📄 Wettekst
5 FEBRUARI 2016. - Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Wijzigingen van het strafrecht HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 2.Artikel 9 van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 1996, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : "5° dertig tot veertig jaar.". Art. 3.Artikel 11 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 1996, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : "5° dertig tot veertig jaar.". Art. 4.In artikel 18 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, worden de woorden "of van dertig jaar tot veertig jaar" ingevoegd tussen de woorden "van twintig jaar tot dertig jaar" en de woorden "wordt bij uittreksel gedrukt". Art. 5.In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, worden de woorden ", tot hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar of van vijftien jaar tot twintig jaar" vervangen door de woorden "of tot hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar of voor een langere termijn". Art. 6.In artikel 25 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten8, wordt het vijfde lid vervangen als volgt : "Hij is ten hoogste achtentwintig jaar voor een met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste achtendertig jaar voor een met opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste veertig jaar voor een met levenslange opsluiting strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.". Art. 7.In artikel 31 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/06/1998
pub.
17/07/1998
numac
1998009557
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring
sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden "Bij alle arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis of tot opsluiting voor een termijn van tien tot vijftien jaar of een langere termijn" vervangen door de woorden "Bij alle vonnissen of arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting van tien jaar of meer of tot gevangenisstraf van twintig jaar of meer";2° in het tweede lid, worden de woorden "of vonnissen" ingevoegd tussen de woorden "De arresten" en de woorden "van veroordeling". Art. 8.Artikel 32 van het hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 23 januari 2003 en 14 april 2009, wordt vervangen als volgt : "Art. 32.De hoven en rechtbanken kunnen de veroordeelden tot opsluiting van vijf tot minder dan tien jaar, tot tijdelijke hechtenis of tot gevangenisstraf van tien tot minder dan twintig jaar, voor hun leven of voor tien jaar tot twintig jaar, geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten bedoeld in artikel 31.". Art. 9.In artikel 33 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 14 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten4, worden de woorden "De hoven en rechtbanken kunnen" vervangen door de woorden "Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 31 en 32 kunnen de hoven en rechtbanken". Art. 10.In artikel 33bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 14 april 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten4, worden de woorden "De hoven en rechtbanken zullen" vervangen door de woorden "Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 31 en 32 zullen de hoven en rechtbanken". Art. 11.In artikel 34ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten2 en gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten2, worden de woorden "tot een criminele straf" vervangen door de woorden "tot een vrijheidsstraf van minstens vijf jaar". Art. 12.In artikel 37ter, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten2 en gewijzigd bij de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten6, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De werkstraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten : 1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;2° die bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377;3° die bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen; 4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.". Art. 13.Artikel 52 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende : "De pogingen tot misdaden die strafbaar zijn met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis worden echter respectievelijk gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of met twintig jaar tot dertig jaar hechtenis.". Art. 14.In artikel 56 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid, opgeheven door de wet van 9 april 1930, wordt hersteld als volgt : "Zelfs in de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, mag de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting waarin de wet voorziet voor die misdaad of veertig jaar indien het om levenslange opsluiting gaat, niet te boven gaan."; 2° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : "In geen geval mag de uitgesproken straf een jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.". Art. 15.In artikel 60 van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 februari 1977 en gewijzigd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een zin, luidend als volgt, wordt ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin : "De uitgesproken straf mag niet hetzij twintig jaar gevangenisstraf, hetzij de zwaarste gevangenisstraf als deze meer dan twintig jaar gevangenis is, te boven gaan."; 2° in de tweede zin, die de derde wordt, worden de woorden "twintig jaar gevangenisstraf of" opgeheven. Art. 16.Artikel 69, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende zin : "Zij worden echter gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of twintig jaar tot dertig jaar hechtenis indien zij medeplichtig waren aan een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of met levenslange hechtenis.". Art. 17.In artikel 80 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 11 december 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste veertig jaar."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar door opsluiting van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtendertig jaar. Opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar door opsluiting van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar."; 3° het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijftien jaar."; 4° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste tien jaar."; 5° het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijf jaar.". Art. 18.In artikel 81 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste veertig jaar."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Hechtenis van dertig jaar tot veertig jaar door hechtenis van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtendertig jaar. Hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar door hechtenis van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar."; 3° het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijftien jaar."; 4° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "en van ten hoogste tien jaar."; 5° de tweede zin van het vierde lid wordt het zesde lid en wordt aangevuld met de woorden "en van ten hoogste vijf jaar.". Art. 19.In artikel 92 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste lid worden de woorden "Correctionele straffen verjaren door verloop van vijf jaren" vervangen door de woorden "Behoudens straffen met betrekking tot misdrijven zoals bepaald in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater, die onverjaarbaar zijn, verjaren correctionele straffen door verloop van vijf jaren";2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Indien de uitgesproken gevangenisstraf twintig jaar te boven gaat, is de verjaringstermijn twintig jaren". Art. 20.In artikel 121bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de besluitwet van 8 april 1917 en vervangen bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, in artikel 136quinquies, vierde en elfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 augustus 2003, in artikel 400 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000 en de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, in artikel 403 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, in artikel 442quater, § 2, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 november 2011, en in artikel 488bis, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 april 1986 en gewijzigd bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" of "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk" telkens vervangen door "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 21.In artikel 246, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 10 februari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
17/03/1999
numac
1999009251
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 620 van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
31/03/1999
numac
1999009258
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
23/03/1999
numac
1999009267
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
23/03/1999
numac
1999009268
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de bestraffing van corruptie
sluiten, worden de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt" vervangen door de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt". Art. 22.Artikel 250 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 250.Indien de in de artikelen 246 tot 249 bepaalde omkoping een persoon betreft die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie, worden het minimum van de geldboetes verdrievoudigd en het maximum van de geldboetes vervijfvoudigd.". Art. 23.In artikel 347bis, § 4, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 juli 1975 en vervangen bij de wet van 28 november 2000, in de artikelen 417ter, tweede lid, 2°, en 417quater, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 juni 2002, in artikel 428, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 november 2000 en gewijzigd bij de wet van 26 november 2011, in artikel 433septies, eerste lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, in artikel 473, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 juli 1975 en gewijzigd bij de wet van 14 juni 2002, en in artikel 477sexies, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 april 1986, worden de woorden "blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid", "blijvende fysische of psychische ongeschiktheid" of "blijvende lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid" telkens vervangen door "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 24.In artikel 409, § 3, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 9 april 1930 en hersteld bij de wet van 28 november 2000, worden de woorden "blijvende arbeidsongeschiktheid" vervangen door "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 25.Artikel 414 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1996, 26 juni 2000 en 23 januari 2003, wordt vervangen als volgt : "Art. 414.Wanneer het verschonend feit bewezen is, wordt de straf verminderd : - tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en tot geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro, indien het een misdaad betreft, waarop een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting gesteld is, ongeacht of deze al dan niet gecorrectionaliseerd is; - tot gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en tot geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro, indien het enige andere al dan niet gecorrectionaliseerde misdaad betreft; - tot gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en tot geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, indien het een ander wanbedrijf betreft.". Art. 26.In boek II, titel VIII, hoofdstuk III van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling VIII, ingevoegd bij de
wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten1, vervangen als volgt : "Lokken van minderjarigen via informatie- en communicatietechnologieën met het oog op het plegen van een misdaad of een wanbedrijf.". Art. 27.In artikel 433bis/1, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten1, wordt het woord "en" vervangen door het woord "of". Art. 28.In artikel 476 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikelen 473 en 474" vervangen door de woorden "artikelen 473 tot 475". Art. 29.Artikel 504bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 10 februari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
17/03/1999
numac
1999009251
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 620 van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
31/03/1999
numac
1999009258
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
23/03/1999
numac
1999009267
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht
type
wet
prom.
10/02/1999
pub.
23/03/1999
numac
1999009268
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de bestraffing van corruptie
sluiten, worden de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt" vervangen door de woorden "een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt". HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de
wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten2 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen Art. 30.In artikel 2bis, § 2, b), van de
wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten2 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, ingevoegd bij de wet van 9 juli 1975, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij Art. 31.In artikel 34, eerste lid, van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisscherij, gewijzigd bij de
wet van 23 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten7, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". Art. 32.Artikel 67, tweede lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : "behalve in geval van een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting. In dat geval worden die personen gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting.". Art. 33.In artikel 69, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de onmiddellijk lagere straf" vervangen door de woorden "twintig jaar tot dertig jaar opsluiting". HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de
wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart Art. 34.In artikel 30, § 2, 1°, van de
wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart, vervangen bij de wet van 20 juli 1976, worden de woorden "blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 35.In artikel 1, § 3, eerste lid, van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, ingevoegd bij de wet van 22 maart 1999 en gewijzigd bij de wetten van 17 april 2002 en 27 december 2012, wordt het woord ", werkstraf" opgeheven. Art. 36.In artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "indien het feit niet van die aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf of een zwaardere straf" vervangen door de woorden "indien het feit niet strafbaar is met een correctionele gevangenisstraf van meer dan twintig jaar, en het niet van die aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf";2° in het tweede lid worden de woorden "onder dezelfde voorwaarden" ingevoegd tussen het woord "eveneens" en de woorden "worden gelast". Art. 37.In artikel 8 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Indien de veroordeelde nog niet veroordeeld is geweest tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan drie jaar of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, kunnen de vonnisgerechten, wanneer zij niet tot één of meer hoofdvrijheidsstraffen van meer dan vijf jaar gevangenis veroordelen, gelasten dat de tenuitvoerlegging van de hoofd- en bijkomende straffen dan wel van een gedeelte ervan, wordt uitgesteld. Een gewoon uitstel kan echter niet worden gelast indien de veroordeelde veroordeeld is geweest tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek.
In geen enkel geval kan worden uitgesteld de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot : - een straf van verbeurdverklaring; - een werkstraf; - een vervangende straf.
De beslissing waarbij het uitstel en, in voorkomend geval, de probatie wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 195 van het Wetboek van Strafvordering."; 2° in paragraaf 1, vierde lid, dat het zevende lid wordt, worden de woorden ", de werkstraffen" opgeheven;3° paragraaf 3 wordt opgeheven. Art. 38.In artikel 18bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 26 juni 2000 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede streepje worden de woorden "vierentwintigduizend euro in plaats van twaalf maanden" vervangen door de woorden "tweeënzeventigduizend euro in plaats van drie jaar"; 2° tussen het tweede en het derde streepje wordt een streepje ingevoegd, luidende : "- in het tweede lid van § 1 van artikel 8 : vierentwintigduizend euro in plaats van twaalf maanden;"; 3° in het derde streepje, dat het vierde streepje wordt, wordt het woord "vierde" vervangen door het woord "zevende". HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de
wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten8 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 39.In artikel 77quater, eerste lid, 5°, van de
wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten8 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, worden de woorden "blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de
wet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten1 inzake experimenten op de menselijke persoon Art. 40.In artikel 33, § 1, tweede lid, van de
wet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
18/12/1998
numac
1998007272
bron
ministerie van landsverdediging
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst
type
wet
prom.
30/11/1998
pub.
05/04/2016
numac
2016000213
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum
sluiten1 inzake experimenten op de menselijke persoon, worden de woorden "blijvende lichamelijke of psychische onbekwaamheid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de
wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten9 betreffende de strijd tegen piraterij op zee Art. 41.In artikel 4, § 3, eerste lid, van de
wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten9 betreffende de strijd tegen piraterij op zee, worden de woorden "blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid" vervangen door de woorden "ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden". HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de
wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten4 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf Art. 42.De artikelen 3, 4, 5 en 10 tot 13 van de
wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten4 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf worden opgeheven. Art. 43.In artikel 6 van dezelfde wet wordt het woord "Vter" vervangen door het woord "Vbis". Art. 44.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 7.In afdeling Vbis, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 37ter ingevoegd luidende : "Art. 37ter.§ 1. Indien een feit van die aard is om gestraft te worden met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, kan de rechter als hoofdstraf een straf onder elektronisch toezicht opleggen van dezelfde duur als de gevangenisstraf die hij anders zou opleggen en die van toepassing kan worden ingeval de straf onder elektronisch toezicht niet wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van de duur van deze vervangende gevangenisstraf staat een dag van de opgelegde straf onder elektronisch toezicht gelijk aan een dag gevangenisstraf.
Een straf onder elektronisch toezicht bestaat uit de verplichting om gedurende een door de rechter overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde termijn aanwezig te zijn op een bepaald adres, behoudens toegestane verplaatsingen of afwezigheden, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen om dit te controleren, en waaraan overeenkomstig paragraaf 5 voorwaarden worden gekoppeld.
De straf onder elektronisch toezicht mag niet worden uitgesproken voor de feiten die : 1° bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377, 2° bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;3° bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397. § 2. De duur van de straf onder elektronisch toezicht bedraagt minstens een maand en ten hoogste een jaar. De strafrechter kan overeenkomstig artikel 85 rekening houden met verzachtende omstandigheden, zonder evenwel de duur van het elektronisch toezicht als autonome straf te bepalen op minder dan één maand.
De straf onder elektronisch toezicht moet een aanvang nemen binnen zes maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de overschrijding van deze termijn te wijten is aan de veroordeelde, beslist het openbaar ministerie ofwel tot verder uitstel van de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht ofwel tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf.
Indien de overschrijding van deze termijn niet te wijten is aan de veroordeelde, moet de straf een aanvang nemen binnen zes maanden na de afloop van de eerste termijn, bij gebreke daarvan is de straf verjaard. § 3. Met het oog op het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht, kunnen respectievelijk het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten of de vonnisgerechten aan de bevoegde dienst voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht, hierna "de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht" genoemd, van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsrapport en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren.
Dit rapport of dit onderzoek bevat alleen de pertinente elementen die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen straf.
Iedere meerderjarige waarmee de beklaagde samenwoont wordt in het kader van deze maatschappelijke enquête gehoord in zijn opmerkingen.
Het beknopt voorlichtingsrapport of het verslag van de maatschappelijke enquête wordt binnen de maand na de aanvraag aan het dossier toegevoegd. § 4. Indien een straf onder elektronisch toezicht door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf, de eventuele aanwijzingen over de concrete invulling die hij kan geven en de geïndividualiseerde voorwaarden die hij overeenkomstig paragraaf 5 kan opleggen en hoort hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de straf onder elektronisch toezicht slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig is of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven. Iedere meerderjarige samenwonende van de beklaagde die in het kader van de maatschappelijke enquête niet is gehoord, of in het geval geen maatschappelijke enquête is verricht, kan door de rechter worden gehoord in zijn opmerkingen.
De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden. § 5. De rechter bepaalt de duur van de straf onder elektronisch toezicht en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling ervan.
Aan de straf onder elektronisch toezicht worden steeds de volgende algemene voorwaarden verbonden : 1° geen strafbare feiten plegen;2° een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, de nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht;3° gevolg geven aan de oproepingen van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht en de concrete invulling bepaald door deze dienst naleven. De rechter kan de veroordeelde bovendien aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden onderwerpen in het belang van het slachtoffer.
Deze voorwaarden hebben betrekking op het verbod om op bepaalde plaatsen te komen of met het slachtoffer contact op te nemen en/of op diens vergoeding.".". Art. 45.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 8.In dezelfde afdeling Vbis, wordt een artikel 37quater ingevoegd, luidende : "Art. 37quater.§ 1. Zodra de veroordeling tot de straf onder elektronisch toezicht in kracht van gewijsde is gegaan, licht de griffier de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht daarover in, zodat de straf kan worden uitgevoerd. De dienst neemt daartoe binnen zeven werkdagen nadat hij werd ingelicht, contact op met de veroordeelde, bepaalt, na de veroordeelde gehoord te hebben en rekening houdend met zijn opmerkingen, de concrete invulling van de straf en deelt deze onverwijld mee aan het bevoegde openbaar ministerie. § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 20 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt, is het openbaar ministerie belast met de controle op de veroordeelde. De ambtenaren van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht controleren de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht en begeleiden de veroordeelde. § 3. Indien de straf onder elektronisch toezicht niet of slechts gedeeltelijk in overeenstemming met de bepalingen van artikel 37ter, § 5, wordt uitgevoerd, meldt de ambtenaar van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht dit onverwijld aan het bevoegde openbaar ministerie. Deze laatste kan dan beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht dat reeds door de veroordeelde werd uitgevoerd In dit geval staat een dag van de straf onder elektronisch toezicht die werd uitgevoerd gelijk aan een dag gevangenisstraf. Ingeval de niet of slechts gedeeltelijke uitvoering nieuwe strafbare feiten betreffen, moet bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing vastgesteld zijn dat de veroordeelde tijdens de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, heeft gepleegd.
Het bevoegde openbaar ministerie motiveert zijn beslissing en deelt deze via het snelst mogelijk schriftelijke communicatiemiddel mee : - aan de veroordeelde; - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft; - aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt; - aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht. § 4. Als de straf onder elektronisch toezicht drie maanden bedraagt of overschrijdt, wordt de veroordeelde vanaf de uitvoerlegging door de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht ingelicht over de mogelijkheid tot het aanvragen van een schorsing van de controle met elektronische middelen na een derde van de strafduur. De veroordeelde kan vanaf het moment dat hij aan de tijdsvoorwaarden voldoet een schriftelijk verzoek tot toekenning van deze schorsing indienen bij het bevoegde openbaar ministerie. Een kopie van dit schriftelijk verzoek wordt door de veroordeelde gericht aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht.
De bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht brengt binnen vijftien dagen een advies uit aan het bevoegde openbaar ministerie, dat betrekking heeft op de naleving van het programma van de concrete invulling van het elektronisch toezicht en, in voorkomend geval, van de aan de veroordeelde opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden. Dit advies vermeldt of de veroordeelde tijdens de tenuitvoerlegging van de straf onder elektronisch toezicht nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Het omvat bovendien een met redenen omkleed voorstel tot toekenning of afwijzing van de schorsing van de controle met elektronische middelen en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht nodig acht op te leggen aan de veroordeelde.
Het bevoegde openbaar ministerie kent binnen de maand na de ontvangst van het advies de schorsing van de controle met elektronische middelen toe in geval de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en het programma van de concrete invulling van het elektronisch toezicht en, in voorkomend geval, de hem opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden heeft nageleefd.
Wanneer de schorsing van de controle met elektronische middelen wordt toegekend, ondergaat de veroordeelde een proeftijd voor het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht dat hij nog moet ondergaan.
In dit geval staat een dag van de proeftijd gelijk aan een dag van de straf onder elektronisch toezicht die werd opgelegd. De veroordeelde is onderworpen aan de algemene voorwaarden alsook, in voorkomend geval, aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden.
Het bevoegde openbaar ministerie deelt zijn beslissing via het snelst mogelijk schriftelijke communicatiemiddel mee : - aan de veroordeelde; - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft; - aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt; - aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht.
Indien het verzoek tot schorsing wordt verworpen, kan een nieuw verzoek slechts worden ingediend na een termijn van twee maanden na de verwerping ervan.
Bij niet-naleving van de algemene voorwaarden en, in voorkomend geval, van de hem opgelegde bijzondere voorwaarden, kan er overgegaan worden tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen.
Het bevoegde openbaar ministerie hoort de veroordeelde in zijn opmerkingen ter zake. Ingeval de veroordeelde niet ingaat op de uitnodiging om te worden gehoord, kan dit openbaar ministerie beslissen tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen of tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Ingeval de niet naleving de algemene voorwaarde van geen nieuwe strafbare feiten plegen betreft, moet bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing vastgesteld zijn dat de veroordeelde tijdens de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht of tijdens de schorsing van de controle met elektronische middelen een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, heeft gepleegd.
De beslissing tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen omvat een beslissing over : - de bijzondere voorwaarden verbonden aan de schorsing, opgelegd door het openbaar ministerie; - het uitvoeren van het elektronisch toezicht voor de resterende proeftijd; - het opnieuw van kracht worden van de bijzondere voorwaarden in voorkomend geval opgelegd door de vonnisrechter.
Het bevoegde openbaar ministerie deelt zijn beslissing via het snelst mogelijk schriftelijk communicatiemiddel mee : - aan de veroordeelde; - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft; - aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt; - aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht. § 5. Het in de paragrafen 1 tot 4 bedoelde openbaar ministerie is het openbaar ministerie bij het vonnisgerecht dat de veroordeling tot een straf onder elektronisch toezicht heeft uitgesproken.".". Art. 46.In artikel 9 van dezelfde wet, wordt het woord "37octies" vervangen door het woord "37septies". Art. 47.In artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden "op een door de Koning te bepalen datum" vervangen door de woorden "op de dag waarop de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten3 tot wijziging van de artikelen 217, 223, 224 en 231 van het Gerechtelijk Wetboek in werking treedt.". HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van de
wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten1 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 48.Artikel 2 van de
wet van 10 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
sluiten1 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten6 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, wordt vervangen als volgt : "Art. 2.In artikel 7 van het Strafwetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009266
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter
sluiten2, worden de woorden "In correctionele zaken en in politiezaken : 1° gevangenisstraf, 2° werkstraf. De in het 1° en 2° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast." vervangen door de woorden "In correctionele zaken en in politiezaken : 1° gevangenisstraf;2° straf onder elektronisch toezicht;3° werkstraf;4° autonome probatiestraf. De in het 1° tot 4° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.".". Art. 49.Artikel 3 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 50.In artikel 6 van dezelfde wet wordt het woord "37octies" vervangen door het woord "37septies" en worden de woorden ", dat artikel 37septies wordt" opgeheven. Art. 51.In artikel 8 van dezelfde wet, dat artikel 37octies in het Strafwetboek invoegt, wordt § 1, vierde lid, vervangen als volgt : "De autonome probatiestraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten : 1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;2° die bedoeld zijn in de artikelen 375 tot 377;3° die bedoeld zijn in de artikelen 379 tot 387, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen; 4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.". Art. 52.Artikel 12 van dezelfde wet, dat artikel 58 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 12.Artikel 58 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten2, wordt aangevuld met twee leden, luidende : "Indien straffen onder elektronisch toezicht worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum een jaar bedragen.
Indien autonome probatiestraffen worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum twee jaar bedragen.".". Art. 53.Artikel 13 van dezelfde wet, dat artikel 59 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 13.In artikel 59 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten2, worden de woorden "alle geldboeten, werkstraffen" vervangen door de woorden "alle geldboeten, autonome probatiestraffen, werkstraffen, straffen onder elektronisch toezicht".". Art. 54.Artikel 14 van dezelfde wet, dat artikel 60 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 14.In artikel 60 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 februari 1977 en gewijzigd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten2, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : "In geen geval mag de uitgesproken straf één jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.".". Art. 55.Artikel 15 van dezelfde wet, dat artikel 85 van het Strafwetboek wijzigt, wordt vervangen als volgt : "Art. 15.In artikel 85, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
10/02/1999
numac
1999009059
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings
sluiten2, worden de woorden "kunnen de gevangenisstraffen, de werkstraffen en de geldboeten onderscheidenlijk tot beneden acht dagen, vijfenveertig uren en zesentwintig euro" vervangen door de woorden "kunnen de gevangenisstraffen, de straffen onder elektronisch toezicht, de werkstraffen, de autonome probatiestraffen en de geldboeten respectievelijk tot beneden acht dagen, een maand, vijfenveert …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.