📄 Wettekst
13 JULI 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels HoofdstedelijkGewest, inzonderheid op artikelen 11, 12, § 4, en 30, § 2;
Gelet op het ontwerp van technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe, ingediend bij de Dienst Regulering van het BIM op 21 februari 2006 door de CVBA Sibelga, distributienetbeheerder voor elektriciteit;
Gelet op het advies DR-20060602-45 van de Dienst Regelgeving van het BIM betreffende de ontwerpen van technisch reglement voor het beheer van het gewestelijk transmissienet voor elektriciteit en voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe, gegeven op 2 juni 2006 in toepassing van artikel 11 van de ordonnantie van 19 juli 2001;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 houdende aanstelling van de CVBA Sibelga als beheerder van het verdeelnetwerk voor elektriciteit.
Gelet op het feit dat de goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, een handeling is van administratieve voogdij en dat bijgevolg, dit ontwerp van besluit niet voor advies dient te worden voorgelegd aan de Raad van State;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juli;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 7 juli 2006;
Op voorstel van de Minister belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen;
Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het bijgevoegde technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe wordt goedgekeurd. Art. 2.De Minister die Energie in zijn bevoegdheden heeft is belast met de bekendmaking van het ontwerp in bijlage samen met dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Met het oog op deze bekendmaking worden de datum van het reglement, evenals het logo van Sibelga die respectievelijk onderaan en bovenaan op elke pagina staan, uit het document verwijderd.
Dit besluit en het reglement in bijlage treden in werking op de dag van deze bekendmaking. Art. 3.Het reglement in bijlage wordt ook bekendgemaakt door de distributienetbeheerder Sibelga op zijn website.
Brussel, 13 juli 2006.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Renovatiepremies en Groenvoorzieningen, E. HUYTEBROECK
Technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de toegang ertoe opgemaakt bij toepassing van artikel 11 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest INHOUD TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene principes Afdeling 1.1. - Toepassingsgebied en definities
Afdeling 1.2. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder
HOOFDSTUK 2. - Informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling
Afdeling 2.2. - Vertrouwelijkheid
Afdeling 2.3. - Openbaarheid van de informatie
HOOFDSTUK 3. - Toegankelijkheid van de installaties Afdeling 3.1. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van
personen en goederen Afdeling 3.2. - Toegankelijkheid van de installaties van de
distributienetbeheerder Afdeling 3.3. - Toegankelijkheid van de installaties van de
distributienetgebruiker en bijzondere voorwaarden betreffende de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet te verwaarlozen invloed op dit net hebben HOOFDSTUK 4. - Noodsituatie en overmacht Afdeling 4.1. - Definitie van een noodsituatie
Afdeling 4.2. - Overmacht
Afdeling 4.3. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder
Afdeling 4.4. - Opschorting van de verplichtingen
HOOFDSTUK 5. - Ingraving van elektrische leidingen HOOFDSTUK 6. - Minimale technische vereisten voor het opzetten van de netinfrastructuren HOOFDSTUK 7. - Directe lijnen HOOFDSTUK 8. - Privé-netten TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK 1. - Gegevens voor het opstellen van een investeringsplan HOOFDSTUK 2. - Planningsgegevens Afdeling 2.1. - Algemeen
Afdeling 2.2. - Kennisgeving van gegevens
TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK 1. - Algemeen Afdeling 1.1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1.2. - Wijze van aansluiten afhankelijk van de
aansluitingscapaciteit Afdeling 1.3. - Noodaanstuiting
Afdeling 1.4. - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting en op
installaties van de distributienetgebruiker HOOFDSTUK 2. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op hoogspanning Afdeling 2.1. - Omgeving van de installaties
Afdeling 2.2. - Conformiteit van de installaties
HOOFDSTUK 3. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op laagspanning Afdeling 3.1. - Omgeving van de installaties
Afdeling 3.2. - Conformiteit van de installaties
Afdeling 3.3. - Aansluitingscapaciteit
HOOFDSTUK 4. - Aanvullende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden voor groene stroom en gedecentraliseerde productie-eenheden HOOFDSTUK 5. - Aansluitingsprocedure Afdeling 5.1. - Algemeen
Afdeling 5.2. - Aansluiting op hoogspanning
Onderafdeling 5.2.1. - Algemeen Onderafdeling 5.2.2. - Oriënterende studie en voorontwerp van aansluiting Onderafdeling 5.2.3. - Detailstudie en ontwerp van aansluiting Onderafdeling 5.2.4. - Aansluitingscontract Onderafdeling 5.2.5. - Uitvoering van de aansluiting Afdeling 5.3 - Aansluiting op laagspanning
HOOFDSTUK 6. - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 6.1. - Algemene bepalingen
Afdeling 6.2. - Gebruik van de installaties die functioneel deel
uitmaken van het distributienet Afdeling 6.3. - Gebruik en onderhoud van hoogspanningsaansluitingen
Afdeling 6.4. - Gebruik en onderhoud van laagspanningsaansluitingen
Afdeling 6.5. - Conformiteit van de aansluiting en van de installaties
van de distributienetgebruiker Afdeling 6.6. - Wegname van een aansluiting
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bepalingen voor de aansluiting in privé-netten HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling TITEL IV. - Toegangscode HOOFDSTUK 1. - Algemene principes HOOFDSTUK 2. - Modaliteiten van toegangsaanvragen Afdeling 2.1. - Indienen van een toegangsaanvraag door een
leverancier, voor eigen rekening Afdeling 2.2. - Indienen van een toegangsaanvraag door een
distributienetgebruiker Afdeling 2.3.- - Indienen van een toegangsaanvraag door een
leverancier, voor rekening van een distributienetgebruiker Afdeling 2.4. - Garanties te verstrekken door de toegangsgerechtigde
Afdeling 2.5. - Wijziging van leverancier en van
evenwichtsverantwoordelijke HOOFDSTUK 3. - Onderbrekingen en opschorting van de toegang Afdeling 3.1. - Geplande onderbrekingen van de toegang
Afdeling 3.2. - Ongeplande onderbrekingen van de toegang
Afdeling 3.3. - Opschorting van de toegang
HOOFDSTUK 4. - Specifieke voorschriften voor de toegang tot het distributienet op hoogspanning Afdeling 4.1. - Toegangsprogramma's
Afdeling 4.2. - Afname van reactieve energie
HOOFDSTUK 5. - COÖRDINATIE VAN DE INSCHAKELING VAN DE PRODUCTIE-EENHEDEN HOOFDSTUK 6. - ONDERSTEUNENDE DIENSTEN Afdeling 6.1. - Compensatie van de netverliezen
Afdeling 6.2. - Regeling van de spanning en van het reactief vermogen
Afdeling 6.3. - Ondersteunende diensten verstrekt door de
distributienetbeheerder HOOFDSTUK 7. - Maatregelen in noodsituaties of bij congestie HOOFDSTUK 8. - Bijzondere bepalingen voor de toegang in privé-netten HOOFDSTUK 9. - Overgangsbepaling TITEL V. - Meetcode HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de meetinrichtingen Afdeling 2.1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2.2. - Plaats van de meetinrichting
Afdeling 2.3. - Tariefperiodes
Afdeling 2.4. - Verzegeling
Afdeling 2.5. - Nauwkeurigheidsvereisten
Afdeling 2.6. - Defecten en fouten
Afdeling 2.7. - Onderhoud en inspecties
Afdeling 2.8. - Administratief beheer van de technische gegevens van
de meetinrichting Afdeling 2.9. - IJking
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende de meetgegevens Afdeling 3.1. - Gemeten en berekende verbruiksprofielen
Afdeling 3.2. - Bijzondere bepalingen betreffende het gemeten
verbruiksprofiel Afdeling 3.3. - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende
verbruiksprofiel Afdeling 3.4. - Gegevensverwerking
Afdeling 3.5. - Meetgegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar
Afdeling 3.6. - Opslag, archivering en beveiliging van de gegevens
Afdeling 3.7. - Schatting, Allocatie en reconciliatie
Afdeling 3.8. - Ter beschikking te stellen gegevens bij gemeten
verbruiksprofielen Afdeling 3.9. - Ter beschikking te stellen gegevens bij berekende
verbruiksprofielen Afdéling 3.10. - Historische verbruiksgegevens Afdeling 3.11. - Rechtzettingen
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen voor de meetinrichtingen in privénetten TITEL VI. - Samenwerkingscode BIJLAGE I. - Lijst van uitgewisselde gegevens BIJLAGE II. - Aansprakelijkheidsvoorwaarden tussen DNB en DNG's BIJLAGE III. - Contract voor toegang tot het elektriciteitsdistributienet BIJLAGE IV. - Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van elektrisch vermogen aan huishoudelijke afnemers TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene principes Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities
Artikel 1.Dit technisch reglement bevat de voorschriften en regels betreffende het beheer van en de toegang tot het distributienet op laagspanning en op hoogspanning. Dit reglement groepeert het reglement van het net en het reglement van de meting als bedoeld in artikel 11 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Dit reglement bevat een Planningscode (Titel II), een Aansluitingscode (Titel III), een Toegangscode (Titel IV), een Meetcode (Titel V), een Samenwerkingscode (Titel VI) en vier Bijlagen, zoals nader bepaald in hetgeen volgt.
Vanaf zijn inwerkingtreding, herroept en vervangt dit technisch reglement het reglement betreffende de technische en commerciële voorwaarden voor het ter beschikking stellen van elektrisch vermogen, alsook het daarbij complementaire reglement voor de aftakking, het ter beschikking stellen en het afnemen van elektriciteit in laagspanning. Art. 2.§ 1. De definities zoals opgegeven in artikel 2 van de voormelde ordonnantie van 19 juli 2001 zijn op onderhavig Technisch Reglement van toepassing. § 2. Verder worden de gebruikte begrippen ter uitvoering van dit technisch reglement als volgt gedefinieerd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 3.Behoudens andersluidende bepaling lopen de in dagen uitgedrukte termijnen in dit technisch reglement van middernacht tot middernacht. Deze termijnen vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de officiële kennisgeving. Bij gebrek aan officiële kennisgeving gaan de termijnen in op de werkdag volgend op de dag van kennisname van de betrokken gebeurtenis. Afdeling 1.2. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder
Art. 4.§ 1. De distributienetbeheerder voert de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de ordonnantie en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten teneinde te zorgen voor de distributie van elektriciteit ten voordele van de distributienetgebruikers. Daarbij dient de distributienetbeheerder toe te zien op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet, deze in stand te houden en in voorkomend geval te herstellen. § 2. De distributienetbeheerder dient in de uitvoering van zijn taken alle gepaste middelen aan te wenden die de distributienetgebruikers van hem mogen verwachten, en die gelet op de bijzondere situatie redelijkerwijs verkregen kunnen worden.
Deze middelen zijn nader bepaald in het investeringsplan dat hij opstelt en ter goedkeuring aan de Regering voorlegt, overeenkomstig het gestelde in artikel 12 van de ordonnantie. § 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 254, dient de distributienetbeheerder te zorgen dat de geleverde spanning op elk aansluitingspunt voldoet aan de bepalingen van de norm NBN EN 50160 « Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten ». § 4. De distributienetbeheerder eerbiedigt de minimale technische vereisten inzake aansluiting op het distributienet en koppeling alsook wat betreft het tot stand brengen van de netinfrastructuren.
De distributienetbeheerder eerbiedigt eveneens de operationele regels betreffende het technisch beheer van afnames, alsook van die met betrekking tot de acties die hij moet ondernemen om de problemen op te lossen die de veiligheid en de bevoorradingscontinuïteit in het gedrang zouden kunnen brengen. § 5. Bij een ongeplande onderbreking van het distributienet of van de aansluiting moeten de diensten van de distributienetbeheerder binnen twee uur na de oproep van de distributienetgebruiker met de gepaste middelen ter plaatse zijn. De herstellingswerken worden met spoed voortgezet totdat het probleem verholpen is.
Behoudens in geval van overmacht, technisch onvermogen of buitengewone omstandigheden (storm, hevig onweer, sterke sneeuwval...), dient de distributienetbeheerder, als hij vaststelt dat de reparatie langer dan vier uur zal duren, al het nodige te doen om de netvoeding te herstellen met alle voorlopige productievoorzieningen die hij dienstig acht, bij voorkeur vanaf het transformatorstation voor hoogspanning/laagspanning. Dat geldt ook voor elke geplande onderbreking van het distributienet waarvan de verwachte cumulatieve duur vier uur in één week te boven gaat; in dit laatste geval moet de distributienetbeheerder in onderlinge overeenstemming met de leveranciers bepalen onder welke voorwaarden de door hem geleverde energiewaarde kan worden teruggewonnen. § 6. In afwijking van het gestelde in § 5 wordt de maximale interventietermijn na kennisgeving van de onderbreking aan de distributienetbeheerder op zeven kalenderdagen gebracht in geval van onderbreking teweeggebracht aan aansluitingen van het type verlichting van straatmeubitair, reclameborden, telefooncellen of daarmee gelijkgestelde voorzieningen.
Dat geldt ook voor onderbreking van de voeding naar de openbare verlichting, tenzij anders voorgeschreven door de bevoegde instanties en/of de beheerders van openbare straten en wegen. Art. 5.§ 1. De distributienetbeheerder stuurt de Dienst elk jaar vóór 1 mei een verslag, waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft. § 2. Dit verslag bevat een beschrijving van : 1° de frequentie en de gemiddelde duur van de onderbrekingen van de toegang tot zijn distributienet, evenals de totale jaarlijkse onderbrekingsduur, gedurende het genoemde kalenderjaar.Deze informatie wordt afzonderlijk verstrekt voor laagspanning en hoogspanning. De gegevens mogen worden gepresenteerd op basis van de methode die nader is omschreven in het technisch voorschrift van het BFEdocurnent C10114 met als Titel « Kwaliteitsindicatoren.
Beschikbaarheid van de toegang tot het distributienet » of van alle andere voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn; 2° de naleving van de kwaliteitscriteria met betrekking tot de golfvorm van de spanning, zoals beschreven in hoofdstuk 2 en 3 van de norm NBN EN 50160;3° de kwaliteit van de dienstverlening en in voorkomend geval de niet-nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit het onderhavige technisch reglement, met vermelding van de bijbehorende redenen. § 3. De distributienetbeheerder dient zich te houden aan het rapporteringsmodet dat in voorkomend gevat door de Dienst is opgesteld. HOOFDSTUK 2. - Informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling
Art. 6.§ 1. Behoudens andersluidend beding dient elke kennisgeving of mededeling ter uitvoering van dit technisch reglement schriftelijk te geschieden, met inachtneming van de vormvoorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk wetboek, waarbij de afzender en ontvanger duidelijk worden geïdentificeerd.
Tenzij anders is bepaald, mag de distributienetbeheerder na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst bepalen in welke documentformat deze informatie moet worden uitgewisseld. § 2. In noodgevallen mag deze informatie mondeling wordt uitgewisseld.
De mondeling uitgewisselde informatie moet in elk geval zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in § 1. Art. 7.§ 1. In afwijking van het gestelde in artikel 6 wordt de tussen de verschillende betrokken partijen uitgewisselde commerciële en technische informatie langs elektronische weg afgeleverd, met de mogelijkheid om de verzending door een ontvangstbevestiging te valideren. Voor deze informatieuitwisseling wordt een communicatieprotocot toegepast dat voldoet aan de UN/EDIFACT- communicatienorm en dat in een Message Implementation Guide (MIG) nader toegelicht wordt.
De distributienetbeheerder zal de MIG toepassen die in onderlinge overeenstemming werd overeengekomen door alle Belgische dïstributienetbeheerders, tenzij besloten werd er uitdrukkelijk geheel of gedeeltelijk van af te wijken. Elke afwijking wordt vooraf gemotiveerd en meegedeeld aan de Dienst. § 2. Het in § 1 vermelde protocol is niet verplicht van toepassing voor informatie die wordt uitgewisseld tussen : 1° de distributienetbeheerder en een distributienetgebruiker, indien deze laatste de voorkeur geeft aan een ander protocol, en dit met de distributienetbeheerder is overeengekomen;2° de beheerder van het gewestelijk transmissienet en de distributienetbeheerder, indien in onderling overleg uitdrukkelijk een ander protocol is bedongen, met kennisgeving aan de Dienst. § 3. Onverminderd de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen mag de distributienetbeheerder na voorafgaande kennisgeving aan de Dienst, technische maatregelen en organisatieregels aannemen met betrekking tot uit te wisselen informatie, teneinde de vertrouwelijkheid ervan te waarborgen, zoals deze bepaald is in afdeling 2.2 van dit Hoofdstuk. Art. 8.Onverminderd nadere bepalingen ter zake in onderhavig Technisch Reglement doen de distributienetbeheerder, de distributienetgebruikers, de leveranciers en de evenwichtsverantwoordelijken al het nodige om de krachtens onderhavig Reglement vereiste informatie zo spoedig mogelijk mee te delen. Art. 9.Indien een partij krachtens dit technisch reglement of de op grond daarvan afgesloten contracten opdracht wordt gegeven een wederpartij informatie te verstrekken die van haar zelf afkomstig is, dient de partij in kwestie al het nodige te doen om de ontvanger te waarborgen dat de inhoud van deze informatie terdege is gecontroleerd. Art. 10.In Bijlage I is een lijst opgenomen van de gegevens uitgewisseld tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruikers die over een hoogspanningsaansluiting beschikken. Die lijst is niet exhaustief. De distributienetbeheerder mag de terbeschikkingstelling eisen van alle aanvullende informatie die hij nuttig acht voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van het distributienet. Afdeling 2.2. - Vertrouwelijkheid
Art. 11.Diegene die informatie meedeelt, bepaalt naar eigen inzicht wat commercieel gevoelige of vertrouwelijke informatie is. Het is niet toegestaan deze informatie aan derden mee te delen, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de mededeling van deze informatie is vereist in het kader van een gerechtelijke procedure of op last van de overheid krachtens wetten of ordonnanties;2° de bekendmaking of mededeling van deze informatie is verplicht gesteld door de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;3° diegene van wie deze informatie uitgaat heeft op voorhand schriftelijk toestemming daartoe gegeven;4° de distributienetbeheerder is verplicht deze informatie mee te delen in verband met het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders;5° de informatie is gewoon toegankelijk of voor het publiek beschikbaar. Indien de informatie aan derden wordt meegedeeld op grond van de voorwaarden vermeld in de punten 2°, 3° en 4° hierboven, moet de ontvanger van de informatie zich ertoe verbinden, onverminderd de geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, deze informatie met dezelfde vertrouwelijkheidsgraad te behandelen als de aanvankelijk meegedeelde informatie. Afdeling 2.3. - Openbaarheid van de informatie
Art. 12.De distributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en in elk geval op een server die via het internet kan worden benaderd : 1° de modellen van de contracten die krachtens dit technisch reglement afgesloten moeten worden;2° de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in dit technisch reglement wordt verwezen;3° de formulieren, in voorkomend geval opgemaakt om de informatie-uitwisseling overeenkomstig dit technisch reglement mogelijk te maken;4° de tarieven bedoeld in het
koninklijk besluit van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2002
pub.
27/07/2002
numac
2002011273
bron
ministerie van economische zaken
Koninklijk besluit betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit
sluiten, die door de CREG zijn goedgekeurd of vastgelegd.5° alle diensten die de distributienetbeheerder de distributienetgebruikers aanbiedt. HOOFDSTUK 3. - Toegankelijkheid van de installaties Afdeling 3.1. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van
personen en goederen Art. 13.De toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, en in het bijzonder het ARAB en het AREI, de Codex over het welzijn op het werk, alsook de norm NBN EN 50110-1 « Exploitatie van elektrische installaties » en de norm NBN EN 50110-2 « Exploitatie van elektrische installaties (nationale bijlagen) » zijn van toepassing op iedere persoon die op het net kan tussenkomen. Afdeling 3.2. - Toegankelijkheid van de installaties van de
distributienetbeheerder Art. 14.§ 1. De toegang tot elke installatie, tot elk roerend of onroerend goed waarvan de distributienetbeheerder een eigendoms- of gebruiksrecht heeft, geschiedt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedure en de door de distributienetbeheerder opgestelde veiligheidsvoorschriften en met zijn uitdrukkelijke voorafgaande toestemming. § 2. In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten, heeft de distributienetbeheerder recht op toegang tot alle installaties waarvan hij een eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich in de inrichting van de distributienetgebruiker bevinden.
De distributienetgebruiker zorgt er met dat doel voor dat de distributienetbeheerder zich voortdurend en gratis toegang kan verschaffen tot deze inrichting, of verleent hem die toegang onmiddellijk, op eenvoudig mondeling verzoek. § 3. Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed waarop de distributienetbeheerder een eigendoms- of gebruiksrecht bezit onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures of aan bij de distributienetgebruiker geldende veiligheidsvoorschriften, dient deze laatste de distributienetbeheerder hiervan schriftelijk in kennis te stellen. Doet hij dat niet, dan volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 3.3. - Toegankelijkheid van de installaties van de
distributienetgebruiker en bijzondere voorwaarden betreffende de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet te verwaarlozen invloed op dit net hebben Art. 15.§ 1. Onder de installaties van de distributienetgebruiker kan de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen welke installaties functioneel deel uitmaken van het distributienet of een significante invloed hebben op de werking van het distributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere distributienetgebruiker.
Wanneer er, als toepassing van Titel III, een aansluitingscontract moet worden afgesloten, worden de lijst van betrokken installaties, alsook de respectieve verantwoordelijkheden van de distributienetbeheerder en van de distributienetgebruiker inzake exploitatie, beheer en onderhoud erin verduidelijkt. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht om toegang te krijgen tot de in § 1 bedoelde installaties teneinde daar inspecties, tests, proeven of andere interventies die hij nodig acht, uit te voeren.
De distributienetgebruiker moet te dien einde zorgen dat de distributienetbeheerder voortdurend toegang heeft of verleent hem onmiddellijk toegang op gewone mondelinge vraag. § 3. Alvorens de in § 2 vermelde inspecties, tests, proeven of interventies uit te voeren, is de distributienetgebruiker verplicht de distributienetbeheerder schriftelijk in kennis te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Doet hij dat niet, dan volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. HOOFDSTUK 4. - Noodsituatie en overmacht Afdeling 4.1. - Definitie van een noodsituatie
Art. 16.In dit technisch reglement wordt noodsituatie beschouwd als zijnde : 1° de situatie die volgt op een geval van overmacht in de zin van afdeling 4.2 en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige, efficiënte en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen; 2° een situatie die volgt op een gebeurtenis die, hoewel zij in de zin van afdeling 4.2 of van de huidige staat van de rechtspraak niet als geval van overmacht kan worden bestempeld, naar de inschatting van de distributienetbeheerder, van een andere netbeheerder, van een distributienetgebruiker, van een leverancier of elke andere betrokken persoon, een dringend en aangepast optreden van de distributienetbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen waarborgen of herstellen, of verdere schade te voorkomen. De distributienetbeheerder rechtvaardigt deze interventie a posteriori bij de erbij betrokken distributienetgebruikers. Afdeling 4.2. - Overmacht
Art. 17.In de mate dat zij onweerstaanbaar en onvoorzienbaar zijn, worden de volgende situaties ter uitvoering van dit technisch reglement als overmacht beschouwd : 1° natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke weersomstandigheden;2° een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;3° de plotselinge onbeschikbaarheid van de installaties om andere redenen dan ouderdom, gebrek aan onderhoud of kwalificatie van de operatoren;4° een uitval van het computersysteem, al dan niet door een virus veroorzaakt, ondanks het feit dat alle nodige preventiemaatregelen waren getroffen die redelijkerwijze mochten worden verwacht van de distributienetbeheerder zowel vanuit technische als financiële invalshoek;5° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet elektriciteit te leveren tengevolge van een plotseling tekort in de geïnjecteerde energie afkomstig van het transmissienet of van het gewestelijke transmissienet, en die niet door andere middelen kan worden verholpen;6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, en bedreigingen van dezelfde aard;7° al dan niet verklaarde staat van oorlog, oorlogsdreiging, invasie, gewapend conflict, blokkade, revolutie, opstand;8° enigerlei overheidsmaatregel, waaronder inzonderheid situaties waarin de bevoegde overheid de hoogdringendheid inroept en de distributienetbeheerder of de distributienetgebruikers uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van alle netten in stand te houden of te herstellen. Afdeling 4.3. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder
Art. 18.§ 1. De distributienetbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht ter vrijwaring van de continuïteit van de bevoorrading, de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet indien hij zich op een noodsituatie beroept dan wel een soortgelijke situatie wordt ingeroepen door een andere netbeheerder, een distributienetgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon. § 2. De distributienetbeheerder stelt alle vereiste preventieve handelingen ter beperking van de schadelijke gevolgen van redelijkerwijs voorzienbare of aangekondigde uitzonderlijke gebeurtenissen. § 3. In het geval een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet en/of het gewestelijk transmissienet en de distributienetten, dienen de maatregelen genomen te worden met inachtneming van het Technisch reglement transmissie en/of gewestelijke transmissie. § 4. De maatregelen die de distributienetbeheerder treft of oplegt in het kader van dit artikel binden alle betrokken personen. Afdeling 4.4. - Opschorting van de verplichtingen
Art. 19.§ 1. Indien een noodsituatie wordt ingeroepen, worden de verplichtingen waarvan de uitvoering onmogelijk wordt gemaakt, opgeschort voor de duurtijd van de gebeurtenis die tot deze noodsituatie aanleiding heeft gegeven. § 2. De verplichtingen van geldelijke aard die vóór de noodsituatie zijn aangegaan, dienen uitgevoerd te worden. Art. 20.§ 1. De partij die zich op de noodsituatie beroept, dient redelijkerwijs alles in het werk te stellen om : 1 ° de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen tot een minimum te beperken; 2° haar opgeschorte verplichtingen zo spoedig mogelijk opnieuw na te komen. § 2. De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk en met alle beschikbare middelen alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort alsook van de verwachte duur van de noodsituatie.
In afwijking van artikel 6, mag deze bekendmaking, wanneer zij gericht is tot meerdere geadresseerden, ook gebeuren door middel van één of meerdere van de volgende procédés : affiches, radio- of televisieboodschappen, bekendmaking op een internetsite, informatiebrochures en huis-aan-huisfolders. HOOFDSTUK 5. - Ingraving van de elektrische leidingen Art. 21.Als in verband met de verbetering, de vernieuwing of de uitbreiding van het distributienet nieuwe verbindingen tot stand moeten worden gebracht, dan wel bestaande verbindingen moeten worden vernieuwd of ingrijpend gewijzigd, dan onderzoekt de distributienetbeheerder bij voorrang de mogelijkheid om deze verbindingen in te graven. Hierbij moet rekening worden gehouden met de vereisten voor een rationeel beheer van openbare straten en wegen alsook met de technische haalbaarheid, tegen redelijke kostprijs, van deze werken. HOOFDSTUK 6. - Minimale technische vereisten voor het opzetten van de netinfrastructuren Art. 22.§ 1. De infrastructuren van het distributienet zijn in overeenstemming met de geldende normen, wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, inzonderheid met het AREI. § 2. Deze infrastructuren zijn ontworpen om de elektrische energie veilig naar de diverse afnamepunten te leiden en om de aan de injectiepunten toegevoerde energie te verdelen. De distributienetbeheerder moet het distributienet afstemmen op de normaal te verwachten energiestromen. Hij dient te allen tijde de veiligheidsafstand in acht te nemen tussen zijn installaties en de personen of goederen van derden. § 3. De beveiligingen van de uitrustingen van het distributienet worden ontworpen en geregeld om storingen of overbelastingen doelmatig te verhelpen. Er worden selectieve beveiligingen van het tweede niveau aangebracht die in werking treden bij uitval van de normale beveiligingen. HOOFDSTUK 7. - Directe lijnen Art. 23.Alle directe lijnen zijn onderworpen aan de toepasselijke voorschriften van dit technisch reglement, inzonderheid aan het AREI. Art. 24.Elke vergunningsaanvraag voor het opzetten van een directe lijn moet aan de Dienst worden gericht met een ter verantwoording dienend dossier, in tweevoud en bij ter post aangetekend schrijven of met afgifte tegen ontvangstbewijs. Dit dossier bevat het bewijs van de in artikel 30, S 2, van de ordonnantie bedoelde toegangsweigering. Art. 25.De Dienst gaat na of alle vereiste documenten om de aanvraag in behandeling te nemen in zijn bezit zijn. Als de aanvraag naar zijn oordeel aangevuld moet worden, stelt de Dienst de aanvrager hiervan in kennis bij ter post aangetekend schrijven binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. In deze brief staat welke informatie ontbreekt en binnen welke termijn de aanvrager zijn aanvraag volledig moet maken. Art. 26.Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de ontvangst van het volledige aanvraagdossier, bezorgt de Dienst dit aan de Minister samen met een voorstel tot aanvaarding of afwijzing. HOOFDSTUK 8. - Privé-netten Art. 2.§ 1. De distributienetbeheerder is als enige bevoegd om een privé-net te erkennen als bedoeld in het onderhavige technisch reglement. Hij doet zulks op eigen gezag dan wel op aanvraag van de eigenaar van het betrokken net.
Om erkend te worden moet het net over een meetinstallatie met aftrekmetingen beschikken en in overeenstemming zijn met de technische normen die zijn voorgeschreven in de wetten, ordonnanties en reglementen, alsook door de distributienetbeheerder.
De beslissing van de distributienetbeheerder houdende erkenning van een privé-net, of weigering van toekenning van de status van privé-net aan de verbruikslocatie, moet met redenen worden omkleed. § 2. Als hij op een privé-net is aangesloten, wordt de stroomafwaartse afnemer geacht te beschikken over een directe aansluiting op het distributienet, en toegang tot dit distributienet te hebben.
De privé-netbeheerder dient de stroomafwaartse afnemer te vrijwaren voor elke door het privé-net veroorzaakte storing waardoor de toegang van deze afnemer tot het distributienet wordt beperkt of onderbroken.
Voorts moet de privénetbeheerder in het algemeen waarborgen dat de stroomafwaartse afnemer de hem bij wet, ordonnantie en reglement toegekend rechten vrijelijk kan uitoefenen.
De distributienetbeheerder kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor een storing of niet-nakoming van de norm NBN EN 50160 welke haar oorsprong vindt in het privé-net. Bijgevolg wijst de distributienetbeheerder elke aansprakelijkheid voor de daaruit voortvloeiende schade af. § 3. De distributienetbeheerder en de privé-netbeheerder leggen in het aansluitingscontract, naast het bepaalde in artikel 88, de voorwaarden vast met betrekking tot, met name : 1° de vergoeding die de distributienetbeheerder aan de privé-netbeheerder moet betalen voor de toegang tot het distributienet welke de laatstgenoemde waarborgt aan stroomafwaartse afnemers, alsook voor de installatie-, onderhouds- en vernieuwingswerken voor het privé-net en voor de aansluiting van stroomafwaartse afnemers, volgens de door de CREG goedgekeurde criteria;2° de verbintenissen van de privé-netbeheerder inzake exploitatie, onderhoud en ontwikkeling van zijn net. TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK 1. - Gegevens voor het opstellen van een investeringsplan Art. 28.§ 1. De opmaak van het meerjarig investeringsplan voor het distributienet zoals bedoeld in artikel 12 van de ordonnantie moet het mogelijk maken de continufteit en betrouwbaarheid van de bevoorrading in elektrische energie via het distributienet te waarborgen.
In dit plan zijn de volgende fasen opgenomen : 1° een gedetailleerde raming van de behoeften aan distributiecapaciteit;2° de analyse van de vereiste middelen om aan deze behoeften te voldoen;3° de vergelijking van de vereiste middelen met de bestaande middelen;4° de definitie van de criteria inzake vernieuwing van bestaande installaties;5° de opsomming van de vereiste werken en investeringen om het distributienet aan te passen teneinde de vastgestelde problemen te verhelpen;6° het opstellen van een uitvoeringsplanning. § 2. Het plan wordt als volgt opgemaakt door de distributienetbeheerder, in overleg met de Dienst : 1° elk jaar, bezorgt de distributienetbeheerder de in paragraaf 1 bedoelde informatie tegen 1 mei aan de Dienst (of rechtvaardigt dat geen enkele aanpassing nodig is voor het plan dat het afgelopen jaar door de Regering is goedgekeurd);2° de distributienetbeheerder bepaalt in overeenstemming met de Dienst een datum om zijn plan in de maand mei voor te leggen;3° de Dienst onderzoekt vervolgens het plan en kan de distributienetbeheerder vragen hem de informatie en rechtvaardigingsgronden te verstrekken die hij nodig acht.4° in de maand juni wordt een overlegvergadering gehouden waarop de Dienst zijn opmerkingen kenbaar maakt aan de distributienetbeheerder;5° de distributienetbeheerder bezorgt de Dienst uiterlijk tegen 30 juni twee exemplaren van het ontwerpplan dat in voorkomend gevat wordt herwerkt aansluitend op het in het vorige lid bedoelde overleg;6° de Dienst bezorgt de Regering één van de exemplaren, vergezeld van zijn advies;7° nadat het plan door de Regering is goedgekeurd, wordt het ten uitvoer gebracht vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar;bij gebrek, op 1 januari van het daaropvolgende jaar, aan een reactie vanwege de Regering, wordt het ingediende plan geacht goedgekeurd te zijn. HOOFDSTUK 2. - Planningsgegevens Afdeling 2.1. - Algemeen
Art. 29.De distributienetgebruiker of diens leverancier, bij toepassing van het gestelde in artikel 32, bezorgt de distributienetbeheerder zijn beste raming van de planningsgegevens zoals bedoeld in dit Hoofdstuk. Afdeling 2.2. - Kennisgeving van gegevens
Art. 30.De distributienetgebruiker die beschikt over een aansluitingscapaciteit hoger dan of gelijk aan 2 MVA deelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december zijn beste raming van de volgende planningsgegevens voor de eerstvolgende drie jaar mee : 1° de prognoses van het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met opgave van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van de jaarlijkse verbruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen. Ter informatie moet ook een trend van deze gegevens voor de eerstvolgende twee jaar, zijnde voor vijf jaar, aan de distributienetbeheerder worden bezorgd. Art. 31.De distributienetgebruiker van wie de installaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal netto ontwikkelbaar vermogen per injectiepunt van minstens 500 WA, deelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december de volgende planningsgegevens mee met betrekking tot de komende drie jaar : 1° het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, het verwachte patroon van het verbruiksprofiel, de technische gegevens, de operationele grenzen en de regelmodus van de diverse in dienst gestelde of nog in dienst te stellen productieeenheden;2° de productie-eenheden die buiten dienst zulten worden gesteld en de geplande datum van buitendienststelling. Ter informatie moet ook een raming van deze gegevens voor de eerstvolgende twee jaar, zijnde op vijf jaar, aan de distributienetbeheerder worden bezorgd. Art. 32.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld zijn in artikelen 30 en 31 is het de taak van de leverancier om, globaal voor alle distributienetgebruikers met wie hij leveringscontracten heeft ondertekend, de distributienetbeheerder elk jaar vóór 31 december de volgende planningsgegevens te bezorgen met betrekking tot de komende twee jaar : 1 ° de prognoses van het maximaal af te nemen of te injecteren vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met opgave van de verwachte trendbreuken; 2° het patroon van het jaarlijkse verbruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen. Art. 33.De verplichting tot mededeling van de in artikelen 30 en 31 vermelde planningsgegevens geldt tevens voor de afnamepunten waarvoor een aansluitingsaanvraag is ingediend. In dat geval, worden de planningsgegevens gevoegd bij de aansluitingsaanvraag. Zij hebben betrekking op het lopende jaar, voor de periode volgend op het in dienst stelten van het toegangspunt. Art. 34.§ 1. De distributienetgebruiker die beschikt over een aansluiting vanaf het hoogspanningsnet, stelt de distributienetbeheerder elk jaar vóór 30 juni schriftelijk in kennis van de verwachte ontwikkeling van zijn aansluitingsvermogen voor het volgende jaar.
Deze mededeling vormt in voorkomend geval een aanhangsel bij het aansluitingscontract. § 2. Bij ontstentenis van mededeling binnen de in vorige paragraaf bepaalde termijn wordt het bestaande aansluitingsvermogen van de distributienetgebruiker voor het komende jaar verlengd. § 3. Na 30 juni kan het aansluitingsvermogen dat door de distributienetgebruiker voor het volgende jaar aangekondigd werd, niet meer gewijzigd worden tenzij in onderstaande gevallen : 1. wanneer bij een verandering van distributienetgebruiker voor de aansluiting in kwestie, de nieuwe gebruiker wenst over te gaan tot een verhoging of verlaging van het aansluitingsvermogen;2. wanneer de distributienetgebruiker de aansluiting in kwestie wenst op te heffen;3. wanneer de distributienetgebruiker overgaat tot een uitbreiding van zijn aansluiting en op voorwaarde dat deze uitbreiding gepaard gaat met een verhoging van het aansluitingsvermogen. § 4. Indien het krachtens § 1 meegedeelde aansluitingsvermogen groter is dan de aansluitingscapaciteit, dan wordt de mededeling gelijkgesteld met een aanvraag tot uitbreiding van de aansluitingscapaciteit en worden de desbetreffende bepalingen in de Aansluitingscode bijgevolg van toepassing. § 5. De privé-netbeheerder dient zich te houden aan de voorschriften in het onderhavige artikel door mee te delen welke vermogens voor eigen gebruik te zijner beschikking gesteld moeten worden. Art. 35.In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de hem meegedeelde planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk zijn, vraagt hij aan de distributienetgebruiker om de gegevens in kwestie te controleren en om hem binnen de door hem gestelde termijn gevalideerde informatie te bezorgen. Art. 36.Voor zover hij de nodige maatregelen heeft getroffen als bedoeld in artikel 35, kan de distributienetbeheerder niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen op de investeringsplannen van de mededeling van foutieve of onvolledige gegevens of van de laattijdige mededeling van gegevens. Art. 37.De distributienetgebruiker of de leverancier, volgens het geval, brengt de distributienetbeheerder zo snel mogelijk op de hoogte van elke wijziging of verwachte wijziging van de doorgestuurde gegevens. Art. 38.De distributienetbeheerder mag bij een distributienetgebruiker of een leverancier aanvullende gegevens opvragen, te bezorgen binnen een in onderling overleg overeengekomen termijn, die hij nuttig acht voor de planning en die niet in Bijlage I zijn opgenomen. Art. 39.In de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in Titel VI komen de netbeheerders onderling overeen wat de vorm, de inhoud en de periodiciteit is van de gegevens die zij met elkaar moeten uitwisselen om hun investeringsplannen op te stellen, en binnen welke termijnen dit moet gebeuren.
TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK 1. - Algemeen Afdeling 1.1. - Algemene bepalingen
Art. 40.§ 1. De onderhavige Code is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties;2° de installaties van de distributienetgebruiker waaronder die welke functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet te verwaarlozen invloed hebben op het functioneren van het distributienet, op de aansluitingen) of op de installaties van andere distributienetgebruikers;3° de installaties die via een directe lijn zijn aangesloten en op de installaties die deel uitmaken van een directe lijn; § 2. De installaties van de meetinrichting maken deel uit van de aansluiting en behoren tot de distributienetbeheerder. Deze installaties worden beheerst door Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderhoud en de verwerking van de meetgegevens. § 3. De aansluitingen en, onverminderd de bepalingen van Afdeling 6.5., de installaties van de distributienetgebruikers, die bestaan bij het in voege treden van dit Technisch Reglement, dienen te voldoen aan de bepalingen van deze Titel. § 4. In Bijlage II, en onverminderd de bepalingen van de overige Titels van onderhavig Technisch reglement, staan de voorwaarden vermeld binnen dewelke de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder kan speten tegenover de distributienetgebruikers en omgekeerd. Die voorwaarden zijn van toepassing ongeacht het type van aansluiting. Art. 41.§ 1. Behoudens andersluidende overeenkomst, is de distributienetbeheerder eigenaar van de aansluiting niettegenstaande de interventie van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het gebouw in de kosten of in de werken voor de realisatie ervan. § 2. Behoudens andersluidende overeenkomst en onder voorbehoud van de toestellen die deel uitmaken van de meetinrichting, behoren de installaties die stroomafwaarts van het afnamepunt van de distributienetgebruiker aangesloten zijn niet toe aan de distributienetbeheerder. Art. 42.§ 1. Behoudens bijzondere wettelijke of reglementaire bepaling, is de distributienetbeheerder als enige gemachtigd de inrichtingen waarop hij het eigendomsrecht heeft aan te leggen, aan te passen, te verplaatsen, te vervangen, te verwijderen te onderhouden en uit te baten. § 2. De installaties waarop de distributienetgebruiker een eigendoms- of gebruiksrecht heeft worden beheerd en onderhouden door de distributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de distributienetgebruiker.
Om de installaties te onderhouden waarvan hij het gebruiksrecht heeft, kan de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder vragen om zijn toegangspunt tijdelijk buiten dienst te stellen. Dit blijft « actief » in het toegangsregister zoals bedoeld in artikel 131. § 3. In afwijking van § 2 lid 1 en in overeenstemming met het gestelde in artikel 15 mogen de tussenkomsten en schakelingen op installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet enkel worden uitgevoerd door de distributienetbeheerder of een door hem gemachtigde persoon. Art. 43.De locatie van het of de toegangspunt(en) met betrekking tot een aansluiting wordt bepaald op basis van de aanbevelingen van Synergrid, behoudens bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Art. 44.Het ter beschikking stellen van infrastructuren door een eigenaar van een gebouw 1 locatie aan de distributienetbeheerder om er de aansluitingsuitrustingen in onder te brengen die uitsluitend bestemd zijn voor de voeding van het gebouw de locatie moet altijd gratis gebeuren. Art. 45.Onder voorbehoud van andersluidende wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot de openbare-dienstverplichtingen van de distributienetbeheerder, komen de kosten verbonden met iedere tussenkomst of schakeling die geschiedt op vraag van de distributienetgebruiker of die hun oorzaak vinden in de installaties van de distributienetgebruiker, ten laste van deze distributienetgebruiker. Art. 46.§ 1. In geval van overdracht van het eigendomsrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, bezorgt de overdrager de overnemer een afschrift van dit contract waarvan de bepalingen onverkort geldig blijven tenzij de distributienetbeheerder en de overnemer voor het geheel of voor een gedeelte uitdrukkelijk anders bepalen. § 2. In geval van overdracht van het gebruiksrecht op een goed waarvoor een aansluiting in gebruik is, en als er een contract bestaat met betrekking tot die aansluiting, zijn de bepalingen ervan tegenstelbaar tegenover de overnemer die tegensprekelijk geacht wordt er kennis van te hebben genomen. Daartoe, bezorgt de overdrager aan de overnemer een afschrift van het aansluitingscontract. Art. 47.Elke aanvraag die bij toepassing van het bepaalde in deze Code wordt geformuleerd door iemand die geen eigenaar is van de aangesloten installaties of van de installaties waarvoor een aansluiting wordt gevraagd, is slechts ontvankelijk voor zover de betrokkene een uitdrukkelijke bijzondere machtiging heeft gekregen om deze aanvraag te doen, hetzij van de eigenaar, hetzij van een persoon die zelf beschikt over een bijzonder en uitdrukkelijk mandaat van de eigenaar om aanvragen op dat vlak te doen. Afdeling 1.2. - Wijze van aansluiten afhankelijk van de
aansluitingscapaciteit Art. 48.§ 1. Onverminderd het gestelde in § 8 en in hoofdstuk 7 van deze Titel worden de aansluitingen van de eindafnemers vanaf het distributienet uitgevoerd. § 2. Als de aansluitingscapaciteit lager is dan, of gelijk aan 56 kVA, wordt de aansluiting vanaf het laagspanningsnet uitgevoerd. Dat is niet het gevat wanneer de distributienetbeheerder beslist, teneinde technische problemen te vermijden, met name in verband met eventuele spanningsdalingen, de aansluiting uit te voeren door middel van een laagspanningsverbinding die rechtstreeks wordt verbonden met een transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning, of via een hoogspanningsnet. § 3. Voor aansluitingscapaciteiten tussen 56 en 250 kVA mag de distributienetbeheerder een aansluiting vanuit het laagspanningsnet voorstellen dan wel een aansluiting door middel van een laagspanningsverbinding die rechtstreeks met een transformatorstation voor hoogspanning/laagspanning is verbonden of een aansluiting vanuit het hoogspanningsnet. § 4. Voor een aansluitingscapaciteit hoger dan 250 kVA wordt de aansluiting uitgevoerd vanuit het hoogspanningsnet. Voor aansluitingscapaciteiten beneden 5 MVA wordt eerst nagegaan of het mogelijk is een aansluiting tot stand te brengen vanuit het hoogspanningsnet van de distributienetbeheerder. § 5. In de gebouwen waar meerdere distributienetgebruikers aangesloten moeten worden, mag de distributienetbeheerder één enkele aansluiting op het hoogspanningsnet aanbrengen van waaruit volgende uitrustingen kunnen worden geïnstalleerd : 1° een of meer aansluitingspunten voor hoogspanning;2° een of meer transformatorposten voor hoogspanning/laagspanning alsook de aansluitingen om de distributienetgebruikers van laagspanning te voorzien. § 6. Als de aansluiting vanuit het hoogspanningsnet wordt uitgevoerd, en voor zover de lokale kenmerken van het distributienet zulks noodzakelijk maken, mag de distributienetbeheerder met de aanvrager overeenkomen om een lokaal beschikbaar te stellen dat wordt uitgerust met een transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning die vanuit hetzelfde aansluitingspunt wordt gevoed. De voorwaarden van deze beschikbaarstelling worden bepaald door de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. § 7. Voor aansluitingscapaciteiten hoger dan 5 MVA mag een aansluiting worden overwogen door de installaties van de distributienetgebruiker rechtstreeks te verbinden met het secundaire railstel van een transformatorpost die het distributienet op hoogspanning voedt. Als deze oplossing wordt gekozen, behoudt de distributienetbeheerder zich naderhand het recht voor, indien de afnamen op kwartierbasis van deze nieuwe distributienetgebruiker nooit groter zijn dan 4 MVA in regime, om de bovenvermelde verbinding opnieuw aan de gemeenschap toe te wijzen tegen een billijke vergoeding. § 8. Wanneer de distributienetbeheerder voor de in S 7 bedoelde aansluitingscapaciteiten bij een eerste onderzoek vaststelt dat het raadzaam is de aansluiting uit te voeren op het transmissienet of op het gewestelijk transmissienet, dan voert hij overleg met de beheerder van het net in kwestie, en bezorgt hem in voorkomend geval onverwijld het volledige dossier, stelt de aanvrager hiervan in kennis en betaalt hem de eventueel ontvangen rechten terug. In dat geval wordt de aansluiting uitgevoerd in overeenstemming met het technisch reglement dat geldt voor het transmissienet of het gewestelijk transmissienet. § 9. De aanvrager dient in elk geval slechts één enkele aanvraag in bij de distributienetbeheerder. De distributienetbeheerder dient dan contact op te nemen met de andere netbeheerders om de kwaliteit van de aansluiting en de vereiste aanpassingen te waarborgen. Art. 49.Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag en bij het opstellen van het aansluitingsvoorstel dient de distributienetbeheerder in kwestie altijd de technische en economische belangen van de aanvrager te behartigen, zonder afbreuk te doen aan de belangen van de andere distributienetgebruikers en zonder dat de aanvrager uit dien hoofde aanspraak mag maken op een aansluitingswijze die gunstiger is dan in artikel 48 omschreven. Afdeling 1.3. - Noodaansluitingen
Art. 50.§ 1. Een noodaansluiting is te verstaan als een aansluiting die in de volgende gevallen wordt geïnstalleerd : 1° op aanvraag van een willekeurige distributienetgebruiker die zich vanaf een ander koppelpunt noodvermogen wil laten leveren;2° op aanvraag van een distributienetgebruiker die rechtstreeks is verbonden met het secundaire railstel van een transformatorpost die het distributienet op hoogspanning voedt, en die zich vanaf het hoogspanningsnet noodvermogen wil laten leveren;3° op aanvraag van een distributienetgebruiker die met het hoogspanningsnet is verbonden en die zich noodvermogen wil laten leveren vanaf een afzonderlijk hoogspanningsnet dat via hetzelfde koppetpunt wordt gevoed;4° op aanvraag van een distributienetgebruiker die met het hoogspanningsnet is verbonden en die zich noodvermogen op laagspanning wil laten leveren, gevoed vanaf een afzonderlijk middenspanningsnet via hetzelfde koppelpunt;5° op aanvraag van een distributienetgebruiker die met het laagspanningsnet is verbonden en die zich noodvermogen op laagspanning wil laten leveren, gevoed vanaf een afzonderlijke transformatorpost voor hoogspanning/laagspanning. § 2. Als een noodaansluiting aanwezig is, dient de distributienetgebruiker voor de levering van noodvermogen een bijdrage te betalen tegen het geldende tarief. Afdeling 1.4. - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting en op
installaties van de distributienetgebruiker Art. 51.§ 1. Elke aansluiting, alsook elke installatie van een distributienetgebruiker moet voldoen aan de toepasselijke reglementen en normen, meer bepaald die welke zijn aangegeven in het ARAB, in de « Codex over het welzijn op het werk » alsook aan de normen NBN van toepassing op elektrische installaties. § 2. Vóór het in dienst stellen van een aansluiting bezorgt de distributienetgebruiker aan de distributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen voldoen. Dit bewijs moet worden geleverd door een verslag van een erkende keuringsinstelling zoals bedoeld in het AREI. Art. 52.Het toegestane niveau van de storingen die op het distributienet worden teweeggebracht door de aansluitingsinstallaties en de eigen installaties van de distributienetgebruiker wordt bepaald door de geldende nationale en internationale normen, inzonderheid door de technische rapporten IEC 61000-3-6 en IEC 61000-3-7. Art. 53.§ 1. De aansluitingen moeten voldoen aan de technische voorschriften van de SYNERGRID-documenten C2/112 met de Titel « Technische voorschriften voor aansluiting op het HS-distributienet » en Cl 1107 met de Titel « Algemene technische voorschriften voor de aansluiting van een gebruiker op het LS-distributienet ». In geval van tegenstrijdigheid tussen deze voorschriften en wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, daaronder inbegrepen die van dit technisch reglement, dan zijn de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen bindend. § 2. De distributienetbeheerder mag in voorkomend geval specifieke aansluitingsvoorschriften vastleggen afhankelijk van de bijzondere lokale eigenschappen van het distributienet. Art. 54.Elektrische installaties die door afzonderlijke aansluitingen worden gevoed mogen niet met elkaar worden verbonden, tenzij met voorafgaande schriftelijke toestemming van de distributienetbeheerder of blijkens een uitdrukkelijke afspraak in het aansluitingscontract met opgave van de desbetreffende voorwaarden. Art. 55.De distributienetgebruiker zorgt dat de installaties waarvan hij het genot heeft voor de installaties van de distributienetbeheerder of van derden geen gevaren, schade of hinder veroorzaken welke de grenswaarden in de algemeen erkende normen te boven gaan.
De distributienetbeheerder kan bovendien eisen dat de distributienetgebruiker op eigen kosten maatregelen zou treffen om te vermijden dat de werking van zijn installaties een nadelige invloed zou hebben op andere distributienetgebruikers of op de werking van het net. HOOFDSTUK 2. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op hoogspanning Afdeling 2.1. - Omgeving van de installaties
Art. 56.§ 1. Voor het plaatsen van de meetinrichting en andere apparatuur welke deel uitmaakt van de aansluiting, stelt de distributienetgebruiker een ruimte beschikbaar aan de distributienetbeheerder, die voldoet aan de door de laatstgenoemde gestelde eisen. § 2. Behoudens met uitdrukkelijke toestemming van de distributienetbeheerder is de lengte van het distributienet op de privé-locatie beperkt tot 2x15 meter. De in § 1 bedoelde ruimte moet onder deze omstandigheden aan deze eis voldoen. Afdeling 2.2. - Conformiteit van de installaties
Art. 57.Het concept van de aansluiting en de installaties van de distributienetgebruiker moet in overeenstemming zijn met de voorschriften van het AREI met betrekking tot de gelijkvormigheidscontroles en de periodieke controles van de installaties. Dit geldt in het bijzonder voor de ligging, de bereikbaarheid van de installaties en de bedienbaarheid en de identificatie van de bedieningsapparatuur. De aansluiting en de werking van de uitrustingen moeten in overeenstemming zijn met de exploitatiewijze van het distributienet waarop ze worden aangesloten, zowel wat de technische kenmerken betreft als met betrekking tot de veiligheidsaspecten verbonden aan de exploitatie. Art. 58.De kosten voor de gelijkvormigheidscontrole en de periodieke controles van de installaties als bedoeld in het AREI blijven ten taste van de distributienetgebruiker in kwestie. Art. 59.§ 1. De functionele specificaties van de beveiligingen van de distributienetgebruiker die zijn installaties van de aansluiting loskoppelen in geval van storing in de installaties van de gebruiker worden in onderlinge overeenstemming met de distributienetbeheerder vastgesteld. De selectiviteit van de beveiliging van het distributienet mag in geen geval worden aangetast door de keuze van de waarden van de beveiligingsparameters. § 2. De distributienetbeheerder mag vanwege een wijziging van de netsituatie de vereiste aanpassingen aan de beveiligingen in de installaties van de distributienetgebruiker opleggen teneinde de selectiviteit van de beveiligingen in het net verder te waarborgen. De kosten om de installaties van de distributienetgebruiker in voorkomend geval aan te passen komen ten laste van de distdbutienetbeheerder. Art. 60.§ 1. De distributienetbeheerder mag alle vereiste technische middelen aanwenden om reactieve energie te compenseren of, algemener, om elk storend verschijnsel te compenseren wanneer de belasting van een distributienetgebruiker die op het distributienet is aangesloten : 1° aanleiding geeft tot een aanvullende afname van reactieve energie ten opzichte van de in artikel 159 bepaalde waa …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.