← België

Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentiebanden 900 MHz, 1800 MHz en 2 GHz

Kort samengevat

Dit besluit regelt de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor mobiele operatoren in de frequentiebanden 900 MHz, 1800 MHz en 2 GHz. Het introduceert een hybride mechanisme om deze rechten toe te wijzen, waarbij voordelen van zowel veilingen als verlengingen worden gecombineerd.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
28 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentiebanden 900 MHz, 1800 MHz en 2 GHz VERSLAG AAN DE KONING Sire, Algemeen Dit besluit bepaalt de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van de gebruiksrechten die worden toegekend aan de mobiele operatoren in de frequentiebanden 900 MHz (890-915/925-960 MHz), 1800 MHz (1710-1785/1805-1880 MHz) en 2 GHz (1920-1980/2110-2170 MHz). In de jaren 90 heeft de regering drie 2G-vergunningen toegewezen aan: - Proximus (onder de naam van "Belgacom Mobile"); - Orange Belgium (onder de naam van "Mobistar"); - Telenet Group (onder de naam van "KPN-Orange Belgium"). Initieel waren de 2G-vergunningen geldig voor een periode van 15 jaar. De 2G-vergunningen konden stilzwijgend verlengd worden met periodes van 5 jaar. In 2001 heeft de regering drie 3G-vergunningen toegewezen aan: - Proximus (onder de naam van "Belgacom Mobile"); - Orange Belgium (onder de naam van "Mobistar"); - Telenet Group (onder de naam van "KPN Mobile 3G Belgium"). Initieel waren de 3G-vergunningen geldig voor een periode van 20 jaar. De 3G-vergunningen konden stilzwijgend verlengd worden met periodes van 5 jaar. In 2010 heeft de regering besloten om het einde van de geldigheid van de 2G-vergunningen te laten samenvallen met dat van de 3G-vergunningen en deze niet langer te verlengen na de initiële geldigheidsduur van de 3G-vergunningen. In 2011 heeft het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna "BIPT") een vierde 3G-vergunning toegewezen aan Telenet Tecteo Bidco. Deze vergunning werd in 2014 teruggegeven. In juli 2018 heeft de federale regering teksten met betrekking tot de organisatie van een multibandveiling goedgekeurd. Deze multibandveiling had betrekking op de bestaande 2G- en 3G-banden vanaf 15 maart 2021, alsook op nieuwe banden die geïdentificeerd zijn voor 5G. Wegens gebrek aan een akkoord binnen het Overlegcomité konden deze teksten nog steeds niet worden aangenomen in 2020. Het is niet meer mogelijk, zoals het aanvankelijk de bedoeling was, dat het BIPT nieuwe gebruiksrechten voor de bestaande 2G- en 3G-banden voor de periode vanaf 15 maart 2021 toekent via de multibandveiling, voordat de geldigheidsperiode van de 2G- en 3G-vergunningen verstrijkt. Om te vermijden dat er vóór de organisatie van de veiling geen geldige 2G- en 3G-vergunningen zijn, heeft de regering een koninklijk besluit aangenomen dat het BIPT in staat stelt om de 2G- en 3G-vergunningen te verlengen tot na 15 maart 2021, telkens voor een maximumperiode van zes maanden, totdat de veiling afgerond is ( koninklijk besluit van 3 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010011511 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten type wet prom. 13/12/2010 pub. 15/06/2011 numac 2011000365 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten3 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofonienetten, het koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/10/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997014245 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten type koninklijk besluit prom. 24/10/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997014244 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten sluiten betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten en het koninklijk besluit van 18 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/01/2001 pub. 20/01/2001 numac 2001014004 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie sluiten tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie). De strategische planning en de harmonisering van het spectrumgebruik op het niveau van de Unie zouden de interne markt van draadloze elektronische-communicatiediensten en -apparatuur moeten versterken alsook de andere beleidslijnen van de Unie waarvoor spectrum moet worden gebruikt, door nieuwe opportuniteiten te creëren op het vlak van innovatie en werkgelegenheid en door tegelijk bij te dragen tot het economisch herstel en de sociale integratie in de hele Unie, met inachtneming van de belangrijke sociale, culturele en economische waarde van het spectrum. Op het niveau van de Europese Unie dienen de volgende besluiten te worden geciteerd: - Richtlijn 87/372/EEG van de Raad van 25 juni 1987 inzake de voor een gecoördineerde invoering van openbare pan-Europese digitale cellulaire mobiele communicatie te land in de Gemeenschap beschikbaar te stellen frequentiebanden; - Beschikking 2009/766/EG betreffende de harmonisatie van de 900 MHz- en de 800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die pan-Europese elektronische communicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap; - uitvoeringsbesluit van de Commissie van 18 april 2011 tot wijziging van Beschikking 2009/766/EG betreffende de harmonisatie van de 900 MHz- en de 800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die pan-Europese elektronische communicatiediensten kunnen verschaffen in de Gemeenschap; - uitvoeringsbesluit van de Commissie van 5 november 2012 betreffende de harmonisering van de frequentiebanden 1920-1980MHz en 2110-2170MHz voor de terrestrische systemen die elektronische-communicatiediensten kunnen verschaffen in de Europese Unie. Het in dit besluit beoogde spectrum zal gebruikt worden voor de openbare mobiele netwerken. Voor deze netwerken moet de technische kwaliteit van de communicatie of van de dienst absoluut gegarandeerd zijn. Daartoe moet gezorgd worden voor een hoog beveiligingsniveau tegen schadelijke storingen. Het enige gepaste vergunningsstelsel bestaat dus in de toekenning van individuele gebruiksrechten voor het radiospectrum. Er dient te worden opgemerkt dat geen enkele lidstaat van de Europese Unie een stelsel van algemene vergunningen heeft ingevoerd voor dit spectrum. Het BIPT heeft ook een beroep gedaan op een externe consultant om, onder andere, de verlenging van de 2G- en 3G-vergunningen te bekijken. Deze studie werd verwezenlijkt door Analysys Mason en heeft geleid tot het verslag "Study regarding the value of spectrum for mobile public systems" van 31 december 2015. Het verslag van Analysys Mason omvat aanbevelingen over de mechanismen voor toewijzing, de gebruiksvoorwaarden en de spectrumwaarde, voor de verschillende frequentiebanden gebruikt voor de openbare mobiele diensten. Dit verslag werd gepubliceerd op de website van het BIPT. De voornaamste doelstellingen nagestreefd door dit besluit zijn de volgende: - het spectrum toewijzen aan de meest efficiënte gebruikers; - de ontwikkeling van draadloze breedbandnetwerken aanmoedigen en de digitale kloof in België verder dichten; - erop toezien dat het hele spectrum wordt toegewezen in het kader van de gunningsprocedure (vermijden dat er niet-toegewezen spectrum overblijft); - een zo efficiënt mogelijk gebruik van het spectrum waarborgen; - de concurrentie op de Belgische elektronische-communicatiemarkt maximaliseren; - toezien op eerlijke inkomsten voor de overheden, aangezien het een kostbaar en schaars openbaar goed betreft; - spectrum toewijzen op basis van een objectieve, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedure; - de complexiteit en de kosten in verband met de toewijzingsprocedure beperken. In België, net als in de rest van Europa, werd het leeuwendeel van nieuw spectrum van de 21e eeuw toegewezen via veilingmechanismen. De veiling heeft immers tal van voordelen: transparant en eenvoudig, eerlijk, bevordert de concurrentie en het efficiënte gebruik van het spectrum. De situatie is helemaal anders voor de nieuwe toewijzing van de gebruiksrechten voor bestaand spectrum. Tal van Europese landen hebben immers gekozen voor een automatische nieuwe toewijzing van de bestaande rechten. De 900 MHz-, 1800 MHz- en 2 GHz-frequentiebanden worden intensief gebruikt door de openbare mobiele operatoren om een dienst te verstrekken aan de Belgische consument alsook aan de virtuele mobiele operatoren en doorverkopers die hun infrastructuur gebruiken. Deze frequenties zijn essentieel voor de goede werking van de mobiele netwerken in België en deze veilen zou wel eens erg schadelijk kunnen blijken voor de sector. Een veiling houdt per definitie een groot deel aan risico's in. Zullen de operatoren hun bezittingen in verband met frequenties kunnen recupereren, op welke positie in de frequentieband en tegen welke prijs? Dat zijn vragen waar de operatoren geen antwoorden op zullen hebben, wat een algemeen klimaat van onzekerheid zal creëren dat ongunstig is voor investeringen. Een veiling zou dus op enorm veel beduchtheid worden onthaald door de bestaande operatoren en hun aandeelhouders omdat ze zou worden gezien als een mogelijke bedreiging voor hun bezittingen in termen van frequenties en dus voor hun investeringen die ze tot dan toe hebben gedaan. De mobiele-telecommunicatiemarkt vergt grote investeringsbedragen die pas op lange termijn resultaten kunnen boeken. Dit heeft tot gevolg dat de operatoren een coherente en duidelijke strategische visie moeten kunnen ontwikkelen op basis van de langetermijnplanning voor investeringen. De mobiele netwerken berusten op het essentiële en schaarse middel dat de frequenties vormen. Om de investeringen in de mobiele netwerken van de toekomst zo goed mogelijk te kunnen plannen, dienen de operatoren te weten dat ze zullen kunnen blijven beschikken over de frequenties die ze vandaag gebruiken. Hoe meer duidelijke antwoorden het reglementaire kader verschaft op deze vragen, hoe meer de operatoren hun toekomst zullen kunnen uitstippelen met vertrouwen, tegenover hun aandeelhouders grote investeringsplannen zullen kunnen rechtvaardigen en overigens de duurzaamheid zullen kunnen garanderen van de diensten die ze aan hun klanten bieden. Op Europese schaal bestaat de tendens er de laatste jaren eerder in om het aantal spelers die zelf een mobiele-telecommunicatienetwerk ontplooien, te beperken. We zijn inderdaad getuige van een zeker consolidatieniveau dat enkele jaren geleden werd aangemoedigd door de Europese Commissie. In 2011 mislukte de poging van een nieuwkomer om vaste voet te krijgen op de Belgische markt. In deze context is de kans klein dat we een nieuwkomer deze frequenties zien verwerven om ze te gebruiken om een vierde mobiel netwerk te ontplooien. Toch zou een veiling, ook indien er geen nieuwkomers zijn, in theorie het efficiënte gebruik van spectrum moeten bevorderen. De spectrumbehoeften kunnen inderdaad verschillen van de ene operator tot de andere afhankelijk van de ontplooiingsstrategie, van het aantal klanten en van het verkeer dat deze klanten genereren. De bestaande mobiele operatoren staan allemaal negatief tegenover een veiling van de frequentiebanden 900 MHz, 1800 MHz en 2 GHz. Noch het veilingmechanisme, noch de verlenging van de bestaande gebruiksrechten maken het mogelijk om samen de voormelde doelstellingen te bereiken. Het gekozen mechanisme is een hybride mechanisme waarmee, ten minste deels, de voordelen van een veiling kunnen worden gecombineerd met deze van een verlenging. Er dient te worden opgemerkt dat het BIPT kan beslissen om deze toewijzingsprocedure tegelijk te organiseren met andere procedures voor toewijzing waarvan de toekenningsvoorwaarden zijn vastgelegd in andere koninklijke besluiten. Uitgezonderd de procedure waarin het koninklijk besluit van 28 november 2021 betreffende radiotoegang in de 700 MHz-frequentieband (zie artikel 12) voorziet, blijven de procedures autonoom, staan de activiteitsregels voor de ene procedure los van de activiteitsregels voor de andere procedures en kan het aantal rondes natuurlijk verschillen van de ene tot de andere procedure. Er werd rekening gehouden met het advies van de Raad van State. Wat betreft de verwijzing naar het advies van het BIPT in de aanhef wordt enkel het meest recente advies vermeld aangezien dat in feite de vorige vervangt. Op 26 mei 2021 gaf het Overlegcomité nog niet zijn akkoord over de ontwerptekst. De opheffing van de bijlage bij het koninklijk besluit van 24 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010011511 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten type wet prom. 13/12/2010 pub. 15/06/2011 numac 2011000365 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten0 betreffende radiotoegang in de frequentiebanden 3410-3500 / 3510-3600 MHz en 10150-10300 / 10500-10650 MHz gebeurde al bij het koninklijk besluit van 3 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010011511 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten type wet prom. 13/12/2010 pub. 15/06/2011 numac 2011000365 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten3 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010011511 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten type wet prom. 13/12/2010 pub. 15/06/2011 numac 2011000365 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten0 (artikel 6). Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Dit artikel definieert een aantal termen die voorkomen in het besluit. De definities van "controle met betrekking tot een persoon" en "relevante groep" zijn dezelfde als deze gebruikt voor het koninklijk besluit van 18 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/01/2001 pub. 20/01/2001 numac 2001014004 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie sluiten tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie (hierna "het 3G-koninklijk besluit"), het koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010011511 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten type wet prom. 13/12/2010 pub. 15/06/2011 numac 2011000365 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten1 betreffende radiotoegang in de frequentieband 2500-2690 MHz (hierna "het 2,6 GHz-koninklijk besluit") en het koninklijk besluit van 6 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010011511 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten type wet prom. 13/12/2010 pub. 15/06/2011 numac 2011000365 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten2 betreffende radiotoegang in de frequentieband 790-862 MHz (hierna "het 800 MHz-koninklijk besluit"). De overige definities behoeven geen commentaar. We onderscheiden twee soorten van kandidaten: de volledige en de beperkte kandidaten. Een volledige kandidaat kan een bod uitbrengen voor alle soorten van percelen terwijl een beperkte kandidaat slechts een bod kan uitbrengen voor de blokken van 1 MHz duplex in de 900MHz-band. Een beperkte kandidaat, zelfs als hij spectrum verwerft, zal geen "klassiek" mobiel datanetwerk kunnen uitrollen. De blokken van 1 MHz duplex zijn daarentegen geschikt voor bepaalde technologieën die specifiek zijn voor toepassingen van het "internet der dingen". Het kandidatuurdossier moet de keuze van het type kandidaat vermelden (zie artikel 16, § 1, 11° ). Artikel 2 De betreffende frequenties kunnen slechts verworven worden door operatoren die een kennisgeving hebben gedaan in de zin van artikel 9 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie (hierna " wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten"). Artikel 3 De gebruiksrechten worden toegekend voor een periode van twintig jaar, telkens verlengbaar met vijf jaar. De initieel aan de 2G-operatoren toegewezen gebruiksrechten (krachtens het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofonienetten, hierna "het GSM-koninklijk besluit", en krachtens het koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/10/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997014245 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten type koninklijk besluit prom. 24/10/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997014244 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten sluiten betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten, hierna "het DCS-koninklijk besluit") en de gebruiksrechten toegewezen voor de 2,6 GHz-band (krachtens het 2,6 GHz-koninklijk besluit) waren geldig voor een periode van 15 jaar. De gebruiksrechten toegekend aan de 3G-operatoren (krachtens het 3G-koninklijk besluit) en de gebruiksrechten toegekend voor de 800 MHz-band (krachtens het 800 MHz-koninklijk besluit) waren daarentegen toegekend voor een periode van 20 jaar. In de overige Europese landen ligt de geldigheidsduur van de gebruiksrechten doorgaans ook tussen 15 en 20 jaar. De operatoren zijn voorstander van langere geldigheidstermijnen om de voorspelbaarheid van de ontwikkeling van hun activiteiten op lange termijn te vergroten. Dit besluit voorziet in een initiële periode van 20 jaar, telkens verlengbaar met periodes van 5 jaar. Een duur van 20 jaar volstaat inderdaad om een goed rendement te garanderen voor de operatoren. Artikel 4 Paragraaf 1 bepaalt de onderverdeling in blokken van de verschillende frequentiebanden. De 900 MHz-band, met een totale capaciteit van 35 MHz duplex, is onderverdeeld in zes blokken van 5 MHz duplex en 5 blokken van 1 MHz duplex. De 1800 MHz-band, met een totale capaciteit van 75 MHz duplex, is onderverdeeld in vijftien blokken van 5 MHz duplex. De 2 GHz-band, met een totale capaciteit van 60 MHz duplex, is onderverdeeld in twaalf blokken van 5 MHz. De 900 MHz-band wordt momenteel gebruikt voor de GSM- en UMTS-technologieën. De 1800 MHz-band wordt momenteel gebruikt voor de GSM- en LTE-technologieën. De 2 GHz-band wordt momenteel gebruikt door de LTE-technologie. We kunnen ervan uitgaan dat de LTE-technologie op langere termijn zal worden gebruikt in de drie banden en dat de UMTS-technologie zal verdwijnen. De GSM-technologie zou echter nog tal van jaren moeten blijven bestaan in de 900 MHz-band. Het is eveneens mogelijk dat de 900 MHz-band wordt gebruikt voor de toepassingen van het "internet der dingen". De LTE-kanalen hebben een bandbreedte van 1,4 MHz, 3 MHz, 5 MHz, 10 MHz, 15 MHz of 20 MHz. De kanaalbreedtes van 1,4 MHz of van 3 MHz kunnen geen erg hoge snelheden bieden en worden doorgaans weinig of niet gebruikt. De UMTS-kanalen hebben een breedte van ongeveer 5 MHz. De kanaalafstand tussen UMTS-kanalen bedraagt doorgaans 4,8 MHz of 5 MHz. De onderverdeling in blokken van 5 MHz is gepast. Men kan immers het volgende gebruiken: - een blok voor een LTE-kanaalbreedte van 5 MHz; - twee blokken voor een LTE-kanaalbreedte van 10 MHz; - drie blokken voor een LTE-kanaalbreedte van 15 MHz; - vier blokken voor een LTE-kanaalbreedte van 20 MHz; - een blok voor een UMTS-kanaal. Voor de GSM-technologie of bepaalde specifieke technologieën voor de toepassingen van "het internet der dingen", bedraagt de kanaalbreedte 200 kHz. Dat is de reden waarom ook wordt voorzien in blokken van 1 MHz duplex in de 900 MHz-band. Een enkele kandidaat kan echter de vijf blokken van 1 MHz duplex verwerven om zo een blok van 5 MHz duplex te vormen. De onderverdeling van de verschillende frequentiebanden is conform de aanbevelingen van het verslag van Analysys Mason. Paragraaf 2 bepaalt welke subfrequentiebanden worden gebruikt voor de uitzending van de basisstations en welke subfrequentiebanden worden gebruikt voor de uitzending van de eindtoestel. Paragraaf 3 bepaalt de maximale spectrumhoeveelheid ("spectrum cap") die een relevante groep kan innemen zonder de concurrentie tussen de verschillende operatoren in het gedrang te brengen. De keuze van een "spectrum cap" voor de verschillende frequentiebanden is in hoofdzaak een compromis tussen het aantal mogelijke concurrerende infrastructuren die gebruik maken van de verschillende frequentiebanden en het prestatieniveau dat kan worden gehaald voor elk van deze infrastructuren. De Europese landen kiezen voor deze "spectrum caps" tussen 10 en 20 MHz duplex voor de banden onder 1 GHz. Het merendeel kiest voor 15 MHz duplex. Een "spectrum cap" van 15 MHz duplex stelt elke operator in staat om naar eigen zin 5, 10 of 15 MHz aan te bieden. De spectrumbehoeften kunnen inderdaad verschillen van de ene operator tot de andere afhankelijk van de ontplooiingsstrategie, van het aantal klanten en van het verkeer dat deze klanten genereren. Er werd dus gekozen voor een spectrum cap van 15 MHz voor de 900 MHz-band. Voor de andere frequentiebanden werden de verschillende "spectrum caps" zo gekozen dat geen enkele operator meer dan ongeveer 40% van de middelen voor een frequentieband heeft. De bepalingen van paragraaf 4 stellen het BIPT in staat om de verdeling van de toegewezen kanalen te wijzigen om het spectrumgebruik te optimaliseren. Het is echter duidelijk dat de operatoren over een redelijke termijn moeten beschikken om deze wijzigingen aan te brengen. De toekenning van deze bevoegdheid is conform artikel 13 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten alsook de artikelen 3.1 en 3.2.c), van Richtlijn 2018/1972/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (hierna "Europees wetboek voor elektronische communicatie"). De aan het BIPT verleende machtiging moet ten uitvoer gebracht worden om het doeltreffende, efficiënte en gecoördineerde gebruik van radiospectrum te bevorderen. Artikel 5 De gebruiksrechten omvatten het gebruik van de eindtoestellen (mobiele telefoons, smartphones, ...) die aangesloten zijn op het netwerk van een radiotoegangsoperator (zie artikel 3 § 2). Wanneer een consument een eindtoestel koopt, is hij evenwel doorgaans niet aangesloten op een netwerk. Artikel 5 staat het houden van een eindtoestel toe, zelfs als dit niet aangesloten is op een netwerk. Artikel 6 Krachtens artikel 13, 3°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten is het BIPT verantwoordelijk voor de internationale coördinatie van de frequenties. Hiertoe sluit het BIPT grensoverschrijdende coördinatieovereenkomsten. Artikel 7 De openbare mobiele operatoren zijn onderworpen aan verscheidene types van heffingen. De openbare mobiele operatoren zijn ertoe gehouden om in het begin van de geldigheidsperiode van de gebruiksrechten een enige heffing te betalen, in overeenstemming met artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. De openbare mobiele operatoren zijn eveneens verplicht om jaarlijkse rechten te betalen. Het bedrag van de jaarlijkse rechten wordt vastgelegd in de koninklijke besluiten ter uitvoering van de artikelen 18 en 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. De jaarlijkse rechten hebben, onder andere, net zoals de enige heffing, tot doel om een optimale uitbating van de radiofrequenties te garanderen. Considerans 100 van het Europees wetboek voor elektronische communicatie bepaalt dat de heffingen voor de gebruiksrechten voor frequenties mogen samengesteld zijn uit een enig bedrag en een periodiek bedrag. Tot op heden bestonden er twee soorten van jaarlijkse rechten: - de jaarlijkse rechten voor het beheer van de gebruiksrechten, met als enige doel de activiteiten van het BIPT die verband houden met het beheer van de gebruiksrechten te financieren; - de jaarlijkse rechten voor de terbeschikkingstelling van de frequenties, met het oog op het financieren van de activiteiten van het BIPT en om een optimale uitbating van de radiofrequenties te garanderen. De jaarlijkse rechten voor de terbeschikkingstelling van de frequenties waren verschuldigd voor alle gebruiksrechten, terwijl de jaarlijkse rechten voor beheer van de gebruiksrechten enkel voor bepaalde gebruiksrechten verschuldigd waren. Een enkel type van jaarlijkse rechten werd behouden, met het oog op het financieren van de activiteiten van het BIPT en om een optimale uitbating van de radiofrequenties te garanderen. Om redenen van coherentie zal deze benadering ook gelden voor de 800 MHz-frequentiebanden (zie artikel 71). De jaarlijkse rechten bedragen 91.200 euro per MHz voor de 900 MHz-band en 50.000 euro per MHz voor de twee andere banden. Het bedrag voor de 900 MHz-band is gelijk aan het bedrag van de jaarlijkse rechten voor de terbeschikkingstelling van de frequenties voor de 800 MHz-band (krachtens het 800 MHz-koninklijk besluit). De twee overige banden zijn minder gunstig in termen van propagatievoorwaarden. Het jaarlijkse recht is dus minder hoog voor deze twee banden dan voor de 900 MHz-band. Er dient te worden opgemerkt dat Analysys Mason rekening heeft gehouden met het bedrag van de jaarlijkse rechten om de waarde van het spectrum voor de verschillende frequentiebanden te berekenen. Het bedrag van de enige heffingen (artikel 30, § 1/1, van de WEC) werd vastgelegd op basis van het voormelde verslag van Analysys Mason. Het bedrag van de jaarlijkse rechten is onafhankelijk van het aantal basisstations voor radiocommunicatie die de frequenties in kwestie exploiteren. Los van het aantal basisstations, worden de radiofrequenties daadwerkelijk ter beschikking gesteld en kunnen ze niet langer gebruikt worden door een andere gebruiker. Een verband leggen tussen de rechten en de basisstations zou operatoren ertoe kunnen leiden hun netwerk niet uit te rollen en de frequenties te hamsteren zonder ze te gebruiken, wat vermeden moet worden. Dit soort van bepaling bestaat reeds en is van toepassing op alle bestaande gebruiksrechten betreffende de radiotoegang. Tot op heden waren de jaarlijkse rechten voor de terbeschikkingstelling van de frequenties enkel verschuldigd voor de frequenties die in gebruik werden genomen. Dit soort van bepaling bevordert het hamsteren van spectrum en leidt tot een niet-optimale uitbating van de radiofrequenties. Om dezelfde redenen bepaalt dit koninklijk besluit dus dat de jaarlijkse rechten verschuldigd zijn van zodra de geldigheidsduur van de gebruiksrechten is begonnen. Want zodra de gebruiksrechten zijn toegekend worden de radiofrequenties in verband met deze rechten daadwerkelijk ter beschikking gesteld van de betrokken operator. Deze mag ze gebruiken en ze mogen niet langer door derden gebruikt worden. Artikel 8 Artikel 8 legt een aantal algemene regels vast inzake de controle. Artikel 9 Artikel 9 bepaalt dat de operatoren het publiek moeten informeren over de gerealiseerde dekking. Artikel 10 Artikel 18, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten bepaalt dat de voorwaarden voor het verkrijgen en hanteren van radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden ook betrekking kunnen hebben op "(...) de dekkingsvereisten en kwaliteitseisen". Artikel 18 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten is de omzetting van deel B van de bijlage bij Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Deel B van de bijlage van Richtlijn 2002/20/EG werd sindsdien vervangen door deel D van bijlage I van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, waarvan punt 1 voortaan als volgt luidt: "1. Verplichting een dienst aan te bieden (...), met inbegrip van, in voorkomend geval, de vereisten inzake dekking en kwaliteit van dienstverlening." De drie bestaande mobiele operatoren beschikken allemaal over frequenties in de 800 MHz-, 900 MHz-, 1800 MHz-, 2 GHz- en 2,6 GHz-banden. Deze operatoren beschikken allemaal over een 2G-netwerk dat de 900 MHz- en 1800 MHz-banden gebruikt, over een 3G-netwerk dat de 900 MHz- en 2 GHz-banden gebruikt en over een 4G-netwerk dat de 800 MHz- en 1800 MHz-banden gebruikt. Het huidige dekkingsniveau van de bevolking door de 2G- en 3G-netwerken overtreft ruimschoots de bestaande verplichtingen. Het dekkingsniveau van de 2G-netwerken varieert momenteel tussen 99,9 en 100% en het dekkingsniveau van de 3G-netwerken varieert tussen 98,9 en 100%. Een dekkingsverplichting voor mobiele netwerken van 99,5% van de bevolking lijkt dus redelijk. De frequentiebanden onder 1 GHz vormen de optimale oplossing voor de dekking van uitgestrekte gebieden. De andere frequentiebanden worden over het algemeen gebruikt op de plaatsen waar er veel verkeer is om er de beschikbare capaciteit te vergroten. Het is dus logisch om enkel dekkingsverplichtingen op te leggen aan de operatoren die beschikken over frequenties onder 1 GHz om een netwerk uit te rollen. In het kader van dit besluit is de enige frequentieband onder 1 GHz de 900 MHz-band. Voor de 900 MHz-band is het mogelijk om blokken van 1 MHz duplex te verkrijgen om bijvoorbeeld, technologieën uit te rollen die specifiek zijn voor de toepassingen van "het internet der dingen". Dit besluit voorziet niet in een dekkingsverplichting voor de operatoren die slechts tussen één en vier blokken van 1 MHz duplex zouden beschikken. De dekkingsverplichtingen zijn reeds vervuld door de drie bestaande mobiele operatoren. Deze moeten dus het niveau van 99,5% in acht nemen van bij het begin van de geldigheidsduur van de gebruiksrechten om een continuïteit van de dienstverlening voor alle consumenten te garanderen. Het is daarentegen niet mogelijk, voor een nieuwkomer, om het niveau van 99,5% van bij het begin van de geldigheid van de gebruiksrechten te halen. Een nieuwkomer heeft tijd nodig om een heel nieuw netwerk uit te rollen. Het uitrolschema, voor de dekkingsverplichtingen, is het volgende voor de nieuwkomers die over frequenties beschikken in de 900 MHz-band: - 30% van de bevolking na 3 jaar; - 70% van de bevolking na 6 jaar; - 99,5% van de bevolking na 8 jaar. Paragraaf 4 en 5 verduidelijken het concept `dekking'. Er dient te worden opgemerkt dat de praktische methodes en exacte procedures voor metingen, bedoeld in paragraaf 5, buitengewoon technisch zijn en geen uitoefening veronderstellen van een daadwerkelijke beoordelingsbevoegdheid waarbij opportuniteitskeuzes moeten gemaakt worden. Er zijn dus geen bezwaren om de zorg voor het vastleggen van die activiteitsregels aan het BIPT toe te vertrouwen. Gezien de techniciteit van deze regels is het BIPT inderdaad het best geplaatst om dit te doen. Wanneer bepaalde geografische gebieden reeds worden gedekt door een operator met de minimumsnelheid dankzij andere frequentiebanden dan de 900 MHz-, de 1800 MHz- en de 2 GHz-banden, dan wint men er niets bij om de operator te verplichten om ook die geografische gebieden te dekken met de 900 MHz-, de 1800 MHz- en de 2 GHz-banden. Op grond van paragraaf 6 kan dus worden geoordeeld dat de dekkingsverplichtingen in verband met de 900 MHz-, de 1800 MHz- en de 2 GHz-banden worden vervuld via alle frequentiebanden waarvoor de operator over gebruiksrechten beschikt. Artikel 11 Een verplichting om nationale roaming aan te bieden aan een nieuwkomer op de markt heeft als doel de structurele nadelen te beperken waarmee deze nieuwkomer geconfronteerd wordt ten opzichte van bestaande operatoren omdat hij niet over een eigen netwerk beschikt voor mobiele radiocommunicatie. Nationale roaming heeft dus tot doel om tijdens een overgangsperiode toegang te verlenen tot een uitgebreid netwerk aan operatoren die nog geen eigen netwerk hebben kunnen ontwikkelen. Om te vermijden dat een overeenkomst van nationale roaming niet kan worden afgesloten in het kader van commerciële onderhandelingen, kan het nodig zijn, nadat er een impasse vastgesteld werd in de commerciële onderhandelingen, om nationale roaming op te leggen gedurende een overgangsperiode. De operator die recht heeft op nationale roaming kiest met welke operator die nationale roaming moet aanbieden, hij wenst te onderhandelen over die nationale roaming. Het is aannemelijk dat Voyacom (2,6 GHz-operator) ook, al zij het in mindere mate, geconfronteerd wordt met structurele nadelen ten opzichte van de bestaande mobiele operatoren (Proximus, Orange Belgium en Telenet Group). De bestaande mobiele operatoren beschikken namelijk al over frequenties en netwerken in de 900 MHz-band (optimale band voor dekking met GSM/EDGE en UMTS/HSPA) en in de 800 MHz-band (beste band voor LTE-dekking). De bepalingen met betrekking tot nationale roaming vormen een evenwichtig systeem dat de concurrentie bevordert. Daarenboven zal de beperkte winstgevendheid van het retail-minustarief dat radiotoegangsoperatoren die recht hebben op nationale roaming betalen, hen er ook toe aanzetten om een eigen netwerk uit te bouwen. Artikel 11 geeft uitvoering aan de bepalingen van artikel 51, § 2, tweede lid, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Het BIPT kan de 2G-operatoren (Proximus, Orange Belgium en Telenet Group), die ook radiotoegangsoperator zijn, verplichten om nationale roaming aan te bieden aan de radiotoegangsoperatoren die geen 2G-operator zijn. De begrippen 'operator die recht heeft op nationale roaming' en 'operator die nationale roaming moet aanbieden' worden gedefinieerd in artikel 1. De frequentiebanden onder 1 GHz vormen dus de optimale oplossing voor de dekking van uitgestrekte gebieden. Voor operatoren die niet over frequenties onder 1 GHz beschikken, is dus het risico dat nationale roaming geen structureel alternatief vormt voor de ontwikkeling van een eigen netwerk, groot. Enkel de operatoren die over frequenties onder 1 GHz beschikken, hebben recht op nationale roaming. Deze operatoren zijn ook de enigen met dekkingsverplichtingen (zie artikel 10). Teneinde te vermijden dat 2G-operatoren zich aan deze verplichting zouden onttrekken via een structurering van het vehikel dat de exploitatie van de gebruiksrechten zal garanderen, wordt deze verplichting uitgebreid tot de controlegroep waartoe de 2G-operator behoort, met inbegrip van consortia. Artikel 11 bepaalt ook dat het recht op nationale roaming niet geldt in die geografische gebieden waar de radiotoegangsoperator die recht heeft op nationale roaming al een eigen netwerk heeft uitgebouwd. De verplichting tot nationale roaming heeft betrekking op alle elektronische-communicatiediensten die worden aangeboden met alle frequenties onder 3 GHz waarvoor de operator over gebruiksrechten beschikt krachtens artikel 18 van de wet. Dit omvat de 2G-, 3G-, 4G- en 5G-diensten. Het overgangskarakter van de nationale roaming blijkt eveneens uit de bepaling dat iedere tussenkomst van het BIPT inzake nationale roaming afloopt acht jaar na het begin van de geldigheid van de gebruiksrechten van de operator die recht heeft op nationale roaming. Op die manier kan nationale roaming nooit een structureel alternatief vormen voor het uitbouwen van een eigen netwerk; alle radiotoegangsoperatoren moeten dus verplicht een eigen netwerk uitbouwen. Na acht jaar moet de dekkingsgraad van de operator die recht heeft op nationale roaming minstens 99,5% bedragen. Artikel 12 Gezien de grote substitueerbaarheid tussen de 700 MHz- en 900 MHz-banden, wordt bepaald dat het BIPT kan beslissen om de procedure voor de 900 MHz-, 1800 MHz- en 2100 MHz-banden (dit besluit) samen te voegen met de procedure voor de 700 MHz-band (koninklijk besluit van 28 november 2021 betreffende radiotoegang in de frequentieband 700 MHz) tot één enkele toekenningsprocedure. In geval van hergroepering kan een partij kandidaat blijven voor de twee procedures of voor één van de twee procedures. Maar de regels in verband met de activiteit van de kandidaten zijn in elk geval dezelfde voor de 4 frequentiebanden. Artikel 13 Dit artikel behoeft geen commentaar. Artikel 14 Hierin wordt bepaald dat het verboden is voor een kandidaat om wijzigingen aan te brengen aan de elementen die in zijn kandidatuur werden meegedeeld. Paragraaf 3 legt een informatieverplichting op ingeval zich een wijziging voordoet met betrekking tot bepaalde verklaringen van de kandidaat. Het spreekt voor zich dat het moet gaan om wijzigingen als gevolg van feiten of gebeurtenissen waarop de kandidaat geen invloed kan uitoefenen. Het bewust of door nalatigheid in de hand werken van wijzigingen kan leiden tot de uitsluiting van de kandidaat. De artikelen 15 en 16 Deze artikelen behoeven geen commentaar. Artikel 17 Deze bepaling heeft tot doel te vermijden dat niet-ernstige kandidaten een kandidatuur indienen. De vermelde interestvoet, met name de interestvoet van de depositofaciliteit, is deze vermeld door de Nationale Bank van België conform de besluiten en richtlijnen van de Europese Centrale Bank. Deze interestvoet kan negatief zijn. Artikel 18 Het is niet aan het BIPT om uit een relevante groep die entiteit te kiezen die zal deelnemen aan de procedure voor toekenning. Indien de relevante groep zelf niet tot een duidelijke beslissing ter zake komt, wordt ze uitgesloten van de procedure voor toekenning. De artikelen 19 en 20 Deze artikelen behoeven geen commentaar. Artikelen 21 tot 24 Er worden twee doelstellingen nagestreefd: - de spectrumkwantiteit voorbehouden aan de bestaande mobiele operatoren moet voldoende zijn om een continuïteit van de dienstverlening te garanderen voor de consumenten; - indien een nieuwkomer geïnteresseerd is in dit bestaande spectrum moet deze evenveel spectrum kunnen verwerven als de bestaande operatoren. De spectrumhoeveelheid die is voorbehouden aan de bestaande operatoren beoogt, in de mate van het mogelijke, deze twee doelstellingen te vervullen. De bestaande mobiele operatoren beschikken momenteel elk over 10,2 MHz duplex en 12,4 MHz duplex in de 900 MHz-band. Deze operatoren rollen tegelijk een 2G-netwerk en een 3G-netwerk uit in de 900 MHz-band. Om een 3G-netwerk te kunnen blijven uitbaten, moeten deze operatoren absoluut ten minste 5 MHz duplex behouden in de 900 MHz-band. Indien deze operatoren bovendien een 2G-netwerk willen blijven uitbaten, moeten ze absoluut ten minste 10 MHz duplex behouden in de 900 MHz-band. Door 10 MHz duplex te reserveren voor elke bestaande mobiele operator, zou een nieuwkomer slechts 5 MHz duplex kunnen verwerven in de 900 MHz-band. De bestaande mobiele operatoren beschikken momenteel elk over 25 MHz duplex in de 1800 MHz-band. Deze operatoren rollen tegelijk een 2G-netwerk en een 4G-netwerk uit in de 1800 MHz-band. Voor hun 4G-netwerk gebruiken deze operatoren LTE-kanalen van 20 MHz. Om een 4G-netwerk te kunnen blijven uitbaten dat gelijkwaardig is aan het huidige netwerk, moeten deze operatoren absoluut ten minste 20 MHz duplex behouden in de 1800 MHz-band. Door 20 MHz duplex te reserveren voor elke bestaande mobiele operator, zou een nieuwkomer slechts 15 MHz duplex kunnen verwerven in de 1800 MHz-band. De bestaande mobiele operatoren beschikken momenteel elk over 14,8 of 15 MHz duplex in de 2 GHz-band. Deze operatoren rollen een 3G-netwerk uit in de 2 GHz-band. De evolutie DC-HSPA+ van de UMTS-norm wordt uitgerold in de 2 GHz-band. Om een 3G-netwerk te kunnen blijven uitbaten dat gelijkwaardig is aan het huidige netwerk, moeten deze operatoren absoluut ten minste 10 MHz duplex behouden in de 2 GHz-band. Er dient te worden opgemerkt dat zelfs wanneer 10 MHz duplex wordt gereserveerd voor elke bestaande mobiele operator, het mogelijk is dat een nieuwkomer evenveel spectrum verwerft in de 2 GHz-band als de bestaande mobiele operatoren. De bestaande mobiele operatoren die automatisch frequentieblokken krijgen toegewezen krachtens de bepalingen van artikelen 21 en 22 moeten een enige heffing betalen conform artikel 30, § 1/1 (die overeenstemt met de reserveprijs). Voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 54, 55, 57 en 60, § 1, worden ze geacht het hoogste regelmatige bod te hebben voor deze frequentieblokken. Artikelen 25 tot 36 Om een nieuwkomer op de markt aan te trekken en de voorwaarden te scheppen voor een efficiënte en duurzame concurrentie, en om tevens de blijvende aanwezigheid van de nieuwkomer op de markt op lange termijn te garanderen, zou een nieuwkomer op de markt een portfolio van frequenties moeten kunnen krijgen die degene van de gevestigde operatoren benadert. De kans is uiterst klein dat een nieuwkomer op de markt in staat is om een hoger bod te doen dan de gevestigde operatoren om een portfolio van frequenties te verkrijgen die degene van de gevestigde operatoren benadert. Een nieuwkomer op de markt moet dus uitdrukkelijk de mogelijkheid krijgen om een dergelijke portfolio van frequenties te verwerven. In de buurlanden, met name het Verenigd Koninkrijk en Nederland, zijn er relevante precedenten met betrekking tot de procedures voor spectrumtoewijzing in de 800 MHz-band waarbij het voorrecht van de nieuwkomer met succes is toegepast. In het Verenigd Koninkrijk heeft Hutchison 3G op die manier zijn eerste spectrum onder 1 GHz kunnen verwerven, waardoor zijn concurrentiepositie op lange termijn is verbeterd op een markt met vier operatoren. In Nederland kon daardoor de overstap worden gemaakt van een markt met drie operatoren naar een markt met vier operatoren, waarbij Tele2 de vierde mobiel-netwerkoperator werd. Soortgelijke succesvolle precedenten vindt men in Cyprus en Slovenië. De bestaande mobiele operatoren beschikken elk over 10 MHz duplex in de 800 MHz-band. Aangezien het voor een nieuwkomer op de markt niet meer mogelijk is om in de 800 MHz-band spectrum te verkrijgen, moet de portfolio van frequenties die voorbehouden wordt aan een nieuwkomer op de markt ook spectrum bevatten in de 700 MHz-band opdat de nieuwkomer ook in de lage band over 4G-spectrum kan beschikken. In toepassing van artikel 52 van het Europees wetboek voor elektronische communicatie heeft het BIPT een prospectieve evaluatie gemaakt van de mededingingsvoorwaarden op de markt voor mobiele telecommunicatie, van de eventuele noodzaak aan maatregelen om een daadwerkelijke concurrentie te behouden of te waarborgen en van de waarschijnlijke gevolgen van dat soort van maatregelen op de bestaande en toekomstige investeringen. Conform artikel 67, lid 2 van datzelfde Wetboek, houdt de uitgevoerde studie rekening met de marktontwikkelingen, relevante concurrentiedruk en de verschillende soorten van regulering opgelegd op deze markt of op andere relevante markten. De studie heeft met name betrekking op de marktaandelen, op de prijzen en hun evolutie en op de kwalitatieve aspecten van de markt (dekking, snelheden, kwaliteit). Ze analyseert de impact van de introductie van 5G in termen van diensten, spectrum en milieu. Ze bekijkt verschillende opties voor de mobiele markt, waaronder het gebruik van het spectrum om een nieuwe toetreding tot de markt te stimuleren. De impact van een dergelijke toetreding op de prijzen, de investeringen en de dienstkwaliteit worden evenzeer geanalyseerd. De introductie van 5G zou voor de consument op termijn moeten leiden tot een sterk verbeterde mobiele communicatie en ultra-betrouwbare netwerken voor het internet der dingen en toepassingen waarbij een zeer lage latency van essentieel belang is, zoals voor de zelfrijdende wagen. Een nieuwe vierde MNO op de markt zou mede de ontwikkeling en differentiatiemogelijkheden van deze technologie kunnen versnellen en ervoor zorgen dat de brede mogelijkheden van deze technologie in diverse economische sectoren ten volle benut kunnen worden. Het reserveren van spectrum voor een nieuwkomer is noodzakelijk om te vermijden dat bestaande operatoren de markt vergrendelen door al het spectrum op te nemen om zo elke intrede tegen te gaan. Anderzijds moeten het gereserveerde spectrum en de daaraan verbonden voorwaarden voor de nieuwkomer een zo gelijk mogelijk speelveld creëren (bijv. voldoende spectrum voorzien en in alle banden die relevant zijn voor de gebruikelijke en toekomstige technologieën) zodat hij met de bestaande operatoren kan concurreren. Er dient te worden opgemerkt dat een vierde speler absoluut nood heeft aan een portefeuille met ten minste 2 blokken van 5 MHz duplex onder 1 GHz teneinde deze in staat te stellen om een 4G-netwerk en een 5G-netwerk uit te rollen over het ganse grondgebied. Wat betreft de investeringen, tewerkstelling en de milieuaspecten in verband met de komst van een vierde speler op de Belgische mobiele markt en 5G, werd de BIPT-studie aangevuld met het verslag van een externe consultant, Axon Partners Group Consulting. Axon is van mening dat, aangezien de investeringen gestimuleerd worden door de uitrol van 5G, het globale niveau ervan geen beduidende invloed zou mogen ondervinden door de eventuele aanwezigheid van een vierde mobiele operator. De voorwaarden voor het verkrijgen en het gebruik van de gebruiksrechten die worden toegewezen aan de mobiele operatoren in de 700 MHz-band worden gedefinieerd in het koninklijk besluit van 28 november 2021 betreffende radiotoegang in de 700 MHz-band. De portfolio van frequenties die voorbehouden wordt aan een nieuwkomer op de markt zal dus maar spectrum in de 700 MHz-band kunnen bevatten als dat spectrum nog niet is toegewezen in het kader van een procedure die wordt georganiseerd krachtens het koninklijk besluit van 28 november 2021 betreffende radiotoegang in de 700 MHz-band. Er wordt een eerste veiling die voorbehouden is voor de nieuwkomers op de markt georganiseerd om de portfolio van frequenties samengesteld uit spectrum in de banden van 700 MHz, 900 MHz, 1800 MHz en 2 GHz toe te wijzen. Indien er meerdere kandidaten zijn om de 6 blokken van het enige perceel te verwerven, dan zal er een veiling georganiseerd worden tussen deze kandidaten met het oog op het toewijzen van het volledige enig perceel van 6 blokken aan de hoogste bieder. Mogelijkerwijze zal er geen kandidaat zijn voor het volledige enige perceel. Dit besluit laat echter ook toe dat er één of meerdere kandidaturen aanvaard worden voor een deel van de 6 blokken van het enig perceel, bijvoorbeeld voor het blok op 700 MHz en een blok op 1800 MHz. Enkel indien er geen enkele kandidaat is voor het enig perceel dan worden de beschikbare blokken geveild onder deze kandidaten. Deze kandidaten kunnen verschillende blokken beogen. Indien er slechts 1 kandidaat is voor de 6 blokken van het enig perceel, dan zal deze kandidaat kunnen beslissen om een bod uit te brengen voor slechts een deel van de 6 blokken van het enig perceel. Deze kandidaat zal dan beschouwd worden als houder van het hoogste bod voor dit deel van de 6 blokken. De andere blokken worden dan bij de hoofdveiling onder alle kandidaten gevoegd, waar ook de bestaande mobiele operatoren aan deel kunnen nemen. Artikel 37 Volgens artikel 18 § 1, 5° van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten maken de voorwaarden voor overdracht van gebruiksrechten op initiatief van de houder van de rechten deel uit van de voorwaarden voor het uitoefenen van gebruiksrechten die de Koning kan vaststellen. Deze bepaling werd ingevoegd om te vermijden dat een nieuwkomer enkel met het oog op speculatie het enige perceel zou verwerven. Enkel wanneer de gebruiksrechten minstens zes jaar toegekend zijn en wanneer de opgelegde dekkingsgraden bereikt zijn, kan de houder ervan ze dus eventueel overdragen. Hiervoor blijft nog steeds de toestemming van het Instituut nodig overeenkomstig artikel 19 § 1 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Artikelen 38 tot 59 Deze artikelen regelen het praktische verloop van de toewijzingsprocedure. Er moet worden opgemerkt dat de kosten van consultants die de overheid zullen bijstaan bij de voorbereiding en het verloop van de veiling zullen worden aangerekend op het bedrag van de enige heffing (artikel 60, § 3). De toewijzingsprocedure bestaat uit twee delen. Het eerste deel (artikelen 44 tot 54) is een veiling van het type SMRA(1) met generieke percelen. De percelen zijn generiek om te vermijden dat operatoren niet-aaneengrenzende blokken krijgen toegewezen, wat zou leiden tot een inefficiënt gebruik van het spectrum. De vaakst gebruikte veilingformaten zijn de SMRA en de CCA(2). Een SMRA vergemakkelijkt de prijsbepaling, is eenvoudiger en transparanter dan een CCA, en geeft meer flexibiliteit aan de inschrijvers. Bovendien heeft het BIPT reeds ervaring met dit soort van veiling. Alle spectrumveilingen in België waren immers van het type SMRA. Tijdens de veilingprocedure kunnen de inschrijvers verscheidene biedingen doen tijdens elke ronde voor individuele percelen. Tijdens opeenvolgende ronden kunnen ze hun vraag wijzigen, met inachtneming van bepaalde activiteitenregels. De regels inzake activiteit beperken de biedingen die een kandidaat tijdens een gegeven ronde mag uitbrengen volgens de biedingen die in de voorgaande rondes zijn uitgebracht, met als doel het strategische gedrag van de kandidaten in te perken. De activiteitsregels zijn buitengewoon technisch en veronderstellen geen uitoefening van een daadwerkelijke beoordelingsbevoegdheid waarbij opportuniteitskeuzes moeten gemaakt worden. Er zijn dus geen bezwaren om de zorg voor het vastleggen van die activiteitsregels aan het BIPT toe te vertrouwen. Gezien de techniciteit van deze regels is het inderdaad het best geplaatst om dit te doen. Het eerste deel van de procedure lijkt op de procedure voor de 2,6 GHz-band (krachtens het 2,6 GHz-koninklijk besluit) en de procedure voor de 800 MHz-band (krachtens het 800 MHz-koninklijk besluit). Het tweede deel (artikelen 55 tot 59) heeft als doel de positie van de blokken in de band te bepalen. Tijdens procedures voor de 2,6 GHz-band en de 800 MHz-band deden de kandidaten biedingen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.