jaar opsluiting". HOOFDSTUK
  7. - Wijziging van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart Art. 34.In artikel 30, § 2, 1°, van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart, vervangen bij de wet van 20 juli 1976, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK
  8. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 35.In artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, ingevoegd bij de wet van 22 maart 1999 en gewijzigd bij de wetten van 17 april 2002 en 27 december 2012, wordt het woord ", werkstraf" opgeheven. Art. 36.In artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "indien het feit niet van die aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf of een zwaardere straf" vervangen door de woorden "indien het feit niet strafbaar is met een correctionele gevangenisstraf van meer dan twintig jaar, en het niet van die aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf";2° in het tweede lid worden de woorden "onder dezelfde voorwaarden" ingevoegd tussen het woord "eveneens" en de woorden "worden gelast". Art. 37.In artikel 8 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Indien de veroordeelde nog niet veroordeeld is geweest tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan drie jaar of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, kunnen de vonnisgerechten, wanneer zij niet tot één of meer hoofdvrijheidsstraffen van meer dan vijf jaar gevangenis veroordelen, gelasten dat de tenuitvoerlegging van de hoofd- en bijkomende straffen dan wel van een gedeelte ervan, wordt uitgesteld. Een gewoon uitstel kan echter niet worden gelast indien de veroordeelde veroordeeld is geweest tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek. In geen enkel geval kan worden uitgesteld de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot : - een straf van verbeurdverklaring; - een werkstraf; - een vervangende straf. De beslissing waarbij het uitstel en, in voorkomend geval, de probatie wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 195 van het Wetboek van Strafvordering."; 2° in paragraaf 1, vierde lid, dat het zevende lid wordt, worden de woorden ", de werkstraffen" opgeheven;3° paragraaf 3 wordt opgeheven. Art. 38.In artikel 18bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 26 juni 2000 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede streepje worden de woorden "vierentwintigduizend euro in plaats van twaalf maanden" vervangen door de woorden "tweeënzeventigduizend euro in plaats van drie jaar"; 2° tussen het tweede en het derde streepje wordt een streepje ingevoegd, luidende : "- in het tweede lid van § 1 van artikel 8 : vierentwintigduizend euro in plaats van twaalf maanden;"; 3° in het derde streepje, dat het vierde streepje wordt, wordt het woord "vierde" vervangen door het woord "zevende". HOOFDSTUK
  9. - Wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten8 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 39.In artikel 77quater, eerste lid, 5°, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten8 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, worden de woorden "blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK
  10. - Wijziging van de wet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten1 inzake experimenten op de menselijke persoon Art. 40.In artikel 33, § 1, tweede lid, van de wet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten1 inzake experimenten op de menselijke persoon, worden de woorden "blijvende lichamelijke of psychische onbekwaamheid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK
  11. - Wijziging van de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9 betreffende de strijd tegen piraterij op zee Art. 41.In artikel 4, § 3, eerste lid, van de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9 betreffende de strijd tegen piraterij op zee, worden de woorden "blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK
  12. - Wijzigingen van de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten4 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf Art. 42.De artikelen 3, 4, 5 en 10 tot 13 van de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten4 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf worden opgeheven. Art. 43.In artikel 6 van dezelfde wet wordt het woord "Vter" vervangen door het woord "Vbis". Art. 44.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 7.In afdeling Vbis, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 37ter ingevoegd luidende : "Art. 37ter.§
  13. Indien een feit van die aard is om gestraft te worden met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, kan de rechter als hoofdstraf een straf onder elektronisch toezicht opleggen van dezelfde duur als de gevangenisstraf die hij anders zou opleggen en die van toepassing kan worden ingeval de straf onder elektronisch toezicht niet wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van de duur van deze vervangende gevangenisstraf staat een dag van de opgelegde straf onder elektronisch toezicht gelijk aan een dag gevangenisstraf. Een straf onder elektronisch toezicht bestaat uit de verplichting om gedurende een door de rechter overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde termijn aanwezig te zijn op een bepaald adres, behoudens toegestane verplaatsingen of afwezigheden, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen om dit te controleren, en waaraan overeenkomstig paragraaf 5 voorwaarden worden gekoppeld. De straf onder elektronisch toezicht mag niet worden uitgesproken voor de feiten die : 1° bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377, 2° bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;3° bedoeld zijn in de artikelen 393 tot
  14. §
  15. De duur van de straf onder elektronisch toezicht bedraagt minstens een maand en ten hoogste een jaar. De strafrechter kan overeenkomstig artikel 85 rekening houden met verzachtende omstandigheden, zonder evenwel de duur van het elektronisch toezicht als autonome straf te bepalen op minder dan één maand. De straf onder elektronisch toezicht moet een aanvang nemen binnen zes maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de overschrijding van deze termijn te wijten is aan de veroordeelde, beslist het openbaar ministerie ofwel tot verder uitstel van de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht ofwel tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Indien de overschrijding van deze termijn niet te wijten is aan de veroordeelde, moet de straf een aanvang nemen binnen zes maanden na de afloop van de eerste termijn, bij gebreke daarvan is de straf verjaard. §
  16. Met het oog op het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht, kunnen respectievelijk het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten of de vonnisgerechten aan de bevoegde dienst voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht, hierna "de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht" genoemd, van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsrapport en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren. Dit rapport of dit onderzoek bevat alleen de pertinente elementen die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen straf. Iedere meerderjarige waarmee de beklaagde samenwoont wordt in het kader van deze maatschappelijke enquête gehoord in zijn opmerkingen. Het beknopt voorlichtingsrapport of het verslag van de maatschappelijke enquête wordt binnen de maand na de aanvraag aan het dossier toegevoegd. §
  17. Indien een straf onder elektronisch toezicht door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf, de eventuele aanwijzingen over de concrete invulling die hij kan geven en de geïndividualiseerde voorwaarden die hij overeenkomstig paragraaf 5 kan opleggen en hoort hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de straf onder elektronisch toezicht slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig is of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven. Iedere meerderjarige samenwonende van de beklaagde die in het kader van de maatschappelijke enquête niet is gehoord, of in het geval geen maatschappelijke enquête is verricht, kan door de rechter worden gehoord in zijn opmerkingen. De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden. §
  18. De rechter bepaalt de duur van de straf onder elektronisch toezicht en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling ervan. Aan de straf onder elektronisch toezicht worden steeds de volgende algemene voorwaarden verbonden : 1° geen strafbare feiten plegen;2° een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, de nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht;3° gevolg geven aan de oproepingen van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht en de concrete invulling bepaald door deze dienst naleven. De rechter kan de veroordeelde bovendien aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden onderwerpen in het belang van het slachtoffer. Deze voorwaarden hebben betrekking op het verbod om op bepaalde plaatsen te komen of met het slachtoffer contact op te nemen en/of op diens vergoeding.".". Art. 45.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 8.In dezelfde afdeling Vbis, wordt een artikel 37quater ingevoegd, luidende : "Art. 37quater.§
  19. Zodra de veroordeling tot de straf onder elektronisch toezicht in kracht van gewijsde is gegaan, licht de griffier de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht daarover in, zodat de straf kan worden uitgevoerd. De dienst neemt daartoe binnen zeven werkdagen nadat hij werd ingelicht, contact op met de veroordeelde, bepaalt, na de veroordeelde gehoord te hebben en rekening houdend met zijn opmerkingen, de concrete invulling van de straf en deelt deze onverwijld mee aan het bevoegde openbaar ministerie. §
  20. Onverminderd de toepassing van artikel 20 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, is het openbaar ministerie belast met de controle op de veroordeelde. De ambtenaren van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht controleren de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht en begeleiden de veroordeelde. §
  21. Indien de straf onder elektronisch toezicht niet of slechts gedeeltelijk in overeenstemming met de bepalingen van artikel 37ter, § 5, wordt uitgevoerd, meldt de ambtenaar van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht dit onverwijld aan het bevoegde openbaar ministerie. Deze laatste kan dan beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht dat reeds door de veroordeelde werd uitgevoerd In dit geval staat een dag van de straf onder elektronisch toezicht die werd uitgevoerd gelijk aan een dag gevangenisstraf. Ingeval de niet of slechts gedeeltelijke uitvoering nieuwe strafbare feiten betreffen, moet bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing vastgesteld zijn dat de veroordeelde tijdens de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, heeft gepleegd. Het bevoegde openbaar ministerie motiveert zijn beslissing en deelt deze via het snelst mogelijk schriftelijke communicatiemiddel mee : - aan de veroordeelde; - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft; - aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt; - aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht. §
  22. Als de straf onder elektronisch toezicht drie maanden bedraagt of overschrijdt, wordt de veroordeelde vanaf de uitvoerlegging door de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht ingelicht over de mogelijkheid tot het aanvragen van een schorsing van de controle met elektronische middelen na een derde van de strafduur. De veroordeelde kan vanaf het moment dat hij aan de tijdsvoorwaarden voldoet een schriftelijk verzoek tot toekenning van deze schorsing indienen bij het bevoegde openbaar ministerie. Een kopie van dit schriftelijk verzoek wordt door de veroordeelde gericht aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht. De bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht brengt binnen vijftien dagen een advies uit aan het bevoegde openbaar ministerie, dat betrekking heeft op de naleving van het programma van de concrete invulling van het elektronisch toezicht en, in voorkomend geval, van de aan de veroordeelde opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden. Dit advies vermeldt of de veroordeelde tijdens de tenuitvoerlegging van de straf onder elektronisch toezicht nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Het omvat bovendien een met redenen omkleed voorstel tot toekenning of afwijzing van de schorsing van de controle met elektronische middelen en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht nodig acht op te leggen aan de veroordeelde. Het bevoegde openbaar ministerie kent binnen de maand na de ontvangst van het advies de schorsing van de controle met elektronische middelen toe in geval de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en het programma van de concrete invulling van het elektronisch toezicht en, in voorkomend geval, de hem opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden heeft nageleefd. Wanneer de schorsing van de controle met elektronische middelen wordt toegekend, ondergaat de veroordeelde een proeftijd voor het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht dat hij nog moet ondergaan. In dit geval staat een dag van de proeftijd gelijk aan een dag van de straf onder elektronisch toezicht die werd opgelegd. De veroordeelde is onderworpen aan de algemene voorwaarden alsook, in voorkomend geval, aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden. Het bevoegde openbaar ministerie deelt zijn beslissing via het snelst mogelijk schriftelijke communicatiemiddel mee : - aan de veroordeelde; - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft; - aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt; - aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht. Indien het verzoek tot schorsing wordt verworpen, kan een nieuw verzoek slechts worden ingediend na een termijn van twee maanden na de verwerping ervan. Bij niet-naleving van de algemene voorwaarden en, in voorkomend geval, van de hem opgelegde bijzondere voorwaarden, kan er overgegaan worden tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen. Het bevoegde openbaar ministerie hoort de veroordeelde in zijn opmerkingen ter zake. Ingeval de veroordeelde niet ingaat op de uitnodiging om te worden gehoord, kan dit openbaar ministerie beslissen tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen of tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Ingeval de niet naleving de algemene voorwaarde van geen nieuwe strafbare feiten plegen betreft, moet bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing vastgesteld zijn dat de veroordeelde tijdens de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht of tijdens de schorsing van de controle met elektronische middelen een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, heeft gepleegd. De beslissing tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen omvat een beslissing over : - de bijzondere voorwaarden verbonden aan de schorsing, opgelegd door het openbaar ministerie; - het uitvoeren van het elektronisch toezicht voor de resterende proeftijd; - het opnieuw van kracht worden van de bijzondere voorwaarden in voorkomend geval opgelegd door de vonnisrechter. Het bevoegde openbaar ministerie deelt zijn beslissing via het snelst mogelijk schriftelijk communicatiemiddel mee : - aan de veroordeelde; - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft; - aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt; - aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht. §
  23. Het in de paragrafen 1 tot 4 bedoelde openbaar ministerie is het openbaar ministerie bij het vonnisgerecht dat de veroordeling tot een straf onder elektronisch toezicht heeft uitgesproken.".". Art. 46.In artikel 9 van dezelfde wet, wordt het woord "37octies" vervangen door het woord "37septies". Art. 47.In artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden "op een door de Koning te bepalen datum" vervangen door de woorden "op de dag waarop de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten3 tot wijziging van de artikelen 217, 223, 224 en 231 van het Gerechtelijk Wetboek in werking treedt.". HOOFDSTUK 1
  24. - Wijzigingen van de wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten1 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 48.Artikel 2 van de wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten1 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, wordt vervangen als volgt : "Art. 2.In artikel 7 van het Strafwetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten2, worden de woorden "In correctionele zaken en in politiezaken : 1° gevangenisstraf, 2° werkstraf. De in het 1° en 2° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast." vervangen door de woorden "In correctionele zaken en in politiezaken : 1° gevangenisstraf;2° straf onder elektronisch toezicht;3° werkstraf;4° autonome probatiestraf. De in het 1° tot 4° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.".". Art. 49.Artikel 3 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 50.In artikel 6 van dezelfde wet wordt het woord "37octies" vervangen door het woord "37septies" en worden de woorden ", dat artikel 37septies wordt" opgeheven. Art. 51.In artikel 8 van dezelfde wet, dat artikel 37octies in het Strafwetboek invoegt, wordt § 1, vierde lid, vervangen als volgt : "De autonome probatiestraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten : 1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;2° die bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377;3° die bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen; 4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.". Art. 52.Artikel 12 van dezelfde wet, dat artikel 58 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 12.Artikel 58 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten2, wordt aangevuld met twee leden, luidende : "Indien straffen onder elektronisch toezicht worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum een jaar bedragen. Indien autonome probatiestraffen worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum twee jaar bedragen.".". Art. 53.Artikel 13 van dezelfde wet, dat artikel 59 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 13.In artikel 59 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten2, worden de woorden "alle geldboeten, werkstraffen" vervangen door de woorden "alle geldboeten, autonome probatiestraffen, werkstraffen, straffen onder elektronisch toezicht".". Art. 54.Artikel 14 van dezelfde wet, dat artikel 60 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 14.In artikel 60 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 februari 1977 en gewijzigd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten2, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : "In geen geval mag de uitgesproken straf één jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.".". Art. 55.Artikel 15 van dezelfde wet, dat artikel 85 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 15.In artikel 85, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten2, worden de woorden "kunnen de gevangenisstraffen, de werkstraffen en de geldboeten onderscheidenlijk tot beneden acht dagen, vijfenveertig uren en zesentwintig euro" vervangen door de woorden "kunnen de gevangenisstraffen, de straffen onder elektronisch toezicht, de werkstraffen, de autonome probatiestraffen en de geldboeten respectievelijk tot beneden acht dagen, een maand, vijfenveertig uren, twaalf maanden en zesentwintig euro".". Art. 56.In artikel 17 van dezelfde wet, dat artikel 595 van het Strafwetboek wijzigt, worden de woorden "en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten4" opgeheven. Art. 57.Artikel 18 van dezelfde wet, dat artikel 596 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 18.In artikel 596, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2009, worden de woorden "de beslissingen bedoeld in artikel 594, 4° tot 6°, " ingevoegd tussen de woorden "vermeldt het uittreksel behalve de veroordelingen en de beslissingen bedoeld in het eerste lid, ook" en de woorden "de veroordelingen bedoeld in artikel 590, eerste lid, 1° en 17°, ".". Art. 58.Artikel 19 van dezelfde wet, dat artikel 8 van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie wijzigt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten2, wordt vervangen als volgt : "Art. 19.In artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, worden de woorden "een werkstraf" vervangen met de woorden "een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf". TITEL
  25. - Wijzigingen van de strafvordering HOOFDSTUK
  26. - Wijzigingen van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering Art. 59.Artikel 21 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij de wet van 30 mei 1961 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten7, wordt vervangen als volgt : "Art. 21.Behoudens wat de misdrijven betreft omschreven in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater van het Strafwetboek, en behoudens de overige bij de wet bepaalde uitzonderingen, verjaart de strafvordering, te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd : 1° door verloop van twintig jaren voor : - een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting, of - een van de misdaden omschreven in de artikelen 102, tweede lid, 122, derde punt, 138, § 1, eerste lid, 9°, 376, eerste lid, 393 of 417ter, derde lid, van het Strafwetboek, 30, § 2, van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart, 34, 35, 68, derde lid, 69, tweede en derde lid, van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij of 4, § 3, derde lid, van de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9 betreffende de strijd tegen piraterij op zee, ingeval het is gepleegd op een persoon van minder dan achttien jaar;2° door verloop van vijftien jaren voor : - een van de misdaden bedoeld in 1°, tweede streepje, ingeval het niet is gepleegd op een persoon van minder dan achttien jaar, of - een van de misdrijven omschreven in de artikelen 372 tot 377, 377quater, 379, 380, 409 en 433quinquies, § 1, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek, ingeval het is gepleegd op een persoon van minder dan achttien jaar;3° door verloop van tien jaren voor een andere misdaad;4° door verloop van vijf jaren voor een ander wanbedrijf;5° door verloop van een jaar voor een wanbedrijf dat in een overtreding wordt omgezet;6° door verloop van zes maanden voor een andere overtreding. Nochtans blijven de verjaringstermijnen van de strafvordering die worden bepaald in het eerste lid, 1° en 2°, alsook voor de misdaden die strafbaar zijn met opsluiting van meer dan twintig jaar, ongewijzigd indien de straf wordt verminderd of gewijzigd wegens verzachtende omstandigheden.". Art. 60.Artikel 21bis van dezelfde voorafgaande titel, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 21bis.In de gevallen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2°, tweede streepje, begint de verjaringstermijn van de strafvordering pas te lopen vanaf de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van achttien jaar bereikt. De verjaringstermijn voor de misdrijven bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2°, tweede streepje die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet zijn, begint pas te lopen vanaf de dag waarop het jongste slachtoffer de leeftijd van achttien jaar bereikt, behalve indien de termijn tussen twee van die opeenvolgende misdrijven de verjaringstermijn overschrijdt.". Art. 61.Artikel 24 van dezelfde voorafgaande titel, vervangen bij de wet van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten4 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten2, wordt aangevuld met een lid luidende : "De verjaring van de strafvordering is geschorst wanneer een beklaagde verzet aantekent dat onontvankelijk of ongedaan wordt verklaard, gedurende de behandeling ervan. De schorsing geldt vanaf de akte van verzet tot de beslissing die vaststelt dat het verzet onontvankelijk of ongedaan is.". HOOFDSTUK
  27. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 62.In artikel 28quater van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten, wordt het woord "143ter" vervangen door het woord "143quater". Art. 63.In artikel 28septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten en vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "de onderzoekshandelingen als bedoeld in de artikelen 56bis, tweede lid, en 89ter en de huiszoeking," worden vervangen door de woorden "en de onderzoekshandelingen als bedoeld in de artikelen 56bis, tweede lid, en 89ter,". 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "In geval van een nieuwe vordering op grond van het eerste lid in hetzelfde dossier, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij dezelfde onderzoeksrechter indien die nog in functie is.". Art. 64.In artikel 35ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten6 en vervangen bij de wet van 11 februari 2014, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt : " §
  28. Ingeval er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan dat de verdachte een vermogensvoordeel in de zin van de artikelen 42, 3°, of 43quater, § 2, van het Strafwetboek heeft verkregen, en de zaken die dit vermogensvoordeel vertegenwoordigen als zodanig niet of niet meer in het vermogen van de verdachte dat zich in België bevindt kunnen aangetroffen worden of zich hebben vermengd met wettige goederen, kan het openbaar ministerie beslag leggen op andere zaken die zich in het vermogen van de verdachte bevinden ten belope van het vermoedelijke bedrag van voornoemd vermogensvoordeel. In zijn beslissing motiveert het openbaar ministerie de raming van dit bedrag en geeft het aan welke de ernstige en concrete aanwijzingen zijn die de inbeslagneming rechtvaardigen. Deze gegevens worden opgenomen in het proces-verbaal dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de inbeslagneming. Het eerste lid is ook van toepassing op de zaken die het voorwerp zijn van de in het artikel 505 van het Strafwetboek bedoelde misdrijven.". Art. 65.In artikel 88bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 10 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten, en gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 27 december 2012, worden de woorden "rechtstreeks of via de tussenkomst van een politiedienst aangewezen door de Koning" ingevoegd tussen de woorden "door daartoe" en de woorden "de medewerking van de operator van een telecommunicatienetwerk". Art. 66.In artikel 90quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het eerste zinsdeel vervangen als volgt : "De beschikking wordt gedagtekend en vermeldt :";2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : " § 2.Indien de maatregel een bewerking op een communicatienetwerk inhoudt, is de operator van dit netwerk of de verstrekker van de telecommunicatiedienst ertoe gehouden zijn technische medewerking te verlenen, wanneer de onderzoeksrechter hierom rechtstreeks of via de tussenkomst van een politiedienst aangewezen door de Koning verzoekt."; 3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "rechtstreeks of via de tussenkomst van een politiedienst aangewezen door de Koning," ingevoegd tussen de woorden "te beveiligen of te versleutelen," en de woorden "bevelen inlichtingen te verlenen". Art. 67.Artikel 90sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 10 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 90sexies.§
  29. De aangewezen officieren van gerechtelijke politie stellen aan de onderzoeksrechter ter beschikking : 1° het bestand bevattende de opnames verricht als gevolg van de maatregelen genomen met toepassing van de artikelen 90ter, 90quater en 90quinquies;2° de overschrijving van de door de aangewezen officieren van gerechtelijke politie voor het onderzoek van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of telecommunicaties, en de eventuele vertaling ervan;3° de loutere vermelding van de aangehaalde onderwerpen en van de identificatiegegevens van de gebruikte communicatiemiddelen wat betreft de niet van belang geachte communicaties of telecommunicaties. §
  30. Onverminderd de selectie door de officieren van gerechtelijke politie bedoeld in paragraaf 1, beoordeelt de onderzoeksrechter welke gedeelten van alle opgenomen communicaties en telecommunicaties van belang zijn voor het onderzoek. In zoverre deze gedeelten van communicaties of telecommunicaties niet overgeschreven of vertaald zijn overeenkomstig paragraaf 1, worden zij bijkomend overgeschreven en vertaald. De onderzoeksrechter laat daarvan proces-verbaal opmaken. §
  31. De communicatie of telecommunicatie die onder het beroepsgeheim valt, wordt niet opgetekend in het proces-verbaal. Deze communicatie of telecommunicatie wordt in een bestand onder verzegelde omslag neergelegd ter griffie. Gaat het om personen bedoeld in artikel 90octies, eerste lid, dan wordt ter zake gehandeld overeenkomstig artikel 90octies, tweede lid. §
  32. De beschikkingen van de onderzoeksrechter, de verslagen van de officieren van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 90quater, § 3, en de processen-verbaal die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van de maatregel, worden uiterlijk na het beëindigen van de maatregel bij het dossier gevoegd.". Art. 68.In artikel 90septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten en gewijzigd bij de wet van 28 november 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "de van belang geachte communicaties en telecommunicaties van de opname" vervangen door de woorden "de van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of telecommunicaties";2° in het derde lid worden de woorden "de van belang geachte communicaties en telecommunicaties" vervangen door de woorden "de van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of telecommunicaties";3° in het vierde lid, in de bepaling onder 1°, worden de woorden "de van belang geachte communicaties en telecommunicaties" vervangen door de woorden "de van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of telecommunicaties";4° in het vierde lid, in de bepaling onder 6°, worden de woorden "de van belang geachte communicaties en telecommunicaties" vervangen door de woorden "de van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of telecommunicaties"; 5° tussen het vijfde en het zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende : "De inverdenkinggestelde, de beklaagde, de burgerlijke partij, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of hun raadsman ontvangen op eenvoudig verzoek een kopie van het geheel van de opnames van de communicaties en telecommunicaties waarvan bepaalde van belang geachte gedeelten overgeschreven werden en opgenomen werden in een proces-verbaal waarvan ze inzage hebben."; 6° in het zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt het woord "andere" ingevoegd tussen de woorden "het geheel of gedeelten van de" en de woorden "ter griffie neergelegde opnamen". Art. 69.In artikel 103 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "directeur van de speciale eenheden" vervangen door de woorden "directeur van de centrale directie van de operaties inzake gerechtelijke politie";2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "directie van de speciale eenheden" vervangen door de woorden "Getuigenbeschermingsdienst". Art. 70.In artikel 136bis van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten4, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De procureur des Konings doet verslag aan de procureur-generaal omtrent alle zaken waarover de raadkamer geen uitspraak heeft gedaan binnen een jaar te rekenen van de eerste vordering.". Art. 71.Artikel 136ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten4 en vervangen bij de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9, wordt opgeheven. Art. 72.Artikel 145 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten8, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De dagvaarding blijft geldig in geval van verdaging van de zaak tot een bepaalde datum of in geval van voortzetting op een bepaalde datum.". Art. 73.Artikel 149 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten8, wordt opgeheven. Art. 74.Artikel 150 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 2000 en 12 februari 2003, wordt opgeheven. Art. 75.Artikel 151 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 9 maart 1908 en 12 februari 2003, wordt opgeheven. Art. 76.Artikel 152 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 12 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Art. 152.§
  33. De partijen die wensen te concluderen en nog geen conclusies hebben neergelegd vragen op de inleidingszitting om conclusietermijnen te bepalen. De rechter legt in dat geval de termijnen vast waarop de conclusies ter griffie moeten worden neergelegd en aan de andere partijen moeten worden toegezonden en bepaalt de rechtsdag, na de partijen te hebben gehoord. De beslissing wordt vermeld in het proces-verbaal van de zitting. De conclusies worden opgesteld overeenkomstig de artikelen 743 en 744 van het Gerechtelijk Wetboek. De conclusies die niet voor het verstrijken van de vastgestelde termijnen zijn neergelegd en meegedeeld aan het openbaar ministerie, indien deze betrekking hebben op de strafvordering, en in voorkomend geval, aan alle andere betrokken partijen, worden ambtshalve uit de debatten geweerd. §
  34. Tenzij de rechter vaststelt dat de laattijdige neerlegging of mededeling louter dilatoire doeleinden nastreeft of de rechten van de andere partijen of het verloop van de rechtspleging schendt, kunnen conclusies worden neergelegd na het verstrijken van de overeenkomstig paragraaf 1 vastgelegde termijnen : - mits het akkoord van de betrokken partijen, of - bij ontdekking van een nieuw en ter zake dienend stuk of feit dat nieuwe besluiten rechtvaardigt. De rechter kan ten gevolge hiervan nieuwe conclusietermijnen vastleggen en een nieuwe rechtsdag bepalen. In dat geval is paragraaf 1 van toepassing. §
  35. Tegen de beslissingen van de rechter die beoogd zijn in de paragrafen 1 en 2 staat geen rechtsmiddel open. §
  36. De bepalingen van paragrafen 1 en 2 zijn van toepassing op het openbaar ministerie.". Art. 77.In boek II, titel I, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek, wordt een paragraaf II ingevoegd, luidende "Verloop van de procedure voor de politierechtbanken", die de artikelen 145 tot 171 bevat. Art. 78.In boek II, titel I, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek, wordt paragraaf 2, gewijzigd bij de wet van 28 juni 1984 en waarvan de inhoud is opgeheven bij de wet van 28 juni 1984 en bij het koninklijk besluit nr. 59 van 10 januari 1935, opgeheven. Art. 79.Artikel 171 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij het koninklijk besluit nr. 59 van 10 januari 1935, wordt hersteld als volgt : "Art. 171.Tegen de verstekvonnissen kan in verzet worden gekomen in dezelfde vormen, onder dezelfde voorwaarden, volgens dezelfde modaliteiten en binnen dezelfde termijnen als tegen de verstekvonnissen van de correctionele rechtbanken. De bepalingen van de artikelen 185 tot 187 gelden ook voor de politierechtbank.". Art. 80.In boek II, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt een paragraaf I ingevoegd, luidende "Bevoegdheid van de correctionele rechtbanken", die artikel 179 bevat. Art. 81.In boek II, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt een paragraaf II ingevoegd, luidende "Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken", die de artikelen 181 tot 198 bevat. Art. 82.Artikel 182 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten8, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De dagvaarding blijft geldig in geval van verdaging van de zaak tot een bepaalde datum of in geval van voortzetting op een bepaalde datum.". Art. 83.Artikel 187 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 9 maart 1908 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten9, wordt vervangen als volgt : "Art. 187.§
  37. De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend. Is de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon gedaan, dan kan hij die bij verstek veroordeeld is, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld. Indien niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan hij die bij verstek veroordeeld is in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis. De burgerlijke partij en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij kunnen alleen in verzet komen overeenkomstig de bepaling van het eerste lid. §
  38. Het verzet wordt betekend aan het openbaar ministerie, aan de andere vervolgende partij of aan de andere partijen in de zaak. Indien het verzet niet is betekend binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van het vonnis, kunnen de veroordelingen ten uitvoer gelegd worden; ingeval hoger beroep is ingesteld door de vervolgende partijen of door een van hen, kan de behandeling in hoger beroep voortgang vinden. §
  39. Het verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee tegen de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van een termijn van vijftien dagen, of van drie dagen indien de eiser in verzet zich in hechtenis bevindt. §
  40. Ten gevolge van het verzet wordt de veroordeling voor niet bestaande gehouden, behoudens in de gevallen bedoeld in paragrafen 5 tot
  41. §
  42. Het verzet wordt inzonderheid onontvankelijk verklaard : 1° behoudens overmacht, indien het niet overeenkomstig de wettelijke vormen en termijnen is betekend;2° indien het bestreden vonnis niet bij verstek is gewezen;3° indien de eiser in verzet vooraf een ontvankelijk hoger beroep heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing. §
  43. Het verzet wordt als ongedaan beschouwd : 1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter;2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard. §
  44. De partij die verzet heeft gedaan kan ervan afstand doen of dat beperken volgens de nadere regels inzake afstand of beperking in hoger beroep, verduidelijkt in artikel
  45. §
  46. De partij in verzet die zich een tweede keer laat vonnissen bij verstek, mag geen nieuw verzet meer aantekenen. §
  47. Tegen de beslissing die op verzet is gewezen staat hoger beroep open of, indien zij gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep. Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis. §
  48. De door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van uitgifte en van de betekening van het vonnis, blijven evenwel ten laste van de eiser in verzet, indien het verstek aan hem te wijten is.". Art. 84.Artikel 188 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 februari 1956 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten8, wordt opgeheven. Art. 85.In het artikel 189 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 8 april 2002 en 2 augustus 2002, worden de woorden "De bepalingen van de artikelen 157, 158, 158bis, 158ter, 158quater, 159, 160 en 161 gelden ook voor de correctionele rechtbanken" vervangen door de woorden "De bepalingen van de artikelen 152, 157, 158, 158bis, 158ter, 158quater, 159, 160 en 161 gelden ook voor de correctionele rechtbanken". Art. 86.In artikel 197bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten9 en vervangen bij de wet van 11 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden ", door toedoen van de voorzitter van het bevoegde aankoopcomité" vervangen door het woord "kosteloos". b) In paragraaf 4, tweede lid, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt : "3° de directeur-generaal van de algemene directie gerechtelijke politie of de door hem aangewezen vertegenwoordiger;"; c) in paragraaf 4, tweede lid, worden in de bepaling onder 6° de woorden "de coördinatie van" opgeheven;d) paragraaf 4, tweede lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidende : "9° een vertegenwoordiger van de Federale overheidsdienst Justitie; 10° een vertegenwoordiger aangewezen door de Raad van Arbeidsauditeurs.". Art. 87.In boek II, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een paragraaf III ingevoegd, luidende "Hoger beroep van correctionele vonnissen", die de artikelen 199 tot 216 bevat. Art. 88.In artikel 203 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 mei 1955 en gewijzigd bij de wet van 15 juni 1981, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "vijftien dagen" telkens vervangen door de woorden "dertig dagen"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Het openbaar ministerie beschikt over een bijkomende termijn van tien dagen om hoger beroep in te stellen, nadat de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij hoger beroep heeft ingesteld."; 3° in paragraaf 2 worden de woorden "vijf dagen" vervangen door de woorden "tien dagen". Art. 89.Het artikel 204 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. 204.Op straffe van verval van het hoger beroep bepaalt het verzoekschrift nauwkeurig de grieven die tegen het vonnis worden ingebracht, met inbegrip van de procedurele grieven, en wordt het verzoekschrift binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie ingediend als de in artikel 203 bedoelde verklaring. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de eiser in beroep of zijn advocaat, of door een ander bijzonder gevolmachtigde. In dit laatste geval wordt de volmacht bij het verzoekschrift gevoegd. Dit verzoekschrift kan ook rechtstreeks worden ingediend op de griffie van de rechtbank of het hof waarvoor het hoger beroep wordt gebracht. Daartoe kan een formulier, waarvan het model wordt bepaald door de Koning, worden gebruikt. Deze bepaling geldt ook voor het openbaar ministerie.". Art. 90.In artikel 205 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juni 1981 en gewijzigd bij de wet van 28 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "vijfentwintig dagen" worden vervangen door de woorden "veertig dagen"; 2° de zin "Het exploot bevat dagvaarding binnen zestig dagen te rekenen van hetzelfde tijdstip of binnen vijfenveertig dagen te rekenen van de uitspraak van het vonnis in het kader van de procedure van onmiddellijke verschijning bedoeld in artikel 216quinquies." wordt vervangen als volgt : "Het exploot bevat dagvaarding. In het kader van de procedure van onmiddellijke verschijning bedoeld in artikel 216quinquies gebeurt deze dagvaarding binnen zestig dagen te rekenen van de uitspraak van het vonnis.". Art. 91.Het artikel 206 van hetzelfde Wetboek, opgeheven door de wet van 10 juli 1967, wordt hersteld als volgt : "Art. 206.De partijen in het geding kunnen afstand doen van het ingesteld hoger beroep of het ingesteld hoger beroep beperken, met een verklaring, ingediend op de griffie van de rechtbank of het hof die van het hoger beroep kennis moet nemen. De verklaring kan in voorkomend geval ook worden gedaan op de griffie van de gevangenis of van het gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt in het daartoe bestemd register. Bij de in het tweede lid voorziene gevallen geven de bestuurders van de inrichtingen van die verklaring onmiddellijk bericht aan het openbaar ministerie bij de rechtbank of het hof die van het hoger beroep kennis moet nemen en stelt hem, binnen vierentwintig uren, een uitgifte van het proces-verbaal in handen. Bericht en uitgifte worden bij het dossier gevoegd. Van de afstand of beperking door het openbaar ministerie gedaan, worden de beklaagde, en in voorkomend geval de burgerlijke partij, of hun advocaten, binnen de vierentwintig uren op de hoogte gesteld. De partijen in het geding kunnen ook op de zitting afstand doen van het ingesteld hoger beroep of het ingesteld hoger beroep beperken. De afstand of beperking van het ingesteld hoger beroep kan worden ingetrokken totdat er akte van is verleend door het hof of de rechtbank die van het hoger beroep kennis moet nemen. Ingeval van hoger beroep met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering, kan de partij tegen wie het hoger beroep gericht is, evenwel beslissen de afstand niet te aanvaarden indien incidenteel beroep is ingesteld.". Art. 92.Artikel 208 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Art. 208.Tegen de arresten, in hoger beroep bij verstek gewezen, kan in verzet worden gekomen in dezelfde vormen, onder dezelfde voorwaarden, volgens dezelfde modaliteiten en binnen dezelfde termijnen als tegen de verstekvonnissen van de correctionele rechtbanken. De bepalingen van de artikelen 185 tot 187 gelden ook voor het hof van beroep.". Art. 93.Artikel 209bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten0, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De bepalingen van artikel 152 gelden ook voor de hoven van beroep.". Art. 94.Artikel 210 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten8, aangevuld met een lid, luidende : "Behoudens de grieven opgeworpen zoals bepaald in artikel 204, kan de beroepsrechter slechts de grieven van openbare orde ambtshalve opwerpen die betrekking hebben op de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen dan wel op : - zijn bevoegdheid; - de verjaring van de feiten die bij hem aanhangig zijn gemaakt; - het gegeven dat de feiten die bij hem wat betreft de schuldvraag aanhangig zijn gemaakt, geen misdrijf zijn of de noodzaak om deze feiten te herkwalificeren of een niet te herstellen nietigheid die het onderzoek naar deze feiten aantasten. De partijen worden verzocht om zich uit te spreken over de ambtshalve opgeworpen middelen.". Art. 95.Artikel 216 van hetzelfde Wetboek wordt vernummerd tot 215bis. Art. 96.In boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd, luidende "Voorafgaande erkenning van schuld". Art. 97.In hoofdstuk IIbis, ingevoegd bij artikel 96, wordt een artikel 216 ingevoegd, luidende : "Art. 216.§
  49. Voor feiten die niet van die aard schijnen te zijn dat ze gestraft moeten worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf, kan de procureur des Konings, indien de verdachte of de beklaagde de schuld van de hem tenlastegelegde feiten erkent, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de verdachte of de beklaagde of zijn advocaat, de toepassing voorstellen van de in dit artikel omschreven procedure van voorafgaande erkenning van schuld. In dat geval kan hij, in de voorwaarden voorzien in de wet, lagere straffen voorstellen dan hij meende te moeten vorderen, of een straf met geheel of gedeeltelijk uitstel of probatie-uitstel, of een gewone opschorting of een probatie-opschorting. Deze procedure is niet toepasselijk voor de feiten : 1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;2° die bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377 van het Strafwetboek;3° die bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387 van het Strafwetboek, indien deze zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397 van het Strafwetboek. §
  50. Wanneer de onderzoeksrechter met een onderzoek is gelast, kan de procureur des Konings slechts de toepassing van de in huidig artikel omschreven procedure voorstellen na de beschikking of het arrest van verwijzing naar de feitenrechter. Hij kan dit ook voorstellen wanneer de zaak reeds bij de feitenrechter aanhangig is gemaakt, voor zover er nog geen eindvonnis of arrest is gewezen op strafgebied. §
  51. De verklaringen waarmee de verdachte of de beklaagde de schuld aan de hem tenlastegelegde feiten erkent, worden afgelegd in het bijzijn van een advocaat naar keuze of een hem toegewezen advocaat. Indien de verdachte of de beklaagde over onvoldoende inkomsten beschikt, zijn de artikelen 508/13 tot 508/18 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de toekenning van de gedeeltelijke of volledige kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand onverminderd van toepassing. De advocaat neemt kennis van het dossier en de aan de verdachte of de beklaagde tenlastegelegde feiten en licht hem in over zijn rechten, de gevolgen van het erkennen van de schuld in de voorliggende procedure en het verdere verloop ervan. De verdachte of de beklaagde kan ten allen tijde een vertrouwelijk overleg hebben met zijn advocaat buiten de aanwezigheid van de procureur des Konings. Na het aanhoren van de door de procureur des Konings voorgestelde straffen, kan de verdachte of de beklaagde een bedenktijd vragen van maximaal tien dagen alvorens aan de procureur des Konings mee te delen of hij al dan niet de schuld aan de tenlastegelegde feiten erkent en de weerhouden wettelijke kwalificaties en de voorgestelde straffen aanvaardt. In voorkomend geval, worden de verklaringen waarmee de verdachte of de beklaagde de schuld aan de hem tenlastegelegde feiten erkent en de straffen die de procureur des Konings voorstelt aanvaardt, vastgelegd in een overeenkomst waarin de feiten en hun kwalificatie precies worden omschreven en dat zowel door de verdachte of de beklaagde en zijn advocaat, als door de procureur des Konings wordt ondertekend. Deze overeenkomst bepaalt met name de kosten die dienen te worden gedekt en de goederen of vermogensvoordelen die moeten worden afgegeven en verbeurdverklaard. Als de zaak nog niet is vastgesteld voor een rechter ten gronde bepaalt de overeenkomst de plaats, dag en uur van de zitting van de rechtbank waarop de verdachte of de beklaagde dient te verschijnen, binnen een termijn die niet korter mag zijn dan tien dagen en niet langer dan twee maanden. Aan de verdachte of de beklaagde wordt onmiddellijk een kopie van de overeenkomst overhandigd. Deze kennisgeving geldt als dagvaarding. Wanneer de zaak evenwel al is vastgesteld voor de rechter ten gronde, wordt de overeenkomst op die zitting ter bekrachtiging voorgelegd. Zolang er geen ondertekende overeenkomst is, kunnen de stukken opgesteld in het kader van de paragrafen 1 en 2 en van deze paragraaf niet aan het dossier worden gevoegd, noch ingezien. In voorkomend geval bezorgt de procureur des Konings de gekende slachtoffers een kopie van de ondertekende overeenkomst. Het slachtoffer en zijn advocaat krijgen inzage in het strafdossier. §
  52. De rechtbank hoort de beklaagde en zijn advocaat over de afgesloten overeenkomst en de erkende feiten. In voorkomend geval, hoort de rechtbank ook het slachtoffer en zijn advocaat over de feiten en de vergoeding van de schade. Het slachtoffer kan zich op de zitting van de rechtbank, die de afgesloten overeenkomst dient te bekrachtigen, burgerlijke partij stellen en vergoeding van zijn schade vragen. De gedaagden worden gehoord met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering. De rechtbank verifieert of voldaan is aan alle voorwaarden van de paragrafen 1 tot 3, of de overeenkomst op een vrije en weloverwogen manier is gesloten en met de werkelijkheid van de feiten en met hun correcte juridische kwalificatie overeenstemt en of de door de procureur des Konings voorgestelde straffen proportioneel zijn aan de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van de beklaagde en de bereidheid tot vergoeding van de eventuele schade. Indien ze oordeelt dat dit het geval is, bekrachtigt ze de afgesloten overeenkomst en spreekt ze de voorgestelde straffen uit bij erkenning van schuld door de beklaagde. Op strafgebied staat geen rechtsmiddel open. Zoniet wijst ze het verzoek tot bekrachtiging van de afgesloten overeenkomst bij een met redenen omklede beslissing af. In dit geval wordt het dossier terug ter beschikking gesteld van de procureur des Konings en wordt de zaak toegewezen aan een anders samengestelde kamer. De door de beklaagde en de procureur des Konings ondertekende overeenkomst en de documenten die werden opgemaakt en mededelingen die werden gedaan tijdens het overleg in het kader van de procedure alsook alle andere gerelateerde procedurestukken, worden dan uit het dossier verwijderd en neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Zolang de overeenkomst niet is bekrachtigd bij vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan kunnen de hierboven bedoelde stukken niet ten laste van de verdachte of de beklaagde worden aangewend in een andere strafrechtelijke, burgerrechtelijke, administratieve, arbitrale of andere procedure en zijn ze niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. §
  53. De rechtbank doet uitspraak over het verzoek tot bekrachtiging, hetzij tijdens de zitting, hetzij binnen een maand na de eerste zitting, behalve indien een uitstel van het onderzoek van de zaak tot een latere zitting zich opdringt teneinde de burgerlijke partij in staat te stellen haar belangen te verdedigen of de beklaagde in staat te stellen de elementen te verschaffen in verband met diens wil om de schade te herstellen. §
  54. Het bij de eerste en tweede paragraaf bepaalde recht behoort ook, ten aanzien van dezelfde feiten, aan de arbeidsauditeur, de federale procureur en de procureur-generaal in hoger beroep en, ten aanzien van de personen bedoeld in de artikelen 479 en 483, aan de procureur-generaal bij het hof van beroep.". Art. 98.In artikel 216bis, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 april 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/1998 pub. 17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten3, worden de woorden "voor zover er nog geen vonnis of arrest is uitgesproken dat kracht van gewijsde heeft verkregen" vervangen door de woorden "voor zover er nog geen eindvonnis of eindarrest is gewezen in strafzaken". Art. 99.In artikel 235bis, § 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2001 en 14 december 2012 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 86/2002 van het Grondwettelijk Hof, worden de woorden ", na het verstrijken van de termijn voor cassatieberoep", opgeheven. Art. 100.Artikel 235ter, § 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/11/1998 pub. 18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom. 30/11/1998 pub. 05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten5, vernietigd bij arrest nr. 105/2007 van het Grondwettelijk Hof, en hersteld bij de wet van 16 januari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten5, wordt opgeheven. Art. 101.In artikel 326 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "in de persoon van het hoofd van de jury" opgeheven;2° het vierde lid wordt opgeheven;3° in het vijfde lid, dat vierde lid wordt, worden de woorden "van de jury" opgeheven. Art. 102.In artikel 327 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "Nadat de vragen gesteld zijn, begeven de gezworenen zich met het hof naar de beraadslagingskamer."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Het aldus samengestelde college, voorgezeten door de voorzitter van het hof, beraadslaagt over de schuldvraag."; 3° in het derde lid worden de woorden "leest het hoofd van de jury" vervangen door de woorden "leest de voorzitter aan dit college". Art. 103.In artikel 328 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "gezworenen" vervangen door de woorden "leden van het college"; 2° in het tweede lid wordt de tweede zin, beginnend met de woorden "Deze zal er niet binnentreden" en eindigend met de woorden "de griffier." opgeheven; 3° in het derde lid worden de woorden "is gehouden aan de bevelhebber van de betrokken politiedienst schriftelijk het bepaalde bevel te geven" vervangen door de woorden "geeft het bepaalde bevel schriftelijk aan de bevelhebber van de betrokken politiedienst";4° in het vierde lid worden de woorden "de jury" vervangen door de woorden "het college". Art. 104.In artikel 329 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de woorden "De gezworenen beraadslagen" vervangen door de woorden "Het college beraadslaagt". Art. 105.In artikel 329bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de woorden "door de jury" opgeheven. Art. 106.In artikel 329ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "het hoofd van de jury" vervangen door de woorden "de voorzitter";2° in het derde lid worden de woorden "aan het hoofd van de jury" vervangen door de woorden "aan de voorzitter". Art. 107.Artikel 329quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, wordt vervangen als volgt : "De tafel dienende tot de werkzaamheden van het college wordt zodanig geschikt dat niemand kan zien waarmee een ander lid van het college bezig is.". Art. 108.In artikel 329sexies, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de woorden "de jury" vervangen door de woorden "het college". Art. 109.In artikel 330 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de woorden "het hoofd van de jury de stemmen op in tegenwoordigheid van de gezworenen" vervangen door de woorden "de voorzitter de stemmen op in tegenwoordigheid van het college". Art. 110.Artikel 332 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, wordt opgeheven. Art. 111.Artikel 333 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, wordt opgeheven. Art. 112.In artikel 334 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt opgeheven; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Zonder dat het moet antwoorden op alle neergelegde conclusies, formuleert het college de voornaamste redenen van de beslissing van de jury."; 3° tussen het tweede lid, dat het eerste lid wordt, en het derde lid, wordt het volgende lid ingevoegd : "De vragenlijst met de beslissing van de jury wordt bij de formulering van de redenen gevoegd.". Art. 113.In artikel 337 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8 en gewijzigd bij de wet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom. 08/08/1997 pub. 24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "De voorzitter doet de beschuldigde binnenkomen en leest in zijn aanwezigheid het arrest voor.Het arrest bevat de beslissing van het college, en maakt melding van de motivering."; 2° in het derde lid worden de woorden "en toepassing van artikel 336" opgeheven. Art. 114.Artikel 356, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8, word

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.