📄 Wettekst
24 JULI 1997. Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap (1)
De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op : 1° de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en de leden van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht door de Franse Gemeenschap en op de gesubsidieerde leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en op de gesubsidieerde leden van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;2° op de inrichtende machten van deze hogescholen. Het is niet toepasselijk op de leraren godsdienst. Onder « godsdienst » verstaat men een van de religies bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 mei 1959.
Het is niet toepasselijk op het contractueel personeel van de hogescholen ingericht door de Franse Gemeenschap noch op het personeel dat in de gesubsidieerde hogescholen geen weddetoelage geniet ten laste van de Franse Gemeenschap Art. 2.Voor de goedkeuring van dit decreet, moet men verstaan onder : 1° De Regering : de Regering van de Franse Gemeenschap;2° Wet van 29 mei 1959 : de wet van 29 mei 1959, tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;3° Wet van 7 juli 1970 : de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs : 4°
Wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten : de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten,tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;5° Wet van 18 februari 1977 : de wet van 18 februari 1977 betreffende de inrichting van het hoger onderwijs en onder andere het technisch hoger onderwijs en hoger landbouwonderwijs van het lange type;6° Wet van 20 juli 1991 : de wet van 20 juli 1991 betreffende diverse sociale bepalingen;7° Decreet van 5 augustus 1995 : het decreet van 5 augustus 1995, houdende de organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen;8° Decreet van 25 juli 1996 : het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen;9° Decreet van 9 september 1996 : het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen;10° Koninklijk besluit van 28 september 1984 : koninklijk besluit van 28 september 1984 betreffende de uitvoering van de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;11° Hogeschool : de hogeschool bedoeld in artikel 1, 1° van het decreet van 5 augustus 1995;12° Hogeschool van de Franse Gemeenschap : de hogeschool ingericht door de Franse Gemeenschap;13° Officiële Gesubsidieerde hogeschool : de hogeschool die afhangt van het officieel gesubsidieerd net en opgericht werd door een gemeente, een provincie, de Franse Gemeenschapscommissie of een rechtspersoon van publiek recht;14° Vrije gesubsidieerde hogeschool : de hogeschool die afhangt van een vrij gesubsidieerd net en opgericht in de vorm van een rechtspersoon van privé recht;15° Inrichtende macht : de inrichtende macht van een onderwijsinrichting zoals gedefinieerd in artikel 2 van de wet van 29 mei 1959;16° Machten van de hogeschool : de machten van de hogeschool bedoeld in artikel 1, 2° van het decreet van 5 augustus 1995;17° Raad van bestuur : de raad van bestuur van een hogeschool van de Franse Gemeenschap bedoeld in artikel 65 van het decreet van 5 augustus 1995;18° Beheersorgaan : het beheersorgaan van een gesubsidieerde hogeschool bedoeld in artikel 69 van het decreet van 5 augustus 1995;19° Directiecollege : het directiecollege bedoeld in de artikelen 65 en 69 van het decreet van 5 augustus 1995;20° Te begeven betrekking : de te begeven betrekking zoals bedoeld in artikel 9 van het decreet van 25 juli 1996;21° Functies van rang 1, van rang 2 en electieve functies bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25 juli 1996;22° Verandering van aanstelling : de verandering van aanstelling zoals bedoeld in artikel 27, § 4, van het decreet van 25 juli 1996;23° Verandering van ambt : de verandering van ambt zoals gedefinieerd in de artikelen 12, § 2 en 13, § 2 van het decreet van 25 juli 1996;24° Uitbreiding van opdracht : de procedure volgens welke de inrichtende macht de opdracht van een benoemd of definitief aangeworven personeelslid, of van een personeelslid dat tijdelijk aangesteld of aangeworven werd voor onbepaalde tijd, uitbreidt in hetzelfde ambt en dezelfde te begeven cursussen ten hoogste voor een volledige opdracht, respectievelijk definitief of tijdelijk voor onbepaalde tijd, rekening houdend met artikel 31 van het decreet van 9 september 1996;25° Mutatie : de overplaatsing, in hetzelfde ambt als dat waarin een definitief benoemd of aangeworven personeelslid definitief benoemd of aangeworven werd, naar een andere hogeschool van dezelfde inrichtende macht of naar een hogeschool van een andere inrichtende macht van hetzelfde netwerk.De mutatie is eerst voorlopig voor een proefperiode van een academiejaar; 26° Te begeven cursussen : de cursussen die de inrichtende macht wenst te voorzien rekening houdend met de wet van 7 juli 1970 en het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969, dat de vereiste bekwaamheidsbewijzen vastlegt van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het sociaal personeel van de onderwijsinrichtingen voor kleuter-, lager-, bijzonder-, middelbaar-, technisch- kunst- en hoger niet universitair onderwijs van de Franse Gemeenschap en van de internaten die van deze inrichtingen afhangen. 27° Vervanging bedoeld in de artikelen 25.128 en 210 : de vervanging in een ambt vacant geworden ingevolge de afwezigheid van de titularis.
Deze titularis is, naar gelang van het geval, een vastbenoemd of aangeworven personeelslid of tijdelijk aangeworven of aangesteld personeelslid voor onbepaalde duur of aangeworven als tijdelijk voor een bepaalde duur. 28° Werkelijk bewezen diensten : diensten bewezen door een personeelslid in hoofdambt terwijl hij zich bevindt in de administratieve of dienstposities van actieve dienst of terbeschikking wegens ontstentenis van betrekking. Art. 3.De ambten van rang 1 worden uitgeoefend door tijdelijk aangestelde of geworven personeelsleden of door definitief aangestelde of geworven personeelsleden.
De ambten van rang 2 worden uitgeoefend door definitief aangestelde of geworven personeelsleden.
De electieve ambten worden uigeoefend door definitief aangestelde of geworven personeelsleden. Art. 4.Voor de toepassing van dit decreet worden de termijnen, als volgt, berekend : 1° de dag die het vertrekpunt ervan is, is niet inbegrepen;2° de vervaldag is in de termijn inbegrepen;3° wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag, een wettelijk feestdag of een feestdag of een feestdag van of binnen de Franse Gemeenschap is, wordt hij echter tot de eerstvolgende werkdag uitgesteld. TITEL II. - Personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap ingerichte hogescholen HOOFDSTUK I. - Plichten en onverenigbaarheid Afdeling 1. - Plichten
Art. 5.De personeelsleden moeten, in alle omstandigheden de bestendige zorg hebben dat zij de belangen van de Franse Gemeenschap en van haar onderwijs behartigen. Art. 6.Ze kwijten zich persoonlijk en gewetensvol van de verplichtingen die hun opgelegd worden door de wetten, decreten en reglementen.
Ze voeren stipt de dienstorders uit en vervullen hun taak met vlijt en stiptheid. Art. 7.Ze moeten zich uiterst keurig gedragen zowel in hun dienstbetrekkingen als in hun betrekkingen met het publiek en de studenten.
Ze moeten elkaar onderling helpen in de mate waarin het belang van de hogeschool dit vereist.
Ze moeten alles vermijden dat de eer of de waardigheid van hun functie in het gedrang zou kunnen brengen. Art. 8.Tijdens de uitvoering van hun functie moeten zij de principes van neutraliteit van het onderwijs van de Franse Gemeenschap eerbiedigen. Ze mogen de studenten niet gebruiken voor propagandistische doeleinden of commerciële reclame. Art. 9.Binnen de limieten bepaald door de reglementering moeten zij de prestaties leveren die nodig zijn voor de goede werking van de hogescholen.
Ze mogen de uitoefening van hun functie niet opschorten zonder voorafgaandelijke toelating. Art. 10.Ze mogen geen feiten aan het licht brengen die zij zouden vernomen hebben omwille van hun functies en die van geheime aard zijn. Art. 11.Ze mogen geen geschenken, giften, of om het even welke voordelen aanvragen, eisen of krijgen, rechtstreeks of langs een tussenpersoon, zelfs buiten hun functies, maar door deze veroorzaakt. Art. 12.Ze mogen geen enkele activiteit uitoefenen die in tegenspraak is met de Grondwet en de wetten van het Belgisch volk, die de vernietiging van de onafhankelijkheid van het land op het oog heeft of die de landsverdediging of de uitvoering van de Belgische verbintenissen met het oog op het verzekeren van haar veiligheid in gevaar brengt. Ze mogen geen deel uitmaken of hun samenwerking verlenen aan een beweging, een vereniging, een organisatie of associatie die een activiteit van dezelfde aard voert.
Het uitoefenen van de rechten van het Belgisch en Europees burgerschap die eigen zijn aan de leden van het personeel wordt steeds gerespecteerd. Art. 13.Onverminderd de toepassing van het strafrecht, worden de inbreuken op deze bepalingen bestraft, naargelang het geval, met een van de disciplinaire sancties voorzien in artikel 52. Art. 14.Artikel 13 is niet toepasselijk op de leden van het personeel dat tijdelijk aangesteld werd. Afdeling 2. - De onverenigbaarheid
Art. 15.Is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van het personeel van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, elke bezigheid die de uitoefening van de taken van zijn functie zou schaden, in tegenstelling met de waardigheid ervan. Art. 16.Is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van het personeel, elke bezigheid uitgeoefend door de echtgenoot (echtgenote) of langs een tussenpersoon die in strijd zou zijn met de waardigheid van de functie van het betrokken personeelslid. Art. 17.De Regering stelt de onverenigbaarheid vast bedoeld in de artikelen 15 en 16. Ze brengt het betrokken personeelslid hiervan op de hoogte per aangetekend schrijven, binnen een termijn van vijf dagen beginnend op de dag waarop de onverenigbaarheid werd vastgesteld. Art. 18.De Raad van beroep opgericht door artikel 65 is bevoegd betreffende de bezwaren met betrekking op de onverenigbaarheid ingediend door de personeelsleden. HOOFDSTUK II. - De aanwerving Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 19.De leden van het onderwijzend personeel worden tijdelijk aangeworven en definitief benoemd door de Regering. Art. 20.§ 1. De personeelsformatie bedoeld in artikel 1, 1° wordt vastgelegd door de raad van bestuur, op voorstel van het Directiecollege.
De personeelsformatie wordt goedgekeurd door de Regering. § 2. De aanwervingen, benoemingen en terbeschikkingstellingen door gebrek aan betrekking van de personeelsleden bedoeld in artikel 1, 1° worden aan de Regering voorgesteld door de raad van bestuur, op voorstel van het Directiecollege. Art. 21.Ten laatste op 15 februari van elk jaar, maakt de raad van bestuur aan de Regering, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 1, lid 1, de lijst van openstaande betrekkingen over die hij wenst vervuld te zien voor het volgend academiejaar.
Onderafdeling 1. - Over de functies van rang 1 Art. 22.De Regering publiceert tijdens de maand maart in het Belgisch Staatsblad een oproep voor kandidaturen voor elke openstaande betrekking en te begeven betrekking van rang 1.
De betrekkingen bedoeld in het vorig lid zijn toegankelijk voor de personeelsleden die definitief benoemd zijn door een verandering van aanstelling, een verandering van ambt, een mutatie of een uitbreiding van de opdracht, voor de tijdelijke personeelsleden die aangeworven werden voor onbepaalde tijd per uitbreiding van opdracht en aan de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling. Art. 23.De oproep in het Belgisch Staatsblad preciseert : 1° het ambt en de te begeven cursussen;2° de omvang van de opdracht;3° de dossiers die moeten ingediend worden die onder andere de documenten bevatten met de nuttige bekwaamheidsbewijzen en ervaring, de vermelding van wetenschappelijke publicaties en de rechtvaardiging van diverse beroepservaringen;4° de vormen en de termijnen vereist voor het indienen van de dossiers bedoeld in 3°. Art. 24.§ 1. De kandidaat die zijn kandidatuur stelt voor meerdere betrekkingen, dient een afzonderlijke kandidatuur in voor elk van deze. Op straf van nietigheid, worden de kandidaturen ingediend bij de Regering, per aangetekend schrijven via de post. § 2. De Regering verdeelt de ontvangen kandidaturen in twee lijsten : de ene samengesteld uit de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 23 en van artikel 11 van het decreet van 25 juli 1996 voor de kandidaten die in aanmerking komen voor een tijdelijke aanstelling, de andere voor de kandidaten die niet voldoen aan deze voorwaarden en maakt de kandidaturen over aan de betrokken raden van bestuur.
De raad van bestuur, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, klasseert de kandidaten volgens de te begeven cursussen, de bekwaamheidsbewijzen en de dossiers zoals voorzien in artikel 23 en maakt aan de Regering een lijst over van ten hoogste drie kandidaten, geklasseerd per order van voorkeur per te begeven betrekking.
De raad van bestuur is echter verplicht een prioritaire behandeling te verlenen aan de aanvragen voor verandering van aanstelling van de personeelsleden van de hogescholen van de Franse Gemeenschap. § 3. Wanneer de raad van bestuur vaststelt dat een kandidaat niet kan weerhouden worden voor een te begeven betrekking, kan hij, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, aan de Regering voorstellen een afzonderlijke oproep te publiceren via het Belgisch Staatsblad, op om het even welk ogenblik van het academiejaar. Deze oproep herneemt de elementen van de oproep bedoeld in artikel 23, daarbij de kenmerken preciserend die vereist zijn voor de te begeven betrekking. Art. 25.§ 1. Wanneer een hogeschool een vervanging wenst te doen, stelt de raad van bestuur aan de Regering voor, per afwijking aan de procedure bepaald in artikel 20, § 2. De beheerraad stelt eerst een persoon die zijn kandidatuur stelde voor de te begeven cursussen en betrekking, overeenkomstig de oproep bedoeld in de artikelen 22 en 23.
Deze aanstelling neemt een eind bij de terugkeer van de titularis van de betrekking en in elk geval aan het eind van het academiejaar waarin de aanstelling plaatsvond. Deze aanstelling kan in geen geval aanleiding geven tot een aanstelling van onbepaalde duur. § 2. Wanneer de hogeschool een betrekking wenst te begeven die openstaat na de publicatie van de oproep bedoeld in artikel 22, dan wordt de procedure toegepast bedoeld onder lid 1 van § 1.
Deze aanstelling kan in geen geval aanleiding geven tot een aanstelling van onbepaalde duur.
Onderafdeling 2. - De ambten van rang 2 Art. 26.De openstaande betrekkingen die overeenstemmen met de ambten van rang 2 worden prioritair toegekend na een interne oproep gericht aan de personeelsleden die definitief benoemd werden in rang 1 binnen de hogeschool, volgens de modaliteiten bepaald door de raad van bestuur, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, en goedgekeurd door de Regering. Art. 27.De Regering publiceert tijdens de maand maart in het Belgisch Staatsblad een oproep voor veranderingen van aanstellingen, veranderingen van ambten, voor uitbreidingen van opdracht en mutaties voorbehouden aan de personeelsleden die definitief benoemd werden in de hogescholen van de Franse Gemeenschap voor elke betrekking die te begeven valt na toepassing van artikel 26. Art. 28.De oproep in het Belgisch Staatsblad preciseert : 1° het ambt en de te begeven cursussen;2° de omvang van de opdracht;3° de dossiers die moeten ingediend worden die onder andere de documenten bevatten met de nuttige bekwaamheidsbewijzen en ervaring, de vermelding van wetenschappelijke publicaties en de rechtvaardiging van diverse beroepservaringen;4° de vormen en de termijnen vereist voor het indienen van de dossiers bedoeld in 3°. Art. 29.§ 1. De kandidaat die zijn kandidatuur stelt voor meerdere betrekkingen, dient een afzonderlijke kandidatuur in voor elk van deze. Op straf van nietigheid worden de kandidaturen ingediend bij de Regering, per aangetekend schrijven via de post. § 2. De Regering verdeelt de ontvangen kandidaturen in twee lijsten : de ene samengesteld uit personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 28 en van de andere voor personeelsleden die niet voldoen aan deze voorwaarden en maakt de kandidaturen over aan de betrokken raden van bestuur.
De raad van bestuur, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, klasseert de aanvragen dan volgens de te begeven cursussen, de bekwaamheidsbewijzen en de dossiers zoals voorzien in artikel 28 en maakt aan de Regering een lijst over van ten hoogste drie kandidaten, geklasseerd per orde van voorkeur per te begeven betrekking. De Regering geeft dan haar toelating voor naargelang het geval, een verandering van aanstelling, van ambt of de mutatie.
De raad van bestuur is echter verplicht een prioritaire behandeling te verlenen aan de aanvragen voor verandering van aanstelling van de personeelsleden van de hogescholen van de Franse Gemeenschap. § 3. Wanneer de raad van bestuur vaststelt dat geen enkel personeelslid dat gehoor gaf aan de oproep bedoeld in artikel 28, in aanmerking komt voor de te begeven betrekking, kan hij, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, aan de Regering voorstellen een afzonderlijke oproep te publiceren via het Belgisch Staatsblad, op om het even welk ogenblik van het academiejaar. Deze oproep herneemt de elementen van de oproep bedoeld in artikel 23, daarbij de kenmerken preciserend die vereist zijn voor de te begeven betrekking. Afdeling 2. - Tijdelijke aanstelling, Onderafdeling 1. - algemene
bepalingen Art. 30.Elke aanstelling in een ambt van rang 1 gebeurt schriftelijk en vermeldt tenminste : 1° de identiteit van het personeelslid;2° het uit te oefenen ambt evenals de kenmerken en de omvang van de opdracht;3° de datum van indiensttreding;4° de datum waarop de aanstelling een eind neemt voor de aanstellingen voor bepaalde duur;5° of de betrekking ja dan neen als openstaand werd bestempeld overeenkomstig de oproep bedoeld in artikel 22;6° indien de betrekking niet openstaand is, de identiteit van de titularis. Er wordt aan de tijdelijke kracht een geschreven acte overhandigd die de vermeldingen herneemt voorzien in lid 1. In afwezigheid van een geschreven document, wordt het personeelslid geacht benoemd te zijn in het ambt, de opdracht of de betrekking die hij effectief vervult. Deze wordt geacht aangesteld te zijn voor bepaalde of van onbepaalde duur, naargelang het geval. Art. 31.Op het eind van elke activiteitsperiode, overhandigt de directeur-voorzitter aan het tijdelijk personeelslid een getuigschrift dat de uitgevoerde diensten vermeldt per uitgeoefend ambt, evenals de begin- en einddata evenals de omvang van de opdracht.
Onderafdeling 2. - Tijdelijke personeelsleden aangesteld voor bepaalde duur Art. 32.§ 1. Ten laatste op het eind van de examensessie in juni, stelt de raad van bestuur een verslag op volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, over de manier waarop het personeelslid zich van zijn taak kweet. Dit verslag goedgekeurd en gedateerd door de belanghebbende wordt overgemaakt aan de Regering. Het personeelslid krijgt er een kopie van.
Naargelang het geval, komt op het verslag een van de volgende vermeldingen voor : « voldeed », « voldeed gedeeltelijk » of « voldeed niet ».
Indien het verslag opgesteld door de raad van bestuur de vermelding « voldeed » draagt en het personeelslid dat een betrekking bezette zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet van 25 juli 1996 opnieuw wordt aangesteld, is hij dit verplicht voor onbepaalde tijd, zoals voorgeschreven in artikel 10, lid 3 van hetzelfde decreet. Deze nieuwe aanstelling gebeurt prioritair over elke verandering van aanstelling, van ambt, elke mutatie of uitbreiding van opdracht.
Wanneer de beheerraad geen verslag heeft opgesteld dat de vermelding « voldeed » draagt, moet hij het personeelslid verhoren alvorens het verslag over te maken aan de Regering. Bij dit verhoor kan het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, een verdediger gekozen onder de actieve of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap of door een vertegenwoordiger van een syndicale organisatie representatief in de betekenis van de wet van 15 december 1974 en van het koninklijk besluit van 28 september 1984. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid het verslag weigert goed te keuren of zich niet aanbiedt voor het verhoor.
Indien het verslag opgesteld door de raad van bestuur de vermelding « voldeed gedeeltelijk » draagt en het personeelslid dat een betrekking bezette zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet van 25 juli 1996 opnieuw wordt aangesteld, is dit verplicht tijdelijk, en voor bepaalde tijd, zoals voorgeschreven in artikel 10, lid 3 van hetzelfde decreet.
Indien de te begeven betrekking nog steeds openstaat bij het begin van het academiejaar, dan gebeurt de aanstelling opnieuw prioritair over elke verandering van aanstelling, van ambt, of van elke mutatie of uitbreiding van opdracht.
Indien het verslag opgesteld door de raad van bestuur de vermelding « voldeed niet » draagt, dan kan de Regering in geen geval de aanstelling herhalen.
Indien er geen verslag werd opgesteld, wordt het personeelslid verondersteld een verslag te hebben bekomen met de vermelding « voldeed ». § 2. Indien het personeelslid het voorwerp uitmaakte van een verslag met de vermelding « voldeed gedeeltelijk » en dat hij opnieuw werd aangesteld voor ten hoogste een academiejaar, kan de beheerraad slechts kiezen uit twee evaluatiemogelijkheden : een verslag dat de vermelding « voldeed » draagt of een verslag met de vermelding « voldeed niet ».
Onderafdeling 3. - Tijdelijke aanstellingen van onbepaalde duur Art. 33.De Regering stelt de leden van het onderwijzend personeel aan, tijdelijk voor onbepaalde duur bij het begin van het academiejaar, op voorstel van de raad van bestuur, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2. Afdeling 3. - De definitieve benoeming, de ter beschikkingstelling
wegens ontstentenis van betrekking, het gedeeltelijk opdrachtsverlies en de mutatie Onderafdeling 1. - De definitieve benoeming Art. 34.De voor onbepaalde duur aangeworven tijdelijke die voldoet aan de voorschriften van artikel 12 van het decreet van 25 juli 1996 wordt definitief benoemd door de Regering, in het ambt waar hij zich kandidaat voor stelde, volgens de normen en termijnen vastgelegd door de Regering, indien hij het voorwerp uitmaakte van een gemotiveerd voorstel tot definitieve benoeming, geformuleerd door de raad van bestuur volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2.
De Regering verleent een definitieve benoeming aan het personeelslid dat tijdelijk aangesteld werd voor onbepaalde duur en dat voor het betrokken ambt en de te begeven cursussen, de grootste anciënniteit telt, zoals bedoeld in artikel 38.
Het personeelslid mag drie jaar anciënniteit valoriseren die hij volbracht in een ander niveau van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, voor het berekenen van de anciënniteit in de dienst bedoeld in lid 2.
Onderafdeling 2. - De terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en het gedeeltelijk opdrachtsverlies Art. 35.Een personeelslid dat definitief benoemd werd in een hoofdambt wordt door de Regering slechts in toestand van terbeschikkingstelling geplaatst door een ontstentenis van betrekking of een gedeeltelijk opdrachtsverlies nadat ze een einde stelde, in de hierna volgende orde aan de diensten van de personeelsleden die dezelfde functie uitoefenen en dezelfde cursussen doceren : 1° in een nevenfunctie in een hogeschool;2° tijdelijk voor beperkte duur in de hogeschool en rekening houdend met hun aantal dienstjaren;3° tijdelijk voor onbepaalde duur in de hogeschool en rekening houdend met hun aantal dienstjaren; Wanneer een personeelslid zich in toestand van ter beschikkingstelling bevindt, of in gedeeltelijk opdrachtsverlies, en dat de uren van hetzelfde ambt en dezelfde te begeven cursussen vrijkomen, dan moet de raad van bestuur ze prioritair toewijzen aan dit personeelslid vooraleer over te gaan tot een verklaring van vacature zoals voorzien in artikel 22 of tot een interne oproep voorzien in artikel 26. Art. 36.Verliest zijn betrekking of een gedeelte van zijn opdracht in het betrokken ambt en de te begeven cursussen, het personeelslid dat definitief benoemd werd en dat het minste aantal dienstjaren telt.
Het personeelslid kan, in geval van terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking of gedeeltelijk ambtsverlies, ten hoogste tien jaar anciënniteit valoriseren die hij verwierf in definitief dienstverband in een ander onderwijsniveau ingericht door de Franse Gemeenschap, voor de berekening van de anciënniteit in de dienst, bedoeld onder lid 1. Art. 37.In geval van gelijke anciënniteit in de dienst, verliest het jongste personeelslid zijn betrekking of een gedeelte van zijn opdracht. Art. 38.De anciënniteit in de dienst bedoeld in de artikelen 34, lid 2, 35, lid 1, 36 en 37 wordt op de volgende manier berekend : 1° alle effectieve diensten gepresteerd in tijdelijk verband in de hogescholen van de Franse Gemeenschap worden in aanmerking genomen voor een anciënniteit gelijk aan het aantal dagen geteld van het begin tot het eind van de gepresteerde diensten;2° de effectieve diensten gepresteerd in definitief verband in de hogescholen van de Franse Gemeenschap, in een ambt met volledige prestaties, worden geteld per kalendermaand;indien ze geen volledige maand beslaan, komen ze niet in aanmerking; 3° de effectieve diensten gepresteerd in een functie met onvolledige prestaties die ten minste de helft van het aantal uren vereist voor de volledige functie omvat, worden in aanmerking genomen op dezelfde manier als de diensten gepresteerd in een ambt met volledige prestaties;4° het aantal dagen verworven in een functie met onvolledige prestaties die dit aantal uren niet omvatten, wordt met de helft verminderd;5° dertig dagen vormen een maand;6° de duur van de effectieve diensten gepresteerd in een of meer ambten met volledige of onvolledige prestaties die tegelijkertijd uitgeoefend worden, mag nooit de duur overschrijden van de diensten gepresteerd in een ambt met volledige prestaties uitgeoefend tijdens dezelfde periode;7° de duur van de effectieve diensten gepresteerd door een personeelslid mag nooit de twaalf maanden overschrijden voor een kalenderjaar. Onderafdeling 3. - Mutatie Art. 39.Gevolg gevend aan de oproepen verschenen in het Belgisch Staatsblad, bepaald in de artikelen 23 en 28, dienen de kandidaten voor een mutatie, hun aanvraag in bij de Regering.
De aanvragen tot mutatie worden verzonden per aangetekend schrijven via de post. Worden in aanmerking genomen de mutatieaanvragen die ingediend worden volgens de vorm en binnen de termijn bepaald door de oproep bedoeld in lid 1. Art. 40.Op het eind van een academiejaar in de nieuwe hogeschool, stelt de beheerraad aan de Regering voor, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2, het personeelslid dat een voorlopige mutatie verkreeg, definitief aan te stellen. In het tegengestelde geval, wordt het personeelslid weer opgenomen in de hogeschool waar hij aangesteld was voor hij zijn mutatie aanvroeg.
De voorlopige mutatie kan echter slechts doorgevoerd worden met het akkoord van de beheerraad van beide betrokken hogescholen. Afdeling 4. - Overname van een hogeschool door een andere inrichtende
macht Art. 41.§ 1. In geval van overname door de Franse Gemeenschap van een officiële gesubsidieerde hogeschool of van een gedeelte van een officiële gesubsidieerde hogeschool, zijn de volgende bepalingen van toepassing : 1° de personeelsleden die definitief benoemd zijn in een ambt van rang 1 of rang 2 en in actieve dienst zijn op het ogenblik van de overname, verwerven ambtshalve de hoedanigheid van definitief personeelslid in de overeenstemmende ambten binnen de hogeschool van de Franse Gemeenschap;2° de personeelsleden die op het ogenblik van de overname een electief ambt uitoefenen, worden definitief benoemd in het ambt van rang 1 of rang 2 waarin zij definitief benoemd werden voor zij hun mandaat als categoriële directeur of directeur-voorzitter uitoefenden;3° de effectieve diensten door het personeel gepresteerd tot aan de overname, in het onderwijs ingericht door de inrichtende macht die de directie waarneemt van de hogeschool overgenomen door de Franse Gemeenschap, evenals de effectieve diensten gepresteerd in een onderwijsinstelling tot aan de overname ervan door de hierboven genoemde inrichtende macht, voor zover ze in actieve dienst waren op het ogenblik van deze overname, worden geassimileerd met de effectieve diensten gepresteerd in de hoedanigheid van personeelslid van het onderwijs van de Franse Gemeenschap. § 2. De voorwaarden voor overname van een hogeschool of van een gedeelte van een gesubsidieerde vrije hogeschool overeenkomstig het decreet van 5 augustus 1995 worden bepaald volgens de termen van een overeenkomst die moet gesloten worden door de betrokken inrichtende machten. HOOFDSTUK III. - Administratieve posten Art. 42.Het personeelslid in actieve dienst heeft recht op een wedde en op een bevordering tot een hogere wedde behalve in het geval van een formele tegenstrijdige bepaling.
Hij kan zijn hoedanigheden laten gelden ten behoeve van een benoeming in een ambt van rang 1 van rang 2 of voor het uitoefenen van een electief ambt.
Hij krijgt verlof volgens de voorwaarden bepaald door de Regering : 1° voor persoonlijke omstandigheden en redenen;2° omwille van ziekte of invaliditeit;3° voor beperkte prestaties bij ziekte of invaliditeit;4° voor beperkte prestaties gerechtvaardigd door sociale of familiale redenen;5° om bepaalde militaire prestaties te leveren in vredestijd, evenals dienstverlening in de burgerbescherming of taken van openbaar nut in toepassing van de wet betreffende het statuut van gewetensbezwaarde;6° voor syndicale activiteiten;7° voor beperkte prestaties gerechtvaardigd door persoonlijke redenen;8° voor opdrachten;9° politiek verlof;10° voor een onderbreking van de beroepsloopbaan. HOOFDSTUK IV. - Signalement Art. 43.Dit hoofdstuk is toepasselijk op de personeelsleden die definitief benoemd zijn, met uitzondering van de directeurs-voorzitter en de categoriële directeurs. Art. 44.Voor elk personeelslid wordt er in de centrale administratie van het ministerie een signalementsdossier gehouden dat uitsluitend bevat : 1° de verslagen over de manier waarop ze hun dienst vervulden als tijdelijke;2° de eventuele signalementsbulletins;3° de administratieve nota's die de gunstige of ongunstige elementen beschrijven in verband met het ambt;4° het aantal disciplinaire sancties. Art. 45.Met uitzondering van het aantal disciplinaire sancties, moeten de documenten die bij het signalementsdossier gevoegd worden vooraf gezien worden door het personeelslid. Al deze documenten zijn genummerd en worden opgenomen in een inventaris. Art. 46.Elk personeelslid maakt het voorwerp uit van een van de volgende signalementsmeldingen : « Goed », « Onvoldoende ».
Bij gebrek aan een signalementsbulletin, wordt elk personeelslid verondersteld te beantwoorden aan de vermelding « Goed ».
Elke wijziging van een signalementsmelding moet uitvoerig gemotiveerd worden door een speciaal verslag dat de exacte feiten, gunstige of ongunstige, vermeldt. Dit verslag moet aan het signalementbulletin gehecht worden. Art. 47.Elke signalementsmelding heeft betrekking op het academiejaar aan het eind waarvan ze toegekend of aangehouden werd.
Het signalementsbulletin wordt indien nodig opgesteld door het directiecollege tussen 1 en 15 juni van elk jaar.
Het signalement wordt jaarlijks hernomen indien geen nieuw feit, gunstig of ongunstig, op de individuele fiche voorkomt sinds de toekenning van het laatste signalement.
De toekenning van de vermelding « onvoldoende » leidt echter tot een nieuw signalement na een academiejaar.
Een signalementsbulletin wordt eveneens opgesteld voor elk personeelslid dat dit vraagt.
In dat geval, mag het signalement opgesteld worden op om het even welk ogenblik van het academiejaar zonder dat er meer dan een signalement mag opgesteld worden in de loop van een academiejaar. Art. 48.Met het oog op de eventuele wijziging van het signalement, moet een individuele fiche in verband met het betrokken personeelslid de precieze feiten vermelden, gunstig of ongunstig, die zouden kunnen als evaluatiemiddelen dienen en die betrekking hebben op de uitoefening van het ambt of het privéleven in zijn verband met het ambt.
Deze individuele fiche wordt indien nodig, opgesteld door het directiecollege. Art. 49.Het signalementsbulletin wordt door de directeur-voorzitter voorgelegd aan het personeelslid dat het document ondertekent en het binnen de tien dagen teruggeeft indien hij geen opmerkingen te maken heeft. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid weigert het document te onderteken of het niet teruggeeft binnen de voorgeschreven termijn na het gecontroleerd te hebben.
Indien het personeelslid van mening is dat de signalementsmelding die hem toegewezen werd niet gerechtvaardigd is, ondertekent hij derhalve het signalementsbulletin en geeft het terug binnen de tien dagen, vergezeld van een geschreven klacht aan de directeur-voorzitter. Deze klacht wordt aan het signalementsbulletin gehecht. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid weigert het document te ondertekenen of het niet teruggeeft binnen de voorgeschreven termijn.
Binnen de veertien dagen na de ontvangst van de klacht, deelt het directiecollege aan het betrokken personeelslid zijn beslissing mee.
Het personeelslid ondertekent het signalementsbulletin en heeft het recht langs hiërarchische weg een klacht in te dienen bij de raad van beroep volgens de procedure bedoeld in artikel 73 en volgende. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid weigert het signalementsbulletin te ondertekenen. Art. 50.Geen enkele aanbeveling, van welke aard dan ook, mag voorkomen in het signalementsdossier.
Elk personeelslid mag op om het even welk ogenblik zijn signalementsdossier raadplegen en indien gewenst, een kopie verkrijgen, mits tussenkomst in de kosten. Art. 51.Het model van het signalementsbulletin en het model van de individuele fiche worden vastgelegd door de Regering. HOOFDSTUK V. - Disciplinaire regeling Afdeling 1. - Disciplinaire sancties
Art. 52.De disciplinaire sancties die opgelegd kunnen worden aan de personeelsleden die vast benoemd zijn en die in hun plichten tekortschieten, zijn : 1° de aanmaning;2° de berisping;3° de afhouding op salaris;4° de disciplinaire verplaatsing;5° de disciplinaire schorsing;6° de degradatie;7° het plaatsen in disciplinaire non-activiteit;8° de ontheffing uit het ambt. In het geval van een lid van het onderwijzend personeel of van het opvoedend hulppersoneel, dan stelt het directiecollege de sancties voor bedoeld in lid 1..
In het geval van een directeur-voorzitter of van een categoriële directeur, dan stelt het hoofd van de administratie waar de hogeschool afhankelijk van is, de sancties bedoeld in lid 1. Art. 53.De disciplinaire sancties worden uitgesproken door de Regering. Art. 54.De afhouding op de wedde wordt toegepast gedurende ten minste een en ten hoogste drie maand. Ze mag een vijfde van de laatste activiteits- of voorlopige brutowedde niet overschrijden. Art. 55.De disciplinaire schorsing mag niet uitgesproken worden voor een termijn langer dan een jaar. Ze brengt het afhouden van de helft van het salaris met zich mee. Art. 56.De degradatie brengt de toewijzing met zich mee van de weddeschaal die overeenstemt met de nieuwe functie van het personeelslid dat zich deze sanctie opgelegd zag. Art. 57.De duur van de disciplinaire plaatsing in non-activiteit wordt vastgesteld door de overheid die de sanctie oplegt; ze mag niet minder zijn dan een jaar, noch vijf jaar overschrijden.
Het personeelslid geniet echter gedurende de eerste twee jaar van een voorlopig salaris dat gelijk is aan de helft van de wedde van een personeelslid in actieve dienst. Zonder dit laatste bedrag te mogen overschrijden, wordt de voorlopige wedde vervolgens bepaald volgens het percentage van het pensioen dat de betrokken persoon zou bekomen indien hij met vervroegd pensioen zou gaan.
Na de helft van zijn sanctie ondergaan te hebben, kan het personeelslid vragen om opnieuw in het onderwijs opgenomen te worden. Art. 58.De afhouding op een voorlopige wedde of het toekennen van een voorlopige wedde mag slechts als gevolg hebben dat de wedde van het personeelslid teruggebracht zou worden naar een wedde die lager ligt dan de werkloosheidsuitkeringen waar het personeelslid recht zou op hebben indien hij zou genieten van het sociale zekerheidsregime van de loontrekkenden. Art. 59.Geen enkele sanctie mag voorgesteld worden zonder dat het personeelslid voorafgaandelijk verhoord of ondervraagd werd. De betrokkene kan gebruik maken van de rechten die hem erkend worden door het syndicaal statuut. Hij kan een verhaal indienen bij de raad van beroep volgens de procedure bedoeld in artikel 73 en volgende. Art. 60.De disciplinaire procedure mag slechts betrekking hebben op feiten die werden vastgesteld in de loop van het jaar dat de datum voorafgaat waarop met de procedure een aanvang wordt genomen.
In het geval van een strafrechtelijke actie, moet de disciplinaire procedure aangevangen worden binnen de zes maand van de kennisneming van de definitieve gerechtelijke beslissing door de macht die ertoe geroepen is de disciplinaire sanctie voor te stellen. Art. 61.Geen enkele sanctie mag een uitwerking hebben op de periode die haar uitspraak voorafgaat. Art. 62.Elke sanctie moet het voorwerp uitmaken van een vermelding in het signalementsdossier. Art. 63.De strafrechtelijke actie in verband met de feiten die het voorwerp uitmaken van een disciplinaire procedure schort de disciplinaire procedure en de disciplinaire uitspraak op behalve in het geval van een duidelijk vastgesteld feit of indien de vastgestelde feiten verbonden aan de beroepsactiviteiten, door het personeelslid erkend werden.
Welke ook de uitslag van de strafrechtelijke actie moge zijn, de administratieve macht oordeelt over de toepassing van de disciplinaire acties.
De disciplinaire macht is echter, in deze beoordeling gebonden door de werkelijkheid van de feiten definitief vastgesteld door de strafrechtelijke beslissing. Afdeling 2. - Schrapping van de disciplinaire sancties
Art. 64.De schrapping van de disciplinaire sancties gebeurt automatisch na een termijn waarvan de duur vastgesteld werd op : 1° een jaar voor de aanmaning en de berisping;2° drie jaar voor de afhouding op salaris en de disciplinaire overplaatsing;3° vijf jaar voor de disciplinaire schorsing en de degradatie;4° zeven jaar voor het plaatsen in disciplinaire inactiviteit. De termijn neemt een aanvang op de datum waarop de beslissing in disciplinair verband een aanvang nam.
Onverminderd de uitvoering van de disciplinaire sanctie, heeft de ontheffing uit het ambt tot gevolg dat er geen rekening meer kan gehouden worden met de geschrapte disciplinaire sanctie, onder andere voor de toegang tot een ambt van rang 2 of tot een electief ambt, noch bij de toekenning van een signalement opgesteld na de schrapping. De disciplinaire geschrapte sanctie wordt verwijderd uit het dossier van het personeelslid bedoeld in artikel 44. HOOFDSTUK VI. - De raad van beroep Art. 65.Er wordt bij de Regering een raad van beroep opgericht onder de volgende benaming : raad van beroep voor het hoger niet universitair onderwijs van de Franse Gemeenschap. Art. 66.De raad van beroep behandelt : 1° de verhalen die ingediend worden in verband met de onverenigbaarheid;2° de verhalen ingediend in verband met het signalement;3° verhalen ingediend tegen elk voorstel van disciplinaire sanctie;4° de verhalen ingediend door de tijdelijk aangestelde personeelsleden tegen elk onstlagvoorstel in de gevallen bedoeld in de artikelen 93 en 97. Art. 67.De raad van beroep is samengesteld uit een voorzitter en zes leden. Art. 68.De Regering duidt een voorzitter aan en twee vervangende voorzitters onder de topambtenaren van het ministerie. Art. 69.De Regering duidt de leden van de raad van beroep aan onder de personeelsleden van de hogescholen van de Franse Gemeenschap die definitief benoemd zijn. Deze leden moeten tenminste vijfendertig jaar oud zijn en tenminste tien jaar dienst tellen in het hoger niet universitair onderwijs van de Franse Gemeenschap.
De leden van de raad van beroep bedoeld in het vorige lid worden voor de helft aangewezen onder de leden van het onderwijzend personeel van de Franse Gemeenschap en voor de helft uit de lijsten van twee kandidaten die voorgedragen worden door elk van de representatieve vakbonden, in de betekenis van de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten en het koninklijk besluit van 28 september 1984. Art. 70.De Regering duidt onder dezelfde voorwaarden, twee plaatsvervangers aan voor elk werkend lid. Art. 71.De voorzitter, de vervangende voorzitters, de effectieve en de vervangende leden worden aangesteld voor vier jaar. Hun mandaat is vernieuwbaar.
De plaatsvervanger van een lid, maakt het mandaat af van degene die hij vervangt. Art. 72.De Regering stelt een secretaris aan en twee vervangende secretarissen onder de ambtenaren van het ministerie.
Ze nemen het secretariaat waar zonder stemgerechtigd te zijn. Art. 73.§ 1. Elk personeelslid dat uitgenodigd wordt een voorstel tot disciplinaire sanctie dat over hem werd geformuleerd te ondertekenen, heeft het recht langs hiërarchische weg een verhaal in te dienen bij de raad van beroep binnen een termijn van twintig dagen, vanaf de dag waarop het voorstel hem voorgelegd werd.
Indien de betrokkene geen verhaal aangetekend heeft binnen de vastgestelde termijn, dan wordt het voorstel voor disciplinaire sanctie rechtstreeks overgemaakt aan de Regering. § 2. Het verhaal in verband met de onverenigbaarheid evenals het verhaal in betrekking tot het signalement, worden ingediend langs hiërarchische weg binnen een termijn van twintig dagen, vanaf de dag waarop de kennisgeving van de onverenigbaarheid gedaan werd of de datum waarop het directiecollege zijn beslissing mededeelde bedoeld in artikel 49, lid 3. § 3. Het verhaal ingediend door een tijdelijk personeelslid aangesteld voor een bepaalde tijd, tegen een ontslagvoorstel bedoeld in artikel 93, wordt ingediend langs hiërarchische weg binnen een termijn van tien dagen, vanaf de ontvangst van het ontslagvoorstel. § 4. Het verhaal ingediend door een tijdelijk personeelslid aangesteld voor onbepaalde tijd, tegen een ontslagvoorstel bedoeld in artikel 97, wordt ingediend langs hiërarchische weg binnen een termijn van tien dagen, vanaf de ontvangst van het ontslagvoorstel. Art. 74.Het verhaal in verband met de onverenigbaarheid, het voorstel tot disciplinaire sanctie gecontroleerd door de betrokkene, het ontslagvoorstel, gecontroleerd door de betrokkene, het verhaal dat hij indiende, evenals alle documenten die betrekking hebben op het signalement van het betrokken personeelslid worden naargelang het geval overgemaakt aan de raad van beroep binnen een termijn van een maand vanaf de dag van de ontvangst van het verhaal. Art. 75.Geen enkel verhaal kan door de raad van beroep behandeld worden indien de aanvrager de kans niet kreeg zijn verdedigingsmiddelen op punt te stellen en indien het dossier de elementen niet bevat die het deze raad mogelijk maken een advies uit te brengen met alle kennis van zake, onder andere het verslag van de onderzoekers, de processen-verbaal van de getuigenverhoren en de onmisbare confrontaties. Art. 76.Behalve in de gevallen van strafrechtelijke vervolging, moet de raad van beroep voor de gevallen bedoeld in artikel 66, 1°, 2° en 3°, een gemotiveerd advies geven binnen de drie maand die volgen op de ontvangst van het volledig dossier van de zaak. De Regering kan een dringend advies vragen en in dat geval mag de termijn evenwel niet minder zijn dan een maand.
In het geval van een verhaal ingediend tegen een ontslagvoorstel zoals bedoeld in artikel 66, 4°, dan mag de termijn een maand niet overschrijden. Art. 77.Zodra een zaak ingediend is, deelt de voorzitter aan de aanvrager de lijst mee van de effectieve en vervangende leden van de raad van beroep.
Binnen de tien dagen die volgen op de ontvangst van deze lijst, kan de aanvrager de verwerping van een of meerdere leden van de raad van beroep vragen : ten hoogste drie leden aangesteld op de voordracht van de vakbonden en drie leden rechtstreeks aangesteld door de Regering.
Hij kan echter een effectief lid en zijn vervangers niet afwijzen.
Een lid kan vragen om ontlast te worden indien hij een meent een moreel belang in de zaak te hebben of indien hij meent dat zijn onpartijdigheid in twijfel zou worden getrokken. De voorzitter beslist over het gevolg dat aan deze aanvraag zal gegeven worden. Hij kan ook een lid van ambtswege, om dezelfde redenen, ontlasten. Art. 78.De voorzitter en de vervangende voorzitters kunnen niet zetelen in een zaak die verband houdt met een van de personeelsleden van de hogeschool die onder hun beheer valt.
De voorzitter en de vervangende voorzitters, de effectieve leden en de vervangende leden kunnen niet zetelen in een zaak waar hun echtgenoot (echtgenote) bij betrokken is, of een familielied of een verwant tot de vierde graad inbegrepen. Art. 79.De aanvrager verschijnt in persoon, al dan niet bijgestaan door een advocaat of een verdediger gekozen onder de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, in actieve dienst of met pensioen, of van de afgevaardigde van een representatieve syndicale organisatie, in de betekenis van de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten en het koninklijk besluit van 28 september 1984.
Indien de aanvrager, hoewel hij normaal opgeroepen werd, niet verschijnt, dan wordt deze zaak aan de raad van beroep onttrokken en wordt het dossier overgemaakt aan de Regering voor een beslissing. Art. 80.De raad van beroep delibereert op een geldige manier indien de voorzitter en tenminste vier leden aanwezig zijn.
Indien het quorum bedoeld in lid 1 niet bereikt is, dan roept de voorzitter een nieuwe vergadering samen binnen de veertien dagen.
Tijdens deze vergadering kan een beslissing genomen worden ongeacht het aantal aanwezige leden. Art. 81.Voor elke zaak stelt de Regering een rapporteur aan onder de ambtenaren van het ministerie die niet hebben deelgenomen aan het onderzoek.
De rapporteur legt met objectiviteit aan de raad van beroep de achtergrond voor van de zaak en de uitslagen van het onderzoek. Hij heeft het recht op antwoord. Hij heeft geen stemrecht. Art. 82.De raad van beroep kan een aanvullend onderzoek bevelen, getuigen ten laste of ten gunste ondervragen. Na een deliberatie maakt ze aan de Regering haar gemotiveerd advies over. Deze vermeldt met hoeveel stemmen, voor of tegen, de stemming de meerderheid behaalde. Art. 83.De stemming over het advies gebeurt in het geheim. De leden aangesteld door de Regering en deze aangesteld op voorstel van de syndicale organisaties moeten gelijk in aantal zijn om deel te kunnen nemen aan de stemming. Indien nodig, wordt de pariteit hersteld door het verwijderen van een of meerdere leden, na loting.
Het advies wordt gegeven bij meerderheid van de aanwezige leden.
Voor de toepassing van leden 1 en 2, worden de blanco stemmen en de onthoudingen niet als stem beschouwd.
Bij staking van pariteit van stemmen, wordt het advies als gunstig beschouwd voor de aanvrager. Art. 84.De beslissing wordt genomen door de Regering binnen de maand die volgt op de ontvangst van het advies. Zij maakt melding van het gemotiveerd advies van de raad van beroep of van de afwezigheid van advies. Elke beslissing die niet overeenkomstig is met het advies van de raad van beroep wordt gemotiveerd.
De Regering deelt haar beslissing mee aan de raad van beroep en aan de aanvrager. Art. 85.Het mandaat van de leden van de raad van beroep wordt kosteloos uitgeoefend. Verblijf- en vervoerkosten worden hun evenwel toegekend volgens de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 met betrekking op de algemene reglementering in verband met vervoerkosten en door het koninklijk besluit van 24 december 1964 die de vergoedingen bepaalt voor verblijfkosten van de personeelsleden van het ministerie. Art. 86.De werkingsmodaliteiten van de raad van beroep, met eerbiediging van de rechten van de verdediging en het tegenstrijdig karakter van de debatten, worden bepaald door de Regering. HOOFDSTUK VII. - Preventieve schorsing Art. 87.Indien de goede werking van de dienst of van het onderwijs dit vereisen, kan het personeelslid dat definitief benoemd werd, preventief geschorst worden in het geval van strafrechtelijke vervolgingen, voor de eventuele toepassing van disciplinaire sancties of indien hij een verhaal indient tegen de vaststelling van een onverenigbaarheid. Art. 88.De preventieve schorsing is een zuiver administratieve maatregel. Ze wordt uitgesproken door de Regering en ze moet gemotiveerd zijn.
Ze wordt aan de betrokkene meegedeeld per aangetekend schrijven en neemt een aanvang op de datum waarop het aangetekend schrijven hem door de post aangeboden wordt.
De preventieve schorsing heeft tot gevolg dat het betrokken personeelslid van zijn ambt verwijderd wordt. Ze mag de termijn van een jaar niet overschrijden, behalve wanneer het personeelslid het voorwerp uitmaakt van strafrechtelijke vervolgingen of wanneer hij een verhaal heeft ingediend tegen de vaststelling van een onverenigbaarheid.
Deze maatregel moet evenwel schriftelijk bevestigd worden door de Regering, om de drie maand, beginnend met de in werking treding.
Deze bevestiging wordt aan de betrokkene medegedeeld via een aangetekend schrijven langs de post.
Bij gebrek aan bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vastgestelde termijn, mag het betrokken personeelslid zijn functies weer opnemen na er de Regering van op de hoogte te hebben gebracht met een aangetekend schrijven via de post verzonden tenminste tien werkdagen voor hij het werk effectief weer opneemt.
Na ontvangst van deze kennisneming, kan de Regering het aanhouden van de preventieve schorsing bevestigen volgens de procedure die hiervoor beschreven werd. Art. 89.De brutowedde van elk personeelslid dat preventief geschorst werd en dat het voorwerp uitmaakt van strafrechtelijke of disciplinaire vervolgingen omwille van een zware fout waarvoor de feiten duidelijk waren, of waarvoor er overtuigende bewijzen bestaan, wordt met de helft verminderd, behalve tegenstrijdige beslissing van de Regering.
Deze vermindering mag niet tot gevolg hebben dat de wedde teruggebracht wordt tot een bedrag dat lager ligt dan de werkloosheidsuitkeringen waar het personeelslid recht zou op hebben indien hij zou genieten van het regime van sociale zekerheid van de loontrekkenden. Art. 90.Zodra het onderzoek van het dossier van het preventief geschorste personeelslid beëindigd is, wordt de maatregel ingetrokken, behalve indien de beslissing in verband met de disciplinaire actie leidt tot een disciplinaire schorsing, tot een plaatsing in een disciplinaire inactiviteit of tot een ontheffing.
Wanneer een personeelslid slechts de helft van zijn wedde heeft ontvangen als gevolg van een preventieve schorsing die later ingetrokken werd, krijgt hij het aanvullend gedeelte van zijn wedde dat betrekking heeft op de schorsingsperiode.
De bedragen die door het personeelslid ontvangen werden tijdens een preventieve schorsing worden hem toegewezen indien de beslissing in verband met de disciplinaire sanctie tot een van voornoemde drie sancties leidt. HOOFDSTUK VIII. - Het neerleggen van het ambt Afdeling 1. - De personeelsleden die tijdelijk aangesteld werden voor
een bepaalde duur Art. 91.De personeelsleden die tijdelijk benoemd werden voor een bepaalde duur, worden ambtshalve uit hun functies ontzet en zonder vooropzeg : 1° indien ze niet op een regelmatige wijze tijdelijk benoemd werden voor zover de onregelmatigheid niet begaan werd door de Regering;2° indien ze niet langer voldoen aan volgende voorwaarden : a) staatsburger zijn van een lidstaat van de Europese Unie, behalve afwijking verleend door de Regering;b) de burgerlijke en politieke rechten genieten;c) aan de militiewetten voldoen;3° indien na een veroorloofde afwezigheid ze zonder geldige reden verwaarlozen hun dienst te hervatten en afwezig blijven gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;4° indien ze zonder geldige reden hun betrekking verlaten en afwezig blijven gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;5° indien ze zich in de gevallen bevinden waarin de toepassing van de burgerlijke en strafrechtelijke wetten het neerleggen van het ambt inhoudt;6° indien er vastgesteld wordt dat een permanente arbeidsongeschiktheid erkend overeenkomstig de wet of het reglement hun niet toelaat hun functies degelijk uit te oefenen;7° indien ze de normale pensioenleeftijd bereikt hebben;8° op het eind van de termijn vermeld in de aanstellingsacte en ten laatste op de laatste dag van het academiejaar tijdens hetwelk de aanstelling werd gedaan;9° om de toewijzing toe te laten aan een personeelslid van dezelfde hogeschool definitief benoemd of tijdelijk aangesteld voor onbepaalde duur, van een volledige of gedeeltelijke opdracht;10° op het ogenblik van de terugkeer van de titularis van de betrekking of van het personeelslid dat hem tijdelijk vervangt, in het geval van een aanstelling zoals bedoeld in artikel 25, § 1;11° indien een onverenigbaarheid wordt vastgesteld en geen enkel verhaal bedoeld in artikel 18 werd ingediend of dat het personeelslid weigert een eind te maken aan een onverenigbare bezigheid, na de procedure volledig doorgewerkt te hebben;12° vanaf de ontvangst van de administratieve gezondheidsdienst het personeelslid definitief ongeschikt verklarend;13° in het geval van een definitieve benoeming in een ambt in verhouding met de uren die het voorwerp van deze nieuwe benoeming uitmaken, met een maximum van een volledig ambt;14° in het geval van de afschaffing van de enige betrekking binnen de hogeschool in een te welbepaald ambt en te begeven cursussen, wanneer deze betrekking bekleed wordt door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld werd voor een bepaalde duur. Art. 92.§ 1. De Regering kan elk personeelslid ontslaan dat tijdelijk aangeworven is voor een bepaalde duur zonder kennisgeving omwille van een zware fout.
Wordt beschouwd als een zware fout, elke tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen het personeelslid en de hogeschool onmiddellijk en definitief onmogelijk zou maken. § 2. Vanaf het ogenblik waarop de Regering op de hoogte is van de elementen die op een zware fout zouden kunnen wijzen, roept ze per aangetekend schrijven via de post het personeelslid op voor een verhoor dat plaatsvindt ten vroegste vijf dagen en ten laatste tien dagen na het versturen van de oproeping. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid niet verschijnt voor het verhoor. § 3. Indien de Regering van mening is dat er voldoende elementen zijn die wijzen op een zware fout, dan kan het overgaan tot het ontslag binnen de drie dagen die volgen op de datum van het verhoor.
Het ontslag wordt vergezeld van het bewijs van de echtheid van de verweten feiten.
Het wordt aan het personeelslid medegedeeld hetzij per deurwaardersexploot hetzij per aangetekende brief via de post, die van kracht is op de derde werkdag na de datum waarop hij verzonden werd. § 4. Tijdens het verhoor kan het personeelslid zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een verdediger gekozen onder de personeelsleden van het onderwijs van de Franse Gemeenschap die in actieve dienst of gepensioneerd zijn of door een vertegenwoordiger van een representatieve syndicale organisatie, in de betekenis van de
wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/12/1974
pub.
05/10/2012
numac
2012000586
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten en het koninklijk besluit van 28 september 1984. Art. 93.Mits een vooropzeg van twee weken, mag de Regering een eind maken aan de opdracht van een personeelslid dat tijdelijk benoemd werd voor een bepaalde duur, op gemotiveerd voorstel van de raad van bestuur, volgens de procedure bedoeld in artikel 20, § 2. Het personeelslid wordt voorafgaandelijk verhoord door de raad van bestuur binnen een termijn van vijf werkdagen beginnend vanaf zijn oproeping per aangetekende brief via de post. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid niet verschijnt voor het verhoor.
De directeur-voorzitter legt het ontslagvoorstel voor aan het personeelslid onmiddellijk nadat het werd opgesteld.
Het voorstel wordt geviseerd en gedateerd door het betrokken personeelslid. Hij geeft het document dezelfde dag terug. Indien hij van mening is dat het voorstel niet gerechtvaardigd is, maakt hij daar melding van in zijn verklaring en overhandigt het voorstel binnen dezelfde termijn. De procedure wordt voortgezet indien het personeelslid weigert het ontslagvoorstel te viseren. Indien het personeelslid afwezig is, dan wordt het ontslagvoorstel hem toegezonden per aangetekende brief met ontvangstbewijs die een handtekening en datering evenwaardig zijn.
De betrokkene kan een verhaal indienen bij de raad van beroep volgens de procedure bedoeld in artikel 73 en volgende. Art. 94.Een personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor een bepaalde duur kan zijn ambt vrijwillig opgeven, mits een kennisgeving van veertien dagen.
Het personeelslid deelt dit aan de Regering mede per aangetekend schrijven via de post, met uitwerking op de derde werkdag …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.