Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributiene
Kort samengevat
Dit besluit keurt het technisch reglement goed voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet en de toegang daartoe in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het reglement stelt de voorschriften en regels vast voor een veilig en efficiënt elektriciteitsnet.
Wat het regelt
- Het beheer van het elektriciteitsdistributienet op laag- en hoogspanning.
- De toegang tot dit distributienet.
- De taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder.
- De technische voorschriften voor aansluitingen en metingen.
Wie het aanbelangt
- De Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de Minister belast met Energie.
- De distributienetbeheerder CVBA Sibelga.
- Distributienetgebruikers (zoals huishoudens en bedrijven).
- Leveranciers van elektriciteit.
Kernpunten
- Het reglement omvat een Planningscode, een Aansluitingscode, een Toegangscode, een Meetcode en een Samenwerkingscode.
- De distributienetbeheerder moet zorgen voor de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het distributienet.
- Bij ongeplande onderbrekingen moeten de diensten van de distributienetbeheerder binnen twee uur ter plaatse zijn.
- Als een reparatie langer dan vier uur duurt, moet de distributienetbeheerder de netvoeding herstellen met voorlopige voorzieningen.
Wettekst
reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 19 juli
specteur van Financiën, gegeven op 3 juli; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 7 juli 2006; Op voorstel van de Minister belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het bijgevoegde technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe wordt goedgekeurd. Art. 2.De Minister die Energie in zijn bevoegdheden heeft is belast met de bekendmaking van het ontwerp in bijlage samen met dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Met het oog op deze bekendmaking worden de datum van het reglement, evenals het logo van Sibelga die respectievelijk onderaan en bovenaan op elke pagina staan, uit het document verwijderd. Dit besluit en het reglement in bijlage treden in werking op de dag van deze bekendmaking. Art. 3.Het reglement in bijlage wordt ook bekendgemaakt door de distributienetbeheerder Sibelga op zijn website. Brussel, 13 juli
- Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen, E. HUYTEBROECK Technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe opgemaakt bij toepassing van artikel 11 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest INHOUD TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene principes Afdeling 1.
- - Toepassingsgebied en definities Afdeling 1.
- - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder HOOFDSTUK
- - Informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid Afdeling 2.
- - Informatie-uitwisseling Afdeling 2.
- - Vertrouwelijkheid Afdeling 2.
- - Openbaarheid van
formatie HOOFDSTUK 3. - Toegankelijkheid van
stallaties Afdeling 3.
- - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen Afdeling 3.
- - Toegankelijkheid van
stallaties van de distributienetbeheerder Afdeling 3.3. - Toegankelijkheid van
stallaties van de distributienetgebruiker en bijzondere voorwaarden betreffende
stallaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet te verwaarlozen invloed op dit net hebben HOOFDSTUK
- - Noodsituatie en overmacht Afdeling 4.
- - Definitie van een noodsituatie Afdeling 4.
- - Overmacht Afdeling 4.
- - Ingrijpen van de distributienetbeheerder Afdeling 4.
- - Opschorting van de verplichtingen HOOFDSTUK
- - Ingraving van elektrische leidingen HOOFDSTUK
- - Minimale technische vereisten voor het opzetten van de netinfrastructuren HOOFDSTUK
- - Directe lijnen HOOFDSTUK
- - Privé-netten TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK
- - Gegevens voor het opstellen van een investeringsplan HOOFDSTUK
- - Planningsgegevens Afdeling 2.
- - Algemeen Afdeling 2.
- - Kennisgeving van gegevens TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK
- - Algemeen Afdeling 1.
- - Algemene bepalingen Afdeling 1.
- - Wijze van aansluiten afhankelijk van de aansluitingscapaciteit Afdeling 1.
- - Noodaanstuiting Afdeling 1.
- - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting en op installaties van de distributienetgebruiker HOOFDSTUK
- - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op hoogspanning Afdeling 2.
- - Omgeving van
stallaties Afdeling 2.2. - Conformiteit van
stallaties HOOFDSTUK
- - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op laagspanning Afdeling 3.
- - Omgeving van
stallaties Afdeling 3.2. - Conformiteit van
stallaties Afdeling 3.
- - Aansluitingscapaciteit HOOFDSTUK
- - Aanvullende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden voor groene stroom en gedecentraliseerde productie-eenheden HOOFDSTUK
- - Aansluitingsprocedure Afdeling 5.
- - Algemeen Afdeling 5.
- - Aansluiting op hoogspanning Onderafdeling 5.2.
- - Algemeen Onderafdeling 5.2.
- - Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Onderafdeling 5.2.
- - Detailstudie en ontwerp van aansluiting Onderafdeling 5.2.
- - Aansluitingscontract Onderafdeling 5.2.
- - Uitvoering van de aansluiting Afdeling 5.3 - Aansluiting op laagspanning HOOFDSTUK
- - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 6.
- - Algemene bepalingen Afdeling 6.
- - Gebruik van
stallaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet Afdeling 6.
- - Gebruik en onderhoud van hoogspanningsaansluitingen Afdeling 6.
- - Gebruik en onderhoud van laagspanningsaansluitingen Afdeling 6.
- - Conformiteit van de aansluiting en van
stallaties van de distributienetgebruiker Afdeling 6.
- - Wegname van een aansluiting HOOFDSTUK
- - Bijzondere bepalingen voor de aansluiting in privé-netten HOOFDSTUK
- - Overgangsbepaling TITEL IV. - Toegangscode HOOFDSTUK
- - Algemene principes HOOFDSTUK
- - Modaliteiten van toegangsaanvragen Afdeling 2.
- - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor eigen rekening Afdeling 2.
- - Indienen van een toegangsaanvraag door een distributienetgebruiker Afdeling 2.3.- - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor rekening van een distributienetgebruiker Afdeling 2.
- - Garanties te verstrekken door de toegangsgerechtigde Afdeling 2.
- - Wijziging van leverancier en van evenwichtsverantwoordelijke HOOFDSTUK
- - Onderbrekingen en opschorting van de toegang Afdeling 3.
- - Geplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 3.
- - Ongeplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 3.
- - Opschorting van de toegang HOOFDSTUK
- - Specifieke voorschriften voor de toegang tot het distributienet op hoogspanning Afdeling 4.
- - Toegangsprogramma's Afdeling 4.
- - Afname van reactieve energie HOOFDSTUK
- - COÖRDINATIE VAN
SCHAKELING VAN DE PRODUCTIE-EENHEDEN HOOFDSTUK
- - ONDERSTEUNENDE DIENSTEN Afdeling 6.
- - Compensatie van de netverliezen Afdeling 6.
- - Regeling van de spanning en van het reactief vermogen Afdeling 6.
- - Ondersteunende diensten verstrekt door de distributienetbeheerder HOOFDSTUK
- - Maatregelen in noodsituaties of bij congestie HOOFDSTUK
- - Bijzondere bepalingen voor de toegang in privé-netten HOOFDSTUK
- - Overgangsbepaling TITEL V. - Meetcode HOOFDSTUK
- - Algemene bepalingen HOOFDSTUK
- - Bepalingen betreffende de meetinrichtingen Afdeling 2.
- - Algemene bepalingen Afdeling 2.
- - Plaats van de meetinrichting Afdeling 2.
- - Tariefperiodes Afdeling 2.
- - Verzegeling Afdeling 2.
- - Nauwkeurigheidsvereisten Afdeling 2.
- - Defecten en fouten Afdeling 2.
- - Onderhoud en inspecties Afdeling 2.
- - Administratief beheer van de technische gegevens van de meetinrichting Afdeling 2.
- - IJking HOOFDSTUK
- - Bepalingen betreffende de meetgegevens Afdeling 3.
- - Gemeten en berekende verbruiksprofielen Afdeling 3.
- - Bijzondere bepalingen betreffende het gemeten verbruiksprofiel Afdeling 3.
- - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende verbruiksprofiel Afdeling 3.
- - Gegevensverwerking Afdeling 3.
- - Meetgegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar Afdeling 3.
- - Opslag, archivering en beveiliging van de gegevens Afdeling 3.
- - Schatting, Allocatie en reconciliatie Afdeling 3.
- - Ter beschikking te stellen gegevens bij gemeten verbruiksprofielen Afdeling 3.
- - Ter beschikking te stellen gegevens bij berekende verbruiksprofielen Afdéling 3.
- - Historische verbruiksgegevens Afdeling 3.
- - Rechtzettingen HOOFDSTUK
- - Bijzondere bepalingen voor de meetinrichtingen in privénetten TITEL VI. - Samenwerkingscode BIJLAGE I. - Lijst van uitgewisselde gegevens BIJLAGE II. - Aansprakelijkheidsvoorwaarden tussen DNB en DNG's BIJLAGE III. - Contract voor toegang tot het elektriciteitsdistributienet BIJLAGE IV. - Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van elektrisch vermogen aan huishoudelijke afnemers TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene principes Afdeling
- - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Dit technisch reglement bevat de voorschriften en regels betreffende het beheer van en de toegang tot het distributienet op laagspanning en op hoogspanning. Dit reglement groepeert het reglement van het net en het reglement van de meting als bedoeld in artikel 11 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit reglement bevat een Planningscode (Titel II), een Aansluitingscode (Titel III), een Toegangscode (Titel IV), een Meetcode (Titel V), een Samenwerkingscode (Titel VI) en vier Bijlagen, zoals nader bepaald in hetgeen volgt. Vanaf zijn inwerkingtreding, herroept en vervangt dit technisch reglement het reglement betreffende de technische en commerciële voorwaarden voor het ter beschikking stellen van elektrisch vermogen, alsook het daarbij complementaire reglement voor de aftakking, het ter beschikking stellen en het afnemen van elektriciteit in laagspanning. Art. 2.§
- De definities zoals opgegeven in artikel 2 van de voormelde ordonnantie van 19 juli 2001 zijn op onderhavig Technisch Reglement van toepassing. §
- Verder worden de gebruikte begrippen ter uitvoering van dit technisch reglement als volgt gedefinieerd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 3.Behoudens andersluidende bepaling lopen
dagen uitgedrukte termijnen in dit technisch reglement van middernacht tot middernacht. Deze termijnen vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de officiële kennisgeving. Bij gebrek aan officiële kennisgeving gaan de termijnen in op de werkdag volgend op de dag van kennisname van de betrokken gebeurtenis. Afdeling 1.
- - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder Art. 4.§
- De distributienetbeheerder voert de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de ordonnantie en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten teneinde te zorgen voor de distributie van elektriciteit ten voordele van de distributienetgebruikers. Daarbij dient de distributienetbeheerder toe te zien op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet, deze in stand te houden en in voorkomend geval te herstellen. §
- De distributienetbeheerder dient in de uitvoering van zijn taken alle gepaste middelen aan te wenden die de distributienetgebruikers van hem mogen verwachten, en die gelet op de bijzondere situatie redelijkerwijs verkregen kunnen worden. Deze middelen zijn nader bepaald in het investeringsplan dat hij opstelt en ter goedkeuring aan de Regering voorlegt, overeenkomstig het gestelde in artikel 12 van de ordonnantie. §
- Onverminderd het bepaalde in artikel 254, dient de distributienetbeheerder te zorgen dat de geleverde spanning op elk aansluitingspunt voldoet aan de bepalingen van de norm NBN EN 50160 « Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten ». §
- De distributienetbeheerder eerbiedigt de minimale technische vereisten inzake aansluiting op het distributienet en koppeling alsook wat betreft het tot stand brengen van de netinfrastructuren. De distributienetbeheerder eerbiedigt eveneens de operationele regels betreffende het technisch beheer van afnames, alsook van die met betrekking tot de acties die hij moet ondernemen om de problemen op te lossen die de veiligheid en de bevoorradingscontinuïteit in het gedrang zouden kunnen brengen. §
- Bij een ongeplande onderbreking van het distributienet of van de aansluiting moeten de diensten van de distributienetbeheerder binnen twee uur na de oproep van de distributienetgebruiker met de gepaste middelen ter plaatse zijn. De herstellingswerken worden met spoed voortgezet totdat het probleem verholpen is. Behoudens in geval van overmacht, technisch onvermogen of buitengewone omstandigheden (storm, hevig onweer, sterke sneeuwval...), dient de distributienetbeheerder, als hij vaststelt dat de reparatie langer dan vier uur zal duren, al het nodige te doen om de netvoeding te herstellen met alle voorlopige productievoorzieningen die hij dienstig acht, bij voorkeur vanaf het transformatorstation voor hoogspanning/laagspanning. Dat geldt ook voor elke geplande onderbreking van het distributienet waarvan de verwachte cumulatieve duur vier uur in één week te boven gaat; in dit laatste geval moet de distributienetbeheerder in onderlinge overeenstemming met de leveranciers bepalen onder welke voorwaarden de door hem geleverde energiewaarde kan worden teruggewonnen. §
- In afwijking van het gestelde in § 5 wordt de maximale interventietermijn na kennisgeving van de onderbreking aan de distributienetbeheerder op zeven kalenderdagen gebracht in geval van onderbreking teweeggebracht aan aansluitingen van het type verlichting van straatmeubitair, reclameborden, telefooncellen of daarmee gelijkgestelde voorzieningen. Dat geldt ook voor onderbreking van de voeding naar de openbare verlichting, tenzij anders voorgeschreven door de bevoegde instanties en/of de beheerders van openbare straten en wegen. Art. 5.§
- De distributienetbeheerder stuurt de Dienst elk jaar vóór 1 mei een verslag, waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft. §
- Dit verslag bevat een beschrijving van : 1° de frequentie en de gemiddelde duur van de onderbrekingen van de toegang tot zijn distributienet, evenals de totale jaarlijkse onderbrekingsduur, gedurende het genoemde kalenderjaar.Deze informatie wordt afzonderlijk verstrekt voor laagspanning en hoogspanning. De gegevens mogen worden gepresenteerd op basis van de methode die nader is omschreven in het technisch voorschrift van het BFEdocurnent C10114 met als Titel « Kwaliteitsindicatoren. Beschikbaarheid van de toegang tot het distributienet » of van alle andere voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn; 2° de naleving van de kwaliteitscriteria met betrekking tot de golfvorm van de spanning, zoals beschreven in hoofdstuk 2 en 3 van de norm NBN EN 50160;3° de kwaliteit van de dienstverlening en in voorkomend geval de niet-nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit het onderhavige technisch reglement, met vermelding van de bijbehorende redenen. §
- De distributienetbeheerder dient zich te houden aan het rapporteringsmodet dat in voorkomend gevat door de Dienst is opgesteld. HOOFDSTUK
- - Informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid Afdeling 2.
- - Informatie-uitwisseling Art. 6.§
- Behoudens andersluidend beding dient elke kennisgeving of mededeling ter uitvoering van dit technisch reglement schriftelijk te geschieden, met inachtneming van de vormvoorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk wetboek, waarbij de afzender en ontvanger duidelijk worden geïdentificeerd. Tenzij anders is bepaald, mag de distributienetbeheerder na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst bepalen in welke documentformat deze informatie moet worden uitgewisseld. §
- In noodgevallen mag deze informatie mondeling wordt uitgewisseld. De mondeling uitgewisselde informatie moet in elk geval zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in §
- Art. 7.§
- In afwijking van het gestelde in artikel 6 wordt de tussen de verschillende betrokken partijen uitgewisselde commerciële en technische informatie langs elektronische weg afgeleverd, met de mogelijkheid om de verzending door een ontvangstbevestiging te valideren. Voor deze informatieuitwisseling wordt een communicatieprotocot toegepast dat voldoet aan de UN/EDIFACT- communicatienorm en dat in een Message Implementation Guide (MIG) nader toegelicht wordt. De distributienetbeheerder zal de MIG toepassen die in onderlinge overeenstemming werd overeengekomen door alle Belgische dïstributienetbeheerders, tenzij besloten werd er uitdrukkelijk geheel of gedeeltelijk van af te wijken. Elke afwijking wordt vooraf gemotiveerd en meegedeeld aan de Dienst. §
- Het in § 1 vermelde protocol is niet verplicht van toepassing voor informatie die wordt uitgewisseld tussen : 1° de distributienetbeheerder en een distributienetgebruiker, indien deze laatste de voorkeur geeft aan een ander protocol, en dit met de distributienetbeheerder is overeengekomen;2° de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de distributienetbeheerder, indien in onderling overleg uitdrukkelijk een ander protocol is bedongen, met kennisgeving aan de Dienst. §
- Onverminderd de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen mag de distributienetbeheerder na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst, technische maatregelen en organisatieregels aannemen met betrekking tot uit te wisselen informatie, teneinde de vertrouwelijkheid ervan te waarborgen, zoals deze bepaald is in afdeling 2.2 van dit Hoofdstuk. Art. 8.Onverminderd nadere bepalingen ter zake in onderhavig Technisch Reglement doen de distributienetbeheerder, de distributienetgebruikers, de leveranciers en de evenwichtsverantwoordelijken al het nodige om de krachtens onderhavig Reglement vereiste informatie zo spoedig mogelijk mee te delen. Art. 9.Indien een partij krachtens dit technisch reglement of de op grond daarvan afgesloten contracten opdracht wordt gegeven een wederpartij informatie te verstrekken die van haar zelf afkomstig is, dient de partij in kwestie al het nodige te doen om de ontvanger te waarborgen dat
houd van deze informatie terdege is gecontroleerd. Art. 10.In Bijlage I is een lijst opgenomen van de gegevens uitgewisseld tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruikers die over een hoogspanningsaansluiting beschikken. Die lijst is niet exhaustief. De distributienetbeheerder mag de terbeschikkingstelling eisen van alle aanvullende informatie die hij nuttig acht voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van het distributienet. Afdeling 2.2. - Vertrouwelijkheid Art. 11.Diegene die informatie meedeelt, bepaalt naar eigen inzicht wat commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie is. Het is niet toegestaan deze informatie aan derden mee te delen, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de mededeling van deze informatie is vereist in het kader van een gerechtelijke procedure of op last van de overheid krachtens wetten of ordonnanties;2° de bekendmaking of mededeling van deze informatie is verplicht gesteld door de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;3° diegene van wie deze informatie uitgaat heeft op voorhand schriftelijk toestemming daartoe gegeven;4° de distributienetbeheerder is verplicht deze informatie mee te delen in verband met het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders;5°
formatie is gewoon toegankelijk of voor het publiek beschikbaar. Indien
formatie aan derden wordt meegedeeld op grond van de voorwaarden vermeld in de punten 2°, 3° en 4° hierboven, moet de ontvanger van
formatie zich ertoe verbinden, onverminderd de geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, deze informatie met dezelfde vertrouwelijkheidsgraad te behandelen als de aanvankelijk meegedeelde informatie. Afdeling 2.3. - Openbaarheid van
formatie Art. 12.De distributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en in elk geval op een server die via het internet kan worden benaderd : 1° de modellen van de contracten die krachtens dit technisch reglement afgesloten moeten worden;2° de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in dit technisch reglement wordt verwezen;3° de formulieren, in voorkomend geval opgemaakt om
formatie-uitwisseling overeenkomstig dit technisch reglement mogelijk te maken;4° de tarieven bedoeld in het koninklijk besluit van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2002 pub. 27/07/2002 numac 2002011273 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit sluiten, die door de CREG zijn goedgekeurd of vastgelegd.5° alle diensten die de distributienetbeheerder de distributienetgebruikers aanbiedt. HOOFDSTUK 3. - Toegankelijkheid van
stallaties Afdeling 3.
- - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen Art. 13.De toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, en in het bijzonder het ARAB en het AREI, de Codex over het welzijn op het werk, alsook de norm NBN EN 50110-1 « Exploitatie van elektrische installaties » en de norm NBN EN 50110-2 « Exploitatie van elektrische installaties (nationale bijlagen) » zijn van toepassing op iedere persoon die op het net kan tussenkomen. Afdeling 3.
- - Toegankelijkheid van
stallaties van de distributienetbeheerder Art. 14.§
- De toegang tot elke installatie, tot elk roerend of onroerend goed waarvan de distributienetbeheerder een eigendoms- of gebruiksrecht heeft, geschiedt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedure en de door de distributienetbeheerder opgestelde veiligheidsvoorschriften en met zijn uitdrukkelijke voorafgaande toestemming. §
- In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten, heeft de distributienetbeheerder recht op toegang tot alle installaties waarvan hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich in
richting van de distributienetgebruiker bevinden. De distributienetgebruiker zorgt er met dat doel voor dat de distributienetbeheerder zich voortdurend en gratis toegang kan verschaffen tot deze inrichting, of verleent hem die toegang onmiddellijk, op eenvoudig mondeling verzoek. §
- Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed waarop de distributienetbeheerder een eigendoms- of gebruiksrecht bezit onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures of aan bij de distributienetgebruiker geldende veiligheidsvoorschriften, dient deze laatste de distributienetbeheerder hiervan schriftelijk in kennis te stellen. Doet hij dat niet, dan volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 3.
- - Toegankelijkheid van
stallaties van de distributienetgebruiker en bijzondere voorwaarden betreffende
stallaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet te verwaarlozen invloed op dit net hebben Art. 15.§ 1. Onder
stallaties van de distributienetgebruiker kan de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen welke installaties functioneel deel uitmaken van het distributienet of een significante invloed hebben op de werking van het distributienet, de aansluiting(en) of
stallaties van een andere distributienetgebruiker. Wanneer er, als toepassing van Titel III, een aansluitingscontract moet worden afgesloten, worden de lijst van betrokken installaties, alsook de respectieve verantwoordelijkheden van de distributienetbeheerder en van de distributienetgebruiker inzake exploitatie, beheer en onderhoud erin verduidelijkt. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht om toegang te krijgen tot
§ 1
bedoelde installaties teneinde daar inspecties, tests, proeven of andere interventies die hij nodig acht, uit te voeren. De distributienetgebruiker moet te dien einde zorgen dat de distributienetbeheerder voortdurend toegang heeft of verleent hem onmiddellijk toegang op gewone mondelinge vraag. § 3. Alvorens
§ 2
vermelde inspecties, tests, proeven of interventies uit te voeren, is de distributienetgebruiker verplicht de distributienetbeheerder schriftelijk in kennis te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Doet hij dat niet, dan volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. HOOFDSTUK
- - Noodsituatie en overmacht Afdeling 4.
- - Definitie van een noodsituatie Art. 16.In dit technisch reglement wordt noodsituatie beschouwd als zijnde : 1° de situatie die volgt op een geval van overmacht in de zin van afdeling 4.2 en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige, efficiënte en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen; 2° een situatie die volgt op een gebeurtenis die, hoewel zij in de zin van afdeling 4.2 of van de huidige staat van de rechtspraak niet als geval van overmacht kan worden bestempeld, naar
schatting van de distributienetbeheerder, van een andere netbeheerder, van een distributienetgebruiker, van een leverancier of elke andere betrokken persoon, een dringend en aangepast optreden van de distributienetbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen, of verdere schade te voorkomen. De distributienetbeheerder rechtvaardigt deze interventie a posteriori bij de erbij betrokken distributienetgebruikers. Afdeling 4.2. - Overmacht Art. 17.In de mate dat zij onweerstaanbaar en onvoorzienbaar zijn, worden de volgende situaties ter uitvoering van dit technisch reglement als overmacht beschouwd : 1° natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke weersomstandigheden;2° een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;3° de plotselinge onbeschikbaarheid van
stallaties om andere redenen dan ouderdom, gebrek aan onderhoud of kwalificatie van de operatoren;4° een uitval van het computersysteem, al dan niet door een virus veroorzaakt, ondanks het feit dat alle nodige preventiemaatregelen waren getroffen die redelijkerwijze mochten worden verwacht van de distributienetbeheerder zowel vanuit technische als financiële invalshoek;5° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet elektriciteit te leveren tengevolge van een plotseling tekort in de geïnjecteerde energie afkomstig van het transmissienet of van het gewestelijke transmissienet, en die niet door andere middelen kan worden verholpen;6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, en bedreigingen van dezelfde aard;7° al dan niet verklaarde staat van oorlog, oorlogsdreiging, invasie, gewapend conflict, blokkade, revolutie, opstand;8° enigerlei overheidsmaatregel, waaronder inzonderheid situaties waarin de bevoegde overheid de hoogdringendheid inroept en de distributienetbeheerder of de distributienetgebruikers uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van alle netten in stand te houden of te herstellen. Afdeling 4.
- - Ingrijpen van de distributienetbeheerder Art. 18.§
- De distributienetbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht ter vrijwaring van de continuïteit van de bevoorrading, de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet indien hij zich op een noodsituatie beroept dan wel een soortgelijke situatie wordt ingeroepen door een andere netbeheerder, een distributienetgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon. §
- De distributienetbeheerder stelt alle vereiste preventieve handelingen ter beperking van de schadelijke gevolgen van redelijkerwijs voorzienbare of aangekondigde uitzonderlijke gebeurtenissen. §
- In het geval een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet en/of het gewestelijk transmissienet en de distributienetten, dienen de maatregelen genomen te worden met inachtneming van het Technisch reglement transmissie en/of gewestelijke transmissie. §
- De maatregelen die de distributienetbeheerder treft of oplegt in het kader van dit artikel binden alle betrokken personen. Afdeling 4.
- - Opschorting van de verplichtingen Art. 19.§
- Indien een noodsituatie wordt ingeroepen, worden de verplichtingen waarvan de uitvoering onmogelijk wordt gemaakt, opgeschort voor de duurtijd van de gebeurtenis die tot deze noodsituatie aanleiding heeft gegeven. §
- De verplichtingen van geldelijke aard die vóór de noodsituatie zijn aangegaan, dienen uitgevoerd te worden. Art. 20.§
- De partij die zich op de noodsituatie beroept, dient redelijkerwijs alles in het werk te stellen om : 1 ° de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen tot een minimum te beperken; 2° haar opgeschorte verplichtingen zo spoedig mogelijk opnieuw na te komen. §
- De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk en met alle beschikbare middelen alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort alsook van de verwachte duur van de noodsituatie. In afwijking van artikel 6, mag deze bekendmaking, wanneer zij gericht is tot meerdere geadresseerden, ook gebeuren door middel van één of meerdere van de volgende procédés : affiches, radio- of televisieboodschappen, bekendmaking op een internetsite, informatiebrochures en huis-aan-huisfolders. HOOFDSTUK
- - Ingraving van de elektrische leidingen Art. 21.Als in verband met de verbetering, de vernieuwing of de uitbreiding van het distributienet nieuwe verbindingen tot stand moeten worden gebracht, dan wel bestaande verbindingen moeten worden vernieuwd of ingrijpend gewijzigd, dan onderzoekt de distributienetbeheerder bij voorrang de mogelijkheid om deze verbindingen in te graven. Hierbij moet rekening worden gehouden met de vereisten voor een rationeel beheer van openbare straten en wegen alsook met de technische haalbaarheid, tegen redelijke kostprijs, van deze werken. HOOFDSTUK
- - Minimale technische vereisten voor het opzetten van de netinfrastructuren Art. 22.§ 1.
frastructuren van het distributienet zijn in overeenstemming met de geldende normen, wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, inzonderheid met het AREI. § 2. Deze infrastructuren zijn ontworpen om de elektrische energie veilig naar de diverse afnamepunten te leiden en om de aan
jectiepunten toegevoerde energie te verdelen. De distributienetbeheerder moet het distributienet afstemmen op de normaal te verwachten energiestromen. Hij dient te allen tijde de veiligheidsafstand in acht te nemen tussen zijn installaties en de personen of goederen van derden. §
- De beveiligingen van de uitrustingen van het distributienet worden ontworpen en geregeld om storingen of overbelastingen doelmatig te verhelpen. Er worden selectieve beveiligingen van het tweede niveau aangebracht die in werking treden bij uitval van de normale beveiligingen. HOOFDSTUK
- - Directe lijnen Art. 23.Alle directe lijnen zijn onderworpen aan de toepasselijke voorschriften van dit technisch reglement, inzonderheid aan het AREI. Art. 24.Elke vergunningsaanvraag voor het opzetten van een directe lijn moet aan de Dienst worden gericht met een ter verantwoording dienend dossier, in tweevoud en bij ter post aangetekend schrijven of met afgifte tegen ontvangstbewijs. Dit dossier bevat het bewijs van
artikel 30, S 2, van de ordonnantie bedoelde toegangsweigering. Art. 25.De Dienst gaat na of alle vereiste documenten om de aanvraag in behandeling te nemen in zijn bezit zijn. Als de aanvraag naar zijn oordeel aangevuld moet worden, stelt de Dienst de aanvrager hiervan in kennis bij ter post aangetekend schrijven binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. In deze brief staat welke informatie ontbreekt en binnen welke termijn de aanvrager zijn aanvraag volledig moet maken. Art. 26.Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de ontvangst van het volledige aanvraagdossier, bezorgt de Dienst dit aan de Minister samen met een voorstel tot aanvaarding of afwijzing. HOOFDSTUK
- - Privé-netten Art. 2.§
- De distributienetbeheerder is als enige bevoegd om een privé-net te erkennen als bedoeld in het onderhavige technisch reglement. Hij doet zulks op eigen gezag dan wel op aanvraag van de eigenaar van het betrokken net. Om erkend te worden moet het net over een meetinstallatie met aftrekmetingen beschikken en in overeenstemming zijn met de technische normen die zijn voorgeschreven in de wetten, ordonnanties en reglementen, alsook door de distributienetbeheerder. De beslissing van de distributienetbeheerder houdende erkenning van een privé-net, of weigering van toekenning van de status van privé-net aan de verbruikslocatie, moet met redenen worden omkleed. §
- Als hij op een privé-net is aangesloten, wordt de stroomafwaartse afnemer geacht te beschikken over een directe aansluiting op het distributienet, en toegang tot dit distributienet te hebben. De privé-netbeheerder dient de stroomafwaartse afnemer te vrijwaren voor elke door het privé-net veroorzaakte storing waardoor de toegang van deze afnemer tot het distributienet wordt beperkt of onderbroken. Voorts moet de privénetbeheerder in het algemeen waarborgen dat de stroomafwaartse afnemer de hem bij wet, ordonnantie en reglement toegekend rechten vrijelijk kan uitoefenen. De distributienetbeheerder kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor een storing of niet-nakoming van de norm NBN EN 50160 welke haar oorsprong vindt in het privé-net. Bijgevolg wijst de distributienetbeheerder elke aansprakelijkheid voor de daaruit voortvloeiende schade af. §
- De distributienetbeheerder en de privé-netbeheerder leggen in het aansluitingscontract, naast het bepaalde in artikel 88, de voorwaarden vast met betrekking tot, met name : 1° de vergoeding die de distributienetbeheerder aan de privé-netbeheerder moet betalen voor de toegang tot het distributienet welke de laatstgenoemde waarborgt aan stroomafwaartse afnemers, alsook voor
stallatie-, onderhouds- en vernieuwingswerken voor het privé-net en voor de aansluiting van stroomafwaartse afnemers, volgens de door de CREG goedgekeurde criteria;2° de verbintenissen van de privé-netbeheerder inzake exploitatie, onderhoud en ontwikkeling van zijn net. TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK
- - Gegevens voor het opstellen van een investeringsplan Art. 28.§
- De opmaak van het meerjarig investeringsplan voor het distributienet zoals bedoeld in artikel 12 van de ordonnantie moet het mogelijk maken de continufteit en betrouwbaarheid van de bevoorrading in elektrische energie via het distributienet te waarborgen. In dit plan zijn de volgende fasen opgenomen : 1° een gedetailleerde raming van de behoeften aan distributiecapaciteit;2° de analyse van de vereiste middelen om aan deze behoeften te voldoen;3° de vergelijking van de vereiste middelen met de bestaande middelen;4° de definitie van de criteria inzake vernieuwing van bestaande installaties;5° de opsomming van de vereiste werken en investeringen om het distributienet aan te passen teneinde de vastgestelde problemen te verhelpen;6° het opstellen van een uitvoeringsplanning. §
- Het plan wordt als volgt opgemaakt door de distributienetbeheerder, in overleg met de Dienst : 1° elk jaar, bezorgt de distributienetbeheerder
paragraaf 1 bedoelde informatie tegen 1 mei aan de Dienst (of rechtvaardigt dat geen enkele aanpassing nodig is voor het plan dat het afgelopen jaar door de Regering is goedgekeurd);2° de distributienetbeheerder bepaalt in overeenstemming met de Dienst een datum om zijn plan in de maand mei voor te leggen;3° de Dienst onderzoekt vervolgens het plan en kan de distributienetbeheerder vragen hem
formatie en rechtvaardigingsgronden te verstrekken die hij nodig acht.4° in de maand juni wordt een overlegvergadering gehouden waarop de Dienst zijn opmerkingen kenbaar maakt aan de distributienetbeheerder;5° de distributienetbeheerder bezorgt de Dienst uiterlijk tegen 30 juni twee exemplaren van het ontwerpplan dat in voorkomend gevat wordt herwerkt aansluitend op het in het vorige lid bedoelde overleg;6° de Dienst bezorgt de Regering één van de exemplaren, vergezeld van zijn advies;7° nadat het plan door de Regering is goedgekeurd, wordt het ten uitvoer gebracht vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar;bij gebrek, op 1 januari van het daaropvolgende jaar, aan een reactie vanwege de Regering, wordt het ingediende plan geacht goedgekeurd te zijn. HOOFDSTUK
- - Planningsgegevens Afdeling 2.
- - Algemeen Art. 29.De distributienetgebruiker of diens leverancier, bij toepassing van het gestelde in artikel 32, bezorgt de distributienetbeheerder zijn beste raming van de planningsgegevens zoals bedoeld in dit Hoofdstuk. Afdeling 2.
- - Kennisgeving van gegevens Art. 30.De distributienetgebruiker die beschikt over een aansluitingscapaciteit hoger dan of gelijk aan 2 MVA deelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december zijn beste raming van de volgende planningsgegevens voor de eerstvolgende drie jaar mee : 1° de prognoses van het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met opgave van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van de jaarlijkse verbruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen. Ter informatie moet ook een trend van deze gegevens voor de eerstvolgende twee jaar, zijnde voor vijf jaar, aan de distributienetbeheerder worden bezorgd. Art. 31.De distributienetgebruiker van wie
stallaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal netto ontwikkelbaar vermogen per injectiepunt van minstens 500 WA, deelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december de volgende planningsgegevens mee met betrekking tot de komende drie jaar : 1° het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, het verwachte patroon van het verbruiksprofiel, de technische gegevens, de operationele grenzen en de regelmodus van de diverse in dienst gestelde of nog in dienst te stellen productieeenheden;2° de productie-eenheden die buiten dienst zulten worden gesteld en de geplande datum van buitendienststelling. Ter informatie moet ook een raming van deze gegevens voor de eerstvolgende twee jaar, zijnde op vijf jaar, aan de distributienetbeheerder worden bezorgd. Art. 32.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld zijn in artikelen 30 en 31 is het de taak van de leverancier om, globaal voor alle distributienetgebruikers met wie hij leveringscontracten heeft ondertekend, de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december de volgende planningsgegevens te bezorgen met betrekking tot de komende twee jaar : 1 ° de prognoses van het maximaal af te nemen of te injecteren vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met opgave van de verwachte trendbreuken; 2° het patroon van het jaarlijkse verbruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen. Art. 33.De verplichting tot mededeling van
artikelen 30 en 31 vermelde planningsgegevens geldt tevens voor de afnamepunten waarvoor een aansluitingsaanvraag is ingediend. In dat geval, worden de planningsgegevens gevoegd bij de aansluitingsaanvraag. Zij hebben betrekking op het lopende jaar, voor de periode volgend op het in dienst stelten van het toegangspunt. Art. 34.§
- De distributienetgebruiker die beschikt over een aansluiting vanaf het hoogspanningsnet, stelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 30 juni schriftelijk in kennis van de verwachte ontwikkeling van zijn aansluitingsvermogen voor het volgende jaar. Deze mededeling vormt in voorkomend geval een aanhangsel bij het aansluitingscontract. §
- Bij ontstentenis van mededeling binnen
vorige paragraaf bepaalde termijn wordt het bestaande aansluitingsvermogen van de distributienetgebruiker voor het komende jaar verlengd. §
- Na 30 juni kan het aansluitingsvermogen dat door de distributienetgebruiker voor het volgende jaar aangekondigd werd, niet meer gewijzigd worden tenzij in onderstaande gevallen :
- wanneer bij een verandering van distributienetgebruiker voor de aansluiting in kwestie, de nieuwe gebruiker wenst over te gaan tot een verhoging of verlaging van het aansluitingsvermogen;
- wanneer de distributienetgebruiker de aansluiting in kwestie wenst op te heffen;
- wanneer de distributienetgebruiker overgaat tot een uitbreiding van zijn aansluiting en op voorwaarde dat deze uitbreiding gepaard gaat met een verhoging van het aansluitingsvermogen. §
- Indien het krachtens § 1 meegedeelde aansluitingsvermogen groter is dan de aansluitingscapaciteit, dan wordt de mededeling gelijkgesteld met een aanvraag tot uitbreiding van de aansluitingscapaciteit en worden de desbetreffende bepalingen in de Aansluitingscode bijgevolg van toepassing. §
- De privé-netbeheerder dient zich te houden aan de voorschriften in het onderhavige artikel door mee te delen welke vermogens voor eigen gebruik te zijner beschikking gesteld moeten worden. Art. 35.In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de hem meegedeelde planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk zijn, vraagt hij aan de distributienetgebruiker om de gegevens in kwestie te controleren en om hem binnen de door hem gestelde termijn gevalideerde informatie te bezorgen. Art. 36.Voor zover hij de nodige maatregelen heeft getroffen als bedoeld in artikel 35, kan de distributienetbeheerder niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen op
vesteringsplannen van de mededeling van foutieve of onvolledige gegevens of van de laattijdige mededeling van gegevens. Art. 37.De distributienetgebruiker of de leverancier, volgens het geval, brengt de distributienetbeheerder zo snel mogelijk op de hoogte van elke wijziging of verwachte wijziging van de doorgestuurde gegevens. Art. 38.De distributienetbeheerder mag bij een distributienetgebruiker of een leverancier aanvullende gegevens opvragen, te bezorgen binnen een in onderling overleg overeengekomen termijn, die hij nuttig acht voor de planning en die niet in Bijlage I zijn opgenomen. Art. 39.In de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in Titel VI komen de netbeheerders onderling overeen wat de vorm,
houd en de periodiciteit is van de gegevens die zij met elkaar moeten uitwisselen om hun investeringsplannen op te stellen, en binnen welke termijnen dit moet gebeuren. TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK 1. - Algemeen Afdeling 1.1. - Algemene bepalingen Art. 40.§ 1. De onderhavige Code is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties;2°
stallaties van de distributienetgebruiker waaronder die welke functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet te verwaarlozen invloed hebben op het functioneren van het distributienet, op de aansluitingen) of op
stallaties van andere distributienetgebruikers;3°
stallaties die via een directe lijn zijn aangesloten en op
stallaties die deel uitmaken van een directe lijn; § 2.
stallaties van de meetinrichting maken deel uit van de aansluiting en behoren tot de distributienetbeheerder. Deze installaties worden beheerst door Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderhoud en de verwerking van de meetgegevens. § 3. De aansluitingen en, onverminderd de bepalingen van Afdeling 6.5.,
stallaties van de distributienetgebruikers, die bestaan bij het in voege treden van dit Technisch Reglement, dienen te voldoen aan de bepalingen van deze Titel. §
- In Bijlage II, en onverminderd de bepalingen van de overige Titels van onderhavig Technisch reglement, staan de voorwaarden vermeld binnen dewelke de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder kan speten tegenover de distributienetgebruikers en omgekeerd. Die voorwaarden zijn van toepassing ongeacht het type van aansluiting. Art. 41.§
- Behoudens andersluidende overeenkomst, is de distributienetbeheerder eigenaar van de aansluiting niettegenstaande
terventie van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het gebouw in de kosten of in de werken voor de realisatie ervan. § 2. Behoudens andersluidende overeenkomst en onder voorbehoud van de toestellen die deel uitmaken van de meetinrichting, behoren
stallaties die stroomafwaarts van het afnamepunt van de distributienetgebruiker aangesloten zijn niet toe aan de distributienetbeheerder. Art. 42.§ 1. Behoudens bijzondere wettelijke of reglementaire bepaling, is de distributienetbeheerder als enige gemachtigd
richtingen waarop hij het eigendomsrecht heeft aan te leggen, aan te passen, te verplaatsen, te vervangen, te verwijderen te onderhouden en uit te baten. § 2.
stallaties waarop de distributienetgebruiker een eigendoms- of gebruiksrecht heeft worden beheerd en onderhouden door de distributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de distributienetgebruiker. Om
stallaties te onderhouden waarvan hij het gebruiksrecht heeft, kan de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder vragen om zijn toegangspunt tijdelijk buiten dienst te stellen. Dit blijft « actief » in het toegangsregister zoals bedoeld in artikel
- §
- In afwijking van § 2 lid 1 en in overeenstemming met het gestelde in artikel 15 mogen de tussenkomsten en schakelingen op installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet enkel worden uitgevoerd door de distributienetbeheerder of een door hem gemachtigde persoon. Art. 43.De locatie van het of de toegangspunt(en) met betrekking tot een aansluiting wordt bepaald op basis van de aanbevelingen van Synergrid, behoudens bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Art. 44.Het ter beschikking stellen van infrastructuren door een eigenaar van een gebouw 1 locatie aan de distributienetbeheerder om er de aansluitingsuitrustingen in onder te brengen die uitsluitend bestemd zijn voor de voeding van het gebouw de locatie moet altijd gratis gebeuren. Art. 45.Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot de openbare-dienstverplichtingen van de distributienetbeheerder, komen de kosten verbonden met iedere tussenkomst of schakeling die geschiedt op vraag van de distributienetgebruiker of die hun oorzaak vinden in
stallaties van de distributienetgebruiker, ten laste van deze distributienetgebruiker. Art. 46.§
- In geval van overdracht van het eigendomsrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, bezorgt de overdrager de overnemer een afschrift van dit contract waarvan de bepalingen onverkort geldig blijven tenzij de distributienetbeheerder en de overnemer voor het geheel of voor een gedeelte uitdrukkelijk anders bepalen. §
- In geval van overdracht van het gebruiksrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, zijn de bepalingen ervan tegenstelbaar tegenover de overnemer die tegensprekelijk geacht wordt er kennis van te hebben genomen. Daartoe, bezorgt de overdrager aan de overnemer een afschrift van het aansluitingscontract. Art. 47.Elke aanvraag die bij toepassing van het bepaalde in deze Code wordt geformuleerd door iemand die geen eigenaar is van de aangesloten installaties of van
stallaties waarvoor een aansluiting wordt gevraagd, is slechts ontvankelijk voor zover de betrokkene een uitdrukkelijke bijzondere machtiging heeft gekregen om deze aanvraag te doen, hetzij van de eigenaar, hetzij van een persoon die zelf beschikt over een bijzonder en uitdrukkelijk mandaat van de eigenaar om aanvragen op dat vlak te doen. Afdeling 1.
- - Wijze van aansluiten afhankelijk van de aansluitingscapaciteit Art. 48.§
- Onverminderd het gestelde in § 8 en in hoofdstuk 7 van deze Titel worden de aansluitingen van de eindafnemers vanaf het distributienet uitgevoerd. §
- Als de aansluitingscapaciteit lager is dan, of gelijk aan 56 kVA, wordt de aansluiting vanaf het laagspanningsnet uitgevoerd. Dat is niet het gevat wanneer de distributienetbeheerder beslist, teneinde technische problemen te vermijden, met name in verband met eventuele spanningsdalingen, de aansluiting uit te voeren door middel van een laagspanningsverbinding die rechtstreeks wordt verbonden met een transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning, of via een hoogspanningsnet. §
- Voor aansluitingscapaciteiten tussen 56 en 250 kVA mag de distributienetbeheerder een aansluiting vanuit het laagspanningsnet voorstellen dan wel een aansluiting door middel van een laagspanningsverbinding die rechtstreeks met een transformatorstation voor hoogspanning/laagspanning is verbonden of een aansluiting vanuit het hoogspanningsnet. §
- Voor een aansluitingscapaciteit hoger dan 250 kVA wordt de aansluiting uitgevoerd vanuit het hoogspanningsnet. Voor aansluitingscapaciteiten beneden 5 MVA wordt eerst nagegaan of het mogelijk is een aansluiting tot stand te brengen vanuit het hoogspanningsnet van de distributienetbeheerder. §
- In de gebouwen waar meerdere distributienetgebruikers aangesloten moeten worden, mag de distributienetbeheerder één enkele aansluiting op het hoogspanningsnet aanbrengen van waaruit volgende uitrustingen kunnen worden geïnstalleerd : 1° een of meer aansluitingspunten voor hoogspanning;2° een of meer transformatorposten voor hoogspanning/laagspanning alsook de aansluitingen om de distributienetgebruikers van laagspanning te voorzien. §
- Als de aansluiting vanuit het hoogspanningsnet wordt uitgevoerd, en voor zover de lokale kenmerken van het distributienet zulks noodzakelijk maken, mag de distributienetbeheerder met de aanvrager overeenkomen om een lokaal beschikbaar te stellen dat wordt uitgerust met een transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning die vanuit hetzelfde aansluitingspunt wordt gevoed. De voorwaarden van deze beschikbaarstelling worden bepaald door de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. §
- Voor aansluitingscapaciteiten hoger dan 5 MVA mag een aansluiting worden overwogen door
stallaties van de distributienetgebruiker rechtstreeks te verbinden met het secundaire railstel van een transformatorpost die het distributienet op hoogspanning voedt. Als deze oplossing wordt gekozen, behoudt de distributienetbeheerder zich naderhand het recht voor, indien de afnamen op kwartierbasis van deze nieuwe distributienetgebruiker nooit groter zijn dan 4 MVA in regime, om de bovenvermelde verbinding opnieuw aan de gemeenschap toe te wijzen tegen een billijke vergoeding. § 8. Wanneer de distributienetbeheerder voor
S 7 bedoelde aansluitingscapaciteiten bij een eerste onderzoek vaststelt dat het raadzaam is de aansluiting uit te voeren op het transmissienet of op het gewestelijk transmissienet, dan voert hij overleg met de beheerder van het net in kwestie, en bezorgt hem in voorkomend geval onverwijld het volledige dossier, stelt de aanvrager hiervan in kennis en betaalt hem de eventueel ontvangen rechten terug. In dat geval wordt de aansluiting uitgevoerd in overeenstemming met het technisch reglement dat geldt voor het transmissienet of het gewestelijk transmissienet. §
- De aanvrager dient in elk geval slechts één enkele aanvraag in bij de distributienetbeheerder. De distributienetbeheerder dient dan contact op te nemen met de andere netbeheerders om de kwaliteit van de aansluiting en de vereiste aanpassingen te waarborgen. Art. 49.Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag en bij het opstellen van het aansluitingsvoorstel dient de distributienetbeheerder in kwestie altijd de technische en economische belangen van de aanvrager te behartigen, zonder afbreuk te doen aan de belangen van de andere distributienetgebruikers en zonder dat de aanvrager uit dien hoofde aanspraak mag maken op een aansluitingswijze die gunstiger is dan in artikel 48 omschreven. Afdeling 1.
- - Noodaansluitingen Art. 50.§
- Een noodaansluiting is te verstaan als een aansluiting die in de volgende gevallen wordt geïnstalleerd : 1° op aanvraag van een willekeurige distributienetgebruiker die zich vanaf een ander koppelpunt noodvermogen wil laten leveren;2° op aanvraag van een distributienetgebruiker die rechtstreeks is verbonden met het secundaire railstel van een transformatorpost die het distributienet op hoogspanning voedt, en die zich vanaf het hoogspanningsnet noodvermogen wil laten leveren;3° op aanvraag van een distributienetgebruiker die met het hoogspanningsnet is verbonden en die zich noodvermogen wil laten leveren vanaf een afzonderlijk hoogspanningsnet dat via hetzelfde koppetpunt wordt gevoed;4° op aanvraag van een distributienetgebruiker die met het hoogspanningsnet is verbonden en die zich noodvermogen op laagspanning wil laten leveren, gevoed vanaf een afzonderlijk middenspanningsnet via hetzelfde koppelpunt;5° op aanvraag van een distributienetgebruiker die met het laagspanningsnet is verbonden en die zich noodvermogen op laagspanning wil laten leveren, gevoed vanaf een afzonderlijke transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning. §
- Als een noodaansluiting aanwezig is, dient de distributienetgebruiker voor de levering van noodvermogen een bijdrage te betalen tegen het geldende tarief. Afdeling 1.
- - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting en op installaties van de distributienetgebruiker Art. 51.§
- Elke aansluiting, alsook elke installatie van een distributienetgebruiker moet voldoen aan de toepasselijke reglementen en normen, meer bepaald die welke zijn aangegeven in het ARAB, in de « Codex over het welzijn op het werk » alsook aan de normen NBN van toepassing op elektrische installaties. §
- Vóór het in dienst stellen van een aansluiting bezorgt de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen voldoen. Dit bewijs moet worden geleverd door een verslag van een erkende keuringsinstelling zoals bedoeld in het AREI. Art. 52.Het toegestane niveau van de storingen die op het distributienet worden teweeggebracht door de aansluitingsinstallaties en de eigen installaties van de distributienetgebruiker wordt bepaald door de geldende nationale en internationale normen, inzonderheid door de technische rapporten IEC 61000-3-6 en IEC 61000-3-
- Art. 53.§
- De aansluitingen moeten voldoen aan de technische voorschriften van de SYNERGRID-documenten C2/112 met de Titel « Technische voorschriften voor aansluiting op het HS-distributienet » en Cl 1107 met de Titel « Algemene technische voorschriften voor de aansluiting van een gebruiker op het LS-distributienet ». In geval van tegenstrijdigheid tussen deze voorschriften en wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, daaronder inbegrepen die van dit technisch reglement, dan zijn de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen bindend. §
- De distributienetbeheerder mag in voorkomend geval specifieke aansluitingsvoorschriften vastleggen afhankelijk van de bijzondere lokale eigenschappen van het distributienet. Art. 54.Elektrische installaties die door afzonderlijke aansluitingen worden gevoed mogen niet met elkaar worden verbonden, tenzij met voorafgaande schriftelijke toestemming van de distributienetbeheerder of blijkens een uitdrukkelijke afspraak in het aansluitingscontract met opgave van de desbetreffende voorwaarden. Art. 55.De distributienetgebruiker zorgt dat
stallaties waarvan hij het genot heeft voor
stallaties van de distributienetbeheerder of van derden geen gevaren, schade of hinder veroorzaken welke de grenswaarden in de algemeen erkende normen te boven gaan. De distributienetbeheerder kan bovendien eisen dat de distributienetgebruiker op eigen kosten maatregelen zou treffen om te vermijden dat de werking van zijn installaties een nadelige invloed zou hebben op andere distributienetgebruikers of op de werking van het net. HOOFDSTUK 2. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op hoogspanning Afdeling 2.1. - Omgeving van
stallaties Art. 56.§
- Voor het plaatsen van de meetinrichting en andere apparatuur welke deel uitmaakt van de aansluiting, stelt de distributienetgebruiker een ruimte beschikbaar aan de distributienetbeheerder, die voldoet aan de door de laatstgenoemde gestelde eisen. §
- Behoudens met uitdrukkelijke toestemming van de distributienetbeheerder is de lengte van het distributienet op de privé-locatie beperkt tot 2x15 meter.
§ 1bedoelde ruimte moet onder deze omstandigheden aan deze eis voldoen.
Afdeling 2.2. - Conformiteit van
stallaties Art. 57.Het concept van de aansluiting en
stallaties van de distributienetgebruiker moet in overeenstemming zijn met de voorschriften van het AREI met betrekking tot de gelijkvormigheidscontroles en de periodieke controles van
stallaties. Dit geldt in het bijzonder voor de ligging, de bereikbaarheid van
stallaties en de bedienbaarheid en de identificatie van de bedieningsapparatuur. De aansluiting en de werking van de uitrustingen moeten in overeenstemming zijn met de exploitatiewijze van het distributienet waarop ze worden aangesloten, zowel wat de technische kenmerken betreft als met betrekking tot de veiligheidsaspecten verbonden aan de exploitatie. Art. 58.De kosten voor de gelijkvormigheidscontrole en de periodieke controles van
stallaties als bedoeld in het AREI blijven ten taste van de distributienetgebruiker in kwestie. Art. 59.§ 1. De functionele specificaties van de beveiligingen van de distributienetgebruiker die zijn installaties van de aansluiting loskoppelen in geval van storing in
stallaties van de gebruiker worden in onderlinge overeenstemming met de distributienetbeheerder vastgesteld. De selectiviteit van de beveiliging van het distributienet mag in geen geval worden aangetast door de keuze van de waarden van de beveiligingsparameters. § 2. De distributienetbeheerder mag vanwege een wijziging van de netsituatie de vereiste aanpassingen aan de beveiligingen in
stallaties van de distributienetgebruiker opleggen teneinde de selectiviteit van de beveiligingen in het net verder te waarborgen. De kosten om
stallaties van de distributienetgebruiker in voorkomend geval aan te passen komen ten laste van de distdbutienetbeheerder. Art. 60.§ 1. De distributienetbeheerder mag alle vereiste technische middelen aanwenden om reactieve energie te compenseren of, algemener, om elk storend verschijnsel te compenseren wanneer de belasting van een distributienetgebruiker die op het distributienet is aangesloten : 1° aanleiding geeft tot een aanvullende afname van reactieve energie ten opzichte van
artikel 159 bepaalde waarden;2° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het distributienet derwijze verstoort dat de distributienetbeheerder niet langer in staat is zich te houden aan het bepaalde in de norm NBN EN 50160 als bedoeld in artikel 4, § 3. § 2. De distributienetbeheerder dient zijn beslissing met redenen te omkleden en mee te delen aan de distributienetgebruiker in kwestie. § 3.
stallatie en het gebruik van
§ 1
bedoelde technische middelen komen ten laste van de distributienetgebruiker in kwestie voor zover deze daarvan de oorzaak is. HOOFDSTUK
- - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op laagspanning Afdeling 3.
- - Omgeving van
stallaties Art. 61.§
- In gebouwen waar de aansluitingscapaciteit 56 kVA overschrijdt, stelt de distributienetgebruiker voor het groeperen van de meetapparatuur en andere uitrustingen die deel uitmaken van de aansluiting, een daartoe geschikte ruimte (of deel van een ruimte) ter beschikking van de distributienetbeheerder. Als de plaatselijke eigenschappen van het distributienet zulks noodzakelijk maken, mag de distributienetbeheerder bovendien vragen dat hem een ruimte beschikbaar wordt gesteld voor de uitrusting van een transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning. De voorwaarden van deze beschikbaarstelling worden bepaald door de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. §
- In gebouwen waar de aansluitingscapaciteit 56 WA niet overschrijdt, stelt de distributienetgebruiker een deel van een muur ter beschikking van de distributienetbeheerder voor de aansluitingskast. §
- In gebouwen waar meerdere distributienetgebruikers zijn aangesloten, stelt de eigenaar voor het groeperen van de meetapparatuur en andere aanstuitingsinstaltaties een of meer daartoe geschikte ruimten of een of meer daartoe geschikte locaties ter beschikking van de distributienetbeheerder. §
- Als voor het voeden van een verkaveling een of meer nieuwe transformatorposten voor hoogspanning/laagspanning noodzakelijk zijn, stelt de verkavetaar een of meer daartoe geschikte terreinen ter beschikking van de distributienetbeheerder. §
- Behoudens uitdrukkelijke toestemming van de distributienetbeheerder is de lengte van het distributienet op de privé-locatie beperkt tot 10 meter.
§§ 1
tot 3 bedoelde ruimten of delen van de muur moeten onder deze omstandigheden voldoen aan deze eis. Afdeling 3.2. - Conformiteit van
stallaties Art. 62.De aansluitingsinstallaties moeten voldoen aan de technische voorschriften van het SYNERGRID-document C11110 met de Titel « Overeenstemming tussen de stroomsterkte en het vermogen van de automatische laagspanningsschakelaars ». Art. 63.Het technisch voorschrift in het SYNERGRID-document Cl 1107 betreffende de « Algemene technische voorschriften voor de aansluiting van een gebruiker op het LS-distributienet » is van toepassing, behalve wat de bepalingen betreft in verband met de aansluiting als functie van het vermogen, die vallen onder artikel
- Afdeling 3.
- - Aansluitingscapaciteit Art. 64.In de mate dat aan de voorschriften in artikel 61, § 5, is voldaan, bedraagt de minimale aansluitingscapaciteit die een gebruiker kan verkrijgen 40 A op 230 V eenfasespanning, onverminderd enigerlei beperking vervat in de Ordonnantie van 11 juli 1991 betreffende het recht op de minimale levering van elektriciteit. HOOFDSTUK
- - Aanvullende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden voor groene stroom en gedecentraliseerde productie-eenheden Art. 65.§
- De aansluitingen van de productie-eenheden, daaronder inbegrepen die welke hernieuwbare energiebronnen gebruiken, warmtekrachtkoppelingsinstallaties, eenheden die elektriciteit opwekken op basis van afvalstoffen en uit industriële processen teruggewonnen restmaterialen, alsook gedecentraliseerde productie-eenheden voldoen wat de technische aspecten betreft aan de technische voorschriften van SYNERGRID in het document C 10111 met de Titel « Technische aansluitingsvoorschriften voor gedecentraliseerde productie-installaties die in parallel werken met het distributienet ». §
- De distributienetbeheerder mag in voorkomend geval en met opgave van redenen specifieke aansluitingsvoorschriften vastleggen afhankelijk van de bijzondere lokale eigenschappen van het distributienet. HOOFDSTUK
- - Aansluitingsprocedure Afdeling 5.
- - Algemeen Art. 66.Moeten het voorwerp zijn van een aansluitingsaanvraag, overeenkomstig de artikelen 67 en volgende, de realisatie van een nieuwe aansluiting alsook de aanpassing van een bestaande aansluiting. De distributienetbeheerder mag eveneens
diening van een dergelijke aanvraag opleggen in geval van aanpassingen aan
stallaties van de distributienetgebruiker die een niet te verwaarlozen invloed op het distributienet hebben of in geval van wijziging van de exploitatiewijze van de aangesloten installaties. Art. 67.Elke aansluitingsaanvraag, desgevallend vergezeld van een oriënterende studie of een detailstudie, moet schriftelijk worden ingediend bij de distributienetbeheerder met inachtneming van de procedure die te dien einde wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 12 en met inachtneming van de volgende bepalingen. Afdeling 5.
- - Aansluiting op hoogspanning Onderafdeling 5.2.
- - Algemeen Art. 68.§
- Een aanvraag betreffende een aansluiting op hoogspanning vereist de realisatie van een detailstudie. §
- In afwijking van het bepaalde in paragraaf één, is de realisatie van een detailstudie niet nodig voor een aanvraag van wijzing van minder groot belang met betrekking tot een aansluiting op hoogspanning. Ter gelegenheid van een ontwerp van wijziging, welke hij van minder groot belang acht, van de aansluitingsinstallaties of de bijbehorende exploitatiewijzen, stelt de distributienetgebruiker de distributienetbeheerder in kennis van de geplande wijzigingen, met opgave van de redenen waarom hij deze van minder groot belang acht. Na
vorig lid bedoelde kennisgeving te hebben onderzocht, mag de distributienetbeheerder : 1° de geplande wijzigingen zonder meer goedkeuren;2° voorstellen om een aanhangsel bij het aansluitingscontract af te sluiten; 3° beslissen dat de wijziging, vermits deze niet van gering belang is, wordt uitgevoerd met inachtneming van
Afdeling 5
van dit hoofdstuk vermelde procedure. Indien een aanhangsel wordt afgesloten als bedoeld in vorig lid, 2°, betekent dit niet dat de aansluitingsaanvrager is vrijgesteld van de verplichting om een kennisgeving van gelijkvormigheid van de aansluiting te verkrijgen, overeenkomstig artikel 51, §
- Art. 69.Een aanvraag betreffende een aansluiting op hoogspanning kan worden voorafgegaan, volgens de wens van de aanvrager, door een aanvraag van een oriënterende studie. Art. 70.§
- De distributienetbeheerder publiceert in voorkomend geval de geldende tarieven die de kosten moeten dekken voor de realisatie van een oriënterende studie of van een detailstudie. § 2.
paragraaf 1 bedoelde tarieven komen ten laste van de aanvrager, tenzij de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft, of door een leverancier is gemandateerd met eerbiediging van artikel 47, in welk geval de kosten aangerekend worden aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van
stallaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. §
- In afwijking van het bepaalde in vorige paragrafen, zijn er geen kosten verschuldigd voor de realisatie van de detailstudie als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de aansluitingsaanvraag is al ingediend en een eerste keer in behandeling genomen;2° de aanvraag heeft geen aanleiding gegeven tot de realisatie van de aansluiting;3° er zijn sindsdien geen wijzigingen in het net aangebracht die van invloed zijn op de aansluitingsvoorwaarden. Art. 71.Het bepaalde in artikel 9 van de ordonnantie is van toepassing voor het organiseren van contacten met de producenten die op het distributienet zijn aangesloten of zich daarop willen aansluiten. Dat geldt ook voor de voorbereiding van contracten. Onderafdeling 5.2.
- - Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Art. 72.Het doel van de oriënterende studie is het opmaken van een voorontwerp van aansluiting op hoogspanning. Art. 73.De aanvraag voor een oriënterende studie omvat : 1° de identiteit van de aanvrager en zijn juridische situatie ten aanzien van het gebouw waarop de aansluiting betrekking heeft;2° de contactgegevens van de aanvrager;3° de plattegrond van de plaats van afname/infectie, de algemene technische gegevens en de gewenste locatie van het toegangspunt;4°
formatie nodig voor het toekennen van het verbruiksprofiel waaronder meer bepaald de gevraagde aansluitingscapaciteit en de geplande afnamemodus;5° de verbintenis van de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens artikel 70, § 2, is aangewezen om, desgevallend, het geldende tarief te betalen als de oriënterende studie niet gevolgd wordt door een detailstudie. Art. 74.Binnen de vijf werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij mee welke aanvullende informatie hij moet verstrekken. Art. 75.Tijdens de behandeling van de aanvraag voor een oriënterende studie verleent de distributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van bevoorrading, voorrang aan aanvragen met betrekking tot warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken alsook aan de eenheden die elektriciteit opwekken op basis van afvalstoffen en uit industriële processen teruggewonnen restmaterialen. Art. 76.Tijdens de uitvoering van de oriënterende studie dienen de distributienetbeheerder en de aanvrager te goeder trouw met elkaar samen te werken. De distributienetbeheerder mag de aanvrager te allen tijde aanvullende gegevens vragen die hij nodig heeft om het voorontwerp van aansluiting voor te bereiden. Art. 77.§ 1. Binnen een redelijke termijn, en in ieder gevat binnen een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag voor een oriënterende studie, maakt de distributienetbeheerder zijn conclusies aan de aanvrager over 1° hetzij door middel van een voorontwerp van aansluiting, 2° hetzij door middel van een gemotiveerde weigering van de aansluiting, waarvan een afschrift aan de Dienst wordt bezorgd. § 2.
§ 1
bedoelde maximale termijn wordt gebracht op dertig werkdagen indien er grond toe bestaat om de behandeling van de aanvraag uit te stelten bij toepassing van het bepaalde in artikel
- § 3 Als de oriënterende studie wordt afgestoten met een voorontwerp van aansluiting, bevat dit ten minste : * een schema voor de beoogde aansluiting; * de technische voorschriften voor de aansluiting; * een indicatieve raming van de kosten; * een indicatieve raming van de termijn nodig voor de realisatie van de aansluiting, met inbegrip van de eventuele versterkingen die aan het distributienet moeten worden aangebracht ten gevolge van de aansluiting. Art. 78.De gegevens vervat in het voorontwerp van aansluiting binden noch de distributienetbeheerder, noch de aanvrager van de oriënterende studie op enige wijze. Onderafdeling 5.2.
- - Detailstudie en ontwerp van aansluiting Art. 79.Het doel van een detailstudie is het opmaken van een ontwerp van aansluiting op hoogspanning. Art. 80.De aanvraag voor een detailstudie bevat : 1° de identiteit van de aanvrager en zijn juridische situatie ten aanzien van het gebouw waarop de aansluiting betrekking heeft;2° de contactgegevens van de aanvrager;3° de plattegrond van de plaats van afnamelinjectie;4°
formatie nodig voor het toekennen van het verbruiksprofiel waaronder meer bepaald de gevraagde aansluitingscapaciteit en de geplande afnamemodus.5° het aansluitingsvermogen;6° de gedetailleerde technische eigenschappen van de aansluiting en van de aan te stuiten installaties, als vermeld in het aansluitingsformulier;7° de verbintenis van de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens artikel 70 § 2 is aangewezen om het tarief te betalen met betrekking tot de detailstudie. Art. 81.§
- Binnen de tien werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij de aansluitingsaanvrager mee welke aanvullende stukken of informatie hij moet verstrekken om het ontwerp van aansluiting voor te bereiden en binnen welke termijnen de aanvrager deze moet verstrekken. §
- Als de aansluitingsaanvraag volledig is, kent de distributienetbeheerder een capaciteitsreservering aan de aanvrager toe. Art. 82.§
- Tijdens de behandeling van de detailstudie verleent de distributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, voorrang aan aanvragen met betrekking tot warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken alsook aan de eenheden die elektriciteit opwekken op basis van afvalstoffen en uit industriële processen teruggewonnen restmaterialen. § 2.
§ 1vermelde voorrang geldt tevens voor de capaciteitsreserveringen.
Art. 83.§ 1. Zo spoedig mogelijk, en zeker binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag, bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een gemotiveerde weigering van de aansluiting waarvan een afschrift aan de Dienst wordt bezorgd, of een aansluitingsontwerp dat onder meer omvat : 1° de technische oplossingen en regelparameters die dienen overeengekomen te worden tussen de distributienetbeheerder en de aansluitingsaanvrager, in overeenstemming met de voorschriften van dit technisch reglement en rekening houdend met de technische kenmerken van het distributienet;2° de beschrijving van de vooraf door de aanvrager of door de persoon die hem heeft gemandateerd uit te voeren werken om de realisatie van de aansluitingswerken door de distributienetbeheerder mogelijk te maken;3° de uitvoeringsmodaliteiten en termijnen voor de realisatie van de aansluiting met aanduiding van de overwogen hypothesen, en onder andere de termijnen nodig voor het verkrijgen van de vergunningen of machtigingen bij de bevoegde overheid of voor de realisatie van de eventuele aanpassingen die aan het distributienet moeten aangebracht worden;bovenvermelde uitvoeringstermijnen zijn ter indicatie. 4° de uitnodiging tot betaling van de prijs van de aansluitingswerken, vastgelegd volgens de geldende tarieven. § 2.
§ 1
bedoelde maximale termijn wordt gebracht op zestig werkdagen indien er grond toe bestaat om de behandeling van de aanvraag uit te stellen bij toepassing van artikel 82. § 3.
dit artikel vermelde termijnen kunnen in onderlinge overeenstemming met de betrokken partijen worden verlengd. Art. 84.De technische oplossingen en de regelparameters mogen worden aangepast om redenen in verband met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, ingevolge een met redenen omklede aanvraag van de distributienetbeheerder. De kosten voor deze aanpassingen komen ten laste van de distributienetbeheerder, tenzij deze hun oorsprong vinden in een wijziging van
stallaties van de distributienetgebruiker. Art. 85.Als overeenstemming wordt bereikt over het in artikel 83 bedoelde aansluitingsontwerp, stelt de distributienetbeheerder een aansluitingscontract op binnen een termijn van twintig werkdagen te rekenen vanaf het akkoord. Art. 86.Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan het antwoord van de distributienetbeheerder binnen een termijn van veertig werkdagen na kennisgeving ervan, dan wordt de aansluitingsaanvraagprocedure als nietig beschouwd, behalve andersluidende beslissing van de distributienetbeheerder, genomen op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. Onderafdeling 5.2.
- - Aansluitingscontract Art. 87.§
- De afsluiting van een aansluitingscontract met de distributienetbeheerder is vereist in de volgende gevallen : 1° voorafgaand aan de uitvoering van een nieuwe aansluiting;2° voorafgaand aan de uitvoering van een aanpassing van een bestaande aansluiting, van een installatie van een distributienetgebruiker die een niet te verwaarlozen invloed op het distributienet heeft of van hun respectieve exploitatiewijze. §
- In afwijking van § 1, 2°, is er voor een wijziging van minder groot belang aan een aansluiting, in de zin van artikel 68, 52, geen nieuw aansluitingscontract nodig, maar enkel een avenant aan het bestaande aansluitingscontract, als de distributienetbeheerder dit nodig acht. Art. 88.Het aansluitingscontract bevat ten minste de volgende items : 1° de identiteit van de partijen;2° de aanduiding van de contactpersonen en meer bepaald,van een gesprekspartner met wie de distributienetbeheerder contact kan opnemen in het kader van de exploitatiemanoeuvres;3° de bepalingen met betrekking tot de duur en beëindiging van het contract;4° de beschrijving van de aansluiting met opgave van de locatie en het spanningsniveau van het aansluitingspunt, het toegangspunt en het meetpunt;5° de unieke identificatie van het toegangspunt door middel van de EAN-code;6° in voorkomend geval, de bijzondere bepalingen in verband met de toegang van personen tot de aansluitingsinstallaties;7° de beschrijving van
stallaties van de distributienetgebruiker (daaronder inbegrepen
stallaties die functioneel deel uitmaken van het net), inzonderheid de aangesloten productie-eenheden;8° de specifieke technische voorwaarden en bepalingen, onder meer de aansluitingscapaciteit, de relevante technische karakteristieken van de aansluiting en van
stallaties van de distributienetgebruiker, het meetsysteem, de uitbating, het onderhoud, de eisen in verband met beveiligingen en veiligheid;9° het aansluitingsvermogen dat niet groter mag zijn dan de sub litt. 8 bepaalde aansluitingscapaciteit; 10° in voorkomend geval, de bepalingen in verband met de meteropname;11° de bepalingen met betrekking tot wederzijdse aansprakelijkheid, vermeld in bijlage II;12° in voorkomend geval, de eigendomslimieten van
stallaties. Onderafdeling 5.2.
- - Uitvoering van de aansluiting Art. 89.§
- De termijnen voor de realisatie van de aansluiting, als vermeld in het aansluitingscontract, houden rekening met de eventuele versterkingen die aan het distributienet, het gewestelijk transmissienet of het transmissienet moeten worden aangebracht. §
- De distributienetbeheerder geeft ten opzichte van andere niet-dringende werken voorrang aan de aansluitingen van kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties, productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, eenheden die elektriciteit opwekken op basis van afvalstoffen en uit industriële processen teruggewonnen restmaterialen. In dit artikel verstaat men onder niet-dringende werken die welke in gevat van vertraging geen gevaar voor personen opleveren en geen rechtstreekse reële schade aan de bestaande uitrustingen toebrengen. Art. 90.De noodzakelijke vergunningsaanvragen moeten bij de bevoegde overheden worden ingediend binnen een termijn die met het tijdschema voor de realisatie van de aansluiting overeenstemt. De distributienetbeheerder kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van een eventueel uitstel of eventuele weigering door de bevoegde overheid om de noodzakelijke vergunningen af te leveren. Art. 91.§
- De aansluitingswerken worden pas gepland nadat de aanvrager alle toepasselijke kosten ter uitvoering van de onderhavige code heeft vooruitbetaald, daaronder inbegrepen de eventuele kosten voor de oriënterende studie en detailstudie betreffende de werken in kwestie. In de hypothese dat de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft of door een leverancier werd gemandateerd met eerbiediging van artikel 47, worden de kosten aangerekend aan de eigenaar van de aangesloten installaties of van
stallaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. §
- Bij afwijking van § 1, en als de voor de aanvrager geldende reglementering het hem vanwege zijn hoedanigheid niet mogelijk maakt de betaling van de werken vooraf te vereffenen, is de planning van aansluitingswerken afhankelijk van de voorafgaande ontvangst van de bestelling van de werken, waarbij de aanvrager ertoe verbonden is om zodra de werken zijn uitgevoerd, het bedrag te betalen dat is aangegeven in het ontwerp van aansluiting. In de hypothese in alinea 1, behoudt de distributienetbeheerder zich evenwel het recht voor om de betaling van voorschotten te eisen in de mate waarin dat door de reglementering is toegestaan. §
- De betaling van de aansluitingskosten, brengt een onweerlegbaar vermoeden met zich, dat de eigenaar van de aangesloten installaties of van
stallaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd kennis heeft genomen van dit Technisch Reglement, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake aansprakelijkheid vermeld in Bijlage II, en dat hij die voorwaarden aanvaardt. Afdeling 5.
- - Aansluiting op laagspanning Art. 92.Een aanvraag betreffende een aansluiting op laagspanning vereist geen enkele voorafgaande studie. Art. 93.Binnen de vijf werkdagen na ontvangst gaat de distributienetbeheerder de (on)volledigheid van de aanvraag na en licht hij de aanvrager daarover in. Als de aanvraag onvolledig is, deelt hij mee welke aanvullende informatie hij moet verstrekken en binnen welke termijn. Art. 94.§
- De distributienetbeheerder deelt binnen de tien werkdagen na ontvangst van een volledige aansluitingsaanvraag, de technische en financiële aansluitingsvoorwaarden mede, alsmede de waarschijnlijke termijnen voor de realisatie van de aansluiting voor zover : 1° de aansluitingscapaciteit niet groter is dan 25 kVA;2°
artikel 61, § 5, vervatte voorwaarden worden nageleefd;3° het distributienet in de onmiddellijke omgeving van het aansluitingspunt wordt gevestigd en aan dezelfde kant van de rijweg is gelegen. § 2. Indien aan
het vorige paragraaf vermelde voorwaarden is voldaan, en alle vereiste vergunningen en machtigingen zijn verleend, dan mag de uitvoeringstermijn van een aansluiting twintig werkdagen niet te boven gaan, te rekenen vanaf de ontvangst van de betaling, met inachtneming van het gestelde in artikel 95, § 1. § 3. Als niet aan
§ 1
vermelde voorwaarden is voldaan, dient de distributienetbeheerder de aansluitingsaanvraag zo spoedig mogelijk te beantwoorden met dien verstande dat deze termijn nooit langer mag zijn dan de termijn die in de aansluitingsprocedure op hoogspanning is vastgelegd. §
- Als de gevraagde aansluitingscapaciteit groter is dan 56 WA of indien de distributienetbeheerder oordeelt dat een laagspanningsaansluiting alleen mogelijk is door het distributienet uit te breiden of te verstevigen, dan wordt dezelfde procedure van oriënterende studie toegepast als bedoeld in de aansluitingsprocedure op hoogspanning. Art. 95.§
- De distributienetbeheerder vat de aansluitingswerken pas aan na de volledige betaling te hebben ontvangen van het in de offerte aangegeven bedrag. §
- Bij afwijking van § 1, en als de voor de aanvrager geldende reglementering het hem vanwege zijn hoedanigheid niet mogelijk maakt de betaling van de werken vooraf te vereffenen, worden de werken aangevat zodra de bestelling wordt ontvangen, waarbij de aanvrager ertoe verbonden wordt om zodra de werken voltooid zijn, het bedrag te betalen dat is aangegeven in
artikel 94 bedoelde offerte. In de hypothese in alinea 1, behoudt de distributienetbeheerder zich evenwel het recht voor om de betaling van voorschotten te eisen in de mate waarin dat door de reglementering is toegestaan. Art. 96.§ 1. De kosten voor de uitvoering van de aansluiting komen ten laste van de aanvrager, volgens de geldende tarieven, tenzij de aanvrager de hoedanigheid van leverancier heeft, of door een leverancier is gemandateerd met eerbiediging van artikel 47, in welk gevat de kosten aangerekend worden aan de eigenaar van de aangestoten installaties of van
stallaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd. § 2. De betaling van de aansluitingskosten brengt een onweerlegbaar vermoeden met zich, dat de eigenaar van de aangestoten installaties of van
stallaties waarvoor een aansluiting is aangevraagd, kennis heeft genomen van dit Technisch Reglement, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake aansprakelijkheid vermeld in Bijlage II, en dat hij die voorwaarden aanvaardt. Art. 97.§
- De aansluitingswerken worden gerealiseerd onder de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder, in overleg met de eigenaar van het betrokken gebouw of zijn mandataris. §
- De eigenaar van het betrokken gebouw of zijn mandataris mag evenwel, geheel of gedeeltelijk, de voorbereidende en afwerkingswerken op privé-terrein uitvoeren, met uitzondering van de aanleg van de aftakking. Die werken worden, volgens dat het gaat om een aansluiting in hoog- of laagspanning, nader omschreven in het ontwerp van aansluiting of in de offerte voor de aansluiting. In voorkomend gevat, schikt de eigenaar van het betrokken gebouw of zijn mandataris zich naar de veiligheidsmaatregelen van de distributienetbeheerder. §
- De distributienetbeheerder is als enige gemachtigd om de aansluiting onder spanning te zetten. Art. 98.Het tracé van de aansluiting alsmede de opstelling en de karakteristieken van de samenstellende delen worden derwijze goedgekeurd door de distributienetbeheerder dat de algemene veiligheid en de normale werking van de deelelementen van de aansluiting gewaarborgd zijn en dat de opname van de verbruiksmeters, het toezicht, het nazicht en het onderhoud gemakkelijk kunnen geschieden. Art. 99.§
- Desgevraagd door de distributienetbeheerder moet de eigenaar van het gebouw in kwestie de vereiste doorboring uitvoeren om de aansluitingskabel te leggen volgens de aanwijzingen van de distributienetbeheerder. §
- Deze kabel dient over de gehele lengte mechanisch te worden beschermd door een mantelbuis vervaardigd uit polyvinylchloride (PVC), polyethyleen (PE) of vezelcernent of enigerlei ander op zijn minst daarmede gelijkgesteld materiaal. §
- De muurdoorgang moet door de eigenaar van het gebouw of door zijn mandataris worden afgestoten om de opening water- en gasdicht te maken. HOOFDSTUK
- - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 6.
- - Algemene bepalingen Art. 100.De distributienetgebruiker en, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, treffen de nodige voorzorgsmaatregelen om iedere beschadiging aan de aansluiting en, algemeen, aan het distributienet en aan
stallaties van de andere distributienetgebruikers te voorkomen. Art. 101.De distributienetgebruiker en, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, dienen de distributienetbeheerder terstond in kennis te stelten van elke vastgestelde beschadiging, afwijking of niet-overeenstemming met de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. Art. 102.Indien de gebruiker de afname- of injectiekenmerken wijzigt, of indien wijzigingen worden aangebracht ten opzichte van de omstandigheden die van kracht waren op het ogenblik dat de aansluiting werd uitgevoerd, dan heeft de distributienetbeheerder het recht, zonder afbreuk te doen aan de vereiste maatregelen om deze situatie definitief recht te zetten, om de aansluiting te wijzigen op kosten van de distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, van de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, teneinde de algemene veiligheid van het net te vrijwaren, het toezicht op en het gemakkelijk onderhoud van de aansluiting te vergemakkelijken, evenals de correcte werking van de toestellen van de aansluiting en de gemakkelijke opname van de meters mogelijk te maken. Art. 103.De distributienetgebruiker mag de vermogensschakelaar van de aansluiting in werking stellen, tenzij indien zulks verhinderd wordt door de verzegeling dan wel door elke andere tegenaanwijzing van de distributienetbeheerder. Afdeling 6.2. - Gebruik van
stallaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet Art. 104.
stallatie van de distributienetgebruiker die functioneel deel uitmaakt van het distributienet voor de overbrenging van energie naar andere distributienetgebruikers wordt gratis beschikbaar gesteld aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de voorwaarden in artikel
- Afdeling 6.
- - Gebruik en onderhoud van hoogspanningsaansluitingen Art. 105.§
- De distributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het onderhoud, de kwaliteit en de bedrijfszekerheid van de hoogspanningskabels die op een privé-locatie worden gelegd teneinde een afname- of injectiepunt voor hoogspanning aan te stuiten. De onderhouds- en herstellingskosten van deze kabels komen te zijnen laste. §
- De distributienetbeheerder is als enige gemachtigd om te oordelen of het noodzakelijk is om
§ 1bedoelde hoogspanningskabels te vervangen vanwege met hun verouderingsgraad.
§
- In het geval de vernieuwing geldt voor een deel van het distributienet waarvan de lengte op privé-terrein het bepaalde in artikel 56, § 2 overschrijdt, dan is de aan die vernieuwing gebonden meerkost ten laste van de distributienetgebruiker of, ais het een verschillende persoon betreft, van de eigenaar van het betrokken onroerend goed, volgens de geldende tarieven. Afdeling 6.
- - Gebruik en onderhoud van laagspanningsaansluitingen Art. 106.§
- De distributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het onderhoud, de kwaliteit en de bedrijfszekerheid van de aansluitingsuitrustingen tussen zijn net tot en met de eerste belaste onderbrekingsinrichting. De onderhouds- en herstellingskosten van deze uitrustingen komen te zijnen laste. Dat geldt ook voor
grepen op de eerste onderbrekingsinrichting in geval van interne storing. § 2. De vernieuwing van de bovenvermelde uitrustingen te wijten aan de wijziging van
stallaties van de gebruiker, komt ten laste van de laatstgenoemde. §
- De distributienetbeheerder is als enige gemachtigd om te oordelen of het noodzakelijk is om een aansluiting te vernieuwen vanwege haar verouderingsgraad. De vernieuwing van de aansluitingsinstallaties tengevolge van hun verouderingsgraad wordt ten laste genomen volgens de geldende tarieven. §
- In het geval de vernieuwing geldt voor een deel van het distributienet waarvan de lengte op privé-terrein het bepaalde in artikel 61, § 5 overschrijdt, dan is de aan die vernieuwing gebonden meerkost ten laste van de distributienetgebruiker of, ais het een verschillende persoon betreft, van de eigenaar van het betrokken onroerend goed, volgens de geldende tarieven. Art. 107.De aansluiting mag alleen worden verzonken (ingewerkt) met toestemming van de distributienetbeheerder, en moet in dat geval op efficiënte wijze worden beschermd. Het moet mogelijk zijn om de aansluiting op elk ogenblik te controleren. Art. 108.De distributienetgebruiker of, als het een verschillende persoon betreft, de eigenaar van het betrokken onroerend goed, zorgt ervoor dat de muren waterdicht blijven. Afdeling 6.
- - Conformiteit van de aansluiting en van
stallaties van de distributienetgebruiker Art. 109.De distributienetbeheerder heeft het recht om de conformiteit van de aansluiting en van
stallaties van de distributienetgebruiker na te gaan en te beoordelen met de voorschriften van dit technisch reglement en van het aansluitingscontract. Art. 110.§ 1. Met als doel na te gaan of de aansluiting en
stallaties van een distributienetgebruiker in overeenstemming zijn met de voorschriften van dit technisch reglement en met het aansluitingscontract, mag de distributienetbeheerder uit eigen beweging of desgevraagd door een derde tests op
stallaties uitvoeren of iemand anders opdracht geven deze tests voor zijn rekening uit te voeren. In voorkomend geval, zijn paragrafen 2 en 3 van artikel 15 van toepassing. § 2. Na overleg leggen de distributienetbeheerder en de desbetreffende distributienetgebruiker in onderlinge overeenstemming de procedure, het tijdschema en de toe te passen middelen vast om
§ 1bedoelde tests uit te voeren.
§
- In de maand volgend op de overeenkomstig §§ 1 en 2 uitgevoerde tests bezorgt de distributienetbeheerder een verslag aan de distributienetgebruiker alsmede aan eventuele belanghebbende derden, nadat de vertrouwelijke gegevens in voorkomend geval uit dit verslag werden verwijderd. §
- Indien uit het onderzoek of de tests blijkt dat een installatie niet voldoet aan de eisen van dit technisch reglement of van het aansluitingscontract, dan vraagt de distributienetbeheerder de distributienetgebruiker om binnen een redelijke termijn de vereiste wijzigingen aan te brengen. §
- De eigenaar van
stallatie of de distributienetgebruiker in kwestie neemt alle kosten op zich voor het onderzoek of de tests waaruit gebleken is dat de aansluiting niet conform is, alsook de kosten van nieuwe tests die worden uitgevoerd nadat de wijzigingen in
stallatie zijn aangebracht. Indien blijkt dat er geen sprake is van niet-conformiteit, komen de tests voor rekening van de partij die het initiatief voor het onderzoek of de tests heeft genomen. Art. 111.§ 1. Een installatie van een distributienetgebruiker die bestond op
werkingtreding van dit Reglement en die niet in overeenstemming is met de voorschriften ervan, kan als dusdanig worden gebruikt, zolang het niet in overeenstemming zijn geen schade of hinder berokkent of zou kunnen berokkenen aan
stallaties van de distributienetbeheerder of aan
stallaties van en 1 of de kwaliteit van de spanning bij een andere distributienetgebruiker. De distributienetbeheerder kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade geleden door de distributienetgebruiker vanwege de slechte werking van
stallaties die niet in overeenstemming zijn met dit Reglement en waarvan hij het gebruiksrecht heeft. § 2. Elke installatie van een distributienetgebruiker die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit Technisch Reglement en waarvan het niet in overeenstemming zijn, schade of hinder berokkent aan
stallaties van de distributienetbeheerder of bij een of meerdere andere distributienetgebruikers, moet in overeenstemming gebracht worden binnen een door de distributienetbeheerder vastgelegde termijn in functie van de aard en de omvang van de schade of hinder. De distributienetbeheerder kan gedurende die termijn niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade veroorzaakt bij distributienetgebruikers door het niet in overeenstemming zijn van
stallaties van een distributienetgebruiker met de voorschriften van dit Technisch Reglement. Art. 112.§ 1. De aanpassingen bedoeld in vorig artikel zijn ten laste van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het betrokken vastgoed, volgens hun respectieve verantwoordelijkheden, indien bewezen is dat
stallaties van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het betrokken vastgoed aan de basis liggen van de schade of hinder. § 2. Indien de distributienetgebruiker of de eigenaar van het betrokken gebouw de aanpassingen vermeld in paragraaf 1 van dit artikel of in artikel 110, § 4 niet binnen de opgelegde termijn heeft uitgevoerd, stelt de distributienetbeheerder hem in gebreke per aangetekende brief. Behoudens andersluidend akkoord tussen de betrokken partijen, heeft de distributienetbeheerder het recht de aansluiting buiten dienst te stellen indien de aanpassingen tien werkdagen na
gebrekestelling (postdatum van de brief geldt als bewijs) nog niet zijn uitgevoerd. Art. 113.Onverminderd het gestelde in artikel 111, mag de distributienetbeheerder eisen dat de distributienetgebruiker maatregelen treft en deze bekostigt om te voorkomen dat tengevolge van de werking van
stallaties van de distributienetgebruiker het in artikel 52 bepaalde toelaatbare niveau van storingen wordt overschreden. Art. 114.§ 1. Een distributienetgebruiker die zelf proeven wil uitvoeren of laten uitvoeren op de aansluiting of op installaties die een niet te verwaarlozen invloed hebben op het distributienet, op de aansluiting(en) of op
stallaties van een andere distributienetgebruiker, moet te dien einde voorafgaande schriftelijke toestemming krijgen van de distributienetbeheerder. Elke aanvraag dient met redenen te zijn omkleed en melding te maken van
stallatie(
- s)waarop de proeven betrekking hebben, alsook van de aard en de technische gegevens van de proeven, de procedure (onder meer wie voor de proeven verantwoordelijk
- is)en het tijdschema. § 2. Op basis van de gegevens in deze aanvraag beslist de distributienetbeheerder over de opportuniteit van deze aanvraag en voert hij in voorkomend geval overleg met de aanvrager om de het tijdschema voor de gevraagde proeven te bepalen. Hij waarschuwt de partijen die volgens hem bij de gevraagde proeven betrokken zijn. Afdeling 6.6. - Wegname van een aansluiting Art. 115.§ 1. Elke aansluiting kan worden weggenomen op schriftelijke aanvraag bij ter post aangetekend schrijven uitgaande van de eigenaar van het aangestoten gebouw en nadat de distributienetbeheerder gecontroleerd heeft dat geen enkele distributienetgebruiker nog gebruik van deze aansluiting maakt. De termijnen waarin de aansluiting wordt weggenomen, worden in gemeenschappelijk overleg bepaald. § 2. De kosten voor het wegnemen van een aansluiting, alsook de kosten voor het weer in de oorspronkelijke staat brengen van lokalen, de toegangswegen en de terreinen, zijn ten laste van de eigenaar van het aangesloten gebouw. Art. 116.De distributienetbeheerder heeft het recht om, na voorafgaande kennisgeving aan de eigenaar van het onroerend goed in kwestie, elke aansluiting waarvoor er sinds meer dan een jaar geen actief toegangspunt meer is, weg te nemen of af te koppelen, behalve als de betrokken eigenaar deze aansluiting als reserve wil gebruiken om ter studie liggende projecten uit te voeren. In dit laatste gevat neemt hij een deel van de onderhoudskosten voor deze aansluiting op zich, volgens de voorwaarden die in onderlinge overeenstemming met de distributienetbeheerder worden vastgelegd. HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bepalingen voor de aansluiting in privé-netten Art. 117.§ 1. De bepalingen in deze Titel zijn zonder onderscheid van toepassing op de aansluitingen van privé-netten op het distributienet. § 2. De bepalingen in deze Titel zijn van toepassing op de aansluitingen van installaties in privé-netten, onverminderd de onderstaande voorschriften. Art. 118.Het aansluitingspunt van een stroomafwaartse afnemer bevindt zich ter plaatse van de eerste onderbrekingsinrichting stroomopwaarts van de specifieke aan deze stroomafwaartse afnemer toegewezen installaties. Art. 119.Onverminderd het gestelde in artikel 47 moet elke aanvraag die ter uitvoering van deze Titel wordt ingediend door iemand die over een aansluiting in een privé-net wil beschikken, of door een stroomafwaartse afnemer die al een aansluiting heeft, maar die deze wil laten aanpassen, op voorhand worden gericht aan de privé-netbeheerder, die zich het recht voorbehoudt om de aanvraag af te wijzen. De aanvraag moet worden gericht aan de privé-netbeheerder met inachtneming van dezelfde vormvoorschriften als voor een aanvraag die tot de distributienetbeheerder wordt gericht. Art. 120.Elke aanvraag voor de plaatsing van een nieuwe meter voor een stroomafwaartse afnemer wordt gericht aan de distributienetbeheerder door de privé-netbeheerder. Alle door de distributienetbeheerder gemaakte kosten ter gelegenheid van de aansluiting van installaties in een privé-net worden in rekening gebracht tegen de geldende tarieven. Art. 121.De functionele specificaties van de beveiligingen van de stroomafwaartse afnemer worden in onderlinge overeenstemming vastgelegd op de wijze in artikel 59 gesteld. Hierbij dient evenwel rekening te worden gehouden met de vereiste selectiviteit ten opzichte van de algemene beveiliging van het privé-net. Art. 122.In het in artikel 60 bedoelde geval, wanneer de distributienetbeheerder oordeelt dat er grond toe bestaat om de reactieve energie te compenseren of, algemener, om elk storend verschijnsel afkomstig van
het privé-net opgestelde installaties te compenseren, regelt hij dit probleem bij uitsluiting met de privé-netbeheerder. Deze laatste mag zich in voorkomend geval nadien keren tegen de stroomafwaartse klant die de storing heeft veroorzaakt. Art. 123.In het in artikel 61 bedoelde geval pleegt de distributienetbeheerder overleg met de privé-netbeheerder teneinde een (deel van een) lokaal aan de distributienetbeheerder beschikbaar te stellen. De privé-netbeheerder stelt de stroomafwaartse afnemers in kennis van de overeengekomen oplossing. Art. 124.De distributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het onder spanning zetten van de aansluiting alsook voor de werken en ingrepen op de eerste onderbrekingsinrichting. De privé-netbeheerder is verantwoordelijk voor de werken en ingrepen op het deel van de aansluiting waarop hij het eigendomsrecht heeft of waarover hij zijn beheersbevoegdheid uitoefent. Art. 125.De privé-netbeheerder past de maatregelen toe als bedoeld in artikel 102 met betrekking tot het deel van de aansluiting waarop hij het eigendomsrecht heeft of waarover hij zijn beheersbevoegdheid uitoefent. Art. 126.§
- Ter uitvoering van het gestelde in artikelen 109 en volgende heeft de privé-netbeheerder soortgelijke rechten en verplichtingen ten aanzien van een stroomafwaartse afnemer als de distributienetbeheerder heeft jegens elke distributienetgebruiker. Het bewijs dat krachtens het bepaalde in artikel 51 moet worden geleverd, dient tevens aan de privé-netbeheerder te worden geleverd. §
- De schriftelijke toestemming die de stroomafwaartse afnemer krachtens het bepaalde in artikel 114, § 1, moet verkrijgen van de distributienetbeheerder, moet tevens door de privé-netbeheerder worden toegekend. Art. 127.In afwijking van het bepaalde in artikel 44 krijgt de privé-netbeheerder een bezoldiging met betrekking tot de terbeschikkingstelling van zijn privé-net waarvoor de modaliteiten vastgelegd worden in
artikel 27, § 3, bedoelde overeenkomst. HOOFDSTUK
- - Overgangsbepaling Art. 128.De overeenkomsten met betrekking tot een aansluiting, afgestoten vóór het in voege treden van dit Technisch Reglement, blijven van toepassing in de mate waarin zij er niet mee in tegenstrijd zijn en zolang er geen aansluitingscontract voor in de plaats is gekomen. TITEL IV. - Toegangscode HOOFDSTUK
- - Algemene principes Art. 129.Toegang tot het distributienet is alleen toegestaan voor zover op voorhand een toegangsaanvraag bij de distributienetbeheerder is ingediend overeenkomstig deze Code. Art. 130.§
- Een toegangsaanvraag kan worden ingediend door : 1° eenieder die een leveringsvergunning heeft verkregen in overeenstemming met het gestelde in artikel 21 van de ordonnantie;2° een distributienetgebruiker, voor zover deze aan de volgende voorwaarden voldoet : - in aanmerking komen; - beschikken over een aansluitingscapaciteit hoger dan 5 MVA op het toegangspunt in kwestie, en recht hebben op het tarief van de gebruikers die zijn aangesloten via een rechtstreekse verbinding met het secundaire railstel van een transformatorstation dat het distributienet op hoogspanning voedt; of beschikken over een productie-installatie die ten minste 500 WA in het net injecteert; - voor de aansluiting in kwestie een aansluitingscontract met de distributienetbeheerder hebben afgesloten. §
- Een leverancier kan in de volgende gevallen een toegangsaanvraag indienen : 1° hetzij voor eigen rekening, teneinde zijn leveringsactiviteit uit te oefenen;2° hetzij voor rekening van een in aanmerking komende distributienetgebruiker, voor een bijzonder toegangspunt dat deze leverancier van plan is te voeden. §
- Een leverancier mag pas een toegangsaanvraag voor rekening van een netgebruiker indienen nadat deze leverancier voor eigen rekening toegang heeft gekregen tot het distributienet en dus een toegangscontract met de distributienetbeheerder heeft afgesloten. §
- Een distributienetgebruiker mag slechts een toegangsaanvraag voor een bijzonder toegangspunt indienen nadat voor dit toegangspunt een leveringscontract met een minimale looptijd van drie maanden is afgesloten tussen deze distributienetgebruiker, een leverancier die houder is van een geldige leveringsvergunning en een evenwichtsverantwoordelijke. §
- Een leverancier mag slechts een toegangsaanvraag voor een bijzonder toegangspunt voor rekening van een distributienetgebruiker indienen nadat voor dit toegangspunt een leveringscontract met een minimale looptijd van drie maanden is afgestoten tussen deze distributienetgebruiker, deze leverancier en een evenwichtsverantwoordelijke. De toegangsgerechtigde verbindt er zich toe om aan de distributienetbeheerder, op eenvoudig verzoek, het bewijs te bezorgen van de afsluiting van de leveringscontracten met de distributienetgebruikers. §
- Indien de leverancier ter uitvoering van het bepaalde in §§ 4 en 5 over een eigen evenwichtsverantwoordelijke beschikt, sluit de distributienetgebruiker het contract alleen af met de leverancier van zijn keuze, die zulks kenbaar maakt aan de distributienetbeheerder op het ogenblik dat de toegangsaanvraag wordt ingediend. Art. 131.§
- De distributienetbeheerder houdt een toegangsregister bij waarin voor elk toegangspunt dat door een unieke EAN-code wordt geïdentificeerd, alle gegevens zijn opgenomen die vereist zijn voor het beheer van de toegang, en meer bepaald, het statuut « actief » of « inactief » van het toegangspunt en voor de actieve toegangspunten, de identiteit van de leverancier, van de DNG en van de evenwichtsverantwoordelijke. §
- De distributienetbeheerder deelt aan elke distributienetgebruiker het EANGSRN-nummer mee dat zijn afnamepunt identificeert. §
- De distributienetbeheerder stuurt maandelijks naar iedere toegangsgerechtigde, voor alle toegangspunten die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, een uit het toegangsregister getrokken bestand om zo de coherentie in de tijd te verzekeren tussen de gegevens in het toegangsregister en die in de database van de toegangsgerechtigde. §
- De distributienetbeheerder stelt semestrieet een lijst ter beschikking van de toegangsgerechtigde, in elektronische vorm, die de meest recente gegevens bevat waarmee de toegangsgerechtigden de codes EAN-GSRN kunnen opzoeken die overeenstemmen met de toegangspunten in hun portefeuille. §
- In geval van tegenstrijdigheid tussen de vermeldingen uit het toegangsregister en die uit de bestanden van een leverancier, en zolang er geen enkele aanvraag tot wijziging is ingediend overeenkomstig artikel 134, zijn de vermeldingen in het toegangsregister rechtsgeldig. Art. 132.§
- Als een belasting geheel of gedeeltelijk wordt gevoed door een lokale productie-eenheid, dan mogen twee evenwichtsverantwoordelijken worden aangewezen : de eerste is verantwoordelijk voor de afname, en de tweede voor
jectie. Overeenkomstig artikel 131 worden daartoe ten minste twee toegangspunten bepaald. Elk toegangspunt wordt door een specifieke EAN-GSRNcode geïdentificeerd. §
- Als de distributienetgebruiker twee evenwichtsverantwoordelijken aanwijst, dient hij in de toegangscontracten te vermelden dat : 1° ofwel onderscheiden meetinrichtingen worden geïnstalleerd om de geproduceerde energie en de afgenomen energie afzonderlijk te meten, met dien verstande dat elke evenwichtsverantwoordelijke alleen verantwoordelijk is voor de metingen die hem aanbelangen;2° ofwel een enkele meetinrichting wordt toegepast die de algebraïsche som van beide energiewaarden maakt, en per periode aangeeft of de resulterende energie globaal in het net wordt geïnjecteerd dan wel eruit wordt afgenomen;in dit geval zijn de evenwichtsverantwoordelijken alleen verantwoordelijk voor de energiestroom die gaat in de richting waarvoor ze zijn aangewezen. §
- Indien de netgebruiker en de evenwichtsverantwoordelijke(n) zich niet houden aan de voorschriften in het onderhavige artikel, dan dient de distributienetbeheerder alle hem ter beschikking staande maatregelen te treffen ten aanzien van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet. Het is de distributienetbeheerder hierbij toegestaan verhaal te zoeken op de netgebruiker en op de evenwichtsverantwoordelijke(n) in kwestie. §
- Indien geen evenwichtsverantwoordelijke belast met
jectie is aangesteld, of indien geen bijbehorend contract wordt afgesloten binnen een redelijke termijn na
werkingtreding van dit technisch reglement, dan wordt de toegang tot het net van de lokale productie-eenheid in kwestie opgeschort in het geval gevaar bestaat voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net en na een ingebrekestelling tot vaststelling van een redelijke termijn om deze tekortkoming recht te zetten. Art. 133.Indien een distributienetgebruiker over een noodaansluiting beschikt, worden twee toegangspunten (normaal toegangspunt en noodtoegangspunt) aan hem toegewezen. Deze toegangspunten worden door een specifieke EAN-code geïdentificeerd. Art. 134.§ 1. Elke aanvraag tot wijziging van de gegevens bedoeld in artikel 131 51 voor een gegeven toegangspunt wordt ingediend door
geschreven toegangsgerechtigde of, in voorkomend geval, door de toegangsgerechtigde die vraagt om voor dat toegangspunt te worden ingeschreven in het toegangsregister. §
- De door de distributienetbeheerder uitgevoerde administratieve en technische verrichtingen als antwoord op de tot hem gerichte aanvraag, worden aan de aanvrager gefactureerd volgens de geldende tarieven. §
- Elke aanvraag tot wijziging wordt ingediend met eerbiediging van het communicatieprotocol en van het scenario dat overeenstemt met het voorwerp van de aanvraag, zoals beschreven in de MIG die van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, overeenkomstig artikel 7 van dit Technisch reglement. Hetzelfde geldt voor elke aanvraag tot annulering van een aanvraag tot wijziging zoals bedoeld in voorgaande alinea. §
- Wanneer een aanvraag tot wijziging is ingediend volgens een scenario dat een gemeenschappelijke beslissing veronderstelt van de betrokken toegangsgerechtigde en de betrokken distributienetgebruiker, dan behandelt de distributienetbeheerder die aanvraag zonder dat de toegangsgerechtigde het bewijs moet voorleggen van
stemming van de distributienetgebruiker. Dat bewijs moet evenwel kunnen worden voorgelegd als de distributienetbeheerder er om vraagt. Kan dat bewijs niet worden voorgelegd, dan mag de aanvraag tot wijziging worden verworpen. HOOFDSTUK
- - Modaliteiten van toegangsaanvragen Afdeling 2.
- - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier, voor eigen rekening Art. 135.Elke toegangsaanvraag die door een leverancier in eigen naam en voor eigen rekening wordt ingediend, moet ten minste de volgende informatie bevatten : 1° de identiteit van de aanvrager (naam, adres, BTW-nummer, EAN-GLN-code,...); 2° de identiteit van de evenwichtsverantwoordelijke waarmee de leverancier een overeenkomst gesloten heeft (naam, adres, BTW-nummer, EAN-GLN-code,...) 3° de datum waarop hij wenst dat het toegangscontract tot het distributienet in werking treedt;4° het bewijs dat hij houder is van een geldige leveringsvergunning;5° in voorkomend geval, de lijst met toegangspunten waarvoor reeds leveringscontracten zijn afgesloten. Art. 136.Binnen vijf werkdagen nadat de toegangsaanvraag is ingediend, controleert de distributienetbeheerder of de aanvraag al dan niet volledig is en meldt hij dit aan de aanvrager. Als de aanvraag onvolledig is, deelt de distributienetbeheerder de toegangsaanvrager mee welke informatie of documenten ontbreken en de termijn om zijn aanvraag te vervolledigen. Art. 137.Binnen vijf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een voorstel van toegangscontract dat conform is aan het model in Bijlage III bij onderhavig Technisch Reglement. De aanvrager beschikt over een termijn van twintig werkdagen om dat document ingevuld en ondertekend terug te sturen naar de distributienetbeheerder. Bij gebreke, wordt de procedure van toegangsaanvraag als ongeldig beschouwd, behoudens tegenstrijdige beslissing van de distributienetbeheerder op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. De leverancier heeft pas de hoedanigheid van toegangsgerechtigde en is pas in het toegangsregister opgenomen bij de opheffing van de opschortende voorwaarden bedoeld in het toegangscontract. Afdeling 2.
- - Indienen van een toegangsaanvraag door een netgebruiker Art. 138.Elke toegangsaanvraag die door een distributienetgebruiker wordt ingediend, moet ten minste de volgende informatie bevatten : 1° de identiteit van de aanvrager (naam, adres, BTW-nummer, nummer rechtspersonenregister...); 2° de datum vanaf wanneer toegang tot het distributienet wordt gevraagd;3° de identiteit van de leverancier (houder van een geldige leveringsvergunning) en de evenwichtsverantwoordelijke die hij voor het toegangspunt in kwestie heeft aangesteld;4° het bewijs dat het in artikel 130, § 4, bedoelde contract is afgesloten. Art. 139.Binnen vijf werkdagen nadat de toegangsaanvraag is ingediend, controleert de distributienetbeheerder of de aanvraag al dan niet volledig is en meldt hij dit aan de aanvrager. Als de aanvraag onvolledig is, deelt de distributienetbeheerder de toegangsaanvrager mee welke informatie of documenten ontbreken. Art. 140.Binnen vijf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag bezorgt de distributienetbeheerder de aanvrager een voorstel van toegangscontract dat identiek is aan dat bedoeld in artikel 137, maar vergezeld is van een bijlage, die de contractbepalingen aangeeft die vanwege de hoedanigheid van de aanvrager niet voor toepassing in aanmerking komen. De aanvrager beschikt over een termijn van twintig werkdagen om die documenten in te vullen en ondertekend terug te sturen naar de distributienetbeheerder. Bij gebreke, wordt de procedure van toegangsaanvraag als ongeldig beschouwd, behoudens tegenstrijdige beslissing van de distributienetbeheerder op gemotiveerd verzoek van de aanvrager. De distributienetgebruiker heeft pas de hoedanigheid van toegangsgerechtigde en is pas als zodanig in het toegangsregister opgenomen bij de opheffing van de opschortende voorwaarden bedoeld in het toegangscontract. Afdeling 2.
- - Indienen van een toegangsaanvraag door een leverancier voor rekening van een distributienetgebruiker Art. 141.Elke toegangsaanvraag die door een toegangsgerechtigde leverancier voor rekening van een distributienetgebruiker wordt ingediend, moet ten minste de volgende informatie bevatten : 1° de identiteit van de aanvrager die houder is van een geldige leveringsvergunning (naam, adres, BTW-nummer, nummer rechtspersonenregister, EAN-GLN nummer...); handelsregistercode...); 2° de EAN-GSRN-code die het of de toegangspunt(en) in kwestie identificeert; 3° de identiteit van de distributienetgebruiker (naam, adres, desgevallend BTWnummer, nummer rechtspersonenregister...) op het toegangspunt in kwestie; 4° de identiteit alsook de EAN-GLN-code van de evenwichtsverantwoordelijke die voor het toegangspunt in kwestie is aangewezen;5° de datum vanaf wanneer toegang tot het distributienet wordt gevraagd. Art. 142.Binnen vijf werkdagen nadat de toegangsaanvraag is ingediend, controleert de distributienetbeheerder of de aanvraag volledig en ontvankelijk is. Als de aanvraag onvolledig is, deelt de distributienetbeheerder de toegangsaanvrager mee welke informatie of documenten ontbreken, en geeft hij de betrokkene een termijn om de aanvraag te vervolledigen. Art. 143.De distributienetbeheerder stuurt de aanvrager binnen vijf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag een ontvangstbevestiging en registreert
de aanvraag vermelde leverancier en evenwichtsverantwoordelijke samen met de uitvoeringsdatum in het toegangsregister, voor het of
de aanvraag opgegeven toegangspunten). Op de uitvoeringsdatum, heeft de leverancier de hoedanigheid van toegangsgerechtigde voor het beschouwde toegangspunt. Onverminderd het bepaalde in artikel 51, § 2, gaat de distributienetbeheerder op dezelfde datum over tot het in dienst stelten van het beschouwde toegangspunt als dit voordien « inactief » was. Afdeling 2.4. - Garanties te verstrekken door de toegangsgerechtigde Art. 144.De toegangsgerechtigde waarborgt de distributienetbeheerder dat de afnamen en injecties op de toegangspunten in hun portefeuille gedekt zulten worden door leveringscontracten te dateren vanaf het in voege treden en voor de hete duur van het toegangscontract. Art. 145.De toegangsgerechtigde waarborgt tevens dat hij via het transmissienet zoveel elektrische energie zal laten injecteren als hij levert aan de distributienetgebruikers waarmee hij een leveringscontract gesloten heeft. Art. 146.De toegangsgerechtigde verbindt zich ertoe de distributienetbeheerder terstond in te lichten in geval van wijziging van één van
het toegangscontract vermelde elementen of van de identiteit en de gegevens van de distributienetgebruiker die aanwezig is op een toegangspunt in zijn portefeuille. Afdeling 2.
- - Wijziging van leverancier en van evenwichtsverantwoordelijke Art. 147.§
- Elke wijziging van leverancier dient minstens dertig kalenderdagen op voorhand gemeld te worden door de (nieuwe) leverancier aan de distributienetbeheerder met aanduiding van de datum van verandering. De wijziging van leverancier gebeurt in de vorm van een toegangsaanvraag, overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2.
- Indien de wijziging van leverancier op het toegangspunt zoals bedoeld in lid 1 een gevolg is van de wijziging van distributienetgebruiker op dit toegangspunt dient deze wijziging zo snel mogelijk door de (nieuwe) leverancier aan de distributienetbeheerder gemeld te worden met aanduiding van de datum van de wijziging die maximaal tien kalenderdagen in het verleden mag liggen, behalve als het bewuste toegangspunt met tele-opname wordt opgemeten, in welk geval geen terugwerkende kracht is toegestaan. §
- Binnen twee kalenderdagen beoordeelt de distributienetbeheerder volgens
artikel 134 bedoelde voorwaarden en modaliteiten of de wijziging wordt aanvaard dan wel verworpen en brengt hij de (nieuwe) leverancier daarvan op de hoogte. In voorkomend geval wordt de vorige leverancier van de wijziging verwittigd door de distributienetbeheerder. De vroegere en de nieuwe leverancier melden de wijziging aan de evenwichtsverantwoordelijke waarmee ze respectievelijk verbonden zijn. Art. 145.§
- Als een leverancier vaststelt dat hij geen bericht van de distributienetbeheerder heeft ontvangen met de melding dat van leverancier is veranderd, terwijl het contract dat hem bindt met een distributienetgebruiker een einde neemt, stelt hij de distributienetbeheerder hiervan minstens dertig kalenderdagen vóór de vervaldatum in kennis. Bij gebreke, zal hij in het toegangsregister gesignaleerd blijven als toegangsgerechtigde voor het beschouwde afnamepunt. §
- De distributienetbeheerder vraagt in voorkomend geval, binnen de vijf werkdagen, aan de betrokken distributienetgebruiker om een nieuwe leverancier aan te wijzen, en wel ten laatste tien kalenderdagen vóór de vervaldatum van het in paragraaf 1 bedoelde contract. §
- Als er binnen de termijnen geen nieuwe leverancier is aangewezen volgens de geldende procedures, en onverminderd alinea 2 van paragraaf 1, wordt het betrokken toegangspunt buiten dienst gesteld. Art. 149.§
- Bij melding van een onterechte leverancierswissel aan een leverancier of aan de distributienetbeheerder, meldt de gecontacteerde partij onverwijld deze verkeerde leverancierswissel aan de leverancier die onterecht de leverancierswissel heeft aangevraagd. Hierbij worden volgende klantgegevens uitgewisseld : - EAN-GSRN-code van het betrokken toegangspunt; - naam en contactgegevens van