← België

Decreet betreffende de vermindering van de schooluitval en tot bestrijding van het schoolverzuim van leerlingen

Kort samengevat

Dit decreet heeft als doel schooluitval te verminderen en schoolverzuim van leerlingen te bestrijden door systematische controle van schoolbezoek en de invoering van een digitaal aanwezigheidsregistratiesysteem. Het regelt ook de opvolging en begeleiding van leerlingen met langdurig schoolverzuim of risico op schooluitval.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
16 MEI 2024. - Decreet betreffende de vermindering van de schooluitval en tot bestrijding van het schoolverzuim van leerlingen (1) Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs Afdeling 1. - Wijzigingsbepalingen betreffende het regelmatig schoolbezoek Artikel 1.In Boek 1, titel VII, Hoofdstuk 1, afdeling II, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, getiteld "Systematische controle van het regelmatig schoolbezoek", waarin de artikelen 1.7.1-7 tot en met 1.7.1-9 worden overgenomen. Art. 2.Artikel 1.7.1-8 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen: "Artikel 1.7.1-8. § 1. Scholen controleren systematisch het regelmatig schoolbezoek van de leerlingen. § 2. Halve dagen afwezigheid wegens ziekte van de leerling gedekt door een medisch attest, dagvaarding door een overheidsinstantie, het overlijden van een ouder, de deelname aan wedstrijden voor topsporters, worden als gewettigd beschouwd. De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder dergelijke afwezigheden gewettigd zijn en kan andere redenen vastleggen waarom een halve dag afwezigheid als gewettigd wordt beschouwd. De directeur kan, volgens de door de Regering vastgestelde bepalingen, de afwezigheid van een halve dag als gewettigd beschouwden in geval van overmacht of in geval van uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met gezinsproblemen, psychische of lichamelijke gezondheidsproblemen van de leerling, vervoersproblemen. § 3. Wordt beschouwd als een halve dag ongewettigde afwezigheid: 1°. in het basisonderwijs, de ongewettigde afwezigheid van de leerling gedurende een halve lesdag; 2°. in het secundair onderwijs, de ongewettigde afwezigheid van de leerling gedurende vier volledige lesperiodes samengeteld op één halve lesdag of over meerdere, aparte halve lesdagen van het schooljaar. Scholen behandelen de laattijdige aankomst van leerlingen volgens het disciplinaire kader vastgelegd in hun huishoudelijk reglement." Art. 3.Artikel 1.7.1-9 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen: "Artikel 1.7.1-9. § 1. Elke school houdt voor elke klas een aanwezigheidsregister voor de leerlingen bij. De aanwezigheidsgegevens worden doorgegeven aan de diensten van de Regering volgens de voorwaarden bedoeld in artikel 1.7.1-10. § 2. Aanwezigheidsregisters moeten elke dag door de school worden bijgehouden, en dat vanaf de eerste schoolwerkdag. § 3. In de studiejaren van het basisonderwijs waarop de schoolplicht betrekking heeft, vermeldt elk register voor elke halve lesdag en voor elke leerling de aanwezigheid, de laattijdige aankomst, de gewettigde afwezigheid van een halve lesdag en de ongewettigde afwezigheid van een halve lesdag. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden geregistreerd tijdens het eerste lesuur van elke halve lesdag en worden dagelijks in de aanwezigheidsregisters ingevoerd. § 4. In de studiejaren van het secundair onderwijs, vermeldt elk register voor elke halve lesdag en voor elke leerling de aanwezigheid, de gewettigde afwezigheid van een lesperiode, de laattijdige aankomst, de ongewettigde afwezigheid van een lesperiode, de gewettigde afwezigheid van een halve lesdag en de ongewettigde afwezigheid van een halve lesdag. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden voor elke lesperiode geregistreerd en worden dagelijks in de aanwezigheidsregisters ingevoerd. § 5. De scholen werken hun aanwezigheidsregisters zo bij dat elke ongewettigde afwezigheid van een leerling daarin aangeduid is op de dag waarop de ongewettigde aard ervan bekend is. Het ongewettigde karakter van een afwezigheid wordt door de scholen bevestigd binnen vijf schoolwerkdagen vanaf de dag van de afwezigheid. Bij gebreke van een wettiging binnen deze termijn, wordt de afwezigheid als ongewettigd beschouwd. In het geval van een fout in de ingevoerde gegevens of wanneer de wettiging van de afwezigheid na deze periode aan de school wordt meegedeeld als gevolg van overmacht of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, zal de directeur dat onmiddellijk melden aan de diensten van de Regering die de nodige correcties zullen aanbrengen. § 6. Onverminderd de bepalingen in artikel 1.7.3-1, § 3, wordt, wanneer de aan- of afwezigheid van de leerling niet of onjuist is ingevoerd in het aanwezigheidsregister vóór enige teldatum, deze niet meegeteld op de betrokken teldatum voor de berekening van het periode-kapitaal of het totale aantal leraarperioden, het organieke kader van het niet-onderwijzend personeel, de minimumbevolking van de school en de werkingsdotaties of -subsidies van de school." Art. 4.In Boek 1, Titel VII, Hoofdstuk 1, Afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een tweede onderafdeling ingevoegd met als titel "Mededeling van gegevens die een systematische controle van het regelmatige schoolbezoek mogelijk maken", waarbij de artikelen 1.7.1-10 en 1.7.1-11 worden overgenomen. Art. 5.Artikel 1.7.1-10 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen: "Artikel 1.7.1-10. - § 1. Elke kleuterschool, lagere school, basis- of secundaire school, met volledig of alternerend leerplan, gewoon of gespecialiseerd, georganiseerd of gesubsidieerd, voedt zijn aanwezigheidsregisters en deelt de ongewettigde afwezigheden van zijn leerlingen mee aan de diensten van de Regering. Daartoe krijgen scholen een computerapplicatie ter beschikking waarmee ze de controle van het regelmatige schoolbezoek kunnen systematiseren. De verwerking van persoonsgegevens die wordt uitgevoerd in overeenstemming met het eerste lid is erop gericht aan de volgende doeleinden te voldoen: 1° de controle mogelijk maken van het regelmatige schoolbezoek van leerlingen in het onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; 2. de verwerking door scholen en diensten van de Regering van ongewettigde afwezigheden systematiseren en versnellen, met name om de snelle activering mogelijk te maken van de maatregelen bestemd om onregelmatige aanwezigheid als bedoeld in de artikelen 1.7.1-28 en 1.7.1-29 te voorkomen; 3° in voorkomend geval de snelle en automatische activering van de opvolging en individuele begeleiding van leerlingen die school langdurig verzuimen, of het risico lopen op schooluitval of zich in een schooluitvalsituatie bevinden, en dat in overeenstemming met artikelen 1.7.1-31 e.v.; 4° de diensten van de Regering de mogelijkheid bieden om de naleving door de scholen van de hun door of krachtens deze afdeling opgelegde verplichtingen te controleren;5. de omkadering en financiering die scholen genieten, met name wat betreft de schoolbevolking van de scholen, kunnen bepalen en controleren;6° een statistische verwerking mogelijk maken in het kader van de sturing van het educatief systeem en de strijd tegen schoolverzuim en schooluitval, of in het kader van wetenschappelijk onderzoek.In voorkomend geval worden de gegevens vooraf gepseudonimiseerd of geanonimiseerd. § 2. De categorieën van gegevens die worden verwerkt in het kader van de in paragraaf 1 bedoelde computerapplicatie zijn de volgende: 1° gegevens met betrekking tot de identificatie, de inschrijving en het lesrooster van de leerling en de school die hij bezoekt.Ze worden gevoed door gegevens die in eerste instantie worden verwerkt op grond van decretale of reglementaire bepalingen en afkomstig zijn uit databanken die in toepassing daarvan werden aangemaakt; 2° gegevens met betrekking tot de datum van de betrokken dag;3° gegevens verzameld door de gebruikers bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 2° en 3°, en betrekking hebbend op: a) de aanwezigheidsstatus van de leerling op school, namelijk aanwezigheid, laattijdige aankomst, gewettigde afwezigheid of ongewettigde afwezigheid; b) indien van toepassing, de aard van de reden bedoeld in artikel 1.7.1-8, § 2, die de afwezigheid van de leerling wettigt. § 3. De volgende personen hebben toegang tot de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde computerapplicatie voor de volgende doeleinden: 1° de inrichtende macht van de school.Deze laatste kan de in paragraaf 2 bedoelde gegevens raadplegen; 2° de schooldirecteur of zijn afgevaardigde.Deze laatste kan: (a) de in paragraaf 2 bedoelde gegevens raadplegen;b) de in paragraaf 2, 3°, bedoelde gegevens invoeren, wijzigen of verwijderen; c) de in paragraaf 2 bedoelde gegevens afdrukken overeenkomstig artikel 1.7.1-11, § 2, 5° ; 3° leden van de onderwijsteams.Zij kunnen: a) de in paragraaf 2 bedoelde gegevens raadplegen;b) de in paragraaf 2, 3°, bedoelde gegevens invoeren, wijzigen of verwijderen. De inrichtende macht van de school bedoeld in het eerste lid, 1°, heeft toegang tot de computerapplicatie bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, voor alle leerlingen ingeschreven in de school of scholen die ze inricht. De directeur van de school of zijn gemachtigde bedoeld in het eerste lid, 2°, heeft toegang tot de computerapplicatie als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, voor alle leerlingen ingeschreven in de school waar hij bevoegd is. Elk lid van het onderwijsteam bedoeld in het eerste lid, 3°, heeft enkel toegang tot de computerapplicatie bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, voor de leerlingen ingeschreven in de school, het (de) niveau(s) en de groep(en)-klas (sen) waarvoor hij bevoegd is. In het kader van de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde doeleinden hebben de diensten van de Regering en hun onderaannemers toegang tot alle in paragraaf 2 bedoelde gegevens. In het kader van het doeleinde bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6°, hebben de diensten van de Regering en hun onderaannemers toegang tot persoonsgegevens met het oog op de pseudonimisering of anonimisering ervan De diensten van de Regering, hun onderaannemers en personen die verantwoordelijk zijn voor een wetenschappelijke onderzoeksmissie kunnen toegang krijgen tot gepseudonimiseerde of geanonimiseerde gegevens. § 4. De in paragraaf 2 bedoelde gegevens met betrekking tot het lopende schooljaar kunnen worden geraadpleegd door de in paragraaf 3 bedoelde personen. De in paragraaf 2 bedoelde gegevens worden dan passief bewaard voor een periode van zeventien jaar vanaf het einde van het schooljaar waarop ze betrekking hebben. In afwijking daarop mogen de gegevens langer worden bewaard dan de in het tweede lid bedoelde termijn, voor zover ze dienen als gehele of gedeeltelijke grondslag voor een lopende administratie- of betwistingsprocedure tijdens dewelke deze termijn verstrijkt. De bewaringstermijn wordt dan verlengd tot het definitieve einde van de betreffende procedure. § 5. De Regering legt het model voor de computerapplicatie vast. De lijst en het formaat van de gegevens die in deze computerapplicatie zijn opgenomen, worden door de Regering in dat model vastgelegd. § 6. Het Ministerie van de Franse Gemeenschap is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in de in dit artikel bedoelde computerapplicatie in de zin van artikel 4, 7) van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, "(Algemene Verordening Gegevensbescherming)", hierna "AVG"; De inrichtende machten hebben de status van onderaannemer in de zin van artikel 4, 8) van de AVG, wanneer ze gebruikmaken van de in dit artikel bedoelde computerapplicatie." Art. 6.Artikel 1.7.1-11 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen: "Artikel 1.7.1-11. - § 1. De diensten van de Regering creëren, volgens de door de Regering vastgestelde procedures en onder voorbehoud van de validatie door de inrichtende macht van de school, de toegangsrechten voor de gebruikers van de in artikel 1.7.1-10 bedoelde computerapplicatie die onder de aansprakelijkheid van deze inrichtende macht vallen. § 2. Dankzij de in artikel 1.7.1-10 bedoelde computerapplicatie kunnen de directeur van de school of zijn afgevaardigde volgende beheershandelingen uitvoeren: 1° de schoolkalender van de school indelen volgens de vakantieperiodes, de schooldagen, de schorsingsdagen van de lessen en de verlofdagen bedoeld in de artikelen 1.9.1-1 e.v.; 2. alle leerlingen in de school in verschillende klasgroepen verdelen; 3° aan elk lid van het onderwijsteam de klasgroep(en) toewijzen waarvoor hij verantwoordelijk is en waarvoor hij een aanwezigheidsregister bijhoudt overeenkomstig artikel 1.7.1-9; 4° opzoekingen doen in de aanwezigheidsregisters per leerling, per klas of per periode;5° de aanwezigheidsregisters of de resultaten van de in 4° bedoelde opzoekingen afdrukken. § 3. De diensten van de Regering staan in voor het beheer en onderhoud van de in artikel 1.7.1-10 bedoelde computerapplicatie. De verwerking van persoonsgegevens opgenomen in deze applicatie ressorteert onder het veiligheidsbeleid van het Ministerie van de Franse Gemeenschap. Om de naleving van het veiligheidsbeleid te waarborgen, kan het Ministerie van de Franse Gemeenschap audits en risicoanalyses laten uitvoeren. Het Ministerie kan de inrichtende macht ook verzoeken alle nodige corrigerende maatregelen te nemen." Afdeling 2. - Bepalingen tot invoering van het individuele opvolgings- en begeleidingsschema van toepassing op leerlingen die school langdurig verzuimen, of het risico lopen op schooluitval of zich in een schooluitvalsituatie bevinden Art. 7.In Boek 1, Titel VII, Hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek wordt Afdeling IV als volgt vervangen: "Afdeling IV. - Ondersteuning van de schoolherinschakeling Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 1.7.1-25. In de zin van deze afdeling wordt verstaan onder: 1° pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning: de pijler van het individuele opvolgings- en begeleidingsschema van toepassing op leerlingen die school langdurig verzuimen als bedoeld in artikel 1.7.1-32; 2° pijler 2 rond interventie: de pijler van het individuele opvolgings- en begeleidingsschema van toepassing op leerlingen die het risico lopen op schooluitval als bedoeld in artikel 1.7.1-37; 3° pijler 3 rond compensatie: de pijler van het individuele opvolgings- en begeleidingsschema van toepassing op leerlingen in een schooluitvalsituatie als bedoeld in artikel 1.7.1-43; 4° schoolintegratiecel (CIS): een van de cellen bedoeld in artikel 40/3 van het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten; 5° controle van het schoolbezoek: de systematische controle van de regelmatigheid van het schoolbezoek bedoeld in de artikelen 1.7.1-8 en 1.7.1-9; 6° decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten: het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie 7.halve dag ongewettigde afwezigheid: de halve dag afwezigheid bedoeld in artikel 1.7.1-8, § 3; 8° minderjarige leerling: de leerplichtige leerling overeenkomstig de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht; 9° herinschakelingsborger de in artikel 1.7.1-30 bedoelde persoon; 10° tussenpersoon: de dienst of natuurlijke of rechtspersoon, al dan niet uit de schoolsector, die instaat voor de individuele begeleiding van een leerling die de school langdurig verzuimt, of het risico loopt op schooluitval of zich in een schooluitvalsituatie bevindt.Volgens de toepasselijke pijler bedoeld in 1°, 2° of 3° kan het meer bepaald gaan om: a) een of meer leden van het voor de betrokken leerling bevoegde onderwijsteam;b) een of meer leden van het multidisciplinaire team van het PMS-centrum dat bevoegd is voor de betrokken leerling;c) een huiswerkschool;d) een externe dienst, zoals de diensten voor acties in een open omgeving of de diensten voor hulpverlening aan de jeugd;e) een dienst voor geestelijke gezondheidszorg; 11° sturingsbegeleider: de persoon bedoeld in artikel 1.7.1-31, § 2, eerste lid, 1° ; 12° dienst voor schoolherinschakeling (SAS): een van de diensten bedoeld in artikel 21 van het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten;13° dienst voor hulpverlening aan de jeugd: de diensten die helpen bij de uitvoering van individuele beslissingen in het kader van hulpprogramma's ontwikkeld door de adviseur voor hulpverlening aan de jeugd en de directeur van de jeugdbescherming, in de zin van het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming type decreet prom. 18/01/2018 pub. 16/02/2018 numac 2018010829 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de jaarlijkse schoolkalender type decreet prom. 18/01/2018 pub. 28/02/2018 numac 2018010954 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het brevet van ziekenhuisverpleger in het secundair onderwijs voor sociale promotie van de vierde graad sluiten houdende het houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming, als mandaterende instanties of door de Jeugdrechtbank, zoals: a) de opdrachtdiensten erkend op grond van het decreet van 18 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/01/2018 pub. 03/04/2018 numac 2018011568 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming type decreet prom. 18/01/2018 pub. 16/02/2018 numac 2018010829 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de jaarlijkse schoolkalender type decreet prom. 18/01/2018 pub. 28/02/2018 numac 2018010954 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het brevet van ziekenhuisverpleger in het secundair onderwijs voor sociale promotie van de vierde graad sluiten houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming;b) niet-erkende diensten die meewerken aan de maatregelen genomen door de besluitvormingsinstanties;14° externe dienst: een van de diensten in de zin van artikel 1, 5°, van het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten; 15° luik "Schoolbezoek" van het DAccE: het luik van het begeleidingsdossier van de leerling (DAccE) bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5/1. Art. 1.7.1-26. De ondersteuning van de schoolherinschakeling is gericht op het handhaven of herstellen van de regelmatigheid waarmee de leerling de school waar hij is ingeschreven bezoekt. De organisatie van de ondersteuning van de schoolherinschakeling omvat: 1° de in onderafdeling 2 bedoelde collectieve maatregelen ter voorkoming van schoolverzuim en schooluitval;2° de individuele opvolgings- en begeleidingsmaatregelen van toepassing op leerlingen die school langdurig verzuimen, of het risico lopen op schooluitval of zich in een schooluitvalsituatie bevinden zoals bedoeld in onderafdeling 3 en volgende.Die maatregelen worden binnen het individuele opvolgings- en begeleidingsschema georganiseerd om schoolverzuim en schooluitval te bestrijden, met inbegrip van een pijler rond vroegtijdige ondersteuning, een pijler rond interventie en een pijler rond compensatie. Onderafdeling 2. - Algemene maatregelen ter voorkoming van schoolverzuim en schooluitval Art. 1.7.1-27. § 1. De directeur en het onderwijsteam staan in, voor alle leerlingen, voor een collectieve preventie van schooluitval binnen de inrichting. Deze preventie maakt, in voorkomend geval, deel uit van de doelstellingenovereenkomst van de school en de onderwerpen bedoeld in artikel 1.5.2-3, § 2, eerste lid, 2°. Als onderdeel van deze collectieve preventie implementeert elke school de volgende minimale acties voor alle leerlingen om de herinschakeling te bevorderen en schooluitval te voorkomen: 1° het schoolbezoek opvolgen overeenkomstig de artikelen 1.7.1-8 en 1.7.1-9, om elk risico op schooluitval zo snel mogelijk op te sporen; 2° hulpmiddelen en systemen inzetten en diversifiëren om de schoolherinschakeling te bevorderen voor alle leerlingen van de school; 3° in het secundair onderwijs, een herinschakelingsborger aanstellen overeenkomstig artikel 1.7.1-30. § 2. Wanneer een directeur vaststelt dat een minderjarige leerling in moeilijkheden verkeert, of zijn gezondheid of veiligheid in gevaar is, of zijn onderwijsomstandigheden in het gedrang komen door zijn gedrag, dat van zijn familie of zijn familieleden, meer bepaald in geval van verdacht schoolverzuim, meldt hij die toestand aan de adviseur voor hulpverlening aan de jeugd volgens de meldings- en motiveringsvoorwaarden die vooraf met die adviseur bepaald werden. Art. 1.7.1-28. Wanneer uit de controle van het schoolbezoek blijkt dat een leerling gedurende het schooljaar negen halve dagen ongewettigd afwezig is geweest, sturen de diensten van de Regering een brief aan de ouders van de minderjarige leerling of aan de leerling zelf als hij meerderjarig is. Deze brief vestigt de aandacht van de geadresseerde op de mogelijke gevolgen van een verlenging van de afwezigheden, met name wat betreft de bekrachtiging van de studies, en herinnert, in het geval van een minderjarige leerling, aan de voorwaarden van de leerplicht. In afwijking van het eerste lid, wanneer een leerling in het voorafgaande schooljaar in totaal negen halve dagen ongewettigd afwezig was en de leerling in het huidige schooljaar opnieuw halve dagen ongewettigd afwezig is, sturen de diensten van de Regering geen nieuwe brief aan de ouders van de minderjarige leerling of aan de leerling zelf indien hij meerderjarig is. Art. 1.7.1-29. Vanaf 12 halve dagen ongewettigde afwezigheid in de loop van het schooljaar stuurt de directeur een dagvaarding naar de leerling en, indien hij minderjarig is, naar zijn ouders voor een gesprek. Dit gesprek heeft tot doel de leerling en, indien hij minderjarig is, zijn ouders te herinneren aan hun verantwoordelijkheden met betrekking tot de bepalingen inzake ongewettigde afwezigheid, hen bewust te maken van de negatieve gevolgen van schoolverzuim en een dialoog met hen aan te gaan om de middelen en acties te overwegen om deze ongewettigde afwezigheden te voorkomen of te verhelpen. Wordt er niet ingegaan op de dagvaarding bedoeld in het eerste lid, dan zal de directeur of een door hem aangesteld lid van het onderwijsteam, contact opnemen met de ouders van de minderjarige leerling of met de meerderjarige leerling, of naar de woning of verblijfplaats van de leerling gaan. In afwijking van het eerste lid, wanneer een leerling in het voorafgaande schooljaar 12 halve dagen ongewettigd afwezig was, zal de directeur die leerling en, indien hij minderjarig is, zijn ouders dagvaarden voor een gesprek zodra de leerling in het lopende schooljaar vijf halve dagen ongewettigd afwezig was. Art. 1.7.1-30. § 1 In het secundair onderwijs stelt de inrichtende macht een "herinschakelingsborger" aan in elke school die ze organiseert. In één school kunnen meerdere "herinschakelingsborgers" aangesteld worden als ze meerdere vestigingen telt. In het basisonderwijs kan de inrichtende macht een "herinschakelingsborger" aanstellen in elke school die ze organiseert. De "herinschakelingsborger" wordt binnen het onderwijsteam gekozen. § 2. De inrichtende macht stelt de actieradius van de "herinschakelingsborger" binnen de betreffende school vast. De "herinschakelingsborger" voert met name de volgende taken uit: 1° ervoor zorgen dat het onderwijsteam wordt geïnformeerd over het fenomeen schooluitval, de factoren en risico's verbonden aan schooluitval, de detectie-instrumenten en het individuele opvolgings- en begeleidingsschema met zijn drie pijlers bedoeld in artikel 1.7.1-31; 2° de gemeenschap van de sturingsbegeleiders binnen de school leiden om de opvolging van de betrokken leerlingen te waarborgen, en meer bepaald: (a) door hun opleiding te faciliteren;b) door regelmatig collectieve vergaderingen te organiseren om de praktijken te bespreken;3. potentiële tussenpersonen in de buurt van de school identificeren en partnerschappen uitbouwen om over het vereiste begeleidingsaanbod te beschikken om pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning op te zetten;4. ervoor zorgen dat alle betrokken leerlingen in de school worden opgevolgd in het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning;5° toezien op de coherentie van de praktijken in het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning, met name ingeval de aangestelde sturingsbegeleider niet beschikbaar is;6. indien ze werd opgericht, zetelen in de plaatselijke overlegcel bedoeld artikel 4 van het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten. In het kader van de voortgezette beroepsopleiding bedoeld in Boek 6, titel 1, geniet de "herinschakelingsborger" een specifieke opleiding die de verschillende aspecten van de in het eerste lid bedoeld taken omvat. De "herinschakelingsborger" kan gelijktijdig de rol van sturingsbegeleider en van tussenpersoon uitoefenen. Onderafdeling 3. - De pijlers rond vroegtijdige ondersteuning, interventie en compensatie van het individuele opvolgings- en begeleidingsschema ter bestrijding van schoolverzuim en schooluitval Art. 1.7.1-31. § 1 Om schoolverzuim en schooluitval tegen te gaan, moeten een opvolging en individuele begeleiding afgestemd op de situatie van de leerling geïmplementeerd worden in toepassing van het volgende schema: 1° de leerling die de school langdurig verzuimt, krijgt een opvolging en begeleiding in het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning;2° de leerling die het risico loopt op schooluitval, krijgt een opvolging en begeleiding in het kader van pijler 2 rond interventie;3° de leerling in een schooluitvalsituatie krijgt een opvolging en begeleiding in het kader van pijler 3 rond compensatie; De toepassing van deze drie pijlers is progressief en wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 1.7.1-32 en volgende. § 2. Voor elk van de pijlers bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt de interventie voorzien van: 1° een sturingsbegeleider die tot taak heeft de opvolging van de betrokken leerling te verzekeren overeenkomstig de bepalingen van toepassing op elk van de in paragraaf 1 bedoelde pijlers;2° een of meer tussenperso(o)n(en) die tot taak heeft (hebben) de betrokken leerling te begeleiden overeenkomstig de bepalingen van toepassing op elk van de in paragraaf 1 bedoelde pijlers. Een lid van het onderwijsteam van de school of het multidisciplinaire team van het PMS-centrum kan tegelijkertijd de rol van sturingsbegeleider en de rol van tussenpersoon uitoefenen. § 3. In geval van een verandering van school zijn de beslissingen genomen op grond van de artikelen 1.7.1-35, 1.7.1-36, 1.7.1-40, 1.7.1-41 en 1.7.1-46 bindend voor de nieuwe school en, indien van toepassing, voor het nieuwe PMS-centrum. § 4. Een meerderjarige leerling wordt slechts één keer opgevangen in het individuele opvolgings- en begeleidingsschema ter bestrijding van schoolverzuim en schooluitval. De meerderjarige leerling wordt een tweede keer opgevangen als hij tijdens zijn eerste ondersteuning in het individuele opvolgings- en begeleidingsschema ter bestrijding van schoolverzuim en schooluitval de meerderjarigheid heeft bereikt. Wanneer een leerling meerderjarig wordt tijdens zijn ondersteuning in het individuele opvolgings- en begeleidingsschema ter bestrijding van schoolverzuim en schooluitval, wordt hij opgevolgd en begeleid volgens het schema dat op minderjarige leerlingen van toepassing is. § 5. Zodra een opvolging en individuele ondersteuning worden geactiveerd, wordt de opvolging van de leerling vermeld in het luik "schoolbezoek" van het DAccE. Onderafdeling 4. - Pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning Art. 1.7.1-32. Pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning bestaat uit de invoering van gerichte en individuele preventieacties voor leerlingen die school langdurig verzuimen. De preventie is bedoeld om het risico op schooluitval te voorkomen. Art. 1.7.1-33. § 1. Met betrekking tot minderjarige leerlingen wordt pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning systematisch door de school geactiveerd voor elke leerling die school langdurig verzuimt volgens een van de volgende situaties: 1. in één schooljaar 13 halve dagen ongewettigd afwezig geweest zijn;2° in het voorgaande schooljaar het voorwerp geweest zijn van een positieve afsluiting met betrekking tot pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning, pijler 2 rond interventie of pijler 3 rond compensatie en gedurende het lopende schooljaar twee halve dagen ongewettigd afwezig geweest zijn;3° het voorwerp zijn geweest van een positieve afsluiting met betrekking tot de uitvoering van pijler 3 rond compensatie en naar school teruggekeerd zijn na een begeleiding door een dienst voor schoolherinschakeling of door een dienst voor hulpverlening aan de jeugd.De duur van de opvolging en begeleiding uitgevoerd in het kader van pijler 1 is vastgelegd in het protocol bedoeld in artikel 35, eerste lid, van het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2013 pub. 29/01/2014 numac 2014029030 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de Culturele centra type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029203 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van verschillende schoolstelsels ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van studieoriëntatie type decreet prom. 21/11/2013 pub. 03/04/2014 numac 2014029205 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot organisatie van een gemeenschappelijk beleid inzake leerplichtonderwijs en hulpverlening aan de jeugd ter bevordering van het welzijn van jongeren op school, schoolherinschakeling, preventie van geweld op school en begeleiding van de studieoriëntatie sluiten. Onverminderd het eerste lid, 2°, kan pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning geactiveerd worden door de directeur, of zijn afgevaardigde, voor minderjarige leerlingen van wie de opvolging en begeleiding in pijler 2 rond interventie positief zijn afgesloten, in overeenstemming met artikel 1.7.1-40, § 3. Deze beslissing wordt genomen na overleg met de sturingsbegeleider die in het kader van pijler 2 rond interventie instond voor de opvolging. In dat geval mogen de opvolging en begeleiding in het kader van pijler 1 niet langer dan één maand duren. Het verstrijken van deze termijn wordt opgeschort voor de duur van de schoolvakanties, buiten de zomervakantie. § 2. Met betrekking tot meerderjarige leerlingen wordt pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning systematisch geactiveerd voor elke leerling die school langdurig verzuimt en in één schooljaar 13 halve dagen ongewettigd afwezig was. Pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning kan geactiveerd worden voor elke meerderjarige leerling van wie de opvolging en begeleiding in pijler 2 rond interventie positief zijn afgesloten, in overeenstemming met artikel 1.7.1-41, § 3. De noodzaak van een dergelijke activering wordt beoordeeld door de directeur, of zijn afgevaardigde, na overleg met de sturingsbegeleider die instond voor de opvolging in het kader van pijler 2 rond interventie in overeenstemming met artikel 1.7.1-39. In dat geval mogen de opvolging en begeleiding in het kader van pijler 1 niet langer dan één maand duren. Het verstrijken van deze termijn wordt opgeschort voor de duur van de schoolvakanties, buiten de zomervakantie. § 3. Zodra pijler 1 is geactiveerd, ontvangen de schooldirecteur en de ouders van de minderjarige leerling of de meerderjarige leerling een melding die automatisch door de DAccE-computerapplicatie wordt aangemaakt. Art. 1.7.1-34. § 1. In het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wijst de schooldirecteur of zijn afgevaardigde binnen het onderwijsteam een sturingsbegeleider aan die de leerling opvolgt en toeziet op de toestand om een verslechtering van het schoolbezoek van de leerling op te sporen en te voorkomen. Als de leerling van school verandert tijdens de implementatie van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning, wijst de directeur van de nieuwe school, of zijn afgevaardigde, een sturingsbegeleider aan die verantwoordelijk is voor de opvolging van de betrokken leerling. Als onderdeel van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning voert de sturingsbegeleider zijn opvolgingstaak uit: 1° door het opstellen van een begeleidingsvoorstel overeenkomstig paragraaf 2, vierde lid;2° door regelmatig na te gaan of de betrokken leerling een voortdurende begeleiding geniet en, indien nodig, door de begeleidingsmethoden aan te passen; 3° door, indien nodig, de klassenraad te informeren in het kader van de deliberatie bedoeld in artikel 1.7.1-55. § 2. In het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wordt de individuele begeleiding van de leerling uitgevoerd door een of meer interne of externe tussenperso(o)n(en). Om een begeleidingsvoorstel op maat uit te werken, gaat de sturingsbegeleider een dialoog aan met de leerling en, als hij minderjarig is, met zijn ouders. Hij kan ook elke andere persoon uit de directe omgeving van de leerling ontmoeten die hem over de situatie van de leerling kan informeren. Hij stelt een beknopte inventaris op van de situatie van de betrokken leerling, en identificeert daartoe meer bepaald: 1° de oorza(a)k(en) van de herhaalde ongewettigde afwezigheden van de leerling;2° de eventueel reeds ondernomen actie(s) in het verleden. Afhankelijk van de situatie van de betrokken leerling en, indien hij minderjarig is, van de situatie van zijn ouders, vraagt de sturingsbegeleider een of meer relevante tussenpersonen om een aangepaste begeleiding aan de leerling aan te bieden en, desgevallend, aan zijn ouders. Wanneer de sturingsbegeleider geen tussenpersoon kan vinden om begeleiding aan te bieden, wijst de directeur een interne tussenpersoon op de school aan. Na overleg met de betrokken leden van het onderwijsteam en met de tussenpero(o)n(en) die de leerling zal of zullen begeleiden, stelt de sturingsbegeleider het begeleidingsvoorstel op. Hij overhandigt het aan de betrokken leerling en, als hij minderjarig is, aan zijn ouders. Vanaf de tweede graad van het gewoon secundair onderwijs en vorm 4 van het gespecialiseerd secundair onderwijs wordt het begeleidingsvoorstel opgenomen in een begeleidingsovereenkomst. Dit document wordt door de sturingsbegeleider opgesteld op basis van een dialoog met de leerling en overleg met het onderwijsteam en, indien van toepassing, met een lid van het multidisciplinaire team van het PMS-centrum. De begeleidingsovereenkomst kadert uitsluitend in een educatie- en vormingsfilosie en bevat de verbintenissen van de leerling en sturingsbegeleider om een regelmatig en blijvend schoolbezoek te herstellen. Ze wordt ondertekend door de sturingsbegeleider, de leerling en, als hij minderjarig is, door zijn ouders. De sturingsbegeleider vermeldt en actualiseert de geïmplementeerde begeleidingsmaatregelen in het luik "schoolbezoek" van het DAccE. § 3. Als onderdeel van de in paragraaf 1 bedoelde taken zorgt de sturingsbegeleider voor regelmatig overleg met: 1° de betrokken leerling en, indien hij minderjarig is, met zijn ouders;2° de betrokken leden van het onderwijsteam;3° de ingeschakelde tussenperso(o)n(en). Bij afwezigheid van de sturingsbegeleider verzekert de directeur, of zijn afgevaardigde, de continuïteit van de opvolging van de leerling. Bij vertrek of langdurige afwezigheid van de sturingsbegeleider wijst de directeur, of zijn afgevaardigde, een nieuwe sturingsbegeleider aan om de betrokken leerling op te volgen. Art. 1.7.1-35. § 1. Voor minderjarige leerlingen wordt pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning afgesloten: 1° wanneer overeenkomstig paragraaf 2 een met redenen omklede beslissing tot vervroegde afsluiting van de opvolging en begeleiding wordt genomen;2° wanneer een positieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 3;3° wanneer een negatieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 4. De sturingsbegeleider wordt van zijn taak ontheven wanneer pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wordt afgesloten. § 2. Wanneer aan het einde van een eerste analyse door de sturingsbegeleider blijkt dat de halve dagen ongewettigde afwezigheid van de minderjarige leerling worden verklaard door tijdelijke omstandigheden zonder dat er enig risico bestaat op schooluitval, kan de directeur of zijn afgevaardigde een met redenen omklede beslissing nemen om de opvolging en begeleiding vroegtijdig af te sluiten. § 3. Na overleg met de minderjarige leerling en zijn ouders, evenals met de betrokken leden van het onderwijsteam en de tussenperso(o)n(en) die de leerling begeleiden, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning positief af als blijkt dat de regelmatigheid van de aanwezigheid van de minderjarige leerling is verbeterd. Deze positieve afsluiting kan tijdens het schooljaar of aan het einde van het schooljaar worden genomen. Als de leerling die het voorwerp uitmaakte van een positieve afsluiting opnieuw halve dagen ongewettigd afwezig blijft, kan de sturingsbegeleider de opvolging van de leerling opnieuw activeren en de begeleiding van de leerling aanpassen, rekening houdend met de eerder uitgevoerde acties. In dit geval beslist de sturingsbegeleider opnieuw over de situatie van de betrokken leerling aan het einde van het schooljaar. In geval van reactivering of bij afwezigheid van reactivering van pijler 1, wordt pijler 2 rond interventie geactiveerd wanneer aan de activeringsvoorwaarden bedoeld in artikel 1.7.1-38, § 1, is voldaan. § 4. Wanneer de minderjarige leerling het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid bedoeld in artikel 1.7.1-38, § 1 heeft bereikt, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning negatief af. In dat geval wordt pijler 2 rond interventie geactiveerd overeenkomstig artikel 1.7.1-38. De halve dagen ongewettigde afwezigheid worden geteld overeenkomstig de artikelen 1.7.1-8 en 1.7.1-9. § 5. Aan het einde van het schooljaar kan de sturingsbegeleider, na overleg met de minderjarige leerling en zijn ouders, alsook met de betrokken leden van het onderwijsteam en de tussenperso(o)n(en) die de leerling begeleiden, de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning verlengen, wanneer het nodig blijkt om de opvolging en begeleiding van de minderjarige leerling gedurende het volgende schooljaar voort te zetten. Ingeval de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wordt verlengd, zullen de opvolging en begeleiding in pijler 1 het volgende schooljaar worden voortgezet. Tenzij door de directeur, of zijn afgevaardigde, een wijziging van benoeming wordt beslist, blijft de eerder aangestelde sturingsbegeleider instaan voor de opvolging van de betrokken leerling. De telling van het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid die de activering van pijler 2 rond interventie rechtvaardigt, houdt geen rekening met de halve dagen ongewettigde afwezigheid die de leerling in het voorgaande schooljaar heeft bereikt. § 6. De afsluiting en/of verlenging van de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wordt vermeld in het luik "schoolbezoek" van het DAccE. Wanneer pijler 1 wordt afgesloten, ontvangen de schooldirecteur en de ouders van de minderjarige leerling een melding die automatisch door de DAccE-computerapplicatie wordt aangemaakt. Art. 1.7.1-36. § 1. Voor meerderjarige leerlingen wordt pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning afgesloten: 1° wanneer overeenkomstig paragraaf 2 een met redenen omklede beslissing tot vervroegde afsluiting van de opvolging en begeleiding wordt genomen;2° wanneer een positieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 3;3° wanneer een negatieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 4. De sturingsbegeleider wordt van zijn taak ontheven wanneer pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wordt afgesloten. § 2. Wanneer aan het einde van een eerste analyse door de sturingsbegeleider blijkt dat de halve dagen ongewettigde afwezigheid van de meerderjarige leerling worden verklaard door tijdelijke omstandigheden zonder dat er enig risico bestaat op schooluitval, kan de directeur of zijn afgevaardigde een met redenen omklede beslissing nemen om de opvolging en begeleiding vroegtijdig af te sluiten. § 3. Na overleg met de meerderjarige leerling, evenals met de betrokken leden van het onderwijsteam en de tussenperso(o)n(en) die de leerling begeleiden, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning positief af als blijkt dat de regelmatigheid van het schoolbezoek van de meerderjarige leerling is verbeterd. Deze positieve afsluiting kan tijdens het schooljaar of aan het einde van het schooljaar worden genomen. Als de leerling die het voorwerp uitmaakte van een positieve afsluiting opnieuw halve dagen ongewettigd afwezig blijft, kan de sturingsbegeleider de opvolging van de leerling opnieuw activeren en de begeleiding van de leerling aanpassen, rekening houdend met de eerder uitgevoerde acties. In dit geval beslist de sturingsbegeleider opnieuw over de situatie van de betrokken leerling aan het einde van het schooljaar. In geval van reactivering of bij afwezigheid van reactivering van pijler 1, wordt pijler 2 rond interventie geactiveerd wanneer aan de activeringsvoorwaarden bedoeld in artikel 1.7.1-38, § 2, is voldaan. § 4. Wanneer de meerderjarige leerling het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid bedoeld in artikel 1.7.1-38, § 1 heeft bereikt, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning negatief af. In dat geval wordt pijler 2 rond interventie geactiveerd onder de voorwaarden bedoeld artikel 1.7.1- 38, § 2. Wanneer de meerderjarige leerling die in het secundair onderwijs schoolloopt 30 dagen ongewettigd afwezig is en niet voldoet aan de ondersteuningsvoorwaarden van pijler 2 bedoeld in artikel 1.7.1-38, § 2, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning negatief af. Aan het einde van het schooljaar en na overleg met de meerderjarige leerling, evenals met de betrokken leden van het onderwijsteam en de tussenperso(o)n(en) die de leerling begeleiden, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning negatief af als blijkt dat de regelmatigheid van het schoolbezoek niet hersteld kan of kon worden. De halve dagen ongewettigde afwezigheid worden geteld overeenkomstig de artikelen 1.7.1-8 en 1.7.1-9. In afwijking van artikel 1.7.7-1, derde lid, ingeval de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning negatief wordt afgesloten, wordt de meerderjarige leerling die tussen 18 en 21 jaar oud is en niet regelmatig is ingeschreven in het vijfde, zesde of zevende jaar van het gewoon secundair onderwijs of vorm 4 van het gespecialiseerd secundair onderwijs of de meerderjarige leerling ouder dan 21 jaar niet verondersteld jaar na jaar in dezelfde school te zijn ingeschreven. Indien de betrokken meerderjarige leerling daar om verzoekt, is zijn herinschrijving in dezelfde school of zijn inschrijving in een nieuwe school onderworpen aan de toestemming van de directeur van de betrokken school. Wanneer de sturingsbegeleider de opvolging en begeleiding van de leerling negatief afsluit, sturen de diensten van de Regering een brief naar de meerderjarige leerling om hem te informeren over de mogelijke hulp voor een eventuele heroriëntatie. § 5. De opvolging en begeleiding van een meerderjarige leerling binnen pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning worden systematisch afgesloten aan het einde van het schooljaar. § 6. De afsluiting van de ondersteuning in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning wordt vermeld in het luik "schoolbezoek" van het DAccE Wanneer pijler 1 wordt afgesloten, ontvangen de schooldirecteur en de meerderjarige leerling een melding die automatisch door de DAccE-computerapplicatie wordt aangemaakt. Onderafdeling 5. - Pijler 2 rond interventie Art. 1.7.1-37. Pijler 2 rond interventie bestaat uit de invoering van gerichte en individuele preventieacties voor leerlingen die een risico op schooluitval lopen. Het doel van de interventie is om op korte termijn het regelmatige schoolbezoek van de leerling te herstellen en schooluitval te voorkomen. Art. 1.7.1-38. § 1. Voor minderjarige leerlingen wordt pijler 2 rond interventie systematisch geactiveerd door het PMS-centrum voor elke leerling die het risico loopt op schooluitval en aan een van de volgende situaties voldoet: 1° in het basisonderwijs in één schooljaar ten minste 20 halve dagen ongewettigd afwezig zijn;2° in het secundair onderwijs in één schooljaar ten minste 30 halve dagen ongewettigd afwezig zijn; 3° een ondersteuning gekregen hebben overeenkomstig artikel 1.7.1-33, § 1, 2°, die negatief werd afgesloten, en 13 halve dagen ongewettigd afwezig geweest zijn in het huidige schooljaar. § 2. Voor meerderjarige leerlingen, en onder voorbehoud van het tweede lid, wordt pijler 2 rond interventie systematisch geactiveerd voor elke leerling die het risico loopt op schooluitval en die tussen 18 en 21 jaar oud is en die in één schooljaar ten minste 30 halve dagen ongewettigd afwezig is. In het gewoon onderwijs en in vorm 4 van het gespecialiseerd onderwijs moet de leerling bovendien regelmatig ingeschreven zijn in het vijfde, zesde of zevende jaar van het secundair onderwijs om in het kader van pijler 2 rond interventie ondersteund te worden. Meerderjarige leerlingen tussen 18 en 21 jaar die in één schooljaar minstens 30 halve dagen ongewettigd afwezig zijn en die ofwel niet aan de voorwaarden van het eerste lid voldoen, ofwel ouder zijn dan 21 jaar, worden niet systematisch ondersteund in het kader van pijler 2 rond interventie. De betrokken meerderjarige leerling kan een gemotiveerd verzoek om begeleiding indienen bij de directeur van het PMS-centrum. In overleg met het onderwijsteam van de school kan de directeur van het PMS-centrum die ondersteuning aanvaarden indien hij ze motiveert. § 3. Zodra pijler 2 is geactiveerd, ontvangen de schooldirecteur, de directeur van het PMS-centrum en de ouders van de minderjarige leerling of de meerderjarige leerling een melding die automatisch door de DAccE-computerapplicatie wordt aangemaakt. Art. 1.7.1-39. § 1. In het kader van pijler 2 rond interventie wijst de directeur van het PMS-centrum binnen het multidisciplinaire team van het PMS-centrum een sturingsbegeleider aan die instaat voor de opvolging van de leerling en ervoor zorgt dat de leerling wordt begeleid door een of meer interne of externe tussenperso(o)n(en) op de school. Deze begeleiding kan ook intensiever zijn en tegelijk binnen als buiten de school worden georganiseerd om op de realiteit van de betreffende leerling afgestemd te worden. Als de leerling van school verandert tijdens de implementatie van pijler 2 rond interventie, wijst de directeur van het bevoegde PMS-centrum een sturingsbegeleider aan die verantwoordelijk is voor de opvolging van de betrokken leerling. In het kader van pijler 2 rond interventie voert de sturingsbegeleider zijn opvolgingstaak uit: 1° door het opstellen van een begeleidingsvoorstel overeenkomstig paragraaf 2;2° door regelmatig na te gaan of de betrokken leerling een voortdurende begeleiding geniet en, indien nodig, door de begeleidingsmethoden aan te passen; 3° door, indien nodig, de klassenraad te informeren in het kader van de deliberatie bedoeld in artikel 1.7.1-55. De sturingsbegeleider vermeldt en actualiseert de geïmplementeerde begeleidingsmaatregelen in het luik "schoolbezoek" van het DAccE. § 2. Om een aangepast begeleidingsvoorstel te ontwikkelen, ontmoet de sturingsbegeleider de betrokken leerling en zijn ouders als de leerling minderjarig is. Hij kan ook de vertegenwoordiger(s) van het onderwijsteam of het elke andere persoon uit de directe omgeving van de leerling ontmoeten die hem over de situatie van de leerling kan informeren. Rekening houdend met de stappen die eerder werden genomen in het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning, waarvan de sturingsbegeleider kennis kan nemen via het luik "schoolbezoek" van het DAccE, maakt hij de balans op van de evolutie in de situatie van de betrokken leerling. Als hij dat nodig acht, kan de nieuwe sturingsbegeleider overleggen met de sturingsbegeleider die de betrokken leerling heeft gevolgd in het kader van pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning. Afhankelijk van de situatie van de betrokken leerling en, indien hij minderjarig is, van de situatie van zijn ouders, vraagt de sturingsbegeleider een of meer relevante tussenpersonen om een aangepaste begeleiding aan de leerling aan te bieden en, desgevallend, aan zijn ouders. Wanneer de sturingsbegeleider geen tussenpersoon kan vinden om begeleiding aan te bieden, wijst de directeur van het PMS-centrum een interne tussenpersoon van het PMS-centrum aan. Als de ouders of meerderjarige leerling de interventie van een lid van het multidisciplinaire team van het PMS-centrum weigeren, zoekt de directeur een externe medewerker buiten het PMS-centrum. Na overleg met de tussenperso(o)n(en) die de leerling zal of zullen begeleiden, stelt de sturingsbegeleider het begeleidingsvoorstel op. Hij overhandigt het aan de betrokken leerling en, als hij minderjarig is, aan zijn ouders. De sturingsbegeleider vermeldt en actualiseert de geïmplementeerde begeleidingsmaatregelen in het luik "schoolbezoek" van het DAccE. § 3. Als onderdeel van de in paragraaf 1 bedoelde taken zorgt de sturingsbegeleider voor regelmatig overleg met: 1° de betrokken leerling en, indien hij minderjarig is, met zijn ouders;2° de ingeschakelde tussenperso(o)n(en);3° de vertegenwoordiger(s) van het onderwijsteam van de school waar de leerling regelmatig is ingeschreven. Bij afwezigheid van de sturingsbegeleider verzekert de directeur van het PMS-centrum de continuïteit van de opvolging van de leerling. Bij vertrek of langdurige afwezigheid van de sturingsbegeleider wijst de directeur van het PMS-centrum een nieuwe sturingsbegeleider aan om de betrokken leerling op te volgen. Art. 1.7.1-40. § 1. Voor minderjarige leerlingen wordt pijler 2 rond interventie afgesloten: 1° wanneer een positieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 3;2° wanneer een negatieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 4;3° wanneer, bij wijze van uitzondering, de sturingsbegeleider en de dienst voor schoolherinschakeling gezamenlijk beslissen dat een leerling uit het secundair onderwijs ondersteund zal worden door de betrokken dienst voor schoolherinschakeling vóór het einde van de begeleiding uitgevoerd onder pijler 2;Deze beslissing leidt automatisch tot de afsluiting van pijler 2 rond interventie en de activering van pijler 3 rond compensatie. Bij een positieve afsluiting wordt de sturingsbegeleider van zijn taak ontheven. § 2. Nadat de opvolging en begeleiding onder pijler 2 rond interventie drie maanden werd toegepast, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning positief of negatief af of verlengt hij de ondersteuning van de leerling voor een nieuwe periode van drie maanden. Aan het einde van deze nieuwe periode sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning positief of negatief af. De sturingsbegeleider kan de ondersteuning verlengen wanneer die verlenging het vooruitzicht biedt op een herstel van het regelmatige schoolbezoek door de leerling binnen die termijn van drie maanden. Een verlenging van de ondersteuning is niet mogelijk voor een leerling die het voorwerp uitmaakte van een positieve of negatief afsluiting van pijler 2 rond interventie of een positieve afsluiting van pijler 3 rond compensatie in de loop van het vorige schooljaar. Alvorens de ondersteuning af te sluiten of te verlengen, raadpleegt de sturingsbegeleider telkens de minderjarige leerling en zijn ouders, net als de betrokken leden van het onderwijsteam en de tussenperso(o)n(en) die de leerling begeleiden. Het verstrijken van de in deze paragraaf bedoelde termijnen wordt opgeschort voor de duur van de schoolvakanties. § 3. De sturingsbegeleider sluit de ondersteuning onder pijler 2 rond interventie positief af wanneer blijkt dat de regelmatigheid van het schoolbezoek door de minderjarige leerling is verbeterd en de leerling niet langer het risico loopt op schooluitval. Indien nodig kan de sturingsbegeleider de ondersteuning van de leerling in pijler 1 rond vroegtijdige ondersteuning aanbevelen in overeenstemming met artikel 1.7.1-33, § 1, tweede lid. § 4. De sturingsbegeleider sluit de ondersteuning in pijler 2 rond interventie negatief af wanneer het niet mogelijk was om het regelmatige schoolbezoek door de minderjarige leerling te herstellen. In dat geval wordt pijler 3 rond compensatie geactiveerd overeenkomstig artikel 1.7.1-44. § 5. De afsluiting en/of verlenging van de ondersteuning van een leerling in pijler 2 rond interventie wordt vermeld in het luik "schoolbezoek" van het DAccE. Tien dagen v[00e1][00bd][00b9][00e1][00bd][00b9]r het verstrijken van de in paragraaf 2 bedoelde termijn van drie of zes maanden ontvangt de directeur van het PMS-centrum een automatisch door de DAccE-computerapplicatie aangemaakte melding om zijn aandacht te vestigen op de noodzaak om de leerling op te volgen met betrekking tot de afsluiting of verlenging van de ondersteuning. Wanneer pijler 2 rond interventie wordt afgesloten, ontvangen de schooldirecteur, de directeur van het PMS-centrum en de ouders van de minderjarige leerling een melding die automatisch door de DAccE-computerapplicatie wordt aangemaakt. Art. 1.7.1-41. § 1. Voor ondersteunde meerderjarige leerlingen wordt pijler 2 rond interventie afgesloten: 1° wanneer een positieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 3;2° wanneer een negatieve afsluiting wordt genomen overeenkomstig paragraaf 4. Bij een positieve afsluiting wordt de sturingsbegeleider van zijn taak ontheven. § 2. Nadat de opvolging en begeleiding onder pijler 2 rond interventie drie maanden werd toegepast, sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning positief of negatief af of verlengt hij de ondersteuning van de leerling voor een nieuwe periode van drie maanden. Aan het einde van deze nieuwe periode sluit de sturingsbegeleider de ondersteuning positief of negatief af. De sturingsbegeleider kan de ondersteuning verlengen wan …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.